__MAIN_TEXT__

Page 1

STORIA 2 GO!

HD

???

r pl aa In

ki

???

em

???

jk ex

???

ST RIA HD GO! 2 LEERWERKBOEK

???

LEERWERKBOEK

ISBN 978-90-306-9533-2

594254

vanin.be


r

pl aa

em

jk ex

ki

In


Les 1

InleidingXX

A De eerste stappen in het tweede jaar

XX

Les 2

XX

Even je geheugen opfrissen 

B Oude samenlevingen langs de Egeïsche Zee

XX

Les 3* Onderzoek: de Minoïsche samenlevingXX Les 4 De Griekse Mykeners XX Ontdekplaat - Mykeners, de eerste Grieken XX

XX

Les 19 Rome wordt een ‘republiek’ Les 20 Rome wordt machtig Ontdekplaat - Rome wordt machtig Les 21* De veroveringen veranderen de Romeinse samenleving Les 22 De burgeroorlogen

XX XX

F Het Romeinse Keizerrijk 

XX

XX XX

Les 23 Augustus, de eerste keizer XX Ontdekplaat - Het Romeinse leger in de keizertijd Les 24 De economie van het Romeinse Rijk XX Les 25 Bloei en verval van het Romeinse Rijk XX Ontdekplaat - Bloei en verval van het Romeinse Rijk Les 26* Onderzoek: de ‘val van Rome’: een waarschuwing uit het verleden? XX Les 27 De Romeinse kunst XX Ontdekplaat - De Griekse en Romeinse bouwkunst Les 28 De godsdienst bij de Romeinen XX Ontdekplaat - De Griekse en Romeinse godsdienst Les 29 Romeinen en vrije tijd XX Les 30 Gezin en opvoeding XX Les 31 Rome, een stad vol tegenstellingen XX Overzicht FXX

pl aa

C De Griekse stadstaten

E De Romeinse Republiek 

r

INHOUD

ki

jk ex

em

Les 5 De Griekse beschaving: politiek verdeeld, maar cultureel één XX Ontdekplaat - Een Griekse stadstaat Les 6 Boeren, kolonisten en handelaars in HellasXX Les 7 Sparta en Athene XX Les 8* Onderzoek: democratie in Athene XX Les 9 De Olympische Spelen XX Ontdekplaat - De Olympische Spelen Les 10 De Grieken voeren oorlog XX Ontdekplaat - De Perzische oorlogen Les 11 De godsdienst bij de Grieken XX Ontdekplaat - De Griekse en Romeinse godsdienst Ontdekplaat - Het orakel van Delphi Les 12 Alexander de Grote en de hellenistische rijkenXX Les 13 De Griekse kunst XX Ontdekplaat - De Griekse beeldende kunst Ontdekplaat - De Griekse en Romeinse

In

bouwkunst Les 14 De Griekse filosofie XX Les 15 Het Griekse theater XX Les 16* Onderzoek: Atlantis XX Overzicht CXX D De Etruskische stadstaten en het oudste Rome XX

Les 17 De Etrusken  Les 18* Rome begint als stadstaat

XX XX

G De Gallo-Romeinse samenleving Les 32 De Kelten, een volk uit de Europese IJzertijdXX Les 33 De Romeinen veroveren Gallië XX Overzicht GXX H Democratie in de moderne tijd en vandaag 

XX

Les 34 België: de parlementaire democratie XX Les 35 Het federale België XX I Je weg vinden in het verleden Les 36* HerhalingslesXX Woordenlijst XX Mijn persoonlijk woordenboekXX * Deze les kan georganiseerd worden als BZW-les (Begeleid Zelfstandig Werken)

INHOUD

3


1

INLEIDING

1

Op verkenning in STORIA HD GO!

r

Je vindt de inhoudsopgave van dit leerwerkboek op blz. 3. Kijk eens hoeveel lessen er zijn gepland. In hoeveel groepen of onderdelen kun je ze onderverdelen? Elk onderdeel heeft een titel. Als je die leest, weet je welke onderwerpen je dit schooljaar bestudeert.

pl aa

Het leerwerkboek

em

Alle lessen hebben dezelfde structuur, maar de leerstof wordt op verschillende manieren aangebracht. Tijdens sommige lessen zal je leraar veel vertellen; andere lessen worden grotendeels of volledig opgebouwd aan de hand van verschillende soorten opdrachten. Die opdrachten kun je klassikaal, in groepjes of individueel oplossen. De onderstaande illustraties maken de structuur van elke les duidelijk.

2 Duidelijke lestitels

OPDRACHT 2

jk ex

16

OPDRACHT 1

Etrusken

2

Grieken

b Tijd: oude nabije oosten – ruimte: klassieke oudheid – domein: politiek c Tijd: klassieke oudheid – ruimte: Middellandse Zeegebied – domein: politiek - Bestudeer de tijdlijn. Duid de juiste uitspraak aan. a De eerste Punische oorlog duurde maar liefst 26 jaar. b Op minder dan een eeuw tijd verovert de stad Rome Italië, daarna volgen de drie Punische oorlogen.

De Middellandse Zee wordt een Romeinse zee Volgens de mythe stichten Feniciërs de stad Carthago in 814 v.C. op de noordkust van Afrika. Carthago groeit uit tot een machtige handelsstad (zie les 4). Rome en Carthago voeren tussen 264 v.C. en 146 v.C. drie keer oorlog met elkaar. In de geschiedenis zijn die oorlogen gekend als

- Situeer de onderzoeksvragen in de tijd, de ruimte en het domein. Duid het juiste antwoord aan.

de Punische oorlogen. Rome wint die oorlogen en wordt de grootste militaire en economische macht in het Middellandse Zeegebied. Rome is nu de hoofdstad van een groot en machtig rijk.

a Tijd: klassieke oudheid – ruimte: Griekenland – domein: politiek

1

UMBRIËRS SAMNIETEN

Latijnen

.

3e PUNISCHE OORLOG

In

6 De tijdlijn situeert de les in de tijd.

2e PUNISCHE OORLOG

Galliërs (Kelten)

.C

v.C . 9 14

1 20

8

21

ROME VEROVERT ITALIË

1e PUNISCHE OORLOG

de inwoners van de stad Rome

- Rome breidt zijn territorium uit in drie stappen. Kleur in op de kaart: Latium (rood) – de rest van Midden-Italië (oranje) – Zuid-Italië + Sicilië (geel).

n in asse p e t o ef Aan e pr r e t la 20 les

v.C .

.

.

1

v.C

v.C

24

2

4

27

34 3

26

v.C

.

v.C .

.

ki

Kaartnr(s).

de inwoners van de Latijnse steden

- Vul aan op de kaart: Etrusken – Grieken – Latijnen.

v

Hoe gebeurt dat? Hoe slaagt Rome erin om al die veroverde gebieden te controleren en te besturen?

- Wie zijn ‘de oorspronkelijke Romeinen’? Omcirkel het juiste antwoord.

6

Je weet al dat Rome oorspronkelijk een kleine stadstaat is (zie les 14). Het bevrijdt zich van de Etrusken en wordt een republiek (zie les 15). Vanaf de 4e eeuw v.C. wordt Rome stilaan de hoofdstad van een groot en machtig rijk.

Lees de lestekst op de vorige bladzijde en beantwoord de vragen.

14

5 Deze icoontjes geven aan welke domeinen in de les aan bod komen.

Rome wordt machtig

v.C

1 Lesnummer

4 Het kaartje vertelt over welk gebied de les gaat. In het vakje onder de kaart kun je verwijzen naar kaarten uit je historische atlas.

3 Een krachtige inleiding met de onderzoeksvragen van de les

OPDRACHT 3

Over welke Punische oorlog gaat de kaart op de volgende bladzijde? Vul de titel aan. De eerste Punische oorlog (264-241 v.C.) Rome en Carthago vechten voor de controle over Sicilië. Rome wint de harde oorlog en verwerft zo de eerste gebieden buiten Italië.

c Na drie Punische oorlogen heeft Rome Italië veroverd.

De tweede Punische oorlog (218-201 v.C.) De beroemde Carthaagse generaal Hannibal brengt de Romeinen verschillende zware nederlagen

Rome wordt meester in Italië

toe. Bij Cannae wordt het Romeinse leger verpletterend verslagen: in één dag sneuvelen 50 000 Romeinse soldaten! Dankzij de steun van haar bondgenoten in Midden-Italië wint Rome uiteindelijk ook deze oorlog. Intussen verovert een Romeins leger onder leiding van Scipio Africanus het

Rome voert oorlog tegen de Latijnse en Etruskische steden en breidt zijn macht uit. De stadstaat heeft echter niet altijd succes: omstreeks 390 v.C. veroveren de Kelten Rome voor een korte tijd. Maar de Romeinen herstellen zich van die nederlaag en ca. 340 v.C. is hun heerschappij over Latium definitief. De inwoners van sommige steden krijgen het Romeinse burgerrecht. Daardoor hebben ze evenveel rechten en plichten als de oorspronkelijke Romeinen. Omstreeks 290 v.C. onderwerpen de Romeinen de Etrusken, de Samnieten en de Umbriërs. Daarna veroveren ze ook

Carthaagse gedeelte van Spanje. In 201 v.C. sluit Carthago voor de tweede maal vrede met Rome. De derde Punische oorlog (149-146 v.C.) De Romeinen verwoesten tijdens deze oorlog Carthago volledig. Het gebied wordt in 146 v.C. bij Rome ingelijfd als de Romeinse provincie ‘Africa’.

de Griekse kolonies in Zuid-Italië. Omstreeks 270 v.C. regeert Rome over heel Italië ten zuiden van de rivier de Po.

120

LES 16

rome worDt machtiG

7 Ondertitels leiden de verschillende delen van de les in.

4

LES 1 INLEIDING

C

het romeinse rijk

121

8 Moeilijke woorden krijgen een ander kleurtje. Ze worden verklaard vanaf blz. 275. Als er nog woorden zijn die je niet begrijpt, schrijf je ze op in je ‘persoonlijk woordenboek’ op blz. 280 in dit leerwerkboek. De verklaring zoek je op in een woordenboek. Je kunt ook uitleg vragen aan je leraar.


9 In de rubriek ‘onWAARschijnlijk’ vind je extra informatie over de les: boeiende verhalen die je normaal niet in schoolboeken terugvindt.

ONWAARSCHIJNLIJK!

10 Een schema van de lesinhoud op het einde van de les helpt je de les te studeren.

LES 24 SCHEMA

De beeldende kunsten in de klassieke oudheid

De Romeinse veldheer Caesar (100-44 v.C.) verovert Gallië tussen 58 v.C. en 52 v.C. Hij schrijft daarover nog tijdens de verovering. Caesar wil vooral zichzelf ophemelen. Hij noemt de Belgae de dapperste Kelten. Sommige van onze landgenoten zijn daar heel trots op. Toch hebben de huidige Belgen niets met de Belgae te maken. Integendeel: Caesar liet hen bijna allemaal uitmoorden. De

1 In de Griekse beeldhouwkunst zijn er drie perioden

overigen vluchtten naar het huidige Engeland. ‘Van al deze (Keltische) volkeren zijn de Belgae de dapperste. Dat komt omdat zij het verst verwijderd zijn van de beschaafde

De Griekse beeldbouwkunst kent drie perioden:

wereld (het Romeinse gebied). Ook doordat zij maar heel zelden

Archaïsch (ca. 680-490 v.C.)

Klassiek (ca. 490-330 v.C.)

Hellenistisch (ca. 330-30 v.C.)

bezoek krijgen van kooplui en er in hun land dus bijzonder weinig

-

- Voorstelling van ideale, mooie mens - Meer beweging in beelden - Aandacht voor juiste anatomie - Weinig uitbeelding van emoties - Momentopname

- Voorstelling van gewone mens: realistische kunst - Heel veel beweging in beelden - Mensen afbeelden zoals ze in werkelijkheid zijn - Heel veel uitdrukking van gevoelens - Soberheid maakt plaats voor praalzucht.

Kouros: naakte jongeman Korè: jonge vrouw met kleed Statisch, geen beweging Symmetrisch, ongeveer gelijke helften - Weinig uitbeelding van emoties - Invloed van Egyptische beelden

luxegoederen worden ingevoerd. Die goederen werken verslapping in de hand. Ten slotte doordat ze de naaste buren zijn van de Germanen, die aan de overzijde van de Rijn wonen. Zij voeren voortdurend oorlog met deze Germanen.’ Ambiorix, de leider van de Eburonen, heeft een standbeeld in Tongeren. Het beeld is opgericht in de 19e eeuw. Men beschouwde de ‘Oude Belg’ als een held en een voorbeeld voor de hedendaagse Belgen. Caesar heeft Ambiorix nooit in handen gekregen. Zijn volk, de Eburonen, heeft hij echter uitgeroeid of als slaven laten wegvoeren. Veel bloedverwantschap tussen de Eburonen en de huidige Belgen of Vlamingen is er dus niet.

2 De Griekse schilderkunst vormt een belangrijke bron voor de historicus Griekse schilderkunst: - Op keramiek of aardewerk - Taferelen uit het dagelijkse leven - Twee stijlen:

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

romaniseren

eenheid vormen 3 een voordeel geven dat Julius

beschrijven

1 de evolutie in bebouwing aan de

hand van afbeeldingen uitleggen

5 uitleggen hoe de Romeinen de

2 informatie uit een verhaal afleiden

controle in Gallië proberen te behouden 6 manieren waarop de Romeinen zich in Gallië vestigen, opnoemen 7 met twee voorbeelden de invloed van de Romeinen op de Gallische

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

n in asse p e t f Aan 239 re pro e e t la 20 les

Bas-reliëf

Afbeelding in steen die uit de ondergrond naar voren springt

Mozaïek

Legwerk van stukjes steen, glas, marmer als vloer- of wandversiering

Muurschildering

Schildering op een muur

Camee

In reliëf gesneden veelkleurige siersteen

D

De romeinen in onze Gewesten

em

G

jk ex

11 Nadat je de les hebt geleerd, moet je deze zaken KENNEN en KUNNEN. Het icoontje verwijst naar de oefeningen op diddit. De begrippen die je moet kennen, staan altijd bovenaan.

Een nieuwe stad

10

ki

15

In

20

25

30

35

40

62

193

DIRK BRACKE

Over de oorzaken van de Griekse kolonisatie tussen 750 v.C. en 550 v.C.

5

13 Op drie plaatsen in het leerwerkboek vind je een origineel en spannend verhaal van jeugdauteur Dirk Bracke. Daarmee zul je de geschiedenis op een net iets andere manier (her)beleven. Je kunt de verhalen ook beluisteren bij het onlinelesmateriaal.

De klassieke kunst

VERHAAL

1

12 Na sommige onderdelen vind je een handig overzicht van de geziene leerstof.

Beeld van het hoofd met een deel van de borst Twee stijlen: realistisch of waarheidsgetrouw idealistisch of ideaal voorgesteld

KUNNEN

Caesar heeft t.o.v. de Galliërs 4 het lot van de Belgae onder Caesar

Borstbeeld

pl aa

overname van Gallische gebruiken door de Romeinen aantonen

2 aantonen dat de Galliërs geen

godsdienst uitleggen

Romeinse beeldhouwkunst:

9 met twee voorbeelden de

‘romanisatie’ uitleggen

rode figuren op een zwarte achtergrond

3 De Romeinen houden vooral van realistische kunst

8 verklaren waarom Galliërs zich

1 de begrippen ‘kolonie’ en

zwarte figuren op een rode achtergrond

roodfigurige stijl:

r

KENNEN

zwartfigurige stijl:

‘We zijn het beu!’ Phidias keek de mannen aan. ‘De rijke grootgrondbezitters hebben een heerlijk leven, maar wij moeten werken als slaven op onze grond en dan hebben we nog honger. Het moet anders worden!’ Solon zag de stroeve gezichten en hij besefte dat de mannen zouden vechten om een eerlijke verdeling van de grond. Zijn enige zoon Clistratus stond naast hem. Ook hij droeg een knuppel in zijn hand. Solons ogen gingen naar de gerstvelden. Door de hitte en de droogte zou de oogst een ramp worden. De berghelling was bezaaid met stenen. Eigenlijk was die enkel geschikt om geiten en schapen te laten grazen, maar toch lukte het Solon meestal om genoeg gerst te winnen om te overleven. Maar nu … Zelfs het graan van de rijken was dor en zij bezaten de meest vruchtbare grond in de vallei. Maar zij hadden voorraden en goud om elders voedsel mee te kopen. De meeste bewoners van Thera moesten proberen iets uit de stenen berghellingen te winnen. En het leek alsof bij de armen steeds meer monden moesten gevuld worden. ‘Het is niet eerlijk’, gromde Solon. ‘We halen ons eten bij de rijken!’ zei Clistratus. Hij klemde de knuppel vaster in zijn hand tot zijn knokkels wit werden. Hoe hadden ze ook maar kunnen denken dat ze de soldaten van de koning konden overwinnen. Wat deed je met een mes of een knuppel tegen lansen en zwaarden? Solon wiste het zweet van zijn gezicht en keek naar het bloed op zijn arm. De snede deed pijn, maar dat ze niets bereikt hadden, deed veel meer pijn. Ze waren weggelopen voor de zwaarden. Samen met zijn vader was Clistratus op de helling gevlucht tot de soldaten hen niet meer volgden. ‘Het is allemaal voor niets geweest’, zei Clistratus. Het was dom van hen geweest om te den-

45

50

55

60

65

70

75

80

ken dat ze in de stad konden geraken. Phidias had gehoopt dat de stadsbewoners hen zouden helpen. Ook zij hadden honger, maar de soldaten hadden het allemaal voorzien. Voor de muur lagen enkele lijken. Als alles weer rustig was, zouden ze de doden ophalen om hen te verbranden. ‘We gaan naar huis’, zei Solon vermoeid. Een eind verderop leunde zijn huisje van gepleisterde kalk tegen de berg aan. Zijn vrouw en zijn kinderen zouden hem verlangend aan kijken. Hun gezichten mager, hun ogen leeg. Hij had geen graan of olie van de rijken meegebracht zoals hij beloofd had, enkel een gekwetste arm. Solon vloekte. De zon brandde, maar toch sneden Solon en Clistratus nog de zeldzame halmen gerst af. Een beetje was nog altijd beter dan niets. Clistratus richtte zich op. Hij hield zijn hand als een scherm voor zijn ogen. ‘Er komt iemand.’ ‘Wie is het?’ vroeg Solon. ‘Phidias.’ Hun leider hijgde een beetje toen hij hen bereikte. ‘Phidias?’ vroeg Solon verwonderd. ‘Zit jij niet in de gevangenis?’ ‘De koning heeft me vrijgelaten. Hij beseft ook dat er nog opstanden volgen als de mensen honger hebben. De koning wil ook niet liever dan dat het leven zijn gewone gang gaat. Daarom heeft hij een koerier naar het orakel van Delphi gestuurd.’ ‘Delphi!’ riep Clistratus. Hij was duidelijk onder de indruk. Zelf was hij nog nooit verder dan hun stad geweest, maar iedereen kende Delphi. De plek waar een oude vrouw naar de raadgevingen van de god Apollo luisterde. De vrouw herhaalde de wazige klanken van de god en priesters verduidelijkten daarna wat ze vertelde. ‘En heeft Apollo gesproken?’

een nieuwe staD — Dirk bracke

LES 1 INLEIDING

5


het onlineleerplatform bij STORIA HD GO!

 eerstof kun je inoefenen op jouw L niveau.

pl aa

 ier vind je de opdrachten terug die de H leerkracht voor jou heeft klaargezet.

Hier kan de leerkracht toetsen en taken

em

voor jou klaarzetten.

r

Je kunt vrij oefenen en de leerkracht kan ook voor jou oefeningen klaarzetten. Je kunt kiezen uit: - oefeningen per les; - oefeningen op ‘tijd, ruimte, domein’; - oefeningen op ‘werken met bronnen (HD)’; - oefeningen op ‘kennis en begrippen’.

Benieuwd hoe ver je al staat met oefenen en

opdrachten? Hier vind je een helder overzicht van je resultaten.

jk ex

Ontdekplaat - Een Griekse stadstaat

Hier vind je het lesmateriaal per les of per

In

ki

leerstofonderdeel (o.a. de videobestanden en audiobestanden). Je merkt ook dat je kunt kiezen tussen verschillende oefeningen. Daarnaast zijn er de ontdekplaten waarmee je zelf aan de slag kunt. Je vindt er allerlei soorten bronnen, filmmateriaal enz. rond een bepaald thema. Ga op ontdekkingstocht en voer de opdrachten uit. Veel plezier!

STORIA

Ontdekplaat

Een Griekse stadstaat

Naam: _____________________________ Nr.: _________ Klas:

__________________

Datum: __________________

/10 1

Welke historische vragen worden er in deze ontdekplaat beantwoord? Onderlijn. -

/1

Waarom ontstaan er in Hellas zelfstandige stadstaten in plaats van één grote samenleving?

2

-

Hoe wordt het bestuur en de economie in de Griekse stadstaten geregeld?

-

Hoe ziet de akropolis van Korinthe eruit?

De akropolis: benoem de drie gebouwen die aangeduid zijn met een cijfer.

/3

1 = ____________________________________________________ 2 = ____________________________________________________ 3 = ____________________________________________________

3

De poleis zijn economisch onafhankelijk. Leg uit met je eigen woorden.

/1

_______________________________________________________________________________ _______________________________________________________________________________

© VAN IN

6

HET ONLINELEERPLATFORM BIJ STORIA HD GO!

STORIA HD

1


Geschiedenis studeren: in de klas en thuis Welkom in de geschiedenislessen van het tweede jaar van het secundair onderwijs. Je ontdekte vorig schooljaar al dat geschiedenis veel meer is dan feiten en datums uit het hoofd leren. Geschiedenis is niet zo moeilijk, als je de lessen op de juiste manier aanpakt. Luister daarom naar de raadgevingen van je leraar. Goed opletten in de klas brengt je al een hele stap vooruit. Je leraar zal je ook uitleggen hoe je de leerstof thuis kunt herhalen en instuderen. de hand van het schema de inhoud van de les op te zeggen. Als je op deze manier de les verkent, wordt er heel wat informatie in je geheugen opgeslagen. Je zult dus heel wat tijd besparen bij het instuderen.

r

Oefenen Tijdens de geschiedenislessen leer je ook historische vaardigheden. Je leert hoe je historische informatie ontdekt, onderzoekt en structureert. Je zult zo bijvoorbeeld leren om informatie te halen uit bronnen, tijdlijnen en kaarten. Vaardigheden verwerf je door te oefenen. Maak de opdrachten opnieuw en kijk na of je antwoorden juist zijn. De vaardigheden zijn minstens even belangrijk als de inhoud van de les.

em

pl aa

In de klas Als je aandachtig luistert en actief meewerkt in de klas, zul je thuis gemakkelijker de leerstof kunnen instuderen. In de klas doe je het volgende: - prent de titel van de les onmiddellijk in je hoofd; - let op de ondertitels; ze vatten de hoofdlijnen van de les samen; - het is belangrijk dat je alles begrijpt; woorden of onderdelen die je niet begrijpt, kun je immers moeilijk onthouden; - probeer te antwoorden op vragen die je leraar stelt; - b estudeer de bronnen en de opdrachten aandachtig; - zorg ervoor dat je notities ordelijk, volledig en foutloos zijn.

jk ex

Thuis Voorbereiden Neem wat je nodig hebt om je les in te studeren: je agenda, je leerwerkboek, notities, een te verbeteren test enz. Studeer op een rustige en ordelijke plaats, zodat je geconcentreerd kunt werken.

ki

Verkennen Bestudeer eerst de opbouw van de les. Lees de inleiding en bekijk het kaartje, de domeinen en de tijdlijn. Daarna noteer je de titels en de ondertitels. Zo ken je de hoofdlijnen al.

In

2

Lezen en begrijpen Neem de hele les grondig door en controleer of je alles echt begrijpt. De teksten en de bronnen brengen het verhaal van de les. Om het verhaal te begrijpen, moet je ook alle woorden die aan bod komen, begrijpen. Bij het vak geschiedenis horen heel wat specifieke begrippen. We onderscheiden historische begrippen en structuurbegrippen. Die laatste gaan over het vak geschiedenis. Je vindt ze in een kleurtje in de woordenlijst. Lesteksten kun je samenvatten met een schema of een mindmap. Dat zijn goede geheugensteunen. Bekijk vervolgens het schema. Dat bevat de hoofdzaken en de kernwoorden. Probeer nu aan

Studeren De avond voor een test of examen moet je de les instuderen. Studeer de definities van de begrippen die je moet kennen. Leer het schema uit het hoofd en overloop nog eens alle opdrachten. Let daarbij extra op de titels, zodat je inzicht hebt in de opbouw van de les. Bij een toets of examen is het echter niet voldoende om enkel de informatie van je schema op te schrijven. Controleren Controleer of je het schema zelf opnieuw kunt samenstellen. Vergelijk met het schema in je leerwerkboek. Ga na of je elk woord en elk verband tussen de woorden in het schema kunt uitleggen. Raadpleeg de lijst KENNEN en KUNNEN. KENNEN geeft weer wat je van de leerstof moet onthouden en uitleggen. KUNNEN somt op welke vaardigheden in de les aan bod zijn gekomen. De lijst KENNEN en KUNNEN is een prima controlemiddel om na te gaan of je de leerstof beheerst. De puntjes die je onder de knie hebt, vink je aan in het voorziene vakje. Zo heb je altijd een goed overzicht. Op diddit vind je interactieve opdrachten om KENNEN en KUNNEN verder in te oefenen. ďťżďťż LES 1 INLEIDING

7


3

Historisch denken Je leert in het vak geschiedenis niet alleen verhalen over het verleden, maar ook hoe deze verhalen ontstaan. Je krijgt dus inzicht in het verleden én in de wetenschappelijke methode die geschiedkundigen gebruiken om over het verleden te vertellen: je leert historisch denken. We geven je hier een overzicht van de vijf onderdelen van historisch denken. Dat hoef je niet uit het hoofd te leren. HD1 Vragen stellen over het verleden Historisch denken start met een historische vraag. In het begin van elke les formuleren we de vragen die we tijdens die les zullen onderzoeken. Je vindt ze in een kleurtje in de inleiding. Alle vragen die je stelt over het verleden, de relatie heden–verleden en de manier waarop kennis over het verleden tot stand komt, zijn historische vragen.

pl aa

r

HD2 Een geordend beeld van het verleden opbouwen Geschiedkundigen ordenen stukjes geschiedenis in tijd, ruimte en maatschappelijk domein (zie les 2). Zo krijg je een beter overzicht en inzicht. Tegelijkertijd leer je historische begrippen en structuurbegrippen (zie woordenlijst) om de kenmerken van de samenlevingen die je bestudeert juist te benoemen.

em

HD3 Kritisch redeneren met en over bronnen Onze kennis over het verleden leiden we af uit bronnen: we redeneren met bronnen. Daarom is het heel belangrijk om goede bronnen uit te kiezen. Je leert controleren of een bron betrouwbaar en bruikbaar is: dat is redeneren over bronnen.

jk ex

HD4 Tot historische beeldvorming komen Het antwoord op een historische vraag is een samenhangende historische redenering. Typische historische redeneringen zijn: aanleiding–oorzaak–gevolg–toeval, evolutie–revolutie, gelijktijdigheid–ongelijktijdigheid en continuïteit–verandering.

In

ki

HD5 Reflecteren over de relatie verleden, heden en toekomst Iedereen kijkt met zijn ogen naar het heden en het verleden: vanuit het eigen perspectief. We weten bovendien niet alles over het verleden. Je leert ook nadenken over het gebruik van geschiedenis in de samenleving.

OPDRACHT

8

LES 1 INLEIDING

Lees de krachtlijnen van historisch denken en onderlijn de kernwoorden.


pl aa

Dit schooljaar bestudeer je de klassieke oudheid. In dit onderdeel krijg je enkele voorbereidende lessen. Je zult ontdekken dat de klassieke oudheid zichtbaarder aanwezig is in onze 21e eeuw dan je wel zou denken. In les 3 frissen we de historische vaardigheden op. Daarna ben je helemaal klaar om in de geschiedenis van de Grieken en de Romeinen te duiken.

r

A

De eerste stappen in het tweede jaar

In

ki

jk ex

em

Kleur Griekenland rood en ItaliĂŤ groen op deze hedendaagse kaart.

A

De eerste stappen in het tweede jaar

9


Even je geheugen opfrissen Je bestudeert het verleden aan de hand van bronnen. Je vormt je daarbij een beeld van een gebeurtenis, een samenleving, een gewoonte, een persoon ... uit het verleden. De methode om een beeld van het verleden te krijgen noemen we het historisch denken. Verleden jaar heb je daarmee al kennisgemaakt. In dit hoofdstuk frissen we dat alles opnieuw op. In de rest van het leerboek helpen we je bij dat historisch denken met aangepaste vraagjes en opdrachten.

pl aa

r

2

A DE EERSTE STAPPEN IN HET TWEEDE JAAR

Kaartnr(s).

1

Vragen stellen over het verleden en het heden

Situeren in tijd, ruimte en plaats

jk ex

2

em

Als je de geschiedenis wilt bestuderen, stel je vragen over gebeurtenissen, personen, gewoonten ... uit het verleden. Dat kan in vergelijking met het heden.

In

ki

Om je te oriënteren in de tijd heb je verschillende hulpmiddelen. Meestal gebruik je de christelijke tijdrekening die de geboorte van Christus gelijkstelt met het jaar 1. Daarnaast zijn er nog andere tijdrekeningen zoals de islamitische en de Joodse tijdrekening. Gebeurtenissen kun je ook chronologisch ordenen: de oudste gebeurtenis wordt eerst geplaatst, dan de tweede oudste enz. Je kunt die op een tijdlijn zetten. Ons verleden wordt ingedeeld in zeven tijden of tijdvakken: prehistorie, oude nabije oosten, klassieke oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd, moderne tijd en hedendaagse tijd. Je vindt ze met hun beginen einddatum op de tijdlijn op de volgende bladzijde. Niet alle tijdvakken duren even lang. Andere samenlevingen, bijvoorbeeld de Chinese, gebruiken ook andere indelingen. De samenlevingen die door de geschiedenis worden bestudeerd, bevinden zich op een bepaalde plaats of in een bepaalde ruimte. De grootte daarvan kan verschillen: een werelddeel (Europa, Azië ...), een gebied (Balkan, Oost-Afrika ...), een land (België, Mali ...), een streek (de Kempen, de Westhoek ...) of een stad/gemeente (Antwerpen, Parijs ...). De wereld in zijn geheel is ook een ruimte. We gebruiken dan het

10

begrip ‘globaal’ of ‘wereldwijd’. Zaken die mensen doen, kun je indelen volgens vier maatschappelijke domeinen: politiek, economie, sociaal en cultureel. Politiek gaat over besturen, macht en hoe groepen van mensen samenwerken. In de economie bekijkt men hoe mensen overleven en aan een inkomen geraken. Binnen het sociale domein bestudeert men groepen en hoe mensen samenleven. Het culturele domein is zeer breed en omvat kunst, godsdienst, wetenschap, techniek, onderwijs, sport, gewoonten ....

LES 2 EVEN JE GEHEUGEN OPFRISSEN

3

Bronnen indelen en gebruiken

Informatie over het verleden zoek je in bronnen. Een historische bron is een rechtstreekse getuigenis van iets uit dat verleden. Bronnen kun je in twee grote groepen indelen: geschreven en ongeschreven bronnen. Ongeschreven bronnen worden verder onderverdeeld in mondelinge en materiële bronnen. Moderne media zoals film, fotografie en het internet kun je als een aparte soort van bronnen beschouwen. Behalve bronnen gebruiken historici ook historische werken. Een werk wordt gemaakt op basis van historische bronnen. Zowel een historische bron als een werk kunnen primair of secundair zijn. Primair betekent dat de maker zelf leefde in de periode waarover hij het heeft. Mogelijk heeft hij bepaalde feiten meegemaakt of bepaalde mensen gekend. Een secundaire bron of werk werd in een latere periode gemaakt. Beide soorten kunnen belangrijke zaken vertellen; het ene is niet belangrijker dan het andere. Verschillende bronnen kunnen elkaar echter tegen-


5 19

17

±

±

4

50

50 14 ±

80

±

0

50

v. C

0

.

. v. C 0 0

±

35 ±

PREHISTORIE

OUDE NABIJE OOSTEN

KLASSIEKE OUDHEID

HEDENDAAGSE TIJD

MIDDELEEUWEN

MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

Hoe bestudeer ik een kaart?

r

ki

jk ex

em

1 Lees de titel: waarover gaat de kaart? Over welke tijd, welk gebied, welk onderwerp ...? 2 Welke schaal heeft de kaart? Hoeveel keer werd het gebied op de kaart verkleind? 3 Raadpleeg de legende. Wat betekent elk symbool? 4 De bovenkant van een kaart is meestal het noorden. 5 Kijk naar de kaart, lees de namen en vergelijk voortdurend met de legende.

Met de informatie uit bronnen vorm je je een beeld over een gebeurtenis, persoon, gewoonte ... uit het verleden. Handige hulpmiddelen daarbij zijn bijvoorbeeld begrippen zoals oorzaak en gevolg, gepland of toeval ... Geschiedkundigen proberen foute beelden over het verleden te verbeteren. In veel historische films, boeken, strips ... gedragen de figuren zich meer zoals hedendaagse mensen dan als mensen uit de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Ook staan er veel foute beelden over het verleden op het internet en in boeken.

pl aa

spreken. Je kunt dan proberen te weten te komen wat er werkelijk gebeurd is. Volgende vragen kunnen je daarbij helpen: Wie heeft de bron gemaakt? Kan de maker op de hoogte geweest zijn van wat hij weergeeft? Waar en wanneer werd de bron gemaakt? Kun je de bron gebruiken om je vragen te beantwoorden? Heeft de bron een doel? Is ze betrouwbaar? Is ze typisch voor de periode of samenleving die je bestudeert? Welke verschillen en gelijkenissen zijn er tussen de bronnen die over hetzelfde onderwerp gaan? Enz. Speciale bronnen en werken zijn historische kaarten. Volgende tips helpen je bij het bestuderen van zo’n kaart.

In

OPDRACHTEN OPDRACHT 1

Geef voor elke bron de juiste tijd en de maatschappelijke domeinen waarover ze gaat. Vul daarvoor onderstaand schema in. Bron

Tijd

Domeinen

1

Hedendaagse Tijd

Politiek

2

Vroegmoderne Tijd

Economie, sociaal

3

Prehistorie

Economie

4

Middeleeuwen

Cultuur

5

Moderne Tijd

Politiek, cultuur

6

Klasssieke oudheid

Cultuur, economie

A DE EERSTE STAPPEN IN HET TWEEDE JAAR

11


BRON 1 Op 20 januari 2017 legt Donald Trump de eed af als 45e president van de Verenigde Staten.

BRON 3 De verspreiding van de landbouw in Europa 500 km

In

ki

Atlantische Oceaan

Oostzee

jk ex

Noordzee

BRON 4 De schoolmeester van Eslingen

em

0

pl aa

r

BRON 2 ‘De geldwisselaar en zijn vrouw’, geschilderd door de Antwerpenaar Quinten Metsijs (1466-1530) in 1514 (Louvre, Parijs, 70 x 67 cm, olieverf op hout)

Zee arte Zw

vroege nederzettingen van landbouwers

late nederzettingen van jagers/verzamelaars

12

7000-5400 v.C.

5300-5000 v.C.

6500-5200 v.C.

na 5000 v.C.

LES 2 EVEN JE GEHEUGEN OPFRISSEN

Middellandse Zee

Een tekening uit een Duits boek van de 14e eeuw met handgeschreven gedichten en tekeningen. Het wordt bewaard in de universiteit van Heidelberg.


BRON 6 Het bovenste marktplein (agora) van de stad Sagalassos (Anatolië, Turkije), grotendeels opgegraven door Vlaamse archeologen. Het plein kwam tot stand tijdens de Romeinse keizertijd.

- Historische gebeurtenissen spelen zich af in een bepaalde ruimte. Noteer het juiste begrip bij elke omschrijving. Begrip lokaal regionaal

Betekenis

verwijst naar het plaatselijke (wijk, gemeente, stad …) verwijst naar de regio (streek, provincie, gewest …) verwijst naar de staat of het land

jk ex

nationaal

em

OPDRACHT 2

pl aa

Britse soldaten die op 10 april 1918 bij Bethune (Noord-Frankrijk) getroffen werden door Duits gas. Luitenant Thomas Keith Aitken maakte de foto, die wordt bewaard in het Imperial War Museum.

r

BRON 5 Slachtoffers van een gasaanval in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918)

continentaal

verwijst naar het werelddeel

globaal

verwijst naar de wereld

In

ki

- Om ruimte structuur te geven, maken we ook onderscheid tussen:   • open ruimte en gesloten ruimte;   • stedelijke ruimte en rurale ruimte;   • continentale ruimte en maritieme ruimte. Vul die begrippen in bij de juiste omschrijving. Begrip

Betekenis

stedelijke ruimte

de stad

rurale ruimte

het platteland

open ruimte

een open landschap of een open samenleving

gesloten ruimte

een gesloten landschap of een gesloten samenleving

continentale ruimte

landinwaarts, niet gericht op de zee

maritieme ruimte

in of aan zee

A DE EERSTE STAPPEN IN HET TWEEDE JAAR

13


OPDRACHT 3

Cheops gaf alle Egyptenaren het bevel om voor hem te werken: zo verplichtte hij de ene rotsblokken uit de groeven in de Arabische bergen te halen en die naar de Nijl te slepen; hij gaf anderen de opdracht om die stenen op schepen naar de andere oever van de stroom te brengen om ze naar het Libische gebergte te sleuren. Er werd met 100 000 man tegelijk gewerkt. Elke groep werkte drie maanden. Men werkte tien jaar aan het aanleggen van een weg. Daardoor raakte het volk totaal uitgeput. Uit: Herodotos, Historiën dl II, 124

pl aa

r

Herodotos (485 - 425 v.C.) is een Griekse schrijver die veel landen rond de Middellandse en de Zwarte Zee bezocht heeft. Hij bezoekt ook Egypte. Voor zijn werk raadpleegt hij tal van bronnen waaronder mondelinge overleveringen. Hij heeft ook aandacht voor oorzaken en gevolgen. Herodotos is soms wel lichtgelovig. Farao Cheops regeert van 2551 tot 2528 v.C.

em

• Omcirkel het juiste antwoord. - De tekening die we erbij gevoegd hebben is een bron/werk. - De tekst van Herodotos is een primaire/secundaire bron.

• In welke van de 7 tijden spelen de beschreven feiten zich af ? Prehistorie • Ongeveer hoeveel eeuwen na de feiten schrijft Herodotos dit? 21 eeuwen

jk ex

• Onderstreep in de info over de auteur een gegeven waaruit je kunt besluiten dat hij misschien niet altijd alles juist weergeeft.

ki

• Omcirkel welke historische vraag je met de bron NIET met zekerheid kunt beantwoorden. - Wie bouwde de Grote Piramide? - Vielen er veel slachtoffers bij de bouw van de piramiden? - Hoe werd het materiaal voor de piramiden vervoerd?

KUNNEN

1 de begrippen ‘tijdrekening’, ‘ruimte’, `lokaal’, `regionaal’, `globaal’, `open en gesloten ruimte’, `stedelijke en rurale ruimte’, `continentale en maritieme 2 ruimte’ en ‘domein’, `politiek’, `sociaal’, 3 `cultureel’ en `economisch’, `historische 4 bronnen’, `historische werken’, `primaire bronnen’, `secundaire bronnen’, ‘geschreven bronnen’ en `ongeschreven bronnen’ uitleggen. 5 drie verschillende tijdrekeningen geven 6 het beginpunt van onze tijdrekening geven 7 de zeven tijden met hun begin- en eindjaar in chronologische volgorde opnoemen 8 de vier verschillende maatschappelijke domeinen geven 9 uitleggen wat bronnen en werken zijn 10 de soorten bronnen opnoemen 11 het verschil tussen primaire en secundaire bronnen uitleggen

1 een bron of een gebeurtenis in de juiste tijd en het juiste maatschappelijke domein plaatsen 2 een reeks bronnen sorteren volgens soort 3 een kaart bestuderen en ontleden 4 de vijf onderdelen van historisch denken herkennen 5 vragen over bronnen oplossen

In

KENNEN

14

LES 2 EVEN JE GEHEUGEN OPFRISSEN


Vorig schooljaar heb je het Oude Egypte bestudeerd. Buiten Egypte leven echter ook andere volkeren. De Egyptenaren voeren er oorlog of drijven er handel mee. In dit onderdeel maak je kennis met twee van die volkeren: de Minoërs (Kretenzers) en de Mykeners. Ze leven op eilanden en in kustgebieden langs de Egeïsche Zee.

r

B

Oude samenlevingen langs de Egeïsche Zee

Het oostelijke gedeelte van de Middellandse Zee

em

OPDRACHT 1

pl aa

volkova natalia / Shutterstock.com

jk ex

- Omcirkel op de kaart de benaming Egeïsche zee. - Tussen welke twee hedendaagse

KRIM

Z w a r t e

Z e e

BALKAN

landen ligt de Egeïsche Zee?

ki

De Egeïsche Zee in het neolithicum

In

Omcirkel het juiste antwoord. - Neolithicum betekent nieuwe steentijd / oude steentijd - In de buurt van de Egeïsche Zee groeien geen / ook wilde korenrassen

ee eZ

OPDRACHT 2

ïsch



Ege

Griekenland en Turkije 

boven 2000 m

M i d d e l l a n d s e

1500 - 2000 m

Z e e

KLEINAZIË

500 - 1500 m 200 - 500 m 100 - 200 m 0 - 100 m

0

500 km

In de gebieden langs de Egeïsche Zee wordt omstreeks 6000 v.C. aan landbouw gedaan.

B

Oude samenlevingen langs de Egeïsche Zee

15


3

Onderzoek: de Minoïsche samenleving Op het einde van de vorige les maakte je kennis met de Griekse mythe over koning Minos en de Minotauros. Die mythe ligt mee aan de basis van het archeologische onderzoek op Kreta en beïnvloedt tot op vandaag onze interpretatie van de archeologische vondsten.

Nr.:

Score:

em

.

.

C

70

10

±

±

±

20

16

0

0

0

0

v.

v.

C

C

.

. C v. 0 0 35 ±

VROEG-MINOÏSCHE PERIODE

v.

Klas:

pl aa

Naam:

r

In deze les stap je in de voetsporen van archeologen en onderzoek je wat zij denken over de grote gebouwen die we de Minoïsche ‘paleizen’ noemen.

LAAT-MINOÏSCHE PERIODE

MIDDEN-MINOÏSCHE PERIODE

jk ex

Koning Minos van Kreta had geprobeerd Poseidon, de god van de zee, te misleiden. Als straf maakte Poseidon de vrouw van koning Minos verliefd op een stier. Ze kreeg een bijzonder vreemd kind, dat half-man, half-stier was: de Minotaurus. Het monster had het hoofd van een stier, maar het lichaam van een man. Toen de Minotaurus ouder werd, begon hij agressief en gevaarlijk te worden. Daarom besloot koning Minos om onder zijn paleis een labyrint te bouwen. In dat doolhof werd de Minotaurus opgesloten, zodat hij niemand kwaad kon doen. De koning dwong de stadstaat Athene om regelmatig jonge meisjes en jongens te sturen, die moesten dienen als voedsel voor de Minotaurus. De held Theseus, de zoon van de Atheense koning, besloot mee te zeilen naar Kreta om het monster te doden. Hij kreeg daarvoor hulp uit onverwachte hoek: Ariadne, de dochter van Minos, werd verliefd op de Griekse held. Zij gaf hem een stuk wol. Met de wol legde Theseus een spoor aan in het labyrint om zo de weg terug te vinden. Het gevecht met de Minotaurus dreigde slecht af te lopen, maar de moedige Theseus kon dankzij een toverzwaard toch doen wat niemand hem ooit had voorgedaan: de Minotaurus doden. Ariadne vluchtte met Theseus naar Athene. Maar op de terugtocht eiste de wijngod Dionysos Ariadne als vrouw op. Theseus besloot dan maar zijn vrouw stiekem te verlaten. Hij liet haar achter op het eiland Naxos.

In

ki

OPDRACHT 1

Wat is een mythe? TIP Raadpleeg de woordenlijst. Een mythe is een overgeleverd verhaal over de daden van goden, halfgoden of goddelijke voorouders. De mythen verklaren de herkomst en de godsdienst van een volk. 

16

LES 3

ONDERZOEK: DE MINOÏSCHE SAMENLEVING


- Hoe ziet de Minotaurus eruit? Een  man met een stierenhoofd - Waar woonde de Minotaurus? In  het Labyrint - Onderstreep in de tekst wat Athene regelmatig moest doen. - Van wie krijgt Theseus hulp? Van  Ariadne, de dochter van Minos

OPDRACHT 2

Bestudeer de onderstaande bronnen en los de vragen op.

pl aa

em

Bron 2 Kreta in reliëf

r

Bron 1 De opgravingen in Knossos Arthur Evans (1851-1941) gaat ervan uit dat de Griekse mythe over koning Minos niet helemaal verzonnen is. In 1900 begint hij met opgravingen in Knossos. De Engelse archeoloog vindt er een groot gebouw en stelt vast dat de oudste delen nog ouder zijn dan de Mykeense burchten op het Griekse vasteland (zie les 4). Hij denkt het paleis van koning Minos te hebben gevonden. De opgravingen gaan door tot in 1931. In 1935 publiceert Evans het laatste deel van zijn boek ‘Het paleis van Minos te Knossos’.

Minoïsch paleis

jk ex

Khania

Knossos

boven 2000 m 1000 - 2000 m 500 - 1000 m 200 - 500 m 0 - 200 m

Mallia

Phaistos

0

50 km

Pseira

Myrtos

Zakros

Kommos

ki

Intussen zijn er meerdere ‘paleizen’ opgegraven op Kreta. Waarschijnlijk hebben we nog een tiental andere ‘paleizen’ niet gevonden.

In

Bron 3 Plattegrond van ‘het paleis van Knossos’ Het ‘paleis’ lijkt een labyrint. Later onderzoek toont aan dat alle paleizen volgens eenzelfde plan uit zes delen bestaan: de westkoer, de westvleugel, de zuidvleugel, de noordvleugel, de oostvleugel en de centrale koer.

B

Oude samenlevingen langs de Egeïsche Zee

17


r

Bron 4 Muurschildering: stierspringen De Minoïsche kunst toont veel afbeeldingen van stieren.

Archeologisch museum van Herakleion.

jk ex

em

Bron 5 ‘Stierenhoorns’ in Knossos

pl aa

Deze kopie is te bezichtigen in Knossos. Het originele fresco bevindt zich in het

In

ki

Bron 6a De gerestaureerde troonzaal in Knossos

18

LES 3

ONDERZOEK: DE MINOÏSCHE SAMENLEVING

Dit symbool werd lang geïnterpreteerd als ‘stierenhoorns’. Vandaag denken onderzoekers dat het verwant is aan het Egyptische teken voor horizon.


Bron 6b Er is in elk geval weinig bewijs voorhanden voor het bestaan van een koning die in een paleis woont en over een allesoverheersende macht beschikte. We zagen al verschillende malen dat de koninklijke namen die Evans gaf aan verschillende ruimtes in het, ook al zogeheten, paleis absoluut niet de lading dekken. Zo was de troonzaal niet voor een koning, maar voorbehouden aan een vrouwelijke priesteres. Uit: K. Vansteenhuyse, Paleizen, tempels of culturele centra? De Minoïsche gebouwen op Kreta, UC Leuven, Limburg, syllabus van een lezing voor leraren geschiedenis in 2018 Klaas Vansteenhuyse is doctor in de archeologie en gespecialiseerd in de late bronstijd van Kreta.

Elementen uit de mythe Koning Minos

pl aa

r

- Arthur Evans denkt dat hij het paleis van de mythische koning Minos heeft gevonden. Welke archeologische vondsten lijken dat vermoeden te bevestigen? Leg uit. Archeologische vondsten

groot gebouw en troonzaal

Minotauros

stieren in kunstwerken

Labyrint

em

Het grondplan lijkt op een doolhof.

- Hoe interpreteren hedendaagse archeologen deze vondsten? Raadpleeg bron 3, bron 5 en bron 6b.

jk ex

De paleizen waren geen paleizen, maar tempels of culturele centra. De stierenhoorns zijn geen stierenhoorns, maar verwant met het Egyptische teken voor horizon.

Het grondplan is gestructureerder dan je op het eerste gezicht zou denken.

ki



In

- Toch heeft de mythe en de interpretatie van Evans tot op vandaag invloed op de manier waarop wij naar dat stukje verleden kijken. Geef hiervan twee voorbeelden. • Hoe noemen we de samenleving op Kreta? De  Minoïsche samenleving

• Hoe noemen we nog steeds de grote gebouwen? Paleizen - Welke soort bron is het boek ‘Het paleis van Minos te Knossos’ (zie bron 1). Omcirkel. • Als je informatie wil over de Minoïsche samenleving op Kreta. Historische bron / historisch werk Primaire bron / secundaire bron Geschreven bron / ongeschreven bron

B

Oude samenlevingen langs de Egeïsche Zee

19


• Als je informatie wil over de opgravingen van Arthur Evans te Knossos. Historische bron / historisch werk Primaire bron / secundaire bron Geschreven bron / ongeschreven bron - Is K. Vansteenhuyse betrouwbaar als je wil weten: ‘Wat denken archeologen vandaag over het paleis in Knossos?’ Bestudeer bron 6b aandachtig aan de hand van deze vragen. Wat is de onderzoeksvraag?  Wat denken archeologen vandaag over het paleis in Knossos? 

Wie? Klaas Vansteenhuyse

pl aa

Wanneer heeft hij de bron geschreven? 2018

r

Wie is de auteur?

Wat is zijn beroep? Doctor in de archeologie, gespecialiseerd in de late bronstijd van Kreta Wat is het doelpubliek? Leraars geschiedenis 

Wat is de functie of bedoeling van de bron?

Besluit

em

informeren / overtuigen / ontspannen / ontroeren / activeren

jk ex

De bron is betrouwbaar.

- Is A. Evans een betrouwbare bron als je wil weten: ‘Wat denken archeologen in 1935 over het paleis in Knossos?’  Ja / nee - Welke van de twee auteurs is het betrouwbaarst als je meer wil weten over de Minoïsche cultuur?

In

ki

Klaas Vansteenhuyse

20

LES 3

ONDERZOEK: DE MINOÏSCHE SAMENLEVING


- Door het ontbreken van voldoende ontcijferde geschreven bronnen blijven er nog heel wat vragen over de geschiedenis van het Oude Kreta onbeantwoord. Zijn deze vragen historische vragen? Rangschik de nummers in het venndiagram. JA

TWIJFEL

NEE

5

1

3

2 4

pl aa

r

1 Betekenen de veelvuldige afbeeldingen van vrouwen ook dat vrouwen een belangrijke rol speelden? 2 Ca. 1600 v.C. kreeg Kreta te maken met de vulkaanuitbarsting op Thera. Wat gebeurt er als een vulkaankegel ontploft? 3 Is er een verband tussen zware aardbevingen en een vulkanische activiteit 20 tot 30 maanden

em

later? 4 Waren de Minoërs wel zo vreedzaam als Arthur Evans veronderstelde? 5 Hebben de Mykeners Kreta in één keer veroverd of hebben ze zich er geleidelijk gevestigd? Besluit Arthur Evans ging op zoek naar het mythische paleis en vond wat hij zocht: het paleis van

ki

jk ex

koning Minos. Nieuwe inzichten hebben zijn interpretaties bijgeschaafd, maar tot op vandaag beïnvloeden ze de manier waarop wij de geschiedenis van Kreta vertellen.

In

Wat je na deze les moet kunnen:

KUNNEN 1 aantonen dat de beperkingen van bronnen gevolgen hebben op de historische beeldvorming 2 soorten bronnen identificeren 3 illustreren hoe de mythe over koning Minos de historische beeldvorming heeft beÏnvloed 4 de standplaatsgebondheid van Arthur Evans toelichten 5 historische vragen onderscheiden van andere vragen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kunt, zet je daar een kruisje voor.

B

Oude samenlevingen langs de Egeïsche Zee

21


4

De Griekse Mykeners De Griekse Mykeners slagen erin om Kreta te veroveren. Ze leggen ook de basis van de Griekse samenleving. Lang na het verdwijnen van de Mykeense koninkrijken vertellen de Grieken nog verhalen over de Trojaanse oorlog.

pl aa

r

Wie zijn de Mykeners? Waar vestigen ze zich? Hoe komt er een einde aan hun samenleving?

HOOGTEPUNT Opbouw Minoïsche cultuur MINOÏSCHE CULTUUR

Inwijking landbouwers

1

ONTSTAAN GRIEKSE WERELD

. v.

C

0 5 ±

±

8

0

0

0

v.

v.

0

0

12

±

MYKEENSE CULTUUR

C

.

.

C

.

C

v.

14

±

em

±

±

20

35

0

0

70

0

0

v.

v.

C

C

.

.

Kaartnr(s).

OPBOUW GRIEKSE CULTUUR

jk ex

De Mykeners vestigen zich rond de Egeïsche Zee

- Over welke gebieden strekt de macht van de Achaiërs zich ca. 1400 v.C. uit? Onderstreep die gebieden.

In

OPDRACHT 1

ki

De Indo-Europese stammen die rond 2000 v.C. het Griekse schiereiland binnentrekken, onderwerpen de oorspronkelijke inwoners. De invallers worden de Achaiërs genoemd. Zij ontwikkelen de Mykeense samenleving, genoemd naar het belangrijkste centrum, Mykene. Daarom hebben geschiedkundige boeken het zowel over Achaiërs als over Mykeners.

het Griekse schiereiland / het westelijke bekken van de Middellandse Zee / de eilanden van de Egeïsche Zee / de westkust van Klein-Azië / de Bosporus / Kreta / Cyprus

- Geef de vier belangrijke Mykeense centra. Mykene, Athene, Thebe, Korinthe 

22

LES 4

De Griekse Mykeners


2

De belangrijkste kenmerken van de Mykeense samenleving Elk centrum of elke ‘stad’ is een zelfstandig koninkrijk. Aan het hoofd staat een koning die alle macht heeft: militair, politiek, economisch, sociaal en godsdienstig. De koning heeft de leiding over de edellieden, die hem militair steunen. Zowel de koning als de edellieden zijn grootgrondbezitters. De gewone mensen moeten hen gehoorzamen. De Mykeners leven van de landbouw. Omdat de bevolking voortdurend aangroeit, moeten ze via de handel extra levensmiddelen invoeren. Ze voeren handel met Syrië, Egypte en Zuid-Italië.

OPDRACHT 3

Vul het schema aan. Politieke kenmerken

Economische kenmerken

KONING

heeft alle macht

grootgrondbezitter

EDELLIEDEN

geven militaire steun

grootgrondbezitters

HET GEWONE VOLK

moeten gehoorzamen

Plattegrond van Mykene

em

Legende:

landbouwers en handelaars

T

S

A

K

B C D E F G

jk ex

A Leeuwenpoort B Graanschuur C Helling D Grafcirkel A E Hellinghuis F Krijgershuis G Zuidelijk huis H Huis met de iconen J Tsounta’s huis K Ingang van de burcht L Beschermende muur M Tempel N Troonkamer P Binnenplaats Q Trap R Megaron S Poort T Trap naar waterbak W Noodpoort Y Huis van kolommen Z Wachttoren

r

Sociale piramide

pl aa

OPDRACHT 2

M

W Y

NP Q R

Z

J

In

ki

H

L

B

Oude samenlevingen langs de Egeïsche Zee

23


Reconstructietekening en luchtfoto van Mykene

pl aa

r

paleis met troonkamer en tempel

jk ex

em

grafcirkel

In

ki

De Leeuwenpoort

- Welke gebouwen verwijzen naar de macht en de rijkdom van de edellieden en de koning?  enorme burcht met tempels en troonkamer De  grote huizen van de edellieden en de grafcirkel De

- De Mykeners zijn een strijdlustig volk en voeren regelmatig oorlog. Hoe wordt uit de opbouw van het centrum duidelijk dat ze zich willen beschermen tegen invallen van buitenaf ?  leven in een versterkte stad, de ringmuren rond de stad en de muren van de burcht Ze kunnen drie tot acht meter dik zijn.

24

LES 4

De Griekse Mykeners


OPDRACHT 4

a Gouden dodenmasker Heinrich Schliemann ontdekte het grafmasker in Mykene in 1876. Schliemann schreef het toe aan de legendarische koning Agamemnon, maar het is nog altijd niet zeker of het masker iemand voorstelt.

pl aa

r

b Schatkamer van Atreus (koepelgraf)

em

De koninklijke graven tonen ons dat de koningen machtig en rijk zijn! In de graven liggen gouden dodenmaskers, gouden gebruiksvoorwerpen en veel wapens.

jk ex

Wat leren deze overblijfselen uit de Mykeense periode je over: - de macht van de koning? De koning was enorm rijk en machtig. Oorlogvoeren was belangrijk. - het geloof van de Mykeners?

De Mykeners geloofden in een leven na de dood.

ki

- de Mykeense kunst?

De Mykeners waren verfijnde kunstenaars (goudsmeden).

In

- de Mykeense bouwkunst? De Mykeense bouwwerken waren stevig en groots.

3

De Trojaanse oorlog In het begin van de 15e eeuw v.C. bezetten de Mykeners Kreta en nemen ze de zeehandel van de Kretenzers over. Volgens de dichter Homeros verwoest een verbond van Griekse steden vervolgens de stad Troje tijdens de Trojaanse oorlog.

B

Oude samenlevingen langs de EgeĂŻsche Zee

25


OPDRACHT 5

- Bestudeer het document. De legendarische Griekse dichter Homeros is de auteur van de twee oudste bekende en bewaarde werken van de westerse literatuur: de Ilias en de Odyssee. De Ilias vertelt het verhaal van de Trojaanse oorlog. Die legende vertelt over de ondergang van de stad Troje. Archeologen onder leiding van Heinrich Schliemann hebben de fundamenten van Troje teruggevonden, maar het is niet zeker of het verhaal van de oorlog tussen de Mykeners en de Trojanen gebaseerd is op waargebeurde feiten.

pl aa

r

De legende van de Trojaanse oorlog Aan de ingang van de Hellespont lag op een heuvel de machtige stad Troje, ook wel Ilion genoemd. Vanaf de gevaarlijke wallen kon men ver uitkijken over de vruchtbare vlakten in het oosten en het zuiden, over de zee in het westen. Maar in het noorden was er de Hellespont, waaraan Troje zijn rijkdom dankte, want daardoorheen voeren alle schepen die het onmisbare graan van de landen om de Zwarte Zee naar Griekenland brachten. De koningen van Troje hieven een zware tol. Luid en verontwaardigd waren de protesten, maar het bleef bij protesten, want de macht van Troje was groot en talrijk waren de bondgenoten.

em

Met de goddelijke hulp roofde de Trojaanse koningszoon Paris de mooie Helena, de vrouw van de Griekse koning Menelaos. Alle Grieken eisten vergelding als ŽŽn man. Alle Griekse vorsten waren door een eed gebonden Menelaos bij te staan. Afwijzing van hun rechtvaardige eisen zou voor Troje oorlog betekenen met de hele Griekse wereld.

ki

jk ex

Er ontstond een bloedige oorlog die tien jaar duurde. Achilles en Odysseus waren de grote helden in deze strijd. Maar omdat Troje zo’n machtige stad was, bleef een overwinning voor de Grieken uit. De Grieken bedachten daarom een list. Ze maakten zich klaar om te vertrekken. De inwoners van Troje vierden feest. Zij waren immers de overwinnaars van de oorlog. Voor hun vertrek hadden de Grieken een houten paard voor de stadspoort geplaatst. De inwoners van Troje waren nieuwsgierig. Wat was de bedoeling van dat houten paard?

In

De Trojanen vierden hun overwinning en haalden het paard binnen de muren van de stad omdat ze dachten dat het paard een afscheidsgeschenk van de Grieken was. Zo konden de Grieken de stad Troje innemen. - Wat zat er in de romp van het paard verstopt, denk je? Omcirkel het juiste antwoord. een tijdbom  –  Griekse soldaten  –  giftige stoffen

4

De Doriërs vervangen de Mykeense samenleving Rond 1200 v.C. vallen nieuwe Indo-Europese volkeren het Griekse gebied rond de Egeïsche Zee binnen. De Doriërs, een van die volkeren, vestigen zich vooral in de Peloponnesos en stichten er de stadstaat Sparta. De vechtlustige Doriërs gebruiken ijzeren wapens om de Mykeners te verslaan. Die kunnen zich amper verdedigen met hun bronzen wapens. Ze zijn waarschijnlijk ook verzwakt door vroegere aanvallen. Ze vluchten naar enkele eilanden in de Egeïsche Zee en aan de kust van Klein-Azië. De Mykeense cultuur gaat ten onder in oorlog en migratie. De Doriërs nemen weinig of niets over van de cultuur die ze vervangen.

26

LES 4

De Griekse Mykeners


OPDRACHT 6

- Raadpleeg de tijdlijn bij deze les. • Welke periode eindigt met de komst van de Doriërs? De Mykeense cultuur • Welke periode begint met de komst van de Doriërs? Het ontstaan van de Griekse wereld

ONWAARSCHIJNLIJK! Cyclopische muren

em

pl aa

r

De ringmuren rond de stad Mykene zijn indrukwekkend door hun afmetingen. Men dacht later dat alleen mensen met uitzonderlijke krachten zulke muren hadden kunnen bouwen. De stadsmuren zijn opgetrokken uit gigantische blokken natuursteen. De Griekse mythen vertellen dan ook dat dit het werk is van cyclopen. Dat zijn ongelofelijk sterke, eenogige reuzen. De verhalen over de cyclopen zijn waarschijnlijk ontstaan na de vondst van fossiele schedels van een prehistorische olifantensoort. Die dwergolifant leefde in de laatste ijstijd op het eiland Sicilië. De oogkassen in olifantenschedels zijn niet duidelijk herkenbaar, maar er zit wel een grote neusholte op de plaats van de slurf. De Grieken stellen zich woeste reuzen voor, met één groot oog midden op het hoofd. Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

jk ex

KENNEN

In

ki

1 de begrippen ‘mythologie’ en ‘migratie’ uitleggen 2 de begrippen ‘Achaiërs’, ‘Mykeners’, ‘Mykeense cultuur’, ‘Doriërs’ en ‘cyclopisch’ verklaren 3 de ontstaansgeschiedenis en de verspreiding van de eerste Grieken beschrijven 4 vier kenmerken van de Mykeense samenleving geven 5 de oorzaak van de Trojaanse oorlog uitleggen 6 de legende over het paard van Troje in grote lijnen vertellen 7 het succes en het gevolg van de Dorische inval verklaren

KUNNEN 1 het Griekse schiereiland, de eilanden van de Egeïsche Zee, de kust van Klein-Azië en de Egeïsche Zee op een kaart situeren 2 Mykene en Troje op een kaart situeren 3 informatie uit een historische kaart halen 4 aan de hand van de lestekst een schema aanvullen 5 informatie uit archeologische vondsten afleiden 6 het onderscheid tussen historische en legendarische verhalen maken

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

B

Oude samenlevingen langs de Egeïsche Zee

27


LES 4 SCHEMA

De Mykeense samenleving 1 De Mykeners vestigen zich rond de Egeïsche Zee 2000 v.C.: inval van Indo-Europese stammen

De Achaiërs of Mykeners vestigen zich rond de Egeïsche Zee.

pl aa

r

Mykeense samenleving

2 De belangrijkste kenmerken van de Mykeense samenleving Politiek:

Elke stad is een zelfstandig koninkrijk. De koning heeft alle macht.

ringmuren

  regelmatige oorlogsvoering

burcht en koninklijke graven

 macht en rijkdom van de koning

gouden dodenmaskers

  geloof in leven na de dood

jk ex

Cultureel:

em

Socio-economisch: edellieden en gewone mensen leven van landbouw en handel.

  goede goudsmeden

3 De Trojaanse Oorlog

ki

Aangroei bevolking

In

Tekort aan levensmiddelen

Troje veroveren (controle vruchtbare landbouwgebieden langs de Zwarte Zee)

4 De Doriërs vervangen de Mykeense samenleving 1200 v.C: nieuwe invallen

Doriërs vestigen zich in de Peloponnesos en stichten de stadstaat Sparta.

Dit is het einde van de Mykeense samenleving.

28

LES 4

De Griekse Mykeners


r

Tussen 2000 v.C. en 1200 v.C. vestigen Griekse stammen zich in de gebieden langs de Ege.sche Zee. De Myceners, die je al bestudeerd hebt, horen bij de eerste groepen die arriveren. Andere stammen volgen. Na 1200 v.C. vormen de Grieken geen echt rijk. Hun gebied bestaat uit redelijk kleine staatjes die soms samenwerken of soms tegen elkaar vechten. Toch ontstaat hier wat men tot op vandaag ‘de Griekse cultuur of beschaving’ noemt.

In

ki

jk ex

Griekse drinkschaal met feestvierders

em

pl aa

C

De Griekse stadstaten

Bronzen beeldje van Pallas Athena, godin van de wijsheid (hoogte 30 cm) Tempel van Athena op het eiland Rhodos

C

De Griekse stadstaten

29


5

De Griekse samenleving: politiek verdeeld, maar cultureel één

em

pl aa

r

Je weet van de vorige les dat de Grieken zich tussen 2000 v.C. en 1200 v.C. in het oostelijke bekken van de Middellandse Zee vestigen en dat de Mykeners de grondslag leggen van de Griekse cultuur. De Griekse stammen bouwen in de volgende eeuwen de klassieke cultuur verder op. Hoe organiseren die stammen zich? Vormen ze één staat? Voelen ze zich verwant aan elkaar?

DONKERE EEUWEN

1

ARCHAÏSCHE TIJD

.

±

±

0 33

30

v.

v.

C

C

.

.

C

v.

0

9

4

±

jk ex

±

±

12

6

8

0

0

0

v.

v.

C

C

.

.

Kaartnr(s).

