Wereldwijzer Omgevingsboek - handleiding
2
Omgevingsboek Domein: Aardrijkskunde – Wetenschap levende natuur – Geschiedenis
Lesdoelen Aardrijkskunde De leerlingen: • kennen de naam en de ligging van de eigen regio (MD 4.1.1); • kennen de volgende begrippen met betrekking tot absolute plaatsbepaling: de thuisgemeente en de postcode, de schoolgemeente en de postcode (MD 4.1.3); • kennen verschillende begrippen met betrekking tot natuurlijke en menselijke aspecten van landschappen (MD 4.2.4, MD 4.2.5); • kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden een digitale en analoge kaart hanteren, zichzelf oriënteren, landschappen schetsen (MD 4.3.1). Wetenschap levende natuur De leerlingen: • kennen de classificatie van organismen: de fauna en de flora (MD 3.1.2); • kunnen organismen beschrijven op basis van kenmerken: bouw en voortplantingswijze (MD 3.1.3); • kennen de betekenis van de stappen binnen de ladder van Lansink: preventie, hergebruik, sorteren, recycleren, verbanden, storten (MD 3.2.4); • kunnen voorbeelden geven van relaties tussen organismen onderling en hun omgeving (MD 3.2.6); • kunnen systematisch waarnemingen noteren en conclusies trekken (MD 3.6.4). Geschiedenis De leerlingen: • kennen typische vragen om te stellen over aangereikte bronnen (MD 5.2.2); • weten dat ontwikkelingen in de bestudeerde samenlevingen een invloed hebben uitgeoefend op hedendaagse samenlevingen: erfgoed (MD 5.3.3).
Voorbereiding • • •
2
Denk na over hoe je de tijd- en ruimtekaders van jouw klas actief kunt betrekken bij het omgevingsboek. Houd de actualiteit in de gaten en denk na over hoe je nieuwsberichten aan het omgevingsboek kunt koppelen. Verzamel vooraf al enkele bronnen: de gemeentelijke website, de kaart van België, de kaart van de gemeente, een stratenplan, een gemeentegids of brochure van de gemeente, een luchtfoto van de gemeente, nieuwsberichten uit de gemeente, natuurtijdschriften …
Wereldwijzer – Omgevingsboek
Materiaal •
omgevingsboek
Zelf te voorzien • kaarten, stratenplan en luchtfoto van de gemeente • fototoestel • verrekijker • nieuwsberichten over de gemeente • natuurtijdschriften • gedroogde bladeren of vruchten uit de omgeving
Woordenschat De voornaamste begrippen die je kunt herhalen: • de plattegrond • wonen • de kaart • werken • de legende • ontspannen • het symbool • het verkeer • • •
de plaats de ligging de route
• • • • • •
de gemeente de stad het dorp de wijk de buurt de omgeving
• • • •
het adres de straatnaam het huisnummer de postcode
• • •
de buurgemeente de deelgemeente de rivier
• • • • • • •
de flora de fauna de zoogdieren de vogels de vissen de insecten de spinnen
• • • • • •
de biotoop het grasland, het platteland het bos de heide de kust, het strand de stad
• • • •
de naaldboom de loofboom de vrucht het blad
• • •
storten verbranden sorteren en recycleren hergebruiken voorkomen
• •
• • •
het verleden (vroeger) het heden (nu) de toekomst (later)
• • • • • •
de bron de foto de geschreven bron het monument het beeld het gebouw
Wereldwijzer – Omgevingsboek
3
Achtergrondinformatie Wat is een omgevingsboek? Een omgevingsboek geeft de leerlingen kennis van en zicht op de eigen omgeving vanuit een historisch, natuurkundig, aardrijkskundig, cultureel en maatschappelijk perspectief. Het doel van het omgevingsboek is dat de leerlingen de cultuur en het erfgoed in de omgeving ontdekken en beschrijven, en de verhalen die erbij horen leren kennen. In een omgevingsboek kunnen alle interessante plekken, gebouwen, instellingen, natuurdomeinen en andere locaties uit de omgeving aan bod komen. Maak samen met de leerlingen een omgevingsboek van de gemeente. Geef de waardevolle gebouwen, de typische landschappen en erfgoed er een plaats in. De verschillende delen van het werkschrift kun je daarbij als voorbeeld gebruiken. Je kunt het omgevingsboek aanpassen aan de behoeften van de eigen omgeving. Het omgevingsboek in het jaarplan van Wereldwijzer 2 en Taaltoer 2 De leerlingen hebben in leerjaar 1 en leerjaar 2 (voor)kennis opgebouwd rond hun eigen regio, de eigen gemeente en de schoolgemeente. In principe hebben ze na het thema ‘Mijn buurt op de kaart’ van Wereldwijzer 2 voldoende inhoudelijke bagage om te werken aan hun eigen omgevingsboek, voordat ze zich in Wereldwijzer 3 verder verdiepen in België en de tien provincies. In de lessen wetenschap kregen de leerlingen voldoende achtergrond mee om de eigen biotopen en de organismen in de directe omgeving te verkennen. Ook bij geschiedenis is de basis gelegd om op zoek te gaan naar sporen (bronnen) uit het verleden in de eigen omgeving. Het omgevingsboek sluit dus aan bij de eerste twee thema’s van Wereldwijzer 2 en heeft geen rechtstreekse link met het derde taalthema van Taaltoer. Wel worden de taalweters uit de eerste drie thema’s van Taaltoer herhaald: • Wat zijn goede vragen? • Wat zijn klanken en letters? Wat is het alfabet? • Zo spreek ik.
