Skip to main content

TeleScoop 4D/A - Leerwerkboek (ed. 2026)

Page 1


©VANIN

DUBBELE FINALITEIT

Matthias Herreman

Muriel Hombroukx

Eline Smets

Chris Van Broeck

Annemie Van Cleemput

Ria Van Mol

Coördinatie: Emmy Ruppol

Dit leermiddel is onderdeel van de lesmethode TeleScoop van Uitgeverij VAN IN. Het is ontwikkeld met de intentie dat iedere leerling zich herkent en thuis voelt in beeld en tekst. Heb je op- of aanmerkingen, dan kun je contact opnemen met Uitgeverij VAN IN.

Van dit leermiddel kun je een aangepaste digitale versie aanvragen bij ADIBib, de service voor leerlingen met lees- of schrijfproblemen. Meer informatie vind je op www.adibib.be.

©VANIN

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en veel mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken.

In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer je van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneem je hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers om beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen.

Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vind je op www.reprobel.be. Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden lees je op www.ididdit.be.

© Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2026. Alle rechten voorbehouden. Tekst- en datamining (TDM) niet toegestaan.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.

Credits foto’s en figuren p. 20 ecologische voetafdruk China, VS, Zweden, Brazilië © National Footprint and Biocapacity Accounts 2025 edition (Data Year 2022); GDP, International Financial Statistics (IFS); Population, U.N. Food and Agriculture Organization, p. 47 temperatuurverandering België sinds 1850 © Ed Hawkins, CC BY 4.0, p. 48 wereldgemiddelde opwarming © KNMI, p. 52 stijging temperatuur juni, juli, augustus / december, januari, februari © Gutiérrez, J.M., R.G. Jones, G.T. Narisma, L.M. Alves, M. Amjad, I.V.Gorodetskaya, M. Grose, N.A.B. Klutse, S. Krakovska, J. Li, D.Martínez-Castro, L.O. Mearns, S.H. Mernild, T. Ngo-Duc, B. van den Hurk, and J.-H. Yoon, 2021: Atlas. In Climate Change 2021: The Physical Science Basis. Contribution of Working Group I to the Sixth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate Change [Masson-Delmotte, V., P. Zhai, et al. (eds.)]. Cambridge University Press, Cambridge, United Kingdom and New York, NY, USA, pp. 1927–2058, doi:10.1017/9781009157896.021. Interactive Atlas available from http://interactive-atlas.ipcc.ch/Iturbide , M., Fernández, J., Gutiérrez, J.M. et al. Implementation of FAIR principles in the IPCC: the WGI AR6 Atlas repository. Sci Data 9, 629 (2022). https://doi. org/10.1038/s41597-022-01739-y, p. 55 Show your stripes Europa/België, Noord-Amerika/Groenland © Ed Hawkins, CC BY 4.0, p. 55 eiland Panama © Belgaimage / AFP-ARCHIVE, erosie klif © Belgaimage / SCIENCE PHOTO LIBRARY RM, p. 56 voorspelde verandering plantengroei © NASA, p. 58 verspreiding tijgermug © EuroGeographics, UNFAO, ECDC, CC BY 4.0, p. 64 risico besmettelijke ziektes © European Environment Agency, 2022, p. 79 bloementeelt Naivasha Kenia © Shutterstock.com/Miaron Billy, p. 81 Wipro India © Shutterstock.com/pulkit.aggarwal3, callcenter Tagbilaran © Shutterstock.com/MDV Edwards p. 82 containers schip © proudson/ Shutterstock.com, Deurganckdok © Make more Aerials/Shutterstock.com, distributiecentrum Amazon © Chedko/Shutterstock.com, p. 85 Mc Donald’s © monticello/Shutterstock.com, Netflix © marekfromrzeszow/Shutterstock.com, p. 86 Niet-Schengenzone © HelgaQ/ Shutterstock.com, Ima_ss/Shutterstock.com p. 88 Ikea Spanje © Ima_ss/Shutterstock.com, VN Genève © Sean Pavone/Shutterstock.com, Roblox © Mehaniq/Shutterstock.com, Bol.com © Jarretera/Shutterstock.com, EU © Fabrizio Mafey/Shutterstock.com, vlag VN © Rebel Red Runner/Shutterstock.com, Starbucks China © My Creative/Shutterstock.com, Yang Ming © Wirestock Creators/Shutterstock.com, Burger King Thailand © Gumpanat/Shutterstock.com, Pepsi Oekraïne © Mehaniq/Shutterstock.com, auto Byd © Dmitry Rukhlenko/Shutterstock. com, WeChat © Jirapong Manustrong/Shutterstock.com, Engels woordenboek © Hafiez Razali/Shutterstock.com, p. 95 kledingfabriek Vietnam © Jimmy Tran/Shutterstock.com, p. 100 Manneken Pis © Milan Sommer/Shutterstock.com, Mount Fuji Lawson © Jo Panuwat/ Shutterstock.com, toeristen Hallstatt © Max Lindenthaler/Shutterstock.com, p. 101 temperatuurafwijking en neerslagafwijking Europa © www.destandaard.be – 14 april 2025, p. 104 Venetië © Oleg Znamenskiy/Shutterstock.com, Amsterdam © Gianfranco Vivi/Shutterstock. com, Parc Güell en Calo des Moro © Alvarobueno/Shutterstock.com, p. 113 skyline Londen © Chris Lawrence Images/Shutterstock.com, p. 114 Meise © Werner Lerooy/Shutterstock.com, p. 115 favela Rio © Stock Photos 2000/Shutterstock.com, p. 125 Portobello Road © QQ7/Shutterstock.com, p. 129 Queens © quiggyt4/Shutterstock.com, waterkant Hunter’s Point © Audley C Bullock/Shutterstock.com, p. 130 wolkenkrabber Rio © Deni Williams/Shutterstock.com, p. 132 Medellin © Louis Echeverri Urrea/Shutterstock.com, p. 133 filezwaarte Vlaanderen © www.verkeerscentrum.be, p. 134 Cloudburst: ©Atelier Dreiseitl, Strategic Flood Masterplan, Copenhagen, Denmark, 2013. Renderings of Sonderboulevard during fine weather and during a cloudburst event, p. 138 Fontainasplein, Anspachlaan © Werner Lerooy/ Shutterstock.com, p. 140 luchtvervuiling © Eric Isselee/Shutterstock.com, p. 143 boot migranten © Framalicious/Shutterstock.com, p. 145 UNHCR © HJBC/Shutterstock.com, p. 147 controle migranten © Sean Aidan Calderbank/Shutterstock.com, p. 148 tentenkamp Turkije © tolga ildun/Shutterstock.com, p. 149 overstroming Bangladesh © HM Shahidul Islam/Shutterstock.com, protest vluchtelingen © paintings/ Shutterstock.com, p. 150 rio Grande © David Peinado Romero/Shutterstock.com, p. 158 Haryana India © Sudarshan Jha/Shutterstock. com, Walo Senegal © Pierre Laborde/Shutterstock.com, Gazastrook © Anas-Mohammed/Shutterstock.com, Aleppo © Mohammad Bash/ Shutterstock.com, p. 163 verdeling niet-Belgen © Statbel p. 165 knelpuntberoepen © VDAB, p. 175 leeftijdshistogram India © 2024 by PopulationPyramid.net, made available under a Creative Commons license CC BY 3.0 IGO: http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/igo/ Credits video’s p. 71 toekomst klimaatverandering © KU Leuven – 28 november 2021, p. 175 SDG’s: people on the move © IOM – UN Migration

Eerste druk 2026

ISBN 978-94-651-4376-7

D/2026/0078/71

Art. 611671/01

NUR 126/128

Coverontwerp: Banananas Ontwerp binnenwerk: Banananas, B.AD Figuren en grafieken: Geert Verlinde Illustraties: Goed Blauw Opmaak: Barbara Vermeersch

Inhoud ©VANIN

Referentiekaart België

Referentiekaart Europa

Referentiekaart wereld

WERKEN MET TELESCOOP 4

TeleScoop bestaat uit een leerwerkboek en digitaal materiaal dat je op iDiddit terugvindt.

Dit overzicht geeft je inzicht in welke onderdelen je waar kunt vinden.

TeleScoop bestaat uit vijf thema’s. Elk thema herken je aan de specifieke themakleur. Een thema start met een themapagina en een overzicht van de verschillende hoofdstukken.

Elk hoofdstuk is op dezelfde manier opgebouwd. We starten met een cartoon en een kernvraag. Het antwoord op de vraag in de cartoon vind je op iDiddit aan het eind van het hoofdstuk.

Vervolgens ga je in ieder hoofdstuk in vier fases aan de slag met de leerinhouden:

1 CHECK-IN

2 OP ONDERZOEK

3 AAN DE SLAG

4 TEST JEZELF

©VANIN

Op iDiddit vind je alle informatie die ook in je boek terug te vinden is. Dat wil zeggen dat alle teksten, illustraties en opdrachten op papier ook digitaal aangeboden worden. De CHECK-IN en TEST JEZELF vind je uitsluitend online. Je kunt dus kiezen hoe je met TeleScoop aan de slag wilt gaan.

Op iDiddit vind je per thema ook:

- begrippenlijsten - checklists met lesdoelen - kennisclips bij vaardigheden

- interactieve ontdekplaten

- terreinfiches

- uitbreiding: Mag het iets meer zijn?

Wie wil, kan op iDiddit ook eigen notities bijhouden.

KERNVRAAG HOE SNEL WARMT DE AARDE OP?

1 CHECK-IN

In dit hoofdstuk duiken we in de feiten achter de klimaatverandering. De Britse klimaatwetenschapper Ed Hawkins bedacht een eenvoudige manier

2 OP ONDERZOEK

In OP ONDERZOEK krijg je alle leerstof overzichtelijk aangeboden. Doorheen het thema staan belangrijke nieuwe begrippen vet gedrukt. In het leerwerkboek én op iDiddit vind je de verklaring in een begrippenlijst.

de verbranding van fossiele brandstoffen zoals steenkool, aardolie en aardgas. Het IPCC werkt met vijf toekomstscenario’s. Die scenario’s verschillen afhankelijk van de mate waarin we erin slagen onze uitstoot van broeikasgassen te beperken.

De eerste fase CHECK-IN activeert je voorkennis als start van het hoofdstuk. Deze opdracht vind je alleen op iDiddit terug.

Interessant om weten

Vroeger twijfelden sommige mensen aan de conclusies van het IPCC en kregen hun rapporten veel kritiek. Bij het meest recente klimaatrapport was dat veel minder het geval. Dat komt vooral omdat wetenschappers vandaag betere klimaatmodellen hebben. Met die modellen kunnen ze beter uitleggen hoe de opwarming van de aarde samenhangt met weersverschijnselen zoals hittegolven of hevige neerslag. Bovendien worden de gevolgen van de klimaatverandering steeds duidelijker zichtbaar.

3 Opwaardering van de stad

Onderzoek hoe opwaardering een stad verandert. Ga aan de slag met verschillende bronnen.

a Harlem is de meest noordelijke wijk van het district Manhattan. Bekijk het filmpje en raadpleeg de hyperlink op iDiddit om na te gaan welke etniciteit de meeste inwoners er hebben.

zwart

Wereldleiders komen regelmatig samen op klimaatconferenties Daar maken ze afspraken over maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Op de klimaatconferentie van Parijs in 2015 spraken de landen af om de opwarming van de aarde ruim onder 2 °C te houden of zelfs onder 1,5 °C, vergeleken met de periode vóór de industrialisering.

19

Op iDiddit is het lesmateriaal bovendien verrijkt met interessante filmpjes en hyperlinks. In elk thema vind je extra materiaal via ‘Interessant om weten’ of ‘Mag het iets meer zijn’? (enkel op iDiddit). Dit is uitbreiding bovenop de basisleerstof. Heb je extra tijd, dan kun je hiermee aan de slag.

Latijns-Amerikaans Aziatisch wit andere

b Onderzoek de volgende locaties via de GIS-viewer Google Street View.

- 1399 Park avenue

De gemiddelde temperatuur op aarde ligt vandaag al ongeveer 1,3 °C hoger dan in de periode 1850–1900. Die periode gebruiken wetenschappers vaak als referentie. Volgens de Europese klimaatdienst Copernicus was het in 2024 zelfs 1,6 °C warmer dan aan het einde van de 19de eeuw (fig. 2.8). Daarmee werd de grens van 1,5 °C voor het eerst overschreden. Dat betekent niet dat het klimaatakkoord definitief mislukt is. De temperatuur op aarde schommelt van jaar tot jaar, en één uitzonderlijk warm jaar zegt nog niet alles over de lange termijn. Toch is dit een duidelijk signaal: de uitstoot van broeikasgassen moet dringend omlaag.

- 2040 Frederick Douglass Boulevard

- 112 Dr Martin Luther King Jr Boulevard

1 Ga naar je locatie in Google Maps.

2 Open Street View.

3 Klik op het klokje links en kijk hoe jouw locatie geëvolueerd is doorheen de tijd.

c Welke conclusie kun je trekken uit je onderzoek en de info uit het filmpje?

1 Klimaatconferenties

Lees vooraf de vragen en ga online op zoek naar de antwoorden. a Waar en wanneer werd de meest recente klimaatconferentie gehouden?

b Wat heeft deze klimaatconferentie opgeleverd?

In de derde fase ga je begeleid zelfstandig AAN DE SLAG met de nieuwe leerinhouden. Je kunt de oefeningen op papier of digitaal maken.

c Ga via de eerste hyperlink op iDiddit op zoek naar hoeveel deeltjes CO2 er zijn op dit moment (huidig jaar) en in jouw geboortejaar. Ga daarna naar de tweede hyperlink en zoek hoeveel deeltjes CO2 er waren op het moment dat een van je grootouders geboren is. jaartal aantal deeltjes CO2 (ppm) huidig jaar jouw geboortejaar geboortejaar grootouder

2 Evolutie van de uitstoot van broeikasgassen

Bestudeer de grafiek over de jaarlijkse CO2-emissies online. Beweeg met de cursor over de jaartallen op de horizontale as voor de exacte cijfers (in ton) per land.

a Welk land stootte de meeste broeikasgassen uit in …

c In welke landen is de uitstoot van

Op verschillende plaatsen in Harlem werden oude winkels, huizen en lege percelen vervangen door grote, nieuwe kantoorgebouwen, shoppingcentra en flatgebouwen.

d Welk(e) begrip(pen) kun je aan je conclusie uit vraag c koppelen? opwaardering / reconversie / functiewijziging / segregatie / stadsinbreiding

e Het opwaarderen van stadsdelen heeft heel wat gevolgen. Zet kruisjes in de juiste kolom.

de leefbaarheid van de stad de kans voor de armere bevolking om een huis te kopen/huren de woon- en werkgelegenheid het thuisgevoel van de oorspronkelijke bewoners

Bij de vierde fase TEST JEZELF vind je in je boek een overzicht van de oefeningen die op iDiddit te vinden zijn. Je kunt er individueel de leerstof van het hoofdstuk mee inoefenen.

4 TE sT j EZE lF

 1 Stadsdelen 

Soms is het handig om een grafiek, nieuwsartikel of videofragment online te bekijken. Zie je dit icoon, dan kun je op iDiddit het materiaal raadplegen. Indien dit op school toegestaan is, kun je de pagina ook scannen met de VAN IN Plus-app.

Elk hoofdstuk eindigt met een gestructureerde synthese. Zo krijg je een handig overzicht van de belangrijkste leerinhouden per hoofdstuk.

Na ieder thema vind je een BEGRIPPENLIJST. Op iDiddit kun je de betekenis van de begrippen ook makkelijk raadplegen bij de lesblokken.

THEMA 2 EEn vErAndErEnd kliMAAT

Het onlineleerplatform bij TeleScoop

Mijn lesmateriaal

Hier vind je alle inhouden uit het boek, maar ook meer, zoals checklists, ontdekplaten, filmpjes, extra oefeningen ...

Extra materiaal

Bij bepaalde stukken theorie of oefeningen kun je extra materiaal openen. Dat kan een videofragment zijn, een begrippenlijst, een extra bron of een leestekst. Dit materiaal helpt je om de leerstof onder de knie te krijgen.

Opdrachten

Hier kan de leerkracht opdrachten voor jou klaarzetten.

Resultaten

Wil je weten hoever je staat met oefeningen en opdrachten? Hier vind je een overzicht van je resultaten.

Notities

Maakte je aantekeningen bij een bepaalde inhoud? Via je notities kun je ze terug oproepen.

Meer weten?

Ga naar www.ididdit.be

Dit icoon geeft aan dat er aanvullend lesmateriaal of een didactische animatie op iDiddit staat.

Soms is het handig dat je extra lesinformatie of een videofragment zelf kunt bekijken of beluisteren op je smartphone. Als je dit icoon ziet, open dan de VAN IN Plus-app en scan de pagina.

WE SHOPPEN IN DE NATUUR

KERNVRAAG

WAAROM IS EEN GEZONDE OMGEVING BELANGRIJK VOOR ONS?

1 CHECK-IN

Waarom is een gezonde omgeving zo belangrijk? We zijn allemaal afhankelijk van de natuur: ze levert ons voedsel, water, zuivere lucht, grondstoffen en geneesmiddelen. Bovendien vinden we er rust en ontspanning. Maar menselijke activiteiten laten hun sporen na: we verstoren en veranderen het landschap vaak ingrijpend.

Ga naar iDiddit en ontdek hoe de mens het landschap soms sterk verstoort.

2 OP ONDERZOEK

De natuur voorziet ons voortdurend van allerlei producten en diensten. Sommige zijn duidelijk zichtbaar, andere merk je minder snel op. Deze producten en diensten die de natuur ons levert, kunnen we indelen in drie groepen.

1 De producerende diensten leveren tastbare producten, zoals voedsel, hout en drinkwater.

2 De regulerende diensten regelen de processen die de aarde draaiende houden, zoals lucht en water zuiveren, bloemen bestuiven, plagen bestrijden of het klimaat regelen.

3 De culturele diensten zorgen voor een plek voor beleving, ontspanning, bezinning en gezondheid.

Al deze producten en diensten die de natuur ons geeft, noemen we ecosysteemdiensten

Fig. 1.1 De natuur levert voedsel, water, hout ... = producerende dienst
Fig. 1.2 De natuur regelt bv. de bestuiving van planten = regulerende dienst
Fig. 1.3 De natuur zorgt voor ontspanning = culturele dienst

De mens geniet dagelijks van de voordelen van deze ecosysteemdiensten (fig. 1.4). Daarom moeten we met de natuur en haar diensten duurzaam omgaan en haar zo min mogelijk belasten. Doen we dat niet, dan kunnen menselijke activiteiten het leefmilieu ernstig verstoren.

producerende diensten

voedselproductie

hout, vezels, genetisch materiaal

culturele diensten

water voor ander verbruik groene recreatie cultuurerfgoed gezondheid en mentaal welzijn

drinkwater biomassa voor energie

kustbescherming

herstel van water-, bodem- en luchtkwaliteit

bodemvorming

bodemerosie afremmen bestuiving

natuurlijke bestrijding van plagen

regulerende diensten

Fig. 1.4 Diensten die de natuur ons levert (bron: Bassin de la Bourbre)

koolstof vasthouden

wateropslag

wetenschap en onderwijs

hitte-eilandeffect afremmen lawaai dempen, afremmen van wind

Er is sprake van uitputting wanneer het gebruik van een natuurlijke hulpbron te groot is of wanneer er te veel afval in het milieu terechtkomt. Dan kan de natuur zich moeilijk herstellen.

Daarom is het belangrijk om bewust om te gaan met natuurlijke hulpbronnen. Dat zijn alle stoffen uit de natuur die van economisch nut zijn en onmisbaar voor de mens, zoals water, vruchtbare grond, hout, aardolie en ertsen.

3 A AN DE SLAG

1 Het belang van duurzaamheid

Producten en diensten worden vaak verkregen op een manier die het milieu sterk belast. Ze zijn dus niet duurzaam. Bekijk de foto’s en beantwoord de vragen.

a Omcirkel per rij de foto die jou het meest duurzaam lijkt.

b Beargumenteer kort waarom je dat product of die dienst het meest duurzaam vindt.

2 Diensten die de natuur ons levert

We krijgen heel wat diensten van de natuur: ‘groene diensten’ komen van planten en dieren, ‘blauwe diensten’ van water. Bekijk het filmpje en kruis aan of het om een groene en/of blauwe dienst gaat.

groene dienstblauwe dienst

1 De gewassen worden tegen de wind beschermd.

2 Een natuurlijke rivier beschermt ons tegen overstromingen.

3 We kunnen heel wat leren over de natuur.

4 Waterplanten zuiveren water.

5 De planten slaan CO2 op en geven O2 af.

3 Uitputting van hulpbronnen

Bij overmatig gebruik van hulpbronnen veroorzaakt de mens de uitputting van het milieu. Welke oorzaken van uitputting zie je op de foto’s? Plaats het juiste nummer bij de bijbehorende foto.

1 aardolielekken

2 vervuilde grond door lozing van fabrieken

3 versnippering door wegen en bebouwing

4 Soorten ecosysteemdiensten

4 overbemesting

5 onverantwoord kappen van bossen

6 plastic komt in de zee terecht

Kun jij afleiden om welke dienst het gaat? Vul de juiste ecosysteemdienst aan. producerend – regulerend – cultureel

1 Bomen en oceanen nemen CO2 uit de lucht op.

2 In de vruchtbare Nijldelta zorgen het unieke klimaat en de rijke grond voor de teelt van Egyptisch katoen.

3 Onze klas gaat op excursie naar de Ardennen.

4 Lieveheersbeestjes helpen bij de bestrijding van plagen zoals bladluizen en mijten.

5 Bossen leveren hout voor de bouw en de papierproductie.

4 TEST JEZELF

1 Diensten die de natuur ons levert

 2 Oorzaken van uitputting

SYNTHESE

WE SHOPPEN IN DE NATUUR

©VANIN

producerende diensten

voedselproductie

hout, vezels, genetisch materiaal

groene recreatie

water voor ander verbruik

drinkwater

biomassa voor energie

kustbescherming

herstel van water-, bodem- en luchtkwaliteit

culturele diensten

cultuurerfgoed gezondheid en mentaal welzijn wetenschap en onderwijs

bodemvorming

bodemerosie afremmen bestuiving

natuurlijke bestrijding van plagen

regulerende diensten

koolstof vasthouden

wateropslag

hitte-eilandeffect afremmen lawaai dempen, afremmen van wind

ECOSYSTEMEN LEVEREN ONMISBARE PRODUCTEN EN DIENSTEN

Deze diensten hebben een economische waarde.

Bij overmatig gebruik treedt uitputting van het ecosysteem op.

2 GRENZEN AAN DE GROEI

©VANIN

KERNVRAAG

HOE KUNNEN WE BINNEN DE GRENZEN VAN DE AARDE

VOORZIEN IN DE BEHOEFTEN VAN IEDEREEN?

1 CHECK-IN

De mens kan niet zonder de natuur: we maken uitgebreid gebruik van van wat zij ons geeft. We zetten bossen om in landbouwgrond, richten steden op, bepalen de loop van rivieren, boren tunnels door bergen en leggen eilanden aan. We ontginnen grondstoffen, kappen bomen, verplaatsen aarde, bouwen huizen en telen gewassen.

Maar is er genoeg voor iedereen en hoeveel kan onze aarde aan? Ga naar iDiddit en toets je kennis: welke uitspraken over wat de natuur ons levert zijn juist, en welke niet?

2 OP ONDERZOEK

1 De balans tussen mens en natuur

De mens verandert de aarde ingrijpend. Figuur 1.5 toont dat de antropogene massa (alles wat door mensen gemaakt is: huizen, wegen, fabrieken stadions, goederen …) de biomassa (alle levende wezens samen, inclusief planten, dieren, bacteriën én de mens) sinds 2020 overtreft.

De mens heeft een zeer grote en blijvende invloed op de aarde. In dit tijdperk is de mens de grootste kracht op aarde die het landschap en het milieu verandert.

Fig. 1.5 Evolutie antropogene massa en biomassa (in teraton)
Fig. 1.6 De balans tussen mens en natuur is uit evenwicht.

De ecologische voetafdruk (EVA) is de totale oppervlakte aan land en water die nodig is om alles te produceren wat wij verbruiken én al ons afval te verwerken.

Het is onze vraag naar hulpbronnen.

De biocapaciteit (BC) is hoe goed de natuur hernieuwbare hulpbronnen (water, zuivere lucht …) opnieuw kan produceren én het afval dat daarbij ontstaat kan verwerken.

Het is het aanbod van hulpbronnen.

Beide begrippen worden uitgedrukt in globale hectaren (gha) zodat personen, bedrijven, regio’s en landen met elkaar vergeleken kunnen worden.

In 2025 was de gemiddelde EVA per bewoner op aarde 2,7 globale hectaren (gha).

De wereldwijd beschikbare BC ligt rond de 1,5 globale hectaren (gha) per persoon.

De vraag van een gemiddelde wereldburger is dus groter dan het aanbod.

3 OVERSCHOT OF TEKORT?

België kent een groot ecologisch tekort (fig. 1.8). De ecologische voetafdruk is zeer groot (in 2024 ongeveer 5,4 gha per persoon), terwijl de biocapaciteit zeer laag is (ongeveer 1 gha per persoon). Dit betekent dat België veel meer natuurlijke hulpbronnen verbruikt en afval produceert dan het eigen grondgebied kan leveren en verwerken.

Ons land is dichtbevolkt. We wonen relatief dicht op elkaar, verbruiken veel energie (voornamelijk afkomstig van fossiele brandstoffen) en doen aan intensieve landbouw, die bodemdegradatie veroorzaakt. We consumeren ook veel goederen en diensten. Dat zorgt voor een grote vraag naar natuurlijke hulpbronnen en een grote hoeveelheid afval.

ecologische voetafdruk per persoon biocapaciteit per persoon

België (2024) bbp per persoon $ 55,924 bevolking 11 715 800

biocapaciteit per persoon 1,0 gha – = ecologische voetafdruk per persoon 5,4 gha

biocapaciteit: reserve (+) of tekort (-) –4,4 gha

Ecologische voetafdruk en biocapaciteit in België

Fig. 1.7 Verband tussen de ecologische voetafdruk en de biocapaciteit
Fig. 1.8

Geïmporteerde ontbossing

België heeft een ecologisch tekort: het verbruikt meer natuurlijke hulpbronnen én produceert meer afval dan het eigen ecosysteem duurzaam kan leveren en verwerken. Zo is ons land sterk afhankelijk van import van hulpbronnen uit het buitenland. België voert ook een grote hoeveelheid land- en bosbouwproducten in.

Het gevolg daarvan is dat in de uitvoerende landen het risico op ontbossing ontstaat. Op die manier leveren wij een grote bijdrage aan mondiale milieuproblemen zoals klimaatverandering en verlies van biodiversiteit.

Hout en papier, soja, cacao en palmolie zijn de vier belangrijkste geïmporteerde basisproducten die de grootste voetafdruk in risicogebieden veroorzaken (fig. 1.9).

©VANIN

Welke producten die door België worden ingevoerd, vormen de grootste risico’s voor bossen?

4,6M ha

Totaal ingenomen oppervlakte (1 boom = 100 000 ha)

Risicogebieden

ha

ha

ha

ha

M EER DAN 3×

zo groot als ons land (10,4 miljoen hectare), dat is de oppervlakte die nodig is om aan de Belgische vraag naar voldoen.

40 %

van deze gebieden bevindt zich in landen waar tropische bossen met hoge snelheid worden vernietigd.

Fig. 1.9 Belangrijkste importproducten die elders voor ontbossing zorgen (bron: WWF)

ha

ha

De aarde heeft een beperkt herstelvermogen. Als de mens meer vraagt dan de natuur kan leveren, raakt het evenwicht verstoord. Wetenschappers onderzoeken daarom of we binnen de draagkracht van de aarde leven. Ze gebruiken daarvoor verschillende modellen en concepten, zoals de planetaire grenzen en het Donutmodel. Die maken duidelijk hoe groot onze ecologische voetafdruk is en hoe we de welvaart beter kunnen verdelen.

5.1 PLANETAIRE GRENZEN

Alles op aarde werkt samen in een kwetsbaar evenwicht dat leven mogelijk maakt. Bevolkingsgroei en vooral de toenemende wereldwijde consumptie brengen dit aardse systeem uit evenwicht. De draagkracht van de aarde betekent dat de natuur ook grenzen kent: hoeveel invloed kan de mens uitoefenen voordat het natuurlijke evenwicht verstoord raakt?

Om dit te kunnen weten, bedachten wetenschappers het idee van de planetaire grenzen. Zij onderzochten negen grote milieuproblemen en bepaalden voor elk een veilige grens. Wanneer we deze grenzen overschrijden, lopen we het risico dat het milieu op aarde snel en blijvend verandert. We moeten binnen deze negen veilige grenzen blijven om de voordelen van de natuur (hulpbronnen) te kunnen blijven gebruiken.

Uit een recent onderzoek (2023) blijkt dat we al zes van de negen planetaire grenzen hebben overschreden (fig. 1.10).

BIODIVERSITEITSVERLIES

VERANDERING LANDGEBRUIK

CO 2concentratie stralingsforcering

KLIMAATVERANDERING NIEUWE CHEMISCHE STOFFEN AANTASTING OZONLAAG

WATERSCHAARSTE

Fig. 1.10 Planetaire grenzen

LUCHTVERVUILING

OCEAANVERZURING

stikstof (N) fosfor (P)

OVERBEMESTING

1 klimaatverandering

= hoeveel CO2 we in de atmosfeer kunnen uitstoten voordat de temperatuur te sterk stijgt

2 nieuwe chemische stoffen

= nieuwe, schadelijke stoffen (plastics, zware metalen …) die we in het milieu brengen

3 aantasting van de ozonlaag

= hoeveel schadelijke gassen we uitstoten die de beschermende ozonlaag aantasten

4 luchtvervuiling

= fijne deeltjes (rook, stof …) in de lucht die de luchtkwaliteit en het klimaat beïnvloeden

5 verzuring van de oceanen

= hoeveel CO2 oceanen kunnen opnemen voordat ze te zuur worden en zeedieren schaden

6 overbemesting (stikstof & fosfor)

= hoeveel extra meststoffen we in de bodem en het water brengen

7 zoetwaterschaarste:

= hoeveel zoet water we uit rivieren, meren, … kunnen halen zonder het systeem te schaden

8 verandering in landgebruik

= hoeveel bos, moeras en natuur we mogen omzetten in landbouwgrond of stedelijk gebied

9 verlies aan biodiversiteit

= hoeveel dier- en plantensoorten en hoeveel natuur we maximaal mogen verliezen

De Engelse econome Kate Raworth merkte op dat het schema van de planetaire grenzen geen rekening hield met het welzijn van de bevolking. Zij ontwikkelde het Donutmodel, waarbij de buitenste rand (de buitenkant van de donut) het ecologische plafond is. Dit zijn de planetaire grenzen.

klimaatverandering

stikstof/fosfor overbemesting

5.3 GLOBAL NORTH VERSUS GLOBAL SOUTH

De binnenste rand is het sociale fundament of de drempel. Denk aan alle zaken die iedereen ter wereld nodig heeft om een goed leven te kunnen leiden. Dat zijn basisbehoeften, zoals genoeg voedsel, huisvesting, onderwijs, werk en een eerlijk inkomen.

Het doel is om in de donut te leven. Dat is de blauwe ruimte tussen de sociale drempel en het ecologische plafond.

In die blauwe ruimte: - heeft iedereen genoeg om van te leven (we vallen niet in het gat); - belasten we de aarde niet te veel (we vliegen niet uit de donut).

Een vergelijking tussen België en de Republiek Congo (Congo-Brazzaville) toont de verschillen tussen een land uit het Globale Noorden en een uit het Globale Zuiden (fig. 1.14). Beide landen staan niet los van elkaar. Het overschrijden van planetaire grenzen door landen zoals België heeft gevolgen voor landen zoals de Republiek Congo. De hoge consumptie en groeiende vraag naar grondstoffen, energie en landbouwproducten vanuit het Noorden stimuleren er bijvoorbeeld ontbossing voor houtkap of oliepalmplantages.

Fig. 1.11 Donutmodel met de planetaire en sociale grenzen
Fig. 1.13 Oliepalmplantage in de Republiek Congo
Fig. 1.12 Houtkap in Swaziland

België

SOCIAAL F U NDAMENT

ce o l o g i s

Republiek Congo

SOCIAAL F U NDAMENT

DQ ? EQ EM LS ? LE? NU SA IN EN SS ? ED ? zuiverwater s tiksto f ( N )

©VANIN

LS levenskwaliteit

LE gezondheidszorg

LS – levenskwaliteit

NU voldoende voedsel

LE – gezondheidszorg

SA sanitaire voorzieningen IN inkomen

ED onderwijs SS sociale voorzieningen

DQ politieke inspraak

IN – inkomen

EQ gelijkwaardigheid

EM werk en eerlijk inkomen

EN – toegang tot energie

LS levenskwaliteit LE gezondheidszorg NU voldoende voedsel

ED onderwijs SS sociale voorzieningen

DQ – politieke inspraak

EQ – gelijkwaardigheid

DQ politieke inspraak EQ gelijkwaardigheid EM werk en eerlijk inkomen

EN toegang tot energie

NU – voldoende voedsel

SA – sanitaire voorzieningen

ED – onderwijs

SA sanitaire voorzieningen IN inkomen EN toegang tot energie

SS – sociale voorzieningen

België overschrijdt heel wat planetaire grenzen (CO2-uitstoot, overbemesting ...), maar scoort goed bij de sociale fundamenten.

EM – werk en eerlijk inkomen

De bijdrage van de Republiek Congo (CongoBrazzaville) aan planetaire overschrijdingen, zoals CO2-uitstoot, is eerder laag.

Maar dat land is zeer kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit. Dat is voor een groot deel het gevolg van ontbossing van het regenwoud.

Vandaar de rode zone bij verandering in landgebruik. De Republiek Congo kampt bovendien met ernstige tekorten op heel wat sociale fundamenten, zoals sanitaire voorzieningen, toegang tot energie ...

Fig. 1.14 Vergelijking tussen België (links) en de Republiek Congo (rechts)

1 De ecologische voetafdruk

Hoe kunnen we weten of we duurzaam leven? Onderzoek de ecologische voetafdruk.

a Bekijk het filmpje over de ecologische voetafdruk bij het onlinelesmateriaal.

-Hoe omschrijft professor Mathis Wackernagel de ecologische voetafdruk? Vul aan.

De ecologische voetafdruk geeft weer hoeveel iemand of een hele gemeenschap nodig heeft om in zijn te voorzien en het dat erbij hoort te verwerken.

-Het filmpje dateert uit 2007. Hoeveel mensen leefden toen op aarde?

b Zoek online op hoeveel mensen er vandaag leven.

-dag / maand / jaar:

-aantal inwoners:

c Zoek op hoeveel ecologisch productieve oppervlakte (in gha) beschikbaar is.

-op aarde:

-per inwoner:

d Bereken online je eigen ecologische voetafdruk.

-jouw resultaat:

-Hoeveel hoger / lager ligt die ten opzichte van het wereldgemiddelde?

2 Biocapaciteit en ecologische voetafdruk van de aarde

Onderzoek de biocapaciteit (BC) en de ecologische voetafdruk (EVA) van de aarde.

ecologische voetafdruk per persoon biocapaciteit per persoon

1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 4,5 5,0 1965

Biocapaciteit en ecologische voetafdruk van de aarde 0

WERELD (2024) bbp per persoon $ 13,428 bevolking 8 118 839 808 globale hectares (gha) per persoon

biocapaciteit per persoon gha – = ecologische voetafdruk per persoon gha

biocapaciteit: reserve (+) of tekort (-) gha 1970 1975 198019851990199520002005 2010 2015 2020

a Vanaf welk jaar verbruikte de wereldbevolking meer dan de natuur kon produceren en verwerken?

b Vul op de figuur de waardes in van de BC en EVA van de aarde voor het jaar 2024.

c Markeer wat juist is: De aarde heeft nog reserve / een tekort.

3 Biocapaciteit en ecologische voetafdruk in enkele landen

Onderzoek de biocapaciteit (BC) en de ecologische voetafdruk (EVA) van vier landen. Vul de tabel volgens de instructies aan. De rode curve toont de evolutie van de EVA per persoon, de groene die van de BC.

a Koppel de juiste landen aan de juiste grafiek.

