a product message image
{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade

Page 1

Leerlijnen A-stroom

TrajectNL_leerlijnen_folder_A4_v3.indd 1

10/02/20 13:36


Overzicht leerlijnen Nederlands In deze folder bieden we je een handig overzicht aan van de leerlijnen uit de eindtermen, toegepast op Traject Nederlands voor jaar 1 en 2. Naast dit overzicht van de leerlijnen verwijzen we naar het jaarplan waarin voor de verschillende componenten van het vak Nederlands de uitgebreide leerlijnen terug te vinden zijn. Je kunt dit jaarplan vinden bij het Lesmateriaal op het digitale platform diddit. Voor de leesbaarheid van dit overzicht van de leerlijnen zijn volgende keuzes gemaakt:

1

2

Bij taalvaardigheden vind je in Traject Nederlands een grote variatie aan teksten. Welke tekst, welke tekstsoort waar gebruikt wordt, is in deze leerlijnen niet altijd opgenomen. Als er een expliciete link is tussen receptieve en productieve vaardigheden, zie je dit in de leerlijn. Een goed voorbeeld daarvan is wanneer een leerling na het lezen van een bepaalde tekst zelf zo’n tekst schrijft of mondeling brengt.

3

Inhouden die meerdere keren aan bod komen, worden verbreed of verdiept, weliswaar in een andere context of met een moeilijkere of complexere tekst of situatie.

4

Dit overzicht verwijst enkel naar de inhouden die aan bod komen in de verschillende lessen. De Pitstop brengt de inhouden van een les samen, de Uitdaging brengt inhouden van een volledig deel samen. Extra inoefening bij de woordenschat uit het deel komt in De Laatste Ronde aan bod. In deze onderdelen (Pitstop, Uitdaging, De Laatste Ronde) oefenen leerlingen diverse aspecten van de eindtermen (ET) die in de verschillende lessen van een Deel aan bod komen.

5

2

In de eerste graad wordt in veel lessen ingezet op het oefenen van strategieën: strategieën voor de vaardigheden (bijv. lees- en luisterstrategieën), maar ook woordleerstrategieën en leerstrategieën (bijv. OVUR-strategie). Als bepaalde strategieën expliciet aangeleerd worden, zijn ze in de leerlijnen opgenomen. Het verder inoefenen van die strategieën is niet vermeld.

Het overzicht maakt geen onderscheid tussen de twee versies van Traject Nederlands. Alle ET komen in beide leerwerkboeken aan bod, maar in de XL-versie komen meer Uitbreidingsdoelen (UD) aan bod dan in de basisversie. De ET Basisgeletterdheid (BG) en de Transversale ET worden in beide versies gerealiseerd. In de lijst met de ET vind je het doel zonder de specifieke soorten kennis of afbakening zoals de tekstkenmerken. Daarvoor verwijzen we naar de online versies.

Overzicht eindtermen Competenties in het Nederlands - Eindtermen 2.1

De leerlingen zijn gemotiveerd voor taal m.i.v. cultuur, lezen, spreken, schrijven, luisteren en inzicht in het taalsysteem.° (attitudinaal)

2.2

De leerlingen bepalen het onderwerp en de globale inhoud van geschreven en gesproken teksten in functie van doelgerichte informatieverwerking en communicatie.

2.3

De leerlingen bepalen wat de hoofdgedachte en de hoofdpunten zijn in geschreven en gesproken teksten in functie van doelgerichte informatieverwerking en communicatie.

2.4

De leerlingen selecteren relevante informatie in geschreven en gesproken teksten in functie van doelgerichte informatieverwerking en communicatie.

2.5

De leerlingen nemen eenvoudige notities bij het lezen en beluisteren van teksten in functie van doelgerichte informatieverwerking en communicatie.

2.6

De leerlingen produceren schriftelijke en mondelinge teksten in functie van doelgerichte communicatie.

2.7

De leerlingen drukken zich op een creatieve manier uit.

2.8

De leerlingen nemen deel aan schriftelijke en mondelinge interactie in functie van doelgerichte communicatie.

2.9

De leerlingen gebruiken het inzicht in de belangrijkste regels en kenmerken van het Standaardnederlands als taalsysteem ter ondersteuning van hun communicatieve handelingen.

2.10

De leerlingen gebruiken kenmerken, mogelijkheden en principes van het Standaardnederlands als communicatiemiddel in functie van doelgerichte communicatie.

2.11

De leerlingen gaan respectvol om met overeenkomsten en verschillen in taaluitingen, taalvariëteiten en talen.° (attitudinaal)

2.12

De leerlingen onderscheiden overeenkomsten en verschillen in taaluitingen, taalvariëteiten en talen.