Transferdoel taal De leerlingen: • kunnen kernwoorden, schema’s of eenvoudige lijstjes noteren om teksten of mondelinge informatie uit vakdisciplines te onthouden of te ordenen (MD 1.2.9); • kunnen voorafgaand aan het vertellen en presenteren inhoud verzamelen en structureren onder begeleiding (MD 1.3.6); • kunnen ideeën, gedachten en verworven inzichten samenhangend formuleren (MD 1.3.9).
Thematafel Leg op de thematafel de verschillende materialen (kaarten, foto’s, brochures …) van de gemeente. Je kunt ook allerlei materialen klaarleggen om op onderzoek te gaan in een biotoop in de buurt (denk aan een verrekijker, een vergrootglas, een loeppotje of een doorzichtig zakje).
4
Wereldwijzer – Omgevingsboek
Beknopte instructies bij elk deel
Deel 1 Laat de leerlingen in deel 1 informatie verzamelen over de gemeente die in het omgevingsboek in de kijker staat: • de naam van de gemeente en de postcode; • het wapenschild of de vlag van de gemeente (werd niet behandeld in de voorgaande lessen); • de locatie van de gemeente op de kaart van België; • of de gemeente een stad of een dorp is, en/of op het platteland ligt; • de lokale rivier of een rivier in de buurt benoemen; • de buur- en deelgemeenten opsommen en daarbij de ligging aangeven. De ligging van de buurgemeenten kunnen de leerlingen bepalen aan de hand van de windroos. De windrichtingen worden verder vastgezet in de tweede graad (eerste thema van Wereldwijzer 3).
Deel 2 Voorzie een luchtfoto van de gemeente of bekijk die digitaal op het bord. De leerlingen duiden een aantal herkenbare elementen aan op de luchtfoto. Je vindt de meest recente en historische luchtfoto's van alle gemeentes gratis via www.geopunt.be, het centrale geoportaal van de Vlaamse overheid. Sta stil bij het feit of de omgeving eerder hoort bij de stad, het dorp of het platteland: Het platteland is een gebied met veel open ruimte, velden, weiden en natuur. Er staan minder huizen en er wonen minder mensen dan in een stad.
Deel 3 De leerlingen richten hun aandacht op de verschillende plekken en gebouwen in de omgeving. Daarbij kun je de volgende vragen stellen: • Welke plekken en gebouwen zie je in de omgeving? • Waarvoor werd of wordt het gebruikt? • Hoort het bij wonen, werken, ontspannen of het verkeer? • Wat doen mensen er? • Wie kun je er tegenkomen? De leerlingen zoeken twee winkels in de omgeving. Ze tekenen de winkels of maken er een foto van. Ze noteren in hun omgevingsboek wat voor winkels het zijn. Wat kun je er kopen? Je kunt ook met foto’s werken die je online vindt: foto’s van (historische) gebouwen met een winkel, een supermarkt, een kleine winkel zoals een slager of een bakkerij, een speciaalzaak, een tweedehandswinkel.
Wereldwijzer – Omgevingsboek
5
Deel 4 In dit deel kiezen de leerlingen een gebouw uit hun omgeving dat ze grondiger willen bestuderen. Ze verzamelen vier kernwoorden over het gebouw en voegen een foto toe of ze maken zelf een tekening. Ook hier kun je gebruikmaken van een foto uit je eigen verzameling. De leerlingen denken na over de functie van het gebouw (wonen, werken, ontspannen, iets kopen, je laten verzorgen) en noteren het adres: de straatnaam, het huisnummer, de postcode en de gemeente. Ze onderzoeken hoe je het gebouw kunt bereiken en welke rol het verkeer daarbij speelt. Ze tekenen een plattegrond van een kamer in het gebouw. Dat kan op basis van een bezoek, een foto of hun geheugen. Ze maken een legende bij de plattegrond aan de hand van symbolen en kleuren. De vragen die je kunt stellen: • Hoe ziet het gebouw er vanbinnen/vanbuiten uit? • Wat is er bijzonder aan het gebouw (vorm, bouw …)? • Vind je in het gebouw nog iets terug uit het verleden? Wat? • Is het pas gebouwd of is het een oud gebouw? Waaraan zie je dat?