China – Brazilië – Verenigde Staten – Zweden

b Plaats de juiste nummers bij de figuur en motiveer zo je keuze.

1 zeer hoge EVA (veel consumptie), BC redelijk groot (nog vrij veel natuur)

2 kleine EVA (lagere welvaart), maar sterke afname BC door o.a. ontbossing

3 hoge EVA (hoge welvaart), maar BC hoger (dunbevolkt, veel natuur). BC daalt wel.

4 snelle toename EVA door stijgende welvaart en consumptie in de laatste 20 jaar

ecologische voetafdruk per persoon biocapaciteit per persoon

19801985199019952000 2005 2010 2015 2020 ecologische voetafdruk per persoon biocapaciteit per persoon

biocapaciteit per persoon 0,7 gha

Land? Reden?

19701975 19801985199019952000 2005 2010 2015 2020

biocapaciteit per persoon 3,7 gha

Land? Reden?

Land? Reden?

Land? Reden?

= ecologische voetafdruk per persoon 7,5 gha

biocapaciteit: reserve (+) of tekort (-) –3,8 gha

een verband met corruptie, landroof, het niet respecteren van de rechten van de inheemse bevolking en schending van de rechten van werknemers.

4 Geïmporteerde ontbossing

Dit rapport bepaalt niet precies uit welke regio's de Belgische importproducten afkomstig zijn en het is dus onmogelijk om precies te weten waar de impact van de Belgische handelsactiviteiten zich laat voelen. Gezien de omvang van de oppervlakten in gebieden met een hoog risico is het echter zeer waarschijnlijk dat onze invoer verband houdt met ontbossing. De toenemende vraag, het gebrek aan investeringen in verantwoorde productie, en niet-duurzame consumptiepatronen vergroten het risico op druk op bossen en andere natuurlijke ecosystemen nog meer.

Onderzoek de staafdiagrammen. In de tabel hieronder staan regio’s met een hoog risico op ontbossing. Noteer bij elke regio het belangrijkste basisproduct dat België invoert

Belgische voetafdruk in landen met een hoog en zeer hoog risico op ontbossing

Huile de palme

Brésil

Côte d'Ivoire

Argentine

Indonésie

Fédération

russe

Malaisie

Chine

Nigéria

Paraguay

Pérou

Colombie Honduras Equateur

Papouasie Nouvelle-Guinée

Vietnam

Ouganda

Guatémala

Cameroun

Ethiopie

Bois et pâte à papier Cacao

IVOORKUST 776 000 ha

Bœuf et cuir

BRAZILIË 949 000 ha

©VANIN

ARGENTINIË 525 000 ha

INDONESIË 517 000 ha

RUSLAND 485 000 ha

MALEISIË 181 000 ha

CHINA 174 000 ha

NIGERIA 159 000 ha

PARAGUAY 110 000 ha

PERU 59 000 ha

ECUADOR 57 000 ha

HONDURAS 46 000 ha

COLOMBIA 45 000 ha

PAPOEA-NIEUW-GUINEA 45 000 ha

VIETNAM 43 000 ha

OEGANDA 38 000 ha

GUATEMALA 15 000 ha

KAMEROEN 10 000 ha

ETHIOPIË 8 000 ha

Verband tussen ontbossing en Belgische import (bron: WWF)

01000002000003000004000005000006000007000008000009000001000000

1 Afrika

2 Zuid-Amerika

3 Rusland

4 Zuidoost-Azië

Palm Oil
Timber, pulp & paper
Soja
Palmolie
Cacao
Hout en papier
Rundvlees en leder
Natuurlijk rubber
Koffie
Sojabonen
Cacaovruchten

5 Planetaire grenzen

België draagt mee bij aan de aantasting van ecosystemen. Lees de vier korte nieuwsberichten en ontdek hoe. Leg daarna opnieuw de link met de figuur van de planetaire grenzen (fig. 1.10, p. 16).

a Noteer in de vakjes het nummer van de planetaire grens die onder druk komt te staan.

b Noteer onder het nieuwsbericht de aardse sfeer die bedreigd wordt.

c Kleur de vakjes groen bij de nieuwsberichten waarin het beter gaat met het systeem.

Al vijftig jaar vervuilen PFAS de Westerschelde:
“Eet er niet uit. Zwem er niet in.”

Vijftig jaar geleden begonnen PFAS in de Westerschelde te stromen, pas vijf jaar geleden bleek hoe die chemicaliën de rivier, haar oevers en het waterleven hebben vervuild. Nu geldt een visverbod.

“We hebben ons hierop miskeken.”

Bron: De Standaard, 15/02/2025

Er is weer te veel fijnstof: hout stoken wordt afgeraden

Door gebrek aan wind zal de fijnstofconcentratie minstens één dag te hoog zijn. De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) vraagt daarom geen hout te stoken. Wie extra gevoelig is voor luchtvervuiling, levert beter geen zware inspanningen.

Bron: De Standaard, 25/03/2025

Burgeronderzoek Watermonsters geeft zwemmers hoop: grote waterlopen

schoner dan verwacht

Onze rivieren en kanalen zijn opmerkelijk schoon, leert Watermonsters, het burgeronderzoek van De Standaard naar de waterkwaliteit in Vlaanderen en Brussel. Dat biedt kansen voor zwemmen in open water, wat in ons land nog altijd grotendeels verboden is. Tegelijkertijd zijn onze kleinere waterlopen er erg slecht aan toe.

Bron: De Standaard, 06/06/2025

Nog nooit zo weinig vlinders in Vlaanderen:

“Aantal in 30 jaar tijd gehalveerd”

Nog nooit waren er zo weinig vlinders als dit jaar in Vlaanderen. Dat blijkt uit een studie van Natuurpunt. De droogte van de afgelopen jaren, versnipperde natuurgebieden en de grote hoeveelheid stikstof zouden de boosdoeners zijn. Zelfs het kletsnatte voorjaar heeft de negatieve trend niet kunnen keren. Voor soorten die het al moeilijk hebben, kan zo’n slechte periode het einde betekenen.

Bron: VRT NWS, 09/07/2024

6 Het Donutmodel

Het Donutmodel van Kate Raworth toont hoe landen presteren op sociaal welzijn en hun impact op het milieu. De ideale plek om te leven is het ‘eetbare’ gedeelte ertussenin.

Noteer eerst Bangladesh, Costa Rica, Japan en Egypte op de juiste plek op de referentiekaart van de wereld. Vergelijk daarna hun donuts en beantwoord de vragen.

a Plaats de namen van de landen bij de juiste donut.

b Plaats de letters van onderstaande kenmerken bij het overeenstemmende land.

A lichte overschrijding van de planetaire grenzen

B levenskwaliteit en politieke inspraak eerder zwak

C basisbehoeften zeer goed

D meestal goed – meer gelijkheid (arm-rijk) nodig

c Welk land komt het dichtst bij de ideale donut?

Naam land:

Ecologisch:

©VANIN

ecologisch plafond

Sociaal:

Naam land:

Ecologisch:

4 TEST JEZELF

Sociaal:

 1 Biocapaciteit en ecologische voetafdruk

2 Planetaire grenzen en het Donutmodel

E waterproblemen (bv. in woestijn)

F zware overbelasting van de planeet

G basisbehoeften zwaar onvoldoende

H weinig belasting van milieu maar kwetsbaar

Naam land:

Ecologisch:

Sociaal:

Naam land: Ecologisch:

sociaal fundament

SYNTHESE

begrip uitleg belang

antropogene massa  biomassa

ecologische voetafdruk (EVA)

©VANIN

alles wat de mens maakte, weegt nu meer dan al het leven op aarde

oppervlakte (land en zee) die nodig is om te voorzien in consumptie en afvalverwerking; wordt uitgedrukt in globale hectaren (gha)

biocapaciteit (BC) beschikbare natuurlijke oppervlakte die hernieuwbare hulpbronnen levert en afval verwerkt; de draagkracht van de aarde

huidige toestand de aarde levert per persoon ca. 1,5 gha (BC), maar we verbruiken gemiddeld 2,6 gha p.p. (EVA)  1,7 aardbollen nodig

ongelijke verdeling

consumptie verschilt sterk: een Belg leeft alsof hij 4 aardes heeft, veel Afrikaanse landen < 1

toont de enorme invloed van de mens op de aarde

geeft de vraag van de mens naar de natuur weer

geeft het aanbod van de natuur weer

toont dat de mens boven de draagkracht van de aarde leeft

benadrukt de ongelijke verdeling en gedeelde verantwoordelijkheid de planetaire grenzen negen milieugrenzen waarbinnen de mens veilig kan leven en zich kan ontwikkelen

overschrijding van grenzen brengt evenwicht van de aarde in gevaar het Donutmodel model met een sociaal fundament (basisbehoeften) en een ecologisch plafond (planetaire grenzen)

streeft naar welzijn binnen ecologische grenzen i.p.v. oneindige economische groei

BIODIVERSITEITSVERLIES

VERANDERING LANDGEBRUIK

KLIMAATVERANDERING NIEUWE CHEMISCHE STOFFEN

AANTASTING OZONLAAG

LUCHTVERVUILING

OCEAANVERZURING

OVERBEMESTING WATERSCHAARSTE

klimaatverandering biodiversiteitsverlies

thcark inkomen jobs energie gelijkheid inspraak sociale nieuwechemischestoffen zui

SOCI A L E D R E MPEL veiligeenrechtvaardige ruimte voordemensheid inclusieveenduurzame economischeontwikkeling

stikstof/fosfor overbemesting de planetaire grenzen het Donutmodel

3 HET KAN ANDERS!

KERNVRAAG

HOE ZORGEN WE DAT IEDEREEN

GENOEG HEEFT ZONDER DE AARDE UIT TE PUTTEN?

1 CHECK-IN

We staan dus voor een pak uitdagingen, maar gelukkig is er ook heel wat wetenschappelijk bewijs dat we de overgang naar een meer duurzame wereld aankunnen. Maar dan moeten alle neuzen wel in dezelfde richting staan: bijna 200 landen moeten afspraken maken en samenwerken.

Stel je voor: je zit opgesloten in Biosphere 2, een mini-aarde in de woestijn in Arizona (VS). Er komt geen lucht, water of voedsel van buitenaf meer binnen. Alles wat je nodig hebt om te overleven, moet je delen met je groep. Hoelang houd jij het vol … en welke regels durf jij af te spreken? Ga naar iDiddit en test het uit.

2 OP ONDERZOEK

1 Duurzame ontwikkelingsdoelen

Van de 196 internationaal erkende onafhankelijke staten hebben 193 landen zich verenigd binnen de Verenigde Naties. Deze landen werken samen aan een betere wereld waarin niemand achterblijft.

Bekijk het filmpje via iDiddit en ontdek op welke manier ze dat doen.

Fig. 1.15 Biosphere 2 in Arizona (Verenigde Staten)

Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de behoeften van toekomstige generaties, zowel hier als in andere delen van de wereld, in gevaar te brengen.

In september 2015 werden de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen of Sustainable Development Goals (SDG’s) aangenomen door de algemene vergadering van de Verenigde Naties (VN). De 17 SDG’s vormen een actieplan om tegen 2030 armoede uit de wereld te bannen en de planeet op een duurzame manier te beschermen.

De SDG’s bevatten uitdagingen waarmee iedereen geconfronteerd wordt, zoals armoede, afvalbeheer, gezondheid, scholing, energie … Ze zijn opgebouwd volgens vijf grote, universele pijlers (fig. 1.16).

Fig. 1.16 Duurzame ontwikkelingsdoelen

De SDG’s richten zich op overheden, bedrijven, scholen, universiteiten en wetenschappelijke instellingen, verenigingen, en op de burgers, waar ook ter wereld. De SDG’s bieden aan de gemeenten en organisaties een houvast om het verband te leggen tussen lokaal en globaal.

2 De vijf P’s

De duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) en de vijf P’s zijn eigenlijk twee kanten van dezelfde medaille. De vijf P’s geven een overzichtelijke indeling van de 17 SDG’s.

De vijf P’s staan voor:

People (mensen)zorgen voor een beter leven voor iedereen, zonder armoede of honger

Planet (planeet)aarde en milieu beschermen zodat er ook in de toekomst een gezonde planeet is Prosperity (welvaart)een goed leven kunnen leiden, met werk en innovatie, en zonder ongelijkheid

Peace (vrede) vreedzame en rechtvaardige samenlevingen creëren waarin iedereen veilig is Partnership (samenwerking) samenwerking tussen alle landen en organisaties om deze doelen te bereiken

DUURZAME ONTWIKKELING

1 Het duurzaamheidsrapport van de wereld

De duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) zijn wereldwijd belangrijk, maar landen boeken niet op elk doel evenveel vooruitgang. Vergelijk de SDG-scores en onderzoek waardoor die verschillen ontstaan.

a Lees de omschrijvingen en antwoord met het nummer van de SDG.

-Welke SDG wordt het meest beïnvloed door wereldwijde conflicten?

-Welke twee SDG’s houden direct verband met klimaatverandering?

-Welke SDG richt zich op gedragsverandering van consumenten?

-Voor welke SDG is het tegengaan van ontbossing en degradatie van landbouwgrond een uitdaging?

-Onder welke SDG valt het verminderen van moeder- en kindersterfte en ziekten zoals hiv en malaria?

b Ga via het onlinelesmateriaal naar het SDG-dashboard. Raadpleeg de totaalscore of klik onderaan op de afzonderlijke SDG’s om de antwoorden te vinden.

-Welke regio staat het best gerangschikt in termen van totale vooruitgang op de SDG’s?

 Noord-Europa

 Latijns-Amerika

 Noord-Amerika

 Oost-Azië

- Waarom scoort Sub-Sahara-Afrika zo sterk op SDG 12 (Verantwoorde consumptie en productie)?

 In deze regio wordt het afval zeer goed gerecycleerd.

 De fabrieken stoten minder fijnstof uit.

 Door het lage inkomen van de bevolking worden er minder producten verkocht.

- Wat valt niet onder SDG 11 (Duurzame, veilige en veerkrachtige steden en gemeenschappen)?

 vermindering van de stedelijke bevolking in sloppenwijken

 voorlichting en gezinsplanning

 afname van het gehalte aan fijnstof

 gemakkelijkere toegang tot het openbaar vervoer

c Bekijk opnieuw de kaart met de totaalscore en rangschik de landen van goed naar slecht bij de gegeven SDG’s.

SDG bereikt

Er blijven uitdagingen bestaan.

Er blijven grote uitdagingen bestaan.

Er blijven grote uitdagingen bestaan. informatie niet beschikbaar

- SDG 4: België - China - DR Congo - Zuid-Afrika

- SDG 5: India - Peru - Spanje - Verenigde Staten

- SDG 7: China - Finland - Turkije - Saoedi-Arabië

d Reflecteer: Wat is volgens jou de belangrijkste oorzaak van de verschillen tussen landen?

2 Duurzaamheid in eigen gemeente

Lokale overheden, zoals gemeenten, hebben een belangrijke rol bij de realisatie van de SDG’s. Ze vertalen de doelen naar concrete acties en beleid op lokaal niveau. Raadpleeg bij het onlinelesmateriaal de uitleg over het ‘Prestatiekwadrant van een gemeente’. Los met behulp van de SDG-monitor de vragen op.

a Hoeveel bedraagt de algemene score voor Vlaanderen?

b Klik op jouw gemeente. Wat is de SDG Index Score van je gemeente?

c Markeer wat juist is. Die is beter dan / ongeveer gelijk aan / slechter dan het Vlaamse gemiddelde.

d Onderzoek je eigen gemeente. Noteer, indien mogelijk, 3 SDG’s waarvoor jouw gemeente het beter doet dan gemiddeld en de verwachting overtreft (kwadrant rechtsboven).

e Noteer, indien mogelijk, 3 SDG’s waarvoor jouw gemeente het slechter doet dan gemiddeld en ook onder de verwachting blijft (kwadrant linksonder).

f Bedenk een tip voor jouw gemeente om een minder goed scorende SDG te verbeteren.

3 SDG’s op school

Wat ondernemen jullie op school om de SDG’s te realiseren? Overleg samen.

a Aan welke doelen werken jullie al op school? Noteer de SDG’s en leg uit.

b Welke SDG’s vragen om actie? Wat zouden jullie met de klas kunnen doen?

4 SDG’s in je eigen leefwereld

Hieronder zie je enkele manieren om je eigen ecologische voetafdruk te verkleinen. Aan welke SDG’s werk je dan? Bestudeer de infografiek en beantwoord de vragen.

DRINK KRAANTJESWATER

Flessenwater is 150 tot 500 keer zo duur als kraantjeswater.

NEEM EEN DOUCHE

Het gemiddelde waterverbruik in Vlaanderen is 110 liter per dag.

VOER EEN VEGGIEDAG IN Bos vrijmaken voor weiland is verantwoordelijk voor 60 % van de ontbossing in het Amazonewoud. Voor 1 kg vlees is gemiddeld 7 kg graan nodig.

1 kg rundvlees = 5 000 – 20 000 liter water

1 kg tarwe = 500 - 4 000 liter water

Infografiek ‘Hoe beheers je jouw EVA?’

NEEM DE FIETS

Fietsen gaat drie keer zo snel als stappen.

Fiets 30 km per week en je bespaart € 150 per jaar. Na 1 uur fietsen heb je 5 cupcakes verbruikt.

EET WAT JE KOOPT

De Vlaming eet jaarlijks 445 kg voedsel (zonder drank). Hij verspilt daarbij 13 tot 25 kg voedsel. Gemiddeld bedraagt de ‘voedsel-verspillingsafdruk’ 19 tot 29 m2 per Vlaming of in totaal 11 800 tot 17 900 ha.

a Welke SDG’s worden hier voorgesteld? Tot welke van de 5 P’s behoren ze vooral?

b Kies een SDG uit de pijler ‘people’ die jij belangrijk vindt.

c Welke actie zou je hiervoor kunnen ondernemen?

d Bedenk een slogan voor je actie.

4 TEST JEZELF

 1 SDG’s in de wereld

 2 SDG’s in jouw gemeente

SYNTHESE

• 2015: de Verenigde Naties namen de SDG’s (Sustainable Development Goals) aan om de armoede uit te bannen en de planeet te beschermen.

• 17 doelen – 5 P’s: People, Planet, Prosperity, Peace en Partnership

• 193 landen zetten deze doelen om in beleid, van nationale regeringen tot lokale besturen.

• Bedrijven en organisaties dragen dagelijks bij aan een duurzamere, eerlijkere wereld.

• Iedereen kan meewerken door bewuste, duurzame keuzes te maken.

• 2030: het streefdoel is om alle SDG’s te realiseren tegen dat jaar. DUURZAME

BEGRIPPENLIJST

WAT KAN DE AARDE VERDRAGEN?

hoofdstuk begrip definitie

2 het aardse systeem geheel van onderdelen van de aarde die elkaar beïnvloeden en op oneindig veel manieren samenwerken

2 antropogeen door de mens veroorzaakt of van menselijke oorsprong

2 de basisbehoefte wat een mens nodig heeft om te overleven en een menswaardig bestaan te leiden (bv. water, voedsel, werk, onderwijs)

2 de biocapaciteit het vermogen van een bepaald biologisch productief gebied om hernieuwbare hulpbronnen te leveren en afval te verwerken

2 de biomassa het totale gewicht van alle levende organismen (bacteriën, planten, dieren en mensen) bij elkaar

1 culturele diensten voordelen of mogelijkheden op het vlak van recreatie, ontspanning, kennis, inspiratie en spiritualiteit

2 de bodemdegradatie de achteruitgang of aftakeling van bodem, natuur of milieu

2 het Donutmodel model dat een evenwicht zoekt tussen basisbehoeften (sociaal fundament of drempel) en de draagkracht van de aarde (ecologisch plafond)

2 de draagkracht het vermogen van de natuur om de gevolgen van menselijk ingrijpen op te vangen zonder het evenwicht te verstoren

1 duurzaam zo geproduceerd dat milieu en natuur zo weinig mogelijk belast worden

3 de duurzame ontwikkeling voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de behoeften van toekomstige generaties (over de hele wereld) in gevaar te brengen

3 de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen

17 VN-doelen voor een duurzame en rechtvaardige toekomst voor iedereen; doel is om uitdagingen zoals armoede, klimaat, ongelijkheid ... aan te pakken

2 het ecologische plafond bovengrens in het Donutmodel; de negen planetaire grenzen die we niet mogen overschrijden om de aarde leefbaar te houden

2 de ecologische voetafdruk (EVA)

oppervlakte land en zee die nodig is voor consumptie en afvalverwerking, uitgedrukt in globale hectaren (gha)

1 de ecosysteemdiensten alle voordelen zoals diensten en producten die ecosystemen aan de mens en de samenleving leveren

2 de geïmporteerde ontbossing ontbossing in andere landen door invoer van producten (bv. soja, palmolie)

2 globale hectare (gha) meeteenheid voor EVA en biocapaciteit: 1 hectare land- of zee-oppervlakte met een biologische productiviteit gelijk aan het wereldgemiddelde

2 het Globale Noorden de rijke, geïndustrialiseerde landen

2 het Globale Zuiden landen die zich nog ontwikkelen en vaak minder welvarend zijn

1 de natuurlijke hulpbron in de natuur aanwezige stof die van economisch nut is en onmisbaar voor de levenskwaliteit van de mens

2 de/het ozon ozon in de atmosfeer, ook wel ozonlaag genoemd, neemt een belangrijk deel van de schadelijke ultraviolette straling van de zon op

WAT KAN DE AARDE VERDRAGEN?

hoofdstuk begrip definitie

2 de planetaire grenzen de negen grenzen waarbinnen de mens moet blijven om duurzaam gebruik te kunnen blijven maken van de hulpbronnen van de aarde

1 producerende diensten tastbare, materiële producten zoals voedsel, drinkwater of hout

1 regulerende diensten natuurlijke processen zoals klimaatregeling, waterzuivering, bestuiving …

3 de SDG’s of Sustainable Development Goals; zie duurzame ontwikkelingsdoelstellingen

2 de sociale grenzen grenzen waarbinnen iedereen de mogelijkheid heeft menswaardig te leven

2 het sociale fundament ondergrens of drempel in het Donutmodel; de basisbehoeften van de mens, zoals voedsel en onderwijs, waaronder niemand zou mogen zakken

1 de uitputting wanneer natuurlijke hulpbronnen of het milieu zo belast worden dat de natuur zich nog moeilijk kan herstellen

Een veranderend klimaat

OP EXPEDITIE

©VANIN

KERNVRAAG

HOE KUNNEN WE DE WERELD INDELEN IN KLIMAAT- EN VEGETATIEZONES?

1 CHECK-IN

Overal op aarde ziet de natuur er anders uit. Maar hoe komt dat? Waarom groeien er palmbomen in Miami en naaldbomen in Zweden? We trekken eropuit voor een klimaatexpeditie en focussen ons op een aantal plaatsen verspreid over de hele wereld. Ga naar iDiddit om die plaatsen te situeren.

2 OP ONDERZOEK

Het klimaat is de gemiddelde toestand van het weer over een lange periode (meestal 30 jaar) en in een groot gebied. Figuur 2.1 brengt de klimaten en vegetatiezones op het noordelijk halfrond in beeld.

We werken met een vereenvoudigde klimaatindeling die zich baseert op de klimaatindeling van Köppen. Die vertrekt van de verschillen in vegetatie in de wereld (tropisch regenwoud, woestijn, zomergroen loofwoud …). De Russisch-Duitse geograaf Wladimir Köppen vroeg zich af waarom verschillende planten op bepaalde plaatsen wel of juist niet groeien. Hij kwam erachter dat dat te maken heeft met drie factoren: de gemiddelde temperatuur (per jaar, van de warmste maand, van de koudste maand), de gemiddelde neerslag (per jaar) en het seizoen waarin de neerslag valt. De kaart op pagina 36 toont een vereenvoudigde versie van zijn klimaatsysteem.

ijswoestijn toendra Tw = 10 °C

Tk = 18 °C noordpoolcirkel

Kreeftskeerkring evenaar

taiga gemengd woud zomergroen loofwoud woestijn KOUD GEMATIGD

savanne tropisch regenwoud hardbladige vegetatie/steppe

droge klimaten: Nj < 400 mm Tk: temperatuur koudste maand Tw: temperatuur warmste maand

Fig. 2.1 Grote indeling van de klimaten en vegetatiezones op het noordelijk halfrond

1 Klimaat- en vegetatietypes

We reizen de wereld rond om ons te verdiepen in de spreiding van en de samenhang tussen vegetatietypes en klimaatgebieden. Noteer je bevindingen in de synthesetabel

a Situeer de plaatsen uit de tabel op de klimaatkaart van de wereld (p. 36).

b Gebruik de legende bij de klimaatkaart van de wereld om het klimaattype (eerste kolom) en het vegetatietype (tweede kolom) van elke plaats te noteren.

c Lees nu de omschrijvingen van de vegetatie (derde kolom) en vergelijk met de vegetatie op de foto’s (p. 37). Noteer in de laatste kolom het nummer van de foto die overeenstemt.

klimaat

vegetatie omschrijving van de vegetatie foto

Alert grassen, mossen en kruiden; geen boomgroei mogelijk door de koude temperatuur

Jakoetsk enkel naaldbomen; te koud voor de groei van loofbomen (met uitzondering van berken)

Astana enkel grassen; boomgroei ontbreekt door de droogte

Plymouth loofbomen die hun bladeren verliezen tijdens de wintermaanden door de koude

Izmir lage bomen, struiken en kruiden met lederachtige bladeren door droogte tijdens de zomermaanden

Tamanrasset enkel aan de droogte aangepaste planten zoals cactussen

Bamako grasland met verspreide bomen en struiken; door droogte tijdens de zomer wordt de groeiperiode onderbroken

Manaus weelderige plantengroei met verschillende kruinlagen en reusachtige bomen; het hele jaar door warm en vochtig

Noordelijke IJszee

noordpoolcirkel

Stille/Grote Oceaan

Middellandse Zee Noordzee

NOORD-AMERIKA

Kreeftskeerkring evenaar

Atlantische Oceaan

Indische Oceaan

Steenboks keerkring

ZUID-AMERIKA

Zuidelijke IJszee

zuidpoolcirkel

warm klimaat met nat seizoen tropische savanne warm altijd nat klimaat tropisch regenwoud gebergte (>2000 m)

©VANIN

Stille/Grote Oceaan

Klimaatkaart wereld

warmgematigd altijd nat klimaat subtropisch regenwoud warmgematigd klimaat met natte winter hardbladige vegetatie van de subtropen warmgematigd klimaat met natte zomer subtropische savanne

ANTARCTICA

koelgematigd klimaat met koude winter gemengd woud koelgematigd klimaat met zachte winter loofbos koelgematigd klimaat met natte winter hardbladige vegetatie van de centrale middelbreedten

gematigd droog klimaat steppe gematigd altijd droog klimaat woestijn van de middelbreedten warm altijd droog klimaat woestijn van de tropen

0 op de evenaar 3000 km koud klimaat zonder dooiseizoen ijswoestijn koud klimaat met dooiseizoen toendra koudgematigd klimaat met strenge winter taiga

2 Klimatogrammen lezen

Analyseer de klimatogrammen op p. 39. Gebruik de klimaatkaart of je atlas om elke plaats te situeren en bestudeer daarna de temperatuur en neerslag.

a In welk werelddeel ligt elke plaats? Duid per plaats het juiste werelddeel aan.

Noord-Amerika

- Alert:

- Jakoetsk:

- Astana:

- Plymouth:

- Izmir:

- Tamanrasset:

- Bamako:

- Manaus:

Zuid-Amerika

b Analyseer de klimaatgegevens van de klimatogrammen. Zet in de tabel telkens een kruisje bij de temperatuur én een kruisje bij de neerslag.

Alert

Jakoetsk

Astana

Plymouth

Izmir

Tamanrasset

Bamako

Manaus

Temperatuur

T: temperatuur in °C

Tw: warmste maandtemperatuur

Tk: koudste maandtemperatuur

Neerslag

N: neerslag in mm

Nj: jaarneerslag

D: aantal droge maanden (N < 2T)

JFMAMJJASONDJaar

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Bamako.ai

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Alert.ai

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Alert.ai

JFMAMJJASONDJaar

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Astana.ai

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Astana.ai

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Plymouth.ai

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Plymouth.ai

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Jakoetsk.ai

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Jakoetsk.ai

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Bamako.ai

SYNTHESE

ijswoestijn toendra Tw = 10 °C

Tk = 18 °C noordpoolcirkel

Kreeftskeerkring

©VANIN

KOUD GEMATIGD WARM

evenaar

taiga gemengd woud zomergroen loofwoud

tropisch regenwoud hardbladige vegetatie/steppe

woestijn

savanne

droge klimaten: Nj < 400 mm Tk: temperatuur koudste maand Tw: temperatuur warmste maand

2

HET VERSTERKT BROEIKASEFFECT

©VANIN

KERNVRAAG

HOE VEROORZAKEN MENSELIJKE

ACTIVITEITEN DE OPWARMING VAN DE AARDE?

1 CHECK-IN

De voorbije jaren leerde je al over het natuurlijk broeikaseffect en de verschillende broeikasgassen. Veel broeikasgassen komen op natuurlijke wijze voor in de atmosfeer en zorgen voor een gemiddelde temperatuur op aarde van 15 °C. Zonder die broeikasgassen zou de temperatuur -18 °C zijn. Wat weet je nog over het natuurlijk broeikaseffect? Zoek het uit in de ‘Check-in’ op iDiddit.

2 OP ONDERZOEK

1 Het versterkt broeikaseffect

Door het natuurlijk broeikaseffect is de gemiddelde temperatuur op aarde 15 °C. Maar door het vrijkomen van koolstofdioxide, methaan en lachgas door menselijke activiteiten wordt meer warmtestraling in de atmosfeer vastgehouden. Hierdoor ontsnapt er minder warmte naar de ruimte, waardoor de temperatuur op aarde stijgt. Dit noemen we het versterkt broeikaseffect (fig. 2.2).

reflectie door wolken en stofdeeltjes

albedo

warmtestraling vrijgegeven door de aarde absorptie van lichtstralen door het aardoppervlak

reflectie op het aardoppervlak

verlies van warmte in de ruimte

warmtestraling gevangen door broeikasgassen

omzetting van kortgolvige lichtstralen naar langgolvige warmtestralen

Fig. 2.2 Het versterkt broeikaseffect

De opwarming van de aarde zet het klimaatsysteem in beweging via terugkoppelingen of feedbacks. Een positieve terugkoppeling versterkt de opwarming, terwijl een negatieve terugkoppeling die net afremt. Deze mechanismen zorgen ervoor dat het systeem aarde voortdurend in beweging is.

2 Het albedo-effect

Een deel van de inkomende zonnestralen wordt vooral gereflecteerd door de wolken en het ijs op aarde (fig. 2.3). Dit is de albedo. Door het versterkt broeikaseffect daalt de hoeveelheid ijs op aarde, waardoor minder zonnestralen worden gereflecteerd. Daardoor zal de temperatuur nog meer stijgen. Dit is een voorbeeld van een positieve terugkoppeling.

©VANIN

3 Antropogene bronnen van broeikasgassen

De mens stoot broeikasgassen uit op verschillende manieren. Dat gebeurt vooral wanneer we energie verbruiken. Bij de verwarming van gebouwen en bij industriële activiteiten komen veel broeikasgassen vrij. Ook transport met bijvoorbeeld auto’s, vrachtwagens en vliegtuigen, speelt een grote rol in de uitstoot van broeikasgassen. In het cirkeldiagram zie je waardoor de uitstoot van de verschillende broeikasgassen wordt veroorzaakt (fig. 2.4).

non-ferrometalen 0,7%

landbouw en visserij 1,7 % energie in chemischeenpetrochemische industrie3,6%

ijzer en staal7,2% brandstofverbranding7,8% overige vanenergieproductie5,8% vluchtigeemissies

energieverbruikindeindustrie24 ,2 % cement 3 % chemicaliën 2,2 %

energieverbruik in gebouwen17,5% vervoer 16, 2 %

residentiële gebouwen10,9% wegtransport 11, 9 % andereindustrieë n 10 ,6 %

stortplaatsenafvalwater1,3%1,9% grasland0,1% akkerland1,4% ontbossing2,2% afbrandennaoogst3,5%rijstteelt1,3%landbouwgronden4,1% voedings-entabaksindustrie1% papier-enpulp industrie0,6%machine-industrie0,5% scheepvaartluchtvaart1,9% 1,7%pijplspoorwegen0,4% eidingen0,3%

Fig. 2.3 Het albedo-effect
Fig. 2.4 Antropogene bronnen van broeikasgassen

Er zijn verschillende broeikasgassen in onze atmosfeer. Die komen van nature voor, zoals je vorig jaar al hebt geleerd. Door menselijke activiteiten worden er echter steeds meer broeikasgassen uitgestoten. In de onderstaande tabel zie je op welke manieren de mens broeikasgassen uitstoot. Dit noemen we antropogene bronnen van broeikasgassen.

formulenaam menselijke uitstoot door … H2Owaterdampkoeltorens van elektrische centrales (thermische en nucleaire centrales)

CO2 koolstofdioxide- verbranding van fossiele brandstoffen (o.a. transport, verwarming op aardgas / stookolie) - ontbossing

CH4 methaan landbouw (rijstvelden, meststoffen, veeteelt)

N2Olachgas / distikstofoxide - landbouw (meststoffen) - chemische industrie - verbranding van fossiele brandstoffen

Interessant om weten

Er komen ook broeikasgassen vrij bij de opslag en verwerking van afval. Dat heeft onder meer te maken met methaan (CH4) dat vrijkomt op stortplaatsen en bij het zuiveren van afvalwater. Op sommige waterzuiveringsinstallaties wordt dit gas niet zomaar verbrand of uitgestoten, maar opgevangen als biogas en gezuiverd of verder opgewaardeerd tot biomethaan. Dat kan gebruikt worden als duurzame energiebron om bijvoorbeeld elektriciteit en warmte op te wekken.

Op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) van Antwerpen-Zuid zet Aquafin sinds 2021 het biogas dat ontstaat uit de vergisting van zuiveringsslib om in biomethaan, ofwel ‘groen gas’. Dit wordt geïnjecteerd in het aardgasnet. Zo wordt methaan niet verspild, maar omgezet tot nuttige groene energie. In 2025 nam Aquafin nieuwe biomethaaninstallaties in gebruik op RWZI’s in onder andere Gent en Genk.

3 A AN DE SLAG

1 Het versterkt broeikaseffect

Het vrijkomen van broeikasgassen door de mens veroorzaakt de verdere opwarming van de aarde. Bekijk het filmpje en voer de opdrachten uit.

reflectie door wolken en stofdeeltjes

albedo

absorptie van lichtstralen door het aardoppervlak

warmtestraling vrijgegeven door de aarde

reflectie op het aardoppervlak

verlies van warmte in de ruimte

warmtestraling gevangen door broeikasgassen

omzetting van kortgolvige lichtstralen naar langgolvige warmtestralen

a Omcirkel op de bovenstaande figuur de processen waarop de broeikasgassen een invloed hebben.

b Noteer bij elke cirkel die je hebt getekend of het versterkt broeikaseffect een versterkend (meer) of afzwakkend (minder) effect heeft op dat element.

