1 Wat is recht en hoe kun je het afdwingen?
Na het lezen van dit deel weet je:
✓ wie rechtsregels maakt;
✓ hoe de Belgische staatsstructuur er in grote lijnen uitziet;
✓ welke rechtsregels er bestaan;
✓ welke rechtbanken er zijn;
✓ welke rechtbanken bevoegd zijn bij een discussie.
Je kunt dan:
✓ uitleggen wie rechtsregels maakt;
✓ in grote lijnen schetsen hoe de Belgische staat is opgebouwd;
✓ voorbeelden geven van verschillende soorten rechtsregels;
✓ de belangrijkste rechtbanken opsommen;
✓ in grote lijnen uitleggen hoe een procedure voor de rechtbank verloopt.
Wat is recht?
1 Wat is recht en hoe kun je het afdwingen?
In de meeste definities van wat recht is, komen een aantal elementen terug.
– Het recht omvat vooreerst een geheel van gedragsregels en normen.
Het kan daarbij gaan om verbodsbepalingen (bv. het verbod om een diefstal te plegen) of gebodsbepalingen (bv. de verplichting voor erfgenamen om fiscaal aangifte te doen van de nalatenschap).
Er zijn ook regels die vormvoorwaarden opleggen voor bepaalde handelingen (bv. een schenking moet bij de notaris gebeuren), of voor de wijze waarop procedures (bv. voor de rechtbank) gevoerd moeten worden.
Sommige regels zijn van dwingend recht: zij beschermen de openbare orde of een zwakkere partij. Van die regels kan niet worden afgeweken, zelfs niet als iedereen akkoord gaat (bv. regels rond de huur van een woning waarin de huurder zijn hoofdverblijf heeft, de regels m.b.t. de garantie die consumenten krijgen als ze een consumptiegoed aankopen). Andere regels zijn van aanvullend recht. Ze gelden enkel als er geen andere afspraken worden gemaakt tussen de partijen (bv. de wettelijke regels in verband met de plaats waar gekochte goederen moeten worden geleverd). We komen hier verder nog op terug.
– De gedragsregels en normen hebben tot doel het maatschappelijke leven te ordenen.
–
–
De gedragsregels en normen worden opgelegd door de overheid.
De gedragsregels en normen zijn afdwingbaar.
Het is dus niet voldoende om regels op te leggen, ze moeten ook afdwingbaar zijn. Zowel de politiediensten als het gerechtelijk apparaat (met rechtbanken) spelen hierin een belangrijke rol.
VOORBEELD
Zo is de regel dat iemand die een overeenkomst heeft afgesloten die ook moet naleven, een rechtsregel. De ongeschreven regel dat men moet proberen op tijd te zijn voor een afspraak is daarentegen geen rechtsregel, maar (slechts) een morele regel. Die regel wordt namelijk niet opgelegd door de overheid en is evenmin afdwingbaar.
verbodsbepalingen gebodsbepalingen
dwingend recht aanvullend recht
Praktische
SNELLE CHECK
✓ Is een regel in het studentenreglement van je hogeschool een rechtsregel?
Waarom wel/niet?
✓ Is een afspraak tussen vrienden om elke week samen te studeren afdwingbaar voor de rechtbank?
✓ Waarom is afdwingbaarheid een essentieel kenmerk van recht?
2
Enkele mogelijke indelingen van het recht
Het recht kun je op verschillende manieren opdelen. Een eerste opdeling is die tussen privaatrecht en publiekrecht.
– Het privaatrecht regelt de verhouding tussen de burgers onderling. Hieronder vallen het burgerlijk recht, het gerechtelijk (privaat)recht en het internationaal privaatrecht.
Het burgerlijk recht komt in dit boek ruimschoots aan bod. Soms worden ‘burgerlijk recht’ en ‘privaatrecht’ als synoniemen beschouwd, omdat het burgerlijk recht zowat alle regels omvat over de verhouding tussen burgers onderling.
Meestal onderscheidt men binnen het burgerlijk recht nog de volgende deelgebieden: verbintenissenrecht (met aandacht voor enkele ‘bijzondere overeenkomsten’), buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht, goederenrecht, personen- en familierecht en familiaal vermogensrecht.
VOORBEELD
Denk aan het huurcontract van Emma’s kot. Dit is een voorbeeld van privaatrecht, omdat het gaat over de verhouding tussen burgers onderling. Meer in het bijzonder is dit een toepassing van het verbintenissenrecht (burgerlijk recht), omdat het gaat over de verbintenissen tussen de huurder en de verhuurder.
Voorts geeft het gerechtelijk privaatrecht aan hoe het gerechtelijk apparaat georganiseerd is (welke rechtbanken zijn er, waarvoor zijn ze bevoegd …) en op welke wijze procedures voor de rechtbank gevoerd moeten worden. Deze rechtstak hoort thuis in het privaatrecht, omdat de focus ligt op de wijze waarop burgers tegen elkaar kunnen procederen. privaatrecht
1 Wat is recht en hoe kun je het afdwingen?
Het internationaal privaatrecht beschrijft daarnaast welke (privaatrechtelijke) rechtsregels van toepassing zijn (en welke rechter bevoegd is) als er een grensoverschrijdend rechtsprobleem ontstaat. Denk bijvoorbeeld aan een verkeersongeval in Oostenrijk, veroorzaakt door een Belg waarbij ook een Zwitser betrokken is.
– Het publiekrecht regelt op zijn beurt drie domeinen:
• alles wat te maken heeft met het algemeen belang;
• alles wat te maken heeft met de inrichting, de werking en de onderlinge verhoudingen van de overheidsorganen (de regering, het parlement, de Vlaamse overheid, de gemeenten, allerlei openbare instellingen, de hoven en rechtbanken …);
• alles wat te maken heeft met de verhouding tussen de overheidsorganen en de burger.
Het publiekrecht omvat onder andere het staatsrecht, het administratief recht, het strafrecht, het strafprocesrecht en het fiscaal recht.
VOORBEELD
Je wil bouwen of verbouwen en je vraagt daarvoor een omgevingsvergunning aan. Als je die niet krijgt, kun je tegen die beslissing hoger beroep aantekenen. Deze discussie behoort tot het administratief recht.