Deel 5 In dit deel leren de leerlingen goede vragen stellen aan de hand van de W-vragen en de hoe-vraag. Ze doen een kort interview met iemand uit de omgeving. Ze vragen wie de geïnterviewde is, waar die woont, hoe die naar de plaats van afspraak is gekomen, hoelang de verplaatsing duurde, welke activiteit de persoon er komt doen en waarom. De leerlingen noteren de antwoorden en verzamelen zo informatie over de omgeving en de mensen die er gebruik van maken.
Tip Je kunt hier een creatieve opdracht aan koppelen. Laat de leerlingen een persoon kiezen die volgens hen een vermelding verdient in hun omgevingsboek. Ze denken na over de reden voor hun keuze en verwerken die op een passende manier. Ze kunnen de persoon bijvoorbeeld aan de klas voorstellen, er een korte tekst over schrijven, een affiche maken of de persoon uitnodigen om diens verhaal in de klas te komen delen.
Deel 6 In dit deel herhalen de leerlingen het alfabet. Ze kiezen enkele letters en zoeken bij elke letter een plek of gebouw uit de omgeving. Zo breiden ze hun woordenschat over de omgeving uit en leren ze die woorden alfabetisch ordenen. De vragen die je kunt stellen: • Welke letter(s) heb je gekozen? • Welke letter(s) komen ervoor? • Welke letter(s) komen erna? • Wat uit de omgeving begint met deze letter? Is het een plek, een gebouw of iets uit de natuur? • Waar vind je die plek of dat gebouw? • Wat kun je daar doen? • Wie komt er op die plek? • Ken je nog een ander woord (uit de omgeving) met dezelfde beginletter?
6
Wereldwijzer – Omgevingsboek
Tip Je kunt per letter van het alfabet een klassikale poster maken. Verzamel samen met de leerlingen foto’s, tekeningen en woorden van plekken, gebouwen en andere zaken uit de omgeving die met die letter beginnen. Zo groeit doorheen het thema een gezamenlijk omgevingsalfabet.
Deel 7 In dit deel kiezen de leerlingen een plek uit hun omgeving en tekenen ze hoe die plek eruitziet in de winter, de lente, de zomer en de herfst. Je kunt de leerlingen ook op verschillende momenten van het jaar foto’s van de plek laten maken. Zo ontdekken ze hoe een omgeving tijdens het jaar verandert, bijvoorbeeld door het weer, de natuur of door menselijke activiteiten. De vragen die je kunt stellen: • Welke plek heb je gekozen? • Waar ligt die plek? • Wat zie je op die plek? • Hoe ziet de plek eruit in de … (seizoen)? • Wat verandert er in de … (seizoen)? • Wat is er anders in de … (seizoen)? • Wat blijft het hele jaar hetzelfde? • Wat doen mensen hier anders in elk seizoen? • In welk seizoen kom je hier het liefst? Waarom?
Deel 8 In dit deel zoeken de leerlingen een nieuwsbericht over hun omgeving. Ze kleven het bericht op of maken er zelf een tekening bij. Ze geven aan op welke plek het nieuws zich afspeelt en waarover het bericht gaat: over wonen, werken, ontspannen of het verkeer. Daarna vertellen ze het nieuws in hun eigen woorden. Ze gebruiken de taalweter over spreken om hun boodschap voor te bereiden, duidelijk te vertellen en achteraf te beoordelen. Vragen die je kunt stellen: • Wat is er gebeurd? • Wie komt in het nieuwsbericht voor? • Waar speelt het nieuws zich af? Kun je het bericht situeren op een kaart van de gemeente? • Wanneer is het gebeurd? • Waarom is dit nieuws belangrijk? • Gaat het bericht over wonen, werken, ontspannen, het verkeer of iets anders? • Waar heb je het bericht gevonden? • Wie heeft het bericht gemaakt? • Hoe weet je dat dit bericht betrouwbaar is?