2.13

De leerlingen verwoorden hun gedachten en gevoelens bij het lezen en beluisteren van fictionele teksten met een literaire inslag met ondersteuning van elementaire literaire en narratieve concepten.

Competenties in het Nederlands - Eindtermen Basisgeletterdheid (BG) BG 2.1 De leerling haalt het onderwerp en relevante informatie uit geschreven en gesproken niet-fictionele teksten in functie van doelgerichte informatieverwerking en communicatie. BG 2.2 De leerling produceert schriftelijke en mondelinge teksten in functie van doelgerichte communicatie. BG 2.3 De leerling neemt deel aan mondelinge en schriftelijke interactie in functie van doelgerichte communicatie.

TRAJECT NEDERLANDS

TrajectNL_leerlijnen_folder_A4_v3.indd 2

10/02/20 13:36


Competenties in het Nederlands - Uitbreidingsdoelen (UD)

5. Sociaal-relationele competenties (S-RC)

UD 2.1

De leerlingen zijn gemotiveerd voor taal m.i.v. cultuur, lezen, spreken, schrijven, luisteren en inzicht in het taalsysteem.° (attitudinaal)

Bouwstenen nr.

UD 2.2

De leerlingen bepalen het onderwerp en de globale inhoud van geschreven en gesproken teksten in functie van doelgerichte informatieverwerking en communicatie.

7. Burgerschapscompetenties met inbegrip van competenties inzake samenleven (BC)

UD 2.3

De leerlingen bepalen wat de hoofdgedachte en de hoofdpunten zijn in geschreven en gesproken teksten in functie van doelgerichte informatieverwerking en communicatie.

UD 2.4

De leerlingen selecteren relevante informatie in geschreven en gesproken teksten in functie van doelgerichte informatieverwerking en communicatie.

UD 2.5

De leerlingen nemen eenvoudige notities bij het lezen en beluisteren van teksten in functie van doelgerichte informatieverwerking en communicatie.

UD 2.6

De leerlingen produceren schriftelijke en mondelinge teksten in functie van doelgerichte communicatie.

UD 2.7

De leerlingen drukken zich op een creatieve manier uit.

UD 2.8

De leerlingen nemen deel aan schriftelijke en mondelinge interactie in functie van doelgerichte communicatie.

UD 2.9

De leerlingen gebruiken het inzicht in de belangrijkste regels en kenmerken van het Standaardnederlands als taalsysteem ter ondersteuning van hun communicatieve handelingen.

16

Interpersoonlijke relaties opbouwen, onderhouden en versterken.

Bouwstenen nr. 30

Omgaan met diversiteit in het samenleven en het samenwerken.

31

Geïnformeerd en beargumenteerd met elkaar in dialoog gaan.

13. Leercompetenties met inbegrip van onderzoekscompetenties, innovatiedenken, creativiteit, probleemoplossend en kritisch denken, systeemdenken, informatieverwerking en samenwerken (LC) Bouwstenen nr. 47

Zichzelf als lerende begrijpen en positioneren ten aanzien van leren in het algemeen en van specifieke leerdomeinen.

48

Geschikte (leer-)activiteiten, strategieën en tools inzetten om informatie digitaal en nietdigitaal kritisch te verwerven, beheren en verwerken rekening houdend met het beoogde leerresultaat en –proces.

49

Een (onderzoeks-)probleem (v)erkennen en een antwoord of oplossing zoeken gebruikmakend van geschikte (leer-)activiteiten, strategieën en tools.

UD 2.10 De leerlingen analyseren het Standaardnederlands als taalsysteem.

50

Leeropvattingen, -proces en –resultaten reguleren.

UD 2.11 De leerlingen gebruiken kenmerken, mogelijkheden en principes van het Standaardnederlands als communicatiemiddel in functie van doelgerichte communicatie.

51

Samen het leerproces vormgeven.

UD 2.12 De leerlingen gaan respectvol om met overeenkomsten en verschillen in taaluitingen, taalvariëteiten en talen.° (attitudinaal)

52

Domeinspecifieke terminologie, symbolen en voorstellingen hanteren.

15. Ontwikkeling van initiatief, ambitie, ondernemingszin en loopbaancompetenties (I & O)

UD 2.13 De leerlingen onderscheiden overeenkomsten en verschillen in taaluitingen, taalvariëteiten en talen.

Bouwstenen nr. 53

Opportuniteiten zien en verkennen met behulp van een creatief denkproces.