KLASSIEKE TIJD

HELLENISTISCHE TIJD

ki

Hellas bestaat uit afzonderlijke, zelfstandige poleis

In

Hellas is verdeeld in een aantal dalen en vlakten die door steile bergen van elkaar gescheiden zijn. In zo’n gesloten ruimte ontstaat niet gemakkelijk een groot rijk, zoals bijvoorbeeld het Oude Egypte. Het gebied leent zich wel tot de ontwikkeling van een verzameling onafhankelijke gemeenschappen of stadstaten.

OPDRACHT 1

30

LES 5

Verbind de woorden met de juiste omschrijving. TIP Gebruik de woordenlijst achteraan in je boek. Hellas



een hogergelegen gebied in de polis, met politieke en/of religieuze functie

Griekenland



Zo noemen de Grieken hun land.

Polis



een Griekse stadstaat

Akropolis



afgeleid van het Romeinse ‘Magna Graecia’

De Griekse samenleving: politiek verdeeld, maar cultureel één


OPDRACHT 2

Bekijk de kaart van Hellas.

em

pl aa

r

ATTICA

- Wat leert de kaart je over het reliëf in Hellas?

jk ex

Er zijn veel steile bergketens, diepe dalen en een aantal kleine vlakten 

- Bestudeer de legende bovenaan. Hoe is het land ingedeeld? Hellas  bestaat uit landstreken met stadstaten.

ki

- Waarom is het contact tussen de poleis beperkt, denk je?

In

De steile bergketens bemoeilijken het contact.

OPDRACHT 3

Het ontstaan van de poleis Rangschik de gevolgen chronologisch. 2

Zo ontstaan er overal kleine individuele boerennederzettingen.

5

Zo ontstaat er een centrum dat belangrijk is voor de omgeving. Samen met de omliggende landbouwgebieden en dorpen vormt het centrum een gemeenschap of stadstaat: de polis.

1

Hellas is zeer bergachtig. Zo’n reliëf maakt het moeilijk om samen te leven in grote gemeenschappen.

3

Op een goed verdedigbare plaats, een hoge rots of steile helling, bouwt men vaak een burcht of akropolis.

4

Rond die burcht drijft men handel of vervaardigt men producten. Dikwijls worden er openbare gebouwen, tempels, theaters enz. opgericht. C

De Griekse stadstaten

31


OPDRACHT 4

Bron Op twintig stadiën (ongeveer 4 km) van Chaeronea ligt de polis der Panopaïers, als men werkelijk de naam polis mag geven aan lieden die geen bestuursgebouwen hebben, geen gymnasion, geen theater, geen openbaar plein, geen watertoevoer die een vergaarbak voedt, en die daar op de rand van een ravijn wonen in half in de grond gegraven hutjes als schuilhutten van bergbewoners. Toch is hun gebied afgebakend van dat van hun buren en zenden zij afgevaardigden naar de vergadering van Phokis (een polis waar vertegenwoordigers van verschillende poleis uit dezelfde streek samenkomen). Ten slotte vertellen zij dat de naam van hun polis is afgeleid van die van de vader van Epeios. (Die Epeios, wiens vader Panopeus heette, was de bouwer van het Trojaanse paard.) Uit: Pausanias, Beschrijving van Griekenland, X, 4 Pausanias van Lydië (2e eeuw), reiziger en aardrijkskundige, bezocht Palestina, Egypte, Italië en Rome.

pl aa

r

Griekenland is echter zijn favoriete bestemming. Hij beschrijft Hellas polis voor polis.

- Welke dingen moet je volgens Pausanias zeker in een polis aantreffen? Omcirkel. een afgebakend gebied / een gymnasion en theater / ten minste 10 000 inwoners / een eigen bestuur / een eigen naam / ten minste 1 000 km² land / bestuursgebouwen /

em

een openbaar plein en watertoevoer

- Wat is blijkbaar wel voldoende om een polis te zijn? Onderstreep. De Grieken vormen niet één staat of land. Hellas bestaat uit economisch en politiek onafhankelijke poleis. Vul de begrippen ‘autarkie’ en ‘autonomie’ bij de juiste verklaring in.

jk ex

OPDRACHT 5

Begrip

Economisch onafhankelijk

Elke polis probeert voor zichzelf genoeg voedsel en gebruiksvoorwerpen te produceren.

autarkie

Politiek onafhankelijk

Elke polis heeft haar eigen bestuur, autonomie wetten, leger en rechtspraak.

In

ki

Verklaring

OPDRACHT 6

Zoek de ontbrekende oppervlakten op het internet. Vergelijk en trek je conclusie, als je weet dat Athene een uitzonderlijk grote polis was. Athene

Argos

Korinthe

Vlaanderen

2 550 km²

1 400 km²

880 km²

13 522 km²

Jouw provincie

Besluit: De  poleis zijn vrij klein: meestal veel kleiner dan onze provincies.

32

LES 5

De Griekse samenleving: politiek verdeeld, maar cultureel één


2

Hellas vormt een eenheid op cultureel gebied Vanaf de 8e eeuw v.C. wordt het werk van de dichter Homeros overal in Hellas bekend. Zo krijgen alle Grieken eenzelfde kijk op het leven en hoe ze zich moeten gedragen. Homeros zorgt er ook voor dat de Grieken gemeenschappelijke goden zullen vereren. Hij stelt in zijn verhalen de Griekse godenwereld voor en kiest enkele goden uit het grote aantal dat door de Griekse stammen wordt vereerd. Alle Griekse stadstaten vereren na verloop van tijd de goden die ze bij Homeros terugvinden.

OPDRACHT 7

Onderzoeksvraag: voelen de verschillende Griekse poleis zich verwant aan elkaar? Bron

pl aa

r

Er zijn de bloed- en taalverwantschap met het Griekse volk, de gemeenschappelijke heiligdommen, de goden en de offerplechtigheden evenals onze gelijksoortige zeden. (...) Wees ervan overtuigd dat wij nooit met Xerxes (de koning van Perzië) een akkoord zullen sluiten. Uit: Bewerking van Herodotos, Historiën, boek VIII, hoofdstuk 144

Herodotos (485-425 v.C.) is een Griekse geschiedschrijver. Veel van zijn geschriften berusten op waarnemingen. Hij wil voorkomen dat het verleden van de mensheid verloren gaat. Herodotos wordt weleens ‘de vader van de westerse geschiedschrijving’ genoemd, omdat hij als eerste systematisch op zoek gaat naar bronnen en ook de

em

betrouwbaarheid ervan natrekt. Toch is hij soms lichtgelovig.

- Is de bron bruikbaar om de vraag te beantwoorden? Omcirkel en leg uit waarom. Bruikbaar / onbruikbaar

jk ex

Het fragment geeft hierover informatie.

- Is de bron betrouwbaar? Omcirkel en leg uit waarom. Eerder betrouwbaar / eerder onbetrouwbaar De auteur: Herodotos (485-425 v.C.) is een Griekse geschiedschrijver. Hij gaat op

ki

zoek naar bronnen en controleert hun betrouwbaarheid, toch is hij soms lichtgelovig.

In



Bedoeling of functie: Herodotos wil voorkomen dat het verleden van de mensheid verloren gaat.

- Wat leert de bron ons over onze onderzoeksvraag? De Grieken hebben bloed- en taalverwantschap en gemeenschappelijke heiligdommen, goden, offerplechtigheden en zeden. 

C

De Griekse stadstaten

33


OPDRACHT 8

De strijd tussen Achilles en Hector voor de stad Troje Bron 1

r

Detail van een Grieks mengvat uit de 5e eeuw v.C. (British Museum, Londen)

pl aa

Bron 2

em

Nu begreep Hector dat zijn laatste uur geslagen was en hij sprak: ‘Ach, nu hebben de goden mij tot de dood geroepen. Ik dacht dat de held Deïphobos bij mij was, maar hij is in de stad: de godin Athena heeft mij misleid. De dood is dicht bij mij en ontkomen is niet meer mogelijk. Zo is het blijkbaar besloten door Zeus en Apollo (goden), die mij tot nu altijd goedgunstig hebben beschermd. Komaan, laat ik althans zorgen dat ik niet roemloos sterf, maar zo vechten dat ook het nageslacht erover zal spreken.’ Uit: Homeros, Ilias , boek 22

De dichter Homeros (8e eeuw v.C.) is in heel Hellas gekend. Hij toont in zijn werken welke deugden een

jk ex

Griek moet hebben: dapperheid, verstand, trouw, eergevoel, zelfopoffering en doorzettingsvermogen.

- Welke ‘deugd’ toont Hector hier? Onderstreep je antwoord. verstand / dapperheid / bescheidenheid

ki

- Er komen drie goden in het fragment voor. Onderstreep de namen van die goden.

In

- Zijn de verhalen van Homeros in de 5e eeuw v.C. nog steeds populair bij de Grieken? Waaruit kun je dat afleiden? Ja, zie bron 1: de strijd tussen Achilles en Hector staat afgebeeld op een Grieks mengvat uit de 5e eeuw v.C.

OPDRACHT 9

- Neem opnieuw de kaart bij opdracht 2. Zoek op de kaart in welke poleis de onderstaande goden en godinnen worden vereerd. Poseidon

Hera

Korinthe

Mykene

Aegae

Argos

Athene

Phigalia

Halikarnassos

Samos PoseidonHera

34

LES 5

De Griekse samenleving: politiek verdeeld, maar cultureel één


- Zoek op de kaart twee plaatsen waar godsdienstige spelen ter ere van Zeus worden gehouden. Olympia, Nemea OPDRACHT 10

Zijn deze uitspraken juist of onjuist? Juist De Grieken vereren dezelfde goden.

Onjuist

X

De Grieken beseffen dat zij in één grote staat, Hellas, wonen.

X

Taal vormt een bindmiddel tussen de bewoners van de verschillende poleis.

X

Alle poleis hebben hetzelfde politieke bestuur.

X

De Grieken hebben dezelfde levensvisie, ze vinden bijvoorbeeld dapperheid een belangrijke deugd.

r

X

pl aa

De samenhorigheid van de Grieken vind je ook terug in godsdienstige spelen. De bekendste zijn de Olympische Spelen, ter ere van de oppergod Zeus (zie les 9). Bepaalde plaatsen, zoals de berg Olympos, zijn voor alle Grieken heilig. Ze geloven dat de goden er wonen (zie les 11).

jk ex

em

De culturele eenheid van de Grieken blijkt ook uit hun kunstvoorwerpen en bouwwerken. Over heel Hellas hebben die ongeveer dezelfde stijl (zie les 13).

ki

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

In

KENNEN

1 de begrippen ‘rijk’, ‘stadstaat’ en ‘gesloten ruimte’ uitleggen 2 de begrippen ‘Hellas’, ‘polis’, ‘akropolis’, ‘autonomie’ en ‘autarkie’ uitleggen 3 drie kenmerken van een polis geven 4 drie kenmerken van de Griekse culturele eenheid opnoemen 5 met twee voorbeelden de belangrijke rol van Homeros in de Griekse cultuur uitleggen 6 de titel van de les verklaren

KUNNEN 1 informatie uit een kaart halen 2 de betrouwbaarheid van een bron onderzoeken 3 bronnen vergelijkend onderzoeken

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

C

De Griekse stadstaten

35


LES 5 SCHEMA

De Griekse samenleving: politiek verdeeld, maar cultureel één 1 Hellas bestaat uit afzonderlijke, zelfstandige poleis

pl aa

r

Hellas is het gebied waar de Grieken wonen. De Romeinen noemden het Griekenland.

Uitzicht: vele steile bergketens + diepe dalen + een aantal kleine vlakten

jk ex

Hellas is politiek verdeeld.

em

De ontwikkeling van stadstaten (poleis): een polis bestaat uit een centrum met burcht (akropolis) + openbare gebouwen en huizen + omliggende dorpen en landbouwgebieden. De polis is politiek en economisch onafhankelijk. De poleis bestrijden elkaar regelmatig.

2 Hellas vormt een eenheid op cultureel gebied De Grieken voelen zich wel één gemeenschap op de volgende gebieden: Onder invloed van Homeros waarderen alle Grieken dezelfde deugden.

Taal

Alle Grieken spreken dezelfde taal.

ki

Levensopvatting

In

Godsdienst Onder invloed van o.a. Homeros hebben de Grieken gemeenschappelijke goden, spelen, heilige plaatsen en orakels.

36

LES 5

De Griekse samenleving: politiek verdeeld, maar cultureel één


6

Boeren, kolonisten en handelaars in Hellas Rond 1000 v.C. wonen de Grieken vooral op het Griekse schiereiland. Ze leven van landbouw en veeteelt. 200 jaar later hebben ze een aantal kustgebieden langs de Egeïsche Zee en de Zwarte Zee gekoloniseerd.

pl aa

r

Waarom stichten de Grieken kolonies? Welke invloed hebben de kolonisaties op de manier waarop de Grieken in hun levensonderhoud voorzien? En wat zijn daarvan de gevolgen?

. v. C 0 55

jk ex

GRIEKSE KOLONISATIE

em

75

0

v. C

.

Kaartnr(s).

1

De Grieken lossen een aantal problemen op door te koloniseren

In

ki

Aanvankelijk leven de Grieken van landbouw en veeteelt, maar Hellas heeft heel weinig vruchtbare grond. Door de bevolkingsgroei ontstaat er een voedselprobleem. Het grootste deel van die vruchtbare grond is bovendien in handen van een kleine groep grootgrondbezitters. De grote groep armen vindt dat uiteraard niet eerlijk. Er dreigen zo conflicten tussen arm en rijk. De Grieken bedenken een interessante oplossing voor die problemen.

OPDRACHT 1

Lees het verhaal ‘Een nieuwe stad’ op blz. 62-63 en zet een kruisje bij de juiste antwoorden. - Waarom is het volk ontevreden? Omdat de rijke grootgrondbezitters een moeilijk leven hebben. X

Omdat de gewone mensen moeten werken als slaven.

X

Omdat het volk een eerlijke verdeling van de grond wil.

X

Omdat de gewone mensen honger lijden.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

37


- Waarom dreigt er hongersnood? X

Omdat de oogst een ramp zal worden door de hitte en de droogte. Omdat de boeren uit woede al weken in staking zijn.

X

Omdat de stenen berghellingen eigenlijk niet geschikt zijn om gerst te verbouwen.

X

Omdat er steeds meer monden moeten worden gevuld.

- Wat zegt het orakel van Delphi? X

Dat de mensen overzee vruchtbare grond zullen vinden.

X

Dat de mensen overzee een stad zullen bouwen.

X

Dat de stad Kyrene zal heten.

pl aa

r

Dat er nog meer rampen zullen komen. - Wat beslist de koning?

Dat er overzee naar vruchtbare gronden moet worden gezocht.

X

Dat elk gezin een zoon moet afstaan.

X

Dat 200 inwoners overzee een nieuw leven moeten opbouwen.

X

Dat de schepen zaaigoed en wapens moeten meenemen.

- Samengevat:

em

X

X X

jk ex

De Griekse kolonies gaan op zoek naar nieuwe landbouwgronden. De poleis stichten nieuwe steden: dochterpoleis of kolonies overzee. De Griekse kolonisatie is de oplossing voor de samenlevingsproblemen. De kolonies zijn opgericht tussen 550 n.C. en 750 n.C.

ki

Rangschik in de juiste kolom: kolonie / meestal overzee / koopt grondstoffen / verkoopt afgewerkte producten / gesticht tussen de 8e en 6e eeuw v.C. TIP Gebruik de woordenlijst achteraan in je boek.

In

OPDRACHT 2

Moederpolis

Dochterpolis

koopt grondstoffen

kolonie

verkoopt afgewerkte producten

meestal overzee gesticht tussen de 8e en 6e eeuw v.C.

2

De Griekse kolonies zorgen voor een bloeiende economie In het begin houden de kolonies zich hoofdzakelijk bezig met landbouw. Zo kan de moederpolis, zoals gepland, haar graantekort aanvullen. Maar de kolonies zijn gebieden waar men heel wat kan kopen en verkopen. Dat stimuleert de handel en nijverheid.

38

LES 6

Boeren, kolonisten en handelaars in Hellas


De Griekse import: handelswaren die men in Hellas uit de kolonies invoert

pl aa

r

OPDRACHT 3

Welke producten importeren de moederpoleis uit de kolonies?

graan, verschillende soorten metaal, plaatselijke producten en slaven

em

X

goud, graan, hout, ivoor, koper, ijzer, keramiek, olie, runderen en slaven

Beschilderd Attisch aardewerk

jk ex

OPDRACHT 4

Bron 2

Bron 3

Oliekruik, hoogte 17,15 cm, ca. 550-530 v.C., The Metropolitan Museum of Art, New York

Š Granger

In

ki

Bron 1

Amfora, hoogte 40,64 cm, ca. 520 v.C., British Museum, Londen

Mengvat, hoogte 35,7 cm, ca. 430-425 v.C., The Ashmolean Museum, University of Oxford

- Vind je dat dat soort bronnen bruikbaar en representatief zijn om informatie te verzamelen over de Griekse economie? Leg uit. De vazen zijn bruikbaar, want ze tonen afbeeldingen van economische activiteiten. Ze zijn representatief voor Athene tussen 550 v.C. en 425 v.C.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

39


- Beschrijf de mensen en activiteiten afgebeeld op de vazen.  Bron 1: Vrouwen werken aan een weefgetouw.  Bron 2: Mannen oogsten olijven.  Bron 3: Een vaas wordt beschilderd in het atelier van een pottenbakker. De Griekse export

em

pl aa

r

OPDRACHT 5

- Waarvoor zou het aardewerk hebben gediend, denk je?



jk ex

Vaak als verpakkingsmateriaal

- Waarom werd er zoveel Grieks aardewerk langs rivieren teruggevonden?

ki

De rivieren waren goed bevaarbaar. Men kon diep het binnenland in varen om

3

In

handel te drijven.

Duikers op zoek naar oude Griekse amforen

Alle gevolgen van de kolonisaties op een rijtje Met de kolonisatie verspreiden de Grieken hun cultuur. Andere volkeren maken kennis met hun taal, godsdienst, levenswijze enz. De Grieken nemen van die volkeren ook een aantal gebruiken over. Op economisch vlak zorgen de kolonisaties voor een bloeiende handel en nijverheid. De kolonisatie verandert in Hellas ook heel wat op sociaal vlak. Er ontstaat een nieuwe groep rijken: de handelaars-ondernemers. De Griekse landbouwers krijgen het opnieuw moeilijk.

40

LES 6

Boeren, kolonisten en handelaars in Hellas


ROLLENSPEL 1 Op je kaartje ontdek je jouw personage. 2 Iedereen leest wat hij heeft meegemaakt ten gevolge van de kolonisaties. 3 Luister goed naar je klasgenoten, zo weet je wanneer jij naar voren moet komen om jouw levensverhaal te vertellen. 4 Na het rollenspel kunnen jullie opdrachten 6, 7 en 8 oplossen. OPDRACHT 6

- Stel met een mindmap de culturele gevolgen van de kolonisaties voor. Je vindt de bouwstenen van de mindmap op het stickervel.

Invloeden van andere volkeren op de Grieken

Het Fenicische schrift

pl aa

r

Culturele gevolgen

Verspreiding van de Griekse cultuur

em

De Lydische munten

De Griekse poleis slaan hun eigen munten.

jk ex

Het Griekse alfabet

Atheense munt (4e eeuw v.C.)

Griekse euro

- Op de hedendaagse Griekse muntstukken van ĂŠĂŠn euro staat de Atheense uil. Kun je die keuze verklaren?

Stel met een mindmap de economische gevolgen van de kolonisaties voor. Je vindt de bouwstenen van de mindmap op het stickervel.

In

OPDRACHT 7

ki

De Grieken zijn trots op dat stukje van hun geschiedenis.

Economische gevolgen

Bloeiende handel en nijverheid

Ambachtslieden maken textiel, wapens, werktuigen, vazen enz.

De ontwikkeling van verpakkings- en transportmiddelen: pottenbakkers- of keramieknijverheid

De ontwikkeling van een geldeconomie

Bloeiende scheepsbouw en havenaanleg

Er ontstaan nieuwe beroepen: bv. geldwisselaar en bankier.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

41


OPDRACHT 8

Stel met een mindmap de sociale gevolgen van de kolonisaties voor. Je vindt de bouwstenen van de mindmap op het stickervel. Sociale gevolgen

Er ontstaat een nieuwe groep rijken: de handelaarsondernemers.

Hij moet overschakelen naar druiven- en olijventeelt.

Hij moet leningen aangaan en geeft zichzelf en zijn gezin op als waarborg.

r

Ze komen in conflict met de rijke grootgrondbezitters.

pl aa

Ze eisen op basis van hun rijkdom deelname aan het bestuur.

De Griekse landbouwer kan niet concurreren met het goedkope graan uit de kolonies.

em

Mogelijk schuldslavernij

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

In

ki

jk ex

1 de begrippen ‘kolonisatie’, ‘ambacht’, ‘grondstoffen’, ‘ruileconomie’ en ‘geldeconomie’ uitleggen 2 de begrippen ‘kolonie’, ‘grootgrondbezitter’, ‘handelaarondernemer’, ‘import’, ‘export’, ‘schuldslavernij’, ‘nijverheid’ en ‘keramiek’ uitleggen 3 twee oorzaken van kolonisatie geven en verklaren 4 de bloei van de pottenbakkers­ nijverheid verklaren 5 drie verschillende economische groepen en hun taak omschrijven 6 drie gevolgen van de kolonisatie geven 7 de invloed van de kolonisatie op de economie uitleggen 8 drie producten uit de kolonies geven 9 de Griekse kolonisatie in de tijd en de ruimte situeren

42

LES 6

Boeren, kolonisten en handelaars in Hellas

KUNNEN 1 informatie uit een historisch verhaal halen 2 informatie uit historische kaarten halen 3 kaarten met elkaar vergelijken 4 de bruikbaarheid en representativiteit van beschilderd aardewerk beoordelen als bron van informatie over de Griekse economie 5 zich in een historisch personage inleven 6 informatie met een mindmap schematisch voorstellen 7 met een voorbeeld toelichten waarom mensen verwijzen naar het verleden

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES 6 SCHEMA

Boeren, kolonisten en handelaars in Hellas 1 De Grieken lossen een aantal problemen op door te koloniseren De Grieken leven van landbouw en veeteelt. 1 Weinig vruchtbare grond in Hellas 2 De grond is eigendom van een kleine groep grootgrondbezitters. 3 De bevolking groeit.

Gevolg:

Spanningen tussen arm en rijk

Oplossing:

1 Landbouwgronden overzee zoeken 2 Daar handelswaren kopen en verkopen

Gevolg:

Er ontstaan kolonies = overzees gebied waar een moederpolis een dochterpolis sticht Ze zijn onafhankelijk van elkaar. Ze onderhouden wel handelsbetrekkingen.

jk ex

em

pl aa

r

Problemen:

Economisch voordeel: de kolonie levert grondstoffen aan de moederpolis  tot handelswaar    moederpolis levert afgewerkte producten aan kolonie  nijverheid groeien.

  verwerkt die   handel en

ki

2 De Griekse kolonies zorgen voor een bloeiende economie

In

Tijd: 750-550 v.C.

Economische bezigheden:

Ruimte: rond de Middellandse Zee en de Zwarte Zee - Drukke handel tussen moederpoleis en kolonies - Hellas importeert graan, metalen, slaven, regionale producten en andere grondstoffen. - Hellas exporteert wijn, olie, aardewerk en andere afgewerkte producten.

3 Alle gevolgen van de kolonisaties op een rijtje Culturele gevolgen (zie mindmap blz. 59) Economische gevolgen (zie mindmap blz. 59) Sociale gevolgen (zie mindmap blz. 60)

C DE GRIEKSE STADSTATEN

43


VERHAAL

Een nieuwe stad

DIRK BRACKE

Over de oorzaken van de Griekse kolonisatie tussen 750 v.C. en 550 v.C.

15

20

30

35

40

44

r

pl aa

In

25

45

ken dat ze in de stad konden geraken. Phidias had gehoopt dat de stadsbewoners hen zouden helpen. Ook zij hadden honger, maar de soldaten hadden het allemaal voorzien. Voor de muur lagen enkele lijken. Als alles weer rustig was, zouden ze de doden ophalen om hen te verbranden. ‘We gaan naar huis’, zei Solon vermoeid. Een eind verderop leunde zijn huisje van gepleisterde kalk tegen de berg aan. Zijn vrouw en zijn kinderen zouden hem verlangend aan kijken. Hun gezichten mager, hun ogen leeg. Hij had geen graan of olie van de rijken meegebracht zoals hij beloofd had, enkel een gekwetste arm. Solon vloekte. De zon brandde, maar toch sneden Solon en Clistratus nog de zeldzame halmen gerst af. Een beetje was nog altijd beter dan niets. Clistratus richtte zich op. Hij hield zijn hand als een scherm voor zijn ogen. ‘Er komt iemand.’ ‘Wie is het?’ vroeg Solon. ‘Phidias.’ Hun leider hijgde een beetje toen hij hen bereikte. ‘Phidias?’ vroeg Solon verwonderd. ‘Zit jij niet in de gevangenis?’ ‘De koning heeft me vrijgelaten. Hij beseft ook dat er nog opstanden volgen als de mensen honger hebben. De koning wil ook niet liever dan dat het leven zijn gewone gang gaat. Daarom heeft hij een koerier naar het orakel van Delphi gestuurd.’ ‘Delphi!’ riep Clistratus. Hij was duidelijk onder de indruk. Zelf was hij nog nooit verder dan hun stad geweest, maar iedereen kende Delphi. De plek waar een oude vrouw naar de raadgevingen van de god Apollo luisterde. De vrouw herhaalde de wazige klanken van de god en priesters verduidelijkten daarna wat ze vertelde. ‘En heeft Apollo gesproken?’

50

55

em

10

jk ex

5

‘We zijn het beu!’ Phidias keek de mannen aan. ‘De rijke grootgrondbezitters hebben een heerlijk leven, maar wij moeten werken als slaven op onze grond en dan hebben we nog honger. Het moet anders worden!’ Solon zag de stroeve gezichten en hij besefte dat de mannen zouden vechten om een eerlijke verdeling van de grond. Zijn enige zoon Clistratus stond naast hem. Ook hij droeg een knuppel in zijn hand. Solons ogen gingen naar de gerstvel­ den. Door de hitte en de droogte zou de oogst een ramp worden. De berghelling was bezaaid met stenen. Eigenlijk was die enkel geschikt om geiten en schapen te laten grazen, maar toch lukte het Solon meestal om genoeg gerst te winnen om te overleven. Maar nu … Zelfs het graan van de rijken was dor en zij bezaten de meest vruchtbare grond in de vallei. Maar zij hadden voorraden en goud om elders voedsel mee te kopen. De meeste bewoners van Thera moesten proberen iets uit de stenen berghellingen te winnen. En het leek alsof bij de armen steeds meer monden moesten gevuld worden. ‘Het is niet eerlijk’, gromde Solon. ‘We halen ons eten bij de rijken!’ zei Clistratus. Hij klemde de knuppel vaster in zijn hand tot zijn knokkels wit werden. Hoe hadden ze ook maar kunnen denken dat ze de soldaten van de koning konden overwinnen. Wat deed je met een mes of een knuppel tegen lansen en zwaarden? Solon wiste het zweet van zijn gezicht en keek naar het bloed op zijn arm. De snede deed pijn, maar dat ze niets bereikt hadden, deed veel meer pijn. Ze waren weggelopen voor de zwaarden. Samen met zijn vader was Clistratus op de helling gevlucht tot de soldaten hen niet meer volgden. ‘Het is allemaal voor niets geweest’, zei Clistratus. Het was dom van hen geweest om te den-

60

65

ki

1

EEN NIEUWE STAD — DIRK BRACKE

70

75

80


105

110

r

130

135

140

145

150

In

115

125

Benieuwd staarde Clistratus naar het land dat voor de boeg van het schip opdook. Zijn vingers voelden verkrampt aan. Hij was wel gewend om op het land te werken, maar uren roeien was toch wat anders. Nu was het zijn beurt om te rusten. Met twee pentakonters waren ze naar het zuiden gevaren. Om beurten moesten ze aan de riemen zitten. Vijftig man roeien, vijftig man rusten. Hij zou pa, ma en zijn zussen wellicht nooit meer zien, nooit meer … Tranen vochten achter zijn ogen. Clistratus keek op toen Battos naast hem kwam staan. ‘Daar komt onze stad Kyrene’, zei Battos zelfzeker terwijl zijn hand een punt aan de kust aanwees. ‘We zullen hard moeten werken en misschien moeten we ook vechten.’ ‘Vechten? Met wie?’ vroeg Clistratus. Nu begreep hij waarom er naast het zaaigoed ook zoveel wapens waren meegenomen. ‘Er zullen mensen in dat land wonen’, zei Battos schouderophalend. ‘Misschien kunnen we samen met hen leven, misschien ook niet. En als we onze eerste oogsten binnen hebben, dan laten we vrouwen komen.’ Hij dacht na. ‘Of wie weet vinden we vrouwen in dat land.’ ‘En dan wordt Kyrene een echte stad’, vulde Clistratus aan. Plots voelde hij zich beter. Misschien werd zijn leven daar beter. Misschien wilde hij helemaal niet meer terug naar Thera.

pl aa

100

120

De soldaat legde zijn hand op het gevest van zijn zwaard. ‘Iemand die weigert, wordt gedood.’ Solon keek de soldaat in de ogen. Hij zag dat die niet zou aarzelen en hij zuchtte gelaten.

em

95

jk ex

90

Solon had nog nooit zoveel mensen op de agora samen gezien. Het rumoer verstomde toen de koning met zijn raadgevers verscheen. ‘Het orakel heeft gesproken!’ riep de koning. ‘De pythia zegt dat ik mensen overzee moet sturen. Daar zullen ze vruchtbare grond vinden. Ze zullen een stad bouwen en die stad zal Kyrene genoemd worden. Ik zal hen zaad meegeven en ze zullen daar een nieuw leven beginnen. Per gezin zal een zoon worden aangeduid. Het is hen niet toegestaan om naar Thera terug te keren. Alleen als na vijf jaar blijkt dat de onderneming mislukt, mogen ze terug naar ons eiland komen.’ De koning wees naar de man die naast hem stond. ‘Dit is Battos. Hij zal jullie leider zijn.’ ‘Een nieuwe stad’, mompelde Solon voor zich uit. ‘Dat betekent dat er minder monden moeten worden gevuld. En als dat nieuwe land vruchtbaar is, kan men gerst naar Thera voeren.’ Opeens sloeg hij zijn hand voor zijn mond en hij keek Clistratus verschrikt aan. ‘Maar dan ga jij …’ Er verschenen soldaten op het plein. Ze vergezelden de mannen die door de menigte liepen. ‘Jij! Hoe heet je?’ vroeg een van hen terwijl hij Clistratus aanwees. ‘Clistratus, Solons zoon.’ Een schrijver noteerde zijn naam op een perkament. ‘Ik kan hem niet missen’, zei Solon. ‘Hij is mijn enige zoon. Hij moet blijven.’

ki

85

‘Ja. Morgen moet iedereen naar de agora komen en de koning zal dan vertellen wat er moet gebeuren.’

Bij het onlinelesmateriaal kun je het verhaal ook beluisteren.

EEN NIEUWE STAD — DIRK BRACKE

45


7

Sparta en Athene Athene en Sparta zijn twee van de belangrijkste poleis van Hellas. Toch verschillen ze op heel veel vlakken van elkaar.

pl aa

r

Hoe worden Athene en Sparta bestuurd in de 5e eeuw v.C.? Welke bevolkingsgroepen zijn er in beide poleis en hoe gaan ze met elkaar om?

ATHENE ARISTOCRATIE OLIGARCHIE SPARTA 65 0 v. C

.

v.

.

C

C

v.

8

0

0

51

5

KLEISTHENES: DEMOCRATIE

Welke verklaring hoort bij welk begrip? Verbind. Aristocratie



Het volk heeft inspraak in het bestuur, bv. door verkiezingen.



Het land houdt van militair vertoon. Er gaat veel aandacht naar alles wat met oorlog en discipline te maken heeft.

Democratie



De rijke adel. Zij voelen zich beter dan de rest.

Oligarchie



Slechts enkelen hebben de macht.

Militarisme



EĂŠn man heeft alle macht. Hij komt ook op voor de arme Atheners.

In

ki

Tirannie

1

PISISTRATOS: TIRANNIE

jk ex

.

OPDRACHT 1

em

70

54

6

0

v.

v.

C

C

.

.

Kaartnr(s).

De Atheense bevolking bestaat uit burgers, metoiken en slaven Als je het Belgische politieke systeem bekijkt, zijn er verschillen en gelijkenissen met het systeem van Athene in de 5e eeuw v.C. Vanaf 18 jaar mag elke Vlaamse burger, man of vrouw, parlementsleden kiezen voor het Vlaamse, federale (= Belgische) en Europese parlement. Die parlementen vertegenwoordigen ons, stemmen wetten en controleren het bestuur. Daarnaast heb je zowel in Vlaanderen als in BelgiĂŤ een regering die bestuurt. De ministers van die regeringen moeten zich verantwoorden tegenover die parlementen. Ze hebben de steun nodig van de meerderheid van de parlementsleden. Verder zijn er onafhankelijke rechtbanken die ervoor moeten zorgen dat iedereen zich aan de wetten houdt. Onze grondwet zegt dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet, maar is dat ook zo? Blijkbaar niet altijd: mannen verdienen bijvoorbeeld vaak meer dan vrouwen. Migranten vinden

46

LES 7

Sparta en Athene


moeilijker werk dan Vlamingen. Eeuwenlang al maken mensen een onderscheid tussen ‘wij’ en ‘zij’, tussen het eigen volk en de anderen. Dikwijls worden die anderen niet zo goed behandeld. Athene noemt zichzelf een democratie, maar is iedereen er gelijk? OPDRACHT 2

Bespreek de volgende vragen in de klas. - Wanneer ben je in België een vreemdeling? Als je niet de Belgische nationaliteit hebt. - Wanneer ben je illegaal? Als je zonder papieren in dit land verblijft. - Wanneer ben je een Belg? Als je de Belgische nationaliteit hebt van geboorte of de Belgische nationaliteit hebt

r

aangevraagd en gekregen.

pl aa

- In de Belgische grondwet staat dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet. Wat betekent dat eigenlijk? Voor iedere Belg gelden dezelfde rechten en plichten. - Welke rechten heeft een vreemdeling niet in ons land?

Politieke rechten, met een uitzondering voor inwoners van de EU bij

em

gemeenteraadsverkiezingen

- Lees de lestekst en vul het schema aan.

ki

OPDRACHT 3

jk ex

In de 5e eeuw v.C. kent Athene veel problemen, maar ook een opmerkelijke bloeiperiode. Op politiek en sociaal vlak merk je veel ongelijkheid tussen de bevolkingsgroepen. Je kunt de Atheense bevolking opdelen in drie groepen: slaven (de grootste groep), metoiken en burgers. De mannelijke Atheense burgers vormen een minderheid van de bevolking. De Atheense vrouwen zijn geen volwaardige burgers. Ze nemen niet deel aan de volksvergadering. Op familiaal vlak zijn ze ondergeschikt aan de man. In een huis van een welvarende Atheense burger leven vrouwen in een apart gedeelte van het huis.

In

Bevolkingsgroep Kenmerken

burgers

metoiken

Aandeel in totale bevolking*

Plichten

- inwoners die altijd in Athene hebben gewoond - Beide ouders zijn van Athene.

minder dan een derde

- betalen

- Een van de ouders is niet van Athene.

minder dan een derde

- vreemdelingen = mensen van buiten

belastingen - militaire dienst

de polis - hebben toestemming om langere tijd in de polis te wonen

betalen

verblijfsbelasting - mogen geen grond bezitten, werken in       en nijverheid handel - staan onder toezicht van een Atheense burger

C DE GRIEKSE STADSTATEN

47


Bevolkingsgroep Kenmerken

slaven

hebben geen rechten: mogen geen bezit hebben, mogen niet vrij trouwen, mogen niet doen wat ze willen ...

Aandeel in totale bevolking*

Plichten

ruim meer dan een derde van de totale bevolking

werken voor de burgers  

**

en de metoiken  of voor de stadstaat 

*

We hebben nergens een exact cijfer voor het aantal mannelijke Atheense burgers. Op basis van 

aanwijzingen van klassieke auteurs zoals Thukidydes vermoeden we dat het aantal mannelijke burgers dat mag deelnemen aan de volksvergadering schommelt tussen de 20 000 en 60 000 personen. Misschien

r

vormen ze slechts 10 % van de totale bevolking. Het burgerschap is erfelijk.

pl aa

** Je hoefde niet rijk te zijn om slaven te bezitten. Het gemiddelde Atheense gezin zou vier huisslaven hebben gehad en je werd als arm gezien als je geen slaaf had.

- Vormen de burgers de meerderheid in de totale bevolking? Leg uit. Nee, de slaven en metoiken zijn samen met meer.

em

TIP Over slaven kom je meer te weten in les 29 over techniek.

2

Athene wordt een democratie (6e-5e eeuw v.C.)

In

ki

jk ex

Oorspronkelijk is ook Athene een koninkrijk. Maar de koning wordt al snel de laan uitgestuurd door de andere leden van de adel. De Atheense democraten in de 5e eeuw v.C. beschouwen Solon als de wetgever die aan de basis ligt van de ontwikkeling naar democratie. Solon hervormt het bestuurssysteem van de polis in 594 v.C. Hij deelt de Atheense burgers in volgens hun bezit. Hij voert vier klassen in met verschillende rechten. De belangrijkste bestuursfuncties zijn voor de eerste twee klassen waartoe de rijkste burgers behoren. In tijden van oorlog moeten zij een paard leveren en als ruiter dienen in het leger. Alle volwaardige burgers, uiteraard alleen mannen, zijn lid van de volksvergadering. De door de kleine boeren gevraagde herverdeling van de landbouwgrond komt er niet. Hij schaft de slavernij niet af. Slaven kunnen oorlogsbuit zijn of gewoon op een slavenmarkt gekocht worden. Hij voert wel een belangrijke hervorming door voor de Atheense burgers die hun schulden niet kunnen betalen. Borstbeeld van Solon, kopie van een Grieks origineel, ca. 110 v.C., Nationaal Archeologisch Museum, Napels

48

LES 7

Sparta en Athene


OPDRACHT 4

Lees de bron over een van de hervormingen van Solon. Bron Zodra hij de macht had, bevrijdde Solon de mensen voor eens en altijd. Hij verbood alle leningen die een persoon als waarborg had. (Noot: bij zo’n lening word je een slaaf van de schuldeiser als je de lening niet kunt terugbetalen.) Daarbij vaardigde hij wetten uit die schulden kwijtschold. Vrij naar Aristoteles, De staatsinrichting van Athene, na 330 v.C. De tekst komt uit de omgeving van de Griekse filosoof Aristoteles. Hij en zijn studenten zouden het bestuurssysteem van 170 polissen beschreven hebben. De staatsinrichting of ‘grondwet’ van Athene is bewaard gebleven.

pl aa

Hij schaft de schuldslavernij af.

r

- Wat is de verdienste van Solon?

- Zouden er vandaag nog vormen van schuldslavernij bestaan? (Raadpleeg het internet.) Ja / nee

em

- Welke politieke rechten hebben deze burgers? Zet een kruisje. Wie?

1 en 2

de aristocraten (grootgrondbezitters) en de handelaars-ondernemers

3

de gewone boeren

4

Bestuur x

jk ex

Klassen

de armen

Volksvergadering x x x

- Geef een vorm van slavernij die blijft bestaan.

ki

Tijdens een oorlog kunnen vijanden gevangengenomen worden en slaven worden.  - Op basis waarvan maakt Solon een onderscheid tussen de burgers?

In

Op  basis van hun inkomen

Pisistratos grijpt de macht als tiran In 546 v.C. pleegt Pisistratos een staatsgreep. Voortaan draagt hij de titel ‘tyrannis’. Hij geeft financiële steun om de nijverheid te bevorderen. Hij neemt ook maatregelen om de sociaaleconomische problemen in de polis op te lossen. Door de bouw van nieuwe tempels wil hij de arme boeren die naar de stad zijn gekomen om ander werk te zoeken, een baan geven. Boeren die willen overschakelen naar nijverheidsplanten zoals wijndruiven en olijven in plaats van enkel voedingsgewassen zoals graan, moeten vaak een paar jaar wachten voor ze kunnen oogsten. Daarom helpt Pisistratos hen financieel.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

49


OPDRACHT 5

Lees de lestekst en los de vragen op. - Hoe komt Pisistratos aan de macht? Hij pleegt een staatsgreep. - Onderstreep in het blauw één maatregel in het voordeel van de handelaars-ondernemers. - Onderstreep in het groen één maatregel in het voordeel van de kleine boeren. - Onderstreep in het rood één maatregel die zowel voor de nijverheid als voor de arme mensen voordelig is. - Duid in het onderstaande woordenboekfragment aan welke verklaring voor Pisistratos geldt.

pl aa

r

tiran

x   alleenheerser met onbeperkte macht in de oude Griekse stadstaten   een gewelddadig heerser

  synoniem voor: dictator, verdrukker, bullebak, despoot, dwingeland, geweldenaar

De zonen van Pisistratos zijn niet succesvol. Een van hen wordt vermoord. In 508 v.C. maakt een staatsgreep een einde aan de macht van de familie. Kleisthenes, een lid van de adel, heeft echter begrepen dat niet enkel de adel de plak moet zwaaien. Hij legt de basis van de Atheense democratie.

jk ex

OPDRACHT 6

em

Uit het woordenboek

democratie

ki

bestuursvorm. Het begrip is afgeleid van de Griekse woorden voor ‘volk’ (dèmos) en ‘heersen’ (kratein). Het betekent dus letterlijk ‘volksheerschappij’. Het volk mag zelf stemmen over de wetten (Athene) of kiest vertegenwoordigers die de wetten in hun plaats maken (België).

In

Uit het woordenboek

Wat is volgens het woordenboek het verschil tussen de Atheense democratie en de Belgische democratie?

Athene

Soort

Hoe werkt de democratie?

direct

Elke  burger mag direct stemmen en is niet afhankelijk van een parlementslid  die zijn belangen verdedigt.

België

indirect

 Het volk kiest vertegenwoordigers die de wetten in hun plaats  maken.

50

LES 7

Sparta en Athene


OPDRACHT 7

Na het vertrek van de tirannen hervormt de aristocraat Kleisthenes het bestuur van Athene. Hij wil tegenstellingen tussen burgers oplossen en legt daarbij de basis van een ‘democratisch’ systeem. Kleisthenes deelt de burgers in tien ‘fylen’ in. Bekijk het schema en lees de tekst.

DE DEMOCRATIE VAN KLEISTHENES Prytanie (dagelijks bestuur) 50 leden regerend voor telkens 1/10 van het jaar = 36 dagen

r t

es

loting

10 strategen

ki

loting

9 archonten (hoge ambtenaren)

pl aa

Raad van 500 50 per fyle

Volksgerecht

leger

em

kiest Volksvergadering gevormd door vrije Atheense mannen ingedeeld in 10 fylen

jk ex

vrouwen, kinderen, vreemdelingen en slaven meer dan 250 000 mensen zonder politieke rechten

Elke fyle bestaat uit drie gebieden: -  een district in Athene -  een district aan de kust van Attica -  een district in het binnenland van Attica

In

ki

Uit elke fyle worden jaarlijks vijftig mannen geloot die lid worden van de Raad van 500, ook boulè genoemd. Zij mogen wetten voorstellen. Elke fyle moet afwisselend een aantal leden afvaardigen die onverwachte problemen moeten aanpakken. Zij verblijven in een sober, rond gebouwtje op de agora, het marktplein van Athene. De wetsvoorstellen van de boulè worden voorgelegd aan alle burgers. Bij belangrijke beslissingen zijn er tot 6 000 burgers en de meerderheid beslist. Dat noemen we directe democratie. Elke burger kan een wet stemmen zonder afhankelijk te zijn van een vertegenwoordiger zoals in België. - Welk voordeel biedt de indeling in fylen? Hierdoor krijg je minder tegenstellingen tussen stad en platteland, want ze zijn met elkaar verbonden in hun fyle.  

Verhoog op de Pnyx, een heuvel in Athene, uit de 4e eeuw v.C. Op die heuvel spreken de redenaars de burgers toe in de tweede helft van de 5e eeuw v.C

C DE GRIEKSE STADSTATEN

51


- De Atheense burger heeft meer macht dan een Belgische burger omwille van de directe democratie van Athene. Verklaar. • In de Atheense volksvergadering: elke burger mag stemmen. • In het Belgische parlement: een parlementslid stemt in naam van de burger.

OPDRACHT 8

Bron 1 Stripverhaal - Welke groepen mogen niet deelnemen aan de volksvergadering? Vrouwen, mensen jonger dan 20

 - Waarom kun je het bestuur niet echt democratisch noemen?

em

De meerderheid van de

pl aa



r

jaar, vreemdelingen, slaven

bevolking mag niet stemmen. 

jk ex



Uit: T. Deary, Waanzinnig om te weten - Die gave Grieken

Bron 2 Het Atheense standpunt van Perikles

In

ki

Wij hebben een staatsvorm die niet een kopie is van de instellingen van onze buren. In plaats van anderen na te bootsen, zijn wij juist een voorbeeld voor hen. Onze staatsvorm heet een democratie, omdat ze in handen is van velen en niet van enkelen. In persoonlijke geschillen verzekeren onze wetten gelijk recht voor iedereen. (...) Armoede is voor niemand een hinderpaal om de staat te dienen als hij daartoe bekwaam is, hoe gering zijn aanzien ook is. (...) Wij zijn verdraagzaam in onze persoonlijke omgang en wij houden ons in het openbare leven aan de wet, die wij eerbiedigen. Wij gehoorzamen aan hen die op dat moment een politiek ambt uitoefenen en aan de wetten, vooral aan die wetten die bescherming bieden aan de verdrukten. Vrij naar: Thucydides, De lijkrede van Perikles voor gesneuvelde Atheners, in: De Peloponnesische Oorlog, II Thucydides is een Griekse geschiedschrijver. Hij leeft van ca. 460 v.C. tot ca. 398 v.C. Hij citeert hier Perikles, een Atheense staatsman, die een van de voorstanders van de democratie is.

52

LES 7

Sparta en Athene


- Bekijk de argumenten van Perikles voor de democratie die in Athene wordt toegepast in de 5e eeuw v.C. Heeft hij gelijk als hij zegt dat iedereen gelijk is voor de wet in Athene of zijn er groepen die minder rechten hebben? Argumenteer. Alleen mannelijke burgers hebben volwaardige politieke rechten. Er is slavernij.  OPDRACHT 9

De verdediging van de democratie Bron 1

pl aa

Vrij naar Aristoteles, De staatsinrichting van Athene, na 330 v.C.

r

Deze hervormingen maakten het bestuur veel democratischer dan bij Solon. De tirannie had de wetten van Solon ongedaan gemaakt doordat ze niet meer werden toegepast. Kleisthenes hield rekening met de massa en heeft nieuwe wetten ingesteld, onder andere de invoering van de wet over ostracisme.

In

© andronosh/Alamy

ki

jk ex

em

Bron 2

Potscherven of ‘ostraka’, Agoramuseum, Athene

De Atheners maken in de 5e eeuw v.C. gebruik van het ostracisme. Eenmaal per jaar komen burgers samen op de agora, de markt van Athene. Daar stemmen ze over de vraag of er iemand zo machtig is geworden dat die een tirannie zou kunnen instellen. Als een meerderheid ja stemt, komen ze twee maanden later terug op de agora. Elke burger krijgt daar een potscherf of ‘ostrakon’. Daar krast hij de naam op van zo’n machtige persoon. De persoon van wie de naam het meest werd gekrast in de potscherven (ostraka) wordt verbannen voor tien jaar.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

53


Bron 3 Een vrouw die de democratie voorstelt, kroont het volk van Athene dat op een stoel zit. Opschrift: (…) Als iemand in opstand zou komen tegen het volk om de tirannie in te voeren (…) dan zal degene die hem doodt, onschuldig zijn. (…) -  Wat willen de Atheners hier vermijden?    Ze willen niet dat de tirannie opnieuw wordt ingevoerd.     -  Wat is een ostrakon?    Een potscherf -  Wat is de straf voor iemand die geostraciseerd wordt?    Hij wordt voor tien jaar verbannen.

r

-  Tegen wie is dat systeem gericht?

pl aa

   Tegen machtige personen die de tirannie opnieuw    kunnen invoeren

-  Wie mogen de Atheense burgers zonder straf doden?

© Imageselect

3

   Personen die proberen de tirannie in te voeren

ca. 337 v.C., Agoramuseum, Athene

   

em

OPDRACHT 10

Een reliëf van de Democratie,

Vul punt 2 in het schema op blz. 76 aan.

De Spartaanse bevolking bestaat uit Spartanen, perioiken en heloten

In

ki

jk ex

De Spartaanse bevolking bestaat uit drie groepen: de echte Spartaanse burgers, de perioiken en de heloten. Je zou het kunnen vergelijken met een standenmaatschappij. Je hebt rechten en plichten die afhangen van de groep of stand waartoe je behoort. De Spartanen moeten al vroeg naar het leger. Ze blijven tot hun zestigste soldaat. Ze vrezen een opstand van de slaven, die veel talrijker zijn. Eigenlijk lijkt het wel alsof ze in voortdurende staat van oorlog verkeren. Sparta is met andere woorden militaristisch. Slaven bewerken de gronden. De Spartanen hoeven zelf niet te werken. De perioiken zijn onderworpenen uit de omgeving van Sparta. Ze zijn vrij en mogen grond bezitten, maar hebben geen politieke rechten. De perioiken moeten dienstdoen als soldaat en betalen belastingen. In het dagelijkse leven werken ze als boer, ambachtsman of handelaar. De heloten vormen de grootste bevolkingsgroep in Sparta. Ze bezitten geen rechten en zijn gedwongen de gronden te bewerken voor de Spartanen. Het zijn dus eigenlijk slaven.

OPDRACHT 11

Lees de lestekst en vul het schema in. Bevolkingsgroep

Plichten

Rechten

Spartanen

moeten  naar het leger en blijven

- politiek -  hoeven niet te werken

tot  hun zestigste soldaat perioiken

heloten

54

LES 7

Sparta en Athene

werken als boer, ambachtsman, handelaar

- vrij, mogen grond bezitten

bewerken de gronden van de Spartanen

geen rechten

-  geen politieke rechten


OPDRACHT 12

De Spartaanse opvoeding De Spartanen waren bang voor een opstand van de helotenslaven, die veel talrijker waren. Daarom worden mannen en vrouwen van jongs af aan zwaar getraind. De nadruk ligt daarbij vooral op discipline en uithoudingsvermogen en minder op het gebruik van wapens. Bron

In

ki

jk ex

em

pl aa

r

Wanneer een kind geboren werd, had de vader niet het recht het op te voeden. Hij moest het laten onderzoeken door de oudsten van het volk. Als het sterk en welgebouwd was, gaven ze de vader de opdracht het groot te brengen en kreeg het een van de 9 000 stukken land. Was het echter zwak of misvormd, dan moest het kind naar een van de ‘neerlegplaatsen’ gebracht worden, een gebied met ravijnen bij het Taygetosgebergte. Ze meenden dat het noch voor de staat, noch voor het kind gewenst was dat het in leven bleef, omdat al vanaf de geboorte bleek dat het nooit krachtig genoeg zou worden. Op basis van hetzelfde principe gaven de moeders hun baby’s een bad met wijn en niet met water om te zien of ze dat konden verdragen. Ziekelijke kinderen zouden dan immers de stuipen krijgen, terwijl sterke kinderen erdoor gehard worden. (…) Het was geen enkele burger toegelaten om zijn kind op te voeden zoals hij het zelf wenste. Vanaf de ouderdom van zeven jaar nam de staat alle kinderen onder zijn hoede. Men deelde ze in groepen in en deed ze in gemeenschap leven en eten. De moedigsten en de sluwsten werden aangesteld tot groepsleiders. De andere kinderen moesten trachten hen na te volgen, moesten hun bevelen uitvoeren en hun terechtwijzingen ondergaan. Op die manier werden ze voorbereid op de militaire discipline. Oudere Spartanen waakten over hun ontspanning. Ze stookten dikwijls ruzie en twist en zo leerden ze ieders karakter, moed en uithoudingsvermogen kennen. De kinderen kregen slechts de strikt noodzakelijke schoolkennis. Voor het overige leerde het opvoedingssysteem hun gehoorzaamheid, uithoudingsvermogen en hardnekkigheid in het gevecht. Men schoor hen kaal en deed hen zonder sandalen op blote voeten lopen en geregeld naakt trainen. Zodra ze twaalf werden, legden ze alle onderkleding af en ontvingen enkel een mantel voor alle seizoenen. Ze waren vuil en kenden geen baden of massage. Slechts een paar maal per jaar mochten ze zich aan zulke buitensporigheden te buiten gaan. Ze sliepen in groepen en per afdeling op een rietmatras, waarvoor ze zelf gezorgd hadden. (...) Voedsel stalen ze zoveel ze maar konden. (...) Werd er echter iemand betrapt, dan werd hij gegeseld en ontving hij geen eten, niet omdat hij gestolen had, maar omdat hij zich had laten betrappen. Ze kregen slechts zeer kleine rantsoenen, opdat ze ondernemingsgeest aan de dag zouden leggen en erop uit zouden trekken om hun honger te stillen. (...) De kinderen waren dan ook buitengewoon voorzichtig. Het verhaal doet de ronde dat een knaap een kleine vos gestolen had en die onder zijn mantel verborgen hield. Met zijn tanden en nagels scheurde het dier hem de buik open, maar de jongen hield zijn buit verborgen tot hij er dood bij neerviel. Uit: Ploutarchos, Parallelle levens, Leven van Lykourgos, eind 1e eeuw - begin 2e eeuw De Griekse schrijver en filosoof Ploutarchos wordt geboren in de Griekse streek Boeotië in ca. 46 en overlijdt in ca. 120 in Delphi. Daar was hij priester. Delphi is een belangrijk centrum van kennis en informatie in de klassieke oudheid. Ploutarchos schrijft verhalen met een boodschap. Hij wil de lezer een voorbeeld geven van wat goed (bestuur) is.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

55


- Welke uitspraken kloppen en welke niet? Kruis aan. Juist Om een doel te bereiken, zijn alle middelen toegelaten.

X

Het gezinsleven is bij de Spartanen belangrijk.

X

Aan gehandicapten besteedt men de nodige zorgen.

X

De staat heeft weinig invloed op de opvoeding van de Spartaan.

X

Als jongeling moet je goed studeren.

X

De Spartanen zijn beroepsmilitairen.

X

Betrapt worden op een fout is niet dramatisch.

X

De kinderen kennen een aangename jeugd.

X

leerlingen geselen of uithongeren  

em

4

Vul punt 3 in het schema op blz. 76 aan.

pl aa

Bijvoorbeeld: ruzie stoken, 

r

- Noem minstens één zaak uit de tekst die leraars op jouw school nooit zouden doen.

OPDRACHT 13

Onjuist

In Sparta regeert de adel

Het Spartaanse bestuurssysteem

jk ex

OPDRACHT 14

Bestuursorgaan

Aantal en leeftijd

Bevoegdheid (taak)

Koningen

2

legeraanvoerder

ki

Raad van de Ouden 28 (ouder dan 60)

In

Eforen (opzichters) Volksvergadering

5

-  wetten maken -  hoogste rechtbank -  voor het leven gekozen -  wetten uitvoeren -  controleren inwoners, ambtenaren en koningen

alle mannelijke -  wetten goed- of afkeuren Spartanen ouder dan 30 -  eforen benoemen

Spreek jij Grieks? Mono, poly, oli? Mono betekent ‘één’ of ‘enkel’ en poly ‘veel’. In een monarchie is één man aan de macht. Sparta is een oligarchie. Wat zou dat kunnen betekenen? Bekijk het schema hierboven. Wie heeft er de meeste macht? Bespreek het met je leraar en probeer het antwoord te vinden.  Oligarchie = een kleine groep of ‘enkelen’ besturen het land.  dit geval de ‘Raad van de Ouden’ In

56

LES 7

Sparta en Athene


OPDRACHT 15

Vul dit schema aan. Je duidt aan of een begrip typisch is voor Athene, Sparta of België. Let wel, sommige begrippen passen in meer dan één politiek systeem. Athene

Sparta

België

X

X

Koninkrijk Directe democratie

X

Indirecte democratie

X

Oligarchie

X

Slavernij toegelaten

X

X

Iedereen gelijk voor de wet

X X

Ostracisme

X

X

Militarisme

em

pl aa

X

r

Volksvergadering

jk ex

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

In

ki

1 de begrippen ‘aristocratie’, ‘democratie’, ‘ongelijkheid’, ‘standenmaatschappij’ en ‘slavernij’ uitleggen 2 de begrippen ‘burger’, ‘metoik’, ‘slaaf’, ’schuldslavernij’, ‘tirannie’ en ‘oligarchie’ uitleggen 3 een hedendaagse verklaring van het begrip ‘democratie’ geven 4 de beperktheid van de Atheense democratie aantonen 5 het Spartaanse militarisme verklaren 6 de drie bevolkingsgroepen van Sparta met twee kenmerken opnoemen 7 de bestuursorganen van Sparta en hun taak geven

KUNNEN 1 informatie uit bronnen kunnen afleiden 2 op basis van de kennis uit deze les een persoonlijk standpunt kunnen verdedigen 3 de voor- en nadelen van de democratie in Athene en de democratie in België vergelijken en er een mening over formuleren 4 de betrouwbaarheid van een bron beoordelen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

57


LES 7 SCHEMA

Sparta en Athene 1 De Atheense bevolking bestaat uit burgers, metoiken en slaven Bevolkingsgroepen (zie schema opdracht 3): - Burgers - Metoiken - Slaven

r

2 Athene wordt een democratie (6e-5e eeuw v.C.) • Aristocratie - De aristocraten bezitten de grond. - De aristocraten besturen de polis. • Solon

pl aa

• Koninkrijk

- Solon deelt bevolking in volgens rijkdom. 

  Hoe rijker, hoe meer politieke macht

em

- Hij schaft schuldslavernij af. Schuldslavernij = als een boer zijn schulden niet kan betalen, wordt hij als slaaf verkocht. • Tirannie • Democratie

jk ex

- Democratie = volk heeft stemrecht, mag wetten stemmen. - De Atheense democratie is beperkt.

Waarom? Vrouwen, jongeren, vreemdelingen en slaven mogen niet mee stemmen. - De Atheense democratie is direct. = Elke Atheense burger heeft stemrecht in de

ki

volksvergadering.

3 De Spartaanse bevolking bestaat uit Spartanen, perioiken en heloten

In

• Bevolkingsgroepen (zie schema opdracht 11): • Militarisme - Spartanen - Perioiken - Heloten

- Wat? Spartanen worden zwaar getraind. De nadruk ligt op discipline en uithoudingsvermogen. - Waarom? Om grote groep slaven de baas te kunnen

4 In Sparta regeert de adel • Oligarchie = een bestuursvorm waaraan slechts enkelen deelnemen • Bestuursorganen (zie schema opdracht 14): - Koningen - Raad van de Ouden - Eforen (opzichters) - Volksvergadering

58

LES 7

Sparta en Athene


C

.

.

C

v.

0

5

51

8

v.

.

v.

6

em

PISISTRATOS: TIRANNIE

KLEISTHENES: DEMOCRATIE

jk ex

OPDRACHT 1

Score:

C

C v. 0 70

ARISTOCRATIE

Nr.:

0

Klas:

.

Naam:

Kaartnr(s).

pl aa

Hoe denken Atheense burgers in de 5e en 4e eeuw v.C. over democratie? Welke kenmerken van de Atheense democratie vind je in de bronnen terug?

r

De democratie ontstaat in Athene (zie les 7). In deze les onderzoek je dat verder aan de hand van enkele bronnen.

54

8

Onderzoek: democratie in Athene

Situeer de onderzoeksvragen in het referentiekader. Tijd: klassieke  oudheid Ruimte: Athene 

Bestudeer de onderstaande bronnen.

In

OPDRACHT 2

ki

Domein: politiek 

Bron 1 Aristophanes over politici en burgers Kijk nu eens. Er is vanmorgen een (volks-)vergadering bijeengeroepen en wie is er aanwezig? Helemaal niemand. Waar is iedereen? Zeker aan het kletsen op de agora (marktplein), terwijl ze proberen de vergadering te ontlopen. Geen zin voor verantwoordelijkheid. Zelfs de raadsleden (van de Raad van 500) zijn niet verschenen, terwijl zij toch de vergadering zouden moeten leiden. Ze zullen natuurlijk wel komen, maar te laat, en dan duwen ze zich een weg naar voren. (...) Hè, hè, daar zijn ze: de raadsleden, allemaal langslapers, en ja, ze duwen zich een weg naar voren, precies zoals ik al zei.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

59


Uit: Aristophanes, Acharniërs ‘Acharniërs’ is een komisch toneelstuk van de Atheense schrijver Aristophanes (ca. 446-386 v.C.). Het hoofdpersonage is een landbouwer die op eigen houtje vrede sluit met de Spartanen. In het stuk verzet hij zich tegen de oorlog. ‘Acharniërs’ wordt voor het eerst opgevoerd in 425 v.C. De Peloponnesische oorlog is op dat moment ongeveer 6 jaar aan de gang. Het fragment speelt zich af in Athene.

- Welke kritiek op de Atheense burgers lees je in dat fragment? Ze  proberen de volksvergadering te ontlopen. - Aristophanes lacht met de leden van de Raad van 500. Hoe noemt hij ze met één woord? Langslapers  - Waarom geeft Aristophanes kritiek op de Atheense politici?

pl aa

Bron 2 De lijkrede van Perikles

r

Hij  is tegen de oorlog die de stad met Sparta voert.

jk ex

em

Toen het ogenblik was gekomen, kwam hij (Perikles) naar voren. Vanaf het graf ging hij naar een podium dat daarvoor was opgericht zodat zo veel mogelijk mensen hem konden horen. En hij sprak ongeveer op deze manier. (…) ‘Wij verschillen ook van onze tegenstanders in onze militaire methode. Wij openen onze stad immers voor iedereen. Nooit zetten wij vreemdelingen buiten om te verhinderen dat een van onze vijanden door spionage zijn voordeel zou kunnen doen met iets wat wij niet verbergen. Wij vertrouwen immers minder op een maatschappelijk systeem en een beleid dan op de aangeboren moed van onze burgers. Terwijl onze rivalen van in de wieg door middel van een pijnlijke discipline echte mannen proberen te vormen, leven wij in Athene zoals we willen en toch zijn we net zo bereid om elk gevaar het hoofd te bieden.’ Vrij naar Thucydides, De lijkrede van Perikles voor gesneuvelde Atheners, in: De Peloponnesische Oorlog, II

De Atheense staatsman Perikles (495-429 v.C.) is vanaf 461 v.C. tot zijn dood bijna onafgebroken de belangrijkste politieke leider in Athene en hij gebruikt de democratische instellingen om zijn macht te

ki

behouden en zelfs te versterken. In 431/430 v.C. houdt hij een redevoering ter ere van de gesneuvelde Atheners. Zo’n plechtigheid is niet uitzonderlijk. De Atheense gemeenschap eert op die wijze haar

In

gesneuvelden. De inhoud van die redevoering is opgeschreven door Thucydides (ca. 460-398 v.C.). Thucydides zelf is een Athener die optreedt als een legerbevelhebber (een ‘strateeg’). Omdat de Atheners hem verwijten dat door zijn schuld een stad door de Spartanen wordt ingenomen, verbannen ze hem in 424 v.C. Zelf zegt hij dat hij daardoor de vrijheid krijgt om in heel Griekenland, dus ook in de Spartaanse gebieden, te reizen en daardoor het conflict van twee kanten kan bekijken.

- Wie zijn de rivalen die hun kinderen een pijnlijke discipline opleggen? De Spartanen - Onderstreep in de bron een voordeel van het leven in Athene volgens Perikles. - Voor wie houdt Perikles de lijkrede? Voor de inwoners van Athene

60

LES 8

Onderzoek: democratie in Athene


- Waarom is Perikles zo positief over Athene? Lees de informatie bij de bron. Hij wil de Atheners trots maken op hun stad. Er is immers oorlog aan de gang met Sparta.  - Geeft Thucydides een betrouwbare weergave van de toespraak van Perikles, denk je? Leg uit waarom met twee argumenten. Eerder wel / eerder niet Thucydides schrijft het stuk niet lang na de feiten. Hij zegt zelf dat hij het conflict van twee kanten bekijkt. Hij geeft toe dat hij niet helemaal letterlijk de lijkrede citeert. Bron 3 Het leven van Aristides

jk ex

© Gianni Dagli Orti/Shutterstock

em

pl aa

r

Bron 3a In 482 v.C. wordt de Griekse staatsman Aristides verbannen door het systeem van het ostracisme (zie les 7).

De naam ‘Aristides, zoon van Lysimachos’ op een potscherf, 483/482 v.C., Agoramuseum, Athene

ki

Bron 3b

In

Iedereen nam een potscherf en schreef daarop de naam van de burger die hij wilde verbannen en bracht die scherf naar een plek op de marktplaats (agora). (…) Eerst telden de magistraten alle scherven, want als er minder dan 6 000 waren, telde de procedure niet. Daarna spraken ze de naam uit van hem die het meest was opgeschreven en verbanden hem voor tien jaar. (…) Er wordt gezegd dat toen ze de namen op de scherven aan het schrijven waren, een sullige kerel zijn scherf aan Aristides gaf. Hij dacht dat Aristides een gewone burger was. Hij vroeg hem om ‘Aristides’ op de scherf te schrijven. De verraste Aristides vroeg hem of die ‘Aristides’ hem enig onrecht had gedaan. ‘Nee, helemaal niet’, antwoordde hij. ‘Ik ken de man niet, maar ik ben het beu dat ik hem overal “de rechtvaardige” hoor noemen.’ Er wordt gezegd dat toen Aristides dat hoorde hij niet zou hebben geantwoord, maar hem de scherf zou hebben teruggegeven met zijn naam (Aristides) erop. Ploutarchos schrijft in 75 over het leven van Aristides. Ploutarchos (ca. 46-120) schrijft verhalen met een boodschap. Hij wil de lezer een voorbeeld geven van wat goed (bestuur) is.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

61


- De Atheense democratie kent een systeem dat we in onze democratie niet gebruiken. Hoe noemen we de procedure die de Atheners gebruiken om iemand te verbannen? Het ostracisme  - Hoe probeert Ploutarchos de rechtvaardigheid van Aristides aan te tonen? Aristides schrijft zijn naam op de potscherf.  - Vergelijk bronnen a en b. Waarom maakt bron a het verhaal van Ploutarchos dat Aristides verbannen is, geloofwaardig? De  naam van Aristides staat hier op een potscherf. Dat bevestigt het verhaal van Ploutarchos. 

r

- Geef twee argumenten waardoor je toch mag twijfelen aan sommige zaken die Ploutarchos vermeldt. Let daarbij op het tijdstip waarop de bron is gemaakt en op de wijze waarop Ploutarchos zijn verhaal brengt.

pl aa

Ploutarchos schrijft het verhaal meer dan 500 jaar na de feiten. 

