a product message image
{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade

Page 1

Nederlands voor de A-stroom IEUWE N E D M R O F CON N EINDTERME

LES

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 1

1

21/01/20 14:04


Het volledige aanbod voor de a-stroom Leerwerkboeken jaar 1 BOEK

WERK

LEER

Leerwerkboeken jaar 2 BOEK

WERK

LEER

BOEK

WERK

LEER

BOEK

WERK

LEER

XL

XL

NE OEKEN ONLI BEKIJK DE B T C /TRAJE OP VANIN.BE

Trajectwijzer

Opstap Taalscreening

Centrum voor nt Taal 2 en Onderwijs

Vademecum voor de eerste graad met een bundeling van alle taalbeschouwing, strategieën …

• •

Centrum voor nt Taal 2 en Onderwijs

Vlaamse taalscreening met remediëring Gratis beschikbaar bij Traject Nederlands

Wat is het verschil tussen Traject Nederlands en Traject Nederlands XL? Traject Nederlands biedt je met twee verschillende leerwerkboeken de mogelijkheid om zo goed mogelijk in te spelen op de diversiteit van de eerste graad. Zo kun je voor elke klas bepalen welke versie van Traject Nederlands het best aansluit bij het niveau en de interesse van de leerlingen. Inhoudelijk bereiken de leerlingen in beide versies dezelfde basisdoelen en werken ze rond identiek dezelfde thema’s. Traject Nederlands biedt een stevige basis Nederlands voor elke leerling, met aandacht voor differentiatie, structuur en instructietaal. De XL-versie reikt een uitgebreider pakket aan met langere teksten, complexere opdrachten, moeilijkere instructies … Daarnaast geeft de XL-versie leerlingen de kans om zich te oriënteren naar talige richtingen en wordt er meer ingezet op verdieping.

2

TRAJECT NEDERLANDS

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 2

21/01/20 14:04


Wat mag je verwachten? 26 letters in het alfabet en dus eindeloos veel redenen om wild enthousiast te zijn over de Nederlandse taal. Ben je even gepassioneerd door Nederlands als wij? Maak kennis met Traject Nederlands, de nieuwe reeks Nederlands voor de A-stroom. Het concept van Traject Nederlands is tot in de puntjes afgestemd op de heterogene klasrealiteit van de A-stroom en biedt je de juiste handvaten aan om leerlingen te motiveren voor het vak Nederlands. Traject Nederlands heeft oog voor differentiatie, communicatief taalonderwijs, zelfsturend leren en literatuur op maat van de leerlingen. We bieden jou als leerkracht de juiste tools om in te spelen op diversiteit in je klas, niveauverschillen, verschillende interesses … Daarnaast zit jij volledig zelf aan het stuur en bepaal je zelf de klemtonen van je lessen door te kiezen uit het uitgebreide aanbod aan lesmateriaal. Jij kiest bij welke onderdelen je langer wilt blijven stilstaan. De nieuwe reeks Traject Nederlands is bovendien op maat gemaakt van de nieuwe eindtermen en leerplannen. • •

Haalbare differentiatie op basis van interesses en mogelijkheden van elke leerling Mogelijkheid tot zelfstandig en zelfsturend leren

• • • •

Doelgerichte en uitdagende communicatieve opdrachten Unieke korte verhalen van jeugdauteurs Geïntegreerd in het digitale leerplatform diddit Inclusief Opstap Taalscreening met remediëring

Centrum um voor v nt Taal 2 en Onderwijs

NEDERLANDS VOOR DE A-STROOM

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 3

Centrum voor nt Taal 2 en Onderwijs

3

21/01/20 14:04


Een glasheldere structuur Elk deel van Traject Nederlands is opgebouwd rond een werkwoord. De verschillende onderdelen van elk deel haken daar op een ingenieuze manier op in. Zo blijft een leerling geboeid door de Nederlandse taal en bieden we in elk hoofdstuk een duidelijke structuur waarin de leerling niet verloren loopt. In elk deel hebben we oog voor differentiatie, communicatief taalonderwijs, zelfsturend leren en literatuur.

3 Les

1 beeld 2 verhaal

1 Intrigerend beeld

2 Uniek kort verhaal

3 Les

Laat je leerlingen kijken naar beelden, reflecteren en discussiëren over wat ze zien.

Elk deel bevat een uniek kort verhaal van een jeugdauteur, op maat geschreven van Traject Nederlands. Elk verhaal kan ook beluisterd worden en wordt ondersteund door videomateriaal en extra opdrachten.

Elk deel bevat vier tot zes lessen. Een les duurt meerdere lesuren. Tijdens de les ga je met de leerlingen op een communicatieve manier aan de slag met de leerstof. Op voorhand weet de leerling duidelijk wat hij gaat leren in elke les.

diddit Het online leerplatform diddit zit verweven in elk onderdeel van Traject Nederlands. Al het lesmateriaal, filmpjes, audiofragmenten, extra teksten … kunnen jij en je leerlingen terugvinden op diddit. Daarnaast biedt diddit jou de kans om te differentiëren in je klas. Traject Nederlands biedt een fantastisch aanbod online oefeningen aan op onder andere taalbeschouwing, woordenschat … De leerlingen kunnen daar vrijblijvend mee aan de slag of je kunt hen sturen aan de hand van opdrachten. Bovendien heb jij steeds zicht op hun vorderingen en resultaten!

4

TRAJECT NEDERLANDS

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 4

21/01/20 14:04


6 De laatste ronde

4 Pitstop 5 Uitdaging

7 Routeplanner

4 Pitstop

5 Uitdaging

In de pitstop houden de leerlingen even halt. Via een communicatieve, doelgerichte opdracht gaan ze er creatief aan de slag op hun niveau met de geziene leerstof. Alles komt nu mooi geĂŻntegreerd samen aan de hand van de OVUR-strategie.

Elk deel eindigt met een facultatieve uitdaging. Je werkt met je leerlingen verschillende lesuren aan een groter project. De uitdaging bundelt alle vaardigheden en leerstof van het deel en leidt naar een origineel eindresultaat.

6 De laatste ronde In dit onderdeel focussen we extra op woordenschat. Alle moeilijke woorden en de schooltaalwoorden van dit deel worden ingeoefend aan de hand van leuke oefeningen en creatieve opdrachten.

7 Routeplanner In drie delen van het leerwerkboek geeft de routeplanner je de kans om de leerlingen zelfstandig met de leerstof aan de slag te laten gaan. Samen met de leerlingen duid je aan welke opdrachten en oefeningen ze mogen of moeten maken. Je hebt de mogelijkheid om leerlingen individueel te coachen.

didactische verwerkingen van Boektoppers Traject Nederlands trekt duidelijk de kaart van literatuur, met veel aandacht voor leesbevordering en leesplezier. Daarom slaan Traject Nederlands en Boektoppers de handen in elkaar. Bij het digitaal leerkrachtenmateriaal van Traject Nederlands zal je bij elk jaar een reeks gratis boeksuggesties van Boektoppers vinden met didactische verwerkingen. Deze boeksuggesties zijn de meest populaire Boektoppers van de afgelopen jaren in de eerste graad. Zo heb je als leerkracht nog meer materiaal voor leesbeleving in de klas.

NEDERLANDS VOOR DE A-STROOM

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 5

5

21/01/20 14:04


1 beeld

Intrigerend beeld Elk deel start vanuit een werkwoord. Intrigerend, niet?

Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Daarom begint elke nieuw deel met een sprekend beeld, gelinkt aan het werkwoord. De vragen onder het beeld geven aanzetten om leerlingen te laten kijken naar beelden, compositie, perspectief, kleurgebruik … Kortom, een ideaal moment om met je leerlingen te werken rond beeldgeletterdheid.

deel 3

ontdekken

XL

• • • •

Deel 1: verbeelden Deel 2: vertellen Deel 3: ontdekken Deel 4: trainen

• • • • •

Deel 5: verleiden Deel 6: onderzoeken Deel 7: scoren Deel 8: liken Deel 9: springen

© Merel van den Enden

1 Wat zie je op de foto? 2 Wie zie je op de foto? 3 Wanneer speelt dit tafereel zich af? 4 Waar speelt het zich af?

XL

5 Is er maar één persoon te zien? Voorspel wat ze elkaar vertellen. 6 Welk verhaal zou de fotograaf met dit beeld willen vertellen? 7 Zou je bij de foto zelf een verhaal kunnen verzinnen? Waarover zou dat dan gaan? 8 De foto geeft een vreemde gebeurtenis weer. Het is een eigenaardig beeld. Ken jij andere vreemde dingen in onze wereld of in de ruimte? 9 Hoe zou de fotograaf dit beeld gemaakt hebben? Zou je termen zoals close-up en totaalbeeld hier kunnen gebruiken? Bespreek samen.

121

6

• • • • • • • • •

Deel 1: snoepen Deel 2: beloven Deel 3: ontwerpen Deel 4: durven Deel 5: pimpen Deel 6: verschillen Deel 7: kiezen Deel 8: spelen Deel 9: dromen

TRAJECT NEDERLANDS

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 6

21/01/20 14:04


2 verhaal

Kort verhaal

De korte verhalen brengen op een onverwachte manier literatuur binnen de klasmuren. Elke jeugdschrijver benadert op een verrassende en eigen manier het centrale werkwoord van het deel. De korte verhalen staan op zich en zijn op maat geschreven van Traject Nederlands. Geen losse uittreksels van boeken, maar echte jeugdliteratuur.

BLOED, ZWEET EN TRA(I)NEN WINNY ANG

© Tom Vansteenkiste

Bij elk verhaal heb je de mogelijkheid om het verder uit te diepen. Op diddit kun je telkens extra beeldmateriaal vinden bij het verhaal met een interview van de schrijver. Daarnaast bieden we verwerkingsopdrachten aan. Op die manier kun je zelf kiezen hoe je het verhaal wilt gebruiken in je klas.

‘Looooooooooooopen. Springen. Bukken. Onbeweeglijk op de grond liggen. Lopen. Onopvallend. Rechtsomkeer maken. Lopen. Niet huilen. Glimlachen. Slikken. Niet bang zijn, niet bang zijn, niet bang zijn. Rusten. Slapen – maar altijd met één oog open.’ Die woorden dreunen door het hoofd van Ahmed. Het is de diepe stem van zijn papa. Of is het zijn eigen 5 stem? 1

‘Bekijk het als een training, een training om te overleven. Een loopwedstrijd met hindernissen waarvoor oefenen noodzakelijk is. Je moet al je zintuigen gebruiken, alles nauwgezet observeren. Denk aan de naam die we je gegeven hebben, Ahmed, prijzenswaardig …’ Mama knikt bemoedigend en pakt hem stevig vast, net voor zijn vertrek geeft ze hem een zilverkleurige ketting. ‘Die ketting is nog van mijn oma geweest, ze zal 10 je beschermen tijdens je tocht.’ Het bonkt in zijn hoofd, een grote prop krijgt Ahmed niet weggeslikt, het is een slijmerige octopus met minstens acht kronkelende tentakels. Ahmed voelt even aan de ketting verborgen onder zijn gestreepte T-shirt. Priemende blikken, als speldenkoppen in de rug. De klasgenoten kijken naar hem. De mond van meneer Jansen staat lichtjes open, er is net een vraag uit ontsnapt. ‘Oh, waar gaat het ook alweer over …?’ vliegt door Ahmeds hoofd. Enya, zijn buurmeisje, fluistert hem toe: ‘Het is DE ezel.’ Meneer Jansens wenkbrauwen gaan omhoog. Hij is een gedreven leraar met een krullende snor. ‘Oefenen, oefenen en nog eens oefenen. De enige manier om Nederlands te leren, is elke dag, elke minuut, elke seconde trainen’, zegt hij kordaat en vriendelijk tegelijkertijd. Hij hapt naar adem en vervolgt: ‘Het is zoals je spieren trainen. Een marathon loop je ook niet na 20 één dag trainen. Probeer je te focussen, Ahmed.’ 15

De tentakels wringen zich overal tussen, papa’s stem echoot: ‘Focussen … denk niet aan het slechte en moeilijke, train je gedachten. Blijf ademen.’

25

Ahmed kijkt rond: in zijn klas zitten vijf jongens en zes meisjes, de jongste is twaalf en de oudste is vijftien jaar. Ze komen uit alle windstreken. Een ratatouille van talen, tinten, geuren … Ze zouden elkaar nooit tegengekomen zijn als ze niet waren gevlucht naar België. Sommigen met ouders, sommigen alleen.

In een flits krijgt hij het heel benauwd; Ahmed zit weer in de laadbak van een rammelende bestelwagen. Zijn maag keert zich om. Meer dan drieëntwintig uren geen spoortje daglicht zien. Zonder enig tijdsbesef en met een penetrerende geur van te veel mensen bij elkaar, zo onbeweeglijk mogelijk zitten. Proberen denken aan zijn favoriete gerechten (een zoet bladerdeeggebakje met dadels en honing), de hobbelige weg naar school 30 … en vooral blijven ademen. Wanneer Ahmed aan die tocht denkt, weet hij niet vanuit welke magische wolk hij zijn kracht haalde om het vol te houden. Bloed, zweet en tranen kostte het om door te gaan.

XL

• • • • • • • • • •

Hilde E. Gerard – Paps droomjob Guy Didelez – Vertellen zonder woorden Luc Descamps – Het Geheim Winny Ang – Bloed, zweet en tra(i)nen Koen D’haene – Zeehonden Sebastiaan Leenaert – Bas’ rotte zomer Do van Ranst – Penaltykiller Piet De Loof – Vind ik leuk Evelien De Vlieger – Bevroren Paul De Moor – Verleiden? Ik had ontdekken moeten hebben!

‘Je moet getraind zijn in onzichtbaar worden, als een soort kameleon die verdwijnt in de achtergrond.’ De vele adviezen van papa blijven van toepassing, zelfs nu Ahmed veilig in België is. Dat had hij echt niet verwacht. Ahmeds zintuigen staan nog op scherp: eten dat anders smaakt, klanken die de eerste maanden geen enkel 35 houvast bieden, kou lijden op de speelplaats. Alles is nieuw. Hij zou nu wel een kameleon willen zijn, niet te veel opvallen.

woord

dreunen: trillen, daveren, bonken de tentakel: beweeglijk orgaan waarmee organismen hun prooi vangen priemend: doordringend echoën: weerklinken, weerschallen, galmen de ratatouille: Frans gerecht dat bestaat uit allerlei gestoofde groenten; figuurlijk: een bont allegaartje, een mengelmoes

186

TRAJECT NEDERLANDS 1

DEEL 4 TRAINEN

XL

Elk verhaal is ook beschikbaar als audiofragment, zodat je het door je klas of enkele leerlingen kunt laten beluisteren.

Interview met de schrijver.