Tip Je kunt vanaf dit thema (twee)wekelijks werken met een reporter. Een leerling kiest een nieuwsbericht, bereidt kort een verslag voor en brengt het verslag voor de klas. Dat kan dan gaan om nieuws uit de eigen omgeving. Vanaf het derde leerjaar, wanneer de leerlingen België verder verkennen, kunnen ze ook een nieuwsbericht over het eigen land kiezen. Voor lokaal nieuws in de regio kun je terecht bij regionale katernsecties van grote nieuwssites of lokale omroepen.
Wereldwijzer – Omgevingsboek
7
Deel 9 In dit deel gaan de leerlingen in de omgeving op zoek naar een spoor uit het verleden, zoals een gebouw, een monument, een beeld, een voorwerp, een kaart of een persoon die over vroeger kan vertellen. Ze voegen een foto of een tekening van de bron toe en bepalen om welke soort bron het gaat. Daarna onderzoeken en noteren ze wat die bron vertelt over het leven in het verleden. Zo ontdekken de leerlingen dat sporen uit het verleden in hun eigen omgeving informatie geven over vroeger. Vragen die je kunt stellen: • Welke bron uit het verleden heb je gekozen? • Waar heb je de bron gevonden? • Welke soort bron is het? • Waarom denk je dat het iets uit het verleden is? • Hoe ziet de bron eruit? Is de bron nog volledig of is er iets veranderd? • Wanneer zou deze bron gemaakt zijn, denk je? Kun je de bron op de tijdband plaatsen? • Wat vertelt deze bron over vroeger? Wat was vroeger anders dan nu? Tip • Wat is hetzelfde gebleven? Je kunt het bronnenschema uit Wereldwijzer • Welke vragen heb je nog? geschiedenis gebruiken om de bron te • Kan iemand uit de omgeving meer over de bron bespreken. vertellen?
Deel 10 In dit deel onderzoeken de leerlingen wat openbare namen over het verleden van hun omgeving vertellen. Ze gaan op zoek naar de naam van een straat, een plein, een wijk of een andere plek die verwijst naar een historische gebeurtenis, een historische persoon of een vroegere functie van de plek. Ze maken een foto van het naambord, noteren waar ze het vonden en onderzoeken welke informatie de naam geeft over het verleden. Zo ontdekken ze dat straat- en plaatsnamen waardevolle historische bronnen kunnen zijn. Vragen die je kunt stellen: • Welke naam heb je gevonden? • Is het de naam van een straat, een plein, een wijk of een andere plek? • Waar heb je het naambord gevonden? • Naar wie of wat verwijst de naam? • Wat vertelt de naam over het verleden? Wat gebeurde hier vroeger? • Hoe kun je te weten komen wat de naam betekent? Wie kan je meer over de naam vertellen? Waar kun je meer informatie vinden? • Is de plek nu nog hetzelfde als vroeger? Wat is er veranderd? • Wat is hetzelfde gebleven?
8
Wereldwijzer – Omgevingsboek
Deel 11 In dit deel verkennen de leerlingen de bomen in hun omgeving. Achteraan in de bundel vinden ze knipkaartjes met veelvoorkomende bomen, bladeren en vruchten. Ze maken een collage met die kaartjes. Je kunt er ook voor kiezen om te werken met eigen foto’s van bomen, bladeren en vruchten uit de omgeving. Daarna zoeken de leerlingen zelf een blad in hun omgeving. Ze laten het drogen en kleven het in hun omgevingsboek. Ze bepalen of het blad afkomstig is van een loofboom of een naaldboom en ze noteren de naam van de boom (als ze die te weten kunnen komen). Vragen die je kunt stellen: • Welke boom heb je gevonden? • Waar staat de boom? Hoe ziet de boom eruit? • Welke vorm/kleur heeft het blad? • Heeft de boom een vrucht? Wat is de naam van die vrucht? • Is het een loofboom of een naaldboom? Hoe kun je dat zien?
Tip • •
•
Verzamel de bladeren en de vruchten van bomen uit de omgeving op de thematafel. Geef je in dezelfde periode les rond vermenigvuldigen of delen? Gebruik dan (herfst)vruchten als concreet materiaal om mee te rekenen. Maak een natuurmobiel met vruchten, bladeren en andere natuurlijke materialen uit de omgeving. Zo kun je alle natuurschatten uit de omgeving in het rond laten draaien.