Een aantal rechtstakken zijn moeilijker te plaatsen binnen deze indeling tussen het publiek- en privaatrecht, zoals het economisch recht, het financieel recht, het sociaal recht (arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht) en de intellectuele rechten (bv. auteursrechten en merken). Deze rechtstakken zijn de zogenaamde ‘gemengde rechtstakken’, omdat ze zowel kenmerken hebben van publiek- en privaatrecht.
De opsplitsing tussen privaat- en publiekrecht volstaat dus niet om alle rechtstakken zonder meer in een van beide categorieën onder te verdelen.
SNELLE CHECK
✓ Tot welk recht behoort de discussie van Noah met de overheid over zijn belastingaangifte?
✓ Kan economisch recht zowel publiek als privaat zijn?
✓ Wat is het verschil tussen administratief recht en staatsrecht?
publiekrecht
Europees
Parlement
3
Waar vind je het recht en wie maakt het?
Het recht is terug te vinden in vier zogenaamde bronnen:
– de wetgeving in de ruime zin van het woord (dit is veruit de belangrijkste rechtsbron): het gaat om alle soorten wetteksten en regels, afkomstig van verschillende wetgevers;
– de rechtspraak: de beslissingen van rechtbanken en hoven;
– de rechtsleer : allerlei boeken, tijdschriften, publicaties, … van juristen en van mensen die het recht bestuderen en becommentariëren;
– de algemene rechtsbeginselen;
– de gewoonte en billijkheid
3.1 De wetgeving in de ruime zin van het woord
Er zijn veel verschillende instanties die ‘wetten’ maken. Deze wetten in de ruime zin van het woord hebben echter niet allemaal dezelfde waarde.
3.1.1 Internationale verdragen en beslissingen van supranationale organisaties
De Europese Unie
De beslissingen van supranationale politieke instellingen zijn wellicht de belangrijkste voorbeelden van het recht van de Europese Unie.
Binnen de Europese Unie zijn er vier belangrijke instellingen die de besluitvorming bepalen, namelijk het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie.
– Het Europees Parlement neemt samen met de Raad van de Europese Unie besluiten over Europese wetten. Het keurt ook de EU-begroting goed. De parlementsleden worden rechtstreeks door de burgers van de verschillende EUlanden verkozen.
Europese
Raad
Raad van de Europese
Unie
– De Europese Raad legt het algemene beleid en de prioriteiten van de Europese Unie vast. De Europese Raad keurt geen wetten goed, maar kan wel wijzigingen vaststellen aan de EU-Verdragen. De Europese Raad bestaat uit de staatshoofden en regeringsleiders.
– De Raad van de Europese Unie neemt samen met het Europees Parlement besluiten over Europese wetten. Deze Raad bestaat uit ministers uit de nationale
1 Wat is recht en hoe kun je het afdwingen?
regering van elke lidstaat. De samenstelling van deze vergaderingen verschilt afhankelijk van het te bespreken onderwerp.
De Europese Commissie dient voorstellen voor nieuwe wetten in en behartigt de gemeenschappelijke belangen van de EU. De Europese Commissie beheert verder bijvoorbeeld ook de EU-begroting en ziet erop toe dat de lidstaten de EU-wetten correct toepassen.
De Europese instellingen beschikken hiervoor over drie belangrijke beleidsinstrumenten: de richtlijnen, de verordeningen en de besluiten.
– Richtlijnen leggen geen exacte regels op die letterlijk moeten worden overgenomen, maar stellen een bepaald (verplicht) doel voorop. Dat doel moeten de lidstaten via hun eigen wetgeving realiseren. Ze hebben enige beleidsvrijheid om dat te doen. Richtlijnen zijn er dus vooral op gericht om de neuzen in dezelfde richting te krijgen.
VOORBEELD
Een voorbeeld hiervan is de richtlijn over de bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties (economisch recht). Het doel van deze richtlijn is, onder andere, om de betalingstermijn in de handel tussen bedrijven te verkorten. Verschillende lidstaten hebben hiervoor eigen specifieke regels uitgewerkt (vastgelegde termijnen, rente, forfaitaire schadevergoeding, …).
– Verordeningen bevatten duidelijke regels die rechtstreeks van toepassing zijn in alle lidstaten. Hier hebben de lidstaten geen marge om de regels vrij in te vullen.
VOORBEELD
Binnen de Europese Unie geldt er een verordening over de roaming-tarieven.
Besluiten bevatten regels die van toepassing zijn op de daarin aangeduide bestemmeling (dat kan een staat, een bedrijf of persoon zijn). Zo kan het gaan om een besluit waarbij bepaalde boetes worden opgelegd aan een lidstaat of een onderneming.
Europese Commissie
Richtlijnen
Verordeningen
Besluiten
internationale verdragen
Praktische
Internationale Verdragen
Rechtsregels kunnen ook worden opgenomen in internationale verdragen tussen twee of meer staten. Als burger/bedrijf moet je ook rekening houden met deze regels en kun je je erop beroepen.
Zo zijn er verdragen die een regeling treffen over welke rechtbanken bevoegd zijn in geschillen waarbij mensen van meerdere nationaliteiten betrokken zijn, welk recht dan toepasselijk is, dubbelbelastingsverdragen (om te vermijden dat iemand twee keer belasting moet betalen op hetzelfde inkomen of vermogen) …
3.1.2 Belgische nationale wetgeving
Grondwet
Grondwet scheiding der machten federale staat
De Grondwet is de meest fundamentele (Belgische) wet. In de Grondwet wordt in de eerste plaats vastgelegd aan wie de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht binnen de staat toekomen. Het is belangrijk om te benadrukken dat wie wetgeving maakt niet tegelijk mag instaan voor de uitvoering van die wetgeving en ook geen recht mag spreken. Dit principe noemt men de scheiding der machten Op die manier komt de macht nooit samen in handen van één persoon of organisatie en wordt een dictatuur vermeden.