2 Gevolgen voor het versterkt broeikaseffect

Het systeem aarde reageert op de klimaatverandering door middel van terugkoppelingen of feedbacks. Vul het causaal diagram aan.

a Zet bij de pijlen een + bij een versterkende relatie (de variabelen bewegen in dezelfde richting) en een – bij een verzwakkende relatie (de variabelen bewegen in tegengestelde richting).

broeikasgassen in de atmosfeer

temperatuur

weerkaatsing van zonnestralen hoeveelheid ijs op aarde

b Markeer in elke zin wat juist is.

albedo-effect

Als er meer broeikasgassen in de atmosfeer komen, dan zal de temperatuur dalen / stijgen

Hierdoor zal de hoeveelheid ijs op aarde dalen / stijgen

Een gevolg hiervan is dat de albedo op aarde daalt / stijgt, waardoor er minder / meer zonnestraling wordt weerkaatst. Dit zorgt er dan weer voor dat de temperatuur stijgt / daalt

3 Antropogene bronnen van broeikasgassen

Het cirkeldiagram in ‘Op onderzoek’ (fig. 2.4, p. 42) toont de antropogene bronnen van broeikasgassen. Analyseer de figuur en geef aan of de stellingen juist of fout zijn.

juistfout

1 Er is meer uitstoot van broeikasgassen door vliegverkeer dan door wegverkeer.

2 De meeste uitstoot komt voort uit de energieproductie voor de industrie.

3 De uitstoot door landbouw is meer afkomstig van veeteelt dan van akkerbouw.

4 Er komen ook broeikasgassen vrij bij de opslag en verwerking van afval.

5 Bijna drie vierde van de uitstoot van broeikasgassen is afkomstig van het opwekken van energie.

4 Menselijke uitstoot per broeikasgas

Hoe komen broeikasgassen in de atmosfeer? Bekijk de onderstaande foto’s en benoem bij elke foto de oorzaak. Koppel hieraan ook het broeikasgas. Kies uit: koolstofdioxide – waterdamp – methaan – lachgas

Oorzaak:

Broeikasgas:

Oorzaak:

Broeikasgas:

Oorzaak: Broeikasgas:

Oorzaak: Broeikasgas:

4 TEST JEZELF

 1 Van natuurlijk tot versterkt broeikaseffect

 2 Het albedo-effect

SYNTHESE

reflectie door wolken en stofdeeltjes

albedo warmtestraling vrijgegeven door de aarde absorptie van lichtstralen door het aardoppervlak

reflectie op het aardoppervlak

verlies van warmte in de ruimte

warmtestraling gevangen door broeikasgassen

omzetting van kortgolvige lichtstralen naar langgolvige warmtestralen

HET VERSTERKT BROEIKASEFFECT

uitstoot van broeikasgassen

De belangrijkste antropogene bronnen:

1 energie voor elektriciteit en verwarming

2 energie voor industrie

3 energie voor transport

4 energie voor landbouw

het albedo-effect

3 DE OPWARMING VAN DE AARDE IS EEN FEIT

KERNVRAAG

HOE SNEL WARMT DE AARDE OP?

1 CHECK-IN

In dit hoofdstuk duiken we in de feiten achter de klimaatverandering. De Britse klimaatwetenschapper Ed Hawkins bedacht een eenvoudige manier om de opwarming van de aarde visueel voor te stellen. Elke streep in zijn grafiek stelt een jaar voor, meestal vanaf 1850 tot nu. De kleur geeft aan hoe koud of warm dat jaar was ten opzichte van het langjarig gemiddelde (in dit voorbeeld 1971-2000): blauw voor koelere jaren, rood voor warmere. Hoe donkerder de kleur, hoe groter de afwijking. Donkerblauw betekent veel kouder dan gemiddeld, donkerrood veel warmer. Deze eenvoudige visualisatie maakt het gemakkelijk om temperatuurtrends door de tijd heen te zien. Ga op iDiddit na wat jij al weet over de opwarming van de aarde.

2 OP ONDERZOEK

1

2.5 Temperatuurverandering in België sinds 1850

Voorspellingen rond de opwarming van de aarde

Ons klimaat verandert razendsnel en de gevolgen zijn overal in de wereld voelbaar. Dat staat in het laatste klimaatrapport van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties (VN) Het rapport is alarmerend, maar benadrukt ook de mogelijkheden die we nog altijd hebben om de opwarming van de aarde te beperken.

Volgens het klimaatrapport staat vast dat de mens verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde. Dat komt vooral door de massale uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de verbranding van fossiele brandstoffen zoals steenkool, aardolie en aardgas. Het IPCC werkt met vijf toekomstscenario’s. Die scenario’s verschillen afhankelijk van de mate waarin we erin slagen onze uitstoot van broeikasgassen te beperken.

Fig.
Fig. 2.6 Het VN-klimaatrapport

Zeer hoge uitstoot

In toekomstbeeld SSP5-8.5 wordt rekening gehouden met een stijging van de gemiddelde temperatuur met 4,4 °C. De CO2-uitstoot is dan al verdubbeld tegen 2050.

Hoge uitstoot

In scenario SSP3-7.0 verdubbelt de CO2-uitstoot tegen 2100. In dat geval worden landen een stuk competitiever en doen ze er alles aan om hun eigen voedselvoorraad veilig te stellen. De gemiddelde temperatuur stijgt dan wereldwijd met 3,6 °C tegen 2100.

Gemiddelde uitstoot

Het derde toekomstbeeld, SSP2-4.5, voorziet geen daling van de uitstoot tot het midden van de eeuw. Daarna daalt ze, maar in 2100 is ze netto nog geen nul. De maatschappij verandert in deze toekomst niet drastisch. De temperatuur stijgt met 2,7 °C tegen 2100.

Lage uitstoot

Het op één na beste scenario heet SSP1-2.6 en is eigenlijk hetzelfde als die met zeer lage uitstoot, maar hier wordt het uitstootdoel pas na 2050 behaald. Dan stijgt de gemiddelde temperatuur op aarde tegen 2100 met 1,8 °C.

Zeer lage uitstoot

Toekomstscenario uitstoot koolstofdioxide

Vijf scenario’s van uitstoot CO2 , uitgedrukt in gigaton (= 1 000 000 000

zeer hoge uitstoot hoge uitstoot gemiddelde uitstoot lage uitstoot zeer lage uitstoot

Het beste scenario, SSP1-1.9, is volgens de onderzoekers alleen te halen als er in 2050 netto geen CO2-uitstoot meer is. Dit is het enige toekomstbeeld waarin de doelen van het klimaatakkoord van Parijs gehaald worden. De temperatuur stijgt dan met ongeveer 1,5 °C, maar later neemt de stijging af en blijft ze hangen op + 1,4 °C.

2.7 Toekomstscenario’s uitstoot CO2 in gigaton per jaar (bron data: IPCC)

Interessant om weten

Vroeger twijfelden sommige mensen aan de conclusies van het IPCC en kregen hun rapporten veel kritiek. Bij het meest recente klimaatrapport was dat veel minder het geval. Dat komt vooral omdat wetenschappers vandaag betere klimaatmodellen hebben. Met die modellen kunnen ze beter uitleggen hoe de opwarming van de aarde samenhangt met weersverschijnselen zoals hittegolven of hevige neerslag. Bovendien worden de gevolgen van de klimaatverandering steeds duidelijker zichtbaar.

Wereldleiders komen regelmatig samen op klimaatconferenties. Daar maken ze afspraken over maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Op de klimaatconferentie van Parijs in 2015 spraken de landen af om de opwarming van de aarde ruim onder 2 °C te houden of zelfs onder 1,5 °C, vergeleken met de periode vóór de industrialisering.

De gemiddelde temperatuur op aarde ligt vandaag al ongeveer 1,3 °C hoger dan in de periode 1850–1900. Die periode gebruiken wetenschappers vaak als referentie. Volgens de Europese klimaatdienst Copernicus was het in 2024 zelfs 1,6 °C warmer dan aan het einde van de 19de eeuw (fig. 2.8). Daarmee werd de grens van 1,5 °C voor het eerst overschreden. Dat betekent niet dat het klimaatakkoord definitief mislukt is.

De temperatuur op aarde schommelt van jaar tot jaar, en één uitzonderlijk warm jaar zegt nog niet alles over de lange termijn. Toch is dit een duidelijk signaal: de uitstoot van broeikasgassen moet dringend omlaag.

2.8 Wereldgemiddelde opwarming t.o.v. 1850-1900

Fig.
Fig.
Gt CO₂/jaar

Temperatuur- en neerslagveranderingen bij opwarming met 2 °C

Figuren 2.9 en 2.10 tonen hoe de temperatuur en neerslag kunnen veranderen als de aarde 2 °C warmer wordt dan in de periode 1850–1900. Dit scenario is optimistisch, maar nog haalbaar als de uitstoot van broeikasgassen sterk wordt beperkt.

De kaarten zijn gebaseerd op klimaatmodellen. Dat zijn berekeningen die voorspellingen maken over het klimaat. Ze houden rekening met factoren zoals de uitstoot van broeikasgassen, landgebruik en technologische ontwikkelingen.

©VANIN

Klimaatmodellen bevatten altijd onzekerheid, omdat we de toekomst niet kunnen voorspellen. Verschillende modellen kunnen andere resultaten geven. Daarnaast zijn kaarten een vereenvoudiging van de werkelijkheid: ze tonen gemiddelden en laten lokale of tijdelijke verschillen niet zien.

Voorspelling temperatuur bij +2 °C

Voorspelling

Fig. 2.9 Gesimuleerde temperatuurverandering bij opwarming van 2 °C t.o.v. 1850-1900 (bron: IPCC)

Voorspelling neerslag bij

Voorspelling

Fig. 2.10 Gesimuleerde neerslagverandering bij opwarming van 2 °C t.o.v. 1850-1900 (bron: IPCC)

Alle regio’s zullen te maken krijgen met een toename van de jaargemiddelde temperaturen. De opwarming is meestal sterker boven land dan boven de oceanen. De grootste temperatuurstijging wordt verwacht in het Noordpoolgebied. Ook op het vlak van neerslag zullen er regionale verschillen zijn. Sommige gebieden, zoals het Middellandse Zeegebied, worden waarschijnlijk droger. Andere regio’s, waaronder het Noordpoolgebied en de Sahara, zullen juist met meer neerslag te maken krijgen.

3 PLANETAIRE GRENZEN

Klimaatverandering is een van de planetaire grenzen die in 2023 als overschreden werd beschouwd. Dat betekent dat de huidige toestand van de aarde op het vlak van klimaat buiten de ‘veilige werkingsruimte voor de mensheid’ valt.

Twee belangrijke parameters bevestigen dit:

- De hoeveelheid CO₂ in de atmosfeer is sterk toegenomen. In 2023 lag de CO₂-concentratie rond 417 ppm (deeltjes per miljoen), terwijl de veilige grens op 350 ppm ligt. Intussen is die waarde zelfs gestegen tot ongeveer 430 ppm. Ter vergelijking: vóór de industrialisering bedroeg ze 280 ppm.

genetisch

KLIMAATVERANDERING NIEUWE CHEMISCHE STOFFEN

CO 2concentratie

BIODIVERSITEITSVERLIES

VERANDERING LANDGEBRUIK

WATERSCHAARSTE

- Door menselijke activiteiten houdt de aarde vandaag meer energie vast dan ze uitstraalt. Dat onevenwicht, vooral veroorzaakt door broeikasgassen, leidt tot opwarming van de aarde. Ook hier is de veilige grens overschreden. Fig. 2.11 Planetaire grenzen

stralingsforcering stikstof (N) fosfor (P)

BIOGEOCHEMISCHE KRINGLOPEN

ATMOSFERISCHE AEROSOLEN

VERZURING

1 Klimaatconferenties

Lees vooraf de vragen en ga online op zoek naar de antwoorden.

a Waar en wanneer werd de meest recente klimaatconferentie gehouden?

b Wat heeft deze klimaatconferentie opgeleverd?

c Ga via de eerste hyperlink op iDiddit op zoek naar hoeveel deeltjes CO2 er zijn op dit moment (huidig jaar) en in jouw geboortejaar. Ga daarna naar de tweede hyperlink en zoek hoeveel deeltjes CO2 er waren op het moment dat een van je grootouders geboren is.

CO2 (ppm) huidig jaar jouw geboortejaar geboortejaar grootouder

2 Evolutie van de uitstoot van broeikasgassen

Bestudeer de grafiek over de jaarlijkse CO2-emissies online. Beweeg met de cursor over de jaartallen op de horizontale as voor de exacte cijfers (in ton) per land.

a Welk land stootte de meeste broeikasgassen uit in …

-1850: -2000:

-het meest recente jaartal:

b Wat is er opmerkelijk aan het jaar 2006?

c In welke landen is de uitstoot van broeikasgassen recent het sterkst toegenomen?

d Geef twee redenen voor deze toename.

-

e Zijn er landen waar de uitstoot van broeikasgassen recent gedaald is? Zo ja, welke?

f Geef een mogelijke verklaring voor deze daling.

3 Uitstoot van broeikasgassen per inwoner

Werk met de onderstaande kaarten. Vergelijk en beantwoord de vragen.

Uitstoot van CO2 per jaar voor 2023 (bron data: ourworldindata.org)

a Noem de drie landen die de meeste CO2 uitstoten.

Uitstoot van CO2 per inwoner in 2023 (bron data: ourworldindata.org)

b Vergelijk de situatie van deze drie landen wat de uitstoot van CO2 per inwoner betreft.

c Geef een reden voor de verschillen die je vaststelt.

4 Kaarten op basis van computermodellen

De onderstaande kaarten tonen de temperatuurverandering bij een opwarming van 2 °C. Ze zijn gebaseerd op twee verschillende klimaatmodellen: een ouder model (CMIP5) en een nieuwer model (CMIP6). Welke verschillen zie je tussen de kaarten?

a Vergelijk en duid aan of CMIP6 een grotere of kleinere temperatuurverandering verwacht dan CMIP5.

CMIP6 verwacht ...grotere temperatuurveranderingkleinere temperatuurverandering voor Centraal-Afrika voor India

voor Hudsonbaai (Canada)

b Op de volgende kaarten wordt de stijging van de gemiddelde temperatuur voor de periode 2021-2040 geschat. De kaart links toont de stijging voor de maanden december, januari en februari en die rechts voor juni, juli en augustus. Duid telkens het juiste antwoord aan.

Stijging van de temperatuur voor december, januari en februari (2021-2040)

Noordpoolgebied

De grootste opwarming gebeurt vooral:

 van juni t.e.m. augustus

 van december t.e.m. februari

Zuidpoolgebied

De grootste opwarming gebeurt vooral:

 van juni t.e.m. augustus

 van december t.e.m. februari

Stijging van de temperatuur voor juni, juli en augustus (2021-2040)

Dit komt vooral doordat de oceaan:

 na het smelten van zee-ijs warmte opslaat en vooral in de zomer afgeeft

 na het smelten van zee-ijs warmte opslaat en vooral in de winter afgeeft

Dit komt vooral doordat de ocaan:

 na het smelten van zee-ijs warmte opslaat en vooral in de zomer afgeeft

 na het smelten van zee-ijs warmte opslaat en vooral in de winter afgeeft

Amazonewoud (evenaarsgebied)

De opwarming is daar:

 zeer groot

 beperkt

4 TEST JEZELF

 1 Voorspellingen rond de opwarming van de aarde

 2 Klimaatveranderingen bij opwarming

De temperatuur in het Amazonewoud:

 schommelt sterk door de seizoenen

 blijft vrij stabiel door ligging aan de evenaar

SYNTHESE

KLIMAATCONFERENTIES VAN DE VN: MAATREGELEN OM DE CO2-UITSTOOT TE BEPERKEN

OPWARMING VAN DE AARDE (t.o.v. 1850-1900)

Nu: + 1,3 °C

Optimistisch maar haalbaar toekomstscenario IPCC: + 2 °C

TEMPERATUUR- EN NEERSLAGVERANDERINGEN BIJ OPWARMING MET 2 °C

Voorspelling temperatuur bij +2 °C

Voorspelling neerslag bij +2 °C

Verandering (°C)

Verandering (%) droger natter warmer

Kaarten zijn gebaseerd op klimaatmodellen. Let daarom op voor: - regionale verschillen - onzekerheden - vereenvoudigingen

4 GEVOLGEN VAN HET VERSTERKT BROEIKASEFFECT

©VANIN

KERNVRAAG

WAT ZIJN DE GEVOLGEN VAN DE OPWARMING VAN DE AARDE?

1 CHECK-IN

De opwarming van de aarde is niet langer alleen voer voor wetenschappers. Ze wordt op veel plaatsen in de wereld zichtbaar: aanhoudende droogte, overvloedige regenval, krachtige orkanen … Het klimaat verandert snel, dat staat vast. Maar wat betekent dat concreet en wat zijn de gevolgen voor de mens?

2 OP ONDERZOEK

1 Stijging van de temperatuur

Zoals je in het vorige hoofdstuk al kon vaststellen, blijft de temperatuur op aarde stijgen. Ook in de rest van de eeuw zal die trend zich wellicht voortzetten. Een maximale opwarming van 2 °C tegen 2100 wordt als eerder optimistisch gezien, maar is nog steeds haalbaar. Dit scenario geeft hoop om de meest rampzalige gevolgen van de klimaatverandering, zoals een sterke zeespiegelstijging en extreem weer, te beperken. Maar dat kan alleen als landen samenwerken en inzetten op hernieuwbare energie, duurzame landbouw en energiebesparing.

zeer hoge uitstoot hoge uitstoot

gemiddelde uitstoot lage uitstoot zeer lage uitstoot

Fig. 2.12 Temperatuurverandering wereldwijd (t.o.v. 1850-1900) voor de verschillende scenario’s van uitstoot

De stijging van de temperatuur op aarde heeft geleid tot een stijging van de zeespiegel. Die is sinds 1993 met iets meer dan 10 centimeter toegenomen. Twee belangrijke processen liggen aan de basis van de stijging: het smelten van landijs en het uitzetten van zeewater bij hogere temperaturen.

Wanneer de aarde opwarmt, nemen onze zeeën en oceanen een groot deel van die extra warmte op. Dat heeft een direct effect: warm water zet uit. Het fenomeen staat bekend als thermische expansie Daarnaast zorgen de hogere temperaturen ervoor dat landijs smelt. Hierbij hoort het smelten van gletsjers en van ijskappen in zowel Groenland als Antarctica. Het smeltwater dat zo in de zee terechtkomt, doet het zeeniveau verder stijgen. Een derde, kleinere oorzaak van de zeespiegelstijging is de manier waarop we water op land gebruiken en opslaan. Denk aan het oppompen van grondwater voor landbouw en drinkwater.

Belangrijk om te weten is dat alleen smeltend landijs, zoals dat van gletsjers en ijskappen, bijdraagt aan de stijging van de zeespiegel. Zee-ijs, zoals het ijs dat op de Noordpool drijft, doet dat niet. Omdat dit ijs al in het water ligt, verandert het smelten ervan de hoogte van de zeespiegel niet.

Bekijk via de link op iDiddit hoeveel de zeespiegel steeg sinds 1993.

3 GEVOLGEN VAN DE ZEESPIEGELSTIJGING

De stijgende zeespiegel veroorzaakt tal van problemen. Zo komen laaggelegen gebieden in de gevarenzone doordat grote stukken land overstromen (fig. 2.14). Hierdoor worden bewoners gedwongen verder landinwaarts te verhuizen. Daarnaast leidt een hogere zeespiegel tot meer erosie van stranden en kliffen, vooral tijdens stormen (fig. 2.15). Tot slot dreigt ook een tekort aan zoetwater: zout zeewater kan het land binnendringen en zich mengen met het zoete grondwater, waardoor dat ongeschikt wordt als drinkwater of voor landbouw.

Interessant om weten

Het smelten van de gletsjers vormt niet alleen een probleem voor de stijgende zeespiegel, maar bedreigt ook de drinkwatervoorziening op aarde. Zo zijn maar liefst 2 miljard mensen afhankelijk van smeltwater van gletsjers voor hun dagelijkse watervoorziening. Dat is vooral het geval in Azië, waar de gletsjers van de Himalaya een cruciale rol spelen. Wanneer deze gletsjers volledig verdwijnen, zullen er oplossingen moeten worden gevonden om het dreigende watertekort op te vangen.

Fig. 2.13 Terugtrekking van de Athabasca-gletsjer in de Canadese Rocky Mountains
Fig. 2.14 Eiland bedreigd door de stijgende zeespiegel (Panama)
Fig. 2.15 Meer erosie door stijgende zeespiegel (Verenigd Koninkrijk)

Meer CO2 in de atmosfeer doet planten meer groeien. Op figuur 2.16 zie je de verwachte toename in plantengroei tussen 2081 en 2100. Omdat er dan meer planten zullen zijn, zal ook de opname van CO2 toenemen. Dat kan de opwarming tijdelijk vertragen. Dit is een voorbeeld van een negatieve terugkoppeling.

Toch is dat effect beperkt, omdat planten ook afhankelijk zijn van andere factoren zoals water, voedingsstoffen en geschikte temperaturen. Naarmate deze factoren onder druk komen te staan door de klimaatverandering, neemt het effect van de negatieve terugkoppeling af.

Door de opwarming van de aarde verschuiven de klimaatzones, en daarmee ook de bijbehorende vegetatiezones. Bekijk via de link op iDiddit de voorspelde ligging van de klimaatzones tegen 2071-2099.

In gebieden met veel toendra komt ook veel permafrost voor.

Dit is een laag grond die minstens twee jaar continu bevroren is.

De toendravegetatie vormt een soort isolerende laag die helpt om de onderliggende permafrost koud te houden (fig. 2.17).

Deze vegetatie neemt af door de opwarming van de aarde.

Daardoor wordt de permafrost rechtstreeks blootgesteld aan de warmte van de atmosfeer en begint hij te smelten. Hierdoor komen enorme hoeveelheden opgeslagen broeikasgassen zoals methaan (CH₄) vrij. Daardoor stijgt de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer, wat het broeikaseffect versterkt en zo leidt tot de verdere opwarming van de aarde. Dit tast nog meer toendragebieden aan, waardoor nog meer permafrost smelt. Zo ontstaat een zichzelf versterkende cyclus, een voorbeeld van een positieve terugkoppeling.

5 Extreme weersomstandigheden

©VANIN

Vrijwel elke regio op aarde zal getroffen worden door de gevolgen van klimaatverandering: intensere hittegolven, hevigere neerslag of langere periodes van droogte. In warme, droge gebieden breken vaker bosbranden uit. Kustgebieden, die nu al kwetsbaar zijn door de stijgende zeespiegel, lopen extra risico bij zware regenval. Orkanen worden krachtiger en verplaatsen zich trager, waardoor ze langdurig extreme regenval op één plek veroorzaken.

Fig. 2.17 Toendravegetatie
Fig. 2.16 De voorspelde verandering in plantengroei in de periode 2081-2100 (in %)
Fig. 2.18 Overstroming in Valencia (Spanje)
Fig. 2.19 Bosbranden in Evros (Griekenland)

VoedselONzekerheid

De klimaatverandering heeft een grote impact op de voedselzekerheid in de wereld. Sommige landen krijgen te maken met extreme droogte, terwijl andere getroffen worden door zware overstromingen. Op dit moment zijn er al veel regio’s in Centraal-Afrika en Zuid-Azië erg kwetsbaar voor voedseltekorten. Voorspellingen tonen dat de voedselonzekerheid in de toekomst sterk dreigt toe te nemen (fig. 2.20). Toch zien we dat we de schade kunnen beperken. Dat lukt als we de uitstoot van broeikasgassen drastisch verminderen én onze landbouwtechnieken aanpassen om de productiviteit met 10 tot 15 % te verhogen. Alleen zo kunnen we de ergste gevolgen helpen voorkomen.

Heden
Scenario 2050 met hoge uitstoot en veel aanpassingen
Scenario 2050 met hoge uitstoot en geen aanpassingen
Scenario 2050 met lage uitstoot en veel aanpassingen
Fig. 2.20 Voedselonzekerheid in het heden en de toekomst (scenario’s voor 2050) (bron: metoffice.gov.uk) Legende

Door veranderingen in temperatuur en neerslag zullen ziektes die vroeger voornamelijk rond de evenaar voorkwamen, zoals malaria, dengue, cholera en het westnijlvirus, zich verder naar andere gebieden verspreiden.

Aziatische tijgermug zet opmars in Europa verder gevestigd recent waargenomen niet waargenomen geen data

8 Invloed van wolken op de temperatuur op aarde

De Aziatische tijgermug kan ziektes zoals dengue en zika overbrengen. Vroeger leefde deze mug enkel in ZuidoostAzië, maar vandaag komt ze ook voor in Europa. Door globalisering en klimaatverandering heeft de tijgermug zich de afgelopen decennia sterk verspreid. Daardoor vormt ze een groeiende bedreiging voor de volksgezondheid.

Op de kaart zie je dat de tijgermug de laatste jaren ook in België, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland werd waargenomen (fig. 2.21). Dat betekent dat de mug zich ook in deze landen kan vestigen.

©VANIN

Wolken spelen een belangrijke rol in de klimaatverandering. Wolken hebben namelijk een dubbele werking in het reguleren van de temperatuur op aarde. Aan de ene kant kunnen ze de temperatuur verlagen doordat de waterdruppels en/of ijskristallen waaruit wolken zijn opgebouwd de zonnestralen weerkaatsen. Dit doet zich vooral voor bij lage wolken (albedo-effect). Aan de andere kant kunnen wolken de temperatuur op aarde verhogen, omdat ze als een deken de warmtestralen kunnen vasthouden. Denk bijvoorbeeld aan bewolkte nachten die warmer zijn dan heldere nachten. Dit fenomeen vinden we vooral terug bij hoge wolken.

Op dit moment overheerst het koelende effect van wolken. Maar naarmate het klimaat verder opwarmt, verwachten wetenschappers dat het aantal lage, koelende wolken zal afnemen. Wat dat precies betekent voor de toekomst van ons klimaat, wordt nog volop onderzocht met behulp van aardobservatiesatellieten.

Fig. 2.21 Verspreiding van de tijgermug (2025)
warmte
Fig. 2.22 Invloed van wolken

1 Landijs en zee-ijs op aarde

Welke processen dragen bij tot de stijging van de zeespiegel? Ga op onderzoek.

De klas wordt in twee verdeeld. Elk deel van de klas voert een ander experiment uit om te achterhalen waardoor de zeespiegel stijgt. Ga bij elkaar kijken wat de conclusie van het experiment is.

EXPERIMENT 1

bakje 1: landijsbakje 2: zee-ijs

1 Benodigdheden

- 2 bakjes

- water - 10 ijsblokjes

- een stift

- 2 dikke stenen

2 Werkwijze

Bakje 1: landijs

- Plaats de steen in het bakje.

- Leg 5 ijsblokjes op de steen.

- Vul het bakje deels met water. Zorg ervoor dat een deel van de steen onder water ligt, de ijsblokjes mogen niet onder water liggen.

-Duid aan tot waar het water komt.

Bakje 2: zee-ijs

- Plaats de steen in het bakje.

- Vul het bakje deels met water. Zorg ervoor dat een deel van de steen onder water ligt.

- Leg 5 ijsblokjes in het water.

- Duid aan tot waar het water komt.

Laat de ijsblokjes smelten en vergelijk voor elk bakje het waterniveau na én voor het smelten.

3 Waarneming

EXPERIMENT 2

kokend water

1 Benodigdheden

-een glazen fles met een stop die je makkelijk kunt doorboren

-bakje met kokend water

-kleurstof

-een rietje

2 Werkwijze

-Maak een gat in de stop, steek het rietje erdoor en dicht de opening tussen de rand van de stop en het rietje.

- Vul de fles tot aan de rand met gekleurd water.

- Draai de stop met het rietje op de fles.

- Duid het niveau van het water in het rietje precies aan.

- Laat water koken.

- Giet het warm water in een bakje.

- Plaats de fles in het bakje met warm water.

- Wacht enkele minuten zodat de inhoud van de fles kan opwarmen.

-Duid opnieuw het niveau van het water in het rietje precies aan.

Vergelijk het waterniveau van het koude water met het waterniveau van het warmere water.

3 Waarneming

2 Gevolgen van de zeespiegelstijging

Onderzoek de stijging van de zeespiegel met behulp van een GIS-viewer, die de toekomstige zeespiegelstijging voorspelt. De scenario’s zag je in figuur 2.7 (Op onderzoek, p. 48). Voer de opdrachten uit.

a Duid België en Kiribati aan op de referentiekaart van de wereld.

b Ga naar de tool van de NASA en zoek naar het effect van de zeespiegelstijging volgens het scenario zeer lage uitstoot (SSP1-1.9) en het scenario zeer hoge uitstoot (SSP5-8.5). Vul de tabel aan.

zeer lage uitstoot (2100) zeer hoge uitstoot (2100)

België (Oostende) 0,41 m m

Kiribati (Christmas Island II) m m

c Lees de tekst en bekijk het filmpje over Kiribati via de link. Hoe proberen de bewoners van Kiribati zich aan te passen aan veranderende klimaatomstandigheden? Markeer de juiste antwoorden.

Voor duizenden eilanden in de Stille Oceaan, waaronder Kiribati, is de stijging van de zeespiegel problematisch. Het paradijselijke Kiribati lijkt weggeplukt uit een idyllische postkaart. Het eiland ligt met zijn 33 koraaleilanden ergens in het zuiden van de Stille Oceaan, tussen Hawaï en Australië in. Kiribati komt steevast in het nieuws op 31 december want het is het eerste land dat Nieuwjaar viert. Maar veel reden tot feesten is er niet. In 2008 al vroeg de president internationale hulp om de inwoners te evacueren voor Kiribati helemaal verdwenen is. Hij noemde toen zijn volk van 100 000 mensen ‘verloren’.

Bron: VRT NWS, 10/08/2021

- Ze gaan meer landinwaarts wonen.

- Ze bouwen huizen hoger om overstromingen te vermijden.

- Ze leggen watervoorraden aan en zorgen voor voedselzekerheid.

- Ze installeren regentonnen om regenwater op te vangen.

©VANIN

- Ze ontwikkelen waarschuwingssystemen voor extreme weersomstandigheden.

- Ze creëren wetlands om water op te vangen.

- Ze planten mangroves tegen kusterosie.

d Ga naar de tool van Climate Central en kies de map ‘Water level’. Pas de zeespiegelstijging aan volgens het scenario zeer hoge uitstoot (SSP5-8.5). Wat stel je vast?

scenario zeer hoge uitstoot (2100)

België Bij een stijging van

meter zal volledige kust onder water lopen tot Brugge / Gent / Brussel

Kiribati Bij een stijging van

meter zullen sommige / alle eilanden verdwijnen.

3 Extreem weer en klimaatverandering

Bekijk het videofragment aandachtig. Gebruik ook wat je in ‘Op onderzoek’ leerde over klimaatverandering.

a Welke gevolgen van de klimaatverandering worden in het fragment genoemd? Duid aan.

 meer hittegolven in de zomer

 verlies aan biodiversiteit

 toename van tropische ziektes

 meer tropische stormen

 meer plastic in de oceaan

 smelten van permafrost

 overstromingen door extreme neerslag

 luchtvervuiling door verkeer

 langere periodes van droogte

b Welke gevolgen van klimaatverandering komen niet voor in het fragment, maar kun je ook linken aan klimaatverandering? Noteer.

4 Extreem weer in België

De opwarming beperkt houden tot 1,5 °C wordt stilaan onbereikbaar. Een optimistisch maar wel nog haalbaar doel is de opwarming onder de 2 °C houden. Wat zijn de gevolgen voor België?

Jaarlijkse gemiddelde temperatuur in Brussel, Ukkel (1833-2021) (bron: meteo.be)

a Beschrijf de evolutie van de temperatuur in Ukkel vanaf 1900.

b Waarom ligt de gemiddelde opwarming van de aarde (+ 1,3 °C) lager dan die in België? Bekijk de uitleg van een klimaatwetenschapper bij het KMI via de hyperlink.

5 Voedselonzekerheid

Onderzoek de impact van de klimaatverandering op het zuiden van Madagaskar. a Ga in je atlas op zoek naar een vegetatiekaart van Afrika.

-Duid Madagaskar aan op de referentiekaart van de wereld achteraan in je leerwerkboek.

-Duid in de tabel onderaan de pagina aan welke vegetatietypes er voorkomen.

-Leg het verband met de neerslag. Gebruik daarvoor de klimatogrammen. Houd er rekening mee dat Madagaskar op het zuidelijk halfrond ligt en dat het daar in januari dus zomer is.

Ampangorina

©VANIN

Ampangorina

Antananarivo

Kaart en klimatogrammen Madagaskar

vegetatietype

westen

 open savanne

 tropisch regenwoud

 (sub)tropische savanne

oosten  open savanne

 tropisch regenwoud

 (sub)tropische savanne

zuiden  open savanne

 tropisch regenwoud

 (sub)tropische savanne

neerslag (hoeveelheid en spreiding doorheen het jaar)

 veel neerslag in de zomer

 veel neerslag in de winter

 veel neerslag het hele jaar door

 minder neerslag (enkel in de zomer)

 veel neerslag in de zomer

 veel neerslag in de winter

 veel neerslag het hele jaar door

 minder neerslag (enkel in de zomer)

 veel neerslag in de zomer

 veel neerslag in de winter

 veel neerslag het hele jaar door

 minder neerslag (enkel in de zomer)

b Bekijk de kaarten van het zuiden van Madagaskar en de grafiek. Welk verband zie je? Markeer wat juist is.

-Er is meer / minder droogte.

-Hierdoor is er meer / minder voedselonzekerheid.

Voedselonzekerheid in Madagaskar (situatie lente en zomer 2024)

Mate van voedselonzekerheid problematisch crisis

beheersbaar

Toliara II

BetiokyAtsimo

Ampaihy Ouest

Betroka

Bekily

AmboasarySud AmbovombeAndroy Tôlañaro

Beloha Tsihombe

Verschil in neerslag (mm) tijdens het neerslagseizoen (2024-2025) 0 150 km

<

Dagelijkse hoeveelheid calorieën in Madagaskar (1964-2022)

TELE4_LWB_D_T2_H4_kaart_voedselonzekerheid_madagaskar.ai

Boeny

Betsiboka

Diana Sava

Sofia

Analanjirofo Melaky

Alaotra Mangoro

Analamanga

Antananarivo Bongolava

Itasy

Vakinankaratra

Menabe

Atsinanana

Haute Matsiatra Amoron ‘I Mania

Vatovavy Fitovinany

Ihorombe

Atsimo Andrefana Atsimo Atsinanana

Anosy Androy

1964197019801990200020102022 jaar

TELE4_LWB_D_T2_H4_grafiek_dagelijkse_calorieën_madagaskar.ai

c Bekijk het filmpje via de link en voer de opdrachten uit.

-Hoe komen de meeste mensen in Madagaskar aan voedsel?

TELE4_LWB_D_T1_H4_spreiding_malaria_2050.ai

-Wat zijn de gevolgen van de droogte voor de inwoners van Madagaskar?

-Waarom vraagt de president van Madagaskar hulp?

Toliara II

BetiokyAtsimo

Ampaihy Ouest

Betroka

Bekily

AmboasarySud AmbovombeAndroy Tôlañaro

Beloha Tsihombe

Verschil in neerslag (mm) tijdens het neerslagseizoen (2024-2025)

6 Tropische ziektes

Wat is het effect van de klimaatverandering op tropische ziektes? Onderzoek de verspreiding van de tijgermug als gevolg van de klimaatverandering.

a Bekijk het filmpje over de tijgermug via de link en beantwoord de vragen.

-Waar komt de tijgermug oorspronkelijk vandaan?

-Hoe is deze mug in Europa terechtgekomen? Duid aan. vliegverkeer – bamboe – autobanden – handel in dieren – kleding – scheepvaart

-Welke ziektes brengt de tijgermug over? Duid aan. dengue – malaria – ebola – hepatitis – zika

b Lees de infotekst over de tijgermug en bekijk de kaarten. Onderzoek wat het verband is tussen de tijgermug en de klimaatverandering. Markeer wat juist is in de zinnen onderaan de pagina.

De tijgermug is een invasieve exoot die zich steeds vaker in Europa vestigt. Ze gedijt goed bij zomertemperaturen tussen 20 en 25 °C. In gunstige klimaatomstandigheden kan ze zich snel voortplanten. De soort kan overwinteren, maar dat lukt alleen als de temperaturen boven de 3 °C blijven. Daardoor breidt haar verspreidingsgebied zich uit in regio’s met milde winters. De tijgermug is vooral overdag actief.

Hoger risico voor besmettelijke ziektes

geen databuiten dekking

Voorspelde geschiktheid voor de tijgermug volgens het scenario met zeer hoge uitstoot (bron: EEA, Europees Milieuagentschap)

- Tijgermuggen kunnen door de verandering van het klimaat slechter / beter gedijen in Europa.

- Aanvankelijk was dat vooral in vochtige regio’s in het noorden / zuiden van Europa.

- In de toekomst zal de mug zich minder / beter thuis voelen in België en Nederland.

