__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

IN VA

N

3

Doorstroomfinaliteit

aa r

©

Leerwerkboek

in

lijk

ex

em pl

Kristel Bekers Inaya Gabriëls Gorik Goris Senne Hendrickx Rogier Lindemans Kris Merckx Wim Moreau Jacky Philips Luc Van den Broeck Jos van Dooren o.l.v. Katleen Dillen


VA

©

aa r

em pl

ex

lijk

in

N

IN


D

A Heden –Eigen identiteit in een 9 superdiverse samenleving Verleden –Over oude en nieuwe dingen 10 A1 Even je geheugen opfrissen 11 A2 De middeleeuwen, het begin van 20 een nieuwe samenleving Ontdekplaat –De Germanen  Onderzoek: een beeld van de 25  middeleeuwen Overzicht –Heden 30 B

Heden –Rechten en plichten in België 139 Verleden –De middeleeuwen van 900 140 tot 1450 E1 De feodaliteit of het leenwezen 141 E2 De opkomst van de steden in onze 147 gewesten Ontdekplaat –Kenmerken van steden E3 De vorsten strijden om de macht 155 Onderzoek: de Normandiërs 170 veroveren Engeland E4 De Nederlanden 177 E5 De Guldensporenslag 188 Ontdekplaat –Wapens en belegering Overzicht –Verleden 198 Overzicht –Heden 199

C

em pl

aa r

©

Heden –Wij leven in België 31 Verleden –De vroege middeleeuwen 32 B1 Het Romeinse Rijk houdt stand in 33 het oosten Ontdekplaat –De Hagia Sophia B2 De Franken, nieuwe heersers 40 in het westen 51 B3 De Vikingen Overzicht –Verleden 60 Overzicht –Heden 61

E

IN

Inleiding 4

Heden –Blik op de buitenwereld 107 Verleden –Niet-westerse samenlevingen 108 D1 De islam 109 Ontdekplaat –De islam in Europa Onderzoek: het gouden tijdperk 118 van Mansa Moussa in Mali (14e eeuw) D2 China en de Mongolen 126 Overzicht –Heden 138

N

INHOUD

VA

in

lijk

ex

Heden –Safety first voor iedereen! 62 Verleden –Op stap door verschillende tijden 63 C1 De evolutie van de bevolking 64 C2 De Zwarte Dood, een middeleeuwse 70 pandemie Ontdekplaat –De pest C3 Landbouw en voedsel 77 Ontdekplaat –Landschap C4 De standensamenleving 84 Onderzoek: jong zijn in de 93 middeleeuwen en de vroegmoderne tijd Onderzoek: de vrouw in de klassieke 101 oudheid en in de middeleeuwen Ontdekplaat –De vrouw in de middeleeuwen Overzicht –Verleden 105 Overzicht –Heden 106

F Heden –Het christendom in de westerse 200 cultuur Verleden –Cultuur in de middeleeuwen 201 F1 Kerk en christendom 202 Onderzoek: misdaad en straf 216 F2 De kruistochten 224 Onderzoek: Arabische bronnen over 233 de inname van Jeruzalem in 1099 Ontdekplaat –De kruistochten F3 Romaanse en gotische kunst 241 Ontdekplaat –Cultuur in de middeleeuwen:  bouwkunst Onderzoek: de Vlaamse Primitieven 249 Overzicht –Verleden 254 Overzicht –Heden 255

Woordenlijst 256 Mijn persoonlijk woordenboek 264 Uitvouwbare tijdlijn Schema historisch denken INHOUD

3


1

Op verkenning in STORIA HD GO!

IN

1

INLEIDING

VA

N

Je vindt de inhoudsopgave van dit leerwerkboek op blz. 3. De lessen zijn gegroepeerd in zes onderdelen. Een onderdeel begint steeds met een les over het heden. Daarna komen de lessen over het verleden. Op het einde van het onderdeel vind je een overzicht van de geziene leerstof over het verleden en/of het heden.

Het leerwerkboek

aa r

©

Alle lessen hebben dezelfde structuur, maar de leerstof wordt op verschillende manieren aangebracht. Tijdens sommige lessen zal je leraar veel vertellen; andere lessen worden grotendeels of volledig opgebouwd aan de hand van verschillende soorten opdrachten. Die opdrachten kun je klassikaal, in groepjes of individueel oplossen. De volgende illustraties maken de structuur van elke les duidelijk.

em pl

C

HEDEN

1 Titel van het onderdeel

Safety first voor iedereen! We leven in een welvaartstaat: de overheid zorgt voor een sociaal vangnet voor mensen die het financieel moeilijk hebben. Ook het welzijn van de mensen is belangrijk. Geld (alleen) maakt niet gelukkig. Sociale wetten beschermen de levenskwaliteit van de mensen, de overheid regelt de gezondheidszorg en de laatste tijd wordt er ook steeds meer aandacht besteed aan ons leefmilieu. We beseffen dat duurzame ontwikkeling noodzakelijk is. Op diddit vind je extra opdrachten bij deze les.

ex

OPDRACHT 1

lockdown te gaan om zoveel mogelijk besmettingen te voorkomen. - De lockdown beperkt je vrijheid. Je mag niet meer doen wat je wilt, wanneer je wilt en met wie je wilt. Wie beslist daarover en op welke basis?

- Is dat volgens jou een beperking van het vrijheidsbeginsel dat in de grondwet wordt gegarandeerd? Zoek informatie op over het ‘vrijheidsbeginsel’ en bespreek klassikaal. Vat jullie antwoord hieronder samen.

daarover een krantenartikel. OPDRACHT 2

Vandaag worden graan, groenten, fruit en vlees op grote (industriële) schaal geproduceerd. Daarvoor worden soms methoden en producten gehanteerd die voor het leefmilieu (mens, dier en planten) niet zo goed zijn. Maar er zijn steeds meer voedingsmiddelen die met respect voor ‘duurzame ontwikkeling’ geproduceerd worden. Ze krijgen na controle door een keuringsdienst een logo zoals ‘fair trade’ of ‘biologische producten’. Herken je dat label? Waarvoor staat het?

De welvaartstaat heeft pas in de hedendaagse tijd vorm gekregen. In het verleden behelpen de mensen zich op andere manieren.

62

INLEIDING

3 Moeilijke woorden krijgen een ander kleurtje. Ze worden verklaard vanaf blz. 256. Als er nog In dit onderdeel gaan de lessen over de middeleeuwen en zijn de vroegmoderne woorden die tijd. Vul die twee periodes in op de tijdlijn. jeWelke niet begrijpt, zes onderwerpen horen thuis in het sociaal en economisch domein? Omcirkel. schrijf je ze op landbouw in schilderkunst je ‘persoonlijk oorlogen bevolkingsgroepen woordenboek’ wetenschap armoede opbestuur blz. 264 leefgewoonten in dit nijverheid bevolkingsgroei leerwerkboek. godsdienst welvaartDe verklaring zoek je op in een (online) woordenboek zoals www.woorden.org.

OPDRACHT 1

OPDRACHT 2

- Tijdens de lockdown ging het onder andere ook over (de schending van) kinderrechten. Zoek

in

lijk

2 Het diddit-icoon verwijst naar onlinelesmateriaal.

4

Op het Europese grondgebied begint de coronacrisis in Italië op 31 januari 2020. Op 9 maart 2020 wordt Italië in quarantaine geplaatst. Heel kort daarna, op 18 maart 2020, besluit België om in

C

SAFETY FIRST VOOR IEDEREEN!


5 Duidelijke lestitels

8 Deze icoontjes geven aan welke domeinen in de les aan bod komen.

Aanwezigheid van de Vikingen in de 8e-11e eeuw

De Vikingen De Vikingen zijn de geschiedenis ingegaan als woeste plunderaars. Dat beeld strookt echter niet helemaal met de waarheid. De Scandinavische landen zijn zelfs heel trots op hun Vikingverleden. Je kunt er prachtige musea bezoeken over de Vikingen. Wie waren de Vikingen? Waarom zien wij de Vikingen als woeste plunderaars? Wat leert verder onderzoek ons? Kaartnr(s).

5

0

10

0 8

Wat weet je al over de Vikingen? Vanwaar heb je die informatie? Bespreek klassikaal en vergelijk het beeld dat je hebt met de inhoud van de les.

De Vikingen zijn Germanen uit het noorden

© Vikingschipmuseum in Roskilde

De Vikingen komen uit Scandinavië, de landen die vandaag Noorwegen, Zweden en Denemarken heten. Tussen 800 en 1050 leven ze in een periode van grote bloei. De Vikingen bouwen snelle, sterke en wendbare schepen waarmee ze niet alleen Europa afreizen, maar ook verdere gebieden. Ze verkennen, plunderen en veroveren grondgebied. Rond het jaar 1000 bereikt Leif Eriksson Amerika.

© BELGA / AFP

Skuldelev 2 is een van de vijf Skuldelevschepen die in 1962 worden opgegraven in de baai van Roskilde. De Skuldelevschepen worden daar rond het jaar 1070 tot zinken gebracht om de kust

VA

OPDRACHT 2

Bron 2 Reconstructie van het schip

N

1

±

±

OPDRACHT 1

9 De tijdlijn situeert de les in de tijd.

Bron 1 Restanten van Skuldelev 2

0

OPDRACHT 3

IN

B3

4 Lesnummer

7 Het kaartje vertelt over welk gebied de les gaat. In het vakje onder de kaart kun je verwijzen naar kaarten uit je historische atlas.

6 Een krachtige inleiding met de historische vragen waarop de les een antwoord geeft.

te verdedigen tegen invallen vanuit zee. Skuldelev 2 is een eiken langschip: een oorlogsschip van 30 m lang en 3,8 m breed, met een diepgang van slechts 1 m. Het schip bood plaats aan een grote bemanning van ongeveer 65 personen, waaronder 60 roeiers. Dankzij het grote zeil van ca. 112 m² kon het topsnelheden behalen van 20 knopen (36 km/u). Een langschip werd dikwijls versierd

Bekijk de kaart op de volgende bladzijde. - Welke hedendaagse landen zijn in de 8e en 9e eeuw belangrijke Vikinggebieden?

met een slangenkop of een draak. Daarom wordt het ook drakar genoemd. De restanten van de Skuldelevschepen staan tentoongesteld in het Vikingschipmuseum in Roskilde in Denemarken. Het hout kreeg een speciale behandeling zodat het goed zou bewaren en werd op een metalen skelet gemonteerd. Tussen 2000 en 2004 bouwt het Vikingschipmuseum een reconstructie van het

- In welke gebieden zijn er Vikingen in de 10e en 11e eeuw? Bespreek klassikaal en vat kort samen.

schip.

De vroege miDDeleeuwen

51

52

LES B3

De Vikingen

aa r

B

©

- ‘Zowel bron 1 als bron 2 is een bewerkte bron.’ Juist of fout? Motiveer je antwoord.

- Omcirkel het juiste antwoord. De Vikingen leven in een maritieme / continentale ruimte.

10 Ondertitels leiden de verschillende delen van de les in.

11 De contextinformatie helpt je om de bron te begrijpen.

em pl

12 In de rubriek ‘onWAARschijnlijk’ vind je extra informatie over de les: boeiende verhalen die je normaal niet in schoolboeken vindt.

ONWAARSCHIJNLIJK!

Het Frankische Rijk betaalt aan de Vikingen grote sommen zilver en goud om de aanvallen te stoppen. In 911 staat koning Karel de Eenvoudige zelfs een heel stuk van zijn grondgebied aan de

monding van de Seine af aan Vikingaanvoerder Rollo. Rollo zou in ruil nieuwe invallen via de Seine verhinderen. Niet onbelangrijk, want ook Parijs ligt aan de Seine. Dat land van de Noormannen (dat is een andere naam voor de Vikingen) kennen we vandaag als Normandië. Via de Wolga en de Dnjepr dringen de Vikingen in de loop van de 9e eeuw ook ver door naar het oosten. Ze stichten er het Rijk van Kiev. De lokale bevolking noemt hen ‘Roes’, een woord dat vermoedelijk van het Oudnoorse woord voor ‘roeiers’ is afgeleid. De Roes geven hun naam aan Rusland. De Russen zelf willen tot vandaag weinig weten over hun Vikingverleden. Zij vinden dat dat hun volk oneer aandoet.

ex

Zelfs in de Hagia Sophia, de Byzantijnse kathedraal in Constantinopel, hebben Vikingen sporen achtergelaten. Onderaan op de foto zie je runentekens die in het marmer zijn gekrast. De inscriptie is niet helemaal ontcijferd maar bevat zeker de naam Halfdan.

lijk

1 de begrippen ‘maritieme ruimte’, ‘continentale ruimte’ en ‘handel’ uitleggen 2 de begrippen ‘getuigenis’, ‘reconstructie’, ‘scheepsgraf’, grafgift, ‘stereotiep’ en ‘stereotypering’ uitleggen 3 de Vikingen in de ruimte en de tijd situeren 4 drie voordelen van de constructie van een Vikingschip geven 5 twee redenen geven waarom de Vikingen de geschiedenis ingingen als woeste plunderaars

in

6 vier voorbeelden geven van archeologische vondsten die dat beeld bijstellen

KUNNEN 1 verschillende soorten bronnen onderscheiden 2 de betrouwbaarheid, de functie en het doelpubliek van een bron beoordelen 3 de beperkingen van bronnen en de gevolgen daarvan op historische beeldvorming aantonen 4 aantonen hoe een bron bewerkt is 5 informatie uit bronnen afleiden 6 een bron in zijn context plaatsen om die bron beter te begrijpen 7 bronnen vergelijken 8 de invloed van standplaatsgebondenheid op historische beeldvorming aantonen met een voorbeeld 9 de presentatie van een bron evalueren

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

58

LES B3

De Vikingen

LES E5 SCHEMA

De Guldensporenslag 1 De Vlaamse graaf strijdt tegen de Franse koning

+

+

leliaards

klauwaards

Franse troepen bezetten het graafschap Vlaanderen. Centrum van het verzet: Brugge

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

13 Een schema van de lesinhoud helpt je de les te studeren.

10 de invloed van standplaats­ gebondenheid op historische beeldvorming analyseren met behulp van opdrachten 11 historische vragen stellen

2 De Guldensporenslag wordt uitgevochten op 11 juli 1302 Brugse metten Het Vlaamse en het Franse leger • Vlaamse leger steunt op voetvolk. • Franse leger steunt op ruiterij. Leger van de Vlaamse graaf verslaat het Franse leger op 11 juli 1302. Verdrag van Athis-sur-Orge • Vlaanderen moet een zware belasting betalen. • Graafschap blijft Frans leen, maar onder controle van een graaf.

3 De Guldensporenslag gerecupereerd De Guldensporenslag in onze collectieve herinnering Hendrik Conscience schrijft in 19e eeuw ‘De Leeuw van Vlaanderen’. Doel: duidelijk maken dat België niet onder Franse controle mag komen. Vlaamse beweging verwijst naar het boek. Reden: Om hun verzet duidelijk te maken tegen de discriminatie van Nederlandstaligen door Franstaligen in België. Vlaanderen viert zijn feestdag op 11 juli.

E

De miDDeleeuwen van 900 tot 1450

197

14 Nadat je de les hebt geleerd, moet je deze zaken KENNEN en KUNNEN. Het icoontje verwijst naar de oefeningen op diddit. De begrippen die je moet kennen, staan altijd bovenaan.

INLEIDING

5


het onlineleerplatform bij STORIA HD GO!

N VA

Hier vind je de opdrachten die de leraar voor jou heeft klaargezet.

©

Je kunt vrij oefenen en de leraar kan ook voor jou oefeningen klaarzetten. Je kunt kiezen uit: - oefeningen per les, - oefeningen op ‘het referentiekader’, - oefeningen op ‘werken met bronnen (HD)’, - oefeningen op ‘kennis en begrippen’, - oefeningen op ‘historische redeneerwijzen’.

IN

Leerstof kun je inoefenen op jouw niveau.

aa r

Hier kan de leraar taken voor jou klaarzetten.

em pl

Benieuwd hoe ver je al staat met oefenen en opdrachten? Hier vind je een helder overzicht van je resultaten.

6

LES 1

DIRK BRACKE

Over Chlodovech, koning van de Franken tussen 481 en 511, en over zijn bekering tot het christendom 1

5

10

15

20

25

30

35

40

‘Het loopt verkeerd’, voorspelde Alderik somber. Zijn ogen stonden zorgelijk terwijl ze over alle hoeken van het slagveld schoten. ‘Nog even en de Visigoten lopen over ons heen.’ Hij trok de leidsels van zijn paard strak omdat het dier nerveus trappelde. Chlodovech streek zwijgend over zijn lange baard. Samen met zijn lange haar was zijn baard een symbool van zijn koningschap. Voor zijn ogen drong een lafbek zich brutaal door de rijen strijdmakkers naar achter. Zijn gezicht was verkrampt van angst. Zodra hij voorbij de achterhoede geraakt was, gooide hij zijn zwaard en schild weg en vluchtte terwijl hij voortdurend schichtig om zich heen keek. ‘Er moet een ruiter achter hem aan om hem te doden!’ gromde Chlodovech woedend. Meteen stuurde Alderik iemand uit. Chlodovech volgde de ruiter met zijn ogen. De lafaard moest gedood worden. Hij wist dat de man een voorbeeld voor anderen kon zijn. Als hij hem liet lopen, zouden anderen ook hun leven willen redden door te vluchten. In een oogwenk had de ruiter hem ingehaald en hij dreef de lanspunt tussen de schouders van de deserteur. ‘Daar!’ wees Alderik. Een ruiterafdeling van de Visigoten drong onweerstaanbaar diep door de linies van de Franken. Onafgebroken hakten en boorden zwaarden en lansen zich in schilden, in Frankische lichamen. De Franken werden langzaam achteruitgedrongen.. Chlodovech wist dat het gevecht niet lang meer zou duren. Het stormde in zijn hoofd. Zijn vrouw Clotilde wilde al langer dat hij christen zou worden, net zoals zij. Het was een moeilijke keuze. Zijn mannen baden tot de oeroude goden van hun voorouders. Goden die ze meegebracht hadden toen ze over de Rijn trokken om voor de Hunnen te vluchten en in

45

50

55

60

65

70

75

80

het Romeinse Rijk een beter leven op te bouwen. Het was niet gemakkelijk om die oude, vertrouwde goden op te geven. Ook zijn vader had tot de oude goden gebeden. Kon een koning voor een andere god kiezen dan zijn volk? Maar als hij christen werd, zou hij de steun van de bisschoppen krijgen. Het zou het hem veel gemakkelijker maken om de Gallo-Romeinse bevolking achter zich te krijgen. En de steun van hun soldaten kon hij best gebruiken. Omdat zijn vrouw had aangedrongen, had hij twee kinderen laten dopen; een van hen was bijna meteen daarna gestorven. Het had hem sceptisch gemaakt tegenover de God van de christenen. Maar nu … Chlodovech maakte zich meer zorgen dan hij liet blijken. Zijn mannen mochten niet zien dat hij nerveus was, dat hij niet meer in de overwinning geloofde. Hij had zoveel te verliezen. Wellicht zou de koning van de Visigoten zijn haar en baard laten afsnijden en hem daarna doden. Dat zou hij ook doen. En zijn Rijk zou door de Visigoten worden ingepalmd. Misschien werden zijn mannen slaaf of werden ze gedwongen om in het leger van Visigoten te vechten. Alles wat zijn vader en hij zo zorgvuldig hadden opgebouwd, zou in deze veldslag verloren gaan. ‘Kijk!’ zei Alderik ongerust. Stap voor stap weken de Franken onder de zwaarden en de lansen. ‘Terugtrekken vooraleer we allemaal sterven?’ Chlodovech klemde zijn tanden op elkaar, zodat zijn kaakspieren gespannen stonden. Hij moest iets doen! Zijn goden hielpen hem niet. Als nu … God van Clotilde, dacht hij. Als je me de overwinning geeft, laat ik me dopen. Hij trok zijn zwaard. ‘Vecht met me mee! Maak ze af!’ schreeuwde hij terwijl hij zijn paard vooruitdreef. DOOPSEL - DIRK BRACKE

Gotische kerk

in

lijk

ex

Hier vind je het lesmateriaal per les of per leerstofonderdeel (onder andere de kennisclips, de verhalen van Dirk Bracke en de video- en audiobestanden). Daarnaast zijn er de ontdekplaten waarmee je zelf aan de slag kunt. Je vindt er bijvoorbeeld allerlei soorten bronnen en filmmateriaal rond een bepaald thema. Ga op ontdekkingstocht en voer de opdrachten uit. Veel plezier!

VERHAAL

Doopsel

INLEIDING HEt ONLINELEErpLatfOrm bIj stOrIa HD GO!

Ontdekplaat - Hagia Sophia

39


2

Geschiedenis studeren: in de klas en thuis Welkom in de geschiedenislessen van het derde jaar van het secundair onderwijs. Je ontdekte in de vorige schooljaren al dat geschiedenis veel meer is dan feiten en datums uit het hoofd leren. Geschiedenis is niet zo moeilijk, als je de lessen op de juiste manier aanpakt. Luister daarom naar de raadgevingen van je leraar. Goed opletten in de klas brengt je al een hele stap vooruit. Je leraar zal je ook uitleggen hoe je de leerstof thuis kunt herhalen en instuderen.

IN

N

Oefenen Tijdens de geschiedenislessen leer je ook historische vaardigheden. Je leert hoe je historische informatie ontdekt, onderzoekt en structureert. Je zult bijvoorbeeld leren om informatie te halen uit bronnen, tijdlijnen en kaarten. Je leert ook om kritisch om te gaan met je bronnen. Vaardigheden verwerf je door te oefenen. Maak de opdrachten opnieuw en kijk na of je antwoorden juist zijn. De vaardigheden zijn minstens even belangrijk als de inhoud van de les.

Thuis

aa r

©

Als je aandachtig luistert en actief meewerkt in de klas, zul je thuis gemakkelijker de leerstof kunnen instuderen. In de klas doe je het volgende: - onthoud de titel van de les; - let op de ondertitels: ze vatten de hoofdlijnen van de les samen; - het is belangrijk dat je alles begrijpt: woorden of onderdelen die je niet begrijpt, kun je immers moeilijk onthouden; - probeer te antwoorden op vragen die je leraar stelt; - bestudeer de bronnen en de opdrachten aandachtig; - zorg ervoor dat je notities ordelijk, volledig en foutloos zijn.

kopiëren uit de woordenlijst of uit de les. Bekijk vervolgens het schema. Dat bevat de hoofdzaken en de kernwoorden. Probeer nu aan de hand van het schema de inhoud van de les op te zeggen. Als je op die manier de les verkent, wordt er heel wat informatie in je geheugen opgeslagen. Je zult dus heel wat tijd besparen bij het instuderen.

VA

In de klas

em pl

Voorbereiden Neem wat je nodig hebt om je les in te studeren: je agenda, je leerwerkboek, notities, een te verbeteren test ... Studeer op een rustige en ordelijke plaats, zodat je geconcentreerd kunt werken.

in

lijk

ex

Verkennen Bestudeer eerst de opbouw van de les. Lees de inleiding en bekijk het kaartje, de maatschappelijke domeinen en de tijdlijn. Daarna noteer je de titels en de ondertitels. Zo ken je de hoofdlijnen al. Lezen en begrijpen Neem de hele les grondig door en controleer of je alles echt begrijpt. De teksten en de bronnen brengen het verhaal van de les. Om het verhaal te begrijpen, moet je ook alle woorden begrijpen. Bij het vak geschiedenis horen heel wat specifieke begrippen. We onderscheiden historische begrippen en structuurbegrippen. Die structuurbegrippen gaan over het vak geschiedenis. Je vindt ze in het oranje in de woordenlijst. Maak per les een woordenlijst met de begrippen die je moet kennen. De uitleg kun je meestal

Studeren Studeer de definities van de begrippen die je moet kennen. Leer het schema uit het hoofd en overloop nog eens alle opdrachten. Let daarbij extra op de titels, zodat je inzicht hebt in de opbouw van de les. Bij een toets of examen is het echter niet voldoende om enkel de informatie van je schema op te schrijven. Controleren Controleer of je het schema zelf opnieuw kunt samenstellen. Vergelijk met het schema in je leerwerkboek. Ga na of je elk woord en elk verband tussen de woorden in het schema kunt uitleggen. Raadpleeg de lijst KENNEN en KUNNEN. KENNEN geeft weer wat je van de leerstof moet onthouden en uitleggen. KUNNEN somt op welke vaardigheden in de les aan bod zijn gekomen. De lijst is een prima controlemiddel om na te gaan of je de leerstof beheerst. De puntjes die je onder de knie hebt, kruis je aan in het voorziene vakje. Zo heb je altijd een goed overzicht. Op diddit vind je interactieve opdrachten om KENNEN en KUNNEN verder in te oefenen. INLEIDING

7


3

Historisch denken

OPDRACHT

Lees de krachtlijnen van historisch denken. - Probeer het woord te achterhalen dat in elke krachtlijn ontbreekt. - Onderstreep de kernwoorden in de uitleg. HD1 Een beeld van het verleden opbouwen

IN

Je leert in het vak geschiedenis niet alleen verhalen over het verleden, maar ook hoe die verhalen ontstaan. Je krijgt dus inzicht in het verleden én in de wetenschappelijke methode die geschiedkundigen gebruiken om over het verleden te vertellen: je leert historisch denken. We geven je hier een overzicht van de vier bouwstenen van historisch denken. Dat hoef je niet uit het hoofd te leren.

VA

N

Geschiedkundigen ordenen stukjes geschiedenis in de tijd, de ruimte en het maatschappelijk domein (zie les A1). Zo krijg je een beter overzicht en inzicht. Tegelijkertijd leer je historische begrippen en structuurbegrippen (zie woordenlijst) om de kenmerken van de samenlevingen die je bestudeert juist te benoemen.

©

HD2 Kritisch redeneren met en over

aa r

Onze kennis over het verleden leiden we af uit bronnen: we redeneren met bronnen. Daarom is het heel belangrijk om goede bronnen uit te kiezen. Je leert controleren of een bron bruikbaar, betrouwbaar en representatief is: dat is redeneren over bronnen.

HD3 Tot historische komen

em pl

Het antwoord op een historische vraag is een samenhangende historische redenering. Typische historische redeneringen zijn: aanleiding – oorzaak – gevolg –toeval, evolutie – revolutie, gelijktijdigheid – ongelijktijdigheid en continuïteit – verandering. Zo vormen we ons een beeld van het verleden.

HD4 Reflecteren over de relatie verleden, en toekomst

in

lijk

ex

Iedereen kijkt met zijn ogen naar het heden en het verleden: vanuit het eigen perspectief. Dat heet dan standplaatsgebondenheid. We weten bovendien niet alles over het verleden. Je leert ook nadenken over het gebruik van geschiedenis in de samenleving.

8

  INLEIDING


Eigen identiteit in een superdiverse samenleving De Vlaamse centrumsteden zijn vandaag superdivers. Daar wonen en werken mensen uit verscheidene culturen, met verschillende talen en levensbeschouwingen. Er zijn 192 landen in de wereld. In Antwerpen leven mensen van 173 verschillende nationaliteiten en er worden meer dan 400 talen gesproken. In Brussel leven 183 nationaliteiten samen. Superdiversiteit is een demografisch kenmerk. Sinds de migratiestromen – die op gang kwamen na de Tweede Wereldoorlog, in de jaren 50 en 60 – wonen er verschillende etnischculturele gemeenschappen in Vlaanderen, vooral in de Vlaamse steden. Ook binnen die gemeenschappen is de diversiteit vandaag heel divers. Daarom noemen we die steden ‘superdivers’.

VA

N

IN

A

HEDEN

aa r

- Markeer de betekenis van 'superdiversiteit' in de tekst. - Wat betekent diversiteit binnen de diversiteit, denk je? Leg uit met enkele voorbeelden.

em pl

OPDRACHT 1

©

Op diddit vind je extra opdrachten bij deze les.

- Hoe komt het dat centrumsteden diverser zijn dan kleine(re) steden en gemeenten? Bespreek klassikaal. OPDRACHT 2

Ga je akkoord of niet akkoord met de volgende stellingen? Bespreek je antwoorden in groep. Akkoord

Niet akkoord

ex

a Als er veel mensen met verschillende achtergronden samen zijn, dan geeft dat enkel problemen. b In een buurt wonen met veel kleur en mensen van verschillende afkomst is leuk.

lijk

c Ik heb zelf vrienden die een andere achtergrond hebben dan ik en dat vind ik tof.

in

OPDRACHT 3

- Heb jij vrienden met een andere achtergrond op het vlak van taal, nationaliteit, cultuur, etnische achtergrond of religie? Bespreek met je buur. - Mensen worden soms gepest of uitgesloten omdat ze ‘anders’ zijn. Wat vind je daarvan? Bespreek klassikaal. - Denk je dat er in de middeleeuwen in West-Europa diversiteit was zoals wij die vandaag kennen?

Toch is migratie van alle tijden. De middeleeuwen beginnen met migratie. Daarover leer je meer in de volgende lessen. A

EIGEN IDENtItEIt IN EEN sUpErDIvErsE samENLEvING

9


VERLEDEN

Over oude en nieuwe dingen

IN

In het derde jaar leer je tijdens de geschiedenislessen over de middeleeuwen. Dat tijdvak volgt op de klassieke oudheid – die je vorig schooljaar bestudeerd hebt – en gaat de vroegmoderne tijd vooraf.

± 800 v.C .

aa r

± 500

lijk

in

± 1450

± 1750

Europa tussen 500 en 1450

ex

OPDRACHT 2

Vul de tijdvakken in op de tijdlijn.

em pl

OPDRACHT 1

©

VA

N

In dit eerste onderdeel frissen we de historische vaardigheden op en maak je al even kennis met de middeleeuwen. We gaan na hoe en hoeveel je in je dagelijkse leven met die tijd te maken hebt en wat de belangrijkste kenmerken ervan zijn. In les A1 herhalen we de historische vaardigheden. Zo ben je vanaf les B1 helemaal klaar om de middeleeuwen in te duiken.

In de geschiedenislessen vertrekken we van een westers of West-Europees perspectief. - Kleur West-Europa op de kaart. - Geef vijf hedendaagse landen die geheel of gedeeltelijk in dat gebied liggen.

- Kijk in een historische atlas. Welk groot rijk blijft in Zuidoost-Europa voortbestaan?

- Perspectief is een historische redeneerwijze. Voeg die toe op het schema van historisch denken op de uitvouwbare tijdlijn.

10

A

OvEr OUDE EN NIEUwE DINGEN


A1

Even je geheugen opfrissen

N VA

Wat zijn historische vragen? Hoe ordenen we het verleden in de tijd, de ruimte en het domein? Welke beperkingen hebben bronnen? Waarom is de geschiedenis niet hetzelfde als het verleden? Welke historische redeneerwijzen ken je al?

IN

De vorige schooljaren leerde je al heel wat over het geschiedkundige onderzoek. Je weet dat een geschiedkundige zich baseert op bronnen om historische vragen te beantwoorden en een beeld te krijgen van het verleden. In deze les frissen we de historische vaardigheden op.

OUDE NABIJE OOSTEN

1

4

5

0

19 ±

±

14 ±

±

17

5

5

0

0

50

©

KLASSIEKE OUDHEID

MIDDELEEUWEN

HEDENDAAGSE TIJD

MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

em pl

PREHISTORIE

aa r

±

±

8

35

0

0

0

0

v.

v.

C

C

.

.

Kaartnr(s).

Historisch denken begint met het stellen van historische vragen

ex

Geschiedkundigen stellen en beantwoorden historische vragen. Er zijn verschillende soorten historische vragen: vragen over het verleden, vragen over de relatie heden-verleden, vragen over de totstandkoming van historische kennis en vragen over historische beeldvorming. OPDRACHT 1

- Vul de verschillende soorten historische vragen aan in het schema van historisch denken op de uitvouwbare tijdlijn.

lijk

- Zijn deze vragen historische vragen? • Waarom zien wij de Vikingen als woeste plunderaars? 

in

KENNISCLIP HISTORISCHE VRAAG

• Wat zijn de oorzaken van de Europese ontdekkingsreizen?  • Is dit manuscript een bruikbare bron voor onze historische vraag?  • Hoeveel procent van het gezinsbudget wordt besteed aan voedsel?  • Hoe werkt het spijsverteringsstelsel?  • Waarom vieren we op 11 juli de Vlaamse feestdag? 

- Voeg de verschillende soorten historische vragen toe op het schema van historisch denken op de uitvouwbare tijdlijn. A

Over oude en nieuwe dingen

11


OPDRACHT 2

Over welke soort historische vragen gaat het? • Waarom zien wij de Vikingen als woeste plunderaars?  • Wat zijn de oorzaken van de Europese ontdekkingsreizen?  • Is dit manuscript een bruikbare bron voor onze historische vraag?  

2

IN

• Waarom vieren we op 11 juli de Vlaamse feestdag? 

Het historische referentiekader

- Bekijk de tijdlijn op blz. 11. Dat is de meest gebruikte indeling van de geschiedenis in West Europa. De jaren waarin we de tijden laten eindigen of beginnen, zijn scharnierdata. Naar welke ‘symbolische’ gebeurtenissen verwijzen deze jaartallen?

VA

OPDRACHT 3

N

Om je weg te vinden in al die eeuwen geschiedenis, komt het erop aan dat verleden te ordenen in het referentiekader. Dat betekent situeren in de tijd, de ruimte en het maatschappelijk domein.

ca. 3500 v.C.: 

©

ca. 800 v.C.:  ca. 500: 

aa r

ca. 1450:  ca. 1750:  ca. 1945: 

 OPDRACHT 4

em pl

- Wat is de duur van de middeleeuwen? Met hoeveel eeuwen en millennia komt dit overeen?

- Vergelijk met de tijdlijn op blz. 109 en noteer een opvallend verschil. 

ex

- Vergelijk de westerse indeling van de geschiedenis met de Chinese indeling hieronder en noteer een opvallend verschil.

lijk

20

HAN

in

QIN

JIN

SONG

YUAN MING

die aan de macht zijn. De Chinese periodisering focust op de eigen politieke geschiedenis.

  LES A1

4 4

QING

De Chinezen delen het Vroege en Late Keizerrijk verder op volgens de vorstenhuizen of dynastieën

- Wat kun je besluiten over tijdrekeningen en indelingen van de geschiedenis? TIP Gebruik de woorden ‘tijd’, ‘plaats’ en ‘afspraken’.

12

16

8 6 13

79

7

0 6

0 9

9

18 6

81

20 4

5

SUI TANG

12

6

v.

22

C

.

0 26 5



Even je geheugen opfrissen


OPDRACHT 5

- Historische gebeurtenissen kun je vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Op ruimtelijk vlak maken we een onderscheid tussen globaal, lokaal, regionaal, continentaal en nationaal. Vul die begrippen in bij de juiste omschrijving. Begrip

Betekenis verwijst naar het plaatselijke (wijk, gemeente, stad …)

KENNISCLIP RUIMTE

verwijst naar de regio (streek, provincie, gewest …)

IN

verwijst naar de staat of het land verwijst naar het werelddeel

N

verwijst naar de wereld

Begrip

Betekenis

©

de stad

VA

- Om ruimte structuur te geven, maken we ook een onderscheid tussen: • stedelijke ruimte en rurale ruimte, • continentale ruimte en maritieme ruimte.

het platteland

aa r

landinwaarts, niet gericht op de zee in of aan zee

We maken verder nog onderscheid tussen: • open ruimte en gesloten ruimte, • centrum en periferie.

em pl

OPDRACHT 6

Begrip

Betekenis een open landschap of een open samenleving een gesloten landschap of een gesloten samenleving

ex

het middelpunt van een gebied

Tot slot ordenen we geschiedenis volgens de maatschappelijke domeinen. - Geef bij elke omschrijving het passende domein: politiek, sociaal, economisch of cultureel. - Zoek op het stickervel het symbool dat Storia HD voor elk domein gebruikt en kleef het bij de juiste uitleg.

in

lijk

OPDRACHT 7

aan de rand van een gebied, verwijderd van het centrum

Domein

Omschrijving Dit domein gaat over machthebbers zoals koningen en het grondgebied waarover ze heersen. Het gaat ook over machtsverhoudingen en over rechten en plichten. Dit domein gaat over de verschillende groepen mensen in de samenleving. Die indeling kan gebeuren op veel manieren: volgens rijkdom, politieke macht, godsdienst ...

A

Over oude en nieuwe dingen

13


Dit domein gaat over wat mensen doen om te (over-)leven. Economische activiteiten zorgen voor voedsel, kleding, onderdak ... of voor een inkomen om dat aan te schaffen. We doen aan landbouw, handel, nijverheid ...

OPDRACHT 8

Synthese: Waarover gaan de bronnen? Situeer in het referentiekader.* Tijd

Ruimte

Bron 2 Bron 3

VA

KENNISCLIP REFERENTIEKADER

Domein

N

Bron 1

IN

Dit domein gaat over kunst, godsdienst, wetenschap, techniek, onderwijs ... Ook onze dagelijkse gewoonten zoals eten, drinken, mode en ontspanning behoren tot dit domein.

Bron 4

©

Bron 5

* Dikwijls passen meerdere domeinen. Eén juist antwoord is hier voldoende.

De abdij van Lorsch wordt gesticht in 764 in

Frankrijk, tussen 18 000 en 15 000 jaar oud

de Duitse deelstaat Hessen. In de 16e eeuw wordt

ex

Detail van de rotsschilderingen in Lascaux,

in

lijk

Bron 3 Het Romeinse Rijk in 117

14

LES A1

Bron 2 De abdijpoort van Lorsch

aa r

em pl

Bron 1

Even je geheugen opfrissen

de abdij gesloten. De restanten zijn sinds 1991 geklasseerd als werelderfgoed.


Bron 4

Bron 5 Zodra hij de macht had, bevrijdde Solon de mensen voor eens en altijd. Hij verbood elke lening die een persoon als waarborg had. [Bij zo'n lening word je een slaaf van de schuldeiser, als je de lening niet kunt terugbetalen.] Daarbij vaardigde hij

IN

wetten uit die schulden kwijtschold. Vrij naar Aristoteles, De staatsinrichting van Athene,

ca. 1200 v.C. Fragment van de

na 33O v.C.

grafschildering, Deir-El-Medina, Egypte

De tekst komt uit de omgeving van de Griekse filosoof Aristoteles. Hij en zijn studenten zouden het bestuurssysteem van 170 polissen beschreven hebben. De staatsinrichting of 'grondwet' van Athene is bewaard gebleven.

3

VA

N

Grafmonument van Sennedjem,

©

Redeneren over bronnen

Ten eerste maken we een onderscheid tussen ‘historische bronnen’ en ‘historische werken’. Historische bronnen zijn voorwerpen uit het verleden en getuigenissen over het verleden. Historische werken zijn het resultaat van een wetenschappelijk onderzoek dat na de feiten met behulp van bronnen en andere werken is gemaakt.

em pl

KENNISCLIP BRONNEN INDELEN

aa r

Bronnen zijn de basis van onze historische kennis. Ze worden op drie manieren in groepen gedeeld.

Ten tweede maken we een onderscheid tussen ‘primaire’ en ‘secundaire’ bronnen. Primaire bronnen zijn gemaakt door mensen die rechtstreeks betrokken zijn, bijvoorbeeld ooggetuigen. Secundaire bronnen zijn gemaakt door mensen die niet rechtstreeks betrokken zijn, vaak in een andere tijd. Ten derde maken we een onderscheid tussen ‘geschreven’ en ‘ongeschreven’ bronnen. Ongeschreven bronnen worden verder verdeeld in mondelinge en materiële bronnen.

lijk

ex

Om een antwoord te vinden op een historische vraag zoeken en selecteren we bronnen. Je weet al uit de lessen van vorig schooljaar dat je daarmee voorzichtig moet omspringen. Bronnen hebben immers altijd bepaalde beperkingen. Die beperkingen zijn afhankelijk van de historische vraag die je stelt en kunnen te maken hebben met de bruikbaarheid, de representativiteit en/of de betrouwbaarheid van de bron. In de loop van het schooljaar zullen we dat regelmatig inoefenen. Je moet er ook rekening mee houden dat de historische bronnen die in de lessen worden gebruikt, dikwijls zijn bewerkt. Dat betekent dat ze niet gelijk zijn aan de originele bron. Bronnen worden ingekort of vertaald, er wordt een titel toegevoegd ... Die ingrepen kunnen de betekenis van de bron beïnvloeden.

in

KENNISCLIP BRONNEN BEOORDELEN

OPDRACHT 9

Neem de bronnen van de vorige opdracht. Welke soort bron zijn bron 3 en bron 5? Bron 3:  Bron 5: 

A

Over oude en nieuwe dingen

15


OPDRACHT 11

Wat wordt er bedoeld met de volgende kritische vragen die je aan bronnen moet stellen? Verbind. Is de bron bruikbaar?



Geeft de bron een juist antwoord op de hisotrische vraag?

Is de bron representatief ?



Geeft de bron een antwoord op de historische vraag?

Is de bron betrouwbaar?



Geeft de bron een antwoord dat algemeen geldt voor die periode?

IN

OPDRACHT 10

Vorig schooljaar leerde je dat de betrouwbaarheid van een bron afhankelijk is van de maker, het doelpubliek en de bedoeling van de bron. Vul het schema aan.

VA

N

BRON

©

KENNISCLIP STANDPLAATSGEBONDENHEID

informeren, overtuigen, ontspannen, ontroeren, activeren

OPDRACHT 12

aa r

wie, wanneer, waar, maatschappelijke positie, persoonlijke kenmerken standplaatsgebondenheid Wat betekenen de volgende vermeldingen bij bronnen? Verbind. 

Het is geen letterlijke weergave van de originele tekst. Het is bijvoorbeeld een samenvatting van de originele bron.

em pl

Vertaald

Er wordt maar een stukje van de materiële bron getoond, dus niet de hele bron.

(...)



De originele bron is in een andere taal.

Detail



Er is op die plaats tekst aan de originele bron toegevoegd.

[…]



Er is op die plaats in de originele tekst een stuk tekst weggelaten.

ex



Geschiedenis is een beeld van het verleden

in

lijk

4

‘Naar ...’

KENNISCLIP HISTORISCHE REDENEERWIJZEN

Geschiedenis is een reconstructie van het verleden. Over sommige periodes uit ons verleden weten we slechts weinig door het gebrek aan bronnen. Als er een nieuwe bron ontdekt wordt, kan onze kennis over het verleden veranderen. Dat gebeurt ook als de geschiedkundigen een bron anders gaan interpreteren. Dat wil dan zeggen dat ze om de een of andere reden anders gaan denken over de informatie die ze uit een bepaalde bron halen. Het is dus belangrijk om zoveel mogelijk bronnen te gebruiken en te vergelijken om een nauwkeurig beeld te krijgen van het verleden. Om feiten met elkaar in verband te brengen of om informatie te structureren gebruiken geschiedkundigen typische historische redeneerwijzen. De vorige jaren heb je er al een aantal gezien. Die herhalen we hier. In de loop van het schooljaar komen er nog enkele nieuwe bij.

16

LES A1

Even je geheugen opfrissen


OPDRACHT 13

Lees de lestekst en omcirkel het juiste antwoord. • Het verleden kan veranderen / blijft hetzelfde. • Onze kennis over het verleden is volledig / onvolledig. • Ons eigen standpunt beïnvloedt wel / niet hoe wij naar het verleden kijken. • De beperkingen van bronnen hebben wel / geen invloed op ons beeld van het verleden. Hoe heten deze typische, historische redeneerwijzen? Vul in. Begrip

Betekenis

IN

OPDRACHT 14

De gebeurtenis die iets tot gevolg heeft. De reden waarom iets gebeurt.

N

Het effect van iets. Iets wat plaatsvindt zonder bedoeling.

VA

De veranderingen gebeuren geleidelijk. De veranderingen gebeuren snel. De dingen blijven hetzelfde.

KENNEN

aa r

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

©

De dingen veranderen.

in

lijk

ex

em pl

1 de begrippen ’breuk’, ‘tijd’, ‘duur’, ‘millennium’, ‘eeuw’, ‘tijdrekening’, ‘ruimte’, ‘lokaal’, ‘regionaal’, ‘globaal’, ‘stedelijke en rurale ruimte’, ‘continentale en maritieme ruimte’, ‘domein’, ‘politiek’, ‘sociaal’, ‘cultureel’ en ‘economisch’ uitleggen 2 de begrippen ‘historische bron’, ‘historisch werk’, ‘primaire bron’, ‘secundaire bron’, ‘tijdvak’ en ‘reconstructie’ uitleggen 3 de zeven tijden met begin- en eindjaar opnoemen 4 de gebeurtenissen waarnaar de scharnierdata verwijzen, opnoemen 5 de vier verschillende maatschappelijke domeinen opnoemen en uitleggen 6 drie beperkingen van bronnen opnoemen 7 de drie elementen waarvan de betrouwbaarheid van een bron afhankelijk is, opnoemen 8 het verschil tussen de geschiedenis en het verleden uitleggen

9 de begrippen ‘open en gesloten ruimte’ en ‘centrum en periferie’ uitleggen

KUNNEN 1 een historische vraag herkennen 2 een gebeurtenis in het referentiekader situeren 3 verschillende tijdrekeningen en indelingen in tijdvakken met elkaar vergelijken 4 bepalen welke soort bron het is 5 afleiden uit de presentatie van de bron hoe de originele bron is bewerkt 6 de historische redeneerwijzen: ‘aanleiding’, ‘oorzaak’, ‘gevolg’, ‘toeval’, ‘evolutie’, ‘revolutie’, ‘continuïteit’ en ‘verandering’ benoemen 7 de verschillende soorten historische vragen onderscheiden

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

A

Over oude en nieuwe dingen

17


LES A1 SCHEMA

Even je geheugen opfrissen

IN

1 Historisch denken begint met het stellen van historische vragen Historische vragen zijn: • vragen over de relatie heden-verleden, • vragen over historische beeldvorming.

2 Het historische referentiekader Tijd

VA

• vragen over de totstandkoming van historische kennis,

N

• vragen over het verleden,

 tijdrekening

ordenen

 tijden of tijdvakken

 christelijke, islamitische

aa r

©

aanduiden

Ruimte

een werelddeel, een deel van een werelddeel, een land, een streek, een gemeente …

em pl

stedelijke en rurale ruimte

continentale en maritieme ruimte open en gesloten ruimte centrum en periferie

Domein

  bestuur en grondgebied

sociaal

  verschillende bevolkingsgroepen

in

lijk

ex

politiek

18

LES A1

Even je geheugen opfrissen

  armoede en rijkdom

economisch

  hoe voorziet de mens in zijn levensonderhoud?

cultureel

  het streven naar wijsheid en schoonheid   godsdienst, tradities en gewoonten


3 Redeneren over bronnen Bronnen worden ingedeeld in: • geschreven en ongeschreven bronnen, • primaire en secundaire bronnen, • historische bronnen en historische werken.

IN

Een bron moet je, in functie van de historische vraag die je stelt, beoordelen op: • bruikbaarheid = geeft ze een antwoord op de historische vraag?

• representativiteit = geeft ze een antwoord dat algemeen geldt voor die periode?

De betrouwbaarheid van bronnen is afhankelijk van:

N

• betrouwbaarheid = geeft ze een betrouwbaar antwoord op de historische vraag?

VA

• de standplaatsgebondenheid van de maker (wie, wanneer, waar, maatschappelijke positie, persoonlijke kenmerken), • het doelpubliek,

©

• de functie of bedoeling van de bron (informeren, overtuigen, ontspannen, ontroeren, activeren).

aa r

4 Geschiedenis is een beeld van het verleden De kennis die we hebben van het verleden is bepaald door: • de beschikbaarheid van bronnen,

• de interpretatie die we aan de bronnen geven.

em pl

Gebruik en vergelijk zoveel mogelijk bronnen.

Geschiedkundigen gebruiken historische redeneerwijzen • om feiten met elkaar in verband te brengen,

in

lijk

ex

• om informatie te structureren.

A

Over oude en nieuwe dingen

19


A2

De middeleeuwen, het begin van een nieuwe samenleving

VA

Hoe is de middeleeuwse samenleving ontstaan? Welk beeld hebben mensen in latere tijden van de middeleeuwen?

N

IN

In deze les ontdek je hoe de samen­ leving is ontstaan en welk beeld mensen in de vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd van de middeleeuwen hebben.

OUDE NABIJE OOSTEN

1

4

5

0 17

±

±

19

5

0 5 14 ±

±

50

0

©

KLASSIEKE OUDHEID

em pl

PREHISTORIE

aa r

±

±

8

35

0

0

0

0

v.

v.

C

C

.

.

Kaartnr(s). 

MIDDELEEUWEN

HEDENDAAGSE TIJD MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

Germaanse, Romeinse en christelijke invloeden versmelten tot een nieuwe samenleving

lijk

ex

Vanaf de 5e eeuw komen er Germaanse koninkrijken in de plaats van het West-Romeinse Rijk. De Germanen brengen nieuwe leefgewoonten naar West-Europa. Maar de klassieke samenleving gaat niet helemaal verloren: sommige Romeinse gebruiken, technieken in de bouw en in de kunst en talen blijven verderleven. Ook de christelijke godsdienst blijft behouden en wordt in de middeleeuwen zelfs heel belangrijk. Bisschoppen en abten worden belangrijke raadgevers van de koningen en de mensen leven op het ritme van de Kerk (zondagsmis, sacramenten, kerkelijk jaar ...). Uit de versmelting van de Germaanse, Romeinse en christelijke cultuur ontstaat dus een nieuwe samenleving. Die middeleeuwse samenleving legt de basis voor onze eigen samenleving.

in

OPDRACHT 1

Bekijk de kaart op de volgende bladzijde. - Welk volk vestigt zich in onze gewesten?  - In 476 dwingt de Germaan Odoaker de laatste West-Romeinse keizer, Romulus Augustulus, tot troonsafstand. Daardoor houdt het West-Romeinse Rijk officieel op te bestaan. Zijn soldaten roepen hem uit tot koning. Van welk gebied wordt Odoaker koning? 

20

LES A2

De middeleeuwen, het begin van een nieuwe samenleving


Het Oost-Romeinse Rijk is dichter bevolkt en rijker. Het houdt daardoor beter stand. Het West-Romeinse Rijk gaat langzaam ten onder. De bevolking daalt, waardoor er minder belastinginkomsten zijn. De troepen zijn er opstandig. De West-Romeinen proberen het tij nog

- Het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk bestaat totRijk 1453. Vergelijk deze kaart met te keren. Enkele Germaanse stammen mogen zich in het vestigen op voorwaarde dat ze heteen helpen verdedigen tegen andere invallers. Germanen krijgen ook belangrijke functies binnen hetOosthedendaagse kaart. Welke van de onderstaande hedendaagse landen horen bij het Romeinse leger. Germanen en Romeinen weten zo samen de Hunnen te verdrijven. Steeds meer Romeinse Rijk? Omcirkel. grondgebied komt echter onder controle van vooral Germaanse aanvoerders.

België – Egypte – Griekenland – Frankrijk – Spanje – Turkije De Germaansestammen stammen in het West-Romeinse De Germaanse in het West-Romeinse Rijk Rijk

Welkhier volkenkele vestigt typische zich in onze gewesten?van de middeleeuwen. Hebben ze een Romeinse, een Je - ziet kenmerken Germaanse of een christelijke oorsprong?

aa r

OPDRACHT 2

©

VA

N

IN

OPDRACHT 2

Romeins

Germaans Christelijk

- In 476 dwingt de Germaan Odoaker de laatste West-Romeinse keizer, Romulus Augustulus,

a tot Grootgrondbezit is de basis van het macht en rijkdom.Rijk officieel op te bestaan. Zijn troonsafstand. Daardoor houdt West-Romeinse

em pl

roepenenhem uit totworden koning.dikwijls Van welkmondeling gebied wordt Odoaker koning? b soldaten Rechtspraak bestuur geregeld.

c Het Latijn is de cultuurtaal en de taal van de Kerk.

- Het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk bestaat tot 1453. Vergelijk de kaart met een

d hedendaagse Het christendom is een staatsgodsdienst. kaart. Welk van de onderstaande hedendaagse landen hoort bij het OostRijk? zijn Omcirkel de juiste namen. e Romeinse Kaas en melk belangrijke voedingsmiddelen.

f LES B1

Mannen dragen een hemd en een broek.

g Wijn is een populaire middeleeuwse drank.

DE VAL VAN HET WEST-ROMEINSE RIJK

ex

26

België – Egypte – Griekenland – Frankrijk – Spanje – Turkije

h De mensen leven op het ritme van de Kerk. i

De mensen spreken er talen zoals Nederlands en Duits. 15/02/16 15:47

lijk

67574_HD_STORIA 3A_DEEL1.indd 26

in

OPDRACHT 3

Hoewel de middeleeuwen de basis leggen voor onze eigen samenleving, zijn er toch belangrijke verschillen. Bij welke tijd horen deze uitspraken. Zet een kruisje in de juiste kolom. TIP Lees eerst de onWAARschijnlijk op blz. 23. Middeleeuwen

Hedendaagse tijd

a Er worden veel kathedralen gebouwd. b Een kunstenaar ondertekent meestal zijn werk niet. c De meeste mensen werken in de landbouw. d De meeste mensen leren kritisch om te gaan met informatie.

A

Over oude en nieuwe dingen

21


2

De taalgrens is een restant van de Germaanse invallen

- In welke richting schuift de taalgrens op?  - Hoe heeft Calais in het Nederlands?

©



VA

OPDRACHT 4

N

IN

Tot vandaag zijn de taalverhoudingen in België een gevolg van de Germaanse invallen. België ligt op de grens van het Germaanse en Romaanse taalgebied. Het Nederlands en het Duits behoren tot de eerste groep. Het Frans maakt deel uit van de tweede groep. Een taalgrens snijdt België in drie stukken. Vroeger dacht men dat het Germaanse taalgebied samenvalt met het gebied dat door Germaanse stammen bezet werd. De realiteit is heel wat ingewikkelder. De Germanen zijn zeer diep Gallië binnengedrongen, maar niet alle Gallo-Romeinen zijn weggetrokken. Soms nemen zij de taal van de invallers over. Soms nemen de invallers de taal van de overwonnenen over. Tussen een duidelijk Germaanstalig gebied en een duidelijk Romaanstalig gebied ontstaat er een gebied met taaleilanden. Men bedoelt daarmee bijvoorbeeld dat in een Germaanstalig gebied er een regio voorkomt waar Romaans gesproken wordt en omgekeerd. Die taaleilanden verdwijnen geleidelijk en het ‘gemengde’ gebied verkleint tot een smalle regio. In 1962 legt België de grens tussen de taalgebieden vast: de taalgrens.

aa r

- Tot wanneer spreekt men in St.-Omaars Nederlands? Zoek op hoe de stad vandaag heet.

em pl



3

Het beeld van de middeleeuwen evolueert doorheen de tijd

ex

In de 15e en 16e eeuw hebben Italiaanse geleerden een negatief beeld van de middeleeuwen. Ze bewonderen de klassieke oudheid en beschouwen de duizend jaar geschiedenis tussen hun tijd en het einde van de klassieke oudheid als een cultureel dieptepunt. Het zijn die geleerden die de naam ‘middeleeuwen’ voor die periode bedenken: een voor hen duistere, barbaarse, onbelangrijke ‘tussenperiode’.

in

lijk

In de 19e eeuw ontwikkelt zich naast het negatieve beeld ook een positieve waardering voor de middeleeuwen. Men denkt met heimwee terug aan de middeleeuwse ongerepte natuur, ridderlijkheid, godsdienstigheid, moed, trouw en sociale orde.

22

LES A2

De historici in de hedendaagse tijd weerleggen het beeld van de duistere middeleeuwen en ze verwerpen ook de romantische blik waarmee in de 19e eeuw naar de middeleeuwen wordt gekeken. Toch zijn ook hedendaagse historici niet neutraal. Ze kiezen bijvoorbeeld meestal spectaculaire onderwerpen (ketters, heksen, feesten, epidemieën, vorsten ...) om onderzoek naar te doen en boeken over te schrijven. Ook bij de restauratie van middeleeuwse gebouwen zeggen de gemaakte keuzes soms meer over ons beeld van de middeleeuwen dan over de middeleeuwen zelf. Zo houden we bijvoorbeeld de gevels van de kerken en kathedralen mooi wit, terwijl ze in de middeleeuwen beschilderd zijn.

De middeleeuwen, het begin van een nieuwe samenleving


Wat verbindt men in de vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd met de middeleeuwen? TIP Raadpleeg de lestekst en rangschik de begrippen bij de juiste tijd. Kies uit: sociale orde – cultureel dieptepunt – spectaculaire onderwerpen – barbaarsheid – donkere tijd – ridderlijkheid – godsdienstigheid. Vroegmoderne tijd

Moderne tijd

Hedendaagse tijd



















N

ONWAARSCHIJNLIJK!

IN

OPDRACHT 5

VA

Vele middeleeuwers geloven dat de wereld en het heelal perfect zijn. De middeleeuwse geleerden

em pl

aa r

©

hechten erg veel belang aan de ‘kosmische orde’. Die orde is voor de middeleeuwers vanzelfsprekend. Daarom is in de middeleeuwen bewaren belangrijker dan vernieuwen, respect belangrijker dan verstand, en de samenleving belangrijker dan het individu. De kathedralen vormen het sluitstuk van de kosmische orde: de verbinding tussen hemel en aarde. In Frankrijk worden er op 100 jaar tijd (tussen 1150 en 1250) maar liefst een tachtigtal kathedralen gebouwd. Het zijn allemaal dingen die wij vanuit onze leefwereld maar moeilijk kunnen begrijpen. Met het ongelukkige gevolg dat we de neiging hebben om de middeleeuwen als een barbaarse periode af te schilderen. Fout dus: de middeleeuwen zijn gewoon anders.

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

ex

KENNEN

in

lijk

1 de drie culturen die met elkaar versmelten, opnoemen 2 vier bijdragen van de Germanen en vier bijdragen van de Romeinen aan de middeleeuwse samenleving opnoemen 3 het belang van de christelijke Kerk in de middeleeuwse samenleving met twee voorbeelden aantonen 4 de evolutie van het beeld van de middeleeuwen in drie stappen uitleggen 5 het ontstaan van de taalgrens in vier stappen uitleggen

KUNNEN 1 informatie uit een historische kaart afleiden 2 de middeleeuwen met de hedendaagse tijd vergelijken 3 het beeld van de middeleeuwen in een bepaalde periode herkennen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

A

Over oude en nieuwe dingen

23


LES A2 SCHEMA

IN

De middeleeuwen, het begin van een nieuwe samenleving

Christelijke Kerk • Bisschoppen en abten zijn belangrijke raadgevers van de koningen. • De mensen leven op het ritme van de Kerk.

©

VA

Romeinse invloed • geschreven wetten en besluiten • druiventeelt: wijn • technieken voor bouw en kunst • Romaanse talen in ZW-Europa • het gebruik van Latijn in de Kerk

aa r

Germaanse invloed • mondelinge wetten en besluiten • veeteelt: kaas, melk en vlees • kleding: broek • germaanse talen in NW-Europa

N

1 Germaanse, Romeinse en christelijke invloeden versmelten tot een nieuwe samenleving

em pl

DE SAMENLEVING VAN DE MIDDELEEUWEN

2 De taalgrens is een restant van de Germaanse invallen

ex

Invallen van de Germanen in Gallo-Romeins gebied. Germaanse talen en Romaanse talen worden vermengd. Soms nemen de Germanen de Romaanse taal over. Soms nemen de Gallo-Romeinen de taal over.

lijk

Er ontstaan streken met taaleilanden. Taaleilanden verdwijnen

Taalgrens

in

3 Het beeld van de middeleeuwen evolueert doorheen de tijd

24

LES A2

middeleeuwen In de 15e en 16e eeuw donker en barbaars (een tussenperiode, vandaar de term ‘middeleeuwen’) In de 19e eeuw ook positieve waardering Hedendaagse historici kiezen dikwijls spectaculaire onderwerpen maken keuzes bij restauraties

De middeleeuwen, het begin van een nieuwe samenleving


Onderzoek: een beeld van de middeleeuwen

aa r

©

VA

N

IN

In de vroegmoderne tijd kijken Italiaanse geleerden neer op de middeleeuwen. Ze bewonderen de klassieke oudheid en beschouwen de duizend jaar geschiedenis tussen hun tijd en het einde van de klassieke oudheid als een cultureel dieptepunt: een donkere periode. In de 19e eeuw ontwikkelt zich naast het negatieve beeld, ook een positieve waardering voor de middeleeuwen. Men denkt dan met heimwee terug aan de Kaartnr(s).  middeleeuwse ongerepte natuur, ridderlijkheid, godsdienstigheid, moed, trouw en sociale orde. Hedendaagse historici verwerpen zowel het negatieve als het positieve beeld van de middeleeuwen. Hoe kijken we vandaag naar de middeleeuwen?

5 4 19

±

±

14 ±

±

17

5

5

0

0 50

C

v.

0

8

±

KLASSIEKE OUDHEID

MIDDELEEUWEN

ex

OUDE NABIJE OOSTEN

Lees de inleiding. Welk beeld (positief of negatief) heeft men in deze periodes van de middeleeuwen? Leg uit.

HEDENDAAGSE TIJD

MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

lijk

OPDRACHT 1

0

Score:

.

Nr.:

0

0 35 ±

PREHISTORIE

Klas:

em pl

0

v.

C

.

Naam:

vroegmoderne tijd: 

in

moderne tijd: 

OPDRACHT 2

OPDRACHT 3

Situeer de historische vraag die we in deze les onderzoeken, in het referentiekader.  Welke soort historische vraag is het? Kruis aan. Over het verleden Over de relatie heden-verleden

Over de totstandkoming van historische kennis Over historische beeldvorming A

Over oude en nieuwe dingen

25


OPDRACHT 4

Dit zijn de bronnen waarmee je in deze onderzoeksles zult werken. - Bekijk ze en lees de teksten. - Probeer al te achterhalen wat ze vertellen over het hedendaagse beeld van de middeleeuwen: markeer wat je daarover opvalt.

mid∙del∙eeuws (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) 1 (als) van, uit de middeleeuwen 2 heel erg ouderwets, achterlijk

N

Uit: Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal, onlinewoordenboek

IN

Bron 1

VA

Bron 2

aa r

©

De middeleeuwen: een donkere periode waarin geweld regeert en mannen de samenleving domineren. Vrouwen komen er amper aan te pas, zo luidt het cliché. Dit boek brengt een ander verhaal. ‘Wijven’, het middeleeuwse woord voor vrouwen, zijn het hoofdpersonage. In de Lage Landen hadden vrouwen veel rechten die ze gebruikten om handel te drijven, hun mening te verkondigen en hun wil door te drukken. ‘Wijvenwereld’ hangt een verrassend beeld op van de late middeleeuwen, de periode tussen 1250 en 1550. Uit: Jelle Haemers, Andrea Bardyn en Chanelle Delameilieure, Wijvenwereld, 2019

in 26

ONDERZOEK

© Warner Bros. Interactive Entertainment, Monolith Productions, IUGO

lijk

ex

Bron 3a

Bron 3b

© Warner Bros. Interactive Entertainment, Monolith Productions, IUGO

em pl

De drie auteurs zijn verbonden aan de Katholieke Universiteit Leuven. Ze vinden dat hedendaagse historici te weinig aandacht hebben voor het gewone leven en meer bepaald voor dat van de vrouw in de middeleeuwen. Deze bron is een stukje uit de tekst op de achterkant van het boek.

Middle-earth –Shadow of War, 2017, game

Assassins’s Creed Valhalla, 2020, game

In de productinformatie kun je lezen dat het een actiespel is waarin spelers een nieuwe krachtring smeden, vestingen veroveren in grootschalige gevechten en Mordor overheersen met hun eigen persoonlijke orkleger.

In de productinformatie kun je lezen dat je in de rol kruipt van Eivor, een dappere Viking in een dynamische en prachtige open wereld die zich afspeelt in de duistere middeleeuwen van Engeland.

een beeld van de middeleeuwen


De kathedraal Notre-Dame in Parijs, gebouwd tussen 1163 en 1345

N

IN

Bron 4a

em pl

Bron 4b

aa r

©

VA

Op 15 april 2019 woedt er een hevige brand waardoor het dak en de centrale torenspits instorten. Iedereen is het erover eens dat de kathedraal heropgebouwd moet worden, maar over hoe dat moet gebeuren, lopen de meningen uiteen. De Franse president Emmanuel Macron denkt erover om de kathedraal een 21e-eeuwse renovatie te geven. Anderen vinden dat de Notre-Dame in haar oorspronkelijke staat moet worden hersteld. Maar welke oorspronkelijke staat dan? Hoort de 19e-eeuwse torenspits daar bijvoorbeeld ook bij? Of de kathedraal haar middeleeuwse kleurenpracht moet terugkrijgen, wordt nauwelijks besproken. Blijkbaar houden we meer van de witte gevels met witte beelden. Op 9 juli 2020 is de knoop doorgehakt: de kathedraal zal volgens de laatste bekende staat worden heropgebouwd, zonder verf en met de 19e-eeuwse torenspits dus.

De torenspits van architect Eugène Viollet-le-Duc op de Notre-

in

lijk

ex

Dame in Parijs, ingehuldigd in 1859

De torenspits komt er ter vervanging van de originele die op het einde van de 18e eeuw op instorten staat, en tussen 1786 en 1792 uit voorzorg wordt afgebroken. De 19e-eeuwse ‘renovaties’ van historische gebouwen krijgen in de hedendaagse tijd veel kritiek van specialisten (archeologen en historici) omdat ze de originele ontwerpen niet hebben nagevolgd.

Bron 4c

Grez productions, reconstructie-tekening van de kathedraal Notre-Dame in Parijs, ca. 1550

Grez productions is gespecialiseerd in architecturale 3D-reconstructies van historische sites. Het beeld komt uit de documentaire: Paris au Moyen Âge. In de middeleeuwen ziet de kathedraal er inderdaad heel kleurrijk uit. De exacte kleuren zijn niet precies bekend.

A

Over oude en nieuwe dingen

27


OPDRACHT 5

- Heb je al boeken gelezen, films gezien of games gespeeld die zich volgens jou afspelen in de middeleeuwen? Waarover gingen ze? Welke elementen doen je aan de middeleeuwen denken?  - Heel wat films, boeken en games spelen zich af in de middeleeuwen. Wat kun je daaruit afleiden?

- Denk je dat je leraar geschiedenis daar blij om is? Waarom (niet)? 

N



IN





VA



Fantasie

Fantasie met middeleeuwse elementen

aa r

Middle-earth –Shadow of War

©

- Films, games en boeken krijgen een genre toegewezen, bijvoorbeeld ‘historisch’ of ‘fantasy’. In de praktijk lopen die twee genres door elkaar. Waar kun je de games uit bron 2 plaatsen? Verbind.

Assassin’s Creed Valhalla

Historisch

Historisch met fantasie



em pl

- Welk beeld van de middeleeuwen schetst de productbeschrijving van ‘Assassin's Creed Valhalla’?

- Waarom doen de spelmakers dat, denk je? 

ex

- Zoek in de bronnen nog twee andere voorbeelden die aantonen dat het negatieve beeld van de middeleeuwen tot vandaag doorleeft. 

lijk

 

in



OPDRACHT 6

- Welke bronnen zijn bruikbaar om het beeld dat hedendaagse wetenschappers neerzetten van de middeleeuwen, te analyseren?  - Welke kritiek geven de auteurs van ‘Wijvenwereld’ op hun collega-historici?  