Ons land is een federale staat. Enerzijds is er de federale overheid en anderzijds zijn er Gemeenschappen en Gewesten, met allerhande bevoegdheidsregels.
VOORBEELD
Zo is de woninghuurwetgeving een regionale materie waarbij er verschillende regels gelden in Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Hetzelfde geldt voor de regels rond handelshuur.
Daarnaast waarborgt de Grondwet een aantal fundamentele rechten en vrijheden, zoals het recht zijn mening te uiten, het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie enzovoort.
Om de Grondwet te kunnen wijzigen, is een bijzondere procedure nodig. Meer bepaald moeten, na het opmaken van een lijst met de te wijzigen grondwetsartikelen, de wetgevende kamers ontbonden worden en verkiezingen gehouden worden. Er is ook vereist dat minstens twee derde van de leden van elke kamer aanwezig is. Bovendien moet zowel in de Kamer als in de Senaat een meerderheid
1 Wat is recht en hoe kun je het afdwingen?
van twee derde voorstemmen. Op die regeling bestaat wel een uitzondering voor een beperkt aantal artikels van de Grondwet.
Federale wetgeving
Op federaal niveau worden de wetten gemaakt door de Kamer van volksvertegenwoordiger s. De Kamer bestaat uit 150 leden die rechtstreeks verkozen worden voor een periode van vijf jaar. Daarnaast is er de Senaat. De senatoren worden niet rechtstreeks verkozen en hun bevoegdheden zijn erg beperkt. De Senaat zal mogelijk worden afgeschaft.
Op federaal niveau is er ook een regering. Die bestaat uit ten hoogste vijftien ministers, waarbij er, de eerste minister eventueel uitgezonderd, evenveel Franstalige als Nederlandstalige ministers zijn. Er kunnen ook staatssecretarissen worden aangeduid die onder de verantwoordelijkheid van een minister werken. De regering voert het beleid van het land, voert de wetten uit (bv. door het maken van koninklijke besluiten) en wordt geleid door de eerste minister.
Los van de Grondwet (zie eerder) worden er op federaal niveau drie soorten ‘wetgeving in de ruime zin van het woord’ gemaakt. De eerste soort wetten noemen we ook wel wetten in de strikte zin van het woord. Zowel de Koning (= regering) als een parlementslid kunnen initiatief nemen om een nieuwe wet te maken. In het eerste geval spreken we over een wetsontwerp. In het tweede geval is er sprake van een wetsvoorstel. Nadat het initiatief werd besproken in een parlementaire commissie zal de Kamer van Volksvertegenwoordigers de wet stemmen. Zeer uitzonderlijk moet ook de Senaat meestemmen. Een wet die door de Kamer (en eventueel ook door de Senaat) werd goedgekeurd, zal vervolgens door de Koning worden bekrachtigd. Op dat moment ‘bestaat’ de wet. Daarna wordt de wet afgekondigd en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad (www.staatsblad.be). Tenzij er in de wet een andere datum staat, treedt deze officieel in werking tien dagen na de publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Verder bestaan er ook koninklijk besluiten (KB). Dit zijn besluiten die door de Koning (in de praktijk gaat het om de regering) worden genomen en die nodig zijn voor de uitvoering van bepaalde wetten. Deze besluiten moeten een wettelijke basis hebben. Koninklijke besluiten mogen de wet niet tegenspreken of het toepassingsgebied aanpassen. Evenmin mogen ze die uitvoering van de wet uitstellen of verhinderen.
Senaat regering
wetsontwerp wetsvoorstel koninklijk besluiten
Kamer
ministeriële besluiten
VOORBEELD
De wet bepaalt dat een organisatie moet worden opgericht om socialezekerheidsbijdragen te innen. Het koninklijk besluit zal dan alles regelen wat nodig is om de organisatie effectief op te richten (aantal leden, zetel ...).
Er zijn ook ministeriële besluiten (MB). Het gaat daarbij om besluiten die uitgaan van een individuele minister van de federale regering. Deze besluiten voeren koninklijke besluiten verder uit en zijn dus vaak gedetailleerder.
3.1.3 Regionale wetgeving
Gemeenschappen
Gewesten
decreten
Op regionaal niveau zijn er drie Gemeenschappen (Vlaamse Gemeenschap, Franse Gemeenschap en Duitstalige Gemeenschap) en drie Gewesten (Vlaams Gewest, Waals Gewest en Brussels Hoofdstedelijk Gewest).
In Vlaanderen worden de bevoegdheden van de Gemeenschap en het Gewest uitgeoefend door hetzelfde parlement en dezelfde regering, met name het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering. Het Vlaams Parlement bestaat uit 124 leden. De Vlaamse Regering mag uit maximaal elf ministers bestaan. De leden van het Vlaams Parlement worden om de vijf jaar verkozen. De verkiezingen vallen samen met de federale verkiezingen voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers.
Op regionaal niveau worden drie soorten wetten in de ruime zijn van het woord gemaakt. Ten eerste gaat het om decreten. Dat zijn de ‘wetten’ die op het niveau van de Gemeenschappen en Gewesten gestemd worden. In de hiërarchie van de normen bevinden decreten zich op hetzelfde niveau als een federale wet. Bij het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is er overigens geen sprake van decreten, maar wel van ordonnanties.
besluiten van de gemeenschaps en gewestregeringen
besluiten van een lid van de gemeenschaps en gewestregering
Ten tweede zijn er de besluiten van de gemeenschaps- en gewestregeringen. Zoals de decreten eigenlijk de wetten (in de strikte zin) op regionaal niveau zijn, kunnen deze besluiten worden beschouwd als de ‘regionale koninklijke besluiten’. Ze staan ook op hetzelfde niveau in de hiërarchie als de koninklijke besluiten. Aangezien de Koning echter geen rol speelt op het niveau van de gemeenschappen en gewesten (we hebben maar één Koning voor het ganse land), spreken we hier over besluiten van de gemeenschaps- en gewestregeringen
Ten derde zijn er de besluiten van een lid van de gemeenschaps- en gewestregering. Op hiërarchisch vlak staan ze op hetzelfde niveau als een ministerieel besluit (MB).