7 Wolkenvorming

Markeer op basis van het causaal diagram over wolkenvorming de juiste antwoorden.

temperatuur

verdamping

©VANIN

vasthouden van warmte weerkaatsen van zonlicht

waterdamp wolkenvorming

Als de temperatuur stijgt, is er meer / minder verdamping. Daardoor komt er meer / minder waterdamp in de atmosfeer. Waterdamp is een broeikasgas. Door de extra waterdamp kan er meer / minder wolkenvorming ontstaan. Wolken beïnvloeden zowel het vasthouden van warmte als het weerkaatsen van zonlicht. Als er meer wolken zijn, wordt er meer / minder zonlicht weerkaatst. Daardoor wordt het warmer / kouder. Als er meer wolken zijn, wordt er meer / minder warmte vastgehouden. Daardoor wordt het warmer / kouder

8 Verschuiving van klimaatzones

Hoe verschuiven de klimaatzones en wat zijn de gevolgen voor de mens? Vul volgens het stappenplan het causaal diagram in over de toename van vegetatie.

Stappenplan

-Zet bij de pijlen een + bij een versterkende relatie (de variabelen bewegen in dezelfde richting) en een – bij een verzwakkende relatie (de variabelen bewegen in tegengestelde richting).

-Overtrek de terugkoppeling met fluo.

CO2 in atmosfeer fotosynthese temperatuur CO2-opname door planten

Dit is een voorbeeld van een negatieve / positieve terugkoppeling.

4 TEST JEZELF

 1 Oorzaken en gevolgen van zeespiegelstijging

 2 Verschuiving van klimaat- en plantenzones

 3 Extreem weer en klimaatverandering

 4 Klimaat: oorzaak of gevolg?

SYNTHESE

STIJGING VAN DE ZEESPIEGEL

smelten van landijs

EFFECT OP VEGETATIE

STIJGING VAN DE TEMPERATUUR

thermische expansie droogte

EXTREEM WEER

meer vegetatie

verschuiving van vegetatiezones

ontdooien van permafrost

hittegolven

VERSPREIDING VAN TROPISCHE ZIEKTES

overstromingen

bosbranden

TOENAME

VOEDSELONZEKERHEID

Voedselonzekerheid in Madagaskar (situatie lente en zomer 2024) Atsinanana Vakinankaratra

voedselonzekerheid

Analamanga

Amoron ‘I Mania Vatovavy Fitovinany

Ihorombe

Atsimo

KAN ANDERS!

©VANIN

KERNVRAAG

HOE PAKKEN WE DE KLIMAATVERANDERING AAN?

1 CHECK-IN

Om te verhinderen dat onze aarde door de klimaatverandering verder schade oploopt, moeten we de overgang maken naar een duurzame wereld met veel minder CO2-uitstoot. Dat noemen we ook wel de groene transitie. Die transitie is al volop aan de gang en ze versnelt steeds meer.

In dit hoofdstuk ontdek je hoe dat precies gebeurt en hoe jij daaraan kunt bijdragen. Door te tonen wat er al goed loopt, raken we sneller in beweging. Zo maken we het leefmilieu gezonder en het leven aangenamer voor iedereen. Wil je weten welke keuzes écht impact hebben? Ga naar iDiddit en ontdek wat je CO2-voetafdruk of koolstofvoetafdruk verkleint.

2 OP ONDERZOEK

1 OVERSTAP naar niet-fossiele energiebronnen

We weten inmiddels dat ongeveer driekwart van de wereldwijde broeikasgasuitstoot voortkomt uit ons energieverbruik in de industrie, het transport, huishoudens en commerciële gebouwen (fig. 2.4). Die energie is essentieel om een comfortabel en gezond leven te leiden. Toch is het duidelijk: als we onze uitstoot willen beperken, moeten we ons energiesysteem ingrijpend hervormen – niet om in te leveren op levenskwaliteit, maar net om die te verbeteren. De overstap naar koolstofarme energiebronnen is daarbij cruciaal. Denk aan hernieuwbare bronnen zoals wind- en zonne-energie (fig. 2.23). Maar ook kernenergie als koolstofarme energiebron speelt een rol, omdat die ons helpt om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen.

Fig. 2.23 Windturbines en zonnepanelen bij de kruising van de IJssel en het Twentekanaal (Nederland)

De afgelopen jaren zijn windenergie en vooral zonne-energie wereldwijd sterk gegroeid (fig. 2.24). Dankzij de dalende kosten is zonne-energie uitgegroeid tot een betaalbare vorm van elektriciteitsproductie. Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) is het momenteel zelfs de goedkoopste bron van elektriciteit ter wereld.

De enorme productie in China heeft de prijs van zonnepanelen sterk doen dalen, terwijl technologische vooruitgang zorgt voor een hogere efficiëntie en opbrengst. Zonne-energie zal ook in de toekomst een belangrijke rol spelen in de overgang naar duurzame energiebronnen.

2.24 Wereldwijd geïnstalleerde capaciteit in gigawatt (GW) voor hernieuwbare energie per technologie (bron data: ourworldindata.org)

Windenergie groeit mee, maar in een iets trager tempo. De installatie van windturbines is complexer dan die van zonnepanelen, vooral in dichtbevolkte regio’s. Windparken op zee bieden een oplossing, maar brengen hoge kosten en technische uitdagingen met zich mee. Toch blijft ook windenergie belangrijk in de overgang naar hernieuwbare energie voor een duurzame wereld.

3 Onze koolstofvoetafdruk verkleinen

Ook ons gedrag kan de CO2-uitstoot aanzienlijk verminderen. Daarom is het belangrijk te weten welke gedragskeuzes écht impact hebben en het meest doeltreffend zijn om onze CO2-voetafdruk te verkleinen.

recyclerenplantaardig

2.25 Besparing van broeikasgasemissies (in ton CO2 per jaar) per actie of keuze (bron: Institute of Physics)

Uit figuur 2.25 blijkt dat we ons bij klimaatverandering vaak richten op minder doeltreffende acties zoals recyclage of het gebruik van spaarlampen. Die hebben slechts een beperkte impact op onze koolstofvoetafdruk. Wat écht een groot verschil maakt? Meer plantaardig eten, minder vliegen of overstappen op een elektrische auto. Toch zijn we ons daar verrassend genoeg weinig van bewust. Wat we denken dat effectief is, blijkt dat vaak niet te zijn. Maatregelen zoals een vliegreis overslaan of minder vlees eten worden nog te vaak over het hoofd gezien.

Merk op dat geen auto hebben de grootste impact heeft op je koolstofvoetafdruk. Heb je af en toe een wagen nodig, dan kan een deelauto een goed compromis zijn. Niet alleen autoloos leven, maar ook consuminderen of minder consumeren helpt om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Ook het verbeteren van de energie-efficiëntie, bijvoorbeeld door gebouwen goed te isoleren, is belangrijk om de CO2-uitstoot te verminderen. Dit valt echter minder direct onder de persoonlijke keuzes die we op korte termijn kunnen maken.

Fig.
Fig.

Meer plantaardig eten

Voeding is verantwoordelijk voor ongeveer een vijfde van de totale broeikasgasemissies in de wereld. De onderstaande grafiek (fig. 2.26) toont aan dat dierlijk voedsel een veel grotere uitstoot veroorzaakt dan plantaardig voedsel. Opvallend is ook de duidelijke rangorde binnen dierlijke producten: rundsvlees veroorzaakt de meeste uitstoot, gevolgd door lamsvlees, varkensvlees en kip. Plantaardig voedsel, zoals granen, peulvruchten en noten, heeft daarentegen een lage klimaatimpact. Wie zijn koolstofvoetafdruk wil verkleinen, kiest dus best voor een plantaardiger eetpatroon. En als er toch vlees op het menu staat, is kip een klimaatvriendelijkere keuze.

©VANIN

varkensvlees12,31 kg

kip9,87 kg

eieren4,67 kg

rijst4,45 kg

tarwe1,57 kg

peulvruchten0,98 kg

aardappelen0,46 kg

noten0,43 kg

10 0 20304050 emissies in kg CO2

Fig. 2.26 Gemiddelde broeikasgasuitstoot per kg voedsel (bron data: Poore and Nemecek; ourworldindata.org)

5 Duurza am vervoer

Ongeveer een zesde van de wereldwijde broeikasgasuitstoot is afkomstig van vervoer. Onze keuzes voor dagelijkse verplaatsingen en vakanties maken wel degelijk een verschil voor het klimaat. Kunnen elektrische wagens een oplossing bieden om de broeikasgasemissies in het wegverkeer terug te dringen?

benzineauto elektrische auto

8 jaar10 jaar12 jaar

Fig. 2.27 Vergelijking CO2-uitstoot benzineauto versus elektrische auto (op basis van 12 000 km rijden per jaar) (bron data: milieucentraal.nl)

Bij een vergelijking tussen een benzineauto en een elektrische auto moeten we rekening houden met de volledige levenscyclus van beide wagens. De productie van een elektrische auto veroorzaakt aanvankelijk meer uitstoot, vooral door de energie-intensieve productie van de batterij. Toch blijkt dat de totale uitstoot van een elektrische auto al na twee jaar lager ligt dan die van een benzineauto (fig. 2.27). Elektrische auto’s veroorzaken tijdens het rijden nauwelijks directe uitstoot, terwijl benzineauto’s dat wel doen door verbranding van fossiele brandstoffen.

De overstap naar elektrisch rijden biedt dus aanzienlijke klimaatvoordelen. Tegelijk is het belangrijk om de productie van groene stroom te stimuleren, zodat ook de elektriciteit – waarmee elektrische auto’s opladen –duurzaam is. Zo kunnen we de totale uitstoot in het verkeer verder terugdringen.

©VANIN

Bouwmaterialen

Op veel plaatsen in de wereld neemt de verstedelijking toe, wat leidt tot een grote vraag naar bouwmaterialen zoals cement en staal. De cement- en staalindustrie zijn grote uitstoters van broeikasgassen. Daarom is het belangrijk om oude gebouwen zoveel mogelijk te renoveren in plaats van ze te slopen. Zo beperken we de nood aan nieuwe materialen en de bijbehorende uitstoot.

Wanneer we materialen en grondstoffen zo veel mogelijk hergebruiken, spreken we van een circulaire economie Een concreet voorbeeld daarvan is urban mining of stedelijke mijnbouw. In plaats van grondstoffen uit de bodem te halen, recupereren we ze uit oude gebouwen, elektrotoestellen, smartphones en andere afgedankte producten.

Fig. 2.28 Urban mining

3 A AN DE SLAG

1 De klimaatimpact van rundsvlees

Bekijk een fragment uit een wetenschappelijk debat over onze toekomst in een wereld met klimaatverandering. Beantwoord daarna de vragen door aan te vullen of te markeren.

a Runderen stoten broeikasgassen uit. Hoe doen ze dat?

Herkauwers zoals koeien en schapen produceren als ze voedsel verteren. Daarnaast komen uit hun mest grote hoeveelheden vrij.

b Wat is het verband tussen onze rundveeconsumptie en ontbossing?

Voor de productie van rundvlees is weinig / veel landbouwgrond nodig. Hierdoor kunnen ze en kan er gemaakt worden.

c Hoe kan minder (rund)veeteelt bijdragen aan meer biodiversiteit?

Als er minder (rund)veeteelt is, komt er minder / meer landbouwgrond vrij. Wanneer die grond wordt omgevormd tot , kunnen er meer planten- en diersoorten leven.

d Rewilding (of verwildering) betekent het opnieuw opbouwen van een natuurlijk gebied na verstoring door de mens. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. Bijvoorbeeld: - wilde dieren terugbrengen zoals de wolf; - landbouwgrond teruggeven aan de natuur; - rivieren meer ruimte geven.

Rivierpark Maasvallei

Hoe kan ‘rewilding’ het klimaat helpen?

Als er meer planten zijn, wordt er minder / meer koolstofdioxide opgenomen uit de lucht waardoor de temperatuur minder snel / sneller stijgt.

e Markeer

Als de rundveestapel daalt, is er minder / meer uitstoot van broeikasgassen. Onze rundveeconsumptie verminderen zorgt ook voor minder / meer ontbossing. Hierdoor zal de biodiversiteit afnemen / toenemen

2 Duurzaam op reis

Plan een reis binnen Europa, bijvoorbeeld naar Barcelona, vanuit een stad in jouw buurt (bv. Brussel, Antwerpen, Gent …). Bereken de CO₂-uitstoot en de kosten van de reis voor de volgende vervoermiddelen in het hoogseizoen. Ga naar het onlinelesmateriaal en maak de vergelijking voor een enkele reis.

Te vergelijken vervoermiddelen:

-benzineauto (medium model)

-elektrische auto (medium model; houd rekening met laadkosten en extra reistijd)

-trein

-vliegtuig (met Brussels Airlines, in economy, met handbagage en ruimbagage)

Vermeld per vervoermiddel:

-de CO2-uitstoot in kg (per persoon)

-de geschatte kostprijs in € (brandstof, tickets, tol …)

-de reistijd (in uur)

a Vul je resultaten in de tabel in.

Vertrekstad

Bestemming

Totale afstand (in vogelvucht, km)

vervoermiddel CO2-uitstoot (in kg/persoon) kostprijs (in €) reistijd (in uur)

benzineauto elektrische auto trein

vliegtuig

b Beantwoord de volgende vragen op basis van de ingevulde tabel.

- Welk vervoermiddel is het goedkoopst?

- Welk vervoermiddel is het duurzaamst (laagste CO2-uitstoot)?

- Hoe komt de elektrische auto uit de vergelijking? (voordelen / nadelen)

- Welk vervoermiddel zou jij kiezen? Motiveer kort.

c Hoe kunnen overheden duurzaam vervoer aantrekkelijker maken? Geef twee voorbeelden.

3 Stenen die CO2 eten

Onderzoek of geo-engineering ons kan redden. Lees onderstaande infotekst en beantwoord de vragen.

Geo-engineering is het grootschalig en doelbewust ingrijpen in het klimaatsysteem om de door de mens veroorzaakte klimaatverandering tegen te gaan.

Er bestaan twee soorten technieken:

• zonlichtwerende technieken (Solar Radiation Management of SRM)

• afvang en opslag van koolstof (Carbon Dioxide Removal of CDR)

SRM-technieken zorgen ervoor dat een deel van het zonlicht wordt tegengehouden of afgezwakt.

Daardoor daalt de temperatuur op korte termijn

CDR-technieken halen CO₂ uit de atmosfeer en slaan die op in de zee of op het land. Deze technieken hebben vooral effect op langere termijn

a Omcirkel op de onderstaande figuur de zonlichtwerende technieken in het groen en de afvang en opslag van koolstof in het rood.

ruimtespiegels

©VANIN

injectie van reflecterende aerosolen

grootschalige aanplanting van nieuw bos reflecterende folie in woestijnen

cultiveren van algengroei

verbetering van watertransport tussen de hogere en diepere lagen in de oceaan

CO2-injectie in oceanen

Technieken geo-engineering

CO 2 uit de lucht filteren met kunstbomen (carbon scrubbers)

CO 2 ondergronds opslaan

verkolen van plantaardig materiaal en begraven van het restproduct (biochar)

bleken en/of creëren van laaghangende bewolking boven zee

b Wetenschappers zijn erin geslaagd om een bouwmateriaal te ontwikkelen dat CO2 opslaat én even stevig is als cement. Dit materiaal heet Carbstone en is een goed voorbeeld van geo-engineering. Bekijk de picto’s en infoteksten. Leg in eigen woorden de betekenis uit.

CO2-negatief

Bij de productie van Carbstone wordt er meer CO2 opgenomen dan uitgestoten. Bovendien halen de blokken ook achteraf nog CO2 uit de lucht, die ze voorgoed vasthouden.

24 uur uithardingstijd

Cradle-to-cradle

In het productieproces worden gevaloriseerde slakken omgezet in werkbaar materiaal. Dit maakt Carbstone-bouwblokken 100 % recycleerbaar.

100 % recycleerbaar

In vergelijking met drie weken uitharding voor traditionele, cementhoudende bouwblokken.

Wanneer de blokken na de sloop worden vermalen, blijft er enkel zand en grind over.

4 TEST JEZELF

 1 Overstap naar niet-fossiele energiebronnen

 2 Onze impact op het klimaat

SYNTHESE

WAAR KOMT ONZE BROEIKASGASUITSTOOT VANDAAN?

landenbosbouw

landbouw en visserij1,7 % energie in chemischeenpetrochemische industrie3,6%

veestapel en mest 5,8 %

ijzer en staal7,2% brandstofverbranding7,8% overige vanenergieproductie5,8% vluchtigeemissies

industrie 5,2 % afval3,2% land- en bosbouw 18,4 %

cement 3 % chemicaliën 2,2 % stortplaatsenafvalwater1,3%1,9% grasland0,1% akkerland1,4% ontbossing2,2% afbrandennaoogst3,5%rijstteelt1,3%landbouwgronden4,1% voedings-entabaksindustrie1% papier-enpulp industrie0,6%machine-industrie0,5% scheepvaartluchtvaart1,9% 1,7%pijplspoorwegen0,4% eidingen0,3% non-ferrometalen 0,7%

energieverbruikindeindustrie24 ,2 %

energie 73,2 %

energieverbruik in gebouwen17,5% vervoer 16, 2 %

commerciële gebouwen 6,6 %

residentiële gebouwen10,9% wegtransport 11, 9 % andereindustrieë n 10 ,6 %

energie(industrie, transport, gebouwen)

AANPAK KLIMAATVERANDERING DOOR ...

Persoonlijke keuzes, zoals …

 hernieuwbare energiebronnen kiezen

bv. zonnepanelen of warmtepomp installeren

 zich duurzaam verplaatsen

bv. fiets, openbaar vervoer, elektrische voertuigen

 veranderingen in eetpatroon

bv. minder (runds)vlees en meer plantaardig eten

 consuminderen

bv. minder fast fashion of elektronisch afval

Maatschappelijke keuzes, zoals …

 meer bossen en natuurgebieden

bv. ‘rewilding’

 circulaire economie bevorderen

bv. tweedehands- en kringloopwinkels

 geo-engineering

bv. in de bouwsector: Carbstone

 investeren in duurzame energievormen

bv. windturbines bouwen

BEGRIPPENLIJST

EEN VERANDEREND KLIMAAT

hoofdstuk begrip definitie

©VANIN

2 de albedo geeft de mate aan waarin zonnestraling wordt teruggekaatst door een object; afhankelijk van het soort oppervlak op aarde

2 antropogene bronnen bronnen van menselijke oorsprong; door de mens teweeggebracht

5 de circulaire economie economisch systeem met hergebruik van grondstoffen en materialen

5 consuminderen bewuster en minder consumeren, gebruiken of kopen

5 de CO2-voetafdruk de totale uitstoot van broeikasgassen door een persoon, huishouden, product of activiteit; ook koolstofvoetafdruk

4 de gletsjer een grote, langzaam bewegende ijsmassa die ontstaat door de opeenhoping en de verdichting van sneeuw op land

5 de groene transitie de overgang naar een samenleving die geen CO2-uitstoot realiseert, maar duurzaam omgaat met energie, grondstoffen en de natuur

4 de ijskap aaneengesloten ijsmassa op het land

3 het IPCC of Intergovernmental Panel on Climate Change; het klimaatpanel van de VN voorziet politieke leiders van wetenschappelijke data over klimaatverandering

1 het klimaat gemiddelde weerstoestand in een groot gebied over lange periode, bv. 30 jaar

3 klimaatconferentie internationale bijeenkomst van landen om de vooruitgang in de aanpak van klimaatverandering te beoordelen (bv. de uitstoot van broeikasgassen)

3 het klimaatmodel een vereenvoudigde, wiskundige voorstelling van de werkelijkheid; gebruikt om het klimaat te begrijpen, te simuleren en te voorspellen

4 het landijs een ijsmassa die zich op het land vormt door het ophopen van sneeuw gedurende meerdere honderdduizenden jaren; bv. gletsjers en ijskappen

4 de permafrost permanent bevroren bodem die min. twee opeenvolgende jaren bevroren (onder 0 °C) blijft; vooral in noordelijke gebieden en/of op grote hoogte

2 de terugkoppeling proces waarbij een verandering gevolgen heeft die het systeem beïnvloeden; remt ofwel de verandering af en stuurt terug naar een evenwicht (negatieve terugkoppeling) of versterkt de verandering en versnelt of versterkt een proces in dezelfde richting verder (positieve terugkoppeling)

4 thermische expansie het uitzetten van materialen zoals bijvoorbeeld water onder invloed van een stijging van de temperatuur

5 urban mining het hergebruik van grondstoffen uit ‘stedelijke mijnen’ (stadsmijnbouw) zoals bv. waardevolle metalen uit afgedankte elektronica

3 de Verenigde Naties (VN) internationale organisatie van 193 landen; opgericht in 1945 om de politieke en economische samenwerking te versterken

2 het versterkt broeikaseffect versterking van het natuurlijke broeikaseffect door extra uitstoot van broeikasgassen door de mens, waardoor de aarde verder opwarmt

1 het weer toestand van de atmosfeer op een bepaald ogenblik en op een bepaalde plaats

4 het zee-ijs drijvende ijsmassa’s in de poolzeeën

Mondialisering, een vloek of een zegen?

DE WERELD BINNEN KLIKBEREIK

KERNVRAAG

OP WELKE MANIER ZIT DE HELE WERELD IN MIJN DAGELIJKSE LEVEN?

1 CHECK-IN

We zijn vandaag meer dan ooit met elkaar verbonden, waar ter wereld we ons ook bevinden. Het gebruik van het Engels speelt daarin een belangrijke rol, omdat het een gemeenschappelijke taal is voor mensen met verschillende moedertalen. Ook vertaalapps zorgen ervoor dat je kunt communiceren met mensen van over heel de wereld. Waar je ook komt, je herkent dezelfde logo’s en je vindt vaak dezelfde producten terug. Maar wat betekent die wereldwijde verbondenheid eigenlijk voor jou? Dat ontdek je in dit hoofdstuk.

2 OP ONDERZOEK

1 Mondialisering vanaf 1950

Mondialisering komt van het Franse woord monde (wereld) en betekent hetzelfde als globalisering, dat is afgeleid van het Engelse woord globe (wereldbol). Het begrip verwijst naar de voortdurende interactie of wisselwerking tussen verschillende plaatsen op de wereld. Over de hele wereld kom je dezelfde producten en winkelketens tegen. En het gebruik van het Engels vergemakkelijkt de wereldwijde communicatie.

Sinds 1950 is de mondialisering sterk toegenomen. Dat heeft te maken met de Great Acceleration, de periode waarin veel veranderingen op aarde plots sneller op elkaar volgden.

3.2 Evolutie van vervoer

3.3 Evolutie van telecommunicatie

vliegtuig

25 Gb/sec

3 Economische mondialisering

2 Technologie brengt de wereld dichterbij

Mondialisering hangt nauw samen met de evolutie van de transportmogelijkheden. Dankzij betere en snellere vervoermiddelen kunnen mensen en goederen steeds verder reizen in minder tijd (fig. 3.4).

Ook de telecommunicatie is sinds 1950 sterk verbeterd. Vanaf het einde van de 20ste eeuw heeft het internet de wereldwijde communicatie nog sneller, makkelijker en goedkoper gemaakt (fig. 3.5).

Daardoor zijn de ervaren afstanden tussen plaatsen kleiner geworden. De werkelijke afstanden blijven natuurlijk gelijk, maar de relatieve afstanden – de tijd, moeite of kostprijs om ergens te geraken of te communiceren – zijn flink verkort dankzij betere en snellere verbindingen.

3.5 Evolutie van de telecommunicatie per wereldregio (1990-2023) (bron data: ourworldindata.org)

De wereldhandel speelt zich vooral af tussen enkele wereldblokken. Andere delen van de wereld zijn daar minder sterk bij betrokken. Toch komt een deel van wat wij consumeren uit regio’s zoals Afrika en Zuid-Amerika: snijbloemen uit Kenia, sperziebonen uit Senegal, koffie of soja uit Brazilië …

Fig. 3.4 Snellere en grotere bereikbaarheid door beter transport en betere communicatie
Fig.
Fig. 3.6 Serreteelt van bloemen in Naivasha (Kenia)

3.1 HANDEL TUSSEN WERELDBLOKKEN

De wereldhandel verloopt vaak in één richting: een belangrijk deel van de goederenstromen gaat van enkele Aziatische landen naar de Europese Unie en de Verenigde Staten. Figuur 3.7 toont dat goederenstromen een belangrijk deel zijn van de economische mondialisering. Heel wat goederen die we gebruiken worden in China gemaakt. Daarom wordt China soms de 'fabriek van de wereld' genoemd.

©VANIN

Fig. 3.7 Wereldkaart goederenstromen

Belangrijke spelers op de wereldhandelsmarkt zijn multinationals, grote bedrijven zoals Ikea die in meerdere landen actief zijn. Om kosten te besparen, hebben ze de productie van veel goederen verspreid over verschillende landen. Zo ontstaat er een versnipperde productieketen, waarbij elk onderdeel ergens anders wordt gemaakt.

3.2 LOONVERSCHILLEN TUSSEN WERELDREGIO’S

Industrie waarbij veel arbeid nodig is, noemen we arbeidsintensief. Om op de wereldmarkt te kunnen concurreren, proberen bedrijven de kostprijs zo laag mogelijk te houden. Omdat het minimumloon vaak wettelijk vastligt, verplaatsen ze hun productie naar landen waar de lonen lager zijn. Die landen noemen we lageloonlanden (fig. 3.8). De kledingindustrie is daarvan een duidelijk voorbeeld.

Fig. 3.8 Wereldkaart minimumlonen noordpoolcirkel

Als industrie vertrekt uit een land met hoge lonen naar een regio met lage lonen, spreken we over delokalisatie Het land waar de industrie verdwijnt, ondergaat dan een proces van de-industrialisatie. Daardoor nemen handel en transport tussen de productieregio en de consumptieregio toe.

Door mondialisering en het gebruik van het internet besteden bedrijven steeds vaker arbeidsintensieve diensten uit aan lageloonlanden. Die uitbesteding noemen we outsourcing. Het gaat hier niet om het maken van producten, maar om diensten zoals IT-ondersteuning of callcenters. Zo gaan veel IT-opdrachten naar India en worden callcenters vaak vanuit Azië aangestuurd. Veel bedrijven, ook uit België en Nederland, besteden hun callcenteractiviteiten al jaren uit aan de Filipijnen.

Fig. 3.9 Wipro in Bengaluru (India), een belangrijke speler in IT-diensten en outsourcing

3.3 TRANSPORT- EN COMMUNICATIEKOSTEN

Fig. 3.10 Callcentergebouw in Tagbilaran (Filipijnen) waar diensten voor buitenlandse bedrijven worden uitgevoerd

Door de technologische vooruitgang en lagere transportkosten kunnen goederen over grotere afstanden gemakkelijker en goedkoper worden vervoerd. Bedrijven produceren hun producten vaak in landen waar de lonen laag zijn. Met snel en veilig transport gaan de goederen daarna naar de afzetmarkt, waar ze verkocht worden.

In figuur 3.11 kun je duidelijk zien hoe de kosten van transport en communicatie, zoals bijvoorbeeld de prijs van een retourvlucht New York - Londen of van een telefoongesprek, sterk gedaald zijn ten opzichte van vroeger.

vliegticket (NY-Londen retour, 1946 = 100) telefoongesprek (3 minuten NY-Londen, 1931 = 100) computers (opslagkosten per MB, 1956 = 100) zeevrachtkosten (haven- en maritieme kosten per ton, 1920 = 100)

Fig. 3.11 Evolutie van transport- en communicatiekosten (1920-2015)

Interessant om weten

Het gebruik van containers heeft de wereldhandel sterk doen groeien. Een container is een grote, stevige kist met overal ter wereld dezelfde afmetingen. Daardoor gebeurt het laden, lossen en transporteren veel gemakkelijker en sneller. Op een schip passen de containers precies op elkaar, net als legoblokjes. In de haven kan een container vlot worden overgeladen op een binnenschip, vrachtwagen of trein zonder dat de goederen zelf uitgeladen moeten worden. Dat bespaart tijd én het verkleint de kans op schade of diefstal van de lading. Naast gewone containers bestaan er ook koelcontainers voor bederfbare producten of tankcontainers voor vloeistoffen.

Goederen worden over lange afstanden vaak over zee vervoerd. Vanuit lageloonlanden worden ze per container verscheept naar grote invoerhavens in de belangrijkste afzetgebieden. Containers kunnen in enorme aantallen op een schip worden gestapeld, waardoor de kostprijs per container laag blijft. De grootste containerhavens liggen in Zuidoost-Azië.

Na aankomst in de haven worden containers over het vasteland verder vervoerd naar verdeelcentra. Van daaruit gaan de goederen naar winkels. Omdat de productie in lageloonlanden goedkoper is en het transport efficiënt verloopt, betalen we voor veel producten minder dan wanneer ze hier zouden worden geproduceerd.

Interessant om weten

Steeds meer goederen worden online gekocht via e-commerce. Websites zoals bol en Amazon hebben grote distributiecentra waar bestellingen worden verpakt en verzonden. Bestelwagens met dozen doorkruisen het hele land om pakketten snel bij de consument te leveren. Omdat er steeds meer van die grote, rechthoekige magazijnen voor opslag en distributie bijkomen, spreekt men soms van de ‘verdozing’ van Vlaanderen.

Fig. 3.12 Koelcontainers voor bederfbare producten
Fig. 3.13 Tankcontainers voor vervoer van vloeistoffen
Fig. 3.14 Containers passen als legoblokjes op het schip
Fig. 3.15 Het Deurganckdok, het grootste containerdok van de haven van Antwerpen (bij Doel)
Fig. 3.16 Het Antwerpse distributiecentrum van Amazon

Door de mondialisering zijn de financiële stromen over de hele wereld toegenomen. Multinationals investeren kapitaal in verschillende landen en ook financiële markten, zoals beurzen en banken, werken steeds internationaler. Buitenlandse investeringen kunnen zorgen voor economische groei en meer werkgelegenheid, maar ze maken landen ook afhankelijker en kwetsbaarder.

Fig. 3.17 Netto-instroom van buitenlandse investeringen als aandeel (in %) van het bbp (2024) (bron: ourworldindata.org)

De belangrijkste financiële stromen tussen wereldblokken verlopen tussen:

Noord-Amerika en Europa

Azië en Noord-Amerika

©VANIN

Deze twee regio’s hebben sterke economische banden, met veel investeringen en handelsstromen tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie.

Vooral de handelsrelatie tussen China en de Verenigde Staten is belangrijk, met grote stromen van goederen én kapitaal.

Azië en Europa Tussen Europese landen en landen als China, Japan en Zuid-Korea zijn er belangrijke handels- en investeringsstromen, vooral in de technologiesector en auto-industrie. Het Chinese merk BYD verkoopt veel elektrische auto’s in Europa. Japanse en Zuid-Koreaanse merken zijn goed vertegenwoordigd op de Europese automarkt.

Opkomende markten In opkomende markten zoals Latijns-Amerika, Afrika en delen van Azië gaan financiële stromen vooral naar investeringen in infrastructuur en natuurlijke hulpbronnen.

Interessant om weten

SWIFT (Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunication) is een beveiligd communicatiesysteem tussen banken. Het maakt internationale overschrijvingen en andere financiële transacties mogelijk door informatie snel en veilig uit te wisselen tussen financiële instellingen. De hoofdzetel van SWIFT bevindt zich in ons land, meer bepaald in het Waals-Brabantse Terhulpen (La Hulpe).

Fig. 3.18 Internationaal betalingsverkeer

Door de verplaatsing van industriële productie naar lageloonlanden komen sommige sectoren in de problemen. In België leidde dat tot fabriekssluitingen in de auto- en autocarindustrie. Ook de meubel-, hout- en textielsector kregen zware klappen. In deze sectoren daalde de tewerkstelling sterk of verdween ze bijna volledig.

De voorbije jaren heeft de globalisering ook vertraging opgelopen, onder invloed van de coronacrisis, oorlogen, robotisering en veranderende politieke visies. Dit fenomeen wordt ook wel slowbalisering genoemd. Elk wereldblok probeert opnieuw meer lokaal te produceren, wat ook kan bijdragen aan een duurzamere consumptie.

©VANIN

3.6 EEN VLOEK O f EEN ZEGEN?

De manier waarop je de economische mondialisering ervaart, verschilt naargelang je positie in dit hele proces: ben je een consument die blij is met veel goedkope producten? Ben je een arbeider die zijn baan verloor omdat de productie naar Azië verhuisde? Of ben je een aandeelhouder die door die beslissing net méér winst maakt? De perceptie over mondialisering valt dus positief of negatief uit, afhankelijk van iemands persoonlijke situatie, inkomen of werk. Mondialisering heeft niet voor iedereen dezelfde impact.

4 Politieke mondialisering

Politieke mondialisering betekent dat nationale en Europese overheden gebonden zijn aan afspraken binnen grote internationale organisaties waarvan ze lid zijn. Ze moeten zich houden aan beslissingen die op wereldniveau genomen worden. Op die manier kunnen landen samenwerken om wereldwijde problemen aan te pakken.

organisatie doel

1 Europese Unie EU politieke, economische en culturele samenwerking tussen Europese landen; vrij verkeer van personen en goederen

2 Noord-Atlantische Verdragsorganisatie NAVO/NATO gezamenlijke verdediging en militaire samenwerking tussen Europa en Noord-Amerika

3 Verenigde Naties VN/UNO samenwerking tussen 193 landen; om wereldwijd vrede, veiligheid en internationale samenwerking te bevorderen

4 Wereldgezondheidsorganisatie WHO samenwerkingsverband om ziektes te bestrijden, gezondheidszorg en welzijn van mensen te verbeteren

5 Wereldhandelsorganisatie WTO internationale handel en een open economie bevorderen; eerlijke spelregels voor de wereldhandel vastleggen

6 Organisatie van olie-exporterende landen OPEC samenwerkingsverband om de olieproductie en olieprijs te controleren in de aangesloten exporterende landen

Fig. 3.19 Logo’s van internationale organisaties

Interessant om weten

De EU oefent een grote invloed uit op de wet- en regelgeving. Dit fenomeen staat bekend als het Brussel-effect. Bedrijven passen vaak vrijwillig EU-regels toe om toegang te behouden tot de Europese markt. Een sprekend voorbeeld vinden we in de techindustrie: zelfs giganten zoals Apple moeten zich aanpassen. Sinds eind 2024 moeten alle mobiele telefoons, tablets en camera’s die in Europa worden verkocht verplicht een USB-C-oplaadpoort hebben. Daardoor zag Apple zich genoodzaakt om zijn eigen oplaadkabel in te ruilen voor de Europese standaard.

©VANIN

5

Culturele en sociale mondialisering

Door culturele en sociale mondialisering is er een wereldcultuur ontstaan, met overal min of meer dezelfde, herkenbare media, eetgewoonten, muziekstijlen en kleding. Bijvoorbeeld: -Netflix-series bereiken een wereldwijd publiek; -McDonald’s en sushi zijn bijna overal te verkrijgen; -jeans en T-shirt zijn een internationaal ‘uniform’; -gamen kent geen grenzen meer.

De digitale evolutie maakt het veel gemakkelijker om online contact te leggen met mensen over de hele wereld. De hoeveelheid datastromen blijft toenemen. Internetplatformen zoals Google en communicatie-apps zoals WhatsApp en Snapchat hebben het mogelijk gemaakt om bijna iedereen onmiddellijk te bereiken. Wereldwijde communicatie is daardoor een stuk eenvoudiger geworden.

Fig. 3.21 Wereldwijd gekend én geliefd
Fig. 3.20 One Union, one Charger

Om de graad van mondialisering te meten, wordt de globaliseringsindex gebruikt. Dit cijfer geeft aan in welke mate een land internationaal verbonden is op economisch, politiek, sociaal en cultureel vlak.

7 Netwerken en stromen

Grote delen van de wereld zijn op economisch, cultureel en politiek gebied met elkaar verbonden, waardoor landen steeds meer goederen en ideeën met elkaar uitwisselen.

Internationale organisaties, zoals de EU en de VN, hebben veel invloed op het beleid van de aangesloten landen. Bij hun beslissingen letten ze bijvoorbeeld op duurzaamheid, ook onze regering moet met zulke regels rekening houden. Deze organisaties werken met verschillende landen en bedrijven samen. Ze vormen een groot netwerk dat invloed heeft op hoe de wereld functioneert. De beslissingen die ze nemen, kunnen het verkeer van goederen en mensen makkelijker of moeilijker maken.

Het verkeer van goederen en mensen wordt bijvoorbeeld: - makkelijker door minder belasting op handel te vragen, binnen de EU zonder visum te mogen reizen, door gezamenlijke regels af te spreken … ; - moeilijker door strafmaatregelen (sancties) aan landen op te leggen, grenscontroles te verscherpen, belastingen te heffen op producten uit het buitenland, invoer te beperken …

Fig. 3.22 Globaliseringsindex
geen gegevens
Bron: KOF (2019)
Fig. 3.23 Reizigers uit niet-Schengenlanden moeten bij aankomst een grenscontrole ondergaan.
Fig. 3.24 De VS voert hogere invoertarieven in voor producten uit verschillende landen.

3 A AN DE SLAG

1 Reistijd in kaart gebracht

Onderzoek de anamorfosekaart. De kleuren geven de hoogteligging weer. De grootte van het voorgestelde landoppervlak komt overeen met de reistijd die nodig is om eenzelfde afstand af te leggen op land.

Een anamorfosekaart is een vertekende kaart. De oppervlakten van de verschillende gebieden worden zo vervormd dat hun grootte evenredig is aan de grootte van een bepaald verschijnsel in dat gebied.

a Schrijf de nummers van de regio’s uit de tabel op de juiste plaats op de kaart.

regio’s met grote reistijd

1 Groenland

2 Himalaya en Tibet

3 Siberië

4 Sahara

5 Amazonië

regio’s met kleine reistijd

6 Europa

7 Japan

8 India

9 Verenigde Staten

Anamorfosekaart van de reistijd nodig om eenzelfde afstand af te leggen op land

b Hoe kun je de grote reistijd in sommige regio’s verklaren?

natuurlijke factoren

menselijke factoren

2 Mondialisering in de eigen leefwereld

Onderzoek aan de hand van de foto’s wat mondialisering voor jou betekent. a Werk in de tabel op de volgende pagina. Noteer het nummer bij de omschrijving die er het best bij past. Er kunnen meerdere foto’s overeenkomen met één omschrijving.

omschrijvingen

1 Consumptiegoederen voor onze markt worden in andere werelddelen geproduceerd.

2 We hebben via het internet contact met heel de wereld en kunnen zo snel en veel informatie uitwisselen.

3 Dankzij goede transportmogelijkheden kunnen mensen en goederen steeds gemakkelijker, verder en sneller reizen.

4 Internationale organisaties zoals de Verenigde Naties en de Europese Unie hebben een flinke vinger in de pap van de nationale politiek.

5 Over de hele wereld vind je dezelfde grote restaurantketens.

6 Dit onlinecomputerspel speel je met spelers van over de hele wereld.

7 Overal ter wereld kom je dezelfde grote winkelketens tegen in de grote steden.

8 Multinationals verspreiden dezelfde merken over (bijna) de hele wereld.

9 De diversiteit van de bevolking neemt toe door migraties.

10 In het buitenland studeren is veel eenvoudiger geworden. Engels wordt gebruikt als de communicatietaal in landen over heel de wereld.

11 E-commerce maakt shoppen mogelijk over heel de wereld.

b Noteer drie andere voorbeelden die illustreren hoe mondialisering in jouw leven aanwezig is.

3 De wereldreis van een jeansbroek

Volg het beeldverhaal over de wereldreis die een jeansbroek aflegt vanaf het ontwerp tot het moment dat ze vervangen wordt door een nieuw exemplaar. Breng het traject in kaart.

a Lees de info bij de beelden en zoek de landen op in je atlas.

b Noteer de nummers van de fases van het productieproces in de juiste cirkels op de wereldkaart.

c De landen zijn al ingekleurd op de kaart. Schrijf hun namen in de juiste vakken.

De Amerikaanse ontwerpers van Levi Strauss & Co ontwerpen een model voor de Europese markt.

Het katoen wordt naar China verstuurd waar er katoengaren van gesponnen wordt.

Het ontwerp en de werktekening worden online naar de fabriek in de Filipijnen gestuurd.

In Taiwan wordt het garen indigo geverfd, een blauwe kleurstof die oorspronkelijk uit India komt.

1 4 2 5 3 6 7 8 9

Het label wordt geproduceerd in Frankrijk. De twee trekkende paarden symboliseren de stevigheid van de jeans.

De rollen stof, voering, knopen, ritsen, labels … worden naar de Filipijnen gestuurd.

Het katoen wordt geoogst in Kazachstan.

Na het verven gaat het garen naar Polen om daar tot rollen stof te worden geweven.

In de Filipijnen worden alle onderdelen aan elkaar genaaid (confectie) tot een jeans.

In Turkije krijgt de broek als laatste behandeling haar versleten look door het bleken en schuren met puimsteen.

De jeansbroeken komen uiteindelijk in de winkels in België terecht.

Afgedankte jeans worden ingezameld en per schip of vrachtwagen naar Afrika vervoerd, waar ze bijvoorbeeld op markten in Madagaskar belanden.

Kledij die niet gekocht of verkocht wordt, wordt massaal gedumpt en gestort, zoals hier op de foto in de Atacamawoestijn in Chili.

Op sommige plaatsen, zoals stranden in Ghana, bedreigt gedumpte kledij het inkomen van vissersfamilies. 10 11 13 14 12

De wereldreis van een jeansbroek

noordpoolcirkel
zuidpoolcirkel

4 Loonkosten en logistiek in de kledingindustrie

De kledingindustrie is een arbeidsintensieve sector. Waarom wordt veel kleding in Azië gemaakt? Voer de opdrachten uit aan de hand van de info op de kaart van de minimumlonen (fig. 3.8, p. 80).

a Vergelijk de minimumlonen in de Europese Unie met die van Zuidoost-Azië. Wat stel je vast?

b Waarom worden jeansbroeken in de Filipijnen gemaakt?

c Kun je aan de hand van de kaart van de minimumlonen ook verklaren waarom de automontage, productie van autocars, meubels … uit ons land vertrekt?

d De wereldreis van de jeansbroek verloopt via containers. Ga naar het onlinelesmateriaal en bestudeer aan de hand van de link de belangrijkste containerhavens van de wereld.

- Rangschik de drie belangrijkste wereldregio’s met containerhavens in volgorde van belangrijkheid.

1 2 3

- In welke twee steden liggen de twee belangrijkste Europese containerhavens? Noteer ook het nummer van hun ranglijst in het meest recente jaar.

1 op plaats

2 op plaats

- Vergelijk de ligging en de functie van de grote containerhavens met het verhaal van de jeansbroek. Vul de tabel hieronder aan door de juiste oplossingen te markeren.

Oost- en Zuidoost-Azië

Europa

loonkost laag / hoog laag / hoog economisch procesproductie lager / hoger dan consumptie productie lager / hoger dan consumptie

containerhavens import / export import / export

5 Culturele en sociale mondialisering

Mondialisering betekent bij ons vaak ook veramerikanisering. Maar ook China laat meer en meer van zich horen. Welke invloed merk jij in je dagelijkse leven?

a Denk na over de volgende aspecten van jouw leefwereld en geef voorbeelden.

- taal: Welke Engelse woorden of uitdrukkingen gebruik jij vaak?

- muziek: Welke Amerikaanse artiesten of bands staan in jouw playlist?

- merken: Welke Amerikaanse merken of producten gebruik jij nog, naast Coca-Cola, Pepsi of McDonald's?

- onlineshoppen: Bij welke Chinese webshops of apps heeft jullie gezin al iets besteld?

b Onderzoek het gebruik van Facebook in de wereld. Bekijk de datastromen van Facebook op de kaart. Welke lege plekken zie je? Vergelijk met de kaart van de bevolkingsspreiding in je atlas.

V6
Het Facebooknetwerk en de datastromen die dat netwerk creëert (2015)

6 Politieke mondialisering

Beslissingen die internationale organisaties nemen, beïnvloeden onze leefwereld. Ga voor elk voorbeeld na welke organisatie aan de oorsprong ligt van deze beslissing.

NAVO – EU – WTO – VN – OPEC – WHO organisatiebeslissing

De lidstaten van het Atlantische militaire bondgenootschap zijn overeengekomen om hun defensiebudgetten op te trekken om de Russische dreiging te kunnen afweren.

Met de Green Deal hebben de Europese landen zich verbonden om de uitstoot van broeikasgassen drastisch te verminderen.

Ze bevorderde de toegang tot COVID-19-vaccins door de verlaging van handelsbelemmeringen en ondersteuning bij productiecapaciteit in ontwikkelingslanden.

Deze organisatie handhaaft de vrede in conflictgebieden, bijvoorbeeld in Afrika.

Deze organisatie zorgt ervoor dat kinderen overal ter wereld veilig ingeënt kunnen worden tegen ziektes zoals polio.

Deze organisatie voerde gesprekken over de rol van olie in de energietransitie en de noodzaak om te investeren in duurzame energiebronnen.

Deze organisatie ontwikkelde de Duurzame Ontwikkelingsdoelen en heeft de landen aangemoedigd om deze doelen tegen 2030 te bereiken.

7 Globaliseringsindex

In welke mate zijn alle landen van de wereld gemondialiseerd? Onderzoek dit ook voor België.

a Gebruik de interactieve grafiek online en schuif het balkje naar het recentste jaar. Vergelijk nu de globaliseringsindex per wereldregio en markeer de juiste antwoorden in de tabel.

regio globaliseringsindex

Afrika

Europa

Oceanië

Noord-Amerika

Centraal-Amerika

Zuid-Amerika

Arabisch Schiereiland

Oost-Azië

West-Azië

niet / weinig / matig / sterk

niet / weinig / matig / sterk

niet / weinig / matig / sterk

niet / weinig / matig / sterk

niet / weinig / matig / sterk

niet / weinig / matig / sterk

niet / weinig / matig / sterk

niet / weinig / matig / sterk

niet / weinig / matig / sterk

b Op welke plaats staat België in de lijst van de globaliseringsindex?

4 TEST JEZEL f

 1 Ken je begrippen!

 2 Wat past niet?  3 Soorten mondialisering  4 Samengevat

Sy NTHESE

culturele en sociale mondialisering

= wereldwijde verspreiding van culturele elementen en sociale gebruiken

• wereldcultuur: eten, muziek, kleding …

• wereldtaal: Engels

technologische vooruitgang

= zorgt voor snelle, wereldwijde verbinding tussen mensen, bedrijven en landen (bv. internet)

politieke mondialisering

= samenwerking tussen landen via internationale organisaties

• bepaalt mee de nationale politiek

• pogingen om conflicten op te lossen bv. VN, EU …

economische mondialisering

= wereldwijde uitwisseling van goederen, diensten, kapitaal en arbeid

• productie verschuift naar lageloonlanden

• goederenstromen (bv. textiel, elektronica …) van productieland naar consument

• internationale financiële stromen

MET Z’N ALLEN DE WERELD ROND?

KERNVRAAG

HET TOERISME, EEN PLAAG O f EEN ZEGEN?

1

CHECK-IN

Je zag in hoofdstuk 1 hoe goederen de wereld rondreizen van productie- naar consumptiegebied en welke gevolgen dat heeft op economisch, sociaal en cultureel vlak. Door de toenemende mondialisering is ook reizen gemakkelijker geworden. Verre bestemmingen zijn voor steeds meer reizigers toegankelijk. Ze komen in contact met nieuwe talen, andere culturen, indrukwekkende gebouwen en exotische gerechten.

Vooral jongeren reizen graag naar bestemmingen waar ook veel andere jongeren samenkomen. Benieuwd naar bestemmingen waar vooral jongeren naartoe reizen? Maak de onlineoefening op iDiddit.

2 OP ONDERZOEK

1

Wereldwijde toeristenstromen

Toeristen zijn mensen die reizen naar een bestemming buiten hun eigen omgeving. Ze doen dat als ontspanning, om nieuwe ervaringen op te doen, te sporten of iets te ontdekken van cultuur of natuur.

Populaire bestemmingen bieden vaak een combinatie van prachtige natuur, een aangenaam klimaat, een bijzondere cultuur en mooie steden met een rijk verleden. Ook een groot en gevarieerd aanbod aan ontspanningsmogelijkheden is voor veel toeristen een belangrijke reden om voor een bepaalde plek te kiezen.

Fig. 3.25 Anamorfosekaart van het aantal inkomende toeristen (2015) (bron: worldmapper.org)

De toeristenstromen zijn niet gelijk verdeeld over de wereld. Op de anamorfosekaart (fig. 3.25) zie je het aantal inkomende toeristen per land: hoe groter het land op de kaart, hoe meer toeristen het ontvangt. Omdat Europese landen relatief klein zijn en reizen binnen Europa snel en gemakkelijk verloopt, wordt er veel tussen landen gereisd. Daardoor is Europa de grootste aankomstregio ter wereld, Frankrijk en Spanje zijn het populairst.

2 De evolutie van het toerisme vanaf 1950

Dankzij de economische groei vanaf 1950 (Great Acceleration) verdienden veel mensen niet alleen meer, ze kregen ook meer vrije tijd. Vliegtuigreizen werden toegankelijker en reizen werd betaalbaarder (fig. 3.26 en 3.27).

van het bbp wereldwijd (1960-2023) 1 biljoen = 1 000 miljard

Aanvankelijk kozen veel Europese vakantiegangers voor de stranden rond de Middellandse Zee, gemakkelijk te bereiken met de auto en daarom een populaire vakantiebestemming. Door goedkopere vluchten en de toename van hotels en campings in de kustplaatsen ontstond het massatoerisme

Vandaag beperkt dat massatoerisme zich niet meer tot zon- en strandvakanties, ook heel wat steden zijn populair geworden voor korte uitjes. Als mensen massaal naar dezelfde plaatsen reizen, worden die bestemmingen vaak overspoeld door toeristen. Dat is de keerzijde van het toerisme. Door de toenemende mondialisering komen intercontinentale en exotische bestemmingen steeds vaker binnen het bereik van de massatoerist (fig. 3.28).

Afrika Midden-Oosten

Azië en Stille Oceaan

Amerika

Europa

3.28 Evolutie van de internationale aankomsten per wereldregio (1950-2024) (bron: ourworldindata.org / UNWTO)

Fig. 3.26 Totaal aantal luchtvaartpassagiers (1970-2021)
Fig. 3.27 Evolutie
Fig.

De Big Mac-index laat zien hoeveel je geld waard is in het buitenland, vergeleken met de euro. In plaats van ingewikkelde wisselkoersen gebruikt deze index iets tastbaars: de prijs van een Big Mac. In Europa betaal je gemiddeld zo’n 5 euro voor een Big Mac, terwijl je er in Taiwan maar 2 euro voor betaalt. Je merkt dus meteen dat je geld daar meer waard is. De prijs van een Big Mac geeft een idee hoe duur of goedkoop een land is om ergens te eten, te verblijven of te leven. Handig dus als je een reisbestemming kiest. Interessant

©VANIN

3 Van massatoerisme naar overtoerisme

Tegen 2030 verwacht de Wereldorganisatie voor Toerisme (UNWTO) dat er 1,8 miljard internationale reizigers zullen zijn. In 2024 waren dat er al zo’n 1,5 miljard. Toerisme is economisch erg belangrijk: het zorgt voor bijna 10 % van het bruto binnenlands product (bbp) en 1 op de 10 mensen wereldwijd verdient er zijn inkomen mee (fig. 3.30). Maar toerisme is niet alleen belangrijk omwille van jobs en inkomsten. Het kan zorgen voor meer waardering voor natuur en cultuur en het bevordert het wederzijdse begrip tussen mensen uit verschillende landen.

Fig. 3.30 Het belang van toerisme

Fig. 3.29 Big Mac-index (2020)

3.1 WAT IS OVERTOERISME?

Er is echter ook een ‘maar’. Het aantal reizigers groeit veel sneller dan het aantal bestemmingen. Door de toegenomen welvaart en het steeds betere en goedkopere transport reizen vandaag massa’s mensen naar de verste uithoeken van de planeet. Dat is de keerzijde van de mondialisering van het toerisme.

Populaire reisbestemmingen kunnen de toeristenstroom vaak niet meer aan. Wanneer het aantal bezoekers zo groot wordt dat de draagkracht van een plaats overschreden wordt, spreken we van overtoerisme

Dat leidt tot negatieve gevolgen voor: -de leefbaarheid van de lokale bevolking; -het milieu en de natuur; -de cultuur en het erfgoed; -de beleving van andere toeristen.

3.2 NADELEN VAN OVERTOERISME

Bij overtoerisme wegen de nadelen uiteindelijk zwaarder door dan de voordelen. Voor lokale inwoners worden producten, diensten en woningen vaak onbetaalbaar door de prijsstijgingen. Veel huizen en appartementen, die vroeger gewone woningen waren, worden omgevormd tot vakantieverblijven. Zo ontstaat een woningtekort voor de eigen bevolking. De opkomst van Airbnb, een onlineplatform waar verhuurders hun woning kunnen aanbieden voor een kort verblijf, versterkt dat probleem.

Het grote aantal toeristen zet de lokale voorzieningen zwaar onder druk. Wegen slibben dicht, het openbaar vervoer raakt overvol en het elektriciteitsverbruik stijgt sterk. In regio’s met droge zomers wordt ook het waterverbruik een groot probleem. Bewoners, boeren en bedrijven hebben voldoende water nodig, maar in het toeristische hoogseizoen is dat vaak schaars. Toeristen gebruiken veel water: ze nemen vaak een douche, de vele zwembaden moeten gevuld worden, en grasperken en golfterreinen moeten groen blijven.

Fig. 3.31 Toeristische trip naar de verste uithoeken op aarde zoals Antarctica
Fig. 3.32 Koningspinguïns bekijken op South Georgia Island (Sandwich Islands)
Fig. 3.33 Overtoerisme in Venetië (Italië)
Fig. 3.34 Overtoerisme in Benidorm (Spanje)

Daarnaast veroorzaken grote groepen toeristen regelmatig overlast: te veel verkeer, zwerfvuil, lawaai en storend gedrag, soms door dronken bezoekers. Lokale bewoners hebben genoeg van de selfiemakende toeristen. De perceptie van de lokale bevolking verandert: toeristen worden niet langer gezien als een welkome bron van inkomsten, maar eerder als een last. Lokale cultuur moet vaak wijken voor economische winst, souvenirwinkels verdringen de gewone winkels, en restaurants maken plaats voor fastfoodketens.

Sommige bestemmingen lijken steeds meer op een pretpark. Dit fenomeen heet ‘disneyficatie’. In België is Brugge daar een bekend voorbeeld van. Ook in Brussel zoeken veel toeristen vooral de klassieke trekpleisters op (fig. 3.35).

3.3 MAATREGELEN TEGEN OVERTOERISME

Inwoners van populaire steden en regio’s laten steeds vaker hun ontevredenheid horen over de gevolgen van overtoerisme. In onder meer Amsterdam, Venetië en Barcelona is men niet blij met het stijgende aantal bezoekers. De massale toestroom overspoelt deze steden en verstoort er het dagelijkse leven.

Sommige bestemmingen nemen al maatregelen. In Venetië zijn cruiseschepen verboden in de historische stadskern en moeten toeristen toegangsgeld betalen. Ook buiten Europa grijpt men in. Bij de Japanse vulkaan Mount Fuji plaatste de overheid in mei 2024 tijdelijk een scherm van 2,5 meter hoog en 20 meter breed. Zo wilde men een halt toeroepen aan de massa’s toeristen die er selfies kwamen maken met de berg op de achtergrond. Het achterlaten van afval en het hinderen van het verkeer maakten de overlast nog erger.

Interessant om weten

Een extreem voorbeeld van overtoerisme is het bergdorp Hallstatt in Oostenrijk. Het dorp, met iets meer dan 900 inwoners, ligt idyllisch aan een bergmeer en staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Toch bezoeken in het hoogseizoen tot 10 000 toeristen per dag het dorp.

De populariteit van Hallstatt nam toe na een Zuid-Koreaanse film (2006) en door de link met Disney's Frozen (2013). In China werd in 2012 zelfs een replica van het dorp gebouwd. Vandaag wordt Hallstatt het hele jaar door overspoeld, vooral door toeristen uit Azië. Veel bezoekers maken enkel een selfie en vertrekken weer, waardoor de lokale bevolking er nauwelijks aan verdient.

Fig. 3.37 Selfietoeristen in Hallstatt (Oostenrijk)
Fig. 3.38 Banner aan het uitzichtpunt in Hallstatt
Fig. 3.35 Toeristen bij Manneken Pis in Brussel
Fig. 3.36 Populaire stop bij Japanse supermarkt om de Mount Fuji te fotograferen

In veel populaire Europese vakantiebestemmingen, waar warm en droog weer de grootste troef is, wordt het door klimaatverandering steeds heter en droger. Vooral grote delen van Zuid-Europa ondervinden de gevolgen.

Het weer wordt er onvoorspelbaarder met lange periodes van extreme hitte en felle bosbranden (fig. 3.39) of juist hevige regenval (fig. 3.40). Door die veranderingen komt het toerisme onder druk te staan. Steeds meer mensen die vroeger naar Zuid-Europa reisden, kiezen nu voor koelere landen in het noorden. Zelfs inwoners uit ZuidEuropa ontvluchten in de zomer soms hun eigen regio om aan de hitte te ontsnappen.

Fig. 3.39 Temperatuurafwijking in Europa in 2024 (in vergelijking met periode 1991-2020)

5 Duurza am toerisme

Duurzaam toerisme is toerisme dat geen schade veroorzaakt aan de natuur en natuurlijke hulpbronnen.

Deze vorm van toerisme toont respect voor de mensen en hun cultuur en laat de inkomsten naar de plaatselijke bevolking gaan.

Bij duurzaam toerisme zijn de drie P’s van duurzaamheid in evenwicht: welzijn (people), ecologie (planet) en economie (prosperity). Duurzaam toerisme levert een bijdrage aan de duurzame ontwikkeling van bestemmingen.

Fig. 3.40 Neerslagafwijking in Europa in 2024 (in vergelijking met periode 1991-2020)

PLANET NATUURBESCHERMING

afweging van belangen financiering van de natuurbescherming

LOKALE BEVOLKING PEOPLE nieuwe economische kansen

Fig. 3.41 Duurzaamheidsdriehoek van toerisme

INKOMSTEN PROSPERITY

1 Evolutie van het toerisme

Op figuur 3.28 (Op onderzoek, p. 97) zie je hoe het toerisme na 1995 wereldwijd sterk toeneemt. Eerst in Europa, en later ook in Azië en het Midden-Oosten. Beantwoord de vragen aan de hand van de grafiek.

a In 2020 viel het aantal internationale aankomsten zeer sterk terug. Verklaar de oorzaak.

b Rangschik de regio’s van veel internationale aankomsten naar weinig voor het jaar 2024. veel aankomsten weinig aankomsten

2 Grote toeristenstromen in de wereld

Onderzoek de toeristenstromen wereldwijd. Gebruik de interactieve grafieken op Our World in Data. Schuif telkens de tijdbalk onderaan naar het recentste jaar.

a Onderzoek via de eerste hyperlink het inkomende toerisme in Europa.

-Welke drie Europese landen ontvangen de meeste toeristen? Rangschik van veel naar weinig.

- Welke drie Europese landen ontvangen de minste toeristen? Rangschik van weinig naar veel.

b Onderzoek via de tweede hyperlink het uitgaande toerisme binnen en buiten Europa.

-Welke drie niet-Europese landen hebben de meeste vertrekkende reizigers?

-In welk Europees land is het uitgaande toerisme het grootst?

3 Aantrekkingskracht van Europese bestemmingen

Onderzoek enkele belangrijke toeristische regio’s en het soort toerisme in elke regio.

a Noteer op de kaart de nummers 1 tot 9 van de regio’s uit de tabel op de juiste plaats.

ig hl a nd G ampi a n M ou n t ain

Bre tagn e N o r m a n d i ë C hampagne L a n g u ed o c e ndée

Dord o g n e L o t C auss e s B o u r gondië

C ata l o n i ë

Transs y v a n ische A lp e n B o h e me n B e e r s e Wo u d H o g e T a tr a u r a Ertsgebergte Thüringer W ald E if e l P ä z e r w a d F j o r d e n K a r p a t e n R o d o p e g e b P n d o s geb T i o A n d a lu s i ë

s i ë C ata l o n i ë Bre tagn e N o r m a n d i ë C hampagne L a n g u ed o c V e ndée Dord o g n e L o t C auss e s B o

b Vul in de tabel het land aan en kies het juiste soort toerisme (zie kaartlegende) uit.

4 Mondialisering en overtoerisme

Welke impact hebben de toeristenstromen op bepaalde plaatsen? Onderzoek. a Zoek het juiste bijschrift bij elke foto en noteer het cijfer erbij.

1 Caló des Moro (Mallorca) is internationaal geliefd bij influencers en razend populair op Instagram. Toeristen treden massaal in hun voetsporen op zoek naar de perfecte vakantiefoto. Op drukke momenten loopt de wachttijd op tot vier uur. Alleen al op dit strand verdwijnt door het massatoerisme zo’n 70 kilo zand per dag – ruim twee ton per maand – in handdoeken en sandalen. Dat vormt een ernstige bedreiging voor het lokale ecosysteem. Lokale bewoners noemen het strand inmiddels de ‘Instagram-baai’ en vragen de overheid om het aantal bezoekers per dag te beperken.

2 In 2023 lanceerde Amsterdam een onlinecampagne om toeristen te ontmoedigen de stad alleen te bezoeken voor feesten, alcohol, drugs of het Red Light District. Zo wil het stadsbestuur voorkomen dat Amsterdam verder uitgroeit tot een topbestemming voor luidruchtige vrijgezellenfeesten. Wie termen als ‘kroegentocht Amsterdam’ of ‘goedkoop hotel Amsterdam’ intikt, krijgt voortaan een waarschuwing te zien met de mogelijke gevolgen, inclusief boetes voor asociaal gedrag.

3 Venetië probeert al jaren het aantal bezoekers te beperken om de leefbaarheid van de eeuwenoude stad te beschermen. Sinds 2024 moeten bezoekers op drukke dagen een toegangsticket kopen. Groepen mogen niet groter zijn dan 25 personen en het gebruik van luidsprekers is verboden. Grote cruiseschepen moeten sinds 2021 buiten het centrum aanmeren.

4 Park Güell is een van de bekendste bezienswaardigheden van Barcelona, maar de populariteit brengt grote uitdagingen met zich mee voor de stad en haar inwoners. De toestroom van bezoekers leidt tot overvolle bussen en metrolijnen, geblokkeerde straatjes en geluidsoverlast. Om dit aan te pakken, verwijderde de stad Google Maps-routes voor lokale bussen naar het park, voerde een ticketsysteem met tijdsloten in en beperkte het dagelijkse aantal bezoekers.

b Bekijk nu het overtoerisme in Brugge vanuit verschillende standpunten. Bepaal telkens of het gaat om een economische (E) of sociale waarde (S), en of de perceptie positief (+) of negatief (–) is. Plaats de nummers in het juiste vak van het opiniekwadrant.

SOCIAAL

ES+– uitspraken over het overtoerisme in Brugge

[1] Juan, toerist uit Brazilië:

“Ik kom hier via een cruise in Zeebrugge. Geschiedenis en cultuur boeien me minder, maar ik vind Brugge pittoresk en koop chocolade voor de rest van mijn reis.”

[2] Maria, toerist uit Colombia:

“Ik kom hier via dezelfde cruise in Zeebrugge. Jammer dat het hier zo druk is. Andere toeristen blokkeren vaak mijn uitzicht bij mooie gebouwen of bruggen.

[3] Dirk, burgemeester van Brugge:

“Toeristen zijn hier van harte welkom, ze zorgen voor een hoge omzet in de toeristische winkels.”

[4] Karen, gemeenteraadslid Groen:

“Trop is te veel! We moeten het aantal cruiseschepen echt verminderen. We laten er nu maximaal twee per dag toe: dat betekent 8 000 toeristen, plus de andere bezoekers die per auto of openbaar vervoer komen. Dat is de helft te veel.”

[5] Jos, winkelier:

“Toeristen zijn goed voor mijn zaak, maar ze moeten hun afval wel in de vuilnisbak gooien, en niet op mijn stoep.”

[6] Kees, toerist uit Nederland:

"Ik kom elk jaar een week naar Brugge, genieten van de cultuur. Ondertussen heb ik hier vrienden gemaakt."

[7] Anke, inwoonster van Brugge:

“Ik verhuur het appartement van mijn moeder via Airbnb. Dat levert meer op dan een gewone huurder.”

[8] Polle, Bruggeling, gids en fietsverhuurder:

“Ik houd van toeristen die cultuur én natuur waarderen: de toerist die weet wie Van Eyck en Memling zijn, en die een dagje Damme doet met een huurfiets.

Zij zijn een meerwaarde voor mijn stad én mijn zaak.“

[9] Jan, schepen voor toerisme:

“We hebben noodgedwongen een hotelstop in de binnenstad. Denderende trolleys op kasseien hinderen bewoners, mijn kiespubliek. Ik denk dus ook aan hen.”

[10] Petra, inwoner Brugge:

“Ik woon op 500 meter van de markt. De dichtste supermarkt is peperduur. De toerist is koning, en de inwoner moet zich maar aanpassen aan de toerist. De stad heeft zich helemaal gericht op de toeristen en vergeet haar inwoners."

5 Duurzaam toerisme

Onderzoek enkele duurzame projecten op verschillende bestemmingen in de wereld. Bestudeer de casussen en beantwoord de vragen.

a Situeer de landen op de referentiekaart van de wereld achteraan in je leerwerkboek.

b Onderzoek één bestemming en noteer in de tabel voor jouw project: - de effecten op het welzijn van de bevolking; - de voordelen voor de natuur; - de economie van de bestemming.

©VANIN

De Anunga is een bevolkingsgroep in Ecuador. Ze leven in het tropisch regenwoud van het Yasuni Nationaal Park, een gebied met een grote biodiversiteit. Ze ontwikkelden een project waarbij ze al hun inkomsten uit toerisme halen. Toeristen komen aan in El Coca City en moeten dan nog twee uur doorreizen met een gemotoriseerde kano op de Naporivier. De Anunga laten de toeristen kennismaken met het belang van het regenwoud en met de eeuwenoude gewoonten en gebruiken van hun eigen bevolking. Ze beschermen het regenwoud en gebruiken hun inkomsten voor gratis medische hulp en onderwijs aan de plaatselijke bevolking. Elektriciteit halen ze uit zonne-energie en ze zuiveren het gebruikte water. De projecten creëren ook jobs voor de lokale bevolking.

De eilandengroep Palau is gelegen in de Grote Oceaan en is een favoriete reisbestemming van de Aziaten. Sinds 2017 krijgt elke toerist die aankomt op het eiland een stempel in het paspoort, de zogenaamde ‘Palau Pledge’. Dat is een ecobelofte die bezoekers moeten ondertekenen voordat ze Palau binnenkomen. Ze beloven daarmee om respectvol om te gaan met het milieu. In Palau is plastic voor eenmalig gebruik verboden. Sinds 2020 is het ook verboden om zonnebrandmiddelen te gebruiken die de koraalriffen beschadigen. De eilandengroep streeft ernaar om klimaatneutraal te worden. Toeristen kunnen een financiële bijdrage leveren om hun CO2-uitstoot te compenseren. Die fondsen worden onder meer gebruikt voor het behoud van het zeeleven en de ondersteuning van de lokale bewoners.

Costa Rica is met een aandeel van 6,5 % van de biodiversiteit in de wereld een internationale leider op gebied van natuurbehoud en duurzaamheid. Sinds het einde van de vorige eeuw is het land ook bezig met de ontwikkeling van duurzaam toerisme. Aan de oostkust, net ten zuiden van het nationaal park Torteguero in het kleine dorpje Parismina, kun je als vrijwilliger meehelpen met een natuurbeschermingsgroep die zich inzet om schildpaddensoorten die daar nestelen, te beschermen tegen stropers. De vrijwilligers en toeristen kunnen het volledige project bezoeken tijdens georganiseerde rondreizen. De organisatie heeft heel wat dorpelingen in dienst en de lokale bevolking vangt de vrijwilligers op tegen een vergoeding. Ook de lokale handel heeft voordeel bij de aanwezigheid van de toeristen.

In het Volcanoes National Park in het noordwesten van Rwanda kun je bedreigde berggorilla’s en goudapen spotten. De Rwandese overheid doet inspanningen om toerisme op een milieuvriendelijke manier te organiseren met respect voor de leefomgeving van de lokale bevolking. In het Volcanoes National Park kun je onder begeleiding van lokale spoorzoekers en gidsen een gorillatrekking ondernemen. De lokale bewoners die het toerisme mee organiseren ontvangen een inkomen en beschermen op die manier de verschillende groepen gorilla’s tegen stropers. In de hele regio zijn heel wat mensen tewerkgesteld in jobs die samenhangen met het toerisme, zoals personeel in de hotels. Het welzijn van de lokale bevolking en de bescherming van de natuur gaan zo hand in hand.

gekozen bestemming

welzijn = PEOPLE ecologie = PLANET

economie = PROSPERITY

c Bereken de klimaatimpact van een vakantie. Niet alleen het vervoermiddel, maar ook het type verblijf en de activiteiten ter plaatse bepalen de impact van je vakantie. Stel: je gaat met drie vrienden een week (7 dagen) naar Nice (Frankrijk) voor een zonvakantie. Onderzoek de klimaatimpact van deze reis.

- Ga naar de link bij het onlinelesmateriaal en werk in de tabel.

- Bereken voor elke combinatie de CO2-uitstoot (in kilo CO2-equivalent).

- Noteer het percentage dat vervoer, verblijf en activiteiten vormen van de totale uitstoot. Bereken als volgt: uitstoot onderdeel : totale uitstoot (x 100).

bestemming: Nice (Frankrijk) vervoer verblijf (in kilo CO2-eq / %) activiteiten

- Welke reis heeft de kleinste klimaatimpact? Markeer de juiste keuze.

 vliegtuigreis met verblijf in vakantiehuis

 vliegtuigreis met verblijf in jeugdhostel

4 TEST JEZEL f

 1 Ken je begrippen!

 2 Toeristenstromen

 3 Duurzaam toerisme

 treinreis met verblijf in vakantiehuis

 treinreis met verblijf in jeugdhostel

Sy NTHESE

MONDIALISERING DOET HET TOERISME BOOMEN

Amerika

Europa

Great Acceleration en toerisme:

- sterke groei sinds 1950 - ongelijke verdeling over de wereld

Oorzaken sterke groei:

- betaalbare vliegtuigtickets

- welvaart in de vertreklanden

Gevolgen: massatoerisme en overtoerisme

DUURZAAM TOERISME

Toerisme met respect voor …

- PLANET = natuur en natuurlijke hulpbronnen

- PEOPLE = welzijn van lokale bevolking

- PROSPERITY = economie van lokale bevolking

afweging van belangen financiering van de natuurbescherming

INKOMSTEN PROSPERITY

OVERTOERISME

- te veel toeristen

- negatieve gevolgen voor:

• de leefbaarheid

• het milieu

• de cultuur van de lokale bevolking

• de ervaring van bewoners en bezoekers

BEGRIPPENLIJST

MONDIALISERING, EEN VLOEK OF EEN ZEGEN?

hoofdstuk begrip definitie

©VANIN

1 de anamorfosekaart kaart waarop de werkelijke oppervlakten vervormd zijn; de grootte van een land is evenredig met het belang van het voorgestelde verschijnsel

2 de Big Mac-index index die duidt op de koopkracht van jouw munt (Euro) in het buitenland

1 de container stalen kist met standaardmaten, met een lengte van 20 of 40 voet (ongeveer 6 en 12 m), waarin goederen verscheept en vervoerd worden

1 culturele en sociale mondialisering wereldwijde verspreiding van culturele elementen en sociale gebruiken; bv. invloed van het Engels en de Amerikaanse cultuur

1 de datastroom of gegevensstroom; de verplaatsing van digitale gegevens (of data) tussen verschillende apparaten en systemen

1 de-industrialisatie een proces van sociale en economische verandering door het verdwijnen of verminderen van industriële capaciteit of activiteit in een land of regio

1 de lageloonlanden landen waar de loonkosten beduidend lager liggen dan in de West-Europese of Amerikaanse landen

1 delokalisatie het door een bedrijf verplaatsen van activiteiten naar een ander land, meestal wegens lagere productiekosten

2 duurzaam toerisme toerisme dat geen schade veroorzaakt aan natuur en milieu; dit type toerisme komt ook de plaatselijke gemeenschappen ten goede

1 economische mondialisering de uitwisseling van goederen, diensten, kapitaal en arbeid wereldwijd; een belangrijk deel zijn de goederenstromen tussen wereldblokken

1 de ervaren afstand de afstand zoals iemand die beleeft, beïnvloed door ervaring en omstandigheden

1 de Europese Unie (EU)

27 Europese landen die intensief samenwerken op economisch, politiek en juridisch vlak; met vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal

1 de financiële stroom de geldstroom

1 de globaliseringsindex

maatstaf die de mate van verbondenheid van een land met andere landen meet op economisch, politiek, sociaal en cultureel vlak

1 de goederenstroom de fysieke verplaatsing van goederen (grondstoffen en producten) van punt A naar punt B, met als doel ze verder te verwerken of te consumeren

1 het internetplatform een internetbedrijf of digitale omgeving die de uitwisseling van informatie, ideeën en/of goederen tussen gebruikers mogelijk maakt

2 het massatoerisme wanneer grote groepen mensen gelijktijdig dezelfde plaats bezoeken

1 de mondialisering of globalisering (van het Engelse globe); de verbondenheid en verweving van economieën en samenlevingen, overal op aarde

1 de multinational groot bedrijf dat vestigingen heeft over heel de wereld

1 het netwerk een samenwerkingsverband (politiek, cultureel of economisch) dat uitwisseling tussen partijen bevordert of vergemakkelijkt

2 het overtoerisme situatie waarin te veel toeristen op hetzelfde moment op dezelfde plaats zijn, waardoor het hinderlijk is voor bezoekers en/of bewoners

1 outsourcing taken uitbesteden aan een derde partij, vaak om kosten te besparen

MONDIALISERING, EEN VLOEK OF EEN ZEGEN?

hoofdstuk begrip definitie

1 de perceptie de persoonlijke manier waarop iemand iets waarneemt en interpreteert, beïnvloed door zijn of haar situatie of achtergrond

1 politieke mondialisering internationale organisaties, zoals de EU of de VN, oefenen door samenwerking invloed uit op de politiek en het beleid van landen

1 de relatieve afstand afstand zoals je die ervaart, niet gemeten in kilometers maar in tijd, moeite of kost

2 de toeristenstroom de verplaatsing van grote aantallen toeristen van hun woonplaats naar een bezoek- en/of verblijfsbestemming

2 de UNESCO of voluit United Nations Educational Scientific and Cultural Organisation; VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur, die wereldwijd inzet op vrede, duurzame ontwikkeling en samenwerking tussen culturen

1 de Verenigde Naties (VN) een internationale organisatie (opgericht in 1945) met daarin bijna alle landen ter wereld, die samenwerken aan vrede, veiligheid, mensenrechten en duurzame ontwikkeling

2 de Werelderfgoedlijst lijst van cultureel en/of natuurlijk erfgoed van uitzonderlijke universele waarde, dat beschermd en behouden moet blijven voor toekomstige generaties

1 de wereldhandel de uitwisseling van goederen, diensten en kapitaal tussen landen (dus zowel import als export); ook wel internationale handel genoemd

Groeiende verstedelijking

WERELDSTEDEN

IN EVOLUTIE

©VANIN

KERNVRAAG

WAAROM ZIJN STEDEN OP WERELDSCHAAL ZO SNEL GEGROEID?

1 CHECK-IN

Steden zijn de laatste tientallen jaren sterk gegroeid. Je ziet er veel nieuwe gebouwen die dicht bij elkaar staan en een uitgebreid wegennet. Hoe ontstonden die veranderingen en welke verbanden zijn er tussen steden? Ga op tijdreis! Situeer in de oefening op iDiddit enkele steden en verbind de oude foto’s met hun huidige uitzicht.

2 OP ONDERZOEK

1 De groei van steden

Sinds 1950 groeit de wereldbevolking snel. Aangezien er steeds meer mensen in dichtbevolkte gebieden gaan wonen, veranderen dorpen in steden en groeien de bestaande steden. Dit proces noemen we verstedelijking

4.1 Bevolkingsgroei in de wereld sinds 1800 (bron data: ourworldindata.org)

Fig. 4.2 Bevolkingsgroei in steden en op het platteland sinds 1800 (bron data: ourworldindata.org)

Fig.

Veel steden evolueren op een vergelijkbare manier. Hieronder zie je het huidige stadsbeeld van Londen (Verenigd Koninkrijk). De stad groeide sterk in de voorbije tientallen jaren. Nieuwe wolkenkrabbers en woon- en kantoortorens veranderden de skyline sterk.

Benieuwd naar hoe Londen er vroeger uitzag? Op de website van The London Picture Archive vind je een verzameling historische foto’s van de Londense skyline.

Er bestaan grote verschillen in de wereld op het vlak van verstedelijking. In het ene land wonen veel meer mensen in steden dan in het andere (fig. 4.4). In Zuid-Amerika en Noord-Amerika woont het grootste deel van de bevolking in stedelijke gebieden: de verstedelijkingsgraad is daar hoog. Uit de onderstaande kaart blijkt dat Afrika en Azië het minst verstedelijkt zijn en een lagere verstedelijkingsgraad hebben.

©VANIN

4.4 Aandeel van de bevolking dat in stedelijke gebieden woont (2024) (bron data: ourworldindata.org)

Fig.
Fig. 4.3 Skyline van Londen (VK) met St Paul’s Cathedral vanaf Waterloo Bridge

De verstedelijking en ontvolking van het platteland lijken tegenstrijdig, maar komen vaak tegelijk voor. In België is er een duidelijk verschil tussen Vlaanderen en Wallonië. Dat blijkt uit twee voorbeelden: de gemeente Meise in Vlaanderen (fig. 4.5) en Vresse-sur-Semois in Wallonië (fig. 4.6).

In Vlaanderen zien we vooral verstedelijking van het platteland: dorpen krijgen een meer stedelijk karakter met verkavelingen, lintbebouwing, winkelcentra en bedrijventerreinen. Dat leidt tot een sterke versnippering van de open ruimte. Veel mensen vermijden de drukte van de stad, maar blijven wel gebruikmaken van de stedelijke functies. De vele verplaatsingen zorgen voor een verzadigd wegennet en leiden tot problemen met de mobiliteit

In sommige delen van Wallonië daarentegen treedt een ontvolking van het platteland op. Door een gebrek aan werkgelegenheid en de grote afstand tot voorzieningen neemt de bevolking er af, waardoor winkels en scholen sluiten. Zo wordt het minder aantrekkelijk voor (jonge) bewoners. Dit verschijnsel noemen we plattelandsvlucht Bewegingen van het platteland naar de stad of omgekeerd worden beïnvloed door push- en pullfactoren.

Pushfactoren zijn redenen die mensen ertoe aanzetten om een bepaald gebied te verlaten. Pullfactoren zijn redenen die mensen aantrekken om naar een bepaald gebied te verhuizen.

Fig. 4.5 Meise als voorbeeld van verstedelijking van het platteland (bron data: allecijfers.be)

Fig. 4.6 Vresse-sur-Semois als voorbeeld van ontvolking van het platteland (bron data: allecijfers.be)

Aantal inwoners per jaar in de gemeente Meise
Aantal inwoners per jaar in de gemeente Meise
Aantal inwoners per jaar in de gemeente Vresse-sur-Semois
Aantal inwoners per jaar in de gemeente Vresse-sur-Semois
Meise

In veel delen van de wereld ontstaan sloppenwijken door de ontvolking van het platteland. Op het platteland is er vaak armoede, weinig werk en voorzieningen en een beperkte bereikbaarheid. Wanneer mensen naar de stad trekken, hopen ze daar meer kansen te vinden: werk, onderwijs en gezondheidszorg. Omdat huurwoningen er vaak duur zijn en de wachttijden lang, belanden veel nieuwkomers in goedkope, onofficiële wijken aan de rand van de stad. In zulke sloppenwijken zijn de leefomstandigheden moeilijk: slechte huisvesting, te weinig proper water, drukke straten en criminaliteit. Toch zien veel mensen er meer kansen dan op het platteland.

4 Hiërarchie tussen steden op wereldvlak

Niet alle steden hebben evenveel invloed op wereldvlak. Sommige spelen een bepalende rol in de wereldeconomie, handel of politiek. Denk bijvoorbeeld aan steden zoals: - Londen met de grootste aandelenbeurs van Europa; - Tokio waar de hoofdzetels van Sony, Toyota en Nintendo gevestigd zijn; - Shanghai dat de grootste containerhaven ter wereld heeft.

Wanneer we steden rangschikken op basis van het aantal inwoners en de aard van hun functies, spreken we van de hiërarchie van steden. Hierdoor staan bijvoorbeeld Londen en Tokio bovenaan in de hiërarchie.

Figuur 4.8 toont de verbindingen (mobiliteit, communicatie, energie …) tussen de meest gemondialiseerde steden ter wereld. De grootste bollen zijn de belangrijkste knooppunten in het wereldwijde economische netwerk De kleinere bollen zijn kleinere wereldsteden die regionale economische centra verbinden.

Fig. 4.7 Sloppenwijk in Rio de Janeiro (Brazilië)
Fig. 4.8 Verbindingen tussen wereldsteden

3 A AN DE SLAG

1 Steden by night

Gebruik de kaart hieronder om de vragen te beantwoorden.

a Leid uit de kaart af waar de dichtstbevolkte gebieden op aarde liggen. Noteer er drie.

b Duid Tokio, Madrid en Kaapstad aan op de kaart.

Satellietbeeld van NASA

2 Groei van steden

Ga via de link op iDiddit naar de interactieve website over steden. Bekijk aandachtig en bepaal of de onderstaande stellingen juist of fout zijn. Verbeter indien fout.

In 2020 hadden China en India de meeste steden met meer dan 500 000 inwoners.

In 1800 waren er wereldwijd maar vijf steden met meer dan 500 000 inwoners.

Tussen 2000 en 2025 zijn de steden in Zuid-Amerika sneller gegroeid dan die in Afrika.

3 Evolutie verstedelijking per werelddeel

Bekijk het staafdiagram over de verstedelijkingsgraad per werelddeel. Vul eerst op basis van het diagram de tabel aan en analyseer daarna welke positie Europa inneemt.

AfrikaAziëOceaniëEuropaNoordAmerika ZuidAmerika wereld

Verdeling stedelijke bevolking per werelddeel (bron: ourworldindata.org)

Stedelijke bevolking in de wereld (in %)

Meest verstedelijkt

verstedelijkt

Snelst groeiende verstedelijking (1) (2)

Positie van Europa Europa is wereldwijd het werelddeel.

4 Versnippering van de open ruimte

Bestudeer de verstedelijking aan de hand van een GIS-viewer.

a Ga naar de website met oude kaarten van het Belgische landschap vanaf 1775. Klik linksboven op het icoon van de kaartlagen zodat rechts een balk met kaartlagen verschijnt.

b Start vanaf 1775 en onderzoek de uitbreiding van de bebouwde ruimte voor je eigen gemeente. Maak geregeld een screenshot zodat je de evolutie later opnieuw kunt bekijken.

c Vul aan of markeer wat klopt voor jouw gemeente.

-De bebouwde ruimte is uitgebreid vanaf

-De bebouwde ruimte is gekrompen vanaf

-Er zijn nieuwe wijken gebouwd.

-Er is open ruimte verdwenen.

-Er is landbouwgrond verdwenen.

-De bebouwde ruimte is omgezet in landbouwgrond.

-De stadsomwalling is verdwenen.

5 Verstedelijking van het platteland

Verstedelijking van het platteland is duidelijk te zien in het landschap. Wat herken je? a Koppel de luchtfoto’s aan de juiste omschrijvingen. Noteer de cijfers in de tabel.

b Noteer nu de juiste begrippen onder de foto’s. Kies uit: bedrijventerrein – lintbebouwing – verkaveling – winkelcentrum –wegennet – versnippering door wegen en verkaveling 1 3 5 2 4 6

luchtfoto omschrijving gebied opgedeeld in bouwgronden (kavels) zone voor industrie en bedrijven, niet bedoeld als woongebied lang uitgestrekte bebouwing langs een weg in open ruimte concentratie van winkels buiten de bebouwde kom geheel van alle wegen in een bepaald gebied landbouw- en natuurgebieden worden doorsneden door infrastructuur

6 Plattelandsvlucht in Soria

Onderzoek de plattelandsvlucht in de Spaanse provincie Soria. Bekijk de foto’s en het filmpje op iDiddit. Markeer de juiste antwoorden in de tabel.

a Beoordeel elke categorie in de tabel en duid aan of het gebied op dat vlak weinig of veel push- of pullfactoren heeft.

pushfactoren van het platteland

diensten en voorzieningen weinig / veel

pullfactoren naar de stad

weinig / veel werkgelegenheid

weinig / veel werk in de omgeving

weinig / veel

weinig / veel werk in de industrie en diensten verkeersinfrastructuur (autosnelwegen / treinverbindingen)

gezondheidsvoorzieningen geen / veel ziekenhuizen beperkt / groot aanbod aan medische diensten

aanbod winkels

aanbod scholen

weinig / veel

weinig / veel

weinig / veel

weinig / veel

geen / veel ziekenhuizen gespecialiseerd / algemeen aanbod aan medische diensten

weinig / veel

weinig / veel ontspanning (bioscopen, sportinfrastructuur, cafés …)

weinig / veel

b Wat kun je op basis van de tabel besluiten over de verschillen tussen platteland en stad?

7 Hiërarchie tussen steden

Onderzoek waarom niet alle steden op wereldvlak even belangrijk zijn aan de hand van twee voorbeelden.

a Duid de steden Londen en Lima aan op de referentiekaart achteraan dit leerwerkboek.

b Bekijk de foto’s van Londen en Lima hieronder. Noteer onder elke foto het inwonersaantal.

Gebruik daarvoor de website via de link op iDiddit.

Londen (Verenigd Koninkrijk)

Lima (Peru) inwonersaantal inwonersaantal

c Wat weet je al over Londen en Lima? Noteer per stad: - een kenmerk van het stadsbeeld - een economisch kenmerk - een opvallend weetje

Londen - stadsbeeld: - economie: - weetje: Lima - stadsbeeld: - economie: - weetje:

d Zoek nu online informatie over beide steden. Gebruik hiervoor betrouwbare bronnen en vul je antwoorden bij vraag c nog aan.

e Stel: je wilt zelf een bedrijf opstarten. In welke van deze steden zou jij dat het liefst doen? Leg uit waarom.

f Wat kunnen we besluiten uit de vergelijking tussen Londen en Lima? Duid aan.

 Elke stad heeft evenveel invloed.

 Niet elke stad heeft evenveel invloed.

 Er is gelijkwaardigheid tussen steden.

 Er is een hiërarchie tussen steden.

g Bekijk figuur 4.8 (Op onderzoek, p. 115) over de netwerken tussen steden. In welke regio’s zijn er veel steden met veel netwerken naar andere steden? Duid aan wat juist is.

 Europa

 Afrika

 Zuid-Amerika

 West-Azië

4 TEST JEZELF

 1 Verstedelijkte wereldregio’s

 2 Kenmerken van verstedelijking

 3 Verbindingen tussen wereldsteden

 Oost-Azië

 het oosten van de Verenigde Staten

 het westen van de Verenigde Staten

 Australië

SYNTHESE

evolutie bevolkingsgroei in stedelijke en landelijke gebieden

verstedelijking van het platteland plattelandsvlucht GROEIENDE VERSTEDELIJKING

beïnvloed door push- en pullfactoren

hoogste verstedelijkingsgraad in Noord-Amerika en Zuid-Amerika

groei en hiërarchie van steden

knooppunten in een wereldwijd economisch netwerk

versnippering van open ruimte

verkavelingen lintbebouwing

winkelcentra

bedrijventerreinen

2 DE STAD ONTLEED

©VANIN

KERNVRAAG

WELKE GELIJKENISSEN EN VERSCHILLEN KUN JE ZIEN TUSSEN STADSDELEN?

1 CHECK-IN

Steden zijn voortdurend in beweging. Ze bestaan uit stadsdelen of zones met elk hun eigen functie: wonen, werken, ontspannen, winkelen ... Door nieuwe impulsen veranderen ze voortdurend van uitzicht. Hoe ziet een stad eruit, en hoe verandert ze in de loop van de tijd? Ga naar iDiddit en ontdek hoe een stad is opgebouwd.

2 OP ONDERZOEK

1 Stadsdelen in Rio de Janeiro

Steden bestaan uit verschillende wijken, elk met hun eigen functie. Sommige wijken zijn vooral woonzones, terwijl andere veel werkgelegenheid bieden. Het Central Business District (CBD) is het zakencentrum van een stad, herkenbaar aan wolkenkrabbers en een hoge concentratie aan bedrijven en kantoren.

In Rio de Janeiro is Centro het CBD van de stad, waar de werkgelegenheid bijzonder groot is. Ten noorden (Zona Norte) en ten zuiden (Zona Sul) daarvan liggen de belangrijkste woonwijken (fig. 4.9).

Fig. 4.9 De belangrijkste stadzones in Rio de Janeiro (Brazilië)

Zowel op het vlak van etnische afkomst als van inkomen zijn er grote verschillen tussen het noorden (Zona Norte) en het zuiden (Zona Sul) van de stad (fig. 4.10 en 4.11). Dat noemen we ruimtelijke segregatie: mensen met verschillende achtergronden wonen in andere wijken en leven dus grotendeels gescheiden van elkaar.

In Zona Sul wonen vooral witte inwoners, terwijl in Zona Norte mensen met verschillende etnische achtergronden wonen (fig. 4.10). Dat betekent dat er etnische segregatie optreedt: bevolkingsgroepen met een andere etnische achtergrond zijn ruimtelijk van elkaar gescheiden.

©VANIN

Ook op sociaal-economisch vlak is er een duidelijk verschil. Het gemiddelde inkomen ligt in Zona Norte veel lager dan in Zona Sul (fig. 4.11). Hierdoor is er niet alleen sprake van etnische, maar ook van sociale segregatie: verschillende bevolkingsgroepen leven naast elkaar, maar hebben weinig contact of interactie.

Etniciteit Afro-Braziliaans gemengde etnische afkomst witte bevolking

R$ 0 - R$ 500

R$ 500 - R$ 750

R$ 750 - R$ 1000

R$ 1000 - R$ 1500

R$ 1500 - R$ 2000

R$ 2000 - R$ 2500 boven R$ 2500

Fig. 4.10 Etniciteit in Rio de Janeiro op satellietbeeld (bron: projectocolabora.com)
Fig. 4.11 Inkomensverdeling in Rio de Janeiro (bron: Mapa da Desigualdade, 2020)

Steden veranderen voortdurend. Oude stadsdelen worden gerenoveerd en industriële gebouwen krijgen een andere functie, bijvoorbeeld voor horeca of cultuur. Dit noemen we opwaardering. Door investeringen in infrastructuur en openbare ruimte zoals de aanleg van parken, worden buurten beter toegankelijk en aantrekkelijker. Het wordt aangenamer om er te leven, waardoor jonge mensen gemakkelijker in de stad blijven wonen. Toch gaat dit proces vaak gepaard met sociale verschuivingen: armere inwoners die er oorspronkelijk woonden, kunnen de huurprijzen niet meer betalen en moeten verhuizen.

Interessant om weten

De wijk Notting Hill in Londen is vandaag een van de duurste woonwijken in de stad, maar dat was vroeger anders. Tot in de jaren 1970 was het een kansarme buurt met goedkope huurwoningen en veel immigranten. Vanaf de jaren 1980 begon een opwaardering: oude huizen werden gerenoveerd en jonge, rijke bewoners trokken naar de wijk. De gemiddelde woningprijs steeg van ongeveer £ 75 000 in 1995 tot meer dan £ 1,5 miljoen in 2024. Hierdoor moesten veel oorspronkelijke bewoners met lagere inkomens de wijk verlaten.

Ook functiewijzigingen komen veel voor in steden. Gebouwen of terreinen krijgen dan een nieuwe bestemming. Als oude industriegebieden worden omgevormd tot woonwijken, commerciële centra of culturele plekken, gaat het om reconversie. Een bekend voorbeeld is de herontwikkeling van de Docklands in Londen, waar voormalige haven- en industriegebieden zijn omgevormd tot moderne woon- en kantoorwijken (fig. 4.13).

Fig. 4.12 Het populaire Portobello Road in de wijk Notting Hill (Londen)
Fig. 4.13 Functiewijziging in de Docklands in Londen: van havengebied tot moderne stadswijk

3 A AN DE SLAG

1 Stadsdelen in New York City

Ga op ontdekkingstocht door New York City met behulp van de GIS-viewer Google Earth.

a Duid New York aan op de referentiekaart van de wereld achteraan in je leerwerkboek.

b Bekijk het satellietbeeld van New York op de volgende pagina. Noteer de nummers van de locaties bij de foto’s. Benoem wat je ziet op de foto.

0 1 km

©VANIN

Satellietbeeld New York door Sentinel-2 (bron: Google Earth)

c Wat is er aanwezig in de verschillende buurten? Kruis aan.

diensten & kantoren wolkenkrabberswinkels ontspanning & toerisme

Vrijheidsbeeld

Liberty Island

Central Park

Empire State Building

Times Square

Chinatown

Brooklyn 9/11 Memorial

The Bronx

d Noteer de volgende stadsdelen op het satellietbeeld hierboven.

Brooklyn – CBD – Manhattan – Queens – The Bronx

e Vul de tabel aan. Zoek via de hyperlink welke etnische groep(en) in elke wijk het talrijkst is/zijn en leid het gemiddelde inkomen af uit de kaart.

wonen / werkenetnische afkomst inwoners gemiddeld inkomen

Manhattan: Chinatown wonen / werken

Manhattan: CBD wonen / werken

The Bronxwonen / werken

Brooklynwonen / werken

Interessant om weten

Eén dollar komt overeen met euro. Zoek dit online op.

Mediaan inkomen per gezin (in $)

30 846 – 49 345

52 797 – 72 834 75 083 – 93 817

Mediaan inkomen per gezin (New York, 2023)

f Welke vormen van segregatie vind je in New York City terug?

The Bronx

2 Functiewijzigingen in een stad

Onderzoek hoe de functies in een stad veranderen via onderstaande GIS-viewer.

a Volg het stappenplan om de veranderingen te zien.

1 Open de interactieve website met luchtfoto’s van New York.

2 Tik in de zoekbalk ‘Hunter’s Point South Park’ in. Dat is een park in Queens.

3 Klik rechtsboven op het icoon met de lagen. Je kunt nu verschillende jaartallen aanklikken waarna je het beeld kunt verschuiven om de verschillen te zien.

b Beschrijf welke veranderingen je ziet in Hunter’s Point (Queens). Markeer wat juist is.

-In 1924 was er industrie / natuurgebied

-Tussen 2012 en 2014 is er bebouwing / een park bijgekomen.

-In 2018 werd dit een woonwijk / verlaten terrein, waar in 2020 op gebouwd werd.

-Ondertussen is de site heraangelegd / verwaarloosd

c Je kunt de verandering die Hunter’s Point onderging, koppelen aan een begrip. Welk begrip?

d Bekijk de foto’s. Je ziet links hoe Hunter’s Point er in 2020 uitzag en rechts een recente foto. Beschrijf de functiewijziging die dit gebied sinds 1924 onderging. Wat zijn de gevolgen van dit proces? Vul aan.

singles – industriegebied – gezinnen – andere bewoners – dezelfde bewoners –de tertiaire sector – arbeiders – dalen – stijgen – woningen en kantoren

maakt plaats voor

Dit trekt

aan. In plaats van komen er mensen wonen die werkzaam zijn in . Het park zorgt ervoor dat er verblijven. De huizenprijzen zullen hierdoor verder

4 TEST JEZELF  1 Stadsdelen

2 Segregatie

3 Veranderingen in de stad

4 Gevolgen van opwaardering

Hunter’s Point in Queens (NY) in 2020 (links) en nu (rechts)

SYNTHESE

stadswijken bv. CBD

sociale en ruimtelijke segregatie

veranderingen in de stad

opwaardering

functiewijziging reconversie

DE STAD ONTLEED

LEEFBAARHEID

VAN STEDEN

KERNVRAAG

HOE MAAK JE VAN EEN STAD EEN FIJNE PLEK VOOR MENSEN?

1 CHECK-IN

In de stad wonen heeft voordelen, maar ook nadelen. Ga naar iDiddit en bepaal bij de foto’s of het gaat om een voor- of nadeel van wonen in de stad. Drukte, verkeer en beperkte ruimte zetten de leefbaarheid vaak onder druk, maar er bestaan ook tal van oplossingen om steden aangenamer te maken om in te leven.

2 OP ONDERZOEK

1 Stedelijk hitte-eilandeffect

Steden zijn warmer dan de omliggende landelijke gebieden. Dat is het stedelijk hitte-eilandeffect. Er zijn verschillende oorzaken voor temperatuurverschillen tussen stedelijke gebieden en plattelandsgebieden.

In plattelandsgebieden zorgen vegetatie en open ruimte voor verdamping en het infiltreren van water. Daardoor wordt minder warmte opgenomen en vastgehouden, wat op figuur 4.14 wordt weergegeven door de blauwe zone. Verharde en bebouwde oppervlakken hebben vaak een donkere kleur. Die zorgen in stedelijke gebieden voor minder weerkaatsing en dus meer opname van zonlicht, waardoor de temperatuur stijgt. Bebouwing houdt ook wind tegen, waardoor warmte langer op dezelfde plaats blijft hangen. Daarnaast nemen bouwmaterialen zoals beton en asfalt veel warmte op en houden die vast, wat op de figuur zichtbaar is als rode zone.

PLATTELANDSGEBIED

verdamping van water en transpiratie door planten

3 °C tot 10 °C warmer

STEDELIJK GEBIED

verdamping van water en transpiratie door planten

minder warmte-opname en -vasthouding

Fig. 4.14 Het stedelijk hitte-eilandeffect

waterinfiltratie

meer warmte-opname en -vasthouding

waterinfiltratie

Door de dichte bebouwing en de verharding is er in steden weinig ruimte voor groen. Planten en bomen nemen zonlicht op en verdampen water via hun bladeren. Dat kost energie en zorgt ervoor dat warmte uit de omgeving wordt opgenomen. Als er minder planten en bomen zijn, gebeurt er minder verdamping en blijft er meer warmte in de lucht. Daardoor warmt de stad sterker op.

Ook regenwater kan in steden minder goed in de bodem dringen. De ondergrond bestaat er grotendeels uit beton of asfalt, waardoor het water snel via de riolering wegstroomt. Daardoor is er minder verkoeling door verdamping. Daarnaast versterken verkeer en industrie het hitte-eilandeffect, omdat ze extra warmte aan de stad toevoegen.

Om het stedelijk hitte-eilandeffect te beperken, kan een stad zoveel mogelijk groen voorzien. Daarnaast kiest het stadsbestuur best voor doorlaatbare oppervlakken en lichte materialen die minder warmte vasthouden. Ook bv. fonteinen of vijvers helpen om de temperatuur te verlagen.

©VANIN

Interessant om weten

Een inspirerend voorbeeld is Medellín, de tweede grootste stad van Colombia. Daar werden 36 kilometer aan schaduwrijke, groene corridors aangelegd langs wegen en rivieren. Hierdoor daalde de temperatuur met gemiddeld 2 °C. De stad investeerde ook in groene daken en geveltuinen bij metrostations, bruggen en overheidsgebouwen (inclusief het stadshuis). Deze ingrepen verminderen niet alleen de warmte, maar zuiveren ook de lucht en zorgen voor een visueel verfrissend stadsbeeld.

Fig. 4.15 Parking met gras en doorlaatbare tegels
Fig. 4.16 Stedelijke vergroening in Medellín (Colombia)

In de omgeving van grote steden zoals Brussel en Antwerpen komen steeds vaker verkeersopstoppingen of files voor. Dat noemen we verkeerscongestie. Veel inwoners uit de stadsrand verplaatsen zich dagelijks naar de stad voor werk of voorzieningen. Omdat die verplaatsingen op dezelfde momenten gebeuren, ontstaan files.

Door de drukte op de wegen vermindert de mobiliteit: auto’s staan stil, mensen verliezen tijd en de economie vertraagt. Ook het systeem aarde komt onder druk te staan. Auto’s in de file stoten meer broeikasgassen en fijnstof uit, wat bijdraagt aan klimaatverandering en luchtvervuiling. Bovendien is er meer ruimte nodig voor wegen en parkeerplaatsen. Dat leidt tot verharding van oppervlakken en verlies van groene zones.

filezwaarte (kilometeruren)

gemiddelde

1 kilometeruur = 1 kilometer file gedurende 1 uur

Fig. 4.17 Evolutie van de filezwaarte op Vlaamse snelwegen tijdens werkdagen (bron: verkeerscentrum.be)

Om verkeerscongestie tegen te gaan, investeren steden vaker in fietsnetwerken en sterk openbaar vervoer. Ook met maatregelen zoals lage-emissiezones, tolsystemen en hoge parkeertarieven proberen ze autobestuurders uit de stad te houden. Zo ontstaan er minder files, komt er meer ruimte vrij voor voetgangers en fietsers en wordt de luchtkwaliteit beter.

In Barcelona (Spanje) werkt men met Superblocks (Superilles). Dat zijn groepen straten waar het autoverkeer sterk wordt beperkt of zelfs volledig geweerd (fig. 4.18). Door deze maatregel daalde de verkeersdrukte met 21 %. Ook geluidsoverlast en luchtvervuiling namen af. In het begin was er weerstand van buurtwinkels en automobilisten, maar die verminderde toen bleek dat er meer ruimte kwam voor voetgangers en fietsers. Zo ontstonden nieuwe ontmoetingsplekken op straat en kregen winkels en horeca meer klanten.

huidig model

©VANIN

openbaar vervoer fietspaden fietspaden (tegen rijrichting) vrije doorgang voor fietsers

Superblocks-model

doorgang voor privévoertuigen voertuigen van bewoners stadsdiensten en hulpdiensten leveranciers (vrachtverkeer)

Fig. 4.18 Het Superblocks-model uit het Urban Mobility Plan van Barcelona (Spanje)

leverzone / laad- en loszone toegangscontrole basisverkeersnetwerk straten (voorrang voetgangers)

Verharding

beperkte aanvulling grondwaterreserves

Verstedelijking gaat samen met een toename van verharde oppervlakken zoals wegen, voetpaden en gebouwen. Zo kan regenwater minder goed in de bodem dringen, waardoor de kans op wateroverlast en overstromingen toeneemt. Daarnaast leidt verharding tot verlies van biodiversiteit, omdat planten en dieren minder ruimte krijgen.

Om deze problemen aan te pakken, zetten steeds meer steden in op ontharding, zoals Kopenhagen in Denemarken. Daar zorgde extreme regenval in 2011 ervoor dat straten veranderden in rivieren. Als reactie startte de stad het grootschalige Cloudburst-project met een dubbele aanpak: bovengronds en ondergronds (fig. 4.20).

Bovengronds werden parken en pleinen aangelegd die bij hevige regen tijdelijk water opvangen. Ook kwam er waterdoorlatende verharding in verschillende wijken. Ondergronds bouwde men tunnels die het regenwater tijdelijk opslaan en afvoeren. Het project helpt niet alleen om overstromingen te voorkomen, maar vermindert ook het stedelijk hitte-eilandeffect en zorgt voor meer biodiversiteit.

Fig. 4.19 Effect van verharding op de afwatering van neerslag
Fig. 4.20 Cloudburst-project in Kopenhagen (Denemarken)

1 Het effect van verstedelijking

Onderzoek het effect van verstedelijking op de temperatuur.

a Kijk naar de bebouwingsgraad op de figuur

-Markeer in de tabel telkens het juiste woord.

-Teken een lijn op de figuur die het temperatuurverloop op de verschillende plaatsen aangeeft.

hoge temperatuur

gemiddelde temperatuur

lage temperatuur

Verband bebouwingsgraad en temperatuur

bebouwing

veel / weinig

veel / weinig open ruimte

veel / weinig veel / weinig groen veel / weinig veel / weinig water (rivieren, vijvers)

veel / weinig veel / weinig

b Benoem het verschijnsel waarbij de temperatuur in stedelijke gebieden hoger is dan in landelijke gebieden.

2 Temperatuur in stedelijke gebieden

Bij het stedelijk hitte-eilandeffect is de temperatuur in stedelijke gebieden hoger dan in landelijke gebieden. Onderzoek de oorzaken van dit verschijnsel.

a Bekijk de figuur en vervolledig het causaal diagram. De start is al gegeven. Teken de pijlen tussen de variabelen. Plaats een + bij een versterkende en een – bij een verzwakkende relatie.

weerkaatsing – vegetatie – water – wind – waterdamp – temperatuur – energie

transpiratie verdamping

warmte van gebouwen opname

wind kan niet verder warmte van auto’s warmte van straat

Oorzaken temperatuurverschillen stad en platteland

bebouwing / verharding

donkere kleur in de stad

warmte vasthouden

wind

water

vegetatie

verkeer

industrie en huishoudens

weerkaatsing

temperatuur

Hoe kunnen we de stad leefbaarder maken? Onderzoek aan de hand van foto’s, teksten en filmpjes voor welke problemen onderstaande voorbeelden een oplossing kunnen zijn.

a Je leerkracht verdeelt de klas in vier groepen. Elke groep onderzoekt één oplossing.

b Vul in het kader op p. 139 de oplossing aan die jullie hebben onderzocht.

c Ga vervolgens als expert naar de andere groepen en leg jullie oplossing uit.

Genk wil langste groene gevel van Vlaanderen in Stalenstraat

De stad Genk wil de handelaars in de Stalenstraat aanzetten om hun gevels met planten te laten begroeien. Genk wil zo de langste groengevel van Vlaanderen creëren, een titel die nu voor het Nike gebouw in Laakdal is.

De stad Genk wil de Stalenstraat, dat is de handelsstraat in Waterschei, opwaarderen. Nu de steden steeds meer opwarmen, wordt het belang van groen groter. Extra groen kan in de vorm van bomen, bloemen of planten. Maar het kan ook anders, want groen kan ook verticaal. Tegen de gevels dus, en daar gaat de stad Genk op inzetten in de Stalenstraat.

“In de Stalenstraat willen we een groengevel maken van 1,6 kilometer”

Schepen Toon Vandeurzen (CD&V)

De stad stelt de planten ter beschikking, zal ook de tegels opbreken, en klimhulp leveren om die planten te begeleiden langs de gevels. De handelaars moeten de planten dan verzorgen.

Op die manier wil de stad de langste groengevel van Vlaanderen creëren. Schepen Toon Vandeurzen (CD&V): “Nu onze steden opwarmen, wordt het belang van groen voor de broodnodige zuurstof, het opvangen van stof en de afkoeling van de straten steeds belangrijker. Groen is ook een sociaal bindmiddel. Planten en bloemen bieden gespreksstof, wakkeren een gezonde competitie aan en zorgen voor samenhorigheid in een straat.”

Bron: VRT NWS

Daarom zijn de Griekse huizen wit met blauw

Santorini, Griekenland

Spierwitte huisjes met blauwe deuren en kerkjes met blauwe koepels. Griekser kan het bijna niet. Maar waarom zijn die huizen nu eigenlijk wit? Om alvast een misverstand uit de weg te ruimen: het heeft niets te maken met de Griekse vlag, zoals vaak wordt aangenomen. De voornaamste reden dat de huisjes op de Cycladen stralend wit zijn, is nogal praktisch van aard.

Omdat er weinig tot geen hout beschikbaar was op de eilanden, gebruikten de bewoners (donkere) stenen voor het bouwen van hun huizen. Dat bracht wel een probleem met zich mee. Omdat die stenen warmte absorberen, werd het binnen ondraaglijk warm in de zomer. Door de buitenmuren een witte kleur te geven, worden de zonnestralen gereflecteerd en blijft het binnen lekker koel.

Bron: historiek.net

Paddenstoelenkwekerij breidt uit naar de kelders van de hoofdstad

Kweek van champignons op voedingsbodem Kweek van oesterzwammen in Parijse parkeergarage

Onder het beton, duizenden paddenstoelen … Twee jaar na de opening in een ondergrondse parkeergarage van 9000 m², dicht bij het centrum van Parijs, heeft La Caverne haar plaats verdiend als biologische boerderij. Vorig seizoen werd er 25 ton paddenstoelen en 60 ton witloof verkocht in een korte keten (waarbij er enkel verkocht wordt aan lokale restaurants en winkels).

De garage biedt geen plaats aan auto’s (die de inwoners van Parijs steeds minder gebruiken), maar aan blokken paddenstoelen, zo ver het oog reikt, op niveau -2. Het is moeilijk voor te stellen dat de parkeerplaats amper drie jaar geleden een verlaten plaats was voor drugdeals en prostitutie.

Oesterzwammen en shiitakes groeien op een voedingsbodem gemaakt van stro en zaagsel, in het donker, dag en nacht bewaterd door sproeiers die een constante luchtvochtigheid garanderen.

“We zijn zelfs net gestart met de productie van de zogenaamde ‘Parijse champignons’, de eerste die effectief in Parijs gekweekt worden”, kondigt Jean-Noël Gertz aan. Hun grootschalige teelt wordt deze winter gelanceerd in een nieuwe parkeergarage van 2 200 m² in de rue Mathis.

Naar: Le Parisien

Centrumlanen: een nieuwe voetgangerszone

Door de Anspachlaan tussen het De Brouckère- en Fontainasplein in te richten als voetgangerszone kreeg het stadscentrum van Brussel opnieuw kleur. Deze prestigieuze en levendige wijk wordt nu niet langer in twee gesneden door een stadssnelweg.

Dit project, uitgevoerd in samenwerking met de Stad Brussel, is een kans voor buurtbewoners, pendelaars, toeristen en winkeliers om zich de openbare ruimte opnieuw toe te eigenen en te genieten van een gezondere stad en schonere lucht. Zo wordt het stadscentrum uitnodigend en draagt het bij aan een gezonder leefmilieu in navolging van veel Europese hoofdsteden.

Voetgangerszone in de Brusselse Anspachlaan Fontainasplein met groene plantages in Brussel

Dankzij de werken transformeerden het De Brouckèreplein en de Beurs tot multifunctionele ruimten voor markten, festivals en evenementen. De Anspachlaan werd omgevormd tot een groene promenade met drie stroken: een voetgangerszone, een ontspanningszone met bloemenperken en terrassen en een gedeelde zone om snel van A naar B te gaan. De kruispunten en de pleinen zijn tot rust gekomen. Het Fontainasplein, nu vol bomen, groene perken en strategisch geplaatste banken om volop van de zon te kunnen genieten, is een groene schakel geworden tussen de wijken.

Bron: beliris.be

Oplossing

Wat?

Effect op …

- atmosfeer

- biosfeer

- hydrosfeer

- geosfeer

- bevolking

4 TEST JEZELF

 1 Oorzaken stedelijk hitte-eilandeffect

 2 Causaal diagram

 3 Groendaken en groene gevels

 4 Gevolgen van verharding

SYNTHESE

stedelijk hitte-eilandeffect hoge

oplossing: inzetten op vergroening en meer water in de stad

verharding zorgt voor wateroverlast

beperkte aanvulling grondwaterreserves

oplossing: ontharding en gebruik van waterdoorlatende materialen

EFFECTEN VAN VERSTEDELIJKING OP HET SYSTEEM AARDE

luchtvervuiling verkeerscongestie

oplossing: meer fietsinfrastructuur en beter openbaar vervoer

oplossing: minder autoverkeer en strengere milieunormen

BEGRIPPENLIJST

hoofdstuk begrip

GROEIENDE VERSTEDELIJKING

definitie

©VANIN

1 het bedrijventerrein een terrein dat vanwege zijn bestemming enkel mag gebruikt worden voor handel, nijverheid, dienstverlening en industrie

2 het Central Business District (CBD) het commerciële en zakelijke centrum van een stad, gekenmerkt door een hoge concentratie van kantoren, winkels en financiële instellingen

2 de etnische afkomst verwijst naar de herkomst van een groep mensen die kenmerken delen zoals taal, religie of tradities

2 de etnische segregatie ruimtelijke scheiding van bevolkingsgroepen op basis van herkomst of culturele achtergrond

2 de functie (stad) het doel of de activiteit waarvoor een bepaald stadsdeel wordt gebruikt, zoals wonen, werken, winkelen, ontspannen ...

2 de functiewijziging de bestemming of het gebruik van een gebouw of een bepaald gebied wijzigen; bv. van loods naar woning, van industrie naar woongebied …

1 de hiërarchie rangschikking op basis van het aantal functies dat aanwezig is

3 het hitte-eilandeffect het verschijnsel waarbij de temperatuur in stedelijke gebieden hoger is dan in de omliggende landelijke gebieden

1 de lintbebouwing bebouwing langs een weg, waarbij huizen of gebouwen in een lange rij naast elkaar staan, buiten het centrum van de stad of het dorp

1 de mobiliteit verplaatsingen van mensen en goederen binnen een stad via allerlei vervoersmiddelen, bv. auto's, openbaar vervoer, fiets, te voet …

1 het netwerk steden hebben verbindingen of relaties met elkaar; al die verbindingen samen vormen een netwerk

3 de ontharding het verwijderen van verhardingen zoals asfalt of beton, zodat water opnieuw in de bodem kan dringen en er ruimte komt voor groen

1 de ontvolking verschijnsel waarbij veel mensen verhuizen van een dorp op het platteland richting de stad op zoek naar meer kansen

2 de opwaardering de modernisering van een stad of wijk waardoor ze een hogere waarde krijgt

1 de plattelandsvlucht migratiebeweging waarbij mensen van het platteland naar de stad verhuizen, vaak op zoek naar werk, onderwijs en betere voorzieningen

1 de pullfactoren factoren die maken dat de stad meer kansen biedt

1 de pushfactoren factoren die maken dat het platteland minder mogelijkheden heeft

2 de reconversie een gebied een nieuwe functie of bestemming geven nadat de oude activiteit (vaak industrie) verdwenen is, bv. wanneer een fabrieksterrein wordt omgevormd tot een woonwijk

2 de ruimtelijke segregatie het verschijnsel waarbij verschillende groepen mensen op basis van inkomen, etniciteit ... ruimtelijk van elkaar gescheiden wonen

1 de skyline het geheel van hoge gebouwen aan de horizon van een stad

2 de sociale segregatie ruimtelijke scheiding van bevolkingsgroepen op basis van sociaaleconomische kenmerken, zoals inkomen, opleidingsniveau of sociale klasse

GROEIENDE VERSTEDELIJKING

hoofdstuk begrip definitie

1 de sloppenwijk spontaan gegroeide, vaak illegale wijk aan de rand van de stad met een onregelmatige vorm, waar arme mensen wonen in eenvoudige woningen

3 de verharding het bedekken van de grond met materialen zoals asfalt, beton of steen, waardoor regenwater niet meer in de bodem kan dringen

1 de verkaveling manier waarop een gebied in bouwgronden (kavels) verdeeld is

3 de verkeerscongestie te veel verkeer tegelijk op de weg; ontstaat bij overbelasting van het wegennet en leidt tot files en meer luchtvervuiling in stedelijke gebieden

1 de versnippering het in stukken opdelen van open ruimte zoals natuur- en landbouwgebieden voor bebouwing en infrastructuur

1 de verstedelijking proces waarbij meer mensen in dichtbevolkte gebieden gaan wonen

1 de verstedelijkingsgraad het percentage van de bevolking van een bepaald gebied dat in stedelijke gebieden woont; ook wel urbanisatiegraad genoemd

1 het wegennet geheel van wegen in een bepaald gebied

1 de wolkenkrabber een zeer hoog gebouw (minimaal 150 meter) met veel verdiepingen, bedoeld om in te wonen of te werken

Migratie, weg naar een beter leven?

1

MIGRATIE KLEURT ONZE SAMENLEVING

KERNVRAAG

WAAROM IS DE BEVOLKING IN VLAANDEREN ZO DIVERS?

1 CHECK-IN

Sport verenigt mensen van overal ter wereld. De samenstelling van de Belgian Cats en de Rode Duivels weerspiegelt de diverse herkomst van een deel van de Vlaamse en Belgische bevolking. Ga eens na wie meespeelde in de laatste matchen van beide teams. Welke spelers of speelsters hebben ouders die niet uit België komen? Zijn er spelers bij die zelf niet in België zijn geboren? Welke landen zijn allemaal vertegenwoordigd?

2 OP ONDERZOEK

1 Migratie heeft veel gezichten

Lees het verhaal van Bashir Abdi, een Belgische atleet van Somalische origine.

Het verhaal van Bashir Abdi, een olympisch atleet

Bashir Abdi is een Belgische topatleet met roots in Somalië. Hij won brons voor België op de olympische marathon van 2021 in Japan en zilver op de Olympische Spelen van Parijs in 2024. Ook op het WK van 2022 in de Verenigde Staten behaalde hij brons. Tussen 2019 en 2024 kreeg hij elk jaar de Gouden Spike, de belangrijkste atletiekprijs van België. In 2024 won hij ook het Vlaams Sportjuweel voor zijn zilveren medaille in Parijs.

Bashir Abdi pronkt met zilver bij viering op Grote Markt in Brussel.

Fig. 5.1 Belgian Cats vieren hun allereerste Europese titel op het EK basketbal (2023)
Fig. 5.2
Rode Duivels vieren na hun zege tegen Oekraïne in de Nations League (2025)

Zijn weg naar de top was niet vanzelfsprekend. Bashir werd in 1989 geboren in Somalië. Toen de oorlog uitbrak, vluchtte zijn vader met de kinderen naar een vluchtelingenkamp in Djibouti. Maar ook op die plek was het niet veilig. Later trok zijn moeder alleen naar België en kwam ze als oorlogsvluchteling in Gent terecht, waar ze asiel aanvroeg en kreeg. Ze werkte er als poetsvrouw. Vijf jaar later, in 2002, kon het gezin via gezinshereniging ook naar Gent komen. Op die manier waren ze legaal in België.

De eerste jaren in Gent waren moeilijk. Bashir had nog nooit school gevolgd en sprak geen Nederlands. Toch leerde hij de taal en zette hij door. Zijn moeder leerde hem positief te blijven en kansen te grijpen. Met zijn sportprestaties wil hij iets teruggeven aan België.

Hij begon met hardlopen nadat een vriend hem kennis liet maken met langeafstandslopen. Tijdens het lopen voelt hij zich vrij en gelukkig. Hij traint hard en wil andere jongeren inspireren met zijn verhaal en zijn doorzettingsvermogen. Voor veel kinderen is hij vandaag een rolmodel.

Naar: De Bond, oktober 2021 / VRT NWS, 08/05/2025

Migratie kan op verschillende manieren worden verklaard en benoemd. In de tekst over Bashir Abdi komen begrippen aan bod zoals oorlogsvluchteling, gezinshereniging en asiel. De redenen waarom mensen hun land ontvluchten, noemen we pushfactoren Dat zijn factoren die mensen wegduwen uit hun land. De redenen waarom mensen naar een ander land trekken, zijn de pullfactoren. Dat zijn alle elementen die dat land aantrekkelijk maken.

Arbeidsmigranten komen hier om te werken. Gaat het om werk voor slechts enkele maanden per jaar, dan spreken we van seizoensmigratie. Wanneer migratie wordt vergemakkelijkt door mensen of systemen die migranten vooruithelpen, spreken we van een netwerk

Zolang mensen met een buitenlandse herkomst de Belgische nationaliteit niet hebben, worden ze als niet-Belg beschouwd. Worden ze in hun land van herkomst vervolgd en zoeken ze veiligheid, dan noemen we hen asielzoekers. Om in België als vluchteling erkend te worden, moeten ze een asielprocedure opstarten. Zodra ze erkend zijn als vluchteling, genieten ze internationale bescherming

Interessant om weten

Wie krijgt erkenning als vluchteling?

De Conventie van Genève (1951) bepaalt wie als vluchteling wordt beschouwd:

‘Elke persoon die in zijn of haar land vreest voor vervolging omwille van ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging.’

Fig. 5.3 Push- en pullfactoren
Fig. 5.4 Het UNHCR, het VN-vluchtelingenagentschap in Genève (Zwitserland)

In een groot deel van de Europese Unie (EU) kunnen mensen vrij reizen tussen de landen. Aan de binnengrenzen zijn er geen paspoortcontroles, enkel aan de buitengrenzen van de EU wordt gecontroleerd. Deze afspraken staan in het Verdrag van Schengen, dat bepaalt waar mensen zich binnen Europa vrij kunnen verplaatsen.

De Schengenzone is niet helemaal hetzelfde als de EU. In 1985 ondertekenden België, Nederland, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk het eerste Schengenverdrag. Ze besloten om de paspoortcontroles aan hun gemeenschappelijke grenzen af te schaffen. Zo ontstond een gebied zonder binnengrenzen genoemd naar het Luxemburgse dorp Schengen, gelegen aan het drielandenpunt tussen Luxemburg, Duitsland en Frankrijk. Vandaag maken 29 Europese landen deel uit van de Schengenzone. Dat zijn 25 van de 27 EU-landen, plus IJsland, Noorwegen, Liechtenstein en Zwitserland. Van de EU-landen zijn enkel Ierland en Cyprus geen lid van de Schengenzone. De landen die het meest recent zijn toegetreden, zijn Kroatië, Roemenië en Bulgarije.

©VANIN

Fig. 5.5 Migratiestromen naar en binnen het Schengengebied

Fig. 5.6 Controle van migranten na de oversteek van het Kanaal, Dungeness (VK)

Mensen met buitenlandse roots die zich tussen verschillende landen verplaatsen op zoek naar een eindbestemming in een ander land, worden transmigranten genoemd. Omdat ze vaak geen geldige verblijfsdocumenten hebben, reizen ze illegaal en verstoppen ze zich soms in vrachtwagens of andere vervoermiddelen om niet opgepakt te worden.

©VANIN

Sommigen proberen met kleine rubberbootjes het Kanaal over te steken naar het Verenigd Koninkrijk (VK).

Daarbij krijgen ze vaak hulp van mensensmokkelaars

De omstandigheden zijn gevaarlijk, en regelmatig komen mensen om het leven tijdens zo’n overtocht.

Ook veel Afrikaanse migranten wagen de riskante reis over zee: van de kust van Marokko naar de Canarische Eilanden, van Noord-Marokko naar Spanje, of vanuit Libië naar Lampedusa (Italië), Malta en steeds vaker ook naar Gavdos en Kreta. Aziatische migranten nemen vaak de route via Turkije naar de Griekse eilanden in de oostelijke Egeïsche Zee. Eenmaal in Europa proberen sommigen verder te reizen naar het Verenigd Koninkrijk, omdat daar tot nu toe geen paspoort- of personencontroles plaatsvinden binnen het eigen grondgebied.

Daardoor is het gemakkelijker om er zonder papieren te verblijven en te werken, al leven ze dan in de illegaliteit. De migratiewetten in het Verenigd Koninkrijk zijn eind 2025 sterk verstrengd. Hoe dat de migratiestroom naar het Verenigd Koninkrijk zal beïnvloeden, zal de toekomst uitwijzen.

4 Migratiestromen tussen wereldregio’s

Op figuur 5.7 zie je de migratiestromen tussen de verschillende vertrek- en aankomstregio’s in de wereld. De dikte van de lijnen geeft het aantal migranten weer, terwijl de lengte van de staven het totale aantal migrerende personen per regio toont. Merk op dat de meeste migranten zich in hun eigen regio verplaatsen.

Bijvoorbeeld: migranten uit een Europees land migreren het vaakst naar een ander land binnen Europa.

Europa (61)
Europa (94)
REGIO VAN HERKOMST (aantal miljoen emigranten)
REGIO VAN AANKOMST (aantal miljoen immigranten)
Centraal- en Zuid-Azië (54)
Centraal- en Zuid-Azië (20)
Zuid-Amerika en de Caraïben (48)
Zuid-Amerika en de Caraïben (18)
Oost- en Zuidoost-Azië (41)
Oost- en Zuidoost-Azië (23)
Noord-Afrika en West-Azië (41)
Noord-Afrika en West-Azië (54)
Sub-SaharaAfrika (28)
Noord-Amerika (4,6)
onbekend (22)
Oceanië (1,6)
Sub-SaharaAfrika (24)
Noord-Amerika (61)
Oceanië (10)
Fig. 5.7 Migratiestromen tussen regio’s, in miljoen aantal mensen (bron data: United Nations, 2025)

De HDI (Human Development Index) of Index van de Menselijke Ontwikkeling is een maat voor welvaart en welzijn in een land. Welvaart wordt gemeten aan de hand van de levensstandaard en het bruto nationaal inkomen (bni), welzijn via indicatoren zoals onderwijsniveau, gezondheid en levensverwachting.

Raadpleeg de kaart over de HDI in je atlas, de ontdekplaat op iDiddit en de recentste cijfers over de HDI via de interactieve kaart van Our World in Data.

©VANIN

Wanneer de bevolking snel groeit in een land met een lage HDI, een laag bni per persoon en een zwakke economie, ontstaan er vaak problemen. Er zijn dan te weinig banen, waardoor veel mensen moeilijk werk vinden en er weinig kans is op een beter leven. Omdat er zoveel mensen zijn, wordt de druk op het land steeds groter. Er is niet genoeg werk, geld en zorg voor iedereen. Dat noemen we bevolkingsdruk

Als de economie niet snel genoeg groeit, zien veel mensen geen toekomst in hun eigen land. Voor hen kan migratie een uitweg lijken uit armoede en onzekerheid. Maar wanneer veel mensen tegelijk vertrekken, kan dat zowel in het land van vertrek als in het land van aankomst voor problemen zorgen.

Om in de toekomst grote migratiestromen door armoede te vermijden, moeten de HDI en het bni in de vertreklanden omhoog. Dat kan alleen als de economie sterker wordt en de bevolkingsdruk afneemt. In arme gebieden zijn ook de gevolgen van natuurrampen, zoals aardbevingen, vulkaanuitbarstingen of overstromingen, vaak catastrofaal. Zulke rampen kunnen grote vluchtelingenstromen veroorzaken.

Interessant om weten

Veel vertreklanden liggen in het Globale Zuiden (Global South). Dat is een verzamelnaam voor landen met een lager inkomen dan die in het Globale Noorden. De indeling benadrukt de ongelijkheid tussen beide groepen, maar de landen in het Globale Zuiden zijn niet allemaal hetzelfde. Ze verschillen sterk op economisch, politiek en sociaal vlak. Denk maar aan het contrast tussen bijvoorbeeld Saoedi-Arabië en Niger. Het Globale Zuiden telt ongeveer twee derde van de wereldbevolking, verspreid over zo’n 130 landen. De term is eigenlijk misleidend, want veel van deze landen liggen in het noordelijk halfrond. Toch noemen we ze zo omdat ze zich ten zuiden van de welvarende landen bevinden.

Fig. 5.10 Het Globale Noorden (blauw) en het Globale Zuiden (rood)

Levensverwachting bij de geboorte
LANG EN GEZOND LEVEN
Aantal jaren scholing van volwassenen Het verwachte aantal jaren scholing voor kinderen
KENNIS
Het bruto nationaal inkomen (bni) per inwoner HDI Human Development Index
Fig. 5.8 De drie pijlers van de Human Development Index (HDI)
Fig. 5.9 Tentenkamp voor slachtoffers van de aardbeving in Turkije (februari 2023)

als pushfactor

Naast armoede en natuurrampen zijn milieurisico’s soms ook een belangrijke reden om te verhuizen. Raadpleeg in je atlas de kaart van de milieurisico’s en klimaatgebonden risico’s. Verwoestijning, overstromingen, tornado’s, orkanen en hevige stormen maken het leven in bepaalde gebieden soms erg moeilijk. Ook smeltende gletsjers kunnen tot levensgevaarlijke toestanden leiden, zoals gebeurde in het Zwitserse Blatten in mei 2025 (fig. 5.12).

Klimaatverstoring versterkt bestaande risico’s in kwetsbare gebieden. Daardoor komt de voedselproductie vaak in gevaar en dreigt er hongersnood. Mensen die om die redenen hun woonplaats moeten verlaten, noemen we klimaatvluchtelingen. Hun aantal neemt wereldwijd toe, omdat extreme weersomstandigheden door klimaatverandering steeds vaker en heviger voorkomen.

Fig. 5.11 Hevige regenval in Sylhet (Bangladesh) door klimaatverstoring (mei 2025)

Fig. 5.12 Luchtfoto van Blatten (Zwitserland) na het afglijden van rotsen en grind uit het Lötschental (juni 2025)

7 Politieke en religieuze redenen als pushfactor

In sommige regimes wordt geen tegenspraak of een afwijkende mening geduld. Ook al is vrije meningsuiting een fundamenteel mensenrecht, toch zijn er landen waar dit kan leiden tot vervolging of zelfs de dood.

Politieke vluchtelingen zoeken bescherming voor vervolging vanwege hun overtuiging. Organisaties zoals Amnesty International komen op voor de rechten van vervolgde mensen. Ook oorlogen dwingen mensen om hun land te verlaten. Zo zijn miljoenen mensen Oekraïne ontvlucht uit angst voor de gevaren van de oorlog. Zij kregen in veel Europese landen tijdelijke bescherming. Daarnaast kunnen mensen ook worden vervolgd om culturele redenen, zoals hun geaardheid of bloedwraak binnen families of gemeenschappen.

Fig. 5.13 Betoger tijdens de World Refugee Rally voor de rechten van vluchtelingen, in juni 2014 in Brisbane (Australië)

Interessant om weten

Bloedwraak, ook wel vendetta genoemd, is een vorm van rechtspraak waarbij de familie van een dode het recht heeft zich te wreken op de schuldige – zelfs als de dood het gevolg was van een ongeval. In sommige delen van Europa, zoals Sicilië, Corsica en Albanië, komt bloedwraak nog steeds voor.

Migratiestromen lijken immens, maar in werkelijkheid is het maar een kleine minderheid die er effectief in slaagt om te vertrekken. Bijvoorbeeld langs de grens tussen Mexico en de VS proberen jaarlijks vele mensen de oversteek te maken. Op de grens ter hoogte van de Rio Grande (fig. 5.15) is dat bijzonder gevaarlijk. Wie de rivier kan oversteken, wacht nog een lange en vaak gevaarlijke tocht door de Texaanse woestijn.

De obstakels of hindernissen die migranten moeten overwinnen zijn groot: - de afstand tussen het vertrekland en de gewenste bestemming is vaak enorm; - grenscontroles vormen een probleem, want zonder geldige papieren kan men de grens niet legaal oversteken; - soms is er zelfs een moeilijk te nemen hindernis, zoals een muur, mijnenveld of prikkeldraad;

- de tocht zelf is vaak gevaarlijk: door de woestijn, over zee of via een rivier;

- politieke beslissingen van regeringen die migratie beperken of bemoeilijken;

- taal- en cultuurverschillen maken integratie in het aankomstland moeilijk; - een ongeschoolde migrant vindt er minder snel goed en stabiel werk.

Bepaalde stimulansen en drijfveren kunnen migratie vergemakkelijken: - gastvrijheid in het aankomstland, zoals bij de oorlogsvluchtelingen uit Oekraïne; - een sociaal netwerk (familie, kennissen, landgenoten) helpt bij de start en bevordert de integratie; - technologie, zoals smartphones en internet, die migranten helpt om contact te houden met familie, routes te volgen en informatie te vinden over het aankomstland; - goede vervoersverbindingen tussen vertrek- en aankomstland, bv. via trein of vliegtuig.

9 Migratie van hoogopgeleiden

Mondialisering zorgt ervoor dat mensen, goederen en kapitaal zich makkelijker over de wereld verplaatsen. In zo’n economie werken landen en bedrijven samen over continenten heen. Daardoor migreren hoogopgeleide werknemers en ondernemers vaker tussen regio’s die economisch verbonden zijn.

Werknemers van grote internationale bedrijven, vaak expats genoemd, verhuizen bijna even vlot als de goederen en het geld tussen landen circuleren. Deze bewegingen vinden vooral plaats tussen West-Europa, Noord-Amerika en Oost-Azië.

MONDIALISERING multinationale ondernemingen

WESTEUROPA geldstroom goederenstroom hoogopgeleide migranten geldstroom hoogopgeleidegoederenstroom migranten geldstroom goederenstroom hoogopgeleidemigranten

OOST-AZIË

Fig. 5.16 Verplaatsing van mensen, goederen en kapitaal in een gemondialiseerde wereld

Voor zulke verplaatsingen zijn er weinig hindernissen. Multinationals hebben vestigingen in verschillende landen en doen zaken over de grenzen heen, waardoor grote internationale geldstromen ontstaan.

Fig. 5.14 Muur op de grens tussen de Verenigde Staten en Mexico
Fig. 5.15 Poging om de Rio Grande over te steken (Mexico, VS)
NOORDAMERIKA

Migratie is van alle tijden

De verspreiding van de mens over de aarde is het resultaat van een complex samenspel van factoren, zoals de zoektocht naar voedsel, water en een geschikt klimaat. De moderne mens, de Homo sapiens, ontstond ongeveer 250 000 jaar geleden in Afrika.

DNA-onderzoek ondersteunt de Out of Africa-theorie: bijna alle mensen vandaag stammen af van deze Afrikaanse populaties.

Tot ongeveer 10 000 jaar geleden leefden mensen als nomadische jagers-verzamelaars. Ze trokken rond, afhankelijk van wat de natuur te bieden had. Als er te weinig voedsel of water was, trokken ze verder. Zo verspreidden groepen zich vanuit Oost-Afrika naar het noorden en later naar andere continenten (fig. 5.17). Amerika werd als laatste bevolkt. Dat werelddeel werd bereikt vanuit Azië, vermoedelijk via de Beringstraat, waar tijdens de laatste ijstijd door een lagere zeespiegel tijdelijk een landbrug ontstond tussen Siberië en Alaska, ongeveer 15 000 tot 20 000 jaar geleden. De exacte datering blijft onderwerp van wetenschappelijk debat.

Migratie is van alle tijden. Al vroeg trokken mensen over de aarde en pasten ze zich aan verschillende leefomgevingen aan. Zo’n 10 000 jaar geleden ontstond de landbouw in het Midden-Oosten (in de ‘Vruchtbare sikkel’), van waaruit landbouwers zich naar Europa verspreidden. Dankzij domesticatie en betere landbouwmethoden kwam er meer voedsel beschikbaar, waardoor grotere groepen mensen konden samenleven. Dat leidde tot georganiseerde gemeenschappen en uiteindelijk tot de eerste beschavingen.

Interessant om weten

Veel recenter, op het einde van de 19de en in het begin van de 20ste eeuw, zijn er vanuit West-Europa en ook vanuit Vlaanderen grote migratiegolven geweest naar Australië, Canada en vooral naar de VS. Vlaanderen was toen zeer arm, er was een hoog geboortecijfer en veel jonge mannen trokken alleen of met hun familie naar de Nieuwe Wereld, op zoek naar een betere toekomst. Zij zaten in dezelfde situatie als veel migranten nu. Wil je daar meer over weten, bezoek dan zeker het Red Star Line Museum in Antwerpen.

11 MIGRATIES: TUSSEN HOOPVOLLE IDEALEN EN HARDE REALITEIT

In een ideale wereld is er geen oorlog of vervolging, geen armoede of ongelijkheid, zijn de HDI en het bni hoog, en zijn er geen klimaat- of andere rampen. Dan zouden mensen zich niet hoeven te verplaatsen op zoek naar veiligheid, voedsel, geluk of een beter leven. In de praktijk bestaat die wereld echter nog niet.

Het opheffen van grote ongelijkheid en armoede, en het vermijden van gewapende conflicten, kan al veel bijdragen om grote migratiestromen te beperken. Bovendien laat de wetgeving in veel welvarende landen geen grote migratiegolven meer toe: de VS, Canada, Australië en de EU hebben de laatste tientallen jaren hun grenzen steeds meer afgesloten voor onbeperkte migratie. Naast strengere wetgeving namen sommige landen ook zichtbare maatregelen tegen illegale migratie zoals grenshekken en muren aan de buitengrenzen van de EU (bv. Turkije–Griekenland, Hongarije–Servië, Polen–Belarus, Marokko–het Spaanse Ceuta en Melilla). Dergelijke maatregelen zijn echter omstreden door hun beperkte effectiviteit, de humanitaire en de ecologische gevolgen.

Noord-Azië
Zuid-Azië, Indonesië
Fig. 5.17 Verspreiding van de mens over de aarde tot 15 000 jaar geleden
Fig. 5.18 Red Star Line Museum in Antwerpen

3 A AN DE SLAG

1 Het verhaal van Bashir Abdi

Het verhaal van Bashir Abdi leerde je kennen in ‘Op onderzoek’ (p. 144-145). Lees de tekst opnieuw en voer de volgende opdrachten hierop uit.

a Wat maakt het land van bestemming aantrekkelijk voor Bashir? Markeer de pullfactoren in het groen.

b Waarom verliet hij zijn land van herkomst? Markeer de pushfactoren in het geel.

c Welke rol speelde een netwerk van vrienden en kennissen bij het onthaal? Markeer dit in het blauw.

2 Migranten in België: wie zijn ze?

1 Bestudeer per twee nog een ander migratieverhaal. Je kiest één verhaal uit de lijst op iDiddit. Met dit verhaal kun jij, samen met de verhalen van je klasgenoten, de tabel aanvullen.

Je haalt volgende elementen uit jouw casus:

-Waarom vertrekt deze persoon uit zijn land? (= pushfactor)

-Wat trekt de persoon aan in het land van bestemming? (= pullfactor)

-Welke stimulansen waren er voor de migratie? Was er een netwerk dat de migratie hielp?

-Welke obstakels ondervond deze persoon op zijn reis van het vertrekland naar hier?

-Is/was de migratie legaal of illegaal (inclusief mensensmokkel)?

-Werd de persoon in ons land erkend als vluchteling en kreeg hij/zij asiel?

2 Belgische migratie in kaart: je stelt de bestudeerde migratiebewegingen voor op de uitsnede van de wereldkaart. Plaats de nummers van de casussen op de plaats van het vertrekland.

noordpoolcirkel

Kreeftskeerkring

evenaar

Steenbokskeerkring zuidpoolcirkel

a Vul de tabel aan met gegevens over jullie casus. Kies voor de voorlaatste kolom uit:

aanwerving gastarbeiders – netwerk – wetgeving EU – wetgeving België – studiebeurs –gesloten buitengrenzen Europa – tewerkstelling in multinational – vrijheid om te reizen –asiel gekregen – opleiding in België – knelpuntberoep – taal – scholingsgraad – zee – woestijn

b Vervolledig de tabel met de resultaten van de andere groepen.

legaal illegaal erkend

legaal illegaal erkend

legaal illegaal erkend

3 Migratiestromen tussen wereldregio’s

Figuur 5.7 (Op onderzoek, p. 147) geeft de migratiestromen weer tussen vertrek- en aankomstregio’s. Onderzoek per groep een aankomstregio uit de grafiek.

a Noteer in de tabel per aankomstregio de twee belangrijkste vertrekregio’s. Als de aankomstregio dezelfde is als de vertrekregio noteer je ‘eigen regio’.

b Zoek in de casussen op iDiddit een voorbeeld voor de regio die jij onderzoekt. Noteer de naam van de migrant uit de casus bij de juiste regio in de tabel. Noteer ook één pushfactor.

aankomstregiovertrekregio

grootste groep

Europa

casus migrant pushfactor

Noord-Amerika

casus migrant pushfactor

Arabische wereld

casus migrant pushfactor

Oost- en Zuidoost-Azië

casus migrant pushfactor

Sub-Sahara-Afrika

casus migrant pushfactor

tweede grootste groep

c Kleur de grijs aangeduide migratiestromen op de kaart in volgens de legende.

- Per regio kleur je de twee grootste migratiestromen tussen vertrek- en aankomstgebieden.

- Migratie binnen dezelfde regio wordt weergegeven met een cirkelvormige pijl (zie legende).

noordpoolcirkel

Wereldkaart migratiestromen

Kreeftskeerkring evenaar

Steenboks- keerkring

migratie vanuit: Europa

Latijns-Amerika

Arabische wereld

Oosten Zuidoost-Azië

Centraal en Zuid-Azië

Sub-Sahara-Afrika

binnen: Europa

migratie

Latijns-Amerika

Arabische wereld

zuidpoolcirkel

Oosten Zuidoost-Azië

Centraal en Zuid-Azië

0 op de evenaar 3000 km

Sub-Sahara-Afrika

4 Armoede, bevolkingsdruk en migratie

Onderzoek hoe armoede en bevolkingsdruk samenhangen met migratie. Gebruik je atlas en de HDI-kaart via iDiddit om landen met een hoge en lage HDI te vergelijken.

a Kleur op de wereldkaart de regio’s met een lage HDI in één kleur en de regio’s met een hoge HDI in een andere kleur. Vul deze kleuren aan in de legende.

lage HDI hoge HDI

Wereldkaart lage en hoge HDI

b Zoek in je atlas de kaarten over bevolkingsgroei, HDI, bni en het migratiesaldo (= het verschil tussen emigratie (E) en immigratie (I), bv. E > I). Controleer daarna of de onderstaande beweringen juist of fout zijn. Als een bewering fout is, markeer dan wat er precies niet klopt.

1 België heeft een hoge HDI, een hoog bni per persoon en een lage natuurlijke bevolkingsgroei. De bevolkingsdruk is laag. Het migratiesaldo is positief (E < I).

2 Namibië heeft een lage emigratie en een hoge natuurlijke bevolkingsaangroei. De HDI en het bni zijn laag. De bevolkingsdruk is hoog.

3 Duitsland heeft een hoge HDI en een negatieve natuurlijke aangroei. De bevolkingsdruk is laag. Het migratiesaldo is positief (E < I).

4 Marokko heeft een positief migratiesaldo, omdat de HDI redelijk laag is en de bevolkingsgroei groot. Mensen verlaten het land vanwege weinig kansen.

5 De VS hebben een positief migratiesaldo. De HDI en het bni zijn hoog en de natuurlijke aangroei is laag. Er zijn veel mogelijkheden voor inwijkelingen.

6 Noorwegen heeft een laag migratiesaldo en een hoge natuurlijke groei.

7 India heeft een gemiddeld hoge emigratie. De HDI is lager dan in West-Europa en de natuurlijke aangroei is er hoog.

juistfout

5 Vrij verkeer binnen de Schengenzone

Kun je in Europa en de EU vrij van het ene naar het andere land bewegen? Raadpleeg de hyperlink, de kaart en de legende. Voer de opdrachten uit.

Huidige leden

EU-land

niet-EU-land

Niet-leden

EU-land buiten de Schengenzone

kandidaat-land voor de Schengenzone (EU)

De Schengenzone

a Welke landen van de EU traden (nog) niet toe tot de Schengenzone als volwaardig lid? Markeer. Noteer de internationale landcode van deze landen op de kaart.

-Bulgarije (BG)

-Cyprus (CY)

-Ierland of Ierse republiek (IE)

-Kroatië (HR)

-Roemenië (RO)

b Naast Liechtenstein zijn er nog drie landen die niet tot de EU behoren, maar wél deel uitmaken van de Schengenzone. Noteer hun namen. Duid ook de landen met hun landcode aan op de kaart.

c De microstaten Andorra, Monaco, San Marino en Vaticaanstad behoren niet tot de Schengenzone, maar voeren geen grenscontroles uit. Daardoor worden ze toch beschouwd als onderdeel van het Schengengebied. Noteer hun landcodes (AD, MC, SM, VA) op de juiste plaats op de kaart.

d Welke status heeft het Verenigd Koninkrijk binnen Europa? Markeer de juiste omschrijving(en).

Lokaliseer het VK op de juiste plaats op de kaart door de grenzen te overtrekken.

EU-land – geen EU-land – lid van de Schengenzone – geen lid van de Schengenzone

e Waarom is het voor migranten zo moeilijk om het VK binnen te geraken vanuit Frankrijk of België?

f Waarom kunnen migranten wel kriskras door de Schengenzone reizen?

6 Onveiligheid en migratie

Noteer bij elke foto welke onveiligheid of welk risico wordt afgebeeld, dat tot migraties kan leiden. onveiligheid / risico

Haryana, India (juli 2023)
Florida, Verenigde Staten (oktober 2024)
Walo, Senegal (januari 2024)
Gazastrook, Palestina (januari 2025)
Aleppo, Syrië (februari 2023)

7 Voedselschaarste en migratie

Droogte kan leiden tot minder beschikbare landbouwgrond en een daling van de voedselproductie. Dat kan armoede en hongersnood veroorzaken en mensen doen migreren. Duid in het causaal diagram aan of de relaties versterkend (+) of verzwakkend (–) zijn.

Stappenplan

- Start bij ‘klimaatverstoring’. De pijlen zijn al getekend.