UD 2.14 De leerlingen verwoorden hun gedachten en gevoelens bij het lezen en beluisteren van fictionele teksten met een literaire inslag met ondersteuning van elementaire literaire en narratieve concepten.

54

De uitvoerbaarheid van ideeën onderzoeken, het inzetten van middelen tegenover doelstellingen afwegen en het gekozen idee realiseren.

Transversale eindtermen (TV) - Sleutelcompetenties en bouwstenen

Bouwstenen nr.

1. Competenties op het vlak van lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn/ gezondheid (L, G & EB) Bouwstenen nr. 4

Het mentaal welbevinden opbouwen, onderhouden en versterken.

4. Digitale competentie en mediawijsheid (DC & MW)

16. Cultureel bewustzijn en culturele expressie (CB & CE) 56

Uitingen van kunst en cultuur waarnemen en conceptualiseren.

57

Uitingen van kunst en cultuur duiden in relatie tot de maatschappelijke, historische en geografische context waarin ze zich manifesteren.

58

Uitingen van kunst en cultuur beleven en de waardering ervoor duiden.

59

Verbeelding gericht inzetten bij het creëren van artistiek werk.

Bouwstenen nr. 13

Digitale media en toepassingen gebruiken om te creëren, te participeren en te interageren.

15

Verantwoord, kritisch en ethisch omgaan met digitale en niet digitale media en informatie.

NEDERLANDS VOOR DE A-STROOM

TrajectNL_leerlijnen_folder_A4_v3.indd 3

3 10/02/20 13:36


Mondelinge taalvaardigheid Luisteren (Kijken) - Spreken – Interactie Eindtermen Nederlands - Ned. UD - Ned. BG TV BOEK

WERK

LEER

2.1 - 2.2 - 2.3 - 2.4 - 2.6 - 2.8/ inoefening van 2.9 - 2.10 - 2.11 UD 2.1 - 2.2 (XL) - 2.3 (XL) - 2.4 - 2.6 (XL) - 2.8 - (XL: bv. extra tekststructuren) BG 2.1 - 2.3 TV ET bouwstenen: 4 (1 G&EB) - 13, 15 (4 DC & MW), 16 (5 S-RC) - 30, 31 (7 BC) - 47, 48, 49, 50, 51, 52 (13 LC) - 53, 54 (15 I&O)

deel 1 - verbeelden

deel 2 - vertellen

deel 3 - ontdekken

deel 4 - trainen

Kritische houding: eigen communicatiegedrag (les 4)

Bedoeling zender (les 1 + les 2)

Luisterstrategieën: intensief (les 2)

Boek/verhaal beluisteren (les 1)

Luister- en kijkdoel (les 1 + les 2)

Hoofd- en bijzaken (les 2)

Communicatiemodel (les 2)

Tekstdoel - tekstsoort (les 1 + les 2)

Vragen stellen en beantwoorden (les 5)

OVUR-strategie (les 1)

Informatieve, overtuigende of persuasieve, emotieve, opiniërende, narratieve tekst (les 1)

Articulatie/uitspraak verzorgen, intonatie variëren, volume en tempo Spreekplan (les 4) aanpassen (les 3)

Geconcentreerd luisteren; visuele ondersteuning gebruiken (les 2) Gevoelens, verwachtingen uiten (les 5)

Diverse teksten (les 1) Luisterstrategieën: oriënterend, globaal reflecteren Luisterhouding (les 2) Kern boodschap (les 2)

BOEK

WERK

LEER

deel 1 - snoepen

deel 2 - beloven

deel 3 - ontwerpen

deel 4 - durven

Communicatiemodel (verschillende vragen - doel, publiek …) jezelf voorstellen (les 1)

Gepast register bij spreken: formeel of informeel (les 1)

Jeugdprogramma’s op radio en tv; online (les 1)

Informatie geven/vragen in een telefoongesprek (les 1)

Standaardnederlands (les 1) Dialect (les 1)

Informatie presenteren: milieujournaal (les 1)

Durven bellen (les 1)

Herhaling luisterstrategieën, interview-strategie (les 1) Spreekplan (les 5)

4

Mening (les 1)

Objectief/subjectief (herhaling feit en mening) (les 1)

Argumenteren (les 1)

Overtuigen met filmpje (les 1)

Mediawijs worden: bescherming profiel/wachtwoord (les 3)

Zoekend luisteren (les 3)

TRAJECT NEDERLANDS

TrajectNL_leerlijnen_folder_A4_v3.indd 4

10/02/20 13:36


deel 5 - verleiden

deel 6 - onderzoeken

deel 7 - scoren

deel 8 - liken

deel 9 - springen

Kritisch kijken en luisteren (les 1 + les 2)

Luisteren/kijken: voorkennis; gericht (les 2)

Instructies beluisteren, bekijken (les 1)

Zoekend luisteren (les 1 + les 5)

Televiesieprogramma (les 2)

Informatie onthouden (les 2)

Instructies geven (les 1)

Expressief voorlezen van literair fragment: articulatie, tempo, intonatie, mimiek … (les 2)

Taalvariëteit, taalregister (les 2)

Reclameboodschap (les 1 + les 2) Beeld: functie/belang (les 1 + les 2)

Noteren (sleutelwoorden, afkortingen) (les 2)

Mening (les 2) Feedback (les 2) Presentatie over bepaald onderwerp (nieuwsitem/ interesse) (les 4)

Interview (les 2 + les 4) Creatief omgaan met taal: improviseren (les 2 + les 4) Verbale en lichamelijke expressie (les 4)

deel 5 - pimpen

deel 6 - verschillen

deel 7 - kiezen

deel 8 - spelen

deel 9 - dromen

Ideeën respectvol beluisteren, respectvol spreken, actief luisteren, van gedachten wisselen (les 1)

Reflecteren op luisterhouding; luisterstrategieën (les 1)

Verslagen uit de media (les 2)

Voorleesonderzoek (les 1)

Soorten verslagen (les 2)

Cultuurverschillen ontdekken: non-verbale communicatie (les 1)

Nieuwsitem presenteren (les 4 + les 5)

Voorlees- en verteltechnieken: articulatie, tempo, intonatie, volume (les 1)

Integratie van vaardigheden (les 1)

Mening formuleren (les 1)

Notities aanbrengen (les 1)

Elkaar interviewen en overtuigen (les 3)

Meester-verteller (les 1)

Eenvoudig debatteren (les 1) Onbevooroordeelde houding (les 1) Gespreksregels (les 1)

Anekdote (les 2)

Informatie in beluisterde tekst (les 1) Hoofdlijnen/hoofdpunten opbouw (les 1)

Theaterteksten (les 1 + les 5) Gestructureerd presenteren (I-M-S) (les 3) Vragen stellen (les 3)

NEDERLANDS VOOR DE A-STROOM

TrajectNL_leerlijnen_folder_A4_v3.indd 5

5 10/02/20 13:36


Schriftelijke taalvaardigheid Lezen - Schrijven – Interactie Eindtermen Nederlands - Ned. UD - Ned. BG

BOEK

WERK

LEER

2.1 - 2.2 - 2.3 - 2.4 - 2.5 - 2.6 - 2.7 - 2.8 / inoefening van 2.9 - 2.10 - 2.11 UD 2.1 - 2.2 (XL) - 2.3 (XL) - 2.4 - 2.5 - 2.6 (XL) - 2.7 - 2.8 - 2.9 - 2.11 - 2.12 (XL: bv. extra tekststructuren) BG 2.2 - 2.3 TV ET bouwstenen: 4 (1 G&EB) - 13, 15 (4 DC & MW) - 30, 31 (7 BC) - 47, 48, 49, 50, 51, 52 (13 LC) - 53, 54 (15 I&O)

deel 1 - verbeelden

BOEK

deel 4 - trainen Structuur in tekst (les 4)

Alfabetisch rangschikken (les 3)

Instructie/vraag(soorten)/ opdracht, antwoord op vraag (les 5)

Informatie overzichtelijk ordenen (les 3)

WERK

deel 3 - ontdekken

Lijst, inhoudsopgave, register (les 3) Leesdoel - tekstdoel (les 1) Chronologie (les 3)

LEER

deel 2 - vertellen

Titel/tussentitels, hoofdgedachte of Verschillende leesstrategieën (les 1) centrale thema, I-M-S, alinea (les 5) Informatieve tekst: hoofd- en Titel, tussentitel, alinea bijzaken sleutelwoorden (les 5) sleutelwoorden (les 1)

Notities (luisteren/lezen) (les 1)

Info uit/in schema: doel, soorten E-mails: formeel en informeel (les 4) (signaalwoorden) (les 3) Korte boodschap schrijven (in ott) digitaal schrijven (les 4) (les 4)

Signaalwoorden (les 5)

Schrijfplan (les 1)

Schrijfkader (les 2)

Verslag (beleving) (les 1)

deel 1 - snoepen

deel 2 - beloven

deel 3 - ontwerpen

deel 4 - durven

Herhaling leesstrategieën en OVURstrategie (les 2)

Tekstsoort (les 3)

Pictogrammen (les 1)

Leesstrategieën - studerend lezen (les 3)

WhatsApp (les 1)

Korte berichten: digitaal en op papier (les 4)

Ondertitels (les 1)

Netiquette toepassen (les 4)

Online zoekend lezen (les 1)

Steekkaart invullen (les 2)

Lay-out herkennen en verzorgen (les 3)

Affiche opmaken (les 5)

Schema studietekst (les 3)

Informatie noteren (mindmap); notities ordenen (les 1)

Passende aanspreking en slotgroet (les 4)

Schrijfplan: verzamelen, structureren, reviseren - inleiding, midden, slot (les 5)

Verhaal creatief aanpassen (les 4)

Schrijfkaders (les 2)

Feedback geven (les 4)

Gedachten ordenen (les 2)

WhatsAppbericht, sms, blog/vlog (les 4)

Communicatiemodel (les 5) Hoofddoel en nevendoel (les 2)

Spellingattitude (les 5)

Formulier (les 2)

Instructietaal (les 2)

Mening uitwisselen (les 4)

Tekstballonnen (les 3, les 4) Verhaal bij strip (les 3, les 4)

6

TRAJECT NEDERLANDS

TrajectNL_leerlijnen_folder_A4_v3.indd 6

10/02/20 13:36


deel 5 - verleiden

deel 6 - onderzoeken

deel 7 - scoren

deel 8 - liken

deel 9 - springen

Intensief lezen: informatieve teksten/diverse bronnen betrouwbaar, correct? (les 5 + les 2)

Opbouw tekst/alinea: verbanden tussen zinnen en alinea's (les 1)

Instructies (les 1 + les 3)

Informatie verzamelen en vergelijken (les 1)

Leesstrategieën (les 1)

Reclameboodschap (les 2) Klasfolder of -poster (les 2) Uitnodiging (les 5)

Schema: verschillen en Kernzin en hoofdgedachte (les 1) gelijkenissen (les 2) Verwijswoorden (les 1)

Onlineteksten (les 1) Schema tekst PowerPointpresentatie (les 1)

Signaalwoorden (les 1)

Schrijfkader: vergelijkende tekst (les 1)

Getuigenverslag (les 1)

Informatiebronnen: betrouwbaarheid - soorten bronnen (les 1) Schema/overzicht belangrijkste feiten (les 1) Hoofd- en bijzaken (les 1) Bucketlist (les 1)

Creatief schrijven (poëzie) (les 4)

Mini-brochure (les 1) Placemat-verhaal (les 3)

deel 5 - pimpen

deel 6 - verschillen

deel 7 - kiezen

deel 8 - spelen

Leesstrategieën (les 2)

Briefopbouw met gangbare conventies (+ nbn) (les 2)

Informatieve teksten: vragen beantwoorden/opstellen (les 1)

Kaartjesconversatie (les 2)

Stukje schoolreglement (schooltaal) (les 1)

Leesstrategieën ’ tekststructuren Informatie verzamelen en selecteren (les 2) (opsommende, vergelijkende, chronologische) (les 2) Informatie opslaan en delen (les 2) Signaalwoorden ’ schema (les 2) Verbanden hoofd- en bijzaken

Tekstopbouw: titel/tussentitel (les 2) I-M-S en alineaverdeling (les 2)

Dialoogje (les 4)

Loperwoorden/tekenende werkwoorden (les 2)

Mening en feit (les 1)

Artikel voor krant (les 2)

Nieuwsitem (les 4)

Soorten verslagen (les 2) Interview vs. recensie (les 3)

Tekststructuur: als journalist aan de slag (les 2)

deel 9 - dromen

(les 2)

Informatie zoeken/beluisteren/ lezen/noteren bron (les 3) Toneeltekst (les 5)

NEDERLANDS VOOR DE A-STROOM

TrajectNL_leerlijnen_folder_A4_v3.indd 7

7 10/02/20 13:36


Taalbeschouwing Inclusief spelling Eindtermen Nederlands - Ned. UD - Ned. BG

BOEK

WERK

LEER

2.1 - 2.9 - 2.10 - 2.11 - 2.12 UD 2.1 - 2.9 - 2.10 (XL) - 2.11 - 2.12 - 2.13 (XL) BG 2.1 TV ET bouwstenen: 16 (5 S-RC) - 47, 48, 49, 50, 51, 52 (13 LC)

deel 1 - verbeelden

deel 2 - vertellen

deel 3 - ontdekken

deel 4 - trainen

Communicatieve situatie (zender, ontvanger, doel, boodschap, de manier - taal en tekst?) (les 2)

Onderwerp (o) (les 4)

Gezegde: wwg en ngw / doen- en zijn-relatie (les 1)

Enkelvoudige - samengestelde zin verbindingswoord (les 3)

Betekenisverschil gezegdes (les 1)

Variatie zinsbouw (les 3)

Lv en mv (les 4)

Verbaal/non-verbaal (les 4)

Formele en informele context (les 4) Gepaste taalvariëteit - Standaardnederlands - dialect (les 4) Instructiewoorden (les 4)

Relatie o en pv: doen of zijn (les 4) Werkwoord: stam, persoonsvorm, infinitief, voltooid deelwoord, (hulpwerkwoord) (les 4) Tijden van het werkwoord (les 4) Zelfstandig naamwoord (les 5)

Vergelijkingen (les 1)

Lidwoord (les 5) Spellingonderzoek: eigen spelvaardig- Spelling pv (ott) (les 4) heid (les 4) Spellingchecker (les 4)

BOEK

WERK

LEER

Signaalwoorden (les 5)

(on)voltooide tijd (les 2)

Chronologische structuur (les 5)

Spelling pv: ovt - vd (les 2)

Hoofdletters (les 2)

Persoon, getal, stam - uitgang (les 2)

Eindleestekens (les 2)

Afkorting (les 6)

deel 1 - snoepen

deel 2 - beloven

deel 3 - ontwerpen

deel 4 - durven

Herhaling: ott, vtt, ovt, vvt - vd (les 3)

Feit en mening (les 1)

Imperatief (les 3)

Digitale tekst controleren (herhaling) zinsdelen, woordgroep (les 2)

Lichaamstaal in strips observeren (les 3)

Enkelvoudige en samengestelde zin verbanden tussen zinnen nevenschikking en onderschikking (les 3)

Herhaling werkwoordspelling: ott ovt - vd (les 3)

Taalregisters (les 1)

Voornaamwoord: wederkerend (les 2) Tussenwerpsels (les 3)

Woordleerstrategieën (les 4)

Spellingchecker (les 2)

Aanhalingstekens (les 4)

Synoniem (les 4)

Toen, nu of straks in boodschappen/ toekomende tijd (les 5)

Spatie (bij leestekens) (les 4)

Antoniem (les 4) Homoniem (les 4)

8

Opbouw taal: klanken, letters (klinkers, Vraagwoorden/instructiewoorden woordleerstrategieën (les 5) medeklinkers, andere klanken of tweeklanken) (les 3) Taalvariëteit/taalvariatie spreek- en schrijftaal (les 6) Tekstopbouw: inleiding, midden, slot (I-M-S) - alinea (les 5) Verleden tijd, voltooid deelwoord

Onvoltooide of voltooide tijden (les 5)

Variatie in zinnen (les 3) Voegwoord (les 3) Tekens in woorden: koppelteken, apostrof, trema, accent, afkortingsteken (les 2)

TRAJECT NEDERLANDS

TrajectNL_leerlijnen_folder_A4_v3.indd 8

10/02/20 13:36


deel 5 - verleiden

deel 6 - onderzoeken

deel 7 - scoren

deel 8 - liken

deel 9 - springen

Bijvoeglijk naamwoord (les 3)

Opbouw zakelijke tekst (les 1) Volgorde in teksten (les 1)

Voornaamwoord: persoonlijk bezittelijk (les 1)

Taalregister (les 2)

Trappen van vergelijking (les 3)

Bevelende zinnen - imperatief (les 1)

Verbanden signaalwoorden (tegenstelling, verschil) (les 1)

Signaalwoorden, verwijswoorden, (volgorde; vergelijkend) (les 1)

Letterlijk/figuurlijk (les 3)

Taalvariëteiten (les 2)

Telwoord (les 5)

Verwijswoorden (les 1)

Verbanden: vergelijkend (les 2)

Woordsoorten (herhaling) (les 5)

Klanken en letters (les 3)

Variatie woordkeuze (les 3 + les 4) (loperwoorden vermijden)

Engelse en andere vreemde woorden (De Laatste Ronde)

Woordleerstrategieën (woordbouw, context, woordfamilie, taalverwantschap, bron, vraag) (les 2)

Spelling bn: verbuiging (les 3) Reclametechnieken/-taal (les 2)

Homoniem (les 3) Spelling: verdubbelen, verenkelen… (klinkers, medeklinkers) (les 3)

Formeel - informeel (les 2)

Variatie zinsbouw (les 3 + les 4)

Au - ou/ei - ij (les 3)

deel 5 - pimpen

deel 6 - verschillen

deel 7 - kiezen

deel 8 - spelen

deel 9 - dromen

Beeldtaal/taalplezier: letterlijke en figuurlijke taal - uitdrukking/ vergelijking taalverschil - literaire en andere teksten talig onderzoeken (beeldtaal)/rijm (les 3)

Bepaling (vs voorwerp) (les 3)

Meer soorten vragen (les 3)

Werkwoordelijke eindgroep (les 2)

Bijwoord (les 4)

Vd als bijvoeglijk naamwoord (les 1)

Woordsoorten (zn, bn, bw) (les 4)

Variatie in zinnen (schrijven) (les 2)

Voornaamwoord (herh. + Onbepaald, aanwijzend, wederkerend) (les 5)

Soorten vragen/vraagwoorden (les 4)

Nieuwe en vreemde woorden woorddelen (s-a/voor-en achtervoegsel) (les 4)

Verbanden tussen zinsdelen, woordgroepen, zinnen, alinea's (les 2)

Engelse werkwoorden (les 4)

Correct spellen: spelregels opfrissen (les 3)

Homoniem (les 3) Lidwoord (les 3) Voornaamwoord (les 3) Voorzetselvoorwerp/voorzetsel (les 5)

NEDERLANDS VOOR DE A-STROOM

TrajectNL_leerlijnen_folder_A4_v3.indd 9

Kern en bepaling (les 4) Congruentie (les 4)

Betekenis formuleren (miniwoordenboek) (les 4)

Voornaamwoord: betrekkelijk (les 4) Passieve en actieve zin (les 5) Handelend voorwerp (les 5)

9 10/02/20 13:36


Literatuur Eindtermen Nederlands - Ned. UD - Ned. BG

BOEK

WERK

LEER

2.1 - 2.7 - 2.13 UD 2.1 - 2.7 - 2.14 (XL) BG 2.1 TV ET bouwstenen: 56, 57, 58, 59 (16 CB & CE) - 47, 48, 49, 50, 51, 52 (13 LC)

deel 1 - verbeelden

deel 2 - vertellen

deel 3 - ontdekken

deel 4 - trainen

Leeservaring (les 5)

Voorspellend lezen (les 6)

Boekfiche - leesprofiel: eigen voorkeur (les 5)

Kern van verhaal (les 6)

Samenvatting verhaal/fictionele tekst (les 6)

Luisterboek vs lezen van boek (les 1) Mening (les 1)

Boekentips (online

Verhaal navertellen (les 6)

Karaktertekening van personage (les 6)

BOEK

WERK

Notities voor/tijdens/na lezen/ beluisteren (les 1)

Speeddaten met een boek (les 6)

Boekenzoeker - lijstje mailen (les 4 + les 5)

Gesprek over boeken (lezen les 6)

Mini-recensie ’ ik-boodschap (les 1)

Gedachten en gevoelens bij verhaal (verhaal + les 6)

Gedachten en gevoelens bij verhaal (verhaal + les 1)

deel 1 - snoepen

deel 2 - beloven

deel 3 - ontwerpen

deel 4 - durven

Van poëzie genieten (les 6)

Illustraties en strips: striptaal en beeldtaal (les 3)

Verfilmde boeken (les 5)

Gedichten beoordelen (les 6)

Feit/mening over boek in media (les 4)

Eigen mening verwoorden (les 6)

Commentaren kritisch lezen (les 4)

Inleven in stripverhaal (les 3)

Spanningstechnieken (les 5)

Poëzieposter (les 6)

Fictie lezen en begrijpen, titel verbinden met realiteit en poëzie (les 4)

Over strips mening formuleren, strip Close-up en perspectieven (les 5) ontwerpen/verkennen (les 3) Opinie vormen (les 5) Gedachten en gevoelens bij verhaal Gedachten en gevoelens bij verhaal (verhaal + les 3) (verhaal + les 5)

Gedachten en gevoelens bij verhaal (verhaal + les 6)

Verhalen uitwisselen (les 4) Gedachten en gevoelens bij verhaal (verhaal + les 4)

10

Gedachten en gevoelens bij verhaal (verhaal + les 6)

Genietend lezen (les 5)

Gedachten en gevoelens bij verhaal (verhaal + les 5) LEER

Leesgedrag, leesvoorkeur (les 6)

Kijken en genietend lezen (les 5)

TRAJECT NEDERLANDS

TrajectNL_leerlijnen_folder_A4_v3.indd 10

10/02/20 13:36


deel 5 - verleiden

deel 6 - onderzoeken

deel 7 - scoren

deel 8 - liken

deel 9 - springen

PoĂŤzie (vers/strofe/associatie/ rijm) (les 4)

Boekkeuze (ook via boekenwebsite) (les 4)

Cliffhanger (les 5)

Leeservaring-waardering (les 4)

Cover en achterplat/titel - thema (les 4)

Jeugdboekfragment strip- of beeldverhaal (graphic novel) vs. krantenartikel (les 3)

Genres in de (jeugd)literatuur bv. fantasieverhaal, griezelverhaal, hier-en-nu-verhaal, historisch verhaal, oorlogsverhaal, sciencefictionverhaal (les 3)

Argumenteren (les 4) Gedachten en gevoelens bij verhaal (verhaal + les 4)

Creatieve presentatie (les 4) Leesgedrag (les 4)

Verhaal: beoordelen, interpreteren korte verhalen hamvraag (les 5) Gedachten en gevoelens bij verhaal (verhaal + les 5)

Personage: karakter(type) (les 3) Gedachten en gevoelens bij verhaal (verhaal + les 3)

Leeservaring (les 3) Leesvoorkeur (les 3)

Gedachten en gevoelens bij verhaal (verhaal + les 4)

Gedachten en gevoelens bij verhaal (verhaal + les 3)

deel 5 - pimpen

deel 6 - verschillen

deel 7 - kiezen

deel 8 - spelen

deel 9 - dromen

PoĂŤzie - rijm (les 4)

Samenvatting verhaal sleutelwoorden, w-vragen, personage (les 2)

Soorten verhalen/thema-genre (les 3)

Toneel beleven (les 5)

Leesprofiel (les 4)

Toneelteksten (les 5)

Jeugdboekfragment (les 4)

Verhaallijn (les 3)

Gedachten en gevoelens bij verhaal (verhaal + les 2)

Chronologie (les 3)

Gedachten en gevoelens bij verhaal (verhaal + les 5)

Leeservaring in beelden en woorden (les 4)

Boekfragmenten: beeldtaal opsporen/verklaren en beoordelen (les 4) Figuurlijk taalgebruik (les 4) Gedachten en gevoelens bij verhaal (verhaal + les 4)

Fictie en non-fictie (les 3) Elkaar interviewen en overtuigen (les 3)

Gedachten en gevoelens bij verhaal (verhaal + les 4)

Interview vs. recensie (les 3) Gedachten en gevoelens bij verhaal (verhaal + les 3)

NEDERLANDS VOOR DE A-STROOM

TrajectNL_leerlijnen_folder_A4_v3.indd 11

11 10/02/20 13:36


Het aanbod Traject Nederlands voor de A-stroom Leerwerkboeken jaar 1 BOEK

WERK

LEER

Leerwerkboeken jaar 2 BOEK

WERK

LEER

BOEK

WERK

LEER

BOEK

WERK

LEER

XL

Vademecum

Wat is het verschil tussen Traject Nederlands en Traject Nederlands XL?

XL

Opstap Taalscreening

Traject Nederlands biedt je met twee verschillende leerwerkboeken de mogelijkheid om zo goed mogelijk in te spelen op de diversiteit van de eerste graad. Zo kun je voor elke klas bepalen welke versie van Traject Nederlands het best aansluit bij het niveau en de interesse van de leerlingen. Inhoudelijk bereiken de leerlingen in beide versies dezelfde basisdoelen en werken ze rond dezelfde thema’s. Traject Nederlands biedt een stevige basis Nederlands voor elke leerling, met aandacht voor differentiatie, structuur en instructietaal. De XL-versie reikt een uitgebreider pakket aan met langere teksten, complexere opdrachten, moeilijkere instructies … Daarnaast geeft de XL-versie leerlingen de kans om zich te oriënteren naar talige richtingen en wordt er meer ingezet op verdieping. Bekijk inhoudsopgaves en voorbeeldpagina’s op www.vanin.be/traject.

Centrum voor nt Taal 2 en Onderwijs

Uitgeverij VAN IN, Nijverheidsstraat 92/5, 2160 WOMMELGEM Tel. 03 432 95 02 – secundair.onderwijs@vanin.be – www.vanin.be –

TrajectNL_leerlijnen_folder_A4_v3.indd 12

Centrum voor nt Taal 2 en Onderwijs

@vaninsecundair

10/02/20 13:36

Profile for VAN IN

Traject Nederlands - Leerlijnen A-stroom  

Traject Nederlands - Leerlijnen A-stroom