1 Wat is recht en hoe kun je het afdwingen?
Grondwet
Wet Decreet
KB Besluit gemeenschaps- en gewestregeringen
MB Besluit van een lid van de gemeenschaps- en gewestregeringen
Federaal Regionaal
3.1.4 Provinciale en gemeentelijke wetgeving
België telt tien provincies. Ze zijn bevoegd voor wat van provinciaal belang is en niet valt onder het algemene belang van de federale staat, de Gemeenschappen en de Gewesten, of onder het gemeentelijk belang.
VOORBEELD
Zo is een provincie bevoegd voor de aanleg en het beheer van provinciedomeinen, fietsroutes en wandelpaden.
De provincies hebben een provincieraad waarvan de leden om de zes jaar verkozen worden. Dit is vergelijkbaar met de wetgevende macht, maar dan op provinciaal niveau. De provincieraad kan provinciale reglementen uitvaardigen. Daarnaast is er een deputatie die de beslissingen van de provincieraad uitvoert en die instaat voor het dagelijkse bestuur (‘uitvoerende macht’). De deputatie wordt voorgezeten door de provinciegouverneur
Daarnaast telt België 565 gemeenten. Ze zijn bevoegd voor wat verband houdt met het gemeentelijk belang, namelijk voor openbare werken, ordehandhaving (GAS), schoolinfrastructuur en lokaal sociaal beleid.
Binnen de gemeenten zijn er een burgemeester, een gemeenteraad en een college van burgemeester en schepenen. De gemeenteraad fungeert als ‘wetgevende macht’ op gemeentelijk niveau en vaardigt gemeentelijke reglementen uit. Het college van burgemeester en schepenen is vergelijkbaar met de uitvoerende macht.
VOORBEELDEN
– Een provinciaal reglement over de subsidies die de provincie toekent.
– Een gemeentelijk reglement over de sluitingsuren in de horeca. provincies gemeenten
rechtspraak
3.2 Rechtspraak
De rechtspraak is het geheel van de beslissingen van hoven en rechtbanken. Die rechtspraak leert hoe een rechter de wet in een concreet geval toepast.
Rechterlijke uitspraken zijn in theorie alleen bindend tussen de partijen in een procedure. In de praktijk kan het inroepen van vroegere rechterlijke beslissingen de besluitvorming van de rechter wel beïnvloeden. Dit is vooral het geval als het gaat om vaststaande rechtspraak en als het gaat om rechtspraak van hogere rechtscolleges. Zo zal een uitspraak van het Hof van Cassatie er vaak wel toe leiden dat een andere rechtbank in de toekomst in dezelfde zin zal beslissen.
VOORBEELD
Bij een burenruzie oordeelt een rechter dat hanengekraai een abnormale burenhinder uitmaakt. Als later twee andere naburen in een soortgelijke conflictsituatie terechtkomen, en de zaak voorleggen aan dezelfde rechter, hoeft hij niet noodzakelijk in dezelfde zin uitspraak te doen.
3.3 Rechtsleer
rechtsleer
Algemene rechtsbeginselen
De rechtsleer is het geheel van wetenschappelijke publicaties over allerlei juridische onderwerpen. Het gaat met andere woorden om boeken en artikels van allerlei auteurs die te vinden zijn in juridische tijdschriften (bv. het Rechtskundig Weekblad). Hierin leggen zij uit hoe zij het recht zien en begrijpen.
Deze bron van recht is net als de rechtspraak niet bindend. Toch doen rechters en juristen vaak een beroep op wat auteurs schrijven over het recht om een juridische oplossing te vinden in een concreet geval. Dit kan zeker helpen als de wetgeving onduidelijk is en/of als rechters een verschillend idee hebben over hoe een regel moet worden toegepast. Ook de rechtsleer is dus een bron van recht.
3.4 Algemene rechtsbeginselen
Algemene rechtsbeginselen zijn ongeschreven fundamentele regels die het recht sturen, ook al staan ze niet letterlijk in de wet. Soms is een wet een concrete toepassing van een beginsel, zonder dat het beginsel zelf in de wet staat.
1 Wat is recht en hoe kun je het afdwingen?
VOORBEELD
In het Strafwetboek staat dat men geen geweld mag gebruiken. Eigenlijk is dit een toepassing van het algemeen rechtsbeginsel ‘verbod van eigenrichting’. Het betekent dat mensen hun conflicten via de rechtbanken moeten beslechten en dat zij niet zomaar het recht in eigen handen mogen nemen (door geweld te gebruiken).
In andere gevallen staat het beginsel letterlijk in de wet, zelfs in de Grondwet.
VOORBEELD
Artikelen 10 en 11 van de Grondwet bevatten het gelijkheidsbeginsel. Andere voorbeelden van algemene rechtsbeginselen zijn onder meer: het motiveringsbeginsel, het beginsel van goede trouw, het redelijkheidsbeginsel, het legaliteitsbeginsel, het non bis in idem-beginsel (= geen twee keer straffen voor hetzelfde feit).
3.5 Gewoonte – Billijkheid
Een gewoonte is een vast gebruik dat men als bindend beschouwt, ook al is het nergens in een wet vastgelegd.
Voor een gewoonte zijn twee elementen nodig. Zo moet er een openbaar en herhaald gedrag zijn dat algemeen wordt gevolgd. Bovendien moet de overtuiging bestaan dat dit gedrag ook geldt als rechtsnorm. Deze bron van recht is in ons rechtsstelsel minder belangrijk geworden. Boek 1 van het (nieuwe Burgerlijk Wetboek) bepaalt zelfs expliciet dat de gewoonte slechts bron van recht is indien de wet of het contract daarnaar verwijst.
VOORBEELD
Het vermoeden van hoofdelijkheid in de relatie tussen ondernemers.
Ook de billijkheid kan een rol spelen als bron van recht. De billijkheid verwijst naar rechtvaardigheid, eerlijkheid en fatsoen in een specifiek geval. Het maakt het mogelijk om in uitzonderlijke of onvoorziene situaties af te wijken van strikte wetteksten of contractuele bepalingen, wanneer de toepassing daarvan tot een onaanvaardbaar onrechtvaardig resultaat zou leiden. In de praktijk wordt de billijkheid niet ingeroepen tegen de wet, maar als aanvulling op de wettekst (die daar dan meestal uitdrukkelijk ruimte voor laat).
gewoonte billijkheid
VOORBEELD
De wet over het recht op leefloon bepaalt dat iemand bereid moet zijn om te werken, tenzij dit om gezondheids- of billijkheidsredenen niet mogelijk is.
SNELLE CHECK
Kun jij de juiste rechtsbron aanduiden?
Yasmina plaatst op haar Instagram een bericht over een huidverzorgingsproduct. Ze kreeg hiervoor een vergoeding, maar vermeldt niet dat het om reclame gaat.
Een consument dient klacht in.
Yasmina zoekt online naar de geldende regels en vindt verschillende bronnen terug:
– een Europese verordening die bepaalt dat commerciële communicatie duidelijk herkenbaar moet zijn als reclame;
– een blogartikel van een jurist waarin staat dat influencers best altijd ‘#ad’ gebruiken;
– een Belgische wet over oneerlijke handelspraktijken tegenover consumenten; – een gemeentelijk reglement over affichage in het straatbeeld;
– een koninklijk besluit dat nadere regels geeft over transparantie bij online reclame.
Opdracht:
1 Plaats deze rechtsbronnen in de juiste hiërarchische volgorde (van hoog naar laag).
2 Welke bron is juridisch bindend en welke niet?
3 Stel dat de Belgische wet minder streng zou zijn dan de Europese verordening, welke regel is dan van toepassing?
4 Welke van bovenstaande bronnen is in deze situatie waarschijnlijk niet relevant? Praktische
1 Wat is recht en hoe kun je het afdwingen?
Welke rechtbanken bestaan er en hoe verloopt een procedure voor de rechtbank?
4.1 De verschillende rechtbanken en hun bevoegdheid
4.1.1 Hoe weet je wie bevoegd is?
Er bestaan in België heel wat soorten rechtbanken. Bij een discussie is het dan ook belangrijk om de zaak in te leiden bij de juiste rechtbank.
Om te bepalen welke rechtbank bevoegd is, moet er eerst gekeken worden naar de materie waarover het geschil gaat (een huurzaak, een discussie rond arbeidsrecht, onderhoudsbijdragen …). Het Gerechtelijk Wetboek bevat heel wat regels die aangeven welke rechter voor welk soort zaak bevoegd is. Men noemt dit de materiële bevoegdheid van de rechtbanken.
Vervolgens moet bepaald worden welke rechter territoriaal bevoegd is om kennis te nemen van het geschil (is dat bv. de rechtbank in Antwerpen of in Brussel).
Dit kun je nagaan via de website Lijst van territoriale bevoegdheden. Veelal is de woonplaats van de verweerder bepalend voor de plaats waar de zaak moet worden ingeleid. Partijen kunnen hierover echter ook vaak zelf afspraken maken. Tot slot bestaan er bijzondere territoriale bevoegdheidsregels voor specifieke situaties (bv. in huur- of familiezaken).
4.1.2 Welke rechtbanken zijn er?
Vredegerecht (per kanton)
Verspreid over het Belgische grondgebied zijn er momenteel 163 vredegerechten. Een vredegerecht is bevoegd voor zaken met een waarde lager dan 5 000 euro. Naast deze algemene bevoegdheid is de vrederechter, ongeacht de waarde van het geschil, ook bevoegd voor een aantal specifieke aangelegenheden (huur, burenkwesties, mede-eigendom in appartementen …).
De vrederechter is niet bevoegd voor geschillen tussen ondernemers (B2B) met een waarde onder 5 000 euro. Dergelijke dossiers behoren tot de bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank (zie verder). Let op: deze regel geldt niet voor geschillen tussen een onderneming en een consument (B2C). In dat geval is de vrederechter wel bevoegd (tot 5 000 euro).
Vredegerecht
Politierechtbank
Rechtbank van eerste aanleg
Arbeidsrechtbank Praktische
Politierechtbank
In België zijn er 15 politierechtbanken. De politierechtbank is bevoegd voor overtredingen, zoals (kleine) diefstallen en vandalisme. Daarnaast beslecht de politierechter alle geschillen inzake verkeer, zowel het strafrechtelijk gedeelte (krijg je bij een overtreding een boete of zelfs een gevangenisstraf), als het burgerlijk gedeelte (ben je aansprakelijk voor het ongeval en welke vergoeding moet je betalen aan het slachtoffer). Zo beslist de rechter bijvoorbeeld over wie aansprakelijk is voor schade bij een verkeersongeval en oordeelt hij over inbreuken op de Wegcode (bv. te snel rijden).
Rechtbank van eerste aanleg
Rechtbanken van eerste aanleg kunnen opgesplitst worden in verschillende afdelingen:
– de correctionele rechtbank: deze is bevoegd voor de meeste strafzaken – de burgerlijke rechtbank: deze behandelt de meeste geschillen waarin gewone privépersonen betrokken zijn (boven 5.000 euro) en behandelt ook de meeste beroepsprocedures tegen beslissingen van de vrederechter. Deze rechtbank is ook bevoegd als er geen andere rechtbank bevoegd is.
– de familie- en jeugdrechtbank: deze is bevoegd voor nagenoeg elk probleem dat verband houdt met familiezaken. Denk daarbij onder andere aan discussies i.v.m. het ouderlijk gezag, het verblijfs- en het omgangsrecht m.b.t. minderjarige kinderen, de vestiging of betwisting van een afstammingsband. De familierechtbank is ook bevoegd voor geschillen over onderhoudsgelden, voor echtscheidingen en erfenisproblemen.
Arbeidsrechtbank
De arbeidsrechtbank is bevoegd voor sociaalrechtelijke problemen (discussies tussen een werknemer en een werkgever, discussies met de Rijksdienst voor sociale Zekerheid (RSZ), …). In totaal zijn er in België negen arbeidsrechtbanken die verschillende afdelingen kunnen hebben.
VOORBEELD
Zo heeft de arbeidsrechtbank van Antwerpen afdelingen in Antwerpen, Turnhout, Mechelen, Tongeren en Hasselt.