28

ONDERZOEK

een beeld van de middeleeuwen


- Welk beeld van de middeleeuwen schetst ‘Wijvenwereld’?  - Waarom geven hedendaagse specialisten kritiek op 19e-eeuwse renovaties van historische gebouwen? 

IN

- Toch doen we dat vandaag ook niet altijd. Bespreek het voorbeeld van de Notre-Dame.  

N



- Onze standplaatsgebondenheid beïnvloedt onze historische beeldvorming. Leg uit.

BESLUIT

VA



Hoe kijken we vandaag naar de middeleeuwen? Onderstreep de juiste antwoorden en vul aan.

©

In de hedendaagse populaire cultuur zijn de middeleeuwen populair / onpopulair. Maar het ).

aa r

negatieve / positieve beeld leeft nog sterk door (bijvoorbeeld:  Het is belangrijk dat je kritisch kijkt want populaire media bekommeren zich altijd / niet altijd even erg om de historische betrouwbaarheid.

Hedendaagse wetenschappers proberen een betrouwbaar beeld van de middeleeuwen te geven.

em pl

• Historische gebouwen worden  • Onderzoekers gaan onwetenschappelijk / wetenschappelijk te werk.

Dat lukt helemaal / niet helemaal. Bijvoorbeeld: • De middeleeuwse kerken en kathedralen zijn beschilderd / onbeschilderd. • Onderzoekers besteden veel / weinig aandacht aan het leven van gewone mensen.

ex

Wat je na dit onderzoek moet kunnen:

KUNNEN

in

lijk

1 verschillende soorten historische vragen onderscheiden 2 de bruikbaarheid van een bron beoordelen in functie van een historische vraag 3 informatie uit bronnen afleiden 4 aan de hand van opdrachten historische beeldvorming evalueren 5 historische bronnen vergelijken 6 een kritische houding t.o.v. populaire geschiedenis aannemen

7 aan de hand van het voorbeeld van de restauratie van de Notre-Dame de invloed van onze standplaatsgebondenheid op historische beeldvorming analyseren 8 historische beeldvorming aanvullen na kritische analyse van bronnen Een aantal onderdeeltjes van ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kunt, zet je daar een kruisje voor.

A

Over oude en nieuwe dingen

29


HEDEN

OVERZICHT A

IN

Eigen identiteit in een superdiverse samenleving Vlaanderen = superdivers Superdiversiteit

Identiteit

eigen identiteit: biologische aspecten, persoonlijkheidskenmerken, familiale achtergrond

N

nationaliteiten

VA

etniciteiten culturen talen

aa r

+ diversiteit binnen de diversiteit

©

levensbeschouwingen

belangrijk om respectvol, open en constructief met elkaar om te gaan en in dialoog te treden

em pl

Superdiverse samenleving

groepsidentiteit: regionale, nationale of supranationale groepen en subculturen, gendergerelateerde, socio-economische en levensbeschouwelijke groepen

verboden in België = strafbaar

ex

Discriminatie en racisme

in

lijk

KENNEN

30

A

1 de begrippen ‘superdiversiteit’, ‘identiteit’, ‘levensbeschouwing’, ‘etniciteit’, ‘uitsluiting’, ‘discriminatie’ en ‘racisme’ uitleggen 2 je eigen identiteit en die van anderen (groepsidentiteit) toelichten 3 weten dat discriminatie en racisme verboden zijn in België

Eigen identiteit in een superdiverse samenleving

GA ZELF AAN DE SLAG!

KUNNEN 1 je mening op een respectvolle manier delen met medeleerlingen 2 actief luisteren naar het verhaal van anderen 3 strategieën hanteren om constructief om te gaan met mensen met verschillende achtergronden 4 nadenken over de omgang met elkaar


Wij leven in België België is een grondwettelijke parlementaire democratie. Het land wordt dus volgens democratische principes die gelden in een rechtstaat bestuurd. De rechtstaat beschermt elke burger ongeacht zijn of haar stand of afkomst op basis van de grondwet en de mensenrechten. Dat vinden wij allemaal heel normaal. Toch is minder dan de helft van de landen in de wereld democratisch en slechts een 20-tal volledig democratisch. De meeste van die landen zijn lid van de Europese Unie.

Democratie Grondwet

Legt staatsvorm, bevoegdheden van instellingen, rechten, vrijheden en plichten vast De volksvertegenwoordigers, zij maken de wetten en controleren de regering. Dat betekent letterlijk dat het volk de macht heeft. Het volk regeert zichzelf.

em pl

Parlement

©

- Verbind de begrippen met de passende omschrijving.

aa r

OPDRACHT 1

VA

Op diddit vind je extra opdrachten bij deze les.

N

IN

B

HEDEN

- Op welke manier heeft het volk ‘de macht’ in een democratie?

ex

- Heeft de Kerk vandaag nog politieke macht in de democratische landen? Leg uit.

- Tussen de lidstaten van de Europese Unie zijn er ook grote culturele verschillen. Geef daarvan enkele voorbeelden.

in

lijk

OPDRACHT 2

- Ken je stereotiepe uitspraken over Europese landen? Bespreek klassikaal. - Zoek in de woordenlijst op wat stereotiep betekent.

- Wat is het probleem met stereotypen?

Culturen worden doorheen de geschiedenis gevormd. Er wordt wel eens gezegd dat Karel de Grote de vader van Europa is. Daarover leer je meer in de volgende lessen. B

wIj LEvEN IN bELGIë

31


VERLEDEN

De vroege middeleeuwen

Bron 1

©

OPDRACHT

VA

N

IN

In dit onderdeel bestudeer je het eerste deel van de middeleeuwen, tussen de jaren 500 en 900. De Germaanse Franken spelen hier een belangrijke rol. Zij stichten een rijk dat je min of meer als de opvolger van het West-Romeinse Rijk kunt beschouwen.

em pl

aa r

Na een veldtocht tegen de moslims in Spanje trekt het leger van de Frankische koning Karel de Grote in 778 over de Pyreneeën. In de bergpas van Roncevalles overvallen Basken, boos over plunderingen, de achterhoede. Roeland, een belangrijke Frankische aanvoerder, biedt met enkele krijgers weerstand. Met zijn jachthoorn waarschuwt hij de rest van het Frankische leger. Dat schiet hem te hulp, maar voor de zwaargewonde Roeland is het te laat. Hij sneuvelt. Fragment uit een verhaal over een van de krijgstochten van de Franken

Over Karel de Grote en zijn krijgers ontstaan gedichten en gezangen. Dat gebeurt ook na de dood van Roeland. Die verhalen blijven zeer lang populair.

ex

Omcirkel de volgende taferelen op de tekening. Zet er telkens het juiste cijfer bij. De moslims vallen aan. Roeland blaast op zijn hoorn. Vele moslims sneuvelen. Roeland neemt afscheid van een stervende vriend. De zwaargewonde Roeland doodt een tegenstander met zijn hoorn.

lijk

1 2 3 4

in

5

Miniatuur, 13e eeuw

De tekening is eeuwen na de gebeurtenis gemaakt. In deze versie overvallen moslims, in plaats van Basken, de held Roeland.

32

B

DE vrOEGE mIDDELEEUwEN

Bron 2


©

Hoe valt het succes van dat rijk te verklaren? Welke contacten blijven er met West-Europa bestaan? Hoe komt er een einde aan het Oost-Romeinse Rijk?

N

IN

Je weet al dat het Romeinse Rijk in 395 gesplitst wordt in een westelijk en een oostelijk deel. Het WestRomeinse Rijk houdt in de 5e eeuw op te bestaan. Het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk houdt nog meer dan 1 000 jaar stand.

VA

B1

Het Romeinse Rijk houdt stand in het oosten

53 14

JUSTINIANUS 527-565

em pl

CONSTANTIJN 307-337

aa r

0 ±

±

50

30

0

Kaartnr(s). 

1

Val van Constantinopel

Constantijn bouwt een nieuwe hoofdstad

in

lijk

ex

De Romeinse keizer Constantijn kiest in het oosten de Griekse stad Byzantium als zijn nieuwe hoofdstad. Byzantium krijgt een nieuwe naam: Constantinopel of ‘stad van Constantijn’. In 330 huldigt de keizer zijn nieuwe hoofdstad in. Het Oost-Romeinse Rijk overleeft de volksverhuizingen van de 5e eeuw dankzij de strategische ligging van Constantinopel en de behendige diplomatie van de keizers. Zo sluit keizer Zeno een overeenkomst met de Ostrogoot Theoderik. Die mag met zijn leger Italië binnenvallen (489), waardoor de plunderende Ostrogoten geen bedreiging meer vormen in het oosten. Verder kent het Oost-Romeinse Rijk niet dezelfde economische en demografische achteruitgang als het West-Romeinse Rijk.

OPDRACHT 1

Onder de regering van keizer Justinianus groeien de stad en het rijk. Zijn generaals veroveren zoveel gebieden dat het lijkt alsof ze het oude Romeinse Rijk aan het herstellen zijn. Een aantal van die veroveringen gaan echter na Justinianus weer verloren. Bekijk de kaart en de foto van de stadsmuren van Constantinopel. Leg in je eigen woorden uit waarom men die stad zo moeilijk kan innemen.   B

De vroege middeleeuwen

33


Constantinopel

Bron De muren van keizer Theodosius

muren van antiek Byzantium

IN

Hagia Sophia

Theodosius II laat in de 5e eeuw een

N

derde muur bouwen. Een deel ervan is

De veroveringen van Justinianus

em pl

aa r

Omcirkel het juiste antwoord. Justinianus controleert een groot deel van de Middellandse Zee. Ja / nee

©

OPDRACHT 2

VA

gerestaureerd.

2

Justinianus legt het Romeinse recht vast

in

lijk

ex

Constantinopel is een Griekse stad. De Griekse cultuur domineert het Oost-Romeinse Rijk. In de 6e eeuw spreekt men nog wel Latijn in Illyrië, aan de Adriatische Zee. Uit die streek komt keizer Justinianus. Hij laat het Romeinse recht tussen 528 en 534 officieel vastleggen in wetboeken. Zo’n wetboek heet een codex. Die Codex van Justinianus bestaat uit een leerboek voor studenten, een overzicht van de keizerlijke wetten en opinies van Romeinse rechtsgeleerden over allerlei mogelijke problemen. Het is in het Latijn geschreven. De nieuwe wetten die de keizer later uitvaardigt, de zogenaamde ‘Novellae’, moet hij hoofdzakelijk in het Grieks laten noteren. In de tweede helft van de 11e eeuw bestuderen rechtsgeleerden in West-Europa die codex. Vanaf de 12e eeuw nemen veel West-Europese landen grote delen van dat recht over. Een belangrijk element daarbij is dat het Romeinse recht de almacht van de keizer beklemtoont. De Europese vorsten willen maar al te graag dat principe invoeren.

OPDRACHT 3

Bron (…) in alles wat er bestaat, kan er niets gevonden worden dat meer aandacht verdient, dan het gezag van de wetgeving. Die wetgeving regelt op een goede manier alle zaken, of het nu over goddelijke of menselijke zaken gaat. Die wetten verdrijven alle onrecht. We hebben

34

LES B1

Het Romeinse Rijk houdt stand in het oosten


Vrij vertaald uit: Voorwoord van keizer Justinianus bij de Digesten, december 530

IN

ondervonden dat de hele wetgeving, die tot ons is gekomen vanaf de stichting van de stad Rome en de tijd van Romulus, enorm verwarrend is. Dat komt omdat die wetgeving tot in het oneindige was uitgebreid. Het is onmogelijk voor een mens om dat allemaal te kennen. Dat bracht ons ertoe om te beginnen met het onderzoek van welke wetten er werden uitgevaardigd door vroegere (…) keizers, om hun wetteksten te corrigeren en ze samen te brengen in een duidelijke volgorde. (…) Wanneer al het overbodige, de herhalingen en de tegenstrijdigheden zijn verwijderd, kunnen de wetteksten alle mensen helpen om hun ware betekenis te begrijpen.

VA

- Onderstreep twee doelen van wetgeving in het algemeen.

N

Justinianus legt uit wat hij al gedaan heeft. De ‘Digesten’ zijn een verzameling van teksten van Romeinse rechtsgeleerden.

- Justinianus beschouwt zich als een echte Romein. Toon aan met een voorbeeld uit de bron. 

©

- Wat is het doel van de Codex Justinianus volgens de keizer?

aa r



3

Godsdienst in het Oost-Romeinse Rijk

ex

em pl

Het christendom is in het Oost-Romeinse Rijk de staatsgodsdienst. De keizer is het hoofd van de staat én van de Kerk (caesaropapisme). Hij is de vertegenwoordiger van God op aarde. De Oost-Romeinen of Byzantijnen menen dat zij het ware geloof (orthodoxie) hebben. De patriarch van Constantinopel staat onder de keizer en leidt de Oost-Romeinse Kerk voor hem. Het Grieks is de taal van de Kerk. In West-Europa wint de bisschop van Rome, de paus, aan macht en aanzien. Hij wordt de leider van de westelijke christelijke Kerk. Die Kerk maakt gebruik van het Latijn. Geleidelijk aan wordt de kloof tussen de christenen in West-Europa en de christenen in het OostRomeinse Rijk (of Byzantijnse Rijk) groter. Bron

in

lijk

OPDRACHT 4

Mozaïek van keizer Justinianus met gevolg, afgewerkt in 547, in de kerk van San Vitale in Ravenna, Italië

Ravenna blijft vrij lang in Byzantijnse handen. Generaal Belisarius verovert de stad in 540. Pas in de 8e eeuw geven de Byzantijnen de stad prijs aan de Langobarden. In en rond Ravenna getuigen gebouwen en kunstwerken van dat verleden.

B

De vroege middeleeuwen

35


- Keizer Justinianus is te herkennen aan zijn purperen mantel en aan een aureool. Waarvoor staat een aureool symbool?  - Wat kun je daaruit besluiten over de Byzantijnse opvattingen over de keizerlijke macht? 

4

IN

Byzantijnse kunst

Bron 1 Icoon

Bron 2 Icoon

em pl

Mozaïek van Jezus met keizer Constantijn IX en

Mozaïek van de maagd Maria, Hagia

keizerin Zoë, Hagia Sophia, Istanboel, 11e eeuw

Sophia, Istanboel, 11e eeuw

© imageselect

aa r

©

VA

OPDRACHT 5

N

De Byzantijnse kunst is bekend om zijn mozaïeken, iconen en koepelkerken. De koepelkerken hebben in het midden van het gebouw een koepel. De islamieten hebben zich bij de bouw van hun moskeeën waarschijnlijk gebaseerd op die koepelkerken.

Het einde van het Oost-Romeinse Rijk De Arabische veroveringen vanaf de 7e eeuw verzwakken het Oost-Romeinse Rijk. Met wisselend succes bevechten de Oost-Romeinen in de volgende eeuwen de Arabische en de Turkse legers. In de 13e eeuw nemen de kruisvaarders Constantinopel in en plunderen ze de stad. Het zal meer dan een halve eeuw duren vooraleer Constantinopel opnieuw heroverd kan worden als hoofdstad. Maar het Oost-Romeinse Rijk is dan al enorm verzwakt. Uiteindelijk veroveren de Turkse Ottomanen Constantinopel in 1453. Griekse vorsten blijven zich op verschillende plaatsen verzetten, maar tevergeefs. De Griekse cultuur blijft in het Ottomaanse Rijk wel bestaan en komt zelfs tot bloei. Vandaag noemen de Grieken de stad nog altijd Constantinopel, maar wij kennen de stad onder de naam Istanboel.

in

lijk

5

ex

Zoek de betekenis van het woord ‘icoon’ in deze context op.

In de 15e eeuw komen veel Oost-Romeinen in Italië en West-Europa terecht. In die periode begint men in plaats van het Oost-Romeinse Rijk ook de naam ‘Byzantijnse Rijk’ te gebruiken om een onderscheid te maken met het Romeinse Rijk uit de klassieke oudheid.

36

LES B1

Het Romeinse Rijk houdt stand in het oosten


Bron 1a

Bron 1b

IN

OPDRACHT 6

N

Hagia Sophia

aa r

Bron 2

©

VA

In 532 wordt de Hagia Sophia, de Kerk van de Heilige Wijsheid, in Constantinopel volledig verwoest. Keizer Justinianus laat de kerk heropbouwen. De hoofdkoepel van de kerk is 56 m hoog en heeft een diameter van 31 m. Halfkoepels, tongewelven, zware muren en steunpilaren vangen de zijwaartse druk van de hoofdkoepel op. Nadat de Turken in 1453 Constantinopel veroveren, wordt de Hagia Sophia een moskee. In 1934 wordt het een museum. In 2020 doet de Hagia Sophia opnieuw dienst als moskee en dat op aandringen van de Turkse president Erdoğan.

ex

em pl

In Constantinopel staat de mooiste kerk van de wereld, die van de heilige Sophia. En voor die kerk staat een beeld van verguld koper van de keizer [Justinianus] gekroond te paard. En vroeger droeg hij in zijn hand een vergulde ronde appel, maar die is lang geleden gevallen. Men zegt dat dat betekent dat de [Oost-Romeinse] keizer een groot deel van zijn land en heerschappij heeft verloren. Want vroeger was hij keizer van Rome, van Griekenland, van Klein-Azië en van geheel Syrië en van het Joodse land, waar Jeruzalem is, van het land van Egypte, van Arabië en van Perzië. Maar nu heeft hij alles verloren behalve Griekenland alleen en het land dat daartoe behoort. Men heeft dikwijls geprobeerd de appel terug te plaatsen in zijn hand, maar die appel wilde daar niet blijven. Die ronde appel heeft als betekenis de heerschappij die hij had in de wereld die rond is. Uit: N.A. Cramer, ed., De reis van Jan van Mandeville, naar de Middelnederlandse handschriften en incunabelen, 1908, Leiden

in

lijk

Het reisverhaal Jan van Mandeville is oorspronkelijk in het Frans geschreven. De tekst is talloze keren overgeschreven en vertaald, ook naar het Nederlands. Hij schrijft zelf dat hij zijn werk in 1356 heeft geschreven. Een groot deel van zijn verhaal is fictie. In dit geval is het beeld niet van koper, maar van steen, bedekt met bronzen platen. Hieronder kun je het eerste deel van die bron lezen in het Middelnederlands.

Te constantinoplen is die scoonste kerke die in die werelt is die is van sente sophien. Ende voor dese kerke soe staet een beelt van copren vergult ghemaect naden keyser te paerde ghecroont. Ende hi plach te houden in sijn hant enen vergulden ronden appel, mar hi is wt gheuallen, dies is langhe tijt leden. Ende men seyt, dat bediet, dat die keyser heeft verloren een groot deel van sinen lande ende van sijnre heerscapien. (...)

B

De vroege middeleeuwen

37


IN

Bron 3

Tekening van ca. 1430 van het ruiterstandbeeld van keizer

N

Justinianus, geplaatst op een zuil bij de Hagia Sophia

Op zijn hoofd heeft de keizer pauwenveren.

VA

- Onderstreep in de bron de gebieden die de Oost-Romeinen in de 14e eeuw volledig verloren hebben.



aa r

- Waarvan is dat voorwerp het symbool?

©

- Benoem en omschrijf het symbool dat de keizer in zijn linkerhand heeft.





em pl

- In welk jaar verliezen de Oost-Romeinen Constantinopel? Wat gebeurt er dan met de Hagia Sophia?

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

in

lijk

ex

1 de begrippen ‘codex’, ‘icoon’ en ‘rijksappel’ uitleggen 2 drie redenen geven waarom Constantijn van Byzantium zijn hoofdstad maakt 3 verklaren waarom het Oost-Romeinse Rijk de volksverhuizingen overleeft 4 twee belangrijke verwezenlijkingen van Justinianus opnoemen en uitleggen 5 de verhouding tussen de keizer en de orthodoxe Kerk uitleggen 6 drie soorten van Byzantijnse kunstvoorwerpen opnoemen

38

LES B1

Het Romeinse Rijk houdt stand in het oosten

KUNNEN 1 met behulp van een kaart de strategische ligging van Constantinopel uitleggen 2 vragen bij een historische kaart over het Byzantijnse Rijk oplossen 3 informatie opzoeken 4 een kunstvoorwerp met behulp van een observatieschema beschrijven 5 een geschreven bron met een materiële bron vergelijken

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES B1 SCHEMA

IN

Het Romeinse Rijk houdt stand in het oosten 1 Constantijn bouwt een nieuwe hoofdstad

N

Keizer Constantijn kiest in het oosten de Griekse stad Byzantium als zijn nieuwe hoofdstad. • 330: Constantinopel of ‘stad van Constantijn’ = goed verdedigbaar (stadsmuren)

VA

Oost-Romeinse Rijk overleeft de volksverhuizingen: • strategische ligging van Constantinopel • behendige diplomatie van de keizer • niet dezelfde economische en demografische achteruitgang als het West-Romeinse Rijk

©

Keizer Justinianus (527-565) • veroveringen: Noord-Afrika, Italië en het zuiden van Spanje

aa r

2 Justinianus legt het Romeinse recht vast

em pl

Codex Justinianus (528-534): verzameling Romeinse wetteksten bestaat uit • leerboek voor studenten • overzicht keizerlijke wetten • opinies van Romeinse rechtsgeleerden over allerlei mogelijke problemen Vanaf de 12e eeuw nemen West-Europese landen grote delen van dat recht over.

3 Godsdienst in het Oost-Romeinse Rijk Het christendom is staatsgodsdienst in het Oost-Romeinse Rijk.

ex

Byzantijnse Kerk

in

lijk

Keizer • hoofd van de staat en van de Kerk • vertegenwoordiger van God op aarde Patriarch leidt de Kerk voor de keizer. Grieks

West-Europese Kerk Bisschop van Rome = de paus • wint aan macht en aanzien. Latijn

4 Byzantijnse kunst mozaïeken, iconen en koepelkerken Justinianus laat de Hagia Sophia (532-537) in Constantinopel heropbouwen.

5 Het einde van het Oost-Romeinse Rijk • Arabieren (vanaf de 7e eeuw) en Turken (vanaf 11e eeuw) veroveren grote delen van het Oost-Romeinse Rijk. • Turkse Ottomanen veroveren in 1453 Constantinopel. B

De vroege middeleeuwen

39


N

©

Hoe komt het dat het Frankische Rijk blijft bestaan? Wie leidt het rijk? Welke rol speelt de christelijke Kerk bij de Franken? Hoe wordt het rijk bestuurd? Hoe zijn de Franken economisch georganiseerd? Wat gebeurt er op cultureel vlak? Komt er een einde aan het rijk?

IN

De meeste Germaanse rijken in West-Europa verdwijnen na een tijdje. De Franken slagen er wel in om een rijk te stichten dat voor lange tijd blijft bestaan.

VA

B2

De Franken, nieuwe heersers in het westen

MEROVINGERS

1

KAROLINGERS

0 10 ±

±

9

0

0

0

0 0

8

1

75

em pl

DE FRANKEN

aa r

±

4

8

0

Kaartnr(s).

keizerskroning Karel de Grote

De Merovingers stichten een koninkrijk

ex

De Franken wonen oorspronkelijk langs de Rijn. In de 4e eeuw mogen volledige Frankische stammen zich in de West-Romeinse provincie ‘Belgica’ vestigen. Zij moeten een deel van de Romeinse grens helpen verdedigen tegen andere stammen. Al heel vlug breiden ze hun eigen grondgebied uit.

in

lijk

De Franken vormen aanvankelijk geen politieke eenheid. Het Frankische gebied bestaat uit verschillende koninkrijkjes, die elk bestuurd worden door een familie- of een stamhoofd. Chlodovech (reg. ca. 481-511), het hoofd van de familie van de Merovingers, verovert een steeds groter gebied en schakelt alle andere Frankische koningen uit. Zijn zonen zetten de veroveringen verder. De Merovingers controleren uiteindelijk Gallië en het Rijnland. Dat gebied wordt het Frankische koninkrijk. Vanaf de 6e eeuw beschouwt men alle inwoners van het Frankische Rijk, ongeacht hun taal of afkomst, als Franken. De koningstitel wordt via erfenis doorgegeven van vader op zoon. We noemen dat een erfelijk koningschap. Bij de Franken erven alle zonen. Het koninkrijk wordt daardoor soms in stukken opgedeeld. Soms slaagt een koning er via oorlog en erfenis in om het volledige koninkrijk weer onder zijn gezag te krijgen.

40

LES B2

DE fraNkEN, NIEUwE HEErsErs IN HEt wEstEN


Bron 1

Bron 2 De bisschop van de beroofde kerk vraagt aan Chlodovech de vaas terug. Bij het verdelen van de buit vraagt de Frankische aanvoerder zijn mannen om hem de vaas te geven bovenop zijn gewoon deel van de krijgsbuit. De meesten gaan akkoord en juichen hem toe. Eén krijger schiet echter naar voren en slaat de vaas stuk. Terwijl hij dat doet, roept hij: ‘Jij gaat niet meer dan jouw rechtmatig deel ontvangen!’ Chlodovech blijft kalm en zendt de brokstukken naar de bisschop. Later op het jaar houdt hij een wapeninspectie. Hij keurt de bijl van dezelfde krijger af en gooit het wapen op de grond. Terwijl de man het wapen opraapt, splijt Chlodovech zijn schedel met een bijl en roept: ‘Dat is wat jij met de vaas deed in Soissons.’

de Charles V

Bewerking van Gregorius Van Tours, Geschiedenis van de Franken

Gregorius (538-594) komt uit een belangrijke Gallo-Romeinse familie. Hij wordt bisschop van Tours, een zeer belangrijke functie binnen de Kerk en in het Frankische Rijk. Gregorius kent verschillende Merovingische koningen persoonlijk. Zijn werk is een van de weinige geschreven bronnen over de Franken in de 6e eeuw. Gregorius gebruikt zowel persoonlijke ervaringen als bronnen. Voor zaken waar hij zelf weinig van weet, die hij niet zelf heeft meegemaakt of waarover hij geen bronnen vindt, baseert hij zich op geruchten en roddels. Ook al wat christelijk is, vindt hij zeer belangrijk.

em pl

aa r

Dit is een rijk geïllustreerd manuscript gemaakt in opdracht van de Franse koning Charles V tussen 1370 en 1379. Boven de tekening kun je lezen: puis comment il se venga de celui qui le contredist (en hoe hij zich wreekt op diegene die hem tegenspreekt).

VA

Grandes Chroniques de France

©

Tekening, 14e eeuw, uit Les

N

IN

OPDRACHT 1

- Omcirkel het juiste antwoord en motiveer je antwoord. Bron 1 is een primaire – secundaire bron. Bron 2 is een primaire – secundaire bron. 

ex



in

lijk

- Vergelijk bron 1 met het verhaal in bron 2. Wat klopt er niet in bron 1? TIP Let op de wapens. 

- Lees de contextinformatie bij bron 2. Waarom moet je kritisch zijn tegenover wat Gregorius schrijft? Kruis aan. Gregorius durft geruchten en roddels gebruiken. Hij kent Chlodovech persoonlijk. - Waarom gebruiken historici het werk van Gregorius, zelfs als het niet zo betrouwbaar is? Onderstreep het antwoord in de uitleg over Gregorius.

B

De vroege middeleeuwen

41


2

De Franken bekeren zich tot het christendom De Germaanse stammen aanbidden aanvankelijk verschillende goden. De christelijke Kerk aanbidt slechts één God (monotheïsme). Zij stuurt geestelijken, missionarissen genoemd, naar de Germanen en probeert ze zo te christianiseren. Geleidelijk aan lukt dat. Ook koning Chlodovech bekeert zich.

IN

De christelijke Kerk behoudt veel van de Romeinse gebruiken: het Latijn blijft bijvoorbeeld in het westen de taal van de Kerk. Ze gebruikt ook het schrift om belangrijke beslissingen, gebeurtenissen en ideeën op te schrijven. De Frankische koningen maken dankbaar gebruik van geestelijken om een deel van hun wetten te laten opschrijven. Bisschoppen en abten zijn ook belangrijke raadgevers.

N

Beluister het verhaal van Dirk Bracke over de doop van Chlodovech. - Tegen wie vechten de Franken?  - Welk geloof heeft Clotilde? 

 VERHAAL

aa r

- Welke belofte maakt Chlodovech?

©

- Waarom wil Chlodovech de veldslag winnen?

VA

OPDRACHT 2



 

em pl

- Welke twee voordelen krijgt Chlodovech als hij christen wordt?

- Men vecht tijdens een groot deel van de middeleeuwen te voet. Paarden dienen om de krijgers over het slagveld te verplaatsen. Welk historisch foutje staat er dan in het verhaal over de aanval van de Visigoten?

Grootgrondbezit is belangrijk Grondbezit garandeert rijkdom en macht. In het gebied tussen de rivieren de Loire en de Rijn worden een klein aantal heren eigenaar van uitgestrekte domeinen. De domeinen breiden zich uit ten nadele van de kleine boerderijen. De kleine boeren staan hun grond af in ruil voor bescherming, of omdat hun opbrengsten te laag zijn. Ze hopen een beter leven te hebben als ze werken voor een machtige grondheer.

in

lijk

3

ex



De meeste boeren zijn horigen: in ruil voor een hoeve en de bescherming van de heer moeten ze diensten (zoals de grond van de heer bewerken) en betalingen in natura leveren. Behalve boeren wonen er op het domein ook ambachtslieden zoals een smid, een timmerman, een pottenbakker ... Men streeft lokaal naar een zelfvoorzienende of gesloten economie: de opbrengsten van het domein dienen hoofdzakelijk voor de eigen behoeften van de bewoners. Handelaars leveren producten die een domein niet zelf voorbrengt. Ze verhandelen ook goederen die een heer wenst te verkopen (een deel van de oogst, gebruiksvoorwerpen ...).

42

LES B2

De Franken, nieuwe heersers in het westen


OPDRACHT 3

Schematische voorstelling van een domein Opmerking: In werkelijkheid liggen de drie delen door elkaar. - Uit welke drie delen bestaat een domein? 

IN

- Wat is een ‘mansus’?  - Waaruit bestaat een tenure?  - Waar zou de heer van het domein wonen?

N



en het vee te laten grazen? 

4

©

De Karolingers komen aan de macht

VA

- Welk deel van de drie wordt niet bewerkt en mag gebruikt worden om hout te sprokkelen

Bron

[De laatste Merovingische koning] werd afgezet op bevel van Stephanus, paus in Rome. Zijn haar werd kort geschoren en hij werd in een klooster opgesloten (751). De Merovingers bezaten geen enkel machtsmiddel meer (...). Het enige wat de koning nog overbleef, was dat hij (...) op zijn troon zat om de rol van regeerder te spelen (...) zoals men hem had voorgedaan of zelfs had opgedragen. Behalve die inhoudsloze koningstitel en de krappe vergoeding (...) die de hofmeier hem verleende, had de vorst geen enkel bezit, afgezien van een enkel landgoed met een zeer kleine jaarlijkse opbrengst.

in

lijk

ex

OPDRACHT 4

em pl

aa r

De macht van de Merovingische koning neemt vanaf de 7e eeuw af: de koningen organiseren nog maar zelden veroveringstochten en verwerven geen prestige meer op het slagveld. Zij verarmen doordat ze medewerkers voor hun trouw belonen met landerijen en andere rijkdommen. Na verloop van tijd besturen rijke hofmeiers de vorstendommen in plaats van de koningen. Een hofmeier is oorspronkelijk een soort beheerder van de koninklijke bezittingen. In 751 bestijgt een familie van hofmeiers, de Karolingers, de troon. De paus steunt hen in ruil voor hulp tegen de Langobarden, een Germaans volk dat Noord-Italië verovert. De Karolingers versterken het koninklijke gezag en breiden het Frankische Rijk verder uit. In 800 wordt de Karolinger Karel de Grote door de paus tot keizer gekroond. Het Frankische Rijk wordt daarmee de politieke erfgenaam van het West-Romeinse Rijk.

Bewerking van Einhard, Het leven van Karel de Grote, inleiding, ca. 830

De geleerde Einhard (770-840) komt uit de Mainstreek (nu Duitsland) en is een belangrijke medewerker van Karel de Grote en zijn opvolger Lodewijk de Vrome. Einhard schrijft de biografie omstreeks 830 in opdracht van Lodewijk de Vrome. In zijn werk wil hij vooral Karel ophemelen.

- Op wiens bevel wordt de Merovingische koning afgezet? 

B

De vroege middeleeuwen

43


- Wat gebeurt er met de afgezette koning?  - Lees de informatie over de auteur. Waarom mag je twijfelen over wat hij in de bron vertelt? 

IN

OPDRACHT 5

 Het Frankische Rijk van de 5e tot de 9e eeuw

N

- ‘Onze gewesten horen al lang bij het Frankische Rijk.’ Juist of fout? Motiveer je antwoord. 

VA



- Geef drie gebieden of volkeren die door de Karolingers zijn onderworpen.

aa r



©





- Onderstreep de hedendaagse landen die in het Karolingische Rijk liggen (ook al is het maar een klein deeltje).

em pl

België – Duitsland – het Verenigd Koninkrijk – Frankrijk – Ierland – Italië – Nederland – Luxemburg –Polen – Spanje

5

Het bestuur van het Karolingische Rijk

in

lijk

ex

De Frankische koning (of keizer) heeft alle macht en beschouwt het rijk als zijn persoonlijk bezit. Bij zijn dood wordt het rijk verdeeld over al zijn mannelijke erfgenamen. De koning is de hoogste bestuurder, wetgever en rechter. Hij regeert niet vanuit een vaste hoofdstad. Het koninklijk hof verbruikt meer voorraden dan één landgoed kan voortbrengen. De hele hofhouding reist daarom van het ene landgoed naar het andere. Dat is gemakkelijker dan de voorraden te verplaatsen. Het rijk wordt ingedeeld in gouwen (provincies), waar gouwgraven of hertogen de bevelen van de koning uitvoeren. De Karolingers richten in grensgebieden marken op. Daar gaan Frankische krijgers met hun gezin wonen. Een mark dient om het rijk te beschermen tegen invallers en wordt bestuurd door een markgraaf. Hertogen en markgraven hebben dezelfde taken als een gouwgraaf, maar commanderen ook nog een Frankisch leger. Onder Karel de Grote (768-814) controleren inspecteurs, zendgraven genaamd, of de graven, hertogen en markgraven de bevelen van de koning wel uitvoeren. Om de rechtspraak te vergemakkelijken laten de Frankische koningen een deel van de wetten en gewoonten opschrijven.

44

LES B2

De Franken, nieuwe heersers in het westen


Bron 2

VA

• Als iemand een koe of een os steelt, bedraagt het weergeld [schadevergoeding] 35 solidi [goudmunten]. • Als iemand volgens koninklijke voorschriften gedagvaard wordt [voor een rechtbank moet verschijnen] en niet verschijnt, (...) wordt hij, wanneer hij geen aanvaardbare verontschuldigingen kan inroepen, veroordeeld tot het betalen van 600 denarii [zilvermunten] of 15 solidi. • Als iemand een vrij man overvalt en berooft , (...) wordt hij (...) veroordeeld tot het betalen van 2 500 denarii of 62,5 solidi. Maar als een Frank een Romein berooft, (...) wordt hij veroordeeld tot het betalen van 1 200 denarii of 30 solidi. • Als iemand een ander aan het hoofd verwondt, op een manier dat de hersenen te voorschijn komen, (...) wordt hij veroordeeld tot het betalen van 1 200 denarii of 20 solidi.

IN

Bron 1 De Salische wet

N

OPDRACHT 6

Een uittreksel uit de Lex Salica

©

Een kopie van de Lex Salica Vandalgrius, bewaard in St. Gallen

aa r

Historici vermoeden dat de Salische wet in de 4e eeuw ontstond als een reglement voor Frankische troepen aan de Rijn. De wet wordt later aangepast, uitgebreid en op bevel van Chlodovech omstreeks 507 opgetekend. De originele Salische wet bevat waarschijnlijk 65 artikels.

uit 793, handschrift van



em pl

- Rechts zie je hoe de wet er in de tijd van de Franken uitzag. Hoe wordt de wet door de auteurs van STORIA HD gepresenteerd opdat je hem gemakkelijker kunt interpreteren?

- Omschrijf in je eigen woorden wat de wet doet. 

De Friezen zijn belangrijke handelaars

in

lijk

6

ex

- Onderstreep in de wet een fragment dat aantoont dat er geen gelijkheid is tussen Franken en Romeinen.

De meeste handelaars en ambachtslieden werken ook op de velden of hebben een eigen veestapel. De producten die de ambachtslieden voortbrengen (gereedschap, textiel, wapens ...) worden samen met eventuele landbouwoverschotten (van de domeinen) verhandeld. In het noorden van het Frankische Rijk spelen de Friezen een zeer actieve handelsrol. Zij zijn zowel boer of visser, als handelaar. De Friezen stichten bij de monding van Schelde, Maas en Rijn handelsnederzettingen, zoals Dorestad en Tiel. Zij verwerven, met Vikingen als tussenpersonen, allerlei luxegoederen (zijde, peper, ivoor ...) uit het Oost-Romeinse Rijk en het Midden-Oosten. Soms nemen de Friezen deel aan de plundertochten van de Vikingen, en soms worden ze zelf het slachtoffer van de aanvallen van de noorderlingen. In het zuiden van het Frankische Rijk blijven oude steden zoals Marseille en Genua een belangrijke rol in de handel spelen. B

De vroege middeleeuwen

45


OPDRACHT 7

De Rijn spreekt tot de Elzas: ‘Het was een nuttig besluit uw wijn aan de Friezen en andere schippers te verkopen’ (...) Friesland spreekt tot de Elzas: ‘Ik kleed mijn bewoners met bontgekleurde klederen die U nooit bekend geweest zouden zijn [zonder de Rijn] (...) In ruil voor uw goud brengen wij schitterende edelstenen.’

- In welk hedendaags land ligt de Elzas?  - Geef twee producten die de Friezen verhandelen.

VA

 - Geef twee producten uit de Elzas. 

7

N

- Welke rivier is een belangrijke verkeersweg bij die handel? 

IN

Bewerking van de dichter Ermoldus Nigellus, Carmina, 9e eeuw

©

Een heropleving van de cultuur

OPDRACHT 8

em pl

aa r

Het Karolingische Rijk telt honderden abdijen. Enkele grote abdijen en het koninklijk hof spelen een belangrijke rol in de heropleving van de cultuur vanaf de 8e eeuw. Geleerden schrijven er boeken en verzamelen zoveel mogelijk klassieke literatuur. Abdij- en kathedraalscholen onderwijzen de zeven vrije kunsten (filosofie, redenaarskunde, spraakkunst, meetkunde, rekenkunde, muziek en astronomie). Kunstenaars en bouwmeesters vervaardigen op basis van Romeinse voorbeelden nieuwe beeldhouwwerken en gebouwen. In de gebouwen gebruikt men dikwijls onderdelen van oude Romeinse gebouwen. De heropleving is echter beperkt: buiten het hof en de abdijen zijn weinig geleerden en kunstenaars actief. De zeven vrije kunsten worden slechts gedeeltelijk aangeleerd: in plaats van muziek geeft men bijvoorbeeld zangles, in plaats van astronomie doet men aan kalenderberekeningen ... Bron De paltskapel in Aken (Duitsland)

ex

Bewijs met twee elementen van het gebouw dat men zich baseert op de klassieke kunst.

lijk

 

in



46

LES B2

De Franken, nieuwe heersers in het westen


8

Het Karolingische Rijk valt uiteen Karel de Grote is net zoals zijn voorgangers een vorst die regelmatig op veroveringstocht vertrekt. Dat zorgt ervoor dat zeer veel krijgers en bestuurders hem trouw blijven. Ze willen immers de kans op een rijke oorlogsbuit niet laten schieten.

IN

Lodewijk de Vrome (reg. 814-840), zoon en opvolger van Karel de Grote, heeft meer interesse voor godsdienstige zaken en verwaarloost het bestuur van zijn rijk. Hij voert weinig oorlog en controleert de plaatselijke bestuurders minder. De slechte staat van het wegennet en de uitgestrektheid van het rijk bemoeilijken de contacten. De plaatselijke bestuurders doen meer en meer hun zin.

OPDRACHT 9

VA

N

De zonen van Lodewijk maken nog tijdens zijn leven openlijk ruzie over de verdeling van het rijk. Drie jaar na zijn dood komen ze tot een akkoord. In het ‘Verdrag van Verdun’ (843) verdelen zij het Frankische Rijk in drie delen. Het middelste stuk valt later verder uiteen in kleinere vorstendommen. De twee andere delen leggen de basis voor het hedendaagse Frankrijk en Duitsland. Het Verdrag van Verdun (843)

©

- Wie krijgt wat? Vul de tabel aan.

Lotharius

em pl

Lodewijk de Duitser

aa r

Karel de Kale

- In welk gebied ligt het grootste deel van onze gewesten? 

ex

- Geef de naam van drie buitenlandse groepen die het Frankische Rijk in de 9e eeuw aanvallen. 

in

lijk

- Met welk hedendaags land komt West-Francië grotendeels overeen? Onderstreep het juiste antwoord. België – China – Duitsland – Frankrijk – Italië – Zweden - Wie van de zonen krijgt de keizerstitel? 

B

De vroege middeleeuwen

47


ONWAARSCHIJNLIJK! Waar zijn de Franken gebleven? Na de 8e eeuw vertalen historici over het algemeen het Latijnse ‘Franci’ in ‘Fransen’. De Franken worden dus Fransen. De inwoners van Oost-Francië noemt men Duitsers, net zoals hun koning Lodewijk door ons ‘de Duitser’ wordt genoemd. De bewoners van de Duitse provincie Frankenland blijft men wel Franken noemen.

VA

N

IN

Op het vlak van taal zijn de Vlamingen en een deel van de Nederlanders de directe afstammelingen van de Merovingers en Karolingers. Het Nederlands wordt ook wel ‘Neder-Frankisch’ genoemd. In het moderne Arabisch noemt men Europa nog altijd ‘Firanja’, afgeleid van Francia.

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

12 de verdeling van het Karolingische Rijk schetsen 13 het ontstaan van ‘Frankrijk’ en ‘Duitsland’ verklaren 14 een politiek, sociaal, economisch en cultureel kenmerk van het Frankische Rijk geven

©

KENNEN

in

lijk

ex

em pl

aa r

1 de begrippen ‘rechtspraak’, ‘filosofie’, ‘handel’ en ‘lokaal’ uitleggen 2 de begrippen ‘christianiseren’, ‘hofmeier’, ‘gouw’, ‘mark’, ‘gouwgraaf’, ‘markgraaf’, ‘hertog’, ‘domein’ en ‘zelfvoorzienende economie’ uitleggen 3 uitleggen wie de Franken, de Merovingers en de Karolingers zijn en ze in de tijd situeren 4 de rol van de christelijke Kerk in het bestuur uitleggen 5 het economisch systeem van het domein uitleggen 6 de opkomst van de Karolingers schetsen 7 de bestuurlijke organisatie van het rijk uitleggen 8 uitleggen hoe er in het rijk handel gedreven wordt 9 drie voorbeelden van de culturele heropleving onder de Karolingers geven 10 aantonen dat de culturele her­ opleving haar beperkingen heeft 11 vier oorzaken van de verbrokkeling van het Karolingische Rijk opnoemen

48

LES B2

De Franken, nieuwe heersers in het westen

KUNNEN 1 een eenvoudig schema met de structuur van het domein tekenen 2 de veranderingen aan het territorium van het Frankische Rijk schetsen met behulp van een kaart 3 bronnen vergelijken en indelen op vlak van soort, inhoud, betrouwbaarheid en presentatie 4 de betrouwbaarheid, het doel en de bruikbaarheid van een bron om een historische vraag op te lossen inschatten

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES B2 SCHEMA

IN

De Franken, nieuwe heersers in het westen 1 De Merovingers stichten een koninkrijk

VA

N

De Franken = stammen bij de Rijn • 4e eeuw: volledige Frankische stammen als Romeinse bondgenoten in Belgica • geen eenheid: verschillende koninkrijkjes o.l.v. verschillende families

aa r

©

De Merovingers = Frankische familie • Stamhoofd en krijgsheer Chlodovech schakelt alle andere Frankische vorsten uit. • Ze controleren heel Gallië + Rijnland (5e eeuw). • Gallo-Romeinen en Franken aanvaarden hen als koning. • Het koningschap is erfelijk, alle zonen erven.

2 De Franken bekeren zich tot het christendom

em pl

Germaanse stammen aanbidden verschillende goden. Christelijke Kerk: monotheïsme • missionarissen om Germanen te christianiseren Germanen (ook Chlodovech) bekeren zich geleidelijk. • behoud van Romeinse gebruiken: Latijn, schrift Frankische koningen gebruiken geestelijken.

3 Grootgrondbezit is belangrijk

in

lijk

ex

Grondbezit = rijkdom en macht. Uitgestrekte domeinen tussen Loire en Rijn • uitbreiding ten nadele van de kleine boerderijen • Meeste boeren zijn horigen. - hoeve + bescherming van de grondheer - diensten en betalingen in natura • een zelfvoorzienende of gesloten economie • drie delen: vroonhof, tenures (mansus + grond) en woeste gronden

4 De Karolingers komen aan de macht Afname macht Merovingische koning (vanaf 7e eeuw) bestuur in handen van rijke hofmeiers 751: Karolingers, familie van hofmeiers, op de troon • steun van de paus in ruil voor hulp tegen de Langobarden

B

De vroege middeleeuwen

49


800: Karel de Grote door de paus tot keizer gekroond Frankische Rijk = politieke erfgenaam van het West-Romeinse Rijk

5 Het bestuur van het Karolingische Rijk

IN

Frankische koning of keizer: • alle macht • rijk = persoonlijk bezit • opperste bestuurder, rechter en wetgever • geen vaste hoofdstad moet verschillende delen van rijk in het oog houden rijk ingedeeld in gouwen en marken

N

gouwgraaf hertog markgraaf

VA

plaatselijke bestuurders: (gecontroleerd door zendgraven)

commanderen een Frankisch leger

©

6 De Friezen zijn belangrijke handelaars

em pl

aa r

Rol in de handel: Friezen • verkopen producten van ambachtslieden + landbouwoverschotten; • stichten in onze streken handelsnederzettingen bij monding grote rivieren; • verwerven via Vikingen als tussenpersonen luxegoederen uit Midden-Oosten en Oost-Romeinse Rijk.

7 Een heropleving van de cultuur

ex

Abdijen en koninklijk hof culturele heropleving • geleerden schrijven er boeken • verzamelen klassieke literatuur • onderwijzen de ‘zeven vrije kunsten’ • kunstenaars en bouwmeesters: nieuwe gebouwen (naar Romeins voorbeeld)

lijk

Beperkingen • buiten hof en abdijen weinig geleerden en kunstenaars • zeven vrije kunsten: slechts gedeeltelijk aangeleerd

in

8 Het Karolingische Rijk valt uiteen Lodewijk de Vrome (814-840): zoon en opvolger van Karel de Grote • verwaarloost het bestuur • contacten moeilijk de plaatselijke bestuurders doen meer en meer hun zin. Verdrag van Verdun (843): verdeling van het Frankische Rijk in drie delen: West-Francië = Frankrijk, Midden-Francië, Oost-Francië = Duitsland

50

LES B2

De Franken, nieuwe heersers in het westen


IN

De Vikingen zijn de geschiedenis ingegaan als woeste plunderaars. Dat beeld strookt echter niet helemaal met de waarheid. De Scandinavische landen zijn zelfs heel trots op hun Vikingverleden. Je kunt er prachtige musea bezoeken over de Vikingen.

N

B3

De Vikingen

VA

Wie waren de Vikingen? Waarom zien wij de Vikingen als woeste plunderaars? Wat leert verder onderzoek ons?

0 5 10 ±

Wat weet je al over de Vikingen? Vanwaar heb je die informatie? Bespreek klassikaal en vergelijk het beeld dat je hebt met de inhoud van de les.

em pl

OPDRACHT 1

aa r

±

8

0

0

©

Kaartnr(s). 

1

De Vikingen zijn Germanen uit het noorden

ex

De Vikingen komen uit Scandinavië, de landen die vandaag Noorwegen, Zweden en Denemarken heten. Tussen 800 en 1050 leven ze in een periode van grote bloei. De Vikingen bouwen snelle, sterke en wendbare schepen waarmee ze niet alleen Europa afreizen, maar ook verdere gebieden. Ze verkennen, plunderen en veroveren grondgebied. Rond het jaar 1000 bereikt Leif Eriksson Amerika. Bekijk de kaart op de volgende bladzijde.

in

lijk

OPDRACHT 2

- Welke hedendaagse landen zijn in de 8e en 9e eeuw belangrijke Vikinggebieden? 

- In welke gebieden zijn er Vikingen in de 10e en 11e eeuw? Bespreek klassikaal en vat kort samen.   - Omcirkel het juiste antwoord. De Vikingen leven in een maritieme / continentale ruimte. B

De vroege middeleeuwen

51


Bron 2 Reconstructie van het schip

©

Bron 1 Restanten van Skuldelev 2

em pl

aa r

OPDRACHT 3

VA

N

IN

Aanwezigheid van de Vikingen in de 8e-11e eeuw

© Vikingschipmuseum in Roskilde

© BELGA / AFP

in

lijk

ex

Skuldelev 2 is een van de vijf Skuldelevschepen die in 1962 worden opgegraven in de baai van Roskilde. De Skuldelevschepen worden daar rond het jaar 1070 tot zinken gebracht om de kust te verdedigen tegen invallen vanuit zee. Skuldelev 2 is een eiken langschip: een oorlogsschip van 30 m lang en 3,8 m breed, met een diepgang van slechts 1 m. Het schip bood plaats aan een grote bemanning van ongeveer 65 personen, waaronder 60 roeiers. Dankzij het grote zeil van ca. 112 m² kon het topsnelheden behalen van 20 knopen (36 km/u). Een langschip werd dikwijls versierd met een slangenkop of een draak. Daarom wordt het ook drakar genoemd. De restanten van de Skuldelevschepen staan tentoongesteld in het Vikingschipmuseum in Roskilde in Denemarken. Het hout kreeg een speciale behandeling zodat het goed zou bewaren en werd op een metalen skelet gemonteerd. Tussen 2000 en 2004 bouwt het Vikingschipmuseum een reconstructie van het schip.

- ‘Zowel bron 1 als bron 2 is een bewerkte bron.’ Juist of fout? Motiveer je antwoord.  

52

LES B3

De Vikingen


- Waarom is het langschip heel geschikt om nieuwe gebieden te verkennen?  - Welke voordelen biedt het langschip nog als je oorlog wilt voeren?  

IN

- Waarom versieren de Vikingen de langschepen met slangenkoppen of draken, denk je?  

N

2

De Vikingen zijn de geschiedenis ingegaan als woeste plunderaars

Bron 1

aa r

OPDRACHT 4

©

VA

Het tijdperk van de Vikingen start in veel geschiedenisboeken met de plundering van het klooster op Lindisfarne in 793 n.C. In de daaropvolgende eeuwen zullen de Vikingen nog honderden andere plaatsen aanvallen en plunderen, zelfs grote steden zoals Parijs, Aken en Constantinopel. De Vikingen willen vooral zilver en slaven buitmaken. Aangezien ze zelf nauwelijks schriftelijke bronnen hebben nagelaten, kennen we de geschiedenis van de Vikingen vooral door de getuigenissen van hun slachtoffers, meestal geestelijken, die over de aanvallen vertellen.

em pl

Nooit eerder heeft zich zo’n verschrikking voorgedaan in Brittannië als we nu hebben ondergaan van een heidens ras, en niemand hield voor mogelijk dat zo’n inval vanaf zee gedaan kon worden. Alcuinus van York, leraar aan het hof van Karel de Grote, schrijft in 793 over de aanval op het klooster van Lindisfarne, een eilandje voor de kust van Noordoost-Engeland.

Bron 2

in

lijk

ex

In 793 n.C. (…) veroorzaakten de aangrijpende aanvallen van heidense mannen een betreurenswaardige ravage in de kerk van God op het Heilige Eiland, door verkrachting en slachting.

Uit: De Angelsaksische kroniek, 9e eeuw

Oorspronkelijk samengesteld op bevel van de Angelsaksische koning Alfred de Grote, in ongeveer 890 n.C. en aangevuld door generaties anonieme schrijvers tot in het midden van de 12e eeuw. Alfred de Grote staat bekend voor de verdediging van Zuid-Engeland tegen de invallen van de Vikingen. - Waar ligt Lindisfarne?  - Waarom zijn afgelegen kloosters en abdijen dikwijls het doelwit van de Vikingen, denk je?  B

De vroege middeleeuwen

53


- Welke woorden vallen je op wanneer de Vikingen of hun acties beschreven worden? Onderstreep ze in de bronnen. Bespreek klassikaal wat die woorden betekenen en welk gevoel ze bij jou oproepen. - Hoe worden de invallers in beide bronnen genoemd? 

IN

- Vanuit welk standpunt zijn de twee bronnen geschreven? 

- Bevestigen de bronnen elkaar inhoudelijk? Welke bron gebruikt de scherpste bewoording?

N

 - Heb je hier een mogelijke verklaring voor?

VA

 

OPDRACHT 5

©



Het beeld van de plunderende Vikingen wordt versterkt in de 19e eeuw. Bron 2 Vikinghelm

© imageselect

lijk

ex

em pl

aa r

Bron 1 Les barques des Normands

Vikinghelm, Museum voor Culturele Geschiedenis van de Universiteit, Oslo

Tekening ‘Les barques des Normands’, getekend door Alphonse de Neuville en gepubliceerd in

in

‘l’Histoire de France’ geschreven in 1872 door François Guizot, een Franse historicus en politicus

De tekening illustreert de belegeringen van Parijs door de Noormannen in 845 en in 885. De Vikinghelm met hoornen en/of vleugels is een verzinsel dat uit de 19e eeuw stamt. - Uit welke tijd komen de bronnen?  - Welke functie heeft de tekening? 

54

LES B3

De Vikingen


- Hoe worden de Vikingen uitgebeeld?   - Welk detail klopt er niet op de tekening? 

IN

- In welke historische context is bron 1 ontstaan, of met andere woorden: wat is het doel en het doelpubliek van de tekening? 

N



VA

- Waarom is het dus niet onlogisch dat in dit boek de Vikingen op die manier worden afgebeeld? 

©

- Omcirkel het juiste antwoord. Heeft de standplaatsgebondenheid van de auteur invloed op de historische beeldvorming? Ja / nee

3

aa r

De Vikingen zijn veel meer dan woeste plunderaars

Bron 1 Dierenkoppijler

in

lijk

ex

OPDRACHT 6

em pl

Niet alle Vikingen gaan op plundertocht. Veel Vikingen komen zelfs nooit buiten Scandinavië, andere reizen enkel voor de handel. Archeologische vondsten geven meer informatie over hun samenleving. Er worden bijvoorbeeld scheepsgraven ontdekt met grafgiften die de rijke cultuur en het vakmanschap van de Vikingen illustreren. We weten intussen dat de Vikingen ook heel wat steden hebben gesticht. Opgravingen daar tonen aan dat ze erg succesvolle handelaars zijn met contacten tot in Constantinopel, Arabië en Rusland. Recente wetenschappelijke technieken zoals DNA-onderzoek geven ons nog meer details.

Dierenkoppijler, houtsnijwerk, versierd met zilveren spijkers, uit het begin van de 9e eeuw, ca. 50 cm hoog, Museum voor Culturele Geschiedenis van de Universiteit, Oslo

Dit is een van de opmerkelijke vondsten uit het Osebergschip dat in 1904 in een grote grafheuvel in de provincie Vestfold (Noorwegen) wordt gevonden. In het scheepsgraf worden in 834 twee vrouwen begraven. Het grote aantal grafgiften wijst erop dat het belangrijke personen zijn. Het graf bevat unieke vondsten zoals een volledige houten kar, kledingstukken en vijf prachtige dierenkoppijlers.

B

De vroege middeleeuwen

55


Bron 2 Bronzen weegschaal Bronzen weegschaal met zeven versierde loden gewichten

N

IN

De weegschaal is gevonden in een scheepsgraf, ontdekt in 1882 in Kiloran Bay, in Schotland. Het Vikinggraf dateert van ca. 900. De man werd op zijn zijde begraven met de weegschaal tussen zijn hoofd en zijn knieën. Vlakbij liggen ook wapens en gereedschappen. In totaal zijn er zo al tientallen weegschalen gevonden. De Vikingen gebruikten ze om zilver en soms goud te wegen om de waarde ervan te bepalen. © National Museums Scotland

VA

- Waar worden de voorwerpen gevonden? 

- Niet alle Vikingen zijn krijgers. Welke andere beroepen kun je uit de bronnen afleiden?

©



aa r



- Misschien is de handelaar uit bron 2 ook een krijger. Waarom? 

Bron Reconstructietekening van een graf

in

lijk

ex

em pl

OPDRACHT 7

© By Þórhallur Þráinsson © Neil Price

56

LES B3

De Vikingen

Reconstructietekening door Neil Price, een Britse archeoloog en professor aan de universiteit van Uppsala in Zweden

Dit graf van een Vikingstrijder wordt in 1878 gevonden in Birka, in de buurt van Stockholm. Het bevat wapens, twee geofferde paarden en een bordspel om strijdtactieken te leren. In 2017 bewijst botonderzoek dat het lichaam van een vrouw is, een Vikingstrijdster dus.


- Omcirkel. Welke soort bron is de reconstructietekening? TIP Raadpleeg de woordenlijst. Primaire bron – secundaire bron Historische bron – historisch werk - Welke wapens herken je op de tekening?

IN

 - Meer dan een eeuw lang is men ervan uitgegaan dat dit het graf van een man is. Hoe komt dat?

Bron

VA

OPDRACHT 8

N



aa r

©

Het internationale team met wetenschappers uit 14 landen bracht met de nieuwste technieken het volledige genoom - het geheel aan genetische informatie - in kaart van 442 skeletten uit Vikinggraven. (...) ‘We hebben ontdekt dat de Vikingen wat hun genetische afkomst betreft, niet uitsluitend Scandinaviërs waren, aangezien we genetische invloeden in hun DNA hebben gevonden vanuit Zuid-Europa en Azië die nog nooit eerder overwogen waren’, zei eerste medeauteur professor Maartin Sikora van de Københavns Universitet. (...) Ons onderzoek haalt zelfs het moderne beeld onderuit van de Viking met blond haar, aangezien veel Vikingen bruin haar hadden en beïnvloed waren door de genetische instroom van buiten Scandinavië.’ Uit: Luc De Roy, ‘Vikingen waren niet allemaal Scandinaviërs blijkt uit grootste DNA-onderzoek op

em pl

skeletten ooit’, vrt nieuws, 20 september 2020

Welk stereotiep beeld over de Vikingen wordt in dat onderzoek tegengesproken? 

De les geeft geen volledig overzicht van onze hedendaagse kennis over de Vikingen. Noteer hier twee historische vragen die onbeantwoord bleven.

ex

OPDRACHT 9



lijk



in

OPDRACHT 10

- Kijk nu terug naar je antwoorden op de vraag bij de eerste opdracht. Is het beeld dat je had een voorbeeld van stereotypering? Raadpleeg de woordenlijst en leg uit.   - Stereotypering is een historische redeneerwijze. Voeg die toe op het schema van historisch denken op de uitvouwbare tijdlijn.

B

De vroege middeleeuwen

57




ONWAARSCHIJNLIJK!

KENNEN

aa r

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

©

VA

Zelfs in de Hagia Sophia, de Byzantijnse kathedraal in Constantinopel, hebben Vikingen sporen achtergelaten. Onderaan op de foto zie je runentekens die in het marmer zijn gekrast. De inscriptie is niet helemaal ontcijferd maar bevat zeker de naam Halfdan.

N

IN

Het Frankische Rijk betaalt aan de Vikingen grote sommen zilver en goud om de aanvallen te stoppen. In 911 staat koning Karel de Eenvoudige zelfs een heel stuk van zijn grondgebied aan de monding van de Seine af aan Vikingaanvoerder Rollo. Rollo zou in ruil nieuwe invallen via de Seine verhinderen. Niet onbelangrijk, want ook Parijs ligt aan de Seine. Dat land van de Noormannen (dat is een andere naam voor de Vikingen) kennen we vandaag als Normandië. Via de Wolga en de Dnjepr dringen de Vikingen in de loop van de 9e eeuw ook ver door naar het oosten. Ze stichten er het Rijk van Kiev. De lokale bevolking noemt hen ‘Roes’, een woord dat vermoedelijk van het Oudnoorse woord voor ‘roeiers’ is afgeleid. De Roes geven hun naam aan Rusland. De Russen zelf willen tot vandaag weinig weten over hun Vikingverleden. Zij vinden dat dat hun volk oneer aandoet.

in

lijk

ex

em pl

1 de begrippen ‘maritieme ruimte’, ‘continentale ruimte’ en ‘handel’ uitleggen 2 de begrippen ‘getuigenis’, ‘reconstructie’, ‘scheepsgraf’, grafgift, ‘stereotiep’ en ‘stereotypering’ uitleggen 3 de Vikingen in de ruimte en de tijd situeren 4 drie voordelen van de constructie van een Vikingschip geven 5 twee redenen geven waarom de Vikingen de geschiedenis ingingen als woeste plunderaars 6 vier voorbeelden geven van archeologische vondsten die dat beeld bijstellen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

58

LES B3

De Vikingen

KUNNEN 1 verschillende soorten bronnen onderscheiden 2 de betrouwbaarheid, de functie en het doelpubliek van een bron beoordelen 3 de beperkingen van bronnen en de gevolgen daarvan op historische beeldvorming aantonen 4 aantonen hoe een bron bewerkt is 5 informatie uit bronnen afleiden 6 een bron in zijn context plaatsen om die bron beter te begrijpen 7 bronnen vergelijken 8 de invloed van standplaatsgebondenheid op historische beeldvorming aantonen met een voorbeeld 9 de presentatie van een bron evalueren 10 de invloed van standplaats­ gebondenheid op historische beeldvorming analyseren met behulp van opdrachten 11 historische vragen stellen


LES B3 SCHEMA

De Vikingen 1 De Vikingen zijn Germanen uit het noorden

IN

• Maritieme ruimte: Scandinavië, het hedendaagse Noorwegen, Zweden en Denemarken

• Ze hebben snelle, sterke en wendbare schepen waarmee ze:

VA

- heel Europa afreizen,

N

• Bloeiperiode: tussen 800 en 1050

- ook verdere gebieden verkennen, plunderen en veroveren,

©

- ca. 1000 Amerika ontdekken.

aa r

2 De Vikingen zijn onze geschiedenis ingegaan als woeste plunderaars • De Vikingen plunderen kloosters, dorpen en zelfs grote steden in Europa.

em pl

• De meeste geschreven primaire bronnen over Vikingen komen van het standpunt van hun slachtoffers, meestal kloosters en abdijen uit het Karolingische Rijk.  Hun standplaatsgebondenheid beïnvloedt de historische beeldvorming.

• De Vikingen zelf gebruiken nauwelijks schrift.

ex

3 De Vikingen zijn veel meer dan woeste plunderaars Het beeld van woeste en plunderende Vikingen is een gevolg van stereotypering.

in

lijk

Archeologische vondsten en wetenschappelijk onderzoek geven meer informatie. • Veel Vikingen zijn succesvolle handelaars. • Ze hebben een rijke cultuur en gespecialiseerde vaklieden. • Ze stichten handelssteden. • Ze hebben contacten tot in Constantinopel, Arabië en Rusland. • Niet alle Vikingen hebben blond haar.

B

De vroege middeleeuwen

59


VERLEDEN

OVERZICHT B

De vroege middeleeuwen

IN

Val van het West-Romeinse Rijk (5e eeuw) Frankische Rijk (5e-9e eeuw) Politiek:

Koning heeft veel macht.

Herstel keizerrijk

Rijk verdeeld in gouwen

Sociaal en economisch:

ambtenaren: graven, hertogen

Landbouw zeer belangrijk

Grote domeinen tussen Loire en Rijn horigen

gesloten economie

aa r

©

Cultureel:

N

VA

Karel de Grote 800

Vermenging Romeinse en Germaanse gewoonten

Christelijke Kerk

em pl

De Vikingen (9e-11e eeuw)

Maritieme ruimte: vanuit Noord-Europa verkennen, plunderen en veroveren De Vikingen zijn niet alleen woeste plunderaars.

Verdrag van Verdun (843)

Frankrijk

ex

West-Francië Midden-Francië

Duitsland

lijk

Oost-Francië

9e eeuw: groeiende macht voor graven en hertogen

in

Oost-Romeinse Rijk of Byzantijnse Rijk

60

B

Hoofdstad Constantinopel

Einde: 1453

DE VROEGE MIDDELEEUWEN

verovering door de Turken


HEDEN

OVERZICHT B

Wij leven in België

IN

België = een grondwettelijke parlementaire democratie.

lokaal

gemeenteraad en provincieraad

regionaal

Vlaams Parlement

nationaal

Federaal Parlement

N

• Verkiezingen in Vlaanderen

om de zes jaar

Europees

Europees Parlement

om de vijf jaar

om de vijf jaar

VA

om de vijf jaar

• Scheiding der machten

©

- Uitvoerende macht: de regering zorgt voor het dagelijkse bestuur en voert de wetten uit. - Wetgevende macht: het parlement maakt de wetten en controleert de uitvoerende macht.

aa r

- Rechterlijke macht: de rechtbanken controleren of iedereen de wetten naleeft.

em pl

• Scheiding van Kerk en staat

De westerse landen hebben - gelijkenissen (bv. democratie), - verschillen (bv. cultuur).

ex

- is historisch gegroeid, De cultuur waarin je leeft - beïnvloedt je eigen identiteit en je groepsidentiteit.

in

lijk

KENNEN

1 de begrippen ‘democratie’, ‘grondwet’, ‘parlement’ en ‘stereotype’ uitleggen 2 de verschillende bestuursniveaus in Vlaanderen opnoemen 3 het principe van de scheiding der machten uitleggen

GA ZELF AAN DE SLAG!

KUNNEN 1 uitleggen hoe het volk macht heeft in een democratie 2 kenmerken van een democratische rechtstaat herkennen 3 het belang van wetten en rechtspraak toelichten 4 democratische principes waarderen (attitude) 5 stereotypen over Europese landen herkennen en relativeren

B

Wij leven in België

61


Safety first voor iedereen! We leven in een welvaartstaat: de overheid zorgt voor een sociaal vangnet voor mensen die het financieel moeilijk hebben. Ook het welzijn van de mensen is belangrijk. Geld (alleen) maakt niet gelukkig. Sociale wetten beschermen de levenskwaliteit van de mensen, de overheid regelt de gezondheidszorg en de laatste tijd wordt er ook steeds meer aandacht besteed aan ons leefmilieu. We beseffen dat duurzame ontwikkeling noodzakelijk is.

©

Op het Europese grondgebied begint de coronacrisis in Italië op 31 januari 2020. Op 9 maart 2020 wordt Italië in quarantaine geplaatst. Heel kort daarna, op 18 maart 2020, besluit België om in lockdown te gaan om zoveel mogelijk besmettingen te voorkomen.

aa r

OPDRACHT 1

VA

Op diddit vind je extra opdrachten bij deze les.

N

IN

C

HEDEN

em pl

- De lockdown beperkt je vrijheid. Je mag niet meer doen wat je wilt, wanneer je wilt en met wie je wilt. Wie beslist daarover en op welke basis?

ex

- Is dat volgens jou een beperking van het vrijheidsbeginsel dat in de grondwet wordt gegarandeerd? Zoek informatie op over het ‘vrijheidsbeginsel’ en bespreek klassikaal. Vat jullie antwoord hieronder samen.

- Tijdens de lockdown ging het onder andere ook over (de schending van) kinderrechten. Zoek daarover een krantenartikel. Vandaag worden graan, groenten, fruit en vlees op grote (industriële) schaal geproduceerd. Daarvoor worden soms methoden en producten gehanteerd die voor het leefmilieu (mens, dier en planten) niet zo goed zijn. Maar er zijn steeds meer voedingsmiddelen die met respect voor ‘duurzame ontwikkeling’ geproduceerd worden. Ze krijgen na controle door een keuringsdienst een logo zoals ‘fair trade’ of ‘biologische producten’.

in

lijk

OPDRACHT 2

Herken je dat label? Waarvoor staat het?

De welvaartstaat heeft pas in de hedendaagse tijd vorm gekregen. In het verleden behelpen de mensen zich op andere manieren.

62

C

safEtY fIrst vOOr IEDErEEN!


verleden

Op stap door verschillende tijden

aa r

©

VA

N

IN

In dit onderdeel leer je meer over het dagelijkse leven van de mensen: over ziekten, honger, landbouw, sociale verschillen ... Die onderwerpen veranderen niet veel in de vroegmoderne tijd, daarom lopen deze lessen door tot in de 18e eeuw. Dit onderdeel gaat dus over sociale en economische geschiedenis in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd.

± 1450

em pl

± 500

In dit onderdeel gaan de lessen over de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Vul die twee periodes in op de tijdlijn.

OPDRACHT 2

Welke zes onderwerpen horen thuis in het sociaal en economisch domein? Omcirkel.

ex

OPDRACHT 1

landbouw

oorlogen

bevolkingsgroepen

wetenschap

armoede

bestuur

leefgewoonten

nijverheid

bevolkingsgroei

godsdienst

welvaart

in

lijk

schilderkunst

± 1750

Bron De maand september

Uit: Het Breviarium Grimani, getijdenboek, begin 16e eeuw

De armen werken met gebogen rug op de wijngaarden van de heer.

C

Op stap DOOr vErscHILLENDE tIjDEN

63


Volgens de Verenigde Naties wonen er in 2020 zo’n 7,8 miljard mensen op de wereld. Een kleine 750 miljoen daarvan woont in Europa. Tot in de 19e eeuw wonen er echter minder dan 1 miljard mensen op de wereld. Pas vanaf dan is de bevolking sterk beginnen toenemen.

IN

C1

De evolutie van de bevolking

VA

N

Welke factoren beïnvloeden de evolutie van de bevolking in het algemeen? Hoe is de bevolking in Europa tussen 500 en 1750 geëvolueerd? Wat heeft die evolutie mee beïnvloed?

4

5

0

MODERNE TIJD

19 ±

±

±

aa r

VROEGMODERNE TIJD

17

5

14

50 ±

MIDDELEEUWEN

1

5

0

0

©

Kaartnr(s). 

HEDENDAAGSE TIJD

OPDRACHT 1

em pl

Drie getallen bepalen de evolutie van de bevolking De evolutie van drie getallen beïnvloedt de groei of de daling van de bevolking in een bepaald gebied. Het migratiesaldo is er een van. - Welke twee andere getallen of cijfers heb je nog nodig om de evolutie van de bevolking (stijging of daling) te bestuderen?

ex



lijk

- Welk getal van die drie heeft niet zo’n grote invloed gehad op de evolutie van de Europese bevolking tussen 500 en 1750, denk je?

in



- Als de Europese bevolking in die periode stijgt, wat is dan de verhouding tussen de twee andere cijfers?  - In welke omstandigheden daalt de Europese bevolking dan in die periode? 

64

LES C1

De evolutie van de bevolking


2

De evolutie van de Europese bevolking in Europa tussen 500 en 1750 Wetenschappers die de bevolkingsevolutie tussen 500 en 1750 in Europa willen bestuderen, worden met heel wat problemen geconfronteerd.

IN

In de eerste plaats beschikken ze over weinig kwantitatieve gegevens. Pas vanaf de 18e eeuw zijn er meer volledige cijfers ter beschikking over de omvang van de bevolking, geboortes en sterfgevallen. Voor die informatie is het aantal bronnen van vóór de 18e eeuw eerder beperkt, al hangt het wel af van streek tot streek. Voor veel katholieke landen kunnen wetenschappers bijvoorbeeld voor een groot deel van de vroegmoderne tijd gebruikmaken van parochieregisters. Daarin houden pastoors alle doopsels en overlijdens in hun parochie bij. Voor de eerste eeuwen van de middeleeuwen en voor sommige gebieden zijn er dan weer zo goed als geen gegevens.

VA

Bron De bevolkingsevolutie in Europa tussen het einde van de oudheid en de moderne tijd

©

400

aa r

aantallen in miljoen

OPDRACHT 2

N

In de tweede plaats zijn er weinig kwalitatieve gegevens. Veel beschikbare bronnen over de evolutie van de bevolking voor de 18e eeuw zijn immers niet altijd even betrouwbaar.

300

Relatief kouder klimaat

em pl

30-JARIGE OORLOG

200

100-JARIGE OORLOG

1618-1648

Relatief warmer klimaat

1337-1453

Epidemie

150 120

in

lijk

ex

100 90 80 70 60 50 40 30 20

0 200

INVALLEN GERMANEN 542-546

INVALLEN ISLAMIETEN

STOP INVALLEN

Vochtiger klimaat (veel neerslag)

1346-1351

In de 11e eeuw gebruikt de Kerk haar invloed om het aantal oorlogen te doen afnemen. Zo verbiedt ze bijvoorbeeld om te vechten op kerkelijke feestdagen.

587-591

300

400 500 600 700 800 900 1000 1100 1200 1300 1400 1500 1600 1700 1800 1900 jaartal

De bevolkingsevolutie in Europa tussen ca. 200 en 1900

De cijfers zijn gemiddelden, gebaseerd op schattingen van onderzoekers, zoals de Britse econoom Agnus Maddison. De grafiek geeft de algemene ontwikkeling voor het hele Europese continent weer. In bepaalde streken kan er zich altijd een afwijkende ontwikkeling hebben voorgedaan.

C

Op stap door verschillende tijden

65


- Over de hele periode (500 tot 1750) gezien, hoe is de Europese bevolking geëvolueerd? Duid het juiste antwoord aan. gedaald min of meer constant gebleven

gestegen zeer sterk gestegen

IN

- Welk cijfer is dan over de lange termijn meestal het hoogst, het geboortecijfer of het sterftecijfer? 

- In welke eeuw vertoont die langetermijnevolutie een opmerkelijke breuk? 

N

- Noem drie factoren die je uit de grafiek kunt afleiden, die de knik kunnen verklaren.

VA



- Zowel voor als na die eeuw evolueert de bevolking dus in dezelfde richting. Toch is er een verschil. Welk verschil zie je tussen de evolutie van de bevolking voor die eeuw en na die eeuw?

©



aa r

- In welke eeuw vindt de Dertigjarige Oorlog plaats? 



em pl

- Die oorlog wordt vooral uitgevochten in het Duitse Rijk. De strijd kost het leven aan (vermoedelijk) miljoenen mensen. In sommige delen van Duitsland is de bevolking aan het einde van de oorlog met meer dan de helft verminderd. Kun je dat aflezen op de grafiek?

- Wat kun je daaruit besluiten over de evolutie in andere delen van Europa?  

ex

- Vanaf wanneer kun je van een echte bevolkingsexplosie spreken in Europa, een spectaculaire stijging van de bevolking op relatief korte tijd? 

lijk

- Omcirkel de historische redeneerwijze die past.

in

• Voor de 18e eeuw is er continuïteit / verandering in de evolutie van de Europese bevolking. • In de 18e eeuw kunnen we spreken van continuïteit / verandering.

66

LES C1

De evolutie van de bevolking


3

Een veelheid aan factoren beïnvloedt de bevolkingsevolutie in Europa

OPDRACHT 3

Bron Doopsels en begrafenissen in Eeklo, 1665-1790 300

200

IN

?

N

100

VA

50 40

1670

80

begrafenissen doopsels

90

1700

10

20

30

40

50

60

70

80

90

aa r

20

©

30

Naar: Fernand Braudel, Beschaving, economie en kapitalisme (15e-18e eeuw) Deel 1. De Structuur van het dagelijks leven, 1987 (Nederlandse vertaling van de Franse editie uit 1979)

em pl

Braudel (1902-1985) is een belangrijke Franse historicus. De grafiek is gebaseerd op parochieregisters.

- Is het boek waaruit die grafiek komt, een historische bron bron of een historisch werk? Onderstreep. - Welke primaire bronnen heeft de auteur gebruikt om de grafiek te maken?

ex



- Volgt de bevolkingsevolutie in Eeklo de algemene evolutie in Europa (zie vorige grafiek) voor die periode?

in

lijk



- Welk verschil merk je op tussen beide grafieken? Hoe komt dat?   

C

Op stap door verschillende tijden

67


OPDRACHT 4

De oorzaken voor de schommelingen van de bevolkingsevolutie kunnen effect hebben op korte termijn of op lange termijn. Kruis aan. Korte Lange termijn termijn Tot en met de 19e eeuw overlijdt nog 50 % van de kinderen voor hun eerste verjaardag. Doorheen de eeuwen zal de voedselproductie geleidelijk toenemen, maar zeker tot de 18e eeuw zijn er zelden overschotten.

IN

Misoogst door bijvoorbeeld slecht weer Epidemie (bijvoorbeeld de pest) Gebrekkige hygiëne en beperkte medische kennis

- Langetermijnoorzaken zijn meestal structureel en kortetermijnoorzaken incidenteel. Zoek de juiste betekenis op in de woordenlijst.

VA

OPDRACHT 5

N

Klimaatschommelingen

• structurele oorzaak:  

©

• incidentele oorzaak:  

Vervolledig het schema op de volgende bladzijde.

em pl

OPDRACHT 6

aa r

- Voeg die historische redeneerwijze toe op het schema van historisch denken op de uitvouwbare tijdlijn.

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

in

lijk

ex

1 de begrippen ‘migratiesaldo’, ‘lange- en kortetermijnoorzaken’ en ‘structurele en incidentele oorzaken’ uitleggen 2 drie getallen die nodig zijn om de evolutie van de bevolking te bestuderen, noemen 3 twee problemen voor wetenschappers die de bevolkingsevolutie in het verleden bestuderen, geven 4 de algemene ontwikkeling van de Europese bevolking tussen 500 en 1750 beschrijven 5 vijf langetermijnoorzaken die de evolutie van de Europese bevolking hebben beïnvloed, geven

68

LES C1

De evolutie van de bevolking

6 drie kortetermijnoorzaken die de evolutie van de Europese bevolking hebben beïnvloed, geven

KUNNEN 1 gevraagde informatie uit een grafiek halen 2 grafieken met elkaar vergelijken 3 een historische bron van een historisch werk onderscheiden 4 lange- en kortetermijnoorzaken herkennen 5 structurele en incidentele oorzaken herkennen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES C1 SCHEMA

1 Drie getallen bepalen de evolutie van de bevolking

heeft geen al te grote invloed gehad op de algemene evolutie van de Europese bevolking tussen 500 en 1750

VA

N

IN

De evolutie van de bevolking

Problemen voor onze kennis

• 

• 

Europese bevolking tussen 500 en 1750

aa r

©

2 De evolutie van de Europese bevolking tussen 500 en 1750

em pl



3 Een veelheid aan factoren beïnvloedt de evolutie van de Europese bevolking Die factoren of oorzaken kunnen onderverdeeld worden in:

• 

ex

• 

in

lijk

C

Op stap door verschillende tijden

69


In 2020 maakt het coronavirus wereldwijd meer dan 1,6 miljoen slachtoffers. Mondmaskers, quarantaine en lockdown worden dagelijkse kost. Grafieken van het aantal besmettingen en overlijdens beheersen het journaal. Beelden van COVID-19afdelingen in ziekenhuizen confronteren ons met de harde realiteit van ziekte en dood. Dat zijn we in het Westen niet meer gewend, maar eeuwenlang lag ook bij ons de dood altijd en overal op de loer. Ze maakt deel uit van het dagelijkse leven. De schrik zat er vooral in tijdens en na de pestepidemie van het midden van de 14e eeuw: de Zwarte Dood.

©

aa r

Wat weten we over die pandemie? Hoe verklaren de tijdgenoten die pandemie? Hoe proberen ze zich te beschermen?

VA

N

IN

C2

De Zwarte Dood, een middeleeuwse pandemie

4

5

0

VROEGMODERNE MODERNE TIJD TIJD

19 ±

17 ±

14

5

ZWARTE DOOD

±

em pl

50 ±

MIDDELEEUWEN

HEDENDAAGSE TIJD

6

51

4

13

13

Welke begrippen ken je al? Noteer bij elke beschrijving het passende begrip. Kies uit: bacterie – corona – epidemie – grafiek – immuniteit – pandemie – quarantaine – vaccin – virus.

ex

DOE DE TEST!

5

0

0

Kaartnr(s). 

in

lijk

Begrip

Beschrijving Dieren of mensen afzonderen zodat ze anderen niet kunnen besmetten Een microscopisch klein organisme waarvan er op en in ons lichaam miljarden voorkomen. 99 % ervan is noodzakelijk om gezond te blijven. Als een bacterie op een plaats terechtkomt waar ze niet thuishoort, bijvoorbeeld in de darmen, een wond en/of in het bloed, veroorzaakt ze ziekten. Vandaag kan men die behandelen met antibiotica. Een middel dat men toedient om dieren of mensen te beschermen tegen een ziekte Een manier om de evolutie van aantallen (stijging, daling) visueel voor te stellen

70

LES C2

De Zwarte Dood, een middeleeuwse pandemie


Een nog kleiner organisme dat geen nuttige bijdrage levert voor de gezondheid en meestal zelfs schadelijk is. Sommige veroorzaken een 'gewone' verkoudheid, andere gevaarlijkere ziekten zoals griep, mazelen of aids. Omdat er steeds nieuwe types ontstaan, moet men iedere keer een geschikt vaccin ontwikkelen. Een virus dat vernoemd is naar de uitstulpingen die aan een kroon doen denken

IN

Een ziekte die zich snel op een grotere schaal verspreidt Een ziekte die zich snel op wereldschaal verspreidt

1

N

De Zwarte Dood

©

VA

In het midden van de 14e eeuw raast een pestepidemie door Europa. Historici schatten het aantal pestdoden in West-Europa op ongeveer 40 miljoen. Dat is een derde tot de helft van de totale bevolking. Geen enkele ziekte heeft ooit in zo’n korte tijd zoveel slachtoffers gemaakt. Een besmet persoon sterft enkele dagen na het verschijnen van de eerste symptomen. In onze streken spreken tijdgenoten van 'pestilentie' (de ziekte, plaag) of de 'haastige ziekte'. Later gaat men die grote pestepidemie de Zwarte Dood noemen.

aa r

Het herkomstgebied van de pestbacterie bevindt zich in Azië. Daar leeft de bacterie in vlooien op knaagdieren en andere kleine zoogdieren en aangezien er in de 14e eeuw al intensieve handelscontacten tussen Azië en Europa zijn, reist de pestbacterie mee richting Europa.

ex

em pl

Historici stellen hun kennis over de Zwarte Dood nog steeds bij. Ze hebben bijvoorbeeld lang gedacht dat alleen ratten en de rattenvlo de Zwarte Dood verspreid hebben in Europa. Dat idee wordt verlaten, omdat het praktisch niet mogelijk is. Maar hoe is het dan wel gegaan? Waarschijnlijk zijn er ook vlooien en luizen van mens op mens overgesprongen. Menselijke vlooien komen nu gelukkig niet zo veel meer voor, maar in de middeleeuwen is dat wel even anders. Dat komt doordat de mensen op stro slapen en hun kleding veel langer dragen, want kleding is erg duur. Bovendien kunnen vlooien en luizen ook meereizen met handelaars in oude kleren en pelzen. Onderzoek bij recente opgravingen wijst bovendien uit dat besmetting via de lucht wel eens een belangrijkere oorzaak zou kunnen zijn, dan men vroeger dacht. Nu blijkt wel degelijk dat mensen elkaar besmet hebben, zonder toedoen van vlooien. De pest komt (ook vandaag nog) voor in verschillende vormen. Noteer bij elke beschrijving de passende naam. Kies uit: builenpest – longpest – zwarte pest. Begrip

in

lijk

OPDRACHT 1

Beschrijving Via besmette speekseldruppel(tje)s infecteren de pestbacteriën de longen. De pestlijder hoest schuim en bloed op. Ademhalen wordt moeilijk. De pestbacteriën dringen het lymfesysteem binnen. Via de lymfevaten bereiken ze de lymfeklieren. Die ontsteken, zwellen op, gaan etteren en bloeden. De infectie leidt uiteindelijk tot het falen van de organen, met de dood tot gevolg. De pestbacteriën dringen binnen in de bloedbaan en vergiftigen het bloed. Onderhuidse bloedingen veroorzaken paarse, bijna zwarte vlekken.

C

Op stap door verschillende tijden

71


OPDRACHT 2

De geografische verspreiding van de Zwarte Dood in Europa - In welk jaar duikt de ziekte voor het eerst op in Europa? 

IN

- Wat hebben de plaatsen die dat jaar getroffen worden, gemeenschappelijk?  

N



VA

- In welk jaar bereikt de pest onze streken?

 Bron

in

lijk

ex

em pl

OPDRACHT 3

aa r

- Welke weg legt de pest af in Europa? Gebruik de windrichtingen om je antwoord concreet en duidelijk te formuleren.

©



72

LES C2

Archeologen onderzoeken een middeleeuws massagraf, 2011, Londen

Menselijke overblijfselen in (massa)graven worden in samenwerking met andere wetenschappers zoals biologen onderzocht. Met nieuwe technieken zoals DNA-onderzoek gaat men na of de begraven personen aan de pest gestorven zijn. Dat leidt tot nieuwe inzichten.

De Zwarte Dood, een middeleeuwse pandemie


- Toon aan op welke manier we ook vandaag nog meer te weten komen over de Zwarte Dood.   - Zoek twee voorbeelden van nieuwe inzichten in de lestekst. 

IN

 

2

N

Middeleeuwse verklaringen voor de Zwarte Dood

Bestudeer de volgende bronnen en werken. Lees de informatie. Wat zijn volgens tijdgenoten de oorzaken van de pestepidemie? Noteer ze in het kader op de volgende bladzijde.

in

lijk

© imageselect

ex

em pl

aa r

Bron 1 Processie van flagellanten

©

OPDRACHT 4

VA

In de middeleeuwen weet men niet wat bacteriën zijn. Mensen verklaren de grote pestepidemie vanuit hun (godsdienstige) visie op het leven en op de wereld (= standplaatsgebondenheid). Ze zien de pest als een straf van God. Ook verdenkt men de joden ervan de pest te hebben veroorzaakt. In de middeleeuwen hebben de joden een slechte naam. Het idee leeft namelijk dat ze verantwoordelijk zijn voor de dood van Jezus.

Piérart van Tielt, miniatuur. Uit: Gilles Le Muisit, Kroniek, 1347-1349

Gilles Le Muisit (1272-1352) is abt van de abdij van de Sint-Maarten in Doornik. Zijn kroniek is een geschiedenis van de wereld tot 1349. Omdat hij op dat moment al blind is, dicteert hij zijn werk. Piérart van Tielt werkt in Doornik. Hij illustreert en kopieert manuscripten. Tijdens de pestepidemie trekken steeds grotere groepen flagellanten van stad naar stad. Ze brengen zichzelf in het openbaar zweepslagen toe. Zo willen ze boeten voor hun eigen zonden en die van anderen.

C

Op stap door verschillende tijden

73


Bron 2

Uit: Jan van Boendale, Boek van de wraak van God, ca. 1350

IN

Alle joden over de hele wereld hadden zich voorgenomen de christenen met gif om het leven te brengen en daarom hadden ze alle waterputten, ver en dichtbij, en ook stilstaande wateren overal laten vergiftigen. Daardoor stierven zoveel mensen dat zoiets vreemds voordien nooit was voorgekomen. Men nam de joden daarom overal gevangen en wierp ze in het vuur. Daarin stierven ze aanstonds [onmiddellijk], alles vanwege de jammerlijke sterfte, waarover u hebt gehoord.

N

Jan van Boendale (waarschijnlijk ca. 1280-1351) werkt als secretaris en raadgever voor het Antwerpse stadsbestuur. In het boek beschrijft hij hoe God volgens hem de mensen in het verleden en in zijn eigen tijd straft voor hun slechte gedrag.

Bron 1

VA

Oorzaken  

  

3

aa r

Bron 2

©



em pl

Middeleeuwse remedies tegen de pest

ex

Tegen de plotse opkomst en de snelle verspreiding van de Zwarte Dood staat de middeleeuwse mens machteloos. Na die grote epidemie gaan lokale besturen wel maatregelen nemen om zo’n ramp in de toekomst te vermijden. Op 27 juli 1377 vaardigt het bestuur van de republiek Ragusa (nu Dubrovnik, Kroatië) een nieuwe wet uit. Voortaan moeten handelaars drie weken in isolement blijven op een eiland voor de kust. Als ze besmet zijn, sterven ze daar. Zijn ze na die tijd nog in leven, dan vormen ze geen gevaar meer. Nadien nemen andere overheden dat systeem over.

in

lijk

Venetië verplicht vanaf 1448 dat schepen veertig dagen buiten de haven moeten blijven liggen alvorens de stad binnen te varen. In het Venetiaans is veertig ‘quarantena’. Dat ligt aan de oorsprong van het woord ‘quarantaine’: een verplicht isolement om de verspreiding van een ziekte te vermijden. Ook in onze streken kom je eeuwenlang geen stad binnen zonder attest als bewijs dat je niet besmet bent door een ziekte. Lokale overheden verplichten pestlijders om buiten de stad te gaan wonen. Anderzijds probeert de middeleeuwse mens de pest te ontlopen door te bidden tot bepaalde heiligen, de zogenaamde pestheiligen. Ook die traditie houdt eeuwenlang stand.

74

LES C2

De Zwarte Dood, een middeleeuwse pandemie


Bron 1

Bron 2

Paul Fürst, afbeelding van een

Beschilderd beeld, hout, 101 cm, eerste helft

snaveldokter in Rome, 1656

16e eeuw, Museum Hof van Busleyden, Mechelen

‘Pestdokters’ steken een mengsel van kruiden en specerijen in een masker met een vogelbek. Die vrijwilligers worden betaald om zieken in quarantaine te plaatsen. Het masker van de snaveldokter wordt nog steeds gedragen tijdens het carnaval van Venetië. Je vindt het trouwens het hele jaar door in de souvenirwinkels in die van oorsprong middeleeuwse stad.

Sint-Rochus is een van de vijf ‘pestheiligen’ die in de middeleeuwen worden aanbeden. Volgens de katholieke Kerk zou Rochus van Montpellier (12951327) tijdens een pelgrimstocht naar Rome besmet zijn met de pest. Een engel geneest hem, een hond voorziet hem van het nodige brood. Bij zijn thuiskomst herkennen zijn stadgenoten hem niet meer omdat hij zoveel littekens heeft door de pest. Ze denken zelfs dat hij spioneert voor de vijand. Rochus sterft in de gevangenis.

aa r

©

VA

N

IN

OPDRACHT 5

 

em pl

- Formuleer een historische vraag waarop de bronnen een antwoord bieden.

- Die tradities houden eeuwenlang stand. Dat is dus een voorbeeld van continuïteit / verandering.

ex

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

in

lijk

1 de begrippen ‘continuïteit’, ‘evolutie’, ‘standplaatsgebonden­ heid’ en ‘verandering’ uitleggen 2 de begrippen ‘bacterie’, ‘epidemie’, ‘grafiek’, ‘immuniteit’, ‘pandemie’, ‘quarantaine’ en ‘virus’ uitleggen 3 de Zwarte Dood in Europa situeren in de tijd 4 twee middeleeuwse verklaringen voor de pest geven 5 twee middeleeuwse remedies tegen de pest geven

KUNNEN 1 een historische vraag formuleren 2 een voorbeeld van standplaatsgebondenheid geven 3 met twee voorbeelden aantonen dat de kennis van het verleden verandert 4 een kaart interpreteren Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

C

Op stap door verschillende tijden

75


LES C2 SCHEMA

IN

De Zwarte Dood, een middeleeuwse pandemie 1 De Zwarte Dood Midden 14e eeuw: grote pestepidemie

N

Kennis over het verleden verandert.

©

VA

• bacterie • van Azië naar Europa via handelscontacten • verspreiding: via knaagdieren en de rattenvlo van mens op mens via vlooien en luizen / via de lucht

aa r

2 Middeleeuwse verklaringen voor de Zwarte Dood Standplaatsgebondenheid

em pl

• ‘schuld van de joden’ • ‘straf van God’

3 Middeleeuwse remedies tegen de pest

ex

• quarantaine • bidden tot pestheiligen

Continuïteit: blijven eeuwenlang traditie

in

lijk

76

LES C2

De Zwarte Dood, een middeleeuwse pandemie


In het Westen is een slanke lijn het schoonheidsideaal, maar het aantal zwaarlijvigen neemt enorm toe. Terwijl er in het Westen veel eten wordt weggegooid, is hongersnood nog steeds een van de grootste wereldproblemen. Ook in onze gewesten is voedselvoorziening eeuwenlang een dagelijkse zorg geweest voor het grootste deel van de bevolking. Tot in de vroegmoderne tijd produceert vrijwel iedereen zijn eigen voedsel.

N

IN

C3

Landbouw en voedsel

©

VA

Hoe evolueert de landbouw doorheen de tijd? Hoe evolueren de landbouwtechnieken? Hoe wordt de landbouwproductie verhoogd?

4

5

0

±

±

±

14

17

19

5

aa r

50 ±

VROEGMODERNE TIJD

MIDDELEEUWEN

1

5

0

0

Kaartnr(s). 

MODERNE TIJD

HEDENDAAGSE TIJD

em pl

Een blik op lange termijn

lijk

ex

Tot in de vroegmoderne tijd werkt 80 tot 90 % van de actieve bevolking in de landbouw. De landbouwopbrengsten zijn laag. Met de te kleine opbrengsten, gemiddeld drie- tot viermaal meer dan wat men zaait, dreigt de hongerdood bij elke mislukte oogst. De meeste mensen wonen op het platteland en verbouwen hun eigen voedsel. Dat heet een rurale en agrarische samenleving. De eenzijdige voeding, die vooral uit granen bestaat, wordt aangevuld met groenten. Vandaag is de situatie helemaal anders. De meeste Europeanen leven in steden en nog maar weinig mensen werken in de landbouw. Toch zijn de landbouwopbrengsten heel hoog. Wij leven in een stedelijke en industriële samenleving.

in

OPDRACHT 1

België

Aantal bedrijven

Oppervlakte cultuurgrond (in ha)

Arbeidskrachten

1980

1990

2000

2010

2013

2016

2017

2018

113 883

87 180

61 926

42 854

37 761

36 888

35 910

36 158

1 418 121

1 357 366

1 394 083

1 358 019

1 338 566

1 352 953

1 329 153

1 356 078

185 134

142 272

107 399

80 944

74 510

70 993

-

-

Uit: Kerncijfers landbouw, statbel.fgov.be, 2019

Statbel is het statistiekbureau van de federale overheid.

- Hoe evolueert de tewerkstelling in de landbouw tussen 1980 en 2016?  C

Op stap door verschillende tijden

77


- Hoe kun je dat verklaren?   - In 2016 zijn er 6 901 298 Belgen tussen 18 en 64 jaar. Hoeveel procent van de actieve bevolking werkt er in de landbouw?

OPDRACHT 2

IN

 Bron 1 De gemiddelde opbrengst van tarwe, rogge en gerst in de periode 1150-1800 GRAANOPBRENGSTEN IN EUROPA (IN KG PER KG ZAAD) Zone 2

Engeland, Nederlanden

Frankrijk, Spanje, Italië

-

3,2

4,1

-

3,7

-

3,8

4,8

5,1

-

4,6

4,9

5,1

-

7,3 6,7 -

VA 1200-1249

1250-1299

1300-1349

10,1

©

1350-1399

1400-1449

1450-1499

6,7

1500-1549

-

1550-1599

-

1600-1649

6,2

1650-1699

6,3

1700-1749

7,0

1750-1799

em pl

9,3

1150-1199

aa r

7,4

Periode

N

Zone 1

Uit: Bernard Slicher van Bath, De agrarische geschiedenis van West-Europa (500-1850), 1987

ex

- Als je tussen 1200 en 1249 in de Nederlanden, dus ook in onze streken, een zak graan van 100 kg uitzaait, hoeveel kun je dan gemiddeld oogsten?

lijk



- Welke algemene evolutie stel je vast bij de graanopbrengsten in die tabel?

in



- Vergelijk de opbrengst voor 1500 in Engeland en de Nederlanden met de opbrengst vandaag. De opbrengst voor granen kan vandaag 40 tot 50 keer het uitgezaaide bedragen.  - Vanaf welke periode verandert de opbrengst? 

78

LES C3

Landbouw en voedsel


Bron 2 Een vicieuze cirkel - Leg met behulp van dit schema aan je buur uit waarom de landbouw zo lang zo weinig opbrengt.

IN

- Is er dan sprake van continuïteit of verandering?

2

VA

Vanaf de 8e eeuw verbetert de landbouwtechniek

N



aa r

©

Het gebrek aan mest zal de boer lang parten spelen. In de vroege middeleeuwen oogst men in onze streken slechts drie tot vier keer meer dan wat men gezaaid heeft. Als men op een stuk landbouwgrond een paar jaar na elkaar granen en groenten verbouwt zonder te mesten, daalt de opbrengst; de grond geraakt uitgeput. Daarom verdelen de boeren hun percelen in twee. Het eerste jaar zaait en oogst hij op de eerste helft. De tweede helft laat hij onbewerkt, dat is braakland. In het tweede jaar blijft de eerste helft braak en wordt de tweede helft bebouwd. Door dat ‘tweeslagstelsel’ gebruiken de boeren slechts de helft van de gronden.

em pl

De eerste grote landbouwvernieuwing is de invoering van het drieslagstelsel vanaf de 8e eeuw. De boeren verdelen hun velden nu in drie delen. Op één deel verbouwt hij wintergraan (rogge of tarwe, die voor de winter worden ingezaaid), op een ander deel zomergraan (haver, gerst of spelt, die na de winter worden gezaaid), het derde deel blijft braak. Het volgende jaar komt op het stuk waar wintergraan stond, zomergraan. Het perceel waar zomergraan stond, blijft braak liggen. En op het stuk dat braak lag, groeit nu wintergraan. Op die manier stijgt de productie gaandeweg.

ex

De tweede vernieuwing is de verspreiding van een nieuw soort ploeg. Al duizenden jaren gebruikt men de ‘schuifploeg’ of ‘zoolploeg’. Die is enkel geschikt om lichtere zandgronden open te scheuren. Net als de schuifploegen zijn de eerste karploegen van hout. Wanneer er voldoende ijzer beschikbaar is, wordt de houten ploegschaar vervangen door een ijzeren. De ijzeren ploegschaar van de karploeg draait de aarde om in plaats van de aarde open te rijten. Op die manier kan men vanaf de 10e eeuw dieper ploegen en het onkruid onderwerken.

in

lijk

De derde grote vernieuwing is de uitvinding van het halster en het gareel en het gebruik van paarden in plaats van ossen. Het halster vervangt het touw dat de hals van het paard dichtknijpt. De druk komt op de borstkas en de schoft van het paard te liggen. Het paard kan nu zijn volle trekkracht gebruiken. De productie kan weer stijgen. Het hoefijzer, dat het houvast van het paard op de grond versterkt, maakt de vernieuwing compleet. Intussen hebben de boeren allerlei houten werktuigen ontwikkeld en verbeterd door ijzer te gebruiken.

OPDRACHT 3

Bron Een plant neemt voedingsstoffen op uit de bodem en scheidt daarbij ook afvalstoffen (toxines) af. Elke plantensoort heeft haar eigen toxines. Wanneer je jarenlang dezelfde plantensoort op een stuk grond teelt, kan de plant niet voldoende voedingsstoffen meer

C

Op stap door verschillende tijden

79


opnemen omdat de grond vol zit met de eigen afvalstoffen. De opbrengst daalt dan. Wanneer de boer de grond een jaar niet bezaait (‘braak’ laat liggen), worden door regen en wilde planten de toxines afgebroken of gefilterd.

IN

Daarom wisselen boeren jaar na jaar de vruchten op hun veld af. Ze kiezen dan het volgende jaar een plant die de toxines van zijn voorganger kan ‘verdragen’. De boeren in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd leren dat principe door jarenlange ervaring of van vader op zoon. Bewerking van ‘Vruchtwisseling’ op nl.wikipedia.org

N

Wikipedia geeft uitgebreid uitleg over dat onderwerp. We hebben de belangrijkste elementen voor je samengevat. - Wat is braakland?

VA



- Waarom kun je niet elk jaar dezelfde landbouwgewassen telen op een stuk grond?

©



aa r

- Hoe weten de boeren in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd dat ze gewassen het best afwisselen?  OPDRACHT 4

- Waarom stijgt de productie door het drieslagstelsel?



em pl



- Toon aan dat je het drieslagstelsel begrijpt door dit rooster juist aan te vullen. Jaar 1

braak

zomergraan

Jaar 2

ex

Jaar 3

OPDRACHT 5

- Zoek de juiste afbeeldingen op het stickervel.

in

lijk

Schuifploeg of zoolploeg

80

LES C3

Landbouw en voedsel

Karploeg


- Verklaar de naam van de karploeg en leg de werking ervan uit.    OPDRACHT 6

Bron De maand oktober

IN

Uit: Het Breviarium Grimani, getijdenboek, begin 16e eeuw

aa r

©

VA

N

Een getijdenboek is een gebedenboek. De talrijke miniaturen van bekende kunstenaars maken de getijdenboeken erg kostbaar. Dit is één van de twaalf kalenderminiaturen. Het Breviarium Grimani is in Vlaanderen gemaakt, voor een onbekende opdrachtgever.

- Waarom staat er een omheining rond het veld, denk je? Zijn velden nu nog omheind? 

em pl



- Welke landbouwactiviteiten merk je op? 

- Met welke trekkracht wordt de eg getrokken? 

Bron

in

lijk

ex

OPDRACHT 7

Uit: Het Luttrell Psalter, ca. 1325-1335, British Library, Londen

Het psalmboek wordt gemaakt voor Sir Geoffrey Luttrell, een ridder uit Lincolnshire (Engeland). Het is bijzonder omwille van de vele miniaturen van taferelen uit het dagelijkse leven, zoals allerlei landbouwactiviteiten.

- Waarom is het Luttrell Psalter een interessante bron voor de geschiedenis van de landbouw?  C

Op stap door verschillende tijden

81


- Welke landbouwactiviteit herken je op de bron? Welk werktuig gebruiken de mannen? 

3

De productie stijgt De landbouwvernieuwing zet in vanaf de 8e eeuw, maar pas vanaf de 10e-11e eeuw begint de trage verspreiding van de technieken.

VA

N

IN

De verspreiding van peulvruchten (bonen, erwten) en vooral het toenemend verbruik ervan in de 14e eeuw kunnen we de vierde grote vernieuwing in de landbouw noemen. Bonen en erwten zijn vleesvervangers en ook dé ideale groenbemester. Vlinderbloemigen zoals peulvruchten en klaver binden stikstof uit de lucht in de grond en bemesten zo de grond. Zo kunnen zij de oppervlakte braakliggend land verminderen en de productie verhogen. Ook andere vormen van bemesting nemen toe: stadsbeer, mergel en turf worden net als dierlijke mest in de grond ondergewerkt. Door de verspreiding en toepassing van al die technieken stijgt de productie vanaf de 15e eeuw langzaam maar zeker.

De lestekst bespreekt de oorzaken van de productiestijging. Kun jij enkele gevolgen bedenken? Noteer er twee.

aa r

OPDRACHT 8

©

In de 17e en 18e eeuw komt de grote doorbraak, waardoor het braakland uit West-Europa verdwijnt. In de Nederlanden en Engeland gaat men op die stukken land rapen en klaver telen. Het vee wordt op stal gekweekt, waardoor er geen mest meer verloren gaat. De vicieuze cirkel is zo doorbroken.



 

em pl



Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

in

lijk

ex

1 de begrippen ‘landbouw’, ‘periode’, ‘continuïteit’, ‘verandering’, ‘ruraal’, ‘agrarische, stedelijke en industriële samenleving’ uitleggen 2 de begrippen ‘tweeslagstelsel’, ‘drieslagstelsel’, ‘vicieuze cirkel’ en ‘karploeg’ uitleggen 3 vier grote vernieuwingen in de landbouw opnoemen en uitleggen 4 uitleggen waarom de landbouwopbrengsten zo lang zo laag blijven 5 een voorbeeld van continuïteit en twee voorbeelden van verandering in de evolutie van de landbouw geven

82

LES C3

Landbouw en voedsel

KUNNEN 1 tabellen analyseren en uit de cijfers informatie afleiden 2 informatie afleiden uit bronnen en uit historische illustraties 3 een schema maken van het drieslagstelsel 4 bronnen vergelijken

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES C3 SCHEMA

Landbouw en voedsel

IN

1 Een blik op lange termijn Tot in de vroegmoderne tijd • rurale en agrarische samenleving

• vicieuze cirkel Vandaag

aa r

• hoge landbouwopbrengsten

©

• stedelijke en industriële samenleving

VA

N

• lage landbouwopbrengsten

2 Vanaf de 8e eeuw verbeterde de landbouwtechniek Drieslagstelsel

em pl

Karploeg Halster, gareel, hoefijzer

3 De productie stijgt

10e-11e eeuw: verspreiding landbouwtechnieken

ex

Betere bemesting: • groenbemesting: peulvruchten, vlinderbloemigen (stikstof ) • stadsbeer: mergel, turf

lijk

Vanaf 15e eeuw: stijging productie dieren op stal

vicieuze cirkel

in

17e-18e eeuw grote doorbraak: teelt rapen en klaver doorbroken

C

Op stap door verschillende tijden

83


C4

De standensamenleving

VA

©

Wat wordt er bedoeld met een ‘stand’? Hoe is de standensamenleving ontstaan? Hoe is ze doorheen de eeuwen geëvolueerd? Wanneer en waarom is er een einde gekomen aan dat systeem?

N

IN

Alle Belgen moeten zich aan dezelfde wetten en regels houden. Iedereen die de wet overtreedt, wordt op dezelfde manier bestraft. In onze grondwet staat letterlijk: ‘Alle Belgen zijn gelijk voor de wet. Er is in de Staat geen onderscheid van standen.’ Heel normaal, denk je waarschijnlijk … Toch was het vroeger anders! In de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd behoren de mensen tot een stand. Voor elke stand gelden andere wetten en regels.

MIDDELEEUWEN

9 8

0 5 17 ±

17

0 5 14 ±

±

9

50

0

0

0

aa r

Kaartnr(s). 

VROEGMODERNE TIJD

OPDRACHT 1

em pl

STANDENSAMENLEVING

Omcirkel telkens het juiste antwoord. - Wanneer is in West-Europa de standensamenleving ontstaan?

ex

Tussen de 6e en de 8e eeuw – tussen de 9e en 10e eeuw – tussen de 10e en 11e eeuw - Hoelang blijft de standensamenleving in West-Europa ongeveer bestaan?

lijk

600 jaar – 900 jaar – 1 200 jaar

1

in

De standen hebben eigen rechten en plichten

84

LES C4

Zoals je al weet, is iedereen in België gelijk voor de wet. Alle Belgen hebben dus dezelfde rechten en plichten (al is het in werkelijkheid wel iets ingewikkelder). Vanuit een geschiedkundig standpunt is dat echter nog niet zo heel lang het geval. Tot aan het einde van de 18e eeuw is de West-Europese samenleving een standensamenleving met drie standen (groepen): de clerus of geestelijkheid (geestelijken), de adel (edelen) en de derde stand (alle andere mensen). In zo’n samenleving zijn mensen juridisch (wettelijk) niet gelijk. Met andere woorden, al naargelang de stand waartoe je behoort, heb je meer of minder rechten (en plichten). Meestal ben je lid van zo’n groep door geboorte.

De standensamenleving


Doordat er verschillende groepen zijn met verschillende rechten, is er ook een sociale hiërarchie of maatschappelijke rangorde. In zo’n gelaagde samenleving staat de ene groep dus hoger en heeft die meer aanzien dan een andere groep. OPDRACHT 2

Wat is er van toepassing? Zet een kruisje in de tabel. Gelijke rechten

Verschillende rechten

Afkomst is bepalend

IN

Standen­ samenleving

N

Huidige Belgische samenleving Bron

VA

OPDRACHT 3

Geen maatschappelijke rangorde

em pl

aa r

©

Ze was bijna twintig en werkte op een veld toen vier mannen uit een hogere kaste haar bij de sjaal grepen. Ze verkrachtten haar, braken haar rug en verminkten haar tong. Ze was een dalit, lid van de voormalige ‘onaanraakbaren’. (…) [In het voornamelijk hindoeïstische India] staan zij onderaan de kastenpiramide. Artikels 14 tot 17 uit India’s seculiere grondwet verbieden al sinds 1947 discriminatie tegen dalits. Daar hadden de vier, die vlak bij hun slachtoffer woonden, geen boodschap aan. (…) In landelijk India brokkelt het kastensysteem af. Er is een crisis in de landbouwsector. Traditioneel ‘belangrijke families’ zijn beroofd van hun machtsbasis. Onderwijs voor vrouwen zit in de lift. Mannen van lagere kasten verdienen geld in de stad, meer dan ze in hun dorp kunnen via pietluttige werkjes voor de elite. (…) ‘Politie en grondbezitters gebruiken seksueel geweld om dalits een “politieke” les te leren en de kasten- en klassenstructuur te versterken. Het is juist het verzet daartegen dat geweld uitlokt.’ Dalits willen in 2020 niet terug naar vroeger. Op hun smartphone zien ze een wereld die vooruitgaat. En artikels 14 tot 17 zijn misschien nog geen realiteit, maar wel springlevend. Uit: Giselle Nath, Zelfs priester wakkert seksueel geweld tegen lagere kasten aan, in: De Standaard, 01 oktober 2020

in

lijk

ex

Het kastensysteem in India is eeuwenoud en heeft zowel religieuze als sociaaleconomische wortels. De term komt van Portugese ontdekkingsreizigers uit de 16e eeuw. Die gebruikten het woord ‘casta’ (afkomst) om de vele sociale groepen in Indië te benoemen. Die sociale groepen leefden apart van elkaar –in die zin dat er niet onderling werd getrouwd –, hadden hun eigen specifieke beroepen, een bepaalde positie in de samenleving, eigen gebruiken …

- Over welke historische periode gaat de tekst? 

- Met welk van de twee systemen vertoont het kastensysteem in India op het eerste zicht het meeste overeenkomst? Vink het juiste antwoord aan. de standensamenleving de huidige Belgische samenleving

C

Op stap door verschillende tijden

85


- Geef twee argumenten of bewijzen (uit de tekst of uit de contextinformatie) die je keuze ondersteunen.   - Argument en bewijs zijn historische redeneerwijzen. Voeg die toe op het schema van historisch denken op de uitvouwbare tijdlijn.

IN

- Toon aan de hand van twee zaken aan dat het systeem in India aan het afbrokkelen is.   Bron

N

OPDRACHT 4

VA

(…) de gemeenschap van gelovigen vormt slechts één lichaam; maar (…) de staat omvat er drie, omdat de andere wet, de menselijke wet, twee andere groepen onderscheidt: edelen en onvrijen (…) Zij [de edelen] vormen de orde [stand] van de krijgers en ze beschermen de Kerk: ze zijn de verdedigers van de massa van het volk, (…), en tegelijkertijd zorgen ze voor het heil van allen en van henzelf.

©

HEDENDAAGSE VERTALING

aa r

De andere groep is die van de onvrijen: dat is een ongelukkig mensenras, dat niets bezit en zich overal voor moet afbeulen. Rijkdom, kleding, voedsel, alles wordt verzorgd door de onvrijen, zodat geen enkele vrije man zonder hun hulp kan leven. (…)

em pl

Dus het huis van God, dat zichzelf presenteert als één lichaam, is in werkelijkheid verdeeld in drie orden [standen]: de ene bidt [de geestelijkheid], de andere strijdt, de laatste werkt. Die drie naast elkaar bestaande orden kunnen niet worden gescheiden; het is op de diensten verleend door de ene dat de effectiviteit van het werk van de andere twee is gebaseerd: (…) Door die toestand konden de wetten zegevieren en kon de wereld van vrede genieten. Vandaag de dag worden de wetten afgebroken, de heerschappij van de vrede is voorbij; (…) Uit: Adalbero Van Laon, Lied voor koning Robert de Vrome, ca. 1027

lijk

ex

Adalbero van Laon (ca. 947-1030/31) is een edelman en bisschop. Hij formuleert zijn visie op de samenleving in een lofdicht voor de Franse koning Robert II (972-1031), wiens vader hij eind 10e eeuw mee op de troon heeft geholpen. Het (lange) gedicht, opgesteld in het Latijn, is ook een aanval op het feit dat ook mensen van eenvoudige komaf tot bisschop kunnen worden gewijd. - Welke taakverdeling ziet Adalbero in de samenleving?

in

• Geestelijken:  • Edelen (adel):  • Onvrijen (de derde stand): 

- Het onderstreepte fragment in de bron toont aan dat de drie standen een onlosmakelijk geheel vormen. Herschrijf de onderstreepte zin zodat de betekenis duidelijk is.  

86

LES C4

De standensamenleving


- Welke twee bedoelingen heeft Adalbero met die tekst?  

De koning handelt tegen de wil van God. De edelen misdragen zich. Mensen van eenvoudige (onvrije) komaf kunnen bisschop worden. OPDRACHT 5

IN

- Adalbero laat zich pessimistisch uit aan het einde van het fragment. Waarom? Kruis aan.

De personages in deze bron symboliseren de drie standen. Hoe kun je elke stand herkennen?

N

Bron Franse miniatuur, eind 13e eeuw

De drie standen, ingewerkt in de letter C

VA

(van ‘Clergie’, clerus) door een anonieme miniaturist, in: Gautier de Metz, L’image du monde, 1265, manuscript op perkament,

©

British Library, Londen

aa r

1  tonsuur (= kaalgeschoren bovenkant van het hoofd) 2 

OPDRACHT 6

em pl



3  

SPEL Standenbord

ex

- Verdeel de klas in groepen van drie of vier leerlingen. - Jullie krijgen een spelbord, spelkaarten en een dobbelsteen.

lijk

- Tijdens het spel kom je heel wat te weten over de standensamenleving.

OPDRACHT 7

in

2

Vul punt 1 van het schema op blz. 92 aan.

Het ontstaan van de standensamenleving Over hoe die standensamenleving juist ontstaan is, bestaat nog heel wat discussie, maar rond het jaar 1000 is het systeem in grote delen van Europa ingeburgerd. Grondbezit (zeer belangrijk in een landbouwsamenleving) heeft zeker een rol gespeeld bij het ontstaan van het systeem. Geleidelijk wordt afkomst steeds belangrijker. Wie je ouders zijn, bepaalt (deels) tot welke groep je behoort.

C

Op stap door verschillende tijden

87


OPDRACHT 8

Lees de lestekst. - Wat heeft zeker een rol gespeeld bij het ontstaan van de standensamenleving?  - Wat wordt geleidelijk steeds meer bepalend voor het behoren bij een groep? 

IN

3

Maatschappelijke veranderingen zetten de standensamenleving onder druk

VA

N

Tot en met de 11e eeuw is de Europese samenleving bijna uitsluitend een agrarische samenleving of landbouwsamenleving (zie les C3). De meeste mensen zijn dus boeren en wonen op het platteland. In de tweede helft van de middeleeuwen herleeft de handel en ontwikkelt zich een agrarisch-stedelijke samenleving (zie les E2). Een deel van de vroegere boeren woont nu in steden en leeft niet meer van landbouw, maar van handel en nijverheid. Een kleine groep burgers verwerft daardoor steeds meer rijkdom en is alsmaar meer geschoold.

Bron

aa r

OPDRACHT 9

©

De oude krijgsadel ziet die burgers als een bedreiging en probeert zijn bevoorrechte positie veilig te stellen door het standenverschil meer te gaan beklemtonen. Adellijke voorrechten worden opgeschreven en uitgebreid. Een hele levensstijl wordt exclusief adellijk. Ook de geestelijke stand, die deels uit de adel komt, veroordeelt geregeld de burgers en hun rijkdom.

em pl

God heeft de geestelijken gemaakt, en de ridders en de boeren, maar het is de duivel die de burgers [rijke stedelingen] en de woekeraars heeft gemaakt. Uit: Engelse preek, (vermoedelijk) 14e eeuw

Een preek is een toespraak van een geestelijke waarin een godsdienstige waarheid wordt verkondigd of toegelicht, vaak tijdens een misviering.

- Waaruit blijkt dat sommige geestelijken het moeilijk hebben met de maatschappelijke veranderingen die zich tijdens de tweede helft van de middeleeuwen voltrekken?

ex



- In welke zin vormt die preek ook een bewijs voor die veranderingen?

in

lijk



88

LES C4

De standensamenleving


OPDRACHT 10

Bron

Uit: Michele Suriano, Commentaren over het koninkrijk Frankrijk, 1561

N

IN

De derde stand omvat de geletterden, die men de ambtsadel noemt, de kooplieden, de ambachtslieden, het volk en de boeren. Zij die tot de ambtsadel behoren [en bepaalde overheidsfuncties vervullen], worden daardoor geadeld, en men behandelt hen als edelen tijdens hun leven. De huidige kooplieden, die de meesters zijn van het zilver, worden in de watten gelegd en vertroeteld; maar ze hebben geen enkele voorrang noch waardigheid, omdat elke vorm van handeldrijven als minderwaardig voor de adel wordt beschouwd. Zodoende worden zij tot de derde stand gerekend; ze betalen belastingen als de niet-edelen en de boeren, de klasse die het slechtst behandeld wordt door zowel de koning als de bevoorrechte groepen. (…) [Omdat alle hoge functies aan] geletterde mensen en de ambtsadel worden gegeven, wil iedereen iemand uit zijn familie laten studeren (…)

aa r

©

VA

Michele Suriano (1519-1574) is ambassadeur van de Venetiaanse Republiek aan het Franse hof. Hij observeert van nabij de toenmalige toestand in Frankrijk. De zogenaamde ambtsadel ontleent zijn naam aan het lange gewaad dat de mannen dragen als teken dat ze gestudeerd hebben. Tegenover die nieuwe ambtsadel staat de oude ‘zwaardadel’ die zijn adeldom ontleent aan de afstamming van de middeleeuwse krijgsstand. Heel wat leden van de ‘zwaardadel’ zijn tegen de vroegmoderne tijd aanzienlijk verarmd. Sommigen trouwen daarom met mensen uit de rijke klassen van de derde stand. Zo kunnen ze toch aan middelen geraken om hun adellijke levensstijl aan te houden en kunnen de rijke burgers opklimmen tot de adelstand.

- Waaruit blijkt dat de derde stand tegen de 16e eeuw veel diverser is dan rond de 11e eeuw?



em pl



- Wat bedoelt de auteur met de kooplieden als ‘meesters van het zilver’, denk je? 

ex

- Betekent dat dat de kooplieden daarmee automatisch aan de top van de samenleving staan? Motiveer je antwoord.  

in

lijk



- Hoe kunnen kooplieden toch opklimmen in de toenmalige samenleving? 

- Wie wordt er bedoeld met de ‘ambtsadel’? 

C

Op stap door verschillende tijden

89


- Wie staat volgens de tekst onderaan het systeem? Markeer in de bron de zin die dat duidelijk verwoordt.  - Denk je dat de tekst je een betrouwbaar beeld van de situatie schetst? Argumenteer.   Beluister het verhaal ‘De lijkenrover’ van Dirck Bracke.

IN

OPDRACHT 11

- Tegen wie vecht de stad Gent?

N

 - Waarvoor wordt er gevochten?

VA

  VERHAAL

- Wie heeft de standensamenleving gewild, volgens de vader van Johan?

4

©



aa r

Het einde van de standensamenleving

Onder invloed van ideeën zoals die van John Locke, en door het toenemende economische belang van de rijke burgerij, neemt in de loop van de 18e eeuw de kritiek op het voortbestaan van de standensamenleving toe.

Bron

ex

OPDRACHT 12

em pl

In 1789 breekt er in Frankrijk een opstand uit die zal leiden tot de afschaffing van de standensamenleving. Over die Franse Revolutie leer je volgend jaar meer.

in

lijk



Van nature zijn alle mensen volkomen vrij en onderling gelijk. Niemand kan uit die toestand van vrijheid, gelijkheid en onafhankelijkheid verwijderd worden zonder dat hij daarmee instemt.

Bewerking van John Locke, Second Essay Concerning Civil Government, 1689

John Locke (1632-1704), arts, politicus en filosoof, heeft met zijn geschriften het Europese vrijheidsdenken enorm beïnvloed.

- Uit welk jaar stamt de tekst? Welk tijdvak is dat?  - Op welke wijze botsen de ideeën van Locke met de standensamenleving?  

90

LES C4

De standensamenleving


Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KUNNEN

IN

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

in

lijk

ex

em pl

aa r

©

8 twee plichten van de derde stand opnoemen 9 uitleggen waarom de standen­ samenleving naar het einde van de middeleeuwen toe onder druk komt te staan 10 twee redenen geven waarom vanaf de 18e eeuw de kritiek op de standensamenleving toeneemt 11 de oorzaak geven van het officiële einde van de standensamenleving

1 een standensamenleving herkennen 2 de standensamenleving in de tijd situeren 3 het heden en het verleden vergelijken 4 de betrouwbaarheid van een bron in functie van een historische vraag beoordelen 5 informatie uit historische bronnen afleiden 6 informatie uit een spel afleiden 7 informatie uit een historisch verhaal afleiden

N

1 de begrippen ‘grondwet’, ‘gelaagde samenleving’, ‘(on)gelijkheid’, ‘nijverheid’, ‘agrarische samenleving’ en ‘stedelijke samenleving’ uitleggen 2 de begrippen ‘standen­ samenleving’, ‘adel’, ‘geestelijken’ en ‘derde stand’ uitleggen 3 de drie standen opnoemen 4 een verschil tussen de standen­ samenleving en de hedendaagse samenleving geven 5 de taak van elke stand geven 6 een recht van de adel opnoemen 7 twee rechten van de geestelijken opnoemen

VA

KENNEN

C

Op stap door verschillende tijden

91


LES C4 SCHEMA

De standensamenleving

IN

1 De standen hebben eigen rechten en plichten ADEL

DERDE STAND

Plichten:

Plichten:

Plichten:

- 

- 

N

GEESTELIJKHEID

-  - 

- 

- 

Rechten:

- 

- 

- 



aa r

©

Rechten:

- 

VA

- 

2 Het ontstaan van de standensamenleving Grondbezit heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. Later is vooral de afkomst bepalend.

em pl

3 Maatschappelijke veranderingen zetten de standensamenleving onder druk De steden worden rijk en machtig.

ex

De stedelingen krijgen rechten:

• zelfbestuur • eigen rechtspraak

lijk

in

92

LES C4

De adel en de geestelijken verliezen vanaf de 15e-16e eeuw aan macht en aanzien.

4 Het einde van de standensamenleving

In de 18e eeuw vindt men meer en meer dat alle mensen van nature gelijk zijn.

Eind 18e eeuw komt er een einde aan de standensamenleving.

De standensamenleving


IN

Onderzoek: jong zijn in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd

aa r

©

VA

N

Als je nog geen 18 jaar bent, ben je in België volgens de wet minderjarig. Enerzijds wil dat zeggen dat je bepaalde rechten zoals stemrecht niet hebt, anderzijds dat volwassenen (ouders, voogden ...) bepaalde verplichtingen tegenover jou hebben zoals voedsel, kleding, onderdak of studies bekostigen. Bovendien zijn er speciale wetten die minderjarigen extra beschermen. Die huidige situatie verschilt sterk van de levensomstandigheden van leeftijdsgenoten in vroegere tijden. Je weet al dat voor de meeste mensen, en zeker voor die mensen die tot het gewone volk behoren, het leven in die tijd niet gemakkelijk is, en dat geldt in het bijzonder voor kinderen.

±

VROEGMODERNE TIJD

MODERNE TIJD

in

DOE DE TEST!

5 4 19 ±

17

5

5

0

0

Score:

14

ex ±

Nr.:

lijk

MIDDELEEUWEN

Klas:

±

0

Naam:

50

Kaartnr(s). 

em pl

Worden kinderen als een aparte groep beschouwd? Is er een evolutie in die houding? Welke verschillen bestaan er met de huidige leefomstandigheden van kinderen?

HEDENDAAGSE TIJD

Zijn de uitspraken juist of fout? Kruis aan. Juist

Fout

a In de 17e eeuw wordt de bekende Vlaamse beeldhouwer Hieronymus Duquesnoy de Jonge (1602-1654) betrapt op de aanranding van twee jonge knaapjes (8 en 11 jaar oud). Hij wordt voor die misdaad terechtgesteld en de jongetjes worden … verbannen. b Zelfs nog in het begin van de 19e eeuw heeft een vader het recht om zijn kind te laten opsluiten als het zich tegen zijn vaders wil verzet.

C

Op stap door verschillende tijden

93


GROEPSWERK

In deze les vind je een reeks bronnen waarin je antwoorden kunt vinden op de vragen uit de inleiding. Weet wel dat het onmogelijk is om een volledig beeld te geven van de situatie. Tenslotte gaat het over een periode van meer dan 1 000 jaar, over verschillende standen, groepen en landen.

IN

1 Ga samenzitten in groepen van twee of drie leerlingen en voer de opdrachten uit. 2 Voor enkele opdrachten moet je opzoekwerk doen op het internet. 3 Schrijf een korte tekst met daarin minstens drie belangrijke verschillen in de leefsituatie van kinderen tussen de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd enerzijds en de hedendaagse tijd anderzijds.

Mensen hebben tegenwoordig een hele reeks van wettelijke rechten. Kinderen hebben niet alleen die rechten, maar ook nog een aantal specifieke kinderrechten. Die zijn opgenomen in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).

VA

OPDRACHT 1

N

Veel succes!

©

aa r

HET VERDRAG

Ruwweg kan men die rechten onderverdelen in drie groepen: • rechten die kinderen beschermen; • rechten die kinderen voorzieningen geven; • rechten die kinderen inspraak geven. - Zoek op in welk jaar het IVRK is aanvaard. 

- Geef van elke groep van rechten één concreet voorbeeld.

em pl

• Rechten die kinderen beschermen:   

• Rechten die het kind voorzieningen geven:   

ex

• Rechten die kinderen inspraak geven:  

lijk



in

OPDRACHT 2

Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind geldt in theorie voor alle kinderen in de wereld, maar in de praktijk is dat niet altijd het geval. Volgens een recent rapport van de Internationale Arbeidsorganisatie (2017) bijvoorbeeld waren er in 2016 wereldwijd zo’n 152 miljoen kinderen die arbeidsprestaties moesten leveren.

- Zoek zelf in de media een actueel voorbeeld van een schending van kinderrechten. Een schending betekent dat de rechten van het kind niet gerespecteerd worden. - Voeg het artikel bij je leerwerkboek. Vermeld de bron van je artikel en maak een korte samenvatting.

94

ONDERZOEK

jong zijn in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd


Bron 1 955

Octavianus van Spoleto (938-964) bestijgt als Johannes XII de pauselijke troon.

1239

Thomas van Aquino (ca. 1224-1274) begint zijn opleiding aan de universiteit van Napels.

1356

Filips de Stoute (1342-1404) staat zijn vader, de Franse koning, heldhaftig ter zijde in de slag bij Poitiers.

1515

Karel V (1500 -1558) neemt het bestuur van de Nederlanden in handen.

IN

OPDRACHT 3

Bron 2 Terechtstelling van Lady Jane Grey

Paul Delaroche,

Terechtstelling van Lady Jane

N

Grey, 1833, olie op canvas, 246 x 297 cm, National Gallery, Londen

em pl

aa r

©

VA

Na de dood van de 15-jarige Engelse koning Edward VI (6 juli 1553) schuiven enkele edellieden Lady Jane Grey (geboren in 1537) naar voren als nieuwe koningin. Na negen dagen moet ze plaatsmaken voor de halfzus van de overleden koning. Lady Jane belandt op het schavot (februari 1554).

Bron 3 Willem II van Oranje en zijn bruid Maria Stuart Antoon van Dijck, Willem II van Oranje en zijn bruid Maria Stuart, 1641, olie op canvas,

182,5 x 142 cm, Rijksmuseum, Amsterdam

in

lijk

ex

Willem II (1626-1650) is van 1647 tot zijn dood heerser over een deel van wat nu Nederland is. In 1641 trouwt hij met Maria Stuart (16311661), een dochter van de Engelse koning. Zoals zoveel huwelijken in die kringen zijn politieke motieven doorslaggevend. Dat wil dus zeggen dat de adel in die tijd vaak niet uit liefde trouwt, maar om politieke redenen: bijvoorbeeld om zijn grondgebied of macht uit te breiden. Beide partijen hopen dus voordeel te halen uit dat huwelijk. In 1647 heeft Maria een miskraam en in 1650, enkele dagen na de dood van Willem, wordt hun enige kind geboren.

C

Op stap door verschillende tijden

95


- In welk tijdvak situeer je bron 2 en bron 3?  - Welk schilderij is een primaire bron? 

IN

- Hoe oud zijn de volgende figuren op het moment van de beschreven of afgebeelde gebeurtenissen? • Octavianus van Spoleto die de pauselijke troon bestijgt:  • Lady Jane Grey die wordt terechtgesteld: 

N

• Maria Stuart die met Willem II van Oranje huwt: 

 

©

- Hoe oud zijn de volgende personen geworden?

• Willem II van Oranje: 

• Maria Stuart: 

aa r

• Thomas van Aquino: • Karel V:

VA

- Geef twee zaken die tegenwoordig in België echt niet meer kunnen (verboden door de wet), die in de bronnen wel nog vermeld worden.

- Wat kun je op basis van de (beperkte!) gegevens leren over de gemiddelde levensverwachting in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd? Onderstreep het juiste antwoord.

em pl

eerder laag – eerder hoog

- Zoek op het internet op wat vandaag de gemiddelde levensverwachting ongeveer is in België. Onderstreep het juiste antwoord. 75 jaar – 80 jaar – 85 jaar

Lees de bron en vul de tekst op de volgende bladzijde aan.

ex

OPDRACHT 4

Bron

in

lijk

Nog in de 17e eeuw sterven er in West-Europa van elke duizend levend geboren kinderen 150 tot 350 vóór hun eerste verjaardag. Van die kinderen die hun eerste jaar hebben overleefd, sterven nog eens gemiddeld 100 kinderen voor hun tiende jaar. Dat wil zeggen dat een vierde tot bijna de helft van alle levend geboren kinderen nooit de volwassen leeftijd bereikt! Dat lot treft niet alleen gezinnen uit de arme milieus, maar ook uit de hoogste standen. De Engelse koningin Anne (1665-1714) bijvoorbeeld is zeker 17 keer zwanger geweest. Ze heeft zeven miskramen, vijf kinderen worden dood geboren en haar vijf levend geboren kinderen sterven allemaal vrij jong. De oudste is 11 jaar geworden.

Naar: Herman Beliën e.a., Een geschiedenis van Europa 1500-1815, 1983

96

ONDERZOEK

jong zijn in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd


Zoals je hebt achterhaald, ligt de gemiddelde levensverwachting in Europa voor de 19e eeuw                . Dat cijfer is vooral het gevolg van de  kindersterfte. De groepen die met kindersterfte te maken krijgen zijn   OPDRACHT 5

- Zoek op het internet informatie over de zuigelingensterfte in het huidige België. Hoeveel kinderen per 1 000 geboorten sterven er (gemiddeld) in hun eerste levensjaar?

- In welk land is de zuigelingensterfte vandaag het hoogst? Hoeveel kinderen per 1 000 sterven er? 

VA

- In welk werelddeel is de zuigelingensterfte het hoogst? 

In de vroegmoderne tijd nemen mensen geleidelijk een andere houding aan tegenover kinderen. Ze worden steeds meer als een afzonderlijke categorie beschouwd en men begint ook meer aandacht te besteden aan de opvoeding.

in

lijk

ex

em pl

Bron De dorpsschool

aa r

©

OPDRACHT 6

N

WEBSITE

IN



Jan Steen, De dorpsschool, ca. 1668-1672, olie op canvas, 110 x 80 cm, Scottish National Gallery, Edinburgh

Van leerplichtonderwijs zoals wij dat nu kennen, is er voor de 19e eeuw geen sprake. De meeste kinderen hebben geen tijd om geregeld naar school te gaan. Ze moeten hun ouders helpen bij het werk. Enkel de rijken en hooggeplaatsten kunnen hun kinderen een deftige intellectuele vorming aanbieden. Op het platteland zijn er wel dorpsscholen waar een aantal basisvaardigheden worden aangeleerd, maar waar vooral toch kennis van de godsdienst centraal staat. Zeker in de katholieke landen staat het onderwijs volledig onder controle van de Kerk.

C

Op stap door verschillende tijden

97


- Geef een verschil tussen de situatie die je ziet op het schilderij en de eigen klassituatie wat betreft: • de inrichting van het lokaal:   • de plaats en activiteiten van de leerlingen:  

IN

- Onderstreep het juiste antwoord. Wat is het belangrijkste doel van het onderwijs in vroegere tijden. algemene vorming – goede gelovigen vormen – opleiden tot kritische burgers

N

Bron Kinderspelen

VA

OPDRACHT 7

5

em pl

aa r

3

©

1

7 6

4

8

ex

2

Pieter Bruegel de Oude, Kinderspelen, 1560, olieverf op paneel, 118 x 161 cm, Kunsthistorisches Museum, Wenen

lijk

- Zoek de volgende kinderspelen op het schilderij. Schrijf het juiste nummer erbij.    Haasje-over

in

   Hoepelen

   P  aardrijden op een houten hek

ONDERZOEK

   Tonrijden

   Zwemmen

    Spelen met een tol

   Steltlopen

- Welke van die spelletjes heb je zelf nog gespeeld? 