Ploutarchos schrijft: ‘Er wordt gezegd.’ Hij is er dus zelf niet zeker van.  Bron 4 Herodotos en een Perzische discussie over democratie

jk ex

em

Hoe zou de monarchie een goed politiek systeem kunnen zijn? Want hierbij kan men doen wat men wil zonder dat men verantwoording hoeft af te leggen. Ook al geeft men deze macht aan de allerbeste man, toch zou ook hij zijn normale manier van denken verliezen. Onder invloed van de pracht en praal die hem omringt, groeit immers zijn overmoed. (…) Maar het allerergste zal ik nu noemen: de oude wetten schaft hij af, hij doet vrouwen geweld aan en doodt mensen zonder proces. Als echter het volk regeert, dan heeft dit bestuur in de eerste plaats de allermooiste omschrijving: gelijkheid voor de wet; ten tweede doet het volk niets van wat de vorst doet, want de overheden worden bij loting aangewezen. Zij moeten verantwoording afleggen en alle besluiten worden door de gemeenschap genomen. Vrij naar Herodotos, Historiën

ki

Herodotos (ca. 484-424 v.C.) is een Griekse auteur die vaak ook probeert het standpunt van de nietGrieken te begrijpen. In het fragment hierboven beschrijft hij een gesprek tussen belangrijke Perzen ca. 522 v.C. over de toekomst van het Perzische Rijk. Eén van hen verdedigt de democratie. Uiteindelijk

In

volgen de Perzen zijn standpunt niet en kiezen ze voor de monarchie.

- Beschrijf in je eigen woorden twee nadelen van de monarchie volgens de tekst.  Machtsmisbruik; de wetten worden afgeschaft, veel geweld …  - Wat is het belangrijkste voordeel van de democratie volgens de bron?  Gelijkheid voor de wet - Waarschijnlijk heeft Herodotos dat gesprek verzonnen. De Perzen kiezen volgens hem de foute regeringsvorm. Welke reden heeft Herodotos om negatief te zijn over de Perzen?  schrijft de tekst na de Perzische oorlogen. Hij

62

LES 8

Onderzoek: democratie in Athene


Bron 5 Tegen de democratie Want over heel de wereld zijn de besten de tegenstander van de democratie. Want bij de besten heerst de minste ongedisciplineerdheid en onrechtvaardigheid. Zij proberen het meest het goede te doen. Maar bij het volk heerst de grootste domheid, de meeste ordeloosheid en slechtheid. Want de armoede brengt hen eerder tot schanddaden, evenals het gebrek aan opvoeding en ontwikkeling omwille van geldgebrek bij sommige mensen. We weten niet wie de auteur van deze bron uit de 5e eeuw v.C. is. De auteur is tegen de democratie en hedendaagse auteurs noemen hem de ‘oude oligarch’. Je weet ondertussen wat een oligarchie is. In dit fragment vergelijkt hij de houding van de ‘besten’ (aristoi) met de houding van het volk.

r

- De auteur spreekt over de besten en hij vergelijkt hen met het gewone volk. Wat bezitten de besten dat het volk niet heeft?

pl aa

Geld

- Welke economische oorzaak leidt tot wangedrag bij het volk volgens de auteur? Armoede

- Waarom zijn de besten tegen de democratie volgens deze auteur? Onderstreep in de tekst. Besluit

em

OPDRACHT 3

- Geef twee bronnen uit de klassieke oudheid die uitdrukkelijk kritiek geven op de democratie. Bronnen 1 en 5

- Geef twee bronnen uit de klassieke oudheid die de democratie verdedigen.

jk ex

Bronnen 2 en 4

TIP In de lessen 34 en 35 lees je meer over de Belgische democratie. Je zult merken dat er gelijkenissen en verschillen zijn tussen de Atheense en de Belgische democratie.

ki

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

In

1 het begrip ‘democratie’ verklaren 2 een punt van kritiek voor zowel Athene als voor onze democratie geven 3 twee voorbeelden van kritiek op de Atheense democratie geven 4 twee argumenten voor de democratie geven 5 een gelijkenis tussen ons democratisch systeem en dat van Athene geven 6 een verschil tussen ons democratisch systeem en dat van Athene geven

KUNNEN 1 de onderzoeksvraag in het referentiekader plaatsen 2 bronnen analyseren en informatie uit bronnen halen 3 de betrouwbaarheid van een bron beoordelen in functie van een historische vraag 4 informatie uit verschillende bronnen met elkaar vergelijken

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

63


9

De Olympische Spelen Griekse sporthelden hebben eeuwenlang met elkaar gewedijverd op de Olympische Spelen. Na ongeveer 1 500 jaar worden er in 1896 opnieuw Olympische Spelen georganiseerd.

pl aa

r

Wat zijn de kenmerken van de klassieke spelen? Wat is het profiel van een Griekse topatleet? Zijn er gelijkenissen met de hedendaagse wereld van de topsport?

77

OPDRACHT 1

nu

96

OLYMPISCHE SPELEN

jk ex

OLYMPISCHE SPELEN

18

6

em

39

v. C

.

4

Kaartnr(s).

- Hoe lang worden de klassieke Olympische Spelen georganiseerd? Ongeveer 1 200 jaar

ki

- Hoeveel eeuwen liggen er tussen de klassieke en de hedendaagse spelen?

1

In

15 eeuwen

De bekendste van de Panhelleense Spelen worden in Olympia georganiseerd De Grieken organiseren sportwedstrijden ter ere van hun goden. De vier grote Panhelleense Spelen staan open voor atleten uit heel Hellas. De spelen in Olympia, opgestart in 776 v.C., zijn de bekendste. Ze zijn opgedragen aan Zeus, de Griekse oppergod. In de 5e eeuw v.C. worden tijdens de spelen 100 ossen geofferd ter ere van Zeus. Op het altaar van de godin Hestia brandt er constant een vuur. Een periode van vier jaar tussen twee Olympische Spelen in, noemen we een olympiade. Tijdens de spelen heerst er een ‘heilige vrede’: er mag geen oorlog worden gevoerd, zodat de atleten en hun toeschouwers veilig naar Olympia kunnen reizen. In hun kielzog stromen ook allerlei handelaars toe. Zij zorgen ervoor dat het publiek verblijf heeft, zich kan voeden en vermaken. Olympia is immers geen stad, maar een heiligdom.

64

LES 9

De Olympische Spelen


OPDRACHT 2

Surf met Google Earth naar Olympia, Greece. Je kunt er ook enkele ruïnes in 3D bekijken.

Omgevallen zuilen: de ruïne van de tempel van

© 2020 Google

Zeus in Olympia, gebouwd in de 5e eeuw v.C.

r

Het heiligdom Olympia

pl aa

OPDRACHT 3

Vul de cijfers in op de juiste plaats in de legende. de drie belangrijke tempels

3

zuilengangen

2

het stadion

4

het gastenverblijf

jk ex

em

1

2

1

3

1

3

1

In

ki

3

4

Reconstructietekening van Olympia

C DE GRIEKSE STADSTATEN

65


OPDRACHT 4

De hedendaagse olympische vlam is een eerbetoon aan de klassieke Olympische Spelen. Wat wordt er herinnerd? Juist Het goddelijke vuur dat tijdens de klassieke spelen voor Zeus brandde

Onjuist

x

De estafetteloop die de Griekse atleten hielden tussen de verschillende deelnemende poleis

x

Dat de klassieke spelen plaatsvonden in het Griekse Olympia.

x

Dat de Olympische Spelen toegankelijk waren voor atleten uit de hele Griekse wereld en in die zin symbool staan voor vrede.

x

Bron

pl aa

r

Olympische vlam voor Winterspelen 2018 is ontstoken met traditionele ceremonie in Griekenland

em

De olympische vlam voor de komende Winterspelen in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang is ontstoken. Dat gebeurde volgens de traditie in het Griekse Olympia, waar de oorsprong ligt van het grootste sportevenement ter wereld.

© IMAGO

jk ex

Het vuur arriveert na een reis van meer dan 2 000 km op 30 oktober in Athene en wordt daar overhandigd aan het Zuid-Koreaanse organisatiecomité. Een dag later, op 1 november, komt de fakkel in Seoel aan en maakt dan een tocht van drie maanden door Zuid-Korea. De Spelen beginnen volgend jaar op 9 februari en eindigen zestien dagen later. Uit: Het Nieuwsblad online, 24 oktober 2017

2

ki

De Griekse topatleten strijden op leven en dood

In

Voor een publiek van uitsluitend mannen strijden de atleten voor de overwinning in hardlopen, vuistvechten, worstelen, pankration en paardenrennen. Een speciale discipline is de vijfkamp, die je enkel wint als je de beste bent in hardlopen, verspringen, worstelen, speer- en discuswerpen. De winnaars krijgen een lauwerkrans of een olijfkrans, symbool voor hun overwinning en een vermelding in de lijsten van de spelen. De olympische kampioen is een held, die in de eigen polis beloond wordt voor zijn overwinning. Dat kon zijn: een geldbedrag, gratis maaltijden voor de rest van je leven, vrijstelling van belastingen ...

OPDRACHT 5

Bron Vaasafbeeldingen zijn bruikbare en betrouwbare bronnen om meer te weten te komen over de klassieke Olympische Spelen. Wat is er bijzonder aan de hoplietenloop? De  deelnemers lopen als soldaten met een volledige wapenuitrusting. 

66

LES 9

De Olympische Spelen

Hoplietenloop: vaasafbeelding (ca. 323-322 v.C.) uit Cyrenaica (het huidige Libië), Louvre, Parijs


OPDRACHT 6

Bestudeer de vaasafbeelding en lees de tekst. Bron

pl aa

r

Pankration is een uiterst gewelddadige vechtsport, waarbij zowat alles is toegelaten. Er zijn maar twee regels waaraan de atleten zich moeten houden: ze mogen niet bijten en geen ogen uitsteken. Bovendien strijden ze zonder hoofdbescherming. Er zijn geen gewichtsklassen en geen tijdslimieten. Het gevecht gaat door tot iemand opgeeft of tot een van beiden knock-out geslagen is. Soms wordt er gevochten tot de dood. Je tegenstander doodslaan is trouwens geen reden voor diskwalificatie; sterven hoort bij de risico’s van het vak. Op deze vaasafbeelding geeft de rechtse atleet teken dat hij opgeeft, door zijn vinger in de lucht te steken. Zijn tegenstander blijft doorvechten en krijgt een slag met de zweep van de scheidsrechter.

Pankration: vaasafbeelding (332-331 v.C., Athene), British Museum, Londen

Geef twee redenen waarom pankration een heel gevaarlijke vechtsport is.

em

 atleten mogen elkaar doodslaan. Er zijn geen gewichtsklassen en geen tijdslimieten. De  is ook geen hoofdbescherming. Er 

‘Deelnemen is belangrijker dan winnen’ hoor je wel eens wanneer het over de Olympische Spelen gaat? Maar is dat wel zo? Lees de bronnen.

jk ex

OPDRACHT 7

Bron 1 Herodotos over de Olympische Spelen

In

ki

Toen die mannen bij de koning gebracht werden, vroeg (…) een Pers waar de Grieken zich mee bezig hielden. Zij antwoordden: ‘Op dit moment houden zij de Olympische Spelen en kijken zij naar sportwedstrijden en paardenrennen.’ De Pers vroeg hun nog voor welke prijs ze streden. Zij zeiden: ‘Een krans van olijftakken.’ (…) Toen zei een andere Pers: ‘OMG Mardonius, wat zijn dat voor mannen tegen wie jij ons hebt laten vechten? Zij doen het niet voor geld, maar alleen voor de eer.’ Uit: Herodotus, Historiën, boek VIII, 26, eigen vertaling De Athener Herodotos leeft van 480 v.C. tot 430 v.C. Hij reisde de toen gekende wereld af en verzamelde gegevens over volkeren en landen. Hij bundelde al die gegevens in een groot werk, de Historiën. Voor veel zaken uit zijn tijd is hij de enige bron. Hij haalt zijn informatie vooral uit gesprekken met andere mensen en probeert zo eerlijk mogelijk te zijn in zijn beschrijvingen. Soms is hij lichtgelovig en haalt hij feiten en mythen door elkaar. In dit fragment uit de ‘Historiën’ beschrijft hij hoe na de slag bij de Thermopylae enkele overwonnen Grieken bij de Perzen worden gebracht. Noot: Mardonius was een Perzische bevelhebber in het leger.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

67


- Waarom dachten ook de Perzen dat de Grieken enkel voor de eer streden, denk je? De  Griek geeft alleen informatie over de prijs die de winnaar na de wedstrijd ontvangt, niet over de andere beloningen die hij later krijgt. - Over welke eeuw/periode geeft de bron informatie? 5e eeuw v.C. - In welke periode vonden de Olympische Spelen plaats? 8e eeuw v.C. tot 4e eeuw n.C. - Over welke periode missen wij nog gegevens? Alle andere eeuwen

r

- Is de bron betrouwbaar?

pl aa

Juist x

Herodotos heeft de bedoeling zo juist mogelijk gebeurtenissen te beschrijven.

x

Herodotos haalt zijn informatie vaak uit gesprekken met tijdgenoten.

x

De informatie van Herodotos is op het eerste gezicht betrouwbaar.

x

em

Herodotos is een tijdgenoot van de gebeurtenis die hij beschrijft.

Onjuist

Bron 2 Een sporthistoricus over de Olympische Spelen

In

ki

jk ex

Pierre de Coubertin (de stichter van de moderne Olympische Spelen) en zijn volgelingen wilden om ideologische redenen de historische werkelijkheid niet onder ogen zien. Geen enkele hedendaagse sporter zal zich nog kunnen vinden in het aloude spreekwoord: ‘Deelnemen is belangrijker dan winnen’. Dat gold evenmin voor de antieke atleet, op wie dat motto volgens de olympische beweging zou teruggaan. Harry Pleket, een van de grootste (sport)historici van de oudheid heeft die misvatting wel eens treffend ‘de meest on-Griekse gedachte’ genoemd. Het was evenzeer volstrekte onzin om te beweren dat het in de antieke sportcultuur niet om geld draaide. […] Tijdens de kransspelen (waartoe de Olympische Spelen behoorden) werden er –net als tegenwoordig –na afloop aan de winnaars behalve een erekrans geen materiële beloningen uitgedeeld. Maar men kon een zege wel goed te gelde maken door de royale premies in de vaderstad. Bron: Patrick Gouw, www.sportgeschiedenis.nl, 2008 Patrick Gouw (1981) is als historicus verbonden aan de universiteit van Amsterdam, waar hij onderzoek doet naar de Griekse en Romeinse sportcultuur. Hij is auteur van ‘Het sportieve leven van de Romeinen’, dat in 2007 verscheen bij uitgeverij Scriptio. Tijdens de Olympische Spelen in Beijing (2008) heeft hij als ‘verslaggever vanuit de oudheid’ regelmatig vanuit antiek perspectief zijn licht laten schijnen over actuele gebeurtenissen.

- Over welke twee misvattingen over de klassieke Olympische Spelen spreekt Patrick Gouw? Deelnemen is belangrijker dan winnen. De antieke sport draait niet om geld.

68

LES 9

De Olympische Spelen


- Is de bron betrouwbaar? Juist Patrick Gouw is een tijdgenoot van de gebeurtenis die hij beschrijft.

Onjuist x

Patrick Gouw heeft de bedoeling zo juist mogelijk gebeurtenissen te beschrijven.

x

Patrick Gouw is historicus en haalt zijn informatie uit geschiedkundige werken en bronnen.

x

De informatie van Patrick Gouw is op het eerste gezicht betrouwbaar.

x

- Is deelnemen belangrijker dan winnen op de Olympische Spelen? Juist

Onjuist x

Vandaag

x

ONWAARSCHIJNLIJK!

pl aa

r

In de oudheid

jk ex

em

Op de antieke spelen zijn alleen mannelijke atleten toegelaten. Vrouwelijke sporters mogen niet deelnemen aan de wedstrijden en ook vrouwelijke toeschouwers zijn strikt verboden. Eén vrouw slaagt er toch in een olympische overwinning te behalen: de Spartaanse prinses Kyniska. Jullie denken misschien dat ze zich als man heeft vermomd. Maar dat is onmogelijk aangezien alle atleten naakt voor de eretitel strijden. En na het incident met Kallipateira in 404 v.C. moeten zelfs de trainers hun vak naakt uitoefenen. Nee, Kyniska wordt olympisch kampioen zonder ook maar één voet in Olympia te zetten. Gestimuleerd door haar broer, koning van Sparta, schrijft ze zich in voor de wagenrennen. Dat is geen enkel probleem, want het is de gewoonte dat de rijke stal­eigenaars het levensgevaar­lijke werk op de piste overlaten aan hun jockeys. De eigenaar van het winnende vierspan krijgt wel de titel en de kroon. Kyniska is heel trots op haar overwinning, maar haar broer gebruikt de winst om te bewijzen dat eender wie, zélfs een vrouw, de wagenrennen kan winnen. De Griekse wereld is en blijft een mannenwereld.

ki

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

In

KENNEN

1 de begrippen ‘panhelleens’ en ‘pankration’ uitleggen 2 vijf kenmerken geven van de klassieke Olympische Spelen 3 vijf voorbeelden geven van olympische sporten 4 met een voorbeeld de competitieve ingesteldheid van de Grieken aantonen 5 twee beloningen voor de winnaars opnoemen

KUNNEN 1 de klassieke spelen met de hedendaagse Olympische Spelen vergelijken 2 de betrouwbaarheid van bronnen in functie van een historische vraag beoordelen 3 informatie uit archeologische vondsten afleiden 4 bronnen met elkaar vergelijken Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

69


LES 9 SCHEMA

De Olympische Spelen 1 De bekendste van de Panhelleense Spelen worden in Olympia georganiseerd Panhelleense Spelen:

• sportwedstrijden ter ere van de goden • open voor atleten uit heel Hellas

Olympische Spelen:

• • • • •

pl aa

r

ter ere van de Griekse oppergod Zeus georganiseerd in het heiligdom Olympia om de vier jaar (= een olympiade) olympische vrede handelaars pikken een graantje mee

2 De Griekse topatleten strijden op leven en dood

• lauwerkrans • materiële beloning uitbetaald door de eigen polis • geen tweede en derde plaats

In

ki

jk ex

Olympische kampioenen:

• uitsluitend mannen • hardlopen, vuistvechten, worstelen, pankration, paardenrennen, vijfkamp

em

Olympische atleten:

70

LES 9

De Olympische Spelen


Wie zijn de Perzen? Kunnen de Griekse poleis zo’n machtige vijand aan? Welke Griekse poleis zijn elkaars rivalen? Hoe verlopen de Peloponnesiche oorlogen en welke vijanden staan daarin tegenover elkaar?

r

De Egeïsche Zee is omringd met Griekse poleis die een druk handelsverkeer onderhouden en een bloeiende economie opbouwen. Ondanks die contacten voeren ze geregeld oorlog met elkaar. Soms werken de poleis samen tegen niet-Griekse vijanden. Rond 550 v.C. worden de stadstaten op de kusten van Klein-Azië bedreigd door het machtige Perzische Rijk.

pl aa

10

De Grieken voeren oorlog

.

40

50

4

1

0

C

C v.

v.

.

. C v.

8

em

opstand Griekse stadstaten

43

47

KLASSIEKE OUDHEID

44

9 C. v. C .

.

v.

C 0

v. 48

0 49

50

80

0

0

v.

v.

C

C

.

.

Kaartnr(s).

jk ex

slag bij Plataeae

slag bij Salamis slag bij Thermopylae

slag bij Marathon

PERZISCHE OORLOGEN

1

PELOPONNESISCHE OORLOGEN

De Perzen komen!

In

ki

De Indo-Europese Perzen beheersen rond de 6e eeuw v.C. een wereldrijk, dat zich uitstrekt van de Indus tot de Egeïsche Zee. De Perzische koning is een oppermachtige alleenheerser. De Perzen hebben Griekse poleis langs de kusten van Klein-Azië onderworpen. Rond 498 v.C. breekt daar een opstand uit. De Grieken van het vasteland, hoofdzakelijk Athene, sturen een leger te hulp. De Perzische koning Darius kan de opstand met veel moeite onderdrukken. Hij wil vervolgens heel Hellas innemen en wraak nemen voor de Atheense hulp tijdens de opstand. Hij hoopt zo de controle over de handel in de Egeïsche en de Zwarte Zee te kunnen overnemen.

OPDRACHT 1

Oorzaken en aanleiding van de Perzische oorlogen - Wat is de oorzaak van de Perzische oorlogen: waarom komen de Griekse en de Perzische wereld voor het eerst met elkaar in botsing? Kruis aan. x De Perzische koning wil zijn macht in het westen verder uitbreiden; hij wil de controle over de handel in de Egeïsche en de Zwarte Zee overnemen. De Perzen breiden hun gebied uit en nemen de Griekse poleis op het Griekse schiereiland in. De Perzen breiden hun gebied uit en nemen de poleis Athene en Sparta in.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

71


- Wat is de aanleiding tot de Perzische oorlogen: welke gebeurtenis vormt voor de Perzische koning een uitdaging om de Griekse wereld te veroveren? De Perzische koning Darius wil wraak nemen omdat de Griekse poleis langs de kusten van Klein-Azië in opstand zijn gekomen. x De Perzische koning Darius wil wraak nemen op de hele Griekse wereld omdat de Atheners de opstand in de Griekse poleis op de kusten van Klein-Azië hebben gesteund. De Perzische koning Darius wil wraak nemen op de hele Griekse wereld omdat de Spartanen de opstand in 498 v.C. hebben gesteund. De reus tegen klein duimpje!?

jk ex

em

pl aa

r

OPDRACHT 2

- Bestudeer de kaart en vul het schema aan. Perzische Rijk

Hellas

Omvang

van de Indus tot de Egeïsche Zee (zelfs Egypte)

 Griekenland, kusten van Klein-Azië, eilanden

Politiek

koning = alleenheerser

 onafhankelijke poleis

Cultuur

veel volkeren en

 één cultuur

In

ki

Tegenstanders

 Egeïsche Zee, kolonies

culturen - Stel nu jouw pronostiek op: omcirkel wie volgens jou de beste kans heeft om te winnen. Perzen Hellas

Eigen antwoord van de leerlingen

- Geef minstens één goede reden voor jouw keuze.  Eigen antwoord van de leerlingen OPDRACHT 3

72

LES 10

Vul punt 1 in het schema op blz. 92 aan.

De Grieken voeren oorlog


2

De Perzische oorlogen geven Athene aanzien en macht

Het verloop van de oorlogen

em

pl aa

r

OPDRACHT 4

Datum

Strijdende partijen

Verloop van de strijd

490 v.C.

 Athene - Perzen

De Perzen ontschepen in de vlakte van Marathon. Athene vraagt andere poleis om hulp, maar enkel Plataeae helpt. Athene verslaat de Perzen zonder de hulp van Sparta!

jk ex

 480 v.C.

 Sparta - Perzen 

 Grieken - Perzen 

 Sparta + Athene

ki

479 v.C.

In

- Perzen

449 v.C.

/

Veldslag bij Thermopylae: daar verslaan de Perzen een klein leger van Sparta o.l.v. Leonidas. De weg naar Athene ligt open. De Perzen verwoesten Athene. Zeeslag bij Salamis: een klinkende overwinning van de Grieken onder leiding van Athene op de Perzen. De Perzen proberen het nogmaals. Ze verwoesten opnieuw Athene. Het Spartaanse leger vernietigt het Perzische leger bij Plataeae. De Atheense oorlogsvloot verslaat de Perzische bij Mycale. De Perzische koning geeft het op. De Griekse poleis in Klein-AziĂŤ zijn weer onafhankelijk.

- Noteer in de tweede kolom de strijdende partijen. Onderstreep telkens de winnaar. - Vechten alle Grieken tegen de Perzen? Motiveer je antwoord.  Nee, een groot deel van Griekenland blijft neutraal.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

73


OPDRACHT 5

De wapenuitrusting - Hieronder zie je een tekening van een Perzische en een Griekse soldaat. Benoem de verschillende onderdelen van hun wapenuitrusting. Kies uit deze reeks woorden de juiste benamingen: bronzen helm – stoffen tuniek – speer of lans – pijl en boog – schild uit huiden – speer of lans – schild uit hout en metaal – stoffen muts – ijzeren zwaard – bronzen scheenplaten – harnas – dolk. a  Een Perzische krijger

b  Een hopliet speer of  lans 

s peer of lans stoffen muts

bronzen helm

harnas

dolk

pl aa

stoffen tuniek

r

pijl en boog

em

schild uit huiden

schild uit hout  metaal en bronzen scheenplaten

Een hopliet heeft ook een ijzeren zwaard.

jk ex

- Welke wapenuitrusting biedt de beste bescherming? Onderstreep. Leg uit waarom. De Griekse / Perzische wapenuitrusting biedt de beste bescherming omdat de  helm, het harnas, de beenplaten en het schild uit metaal zijn. c  Een falanx

In

ki

- De Griekse soldaten vallen aan in falanx. Welk wapen kunnen de Perzische soldaten amper gebruiken wanneer de Grieken hen op deze manier aanvallen? Omcirkel het juiste antwoord. dolk – speer – pijl en boog

OPDRACHT 6

3

Vul punt 2 in het schema op blz. 92 aan.

De Peloponnesische Bond en de Delisch-Attische Zeebond Uit angst voor nieuwe Perzische aanvallen sluiten ongeveer tweehonderd Griekse stadstaten een bondgenootschap: de Delisch-Attische Zeebond. De leiding berust bij Athene. De bondgenoten moeten aan Athene een bijdrage betalen voor het verder uitbouwen van een vloot of zelf schepen uitrusten. Athene wordt zo al snel een sterke zeemacht, die zijn bondgenoten overheerst. Sparta verzamelt zijn bondgenoten in de Peloponnesische Bond. Langzaam maar zeker begint Athene zich oppermachtig te voelen en aast het op het leiderschap over heel Hellas.

74

LES 10

De Grieken voeren oorlog


Hellas na 470 v.C.

em

pl aa

r

OPDRACHT 7

- Welke bondgenootschappen vind je op de kaart terug?

jk ex

De Delisch-Attische Zeebond De Peloponnesische Bond

- Welk conflict kan er ontstaan op basis van de situatie die op de kaart te zien is? Er ontstaat een oorlog tussen de twee grootste en machtigste poleis: Athene en Sparta.

ki



In

Bron

De Atheners ontvingen met toestemming van de bondgenoten de heerschappij over de bond. Ze bepaalden welke steden hun een geldelijke belasting ofwel een belasting in de vorm van schepen tegen de barbaren moesten geven. Het doel bestond erin het Perzische grondgebied te verwoesten en de geleden schade te vergelden of te vergoeden. (...) De vastgestelde geldschatting bedroeg 465 talenten. Die gelden werden bewaard op het eiland Delos. Bewerking van: Thucydides, De Peloponnesische Oorlog De geschiedkundige Thucydides (ca. 460-398 v.C.) streeft in zijn werk objectiviteit na.

- Verklaar de naam ‘Delisch-Attische Zeebond’. Attisch verwijst naar Attica, de landstreek van Athene. Delisch verwijst naar het eiland Delos.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

75


- Waarom een zeebond, denk je?  De leden liggen rond de Egeïsche Zee. Athene is het sterkst met zijn oorlogsvloot.  - Vul het schema aan. Maak gebruik van de informatie op de kaart en uit de tekst. Bondgenootschap

Peloponnesische Bond

Delisch-Attische Zeebond

Leider

 Sparta

 Athene

Doel

de poleis van de Peloponnesos en andere bondgenoten beschermen tegen aanvallers

het Perzische grondgebied verwoesten 

soldaten geven in oorlogstijd

 belasting in geld of in schepen

Athene maakt misbruik van haar macht

r

OPDRACHT 8

vergoeden 

Bron

pl aa

Verplichtingen van de leden

en  geleden schade vergelden of

ki

© Imageselect

jk ex

em

Het geld dat de bondgenoten geven, wordt bewaard op het eiland Delos. Athene gebruikt dat geld vooral om zich sterker te maken met wapens en een vloot. Perikles, de leider van Athene, laat in 454 v.C. de kas overbrengen naar Athene en gebruikt het geld ook om zijn stad te ver-fraaien. De stad is immers verwoest door de Perzen en hij wil haar mooier en grootser maken dan ooit tevoren. Op de Akropolis start hij met de bouw van het Parthenon, een tempel voor de godin Athena. Sommigen merken op dat het geld daarvoor niet bedoeld is. Enkele van zijn reacties: ‘Het geld is van wie het krijgt, niet van wie het geeft. Ik zal alles uit mijn eigen zak betalen en ik noem het “Pericleum” in plaats van Akropolis. We beschermen hen toch?’ Dat zien de Atheners liever niet gebeuren en ze laten hem zijn gang gaan. Als het Perzische gevaar bedwongen lijkt, willen vele stadstaten zich losmaken uit het verbond. Athene laat dat niet toe. ‘Eens lid, altijd lid!’ is de redenering. Athene doet meer

Buste van Perikles, Romeinse kopie uit de 2e eeuw van een Grieks origineel uit de 5e eeuw v.C., British

In

dan enkel zijn bondgenoten beschermen en bemoeit zich ook Museum, Londen met een aantal andere zaken: - de bondgenoten moeten een democratisch bestuur hebben; - Athene laat enkel handelsschepen van haar eigen bondgenoten toe in haar havens; - ...

- Zoek één bewijs in de tekst waaruit blijkt dat Athene zich niet aan de afspraak houdt. Het geld wordt gebruikt om de stad te verfraaien.  - Zoek één bewijs in de tekst waaruit blijkt dat Athene graag de baas speelt. Athene eist dat de bondgenoten een democratisch bestuur hebben. Athene laat enkel eigen bondgenoten toe in haar havens. OPDRACHT 9

76

LES 10

Vul punt 3 in het schema op blz. 92 aan.

De Grieken voeren oorlog


4

De Peloponnesische oorlogen Athene, leider van de Delisch-Attische Zeebond, aast op het leiderschap over heel Hellas. Sparta, de leider van de Peloponnesische Bond, vreest aan invloed in te boeten. De Spartaanse adel ziet ook niet graag dat Athene zijn democratische systeem verspreidt. Bijgevolg neemt de spanning tussen beide stadstaten toe. Een conflict tussen Athene en Sparta wordt onvermijdelijk. Wanneer Athene zich uiteindelijk gaat bemoeien met een bondgenoot van Sparta, breekt de hel los. De zeemacht Athene en de landmacht Sparta staan nu tegenover elkaar. De heerschappij over Hellas is de inzet.

OPDRACHT 10

Oorzaken en aanleiding van de Peloponnesische oorlogen

r

De oorzaken - Sparta en Athene zijn heel verschillend. Vul het schema aan en zoek zo de verschillen. Alle nodige informatie vind je in de bovenstaande tekst. Athene

Sparta

Bondgenootschap

 Delisch-Attische Zeebond

Peloponnesische Bond

Ruimte

continentaal / maritiem

continentaal / maritiem

Politiek

verspreidt democratie  onder bondgenoten

oligarchie 

Sterkste militaire kant

 oorlogsvloot

 landleger

em

pl aa

Tegenstellingen

- Sparta is eigenlijk stikjaloers. Waarom zou Sparta jaloers zijn op Athene na de Perzische oorlogen?



jk ex

 maritieme en economische macht van Athene is toegenomen. De

In

ki

De aanleiding Wat is de spreekwoordelijke druppel die de emmer doet overlopen? Korinthe: - bondgenoot van Sparta - een van de belangrijkste handelsconcurrenten van Athene - heeft een kolonie: Corcyra Corcyra: - vindt dat het slecht behandeld wordt door zijn moederpolis Korinthe - zoekt hulp bij Athene Athene: - helpt Corcyra - Waarom?  Athene ziet het als een goede kans om de invloed van Korinthe in de handel te  verkleinen. Sparta: - komt zijn bondgenoot Korinthe te hulp  Gevolg: oorlog tussen Athene en Sparta

C DE GRIEKSE STADSTATEN

77


OPDRACHT 11

Het verloop van de oorlogen De Peloponnesische oorlogen hebben veel weg van een langgerekte soapserie op televisie. Ze slepen bijna 30 jaar aan en tellen verschillende afleveringen, waarbij het nooit echt duidelijk is wie de overwinnaar zal worden. Bovendien is er een derde partij in het spel: de Perzen. Maar zal die derde hond ook met het been (= Hellas) gaan lopen? DE PELOPONNESISCHE OORLOGEN

r

Episode 1 – Athene maakt zich klaar Athene weet dat Sparta het sterkste landleger heeft. De macht van Athene ligt echter op zee. Aan de bestaande vestingmuren rond Athene en Piraeus worden lange muren gebouwd. Via deze muren van 6 km lang en ongeveer 160 m breed kan de toevoer van voedsel naar de stad Athene behouden blijven. De haven en de handelsschepen worden beschermd door de Atheense marine. De bevolking van Attica verschuilt zich in de versterkte stad Athene.

pl aa

Episode 2 – Sparta valt aan Sparta valt Athene aan en verwoest Attica. De Spartanen hopen Athene uit te hongeren door het leger de stad te laten omsingelen. De Atheners en de inwoners van Attica blijven veilig binnen de muren.

em

Episode 3 – Strijd om de Peloponnesos De Atheense oorlogsvloot valt de kusten van de Peloponnesos aan. Episode 4 – Perikles heeft er de pest aan De stad Athene is overbevolkt. Tot overmaat van ramp breekt de pest uit in de stad. Perikles, de grote legerleider, wordt ziek en sterft. Zijn opvolgers zijn niet succesvol en Athene leeft in angst. Toch houden de Atheners vol.

jk ex

Episode 5 – De geniepige Perzen Sparta krijgt stiekem geld van de Perzen om zijn oorlogsvloot uit te breiden. De voedseltoevoer van Athene wordt afgesloten. Zal Athene standhouden?

ki

Episode 6 – De aanval op Syracuse Athene zit nu zonder voedsel. De poleis in de Peloponnesos voeren voedsel in via Syracuse in Sicilië. Daarom sturen ze hun vloot die richting uit. Ze weten echter niet dat Sparta nu, dankzij de Perzen, ook een grote oorlogsvloot heeft.

In

Episode 7 – De ondergang bij de Dardanellen In 413 v.C. verslaat de Spartaanse vloot de Atheense en wat later wordt de Atheense vloot definitief verslagen bij de Dardanellen. In 404 v.C. geeft Athene zich uitgehongerd over aan Sparta. Sparta stelt zijn eisen: Athene moet haar vloot en kolonies afstaan en de lange muren afbreken. De Delisch-Attische Zeebond heeft geen reden van bestaan meer. Maar nu probeert Sparta de andere poleis te overheersen ... en of dat goed afloopt?

78

LES 10

De Grieken voeren oorlog


- Vervolledig de legende bij de kaart: zet de cijfers bij de juiste naam.

5 6 1

3

Zwarte Zee

1

Athene

4

6

Dardanellen

2

Sparta

3

Syracuse (Sicilië)

pl aa

5

r

2

4

Peloponnesos

- Dankzij wiens hulp behaalt Sparta de overwinning?

em

De Perzen - Waarom zouden zij Sparta helpen?

Ze hopen zo achteraf Hellas te kunnen veroveren.

OPDRACHT 12

jk ex

- Sparta speelt het niet netjes. Zoek twee bewijzen in de tekst en onderstreep ze. Vul punt 4 in het schema op blz. 93 aan.

ki

ONWAARSCHIJNLIJK! Leuke weetjes uit oorlogstijd

In

•  Na de Atheense overwinning bij Marathon krijgt een soldaat de opdracht om die overwinning in Athene te melden. Het duurt wel ‘even’ voor hij aankomt, want de twee plaatsen liggen ongeveer 42 km uit elkaar. Wanneer hij aankomt, kan hij nog net ‘Gegroet, wij zijn blij!’ uitbrengen en daarna valt hij dood neer. Dat verhaal is misschien verzonnen. De oudst bekende bron die erover schrijft is Ploutarchos, 6 eeuwen na de feiten. Maar het ligt in elk geval aan de basis van de beroemde loopwedstrijd: de marathon.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

79


em

pl aa

r

•  X  erxes stelt een gigantisch leger samen om Griekenland opnieuw aan te vallen. Tussen het Europese vasteland en Klein-Azië ligt de Hellespont, een zeestraat van amper 1 200 m breed. De Perzische koning Xerxes moet hier met zijn leger oversteken om Griekenland aan te vallen. Zijn leger is echter zeer groot en het zal heel veel tijd vragen om alle soldaten met de boot te laten oversteken. Daarom laat hij een brug van houten vlotten maken. Een storm slaat de vlottende brug aan diggelen. Xerxes is woest. Volgens de verhalen zou hij de zee hebben gestraft door er boeien in te gooien, haar zweepslagen te geven en haar te folteren met gloeiende ijzeren staven.

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

jk ex

KENNEN

In

ki

1 de begrippen ‘continentaal’ en ‘maritiem’ uitleggen 2 twee oorzaken van de Perzische oorlogen opnoemen 3 het Perzische Rijk en Hellas met elkaar vergelijken 4 de overwinnaar van de Perzische oorlogen geven 5 de kenmerken van de Peloponnesische Bond geven 6 de kenmerken van de DelischAttische Zeebond geven 7 twee bewijzen voor het machtsmisbruik van Athene geven 8 twee oorzaken van de Peloponnesische oorlogen geven 9 de aanleiding van de Peloponnesische oorlogen geven 10 twee bewijzen voor de Spartaanse overheersing geven

80

LES 10

De Grieken voeren oorlog

KUNNEN 1 informatie uit een tekst afleiden en op een kaart weergeven 2 de leerstof aan medeleerlingen uitleggen 3 oorzaken en aanleiding uit een tekst afleiden 4 het verschil tussen een oorzaak en aanleiding uitleggen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES 10 SCHEMA

De Grieken voeren oorlog 1 De Perzen komen! Oorzaken van de Perzische oorlogen Perzische koning - De              wil Hellas veroveren. - Hij wil de controle over de handel in de Egeïsche en Zwarte Zee overnemen. Aanleiding van de Perzische oorlogen

Tegenstellingen tussen Perzië en Hellas

pl aa

r

Hellas -               steunt de opstand van de Griekse poleis langs de kusten van Klein-Azië tegen Perzië.

2 De Perzische oorlogen geven Athene aanzien en macht

480 v.C.

Overwinnaar

Marathon

/

Athene

Thermopylae Plataeae

Salamis Mycale

jk ex

479 v.C.

Zeeslag

em

490 v.C.

Veldslag

449 v.C.

 Perzen (bij Thermopylae) Athene (bij Salamis) Sparta (bij Plataeae) Athene (bij Mycale)

Perzië erkent onafhankelijkheid Griekse poleis in Klein-Azië.

Verdeeldheid van de Grieken = Griekse  poleis werken niet altijd samen tijdens de oorlogen.

ki

3 De Peloponnesische Bond en de Delisch-Attische Zeebond Peloponnesische Bond

Delisch-Attische Zeebond

Leider

Sparta

Athene

Wie?

poleis uit Peloponnesos  

200 Griekse stadstaten zijn ‘lid’ van het bondgenootschap.

beschermen 

samen een nog sterkere vloot bouwen ter 



bescherming tegen de Perzen 

leveren soldaten

of leveren soldaten of geven geld 

In

Bondgenootschap

Doel Verplichtingen van de leden

schepen 

Machtsmisbruik van Athene - Gebruikt geld om de  stad te verfraaien bondgenootschap verlaten - Duldt niet dat poleis 

C DE GRIEKSE STADSTATEN

81


4 De Peloponnesische oorlogen Oorzaken - Groeiende spanning tussen Sparta en Athene: Athene  de overwinning in de eerste Perzische oorlogen.

behaalt in zijn eentje

- Tussen Athene en Sparta bestaan er een hele reeks tegenstellingen. Aanleiding - Athene helpt Corcyra tegen Korinthe.  - Sparta steunt Korinthe en komt zo in oorlog met Athene.  Verloop van de oorlogen - Athene krijgt voedsel via haven en ommuurde weg.

pl aa

- Atheense vloot teistert de Peloponnesos.

r

- Sparta verwoest Attica.

- Sparta sluit voedseltoevoer van Athene af met de hulp van Perzisch geld.

- Athene wil graantoevoer van Peloponnesos in Sicilië veroveren, maar dat loopt fout af. - Athene               geeft zich uitgehongerd over.

In

ki

jk ex

em

De onderlinge rivaliteit heeft de Griekse poleis enorm verzwakt.

82

LES 10

De Grieken voeren oorlog


11

De godsdienst bij de Grieken Goden spelen een heel belangrijke rol in het dagelijkse leven van de Grieken. Ze hebben voor alles en nog wat een god. Ze geloven ook in voorspellingen.

KLASSIEKE OUDHEID

em

PREHISTORIE OUDE NABIJE OOSTEN

1

19 ±

17

5

4

5

0

0 5 ±

±

0

50

±

±

±

8

35

0

0

0

0

v.

v.

C

C

.

.

14

pl aa

Kaartnr(s).

r

Welke goden vereren ze? Wat is het doel van de Griekse mythen? Hoe vereren ze de goden en hoe gebeuren de voorspellingen?

De Grieken hebben veel goden

MIDDELEEUWEN

HEDENDAAGSE TIJD

MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

De twaalf Olympische goden

ki

OPDRACHT 1

jk ex

De Grieken zijn polytheïstisch. De schrijvers Homeros en Hesiodos dichten over de goden alsof het mensen zijn met goede en slechte kantjes. De twaalf belangrijkste vormen één familie en wonen op de berg Olympos. Naast vele andere goden kennen de Grieken ook nog halfgoden, nakomelingen uit een relatie tussen een god en een mens. Dankzij hun afkomst zijn zij mooier, slimmer en sterker dan gewone mensen. Herakles is een beroemde halfgod.

In

- Hieronder vind je zes benamingen van Griekse goden. Er wordt ook bij verteld welk attribuut (een voorwerp) ze bij zich hebben. Op het stickervel staan de afbeeldingen. Kleef de juiste god bij de juiste tekst.

De oppergod Zeus, afgebeeld met een staf en bliksems

Hera, de echtgenote van Zeus Poseidon, de zeegod, houdt en godin van het huwelijk, een drietand vast. afgebeeld met een pauw

C DE GRIEKSE STADSTATEN

83


De godin van de wijsheid, Pallas Athena, draagt een schild en een speer. Ze wordt vergezeld van een uil.

De mooie godin van de liefde, Aphrodite, heeft veel attributen. De spiegel is er één van.

Apollo, god van het licht en de muziek, houdt dikwijls een muziekinstrument vast.

handel – huiselijkheid – jacht – landbouw – oorlog – vuur

Ares

handel – huiselijkheid – jacht – landbouw – oorlog – vuur

Artemis

handel – huiselijkheid – jacht – landbouw – oorlog – vuur

Demeter

handel – huiselijkheid – jacht – landbouw – oorlog – vuur

Hermes

handel – huiselijkheid – jacht – landbouw – oorlog – vuur

Hestia

handel – huiselijkheid – jacht – landbouw – oorlog – vuur

pl aa

Hefaistos

em

2

r

- Voor de andere zes goden moet je wat opzoekwerk verrichten. Omcirkel bij elke godheid waarvoor hij of zij aanbeden wordt.

jk ex

De Griekse mythologie helpt de wereld verklaren

Bron Een Griekse mythe

In

OPDRACHT 2

ki

De Grieken hebben niet voor alles wat rond hen gebeurt een wetenschappelijke verklaring. Verklaringen voor leven en dood, de seizoenen, het ontstaan van de wereld enz. vinden ze in speciale verhalen, mythen genoemd. De goden spelen in die verhalen dikwijls een hoofdrol. De Grieken geloven in een leven na de dood. De meeste doden komen in het ongezellige schimmenrijk terecht. De god Hades regeert er. De gunstelingen van de goden treffen het beter. Zij mogen in het Elysium verblijven, waar ze zich eeuwig kunnen amuseren.

Persephone en Demeter Persephone was de mooie dochter van Demeter en Zeus. Toen zij op een mooie dag op het veld bloemen aan het plukken was, werd zij ontvoerd door de god van de onderwereld, Hades. Haar moeder, Demeter, was ontroostbaar en trok zich terug in haar woning. De aarde werd daardoor dor en onvruchtbaar. De mensen leden honger. Zeus besloot daarop om tussenbeide te komen. Hij overtuigde Hades om Persephone weer vrij te laten. Het meisje was echter verliefd geworden op de god van de onderwereld. Als compromis besloot ze elk jaar een tijd bij haar moeder en een tijd bij Hades te wonen. Telkens als Persephone naar de onderwereld vertrok, werd Demeter verdrietig en begon de winter.

84

LES 11

De godsdienst bij de Grieken

Persephone en Hades, roodfigurige drinkschaal (kylix), ca. 430 v.C., British Museum, Londen


- Welke goden komen in het verhaal voor? Onderstreep ze in de tekst. - Welk verschijnsel wordt door de mythe verklaard? De wisseling van de seizoenen

3

De Grieken bezoeken tempels en orakels

pl aa

Bron Het orakel van Delphi Na het brengen van de nodige offergaven mocht men het orakel raadplegen. Bij het orakel van Delphi zat de Pythia (1), de zieneres, op een driepoot (2). Die stond boven een opening in de rotsen, waaruit dampen kwamen. Zij snoof die dampen op terwijl ze op laurierbladeren (3) (een symbool voor de god Apollo) kauwde en water uit de heilige bron dronk (4). Zo kwam zij in extase en begon zij voorspellingen te doen. Men geloofde dat de god Apollo haar die influisterde. De voorspellingen waren echter dikwijls vaag en dubbelzinnig. Priesters en andere zieners probeerden ze aan de raadpleger uit te leggen.

jk ex

em

OPDRACHT 3

r

De verering van goden gebeurt in en rond een tempel. De meeste priesters zijn gewone burgers die de offergaven regelen en de erediensten verzorgen. De meeste poleis hebben een eigen beschermgod(in). Zo is Pallas Athena de beschermgodin van Athene. De Grieken organiseren ook spelen ter ere van hun goden (zie les 9, de Olympische Spelen). Volgens de Grieken staat je levensloop vast van bij je geboorte. Wil een Griek iets weten over zijn toekomst, dan raadpleegt hij een orakel. Het orakel van de god Apollo in Delphi is het meest bekende van de oudheid. Zelfs vreemde koningen komen er om raad vragen voor ze een belangrijke beslissing nemen.

- Zet de cijfers uit de tekst op de juiste plaats bij de afbeelding.

4 1 3 2

Aegeus, de mythische koning van Athene vraagt raad aan het orakel van Delphi. Roodfigurige drinkschaal (kylix), ca. 440-430 v.C., Oud Museum, Berlijn

- Waarom zijn de uitspraken van de Pythia zo vaag en dubbelzinnig, denk je?

ki

Ze is gedrogeerd en spreekt wartaal.

In

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN 1 de begrippen ‘mythologie’ en ‘polytheïsme’ verklaren 2 de begrippen ‘Olympische goden’ en ‘halfgoden’ uitleggen 3 twee kenmerken van een mythe geven 4 de verering van de goden bij de Grieken beschrijven 5 het geloof in een leven na de dood bij de Grieken uitleggen 6 het nut en de werking van een orakel uitleggen

KUNNEN 1 vier goden uit deze les herkennen en benoemen 2 de juiste afbeelding bij de juiste tekst plaatsen 3 beschrijvingen uit een tekst op een afbeelding aanduiden

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

85


12

Alexander de Grote en de hellenistische rijken De Griekse poleis hebben zich in een onderlinge strijd verzwakt (zie les 10). De Makedoniërs profiteren daarvan en veroveren Hellas in de 4e eeuw v.C. Alexander de Grote bouwt daarna vanuit Griekenland een van de grootste wereldrijken ooit uit.

pl aa

r

Hoe staan een verdeeld Hellas en de Helleense cultuur mee aan de basis van een wereldrijk? Op welke manier probeert Alexander de Grote zijn rijk te besturen? Wat gebeurt er na de dood van Alexander de Grote met zijn rijk?

0 50

em .

v. C

v. C

3

6

jk ex

KLASSIEKE OUDHEID

32

33

80

35

0

9

v

.C

v. C

.

.

.

Kaartnr(s).

ALEXANDER DE GROTE

PHILIPPOS II

1

Philippos II van Makedonië verenigt het verdeelde Griekenland

In

ki

Na de Peloponnesische oorlogen is de macht van Athene gebroken. Sparta wil graag de leider van Hellas zijn, maar heel wat poleis zijn daar niet tevreden mee. De Perzen zetten de poleis tegen elkaar op: ze hopen zo Hellas in handen te krijgen. Maar het loopt anders dan verwacht ... Ten noorden van Griekenland ligt het koninkrijk Makedonië. Hun koning Philippos II (359-336 v.C.) is een bewonderaar van de Griekse cultuur en van het militaire Sparta. Het is zijn droom een machtig rijk uit te bouwen. Hij verslaat de verbonden legers van Thebe en Athene en neemt bijna heel Hellas in. Hij sticht een nieuw bondgenootschap: de Korinthische Bond. Alle Griekse poleis moeten zich daarbij aansluiten en Makedonië als leider aanvaarden. Op politiek vlak blijven ze zelfstandig. Enkel Sparta is vrijgesteld van het lidmaatschap. De koning plant vervolgens een aanval op Perzië, maar wordt in 336 v.C. vermoord. Zijn zoon Alexander volgt hem op.

86

LES 12

Alexander de Grote en de hellenistische rijken


OPDRACHT 1

Lees de tekst en beantwoord de vragen. Volgens de volksverhalen was Alexander als kind al zonder angst en moedig. Op zijn twaalfde temde hij het prachtige paard Bucephalus, waarop tot dan toe niemand kon rijden. Hij was ook leergierig. Naar men zegt, sliep hij met een ‘kopie’ van de Ilias van Homeros onder zijn hoofdkussen. Hij had verschillende leraars, waaronder de beroemde Atheense filosoof Aristoteles. Bron Alexander was weetgierig en hield van lezen. De Ilias van Homeros hield hij voor het handboek van krijgskunde en dapperheid. Toen hij zich in Azië bevond, waar andere boeken niet te krijgen waren, liet hij zich Griekse werken opsturen: Philistus, Euripides (...) Aanvankelijk liep hij hoog op met Aristoteles, ja, hij hield van hem, zoals hijzelf zei, evenzeer als van zijn vader. ‘Van deze heb ik het leven ontvangen,’ zei hij, ‘maar Aristoteles leerde mij wel te leven.’

r

Uit: Ploutarchos, Parallelle levens, Leven van Alexander, eind 1e eeuw - begin 2e eeuw

pl aa

De Griek Ploutarchos (ca. 46-120) genoot de gunst van de Romeinse keizers Trajanus en Hadrianus. Hij schreef talrijke biografieën van beroemde Grieken en Romeinen. Hij wil in zijn werk vooral de deugd en de moed van grote mannen aantonen.

- Wie was Aristoteles? Een beroemde Atheense filosoof

Hoe te leven

em

- Wat heeft Alexander vooral van Aristoteles geleerd?

- Bewijs dat de Ilias een van Alexanders lievelingsboeken was.

jk ex

Hij sliep met het boek onder zijn hoofdkussen.

- Waaruit blijkt dat Alexander zeer veel van de Grieken afwist? Hij bestudeerde Homeros en liet zich Griekse werken opsturen. - Vat het karakter van Alexander in twee woorden samen.

ki

Moedig en leergierig

- Geef twee redenen waarom de tekst van Ploutarchos misschien niet helemaal correct is.

In

Er is een groot tijdsverschil tussen de feiten en het schrijven (bijna 500 jaar). Ploutarchos wil vooral de deugd en de moed van beroemde mannen aantonen. 

2

Alexander de Grote verovert een wereldrijk Samen met de leden van de Korinthische Bond en het Makedonische leger valt Alexander in 334 v.C. Perzië binnen. Hij verovert dat enorme rijk, met de hoofdstad Persepolis, in minder dan vier jaar. Koning Darius wordt vermoord door een van zijn eigen legeraanvoerders. Alexander de Grote roept zichzelf uit tot zijn opvolger. Hij droomt van de wereldheerschappij en rukt verder op naar Indië. Zijn leger steekt wel de Indus over, maar weigert daarna nog verder te trekken. Sommige soldaten zijn al jaren van huis. Alexander beslist daarom om terug te keren. In Babylon wordt hij ziek en sterft hij (323 v.C.).

C DE GRIEKSE STADSTATEN

87


Het wereldrijk van Alexander

pl aa

r

OPDRACHT 2

r

- Noem vijf hedendaagse landen die geheel of gedeeltelijk in het rijk van Alexander de Grote liggen. Gebruik een atlas.

em

Bv.: Griekenland, Turkije, Irak, Egypte, Iran, Afghanistan, Syrië, Jordanië, Israël, Bulgarije, Macedonië …

15

jk ex

- Je begrijpt dat het moeilijk is om zo’n rijk te besturen. Je kunt niet regelmatig van de ene hoek naar de andere reizen. Tel op de kaart het aantal steden dat Alexander de Grote gesticht heeft.

- Waarom zou hij dat gedaan hebben?

Om steunpunten te hebben tijdens zijn veroveringstochten: legerplaatsen en

ki

bevoorradingsplaatsen voor troepen

In

- Waar stierf Alexander de Grote? In welk jaar? In Babylon, in 323 v.C.

- Hoe lang heeft hij over de verovering van zijn wereldrijk gedaan? 13 jaar

OPDRACHT 3

Coöperatief groepswerk: Ik, Alexander ... RONDE 1 1 Je kruipt nu samen met een paar klasgenoten in de huid van Alexander de Grote. Het Perzische Rijk is enorm groot. Er leven heel wat volkeren met een eigen cultuur (taal, godsdienst, gewoonten …). Hoe zou jij het rijk besturen? Welke beslissingen zou jij in zijn plaats nemen op het vlak van bestuur, handel, cultuur? Vergeet niet dat je in de 4e eeuw v.C. leeft!

88

LES 12

Alexander de Grote en de hellenistische rijken


2 Let goed op dat je heel aandachtig luistert naar de voorstellen van je groep. Achteraf moet je die ideeën uitleggen aan een andere groep.

pl aa

Groep B: Economie - Hoe raak je aan geld? - Welk voordeel kun jij als koning uit de handel halen? - Welk voordeel kun jij als koning uit de nijverheid halen? - Hoe kun je de handel bevorderen? - Hoe kun je de nijverheid bevorderen?

r

Groep A: Politiek en oorlogvoering - Wat doe je met de overwonnen edellieden en rijken in het veroverde gebied? - Wat doe je met de overwonnen koning? - Wat doe je met overwonnen soldaten? - Hoe controleer je of je wetten in alle delen van je rijk worden gevolgd? - Hoe pak je opstanden in het rijk aan?

em

Groep C: Cultuur - Wat doe je met andere godsdiensten? - In je rijk worden verschillende talen gesproken. Welke nadelen heeft dat? - Wat doe je met andere talen? - Hoe kun je de verschillende culturen dichter bij elkaar brengen? - Hoe kun je je eigen cultuur over het hele rijk verspreiden? RONDE 2

jk ex

3 De leden van elke groep gaan nu elk afzonderlijk naar een nieuw groepje. De nieuwe groepjes bestaan uit drie personen, afkomstig uit groep A, B en C. 4 De leden van de nieuwe groepen leggen nu alle voorstellen over politiek en oorlogvoering, economie en cultuur aan elkaar uit. 5 Vergelijk jullie ideeën met de oplossingen van Alexander de Grote. Gebruik daarbij de tekst en de bronnen van deze les. Noteer jullie bevindingen in de tabel. De oplossing van Alexander de Grote

eigen antwoord 

Een wereldrijk besturen

van de leerlingen 

alleenheerser -  goddelijke 



steden zijn steunpunten. -  Nieuwe 

eigen antwoord 

Handel bevorderen

van de leerlingen 

steden oprichten -  nieuwe 



eenheidsmunt invoeren -  een 

eigen antwoord 

Perzië helleniseren

van de leerlingen 

is de officiële taal. -  Grieks 



verhuizen naar Perzië. -  Grieken 

ki

Het idee van jouw groep

In

Politiek en oorlogvoering

Economie

Cultuur

huwelijken -  gemengde 

C DE GRIEKSE STADSTATEN

89


3

De hellenistische politiek van Alexander de Grote

Lees de lestekst en raadpleeg de kaart bij opdracht 2.

pl aa

OPDRACHT 4

r

Ondanks zijn opvoeding in de democratische polis Athene kiest Alexander de Grote voor een heel andere politiek. Net zoals de Perzische koning regeert hij als een goddelijke alleenheerser over zijn wereldrijk. Om de culturele eenheid in zijn rijk te bevorderen, probeert hij Perzië te vergrieksen (= hellenisme). Hij laat groepen Grieken naar Perzië verhuizen. Hij maakt van het Grieks de officiële taal voor ambtenaren, wetenschappers, handelaars en soldaten. Daarvoor organiseert hij o.a. taallessen voor Perzen. Perzische soldaten krijgen les in Griekse gevechtstechnieken. Ook het aanmoedigen van huwelijken tussen Griekse en Makedonische militairen en Perzische vrouwen moet het hellenisme bevorderen. Alexander huwt zelf in 327 v.C. met de Bactrische prinses Roxane. Op heel wat plaatsen in zijn rijk sticht hij nieuwe steden die meestal de naam Alexandrië krijgen. Alexandrië in Egypte groeit later uit tot een van de belangrijkste steden van de oudheid. Samen met de eenheidstaal bevorderen die steden de handel. Om de handel te vergemakkelijken, voert hij in heel zijn rijk de Attische (Atheense) munt in.

- Waar ligt Bactriana? Wat zou de hedendaagse nationaliteit van prinses Roxane zijn? Iraans of Afghaans

em

- Welke bedoeling had Alexander de Grote met het sluiten van gemengde huwelijken tussen edelen van verschillende volkeren? Zo stelt hij zijn eigen machtspositie veilig in de ogen van de plaatselijke bevolking en de vroegere elite.

jk ex

- Bewijs dat Alexander de Grote het voorbeeld geeft. Hij huwt zelf met een Perzische prinses.

4

Het rijk valt uit elkaar

In

ki

Alexander de Grote sterft te snel om het rijk goed te kunnen organiseren. Zijn generaals, de Diadochen, bestrijden elkaar en het rijk valt uiteen in verschillende kleinere koninkrijken: de hellenistische rijken. Die rijken maken een economische en culturele bloei mee. Toch profiteren enkel de rijkste mensen van die hellenistische bloei. De gewone bevolking betaalt zware belastingen en beschikt over een zeer klein inkomen. De vermenging van verschillende volkeren mislukt. Bovendien bestrijden de koninkrijken elkaar. Vanaf de 2e eeuw v.C. worden ze stuk voor stuk veroverd door andere volkeren, zoals de Romeinen en de Parthen.

90

LES 12

Alexander de Grote en de hellenistische rijken


De hellenistische rijken of Diadochenrijken ca. 301 v.C.

r

OPDRACHT 5

pl aa

- Vergelijk deze kaart met die van opdracht 2. Wat is er veranderd?

Het rijk van Alexander de Grote is opgesplitst in verschillende koninkrijken o.l.v. de Diadochen.

- Hoeveel tijd verloopt er tussen de situatie op beide kaarten?

OPDRACHT 6

em

23 jaar

Alexander de Grote voorgesteld in een Romeinse mozaïek

jk ex

‘Alexander de Grote blijft tot lang na zijn dood populair.’ Juist of onjuist? Motiveer je antwoord.  Juist. De Romeinse mozaïek is

 ongeveer 400 jaar na de dood van

ki

 Alexander de Grote gemaakt. 

In

 

Mozaïek, Huis van de Faun, Pompeji, 1e eeuw

C DE GRIEKSE STADSTATEN

91


ONWAARSCHIJNLIJK!

jk ex

em

pl aa

r

De Makedoniër Ptolemaeus is van in zijn kindertijd een goede vriend van Alexander en bestuurt in diens naam als generaal Egypte. Al snel na de dood van Alexander beseft hij dat het rijk het best in drie stukken wordt gesplitst. Maar waar moet het lichaam begraven worden? Moet men het terug naar Makedonië brengen? Tijdens zijn leven voorspelt Alexanders geliefkoosde waarzegger Aristander ‘dat het land waar zijn lichaam begraven wordt het meest welvarende ter wereld zal worden’. Ptolemaeus wil het lichaam dan ook voor zichzelf houden. Maar Perdiccas, die aan de macht is tot Alexanders zoon oud genoeg is om de leiding over te nemen, denkt daar anders over. Het duurt nog twee jaar vooraleer de sarcofaag van Alexander vanuit Babylon op weg gaat naar zijn laatste rustplaats. Het einddoel is tot op heden onbekend. De mummie ligt in twee gouden kisten met daarop een purperen mantel en de wapenrusting van Alexander. Voor het vervoer bouwt men een gouden wagen met een dak dat door ionische zuilen wordt gedragen. Het plafond is beschilderd met taferelen die de heldendaden van Alexander voorstellen. Niet minder dan 64 muilezels trekken de koets die wordt voorafgegaan door een lange processie. Ptolemaeus heeft zijn spionnen en ligt in een hinderlaag klaar. In de buurt van Damascus slaat hij toe. Hij rooft de sarcofaag en vervoert die naar Egypte. Omdat de graftombe van Alexander en de stad Alexandrië nog niet volledig klaar zijn, brengt hij de kist tijdelijk naar de tempelstad Memphis. Hoe het de sarcofaag en Alexanders mummie verder verging? Ten tijde van Julius Caesar is de gouden kist van Alexander vervangen door een van kristal. Ptolemaeus IV laat de kist smelten en verkopen omdat hij zonder geld zit. De Romeinse keizer Augustus wil het lichaam van Alexander aanraken en breekt per ongeluk zijn neus af. De beschaamde Augustus kan niet anders dan hem weer laten vastplakken. Vele eeuwen later ligt de graftombe er als een ruïne bij, net zoals de eens zo bloeiende stad Alexandrië. Het is niet bekend of het lichaam van Alexander tot in onze tijd bewaard is gebleven en op welke plaats het zich dan bevindt.

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

In

ki

1 het begrip ‘hellenisme’ verklaren 2 twee redenen geven waarom Philippos II Hellas wil veroveren 3 uitleggen hoe Philippos II het overwonnen Hellas verenigt en onderwerpt 4 de verovering van het Perzische Rijk beschrijven 5 drie voorbeelden van de hellenistische politiek van Alexander de Grote geven 6 uitleggen hoe Alexander de Grote de economie in zijn rijk bevordert 7 uitleggen hoe het rijk van Alexander de Grote uit elkaar valt

92

LES 12

Alexander de Grote en de hellenistische rijken

KUNNEN 1 het wereldrijk van Alexander de Grote op een blinde kaart situeren 2 informatie uit geschreven bronnen afleiden 3 zelf een strategie ontwikkelen en die met de politiek van Alexander de Grote vergelijken 4 ideeën van je groepje aan andere klasgenoten overbrengen 5 je keuzes met argumenten uitleggen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES 12 SCHEMA

Alexander de Grote en de hellenistische rijken 1 Philippos II van Makedonië verenigt het verdeelde Griekenland Philippos II (koning van Makedonië, bewonderaar van de Griekse cultuur) Waarom? - Wil een groot rijk uitbouwen

-  Wil de groeiende macht van de Perzen tegenhouden

pl aa

r

Onderwerping van Griekenland: sticht de Korinthische Bond: - Griekse poleis blijven zelfstandig. -  Aanvaarden Makedonische leiding  -  Sparta is vrijgesteld.

2 Alexander de Grote verovert een wereldrijk

Verovert in vier jaar tijd het Perzische Rijk Verwoest hoofdstad Persepolis Perzische legeraanvoerder vermoordt Perzische koning. Alexander wordt opvolger. Droomt van wereldheerschappij    wil Indië veroveren Alexander sterft in 323 v.C.

em

- - - - - -

jk ex

3 De hellenistische politiek van Alexander de Grote Bestuur Alexander de Grote

Democratische polis

Goddelijke alleenheerser

Burgers hebben politieke macht.

ki

Hellenistische politiek Wat? Het Perzische Rijk vergrieksen = de Griekse cultuur verspreiden in Perzië

In

Hoe? - Volksverhuizingen van Grieken naar het Perzische Rijk - Gemengde huwelijken - Zelf huwt hij een oosterse prinses. - Sticht nieuwe steden: Alexandrië met gemengde bevolking - Grieks wordt voertaal van ambtenaren, soldaten, kooplui en wetenschappers. - Eenheidsmunt (Attische munt)

4 Het rijk valt uit elkaar - - - - -

Generaals bestrijden elkaar.    Het rijk valt uit elkaar. Culturele vermenging mislukt. Enkel rijken profiteren van hellenistische bloei. Onderlinge strijd   verzwakking Romeinen en oosterse volkeren    veroveren hellenistische rijken

C DE GRIEKSE STADSTATEN

93


13

De Griekse kunst Ook in onze tijd bewonderen vele toeristen de overblijfselen van Griekse gebouwen en beelden. Elk belangrijk geschiedkundig museum in Europa en zelfs Noord-Amerika bezit een afdeling met Griekse kunst.

pl aa

r

Wat zijn de typische kenmerken van de Griekse bouwkunst en de Griekse beeldende kunsten?