1 Wat is recht en hoe kun je het afdwingen?
Ondernemingsrechtbank
De ondernemingsrechtbank behandelt geschillen tussen ondernemingen, ongeacht het bedrag van het geschil. Ze is ook bevoegd voor vorderingen van privépersonen tegen ondernemingen. Ze behandelt verder geschillen over onder andere intellectuele rechten (merken, auteursrechten, …), vennootschappen en insolventieprocedures (faillissement, gerechtelijke reorganisatie). Er zijn negen ondernemingsrechtbanken in België, die al eveneens verschillende afdelingen kunnen hebben.
Hof van Beroep
In België bestaan er vijf hoven van beroep (Antwerpen, Gent, Brussel, Bergen, Luik). De benaming van deze rechterlijke instanties is misleidend: niet alle hogere beroepen tegen rechterlijke beslissingen worden voorgelegd aan de hoven van beroep. Als de oorspronkelijke beslissing werd geveld door een vredegerecht of een politierechtbank, zal het hoger beroep worden behandeld bij de burgerlijke of de correctionele rechtbank (of uitzonderlijk de ondernemingsrechtbank) en niet bij het Hof van Beroep. Een tweede keer hoger beroep aantekenen is in dat geval niet mogelijk. In België kan immers maar eenmaal hoger beroep worden aangetekend tegen een rechterlijke beslissing. Tegen sommige uitspraken in zaken met een beperkt bedrag qua vorderingen kan zelfs geen hoger beroep worden aangetekend.
Arbeidshof
De vijf arbeidshoven in België doen uitspraak in hoger beroep over sociaalrechtelijke zaken. Dit hof behandelt dus het hoger beroep tegen de vonnissen uitgesproken door de arbeidsrechtbank.
Hof van assisen
Het hof van assisen is bevoegd voor ‘zware’ strafzaken. De schuldvraag wordt voor de assisenhoven beoordeeld door een jury. Tegen deze uitspraak is geen beroep mogelijk. Wel kan men naar het Hof van Cassatie gaan als er sprake is van een procedurefout of een verkeerde toepassing van rechtsregels.
Hof van cassatie
Er bestaat in België één hof van cassatie. Dit hof is bevoegd voor ‘cassatieberoepen’ tegen rechterlijke beslissingen. Voor het hof van cassatie worden de feiten niet opnieuw beoordeeld. Dit hof gaat enkel na of er geen procedurefouten werden gemaakt en of de rechter in beroep een juiste toepassing van rechtsregels maakte.
Ondernemingsrechtbank
van Beroep
Arbeidshof
Hof van assisen
Hof van cassatie
Hof
Praktische inleiding tot het recht
VOORBEELD
Als een rechter zich vergist over wat de precieze feiten waren die aan de grondslag lagen van het arrest, kan het hof van cassatie om die reden het arrest niet verbreken.
Cassatieberoep kan worden ingesteld tegen uitspraken van de beroepsrechter of tegen uitspraken in eerste aanleg waartegen (omwille van het beperkte bedrag van de vordering) geen hoger beroep mogelijk is. Dat laatste is het geval wanneer het een heel kleine vordering betreft (laag bedrag).
Als het hof van cassatie oordeelt dat de beroepsrechter een fout maakte, kan dit hof het arrest of vonnis verbreken en de zaak terugzenden naar een andere beroepsrechter. Deze beroepsrechter zal dan opnieuw uitspraak moeten doen in de zaak.
Placeholder afbeelding
Buiten de hoven en rechtbanken vermeld in bovenstaand schema zijn er nog twee bijzondere rechtscolleges. Ze hebben geen plaats in de piramide van de klassieke rechtbanken en hoven. Ze houden zich niet bezig met concrete geschillen tussen burgers. Het gaat om het Grondwettelijk Hof en de Raad van State.
1 Wat is recht en hoe kun je het afdwingen?
Grondwettelijk hof
Het grondwettelijk hof werd oorspronkelijk opgericht om de bevoegdheidsconflicten tussen de federale en de regionale overheden te beslechten. Daarnaast kan het grondwettelijk hof ook nagaan of wetten in strijd zijn met enkele welbepaalde artikels van de Grondwet. Als het grondwettelijk hof besluit dat een wet, decreet of ordonnantie in strijd is met een bepaling in de Grondwet, dan zal het hof de wettekst (geheel of gedeeltelijk) vernietigen. Dat betekent dat de wettekst (of een gedeelte ervan) volledig verdwijnt uit het rechtssysteem.
VOORBEELD
Zo besliste het grondwettelijk hof dat als mensen gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel (scheiding van goederen en gemeenschap van aanwinsten) de vermogenswaarde van een groepsverzekering moet worden verdeeld als het tot een echtscheiding komt. De wettekst waarin een andere regeling werd voorgeschreven, werd dan ook vernietigd.
Raad van State
De Raad van State treedt voornamelijk op om te oordelen over vorderingen tot vernietiging van administratiefrechtelijke beslissingen. Zo gaat de Raad van State na of een beslissing van een bestuur of van de uitvoerende macht (bv. een gemeente) in overeenstemming is met hogere rechtsnormen. Als dat niet het geval is, kan de Raad van State de beslissing vernietigen.
De Raad van State heeft niet enkel een rechtsprekende bevoegdheid (afdeling ‘bestuursrechtspraak’), maar speelt ook een adviserende trol bij de totstandkoming van wetgeving (afdeling ‘wetgeving’). Soms is het advies verplicht, soms niet.
SNELLE CHECK
✓ Emma heeft een huurgeschil van 3 500 euro. Welke rechtbank is materieel bevoegd?
✓ Amir heeft een B2B-geschil van 4 000 euro. Welke rechtbank is materieel bevoegd?
✓ Noah begaat een verkeersovertreding. Welke rechtbank is materieel bevoegd?
