Traject Nederlands 2 Inhoudsopgave

Page 1

BOEK

TRAJECT Nederlands 2

ERK EERW

VA N

IN

L

Š

Vicky Aerts Stijn Buysschaert Leen Lammertijn Tom Rambaut Ria Van der Mueren

Ontdek het onlineleerplatform: diddit! Vooraan in dit boek vind je de toegangscode, zodat je volop kunt oefenen op je tablet of computer. Activeer snel je account op www.diddit.be en maak er een geweldig schooljaar van!

ISBN 978-90-306-8745-0

580701

9 789030 687450

vanin.be


BOEK

ERK EERW

©

VA N

IN

L

Vicky Aerts Stijn Buysschaert Leen Lammertijn Tom Rambaut Ria Van der Mueren


Inhoud DEEL 1 SNOEPEN

9 10

1 Om van te snoepen ... Reporter ter plaatse 2 Hoe gezond snoep jij? Op zoek naar info over gezonde voeding 3 Werkwoorden spellen Word kampioen werkwoordspelling 4 Woordbetekenissen en woordrelaties Strooi met synoniemen en antoniemen 5 Als ik een snoepje ben … Promoot jezelf! 6 Snoeppoëzie Maak een gatengedicht! UITDAGING In de snoepkrant DE LAATSTE RONDE

12 16 18 26 27 33 34 43 44 47 49 53 54 56

DEEL 2 BELOVEN

N

EEN, TWEE, DRIE PIANO – Kristien Dieltiens

IN

SNOEPEN – Karen Dierickx

©

VA

1 Beloofd is beloofd Overtuig de ander! 2 Feiten of fabels? Het stellingenspel 3 Beloven en doen is twee Giet een studietekst in een schema 4 Zit er waarheid in? Wissel een fragment uit! 5 In welke tijd? De onvoltooide en voltooide tijd Jouw creatieve versie van het verhaal UITDAGING Wall of fame DE LAATSTE RONDE

DEEL 3 ONTWERPEN

59 60 62 67 68 79 80 88 89 96 97 104 105 109

113

FRITZ HABER ... ONTWERPER VAN DE STILLE DOOD – Geert Spillebeen

114

1 Boodschap in beeld Jonge milieuvriendelijke ontwerpers of uitvinders 2 Ontwerp een schrijfkader Gedachten logisch geordend 3 Het grote striponderzoek Verken een strip 4 Van strip naar taal en tekst Een verhaal bij een strip UITDAGING Ontwerp een eigen beeldverhaal DE LAATSTE RONDE

116 127 128 134 136 145 146 154 155 157

INHOUD  TRAJECT Nederlands 2

3


DEEL 4 DURVEN

161

DURVEN – Kathleen Vereecken

162

1 Aan jou het woord Bellers zijn durvers! 2 Over woorden met tekens Dobbeldictee 3 Luisteren naar info ­– Samengestelde zinnen Nieuws spinnen 4 Bloggen en vloggen … Ben je er nog? Lees dan onze blog! 5 Jeugdboeken op het witte doek Deel een spannende ervaring UITDAGING Presenteren, vloggen of bloggen? DE LAATSTE RONDE

164 169 171 181 182 190 192 199 201 211 212 214

DEEL 5 PIMPEN

217

BIJ DE NEUS – Jonas Boets

218

©

VA N

IN

ROUTEPLANNER 220 1 Kom voor je mening uit! 221 De degens kruisen ... 227 2 Vindingrijk 229 Word journalist voor de upcyclingkrant! 235 3 Kleur je taal 237 Begrijp jij het taalverschil (-gebruik)? 246 4 Lees je warm 248 Gaat beeldspraak aan je neus voorbij? 256 5 Het voorzetselvoorwerp 258 Bedenk quotes of een virtuele wereld 264 UITDAGING Pimp je school 266 DE LAATSTE RONDE 268

DEEL 6 VERSCHILLEN

4

271

VERSCHILLENDE MEISJES – Sharmila Madhvani

272

1 Bizar luistertalent De (f)luisteraar 2 Liefste iedereen … Een kaartjesconversatie 3 Bepaling of voorwerp? De wedstrijd 4 De dialoog en het bijwoord Schrijf een dialoogje 5 Ontdek het verschil – nog meer voornaamwoorden Wie is wie? Ken je het verschil? UITDAGING Kom op voor verschillen DE LAATSTE RONDE