5 4 19

±

17

5

5 ±

±

50

0

14

0 8 ±

em

KLASSIEKE OUDHEID

MIDDELEEUWEN

HEDENDAAGSE TIJD MODERNE TIJD

VROEGMODERNE TIJD

jk ex

1

±

. 0

v.

C

. C v. 0 0 35 ±

PREHISTORIE OUDE NABIJE OOSTEN

0

0

Kaartnr(s).

De Griekse bouwkunst is een openbare, monumentale kunst De Grieken maken grote bouwwerken. Wat is de functie of bedoeling van de volgende bouwwerken?

In

ki

OPDRACHT 1

94

LES 13

Tempel: vereren van de goden

Stadion: Sportwedstrijden organiseren

Theater: toneelvoorstellingen geven

Agora: ontmoetingsplaats voor mensen

De Griekse kunst


OPDRACHT 2

- Bestudeer de afbeelding van de Griekse tempel. Ontdek aan de hand van de volgende oefeningen de kenmerken ervan.

volle muren / gebruik van zuilen kleurrijke fries / sobere fries in beweging / in harmonie en evenwicht

pl aa

eenvoudige bouwstijl / ingewikkelde bouwstijl

r

- ­Wat zijn de typische kenmerken van een Griekse tempel? Omcirkel.

gebruik van beeldhouwwerken / geen gebruik van beeldhouwwerken symmetrisch / niet symmetrisch

em

open bouwwerk / gesloten bouwwerk

jk ex

- In de Griekse bouwkunst kun je drie bouwstijlen onderscheiden: de Dorische, Ionische en Korinthische. Vooral in de opbouw van de zuilen worden de verschillen tussen de drie bouwstijlen erg duidelijk. Bekijk de tekeningen aandachtig en vink de juiste eigenschappen aan. a

In

ki

a Dorische stijl b Ionische stijl c Korinthische stijl

a

b

b

c c

a

b

c

C DE GRIEKSE STADSTATEN

95


Dorisch Voetstuk Eenvoudig kapiteel

Ionisch

Korinthisch

X

X

X

Kapiteel met krullen

X

Kapiteel met bladmotief

X

Zwaar en log

X

Licht en slank

X

X

- Op de Akropolis in Athene staan verschillende bouwwerken. Surf op het internet en ontdek de functie van deze verschillende bouwwerken. Propyleeën

tempel ter ere van de godin Athena 

toegangspoort tot de Akropolis  Standbeeld van Athena

ki

jk ex

Nikètempel

Functie:

em

Functie:

pl aa

r

Parthenon

In

Functie:

 tempel ter ere van de overwinningsgodin Nikè Erechtheum

Functie:  voorstelling van de godin Athena

Functie: tempel voor de legendarische koning Erechtheus

96

LES 13

De Griekse kunst


OPDRACHT 3

Het Parthenon op de Akropolis in Athene

pl aa

r

Deze tempel voor Pallas Athene werd uit marmer opgetrokken op een grondvlak van ca. 72 bij ca. 36 meter. Een zuil heeft een diameter van 1,8 meter en een hoogte van 9,5 meter. De hoekzuilen zijn iets breder.

- Bekijk de zuilen. Tot welke bouwstijl behoort deze tempel?

2

em

 Dorische stijl

In de Griekse beeldhouwkunst zijn er drie periodes De archaïsche periode (7e-6e eeuw v.C.) .

E=U

V = R

D = ELD

ki

jk ex

OPDRACHT 4

- Welk beeld verbergt de rebus? Kourosbeeld

In

- Uit welke periode dateert het beeld? Noteer ook de juiste eeuwen. Archaïsche periode (7e-6e eeuw voor Christus)

- Wat is de naam van het beeld dat hier wordt afgebeeld? Kouros - Wat stelt het beeld voor? Een naakte jongeman

C DE GRIEKSE STADSTATEN

97


- Juist of fout? Zet telkens een kruisje in de juiste kolom. Verbeter de foute uitspraken. Juist a De kouros toont veel gevoelens of emoties.

Onjuist X

 emoties Weinig b Het beeld is statisch.

X

 c Het beeld is symmetrisch.

X

 d Het beeld heeft een juiste lichaamsbouw of anatomie.

X

 lichaamsbouw is foutief. De

pl aa

 Marmer

r

e Het beeld werd gemaakt uit beton.

X

- Dit is een korè of jong meisje. Noteer twee duidelijke verschillen met de kouros.



em

 Het meisje is niet naakt. Ze heeft een andere houding.

- Vergelijk het kourosbeeld met het Egyptische beeld. Noteer drie gelijkenissen.  Weinig beweging

jk ex

 Weinig emoties

 Dezelfde lichaamshouding

Egyptisch beeld

ki

korè

De klassieke periode (5e eeuw v.C.)

In

OPDRACHT 5

V = D

B = C

S = R

- Welke sportman loopt doorheen de rebus? Discuswerper - Uit welke periode dateert het beeld? Noteer ook de juiste eeuw. De klassieke periode (5e eeuw v.C.)

98

LES 13

De Griekse kunst

- BE


- Welk moment wordt hier afgebeeld? Het moment net voor het wegwerpen van de discus. - Welke letter herken je in het beeld? Kies uit: Y – V – S – W Probeer de letter op het beeld te tekenen. - Omcirkel de kenmerken die voor dit beeld gelden. statisch

soepele houding naakt

weinig gevoelens

beweging

de gewone mens

de ideale, mooie mens geen beweging

foute anatomie

kracht

juiste anatomie

De hellenistische periode (4e - 2e eeuw v.C.)

CH = LA

em

OPDRACHT 6

pl aa

r

veel emoties

N=P

jk ex

- De naam van deze beeldengroep lees je in de rebus. Laocoöngroep

- Uit welke periode dateren deze beelden? Noteer ook de juiste eeuwen.

Hellenistische periode (4e - 2e eeuw voor Christus)

ki

- Juist of fout? Zet telkens een kruisje in de juiste kolom.

In

Verbeter de foutieve uitspraken. Juist

a Ik zie weinig gevoelens op de gezichten van de beelden.

X

 Veel emoties

b De beelden stellen de gewone mens met zijn onvolmaaktheden voor. 

X

c De beelden zijn onrealistisch.

X

 Zeer realistisch

d De beelden zijn niet expressief.

X

 Expressie op gezicht en in lichaamshouding

e In de hellenistische periode maakt soberheid plaats voor praalzucht. 

Onjuist

X

C DE GRIEKSE STADSTATEN

99


3

De Griekse schilderkunst is een belangrijke bron voor de historicus

OPDRACHT 7

Is het nu zwart op rood of …

- K

- H

-Z

- Zie je ook hier welk woord de rebus verbergt? Keramiek - Waarom is het Griekse aardewerk zo interessant voor de historicus? De taferelen geven ons informatie over het doen en laten van de Grieken.

zwartfigurige

em

pl aa

r

- Noteer bij elke amfoor de juiste stijl en vink de juiste beschrijving aan.

stijl =

roodfigurige

stijl =

zwarte figuren op een rode achtergrond.

rode figuren op een zwarte achtergrond.

X rode figuren op een zwarte achtergrond.

jk ex

X zwarte figuren op een rode achtergrond.

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

In

ki

1 de begrippen ‘beeldende kunsten’, ‘realisme’ en ‘idealisme’ in de kunst uitleggen 2 uitleggen wat monumentale, openbare en praktische bouwkunst betekent 3 vier Griekse bouwwerken benoemen en de functie ervan beschrijven 4 vier kenmerken van een Griekse tempel opsommen 5 de drie Griekse bouwstijlen opnoe­ men en van elke zuil minstens twee duidelijke kenmerken geven 6 de drie periodes van de Griekse beeldhouwkunst opnoemen, in de tijd situeren en voor elke periode twee kenmerken geven 7 het belang van Griekse vazen voor de historici uitleggen

100

LES 13

De Griekse kunst

KUNNEN 1 de stijl van een tempel herkennen 2 de bouwwerken van de Atheense akropolis benoemen 3 oog hebben voor de schoonheid van antieke gebouwen 4 informatie op het internet opzoeken 5 aan de hand van een afbeelding één verschil tussen zwart- en roodfigurige vazen geven 6 aan de hand van een beeldhouwwerk de termen ‘realisme’ en ‘idealisme’ uitleggen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES 13 SCHEMA

De Griekse kunst 1 De Griekse bouwkunst is een openbare, monumentale kunst openbaar: gemaakt voor het grote publiek monumentaal: zeer groot

Kenmerken van een Griekse tempel:

pl aa

Voorbeelden Griekse bouwwerken: - stadion - theater - agora - tempel

r

Griekse bouwkunst is

- eenvoudige, open bouwstijl - symmetrische opbouw - kleurrijke fries met beeldhouwwerken

em

- gebruik van zuilen

ki

jk ex

Drie bouwstijlen in Griekse bouwkunst: a Dorische stijl b Ionische stijl c Korinthische stijl

In

a

b

a

b

c

c

C DE GRIEKSE STADSTATEN

101


2 In de Griekse beeldhouwkunst zijn er drie periodes Klassieke (5e eeuw v.C.)

Hellenistische (4e – 2e eeuw v.C.)

- Kouros: naakte jonge man

- Voorstelling van ideale, mooie mens

- Voorstelling van gewone mens: realistische kunst

- Korè: jonge vrouw met kleed

- Meer beweging in beelden

- Heel veel beweging in beelden

- Statisch, geen beweging

- Aandacht voor juiste anatomie

- Mensen afbeelden zoals ze in werkelijkheid zijn

- Symmetrisch, ongeveer gelijke helften

- Weinig uitbeelding van emoties

- Heel veel uitdrukking van gevoelens

- Weinig uitbeelding van emoties

- Momentopname

- Soberheid maakte plaats voor praalzucht.

pl aa

- Invloed van Egyptische beelden

r

Archaïsche (7e – 6e eeuw v.C.)

Griekse schilderkunst: - op keramiek of aardewerk - taferelen uit dagelijks leven - twee stijlen:

jk ex

em

3 De Griekse schilderkunst is een belangrijke bron voor de historicus

In

ki

zwartfigurige stijl zwarte figuren op een rode achtergrond.

102

LES 13

De Griekse kunst

roodfigurige stijl rode figuren op een zwarte achtergrond


14

De Griekse filosofie De Griekse ideeën over politiek en de Griekse kunst beïnvloeden mensen tot vandaag. De Grieken leveren ook een belangrijke bijdrage aan de manier waarop mensen nadenken over de wereld. Vele bekende filosofen zijn Grieken.

pl aa

r

Maar wat is dat eigenlijk, een filosoof ? En hoe denken de Griekse filosofen over de wereld?

±

. C v. 2 32

HELLENISTISCHE FILOSOFIE

jk ex

Wat is filosofie?

Socrates, Plato, Aristoteles

em

PREHISTORIE NATUURFILOSOFEN

1

±

±

6

4

0

5

0

0

v.

v.

C

C

.

.

Kaartnr(s).

Zijn de onderstaande vragen een filosofische vraag of niet? Zet een kruisje in de juiste kolom.

In

OPDRACHT 1

ki

Zoals vele moeilijke woorden, is ook het begrip ‘filosofie’ afgeleid van het Grieks. Het betekent letterlijk ‘liefde voor de wijsheid’. Mensen die nadenken over onverklaarbare gebeurtenissen, zonder gebruik te maken van godsdienst, noemen we ‘filosofen’.

Vraag

Wat is het doel van het leven?

Filosofisch

Niet-filosofisch

X

Hoe werkt de bloedsomloop?

X

Wat zijn de delen van de plant?

X

Wat is ‘goed’ en wat is ‘kwaad’?

X

Bestaat er een god?

X

Hoe maak je tomatensoep?

X

Hoeveel millimeter gaan er in één meter?

X

Wat is ‘waarheid’?

X

C DE GRIEKSE STADSTATEN

103


2

Het ontstaan van de filosofie: de natuurfilosofen In de Griekse oudheid beginnen verschillende mensen na te denken om de wereld te begrijpen, zonder dat ze daar godenverhalen voor moeten gebruiken. Zo ontstaat, door zelf na te denken, de eerste soort van wetenschap: de filosofie. De eerste filosofen kijken in de natuur om verklaringen te zoeken. Daarom noemt men hen natuurfilosofen. Ze zoeken in de natuur een oerstof. Dat is een materiaal dat aan de basis ligt van het hele bestaan. Voor sommige filosofen is dat water, voor anderen vuur, lucht of aarde. Latere Griekse filosofen bedenken andere verklaringen voor het ontstaan van de wereld. Ze combineren oerstoffen of gaan op zoek naar het kleinste deeltje: het atoom. Voor de Griekse filosoof Thales van Milete is water de oerstof. Dat is op het eerste gezicht niet zo slecht gevonden.

- Water kan veel zichtbare vormen aannemen. Het komt in de natuur voor in drie toestanden. Wat is of wordt water in de volgende toestanden? Vaste toestand  ijs

pl aa

r

OPDRACHT 2

Vloeibare toestand  water

Gasvormige toestand

 waterdamp

em

- Water is voor levende wezens heel belangrijk. Waarom? Geef twee mogelijke redenen. Mogelijke antwoorden: •  Ons lichaam bestaat voor ongeveer 60 % uit water. • Water is vitaal voor bv. het transport

jk ex

van  voedingsstoffen en de spijsvertering. • Water regelt de lichaamstemperatuur. ....

3

De grote filosofen: Sokrates, Plato en Aristoteles op zoek naar waarheid

In

ki

Alle filosofen bedenken hun eigen waarheid en niemand weet zeker wat nu waar of onwaar is. Is de oerstof water of vuur? Welke combinaties kloppen? Liggen atomen aan de basis van de wereld? Een aantal rondtrekkende leraars begint te verkondigen dat de echte waarheid gewoonweg niet kan gevonden worden. In de 5e eeuw v.C. spreken Sokrates en zijn leerlingen Plato en Aristoteles die leraars tegen. Ze bewijzen, elk op hun eigen manier, dat de waarheid kan gevonden worden door na te denken. Meer nog, zelf nadenken is volgens hen het doel van het leven. Je zou er gelukkig van worden en het goede in jezelf ontdekken.

OPDRACHT 3

- Zoek in je eigen leven naar een voorbeeld waaruit blijkt dat ‘nadenken’ nog altijd als belangrijk wordt gezien. Eigen antwoord van de leerling  - Maakt nadenken jou gelukkig? Verdedig je keuze en vergelijk je antwoord met dat van je medeleerlingen. Eigen antwoord van de leerling 

104

LES 14

De Griekse filosofie


4

De hellenistische filosofie Vanaf de 3e eeuw v.C. houden filosofen zich meer bezig met de praktijk: hoe kan filosofie je gelukkig maken. Er ontstaan daardoor verschillende filosofische opvattingen. De meeste aanhangers hebben het epicurisme, het stoïcisme en het cynisme. Aanhangers van het epicurisme beweren dat je elke dag moet genieten van het leven. De stoïcijnen vinden dat je verlangens met je verstand moet tegenhouden om in onthouding het ware geluk te vinden. De volgelingen van het cynisme geven vooral kritiek op de samenleving en de godsdienst.

OPDRACHT 4

- Ben je eerder een epicurist of een stoïcijn? Leg je keuze uit met behulp van een voorbeeld uit je dagelijks leven. Eigen antwoord van de leerling

r



pl aa

 - Een bekende Latijnse uitdrukking is ‘Carpe diem’, vertaald: ‘Pluk de dag’. Is dat een stoïcijnse of een epicurische zegswijze? Leg uit waarom. Eerder epicurisch, want genieten van het

em

leven is voor epicuristen belangrijk.

ki

jk ex



In

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN 1 het begrip ‘filosofie’ uitleggen 2 het belang van de natuur voor de natuurfilosofen verklaren 3 de reactie van Sokrates, Plato en Aristoteles op de natuurfilosofen duiden

KUNNEN 1 een filosofische vraag van een niet-filosofische vraag onderscheiden 2 verschillende ideeën van filosofen herkennen in een tekst Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

105


15

Het Griekse theater Het Griekse theater is vandaag nog steeds populair. Vlaamse theatergroepen spelen geregeld klassieke toneelstukken. Ook literatuur uit de klassieke oudheid wordt nog altijd uitgegeven en gelezen.

pl aa

r

Wat zijn de voornaamste kenmerken van het Griekse theater? Waarin verschilt het van het moderne theater?

5 4 19

±

17

5

5 ±

±

0

14

em

1

50

v. 0 0 8 ±

KLASSIEKE OUDHEID

±

. C

. C v. 0 0 35 ±

PREHISTORIE OUDE NABIJE OOSTEN

0

0

Kaartnr(s).

MIDDELEEUWEN

HEDENDAAGSE TIJD MODERNE TIJD

VROEGMODERNE TIJD

jk ex

Het Griekse toneel ontstaat vanuit de verering van Dionysos

In

ki

In Griekenland liggen religieuze en mondelinge tradities aan de basis van het theater. Het Griekse toneel ontstaat ongeveer in de 6e eeuw v.C. uit de halfjaarlijkse wijnfeesten ter ere van de god Dionysos. Men voert dan op straat kleine toneeltjes op: groepen mannen dragen, gehuld in een geitenvel, verhalen voor. Een man danst en zingt, terwijl de rest in koor antwoordt. Voor de echte toneelvoorstellingen bouwt men prachtige openluchttheaters. De theaterwereld telt bekende schrijvers zoals Aischylos, Sophocles, Euripides en Aristophanes. Het Griekse toneel kent twee genres: de tragedie (treurspel) en de komedie (blijspel). Een tragedie beeldt uit hoe mensen met hun gevoelens en problemen omgaan. Vaak is het een triest verhaal. In een komedie of blijspel wordt vaak de spot gedreven met de personen en gebeurtenissen uit het dagelijkse leven. Ook met politici wordt al eens gelachen in een toneelstuk. Aristophanes (446-385 v.C.) is vooral bekend als komedieschrijver. Het toneel van toen is een mengeling van dans, muziek en dichtkunst en valt het best te vergelijken met de opera van vandaag. De acteurs zingen en spreken, vaak in versvorm.

OPDRACHT 1

Kenmerken van het Griekse theater - Lees de lestekst en beantwoord deze vragen. - Waaruit is het Griekse theater ontstaan? voor de god Dionysos Wijnfeesten  - Welke twee genres bestaan er in het Griekse toneel? Komedie (blijspel) - tragedie (treurspel)

106

LES 15

Het Griekse theater


- Het Griekse toneel kun je vergelijken met de hedendaagse opera. Leg uit. Het toneel van toen was een mengeling van dans, muziek en dichtkunst.

2 OPDRACHT 2

pl aa

r

Grieks theater versus modern theater

- Maak een vergelijking tussen het Griekse theater en het moderne theater. Bekijk de afbeeldingen aandachtig en vul het schema verder aan. THEATERGEBOUW

jk ex

em

openluchttheater / schouwburg

openluchttheater / schouwburg

In

ki

a

b

a Ereplaatsen voor de rijken b Zitbanken  voor de armen.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

107


DELEN VAN HET THEATER

4

5

3 4

2 1

1 Zitplaatsen  2 Podium  of speelvlak

r

jk ex

3 Decor  4 Kleedruimtes 

pl aa

1

3

1 Theatron, zitplaatsen in een halfrond met vooraan erezetels 2 Orchestra of cirkelvormig speelvlak, met in het midden een klein altaartje ter ere van Dionysos. Proskènion of podium 3 Verschuifbare panelen 4 Skènè of verkleedruimte 5 Hijskraan voor de goden in het stuk

em

2

ACTEURS

In

ki

Ok jongens in de volgende scène spelen jullie twee vrouwen.

108

LES 15

Zowel  mannen als vrouwen, kinderen als

 Mannen spelen alle rollen (ook vrouwelijke

volwassenen 

 rollen) g maskers!

Het Griekse theater


ONWAARSCHIJNLIJK!

em

pl aa

r

‘Deus ex machina’ betekent letterlijk ‘god uit de machine’; het was een techniek die gebruikt werd in het Griekse theater. Griekse toneelschrijvers maakten van hun tragedies en komedies vaak erg ingewikkelde verhalen met tal van personages en gebeurtenissen. Geregeld waren er toneelstukken waarvan de verhaallijn naar het einde van het stuk volledig vastliep. De schrijver zag dan geen andere oplossing dan een god op het toneel te brengen die dan alles tot een goed of slecht einde bracht. Om een god ten tonele te laten verschijnen, hadden de Grieken zelfs een soort van hijskraantje waarmee een acteur op het toneel werd neergelaten. Op die manier kwam ‘een god’ dus letterlijk uit de machine.

jk ex

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

1 hedendaagse en historische bronnen vergelijken 2 informatie uit beeldmateriaal afleiden

In

ki

1 het begrip ‘mondelinge traditie’ uitleggen 2 de begrippen ‘komedie’ en ‘tragedie’ uitleggen 3 het ontstaan van het Griekse toneel uitleggen 4 het verschil tussen treurspel en blijspel uitleggen 5 de vormgeving van het Griekse toneel uitleggen 6 twee belangrijke Griekse toneelschrijvers opnoemen 7 het Griekse en moderne theater vergelijken op het vlak van theateropbouw, delen van het theater, opvoeringen, acteurs, kostumering, publiek, doel van het toneel

KUNNEN

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

109


LES 15 SCHEMA

Het Griekse theater 1 Het Griekse toneel ontstaat vanuit de verering van Dionysos Het Griekse toneel Ontstaan

ontstaan uit de wijnfeesten voor de god Dionysos

mengeling van dans, muziek en dichtkunst (vgl. hedendaagse opera)

pl aa

Vormgeving

r

Twee stijlen treurspel of tragedie blijspel of komedie

em

2 Grieks theater versus modern theater Grieks theater

Openluchttheater

Schouwburg

Theatron

Zitplaatsen

Orchestra of cirkelvormig speelvlak Proskènion of podium

Podium of speelvlak

Verschuifbare panelen

Decor

Skènè

Kleedruimtes

Opvoeringen

Komedie en tragedie

Musical, drama, opera, klucht, komedie, cabaret …

Acteurs

Mannen spelen alle rollen

Zowel mannen als vrouwen, kinderen als volwassenen

jk ex

Theatergebouw

In

ki

Delen van het theater

110

LES 15

Modern theater

Het Griekse theater


16

Onderzoek Atlantis

pl aa

r

Atlantis zou een continent zijn dat ooit tussen Afrika en Amerika lag en in de oceaan is verzonken. Die oceaan wordt dan ook de Atlantische Oceaan genoemd. De Griekse geleerde Plato vertelt dat verhaal voor het eerst in de 4e eeuw v.C. Veel later wordt het weer opgepikt en verder aangedikt. In tal van films, series, boeken, stripverhalen en tekenfilms komt Atlantis aan bod. In deze les onderzoek je wat je onder Atlantis moet verstaan.

BRON

Geschreven

Bron 1 a

±

19

17

5

4

5

0

0 ±

14 ±

0

50

5

HEDENDAAGSE TIJD MODERNE TIJD

VROEGMODERNE TIJD

Ongeschreven

X

Primair

Secundair

X

X

Bron 1 c

X

X

ki

Hedendaagse tijd

X

Bron 1 b Bron 2

X

X

X

X

Bron 3 c

X

X

X

Bron 4 a

X

X

X

Bron 4 b

X

X

X

In OPDRACHT 2

MIDDELEEUWEN

Antwoord door telkens een kruisje op de juiste plaats in de tabel te zetten. - Geef voor elke bron aan om welke soort bron het gaat. Geschreven –ongeschreven/ Primair –secundair. - Welke bronnen stammen uit de hedendaagse tijd?

jk ex

OPDRACHT 1

KLASSIEKE OUDHEID

em

PREHISTORIE OUDE NABIJE OOSTEN

±

. C v.

±

±

8

35

0

0

0

0

v.

C

.

Kaartnr(s).

Los een eerste historische vraag op. Geef ook weer welke bronnen je geraadpleegd hebt om ze te beantwoorden. Wat is Atlantis en wanneer zou het bestaan hebben? BRONNEN: BRON 1 a b c Bron 2     

C DE GRIEKSE STADSTATEN

111


OPDRACHT 3

Los een tweede historische vraag op. Geef ook weer welke bronnen je geraadpleegd hebt om ze te beantwoorden. Heeft Atlantis echt bestaan? BRONNEN: BRON 2 BRON 3 a b BRON 4 a b     

OPDRACHT 4

Formuleer hieronder zelf een historische vraag over het hedendaagse onderzoek naar Atlantis. 

r



pl aa



Een beeld van het verleden maken Omschrijf op basis van je onderzoek op een apart blad papier kort wat we onder Atlantis moeten verstaan. Hou daarbij rekening met volgende hulpvragen: wat is Atlantis? Wie en wanneer schrijft voor het eerst over Atlantis? Wat beweren sommigen dat Atlantis was? Waarom kan daaraan getwijfeld worden?

OPDRACHT 6

Ga na op basis van je onderzoek of onderstaande uitspraken juist of onjuist zijn. 1 Mensen passen het verhaal van Plato aan om te bewijzen dat ze Atlantis gevonden hebben. 2 Mensen proberen soms aan overblijfselen die ze vinden verhalen uit het verleden te koppelen. 3 Het beeld dat we van het verleden hebben, kan veranderen als we nieuwe bronnen vinden. 4 We mogen niet twijfelen aan de woorden van Plato, hij is immers een grote geleerde.

jk ex

em

OPDRACHT 5

JUIST

1 2 3

X X X

In

ki

4

ONJUIST

112

LES 16

Onderzoek Atlantis

X


BRON 1 Het eiland Atlantis volgens Plato A

pl aa

r

Het verhaal dat Critias vertelt, heeft hij van zijn grootvader gehoord, die het op zijn beurt van een vriend van Solon had. Die laatste heeft het in Egypte van priesters uit de stad Saïs vernomen. ‘Om te beginnen moeten wij ons herinneren dat het meer dan negenduizend jaar geleden is dat er volgens de doorgegeven verhalen een oorlog plaatsvond tussen de volkeren die voorbij de Zuilen van Herakles [Straat van Gibraltar] woonden en alle volkeren aan deze zijde (…) Men zegt dat onze stad [Athene] de leider was van de ene partij (…) Aan het hoofd van de andere kant stonden de koningen van het eiland Atlantis dat (…) vroeger groter was dan Libië [Noord-Afrika] en Klein-Azië tezamen. Thans is het ten gevolge van aardbevingen verzonken en vormt het nog slechts een ondoordringbare modder­massa en een belemmering voor de schepen die van hieruit naar de open zee willen ...’ (…) De oude hoofdstad was rijk aan natuurlijke bronnen en er was voedsel in overvloed. Hoge bergen boden beschutting tegen de noordenwind en over de weiden zwierven dieren zoals olifanten en paarden, die dronken uit meren en rivieren. Er regeerden tien koningen over dit paradijselijke eiland en de bewoners leefden er in volmaakte harmonie (…) en zij [de vorsten] hadden een enorme rijkdom, meer dan wat andere koningen en heersers ooit in hun bezit hadden of zullen hebben, zowel in de stad als op het platteland bezat men al wat men nodig had (…) het eiland zelf voorzag in de meeste zaken die nodig waren om te leven (…) Uit de aarde groef men alles op wat er maar te vinden was, zowel vast als vloeibaar en vooral (…) orichalcum (…) in die tijd even waardevol als goud (…) Uit: Plato, Critias, 360 v.C.

em

In twee geschriften, ‘Critias’ en ‘Timaios’, verwijst de Griekse filosoof Plato (427-347 v.C.) naar het eiland Atlantis. Plato laat in zijn werken dikwijls personen vertellen.

C Tekening uit de 17e eeuw, gebaseerd op Plato

In

ki

jk ex

B Tekening gebaseerd op de beschrijvingen van Plato

Tekening van de hoofdstad van Atlantis, gemaakt in de hedendaagse tijd

Op deze kaart bevindt het noorden zich aan de onder­ kant. Het oosten, met Spanje en Afrika, ligt links.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

113


BRON 2 Een popsong uit 1968

Naar: Donovan, Atlantis, 1968

pl aa

r

Het continent Atlantis was een eiland Dat voor de grote vloed lag Het gebied noemen we nu de Atlantische Oceaan. Zo een geweldig stuk land. Vanuit haar westelijke kust reisden prachtige zeilers met gemak naar Zuid- en Noord-Amerika, in hun schepen met beschilderde zeilen. Afrika was een buurman aan de overkant van een korte zeestraat. Het grote Egyptische tijdperk is slechts een overblijfsel van de Atlantische cultuur. De Antediluviaanse koningen koloniseerden de wereld. Alle goden die spelen in de mythologische drama’s, in alle legendes uit alle landen, kwamen uit het verre Atlantis.Haar lot kennende, stuurde Atlantis schepen naar alle uithoeken van de aarde (…)

em

In 1968 brengt de Schotse zanger Donovan (°1946) de song Atlantis uit. Hij baseert zich op de geschriften van Ignatius L. Donnelly, een schrijver uit de 19e eeuw, die beweert dat Atlantis de oorsprong vormt van alle beschavingen. Zijn boek heeft de ingewikkelde titel ‘De Antediluviaanse Wereld’. De song wordt in 2001 opnieuw uitgebracht, o.a. ter gelegenheid van de Disneytekenfilm ‘Atlantis’.

BRON 3 Sporen van Atlantis?

In

ki

jk ex

A Santorini (Thera)?

Santorini (Thera) is een eiland in de Middellandse Zee dat eigenlijk de restanten vormt van een grote vulkaan. Omstreeks 1646 v.C. ontplofte die vulkaan met een kracht gelijk aan 40 atoombommen. Een groot deel van het eiland werd weggeblazen. Vloedgolven overspoelden de kusten en andere eilanden van de Middellandse Zee. Tot voor kort dacht men dat die een einde maakten aan de Minoïsche beschaving op Kreta. Dat zou dan aan de basis liggen van de Atlantislegende. De ondergang van de Minoïsche beschaving gebeurde echter enkele honderden jaren later. Bovendien kloppen de ligging en de data niet met het Atlantis van Plato. www.historymuseum.ca

114

LES 16

Onderzoek Atlantis


B Voor de Spaanse kust? Satellietbedrijf denkt ruïnes van Atlantis gevonden te hebben: voor de kust van Spanje

pl aa

Uit: Het Laatste Nieuws, 16 november 2018

r

Volgens het bedrijf [Merlin Burrows] liggen de ruïnes van de beschaving voor de Spaanse kust, ten noorden van de stad Cadiz. In de buurt van nationaal park Doñana, waarvan wetenschappers denken dat het ooit een binnenzee was. En het beweert dat er ook ten noorden en ten zuiden van het park bewijsmateriaal te vinden is van de oude beschaving, in de vorm van resten van 15 andere nederzettingen in zee. De experts gebruikten satellietbeelden, luchtfotografie en grondobservaties om hun vaststellingen te doen en vonden naar eigen zeggen opmerkelijke parallellen met het verhaal van Plato.

C De archeoloog Carl Feagan over de ontdekking bij de Spaanse kust

em

Ik laadde Google Earth op en ging naar de locatie op de kaart. Ik zocht ongeveer 20 minuten naar de ‘cirkels’ (…) De ovale figuren die ze beschreven waren er. Ze vertoonden een zeer eigenaardig patroon. En er waren twee verschillende soorten van die figuren. De randen waren zeer brokkelig. Niet wat je verwacht van figuren die honderden jaren oud zouden zijn en zeker niet van figuren die meer dan tienduizend jaar oud zouden zijn. Mijn eerste ingeving was om na te gaan of ze in de recente geschiedenis te zien waren.

jk ex

Als je de tijdlijn in Google Earth enkele jaren terugzet, verdwijnen de cirkelvormige figuren gewoon. Ze zijn er niet meer. Daarom begon ik een snelle opzoekopdracht via Google. Nog geen minuut later vond ik een biologische studie uit begin 2004 over dezelfde locatie waar Merlin Burrows Atlantis situeert. De ‘cirkels’ die Merlin Burrows gevonden had, waren experimentele vijvers die men in 2004 en 2005 in Doñana National Park aangelegd had om plankton te bestuderen.

ki

Na een tijdje haalde Merlin Burrows elke verwijzing naar hun zogenaamde ontdekking van Atlantis van hun website. Uit: Archeology Review, 24 januari 2019

In

Carl Feagan is een Amerikaans archeoloog die allerlei verzinsels over de archeologie wil weerleggen.

C DE GRIEKSE STADSTATEN

115


BRON 4 Atlantis, een verzinsel? A Atlantis is een verzonnen stad, gebruikt als allegorie in twee dialogen van Plato (‘Critias’ and ‘Timaios’) om de staat en het nationalisme in het algemeen te bekritiseren … Plato beschrijft Atlantis als een agressor tegen Athene, 9000 jaar voor zijn tijd. Plato leefde zelf ongeveer 2400 jaar geleden (...) Plato beschrijft de Atlantiërs als slechte mensen die slaven maken van de volkeren die ze onderwerpen … Carl Feagan in: Archeology Review, 24 januari 2019

B

• •

r

pl aa

De priesters van Saïs benadrukten volgens Critias’ personage echter dat de Atlantisch-Atheense oorlog zo’n 8000 jaar voor de tijd van Solon gevoerd was –bijna 9000 jaar voor Christus: veel ouder dan enig bewijs dat moderne archeologen tot dusver vonden van een beschaving in het Middellandse Zeegebied of waar dan ook ter wereld (…) Blijft echter het feit dat Egyptologen geen enkele Egyptische tekst gevonden hebben die van de Atlantislegende verhaalt, los van het beweerde tijdstip, niet in Saïs noch elders (…) Plato’s dialogen vertolken zijn filosofie en vertonen een aantal vreemde kenmerken. Een daarvan is het gebruik van buitengewone, als waar voorgestelde verhalen om zijn ideeën helder uit te drukken. … bespreekt Plato de werktuigen die in de opvoeding van de jeugd aangewend moeten worden. Een daarvan is het gebruik van volledig verzonnen verhalen, aan de jeugd gepresenteerd als waargebeurde geschiedenis.

em

Stukjes uit Kevin Christopher, Atlantis: Feit & Fictie (skepp.be/nl/buitenaards-leven-complotten/atlantis-feit-fictie)

jk ex

SKEPP is een organisatie van wetenschappers die beweringen en verschijnselen onderzoekt die zeer onwaarschijnlijk of onmogelijk zijn.

In

ki

allegorie: een beeld dat men schetst om iets abstract voor te stellen. Bijvoorbeeld: een mooie vrouw of man om de liefde voor te stellen. agressor: aanvaller, degene die een oorlog begint

116

LES 16

KENNEN

KUNNEN

1 kort omschrijven wat je onder Atlantis dient te verstaan

1 bronnen situeren in de tijd 2 bronnen indelen per soort en met elkaar vergelijken 3 bronnen onderzoeken op hun bruikbaarheid en betrouwbaarheid 4 informatie uit een bron halen 5 het beeld van het verleden beoordelen

Onderzoek Atlantis

(telkens met behulp van opdrachten en vragen)


OVERZICHT C

De Griekse stadstaten 2000 - 1200 v.C.

ACHAIËRS OF MYKENERS grootgrondbezitters

1000 - 800 v.C.

koning = alle macht

landbouw en handel

ONTSTAAN POLEIS ONTSTAAN ROME politieke verdeeldheid, culturele eenheid GRIEKSE KOLONISATIE grootgrondbezitters handelaars-ondernemers

landbouw

pl aa

750 - 550 v.C.

koning/adel = alle macht

r

grootgrondbezitters

landbouw handel nijverheid ROMEINSE REPUBLIEK

ATHENE 

SPARTA

em

500 - 323 v.C.

sociale ongelijkheid

jk ex

democratie

oligarchie

mannelijke burgers

Raad van de Ouden

PERZISCHE OORLOGEN

ki

Delisch-Attische Zeebond

In

Peloponnesische Bond

ATHENESPARTA     poleis in Hellas verzwakken

HET MAKEDONISCHE RIJK Alexander de Grote verovert een wereldrijk.

VANAF 323 v.C.

HELLENISTISCHE RIJKEN



C DE GRIEKSE STADSTATEN

117


Je hebt tijdens de vorige lessen de Grieken bestudeerd. Dat verhaal speelt zich grotendeels af in het oostelijke deel van de Middellandse Zee. In het westelijke deel ontstaat de stad­staat Rome. De Romeinen leven op het Italische schiereiland (Itali‘). Ze staan onder invloed van andere volkeren zoals de Etrusken en de Grieken.

a Het westelijke bekken van de Middellandse Zee b  Het Italische schiereiland n

e

Ad

nn

eën

pe

ene

p

A

Pyr

ij

IBERISCH SCHIEREILAND

l

em

CENTRAAL EUROPA

A

OPDRACHT

pl aa

r

D

De Etruskische stadstaten en het oudste Rome

ria

ti

ne

sc

n

he

ITALISCH SCHIEREILAND

e

jk ex

M i d d e l l a n d s e

Ze

Z

e

e

boven 2000 m

s A t l a

1500 - 2000 m 500 - 1500 m

NOORD-AFRIKA

200 - 500 m 100 - 200 m

0

500 km

In

ki

0 - 100 m

Omcirkel telkens het juiste antwoord. - Het Italische schiereiland ligt in het midden / aan de rand van het westelijke bekken. - Rome ligt aan de rivier de Nijl / de Po / de Tiber. - De zee tussen Italië en de rest van Europa heet de Adriatische Zee / Tyrreense Zee. - Dit gebergte loopt dwars door Italië van noord naar zuid: Alpen / Apennijnen / Pyreneeën.

118


17

De Etrusken In het noorden van het huidige Italië bevindt zich de streek Toscane. Die naam verwijst naar een volk uit de klassieke oudheid: de Tusci of Etrusken. Ze hebben veel invloed gehad op de Romeinse cultuur. In feite is er weinig bekend over de Etrusken.

pl aa

r

Wie zijn die Etrusken? En hoe komt het dat we zo weinig over hen weten?

. C v. 5 ±

26

.

C

v.

0

0

4

BLOEIPERIODE VAN DE ETRUSKISCHE SAMENLEVING

ROMEINSE VEROVERINGEN

em

BEGIN ETRUSKISCHE SAMENLEVING

±

±

±

9

70

0

0

0

v.

v.

C

C

.

.

Kaartnr(s).

1

De mysterieuze Etrusken in Italië

In

ki

jk ex

(1) Het Etruskische volk leeft ten noorden van Rome. Hun gebied bestaat net zoals in Hellas uit vele stadstaten. De Etrusken zouden zowel koningen als verkozen leiders gehad hebben. Dat verschilt van stadstaat tot stadstaat. (2) De Etrusken zijn waarschijnlijk een rijk volk geweest. In hun gebied bevinden zich immers grote voorraden aan ijzererts. De vraag naar ijzer voor wapens is in die tijd erg groot. De Etrusken ruilen hun ijzer tegen andere kostbare voorwerpen: uit Egypte is dat goud en ivoor. Uit Griekenland komt mooi versierd aardewerk. (3) De Etrusken beschouwen man en vrouw min of meer als gelijken. Aan de top van de samenleving staat een elite, rijk dankzij handel en landbouw. (4) We weten helaas niet zo veel over de Etrusken. Ten eerste zijn er maar weinig geschreven bronnen bewaard: we kennen geen verhaal, toneelstuk, gedicht of brief van de Etrusken. Enkel een fragment van een godsdienstig boek is bewaard. Alle informatie moet gehaald worden uit opschriften, opgegraven ruïnes en teruggevonden gebruiksvoorwerpen. Ten tweede gebruikten de Etrusken een eigen taal die tot vandaag grotendeels onbekend is. Onderzoekers hebben nog altijd maar een gedeelte van de Etruskische opschriften kunnen vertalen.

OPDRACHT 1

Lees de bovenstaande tekst en beantwoord de vragen. - Schrijf het juiste paragraafnummer van de tekst bij het bijbehorende maatschappelijke domein. Kies uit (1), (2), (3) en (4). Sociaal 3

  Economisch: 2

  Politiek: 1

  Cultureel: 4

- Wie bestuurden de Etruskische stadstaten? Koningen of verkozen leiders

D DE ETRUSKISCHE STADSTATEN EN HET OUDSTE ROME

119


- Waarom was ijzer zo belangrijk ten tijde van de Etrusken? Het werd gebruikt om wapens te maken. - Waarom weten we zo weinig over de Etrusken? Geef twee redenen. - Er zijn maar weinig geschreven bronnen bewaard. - Ze hadden een eigen taal, die tot vandaag grotendeels onbekend is. - Tegenwoordig is een sjeik een rijke oliehandelaar uit de Arabische wereld. Waarom worden de Etrusken ook wel ‘ijzersjeiks’ genoemd? Leg uit. Omdat er in hun gebied grote voorraden aan ijzererts waren. Ze ruilden dat ijzererts voor allerlei waardevolle goederen uit andere gebieden.

2

pl aa

Opgegraven Etruskische voorwerpen

r



OPDRACHT 2

em

Dankzij opgravingen zijn archeologen toch wat te weten gekomen over de Etrusken. Aan de hand van alledaagse gebruiksvoorwerpen, wapens en kunstwerken hebben zij een deel van de Etruskische cultuur kunnen blootleggen. Omdat ze geen tekst bevatten, maar het materiaal op zich informatie geeft over het verleden, worden ze materiële bronnen genoemd.

Bekijk aandachtig de Etruskische voorwerpen hiernaast. Schrijf de letters van de omschrijvingen bij de juiste afbeelding.

In

ki

jk ex

a Sandalen van hout. De twee stukken worden met scharnieren aan elkaar bevestigd. b Voetenbankje van klei c Kam d Bronzen scheermes, voorzien van een oogje om het mes op te hangen e Schild f Spiegel g Urne uit Volterra. Op de kist is een dikke jongen afgebeeld. Hij staat voor de poort van de onderwereld terwijl hij afscheid neemt van zijn familie. h Kaarsenhouder met een jongensfiguur i Helm

c

120

LES 17

De Etrusken

a


b

h

i

em

pl aa

r

g

f

In

ki

jk ex

d

e

D DE ETRUSKISCHE STADSTATEN EN HET OUDSTE ROME

121


De onderstaande afbeelding toont de ‘Chimaera van Arezzo’. Het beeld wordt beschouwd als een van de hoogtepunten van de Etruskische kunst. De Chimaera komt ook voor in Griekse en Romeinse verhalen.

OPDRACHT 3

b c

pl aa

r

a

- Welke drie dieren herken je in de Chimaera? Duid ze op de afbeelding aan met behulp van de letter. a Een  leeuw b Een  slang

em

c Een  geit

3

Etruskische inscripties

Dit is een afbeelding van een Etruskische tekst. Een dergelijke tekst wordt oorspronkelijk bevestigd op deuren en andere voorwerpen om duidelijk te maken wie in een huis woonde of welke functie een voorwerp had.

jk ex

OPDRACHT 4

In

ki

Een vrije vertaling: “De koning van het volk, Thefarie Velianas, heeft een standbeeld geschonken aan de godin Astarte. Hij heeft dat gedaan omdat Astarte hem drie jaar heeft beschermd als koning. Hopelijk blijft het beeld zoveel jaren bestaan als er sterren in de hemel zijn.” - Waarom heeft koning Thefarie Velianas een standbeeld voor Astarte laten maken? Omdat de godin hem drie jaar heeft beschermd als koning.  

122

LES 17

De Etrusken


OPDRACHT 5

Deze Etruskische vaas of inktpot stelt een kip voor. Op de vaas staat een deel van het Etruskische alfabet geschreven. - Welke letters van ons eigen alfabet herken je? Noteer ze. A B C D E F R I K - Aan welk ander alfabet doet het geschrift je denken? Het Griekse 

In

ki

jk ex

em

pl aa

r



Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN 1 de indeling van het Etruskische Rijk beschrijven 2 de rijkdom van de Etrusken verklaren 3 het gebrek aan informatie over de Etrusken uitleggen 4 een chimaera beschrijven 5 het nut van materiële bronnen uitleggen

KUNNEN 1 Etruskische voorwerpen op een foto herkennen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

D DE ETRUSKISCHE STADSTATEN EN HET OUDSTE ROME

123


LES 17 SCHEMA

De Etrusken Wie zijn die Etrusken? En hoe komt het dat we zo weinig over hen weten?

1 De mysterieuze Etrusken in Italië

r

Het Etruskische volk - leeft ten noorden van Rome - stadstaten bestuurd door koningen of verkozen leiders - handel in ijzererts met Egypte en Griekenland goud en ivoor aardewerk

pl aa

- mannen en vrouwen min of meer gelijk

- elite aan top van samenleving

em

Weinig geweten over Etrusken - weinig geschreven bronnen, materiële bronnen - taal grotendeels onbekend

2 Opgegraven Etruskische voorwerpen

jk ex

Gebruiksvoorwerpen, wapens en kunstwerken fabeldier = chimaera geloof in goden en een hiernamaals

In

ki

Etruskische opschriften

124

LES 17

De Etrusken

  kennis Etruskische cultuur

Etruskisch alfabet lijkt op het Griekse alfabet.


18

Rome begint als stadstaat Omstreeks 1000 v.C. ontwikkelt zich op het Italische schiereiland de Romeinse samenleving.

pl aa

r

Hoe is de stadstaat Rome ontstaan? Waar komen de Romeinen vandaan? Welke kenmerken heeft de Romeinse samenleving? Hoe wordt het bestuur in het Oude Rome georganiseerd?

ontstaan Rome

mythische stichting

47

6

1

.

.C

v

HET KEIZERRIJK

Juist of onjuist? Kruis aan.

jk ex

OPDRACHT 1

DE REPUBLIEK

em

HET KONINKRIJK

27

v. C 9 50

±

10

75

0

3

0

v.

v. C

.

.

C

.

Kaartnr(s).

Juist

Rome ligt in het midden van Italië.

Onjuist

X X

De Grieken en de Romeinen komen nooit met elkaar in contact.

X

ki

Wanneer Rome ontstaat, is de Griekse cultuur uitgedoofd.

1

In

GROEPSWERK

Het ontstaan van Rome: mythe en wetenschap De Romeinen zijn Indo-Europeanen die zich omstreeks 1000 v.C. op het Italische schiereiland vestigen. Ze geloven zelf dat ze afstammen van de tweeling Romulus en Remus, maar de wetenschap vertelt een ander verhaal: in de 10e eeuw v.C. ontstaan de eerste nederzettingen in Latium, een moerassig, heuvelachtig en vruchtbaar gebied aan de Tiber. De bewoners van die streek zijn eenvoudige herders en boeren. Aan de kust wordt er aan zoutwinning gedaan. Rome ligt gunstig: midden op de verbindingsweg tussen het noorden en het zuiden van Italië. De heuvels en moerassen vormen een natuurlijke bescherming tegen invallers. De afstand tussen Rome en de zee is groot genoeg om veilig te zijn voor zeerovers. De Tiber is ideaal om goederen te vervoeren en de zee te bereiken.

D DE ETRUSKISCHE STADSTATEN EN HET OUDSTE ROME

125


Naam:

Klas:

Nr.:

Score:

Groepsleden:

OPDRACHT 2

Lees de lestekst en vul punt 1 in het schema op blz. 110 aan.

OPDRACHT 3

Bron De mythe van Romulus en Remus

Uit: Een nieuwe geest (Time Life)

pl aa

r

De eerste geschiedenis van Rome verschijnt pas tegen het einde van de 3e eeuw v.C. Veel Griekse en Romeinse schrijvers baseren zich op oude verhalen. Een van de bekendste is dat van de tweeling Romulus en Remus. Ze zijn de zonen van de oorlogsgod Mars en een menselijke prinses. Hun menselijke oom, bevreesd voor zijn troon, wil hen doden. De tweeling wordt in een mandje in de Tiber geworpen. Het mandje strandt in de modder van de rivier. De kinderen worden gered en gezoogd door een wolvin. Later verslaan zij hun oom. Romulus sticht de stad Rome op 21 april van het jaar 753 v.C. Voordien heeft hij zijn broer gedood. De tweeling had immers ruzie over de heuvel waar de stad gebouwd moest worden. Livius, een Romeinse schrijver, is ervan overtuigd dat de stad beschermd wordt door de goden. Hij laat daarom in zijn verhaal Romulus uitroepen: ‘Ga, en verkondig aan de Romeinen dat het de wil der goden is dat mijn Rome de hoofdstad van de wereld zal zijn.’

Ook de moeder van de tweeling heeft een opmerkelijke stamboom: ze stamt af van de mythische

em

koningen van Troje en van de godin Venus. De mythe wordt opgeschreven door de dichter Vergilius en de geschiedschrijver Livius in de 1e eeuw v.C. Zij deden dat in opdracht van keizer Augustus.

jk ex

- Is een mythe een betrouwbare bron over het verleden? TIP Gebruik de woordenlijst achteraan in je boek. Nee, mythen zijn verhalen over goden, halfgoden of goddelijke voorouders. 

ki

- Haal minstens twee onwaarschijnlijkheden uit het verhaal van de stichting van Rome.

Dit bronzen beeld stelt een wolvin voor terwijl

In

Romulus en Remus zijn zonen van de god Mars. ze Romulus en Remus zoogt. De wolvin zou Ze worden opgevoed door een wolvin. 

- Hoeveel jaren verstrijken er ongeveer tussen de mythische stichting van Rome en het opschrijven van de mythen door Vergilius en Livius?

gemaakt zijn door een Etruskische kunstenaar. Recent onderzoek trekt de ouderdom van het beeld in twijfel. Het zou ook uit de middeleeuwen kunnen dateren. De tweeling wordt pas later toegevoegd en dateert uit de 16e eeuw.

Ongeveer 700 jaar of 7 eeuwen - Waarom laat keizer Augustus de mythe opschrijven, denk je? Leg uit. Keizer Augustus wil de roem van het Romeinse Rijk vergroten door het ontstaan van Rome te verbinden met de Trojaanse koningen en de goden. 

126

LES 18

Rome begint als stadstaat


2

Kenmerken van de Romeinse samenleving De Romeinse samenleving is een patriarchale samenleving. Het familiehoofd, de ‘pater familias’, heeft alle macht. Hij bezit alles en beslist alles. De familie is de basis van de Romeinse samenleving. Verschillende families met dezelfde voorvader vormen samen een ‘gens’ (meervoud: gentes) of geslacht. In de 6e eeuw v.C. zijn er ongeveer 60 gentes in Rome. De Romeinse samenleving bestaat uit verschillende groepen: de patriciërs of aristocraten geloven dat ze afstammen van de stichters van Rome. Ze bezitten bijna alle grond. De patriciërs kiezen de koning en geven hem raad. De gewone burgers worden plebejers genoemd. Ze bezitten persoonlijke vrijheden, maar hebben geen politieke macht. Het gaat meestal om boeren, ambachtslieden en handelaars. Vele boeren zijn afhankelijk van een patriciër of staan onder zijn bescherming. De slaven vormen een andere groep. Slaven zijn meestal krijgsgevangenen of hun afstammelingen. Meestal kennen ze een zwaar bestaan. Ze hebben weinig of geen rechten. Lees de lestekst en vul punt 2 in het schema op blz. 110 aan.

jk ex

em

pl aa

r

OPDRACHT 4

Een Romeins gezin aan tafel, reliëf uit de 3e eeuw v.C.

Bron De Romeinse samenleving

Romeinse mannen hadden veel meer macht en autoriteit dan vrouwen. De wetten, maar ook de traditie, bezorgden de mannen die macht. De wet gaf de man de volledige heerschappij over de familia. Dat was niet het gezin zoals wij het kennen: het omvatte het gezin (vader, moeder, kinderen), maar ook de andere mensen en bezittingen in het huis. ‘Huishouden’ is dus de beste vertaling voor ‘familia’. Het gezinshoofd, de man, bezat alles wat zich in het huis bevond: vrouw, kinderen, slaven en meubels. Het gezinshoofd was ook de gezinspriester, die offerde aan de huisgoden. Vrouwen mochten niet deelnemen aan het openbare leven en zeker niet stemmen bij verkiezingen.

In

ki

OPDRACHT 5

Uit: M. Corbishely, De Romeinse Wereld

- ‘Gezin’ of ‘familie’ is geen goede omschrijving voor ‘familia’. Welk woord is beter? Waarom? Huishouden: de familia omvat niet alleen de leden van het gezin, maar ook de andere mensen en de bezittingen in het huis. - Wie had in de Romeinse maatschappij de macht? De man

D DE ETRUSKISCHE STADSTATEN EN HET OUDSTE ROME

127


- Hoe noemen we een samenleving waarin de man alle macht heeft? Raadpleeg de lestekst. Een patriarchale samenleving  - Is er ondertussen veel veranderd aan de positie van de vrouw in de samenleving? Geef één voorbeeld. Ja,  vrouwen hebben dezelfde rechten als mannen, bv. stemrecht. OPDRACHT 6

Bron Rantsoenen voor de slaven

Uit: Cato de Oudere, De Agri Cultura

pl aa

r

Als de slaven ziek zijn, moeten zulke grote rantsoenen niet uitgedeeld worden. Verkoop uitgeputte ossen, besmet rundvee en besmette schapen, wol, huiden, een oude wagen, oud gereedschap, een oude slaaf, een ziekelijke slaaf en andere zaken die overbodig zijn. (…) Rantsoenen voor de werkers: vier ‘modii’* tarwe in de winter en in de zomer vierenhalf voor de slaven die op het land werken. Drieënhalf voor de opziener, de huisbewaarder, de meesterknecht en de schaapsherders.

‘De Agri Cultura’ is een praktisch naslagwerk voor de grootgrondbezitter, geschreven ca. 160 v.C. De Romeinse politicus Cato Maior (234-149 v.C.) is een typische vertegenwoordiger van de regerende klasse van het oude republikeinse Rome. * 1 modius = ca. 8,75 liter

em

- De rantsoenen zijn in de winter kleiner dan in de zomer. Hoe komt dat?

In de zomer wordt er op het veld gewerkt, dan verbruikt men meer energie en is er dus meer voedsel nodig.

jk ex

- Hoe verklaar je de nog kleinere rantsoenen voor bijvoorbeeld de opziener en de huisbewaarder? Ze verrichten minder zware arbeid en komen dus ook in de zomer met minder toe. 

- Wat moet men doen met oude en zieke slaven?

ki

Verkopen, omdat ze niet meer rendabel zijn

In

- Waarmee worden slaven vergeleken? Cato vernoemt de slaven in één adem met dieren en werktuigen. Een slaaf wordt gezien als een levend werktuig.

3

De koning bezit de grootste macht in het Romeinse bestuur De eerste bestuurders van Rome zijn koningen. Een Romeinse koning wordt gekozen voor het leven. Hij is opperpriester, opperrechter en opperbevelhebber. De koning beschikt dus over bijna alle macht. Hij kan aan de senaat, die bestaat uit familiehoofden van de belangrijkste patriciërs­families, bijstand en raad vragen. De koning kan ook de volksvergadering samenroepen. In de volksvergadering zetelen alle mannelijke patriciërs. Net als de senaat heeft de volks­ vergadering weinig inspraak. Ze kiest wel de koning.

128

LES 18

Rome begint als stadstaat


OPDRACHT 7

Lees de lestekst en vul punt 3 in het schema op blz. 111 aan.

OPDRACHT 8

Het bestuur in het koninkrijk Rome HET KONINKRIJK

advies

r

VERKIEZING

koning (levenslang) = opperpriester = opperrechter = opperbevelhebber

pl aa

senaat

volksvergadering

- Welke drie bestuursinstellingen bestaan er tijdens de koningstijd?

em

De koning, de senaat en de volksvergadering - Wie heeft de meeste macht?

De koning heeft de meeste macht.

jk ex

- Welke taak heeft de senaat?

De senaat geeft advies aan de koning. - Welke taak heeft de volksvergadering?

De volksvergadering kiest de koning.

ki

4

De invloed van de Etrusken op de stadstaat Rome

In

De Etrusken, die ten noorden van Rome in Etrurië leven, hebben een grote invloed op de Romeinen. Een aantal Etrusken worden koning van de stadstaat Rome. De Etrusken hebben de Romeinen ook nog op andere manieren beïnvloed. Van de Etrusken nemen de Romeinen de waarzeggerij over. Auguren of voorspellers proberen via voortekens in de natuur en door het bestuderen van dierlijke ingewanden de toekomst te voorspellen. De gladiatorenspelen komen via de Etrusken ook bij de Romeinen terecht. In de bouwkunst geven de Etrusken het goede voorbeeld. Zo leren de Romeinen van hen hoe ze kunnen werken met bakstenen, rondbogen, gewelven enz. Ze bouwen naar het voorbeeld van de Etrusken onder meer bruggen, riolen en wegen. Via de Etrusken komen de Romeinen in contact met de Grieken, die de Romeinse kunst zullen beïnvloeden.

OPDRACHT 9

Lees de lestekst en vul punt 4 in het schema op blz. XXX aan.

D DE ETRUSKISCHE STADSTATEN EN HET OUDSTE ROME

129


OPDRACHT 10

Bron 1 Detail van de ‘Apollo van Veii’

Bron 2 De ‘Chimaera van Arezzo’

De ‘Chimaera van Arezzo’. Het bronzen beeld stelt een mythisch monster voor. Het is ca. 75 cm hoog nu bewaard in het Nationaal Archeologisch Museum, Firenze.

pl aa

van klei en stelt de god Apulu voor. Het is 1,75 m hoog

en wordt gedateerd tussen ca. 380 v.C. en 360 v.C.,

r

Detail van de ‘Apollo van Veii’. Het beeld is gemaakt en wordt gedateerd tussen ca. 550 v.C. en 520 v.C., nu

bewaard in het Nationaal Etruskisch Museum van Villa Giulia, Rome.

Omcirkel de juiste antwoorden.

• De ‘Apollo van Veii’ is gemaakt uit brons / klei / marmer / steen.

em

• De Chimaera is een mythisch dier dat opgebouwd is uit een slang / geit / paard / leeuw. • Bron 1 / bron 2 wordt niet volledig getoond op de foto.

jk ex

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

In

ki

1 de begrippen ‘wetenschap’, ‘aristocratie’ en ‘patriarchale samenleving’ uitleggen 2 de begrippen ‘pater familias’, ‘gens’, ‘plebejers’, ‘senaat’ en ‘volksvergadering’ uitleggen 3 het ontstaan van Rome volgens de mythe van Titus Livius bondig navertellen 4 twee redenen voor de gunstige ligging van Rome geven 5 de levenswijze van de eerste Romeinen beschrijven 6 de Romeinse bevolking in drie groepen indelen en van elke groep twee kenmerken geven 7 drie gewoonten die de Romeinen van de Etrusken overnemen, opnoemen

130

LES 18

Rome begint als stadstaat

KUNNEN 1 een tekst in een schema samenvatten 2 informatie uit bronnen halen 3 het onderscheid tussen mythe en wetenschap maken 4 aantonen hoe een historische bron bewerkt is

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES 18 SCHEMA

Rome begint als stadstaat 1 Het ontstaan van Rome: mythe en wetenschap Ontstaan van Rome

Mythe  753 v.C.

Feiten : stichting door

: eenvoudige boeren en

herders vestigen zich in Latium.

pl aa

r

de tweeling Romulus  en Remus

10e eeuw v.C.

Kenmerken van Latium: moerassig, heuvelachtig, vruchtbaar, gebied aan de Tiber 

De ligging van Rome heeft heel wat voordelen. Twee voorbeelden:

- Rome ligt midden op de verbindingsweg tussen het noorden en het zuiden van Italië.

em



- Heuvels en moerassen vormen een natuurlijke bescherming tegen invallers.

jk ex



2 Kenmerken van de Romeinse samenleving De ‘familia’ is de basis van de Romeinse samenleving. ‘Pater familias’ = het  familiehoofd

. Hij bezit en beslist alles.

ki

‘Gens’ of geslacht =  verschillende families met dezelfde voorvader

In

De Romeinse samenleving bestaat uit verschillende bevolkingsgroepen.

1                      of aristocraten Patriciërs -  Ze geloven dat ze afstammen van de stichters van Rome. -  Ze bezitten bijna alle grond. -  Ze kiezen de koning en geven hem raad. 2                      of gewone burgers Plebejers -  Ze bezitten persoonlijke vrijheden, maar geen politieke macht. -  Het zijn boeren, ambachtslieden en handelaars. -  Boeren zijn afhankelijk van de patriciërs. 3                      Slaven -  Krijgsgevangenen of hun afstammelingen -  Ze leiden een zwaar bestaan. -  Ze hebben weinig of geen rechten.

D DE ETRUSKISCHE STADSTATEN EN HET OUDSTE ROME

131


3 De koning bezit de grootste macht in het Romeinse bestuur

Koning (levenslang) = opperpriester = opperrechter  kiest de koning

= opperbevelhebber  geeft advies aan de koning

De volksvergadering = alle mannelijke patriciĂŤrs

pl aa

r

De senaat = de familiehoofden

em

4 De invloed van de Etrusken op de stadstaat Rome De Etrusken hebben een grote invloed op de Romeinen. Vier voorbeelden daarvan:



jk ex

- Een  aantal Etrusken worden koning van de stadstaat Rome.

- Van  de Etrusken nemen de Romeinen de waarzeggerij over. 

- De  gladiatorenspelen komen via de Etrusken bij de Romeinen terecht.

ki



- De  Etrusken leggen de basis voor de Romeinse bouwkunst.

In



132

LES 18

Rome begint als stadstaat


Je hebt in het vorige onderdeel al kennisgemaakt met de stadstaat Rome. Oorspronkelijk wordt die geregeerd door koningen. In 509 v.C. ontstaat de Romeinse republiek. In de volgende hoofdstukken leer je hoe de Romeinen hun grondgebied verder uitbreiden en welke gevolgen dat heeft voor de samenleving en het bestuur. Het Romeinse Rijk is zo groot geweest dat je vandaag zowel in Europa, Afrika als Klein-Azië restanten terugvindt van Romeinse bouwwerken. Op deze bladzijde zie je enkele voorbeelden. In welk hedendaags land ligt elk bouwwerk? Zoek het juiste antwoord zelf op.

De ‘Porta Nigra’ in Trier

In

ki

jk ex

em

pl aa

r

E

De Romeinse Republiek

Romeinse villa in Volubilis

Tempel in Palmyra

E

De Romeinse Republiek

133


19

Rome wordt een ‘republiek’ De Romeinse koningen krijgen na een tijdje veel te veel macht. Ze houden geen rekening met de volksvergadering en de senaat. Volgens de oud-Romeinse overlevering wordt de laatste koning, de Etrusk Tarquinius Superbus, in 509 v.C. verjaagd. De Romeinen willen een ander bestuur en liefst zonder een koning.

pl aa

r

Hoe organiseren ze het bestuur? Wie krijgt er macht en wie niet? Is iedereen even gelukkig met de wijzigingen?

HET KONINKRIJK

1

DE REPUBLIEK

6 47

1

.

.C

v 27

HET KEIZERRIJK

mythische stichting

jk ex

ontstaan Rome

em

v. C

9 50

±

10

75

0

3

0

v.

v. C

.

.

C

.

Kaartnr(s).

Rome wordt een republiek

In 509 v.C wordt Rome een republiek. De naam is afgeleid van ‘res publica’: de ‘zaak van het volk’. Toch is het slechts een kleine groep die de touwtjes in handen heeft. Kun jij uitvissen wie?

ki

1 Ga samenzitten met drie of vier klasgenoten. 2 Neem een blad papier en schrijf er een van de volgende begrippen op. Zorg ervoor dat je buur niet meekijkt. Plak of speld het papier op de rug van je buur. Je kunt ook een etiket gebruiken. consul – pontifex maximus – senaat – volksvergadering – plebejer – proconsul 3 In de tabel en in de woordenlijst achteraan zie je wat de taken en de rechten van die politieke functies zijn. Lees de uitleg grondig. 4 Om te weten te komen wie je bent, stel je vragen aan je klasgenoten. Zowel de persoon die antwoordt als de persoon die de vragen stelt, mag gebruikmaken van de onderstaande informatie. De persoon die antwoordt, mag enkel antwoorden met ‘ja’ of ‘nee’. Natuurlijk mag je niet starten met de vraag: ‘Ben ik de consul?’ 5 Ga door tot iedereen zijn politieke functie heeft geraden.

In

OPDRACHT 1

134

LES 19

Rome wordt een ‘republiek’


Aantal

Tijdsduur

Taken

Consuls

2: moeten hun rol dus delen

één jaar

- zorgen voor het dagelijkse bestuur - moeten gestemde wetten uitvoeren - legeraanvoerders

Pontifex maximus 1

levenslang

opperpriester

Senaat

300

levenslang

- raad geven aan consuls - veiligheid van de staat - organiseren van de eredienst voor de goden - contacten met buitenland (ook oorlogen) - beheer van de belastingen (= financiën) -  openbare werken: aanleg wegen ...

Volks­vergadering

3 verschillende volksvergaderingen: - op basis van afkomst (patriciërs) - op basis van ‘klasse’

em

pl aa

r

Functie

jk ex

(rijkdom): hoe lager de ‘klasse’, hoe minder stemmen de groep (= klasse) mag uitbrengen. - op basis van de plaats

- wetsvoorstellen stemmen - beslissen over oorlog en vrede - consuls en magistraten kiezen Opgelet: hun beslissingen moeten altijd worden goedgekeurd door de senaat.

waar men woont

1 Men stelt een dictator aan wanneer de twee consuls het niet eens raken met elkaar.

zes maanden

- moet op korte termijn orde op

10, verkozen door de volksvergadering

één jaar

-  vetorecht in de senaat - kan wetsvoorstellen indienen

ki

Dictator

In

Volkstribuun

zaken stellen - kan beslissingen nemen waartegen geen veto kan worden gesteld

Proconsul

- ex-consul - wordt vaak gouverneur in een provincie (= een deel van het Romeinse Rijk)

Administratie

Het innen van de belastingen, het organiseren en het uitvoeren van de wetten ... gebeuren door een legertje ambtenaren.