Grondwettelijk hof Raad van State
advocaat
4.2 Hoe verloopt een procedure voor de rechtbank?
4.2.1 Juridische bijstand
Wie betrokken raakt in een procedure voor de rechtbank (als eisende partij, als verweerder, als beklaagde in een strafzaak of als burgerlijke partij) doet best een beroep op de diensten van een advocaat. De kosten van de advocaat moet men zelf betalen, tenzij er een rechtsbijstandsverzekering is of als er recht is op een pro deo-advocaat (tweedelijns juridische bijstand).
rechtsplegingsvergoeding aanhangig maken dagvaarding verzoekschrift
Het is niet mogelijk om de advocatenkosten terug te vragen van de verliezende partij. Er kan wel een zogenaamde rechtsplegingsvergoeding worden gevorderd. Dat is een forfaitaire vergoeding die vaak de echte kosten niet dekt. Het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding is afhankelijk van de waarde van de vordering die wordt ingesteld. Een overzicht van de op dit moment geldende bedragen vindt men terug op de website Kosten & tarieven | Hoven & Rechtbanken.
Hoewel dat meestal aangewezen is, is men niet verplicht om een advocaat te nemen en mag men zijn eigen dossier verdedigen.
Wie aangesloten is bij een vakbond, kan zich in een procedure voor de arbeidsrechtbank laten vertegenwoordigen door een afgevaardigde van de vakbond. In een procedure voor de vrederechter, de ondernemingsrechtbank of de arbeidsrechtbank mag men zich ook laten vertegenwoordigen door de echtgeno(o)t(e) of de partner waarmee men samenwoont. Mits toelating van de rechtbank kan voor deze rechtbanken ook een bloed- of aanverwant (zie verder voor de betekenis van bloed- en aanverwant) voor de rechter verschijnen.
4.2.2 Een zaak aanhangig maken
In een burgerlijke procedure moet één van de partijen tussen wie een discussie bestaat de zaak aanhangig maken (= inleiden of opstarten) bij de rechtbank. In de meeste gevallen gebeurt dat door middel van een dagvaarding die door een gerechtsdeurwaarder aan de verweerder wordt bezorgd (= betekening).
Naast de dagvaarding zijn er nog twee andere manieren om een zaak aanhangig te maken bij een rechtbank. Ten eerste door middel van een verzoekschrift. De wet bepaalt in welke gevallen een zaak via deze weg kan worden ingeleid. Als de wet het toelaat om een procedure in te leiden bij verzoekschrift, dan gaat het doorgaans over een tegensprekelijk verzoekschrift. Dat betekent dat de tegenpartij zijn standpunt ook zal mogen toelichten voor de rechtbank. Daartegenover staat het
eenzijdig verzoekschrift waarbij de tegenpartij niet gehoord wordt. Slechts zeer uitzonderlijk is een procedure op eenzijdig verzoekschrift mogelijk (vaak in gevallen van hoogdringendheid), omdat dit toch moeilijk ligt voor de rechten van de verdediging.
VOORBEELD
Zo kan een huurgeschil veelal via een verzoekschrift bij de vrederechter aanhangig worden gemaakt
Een tweede manier om een zaak aanhangig te maken bij een rechtbank, is door vrijwillige verschijning. In dit geval moeten de beide partijen akkoord gaan om op die manier te werk te gaan.
Het volstaat dus niet om gewoon een (al dan niet aangetekende) brief te schrijven aan de rechtbank. Weet overigens dat een dagvaarding en een verzoekschrift een aantal verplichte vermeldingen moeten bevatten. Als deze vermeldingen ontbreken, kan de dagvaarding of het verzoekschrift nietig worden verklaard. Voorts kan het verzoekschrift, zoals aangehaald, enkel worden gebruikt in de gevallen dat de wet het toelaat. Het voordeel van een verzoekschrift is wel dat het goedkoper is; je hebt er immers geen gerechtsdeurwaarder voor nodig.
4.2.3
Inleidende zitting
Als een zaak aanhangig wordt gemaakt bij de rechtbank, wordt er een datum bepaald waarop er een inleidende zitting plaatsvindt. Tenzij het gaat om een eenvoudige zaak en/of er wordt gevraagd om eerst een gerechtsdeskundige aan te stellen, kunnen de meeste zaken niet op deze inleidende zitting worden behandeld. Veelal zullen er wat men noemt conclusietermijnen worden bepaald. Dat zijn termijnen waartegen de partijen hun standpunt (hun eisen, argumenten en bewijsstukken) schriftelijk moeten indienen. Het schriftelijk document met alle eisen en argumenten noemt men een conclusie en de verzameling van bewijsstukken noemt men een stukkenbundel. Tegenwoordig gebeurt dit digitaal. Het is belangrijk dat de partijen de conclusietermijnen strikt respecteren, want anders dreigt de rechter geen rekening te houden met hun argumenten en bewijzen. Het is ook belangrijk dat de partijen hun conclusie en stukkenbundel zowel aan de rechtbank als aan de tegenpartij bezorgen. Dit laatste heeft te maken met de rechten van verdediging.
vrijwillige verschijning conclusietermijnen conclusie stukkenbundel
In principe mag de verwerende partij als eerste reageren op de dagvaarding (of het verzoekschrift) van de eisende partij. Vervolgens komt de eiser aan het woord. Het laatste woord is alleszins aan de verwerende partij. In complexe procedures zijn er meerdere conclusierondes. In elk geval moeten de partijen al hun argumenten herhalen en samenvatten in de syntheseconclusie. Alleen met die conclusie houdt de rechter rekening in zijn beslissing.
Door sommige rechtbanken wordt meteen op de inleidende zitting ook al een datum vastgelegd waarop de zaak zal worden gepleit. Andere rechters stellen de pleitdatum pas vast als alle conclusies zijn neergelegd.
4.2.4 Het pleiten van de zaak
Nadat de conclusietermijnen zijn doorlopen, wordt de zaak gepleit. Hierbij wordt de zaak door de partijen (in de praktijk door hun advocaten of door wie een partij vertegenwoordigt) mondeling toegelicht. Dat gebeurt op een zitting van de rechtbank die ook openbaar is.
4.2.5 Beraad en vonnis
Na deze toelichting neemt de rechtbank de zaak in beraad. Het beraad gebeurt achter gesloten deuren en is dus geheim. Vervolgens wordt een vonnis of arrest (als het een uitspraak is van het hof van beroep) uitgesproken. Deze uitspraak gebeurt meestal binnen de maand na de behandeling van de zaak en wordt toegestuurd aan de partijen (en/of hun advocaat).
4.2.6 Beroepsprocedure
Tegen het vonnis kan (met uitzondering van een aantal gevallen) hoger beroep worden aangetekend. Als dat gebeurt, is het vonnis meestal intussen wel al uitvoerbaar. Degene die de zaak wint, kan eisen dat het vonnis onmiddellijk wordt uitgevoerd, ook wanneer er ondertussen een beroepsprocedure loopt. Moet de verliezer een geldsom betalen, dan kan men ervoor kiezen om het bedrag te ‘kantonneren’. Het geld wordt dan, in afwachting van de afwikkeling van de beroepsprocedure, geblokkeerd bij de zogenaamde deposito- en consignatiekas
De beroepsprocedure verloopt in grote lijnen op dezelfde manier als de procedure in eerste aanleg.
1 Wat is recht en hoe kun je het afdwingen?
4.2.7 Vonnis of arrest bij verstek
Als een partij niet aanwezig was tijdens de procedure, kan dit leiden tot een vonnis of arrest bij verstek. Tegen een verstekvonnis kan meestal enkel hoger beroep worden aangetekend en geen verzet. Verzet betekent dat de zaak opnieuw aanhangig wordt gemaakt bij dezelfde rechter. Verzet kan alleen in de gevallen waarin geen hoger beroep mogelijk is (bv. omwille van het lage bedrag, zie eerder).
4.2.8 Kort geding
Soms kan een versnelde procedure worden gebruikt (kort geding). Sommige omstandigheden vereisen nu eenmaal een dringende actie. De rechter beslist in die gevallen niet over de hele zaak, maar neemt alvast voorlopige maatregelen in afwachting van een meer uitgebreide procedure.
VOORBEELD
Door een windstoot waait het recent geplaatste dak van een schuur weg. De eigenaar van de schuur wil de aannemer aansprakelijk stellen, omdat hij meent dat het dak niet correct werd geplaatst. Het is dan belangrijk snel een gerechtsdeskundige te laten aanstellen door de rechtbank die kan nagaan of het dak al dan niet correct werd geplaatst.
verstek
Verzet
kort geding
Praktische
Advocaat
Bijstand en vertegenwoordiging
Andere vertegenwoordigers
Niet verplicht
Kosten zelf betalen
Rechtsbijstandverzekering
Pro deo-advocaat
Rechtsplegingsvergoeding
Vakbondsafgevaardigde
Echtgeno(o)t(e) of partner
Bloed- of aanverwant
Aanhangig maken van de zaak
Dagvaarding via deurwaarder
Verzoekschrift
Vrijwillige verschijning
Tegensprekelijk
Eenzijdig (hoogdringendheid)
Goedkoper
Procedure voor de rechtbank
Verloop van de procedure
Inleidende zitting
Conclusiefase
Pleidooi (openbaar)
Beraad (geheim)
Vonnis of arrest
Conclusietermijnen
Stukkenbundel
Syntheseconclusie
Hoger beroep
Rechtsmiddelen
Onmiddellijke uitvoering
Kantonneren van geldsom
Bij verstekvonnis
Verzet
Indien geen hoger beroep mogelijk
Dingende actie
Bijzondere procedures
Kort geding
Voorlopige maatregelen
4.3
1 Wat is recht en hoe kun je het afdwingen?
Enkele ‘alternatieven’ voor de rechtbank
Bij een discussie hoeft er niet altijd een rechtbank ingeschakeld te worden. Er bestaan nu eenmaal ook een aantal alternatieven.
4.3.1 Arbitrage
Zo kan er eventueel een beroep worden gedaan op arbitrage. Deze werkwijze kan enkel gevolgd worden als alle partijen het daarover eens zijn. In dat geval wordt een zogenaamde arbiter (of zelfs meerdere arbiters) aangeduid die in plaats van een rechter een oordeel velt over het geschil. Een dergelijke uitspraak door een arbiter heeft dezelfde waarde als een vonnis. De uitspraak is dus bindend tussen de partijen. Er is echter wel een belangrijk verschil met betrekking tot de uitvoerbaarheid. Als de ene partij de uitspraak van de arbiter niet vrijwillig nakomt, dan zal de andere partij eerst nog naar de rechtbank moeten stappen om een uitvoerbaarverklaring te vorderen. Pas daarna kan eventueel een gerechtsdeurwaarder worden ingeschakeld.
4.3.2 Geschillencommissie
Sommige discussies kunnen ook worden opgelost door ze voor te leggen aan een geschillencommissie
VOORBEELD
Je kunt een beroep doen op de Geschillencommissie Reizen (GCR) indien je een geschil hebt over het verloop van een reis met een doorverkoper en/of organisator.
4.3.3 Kamers Minnelijke Schikking
Verder kun je een geschil ook oplossen via bemiddeling of door dit voor te leggen aan de Kamers Minnelijke Schikking (KMS). Sinds 1 september 2025 moet elke ondernemingsrechtbank, rechtbank van eerste aanleg, arbeidsrechtbank, hof van beroep én arbeidshof nu eenmaal een zogenaamde kamer voor minnelijke schikking (KMS) hebben. Men kan daar bijvoorbeeld terecht voor discussies met een aannemer of de verkoper van een huis.
In de KMS wordt de zaak niet gepleit. De partijen proberen in aanwezigheid van een rechter tot een minnelijke oplossing te komen voor hun geschil. Als er een minnelijke regeling tot stand komt, dan is die overeenkomst ook bindend. Ze zal dan de waarde hebben van een vonnis. Wat er in de KMS allemaal gezegd wordt,
arbitrage uitvoerbaarverklaring geschillencommissie
bemiddeling Kamers Minnelijke Schikking
is trouwens vertrouwelijk. Dat betekent dan ook dat de partijen de uitgewisselde informatie niet tegen elkaar kunnen gebruiken wanneer het uiteindelijk niet tot een regeling komt.