274 278 279 286 288 294 296 304 306 313 314 316

INHOUD  TRAJECT Nederlands 2


DEEL 7 KIEZEN

319

KIEZEN EN VERLIEZEN – Noëlla Elpers

320

ROUTEPLANNER 322 1 Aan jou om te lezen 323 Schrijf een stukje schoolreglement 330 2 Het verslag in diverse vormen 331 Verslag van een beeldfragment 336 3 Boeken en genres 337 Breng je boek aan de man! 348 4 Over vragen, voornaamwoorden en de kern 350 Rechtstreeks verslag van de reporter ter plaatse 360 5 Actief of passief? 362 Word reporter: schrijven, interviewen en presenteren 369 UITDAGING Maak een nieuwsverslag of een boekentrailer 370 DE LAATSTE RONDE 372

377

DURF JE? – Karla Stoefs

©

VA N

1 Spelen met teksten Word meester-verteller 2 Teksten binnenstebuiten Journalist zoekt structuur 3 Informatie presenteren Presenteer en noteer 4 Toerist in woordenland Help de woordenboekschrijver 5 Op de planken … Spelen met toneelteksten UITDAGING Presenteren over acteren DE LAATSTE RONDE

IN

DEEL 8 SPELEN

DEEL 9 DROMEN

LIMBO – Johan Vandevelde

378 380 383 385 392 394 398 400 407 408 412 413 414

419 420

ROUTEPLANNER 422 1 Dromen van … 423 Info opslaan en delen 426 2 Dromen is geen prietpraat 428 Beschrijf je droom met info en enkele tips 438 3 Spel correct 440 De spellingwedstrijd 445 4 Met een goed boek de vakantie in! 446 Giet je leeservaring in een video-slideshow. 450 UITDAGING Op het dromenbureau 451 DE LAATSTE RONDE 453

INHOUD  TRAJECT Nederlands 2

5


Starten met Traject Nederlands 2 Welkom bij Traject Nederlands 2. Hoe ga je met dit boek aan de slag? We navigeren je even door enkele belangrijke aspecten.

1

Op weg met Traject In het leerwerkboek vind je negen delen. Elk deel heeft als titel een werkwoord en is op dezelfde manier opgebouwd. Op de titelpagina van elk deel staat een beeld dat verband houdt met het werkwoord in de titel van dat deel. Daaronder vind je vragen over dat beeld.

deel 5

PIMPEN

KARLA STOEFS

1

5

10

15

20

Gwen buigt zich over de dakrand heen en kijkt in de diepte. De speelplaats ligt er verlaten bij. Midden in de nacht is dat niet zo verwonderlijk. Jammer dat er aan deze zijde van het gebouw geen brandladder is. Ze zal zonder beveiliging tot bij het getraliede raam moeten klimmen. Daar kan ze haar musketon vasthaken waar haar touw doorheen kan, zodat ze de rest van het parcours beveiligd is. Gwen klimt goed, maar vrij klimmen is nooit zonder risico. ‘Dit is ellendig. Waarom heb ik de opdracht niet geweigerd?’ Na de Franse les kreeg ze een snapchat bericht van Ilias: zijn gestrekte hand met daarin een witte steen. En dan de vraag ‘Durf je?’ ‘Ja.’ ‘Om vier uur bij de fietsstalling.’ Waarom heeft ze ja gezegd zonder te weten waar het om ging? Wil ze zichzelf bewijzen? Nee, het ging haar om Ilias. Ilias is nieuw op school. Gitzwart haar en groene panterogen. Niet overdreven sociaal; hij zegt nauwelijks wat. En doet hij dat toch, dan komen de woorden er in schokjes uit; hij stottert. Maar hij intrigeert; ondanks zijn spraakgebrek is hij zelfzeker. Ze moesten in de Franse les per twee een gesprek voeren over hun hobby’s. Gwen volgt al sinds de kleuterklas tekenacademie en is al vier jaar lid van een klimclub. In de club noemen ze haar ‘Gekko’, want ze kleeft als zo’n diertje tegen de klimmuur. Ilias verzamelt stenen. Saai? Niet als je hem erover hoort vertellen. Hij maakt verre fietsreizen, in zijn eentje. Vorige vakantie fietste hij tot in Oostenrijk om daar in een bergrivier een maansteen op te rapen. Een witte steen die magisch fluoresceert. Het viel Gwen op dat hoe aandachtiger ze luisterde, hoe minder hij stotterde. ‘Ken je het spel van de witte steen?’ vroeg hij haar bij de fietsstalling. Het oude spel gaat als volgt: diegene die de steen bezit, bedenkt een opdracht voor de andere. Voert de andere de opdracht goed uit, dan krijgt die de steen en is het zijn beurt om een opdracht te bedenken. Eenvoudig, maar tricky. De uitdaging zit hem in het verzinnen van een goede opdracht, die moet voor de andere moeilijk zijn, maar niet onmogelijk. Haar eerste opdracht kon al tellen: ‘Schilder iets vrolijks op de muur van het asielcentrum.’ Vanuit de klas aan de overkant van de speelplaats kijken ze op die muur: rode baksteen, drie verdiepingen hoog met slechts een enkel getralied raam helemaal bovenaan. Soms staat er een man met een roze tulband achter het raam. Maar als Gwen naar hem zwaait, zwaait hij nooit terug. De muur is een triestig geval. De directie had enkele graffitikunstenaars aangesproken om de muur in te kleuren. Maar geen van hen wil voor niets in opdracht werken. Alleen als ze er fors voor betaald worden. En daarvoor is er geen budget.