- Welke instelling heeft in de republiek de meeste macht? De senaat

E

De Romeinse Republiek

135


- Geef daarvoor twee bewijzen. Bespreek met je leraar of met een klasgenoot.  senatoren zijn levenslang aan de macht. Ze beheren de financiën. Ze kunnen De  beslissingen van de volksvergadering afkeuren ... - Zijn in het hedendaagse België de parlementsleden levenslang benoemd? Leg uit.  Nee, maar ze kunnen wel herkozen worden. OPDRACHT 2

2

Wie zijn functie heeft gevonden, keert terug naar zijn plaats en vult punt 1 in het schema op blz. 118 aan.

Lees deze tekst. Beantwoord daarna de onderstaande vraag.

pl aa

OPDRACHT 3

r

Plebejers vechten om gelijke politieke rechten

em

• De armste klassen hebben (bijna) geen stemrecht in de volksvergadering, maar ze hebben ook een paar voordelen: ze moeten geen belastingen betalen en ze hoeven niet naar het leger. • Vanaf 500 v.C. start Rome met de verovering van de rest van Italië. Daarvoor hebben ze extra soldaten en geld nodig. Daarom verplichten ze de armeren (plebejers) om ook belastingen te betalen en als soldaat dienst te doen. Ze mogen nu ook naar de volksvergadering, maar daar stelt hun macht niet veel voor. • Door de oorlogen raken de plebejers in de problemen. Ze moeten hun velden bewerken, maar ze moeten ook naar het leger. Die twee taken vallen moeilijk te combineren. Ze kunnen geen slaven kopen om het werk op hun boerderij te doen.

jk ex

Wat zou jij doen mocht je een plebejer zijn? Bespreek het met je leraar of met een klasgenoot.  Eigen antwoord van de leerlingen  OPDRACHT 4

ki

ROLLENSPEL

In

1 Je werkt in groepjes van zes leerlingen. 2 Jullie krijgen allemaal een kaartje waarop het leven van een Romein staat uitgelegd. 3 Lees eerst grondig de tekst op je kaartje. 4 Ben je een plebejer of een patriciër? De patriciërs leggen een jas of trui over hun schouders. 4 Ga in discussie met de andere Romeinen van jouw groepje. Leg hen uit waarom jij ontevreden bent en wat je daaraan wil doen. 5 Je leraar zal daarna aan sommige Romeinen enkele vragen stellen.

136

LES 19

Rome wordt een ‘republiek’


- Stap voor stap geven de patriciërs toe en krijgen de plebejers meer rechten. Bekijk dit overzicht. Feit

498

Opstand van de plebejers

494

De plebejers trekken zich terug op de Heilige Berg. De senaat geeft toe. Ze krijgen twee volkstribunen.

486

Spurius Cassius, die een akkerwet ten gunste van het volk voorstelt, wordt van de Tarpeïsche rots geworpen.

421

Plebejers mogen ook quaestor worden.

367

Plebejers mogen ook consul worden.

366

Lucius Sextius is de eerste plebejer die consul wordt.

356

Plebejers mogen ook dictator worden.

351

Plebejers mogen ook censor worden.

337

Plebejers mogen ook praetor worden.

305

Plebejers mogen ook aedilis worden.

300

Plebejers mogen ook hogepriester worden.

286

De besluiten van de volksvergadering worden rechtsgeldig.

pl aa

r

v.C.

em

OPDRACHT 5

• Hoeveel jaren verlopen er ongeveer tussen de eerste en de laatste toegevingen van de patriciërs?

jk ex

494 - 286 = 208 jaar

• Ging het moeilijk/gemakkelijk? Bewijs.

Moeilijk, want het heeft meer dan twee eeuwen geduurd voor de plebejers gelijke rechten hebben.

ki

• Welke functies komen in het overzicht bij opdracht 1 voor?

In

Consul, hogepriester, dictator, volkstribuun

• Een volkstribuun heeft vetorecht. Zoek in de woordenlijst op wat dat betekent. Met het vetorecht kunnen de volkstribunen de beslissingen die in de senaat zijn goedgekeurd, toch tegenhouden. • Noteer vier functies uit de bovenstaande lijst die niet in opdracht 1 voorkomen. Quaestor, censor, praetor, aedilis

E

De Romeinse Republiek

137


- Lees in de tekst hieronder wat die functies inhouden. Een slimme jongeman uit een rijke familie diende normaal gesproken in het leger tot hij ver in de twintig was. Dan stelde hij zich verkiesbaar als quaestor (beheerder van de financiën). Later kon hij aedilis worden (hoofd van de politie, de openbare gezondheidszorg of de openbare spelen) of tribuun (gekozen om de rechten van de plebejers te beschermen). Als hij tegen de veertig liep, stelde hij zich verkiesbaar als praetor (rechter en generaal) en als hij begin de veertig was, kon hij een van de twee consuls worden. Geen enkel ambt werd bezoldigd! • Vul de tabel aan. Naam

Taak

quaestor 

beheerder van de financiën   belangrijke magistraat die o.a. lijsten van de burgers opstelt, met vermelding van hun vermogen

praetor 

rechter en generaal  

 aedilis

pl aa

r

censor 

 hoofd van de politie, de openbare gezondheidszorg of

em

 openbare spelen de • Wat moest je doen om consul te worden?

 Wie consul wilde worden, moest eerst heel wat andere ambten bekleden.

jk ex

• Een praetor moet naar de consul luisteren? Juist of fout? Leg uit waarom.  Juist, consul is het hoogste ambt.

• Wat betekent de zin: ‘Geen enkel ambt werd bezoldigd’?  kreeg voor geen enkel ambt een loon. Je

ki

• Zijn politieke functies in het huidige België bezoldigd?

In

Meestal  wel

- Lees ook deze tekst. Om verkozen te worden, een verkiezingscampagne te voeren en stemmen te kopen heb je veel geld nodig. Enkel rijke plebejers kunnen dat betalen. De rijke plebejers met hoge functies vergeten de wensen van het gewone volk snel. Zo ontstaan er nieuwe problemen tussen de nobiles (patriciërs en rijke plebejers) en de proletariërs (gewone volk). Uiteindelijk veroorzaken die burgeroorlogen (zie les 22).

• Leg uit waarom nog altijd enkel de rijken belangrijke ‘postjes’ in de Romeinse politiek kunnen krijgen.  Om verkozen te worden en campagne te voeren, heb je geld nodig. OPDRACHT 6

138

LES 19

Vul punt 2 in het schema op blz. 119 aan.

Rome wordt een ‘republiek’


ONWAARSCHIJNLIJK!

em

pl aa

r

De volksvergadering kon enkel samenkomen als ze door een magistraat werd samengeroepen. De leden mochten niet discussiëren over wetten, maar er enkel over stemmen. Rome werd dus nooit een echte ‘democratie’, zoals Athene. De meeste Romeinen vonden dat niet echt erg. Ze werden wel kwaad als ze vonden dat ze oneerlijk werden behandeld. Eigenlijk werkt het op een school net zo: als leerling heb je niet echt veel of misschien zelfs helemaal niets te zeggen. Je volgt de regels, maar je wordt wel boos als je oneerlijk of onrechtvaardig wordt behandeld door een leraar. De inwoners van Rome werden ingedeeld in vijf klassen die op hun beurt verder werden ingedeeld in centuriën (honderd). Hoewel er meer armen dan rijke burgers waren, waren er toch meer centuriën van rijke burgers. Dat kwam omdat die centuriën niet echt honderd burgers moesten bevatten. Iedere centurie had één stem: wie won er meestal de stemming, denk je?

jk ex

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

In

ki

1 de begrippen ‘oorlog en vrede’ en ‘republiek’ uitleggen 2 het begrip ‘patriciërs’ uitleggen 3 vier belangrijke verschillen tussen het koninkrijk en de republiek opsommen 4 de vier belangrijke instellingen van de Romeinse republiek opsommen 5 de taken van de senaat en de volksvergadering uitleggen 6 verklaren waarom de senaat de machtigste instelling van de republiek is 7 uitleggen hoe de plebejers erin slagen gelijke politieke rechten te krijgen 8 uitleggen waarom de armen nooit echt kunnen deelnemen aan de Romeinse politiek

KUNNEN 1 via vraag en antwoord de belangrijkste kenmerken van de Romeinse politieke instellingen achterhalen 2 informatie uit teksten afleiden 3 met medeleerlingen overleggen en discussiëren 4 een schema maken van de Romeinse politieke instellingen 5 een verschil tussen de Romeinse republiek en de Belgische democratie geven

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

E

De Romeinse Republiek

139


LES 19 SCHEMA

Rome wordt een ‘republiek’ 1 Rome wordt een republiek Einde koninkrijk: de koningen - krijgen te veel macht - houden geen rekening met senaat en volksvergadering   De laatste koning wordt verjaagd.

r

Republiek De republiek (vanaf 509 v.C.)

Koning (levenslang)

2 consuls (één jaar)

Pontifex maximus

= opperpriester

=  dagelijks bestuur

=  opperpriester 

= opperrechter

=  voeren leger aan

= opperbevelhebber =  de familiehoofden

Senaat

em

Senaat

pl aa

Het koninkrijk

-  veiligheid  van de staat -  buitenlandse  contacten -  eredienst (godsdienst)

jk ex

-  geldzaken 

-  openbare werken

ki

vetorecht: kan beslissingen volksvergadering ongedaan maken

 geeft raad aan de consuls

Volksvergadering

= alle mannelijke patriciërs

-  stemt over wetsvoorstellen 

kiest de koning

kiest de consuls 

In

geeft raad aan de koning

Volksvergadering

140

LES 19

Rome wordt een ‘republiek’

-  beslist over oorlog en vrede

en de magistraten


2 Plebejers vechten om gelijke politieke rechten Vanaf 500 v.C. start Rome met de verovering van het Italische schiereiland. Probleem

 weinig soldaten en te weinig geld te

Oplossing

Plebejers moeten naar het leger 

en

ze moeten belastingen 

betalen.

Eis plebejers

politieke macht

Toegeving patriciërs

 mogen deelnemen aan de volksvergadering. Ze

r

Maar door de voortdurende oorlogen geraken de plebejers opnieuw in problemen. niemand om hun velden te bewerken

Eis plebejers

 meer inspraak in politiek

Patriciërs

luisteren niet naar plebejers

Gevolg

 Plebejers weigeren om te vechten.

Toegeving patriciërs

 verdedigt de rechten van de plebejers in Volkstribuun de volksvergadering en kan beslissingen van andere instellingen tegenhouden.

em

pl aa

Probleem

In

ki

jk ex

286 v.C.: plebejers en patriciërs zijn politiek gelijk. Er ontstaan nieuwe problemen tussen de ‘nobiles’ (patriciërs en rijke plebejers) en de ‘proletariërs’ (gewone volk). Uiteindelijk veroorzaken die burgeroorlogen.

E

De Romeinse Republiek

141


20

Rome wordt machtig Je weet al dat Rome oorspronkelijk een kleine stadstaat is (zie les 18). Het bevrijdt zich van de Etrusken en wordt een republiek (zie les 19). Vanaf de 4e eeuw v.C. wordt Rome stilaan de hoofdstad van een groot en machtig rijk.

pl aa

r

Hoe gebeurt dat? Hoe slaagt Rome erin om al die veroverde gebieden te controleren en te besturen?

. v

.C

.

9

6

14

14

20

1

v. C

v. C

.

.

v. C

2e PUNISCHE OORLOG

3e PUNISCHE OORLOG

jk ex

1e PUNISCHE OORLOG

- Situeer de onderzoeksvragen in de tijd, de ruimte en het domein. Duid het juiste antwoord aan. a Tijd: klassieke oudheid – ruimte: Griekenland – domein: politiek b Tijd: oude nabije oosten – ruimte: klassieke oudheid – domein: politiek c Tijd: klassieke oudheid – ruimte: Middellandse Zeegebied – domein: politiek

ki

OPDRACHT 1

8

24

em

ROME VEROVERT ITALIË

21

. 1

v. C

v. C 4 26

34

27

3

2

v. C

v. C

.

.

.

Kaartnr(s).

In

- Bestudeer de tijdlijn. Duid de juiste uitspraak aan. a De eerste Punische oorlog duurde maar liefst 26 jaar. b Op minder dan een eeuw tijd verovert de stad Rome Italië, daarna volgen de drie Punische oorlogen. c Na drie Punische oorlogen heeft Rome Italië veroverd.

1

Rome wordt meester in Italië Rome voert oorlog tegen de Latijnse en Etruskische steden en breidt zijn macht uit. De stadstaat heeft echter niet altijd succes: omstreeks 390 v.C. veroveren de Kelten Rome voor een korte tijd. Maar de Romeinen herstellen zich van die nederlaag en ca. 340 v.C. is hun heerschappij over Latium definitief. De inwoners van sommige steden krijgen het Romeinse burgerrecht. Daardoor hebben ze evenveel rechten en plichten als de oorspronkelijke Romeinen. Omstreeks 290 v.C. onderwerpen de Romeinen de Etrusken, de Samnieten en de Umbriërs. Daarna veroveren ze ook de Griekse kolonies in Zuid-Italië. Omstreeks 270 v.C. regeert Rome over heel Italië ten zuiden van de rivier de Po.

142

LES 20

Rome wordt machtig


OPDRACHT 2

Lees de lestekst op de vorige bladzijde en beantwoord de vragen. - Wie zijn ‘de oorspronkelijke Romeinen’? Omcirkel het juiste antwoord. de inwoners van de Latijnse steden

de inwoners van de stad Rome

- Vul aan op de kaart: Etrusken – Grieken – Latijnen. - Rome breidt zijn territorium uit in drie stappen. Kleur in op de kaart: Latium (rood) – de rest van Midden-Italië (oranje) – Zuid-Italië + Sicilië (geel).

Galliërs (Kelten)



Latijnen

UMBRIËRS SAMNIETEN

r

Etrusken



Grieken

em

pl aa



2

De Middellandse Zee wordt een Romeinse zee

Over welke Punische oorlog gaat de kaart op de volgende bladzijde? Vul de titel aan. De eerste Punische oorlog (264-241 v.C.) Rome en Carthago vechten voor de controle over Sicilië. Rome wint de harde oorlog en verwerft zo de eerste gebieden buiten Italië.

In

ki

OPDRACHT 3

jk ex

Volgens de mythe stichten Feniciërs de stad Carthago in 814 v.C. op de noordkust van Afrika. Carthago groeit uit tot een machtige handelsstad. Rome en Carthago voeren tussen 264 v.C. en 146 v.C. drie keer oorlog met elkaar. In de geschiedenis zijn die oorlogen gekend als de Punische oorlogen. Rome wint die oorlogen en wordt de grootste militaire en economische macht in het Middellandse Zeegebied. Rome is nu de hoofdstad van een groot en machtig rijk.

De tweede Punische oorlog (218-201 v.C.) De beroemde Carthaagse generaal Hannibal brengt de Romeinen verschillende zware nederlagen toe. Bij Cannae wordt het Romeinse leger verpletterend verslagen: in één dag sneuvelen 50 000 Romeinse soldaten! Dankzij de steun van haar bondgenoten in Midden-Italië wint Rome uiteindelijk ook deze oorlog. Intussen verovert een Romeins leger onder leiding van Scipio Africanus het Carthaagse gedeelte van Spanje. In 201 v.C. sluit Carthago voor de tweede maal vrede met Rome. De derde Punische oorlog (149-146 v.C.) De Romeinen verwoesten tijdens deze oorlog Carthago volledig. Het gebied wordt in 146 v.C. bij Rome ingelijfd als de Romeinse provincie ‘Africa’.

E

De Romeinse Republiek

143


De               tweede Punische oorlog en Alp Ticino (218 v.C.)

Py

ren

bij de Metarus Hasdrubal (207 v.C.)

Trebia (218 v.C.)

eeë

n

iat

en nij ne

CORSICA

Ad r

Ap

Trasimeense Meer (217 v.C.)

Saguntum (219 v.C.)

n

Rome

Capua

isc

he

Ze

e Cannae (216 v.C.)

Middellandse Zee

tocht van Scipio ‘Africanus’, Romeins veldheer Carthaagse overwinning Romeinse overwinning

Carthago

SICILIË

Syracuse (212 v.C.)

Zama (202 v.C.)

0

500 km

Bron Campaanse plaat De afbeelding kan verwijzen naar de nederlaag van de Romeinen tegen Pyrrhus, koning van Epeiros (280-275 v.C.) of naar de Carthaagse aanvoerder Hannibal (tweede Punische oorlog, 218-201 v.C.)

em

OPDRACHT 4

s’ (204 v.C.) icanu ‘Afr io

pl aa

tocht van Hannibal

Sci p

Cartagena

r

SARDINIË

- Welk bijzonder wapen gebruikte de vijand?

jk ex

Olifanten

- Met welk hedendaags wapen zou je dat strijdmiddel kunnen vergelijken? Een tank

Campaanse plaat, 3e eeuw v.C., nu bewaard in het Nationaal Etruskisch

ki

Museum van Villa Giulia, Rome - Wat bedoelt men met een ‘pyrrusoverwinning’? Zoek het op in een woordenboek en duid het juiste antwoord aan.

In

x Een overwinning die zoveel inspanning heeft gekost dat ze neerkomt op een nederlaag. Een overwinning met een verpletterend overwicht dankzij de inzet van een nieuw wapen.

OPDRACHT 5

Bron

Detail van een borstbeeld (35 cm hoog) van een Romeinse patriciër (mogelijk Cato de Oudere), kopie uit de 1e eeuw, Torlonia Museum, Rome

144

LES 20

Rome wordt machtig


Marcus Porcius Cato Maior (234-149 v.C.) zag de hernieuwde bloei van Carthago na de tweede Punische oorlog met lede ogen aan. De Carthaagse landbouw beconcurreerde de landbouwproductie van de grote Romeinse landheren waartoe Cato behoorde. Hij eindigde daarom elke toespraak in de senaat, om het even wat het onderwerp was, met de woorden: ‘Ceterum censeo Carthaginem esse delendam.’ (Vertaling: ‘Overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden.’) Tijdens de derde Punische oorlog (149-146 v.C.) verwoesten de Romeinen het zwakkere Carthago en maken er een Romeinse kolonie van. - Waarom zijn de grote Romeinse landheren erg ongelukkig met de hernieuwde bloei van Carthago na de tweede Punische oorlog? De  Carthaagse landbouw is een belangrijke concurrent voor de Romeinse landbouwproductie.  - Met welke uitspraak is Marcus Porcius Cato Maior beroemd geworden?

pl aa

r

‘Overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden.’ 

- Onderstreep het juiste antwoord. Heeft hij de verwoesting van Carthago meegemaakt? Ja / nee.

3

Verdeel en heers

OPDRACHT 6

em

Een veroverd gebied buiten Italië wordt een ‘provincia’ genoemd. Rome gebruikt een bijzondere strategie om al de veroverde gebieden te controleren en te besturen. De verschillende stammen en steden in een gebied krijgen een verschillende behandeling. Trouw aan Rome wordt beloond. Opstanden worden snel neergeslagen. DIVIDE ET IMPERA ROMEINS RECHT

jk ex

politiek privaat

recht om te kiezen recht om verkozen te worden eigendomsrecht huwelijksrecht

volledig

volledig

gedeeltelijk

ki

kolonies

bevoorrechte steden

In

steden met Latijns recht (geen politieke rechten) geen

verbonden steden zelfbestuur

geen

onderworpen steden geen zelfbestuur

kunnen bevorderd of gedegradeerd worden - Vertaal ‘Divide et impera’. Verdeel en heers.

E

De Romeinse Republiek

145


- Juist of onjuist? Kruis aan. Juist Sommige onderworpen steden en gebieden krijgen alle Romeinse rechten.

X

Sommige onderworpen steden en gebieden krijgen geen rechten.

X

Door de verschillende behandeling zullen de steden of stammen gemakkelijk samenspannen tegen Rome. De Romeinen zaaien verdeeldheid in de veroverde gebieden.

X X

Rome heeft een goed getraind leger, verspreid over het hele rijk. Om de troepen snel te kunnen verplaatsen, leggen de Romeinen een netwerk van heerbanen aan.

jk ex

em

pl aa

r

OPDRACHT 7

Onjuist

- Verklaar met behulp van de kaart de uitdrukking: ‘Alle wegen leiden naar Rome.’ (mondeling)

ki

- Wie kan er ook gebruikmaken van de heerbanen?

In

De handelaars en gewone reizigers

146

LES 20

Rome wordt machtig


ONWAARSCHIJNLIJK!

jk ex

em

pl aa

r

Hoe sneller de Romeinse legioenen zich kunnen verplaatsen, hoe beter. De aanwezigheid van het leger op het juiste moment en op de juiste plaats is dikwijls al genoeg om de heerschappij van Rome te verzekeren. Het is dus belangrijk dat de soldaten snel en lang kunnen stappen. De soldatenschoen, de caliga genaamd, is daarvoor speciaal ontworpen. De schoen wordt in één stuk gesneden uit leder van de beste kwaliteit. Op de harde, dikke zool worden 80 tot 90 nagels met ronde koppen geklopt. De ijzeren nagels geven de soldaten extra steun bij het stappen en voorkomen ook dat de dure schoenen snel verslijten. Een binnenzool beschermt de voet tegen de omgeklopte spijkers. De Romeinse legionairs marcheren op hun caligae over de heerbanen door het hele rijk. Alleen al het donderende geluid van de nagels op de stenen is angstaanjagend. De voeten blijven goed verlucht in de open schoenen en zijn dus beschermd tegen oververhitting op de kilometerslange marsen. Maar om diezelfde reden raakt de caliga al snel uit de mode in de noordelijke streken van het rijk. In het zuiden blijft de schoen eeuwenlang in gebruik. De derde Romeinse keizer wordt zelfs naar de soldatenschoen genoemd. Als klein jongetje loopt hij op minicaligae door de soldatenkampen. De soldaten geven hem de bijnaam Caligula (wat betekent ‘kleine caliga’).

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

In

ki

1 de begrippen ‘burgerrechten’ en ‘rijk’ uitleggen 2 de begrippen ‘Latium’, ‘Etrusken’, ‘Punische oorlogen’, ‘heirbaan’ en ‘heerbaan’ uitleggen 3 de manier waarop Rome meester wordt over Italië in drie stappen uitleggen 4 de manier waarop Rome meester wordt over de Middellandse Zee uitleggen 5 het ‘verdeel-en-heersprincipe’ uitleggen 6 de functie van een heerbaan uitleggen

KUNNEN 1 informatie halen uit een historische kaart 2 de uitbreiding van de macht van Rome in Italië in drie fasen op een kaart aanduiden 3 de evolutie van het Romeinse Rijk rond de Middellandse Zee aan de hand van een historische kaart uitleggen 4 informatie halen uit een tijdlijn

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

E

De Romeinse Republiek

147


LES 20 SCHEMA

Rome wordt machtig 1 Rome wordt meester in Italië Rome verovert Latium. Rome verovert de rest van Midden-Italië. Rome verovert de Griekse kolonies. Rome regeert ca. 270 v.C. over heel Italië ten zuiden van de Po.

pl aa

Rome   Carthago 264-146 v.C. Punische oorlogen

r

2 De Middellandse Zee wordt een Romeinse zee

Eerste Punische oorlog: Rome verwerft de eerste gebieden buiten Italië (Sicilië). Tweede Punische oorlog: de Carthaagse generaal Hannibal maakt het Rome moeilijk.

3 Verdeel en heers

em

Derde Punische oorlog: Carthago wordt verwoest en wordt een Romeinse provincie.

jk ex

Een ‘provincia’ = een veroverd gebied buiten Italië

Heers

Verschillende gebieden krijgen een verschillende behandeling: verschillende vrijheden en rechten.

- Alleen trouwe steden worden beloond met meer vrijheden en rechten. - Getraind leger - Uitgebreid net van heerbanen: positief voor leger en handel

In

ki

Verdeel

148

LES 20

Rome wordt machtig


Hoe veranderen de veroveringen de Romeinse samenleving?

r

Rome heeft door de Punische oorlogen zijn macht aanzienlijk vergroot. De stad groeit van een boerengemeenschap uit tot de belangrijkste handelsstad in het Middellandse Zeegebied. Profiteert iedereen evenveel van die evolutie?

pl aa

21

De veroveringen veranderen de Romeinse samenleving

.

. 12

1

v.

C

C 13

3

v.

.

.

.C v

6

14

14

9

v. C

1

20

2e PUNISCHE OORLOG

3e PUNISCHE OORLOG dood Tiberius Gracchus dood Gaius Gracchus

jk ex

1e PUNISCHE OORLOG

v. C

.

.

v. C

8

24

em

ROME VEROVERT ITALIË

OPDRACHT 1

21

. 1

v. C

v. C 4 26

34

27

3

2

v. C

v. C

.

.

.

Kaartnr(s).

Situeer de onderzoeksvragen in de tijd, de ruimte en het domein. Duid het juiste antwoord aan.

ki

a Tijd: klassieke oudheid – ruimte: Middellandse Zeegebied – domein: politiek, sociaal en economisch b Tijd: klassieke oudheid – ruimte: Noordzee – domein: cultuur c Tijd: klassieke oudheid – ruimte: Middellandse Zeegebied – domein: politiek

1

In

GROEPSWERK

De kleine boer in Italië gaat ten onder De gewone Romeinse boer wint weinig met de Punische oorlogen. Hij moet gaan vechten en tijdens de veldtochten kan hij zijn akkers niet bewerken. Bovendien verhoogt Rome dikwijls de belastingen om de oorlogen te betalen. Na de oorlogen krijgen de boeren te maken met de import van goedkopere landbouwproducten uit veroverde gebieden. Vele kleine, vrije boeren verkopen hun boerderijtje en zoeken ander werk in de steden. Rijke Romeinen kopen kleine boerderijen op en voegen ze samen tot ‘latifundia’, grote landbouwbedrijven. Daarop werken zeer veel slaven die grote hoeveelheden olijven, druiven en graan moeten telen. E

De Romeinse Republiek

149


Naam:

Klas:

Nr.:

Score:

Groepsleden: OPDRACHT 2

Lees de onderstaande bronnen over de gevolgen van de Punische oorlogen en beantwoord de vragen. Bron 1

em

Uit: Titus Livius, Ab urbe condita, II, 23

pl aa

r

Op een dag gebeurde het in Rome dat een oude man die er erbarmelijk uitzag, zich het forum opsleepte. Zijn kleren waren overdekt met vuil; nog vreselijker zag zijn bleke, uitgemergelde lichaam eruit. Een lange baard en lange losse haren gaven aan zijn gezicht een wilde aanblik. Ondanks zijn vervallen uiterlijk werd hij herkend; men zei dat hij onderofficier was geweest en dappere daden had verricht. Zelf ontblootte hij met trots zijn borst en toonde zijn littekens, die van vele eervolle gevechten getuigden. Hij vertelde dat hij in de oorlogen had gediend, dat zijn hoeve was verbrand en zijn vee door de vijand was weggedreven, dat hij leningen had moeten aangaan, die door rente* op rente nog hoger waren geworden, zodat ze de rest van zijn vermogen hadden opgeslokt. Ten slotte had een verterende ziekte zijn lichaam aangetast. Zijn schuldeisers hadden hem toen naar een tuchthuis gebracht, waar hij dwangarbeid moest verrichten. Nu toonde hij zijn rug, die misvormd was door de sporen van geselslagen. Toen de mensen dat zagen, ging er een kreet van afschuw op. Heel de stad werd onrustig. Allen die door schuld in moeilijkheden waren, stroomden de straat op en smeekten hun medeburgers om hulp.

De schrijver Livius (59 v.C.-17 n.C.) is van rijke afkomst. Met zijn werk over de geschiedenis van Rome wil hij de Romeinen trots maken op hun rijk. Ze moeten de oude Romeinen als voorbeeld nemen. Hij wil eerder een mooi verhaal brengen dan een gedetailleerde beschrijving van de gebeurtenissen. Livius is bevriend met keizer Augustus, maar heeft een voorkeur voor de republiek.

Bron 2

jk ex

* rente: vergoeding die betaald moet worden aan degene die je iets leent

In

ki

Niet van het begin af aan was ik de buurman van een rijkaard. Rondom mij bevonden zich de goederen van vele inwoners van gelijke stand, die als goede buren leefden en ieder voor hun eigen gebruik een klein stuk land bebouwden. Hoe anders is het nu ... De grond die eens het bestaan verzekerde van al deze burgers, is nu een ‘latifundium’ geworden: het hoort aan één rijke man toe. Zijn bezit deinde naar alle richtingen uit. De boerenhofsteden die het opslokte, werden gesloopt en de heiligdommen van de voorvaderen verwoest. De eigenaars van weleer hebben de beschermgod van hun haardsteden moeten verlaten; zij zijn weggetrokken met vrouw en kroost. Een anonieme auteur uit de 2e of 3e eeuw, wiens werk later foutief werd toegeschreven aan de Romeinse redenaar Quintilianus.

- Zijn de bronnen primair of secundair? Leg uit waarom. Secundair: ze vertellen over de 2e eeuw v.C., maar ze zijn later gemaakt. - Spreken de bronnen elkaar tegen of bevestigen ze elkaar? Wat vertelt dat over hun betrouwbaarheid? Ze bevestigen elkaar, dat maakt de bronnen betrouwbaarder.

150

LES 21

De veroveringen veranderen de Romeinse samenleving


- Welke gevolgen hebben de Punische oorlogen voor de Romeinse boeren? Zet een kruisje in de juiste kolom. Arme boer

Rijke boer

Terwijl ik oorlog voer, werken mijn slaven op het land.

X

Terwijl ik oorlog voer, liggen mijn akkers er verwaarloosd bij.

X

Soms plunderen soldaten tijdens mijn afwezigheid mijn hoeve.

X

Ik kan mijn schulden niet terugbetalen.

X

Ik kan gemakkelijk de gronden van mijn verarmde buren opkopen. Ik verkoop wat ik nog heb en vertrek met mijn gezin naar de stad.

2

X X

r

In Rome neemt de tegenstelling tussen arm en rijk toe

Schrijf in de juiste kolom: arme plebejers – rijke plebejers – ingeweken boeren – patriciërs – kleine groep – grote groep. TIP Gebruik de woordenlijst achteraan in je leerwerkboek!

jk ex

OPDRACHT 3

em

pl aa

In Rome vinden de vroegere kleine boeren weinig of geen werk. Ook daar werkt men liever met goedkope slaven. Rome wordt een stad met zware sociale tegenstellingen: de nieuwkomers vormen samen met de arme plebejers een grote groep van bezitlozen of proletariërs. Daartegenover staat een kleine groep van rijken die bestaat uit patriciërs en rijke plebejers. Ze vormen de nobilitas. De ongelijkheid is groot, maar de proletariërs zijn niet machteloos. Doordat ze met zeer velen zijn, vrezen de rijken hen. Om opstanden te voorkomen, geeft de staat hun gratis of goedkoop graan. Om hen bezig te houden, worden er verschillende spektakels (wagenrennen, gevechten enz.) georganiseerd. Zo wordt de kleine boer een arme stedeling die leeft van ‘brood en spelen’.

Proletariërs

rijke plebejers

arme plebejers

patriciërs

ingeweken boeren

ki

Nobilitas

3

grote groep

In

kleine groep

De Gracchen proberen het lot van het volk te verbeteren De volkstribuun Tiberius Gracchus probeert met zijn landwet landbouwgrond te herverdelen onder de armen. Hij weet dat dat op hevig verzet zal stuiten van de senaat: de meeste senatoren zijn immers grootgrondbezitters! Hij wordt door aanhangers van de senaat vermoord. Zijn broer Gaius Gracchus probeert zijn werk voort te zetten. De senaat blijft alles doen om Gaius tegen te werken en uiteindelijk wordt ook hij vermoord. De Gracchen hebben echter een historische betekenis: zij tonen voor het eerst aan dat één man, verkozen door de volksvergadering, de senaat kan dwarszitten.

E

De Romeinse Republiek

151


OPDRACHT 4

Bron De schrijver Ploutarchos over de maatregelen van Gaius Gracchus Van de wetten die hij indiende om zijn populariteit bij het volk te vergroten en de senaat buitenspel te zetten, was er een die betrekking had op de landbouw. Die verdeelde het land van de staat onder de arme burgers. Een andere wet ging over het leger. Die bepaalde dat soldaten van staatswege kleding kregen zonder dat er iets werd afgehouden van hun soldij en dat niemand jonger dan 17 jaar opgeroepen zou worden als soldaat. (…) Een andere wet had betrekking op de graanvoorraden en verlaagde de marktprijs van graan voor de armen. Uit: Ploutarchos, Parallelle levens, Gaius Gracchus, eind 1e eeuw - begin 2e eeuw De Griek Ploutarchos (ca. 46-120) was rijk en had gestudeerd. Hij bekleedde in Griekenland belangrijke functies zoals priester van Apollo in Delphi. Hij verzorgde de contacten tussen Athene en Rome. Daar geraakte hij in de gunst van de keizers Trajanus en Hadrianus. Hij bekleedde onder hen verschillende functies. Ploutarchos schreef verschillende biografieën van beroemde Grieken en Romeinen. Hij beschrijft

r

hen zodanig dat ze als voorbeeld kunnen dienen voor zijn lezers. Daardoor vermeldt hij enkel die feiten die

pl aa

daarvoor belangrijk zijn. Hij heeft ook een voorliefde voor sensationele details.

- Welke drie wetten probeert Gaius door te voeren?

Een landwet: staatsland onder de armen verdelen

Een legerwet: gratis kleding en geen dienstplicht onder de 17 jaar

em

Een graanwet: goedkoop graan voor de armen - Komt Gaius op voor het volk of voor de senaat? Het volk

- Bestudeer de bron en de auteur van de bron.

jk ex

• Het gaat om een primaire / secundaire bron.

• Omcirkel de begrippen die van toepassing zijn op de auteur.

Tijdgenoot van Gaius Gracchus – rijk – Romein – Griek – bekleedt belangrijke functies – schrijver – favoriet van Romeinse keizers – proletariër

ki

• Welk doel heeft de auteur met zijn werk? Hij wil dat de mensen uit het verleden als voorbeeld dienen voor zijn lezers.

In

• Waarvoor moet je oppassen als je Ploutarchos als bron wil gebruiken? Hij vermeldt enkel de feiten die belangrijk zijn voor zijn verhaal. Hij vertelt dus niet alles. 

• Waarom zouden geschiedkundigen het werk van Ploutarchos toch als bron gebruiken? a Omdat hij een Griek is en die zijn slim b Omdat er niet zoveel bronnen uit die periode zijn c Omdat Ploutarchos een ooggetuige is • Welk beeld van Gaius Gracchus krijg je als je de bron leest? Iemand die opkwam voor het volk • Waaruit blijkt dat Gaius volgens de schrijver ook aan zichzelf dacht? Hij neemt maatregelen om zijn populariteit te verhogen.

152

LES 21

De veroveringen veranderen de Romeinse samenleving


OPDRACHT 5

Bron (…) Gaius Gracchus, die zich populair had gemaakt als magistraat, stelde zich kandidaat voor volkstribuun. Hij was de jongere broeder van Tiberius Gracchus. (…) Van het ogenblik dat hij verkozen was, begon hij acties tegen de senaat. Hij stelde voor dat er op kosten van de staat aan elke burger een maandelijkse bedeling van graan zou gebeuren. Dat was daarvoor niet de gewoonte geweest. Zo plaatste hij zich aan het hoofd van het gepeupel. (…) Vlak daarna slaagde hij erin om zich voor een tweede keer te laten verkiezen. (…) Nadat hij bij wijze van spreken het volk gekocht had, begon hij de ridders op te vrijen. (…) Uit: Appianus van Alexandrië, ‘De Romeinse Burgeroorlog’, boek I (1-3), in: De Romeinse Geschiedenis De Griek Appianus (ca. 95-165) bekleedde belangrijke functies in Egypte en werd uiteindelijk een belangrijke advocaat in Rome. Hij schrijft een Romeinse geschiedenis. Zijn werk is niet chronologisch

r

geordend, maar volgens de plaatsen waar iets gebeurd is. Zijn werk over de burgeroorlogen is het meest

pl aa

volledige verslag van die periode dat is blijven bestaan. Appianus verwijst nauwelijks naar de bronnen die hij gebruikt heeft.

- Bestudeer de bron en de auteur van de bron.

• Het gaat om een primaire / secundaire bron.

• Omcirkel de begrippen die van toepassing zijn op de auteur.

em

Tijdgenoot van Gaius Gracchus – advocaat – Romein – Griek – bekleedt belangrijke functies – proletariër – schrijver

• Waarom zou men zijn werk belangrijk vinden?

jk ex

Het gaat om het meest volledige verslag van de periode van de burgeroorlogen. - Bekijk opnieuw de bron van opdracht 4.

• Is Appianus kritischer dan Ploutarchos over Gaius Gracchus? Ja / nee Leg uit.

ki

Hij beschrijft Gaius als iemand die mensen gebruikt om zijn doel te bereiken. • Waarin stemmen beide bronnen overeen?

In

a Gaius wil populair zijn. b Gaius zorgt voor het leger.

c Gaius geeft gratis graan weg.

• Wat lijkt het belangrijkste doel van Gaius Gracchus geweest te zijn? a Het gewone volk verder helpen. b De senaat bestrijden. c De ridders helpen. • Formuleer een historische vraag over Gaius Gracchus die je met de bronnen zou kunnen oplossen. Eigen antwoord van de leerlingen. Bijvoorbeeld: waarvoor neemt Gaius populaire maatregelen? Waarom komt Gaius op voor het gewone volk?

E

De Romeinse Republiek

153


OPDRACHT 6

Bron De redenaar

pl aa

r

Een redenaar of orator kan zeer goed speechen. Voor de Romeinse politici is de kunst van het spreken (‘Ars Oratoria’) een belangrijke professionele vaardigheid. De kinderen krijgen ‘spreekkunst’ als een vak aangeleerd.

De redenaar of orator, bronzen beeld, 1e eeuw v.C., hoogte 1,80 m, Nationaal Archeologisch Museum, Firenze

- Waarom moeten politici zoals de Gracchen goed kunnen speechen, denk je?

winnen. 

em

Ze moeten hun ideeën kunnen verdedigen om zo veel mogelijk aanhangers voor zich te

jk ex

- Je zou de gebroeders Gracchus populisten kunnen noemen. Je vindt hier twee definities voor een populist. a Iemand die opkomt voor het volk en strijdt tegen een elite die veel macht heeft. Met de steun van het volk wil hij veranderingen doorvoeren. b Iemand die zich populair wil maken bij het volk door het te vleien en in alles gelijk te geven. Zo verwerft hij macht en invloed. De steun van het volk is belangrijker dan de inhoud van de boodschap.

ki

• Omcirkel die definitie die min of meer geldt voor de gebroeders Gracchus.

• Geef een voorbeeld van een hedendaagse populist. Dat mag zowel iemand zijn die

In

overeenkomt met definitie a als b. Leg ook uit waarom je hem een populist vindt. Eigen antwoord van de leerlingen. Bijvoorbeeld: Donald Trump. Hij beweert op te komen voor de gewone man, wint de verkiezingen, maar aarzelt niet om te liegen en zijn beloften te verbreken.

Na de dood van de Gracchen ontstaan er twee politieke kampen: de ‘populares’ en de ‘optimates’. De ‘populares’ of de volkspartij zijn politici die de volksvergadering alle macht willen geven. De ‘optimates’ daarentegen willen dat de macht bij de senaat blijft. Elke politieke groep wil zo veel mogelijk macht voor zichzelf. Rome wordt ondergedompeld in een eeuw van bloederige burgeroorlogen tussen beide kampen.

154

LES 21

De veroveringen veranderen de Romeinse samenleving


ONWAARSCHIJNLIJK!

em

pl aa

r

De Gracchen zijn geen patriciërs, maar rijke plebejers. Ze behoren tot de rijkste en machtigste families van Rome. Tiberius Gracchus Major doorloopt een succesvolle militaire en politieke carrière. Hij redt de beroemde patriciër Scipio Africanus* uit de handen van het gerecht en krijgt daarvoor in ruil de hand van diens jongste dochter. Cornelia is op dat moment nog een kleuter. Ze huwen pas als ze 18 jaar oud is. Tiberius is dan al 45. Ondanks het grote leeftijdsverschil is het een gelukkig koppel. Maar het noodlot keert zich tegen hen. Van de twaalf kinderen die ze samen hebben, sterven er negen op jonge leeftijd. Ook Tiberius Gracchus Major sterft onverwacht. Cornelia is dan een jonge weduwe. Ze weigert te hertrouwen en wijdt zich met hart en ziel aan de opvoeding van haar kinderen: wanneer hun vader sterft, is Sempriona 16, Tiberius 14 en Gaius amper 5 jaar oud. De jongens volgen onderwijs in de familie van hun moeder en krijgen daar les van de beste leraars. Zo komen ze ook in contact met de invloedrijke vrienden van deze patriciërs. De broers blinken op alle vlakken uit. Tiberius begint zijn militaire carrière in de derde Punische oorlog. Later wordt hij volkstribuun. Hij wil de belangen van de stad dienen en niet die van de rijke landheren. Tiberius wordt zo razend populair bij het volk, maar vijand nummer één van de senaat. Als hij zich opnieuw wil laten verkiezen, wordt hij door de leden van de senaat op een gruwelijke manier doodgeklopt. Tiberius krijgt geen begrafenis. Zijn lichaam wordt in de Tiber achtergelaten. Gaius treedt tien jaar later in de voetsporen van zijn vermoorde broer, maar ondergaat hetzelfde lot. Cornelia is al die tijd haar zoons blijven steunen, ondanks de woede en de haat van haar familie. Ze heeft al haar kinderen overleefd. * Scipio Africanus is de generaal die Hannibal versloeg tijdens de tweede Punische oorlog.

jk ex

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

In

ki

1 het begrip ‘ongelijkheid’ uitleggen 2 de begrippen ‘latifundia’, ‘proletariër’, ‘patriciër’, ‘plebejer’, ‘nobilitas’, ‘populist’, ‘optimates’ en ‘populares’ uitleggen 3 uitleggen waarom de kleine boeren in de problemen komen tijdens en na de Punische oorlogen 4 het ontstaan van de proletariërs verklaren 5 drie voorstellen van de Gracchen opnoemen 6 de twee politieke groepen opnoemen en zeggen welke mensen bij welke politieke groep horen

KUNNEN 1 informatie in de woordenlijst opzoeken 2 informatie uit bronnen halen 3 een bron en de auteur beoordelen 4 een historische vraag over de gebroeders Gracchus kunnen formuleren 5 bronnen met elkaar vergelijken 6 opdrachten zelfstandig oplossen 7 een actueel voorbeeld van een populist geven Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

E

De Romeinse Republiek

155


LES 21 SCHEMA

De veroveringen veranderen de Romeinse samenleving 1 De kleine boer in Italië gaat ten onder

pl aa

 Gevolgen voor de kleine boer: -  moet zijn boerderijtje verkopen  -  trekt naar de steden

r

Problemen voor de ‘kleine’ boer na de Punische oorlogen: 1 de akkers zijn niet bewerkt tijdens de oorlog; 2 Rome verhoogt de belastingen (oorlog voeren kost immers veel geld); 3 hij kan niet concurreren met de goedkopere landbouwproducten uit de veroverde gebieden.

  zo ontstaan ‘latifundia’ = grote landbouwbedrijven

2 In Rome neemt de tegenstelling tussen arm en rijk toe

em

In Rome: weinig werk, want veel arbeid wordt door slaven verricht

Kleine groep patriciërs + rijke plebejers

bezitlozen (gevaarlijk door hun aantal)    ‘brood en spelen’

rijkdom en (politieke) macht

PROLETARIAAT

NOBILITAS

jk ex

Grote groep arme plebejers + uitgeweken boeren

3 De Gracchen proberen het lot van het volk te verbeteren

In

ki

Tiberius en Gaius Gracchus Graanwet: graan voor de armen tegen een vaste, lage prijs Landwet: staatsland onder de armen verdelen Legerwet: -  legeruniform betaald door de staat -  dienstplicht pas vanaf 17 jaar

Ze worden allebei vermoord en er ontstaan twee politieke kampen: -  de ‘populares’: willen macht voor de volksvergadering -  de ‘optimates’: willen macht voor de senaat Beide kampen willen vooral zo veel mogelijk macht voor zichzelf.

156

LES 21

De veroveringen veranderen de Romeinse samenleving


22

De burgeroorlogen In de vorige les heb je geleerd dat de veroveringen de Romeinse samenleving veranderen. De politieke en sociale tegenstellingen nemen toe. In de 1e eeuw v.C. wordt de toestand nog erger. Uiteindelijk houdt de Romeinse republiek zelfs op te bestaan.

pl aa

r

Hoe is dat gebeurd? Wie heeft daarin een rol gespeeld? Wat is er in de plaats van de republiek gekomen?

.

.

C

v.

C

v.

31

27

4

v.

3

4

4

.

v.

C

C

.

.

C

v.

0

6

8

10

7

8

v.

v.

C

C

.

.

Kaartnr(s).

Sulla Marius

1

KEIZERRIJK

em

BURGEROORLOGEN

Slag bij Actium tweede triumviraat

eerste triumviraat Caesar vermoord

jk ex

Marius komt aan de macht

Tegen het einde van de 2e eeuw v.C. bedreigen andere volkeren het Romeinse Rijk. In Rome slagen de ‘populares’ (de volkspartij) erin om Marius tot consul te laten verkiezen. De nieuwe consul is van eenvoudige afkomst. Hij krijgt de opdracht het rijk te verdedigen. Daarvoor heeft hij een sterker en groter leger nodig.

ki

Bron

Zelf begon Marius intussen aan te werven, niet zoals men dat vroeger deed en niet alleen maar mannen uit de vermogende klassen, maar meestal proletariërs. (...) Sommigen beweerden dat hij zo handelde bij gebrek aan een voldoende aantal uit de rijkere standen, anderen schreven het toe aan zijn ambitie als consul, omdat hij aan dit slag van mensen zijn populariteit en consulaat te danken had, en omdat voor iemand die naar de macht streeft de armsten de besten zijn. Die lieden, die toch geen bezittingen hebben, hoeven ze ook niet te ontzien en alles wat opbrengt, is voor hen goed. Zo vertrok Marius naar Afrika met een enigszins groter aantal soldaten dan men had toegestaan.

In

OPDRACHT 1

Uit: Sallustius, De oorlog tegen Jugurtha, 86 Gaius Sallustius (86-34 v.C.) was een Romeinse politicus en geschiedschrijver. Hij sympathiseerde met de populares, maar streefde in zijn werken toch naar een zekere objectiviteit. Hij gebruikte zijn werken ook om commentaar te geven op de corruptie en zedenverwildering van zijn tijd. Ironisch genoeg werd hij zelf beschuldigd van corruptie en schaamteloze zelfverrijking. Jugurtha (ca. 160-104 v.C.) was koning van Numidië (in het huidige Algerije). Aan het begin van de 2e eeuw v.C. raakte hij in conflict met Rome.

E

De Romeinse Republiek

157


- Uit welke klasse haalt Marius de meeste soldaten? Bij de proletariërs - Welk verschil is er met vroeger? Vroeger kwamen de soldaten vooral uit de vermogende klassen. - Waarom doet hij dat? Onderstreep drie redenen in de tekst.

2

Sulla bestrijdt Marius

OPDRACHT 2

em

pl aa

r

Marius verslaat met zijn nieuwe leger de buitenlandse vijanden. Hij wordt zo populair dat hij verschillende jaren na elkaar tot consul wordt verkozen. Iets wat volgens de regels eigenlijk niet kan. De senaat houdt de meeste van zijn besluiten tegen: er komt net zoals bij de Gracchen geen herverdeling van land ten gunste van de armen. De Italiaanse bondgenoten mogen geen Romeinse burgers worden. Ze komen daarom in opstand. De senaat kan die oorlog enkel beëindigen door de Italiaanse bondgenoten het burgerrecht te verlenen. In Klein-Azië bedreigt koning Mithridates de Romeinse bezittingen. Tot grote verontwaardiging van Marius duidt de senaat Sulla aan tot legeraanvoerder. Die staat aan de kant van de ‘optimates’ en de senaat. Sulla trekt met een leger naar Klein-Azië. In Rome vermoorden de aanhangers van Marius duizenden tegenstanders. Dat is het begin van een reeks gewapende conflicten waarbij Romeinen tegen Romeinen vechten. Daarmee zijn de burgeroorlogen begonnen. Marius sterft in 86 v.C. In hetzelfde jaar keert Sulla terug als overwinnaar in Rome. Gesteund door zijn leger grijpt hij de macht. Hij laat op zijn beurt vele aanhangers van de volkspartij vermoorden. Sulla herstelt opnieuw de macht van de senaat. Hij sterft in 78 v.C. Bron

In

ki

jk ex

Dadelijk maakte Sulla een lijst van 80 veroordeelden op, zonder deze aan de magistraat bekend te maken. Daar dat algemene verontwaardiging uitlokte, liet hij een dag voorbijgaan en schreef hij er nog 220 anderen op, de derde dag opnieuw zoveel. Daarop sprak hij tot het volk en zei hij dat hij diegenen van wie hij zich de naam herinnerde, nu opschreef en de anderen, van wie hij de naam vergeten was, later zou opschrijven. Wie een veroordeelde onderdak verschafte of het leven redde, zou met de dood gestraft worden, zelfs als het een broer, zoon of verwant was. Voor elke moord gaf hij een beloning van twee talenten (een geldbedrag), ook als een slaaf zijn heer en een zoon zijn vader ombracht. Het meest schreeuwende onrecht was hierbij dat de kinderen en de nakomelingen van de vogelvrijverklaarden (mensen die niet meer door de wet beschermd worden) van hun eer en hun goederen werden beroofd. De proscriptie (vogelvrijverklaring) bleef niet tot Rome beperkt, maar vond in alle steden van Italië plaats … Het aantal slachtoffers van haat en vijandschap was klein in vergelijking met het aantal van hen die om hun rijkdommen werden vermoord. Uit: Ploutarchos, Parallelle levens, Sulla, eind 1e eeuw - begin 2e eeuw Ploutarchos (ca. 46-120) was een Griekse geschiedschrijver die in de gunst stond van de Romeinse keizers Trajanus en Hadrianus. Zijn ‘Parallelle levens’ is een serie van biografieën van bekende figuren uit de Griekse en de Romeinse geschiedenis. Ze worden in paren besproken. Daarbij zoekt Ploutarchos naar overeenkomsten tussen beide. Hij probeert enerzijds eerlijk te zijn en is redelijk geïnformeerd. Anderzijds heeft hij ook veel aandacht voor pittige details uit het persoonlijke leven en wil hij zijn lezers wijze lessen van deugd en moed bieden. De figuur van Sulla wordt naast die van de Spartaanse generaal Lysander (midden 5e eeuw v.C.-395 v.C.) geplaatst. Die laatste was een bekwame, maar wrede bevelhebber.

158

LES 22

De burgeroorlogen


- Wat mag men doen met de mensen die op de lijst komen? Ze mogen vermoord worden. - Wie stelt de lijst samen? Sulla - Wat is een vogelvrijverklaarde? Iemand die niet meer door de wet beschermd wordt - Waarom noemen we de strijd tussen Marius en Sulla een burgeroorlog? Omdat zowel Marius als Sulla Romeinen waren. Een burgeroorlog is een strijd tussen verschillende partijen van één volk.

Eigen antwoord van de leerlingen 

pl aa

- Geef een recent voorbeeld van een burgeroorlog.

r



- Waarom heeft Ploutarchos de figuur van Sulla naast die van Lysander geplaatst, denk je? Omdat Sulla net als Lysander een goed, maar een wreed militair was. Hij heeft ook veel

Pompeius en Caesar geven de republiek de doodsteek

ki

jk ex

De tegenstellingen tussen armen en rijken en tussen ‘populares’ en ‘optimates’ blijven bestaan. Bovendien moeten de Romeinen weer oorlog voeren: tegen piraten, opnieuw tegen Mithridates en zelfs tegen hun eigen slaven. Die laatsten staan onder leiding van Spartacus. Enkele belangrijke Romeinen profiteren van de situatie om hun eigen macht uit te breiden. Zo verslaan Pompeius en Crassus de vijanden van Rome. Ze sluiten een verbond met de jongere Caesar en besturen samen het Romeinse Rijk. Dat bondgenootschap noemen we ‘het eerste triumviraat’ of ‘driemansbestuur’. Caesar krijgt daarbij de Romeinse provincies in Zuid-Gallië toegewezen. Tussen 58 en 52 v.C. verovert hij vanuit die gebieden heel Gallië. Hij valt zelfs de Britse eilanden aan. Zijn militaire successen doen zijn roem enorm toenemen. Crassus is inmiddels gestorven. Pompeius krijgt schrik van Caesar. Omdat die op de volkspartij steunt, zoekt hij toenadering tot de ‘optimates’. De senaat hoopt dat Pompeius met Caesar afrekent. Hij verliest echter en Caesar vestigt een alleenheerschappij. De republiek lijkt voorbij. In 44 v.C. wordt Julius Gaius Caesar in de senaat vermoord.

In

3

em

mensen laten doden.

E

De Romeinse Republiek

159


OPDRACHT 3

Bron 1 Toch wegen andere woorden en daden van hem zo zwaar, dat de mening overheerst dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn absolute macht en terecht vermoord is. Immers, niet alleen aanvaardde hij overdreven eerbewijzen: een steeds verlengd consulaat, het ambt van dictator en censor voor het leven, daarbij de titel van ‘imperator’, de toenaam ‘vader des vaderlands’, een standbeeld en een ereplaats in het theater. Maar hij liet zich ook eerbewijzen toekennen die de menselijke maat te buiten gaan: een gouden zetel in het senaatsgebouw en op de rechtbank; een processiewagen en een draagbaar waarop zijn beeld prijkte tijdens de processie ... en een maand die naar hem genoemd is. (...) Niet minder arrogant waren de uitspraken die hij in het openbaar deed. Hij zei dat de republiek niets voorstelde, een holle naam zonder vorm of inhoud. Uit: Suetonius, Over het leven van de keizers, ca. 121

r

Suetonius (ca. 69-na 126) was een Romeinse historicus en ambtenaar. Hij werkte o.a. aan het hof van keizer

pl aa

Hadrianus (reg. 117-138). Daardoor had hij toegang tot veel archieven. ‘De vita caesarum’ (Over het leven van de keizers) is zijn bekendste werk. Het is een biografie van de eerste twaalf keizers van het Romeinse Rijk, van Caesar (officieel eigenlijk geen keizer) tot Domitianus (vermoord in 96). De levensbeschrijvingen zijn allemaal volgens hetzelfde stramien opgebouwd en vertonen soms een sterke overeenkomst. Verder besteedt Suetonius vooral aandacht aan anekdotes en pittige details en schandalen.

em

Onderstreep het juiste antwoord.

- Suetonius is een voorstander / tegenstander van Caesar, want hij zegt positieve / negatieve dingen over Caesar. - Onderstreep in de tekst de zinsdelen die dat bewijzen.

jk ex

- Er is veel / weinig tijd tussen de feiten en het schrijven van de bron. - Kan de maker ooggetuige zijn geweest? Ja / nee. - Is de bron betrouwbaar als je wil weten waarom Caesar vermoord werd? Eerder betrouwbaar / eerder onbetrouwbaar

In

ki

Bron 2 Schilderij van Vincenzo Camuccini over de moord op Caesar, 1806

Vincenzo Camuccini, De moord op Caesar, 1806, olie op doek, 400 x 207 cm, Nationaal Museum van Capodimonte, Napels

160

LES 22

De burgeroorlogen


- Welke soort bron is bron 2? Omcirkel. • Primaire bron – secundaire bron • Historische bron – historisch werk - Is de bron betrouwbaar als je wil weten hoe de moord op Caesar is gebeurd? Omcirkel en leg uit waarom. Eerder betrouwbaar/ eerder onbetrouwbaar De auteur: Camuccini maakt het schilderij in 1806.

jk ex

Met Octavianus begint het keizerrijk

ki

De aanhangers van Caesar eisen wraak. Marcus Antonius (een belangrijke medewerker van Caesar) en Octavianus (achterneef en adoptiefzoon van Caesar) schakelen de moordenaars van Caesar en hun aanhangers uit. Antonius, Octavianus en Lepidus (ook een vertrouweling van Caesar) sluiten een bondgenootschap (het tweede triumviraat) en verdelen de macht onder elkaar. Lepidus verliest al vlug zijn macht en invloed. De twee anderen worden langzamerhand vijanden van elkaar. Antonius sluit een verbond met de Egyptische koningin, farao Cleopatra. Hij huwt haar zelfs. Octavianus overtuigt de Romeinen ervan dat het verbond een gevaar betekent voor Rome. Hij verslaat in 31 v.C. de troepen van Antonius en Cleopatra. Die plegen beiden zelfmoord. In 27 v.C. komt er een einde aan de republiek. Octavianus wordt dan in feite alleenheerser. Hij krijgt van de senaat de titel van Augustus (verhevene) en wordt zo eigenlijk de eerste keizer van het Romeinse Rijk (zie les 23).

In

4

em

pl aa

r

De functie van het schilderij is: informeren / overtuigen / ontspannen / ontroeren / activeren.

E

De Romeinse Republiek

161


Het Romeinse Rijk in de 1e eeuw v.C.

pl aa

r

OPDRACHT 4

- Welk gebied is in 30 v.C. nog niet door de Romeinen veroverd? Onderstreep het juiste antwoord. Dalmatië – Pannonia – Mauretania – Hispania - Omcirkel onze gewesten op de kaart.

em

- Welk gebied wordt door Augustus bij het Romeinse Rijk gevoegd? Onderstreep. Africa – Asia – Aegyptus – Gallia

jk ex

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

In

ki

1 de begrippen ‘burgerrechten’ en ‘burgeroorlog’ uitleggen 2 het begrip ’triumviraat’ en de titel ‘Augustus’ verklaren 3 twee verschillen tussen het oorspronkelijke leger en het nieuwe leger geven 4 het gevaar dat het nieuwe leger vormt, uitleggen 5 de strijd tussen Marius en Sulla, Caesar en Pompeius en Octavianus en Antonius uitleggen 6 Marius, Sulla, Pompeius, Caesar, Marcus Antonius en Octavianus in de juiste chronologische volgorde zetten 7 de indeling van de Romeinse geschiedenis in drie perioden (koninkrijk, republiek en keizerrijk) opnoemen

162 132

LES 22

De burgeroorlogen

LES 16 DE BURGEROORLOGEN

KUNNEN 1 twee gebieden die de Romeinen in de 1e eeuw v.C. veroveren, aanduiden op een kaart 2 informatie uit bronnen halen 3 soorten bronnen identificeren 4 de betrouwbaarheid van bronnen in functie van een historische vraag beoordelen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES 22 SCHEMA

De burgeroorlogen 1 Marius komt aan de macht Andere volkeren bedreigen het Romeinse Rijk. Consul Marius (populares): legeraanvoerder 

  Hij wil een groter leger. Marius

Wie?

Soldaten uit bezittende klassen

Proletariërs

Motivatie soldaten

Willen niet te lang vechten Willen terug naar huis

Vechten niet om hun bezittingen te verdedigen  Ze willen via het leger aan grond of rijkdommen komen.

Beloften Marius

Landverdeling

jk ex

Soldaten

pl aa

em

2 Sulla bestrijdt Marius

Bondgenoten

r

Vroeger

Romeins burgerrecht

Reactie senaat + gevolgen Geen landverdeling Geen burgerrecht  Bondgenoten komen in opstand.  Senaat geeft toe.

ki

Buitenlandse bedreiging

Mithridates (koning van een rijk in Klein-Azië)

In

Consul Sulla (optimates): legeraanvoerder tegen Mithridates Eerste burgeroorlog Marius en soldaten ontevreden omdat Sulla oorlog mag voeren.   Duizenden aanhangers senaat worden vermoord. Sulla keert terug. 

  Laat aanhangers van populares vermoorden

E

De Romeinse Republiek

163


3 Pompeius en Caesar geven de republiek de doodsteek Nieuwe bedreigingen: piraten, Mithridates, slavenopstand   krachtig optreden nodig Pompeius, Crassus en Julius Caesar verslaan de vijanden en besturen samen het Romeinse Rijk.

Tweede burgeroorlog • Caesar verovert heel Gallië.  • Pompeius vreest Caesar. 

  Caesar heel beroemd   Pompeius kiest kant van senaat.

• Caesar verslaat Pompeius.   Caesar wordt vermoord.

pl aa

4 Met Octavianus begint het keizerrijk

r

• Caesar regeert als alleenheerser. 

Aanhangers van Caesar verdelen de macht onder elkaar. = Marcus Antonius, Octavianus en Lepidus

em

Derde burgeroorlog

• Marcus Antonius regeert in het oosten van het rijk.   Sluit verbond met Egypte

  Huwt Cleopatra (Egyptische koningin)

jk ex

• Rome ziet dat als een bedreiging.

• Octavianus verslaat Marcus Antonius. 

In

ki

  Octavianus wordt alleenheerser.

164

LES 22

De burgeroorlogen

  Egypte wordt deel van het Romeinse Rijk.


De Romeinen veroveren een groot rijk: het ‘Imperium Romanum’. De veroveringen veranderen de Romeinse samenleving en de wijze van besturen. Bijna alle macht komt in handen van één persoon. Een van de titels die hij voert, komt van de eigennaam van een vermoorde dictator: ‘Caesar’. Die titel vertalen we in het Nederlands als ‘keizer’. De Romeinse keizers dragen in de loop van de geschiedenis nog andere titels: princeps, imperator, augustus, dominus (heer) enz.

pl aa

r

F

Het Romeinse keizerrijk

De Romeinse keizers worden op verschillende manieren op munten afgebeeld: (a) blootshoofds, (b) met een kroon, (c) een lauwerkrans of (d) een diadeem.

c         b

In

ki

jk ex

em

Zet de juiste letter bij elke afbeelding.

d         a

F

Het Romeinse keizerrijk

165


23

Augustus, de eerste keizer Met Octavianus ontstaat de Romeinse keizertijd. Hij is de eerste echte keizer.

pl aa

r

Wat zijn de belangrijkste kenmerken van het bestuur van Octavianus? Hoe maakt Octavianus zich als alleenheerser populair bij de senaat en de gewone bevolking? Hoe slaagt hij erin om het Romeinse Rijk te verdedigen? Hoe wordt er doorheen de tijd naar Augustus gekeken?

6 47

14

.

.C1

v

27

. C

v.

9 50

v.

±

10

75

0

3

0

v.

C

C

.

.

Kaartnr(s).

AUGUSTUS

ontstaan Rome

het keizerrijk

mythische stichting

Met keizer Augustus begint een nieuw tijdperk in de Romeinse geschiedenis. Vul in op de juiste plaats op de tijdlijn hierboven: het keizerrijk – het koninkrijk – de republiek.

jk ex

OPDRACHT 1

de republiek

em

het koninkrijk

1

Octavianus wordt Augustus

In

ki

Na de burgeroorlogen bestuurt Octavianus het rijk met een grote sluwheid. Hij zorgt ervoor dat hij het vertrouwen van de senaat wint en maakt zich populair bij het volk. De senatoren bieden hem zelfs twee titels aan: ‘princeps’ (eerste man of voornaamste) en ‘Augustus’ (verhevene). Hij noemt zichzelf bovendien ook ‘caesar’. Officieel herstelt hij de republiek, maar in werkelijkheid trekt hij alle macht naar zich toe.

OPDRACHT 2

Lees het verhaal ‘Julia en Valerius’ op blz. 148-149 en beantwoord de vragen. - Hoe maakt Octavianus zich populair bij de senaat, de soldaten en de gewone bevolking? De senaat • De republiek blijft officieel behouden. • De meeste ambten blijven bestaan. De soldaten • Ze krijgen geld of grond. De gewone bevolking • De gewone bevolking krijgt gratis graan. • Er zijn geen burgeroorlogen, geen oorlogen meer.

166

LES 23

Augustus, de eerste keizer


- Welke titel draagt keizer Augustus nog? Princeps - Waarom is het herstel van de republiek maar schijn? In werkelijkheid is Augustus alleenheerser, keizer. - Op welke drie manieren zorgt Augustus ervoor dat hij de touwtjes stevig in handen houdt? • Politiek: de magistraten behouden schijnbaar hun macht, maar in werkelijkheid beslist Augustus. • Financieel: de belastingen worden rechtstreeks door de staat geïnd.  • Militair: Augustus is opperbevelhebber van alle legers, zodat geen generaal in opstand

r

kan komen.

pl aa

- Waarom verplicht Augustus zijn dochter Julia en stiefzoon Tiberius om te trouwen, denk je? Augustus wil zo de opvolging van de troon verzekeren. OPDRACHT 3

Raadpleeg een online-encyclopedie en zoek op hoe het in werkelijkheid met Julia en Tiberius afloopt. Julia wordt veroordeeld voor overspel en naar een eiland verbannen.

OPDRACHT 4

em

Tiberius, Livia’s zoon, wordt de volgende keizer. Bronnen Standbeelden van keizer Augustus

jk ex

Keizer Augustus laat de meeste instellingen en ambten bestaan. Hij zorgt er wel voor dat hij de belangrijkste functies zelf inneemt. Zo is hij imperator, consul, volkstribuun, ‘pontifex maximus’ … Hier zie je Augustus in twee van die functies voorgesteld. Vul in: imperator – pontifex maximus. Bron 2

In

ki

Bron 1

Marmeren standbeeld,

Detail van een marmeren

1e eeuw, hoogte 2,04 m,

standbeeld, ca. 20 v.C., hoogte

Vaticaanse musea, Rome

2,7 m, Nationaal Museum van Rome, Rome

Imperator

Pontifex maximus

F

Het Romeinse keizerrijk

167


De senaat geeft keizer Augustus nog een nieuwe titel: ‘pater patriae’ (vader des vaderlands), uit dankbaarheid voor de rust, orde en welvaart die Octavianus heeft gebracht. De periode van bloedige burgeroorlogen is voorbij. Het Romeinse keizerrijk is geboren.

2

Augustus kiest voor natuurlijke grenzen Om de veiligheid in zijn rijk te garanderen, kiest Augustus voor natuurlijke grenzen. Legioenen verdedigen de grenzen tegen invallers van buitenaf. Ook binnen het rijk blijft het vrij rustig. In rebelse provincies zijn legioenen aanwezig. Op de Middellandse Zee houdt een vloot voortdurend een oogje in het zeil. Keizer Augustus brengt vrede in het Romeinse keizerrijk. Het gaat om een gewapende vrede, dat wil zeggen dat de Romeinse legioenen zorgen voor vrede en veiligheid in het keizerrijk.

OPDRACHT 5

Het Romeinse Rijk bij het begin van de regering van Augustus (ca. 30 v.C.)

ki

jk ex

em

pl aa

r

De senaat krijgt de macht over de rustige provincies. Augustus bestuurt zelf de onrustige provincies of grensprovincies. Ook belangrijke provincies zoals Egypte blijven onder zijn gezag.

In

- Welke ‘natuurlijke’ grenzen heeft het Romeinse Rijk? • Westen: Atlantische Oceaan • Zuiden: woestijnen • Noorden: de Rijn en de Donau • Oosten: Eufraat - Waarom wil Augustus de provincies aan de buitengrenzen van het rijk zelf besturen? Wat zou er kunnen gebeuren als hij dat niet doet? Zo is hij de leider van de legioenen die de grenzen verdedigen. Een andere generaal zou de legioenen kunnen gebruiken om in Rome een staatsgreep te plegen. 

168

LES 23

Augustus, de eerste keizer


3

Het beeld van keizer Augustus verandert doorheen de tijd Keizer Augustus is een van de belangrijkste en invloedrijkste personen uit de klassieke oudheid. Ook eeuwen later wordt er nog dikwijls naar hem verwezen. Maar niet altijd op dezelfde manier: soms positief: ‘de vrede, het staatsmanschap …’ en soms negatief: ‘gewapende vrede, dictatuur …’ Veel hedendaagse historici maken een eerder positieve balans op.

OPDRACHT 6

- Gaat het in deze voorbeelden om een positief of een negatief beeld van Augustus? Omcirkel. Beeld positief / negatief

Jonathan Swift (1667-1745) verdedigt de grondwettelijke monarchie in Engeland en verwijt Augustus dat hij een einde maakte aan de Romeinse republiek en er tirannie vestigde.

positief / negatief

r

Christenen proberen de vrede in het rijk van keizer Augustus te verbinden met de opkomst van het christendom.

Tussen de twee wereldoorlogen neemt de Italiaanse dictator Mussolini keizer Augustus als een van zijn voorbeelden.

pl aa

positief / negatief

- Leg uit hoe het standpunt van de auteurs de beeldvorming over Augustus beïnvloedt. Noteer één voorbeeld. Bv.: Jezus leefde in de tijd van keizer Augustus; de christenen proberen mee de

em

vruchten te plukken van de lange periode van vrede.

Bv.: Jonathan Swift is een voorstander van grondwettelijke monarchie, dus tegen dictatuur.

jk ex

Bv.: Mussolini verheerlijkt dictatuur en dus keizer Augustus.

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

In

ki

1 de begrippen ‘republiek’ en ‘rijk’ uitleggen 2 de begrippen ‘caesar’, ‘princeps’, ‘Augustus’ en ‘pater patriae’ uitleggen 3 met drie voorbeelden het vertrouwen van de senaat in Augustus verklaren 4 met drie voorbeelden de populariteit van Augustus bij het gewone volk verklaren 5 de keuze voor natuurlijke grenzen uitleggen 6 het bestuur van de grensprovincies uitleggen 7 de uitdrukking ‘gewapende vrede’ uitleggen

KUNNEN 1 informatie in een woordenlijst opzoeken 2 informatie uit bronnen halen 3 op een kaart de natuurlijke grenzen van het Romeinse Rijk aanduiden en benoemen 4 de invloed van het eigen standpunt op de historische beeldvorming over Augustus herkennen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

F

Het Romeinse keizerrijk

169


LES 23 SCHEMA

Augustus, de eerste keizer 1 Octavianus wordt Augustus Octavianus grijpt de macht. Hij wint het vertrouwen van de senaat door: • de senaat zijn taken terug te geven; • de meeste instellingen en ambten te laten bestaan;

r

• de republiek schijnbaar te behouden.

pl aa

 Hij krijgt de titels: ‘princeps’ (eerste man of voornaamste) en ‘Augustus’ (verhevene) en noemt zichzelf ook ‘caesar’ (naar zijn adoptievader).

Hij wordt populair bij het volk door:

• regelmatig graan en soms geld uit te delen;

em

• de werkloosheid te verminderen; • gratis spelen te organiseren.

jk ex

Hij brengt orde, rust en welvaart.

 Hij krijgt de titel ‘pater patriae’ (vader des vaderlands).

ki

Augustus doet veel moeite om zijn opvolging te verzekeren. Uiteindelijk wordt de geadopteerde Tiberius, zoon van Livia, de nieuwe keizer.

2 Augustus kiest voor natuurlijke grenzen

In

Legioenen verdedigen de grenzen tegen invallers van buitenaf. In rebelse provincies van het rijk zijn legioenen aanwezig.

gewapende vrede

Een vloot bewaakt de Middellandse Zee.

3 Het beeld van keizer Augustus verandert doorheen de tijd Soms positief: vrede, staatsmanschap ... Soms negatief: gewapende vrede, dictatuur ...

170

LES 23

Augustus, de eerste keizer


VERHAAL

Julia en Valerius

DIRK BRACKE

Over de macht van keizer Augustus en over zijn enige dochter, Julia

15

20

30

35

40

r

pl aa

In

25

45

Ze snoof door haar neus. ‘Hij wilde dat ik opgroeide tot een gewone Romeinse vrouw. Alsof ik later ooit zou moeten weven om te overleven.’ Ze snoof weer. ‘Ik, de dochter van de rijkste man in Rome. Tenslotte heeft Julius Caesar hem een fortuin nagelaten.’ ‘Zijn adoptievader’, vulde Valerius aan. ‘En dankzij mijn vader wordt hij nog rijker.’ ‘Jouw vader?’ ‘Nu ja, mijn vader moet belasting betalen op het graan dat hij invoert en daarenboven zorgt hij ervoor dat Augustus graan aan de armen kan uitdelen. Zo wordt jouw vader nog populairder.’ Valerius liet zijn ogen over de fresco’s op de muur dwalen. Hij moest misschien op zijn woorden letten. Hoe verleidelijk ze ook was, ze bleef de dochter van de machtigste man in Rome. ‘Augustus is wel sluw. Hij zegt dat hij de republiek wil bewaren en dat horen de senatoren graag. Dan hebben ze ook iets te vertellen. Al die senatoren, questoren, consuls, volkstribunen en wat weet ik al waren zo blij als een kind dat ze hun functies mochten behouden, maar ze moesten uiteindelijk beslissen wat hij wilde. Beetje bij beetje trok je vader alle macht naar zich toe en nu is hij alleenheerser, alleen wil hij dat niet horen. Knap gezien van hem. Hij zorgde ervoor dat hij opperbevelhebber van alle legers werd, zodat geen generaal in opstand kan komen. De belastingen worden nu door de staat geïnd. Zo heeft hij ook de controle over de schatkist. Eigenlijk heeft hij alles in handen.’ Julia richtte haar hoofd op. ‘Wel, dat heeft hij dan toch maar mooi gedaan.’ Ze richtte haar bovenlichaam op en leunde met een hand op het ligbed. Haar kleed gleed wat over haar schouder en Valerius’ ogen keken naar haar borsten. Ze zag het en ze glimlachte uitdagend. Valerius schoof onrustig op de ligbank. Hij wilde met haar vrijen.

50

55

em

10

jk ex

5

Haar fijne vingers plukten een blauwe druif van de tros en ze tuitte haar lippen toen ze de druif in haar mond zoog. Valerius deed zijn lippen uit elkaar en Julia lachte. Ze nam een tweede druif. Hij rook haar parfum toen ze de druif in zijn mond stopte. Valerius staarde dromerig naar de slavin die bij de deur klaarstond om op een wenk van Julia een nieuwe schotel te brengen. Valerius begreep nog steeds niet wat hem overkwam. Deze namiddag had hij op het forum rondgehangen, zoals hij wel vaker deed. Met vrienden praten en naar de vrouwen kijken. Vooral dat. Hun slinkse blikken vertelden hem dat hij knap was en dat streelde zijn ijdelheid. Zo was ook de dochter van Augustus met twee slavinnen voorbijgekomen. Valerius had opgekeken en niet toevallig hadden hun ogen elkaar gekruist. Hij had meteen gemerkt dat Julia hem langer aankeek dan een kuise vrouw hoorde te doen. Toch was hij verrast toen later een van de slavinnen naar hem toekwam en vroeg of hij die avond met haar meesteres wilde eten. Tenslotte was ze de dochter van de princeps, hij gewoon de zoon van een graanhandelaar, niet eens van adel. Zijn hand vormde een vuist. Vanochtend had hij weer ruzie gehad met zijn vader. Morgen vertrekt er een schip naar Egypte. Waarom ga je niet mee? Zo leer je mijn leveranciers kennen. Weet je hoe je goed graan van rommel moet onderscheiden? Er volgde nog heel wat en na de discussie was hij boos weggelopen. Zoals altijd. Hij zuchtte. ‘Ben je me al beu?’, vroeg Julia met een lachje. Hij rekte zich over het tafeltje en legde zijn hand op haar arm. ‘Ik dacht aan mijn vader. Hij wil dat ik meewerk in zijn zaak. Maar er is zoveel te beleven in Rome … Later …’ ‘Vaders!’ gromde Julia. ‘Van mijn vader moest ik vroeger weven of kleren verstellen.’ ‘Jij? De dochter van Augustus?’

60

65

ki

1

70

75

80

JULIA EN VALERIUS — DIRK BRACKE

171


100

105

110

125

r

120

pl aa

95

115

grote gezinnen worden beloond. Hij zou beter naar zichzelf kijken. Bij Livia lukt het niet, maar ja, die denkt dat ze zowat de tweede princeps is. Ze hebben vast geen tijd om te vrijen.’ ‘Wij wel’, lachte Valerius. Zijn hand ging naar haar borst, maar tot zijn verbazing duwde ze hem weg. ‘Maar ik houd van je’, zei Valerius met een pruilmondje. ‘Ik niet van jou’, reageerde ze meteen. ‘Ik wil gewoon met je vrijen. Vandaag jij, morgen iemand anders. Ik moest van vader met Tiberius trouwen. De zoon van Livia, zoals je wel weet. En die heks heeft ervoor gezorgd dat vader hem geadopteerd heeft. Ik weet dat Tiberius liever bij zijn vrouw was gebleven. Nu ga ik mijn weg en Tiberius …’ Ze haalde haar schouders op om duidelijk te maken dat het haar niets uitmaakte wat hij uitrichtte. ‘Ik denk zelfs dat hij later princeps wil worden. Als mijn vader een god is.’ ‘Een god?’ vroeg Valerius verbaasd. ‘In de provincies wordt hij al als een god vereerd en wees gerust, na zijn dood zal hij echt een god zijn.’ Ze stond op en keek op hem neer. Ze liet haar kleed op de vloer vallen. ‘Wat denk je? Vrijen met de dochter van een god moet wel heel bijzonder zijn.’

130

em

90

jk ex

85

‘Mijn vader heeft gezegd dat hij Rome in klei heeft aangetroffen, maar hij zal het in marmer achterlaten.’ Hij had het idee dat ze dat vertelde om hem nog wat te laten sudderen. Valerius liet zich achterover vallen. Hij wilde haar spelletje wel meespelen, toch nog even. ‘Ik weet het, sinds hij het heft in handen heeft, is het in het rijk nog nooit zo rustig geweest. Geen burgeroorlogen meer, geen oorlogen. En de soldaten houdt hij rustig door hun geld te geven of land te beloven als ze naar huis terugkeren.’ Alsof ze genoeg had van het geklets, wuifde Julia de slavin weg. Dan schoof ze naast hem op de ligbank en ze liet haar hand over zijn been glijden. ‘Weet je vader dat je straks met mij naar bed gaat?’ Ze trok haar wenkbrauwen op. ‘Ga ik met jou naar bed?’ Haar mondhoeken krulden plagerig omhoog. ‘Als mijn vader het wist, dan zou hij me naar een of ander eiland verbannen.’ Valerius schrok omdat het geen grapje leek. ‘Zou hij dat doen? Zijn enig kind?’ ‘Hij wil het gezinsleven weer in zijn vroegere vorm herstellen. De oude waarden van de Romeinen. Overspel wordt bestraft en vaders met

135

NOOT

In

ki

Julia is de geschiedenis ingegaan als een frivole en overspelige echtgenote. Dat is een overdrijving van de werkelijkheid. De waarheid is dat haar minnaars helemaal niet pasten in de politieke plannen van keizer Augustus. Daarom moest zijn dochter met een voorwendsel van het politieke toneel worden verwijderd.

Bij het onlinelesmateriaal kun je het verhaal ook beluisteren.

172

JULIA EN VALERIUS — DIRK BRACKE


24

De economie van het Romeinse Rijk Zoals de titel je vertelt, leer je in deze les wat meer over de economie van het Romeinse Rijk. We bestuderen de periode tussen 200 v.C. en 200, dan is de economie op zijn hoogtepunt.

pl aa

r

Wat is de belangrijkste economische activiteit van de Romeinen? Welke rol speelt de hoofdstad Rome in de handel? Hebben de verschillende provincies ook een economisch belang?

0 20

De landbouw als belangrijkste economische activiteit

ki

Meer dan 95 % van de inwoners van het Romeinse Rijk werkt in de landbouw. Je mag dus gerust van een landbouwsamenleving spreken. Ook de rijke en belangrijke Romeinen hebben belangstelling voor de landbouw. In Italië en de veroverde gebieden proberen ze zo veel mogelijk grond te verwerven. De rijke Romeinen beschikken vanaf de 2e eeuw v.C. over uitgestrekte domeinen, ‘latifundia’ genoemd. Ze telen er vooral wijn, olijfolie en graan. Op die domeinen werken naast slaven ook vrije boeren. Kleine boeren kunnen immers de concurrentie met een groot landbouwbedrijf niet aan. Ze gaan daarom op een domein werken of trekken weg naar Rome. De villa is het belangrijkste gebouw op een ‘latifundium’. De eigenaar of zijn vertegenwoordiger woont er en van daaruit wordt het hele domein geleid. Veel slaven moeten ook in de mijnen werken. De Romeinen gebruiken zeer veel koper, zilver en lood. In de steden zijn er dikwijls loden waterleidingen. Uit sporen van looduitstoot in ijs op Groenland leiden wetenschappers af dat de economie vanaf het einde van de 1e eeuw v.C. tot het midden van de 2e eeuw op zijn hoogtepunt was. Zo zie je maar dat nieuwe bevindingen in de wetenschap de kennis van het verleden kunnen veranderen of bevestigen.

In

1

ROME WERELDHANDELSCENTRUM

jk ex

BLOEIENDE HANDEL

em

20

0

v. C

.

1

Kaartnr(s).

F

Het Romeinse keizerrijk

173


OPDRACHT 1

De landbouw in de oudheid en vandaag Vandaag voedt één Amerikaanse boer, die uitgerust is met een machinepark, honderd mensen. In de oudheid voedden tien boerenfamilies één extra familie.

pl aa

r

*

em

* Dit is algemene kennis. - Onderstreep het juiste antwoord.

• De Romeinse boer produceert meer / evenveel / minder dan een hedendaagse boer. • De Romeinse boer doet veel met machines / met de hand.

jk ex

• Je hebt 5 / 10 / 15 Romeinse boerengezinnen nodig om een extra familie te voeden. - Geef twee redenen waarom er in de Romeinse landbouw veel mensen nodig zijn. De opbrengsten zijn laag.

Bron

In

OPDRACHT 2

ki

Men moet veel handenarbeid verrichten.

De rijken hebben beslag gelegd op het grootste deel van de niet-toegewezen grond, de ‘ager publicus’ (= de gronden die voor iedereen zijn en door iedereen gebruikt mogen worden). Op den duur voelden zij zich er zeker van dat niemand hen die zou afnemen en zij richtten hun ogen op de kleine aangrenzende eigendommen van de arme boeren. Zij palmden die in, soms op vriendelijke wijze door aankoop, soms met geweld. Zo bebouwden ze van toen af geen akkers meer, maar enorme domeinen. Uit: Appianus, ‘De Romeinse Burgeroorlog’, I,7, in: De Romeinse Geschiedenis Appianus (ca. 95-165) is een Griekse historicus uit Alexandrië.

Welke twee soorten gronden pikken de rijken in? De  gemeenschappelijke gronden De  gronden van de arme boeren

174

LES 24

De economie van het Romeinse Rijk


Bron De villa

Reconstructietekening van een villa

pl aa

r

OPDRACHT 3

em

- Omcirkel op de tekening de woning van de eigenaar.

- Wat zouden de verschillende functies van de andere gebouwen kunnen zijn? Stallen, schuur, slaapplaats slaven, werkplaats (smid)

jk ex

Rome wordt het wereldhandelscentrum

ki

De Romeinse verovering is voor de meeste overwonnen gebieden aanvankelijk een ramp: de Romeinen moorden en plunderen. Bovendien moeten de verliezers een schatting aan Rome betalen. Belangrijke landbouwgronden komen in handen van Romeinen. De nieuwe Romeinse bestuurders buiten dikwijls de plaatselijke bevolking uit. De situatie voor de gebieden verbetert vanaf het einde van de 1e eeuw. Verschillende provincies worden belangrijke leveranciers van producten aan Rome. Vanuit alle hoeken van het groeiende rijk en vanuit het buitenland stromen de goederen naar Rome toe. De stad groeit in de 1e eeuw v.C. van ongeveer 200 000 naar 1 miljoen inwoners. De stad verbruikt enorm veel graan, wijn en olijfolie. De Romeinse keizers zorgen ervoor dat veel van die producten goedkoop of zelfs gratis verkrijgbaar zijn. Ze bekostigen dat met de belastingopbrengsten uit de provincies. Vanuit Rome vertrekken er ook veel goederen. Men bevoorraadt zo de Romeinse legioenen aan de grenzen met graan, wijn, olie, azijn, varkens, vissaus, metalen, leder enz. De aanwezigheid van troepen is meestal goed voor de economie van een gebied. Een deel van het voedsel en de gebruiksvoorwerpen wordt immers ter plaatse besteld.

In

2

F

Het Romeinse keizerrijk

175


De Romeinse handel vanaf de 1e eeuw

em

pl aa

r

OPDRACHT 4

- Omcirkel Rome en onze gewesten op de kaart.

jk ex

- Welke twee soorten transport geeft de kaart weer? Over land en over water

- Welke producten worden in dit gebied van het Romeinse Rijk verhandeld? • Omgeving Carthago (twee): tapijten, olijven

ki

• Britannia (vier): vee, goud, tin, wol

In

- De Romeinen drijven ook handel met gebieden buiten het rijk. Geef vier producten die Rome uit het Oosten invoert. Keuze uit: zijde, specerijen, edelstenen, goud, kruiden en reukwaren

- Bestudeer de handel met de Germanen. Geef drie producten die Rome invoert en drie producten die het uitvoert. • Uitvoer: keramiek, metaal, wijn, olijfolie • Invoer: leder, zink, slaven, paarden, pelzen

176

LES 24

De economie van het Romeinse Rijk


OPDRACHT 5

Bron 1 Een schip wordt gelost in Ostia, de haven van Rome.

Bron 2 Een schuit met tonnen wordt over een rivier getrokken.

- Onderstreep op de kaart van opdracht 4 de havenstad Ostia. - Hoe brengt men sommige schepen in beweging?

ONWAARSCHIJNLIJK!

pl aa

r

Men trekt ze voort.

jk ex

em

Zo’n 400 m diep in de ijskap van Groenland zitten looddeeltjes verborgen die in de Romeinse tijd in de atmosfeer zijn terechtgekomen. Dat gebeurde bij de winning van lood en zilver. Lood gebruikten de Romeinen voor waterleidingen, wijnvaten en de bedekking van scheepsrompen. Zilveren munten waren het betaalmiddel in het Romeinse Rijk. Als de economie groeit, heeft men meer zilvergeld nodig en komen er meer looddeeltjes vrij. Wetenschappers boren op Groenland honderden meters diep cilindervormige staven uit de ijskap. Uit het midden van die staven snijden ze dunne staafjes die ze laten smelten. Zo slagen ze erin om de uitstoot van lood en andere vervuilende stoffen tot op het jaartal te meten. De uitstoot van lood is het hoogst in de eerste eeuw v.C., de eerste eeuw en de tweede eeuw. In de luchtbelletjes in het ijs meten ze koolstofdioxide (CO2) en andere gassen die zorgen voor de opwarming van de aarde. Op die manier meten ze niet alleen de groei van de economie, maar ook de vervuiling die leidt tot klimaatverandering.

ki

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

In

KENNEN

1 de begrippen ‘latifundia’ en ‘villa’ uitleggen 2 het belang van de landbouw in de Romeinse economie aantonen 3 het aanvankelijk negatieve effect van de Romeinse veroveringen op een gebied uitleggen 4 de plaats van de stad Rome in de handel uitleggen 5 vier algemene kenmerken van de Romeinse economie opnoemen

6 met het voorbeeld van de looduitstoot in Groenlands ijs aantonen dat vernieuwingen in het heden onze kennis van het verleden kunnen wijzigen

KUNNEN 1 met behulp van opdrachten tekeningen en kaarten ontleden 2 soorten bronnen identificeren Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

F

Het Romeinse keizerrijk

177


LES 24 SCHEMA

De economie van het Romeinse Rijk 1 De landbouw als belangrijkste economische activiteit werkt in de landbouw -  lage opbrengsten -  veel handenarbeid

Rijke en belangrijke Romeinen

proberen zo veel mogelijk grond te verwerven

pl aa

r

95 % van de inwoners van het Romeinse Rijk

latifundia (uitgestrekte domeinen) -  teelten: wijn, olijfolie en graan -  arbeid: slaven en kleine boeren -  centrum = villa koper, zilver en lood

em

Mijnen (slavenarbeid)

Vanaf de 1e eeuw v.C. tot de 2e eeuw: economisch hoogtepunt

2 Rome wordt het wereldhandelscentrum

jk ex

De meeste overwonnen gebieden

-  aanvankelijk door Romeinen vernield -  moorden en plunderingen -  beste landbouwgronden ingepalmd -  uitbuiting door bestuurders

Einde van de 1e eeuw belangrijke leveranciers van producten voor Rome

In

ki

ROME

-  goederen naar Rome: komen van binnen en buiten het rijk -  De bevolking groeit vanaf de 1e eeuw v.C. snel aan. Gevolg: de stad verbruikt enorm veel graan, wijn en olijfolie.

-  goedkoop of zelfs gratis door de keizers -  betaald via belastingopbrengsten provincies

goederen naar de Romeinse legioenen aan de grenzen

goed voor de economie van een gebied (bestellingen)

178

LES 24

De economie van het Romeinse Rijk


25

Bloei en verval van het Romeinse Rijk Met Augustus begint vanaf 27 v.C. het Romeinse keizerrijk. De politieke macht is dus grotendeels in handen van de keizer en zijn vertrouwelingen. Ook de keizerlijke familie heeft veel invloed.

pl aa

r

Hoe komt het keizerrijk tot bloei? Wat leidt tot haar ondergang?

27

HERSTEL

39

6 47

5

7

33

4

28

2

SOLDATENKEIZERS

VERVAL

splitsing einde WestRomeinse Rijk

Onder de adoptiekeizers bereikt het Romeinse Rijk zijn hoogtepunt

ki

jk ex

De opeenvolgende Romeinse keizers behoren dikwijls tot dezelfde familie. Men spreekt dan over een dynastie. Men wordt keizer omdat men tot die familie behoort. De eerste keizers zijn zo bijna allemaal familie van Augustus. Ze veroveren nieuwe gebieden en breiden zo het rijk verder uit. Het omvat alle landen rond de Middellandse Zee, die dan ook ‘Mare Nostrum’ (onze zee) wordt genoemd. Sommige keizers gedragen zich gestoord en zijn enorm bloeddorstig. Heel dikwijls komt er opstand tegen hen en worden ze vermoord. Een verdeelde en zwakke senaat slaagt er echter niet in om de macht opnieuw naar zich toe te trekken. Na de moord op keizer Domitianus duidt de senaat de oude senator Nerva als nieuwe keizer aan. Om de legioenen aan zijn kant te krijgen, adopteert hij de populaire generaal Trajanus als zijn zoon en opvolger. In 98 volgt die hem op als keizer. Trajanus is een bekwaam bestuurder en militair. Hij zet het adoptiesysteem verder: de heersende keizer zoekt tijdens zijn leven de best mogelijke opvolger en adopteert die. Trajanus breidt het rijk uit tot zijn grootste omvang. Zo verovert hij onder andere het huidige Roemenië. Die verovering heeft vandaag nog invloed. In Roemenië spreekt men tot op de dag van vandaag een Romaanse taal, het Roemeens. Na zijn dood komt er een einde aan het Romeinse imperialisme. Hadrianus, de opvolger van Trajanus, beslist om geen nieuwe veroveringen te doen en de grenzen van het rijk te beveiligen tegen invallen van buitenaf. Bepaalde stammen, zoals de Germanen, willen immers in het rijk op plundertocht gaan. Andere volkeren, zoals de Parthen, willen hun eigen rijk uitbreiden. Om de verdediging beter te organiseren, geeft Hadrianus een aantal gebieden op. De versterkte grenzen worden ‘limes’ genoemd. Onder het bewind van de adoptiekeizers (96-192) kent het Romeinse Rijk een periode van welvaart. Je mag echt van een ‘Pax Romana’ (Romeinse vrede) spreken. De keizers laten overal grootse bouwwerken optrekken (tempels, aquaducten, triomfbogen, erezuilen …). Onder keizer Marcus Aurelius willen steeds meer volkeren het welvarende rijk binnenvallen. Hij

In

1

ADOPTIEKEIZERS

em

EERSTE KEIZERS

19

v.

C

96

.

Kaartnr(s).

F

Het Romeinse keizerrijk

179


moet voortdurend de grenzen verdedigen en dikwijls oorlog voeren. Marcus volgt niet langer het systeem van adoptie: zijn zoon Commodus mag hem opvolgen. Die blijkt echter onbekwaam en hoogmoedig. Hij vergelijkt zichzelf met Hercules. Commodus wordt in 192 vermoord. OPDRACHT 1

Bron 1 De wrede keizer Caligula (37-41)

pl aa

r

Zijn daden en woorden waren even wreed, zelfs wanneer hij zich aan het amuseren was. Bij de lunch of een ander amusement liet hij mensen ondervragen en martelen. Een soldaat, die zeer goed was in het onthoofden, sloeg de hoofden af van degenen die hij uit de gevangenis liet halen. (…) Wanneer een gladiatorentrainer met hem oefende met houten zwaarden en zich daarbij met opzet liet vallen, doorstak hij hem met een echte dolk. Vervolgens liep hij rond zoals overwinnaars (van een gladiatorengevecht) dat doen: met een palmtak op zijn hoofd (…) Op een van zijn meer overdadige banketten barstte hij opeens in lachen uit. Wanneer de consuls, die naast hem zaten, beleefd vroegen waarover hij aan het lachen was, antwoordde hij: ‘Wat denk je? Op een simpel bevel van mij kunnen jullie beide kelen onmiddellijk worden doorgesneden.’ (…) Zijn gezicht was zeer mager en extreem bleek, zijn lichaam was niet goed gevormd, met een zeer dunne nek en magere benen. (…) Terwijl zijn gezicht al lelijk van nature was, maakte hij het nog erger door voor een spiegel allerlei angstwekkende en griezelige gezichtsuitdrukkingen te oefenen. Hij was noch van geest noch van lichaam gezond. Bewerking van Suetonius, Over het leven van de keizers: Gaius Caligula, XI en L, ca. 110 De Romein Gaius Suetonius Tranquillis (ca. 69-na 126) studeert rechten en wordt een beroemde geleerde.

em

Hij werkt als bibliothecaris en archivaris voor keizer Trajanus. Keizer Hadrianus geeft hem zelfs de leiding over het keizerlijke secretariaat. Voor zijn biografieën over de Romeinse keizers kan Suetonius dankbaar gebruik maken van dat archief. Hij raadpleegt ook getuigen of hun nakomelingen. Suetonius heeft veel aandacht voor de persoonlijke kenmerken van zijn studieobjecten. Omstreeks 121 wordt Suetonius van het keizerlijke hof ontslagen omdat hij te ‘vriendschappelijk’ zou omgaan met de keizerin. Vanaf

jk ex

die periode kan hij niet langer de archieven raadplegen en bevatten zijn werken minder vertrouwelijke informatie.

In

ki

Bron 2

Buste van keizer Caligula, 1e eeuw, Archeologisch Museum, Venetië

- Onderstreep het juiste antwoord. Bron 1 is een primaire / secundaire bron. - Op welke historische vraag zou die bron een antwoord kunnen bieden? Eigen antwoord van de leerlingen. Bijvoorbeeld: hoe wreed was keizer Caligula? - Lees de informatie over de auteur en onderstreep het juiste antwoord. De auteur maakt zelf gebruik van primaire / secundaire bronnen. - Vergelijk de beschrijving van de keizer in bron 1 met bron 2. Wat stel je vast? De keizer wordt in bron 2 mooier voorgesteld dan de auteur van bron 1 hem beschrijft. 

180

LES 25

Bloei en verval van het Romeinse Rijk


- Onderstreep het juiste antwoord. Stamt bron 2 uit de eeuw waarin Caligula leefde? Ja / nee - Waarom zou de beschrijving in bron 1 kunnen kloppen? De auteur maakt gebruik van de keizerlijke archieven en raadpleegt getuigen. - Waarom is de beschrijving in bron 1 misschien overdreven? Omcirkel het juiste antwoord. a De auteur wil de goddelijkheid van de keizer benadrukken. b De auteur wil de slechtheid van de keizer benadrukken. c De auteur wil de sterfelijkheid van de keizer benadrukken. Het Romeinse Rijk bij de dood van Trajanus (117)

jk ex

em

pl aa

r

OPDRACHT 2

- Het Romeinse Rijk strekt zich uit over zowel Europa, Afrika als Azië. Geef per continent twee hedendaagse landen die tot het Romeinse Rijk behoren. Dat mag ook voor een stukje zijn. België, Frankrijk

Afrika

Marokko, Tunesië

Azië

Turkije, Syrië

In

ki

Europa

- Onderstreep de gebieden die Trajanus veroverd heeft. Armenia – Arabia – Belgica – Dacia – Gallia – Mesopotamia – Rijk van de Parthen

- Met welk hedendaags land stemt Dacia overeen? TIP Men spreekt er nog altijd ‘Romeins’. Roemenië - Wat gebeurt er met sommige gebieden die Trajanus heeft veroverd? Ze worden na zijn dood weer prijsgegeven.

F

Het Romeinse keizerrijk

181


OPDRACHT 3

De muur van Hadrianus Keizer Hadrianus laat vanaf het jaar 122 in het noorden van Brittannië een muur optrekken. Het bouwwerk geeft de grens weer tussen het gebied van de Romeinen en dat van de Picten (een Keltisch volk). Op bepaalde plaatsen bouwen de Romeinen langs de muur wachttorens en forten. Bron 1 De muur in de 2e eeuw a

c d

e

em

pl aa

r

b

Reconstructietekening van de muur van Hadrianus in de 2e eeuw. De muur was 117 km lang, 2 tot 3 m breed en vermoedelijk 4 tot 5 m hoog.

jk ex

- Duid op de tekening de volgende onderdelen aan: a  wachttoren – b  heerbaan – c  klein fort – d  gracht – e  muur.

ki

Bron 2 De muur vandaag

e

b

In

Bron 3 Keizer Hadrianus

c

Keizer Hadrianus (117-138), gekleed als Griekse filosoof. De bebaarde keizer bewonderde alles wat Grieks was.

182

LES 25

Bloei en verval van het Romeinse Rijk


- Duid op de foto twee onderdelen van de tekening aan die je nog herkent. Gebruik daarvoor opnieuw de letters.

2

De soldatenkeizers verzwakken het rijk

Bron 1 De keizers van 180 tot 284 Commodus (180-192)

vermoord

Pertinax (193)

vermoord

Didius Julianus (193)

vermoord

Pescennius Niger (193-195)

tegenkeizer*, vermoord

Clodius Albinus (195-197)

tegenkeizer, gesneuveld vermoord

jk ex

Caracalla (211-217) Geta (211)

medekeizer, vermoord

Macrinus (217-218)

vermoord

Heliogabalus (218-222)

vermoord

Alexander Severus (222-235)

vermoord

Maximinus Thrax (235-238)

vermoord

gesneuveld

Trebonianus Gallus (251-253) vermoord Aemilianus (253)

vermoord

Valerianus (253-260)

gevangengenomen door de Perzen en waarschijnlijk vermoord

Gallienus (253-268)

medekeizer, vermoord

Postumus (260-268)

tegenkeizer, vermoord

Claudius II Goticus (268-270) Quintillus (270)

zelfmoord

Aurelianus (270-275)

vermoord

Tacitus (275-276)

waarschijnlijk vermoord

In

ki

Decius (249-251)

em

Septimius Severus (193-211)

pl aa

OPDRACHT 4

r

De dreigende invallen van buurvolkeren zorgen ervoor dat de macht van het leger toeneemt. Sommige generaals beschouwen zichzelf als bekwame bestuurders en laten zich door hun troepen tot keizer uitroepen. Vervolgens rukken ze op naar Rome. Zeer dikwijls moeten ze tegen andere legioenen vechten, die de heersende, regerende keizer verdedigen of die vinden dat hun generaal keizer moet worden. Die burgeroorlogen verzwakken het Romeinse Rijk. De Romeinse economie lijdt onder de burgeroorlogen en de plunderingen. Om de troepen te kunnen omkopen, vragen de keizers steeds hogere belastingen. Bovendien teisteren ziekten en hongersnoden de bevolking. Dat alles doet het aantal sterftegevallen toenemen. Het bevolkingsaantal neemt daardoor af en de belastingopbrengsten verminderen. Veel keizers heffen daarom nog meer belastingen.

Gordianus I (238)

zelfmoord

Florianus (276)

vermoord

Gordianus II (238)

medekeizer, gesneuveld

Probus (276-282)

vermoord

Balbinus (238)

vermoord

Carus (282-283)

waarschijnlijk vermoord

Pupienus (238)

medekeizer, vermoord

Carinus (283-285)

vermoord

Gordianus III (238-244)

vermoord

Numerianus (283-284)

vermoord

Philippus Arabs (244-249)

gesneuveld of vermoord

Diocletianus (284-305)

*E  r zijn in deze periode wel meer ‘tegenkeizers’ geweest, maar enkel de belangrijksten zijn in de lijst opgenomen.

F

Het Romeinse keizerrijk

183


Bron 2 Troon te koop De pretorianen (de keizerlijke lijfwacht) hadden door de wrede moord op Pertinax de troon geschonden en onteerden door hun daarop volgende gedrag zijn waardigheid. (…) Zij beklommen de vestingwallen en verkondigden met luide stem dat de Romeinse wereld bij opbod zou worden verkocht aan de hoogste bieder. Uit: Edward Gibbon, Herfsttij en ondergang van het Romeinse Rijk Edward Gibbon (1737-1794) is een van de eerste moderne historici. Hij wil zijn tijdgenoten ervan overtuigen niet dezelfde fouten te maken als diegene die hebben geleid tot de ondergang van Rome.

- Wat is de gemiddelde regeringsduur van een Romeinse keizer tijdens deze periode? 3,1 jaar 

r

- Waarom is die zo kort?

pl aa

De  meeste keizers worden vermoord of sneuvelen in een oorlog.

- Welke gevolgen heeft dat voor de sterkte van het rijk? Duid de juiste gevolgen aan. Het heeft totaal geen gevolgen. De grensbewaking wordt verwaarloosd en plunderaars vallen het rijk binnen. Het rijk wordt machtiger dan ooit. Het rijk wordt niet meer goed bestuurd.

em

x x

- Welke speciale troepen hebben volgens bron 2 ook een invloed op de keizerskiezing?

jk ex

De  pretorianen of keizerlijke lijfwacht

3

Het rijk herstelt zich tijdelijk

In

ki

In 284 grijpt de generaal Diocletianus de macht. Hij voert een nieuw bestuurssysteem in: de senaat verliest haar laatste restje macht. De keizer wordt een autocraat, iemand die in zijn eentje zeer veel politieke macht heeft. Deze regeringsvorm noemen we autocratie. Diocletianus laat zich vereren als een god. Hij richt ook het ‘viermansbestuur’ of de tetrarchie op. Het systeem van Diocletianus werkt echter niet. Na zijn regering raken de verschillende keizers in conflict met elkaar. Uiteindelijk trekt Constantijn (alleenheerser van 306 tot 337) alle macht naar zich toe. Het oostelijke gedeelte van zijn rijk is dichter bevolkt, rijker en gemakkelijker te verdedigen. Hij maakt daarom van de Griekse stad Byzantium de nieuwe hoofdstad van het hele rijk. Dat ‘nieuwe Rome’ wordt naar hem Constantinopel genoemd.

184

LES 25

Bloei en verval van het Romeinse Rijk


OPDRACHT 5

Bron Het ‘viermansbestuur’

pl aa

r

Diocletianus splitst het rijk op in een westelijk en een oostelijk deel. In elk deel regeert er een keizer, bijgestaan door een medekeizer. Die laatste volgt de keizer op als die aftreedt of sterft. De nieuwe keizer stelt vervolgens een nieuwe medekeizer aan. De beelden stellen de twee keizers en hun medekeizers voor. Diocletianus is de tweede figuur rechts (met baard). De beeldengroep staat nu in Venetië. Oorspronkelijk stonden de beelden in Constantinopel.

Het ‘viermansbestuur’, beeldengroep uit de 4e eeuw, Venetië

- Hoeveel keizers zijn er in totaal? 4

em

- Hoe tonen de beelden aan dat de keizers per twee samenwerken? Ze staan per twee en omarmen elkaar. 

jk ex

Het Romeinse Rijk splitst zich en een deel gaat ten onder

ki

De opvolgers van Constantijn krijgen Bron opnieuw te maken met opstandige legioenen. Bovendien willen Germaanse stammen en andere volkeren het rijk binnenvallen. In 395 splitst keizer Theodosius daarom het rijk in een West-Romeins Rijk en een Oost-Romeins Rijk. Hij hoopt dat beide delen apart beter te besturen en te verdedigen zijn. Sommige Germaanse stammen mogen zich van de Romeinen in de grensgebieden vestigen. Ze moeten de grens helpen verdedigen tegen andere volkeren. Germaanse aanvoerders Karl Bryullov, De plundering van Rome door de Vandalen in 455, krijgen belangrijke functies in het 1835-1836, olie op doek, 88 x 117,9 cm, Tretyakovgalerij, Moskou Romeinse leger en bemoeien zich met de Romeinse politiek. De grensverdediging wordt ook verwaarloosd. Germaanse stammen controleren na verloop van tijd grote stukken van het West-Romeinse Rijk. Niemand luistert nog naar de West-Romeinse keizer. Een Germaanse generaal van het Romeinse leger zet in 476 de laatste keizer af. Het OostRomeinse Rijk blijft bestaan tot 1453.

In

4

F

Het Romeinse keizerrijk

185


‘Barbaarse volkeren’ aan de grenzen

pl aa

r

OPDRACHT 6

- Onderstreep de Romeinse provincies die bij het West-Romeinse Rijk horen.

em

Africa – Asia – Britannia – Egypte – Gallia – Hispania – Illyria – Italia – Annonnaria – Macedonia – Zeven Provincies - Onderstreep de Germaanse volkeren.

jk ex

Arabieren – Angelen – Friezen – Perzen – Romeinen – Saksen – Vandalen – Visigoten - Welk volk valt het Germaanse gebied binnen, zodat er Germanen naar het Romeinse Rijk vluchten? De  Hunnen

ki

- Omcirkel op de kaart het gebied waar het huidige Vlaanderen zich ongeveer bevindt. Welk Germaans volk valt dat gebied binnen?

In

De  Franken

186

LES 25

Bloei en verval van het Romeinse Rijk


Het einde van het West-Romeinse Rijk

pl aa

r

OPDRACHT 7

Odoaker

em

- Hoe heet de Germaanse leider die vanaf 476 over Italië regeert?

jk ex

- Volg op de kaart de trek van de Visigoten. Onderstreep de gebieden waar ze door trekken. Let op: soms staan er hedendaagse namen. Dalmatië – Egypte – Hibernia – Italië – Oost-Romeinse Rijk – Spanje – Vlaanderen - Een strijdmacht van Romeinen en Germanen verslaat in 451 de Hunnen. Hoe heet het Germaanse rijk waar die veldslag plaatsheeft?

ki

Het Bourgondische Rijk

- Welke Germaanse stam vestigt zich in Noord-Afrika en valt in 455 Rome aan?

In

De Vandalen

F

Het Romeinse keizerrijk

187


ONWAARSCHIJNLIJK! De Romeinen hebben te veel lood in hun bloed!

em

pl aa

r

De ondergang van het West-Romeinse Rijk prikkelt de fantasie van veel mensen. Sommigen aanvaarden niet dat politieke en economische problemen een einde zouden hebben gemaakt aan het rijk. Ze zoeken vanuit hun eigen specifieke studiegebied naar andere verklaringen en komen soms met eigenaardige theorieën voor de dag. Een zekere W.A. Krenkel beweert bijvoorbeeld dat de weerstand van de Romeinen werd gebroken omdat ze veelvuldig thermen bezochten waar de temperatuur van het badwater te hoog was. Dat zou een verzwakking van hun gestel tot gevolg hebben gehad. Een andere theorie die geregeld de kop opsteekt, stelt dat het Romeinse Rijk ten onder is gegaan aan loodvergiftiging. In de steden werd het drinkwater namelijk door loden buizen naar de vele afnamepunten geleid. Het water raakte door dat lood vervuild en dat heeft de gezondheid van de Romeinen ondermijnd.

jk ex

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

In

ki

1 de begrippen ‘dynastie’, ‘autocraat’, ‘autocratie’ en ‘imperialisme’ uitleggen 2 de begrippen ‘Mare Nostrum’, ‘adoptiekeizers’, ‘limes’, ‘Pax Romana’, ‘soldatenkeizers’ en ‘viermansbestuur’ uitleggen 3 de adoptiekeizers, de soldatenkeizers, het viermansbestuur, de splitsing en de ondergang van het West-Romeinse Rijk in de tijd situeren 4 de verzwakking van het rijk onder de soldatenkeizers uitleggen 5 de stichting van Constantinopel verklaren 6 de splitsing van het rijk verklaren 7 de ondergang van het WestRomeinse Rijk verklaren

188

LES 25

Bloei en verval van het Romeinse Rijk

KUNNEN 1 bronnen met elkaar vergelijken en de betrouwbaarheid van een bron onderzoeken in functie van een historische vraag 2 met behulp van een historische kaart de veroveringen van Trajanus opnoemen 3 met behulp van een kaart veranderingen in en om het rijk aanduiden 4 informatie op een tekening of kaart aanduiden

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES 25 SCHEMA

Bloei en verval van het Romeinse Rijk 1 Onder de adoptiekeizers bereikt het Romeinse Rijk zijn hoogtepunt Keizers

  dikwijls dezelfde familie

  dynastie

Eerste keizers

  veroveren nieuwe gebieden, Mare Nostrum   krijgen dikwijls te maken met opstanden en worden dan vermoord

De senaat is verdeeld en zwak.

pl aa

r

  zijn soms gestoord en bloeddorstig

 De heersende keizer zoekt tijdens zijn leven de best mogelijke opvolger en adopteert die.

Adoptiekeizers (van 96 tot 192)

Hadrianus 

em

Onder Trajanus krijgt het Romeinse Rijk zijn grootste omvang.

 de grenzen van het rijk beveiligen tegen invallen van buitenaf Daarom: opgave gebieden + versterkte grenzen (‘limes’)

Een periode van welvaart: ‘Pax Romana’ (de Romeinse vrede)  veel oorlogen tegen binnenvallende volkeren

jk ex

Marcus Aurelius

 onbekwame zoon als opvolger, die wordt vermoord

2 De soldatenkeizers verzwakken het rijk

ki

Meer macht voor het leger 

  generaals laten zich tot keizer uitroepen 

  burgeroorlogen

In

Het Romeinse Rijk verzwakt: - veel oorlogen   hoge belastingen nodig om troepen om te kopen - zwakke economie  

- ziekten en honger    meer sterftegevallen    bevolking daalt   minder inkomsten voor de keizer    vraagt hogere belastingen

F

Het Romeinse keizerrijk

189


3 Het rijk herstelt zich tijdelijk Autocratie 

  keizer heeft zeer veel politieke macht

Diocletianus voert in 284 een nieuw bestuurssysteem in.  

  viermansbestuur

- westelijk en oostelijk deel - in elk deel een keizer en medekeizer - medekeizer volgt keizer op en kiest nieuwe medekeizer

Verschillende keizers in conflict met elkaar

  Constantijn (306-337) alleenheerser

Oostelijk deel van het rijk dichter bevolkt, rijker en gemakkelijker te verdedigen   Constantinopel (Byzantium)

r

pl aa

Daarom: nieuwe hoofdstad in het oostelijke deel

4 Het Romeinse Rijk splitst zich en een deel gaat ten onder Opvolgers van Constantijn 

  burgeroorlogen + binnenvallende volkeren (Germanen)

  West-Romeinse Rijk + Oost-Romeinse Rijk

em

Theodosius splitst het rijk in 395 

Doel: beter bestuur + gemakkelijker te verdedigen

jk ex

Einde West-Romeinse Rijk

Oorzaak: -  Germaanse stammen mogen zich in grensgebieden vestigen. -  Germaanse legeraanvoerders bemoeien zich met de Romeinse politiek.

  nog meer invallen

-  Germaanse koninkrijken i.p.v. West-Romeinse Rijk

ki

Gevolg:

-  Verwaarlozing grensverdediging 

In

-  West-Romeinse keizer in 476 afgezet

190

LES 25

Bloei en verval van het Romeinse Rijk


26

Onderzoek: de ‘val van Rome’: een waarschuwing uit het verleden? De plundering van Rome in 410 door de Visigoten laat een diepe indruk na op tijdgenoten. Ook in latere tijden zal die plundering en de daaropvolgende ineenstorting van het West-Romeinse Rijk een grote indruk blijven maken.

pl aa

r

In deze les onderzoek je hoe sommige mensen vele eeuwen later terugblikken op die gebeurtenissen. En je onderzoekt ook waarom ze nog terugkijken. Doen ze dat enkel uit een historische interesse?

Score:

5 4 19

5 ±

17

5

14

±

50

0

em

10 76

4

4

±

. C v. 0 0 8 ±

KLASSIEKE OUDHEID

HEDENDAAGSE TIJD

MIDDELEEUWEN

jk ex

val van het WestRomeinse Rijk

plundering van Rome

MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

Hoe kijken sommige 19e-eeuwse kunstenaars naar de ondergang van Rome? Bestudeer de onderstaande bronnen en beantwoord de vragen.

ki

OPDRACHT 1

±

Nr.:

0

Klas:

0

Naam:

In

Bron 1 Thomas Cole, The Course of Empire (Het verloop van een wereldrijk), 1833-1836 Tussen 1833 en 1836 maakt de Engels-Amerikaanse schilder Thomas Cole (1801-1847) een reeks van vijf schilderijen waarin hij de volgens hem typische evolutie van een beschaving voorstelt. De verschillende taferelen zijn allemaal geplaatst tegen eenzelfde achtergrond, een fictieve vallei aan een baai. Op elk schilderij verschuift het perspectief telkens een beetje (van links naar rechts). Ook de positie van de zon verandert voortdurend. Op het eerste schilderij komt de zon op (links), op het laatste schilderij is de zon net ondergegaan (rechts). Net voor hij aan zijn schilderijenreeks begon, heeft Cole een lange reis door Europa gemaakt, waarbij hij o.a. een hele tijd heeft doorgebracht in Italië. Daar zag hij met eigen ogen de vele ruïnes die nog resten van de Romeinse beschaving. In de tijd van Cole zijn de nog relatief jonge Verenigde Staten aan het evolueren van een agrarische samenleving naar een industriële samenleving. De verstedelijking neemt toe, net als de rijkdom van een kleine groep industriëlen, bankiers en grootgrondbezitters. Bovendien neemt het grondgebied van de Verenigde Staten spectaculair toe (ten kostte van o.a. de oorspronkelijke bevolking). Sommigen zien in het opkomende Amerika een nieuw wereldrijk. Niet iedereen is evenwel een voorstander van die evolutie. Cole is een van de tegenstanders. F

Het Romeinse keizerrijk

191


Als bron van inspiratie voor zijn schilderijenreeks verwijst Cole naar een passage uit ‘Childe Harold’s Pilgrimage’ (1812-1818), een verhalend gedicht van de beroemde Engelse dichter Lord Byron (1788-1824): ‘Eerst vrijheid, dan glorie – en wanneer dat mislukt, Rijkdom, ondeugd, corruptie …’ Hieronder zie je het tweede, derde en vierde schilderij uit de reeks. Het eerste schilderij ‘The Savage State’ (De wilde toestand) laat een woest natuurlandschap zien met her en der een aantal mensen die als jager-voedselzoekers proberen te overleven.

em

pl aa

r

Het tweede schilderij:

jk ex

The Arcadian or Pastoral State (De arcadische of pastorale toestand), olie op doek, 100 x 161 cm, New-York Historical Society, New York

In

ki

Het derde schilderij:

The Consummation of Empire (De voltooiing van het rijk), olie op doek, 130 x 193 cm, New-York Historical Society, New York

192

LES 26

Onderzoek: de ‘val van Rome’: een waarschuwing uit het verleden?


pl aa

r

Het vierde schilderij:

Destruction (Verwoesting), olie op doek, 100 x 161 cm, New-York Historical Society, New York

Het laatste schilderij ‘Desolation’ (Woestenij) toont de ruïnes van de stad, verlaten door de mens en overwoekerd door de natuur.

In

ki

jk ex

em

Bron 2 Thomas Couture, Les Romains de la décadence (De Romeinen tijdens de decadentie), 1847

Les Romains de la décadence, 1847, olie op doek, 472 x 772 cm, Musée d’Orsay, Parijs

Thomas Couture (1815-1879) is een Franse schilder. Hij is gespecialiseerd in historieschilderijen, een populair genre in die tijd. Het doel van dat soort schilderijen is het weergeven van het menselijke gedrag (met alle tekortkomingen) samen met een morele boodschap over dat gedrag. Voor het maken van dat werk laat Couture zich inspireren door een citaat van de Romeinse dichter Juvenalis (ca. 55-140): ‘wreder dan oorlog, overviel de ondeugd Rome en wreekt de veroverde wereld’. Op het moment dat hij het werk maakt, is Frankrijk een koninkrijk, maar het regime is zeer onpopulair. Er is bijvoorbeeld veel kritiek op de extreme rijkdom van sommigen binnen de regering en op de wijdverbreide corruptie. Een jaar nadat Couture zijn werk heeft voltooid, breekt er in Parijs een opstand uit die leidt tot de val van de monarchie. F

Het Romeinse keizerrijk

193


- In welke tijd van het referentiekader leven Cole en Couture? De  moderne tijd - Hoe blijkt dat Cole zich baseert op de geschiedenis van het Romeinse Rijk? De  stad op het derde schilderij is duidelijk geïnspireerd op het Oude Rome (Romeinse architec­ tuur).  Op het vierde schilderij wordt de stad net als Rome geplunderd door ‘barbaren’. - Denk je dat Couture een bewonderaar is van de Romeinse samenleving die hij op zijn schilderij afbeeldt? Verklaar je antwoord. Nee,  hij toont losbandig en dronken gedrag. De mensen hebben duidelijk geen respect voor  de omgeving waar ze zitten. De  mensen op het schilderij contrasteren ook met de grote beelden van hun voorouders

r

die  het tafereel lijken te veroordelen.

pl aa

Couture  noemt het schilderij ‘De Romeinen tijdens de decadentie’. - Welke bedoeling hebben zowel Cole als Couture met de schilderijen?

Ze  denken dat de hang naar luxe, rijkdom en macht de Romeinse samenleving heeft

als  de Romeinen.

em

vernietigd  en ze willen hun tijdgenoten waarschuwen om niet dezelfde fout te maken

- Op welke historische vragen geven de schilderijen een betrouwbaar antwoord? a Hoe is Rome ten onder gegaan?

jk ex

b Wat denken Cole en Couture over hun tijd en de samenleving? c Wat denken Cole en Couture over de ondergang van het Romeinse Rijk? OPDRACHT 2

Hoe kijken sommigen vandaag de dag naar de ondergang van Rome? Lees onderstaande teksten en beantwoord de vragen.

In

ki

Bron 3 Op 13 november 2015 wordt Parijs opgeschrikt door een reeks bloedige aanslagen. Er vallen in totaal 138 doden en nog veel meer gewonden. De daders zijn extremistische moslims. In de daaropvolgende maanden volgen er nog meer radicaal-islamitisch geïnspireerde aanslagen in Frankrijk en ook in de rest van Europa, o.a. in Brussel. Eveneens in 2015 wordt de EU geconfronteerd met een ‘vluchtelingencrisis’. Honderdduizenden mensen uit Afrika, het Midden-Oosten en Azië proberen, vooral via Zuid-Europa, de EU binnen te geraken. Bij een aanzienlijk deel van de Europese bevolking leidt dat tot angst. Onderstaand artikel werd geschreven onmiddellijk na de aanslagen in Parijs. De auteur is Niall Ferguson (°1964), een Britse historicus. Hij staat bekend om zijn standpunten die vaak in strijd zijn met de heersende ideeën. Zo is hij bijvoorbeeld een groot bewonderaar van het Britse Rijk, een wereldrijk dat tot aan de Tweede Wereldoorlog grote delen van de wereld omvatte. In de tekst verwijst Ferguson naar Edward Gibbon. Gibbon (1737-1794) is een Engelse historicus die tussen 1776 en 1789 een omvangrijk werk publiceerde over de neergang en de val van het Romeinse Rijk (‘The Decline and the Fall of the Roman Empire’). Alhoewel Gibbon grondig te werk is gegaan en veel bronnen heeft gebruikt, worden heel wat van zijn bevindingen en stellingen in vraag gesteld door veel hedendaagse historici.

194

LES 26

Onderzoek: de ‘val van Rome’: een waarschuwing uit het verleden?


jk ex

em

pl aa

r

Ik ga hier niet herhalen wat u reeds gelezen of gehoord hebt. Ik ga hier niet zeggen dat wat er gebeurd is in Parijs op vrijdagavond nooit geziene gruwel was, want dat was het niet. (…) Ik ga u integendeel vertellen dat dit exact is hoe samenlevingen ten onder gaan. Dit is hoe Edward Gibbon de gotische plundering van Rome in augustus 410 beschrijft: ‘(…) een gruwelijke slachting vond plaats onder de Romeinen; en … de straten van de stad lagen gevuld met lijken … Elke keer de barbaren werden geprovoceerd door verzet, breidden zij hun losbandige slachting uit naar de zwakken, de onschuldigen, en de hulpelozen …’ Nu, beschrijft dit niet de taferelen die we vrijdag gezien hebben in Parijs? (Ferguson haalt vervolgens een aantal hedendaagse auteurs aan die stellen dat het Romeinse Rijk plotseling en door middel van geweld – van barbaarse invallers – ten onder is gegaan en dat de Romeinen daar zelf mee schuldig aan zijn.) Bijna dezelfde processen zijn de Europese Unie vandaag aan het vernietigen, alhoewel weinigen van ons die willen erkennen voor wat ze zijn. Zoals het Romeinse Rijk in de vroege 5e eeuw heeft Europa het zich toegestaan zijn verdediging te verwaarlozen. Terwijl haar welvaart toenam, nam haar militaire slagkracht af, samen met haar zelfvertrouwen. (Europa) is decadent geworden in haar shoppingcentra en stadiums. En op hetzelfde moment opende ze haar poorten voor buitenstaanders die haar welvaart begeerden, maar die hun voorouderlijke geloof niet afzworen. (…) Wanneer ik meer dan 30 jaar geleden naar Oxford ging, dan was ik ervan overtuigd dat ik in het eerste trimester Gibbon ging bestuderen. Dat was een vergissing. We leerden een hoop onzin zoals het feit dat nationalisme slecht was, natiestaten nog slechter en wereldrijken het slechtste van al. ‘De Romeinen voor hun ondergang’, schreef Ward-Perkins, ‘waren er net als ons, even van overtuigd dat hun wereld bijna onveranderd zou blijven voortbestaan. Ze hadden het verkeerd. Wij zouden er verstandig aan doen hun zelfgenoegzaamheid niet te herhalen.’ Arm, arm Parijs. Vermoord door zelfgenoegzaamheid. Uit: Niall Ferguson, Paris attacks, fall of Rome should be a warning to the west (De aanslagen in Parijs, de val van Rome zou een waarschuwing moeten zijn voor het Westen], in: Sunday Times, 16 november 2015

In

ki

Bron 4 Dit onlineartikel is zo’n anderhalf jaar na het artikel van Ferguson (bron 3) verschenen, maar is o.a. wel nog geschreven als reactie op de tekst van Ferguson. De ondergang van het Romeinse Rijk is terug van nooit weggeweest. De laatste jaren grijpen steeds meer politici en columnisten naar het onderwerp om actuele problemen in onze samenleving te duiden. (…) Wat drijft mensen om alsmaar meer de uitdagingen van onze wereld gelijk te stellen met een wereldhistorisch fenomeen dat meer dan anderhalf millennium geleden plaatsvond? (…) (In deze weggelaten passage verwijst de auteur naar het artikel van Ferguson.) Ook de Nederlandse premier Mark Rutte verkondigde op 27 november dat jaar dat indien de Europese Unie migratiestromen niet vertraagde, zij het lot riskeerde van het Romeinse Rijk. (…) Via een selectieve lezing maakt hij (Ferguson) de gevaarlijke vergelijking om weerloze oorlogsvluchtelingen anno 2015 gelijk te stellen met de gewapende krijgsbendes van Goten of Vandalen die in staat waren Romeinse veldlegers te weerstaan. Maar zoals professor

F

Het Romeinse keizerrijk

195


Mark Humpries (Swansea University) opmerkte, is het Ferguson bovenal te doen om de westerse dimensie van dit verhaal in de verf te zetten, waarbij we een expliciet ‘us’ (Rome en de westerse natiestaten) tegen ‘them’ (barbaren of migranten, indien de twee al niet samensmelten) verkrijgen. (…) De Romeinse samenleving, zoals nota bene bijna elke pre-industriële samenleving van de laatste vijfduizend jaar, kende een enorme welvarende toplaag met daaronder een overgrote massa van mensen die (met moeite) (over)leefden. Onze middenklassen hebben geen (gelijke) hierin. De technologische verschillen en mediamogelijkheden maken verdere vergelijkingen ook moeilijk. Bovendien is er de cruciale vraag van teleologie: zijn we echt voorbestemd om dezelfde weg op te gaan? De geschiedenis van vandaag is nog niet geschreven. Uit: Dr. Jeroen Wijnendaele, De val van Rome en onze crisis in het Westen, op: www.apache.be, 28 februari 2017

r

Dr. Jeroen Wijnendaele is postdoctoraal onderzoeker van het FWO (vakgroep geschiedenis, Universiteit (Davidsfonds Uitgeverij, 2013).

pl aa

Gent) en expert laat-Romeinse geschiedenis. Hij schreef o.a. het boek ‘Romeinen en barbaren’

Apache is een Belgische niet-commerciële nieuwswebsite die beweert kritisch en onafhankelijk naar de actualiteit te kijken.

Wie is de auteur? Wie? Niall  Ferguson

jk ex

Beroep? Historicus 

em

- Beantwoord onderstaande vragen voor bron 3.

Wanneer heeft hij de bron gemaakt? 16  november 2015 Heeft de auteur andere bronnen gebruikt? Ja,  hij verwijst naar het werk van Edward Gibbon. 

ki

Wat is het doelpubliek?

De  lezers van de krant (Sunday Times)

In

Wat is de bedoeling van het artikel?

Informeren / overtuigen / ontspannen / ontroeren / activeren

- Welke overeenkomst ziet Ferguson tussen de huidige EU en het Romeinse Rijk in de 5e eeuw? Duid aan in de tekst. - Komt de visie van Ferguson over de ondergang van het Romeinse Rijk overeen met de visie van Cole en Couture? Motiveer je antwoord. Ja. Allen zeggen dat de Romeinen ‘decadent’ waren geworden.

196

LES 26

Onderzoek: de ‘val van Rome’: een waarschuwing uit het verleden?


- In de tekst spreekt Ferguson over ‘buitenstaanders’ die ‘hun voorouderlijke geloof niet afzworen’. Wie bedoelt hij daarmee? Islamitische immigranten - Waarom beschouwt hij die groep als een gevaar? Omdat radicale moslims een aanslag hebben gepleegd in Parijs - Ferguson staat bekend als een bewonderaar van grote wereldrijken, zoals het Romeinse en het Britse Rijk. Hoe blijkt dat in de tekst? Duid aan. - In bron 4 wordt verwezen naar de toenmalige Nederlandse premier Mark Rutte. Ook hij vreesde dat de EU misschien wel eens het lot van het Romeinse Rijk zou delen. Waarom?

r

Door de immigratie

pl aa

- Als je kijkt naar het taalgebruik van Jeroen Wijnendaele over de stelling van Ferguson (dat migranten een bedreiging vormen), hoe blijkt dat hij het niet eens is met Ferguson? Selectieve lezing, gevaarlijke vergelijking, weerloze oorlogsvluchtelingen - Waarom vindt Wijnendaele dat je het heden niet zomaar mag vergelijken met de Romeinse tijd? Duid aan in de tekst.

em

- Is de tekst van Ferguson bruikbaar om een antwoord te formuleren op de onderzoeksvraag? Leg uit. Ja. Ferguson gebruikt het verhaal over de val van Rome om kritiek te geven op zijn

jk ex

eigen tijd. Hij is o.a. tegen grote immigratiestomen.

ki

Besluit. Zowel in de 19e eeuw als vandaag de dag blikken mensen (kunstenaars, historici, politici …) terug op de ondergang van het Romeinse Rijk. Ze doen dat niet enkel uit een geschiedkundige interesse, maar ook om kritiek te geven op hun eigen tijd.

In

Wat je na deze les moet kunnen:

KUNNEN 1 bronnen in de juiste historische periode van het referentiekader plaatsen 2 (gevraagde) informatie in bronnen terugvinden 3 bronnen inhoudelijk met elkaar vergelijken 4 toelichten met een voorbeeld waarom mensen verwijzen naar het verleden

5 begrijpen dat bronnen ons soms meer leren over de periode waarin ze gemaakt zijn of over de personen door wie ze gemaakt zijn dan over de gebeurtenis waarover de bron gaat

Een aantal onderdeeltjes van ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kunt, zet je daar een kruisje voor.

F

Het Romeinse keizerrijk

197


27

De Romeinse kunst Je weet al dat de Romeinen veel overnemen van andere volkeren zoals de Grieken en de Etrusken. Ze kopiëren die kunst echter niet volledig. Door hun veroveringen verspreiden ze hun kunst ook over grote delen van West-Europa en Noord-Afrika.

pl aa

r

Hoe ver gaat de invloed van die andere volkeren? Wat is typisch Romeins?

KLASSIEKE OUDHEID

jk ex

1

19 ±

±

17

5

4

5

0

0 5 14

±

0

50

MIDDELEEUWEN

em

PREHISTORIE OUDE NABIJE OOSTEN

±

. C v.

±

±

8

35

0

0

0

0

v.

C

.

Kaartnr(s).

HEDENDAAGSE TIJD

MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

De Romeinse bouwkunst is praktisch en monumentaal

In

ki

De Romeinse bouwwerken drukken vaak de macht van het klassieke Rome uit. Vele gebouwen zijn dan ook monumentaal: ze zijn stevig gebouwd en groots van opzet. De Romeinen nemen van de Etrusken de koepel, de rondboog en het tongewelf over. Zij voegen daar het kruisgewelf aan toe. Via het hellenisme komen ze in contact met de Griekse bouwkunst. De hellenisten vervangen de klassieke Griekse soberheid en rust gedeeltelijk door grootsheid en veel versiering. De Romeinen nemen van hen de Korinthische stijl over. De Romeinen passen zelf ook nieuwe technieken toe: ze maken beton uit een mengsel van steen, kalk, vulkanisch zand en water. Met dat beton kunnen zij grotere en hogere gewelven bouwen. Tegen een betonnen constructie bouwen ze vaak een bakstenen muur. Soms wordt die vervolgens met marmeren platen bekleed. In en rond hun gebouwen gebruiken ze ook dikwijls zuilen. De Romeinen leren de Griekse zuilen kennen via de Etrusken. Bij de Grieken zijn de zuilen functioneel: ze ondersteunen een balk. Bij de Romeinen daarentegen hebben ze vooral een esthetische functie. Ze moeten het geheel mooier maken.

198

LES 27

De Romeinse kunst


OPDRACHT 1

Origineel idee of kopie? Hieronder vind je een overzicht met kenmerken van de Romeinse bouwkunst. In de lestekst kun je vinden of de Romeinen dit zelf hebben bedacht of het hebben overgenomen van de Etrusken of de Grieken. Kruis de juiste antwoorden aan. Origineel Romeins

Kopie Grieks

Etruskisch

De bouw van een koepel

X

De bouw van zuilen

X

X

De bouw van een tongewelf

X

Bouwen met beton en baksteen

Openbare bouwwerken

pl aa

Bouwen in Korinthische stijl

X

r

De bouw van rondbogen

De bouw van een kruisgewelf

OPDRACHT 2

X

X

X

em

Noteer bij de verschillende Romeinse bouwwerken de juiste benaming. Combineer daarna elk bouwwerk met de juiste functiebeschrijving.

In

ki

jk ex

Kies uit: basilica, viaduct, aquaduct, thermen, amfitheater, theater, circus, triomfboog, Forum Romanum, Pantheon.

Triomfboog

Aquaduct

F

Het Romeinse keizerrijk

199


Theater

Forum Romanum

In

ki

jk ex

Amfitheater

em

pl aa

r

Circus (renbaan)

200

LES 27

Pantheon

Viaduct

Basilica

Thermen

De Romeinse kunst


1 Basilica

A halfronde schouwplaats met oplopende bankenrijen

2 Viaduct

B ruimte voor wedstrijden met paarden en wagens

3 Aquaduct

C tempel

4 Thermen

D overdekt gebouw dat dienstdoet als handelsbeurs en gerechtsgebouw E openbaar badhuis

6 Theater

F open waterleiding op gemetselde bogen

7 Circus

G ereboog

8 Triomfboog

H een brug over een weg of dal

9 Pantheon

I rond of ovaal theater met oplopende bankenrijen

10 Forum Romanum

J centraal plein, centrum van openbaar leven

2

3

4

5

6

7

D

H

F

E

I

A

B

8

9

10

r

1

G

pl aa

2

5 Amfitheater

C

J

De Romeinen houden van realistische kunst

Los de opdrachten in kleine groepjes op en bespreek ze vervolgens in de klas. Beeldende kunst

em

OPDRACHT 3

jk ex

- Is het een             of een            ? kopie origineel

of

L = R FANT = GI

G=N

ki

K = PIE

- Zijn deze borstbeelden realistisch of idealistisch? Omcirkel.

In

Bron 1

Bron 2

Borstbeeld van een

realisme / idealisme

Borstbeeld van Cicero,

jongeman, Nationaal

Capitolijnse Musea,

Archeologisch Museum,

Rome

Athene

realisme / idealisme

F

Het Romeinse keizerrijk

201


- Leg uit: realisme. De geportretteerde wordt uitgebeeld zoals hij in werkelijkheid is: met zijn gebreken en zijn minder mooie kanten.  - Leg uit: idealisme. De geportretteerde wordt niet uitgebeeld zoals hij in werkelijkheid is: zijn gebreken en minder mooie kanten worden verdoezeld.  - Waarom worden sommige figuren uit het verleden idealistisch voorgesteld? Om de persoon beter voor te stellen dan hij is, bv. machtiger, groter, knapper …

pl aa

r



- Welke vormen van beeldende kunst zie je op de afbeeldingen? Kies uit: muurschildering – mozaïek – bas-reliëf – camee. Bron 4

jk ex

em

Bron 3

Detail van de Alexandermozaïek, ca. 100 v.C.,

Museum van de Romeinse Beschaving, Rome

Nationaal Archeologisch Museum, Napels

Wat? Bas-reliëf 

Uitbeelding van de slag van Issos (333 v.C.) tussen

Bron 5

Wat? Mozaïek

In

ki

Het interieur van een Romeinse slagerij, 2e eeuw,

Detail van een plafondschildering met leden van de keizerlijke familie, 4e eeuw, het keizerlijke paleis in Trier, Duitsland

Wat? Muurschildering

202

LES 27

De Romeinse kunst

Alexander de Grote en Darius III


Bron 6 De Gemma Claudia

De Gemma Claudia, ca. 49 n.C., 12 cm hoog, Kunsthistorisch Museum, Wenen Links keizer Claudius en rechts Germanicus, met hun respectieve vrouwen

jk ex

em

pl aa

r

Wat? Camee

ki

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

1 opdrachten in groep oplossen 2 een mozaïek, bas-reliëf en camee uit andere kunstvoorwerpen herkennen

In

1 de begrippen ‘realisme’ en ‘idealisme’ in de kunst uitleggen 2 de termen ‘borstbeeld’, ‘bas-reliëf’, ‘mozaïek’, ‘muurschildering’ en ‘camee’ uitleggen 3 drie elementen uit de bouwkunst opnoemen die de Romeinen van de Etrusken overnemen 4 twee elementen uit de bouwkunst opnoemen die de Romeinen van de Grieken overnemen 5 twee elementen uit de bouwkunst opnoemen die de Romeinen zelf hebben bedacht

KUNNEN

Een

aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

F

Het Romeinse keizerrijk

203


LES 27 SCHEMA

De Romeinse kunst 1 De Romeinse bouwkunst is praktisch en monumentaal praktisch: monumentaal:

- basilica - aquaduct - amfitheater - circus - Pantheon

- viaduct - thermen - theater - triomfboog -  Forum Romanum

pl aa

Voorbeelden Romeinse bouwwerken:

bouwwerken met een duidelijke functie/bedoeling zeer groot

r

Romeinse bouwkunst is

Invloeden van andere volkeren:

em

-  Etrusken koepel rondboog tongewelf zuilen -  Grieken Korinthische bouwstijl

jk ex

Eigen inbreng van de Romeinen: - kruisgewelf -  werken met beton en bakstenen

2 De Romeinen houden van realistische kunst Romeinse beeldhouwkunst :

In

ki

Borstbeeld

204

LES 27

Beeld van het hoofd met een deel van de borst Twee stijlen: realistisch of waarheidsgetrouw idealistisch of ideaal voorgesteld

Bas-reliëf

Afbeelding in steen die uit de ondergrond naar voren springt

Mozaïek

Legwerk van stukjes steen, glas, marmer als vloerwerk of wandversiering

Muurschildering

Schildering op een muur

Camee

In reliëf gesneden veelkleurige siersteen

De Romeinse kunst


28

De godsdienst bij de Romeinen Lange tijd dacht men dat de Romeinen zeer veel van de Griekse godsdienst overgenomen hebben. Dat klopt niet volledig. De Romeinse godsdienst bevat ook nog veel andere zaken.

pl aa

r

Waarin geloven de Romeinen? Welke gelijkenissen zijn er met andere godsdiensten? Hoe vereren de Romeinen hun goden? Hoe staan de Romeinen tegenover de eerste christenen? Wanneer schakelen ze over op het christendom?

6 47

1

.

.C

v

De Romeinse goden bieden bescherming

ki

De Romeinse godsdienst is net zoals de Griekse polytheïstisch. Aanvankelijk aanbidden de Romeinen onzichtbare krachten die hen beschermen in ruil voor offers. De Romeinen vereren zo ‘penates’ (beschermers van de voorraadkamer) en ‘lares’ (beschermers van akker en huis). Grotere krachten beschermen Rome zelf. De oppergod Jupiter waakt zo over de Romeinse staat en haar wetten. De godin Vesta waakt over het haardvuur en de goede relaties tussen familieleden. In de keizertijd beschouwt men de keizer als iemand die de gunst van de goden heeft en die goddelijke eigenschappen heeft. Dat gebeurt al met de eerste keizer Augustus. Vanaf de 2e eeuw eisen de keizers dat men hen vereert als echte goden.

In

1

mythische stichting

HET KEIZERRIJK

jk ex

ontstaan Rome

DE REPUBLIEK

em

HET KONINKRIJK

27

v. C 9 50

±

10

0

75

0

3

v.

C

v. C

.

.

.

Kaartnr(s).

Beeld van Jupiter, oppergod bij de Romeinen, 1e eeuw, Museo Archeologico Sarsinate, Sarsina

F HET ROMEINSE KEIZERRIJK

205


OPDRACHT 1

Bron Een Romeins huisaltaar De drie figuren zijn twee ‘lares’ (1) met in hun midden een genius (2), een soort beschermengel van het familiehoofd. De kronkelende slang (3) verwijst ook naar de genius. Tot de tweede eeuw aanbidt men de keizer niet als god, maar vereert men zijn genius. - Zet het cijfer uit de tekst op de juiste plaats bij de afbeelding.

1

2

3

- Waarom is het fout te stellen dat alle Romeinse keizers zichzelf als een god beschouwden?

Genius loci-mozaïek, 1e eeuw, Huis van de Vettii, Pompeji

pl aa

r

Tot in de 2e eeuw vereert men de genius en niet de keizer zelf.

2

De Romeinen nemen veel over van andere volkeren

OPDRACHT 2

jk ex

em

Naar Grieks voorbeeld beginnen de Romeinen omstreeks 500 v.C. hun goddelijke krachten als mensen voor te stellen. In de 3e eeuw v.C. nemen de Romeinen nog meer Griekse goden en mythen over. Romeinse goden worden vereenzelvigd met Griekse goden. Goden uit andere samenlevingen worden na goedkeuring van de Romeinse priesters en de senaat binnengehaald. Zo nemen de Romeinen Egyptische (o.a. Isis en Osiris) en Perzische goden (o.a. Mithra) over. De nieuwe goden worden niet opgedrongen aan de burgers. Die hoeven de godsdienstige vieringen niet bij te wonen. De Romeinse goden en hun Griekse tegenhangers

ki

- Vul de namen van de Romeinse goden in. Raadpleeg daarvoor een boek of naslagwerk over de godsdienst in de klassieke oudheid. Ook op het internet vind je een hoop informatie. Zet de naam van de Romeinse god bij de juiste Griekse god. Kies uit: Bacchus – Mars – Jupiter  – Juno – Neptunus – Ceres – Venus – Pluto – Diana – Vulcanus – Minerva – Mercurius – Victoria – Cupido of Amor.

In

Griekse goden/godinnen Romeinse goden/godinnen Eigenschappen

206

LES 28

1 Zeus

Jupiter

oppergod

2 Hera

Juno

echtgenote oppergod, godin van het huwelijk

3 Athena

Minerva

godin van wijsheid en verstand, beschermster

4 Aphrodite

Venus

godin van liefde, schoonheid, seksualiteit en vruchtbaarheid

5 Hermes

Mercurius

boodschapper, begeleider van overledene naar onderwereld

6 Poseidon

Neptunus

god van de zee

7 Ares

Mars

oorlogsgod

De godsdienst bij de Romeinen


8 Eros

Cupido, Amor

god van liefde, aantrekkingskracht en passie

9 Nikè

Victoria

godin van de overwinning

10 Dionysos

Bacchus

god van wijnbouw en landbouw

11 Demeter

Ceres

godin van landbouw en vruchtbaarheid

12 Hades

Pluto

god van de onderwereld, de dood

13 Artemis

Diana

godin van de jacht, de maan

14 Hephaistos

Vulcanus

god van smeedkunst en vuur

r

- Zoek zelf afbeeldingen van vier Romeinse goden uit het bovenstaande lijstje. Kleef ze op een afzonderlijk blad en schrijf er telkens hun naam onder.

pl aa

3

De Romeinen brengen offers en geloven in voortekens

OPDRACHT 3

De vestaalse maagden

em

De Romeinen kennen geen priesters zoals wij. Thuis brengt het familiehoofd samen met zijn gezin de offers aan het huisaltaar. In de Romeinse tempels oefenen burgers het priesterambt uit. Het gaat om staatsambtenaren die dikwijls slechts tijdelijk de functie uitoefenen. Aan het hoofd staat de ‘pontifex maximus’ of hogepriester. In de keizertijd bekleedt de keizer die functie. Aparte groepen vormen de vestaalse maagden en de waarzeggers (auguren). Die laatsten leiden uit tekenen, zoals bliksem en donder of de vlucht van bepaalde vogels, de mening van de goden af.

In

ki

jk ex

In Rome staan de vestaalse maagden in dienst van Vesta, de godin van het haardvuur. Zij wordt vereerd in een cirkelvormige tempel op het Forum Romanum. De tempel bevat geen godenbeeld, maar een haardvuur dat voortdurend in brand moet worden gehouden. Dat gebeurt door zes vestaalse maagden, die op jonge leeftijd worden gekozen. Zij leggen een gelofte van kuisheid af: dertig jaar moeten zij maagd blijven. Bij overtredingen (doven van het vuur, seksuele contacten met mannen) wachten hen zware straffen. © Imageselect

- Wat was de belangrijkste taak van de vestalinnen? Zorgen voor het eeuwige vuur in de tempel van Vesta  - Vesta is de godin van de huiselijkheid. Welke link is er met het haardvuur?

Vestaalse maagden op het Forum Romanum in Rome

Een haard geeft een gezellige, huiselijke, warme sfeer. - Onderstreep in de tekst de overtredingen die een vestaalse maagd kan begaan.

F HET ROMEINSE KEIZERRIJK

207


4

De Romeinen vervolgen soms de christenen

De verspreiding van het christendom

ki

jk ex

em

OPDRACHT 4

pl aa

r

De jood Jezus van Nazareth verkondigt in Palestina de komst van het ‘rijk van God’. Hij verzamelt daarbij volgelingen (leerlingen) om zich heen. Omstreeks het jaar 30 veroorzaakt Jezus in Jeruzalem opschudding in de joodse tempel. Op bevel van de Romeinse landvoogd Pontius Pilatus wordt hij terechtgesteld. Na zijn dood beginnen zijn leerlingen te verkondigen dat Jezus opgestaan is uit de dood. De eerste leerlingen zijn joden. Al in de eerste eeuw komt het tot een breuk tussen joden en christenen. Er zijn in de eerste eeuwen ook veel discussies en meningsverschillen onder christenen over de christelijke leer. Het christendom kent een snelle verspreiding over de hellenistische wereld en daarbuiten. De christenen profiteren daarbij van de grootte en de organisatie van het Romeinse Rijk, met bijvoorbeeld zijn goed wegennet. Meestal zijn de Romeinen godsdienstig verdraagzaam, in de eerste en tweede eeuw zijn er soms christenvervolgingen. Op het einde van de derde eeuw en in het begin van de vierde eeuw is er een korte periode van georganiseerde vervolgingen van christenen.

In

- In welk deel van het rijk vind je in de eerste eeuw de meeste christenen? westelijk deel – oostelijk deel – noordelijk deel

- Geef drie westelijke steden waar het christendom in de tweede eeuw voorkomt. Carthago, Lyon, Rome

OPDRACHT 5

Bron De veroordeling van bisschop Cyprianus (258) Toen hij voor hem stond, zei de proconsul tot bisschop Cyprianus: ‘Jij bent Tascius Cyprianus?’ De bisschop antwoordde: ‘Ja, ik ben het.’ De proconsul Galerius Maximus zei: ‘Weet je dat jij je voorgesteld hebt als hoofd van een heiligschennend geloof?’ Bisschop Cyprianus antwoordde: ‘Ik ben het.’ Galerius Maximus zei: ‘De allerheiligste keizers bevelen u te offeren.’ De bisschop antwoordde: ‘Dat doe ik niet.’ De proconsul Galerius Maximus zei: ‘Denk goed na.’ Bisschop

208

LES 28

De godsdienst bij de Romeinen


Cyprianus zei: ‘Doe wat jij als bevel gekregen hebt. In zo’n rechtvaardige zaak valt er niet na te denken.’ Na beraadslaging (…) sprak Galerius Maximus (…) dit vonnis uit: ‘Jij hebt lange tijd als heiligschenner geleefd en je hebt heel velen in jouw misdadig geloof bijeengebracht, en je hebt je tot vijand van de Romeinse goden en van hun heilige riten gemaakt. (...) Daarom zul je (…) zelf tot voorbeeld dienen van diegenen die jij deelgenoten gemaakt hebt van jouw misdadige acties.’ (…) Na het uitspreken van die woorden las hij luid het volgende decreet af van een bordje: ‘Ik geef bevel dat Tascius Cyprianus gestraft wordt met onthoofding.’ (Het vonnis wordt onmiddellijk na het proces uitgevoerd.) Uit: Handelingen van de heilige Cyprianus, hoofdstuk 3 Het gaat hier om een christelijke bron die het tweede proces tegen bisschop Cyprianus beschrijft. Het

 Carthago, in Afrika - In welke eeuw heeft het proces plaats? In  de 3e eeuw

Hij  is bisschop.

em

- Welke functie heeft Cyprianus?

pl aa

- Waar vindt het proces plaats? In welk werelddeel is dat?

r

proces heeft plaats op 14 september 258 in de omgeving van Carthago.

- Waarom wordt hij veroordeeld?

Bron Alexamenos aanbidt zijn God De titel slaat op de Griekse tekst van dit graffito uit de derde eeuw. Het werd aangetroffen op een muur van een school van het keizerlijke paleis op de Palatijn in Rome. Een jonge figuur vereert een gekruisigde met ezelskop.

ki

OPDRACHT 6

jk ex

Hij  weigert te offeren aan de Romeinse goden.

In

Wat zouden de bedoelingen van de maker geweest kunnen zijn? Geef er twee.  Spotten met de jongeman  Spotten met zijn geloof 

Graffito (krastechniek), ca. 200, hoogte 38 cm, breedte 33,5 cm, Museo Palatino, Rome

F HET ROMEINSE KEIZERRIJK

209


5

Het christendom wordt staatsgodsdienst Keizer Constantijn beëindigt de vervolging van de christenen. In het Edict van Milaan (313) schenkt hij iedereen godsdienstvrijheid. Bovendien toont hij zich zeer vrijgevig tegenover de christelijke gemeenschap. Het christendom wordt de bevoorrechte godsdienst. De andere godsdiensten krijgen het steeds moeilijker. Tijdens de regering van keizer Theodosius (einde 4e eeuw) wordt het christendom de enig toegelaten godsdienst. Zo verbiedt die keizer om nog te offeren aan de oude goden. Wie dat wel doet, wordt streng gestraft. Het christendom is de staatsgodsdienst geworden.

OPDRACHT 7

Bron 1 Het Edict van Milaan (313)

Bron 2 Constantijn

Uit: Het Edict van Milaan, 313

pl aa

r

… dat wij de christenen en alle anderen de vrije macht geven een godsdienst te volgen, welke men ook wil, zodat, welke godheid er dan ook in de hemelse zetel is, hij tegenover ons en allen die onder ons gezag geplaatst zijn, welwillend en gunstig gestemd kan zijn.

Wat wordt van elke godheid verwacht, in ruil voor de godsdienstvrijheid van zijn aanhangers?

em

 Welwillend te zijn voor de keizer en al zijn onderdanen

177 cm, Capitolijnse Musea, Rome

jk ex

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

In

ki

1 het begrip ‘staatsgodsdienst’ uitleggen 2 de begrippen ‘vereenzelviging’, ‘auguren’ en ‘vestaalse maagd’ uitleggen 3 de belangrijke rol van bescherm­ goden bij de Romeinen aantonen 4 de rol van de keizer in de godsdienst uitleggen 5 de invloed van de Grieken op de Romeinse godsdienst aantonen 6 de Romeinse verdraagzaamheid t.o.v. andere godsdiensten aantonen 7 het optreden van Jezus van Nazareth beschrijven 8 de uitbreiding van het christendom uitleggen

210

LES 28

De godsdienst bij de Romeinen

Bronzen beeld, 4e eeuw,

9 de verandering in de Romeinse houding tegenover de christenen aantonen 10 de datum van het Edict van Milaan en de betekenis ervan geven

KUNNEN 1 drie Romeinse goden met drie Griekse goden vergelijken 2 informatie over oude godsdiensten opzoeken 3 een beschrijving uit een tekst op een afbeelding aanduiden 4 de verspreiding van het christendom met behulp van een kaart beschrijven

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


In de Romeinse oudheid hebben de meeste mensen niet veel vrije tijd. De meeste mensen zijn aanvankelijk landbouwers. Maar zoals je weet, verliezen veel boeren hun werk door de burgeroorlogen. Totaal verarmd trekken ze naar de stad in de hoop daar werk te vinden. Zij vormen de groep van proletariërs of nietsbezittenden. En ... hoe vreemd het misschien ook klinkt ... zij hebben heel veel vrije tijd. Ook de rijken hebben veel vrije tijd, want de slaven werken voor hen.

r

29

Romeinen en vrije tijd

pl aa

Wat doen rijke Romeinen in hun vrije tijd? Wat zijn de favoriete vrijetijdsbestedingen van de armen?

HET KONINKRIJK

1

DE REPUBLIEK

6 47

1

.

.C v 27

HET KEIZERRIJK

mythische stichting

jk ex

ontstaan Rome

em

.

v. C

9 50

±

10

0

75

3

0

v.

v. C

C

.

.

Kaartnr(s).

Ontspanning voor de rijkeren Bron De thermen

In

ki

OPDRACHT 1

Reconstructietekening van de thermen van keizer Caracalla (212-217)

F HET ROMEINSE KEIZERRIJK

211


‘Heerlijk! Lekker languit genieten in koude, warme en hete baden. Je wassen en verfrissen, alle stress laten wegstromen met je zweet. De poriën helemaal openzetten. Stijve spieren zijn zo weer weg dankzij onze getrainde masseurs. Onze grote sportterreinen bieden plaats voor schijngevechten, balspelen en atletiek. En vergeet niet een duik te nemen in ons openluchtzwembad! Een gezonde geest in een gezond lichaam is onze leuze: daarom bieden we ook een ruime keuze aan boeken in onze bibliotheek. Kortom ... de thermen zijn de ideale plaats om alleen of samen met je vrienden tot rust te komen of wat bij te praten. Geniet van de tuinen, terrassen, kantoren, ontvangstruimtes, kleedkamers, warmtekamers, zweet- en massageruimtes. In de onmiddellijke nabijheid vind je ook een uitgebreid aanbod aan winkels, fastfoodzaken en restaurants.’

pl aa

r

Zo zou de reclame voor een Romeins badhuis (= thermen) kunnen klinken. Maar veel reclame hebben de thermen niet nodig. De meeste Romeinen vertoeven er dagelijks gedurende enkele uren. Ook slaven en arme Romeinen bezoeken de thermen. Op sommige dagen is de toegang zelfs helemaal gratis. De thermen van Caracalla in Rome zijn de grootste, met een oppervlakte van ongeveer 11 ha. Er is plaats voor 1 600 gasten. Officieel zijn mannen en vrouwen gescheiden, in de praktijk niet altijd. Er zijn ook prostituees die hun diensten aanbieden. - Geef minstens vijf activiteiten die je in de Romeinse thermen kunt doen.

Baden, sporten, drinken, mensen ontmoeten, lezen in de bibliotheek ...

em

- Noem minstens drie activiteiten die zo ontsnapt lijken uit onze tijd. Fastfood eten, massages, zweetruimtes (sauna) - Wie bezoekt de badhuizen?

jk ex

Alle Romeinen: rijken en armen, vrijen en slaven. De toegang is op sommige dagen gratis en de rijkere Romeinen kunnen natuurlijk meer genieten van de betalende activiteiten.

- Waar komt de naam ‘thermen’ vandaan? Denk aan het woord ‘thermos’.

Bron Shoppen

In

OPDRACHT 2

ki

Thermos is Grieks voor warm (thermen = de warme baden).

Reconstructietekening van de markten van Trajanus

212

LES 29

Romeinen en vrije tijd


Hou jij ook van shoppen? Dan had je zeker je hart kunnen ophalen in het klassieke Rome. Net zoals in onze tijd vond je langs de belangrijke straten winkels (= tabernae) aan de voorkant van huizen en appartementen. De winkels bevonden zich op de benedenverdieping, met achterin een houten of stenen toonbank. Een tussenverdieping die vaak dienstdeed als woonplaats voor de winkelier, was via een trap bereikbaar. Achter de winkel bevond zich een stapelruimte. Tot ongenoegen van het stadsbestuur stalden de verkopers hun producten ook uit op straat. Naast markten waren er ook markthallen (= macella) met winkels rond een binnenplaats met zuilengangen. Er waren winkels van brood, kleding, juwelen, boeken, vaatwerk ... Onderstreep in de tekst drie gelijkenissen tussen een winkel nu en een Romeinse winkel.

2

Vermaak voor de massa

OPDRACHT 3

pl aa

r

Uit films ken je zonder twijfel de bloedige gladiatorenspelen. Gewapende en ongewapende mensen, wilde dieren ... worden tegen elkaar in de arena gebracht; een bloedige strijd volgt, tot de dood. Een uitzinnig publiek kijkt toe, opgehitst door de actie! Hoe ging het er bij die ‘spelen’ aan toe? - Zet het nummer van de afbeelding bij de juiste functie. Geef ook de naam van dit type van gebouwen.

In

ki

2

jk ex

em

1

F HET ROMEINSE KEIZERRIJK

213


3

pl aa

r

4

In de meeste Romeinse steden staan theaters (halve cirkel) en amfitheaters (volledige cirkel). De Romeinen wonen er feesten, wedstrijden, toneelstukken, dierengevechten en gladiatorenspelen bij. Naam

Functie

3

amfitheater

In Rome kun je nog altijd de ruïnes van het Colosseum bezoeken. Het biedt plaats aan 50 000 mensen. De 80 ingangen zorgen ervoor dat iedereen snel naar binnen kan. Het gebouw heeft geen dak, maar waarschijnlijk kon men het met een groot zeil overdekken. De gevechten in de amfitheaters zijn zeer gekend. Een voorstelling duurt meestal een hele dag en kent de nodige afwisseling: gladiatorengevechten, dierengevechten, terechtstellingen, circusacts. Men laat veroordeelden tegen elkaar of tegen dieren vechten. Romeinen houden er ook van om zwakbewapenden te laten vechten tegen zwaarbewapenden. Sommige amfitheaters kan men onder water zetten om er zeeslagen na te spelen.

paarden­

ki

1

jk ex

em

Nr. afb.

renbaan

In

(Circus

Maximus)

2

214

LES 29

Romeinen en vrije tijd

theater

De wagenwedrennen zijn een ander populair tijdverdrijf. De wagenmenners rijden in wagens getrokken door vier paarden. Ze binden de teugels om hun middel, zodat ze niet uit hun handen kunnen glijden. Vaak gebeurt het echter dat ze uit hun wagen vallen en door de paarden over de grond worden gesleept. De grootste renbaan is het Circus Maximus in Rome, dat plaats biedt aan 250 000 mensen. De Romeinen gaan er graag naartoe. De acteurs zijn over het algemeen mannen. Ze dragen maskers, waardoor elke acteur verschillende rollen kan spelen. Op de afbeelding zie je het zuidelijke theater van Gerasa (vandaag Jerash in Jordanië), gebouwd in de 1e eeuw.


Nr. afb.

Naam

Functie

4

sportvelden

Romeinse leiders proberen vaak om belangstelling te wekken voor gewone sporttakken zoals die in Griekenland populair waren. Maar die slaan niet echt aan bij de volksmassa. Jammer, want een atletiekwedstrijd organiseren kost maar een fractie van de prijs van de spelen. Rijke Romeinen beoefenden wel sporten zoals atletiek, balspelen, boksen en worstelen. Leuk detail: de ballen zijn met zand gevuld. Op de afbeelding zie je een fresco uit een graftombe (detail), uit de 2e eeuw, uit de Necropolis di Pozzo Pantaleo, nu in het Nationaal Museum van Rome in Rome.

gladiatoren en dierengevechten

wagenwedrennen

jk ex

em

theater

pl aa

r

- Noteer onder de afbeeldingen bij welk tijdverdrijf ze horen.

wagenwedrennen

Alle afbeeldingen: mozaïeken en muurschilderingen, Pompeji

ki

gladiatoren en dierengevechten

In

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN 1 de begrippen ‘thermen’, ‘amfitheater’ en ‘gladiatorenspelen’ uitleggen 2 vijf activiteiten uit de Romeinse thermen opsommen 3 vijf gelijkenissen tussen een winkel nu en een Romeinse winkel opsommen 4 de functie van het amfitheater, de paardenrenbaan, de sportvelden en het theater uitleggen 5 verklaren waarom rijke Romeinen de spelen organiseren

KUNNEN 1 informatie uit afbeeldingen afleiden 2 afbeeldingen en teksten ordenen 3 met medeleerlingen overleggen 4 historische misverstanden verbeteren

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

F HET ROMEINSE KEIZERRIJK

215


LES 29 SCHEMA

Romeinen en vrije tijd 1 Ontspanning voor de rijkeren • Thermen = badhuizen Activiteiten in de thermen: lezen, baden, zich ontspannen, sport, massage ...

2 Vermaak voor de massa Wat?

Functie

Theater (= halve cirkel) en amfitheater (= volledige cirkel)

Gladiatorenspelen:

feesten, toneelstukken, dierengevechten, gladiatorenspelen wagenwedrennen

em

Paardenrenbaan Sportvelden

pl aa

r

• Winkelen Gelijkenissen tussen winkels nu en een Romeinse winkel: winkels aan voorkant van huizen en appartementen, toonbank, stapelruimte, producten uitstallen op straat, tussenverdieping

atletiekwedstrijden

jk ex

Gevechten tegen mens en dier Doel gladiatorenspelen:

• voorkomen dat de massa armen zich gaat vervelen • opstanden voorkomen

In

ki

• populariteit politici verhogen

216

LES 29

Romeinen en vrije tijd


In het westen hebben vrouwen vandaag evenveel rechten als mannen. Scholen zijn gemengd en vrouwen hebben toegang tot alle beroepen. In veel gezinnen gaan zowel de mannen als de vrouwen uit werken. Ook de kinderen kunnen en mogen meer dan vroeger. Voor mishandeling van kinderen of echt­ genoten wordt men gerechtelijk vervolgd.

r

30

Gezin en opvoeding

pl aa

Welke rechten hebben vrouwen en kinderen in de Romeinse tijd? Hoe ziet het Romeinse onderwijs eruit?

HET KONINKRIJK

6 47

1

. .C v 27

HET KEIZERRIJK

mythische stichting

Man, vrouw en huwelijk

ki

In een Romeins gezin heeft de man (‘pater familias’) het voor het zeggen. De man bezit alles wat zich in het huis bevindt: vrouw, kinderen, slaven, meubels ... Slaven, vrouwen en kinderen hebben geen rechten. De vader beslist zelfs letterlijk over leven en dood. Een pasgeboren kind wordt aan zijn voeten gelegd. Als hij het in de armen neemt, mag het blijven leven, in het andere geval laat men het kind sterven. Veel kinderen sterven door onvoldoende of verkeerde voeding, een gebrekkige medische kennis of slechte hygiëne. Meisjes worden als een echte last aangezien. Vanaf hun twaalfde kunnen ze uitgehuwelijkt worden. De ouders moeten dan een bruidsschat geven aan de familie van de man. Daarom worden veel meisjes door hun eigen gezin verstoten of als vondeling langs een weg of op een vuilnisbelt achtergelaten. Als ze niet sterven, vallen ze daar vaak in handen van een slavenhandelaar. Hoewel de Romeinse wet verbiedt dat vrije kinderen als slaaf worden verkocht, gebeurt het toch weleens dat arme ouders hun kinderen op de slavenmarkt verkopen. De kans dat ze betrapt worden, is immers zeer klein. Sommige kinderen hebben het geluk door kinderloze echtparen geadopteerd te worden. Vanaf de 1e eeuw v.C. krijgen de vrouwen iets meer rechten: ze mogen scheiden als hun man hen niet goed behandelt. Vanaf de 3e eeuw krijgt de vrouw haar bruidsschat terug als haar man sterft of bij een echtscheiding. Gelijke rechten krijgen de Romeinse vrouwen echter nooit. Omdat vrouwen volgens Romeinse mannen geen kracht hebben om in het leger te dienen en niet in het openbaar kunnen speechen,

In

1

DE REPUBLIEK

jk ex

ontstaan Rome

em .

v. C

9 50

±

10

0

75

3

0

v.

v. C

C

.

.

Kaartnr(s).

F HET ROMEINSE KEIZERRIJK

217


hebben ze bijvoorbeeld geen politieke rechten. Maar vrouwen van belangrijke politici spelen vaak achter de schermen wel een rol. De vrouwen zijn dus altijd huisvrouwen: ze leiden het huishouden en de huisslaven, en beheren de huissleutels. Bij feesten thuis moeten ze gastvrouw spelen, terwijl Griekse vrouwen zich bij zo’n gelegenheid zelfs niet mochten laten zien. OPDRACHT 1

Echtscheidingen zijn in onze tijd even alledaags als huwelijken. Nauwelijks een halve eeuw geleden lag het aantal echtscheidingen in ons land veel lager. Waarom zijn er meer echtscheidingen? Verbind de feiten uit kolom 1 en 2 met elkaar. 

Echtscheiding is eenvoudiger dan vroeger. Mensen leven steeds langer. Vrouwen en mannen zijn gelijk.

Vrouwen laten zich niet zomaar domineren door een man.



Mannen en vrouwen moeten meer hun best doen voor elkaar.



Steeds meer vrouwen werken, ze zijn niet meer afhankelijk van hun man.



Meer kans om op elkaar uitgekeken te raken

- Maak een korte quiz voor je klas. • De leraar deelt de klas in groepjes van vier leerlingen in. • Elk groepje maakt met behulp van de lestekst vijf quizvragen. • Eén groep wordt aangeduid als jury. • De leraar haalt alle vragen op. De leerlingen van alle groepjes sluiten nu hun boek. • De leraar selecteert vragen en legt ze voor aan de verschillende groepjes. Elke groep noteert

jk ex

em

OPDRACHT 2



pl aa

Mensen zijn veeleisender geworden.

Nieuwe wetten

r

Vrouwen zijn economisch onafhankelijker.

kort zijn antwoord. Na een ronde van vijf vragen halen de juryleden de antwoordbladen op en geven punten.

ki

- Vul in de tabel zo veel mogelijk kenmerken (rechten of verplichtingen) in. Maak gebruik van de lestekst en van de tekst van Cato op de volgende bladzijde. Man

In

Rechten

Wat mag niet / verplichtingen

218

LES 30

Gezin en opvoeding

Vrouw

Man bezit alles, heeft macht over Vrouw leidt het huishouden   zijn familie, iedereen moet naar 

en  de huisslaven, beheert de

hem luisteren ... 

huissleutels, mag scheiden ... 











Geen politieke rechten, ze zijn 



huisvrouwen ... 














- Beantwoord de vragen. Bron Sta ervoor in dat ze haar plichten als huishoudster vervult. Heeft de meester jou haar als echtgenote toegewezen, wees dan tevreden met haar. Zorg ervoor dat ze jou ontziet. Ze mag niet te zeer op luxe gesteld zijn. Laat haar liefst zo weinig mogelijk omgaan met buren of andere vrouwen en hen evenmin thuis of in haar eigen vertrekken ontvangen. Naar avondmalen gaan, op straat rondslenteren dient ze niet te doen. (...) Ze moet proper zijn, het landgoed schoon en netjes houden, de haard gewijd houden en dagelijks schoonvegen, vooraleer ze slapen gaat. (...) Ze moet ervoor zorgen dat ze voor jou en de hele familie eten klaar heeft. Uit: Cato de Oudere, De Agri Cultura, dl. CLXIII (ca. 160 v.C.) ‘De Agri Cultura’ is een praktisch naslagwerk voor de grootgrondbezitters. De Romeinse politicus Cato Maior (234-149 v.C.) vindt het niet meer dan normaal dat vrouwen weinig of geen rechten hebben. Hij is

r

een typische vertegenwoordiger van de regerende klasse van het oude republikeinse Rome: een bekwaam

pl aa

politicus, legerofficier, even wilskrachtig als koppig, even sober als conservatief.

• Is de bron primair of secundair? Leg uit.

Primair, de bron dateert uit de tijd waarover ze vertelt (ca. 160 v.C.).

em

• Is de bron een historische bron of een historisch werk? Leg uit.

Een combinatie van beide: Cato schrijft over zijn eigen belevenissen (bron), maar bundelt ze in een praktisch naslagwerk voor grootgrondbezitters (werk).

jk ex



• Wie is de auteur van de bron? Wat weten we over hem? De Romeinse politicus Cato Maior (234-149 v.C.) is een typische vertegenwoordiger van de regerende klasse van het oude republikeinse Rome.

ki



• Wat is het doel of de functie van deze bron?

In

Cato wil informatie bezorgen over het beheer van een groot landbouwbedrijf. 

• Wat is het doelpubliek? De Romeinse grootgrondbezitters • Is de bron typerend voor de hele Romeinse samenleving, denk je? Leg uit. Nee, Cato is een vertegenwoordiger van de elite, hij schrijft ook voor die elite. • Op welke historische vraag geeft de bron het betrouwbaarste antwoord? Kruis aan. X Hoe denkt de Romeinse elite in de 2e eeuw v.C. over de rol van de vrouw? Welke rol heeft de vrouw in de Romeinse samenleving in de 2e eeuw v.C.?

F HET ROMEINSE KEIZERRIJK

219


2

School en opvoeding

em

Lees de tekst en vul op blz. 255 punt 2 van het schema aan.

jk ex

OPDRACHT 3

pl aa

r

In onze tijd betaalt de Vlaamse overheid het onderwijs. Dat geldt niet voor de Romeinse tijd. Het grootste deel van de Romeinse kinderen gaat niet naar school, omdat de ouders schoolgeld moeten betalen. Daarom zijn er niet veel scholen. Ze liggen ook bijna altijd in een stad. De meisjes en kinderen van armere ouders leren zelden of nooit lezen of schrijven. De meisjes helpen in het huishouden en de jongens leren het vak van hun vader. Sommige ouders sparen om hun kinderen toch naar school te kunnen sturen. Dankzij die opleiding maakt het kind kans om hoger in de maatschappij op te klimmen door bijvoorbeeld advocaat, ambtenaar of legerofficier te worden. Bij de rijke Romeinen staat vaak een min of meer geleerde slaaf in voor de opvoeding van de jongens. Het gaat meestal om een Griek, omdat de Romeinen veel bewondering hebben voor de Griekse cultuur. De kinderen kunnen van hun zevende tot hun achttiende (of twintigste) naar school. De indeling ziet er een beetje uit zoals in onze tijd. In het basisonderwijs leren ze lezen, rekenen en schrijven. In de hogere jaren leren ze grammatica en letterkunde en een beetje geschiedenis en aardrijkskunde. De laatste schooljaren (voor rijke kinderen) zijn gericht op het leren spreken in het openbaar. Oefeningen maken zit er niet echt in: de leerlingen moeten luisteren en teksten uit het hoofd leren. De leraren zijn bijzonder streng: wie lui is, krijgt stokslagen. In de hogere jaren wordt een leerling bij elke zware overtreding gegeseld met een leren zweep, terwijl de andere leerlingen hem vasthouden. Sommige vaders betalen privéleraars voor alle kinderen van hun gezin. Ook de slavenkinderen mogen de lessen bijwonen.

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

ki

KENNEN

In

1 drie rechten van de Romeinse man geven 2 met drie concrete voorbeelden de discriminatie van de vrouw bij de Romeinen bewijzen 3 drie verschillen tussen de positie van de Romeinse vrouw en die van een westerse vrouw in onze tijd geven 4 drie verschillen of gelijkenissen geven tussen het Romeinse en het hedendaagse onderwijs 5 drie verschillen of gelijkenissen geven tussen de Romeinse en de hedendaagse opvoeding

220

LES 30

Gezin en opvoeding

KUNNEN 1 gegevens uit de hedendaagse tijd vergelijken met soortgelijke gegevens uit de klassieke oudheid 2 bronnen volgens soort sorteren 3 de betrouwbaarheid van een bron in functie van een historische vraag beoordelen 4 beoordelen of een bron representatief is om een historische vraag te beantwoorden Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES 30 SCHEMA

Gezin en opvoeding 1 Man, vrouw en huwelijk Vrouw

De man bezit alles, heeft macht over zijn familie, iedereen moet naar hem luisteren ...

De vrouw leidt het huishouden en de huisslaven, beheert de huissleutels, mag scheiden, heeft geen politieke rechten, is huisvrouw.

2 School en opvoeding

Het Romeinse onderwijs

Hedendaags onderwijs

stokslagen, leren zweep 

punten verliezen, werkstudie ... 

 Vakken



grammatica, letterkunde, 

... 

geschiedenis, aardrijkskunde ... 



uit  het hoofd leren ...

 leren, vaardigheden oefenen ...

jk ex

Studeren

em

Straf

pl aa

r

Man





Romeinse opvoeding:

• Meisjes en kinderen van arme ouders krijgen  geen les.

ki

• Leraars = vaak geleerde slaven

In

• Ouders moeten schoolgeld betalen.

F HET ROMEINSE KEIZERRIJK

221


Hoe wonen de inwoners van Rome? Hoe leefden ze? Welke minpunten heeft het leven in Rome?

r

Rome is bij haar ontstaan een kleine boerengemeenschap, maar groeit uit tot een stedelijke ruimte en zelfs een heuse wereldstad. Net zoals in de grootsteden van onze tijd kent het Rome van 2000 jaar geleden een aantal plus- en minpunten.

pl aa

31

Rome, een stad vol tegenstellingen

1

mythische stichting

6 47

.

1

.C

27

DE REPUBLIEK

jk ex

ontstaan Rome

em

HET KONINKRIJK

v

. v. C 9 50

±

10

0

75

3

0

v.

v. C

C

.

.

Kaartnr(s).

HET KEIZERRIJK

Wonen in Rome: luxueus of armoedig

OPDRACHT 1

Het huis van een rijke Romein

Bekijk de plattegrond van de Romeinse villa. Noteer de cijfers uit de tekening op de overeenkomstige plaatsen in de tekst.

In

ki

We duwen de deur open. De drempel is versierd met een mozaïek. Aan weerszijden van de voorhal of vestibule (nr. 1   ) zien we aan handelaars verhuurde winkels (nr. 2   ), die op de straat uitgeven. Dan staan we in het atrium, een binnenplaats (nr. 3   ); het is de belangrijkste ruimte in het huis. 8 Een opening midden in het dak laat het regenwater in een 7 10 vijvertje (nr. 4   ) terechtkomen. 3 9 Verscheidene deuren en gangen 4 geven toegang tot de woonen slaapkamers (nr. 5   en 6   ). 6 Door een kleine gang (nr. 7   ) kom 1 5 je in een tuintje omgeven door 2 zuiltjes (nr. 8   ). Bij die tuin liggen de Reconstructietekening woonkamer, de kleine woonkamer, de van een Romeinse villa keuken (nr. 9   ) en de eetkamer (nr. 10   ).

222

LES 31

Rome, een stad vol tegenstellingen


OPDRACHT 2

Bron Het leven in een appartement (‘insula’) Met ondersteuningen houden onze huisbazen de ineenstorting van hun bezit tegen. Ze behangen grote barsten in de bouwval en verzekeren huurders dat ze veilig kunnen slapen, terwijl het gebouw de hele tijd als een kaartenhuis aan elkaar hangt. Ik woon liever ergens waar branden en middernachtelijke paniektoestanden niet de gewoonste zaak van de wereld zijn. Tegen de tijd dat de rook je kamer op de derde verdieping heeft bereikt (terwijl je nog slaapt), brult je heldhaftige onderbuurman om water en is hij bezig zijn boeltje in veiligheid te brengen. Als op de gelijkvloerse verdieping alarm wordt geslagen, is de laatste die wordt geroosterd, de huurder op zolder, helemaal tussen de nestelende duiven met enkel de dakpannen die hem scheiden van de open lucht. Uit: Juvenalis, Satire III, 2e eeuw Juvenalis (1e-2e eeuw) is een Romeinse dichter. In zijn teksten drijft hij de spot met de rijke Romeinen

r

uit zijn tijd. Hij vindt dat ze met de verkeerde dingen bezig zijn en zich slecht gedragen. Voor hem ging

pl aa

het er in Rome ‘vroeger’ veel beter aan toe, omdat de mensen toen nog veel eenvoudiger leefden. In de brontekst heeft hij het over de eigenaars van appartementsgebouwen.

- Lees de tekst van Juvenalis, bestudeer de afbeelding en beantwoord de vragen.

em

• Bekijk de afbeelding. Hoeveel verdiepingen telt het gebouw? Gelijkvloerse verdieping, drie

verdiepingen en een zolderverdieping • Waarom bouwde men in de hoogte,

jk ex

denk je?

Dan kan men op een kleine oppervlakte meer mensen

Maquette van de ‘insula’ van Diana, Ostia

huisvesten.

ki

• Hoe noemt Juvenalis de appartementsgebouwen in zijn tijd?

In

Een bouwval

• Hoe proberen de eigenaars van ‘insulae’ te verbergen dat hun gebouwen niet veilig zijn? Onderstreep het antwoord in de tekst.

• Vergelijk de ‘insulae’ met appartementsgebouwen in jouw gemeente. Geef twee gelijkenissen en twee verschillen. - ‘Insulae’ voldoen niet meer aan onze moderne comforteisen, er is geen bescherming  tegen brand en je slaapt op zolder tussen de duiven. - Er wordt nog steeds in de hoogte gebouwd en in sommige appartementsgebouwen  heersen onveilige situaties zoals vochtproblemen, gebrekkige brandveiligheid, slechte  isolatie.

F HET ROMEINSE KEIZERRIJK

223


- Tot welke categorieën hoort de tekst van Juvenalis? Onderstreep de juiste antwoorden. Historische bron / historisch werk Primaire bron / secundaire bron Geschreven bron / ongeschreven bron - Op welke historische vraag geeft de tekst een antwoord? Omcirkel het juiste antwoord. a Hoeveel inwoners telt een ‘insula’? b Hoe kijkt Juvenalis naar de appartementsgebouwen in zijn tijd? c Hoe proberen de eigenaars van de ‘insulae’ hun huurders eruit te zetten?

2

Een snelle hap of liever chic?

pl aa

OPDRACHT 3

r

Leven of overleven

Thermopolium (snackbar), 3e eeuw, Ostia Antica

ki

jk ex

em

Uit eten gaan gaat natuurlijk ook in een stad als het oude Rome.

Reconstructietekening

In

van een ‘thermopolium’

(snackbar)

Hoe zou je het in onze tijd noemen? Vul het schema aan.

224

LES 31

Rome

Nu

‘Bar’: iets drinken, een kleine hap, gokken

café, taverne

‘Caupona’: eten, drinken en overnachten

hotel

‘Popina’: een uitgebreide maaltijd

restaurant

Rome, een stad vol tegenstellingen


OPDRACHT 4

Arme Romeinen eten graanpap Het beeld dat Romeinen uitgebreide feestmaaltijden houden met veel wijn, fruit en vlees klopt niet helemaal. Enkel de rijke Romeinen kunnen zich dat veroorloven. De slaven en armste Romeinen eten zeer sober. Hun belangrijkste voedingsbron is een graanpap die vandaag eerder als dierenvoedsel gebruikt zou worden. - Wat denk jij van de voeding van de armste Romeinen? Weinig variatie, graanpap is de belangrijkste voedingsbron. - Welke gevolgen zou dat kunnen hebben voor hun gezondheid?

OPDRACHT 5

Een maaltijd voor rijke Romeinen - Bestudeer de afbeelding. Hoe eten rijke Romeinen? Ze liggen aan tafel,

em

steunend op hun elleboog.

pl aa

r

Ondervoeding, een tekort aan vitaminen



- Wat drinken ze bij het eten?

jk ex

Wijn

- Waarvan wordt die drank gemaakt? Druiven - Zoek zelf op wat rijke Romeinen eten. Wat kun je vandaag nog steeds in een restaurant bestellen?

Rome leeft dag en nacht

In

3

ki

Vlees, vis ...

Rome is een overbevolkte stad met een multiculturele samenleving. In de straten wriemelt het van het volk. Doordat de winkeliers hun waren op de stoep uitstallen, belemmeren zij de toch al nauwe doorgang. Op enkele uitzonderingen na mogen wagens overdag de stad niet in. Daarom verplaatsen de rijken zich in een draagstoel. ’s Avonds worden de poorten opengezet zodat de stad bevoorraad kan worden. Dan drijft men zelfs koeien, paarden, schapen … door de straten naar de slachthuizen. Enkel wie heel rijk is, woont in een rustige wijk en kan in Rome genieten van een ongestoorde slaap. De drukte brengt natuurlijk ook veel vuil met zich mee. In Rome is er geen dienst om het vuil op te halen. Daardoor blijft het vuilnis vaak achter op pleintjes of op de straten. Dat zorgt natuurlijk voor de nodige geurhinder en ziekten! Ten slotte zijn er in Rome ook veel dieven, bedelaars, dronkaards, vechtersbazen … Een modern politiekorps om alles in de gaten te houden, ontbreekt. Bovendien is het na zonsondergang erg donker omdat er nauwelijks straatverlichting is. Daarom is het onveilig om ’s avonds alleen door de straten te lopen.

F HET ROMEINSE KEIZERRIJK

225


OPDRACHT 6

- Lees de lestekst. Welke verschillen bestaan er tussen armen en rijken? Rijken wonen in een rustige wijk, weg van de drukte in de stad. - Noem drie verschillen tussen het (nachtelijke) leven in Rome en het leven in een stad in onze tijd. Er was in Rome geen vuilnisdienst, dieren werden door de stad gedreven, het vuilnis lag gewoon op straat, slachthuizen bevonden zich in de stad ...

jk ex

em

pl aa

r

Bron Een pondera of oversteekplaats in Pompeji

- Waarom zouden de Romeinen de straat oversteken op een rij stenen? Om hun voeten niet vuil of nat te maken. Er is geen vuilnisdienst, dus de straten

ki

kunnen smerig zijn.

- Aan welk gedeelte van de straat in een moderne stad doet deze oversteekplaats je denken?

In

Een zebrapad

226

LES 31

Rome, een stad vol tegenstellingen


ONWAARSCHIJNLIJK! Kenden de Romeinen pizza? Pasta’s zoals spaghetti kenden de Romeinen niet. Maar er bestond wel al een soort pizza. De ‘ofellae’ waren kleine, ronde baksels met vulling, zoals bijvoorbeeld kaas. Maar een groot verschil met onze pizza’s: de Romeinen gebruikten geen tomaten!

jk ex

em

pl aa

In de vele openbare toiletten die Rome rijk was, kon men makkelijk een praatje maken of de laatste roddels uitwisselen. Men zat er immers open en ‘bloot’, aangezien er geen scheidingswanden waren. In plaats van toiletpapier gebruikte men een spons die men achteraf spoelde in een goot met stromend water.

r

Openbare toiletten

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

ki

KENNEN

In

1 de begrippen ‘stedelijke ruimte’ en ‘multiculturele samenleving’ uitleggen 2 beschrijven hoe een rijke en een arme Romein wonen 3 de eetgewoonten van de rijken en armen vergelijken 4 het leven in de straten van Rome kort beschrijven 5 drie verschillen tussen het leven in Rome en het leven in een moderne grootstad geven 6 drie gelijkenissen tussen het leven in Rome en het leven in een moderne grootstad geven

KUNNEN 1 aan de hand van een afbeelding een huis van een rijke Romein en een ‘insula’ beschrijven 2 soorten bronnen identificeren 3 de bruikbaarheid van een bron in functie van een historische vraag beoordelen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

F HET ROMEINSE KEIZERRIJK

227


LES 31 SCHEMA

Rome, een stad vol tegenstellingen 1 Wonen in Rome: luxueus of armoedig Arme Romein: huurkazerne of ‘insula’

Voordelen: - ruime inrichting - eigen watervoorziening - baden en toiletten - aangesloten op de riolering

Nadelen: - geen water of sanitaire voorzieningen - grote ramen (heet in de zomer en koud in de winter) - slechte verwarming en geen schouwen - vuil en gevaar voor instorting en brand

pl aa

2 Leven of overleven

r

Rijke Romein: groot huis

Arme Romein: zeer sober eten

em

Rijke Romein: lekker en gevarieerd eten

Voorbeelden: - graanbrij - haalt zijn eten in gaarkeukens of snackbars

jk ex

Voorbeelden: - rund- en varkensvlees - verschillende vissoorten - groenten en fruit - melkproducten en wijn

3 Rome leeft dag en nacht

Rome is een overbevolkte stad met verschillende minpunten:

ki

- weinig plaats, nauwe doorgangen (wagens mogen overdag de stad niet in) - ’s nachts veel lawaai in de straten (door bevoorrading van de stad)

In

- veel vuilnis en daardoor stank (omdat er geen ophaaldiensten zijn) - weinig veiligheid (door dieven, bedelaars, dronkaards …)

228

LES 31

Rome, een stad vol tegenstellingen


OVERZICHT F

Het Romeinse Rijk ca. 1000 v.C. - 509 v.C

Griekse poleis + Griekse kolonisatie

KONINKRIJK

stadstaat: koning heeft alle macht

senaat + volksvergadering patriciërs (grondbezitters)

509 v.C. - 27 v.C. 

 patriciërs

pl aa

  verarming plebejers 

r

2 consuls + senaat + volksvergadering VEROVERINGEN 

plebejers

Athene / Sparta / Makedonië

REPUBLIEK

stadstaat

politieke gelijkheid voor plebejers (286 v.C.)

Rijk (‘Mare Nostrum’) 

  verdeel en heers + uitbuiting veroverde gebieden + Rome centrum handel

em

1e eeuw: sociale en politieke spanningen arme plebejers    rijke plebejers + patriciërs

plattelandsvlucht 

  PROLETARIËRS

NOBILITAS 

 latifundia

POPULARES  OPTIMATES BURGEROORLOGEN

jk ex

27 v.C. - 476/1453

  macht senaat

Augustus en opvolgers Adoptiekeizers VERVAL (3e eeuw)  

Octavianus / Augustus

KEIZERRIJK

ki

keizer 

In

  BLOEI VAN HET RIJK

oorzaken: soldatenkeizers + invallen + daling bevolking   HERSTEL: Diocletianus en Constantijn

splitsing west – oost 4 keizers VOLKSVERHUIZINGEN + OPSTANDIGE LEGIOENEN  West-Romeinse Rijk val: 476

Constantinopel

  SPLITSING RIJK (395)

+ Oost-Romeinse Rijk val: 1453

F HET ROMEINSE KEIZERRIJK

229


De Romeinse legioenen veroveren onze gewesten omstreeks 50 v.C. Ze overwinnen daarbij de Gallische stammen die er leven. Die gebruiken geen schrift. Met de komst van de Romeinen, die wel een schrift gebruiken, eindigt voor onze gewesten de prehistorie. In dit onderdeel maak je kennis met de Keltische Galliërs en de veranderingen die de Romeinen doorvoeren.

pl aa

r

G

De Gallo-Romeinse samenleving

em

De Kelten zijn geen achterlijke barbaren. Ze hebben een landbouwsamenleving die niet zoveel verschilt van die van de Romeinen. De Kelten zijn beroemd voor hun smeedwerk. Ze maken mooie arm- en halsbanden (‘torques’), kommen, vazen, schilden, gespen, spelden enz. uit ijzer, brons, zilver en goud.

In

ki

jk ex

a Sierschild, kom en halsband

b Een bronzen versiering op een riem (4e eeuw v.C.)

230


r

De Kelten of Galliërs leven in Europa tijdens de ijzertijd. Hier en daar vind je nog sporen van hun aanwezigheid: in Bretagne, Ierland, Schotland en Wales spreekt men bijvoorbeeld nog Keltisch. De naam België komt van de Belgae, een gedeeltelijk Keltisch volk dat leefde in het gebied tussen de Seine en de Rijn.

pl aa

32

De Kelten, een volk uit de Europese ijzertijd

em

Wie zijn de Kelten en waar komen ze vandaan? Hoe hebben zij zich over Europa verspreid? Waarvan leven zij? Hoe ziet de Keltische samenleving eruit?

1

±5 0v .C .

jk ex

±7 00

v. C

.

Kaartnr(s). 29

KELTEN

ki

De Kelten verspreiden zich over Europa Omstreeks 700 v.C. trekken er stammen uit Zuid-Rusland naar Midden-Europa. Ze hebben ijzeren wapens en onderwerpen er de oorspronkelijke bewoners. De eerste Kelten ontstaan uit een vermenging van de invallers met de oorspronkelijke bewoners. Omstreeks 450 v.C. verspreiden de Keltische stammen zich verder over Europa. Geschiedkundigen denken dat de bevolking is toegenomen en dat de bestaande landbouwgronden niet genoeg meer opleveren om iedereen te voeden. Groepen Kelten gaan daarom op zoek naar nieuwe akkers en weilanden. Ze vechten daarbij tegen elkaar en tegen hun buurvolkeren. Zo veroveren de Kelten steeds meer gebieden in Europa. Vanaf de 1e eeuw v.C. overwinnen de Romeinen en de Germanen de meeste Kelten.

In

1

G

De Gallo-Romeinse samenleving

231


OPDRACHT 1

Omcirkel telkens het juiste antwoord. • In onze gewesten leefden er geen / wel Kelten. • Het huidige Frankrijk heet in de Keltische tijd Massilia / Gallië / Rusland.

pl aa

2

r

• De meeste gebieden waar vandaag nog Keltisch wordt ge sproken, liggen in de buurt van Engeland / Spanje / Italië.

De Kelten: landbouwers, ambachtslieden en handelaars

Bron Een Keltisch ruiterbeeldje Een Keltische ruiter achtervolgt met zijn jachthond een everzwijn.

jk ex

OPDRACHT 2

em

De Kelten zijn landbouwers en veetelers. Ze leven op het platteland en hebben stevige landbouwwerktuigen. Ambachtslieden maken werktuigen zoals de ploegschaar, de zeis en de sikkel. Andere Europese volkeren maken deze werktuigen zelfs na. De ambachtslieden vervaardigen niet alleen gebruiksvoorwerpen, maar ook kunstvoorwerpen. Elke stam heeft een goede smid.

ki

Bronzen beeldje uit de 9e-5e eeuw v.C. gevonden in Merida (Spanje), bevindt zich in Musée des Antiquités nationales, St-Germain-en-Laye (Frankrijk), 29 x 34 x 35 cm

- Situeer het beeldje in tijd, ruimte en domein.

In

• Waar is het beeldje gevonden? Merida (Spanje) • In welk land bevindt het zich vandaag? Frankrijk • In welk maatschappelijk domein situeer je het? Cultureel • Waaruit blijkt dat men niet zeker is over de ouderdom? Men situeert het tussen de 9e en de 5e eeuw v.C. - Bestudeer het beeldje kritisch. Omcirkel het juiste antwoord. • Het gaat om een primaire / secundaire bron.

• Het beeld is van hout / metaal. • Het gaat om een klein / groot beeld.

232

LES 32

De Kelten, een volk uit de Europese ijzertijd


- Wat leert dit beeldje ons over de Kelten? Ze jagen op everzwijnen. Ze doen dat te paard, met een speer en met behulp van honden. - Geef 1 historische vraag over het beeldje waarop je geen antwoord hebt. Eigen antwoord van de leerlingen. Bijvoorbeeld: waarvoor heeft het beeldje gediend? Of: ging het gewone volk ook jagen of enkel de edelen? • Wat kun je doen om een antwoord op deze vraag te vinden? Andere bronnen raadplegen Handelsroutes van de Kelten De Kelten zijn ook handelaars. Ze drijven ruilhandel met hun handelspartners. Omstreeks 300 v.C. beginnen ze geld te gebruiken. Ze maken zelfs hun eigen munten. Een economie die geld als betaalmiddel gebruikt, noemt men een geldeconomie.

Noordzee

Sn

Sn

Au

Lutetia Lugdunum

Ag

em

Au Sn

Massilia

Olisipo

pl aa

r

OPDRACHT 3

Brigantium

Carthago

1000 km

tin brons

Ag

zilver

Au

goud

wijn aardewerk

Corinthus

graan

Middellandse Z ee

0

huiden

handwerk

Ag

Sn

jk ex

Gades

wol

slaven

Byzantium

Roma

wapens

Tyrus

zout olie

Alexandria

handelswegen

ki

- Geef vier steden waarmee Kelten handeldrijven.

In

Massilia, Rome, Carthago, Corinthus - In welk gebied leven de meeste handelspartners van de Kelten? Omcirkel het juiste antwoord.

China – kustgebieden van de Noordzee – Middellandse Zeegebied

- Geef vijf producten die de Kelten verkopen. Huiden, slaven, tin, zilver, graan - Geef twee producten die de Kelten kopen. Wijn en olie

G

De Gallo-Romeinse samenleving

233


3

De Keltische samenleving bestaat uit verschillende sociale groepen De Kelten leven in verschillende stammen naast elkaar. Ze spreken ongeveer dezelfde taal en hebben dezelfde leefgewoonten. Toch vormen de Kelten nooit één koninkrijk. De stammen voeren dikwijls oorlog tegen elkaar. Zwakke stammen moeten de leiding van sterke stammen aanvaarden. De Keltische samenleving bestaat uit verschillende sociale groepen.

OPDRACHT 4

Op je stickerblad vind je acht stickertjes met Keltische figuren terug. Die moeten op de juiste plaats in de driehoek op de volgende bladzijde gekleefd worden. Hoe hoger je in de driehoek staat, hoe belangrijker je bent. De onderstaande tekst kan je helpen. • Het stamhoofd staat aan het hoofd. Sommige stammen hebben een vrouw als stamhoofd. Hij of zij wordt verkozen door de vrijen van de stam.

pl aa

r

• Een druïde is een priester en geleerde. De bard is een verteller, zanger en dichter. Zijn verhalen, liederen en gedichten gaan vaak over belangrijke gebeurtenissen. Bij feestmalen worden die gebeurtenissen verteld. Zo vergeten de Kelten het verleden niet. De druïden en barden hebben een speciale positie in de Keltische samenleving. Ze mogen niet vechten en niemand mag hen kwaad doen. Intelligente, adellijke kinderen met een goed geheugen kunnen druïde of bard worden. Ze krijgen daarvoor een lange opleiding bij een oudere druïde of bard. • De edellieden of krijgers bezitten veel grond of vee. Ze vormen de Keltische adel.

em

• Het gewone volk bestaat uit ambachtslieden, handelaars en landbouwers.

De beroemde stripreeks Asterix schetst het verhaal van een Keltisch dorpje dat zich hardnekkig blijft verzetten tegen de Romeinse invasie ca. 50 v.C. Niet alles wat je te zien krijgt, is historisch correct. Maar de verhalen geven wel een eerste indruk van de Keltische samenleving. In het beeldfragment uit de film ‘Asterix contra Caesar’ worden enkele personages voorgesteld.

In

ki

OPDRACHT 5

jk ex

• Helemaal onderaan staan de onvrijen. Onderworpenen bewerken de velden van edellieden. Krijgsgevangenen en misdadigers werken als slaven op de velden of in de mijnen.

Noteer hier de namen van enkele personages en bij welke sociale groep ze horen.

Asterix: krijger / Obelix: krijger / Panoramix: druïde

234

LES 32

De Kelten, een volk uit de Europese ijzertijd


stamhoofd

barden

pl aa

r

druĂŻden

edellieden of krijgers

em

ADEL

jk ex

HET GEWONE VOLK

ambachtslieden

handelaars

landbouwers

VRIJEN

In

ki

ONVRIJEN

onderworpenen slaven = krijgsgevangenen en misdadigers

G

De Gallo-Romeinse samenleving

235


ONWAARSCHIJNLIJK!

pl aa

r

In onze gewesten zijn er nog sporen van het verre Keltische verleden: het Lommelse Kattenbos telt verschillende Keltische grafheuvels. De West-Vlaamse Kemmelberg en de Brabantse Kesselberg hebben dienstgedaan als heuvelfort. Kempense landbouwgronden vertonen nog sporen van Keltische akkerbouw.

© Jean Van Campenhout

em

Zicht op de Kemmelberg

jk ex

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

In

ki

1 de begrippen ‘handel’ en ‘geldeconomie’ uitleggen 2 de begrippen ‘onderworpene’ en ‘krijgsgevangene’ uitleggen 3 uitleggen hoe de Kelten zich als een volk hebben gevormd 4 vijf producten opnoemen die de Kelten verhandelen 5 de twee volkeren die een einde maken aan de Keltische overheersing opnoemen 6 uitleggen hoe de Kelten in hun levensonderhoud voorzien of overleven 7 de verschillende sociale groepen uit de Keltische samenleving opnoemen en hun rol in de samenleving uitleggen 8 het verschil tussen vrijen en onvrijen uitleggen

236

LES 32

De Kelten, een volk uit de Europese ijzertijd

KUNNEN 1 de Kelten in de tijd situeren 2 met behulp van historische kaarten de belangrijkste Keltische gebieden aanduiden 3 op een blinde kaart van Europa gebieden aanwijzen waar nu nog Keltisch gesproken wordt 4 het woongebied van de Keltische handelspartners aanduiden op een historische kaart 5 met behulp van opdrachten een bron situeren en kritisch bestuderen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES 32 SCHEMA

De Kelten, een volk uit de Europese ijzertijd 1 De Kelten verspreiden zich over Europa

r

± 50 v.C.

pl aa

± 700 v.C. ± 450 v.C. Kelten in uitzwermen over Europa Midden-Europa oorzaken: overbevolking + betere wapens

de Kelten onderworpen door Romeinen en Germanen

2 De Kelten: landbouwers, ambachtslieden en handelaars

jk ex

em

Landbouw Handel • akkerbouw met doeltreffende • met het Middellandse Zeegebied landbouwwerktuigen • tin, koper, ijzer, zout, huiden en slaven ruilen • veeteelt (rijkdom wordt uitgedrukt voor wijn, sieraden en kunstvoorwerpen in stuks vee) • vanaf 300 v.C. gebruik van geld = geldeconomie

3 De Keltische samenleving bestaat uit verschillende sociale groepen

In

ki

Keltische stammen voeren oorlog onder elkaar (verdeeldheid). Nooit één groot koninkrijk gevormd Verschillende sociale groepen 1 Vrijen

edellieden: bezitten de meeste grond en het meeste vee

2 Onvrijen

onderworpenen

gewone mensen

slaven: krijgsgevangenen en misdadigers

Druïden + barden: speciale positie in de samenleving

G

De Gallo-Romeinse samenleving

237


33

De Romeinen veroveren Gallië De Kelten of Galliërs leven voor de Romeinse veroveringen in de prehistorie. Zij kennen immers nog geen echt schrift. De verovering door de Romeinen betekent voor onze streken het einde van de prehistorie.

pl aa

r

Hoe verloopt die verovering? Welke gevolgen heeft dat voor Gallië? Welke invloed heeft de verovering op de cultuur?

4

5

0

±

19

5

±

17

5

14 ±

em

HEDENDAAGSE TIJD

MIDDELEEUWEN

MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

jk ex

PREHISTORIE KLASSIEKE OUDHEID

0

0 ±

50

1

58

v. C

.

Kaartnr(s).

1

De verovering van Gallië

In

ki

De Galliërs of Kelten zijn geen onbekenden voor de Romeinen. Er wonen Gallische stammen in het noorden van Italië en in 387 v.C. plunderen die zelfs Rome. De Romeinen veroveren in de tweede eeuw v.C. het Gallische gebied ten zuiden van de Alpen en een deel van Zuid-Frankrijk. De rest van Gallië kennen de Romeinen uit verhalen van handelaars en ontdekkingsreizigers. Die verhalen zijn vaak niet helemaal juist of zijn onvolledig. De Romeinse veldheer Julius Caesar zet in de eerste eeuw v.C. de verovering van Gallië verder.