Deel 12 In dit deel verkennen de leerlingen de vogels in hun omgeving. Ze duiden aan welke veelvoorkomende vogels ze herkennen of hebben waargenomen. Daarna kiezen ze één vogel die ze nauwkeuriger bekijken. Ze beschrijven onder andere de grootte van de vogel, de lengte van de staart en de poten, de vorm Tip en de kleur van de bek en de kleur van de veren. • Laat de leerlingen twee vogels Tot slot noteren ze de naam van de vogel. met elkaar vergelijken. Ze bekijken
•
bijvoorbeeld de grootte, de staart, de poten, de bek en de kleur van de veren en leggen uit op welke vlakken de vogels van elkaar verschillen of hoe ze op elkaar lijken. Er bestaan verschillende apps waarmee je vogels kunt herkennen aan de hand van hun uiterlijk, een foto of het geluid dat ze maken. Gebruik zo’n app samen met de leerlingen om de naam van een waargenomen vogel op te zoeken en de kenmerken ervan te controleren.
Wereldwijzer – Omgevingsboek
9
Deel 13 In dit deel onderzoeken de leerlingen de fauna en de flora in hun omgeving. Ze maken een collage met de dieren en de planten die er voorkomen. Daarbij kunnen ze gebruikmaken van de knipkaartjes achteraan in de bundel. Op de lege knipkaartjes kunnen ze zelf voorbeelden van fauna of flora tekenen. Ze kunnen de collage ook aanvullen met eigen foto’s of knipsels uit natuurtijdschriften. Aan de hand daarvan bepalen ze welke biotoop het best bij hun omgeving past: het grasland, het bos, de heide, de kust of de stad. Vragen die je kunt stellen: • Welke fauna en/of flora komt in de omgeving voor? • Kun je de fauna en/of flora in groepen verdelen? • Welke groepen zou je maken? • Welke biotoop past het best bij jouw omgeving? • Waaraan kun je dat zien? Wat is typisch voor jouw omgeving? • Wat hebben de dieren en de planten nodig om hier te leven? • Hoe kunnen mensen goed voor deze biotoop zorgen?
Deel 14 In dit deel kiezen de leerlingen een dier uit hun omgeving en onderzoeken ze het aan de hand van een weetkaart. Ze voegen een foto van het dier toe en noteren de naam. Ze beschrijven waar het dier woont en wat het dier eet. Ze geven aan of het dier een wervelkolom heeft of niet. Ze geven aan hoeveel poten het heeft en of het vleugels of een staart heeft. Ze bepalen bij welke diergroep het dier hoort, ze tekenen de huidbedekking en ze geven aan hoe het dier een jong krijgt. Ze geven ook aan of het dier een vleeseter, een planteneter of een alleseter is.
Deel 15 In dit deel onderzoeken de leerlingen hoe er in hun omgeving met afval wordt omgegaan. Ze zoeken een plek waar afval ligt en maken er een foto of een tekening van. Ze denken na over de oorzaak van het afval en over de gevolgen ervan voor de aarde. Daarna zoeken ze in hun omgeving naar een oplossing voor afval en brengen die in beeld. Tot slot bepalen ze of de oplossing past bij afval voorkomen, hergebruiken, sorteren en recycleren of verbranden. Mogelijke vormen van milieuverwaarlozing in de buurt: sluikstorten, reukhinder, geluidsoverlast, vervuiling van oppervlaktewateren, ontbossing … Initiatieven die je met de leerlingen kunt doen voor natuurbehoud in je omgeving: • zwerfvuil opruimen rond de school, in een park of langs een wandelpad; • bloemen zaaien voor insecten zoals bijen en vlinders; • een insectenhotel maken en ophangen; • nestkastjes of voederplekjes voor vogels voorzien; • een kleine school-, kruiden- of geveltuin aanleggen; • waterbakjes voor vogels en insecten plaatsen; • een campagne voeren om dieren en planten in de buurt te beschermen; • buurtbewoners informeren met affiches, brieven of een tentoonstelling; • samenwerken met een natuurvereniging, gemeente of lokale groendienst; • een boom, plantsoen of stukje natuur adopteren en regelmatig verzorgen.
10
Wereldwijzer – Omgevingsboek
Boekentips Deze boeken uit de themafiches van de eerste thema’s kun je opnieuw in de kijker zetten:
Soortenschat: kindercanon van de natuur in de Lage Landen Geert-Jan Roebers & Pieter Fannes
Het bosboek Sarah Devos
Het blaadjesboek Maartje Kouwen & Evy Van Guyse
Hier wonen wij Signe Torp
Het verkeer Sanne Ramakers, Merel de Vink, Thomas van Oostrum
Het bijzondere beestjesboek Yuval Zommer
Ga je mee naar buiten? Peter Wohlleben
Welkom in de stad Julie Mercier
Diep in de tuin. Zoek en vind 100 dieren Philippe Jalbert
24 snel te herkennen vogelgeluiden van bij ons Sarah Devos
Wereldwijzer Wereldwijzer 1– –Omgevingsboek Instapthema –
11
������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������