IN

25

© Christian van der Meij

30

1 Wat zie je op de foto? Wat wordt getoond? 2 Waar bevinden de leerlingen zich? Hoe weet je dat? 3 Hoe zijn de jongeren in deze situatie terechtgekomen, denk je? 4 Op welke manier zullen ze moeten samenwerken? 5 Wat valt je op als je op de kleuren let?

35

6 Bespreek het perspectief.

Na de titelpagina verrast een jeugdauteur je met een kort verhaal dat te maken heeft met het werkwoord.

DURF JE?

Gwen kijkt opnieuw in de diepte. Kan ze nog terug? Ja, maar dan verbreekt ze haar woord. Voor klimmers is een gegeven woord heilig; hang je aan hetzelfde touw, dan moet je elkaar tot in het uiterste kunnen vertrouwen. Ze haalt diep adem. Hoe langer ze wacht, hoe onzekerder ze wordt. Ze trekt haar klimschoenen aan en haar klimgordel met een zogenaamde ‘grigri’ om zichzelf te zekeren. Haar rode geluksmusketon mag ze niet vergeten. Ja, ze is bijgelovig, want als je ergens hoog tegen een steile wand hangt, dan heb je bijzondere

woord

VA N

de musketon: klimhaak met een schuivend deel dat de opening volledig afsluit tricky: verraderlijk, hachelijk, sluw, listig, lastig, moeilijk de tulband: hoofddeksel, om het hoofd gewonden doek het budget: begroting, raming; som geld die voor bepaalde (groepen van) uitgaven ter beschikking gesteld wordt de grigri: apparaat waar het (klim)touw door geleid wordt

217

routeplanner van deel 9 DROMEN

Klas

Nr.

Bekijk de uitdaging over het voorstellen van je droom eerst aandachtig. De kennis en vaardigheden die daarvoor nodig zijn, kun je op verschillende manieren inoefenen. Verken daarom alle lessen van dit deel. Maak een keuze om enkele of alle lessen van dit deel zelfstandig of klassikaal af te werken. De volgorde van de lessen en het tempo bepaal je zelf. Je start met deel A. In de tabel vind je een voorstel van het aantal lesuren per les. Baseer je daarop. De leraar begeleidt je. De volgorde van de lessen binnen deel A en B kies je zelf. De leraar zorgt voor correctiesleutels waar nodig. Duid in de tabel de volgorde aan van de lessen die je zult afwerken. Kruis aan wat van je leraar mag en wat moet. Duid ook aan welke les zelfstandig en welke les klassikaal wordt gemaakt. Werk voor groepswerk samen met iemand die (ongeveer) dezelfde volgorde kiest. Zet een teken in de laatste kolom als de les is afgerond. Succes!

In delen 5, 7 en 9 kun je zelf je route uitstippelen: de routeplanner begeleidt je in de keuzes die je maakt om dat deel te doorlopen. Je kunt er invullen welke lessen je klassikaal of zelfstandig doet en in welke volgorde je door de lessen gaat.

JOUW ROUTEPLANNER volgorde

Beeld en verhaal: ‘Limbo’

zelfstandig

klassikaal

afgerond

1,5 - 2

Les 3 Spel correct

1 - 1,5

Les 2 Dromen is geen prietpraat

2

Les 4 Met een goed boek de vakantie in!

1,5

Uitdaging: Op het dromenbureau …

1,5

De laatste ronde

0,5 - 1

TOTAAL

422

mag

0,5

Les 1 Dromen van …

B

aantal moet lesuren 0,5 - 1

Verken de uitdaging en de andere lessen + planning

9 - 11

TRAJECT NederlaNds 2

Elke les eindigt met een pitstop. Dat is een creatieve opdracht waarbij je kunt laten zien wat je geleerd hebt. Aan de hand van OVUR word je door de opdracht geloodst. Daarbij hoort ook een evaluatiemoment.