OPDRACHT 1

- Lees het verhaal ‘Vergelding’ van Dirk Bracke (zie blz. 241-242). Zijn de volgende stellingen juist of onjuist? Kruis aan. Juist

238

LES 33

a

De Galliërs vechten samen tegen de Romeinen.

b

Er vechten Galliërs in het leger van Caesar.

X

c

Gallische vrouwen worden als slaven verkocht.

X

De Romeinen veroveren Gallië

Onjuist X


Juist d

De Eburonen zijn een deel van het Romeinse leger.

e

Gallische stammen zijn vaak met elkaar in conflict.

f

De Galliërs wonen in bakstenen huizen met een strooien dak.

g

Gallische stammen bevechten elkaar.

h

De kinderen worden gespaard.

i

Caesar maakt gebruik van de ruzies tussen de verschillende stammen.

X

j

Sommige Galliërs zijn bondgenoten van de Romeinen.

X

k

De Galliërs geven zich gemakkelijk gewonnen.

l

De Galliërs maken tijdens het gevecht gebruik van strijdwagens.

Onjuist X

X X X X

r

X

pl aa

m Ambiorix is de leider van een Romeins legioen.

X

Galliërs in het Romeinse leger leren Latijn.

o

Caesar blijft onderhandelen met stammen die zich niet willen overgeven.

p

Het Romeinse leger is meer gedisciplineerd.

X X X

em

n

X

- Vul nu het schema op blz. 240 aan met de informatie die je geleerd hebt.

2

jk ex

Gallië in Romeinse handen

In

ki

Om Gallië onder controle te kunnen houden, worden op strategische plaatsen legerkampen opgericht. De familieleden van de Romeinse soldaten komen rond het kamp wonen; ook handelaars en ambachtslieden vestigen er zich. Die plaatsen groeien vaak uit tot de eerste steden van onze streken. Atuatuca Tungrorum (het huidige Tongeren) is zo een van de oudste steden van België. In het castellum van Maldegem waren hulptroepen (1 056 man) gelegerd die van 172 tot 174 de streek moesten beschermen tegen Germaanse plunderaars. Het castellum vormt een vierkant (één zijde = 157,5 m) en telt twee grachten (4 m breed en 2 m diep).

OPDRACHT 2

Bron Het Romeinse castellum in Maldegem

Reconstructietekening van het Romeinse castellum in Maldegem

G

De Gallo-Romeinse samenleving

239


- Bereken hoe groot het castellum is in m2.  24 806,25 m2 = 2,4 ha - Een voetbalveld is ongeveer 1 ha groot. Is het legerkamp groter of kleiner? Groter - Uit welk materiaal is het legerkamp gemaakt? Hout - Wat is het doel van het legerkamp? Gallië onder controle houden - Welke Belgische stad is uit een Romeins legerkamp ontstaan? Tongeren Onze gewesten in de Romeinse tijd

In

ki

jk ex

em

pl aa

r

OPDRACHT 3

Gallië wordt een onderdeel van het Romeinse Rijk. De Romeinen delen de veroverde gebieden in provincies in. De provincies worden verder onderverdeeld in ‘civitates’. De Romeinen gaan daarbij uit van het grondgebied van een bepaalde stam. De belangrijkste nederzetting binnen een ‘civitas’ wordt de hoofdplaats. Elke ‘civitas’ heeft een eigen bestuur, moet belastingen betalen en soldaten leveren aan het Romeinse leger. - Welke rivier vormt de grens van het Romeinse Rijk? De Rijn - Op de kaart merk je dat Gallië is ingedeeld in ‘civitates’. Met welke huidige gebieden zou je een ‘civitas’ kunnen vergelijken? Omcirkel het juiste antwoord: land / stad / provincie / taalgebied / werelddeel. - Wat is het doel van de heerbanen? Het leger kan zich zo snel verplaatsen binnen Gallië.

240

LES 33

De Romeinen veroveren Gallië


- Tot waar lopen de heerbanen?  aan de Rijngrens Tot - Geef vijf Belgische steden waarvan je de Romeinse naam terugvindt op de kaart. Romeinse naam

Belgische stad

Cortoriacum

Kortrijk

Turnacum

Doornik

Namurcum

Namen

Orolaunum

Aarlen

Atuatuca Tungrorum

Tongeren

pl aa

Colonia Agrippina 

r

- Waar komt de naam Keulen vandaan?

- Welk Nederlandstalig woord heeft dezelfde oorsprong? Kolonie 

- Wat betekent dat woord voor de Romeinen?

em

Een kolonie is een groep Romeinen die zich blijvend in het veroverde gebied vestigt.  

De Gallo-Romeinse cultuur ontstaat

ki

De Romeinen proberen de overwonnen Galliërs volledig Romeins te maken, om o.a. te verhinderen dat er nog opstanden zouden uitbreken. Het Latijn wordt een belangrijke taal. Moderne talen zoals het Frans ontstaan uit het Latijn. Hoe meer een woonplaats zich aan de Romeinse cultuur aanpast, hoe meer zij met allerlei voorrechten wordt beloond. Het geldt bijvoorbeeld als een hele eer voor een nederzetting als ze de titel ‘colonia’ krijgt. Nog belangrijker is dat ze dan veel minder belastingen moet betalen. De meeste Gallische goden worden met de Romeinse goden gelijkgeschakeld. Maar ook nieuwe godsdiensten, zoals het christendom en de Mithrascultus, verspreiden zich in Gallië. De Galliërs blijven hun goden nog in de natuur vereren. Onder invloed van de Romeinen beginnen zij stenen tempels te bouwen. De Romeinen ondergaan op hun beurt ook veel invloeden van de Galliërs. De Romeinse soldaten in Gallië dragen onder hun uniform de Gallische halflange broek. De rijke Romeinen zijn ook verzot op hammen en ganzen uit Gallië. Typisch zuiderse voedingsproducten zoals druiven, peren, kolen en perziken ... vallen dan weer erg in de smaak van de Galliërs.

In

3

jk ex

- Geef vier elementen uit deze opdracht waarmee de Romeinen het veroverde gebied onder controle willen houden. Vul ze aan op het schema op blz. 240!

G

De Gallo-Romeinse samenleving

241


OPDRACHT 4

De Romeinse cultuur beïnvloedt de Galliërs zeer sterk Bron 2 Ontwikkeling van de bebouwing van 10 v.C. tot 70 n.C. aan de huidige Kielenstraat in Tongeren

- Waaraan herken je de Romeinse stadsorganisatie? Aan het dambordpatroon

em



pl aa

r

Bron 1 Plattegrond van het Romeinse Tongeren

- Wat stel je op de tekeningen nog vast i.v.m. de wegen? De straten worden verhard.

jk ex

- Welke dakbedekking hebben de verschillende types huizen?

De Keltische huizen hebben een strooien of rieten dak. De Romeinse huizen hebben

Bron

In

OPDRACHT 5

ki

dakpannen.

Vroeger vertrokken de Allobrogen (een Gallische stam) met tienduizenden ten strijde, maar nu beperken zij zich tot het bewerken van de velden. Zij wonen grotendeels in dorpen, maar de belangrijksten onder hen hebben Vienne, de hoofdstad van hun volk en vroeger ook een dorp, omgebouwd tot een stad. (...) De barbaren hier zijn helemaal geen barbaren meer, maar hebben grotendeels een Romeins uiterlijk gekregen, zowel in hun taal, hun manier van leven als zelfs in hun bestuur. Uit een bewerking van Strabo, Geographica De Griekse schrijver Strabo (ca. 64 v.C.-24 n.C.) reisde zeer veel. Het westen van het Romeinse Rijk heeft hij waarschijnlijk niet bezocht. Hij raadpleegde wel zeer veel boeken in bibliotheken. Zijn werk ‘Geographica’, voor het eerst verschenen in het jaar 7, is het beroemdst.

- Waarom zijn deze Galliërs volgens Strabo geen barbaren meer? Onderstreep de reden in de tekst. - Welke taal zouden zij spreken? Latijn

242

LES 33

De Romeinen veroveren Gallië


ONWAARSCHIJNLIJK!

jk ex

em

pl aa

r

De Romeinse veldheer Caesar (100-44 v.C.) verovert Gallië tussen 58 v.C. en 52 v.C. Hij schrijft daarover nog tijdens de verovering. Caesar wil vooral zichzelf ophemelen. Hij noemt de Belgae de dapperste Kelten. Sommige van onze landgenoten zijn daar heel trots op. Toch hebben de huidige Belgen niets met de Belgae te maken. Integendeel: Caesar liet hen bijna allemaal uitmoorden. De overigen vluchtten naar het huidige Engeland. ‘Van al deze (Keltische) volkeren zijn de Belgae de dapperste. Dat komt omdat zij het verst verwijderd zijn van de beschaafde wereld (het Romeinse gebied). Ook doordat zij maar heel zelden bezoek krijgen van kooplui en er in hun land dus bijzonder weinig luxegoederen worden ingevoerd. Die goederen werken verslapping in de hand. Ten slotte doordat ze de naaste buren zijn van de Germanen, die aan de overzijde van de Rijn wonen. Zij voeren voortdurend oorlog met deze Germanen.’ Ambiorix, de leider van de Eburonen, heeft een standbeeld in Tongeren. Het beeld is opgericht in de 19e eeuw. Men beschouwde de ‘Oude Belg’ als een held en een voorbeeld voor de hedendaagse Belgen. Caesar heeft Ambiorix nooit in handen gekregen. Zijn volk, de Eburonen, heeft hij echter uitgeroeid of als slaven laten wegvoeren. Veel bloedverwantschap tussen de Eburonen en de huidige Belgen of Vlamingen is er dus niet.

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

ki

KENNEN

In

1 de begrippen ‘kolonie’ en ‘romanisatie’ uitleggen 2 aantonen dat de Galliërs geen eenheid vormen 3 een voordeel geven dat Julius Caesar heeft t.o.v. de Galliërs 4 het lot van de Belgae onder Caesar beschrijven 5 uitleggen hoe de Romeinen de controle in Gallië proberen te behouden 6 manieren waarop de Romeinen zich in Gallië vestigen, opnoemen 7 met twee voorbeelden de invloed van de Romeinen op de Gallische godsdienst uitleggen

8 verklaren waarom Galliërs zich romaniseren 9 met twee voorbeelden de over­name van Gallische gebruiken door de Romeinen aantonen

KUNNEN 1 de evolutie in bebouwing aan de hand van afbeeldingen uitleggen 2 informatie uit een verhaal afleiden

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

G

De Gallo-Romeinse samenleving

243


LES 33 SCHEMA

De Romeinen veroveren Gallië 1 De verovering van Gallië Gallië: - Verschillende (vaak rondtrekkende) stammen of groepen  - Geen onbekenden voor Romeinen 

  vaak onderlinge conflicten 

  Gallische stammen in noorden van Italië

r

Verovering door Romeinen:

pl aa

- 2e eeuw v.C.: Gallisch gebied ten zuiden van Alpen + deel van Zuid-Frankrijk - 1e eeuw v.C.: verovering van Gallië onder leiding van Caesar 

•  Caesar maakt gebruik van onderlinge conflicten tussen Galliërs.

                  bieden veel weerstand. • De Belgae

em

2 Gallië in Romeinse handen

Controle veroverde gebieden + vestiging Romeinen

2  Gallië verdeeld in provincies en civitates

in veroverde gebieden 3  Kolonies 

4  Aanleg heerbanen voor leger

jk ex

op strategische plaatsen 1  Legerkampen 

3 De Gallo-Romeinse cultuur ontstaat Invloed van Romeinen op de Galliërs

Kenmerken

Romeinse steden in Gallië: Romeins karakter

- Dambordpatroon - Typisch Romeinse gebouwen: thermen, aquaducten, amfitheaters, tempels

Huizen

-  Tussen lemen boerderijen bouwen de Romeinen villa’s.

Romanisering = Galliërs volledig Romeins maken

-  bv. Latijn -  Doel = opstanden voorkomen

Godsdienst

-  Gelijkschakeling Romeinse goden met Gallische goden -  Naast natuurgodsdiensten ook christendom

Voeding

-  Typisch zuiderse producten zoals druiven

In

ki

Invloed

Invloed van de Galliërs op de Romeinen - Romeinen dragen Gallische halflange broek. - Rijke Romeinen zijn dol op hammen en ganzen.

244

LES 33

De Romeinen veroveren Gallië


VERHAAL

Vergelding

DIRK BRACKE

Over de verovering van onze gewesten door de Romeinen

15

20

30

35

40

r

pl aa

In

25

45

pas over vijfentwintig jaar als Romein in een legioen mogen optrekken. Maar omdat zoveel Romeinen waren gesneuveld, werden de lege plaatsen uit noodzaak soms aangevuld met betrouwbare Galliërs. Gelukkig hebben zoveel stammen onderling ruzie, dacht Severius. Als ze samen tegen ons zouden vechten, dan hadden ze ons wellicht al terug over de Alpen gejaagd. ‘Ik heb nooit begrepen waarom jullie tegen je eigen volk vechten’, zei Severius, om iets te zeggen. ‘Omdat we sommige stammen nog meer haten dan de Romeinen’, zei Getorix verrassend eerlijk. ‘Mijn stam heeft al meer tegen andere stammen gevochten dan tegen de Romeinen en nu kunnen we met jullie hulp hun land inpalmen.’ Dat denk je maar, dacht Severius monkelend. Als je verwacht dat Caesar jouw stam zal helpen … Jouw land wordt gewoon een provincie van Rome. ‘Het lijkt alsof we nooit klaar zijn met jullie’, gromde Severius. ‘Telkens opnieuw komt wel een of andere stam in opstand.’ Er kwam een zweem van een grijns op het gezicht van Getorix. ‘Wat dacht je dan? Dat ze het leuk vinden om onderworpen te worden? Elke stam wil natuurlijk vrij leven zoals men het altijd gewend was. Ze hebben jullie tenslotte niet gevraagd om hun land binnen te vallen. Waarom konden jullie niet gewoon in Rome blijven?’ ‘Tja, waarom niet?’ vroeg Severius zich opeens af. Hij had er nog nooit over nagedacht. Overal veroverde Rome landen en volkeren. Om rijker te worden, dacht hij. Om de grenzen van het rijk te beschermen? Of misschien wil Caesar in Rome uitpakken met een schitterend succes om de senaat te imponeren, voor zijn prestige. Of omdat Pompejus het als veldheer ook schitterend doet en Caesar niet kan achterblijven. Severius wist het niet. Misschien is het een

50

55

em

10

jk ex

5

Een tak zwiepte tegen Severius’ wang en hij vloekte. Het pad in het bos was smal en op sommige plaatsen moesten ze zelfs op een rij na elkaar lopen. Een ideale plek voor een hinderlaag, dacht Severius. Zijn ogen trachtten tussen de struiken en de bomen te dringen. Nu ze in het land van de Eburonen waren, voelde hij zich nerveus. Hij vertrouwde geen enkele Gallische stam en de Eburonen al helemaal niet. Tenslotte had hun leider Ambiorix twee legioenen uit hun vesting Atuatuca gelokt en meer dan zevenduizend soldaten gedood. Daarna hadden ze de krijgers van de Eburonen wel verslagen, maar dan nog doken hier en daar groepjes krijgers op om toe te slaan en snel weer te verdwijnen. Gelukkig kunnen ze in deze bossen hun strijdwagens niet gebruiken, dacht Severius. Hij was een soldaat van vele gevechten, maar toch huiverde hij nog steeds bij de gedachte aan de woeste Galliërs die op hen af waren gekomen. Sommigen waren volledig naakt. Ze droegen enkel een helm, een schild en een zwaard en hun borst was beschilderd met vreemde figuren. Maar onze legioenen zijn meer gedisciplineerd, besefte Severius tevreden en we zijn beter getraind. We behalen onze overwinningen niet zomaar. Nu moesten de cohorten van Caesar de Eburonen straffen. Hun dorpen verwoesten, hen uitroeien of als slaven meeslepen. Zij zouden de gesneuvelde Romeinen wreken en de andere stammen tonen wat er gebeurde als ze zich niet aan Caesar onderwierpen. ‘Wat een wildernis’, gromde Severius. ‘Bossen en nog eens bossen.’ Getorix knikte, maar zijn gezicht verraadde dat hij niet anders gewend was. Hij was al een hele tijd bij het leger en hij kende al genoeg Latijn om met de Romeinse soldaten om te gaan. Er vochten heel wat Galliërs in het leger van Caesar. Ze vormden afzonderlijke afdelingen. Eigenlijk zou Getorix

60

65

ki

1

70

75

80

VERGELDING — DIRK BRACKE

245


85

90

beetje van dat alles, veronderstelde hij. Nu ja, zijn mening werd niet gevraagd. Hij moest alleen vechten. De centurion stak zijn hand op en de soldaten bleven staan. Severius trok nog eens aan het riempje van zijn helm en automatisch hield hij zijn grote schild voor zich uit. Hij gluurde naar Getorix en zag dat diens ogen fonkelden. Hij haat de Eburonen echt meer dan ons, dacht Severius verbaasd.

95

100

105

In

ki

jk ex

em

pl aa

r

Er hing bloed aan zijn zwaard. Severius hijgde en keek om zich heen. De dorpelingen had-

den te laat gemerkt dat de Romeinen hun dorp omsingeld hadden. Mannen hadden naar hun zwaard of hun lans gegrepen, maar de aanvallers waren te talrijk. Overal lagen lijken tussen de houten huizen. Soldaten drongen huizen binnen en sleepten kinderen, vrouwen en vee naar buiten. De kleinste kinderen werden gedood, de oudere zouden op de slavenmarkt terechtkomen. Vrouwen en meisjes schreeuwden toen de soldaten hen op de grond wierpen om hen te verkrachten. Hier en daar werden strooien daken in brand gestoken.

Bij het onlinelesmateriaal kun je het verhaal ook beluisteren.

246

VERGELDING — DIRK BRACKE


OVERZICHT G

4

5

0 ±

19 ±

17

5 14 ±

±

PREHISTORIE KLASSIEKE OUDHEID

5

0

0 50

1

58

v. C

.

De Gallo-Romeinse samenleving HEDENDAAGSE TIJD

MIDDELEEUWEN

MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

pl aa

BELGAE

r

Kelten, Germanen

  onderlinge ruzie

geen eenheid

noorden van Gallië

uitroeiing + wegvoering als slaven (voorbeeld Eburonen)

jk ex

opstanden van Galliërs en Belgae

veroveringen (58-51 v.C.)

em

JULIUS CAESAR

ONZE GEWESTEN 

  ROMEINSE RIJK (ca. 51 v.C.)

legerplaatsen

steden

Romeinse gebouwen dambordpatroon

ki

kolonies

Tungri i.p.v. Eburonen

In

grondgebied voor bondgenoten heerwegen nieuwe godsdiensten en gebruiken Latijn

GALLO-ROMEINSE CULTUUR

G

De Gallo-Romeinse samenleving

247


pl aa

De Atheense burgers kunnen in de 5e en 4e eeuw v.C. in de volksvergadering stemmen over de wetten (zie les 7). Na 1800 ontstaat in enkele westerse landen de moderne democratie. In dit onderdeel leer je wat dat betekent in België in de moderne en de hedendaagse tijd.

r

H

Democratie in de moderne tijd en vandaag

© Alexandros Michailidis/Shutterstock.com

ki

jk ex

em

BRON

Perikles, Philipp von Foltz, 1852

In

Philipp von Foltz (1805-1877) is een Duitse kunstschilder. Hij maakt het schilderij in opdracht van de liberale koning Maximiliaan II van Beieren voor het Maximilianeum in München. Foltz staat bekend als schilder van historiestukken. Het schilderij toont Perikles die de Atheense burgers toespreekt. - Op welke historische vraag kan het schilderij een betrouwbaar antwoord geven? Omcirkel het juiste antwoord. a Hoe heeft de toespraak van Perikles er precies uitgezien? b Welk beeld heeft men in de 19e eeuw van de democratie in Athene?

- Geef ook een kort antwoord op de vraag. In de 19e eeuw is er veel bewondering voor de Atheense democratie.

248


34

België: de parlementaire democratie De Atheense democratie in de 5e en 4e eeuw v.C. is beperkt. Vrouwen, metoiken, slaven en jongeren hebben geen inspraak (zie les 7). België noemt zich vandaag ook een democratie.

pl aa

r

Wat verstaat men vandaag onder dat woord? Is België altijd een democratie geweest? Waarin verschilt ze van de Atheense democratie?

1 8

19

8

5

4

4

vrouwenstemrecht

stemrecht vanaf 18 jaar

jk ex

België is een grondwettelijk parlementair koninkrijk

ki

Het woord democratie bestaat uit de Griekse woorden ‘demos’ (volk) en ‘kratein’ (heersen). In een democratie heerst dus het volk. Anders gezegd: het volk heeft de macht of het volk beslist. Zo staat het ook in de Belgische grondwet. De grondwet is de voornaamste wet, ‘de grond’ van alle andere wetten. Geen enkele wet mag in tegenspraak zijn met de grondwet. In die grondwet staan de rechten en vrijheden van elke Belg en ook hoe het land wordt bestuurd. Om de vijf jaar kiezen alle Belgen vanaf 18 jaar 150 volksvertegenwoordigers die ons vertegenwoordigen in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, ook wel ‘de Kamer’ genoemd. De Belgen worden ook vertegenwoordigd door de senatoren in de Senaat. De 60 senatoren worden aangeduid door de parlementen van de gemeenschappen en de gewesten. Via verkiezingen duiden de Belgen ook vertegenwoordigers aan in de gemeenteraad, de provincie­raad, de gemeenschappen en de gewesten en het Europees Parlement. Al die verkozenen beslissen in onze plaats. Wij beslissen dus niet direct, maar indirect (zie les 7). België is bijgevolg een indirecte democratie. Het parlement, de wetgevende macht, maakt de wetten die alle Belgen moeten naleven. Wetten zijn beslissingen, regels en afspraken die je leven regelen. Ook de plannen van de regering moeten door het parlement worden goedgekeurd. Het parlement controleert de regering. De regering, de uitvoerende macht, moet ervoor zorgen dat beslissingen of wetten uitgevoerd worden. Ze bestaat uit ministers en staatssecretarissen. Die moeten door het parlement aanvaard worden. Vele duizenden ambtenaren werken voor de regering in de verschillende ministeries. De rechtbanken, de rechterlijke macht, vervolgen diegenen die de wetten niet naleven. Het staatshoofd is de koning. Hij heeft weinig macht. De regering en het parlement hebben de werkelijke macht.

In

1

één man, één stem

19

meervoudig stemrecht

19

19

18

onafhankelijkheid België

em

18

30

93

19

Kaartnr(s).

H

Democratie in de moderne tijd en vandaag

249


OPDRACHT 1

Onderstreep de kernwoorden in de tekst.

OPDRACHT 2

Vul aan de hand van de tekst deel 1 van het schema op blz. 268 aan.

OPDRACHT 3

Vul het onderstaande schema in en maak zo duidelijk wie op de verschillende bestuursniveaus de macht heeft. Niveau

Wetgevende macht

Uitvoerende macht

Rechterlijke macht

Gemeente

gemeenteraad

schepencollege

rechtbanken en gerechtshoven

(burgemeester en schepenen) Provincie

provincieraad

Bestendige Deputatie (provinciebestuur)

Vlaams Parlement

Federale overheid

Federaal Parlement

(België)

(= Kamer en Senaat) regering (=

r

Vlaamse overheid

pl aa

Vlaamse regering

federale of Belgische

ministers (+ koning))

Bron

em

OPDRACHT 4

Alle machten gaan uit van de Natie. (...)

jk ex

Artikel 33 van de Grondwet

- Zoek in de verklarende woordenlijst de betekenis op van ‘natie’. Het hele volk dat behoort tot een bepaalde staat

ki

- Wie heeft in België volgens artikel 33 van de Grondwet de macht?

2

In

Het volk

De lange weg naar democratie in België België maakt zich in 1830 los van Nederland. Een jaar later keurt het Nationaal Congres, het eerste Belgische parlement, de grondwet goed. Daarin staan veel vrijheden. België is volgens die grondwet een democratie met een parlement, een regering en rechtbanken. De democratie is echter zeer beperkt. Een zeer groot deel van de bevolking mag immers niet gaan stemmen. Enkel wie voldoende belastingen betaalt, krijgt stemrecht. In de 19e eeuw zijn dat enkel de hele rijken. Het parlement en de regering hebben dan ook weinig aandacht voor de problemen van de armen. Pas vanaf 1919 wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen arm en rijk: alle mannen hebben een stem. De vrouwen krijgen pas stemrecht in 1948. En de jeugd? Tot 1981 moet je 21 jaar zijn om te stemmen. Vanaf 1981 moeten alle Belgen vanaf 18 jaar naar het kieslokaal.

OPDRACHT 5

250

LES 34

Vul aan de hand van de tekst punt 2 van het schema op blz. 268 aan.

België: de parlementaire democratie


OPDRACHT 6

Bekijk dit schema en beantwoord de vragen. (Zie ook les 35.)

REGERINGEN

PARLEMENTEN

KIEZERS

r

- Hoe worden de leden van de parlementen aangeduid?

- Hoe worden de regeringen gevormd? Elk parlement kiest zijn regering. De kenmerken van de verkiezingen:

vanaf achttien jaar heeft elke Belg stemrecht; elke kiezer heeft recht op één stem; de stemming is geheim en elke kiezer is verplicht om naar het stemlokaal te gaan; elke Belg mag zich vanaf achttien jaar verkiesbaar stellen.

jk ex

1 2 3 4

em

OPDRACHT 7

pl aa

Op basis van de uitslag van de verkiezingen

In

ki

‘Bij verkiezingen hoef je als Belg niet te gaan stemmen.’ Juist of onjuist? Onderstreep die regel in de tekst.

H

Democratie in de moderne tijd en vandaag

251


3

België en Athene, hoe democratisch? De Belgische parlementaire democratie sluit minder mensen uit dan de Atheense democratie. Vrouwen en mannen, jongeren (vanaf 18 jaar) en ouderen, arm en rijk, iedereen krijgt in het stemhokje één stem. Uit lijsten opgesteld door politieke partijen kunnen alle volwassen Belgische burgers hun vertegenwoordigers kiezen. Die beslissen in de parlementen en vaardigen wetten uit. Dat noemen we indirecte democratie. In Athene in de volksvergadering beslissen de burgers zelf. Dat noemen we directe democratie. Ze zijn niet verplicht om naar de volksvergadering te komen. Elke Atheense burger kan door loting wel verplicht worden in de Raad van vijfhonderd te zetelen. In België is er geen verplichte deelname aan het bestuur. Wel moet elke burger bij verkiezingen naar het stemlokaal.

OPDRACHT 8

Lees de lestekst en vul in: Belgische democratie of Atheense democratie.

pl aa

Belgische  democratie

r

• Alle volwassen burgers hebben stemrecht.

• De democratie is direct: de burgers beslissen zelf. Atheense  democratie

• Sommige burgers worden door loting verplicht om deel te nemen aan het bestuur. Atheense democratie 

jk ex

Belgische democratie 

em

• Alle volwassen burgers moeten verplicht naar het stemlokaal.

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

ki

KENNEN

In

1 de begrippen ‘(in)directe democratie’, ‘volksvertegenwoordiger’, ‘wetgevende macht’, ‘uitvoerende macht’, ‘rechterlijke macht’ en ‘grondwet’ uitleggen 2 een hedendaagse verklaring voor het begrip democratie geven 3 de beperking van de Belgische democratie voor 1981 met drie voorbeelden aantonen 4 vier verschillen tussen de Belgische en de Atheense democratie opnoemen

252

LES 34

België: de parlementaire democratie

KUNNEN 1 informatie in de woordenlijst opzoeken 2 een schema van een tekst maken 3 kernwoorden in een tekst onderstrepen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES 34 SCHEMA

België: de parlementaire democratie 1 België is een grondwettelijk parlementair koninkrijk Belgische grondwet: het volk heeft de macht = democratie    inhoud van de grondwet: -  bestuur  en vrijheden -  rechten 

Uitvoerende macht = regering Rechterlijke macht = rechtbanken Rol van de koning =  staatshoofd

maken taak: wetten 

uitvoeren taak: wetten 

vervolgen taak: overtreders  (weinig macht)

em

Verkiezingen:

pl aa

Wetgevende macht = parlement

r

Indirecte democratie = volksvertegenwoordigers

gemeente, provincie, gemeenschappen en gewesten, België, EU (Europa)  

1830 1831

jk ex

2 De lange weg naar democratie in België België onafhankelijk  Grondwet: parlement

bij voldoende belastingen, dus: rijken Beperkt stemrecht: enkel 

ki

  voor armen: weinig aandacht

In

1914-1918

Eerste Wereldoorlog: angst voor opstand

1919

man, één stem Beperkt stemrecht: één 

1948

Ook vrouwen 

1981

 Ook jongeren vanaf 18 jaar

Besluit: beperkt stemrecht tot 1981 

  beperkte democratie tot 1981

3 België en Athene, hoe democratisch? Atheense democratie

Belgische democratie

Direct

Indirect

Beperkt

Alle volwassen burgers

H

Democratie in de moderne tijd en vandaag

253


België is een federale staat die bestaat uit gewesten en gemeenschappen. Buitenlanders vinden dat België een ingewikkeld land is met veel regeringen en parlementen. Misschien deel je wel hun mening. Je hebt bijvoorbeeld een Belgische, een Vlaamse, een Waalse, een Duitstalige, een Franse en zelfs een Brusselse regering. Bovendien is ons land lid van de Europese Unie. Waarom België een federale staat is geworden, zul je nog leren in de volgende schooljaren.

r

35

Het federale België

pl aa

Wat is een federale staat met gewesten en gemeenschappen? Welke rol speelt de Europese Unie in België?

3 9 19

70 19

EU FEDERAAL BELGIË

ki

jk ex

BELGIË

em

18

30

Kaartnr(s).

1

In

België is een federale staat In een federale staat is de macht verdeeld tussen een federale overheid voor het hele land en regionale overheden die een deel van het land besturen (deelstaten). Men heeft in België geprobeerd rekening te houden met de eisen en de wensen van Vlamingen, Walen, Franstalige Brusselaars en Duitstaligen. De federale overheid beslist vandaag enkel nog over het leger, de munt, de werklozensteun, de ziekteverzekering, de pensioenen, de spoorwegen, de post en de rechtspraak. Drie gemeenschappen en drie gewesten vormen de regio’s. Zij krijgen sinds 1970 steeds meer bevoegdheden.

254

LES 35

Het federale België


OPDRACHT 1

Gemeenschappen en gewesten De gemeenschappen De Vlaamse, Franse en Duitstalige gemeenschappen beslissen over onderwijs, cultuur, kinderbijslag, welzijn (o.a. hulp aan andersvaliden) enz.

Vlaamse gemeenschap

r

Franse gemeenschap

pl aa

Duitstalige gemeenschap

De gewesten

NEDERLAND

DUITSLAND

De Vlaamse, Brusselse en Waalse gewesten beslissen over materiële zaken, zoals het wegennetwerk, milieu en economie.

ki

jk ex

Noordzee

Duitstalig

em

Vlaams Frans

In

FRANKRIJK

Vlaams Gewest Waals Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest

0

50 km

Vlaanderen Wallonië

Brussel

De Vlamingen hebben het geheel vereenvoudigd door het Vlaams Gewest en de Vlaamse gemeenschap met elkaar te fuseren. Zij vormen één regering en één parlement. De Vlaamse regering is de uitvoerende macht en het Vlaams Parlement de wetgevende macht (zie les 34). H

Democratie in de moderne tijd en vandaag

255


4 000 000 3 000 000 2 000 000

Bestudeer de kaarten en omcirkel het juiste antwoord. 1 000 000 0 • België heeft drie gemeenschappen en drie gewesten. Juist / onjuist Vlaams Gewest

• Brussel is een gemeenschap. Juist / onjuist

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Waals Gewest

8 000 000 • De Duitstalige gemeenschap ligt in het Waals Gewest. Juist / onjuist 7 000 000

• De Vlaamse en de Franse gemeenschap hebben bevoegdheden in Brussel. Juist / onjuist 6 000 000 100 %

8 000 000

• In totaal telt België zes regeringen en parlementen. 5 00090000 % Juist / onjuist 7 000 000

OPDRACHT 2

80 % 4 000 000

6 000 000

70 % Vul het deel van het schema op blz. 274 over het federale België verder aan met behulp van de 3 000 000 5 000 000 60 % lestekst. 2 000 000 50 %

4 000 000

OPDRACHT 3

1 00040000 %

3 000 000

De economische situatie omstreeks 2020 2 000 000

20 %

Vlaams Gewest

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Waals Gewest

70 %

5 00090000 %

60 12 % % 50 %

% 4 00080000

40 9% %

em

70 % 3 000 000 60 % 2 000 000 50 %

30 %

20 6% %

1 00040000 %

10 %

30 %0

Vlaams Gewest

20 %

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Waals Gewest

jk ex

10 % Bron: http://statbel.fgov.be Vlaams Gewest

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Waals Gewest

Bron 3 Werklozen tussen 15 en 64 jaar oud in 100 2019 %

ki

60 % 12 %

Hoofdstedelijk Gewest

80 15 % %

6 000 000 100 %

70 %

Bron 2 Aandeel van de regio’s in de 0% Belgische uitvoer van 2016 Waals Gewest Brussels Vlaams Gewest

10 %

90 %

7 000 000

80 % 15 %

Waals Gewest

100 %

8 000 000

90 %

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

pl aa

0

Vlaams Gewest

r

1 000 000 1 Bevolkingsaantallen regio’s in 2018 Bron

0%

30 % 0

50 %

In

Waals Gewest

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Waals Gewest

Vlaams Gewest

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Waals Gewest

Vlaams Gewest

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Waals Gewest

0 % www.fitagency.be Bron: Vlaams Gewest

Bron 4 Aantal huishoudens waarin geen enkele volwassene betaald werk verricht in 2018

15 %

12 % 25 % 9% 20 %

15 %

30 %

3%

20 % 6%

10 %

10 %

0%

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Vlaams Gewest

6%

40 % 9%

0% 3%

0 3% %

0%

Vlaams Gewest

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Waals Gewest

Vlaams Gewest

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Waals Gewest

Bron: http://statbel.fgov.be

5%

0%

Bron: http://statbel.fgov.be

15 %

25 %

Bestudeer de diagrammen en omcirkel het juiste antwoord. 12 % 20 % • 25Er% leven meer Franstaligen dan Nederlandstaligen in België. Juist / onjuist 9%

15 %

% • 20Vlaanderen telt meer werklozen dan Wallonië. Juist / onjuist 6%

10 %

• 15Brussel heeft een groot aandeel in de Belgische export. Juist / onjuist % 3%

5% • Economisch staat Vlaanderen er beter voor dan de andere regio’s. Juist / onjuist 10 % 0%

256

LES 35

Het federale België 5%

0%

Vlaams Gewest

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Waals Gewest

Vlaams Gewest

Brussels

Waals Gewest

0%

Vlaams Gewest

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Waals Gewest


2

België is lid van de Europese Unie België heeft na de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) een belangrijke rol gespeeld in de samenwerking tussen de Europese landen. Ons land is dan ook vanaf het begin, in 1993, lid van de Europese Unie (EU). Die beslist grotendeels over economische zaken, energie, milieu, vervoer enz. De uitvoerende macht is in handen van de Europese Commissie. De wetgevende macht is in handen van de Europese Raad die bestaat uit staatshoofden en ministers van de lidstaten en het Europese Parlement. Dat laatste wordt verkozen door de burgers van de Europese Unie. Als je in een Vlaamse gemeente woont, beslissen er dus verschillende overheden over tal van zaken. Men spreekt van bestuursniveaus: van Europees tot lokaal. Vul de onderstaande tabel aan. Raadpleeg eventueel ook de lestest. Bestuursniveau

Naam

Uitvoerende macht

Wetgevende macht

Europees

Europese Unie (EU)

Europese Commissie

Europese Raad +

r

OPDRACHT 4

België

Regionaal

Vlaanderen

Lokaal

provincie

Lokaal

gemeente

federale regering

Federaal Parlement

Vlaamse regering

Vlaams Parlement

provinciebestuur

provincieraad

gemeentebestuur

gemeenteraad

em

Federaal

pl aa

Europees Parlement

(burgemeester en schepenen)

Zoek bij elke omschrijving de juiste vlag op het stickervel en noteer het juiste gebied. Omschrijving

Gebied

De kleuren van deze vlag komen van het wapenschild van België het vroegere hertogdom Brabant (een gele leeuw met rode klauwen op een zwarte achtergrond). Omdat het gemakkelijker is drie kleuren aan elkaar te naaien dan een leeuw op een vlag te borduren, kiezen revolutionairen op het einde van de 18e eeuw voor de driekleur. In 1830 wordt die vlag opnieuw gebruikt.

In

ki

Vlag

jk ex

OPDRACHT 5

Deze vlag is ook gebaseerd op een middeleeuws wapenschild van een vorstendom. De graaf van dat vorstendom gebruikt het symbool voor het eerst in de 12e eeuw. Hij heeft het overgenomen van een andere adellijke familie, waartoe de koning van Engeland behoorde (de Plantagenets). Oorspronkelijk leek het dier meer op een luipaard.

Vlaanderen

De twaalf sterren op deze vlag symboliseren volmaaktheid en eenheid.

Europese Unie

H

Democratie in de moderne tijd en vandaag

257


Omschrijving

Gebied

De vlag van dit gewest verwijst naar een Iris. Die bloem groeide in het moerasgebied waar het centrum van dat gewest is ontstaan. Dat dorp lag op het Sint-Gorikseiland. Het blauw verwijst naar de huidige functie als hoofdstad van de EU.

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

jk ex

em

pl aa

r

Vlag

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

ki

KENNEN

In

1 de begrippen ‘lokaal’ en ‘regionaal’ uitleggen 2 de begrippen ‘Europese Unie’, ‘federale staat’, ‘gewest’, ‘gemeenschap’, ‘provincie’ en ‘gemeente’ uitleggen 3 de drie gemeenschappen en de drie gewesten opnoemen 4 de naam van de vijf verschillende bestuursniveaus geven

KUNNEN 1 op een kaart de drie gemeenschappen en de drie gewesten aanduiden 2 de vlag van de Europese Unie, van België en van Vlaanderen herkennen 3 met behulp van een tabel een verschil tussen de regio’s geven

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

258

LES 35

Het federale België


LES 35 SCHEMA

De hedendaagse tijd: het federale België 1 België is een federale staat Federale staat: macht verdeeld tussen

federale overheid = overheid voor het hele land

           Vlaamse, Franse, Drie gemeenschappen = 

        leger, werklozensteun, Bevoegdheden = 

Duitstalige gemeenschap 

ziekteverzekering, pensioenen ... 

andersvaliden) enz. 

em

kinderbijslag, welzijn (o.a. hulp aan 

pl aa

         cultuur, Bevoegdheden = onderwijs, 

r

regio’s, deelstaten = overheden voor delen van het land

         Drie gewesten = Vlaams, Waals,

jk ex

Brussels Hoofdstedelijk Gewest 

         over materiële Bevoegdheden = beslissen  zaken, zoals het wegennetwerk, milieu en 

ki

economie 

In

Vlaanderen = gewest + gemeenschap

2 België is lid van de Europese Unie België 

  belangrijke rol in Europese samenwerking na 1945

België 

  lid van de Europese Unie (EU) in 1993 EU beslist over economie, energie, milieu, vervoer enz. EU: -  uitvoerende macht = Europese Commissie -  wetgevende macht = Europese Raad + Europees Parlement

Vijf bestuursniveaus in België: gemeente, provincie, gewest en gemeenschap, land (federaal), Europese Unie

H

Democratie in de moderne tijd en vandaag

259


In dit onderdeel herhaal je de leerstof van de eerste graad met enkele herhalingsoefeningen die zowel de leerstof opfrissen als de belangrijkste vaardigheden opnieuw trainen. Verschillende zaken uit de voorgaande lessen komen daarbij aan bod.

pl aa

r

I

Je weg vinden in het verleden

In

ki

jk ex

em

Je weet al dat een geschiedkundige het verleden indeelt in zeven tijden. Gebeurtenissen en ontwikkelingen brengt hij onder in vier domeinen: politiek, sociaal, economisch en cultureel. Nieuwe feiten of gebeurtenissen deelt een historicus altijd in bij een tijd of domein. Die zaken werken dus als een soort kapstok of kader. Zo behoudt hij een overzicht over de vele dingen die in het verleden gebeurd zijn. Van jou wordt een soortgelijke vaardigheid verwacht. Je moet bepaalde bronnen, feiten, evoluties enz. kunnen plaatsen bij een bepaalde tijd en domein. De plaats waar iets gebeurt, is ook belangrijk. De geschiedenis is immers niet overal hetzelfde. De Europeanen hebben bijvoorbeeld grotendeels een andere geschiedenis dan de Chinezen. Je kunt dus ook belangstelling hebben voor het verleden van een bepaald gebied. De grootte daarvan verschilt weleens: een continent of werelddeel (Europa, Azië ...), een deel van een continent (Mesopotamië, Oost-Afrika ...), een land (België, Spanje ...), een streek (de Kempen, de Westhoek ...), een gemeente (Antwerpen, Parijs ...) enz. Van jou wordt verwacht dat je weet welk gebied je aan het bestuderen bent.

260


36

Herhalingsles Aan de hand van een reeks opdrachten en vragen herhaal je zelf de leerstof die je dit jaar gezien hebt. Als je het antwoord niet weet, kun je het opzoeken in de andere lessen.

Klas:

Nr.:

Score:

PREHISTORIE OUDE NABIJE OOSTEN

PREHISTORIE

KLASSIEKE OUDHEID

±

17 ±

19

5

4

5

0

0 5 14

±

0

50

±

HEDENDAAGSE TIJD

MIDDELEEUWEN

MODERNE TIJD

VROEGMODERNE TIJD

em

1

pl aa

±

±

8

35

0

0

0

0

v.

v.

C

C

.

.

r

Naam:

Duid het juiste antwoord aan of beantwoord de vraag.

jk ex

1 Men spreekt van prehistorie als

a de mensen zich hullen in beestenvellen en leven van de jacht. b men geen geschreven bronnen gebruikt. c men nog geen landbouw beoefent en rondzwerft.

ki

d men materiële bronnen maakt. OUDE STEENTIJD

In

2 Ongeveer 1,5 / 2,5 / 3,5 / 4,5 miljoen jaar geleden ontstaan de eerste echte mensen in Afrika / Amerika / Antarctica / Azië / Oceanië / Europa.

3 Onze rechtstreekse voorouder heet: homo habilis / homo sapiens sapiens / neanderthaler /

chimpansee / homo erectus.

4 De laatste IJstijd eindigt ongeveer 20 000 / 15 000 / 10 000 / 5000 v.C. NEOLITHICUM 5 In China / Zuid-Amerika / het Nabije Oosten / de Balkan schakelt de mens omstreeks 20 000 / 15 000 / 10 000 / 5000 v.C. voor het eerst over op landbouw en veeteelt. 6 “De mens wordt sedentair”. Leg die uitspraak uit. De mens vestigt zich voor min of meer lange tijd op een vaste verblijfplaats  I

Je weg vinden in het verleden

261


NOORDWEST-EUROPA EN ONZE GEWESTEN 7 De eerste mensen in onze gewesten leven van landbouw / veeteelt / jacht en voedselpluk. 8 De Kelten leven in de steentijd / kopertijd / bronstijd / ijzertijd. 9 De Kelten vormen een / geen groot rijk.

2

OUDE NABIJE OOSTEN (3500 v.C. - 800 v.C.) 1 Omcirkel de rivieren waarlangs een stroomcultuur is ontstaan. Schelde / Gele Rivier / Amazone / Wolga / Eufraat en Tigris / Nijl / Mekong / Indus / Rijn 2 De volkeren van de stroomculturen doen aan irrigatielandbouw. Verklaar wat men daarmee bedoelt. Ze bevloeien hun akkers.

r

pl aa

HET OUDE EGYPTE

3 De Egyptische stroomcultuur ontstaat in Afrika / Azië / Amerika / Europa / Oceanië. 4 De macht van de farao is het best te vergelijken met die van een verkozen president / dictator / de Belgische koning.

em

5 De Oude Egyptenaren zijn tijdens het grootste gedeelte van hun geschiedenis monotheïstisch / polytheïstisch. 6 De piramiden zijn: paleizen / voorraadschuren / begraafplaatsen / energiecentrales. 7 Hoe heet de Egyptische techniek waarbij men lijken zodanig behandelt dat ze voor lange tijd bewaard kunnen worden?

3

jk ex

mummificeren

KLASSIEKE OUDHEID (800 v.C. - 500)

ki

HELLAS

1 Wat is een polis?

In

Een centrum met het omliggende gebied, een stadstaat 

2 De Grieken vormen een / geen groot rijk. 3 Welke groep mag bij de Atheense democratie meebeslissen? mannen / metoiken / slaven en vrouwen 4 Athene is een directe / indirecte democratie. 5 Sparta is een democratie / oligarchie / geen van beide. 6 Wie vecht tegen wie in de Perzische oorlogen? Wie vecht tegen wie in de Peleponnesische oorlogen? Grieken tegen Perzen, Athene tegen Sparta

262

LES 36

Herhalingsles


7 In welke eeuw verovert de Macedonische koning Alexander een groot rijk?

 de 4e eeuw v.C. In

8 Wat gebeurt er met het rijk van Alexander na zijn dood?

 Het valt uit elkaar in verschillende rijken.

ROME 9 Welke periode uit de Romeinse geschiedenis duurt in het Westen het langst? Koninkrijk / republiek / keizerrijk 10 Tot welk volk behoort een deel van de Romeinse koningen? Kies uit: Etrusken – Feniciërs – Galliërs – Grieken – Kretenzers – Vlamingen. 11 Wat is een consul? Het hoogste politieke ambt tijdens de Romeinse republiek: regeerder en legeraanvoerder

r

Verdeel en heers

13 Geef twee kenmerken van de plebejers.

Geen politieke macht, persoonlijk vrij

pl aa

12 Hoe heet de methode waarmee de Romeinen veroverde gebieden onder controle houden?

em

14 De populares komen tijdens de burgeroorlogen op voor de koningen / de proletariërs / de nobilitas / de optimates. 15 Hoe heet de eerste Romeinse keizer? Van welke Romeinse veldheer is hij familie?

Augustus, Julius Caesar

jk ex

16 In welke eeuw kent het Romeinse Rijk zijn grootste omvang? In de 2e eeuw

17 Geef drie oorzaken voor het verval van het Romeinse keizerrijk.

Burgeroorlogen, invallen van vreemde volkeren, ontregelde economie 

ki



In

18 In 476 houdt het Romeinse Rijk op te bestaan. Juist of onjuist?

Het Oost-Romeinse Rijk blijft bestaan.

19 Waarom stichten de Grieken kolonies? In welke eeuwen doen ze dat?

Ze stichten kolonies om overbevolking te vermijden en om nieuwe landbouwgronden te

vinden. Ze doen dat tussen de 8e en de 6e eeuw v.C.



20 Geef drie producten die tussen de Griekse kolonies en hun moedersteden verhandeld worden.

Graan, wijn, metaal

21 Geef twee kenmerken van slaven.

Ze zijn het bezit van een meester. Een slaaf mag zelf niets bezitten.



I

Je weg vinden in het verleden

263


22 De Romeinse nobilitas bestaat uit de rijke plebejers en de patriciërs. Juist of onjuist? Juist  23 Wat is een Romeinse proletariër?

Een arme Romeinse burger

24 Wanneer kent de handel langs de Middellandse Zee een enorme bloei? 756 v.C. - 100 / 200 v.C. - 200 / 100 v.C. - 300 / 300 v.C. - 476 25 Een latifundium is een groot / klein / middelgroot landbouwbedrijf. 26 Welke drie soorten zuilen kent de klassieke bouwkunst?

De Dorische, Ionische en Korinthische zuil

27 Geef twee volkeren van wie de Romeinen veel overnemen.

De Etrusken en de Grieken

em

29 Bij een idealistische afbeelding

pl aa

r

28 Teken een rondboog.

a geeft men de mensen weer zoals ze in werkelijkheid zijn; b geeft men zijn idealen weer;

jk ex

c beeldt men mensen mooier en beter af dan ze zijn; d volgt men de methode van Homerus Idealos; e geeft men geen mensen weer.

30 Over welke oorlog dicht Homeros?

Trojaanse oorlog

ki

31 De Grieken en de Romeinen zijn tijdens een groot deel van hun geschiedenis monotheïstisch / polytheïstisch.

In

32 In welke eeuw wordt het christendom staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk?

In de 4e eeuw

33 Waarover proberen de Griekse filosofen en wetenschappers verklaringen te formuleren?

Ze zoeken verklaringen voor natuurverschijnselen en voor het leven.



ONZE GEWESTEN IN DE KLASSIEKE OUDHEID 34 Welk volk leeft in onze gewesten bij de komst van de Romeinen?

De Belgae

35 Welke Romeinse veldheer verovert onze gewesten?

264

LES 36

Julius Caesar

Herhalingsles


36 Wat gebeurt er met opstandelingen?

 worden gedood of als slaven verkocht. Ze

37 Geef twee steden uit onze gewesten die in de Romeinse tijd gesticht zijn.

Tongeren, Doornik 

38 Hoe heet de cultuur die ontstaat uit de vermenging van Keltische en Romeinse gebruiken?  Gallo-Romeinse cultuur

In

ki

jk ex

em

pl aa

r

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN 1 belangrijke kenmerken van de prehistorie, het Oude Nabije Oosten en de klassieke oudheid opnoemen 2 belangrijke kenmerken van de geschiedenis van onze gewesten in de prehistorie, het Oude Nabije Oosten en de klassieke oudheid opnoemen

KUNNEN 1 informatie opzoeken 2 vragen en opdrachten over de prehistorie, het Oude Nabije Oosten en de klassieke oudheid oplossen Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

I

Je weg vinden in het verleden

265


Woordenlijst We onderscheiden twee soorten begrippen: structuurbegrippen en historische begrippen. Structuurbegrippen gaan over het vak geschiedenis: ze staan in deze woordenlijst in het paars. Historische begrippen gaan over het verleden. De belangrijkste historische begrippen of sleutelbegrippen staan in het blauw.

bekken: een plat, lager gelegen gebied of zee bestuursniveau: verschil tussen de overheden naargelang het gebied waarover ze iets te zeggen hebben. Je kunt bijvoorbeeld een lokaal, regionaal, federaal en Europees bestuursniveau onderscheiden.

pl aa

akropolis: letterlijk: ‘hoogste stad’ of ‘bovenstad’; in de Mykeense cultuur was de akropolis de versterkte burcht; later worden de burchten en paleizen meestal vervangen door tempels.

bas-reliëf: een halfverheven beeldhouwwerk met een driedimensionale voorkant en een platte achterkant, uitgewerkt op bijvoorbeeld een muur of een muntstuk, met weinig hoogteverschil

r

agressor: aanvaller, degene die een oorlog begint

allegorie: een beeld dat men schetst om iets abstract voor te stellen. Bijvoorbeeld: een mooie vrouw of man om de liefde voor te stellen.

blijspel: Grieks toneelgenre; spot vaak met personen en gebeurtenissen uit het dagelijkse leven of met politici; synoniem: komedie

em

ambachtslied = ambachtsman: een vakman die van een ambacht zijn beroep heeft gemaakt amfoor: een kruik met twee oren die onderaan uitloopt in een punt

jk ex

arcadisch: of pastoraal; idyllisch, landelijk, een ideale plaats vol bloemen, fruit en bossen, helder water, vogelzang en een eeuwige zomer, een soort aards paradijs archeologie: de wetenschap die overblijfselen van oude culturen onderzoekt

In

ki

aristocratie: de elite met politieke macht; het zijn grootgrondbezitters; afkomstig van het Grieks en betekent letterlijk: ‘de besten zijn aan de macht.’ autarkie: economische zelfstandigheid; d.w.z. dat men volledig in de eigen behoeften voorziet en dus geen producten hoeft te importeren. autocraat: een persoon die in een land in zijn eentje zeer veel politieke macht heeft

autocratie: regeringsvorm met onbeperkte macht voor één persoon autonomie: zelfstandigheid, onafhankelijkheid (autonoom = zelfstandig, onafhankelijk)

266

WOORDENLIJST

bondgenootschap: of alliantie; een verdrag tussen staten, zakenpartners of individuen, vanwege een gemeenschappelijk voordeel; allianties kunnen militair van aard zijn en komen in de geschiedenis veelvuldig voor. borstbeeld: of buste; een beeld van het hoofd met een deel van de borst, meestal van bestaande personen, te vergelijken met een portret burgeroorlog: een oorlog waarbij de strijdende partijen deel uitmaken van hetzelfde land burgerrechten: rechten voorbehouden aan de burgers; het Romeinse burgerrecht was er voor de Romeinen. Caesar: het woord keizer (en ook het Russische tsaar) komt van de naam van Julius Gaius Caesar, adoptievader van de eerste Romeinse keizer, Augustus camee: in reliëf gesneden veelkleurige siersteen conservatief: behoudsgezind; tegen vernieuwing of modernisering


consul: het hoogste politieke ambt tijdens de Romeinse republiek; jaarlijks worden er twee consuls gekozen.

fresco: een muurschildering in waterverf op verse, natte kalk

continentaal: verwijst naar het werelddeel

geldeconomie: een economie waar geld als betaalmiddel wordt gebruikt

continentale ruimte: landinwaarts, niet gericht op de zee continuïteit: wat (in wezen) hetzelfde blijft

gesloten ruimte: kan verwijzen naar een gesloten landschap of naar een gesloten samenleving

decadentie: verval, verwildering van de zeden, het nastreven van bizar genot en overdadige luxe

globaal: verwijst naar de wereld

handelspartners: de mensen met wie men handel drijft (kopen en verkopen)

pl aa

Diadochenrijken: de Diadochen zijn de generaals van het leger van Alexander de Grote. Ze nemen na zijn dood het gigantische rijk over en verdelen het in een aantal zogenaamde Diadochenrijken.

r

democratie: het volk heeft inspraak in het bestuur.

grondstoffen: zijn aanwezig in de natuur en worden gebruikt om ‘afgewerkte producten’ mee te maken; voorbeelden van grondstoffen zijn metaal, hout, graan enz.

em

discipline: tucht, waarbij alle bevelen zonder aarzelen worden opgevolgd; andere betekenis: tak van sport

heerbaan: of heirbaan; stevig aangelegde, stenen wegen die de meeste delen van het Romeinse Rijk met elkaar verbonden (voor de handel en vlotte verplaatsing van legertroepen)

dynastie: opeenvolgende heersers die tot dezelfde familie behoren

jk ex

elite: de dunne toplaag van de sociale piramide: de rijkste en machtigste mensen Etrusken: een hoog ontwikkeld volk dat leefde in het noorden van Italië. In 280 v.C. worden de Etruskische steden definitief verslagen door de Romeinen.

ki

evolutie: (geleidelijke) ontwikkeling in de tijd; zie verandering

In

export: de uitvoer van goederen naar andere landen filosofie: wetenschap die systematisch fundamentele en kritische vragen stelt over o.a. de mens en de samenleving, kennis en waarheid, goed en kwaad en daarop met het verstand algemene antwoorden probeert te formuleren forum: een plein waar het volk samenkwam om politieke zaken te bespreken; ook handelscentrum met veel winkels en openbare gebouwen; bv. het Forum Romanum

Hellas: is het Griekse woord voor Griekenland (Ελλάς: ‘Ellás’); de Nederlandse naam Griekenland en verwante namen in veel andere talen komen van het Latijnse ‘Magna Graecia’. Helleens: van de Hellenen; Helleen is het Griekse woord voor Griek, inwoner van Hellas. hellenisme: hellenistisch betekent ‘Griekssprekend’ en ‘Grieksgezind’. In het hellenisme vermengen oosterse gewoonten en Griekse cultuurelementen zich tot een nieuwe samenlevingsvorm, waarin het Griekse aspect toonaangevend is. Herakles: halfgod uit de Griekse mythologie; de Romeinen noemen hem Hercules. idealisme: ideaal, mooier of beter voorgesteld dan de werkelijkheid imperator: een eretitel die de soldaten aan hun aanvoerder kunnen geven imperialisme: het streven van een land naar uitbreiding van het grondgebied ten koste van andere landen of volkeren

WOORDENLIJST

267


Indo-Europeanen: de Indo-Europeanen zijn een groep van aan elkaar verwante volkeren die waarschijnlijk een gemeenschappelijke taal hebben. Oorspronkelijk leven ze allemaal op de grasvlakten van Zuid-Rusland. Omstreeks 3000 v.C. trekken de eerste Indo-Europeanen in de richting van West-Europa. Kelten, Perzen, Romeinen, Noord-Indiërs, Hittieten, Germanen, Koerden enz. zijn allemaal IndoEuropese volkeren.

Latium: een regio in het midden van Italië met als hoofdstad Rome; in het gebied woonden verschillende Latijnse stammen: de Latijnen. lauwerkrans: of laurierkrans; een cirkelvormige krans gemaakt van in elkaar hakende takken van de laurier, in de klassieke oudheid geschonken aan overwinnaars; niet te verwarren met olijftakken, symbool voor de vrede op de vlag van de VN lokaal: verwijst naar het plaatselijke (wijk, gemeente, stad …)

pl aa

kapiteel: bovenste gedeelte van een zuil; dient om de last op het smallere vlak van de zuil over te brengen

Latijn: de taal van de Latijnen; door de Romeinse veroveringen wordt het Latijn de voertaal in het westelijke deel van het Romeinse Rijk.

r

import: de invoer van goederen uit andere landen

Magna Graecia: letterlijk: ‘Groot Griekenland’; Romeinse naam voor het door de Grieken gekoloniseerde deel van Zuid-Italië en later voor alle Griekse gebieden; afgeleid van het Griekse ‘Graikós’: de naam van een Grieks volk

jk ex

em

kolonie: een dochterpolis, meestal overzee gesticht door een Griekse moederpolis. Beide poleis zijn onafhankelijk van elkaar. Dat verschilt duidelijk van de Europese kolonies uit de vroegmoderne en moderne tijd. Die kolonies blijven afhankelijk van het moederland. De Griekse moederpolis en dochterpolis onderhouden wel stevige contacten en drijven vooral handel met elkaar. De kolonies leveren grondstoffen aan en kopen afgewerkte producten van de moederpolis.

ki

kolonisatie: in de klassieke oudheid het oprichten van een dochterpolis door een moederpolis; beide poleis zijn onafhankelijk van elkaar en drijven handel.

In

komedie: Grieks toneelgenre; spot vaak met personen en gebeurtenissen uit het dagelijkse leven of met politici; synoniem: blijspel krijgsgevangene: een strijder die tijdens de oorlog wordt gevangengenomen door de vijand landvoogd: gouverneur, vertegenwoordiger van de overheid in een bepaald gebied latifundia: enk.: latifundium; grootschalige landbouwbedrijven bewerkt door slaven

268

WOORDENLIJST

maritieme ruimte: aan of op zee migratie: het verplaatsen van een groep van de ene plaats naar de andere militair: alles wat met het leger te maken heeft monarchie: koningschap, een bestuursvorm waarbij een koning aan het hoofd van het land staat mondelinge traditie: het mondeling doorgeven van verhalen, van generatie op generatie monumentaal: zeer groot mozaïek: legwerk van stukjes steen, glas of marmer als vloer- of wandversiering multiculturele samenleving: een samenleving met mensen uit verschillende culturen en godsdiensten mythe: een overgeleverd verhaal over daden van goden, halfgoden of goddelijke voorouders; de mythen verklaren de herkomst en godsdienst van een volk. mythologie: het geheel van mythen van een bepaalde cultuur, bijvoorbeeld de Griekse mythologie


natie: het hele volk dat behoort tot een bepaalde staat

patriciër: een lid van de oudste, vooraanstaande Romeinse families, grootgrondbezitters; het familiehoofd (vader of ‘pater’ in het Latijn) zetelt in de senaat.

nationaal: verwijst naar de staat of het land nijverheid: economische sector; het geheel van de ambachtelijke productie van gebruiksen luxevoorwerpen; voor de periode na de industrialisatie (ca. 1800) spreken we van industrie i.p.v. nijverheid. nobilitas: Romeinse klasse; de nobiles zijn patriciërs of rijke plebejers; ongeveer 1 % van de bevolking

plebejer: een gewone Romeinse burger, iemand uit het volk (‘plebs’ in het Latijn), een nietpatriciër

r

polis: mv.: poleis; Griekse stadstaat, bestaande uit de versterkte akropolis en de omliggende landbouwgebieden en dorpen; de poleis zijn politiek en economisch autonoom; de eerste poleis ontstaan tussen 1000 v.C. en 800 v.C.

pl aa

onderworpenen: groep of stam van wie het gebied door een Keltische stam is veroverd en bezet ongelijkheid: er zijn verschillende sociale groepen, met meer of minder aanzien, macht en rijkdom

Peloponnesos: het grootste Griekse schiereiland, slechts over een dunne strook van 10 km met het Griekse vasteland verbonden; de Peloponnesos heeft de vorm van een uier.

populariteit: als de massa, het gewone volk je goed of leuk vindt, ben je populair en geniet je een grote populariteit.

em

oorlog en vrede: de geschiedenis wordt gekenmerkt door afwisseling van oorlog en vrede.

pontifex maximus: ‘hoogste priester’, de titel van de belangrijkste priester van de Romeinse godsdienst

openbaar: gemaakt en toegankelijk voor het grote publiek

jk ex

open ruimte: kan verwijzen naar een open landschap of naar een open samenleving

orakel: advies gegeven door priesters of priesteressen, die daarbij beïnvloed worden door een god overheid: bestuurt en heeft politieke macht

In

ki

panhelleens: over de gehele Griekse wereld; aan de Panhelleense Spelen namen atleten uit de hele Griekse wereld deel; die spelen worden ook wel ‘kransspelen’ genoemd, omdat de winnaars een lauwerkrans als prijs kregen. pankration: een bikkelharde Griekse vechtsport, die een mengeling is van boksen en worstelen; het woord betekent letterlijk: alle (‘pan’) kracht (‘kratos’). patriarchale samenleving: een samenleving waarin de man (‘pater familias’) alle macht heeft

proletariërs: of proletariaat; bezitlozen; de proletariërs waren een snel groeiende bevolkingsgroep in Rome, bestaande uit zeer arme plebejers en ingeweken boeren. Zij bezaten enkel hun kinderen (‘proles’ in het Latijn). provincia: een veroverd gebied buiten Italië; heeft meestal de betekenis van een wingewest Punisch: naar de Latijnse benaming voor Feniciërs en Carthagers; de Romeinen noemen de Carthagers ‘Poeni’. realisme: waarheidsgetrouwe kunst redenaar: een beoefenaar van de kunst van de welsprekendheid; met een gestructureerde tekst probeert hij een publiek te informeren, te vermaken of te overtuigen. regionaal: verwijst naar de regio (streek, provincie, gewest …)

WOORDENLIJST

269


verandering: iets wat op een bepaald moment wijzigt, meestal minder geleidelijk; zie evolutie

rijk: een staat; met een bevolking, een grondgebied en een politieke organisatie Romeinen: oorspronkelijk de inwoners van Rome, later alle burgers van het Romeinse Rijk rurale ruimte: het platteland schiereiland: land dat aan drie zijden omgeven is door water en aan één zijde verbonden is met het vasteland

slavernij: onvrije arbeid; de slaaf is eigendom van zijn meester. sociale groepen: verschillende bevolkings­ groepen binnen een samenleving

volkstribuun: een belangrijk Romeins ambt; de volkstribuun verdedigt de belangen van het volk en kan daartoe ieder besluit van de volksvergadering en senaat tegenhouden. volksvergadering: vergaderingen van het hele Romeinse volk; ze hebben in theorie uitgebreide bevoegdheden, maar in de praktijk is hun macht beperkt.

pl aa

senaat: een politieke instelling, letterlijk: ‘raad van ouderen’; ‘senex’ betekent ‘oude man’; in België de Tweede Kamer van het parlement

vetorecht: letterlijk: ‘ik verbied-recht’; het recht om een (democratische) beslissing tegen te houden

r

republiek: een land waar het staatshoofd op een bepaalde manier wordt gekozen

em

staatsgodsdienst: de officiële godsdienst van een land

volksverhuizingen: de grootschalige verplaatsing van Germaanse en Aziatische stammen tussen het einde van de 4e eeuw en de 7e eeuw vanuit Noord- en OostEuropa naar het zuiden en het westen. De volksverhuizingen zijn een van de oorzaken van de val van het Romeinse Rijk.

stadstaat: politieke organisatie in het Oude Griekenland; zie polis

jk ex

standenmaatschappij: een samenleving waarin mensen rechten en plichten hebben naargelang de stand waartoe ze behoren statisch: niet bewegend

ki

stedelijke ruimte: de stad

In

strategisch: belangrijk om oorlog te voeren of iets te controleren symmetrisch: wanneer twee helften elkaars spiegelbeeld zijn tragedie: of treurspel; Grieks toneelgenre; meestal een triest verhaal dat uitbeeldt hoe mensen met hun gevoelens en problemen omgaan triumviraat: het begrip komt uit het Latijn en betekent letterlijk ‘driemanschap’; een (politiek) bondgenootschap tussen drie personen

270

WOORDENLIJST

wetenschap: de systematisch verkregen en geordende kennis; het proces van kennisverwerving


Mijn persoonlijk woordenboek Het is best mogelijk dat er nog andere woorden in dit leerwerkboek staan die je niet begrijpt. Dan zoek je die woorden op in een woordenboek of op het internet. Vaak vind je bij een woord verschillende betekenissen. De eerste betekenis is niet noodzakelijk de juiste. Als men jou zou zeggen dat je heel geslepen bent, betekent dat niet dat je gepolijst bent, zoals in de woordverklaring staat. Dan moet je een andere betekenis kiezen. Denk dus altijd goed na en kies die betekenis die het best past in de tekst die je probeert te begrijpen.

Les

r

pl aa

em

ki

jk ex

In

WOORDENLIJST

271


r

pl aa

em

ki

jk ex

In

272

WOORDENLIJST

Profile for VAN IN

STORIA HD GO 2 Leerwerkboek  

STORIA HD GO 2 Leerwerkboek