• • • • • • • • •

NEDERLANDS VOOR DE A-STROOM

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 7

Karen Dierickx – Snoepen Kristien Dieltiens – Een, twee, drie piano Geert Spillebeen – Fritz Haber … ontwerper van de stille dood Kathleen Vereecken – Durven Jonas Boets – Bij de neus Sharmila Madhvani – Verschillende meisjes Noëlla Elpers – Kiezen en verliezen Karla Stoefs – Durf je? Johan Vandevelde – Limbo

7

21/01/20 14:04


3 Les

Aan de slag met de les Elke les start met een leuke titel en een overzicht van het traject dat de leerlingen samen met jou zullen afleggen. Welke leerstof zullen we leren en wat is het einddoel (pitstop) van deze les? Hier kan de leerling altijd naar teruggrijpen tijdens de les. Vervolgens ga je aan de slag. Elke les duurt meerdere lesuren. In de lessen kun je telkens overzichtelijke kaders terugvinden die de leerling begeleiden met leerstof, leerstrategieën … • Gele hoe-kaders brengen strategieën aan. • Rode wat-kaders leggen de kennis vast. • Blauwe waarheen-kaders laten leerlingen checken of ze alle leerplandoelen van de les onder de knie hebben (op het einde van een les). Onze auteurs zochten naar authentieke, originele beelden en teksten, met aandacht voor verschillende tekstsoorten. In de les heb je regelmatig de kans om te werken met alternatieve teksten, afhankelijk van het niveau en de interesses van je leerlingen. Zo kun je op verschillende manieren differentiëren in je klas.

les Handige leidraad voor de leerling.

Welke taal gebruik jij? Over taalvariatie

6

afkortingen

afkortingenlijst OPSTELLEN

dialect Standaardnederlands

taalvariatie of taalvariëteit

1

Authentiek en gevarieerd bronmateriaal.

formeel en informeel taalgebruik gepast inzetten

BEGRIJP JE DE BOODSCHAP? OPDRACHT 1

Bekijk, lees, beluister deze fragmenten.

1 Denk aan de vragen van het communicatiemodel. Gericht kijken, luisteren en lezen doe je aan de hand van vragen. • Wie is de zender/ontvanger? • Wat is de boodschap? • Waarover zou de boodschap gaan? • Wat is de bedoeling?

A Als we kussen, dan geven we een pieper.’ Als we werken, dan doen we deure. Als we prutsen, dan zijn we aan tjoolen. Als we voortdoen, dan geven we sjette. En als we westvlaanderen, dan doen we dat met hart en ziel.

luggage

luggage

C 'Ma ge kunt ni zonder, hè?'

D ‘Ek verkuup verscheilende sorten alme, gelijk

E ‘Ik wil vanavond eens flink boozen en shaken!’

F ‘Heb jij al een pinpas om te pinnen?’

LES 6 WELKE TAAL GEBRUIK JIJ? OVER TAALVARIATIE

8

B

tournaviezn, liern, okkers, moar uuk dingn veur de lochting, gelijk kurtwoans en rikkn.’

231

TRAJECT NEDERLANDS

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 8

21/01/20 14:04


Traject Nederlands staat voor communicatief taalonderwijs. Vaardigheden spelen dus een belangrijke rol in de leerwerkboeken. Aan de hand van stappenplannen en duidelijke oefeningen helpen we de leerlingen om te werken aan hun luister-, spreek- en kijkvaardigheden.

OPDRACHT 4

Welke delen vind je in een reclametekst?

Overzichtelijke kaders met kennis.

1 Deze woordenschat kun je gebruiken tijdens verdere gesprekken over reclame.

wat a

Een slogan of slagzin is een kernachtige, korte zin, vooral gebruikt voor reclame of om een standpunt of mening duidelijk te maken.

b Een logo is een afbeelding (of enkele letters) waaraan je een merk of bedrijf herkent.

c

De broodtekst is het blok met een grote tekstmassa.

Het logo van diddit geeft aan dat je bij dit onderwerp Extra materiaal kunt vinden.

d De keuze voor een beeld, foto, tekening of illustratie, kleur, formaat en verhouding is belangrijk.

2 Zoek de verschillende delen in enkele van de reclames. Wat ontbreekt weleens? Waarnaar gaat meestal veel aandacht? 3 Bekijk de reclame van TUC opnieuw. Duid de verschillende delen aan en benoem. Geen echte broodtekst – wel nog een aanspreking: ‘Geert, als je dan toch uit je slof schiet … doe even normaal en pak deze.‘

3

START TO READ: EEN OPWARMERTJE OPDRACHT 5

Beeld: een paar gele pantoffels (of sloffen), op een gele achtergrond,

Kies het fragment dat jou het meest aanspreekt.

Vul de bijbehorende fiche in en los de vragen op. 1 Uit de lucht geplukt of hoe Ricky de wereld redt – Mark Tijsmans

met blauwe letters. Geel en blauw zijn de kleuren die TUC gebruikt.

2 De demonen van Dalea: Nachtwild – Johan Vandevelde en Bart Vermeer

Slogan: Gewoon lekker op de bank met ‘TUC’ Logo TUC

LES 2 NAAR HET RECLAMEBUREAU

257

Variatie in werkvormen.

waarheen Je kunt:

Leerlingen kunnen nakijken of ze alle leerplandoelen van de les onder de knie hebben.

• • • •

een eenvoudige boekfiche invullen voor een gelezen boek; je eigen leeservaring verwoorden; op een boekenwebsite een geschikt boek voor jezelf vinden; een aantal vragen over een boekfragment beantwoorden.

LES 5 DE STEM VAN VERBEELDING

NEDERLANDS VOOR DE A-STROOM

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 9

51

9

21/01/20 14:04


3

NA HET LUISTEREN OF LEZEN OPDRACHT 4

Geef je mening.

1 Lees enkele zinnen die een recensent schreef over een jeugdboek. ‘Mr. Poppins’ is het verhaal van Guille, die later graag Mary Poppins wil worden. Meteen van bij het begin is het een fascinerend verhaal waarin je wordt meegezogen. Elk hoofdstuk wordt afwisselend door iemand anders verteld. […] Het boek is heel moeilijk in een hokje te plaatsen. Er worden zo veel verschillende onderwerpen aangeraakt: anders zijn, rouwen, verschillende culturen, verdriet, psychologische hulp … Op het eerste gezicht allemaal zware onderwerpen (en dat zijn ze ook), maar de auteur slaagt erin om ze op een zeer toegankelijke manier te verwerken. De taal is eenvoudig en licht gehouden, het lettertype eerder groot en ook de marges van de pagina’s zijn breed. Je vliegt als het ware door het boek heen.’ (Mr. Poppins van Alejandro Palomas) Naar: K. Simaeys. ‘Mr. Poppins’, www.pluizer.be

a Wat doet een recensent?

b Markeer een zin waar de recensent het over de inhoud heeft. c Onderstreep een zin waar het over de taal gaat.

woord

fascinerend: betoverend, spannend, avontuurlijk psychologisch: wat te maken heeft met de menselijke geest

191

LES 1 BELUISTER OF LEES EEN BOEK

Aandacht voor literatuur doorheen het hele boek.

10

Moeilijke woorden worden uitgelegd onderaan de pagina. Volledige woordenlijsten kun je op diddit vinden, met een duidelijke aanduiding van de schooltaalwoorden.

TRAJECT NEDERLANDS

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 10

21/01/20 14:04


Verschillende werkvormen en spelvormen. OPDRACHT 5

Het Groot Sprintdictee!

Rennen en spellen, gaat dat samen? Absoluut! Het Groot Sprintdictee speel je in duo’s. De leraar verspreidt tien moeilijke zinnen. Als het startsein gegeven is, moet je om de beurt rennen en spellen.

hoe Aandacht voor spelling • • • • • •

3

Je geeft altijd aandacht aan je spelling. Je schrijft een hoofdletter aan het begin van de zin. Je schrijft een leesteken op het einde van de zin. Je gebruikt een spellingchecker om schrijffouten op te sporen. Je kijkt de werkwoorden extra na. Je leest je tekst hardop: misschien ontdek je nog slechte zinnen of spelfouten.

FORMEEL OF INFORMEEL? OPDRACHT 6

In het briefje van de papa van Kinky en Cosy liep meer mis dan alleen de spelling. Ga op onderzoek.

1 Je onderzoekt de communicatieve context of situatie. Zender en ontvanger kennen elkaar: O goed tot vrij goed. O niet goed of helemaal niet. Zender en ontvanger zijn: O gelijken. O geen gelijken: een van de twee is hoger geplaatst. Die situatie of context noem je: O een informele situatie of context. O een formele situatie of context. Welke taalvariëteit zou de zender in die situatie of context moeten gebruiken? O Standaardnederlands O dialect O Standaardnederlands of dialect

40

TRAJECT NEDERLANDS 1

Duidelijke structuur aan de hand van titels en opdrachten.

NEDERLANDS VOOR DE A-STROOM

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 11

DEEL 1 VERBEELDEN

Overzichtelijke kaders met strategieën.

11

21/01/20 14:04


4 Pitstop

Halt houden bij de Pitstop

Elke les eindigt met een pitstop, die je kunt herkennen aan de oranje achtergrond. In de pitstop houden de leerlingen even halt. Via een communicatieve, doelgerichte opdracht gaan ze er creatief aan de slag op hun niveau met de geziene leerstof. Alles komt nu mooi geïntegreerd samen aan de hand van de OVUR-strategie. De pitstop is kort, realistisch en speelt in op een succeservaring bij elke leerling! Opnieuw kun je er regelmatig differentiëren en verschillend bronmateriaal kiezen of leerlingen verschillende opdrachten geven, naargelang hun niveau. Op het einde van de pitstop krijgen de leerlingen de kans om na te denken over hun eigen kennen en kunnen van de les. Mogelijkheid tot differentiatie.

Duidelijke zelfreflectie.

OP HET PODIUM REFLECTEREN

Je hele groepje is spreekspecialist geworden en dat ga je tonen aan je klasgenoten en leraar. De klas wordt een podium. Kies een van deze opdrachten.

o

v

u

r

6 Controleer je eigen werk met deze criteria. Laat daarna een klasgenoot jou beoordelen. Je traject naar succes

Mogelijkheid 1: Speel een stripfragment na. Selecteer een fragment uit een stripverhaal dat geschikt is om gespeeld te worden door ongeveer vier personen (+/- drie pagina’s). Zorg zelf voor decor en attributen. Eén leerling zorgt voor een originele aankondiging. Mogelijkheid 2: Speel een fragment uit een tv-serie na. Selecteer een fragment dat geschikt is om gespeeld te worden door ongeveer vier personen (maximaal vier minuten). Zorg zelf voor decor en attributen. Eén leerling zorgt voor een originele aankondiging. Maak de voorbereiding op een apart blad.

jij

je klasgenoot

De situatie / de gebeurtenissen worden duidelijk overgebracht.

1234

Je spreekt alle woorden juist en duidelijk uit. Je let extra op de uitspraak van de ‘andere klanken’ (tweeklanken).

1234

1234

Je varieert in intonatie, zodat je tekst levendig overkomt.

1234

1234

1234

Je spreekt luid en duidelijk. Je past je volume aan de gebeurtenissen in het verhaal aan.

1234

1234

Je past je tempo aan de gebeurtenissen in het verhaal aan.

1234

1234

Werkpuntje voor jezelf:

ORIËNTEREN

o

v

u

r

Werkpuntje voor je klasgenoot:

1 Voor welke opdracht heb je gekozen? Welk fragment heb je geselecteerd?

2 Waarover gaat jouw fragment?

OVUR-strategie. VOORBEREIDEN

o

v

u

r

3 Som op wat je nodig hebt om het fragment te kunnen naspelen. a Rolverdeling: wie speelt welke rol? Wie zorgt voor de aankondiging? b Decor: hoe kun je duidelijk maken waar het fragment zich afspeelt? c Attributen: welke attributen heb je zeker nodig bij het naspelen van het fragment? 4 Bekijk samen de tekst. a Welke woorden zijn moeilijker om uit te spreken? Noteer ze. b Waar moet je je stemvolume aanpassen? Bespreek. c Waar moet je je spreektempo aanpassen? Bespreek.

UITVOEREN

o

v

u

r

5 Jouw podiummoment is aangebroken. Lees vooraf de aandachtspunten.

word junior recensent Werk per twee en ken sterren toe aan de boeken die je beluisterde of las: van 1 tot 4 sterren.

152

TRAJECT NEDERLANDS 1

DEEL 3 ONTDEKKEN

153

LES 3 WAT ALS … STANDAARDNEDERLANDS NIET BESTOND?

ORIËNTEREN

o

v

u

r

1 Ken je de sterren bij films, tv-programma’s en liedjes? Staat de uitleg van de sterren ergens genoteerd? Zoek het eens op. 2 Wat betekenen voor jou de verschillende scores? Wanneer verdient een boek 1, 2, 3 of 4 sterren?

Stond literatuur centraal tijdens de les? Dan eindigt DIE les in een leuke Leesstop.

VOORBEREIDEN

o

v

u

r

3 Omschrijf de verschillende scores/criteria voor het aantal sterren.

UITVOEREN

o

v

u

r

4 Geef nu sterren aan de boeken die je beiden las. Noteer die op een kaartje met titel en auteur en breng die ergens aan in de klas zodat anderen die ook kunnen bekijken.

REFLECTEREN

o

v

u

r

5 Zoek een titel van een boek dat je kent. Ga je akkoord met het aantal sterren dat erbij staat? Ken je geen enkel boek? Spreek dan een klasgenoot aan en vraag waarom zijn boek zo veel sterren kreeg. Je traject naar succes Je kunt duidelijke omschrijvingen maken voor de scores/sterren.

1234

Je kunt helder uitleggen waarom je boek precies zo veel sterren kreeg.

1234

Dit heb je over jezelf geleerd:

LES 1 BELUISTER OF LEES EEN BOEK

12

193

TRAJECT NEDERLANDS

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 12

21/01/20 14:04


5 Uitdaging

Ga je de uitdaging aan?

Elk deel sluiten we af met een uitdaging. Alle kennis en vaardigheden van de lessen worden gebundeld in die grote communicatieve opdracht. Over verschillende lesuren heen werk je samen met je klas aan dat project. Als leerkracht kun je de uitdaging vrijblijvend inzetten. Alle leerplandoelen worden bereikt met de pitstops, maar met de uitdaging kun je ervoor kiezen om met je klas daar nog dieper op in te gaan. Zo kies jij als leerkracht wie aan het stuur zit.

Mogelijkheid tot differentiatie.

OVUR-strategie.

Uitdaging: waag een gokje! quiz je mee? ORIËNTEREN

o

v

u

r

1 In dit deel leerde je heel wat over instructietaal, over soorten vragen, over de verleden tijd en het voltooid deelwoord en ook wat over taalvariëteiten. Dat oefen je verder in op een creatieve en communicatieve manier.

UITVOEREN

o

v

u

r

Bv. auto – Dit voorwerp zie je elke dag als je naar school fietst. – Je hebt het in diverse vormen en kleuren.

VOORBEREIDEN

o

v

u

r

2 Maak eerst de oefeningen op diddit om alles grondig in te oefenen.

UITVOEREN

o

v

u

r

3 Ga nu aan de slag. Waag een gokje! Een leerling kiest een beeld. De klas raadt het beeld door ja-neevragen te stellen. Iedereen bedenkt enkele ja-neevragen. De leraar duidt aan wie een vraag mag stellen. Wie denkt dat hij het antwoord weet, staat recht. Je krijgt slechts één kans om een gok te wagen. Als het antwoord klopt, ben jij de volgende om een beeld te kiezen. Zo niet, dan blijf je vragen stellen tot iemand het correcte antwoord kan geven. Gebruik beelden zoals deze. Die zijn duidelijk en iedereen kent ze.

tip

– Het is vrij groot en ook vrij duur. Als je begint met 'het heeft vier wielen', dan raadt de klas het meteen. Vermijd dat.

Geef niet te snel te veel informatie prijs. Vertel eerst heel algemene zaken.

De miniquiz Organiseer een miniquiz! Vorm groepjes van drie leerlingen. Je leraar duidt een groep aan die tegen je groep speelt en geeft instructies over hoe je deze miniquiz zult spelen. – Zorg voor een ondoorzichtig zakje of een doos waarin je kleine kaartjes kunt stoppen. Verknip de woordenkaart en leg de kaartjes met de blanco zijde naar boven. – Elke groep kiest om beurten een kaartje. Verdeel alle kaartjes. – Vervolgens zoekt elke groep passende vragen bij de woorden die op het kaartje staan. Het antwoord op de vraag mag maar uit één woord bestaan. Dat is het woord op het kaartje. – Beide groepen stoppen hun kaartjes in hun doos. – Elke groep komt om beurten aan het woord. – Ofwel raadt enkel de leerling die het kaartje trekt het antwoord, ofwel mag je samen zoeken. Bepaal dat vooraf. – Hou de stand bij.

REFLECTEREN

o

v

u

r

4 Hoe ging het? Je traject naar succes Wie of waar ben ik? Noteer de naam van een plaats of een persoon op een blaadje. Toon dat niet aan de klas. Eén leerling komt vooraan in de klas en geeft antwoorden. De klas stelt vragen en moet de plaats of de persoon achterhalen.

jij

je klasgenoot

Je stelt duidelijke en correcte ja-neevragen en vraagwoordvragen.

1234

1234

Je beoordeelt de gestelde vragen en je verbetert die indien nodig.

1234

1234

Je omschrijft woorden correct en duidelijk.

1234

1234

Je neemt op een ernstige en eerlijke manier deel aan een miniquiz.

1234

1234

Variant 1: Er worden enkel ja-neevragen gesteld. Variant 2: Er worden ook vraagwoordvragen gesteld. Aandachtspunt: de leerling voor de klas moet kort antwoorden en zo weinig mogelijk verklappen. Aan het woord over een woord Werk in groepjes van drie of vier leerlingen. Verknip de woordkaart die je van de leraar krijgt. Leg de blanco zijde naar boven gericht. Kies om beurten een kaart. Geef uitleg over het woord op de kaart. De andere groepsleden raden het woord.

238

TRAJECT NEDERLANDS 1

DEEL 4 TRAINEN

Dit deel is nu afgerond. Bekijk ook de werkpuntjes en de criteria bij elke pitstop of leesstop van dit deel. Vul aan voor jezelf: •

dit gaat vlot:

dit vraagt training:

Zelfreflectie.

NEDERLANDS VOOR DE A-STROOM

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 13

239

LES 6 WELKE TAAL GEBRUIK JIJ? OVER TAALVARIATIE

Je leerlingen kijken terug naar de zelfreflecties van alle Pitstops.

13

21/01/20 14:05


6 De laatste ronde

Focus op woordenschat

In dit onderdeel focussen we extra op woordenschat. Alle moeilijke woorden en de schooltaalwoorden van het deel worden ingeoefend aan de hand van leuke oefeningen en creatieve opdrachten. Een lijst van de moeilijke woorden die aan bod kwamen in het deel vinden jij en je leerlingen terug op diddit, met een duidelijke aanduiding van de schooltaalwoorden. Die woorden vormen de basis voor de oefeningen van de laatste ronde. Bovendien biedt diddit nog extra reeksen oefeningen aan op die moeilijke woorden, zodat jouw leerlingen voldoende kansen krijgen om te oefenen.

De laatste ronde Vorm de juiste woorden.

OPDRACHT 1

Deel A Vul de woordpiramide in. Ieder woord bevat de letters van het voorgaande woord plus één nieuwe letter. Zo ontstaat telkens een nieuw woord. Laat je leiden door de zinnen onder de piramide. Zoek een synoniem of vul het ontbrekende woord in.

Verschillende werkvormen en spelvormen.

Je start met een tweeletterwoord.

1

1 … was eens een rijke heer!

2

2 Je zult er niet … mee komen als je mensen verleidt.

3

3 Zit er in je matras nog een …?

4

4 Jaag me niet zo op. Zit niet achter mijn … . Hij is vroeg uit de … .

5

5 Die veerkrachtige matras vind ik het best.

6

6 Hij gaat feestend door het leven.

7

7 Zag je de blije gezichten bij de … mensen?

8

8 Laat je toch niet door al haar mooie beloften bekoren!

Deel B Lees de opgaven hieronder en vul de vakjes in. Als alles is ingevuld, vind je een spreekwoord. 1

Dit is een … slogan.

2 In grote steden kom je in het weekend soms een … tegen: een levend standbeeld. 3 Wil je een naam aan een voorwerp, een persoon of een dier geven, dan gebruik je daarvoor een zelfstandig … 4 In sprookjes betovert de wicca andere personages.

De laatste ronde OPDRACHT 3

5 De … om een stukje chocolade te eten is soms groot!

Ontcijfer deze anagrammen. Noteer onder elke foto het passende woord.

6 Welke is jouw beste karakter…? Misschien ben je wel heel creatief of erg begaan met anderen.

oricvanor – nyhsoep – genalet – tielfalrenat – cariessoen

7 Als je van gedachten wisselt, dan houd je een … of gedachtewisseling. 8 Je schrijftaak lees je het best nog eens … na. Zo haal je er zelf al heel wat foutjes uit. 9 Stond jij de eerste dagen van het schooljaar als een … op de speelplaats? 10 Af en toe is het leuk om te wedijveren met anderen binnen een bepaalde sporttak. Je streeft ernaar om de prestatie van de ander te overtreffen. Die … vraagt wel veel extra inzet. 2

1 11

2

10 17

3 4 9

6

16

4

8

2

3

13

16

17

11

9

1

7 8

14

9

11

16

10 6

2

3

12

4

5

19 4

5

16

11

18

15

2

5

7

8

11

5

20 8

4

7

11

16

9

13 16

9 1

18

11

6

16

6

11

16

10

10

4

13

5

1

4 4

18

10

19

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

OPDRACHT 4

Noteer onder elk woord het passende synoniem.

eten

niet te veranderen

traditioneel

aardrijkskundig

opdracht

283

LES 5 IK NODIG JE UIT

Vul dat synoniem in de passende zin aan. 1 In Europa is de Antwerpse haven

centraal gelegen. Ze is verbonden met alle

continenten. Zeeschepen van over de hele wereld komen er binnenvaren. 2 Wie ballet zegt, denkt algauw aan het beeld van meisjes in tutu’s. Een

beeld waar

Jommeke nu komaf mee wil maken in Balletkoorts. Dat is het nieuwe album dat vanaf 6 februari in de winkel ligt. 3 De beslissing van de rechter was

. Tegen de uitspraak kon niet meer in beroep

gegaan worden. 4 In Hasselt zijn tal van restaurantjes waar je gezellig kunt

zonder daar een fortuin voor

te betalen. 5 Defensie heeft zijn belangrijkste militaire

voor volgend jaar voorgesteld. De strijd

tegen het terrorisme en de radicalisering blijven de belangrijkste opdracht, in binnen- en buitenland.

118

14

TRAJECT NEDERLANDS 1

DEEL 2 VERTELLEN

TRAJECT NEDERLANDS

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 14

21/01/20 14:05


7 Routeplanner

Begeleid zelfstandig leren

Bij drie delen kun je na het korte verhaal de routeplanner terugvinden. We bieden die optie vrijblijvend aan, zodat je zelf kunt bepalen of je dat in je klassen wilt gebruiken. Via de routeplanner laat je jouw leerlingen begeleid zelfstandig leren. Duid samen met je leerlingen (klassikaal of individueel) aan welke oefeningen en opdrachten ze mogen/moeten maken. Zij gaan dan aan de slag en kiezen zelf de volgorde van de lessen. Jij hebt de mogelijkheid om leerlingen individueel te coachen. Het uiteindelijke doel van de lessen blijft hetzelfde: de pitstops. De routeplanner speelt zo in op de interesse en het niveau van de leerlingen. Zij zitten aan het stuur van hun eigen leren en jij begeleidt hen. De correctiesleutels vind je als leerkracht terug op diddit, zodat je jouw leerlingen optimaal kunt ondersteunen. Die manier van werken is volledig facultatief, want uiteraard kun je het deel ook op de klassieke manier gebruiken.

routeplanner van deel 4 trainen

Klas

Nr.

Bekijk de uitdaging over quizzen, gokken en raden aandachtig. De kennis en vaardigheden die daarvoor nodig zijn, kun je op verschillende manieren inoefenen. Verken daarom de lessen van dit deel. Maak een keuze om enkele of alle lessen van dit deel zelfstandig of klassikaal af te werken. De volgorde van de lessen binnen het deel A en B en het tempo bepaal je zelf. Je start met deel A. Les 1 valt buiten deze routeplanner. In de tabel vind je een voorstel van het aantal lesuren per les. Baseer je daarop. De leraar begeleidt je. De leraar zorgt voor correctiesleutels waar nodig. Duid in de tabel de volgorde aan van de lessen die je zult afwerken. Kruis aan wat van je leraar mag en wat moet. Duid ook aan welke les zelfstandig en welke les klassikaal wordt gemaakt. Werk voor het groepswerk samen met iemand die (ongeveer) dezelfde volgorde kiest. Zet een teken in de laatste kolom als de les is afgerond. Succes!

Duid hier aan welke lessen en opdrachten de leerlingen moeten of mogen MAKEN (zelfstandig of klassikaal).

JOUW ROUTEPLANNER lessen A

volgorde

Beeld en verhaal: ’Bloed, zweet en tra(i)nen’

0,5 - 1

Verken de uitdaging en de andere lessen + planning

0,5 - 1

Les 2 Het was …: verleden tijd en voltooid deelwoord

De volgorde van de lessen kunnen de leerlingen zelf kiezen.

Les 3 Korte en lange zinnen

B

De leerling krijgt een duidelijke inschatting van de duur van elke les.

1

Les 4 Schrijven kun je leren

2

Uitdaging: Waag een gokje! De laatste ronde

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 15

klassikaal

afgerond

2 1-2 0,5 - 1

TOTAAL

NEDERLANDS VOOR DE A-STROOM

zelfstandig

2

Les 6 Welke taal gebruik jij? Over taalvariatie

TRAJECT NEDERLANDS 1

mag

1 - 1,5

Les 5 Vragen over vragen

188

aantal moet lesuren

10,5 - 13

DEEL 4 TRAINEN

15

21/01/20 14:05


Wat is het verschil tussen Traject Nederlands en Traject Nederlands XL? Traject Nederlands biedt je met twee verschillende leerwerkboeken de mogelijkheid om zo goed mogelijk in te spelen op de diversiteit van de eerste graad. Zo kun je voor elke klas bepalen welke versie van Traject Nederlands het best aansluit bij het niveau van de leerlingen. Inhoudelijk bereiken de leerlingen in beide versies dezelfde basisdoelen en werken ze rond identiek dezelfde thema’s. Traject Nederlands biedt een stevige basis Nederlands voor elke leerling, met aandacht voor differentiatie, structuur en instructietaal. De XL-versie reikt een uitgebreider pakket aan met langere teksten, complexere opdrachten, moeilijkere instructies … Daarnaast geeft de XL-versie leerlingen de kans om zich te oriënteren naar talige richtingen en wordt er meer ingezet op verdieping.

Traject Nederlands

16

Traject Nederlands XL

Eenvoudigere instructietaal

Moeilijkere instructietaal

Schrijfkaders waar nodig, met deels ingevulde tekst

Meer vrije schrijfruimte om zelf antwoorden te formuleren

Eenvoudiger woordgebruik

Moeilijkere begrippen en zinsconstructies

Meer structuur en ondersteuning

Meer zelfstandigheid van de leerlingen

Eenvoudigere oefeningen met uitgesplitste opgaven en oefeningen, mogelijke antwoorden worden soms aangeboden …

Meer gericht op differentiatie en remediëring

Complexere opdrachten die meer abstract denkvermogen vergen: minder tussenstappen in de opgaven en oefeningen, meer open vragen …

Meer ruimte voor verdieping en verrijking

Teksten op standaardniveau, met een basisaanbod

Teksten met moeilijker niveau, groter aanbod en langere teksten

Keuze voor de leerlingen

Meer ‘afleiders’ in oefeningen met keuze

Enkel basisdoelen van de leerplannen

Extra materiaal ter ondersteuning van de basisopties met taal (2de jaar)

TRAJECT NEDERLANDS

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 16

21/01/20 14:05


Trajectwijzer Alle rode wat-kaders met kennis en gele hoe-kaders met strategieën van de leerwerkboeken van jaar 1 en 2 worden gebundeld in de Trajectwijzer. Op een overzichtelijke manier heeft de leerling een samenvatting van alle kennis van de hele eerste graad. Die must-have dient voor de leerlingen als een houvast waarnaar ze kunnen teruggrijpen tijdens hun verdere schoolcarrière.

Wat kun je allemaal terugvinden in de Trajectwijzer? • • • • • •

Kennis over teksten, zinnen, woorden, klanken … Strategieën, zowel de leerstrategieën als de strategieën voor de vaardigheden Spelling en interpunctie, bijvoorbeeld het schema van de werkwoordspelling, hoofdletters … Taalbeschouwing Literatuur, bijvoorbeeld genres, kenmerken van poëzie … Nog veel meer!

4 Spelling en interpunctie Hoe schenk je voldoende aandacht aan spelling?

4.1

aandaCht VooR spellIng

hoe • • • • • •

Je geeft altijd aandacht aan je spelling. Je schrijft een hoofdletter aan het begin van de zin. Je schrijft een leesteken op het einde van de zin. Je gebruikt een spellingchecker om schrijffouten op te sporen. Je kijkt de werkwoorden extra na. Je leest je tekst hardop: misschien ontdek je nog slechte zinnen of spelfouten.

hoe Twijfel je aan de juiste schrijfwijze van een woord? • Raadpleeg een woordenboek of zoek online op http://woordenlijst.org. • Zoek de spelregel op in het leerwerkboek of de Trajectwijzer. • Werk op de juiste manier met de spellingchecker. • Onthoud woorden die een welbepaalde spelregel volgen.

Gebruik de spellingchecker van Word Hoe je met de spellingchecker werkt, ontdek je in het instructiefilmpje op diddit bij het lesmateriaal van Traject Nederlands. Ga aan de slag met de suggesties: g rood onderstreept: spellingfout g groen onderstreept: fout tegen de ‘grammatica’

88

NEDERLANDS VOOR DE A-STROOM

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 17

TRAJECTWIJZER

17

21/01/20 14:05


Handleiding Overzichtelijk en handig De handleiding is ontwikkeld met het gebruiksgemak van de leerkracht in het achterhoofd. De handleiding volgt het ingevulde leerwerkboek en biedt in de marge tal van nuttige didactische tips en alternatieve werkvormen. Je krijgt inzicht in les- en leerplandoelstellingen, taxonomie van Bloom, lesmateriaal en meer. Waar nodig wordt er verwezen naar aanvullend lesmateriaal op diddit. Duidelijk aangegeven welke componenten aan bod komen in de les

Les 4: Klare taal comPoNeNteN taalcompetentie en communicatie

taalcompetentie en cultuur

taalcompetentie en identiteit

taalcompetentie en informatie

kijken

spreken

mondelinge interactie

luisteren lezen

schrijven

schriftelijke interactie

taalbeschouwing

literatuur

taxoNomIe vaN Bloom onthouden

Overzicht van de Taxonomie van Bloom

Didactische tips naast het ingevulde (leer)werkboek

begrijpen

Instap Je kunt foto’s tonen van gezelschapsspellen die leerlingen kennen. Laat hen stapsgewijs uitleggen hoe het spel in elkaar zit. In veel gevallen blijkt dat een gestructureerde uitleg niet zo eenvoudig is. Daaruit kunnen ze afleiden dat een instructie stapsgewijs en duidelijk opgebouwd moet worden.

toepassen analyseren

les

creëren

Klare taal

4

KIJKEN EN LUISTEREN NAAR EEN INSTRUCTIE

signaalwoorden gepast gebruiken

stappenplan OPSTELLEN

1

Opdracht 1

evalueren

verschillende soorten zinnen bouwen

Hoe Werkt dat? leG eeNs UIt! OPDRACHT 1

analyseren

verzorgde mondelinge instructie GEVEN en uitvoeren

Kijk en luister naar het beeldfragment.

Vul daarna het kader aan.

Je laat de leerlingen het fragment (meermaals) beluisteren en bekijken. Daarna interpreteren ze het beeldfragment en leiden – uit wat ze zagen – af wat beter kan.

Wat verliep volgens jou niet zo vlot?

Hoe zou jij het zelf beter aanpakken?

Suggestie:

Suggestie:

– het kaften op zich verliep helemaal niet

– ik zou rustiger blijven.

zo vlot.

– Ik zou het boek verzorgder kaften.

– Jan is veel te zenuwachtig en te gehaast. – Ik zou meer tijd nemen.

Video 35

– Hij doet het papier er niet netjes om. – De plakband is niet goed bevestigd.

354

354

18

TRAJECT NederlaNds 1

DEEL 7 scoreN

TRAJECT NederlaNds 1

DEEL 7 scoreN

PaPer Pack

TRAJECT NEDERLANDS

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 18

21/01/20 14:05


Weergave van de eindtermen en leerplandoelen

doelstellINgeN

wat heB je NodIg? eindtermen en leerplandoelen

basisdoelen

ET

GO! / OVSG / POV

KathOndVla

2.1, 2.2, 2.3, 2.4, 2.5, 2.6, 2.8, 2.9, 2.10

2.1, 2.2, 2.3, 2.4, 2.5, 2.6, 2.8, 2.9, 2.10

Lpd 1, 2, 3, 4, 6, 7, 11, 13, 14, 15, 16, 14, 17

UD 2.2, 2.3, 2.4, 2.6, 2.8, 2.11

Lpd. 2.1, 3.1, 6.1, 7.1

2.5, 4.6, 4.1, 4.2, 13.7, 13.14

GFL 17, 27, 31, 32, 33, 36 ICT 6

differentiële UD 2.2, 2.3, 2.4, 2.6, doelen 2.8, 2.11 transversaal

2.5, 4.6, 4.1, 4.2, 13.7, 13.14

• • • • • •

leerwerkboek Trajectwijzer diddit leerling: oefeningen diddit leraar: toetsitems video 35-47 extra materiaal: computer met internetverbinding

Opdracht 2 OPDRACHT 2

Bekijk en beluister het filmpje om zelf te kunnen goochelen.

bevelende zinnen 2 Bekijk het fragment een tweede keer. Noteer op een apart blad zeven duidelijke stappen die aantonen hoe je een muntstukje laat verdwijnen. Deze woorden kun je gebruiken bij de zeven stappen: elleboog, arm, herhaal, rimpels, kraag, strek, handpalm. Gebruik bevelende zinnen. Vertel het stappenplan voor de klas. 3 Probeer de goocheltruc na te doen. Werk die uit met z’n tweeën. Eén persoon vertelt wat er gebeurt. De tweede persoon voert de handeling uit. Voer de stappen uit die je noteerde. Draai vervolgens de rollen om.

aaN het woord! OPDRACHT 3

Video 36

Bekijk het filmpje over het maken van een skateboard. Denk daarbij aan de delen van een instructie.

Opdracht 3

Enkele kernwoorden krijg je al. Hoe maak je een skateboard in zeven stappen? 1

toepassen

Het filmpje kan meermaals getoond worden. Je kunt opteren om de leerlingen na een eerste kijk- en luisterbeurt hun eerste notities met elkaar te laten vergelijken en die toe te lichten. Voorzie voldoende tijd voor deze opdracht. Het fragment in kleine groepjes laten navertellen aan elkaar, zorgt voor tijdswinst. Elke leerling vertelt een tweetal stappen.

1 Noteer in de linkerkolom onder de afbeeldingen zeven mogelijke stappen. Neem notities tijdens het kijken.

aanvullende stappen of extra tips persoonlijk antwoord

vorm Teken de vorm van het skateboard op de plank.

Video 37

Duidelijke vewijzingen naar het bijhorende lesmateriaal

355

LES 4 klare taal

LES 4 klare taal

toepassen

Je laat de leerlingen het fragment twee keer bekijken. Ze noteren een duidelijk stappenplan. Je kunt voor ze starten nog eens vragen hoe ze het noteren zullen aanpakken. Wijs hen erop dat in deelopdracht 3 het stappenplan een leidraad is. Wat ze vertellen bij het voorstellen van de goocheltruc, mag uitgebreider zijn dan wat ze in hun notities hebben. Ze moeten zich echter houden aan een duidelijk en gestructureerd stappenplan.

1 Welke soort zinnen wordt dikwijls gebruikt?

2

Handig overzicht van benodigd materiaal tijdens de les

355

PaPer Pack

Paginanummering komt overeen met het leerwerkboek

NEDERLANDS VOOR DE A-STROOM

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 19

19

21/01/20 14:05


Het online leerplatform Bij Traject Nederlands Maximale ondersteuning van de leerkracht • • • • •

Toegang tot het materiaal van Traject Nederlands én Traject Nederlands XL. Uitgebreide en praktische handleiding in kleur. Veel authentieke teksten en origineel audio- en videomateriaal. Bordboek met slimme functionaliteiten. Breed aanbod met diverse toetsen: korte toetsen per les, geïntegreerde toetsen, luistertoetsen en digitale toetsitems. Veel extra teksten, bronmateriaal, kopieerbladen … om te differentiëren tijdens de lessen.

• •

• • • •

Een reeks uitgebreide leeswijzers en didactische besprekingen van populaire Boektoppers. Bij elk deel een woordenschatlijst van de moeilijke woorden met een duidelijke aanduiding van de schooltaalwoorden. Interviews op maat van de korte verhalen in Traject Nederlands. 10 uitgebreide fiches over transversale oplossingen. Een handig e-book. Voorstel jaarplan.

Instructiefilmpjes en beeldmateriaal op maat van het boek.

Instructiefilmpjes over bijvoorbeeld de spellingcontrole in Wordbestanden.

20

TRAJECT NEDERLANDS

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 20

21/01/20 14:05


Nieuw op diddit Laad nu ook je eigen lesmateriaal op in didd

it!

Adaptieve oefeningen • • • •

Groot aanbod online oefeningen. De oefeningen worden aangepast aan het niveau van de leerlingen. Leerlingen krijgen feedback tijdens het oefenen aan de hand van tips. Leerlingen kunnen zelf vrij oefenen of je kunt als leerkracht oefeningen klaarzetten voor je leerlingen.

Volg de vooruitgang van je leerlingen op •

• •

Op basis van de resultaten van je leerlingen stelt diddit automatisch extra remediëringsoefeningen voor. Bekijk in het dashboard in een oogopslag de resultaten en vooruitgang van je leerlingen. Geef persoonlijke feedback aan je leerlingen.

Eenvoudig aan de slag • • • • • •

Makkelijke toegang voor de leerlingen met de code in hun leerwerkboek Met één code toegang voor het volledige lerarenteam Al je lesmateriaal op één plek: eenvoudig zoeken en delen Opdrachten klaarzetten in een handomdraai Leerlingen eenvoudig opvolgen met een overzichtelijk dashboard Koppeling met Smartschool, WISA …

NEDERLANDS VOOR DE A-STROOM

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 21

21

21/01/20 14:05


Opstap Taalscreening Gratis bij Traject Nederlands In opdracht van Uitgeverij VAN IN ontwikkelde het Centrum voor Taal en Onderwijs (KU Leuven) een digitale, diagnostische taalvaardigheidstoets op diddit. Met die wetenschappelijk onderbouwde toets test je de vaardigheden luisteren en begrijpend lezen van leerlingen bij het begin van het secundair onderwijs. Zo kun je in de eerste graad met Opstap een betrouwbare en valide taalscreening afnemen van je leerlingen.

Uniek in het Vlaamse onderwijs! Meer dan dertig Vlaamse scholen namen deel aan het vooronderzoek, waardoor Opstap Taalscreening volledig op maat is van het Vlaamse onderwijs. Bovendien is de toets gebaseerd op de eindtermen van het basisonderwijs en is hij geschikt voor leerlingen van leerjaar 1A. Na de online toets heb je meteen een helder overzicht van de resultaten van je leerlingen. Het resultatenoverzicht biedt jou de mogelijkheid om je leerlingen individueel te ondersteunen. Voor elke leerling wordt een mogelijk voorstel gedaan met aangepaste remediëringsoefeningen. Zo kun je elke leerling gedifferentieerd bijsturen. • •

22

De remediëring heeft dezelfde aanpak als de toetsvragen van de taalscreening. De remediëringsoefeningen bestaan uit thematische oefenblokken waarbij het niveau van de oefeningen zich aanpast aan de leerling. Er wordt een afwisseling voorzien tussen de vaardigheden ‘kijken en luisteren’ en ‘lezen’.

Centrum voor nt Taal 2 en Onderwijs

Centrum voor nt Taal 2 en Onderwijs

TRAJECT NEDERLANDS

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 22

21/01/20 14:05


nieuwsbegrip Nieuwsteksten doen leerlingen veel liever en ook beter lezen. Zeker als ze daar ook gevarieerde opdrachten bij krijgen. Nieuwsbegrip zorgt daarvoor. Wekelijks krijg jij als leerkracht nieuwe, interactieve teksten en opdrachten die helemaal inspelen op de actualiteit. Bovendien laat Nieuwsbegrip je de vrijheid om eenvoudig te differentiëren in je klas. Al meer dan tweehonderd Vlaamse scholen zijn fan! Jij binnenkort ook?

De voordelen van Nieuwsbegrip • Leerlingen boeken betere resultaten voor begrijpend lezen. • Je kunt makkelijker differentiëren in de klas. • Leerlingen hebben meer interesse voor het nieuws en de actualiteit. • Leerlingen gebruiken een bredere woordenschat. • Leerlingen zijn enthousiaster en gemotiveerder. Hoe werk je met Nieuwsbegrip? Met de Nieuwsbegrip-licentie krijg je toegang tot het besloten deel van de website www.nieuwsbegrip.be. Elke dinsdag kun je daar de nieuwe leesteksten (op drie niveaus), opdrachten en bijhorende handleiding downloaden. Je kunt bovendien gebruikmaken van de digibordtool, strategielessen, toetsen en het rijke archief. Jij en je leerlingen kunnen bovendien elke week suggesties doen voor het onderwerp van de volgende week. Aan de hand van de suggesties worden de nieuwe lessen gemaakt.

NEDERLANDS VOOR DE A-STROOM

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 23

23

21/01/20 14:05


Meer info of een presentatie op school? We komen graag persoonlijk onze reeksen, handleidingen, boeken en digitaal lesmateriaal voorstellen op school. Contacteer je educatief adviseur per mail of via telefoon voor een voorstelling op maat.

Ingrid Stes 0496 12 95 07 ingrid.stes@vanin.be

Provincie Antwerpen Postcode 2000, 2100, 2300 en 2900

Tim Verbergt 0476 21 08 86 tim.verbergt@vanin.be

Provincie Antwerpen Postcode 2200, 2500, 2600 en 2800 Brussels Hoofdstedelijk Gewest Postcodes 1000-1200 en 1500-1900

Stijn Forier Provincie Antwerpen Postcode 2400 Provincie Limburg Postcodes 3500-3900 Provincie Vlaams-Brabant Postcodes 3000-3400

Diane Segers 0478 80 90 14 diane.segers@vanin.be

Provincie Oost-Vlaanderen Postcodes 9100-9700 Provincie West-Vlaanderen Postcodes 8500-8700 en 8900

Jean-Pierre Deklerck 0478 80 90 15 jeanpierre.deklerck@vanin.be

Provincie Oost-Vlaanderen Postcodes 9000 en 9800-9900 Provincie West-Vlaanderen Postcodes 8000-8400 en 8800

Uitgeverij VAN IN, Nijverheidsstraat 92/5, 2160 WOMMELGEM Tel. 03 432 95 02 – secundair.onderwijs@vanin.be – www.vanin.be –

TrajectNederands_folder_A4_2020_v4.indd 24

V.U.: Winfried Mortelmans, Nijverheidsstraat 92/5, BE-2160 Wommelgem

0498 91 19 10 stijn.forier@vanin.be

@vaninsecundair

21/01/20 14:05

Profile for VAN IN

Traject Nederlands folder  

Traject Nederlands folder