- Vul bij elke pijl een + bij een versterkende relatie (de variabelen bewegen in dezelfde richting) en een – bij een verzwakkende relatie (de variabelen bewegen in tegengestelde richting).

klimaatverstoring

droogte

landbouwoppervlakte per persoon

inkomen per hoofd

import van voedsel

export van voedsel wereldvoedselprijs

emigratie

huishoudelijke voedselproductie voedselhulp

4 TEST JEZELF

 1 Ken je begrippen!

 2 Push- en pullfactoren

 3 Obstakels en stimulansen

 4 Effecten van migratie

synthese

UITWIJKING = EMIGRATIE

MIGRATIESTROMEN

INWIJKING = IMMIGRATIE

PUSH PULL

economie

- hongersnood - armoede

- werkloosheid

- lage HDI

ecologie natuurrampen en klimaatverstoring: - droogte

- bosbranden - overstromingen

- orkanen, tornado’s ... - smeltende gletsjers

- vulkaanuitbarstingen

- aardbevingen

politiek

- oorlog en conflict

- geen vrije meningsuiting

- instabiliteit

- discriminatie

- schending van mensenrechten

obstakels of hindernissen

- afstand

- kostprijs

- cultuurverschillen

- grens of muur

- zee of woestijn

- scholingsgraad

- taal

- illegale migratie

- politiek beleid

stimulansen en drijfveren

- netwerken (integratie)

- mondialisering

- multinationale ondernemingen

- moderne technologie

- gemakkelijk transport

- legale migratie

economie

- werk (hogere lonen, knelpuntberoepen ...)

- welvaart

- hoge HDI

ecologie weinig natuurrampen:

- stabiliteit

- veiligheid

aangenaam klimaat:

- leefbaarheid

politiek

- wetgeving (asielprocedure, gezinshereniging ...)

- stabiliteit

- veiligheid (geen conflict, lage criminaliteit)

- respect voor mensenrechten

DE CIJFERS ACHTER DE MIGRATIEVERHALEN

KERNVRAAG

HOE DRAAGT MIGRATIE BIJ AAN ONZE SAMENLEVING?

1 CHECK-IN

Migratie zie je niet alleen op wereldkaarten of in het nieuws – je merkt het ook gewoon in je eigen straat, op school of in de sportclub. Maar hoe zit dat nu écht in jouw woon- of schoolgemeente? In de opdracht op iDiddit ga je zelf op onderzoek: je maakt eerst een schatting en vergelijkt die daarna met de officiële cijfers. Met de interactieve tool ‘Ontdek uw gemeente’ van Statbel zie je snel hoeveel inwoners in jouw gemeente een andere nationaliteit hebben en uit welke regio’s ze vooral komen. Hoe juist was jouw inschatting?

2 OP ONDERZOEK

1 Bevolkingssamenstelling België weerspiegelt migratie

De Belgische bevolking vertoont een grote diversiteit wat herkomst betreft (fig. 5.19). Ongeveer 64 % van de inwoners had bij inschrijving zelf de Belgische nationaliteit of had minstens één ouder met de Belgische nationaliteit. Zij worden ook wel Belgen met Belgische achtergrond genoemd. Niet-Belgen zijn inwoners die de Belgische nationaliteit niet hebben. Het grootste deel van hen heeft een nationaliteit uit een EU-lidstaat. Daarnaast zijn er Belgen met buitenlandse achtergrond: dat zijn mensen die bij de eerste inschrijving niet de Belgische nationaliteit hadden of van wie minstens één ouder bij de geboorte geen Belgische nationaliteit had. Zij kunnen wel een aanvraag doen om Belg te worden via naturalisatie. Ongeveer één op de tien inwoners in België is genaturaliseerd. Van die groep heeft ongeveer 72 % een nationaliteit van buiten de Europese Unie als herkomst.

Interessant om weten

Belg met Belgische achtergrond Belg met buitenlandse achtergrond niet-Belg

Fig. 5.19 Samenstelling van de Belgische bevolking naar herkomst (bron data: Statbel)

De termen ‘vreemdeling’ en ‘allochtoon’ worden nog vaak gebruikt in de omgangstaal en duiken soms op in statistieken of titels van kaarten, maar ze kunnen misleidend zijn. Daarom worden ze vandaag steeds vaker vermeden. Het is duidelijker om te spreken van ‘niet-Belg’ wanneer het gaat over nationaliteit, en van ‘een persoon met een migratieachtergrond’ wanneer het gaat over herkomst. In de praktijk worden de woorden ‘vreemdeling’ en ‘allochtoon’ vaak vooral gebruikt voor mensen van buiten de EU, terwijl ze per definitie ook gelden voor EU-burgers die hier wonen en geen Belgische nationaliteit hebben, zoals Nederlanders, Fransen of Italianen. Die termen zorgen dus voor verwarring en kunnen negatief overkomen.

Samenstelling bevolking in België op 1 januari 2025

2 Pullfactoren voor migranten uit EU-landen

Voor migranten uit EU-landen is België een aantrekkelijk bestemmingsland. De Belgische economie is goed ontwikkeld en biedt veel tewerkstellingskansen, onder meer in een groot aantal knelpuntberoepen zoals in de bouw, de zorg en technische sectoren. Voor EU-burgers is de kans op werk dan ook de belangrijkste reden om zich in België te vestigen.

Daarnaast zijn er nog andere pullfactoren: -een uitgebreide sociale zekerheid; -relatief hoge minimumlonen; -toegankelijke en kwaliteitsvolle gezondheidszorg; -goed en betaalbaar onderwijs; -de mogelijkheid tot gezinshereniging.

©VANIN

bezoldigde activiteiten gezinsredenen studieredenen andere redenen

Fig. 5.20 Redenen om te migreren vanuit een EU-land naar België in 2023 (bron data: myria.be)

België is bovendien een meertalig land met een centrale ligging in Europa, wat reizen en werken binnen de EU vergemakkelijkt. In Brussel zijn internationale instellingen zoals de EU en de NAVO gevestigd, die veel tewerkstellingskansen bieden. Omdat het internationale organisaties zijn, werken er ook veel niet-Belgen.

3 Pullfactoren voor migranten uit niet-EU-landen

Voor migranten uit niet-EU-landen spelen andere pullfactoren een belangrijke rol (fig. 5.21).

gezinshereniging

Wanneer vluchtelingen erkend worden in België, kunnen ze hun gezin laten overkomen via gezinshereniging. Ook inwoners van België kunnen een partner met een andere nationaliteit naar België laten migreren via een huwelijk of partnerschap. Dit hoort bij gezinshereniging, op voorwaarde dat het om een echte relatie gaat. Schijnhuwelijken worden geweigerd.

tijdelijke bescherming

Door de oorlog tussen Rusland en Oekraïne (vanaf 2022) verdubbelde het aantal immigranten in België. Oekraïners die het oorlogsgeweld ontvluchtten, kregen tijdelijke bescherming.

netwerken

Nieuwkomers vinden in België vaak een bestaand netwerk van landgenoten, wat hun integratie vergemakkelijkt.

internationale tewerkstelling

gezinsredenen studieredenen bezoldigde activiteiten internationale bescherming humanitaire en medische redenen tijdelijke bescherming andere redenen

De lengte van de staaf is evenredig met het totale aantal inwijkelingen.

Fig. 5.21 Redenen om te migreren vanuit een niet-EU-land naar België, evolutie 2014-2023 (bron data: myria.be)

Door de aanwezigheid van grote multinationals en internationale organisaties, zoals de EU en de NAVO, wonen er in Brussel veel buitenlandse werknemers, de zogeheten expats.

In België heeft ongeveer één op de zeven inwoners geen Belgische nationaliteit. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt dat aandeel veel hoger: bijna 40 % van de bevolking is er niet-Belg. In zowel het Vlaams als het Waals Gewest heeft ongeveer 11 % van de inwoners een andere nationaliteit dan de Belgische.

De niet-Belgen zijn ongelijk verspreid over België (fig. 5.23). In grensgemeenten, steden en verstedelijkte gebieden, oude mijnregio’s en industriegebieden wonen duidelijk meer niet-Belgen dan gemiddeld. Zelfs binnen een gemeente zijn er wijken met meer of minder niet-Belgen. In landelijke gemeenten is het aandeel veel lager, omdat daar minder werkgelegenheid en voorzieningen zijn.

Fig. 5.22 Verdeling van de bevolking naar herkomst, in België en de drie gewesten (bron data: Statbel, 01/01/2025)
Fig. 5.23 Verdeling van niet-Belgen over het Belgische grondgebied (bron: Statbel, 01/01/2025)

Een migrant is meestal jong. Jonge mensen zijn fysiek en mentaal beter in staat om de risico’s van een verhuizing naar een ander land aan te kunnen. Mannelijke migranten zijn overwegend op zoek naar werk, een opleiding of een betere toekomst. Vrouwelijke migranten migreren vaker om gezinsredenen, maar ook om te ontsnappen aan armoede, geweld, conflicten of genderongelijkheid in hun thuisland.

De leeftijd en het geslacht van migranten zijn sterk verschillend per vertrekregio. Gemiddeld is een migrant 29 jaar oud. Sommige regio’s sturen vooral jonge mannen uit, terwijl uit andere regio’s eerder gezinnen of jonge vrouwen migreren (fig. 5.24). Zo brengen immigranten uit Sub-Sahara-Afrika en West-Azië vaker kinderen mee. Gezinnen ontvluchten er conflicten, waardoor hun gemiddelde leeftijd lager ligt dan die van inwijkelingen uit Oost-Azië en Noord-Afrika. Dat kun je ook afleiden uit de leeftijdshistogrammen (fig. 5.25).

vrouwen

Noord-Afrika

Oost-Azië

Sub-Sahara-Afrika

Ook binnen Europa zien we duidelijke verschillen in leeftijdsstructuur. Mensen met een EU-geboortenationaliteit zijn gemiddeld ouder dan inwoners van de EU met een niet-EU-achtergrond (fig. 5.26). Dat komt doordat veel migranten van buiten de EU jong zijn en vaak in de actieve leeftijdsgroep vallen.

Een ander voorbeeld zien we buiten Europa: India telt wereldwijd het grootste aantal internationale emigranten. Met ongeveer 1,46 miljard inwoners (VN-schatting voor 2025) heeft het land een erg jonge bevolking. Omdat er jaarlijks te weinig jobs bijkomen, trekken veel jonge Indiërs naar andere landen op zoek naar werk en betere toekomstkansen.

West-Azië

Fig. 5.26 Leeftijdshistogrammen van de EU-bevolking (2024) (bron data: Eurostat)

Vanuit
Fig. 5.24 Immigratie naar België per regio in de wereld (2023) (bron data: myria.be)
Fig. 5.25 Leeftijdshistogrammen van migranten in België (2022) (bron: myria.be)

Tussen 2022 en 2024 schommelde de natuurlijke aangroei van de Belgische bevolking rond nul en werd hij zelfs licht negatief. Volgens de prognose van het Federaal Planbureau zal de natuurlijke aangroei op termijn blijvend negatief worden, terwijl het internationale migratiesaldo positief blijft en op langere termijn stabiliseert. Daardoor zal de Belgische bevolking in de toekomst vooral blijven groeien dankzij migratie.

©VANIN

internationaal migratiesaldo natuurlijke aangroei

Bron: 1992-2024 Statbel; prognose voor 2024-2070 Federaal Planbureau –40 000 –20 000 0

Fig. 5.27 Belgische bevolkingsevolutie in absolute aantallen (1992-2023) en volgens prognose voor 2024-2070 (bron: Statbel; FPB)

7 De economische impact van migratie

Wanneer een aankomstland te maken heeft met een verouderende bevolking, kan immigratie zorgen voor een instroom van jonge mensen. Daardoor groeit de actieve bevolking opnieuw. Veel knelpuntberoepen worden ingevuld door mensen met een migratieachtergrond. Zij zijn vaak bereid werk te doen dat door de lokale bevolking moeilijk wordt opgenomen, en zijn flexibel inzetbaar, vooral in laagbetaalde of tijdelijke jobs.

Wanneer hoogopgeleide migranten in een nieuw land werk vinden, spreken we van braingain. Zij helpen tekorten op de arbeidsmarkt opvangen en brengen waardevolle kennis en ervaring mee, zoals talenkennis en internationale contacten. Dat kan de samenwerking tussen landen versterken. In het land van vertrek gebeurt het omgekeerde. Als jonge, goed opgeleide mensen wegtrekken, verzwakt de economie. Er ontstaan tekorten in belangrijke beroepen, zoals artsen, verpleegkundigen en ingenieurs. Dat noemen we braindrain

Fig. 5.28 Knelpuntberoepen in 2024 volgens de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB)
Fig. 5.29 Braindrain: het vertrek van hoogopgeleide mensen uit een land of regio

Interessant om weten

Voor EU-burgers is het eenvoudig om in een ander EU-land te gaan wonen en werken, omdat er binnen de Europese Unie vrij verkeer van personen geldt. Voor mensen van buiten de EU verloopt dat anders. Zij hebben in België een single permit nodig wanneer ze langer dan 90 dagen willen werken. Dat is een gecombineerde vergunning die tegelijk het recht geeft om te werken én om in België te verblijven. De werkgever vraagt dit aan bij de overheid. Dankzij de single permit volstaat één aanvraag voor zowel werk- als verblijfsrecht.

Het pensioen is een van de belangrijkste pijlers van de sociale zekerheid in België. De pensioenen worden betaald door de bijdragen van de actieve bevolking. Door de vergrijzing in België komt dit systeem onder druk te staan: een steeds kleinere groep werkenden moet bijdragen voor een groeiende groep gepensioneerden (fig. 5.30).

Migratie kan die druk deels verlichten. Jonge en beroepsactieve migranten versterken de actieve bevolking en helpen zo het evenwicht tussen werkenden en gepensioneerden te verbeteren (fig. 5.31). In veel West-Europese landen zorgt immigratie daardoor voor een ‘verjongingskuur’ en krijgt de economie een extra stimulans.

Fig. 5.30 Leeftijdshistogram Belgen met Belgische achtergrond in België, 2024 (bron data: Statbel)

8 Geldtransfers naar het VERTREKLAND

Fig. 5.31 Leeftijdshistogram niet-Belgen in België, 2024 (bron data: Statbel)

Bekijk op iDiddit het filmpje over geldtransfers bij migranten.

Volgens de Wereldbank stuurden migranten in 2024 wereldwijd meer dan 860 miljard dollar naar hun families en vrienden in lage- en middeninkomenslanden (fig. 5.32). Die geldtransfers of remittances zijn een levensbelangrijke inkomstenbron. Ze liggen veel hoger dan de totale ontwikkelingshulp én hoger dan de buitenlandse investeringen die deze landen ontvangen. Voor ongeveer 800 miljoen mensen betekent dit geld het verschil tussen armoede en een leefbaar inkomen: gezinnen kunnen er voedsel, onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting mee betalen. Daarom spelen migranten een belangrijke rol in de economie van hun land van herkomst.

Fig. 5.32 Internationale geldtransfers naar lage- en middeninkomenslanden (bron data: World Bank, 2000-2022)

In 2024 publiceerde de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) een studie over geldtransfers vanuit België in 2022. Daaruit blijkt dat migranten in België vaak geld naar hun thuisland sturen om hun familie financieel te ondersteunen.

De belangrijkste ontvangende landen zijn Marokko, Roemenië en Turkije (fig. 5.33). Dat komt doordat veel mensen uit deze landen in België wonen en werken. Ook Polen en Bulgarije ontvangen een groot deel van de geldtransfers. Daarnaast gaat er veel geld naar de Democratische Republiek Congo. Dat hangt samen met de historische band tussen België en Congo en met de grote Congolese gemeenschap in België.

De meeste migranten die geld naar hun thuisland sturen, zijn jonger dan 40 jaar, hoogopgeleid en werken als werknemer. Daardoor verdienen ze voldoende om hun familie financieel te ondersteunen.

9 Cirkelmigratie als MOTOR voor duurzame ontwikkeling

Bij circulaire migratie of cirkelmigratie verblijven migranten tijdelijk in een ander land om er te werken of te studeren. Daarna keren ze terug naar hun thuisland, soms zelfs meerdere keren.

Bekijk het filmpje over de cirkelmigratie tussen een Belgisch en Senegalees bedrijf.

Deze vorm van migratie kan voordelen opleveren voor het thuisland: -geldtransfers verbeteren de levensomstandigheden van de achterblijvende families; -migranten brengen nieuwe kennis, vaardigheden en internationale contacten mee terug; -omdat de migratie tijdelijk is, blijft de braindrain beperkt: mensen vertrekken niet voorgoed.

De Europese Unie stimuleert dit type migratie via projecten in verschillende lidstaten. Daarbij krijgen mensen uit minder ontwikkelde landen een opleiding, met de bedoeling dat ze hun nieuwe vaardigheden nadien inzetten in hun thuisland. Een goed voorbeeld zijn de seizoensarbeiders uit Oost-Europa in de Vlaamse fruitteelt. Elk jaar komen ze hier werken, en na het seizoen keren ze terug. Lees hierover de casus van Indrit uit Albanië op iDiddit.

©VANIN

Fig. 5.33 Top 10 ontvangende landen van geldtransfers vanuit België (2022) (bron data: IOM)
Fig. 5.34 Seizoensarbeiders bij de oogst van aardbeien

1 Bevolkingssamenstelling België en migratie

Onderzoek de bevolkingssamenstelling in jouw gemeente. Gebruik de gegevens uit het Rijksregister om te onderzoeken hoe de bevolking in jouw gemeente is samengesteld.

a Ga naar iDiddit en zoek via de hyperlink voor Vlaanderen of Brussel de cijfers op.

Voor Vlaamse gemeenten:

- Klik op ‘Rapporten’.

- Kies het rapport ‘Nationaliteit en herkomst’.

- Zoek jouw gemeente, provincie en gewest via de zoekbalk.

- Lees de cijfers af en noteer de gegevens voor de drie gebieden.

Voor Brussel (of een Brusselse deelgemeente):

- Open de tabellen via de hyperlink.

- Download het juiste tabblad met de bevolkingscijfers.

- De cijfers staan in absolute aantallen: bereken zelf het % niet-Belgen t.o.v. de totale bevolking.

b Vul nu de tabel in.

- De gemeente die ik onderzoek:

- Het onderzochte jaar:

te onderzoeken

% bevolking met Belgische nationaliteit

% bevolking met Belgische herkomst

% bevolking met Belgische nationaliteit maar met niet-Belgische herkomst

- Hoeveel % is afkomstig uit de EU?

- Grootste EU-vertrekland?

- Hoeveel % komt uit een niet-EU-land?

- Grootste niet-EU-vertrekland?

mijn gemeente provincie

c Wat valt je op wanneer je jouw gemeente vergelijkt met de cijfers van de provincie en het gewest?

Vlaams of Brussels Gewest

2 Invloed migraties op bevolkingsgroei België

Onderzoek de leeftijdsstructuur van verschillende groepen in de Belgische bevolking aan de hand van onderstaande leeftijdshistogrammen (01/01/2025).

a Beoordeel de uitspraken over de leeftijdsstructuur. Koppel ze aan het juiste leeftijdshistogram (A-D).

b Duid op de histogrammen B, C en D de leeftijdsgroep (vet in opgave) aan waarover het gaat.

Dit is het leeftijdshistogram van de totale Belgische bevolking.

Op het leeftijdshistogram van de niet-Belgen tref je veel 18- tot 65-jarigen aan. Dat komt doordat immigranten vooral mensen zijn in de beroepsactieve leeftijd.

Belgen met een buitenlandse achtergrond zijn gemiddeld jonger dan de gemiddelde Belgische bevolking. Deze bevolkingsgroep telt veel min-18-jarigen

Dit is het leeftijdshistogram van Belgen met een Belgische achtergrond. Deze bevolkingsgroep kenmerkt zich door vergrijzing en telt veel 65-plussers

A
C
B
D

3 Spreiding van niet-Belgen in België

Ga naar iDiddit en bestudeer de interactieve kaart van niet-Belgen op Statbel. Bekijk ook de top 5 van gemeenten met het grootste én het kleinste aandeel inwoners met een niet-Belgische nationaliteit.

a Welke informatie vind je over niet-Belgen in grensgemeenten? Markeer of vul aan.

-Langs de grens met Nederland, Luxemburg en Frankrijk wonen minder / meer niet-Belgen.

- Welke Belgische gemeente telt het hoogste aandeel niet-Belgen?

-Hoe kun je dat verklaren?

-Welke nationaliteit hebben de meeste niet-Belgen in deze gemeente?

b Waarom is het aandeel niet-Belgen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zeer hoog?

c Waarom is het aandeel niet-Belgen hoger in de voormalige mijngebieden van Limburg en Wallonië?

Lokalisatie van oude steenkoolbekkens

d Wat stel je vast over de spreiding in landelijke, stedelijke en industriegebieden? Markeer en vul aan.

-Landelijke gebieden in België tellen minder /meer niet-Belgen dan industriegebieden.

Noem twee streken met weinig niet-Belgen:

-Sterk verstedelijkte gebieden in Vlaanderen tellen minder/ meer niet-Belgen.

Geef twee voorbeelden van zulke gebieden:

4 Pullfactoren voor immigranten in België

Onderzoek de pullfactoren voor migraties van drie vertreklanden Roemenië, Afghanistan en Oekraïne op basis van de cijfers voor het jaar 2022.

a Analyseer de staafdiagrammen. Vul met deze gegevens de tabel aan.

RoemeniëAfghanistanOekraïne

1 Wat is de belangrijkste reden voor migratie naar België?

2 Welk migratieverhaal uit hoofdstuk 1 sluit het best aan?

3 Wat is de belangrijkste pullfactor in België voor deze migrant?

Roemenië (13 240) Afghanistan (3 430) Oekraïne (51 188)

gezinsredenen studieredenen bezoldigde activiteiten internationale bescherming tijdelijke bescherming andere redenen

©VANIN

gezinsredenen studieredenen bezoldigde activiteiten internationale bescherming tijdelijke bescherming andere redenen

Roemenië (13 240) Afghanistan (3 430) Oekraïne (51 188) Pullfactoren voor migraties uit Roemenië, Afghanistan en Oekraïne naar België in 2022 (bron data: myria.be)

b Bekijk de leeftijdshistogrammen van de migranten afkomstig uit Roemenië en Oekraïne in 2022. Vul de tabel aan met de gevraagde gegevens.

Leeftijdshistogram van Roemeense (links) en Oekraïense immigranten (rechts) in België in 2022 (bron: myria.be)

pushfactoren pullfactoren (uit vraag a) leeftijdsgroep in % 0-17 / 18-59 / 60 + jaar

geslacht

Roemenië Oekraïne

5 Economische impact van migraties

Om knelpunten in de zorg in België op te vullen, zoekt men buiten de EU naar zorgkundigen. Vanuit India is er een migratiebeweging naar België. Bestudeer de bronnen en beantwoord nadien de vragen.

1

Half maart 2022 landde een groep Indiase verpleegkundigen in Brussel. Ze volgden een intensief voortraject in Kerala en de komende maanden nemen ze opnieuw plaats op de schoolbanken om vanaf 4 april hun opleiding te combineren met een job in het woonzorgcentrum. De groep emigreerde naar België onder de vleugels van Aurora, een project dat knelpuntvacatures in de zorgsector wil invullen door actieve arbeidsmigratie uit regio’s en landen met een arbeidsreserve aan geschoold zorgpersoneel.

Bron: zorgneticuro.be, 02/05/2022

3

2

Vlaamse bedrijven die arbeidsmigranten zoeken in India, moeten er sowieso rekening mee houden dat de meesten onder hen niet erg lang zullen blijven. “Er zijn 400 miljoen Indiërs tussen 18 en 30 jaar, zowat een kwart van hen wil in het buitenland werken”, zegt Basab Banerjee, CEO van het Indiase uitzendkantoor Magic Billion. De meesten willen maar tijdelijk werken in hetzelfde land: 2 tot 4 jaar.

Bron: De Standaard, 02/05/2025

India is een van de landen die staan te springen om meer inwoners naar de EU te sturen om er te werken. Het is ook een van de vele niet-EU landen waar Voka geregeld ‘talentmissies’ naartoe stuurt om ter plaatse werknemers van buiten de EU voor knelpuntberoepen te rekruteren.

Bron: De Standaard, 02/05/2025

4

De Vlaamse werkgeversorganisatie heeft daar in eigen land onder de naam ‘International House West Flanders’ zelfs een aparte organisatie voor opgezet, die de gerekruteerde arbeidsmigranten helpt om zich in Vlaanderen sneller te integreren. Niet alleen via ‘afterworkbijeenkomsten’ en ‘city walks’, maar ook via ondersteuning en online advies over praktische zaken, zoals een belastingaangifte invullen, of een appartement of huurwoning zoeken.

Bron: De Standaard, 02/05/2025

Slechts 40 procent van de mensen op productieve leeftijd is er aan de slag of is bereid buitenshuis te werken. De onderwijskwaliteit is niet wat ze moet zijn, er zijn minder jonge vrouwen actief op de arbeidsmarkt. Een derde van de kinderen heeft groeiproblemen, 57 procent van de vrouwen onder de 49 jaar lijdt aan bloedarmoede. Op het platteland ontbreken openbare diensten en in de slecht geplande megasteden knokken jongeren om een woning, een metrozitje, een arts, wat groen of stilte.

Bron: De Standaard, 21/01/2023

Leeftijdshistogram van India (2025) Pullfactoren voor migraties uit India naar België in 2023 (bron data: myria.be)

India (3 462)

a Wat zijn de twee belangrijkste oorzaken voor migratie vanuit India naar België?

b Onderzoek op basis van het leeftijdshistogram de samenstelling van de bevolking in India. Wat valt op qua leeftijd en geslacht?

c Vergelijk de HDI-waarde van India met die van België. Wat leer je hieruit over de leefomstandigheden?

India:

België:

d Wat zijn de belangrijkste pushfactoren in India? Geef minstens drie voorbeelden.

e Wat zijn de belangrijkste pullfactoren voor migranten uit India? Geef minstens drie voorbeelden.

f Welke stimulansen bestaan er voor arbeidsmigratie vanuit India naar Vlaanderen? Geef voorbeelden.

g Raadpleeg figuur 5.33 over geldtransfers vanuit België. Op welke plaats staat India als bestemmingsland?

h Met welk migratieverhaal uit hoofdstuk 1 van dit thema vertoont deze recente migratie van India naar België de meeste gelijkenissen?

6 Geldtransfers naar herkomstlanden

Lees het onderstaande artikel over hoe migranten hun familie in het land van herkomst ondersteunen. Voer vervolgens de opdrachten uit.

Karim, zijn vrouw Wini en hun drie kinderen gaan elke zomer terug naar zijn geboortedorp Al Hoceima, in de Rif, in het noorden van Marokko. Karim verliet deze streek om te gaan studeren in Barcelona en kwam daarna in Merksem terecht.

De regio rond Al Hoceima is een arme streek, zonder degelijk onderwijs of een goed ziekenhuis. Het gezin steunt de familie van Karim in Marokko met geld en goederen, zoals kleren, kookgerief en schriftjes. De Marokkaanse familie vindt het leuk om typisch Belgische gerechten te bereiden, zoals bloemkool in witte saus, dus daarvoor gaan ook ingrediënten mee. Ook lekkernijen zoals chocolade, pindakaas, kaas en koffie gaan mee in de aanhangwagen.

Bron: MO, 02/08/2017

a Onderzoek figuur 5.32 (p. 166): hoe verhouden de geldtransfers zich tot ontwikkelingshulp? Vul aan. Geldtransfers zijn in 2022 ongeveer keer zo hoog als officiële ontwikkelingshulp.

b Migranten sturen niet alleen geld, maar ook goederen naar hun familie. Welke goederen stuurt het gezin van Karim naar Marokko?

c Ga op iDiddit naar de kaart van geldtransfers van migranten naar hun land van herkomst. Vergelijk deze kaart met de atlaskaart van het migratiesaldo en de HDI. Welk verband stel je vast?

Migranten storten het meeste geld naar hun land van herkomst.

Migranten in landen met een hoge HDI storten het minste geld naar hun land van herkomst.

Migranten in landen met een hoge HDI storten het meeste geld naar hun land van herkomst.

7 Migraties en duurzame ontwikkeling

Je hebt eerder onderzocht welke factoren migratie beïnvloeden. Migratie kan ook een belangrijke motor zijn voor het behalen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de VN.

a Bekijk eerst het filmpje over SDG’s via iDiddit.

Duurzame ontwikkelingsdoelen

b Koppel de juiste SDG’s aan de uitspraken. Lees elke uitspraak en noteer welke SDG’s erbij passen. Bij één uitspraak kunnen meerdere SDG’s horen. Niet alle SDG’s komen aan bod.

SDG-nummer(s)

1 India ontving in 2024 maar liefst 14,3 % van alle wereldwijde geldtransfers die migranten naar hun thuisland stuurden.

2 Via projecten rond cirkelmigratie laat de EU migranten uit niet-EU-landen kennis opdoen over duurzame energietoepassingen voor hun thuisland.

3 Migranten in Azië komen vaak terecht in sloppenwijken en hebben meestal geen toegang tot de lokale woonmarkt.

4 Kinderen van erkende vluchtelingen hebben in België recht op onderwijs en kunnen op die manier een diploma halen.

5 Een groot aandeel internationale migranten zijn vrouwen, die via migratie een inkomen verwerven dat in het thuisland niet vanzelfsprekend is.

6 Heel wat mensen slaan op de vlucht voor bodemdegradatie, verwoestijning of overstromingen in hun thuisland.

7 Arbeidsmigranten hebben recht op eerlijke, veilige arbeidsvoorwaarden. Ze dragen mee bij aan de economische groei van het gastland.

8 Nieuwe technologie heeft de kost van directe geldtransfers sterk verlaagd. Zo kunnen ook de armste mensen in afgelegen gebieden bereikt worden.

4 TEST JEZELF

 1 Ken je begrippen!

 2 Migratie in grafieken

 3 Migraties en bevolking

 4 Goederen- en geldstromen

 5 Cirkelmigratie

synthese

Migratie heeft invloed op de demografische en economische structuur van de vertreklanden en de aankomstlanden.

©VANIN

economie en demografie jonge bevolkingsstructuur grote actieve bevolking hoge bevolkingsdruk beperkte werkgelegenheid braindrain risico op armoede bij achterblijvers afhankelijk van emigranten

EMIGRATIELAND

emigratie van (jonge) actieve bevolking

geldtransfers (remittances) en goederenstromen

economie en demografie

vergrijzende bevolking krimpende actieve bevolking lagere bevolkingsdruk knelpuntberoepen braingain immigranten hebben werk en inkomen

IMMIGRATIELAND

Welke oplossingen zijn mogelijk op lange termijn? - investeren in duurzame ontwikkeling - stijging van de HDI in het Globale Zuiden - cirkelmigratie en kennisuitwisseling

leeftijdshistogram India (2025)
leeftijdshistogram België (2025)

BEGRIPPENLIJST

MIGRATIE, WEG NAAR EEN BETER LEVEN?

hoofdstuk begrip definitie

1 de arbeidsmigrant

persoon die naar een ander land verhuist om er werk te vinden

1 het asiel bescherming die een land biedt aan iemand die vlucht voor gevaar

2 de asielzoeker persoon die asiel aanvraagt om internationale bescherming te krijgen

2 de asielprocedure het geheel van stappen dat iemand doorloopt om asiel te verkrijgen

1 Belg met Belgische achtergrond

1 Belg met buitenlandse achtergrond

persoon die bij de geboorte de Belgische nationaliteit had en van wie minstens één ouder bij de geboorte de Belgische nationaliteit had

persoon die Belg is, maar bij geboorte geen Belgische nationaliteit had of van wie minstens één ouder bij zijn/haar geboorte geen Belgische nationaliteit had

2 de bevolkingsdruk de verhouding tussen het aantal mensen in een bepaald gebied en de beschikbare middelen om er te leven

1 het bni per persoon het bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking; wordt gebruikt als maatstaf voor de gemiddelde welvaart in een land

1 de braindrain proces waarbij hoogopgeleide mensen hun land van oorsprong verlaten en naar een ander land trekken

1 de braingain proces waarbij het aantal hoogopgeleide mensen uit het buitenland stijgt

2 circulaire migratie of cirkelmigratie; tijdelijk in een ander land verblijven om te werken of te studeren en in een latere fase terugkeren naar het land van herkomst

1 de diversiteit verschillen tussen mensen, bv. afkomst, taal, geslacht …

2 de drijfveer reden waarom iemand iets doet; hier: waarom iemand migreert

1 de emigrant persoon die zijn land verlaat om in een ander land te gaan wonen

1 de erkende vluchteling persoon die na een asielaanvraag een verblijfsvergunning krijgt

1 de expat voluit ‘expatriate’; een hoogopgeleid persoon die in het buitenland werkt

1 de/het geldtransfer geld dat door een migrant naar zijn thuisland verstuurd wordt

1 de geldstroom het verplaatsen van financiële middelen (geld) tussen personen, diensten, organisaties of landen

1 de gezinshereniging procedure waarbij een migrant met een verblijfsvergunning de huwelijkspartner en/of de gezinsleden kan laten overkomen

1 het Globale Zuiden (Global South) omvat het gebied van de wereld gekenmerkt door een lage HDI en een zwak ontwikkelde economie

1 Human Development Index (HDI) Index van de Menselijke Ontwikkeling, als maat voor de levenskwaliteit en de ontwikkelingsgraad van een land

1 legaal volgens de geldende wetten

1 illegaal niet wettig; in strijd met de wetten

2 de immigrant persoon die vanuit een ander land in een nieuw land komt wonen

1 de integratie proces waarbij je je aanpast aan de taal, cultuur en gewoonten van het land waar je gaat wonen

MIGRATIE, WEG NAAR EEN BETER LEVEN?

hoofdstuk begrip definitie

1 de internationale bescherming de bescherming die een persoon krijgt van een ander land dan zijn of haar eigen land van herkomst, omdat deze persoon in eigen land gevaar loopt

1 de klimaatvluchteling persoon die vertrekt door de verslechtering van zijn leefomgeving of milieu (schade of gevaar) ten gevolge van klimaatverandering

2 het knelpuntberoep beroep waarvoor onvoldoende werknemers te vinden zijn

1 de mensensmokkelaar persoon die tegen betaling mensen illegaal over grenzen brengt

1 de migrant persoon die naar een ander land verhuist

1 de migratie het verhuizen van het ene naar het andere land

2 het migratiesaldo verschil tussen het aantal immigranten en emigranten; kan zowel positief als negatief zijn; uitgedrukt in absolute aantallen of %

1 de migratiestroom grote groep mensen die in dezelfde richting migreert

2 de naturalisatie het verkrijgen van de nationaliteit van een land waar je niet bent geboren

2 de natuurlijke aangroei het geboortcijfer min het sterftecijfer

1 het netwerk één of meerdere personen in het land van aankomst die de migratie kunnen vergemakkelijken of ondersteunen

1 niet-Belg persoon die geen Belgische nationaliteit heeft, ongeacht de verblijfsreden of de verblijfsduur

1 het obstakel hindernis of moeilijkheid; hier: tijdens migratie

1 de oorlogsvluchteling persoon die zijn land ontvlucht omdat het daar door oorlog onveilig is

1 de politieke vluchteling persoon die zijn thuisland ontvlucht omdat die het risico loopt op vervolging wegens zijn/haar geloof, geaardheid, overtuiging …

2 de prognose voorspelling gemaakt op basis van huidige bevolkingscijfers

1 de pullfactoren redenen waarom mensen worden aangetrokken tot een ander land

1 de pushfactoren redenen waarom mensen beslissen hun land te verlaten

1 de roots (buitenlandse) herkomst of afkomst

1 de Schengenzone groep van Europese landen waar men vrij kan reizen zonder grenscontroles

1 de seizoensmigratie een beperkte periode (max. 3 maanden) in een ander land verblijven om te werken in een seizoensgebonden sector, zoals de fruitpluk

2 tijdelijke bescherming verblijfsstatuut in de EU bij een grote toestroom van ontheemden naar Europa, zoals na het begin van de oorlog in Oekraïne

1 de transmigrant persoon die illegaal in een land verblijft en wil doorreizen naar een ander land

1 het Verdrag van Schengen akkoord dat vrije verplaatsing tussen de Schengenlanden mogelijk maakt

2 de vergrijzing toename van het aandeel ouderen in de bevolking

1 de vluchteling persoon die zijn thuisland is ontvlucht omdat hij/zij daar in gevaar was

©VANIN

©VANIN

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook