Sapiens 4 D (DG) - D/A - Leerwerkboek (ed.2026)

Page 1


proefversie©VANIN

proefversie©VANIN

4 Sapiens Geschiedenis

proefversie©VANIN

Dries De Saveur

Els Vinckx

Wouter Smets

Li's Verheyden

Wim Heylen

Birgit Reusens

Frederik Van den Broeck

Sofie Van Eyken

Dit leermiddel is onderdeel van de lesmethode Sapiens van Uitgeverij VAN IN. Het is ontwikkeld met de intentie dat iedere leerling zich herkent en thuis voelt in beeld en tekst. Heb je op- of aanmerkingen, dan kun je contact opnemen met Uitgeverij VAN IN.

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken.

In België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be.

Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden leest u op www.ididdit.be.

© Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2026. Alle rechten voorbehouden. Tekst- en datamining (TDM) niet toegestaan.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.

Copyrightvermeldingen beelden: p.xx: xxxx

Copyrightvermeldingen teksten:

proefversie©VANIN

Eerste druk 2026

ISBN 978-94-647-0827-1

D/2025/0078/146

Art. 608590/01

NUR 130

Conceptgroep Sapiens vierde jaar: Els Vinckx Dries De Saveur Li's Verheyden o.l.v. Wouter Smets

Wetenschappelijk advies: Werner Thomas (KULeuven)

Wetenschappelijk advies Afrikaanse geschiedenis: Koen Bostoen (UGent)

Ontwerp cover en binnenwerk: Shtick Zetwerk: Banananas.net

Kaarten: Van Oort redactie en kartografie, Almere (Nederland) nog aan te passen

Inhoud

Starten met Sapiens 4 5

iDiddit: het onlineleerplatform bij Sapiens 9

Hoofdstuk 1:

Maak kennis met de man van Milaan 11

Historische vraag 1: Waar en wanneer leefde de man van Milaan? 14

Historische vraag 2: Waarom kreeg de man van Milaan de doodstraf? 16

Uitbreiding 1: Waarin verschilde de middeleeuwse van de hedendaagse rechtspraak? 19

Historische vraag 3: Welke mythe over de middeleeuwen ontstond er aan het einde van die periode? 19

Hoofdstuk 2: De vroege middeleeuwen (ca. 500 - ca. 1000) 25

Historische vraag 1: Waarom wordt de overgang van de klassieke oudheid naar de middeleeuwen gesitueerd rond het jaar 500? 28

Historische vraag 2: Is de overgang rond het jaar 500 een goed gekozen scharniermoment? 30

Historische vraag 3: Waarom bekeerde koning Clovis zich tot het christendom? 34

Uitbreiding 1: Waarom werd Bonifatius in de 8e eeuw gedood? 37

Historische vraag 4: Welke relatie tussen leenheer en vazal ontstond er tijdens de vroege middeleeuwen in het Frankische rijk? 38

Hoofdstuk 3:

nog aan te passen

Het Arabische rijk (ca. 600 - ca. 1250) 51

proefversie©VANIN

Historische vraag 5: Verdient Karel de Grote zijn bijnamen? 41

Uitbreiding 2: Is Karel de Grote echt de uitvinder van de school? 44

Historische vraag 1: Wanneer en waar zijn de islam en het Arabische rijk ontstaan? 54

Historische vraag 2: Wat waren de kenmerken van het Arabische rijk van ca. 600 tot ca. 1250? 60

Historische vraag 3: Wat was het belang van de Arabische wetenschappen? 69

Uitbreiding 1: Hoe keken de Arabieren  naar de wereld rond het jaar 1000? 73

Uitbreiding 2: Op welke manier drukte de islam zijn stempel op de Arabische kunst? 7 9

Hoofdstuk 4:

De hoge middeleeuwen (ca. 1000 - ca. 1250) 85

Historische vraag 1: Welke rol speelde West-Europa tijdens de hoge middeleeuwen in de wereldeconomie? 88

Uitbreiding 1: Is het middeleeuwse Vlaanderen territoriaal hetzelfde als het Vlaanderen dat we vandaag kennen? 91

Historische vraag 2: Wat is de middeleeuwse warme periode en wat waren de gevolgen ervan? 93

Historische vraag 3: Wat veranderde er op het sociale domein tijdens de hoge middeleeuwen in West-Europa? 96

Historische vraag 4: Hoe ontstonden stereotypen over joodse woekeraars? 100

Hoofdstuk 5:

De kruistochten (ca. 1000 - ca. 1500) 109

Historische vraag 1: Welke religieuze breuk zorgde voor verdeeldheid binnen het christendom tijdens de 11e eeuw? 112

Uitbreiding 1: Welke verschillende functies had de Hagia Sophia doorheen de tijd? 114

Historische vraag 2: Waar en wanneer vonden de kruistochten plaats? 115

Historische vraag 3: Waarom werd er vanuit het christelijke West-Europa een kruistocht naar Jeruzalem georganiseerd? 119

Historische vraag 4: Wordt het leven van een kruisvaarder correct in beeld gebracht in de film Kingdom of Heaven? 121

Historische vraag 5: Welke interculturele contacten ontstonden er tussen West-Europa en het Nabije Oosten tijdens de kruistochten? 123

Historische vraag 6: Waarom is het belangrijk om de kruistochten vanuit verschillende perspectieven te benaderen? 125

Historische vraag 7: Welk beeld van Godfried van Bouillon werd in de 19e eeuw in België gecreëerd? 129

Hoofdstuk 6: De late middeleeuwen in West-Europa (ca. 1250 - ca. 1500) 139

Historische vraag 1: Hoe vergrootten de Bourgondische hertogen hun territorium? 142

Historische vraag 2: Wat waren de kenmerken van de West-Europese stedelijke samenleving tijdens de late middeleeuwen? 145

Historische vraag 3: Is het Boek van de wraak Gods betrouwbaar om een beeld te krijgen van de 14e-eeuwse pestepidemie? 152

proefversie©VANIN

Uitbreiding 1: Met welke bedoeling werd het Arnolfini-portret gemaakt? 148

Historische vraag 4: Welke machtsstrijd ontstond binnen de laatmiddeleeuwse samenleving in onze regio? 155

Historische vraag 5: Welk beeld over de hel uit de late middeleeuwen leeft voort in de collectieve herinnering? 157

Hoofdstuk 7: Een kritische blik op de middeleeuwen 165

Historische vraag 1: Hoe kunnen we de middeleeuwse samenlevingen periodiseren? 168

Historische vraag 2: Wat zijn gelijkenissen en verschillen tussen de middeleeuwse samenlevingen die je bestudeerde? 170

Historische vraag 3: Welke denkfouten bestaan er over vrouwen zoals Margaretha van Male? 1 72

Historische vraag 4: Waarin verschilde de West-Europese middeleeuwse samenleving van hedendaagse samenlevingen? 1 76

Starten met Sapiens 4

Welkom bij Sapiens 4. We leggen graag even uit hoe je met dit leerwerkboek aan de slag gaat.

1

proefversie©VANIN

Op weg met Sapiens 4

Het leerwerkboek bestaat uit 7 hoofdstukken en een Histokit. Elk hoofdstuk is op dezelfde manier opgebouwd.

2

Elk hoofdstuk start met een titelpagina. Die bestaat uit een afbeelding van een historische bron. Naast de bron zie je een routekaart die het pad met historische vragen en uitbreidingsvragen toont. Je doorloopt alle historische vragen door het groene pad, de hoofdweg, te volgen. Misschien wil je graag een extra uitdaging? Dan kun je even een omweg nemen via het blauwe pad. Daar staan enkele uitbreidingsvragen op je te wachten. Sommige van die uitbreidingsvragen zul je enkel op iDiddit kunnen maken.

In Wat weet je al? op de volgende pagina fris je je kennis op door een of meerdere bronnen of reconstructietekeningen klassikaal te bespreken aan de hand van enkele vragen.

Bij Situeren in de tijd maken de tijdlijn en bijbehorende afbeeldingen je nieuwsgierig naar wat je in dit hoofdstuk zult onderzoeken. De tijdlijn is ook een belangrijke houvast om de onderwerpen in het hoofdstuk te kunnen situeren.

2

Nu ben je klaar om Op onderzoek te gaan. Elk hoofdstuk is opgebouwd met historische vragen. Je zoekt in verschillende stappen naar een antwoord op die vragen. Daarvoor gebruik je allerlei verschillende bronnen. Aan het einde van elke historische vraag vind je een korte lestekst die je uitgebreidere achtergrondinformatie geeft. Bespreek met je leerkracht welke van de lesteksten je precies moet studeren.

proefversie©VANIN

Als je een studierichting uit de doorstroomfinaliteit volgt, dan maak je ook af en toe opdrachten of vragen in een paarse kleur. Voor studierichtingen uit de dubbele finaliteit zijn die opdrachten uitbreidingsleerstof.

In de Conclusie test je of je een antwoord weet op de historische vragen die je onderzocht.

Conclusie IV

Tijd voor een Synthese. In dit onderdeel vind je een samenvattend schema om je een schematische weergave te geven van de informatie die je zeker moet onthouden. Hier vind je ook een scan-icoon. Scan de pagina met de VAN IN Plus-app om een instructiefilmpje te bekijken dat het samenvattend schema met jou doorloopt.

Bij Historisch denken krijg je een overzicht van de historische begrippen en structuurbegrippen die je in het hoofdstuk leerde. Begrippen die in het groen aangeduid staan zijn de kernbegrippen die je zeker moet kennen. De zwarte begrippen helpen je om de groene beter te begrijpen. Je kunt ook steeds zelf begrippen toevoegen die je moeilijk vond.

Elk hoofdstuk eindigt met een Zelfevaluatie. Met dat hulpmiddel kun je achterhalen of je de doelen bereikt hebt. Paarse doelen zijn uitbreidingsdoelen. Die moet je enkel kennen als je de bijbehorende leerstof gezien hebt.

proefversie©VANIN

Histokit: Hulpmiddelen

De Histokit is jouw gereedschapskist voor het vak geschiedenis.

De fiches helpen je stapsgewijs te werk te gaan en je kunt ze als hulpmiddel gebruiken bij moeilijke opdrachten.

[roze kader: nog te vervangen]

2

Handig voor onderweg

Doorheen het hoofdstuk kom je een aantal elementen tegen die je helpen om op het juiste pad te blijven.

proefversie©VANIN

De opdrachten zijn aangeduid met een voetstap.

a Welk nieuw inzicht krijg je in bron 2 en 3?

b De hedendaagse wetenschappers in deze bronnen zijn voorzichtig in hun uitspraken. Markeer in bron 3 de delen die erop wijzen dat ze nog niet helemaal zeker zijn van hun conclusies.

3 Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. XX.

De Histokit helpt je bij moeilijkere opdrachten.

6 Er bestaan uiteraard veel andere tijdlijnen die vertrekken vanuit een ander perspectief.

De Mexicaanse schoolgaande jeugd krijgt min of meer de tijdlijn hieronder aangeleerd.

Vergelijk de algemene tijdlijn op p. XX met de tijdlijn van Mexico.

Bronnenonderzoek

a Geef twee gelijkenissen tussen de algemene tijdlijn op p. XX en die van Mexico.

Historici werken met historische bronnen en stellen daar historische vragen bij. Via bronnenonderzoek krijgen we een beeld van het verleden. Maar zoals ook hier blijkt, moet je telkens zo veel mogelijk bronnen raadplegen en met elkaar vergelijken. Het beeld van het verleden blijft een reconstructie en is dus vaak hypothetisch.

Tijdlijn: De geschiedenis van Mexico

Historische vraag 3:

b Geef twee verschillen tussen de algemene tijdlijn op p. XX en die van Mexico.

Historische vraag 4: Waarom is Lof der Zotheid van Desiderius Erasmus een goed voorbeeld van humanisme?

Bij deze historische vraag onderzoek je een bron aan de hand van de bronnenstudie.

Hoe raakten epidemieën doorheen de tijd verspreid?

In deze historische vraag leer je op basis van bronnen hoe epidemieën zoals syfilis verspreid raken.

Beantwoord de historische vraag. Lees de lestekst op p. XX bestudeer kaart 5 en bekijk het filmpje (voetstap 1). Op welke manier speelt het perspectief van de kaartenmaker een rol bij hoe de wereld wordt voorgesteld?

1 Lees het kader historisch denken.

PRECOLUMBIAANSE TIJD MONDIALISERING

Lees het kader historisch denken en bekijk eventueel het bijbehorende filmpje.

Historisch denken: bedoelde en onbedoelde handelingen en gevolgen

Historisch denken: betrouwbaarheid van bronnen

Vragen met een paarse opmaak zijn vooral bedoeld voor doorstroomrichtingen of kunnen een uitbreiding zijn voor richtingen in de dubbele finaliteit.

periode met machtige stadstaten van o.a. Maya's periode van de Azteken

Mexicaanse Grondwet geboorte Jezus Christus

Als je wilt nagaan of een bron betrouwbare informatie geeft om een historische vraag te beantwoorden, stel je het best de volgende vragen over de context van de bron:

begin landbouw machtsovername Cortés

Je leerde de afgelopen jaren al om oorzaken en gevolgen te onderscheiden: dat helpt je te verklaren hoe en waarom zaken in het verleden gebeurden. Veranderingen in het verleden zijn soms bewust gepland en bedoeld. Soms zijn gebeurtenissen ook toeval. Door na te gaan of handelingen van mensen en hun gevolgen bedoeld waren of niet, kun je beter leren verklaren waarom iets gebeurde.

↑ Bekijk het instructiefilmpje.

Kaart 5: Wereldkaart door Willem Blaeu uit 1640

—Welke boodschap had de maker van de bron?

5 Waarom kun je stellen dat de algemene tijdlijn op p. XX in je Histokit een goed voorbeeld is van eurocentrisme? 7

Filmpjes vind je terug op iDiddit.

—Welk perspectief had de maker van de bron? Probeert de maker vanuit zijn perspectief te misleiden of verkeerd te informeren? Is de maker partijdig?

—Voor welk doelpubliek schreef de maker van de bron?

—Welk effect probeert de maker te verkrijgen?

Hoofdstuk 2: 36

Maak kennis met Ulrich von Hutten 21

2 Lees bron 1. Doorloop daarna het stappenplan van de bronnenstudie op p. XXX.

De rode kaders helpen je te denken als een echte historicus.

Bron 1: ↑ Fragment uit een hedendaagse vertaling van Lof der Zotheid van Desiderius Erasmus uit 1506.

Europa in het centrum?

Degenen die zich doorgaans religieuzen en monniken noemen, komen het dichtst in de buurt van het geluk der theologen. Beide benamingen zijn echter totaal verkeerd, want een groot deel van hen staat heel ver van de religie af. En er is geen plaats te bedenken waar je ze niet tegenkomt. Hoewel iedereen dit slag van mensen vervloekt en ervan overtuigd is dat zelfs een toevallige ontmoeting met hen onheil brengt, hebben ze toch een heel erg hoge dunk van zichzelf. Ten eerste vinden zij het toppunt van vroomheid wanneer ze zo weinig weten van de letteren dat ze niet eens kunnen lezen. Hun psalmen kunnen ze wel optellen, maar ze begrijpen doen ze niet: als ezels balken ze ze door de kerk, en dan denken ze nog dat ze daarmee de oren der heiligen lieflijk strelen. Er zijn er onder hen ook nogal wat die te koop lopen met hun vuiligheid en armoede (…) tot groot nadeel van de bedelaars … Uit: Erasmus, D. (2005). In een vertaling van: Bange, P. Lof der Zotheid.

← Wereldkaart door Willem Blaeu, 1640, Amsterdam.

Op kaart 5 staat Europa centraal. Tijdens de vroegmoderne tijd werd vanuit Europa de hele wereld verkend en in kaart gebracht. Ontdekkingsreizigers speelden hun bevindingen door aan Europese kaartenmakers die ermee aan de slag gingen. Europese of westerse kaartenmakers vertrokken daarbij vanuit hun eigen Europese perspectief en gaven Europa de meest centrale en dus belangrijkste plaats op de kaart. Omdat de Europeanen later grote delen van de wereld koloniseerden, werd hun presentatie van de wereld dan ook de meest gebruikte. Daarbij lag Europa steevast in het centrum en de rest van de wereld in de periferie. Die kijk vanuit Europees perspectief, eurocentrisme genaamd, is lange tijd zo gebleven. Er bestaan uiteraard verschillende alternatieve wereldkaarten waarbij andere werelddelen centraal staan. Mensen in andere delen van de wereld willen namelijk hun land of werelddeel centraal stellen.

Hoofdstuk 3: Humanisme, renaissance en reformatie (Europa, 15e en 16e eeuw) 79

Hoofdstuk 2: Ontdekkingsreizen en mondialisering (wereld, 15e - 18e eeuw) 41

Elke historische vraag sluit af met een lestekst die je kunt gebruiken bij het studeren.

Je herkent de lestekst aan het pictogram en de lichtrode kantlijn.

Historische kernbegrippen vallen extra op door de stippellijn. Je vindt die woorden ook achteraan een hoofdstuk terug bij Historisch denken of in de Histokit. De groene begrippen zijn de kernbegrippen die je zeker moet kennen. De andere onderlijnde begrippen helpen je om die groene begrippen beter te begrijpen. De gele markering in een bijschrift wijst op de bronvermelding (situering in tijd en ruimte).

Mijn lesmateriaal

Het onlineleerplatform bij Sapiens

Hier vind je alle inhouden uit het boek, maar ook meer, zoals filmpjes, audiofragmenten, uitbreidingsvragen en extra oefeningen.

Extra materiaal

Bij bepaalde stukken theorie of oefeningen kun je extra materiaal openen. Dat kan een audio- of videofragment zijn, een woordenof begrippenlijst, een extra bron of een leestekst. Kortom, dit is materiaal dat je helpt om de leerstof onder de knie te krijgen.

Opdrachten

Hier vind je de opdrachten die de leerkracht voor jou heeft klaargezet.

Resultaten

Wil je weten hoever je al staat met oefenen, opdrachten en toetsen? Hier vind je een helder overzicht van al je resultaten.

Notities

Heb je aantekeningen gemaakt bij een bepaalde inhoud? Via je notities kun je ze makkelijk terug oproepen.

Meer weten?

Ga naar www.ididdit.be ↑ Bekijk de trailer. VAN IN Plus

Soms is het handig dat je extra lesinformatie of een video- of audiofragment kunt bekijken of beluisteren op je smartphone. Als je dit pictogram ziet, open dan de VAN IN Plus-app en scan de pagina.

proefversie©VANIN

Maak kennis met Ulrich von Hutten

Ulrich von Hutten was van Duitse afkomst en reisde tijdens zijn korte leven door heel Europa. Rond 1519 liep hij een ziekte op die toen door velen ‘morbus Gallicus’ oftewel de ‘Franse ziekte’ werd genoemd. Von Hutten schreef dat hij huiduitslag, zweren en nachtpijnen kreeg. Ulrich stierf in 1523, hetzelfde jaar dat de kunstenaar Hans Holbein de Jonge dit nietsverhullende portret schilderde.

Historische vragen

Wanneer leefde Ulrich von Hutten?

Welke centra van macht waren er in de wereld voor 1492?

Waar kwam de ziekte vandaan waaraan de Duitser Ulrich von Hutten in 1523 stierf?

Hoe raakten epidemieën doorheen de tijd verspreid?

Wat weet je al?

De afbeeldingen bij de tijdlijn zijn bronnen die je vorig jaar hebt bestudeerd. Je hebt vast al gezien dat de bijschriften ontbreken.

Activeer je voorkennis door de vragen klassikaal te bespreken.

proefversie©VANIN

a Wat weet je nog over bron A tot en met E? Probeer ze te situeren in tijd, ruimte en maatschappelijk domein.

b Kijk in je Histokit. Welke verschillende soorten historische vragen kun je bij de bronnen stellen?

c Welke historische vraag rond Ulrich von Hutten zou je graag willen beantwoorden?

05

HISTORISCHE VRAGEN

Maak kennis met Ulrich von Hutten
ca. 3,5 miljoen v.C. ca. 3500 v.C.

Situeren in tijd II

proefversie©VANIN

Op onderzoek III

Historische vraag 1: Wanneer leefde Ulrich von Hutten?

Op de titelpagina maakte je kennis met Ulrich von Hutten. Hij stierf in 1523. In de eerste decennia van de 16e eeuw raasde er een epidemie door Europa. Aan de hand van de tijdlijnen en de afbeeldingen leer je te begrijpen in welke woelige tijd von Hutten leefde.

1

proefversie©VANIN

Bestudeer de tijdlijn aandachtig. Maak vervolgens de opdrachten.

a Verbind het portret van Ulrich von Hutten met de juiste plaats op de tijdlijn hieronder.

b Tijdens welk scharniermoment leefde von Hutten?

11b

STRUCTUURBEGRIPPEN Hutten leefde tijdens het scharniermoment ca. 1500.

c Welke twee belangrijke wetenschappelijke innovaties maakten een einde aan verschillende epidemieën op de tijdlijn?

In 1798 ontwikkelde Edward Jenner een vaccin tegen de pokken en in 1945 werd penicilline gebruikt als antibioticum tegen infectieziekten.

14e-eeuwse houtsnede van de Dans der Dood door Michael Wolgemut, Nuremberg. In Sapiens 3 leerde je over de pest. Ulrich von Hutten.

1348: Een derde van de Europese bevolking sterft door de pest.

vanaf ca. 1500: Euraziatische ziekten zoals de pokken en de pest verspreiden zich naar Amerika, waar miljoenen mensen omkomen.

1493: Syfilis wordt voor het eerst opgemerkt in Europa.

1492: Columbus komt aan op de Bahama’s, een Amerikaanse eilandengroep. Dat is de start voor de Europese expansie in Amerika en een verdere mondialisering naar Amerika.

MIDDELEEUWEN

2

3

Je formuleert nu aan de hand van de tijdlijn een hypothese over de oorsprong van de ziekte syfilis.

a Vul de volgende tabel aan met jaartallen die je vindt op de tijdlijn en de titelpagina.

proefversie©VANIN

Gebeurtenis

ontdekking van Amerika door Columbus vermoedelijk eerste waarneming syfilis in Europa

dood Ulrich von Hutten

b Welke hypothese zou je na het invullen van de jaartallen kunnen formuleren?

Jaartal

Omdat syfilis pas na de ontdekking van Amerika werd waargenomen in Europa,

zou je kunnen vermoeden dat die ziekte uit Amerika was meegebracht door ontdekkingsreizigers. 1492 1493 1523

11b

STRUCTUURBEGRIPPEN

Lees de lestekst. Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. XXX.

Scharniermoment en symbolische datum

Ca. 1500 is een scharniermoment in de geschiedenis: vanaf dan begint voor historici de vroegmoderne tijd. Dat is de periode waarover je in Sapiens 4 leert. Het is een periode die gekenmerkt werd door een steeds snellere mondialisering. Verspreid over alle continenten kwamen in die periode steeds meer mensen met elkaar in contact. Daardoor ontstond er een nieuw wereldbeeld. De aankomst van Columbus op de Caraïben in 1492 is een symbolisch jaartal om de vroegmoderne tijd te laten starten.

← Oorspronkelijke Amerikaanse bevolking geïnfecteerd door de pokken, na contact met de Spanjaarden. 16e-eeuwse afbeelding door de Spanjaard Bernardino de Sahagun.

1798: Edward Jenner ontwikkelt een vaccin tegen de pokken. De ziekte is dankzij de vaccinatie uitgeroeid.

1945: Drie Amerikaanse wetenschappers krijgen de Nobelprijs voor de ontwikkeling van penicilline, een soort antibioticum. Antibiotica zijn medicijnen tegen infectieziekten zoals syfilis en de pest.

Uitbreiding 1:

Welke centra van macht waren er in de wereld

voor 1492?

In deze historische vraag maak je op basis van een kaart en bronnen kennis met een aantal centra van macht die wereldwijd bestonden voor 1492.

proefversie©VANIN

1

Onderzoek de centra van macht rond ca. 1500 met behulp van de historische kaart, de bijbehorende bronnen en de tekst.

a Duid met een cirkel op de kaart aan waar Ulrich von Hutten leefde.

b Gebruik de kijkstrategieën in je Histokit om de historische kaart te onderzoeken.

c Markeer in de bijschriften bij bron 1 tot en met 3 alles wat je helpt om de centra van macht te situeren in de ruimte.

d Verbind de bronnen onder de kaart met de juiste plaats op de kaart.

Centra van macht voor 1492

Bron 1:

← Piramide van de maan, in de huidige hoofdstad van Mexico (Mexico City). De piramide werd gebouwd aan het einde van de klassieke oudheid en was bij het begin van de vroegmoderne tijd nog in gebruik.

2

← Kopie door Olfert Dapper uit ‘Naukeurige Beschrijvinge van Africa’ (1668). Alvaro I van Kongo ontvangt Nederlandse gasten.

Afbeelding uit China, 16e eeuw, van Xuande, een 15e-eeuwse Chinese keizer uit de Ming-dynastie.

proefversie©VANIN

3

Analyseer de historische kaart op p. XXX. Beantwoord de vragen.

a Welk continent nam voor 1492 niet deel aan de internationale handel?

b Je leerde in Sapiens 3 dat de pest zich in de late middeleeuwen uit Azië kon verspreiden naar Europa. Verklaar met behulp van de kaart waarom de verspreiding van de pest in Europa begon in de stad Venetië.

Venetië was in de late middeleeuwen een stad met uitgebreide handelscontacten in Centraal-Azië.

Op de kaart op p. XX en in de lestekst op p. XX maak je kennis met enkele centra van macht voor 1492. Beantwoord de vragen en gebruik in je antwoord begrippen die je eerder in Sapiens hebt geleerd.

a Welke soort religie van de Azteken kun je afleiden uit bron 1?

b Welke soort bestuurlijke organisatie kun je afleiden uit bron 3?

Amerika natuurreligie

monarchie (keizerrijk)

c Met welk rijk dat je bestudeerde in Sapiens 1, 2 of 3, kun je het Aztekenrijk vergelijken?

bv. het Romeinse rijk

d Beargumenteer je keuze. Geef minstens twee argumenten.

Bv. Zowel de Azteken als de Romeinen bouwden via oorlog een imperium uit.

Daarbij namen ze cultuurelementen en technieken van andere samenlevingen over.

Bovendien kenden ze allebei een natuurreligie.

© Alamy / Imageselect / Chris Hellier
Bron 2: Bron 3:

4

Beantwoord de historische vraag. Gebruik de kaart, de bronnen en de lestekst.

Er waren op elk continent regionale centra van macht. In Amerika waren dat bijvoorbeeld het Inca- en Aztekenrijk. In Afrika hadden het Songhaï-rijk en Kongorijk regionale macht.

In Azië waren China en het Ottomaanse rijk invloedrijke machtscentra.

proefversie©VANIN

Enkele voorbeelden van centra van macht voor 1492

We vergeten vaak dat er voor de Europese ontdekkingsreizen naar Amerika, Afrika en stukken van Azië al bloeiende samenlevingen waren in die werelddelen.

Het Amerikaanse continent kende voor 1492 verschillende bloeiende culturen. Tot dan hadden zij geen contact met de westerse samenleving. In het huidige Mexico bouwde de plaatselijke Mexicaanse bevolking een machtig rijk uit. Je kent hen vandaag vooral onder de 19e-eeuwse naam Azteken. Zij hadden een natuurreligie met onder andere een god van de maan en de zon. Ze domineerden een territorium dat ongeveer zeven keer zo groot was als het huidige België. Azteekse legers veroverden hun naburige volkeren bij de uitbouw van dat imperium. Het is onzeker hoeveel mensen er juist in dat rijk woonden, maar het gebied was ongetwijfeld dichtbevolkt dankzij de goed ontwikkelde landbouwtechnieken. De Azteken bouwden voort op de cultuur en techniek van oudere samenlevingen. De Maya’s, die tijdens de middeleeuwse warme periode tot verval kwamen, zijn daarvan de bekendste. In Zuid-Amerika heersten de Inca’s over een rijk dat zich uitstrekte langs het Andesgebergte.

Na de ondergang van de Egyptische cultuur vormden er zich ook op andere plaatsen in Afrika complexe samenlevingen. Afrika kende in de loop van de middeleeuwen verschillende grote rijken. Aan het einde van de 15e eeuw was het Songhai-rijk in West-Afrika een belangrijke speler in de goudhandel met Azië en Europa. Het centrum van het rijk, met als hoofdstad Timboektoe, lag in het huidige Mali. De Songhai-heersers waren moslims die een belangrijk stuk van de kennis uit het klassieke Arabische rijk hadden meegekregen via geschreven teksten. In Centraal-Afrika had het koninkrijk Kongo een grote invloed. Het was ongeveer vier keer zo groot als het huidige België, maar valt niet volledig samen met de huidige Democratische Republiek Congo. Vanaf de vroegmoderne tijd probeerden Portugese kooplieden handel te drijven met dat rijk.

Op heel wat momenten in de geschiedenis was China het machtigste rijk in Azië. Je hebt daar al over geleerd in Sapiens 3. China was al eeuwen via de zijderoute verbonden met steden meer naar het westen zoals Constantinopel en Venetië. Aan het einde van de middeleeuwen was de Ming-dynastie aan de macht in China. Dat bleef zo tot in de 17e eeuw. 1492 was dus zeker geen breukmoment voor de geschiedenis van China. In Constantinopel had er kort voordien wel een breuk plaatsgevonden. De stad was in 1453 ingenomen door de Turkse dynastie van de Ottomanen, waardoor er een einde kwam aan het Byzantijnse rijk. Zij veroverden een territorium op drie continenten: ook een groot stuk van Zuidoost-Europa kwam onder hun invloed.

Historische vraag 2:

Waar kwam de ziekte vandaan waaraan de Duitser Ulrich von Hutten in 1523 stierf?

Bij deze historische vraag herhaal je het stappenplan van de bronnenstudie dat je eerder al hebt geleerd. Je hebt het hier nodig om verschillende bronnen over von Hutten en zijn ziekte te bestuderen.

proefversie©VANIN

1

Doorloop het stappenplan van de bronnenstudie bij bron 1.

Bron 1: search Stap 2: Ik observeer de bron.

Het heeft de heer behaagd om ons ongeziene beproevingen te zenden zoals de bobbelziekte. Die waren nooit voordien herkend of gezien in medische boeken. Deze ziekte dook op, en werd geobserveerd in Spanje in het jaar van onze heer 1493, in de stad Barcelona. Deze stad werd besmet. Bijgevolg werd ook heel Europa en de gehele bekende wereld dat. De ziekte kende haar oorsprong op het eiland dat nu gekend staat onder de naam Hispaniola [huidige Haïti en Dominicaanse Republiek in Midden-Amerika], zoals onmiskenbaar uit onderzoek is gebleken.

Uit: de Isla, R.D. (1539). Verhandeling over de bobbelziekte.

Ruy Diaz de Isla (1462 - 1542) was een Spaanse dokter die zich bezighield met de behandeling van syfilis in de 16e eeuw. Hij merkte in 1493 als eerste de uitbraak van de ziekte op in Europa, na de terugkeer van Christoffel Columbus uit Amerika.

search Stap 1: Ik verzamel gegevens over de context.

✓ Wat voor soort bron is dit?

✓ Wie is de maker van de bron?

✓ Wanneer werd de bron geschreven?

✓ In welk domein situeer je deze bron?

✓ Hoe wordt syfilis genoemd door de auteur?

een (primaire) geschreven bron de Spaanse arts de Isla 1539 culturele domein (wetenschap) bobbelziekte

✓ Markeer in bron 1 waar volgens de auteur die ziekte haar oorsprong kent.

✓ Onderlijn in bron 1 hoe hij probeert aan te tonen dat wat hij zegt betrouwbaar is.

✓ Komt wat hij zegt over de oorsprong van de ziekte overeen met de hypothese die je zelf hebt opgesteld op p. XX? ja/nee

search Stap 3: Ik interpreteer de bron.

✓ Beoordeel of de oorsprong van de ziekte die de Isla weergeeft betrouwbaar is of niet.

proefversie©VANIN

onbetrouwbaar betrouwbaar

Beargumenteer waarom.

De Isla leefde in die tijd en was een dokter die goed geïnformeerd lijkt te zijn, want hij deed onderzoek naar de ziekte. Hij zag het verband tussen de terugkeer

van Columbus uit Amerika en de uitbraak van de ziekte. X

search Stap 4: Ik beantwoord de historische vraag.

✓ Waar kwam de ziekte vandaan waaraan de Duitser Ulrich von Hutten in 1523 stierf?

Volgens de Spaanse arts was de bobbelziekte, die je vandaag syfilis noemt, meegebracht naar Spanje uit het pas ontdekte Amerika.

2

Vergelijk de bron van de Isla nu met het hedendaagse wetenschappelijke onderzoek rond syfilis in bron 2 en 3. Bestudeer beide bronnen en ga de betrouwbaarheid van de Isla verder na.

Bron 2:

Fragment uit de documentaire

The syphilis enigma.

↑ Bekijk het filmpje.

Bron 3:

Een team van wetenschappers onderzocht de DNA-structuur van de verschillende botten uit archeologische vindplaatsen op verschillende plaatsen in Europa. De exacte datering van de botten is erg moeilijk, maar zou rond de 15e eeuw zijn. De wetenschappers concludeerden daaruit dat de ziekte al voor Columbus’ aanwezigheid in Europa moet geweest zijn. Toch erkennen ook de onderzoekers dat ze nog niet volledig zeker zijn. In Science Magazine verwoordde een van de onderzoekers het zo: “Het is nog niet het ultieme bewijs. De volgende stap is om verder bewijs te verzamelen van ouder materiaal uit de oude en de nieuwe wereld zodat we weten welke varianten van de ziekte er voor Columbus al bestonden in de oude en de nieuwe wereld.”

Uit: Hartley, C. (2020). Medieval DNA suggests Columbus didn’t trigger syphilis epidemic in Europe. Science Magazine.

a Welk nieuw inzicht krijg je in bron 2 en 3?

Mogelijk was syfilis al aanwezig in Europa voor de ontdekking van Amerika door Columbus. Dat zou betekenen dat de ziekte niet vanuit Amerika naar Europa was gekomen.

b De hedendaagse wetenschappers in deze bronnen zijn voorzichtig in hun uitspraken. Markeer in bron 3 de delen die erop wijzen dat ze nog niet helemaal zeker zijn van hun conclusies.

3

proefversie©VANIN

Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. XX.

Bronnenonderzoek

Historici werken met historische bronnen en stellen daar historische vragen bij. Via bronnenonder zoek krijgen we een beeld van het verleden. Maar zoals ook hier blijkt, moet je telkens zo veel mogelijk bronnen raadplegen en met elkaar vergelijken. Het beeld van het verleden blijft een reconstructie en is dus vaak hypothetisch.

Historische vraag 3:

Hoe raakten epidemieën doorheen de tijd verspreid?

In deze historische vraag leer je op basis van bronnen hoe epidemieën zoals syfilis verspreid raken.

1

Lees het kader historisch denken.

Historisch denken: bedoelde en onbedoelde handelingen en gevolgen

Je leerde de afgelopen jaren al om oorzaken en gevolgen te onderscheiden: dat helpt je te verklaren hoe en waarom zaken in het verleden gebeurden. Veranderingen in het verleden zijn soms bewust gepland en bedoeld. Soms zijn gebeurtenissen ook toeval. Door na te gaan of handelingen van mensen en hun gevolgen bedoeld waren of niet, kun je beter leren verklaren waarom iets gebeurde.

2

Gebruik bron 1 om te onderzoeken hoe syfilis verspreid raakte aan het begin van de vroegmoderne tijd.

Bron 1:

proefversie©VANIN

De eerste [grote] uitbraak van syfilis in Europa deed zich voor zover bekend eind 1494 of begin 1495 voor. (…)

Over het algemeen wordt verondersteld dat de Spanjaarden van Ferdinand de bacterie bij zich droegen, en dat deze werd verspreid via de vrouwen die door beide partijen werden verkracht. Hoe dan ook het huurlingenleger viel uiteen en de soldaten namen de bacterie overal mee naartoe.

Uit: Mann, C. (2005). 1491: De ontdekking van precolumbiaans Amerika. Rainbow.

Charles C. Mann vertelt in deze passage wat er gebeurde tijdens en na het beleg van de stad Napels in 1494. De Franse koning had daarbij een leger dat bestond uit ongeveer 50 000 huurlingen die uit heel Europa afkomstig waren.

De syfilisepidemie van ca. 1495 was het bedoelde / onbedoelde gevolg van de soldaten van een huurlingenleger hadden.

seksuele contacten die

3

Bekijk bron 2 tot en met 4 en lees de bijschriften. Onderzoek de redenering die gemaakt wordt in de drie bronnen.

a Markeer in elk bijschrift de handeling die ervoor zorgde dat de epidemieën verspreid geraakten.

b Duid onder elke bron aan of de handeling en de gevolgen ervan bedoeld of onbedoeld waren.

Bron 2:

← Hedendaagse afbeelding van de middeleeuwse Genovese burcht in Kaffa, gelegen op een schiereiland in de Zwarte Zee. In 1348 schreef de Genovese notaris Gabriele de Mussi dat die stad in 1346 aangevallen werd door Mongoolse krijgers. De aanvallers slaagden er niet in de stad binnen te dringen en werden bovendien getroffen door een mysterieuze ziekte: de pest. De inwoners van de stad hoopten dat de aanvallers daarom zouden wegtrekken. Dat deden ze niet. Meer nog: ze katapulteerden hun rottende pestlijken over de muren van de stad, waar de ziekte vervolgens ook uitbrak. Volgens de Mussi ontvluchtten toen verschillende Genuezen per schip de haven bij Kaffa en zeilden richting Genua.

bedoeld / onbedoeld

Bron 3:

Bron 4:

← Foto uit China van de Japanse eenheid 731, 1937 - 1945. Op de foto wordt een Chinees slachtoffer van die eenheid weggedragen. De Japanse Eenheid 731 deed onderzoek naar biologische en chemische oorlogsvoering, vooral in China. Die eenheid was onder andere verantwoordelijk voor de verspreiding van ziektes zoals cholera in China, waar de Japanners toen binnenvielen. Zo werden Chinese waterbronnen door de eenheid besmet met de cholera-bacterie. Cholera is een bacterie die voor zware diarree en uitdroging zorgt. Schattingen lopen uiteen, maar Eenheid 731 was zeker schuldig aan miljoenen doden.

bedoeld / onbedoeld

← Afbeelding van de Britse zanger Freddie Mercury, die in 1991 stierf aan de gevolgen van aids, een ziektebeeld dat veroorzaakt wordt door het retrovirus hiv. Dat virus tast het immuunsysteem aan waardoor de besmette persoon kan sterven aan andere doorgaans niet dodelijke ziektes. Aan het einde van de jaren 70 en het begin van de jaren 80 stak het toen onbekende virus de kop op in Amerika en even later ook in Europa. Het virus wordt vooral door seksuele contacten verspreid, ook vandaag nog.

bedoeld / onbedoeld

proefversie©VANIN

Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. XXX.

Verspreiding van epidemieën

In 2019 en 2020 verspreidde het COVID-19-virus zich razendsnel over de wereld. Het ontstond in China. Hoewel sommige mensen China ervan beschuldigen dat ze het virus bewust gecreëerd hadden, is er daar geen wetenschappelijk bewijs voor. Het virus is een toevallige mutatie van een ongevaarlijk virus en dus was de verspreiding van COVID onbedoeld. Dat was ook zo met syfilis aan het einde van de 15e eeuw: een enorme uitbraak van de ziekte veroorzaakte vanaf 1493 een epidemie over het hele Europese continent. Maar er zijn ook situaties waarin ziektes wél bedoeld verspreid werden, bijvoorbeeld tijdens oorlogsvoering.

Conclusie IV

Antwoorden op de historische vragen

proefversie©VANIN

Antwoord met volzinnen.

Historische vraag 1: Wanneer leefde Ulrich von Hutten?

Ulrich von Hutten leefde aan het einde van de 15e en het begin van de 16e eeuw.

Dat is het scharniermoment tussen middeleeuwen en vroegmoderne tijd. (Het was een periode van toenemende contacten tussen de verschillende continenten.)

Historische vraag 2: Waar kwam de ziekte vandaan waaraan de Duitser Ulrich von Hutten in 1523 stierf?

Volgens de Isla werd syfilis verspreid in Europa via ontdekkingsreizigers. Heel wat hedendaagse historici denken daar anders over. Zij denken op basis van onderzoek van middeleeuwse skeletten dat de ziekte ook voor 1492 al in Europa voorkwam. De vondsten zijn echter niet 100 % betrouwbaar te dateren, en daarom blijven wetenschappers voorzichtig in hun antwoord: ze kunnen de vraag niet met zekerheid beantwoorden.

Historische vraag 3: Hoe raakten epidemieën doorheen de tijd verspreid?

Er zijn twee voorbeelden van bedoelde handelingen, namelijk de opzettelijke verspreiding van de pest in Kaffa in 1346 en de verspreiding van cholera door Eenheid 731 tijdens de Tweede Wereldoorlog. De verspreiding van aids en syfilis gebeurt en gebeurde onopzettelijk en is dus een voorbeeld van handelingen met onbedoelde gevolgen.

Synthese V

Samenvattend schema

verleden

historische vraag stellen

↑ Bekijk het instructiefilmpje.

proefversie©VANIN

bronnenstudie uitvoeren

Visuele bron over Ulrich von Hutten uit 1523: von Hutten wordt afgebeeld met gezwellen in het gezicht.

Waar kwam de ziekte vandaan waaraan de Duitser Ulrich von Hutten in 1523 stierf?

Verschillende bronnen werden onderzocht, bv. een geschreven bron en een documentaire.

beeldvorming

geschiedenis

Lang werd gedacht dat syfilis uit Amerika werd meegenomen na de ontdekking door Columbus in 1492. Recente bronnen lijken aan te tonen dat de ziekte al eerder in Europa voorkwam.

De beeldvorming die voortkomt uit de bronnenstudie, vormt de basis van de geschiedenislessen, maar het is duidelijk dat er niet altijd zekerheid is en dat sommige delen van de beeldvorming hypothetisch blijven.

Historisch denken

Historische begrippen

Je leerde in de vorige jaren al volgende historische begrippen: oorlog

In dit hoofdstuk leerde je de volgende historische begrippen:

cultureel: wereldbeeld kijk op of kennis over de wereld in een bepaalde historische periode

economisch: handel economische activiteit waarbij goederen worden uitgewisseld tegen betaling mondialisering proces waarbij steeds meer mensen op aarde steeds meer contacten hebben met elkaar

politiek: democratie bestuursvorm waarbij het volk rechtstreeks of via vertegenwoordiging de wetten stemt en waarin de vrijheden van de burgers en minderheden door een grondwet worden beschermd imperium groot en machtig rijk republiek regeringsvorm met een voor een bepaalde termijn verkozen staatshoofd territorium grondgebied, bijvoorbeeld een gebied waarover bestuurd wordt

Eigen begrippen:

proefversie©VANIN

Structuurbegrippen

Je gebruikte in dit hoofdstuk ook de volgende structuurbegrippen: hypothese, scharniermoment, symbolische datum, bedoelde en onbedoelde handelingen en gevolgen.

Zelfevaluatie

Ik moet dit kennen. Ik kan dit. Ik kan dit nog niet.

proefversie©VANIN

Ik ken het samenvattend schema op p. XX.

Ik ken de inhoudelijke teksten op p. XX, XX, XX en XX.

Ik ken het kader historisch denken op p. XX

SITUEREN IN HET REFERENTIEKADER

Ik ken de zeven historische periodes van de algemene tijdlijn, zoals op p. XX.

Ik kan Ulrich von Hutten situeren op een tijdlijn, zoals op p. XX. Ik kan daarbij de structuurbegrippen ‘symbolische datum’ en ‘scharniermoment’ gebruiken.

BRONNEN EN WERKEN

Ik kan historische bronnen zoals die rond von Hutten en syfilis onderzoeken aan de hand van een stappenplan, zoals op p. XX.

Ik kan beoordelen hoe betrouwbaar een bron is, zoals op p. XX.

Ik kan een hypothese bedenken rond de ziekte van Ulrich von Hutten, zoals op p. XX.

BEELDVORMING BEARGUMENTEREN

Ik kan van verschillende epidemische verspreidingen uitleggen of het voorbeelden zijn van bedoelde of onbedoelde handelingen en hun gevolgen, zoals op p. XX.

REFLECTEREN OVER HEDEN, VERLEDEN EN TOEKOMST

Ik kan in eigen woorden uitleggen hoe epidemieën door de wetenschap uit de moderne en hedendaagse tijd worden aangepakt en ingeperkt, zoals op p. XX.

proefversie©VANIN

Ontdekkingsreizen en mondialisering

(wereld, 15e - 18e eeuw)

Op 11 oktober 2021 werd dit 20e-eeuwse standbeeld van de beroemde ontdekker Columbus in Londen overgoten met rode verf. Die kleur symboliseert bloed. Het standbeeld van de ontdekkingsreiziger werd bewust besmeurd. Volgens sommigen verdient Columbus dit standbeeld dus niet. In dit hoofdstuk onderzoek je wat ontdekkingsreizigers deden, en wat de gevolgen van hun ontdekkingsreizen waren.

Historische vragen

Waarom gingen Europeanen in de 15e eeuw op ontdekkingsreis?

Waarom staat Europa vaak centraal op de wereldkaart?

Welke impact had het kapitalisme op de ontdekkingsreizen van de vroegmoderne tijd?

Welke mythe over de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking werd in de 16e eeuw gecreëerd via Europese bronnen?

Wie speelde welke rol in de ondergang van het Aztekenrijk in de 16e eeuw?

Welk gevolg van de interculturele contacten tussen Europese kolonisten en de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking had de grootste impact?

Waarom kregen veel ontdekkingsreizigers in de moderne en hedendaagse tijd een standbeeld?

Wat weet je al? I

De afbeelding bij bron 1 kwam al aan bod in Sapiens 3. Je bestudeerde toen de beeldvorming die in België werd opgebouwd rond kruisvaarder Godfried van Bouillon. In 1099 hielp hij mee Jeruzalem te veroveren op de moslims.

Bespreek de vragen klassikaal.

a Geef een aantal functies van het standbeeld. Waarom werden zulke standbeelden opgericht?

b Welke boodschap zit achter het standbeeld?

c Waarom werd dit standbeeld in 1848 opgericht en niet tijdens de middeleeuwen?

d Zou Godfried vandaag nog vereerd worden met een standbeeld of niet?

932, Reykjavik

888, Barcelona

1498: Vasco da Gama, een Portugese ontdekkingsreiziger, reisde als eerste Europeaan rond Afrika naar India. Hij kreeg daarbij de hulp van twee plaatselijke gidsen. 8

proefversie©VANIN

ca. 1000: Viking Leif Eriksson werd mogelijk de eerste Europeaan in Amerika. 1

Bron 1:

1492: De Genuees Christoffel Columbus stak de Atlantische Oceaan over en bereikte de Bahama's. 7

MIDDELEEUWEN

ca. 1300: Marco Polo, een Venetiaanse ontdekkingsreiziger, reisde tot in Beijing. 2

14e eeuw: Ibn Battoeta, een Marokkaanse ontdekkingsreiziger, reisde naar China. 3

vanaf 1411: Zheng he, een Chinese ontdekkingsreiziger, bezocht met een enorme vloot de kusten van Oost-Afrika. 4

15e eeuw: Hendrik de Zeevaarder reisde zelf niet, maar financierde als Portugese prins ontdekkingsreizen langs de WestAfrikaanse kust. 5

1488: Bartolomé Dias, een Portugese ontdekkingsreiziger, bereikte Kaap de Goede Hoop, het zuidelijkste punt van Afrika. 6

← Standbeeld van Godfried van Bouillon uit 1848, door kunstenaar Eugène Simonis, Brussel.

en mondialisering (wereld, 15e - 18e eeuw)

Situeren in tijd II

proefversie©VANIN

1499: De Florentijn Amerigo Vespucci bereikte het Amerikaanse vasteland. Hij dacht als eerste dat er een nieuw continent was ontdekt. 9

1519 – 1521: De Spanjaard Hernán Cortés veroverde Mexico op de Azteken. 11

ca. 1600: De Nederlander Willem Barentsz probeerde een noordelijke route naar India te vinden. Dat lukte niet, maar hij bracht wel de noordelijke zeeën in kaart. De Barentszzee is naar hem genoemd. 12

VROEGMODERNE TIJD

vanaf 1603: De Fransman Samuel de Champlain ontdekte delen van Canada en was de grondlegger van Quebec, een provincie in Canada. 13

1519: De Portugees Magellaan vertrok in Spaanse dienst voor een reis rond de wereld. Hij stierf op de Filipijnen, waarna zijn eerste stuurman El Cano de reis voltooide. 10

vanaf 1896: De Belg Adrien de Gerlache organiseerde expedities naar Antarctica waar de kusten in kaart werden gebracht. 15

vanaf 1768: De Engelsman James Cook ondernam verschillende expedities in de Stille Oceaan en bracht daar onder andere de kusten van Nieuw-Zeeland en Australië in kaart. 14

Op onderzoek III

Historische vraag 1: Waarom gingen Europeanen in de 15e eeuw op ontdekkingsreis?

In deze historische vraag bestudeer je waarom Europeanen op ontdekkingsreis trokken. Dat doe je door een kaart, een lestekst en een aantal bronnen te bestuderen.

1

Vergelijk de tijdlijn op p. XXX met de kaart op p. XXX. Lees zeker ook het bijschrift bij de kaart. Gebruik de kijkstrategieën in je Histokit als je kaartlezen nog moeilijk vindt.

a Kruis bij de onderstaande stellingen aan of die juist of fout zijn.

b Als je denkt dat de stelling fout is, verbeter je ze.

Stelling juist fout

De ontdekkingsreizen zijn een uitsluitend westers fenomeen.

Er waren ook reizen vanuit het Oosten.

De ontdekkingsreizen zijn een uitsluitend vroegmodern fenomeen.

ook in de middeleeuwen / vroegere / latere periodes

Columbus ontdekte als eerste Europeaan Amerika.

de Viking Leif Eriksson

De ontdekkingsreizen in de vroegmoderne tijd waren vooral maritieme ondernemingen.

De driehoekshandel is een goed voorbeeld van een mondiale handel.

In Brazilië spreekt men als onbedoeld gevolg van het Verdrag van Tordesillas vandaag vooral Spaans.

Portugees

tijdens de vroeg moder ne tijd

De grote ontdekkingen en de kolonisatie

proefversie©VANIN

↑ Spanje en Portugal stuurden ontdekkingsreizigers uit op zoek naar een nieuwe reisroute naar Oost-Azië en werden daardoor elkaars concurrent. Om geweld tussen beide landen te vermijden bepaalde paus Alexander VI in het Verdrag van Tordesillas dat er een lijn werd getrokken. Alles ten westen van die lijn behoorde aan Spanje toe, alles ten oosten van die lijn werd dan Portugees bezit.

2

Lees de lestekst op p. XX en XX. Maak vervolgens opdracht a en b en voetstap 3 tot en met 7.

a Plaats de gebeurtenissen chronologisch in de juiste volgorde. Nummer ze van 1 tot en met 5 (1 = de oudste gebeurtenis).

b Kruis aan welke domeinen aan bod komen. Je mag meerdere kruisjes plaatsen.

proefversie©VANIN

Producten zoals specerijen werden peperduur.

Handelscontacten met het Oosten bestonden al tijdens de klassieke oudheid en de middeleeuwen.

Europeanen zochten andere routes om aan oosterse producten te komen, bijvoorbeeld door rond Afrika of rond de wereld te varen.

De Spanjaarden kwamen in Amerika terecht. De ontdekking van dat nieuwe continent had een grote invloed op het wereldbeeld van toen.

De Ottomanen werden heer en meester over de oostelijke Middellandse Zee en bemoeilijkten de handel met het Oosten.

c Zoek in je Histokit op wat het begrip ‘mondialisering’ betekent en leg uit hoe de ontdekkingsreizen dat mogelijk hebben gemaakt.

11a HISTORISCHE BEGRIPPEN

Mondialisering is een proces waarbij steeds meer mensen in de wereld met elkaar in contact staan. Via de ontdekkingsreizen kwam nu ook het continent Amerika in het grote mondiale handelsnetwerk terecht.

3

Bestudeer de afbeeldingen en de bijschriften op p. XXX. Vergelijk de hedendaagse situaties op de afbeeldingen met kenmerken van de ontdekkingsreizen uit de vroegmoderne tijd.

a Welke historische begrippen uit de lestekst kun je op de afbeelding toepassen? Je mag een begrip telkens maar één keer gebruiken.

b Beargumenteer telkens waarom je dat begrip gekozen hebt.

Crew Dragon, ruimtevaartuig van het Amerikaanse bedrijf SpaceX. Dragon kan tot zeven passagiers vervoeren naar een baan om de aarde en verder.

begrip:

transportrevolutie / innovatie / technologie / wetenschappen

argumentatie:

afhankelijk van gekozen begrip

Instantnoodels, bedacht door de Japanner Momofuku Ando, in 1958. De gedroogde slierten werden enorm populair en tegenwoordig heeft zo goed als iedereen ter wereld dit wel eens gegeten.

begrip:

innovatie / mondialisering

argumentatie:

afhankelijk van gekozen begrip

Digitale illustratie van een afgeplatte aarde in de ruimte. De International Flat Earth Society is een organisatie die beweert dat de aarde plat is.

begrip:

proefversie©VANIN

Hedendaagse foto van een vaccinatie. Dankzij vaccinatie is de mens bestand tegen heel wat infectieziektes.

innovatie / wetenschap wereldbeeld / wetenschap

argumentatie:

afhankelijk van gekozen begrip

begrip:

argumentatie:

afhankelijk van gekozen begrip

4

Hoe komt het dat de ontdekkingsreizen ervoor zorgden dat sommige mensen in de vroegmoderne tijd de aloude waarheden uit de Bijbel in vraag trokken? Leg uit in je eigen woorden.

Het nieuw ontdekte continent Amerika stond niet vermeld in de Bijbel. Dat liet sommige mensen beseffen dat de Bijbel geen antwoord op alle vragen gaf.

5

Waarom kun je stellen dat de algemene tijdlijn op p. XX in je Histokit een goed voorbeeld is van eurocentrisme?

Die tijdlijn ontstond vanuit het Europese christelijke perspectief, met de geboorte van Jezus Christus als startpunt en een aantal periodes die voor Europeanen belangrijk zijn.

6

Er bestaan uiteraard veel andere tijdlijnen die vertrekken vanuit een ander perspectief. De Mexicaanse schoolgaande jeugd krijgt min of meer de tijdlijn hieronder aangeleerd. Vergelijk de algemene tijdlijn op p. XX met de tijdlijn van Mexico.

a Geef twee gelijkenissen tussen de algemene tijdlijn op p. XX en die van Mexico.

Ze gebruiken allebei de geboorte van Jezus Christus als startjaar 1. / Er is een indeling in verschillende periodes. / Ca. 1500 is ook voor de Mexicanen een scharniermoment.

b Geef twee verschillen tussen de algemene tijdlijn op p. XX en die van Mexico.

Tijdlijn:

De geschiedenis van Mexico

proefversie©VANIN

Je vindt geen middeleeuwen terug op de tijdlijn van Mexico. / Er zijn redelijk wat andere benamingen en periodes terug te vinden. / De landbouw ontstond in Mexico rond ca. 2500 v.C.

begin landbouw

geboorte Jezus Christus periode met machtige stadstaten van o.a. Maya's periode van de Azteken

Mexicaanse Grondwet

machtsovername

Cortés

7

Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. XX.

Op ‘ontdekkingsreis’

Mondialisering van luxeproducten

Sinds de kruistochten hadden handelaars uit de Republiek Venetië goede mondiale handelscontacten met het Nabije Oosten. In Europa verkochten ze Aziatische specerijen en andere luxeproducten. Dat veranderde na de overname van Constantinopel in 1453. Het Ottomaanse rijk (zie kaart op p. XX) beheerste vanaf dat moment de Middellandse Zee, waardoor de handelscontacten met het Oosten bemoeilijkt werden. Specerijen werden daardoor peperduur. Europese staten, in de eerste plaats Portugal en Spanje, zochten naar nieuwe maritieme handelsroutes. De onderlinge concurrentie was groot, zeker toen ook andere staten, zoals Engeland, Frankrijk en de Nederlanden, de oceanen begonnen te verkennen.

Wie waren de ontdekkingsreizigers?

Afbeelding van Pape Jan op een kaart uit een Engelse atlas uit 1558. Tijdens de middeleeuwen, maar ook daarna nog, geloofden nogal wat Europeanen in de mythologische koning Pape Jan. Er werd in de middeleeuwen verteld dat die vorst ergens in het Oosten geregeerd zou hebben over een christelijk rijk. Tijdens de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd gingen Portugese ontdekkingsreizigers op zoek naar dat rijk, in de hoop handelsrelaties te kunnen aanknopen.

proefversie©VANIN

Schepen van ontdekkingsreizigers werden bevolkt door mensen uit alle standen van de gelaagde samenleving. Maar het waren enkel de kapiteins, zoals Columbus en Magellaan, die beroemd werden. Ieder had zijn eigen motief om deel te nemen aan de grote ontdekkingsreizen. Velen hoopten snel geld te kunnen verdienen en soms was op ontdekkingsreis gaan ook een manier om te vluchten voor schulden of een veroordeling in eigen land. In ieder geval: je moest je moed bijeenrapen, want de kans dat je nooit ergens zou aankomen, was best groot. Er vertrokken ook priesters die hoopten mensen te kunnen bekeren tot het christendom en wetenschappers die iets wilden onderzoeken. Iedereen hoopte er iets uit te halen: ofwel rijkdom, ofwel prestige.

Nieuwe uitvindingen maakten oceaanreizen mogelijk

Middeleeuwse ontdekkingsreizigers hadden niet de geschikte technologie om lange afstanden over een oceaan af te leggen. Vooral oriëntatie op zee was een probleem. De Vikingen, de middeleeuwse specialisten in verre zeereizen, waren er in ca. 1000 in geslaagd om naar Noord-Amerika te varen. Andere Europeanen bleven doorgaans langs de kusten varen. Innovaties in de scheepsbouw en de navigatie en een betere kennis van winden en stromingen zorgden dat verre reizen over de Atlantische Oceaan echt haalbaar werden. Er kwam dan ook een transportrevolutie

← De gezanten, een schilderij van de Duitser Hans Holbein de Jonge uit 1533, vandaag te bewonderen in Londen. Twee diplomaten staan naast een reeks innovaties die rond het scharniermoment van ca. 1500 bekend werden. Bijvoorbeeld een reeks navigatie-instrumenten, zoals een hemelglobe met sterrenhemel, een kompas en een draagbare zonnewijzer. Ook staat het schilderij vol symboliek. Zo is er bijvoorbeeld een rare vorm te zien op de voorgrond. Als je je blad zo schuin mogelijk houdt, kom je te weten welke vorm het is.

proefversie©VANIN

Zheng He, de Chinese ontdekkingsreiziger

Ontdekkingsreizen waren niet uitsluitend een Europees fenomeen. Tussen 1403 en 1433 reisde de Chinese admiraal Zheng He met meer dan 30 000 manschappen aan boord naar Indonesië, India, de Perzische Golf en Oost-Afrika. De reizen van Zheng He waren uniek, niet alleen in omvang, maar ook omdat het Chinese rijk die ontdekkingen van Zheng He niet gebruikte om gebieden in te lijven. China stichtte geen overzeese territoria en was dus in tegenstelling tot bijvoorbeeld Spanje minder uit op imperialisme.

Een nieuwe kijk op de wereld

Toen Columbus op de Caraïben aankwam, dacht hij onterecht dat hij in Indië was en noemde hij de inwoners foutief indianen. Toen de Europeanen doorhadden dat er een geheel nieuw continent bestond in het Westen, merkten ze ook dat Amerika niet voorkomt in de Bijbel. In Europa werden door dat soort ontdekkingen tijdens de vroegmoderne tijd steeds meer kritische vragen gesteld bij aloude waarheden. Het deed hen beseffen dat ze eigenlijk niet alles wisten en dat de Bijbel niet alle antwoorden had. De ontdekking van een nieuw continent had dus een grote invloed op het Europese mens- en wereldbeeld. De kaart van Ribeiro, waarop delen van Amerika nog niet opgetekend staan, toont dat goed aan. Als de Europeanen de Nieuwe Wereld, zoals Amerika toen werd genoemd, wilden veroveren, dan was nieuwe en betrouwbare kennis nodig. Ontdekkingsreizigers ontdekten niet alleen nieuwe gebieden, ook het klimaat, de talen en culturen, de fauna en flora … werden bestudeerd. Hoe meer kennis ze hadden, hoe makkelijker de verdere ontdekkingen en veroveringen zouden gaan.

Eurocentrisme

Een decennium na Columbus zette de Florentijn Amerigo Vespucci voet aan land op de Braziliaanse kust. Hij sprak uitdrukkelijk over de ‘ontdekking’ van een ‘Nieuwe’ Wereld. Die zou later ‘Amerika’ genoemd worden, afgeleid van zijn eigen voornaam. De expedities van Columbus en anderen rond het jaar 1500 kregen later de naam ‘ontdekkingsreizen’. De avonturiers zelf werden ‘ontdekkingsreizigers’ genoemd.

Met ‘eurocentrisme’ bedoelt men het centraal stellen van de Europese cultuur waarbij die vaak als superieur wordt gezien. Begrippen zoals ‘Nieuwe Wereld’ of ‘ontdekkingsreizen’ zijn eurocentrisch: in werkelijkheid gebeurde de ‘ontdekking’ van het continent al vele millennia daarvoor door groepen jager-verzamelaars die via het huidige Rusland langs de Beringstraat Noord-Amerika betraden. In de tijd van Columbus leefden op het continent miljoenen mensen in eeuwenoude samenlevingen en culturen. De begrippen ‘Nieuwe Wereld’, ‘Amerika’ en ‘ontdekkingsreiziger’ zijn dus ontstaan vanuit een louter Europees perspectief.

Gedrukte kaart van de hand van Gunther Zainer uit 1477. Hij baseerde zich daarbij op beschrijvingen van Isidorus, de aartsbisschop van Sevilla, die leefde tussen 560 en 636. De kaart met bijbehorende uitleg beschrijft de wereld: drie continenten, die ook in de Bijbel voorkomen, met daarrond een grote oceaan.

Uitbreiding 1:

Een kaart uit 1529, gemaakt door Diogo Ribeiro, een Portugese kaartenmaker in dienst van Spanje. Amerika is duidelijk herkenbaar, al blijven sommige delen blanco. Die delen moesten immers nog verkend worden.

Waarom staat Europa vaak centraal op de wereldkaart?

Bij deze historische vraag onderzoek je hoe de wereld wordt gepresenteerd op verschillende kaarten.

1

Bekijk het filmpje over de presentatie van bronnen.

↑ Bekijk het filmpje.

2

Vul de tabel aan met behulp van kaart 1 tot en met 4.

a Welk land/continent ligt in het centrum van de kaart?

proefversie©VANIN

kaart 1

Middellandse Zeewereld / Griekenland

Europa/Afrika X

kaart 2

kaart 3

kaart 4

Australië/Oceanië

Oceanië/China/Japan

b Welke presentatie van de wereld is vandaag de meest gebruikte? Kruis hierboven de juiste kaart aan.

Kaart 1: Presentatie van de wereld uit ca. 500 v.C.

Kaart 2: Hedendaagse presentatie van de wereld

Het Griekse wereldbeeld naar een kaart van de Griek Hekataios (ca. 500 v.C.).

Kaart 3: Wereldkaart door McArthur uit 1979

McArthur’s Universal Corrective Map of the World. Op deze wereldkaart uit 1979 staat Australië bovenaan. Dat is niet gebruikelijk, maar wel mogelijk. Dit is dus geen onjuiste voorstelling van de zaken, maar een alternatieve weergave. © Imageselect / Granger Import / Granger

Kaart 4: Hedendaagse presentatie van de wereld

3

Beantwoord de historische vraag. Lees de lestekst op p. XX , bestudeer kaart 5 en bekijk het filmpje (voetstap 1). Op welke manier speelt het perspectief van de kaartenmaker een rol bij hoe de wereld wordt voorgesteld?

proefversie©VANIN

© Alamy / Imageselect / JSM Historical

Een kaartenmaker vertrekt vanuit zijn eigen perspectief en zal hoogstwaarschijnlijk zijn eigen leefwereld centraal plaatsen. Europese kaartenmakers brachten op basis van de bevindingen van ontdekkingsreizigers de hele wereld in kaart. Daarbij plaatsten ze Europa centraal op de kaart. De Europeanen koloniseerden later bijna de hele wereld, waarna hun presentatie van de wereld met Europa centraal de meest gebruikte werd.

Kaart 5: Wereldkaart door Willem Blaeu uit 1640

← Wereldkaart door Willem Blaeu, 1640, Amsterdam.

Europa in het centrum?

Op kaart 5 staat Europa centraal. Tijdens de vroegmoderne tijd werd vanuit Europa de hele wereld verkend en in kaart gebracht. Ontdekkingsreizigers speelden hun bevindingen door aan Europese kaartenmakers die ermee aan de slag gingen. Europese of westerse kaartenmakers vertrokken daarbij vanuit hun eigen Europese perspectief en gaven Europa de meest centrale en dus belangrijkste plaats op de kaart. Omdat de Europeanen later grote delen van de wereld koloniseerden, werd hun presentatie van de wereld dan ook de meest gebruikte. Daarbij lag Europa steevast in het centrum en de rest van de wereld in de periferie. Die kijk vanuit Europees perspectief, eurocentrisme genaamd, is lange tijd zo gebleven. Er bestaan uiteraard verschillende alternatieve wereldkaarten waarbij andere werelddelen centraal staan. Mensen in andere delen van de wereld willen namelijk hun land of werelddeel centraal stellen.

Historische

vraag 2:

Welke impact had het kapitalisme op de ontdekkingsreizen van de vroegmoderne tijd?

In deze vraag bestudeer je aan de hand van een filmpje welk economisch systeem een rol speelde tijdens de ontdekkingsreizen.

proefversie©VANIN

Bekijk het filmpje en lees eventueel de lestekst op p. XX. Beantwoord daarna de vragen.

← Handelspost van de Verenigde OostIndische Compagnie in Hooghly, Bengalen, India. Tekening door Hendrik van Schuylenburgh (1665). De Verenigde Oost-Indische Compagnie was een Nederlands bedrijf dat in de 17e en 18e eeuw reusachtige winsten maakte door handel te drijven tussen Europa en Azië. De burgerij uit verschillende Nederlandse steden kon investeren in het bedrijf door aandelen te kopen in de VOC. Herken je de symbolen van de kolonisator op de afbeelding?

a Leg aan de hand van het filmpje in je eigen woorden uit wat kapitalisme inhoudt.

Bekijk het instructiefilmpje.

Het is een economisch systeem waarbij mensen geld investeren met als doel winst te maken.

b Leg in je eigen woorden uit hoe een bedrijf uit de Nederlanden, zoals de Oost-Indische Compagnie, kapitalisme toepaste.

Inwoners uit de Nederlanden konden aandelen kopen van het bedrijf en zo (eventueel) meegenieten van de winst. Op die manier kon het bedrijf blijven bestaan en steeds verder uitbreiden.

c Vul de krantenartikels aan met de juiste economische vetgedrukte begrippen uit de lestekst. Begrippen die je al hebt ingevuld, mag je niet meer gebruiken. Omdat de begrippen in de artikels zelf ook gebruikt werden, zijn die in het groen bedekt. 1

© Alamy / Imageselect / ICP, incamerastock ↑

Een is niet gezond, zelfs dat van Smartschool niet

Is het Vlaamse onderwijs te afhankelijk van Smartschool, het dominante leerplatform in het secundair onderwijs? ‘Het is belangrijk dat er ruimte komt voor andere spelers.’

Meer dan 90 procent van de secundaire scholen in Vlaanderen gebruikt Smartschool, het digitale leerplatform van de Limburgse kmo Smartbit.

proefversie©VANIN

Uit: Grymonprez, S. & Maenhout, K. (26 augustus 2020). ‘Een is niet gezond, zelfs dat van Smartschool niet De Standaard. www.destandaard.be

8 manieren om te in vastgoed

1. Appartement

Wie zijn eerste stappen zet als vastgoedinvesteerder, maakt het zichzelf maar beter niet te moeilijk. Een nieuwbouwappartement op een goede locatie vormt alvast een veilige start, menen vastgoedexperts.

2. Tweede verblijf aan zee

Met vakantieverhuur aan zee kunnen rendementen van 4 à 5 procent worden gehaald. Toch wordt slechts 10 procent van de appartementen aan zee aangeschaft uit pure investeringsoverwegingen.

Uit: Verschueren, S. (1 januari 2020). ‘8 manieren om te in vastgoed’. De Tijd. www.detijd.be

Elon Musk verkoopt opnieuw Tesla

Tesla-topman Elon Musk heeft opnieuw voor 930 miljoen dollar aan aandelen in de maker van elektrische auto's verkocht, blijkt uit officiële documenten. Omgerekend gaat het om zo'n 817 miljoen euro. Daarvoor verkocht Musk meer dan 934.000 aandelen. Vorige week had Musk al voor 6,9 miljard dollar aan aandelen verkocht.

Uit: (16 november 2021). ‘Elon Musk verkoopt opnieuw Tesla’. Trends Knack. www.trends.knack.be

'China is het meest land ter wereld'

investeren aandelen kapitalistische

In zijn boek How successful can you be in China? houdt Beaulieu-topman Geert Roelens een pleidooi om China als een gigantische kans te zien. ‘China is de place to be. Er is plaats om te ondernemen en er is geld.’

Uit: Cambien, K. (18 november 2023). ‘China is het meest land ter wereld.’ Trends Knack. www.trends.knack.be

Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. XXX.

Kapitalisme

In Europa ontstond aan het einde van de middeleeuwen een nieuw economisch systeem. Dat systeem was gebaseerd op het investeren van geld met de verwachting winst te maken en wordt kapitalisme genoemd. Ontdekkingsreizigers en de handelaars die later in hun spoor volgden, konden hun reizen doorgaans niet zelf betalen. Ze gingen dus op zoek naar investeerders. Dat konden koningen en koninginnen zijn, maar later kon iedereen geld investeren in ontdekkings-, veroverings- of kolonisatieprojecten. De ontdekkingen van Columbus werden gefinancierd door de Spaanse koningin Isabella. Op die manier werd de weg vrijgemaakt voor de Spaanse overheersing van een nieuw continent. Zelfs voor een koning was het investeren in een overzeese reis een groot financieel risico. In de Nederlanden vonden ze daar een oplossing voor. Er werden twee bedrijven opgericht die het monopolie kregen voor de handel met het Verre Oosten en de ‘Nieuwe Wereld’: de Verenigde Oost-Indische compagnie (VOC) en de West-Indische compagnie (WIC). Doordat die bedrijven werkten met aandelen, werd het risico om te investeren in overzeese handel verspreid over meerdere investeerders. Het werd voor rijke burgers mogelijk om te investeren in de handel.

proefversie©VANIN

Historische vraag 3:

Welke mythe over de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking werd in de 16e eeuw gecreëerd via Europese bronnen?

In deze historische vraag onderzoek je een mythe die via Europese bronnen werd gecreëerd.

1

Bestudeer bron 1 tot en met 3 op p. XXX. Bij bron 1 hoort een ontdekplaat die je het best zelfstandig of per twee helemaal doorneemt. Die ontdekplaat neemt je mee in de symboliek die op de prent te zien is.

2

Noteer welke gelijkaardige beeldvorming over de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking in de drie bronnen terugkomt.

In de drie bronnen is er sprake van kannibalisme bij de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking.

3

Bestudeer het kader historisch denken over representativiteit en/of bekijk het filmpje.

Beargumenteer of er in de 16e-eeuwse Europese bronnen sprake is van representativiteit over de beeldvorming uit voetstap 2 of niet.

proefversie©VANIN

Historisch denken: representativiteit

Representativiteit gaat over de mate waarin het beeld en de opvattingen in een bron niet enkel van één individu zijn maar van een hele groep mensen of zelfs de hele samenleving. Hoe vaker een beeld of opvatting verschijnt binnen bronnen, hoe representatiever dat beeld, die ervaring of opvatting wordt. Je kunt ook stellen dat het dan ‘typisch’ voor die samenleving is.

Bekijk het instructiefilmpje.

Aangezien drie bronnen dezelfde beeldvorming rond kannibalisme naar voren schuiven, kun je stellen dat er sprake is van representativiteit.

4

Je hebt in Sapiens 2 en 3 al geleerd hoe een mythe kan ontstaan. Kijk eventueel eerst naar het instructiefilmpje rond mythevorming en leg dan uit hoe die beeldvorming uit voetstap 2 kon veranderen in een mythe.

Bekijk het instructiefilmpje.

Door de foutieve beeldvorming rond kannibalisme steeds te herhalen veranderde die in een mythe.

5

Lees nu ook bron 4 op p. XXX. Beargumenteer of de beeldvorming over de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking die door Europeanen in de 16e eeuw werd gecreëerd betrouwbaar is of niet.

Het beeld van de kannibalen was niet correct en diende als veroveringsexcuus.

6

Bestudeer bron 5 op p. XXX. Op welke manier leeft de beeldvorming die gecreëerd werd in de 16e eeuw vandaag verder?

Kannibalenfilms zijn vandaag een subgenre onder de horrorfilms. Vaak komen in die films wilde oorspronkelijke Amerikaanse stammen aan bod die mensen opeten.

7

Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. XX.

proefversie©VANIN

Bekijk de ontdekplaat.

← Bruggeling Jan Van der Straet oftewel Stradanus (15231605) creëerde in Firenze tussen 1575 en 1580 een reeks van twintig prenten, genaamd: Nova Reperta, of Nieuwe ontdekkingen De prenten tonen de nieuwe uitvindingen en ontdekkingen van de vroegmoderne tijd. Op deze prent komt Amerigo Vespucci aan op het Amerikaanse vasteland.

vrijdag 23 november

Achter de kaap die hij voor de boeg had, rees een hoger gelegen landmassa op, ook naar het Oosten, welke door de indianen die bij hen waren Bohio werd genoemd. Ze zeiden dat dit eiland zeer uitgestrekt was en dat daar mensen woonden die in hun voorhoofd een enkel oog hadden, en verder woonden daar ook kannibalen voor wie ze een grote angst hadden. Ze waren stom van ontzetting toen ze merkten dat de Admiraal [Columbus] in die richting voer, want ze zouden opgegeten worden. Dat kannibalenvolk zou ook heel goed bewapend zijn. De Admiraal merkt hier op dat hij graag aanneemt dat er iets van waar is. Dat ze wapens bezaten zou erop wijzen dat het om mensen met vernuft [= intelligentie] ging. Hij vermoedde dat ze een aantal indianen gevangen hadden genomen en dat, toen die niet terugkeerden naar hun eigen land, de uitleg was dat ze opgegeten waren. Op die manier werd er, door sommige indianen die hen voor het eerst zagen, ook gedacht over de christenen en de Admiraal.

Uit: Columbus, C. (1991). De ontdekking van Amerika: Scheepsjournaal 1492-1493. Boom Uitgevers.

Het originele dagboek van Columbus is verloren gegaan. Er circuleren wel kopieën. De beroemdste is de kopie die Bartolomé de las Casas (1484 - 1566) maakte. Hij schreef vanaf 1527 de geschiedenis van de oorspronkelijke bevolking. Om zijn verhaal vorm te geven gebruikte hij het dagboek van Columbus. Veel geschiedkundigen denken dat de las Casas letterlijk citeerde uit het dagboek waardoor het als redelijk betrouwbaar wordt geacht. In dit fragment duikt voor het eerst het begrip ‘canibales’ op, wat zou kunnen duiden op menseneters. Het valt moeilijk te achterhalen waar het begrip vandaan komt. In ieder geval maakte Columbus nooit kennis met kannibalen, maar hij gaf wel het gerucht door, wat later een excuus zou zijn om de oorspronkelijke bevolking als slaafgemaakten te gebruiken.

en mondialisering (wereld, 15e - 18e eeuw)

Bron 1:
© Imageselect / N/A / Album / Metropolitan Museum of Art, NY
Bron 2:

Bron 3:

← T. De Bry, Grands Voyages, deel III. Frankfurt (1592, p. 179).

Mannen, vrouwen en kinderen van de Braziliaanse Tupinamba-stam eten de gebraden ledematen en romp van een gevangene. De tekenaar van deze afbeelding was een Antwerpse graveur en uitgever. De gravures die hij creëerde, bepaalden mee het beeld dat Europeanen in de 16e eeuw van Amerika en zijn inwoners hadden.

Bron 5:

proefversie©VANIN

Toen Columbus aankwam in de Bahama’s hechtte hij weinig geloof aan de verhalen over kannibalisme of aan mensen met maar één oog in hun voorhoofd. Naderhand drong het echter tot hem door dat verhalen over mensenetende barbaren het goed zouden doen in Europa. De verhalen sloten goed aan bij de verbeelding van de vroegmoderne bevolking van Europa. Kannibalisme onder de inheemse bevolking was daarbij een goed excuus voor de kolonisatie van Amerika en werd later gebruikt als rechtvaardiging voor de uitbuiting van de inheemse bevolking.

Naar: Hermann, R.B. (ed.) (2019). To Feast on Us as Their Prey: Cannibalism and the Early Modern Atlantic. University of Arkansas Press.

Deze historica werkt aan de universiteit van Cardiff in het Verenigd Koninkrijk. Ze onderzocht in dit werk waarom plaatselijke bewoners als kannibalen werden afgeschilderd.

The Green Inferno is een Amerikaanse film uit 2013 waarin westerlingen door oorspronkelijke Amerikanen worden gevangengenomen en opgegeten. Kannibalenfilms, een subgenre binnen de horrorfilmwereld, waren vooral populair in de jaren 70 en 80.

Kannibalen?

In 1492 kwam Christoffel Columbus aan op de Caraïben. Enkele decennia later werd het continent Amerika genoemd naar een volgende ‘ontdekkingsreiziger’: Amerigo Vespucci. Ook andere ‘ontdekkingsreizigers’, veroveraars, handelaars … zouden nog volgen. Via brieven en reisverslagen aan het thuisfront en aan opdrachtgevers deden ze uit de doeken wat ze allemaal ontdekten. Zo werd er een beeld gevormd over de nieuw ontdekte wereld en zijn oorspronkelijke inwoners. Dat beeld was niet altijd correct en het wij-zij-denken werd grondig toegepast: ‘wij’, de beschaafde en christelijke Europeanen tegenover ‘zij’, de wilde heidenen. Algauw konden Europeanen reisverslagen lezen waarin sprake was van kannibalisme. Ook prenten van kannibalen verschenen. De beeldvorming rond dat kannibalisme werd zo vaak herhaald dat het een mythe werd. Europeanen gebruikten de beeldvorming maar al te graag als excuus om Amerika te veroveren en de inwoners bijvoorbeeld tot slavernij te dwingen. Ook in de hedendaagse tijd zijn kannibalenfilms waarin Amerikaanse stammen mensen opeten populair.

Bron 4:

Uitbreiding 2:

Wie speelde welke rol in de ondergang van het Aztekenrijk in de 16e eeuw?

In deze historische vraag onderzoek je wie welke rol speelde in de ondergang van het Aztekenrijk. Dat doe je aan de hand van een krantenartikel.

1

Lees het krantenartikel en vul de tabel aan.

a Noteer in de linkse kolom van de tabel vier oorzaken voor de ondergang van het Aztekenrijk.

b Noteer in de middelste kolom welke spelers daarbij een hoofdrol innamen.

c Welke oorzaak had volgens jou de meeste impact? Rangschik de oorzaken volgens impact. Nummer van 1 tot en met 4 in de rechtse kolom (1 = meeste impact).

Oorzaken

Cortés trok op veroveringstocht naar het Aztekenrijk.

Cortés werd bijgestaan door Malintzin.

Hoofdrol Impact

Cortés Malintzin 1, 2, 3 of 4 1, 2, 3 of 4

Cortés werd bijgestaan door andere volkeren. andere volkeren 1, 2, 3 of 4

De Azteken kenden grote verliezen door epidemieën.

d Beargumenteer klassikaal waarom jij die volgorde van impact hebt gekozen.

f Bespreek klassikaal hoe Cortés de beeldvorming rond de mensenoffers misbruikte. ↑

Cortés en Spanjaarden1, 2, 3 of 4

e Bespreek klassikaal hoe de beeldvorming over de ondergang van het Aztekenrijk is veranderd.

Lees het artikel.

2

Beantwoord de historische vraag.

Verschillende mensen en volkeren speelden daarbij een rol. Terwijl vroeger vooral werd gefocust op de rol van een heldhaftige Cortés, wordt er vandaag eerder gefocust op de epidemieën en de hulp die Cortés kreeg van andere volkeren.

proefversie©VANIN

De ondergang van het Aztekenrijk

Op de kaart op p. XX zie je dat het Aztekenrijk (14e - 15e eeuw) zich bevond in Midden-Amerika, vandaag Mexico. De Azteken hadden een bloeiende beschaving uitgebouwd met grote steden en tempels, zie bijvoorbeeld bron 1 op p. XX.

Historici proberen het verleden te bestuderen en te bepalen wie welke rol speelde. Wie waren de belangrijkste spelers in de historische ontwikkeling? Vaak wordt er veel aandacht geschonken aan machtige personen en wordt het gewone volk vergeten. Nog geen dertig jaar nadat Columbus voet aan wal zette op de Caraïbische eilanden, trok de Spaanse veroveraar Hernán Cortés samen met zo’n 550 manschappen richting Tenochtitlan, de hoofdstad van het Aztekenrijk. De imperialistische Spanjaarden hadden wilde verhalen gehoord over een machtig rijk met veel rijkdommen in het hedendaagse Mexico. In 1521 werd Tenochtitlan veroverd en daardoor verdween dat machtige rijk. Lange tijd leek de verovering van Cortés een echte heldendaad, maar in werkelijkheid was het Spaanse leger veel te klein om de strijd aan te gaan met de Azteken. De Spanjaarden werden geholpen door de omliggende bevolking en door de ziektes, zoals de pokken, die de Europeanen hadden meegebracht. Bovendien was er de figuur van Malintzin, zelf een Azteekse, die de Spanjaarden met raad en daad bijstond.

← Tekening van Tenochtitlan, 1524, uit de brieven van Cortés, Nuremberg.

Historische vraag 4:

In deze historische vraag onderzoek je aan de hand van heel wat bronnen welke interculturele contacten er waren tussen de Europese kolonisten en de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking.

1

Bestudeer bron 1 tot en met 10 op p. XXX. Welke uitspraken in de tabel horen bij welke bron?

Vul de nummers van de juiste bronnen in.

Bron Titel of bijschrift

Het transport van slaafgemaakten vanuit Afrika steeg geleidelijk aan tijdens de vroegmoderne tijd en bereikte een hoogtepunt aan het einde van de 18e en het begin van de 19e eeuw.

In een kapitalistisch systeem wordt ernaar gestreefd om zoveel mogelijk winst te maken. Ondernemingen met slaafgemaakten lieten die steeds harder werken om zo meer winst te maken.

Het christendom is de meest voorkomende godsdienst in Amerika.

Zonder de ontdekking van Amerika had je nooit frietjes kunnen eten.

Een Spaanse priester stelde voor om Afrikaanse slaafgemaakten te importeren om de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking te vervangen.

De oorspronkelijke bevolking van Noord-Amerika verdween om plaats te maken voor eerst Europeanen en later Afrikanen, Midden- en Zuid-Amerikanen en Aziaten.

In alle landen van Amerika wordt vandaag overwegend een Europese taal gesproken.

Er wordt geschat dat het gebied dat vandaag Mexico is rond 1605 ongeveer 1 miljoen inwoners telde. En dat terwijl er 85 jaar eerder nog zo’n 25 miljoen mensen woonden.

De oorspronkelijke bevolking stierf vooral door ziektes die de Europeanen hadden meegebracht.

Hoe meer producten er vanuit Amerika naar Europa werden vervoerd, hoe goedkoper die producten in Europa werden.

Spaanse kolonisten kregen kinderen met de oorspronkelijke bewoners van Midden-Amerika.

2

Nu je elke bron aan een uitspraak hebt gelinkt, denk je verder na over de gevolgen van de Europese ontdekkingsreizen. Welke gevolgen link je aan de bronnen? Je kunt één of meerdere bronnen invullen per gevolg.

proefversie©VANIN

Bronnen Gevolgen

4 9, 10

1, 7, 8

2, 3, 5, 6

Er bestond een uitwisseling van organismen tussen de Oude en de Nieuwe Wereld.

De dominante Europese cultuur drong zich op in Amerika.

De huidige bevolking in Amerika bestaat naast de bijna verdwenen oorspronkelijke bevolking uit mensen met een Europese, Afrikaanse en Aziatische achtergrond, of een mengvorm tussen voorgaande.

Kapitalisme en slavernij gingen hand in hand.

In de loop van de 16e eeuw probeerden de Spanjaarden herhaaldelijk om de indianen te dwingen voor hen te werken, maar dat lukte niet. De indianen stierven aan de pokken, mazelen en andere ziekten die door de Europeanen waren meegebracht.

De epidemieën troffen een continent dat nooit eerder in aanraking was geweest met bacteriën en virussen van de Oude Wereld. Europeanen, Afrikanen en Aziaten waren eeuwenlang aan de ziekten gewend; ze hadden die als kind gekregen en waren immuun geworden. Nooit op enig ander moment in de wereldgeschiedenis is zo’n groot deel van de bevolking van een heel continent in zo’n korte tijd weggevaagd.

De demografische ramp in het 16e-eeuwse Amerika was ongekend. Hoeveel indianen er stierven is echter onbekend, hoewel de grote lijn gemakkelijk te vinden is in de bronnen.

Uit: Harrison, D. (2019). De geschiedenis van de slavernij: van Mesopotamië tot moderne mensenhandel. Omniboek.

↑ Harrison gebruikt het woord ‘indianen’, terwijl je vandaag spreekt over de oorspronkelijke bevolking van Amerika. Deze cijfers gaan over het Aztekenvolk in wat vandaag Mexico is.

Bron 1:

Bron 2:

Aan het Spaanse hof kreeg de las Casas grote invloed, en hij was één van de belangrijkste voorstanders van de wetten die de indiaanse slavernij verboden. Maar hoe zou men de indiaanse slaven kunnen vervangen? Arbeidskracht was nodig. In 1516 suggereerde de las Casas, als het minst kwade van vele kwade alternatieven, dat de kolonisten van de Nieuwe Wereld zouden overgaan op het importeren van slaven in plaats van ze in Amerika te vangen. De las Casas kon onmogelijk vermoeden waartoe zijn aanbevelingen zouden leiden. Tegen het einde van zijn leven, toen het zwarte inferno van de Nieuwe Wereld een feit was geworden, kreeg hij spijt. Maar toen was het te laat. In een postuum gepubliceerd boek erkent de las Casas zijn fout: dat zijn advies ertoe heeft geleid dat de Afrikanen nu dezelfde tragedie moesten ondergaan waarvan hij de indianen probeerde te redden.

Uit: Harrison, D. (2019). De geschiedenis van de slavernij: van Mesopotamië tot moderne mensenhandel. Omniboek.

Bron 3:

Uit: Trans-Atlantische slavenhandel. www.wikipedia.org

Bron 4:

Groep organismen

Oude naar Nieuwe WereldNieuwe naar Oude Wereld

Gedomesticeerde dieren paard ezel rund kip varken cavia kalkoen lama

proefversie©VANIN

Gewassen

Bron 5:

Britse pond (£) in centen

haver koffie perzik rijst rogge sla aardappel tomaat aardbei ananas avocado maïs

Uit: Menard, R.R. (1980). The Tobacco Industry in the Chesapeake Colonies, 1617-1730: An Interpretation. Routledge.

Bron 6:

Periode Aantal observaties

Uit: Menard, R.R. (1980). The Tobacco

Colonies, 1617-1730: An Interpretation. Routledge.

Prijs Export

Bron 7:

Aan het einde van de 18e eeuw telde Spaans-Amerika naar schatting 13 miljoen inwoners. 45 % daarvan was van Spaanse of Afrikaanse afkomst (dus van buitenlandse afkomst). 20 % daarvan was mestizo, een mengvorm tussen Spanjaarden en de inheemse Amerikaanse bevolking. 35 % daarvan behoorde tot de oorspronkelijke inheemse Amerikaanse bevolking.

Naar: Vermeir, R. (2008). Een inleiding tot de geschiedenis van de vroegmoderne tijd: De Europese overzeese expansie. Uitgeverij VAN IN.

Bron 8: miljoen

Bron 9:

proefversie©VANIN

Oorspronkelijke inwoners Europeanen

Afrikanen

Zuid- en Midden-Amerikanen

Aziaten (en anderen)

Bron 10:

rooms-katholiek protestants natuurgodsdienst

Hoofdstuk 2: Ontdekkingsreizen en mondialisering (wereld, 15e - 18e eeuw)

Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. XXX. 3

proefversie©VANIN

Europees kolonialisme

Europa werd in de vroegmoderne tijd een politiek en economisch centrum. Europeanen maakten gebruik van de vele economische mogelijkheden die de nieuwe handelsroutes naar Azië boden. Voor het eerst werd ook het Amerikaanse continent opgenomen in de wereldhandel. In het Europese kolonialisme werden nieuwe gebieden veroverd om vervolgens uitgebuit te worden. Dat kolonialisme had het Europese continent, met eerst Spanje en Portugal, maar later ook andere landen, politiek en economisch machtig gemaakt. Kolonialisme en het nieuwe economische systeem, kapitalisme, gingen hand in hand. De bedoeling was om via de kolonies winst te maken.

Intercontinentale handel en commercialisering in exotische producten zijn daar een voorbeeld van. Zelfs mensen werden als producten verhandeld. In Centraal- en West-Afrika werden tot slaaf gemaakte mensen aangekocht of buitgemaakt. Schepen vol Afrikaanse slaafgemaakten voeren naar Amerika. Daar werden de slaafgemaakten verkocht aan plantage-eigenaars. Op die plantages werden suiker, tabak en katoen geproduceerd. Die producten waren in Europa zeldzaam of erg duur en werden met veel winst verkocht in Europa. Zo ontstond de driehoekshandel tussen Afrika, Amerika en Europa. Die vind je ook terug op de kaart op p. XX.

Historische vraag 5:

Waarom kregen veel ontdekkingsreizigers in de moderne en hedendaagse tijd een standbeeld?

Avonturiers die op reis trokken naar vreemde gebieden, zijn van alle tijden. Op de tijdlijn op p. XX-XX vind je een selectie van ontdekkingsreizigers die geëerd werden met een standbeeld.

1

Gebruik de tijdlijn op p. XXX.

a Noteer drie ontdekkingsreizigers uit drie verschillende periodes in de tabel op de volgende pagina.

b Geef bij elke ontdekkingsreiziger het jaartal van de ontdekking en het jaartal van de oprichting van het standbeeld.

c Noteer bij elk jaartal de juiste periode.

2

Naam van ontdekkingsreiziger

bv. Leif Eriksson

bv. Magellaan

bv. de Gerlache

Jaartal van ontdekking Periode

ca. 1000 1519 1896 middeleeuwen vroegmoderne tijd

Jaartal van oprichting standbeeld Periode

moderne tijd 1932 1960 1998

moderne tijd

hedendaagse tijd

hedendaagse tijd

Lees de lestekst. Beargumenteer klassikaal of de standbeelden van ontdekkingsreizigers dezelfde functie hadden als het standbeeld van Godfried van Bouillon uit Sapiens 3.

3

Kijk nog eens naar de cover van Sapiens 4 en de titelpagina van dit hoofdstuk op p. XX. Verklaar waarom het standbeeld van Columbus besmeurd werd met rode verf.

De rode verf symboliseert bloed. De ontdekking van Amerika door Columbus staat vandaag voor sommigen immers synoniem aan de start van een ‘bloedige’ periode van onderdrukking, moord en uitbuiting.

4

Denk terug aan historische vraag 4 en bespreek klassikaal of volgens jou de ontdekkingsreizigers al dan niet terecht werden vereerd met een standbeeld. Leg ook uit hoe het komt dat een Belgische jongere uit ca. 1850 er wellicht anders over dacht dan jij.

5

Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. XXX. Doe dat met behulp van de lestekst.

Bekijk het instructiefilmpje.

proefversie©VANIN

Ontdekkingsreizigers en hun standbeelden

Verschillende landen waren tijdens de moderne en hedendaagse tijd op zoek naar zogenaamde helden uit het verleden om trots te cultiveren. Heldhaftige ontdekkingsreizigers en de standbeelden die ze kregen, gaven of geven de inwoners van landen een collectieve identiteit. Vandaag worden sommige van die standbeelden besmeurd, afgebroken of weggehaald. Op de titelpagina van dit hoofdstuk zie je dat dat ook gebeurde met een standbeeld van Columbus. Terwijl veel ontdekkingsreizigers vroeger als helden werden opgehemeld, wordt er vandaag vanuit een ander perspectief kritischer gekeken naar het verleden. Zo staat de ontdekking van Amerika door Columbus vandaag voor sommigen synoniem aan de start van een periode van onderdrukking, moord en uitbuiting.

Conclusie IV

Antwoorden op de historische vragen

Historische vraag 1: Waarom gingen Europeanen in de 15e eeuw op ontdekkingsreis?

De Europeanen zochten in de eerste plaats nieuwe handelsroutes om naar Azië te kunnen varen. Daar kwamen de luxeproducten vandaan die in Europa heel gewild waren.

Historische vraag 2: Welke impact had het kapitalisme op de ontdekkingsreizen van de vroegmoderne tijd?

De mogelijkheid om geld te investeren in ontdekkingsreizen en daaruit winst te halen zorgde ervoor dat ontdekkingsreizigers steeds makkelijker hun reizen konden financieren.

Historische vraag 3: Welke mythe over de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking werd in de 16e eeuw gecreëerd via Europese bronnen?

In verschillende bronnen werd de mythe van kannibalistische Amerikanen gecreëerd. Dat beeld was niet correct en diende als veroveringsexcuus.

Historische vraag 4: Welk gevolg van de interculturele contacten tussen Europese kolonisten en de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking had de grootste impact?

Persoonlijk antwoord

Historische vraag 5: Waarom kregen veel ontdekkingsreizigers in de moderne en hedendaagse tijd een standbeeld?

Verschillende landen waren tijdens de moderne en hedendaagse tijd op zoek naar zogenaamde helden uit het verleden om trots te cultiveren. Die heldhaftige ontdekkingsreizigers gaven of geven de inwoners van landen een collectieve identiteit.

Synthese V

Samenvattend schema

↑ Bekijk het instructiefilmpje.

proefversie©VANIN

Europese ontdekkingsreizen vanaf 15e eeuw voorwaarden oorzaken

—transportrevolutie: technologische innovatie

—manschappen

—kapitaal (nieuw economisch systeem: kapitalisme)

in eerste instantie: nieuwe handelsroute naar Azië zoeken in tweede instantie: —bekeren van heidenen —op zoek naar rijkdom —wetenschappelijk onderzoek

gevolgen

—nieuw mens- en wereldbeeld —expansie, imperialisme en kolonialisme van verre gebieden —commercialisering —interculturele contacten —mondialisering: bv. driehoekshandel (met onder andere slavernij op plantages)

—mythevorming: wij-zijdenken (bv. kannibalisme)

Historisch denken

Historische begrippen

Je leerde in de vorige jaren al volgende historische begrippen: bekeren, christendom, gelaagde samenleving, handel, heiden, imperialisme , mensbeeld, mondialisering, republiek , slavernij, standen, technologie , wereldbeeld, wetenschappen en wij-zij-denken.

In dit hoofdstuk leerde je de volgende historische begrippen:

economisch:

aandeel bewijs dat iemand bijdraagt aan het kapitaal van een onderneming commercialiseringproces waarbij goederen en diensten in toenemende mate worden verkocht om steeds meer winst te maken driehoekshandelvroegmoderne handel tussen Europa, Afrika en Amerika economisch systeemsysteem dat bepaalt hoe goederen geproduceerd en verdeeld moeten worden innovatie vernieuwing, proces waarbij nieuwe ideeën of technieken ontwikkeld worden investeren geld beleggen in een onderneming kapitalisme economisch systeem gebaseerd op het investeren van geld met de verwachting winst te maken monopolie marktvorm waarbij er slechts één aanbieder is plantage groot landbouwgebied waar op grote schaal landbouwgewassen worden verbouwd transportrevolutieingrijpende veranderingen en innovaties op vlak van transporttechnologie

politiek:

eurocentrisme wereldbeeld dat Europa en de Europese cultuur centraal stelt kolonialisme politiek die erop gericht is om nieuwe gebieden te stichten, te overheersen, te veroveren of uit te buiten kolonie nederzetting of (overzees) gebied dat onder dwang door een ander land (moederland) bestuurd wordt overzeese territoriaver weg gelegen veroverde gebieden, doorgaans te bereiken via scheepvaart

Eigen begrippen:

proefversie©VANIN

Structuurbegrippen

Je gebruikte in dit hoofdstuk ook de volgende structuurbegrippen: oorzaak, gevolg, Europees, westers, centrum, periferie en perspectief.

Zelfevaluatie

Ik ken het samenvattend schema op p. XX.

Ik ken de inhoudelijke teksten op p. XX, XX, XX, en XX.

Ik ken het kader historisch denken op p. XX.

SITUEREN IN HET REFERENTIEKADER

Ik kan een drietal ontdekkingsreizigers, hun ontdekking en de oprichting van hun standbeeld situeren in de tijd, zoals op p. XX.

Ik kan de driehoekshandel op een wereldkaart plaatsen en die met eigen woorden uitleggen, zoals op p. XX en XX.

BRONNEN EN WERKEN

Ik kan bij bronnen beargumenteren of de gehanteerde beeldvorming betrouwbaar is of niet, zoals op p. XX.

Ik kan beargumenteren of er tussen verschillende bronnen sprake is van representativiteit of niet, zoals op p. XX.

Ik kan de gevolgen van de ontdekkingsreizen afleiden uit bronnen en ze uitleggen, zoals op p. XX.

BEELDVORMING BEARGUMENTEREN

Ik kan uitleggen hoe de beeldvorming rond de oorspronkelijke inwoners van Amerika veranderde in een mythe, zoals op p. XX.

REFLECTEREN OVER HEDEN, VERLEDEN EN TOEKOMST

Ik kan uitleggen hoe de mythe van de kannibalistische oorspronkelijke Amerikanen vandaag voortleeft in populaire cultuur, zoals op p. XX.

Ik kan beargumenteren welk gevolg van de ontdekkingsreizen volgens mij de grootste impact had, zoals op p. XX.

Ik kan uitleggen waarom ontdekkingsreizigers vooral standbeelden kregen tijdens de moderne en hedendaagse tijd, zoals op p. XX.

Ik moet dit kennen. Ik kan dit. Ik kan dit nog niet.

proefversie©VANIN

Humanisme, renaissance en reformatie

(Europa, 15e en 16e eeuw)

Leonardo da Vinci, Mens van Vitruvius (ca. 1490, Milaan). Vitruvius, een architect uit de klassieke oudheid, beschreef in zijn werk De architectura een stelsel van menselijke lichaamsverhoudingen. Hij legde uit dat het lichaam precies in een omgeschreven cirkel of vierkant met de navel als middelpunt past. Daarmee wilde hij zeggen dat de mens de maat van alle dingen is. Leonardo da Vinci, een kunstenaar en wetenschapper uit de 15e - 16e eeuw, baseerde zich op de ideeën van Vitruvius en maakte deze tekening. Die staat symbool voor het vernieuwde wereldbeeld van de vroegmoderne tijd waarin de mens als het middelpunt van het heelal werd beschouwd. Dit beeld staat op de Italiaanse versie van de 1-euromunt.

Historische vragen

Waarom noemden kritische denkers van de 15e en 16e eeuw hun tijd een aetas nova of nieuwe tijd?

Waarom ontstonden er in Europa tijdens de vroegmoderne tijd nieuwe religieuze stromingen?

Welke invloed had het humanisme op de kunst en de wetenschap van de 15e en 16e eeuw?

Waarom is Lof der Zotheid van Desiderius Erasmus een goed voorbeeld van humanisme?

Waarom noemde de monnik Filippo di Strata de boekdrukkunst een hoer?

Wat weet je al?

De afbeelding bij bron 1 kwam al aan bod in Sapiens 2. Daar bestudeerde je de beeldhouwkunst uit de klassieke oudheid.

a In welke samenleving werden standbeelden zoals dit gecreëerd?

b Geef een aantal typische kenmerken van dit standbeeld.

Kopergravure uit 1650 van de 15e-eeuwse Florentijnse filosoof Pico della Mirandola.

proefversie©VANIN

Bron 1:

← Romeinse marmeren kopie van het Griekse bronzen standbeeld van de ‘speerdrager’ uit 450 v.C.

Situeren in tijd II

16e-eeuwse kopergravure van een drukkersatelier door Theodoor Galle (Antwerpen). ↑ 16e-eeuws portret van Maarten Luther, gemaakt door de Duitser Lucas Cranach de oudere. Luther was de grondlegger van het protestantisme.

proefversie©VANIN

← De geboorte van Venus door de schilder Sandro Botticelli (Firenze, 15e eeuw). Botticelli was een kunstenaar uit de renaissance.

Op onderzoek

Historische vraag 1: Waarom noemden kritische denkers van de 15e en 16e eeuw hun tijd een aetas nova of nieuwe tijd?

In deze historische vraag onderzoek je op basis van de tijdlijn op p. XX-XX en de bronnen de naamgeving van de vroegmoderne tijd.

1

Bestudeer de tijdlijn op p. XX-XX. Kruis de juiste stelling aan.

☐ De aetas nova wordt volledig in de middeleeuwen gesitueerd.

☐ De aetas nova vormde de overgang van de middeleeuwen naar de vroegmoderne tijd.

☐ De aetas nova wordt volledig in de vroegmoderne tijd gesitueerd.

2

Vergelijk op p. XXX de kijk op de mens uit bron 1 (begin 15e eeuw) met die uit bron 2 (einde 15e eeuw). Kruis in de tabel aan of de stelling uit bron 1 of uit bron 2 afgeleid kan worden.

Stelling

Het woord van God is de enige gids in het leven.

God staat centraal in het leven van de mens en de mens is aan God onderworpen.

De mens staat centraal in de wereld.

De gelovige leeft en handelt volgens eigen inzichten en keuzes.

De mens is onderworpen aan het oordeel van God en heeft geen eigen inzichten.

Eenmaal door God geschapen, kreeg de mens een vrije wil en kon hij daarnaar handelen.

Bron 1Bron 2

Bron 1:

Wie luistert naar het Eeuwige Woord [de Bijbel], wordt bevrijd van alle meningen. Zonder dat Woord heeft niemand inzicht of een juist oordeel.

Uit: Kempis, T. (begin 15e eeuw). Navolging van Christus

proefversie©VANIN

Mensbeeld in de middeleeuwen.

Bron 2:

God maakte de mens (…) en plaatste hem in het centrum van de wereld. Hij sprak hem vervolgens toe: ‘Adam, wij hebben je geen vaste verblijfplaats of geen bepaald gedrag of bezigheid opgelegd. Afhankelijk van je verlangens of oordeel, kun je die dingen zelf bepalen. Je handelt in overeenstemming met je eigen vrije wil die we jou hebben geschonken. Vanuit je eigen vrijheid en eergevoel ben je in staat jezelf de vorm te geven die je zelf wenst.’

Uit: Pico della Mirandola, G. (einde 15e eeuw). Oratie over de menselijke waardigheid.

Mensbeeld in de aetas nova.

3

Lees de lestekst op p. XX. Maak opdracht a tot en met c.

a Kennis wordt vaak opgebouwd door een wisselwerking tussen culturen. Toon dat aan door het schema in te vullen.

rol Europeanen:

verruiming wereldbeeld door ontdekking Nieuwe

Wereld

rol Arabieren: rol Byzantijnen:

doorgeven kennis klassieke oudheid

contact met kennis klassieke oudheid

nieuwe tijdsgeest aetas nova

4

b Vul het schema van het humanisme aan.

mensbeeld:

maakbare mens waarbij

individu

centraal staat

Welke eeuw?

15e eeuw

proefversie©VANIN

humanitas = inspiratie uit

klassieke teksten menselijkheid aetas nova

Welke naam gaven de humanisten aan die periode? humanisme

c Herlees bron 2 op p. XX. Beargumenteer waarom Pico della Mirandola een humanist was.

Ook hij zag de mens als een maakbare mens, als individu met de vrije wil om te handelen.

Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. XX.

Aetas nova: de overgang naar de vroegmoderne tijd

In de 15e eeuw vonden kritische denkers dat er een nieuwe tijd of aetas nova was begonnen. Ze zagen dat als een breuk met de middeleeuwen, die ze beschouwden als een tussentijd tussen de oudheid en hun eigen tijd. Die denkers geloofden dat er een grote verandering plaatsvond, met vernieuwingen zoals de boekdrukkunst, de renaissance, de reformatie en het humanisme. De aetas nova kun je dan zien als de overgang van de middeleeuwen naar de vroegmoderne tijd.

Het humanisme dat de mens centraal stelt, was een nieuw mensbeeld. Al in de 14e eeuw bestudeerden Italiaanse denkers oude teksten uit de klassieke oudheid. Griekse en Romeinse filosofen en wetenschappers probeerden de wereld om zich heen te verklaren, al dan niet op een wetenschappelijke manier. Die klassieke teksten kwamen naar West-Europa via de Arabieren en via gevluchte Byzantijnse geleerden na de val van Constantinopel in 1453. De klassieke oudheid kreeg zo opnieuw veel aandacht. Aan het humanisme was ook een artistieke stroming gekoppeld waarbij kunstenaars teruggrepen naar de kunst- en cultuuruitingen uit de klassieke oudheid. Daarom sprak men van de renaissance, in het Italiaans ‘rinascita’, wat letterlijk ‘wedergeboorte’ betekent.

In de middeleeuwen werd de mens vooral gezien als lid van een groep, zoals een stand of geloofsgemeenschap. In de aetas nova veranderde dat: geleerden zagen de mens als een individu dat zelf kan denken en zijn leven vorm kan geven. Omdat ze geloofden in de kracht van de mens, noemden ze zich humanisten, van het Latijnse ‘humanitas’, dat ‘menselijkheid’ betekent. Ook dankzij de ontdekkingsreizen werd het mens- en wereldbeeld aangepast en verruimd.

Historische vraag 2: Waarom ontstonden er in Europa tijdens de vroegmoderne tijd nieuwe religieuze stromingen?

In deze historische vraag bestudeer je welke religies en religieuze stromingen aanwezig waren in het Europa van de vroegmoderne tijd. Je onderzoekt of er veranderingen plaatsvonden ten opzichte van de middeleeuwen.

proefversie©VANIN

1 Bestudeer de kaarten. Gebruik eventueel je Histokit.

Kaart 1: Dominante religies en religieuze stromingen tijdens de hoge middeleeuwen

KIJKSTRATEGIEËN

Kaart 2: Dominante religies en religieuze stromingen tijdens de vroegmoderne tijd

2 Vergelijk de kaarten met elkaar. Ga na of er sprake was van continuïteit of verandering. Beargumenteer je keuze.

Volgens de kaarten was er sprake van continuïteit / verandering binnen het christendom, want tussen de hoge middeleeuwen en de vroegmoderne tijd kwamen er verschillende stromingen bij.

3

Gebruik kaart 1 op p. XX. Noteer de juiste religie of religieuze stroming uit de 16e eeuw bij elke omschrijving in de tabel. Je hebt die godsdiensten vorig jaar in het hoofdstuk over de kruistochten geleerd.

proefversie©VANIN

Omschrijving

Deze religieuze stroming van het christendom verloor in de 16e eeuw vooral aanhang in Engeland, Scandinavië, Noord-Duitsland en Oost-Europa ten voordele van het protestantisme. In Spanje heeft ze gebied veroverd ten nadele van de islam.

Deze religieuze stroming van het christendom verloor aanhang in de Balkan en Zuidoost-Europa ten voordele van de islam, maar heeft zich verder verspreid in Noordoost-Europa.

Deze religie is in het westen uit Spanje verdwenen, maar heeft zich in het oosten verspreid naar de Balkan en Zuidoost-Europa.

Welke religie of religieuze stroming?

rooms-katholiek christendom oosters-orthodox christendom islam

4

Welke oudste monotheïstische religie was zeker ook aanwezig in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd, maar vind je niet op de kaart terug? Waarom staat ze niet aangegeven?

Het jodendom. Omdat die godsdienst een minderheid vormde die zodanig verspreid was dat je ze moeilijk op een kaart met kleine schaal kunt aanduiden.

5

Het rooms-katholieke christendom kent zeven sacramenten die het leven van een christen bepalen. Kijk aandachtig naar het filmpje en maak opdracht a en b.

a Noteer de zeven sacramenten.

doop, vormsel, eucharistie, biecht, priesterwijding, huwelijk en ziekenzalving

b Omcirkel twee sacramenten die niet voor iedereen waren weggelegd.

Bron 1:

← 16e-eeuws portret van Maarten Luther, geschilderd door de Duitser Lucas Cranach de oudere. Luther was een Duitse monnik en godsgeleerde die zich afzette tegen bepaalde katholieke tradities en gewoonten. De breuk binnen het christendom die volgde, was niet zijn bedoeling. Hij wilde dat de katholieke kerk van binnenuit zou hervormen.

↑ Bekijk het filmpje.

6

Het protestantisme was een groepering van verschillende stromingen die protest leverden tegen het rooms-katholicisme. Op welke vier gewoonten en/of tradities leverden protestanten volgens het filmpje kritiek?

7 Welke kenmerken van het protestantisme kun je uit het filmpje halen?

8

a Wat was de bron van het geloof?

systeem van aflaten, heiligenverering, celibaat, biecht de Bijbel

b Welke rol kreeg het individu in het protestantisme?

Iedere individuele gelovige was zijn eigen priester.

c Hoe moest de kerk ingericht worden?

sobere ruimte waar gelovigen uit de Bijbel voorlezen en teksten interpreteren

d Markeer bij opdracht a, b en c de kenmerken die geïnspireerd werden door het humanisme.

Plaats de begrippen uit de lestekst bij de juiste omschrijving. Kies uit: calvinisme – reformatie – lutheranisme – protestantisme – anglicaanse kerk.

reformatie protestantisme lutheranisme calvinisme

anglicaanse kerk

christelijke hervorming in de aetas nova

verzamelnaam voor verschillende christelijke religieuze bewegingen die een hervorming binnen de rooms-katholieke kerk verlangden, maar uiteindelijk braken met Rome

protestantse christelijke religieuze stroming die ervan uitgaat dat iedere individuele gelovige christen de Bijbel kan interpreteren en zijn eigen relatie met God kan opbouwen protestantse religieuze stroming die op basis van de Bijbel de hele samenleving volgens strakke en strenge voorschriften organiseert

protestantse kerk onder leiding van de Engelse koning waarin protestantse met rooms-katholieke kenmerken worden vermengd

9

Bestudeer bron 2 en het bijschrift. Maak de opdrachten.

a Trek een lijn van boven naar onder in het midden van de prent, zodat beide groepen duidelijk van elkaar worden onderscheiden.

proefversie©VANIN

b Trek op de prent twee cirkels: eentje rond wat op de linkerkant van de weegschaal ligt en eentje rond wat op de rechterkant ligt.

Bron 2:

rooms-katholicisme protestantisme

De Bijbel op de weegschaal, anonieme spotprent uit ca. 1560. De weegschaal verdeelt de prent in twee delen met twee groepen mensen. Op de linkerkant van de weegschaal zie je een priester, de Bijbel, de sleutel tot de hemel en de tiara, de pauselijke kroon.

10

c Met de informatie uit de lestekst hieronder en op de volgende pagina kun je bepalen welke kant van de prent het protestantisme symboliseert en welke kant het rooms-katholicisme. Vul beide godsdienstige stromingen aan in de kaders onder de prent en beargumenteer je keuze.

Op de rechterhelft van de weegschaal ligt enkel een boek, waarschijnlijk de Bijbel. In de tekst stond dat volgens de protestanten de aandacht enkel naar de Bijbel mocht gaan. Op de linkerhelft ligt de pauselijke kroon. De protestanten aanvaarden de paus niet.

d De prent op p. XXX is een goed voorbeeld van een spotprent waarbij een bepaalde, vaak politieke, religieuze of sociale, situatie wordt bekritiseerd. Is deze spotprent gemaakt door protestanten of door rooms-katholieken? Beargumenteer je keuze.

De spotprent is gemaakt door protestanten. De rooms-katholieken hebben veel meer gewicht in de weegschaal gelegd, maar de Bijbel aan de kant van de protestanten weegt door en ‘wint’.

proefversie©VANIN

Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. XXX.

Nieuwe religieuze stromingen binnen het christendom

Reformatie

Kritische denkers tijdens de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd hoopten op een religieuze hervorming of reformatie binnen de kerk, waarbij wantoestanden zoals de verkoop van aflaten zouden worden aangepakt. Aflaten waren brieven die de kerk te koop aanbood aan gelovigen en waarmee christenen hun plaats in de hemel konden afkopen. De kerk gebruikte die inkomsten voor onder andere grootse bouwwerken. De katholieke kerk wilde niet aan macht inboeten of inkomsten uit aflaten verliezen en accepteerde de kritiek dus niet. Daardoor kwam de katholieke kerk steeds meer tegenover de christelijke hervormers te staan. De reformatie mondde uit in een religieuze breuk binnen het christendom. De christenen die hun eigen weg gingen, werden uit protest tegen de katholieke kerk protestanten genoemd. Zo werd protestantisme de verzamelnaam voor alle christelijke bewegingen die tijdens de reformatie finaal de katholieke kerk verlieten.

Lutheranisme

Protestanten zoals de Duitse priester Maarten Luther keerden terug naar de oudste bron van het geloof: de Bijbel. Luther en zijn aanhangers bekritiseerden vanaf 1520 ook bepaalde toenmalige katholieke gewoontes en tradities, zoals de verkoop van aflaten, het vereren van heiligen, het celibaat en de biecht, aangezien die niet vermeld staan in de Bijbel. Volgens protestanten zoals Luther hadden die gewoonten de christenen afgeleid van het echte geloof in God. De protestanten

geloofden net als de humanisten in de kracht van het individu. Iedere gelovige kon persoonlijk in contact komen met God. Alleen door het geloof kon men vergeving voor de zonden krijgen en in de hemel komen. Voor Luther moest de kerk een gebedshuis zijn zonder heiligenbeelden en andere pracht en praal, een sobere ruimte waar gelovigen in alle rust de Bijbel konden lezen en interpreteren.

Calvinisme

Vooral in Scandinavië, de Noordelijke Nederlanden, het Duitse rijk en Zwitserland steeg de populariteit van het protestantisme snel. Toen de discussie over de kerk losbarstte, zagen nog andere protestantse bewegingen het levenslicht. Naast het lutheranisme ontstond onder meer het calvinisme. De stichter Johannes Calvijn beschouwde, net als Luther, de Bijbel als basis van het geloof. Maar terwijl Luther geloofde in de kracht van het individu en het idee dat iedere gelovige als het ware zijn eigen priester was, moest voor Calvijn de hele samenleving georganiseerd worden op basis van strakke en strenge voorschriften. Dat hield onder andere in dat zaken zoals alcohol, gokken, prostitutie, muziek en dans … sterk afgeraden of verboden werden.

Anglicanisme

In Engeland sloot koning Hendrik VIII zich aan bij de reformatie. Dat deed hij niet zozeer om religieuze redenen, maar omwille van een persoonlijk conflict met de paus. De koning wou trouwen met zijn maîtresse en vroeg daarom aan de paus om zijn huwelijk te ontbinden. Toen de paus dat weigerde, brak Hendrik VIII met de rooms-katholieke kerk en stichtte hij in zijn land een eigen kerk met eigen accenten. Zo plaatste hij zichzelf als koning aan het hoofd van de anglicaanse kerk

Historische vraag 3:

Welke invloed had het humanisme op de kunst en de wetenschap van de 15e en 16e eeuw?

In deze historische vraag vergelijk je de kunstuitingen uit de klassieke oudheid met die uit de renaissance van de vroegmoderne tijd.

1 Bekijk het filmpje over de kunst- en cultuuruitingen om je kennis uit de klassieke oudheid op te frissen.

2

Vergelijk de verschillende kunstuitingen (bron 1 tot en met 6 op p. XXX) uit de klassieke oudheid met die uit de aetas nova. Ga dan verder met voetstap 3. ↑ Bekijk het filmpje.

Klassieke oudheid Aetas nova

Bron 1: Bron 2:

↑ Antieke tempel Pantheon met koepel, herbouwd in de 2e eeuw, in Rome.

↑ Santa Maria del Fiore, koepel door Brunelleschi, voltooid in 1420 in Firenze.

Bron 3: Bron 4:

proefversie©VANIN

↑ De Griekse goden Hermes en Dionysus door Praxiteles (4e eeuw voor Christus), Archeologisch Museum Olympia.

↑ De Bijbelse koning David door Michelangelo (1501 - 1504), Firenze, Galleria dell'Accademia.

Klassieke oudheid Aetas nova

Bron 5: Bron 6:

Romeinse mozaïek met Leda en de zwaan (3e eeuw)

Pafos, Cyprus Museum, Nicosia. Leda en de zwaan is een verhaal uit de Griekse mythologie waarbij Zeus zich in een zwaan had vermomd om Leda te verleiden.

Kopie van Leonardo da Vinci’s schilderij van Leda en de zwaan door Cesare da Sesto (begin 16e eeuw), Firenze.

3

In de tabel werden bij drie kunstuitingen kenmerken geplaatst. Er is telkens één kenmerk dat niet thuishoort bij die kunstuiting. Kruis dat aan.

Gelijkenissen klassieke oudheid - aetas nova

architectuur bron 1 en 2

beeldhouwkunst bron 3 en 4

☐ De twee gebouwen hebben een koepel.

☐ Er worden bij beide bouwwerken wiskundige of geometrische vormen gecombineerd (driehoek, cirkel).

☐ Bij beide gebouwen reiken spitse en hoge torens naar de hemel.

☐ Het karakter bij beide gebouwen is monumentaal.

☐ In de geveldecoratie is er telkens een ritmisch lijnenspel van zuilen of vlakken.

☐ Bij beide beelden staat de naakte mens centraal.

☐ De lichamen zijn niet natuurgetrouw weergegeven.

☐ De lichamen zijn in beide gevallen gespierd en bijna perfect (idealisering).

☐ De houding is bij de twee figuren beweeglijk, sierlijk en natuurlijk.

☐ Het thema bij beide beelden is godsdienstig.

© Alamy / Imageselect / History and Art Collection
© Alamy / Imageselect
Artepics

mozaïek- en schilderkunst bron 5 en 6

☐ Beide thema’s zijn geïnspireerd op de klassieke mythologie.

☐ Mens en natuur staan bij beide centraal.

☐ Beide beeldende kunstwerken zijn een natuurgetrouwe weergave.

☐ Beide naakten zijn verleidelijk en geïdealiseerd.

☐ Beide dames hebben een beweeglijke en sierlijke pose.

☐ Beide werken hebben een christelijk thema.

☐ Beide beeldende werken hebben een evenwichtige en symmetrische compositie.

4

Omdat de klassieke kunst uit de oudheid zo inspirerend was, leefde het gevoel dat die klassieke kunst herboren was. De artistieke stroming van de aetas nova werd daarom renaissance genoemd, in het Italiaans rinascita, wat letterlijk ‘wedergeboorte’ betekent. Kruis de twee juiste verbanden tussen het humanisme en de renaissance aan.

☐ Bij het humanisme en de renaissance staat de mens centraal.

☐ Het humanisme en de renaissance zijn allebei literaire bewegingen die de antieke teksten bestudeerden.

☐ Zowel het humanisme als de renaissance waren geïnspireerd door het mensbeeld van de klassieke oudheid.

☐ Zowel het humanisme als de renaissance braken met het christendom.

5 De humanisten inspireerden ook wetenschappers. Dat leidde tot innovaties. Bestudeer bron 7 tot en met 9 op p. XX. Lees ook de lestekst op p. XX. Maak dan de opdrachten.

a Noteer bij elke bron de wetenschappelijke discipline die aan bod komt.

b Leg uit welke innovatie aan bod komt.

Bron 7:

wetenschappelijke discipline: innovatie:

← Wereldkaart gemaakt door de Vlaming Gerardus Mercator, 1569, Duisburg.

proefversie©VANIN

Bron 9: cartografie anatomie

wetenschappelijke discipline: innovatie:

De wereldbol werd als basis voor Mercators beter inzicht van het menselijk lichaam op basis wereldkaart genomen. van het ontleden van lijken

Bron 8:

Hedendaags filmpje over hoe Mercator zijn wereldkaart heeft gemaakt ↑ Bekijk het filmpje.

← Anatomische studie, oorspronkelijk gepubliceerd in De Humani Corporis Fabrica, Libri Septem, door Andreas Vesalius (1543). De ZuidNederlandse arts Andreas Vesalius (1514 - 1564) onderzocht de werking van het menselijk lichaam aan de hand van proefondervindelijk onderzoek. Waar de Grieks-Romeinse arts Galenus in de oudheid zijn kennis haalde uit dissecties op dieren, ontleedde Vesalius het menselijk lichaam aan de hand van dissecties op lijken van mensen.

Bron 10:

wetenschappelijke discipline:

innovatie:

← Nicolaas Copernicus, voorstelling van het heliocentrisme uit De revolutionibus orbium coelestium, eerste druk in 1543.

proefversie©VANIN

©Imageselect/ScienceSourceImportRM/Sc ience Sourc e

astronomie

heliocentrisme: de zon als middelpunt van het toen bekende planetenstelsel

6

7

Lees de lestekst op p. XX. Welk voordeel had de boekdrukkunst tijdens de vroegmoderne tijd?

De boekdrukkunst zorgde ervoor dat alle nieuwe ideeën, ontdekkingen en innovaties veel sneller en breder verspreid werden en bij meer mensen terechtkwamen.

Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. XX.

Kunst en wetenschappen in de 15e en 16e eeuw

De nieuwe manier van denken, het humanisme, waarbij de mens centraal staat, had veel invloed op de wetenschappen en de kunst- en cultuuruitingen van die tijd. Humanisten vonden inspiratie in de klassieke oudheid.

proefversie©VANIN

Renaissance

Kunstenaars gingen daardoor ook terugkijken naar artistieke stromingen uit de klassieke oudheid en begonnen opnieuw klassieke beelden en technieken te gebruiken: de renaissance was geboren. In de architectuur verschenen opnieuw zuilen, frontons en koepels. Standbeelden uit de renaissance zagen eruit alsof Griekse kunstenaars ze hadden gemaakt: er was aandacht voor de positie en het idealiseren van het lichaam. En in zowel de beeldhouw- als schilderkunst ging er veel aandacht naar de Grieks-Romeinse mythologie.

Innovaties in de wetenschappen

Wetenschappers zoals Andreas Vesalius en Nicolaas Copernicus werden ook beïnvloed door het humanisme. Ze gingen zelf op onderzoek in plaats van alleen te vertrouwen op wat vroeger gezegd werd of wat in de Bijbel stond. Vesalius kreeg nieuwe inzichten over het menselijk lichaam, want hij ontleedde voortaan ook menselijke lijken en niet meer enkel dierenlijken. Dat was een voorbeeld van de wetenschappelijke methode: zelf onderzoeken, testen, nadenken en concluderen.

Copernicus gebruikte wiskunde om te bewijzen dat de zon in het midden van het heelal stond (heliocentrisme) in plaats van de aarde (geocentrisme), wat tot dan toe werd geloofd. Dat was een groot voorbeeld van een innovatie in de astronomie of sterrenkunde waarbij mensen naar het toenmalige planetenstelsel keken.

De kaartenmaker Gerardus Mercator creëerde een nieuwe wereldkaart (de Mercatorprojectie) door klassieke kennis te combineren met Arabische inzichten en nieuwe technieken. Hij zorgde voor een nieuwe projectie van de wereldbol op kaart. De cartografie ging erop vooruit. Dat was ook nodig, gezien de vele ontdekkingsreizen in die tijd.

De uitvinding van de boekdrukkunst zorgde ervoor dat al die ideeën, ontdekkingen en innovaties veel sneller en breder verspreid werden en bij meer mensen terechtkwamen. Boeken hoefden ze niet langer met de hand over te schrijven. Daardoor konden ook gewone mensen en niet alleen geleerden kennis opdoen. Ook de nieuwe religieuze stromingen maakten gebruik van de drukkunst om hun ideeën sneller en efficiënter de wereld in te sturen.

Historische vraag 4: Waarom

is Lof der Zotheid van Desiderius Erasmus een goed voorbeeld van humanisme?

Bij deze historische vraag onderzoek je een bron aan de hand van de bronnenstudie.

1

Lees het kader historisch denken en bekijk eventueel het bijbehorende filmpje.

Historisch denken: betrouwbaarheid van bronnen

Als je wilt nagaan of een bron betrouwbare informatie geeft om een historische vraag te beantwoorden, stel je het best de volgende vragen over de context van de bron:

—Welk perspectief had de maker van de bron? Probeert de maker vanuit zijn perspectief te misleiden of verkeerd te informeren? Is de maker partijdig?

—Welke boodschap had de maker van de bron?

—Voor welk doelpubliek schreef de maker van de bron?

—Welk effect probeert de maker te verkrijgen?

2

Lees bron 1. Doorloop daarna het stappenplan van de bronnenstudie op p. XXX.

Bekijk het instructiefilmpje.

Bron 1:

Degenen die zich doorgaans religieuzen en monniken noemen, komen het dichtst in de buurt van het geluk der theologen. Beide benamingen zijn echter totaal verkeerd, want een groot deel van hen staat heel ver van de religie af. En er is geen plaats te bedenken waar je ze niet tegenkomt. Hoewel iedereen dit slag van mensen vervloekt en ervan overtuigd is dat zelfs een toevallige ontmoeting met hen onheil brengt, hebben ze toch een heel erg hoge dunk van zichzelf. Ten eerste vinden zij het toppunt van vroomheid wanneer ze zo weinig weten van de letteren dat ze niet eens kunnen lezen. Hun psalmen kunnen ze wel optellen, maar ze begrijpen doen ze niet: als ezels balken ze ze door de kerk, en dan denken ze nog dat ze daarmee de oren der heiligen lieflijk strelen. Er zijn er onder hen ook nogal wat die te koop lopen met hun vuiligheid en armoede (…) tot groot nadeel van de bedelaars …

Uit: Erasmus, D. (2005). In een vertaling van: Bange, P. Lof der Zotheid.

Fragment uit een hedendaagse vertaling van Lof der Zotheid van Desiderius Erasmus uit 1506.

09a
KRITISCH BRONNEN EVALUEREN

search Stap 1: Ik verzamel klassikaal gegevens over de context.

search Stap 2: Ik observeer de bron klassikaal.

search Stap 3: Ik interpreteer de bron.

✓ Welke boodschap had Erasmus in dit fragment?

De boodschap van Erasmus is dat religieuzen zich voordoen als zeer vroom maar vaak gewoon dom zijn.

✓ Vanuit welk perspectief schreef Erasmus?

Erasmus was zelf een priester. Maar door Vrouwe Zotheid als ik-persoon te gebruiken kon hij toch kritiek geven op de katholieke kerk.

✓ Wat was het doelpubliek van Erasmus?

In eerste instantie schreef hij voor zijn humanistische vrienden die Latijn begrepen. Later vertaalde hij zijn werk naar de volkstaal en werd het populair.

✓ Is de bron betrouwbaar om deze historische vraag te beantwoorden?

onbetrouwbaar betrouwbaar

Beargumenteer je keuze hierboven:

Uit dit fragment van het boek van Erasmus blijkt dat hij kritiek geeft op de katholieke kerk. Dat kritische inzicht sluit goed aan bij het humanisme.

search Stap 4: Ik beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. XXX.

Erasmus

proefversie©VANIN

Desiderius Erasmus (ca. 1467 - 1536) was een priester en humanist uit Rotterdam in de Noordelijke Nederlanden. Hij had contact met humanisten en de intellectuele elite uit heel Europa. In 1506 schreef Erasmus in het Latijn Moriae Encomium, later vertaald als Lof der Zotheid. Aanvankelijk circuleerde het boek enkel in de vriendenkring van Erasmus. Zijn vrienden kenden Latijn en begrepen de toespelingen die hij maakte op de klassieke teksten. Ze drongen er bij Erasmus op aan om het manuscript te publiceren. Toen het boek uit het Latijn naar de volkstaal werd vertaald, werd het meteen populair. Erasmus schreef niet vanuit de ik-persoon, maar vanuit het personage van Vrouwe Zotheid, een soort godin van de dwaasheid. Zo kon hij onbeperkt en met veel humor de spot drijven met en kritiek geven op het gedrag van de mensen en de katholieke kerk waartoe hij als priester behoorde. Kritisch denken was binnen het humanisme ontzettend belangrijk. Iets meer dan twintig jaar na zijn dood werd Lof der Zotheid samen met zijn hele oeuvre door de hoogste kerkelijke rechtbank op de index gezet. De index was een lijst van verboden boeken.

Uitbreiding 1:

Waarom noemde de monnik Filippo di Strata de boekdrukkunst een hoer?

In deze uitbreiding onderzoek je vanuit welke hoek er kritiek kwam op de boekdrukkunst.

proefversie©VANIN

Lees het fragment van Lise van der Veer (bron 1 op p. XXX) en maak de opdrachten.

a Leg uit hoe binnen de katholieke kerk zowel positief als negatief gereageerd werd op de uitvinding van de boekdrukkunst.

Enerzijds vond de katholieke kerk het goed dat dankzij de boekdrukkunst de Bijbel werd verspreid, maar anderzijds werden ook de ketterse ideeën meer verspreid.

b Welke vergelijking tussen toen en nu wordt in het fragment gemaakt?

Zowel toen als nu bestond er een zekere angst voor de snelle verspreiding van informatie, toen de ketterse ideeën, vandaag ‘fake news’.

c In de 16e eeuw was de boekdrukkunst verantwoordelijk voor de verspreiding van informatie. Vandaag worden andere media gebruikt. Bespreek klassikaal welke dat zijn en hoe die worden gebruikt en misbruikt.

d Beantwoord de historische vraag.

De katholieke monnik di Strata stond aan de kant van de katholieke kerk waaruit kritiek werd geleverd op de boekdrukkunst. Volgens hem werden door de boekdrukkunst ketterse ideeën verspreid, wat negatief uitdraaide voor de katholieke kerk.

Het grote gevaar

Toen in 1455 de drukpers werd uitgevonden door Johannes Gutenberg, schreef de humanistische geleerde Enea Silvio Piccolomini enthousiast over de delen van de Latijnse Bijbel die Gutenberg kort daarvoor had voltooid. Hij zag, samen met andere geestelijken, direct in dat de drukpers een geweldig middel was om Gods Woord te verspreiden. Helaas voor de katholieke kerk bleek dat de verspreiding van ketterse ideeën [ideeën afwijkend van de katholieke leer] ook veel makkelijker werd. In 1474 sprak de geestelijke Filippo di Strata: ‘Est virgo hec penna, meretrix est stampificata’. Dat betekent ‘de pen is een maagd, de drukpers een hoer’. Doordat het goedkoper en makkelijker was geworden om teksten te produceren, kon de kerk niet langer reguleren welke kennis werd verspreid. Het censureren van boeken door geestelijke of wereldlijke leiders werd moeilijker. Daarbij werd het voor een groter publiek bereikbaar. Volgens de geestelijken werd er rommel gedrukt en draaide het niet langer om de inhoud, als het maar geld opleverde. Het geschreven woord was volgens hen minder waardevol en de drukpers was een groot gevaar geworden. (…)

Bron 1:

Zonder de drukpers had het Maarten Luther decennia gekost om zijn ideeën te verspreiden en hadden de katholieke leiders dit verborgen kunnen houden. Met de boekdrukkunst kwam het voor iedereen beschikbaar en heeft het een enorme impact gehad. Luther heeft een eigen kerk gesticht en is een ware revolutie gestart. (…)

De razendsnelle verspreiding van nieuws kan zowel positieve als negatieve effecten hebben. Kennis wordt toegankelijker, maar waarheid en sensatie lopen soms door elkaar. Bij de opkomst van het gedrukte woord was de elite bang dat men de waarheid, het Woord van God, niet van de onzin uit ketterse teksten kon onderscheiden. Diezelfde angst lijkt weer te bestaan. Kijk naar de Verenigde Staten waar bepaalde zaken als fake news worden bestempeld, zonder dat te beargumenteren.

Uit: Van der Veer, L. (2019). Internet is een hoer. Cul. http://tijdschriftcul.nl/internet-is-een-hoer/

proefversie©VANIN

Kritiek op de boekdrukkunst

In de vroege middeleeuwen kopieerden geestelijken handschriften in kloosters. Hun handschriften waren luxeproducten, voorbehouden voor de clerus en de adel. In de eeuwen daarna nam de vraag naar geschreven documenten buiten de kloostermuren sterk toe. Rond het jaar 1000, toen Europese steden herleefden, hadden rijke stedelingen en ambachtslieden nood aan bijvoorbeeld geschreven contracten, boekhoudingen en inventarissen. Zo ontstonden ook buiten de kloostermuren ateliers waarin schrijvers hun diensten aanboden. Toen overal in Europa universiteiten werden gesticht, wilden professoren zo veel mogelijk kopieën van vooral klassieke auteurs. Met andere woorden, de vraag naar geschreven teksten explodeerde. Vanaf de 15e eeuw zou een nieuwe techniek helpen om die grote vraag te stillen: de boekdrukkunst. Maar er kwam ook kritiek tegen die innovatie. De kerk vreesde vooral dat de protestantse leerstellingen sneller en breder zouden worden verspreid.

Een monnik kopieert een boek in de schrijfzaal van het klooster. Dit is een versiering van een Frans manuscript uit de 14e eeuw. ↑

Het werk in een drukkersatelier. Kopergravure door Theodoor Galle (ca. 1570 - 1633) naar Jan van der Straet, uit het werk Nova Reperta (Antwerpen, eind 16e eeuw).

Conclusie IV

Antwoorden op de historische vragen

Historische vraag 1: Waarom noemden kritische denkers van de 15e en 16e eeuw hun tijd een aetas nova of nieuwe tijd?

De denkers van de 15e eeuw, de humanisten genaamd, keken op een nieuwe en kritische manier naar de samenleving. De kijk op mens- en wereldbeeld veranderde zodanig dat ze toen spraken van een nieuwe tijd.

Historische vraag 2: Waarom ontstonden er in Europa tijdens de vroegmoderne tijd nieuwe religieuze stromingen?

proefversie©VANIN

Historische vraag 3: Welke invloed had het humanisme op de kunst en de wetenschap van de 15e en 16e eeuw?

Kruis de twee juiste stellingen aan.

☐ In het nieuwe mensbeeld van het humanisme stond niet langer alleen God centraal, maar kon de mens vrije keuzes maken. Dat zette historici ertoe aan om de tijd van het humanisme als start van de vroegmoderne tijd te beschouwen.

☐ Historici beschouwen de aetas nova als de start van de vroegmoderne tijd omdat de wetenschappelijke innovaties van de aetas nova de basis vormden van de moderne wetenschap.

☐ Historici beschouwen de aetas nova als de start van de vroegmoderne tijd omdat er continuïteit was in het mensbeeld van de middeleeuwen naar de vroegmoderne tijd.

Historische vraag 4: Waarom is Lof der Zotheid van Desiderius Erasmus een goed voorbeeld van humanisme?

Erasmus gaf zoals een echte humanist kritiek, in dit geval op de katholieke kerk. Er kwam veel kritiek op de tradities en gewoonten binnen de kerk die niet in de Bijbel voorkomen, zoals de aflaten, het celibaat en de biecht. Maar de kerk had geen oren naar die kritiek. Daarom scheurden de protestanten zich af en ontstond er in Europa een religieuze breuk: het protestantisme. (De rooms-katholieke kerk verloor in Europa terrein ten voordele van het protestantisme, zoals het lutheranisme, het calvinisme en het anglicanisme.)

Synthese V

Samenvattend schema

↑ Bekijk het instructiefilmpje.

proefversie©VANIN

klassieke oudheid (8e eeuw v.C. - 5e eeuw)

invloed

aetas nova (15e - 16e eeuw) humanisme = filosofische beweging van kritische denkers: De mens staat centraal.

kunstuitingen wetenschappen geloof

nieuwe artistieke stroming renaissance = wedergeboorte van kunst uit klassieke oudheid

nieuw mens- en wereldbeeld innovaties zoals: astronomie: heliocentrisme car tografie: Mercatorprojectie —betere anatomische kennis boekdrukkunst

nieuwe religieuze hervorming protestantisme en reformatie: lutheranisme calvinisme anglicanisme

Historisch denken

Historische begrippen

Je leerde in de vorige jaren en in eerdere hoofdstukken al volgende historische begrippen: astronomie, cartografie, christendom, clerus, filosofie , gewoonte , innovatie , katholieke kerk, kerk, mensbeeld, religieuze breuk , standen, traditie en wetenschappen.

proefversie©VANIN

In dit hoofdstuk leerde je de volgende historische begrippen:

cultureel:

aetas nova nieuwe tijd: overgang van de middeleeuwen naar de vroegmoderne tijd aflaat document dat de katholieke kerk verkocht aan gelovigen om hun zonden af te kopen anglicaanse kerkchristelijke kerk van Engeland, opgericht tijdens de reformatie, waarvan de Engelse koning of koningin het hoofd is architectuur bouwkunst artistieke stromingkenmerken van een kunstuiting uit een bepaalde tijd en plaats beeldhouwkunstonderdeel van de beeldende kunst die een voorstelling, vormen en/of kleuren in drie dimensies in de ruimte uitdrukt biecht katholiek sacrament waarbij een persoon zijn zonden aan een priester vertelt boekdrukkunst vaardigheid om handschriften om te zetten in gedrukte boeken, zodat ze in meerdere exemplaren kunnen worden uitgegeven calvinisme leer van Johannes Calvijn, een protestantse hervormer celibaat bewuste keuze om ongehuwd en kinderloos te blijven cultuuruiting product van culturele identiteit geocentrisme leer die de aarde in het middelpunt van het heelal plaatst heilige titel voor een overleden persoon die een voorbeeldfunctie had binnen de katholieke kerk heliocentrisme leer die stelt dat de zon het centrum is van ons planetenstelsel humanisme filosofische beweging van kritische denkers en taalkundigen in de 15e en 16e eeuw die zich inspireerden op de klassieke teksten en geloofden in de kracht van het individu en de maakbare mens kunstuiting product van menselijke creativiteit lutheranisme leer van Maarten Luther, een protestantse hervormer protestantisme religieuze stroming binnen het christendom, ontstaan tijdens de reformatie van de 16e eeuw, die brak met de rooms-katholieke kerk en de Bijbel als belangrijkste bron van het geloof beschouwde protestanten verzamelnaam voor alle christenen die tijdens de reformatie van de 16e eeuw protesteerden tegen misbruiken in de kerk en braken met de rooms-katholieke leer reformatie christelijke beweging van kritische denkers in de 16e eeuw die verlangden naar een herbronning van het geloof en een hervorming binnen de katholieke kerk religieuze hervormingdiepgaande herbronning op vlak van het geloof, de geloofsbeweging, de religieuze tradities en organisatie

renaissance artistieke stroming in de 15e en 16e eeuw die zich inspireerde op de klassieke kunst en de mens centraal stelde rooms-katholieke kerknieuwe naam voor de katholieke kerk na de reformatie waarbij de paus de machtigste figuur bleef

schilderkunst onderdeel van de beeldende kunst die een voorstelling, vormen en/of kleuren in twee dimensies in de ruimte uitdrukt wetenschappelijke methode voeren van onderzoek en experimenteren om tot begrip te komen

Eigen begrippen:

proefversie©VANIN

Structuurbegrippen

Je gebruikte in dit hoofdstuk ook het volgende structuurbegrip: verandering.

Zelfevaluatie

Ik ken het samenvattend schema op p. XX.

Ik ken de inhoudelijke teksten op p. XX, XX, XX en XX.

Ik ken het kader historisch denken op p. XX.

SITUEREN IN HET REFERENTIEKADER

Ik kan de aetas nova situeren op de tijdlijn, zoals op p. XX.

BRONNEN EN WERKEN

Ik kan een bron onderzoeken aan de hand van het stappenplan en daarbij de betrouwbaarheid nagaan op basis van de boodschap, het perspectief en het doelpubliek, zoals op p. XX.

Ik kan kunstuitingen uit de klassieke oudheid vergelijken met die uit de renaissance, zoals op p. XX.

BEELDVORMING BEARGUMENTEREN

Ik kan de symboliek in spotprenten bestuderen en stapsgewijs interpreteren, zoals op p. XX.

Ik moet dit kennen. Ik kan dit. Ik kan dit nog niet.

Religieuze strijd

(Europa, ca. 1500 - 1650)

proefversie©VANIN

In 1563 schilderde Pieter Breugel dit werk, getiteld Dulle Griet

Het schilderij schittert vandaag in het Antwerpse Museum Mayer van den Bergh. Centraal op de afbeelding staat Dulle Griet, een afkorting voor boze of dwaze Margareta. Je ziet een vrouw in harnas met een zwaard in de hand een brandende stad ontvluchten, gevolgd door een groep plunderende en vechtende vrouwen. Ze draagt een geldkoffer en kostbaar vaatwerk. Daarmee staat ze symbool voor de katholieke hoofdzonden als hebzucht en gulzigheid. Is dit schilderij een verwijzing naar de woelige tijden vol strijd?

Historische vragen

Hoe reageerden Europese vorsten en de katholieke kerk in de vroegmoderne tijd op de reformatie?

Welke religieuze onverdraagzaamheid komt aan bod in het fragment uit Wildevrouw van Jeroen Olyslaegers? 5 1 1 2 3 4

Waarom ondergingen de Nederlanden in de 16e en 17e eeuw territoriale veranderingen?

Welke gelijkenissen en verschillen zijn er als je een schilderij van Caravaggio en van Rembrandt vergelijkt?

Waarom wordt het 16e-eeuwse Antwerpen het New York van die tijd genoemd?

Welke elementen uit de collectieve herinnering rond de pot van Olen hebben een historische basis?

De kaart bij bron 1 kwam aan bod in Sapiens 3. Je bestudeerde toen de expansie van het Bourgondische hertogdom. Bespreek de vragen klassikaal.

a Bespreek hoe (onder andere) de huwelijkspolitiek aan de basis lag van de Bourgondische staatsvorming.

b Leg uit hoe de Bourgondische hertogen een centralisatiepolitiek voerden in hun territorium.

Bron 1: Expansie van het Bourgondische hertogdom (1363 - 1477)

Zoom in op De zielenvisserij. Welke twee groepen zie je hier? Vergelijk met de spotprent op p. XXX in het vorige hoofdstuk.

proefversie©VANIN

VROEGMODERNE TIJD

Hoofdstuk 4: Religieuze strijd (Europa, ca. 1500 - 1650)

Ruiterportret keizer Karel V (1521 - 1555), door Titiaan, 1547, Venetië. Karel V regeerde over een uitgestrekt rijk waarvan gezegd werd dat de zon er nooit onderging. Hij speelde een grote rol in de Europese politiek van de vroegmoderne tijd.

↑ Bekijk de afbeelding.

Situeren in tijd II

← De zielenvisserij door Adriaen Pietersz. Van de Venne, 1614, Amsterdam. Dit schilderij staat bol van de symboliek. Twee groepen, op de linker- en rechteroever, proberen zieltjes op te vissen.

proefversie©VANIN

156015701580 1650 15901600 1610162016301640

VROEGMODERNE TIJD

REGEERPERIODE VAN FILIPS II

REFORMATIE

CONTRAREFORMATIE

TACHTIGJARIGE OORLOG

Vernieling van Onze-Lieve-Vrouwekathedraal te Antwerpen. Gravure van Frans Hogenberg, Brabant, 16e eeuw. In 1566 barstte de Beeldenstorm los waarbij protestanten katholieke kerken vernielden.

Anoniem schilderij uit ca. 1585 van de Spaanse Furie, Antwerpen. Filips II, zoon van keizer Karel V, stuurde een leger naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen. Spaanse soldaten sloegen in 1576 aan het plunderen in Antwerpen.

Op onderzoek III

Historische vraag 1: Hoe reageerden Europese vorsten en de katholieke kerk in de vroegmoderne

tijd op de reformatie?

In deze vraag bestudeer je de reactie op de reformatie waarover je al leerde in hoofdstuk 3. Je gebruikt daarvoor een lestekst.

1

proefversie©VANIN

Lees de lestekst op p. XX-XX. Gebruik de juiste leesstrategie.

2 Vul de tabel aan met kennis uit de lestekst.

a Noteer in de linkse kolom een voorbeeld van een gebeurtenis die door keizer Karel V als een bedreiging werd gezien.

b Noteer in de middelste kolom zijn reactie op die bedreiging.

c Noteer in de rechtse kolom of die reactie succesvol was of niet.

Bedreiging Reactie (On)succesvol

Bv. Er was een religieuze breuk: protestanten kwamen in opstand tegen de katholieke kerk.

bv. het Bloedplakkaat: doodstraf voor ketters

Bv. Niet succesvol: er kwamen steeds meer protestanten bij.

3 Is de manier waarop er in Europa werd omgegaan met minderheden in de vroegmoderne tijd een voorbeeld van continuïteit of verandering? Markeer en beargumenteer je keuze.

Het is een voorbeeld van continuïteit / verandering

In de middeleeuwen werden joden vaak gediscrimineerd op basis van een wij-zijdenken. Hetzelfde gebeurde tijdens de vroegmoderne tijd tussen rooms-katholieken en protestanten.

4 Zoek, eventueel online, hedendaagse voorbeelden op van hoe wij-zij-denken kan leiden tot geweld.

Persoonlijk antwoord

5 Maak een schematische voorstelling van de contrareformatie die toont op welke twee manieren de reformatie werd aangepakt. Noteer bij de verschillende onderdelen van het schema de afkortingen van de maatschappelijke domeinen, zodat duidelijk wordt tussen welke domeinen er een verband is.

contrareformatie

religieuze hervormingen

- priesters beter opleiden

- strengere regels

repressie

- Bloedplakkaat

- Inquisitie

6

Maak van de schematische voorstelling uit voetstap 5 een doorlopende tekst. Noteer die bij de conclusie op p. XX.

Contrareformatie

Religieuze herbevestiging en hervorming

Na de stevige kritiek van Luther op de rooms-katholieke kerk ontstonden er verschillende protestantse kerken, verspreid over het hele Europese continent. Die reformatie lokte een tegenreactie uit: de contrareformatie. Het concilie (kerkvergadering) van Trente (1545 - 1563) probeerde de wantoestanden aan te pakken. De rooms-katholieke kerk verklaarde blijvend achter de traditionele leer te staan waartegen zo veel protest kwam. Zo bleef onder andere de aflatenhandel bestaan. Voorts probeerde de rooms-katholieke kerk zichzelf opnieuw uit te vinden als reactie op de religieuze breuk. Priesters werden voortaan beter opgeleid en ze kregen strengere regels opgelegd om machtsmisbruik te voorkomen. De Jezuïetenorde was een nieuwe religieuze organisatie. Ze moest instaan voor de opleiding van jonge katholieke christenen, zowel in Europa als in de pas veroverde kolonies in de Nieuwe Wereld.

Repressie

De rooms-katholieke kerk schakelde ook de hulp van katholieke vorsten in om te vermijden dat nog meer christenen protestants zouden worden. Je leerde al dat in de middeleeuwen minderheden zoals joden werden geviseerd. Vorsten kozen in de vroegmoderne tijd vaak voor een gelijkaardig beleid van wij-zij-denken: ze vervolgden de aanhangers van religieuze of levensbeschouwelijke organisaties waarmee ze het zelf moeilijk hadden. Karel V probeerde bijvoorbeeld de levensbeschouwelijke organisatie aan banden te leggen door het katholieke geloof op te dringen en te verhinderen dat zijn onderdanen naar het protestantisme overstapten. Het Bloedplakkaat, een vorstelijk besluit uit 1550, is daar een goed voorbeeld van. Dat plakkaat veroordeelde ketters tot de dood. Ketters waren christenen die weigerden de officiële leer van het rooms-katholicisme te volgen. Protestanten werden dan ook als ketters beschouwd. Maar het protestantisme bleef toch succesvol en breidde zelfs uit.

Inquisitie

Er werd een kerkelijke rechtspraak ingesteld, de Inquisitie, die mocht bepalen wie zich te buiten ging aan ketterij. Kerk en staat werkten daarbij samen om hun macht over burgers te versterken. Het verraden van ketters werd aangemoedigd en om te bewijzen dat iemand schuldig was, werden martelpraktijken gebruikt. Dat was niet zo uitzonderlijk, want alle rechtbanken van die tijd gingen zo te werk als het over belangrijke rechtszaken ging. Ketters die hun geloof niet wilden afzweren, liepen het risico op de doodstraf. Katholieke vorsten kozen er vaak voor om protestantse gelovigen regels en beperkingen op te leggen en later zelfs om hun geloof echt te verbieden en te vervolgen. Zo koos Karel IX, de koning van Frankrijk, eind 16e eeuw voor de rooms-katholieke kerk en werd het protestantisme verboden. Op andere plaatsen kozen vorsten ervoor om een bondgenootschap te sluiten met de protestantse kerken. Zo konden zij hun eigen macht vergroten. Daar werden katholieke burgers dan weer gediscrimineerd en vervolgd.

← Schilderij toegeschreven aan Francois Dubois (Parijs, 16e eeuw). De afbeelding toont het geweld tijdens de beruchte Bartolomeusnacht (augustus 1572). Toen gaf de Franse koning de opdracht om tal van vooraanstaande protestanten te doden. Duizenden protestanten werden toen uitgemoord. Centraal links komt de koningin uit het Louvre, en kijkt ze toe op de wreedheden. De schilder, zelf een protestant, vluchtte naar Zwitserland om te ontsnappen aan de vervolgingen.

proefversie©VANIN

Na verschillende opstanden moest keizer Karel V met lokale protestantse vorsten een vredesverdrag sluiten. Met de vrede van Augsburg uit 1555 liet hij de keuze aan de lokale vorsten. Ze konden kiezen of ze katholiek bleven of protestants werden. De gevolgen van die beslissingen laten zich vandaag nog altijd voelen: in Frankrijk is de grote meerderheid van de christenen katholiek, in Duitsland zijn er zowel katholieken als lutheranen en calvinisten.

Historische vraag 2: Waarom ondergingen de Nederlanden in de 16e en 17e eeuw territoriale veranderingen?

In deze historische vraag bestudeer je de territoriale veranderingen van de Nederlanden op basis van kaarten, een stamboom en een lestekst.

proefversie©VANIN

1

Bestudeer kaart 1 en 2 en de stamboom op p. XX. Gebruik daarbij eventueel je Histokit.

Kaart 1: Europa in de tijd van Karel V (1519 - 1556)

Kaart 2: Europa na het Verdrag van Munster (1648)

2

Leg aan de hand van de stamboom en het filmpje uit op welke manier keizer Karel aan het hoofd kwam te staan van een rijk dat bestond uit onder andere Spanje (waaronder Castilië en Aragon) en het Duitse rijk.

proefversie©VANIN

Keizer Karel was via zijn ouders de erfgenaam van het Spaanse en Duitse rijk.

↑ Bekijk het filmpje.

Bourgondië Habsburgers Castilië Aragon

Bourgondische hertogen, zie Sapiens 3

Maria van Bourgondië

Maximiliaan van Oostenrijk, later keizer van het Duitse rijk

Filips de Schone van Habsburg

Portret van keizer Karel, geschilderd door Jan Cornelisz Vermeyen, Nederlanden (1530).

Isabella van Castilië Ferdinand van Aragon

Karel V, later keizer Karel genoemd

Filips II

Net als de volksverhalen over Keizer Karel behoort het Ros Beiaard tot het immateriële erfgoed uit onze regio. Het is een eeuwenoude processie. Ontdek op iDiddit waar deze traditie vandaan komt. ERFGOED

Johanna van Aragon

← Portret van Filips II, geschilderd door de Italiaanse Sofonisba Anguissola (1573).

3

Lees de lestekst op p. XXX. Bespreek de centralisatie in het rijk van keizer Karel V.

a Geef minstens twee voorbeelden van hoe keizer Karel V streefde naar centralisatie. b Koppel aan beide voorbeelden de juiste maatschappelijke domeinen, zodat de verbanden tussen die domeinen duidelijk worden.

Keizer Karel V (POL) wilde belastingen innen (ECO) in het hele rijk.

Keizer Karel V wilde via wetten (POL) zoals het Bloedplakkaat de levensbeschouwelijke organisatie (CUL) aan banden leggen door het rooms-katholieke geloof op te dringen aan alle onderdanen.

4

Vergelijk de kaarten op p. XX met de lestekst op p. XX. Leg uit welke territoriale verandering de Nederlanden ondergingen na de Vrede van Munster in 1648.

De Nederlanden werden opgesplitst in een zuidelijk deel dat Spaans bezit bleef en een noordelijk deel dat onafhankelijk werd en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd genoemd.

5

Voor welke twee hedendaagse landen werd in 1648 de basis gelegd?

België en Nederland

6

Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. XX.

Contrareformatie in de Nederlanden

Je leerde vorige jaren al over veranderende territoriale invulling: de grenzen van staten veranderen voortdurend. Soms ontstaan er ook nieuwe staten. Vorig jaar bestudeerde je hoe de Bourgondische hertogen een eigen rijk probeerden te creëren, tussen Frankrijk en het Duitse rijk in. Verschillende graafschappen en hertogdommen in de Nederlanden werden daarin opgenomen. De Nederlanden kun je zien als een regio die vandaag min of meer overeenkomt met de Benelux. In de vroegmoderne tijd gingen die Bourgondische territoria, dus ook de Nederlanden, op in het grote rijk van Karel V.

Via de stamboom en de kaarten op p. XX en XX bestudeerde je het ontstaan van het Habsburgse rijk onder keizer Karel V. Van dat rijk zei men dat de zon er nooit onderging. Buiten de Europese bezittingen, zoals Spanje en het Duitse rijk, had Karel V immers ook territoria in Amerika in zijn bezit. Dat grote rijk was tot stand gekomen via oorlog en huwelijkspolitiek.

Net als de Bourgondische vorsten streefde keizer Karel naar een centralisatie van de macht en het bestuur, waarbij hij belastingen wilde innen en wetten opleggen in het hele rijk. Het Bloedplakkaat dat ketterij tegenging, was daar een goed voorbeeld van. In 1555 en 1556 gaf Karel zijn macht uit handen, ten voordele van zijn zoon, teleurgesteld omdat hij zijn verlangen naar centrale macht niet had kunnen realiseren en het rooms-katholicisme niet overal standhield.

Filips II, zoon en opvolger van keizer Karel V, nam een nog hardere houding aan ten opzichte van het protestantisme dat maar bleef uitbreiden, ook in de Nederlanden. In 1566 brak de Beeldenstorm uit, een protestantse opstand waarbij rooms-katholieke kerken werden aangevallen. Filips II reageerde snel en stuurde in 1567 de Spaanse hertog Alva naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen. De Raad van Beroerten werd opgericht, een rechtbank die op zoek ging naar ketters. Omdat er zo veel doodvonnissen werden uitgeroepen, werd die rechtbank ook wel de Bloedraad genoemd.

Protestanten weigerden zich echter te bekeren tot het rooms-katholieke geloof. Een groot deel van de adel en de rijke burgerij in de steden van de Nederlanden verzette zich ook tegen de rooms-katholieke bestuurders die Filips II vanuit Spanje oplegde. De Nederlanden onder leiding van Willem van Oranje verklaarden geen onderdanen van Filips II meer te zijn. In 1588 riepen de Nederlanden hun onafhankelijkheid uit en noemden zich vanaf toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Filips II accepteerde dat niet en het conflict werd militair uitgevochten in de Tachtigjarige Oorlog. Tijdens die oorlog werd onder andere Antwerpen geplunderd door Spaanse soldaten.

proefversie©VANIN

Pas in 1648 werd de Vrede van Munster gesloten. Zoals je al kon zien op de kaarten op p. XX, ontstonden er toen twee verschillende gebieden. De Zuidelijke Nederlanden bleven katholiek onder het bestuur van de Spaans-Habsburgse vorst. De Noordelijke Nederlanden werden een onafhankelijke republiek. Daar heerste een voor de vroegmoderne tijd uitzonderlijke godsdienstvrijheid.

Historische vraag 3:

Welke gelijkenissen en

verschillen zijn er als je een schilderij van Caravaggio en van Rembrandt vergelijkt?

In deze historische vraag vergelijk je twee schilderijen met elkaar en ga je op zoek naar gelijkenissen en verschillen tussen het werk van drie beroemde schilders uit de 17e eeuw.

proefversie©VANIN

1

Bestudeer bron 1 en 2 met behulp van de kijkstrategie uit de Histokit en bekijk het bijbehorende filmpje. Zo krijg je inzicht in de kenmerken van de nieuwe artistieke stroming tijdens de vroegmoderne tijd: de barok.

← De Carolus Borromeuskerk te Antwerpen werd begin 17e eeuw gebouwd, in opdracht van de Jezuïetenorde. Deze kerk wordt gezien als een prachtig voorbeeld van de barok. Binnenin werd de kerk bovendien versierd met schilderijen van de barokke kunstenaar Peter Paul Rubens. De gevel is rijkelijk versierd met typische elementen uit de klassieke oudheid, zoals zuilen en frontons.

08b

KIJKSTRATEGIEËN

Bekijk het filmpje.

← Peter Paul Rubens schilderde te Antwerpen begin 17e eeuw dit drieluik getiteld Kruisoprichting Dit schilderij hangt in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal te Antwerpen samen met de kruisafname. Het werk vertoont zeer duidelijk de barokke kenmerken.

Bron 1:
Bron 2:

2

Noteer minstens vier kenmerken van de barokke schilderkunst.

contrast tussen licht en donker, extreem realisme, veel zin voor emotie en drama, veel beweging en expressie

proefversie©VANIN

3

Bestudeer bron 3 en 4 en de bijbehorende bijschriften. Gebruik de kijkstrategie uit de Histokit.

← Caravaggio, 1599, Rome, Judith onthoofdt Holofernes Vandaag kun je dit werk bewonderen in de Gallerie Nazionali d'Arte Antica in Rome.

← Rembrandt van Rijn, 1632, Amsterdam, De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp Vandaag kun je dit werk bewonderen in het Mauritshuis in Den Haag.

Bron 3:
Bron 4:

4

Zoek online meer contextinformatie op over de kunstenaars, de schilderijen en de thema’s. Je kunt de contextinformatie eventueel ook bekijken op iDiddit.

proefversie©VANIN

5 Nu je de contextinformatie hebt bestudeerd, kun je de historische vraag beantwoorden. Doe dat bij de conclusie op p. XX.

Barok

Buiten de hervormingen en de repressie werd ook kunst ingeschakeld om de katholieke gewoonten en tradities beter te verkopen aan de mens. Volgens de kerk moest kunst Bijbelverhalen dichter bij de mensen brengen. De barok was een artistieke stroming waarin schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur samensmolten tot één wervelend geheel, gekenmerkt door extreem realisme, dramatische effecten, emotionele taferelen, contrasten tussen licht en donker, veel beweging en kronkelende figuren. De barokke bouwkunst wordt dan weer gekenmerkt door het gebruik van symmetrie, rijke materialen, ingewikkelde patronen, veelvuldige versieringen, religieuze onderwerpen … De pracht en praal van de barok diende als propagandamiddel om gelovigen te overtuigen van het rooms-katholicisme. In Antwerpen was Peter Paul Rubens de grootste vertegenwoordiger van die stroming.

ERFGOED

Pieter Paul Rubens was een beroemde schilder uit onze regio. Ontdek op iDiddit waarom ook vandaag nog toeristen uit allerlei landen naar zijn kunstwerken komen kijken.

Historische

vraag 4:

Waarom wordt het 16e-eeuwse Antwerpen het New York van die tijd genoemd?

In deze historische vraag vergelijk je het Antwerpen uit de 16e eeuw met het New York uit de 20e eeuw. Dat doe je door bronnen met elkaar te vergelijken.

proefversie©VANIN

Bestudeer bron 1 tot en met 9. Maak de opdrachten op p. XXX.

Bron 1:

In andere steden langs de kust van de Noordzee was de macht van een koning of een hertog of een keizer zichtbaar, maar in Antwerpen zag je alleen de stad zelf: een plaats waar handel werd gedreven, waar mensen wilden of moesten zijn, waar ze het zich niet konden permitteren er niet te zijn. Antwerpen was beroemd vanwege Antwerpen. (…)

Antwerpen was heel anders. (…) De handel was afhankelijk van buitenlanders, en dus vond men het niet nodig op te treden tegen de ketterse opvattingen die veel handelaren aanhingen. Antwerpen probeerde steeds het eigen belang in het oog te houden. (…)

Antwerpen was ook de plek waarheen een man zich begaf als hij syfilis had opgelopen, omdat veel mensen wel wisten dat dit met een beroemde Chinese wortel te genezen was, maar artsen in Antwerpen wisten hoe ze te werk moesten gaan. De stad was een verhaal dat zijn inhoud ontleende aan wat mensen erover hoorden en ervan wisten, en genoot faam omdat er alle mogelijke informatie werd verhandeld, niet alleen de boeken die er in grote aantallen werden gedrukt. In 1519 trok de alchemist Paracelsus naar Antwerpen, waar hij naar zijn zeggen ‘op de markt meer te weten kwam dan in een school in Duitsland of elders.’

Uit: Pye, M. (2021). Antwerpen: de gloriejaren. De Bezige Bij.

De Brit Michael Pye is historicus. Hij werkt als romanschrijver, columnist en journalist.

Bron 2:

← Schilderij van Jackson Pollock, One: Number 31 Bezoekers van het Museum of Modern Art in New York vergapen zich aan een kunstwerk van de beroemde New Yorkse kunstenaar, die dit ‘druipschilderij’ creëerde in 1950. De Verenigde Staten, en zeker New York, werden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog een toevluchtsoord voor kunstenaars. De vele musea zijn er ook vandaag nog een toeristische trekpleister. Bekende New Yorkse kunstenaars zijn Jackson Pollock, Mark Rothko, Roy Liechtenstein en Andy Warhol.

3:

Oooh, New York

Oooh, New York

Grew up in a town

Beluister het audiofragment.

That is famous as a place of movie scenes

Noise is always loud

There are sirenes all around

And the streets are mean

If I can make it here

I could make it anywhere

That's what they say

Seeing my face in lights

Or my name in marquees

Found down on Broadway

Even if it ain't all it seems I got a pocketful of dreams

Baby, I'm from...

New York, concrete jungle where dreams are made of

There's nothing you can't do

Now you're in New York

These streets will make you feel brand new

Big lights will inspire you

Hear it for New York, New York, New York

(…)

Songtekst uit: Keys, A. (2008). Empire state of mind (Part II) Broken down.

Bron 5:

Bron 4:

Hedendaagse foto’s van Little Italy (2016) en China Town (2017), twee heel bekende wijken in New York. De naamgeving kent haar oorsprong bij Italiaanse en Chinese immigranten die deze wijken opbouwden en tonen goed aan hoe multicultureel New York is.

proefversie©VANIN

…behalve de lieden van het land zelf die er in grote menigte naar toe trekken en verblijven en de Franse kooplui, die in vredestijd ook talrijk zijn, tellen we de Duitsers, de Denen en Oosterlingen, de Italianen, de Spanjaarden, de Engelsen en de Portugezen. De Spanjaarden zijn het talrijkst vertegenwoordigd: velen onder hen zijn er gehuwd en blijvend gevestigd. (…) Want het hoeft gezegd dat de vreemdelingen te Antwerpen en in het geheel de Lage Landen in de grootst mogelijke vrijheid leven, hetgeen men in de andere landen noch elders ter wereld niet kent. Het is een wonder schouwspel deze bonte menigte te zien, zo verschillend in karakter; het wekt nog meer verwondering deze verscheidene talen te horen bij zoverre dat men in één stad de levenswijze en de gewoonte van verscheidene verre volken aantreft. Door het groot aantal vreemdelingen die hier toestromen weet men te Antwerpen het nieuws dat voorgevallen is in andere delen van de wereld…

Uit: Guicciardini, L. Vertaald door: Killiaen, C. (1567) Descrittione di tutti i Paesi Bassi. Guglielmo Silvio.

↑ Guicciardini was een Florentijns koopman die zo'n veertig jaar in Antwerpen woonde. Hij gaf een beschrijving van de stad.

Bron
© Shutterstock / Sean Pavone
© Shutterstock / travelview

Bron 6:

De enige stad in het renaissance-Europa die kunstenaars een thuishaven bood, op een wijze vergelijkbaar met Firenze, Rome en Venetië, was Antwerpen. In de vroege 16e eeuw liep de Scheldestad voor op steden als Brugge en Brussel, haar rivalen in de Nederlanden. Dürer [een bekend Duits kunstenaar] bezocht Antwerpen, zoals hij Venetië had bezocht, en schafte er zich een aantal exotische voorwerpen aan. Zelfs als Lodovico Guicciardini zou overdreven hebben toen hij in 1560 schreef dat er in de stad 300 kunstenaars aan het werk waren, dan nog vormt alleen al het feit dat een Florentijn onder de indruk was van het grote aantal, een interessant gegeven. Zoals in Firenze en Venetië ontwikkelde zich ook in Antwerpen in die periode een kunstmarkt. Schilderijtentoonstellingen werden vanaf 1540 georganiseerd in een permanente galerij aan de Beurs.

Uit: Burke, P. (1993). Antwerpen, verhaal van een metropool. Snoeck-Ducaju & Zoon.

Hedendaagse foto’s van New York. New York is vooral bekend omwille van zijn skyline, zoals je op de foto links kunt zien. Honderden wolkenkrabbers ontnemen de New Yorkers van zonlicht. Te midden van al die gigantische gebouwen bevindt zich Wall Street. Die straat in het centrum van Manhattan is het financiële hart van de stad. Daar bevindt zich de New York Stock Exchange, vandaag de grootste beurs ter wereld (rechtse foto). Er worden aandelen verkocht van internationale bedrijven, ook wel multinationals genoemd.

Bron 8:

proefversie©VANIN

inwoners New York

Uit: De Keyser, J. (2010). Vreemde ogen: een kijk op de zuidelijke Nederlanden 1400-1600. Uitgeverij Ludion. / Wilson, B. (2020). Metropolis: De grootste uitvinding van de mens. Spectrum

Evolutie inwonersaantallen van Antwerpen, Amsterdam en New York doorheen de tijd. Gebaseerd op werk van verschillende historici.

Bron 7:

9:

De oude Beurs van Antwerpen, anonieme tekening uit de 17e eeuw. Hoe de beurs van Antwerpen werkte, kom je te weten in het filmpje.

2

Je kreeg negen bronnen om het 16e-eeuwse Antwerpen met New York te vergelijken. Vul de drie tabellen aan.

a Kies telkens twee bronnen, één over Antwerpen uit de 16e eeuw en één over New York uit de 20e eeuw, waartussen je een vergelijking maakt.

b Bekijk het filmpje als je niet goed weet hoe je hier het best aan begint.

Twee bronnen waartussen je gelijkenissen opmerkt:

Is het een historische bron of een historisch werk?

Welke soort bron is het?

In welk maatschappelijk domein situeer je de bron?

bron over Antwerpen uit de 16e eeuw:

bron 5 bron 4

historische bron / historisch werk

proefversie©VANIN

Welke vergelijking komt hier aan bod?

↑ Bekijk het filmpje.

↑ Bekijk het filmpje.

bron over New York uit de 20e eeuw:

historische bron / historisch werk

geschreven bron visuele bronnen

PD / ED / SD / CD

PD / ED / SD / CD

Antwerpen toen en New York later werden gekenmerkt door een zekere mate van multiculturaliteit, als gevolg van migratie.

Bron

Twee bronnen waartussen je gelijkenissen opmerkt:

Is het een historische bron of een historisch werk?

Welke soort bron is het?

In welk maatschappelijk domein situeer je de bron?

Welke vergelijking komt hier aan bod?

bron over Antwerpen uit de 16e eeuw:

bron 9

historische bron / historisch werk

bron over New York uit de 20e eeuw:

bron 7

historische bron / historisch werk

visuele bron visuele bronnen

proefversie©VANIN

3

Twee bronnen waartussen je gelijkenissen opmerkt:

Is het een historische bron of een historisch werk?

Welke soort bron is het?

In welk maatschappelijk domein situeer je de bron?

Welke vergelijking komt hier aan bod?

PD / ED / SD / CD

PD / ED / SD / CD

Antwerpen toen en New York later waren handelscentra met een beurs waar aandelen verkocht werden.

bron over Antwerpen uit de 16e eeuw:

bron 6

historische bron / historisch werk

bron over New York uit de 20e eeuw:

bron 2

historische bron / historisch werk

geschreven werk visuele bron

PD / ED / SD / CD

PD / ED / SD / CD

Antwerpen toen en New York later waren kunstcentra.

Lees het kader historisch denken hieronder. Leg uit of er in de bovenstaande oefeningen sprake is van een analogie of net niet.

Aangezien er veel gelijkenissen bestaan tussen het Antwerpen van toen en het hedendaagse New York, kunnen we zeker spreken van een analogie.

Historisch denken: historische analogie

Een historische analogie is een vergelijking van fenomenen uit het verleden met fenomenen uit een andere periode. Zo zou je bijvoorbeeld oorlogsvluchtelingen uit de Eerste Wereldoorlog kunnen vergelijken met de vluchtelingenproblematiek vandaag.

4

Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. XXX.

Antwerpen in de 16e eeuw

Tijdens de 16e eeuw groeide Antwerpen snel uit tot een kosmopolitische en multiculturele stad. Het was veruit de grootste stad in de Nederlanden. Mensen uit alle windstreken migreerden erheen met als voornaamste doel handel te drijven. Er was veel geld in omloop en via de beurs konden mensen proberen om dat geld slim te investeren. Kunstenaars creëerden er in alle vrijheid kunstwerken en schrijvers met verschillende geloofsopvattingen bereikten dankzij de vele Antwerpse boekdrukkers een groot publiek. Je kunt het Antwerpen van toen daarom vergelijken met hedendaagse wereldsteden zoals bijvoorbeeld New York.

In 1567 stuurt Filips II hertog Alva met een Spaans leger naar de Nederlanden, waarna de vrijheid streng aan banden werd gelegd. Ketters werden vervolgd en liepen het risico ter dood veroordeeld te worden. Niet veel later werd Antwerpen geplunderd door Spaanse soldaten en startte de Tachtigjarige Oorlog. Veel inwoners, zeker zij die zich dat konden veroorloven, vluchtten toen weg uit Antwerpen en trokken naar het noorden. Daardoor raakte de stad in verval. Veel handelaars verhuisden naar andere steden zoals Amsterdam.

Historische vraag 5:

Welke elementen uit de collectieve herinnering rond de pot van Olen hebben een historische basis?

1

Lees het verhaal over de pot van Olen. Gebruik de juiste leesstrategie.

Bron 1:

Daar was te Olen een herberg waar men goed bier verkocht. Ook liet Keizer Karel, wanneer hij jaarlijks ter jacht kwam, nooit na er een pot te pakken. Hij hield te paard voor de deur stil, bestelde, en de vrouw kwam buiten met het schuimende gerstenat. Zij hield echter de pot bij het oor vast, zodat Keizer Karel moeite had hem aan te nemen.

“Vrouwke, tegen aanstaande jaar moet ge een pot kopen met twee oren, dat zal gemakkelijker zijn.”

“Ja, meneer,” zei de vrouw.

’t Volgend jaar hield Keizer Karel weer aan de herberg stil. De vrouw kwam nu met een pot met twee oren, maar zij hield de twee oren in de handen, zodat Keizer Karel weer moeite had hem aan te nemen.

“Zo gaat het nog niet goed, vrouwke. Ge zult er tegen aanstaande jaar een moeten kopen met drie oren. Dan zal ’t wel beter gaan.”

Het derde jaar, toen Keizer Karel weer aan de herberg stilhield, kwam de vrouw met een pot met drie oren.

Zij hield hem weer met twee oren vast en wel zo dat het derde oor naar haar borst was gekeerd.

“Ja, vrouwke,” zei Keizer Karel, “t zou al even moeilijk gaan als verleden jaar, indien ik niet wist dat er een derde oor was.”

Onder de pot door greep hij het derde oor vast.

“Zie, zo is alles maar een weet,” sprak hij.

En de herberg waar dit zoveel honderd jaar geleden gebeurd is, bestaat nog altijd te Olen. En de pot wordt er nog altijd bewaard. Ga er maar eens heen en ge zult uit de pot van Keizer Karel mogen drinken, zoals ik er eens uit gedronken heb.

Uit: Lox, H. (2000). Van stropdragers en de pot van Olen: verhalen over Keizer Karel. www.volksverhalen.be

2

proefversie©VANIN

Vergelijk het verhaal van de pot van Olen met bron 2 en 3 en de lestekst op p. XX.

Vul het schema aan.

a Noteer in het linkerdeel van het schema een voorbeeld van materieel en immaterieel erfgoed uit de bronnen.

b Markeer in het rechterdeel van het schema de juiste functie(s) van de collectieve herinnering.

collectieve herinnering

oorsprong van collectieve herinnering

materieel erfgoed:

schilderij Breugel

immaterieel erfgoed:

verhaal over de pot van Olen

functie van collectieve herinnering

• constructie van de collectieve identiteit

• aanwakkeren sociale cohesie (of verbondenheid)

• aanwakkeren van sociale uitsluiting

• trots cultiveren

• slachtofferschap cultiveren

• waardeoverdracht

© Alamy / Imageselect / Aurelian Images

proefversie©VANIN

← Schilderij Boerendans van Pieter Breugel de Oude uit 1568.

[Het] is geordineerd [verplicht] dat alle brouwers, tappers, waarden en waardinnen zullen moeten hun bier uittappen en leveren met de gerechte metalen Bonse maat [goede of juiste maat] dezer voogdij, te weten potten met drij oren naar oude costuimen [gewoonten]. En zo de keurmeesters bevinden dat de maat te klein is of dat er potten zonder drij oren getapt worden, daar zal al het volk dit gelag los uit huis gaan zonder te betalen, tenzij de oren afgeslagen of gebroken waren en bovendien zal de tapper, waard of waardin verbeuren elke maal de pot met nog een gulden en tien stuivers.

Uit: (1596 - 1631). Artikel 30 van het Keurenboek van de Vrijheid van Mol, Balen en Dessel.

Een keure is een document waarin de rechten en plichten van de bewoners van een stad of gebied werden vastgelegd. In deze keure werd het gebruik van potten met drie oren verplicht in de Kempen. Het Kempische Olen ligt op zo’n 20 kilometer van Mol, Balen en Dessel.

Bespreek klassikaal het verhaal van de pot van Olen.

a Wie kende het verhaal al en wie nog niet?

b Bespreek waarom je het verhaal al dan niet kende.

c Leg uit waarom je denkt dat het verhaal al dan niet echt gebeurd is.

d Ken je nog andere soortgelijke verhalen?

4

Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. XXX.

Bron 2:
Bron 3:

Collectieve herinneringen

Herinneringen uit het verleden die voortleven in het geheugen van een grote groep mensen, zoals de inwoners van een stad of een land, worden omschreven als de collectieve herinnering van die mensen. Zo herinneren veel Belgen zich dat Julius Caesar de Belgen omschreef als de ‘dappersten der Galliërs’. In Sapiens 2 nuanceerde je die stelling. Erfgoed is dan weer een verzamelnaam voor alles wat door vorige generaties is gemaakt en wat nu nog bestaat en een grote waarde heeft voor de samenleving. De collectieve herinnering wordt in stand gehouden door materieel erfgoed zoals gebouwen, schilderijen, standbeelden ... maar ook door immaterieel erfgoed zoals verhalen, tradities, gewoonten, rituelen en gebruiken. Het erfgoed maakt de collectieve herinnering mogelijk. Daarbij kun je ook bestuderen wat de functies van zo’n collectieve herinnering kunnen zijn. Zo kan collectieve herinnering de collectieve identiteit construeren, trots cultiveren, de verbondenheid verhogen …

proefversie©VANIN

Uitbreiding 1:

Welke religieuze onverdraagzaamheid komt aan bod in het fragment uit Wildevrouw van Jeroen Olyslaegers?

In deze historische vraag bestudeer je een fragment uit een historische roman. In Wildevrouw vertelt Jeroen Olyslaegers het verhaal van een verzonnen 16e-eeuws personage dat Beer wordt genoemd. Beer heeft een herberg in Antwerpen en komt op die manier in contact met heel wat bekende karakters van die tijd. In het volgende fragment heeft een zekere Brederode de Antwerpenaren net de ‘vrijheid’ beloofd. Hendrik van Brederode (1531 - 1568) was een Nederlandse edelman die gezien wordt als een van de leiders van het verzet tegen de Spaanse overheersing in de Nederlanden.

1

Lees het fragment uit Wildevrouw van Jeroen Olyslaegers. Maak gebruik van de juiste leesstrategie.

Nadat Brederode de Antwerpenaren met zoveel vuur vrijheid had beloofd, was men dansend door de straten gegaan. De volgende dagen waren zijn grootste bewonderaars nog steeds aan het feesten en de gezagsdragers openlijk aan het uitdagen, maar de rest van de bevolking werd ongemakkelijk van al die onruststokerij. Want die vrijheid, was die nu voor iedereen? De papen onder ons vonden het aanstellerij. Doe zo verder, riepen ze luid, en de Spanjaarden staan hier, en dan zult ge wat meemaken. De lutheranen wilden wel hun eigen gedacht in openheid beleven, maar de handel was evenzeer belangrijk. De calvinisten waren ervan overtuigd dat ze alles aankonden en dat de strijd noodzakelijk was. ‘Eindelijk recht!’ meenden er velen. Geef ons toch rust, peinsden anderen. En zij die rust wilden, werden onrustig van de mensen die hoopten

op rechtvaardigheid. Het bleef maar duren. Elke dag was er wel iemand die kwaad werd op een ander. De wederdopers waren het ergst van al. Omdat niemand om hen gaf, bleven ze maar provoceren. ‘Liever Turks dan paaps!’ zo werd er door hen geroepen aan de ene kant van de rui [= stadsgracht]. En aan de andere kant ontploften ze daar dan bijna van colère. ‘Hoe durft ge dat nog maar te peinzen, smerige verraders! Zijt ge niet beschaamd?’ Het bleef nog bij roepen en schelden, maar er waren er ook die toonden dat hun vuist gekneld zat rond het heft van hun rapier [= slank zwaard] of dolk, klaar om bloed te vergieten als het echt niet anders kon.

Uit: Olyslaegers, J. (2020). Wildevrouw. De Bezige Bij.

proefversie©VANIN

2

Markeer in de tekst hierboven de verschillende religieuze stromingen die aan bod komen.

a Noteer die religieuze stromingen vervolgens in de tabel.

b Zoek in dit hoofdstuk of online telkens een kenmerk dat typisch of representatief is voor die stroming. Vul dat aan in de rechterkolom van de tabel.

Religieuze stroming

papen/roomskatholieken

Representatieve kenmerken voor de stroming

Bv. De rooms-katholieke kerk kent een duidelijke hiërarchie waarbij de paus aan het hoofd staat.

lutheranen

calvinisten

wederdopers

Bv. De Bijbel wordt gezien als enige waarheid en als die Bijbel in de volkstaal wordt geschreven, kan iedereen die lezen en iedereen dus zijn of haar eigen priester zijn.

Bv. Een uitverkiezings- of predestinatieleer: die leer stelde dat God op voorhand al bepaald had wie in de hemel zou terechtkomen. Gelovigen moesten zich dus gedragen alsof ze waren uitverkozen.

Bv. De wederdopers stellen dat enkel gelovigen gedoopt mogen worden. Dat betekent dat mensen die als baby gedoopt werden, zich opnieuw moeten laten dopen wanneer ze volwassen zijn.

3

De religieuze onverdraagzaamheid tussen verschillende religieuze stromingen is duidelijk aanwezig in het fragment op p. XXX.

a Onderlijn in het fragment de leuze die bijna voor een explosie van geweld zorgt.

b Zoek online op waar die leuze voor staat en noteer hier je antwoord.

In de 16e eeuw werd het Turkse of Ottomaanse rijk gezien als de grootste dreiging voor Europa. Protestanten waren echter zo gekant tegen het katholieke Spanje dat ze riepen dat ze nog liever ‘Turks’ waren dan ‘paaps’, duidend op de paus en dus de rooms-katholieke kerk.

4 Beantwoord de historische vraag.

In het fragment komen protestanten en rooms-katholieken lijnrecht tegenover elkaar te staan en de leuze ‘Liever Turks dan paaps!’ zorgt bijna voor een uitbarsting van geweld.

proefversie©VANIN

Historische romans

Auteurs die historische romans schrijven, gebruiken het verleden als decor voor hun verhalen. Ze verweven vaak historisch betrouwbare informatie met fictieve of zelfverzonnen personages en gebeurtenissen. Hoe meer boeken, al dan niet met een historische achtergrond, je leest, hoe breder je kijk op de wereld en het verleden zal worden.

← Zilveren geuzenpenning met halve maan, Leiden, ca. 1570, met daarop de leuze 'LIVER TVRCX DAN PAVS' (liever Turks dan paaps). De geuzen waren opstandelingen waarvan de naam verwijst naar het Franse ‘des gueux’, bedelaars of schooiers. Protestantse rebellen werden in die tijd door katholieke vorsten smalend 'schooiers' genoemd, maar de rebellen droegen de naam met trots. De naam vernederlandste zo tot 'geus'. De halve maan verwijst naar het symbool van de islam, de godsdienst van de meeste Turken op dat moment.

Conclusie IV

Antwoorden op de historische vragen

Historische vraag 1: Hoe reageerden Europese vorsten en de katholieke kerk in de vroegmoderne tijd op de reformatie?

Persoonlijk antwoord. Bv. Vorsten en de katholieke kerk reageerden op verschillende manieren op de reformatie. Enerzijds was er een repressieve en agressieve reactie via de Inquisitie die protestanten kon berechten, zelfs tot de doodstraf. Anderzijds was er ook plaats voor religieuze hervormingen met bijvoorbeeld een strengere opleiding voor priesters.

Historische vraag 2: Waarom ondergingen de Nederlanden in de 16e en 17e eeuw territoriale veranderingen?

De Nederlanden waren in opstand gekomen tegen de hogere belastingdruk, verdere centralisatie en religieuze onderdrukking. Filips II probeerde die opstand te onderdrukken, maar de opstand veranderde in een oorlog die de Tachtigjarige Oorlog wordt genoemd. In 1648 eindigde die met de Vrede van Munster waarbij de Nederlanden werden opgedeeld.

Historische vraag 3: Welke gelijkenissen en verschillen zijn er als je een schilderij van Caravaggio en van Rembrandt vergelijkt?

Geef minstens twee gelijkenissen en verschillen.

Beide werken vertonen duidelijk barokke kenmerken: er is sprake van extreem realisme en er wordt gewerkt met een contrast tussen donker en licht. Maar er zijn ook verschillen. Caravaggio maakte een religieus werk in een rooms-katholieke omgeving terwijl dat bij Rembrandt niet het geval is. Dat komt omdat Rembrandt in de Republiek der Zeven Nederlanden woonde waar er meer aandacht ging naar kunst vanuit de burgerij.

Historische vraag 4: Waarom wordt het 16e-eeuwse Antwerpen het New York van die tijd genoemd?

Je kunt zeker de vergelijking maken tussen de twee steden. Zo is er op sociaal vlak sprake van een gelijkenis op vlak van multiculturaliteit (sociaal). Allebei de steden waren/ zijn handelscentra met een internationale beurs (economisch) en allebei waren/zijn kunstcentra (cultureel).

proefversie©VANIN

Historische vraag 5: Welke elementen uit de collectieve herinnering rond de pot van Olen hebben een historische basis?

Er bestonden kruiken met drie oren in die tijd, want de kruik komt terug op een schilderij van Breugel en wordt vermeld in een keure van die tijd. Het verhaal zelf, met keizer Karel in de hoofdrol, is uiteraard met grote zekerheid verzonnen.

Synthese V

Samenvattend schema

↑ Bekijk het instructiefilmpje.

proefversie©VANIN

Habsburgse rijk

—Spaanse rijk —Duitse rijk waaronder ook onze regio (Nederlanden)

katholieke vorsten

—keizer Karel V —Filips II bv. Beeldenstorm (1566)

samenwerking

ontstaan protestantisme rooms-katholieke kerk

contrareformatie (vanaf 1545)

repressie

—Inquisitie —Bloedplakkaat —Raad der Beroerten

reformatie religieuze breuk reactie reactie

opstanden tegen repressie, belastingdruk en centralisatie

religieuze hervormingen —priesters beter opleiden —strengere regels

Tachtigjarige Oorlog (1568 - 1648) tussen Filips II en Nederlanden

Vrede van Munster (1648) opdeling Nederlanden

noorden onafhankelijk: de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden: godsdienstvrijheid

zuiden bleef bij Spanje: de Zuidelijke Nederlanden: rooms-katholiek

Historisch denken

Historische begrippen

Je leerde in de vorige jaren en in eerdere hoofdstukken al volgende historische begrippen: aflaat, architectuur, artistieke stroming, beeldhouwkunst, bekeren, calvinisme, centralisatie , christendom, gewoonte , handel, investeren, keizer, ketter, kolonie, levensbeschouwelijke organisatie , lutheranisme, migratie , multiculturele samenleving, protestanten, protestantisme, rechtspraak , religieuze breuk , republiek , rooms-katholieke kerk, reformatie, schilderkunst, traditie , vrijheid en wij-zij-denken

In dit hoofdstuk leerde je de volgende historische begrippen:

cultureel:

barok artistieke stroming in de 17e eeuw, gekenmerkt door beweging en emotionaliteit, die tot een hoogtepunt kwam tijdens de contrareformatie Beeldenstorm opzettelijke vernieling van religieuze beelden in het midden van de 16e eeuw concilie vergadering van geestelijken in de katholieke kerk contrareformatiereactie van de rooms-katholieke kerk op de reformatie in de tweede helft van de 16e en 17e eeuw Inquisitie door de rooms-katholieke kerk georganiseerde rechtbank die personen met afwijkende opvattingen vervolgde

economisch: belasting door de wet opgelegde betaling aan de overheid

politiek:

Bloedplakkaat decreet of wet uitgevaardigd in de 16e eeuw om opstandige inwoners in de Nederlanden te straffen opstand verzet tegen het gezag Raad van Beroertenrechtbank die in de 16e eeuw werd opgericht om mensen te veroordelen die om politieke of religieuze reden in opstand kwamen tegen het bestuur veranderende territoriale invulling wijze waarop het grondgebied en de grenzen veranderen doorheen de tijd

sociaal: burgerij de gezamenlijke burgers die niet behoren tot de adel of geestelijkheid godsdienstvrijheidvrijheid om eender welke godsdienst openlijk te belijden

Structuurbegrippen

Je gebruikte in dit hoofdstuk ook de volgende structuurbegrippen: continuïteit, verandering en analogie.

Zelfevaluatie

Ik ken het samenvattend schema op p. XX.

Ik ken de inhoudelijke teksten op p. XX, XX, XX en XX.

SITUEREN IN HET REFERENTIEKADER

Ik kan de contrareformatie (vanaf 1545) en de Tachtigjarige Oorlog (1568 - 1648) situeren op de tijdlijn, zoals op p. XX en XX.

Ik kan in eigen woorden uitleggen hoe de Nederlanden een territoriale opdeling kregen in 1648, zoals op p. XX.

Ik kan op een kaart de opdeling in 1648 van de Nederlanden aanduiden, zoals op p. XX.

Ik kan voorbeelden geven van verbanden tussen maatschappelijke domeinen, zoals op p. XX en XX.

BRONNEN EN WERKEN

Ik kan online of via iDiddit contextinformatie opzoeken om zo twee visuele bronnen met elkaar te vergelijken, zoals op p. XX.

BEELDVORMING BEARGUMENTEREN

Ik kan beargumenteren waarom er rond het wij-zij-denken sprake is van continuïteit tussen de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd, zoals op p. XX.

Ik kan het structuurbegrip 'analogie' toepassen, zoals op p. XX.

REFLECTEREN OVER HEDEN, VERLEDEN EN TOEKOMST

Ik kan een hedendaags voorbeeld geven van hoe wij-zij-denken kan leiden tot geweld, zoals op p. XX.

Ik kan uitleggen hoe de landen België en Nederland vorm kregen tijdens de vroegmoderne tijd, zoals op p. XX.

Ik kan vanuit verschillende bronnen het vroegmoderne Antwerpen vergelijken met het hedendaagse New York en minstens drie gelijkenissen opsommen, zoals op p. XX.

Ik kan het schema van de collectieve herinnering op p. XX weergeven en het toepassen op een voorbeeld, zoals op p. XX.

Ik moet dit kennen. Ik kan dit. Ik kan dit nog niet.

proefversie©VANIN

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.