Jonge milieuvriendelijke ontwerpers of uitvinders Presenteer een kort milieujournaal waarin jonge uitvinders aan het woord komen. Ze hebben een milieuvriendelijk voorwerp of apparaat ontworpen.

orIëNtereN

o

v

u

r

1 Wat komt aan bod in de journaalitems? Hoeveel onderwerpen wil je presenteren? Waar weet je al iets over? Welk taalregister gebruik je? Neem je een interview af? Welke beelden kun je gebruiken om je presentatie te ondersteunen?

voorbereIdeN

o

v

u

r

2 Werk in kleine groepjes van twee of drie. 3 Kies twee onderwerpen die te maken hebben met een milieuvriendelijk ontwerp of uitvinding. Je mag je fantasie gebruiken. 4 Gebruik bij de presentatie één of twee dia’s waarin ook een passend pictogram verwerkt is. 5 Neem één kort interview af dat je ook uitbeeldt en gebruik daarbij het passende taalregister.

uItvoereN

o

v

u

r

6 Spreek duidelijk af wie precies wat uitvoert. Kijk het publiek aan en zorg voor een passende houding. Let tijdens het interview op je lichaamstaal. Is de geïnterviewde trots op de uitvinding, dan moet het publiek dat kunnen zien en horen. Probeer je tekst niet volledig uit te schrijven. Gebruik bij voorkeur een mindmap als hulpmiddel bij de presentatie.

reflectereN

o

v

u

r

7 Hoe lukte dat? In orde Je traject naar succes Je onderwerpen zijn gepast voor een milieujournaal.

jij

je klasgenoot

1234

1234

Je presenteert de items duidelijk en gestructureerd.

1234

1234

Je gebruikt een passend taalregister.

1234

1234

1234

1234

1234

1234

Je hebt een beeld of een pictogram op een correcte manier verwerkt in het milieujournaal. Je maakt gebruik van een voorgestructureerd schema of een mindmap als hulpmiddel bij het presenteren.

DEEL 8 speleN

1

Elk deel bevat vier tot zes lessen. Aan het begin van elke les tonen vliegertjes je wat in de les aan bod zal komen.

Beloven en doen is twee

3

tekstsoort herkennen

lay-out herkennen en verzorgen studietekst in schema gieten

vaardig en studerend lezen

rug aaN rug OPDRACHT 1

Zoek de tekstsoort en de hoofdgedachte of het centrale thema.

Neem een andere plaats in. Je start de les rug aan rug. • •

Leerling A krijgt een tekst van de leraar. Hij beschrijft wat hij ziet: de buitenkant van de tekst. Leerling B luistert aandachtig. Hij probeert om de tekst met de aangereikte kenmerken te achterhalen en te benoemen. Daarna leest leerling A de tekst globaal, terwijl leerling B het centrale thema zoekt en wat in de tekst aan bod zal komen. Daarna draai je de rollen om.

• •

OPDRACHT 2

Onderzoek je eigen werkwijze. Wat belooft het meeste succes?

Hoe spring jij om met een studietekst? Markeer in de uitspraken wat voor jou past. Wees eerlijk! Hoe pak jij het aan? 1

Je bekijkt de buitenkant (lay-out en illustraties) van de tekst.

2

Je bepaalt de tekstsoort.

3

Je leest de tekst globaal en bepaalt het onderwerp en de hoofdgedachte(n).

soms

4

Je zoekt in de alinea’s de sleutelwoorden.

5

Je leest de tekst onmiddellijk intensief.

6

Je vertelt meteen opnieuw wat je las.

7

Je past de woordleerstrategie toe of zoekt woorden op om de betekenis van moeilijke woorden te achterhalen.

8

Je maakt een schema dat bij de structuur van de tekst past.

9

Je let op signaalwoorden die het verband tussen de zinnen en alinea’s aangeven.

10

Je onthoudt het centrale thema of de hoofdgedachte(n).

11

Je probeert met behulp van het schema de inhoud van de tekst weer op te bouwen.

altijd nooit

Omcirkel het nummer van de uitspraken die jou al het meest geholpen hebben. Vergelijk met je klasgenoot en vertel waarom het voor jou zo’n hulp is.

80

DEEL 9 dromeN

TRAJECT NederlaNds 2

les

©

lessen A

378

TRAJECT NederlaNds 2

DEEL 2 beloveN

Bij een literatuurles is er een leesstop in plaats van een pitstop.

Verken een strip Zoek een strip uit een stripreeks die je nog niet (goed) kent. Geef je mening over de strip.

orIëNtereN

o

v

u

r

1 Ga naar de bib, zoek een minder bekend stripverhaal en lees het in één adem uit!

voorbereIdeN

o

v

u

r

2 Neem tijdens het lezen enkele notities over: • de inhoud van het verhaal (denk aan de w-vragen); • de tekeningen; • het weergeven van geluid, beweging … (grafische tekens); • de originele striptaal.

uItvoereN

o

v

u

r

3 Geef je mening weer over het stripverhaal. Gebruik eventueel een schrijfkader. 4 Denk eraan dat je een samenhangend geheel maakt. Gebruik signaalwoorden om structuur aan te brengen. 5 Breng variatie in je zinnen, zoals mededelende en vragende zinnen, ontkennende en bevestigende zinnen.

reflectereN

o

v

u

r

6 Onderzoek of je tekst voldoet aan de criteria. Pas indien nodig je tekst aan. 7 Laat de tekst daarna nog eens lezen aan een klasgenoot. Vraag om je tekst te reviseren. Pas indien nodig je tekst een laatste keer aan. In orde Je traject naar succes Je geeft je mening over een strip. Je kunt je notities logisch ordenen tot een vlot leesbare tekst. Je tekst is samenhangend en bevat de gepaste signaalwoorden. Je gebruikt verschillende soorten zinnen: je brengt variatie.

jij

je klasgenoot

1234

1234

1234

1234

1234

1234

1234

1234

Werkpuntje voor jezelf:

Werkpuntje voor jezelf: Werkpuntje voor je klasgenoot:

LES 1 boodschap IN beeld

6

127

Starten met TRAJECT Nederlands 2

LES 3 het grote strIpoNderzoek

145


Na de laatste pitstop volgt het grotere, belangrijke werk: de uitdaging. Dat is een grotere opdracht waarbij je combineert wat je in de lessen van dat deel hebt geleerd. De uitdaging is ook opgebouwd rond OVUR en bevat eveneens een evaluatiemoment.

Uitdaging: Maak een nieuwsverslag of een boekentrailer Schrijven of filmen over een jeugdboek? Lees beide opdrachten en geef je keuze door aan de leraar.

orIëNtereN

o

v

u

r

1 Schrijf een nieuwsverslag op basis van een jeugdboek. Je verslag kan als item in een journaal komen. OF Ontwerp een boekentrailer. Dat is een korte filmversie van de achterflap. Met beeld en geluid creëer je een bepaalde sfeer. Zo kun je de nieuwsgierigheid van een lezer opwekken.

voorbereIdeN

o

v

u

r

2 Kies een jeugdboek waarvan je denkt vlot een verslag of trailer te kunnen ontwerpen. Dat doe je: • • •

door de cover en de flaptekst te lezen; door te zoeken naar informatie over je boek op websites; door het boek (bij voorkeur) zelf te lezen.

tip Inspiratie vind je op verschillende websites. Daar kun je ook enkele eerste pagina’s van boeken of recensies lezen.

tip Ook boekentrailers over een jeugdboek kun je online bekijken. Je vindt er veel op YouTube, maar ook op websites van uitgeverijen.

Leef je zo goed mogelijk in het verhaal in.

uItvoereN

o

v

u

r

3 Werk verder volgens de keuze die je maakte. Keuze 1 Een nieuwsverslag over een jeugdboek Maak je verslag zelfstandig. Beschrijf kort wat er in het boek gebeurt of nog kan gebeuren. Kies zelf of je de ontknoping prijsgeeft of niet. Gebruik de informatie die je vond om de inhoud vorm te geven. Je verslag zou zo in een journaal kunnen komen. Doe ook het volgende: • • • • •

omcirkel twee betrekkelijke voornaamwoorden; schrijf en onderstreep twee passieve zinnen; markeer twee actieve zinnen met geel; markeer twee keer een kernwoord met blauw; omcirkel één aanwijzend voornaamwoord.

Lees en beoordeel het werk van een klasgenoot.

370

2

TRAJECT NederlaNds 2

DEEL 7 kIezeN

Na de uitdaging volgt De laatste ronde: daarin ga je op een leuke en uitdagende manier aan de slag met de woordenschat van het deel.

De laatste ronde OPDRACHT 3

Welke uitdrukkingen uit opdrachten 1 en 2 passen bij de afbeeldingen?

Schrijf ze boven de afbeelding naast de nummers. Gebruik ze in een nieuwe, duidelijke context onder de afbeelding. 1

2

3

4

5

6

317

DE LAATSTE RONDE

Handig voor onderweg In de loop van elk deel word je ondersteund door enkele hulpmiddelen. Dit logo geeft aan dat je een fragment zult bekijken of beluisteren.

Dit logo geeft aan dat je op diddit extra materiaal kunt vinden.

IN

Wissel gedurende drie minuten met je klasgenoot van gedachten over de foto’s. Zorg ervoor dat je beiden evenveel tijd hebt om je gedachten te verwoorden. Noteer daarna enkele opvallende, spontane reacties van de ontvanger (je klasgenoot) op jouw boodschap.

Dit logo geeft aan dat je meer info over de leerstof kunt vinden in je Trajectwijzer. Hoe reageert de luisteraar op jouw boodschap?

reacties van de ontvanger

Welke spontane reactie vind je leuk of helemaal niet aangenaam?

Oriënteren Voorbereiden Uitvoeren Reflecteren

Hoe toont je klasgenoot dat hij inderdaad luistert en je boodschap begrijpt?

n best doen, Meg’, zei Stevie. ‘Ik ga de hele tijd al alles na in mijn hoofd. Maar we hebben nu geen tijd aten’, zei Stevie, zijn wenkbrauwen fronsend terwijl hij om zich heen keek. Hij klonk zo veel ouder en n een kind van zijn leeftijd normaal gesproken klinkt. ‘Laten we straks afspreken op de pier. Dan zie Laten we zeggen rond middernacht, oké?’ ‘Hoe wil je daar op dat uur van de nacht in je eentje zien n, Stevie?’ obleem’, zei hij op een onmiskenbaar niet-rouwende toon, wat me nog meer hoop gaf. ‘Er is een beurd sinds je vertrokken bent. Ik ben zo goed als onafhankelijk!’

d. De appeltaart van hoop, Van Goor

VA N

Welke lichamelijke reactie vond je wel of niet tof?

o

v

o

v

u

r

u

r

Inleiding

2 Heb je actief geluisterd, dan kun je de boodschap van de zender kort samenvatten. Verwoord in twee duidelijke zinnen hoe de zender denkt over ‘pimpen’ en ‘upcyclen’.

Heb je al eens gehoord van

Swan Market: een markt voor creatieve koppen!

OVUR loodst je regelmatig door de opdrachten. 3 Beluister de korte boodschap. Beoordeel of jouw mening duidelijk verwoord werd. Noteer een werkpuntje.

n lievelingsmaand? Hoe stel jij je die voor? den voor als mensen, planten, dieren of vergelijk ze met andere zaken op een creatieve manier.

o

v

o

v

nt 3

u

r

u

r

? Het is

Je hebt je mening duidelijk verwoord.

Op zondag 22 mei kun je op de Grote Markt in Antwerpen naar de Swan Market gaan. Een markt voor startende creatieve ondernemers. Geen markt waar je van de ene foute kledinghandelaar naar de andere gaat, maar een echte lifestylemarkt met betaalbare kunst, leuke interieurspulletjes, live muziek en volledig hipsterconforme foodtrucks. Als je tussen de muziek en het eten nog tijd hebt om verder te shoppen, kun je ook nog unieke accessoires en sieraden vinden, kinderspulletjes, mooie jurkjes en ga zo maar door!

1234

Werkpuntje voor jezelf:

4 Wat kun je daaruit besluiten?

Nieuw: een online markt Nu zul je die once-in-a-lifetime vondsten nog meteen moeten nemen, maar Swan Market is ook volop bezig met een online markt. Zo kun je die ene jas waar je nog over twijfelde gewoon online bestellen eenmaal je weet dat je hem echt nodig hebt in je leven.

Lees enkele reacties op een eigen oordeel. Welke wil je zeker horen, welke liever niet? Bespreek. a Jouw idee is belachelijk. b Tof voor jou, maar ik houd er niet van. c Hoe kun je zoiets nu mooi vinden? d Smaken verschillen, ik vind het niet zo geslaagd. e Ik zal er eens over nadenken. f Heb je geen betere keuze? g Jouw idee slaat nergens op. h Kun je het verduidelijken? i Bekijk het eens vanuit mijn standpunt.

k op uit zijn gedachten door het opgewonden geduw in zijn rug van de jongeren achter hem. Hij de bus wat beter. Hij had gehoopt op een staaltje van superieure maar was niet 6 Als hettechnologie, om het aanprijzen vanhet producten gaat, is een vlogger bezig met pure reclame. Waar of niet? Verklaar. r dan een degelijke, wat afgeleefde bus. De groene plastic stoelen waren versleten, verhard door het e vervoer van jongeren naar de stad. Tientallen, zo niet honderden symbolen waren in het plastic Bijna altijd hetzelfde symbool: de gebalde vuist met een armband. De armband die Gus ook had.

©

Bij het leren en studeren krijg je ook hulp van verschillende kaderteksten. Gebruik ze zeker om je voor te bereiden.

de voormannen gebaarde naar een stoel vooraan, tussen twee jongens die bewonderend naar de nen staarden. De voormannen hadden een vreemd effect op de jongeren. Ze waren de gidsen naar ofde land. De voormannen wisten wat leven in de stad betekende, ze droegen het stof dat er rond e met zich mee. Jongeren droomden ervan zelf voorman te worden. Een Ze wisten beter. blog ofniet weblog is een plaats op het internet waar iemand geregeld teksten en nieuwtjes dde het hoofd en wilde verder lopen. Hij had geen zin om tussen twee slungels te zitten die de hele plaatst of post. De schrijver of schrijfster van een weblog noem je een blogger of blogster. De bezoekers of te fantaseren over hun luxeleven in de stad. Hij wist wél beter. lezers van een weblog kunnen onder een blogpost een reactie schrijven. erhaalde de voorman. n andere plaats?’ Een vlog is een weblog in videovorm. Zo’n dagboek op het internet bestaat uit videobeelden of ond en zag nog tal van vrije plaatsen. Achteraan leken de jongeren rustiger. filmpjes die door een vlogger of vlogster gemaakt worden. r.’ man sloeg met zijn hand op de zitplaats. De twee jongens keken hem geërgerd aan, alsof ze zich al STAP 5 Controleer je brief aan de hand van deze criteria. n in hun rol als toekomstig voorman. het niet’, zei Ish. In orde Je traject naar succes jij je klasgenoot n seconde later had de voorman hem bij zijn kraag vast. Hij werd hardhandig op de stoel geduwd, zijn 1234 1234 Je bepaalt vooraf de ontvanger, het taalgebruik en het schrijfdoel. n raakten zijn buurjongens en onmiddellijk voelde hij hun reactie in zijn zij. Hij keek niet opzij en beet JeDe kunt: adresgegevens van de afzender en de ontvanger staan 1234 1234 nden. De smalende glimlach van de voormannen probeerde hij te negeren. linksboven: onder elkaar en gescheiden door een witregel.

wat

waarheen

Een wat-kader brengt je kennis of theorie. • op een correcte manier een sms’je of WhatsAppbericht opstellen; en datum, gescheiden door een komma,instaan onder de • Woonplaats een passende aanspreking en slotgroet gebruiken een bericht;

de nog een tijd voor de bus vertrok. De voorman die hem op de stoel• had was verdwenen. adresgegevens en worden van de adresgegevens gescheiden door eengeduwd bericht opstellen en rekening houden met de netetiquette; witregel. ijn kans. Hij liet zich van zijn stoel glijden en sloop door het gangpad. Halfweg liet zich • een vragen overde eenbus leesenhij luisterfragment correct beantwoorden; briefblogbericht bevat een gepaste en slotgroet zonder komma. • Jeeen opstellenaanspreking en daarop passend reageren; ast een jongen die ongeïnteresseerd naar buiten staarde. Rust, eindelijk. brief bevat een inleiding, een slot. • Jewoordtekens in een eigen een tekstmidden correcten gebruiken.

de inleiding vat je de gebeurtenissen kort maar duidelijk samen. van Gus veroorzaakte een lawine in het hoofd van Ish. Alles wat Gus jaren hadInmoeten verzwijgen, stroomde n stapelde zich op in Ish’ hersenen. De wereld die hij kende, zou nooit meer dezelfde zijn. Werkpuntje voor jezelf: mpen, klimaatverschuivingen, industriële rampen … ze volgen elkaar steeds sneller op. Eind 2021 zat meer elft van de wereld zonder eten en drinkbaar water. Ziektes, moordpartijen, burgeropstanden en een oorlog en nucleaire wapens. Er zijn zoveel mensen gestorven, er blijft nu minder dan een tiende van de totale volking over. Al jarenlang was de levensverwachting aan het kelderen en Shinu bracht dat aan het licht.’ het even te snel voor Ish. De opbouw van een brief

1234

1234

1234 1234 1234

1234 1234 1234

Slot

Dus, als jij

Dan moet je zeker een bezoek brengen aan

waarheen

hoe Je kunt:

Gespreksregels • Je luistert actief naar de boodschap van de ander en reageert respectvol op zijn boodschap. • Begrijp je de zender niet, dan vraag je om de boodschap te verduidelijken. • Je herhaalt kort de boodschap van de zender of knikt om te tonen dat je de boodschap begrepen hebt. • In een gesprek wacht je je beurt af. • Je blijft bij het onderwerp. • Tijdens een groepsgesprek volg je de aanwijzingen van de gespreksleider.

222

TRAJECT NederlaNds 2

• • • • • •

de strategieën van het oriënterend, globaal en intensief lezen vlot inzetten; de drie grote delen van een zakelijke tekst onderscheiden: inleiding, midden en slot; bij een tekst een gepaste inleiding en een gepast slot schrijven; een goede alineaverdeling voorzien in een zakelijke tekst; gepaste tussentitels voorzien in een zakelijke tekst; waar nodig loperwerkwoorden vervangen door tekenende werkwoorden.

DEEL 5 pImpeN

Een hoe-kader vertelt je hoe je aan de slag kunt gaan bij spreken, schrijven, luisteren, lezen, spellen, taal onderzoeken …

hoe

Wat je moet kennen en kunnen staat in een waarheen-kader. Dat kader vind je telkens op het einde van een leswoord en geeft aan waaraan je gewerkt hebt. conform: overeenkomstig met, gelijk aan, passend

234

TRAJECT NederlaNds 2

DEEL 5 pImpeN

Onderaan sommige paginas tref je de verklaring aan van een woord dat of een uitdrukking die op die pagina staat. Op diddit vind je een overzicht van al die woorden en schooltaalwoorden.

Een brief bevat een aantal delen en heeft een specifieke opbouw.

woord

Adresgegevens Je vermeldt de adresgegevens van de afzender en die van de ontvanger. Die gegevens komen linksboven. Helemaal bovenaan schrijf je de gegevens onmiskenbaar: overduidelijk de afzender. Daaronder, gescheiden door een witregel, de gegevens van superieur: uitmuntend, van beter, overtreffend de ontvanger.

smalend: vanuit de hoogte, hooghartig

De woonplaats, de datum Woonplaats en datum, gescheiden door een komma, komen onder de adresgegevens. Ze worden van elkaar gescheiden door een witregel.

astig om die woorden te lezen?

De aanhef Dat is de aanspreking van de ontvanger. De aanspreking wordt van woonplaats en datum gescheiden door een witregel. 253 Je schrijft geen komma na een aanspreking.

warm

De inhoud De inhoud van je brief bevat een vraag of een mededeling. Werk met een inleiding, een midden en een slot.

tip

ervoor zorgen dat je de woorden vlotter leest? n  apostrof  trema  accent

Afsluiting Je formuleert een gepaste slotgroet. Ook na een slotgroet schrijf je geen komma.

Bij sommige opdrachten staat een tip om je op weg te helpen.

tabel de woorden met dat teken.

Je ondertekent de brief met je naam en handtekening. Je schrijft het teken bij het begin van eenHoud nieuwe lettergreep. voor het taalgebruik in je brief rekening met de communicatiesituatie.

arom we bacteriën schrijven en toch theorieën? 198

TRAJECT NederlaNds 2

• •

Aan wie schrijf je de brief? DEEL 4 durveN Wat wil je bereiken?

tip

klemtoon

den correct in de gegeven zinnen. Gebruik elk woord+één keer.

Schrijf als ooggetuige een brief aan Roos, de moeder van Samuel. s al een aantal jaren actief met mindervaliden. Er zijn enkele judoka’s met een Vertel handicap die daarin waarom Samuel zo overstuur was. OPDRACHT 4

STAP 1 Denk na over de communicatiesituatie.

.

hebben geen effect op virussen, enkel op

ader is erg

.

in prehistorische

e investeerders

Aan wie schrijf je de brief? Welke gevolgen heeft dat voor de taal? Ik schrijf de brief aan

Ik gebruik . dus

taal.

Soms wil je wat verder gaan? Dan is een plusopdracht iets voor jou. Dat is een extra opdracht of extra theorie, gewoon wat meer of wat moeilijker.

Wat is je schrijfdoel?

vorig jaar wereldwijd 1,2 miljoen nieuwe jobs.

ducten worden vers afgesneden en daarna

n.

verpakt. 284

TRAJECT NederlaNds 2

elektricien

samenvloeiing

opticien

begroeiing

Julien

draaiing

den ging het minder vlot? Markeer ze.

orden een trema?

DEEL 6 verschIlleN

Starten met TRAJECT Nederlands 2

omen veel klinkers na elkaar voor. Toch kun je ze niet verkeerd lezen.

7


het onlineleerplatform bij Traject Nederlands Leerstof kun je inoefenen op jouw niveau. Je kunt vrij oefenen en de leraar kan ook voor jou oefeningen klaarzetten. Hier vind je de opdrachten terug die de leraar voor jou heeft klaargezet. Hier kan de leraar toetsen en opdrachten voor jou klaarzetten.

IN

Benieuwd hoe ver je al staat met oefenen en opdrachten? Hier vind je een helder overzicht van je resultaten. Hier vind je het lesmateriaal per deel (o.a. videobestanden en instructiefilmpjes).

VA N

Geniet bij de start al even mee van deze raptekst. Misschien kun je die zelf eens rappen.

Elke dag wat snoepen lijkt voor mij zo fijn! Beloof je dat j’ er voor mij altijd zult zijn?

Met jou wil ‘k dit jaar ontwerpen als festijn. Ik durf ervan te dromen, jij op mijn terrein.

©

Elke dag nog dromen lijkt me supertof, taal snoepen en plechtig beloven: ik bof! Durf maar verschillen met mij, take-off! Ja, kies nu maar dit traject, komaan: jump-off!

Door niemand laat ik me pimpen dit jaar! Ik weet het jij en ik verschillen van elkaar. Kun je me zoeken, gretig kiezen, ’t is waar! Speel maar met taal en raak gevoelige snaar! Elke dag nog dromen lijkt me supertof, taal snoepen en plechtig beloven: ik bof! Durf maar verschillen met mij, take-off! Ja, kies nu maar dit traject, komaan: jump-off! Ria Van der Mueren

8

Starten met TRAJECT Nederlands 2