98

   Maskerspel

jong zijn in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd


OPDRACHT 8

Een goede opvoeding maakt goede volwassenen, gelooft men. Alleen is men het er niet altijd over eens wat nu juist een ‘goede opvoeding’ is. - Vergelijk de bronnen. Bron 1 voort ging Jantje naar zijn vader die hem stil beluisterd had kwam hem in ‘t loopen tegen vooraan op het middenpad kom mijn Jantje, zei de vader kom mijn kleine hartendief nu zal ik pruimen plukken nu heeft vader Jantje lief daarop ging vader aan het schudden Jantje raapte schielijks op Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen en liep heen op een galop

©

VA

N

IN

Jantje zag eens pruimen hangen o, als eieren zoo groot ‘t scheen dat Jantje wou gaan plukken schoon zijn vader ‘t hem verbood hier is, zei hij, noch mijn vader noch de tuinman die het ziet aan een boom, zoo vol geladen mist men vijf, zes pruimen niet maar ik wil gehoorzaam wezen en niet plukken, ik loop heen zou ik om een handvol pruimen ongehoorzaam wezen? Neen! Uit: Hieronymus Van Alphen, De pruimeboom, 1779

em pl

Bron 2

aa r

Hieronymus van Alphen (1746-1803) is een Nederlandse dichter, vooral bekend om zijn gedichten voor kinderen. Hij gelooft dat kinderen een onbeschreven blad zijn aan wie alles moet worden aangeleerd door de ‘wijze’ volwassenen.

ex

Een kind mag niets doen, louter uit gehoorzaamheid, maar alleen als het de noodzaak ervan inziet. Dat leert hem de natuur. Hoe vaker het valt, hoe beter. Er is geen beter leerboek dan de wereld, geen beter onderwijs dan dat wat door feiten zelf wordt gegeven. Als een kind geleerd wordt inzichten aan te nemen op gezag, zal het zijn rede [verstand] niet meer gebruiken, maar de speelbal worden van de meningen van anderen. (…) Het doel is niet het kind kennis bij te brengen, maar hem te leren hoe hij die zelf moet verwerven en te leren vragen naar het waarom.

Uit: Jean-Jacques Rousseau, Emile, of de opvoeding, 1762

in

lijk

Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) is een belangrijke Franse filosoof. Hij hecht veel belang aan een goede opvoeding. Hij maakt wel een onderscheid tussen jongens en meisjes. Meisjes mogen wel gestraft worden en moeten leren gehoorzamen aan de man.

- Werk samen met je buur. Probeer beide bronnen kort in jullie eigen woorden samen te vatten. - Lees bron 1. Waarom laat Jantje de pruimen uiteindelijk hangen?  - Hoe reageert zijn vader?  C

Op stap door verschillende tijden

99


- Wat is de moraal van het verhaal?  - Zou Jean-Jacques Rousseau (bron 2) akkoord zijn gegaan met de boodschap van het gedicht? Geef één argument of bewijs voor je antwoord. 

IN

 - Is Rousseau naar onze normen een modern denker? Motiveer je antwoord. 

N

- Omcirkel de onderwijsstijl die jij verkiest. Geef daarvoor één argument. Hieronymus van Alphen – Rousseau

VA



- Voeg de historische redeneerwijze ‘argument of bewijs’ toe aan het schema van historisch denken op de uitvouwbare tijdlijn.

BESLUIT

aa r

©

- Omcirkel de opvoedingsstijl die volgens jou vandaag op jouw school het meest wordt gebruikt. Hieronymus van Alphen – Rousseau Zijn de volgende stellingen juist of fout?

Juist

Fout

a Een echte kindertijd is er in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd niet.

em pl

b In de vroegmoderne tijd begint men geleidelijk aan kinderen steeds meer als kinderen te beschouwen. c De huidige kinderrechten gelden ook in vroegere tijden.

ONWAARSCHIJNLIJK!

lijk

ex

Sinds de 16e eeuw doet er een verhaal over Caterina Sforza (1463-1509) de ronde. Zij is een Italiaanse edelvrouw en onder andere gravin van Forlì, een stadje in Italië. Wanneer de stad belegerd wordt, dreigen haar vijanden haar gevangen kinderen te doden. Caterina zou daarop hebben gereageerd door op de stadswallen te gaan staan en haar vijanden haar geslachtsdelen te tonen met de boodschap dat ze alles had om nieuwe kinderen te maken.

in

Wat je na dit onderzoek moet kunnen:

100

ONDERZOEK

KUNNEN 1 informatie uit bronnen halen 2 zelf informatie (onder andere met betrekking tot mensenrechten) opzoeken 3 historische beeldvorming aanvullen na kritische analyse van bronnen

jong zijn in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd

4 aan de hand van opdrachten de hedendaagse tijd met de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd vergelijken 5 bronnen met elkaar vergelijken Een aantal onderdeeltjes van ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kunt, zet je daar een kruisje voor.


IN

Onderzoek: de vrouw in de klassieke oudheid en in de middeleeuwen

VA

N

Rond 1900 komt er in het westen aandacht voor de emancipatie van vrouwen, in de eerste plaats door de vraag om stemrecht. In de jaren 60 van de 20e eeuw eisen vrouwenbewegingen volledige gelijke behandeling op juridisch en financieel vlak. Sindsdien hebben historici ook aandacht voor de positie van de vrouw in het verleden. In dit onderzoek analyseer je verschillende bronnen.

aa r

©

Wat leren de bronnen over vrouwen in een bepaalde historische context? Welke moeilijkheden en mogelijke valkuilen ontmoeten historici bij hun onderzoek?

Kaartnr(s). 

Score:

0 5 14

50

±

±

MIDDELEEUWEN

ex

KLASSIEKE OUDHEID

Nr.:

0

Klas:

em pl

±

8

0

0

v.

C

.

Naam:

GROEPSWERK – RONDE 1

lijk

1 Ga samenzitten in groepen van vier of vijf leerlingen en voer de opdrachten uit. 2 Jullie onderzoeken samen één fiche met bronnen. Lees de bronnen en de contextinformatie. 3 De bronnen geven informatie over vier onderwerpen: huwen, rechtspositie, bewegingsvrijheid en levensverwachting van de vrouw. Elk groepslid is verantwoordelijk voor één onderwerp. Voor welk onderwerp ben jij verantwoordelijk? Overleg met je groep en omcirkel. huwen – rechtspositie – bewegingsvrijheid – levensverwachting

OPDRACHT 2

Over welke periode gaat jullie fiche? Omcirkel. het Oude Griekenland – het Romeinse Rijk – de vroege middeleeuwen – de late middeleeuwen

OPDRACHT 3

Welke soort bronnen bevat je fiche? Omcirkel. historische bronnen – historische werken

in

OPDRACHT 1

C

Op stap door verschillende tijden

101


OPDRACHT 4

Zoek en markeer de volgende zaken in jouw fiche. - Onderstreep in de bron en de contextinformatie aanduidingen over het gebruikte bronnenmateriaal en de moeilijkheden die historici daarbij ondervinden. - Markeer in de bron en de contextinformatie aanduidingen over de historische context geel. • tijd en ruimte (waar / rurale of stedelijke ruimte) • typische kenmerken van de toenmalige samenleving TIP Denk daarbij ook aan sociale groepen (arm / rijk / afkomst / standen / klassen …).

VA

N

IN

- Markeer in de bron en de contextinformatie aanduidingen over de historische redeneerwijzen en samenhang: • In het groen de woorden die verwijzen naar oorzaak / aanleiding / gevolg. TIP Let ook op woorden als: zodat, omdat, daarom, daardoor, leidt tot … • In het rood de woorden die verwijzen naar continuïteit / verandering / revolutie / evolutie. TIP Let ook op woorden als: blijft / niet (gelijk, hetzelfde, bestaan), geen / weinig / wel verandering, ontwikkeling, traditie, wijzigt (niet) … - Markeer de informatie die je over jouw onderwerp (zie opdracht 1) vindt.

©

GROEPSWERK – RONDE 2

OPDRACHT 5

aa r

1 Ga nu samenzitten met je klasgenoten die hetzelfde onderwerp hebben onderzocht als jij. 2 Je zult merken dat jullie elk een andere periode hebben bestudeerd. 3 Je krijgt van je leraar puzzelstukjes met gegevens. - Leg jullie puzzelstukjes in chronologische volgorde.

em pl

- Stel samen jullie onderwerp voor aan de klas.

- Formuleer klassikaal het besluit van dat onderzoek met behulp van het schrijfkader op de volgende bladzijde. - Wat zou je zelf nog willen weten over vrouwen in de klassieke oudheid en in de middeleeuwen? Stel twee historische vragen. 

ex



Onderstreep wat past en vul aan.

in

lijk

BESLUIT

Historisch onderzoek naar vrouwen in de klassieke oudheid en in de middeleeuwen is eenvoudig / moeilijk. Dat komt vooral door een gebrek aan  Wel staat vast dat wettelijk gezien de samenleving in beide periodes patriarchaal is, dat wil zeggen:   (= continuïteit). Vrouwen worden dus gediscrimineerd. Ze zijn wel / niet vrij en hebben wel / niet dezelfde rechten als mannen.

102

ONDERZOEK

de vrouw in de klassieke oudheid en in de middeleeuwen

.


Onderstreep wat past en geef een positief aspect, een voordeel.

De oorzaak ligt in de economische structuur van de samenleving. Beide periodes zijn ruraal / stedelijk (= continuïteit). De vrouw wordt gecontroleerd, maar ook 

In de klassieke oudheid uit zich die afhankelijke positie in het feit dat vrouwen: 1  2  en dat in het bijzonder bij de rijken / armen.

IN

Onderstreep wat past en vul aan met informatie over: 1 de rechtspositie 2 de keuzemogelijkheden bij een huwelijk

tegen armoede.

De lage / hoge huwelijksleeftijd versterkt de afhankelijkheid.

N

In de middeleeuwen staat de vrouw wettelijk nog altijd onder de voogdij van haar man. Historici zien een evolutie naar minder afhankelijkheid. Oorzaken zijn:

VA

Onderstreep wat past, vul aan met informatie en situeer in tijd.





©

1 Godsdienstig: 





Historici moeten opletten voor valkuilen: Mannen zullen altijd de baas zijn. Vaak zijn vrouwen in de praktijk zelfstandiger dan in de wet voorzien. Veralgemeningen: er zijn veel verschillen van plaats tot plaats en van persoon tot persoon. Vrouwen zijn veel slimmer dan mannen.

em pl

Kruis de juiste mogelijkheden aan.

aa r

2 Economisch: 

in

lijk

ex

Vul het juiste begrip in en kruis de juiste mogelijkheden aan.

Dat historici onderzoek doen naar vrouwen in het verleden is ook belangrijk voor vandaag. Enerzijds leeft hardnekkig het beeld dat in het verleden alle vrouwen totaal onmondig en onafhankelijk zijn.

Anderzijds mogen we niet met onze eigentijdse bril kijken naar het verleden. We hebben ons eigen oordeel over de positie van de vrouw en dat oordeel is standplaats­ gebonden. De positie van de vrouw hangt samen met de historische context. Elementen die een rol spelen zijn: arm of rijk biologische verschillen demografisch: de levensverwachting van mannen en vrouwen, van welke groep is er een overschot? gezond verstand religie ruraal of stedelijk wetenschappelijke kennis C

Op stap door verschillende tijden

103


Wat je na dit onderzoek moet kunnen:

IN

Een aantal onderdeeltjes van ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kunt, zet je daar een kruisje voor.

in

lijk

ex

em pl

aa r

©

VA

1 bronnen situeren in tijd en ruimte 2 uit bronnen de historische context afleiden 3 in bronnen oorzaak en gevolg aanduiden 4 in bronnen continuïteit, verandering en evolutie aanduiden 5 moeilijkheden en valkuilen bij de historische beeldvorming herkennen

6 met voorbeelden aantonen dat vrouwen in de klassieke oudheid en in de middeleeuwen gediscrimineerd worden 7 historische beeldvorming aanvullen na kritische analyse van bronnen 8 historische vragen stellen

N

KUNNEN

104

ONDERZOEK

de vrouw in de klassieke oudheid en in de middeleeuwen


VERLEDEN

OVERZICHT C

Vroege middeleeuwen (500-900) bevolkingsafname tot het jaar 700

Landbouw: primitieve handwerktuigen + laag rendement

VA

Late middeleeuwen en vroegmoderne tijd

N

Invallen + epidemieën

IN

Op stap door verschillende tijden

Standensamenleving = bevolkingsgroepen met verschillende rechten en plichten

©

3 STANDEN

ADEL

DERDE STAND

em pl

aa r

GEESTELIJKEN

voorrechten

plichten

Langzame bevolkingsgroei vanaf het jaar 700

ex

Pestepidemie (14e eeuw)

Nieuwe landbouwmethoden

1/3 Europese bevolking sterft. stijging rendement vanaf de 15e eeuw

in

lijk

Bevolkingsgroei na 1450

Einde van de vroegmoderne tijd

Grote toename van de bevolking (bevolkingsexplosie) Technische vernieuwingen (zie volgend jaar) Afschaffing van de standensamenleving

C

Op stap DOOr vErscHILLENDE tIjDEN

105


HEDEN

OVERZICHT C

Safety first voor iedereen!

IN

België is een welvaartstaat. = sociale zekerheid = aandacht voor welvaart én welzijn

N

In België is iedereen ‘gelijk voor de wet’ = iedereen heeft dezelfde rechten en plichten. Kinderrechten worden beschermd door het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.

VA

De Belgische staat kan in uitzonderlijke omstandigheden (bv. pandemie) de vrijheid van mensen beperken.

aa r

©

Duurzame ontwikkeling beschermt het leefmilieu beschermt de toekomstige generaties op wereldschaal evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen NOORD

GO VE R

CE AN N

em pl

RECHTVAARDIG SOCIAAL

VANDAAG

ECONOMISCH

DUURZAAM

LEEFBAAR

TOEKOMSTIGE GENERATIES

HOUDBAAR

ex

MILIEU

ZUID

in

lijk

KENNEN

1 de begrippen ‘welvaart’, ‘welzijn’, ‘sociale zekerheid’, ‘leefmilieu’ en ‘quarantaine’ uitleggen 2 gelijkheid voor de wet uitleggen 3 de betekenis en het belang van ‘duurzame ontwikkeling’ uitleggen

KUNNEN 1 uitleggen waarom instellingen en overheden cijfers bijhouden over ziekten en sterften

106

C

safEtY fIrst vOOr IEDErEEN!

GA ZELF AAN DE SLAG!

2 maatschappelijke uitdagingen klassikaal bespreken met respect voor elkaar 3 informatie opzoeken over concrete situaties met betrekking tot de mensenrechten 4 opkomen voor de rechten van de mens en het kind (attitude) 5 voorbeelden geven van sociale rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid


Blik op de buitenwereld De islam is een van de vijf wereldgodsdiensten. Het is een monotheïstische godsdienst. Dat wil zeggen dat moslims in één god geloven. De islam is ontstaan in Mekka (op het huidige schiereiland Saoedi­Arabië). Al vroeg in de middeleeuwen komen moslims en christenen met elkaar in contact. Die contacten hebben soms tot militaire conflicten geleid, maar meestal leven moslims en christenen in vrede samen. Na de Tweede Wereldoorlog zijn er op vraag van de Belgische overheid gastarbeiders uit Marokko en Turkije naar België gekomen. Om te tonen dat de religie van de gastarbeiders een plaats heeft in de samenleving, heeft België in 1974 de islam officieel erkend als godsdienst.

VA

N

IN

D

HEDEN

- In totaal zijn er vijf wereldgodsdiensten. Weet je welke?

aa r

OPDRACHT 1

©

Op diddit vind je extra opdrachten bij deze les.

OPDRACHT 2

em pl

- Is de ontmoeting met mensen met een andere achtergrond een verrijking volgens jou? Leg kort uit.

Test je kennis over de islam. Noteer het juiste begrip bij de omschrijving. a b

Een volgeling van de islam:

De jaarlijkse vastenperiode:

ex

c

Het heilige boek van de islam:

De stichter van de islam:

e

De belangrijkste steden voor de islam:

lijk

d

in

OPDRACHT 3

- In België wonen en leven moslims. Weet je hoeveel procent van de bevolking moslim is? Probeer eerst een schatting te maken. Zoek daarna het juiste antwoord op. • Schatting: • Correct antwoord:

- Iedereen is vrij om zijn eigen levensbeschouwing of godsdienst te kiezen. De godsdienstvrijheid is beschermd door de Belgische grondwet, het mensenrechten- en het kinderrechtenverdrag. Wat vind je zelf van de godsdienstvrijheid? Bespreek in groep. De islam is ontstaan in het begin van de 7e eeuw op het Arabische schiereiland. Daarover leer je meer in de volgende lessen. D

Blik op De BuiteNwerelD

107


VERLEDEN

Niet-westerse samenlevingen

VA

N

IN

De westerse samenleving situeert men in (West­)Europa. Na de Europese kolonisaties in de vroegmoderne en moderne tijd horen ook Noord­Amerika en Australië bij de westerse wereld. De meeste lessen gaan over de geschiedenis van de westerse wereld. Maar in dit onderdeel dompelen we jullie onder in de wereld van de islam.

ex

em pl

aa r

©

Bron

lijk

Fresco: drie heersers van de dynastie van de Nasriden in de Koningszaal in Alhambra (Granada)

in

De Nasriden regeerden van 1237 tot 1492 over het koninkrijk Granada, ook wel het emiraat Granada genoemd.

OPDRACHT

Raadpleeg het internet en omcirkel de juiste antwoorden. • Het koninkrijk Granada is gelegen in het hedendaagse Turkije / Marokko / Algerije / Spanje. • De voertaal is er Turks / Arabisch / Spaans. • De heersers en bijna de helft van de inwoners zijn moslim / jood / christen. • De heersers worden koningen / sultans / emirs genoemd.

108

D

Niet-westerse sameNleviNgeN


De islam is vandaag een van de drie grote monotheïstische wereld­ godsdiensten. Ook in Europa leven heel wat aanhangers van die godsdienst.

IN

D1

De islam

VA

N

Wat is kenmerkend voor de islam? Hoe heeft de islam zich over de wereld verspreid? Welke cultuur heeft de islam voortgebracht?

©

6

22

=

1

1

Kaartnr(s). 

1

De islam

aa r

ISLAMITISCHE TIJDREKENING

ex

em pl

De islam ontstaat in het begin van de 7e eeuw op het Arabische schiereiland. Alles begint bij de Arabier Mohammed (ca. 570-632): in Mekka verkondigt hij het geloof in één God (Allah) en wat de mensen moeten doen om als een goed mens te leven. Bij zijn prediking neemt hij elementen over van het jodendom, het christendom en het meergodendom van de Arabieren. Dat verloopt niet zonder problemen: hij moet in 622 zelfs vluchten van Mekka naar Medina. Die gebeurtenis wordt later het beginpunt van de islamitische tijdrekening. Mohammed krijgt in Medina meer en meer aanhangers. In 630 verslaat hij zijn tegenstanders en maakt hij Mekka tot het godsdienstige centrum van de islam. Na de dood van Mohammed in 632 begint een strijd over zijn opvolging. Er ontstaan binnen de islam twee stromingen met elk hun eigen tradities: de soennieten (de meerderheid) en de sjiieten (de minderheid). De soennitische opvolger van Mohammed wordt de godsdienstige en politieke leider van de islam.

in

lijk

De Koran is het heilige boek van de moslims. Daarin staat dat Mohammed de tekst krijgt ingegeven door de engel Gabriël. Na de dood van de profeet wordt de tekst van de Koran opgeschreven. Daarnaast is er ook een grote verzameling uitspraken en overleveringen die aan Mohammed en zijn volgelingen worden toegeschreven. Die verzameling staat bekend als ‘de overlevering’ (Hadith). Centraal in de islam staat het kennen van God en de totale overgave aan God. Het Arabische woord ‘islam’ betekent ‘overgave’ aan God. De volgelingen van de islam worden moslims genoemd. Het woord moslim betekent ‘iemand die zich overgeeft’ aan God. Mohammed legt vijf verplichtingen op aan zijn volgelingen. Het zijn de zogenaamde vijf pijlers of zuilen van de islam: de geloofsbelijdenis (sjahada), het dagelijkse rituele gebed (salaat), geven aan de armen (zakaat), vasten tijdens de maand ramadan (saum) en de bedevaart naar Mekka (hadj). Moslims houden hun erediensten in de moskee. De imam is de voorganger in het gebed. D

Niet-westerse samenlevingen

109


OPDRACHT 1

- Lees de lestekst en onderstreep de kernwoorden. - Vul punt 1 van het schema op blz. 117 aan.

OPDRACHT 2

Bron 1

N

IN

Soera 2: 183, 185 183 U die gelooft, u is voorgeschreven te vasten, zoals is voorgeschreven aan degenen die er voor u waren, opdat u godvrezend zult zijn. 185 De maand Ramadan is het, waarin de Koran is geopenbaard als leidraad voor de mensen en waarin duidelijke blijken van de leidraad en van de gave des onderscheids zijn. Wie van u die maand aanwezig is, moet dan vasten. Maar als iemand ziek is of op reis, dan geldt een aantal andere dagen. God wil het u gemakkelijk maken. Hij wil het u niet moeilijk maken. Hij wil dat u het aantal vol maakt en dat u God verheerlijkt omdat Hij u op de goede weg heeft geleid. Misschien zult u daarvoor dankbaar zijn.

VA

Soera 22: 27, 29 27 En roep de mensen op tot de bedevaart. Zij zullen te voet bij u komen of op allerlei scharminkels [magere dieren] van alle bergpassen vandaan. 29 Laat hen dan hun rituelen volbrengen, hun geloften inlossen en een rondgang maken om het aloude huis. Uit: De Koran, Heilig boek van de islam, vertaald door Eduard Verhoef, Vucht, 3e uitgave, 2019

aa r

©

De Koran bevat 114 soera’s (hoofdstukken) en is oorspronkelijk als voordrachttekst bedoeld. Daarom is hij zo moeilijk uit het Arabisch te vertalen. Een woord kan verschillende betekenissen hebben naargelang van de klemtonen op de letters en de klinkers die aan het stamletterwoord worden toegevoegd.

- Welke drie pijlers van de islam ontbreken hier? Raadpleeg de lestekst en omcirkel.

em pl

ramadan – bedevaart – rituele gebed – aalmoezen geven – geloofsbelijdenis Bron 2 De geloofsbelijdenis in het Arabisch

ex

‘Ik getuig dat [er] geen godheid is [dan] alleen God en ik getuig dat Mohammed de gezant is van God.’

lijk

- In tegenstelling tot het Nederlands wordt het Arabisch van rechts naar links gelezen. Het Arabische woord voor God is ‘Allah’. Dat woord komt twee keer in de tekst voor. Omcirkel.

OPDRACHT 3

Bekijk de bron op de volgende bladzijde.

in

- Wat is kenmerkend aan de kleding van de gelovigen?

- Zoek op waarom dat zo is.

- Wat doen zij?

110

LES D1

De islam


Bron De Kaäba in Mekka tijdens het hoogtepunt van de bedevaart

2

IN

De Kaäba is een klein gebouw van ca. 12 x 10 x 15 m in de grote moskee in Mekka. Het is het centrale heiligdom van de islam en staat bekend als ‘Huis van Allah’. Als onderdeel van de bedevaart naar Mekka lopen de pelgrims zeven keer rond het gebouw. Dat gebeurt tegen de klok in, zodat het hart het dichtst bij het gebouw is. Moslims bidden ook altijd in de richting van de Kaäba, dus in de richting van Mekka.

N

De Arabieren stichten een groot wereldrijk

aa r

De evolutie van het Arabische Rijk

in

lijk

ex

em pl

OPDRACHT 4

©

VA

Heel snel bouwen de Arabieren een groot rijk uit. Op het Arabische schiereiland is in theorie alleen de islam nog toegestaan. De discriminatie van mensen met een ander geloof is beperkter in de andere veroverde gebieden. Daar kunnen sommige groepen zoals christenen en joden redelijk vrij hun geloof beleven, weliswaar als tweederangspersonen met minder rechten dan moslims en na het betalen van een speciale belasting. Aanhangers van andere godsdiensten hebben de keuze: zich bekeren of omgebracht worden. Toch krijgen die aanhangers vaak dezelfde rechten als christenen en joden.

Bestudeer aandachtig de kaart en noteer welke gebieden islamitisch geworden zijn. • bij de dood van Mohammed: 



• tussen 632 en 661:





• tussen 661 en 750:



 D

Niet-westerse samenlevingen

111


De islamwereld vandaag

1000 km

VA

0

N

IN

OPDRACHT 5

Geef vier Afrikaanse en vier Aziatische landen waar de islam de belangrijkste godsdienst is. TIP Raadpleeg de wereldkaart op de uitvouwbare tijdlijn.

 • Aziatische landen: 

OPDRACHT 6

em pl



aa r



©

• Afrikaanse landen:

Welke van deze hedendaagse moslimlanden zijn (grotendeels) niet-Arabisch? Omcirkel. TIP Raadpleeg het internet. Indonesië – Marokko – Tunesië – Turkije – Iran

3

De moslimcultuur beïnvloedt heel sterk het westen

in

lijk

ex

Dankzij hun handelsactiviteiten komen de moslims in contact met andere culturen. Zij nemen kennis uit de toenmalige Griekse, Perzische en Indische wereld over en bouwen erop verder. Bij de overname van de kennis van de Griekse wereld speelt het Syrische christendom een belangrijke rol. Die wetenschappelijke kennis wordt in het Arabisch vertaald en opgeslagen in talrijke bibliotheken met duizenden handschriften. Veel van die kennis wordt ook in de praktijk toegepast. Op het vlak van de wiskunde nemen zij het Indische getallensysteem over. Het teken ‘nul’ noemen de Arabieren ‘al-sifr’. In het Italiaans wordt dat vervormd tot ‘zefero’ en daarvan zijn onze woorden ‘cijfer’ en ‘zero’ afkomstig. De moslims zijn ook op andere terreinen van de wetenschap actief zoals: Griekse filosofie, aardrijkskunde, sterrenkunde, natuurkunde en geneeskunde.

112

LES D1

De islam

In de 11e-13e eeuw worden veel Arabische werken en Arabische vertalingen van Griekse werken in het Latijn vertaald waardoor ze voor het westen toegankelijk worden. Dat gebeurt vooral in Spanje en Zuid-Italië. De invloed van de Arabische wetenschap op Europa is zeer groot geweest. En we leren nog vele andere zaken via de Arabieren en Turken kennen, zoals katoen (‘qatun’), leer, rijst (‘ruz’), suiker (‘sukkar’), tulpen, koffie en tafeltapijtjes.


IN

De moslims bestuderen ook met aandacht de kennis uit de klassieke oudheid. Ibn Sina (980-1037), bij ons gekend onder de naam Avicenna, is een islamitische geneesheer en filosoof van Perzische afkomst. Hij wordt gezien als de grote filosoof van het oostelijke Arabische Rijk. Hij bestudeert de Griekse filosoof Aristoteles en schrijft een groot werk dat aan hem gewijd is. Hij is vooral in de oosterse wereld als arts bekend gebleven en ontdekt onder meer dat hersenvliesontsteking en tuberculose besmettelijk zijn en dat kanker het hele lichaam kan aantasten. Ibn Rushd (11261198), bij ons gekend onder de naam Averroës, wordt tegenover Ibn Sina de grote filosoof van het westen genoemd. Hij heeft de werken van Aristoteles van commentaren voorzien. De grote commentaren bieden de volledige (vertaalde) tekst in hoofdstukken, afgewisseld door verklaringen.

VA

N

Prachtige paleizen en moskeeën getuigen van een grote beschaving. Volgens de overlevering verbood Mohammed het afbeelden van mens en dier. Maar er zijn periodes geweest waarin kunstenaars daar geen rekening mee hielden (vooral in Perzië en Indië). Zo zijn er prachtige miniaturen met mensen en dieren bewaard. Kenmerkend voor de islamkunst is het gebruik van meetkundige versieringen en zogenaamde arabesken. Ook de Arabische letterkunde is van hoog niveau. De verhalen van ‘Duizend-en-een-nacht’ behoren vandaag nog altijd tot de meesterwerken van de wereldliteratuur. - Lees de lestekst en onderstreep de kernwoorden. - Vul punt 3 van het schema op blz. 117 aan.

OPDRACHT 8

De overdracht van Griekse kennis

aa r

©

OPDRACHT 7

ex

em pl

De vertalingen naar het Arabisch, uit het Grieks of uit het Syrisch, gebeuren vooral door meertalige Syrische christenen, en ook door joden en anderen. Tot de meest invloedrijke vertalers behoorden Hunayn ibn Ishaq (ca. 808-873) en zijn zoon Ishaq ibn Hunayn (ca. 830910). Zij waren Syrische christenen die ook Grieks en Arabisch studeerden in Alexandrië en Basra. Het Huis van de Wijsheid in Bagdad was een verzamelplaats voor onderzoek en onderwijs, waarin tot 100 vertalers werkzaam waren die ook actief op zoek gingen naar Griekse teksten en waaraan ook een bibliotheek, een hospitaal en een observatorium verbonden waren. (…) Het volstaat te zeggen dat men tegen het midden van de 9e eeuw ongeveer alles van de Griekse wetenschappen had vertaald.

Naar: D. Praet, Islamitische en christelijke middeleeuwse wijsbegeerte: invloeden en polemieken.

in

lijk

In: D. Praet en J. Nelis., Islam en christendom, 2018

- Wie speelt een centrale rol bij de vertalingen van Griekse kennis naar het Arabisch? 

- Waaruit blijkt dat het vertaalwerk een zeer grote prestatie is? 

D

Niet-westerse samenlevingen

113


OPDRACHT 9

Bron De bibliotheek van Basra Ontmoeting tussen Abu Zayd en al-Harith in de bibliotheek van Basra, uit: Al-Hariri, Al-Maqamat, Nationale Bibliotheek van Frankrijk,

- In welk hedendaags land ligt de stad Basra?

N

©



VA

De schrijver Al-Hariri is geboren in 446/1054 en overleed in 516/1122. Hij is vooral bekend door zijn boek ‘Maqamat’. Het is een boek in vijftig delen, geschreven in Arabische verzen. Het werk vertelt het verhaal van al-Harith, een koopman die zich tijdens al zijn reizen mengt met geleerd gezelschap, en Abu Zayd, een smerige schurk die de geleerden overtreft met zijn slimme opmerkingen. De bibliotheek is een plaats waar men discussieert, boeken kopieert en ook becommentarieert.

IN

kopie uit 1237, inkt en kleurpigmenten op papier

aa r

- Bij het geboorte- en sterfjaar van Al-Hariri staan telkens twee jaartallen. Leg uit.  



em pl

- Wat ligt er op de planken?

- Van welk materiaal is de kopie gemaakt? Welk materiaal gebruikte men toen nog in WestEuropa om boeken te schrijven? 

ex

- Is het een voorbeeld van gelijktijdigheid of ongelijktijdigheid? 

lijk

- Voeg de historische redeneerwijzen ‘gelijktijdigheid’ en ‘ongelijktijdigheid’ toe aan het schema van historisch denken op de uitvouwbare tijdlijn.

in

OPDRACHT 10

114

LES D1

De islam

Arabische wetenschappers aan het woord - Lees deze historische vraag. Klopt het, zoals men vaak leest, dat de Arabieren enkel de Griekse wetenschappen en filosofie vertalen en doorgeven aan het westen, maar dat de moslims er weinig of niets aan toevoegden?


- Welke soort historische vraag is dit? TIP Raadpleeg het schema van historisch denken op de uitvouwbare tijdlijn.  - Kun je die historische vraag onderzoeken? Leg uit. 

IN

- Lees de bronnen. Bron 1

VA

N

Alle personen die lichamen ontleden zijn het erover eens dat het bot van de onderkaak uit twee delen bestaat die bij de kin aan elkaar vastzitten. (...) Onderzoek van dat deel van de skeletten overtuigde mij ervan dat het bot van de onderkaak één geheel is, zonder verbinding of hechting. Ik heb dit onderzoek een groot aantal malen herhaald, bij meer dan tweehonderd hoofden (...) Ik ben daarbij bijgestaan door verschillende mensen, die hetzelfde onderzoek hebben herhaald, zowel in mijn afwezigheid als in mijn aanwezigheid.

©

Uit: Abd al-Latif al-Baghdadi, Verslag van een reis naar Egypte, 1191

em pl

Bron 2a

aa r

Abd al-Latif al-Baghdadi (1162-1231) is een geleerde uit Bagdad die vooral boeken over genees– kunde schrijft. In 1191 onderneemt hij een reis naar Egypte en schrijft een verslag over zijn vele waarnemingen. Volgens Galenus, een Griekse-Romeinse arts uit de 2e eeuw, bestaat het bot van de onderkaak uit twee delen. Wat Galenus geschreven heeft, wordt eeuwenlang gewoon aanvaard.

Ik heb verbazingwekkende verhalen gehoord, waaronder het volgende: de arts van (...) schreef voor jicht [een pijnlijke ontsteking van gewrichten] een drankje voor dat was bereid met twee mithqals [4,5 g] colchicum, een halve dirham [1,5 g] opium en drie dirhams [9 g] suiker. Het middel zou binnen het uur werkzaam zijn, maar dat moet ik nog controleren. Uit: Muhammad ibn Zakariyya al-Razi, Het alomvattende boek van de geneeskunde, begin 10ee eeuw

lijk

ex

Muhammad ibn Zakariyya al-Razi (854-925) is een van de bekendste en invloedrijke artsen uit de geschiedenis. Zijn belangrijkste werk ‘Het alomvattende boek van de geneeskunde’, is een verzameling medische aantekeningen die hij gedurende zijn leven maakt in de vorm van uittreksels uit alles wat hij heeft gelezen, en waarnemingen uit zijn eigen medische ervaring. Het boek wordt in de 13e eeuw in het Latijn vertaald.

in

Bron 2b

De Colchicum autumnale of herfsttijloos is een geneeskrachtige plant.

D

Niet-westerse samenlevingen

115


- Neemt Adb al Latif de opvattingen van Galenus over? Argumenteer.   - Waaruit blijkt de kritische ingesteldheid van al-Razi? 

IN

- Geef nu een antwoord op de historische vraag. 

VA

N



©

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

KUNNEN 1 informatie uit bronnen afleiden 2 de evolutie van het Arabische Rijk aan de hand van een kaart uitleggen 3 verbanden leggen binnen en tussen verschillende maatschappelijke domeinen 4 historische bronnen en werken onderscheiden 5 historische vragen stellen 6 de westerse en islamitische tijdrekening vergelijken 7 een historische bron contextualiseren in het licht van een historische vraag 8 historische bronnen vergelijken om een historische vraag te beantwoorden 9 de verschillende soorten historische vragen onderscheiden 10 een historische vraag evalueren 11 historische beeldvorming evalueren en aanvullen aan de hand van kritische bronnenanalyse

in

lijk

ex

em pl

aa r

1 de begrippen ‘minderheid’ en ‘filosofie’ uitleggen 2 de begrippen ‘islam’ en ‘moslim’ uitleggen 3 het ontstaan van de islam uitleggen 4 het ontstaan van de Koran uitleggen 5 de vijf pijlers van de islam opnoemen 6 de begindatum van de islamitische tijdrekening geven 7 de vorming van het Arabische Rijk uitleggen 8 de bijdrage van de Arabische cultuur aan het westen aantonen 9 vormen van discriminatie illustreren met een voorbeeld 10 kenmerken toelichten van culturele contacten tussen christenen en moslims in de middeleeuwen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

116

LES D1

De islam


LES D1 SCHEMA

De islam

• Wie? Waar? Wanneer? Mohammed –

tijdrekening)

vlucht naar Medina (

632 terugkeer

wordt centrum islam

= heilig boek van de moslims

VA

• Islam betekent: ‘totale overgave aan 

aa r

1 2 dagelijkse rituele gebed 3 geven aan de armen 4 vasten 5 bedevaart naar Mekka

’.

©

• Vijf pijlers van de islam:

= begin islamitische

N

• Mohammed tegenstand

IN

1 De islam

2 De Arabieren stichten een groot wereldrijk

em pl

Eerste helft 7e eeuw: Tweede helft 7e eeuw: 8e eeuw:

deel van het Arabische schiereiland hele Arabische schiereiland, NO-Afrika en Midden-Oosten NW-Afrika, Iberische schiereiland, deel van Azië

Apart statuut voor niet-moslims in de moslimgebieden

redelijk verdraagzaam

ex

3 De moslimcultuur beïnvloedt heel sterk het westen Moslims nemen kennis over uit In het vertaald + toegepast in de praktijk Voorbeelden: wiskunde, Griekse filosofie, aardrijkskunde

lijk

in

.

11e-13e eeuw: vertaling Arabische kennis in het Latijn

grote invloed in Europa

Islamitische kunst • bouwkunst: prachtige paleizen en

• beeldende kunst:

- Mohammed verbood het afbeelden van

- arabesken

• letterkunde: hoog niveau, bv. de verhalen van ‘

’.

D

Niet-westerse samenlevingen

117


IN

Onderzoek: het gouden tijdperk van Mansa Moussa in Mali (14e eeuw)

©

Wie is deze legendarische koning? Over welke primaire bronnen beschikken we? Waarop is het beeld dat Mansa Moussa de rijkste man ooit is, gebaseerd?

VA

N

Begin 14e eeuw heerst de Malinese koning Mansa Moussa over een groot koninkrijk in West-Afrika. Op verschillende websites noemt men hem ‘de rijkste man die ooit geleefd heeft’. Mansa Moussa’s rijkdom zou geen grenzen kennen. In deze les onderzoek je wat historische bronnen over hem vertellen.

13

kroning Mansa Moussa

bedevaart Mekka

33

Score:

24

12

13

35 12

stichting Koninkrijk Mali

Nr.:

14

aa r Klas:

em pl

Naam:

Kaartnr(s). 

inname Timboektoe

Situeer de historische vragen van deze les in de tijd, de ruimte en het maatschappelijk domein.

ex

OPDRACHT 1

• Tijd: 

lijk

• Ruimte: 

• Domein: 

in

OPDRACHT 2

118

ONDERZOEK

Welke soort historische vragen zijn dit? Verbind. Wie is deze legendarische koning?



Over het verleden

Over welke primaire bronnen beschikken we?



Over de relatie heden-verleden

Waarop is het beeld dat Mansa Moussa de rijkste man ooit is, gebaseerd?



Over de totstandkoming van historische kennis



het gouden tijdperk van Mansa Moussa in Mali (14e eeuw)

Over historische beeldvorming


OPDRACHT 3

Lees ter inleiding het artikel over Mansa Moussa dat een journaliste op de website van BBC News schreef. Beantwoord daarna de vragen. Bron 1 De rijkste man die ooit leefde

Bron 2

N

IN

Amazon-oprichter Jeff Bezos is de rijkste man ter wereld, volgens de Forbes-miljardairslijst van 2019 die deze week is vrijgegeven. Met een geschat vermogen van 131 miljard dollar is hij de rijkste man in de moderne geschiedenis. Maar hij is zeker niet de rijkste man aller tijden. Men neemt aan dat die titel toebehoorde aan Mansa Moussa, de 14e-eeuwse West-Afrikaanse heerser die zo rijk was, dat zijn gulle giften de economie van een heel land verwoestten.

©

VA

‘Verslagen van tijdgenoten over Moussa’s rijkdom zijn zo ademloos dat het bijna onmogelijk is om een ​​ idee te krijgen van hoe rijk en machtig hij werkelijk was’, vertelde Rudolph Butch Ware, universitair hoofddocent geschiedenis aan de Universiteit van Californië, aan de BBC.

aa r

Mansa Moussa was ‘rijker dan iemand zou kunnen beschrijven’, schreef Jacob Davidson in 2015 over de Afrikaanse koning voor Money.com.

Amazon-oprichter Jeff Bezos, de rijkste man in de moderne geschiedenis, 2018

em pl

In 2012 schatte de Amerikaanse website Celebrity Net Worth zijn vermogen op 400 miljard dollar, maar economische historici zijn het erover eens dat het onmogelijk is om zijn vermogen vast te pinnen op een getal. Uit: Naima Muhamud, Is Mansa Musa the richest man who ever lived?, BBC news, 10 maart 2019, eigen vertaling

- Hoe wordt Mansa Moussa in de titel van de bron genoemd?

ex



- Welke argumenten haalt de auteur aan om Mansa Moussa zo te noemen?

in

lijk

  

- Welke kanttekening kun je plaatsen bij de uitspraak dat Mansa Moussa de rijkste man ooit is?   - In hoeverre kunnen we dus de historische vraag ‘Hoe rijk is Mansa Moussa?’ onderzoeken?   D

Niet-westerse samenlevingen

119


OPDRACHT 4

Hieronder vind je de bronnen waarmee je in de onderzoeksles zult werken. - Bestudeer de kaart en de bronnen en lees de contextinformatie. Onderstreep de woorden die je niet kent en zoek hun betekenis op. - Wat zijn je eerste indrukken nadat je de bronnen gelezen hebt? Wat valt je op? Denk daar enkele minuten over na en noteer drie zaken die je bijgebleven zijn. Bespreek daarna in groepjes of klassikaal.

Z

VA

N

IN

Het Koninkrijk Mali en de bedevaart van Mansa Moussa (14e eeuw)

Z

Au

©

Z

Z

Z

Au Au Au

aa r

Z

Au Au

em pl

Au

Au Z

Bron 1 al-Umari over Mansa Moussa en zijn bezoek aan Caïro (1324)

in

lijk

ex

Vanaf het begin van mijn verblijf in Egypte hoorde ik praten over de komst van deze koning Moussa op zijn pelgrimstocht. Ik merkte dat de inwoners van Caïro enthousiast waren om opnieuw te vertellen over de verkwistende uitgaven van de Afrikanen. Ik vroeg de emir Abu (…) en hij vertelde me over de rijkdom, mannelijke deugden, en vroomheid van de koning: ‘Toen ik hem ging ontmoeten namens de machtige sultan al-Malik al-Nasir, bewees hij mij buitengewoon veel eer en behandelde hij mij met de grootste hoffelijkheid. (…) Daarna stuurde hij vele ladingen onbewerkt inheems goud en andere kostbaarheden naar de schatkist van de sultan. Ik probeerde hem over te halen naar de Citadel te gaan om de sultan te ontmoeten, maar hij weigerde hardnekkig (…) ik realiseerde me dat de audiëntie [het officiële bezoek aan de sultan] afschuwelijk voor hem was omdat hij verplicht zou zijn de grond en de hand van de sultan te kussen. (…)

120

ONDERZOEK

Die man overspoelde Caïro met zijn weldaden. Hij verliet geen emir van het hof, noch de houder van een koninklijk ambt zonder de gift van een lading goud. De inwoners van Caïro maakten onschatbare winsten uit hem. (…) Ze ruilden goud totdat ze de waarde ervan in Egypte verminderden en de prijs ervan deden dalen. (…) Goud had een hoge prijs in Egypte tot zij dat jaar kwamen.’

het gouden tijdperk van Mansa Moussa in Mali (14e eeuw)


Uit: al-Umari, Paden van visie in de rijken van de metropolen, 1337-1338

Shibab al-Din al-Umari (1301-1349) is een Arabische historicus, geboren in Damascus. Hij begint zijn carrière als ambtenaar in het Mammelukkensultanaat. Enkele jaren na het bezoek van Mansa Moussa aan Caïro in 1324, trekt ook al-Umari naar de Egyptische stad. Zijn geschriften zijn een belangrijke bron over de bedevaart van Moussa naar Mekka. Hij baseert zich op wat de mensen in Caïro hem vertellen.

aa r

©

VA

N

IN

Bron 2 Mansa Moussa uitgebeeld in een fragment van de Catalaanse Atlas (1375)

Uit: Cresques Abraham en Jehoeda, Catalaanse Atlas, 1375

ex

em pl

De Catalaanse Atlas is een in 1375 door de Spaans-Joodse cartograaf Abraham Cresques (13251387) en zijn zoon Jehoeda Cresques (1350-1427) ontworpen wereldkaart. Die grote en rijk geïllustreerde kaart vormt een hoogtepunt in de middeleeuwse cartografie. Bij de kaart staat het volgende bijschrift: ‘Deze zwarte heer draagt de naam Musa Mali, heer van de zwarte volken van Mali. Zijn land is zo rijk aan goud dat hij de rijkste en meest nobele koning van allen is.’ De kaart wordt in opdracht van het hof van Aragon gemaakt. Het is een geschenk van de troonopvolger en latere koning Johan I (1350-1396) aan de Franse kroonprins Karel (1368-1422).

Bron 3 Ibn Khaldun over Mansa Moussa

in

lijk

Mansa Moussa was een goede man en een groot koning, en er worden nog steeds verhalen over zijn gerechtigheid verteld. Hij maakte de bedevaart in 1324 (…) Volgens al-hadj Yunus, de tolk voor deze natie in Caïro, kwam die Mansa Moussa uit zijn land met 80 ladingen goudstof waarbij elke lading drie qintars [1 qintar = 50 kg] woog. In hun eigen land gebruiken ze alleen mannelijke of vrouwelijke slaven voor transport, maar voor verre reizen zoals de pelgrimstocht hebben ze rijdieren (…). De regering van die Mansa Moussa duurde 25 jaar. De hoofdstad van de mensen van Mali is de stad BNY, een uitgestrekte plaats met gecultiveerd land gevoed door stromend water, zeer dichtbevolkt met drukke markten. Momenteel is het een station voor de handel in karavanen uit de Maghreb, Ifriqiya en Egypte [Noord-Afrika], en goederen worden uit alle delen geïmporteerd (…).

D

Niet-westerse samenlevingen

121


Uit: Ibn Khaldun, Inleiding tot de geschiedenis, 1377

IN

Ibn Khaldun (1332-1406) is een belangrijke Arabische geleerde die het grootste deel van zijn leven verschillende heersers van Noord-Afrikaanse moslimstaten dient. Tijdens zijn verblijf in Algerije schrijft hij de ‘Al-Muqaddimah’ (‘Inleiding tot de geschiedenis’). Die inleiding beschrijft de geschiedenis van de islam in Noord-Afrika. Khaldun is een zeer zorgvuldige historicus die mondelinge geschiedenissen van Malinese geleerden optekent en ook informatie verzamelt van Arabieren die naar Mali zijn geweest.

Bron 4 Handel brengt welvaart in het Koninkrijk Mali

VA

N

Aan het begin van de 14e eeuw heeft de uitbreiding van Mali naar de Inlandse Delta, Gao en de oostelijke Songhay-provincies, enorm bijgedragen aan de landbouw, de begrazing, en de jacht- en visbronnen van het rijk. De nieuwe gebieden boden ook extra slaven om te verhandelen, militaire diensten en meer landbouwproductie. Betalingen van nieuwe, ondergeschikte koningen en leiders, en tal van nieuwe, gecontroleerde handelsroutes, verrijkten de schatkist van de overheid.

aa r

©

Tegen het midden van de 14e eeuw, toen Mali het toppunt van zijn imperiale dominantie bereikte, was de trans-Sahara handel enorm in omvang toegenomen. Door de extravagante bedevaart van Mansa Moussa en de daaruit voortvloeiende publiciteit in Caïro, werd Mali bekender in Noord-Afrika, het Midden-Oosten, en zelfs Europa. Verhalen over de rijkdom van Mali lokten steeds meer Noord-Afrikanen naar handelsondernemingen in de Sahara. Uit: David Conrad, Rijken uit middeleeuws West-Afrika, 2005, eigen vertaling

em pl

David Conrad is gespecialiseerd in Afrikaanse geschiedenis. Hij maakt meer dan 35 reizen naar Afrika. Zijn boek ‘Empires of Medieval West Africa’ (‘Rijken uit middeleeuws West-Afrika’) handelt over de geschiedenis van de opeenvolgende rijken van Ghana, Mali en Songhay. Die rijken groeien onder een reeks machtige leiders, waaronder Mansa Moussa.

Bron 5a Griots

lijk

ex

Veel van wat we weten over het middeleeuwse Mali is te danken aan een fascinatie [bewondering] die van ver buiten zijn grenzen komt. Over de opkomst van Mali zwijgen de binnenlandse bronnen, aangezien de sprekers van de regio, de ‘griots’, weinig te zeggen hebben over het middeleeuwse Mali of Mansa Moussa, omdat ze gefocust zijn op Sunjata [mythische stichter Koninkrijk Mali]. Dat de griots niets te vertellen hebben, roept veel vragen op aangezien Moussa misschien wel de meest legendarische figuur van Mali is.

in

Uit: Michael Gomez, Afrikaanse heerschappij: Een nieuwe geschiedenis van rijken in vroeg en

122

ONDERZOEK

middeleeuws West-Afrika, 2018, eigen vertaling

Michael A. Gomez is professor geschiedenis aan de universiteit van New York. In zijn boek over middeleeuws West-Afrika ‘African Dominion’ vertelt hij over het belang van de griot: een West-Afrikaanse historicus, verhalenverteller, dichter of muzikant. Eeuwenlang is de geschiedenis van West-Afrikaanse gemeenschappen levend gehouden door de traditie van verhalen en muziek. De griot wordt vaak gezien als een belangrijke persoon vanwege zijn of haar positie als adviseur van de koning. Griots kennen hun oorsprong in het 13e-eeuwse Mali. Tegenwoordig leven ze nog steeds in veel delen van West-Afrika.

het gouden tijdperk van Mansa Moussa in Mali (14e eeuw)


N

IN

Bron 5b

VA

De hedendaagse Malinese griot Cheick Hamala Diabaté, die 800 jaar mondeling overgeleverde geschiedenis doorgeeft

OPDRACHT 5

©

(mondelinge traditie).

- Wie is Mansa Moussa? Hoe wordt zijn karakter omschreven?

aa r

  



em pl

- Welke bronnen zijn bruikbaar om de vragen te beantwoorden?

- Zijn dat primaire of secundaire bronnen? Onderstreep het juiste antwoord. primaire bronnen – secundaire bronnen

ex

- Vind je de bronnen betrouwbaar om een antwoord te geven op de vragen? Markeer in de contextinformatie de argumenten voor betrouwbaarheid groen. Onderstreep je besluit. eerder betrouwbaar – eerder onbetrouwbaar.

lijk

- Waarom kun je je toch vragen stellen over de representativiteit van de bronnen? TIP Kijk vanuit welk standpunt ze geschreven zijn. 

in



OPDRACHT 6

Bestudeer de historische kaart van Mali en bron 2 en beantwoord de vragen. - Geef vier hedendaagse landen die in de 14e eeuw deel uitmaken van het Koninkrijk Mali. TIP Raadpleeg de hedendaagse wereldkaart op de uitvouwbare tijdlijn. 

D

Niet-westerse samenlevingen

123


- Welke grondstoffen vind je in het rijk?  - Het Koninkrijk Mali drijft handel met gebieden buiten het rijk. Vanuit welk gebied vertrekken de meeste handelsroutes naar Mali?  OPDRACHT 7

- Waaraan dankt Mansa Moussa zijn enorme rijkdom?

IN

 

N

- Welke reis zorgt ervoor dat Mansa Moussa’s bekendheid in de 14e eeuw toeneemt? 

VA

- Welke gebeurtenis tijdens die reis zorgt ervoor dat verhalen over de rijkdom van Mali zich verspreiden? 

©



- Waaruit blijkt dat die verhalen ook Europa bereiken?

aa r



- Heeft dat bijgedragen tot het beeld dat Mansa Moussa ‘de rijkste man ooit’ is? Omcirkel. ja – neen Bestudeer de afbeelding van Mansa Moussa bij bron 2 (Catalaanse Atlas) en lees bron 5a.

em pl

OPDRACHT 8

- Hoe wordt Mansa Moussa afgebeeld in de Catalaanse Atlas? 

- Stemt dat overeen met de beschrijvingen in bron 1 en bron 3? 

ex

- Formuleer twee historische vragen die je met behulp van de Catalaanse Atlas zou kunnen beantwoorden. 

lijk



- Welke belangrijke rol spelen de griots bij het vastleggen van de West-Afrikaanse geschiedenis?

in

 

- Wat vertellen de griots over Mansa Moussa?  - Waarom is dat verrassend? 

124

ONDERZOEK

het gouden tijdperk van Mansa Moussa in Mali (14e eeuw)


BESLUIT

Formuleer een kort antwoord op de historische vragen. - Wie is die legendarische koning?  - Over welke primaire bronnen beschikken we? Noteer het nummer van de bron en de auteur, de nationaliteit en het beroep van de auteur. Nationaliteit en beroep

IN

Auteur

VA

N

Bron

- Waarop is het beeld dat Mansa Moussa de rijkste man ooit is, gebaseerd? 

aa r

©



em pl

Wat je na dit onderzoek moet kunnen:

KUNNEN

in

lijk

ex

1 verschillende soorten historische vragen onderscheiden 2 historische vragen stellen bij een bron 3 de onderzoekbaarheid van een historische bron evalueren 4 verschillende soorten bronnen onderscheiden 5 een historische kaart interpreteren 6 de bruikbaarheid van een bron beoordelen in functie van een historische vraag 7 de representativiteit van een bron in functie van een historische vraag beoordelen 8 de betrouwbaarheid van een bron beoordelen in functie van een historische vraag

9 informatie uit geschreven en nietgeschreven bronnen afleiden 10 historische bronnen vergelijken 11 historische beeldvorming aanvullen na kritische analyse van bronnen 12 enkele kenmerken van een nietwesters koninkrijk geven 13 in historische beeldvorming argumenten benoemen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kunt, zet je daar een kruisje voor.

D

Niet-westerse samenlevingen

125


In het Verre Oosten bevindt zich vanaf de 3e eeuw v.C. het Chinese keizerrijk. Het heeft zich ontwikkeld uit de stroomcultuur van de Gele Rivier. Ten noorden van dat rijk leven de Mongolen. In de 13e eeuw veroveren ze niet alleen China, maar vormen ze één van de grootste rijken uit de wereldgeschiedenis.

IN

D2

China en de Mongolen

VA

N

Wat zijn de belangrijkste kenmerken van het Chinese keizerrijk op politiek, economisch, sociaal en cultureel domein? Welke gelijkenissen en verschillen zijn er met het Westen? Welke veranderingen brengen de Mongolen? Hoe verlopen de contacten met het Westen?

JIN

SONG

4

8

16

13

4

6

79 12

7

0

6

9

9

SUI TANG

0

18

6

81

aa r

HAN

YUAN MING

QING

em pl

QIN

5

20 4

20

6

v.

22

C

.

0 26 5

©

Kaartnr(s). 

1

Een andere indeling van het verleden en kijk op de wereld

ex

De Chinezen delen hun geschiedenis anders in dan wij. Zij kennen bijvoorbeeld geen middeleeuwen of vroegmoderne tijd. Ze gebruiken onder andere dynastieën of vorstenhuizen van keizers om hun verleden in te delen. Deze les gaat zo over de Song- en de Yuan-dynastie. Zoals je weet zijn alle indelingen maar hulpmiddelen om je te helpen oriënteren in het verleden.

lijk

De Chinezen vinden in het verleden hun cultuur zeer hoogstaand. Ze beschouwen hun land als het ‘Rijk van het Midden’, het centrum van de wereld, dat omringd wordt door barbaarse volkeren en landen. Naarmate je verder van dat centrum weggaat, neemt de barbaarsheid volgens hen toe.

OPDRACHT 1

Vergelijk met onze indeling in zeven tijden.

in

- Wie regeerde er over China tijdens het Frankische Rijk in Europa? 

OPDRACHT 2

- In welke van de zeven westerse tijden vallen de Song- en de Yuan-dynastie?  De Chinese geschiedenis wordt ook eenvoudiger ingedeeld. Legendarische Rijk 2100 v.C .

126

LES D2

China en de Mongolen

Vorming van het Chinese Rijk 1000 v.C .

Vroege Keizerrijk 206

Late Republiek VolksKeizerrijk republiek 960

1912

1949


- Wanneer komt er een einde aan het Chinese keizerrijk?  - In welke van onze zeven tijden gebeurt dat?  - Hoe heet China vandaag? 

Het Chinese Keizerrijk onder de Tang-dynastie (618-907)

Het Chinese Keizerrijk onder de Songdynastie (960-1279)

©

VA

N

IN

OPDRACHT 3

Bestudeer de twee kaarten en omcirkel telkens het juiste antwoord.

aa r

• Het Song-rijk bestond voor / na het Tang-rijk.

• Het Song-rijk is groter / kleiner dan het Tang-rijk.

• De hoofdstad van het Song-rijk is Zhongdu (Beijing) / Hangzhou.

em pl

• De Chinese Muur verhindert / verhindert niet dat andere volkeren stukken van China veroveren. • De Gele Rivier stroomt door het Tang-rijk / Song-rijk.

2

Een georganiseerde manier van besturen

in

lijk

ex

In 960 bestijgt de eerste Song-keizer de troon. De keizer bestuurt het rijk in naam van de hemelgoden. Hij heeft als ‘zoon des hemels’ dan ook enorm veel macht. De keizer bestuurt het rijk niet alleen: hij heeft veel medewerkers. De meesten zijn ambtenaren. Als je slaagt voor de zeer moeilijke staatsexamens over de Chinese literatuur, mag je ambtenaar worden. Tijdens je loopbaan bekleed je verschillende functies: provinciegouverneur, rechter, inner van belastingen, ingenieur, legeraanvoerder … Voor belangrijke beslissingen moet je altijd wachten op de toestemming van het keizerlijke hof. De Chinezen hebben strenge wetten. Een gewone Chinees moet daaraan gehoorzamen. De keizerlijke familie en de hoge ambtenaren staan boven die wetten. Zij hoeven er dus niet aan te gehoorzamen.

D

Niet-westerse samenlevingen

127


Bron 1

Bron 2

Bron 3

Schilderij, 191 x 169 cm,

Detail van de negendrakenmuur,

Afbeelding van de Jade-keizer

gemaakt voor 1279, Nationaal

18e eeuw, keizerlijk paleis, Beijing

op zijn troon, omringd door

VA

N

IN

OPDRACHT 4

Een ander symbool van de Keizer Tai Zu, de eerste keizer keizer is een draak met aan elke van de Song-dynastie (960poot vijf klauwen. In de Chinese 976). De kleur geel is een mythologie brengt het dier geluk van de keizerlijke symbolen. en welvaart. Daarom draagt de keizer dikwijls gele gewaden.

aa r

©

museum Taipei

zijde, datering onbekend

De Jade-keizer is een soort van oppergod die in zijn paleis in de hemel verblijft. De hemelgoden beschermen de mensen tegen het kwaad. De keizer regeert namens hen over het rijk. Hij is daarom de ‘Zoon van de hemel’.

em pl

- Onderstreep in de contextinformatie bij elke bron een kenmerk van de Chinese keizer.

andere goden, schildering op

- Welke bron komt zeker uit de tijd van de Song-dynastie? Omcirkel. bron 1 – bron 2 – bron 3

- Waarom gebruikt Storia HD ook bronnen uit andere periodes, denk je?

ex

 

lijk



3

in

Een bloeiende economie met veel armen

128

LES D2

Ongeveer 10 % van de mensen woont in steden. De hoofdstad Hangzhou telt in de 12e eeuw ca. twee miljoen inwoners. De steden en de meeste dorpen zijn ordelijk gebouwd volgens een dambordplan. Op het platteland leven zeer veel arme boeren. Ze betalen hoge belastingen en krijgen veel te lage prijzen voor hun producten. De armsten werken dikwijls op de uitgestrekte landerijen van de grootgrondbezitters. Veel van die rijken hebben hun bezittingen aan de handel te danken. Ze verhandelen zowel landbouwproducten (thee, graan, zijde …) als nijverheidsproducten (textiel, porselein, papier, gietijzer …).

China en de Mongolen


Onder de Song-keizers ontwikkelt China een industrie: in grote ateliers maken arbeiders nijverheidsproducten. De arbeiders zijn opgedeeld in groepen. Elke groep is verantwoordelijk voor een ander onderdeel van het productieproces. De ateliers zijn dus voorlopers van de hedendaagse fabrieken.

OPDRACHT 5

Chinees geld Bron 2

VA

Bron 1

N

IN

De Chinezen drijven handel over land en zee met andere landen. Vreemde kooplieden (Perzen, Arabieren, Koreanen …) bezoeken op hun beurt China. Over land wordt er langs de ‘zijderoute’ zeker al vanaf de 2e eeuw v.C. handelgedreven met het Middellandse Zeegebied. Dat gebeurt grotendeels via tussenhandel: langs vaste plaatsen op de route verkoopt de ene koopman de goederen telkens weer door aan een andere. Een Chinees verkoopt bijvoorbeeld aan een Pers, die op zijn beurt aan een Arabier, die aan een Europeaan ... De handel via de zijderoute valt soms voor lange tijd stil door oorlogen en plundertochten van nomadenstammen. Over zee zijn er contacten met Korea, Zuidoost-Azië, Indië ...

Het gieten van

Stempel voor het drukken

bronzen munten

van papieren geld, waarschijnlijk

Elk biljet is inwisselbaar tegen munten.

aa r

©

uit het begin van de 12e eeuw



em pl

- In West-Europa slaat men munten. Men doet dat door de kenmerken (bijvoorbeeld de afbeelding van een koning) op metalen ronde schijfjes te slaan. Hoe maken de Chinezen hun munten?

- Hoe zorgen de Chinezen ervoor dat men het papieren geld vertrouwt? 

De zijderoute

ex

OPDRACHT 6

in

lijk

Met de naam ‘zijderoute’ omschrijft men de handelswegen die er zijn tussen China, Indië, Perzië, Arabië en Europa. De naam wordt voor het eerst gebruikt door Europese geleerden in de 19e eeuw. Naast zijde worden er tal van andere producten verhandeld via die handelswegen.

D

Niet-westerse samenlevingen

129


- Waarom weet niemand in de middeleeuwen wat er met de zijderoute bedoeld wordt?  - De zijderoute bestaat uit één handelsweg. Juist of fout? Motiveer je antwoord. 

IN

- Geef minstens zeven hedendaagse landen die je doorkruist als je van Chang’an (Xian) naar Rome reist over de route.  

4

N

Een hoogstaande cultuur en wetenschappelijke vooruitgang

Bron 1

Bron 2

in

lijk

ex

em pl

OPDRACHT 7

aa r

©

VA

De Chinezen geloven dat hemel, mens en aarde met elkaar verbonden zijn. Die drie beïnvloeden elkaar. Een goede Chinees heeft respect voor de ouderen, de voorouders, de keizer (en andere meerderen) en de goden. Hij moet dat respect tonen door zich op de juiste manier te gedragen. Riten of rituelen zorgen ervoor dat hij dat doet. De volledige verzameling aan riten noemen de Chinezen ‘Li’. Voor de juiste gedragsregels baseert men zich op de ideeën van de geleerde Kong Fu Tse (551-479 v.C.) Men weet echter niet meer wat die exact gezegd en geschreven heeft. Latere volgelingen hebben zijn ideeën vermengd met die van andere geleerden, levenswijzen en godsdiensten (o.a. het boeddhisme). In de ogen van de Chinezen is al wie niet volgens de riten handelt een barbaar. Onder de Song beleeft de Chinese kunst en literatuur een hoogtepunt. Er wordt ook heel wat uitgevonden zoals het papier, de drukkunst, het kompas en het buskruit.

Onder de Song ontwikkelen de Chinezen het buskruit. De tekening toont katapulten die zowel stenen als explosieven wegslingeren.

Vanaf ca. 1300 drukken de Chinezen met losse letters die ze bij het zetten selecteren uit roterende zetkasten.

Omcirkel het juiste antwoord. • Zoek op. In welke eeuw vindt men in West-Europa de boekdrukkunst met losse letters uit? 13e eeuw – 14e eeuw – 15e eeuw – 16e eeuw • De Chinezen vinden de boekdrukkunst voor / na West-Europa uit. • Het buskruit is een Chinese / westerse uitvinding.

130

LES D2

China en de Mongolen


5

De Mongolen veroveren China

IN

De Mongolen zijn een volk van nomaden die met hun kudden (paarden, schapen en kamelen) ten noorden van China leven. Omstreeks 1200 verenigt Temoedjin, een stamhoofd, verschillende stammen onder zijn gezag. Zes jaar later geven die hem de titel ‘Djengis Khan’, wat ‘sterke heerser’ betekent. Hij geeft zijn volk een duidelijke wetgeving en voert een schrift in. Bovendien beschikt hij over een goed georganiseerd en gedisciplineerd leger. De ruiterij vormt de ruggengraat van dat leger.

N

De Mongolen worden al snel zeer berucht. Ze plunderen, moorden en verkrachten. Volkeren, steden en gebieden die weerstand bieden, worden vernietigd. Wie zich onderwerpt, ontsnapt dikwijls aan dat lot. Bij zijn dood in 1227 heeft Djengis Khan Centraal-Azië en het noorden van China veroverd. Zijn nakomelingen verdelen het rijk onder elkaar, maar aanvaarden één van hen als Groot-Khan, een soort van opperste leider. In 1279 verovert de Groot-Khan Koebilai (1215-1294) het Chinese keizerrijk van de Song. Hij ziet zichzelf als de nieuwe keizer en sticht de Yuan-dynastie.

©

Geef tien hedendaagse landen die geheel of gedeeltelijk binnen het Mongoolse Rijk vallen. Vermeld daarbij ten minste één Europees land. TIP Raadpleeg de hedendaagse wereldkaart op de uitvouwbare tijdlijn.

aa r

OPDRACHT 8

VA

De snelle Mongoolse veroveringen zorgen voor een heropleving van de internationale handel met het Westen. Binnen het Mongoolse rijk heerst er vrede en staan handelaars onder bescherming van de Khans. De zijderoute herleeft daardoor.

Het Mongoolse wereldrijk op het einde van de 13e eeuw

1  2 

em pl

3  4  5  6  7 

ex

8  9 

lijk

10 

in

OPDRACHT 9

Bron Een Vlaming bij de Mongolen De Vlaamse monnik Willem van Rubroek reist in 1253-1255 naar het hof van de Groot-Khan Mangu in Karakorum. Willem wil de Mongolen tot het christendom bekeren. Hij krijgt de steun van de Franse koning Lodewijk IX. Willem kan echter niet veel mensen bekeren. Mangu Khan stuurt de monnik terug naar West-Europa met een boodschap aan koning Lodewijk: Dit is het voorschrift van de eeuwige God: ‘In de hemel is er maar één eeuwige God en op aarde is er maar één heerser: Djengis Khan’ (…) Dit is het woord van de zoon van God dat aan u gericht is. Laat dat gehoord en begrepen worden, wie we ook zijn, Mongool, Naiman,

D

Niet-westerse samenlevingen

131


IN

Merkit of Muzelman, overal waar oren kunnen luisteren, en overal waarheen een paard kan lopen. Vanaf het moment dat zij mijn voorschrift horen en het begrijpen, maar het niet willen geloven en tegen ons oorlog willen voeren, zal u horen en zien dat ze ogen hebben maar toch blind zijn. Wanneer ze iets willen vasthouden, zullen ze geen handen meer hebben en wanneer ze willen wandelen, zullen ze geen voeten meer hebben. Dit is de leer van de eeuwige God. Uit de kracht van de eeuwige God, die zich uit in het grote volk van de Mongolen, richt Mangu Khan dat voorschrift aan koning Lodewijk, heer van de Franken, aan alle andere heersers en priesters en aan het grote volk van de Franken, opdat ze onze boodschap zouden begrijpen samen met de leer van de eeuwige God die geopenbaard werd aan Djengis Khan.

N

Uit: Simon Corveleyn, Het Itinerarium van Willem van Rubroek, Masterproef Vakgroep Letterkunde, UG, 2014

aa r

©

VA

Willem van Rubroek wordt tussen 1210 en 1215 geboren in het dorpje Rubroek bij Kassel (nu Frans-Vlaanderen). Willem wordt franciscaan en studeert in Parijs en Nicosia. Daar in Cyprus maakt hij kennis met de Franse koning Lodewijk IX die hij vervolgens op kruistocht vergezelt. In 1253 trekt Willem dan naar Mongolië. Bij zijn terugkeer moet hij van zijn orde in het MiddenOosten blijven. Daarom schrijft hij in het Latijn een verslag aan de koning. Ca. 1256 is Willem dan toch in Parijs. Daar ontmoet hij de geleerde Roger Bacon. Die is zo onder de indruk dat hij stukken uit het verslag opneemt in zijn eigen boek over de wetenschap, het ‘Opus Majus’. Het verslag zelf geraakt voor lange tijd vergeten en zal pas in de 19e eeuw van geleerden aandacht krijgen. Waar en wanneer Willem van Rubroek stierf, is onbekend.

em pl

- Omcirkel het juiste antwoord. De bron is een primaire bron / secundaire bron over de mening van de Mongolen over West-Europa. - Bespreek wat we weten over de maker van de bron. - Lees de bron. Zijn de uitspraken juist of fout? Duid aan. Juist

Fout

a De Khan sluit een bondgenootschap met de Franse koning. b De Mongolen beschouwen Djengis Khan als de zoon van God.

ex

c De Khan waarschuwt de Europeanen om geen oorlog tegen hen te voeren en niet te proberen om hen bekeren.

lijk

- Heeft het reisverslag veel invloed gehad op de tijdgenoten van Willem? Motiveer je antwoord.

in



6



China onder de Yuan-dynastie Koebilai Khan maakt van Beijing de nieuwe hoofdstad van China. De Mongolen behouden grotendeels de Chinese organisatie en manier van besturen. Ze vormen echter een gelaagde samenleving en delen de bevolking in vier groepen in: Mongolen, Gemengden (Perzen, Oeigoeren, Turken …), Chinezen en Zuid-Chinezen. De belangrijkste functies gaan naar de eerste twee

132

LES D2

China en de Mongolen


groepen. De Mongolen discrimineren de Zuid-Chinezen die ze als minderwaardig beschouwen: ze moeten meer belastingen betalen en krijgen minder ambten. Mongoolse edelen eigenen zich grote landerijen toe waarop een deel van de arme Chinezen als slaven moeten werken. De Mongolen zijn net zoals de Chinezen tolerant voor vreemde godsdiensten: moslims, christenen, joden, boeddhisten … mogen vrij hun godsdienst belijden.

OPDRACHT 10

Bron 1 De Italiaan Marco Polo in China

Bron 2

aa r

©

VA

N

Marco Polo vertelt over de zuidelijke hoofdstad ‘Kinsay’ (Hangzou): Alle straten in de stad zijn geplaveid met baksteen of steen, net zoals alle belangrijke wegen, zodat je in enkele richting kunt rijden of reizen (…) Elke burger van de stad heeft de gewoonte (…) op zijn huisdeur zijn eigen naam te schrijven, net zoals de naam van zijn vrouw, die van zijn kinderen, zijn slaven en alle inwoners van zijn huis. Als er iemand sterft, wordt de naam uitgewist en als er een kind wordt geboren, wordt die naam eraan toegevoegd. Op die manier kan de heerser het exacte bevolkingsaantal van de stad te weten komen.

IN

In de 14e eeuw maken conflicten over de troonsopvolging, economische problemen en opstanden van uitgebuite boeren een einde aan de Mongoolse overheersing. In 1368 beklimt een Chinese rebellenleider als de eerste Ming-keizer de troon. De Mongolen verlaten China en keren terug naar hun steppen. Het Mongoolse Rijk valt verder uit elkaar.

De karavaan van Marco Polo, detail uit de

em pl

Catalaanse wereldatlas, 1375

Uit: Marco Polo, Il Millionne, ca. 1300

in

lijk

ex

De Venetiaanse handelaar Marco Polo (1254-1324) verblijft tussen 1271 en 1295 in China. Hij beweert in dienst geweest te zijn van de Groot-Khan Koebilai. In Chinese bronnen heeft men wel geen enkel spoor teruggevonden van een Italiaan in dienst van de Khan. Een deel van zijn beschrijvingen zijn zeer goed, andere lijken dan weer overdreven. Zijn verhaal wordt opgetekend door Rustichello van Pisa. Marco Polo zit samen met hem omstreeks 1298 gevangen in een cel in Genua. De eerste versie van het boek verschijnt nog tijdens zijn leven en kent veel succes. Die versie is echter verloren gegaan. Tal van andere versies doen in de middeleeuwen echter de ronde.

- Omschrijf kort met enkele kernbegrippen wie Marco Polo is.   - Onderstreep vier zaken in de uitleg die zijn boek als minder betrouwbaar doen uitschijnen.

D

Niet-westerse samenlevingen

133


- Welke historische vraag zou dat fragment van de bron mogelijk beantwoorden?   - Wat schrijft Marco Polo over de straten in China? 

IN

- Waarom valt dat hem op, denk je?  

N

Niet alle Mongolen wonen in de republiek Mongolië. Ook in de Volksrepubliek China is er een gebied waar Mongolen wonen, Binnen-Mongolië genoemd.

VA

OPDRACHT 11

Bron 1

Het standbeeld van Djengis Khan in de republiek Mongolië

em pl

aa r

©

Het in 2008 opgerichte stalen standbeeld is 40 m hoog. De beeldhouwer D. Erdenebileg en de architect J. Enkhjargal ontwierpen het in opdracht van een Mongoolse toeristische organisatie. Het hoort bij een bezoekerscentrum over de Mongoolse geschiedenis en over de levenswijze van de steppevolkeren. Djengis wordt er voorgesteld als een militair genie en het Mongoolse Rijk als een rijk waar de cultuur, economie en tolerantie bloeiden.

Bron 2 Hoe China Djengis Khan wegschreef uit Franse expo over … Djengis Khan

ex

Een Frans museum trekt de stekker uit een tentoonstelling over de Mongoolse heerser Djengis Khan. Dat doet het na vergaande bemoeienissen van Beijing, dat steeds harder optreedt tegen etnische Mongolen.

in

lijk

(…) Marie-Dominique Even, specialist in de Mongoolse geschiedenis (…) valt niet van haar stoel door de houding van China. ‘Het past helemaal binnen het huidige beleid om alles door de molen van het Chinese nationalisme te halen. Net als Tibet en Xinjiang wordt BinnenMongolië, een autonoom gebied, zeer sterk gecontroleerd door de centrale overheid. Die wil de gebieden haar taal en religie, die van de Han [Chinezen], opleggen.’ Dat het museum een verhaal vertelt dat breekt met hun nationale verhaal, is onaanvaardbaar voor hen.

Uit: Jolien De Bouw, De Standaard, 15 oktober 2020

- Welk beeld van het Mongoolse verleden schetst men in bron 1? 

134

LES D2

China en de Mongolen


- Welk beeld van het Mongoolse verleden willen de Chinezen in bron 2 schetsen?   - Welke uitspraak is juist? Kruis aan. Motiveer je keuze. Het beeld van het verleden staat vast en verandert niet. Het beeld van het verleden wordt beïnvloed door wat men wil vertellen.

IN

 

N



KENNEN

12 twee tegengestelde hedendaagse visies op Djengis Khan geven

KUNNEN

©

1 de begrippen ‘handel’, ‘nijverheid’ en ‘gelaagde samenleving’ uitleggen 2 de begrippen ‘dynastie’, ‘Rijk van het Midden’, ‘loonarbeider’, ‘zijderoute’, ‘riten’ en ‘Khan’ uitleggen 3 aan de hand van de westerse en de Chinese geschiedenis aantonen dat de indeling van de geschiedenis slechts een hulpmiddel is 4 twee titels van de Chinese keizer geven 5 drie kenmerken van de Chinese bestuurlijke organisatie geven 6 drie kenmerken van de economie onder de Song geven 7 met twee voorbeelden aantonen dat de Chinezen een technologische voorsprong hebben op het Westen 8 drie kenmerken van de Chinese levensbeschouwing geven 9 uitleggen wie Djengis Khan is en hoe zijn opvolging wordt geregeld 10 aan de hand van de Yuan-dynastie aantonen dat er zowel continuïteit als discontinuïteit in het bestuur is 11 de economische gevolgen van de Mongoolse veroveringen voor het Westen aantonen

VA

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

in

lijk

ex

em pl

aa r

1 de Song-dynastie, Djengis Khan en de Yuan-dynastie in de tijd situeren 2 de ligging van China op een blinde wereldkaart aanduiden 3 het Chinese keizerrijk vergelijken met de West-Europese vorstendommen op politiek, economisch, sociaal en cultureel vlak 4 een historische vraag bij een bron stellen of herkennen 5 met behulp van opdrachten nadenken over historische bronnen 6 primaire van secundaire bronnen onderscheiden om een historische vraag te beantwoorden 7 betrouwbaarheid van een bron nagaan 8 reflecteren over het gebruik van de geschiedenis en het beeld dat iemand van het verleden schetst 9 een historische kaart analyseren

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

D

Niet-westerse samenlevingen

135


LES D2 SCHEMA

China en de Mongolen

IN

1 Een andere indeling van het verleden en kijk op de wereld

deze les gaat over de Song- en de Yuan-dynastie andere volkeren = barbaren

VA

China = Rijk van het Midden, centrum van de wereld

N

Indeling in dynastieën (vorstenhuizen)

2 Een georganiseerde manier van besturen

aa r

©

De Chinese keizer heeft veel macht ‘zoon des hemels’ • Hij bestuurt met ambtenaren: afzetbaar, afhankelijk van de keizer moeilijke staatsexamens verschillende bevoegdheden en functies tijdens carrière voor belangrijke beslissingen wachten op toestemming van de keizer en zijn medewerkers • Strenge wetten, maar keizer en hoge ambtenaren staan boven die wetten.

em pl

3 Een bloeiende economie met veel armen De Chinese steden

ex

Het Chinese platteland

LES D2

veel arme boeren betalen hoge belastingen + krijgen te lage prijzen voor hun landbouwproducten

Rijken • grootgrondbezitters: de armsten werken op hun landerijen • o.a. rijkdom verworven via handel - landbouwproducten: thee, graan, zijde … - nijverheidsproducten: textiel, porselein, papier … vervaardigd in grote ateliers Handel met andere landen + bezoek vreemde kooplieden • ‘Zijderoute‘ - handel met Middellandse Zeegebied - via tussenhandel - soms hinder van de nomadenstammen

lijk

in 136

10 % van de Chinese bevolking ordelijk gebouwd volgens een dambordplan

China en de Mongolen


4 Een hoogstaande cultuur en wetenschappelijke vooruitgang

Onder de Song beleeft de Chinese kunst en literatuur een hoogtepunt. Chinese uitvindingen: kompas, papiergeld, boekdrukkunst, buskruit …

N

5 De Mongolen veroveren China

IN

Chinese godsdienst • hemel, mens en aarde beïnvloeden elkaar • ‘Li’ gedragsregels, riten de geleerde Kong Fu Tse Wie niet volgens de riten handelt = een barbaar.

aa r

©

VA

ca. 1200: Temoedjin verenigt verschillende nomadenstammen onder zijn gezag. Djengis Khan (‘sterke heerser’) • nomadenstammen = Mongolen • duidelijke wetgeving + een schrift • goed georganiseerd leger strenge discipline beweeglijke Mongoolse ruiterij (pijl en boog) • plunderen, moorden en verkrachten (zeker bij wie weerstand biedt) Dood van Djengis Khan (1227): gans Centraal-Azië onderworpen

em pl

Opvolgers: Groot-Khan = opperste leider over reusachtig Mongools rijk • heropleving internationale handel door vrede en bescherming handelaars handel + bondgenoten tegen islam • westerlingen zoeken contact met Mongolen Voorbeelden: Willem van Rubroeck, Marco Polo Koebilai Khan verovert in 1279 China Yuan-dynastie

6 China onder de Yuan-dynastie

ex

Hoofdstad = Beijing

Mongolen behouden een groot deel van de Chinese instellingen.

in

lijk

Rassenwetten

hoge ambten voor Mongolen en niet-Chinezen discriminatie van de Zuid-Chinezen grote landerijen voor Mongoolse edelen

Tolerant voor vreemde godsdiensten Einde Mongoolse overheersing Oorzaken: conflicten over troonsopvolging, economische problemen, opstanden van uitgebuite boeren. 1368: Mongolen verdreven uit China

Ming-dynastie

Het Mongoolse Rijk valt verder uit elkaar. D

Niet-westerse samenlevingen

137


HEDEN

OVERZICHT D

Blik op de buitenwereld Er zijn vijf wereldgodsdiensten:

IN

het christendom de islam het hindoeïsme het boeddhisme het jodendom

N

• • • • •

• In 1970 is bijna 1 % van de Belgen moslim. • In 2018 is bijna 8 % van de Belgen moslim.

VA

De islam is de tweede grootste godsdienst in België.

uitwisselingen zorgen.

aa r

Godsdienstvrijheid is beschermd door:

©

Contacten tussen mensen met een verschillende achtergrond kunnen voor interessante

em pl

• de Belgische grondwet, • het mensenrechtenverdrag, • het kinderrechtenverdrag.

KENNEN

in

lijk

ex

1 de begrippen ‘wereldgodsdienst’, ‘gastarbeiders’ en ‘godsdienst­ vrijheid’ uitleggen 2 kansen en moeilijkheden van ontmoetingen met niet-westerse samenlevingen benoemen 3 weten dat godsdienstvrijheid in de grondwet en in het mensen- en kinderrechtenverdrag is opgenomen

138

D

Blik op de buitenwereld

GA ZELF AAN DE SLAG!

KUNNEN 1 het belang van positieve contacten tussen verschillende samenlevingen in eigen woorden weergeven 2 eventuele spanningen en moeilijkheden bij contacten tussen verschillende samen­ levingen in eigen woorden weergeven en oplossingen formuleren 3 uitleggen op welke manier jij zou omgaan met mensen uit nietwesterse samenlevingen 4 het belang van godsdienstvrijheid voor jezelf argumenteren


E

HEDEN

Rechten en plichten in België

VA

N

IN

Binnen een rechtstaat hebben zowel de staat als de burgers rechten en plichten. Iedereen is verplicht om belastingen te betalen aan de staat. Als tegenprestatie worden we beschermd, is het weggebruik gratis, kunnen we (relatief ) goedkoop van de gezondheidszorg genieten … In de Belgische grondwet staat dat we het recht hebben om een menswaardig leven te leiden. Om dat allemaal te realiseren is het land opgedeeld in verschillende bestuursniveaus, met eigen bestuurlijke bevoegdheden. De opdeling in gewesten en gemeenschappen is er pas gekomen aan het einde van de 20e eeuw. Op diddit vind je extra opdrachten bij deze les.

Op het internet kun je de Belgische grondwet raadplegen. Ga eens kijken naar Artikel 23. Dat artikel bepaalt dat we het recht hebben om een menswaardig leven te leiden. Je zult zien dat het zes concrete rechten opsomt. Noteer er hier twee naar keuze.

OPDRACHT 2

- Welke bestuursniveaus zijn er in België? Vul het overzicht aan.

em pl

aa r

©

OPDRACHT 1

Gemeente

- Zoek een krantenartikel over een politiek onderwerp. Vul in en stel je artikel voor aan de klas. Titel:

Datum:

ex

Bron:

Inhoud:

• Onderwerp:

lijk

• Welk bestuurlijk niveau:

in

OPDRACHT 3

- Op welke datum vieren we de feestdag van de Vlaamse Gemeenschap?

- Sinds wanneer vieren we die feestdag en sinds wanneer is het een betaalde feestdag in Vlaanderen? Raadpleeg het internet.

Op het einde van de middeleeuwen krijgen de landen in Europa stilaan vorm. Een belangrijke stap daarin is het leenwezen. Dat draait ook rond rechten en plichten. E

reChteN eN pliChteN iN België

139


VERLEDEN

De middeleeuwen van 900 tot 1450

Noteer de begrippen bij de juiste bron. Kies uit: vorst − adel − kerk − steden. Bron 2 Abt en bisschop op een glasraam in de kathedraal van Grenoble

lijk

ex

em pl

aa r

Bron 1 Filips VI, koning van Frankrijk van 1328 tot 1350

©

OPDRACHT

VA

N

IN

In dit onderdeel nemen we de draad weer op bij het uiteengevallen Karolingische Rijk (zie les B2) en overlopen we verder de politieke geschiedenis van West­Europa. Op deze bladzijde stellen we je de hoofdrolspelers van het verhaal voor.

in

Bron 4 De graslei, het middeleeuwse hart van Gent

140

E

De miDDeleeuweN vaN 900 tot 1450

Bron 3 Ridder in volledig harnas


In de 9e eeuw valt het Karolingische Rijk verder uit elkaar. Er ontstaan verschillende vorstendommen. Om hun rijk te besturen en te controleren maken de vorsten gebruik van het leenwezen. Die praktijk komt voort uit een ouder systeem: de vazalliteit.

N

IN

E1

De feodaliteit of het leenwezen

VA

Wat is de vazalliteit? Hoe werkt het leenwezen? Heeft het systeem ook nadelen?

MACHTELOZE FRANSE KONING

0

0

15

12

0

5

0

0

12

0

0

aa r

ONTSTAAN LEENWEZEN

MACHTELOZE KEIZER VAN HET DUITSE RIJK

em pl

VAZALLITEIT

9

70

0

©

Kaartnr(s). 

1

De vazalliteit legt de basis voor het leenwezen

ex

De vazalliteit wortelt in een ver verleden. Al bij de Germanen en de Romeinen bestaat het gebruik dat ‘zwakkere’ vrije mannen dienaars worden van ‘sterkere’.

in

lijk

Tijdens de onveilige vroege middeleeuwen nemen rijke grootgrondbezitters armere vrije mannen in krijgsdienst om hun bezittingen te beschermen. Dat gebruik heet vazalliteit. Bij de vazalliteit zweert een vrije man (de vazal) trouw aan een rijke machtige heer. Die overeenkomst houdt zowel voor de heer als voor de vazal plichten en rechten in. Dikwijls verblijven de vazallen bij de heer. Hij zorgt voor hun levensonderhoud, een paard en een wapenuitrusting. De heer trekt met zijn schare vazallen ten strijde. Ook heren met kleine domeinen en zelfs met grotere of meerdere bezittingen zoeken steun bij nog machtigere heren en worden hun vazal. Om de krijgs- en andere diensten van hun vazallen te vergoeden en zo in hun levensonderhoud te voorzien, krijgen de vazallen een of meer domeinen in leen. Zo ontstaat de feodaliteit. Vazallen worden voor hun trouw en hun dienst beloond met een ‘leen’ (Latijn: ‘feodum’). De heer die het leen geeft, heet de ‘leenheer’, de vazal die het leen ontvangt, de ‘leenman’.

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

141


Bron Een vrij man verklaart zich vazal van een heer Omdat het aan allen ten zeerste bekend is hoe weinig ik bezit om mij te voeden en te kleden, heb ik een beroep gedaan op uw goedgunstigheid (...) om mij aan u te mogen (...) onderwerpen aan uw bescherming (...) dat u mij zult bijstaan en onderhouden, zowel in levensmiddelen als in kleding (...). En zolang ik leef, zal ik u moeten dienen en gehoorzamen voor zover het een vrij man betaamt; op geen enkel tijdstip van mijn leven zal ik gemachtigd zijn mij te onttrekken aan uw dienstbaarheid en gezag, maar ik zal al de dagen van mijn leven moeten blijven onder uw macht en bescherming. (...)

HEDENDAAGSE VERTALING

Een voorbeeld van een afspraak tussen een vazal en zijn heer, midden 8e eeuw

IN

OPDRACHT 1

N

Mogelijk is de tekst nog ouder. De woorden worden uitgesproken op een plechtige eedaflegging.

VA

- Waarom verklaart iemand zich vazal? 

- Noteer de plichten van de heer in je eigen woorden.

- Noteer de plichten van een vazal.

aa r



©



- Hoe lang duurt de overeenkomst? 

2

em pl

Het leenwezen dient om het rijk te besturen

ex

In ruil voor een eed van trouw krijgt een vazal van de koning (een kroonvazal) een of meerdere ‘lenen’. Een leen bestaat oorspronkelijk uit een domein of een kleiner landgoed. Dat is een grondleen. Na de dood van de vazal wordt het leen weer bezit van de koning. De ‘kroonvazallen’ beginnen eind 9e eeuw op hun beurt lenen uit te delen aan ‘lagere’ leenmannen (die op hun beurt weer stukken verder ‘verlenen’). Er ontstaan ook ambtslenen en geldlenen. In ruil voor een eed van trouw krijgt de leenman dan geld of een ambt. Het recht om een gebied voor de koning te besturen is zo’n ambt. Het leenwezen wordt dus een systeem om een land te besturen. Bestudeer het schema op de volgende bladzijde. - Wat zijn kroonvazallen?

lijk

OPDRACHT 2



in

- ‘De achtervazallen gehoorzamen de koning.’ Juist of fout? Motiveer je antwoord.  - Geef drie soorten lenen.  - Wat heeft een graaf in leen van de koning? 

142

LES E1

De feodaliteit of het leenwezen


- Waarom deelt de koning lenen uit, denk je?  

IN

keizer / koning

VA

N

kroonvazallen leenmannen

achter-achtervazallen

©

achtervazallen achterleenmannen

Legende

aa r

achter-achterleenmannen

OPDRACHT 3

em pl

trouw en gehoorzaamheid ambt met gebied: bijvoorbeeld graaf, hertog zonder gebied: bijvoorbeeld een functie aan het hof leen geld grond Het leenwezen

ex

Het geven en krijgen van leen gebeurt tijdens een plechtigheid: de leenhulde. Naargelang het land kan de volgorde van de handelingen verschillen. De onderstaande middeleeuwse tekeningen stellen die handelingen voor. Bron 2 Middeleeuwse tekening, 14e eeuw

Bron 3 Middeleeuwse tekening, 13e eeuw

in

lijk

Bron 1 Middeleeuwse tekening, 13e eeuw

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

143


- Zet bij elke tekening de juiste letter. Kies uit: a De leenman knielt voor de leenheer en zweert aan hem een eed van trouw. Aanvankelijk gebeurt dat door zijn handen in die van de heer te leggen. Later kan dat ook door de rechterhand op te steken. b De leenheer geeft hem een voorwerp dat het leen voorstelt. Dat kan van alles zijn: een stok, een document, een ring, een kluit aarde … c De leenheer en leenman bezegelen hun verbond met een kus en/of omhelzing.

IN

- Bekijk de tekeningen. Zijn de uitspraken juist of fout? Kruis aan. Motiveer je keuze. Juist

Een koning kan zowel leenheer als leenman zijn.

N

 Een geestelijke kan ook een leen geven.

3

VA



Fout

De strijd om de macht tussen de vorst en de edelen

em pl

aa r

©

In de 9e en 10e eeuw slagen de vorsten er niet altijd in hun grondgebied te beschermen tegen invallen (van bijvoorbeeld de Vikingen). In tijd van nood zoekt de bevolking dan vooral bescherming bij de graaf of een andere plaatselijke heer. Als beschermer wint hij het vertrouwen van de bevolking. Hij krijgt meer macht en invloed en begint zijn ‘leen’ als eigen bezit te beschouwen. Bovendien zorgt hij ervoor dat een zoon of een ander familielid zijn leen erft. Sommige leenmannen zweren trouw aan verschillende leenheren. Daardoor willen ze niet zomaar naar één leenheer luisteren. Door dat alles verliest de vorst de controle over zijn koninkrijk. De kroonvazallen gedragen zich in hun eigen gebieden als minikoningen. Dat gebeurt in Frankrijk tussen 900 en 1200 en in het Duitse Rijk vanaf 1250. De meeste vorsten trachten hun macht te herstellen. Ze eisen dat iedereen hun wetten, hun besluiten en hun rechtspraak opnieuw respecteert. Dat heet centraliseren. Ze proberen te profiteren van ruzies tussen de leenmannen. Door nieuwe belastingen te heffen, beschikken de vorsten ook over meer geld en invloed. Bron

ex

OPDRACHT 4

in

lijk

Jan, bij Gods genade koning van Engeland, heer van Ierland, hertog van Normandië en Aquitanië, graaf van Anjou, aan de aartsbisschoppen (…) graven, baronnen, (…) rechters (…) en alle ambtenaren en getrouwen, onze groet (…)

144

LES E1

2 Als een van onze graven of baronnen, of een ander die van ons direct een militair leen houdt, overlijdt, en zijn erfgenaam op dat moment meerderjarig is en verheffingsgeld schuldig is, zal hij zijn erfenis hebben tegen het aloude verheffingsgeld; namelijk, de erfgenaam of de erfgenamen van een graaf tegen honderd pond voor de volledige grafelijke baronie; de erfgenaam of de erfgenamen van een baron tegen honderd pond voor een volledige baronie; de erfgenaam of de erfgenamen van een ridder tegen ten hoogste 100 schellingen voor het ganse ridderleen. En wie minder schuldig is, geve minder, volgens de oude leengewoonte.

De feodaliteit of het leenwezen


Uit: de Magna Carta van 1215

Koning Jan ondertekent onder dwang dit charter (document). Voordien had koning Jan enorme sommen geëist van de erfgenamen van graven en baronnen. De Magna Carta, de Latijnse benaming voor het ‘Grote Charter’, probeert de macht van de koning aan banden te leggen. Die 100 pond waarvan sprake is in de bron, komt ruwweg overeen met het jaarinkomen uit de erfenis.

- Zoek op. Wat is de bijnaam van de koning? Van welke koning is hij de broer?

Het feodale Frankrijk in de 11e eeuw

ine

VALOIS

NORMANDIË

Parijs

ANJOU

BLOIS

Loi

re

TOURRAINE

SANCERRE

BOURBON

LIMOUSIN

BOURGONDIË

Lyon

AUVERGNE

ro

nn

GEVAUDAN

ROUERGUE

em pl

e

GASCOGNE

GOTIË

Arles

TOULOUSE

verbrokkelde Frankrijk



huidige Franse staatsgrens

BARCELONA

0



Middellandse Zee

100 km

- Geef vijf lenen uit het noorden van Frankrijk. 

ROUSSILLON

Frans kroondomein leen



PERIGORD

Ga

NORMANDIË

N



NEVERS

MARCHE SAINTONGE ANGOULEME



aa r

POITOU



©

CHAMPAGNE GATINAI AUXERRE

MAINE



Trier

Rhône

BRETAGNE

Keulen



VERMANDOIS

Se

- Vergelijk het kroondomein met de lenen van de kroonvazallen. Wat stel je vast?

Rijn

Brugge Antwerpen lde che VLAANDEREN S Luik

VA

OPDRACHT 5

IN



 

ex

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

in

lijk

KENNEN

1 het begrip ‘centraliseren’ uitleggen 2 de begrippen ‘vazalliteit’, ‘feodaliteit’, ‘leen’, ‘leenheer’, ‘leenman’, ‘leenhulde’, ‘vazal’ en ‘kroondomein’ uitleggen 3 de uitbreiding van de vazalliteit naar de feodaliteit uitleggen 4 drie soorten lenen uitleggen 5 drie oorzaken voor de aantasting van de koninklijke macht opnoemen en uitleggen

KUNNEN 1 met behulp van een kaart de machteloosheid van de Franse koning uitleggen 2 informatie uit bronnen afleiden

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

145


LES E1 SCHEMA

De feodaliteit of het leenwezen

IN

1 De vazalliteit legt de basis voor het leenwezen

Rechten en plichten

aa r

©

VA

heer vazal: onderhoud / bescherming vazal heer: dienen en gehoorzamen Feodaliteit = vazalliteit + leen Leenheer geeft leen aan vazal = leenman. Leenwezen = feodaliteit leen

N

Vazalliteit: vazal = vrije man in dienst van machtige heer

leenheer

leenman

em pl

trouw

2 Het leenwezen dient om het rijk te besturen Verschillende soorten lenen: • ambt met gebied: graaf, hertog, markgraaf • ambt zonder gebied: functie aan het hof • grondleen • geldlenen

kroonvazallen

ex

Vanaf de 9e-10e eeuw ontstaat de piramide van leenmannen.

in

lijk

3 De strijd om de macht tussen de vorst en de edelen

146

LES E1

• 9e-10e eeuw: invallen koning biedt geen bescherming, graven en andere leenmannen wel • lenen erfelijk • Leenmannen lenen verschillende leenheren / koningen verzwakken van de macht van de koning

Vorsten trachten hun macht te herstellen: • eisen respect voor hun besluiten, wetten en rechtspraak = centralisering; • profiteren van ruzies tussen de leenmannen; • meer geld en invloed dankzij nieuwe belastingen.

De feodaliteit of het leenwezen


E2

De opkomst van de steden in onze gewesten

N

IN

In onze gewesten woont tot de 10e eeuw meer dan 90 % van de mensen op het platteland. In de 15e eeuw woont 30 % tot 40 % van de mensen in de stad.

VA

Waarom en waar ontstaan of herleven steden? Hoe beschermen de stedelingen zich? Hoe voorzien ze in hun onderhoud? Wie heeft de macht in de stad?

MIDDELEEUWEN

4

5

0

MODERNE TIJD

±

17 ±

VROEGMODERNE TIJD

19

5

0

5

14

OPKOMST STEDEN

1

±

aa r

±

±

9

50

0

0

0

©

Kaartnr(s). 

HEDENDAAGSE TIJD

em pl

Oude steden herleven, nieuwe steden ontstaan vanaf eind 9e eeuw

ex

In onze gewesten raken de oude Gallo-Romeinse steden vanaf de 4e eeuw in verval. Door handel en nijverheid herleven of ontstaan de meeste steden vanaf eind 9e eeuw. Veel steden in Vlaanderen en Brabant groeien in de buurt van een burcht. Zo’n burcht bestaat uit een omheining, een kerk en een versterkte woning voor de vorst. De omheining is dikwijls een (burcht)gracht, een hoge aarden omwalling of beide. Later komt er vaak een hoge stenen muur. Rond en in de burcht wonen handelaars en handwerkers. Zij zoeken daar veiligheid en bescherming.

lijk

De meeste steden hebben een haven (in het Latijn: ‘portus’) vandaar de naam ‘poorter’ voor de inwoners van een stad.

in

OPDRACHT 1

Bestudeer de kaarten op de volgende bladzijde en beantwoord de vragen. - Waarom zijn waterwegen zo belangrijk voor de handel, zeker in de middeleeuwen?   - Waarom zijn Gent, Brussel, Leuven, Zoutleeuw en Maastricht beter geschikt voor de handel?    E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

147


- En Brugge?

b Vlaanderen omstreeks 1300

©

VA

N

a Handelsroutes (1100-1400)

IN

- Welke vier Vlaamse steden hebben meer dan 35 000 inwoners?

2

aa r

De stad wordt een burcht in het groot

De steden groeien (verandering), maar de zoektocht naar veiligheid blijft (continuïteit). Bestudeer de kaart op de volgende bladzijde. Vergeet de legende niet! Beantwoord de vragen en voer de opdrachten uit.

em pl

OPDRACHT 2

- Schrijf bij het oudste gedeelte van de stad de hoofdletter A. - Wat zie je in het oudste deel en wat stelt het voor? TIP Bekijk de legende van de kaart. Wat stelt het voor?

in

lijk

ex

Wat zie je?

148

LES E2

De opkomst vaN De steDeN iN oNze gewesteN

Op de werf worden schepen geladen en gelost. het steen, een overblijfsel van de burchtmuur


Antwerpen ca. 1200

B

VA

N

IN

A

aa r

©

C

em pl

De kaart is een hedendaagse tekening van een plattegrond van Antwerpen ca. 1200. Een rui is een waterloop. De poorten zijn versterkt met zware deuren, stenen muren en torens. Ze worden bewaakt en zijn ’s nachts gesloten. - Schrijf bij het tweede oudste gedeelte de hoofdletter B. - Hoe noemen sommige Antwerpenaars dat oude gedeelte van de stad (zie legende)? 

ex

- De ruienstad is dus omringd door ruien. Zijn de ruien een natuurlijke waterloop? 

in

lijk

- Schrijf bij het jongste gedeelte de hoofdletter C. - Opnieuw is de stad uitgebreid en opnieuw is dat gedeelte beschermd door een gordel van water. Wat hebben de inwoners nog gedaan om zich beter te beschermen? Leg mondeling uit waarom dat een betere bescherming is.  - Wat heeft Antwerpen, net als bijna alle steden, later nog gebouwd om zich nog beter te beschermen? 

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

149


3

De stad wordt een handels- en nijverheidscentrum Wij weten al dat verbeteringen in de landbouw zoals het drieslagstelsel en ijzeren ploegen (zie les C3) zorgen voor voedseloverschotten die op de lokale markten verkocht worden. Vooral de groeiende steden worden zo bevoorraad. Ook de bevolking groeit (zie les C1). Wie op het platteland geen werk vindt, kan werk zoeken in de steden en verhuizen. De migratie naar de steden is begonnen.

VA

N

IN

De langeafstandhandel herleeft in de 12e en 13e eeuw. Daarover leer je volgend jaar meer. Het voornaamste product dat kooplieden uit Vlaanderen en Brabant verkopen, zijn dikke geweven stoffen om kleding te maken, toen meestal Vlaamse lakens genoemd. Die lakens worden gemaakt door ambachtslieden. Ambachtslieden in de lakennijverheid werken dus voor de export. Er zijn ook ambachtslieden zoals bakkers en beenhouwers die voor de plaatselijke markt werken. Kooplieden en ambachtslieden verenigen zich in gilden, de handwerklieden zoals bakkers, beenhouwers of wevers in ambachtsgilden, ook ambachten genoemd. Alleen leden van een gilde mochten het beroep van die gilde uitoefenen. Elke ambachtsgilde stelt in een ‘keure’ regels op om de kwaliteit te garanderen en het werk onder de ambachtslieden te verdelen.

Bron 1

Bron 2

ex

em pl

OPDRACHT 3

aa r

©

In kleinere steden werken vier ambachten aan het laken: spinners, wevers, volders, ververs. Na het weven komt het laken bij de voller of volder. Die zorgt ervoor dat de duizenden kleine draadjes met elkaar vervilten. Dat doet hij door het laken in water met boter, urine of volaarde in kuipen te weken en er met blote voeten op te trappelen. De laatste bewerking is het verven van de lakens. In de lakenhalle verzamelt, controleert en verhandelt men de lakens. Dan pas zijn ze klaar voor de export.

De gerestaureerde lakenhalle van Ieper

in

lijk

De oorspronkelijke lakenhalle wordt gebouwd tussen ca. 1230 en 1304. Het belfort is 70 m hoog en een teken van de macht van de burgerij. De fundamenten van de lakenhalle van Poperinge

De lakenhalle wordt in de tweede helft van de 13e eeuw gebouwd. De halle is 42 m lang en wordt in 2010 blootgelegd tijdens de heraanleg van de markt. © ARCHEO 7

150

LES E2

De opkomst van de steden in onze gewesten


- Waarvoor dienen de lakenhallen? TIP Raadpleeg de lestekst.  - Waarvan zijn de lakenhallen symbool?  Bron 1b

IN

Bron 1a

So wat knape die van buten den schependoeme es, ende willen leeren vullen, dat hie moet leren 3 jaer, ende tenden 3 jaer, so warde knape jof mester of hie wille.

En die van de stad is en wil leren vollen, die moet twee jaar leren en op het einde van die twee jaar, dan mag hij kiezen of hij gezel wordt of meester. En als zij [de knapen] gezel willen worden,

Ende so wie die van binden schependoeme es, ende willen leren vullen, hie sal leren 2 jaer, ende tenden 2 jaren, so warde mester jof knape jof hie wille. Ende als sie knapen wille worden, so sullen sie gheven 10 s. Van deser boete sal hebben die grave dardendeel, die stede tander dardendeel ende thambocht dat darde dardendeel. …

VA

N

Een knaap [jongeman] die van buiten de stad [Brugge] is en die wil leren vollen, die moet drie jaar leren en op het einde van die drie jaar dan mag hij kiezen of hij knaap [gezel] of meester wordt.

©

OPDRACHT 4

aa r

zullen zij 10 s. [moeten] geven. Van die som zal de graaf een derdedeel krijgen, de stad het ander derdedeel en het ambacht het derde derdedeel.

ex

em pl

De leerjongen [of gezel] die meester wil worden moet onmiddellijk 30 s. betalen, de helft krijgt de graaf, de stad eenvierde en het ambacht het [andere] vierde … Elke meester mag maar één leercnape [leerjongen] hebben in één jaar behalve als die leerjongen sterft (…) En die toch meer dan één leerjongen heeft, moet de laatste ontslaan met een boete van 20 s. (…)

in

lijk

De meester die zijn leerjongen minder geeft dan het rechtmatige loon, moet 5 s. [boete] betalen.

Ende elc mester ne moet waer 1 leercnape hebben bin 1 jare, henne ware dat sake dat hie storve jof dat hie lassers worde. Ende diere meer dan 1 name, hie moeste den achtersten van hem doen met 1 boete van 20 s. Ende so wat mestre die sinen knape min gave dan sinen rechten loon, hie verbuerde 5 s. So wat knape die mester wort, die moet gheven 30 s. sonder verlaet; die ene helt sal hebben die grave, die stede tvierendeel ende thambocht tvierendeel …

Uit: De keure van de volders van Brugge,

Uit: De keure van de volders van Brugge,

‘Dits van den vulres’, 1284

'Dits van den vulres', 1284

Vertaald uit het Middelnederlands. ‘s.’ staat voor ‘solidus’, de solidus is een geldstuk, in het Nederlands ‘schelling’. Vollen is van wol vilt maken.

knape / cnape: jongeman maar ook leerjongen; schependoeme: gebied waar de schepenen van Brugge rechtspreken; warden: een oude vorm van ‘worden’; boete: (in deze tekst) vergoeding; storve: van ‘sterven’; lasser: melaats; verbueren: door een misdrijf kwijt raken.

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

151


Probeer bron 1b te begrijpen. TIP Lees luidop in je dialect. - Evalueer de presentatie van de bron 1a. Welke contextinformatie heb je? Hoe is de bron bewerkt? Vergelijk met de originele tekst in bron 1b.  

IN

  

N

- Hoelang duurt de leertijd voor een Bruggeling? En voor iemand van buiten de stad?

VA

 - Waarom is dat verschil er? 

©

- Waarom mag de meester niet meer dan één leerjongen hebben? 

aa r

- Waarom zal de graaf blij zijn als er steeds meer lakens verkocht worden? 



4

em pl

- Waarom wordt niet elke leerjongen na de leertijd meester?

De kooplieden regeren de stad

in

lijk

ex

Op het platteland hebben de edelen het voor het zeggen of de abt op de landgoederen van de abdij. In de beginnende steden is de heer van het domein waarop de stad groeit, de baas. Later, met de hulp van de landsheer – de koning, de graaf of de bisschop – krijgen de steden stadsrechten zoals het recht om een stadsmuur te bouwen, zelf recht te spreken en de stad te besturen. Meestal besturen de schepenen en één, soms twee, burgemeester(s) de stad. De schepenen spreken ook recht in naam van de vorst of de landsheer. De vertegenwoordiger van de heer – schout, meier of baljuw genoemd – zorgt voor het bijeenroepen van de schepenen en het uitvoeren van de straf (zie onderzoek: misdaad en straf ).

152

LES E2

In de middeleeuwse stedelijke samenleving is er veel ongelijkheid. Tot in de 13e eeuw besturen kooplieden met toestemming van de vorst de steden. In veel steden komen de ambachtsgilden vanaf eind 13e eeuw in opstand en komt er in de 14e eeuw inspraak in het bestuur van sommige steden.

De opkomst van de steden in onze gewesten


OPDRACHT 5

Bron De keure van Gent (1191) De burgers van Gent moeten hun vorst en vriend (de graaf van Vlaanderen) boven elke andere prins getrouw zijn, zolang hij hen volgens recht en rede behandelt. 2 De stad mag dertien schepenen aanduiden die over alle zaken zullen beslissen. 3 De Gentenaren moeten voor hun vorst aan geen enkele militaire tocht deelnemen tenzij op zee. (…) 30 Wanneer te Gent een persoon aangetroffen werd die schadelijk is voor gans de stad, dan zal hij uit de stad verbannen worden (...), naar het oordeel van de schepenen.

IN

1

Uit : Albert Eugene Gheldolf, Histoire constitutionelle et administrative de la ville de Gand, 1846

N

Deze bron is een bewerking van de originele versie.

- Welke twee taken hebben de schepenen?

©



VA

- Onderstreep het fragment dat aantoont dat de Gentenaars de vorst niet meer onvoorwaardelijk moeten gehoorzamen.

aa r

- Wat schiet er nog van de verplichte krijgsdienst over? 

em pl

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

1 de historische groei van een stad van een plattegrond aflezen 2 informatie uit bronnen afleiden 3 de presentatie van een bron evalueren

in

lijk

ex

1 de begrippen ‘nijverheid’, ‘handel’, ‘migratie’, ‘stedelijke samenleving’ en ‘ongelijkheid’ uitleggen 2 de begrippen ‘poorter’, ‘Vlaams laken’, ‘gilde’, ‘ambacht’, ‘schepen’ en ‘stadsrecht’ uitleggen 3 uitleggen waar en waarom de steden herleven vanaf het einde van de 9e eeuw 4 uitleggen hoe de stedelingen zich beschermen 5 twee ambachten opnoemen die voor de export werken 6 drie ambachten opnoemen die voor de lokale markt werken 7 twee stadsrechten opnoemen en uitleggen 8 uitleggen hoe een middeleeuwse stad bestuurd wordt en hoe dat evolueert

KUNNEN

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

153


LES E2 SCHEMA

IN

De opkomst van de steden in onze gewesten 1 Oude steden herleven, nieuwe steden ontstaan vanaf eind 9e eeuw

VA

N

Waarom? • door de opkomst van handel en nijverheid

©

Waar? • op het kruispunt van water- en landwegen • bij een burcht voor veiligheid

aa r

2 De stad wordt een burcht in het groot Verandering: groei Continuïteit: de zoektocht naar veiligheid

grachten, omwallingen, stadsmuren

em pl

3 De stad wordt een handels- en nijverheidscentrum Verbeteringen in landbouw

voedseloverschotten groei bevolking

verven

ex

Vanaf de 12e-13e eeuw: langeafstandhandel Onze gewesten exporteren Vlaams laken. spinnen weven vollen

steden migratie naar steden

lijk

Gilden en ambachtsgilden

in

4 De kooplieden regeren de stad

154

LES E2

De steden krijgen stadsrechten. • bestuur: schepenen en burgemeester • rechtspraak: schepenen • macht tot de 13e eeuw: kooplieden

De opkomst van de steden in onze gewesten

vanaf 14e eeuw inspraak ambachten


E3

De vorsten strijden om de macht

VA

©

Welke beperkingen voor de konink­ lijke macht bestaan er in de middel­ eeuwen? Hoe proberen sommige vorsten hun macht uit te breiden? Hoe is dat proces in de belangrijkste Europese ‘staten’ verlopen?

N

IN

Tegenwoordig hebben de meeste Europese vorsten vrijwel geen politieke macht meer. Bovendien zijn er niet zoveel koningen meer in het huidige Europa. Tijdens de middeleeuwen zijn er veel meer vorsten in Europa. In tegenstelling tot wat vaak geloofd wordt, is hun macht dan verre van onbeperkt.

em pl

INVESTITUURSTRIJD Slag bij Hastings

15

14

12

Magna Carta

4 9

75

±1

±1

5

4

±1

ex

5

0

Monarchie en macht in Europa 0

OPDRACHT 1

Slag bij Bouvines

12

aa r

75

22 11

10

10

6

6

Kaartnr(s). 

MONARCHIE: DOMINANTE REGERINGSVORM

in

lijk

MIDDELEEUWEN

VROEGMODERNE TIJD

MONARCHIE: NIET DOMINANT MODERNE TIJD

VEEL MACHT VOOR DE KONINGEN

HEDENDAAGSE TIJD

MINDER MACHT VOOR DE KONINGEN

- In welke tijd hebben de koningen in Europa de meeste macht?  - Welke evolutie in verband met de macht van de koningen merk je doorheen de middeleeuwen? 

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

155


1

Uitdagingen en kansen voor een sterke koninklijke macht

OPDRACHT 2

VA

N

IN

Rond het jaar 1000 worden de meeste vorsten in Europa door hun belangrijkste vazallen beschouwd als een ‘primus inter pares’ (de eerste onder de gelijken). Aan het koningschap is dus in de meeste gevallen geen al te groot gezag verbonden. Ongeveer vanaf de 11e eeuw zullen sommige Europese vorsten hun macht vergroten. Dat wordt aanvankelijk wel enkel ingegeven door belangen op korte termijn: het uitbreiden van het eigen grondgebied. Dat doel proberen ze te verwezenlijken door onder andere een slimme huwelijkspolitiek, maar evenzeer door het gebruik van geweld of door het (terug)kopen van leengebieden. Staatsvorming, de uitbouw van een sterke en moderne staat, is op dat moment (nog) geen concrete doelstelling. Naarmate het eigen grondgebied van een vorst uitbreidt, ontstaat echter ook de behoefte om meer controle (macht) uit te oefenen over dat grondgebied. Bij hun pogingen om de greep op hun gebieden te versterken, stuiten veel vorsten vaak op verzet van allerlei personen of groepen: lokale edelen, andere vorsten, de Kerk … Territoriale uitbreiding en bestuurlijke centralisatie maken uiteindelijk deel uit van een lang en moeizaam proces, een proces dat sterk beïnvloed wordt door de financiële mogelijkheden van de koning (geld is macht). Bovendien zullen niet alle vorsten slagen in de ambitie om hun grondgebied en macht uit te breiden. Lees de lestekst grondig.

aa r

©

- Onderstreep. Is deze stelling juist of fout? ‘Rond het jaar 1000 hebben de Europese vorsten veel macht.’

em pl

- Onderstreep in de lestekst het antwoord op deze vragen en schrijf het nummer van de vraag in de kantlijn naast het antwoord. 1 Wat is het aanvankelijke doel van sommige vorsten bij hun streven naar meer macht? 2 Hoe proberen ze dat doel te verwezenlijken? 3 Wie verzet zich allemaal tegen de uitbreiding van die vorstelijke macht? 4 Wat heeft een koning zeker nodig om zijn macht te kunnen uitbreiden?

2

De Capetingers leggen de basis voor een sterke monarchie in Frankrijk

ex

In 987 komt in Frankrijk een nieuwe dynastie op de troon, de Capetingers. Zij slagen er al vrij snel in om het koningschap erfelijk te maken. Bovendien laten ze zich, zoals in het ‘Oude Testament’, tot koning zalven. Die zalving met ‘heilige olie’ geeft hun functie een soort goddelijk karakter. De koning is geen gewone mens meer en er wordt zelfs geloofd dat hij daardoor tot mirakels in staat is.

in

lijk

Gedurende de rest van de 13e eeuw versterken de Capetingers verder hun macht binnen Frankrijk én Europa. Niet alleen weten ze de macht van het pausdom in te perken (zie les F1), ze roepen ook een aantal centrale instellingen in het leven die het bestuur over hun groeiende staat moeten vergemakkelijken. Het Parlement van Parijs (hoogste gerechtshof ) is daar een voorbeeld van. De Franse koningen doen ook steeds meer een beroep op geschoolde burgers, die als betaalde ambtenaren in hun dienst werken.

156

LES E3

Een aparte instelling die ook rond die tijd wordt opgericht, is de Staten-Generaal. Dat is een vergadering waarin vertegenwoordigers zetelen van de verschillende standen uit het hele land. De oprichting van die instelling is belangrijk omdat de koning meer financiële middelen nodig heeft om het bestuur van zijn groeiende staat te bekostigen. De vele privileges die de adel, de clerus en de steden op dat moment genieten, maken het de koning namelijk onmogelijk om vrijblijvend

De vorsten strijden om de macht


nieuwe of extra belastingen te heffen. Enkel met toestemming van de verschillende standen kan hij dat doen. Daarom moet de koning op bepaalde momenten de standen bijeenroepen en hen om steun vragen. In ruil voor extra geld kan de Staten-Generaal echter bepaalde wederdiensten vragen. Hoewel die instelling geen echte wetten kan opstellen, vormt ze wel een zekere rem op de groei van de koninklijke macht. Aan het begin van de 14e eeuw bereikt de koninklijke macht in Frankrijk een voorlopig hoogtepunt. De strijd om de macht in Frankrijk

Deze kaart toont de veranderende territoriale invulling in Frankrijk in de 11e, 12e en 13e eeuw. De graven van Anjou, vazallen van de Franse koning, worden vanaf de 12e eeuw bekend als het geslacht of het huis van Plantagenet. Die familie slaagt er niet enkel in om de controle te verwerven over heel wat andere Franse leengebieden, maar uiteindelijk ook om het koninkrijk Engeland onder haar gezag te brengen. Rond 1200 strekt het Angevijnse Rijk (afgeleid van Angers, de hoofdstad van Anjou) zich uit van de grens van Schotland tot aan de Pyreneeën. In 1214 vindt er nabij het plaatsje Bouvines een belangrijke veldslag plaats waarbij de Plantagenets tegenover de Capetingers staan.

em pl

aa r

©

VA

N

IN

OPDRACHT 3

- Denk je dat de eerste Capetingers machtige vorsten zijn? Motiveer je antwoord.  

ex

 - Welke Franse gebieden krijgen de Plantagenets nog in handen, behalve Anjou? Noteer er vier.

in

lijk

 

- Waarom is het onvermijdelijk dat de Capetingers in conflict komen met de Plantagenets?   - Welke veldslag zal een beslissende rol spelen in de machtsstrijd tussen de Capetingers en de Plantagenets? 

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

157


- Wie komt er als overwinnaar uit de strijd? Motiveer je antwoord.   OPDRACHT 4

Bron

©

VA

N

IN

Maar stel dat een baron uit het koninkrijk Frankrijk in opstand komt tegen de koning. Wanneer die baron zijn leenmannen beveelt hem te helpen tegen de koning, zijn zij dan verplicht hem te gehoorzamen? Stellig lijkt dat zo, omdat zij de genoemde baron moeten helpen krachtens hun eed en het zou voorzeker erg zijn de [feodale] trouw te schenden (…). Zij hebben aldus in het algemeen beloofd dat zij de genoemde baron zouden bijstaan tegen om het even wie. Maar toch is dat niet zo, omdat de baron, die in opstand komt tegen de koning, lijkt te handelen tegen de Lex Julia Maiestatis, omdat het is alsof hij de dood van de magistraat van het Romeinse volk lijkt te beramen, of juister, dat hij rechtstreeks lijkt te handelen tegen de vorst, want de koning van Frankrijk is een vorst binnen zijn koninkrijk, die in wereldlijke aangelegenheden geen meerdere erkent (…). Daarom, aangezien de genoemde baron een zo ernstige misdaad begaat, omdat hij majesteitsschennis pleegt, zijn zijn leenmannen niet gebonden hem te helpen. Ook de band van het sacrament [de feodale eed] verplicht hen daartoe niet, aangezien er geen verbintenis is (tot het stellen) van schanddaden.

leenhulde), 1256

aa r

Uit: Jean de Blanot, Tractatus super feudis et homagiis (Verhandeling over het leenrecht en

em pl

Jean de Blanot (voor 1230-ca. 1281) is een Franse jurist. Hij studeert recht aan de universiteit van Bologna. Daar schrijft hij – in het Latijn – een werk waarin hij het Romeinse Recht zoals opgetekend onder keizer Justinianus (6e eeuw) becommentarieert. Het werk kent een grote verspreiding en wordt in de 16e eeuw zelfs meermaals in druk uitgegeven. De bovenstaande bron maakt deel uit van dat werk. De Lex Julia Maiestatis verwijst naar de Romeinse wetten die gaan over misdaden ten opzichte van onder andere de keizer.

- Waarom moeten de leenmannen van een baron normaal gezien hun heer helpen?

ex



- In welk geval mag dat echter niet? En waarom niet?

lijk

 

in

- Waarop baseert Blanot zich voor die stelling? 

- Is de bron representatief ? Vertegenwoordigt ze dus een visie die een ruime verspreiding kende of zou kennen of eerder de geïsoleerde mening van één persoon? Ja, zijn mening wordt duidelijk gedeeld door anderen, want zijn tekst kende een grote verspreiding. Neen, het is de mening van één persoon. Hij staat alleen met zijn opvatting.

158

LES E3

De vorsten strijden om de macht


3

De Engelse koningen moeten inspraak toestaan Na het vertrek van de Romeinen en de komst van Germaanse stammen (vooral de Angelen en de Saksen) valt het grondgebied van het huidige Engeland langzaam uiteen in verschillende rivaliserende vorstendommen. Die rijkjes hebben aanvankelijk zwaar te lijden onder de invallen van Vikingen (zie les B3). Het verzet tegen de Vikingen leidt uiteindelijk tot de vorming van één Engels koninkrijk.

©

VA

N

IN

Rond het midden van de 11e eeuw beweert Willem van Normandië, de hertog van Normandië, dat zijn oom, de Engelse koning, hem als troonopvolger heeft aangewezen. Dat is echter niet naar de zin van de Angelsaksische adel die geen ‘buitenlander’ op de troon wil. Na de dood van zijn oom steekt Willem toch het Kanaal over om zijn kroon dan maar met geweld te bemachtigen. Na de Slag bij Hastings in 1066 kan Willem dan ook de Engelse troon bestijgen (zie Onderzoek: de Normandiërs veroveren Engeland). Willem lokt veel Normandische edelen naar zijn nieuwe koninkrijk om zo het Angelsaksische verzet te onderdrukken. In ruil krijgen de Normandische edelen van Willem grote stukken grond. Die liggen verspreid over het hele land zodat geen enkele vazal over een een groot aaneengesloten gebied kan beschikken. Niemand kan dus Willems positie bedreigen. Bovendien legt Willem ook de basis van een centrale administratie. Hij laat het zogenaamde ‘Domesday Book’ opstellen. Dat is een oplijsting van alle onroerende bezittingen in het land. Dat maakt het gemakkelijker om belastingen te innen. Daarnaast benoemt Willem ook speciale vertegenwoordigers of ‘sheriffs’ in de verschillende graafschappen (‘shires’). Zij moeten belastingen innen, de orde bewaren, rechtspreken ...

Bron

em pl

OPDRACHT 5

aa r

In 1154 komt de eveneens ‘Franse’ dynastie van de Plantagenets op de troon. Zij proberen de koninklijke macht nog te versterken, door onder andere ook centrale bestuursinstellingen in het leven te roepen.

Jan, door de genade van God koning van Engeland, heer van Ierland, hertog van Normandië en Aquitanië, graaf van Anjou aan de aartsbisschoppen, bisschoppen, abten, graven ... en gelovigen, onze groet.

ex

Dat allen weten dat, onder goddelijke ingeving, voor het heil van onze ziel en dat van al onze voorvaderen en opvolgers, tot eer van God en het welzijn van de heilige Kerk, voor het welzijn ook van ons rijk ... Wij hebben ons allereerst tot God bekend en door deze voor ons liggende oorkonde voor ons en onze erfgenamen voor eeuwig bevestigd:

in

lijk

Art. 1 Dat de Engelse Kerk vrij is, dat ze over al haar rechten beschikt en dat haar vrijheden ongeschonden moeten blijven (…) de vrijheid die beschouwd wordt als de voornaamste en noodzakelijkste voor de Engelse Kerk, is de vrijheid van verkiezing. Art. 12 Er zal in ons land geen belasting geheven worden tenzij om ons (de koning) vrij te kopen, om onze oudste zoon tot ridder te slaan en onze oudste dochter voor de eerste keer uit te huwelijken. In die gevallen moet de belasting binnen de redelijke perken blijven. Art. 13 De stad Londen zal al haar oude rechten en vrijheden zowel te land als op zee behouden. Daarenboven erkennen wij dat alle andere steden, dorpen en havens hun privileges en oude gebruiken behouden. Art. 39 Geen enkel vrij man mag gevangengenomen, opgesloten, beroofd, verbannen of op E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

159


een andere wijze benadeeld worden; wij zullen geen man arresteren of over hem beschikken dan bij regelmatig vonnis door zijns gelijken en volgens de gewoonte van het land.

N

IN

Art. 60-61 Om een algemene raad van het koninkrijk te vormen, zullen wij de aartsbisschoppen, bisschoppen, abten, hertogen en grote baronnen door bijzondere brieven met ons zegel verzegeld, laten samenroepen en daarbij zullen wij, door onze sheriffs en baljuws al onze vazallen laten oproepen. Zij zullen vrij 25 baronnen verkiezen die alle middelen zullen aanwenden om de vrede en de door ons erkende vrijheden te eerbiedigen. Indien wij of onze officier van justitie of onze baljuw of een van onze onderdanen, onze plicht verzuimen (...) en indien wij het misbruik binnen de 40 dagen niet tegengaan (...) zullen de 25 baronnen en het gemeenschappelijke land het recht hebben ons met alle middelen schade toe te brengen door onze kastelen, domeinen en bezittingen te overmeesteren (...) tot wij ons naar hun zin gebeterd hebben.

VA

Uit: De Magna Carta, 1215

ex

em pl

aa r

©

Jan I (reg. 1199-1216) is de derde koning uit het Huis Plantagenet. Hij is absoluut niet populair. Men verwijt hem te regeren zonder veel inspraak te dulden en daarbij allerlei rechten te negeren, iets wat trouwens ook geldt voor zijn voorgangers. Van hen heeft hij ook het conflict met de Franse koningen geërfd. Dat conflict eindigt voor hem met de dramatische nederlaag in de Slag bij Bouvines (1214). Daardoor is de positie van de koning aanzienlijk verzwakt en kunnen zijn belangrijkste leenmannen hem tot een reeks toegevingen dwingen, wat resulteert in wat later bekend zal worden als de Magna Carta Libertatum (Grote Oorkonde der Vrijheden). De oorspronkelijke tekst is in het Latijn opgesteld. De Magna Carta wordt nog in hetzelfde jaar nietig verklaard door de paus (van wie de koning enkele jaren eerder een vazal is geworden). De beloofde raad van baronnen wordt aanvankelijk niet in het leven geroepen. Dat leidt tot een opstand tegen de koning. Zijn opvolgers zullen steeds meer verplicht worden het advies in te winnen van een raad van (hoge) edelen en geestelijken. Uit die raad ontstaat uiteindelijk het Engelse Parlement (vergelijkbaar met de Staten-Generaal in Frankrijk). Geleidelijk aan krijgen ook vertegenwoordigers van de stedelijke burgerij zitting in het Parlement. Om die reden wordt de vergadering in de 14e eeuw opgesplitst in twee kamers, later bekend als het Hogerhuis (House of Lords) en het Lagerhuis (House of Commons). In de zogenaamde Angelsaksische landen (landen met een sterke historische en culturele band met Engeland zoals bijvoorbeeld de Verenigde Staten) wordt tegenwoordig een groot belang gehecht aan de Magna Carta. - Bekijk de kaart bij opdracht 3. Welke titels van de Engelse koning, zoals vermeld in de bovenstaande bron, zijn op dat moment niet meer realistisch?

lijk



in

- Geef drie rechten die de koning in de Magna Carta belooft te eerbiedigen. Wat betekent dat voor de koninklijke macht?   - Hoe wil de Magna Carta in de toekomst nieuwe misbruiken voorkomen?  - Heeft de koning zich aanvankelijk aan zijn beloftes gehouden? Motiveer je antwoord. 

160

LES E3

De vorsten strijden om de macht


- Met welke instelling zullen de Engelse koningen uiteindelijk wel rekening moeten houden?  OPDRACHT 6

Lees eerst beide bronnen. Bron 1

IN

In [de Magna Carta] erkende [koning Jan I] dat hij zich aan bepaalde regels moest houden en dat zijn vrije onderdanen zekere rechten hadden. Daardoor wordt de Magna Carta door velen gezien als de allereerste aanzet tot wat wij tegenwoordig de rechtsstaat noemen, en duikt die middeleeuwse tekst vaak op in allerlei actuele discussies.

©

VA

N

Een argeloze lezer zou kunnen denken dat die Magna Carta uit 1215 een soort middeleeuwse variant is van de ‘Universele Verklaring van de Rechten van de Mens’ die de Verenigde Naties in 1948 aannamen. Dat is echter een mythe die door Britse politici als [toenmalig premier] David Cameron graag in stand wordt gehouden. Weliswaar valt niet te ontkennen dat het document een bescheiden rol heeft gespeeld in de geschiedenis van het recht en in de ontwikkelingen in de relatie tussen staat en bevolking. Maar de Magna Carta moet vooral worden gezien in de context van het feodale Engeland van achthonderd jaar geleden. Bovendien was de Magna Carta lang niet zo uniek als de Britten graag pretenderen. (…)

em pl

aa r

Wie de 3 500 woorden tellende Magna Carta leest en iets verwacht dat op de ‘Déclaration des droits de l’homme et du citoyen’ uit 1789 lijkt, zal worden teleurgesteld. In onze moderne ogen is die beroemde Magna Carta een merkwaardig allegaartje van bepalingen waarin allerlei zaken worden geregeld als de houtkap, eigendomsrechten, de schuld van een overledene die geld van joden had geleend, en de scheepvaart op de Theems, die niet gehinderd mocht worden door zogenoemde ‘visweren’ –dat wil zeggen, rijen takken die de vis in de richting van fuiken moesten leiden.

ex

Niettemin staat er een aantal bepalingen in die passen in de latere ontwikkeling in de richting van een rechtsstaat. (…) Ook staan er garanties in met betrekking tot de rechtspraak. Vanuit ons perspectief is de belangrijkste passage uit de tekst artikel 39 – de nummering dateert overigens pas uit 1759 – die luidt: ‘Geen vrij man zal worden gearresteerd, of gevangengezet, of onteigend, of verbannen, of op welke manier dan ook vernietigd, noch zullen we tegen hem optreden, noch anderen daartoe aanzetten, behalve door middel van het wettig oordeel van zijn gelijken of de wet van het land.’ Dat wordt wel gezien als het begin van wat de Engelsen de ‘rule of law’ noemen, de

in

lijk

heerschappij van de wet, en wat wij doorgaans vertalen met de term ‘rechtsstaat’. Latere pleitbezorgers van de rechtsstaat hebben dan ook vaak naar dat artikel verwezen, maar daarbij moeten wel enkele kanttekeningen worden geplaatst. Om te beginnen is hier en ook elders in de Magna Carta alleen sprake van ‘free men’, wat wil zeggen dat de rechten en vrijheden niet golden voor ruim de helft van de bevolking. Bovendien wordt iedereen berecht door zijn ‘gelijken’ (in het Engels: ‘peers’), wat wil zeggen dat edelen alleen door edelen berecht konden worden. Van gelijkheid voor de wet –een van de fundamenten van de rechtsstaat –was dus beslist geen sprake. De Magna Carta kwam op voor de rechten van de adel en de Kerk, en het moderne begrip ‘burger’ bestond nog helemaal niet.

Uit: Rob Hartmans, Magna Carta: Curieus allegaartje, in: Historisch Nieuwsblad, maart 2015

Rob Hartmans is een Nederlandse historicus en journalist.

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

161


Bron 2 Op het moment dat de Magna Carta, het Engelse Grote Vrijheidscharter, zich opmaakt om haar 800e verjaardag te vieren, is het gepast om de vraag te stellen wat er eigenlijk in [het document] staat. Het antwoord blijkt in overeenstemming te zijn met de legende. Wat er in de Magna Carta staat is het beginpunt het moderne rechtsdenken.

N

IN

Het Grote Charter zette de krijtlijnen uit die gedurende 800 jaar de wetgevende ontwikkeling in Engeland, Amerika en over de hele wereld hebben vormgegeven. Als een schijnend licht dat de middeleeuwse duisternis doordrong, verlichtte de Magna Carta het belang van rechtsbeginselen, eerlijke procedures, proportionele bestraffing, officiële verantwoordingsplicht en respect voor de menselijke waardigheid. Het was tegengesteld aan elk ouder juridische document. Uit: Vincent R. Johnson, The Magna Carta and the Expectations It Set for Anglo-American Law, in:

VA

San Antonio Lawyers, maart-april 2015

Vincent Johnson is een rechtsprofessor aan de St. Mary’s University, een katholieke privé-instelling voor hoger onderwijs in San Antonio, Texas (VS). Hij heeft veel onderzoek gedaan naar de Magna Carta.

©

- Zijn de bronnen historische bronnen of historische werken?

aa r



- Beide bronnen dateren uit hetzelfde jaar. Waarom is dat niet toevallig, denk je?  



em pl

- Hebben beide auteurs dezelfde visie op het document?

- Welke auteur beschouwt de Magna Carta het meest als een echt historisch keerpunt? Waarom?

ex



- Hoe blijkt uit de tekst van die auteur dat hij een negatief beeld heeft van de middeleeuwen? Duid aan in de bron.

lijk

- Noem een mogelijke reden waarom de auteur de Magna Carta zo belangrijk vindt. TIP Herlees de contextinformatie bij de Magna Carta.

in



162

LES E3



- Onderstreep in de bron twee redenen waarom de andere auteur de Magna Carta niet als een middeleeuwse voorloper van moderne mensenrechtenverklaringen beschouwt.

De vorsten strijden om de macht


4

De macht en onmacht van de Duitse keizer

IN

Na het Verdrag van Verdun (843) komt het politieke zwaartepunt in Europa te liggen bij het OostFrankische (of later Duitse) Rijk. Het vroegere Middenrijk en heel wat gebieden in oostelijk Europa worden geleidelijk bij het Duitse Rijk gevoegd. Bovendien slagen veel Duitse koningen erin om zich ook de keizerstitel toe te eigenen. Omdat grote delen van Italië dan tot het rijk behoren en de keizers in Rome worden gekroond, spreekt men na verloop van tijd over het Heilige Roomse Rijk. De Duitse keizers beschouwen zichzelf ook als dé leiders van het christelijke Europa.

OPDRACHT 7

VA

N

Tussen 919 en 1024 regeert de dynastie van de Ottonen over het rijk. Om de invloed van hun leenmannen te breken, gaan zij de Kerk betrekken bij het bestuur van hun rijk. Hoge geestelijken besturen in naam van de koning grote delen van het land. Zij zijn geletterd en mogen geen officiële nakomelingen krijgen. Daardoor kunnen zij hun politieke macht niet doorgeven aan een erfgenaam. Om er zeker van te zijn dat de bisschoppen en dergelijke doen wat de koning hen opdraagt, is het natuurlijk wel belangrijk dat de koning zélf bepaalt wie er bisschop mág worden. Dat Ottoonse stelsel of de Rijkskerk versterkt de koninklijke macht aanzienlijk. Bron 1

©

De paus heeft gezegd:

aa r

3 dat hij alleen bisschoppen kan ontslaan en weer kan aannemen. 8 dat hij alleen gerechtigd is de keizerlijke insignia [waardigheidstekens] te dragen. 9 dat alle vorsten enkel de voeten van de paus kussen. [dat betekent dat alle vorsten ondergeschikt zijn aan de paus]

em pl

12 dat het hem is toegestaan keizers af te zetten.

18 dat geen vonnis dat door hem is uitgesproken door iemand anders kan worden herroepen en hijzelf de enige is die een vonnis kan herroepen. 19 dat hij door niemand berecht mag worden. 25 dat hij zonder synode bisschoppen kan ontslaan of herbenoemen.

ex

27 dat hij gelovigen kan ontslaan van hun eed aan slechte mensen. Uit: Gregorius VII Dictatus papae, 1075 (?)

in

lijk

Steeds meer historici twijfelen aan de datering van het document. Zij menen dat de tekst pas later en door iemand anders is opgesteld. In de loop van de 9e eeuw zijn de Kerk en het pausdom in een lange periode van crisis terechtgekomen. Wereldlijke vorsten (keizers, koningen, graven ...) hebben een grote greep op de Kerk gekregen en gebruiken en misbruiken de Kerk en het geloof voor hun eigen belangen. Tijdens de 10e eeuw ontstaat er binnen de Kerk een beweging die daar een einde aan wil maken. In de 11e eeuw komen er mannen uit die hervormingsbeweging op de pauselijke troon. Een van hen is Gregorius VII (paus 1073-1085). Het document is misschien niet van zijn hand, maar vertolkt wel zijn mening. Gregorius zal in de daaropvolgende jaren serieus in conflict komen met de toenmalige heerser over het Duitse Rijk, Hendrik IV.

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

163


Bron 2 Hendrik, niet wederrechtelijk, maar door heilige aanstelling Gods, koning, aan Hildebrand [de echte naam van paus Gregorius VII], niet meer paus, maar valse monnik. Dergelijke toespraak hebt gij tot uw schaamte wel verdiend, gij die geen enkele trap in de Kerk zijt voorbijgegaan, zonder die deelachtig te maken aan verwarring in plaats van eer en aan lastertaal in plaats van zegening (…)

VA

N

IN

En wij althans hebben dat verdragen omdat wij de eer van de apostolische stoel [het pausdom] zochten te vrijwaren. Maar gij hebt gemeend dat onze nederigheid vrees was en derhalve hebt gij er niet voor teruggedeinsd tegen de koninklijke macht zelf, ons door God verleend, vijandig op te treden. Gij hebt het aangedurfd te dreigen ons die [macht] af te nemen: alsof wij van u het koningschap gekregen hebben, alsof het koningschap en het keizerschap in uw en niet in Gods hand lag. Onze heer Jezus Christus heeft ons tot het koningschap geroepen, u echter niet tot de pauselijke macht. Gij immers zijt deze trappen opgeklommen door kuiperijen … Geld hebt gij bekomen; door het geld, aanzien; door het aanzien, wapens; dankzij de wapens hebt gij de zetel van de vrede beklommen, en van op de zetel van de vrede hebt gij de rust verstoord …

aa r

Uit: Hendrik IV, Brief aan Gregorius VII, 1076

©

Gij, derhalve, (…) naar het oordeel van al onze bisschoppen en het onze vervloekt, kom eraf, verlaat de apostolische stoel, die gij u hebt aangematigd.

em pl

Hendrik IV (1050-1106) wordt in 1056 op jonge leeftijd koning van Duitsland. De brief is een reactie op de eisen van paus Gregorius VII. In 1084 wordt Gregorius door Hendrik uit Rome verjaagd. Een door Hendrik aangestelde tegenpaus kroont Hendrik daarop tot keizer. In 1105 wordt Hendrik door zijn eigen zoon tot aftreden gedwongen.

- Kan het systeem van de Rijkskerk op de goedkeuring van de paus rekenen? Motiveer je antwoord.  

ex

- Welke stelling is volgens bron 1 juist? Kruis aan.

lijk

Paus en keizer zijn gelijkwaardig. De keizer staat boven de paus. De paus staat boven de keizer.

in

Waarop heb je je voor dat antwoord gebaseerd. Duid de zinnen in de bron aan.

- Tussen paus en keizer ontstaat er een hevig conflict. Die strijd wordt bekend als de Investituurstrijd. Zoek op wat het woord ‘investituur’ betekent.   - Omcirkel de nummers van de bepalingen die de paus tijdens het conflict kan (en zal) gebruiken tegen de keizer.

164

LES E3

De vorsten strijden om de macht


- Van wie beweert Hendrik (bron 2) dat hij zijn koningstitel heeft gekregen?  - Hoe blijkt uit de inleiding van die bron dat de koning Gregorius VII niet meer als de rechtmatige paus beschouwt? Geef twee argumenten. 

- Waarom meent Hendrik dat Gregorius geen paus meer kan zijn? 

N



IN



- Wat zal de echte reden geweest zijn waarom Hendrik die brief heeft geschreven?

VA

 

- Wie komt er in het conflict tussen Hendrik en Gregorius als overwinnaar uit de bus?

Bron

aa r

OPDRACHT 8

©



em pl

In de naam van de Heilige en Ondeelbare Drievuldigheid, ik, Hendrik [V], door de genade Gods keizer Augustus der Romeinen, voor de liefde van God en voor de Heilige Roomse Kerk en voor onze meester paus Calixtus [II], en voor de genezing van mijn ziel, laat ik aan God, en aan de Heilige Apostelen van God, Petrus en Paulus, en aan de Heilige Katholieke Kerk, elke investituur met ring en kromstaf over; en beloof ik dat in alle kerken die er zijn in mijn koninkrijk of keizerrijk dat er canonieke [volgens de wettelijke regels van de Kerk] verkiezingen [van bisschoppen] (…) en wijdingen vrij zullen zijn. (…)

in

lijk

ex

Ik, bisschop [van Rome = paus] Calixtus [II] (…) sta u toe, mijn waarde zoon, Hendrik (…), dat de verkiezingen der bisschoppen en abten van het Duitse Rijk (…) in uw tegenwoordigheid zullen plaatsvinden, zonder simonie en zonder geweld; zodat wanneer er onenigheid rijst tussen de betrokken partijen, U, [in overleg] (…), de toestemming en de steun mag geven aan die partij die het meeste recht heeft. Dat de gekozene van u de regaliën ontvangt zonder enige dwang, door het overhandigen van de scepter, en dat hij de plichten, die hij tegenover u moet nakomen, volbrengt.

Uit: Concordaat van Worms, 1122

De oorspronkelijke tekst is opgesteld in het Latijn. Een concordaat is een overeenkomst of een verdrag tussen de Kerk (de paus) en een staat. Hendrik V (ca. 1081-1125) is de zoon van Hendrik IV. In 1098 heeft zijn vader hem medekoning gemaakt. Zeven jaar later steunt hij een opstand tegen zijn vader en wordt hij de enige Duitse koning. In 1111 wordt hij tot keizer gekroond. Calixtus III is paus van 1119 tot 1124. Na zijn verkiezing tot paus moet Calixtus eerst nog afrekenen met een door Hendrik V benoemde tegenpaus die op dat moment Rome in handen heeft. In 1120 wist Calixtus Rome te veroveren en de tegenpaus te verjagen. E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

165


- Zijn er formuleringen in de bron waarin Hendrik aan het woord is waaruit je kunt afleiden wie die fase van het conflict tussen paus en keizer heeft gewonnen? Motiveer je antwoord.  - Wie mag er de bisschoppen kiezen (= investituur met ring en kromstaf)?  - Kan de keizer bisschoppen nog steeds een bestuurlijke functie geven (= investituur met scepter)?

IN

 - Zullen de keizers nog geneigd zijn dat te doen in de toekomst? Motiveer je antwoord. 

Het Duitse Rijk in 1035

Het Duitse Rijk in 1526

ex

em pl

aa r

©

VA

OPDRACHT 9

N



- Wat is het meest opmerkelijke verschil tussen beide kaarten?

lijk



- Wat betekent die evolutie voor de macht van de Duitse keizer, denk je?

in



- Welke dynastie of familie regeert in 1526 over het Duitse Rijk?  - Hun keizerlijke macht zal eerder beperkt zijn, maar toch zullen ze nog veel macht hebben binnen het Rijk. Waarom? 

166

LES E3

De vorsten strijden om de macht


ONWAARSCHIJNLIJK!

VA

N

IN

De eerste tegenstanders tijdens de investituurstrijd zijn de Duitse koning Hendrik IV en paus Gregorius VII. In 1076 zal de paus de koning excommuniceren. Dat betekent dat Hendrik IV uit de katholieke Kerk wordt gestoten en dat geen enkele christen hem nog hoeft te gehoorzamen. Onder meer de leenmannen van de koning profiteren daarvan om zich tegen hem te verzetten en hun eigen macht uit te breiden. Hendrik komt helemaal alleen te staan. Hij ziet geen andere keuze dan zich met de paus te verzoenen. Die verblijft op dat moment in een burcht bij het Italiaanse Canossa. Drie dagen lang smeekt Hendrik (volgens eigentijdse bronnen) in een boetekleed en op blote voeten aan de poorten van de burcht om vergiffenis. Aanvankelijk wil de paus daar niets van weten. Op aandringen van zijn gastvrouw (en minnares?) Mathilde van Toscane zal de paus Hendrik uiteindelijk toch ontvangen en vergeven. Sindsdien staat de uitdrukking ‘naar Canossa gaan’ voor ‘openlijk boete doen / door het stof kruipen’.

KENNEN

8 uitleggen hoe de Ottonen hun macht over het Duitse Rijk versterken 9 verklaren waarom het Ottoonse stelsel tot een conflict met de paus leidt 10 de gevolgen van dat conflict voor de vorstelijke macht in Duitsland uitleggen

©

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

in

lijk

ex

em pl

aa r

1 de begrippen ‘staatsvorming’ en ‘veranderende territoriale invulling’ uitleggen 2 de begrippen ‘Capetingers’, ‘Plantagenets’, ‘Slag bij Bouvines’, ‘Staten-Generaal’, ‘Slag bij Hastings’, ‘Domesday Book’, ‘sheriff’, ‘Magna Carta’, ‘parlement’, ‘Heilige Roomse Rijk’, ‘Rijkskerk’, ‘investituurstrijd’, ‘Concordaat van Worms’ en ‘Habsburgers’ verklaren en in de tijd situeren 3 twee specifieke redenen geven die de macht van de eerste Capetingers bevorderen 4 uitleggen waarom Capetingers en Plantagenets met elkaar in conflict komen 5 twee zaken opnoemen die de macht van de Capetingers in de 13e eeuw nog meer versterken 6 twee manieren geven waarop Willem de Veroveraar zijn macht over Engeland versterkt 7 drie bepalingen uit de Magna Carta opnoemen die de koninklijke macht beperken

KUNNEN 1 uit een historische kaart de sterkte en zwakte van een vorst afleiden 2 de evolutie van de koninklijke macht in Frankrijk, Engeland en het Duitse Rijk tijdens de tweede helft van de middeleeuwen vergelijken 3 informatie uit bronnen en kaarten halen en ze met elkaar vergelijken 4 verschillende visies op het verleden herkennen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

167


LES E3 SCHEMA

IN

De vorsten strijden om de macht 1 Uitdagingen en kansen voor een sterke koninklijke macht

sommige vorsten streven naar meer macht.

VA

Vanaf de 11e eeuw

weinig macht (‘primus inter pares’)

N

Aanvankelijk meeste vorsten

MAAR!

aa r

©

verzet van • adel • andere vorsten • Kerk

2 De Capetingers leggen de basis voor een sterke monarchie in Frankrijk

em pl

987: nieuwe dynastie in Frankrijk: Capetingers Aanvankelijk weinig macht Vanaf de 11e eeuw

pogingen om hun macht te versterken

leenmannen, vooral de Plantagenets

ex

1214: Slag bij Bouvines

Capetingers worden de machtigste vorsten van West-Europa.

lijk

In de 13e eeuw versterken de Capetingers verder hun macht: • breken de pauselijke macht • centrale bestuursinstellingen

in

Probleem: geldnood

168

LES E3

oprichting Staten-Generaal

De vorsten strijden om de macht

rem op de koninklijke macht


3 De Engelse koningen moeten inspraak toestaan 1066: Slag bij Hastings Willem van Normandië (of de Veroveraar) wordt koning van Engeland.

IN

versterkt zijn macht: • verdeelt verspreide landerijen onder zijn leenmannen. • stelt speciale vertegenwoordigers aan: sheriffs. • ‘Domesday Book’: inventaris van alle onroerende bezittingen (handig voor het heffen van belastingen) 1154: nieuwe dynastie: Plantagenets 1215: Magna Carta

verdere rem op de koninklijke macht

VA

eind 13e eeuw: oprichting Parlement

rem op de koninklijke macht

N

1214: Slag bij Bouvines

4 De macht en onmacht van de Duitse keizer

aa r

o.l.v. de Ottoonse keizers

Duitse Rijk

©

In de 10e eeuw: Oost-Francië

willen de macht van hun leenmannen breken door de Rijkskerk = systeem waarbij de keizer de door hem benoemde bisschoppen betrekt bij het bestuur (door hen bv. leengebieden toe te kennen).

em pl

paus investituurstrijd

1122: Concordaat van Worms

Tegen de 15e eeuw: Duitse Rijk

de keizer mag de bisschoppen niet meer benoemen. totaal verbrokkeld

in

lijk

ex

Nieuwe dynastie: Habsburgers

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

169


Onderzoek: de Normandiërs veroveren Engeland

N VA

Kaartnr(s). 

ENGELAND

4 5

6 10

Score:

NORMANDISCHE KONINGEN Slag bij Hastings

Een korte historische schets

ex

1

Nr.:

6

Klas:

em pl

Naam:

11

aa r

©

Hoe is koning Harold gesneuveld? Welk historisch beeld schetst het Tapijt van Bayeux over de verovering? Hoe bloedig is de Slag bij Hastings volgens tijdgenoten?

IN

In het jaar 1066 verslaan de Normandiërs de troepen van de Engelse koning Harold. Hun hertog Willem verovert zo het koninkrijk Engeland. Een groot deel van het verhaal staat afgebeeld op een middeleeuws ‘wandtapijt’, het Tapijt van Bayeux, dat veel weg heeft van een hedendaags stripverhaal.

in

lijk

Willem volgt in 1035 zijn vader op als hertog van Normandië. Omdat zijn ouders niet getrouwd zijn, noemt men hem Willem de Bastaard. Veel edelen weigeren hem daarom te erkennen als hertog. Hij overwint hen echter in verschillende veldslagen. In 1053 huwt hij Mathilde, de dochter van de machtige graaf van Vlaanderen.

170

ONDERZOEK

De Angelsaks Edward de Belijder is familie van Willem en wordt koning van Engeland met steun van de Normandiërs. Daarvoor regeerde een Deense koning even over Engeland. Edward zou zeer gelovig geweest zijn, vandaar zijn bijnaam: de ‘Belijder’ of ‘Confessor’. Koning Edward heeft geen zoon als opvolger. Hij zou de troon daarom aan Willem beloofd hebben. Vele Angelsaksische edelen beschouwen echter Harold Godwinson, een rijke en machtige graaf, als de enige waardige opvolger. Als Edward begin 1066 sterft, kronen ze Harold daarom tot koning. Koning Harold moet al zeer vlug ten strijde trekken. De Deense koning wil Engeland opnieuw bij zijn rijk voegen en valt het noorden binnen. Harold verslaat de Denen, maar moet dan naar het zuiden trekken. Daar is Willem van Normandië geland wiens leger uit Normandiërs, Fransen,

de Normandiërs veroveren Engeland


Bretoenen en Vlamingen bestaat. In de buurt van de stad Hastings komt het tot een veldslag met de troepen van Harold. Harold sneuvelt en de Angelsaksen worden verslagen. Willem bestijgt de Engelse troon. Sindsdien heet hij ‘Willem de Veroveraar’. OPDRACHT 1

- Waar en wanneer speelt de Slag van Hastings zich af ? 

IN

- Wat is het doel van de strijd? 





Samenstelling leger





VA

Aanvoerder

N

- Wie vecht tegen wie in de Slag van Hastings? Vul de tabel aan.





- Onderstreep in de laatste regel van de lestekst de naam van de winnaar. Bestudeer de bronnen waarmee je in deze onderzoeksles zult werken.

©

OPDRACHT 2

aa r

Bron 1 Zeven scènes uit het ‘Tapijt van Bayeux’ TIP Bij elke afbeelding staat een vertaling van het Latijnse opschrift.

ex

em pl

Het Tapijt van Bayeux is ongeveer 70 m lang en 0,5 m breed. Het gaat niet om een echt tapijt, maar om een borduurwerk om op te hangen. Oorspronkelijk is het waarschijnlijk 7 à 8 m langer. Het wordt waarschijnlijk gemaakt tussen 1066 en 1084 in de omgeving van Canterbury (Engeland). Sommigen denken echter dat het in Normandië is gemaakt. Men weet ook niet wie de opdrachtgever is. Men twijfelt tussen Odo, bisschop van Bayeux en halfbroer van Willem, en Mathilde van Vlaanderen, de vrouw van Willem. Oorspronkelijk krijgt het de naam ‘Het Doek van de Verovering’. Zulke kunstwerken zijn in de 11e eeuw populair om een verhaal aan het grotendeels ongeletterde volk te vertellen. Dat van Bayeux is een van de weinige dat is blijven bestaan. Het wandtapijt bevindt zich vandaag in een museum in het gelijknamige Normandische stadje.

in

lijk

1 Koning Edward Koning Edward roept Harold bij zich. Uit de volgende taferelen blijkt dat hij naar Normandië moet reizen.

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

171


2 Waar Harold de eed aflegt voor hertog Willem

ex

VA ©

em pl

aa r

3 Hier zetelt Harold koning van de Angelsaksen Edward sterft en Harold wordt tot koning gekroond. Het tapijt suggereert dat de kroning gebeurde door aartsbisschop Stigant van Canterury. Hij staat rechts van de nieuwe koning. Die bisschop is door de paus uit de Kerk gestoten. Daarmee suggereert het tapijt dat de kroning onwettelijk is. Waarschijnlijk is het in werkelijkheid de bisschop van York die Harold gekroond heeft.

N

IN

Harold belandt aan het hof van Willem. Op de afbeelding staat hij tussen twee relikwieënkasten en zweert hij trouw aan de hertog. Willem zit links op zijn troon en heeft zijn zwaard vast. Dat geldt als een symbool van macht. De figuur achter hem houdt zijn vinger rechtop wat wijst op hoe ernstig is wat er gebeurt. Of Harold gewoon trouw zweert aan Willem of dat hij hem erkent als toekomstig koning is niet zeker.

ONDERZOEK

Die zal in de 18e eeuw gekend worden als de komeet van Halley. Omdat ze geen komeet kennen, noemen de mensen uit de 11e eeuw dat een ster. Het geldt als voorteken voor belangrijke gebeurtenissen.

5 Hertog Willem steekt in een groot schip over en landt bij Pevensy (Zuid-Engeland) Willem verzamelt een leger, laat schepen bouwen en steekt over naar Engeland. Het schip in het midden wordt gefinancierd door zijn vrouw Mathilde. In de top van de mast staat een gouden kruis, een geschenk van de paus die daarmee erkent dat Willem recht heeft op de troon. De Normandiërs meren in Zuid-Engeland aan. Als Willem verneemt dat Harold met een leger nadert, komt het bij het stadje Hastings tot een veldslag.

lijk

in 172

4 Mannen kijken met verbazing naar de ster Vlak na de kroning passeert een komeet.

de Normandiërs veroveren Engeland


IN

6 Hier vallen Engelsen en Franken in de strijd Het Angelsaksische leger neemt positie in op een heuvel. De Normandiërs proberen het te verslaan met aanvallen van de ruiterij die geholpen worden door boogschutters en voetvolk. Velen sneuvelen.

aa r

©

VA

N

7 Hier sneuvelt Koning Harold Bij de zoveelste Normandische stormloop sneuvelt Harold. Sterft hij door een pijl in het oog of wordt hij neergehaald door een ruiter? De rest van zijn leger slaat op de vlucht. Willem wint en wordt later in Londen tot koning gekroond. Waarschijnlijk stond dat op het laatste stuk van het tapijt dat verloren is gegaan.

em pl

Bron 2 De Angelsaksische kroniek uit de 12e eeuw

1051 Graaf Willem kwam van overzee (…) en de koning [Edward de Belijder] ontving hem en veel van zijn gezellen op gepaste wijze, en liet hem weer gaan.

ex

1066 Graaf Willem kwam van Normandië naar Pevensy op Sint-Michielsmis, en van het ogenblik dat ze verder konden oprukken, bouwden zij een kasteel bij Hastings. Koning Harold werd daarvan op de hoogte gebracht en hij verzamelde een groot leger en hij trok tegen hem op (…).

in

lijk

En Willem trof hem bij verrassing voordat hij zijn leger in slagorde kon opstellen. Desondanks vocht de koning hard tegen hem, met mannen die hem overtuigd steunden, en er waren zware verliezen aan beide zijden. Daar werd koning Harold gedood en graaf Leofwine, graaf Gryth zijn broer, en vele goede mannen, en de Fransen bleven baas over het slagveld (…).

Bewerking van de Angelsaksische kroniek, versie D, ca. 1070

De Angelsaksische kroniek is een verzameling van annalen die in het Oud-Engels gebeurtenissen in Engeland beschrijven. De gewoonte zou ontstaan zijn aan het hof van Alfred de Grote in de 9e eeuw. Er bestaan negen verschillende manuscripten of versies van. Die versie is waarschijnlijk geschreven in Noord-Engeland (York en/of Worcester) en vermeldt als enige de Slag bij Hastings. De schrijvers zijn meestal geestelijken.

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

173


Bron 3 Een gedicht uit de 11e eeuw Voor de slag Willem vertelt aan een gezant van Harold: Ik heb de jeugd verlaten, noch heb ik lichtzinnig naar een koningschap gestreefd Dat, na de dood van mijn voorouders, mij met recht verschuldigd is

aa r

©

VA

N

IN

Op het slagveld Harold werd gedood Toen de hertog de koning boven op de steile heuvel zag staan Diens zwaar belaagde mannen worden in stukken gehakt De hertog beveelt Eustace van de Franken om het slagveld schoon te vegen Als een tweede Hector, de edele erfgenaam van Ponthieu Hugh vergezelt hem altijd klaar om zijn plicht te doen Vierde is Gilfard, vernoemd naar zijn vader Hoewel vele anderen aansloten, dit waren de besten Harold moet de weg van het vlees gaan De eerste verbrijzelt zijn borst met een lans dwars door het schild De tweede verbrijzelt met een zwaard het hoofd onder de helm De derde rukt met speren de darmen uit de buik De vierde hakt een been af bij de heup Het gerucht ‘Harold is dood’ verspreidt zich over het slagveld De verslagen Engelsen stoppen met vechten en vragen om genade

Guy van Amiens, Lied van de triomferende Normandiërs (Carmen de Haestingae Proelio), ca. 1070

em pl

Bisschop Guy van Amiens (1014-1075) zou het Latijnse gedicht niet lang na de slag geschreven hebben. Hij is de oom van Guy van Ponthieu, een van de belangrijkste vazallen van Willem. De bisschop is zelf niet op de slag aanwezig, maar zou tal van getuigen gesproken hebben bij een bezoek aan Engeland. Hij verblijft dan aan het hof van Mathilde van Vlaanderen, de koningin en vrouw van Willem de Veroveraar. Een deel van het gedicht is verloren gegaan en de overblijvende versie bestaat uit 835 lijnen. De enige nog bestaande kopie bevindt zich de Koninklijke Bibliotheek van Brussel.

ex

Bron 4 Een kroniek uit de 12e eeuw

in

lijk

In de veldslag blonken beide leiders uit door hun moed. Harold, niet tevreden met de rol van generaal die anderen aanmoedigt, deed gretig mee als gewone soldaat. Hij sloeg voortdurend in op elke vijand die op hem afkwam, niemand kon hem onbestraft benaderen, menig paard en ruiter werden onmiddellijk met een slag geveld. Zo werd hij vanop lange afstand (…) met een vijandelijke dodelijke pijl gedood. Toen hij op de grond lag, sloeg een van de Normandische krijgers hem met een zwaard in zijn zij. Voor die schandelijke en lafhartige daad verbande Willem die uit zijn leger.

174

ONDERZOEK

Uit: William of Malmesbury, De daden van de koningen van de Engelsen (Gesta Regum Anglorum), 1125

William (1095-1143) heeft een Normandische vader en een Engelse moeder. Hij wordt op jonge leeftijd monnik in de abdij van Malmesbury. Die abdij beschikt over een uitgebreide bibliotheek. William schrijft verschillende historische werken in het Latijn. Zijn geschiedenis van de Engelse koningen schrijft hij op vraag van Matilda van Schotland, de koningin en vrouw van Hendrik I van Engeland (een zoon van Willem de Veroveraar).

de Normandiërs veroveren Engeland


Bron 5 Battle Abbey

OPDRACHT 3

VA

N

IN

De paus wil dat de Normandiërs boete doen voor de vele doden die er tijdens de Slag van Hastings zijn gevallen. Daarom laat Willem de Veroveraar op de plaats van de veldslag vanaf 1070 een abdij bouwen. De vandaag nog zichtbare gebouwen en ruïnes stammen uit latere periodes.

Los de vragen op met behulp van de informatie in de bronnen.

©

- Welke ongeschreven bronnen over de Slag van Hastings en de Normandische verovering van Engeland vind je hier?

aa r



em pl

- Hoe is koning Harold gesneuveld? Ga op zoek naar verschillen en gelijkenissen in de bronnen. Hoe ga je te werk? • Selecteer de bronnen die je gaat gebruiken om de vraag te beantwoorden. Neem een apart blad om je antwoorden te noteren. • Geef voor elke bron de achtergrond van de maker of opdrachtgever en waar ze gemaakt is. • Argumenteer per bron of je ze betrouwbaar vindt om de vraag te beantwoorden. • Geef per bron kort weer hoe Harold sneuvelt. • Noteer hier een mogelijke verklaring voor de verschillen en de gelijkenissen.  

ex

 

in

lijk

- Welk historisch beeld schetst het Tapijt van Bayeux (bron 1) over de verovering? • Waar en wanneer is de bron gemaakt?



• Wie is de opdrachtgever?

 

• Waarvoor dient de bron?  

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

175


- Het Tapijt van Bayeux wil bewijzen dat Willem de rechtmatige troonopvolger is. Omcirkel in de zeven scènes van bron 1 vier elementen die dat moeten aantonen. - Geef twee overeenkomsten tussen het verhaal van het tapijt en bron 3. TIP Kijk nog eens goed naar scène 6 in bron 1.  

IN



- Welke niet door de makers bedoelde informatie kunnen historici ook uit de afbeeldingen halen, denk je?

N



VA



- Hoe bloedig is de Slag bij Hastings volgens tijdgenoten? Bestudeer bron 1 tot en met 5. • Onderstreep in elke bron de gegevens die de vraag helpen beantwoorden. • Formuleer een antwoord op de vraag met behulp van de gegevens uit de bronnen.

©

 

em pl

aa r



ex

Wat je na dit onderzoek moet kunnen:

KUNNEN

in

lijk

1 de Normandische verovering van Engeland in de tijd situeren 2 verschillende soorten bronnen onderscheiden 3 bronnen selecteren, bestuderen en vergelijken om een historische vraag te beantwoorden 4 de context (doel, achtergrond, maker ...) van een bron geven 5 de betrouwbaarheid van een bron inschatten om een historische vraag te beantwoorden

176

ONDERZOEK

de Normandiërs veroveren Engeland

6 verschillen en gelijkenissen tussen bronnen vaststellen en proberen te verklaren 7 niet bedoelde informatie in een bron herkennen 8 historische beeldvorming aanvullen na kritische analyse van bronnen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kunt, zet je daar een kruisje voor.


N

©

Hoe ontwikkelen de belangrijkste graafschappen en hertogdommen zich in onze gewesten? Hoe proberen de graven en hertogen het bestuur in onze gewesten te organiseren? Hoe proberen de Bourgondische hertogen nadien de verschillende gewesten te verenigen en het bestuur te centraliseren?

IN

Je weet al dat het Karolingische Rijk uiteenvalt (zie les B2). Uiteindelijk blijven er in de 10e eeuw twee rijken van dat Karolingische Rijk over: Frankrijk en het Duitse Rijk. De verzwakking van de vorstelijke macht (zie les E1) zorgt ervoor dat ook in onze gewesten plaatselijke bestuurders zich meer en meer als onafhankelijke vorsten gedragen.

VA

E4

De Nederlanden

EUROPA ONTWIKKELING VAN DE GEWESTEN

2 0

13

8

8

Woeringen

em pl

- Van welke eeuwen zie je hier de politieke indeling van de Nederlanden? 

12

STANDENVER­TEGEN­ FILIPS DE GOEDE WOORDIGINGEN (1419-1467)

Rijks-Vlaanderen

OPDRACHT 1

aa r

±

9

10

5

0

0

0

Kaartnr(s). 

Gulden­s porenslag

De Nederlanden in de 13e en de 14e eeuw

ex

- Wat bedoelen we met ‘de Nederlanden’? 

in

lijk

  

- Welke drie gewesten liggen grotendeels in het gebied dat nu Vlaanderen is?    E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

177


- Welk van die drie gewesten behoort in de middeleeuwen grotendeels bij het koninkrijk Frankrijk?  - Geef de naam van het graafschap waarvan het grondgebied overeenkomt met onze huidige provincie Limburg.

1

IN



Vlaanderen en Brabant worden machtig

©

VA

N

In Frankrijk ontwikkelt het graafschap Vlaanderen zich tot een van de belangrijkste gewesten. De eerste Vlaamse graaf Boudewijn ‘met de ijzeren arm’ (9e eeuw), trouwt met de dochter van de Franse koning. Zijn zoon, Boudewijn II, verdrijft de Vikingen en onttrekt zijn gewest aan de controle van de Franse koning. Hij breidt zijn grondgebied tevens verder uit. Zijn opvolgers zetten die politiek verder. In 1047 krijgt graaf Boudewijn IV het gebied rond de stad Ename. Hij wordt daardoor ook leenman van de Duitse keizer. Voortaan bestaat het graafschap uit twee delen: Kroon-Vlaanderen (Frankrijk) en Rijks-Vlaanderen (Duitse Rijk). De Schelde vormt de grens tussen Frankrijk en het Duitse Rijk. De Vlaamse graven aarzelen niet om hun twee leenheren tegen elkaar uit te spelen.

em pl

aa r

De stad Brugge ontwikkelt zich tot een van de belangrijkste Europese havens en financiële centra. Vlaanderen exporteert vooral laken (wollen stof ). Dat textiel vormt een bron van rijkdom, maar zorgt ook voor problemen. De wol komt immers uit Engeland, de aartsvijand van Frankrijk. Vlaanderen kiest dikwijls partij voor de Engelsen of weigert de Fransen te steunen. Daardoor breekt de Vlaamse graaf zijn eed van trouw aan zijn leenheer, de Franse koning. Zeker vanaf de 13e eeuw leidt dat tot zware conflicten wanneer de Franse koningen de macht in hun koninkrijk proberen te centraliseren (zie les E5).

ex

Het hertogdom Brabant ontstaat in de 11e-12e eeuw uit de samensmelting van een aantal kleinere gewesten: het graafschap Leuven, het graafschap Brussel en het markgraafschap Antwerpen. Een grote gebiedsuitbreiding vindt plaats in 1288. Hertog Jan I wint dan de slag van Woeringen (bij de Duitse stad Keulen). Daardoor kan hij het hertogdom Limburg aanhechten en verwerft hij controle over de belangrijke handelsroute Brugge-Keulen. Tussen die twee hertogdommen bevindt zich het graafschap Loon, dat in de 14e eeuw wordt aangehecht door het prinsbisdom Luik. Welke uitspraken zijn juist? Kruis aan.

in

lijk

OPDRACHT 2

178

LES E4

- De leenmannen proberen hun eigen macht uit te breiden door: andere gebieden te veroveren. altijd trouw te blijven aan hun leenheer. eerder de belangen van het eigen gebied te verdedigen in plaats van de belangen van de leenheer. - De graven en hertogen in de Nederlanden treden als bijna onafhankelijke vorsten op door: bondgenootschappen te sluiten met buitenlandse vorsten. in eigen naam oorlog te voeren tegen andere vorsten. altijd hun leenheer te steunen in zijn buitenlandse politiek. soms in opstand te komen tegen de eigen leenheer.

De Nederlanden


Bron De Slag bij Woeringen in 1288

VA

N

IN

OPDRACHT 3

15e eeuw, Koninklijke Bibliotheek, Brussel

©

Uit: Jan van Boendale, Brabantsche Yeesten (1316-1350). Manuscript uit de eerste helft van de

em pl

aa r

De schrijver noemt zichzelf een Antwerpse stadsklerk. Hij beschrijft in rijm de daden van de Brabantse hertogen. Yeesten zijn (helden)daden. Tijdens de Slag bij Woeringen vecht de Brabantse hertog Jan I samen met zijn bondgenoten tegen onder andere de aartsbisschop van Keulen en de graaf van Luxemburg. De graaf sneuvelt.

Hertogdom Limburg

Hertogdom Luxemburg

ex

Hertogdom Brabant

- Bekijk de wapenschilden op de tekening. Hoe zie je dat de Brabanders winnen?

lijk

- Zoek hertog Jan I op de afbeelding. Wat is hij aan het doen?

Op de grond ligt er onder andere een verslagen Luxemburger.

in

2

De standenvertegenwoordigingen beperken de vorstelijke macht De vorsten proberen het bestuur van hun gewesten te organiseren. Zij kunnen met de inkomsten uit hun domeinen de oorlogen en bouwprojecten niet meer betalen. Daarom leggen zij vanaf de 13e eeuw buitengewone belastingen op. Die zware belastingen leiden vaak tot ergernis. De steden zetten, met de steun van adel en geestelijkheid, de vorsten onder druk om ‘staten’ of standenvertegenwoordigingen (zie les C4) op te richten, zoals bijvoorbeeld de Staten van Brabant.

E

De miDDeleeuweN vaN 900 tot 1450

179


Daarin zetelen vertegenwoordigers van de drie standen: geestelijken, edelen en stedelingen. Hun belangrijkste taak is om de jaarlijkse beden waar de vorst om verzoekt, goed of af te keuren. In Vlaanderen zijn er ook statenvergaderingen en daar is de rol van de steden nog belangrijker. Gent, Brugge en Ieper voeren er het hoge woord. Vanaf het midden van de 14e eeuw wordt daar het Brugse Vrije (de streek rond Brugge) aan toegevoegd. In meer landelijke gewesten spelen adel en geestelijkheid nog een belangrijke rol in de statenvergaderingen.

OPDRACHT 4

Lees de lestekst aandachtig en beantwoord dan de volgende vragen. - Wat hebben de vorsten nodig?

N



IN

Het feit dat de standen inspraak krijgen in het bestuur van de verschillende gewesten leidt ertoe dat de vorsten er niet in slagen de volledige (absolute) macht naar zich toe te trekken.

VA

- Hoe heet het verzoek van de vorst aan de staten om nieuwe belastingen te krijgen? 

- Wat willen geestelijkheid, adel en steden in ruil?

©



Bron

1 Ten eerste zullen wij of onze erfgenamen nooit meer binnen ons land belastingen of beden opleggen, tenzij bij ridderslag, huwelijk of gevangenschap. 3 Verder zullen wij (…) al onze vrije steden bevestigen in hun vrijheden en rechten die zij vanouds in hun bezit hebben, en wij garanderen dat onze goede lieden in alle geschillen zullen gevonnist worden volgens hun eigen stadsrecht. 4 Verder zullen wij, op algemeen advies van ons land, vier ridders kiezen, de geschiktste en de verstandigste die men binnen de landsgrenzen vinden kan, en dat om het belang van het land te dienen; daarnaast drie goede lieden van Leuven, drie goede lieden van Brussel, één goede man van Antwerpen, één van ’s-Hertogenbosch, één van Tienen en één van Zoutleeuw. 5 Degenen die op die manier verkozen worden, zullen om de drie weken in Kortenberg vergaderen en bevoegd zijn om na te gaan en te weten te komen of er in het land enig verzuim is in bepaalde zaken (...) 9 Als de hogervermelde ridders en goede lieden in Kortenberg enige uitspraak zouden doen, een regeling treffen of een beslissing nemen, en wij of onze opvolgers of zelfs iemand anders die beslissing niet zouden naleven of verwerpen, zo stemmen wij en onze opvolgers erin toe, dat men binnen het land geen enkel vonnis meer zou vellen en de dienst mag weigeren tot op het ogenblik dat de beslissing wordt nageleefd en uitgevoerd wordt.

in

lijk

ex

em pl

OPDRACHT 5

aa r

- Onderstreep in de lestekst welke groepen er in de statenvergaderingen zetelen.

Uit: Het Charter van Kortenberg, 1312

De Brabantse hertog Jan II (1294-1312) moet opboksen tegen de steden, die steeds machtiger worden en zelfbewuster optreden. De hertog is ziek en heeft een minderjarige opvolger. Jan II moet toegevingen doen.

180

LES E4

De Nederlanden


- Wat mogen de Brabantse hertogen niet meer doen?  - Welke twee groepen krijgen meer macht door het charter?  - Onderstreep in de bron een voorbeeld van die macht.

IN

- Welke twee steden zijn volgens de bron de belangrijkste van het hertogdom? 

3

VA

De Bourgondische hertogen vormen een statenbond

N

De Raad van Kortenberg zal op het einde van de 14e eeuw verdwijnen. De Staten van Brabant hebben dan de belangrijkste taken van die Raad overgenomen.

©

In de 14e en 15e eeuw proberen de Bourgondische hertogen de Nederlanden uit te bouwen tot één staat. Ze moeten bij die staatsvorming rekening houden met de belangen van de afzonderlijke gewesten.

em pl

aa r

In 1363 schenkt de Franse koning Jan II het vrijgekomen hertogdom Bourgondië aan zijn zoon Filips de Stoute. De koning heeft daardoor aan zijn oostgrens een leenman die hij volledig kan vertrouwen. Edelen huwen hun kinderen en familieleden vaak uit om de macht van de familie te vergroten. Koning Charles V, de opvolger van Jan II, laat een huwelijk regelen tussen Filips de Stoute, zijn jongste broer, en Margaretha van Male, de dochter en erfgename van de Vlaamse graaf Lodewijk van Male. De Franse koning hoopt op die manier het machtige en rijke Vlaanderen in de Franse invloedsfeer te krijgen. Wanneer in 1384 Lodewijk van Male sterft, zijn het graafschap Vlaanderen en het hertogdom Bourgondië verenigd door het huwelijk van Filips de Stoute en Margaretha van Male.

ex

Aanvankelijk bemoeien de Bourgondische hertogen zich vooral met de Franse politiek. Dat verandert wanneer hertog Jan zonder Vrees in 1419 vermoord wordt, met medeweten van het Franse koningshuis. Zijn zoon Filips de Goede richt zijn aandacht meer op de Nederlanden. Vooral door diplomatie en koop worden grote delen van de huidige Benelux ingelijfd. Filips probeert centrale instellingen op te richten die gezag uitoefenen over al zijn Nederlandse gewesten. Rekenkamers controleren zo de financiën van de verschillende gewesten.

in

lijk

De aparte standenvertegenwoordigingen van zijn gewesten komen in 1464 voor het eerst bijeen in een Staten-Generaal. Voor de adel sticht hij de prestigieuze ‘Orde van het Gulden Vlies’. Hij voert een gemeenschappelijke munt in. De steden en de gewesten verzetten zich dikwijls tegen de nieuwe instellingen. Ze vrezen immers hun rechten te verliezen. Om zichzelf en het Bourgondische hof nog meer luister te geven, steunt Filips de Goede talloze kunstenaars, zoals de ‘Vlaamse Primitieven’. Karel de Stoute volgt in 1467 zijn vader Filips de Goede op. Karel droomt ervan om de Bourgondische gebieden in het zuiden met de Nederlanden in het noorden te verenigen. Een poging om het opstandige Lotharingen te onderwerpen wordt hem uiteindelijk fataal. In 1477 sneuvelt hij bij Nancy. Zijn twintigjarige dochter Maria volgt hem op. Zij krijgt af te rekenen met een hele reeks problemen: de Franse koning verovert het hertogdom Bourgondië en bedreigt de Nederlanden. Nederlandse steden en gewesten maken gebruik van de zwakke positie van de hertogin om haar macht in te perken. Zij moet een aantal toegevingen doen. Maria huwt E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

181


Maximiliaan van Habsburg, hertog van Oostenrijk en zoon van de Duitse keizer. Die stuurt troepen om de Nederlanden tegen Frankrijk te beschermen. Maria sterft in 1482 na een val van haar paard. Onze gewesten komen daardoor in handen van de Habsburgers. OPDRACHT 6

Hoe zouden de tijdgenoten in 1467 het beleid van Filips de Goede beoordelen? Laten we ons even voorstellen dat we op de Vrijdagmarkt in Gent staan in juni van dat jaar.

IN

Bron Uit: Ons Erfgoed. Gent van toen en nu

VA

N

Vrijdagmarkt, Gent, 19e eeuw

- Zijn deze uitspraken juist of fout?

Juist

Fout

©

a Filips de Goede richt rekenkamers op die de uitgaven van de verschillende gewesten controleren.

aa r

b Filips de Goede heeft geen belangstelling voor kunst.

c Filips de Goede verenigt gewesten zoals Vlaanderen, Holland, Zeeland en Brabant in een statenbond.

em pl

d Filips de Goede richt de Staten-Generaal op. Die moet de belastingen die de hertog vraagt, goed- of afkeuren.

e Filips de Goede is de broer van Karel de Stoute.

OPDRACHT 7

Bron De Bourgondische huwelijkspolitiek Uit: Les Grandes Chroniques de

France (manuscript Bibliothèque nationale de

ex

France), gemaakt tussen 1400 en 1425 in Parijs

in

lijk

De Franse koningen laten hun daden opschrijven en dat verhaal kunnen we lezen in de ‘Grote kronieken van Frankrijk’. Je ziet het huwelijk tussen Filips de Stoute en Margaretha van Male. Zij huwen in 1369 in Gent. De ‘P’ op de mantel van Filips de Stoute verwijst naar ‘Philippe’ en de bloemen zijn margrietjes die verwijzen naar Margaretha of ‘Marguerite’.

- Op welke manier proberen de Franse koning en de graaf van Vlaanderen hier hun macht uit te breiden?  

182

LES E4

De Nederlanden


- Geef drie gebieden die daardoor onder controle van het paar (zullen) komen.   - Welk onbedoeld gevolg had het huwelijk? TIP Raadpleeg de lestekst. 

IN



Stamboom van de Bourgondische hertogen Jan II de Goede

Lodewijk van Male graaf van Vlaanderen 1346-1384

aa r

©

koning van Frankrijk 1350-1364

VA

OPDRACHT 8

N

- Voeg deze historische redeneerwijze toe op het schema van historisch denken op de uitvouwbare tijdlijn.

Karel V (Charles V)

Filips de Stoute

Hertog van Bourgondië 1363-1404

ex

em pl

koning van Frankrijk 1364-1380

gravin van Vlaanderen en Artesië, Franche Comté, Nevers en Rethel 1384-1405

Jan Zonder Vrees 1404-1419

Filips de Goede

1419-1467 koopt graafschap Namen (1429) erft hertogdommen Brabant en Limburg erft graafschappen Henegouwen, Holland en Zeeland (1427-1433) koopt / erft hertogdom Luxemburg (1443-1451)

lijk

in

Margaretha van Male

Karel de Stoute

1467-1477 verwerft hertogdommen Lotharingen en Gelre (1473)

Maximiliaan van Oostenrijk Habsburg

Maria van Bourgondië 1477-1482

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

183


- Uit welk land zijn de Bourgondiërs afkomstig?  - Geef een vorstendom dat ze erven.  - Geef een vorstendom dat ze kopen.

De Bourgondische gewesten

ex

em pl

aa r

©

VA

N

OPDRACHT 9

IN



lijk

- Waarom wil Karel de Stoute Lotharingen bezitten? TIP Let op de ligging van het gebied.

in

 

- Waarom zijn zowel de Franse koning als de Duitse keizer niet gelukkig met de groeiende macht van de Bourgondiërs? 

184

LES E4

De Nederlanden


OPDRACHT 10

Filips de Goede probeert bij zijn onderdanen een samenhorigheidsgevoel op te roepen. Leg in je eigen woorden uit waarom hij de volgende twee maatregelen neemt. - Hij voert een gemeenschappelijke munt in.  

IN

- Hij richt de Staten-Generaal op.  

Als de macht van de Bourgondische hertogen groeit, betekent dat dat de macht van de steden en gewesten vermindert. Gent komt in opstand. In 1453 verslaat Filips de Goede het Gentse leger.

VA

OPDRACHT 11

N



in

lijk

ex

em pl

aa r

©

Bron

Miniatuur uit de ‘Privilegiën en statuten van Gent’, kort na 1453 , Österreichische Nationalbibliothek, Wenen

Het manuscript is gemaakt in opdracht van Filips de Goede. Je ziet op de afbeelding dat de Gentenaren knielen voor Filips de Goede en hem de vaandels (vlaggen) van hun stedelijke ambachten overhandigen.

Uit de houding en de kleding van de Gentenaren blijkt dat zij zich onderwerpen. Juist / fout. Geef daarvoor twee argumenten of bewijzen.

 

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

185


OPDRACHT 12

Bron Maria van Bourgondië, hertogin van 1477 tot 1482

Anoniem portret, laatste kwart 15e eeuw, kasteel van Gaasbeek (olieverf op hout, 52 x 32 cm)

Waarom kun je er niet zeker van zijn dat het portret van Maria klopt met de werkelijkheid?

IN



aa r

©

VA

N



Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

in

lijk

ex

em pl

1 de begrippen ‘vertegenwoordiging’, ‘staatsvorming’ en ‘centralisatie’ of ‘centralisatiepolitiek’ uitleggen 2 de begrippen ‘bede’, ‘standenvertegenwoordiging’, ‘Staten’ en ‘Staten-Generaal’ uitleggen 3 de politieke ontwikkeling van Vlaanderen en Brabant schetsen 4 het ontstaan en de rol van de standenvertegenwoordiging verklaren 5 de rol van de Staten-Generaal in de bestuurlijke organisatie van de Nederlanden uitleggen 6 de bedoeling van Charles V met het huwelijk van Filips de Stoute en Margaretha van Male uitleggen 7 het onbedoelde gevolg van het huwelijk van Filips de Stoute en Margaretha van Male van Bourgondië uitleggen

186

LES E4

De Nederlanden

8 drie maatregelen die Filips de Goede neemt om de Nederlanden te verenigen, toelichten 9 telkens een kenmerk van de politiek van Filips de Goede, Karel de Stoute en Maria van Bourgondië geven 10 het belang van het jaar 1477 voor het Bourgondische Rijk aantonen

KUNNEN 1 Vlaanderen, Brabant, Loon en Limburg op een historische kaart situeren 2 de huidige grenzen vergelijken met die van de middeleeuwse vorstendommen 3 informatie uit een stamboom kunnen afleiden

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES E4 SCHEMA

De Nederlanden

IN

1 Vlaanderen en Brabant worden machtig

©

VA

N

• Het gezag van de vorst (leenheer) verzwakt vanaf de 9e eeuw. • Graven en hertogen (leenmannen) in de Nederlanden proberen hun eigen macht uit te breiden. • Belangrijke vorstendommen in de 13e eeuw in het gebied dat nu Vlaanderen is: - de graafschappen • Vlaanderen • Loon - het hertogdom • Brabant • Het graafschap Vlaanderen bestaat uit: - Kroon-Vlaanderen = leen van de Franse koning, - Rijks-Vlaanderen = leen van de Duitse keizer.

2 De standenvertegenwoordigingen beperken de vorstelijke macht

em pl

aa r

In de 14e eeuw ontwikkelen zich standenvertegenwoordigingen. • vertegenwoordigers van: - geestelijkheid - adel - derde stand / steden • Zij kunnen de buitengewone belastingen (= beden) van de vorsten goed- of afkeuren. In ruil voor die belastingen krijgen ze toegevingen van de vorst.

3 De Bourgondische hertogen vormen een statenbond Filips de Stoute: wordt hertog van Bourgondië en graaf van Vlaanderen.

in

lijk

ex

Filips de Goede verenigt de meeste Nederlandse gewesten. Bourgondische hertogen proberen de macht te centraliseren door: • een gemeenschappelijke munt, • controle op de uitgaven van de verschillende gewesten door de rekenkamers, • oprichting van de Staten-Generaal met vertegenwoordigers van de verschillende gewesten. Andere middelen om de samenhorigheid van de Nederlanden te versterken zijn: • de oprichting van een ridderorde: de Orde van het Gulden Vlies, • huwelijkspolitiek. Karel de Stoute sneuvelt in 1477 en Maria van Bourgondië volgt hem op: • Franse koning verovert Bourgondië. • Nederlandse gewesten willen centrale macht beperken. Maria van Bourgondië huwt met Maximiliaan van Habsburg. De familie van de Habsburgers doet zijn intrede in de Nederlanden.

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

187


E5

De Guldensporenslag

IN

Op 11 juli viert Vlaanderen zijn nationale feestdag. Op die dag, in 1302, vechten het Franse en het Vlaamse leger, samen met hun bondgenoten, tegen elkaar. In de 19e eeuw groeit er opnieuw belangstelling voor die historische veldslag.

VA

N

Wat zijn de oorzaken van die veldslag en wat zijn de gevolgen? Hoe kijken mensen in de moderne en de hedendaagse tijd terug naar de Guldensporenslag? Welk beeld hebben zij van die veldslag?

PREHISTORIE

OUDE NABIJE OOSTEN

KLASSIEKE OUDHEID

MIDDELEEUWEN

em pl

1302 Gulden­s porenslag

1

4

5

0 17

±

±

19

5

0 5 14 ±

±

50

0

©

aa r

±

±

8

35

0

0

0

0

v.

v.

C

C

.

.

Kaartnr(s). 

HEDENDAAGSE TIJD MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

De Vlaamse graaf strijdt tegen de Franse koning

ex

De graaf van Vlaanderen is een leenman van de Franse koning, maar toch stelt hij zich op als een bijna onafhankelijke vorst. Na 1000 vergroot de Franse monarchie haar macht. Verschillende lenen (zie les E1) komen opnieuw onder rechtstreekse controle van de Franse koning als deel van het kroondomein (zie les E3). In de 13e eeuw wil de Franse koning meer controle krijgen over het rijke graafschap Vlaanderen. Dat leidt tot conflicten.

in

lijk

De Vlamingen kiezen bij conflicten tussen Frankrijk en Engeland vaak de kant van de Engelsen. Die leveren immers de wol die nodig is voor de lakennijverheid. De Franse koning Filips IV de Schone wil altijd nieuwe inkomsten en zet de Vlaamse graaf Gwij van Dampierre onder druk. Wanneer Gwij (Guy) van Dampierre in 1297 zijn eed van trouw opzegt en steun zoekt in Engeland, breekt er oorlog uit. De Vlaamse graaf verliest en wordt gevangengenomen.

188

LES E5

Vlaanderen wordt bezet. Het verscherpt de tegenstellingen tussen het gewone volk en de rijke stedelingen (patriciërs en een deel van de adel). Die laatsten zoeken steun bij de Franse koning. Filips IV steunt hen omdat hij in hen nuttige bondgenoten tegen de Vlaamse graaf ziet. De aanhangers van de Franse koning worden leliaards genoemd (naar de lelie op het koninklijke wapenschild). Het volk, de stedelijke ambachten voorop, kiest de zijde van graaf Gwij. Zijn aanhangers gaan de geschiedenis in als klauwaards (naar de klauwende leeuw in het wapenschild van de graaf ).

De Guldensporenslag


Brugge wordt het centrum van het verzet. Het volk heeft er zwaar te lijden onder de door de koning opgelegde belasting. De leiders van de opstand zijn figuren uit het volk, met onder andere de wever Pieter de Coninck. OPDRACHT 1

Lees de lestekst en vul bij elk standpunt de juiste groep of persoon in. Kies uit: de ambachten – de Franse koning – de Vlamingen – de Vlaamse graaf  – de handelaars. De eigen autonomie verdedigen

IN

Nieuwe inkomsten verkrijgen uit Vlaanderen Steun zoeken bij de Franse koning tegen de graaf en tegen de ambachten

Toon met behulp van de kaart aan dat het conflict geen strijd is tussen Franstaligen en Nederlandstaligen. Geef twee concrete argumenten.

aa r

  

  

Vul punt 1 van het schema op blz. 197 aan.

lijk

ex

OPDRACHT 3

em pl

 

VA

Vlaanderen met buurlanden, 1302

©

OPDRACHT 2

N

Steun zoeken bij de Vlaamse graaf tegen de patriciërs

in

2

De Guldensporenslag wordt uitgevochten op 11 juli 1302 In de nacht van 17 op 18 mei 1302 brengen volksbendes in Brugge veel leliaards en Fransen om het leven. Die gebeurtenis gaat de geschiedenis in als de Brugse metten. De koning vreest een algemene opstand en stuurt een leger naar Vlaanderen. De kern van de Franse troepenmacht bestaat uit 2 500 goed geoefende adellijke ruiters. Dat moet de Fransen een beslissend voordeel geven, aangezien een ruiterleger superieur wordt geacht ten opzichte van het voetvolk. Het ‘Vlaamse’ volksleger telt bijna uitsluitend voetvolk (een derde uit Brugge) en wordt geleid door de adellijke vrienden en familieleden van de graaf. Ook een aantal ‘Waalse’ strijders zijn daarbij. De graaf van Namen is immers een zoon van de Vlaamse graaf.

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

189


IN

Op 11 juli 1302 staat het Vlaamse leger opgesteld achter beken en greppels voor de muren van Kortrijk op een veld: de Groeningekouter. De Franse bevelhebber Robert d’Artois volgt de raad niet op om rustig af te wachten. De Vlamingen kunnen immers niet eindeloos lang in volle zon op een aanval wachten en zouden uiteindelijk hun sterke posities moeten verlaten. Robert d’Artois kiest voor de aanval. Kort voor het middaguur breekt de hel los. De Fransen voeren met hun ruiters aanvallen uit, maar tegen alle verwachtingen in houden de Vlamingen stand. Met hun pieken en goedendags (steekwapens en slagwapens) werpen de Vlamingen honderden ridders van hun paard. Zij slachten de ridders en edelen af. Ook Robert d’Artois overleeft het bloedbad niet. Na enkele uren vluchten de Fransen weg. Ze moeten 500 paar vergulde ruitersporen achterlaten, vandaar de benaming: Guldensporenslag.

- Lees de lestekst en bestudeer de kaart.

ex

em pl

aa r

©

OPDRACHT 4

VA

N

Het graafschap Vlaanderen blijft voorlopig onafhankelijk. De Fransen slaan echter terug en de Vlaamse graaf aanvaardt in 1305 het Verdrag van Athis-sur-Orge. Het graafschap krijgt een zware belasting opgelegd en wordt opnieuw een Frans leen. Vlaanderen ontsnapt wel aan de aanhechting bij het Franse kroondomein.

lijk

- Zijn de volgende stellingen juist of fout?

a De Vlamingen vangen de Franse aanval op achter twee beken.

in

b Het Vlaamse leger steunt vooral op ruiters.

c Het Franse leger steunt vooral op ruiters. d Achter de Vlamingen heb je de Leie en aan hun rechterflank Kortrijk. e Brabanders vechten mee aan Franse kant.

190

LES E5

De Guldensporenslag

Juist

Fout


OPDRACHT 5

Bron Een Gentse monnik (een franciscaan) over de Guldensporenslag Ik zou een verhaal geven van feiten waarbij ikzelf aanwezig was of die ik gezien heb of met zekerheid heb horen vertellen van personen die erbij aanwezig waren. (…) Mijn bedoeling is de feiten zeer scherpzinnig en nauwgezet in detail uit te schrijven. Ik begon hieraan in het jaar 1308 in het minderbroederklooster van Gent, waar ik toen deel van uitmaakte. (...)

N

IN

Toen de Fransen in het Vlaamssprekende gedeelte van Vlaanderen binnenrukten, wilden ze hun wreedheid tonen en de Vlamingen schrik aanjagen. Ze spaarden geen vrouwen, kinderen of bejaarden. Ze sloegen iedereen dood die ze konden vinden. Tot zelfs de heiligenbeelden in de kerken sloegen ze het hoofd af, alsof het levende mensen waren en ze hakten er ook andere ledematen van af. Dat feit schrikte de Vlamingen niet af. Het bezielde hen. Ze werden erdoor nog kwader, meer verontwaardigd en woedend, waardoor ze vastbesloten waren om vreselijk hard te vechten. (...)

em pl

aa r

©

VA

Aldus, door God die alles bepaalt, stortte de krijgskunst ineen. De beste ridders met de krachtigste paarden verloren de strijd. Zij stonden tegenover wevers, (…), gewone stedelingen en voetvolk uit Vlaanderen. Die waren wel goed bewapend en dapper en ze werden door bekwame leiders geleid. De schoonheid en macht van het sterkste leger veranderde daar in een mesthoop. De glorie van de Fransen werd daar mest en wormen. De Vlamingen waren immers verbitterd door de wreedheid die de Fransen hadden getoond tussen Rijsel en Kortrijk en daarom spaarden ze de bezwijkende Fransen niet. Ze maakten hen en hun paarden op wrede wijze af, totdat ze absoluut zeker waren van de overwinning. De Vlaamse leiders hadden immers voor de slag bevolen dat al wie onder het gevecht één of ander kostbaar voorwerp rooft of een edelman, hoe voornaam ook, gevangenneemt dadelijk door zijn makkers zou gedood worden. [De schrijver verwijst naar de gewoonte om ridders en edelen gevangen te nemen en voor hen losgeld te vragen.] Vertaald uit: Annales Gandenses, 14e eeuw

In deze Latijnse kroniek beschrijft een Gentse monnik de geschiedenis van het graafschap Vlaanderen van 1296 tot in 1310. De auteur begint te schrijven vanaf 1308 op enkele stukken perkament die overblijven. De monnik kiest partij voor de klauwaards.

- De bron is bewerkt. Toon aan met twee voorbeelden.

ex

 

in

lijk

Dit zijn mogelijke vragen om de bruikbaarheid, de betrouwbaarheid en de representativiteit van de bron vast te stellen. Denk aan de onderzoeksvragen: jullie onderzoeken wat er voor en tijdens de Guldensporenslag is gebeurd. - Omcirkel het juiste antwoord. Het is een primaire / secundaire bron. - Waar haalt de auteur zijn informatie vandaan? Onderstreep in de bron. - Wat is zijn bedoeling? 

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

191


- Is hij onpartijdig of niet? Argumenteer waarom.  - Wat is je conclusie over de betrouwbaarheid en de bruikbaarheid van de bron?  

IN

 

N

- Wat zou je kunnen en moeten doen om de betrouwbaarheid van de ‘Annales Gandenses’ te beoordelen en te onderzoeken of onze Gentse monnik de waarheid vertelt? Denk even als een geschiedkundige of een journalist. 

VA



- Voor welke historische vraag is het een representatieve bron? Kruis aan.

Wat is het standpunt van de klauwaards ten opzichte van de Guldensporenslag? Wat is het standpunt van de Fransen of de leliaards ten opzichte van de Guldensporenslag?

©

aa r

- Welke informatie haal je uit de bron? Geef twee concrete zaken.  

3

em pl

De Guldensporenslag gerecupereerd

in

lijk

ex

Iedere Vlaming kent de Guldensporenslag. Die slag is een onderdeel geworden van onze collectieve herinnering. Mensen verwijzen vaak naar het verleden vanuit bijvoorbeeld een gevoel van nationale trots. Het Verdrag van Athis-sur-Orge herinneren we ons bijvoorbeeld veel minder. Historische gebeurtenissen worden soms gebruikt om aan te tonen dat we gelijk hebben. De Guldensporenslag krijgt zo doorheen de tijd verschillende betekenissen. In de 19e eeuw krijgt de jonge Belgische staat (ontstaan in 1830) af te rekenen met een dreigende Franse buur: de Fransen willen België onder controle krijgen. De schrijver Hendrik Conscience gebruikt in zijn boek ‘De Leeuw van Vlaanderen’ de feiten uit 1302 om aan te tonen dat onze gewesten in het verleden met succes de Fransen bestreden.

192

LES E5

Het boek van Conscience wordt echter door veel Vlamingen anders geïnterpreteerd. De Belgische Nederlandstaligen, die men vanaf de 19e eeuw ‘Vlamingen’ noemt, worden namelijk gediscrimineerd. De Franstalige burgerij heeft de macht. Het boek van Conscience en de Guldensporenslag geven de Vlamingen moed om die discriminatie aan te pakken. Conscience en zijn vrienden willen meer taalrechten voor de Nederlandstaligen in België. Later wordt de veldslag een symbool voor de emancipatie van de Nederlandstaligen in een door Franstaligen beheerst België. En vandaag vieren we de feestdag van de Vlaamse Gemeenschap op 11 juli, de datum van de Guldensporenslag.

De Guldensporenslag


Bron 1 De Slag der Gulden Sporen

VA

N

IN

OPDRACHT 6

Schilderij van de Antwerpse kunstenaar Nicaise de Keyser (1813-1887), 5 x 6 m

aa r

©

Het origineel is vernietigd door een bombardement tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat is een kleinere kopie van Hendrik De Pondt (Stedelijke musea Kortrijk, olieverf op doek, afmetingen: 76,5 x 105,5 cm). Nicaise stelt het schilderij tentoon tijdens het salon van Brussel in 1836. Op het doek zie je hoe de Franse legeraanvoerder wordt gedood.



em pl

- Uit welke eeuw stamt het schilderij?

- Beschrijf de afbeelding in enkele zinnen in je eigen woorden. Let daarbij op de emoties en de gezichtsuitdrukkingen. 

ex

Bron 2 Conscience over de Guldensporenslag

lijk

De Fransen gebruikten een goed middel om zich alles te bezorgen en zich tezelfdertijd bij de Vlamingen hatelijk te maken. Elk ogenblik vertrokken er grote benden soldeniers uit de verschansing, om het land af te lopen en alles te roven, te plunderen of te vernielen. Die boze krijgsknechten hadden de bedoeling van hun veldheer Robrecht d’Artois ten volle begrepen; om ze uit te voeren, begingen zij de gruwelijkste misdaden, welke men in de oorlog plegen kan. Ter teken van verwoesting, waarmee zij het land van Vlaanderen bedreigden, hadden zij allemaal kleine bezems aan hun speren gehangen; daarmee wilden ze te kennen geven, dat zij kwamen om Vlaanderen te keren [schoon te vegen] en te zuiveren. Inderdaad, zij verzuimden niets om dit voornemen te volbrengen; na weinige dagen stond er in het ganse zuidelijke gedeelte van het land geen enkel huis, niet één kerk, of slot, of klooster, ja zelfs geen boom meer recht ...

in

HEDENDAAGSE VERTALING

Uit: Hendrik Conscience, De Leeuw van Vlaanderen, 1838

Meer informatie over de bron vind je in de lestekst.

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

193


- Is het boek voor of na het schilderij van Nicaise De Keyser geschreven?  - Omcirkel het juiste antwoord. Conscience is voor / tegen de Vlamingen. TIP Bekijk de lestekst. - Vergelijk met de tekst van de Gentse monnik (zie opdracht 5). Welk beeld geven ze beide van de Fransen?

Bron 3 Koning Albert richt zich tot de Vlamingen

VA ©

aa r

Ween niet mijn volk, mijn trouwen. Ween niet Uw Koning leeft! Ik weet dat God ons eenmaal Ons Vlaanderen Wedergeeft. Al is het thans vermorzeld, Vertrapt, verscheurd, vernield. De Vlaamsche Leeuw is levend Met leeuwenkracht bezield Houdt moed, mijn trouwe natie en nooit de plicht verzaakt! Eens zal verlossing komen. Ook uw Koninginne waakt!

N

Aan mijn volk!

IN



Prentbriefkaart, augustus 1914, bij het begin van de Eerste Wereldoorlog

 

em pl

- Hoe gebruikt koning Albert de Vlaamse geschiedenis en de Guldensporenslag?

De Walen krijgen de opdracht om zich de 600 Franchimontezen te herinneren die zich in Luik verzetten tegen Karel de Stoute. België is bekend om zijn striptekenaars die de geschie­denis vaak in hun verhalen verweven. De Guldensporenslag is een dankbaar onderwerp.

ex

OPDRACHT 7

lijk

Bron 1

Bob De Moor, De Leeuw van Vlaanderen, als reeks verschenen

in

in het stripweekblad Kuifje,

194

LES E5

1949-1950

Het verhaal – met als hoogtepunt de Gulden­­­­ sporenslag – is gebaseerd op het werk van Conscience.

De Guldensporenslag


em pl

aa r

©

VA

N

IN

Bron 2

ex

R. Matton en C. Verhaeghe, Kroniek der Guldensporenslag, deel 3: De Lente. Kortrijk 1995

in

lijk

In de jaren ’90 (20e eeuw) verschijnt de ‘Kroniek der Guldensporenslag’ van Ronny Matton en Christian Verhaeghe. In vier delen vertellen ze het verhaal van de Franse koning Filips de Schone die in zijn nachtmerries ziet wat er met zijn leger zal gebeuren in 1302.

- Lees de volgende omschrijvingen. Duid aan of ze bij de tekening van De Moor of bij de tekening van Matton en Verhaeghe passen. De Moor

Matton en Verhaeghe

dapper Vlaamsgezind wreed en bloeddorstig

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

195


kritisch tegenover het nationale verleden verheerlijken van het nationale verleden tegen oorlog De Fransen zijn de vijand. De Vlamingen zijn even erg als de Fransen.

IN

avontuurlijk - Vat de boodschap van De Moor in een zin samen.

N

 

VA

- Vat de boodschap van Matton en Verhaeghe in een zin samen.  

©

- Leg uit: De twee stripverhalen geven een verschillend beeld van de Vlamingen.



aa r



Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

em pl

KENNEN

in

lijk

ex

1 het begrip ‘monarchie’ en ‘collectieve herinnering’ uitleggen 2 de begrippen ‘patriciërs’, ‘kroondomein’, ‘klauwaard’ en ‘leliaard’ uitleggen 3 de oorzaken van het conflict tussen de Franse koning en de Vlaamse graaf uitleggen 4 de verhoudingen tussen de verschillende partijen uitleggen 5 de overwinning van de Vlamingen verklaren 6 twee bepalingen uit het Verdrag van Athis-sur-Orge geven 7 aantonen dat in de 19e eeuw en in de 20e eeuw de Guldensporenslag een andere betekenis krijgt 8 de Brugse metten verklaren

196

LES E5

De Guldensporenslag

KUNNEN 1 historische vragen beantwoorden 2 de betrouwbaarheid van een bron beoordelen in functie van een historische vraag 3 informatie uit bronnen en kaarten afleiden 4 bronnen vergelijken 5 de invloed van de eigen standplaatsgebondenheid en die van anderen op de historische beeldvorming van de Guldensporenslag analyseren 6 de historische betekenis die doorheen de tijd gegeven wordt aan de Guldensporenslag analyseren

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES E5 SCHEMA

De Guldensporenslag







+

+



VA



leliaards

klauwaards

©

N



IN

1 De Vlaamse graaf strijdt tegen de Franse koning

aa r

Franse troepen bezetten het graafschap Vlaanderen. Centrum van het verzet: Brugge

2 De Guldensporenslag wordt uitgevochten op 11 juli 1302

em pl

Brugse metten Het Vlaamse en het Franse leger • Vlaamse leger steunt op voetvolk. • Franse leger steunt op ruiterij.

Leger van de Vlaamse graaf verslaat het Franse leger op 11 juli 1302.

ex

Verdrag van Athis-sur-Orge • Vlaanderen moet een zware belasting betalen. • Graafschap blijft Frans leen, maar onder controle van een graaf.

in

lijk

3 De Guldensporenslag gerecupereerd De Guldensporenslag in onze collectieve herinnering Hendrik Conscience schrijft in 19e eeuw ‘De Leeuw van Vlaanderen’.

Doel: duidelijk maken dat België niet onder Franse controle mag komen.

Vlaamse beweging verwijst naar het boek.

Reden: Om hun verzet duidelijk te maken tegen de discriminatie van Nederlandstaligen door Franstaligen in België.

Vlaanderen viert zijn feestdag op 11 juli.

E

De middeleeuwen van 900 tot 1450

197


VERLEDEN

OVERZICHT E

LEENWEZEN

STEDEN

Vorst

N

IN

De middeleeuwen van 900 tot 1450

Graven en hertogen

de vorsten deze machtsstrijd.

©

Op het einde van de middeleeuwen winnen

VA

Steden: opkomst vanaf ca. 1000

In de Nederlanden regeren de Bourgondiërs.

lijk

ex

em pl

DE NEDERLANDEN

aa r

De hedendaagse Europese landen krijgen vorm.

in

DE GULDENSPORENSLAG

198

E

11 juli 1302

realiteit en collectieve herinnering

De middeleeuwen van 900 tot 1450


HEDEN

OVERZICHT E

Rechten en plichten in België Alle burgers in België hebben rechten en plichten.

IN

Dankzij belastingen genieten wij bijvoorbeeld van:

VA

Grondrechten in Belgische grondwet

N

• financiële steun en uitkeringen, • gezondheidszorg, • kwaliteitsvol onderwijs, • bescherming door de politie en brandweer, • verlichting op straat en Belgische autosnelwegen.

aa r

• steden en gemeenten, • provincies, • gewesten en gemeenschappen, • de federale overheid.

©

Om een land met 11 miljoen mensen te besturen zijn er verschillende bestuurlijke niveaus nodig:

em pl

De Vlaamse Gemeenschap viert op 11 juli de herdenking van de overwinning van de ‘Guldensporenslag’ die in 1302 in Kortrijk plaatsvond.

ex

KENNEN

in

lijk

1 het begrip ‘bestuurlijke bevoegdheden’ uitleggen 2 uitleggen dat burgers rechten en plichten hebben 3 uitleggen met twee voorbeelden wat het recht op een menswaardig leven inhoudt 4 uitleggen met voorbeelden hoe alle burgers worden beschermd en gesteund wanneer ze hulpbehoevend zijn 5 de bestuurlijke indeling van België opnoemen

GA ZELF AAN DE SLAG!

KUNNEN 1 enkele redenen opsommen die aanleiding geven tot splitsing of fusie van gemeenten en/of steden 2 voorbeelden van politieke beslissingen in de actualiteit opzoeken en toelichten 3 in eigen woorden de betekenis van de feestdag 11 juli voor de Vlaamse Gemeenschap geven

E

Rechten en plichten in België

199


F

HEDEN

Het christendom in de westerse cultuur

VA

N

IN

Het christendom heeft eeuwenlang een heel belangrijke rol gespeeld in de westerse landen en een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de westerse identiteit. We kunnen dat vandaag nog afleiden uit het feit dat er in elk dorp minstens één kerk staat. De Kerk behoudt die centrale positie in de samenleving tot in de eerste helft van de 20e eeuw. Vanaf de tweede helft van de 20e eeuw verliezen de Kerk en de christelijke godsdienst hun vanzelfsprekendheid. Het geloof wordt hoe langer hoe meer naar de privésfeer verdrongen en er zijn steeds minder kerkgangers. De kerkgebouwen verliezen ook steeds meer hun religieuze betekenis. Kerken hebben wel nog een historische, culturele, symbolische en functionele waarde. In de westerse landen hebben wetenschap en mensenrechten (en volgens sommigen ook sport en vrije tijd) de plaats van godsdienst ingenomen.

©imageselect

- Ken je de onderstaande gebouwen? Schrijf de juiste naam bij de foto.

em pl

OPDRACHT 1

aa r

©

Op diddit vind je extra opdrachten bij deze les.

De Sint-Baafskathedraal in

De Nationale Basiliek

Antwerpen

Gent

van Koekelberg

ex

De O.L.V.-kathedraal in

lijk

- Er gaan steeds meer stemmen op om de leegstaande kerken, abdijen en kloosters een andere bestemming te geven. Hoe denk jij daarover? Bespreek in groep. Wat zou jij van de kerk ‘maken’? Brainstormen maar!

in

OPDRACHT 2

Raadpleeg het internet. Welk doel en welke missie heeft Amnesty International? Amnesty International verdedigt de naleving van de mensenrechten en bestrijdt vooral gevangenschap, marteling en doodstraf. In de middeleeuwen speelt de Kerk een heel belangrijke rol, zelfs als het gaat over misdaad en straf.

200

F

het chRistenDom in De westeRse cultuuR


VERLEDEN

Cultuur in de middeleeuwen

aa r

©

VA

N

IN

In dit onderdeel bestudeer je de culturele geschiedenis van de middeleeuwen: de geschiedenis van de katholieke Kerk, de kruistochten en de kunst.

in

© imageselect

lijk

ex

em pl

Bron Een manuscript of handschrift

Het Breviarium Mayer van den Bergh, ca. 1500, Museum Mayer van den Bergh, Antwerpen

Het gebedenboek is afkomstig uit de Zuidelijke Nederlanden en bevat een 80-tal miniaturen, 149 decoratieve randversieringen en talloze versierde initialen. Voor de uitvinding van de boekdrukkunst (in Europa in 1439) worden boeken met de hand geschreven. We spreken van handschriften of manuscripten. In de vroege middeleeuwen worden handschriften voornamelijk gekopieerd in kloosters, later ook in professionele ateliers in de steden. De teksten worden verlucht (versierd) met miniaturen, randversieringen en versierde beginletters. Hoe meer versieringen, hoe duurder het manuscript wordt. Vanaf de 13e eeuw wordt het bezitten van een kostbaar manuscript zoals dit een echt statussymbool, zoals nu bijvoorbeeld een dure auto dat is.

F

cultuuR in De miDDeleeuwen

201


F1

Kerk en christendom

N

IN

Vorig jaar heb je geleerd hoe het christendom in de 1e eeuw ontstaan is en zich verspreid heeft over het Romeinse Rijk. Het ‘succesverhaal’ van de Kerk gaat ook in de middeleeuwen voort. Je kunt tussen 1000 en 1500 niet om de Kerk heen.

©

VA

Hoe krijgt de Kerk in die periode macht en invloed? Hoe ontstaat de breuk met de orthodoxe Kerk? Hoe ontwikkelt de katholieke Kerk zich verder? Met welke problemen heeft zij af te rekenen?

OUDE NABIJE OOSTEN

DOE DE TEST!

KLASSIEKE OUDHEID

5

0

4 19

±

±

14 ±

17

5

5

0

0 50 ±

MIDDELEEUWEN

em pl

PREHISTORIE

aa r

±

±

8

35

0

0

0

0

v.

v.

C

C

.

.

Kaartnr(s). 

HEDENDAAGSE TIJD MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

Test je kennis over de Kerk in de middeleeuwen. Noteer het juiste begrip bij de omschrijving.

ex

Kies uit: commune – abdij – kardinaal – klooster – paus – celibaat – schisma – bisschop – concilie – abt – monogamie.

in

lijk

Let op: verschillende begrippen kunnen bij één bepaalde omschrijving passen en andere staan er te veel.

202

LES F1

a Hier leven paters of zusters



b De grote baas van de rooms-katholieke Kerk



c Het ongehuwd-zijn van priesters en kloosterlingen



d Een breuk, scheuring in de Kerk



e Een belangrijke vergadering van kerkleiders zoals bisschoppen



f Een geestelijke die aan het hoofd staat van een bisdom



Kerk en christendom


1

Het kloosterleven verspreidt zich in Europa

OPDRACHT 1

IN

Het kloosterleven is tijdens de oudheid in de Egyptische en Syrische woestijn ontstaan. Van daaruit wordt het ook in Europa bekend. Benedictus van Nursia (480-547) brengt eenheid in het westerse kloosterleven. Hij leeft oorspronkelijk als kluizenaar, maar sticht daarna een klooster in Montecassino (Italië). Voor die kloostergemeenschap schrijft hij een regel, een soort huisreglement, die uitblinkt in eenvoud en gematigdheid. Het benedictijnse kloosterleven verspreidt zich daarna overal in het westen van Europa. Bron

©

VA

N

Wij zijn van mening dat twee gekookte gerechten aan tafel altijd voldoende zijn voor de dagelijkse maaltijd. (...) Dat met het oog op ieders zwakheden, zodat iemand die misschien van het ene niet kan eten, zijn maaltijd kan doen met het andere. Twee gekookte gerechten zijn dus voor alle broeders toereikend en als er fruit of jonge groenten voorhanden zijn, kan er nog een derde bij gegeven worden. Een pond brood, ruim gewogen, is per dag voldoende, zowel wanneer er één maaltijd is, als wanneer er middagmaal en avondmaal is. (…) In geval er bijzonder zwaar werk geweest is, wordt aan het oordeel en de bevoegdheid van de abt overgelaten om, zo nodig, iets meer te geven, als maar vóór alles onmatigheid vermeden wordt, zodat nooit een monnik onpasselijk wordt. (…) Allen moeten zich ten slotte volstrekt onthouden van het vlees van viervoeters, behalve de zieken die erg zwak zijn.

aa r

Uit: Benedictus, Regel voor monniken, hoofdstuk 39 (over de maat van het voedsel)

- Waaruit bestaat de voeding van de monniken?

em pl



- Waarop moet bij de maaltijd altijd gelet worden? 

- Wat eet een monnik bijna nooit? 

ex

- Welke gevolgen heeft de samenstelling van het dieet voor de landbouwactiviteiten van het klooster? 

lijk



in

2

De Kerk wint aan macht en aanzien Het kerkelijke leven is in de 9e-10e eeuw in verval. De kloosterregels worden slecht nageleefd. Het wereldlijke gezag bemoeit zich met kerkelijke aangelegenheden en omgekeerd. In 910 wordt de abdij van Cluny opgericht. Zij wordt het uitgangspunt van een religieuze hervorming. Oorspronkelijk gaat het om een kloosterhervorming. Om de abdij te vrijwaren van de inmenging van buitenaf, wordt zij onder het directe toezicht van de paus gesteld. De kloosterregel van Benedictus wordt opnieuw strikt nageleefd. Op korte tijd krijgt Cluny veel succes. Rond 1100 telt de abdij over heel Europa meer dan 1 400 ondergeschikte kloosters. Door het succes worden de kloosters heel rijk en verwatert geleidelijk aan de oorspronkelijke bezieling. F

Cultuur in de middeleeuwen

203


IN

De kloosterhervorming van Cluny groeit ook uit tot een kerkhervorming. Een van de ideeën daarbij is dat de Kerk boven de staat verheven is. Paus Nicolaas II (paus 1059-1061) beslist als eerste dat de de keizer niet langer de pauskeuze mag beïnvloeden. Paus Gregorius VII (paus 1073-1085) voert een krachtig hervormingsbeleid, dat later bekend wordt als de ‘Gregoriaanse Hervorming’. De paus wil de Kerk losmaken van wereldlijke inmenging en uitbouwen onder het gezag van de paus. Landheren en vorsten kunnen nog wel kandidaten voordragen voor geestelijke ambten, maar de aanstelling van geestelijken mag alleen nog door kerkleiders gebeuren. De Duitse keizers gaan met die maatregel niet akkoord. Zij gebruiken de Kerk al een hele tijd om het keizerrijk te controleren en te besturen (zie ook les E3). Gregorius is ook de eerste paus die een kruistocht naar Jeruzalem wil organiseren.

OPDRACHT 2

Bron

aa r

©

VA

N

De Kerk blijft lange tijd een eenheid, ondanks de eigen ontwikkeling in het oosten en westen vanaf de klassieke oudheid. Toch zijn er geregeld ook meningsverschillen. Zo heeft de Kerk in het oosten – met aan het hoofd de patriarch van Constantinopel – moeite met de voorrangspositie van de bisschop van Rome (paus). Andere discussies gaan over geloofskwesties zoals het gebruik van het juiste soort brood in de eucharistieviering of het celibaat. In 1054 gaan Latijnse onderhandelaars naar Constantinopel, maar hun onhandige optreden zorgt voor een zoveelste conflict. Later wordt het jaar 1054 genoemd als het beginjaar van het schisma, de breuk tussen oost en west in de Kerk. In feite gaan de westerse en de oosterse Kerk geleidelijk aan een eigen weg: enerzijds de Latijnse of rooms-katholieke Kerk met Rome als centrum, en anderzijds de Griekse of oosters-orthodoxe Kerk met Constantinopel als centrum. Pas in de 15e eeuw is de breuk volledig en definitief.

em pl

In de naam van de heilige en onverdeelbare Drievuldigheid, Otto, door de goddelijke genade koning. Door deze geschreven akte verlenen wij aan de bisschop Notker en aan al zijn opvolgers het gedeelte van het graafschap Hoei, gelegen in het dorp zelf en daarbuiten. De bisschop mag het naar eigen goeddunken vrij schenken aan een van zijn ridders of vrienden. Alles wat uit dat graafschap aan onze schatkist toekwam, zal voortaan aan de bisschop worden afgestaan ... Fragment uit Otto III, Schenkingsakte van het graafschap Hoei, 7 juli 985. In: Die Urkunden der deutschen Könige und Kaiser - Monumenta Germaniae Historica, 1888

lijk

ex

Otto III wordt in 980 geboren. Hij wordt na de dood van zijn vader, Otto II, in 983 op driejarige leeftijd tot koning van Duitsland verkozen en in 996 gekroond tot rooms-Duitse keizer. Tijdens zijn minderjarigheid wordt het rijk eerst door zijn moeder, keizerin Theophanu (ca. 960-991), en daarna door zijn grootmoeder Adelheid van Bourgondië (ca. 931-999) bestuurd.

- Wat verkrijgt de bisschop van Otto III?

in



- Van wie krijgt hij dat gebied?  - Heeft Otto III zelf die beslissing genomen? 

204

LES F1

Kerk en christendom


- Aan wie zou de bisschop eerder gehoorzamen: de paus of de keizer? Onderstreep je antwoord en motiveer.  OPDRACHT 3

Bron De oprichting van de abdij van Cluny

©

VA

N

IN

Ik, Willem, graaf en hertog, bij de gratie Gods, na rijpe overweging en verlangend iets te doen voor mijn eeuwig heil (…) schenk een deel van mijn goederen. (…) Om er een blijvende daad van te maken zal ik op eigen kosten een gemeenschap van monniken ondersteunen. (…) Daarom draag ik aan de heilige apostelen, Petrus en Paulus, de bezittingen over waarover ik beschik, de stad Cluny, (…) samen met alles wat erbij hoort, de dorpelingen, inderdaad, de kapellen, de horigen van beide geslachten, de wijnstokken, de velden, de weiden, de bossen, de wateren en hun uitgangen, de molens en de inkomsten, wat er gecultiveerd wordt en wat niet, alles in zijn geheel. Er moet te Cluny een klooster gebouwd worden. (...) Er moeten monniken in gemeenschap leven volgens de regel van de heilige Benedictus. Zij moeten die goederen in bezit nemen, ze behouden en ze voor altijd besturen. Maar zij mogen hun lofzangen en smeekbeden in dat eerbiedwaardige huis van gebed niet verwaarlozen. (...) Wij willen ook dat men juist hier alle dagen tegenover de armen, de behoeftigen, de vreemdelingen en de pelgrims de werken van barmhartigheid beoefent.

Uit: Oprichtingsoorkonde Abdij van Cluny, 909/910 (bewerking en vereenvoudiging)

em pl

aa r

Willem I van Aquitanië (875-918), bijgenaamd de Vrome, wordt na de dood van zijn vader heerser over Auvergne en Limousin. In 909 roept hij zichzelf uit tot hertog van Aquitanië. Zijn gebied strekt zich uit over een groot deel van het huidige Frankrijk. In 909/10 sticht hij ook de abdij van Cluny. Officiële middeleeuwse documenten zijn in het Latijn opgesteld. Omdat het om officiële documenten gaat, wordt vaak een plechtige taal gebruikt met ingewikkelde zinnen. Er is een groot tijdsverloop tussen de tijd van het document en vandaag, daarom is het soms ook moeilijk om te begrijpen wat er bedoeld wordt.

- Waarom is de bron een bewerking van de oprichtingsakte? 

ex



- De bezittingen die Willem weggeeft, worden geschonken aan de heilige apostelen, Petrus en Paulus. Wat betekent dat?

in

lijk

 

- Welk persoonlijk belang streeft hertog Willem na?   - Onderstreep twee stukjes in de bron die duidelijk maken hoe de monniken in Cluny moesten leven.

F

Cultuur in de middeleeuwen

205


© EBASCOL / Shutterstock.com

Bron

VA

N

IN

OPDRACHT 4

De abdij van Cluny

aa r

©

In Bourgondië ligt het oude stadje Cluny. Eeuwenlang staat hier de grootste kerk van het westen. De romaanse kerk is 150 m lang. Tijdens de Franse Revolutie wordt de indrukwekkende abdijkerk gesloopt. Slechts een klein stukje van de kruisbeuk is overgebleven (zie foto). Maar zelfs dat beperkte restant geeft ons nog een goed beeld van wat er ooit gestaan heeft. De orde van Cluny verspreidt zich tussen 900 en 1200 over een groot deel van West-Europa.

lijk

ex

em pl

De kloosterstichtingen van Cluny

in

Zijn de uitspraken juist of fout? Kruis aan.

a De abdij van Cluny was heel groot. b De abdij van Cluny was niet bijzonder groot. c Cluny heeft minder dan 30 andere abdijen of kloosters gesticht. d Cluny heeft meer dan 40 andere abdijen of kloosters gesticht. e Een groot deel van de kerk is bewaard gebleven. f Een klein deel van de kerk is bewaard gebleven.

206

LES F1

Kerk en christendom

Juist

Fout


OPDRACHT 5

Bron De verschillen tussen de oosterse en de westerse Kerk (9e eeuw)

VA

N

IN

Paus Nicolaas had dankbaar de inlichtingen van Hincmar ontvangen; hij drukte er zijn voldoening over uit. Vervolgens deed hij hem een andere brief sturen, zoals ook aan de andere aartsbisschoppen van het koninkrijk van Karel, om mede te delen dat de Griekse keizers en de bisschoppen van het oosten de H. Roomse Kerk belasteren, ja zelfs geheel de Kerk van de Latijnse ritus, onder voorwendsel dat wij vasten op de sabbat (zaterdag), dat wij leren dat de H. Geest uit de Vader en de Zoon voortkomt, dat wij het huwelijk aan de priesters verbieden, dat wij verbieden aan de priesters om catechumenen te zalven op het voorhoofd (H. Vormsel); dat de Grieken zelfs zeggen dat wij de H. Olie maken met water uit een Latijnse stroom. Zij verwijten ons verder dat wij niet zoals zij geen vlees eten de acht weken vóór Pasen, en geen eieren of kaas eten de zeven weken vóór Pasen. Zij zeggen ook dat wij met Pasen, zoals de joden, een lam offeren op hetzelfde altaar en op dezelfde wijze waar wij het lichaam van Onze-Lieve-Heer opdragen en zij verwijten onze geestelijken zich de baard te scheren ... Uit: F. Grat, J. Vielliard, S. Clemancet, Annales de Saint-Bertin, 1964, Parijs vertaling en bewerking

aa r

©

De ‘Annales Bertiniani’ zijn annalen geschreven in de periode 830 tot 882 in de abdij van SintBertijn in het Franse Saint-Omer. Ze zijn geschreven door meerdere schrijvers. Annalen zijn een vorm van geschiedschrijving waarin men gebeurtenissen heel beknopt en op strikt chronologische wijze jaar voor jaar beschrijft.

- Wie belastert volgens paus Nicolaas de westerse Kerk?

OPDRACHT 6

em pl

- Welke verschillen tussen oost en west vind je in de bron? Onderstreep er twee. - Zoek het grote verschil.

Bron 2

in

lijk

ex

Bron 1

De Hagia Sophia in Constantinopel

De Hagia Sophia in Constantinopel (nu Istanboel) is eeuwenlang een van de grootste kerken in de wereld. In 1453 wordt de stad ingenomen door de Ottomanen (Turken). Daarmee komt een einde aan het Byzantijnse Rijk. Dat komt nu in handen van moslims. De kerk wordt een moskee. Tussen 1934 en 2020 is de moskee een museum. Maar sinds 2020 vinden er opnieuw ook religieuze plechtigheden plaats.

F

cultuuR in De miDDeleeuwen

207


- Welke van beide bronnen is veranderd met een fotobewerkingsprogramma? Wat is er veranderd?  - Welke bron geeft het best de situatie uit de middeleeuwen weer? Motiveer. 

3

IN



De Kerk heeft grote invloed in Europa

VA

N

De macht en het prestige van de Kerk groeien naar een hoogtepunt in de 12e en 13e eeuw. Europa is rijk bezaaid met kloosters. Er ontstaan nieuwe kloosterorden. Dat gebeurt gedeeltelijk als een reactie op de vervlakking in het navolgen van de regel van Benedictus in Cluny en op de macht en de rijkdom van de geestelijkheid. Zo sticht Bruno van Keulen in de bergen bij Grenoble de orde van de kartuizers, een orde van kluizenaars. Die mensen leven in afzonderlijke cellen en komen alleen samen voor de misviering en de gebedsdiensten in de kloosterkerk.

aa r

©

De kloosterorde der cisterciënzers is opgericht in het Franse Cîteaux in 1098. Zij wil de sobere regel van Benedictus opnieuw in alle strengheid naleven. Wanneer Bernardus in de orde intreedt en later abt van Clairvaux is geworden, wordt hij de woordvoerder van de nieuwe orde. Als Bernardus van Clairvaux (1090-1153) is hij een toonaangevende geestelijke in heel Europa. Bij zijn dood telt de orde al meer dan 300 kloosters, waaronder de Ter Duinenabdij van Koksijde. De kloosters liggen afgelegen en het monnikenleven is er streng. De monniken moeten eten wat zij zelf produceren. In de Lage Landen houden de cisterciënzers zich intensief met landontginning en dijkaanleg bezig.

em pl

Norbertus van Gennep (ca. 1080-1134) sticht in het begin van de 12e eeuw de orde van de norbertijnen (of premonstratenzers). Ook hij wil terug naar de eenvoud van het evangelie. De orde houdt zich naast het gebed ook bezig met de pastorale zorg in parochies. In onze gewesten ontstaan al in de 12e eeuw verschillende norbertijnerabdijen. De benedictijnerorde en alle vertakkingen ervan vormen typische plattelandskloosters: naast het bidden werken de monniken vooral op het land. Het westerse christendom kent ook typische

ex

stadsorden zoals de dominicanen en franciscanen.

in

lijk

Die nieuwe orden komen tot bloei op het moment dat de middeleeuwse steden zich sterk ontwikkelen. Franciscus van Assisi (1182-1226) ligt aan de basis van een armoedebeweging die teruggrijpt naar het evangelie. Kenmerkend is de beleving van het evangelie, vooral van de evangelische armoede. Het grote aantal volgelingen op korte tijd maakt een goede organisatie noodzakelijk en de beweging krijgt een orderegel.

208

LES F1

Dominicus (1170-1221) komt in Zuid-Frankrijk in contact met de katharen. Net als zij trekt hij in armoede en al predikend rond. De paus keurt het initiatief van die ‘predikheren’ goed. In hun regel legt hij de nadruk op de studie van de geloofsinhoud en de verplichting tot armoedebeleving.

Kerk en christendom


Bron Cisterciënzers in de 13e eeuw

N

IN

OPDRACHT 7

Apocalypsim, universiteitsbibliotheek, Cambridge

VA

Miniatuur op perkament, Noord-Duitsland, 13e eeuw. Uit: Alexander Bremensis, Expositio in

aa r

©

De cisterciënzers staan bekend om hun inzet voor het handwerk en het voorzien in het eigen onderhoud. De belangrijkste taak van de monniken is deelname aan de gebedsdiensten van de gemeenschap. Daarnaast is er binnen de abdij een aparte gemeenschap van lekenbroeders die in de eerste plaats verantwoordelijk is voor het beheer van het land en de dieren. Elke abdij bestaat zo uit twee afzonderlijke, maar elkaar aanvullende groepen die in gemeenschap leven.

- Lees eerst de contextinformatie bij de bron. Identificeer de twee groepen. Wat doen zij? 

 OPDRACHT 8

em pl

- De bron is een goede illustratie van de leuze uit de regel van Benedictus en van de cisterciënzers. Leg uit.

Zoek op het internet vijf nog bestaande norbertijnerabdijen in Vlaanderen, die worden gesticht in de 12e eeuw. 

ex

 

Bron De regel van de minderbroeders

lijk

in

OPDRACHT 9

Dit is de regel en de levenswijze van deze broeders: leven in gehoorzaamheid, in kuisheid en zonder eigendom, en de leer en de voetstappen van onze Heer Jezus volgen die zegt: Als je onverdeeld goed wilt zijn: ga alles verkopen wat je hebt en geef het aan de armen en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan om Mij te volgen. (Mt 19:21; vgl. Lc 18:22) (…)

[De broeders] mogen helemaal geen geld ontvangen, zelf niet en ook niet door een tussenpersoon. Maar als dingen ontbreken die

F

Cultuur in de middeleeuwen

209


voor het leven noodzakelijk zijn, mogen de broeders die aannemen vanwege hun nood zoals de andere armen. Geld blijft hiervan uitgezonderd. (…) En alle broeders dragen goedkope kleren en met Gods zegen kunnen zij die oplappen met zakkengoed of andere stukken stof, want de Heer zegt in het evangelie: Wie kostbare kleding dragen en in weelde leven en wie in zachte stoffen gekleed gaan, vind je in paleizen. (Lc 7:25; Mt 11:8)

IN

Uit: Regel van de minderbroeders, 1209

VA

- Wat is kenmerkend voor de regel van de franciscanen?

N

De eerste versie van de regel van de minderbroeders, waarmee Franciscus met zijn eerste elf broeders naar Rome trok om bij de paus goedkeuring te vragen en die ook mondeling te ontvangen, stamt uit 1209.

 - Verklaar de naam ‘bedelmonniken’.

©

 

4

Een Kerk in crisis

aa r

- Onderlijn in de bron de verwijzingen naar het evangelie volgens Lucas en Mattheus.

em pl

Paus Bonifatius VIII (paus 1294-1303) slaagt er niet langer in de Europese vorsten aan zijn gezag te onderwerpen. De Franse koning Filips de Schone komt openlijk in opstand en heft zelf belastingen op de eigen Franse geestelijkheid. Na de dood van de paus organiseert Filips de verkiezing van een Franse paus die zich in Avignon vestigt. Van 1309 tot 1377 verblijven de pausen daar en niet langer in Rome. Maar het wordt nog erger: in 1378 wordt een Italiaan (Urbanus VI) tot paus gekozen. De Franse kardinalen reageren met de verkiezing van een tegenpaus (Clemens VII), die zich opnieuw in Avignon vestigt.

in

lijk

ex

Het zogenaamde ‘Westers schisma’ is een feit. De twee pausen beschouwen zichzelf als de echte geestelijke leider en veroordelen elkaars beslissingen. Er komen bisdommen met twee bisschoppen, abdijen met twee abten, parochies met twee priesters ... Op een concilie in Pisa in 1409 kiest men een nieuwe paus. De twee andere pausen weigeren echter af te treden en zo heeft men ... drie pausen. Na veel getouwtrek en gepalaver kiest het Concilie van Konstanz in 1417 Martinus V tot nieuwe en enige paus. Hij wordt door iedereen erkend en zetelt weer in Rome. De schade toegebracht aan het kerkelijke leven is echter groot. Ook op andere vlakken is er een groot kerkelijk verval: vorsten benoemen weer bisschoppen, kerkelijke ambten worden gekocht, priesters leven het celibaat niet na ... Reacties kunnen niet uitblijven. Die worden ook gevoed door de slechte levensomstandigheden van de gewone man. In Engeland neemt Oxford-professor John Wycliff (1328-1384) de pausen van Avignon scherp onder vuur. Hij verwerpt het gezag van de paus, de kloosterorden, het celibaat ... Niet de paus, maar de Bijbel moet worden nagevolgd. Wycliff heeft succes bij de kleine man. Rome veroordeelt hem als een ketter. Johan Huss van de universiteit van Praag heeft

210

LES F1

Kerk en christendom


soortgelijke ideeën. Hij eindigt in 1415 op de brandstapel. Maar zijn aanhangers geven niet op. De strijd van de Duitse keizer tegen de hussieten duurt uiteindelijk nog twintig jaar. In Firenze (Italië) heeft de dominicaan Savonarola veel kritiek op de rijkdom van de Kerk en de steden. Hij slaagt er zelfs in de stad een tijd op een streng christelijke manier te besturen. Ook hij eindigt op de brandstapel (in 1498). De eenheid en het algemene vertrouwen in de Kerk worden zo definitief gebroken. In de 16e eeuw ligt de Duitse monnik Maarten Luther mee aan de basis van een scheiding in de westerse Kerk.

IN

Bron 1 Het pauselijke paleis van Avignon

©

VA

N

OPDRACHT 10

aa r

Bron 2 Petrarca over de pausen in Avignon

em pl

Nu leef ik in Frankrijk, het Babylon van het westen. Tijdens haar reizen ziet de zon niets afschuwelijker dan deze plaats aan de boorden van de wilde Rhônerivier (…) Hier regeren de opvolgers van de arme vissers uit Galilea; zij zijn vreemd genoeg hun oorsprong vergeten. Ik ben verbaasd, als ik aan hun voorgangers denk, om die mannen te zien, overladen met goud en gekleed in purperen gewaden (…) om de luxueuze paleizen te zien en de hoogten gekroond met forten, in plaats van een omgedraaide boot om als schuilplaats te dienen. In plaats van heilige eenzaamheid vinden wij een misdadige gastheer (…), in plaats van eenvoud, losbandige banketten, in plaats van vrome bedevaarten, ongeoorloofde luiheid, in plaats van de blote voeten van de apostelen, vliegen de sneeuwwitte renpaarden van de rovers ons voorbij…

ex

Uit: Petrarca, brief aan een vriend, tussen 1340-1353. In: J.H. Robinson, Readings in European History, 1904, Boston

in

lijk

Francesco Petrarca (1304-1374) is een Italiaanse geleerde en dichter. Hij brengt als katholiek en verdediger van het pausschap een groot deel van zijn leven door in dienst van de Kerk. Hij is beroemd om zijn poëzie, maar ook om zijn brieven aan vrienden, kardinalen en bisschoppen. Het verblijf van de pausen in Avignon wordt soms aangeduid als ‘de Babylonische gevangenschap van het pausschap’. Dat is een verwijzing naar de ballingschap in Babylon van de joden uit Jeruzalem in de 6e eeuw v.C.

- Welke stad bedoelt Petrarca met de ‘plaats aan de Rhônerivier’?  - Wie zijn de opvolgers van de ‘arme vissers uit Galilea’? 

F

Cultuur in de middeleeuwen

211


- Welke kritiek geeft Petrarca hier?  OPDRACHT 11

Bron Het Concilie van Konstanz (1414-1418)

IN

5e zitting (6 april 1415): Op wettige wijze bijeengekomen onder leiding van de Heilige Geest (...) krijgt het (concilie) onmiddellijk zijn macht van Christus; en iedereen van welke staat of waardigheid dan ook, zelfs pauselijk, is verplicht eraan te gehoorzamen in die zaken die betrekking hebben op het geloof, de uitroeiing van het genoemde schisma en de algemene hervorming van de genoemde Kerk van God in hoofd en leden.

VA

N

39e zitting (9 oktober 1417): Het veelvuldig houden van een algemeen concilie is het middel bij uitstek om het erfgoed van de Heer te onderhouden . Zij roeit de doornen en wortels uit van ketterijen, dwalingen en scheuringen. Zij verbetert afwijkingen, hervormt wat vervormd is, brengt een overvloedige oogst voort in de wijngaard van de Heer. Uit: Council of Constance 1414-1418, in Papal Encyclicals Online, eigen vertaling

©

- Aan wie kent het concilie het hoogste gezag toe: aan de paus of aan het algemene concilie? Welke motivering wordt gegeven?

aa r



- Welke opdracht krijgen de volgende concilies mee?  Bron

em pl

OPDRACHT 12

lijk

ex

Wij bevelen dat alle prelaten en geestelijken (...) kleding dragen die past bij het heilige karakter van hun ambt. Geen gouden ceinturen, geen zijden sjerpen en mijters. Alle geestelijken moeten een duidelijk zichtbare tonsuur dragen. De zadels, teugels of borstriemen van hun paarden mogen niet versierd zijn met gouden, zilveren of metalen figuurtjes. (...) Kardinalen mogen geen pronkerige jachtpartijen houden met een groot gezelschap en een grote meute honden. Ook als ze gasten hebben, moeten ze sobere maaltijden gebruiken. Er moeten vrome verhalen voorgelezen worden. Ze mogen geen concerten of wereldse liederen ten gehore laten brengen en geen fabels laten opzeggen door hofnarren.

Uit: Paus Sixtus IV, Pauselijke brief, 1474

in

Sixtus IV (paus 1471-1484) behoort tot een invloedrijke Italiaanse adellijke familie en is lid van de franciscanerorde. Sixtus gedraagt zich meer als een Italiaanse vorst dan als een paus.

- Sixtus IV wil duidelijk de wantoestanden tegengaan. Geef drie voorbeelden van het buitensporige leven van sommige geestelijken.  

212

LES F1

Kerk en christendom


- Lees de toelichting over Sixtus IV. Welk element uit zijn biografische achtergrond heeft wellicht bijgedragen tot het ontstaan van die brief ?  - Waarom kun je hem ook een hypocriet noemen? 

OPDRACHT 13

IN

 Bron 1 De aanklacht van Savonarola (1498)

Vrije bewerking van een preek van Savonarola

©

VA

N

Doet boete want het Rijk Gods is nabij (…) Gij geestelijken, gij bisschoppen, laat uw bezittingen, laat uw praal, uw smulpartijen en feestmalen (…) Gij monniken, laat uw overvloed aan gewaden en zilvergerei, laat uw rijke abdijen en bezittingen (…) Leg U toe op de eenvoud en leef zoals de eerste monniken (…) van het werk van uw handen (…) Gij bedelmonniken, maak uw pijen smaller en van ruwe stof. Merkt gij dan niet dat gij met uw overbodige luxe de aalmoezen van de armen wegneemt? Gij kooplieden, stop met uw woeker! Herstel het onrecht en geef het vreemde bezit terug, anders verliest gij alles. Gij allen, die in weelde leeft, schenk ervan aan de armen.

lijk

ex

em pl

Bron 2

aa r

Die preken zijn vaak heel lang met verwijzingen naar de Bijbel en naar actuele gebeurtenissen. Vele burgers en geestelijken hebben sympathie voor zijn ideeën, maar hij is een doorn in het oog van de machthebbers. Na een schijnproces wordt hij samen met twee volgelingen veroordeeld, opgehangen en aansluitend verbrand in 1498.

Tekening van de executie van Savonarola en

in

zijn twee medewerkers in 1498, door een onbekende kunstenaar

- Aan wie is de bron gericht? 

F

Cultuur in de middeleeuwen

213


- Wat is de overeenkomst met de tekst van Petrarca?  - Tot welke orde behoort Savonarola? 

IN

ONWAARSCHIJNLIJK!

©

VA

N

Francesco is de zoon van Petrus van Bernardone, een rijke lakenkoopman uit Assisi. In zijn jeugdjaren leeft hij als een wildebras. Wanneer hij ongeveer 20 jaar is, wordt hij na een veldslag gevangengenomen. Wanneer hij vrijkomt, wordt hij ziek. Na zijn genezing wordt hij erg geraakt door de melaatsen die in die tijd uitgesloten worden uit de samenleving. Hij bekeert zich tot een leven van gebed, armoede en dienstbaarheid aan de armen. Vader Bernardo is bang dat zijn zoon als een dorpsgek zal worden beschouwd. Het conflict tussen vader en zoon kent in 1205 een hoogtepunt. Op het plein bij de bisschop trekt Franciscus zijn kleren uit, legt ze aan de voeten van zijn vader (die de kleren betaald had) en zegt volgens de overlevering: ‘Nu kan ik werkelijk zeggen: Onze Vader in de hemel’. Daarna krijgt hij meteen de mantel van de bisschop om zich heen. Al heel vlug krijgt Franciscus volgelingen. Er doen vele verhalen over hem de ronde, onder andere dat hij met de dieren kon spreken. Twee jaar na zijn dood wordt hij heilig verklaard. Zijn feestdag is

aa r

4 oktober, bij jullie wellicht beter bekend als Werelddierendag.

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

in

lijk

ex

em pl

1 de begrippen ‘religieuze hervorming’ en ‘religieuze breuk of schisma’ uitleggen 2 de begrippen ‘abdij’, ‘klooster’, ‘celibaat’, ‘kluizenaar’, ‘concilie’, ‘paus’, ‘bisschop’ en ‘minaret’ verklaren 3 het belang van de hervorming van Cluny aantonen 4 de scheuring tussen de oosterse en de westerse Kerk uitleggen 5 het ontstaan van nieuwe kloosterorden vanaf de 11e eeuw verklaren 6 met twee voorbeelden het verval van de Kerk vanaf de 14e eeuw aantonen 7 het succes van nieuwe ketterijen aantonen 8 de drie periodes waarin men de kerkelijke geschiedenis vanaf 900 kan indelen, opnoemen

214

LES F1

Kerk en christendom

KUNNEN 1 gebeurtenissen in de tijd, de ruimte en de maatschappelijke domeinen situeren 2 verbanden leggen binnen en tussen verschillende maatschappelijke domeinen 3 informatie afleiden uit historische bronnen 4 afbeeldingen met elkaar vergelijken 5 feiten uit het heden en het verleden met elkaar vergelijken

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES F1 SCHEMA

Kerk en christendom

eenheid in westerse kloosterleven vanaf 6e eeuw

N

Benedictus

IN

1 Het kloosterleven verspreidt zich in Europa

VA

2 De Kerk wint aan macht en aanzien

aa r

©

Verval Kerk door inmenging wereldlijk gezag Reactie 10e eeuw = succesvolle kloosterhervorming (o.l.v. Cluny) Kloosterhervorming wordt kerkhervorming: Gregoriaanse Hervorming Kerk losmaken van wereldlijke inmenging Doel Kerk uitbouwen onder het gezag van de paus

em pl

Kerk in oost en west: geleidelijk groeiende meningsverschillen 1054 breuk 15e eeuw breuk volledig westen: Rooms-katholieke Kerk oosten: Oosters-orthodoxe (Byzantijnse) Kerk

3 De Kerk heeft grote invloed in Europa 12e-13e eeuw vervlakking naleving regel Benedictus Nieuwe kloosterorden: reactie op macht en rijkdom geestelijkheid streng kloosterleven veel succes in steden / nadruk op evangelische armoede

in

lijk

ex

Cisterciënzers Franciscanen en dominicanen

4 Een Kerk in crisis 14e eeuw: pausen in Avignon Westers schisma westerse Kerk verdeeld: twee pausen Concilie Konstanz: opnieuw één paus (1417) Er komen reacties op het verval van de Kerk (o.a. Savonarola). Maar eenheid en vertrouwen in Kerk definitief gebroken.

F

Cultuur in de middeleeuwen

215


Onderzoek: Misdaad en straf

VA

N

IN

De middeleeuwen worden dikwijls als een gewelddadige periode voorgesteld. In populaire media zoals films zien we barbaarse misdadigers en wrede rechtbanken die pijnlijke lijfstraffen bedenken of gruwelijk folteren om bekentenissen af te dwingen.

Nr.:

5 4 19

5

±

14

±

±

MODERNE TIJD

HEDENDAAGSE TIJD

Dit zijn de bronnen waarmee je in deze onderzoeksles zult werken.

ex

OPDRACHT 1

VROEGMODERNE TIJD

17

5

em pl

50 ±

MIDDELEEUWEN

Score:

0

Klas:

0

0

Naam:

aa r

©

Kaartnr(s).  Klopt dat beeld met de werkelijkheid? Welke rol speelt de Kerk in dat onderwerp? Hoe evolueert de rechtspraak in de vroegmoderne tijd? Welke opvallende verschillen zijn er in vergelijking met vandaag?

- Bekijk ze en lees de teksten.

lijk

- Onderstreep de woorden die je niet begrijpt en zoek hun betekenis op.

Bron 1 Pijnkelder

216

ONDERZOEK

De Gevangenpoort is van 1420 tot 1828 een belangrijke gevangenis in Holland. De gevangenen verblijven er in afwachting van hun proces. Als ze de misdaad niet bekennen, worden ze gemarteld in de pijnkelder. Peter Paalvast (Universiteit Leiden) berekende dat dat voor de periode 1465-1474 maximaal 9 keer per jaar gebeurde, voor de periode 1585-1594 maximaal 3,6 keer per jaar, tussen

Misdaad en straf

© keeshageman

in

De pijnkelder van de Gevangenpoort in Den Haag


1625-1634 maximaal 2,5 keer per jaar en tussen 1744 en 1753 maximaal 4,8 keer per jaar. Gevangenisstraffen komen vanaf de 13e eeuw voor, maar blijven zeldzaam. Vandaag is de Gevangenpoort een museum met een grote collectie van martel- en strafwerktuigen afkomstig uit heel Nederland.

Bron 2

VA

N

IN

Toen Folco, Ughetto en hun vrouwen de dood van Restagnone vernamen, konden ze niet vermoeden dat hij door zijn geliefde vergiftigd was. Samen met Ninetta weenden ze bittere tranen, waarna ze hun vriend, bij wijze van ultieme hulde, met veel eerbetoon naar zijn laatste rustplaats begeleidden. Weinige dagen later echter wilde het lot dat de gifmengster wegens een ander misdrijf in de boeien werd geklonken. Nadat zij met de pijnbank had kennisgemaakt, bekende ze aldra [snel], naast andere boosaardige praktijken, ook haar medeplichtigheid aan de moord op Restagnone, waardoor diens ontijdige [vroege] dood meteen in een heel ander daglicht kwam te staan. Uit: Giovanni Boccaccio, Decamerone, ca. 1353. Vertaald door Frans Denissen.

Bron 3a Gerechtszwaard

aa r

©

De ‘Decamerone’ is een verhalenbundel geschreven in 1348. Het fragment dat je net hebt gelezen, komt uit een verhaal over ontrouw en jaloezie, maar we komen ook heel wat te weten over 14e-eeuwse gewoonten in verband met misdaad en straf.

Het gerechtszwaard van de beul van Breda, gebruikt tot in 1792

ex

em pl

Het gerechtszwaard is een tweesnijdend zwaard zonder punt. Terdoodveroordeelden uit de adel worden onthoofd met het zwaard. Dat wordt gezien als een eervolle straf.

Bron 3b

in

lijk

In Romagna, Italië, werden edelen in de 15e eeuw niet gestraft voor hun misdaden. (…) In Venetië leveren de rechtbankverslagen slechts één veroordeling van een edelman op wegens diefstal. In het 13e-eeuwse Engeland is er niet één enkele ridder of heer te vinden tussen de 3 500 vervolgde moordenaars. (…) Een van de hoofdredenen dat edelen niet vervolgd werden, was hun sociale macht over de instrumenten van het gerechtelijk systeem. De plaatselijke bevolking was bang om hen aan te klagen of tegen hen te getuigen.

Uit: Trevor Dean, Misdaad in de middeleeuwen, 2004

Trevor Dean is hoogleraar middeleeuwse geschiedenis in Londen.

F

Cultuur in de middeleeuwen

217


Bron 4a Detail van schilderij ‘Zeven Hoofdzonden’ Onbekende meester, Zeven Hoofdzonden (detail), ca. 1500, 120 x 150 cm, Museo del Prado, Madrid.

VA

N

IN

(Tot in 2015 wordt het schilderij toegeschreven aan Hieronymusch Bosch.) In het detail wordt de hel afgebeeld. We zien hoe zondaars er worden gestraft voor de zeven hoofdzonden: woede, afgunst, hebzucht, gulzigheid, luiheid, wellust en ijdelheid. Dat onderwerp komt heel vaak voor in de kunst van de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd.

© imageselect

©

Bron 4b

em pl

aa r

Wij straffen mensen, hier, op aarde, terwijl in de middeleeuwen God niet alleen het rijke assortiment van straffen in de hel in petto had, maar ook in kon grijpen in de uitvoering van een vonnis hier op aarde, meestal binnen twee seconden. Dat betekende veel voor de praktijk van het recht: elke misdadiger moest uiteindelijk bestraft worden, zo niet hier, dan toch zeker in het hiernamaals. Uit: Anna Adamska, Stromen bloed en afgehakte ledematen, in Madoc (tijdschrift over de middeleeuwen), 2010

Dr. Anna Adamska is onderzoeker aan de universiteit van Utrecht. Ze verwijst in het fragment naar het godsoordeel dat tot in de 13e eeuw gebruikt wordt.

in

lijk

ex

Bron 4c Detail van Duits wandtapijt

218

ONDERZOEK

Misdaad en straf

Duits wandtapijt (detail), ca. 1490, Victoria and Albert Museum, Londen

Een geestelijke hoort de biecht van een zuster. Vanaf de vroege middeleeuwen gebruiken geestelijken daarvoor in heel Europa een boeteboek. Dat is een lijst van zonden met de daarbij voorgeschreven boetedoening: meestal een periode van vasten, het opzeggen van psalmen of het geven van aalmoezen. Bij zware zonden horen zware straffen zoals pelgrimstochten, lange periodes van ballingschap of levenslange boetedoening in een klooster.


Bron 5 De schandpaal De schandpaal, re-enactment op het Dickensian Festival in Grassington, Verenigd Koninkrijk, 2011.

aa r

©

VA

N

IN

Re-enactment betekent dat historische gebeurtenissen worden nagespeeld. De schandpaal wordt tot ver in de 18e eeuw gebruikt om kleinere misdrijven te bestraffen. De overtreder wordt op een marktdag een bepaald aantal uren vastgemaakt: iedereen heeft dan het recht om hem of haar te © imageselect bekogelen met modder, eieren ... De aard van de straf en/of speciale merktekens maken voor iedereen duidelijk waarvoor de veroordeelde gestraft is. Alleen de zwaarste misdadigers krijgen merktekens voor het leven, zoals brandmerken, verminkingen van oren, lippen, tong en amputaties. Straffen en executies hebben in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd ook een voorbeeldfunctie: het publiek ziet wat er gebeurt met misdadigers en blijft zo hopelijk op het rechte pad.

Bron 6a Geschiedenis in onze hedendaagse taal

em pl

ex

UITDRUKKINGEN

Deze uitdrukkingen verwijzen naar het verleden. - zich geradbraakt voelen - de digitale schandpaal - iemand de genadeslag toebrengen - iemand afbeulen - iemand het vuur aan de schenen leggen - iets of iemand aan de kaak stellen - voor galg en rad opgroeien - een blok aan het been hebben

Houten blok met beugel en ketting, strafwerktuig, ca. 1700, 16 x 17,5 x 45,8 cm, tentoongesteld in de Gevangenpoort, Den Haag

in

lijk

Bron 6b Strafwerktuig

F

Cultuur in de middeleeuwen

219


Bron 6c In 1532 werd door Karel V de ‘Constitutio Criminalis Carolina’ ingevoerd [in het Heilige Roomse Rijk]. Dat wetboek bepaalde dat moord, brandstichting, valsmunterij, verraad, godslastering,

IN

tovenarij, hekserij, verkrachting, abortus, valsheid in geschrifte, diefstal met geweld of op de openbare weg en diefstal vanaf de derde veroordeling, voortaan met de doodstraf zouden worden bestraft. (…) Radbraken, verdrinking, vierendelen, onthoofden, levend verbranden, aan de galg hangen, waren slechts enkele van de vele voorbeelden. De exacte uitvoering van die straffen stond niet nauwkeurig beschreven in één of andere wet, maar was in grote mate afhankelijk van de ‘vindingrijkheid’ van de rechters en de beul. Uit: Richard Evans, Rituals of retribution: capital punishment in Germany 1600-1987, 1996, eigen

N

vertaling

OPDRACHT 2

©

VA

Lijfstraffen en executies worden al vanaf de 13e eeuw door beroepsbeulen in het openbaar voltrokken, dikwijls tijdens grote evenementen zoals jaarmarkten. In de vroegmoderne tijd gebruiken de vorsten de openbare terechtstellingen om hun macht te demonstreren. De ‘Constitutio Criminalis Carolina’ toont hoe misdaad bestraffen meer en meer een openbare zaak wordt, in plaats van een privézaak. Het is ook niet langer nodig dat er iemand een aanklacht doet om een onderzoek naar een misdaad op te starten.

- Welke functie heeft de Gevangenpoort in Den Haag tussen 1420 en 1828?

aa r



- Hoe dikwijls wordt er in de pijnkelder gemarteld tussen 1465 en 1753?

em pl



- Kun je op basis van die cijfers besluiten dat er meer gemarteld wordt in de middeleeuwen dan in de vroegmoderne tijd? 

- Welke functie heeft de Gevangenpoort vandaag?

ex



- Wat kun je daaruit afleiden over de betrouwbaarheid van de collectie? Leg uit. 

lijk



in



- Waarom geeft de Gevangenpoort ongewild toch een verkeerd beeld van misdaad en straf in de middeleeuwen aan de museumbezoekers?    

220

ONDERZOEK

Misdaad en straf


OPDRACHT 3

- Vergelijk bron 3a en bron 3b. Wat kun je uit beide bronnen afleiden?  - Welk verschil merk je op tussen beide bronnen?   - Wat staat zondaars te wachten volgens het schilderij in bron 4a?

IN

OPDRACHT 4



N

- Is het schilderij representatief, d.w.z. denken veel mensen er zo over in die tijd? Waarom (niet)? 

VA



- Wat heeft de Kerk te maken met misdaad en straf in de middeleeuwen? Gebruik drie bronnen. 

©

 

aa r

 

  OPDRACHT 5

em pl

- Het godsoordeel blijft doorleven in het duel. Wat is een duel? Raadpleeg de woordenlijst.

- Welke twee doodstraffen staan er in de gezegden en spreekwoorden van bron 6a? 

ex

- Noem nog vier andere doodstraffen die opgesomd staan in de ‘Constitutio Criminalis Carolina’? 

in

lijk

- Situeer de ‘Constitutio Criminalis Carolina’ in het referentiekader. 

- Waarom besteden de vorsten in de vroegmoderne tijd veel aandacht aan misdaad en straf ?  - Zoek op het internet in welk jaar de doodstraf in België voor het laatst werd uitgevoerd. Welke bron heb je daarvoor geraadpleegd?  

F

Cultuur in de middeleeuwen

221


OPDRACHT 6

Horen deze stellingen bij de middeleeuwen? Onderstreep. Uit welke bron leid je dat af ?

ja / nee

b Openbare en private vervolging van misdaad bestaan naast elkaar: veel misdrijven worden buiten het gerecht om opgelost door private wraaknemingen en overeenkomsten.

ja / nee

c Door te biechten en te boeten vermijden mensen straf in de hel.

ja / nee

d Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens verbiedt foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende straffen of behandelingen.

ja / nee

ja / nee

VA

e De meest voorkomende straffen zijn geldboetes en gevangenisstraffen.

N

a Veel straffen hebben een voorbeeldfunctie: openbare bestraffing moet mensen afschrikken.

Bron

IN

Middeleeuws?

g Rechtbanken kunnen een onderzoek starten zonder dat het slachtoffer eerst een aanklacht indiende.

ja / nee

©

ja / nee

Welke bronnen zijn bruikbaar voor de historische vragen die we onderzochten?

aa r

OPDRACHT 7

f Edelen worden minder zwaar gestraft dan gewone mensen.

• Historische vraag 1: Klopt het beeld van de gewelddadige middeleeuwen met de werkelijkheid? 

em pl

• Historische vraag 2: Welke rol speelt de Kerk in dit onderwerp? 

• Historische vraag 3: Hoe evolueert de rechtspraak in de vroegmoderne tijd? 

• Historische vraag 4: Welke opvallende verschillen zijn er in vergelijking met vandaag?

ex



Formuleer op elke vraag een kort antwoord.

lijk

OPDRACHT 8

• Historische vraag 1: Klopt het beeld van de gewelddadige middeleeuwen met de werkelijkheid? 

in



• Historische vraag 2: Welke rol speelt de Kerk in dat onderwerp?  

222

ONDERZOEK

Misdaad en straf


• Historische vraag 3: Hoe evolueert de rechtspraak in de vroegmoderne tijd? Geef drie antwoorden.    

IN

 • Historische vraag 4: Welke opvallende verschillen zijn er in vergelijking met vandaag? Geef er drie.

N

 

VA

  

©

Welke soort historische vragen heb je onderzocht? Verbind. Historische vraag 1

Over het verleden

Historische vraag 2

Over de relatie heden-verleden

Historische vraag 3

Over de totstandkoming van historische kennis Over historische beeldvorming

em pl

Historische vraag 4

aa r

OPDRACHT 9

Wat je na dit onderzoek moet kunnen:

ex

KUNNEN

in

lijk

1 de bruikbaarheid van een bron in functie van een historische vraag beoordelen 2 de betrouwbaarheid van een bron in functie van een historische vraag beoordelen 3 de representativiteit van een bron in functie van een historische vraag beoordelen 4 informatie uit bronnen afleiden 5 historische bronnen vergelijken 6 aan de hand van opdrachten historische beeldvorming evalueren

7 misdaad en straf in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd vergelijken 8 misdaad en straf in de middeleeuwen en vandaag vergelijken 9 historische beeldvorming aanvullen na kritische analyse van bronnen 10 verschillende soorten historische vragen onderscheiden Een aantal onderdeeltjes van ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kunt, zet je daar een kruisje voor.

F

Cultuur in de middeleeuwen

223


F2

De kruistochten

N VA

Wat ging er vooraf aan de kruistochten? Welke motieven hebben de kruisvaarders? Wat is er gebeurd tijdens de kruistochten? Wat zijn de gevolgen geweest?

IN

Iedereen kent wel het woord ‘kruistochten’. Misschien heb je zelfs al een film gezien of een boek gelezen over de kruistochten. Maar wat zeggen historici over dit onderwerp?

PREHISTORIE

OUDE NABIJE OOSTEN

1

5

0

4 19

17

±

±

±

±

14

50

5

5

0

0

©

KLASSIEKE OUDHEID

HEDENDAAGSE TIJD

MIDDELEEUWEN

MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

em pl

Wat voorafging

aa r

±

±

8

35

0

0

0

0

v.

v.

C

C

.

.

Kaartnr(s). 

lijk

ex

In het tweede jaar heb je geleerd dat het christendom in de 1e eeuw ontstaan is in Palestina. Van daaruit heeft het zich verspreid over het hele Romeinse Rijk en ook daarbuiten. In de 7e eeuw ontstaat op het Arabische schiereiland een nieuwe godsdienst, de islam. Op korte tijd veroveren de Arabieren een groot rijk. De christelijke wereld en de moslimwereld zijn de volgende drie eeuwen regelmatig met elkaar in conflict. In de 11e eeuw begint in het westelijke deel van de Middellandse Zee de herovering van moslimgebieden in Spanje en Zuid-Italië (Sicilië) door de christenen. In het oostelijke Middellandse Zeegebied bedreigen de Seltsjoeken (Turken) vanaf de tweede helft van de 11e eeuw het Byzantijnse Rijk: dat rijk verliest een groot deel van Klein-Azië. In 1071 veroveren de Turkse (soennitische) Seltsjoeken Jeruzalem op de sjiitische Fatimiden. Als reactie op de bedreiging door de Seltsjoeken roept de Byzantijnse keizer het westen te hulp. De eerste oproep blijft zonder gevolg … Pas na een tweede keer heeft hij succes: het westen gaat in op de vraag tot hulp en start de eerste kruistocht.

in

OPDRACHT 1

Lees de lestekst en zet de gebeurtenissen in chronologische volgorde (nummer ze van oudst naar recentst).

224

LES F2

De kruistochten

Begin herovering moslimgebieden door christenen Ontstaan islam De eerste kruistocht

Ontstaan christendom Byzantijnse keizer roept westen te hulp. Seltsjoeken bedreigen Byzantijnse Rijk.


2

Motieven voor de kruistochten

IN

In de wereldopvatting van de middeleeuwer is Jeruzalem het centrum van de wereld. De stad is de plaats waar Jezus van Nazareth gekruisigd, gestorven en begraven is. Op het Concilie van Clermont in 1095 houdt paus Urbanus II een belangrijke toespraak. Hij roept de christenen in West-Europa op om hun geloofsbroeders in het oosten te helpen in hun strijd tegen de Seltsjoeken. Tegelijk doet hij een oproep om Jeruzalem te bevrijden van de moslims. Met zijn oproep tot een kruistocht werpt Urbanus II zich op als leider van de westerse christenheid, boven de politieke leiders. De toespraak vormt de aanleiding tot de eerste kruistocht.

N

Godsdienstige motieven spelen een hoofdrol: door op bedevaart naar Jeruzalem te gaan kunnen de deelnemers een aflaat verkrijgen en zo hun hemel verdienen. Dat de kruisvaarders vooral op rijkdom uit zijn, is een fabeltje.

Bron Wereldkaart

aa r

©

OPDRACHT 2

VA

Duizenden mensen gaan enthousiast op de oproep van de paus in, zonder goed te weten waar ze aan beginnen.

Wereldkaart uit Psalterium, hoogte 9,5 cm, ca. 1260, British Library,

in

lijk

ex

em pl

Londen

Deze Engelse kaart is een typische 'mappa mundi' (wereldkaart) die niet alleen de geografische en historische kennis laat zien, maar die ook in het kader van de Bijbelse geschiedenis plaatst. Op de kaarten van de christelijke middeleeuwen staat het oosten bovenaan de kaart. Jezus Christus verschijnt dus in het oosten. Hij geeft een zegen met zijn rechterhand. Jeruzalem ligt in het centrum, de Rode Zee is rood gekleurd en de Britse eilanden liggen linksonder.

- Waar ligt Jeruzalem op deze kaart?  - Wie staat er bovenaan de kaart?  - Waaraan kun je zien dat het niet de bedoeling was om een aardrijkskundige kaart te maken?  F

Cultuur in de middeleeuwen

225


OPDRACHT 3

Bron Kaart van Jeruzalem - Golgota is de plaats waar Jezus gekruisigd is. Hoe wordt die plaats op de kaart aangeduid?  - Waar ligt Golgota? Omcirkel het juiste antwoord.

IN

NW – NO – ZW – ZO - Identificeer de twee grote figuren te paard onderaan op de kaart.

N



 

Kaart van Jeruzalem, uit Psalmboek, Noordwest-

©

Frankrijk of Vlaanderen, eind 12e eeuw, Koninklijke

VA



Bibliotheek, Den Haag

Bron Pelgrims in Jeruzalem

in

lijk

ex

em pl

OPDRACHT 4

aa r

Oude kaarten zijn vaak anders georiënteerd dan onze kaarten. Als je de betekenis van het woord ‘Oriënt’ kent, weet je waar het noorden op deze kaart ligt. Ken je de betekenis? Oriënt is ‘oosten’. Het noorden ligt aan de linkerkant.

Pelgrims voor de Heilig Grafkerk te Jeruzalem. Uit: Le Livre des merveilles, les histoires écrites par Marco Polo. Manuscript geïllustreerd door de Meester van Boucicaut en de Meester van Bedford, 1410, Nationale Bibliotheek, Parijs

226

LES F2

De kruistochten


Na de kruistochten gaan de bedevaarten naar Jeruzalem verder. Wat moeten de bezoekers aan de ingang van de Heilig Grafkerk doen? 

3

Het verloop van de kruistochten

IN

Een eerste golf mensen vertrekt al in het voorjaar van 1096. Dat is de zogenaamde volks­ kruistocht. Die tocht loopt op een complete mislukking uit. De eigenlijke kruistocht, de zogenaamde ridderkruistocht, begint in de zomer van dat jaar. De leiding is in handen van een aantal edelen (onder andere Godfried van Bouillon) en de pauselijke afgevaardigde. Na een lange tocht bereiken zij Jeruzalem en veroveren de stad in 1099.

©

VA

N

Een belangrijke reden waarom de kruisvaarders succes hebben en erin slagen om Jeruzalem te veroveren, is de verdeeldheid binnen de moslimwereld. De verovering van de stad leidt ook nauwelijks tot reacties in het grote moslimrijk. Er worden vier kruisvaarderstaatjes opgericht, maar de meeste kruisridders gaan terug naar huis. In de kruisvaardergebieden zijn de christenen vrij verdraagzaam tegenover moslims en joden. Die krijgen een positie die vergelijkbaar is met de positie van christenen en joden in islamgebieden: moslims mogen hun geloof belijden maar hebben dan minder rechten.

em pl

aa r

De tegenreactie van de moslimwereld komt slechts langzaam op gang. Geleidelijk aan heroveren de moslims meer en meer gebieden die de kruisvaarders hadden ingenomen. In 1187 verslaat de Koerd Saladin (Salah el-Din) het kruisvaarderleger en herovert Jeruzalem. De vierde kruistocht bereikt nooit Palestina, en eindigt met de plundering van Constantinopel in 1204. In 1291 verliezen de christenen hun laatste stukje grond in de streek. De islam heeft het pleit gewonnen. Maar de droom om Jeruzalem te heroveren, blijft in het westen nog lang verderbestaan. Een oorlog is altijd gruwelijk en op het vlak van geweld moeten christenen en moslims tijdens de kruistochten voor elkaar niet onderdoen. Toch hebben de christenen en moslims in die periode meer met elkaar in vrede geleefd dan in oorlog. OPDRACHT 5

Beluister het verhaal ‘De lans’ van Dirk Bracke.

ex

- Hieronder lees je een aantal uitspraken over de tekst. Zijn de uitspraken juist of fout? Kruis aan.

a

Juist

Fout

De kruisvaarders hebben veel honger geleden.

lijk

b Zij twijfelen soms aan hun onderneming. c

d De kruisvaarders zijn alleen in geld geïnteresseerd.

in

VERHAAL

Dat ze de lans vinden, geeft hun moed om verder te doen.

F

Cultuur in de middeleeuwen

227


OPDRACHT 6

Bron Uit de memoires van Usama ibn Munqidh

VA

N

IN

Toen ik Jeruzalem bezocht, had ik de gewoonte om de al-Aqsamoskee binnen te gaan. Aan de zijkant daarvan bevindt zich een kleine gebedsruimte waarvan de Franken [de vaak gebruikte naam voor kruisvaarders bij toenmalige moslims] een kerk hadden gemaakt. Toen ik nu de alAqsamoskee betrad, waar mijn vrienden de Tempeliers zaten, stelden zij mij die gebedsplaats ter beschikking om er mijn gebeden te doen. [Moslims bidden in de richting mekka.] Op een dag ging ik naar binnen, zei de openingsformule Allah akbar en ging staan om mijn gebed te beginnen, toen een Frank mij van achteren vastpakte en mijn gezicht naar het oosten keerde, terwijl hij zei: 'Zo moet je bidden.' Onmiddellijk kwamen enkele Tempeliers tussenbeide. Zij namen hem vast en verwijderden hem, terwijl ik me omkeerde om mijn gebed af te maken. Maar, gebruikmakend van een ogenblik dat zij niet opletten, pakte hij mij opnieuw van achteren vast, draaide mijn gezicht naar het oosten en herhaalde: 'Zo moet je bidden.' Opnieuw kwamen de Tempeliers tussenbeide, verwijderden hem, en verontschuldigden zich bij mij: Het is een vreemdeling die onlangs uit het Frankenland gekomen is. Uit: Usama ibn Munqidh, Het boek van leren door voorbeeld. ca. 1183

aa r

©

Usama ibn Munqidh (1095-1188), is een dichter, militair en politicus. Zijn belangrijkste overgeleverde werk is zijn autobiografie ‘Kitab al-I’tibar’ (‘Het boek van leren door voorbeelden’). Dat boek bevat levendige beschrijvingen van het dagelijkse leven in Syrië en van zijn ontmoetingen met kruisvaarders; sommigen beschouwt hij zelfs als zijn vrienden. Het boek is bedoeld als een geschenk voor Saladin.

- De Frank draait Usama naar het oosten. Waarom vergist hij zich?

em pl



- Geeft de bron informatie waarom hij Usama naar het oosten draait? 

- Wat zou een reden kunnen geweest zijn? 

ex

- Kunnen wij op basis van de bron zeggen dat moslims vrij hun geloof kunnen beleven tijdens de periode van de kruistochten? Waarom (niet)? Beargumenteer je antwoord. 

lijk



- Welke historische vraag zou je aan de bron kunnen stellen?

in



228

LES F2



De kruistochten


OPDRACHT 7

Bron De plundering van Constantinopel in 1204

Uit: Gunther van Pairis, Geschiedenis van Constantinopel, ca. 1208

N

IN

Terwijl de overwinnaars in hoog tempo de veroverde stad plunderden, die hun volgens het oorlogsrecht was toegevallen, begon abt Martinus aan zijn eigen buit te denken. Uit vrees met lege handen te staan terwijl ieder ander rijk werd, besloot hij zijn gewijde handen voor roof te gebruiken. Omdat hij het ongepast vond met diezelfde handen wereldlijke buit aan te raken, dacht hij na hoe hij voor zichzelf een deel van die relikwieën van heiligen bijeen kon krijgen. Die waren er in grote aantallen. (…) Martinus, (…) koos een heel afgelegen gewijde plek die de voorwerpen leek te herbergen die hij zo vurig wenste. [Martinus bedreigde een oude priester die hem een kistje vol relikwieën toonde]. Toen hij dat zag, stak de abt haastig en begerig zijn beide handen erin en zowel hij als de kapelaan vulden de plooien van hun pij met heilig roofgoed.

aa r

©

VA

De Vierde Kruistocht (1202-1204) wordt oorspronkelijk gestart om Jeruzalem te heroveren via een inval in Egypte. In plaats daarvan geraken de westerse kruisvaarders niet verder dan Constantinopel, hoofdstad van het Byzantijnse Rijk. De stad wordt op gruwelijke wijze geplunderd in april 1204. Tijdens die plundering verliest Constantinopel heel veel relikwieën. De meeste schrijvers zwijgen over de roof of minimaliseren die. Een uitzondering is het verslag van abt Martinus van Pairis van de plundering. Martin was de abt van het cisterciënzerklooster van Pairis in de Elzas. Het verslag is opgetekend door de monnik Gunther van Pairis in zijn Geschiedenis van Constantinopel uit ca. 1208.

- Hoe wordt de plundering gerechtvaardigd?

em pl



- Waarom zwijgen de meeste schrijvers over de roof ?  

- Hoe kun je te weten komen of je antwoord op de vorige vraag juist is?

De gevolgen van de kruistochten Historici verschillen nogal van mening over de gevolgen van de kruistochten. Het gezag van de paus als leider van de westerse christenheid wordt versterkt. De economie wordt nog internationaler: Italiaanse steden zoals Genua en Venetië beheersen de handel met het oosten. Het westen leert de Arabische levenswijze en cultuur beter kennen. Maar het komt niet tot een echte uitwisseling. Het is giswerk of bijvoorbeeld de spitsboog, heraldische wapenschilden en andere oosterse culturele uitingen via de kruistochten tot ons zijn gekomen.

in

lijk

4

ex



Het moderne Midden-Oosten komt niet voort uit die middeleeuwse oorlogen. Toch roepen de kruistochten in de Arabische wereld vandaag vaak heel emotionele reacties op. Het gaat al lang niet meer om het verleden zelf: de kruistochten worden gebruikt en misbruikt om hedendaagse conflicten in de streek te rechtvaardigen.

F

Cultuur in de middeleeuwen

229


OPDRACHT 8

- De kruistochten hebben heel wat onbedoelde gevolgen. Welk gevolg kun je als ‘bedoeld’ benoemen?  - Bedoelde en onbedoelde gevolgen zijn historische redeneerwijzen. Voeg die toe op het schema van historisch denken op de uitvouwbare tijdlijn. Bron De kruistochten toen en nu

IN

OPDRACHT 9

aa r

©

VA

N

Meer dan in het westen zijn in het oosten de kruistochten levendig aanwezig. Het is onzin om te zeggen dat iedere Arabier in de Levant na een kwartier direct over het onrecht van de kruistochten begint te spreken; zoals hier willen de meeste mensen daar gewoon een beetje gelukkig zijn en in vrede leven (...) Saladin is voor velen in de regio wel een groot voorbeeld, zowel bij de gewone man als bij politici. (...) Herinneringspostzegels verwijzen soms naar de geschiedenis en illustreren daarmee dat de gememoriseerde gebeurtenis nog betekenis heeft: Zo worden in 1987 o.a. in Jordanië, Egypte, Saoedie-Arabië en Jemen postzegels uitgegeven die de Slag bij Hattin uit 1187 herdenken. Bij mijn weten zijn er geen herinneringspostzegels in de westerse wereld uitgegeven in 1999 die de inname van Jeruzalem herdenken. Uit: J. Philips, Godfried van Bouillon vs. Saladin: de schurk vs. de held? In: Hermes, 2011

em pl

De auteur, een leraar geschiedenis, schrijft voor Hermes, het tijdschrift van de Vlaamse Vereniging voor Leraren Geschiedenis. Enkele maanden voor de inname van Jeruzalem in 1187 werden de kruisvaarders verpletterend verlagen in Hattin. Daarmee was het lot van de stad bezegeld.

- Gaat het hier over een bron of over een werk? 

ex

- Zijn er redenen om aan te nemen dat de bron betrouwbaar is? 

lijk



- Herinneringspostzegels illustreren dat de gebeurtenis die herdacht wordt nog altijd betekenis heeft. Leg uit aan de hand van de kruistochten.

in



230

LES F2



De kruistochten


ONWAARSCHIJNLIJK!

aa r

©

VA

N

IN

De westerse bronnen die de inname van Jeruzalem in 1099 beschrijven, zijn heel plastisch in hun taalgebruik. Volgens een anonieme schrijver is die inname zo bloedig ‘dat de onzen tot hun enkels in het bloed waadden…’. Bij een andere auteur klinkt het dan weer: ‘Indien je hier zou geweest zijn, dan zouden je voeten tot aan de enkels rood gekleurd zijn met het bloed van de verslagenen’. En bij een derde auteur wordt het nog spectaculairder: ‘Als ik het vertel, zult u het niet geloven. Laat het volstaan om te zeggen dat de ridders … tot aan hun knieën in het bloed reden en tot aan de teugels van een paard’. De paarden die toen gebruikt werden, zouden wij vandaag paardjes of pony’s noemen, zo klein waren ze, maar dan nog is die laatste beschrijving toch wel echt spectaculair. Kun jij berekenen hoeveel bloed er nodig zou zijn om tot je enkels of je knieën in het bloed te staan of te rijden? Bereken het maar eens voor een oppervlakte van 10 vierkante meter … In heel de omgeving van Jeruzalem woonden niet zoveel mensen. Overdrijven konden ze wel, die schrijvers van toen… Maar geef toe, hun beschrijvingen spreken tot de verbeelding.

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

in

lijk

ex

em pl

1 de begrippen ‘tijdrekening’, ‘periode’, ‘westers’ en ‘niet-westers’ uitleggen 2 de begrippen ‘islam’, ‘Klein-Azië’ en ‘motief’ uitleggen 3 de aanleiding, bedoelde gevolgen en onbedoelde gevolgen van de kruistochten benoemen 4 de voorgeschiedenis van de kruistochten uitleggen 5 de eerste kruistocht vanaf de toespraak van paus Urbanus schetsen 6 het verdere verloop van de westerse aanwezigheid in het Midden-Oosten uitleggen 7 de gevolgen van de kruistochten opnoemen 8 verschillen in interpretatie van de kruistochten tussen vroeger en nu opnoemen

9 kenmerken van culturele contacten tussen christenen en moslims in de middeleeuwen toelichten

KUNNEN 1 een symbolische kaart analyseren 2 informatie uit historische bronnen afleiden 3 de betrouwbaarheid van een historische bron beoordelen in functie van een historische vraag 4 bronnen met elkaar vergelijken om een historische vraag te beantwoorden 5 de kruistochten bestuderen vanuit verschillende perspectieven 6 historische vragen stellen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

F

Cultuur in de middeleeuwen

231


LES F2 SCHEMA

De kruistochten • 7e eeuw:

IN

1 Wat voorafging In Palestina ontstaat het christendom.

• 11e eeuw: In Spanje en Zuid-Italië beginnen christenen de moslims terug te dringen.

van Klein-Azië

gevolg

oproep voor hulp Byzantijnse keizer aan paus

geen

eerste kruistocht

VA

nieuwe oproep

2 Motieven voor de kruistochten

©

Oproep paus Urbanus voor kruistocht

Byzantijnen helpen tegen Seltsjoeken

aa r

1095

Byzantium verliest een deel

N

• 11e eeuw: Seltsjoeken zijn bedreiging voor Byzantium

Jeruzalem bevrijden Massale reactie

em pl

Kruistocht = middel om hemel te verdienen

3 Het verloop van de kruistochten • begin 1096: volkskruistocht

mislukking

• zomer 1096: ridderkruistocht

Jeruzalem veroverd in 1099

Oprichting kruisvaarderstaten

Langzame reactie moslimwereld

Christenen verliezen gebieden.

1187: Saladin, inname Jeruzalem

Vierde kruistocht eindigt met plundering Constantinopel in 1204.

1291: Het westen is helemaal verdreven.

lijk

ex

in

4 De gevolgen van de kruistochten • Het gezag van de paus wordt versterkt. • Economie wordt nog internationaler: Genua en Venetië. • Westen leert Arabische cultuur beter kennen

maar geen echte uitwisseling.

• Kruistochten roepen vandaag nog emotionele reacties op. geschiedenis

232

LES F2

De kruistochten

gebruik en misbruik van


IN

Onderzoek: Arabische bronnen over de inname van Jeruzalem in 1099

©

VA

N

Er zijn weinig historische gebeurtenissen waarover zoveel geschreven is als de kruistochten. Een gebeurtenis die vandaag nog tot de verbeelding spreekt, is de inname van Jeruzalem door de kruisvaarders in juli 1099. In het verleden hebben westerse historici vooral aandacht besteed aan westerse bronnen. In deze les bekijken we het onderwerp vanuit het andere standpunt.

Kaartnr(s). 

Klas:

Nr.:

Score:

10

12

9

7

5

1

em pl

Naam:

aa r

Wat zeggen Arabische bronnen over het aantal slachtoffers bij de inname van de stad in 1099?

ex

KRUISTOCHTEN NAAR HET MIDDEN-OOSTEN

OPDRACHT 1

Situeer de historische vraag uit de inleiding in het referentiekader.

lijk

Tijd: 

Ruimte: 

in

Domein: 

OPDRACHT 2

Lees de inleidende teksten en de bronnen. Duid aan welke woorden je niet begrijpt en zoek de betekenis ervan op. - De bronnen staan gegroepeerd in bronnen uit de 12e eeuw en bronnen uit de 13e eeuw. Bij de bronnen staat er telkens een inleidende tekst. Wat is de bedoeling daarvan? 

F

Cultuur in de middeleeuwen

233


- Welke bronnen zijn bruikbaar om de historische vraag van dit onderzoek te beantwoorden? Leg uit waarom.   

IN

- Vervolledig aan de hand van de bronnen de legende bij de kaart van Jeruzalem. Vereenvoudigd stadsplan van Jeruzalem in 1099

VA

N

4



2



©

2

1

3



4



em pl

aa r

1

3

in

lijk

ex

Bronnen uit de 12e eeuw De bevrijding van Jeruzalem met de grafkerk is het einddoel van de kruisvaarders in 1099. Wanneer zij naar Jeruzalem trekken, komen zij in het Midden-Oosten in een onbekend gebied terecht. Zij weten weinig of niets over de bewoners en de machthebbers. Het omgekeerde is ook waar: de moslims weten in het begin niet wie de kruisvaarders zijn, wat die daar doen en wat hen drijft. Zij noemen de kruisvaarders vaak ‘Franken’.

234

ONDERZOEK

Moslimtijdgenoten zien de inname van Jeruzalem in 1099 als een lokale gebeurtenis zonder veel betekenis. Voor de tijdgenoten is de inname van de stad niet anders dan wat in de decennia daarvoor gebeurde. De stad is toen verschillende keren ingenomen: - In 1073 veroveren Seltsjoeken (soennitische Turken) Jeruzalem op de Fatimiden (sjiieten uit Egypte). - In 1077 komt de bevolking van Jeruzalem in opstand en neemt de stad in handen, maar de stad wordt daarna terug ingenomen door de Seltsjoeken. - In 1098 veroveren de Fatimiden Jeruzalem opnieuw op de Seltsjoeken. - In 1099 veroveren westerse kruisvaarders Jeruzalem op de Fatimiden.

Arabische bronnen over de inname van Jeruzalem in 1099


Bron 1

De Heilig Grafkerk in Jeruzalem

VA

N

IN

De Heilig Grafkerk is de plaats waar volgens de traditie Jezus begraven werd. Het is voor christenen een van de heiligste plaatsen. De kerk is sinds de 4e eeuw een belangrijke bedevaartplaats. Op de plaats van de huidige kerk hebben meerdere kerken gestaan die tijdens oorlogen en branden verloren gaan. De Heilig Grafkerk wordt in de 11e eeuw compleet verwoest. Het huidige gebouw stamt uit de 12e eeuw.

Bron 2

aa r

©

De Franken vielen de stad aan en namen er bezit van. Een aantal inwoners trok zich terug in de Toren van David en velen werden gedood. De joden verzamelden zich in de synagoge en ze hebben die boven hun hoofd verbrand. Uit: Ibn al-Qalānisī, Voortzetting van de kroniek van Damascus, ca. 1140-1150

em pl

De historicus Ibn al-Qalānisī is afkomstig uit Damascus (Syrië) waar hij als ambtenaar werkt. Er is weinig gekend over zijn leven. Hij schrijft een groot deel van zijn kroniek in dezelfde tijd als al-Azīmī of iets later. Hij noemt bijna nooit zijn bronnen, maar die lijken voor het grootste deel afkomstig te zijn uit Syrië en Egypte. Als ambtenaar had hij waarschijnlijk toegang tot officiële archieven en oudere kronieken. Zoals al-Azīmī is ook hij geen ooggetuige. De Toren van David is een oude verdedigingstoren van de stad.

Bron 3

in

lijk

ex

492 Vervolgens richtten [de Franken] zich naar Jeruzalem en namen het in uit de handen van de Egyptenaren [sjiitische Fatimiden]. Godfried nam er bezit van en ze verbrandden de synagoge.

Uit: Mohammed al-Azīmī , De geschiedenis van Aleppo, ca. 1143-1144

De kroniek ‘De geschiedenis van Aleppo’ van al-Azīmī, is de oudst bewaarde Syrische bron over de kruistochten. De schrijver heeft het grootste deel van zijn leven in Aleppo doorgebracht. Hij voltooit het werk in 538/1143-44. Hij is geen ooggetuige van de gebeurtenissen. Het jaar 492 is november 1098 - oktober 1099 in de westerse tijdrekening. Godfried van Bouillon is een van de leiders van de kruistocht. Een synagoge is de plaats waar joden hun godsdienstige plechtigheden houden.

F

Cultuur in de middeleeuwen

235


Bron 4a

Bron 4b In het jaar 491 verschenen de Franken. Ze vielen aan en namen Antiochië en Tripoli in. In het jaar 492 namen ze bezit van Jeruzalem en het nabijgelegen Tyrus en Akko.

Mayyafariqin en Āmid, ca. 1164-1176

IN

Uit: Ibn al-Azraq al-Fāriqī, Ahmad, De geschiedenis

VA

N

Ibn al-Azraq al-Fāriqī is een van de latere Syrische auteurs die over de kruistochten schrijft. Hij beschrijft heel kort de gebeurtenissen. Uiteraard is hij ook geen ooggetuige. Het jaar 491 is december 1097 - oktober 1098 in de westerse tijdrekening 491. Antiochië, Tripoli, Tyrus en Akko zijn kustplaatsen aan de Middellandse Zee.

em pl

Bron 5

aa r

©

Bronnen uit de 13e eeuw In de 12e eeuw zijn er regelmatig conflicten tussen de plaatselijke machthebbers, tussen moslims en christenen, maar het grootste deel van de tijd leven zij in vrede naast elkaar. Er zijn weinig onderlinge contacten. In de 13e eeuw verandert de situatie in het Midden-Oosten. Saladin wordt de nieuwe leider in het gebied en hij slaagt erin om de moslimwereld te verenigen. Het leger van Saladin verovert Jeruzalem in 1187: de moslimwereld heeft de kruisvaarders verslagen. De verovering van Jeruzalem in 1099 door de kruisvaarders wordt nu gezien als een botsing tussen de Franken en de moslimwereld als geheel.

Nadat ze bezit hadden genomen van Ramla belegerden ze Jeruzalem en vielen [de stad] aan. Ze namen haar in bezit, verzamelden de joden van de stad in een synagoge en staken die in brand. Ze doodden meer dan 70 000 moslims ...

ex

Uit: Ibn Wasil, De geschiedenis van Salihi, ca. 1240

lijk

De historicus Ibn Wasil wordt geboren in een middenklasfamilie in de Syrische stad Hama. Hij is actief in het onderwijs maar ook in de politiek. Ramla is een belangrijke handelsstad in de 11e eeuw, het ligt 50 km ten noordwesten van Jeruzalem.

in

Bron 6a

236

ONDERZOEK

De heilige stad werd langs de noordkant ingenomen, op vrijdagochtend, zeven dagen van Sha’ban. De bevolking sloeg dadelijk op de vlucht. De Franken bleven een week in de stad, de moslims uitmoordend. Een groep moslims verschanste zichzelf in de toren van David en vocht drie dagen door. De Franken gaven hen vrijgeleide (…). De Franken hielden hun woord, en de groep vertrok ‘s nachts naar Asjkelon. De Franken hebben meer dan 70 000 mensen

Arabische bronnen over de inname van Jeruzalem in 1099


gedood in de al-Aqsamoskee, waaronder een groot aantal moslimimams en -geleerden, en ook vrome en ascetische mannen (…) Uit: Ibn al-Athîr, De volledige geschiedenis, ca. 1231

Uit: al-Jazari, Automata, kopie uit 1354, Freer Gallery of Art, Washington D.C.

lijk

ex

em pl

aa r

©

Bron 6b Zittende man (mogelijk Saladin)

VA

N

IN

Ibn al-Athîr is een zeer belangrijke Arabische (of Koerdische?) moslimhistoricus. Hij brengt zijn wetenschappelijke loopbaan door in Mosoel en bezoekt vaak Bagdad. Hij reist ook een tijd mee in het gezelschap van Saladin en is zo getuige van de inname van Jeruzalem in 1187. Daarna verblijft hij ook in Aleppo en Damascus en overlijdt in Mosoel. Zijn hoofdwerk is een geschiedenis van de wereld ‘al-Kamil fi at-Tarikh’. Daarvoor verzamelt hij het materiaal uit oude bronnen en tijdens zijn reizen. Ibn al-Athîr neemt zijn bronnen niet letterlijk over, maar bewerkt ze. Zijn geschiedenis is een geschiedenis van de machthebbers, zij zijn het die in zijn ogen de geschiedenis maken. Vanuit zijn eigen tijd kijkt hij naar het verleden. Hij ziet de verovering van Jeruzalem in 1099 als een aanslag van de Franken op de hele moslimwereld en niet als een lokaal conflict. Hij schrijft het boek rond 1231. Sha’ban is de achtste maand van de islamitische kalender. Asjkelon is een kuststad op ongeveer 75 km ten westen van Jeruzalem. De al-Aqsamoskee is de belangrijkste moskee van Jeruzalem, gelegen op het Tempelplein waar ook de rotskoepel staat.

OPDRACHT 3

Zijn de bronnen 2, 3, 4b, 5 en 6a primair of secundair voor ons onderzoek? Leg uit waarom.

in



OPDRACHT 4

 

In een leerwerkboek zijn bronnen dikwijls bewerkt. Geef daarvan twee voorbeelden voor deze les.  

F

Cultuur in de middeleeuwen

237


- Wat zeggen de bronnen over het aantal slachtoffers bij de inname van de stad? Plaats de geschreven bronnen in chronologische volgorde. Vul in wanneer de bron geschreven is en noteer bij elke bron het aantal slachtoffers.

Bron 

Bron 

Bron 

Bron 

Bron 





























IN

OPDRACHT 5



N

- Welk groot verschil is er tussen de bronnen uit de 12e eeuw en die uit de 13e eeuw? 

VA

 

©

Bron

aa r

Wanneer tijdgenoten spreken over hun (…) legers, en wanneer zij zich bezighouden met discussies over moslim- of christelijke soldaten, (…), blijken zij over het algemeen te overdrijven, de grenzen van het gewone te overschrijden en te bezwijken voor de verleiding van het sensatiezuchtige (…) . De reden is eenvoudig. Het is het gemeenschappelijke verlangen naar sensatiezucht, het gemak waarmee men een hoger cijfer kan noemen (…).

em pl

Uit: Ibn Kahldun, Inleiding tot de geschiedenis, 1377, eigen vertaling

Ibn Kahldun (1332-1406) is een moslimgeleerde die op verschillende wetenschappelijke terreinen actief is. Hij wordt soms de vader van de moderne geschiedschrijving genoemd. Zijn belangrijkste werk is ‘al-Muqaddimah’ (‘Inleiding tot de geschiedenis’) uit 1377.

- Wat zegt Ibn Kahldun over het noemen van grote aantallen?

ex



- Vergelijk bron 2 en bron 6a. Zijn de bronnen betrouwbaar om een antwoord te geven op de historische vraag? Bron 2 Bron 6a

lijk

OPDRACHT 6

Wie is de auteur?

in

Wanneer is de bron gemaakt? Is hij een ooggetuige? Is hij een tijdgenoot? Is er een groot tijdverschil met de gebeurtenissen die hij beschrijft? Waar heeft hij de bron gemaakt?

238

ONDERZOEK

Arabische bronnen over de inname van Jeruzalem in 1099


Wat is zijn beroep? Heeft hij andere bronnen gebruikt? Wat is het doelpubliek? Wat is de bedoeling van de bron? Omcirkel.

informeren / ontspannen / ontroeren

informeren / ontspannen / ontroeren

IN

Hoeveel moslims worden gedood? Waar worden zij gedood?

N

- Zoek op voor hoeveel personen er plaats is in de al-Aqsamoskee. 

VA

- Welke belangrijke gebeurtenis voor Jeruzalem heeft er plaatsgevonden op het eind van de 12e eeuw? 

©

- Welke bron is volgens jou het meest betrouwbaar om de historische vraag te beantwoorden? Geef drie argumenten.

aa r

  

OPDRACHT 7

em pl



- Hieronder volgen een aantal stellingen. Zijn ze juist of fout? Kruis aan.

Juist

Fout

a In 1099 veroveren de kruisvaarders Jeruzalem op de moslims.

b In 1187 veroveren de moslims Jeruzalem op de kruisvaarders.

c De Arabische kronieken uit de 12e eeuw besteden geen aandacht aan het aantal slachtoffers.

ex

d De Arabische kronieken uit de 12e eeuw beschrijven de inname van Jeruzalem als een gebeurtenis zonder grote betekenis.

in

lijk

e De Arabische auteurs uit de 12e eeuw vonden het niet de moeite om de aantallen slachtoffers te noemen.

f De Arabische kronieken uit de 13e eeuw besteden geen aandacht aan het aantal slachtoffers.

g De Arabische auteurs uit de 13e eeuw vonden het waarschijnlijk niet de moeite om het aantal slachtoffers te noemen. h Het is pas na de verovering van Jeruzalem door de moslims in 1187 dat de Arabische kronieken aantallen vermelden. i Na de verovering van Jeruzalem door de christenen in 1187 geven zij een andere betekenis aan de inname in 1099. j In de 13e eeuw zien Arabische auteurs de inname van Jeruzalem in 1099 als een conflict tussen de hele moslimwereld en de Franken. F

Cultuur in de middeleeuwen

239


- Als de stelling fout is, motiveer dan hieronder waarom.     

IN

 

Beantwoord de historische vraag van dit onderzoek: vervolledig de tekst over de inname van Jeruzalem in 1099.

N

BESLUIT

In deze les onderzochten wij 

VA



De vroegste Arabische kronieken besteden aandacht aan de inname van Jeruzalem in 1099. Zij noemen aantallen. Het is voor hen een conflict. In de

eeuw wordt de inname van de stad in 1099 gezien

©

als een conflict van de kruisvaarders met de hele . Kroniekschrijvers

aa r

spreken dan over 70 000 doden, maar dat aantal is zeker . Wij weten dus niet hoeveel er gevallen zijn 1099, maar in ieder geval dan 70 000.

em pl

veel

ex

Wat je na dit onderzoek moet kunnen:

KUNNEN

in

lijk

1 bronnen vergelijken 2 het tegenstrijdige karakter van twee bronnen verklaren 3 aantonen dat de beperkingen van bronnen gevolgen hebben op de historische beeldvorming 4 de eigen standplaatsgebondenheid of die van anderen toelichten 5 je inleven in historische fenomenen en afstand doen van je eigen waarden- en normenkader

240

ONDERZOEK

Arabische bronnen over de inname van Jeruzalem in 1099

6 de betrouwbaarheid van bronnen onderzoeken 7 historische beeldvorming aanvullen na kritische analyse van bronnen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kunt, zet je daar een kruisje voor.


Vanaf de 4e-5e eeuw kent WestEuropa een culturele en technische achteruitgang. Toch bewonderen wij vandaag honderden prachtige middeleeuwse kerken.

IN

F3

Romaanse en gotische kunst

VA

N

Hoe is dat mogelijk? Hoe evolueert de bouwkunst? Hoe evolueert de beeldhouwkunst?

0 5

0

14

©

14

13

0

0

0

0

11

12

0

0

0

0

0

10

9

50

0

0

0

Kaartnr(s). 

aa r

ROMAANSE KUNST

1

GOTISCHE KUNST

em pl

De Kerk is opdrachtgever van romaanse en gotische kunst In de 7e en 8e eeuw wordt West-Europa door monniken bekeerd tot het christendom (zie les F1). Men bouwt opnieuw kerken. Kleine kerken krijgen een houten onderdak dat steunt op stevige, dikke muren met kleine ramen.

ex

Kloosters bouwen op het platteland vanaf de 10e eeuw steeds grotere, bredere romaanse kerken. Vanaf ca. 1150 bouwen bisschoppen en poorters in de steden gotische kathedralen en parochiekerken. Het grondplan van grote romaanse en gotische kerken

N W

in

O

Ca. 1000 beginnen vooral de kloosters grotere kerken te bouwen.

lijk

OPDRACHT 1

Z

- Welk christelijk teken zie je in het grondplan? 

SCHIP

KOOR

- Waarvoor dient een kerk in de eerste plaats?  

F

Cultuur in de middeleeuwen

241


- Waar staat het (hoofd)altaar? Zet een kruisje op die plaats op het grondplan. - In welke windrichting staat het hoofdaltaar?  - Waarom?  

2

IN

Romaanse kloosterkerken op het platteland en gotische kathedralen in de stad

De bouwvakkers nemen enkele bouwtechnieken zoals het tongewelf en de rondbogen van de Romeinen over.

Gotische stijl

In de vroegmoderne tijd vindt men de stijl barbaars. De naam verwijst naar de Goten, een van de barbaarse stammen die in de 4e eeuw het Romeinse Rijk zijn binnengevallen (zie les A2).

©

Romaanse stijl

Bron 1 Abdijkerk in Conques (schip)

Bron 2 Kathedraal in Amiens (schip en gewelf)

em pl

OPDRACHT 3

Waar komt de naam van deze kunststijlen vandaan? Verbind.

aa r

OPDRACHT 2

VA

N

Om de ruimte te overdekken bouwen de monniken, zoals de Romeinen, tongewelven die steunen op dikke muren. Steunberen beletten dat het dak en het tongewelf de muren naar buiten duwen. De ramen hebben meestal rondbogen en zijn klein. Vooral in het noorden zijn de romaanse kerken daarom dikwijls somber en donker. En God is licht, zegt de Bijbel. Er moet dus meer licht in de kerken komen. Door nieuwe technieken kunnen vanaf ca. 1150 de kerken hoger en de ramen groter gemaakt worden. Dat is het begin van de gotische stijl.

lijk

ex

3

3

1

2

- Welke stijl herken je op de bronnen? Kruis aan.

in

X

242

LES F3

romaans

gotisch

- Waar komt het meeste licht binnen? Omcirkel. bron 1 – bron 2

Romaanse en gotische kunst

romaans

gotisch


- Zet de cijfers uit de afbeelding bij de juiste term. Kruisribgewelf

Pijlers

Bron 1 Conques (westgevel)

Bron 2 Amiens (westgevel)

IN

OPDRACHT 4

Altaar

VA

N

2

©

1

romaans

aa r

- Welke stijl herken je op de bronnen? Kruis aan. gotisch

romaans

gotisch

em pl

- Zet de cijfers uit de bronnen bij de juiste term. Roosvenster

Timpaan

- Voor welk gebouw gelden de onderstaande kenmerken? Spitsbogen

Rondbogen

Kerkenbouwers zorgen voor meer licht zonder dat het dak instort

in

lijk

3

Kantwerk in steen

ex

Sobere aankleding

De Romeinen gebruiken tongewelven (zie opdracht 6, tekening 1), kruisgewelven en steunberen om grote kerken te kunnen bouwen. In de vroege middeleeuwen is die kennis verdwenen. De romaanse bouwvakkers herontdekken die technieken al doende. Gotische bouwvakkers slagen erin om met nieuwe technieken nog grotere kerken te bouwen. Zij vangen vanaf 1160 de druk van het dak en de gewelven op door luchtbogen en steunberen. Binnenin vervangen ze het kruisgewelf door het kruisribgewelf en (bundel)pijlers (zie opdracht 6, tekening 2).

F

Cultuur in de middeleeuwen

243


GROEPSWERK

1 Ga samenzitten in groepen van drie of vier leerlingen en voer de opdrachten uit. 2 Los opdrachten 4, 5, 6 en 7 op. 3 Gebruik de kaartjes met extra info van je leraar. Veel succes! Bron 1 Abdij van Vézelay (schip)

IN

OPDRACHT 5

3

VA

1

N

5

aa r

©

2

Bron 2 Saint-Pierre, Bourges (schip)

em pl

4

ex

1

lijk

2

- Onderstreep telkens wat juist is.

in

• Het koor in bron 1 is romaans / gotisch. Het schip in bron 1 is romaans / gotisch.

• In bron 2 is het koor romaans / gotisch, het schip is romaans / gotisch.

- Zet de cijfers uit de bronnen bij de juiste term. Koor

244

LES F3

Romaanse en gotische kunst

Tongewelf / kruisgewelf

Bundelpijler

Gordelboog

Kruisribgewelf


4 OPDRACHT 6

Tekening 1

Tekening 2

2

1

2 a

3

a

a a c b e d d

romaans

gotisch

VA

N

3

- Welke stijl herken je op de bronnen? Kruis aan.

IN

5

romaans

gotisch

©

- Zet de letters en cijfers uit de tekeningen bij de juiste term.

Steunbeer

Luchtboog

Tongewelf

Spuwer

Kruisribgewelf

Bron 1 Kathedraal Saint-Etienne, Bourges

ex

OPDRACHT 7

Schip

em pl

Tekening 2

aa r

Tekening 1

Zijbeuk

Buitenmuur

Steunbeer

Pinakel

Bron 2 Kathedraal Notre Dame de Nazareth, Vaison-la-Romaine

4 3

lijk

5

1

in

2

1

- Welke stijl herken je op de bronnen? Kruis aan.

romaans

gotisch

romaans

gotisch

F

Cultuur in de middeleeuwen

245


- Zet de cijfers uit de bronnen bij de juiste term. Spitsboog

4

Pinakel

Luchtboog

Rondboog

Steunbeer

Timpanen en beeldhouwkunst

Bron 2 Timpaan van Amiens

VA

Bron 1 Timpaan van Conques

aa r

©

OPDRACHT 8

N

IN

Middeleeuwse beelden zijn meestal versieringen van muren: de beelden zijn niet vrijstaand, ze hangen vast aan de muur. Een mooi voorbeeld van die beeldhouwkunst vinden we in de timpanen: ronde of spitse bogen boven de ingang van een kerk. De beelden zijn aanvankelijk erg onrealistisch, maar worden in de gotiek al wat natuurlijker. De beelden komen ook meer en meer van de muren los te staan.

em pl

- Welke stijl herken je op de bronnen? Kruis aan. romaans

gotisch

romaans

gotisch

ex

- Voor welke van beide kerken en timpanen zijn de volgende uitspraken geldig? Bekijk zeker ook de andere bronnen van Conques en Amiens in deze les. Zet een kruisje in de juiste kolom.

Het beeldhouwwerk zit nog vast in het achterliggende vlak.

2

De beelden komen vrij uit het achterliggende vlak.

in

lijk

1

246

LES F3

3

De beelden staan vrij in een nis.

4

Dit timpaan heeft het meest realistische / natuurgetrouwe beeldhouwwerk.

5

Het onderwerp op het timpaan is het Laatste Oordeel.

6

Westgevel, torens, ramen e.d. zijn bekleed met kantwerk van steen.

7

Deze kerk is soberder afgewerkt.

Romaanse en gotische kunst

1

2


Vergelijk gotische met romaanse kerkgebouwen. Wat is er veranderd? Wat is gebleven? Rangschik in de juiste kolom: het koor is oostwaarts gericht – de lichtinval – de opdrachtgever – de kruisvorm van het grondplan – de steunberen – het gewelf – de bogen – de beelden. Verandering

























N

IN

Continuïteit

VA

BESLUIT

ONWAARSCHIJNLIJK!

aa r

©

Kijk eens goed naar het figuurtje links op de foto. Lijkt het niet op een punker? Het lijkt haast of deze duivel weggelopen is uit een of andere strip of tekenfilm. Niet zo dus! Hij werd gebeeldhouwd in de 12e eeuw en staat in het timpaan van de abdijkerk van Conques (zie vorige bladzijde).

em pl

Als je het timpaan aandachtig bestudeert, bemerk je resten van kleuren. Vandaag vinden veel toeristen de romaanse en gotische kerken juist mooi vanwege de naakte kleur van de steen, zowel binnen als buiten. Maar romaanse en gotische kerken én veel timpanen en andere beelden waren gekleurd. Water en wind hebben de meeste kleuren van de romaanse en gotische kerken weggehaald. Binnen verdwenen heel wat muurschilderingen onder een kalklaag.

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

ex

KENNEN

in

lijk

1 de begrippen ‘continuïteit’ en ‘verandering’ uitleggen 2 van beide stijlen drie kenmerken van de bouwkunst geven 3 van beide stijlen twee kenmerken van de beeldhouwkunst geven 4 de oriëntering / bouw van het koor naar het oosten verklaren 5 het verband tussen stijl en druk verklaren 6 twee voorbeelden geven van continuïteit en twee van verandering

KUNNEN 1 romaanse en gotische kerken en elementen van elkaar onderscheiden 2 op afbeeldingen de elementen ‘tongewelf’, ‘kruisgewelf’, ‘kruisribgewelf’, ‘pijler’, ‘rondboog’, ‘spitsboog’, ‘steunbeer’, ‘luchtboog’, ‘timpaan’ aanduiden

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

F

Cultuur in de middeleeuwen

247


LES F3 SCHEMA

ROMAANS

GOTISCH vanaf 1150-15e eeuw

koor oostwaarts

koor oostwaarts

platteland: kloosters

stad: bisschoppen en stadsbestuur

dikke muren en kleine ramen

grote ramen

VA

N

11e-12e eeuw

Opvang druk

tongewelven / kruisgewelven

©

Opvang druk

kruisribgewelf

aa r

rondboog spitsboog pijlers

muren en pijlers steunberen

em pl

steunberen en luchtbogen

Timpanen en beeldhouwkunst

onderwerp dikwijls het Laatste Oordeel stenen bijbel

ex

Beeldhouwwerk Beeldhouwwerk meer natuurgetrouw

soberder

kantwerk van steen

beelden vast in het vlak

los van het vlak

lijk

minder natuurgetrouw

in 248

LES F3

IN

Romaanse en gotische kunst

Romaanse en gotische kunst


Onderzoek: de Vlaamse Primitieven

VA

N

IN

Uit les E4 weet je dat de Bourgondische Nederlanden in de 15e eeuw een geduchte macht vormen. De rijkdom en weelde in Bourgondisch Vlaanderen biedt voor kunstenaars unieke kansen. De term ‘Vlaamse Primitieven’ is oorspronkelijk een letterlijke vertaling van de Franse benaming ‘les primitifs flamands’, waarbij het Franse ‘primitif’ in de betekenis van ‘vroeg, eerst’ te begrijpen is.

©

Welke kenmerken heeft de kunst van de Vlaamse primitieven? Welke waarde heeft die Vlaamse kunst voor tijdgenoten?

aa r

0

0

15

0

5

0 0 14

13

12

14

0

0 0

0 11

ROMAANSE KUNST

0

Score:

0

0 10

9

ex

0

0

0

0 50

in

OPDRACHT 2

Nr.:

GOTISCHE KUNST VLAAMSE PRIMITIEVEN

Welke soort historische vragen zullen we onderzoeken? Verbind. Welke kenmerken heeft de kunst van de Vlaamse Primitieven?

Over het verleden

Welke waarde heeft die Vlaamse kunst voor tijdgenoten?

Over de totstandkoming van historische kennis

lijk

OPDRACHT 1

Klas:

em pl

Naam:

Kaartnr(s). 

Over de relatie heden-verleden Over historische beeldvorming

- Verklaar de term 'Vlaamse Primitieven'. Onderstreep de juiste antwoorden. Primitief verwijst naar: vroeg – eenvoudig – eerst – onontwikkeld – gebrekkig. - Situeer de Vlaamse Primitieven in de tijd en de ruimte. 

F

Cultuur in de middeleeuwen

249


OPDRACHT 3

Bron De maand oktober

Uit: Les Très Riches Heures du duc de Berry, 29 x 21 cm, 15e eeuw

aa r

©

VA

N

IN

Vorsten, edelen, geestelijken en rijke kooplieden bestellen kunstwerken, zoals verluchte (geïllustreerde) manuscripten. Het getijdenboek is gemaakt in opdracht van de hertog van Berry, zoon van de Franse koning Jean II en broer van de Bourgondische hertog Filips de Stoute. Vanaf ca. 1350 laten de kunstschilders en boekverluchters stilaan de idealisering van de gotiek los en wordt een evolutie ingezet naar een meer realistische afbeelding van de werkelijkheid. Op de kalenderminiatuur zie je hoe het land wordt bewerkt. Het kasteel op de achtergrond is het Louvre. De Vlaamse Primitieven laten zich inspireren door de Vlaamse en Noord-Franse miniaturen zoals deze.



em pl

- Is dat een voorbeeld van de kunst van de Vlaamse Primitieven? Leg uit.

- Welk verband is er met de kunst van de Vlaamse Primitieven?  

ex

- Geef twee elementen die die miniatuurtekening realistisch maken. 

lijk



- Kijk goed naar het paard en de man op de voorgrond. Welke techniek gebruikt de schilder om diepte weer te geven?

in



- Vergelijk deze bron met de kalenderminiatuur op p. 83. Wat valt er je op?  - Hoe kun je dat verklaren?  

250

ONDERZOEK

de Vlaamse Primitieven


Bron

VA

N

IN

OPDRACHT 4

Rogier van der Weyden, De kruisafneming, olieverf op houten paneel, 220 x 260 cm, 1438

aa r

©

Rogier Van der Weyden (ca.1399-1464) is afkomstig uit Doornik. Hij vestigt zich in Brussel, waar hij rond 1436 stadsschilder wordt. Rogier Van der Weyden is een van de belangrijkste Vlaamse Primitieven. In zijn eigen tijd is hij in heel Europa bekend. Hij krijgt opdrachten van verschillende leden van het Bourgondische hof. De kruisafneming vormt het middenpaneel van een drieledig altaarstuk (een drieluik of triptiek). De twee zijpanelen zijn verloren geraakt. De personages op het schilderij zijn bijna levensgroot afgebeeld.

  OPDRACHT 5

em pl

Waaruit blijkt de zin voor detail en realisme?

Bron

ex

Jan van Eyck, Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw, olieverf op houten paneel, 82 x 60 cm,1434

in

lijk

Jan Van Eyck wordt beschouwd als de belangrijkste kunstschilder van de Vlaamse Primitieven. Tijdens zijn leven al is hij een van de beroemdste schilders van Europa. Zijn verfijnde olieverftechniek en levensechte weergave zal in heel Europa navolging krijgen. 16e-eeuwse Italiaanse bronnen noemen Jan van Eyck als de uitvinder van de olieverf. Hedendaags onderzoek heeft aangetoond dat dit niet klopt. Maar Jan van Eyck heeft de techniek wel verbeterd en beroemd gemaakt. Van Eyck werkt voor Filips de Goede en onderneemt voor hem ook verscheidene diplomatieke missies. Arnolfini is een succesvolle Italiaanse bankier die zich in 1421 in Brugge vestigt. F

Cultuur in de middeleeuwen

251


- Welke indruk maakt Jan van Eyck op zijn tijdgenoten?   - Waarom wordt van Eyck zo gewaardeerd? 

IN

 - Jan Van Eyck schildert heel nauwkeurig en heeft veel aandacht voor details. Geef daarvan twee voorbeelden.

N



- Geef vier technieken die Van Eyck gebruikt om het schilderij diepte te geven.

VA

 

 Bron

ex

em pl

OPDRACHT 6

aa r

©

- Welke eeuwenoude legende over Jan van Eyck wordt door hedendaags onderzoek tegengesproken?

lijk

Hugo van der Goes, Portinari-triptiek, ca. 1470, tentoongesteld in de Galleria degli Uffizi, Firenze

in

De in Brugge gevestigde Florentijnse familie Portinari bestelde bij Hugo van der Goes een altaarstuk voor een Florentijnse kerk. Het schilderij maakte veel indruk en beïnvloedde de kunst van de Florentijnse schilders, zoals Botticelli.

- Wie bestelt dat werk en welke bestemming had het?  

252

ONDERZOEK

de Vlaamse Primitieven


- Welke indruk maakt het Vlaamse kunstwerk? Leg uit.   - Wat kun je zeggen over de kleuren die de Vlaamse Primitieven gebruiken? Bekijk ook nog eens de twee vorige bronnen.

BESLUIT

IN

 Formuleer op elke vraag een kort antwoord. • Historische vraag 1: Welke kenmerken heeft de kunst van de Vlaamse Primitieven?

N

 

VA

• Historische vraag 2: Welke waarde heeft de Vlaamse kunst voor tijdgenoten? 



aa r

ONWAARSCHIJNLIJK!

©



De aanbidding van Het Lam gods door Jan en Hubert Van Eyck

em pl

Jodocus Vijd en Elisabeth Borluut, een kinderloos echtpaar uit de Gentse burgerij, bestellen het altaarstuk voor een altaar in de Sint-Janskerk (de huidige Sint-Baafskathedraal). Het volledige kunstwerk bestaat uit 26 grote en kleine schilderijen. De verlossing van de mensheid door het offer van Christus (gesymboliseerd door het lam) vormt het centrale thema van het schilderij. Het meesterwerk wordt rond 1432 voltooid. In 1934 worden twee panelen gestolen. De dieven proberen losgeld te verkrijgen. Om hun eis kracht bij te zetten, laten ze één paneel terugvinden. Maar de overheid weigert met geld over de brug te komen. Het andere paneel is, ondanks alle speuracties, tot vandaag spoorloos.

ex

Wat je na dit onderzoek moet kunnen:

in

lijk

KUNNEN

1 de Vlaamse Primitieven situeren in tijd en ruimte 2 verschillende soorten historische vragen onderscheiden 3 kunstwerken aandachtig bekijken en vergelijken 4 de schilderkunst van de Vlaamse Primitieven herkennen 5 vier kenmerken van het werk van de Vlaamse Primitieven op een afbeelding aantonen

6 de evolutie naar meer realisme uitleggen 7 historische beeldvorming aanvullen na kritische analyse van bronnen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kunt, zet je daar een kruisje voor.

F

Cultuur in de middeleeuwen

253


VERLEDEN

OVERZICHT F

Cultuur in de middeleeuwen

De Kerk is machtig en invloedrijk.

KRUISTOCHTEN

Hoogtepunt: 11e, 12e eeuw

N

IN

KERK

Pelgrims voor de Heilig Grafkerk te Jeruzalem

©

VA

Standbeeld van Saladin in Damascus

em pl

aa r

MIDDELEEUWSE CULTUUR

GOTISCH

VLAAMSE PRIMITIEVEN

11e-12e eeuw

12e-15e eeuw

15e eeuw

lijk

ex

ROMAANS

in 254

F

wetenschappen, literatuur en kunst

CULTUUR IN DE MIDDELEEUWEN


HEDEN

OVERZICHT F

IN

Het christendom in de westerse cultuur Het christendom • eeuwenlang een belangrijke rol in de westerse landen

N

• belangrijke bijdrage aan de vorming van de westerse identiteit

Kerken hebben een

• culturele betekenis • symbolische betekenis • functionele betekenis

betekenis voor de samenleving, cultureel erfgoed,

©

• historische betekenis

plek om te bidden en sacramenten te ontvangen,

symbool van de westerse cultuur of van een dorp of stad, plek voor doopsel, huwelijk, begrafenis.

aa r

• religieuze betekenis

VA

• Vanaf ca. 1950 verliest de Kerk haar centrale positie.

em pl

Leegstaande kerken, kloosters en abdijen krijgen steeds meer een andere bestemming.

in

lijk

ex

Wetenschap en mensenrechten hebben de plaats van godsdienst ingenomen.

KENNEN 1 de betekenis van de Kerk in het maatschappelijk leven doorheen de eeuwen tot vandaag uitleggen 2 de verschillende betekenissen die een kerkgebouw kan hebben opnoemen en uitleggen 3 het belang van wetenschap en mensenrechten uitleggen

GA ZELF AAN DE SLAG!

KUNNEN 1 brainstormen over nieuwe bestemmingen van religieuze gebouwen 2 missie en doel van Amnesty International opzoeken 3 het belang van het recht en een eerlijk proces in eigen woorden weergeven

F

Het christendom in de westerse cultuur

255


VERLEDEN

Woordenlijst

IN

We onderscheiden twee soorten begrippen: structuurbegrippen en historische begrippen. Structuurbegrippen gaan over het vak geschiedenis: ze staan in deze woordenlijst in het oranje. Historische begrippen gaan over het verleden. De belangrijkste historische begrippen of sleutelbegrippen staan in het blauw.

bedoelde gevolgen: historische redeneerwijze: de gevolgen zijn met opzet veroorzaakt

aanleiding: historische redeneerwijze: gebeurtenis die een feit of fenomeen het meest rechtstreeks doet ontstaan. Ze verklaart waarom een feit of fenomeen op dat bepaald moment plaatsvindt.

belfort: vooral in de steden in de Zuidelijke Nederlanden; wachttoren met klokken, aan of bij een stadhuis of markthal; symbool van de stedelijke macht

VA

bisdom: een aantal christelijke geloofsgemeenschappen die het kerkelijke gebied van een bisschop vormen

aa r

abt: leider van een klooster, als het om een vrouw gaat spreekt men van een abdis

biecht: een van de zeven sacramenten in de katholieke Kerk

©

abdij: geheel van gebouwen waar monniken of nonnen samen leven, bidden en werken

N

aalmoes: geld of andere materiële hulp voor armen

adel: een van de drie standen; de edelen

aflaat: kwijtschelding van de boetedoening (straf ) voor de zonden

em pl

agrarische samenleving: de meerderheid van de bevolking leeft van de landbouw

ambachtslieden: oefenen als beroep een handwerk (ambacht) uit, bijvoorbeeld slager, bakker, smid, timmerman, wever ...

ex

arabesk: sierlijke decoratie, bestaande uit een slingerende basislijn

lijk

argument: historische redeneerwijze: reden of uitleg voor iets

in

autonomie: zelfstandigheid autoriteitsgeloof: er kan niet getwijfeld worden aan de Bijbel of aan de overgeleverde kennis uit de klassieke oudheid. Kritisch denken wordt afgewezen. ballingschap: gedwongen verblijf elders dan waar men thuis is – zie ook ‘verbanning’ bedevaart: reis naar een plaats die een bijzondere betekenis heeft binnen een godsdienst

256

WOORDENLIJST

bisschop: geestelijke aan het hoofd van een bisdom bondgenoot: een medestander, iemand die je helpt borduren: techniek waarbij met een naald en garen op textiel versieringen worden aangebracht braakland: akkerland waarop niet wordt gezaaid, zodat de grond zich kan herstellen en vruchtbaar blijft breuk: (symbolisch) moment waarop er belangrijke veranderingen gebeuren cavalerie: soldaten te paard (synoniem: ruiterij) celibaat: het ongehuwd-zijn van priesters en kloosterlingen centraliseren: de vorst neemt de macht in handen; de centralisatie van de macht verloopt geleidelijk; op het einde van de middeleeuwen houden de meeste vorsten de touwtjes stevig in handen. centrum: het middelpunt van een gebied; het middelpunt van de politieke, economische en/of culturele macht


clerus: de geestelijke stand; in ruime betekenis kerkelijke personen, in strikte betekenis mannen die een wijding ontvangen hebben in de katholieke Kerk cliché: iets dat dikwijls wordt gezegd; een afgezaagde uitdrukking

Duitse Rijk: dat rijk ontstaat door de samenvoeging van Oost-Francië en enkele vorstendommen uit Midden-Francië. De Duitse koning voert ook dikwijls de (Frankische) keizerstitel. Hij houdt lange tijd de controle over zijn rijk omdat hij belangrijke ambtslenen aan geestelijken geeft. Die hebben geen erfgenamen en zo krijgt de keizer altijd zijn lenen terug.

IN

christianiseren: bekeren tot het christelijke geloof

collectieve herinnering: herinnering die een groep mensen gezamenlijk heeft; door verhalen van ouders, leerkrachten, media; dat speelt een belangrijke rol bij de vorming van culturele identiteit.

duivel: de verpersoonlijking van het kwade

concilie: belangrijke vergadering van kerkleiders

emancipatie: het ijveren voor gelijke rechten en gelijkheid in een maatschappij

N

evolutie: historische redeneerwijze: (geleidelijke) ontwikkeling in de tijd – zie ‘verandering’

aa r

continuïteit: historische redeneerwijze: wat wezenlijk hetzelfde blijft, niet verandert

epidemie: besmettelijke ziekte die zich zeer snel uitbreidt en waardoor een groot deel van de bevolking getroffen wordt

©

continentale ruimte: landinwaarts, niet gericht op zee

eeuw: periode van 100 jaar

VA

continentaal: verwijst naar het werelddeel

duur: tijdsduur; lengte in tijd gemeten, hoelang iets duurt

demografisch: in verband met samenstelling en evolutie van het bevolkingsaantal

em pl

derde stand: ongeveer 95 % van de bevolking behoort tot de derde stand, de meeste mensen werken in de landbouw en zijn arm, maar ook de rijke handelaars en ambachtslieden in de steden behoren tot de derde stand

ex

dierenepiek: middeleeuwse literatuursoort, met dieren in een hoofdrol, met scherpe kritiek op adel en clerus en de menselijke ondeugden

in

lijk

directe oorzaak: feit / fenomeen dat een ander feit / fenomeen rechtstreeks doet ontstaan discriminatie: het ongelijk behandelen van personen bijvoorbeeld omwille van hun geslacht, ras of godsdienst

fantasy: genre gekenmerkt door de aanwezigheid van onwerkelijke gebeurtenissen, verzonnen wezens en imaginaire werelden feodaliteit: bestuursvorm waarbij de leenheer zijn leenmannen persoonlijk afhankelijk maakt door lenen te geven. Daarbij wordt ook een deel van het bestuur en de rechtspraak mee geleend. filosofie: wetenschap die systematisch fundamentele en kritische vragen stelt over o.a. de mens en de samenleving, kennis en waarheid, goed en kwaad en daarop met het verstand algemene antwoorden probeert te formuleren. flagellant: middeleeuwse boetedoener die zich geselt, vaak in het openbaar geestelijke: iemand die een kerkelijke wijding heeft ontvangen. Reguliere geestelijken leven volgens de kloosterregel, seculiere geestelijken leven ‘in de wereld’.

WOORDENLIJST

257


hofhouding: iedereen die bij een machtige vorst of geestelijke leeft en dikwijls voor hem of haar werkt

gelaagde samenleving: samenleving waarin mensen rechten en plichten hebben naargelang de stand waartoe ze behoren; bijvoorbeeld de standenmaatschappij

hofmeier: opzichter over een hofhouding

gelijktijdigheid: historische redeneerwijze: kenmerken zijn dezelfde op hetzelfde moment

hoofse epiek: middeleeuwse literatuursoort met als onderwerp de hoofse levensstijl: welgemanierdheid, fijngevoelige liefde, edelmoedigheid, nederigheid, vrijgevigheid ...

IN

gesloten ruimte: kan verwijzen naar een gesloten landschap of naar een gesloten samenleving

gilde: vereniging van kooplieden en/of ambachtslieden globaal: verwijst naar de wereld

indirecte oorzaak: feit / fenomeen dat een ander feit / fenomeen onrechtstreeks doet ontstaan

©

godsoordeel: een proef om door goddelijke tussenkomst de waarheid aan het licht te brengen zoals bijvoorbeeld de waterproef: wanneer iemand die in het water wordt gegooid blijft drijven, is die persoon gered

VA

N

getuigenis: verklaring die men aflegt

incidentele oorzaak: historische redeneerwijze: een eenmalige gebeurtenis, zoals een handeling van mensen (bijvoorbeeld een moordaanslag of een demonstratie) of een natuurverschijnsel (bijvoorbeeld een misoogst, een overstroming of een epidemie). Incidentele oorzaken werken op korte termijn.

grafgift: voorwerp dat aan de overledene wordt meegegeven in het graf

infanterie: soldaten die te voet vechten (synoniemen: voetvolk, voetsoldaten)

grondwet: de basiswet van een land. Daarin staan de rechten, plichten en vrijheden van de burgers, van de overheid en hoe het bestuur van het land is georganiseerd.

in natura betalen: met producten of arbeid betalen

em pl

aa r

gouwgraaf: bestuurt een gouw (= een provincie) van het rijk, in opdracht van de vorst

industriële samenleving: de productie gebeurt met machines, veel mensen werken in de industrie in plaats van in de landbouw

lijk

ex

Guldensporenslag: na de strijd tussen het Franse en het Vlaamse leger worden op het slagveld 500 paar gulden sporen verzameld van gesneuvelde ’Franse’ ridders. Pas in de 19e eeuw spreekt men daarom over de Guldensporenslag.

in

handel: het kopen en verkopen van producten hel: de plaats waar iemand voor altijd afgescheiden is van God hemel: de plaats waar God verblijft hertog: bestuurt een mark (= een ‘provincie’ met een buitengrens) in opdracht van de vorst en voert het bevel over een Frankisch leger

258

WOORDENLIJST

islam: godsdienst ontstaan in de 7e eeuw; de gelovigen heten moslims of islamieten. justitie: de rechterlijke macht Karolingers: een dynastie van Frankische koningen die regeert van de 8e tot de 10e eeuw; Karel de Grote is de belangrijkste van die koningen. katharen: christelijke groepering uit de 12e-13e eeuw in Zuid-Frankrijk die zich afzette tegen de leer van de katholieke Kerk. Zij werd wegens ketterij door de kerk bestreden en uitgeroeid. kathedraal: kerk van een bisschop keure: 1. reglement van een ambachtsgilde; 2. stadsrechten die de landvorst aan de stad verleent


Klein-Azië: schiereiland in het uiterste westen van Azië; deel van het huidige Turkije kluizenaar: iemand die alleen en in afzondering leeft

markgraaf: bestuurt een mark (= een provincie met een buitengrens) in opdracht van de vorst en voert het bevel over een Frankisch leger. mergel: gemalen lichtgeel gekleurde mergelsteen / mergelkalk

kompas: navigatie-instrument, de draaiende naald wijst het noorden aan

Merovingers: dynastie van Frankische koningen die regeert van de 5e tot de 8e eeuw; Chlodovech is de belangrijkste van die koningen.

IN

kritisch: onafhankelijk van anderen, op een wetenschappelijke manier denkend en oordelend kroniek: middeleeuws chronologisch verslag van belangrijke gebeurtenissen kroondomein: het gebied dat onder de rechtstreekse heerschappij van de koning staat kroonvazal: rechtstreekse leenman van de vorst

migratie: het verplaatsen van een groep van de ene plaats naar de andere, met het doel in die nieuwe streek te gaan leven migratiesaldo: het verschil tussen het aantal mensen dat wegtrekt uit het gebied en het aantal dat er zich vestigt; is het saldo positief, dan vestigen er zich meer mensen dan er wegtrekken, en omgekeerd.

laken: geweven wollen stof

aa r

©

Kroon-Vlaanderen: Vlaanderen ten westen van de Schelde. De Vlaamse graaf heeft dit gebied in leen van de Franse koning.

VA

N

metten: gebeden ’s nachts of in de vroege ochtend; de ‘Brugse metten’ verwijzen dus naar een gebeurtenis op een zeer vroeg tijdstip.

em pl

lakenhalle: stedelijk gebouw dat diende als opslagplaats en verkoopruimte voor o.a. lakenstoffen; werd ook gebruikt als vergaderplaats of als rechtbank.

minaret: moskeetoren

landbouw: akkerbouw en veeteelt

minderheid: de kleinste groep mensen

leen: de leenman krijgt een leen in ruil voor trouw aan de leenheer

miniatuur: afbeelding bij middeleeuwse handschriften, als versiering van een letter of van de tekst

leenwezen: zie feodaliteit

ex

lekenbroeder: kloosterling die geen wijding krijgt en minder verplichtingen heeft dan de monniken

mis: ook eucharistie genoemd, een van de zeven sacramenten in de katholieke Kerk

Levant: naam voor een deel van Zuidwest-Azië, ten oosten van de Middellandse Zee

missionaris: (in zijn oude vorm) iemand die door de katholieke Kerk naar een ander gebied wordt gezonden om dat gebied te bekeren tot het christendom

lokaal: verwijst naar het plaatselijke (wijk, gemeente, stad …)

monarchie: bestuursvorm waarbij één persoon de macht heeft, dikwijls een koninkrijk

manuscript: letterlijk: handschrift; geschreven (en dus niet gedrukte of getypte) tekst

mondelinge traditie: het mondeling doorgeven van verhalen, van generatie op generatie

maritieme ruimte: aan of op zee

monnik: iemand die in een klooster een teruggetrokken leven leidt

lijk

in

millennium: periode van 1 000 jaar

moslim: aanhanger van de islam WOORDENLIJST

259


perspectief: (historische redeneerwijze) standpunt waaruit iemand naar iets kijkt; beïnvloed door de standplaatsgebondenheid

multicultureel: met verschillende culturen mythe: verhaal dat veel mensen kennen, maar dat niet werkelijk is gebeurd nationaal: verwijst naar de staat of het land nijverheid: het geheel van de ambachtelijke productie van gebruiks- en luxevoorwerpen nis: uitsparing of holte in een muur

poorter: iemand die het recht heeft om binnen de muren (de poorten) van een stad te wonen preek: toelichting op de Bijbelverhalen die gelezen worden tijdens de mis

IN

motief: reden die tot een handeling aanzet, drijfveer

prelaat: belangrijke geestelijke

psalm: lied uit het Bijbelboek ‘Psalmen’

Oeigoeren: Turks volk uit Centraal-Azië. Het Mongoolse schrift is gebaseerd op het Oeigoerse schrift.

N

rechtspositie: rechten en plichten van iemand

onbedoelde gevolgen: historische redeneerwijze: de gevolgen zijn niet met opzet veroorzaakt

VA

rechtspraak: het officiële toezicht op de naleving van de wet reconquista: de christelijke herovering van Spanje op de moslims (1063-1492) reconstructie: re (her) / constructie (bouw): iets dat nagebouwd, nagetekend of nagespeeld is; het verleden dat op basis van bronnen wordt verteld

ongelijktijdigheid: historische redeneerwijze: kenmerken zijn verschillend op hetzelfde moment

regionaal: verwijst naar de regio (streek, provincie, gewest …)

em pl

aa r

©

ongelijkheid: personen en/of groepen zijn niet gelijk. Afhankelijk van de ruimte en de tijd gaat het over ongelijkheid of het vlak van rechten/plichten, bezit, politieke inspraak.

onroerende goederen: stukken grond en gebouwen

oorzaak: historische redeneerwijze: feit / fenomeen dat een ander feit / fenomeen doet ontstaan

ex

open ruimte: kan verwijzen naar een open landschap of naar een open samenleving

in

lijk

patriarchale samenleving: ongelijke samenleving waar mannen de macht hebben en de vrouwen ondergeschikt zijn aan de man

revolutie: historische redeneerwijze: de veranderingen gebeuren snel Rijks-Vlaanderen: Vlaanderen ten oosten van de Schelde, de Vlaamse graaf heeft dat gebied in leen van de Duitse Keizer. Het gebied is een deeltje van het Heilige Roomse Rijk. rurale ruimte: het platteland

paus: het hoofd van de rooms-katholieke Kerk

sacrament: bepaalde godsdienstige handeling in de katholieke Kerk

perceel: deel akkerland

Saracenen: oude naam voor moslims

periferie: aan de rand van een gebied; aan de rand van de politieke, economische en/of culturele macht (die ze moeten ondergaan)

scheepsgraf: de overledene wordt begraven in een schip dat wordt bedekt met aarde

periode: bepaalde tijdsduur die duidelijk of minder duidelijk is afgebakend

260

relikwie: overblijfsel van het lichaam van een heilige of voorwerp dat met het lichaam van de heilige in contact is geweest

WOORDENLIJST

schepenen: in de middeleeuwen in de eerste plaats zij die rechtspreken; meestal terzelfdertijd ook bestuurders van de stad


theologie: wetenschap die God en de godsdienst bestudeert

stadsbeer: ontlasting van mens en dier uit de stad wordt verzameld in karren en schepen en naar het platteland vervoerd stand: sociale klasse, in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd is de bevolking verdeeld in drie standen: de geestelijken, de adel en de derde stand standenmaatschappij: samenleving waarin mensen andere rechten en plichten hebben, naargelang van de stand waartoe ze behoren

toeval: historische redeneerwijze: iets dat plaatsvindt zonder bedoeling troubadour: minnezanger, middeleeuwse muzikant-dichter

turf: gedroogde stukken veen (samengedrukte plantenresten) die als meststof of brandstof worden gebruikt vazalliteit: systeem waarbij een gewone man (de vazal) trouw zweert aan een rijke heer. De vazal krijgt in ruil voor zijn diensten bescherming en levensonderhoud. veranderende territoriale invulling: de politieke macht in een bepaald gebied verandert. In de eerste helft van de middeleeuwen zien we dat politieke macht versnippert, in de tweede helft van de middeleeuwen wordt die tendens omgedraaid.

aa r

©

standplaatsgebondenheid: tijd, ruimte, maatschappelijke positie en persoonskenmerken beïnvloeden de blik op (historische) gebeurtenissen

tijdrekening: een manier om de tijd voor te stellen vanaf een bepaald vertrekpunt

IN

staatsvorming: het uitbouwen van een sterke staat met een goed uitgebouwd centraal bestuur

N

schisma: scheuring binnen de Kerk

VA

schip: middenbeuk van een kerk

em pl

staten: standenvertegenwoordiging, elk graafschap of elk hertogdom had zijn eigen ‘staten’ met vertegenwoordigers van de drie standen, bijvoorbeeld de staten van Vlaanderen Staten-Generaal: vergadering met vertegenwoordigers van alle Bourgondische staten, opgericht door Filips de Goede stedelijke ruimte: de stad

in

lijk

ex

stedelijke samenleving: de samenleving in de steden, met handel en nijverheid. Tot ca. 1800 blijven de steden een onderdeel van de agrarische samenleving.

steen: de woonhuizen in de middeleeuwse steden zijn van hout en leem. Rijkere stedelingen bouwen later huizen in steen. Zo een huis wordt meestal ‘steen’ genoemd. stereotiep: historische redeneerwijze: veralgemeend beeld, dat door veel mensen wordt gebruikt structurele oorzaak: historische redeneerwijze: dieperliggende kenmerken van een samenleving. Structurele oorzaken werken op lange termijn.

verandering: historische redeneerwijze: iets wat op een bepaald moment wijzigt, meestal minder geleidelijk verbanning: de veroordeelde krijgt voor een bepaalde periode geen toegang meer tot een bepaald gebied. In de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd is dat een zware straf omdat de getroffene wordt afgesneden van familie, vrienden en broodwinning. Verenigde Naties: internationale organisatie waarvan bijna alle landen lid zijn. Zij werken samen op het vlak van vrede en veiligheid, de mensenrechten, welvaart en welzijn. vertegenwoordiging: de persoon of groep die iemand vertegenwoordigt, dat wil zeggen die optreedt in zijn plaats vesting: burcht of versterkte stad vicieuze cirkel: probleem waar men niet meer uitgeraakt voetvolk: soldaten te voet WOORDENLIJST

261


westers: West-Europees (vandaag vallen ook Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland onder dat begrip)

voogd: persoon die officieel instaat voor de persoon en de goederen van iemand die onbekwaam wordt geacht om dat zelf te doen

wijsbegeerte: synoniem voor filosofie

IN

zendgraaf: controleert of de plaatselijke bestuurders de bevelen van de vorst opvolgen

zomergraan: graan zoals zomerrogge, zomergerst en haver dat in de lente wordt gezaaid en in de zomer wordt geoogst zondaar: iemand die een zonde begaat

©

welzijn: zich mentaal goed voelen, voldoende sociale contacten en ondersteuning hebben om je goed te voelen, gelukkig te zijn

wraakneming: iemand straffen die jou iets heeft aangedaan

N

welvaart: het economisch goed hebben, voldoende financiële middelen hebben om in je behoeften te voorzien: voldoende voedsel, kleding, een leefbare woning; ook toegang tot goede gezondheidszorg en onderwijs

wintergraan: graan zoals winterrogge en wintertarwe dat in de herfst wordt gezaaid en in de zomer wordt geoogst

VA

vrije kunsten: of ‘artes liberales’, de zeven vakken die in de middeleeuwen onderwezen worden in abdij- of kathedraalscholen en de lagere jaren van de universiteit, namelijk filosofie (dialectica), redenaarskunst (retorica), literatuur, meetkunde (geometrica), rekenkunde (aritmetica), muziek en astronomie

in

lijk

ex

em pl

aa r

zonde: vrijwillige fout tegenover God en de medemens

262

WOORDENLIJST


HEDEN

Woordenlijst

godsdienstvrijheid: recht dat in de grondwet staat. De staat mag je niet verplichten om een bepaald geloof te belijden.

centrumsteden: de Vlaamse overheid noemt dertien grote en regionale steden ‘centrumsteden’, de twee grootste zijn Antwerpen en Gent

identiteit: je eigen persoonlijkheid, wie je bent (je naam, achtergrond, cultuur, gender, levensbeschouwing …)

IN

bestuurlijke bevoegdheden: de verschillende bestuurlijke niveaus hebben elk hun eigen taken die elkaar niet overlappen

N

levensbeschouwing: het geheel van opvattingen over het leven en over de manier waarop je het beste kunt leven

VA

democratie: het volk heeft de macht. In de praktijk kiezen we volksvertegenwoordigers die de wetten maken.

leefmilieu: omgeving waarin mens, dier (fauna) en planten (flora) leven

parlement: is samengesteld uit alle gekozen volksvertegenwoordigers. Het parlement heeft de wetgevende macht.

©

discriminatie: wanneer er een onderscheid wordt gemaakt op basis van een bepaald kenmerk tussen mensen of groepen van mensen. Dat is in België verboden.

quarantaine: afgezonderd worden van andere mensen, afgezonderd leven voor een (korte) periode om jezelf en anderen te beschermen tegen een besmettelijke ziekte

aa r

duurzame ontwikkeling: wanneer de mens de natuur (landbouw, veeteelt en zee) bewerkt op zo’n manier dat het de behoeften en noden van de toekomstige generaties niet in het gedrang brengt.

em pl

etniciteit: afkomst of achtergrond van de persoon, de bevolkingsgroep waartoe je behoort (= etnie)

superdiversiteit: er zijn veel verschillende gemeenschappen of groepen mensen met een bepaalde achtergrond en ook verschillen binnen die gemeenschappen of groepen

Europese Unie: samenwerkingsverband (verbond) van Europese lidstaten die bepaalde bevoegdheden samen uitvoeren

uitgesloten voelen: wanneer mensen je uitsluiten, niet laten meedoen

ex

etnisch-culturele gemeenschappen: groepen mensen die een bepaalde nationaliteit of cultuur hebben

gastarbeider: arbeider die (na WOI en WO II) door de overheid uit andere landen is gerekruteerd om in België te werken

lijk

in

racisme: mensen minderwaardig beschouwen en/of behandelen omwille van raciale redenen (huidskleur, nationaliteit of etnische afkomst)

grondwet: wetboek waarin de staatsvorm, de bevoegdheden van instellingen en de rechten, vrijheden en plichten van de burgers vastgelegd zijn grondwettelijke parlementaire monarchie: land met een koning en een parlement. De rol en bevoegdheden van de politieke instellingen zijn in de grondwet vastgelegd.

welvaartstaat: landen waarin een aantal grondrechten van de burger worden gegarandeerd door de grondwet en er minimale sociale zorg is voor iedereen die hulpbehoevend is welzijn: wanneer je je mentaal en fysiek gezond voelt, niets tekort komt wat noodzakelijk is zoals voeding en bescherming wereldgodsdienst: de godsdiensten die de meeste aanhangers hebben vandaag. Gerangschikt volgens grootte zijn dat: het christendom, de islam, het hindoeïsme, het boeddhisme en het jodendom. WOORDENLIJST

263


Mijn persoonlijk woordenboek Les

IN

WOORDENBOEK

N

VA

©

aa r

ex

em pl

lijk

in

264

WOORDENLIJST

Profile for VAN IN

STORIA HD GO! 3 D-finaliteit - inkijkexemplaar  

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded