Page 1

ar

FORMULE 1

xe jk e In ki

Wiskunde voor het 1ste jaar B

m pl a

Marieke Sarazin Stijn Seys Thomas Flamand Jan Vanhee

FORMULE 1

Leer zoals je bent De makers van bingel hebben speciaal voor jou een onlineleerplatform ontwikkeld: diddit. Vooraan in dit boek vind je de toegangscode, zodat je volop kunt oefenen op je tablet of computer. Activeer snel je account op www.diddit.be en maak er een geweldig schooljaar van!

ISBN 978-90-306-9369-7 592747

9 789030 693697

vanin.be

Wiskunde voor het 1ste jaar B


ar

m pl a

xe

jk e

In ki


r

pl

aa

Wiskunde voor het 1e jaar B

In k

ijk

ex

em

Thomas Flamand Marieke Sarazin Stijn Seys Jan Vanhee

Formule 1B_2019.indb 1

13/06/19 12:09


Hoe werk je met Formule 1? Wist je dat je elke dag verschillende soorten getallen gebruikt? En dat je elke dag werkt met cirkels, kubussen of rechthoeken? In dit leerwerkschrift ontdek je hoe je door te tellen en te rekenen, te meten en te tekenen de wereld om je heen beter begrijpt. Planner

™ ™ ™ ™ ™ ™ ™

Aan de slag

r op Formula. id de planeet. dreigt er gevaa met grote snelhe Na de landing schip nadert ppen door in Een vijandig ruimte het gevaar ontsna jes kunnen aan De deelmannet springen. annetjes. een krater te n slechts 15 deelm kunne Maar in elke krater ppen? n er niet ontsna annetjes kunne Hoeveel deelm

Bij het begin van elk hoofdstuk maak je in een korte inleiding kennis met het onderwerp waarover je iets leert.

Hoeveel km legde het schip per dag af?

Hoeveel n kraters zoude er minstens moeten zijn te om iedereen beschermen?

Hoofdstuk 4

Inleiding

s zes dagen precie t jes hebben in elijk op hun planee De deelmannet afgelegd om uiteind 14 507,4  km landde met . Hun ruimteschip aan te komen t Formula. jes op de planee 144 deelmannet

Hoeveel plaatsjes zou één krater minstens moeten hebben om iedereen in veiligheid te brengen?

Test op mezelf

p. 171

BIM1

/3

ex

Wat is een hoek?

0-1

2

BIM2

/5

0-3

4

Oef 4

5

Oef 5

TOM1

/3

TOM2

/5

/

Oef 6

/

Hoeken meten

p. 173

BIM3

/6

4

Hoeken tekenen

p. 175

BIM4

/6

0-3

4-5

6

Oef 8

Oef 7

Oef 9

3-5

Totaal

/20

6

Oef 12

Oef 14

Oef 13

Oef 15

/6

TOM4

/4

/

Oef 10

0-2

Oef 11

TOM3

Klas:

3

Naam:

p. 172

Oef 3

Nr.:

Soorten hoeken

3

Oef 2

Oef 1

/

Totaal

/

Totaal

/20

Datum: / 20

Even samenvatten

™

131

™

132

Gamezone

™

134

Scoreblad Op deze pagina kun je jouw leerkracht een overzicht geven van je prestaties in het hoofstuk.

In k

Scoreblad Ik behaalde deze

resultaten

BIM /

Taak 1 Taak 2 Taak 3 Extra opdracht

1:

TOM

/

Taak 4

/

Taak 5

/

Taak 6

/ / / /

Extra opdracht

2:

/

Extra opdracht

3:

/

Extra opdracht

4:

Ik denk even

/ /

TOTAAL na over mijn

Wat kon ik zeer

/

prestaties

goed?

Waar had ik moeit e mee? Bij dit hoofdstuk Ik denk even

moet ik extra

na over mijn

Aandachtspunt

/

ijk

/

bij de aftrekking

118 120 122 123 126 127 129

In de ‘Planner’ kun je volgen wat je allemaal al gedaan hebt in een hoofdstuk. Als je telkens het bolletje inkleurt als je een onderdeel afgewerkt hebt, kun je mooi de voortgang volgen.

letten op

attitudes en vaard

igheden

Evaluatie leerlin

Heb ik mijn fouten

g

zinvol verbeterd? Heb ik goed doorg ewerkt? Was ik telken s in orde? Heb ik zelfstandig gewerkt? Heb ik mijn taal verzorgd?

169

1.1 Benamingen

116

In dit hoofdstuk leer je alles over lijnen.

Hoofdstuk 6

Wiskundetaal

Soorten lijnen Rechte, halfrechte en lijnstuk Lijnstukken meten en tekenen Onderlinge ligging van rechten Evenwijdigen tekenen Loodlijnen tekenen Coördinaten

pl Op mijn maat

Resultaat

1

1 2 3 4 5 6 7

Test op mezelf

Hoofdstuk 1

Ben ik mee?

Mijn circuit

Aan de slag

Aan de slag

™ ™ ™ ™ ™ ™ ™

Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen

em

Deze pagina biedt een overzicht van welke oefeningen je best kunt maken en je resultaten. 2

™

Op mijn maat

105 107 109 110 112 113 115

102

Mijn circuit

1

Planner

Ben ik mee?

Soorten lijnen Rechte, halfrechte en lijnstuk Lijnstukken meten en tekenen Onderlinge ligging van rechten Evenwijdigen tekenen Loodlijnen tekenen Coördinaten

r

De

1 2 3 4 5 6 7

aa

9

s deelmannetje

Commentaar

Evaluatie leraar

0

1

2

3

0

1

2

3

0

1

0

2

3

0

1

0

2

1

3

2

3

0

2

1

3

2

3

0

1

2

3

0

1

0

TOTAAL

van de leraar

1

2

1

2

3 3

15

‘Chez le Chef’

inkel wok kost bij kookw Deze gietijzeren pan kost diezelfde € 79. ‘Het pannenhuis’ Bij de concurrent € 6 minder. pannenhuis’? de wok bij ‘Het kost el Hoeve

Hoofdstuk 5

Berekening: wok € 73. nhuis’ kost de Bij ‘Het panne Antwoordzin:

het verschil

Handtekening leerlin

g

Handtekening leraar

Handtekening ouders

8

Aan de slag

de termen

de aftrekker

de aftrekking

king al en de aftrek en bereken. 1.2 Wiskundeta een aftrekking de zinnen als 18 – 3 Schrijf de volgen r dan achttien. 149 – 23 a Drie minde cm meet. Nina, die 149 cm kleiner dan 67 –12 b Maité is 23 lichter. kg. Uti is 12 kg 67 weegt 1,28 – 0,13 . c Laila t 0,13 m lager m. Said spring 1,28 over t cm 98 – 23 d Kiara spring Kjenta staat 23 bord. het van op 98 cm e Bianca staat 7–2 dichter. graden n wordt het 2 het 7 °C. Morge f Vandaag is 34 – 8 kouder. 8 goedkoper. van Febe is € kost € 34. Die 158 – 6 g Je ketting g. kortin 6 € kreeg kost € 158. Mirte h Het skipak

= 15

= 126 = 55 = 1,15 = 75 = 5 = 26 = 152

141

In ‘Aan de slag’ krijg je de leerstof te zien. Zie je dit logo in de kantlijn dan maak je zelf al een verwerkingsopdracht. Als dit logo verschijnt mag je je rekenmachine gebruiken.

Ben ik mee? Naam: Nr.:

1

Datum:

/

/ 20

/ 43

Vul de juiste benamingen aan.

BIM1.1

72 en 4 noem je de factoren. De bewerking zelf noem je een vermenigvuldiging.

72 x 4 = 288

Het resultaat, 288, noem je het product. 72, het eerste getal, noem je het vermenigvuldigtal. 2,5

4, het tweede getal, noem je de vermenigvuldiger. Schrijf de volgende zinnen als een vermenigvuldiging en bereken.

BIM1.2

3 x 10 a Het drievoud van 10. 7x€8 b Zevenmaal een aankoop van € 8. c Wim wandelde 4 km. Jens wandelde drie keer zo ver. 4 km x 3

2

30

=

€ 56

=

12 km 1,5

Hoofdrekenen

a 7x8

=

56

g 82 x 2

=

164

b 9x5

=

45

h 38 x 3

=

114

c 3x7

=

21

i 32 x 4

=

128

d 6x9

=

54

j 92 x 5

=

460

e 72 x 100

= 7 200

k 64 x 11

=

704

f 65 x 10

=

650

l 32 x 9

=

288

e 3 x 22,6

=

67,8

f 5,6 x 5

=

28

c 338,56 x 1 000 = 338 560

g 32,8 x 5

=

164

d 12,35 x 2

h 5 x 18,24 =

12

Bereken uit het hoofd.

BIM2.2

3 BIM3

=

Bereken uit het hoofd.

BIM2.1

Ben ik mee? In ‘Ben ik mee?’ ontdek je waar je goed of minder goed in bent. Als je je scores netjes invult op ‘Mijn circuit’, vind je makkelijk terug welke oefeningen je moet maken in ‘Op mijn maat’.

Klas:

Wiskundetaal

Hoofdstuk 7

79 - 6 = 73

het aftrektal

a 2,6 x 100

=

260

b 0,045 x 1 000

=

45

= 24,70

91,20

8

Schatten De studiereis naar Gent kost € 29,85 per persoon. We gaan met 12 leerlingen en 3 leerkrachten deze stad bezoeken. Schat in tientallen hoeveel deze studiereis zal kosten. Berekening: 15 x 30 = 450 Antwoordzin: De studiereis zal ongeveer 450 euro kosten.

2

203

2

Formule 1B_2019.indb 2

13/06/19 12:09


Op mijn maat 1

K

Vul in met het best Elke letter komt passende woord. in een apart hokje .

O

M

M

2

A

G

E

T

I

E

A

L

L

E 3 5

Hoofdstuk 1

Getallen 1

1

K

O

M

M

T

4

A

Op mijn maat

E

N

1 Getallen waarin een 3

T 6

L

N

U

E

4

L

5

U

N

R

7

C

I

L

6

I

7

J

F

E

R

8

S

K 8

Je resultaat uit ‘Ben ik mee?’ leidt je automatisch naar oefeningen op jouw maat, oefeningen die jij aankunt! Alle oefeningen binnen een onderwerp hebben hetzelfde doel.

2

Welke getallen

N

E

G

E

N

Het kleinste cijfer dat bestaat. Hier hebben we er tien van. Welk cijfer ontbre ekt in deze rij? 1–7–5–4– 3–0–8–2– 6

herken je hieron

der?

−1

−196

Hoe noem je 3

komma staat. Die bestaan uit cijfers. Het aantal cijfers dat je gebruikt om getallen te maken. Getallen zonde r een komma Dit teken komt altijd voor in kommagetallen.

2

N

A

L

−12

deze getallen? negatieve getalle n Vul aan met een passend getal.

Het is jouw rijstijl die bepaalt onder welk metertje je oefent. Heb je nog veel oefening nodig, dan rijd je beter op een rustiger tempo. Maak dan de oefeningen met dit logo. Heb je gemiddeld gescoord, dan kun je overgaan op een hoger toerental. Had je een hoge score, dan mag je de oefeningen op volle snelheid maken. Die vind je naast dit logo. Vlieg niet uit de bocht! a

Het vriest twee

getal natuurlijk komma negat ief −2 £ £ x £

graden.

b Onze auto staat op de derde verdieping ondergronds gepar keerd. −3 c De haag is anderhalve meter hoog. d Je bankrekenin 1,5 g staat 15,40 euro in het rood. −15,4 e De paal zit 0 een halve meter onder de grond . −0,5

£

£

£

x £

x £

£

£

x £

£

x £

x £

x £

aa

r

23

ten

Even samenvat

Hoofdstuk 3

de som

de termen

139 + 72 = 211

pl

al

• Wiskundeta

Even samenvatten

de optelling

Op het einde van elk hoofdstuk vind je alles wat je hebt geleerd, bijeengebracht in een handige samenvatting. Die kun je gebruiken als hulp bij het studeren.

em

dan … r dan, langer er dan, verde r dan, extra, duurd 92 meer dan, grote = 85 + 7 = = 65 + 20 + 7 65 + 27 • splitsen 23 = 83 + 60 = = 48 + 23 + 12 48 + 23 + 12 1 = 623 • koppelen - 1 = 624 = 324 + 300 llen 324 + 299 • aanvu

f het resultaat

• schat voora • cijferen

1

1 3 + 3

5

4

7

2

7

5

8

2

2

1

1 ,

5

8

7

,

2

3

1

3

,

8

1

Test op meze

lf Naam: Nr.:

1

ex

6 +

TOM1

ijk

rijvingen over

een omtrek of

/

Oom Patrick komt 2 TOM2

™ Omtrek ™ Oppervlakte ™ Omtrek ™ Oppervlakte ™ Omtrek ™ Oppervlakte ™ Omtrek ™ Oppervlakte

je moeder helpe

n met behangen.

Duid de omtre

k aan in het groen

. Meet tot op

4

1 mm nauwkeurig.

20

20

20

15

25

15

mm

Omtrek van vierka

Omtrek = 115

20 15

mm

nt en rechthoek

20

20

25

Omtrek = 120

15

20

45

40

3

/ 25

? Duid aan.

Omtrek meten

10

TOM3

/ 20

een oppervlakte

moet nodig met water besproeid worden. Mieke schildert de buitenste lijnen badmintonterrein van het . Je moeder schild ert de muren van de living in kleurtje. een fris

15

Omtrek = 140

mm

3

Bereken deze omtre

kken.

15 m 5m 10 m minder dan de lengte

2m

2

=5m

Hoofdstuk 13

In k

Datum:

vlakte?

Gaan deze omsch Het golfterrein

Test op mezelf

In ‘Test op mezelf’ kun je je vorderingen meten. Wedden dat je een versnelling hoger geschakeld bent?

Klas:

Omtrek of opper

1

3m

2

2m

Omtrek = 40

m

1m

Omtrek = 18

m

4

Gamezone 1

Deze potloden zijn als een Mikado op elkaar gestapeld. Noteer de volgorde waarin de potloden gestapeld zijn. Begin met het bovenste potlood.

3

Opa trakteert met pannenkoeken voor zijn 65ste verjaardag. Hij heeft ze origineel met getallen versierd. De som van elke horizontale, verticale en schuine rij van vijf pannenkoeken moet 65 zijn. Vul jij op de lege pannenkoeken het juiste getal in? 3

9

Hoofdstuk 4

20

8

25

D - A - J - E - B - C - I - G - H - F

5

11

2

Kleur de weg die de pinguïn moet volgen. O2 wil zeggen ‘ga twee ijsschotsen naar Onderen’. B wil zeggen naar Boven, L naar Links en R naar Rechts.

4

10

23

Gamezone

Elk ei is de som van de twee eieren eronder. Noteer in de lege eieren de juiste getallen.

295

In de gamezone sluit je elk hoofdstuk af met een puzzel, een spel of een uitdaging. Wiskunde is leuk!

343

137 158 185 69

68 30

38 23 9 9

39

15 6

96 50

46

26 9

2

20 11

9

8

134

Wil je nog meer? Neem je tablet of computer en verken ons onlineleerplatform. Daar vind je nog meer oefeningen. Kies online oefeningen of gaspedaal- en pitstopoefeningen zodat je de leerstof helemaal onder de knie krijgt.

3

Formule 1B_2019.indb 3

13/06/19 12:09


Inhoudsopgave 2

  Hoofdstuk 1

Getallen overal(l)

5

  Hoofdstuk 2

Goed kijken

43

  Hoofdstuk 3

Opgeteld staat netjes

69

  Hoofdstuk 4

Lijnen, een kwestie van smaak!

  Hoofdstuk 5

Solden maken het verschil

aa

99

pl

  Hoofdstuk 6 Hoekengewijs

r

Hoe werk je met Formule 1?

133 163

Een nieuwe vloer

  Hoofdstuk 8

Gemeten, gewogen en goedgekeurd

215

  Hoofdstuk 9

De deelmannetjes

249

  Hoofdstuk 10

Sla een goed figuur

281

ex

  Hoofdstuk 11

em

  Hoofdstuk 7

Fluitje van een cent

ijk

  Hoofdstuk 12 Omtrek

Lach je een breuk

309 335 361

In k

  Hoofdstuk 13

187

4

Formule 1B_2019.indb 4

13/06/19 12:09


1

Hoe rond je af? Met een vijl?

aa

Wat is het verschil tussen een cijfer en een getal?

r

Getallen overal(l)

pl

Waar of niet waar? 432 = 234 Ook al heeft het getal dezelfde cijfers?

ex

em

Wanneer is een getal natuurlijk?

rs Zijn cijfe ? jk natuurli

ijk

getallen Kunnen ma een kom ? hebben

Lees je graag het getal 87458124 of liever 87 458 124?

In k

Wat zijn negatieve getallen?

Zijn natuurlijke getallen positief?

Formule 1B_2019.indb 5

Hoeveel getallen bestaan er eigenlijk?

13/06/19 12:09


™ ™ ™

em

™

Ben ik mee?

Getallen Rang en waarde van een cijfer in een getal Getallen splitsen en samenstellen Getallen lezen en schrijven Getallen op een getallenas Getallen op een rangschikken Getallen afronden Getallen in tabellen en diagrammen

ijk

ex

Op mijn maat

™ ™ ™ 1 ™ 2 ™ 3 ™ 4 ™ 5 ™ 6 ™ 7 ™ 8 ™ ™ ™

In k

Even samenvatten Test op mezelf

Gamezone

9 10 10 10 11 12 12 12 13 13 13 14 15 15 16 17 17 18 18 18 19

r

™ ™

1 Soorten getallen 1.1 Natuurlijke getallen 1.2 Kommagetallen 1.3 Positieve en negatieve getallen 2 Rang en waarde van een cijfer in een getal 3 Getallen splitsen en samenstellen 3.1 Getallen splitsen 3.2 Getallen samenstellen 4 Getallen lezen en schrijven 4.1 Getallen lezen 4.2 Getallen schrijven 5 Getallen op een getallenas 6 Getallen rangschikken 6.1 Natuurlijke getallen en kommagetallen 6.2 Positieve en negatieve getallen 7 Getallen afronden 7.1 Afronden op een tiental 7.2 Afronden op een eenheid 7.3 Afronden op een tiende 7.4 Afronden op een honderdste 8 Getallen in tabellen en diagrammen

aa

™

Aan de slag

pl

Hoofdstuk 1

Planner

21 23 24 26 28 29 30 32 34 38 39 41

Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen In dit hoofdstuk leer je alles over getallen.

6

Formule 1B_2019.indb 6

13/06/19 12:09


Formule 1B_2019.indb 7

Getallen in tabellen

8

p. 19

p. 17

Totaal

BIM8

BIM7

BIM6

BIM5

BIM4

/40

/2

/4

/6

/6

/5

/10

6-8

Oef 51 Oef 46

Oef 50

Oef 49 Oef 45

1

Oef 40

Oef 44

Oef 43

Oef 39

Oef 38

3-4

Oef 32

Oef 28 Oef 29

Oef 30

3-4

Oef 21

Oef 27

Oef 23

3-4

3-5

Oef 17

Oef 12

Oef 11

Oef 52

Oef 33

Oef 31

Oef 24

Oef 15

Oef 3

2

5-6

5-6

Oef 34

Oef 18

9-10

3

/

/

/

/

/

/

/

/

/

Resultaat

r

aa

pl

em

Oef 20

Oef 14

Oef 10

3-4

2

Totaal

TOM8

TOM7

TOM6

TOM5

TOM4

TOM3

TOM2

TOM1

/40

/2

/4

/6

/6

/5

/10

/4

/3

/ 20

Totaal

Oef 48

Oef 42

Oef 37

Oef 26

Oef 16

Oef 47

0

0-2

0-2

0-2

0-2

0-5

Oef 8

Oef 9

Oef 2

ex Oef 7

Oef 41

Oef 36

Oef 35

Oef 25

Oef 22

Oef 19

Oef 13

Oef 6

Oef 5

0-2

ijk Oef 4

Oef 1

0-1

/

en diagrammen

Getallen afronden

p. 15

p. 14

p. 13

BIM3

/4

/3

Test op mezelf

Datum:

7

rangschikken

Getallen

getallenas

Getallen op een

schrijven

Getallen lezen en

p. 12

BIM2

BIM1

Op mijn maat

Klas:

6

5

4

samenstellen

Getallen splitsen en

p. 11

p. 9

In k

Ben ik mee?

Nr.:

3

Rang en waarde van

2

een cijfer in een getal

Soorten getallen

1

Aan de slag

Naam: Hoofdstuk 1

Mijn circuit

/

7

13/06/19 12:09


Hoofdstuk 1

Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM

/

TOM

/

Taak 1

/

Taak 4

/

Taak 2

/

Taak 5

/

Taak 3

/

Taak 6

/

Extra opdracht 1 :

r

/ /

aa

Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :

/ /

Extra opdracht 4 :

Waar had ik moeite mee?

em

Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?

/

pl

TOTAAL

ex

Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op

Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling

Evaluatie leraar

Heb ik mijn fouten zinvol verbeterd?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik goed doorgewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Was ik telkens in orde?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik zelfstandig gewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik mijn taal verzorgd?

0

1

2

3

0

1

2

3

In k

ijk

Aandachtspunt

TOTAAL

15

Commentaar van de leraar

Handtekening leerling

Handtekening leraar

Handtekening ouders

8

Formule 1B_2019.indb 8

13/06/19 12:09


Soorten getallen

Mama, hoe oud ben ik nu?

r

Getallen zijn in ons leven echt onmisbaar. Ook in het verleden hadden mensen al aantallen nodig om iets duidelijk te kunnen maken. Ze krasten strepen op een steen of maakten inkervingen op een stok. Vandaag gebruik je geen streepjes meer maar cijfers. Met die cijfers maak je getallen. In het dagelijkse leven en in de lagere school maakte je al gebruik van heel wat verschillende getallen.

aa

1

Hoofdstuk 1

Aan de slag

pl

Noteer telkens het passende getal bij de omschrijving. Gisterenmiddag werden we verwend met een aangename temperatuur.

em

De kruin van deze boom is zes meter hoog.

Ik scoorde vierenvijftig punten.

ijk

ex

’s Morgens was het nog bitter koud.

In k

Caesar werd vermoord in het jaar 44 voor Christus.

Mijn vriend Abdel woont op de derde verdieping.

De wortels zitten tot vijf meter onder de grond. Mijn rugnummer staat op mijn truitje gedrukt.

De Eiffeltoren is 317,5 m hoog.

Om het werelduurrecord te verbreken, moet de wielrenner gemiddeld 55,1 km/uur fietsen.

9

Formule 1B_2019.indb 9

13/06/19 12:09


Hoofdstuk 1

1.1 Natuurlijke getallen We beschikken over tien cijfers. Noteer ze van klein naar groot. Met deze tien cijfers kun je ontelbaar veel getallen maken. Welke getallen zonder komma kun je bouwen door elk van de cijfers 0 en 3 en 4 juist één keer te gebruiken?

Al die getallen (zonder komma) noem je natuurlijke getallen.

aa

Kleur alle natuurlijke getallen op de vorige pagina groen.

r

1.2 Kommagetallen

Komma’s spelen een belangrijke rol!

em

pl

Zoek de fouten:

Welke getallen met een komma kun je bouwen door elk van de cijfers 0 en 3 en 4 juist één keer te gebruiken?

In k

ijk

ex

Een groot brood kost 250 euro

Al die getallen (met een komma) noem je kommagetallen.

Kleur alle kommagetallen op de vorige pagina blauw. 1.3 Positieve en negatieve getallen •

Getallen met een – voor noem je negatieve getallen. Dat zijn getallen kleiner dan nul. Voorbeeld: -3°C

Getallen zonder een – voor noem je positieve getallen. Dat zijn getallen groter dan nul. Voorbeeld: +20 °C = 20°C (Het toestandsteken + mag weggelaten worden.)

Het getal nul is het enige getal dat zowel positief als negatief is.

Kleur alle negatieve getallen op de vorige pagina rood.

10

Formule 1B_2019.indb 10

13/06/19 12:09


Rang en waarde van een cijfer in een getal

Hoofdstuk 1

2

Dit zijn twee gelijke getallen want ze zijn even lang en hebben dezelfde cijfers.

Welke fout maakt deze jongen?

Wat loopt er verkeerd in zijn denkwijze?

Afhankelijk van de rang van een cijfer in een getal, krijgt dat cijfer een bepaalde waarde.

r aa pl

h

honderdsten

Honderdtallen

t

em

Duizendtallen

E ,

tienden

Honderdduizendtallen

Vul aan.

T

Eenheden

H

Ik ben hoger in rang, dus ik ben meer waard!

ex

D

Tientallen

HD TD Tienduizendtallen

M

Miljoentallen

Schrijf het getal 4 562 397,18 in de tabel.

Rang is lang.

heeft als RANG de

en heeft als WAARDE

miljoentallen

4 000 000

ijk

Het cijfer 4

Waarde is altijd een getal.

In k

6 3 7 8

Schrijf het getal 521 374,06 in de tabel en vul hieronder aan. Het cijfer

heeft als RANG de

en heeft als WAARDE

2 0 7

11

Formule 1B_2019.indb 11

13/06/19 12:09


Hoofdstuk 1

3 Getallen splitsen en samenstellen 3.1 Getallen splitsen

,

t 6

h

+ 0,6 + 6t

= 4D + 8H + 5E + 6t

D

H

T

E

,

t

h

d

450

                 

1 345

                 

pl

TD

= 4 805,6

r

+ 8H + 0T + 5E

Splits deze getallen. HD

M 0T ma ERK OP g weg gelate worde n n!

d

aa

+5

=

+0

E 5

=

4D

=

=

4 000 + 800

T 0

=

H 8

=

D 4

=

TD

=

HD

=

M

=

Het getal 4 805,6 splits je zo:

12 087

                 

         = 

12,3

                 

         = 

0,45

                 

         = 

4 201,09

                 

         = 

         = 

ijk

ex

em

         = 

3.2 Getallen samenstellen

In k

Je kunt ook omgekeerd te werk gaan. Dan stel je een getal samen. 4D + 5H + 1E + 7t + 8h

= 4 000 + 500 + 1 + 0,7 + 0,08

= 4 501,78

a 2H + 7T + 5E

=

=

b 1D + 5H + 4T

=

=

c 7H + 9T + 2t

=

=

d 5T + 4t + 5h

=

=

e 6TD + 8D + 5H + 4T + 9h =

=

f 3t + 8h

=

Stel deze getallen samen:

=

12

Formule 1B_2019.indb 12

13/06/19 12:09


Hoofdstuk 1

4 Getallen lezen en schrijven 4.1 Getallen lezen De tabel is een handig hulpmiddel om getallen vlotter te kunnen lezen.

2

TD 0

5

D 2

H 1

T 5

E 7

,

8

9

0

6

,

2

4

,

0

0

6

3

0

1

2

t

h 4 miljoen 302 duizend 157 (eenheden) 8 duizend 906 eenheden 2 tienden 2

4 eenheden 2 honderdsten 

,

3

9



r

HD 3

aa

M 4

4.2 Getallen schrijven

pl

Ook de schrijfwijze van de getallen helpt je om getallen makkelijker te lezen: je laat wat plaats na de Miljoentallen en de Duizendtallen.

Het komt er dus op neer dat je de cijfers vóór de komma in groepjes van drie noteert, van rechts naar links.



4750750



Lees.



14389,805



2024552,23



In 2018 werd het wereldkampioenschap voetbal voor de 21ste keer georganiseerd. Er namen 32 ploegen aan deel.

In k

Het gastland was Rusland. Rusland is 17 100 000 vierkante kilometer groot. Het land telt zo’n 143 500 000 inwoners. Elk land mocht 23 spelers selecteren. Dat maakt dat aan het toernooi 736 voetballers deelnamen. Bij het begin van het toernooi waren al 4 905 169 tickets verkocht.

© Gansstock / Shutterstock.com

26458

3015,25

ex



ijk

7838

em

Schrijf deze getallen duidelijker door de cijfers te groeperen.

Het grootste stadion is dat van Moskou. Daar kunnen 81 015 supporters in. Er waren 64 wedstrijden, goed voor minstens 5 760 minuten voetbal. De wedstrijd België – Brazilië, die België overigens won, werd in België door 2 221 137 tv-kijkers gevolgd. België behaalde een schitterende 3de plaats. Je leerkracht dicteert drie getallen. Schrijf ze hieronder op volgens de afspraak. 





13

Formule 1B_2019.indb 13

13/06/19 12:09


Hoofdstuk 1

5 Getallen op een getallenas Een getallenas kun je vergelijkingen met een thermometer. Alle getallen hebben hun plaats op de getallenas. 20 positieve getallen

10 0

-20

negatieve getallen

negatieve getallen

0

10

20

positieve getallen

pl

-20

De afstand van 0 tot 1 = de eenheid

De pijl duidt de richting van 0 naar 1 aan.

em

Het getal 0 = de oorsprong

0

aa

-10

-10

r

0

-1

0

1

negatieve getallen

positieve getallen

ex

Vul de ontbrekende natuurlijke getallen op de getallenas aan.

ijk

0

   

1

0

          

8

In k

Vul de ontbrekende kommagetallen op de getallenas aan. 0

1

0

   

   

    1

Vul de ontbrekende positieve en negatieve getallen op de getallenas aan.     

    0    

   

0

1

       1

   

14

Formule 1B_2019.indb 14

13/06/19 12:09


Hoofdstuk 1

6 Getallen rangschikken 6.1 Natuurlijke getallen en kommagetallen • Wie is de oudste en wie is de jongste van deze vier vriendinnen? Laura Ronja

• Wie is de grootste en wie is de kleinste van deze kameraden? Morris Nassim

Yana

Rik

Finn

... is jonger dan ...

... is groter dan ...

15 jaar 

14 jaar

11 jaar





In k

Hun leeftijden kun je rangschikken (= ordenen). van klein naar groot 11 < 14 < 15 < 16

1,73 m



1,7 m

ijk





ex



1,85 m

em

16 jaar

pl

aa

r

Noone

1,67 m 

Hun lengtes kun je rangschikken (= ordenen). van groot naar klein     >     >     >     

< betekent ... is kleiner dan ...

> betekent ... is groter dan ...

• Om kommagetallen te vergelijken zorg je er best voor dat er overal evenveel cijfers na de komma staan. Dat doe je door het kommagetal met nullen aan te vullen. • Getallen die even groot zijn duid je aan met een gelijkheidsteken (=). Vul in met het juiste symbool. Kies uit <, > of =. 34     33

8 647     8 467

501 873     301 875

2,7     2,3

10,25     10,5

974 545     974 545

12,5     21,5

363,7     363,70

975,54     974,6

15

Formule 1B_2019.indb 15

13/06/19 12:09


Hoofdstuk 1

6.2 Positieve getallen en negatieve getallen Welke dag was de koudste van de week? maandag donderdag

dinsdag

woensdag

aa

Duid op de thermometer telkens de gemeten temperatuur aan.

r

... was kouder dan ...

Op welke dag werd de temperatuur gemeten? Vul aan.

30

20

20

20

20

10

10

10

0

0

0

-10

-10

-10

ijk

-10

30

ex

10 0

30

em

30

pl

Welk symbool kun je tussen de temperaturen zetten? Kies uit. <, > of =.

-3°C

0°C

In k

-5°C

5°C

Opmerking: ga je naar rechts op de getallenas, dan worden de getallen steeds groter; ga je naar links op de getallenas, dan worden de getallen steeds kleiner.

-5 -4 -3 -2 -1 0 -5 < -4 < -3 < -2 < -1 < 0 <

1 1 <

2 2 <

3 3 <

4 4 <

5 5

Schrap wat niet past. Vul in met het juiste symbool. Kies uit <,> of =. -2°C is warmer / kouder dan 0°C

-2

0

3°C is warmer / kouder dan 5°C

5°C is warmer / kouder dan -5°C

5

-5

0,5°C is warmer / kouder dan -1°C

-7°C is warmer / kouder dan -10°C -7

3

5

0,5

-1

-10 -2,5°C is warmer / kouder dan -1,8°C -2,5

-1,8

16

Formule 1B_2019.indb 16

13/06/19 12:09


Hoofdstuk 1

7 Getallen afronden In de winkel reken je best vooraf uit hoeveel je ongeveer moet betalen. Zo kom je niet voor onaangename verrassingen te staan. 7.1 Afronden op een tiental • Zet het getal 23 op de juiste plaats op de getallenas. 20

30 23 ligt tussen      en     

Bij welk tiental is 23 het dichtst gelegen?

        

23 afgerond op een tiental wordt

        

aa

r

Tussen welke tientallen is 23 gelegen?

• Zet het getal 56 op de juiste plaats op de getallenas. 58

Tussen welke tientallen is 56 gelegen?

pl

50

56 ligt tussen     en             

56 afgerond op een tiental wordt

        

em

Bij welk tiental is 56 het dichtst gelegen?

• Zet het getal 75 op de juiste plaats op de getallenas. 73

ex

70

AFSPRAAK Ligt het getal precie s in het midden tussen twee getallen, dan rond je af naar bove n.

75 ligt tussen      en     

Bij welk tiental is 75 het dichtst gelegen?

        

ijk

Tussen welke tientallen is 75 gelegen? 75 afgerond op een tiental wordt

        

In k

AFSPRAAK Om af te ronden op een bepaalde rang, kijk je naar het cijfer van de volgende rang. • Is dat cijfer 0, 1, 2, 3 of 4, dan rond je af naar beneden. • Is dat cijfer 5, 6, 7, 8 of 9, dan rond je af naar boven.

Rond elk bedrag af op een tiental.

afgerond op een tiental



37,-

63,-

388,



25,

17

Formule 1B_2019.indb 17

13/06/19 12:09


Hoofdstuk 1

7.2 Afronden op de eenheid Markeer het cijfer van de eenheden in het getal

17,8

Tussen welke getallen zonder komma is 17,8 gelegen? 17,8 ligt tussen     en      . Bij welk getal is 17,8 het dichtst gelegen?

        

17,8 afgerond op de eenheid wordt

        

kostprijs

€ 1,96

€ 2,28

afgerond op  een euro

€ 4,09



€ 6,50



pl



aa

r

Rond de bedragen van deze producten af op een euro (zonder komma in de oplossing).

7.3 Afronden op een tiende

Markeer het cijfer van de tienden in het getal

em

45,57

Tussen welke getallen met één cijfer na de komma 45,57 ligt tussen     en     . is 45,57 gelegen?         

45,57 afgerond op een tiende wordt

        

ex

Bij welke getal is 45,57 het dichtst gelegen?

In k

ijk

Rond elk bedrag af op een tiende.

kostprijs

€ 2,41

afgerond op  een tiende

€ 4,58 

€ 0,75 

€ 3,09 

7.4 Afronden op een honderdste Papa tankt de auto vol. Er kan 52,23 liter benzine (E5) in de tank. Eén liter benzine (E5) kost 1,56 euro. Hoeveel moet hij volgens je rekenmachine betalen?

Markeer het cijfer van de honderdsten. Hoeveel zal papa in werkelijkheid betalen?

18

Formule 1B_2019.indb 18

13/06/19 12:10


Getallen in tabellen en diagrammen

Hoofdstuk 1

8

Tabellen stellen gegeven getallen overzichtelijk voor. Een tabel bestaat uit horizontale rijen en verticale kolommen. Om een tabel juist te begrijpen, moet je de titels van de rijen en de kolommen altijd aandachtig lezen.

Gent

117

65

72

282

185

07:24

08:24

06:24

09:24

07:25

10:24

08:25

06:26

09:25

07:27

10:25

08:27

06:30

09:27

07:31

10:27

08:31

09:31

10:31

282

159

97

152

i Charlero 170

187

149

97

aa

10:23

rijzen k - dagp

par het pret Ontdek

72

65

117

61

294

149

06:23

09:23

185

em

170

Brussel

Brugge

Aarlen

187

61

10:22

08:23

pl

Dorp

105

282

09:22

07:23

282

159

152

61

61

269

269

158

56

57

114

128

29

78

91

0 TOT EN VAN

KINDER

EN

KINDER

Gratis

2 JAAR

T 11 VAN 3 TO

€ 27,00

JAAR

€ 31,00

54 JAAR N 12 TOT SENEN VA VOWAS EN + 55 JAAR EN VAN SENIOR VALIDEN ANDERS

€ 27,00 € 27,00 € 16,00

DEREN

KIN VALIDEN ANDERS

VAKKEN

158 Frans

Godsdienst

Lichamelijke opvoeding

U

TOT%

KG%

2

75,5

74

2

69,8

76

2

68,4

72,4

Mavo

3

71,8

76,8

Muzikale opvoeding

1

71

71,7

ijk

Leuven

294

105

06:22

amble

ex

Brussel i Charlero

40

211

10:21

08:22

Procter & G

Hombeek

ken ken

Bastena Brugge

228

09:21

07:22

Fortuinstraat

Mechelen

Bastena

en Antwerp en

06:21

Dodoens

NET

Antwerp Aarlen

10:20

08:21

rt

Mechelen

40

07:21

Brusselpoo

Mechelen

TELE

228

06:21

09:20

Louizastraat

Mechelen

211

288

08:20

Leuven

BEL

288

07:20

lsestraat

Gent

PER

288

06:20

Oude Brusse

Mechelen

aar lgië n G an Be EU-land V naal ander Natio ek 5 € 1,0 gespr 0 5 € 0,9 € 0,2 S 5 5 XIMU € 0,6 € 0,2 PRO E 5 5 , 2 NG €0 3 € 0, ORA 0 € 0,2 BASE N OSTE SM-K

288

n 18

Mechelen

UT MINU

288

Station perro

r

Mechelen

In k

Zoek volgende gegevens op in de juiste tabel en beantwoord. •

Hoeveel kost één minuut naar het buitenland bellen bij Proximus?

Wat is de afstand in kilometer tussen Leuven en Antwerpen?

Hoeveel betaalt je opa van 62 jaar voor een dagje pretpark?

Scoort de leerling beter voor Mavo dan voor Frans?

Als je om 8u20 de bus neemt aan perron 18, wanneer ben je dan aan de Fortuinstraat?

19

Formule 1B_2019.indb 19

13/06/19 12:10


Hoofdstuk 1

Ook diagrammen stellen gegevens overzichtelijk voor. STAAFDIAGRAM

DOTPLOT

40

aantal leerlingen

35 30 25 20 15 10 5 0

voetbal

volleybal basketbal

fietsen

zwemmen skeeleren

lekkerste chips

aa

r

keuze sportdag keuze sportdag

CIRKELDIAGRAM

ex

em

pl

LIJNDIAGRAM

In k

ijk

BEELDDIAGRAM

69

57

77

53

2014

2015

2016

2017

Slachtoffers bij woningbranden in België

Zoek op in het juiste diagram. •

Wat is de populairste sport op de sportdag?

Hoeveel leerlingen zijn er in 2019 in 1B gestart?

Staan de bugles chips in de top drie van lekkerste chips?

Kiest de helft van de leerlingen een appel voor dessert?

Welk jaar telde het grootste aantal slachtoffers van woningbranden?

20

Formule 1B_2019.indb 20

13/06/19 12:10


Hoofdstuk 1

Ben ik mee? Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 40

1 Soorten getallen Markeer. 0

7

15

De natuurlijke getallen in het blauw.

3,5

35

145

De positieve getallen rood en de negatieve getallen in het geel.

12,4

aa

De cijfers in het groen.

2 Rang en waarde van een cijfer in een getal

Het cijfer 5 heeft de  Het cijfer 2 heeft de  Het cijfer 8 heeft de 

-87,5

als rang en is dus       waard. als rang en is dus       waard. als rang en is dus       waard.

ex

3 Getallen splitsen en samenstellen BIM3.1

4

Splits deze getallen.

H

T

E ,

ijk

HD TD D

t

h

578

                 

      = 

3 659

                 

      = 

4 500,09

                 

      = 

0,45

                 

      = 

2,09

                 

      = 

In k BIM3.2

3

als rang en is dus       waard.

em

Het cijfer 4 heeft de 

-145

pl

Vul in voor het getal 409 158,02.

BIM2

r

BIM1

5

Stel deze getallen samen. a 7H + 8T + 1E

= 

= 

b 5E + 6t + 4h

= 

= 

c 2D + 4H + 1T + 5E

= 

= 

d 6T + 4h + 8E

= 

= 

e 3H + 7 D + 5 T

= 

= 

5

21

Formule 1B_2019.indb 21

13/06/19 12:10


Hoofdstuk 1

4 Getallen lezen en schrijven Getallendictee.

BIM4

a

c

b

d

e 5

5 Getallen op een getallenas Vul op de invullijntjes de ontbrekende getallen aan.    

   0,75

   

   

1

   

   

   

    0

a

567 

576

c

b

12,7 

72,1

d 15,68 

Rond deze prijzen af.

-6 

4

e

-4 

15,7

f

0 

em

7 Getallen afronden

   

1

pl

Vul in met <, > of =.

BIM7

   

   

6 Getallen rangschikken BIM6

   

10

r

2

aa

BIM5

6

-7 -7,5

6

ijk

ex

€ 33,99

€ 269,89

op de eenheid

In k



€ 2,35

€ 3,74

op een tiental



op de eenheid 

op een tiende 

4

8 Getallen in tabellen en diagrammen

BIM8

Waar of niet waar? a De meeste Facebookgebruikers zijn tussen de 25 en 34 jaar.

6,9 %

13-17 jaar

12,1 %

18-24 jaar

12,9 %

25-34 jaar 35-44 jaar 24,4 %

b Mensen ouder dan 60 maken geen gebruik van Facebook.

45-54 jaar 55-64 jaar

18,5 %

25,3 %

leeftijd Facebookgebruikers in België

2

22

Formule 1B_2019.indb 22

13/06/19 12:10


Getallen

1

Vul in met het best passende woord. Elke letter komt in een apart hokje. 2

1 Getallen waarin een komma staat.

3

4

5

6

2

Die bestaan uit cijfers.

3

Het aantal cijfers dat je gebruikt om getallen te maken.

4

Getallen zonder een komma

5

Het kleinste cijfer dat bestaat.

8

7

Hier hebben we er tien van.

8

Welk cijfer ontbreekt in deze rij? 1–7–5–4–3–0–8–2–6

em

7

ex

Welke getallen herken je hieronder?

In k

ijk

2

Dit teken komt altijd voor in kommagetallen.

pl

6

r

1

aa

1

Hoofdstuk 1

Op mijn maat

Hoe noem je deze getallen? 3

Vul aan met een passend getal. getal natuurlijk komma negatief

a

Het vriest twee graden.

£

£

£

b De haag is anderhalve meter hoog.

£

£

£

c

£

£

£

Je bankrekening staat 15,40 euro in het rood.

23

Formule 1B_2019.indb 23

13/06/19 12:10


Rang en waarde van een cijfer in een getal

D

H

T

E

Duizendtallen

Honderdtallen

Tientallen

Eenheden

,

t

h

425

aa

a

15 048

b

325 147

c

2 405 785

pl

d

125,75

em

e 5

r

TD

honderdsten

HD

tienden

M

Tienduizendtallen

Schrijf de cijfers van de getallen op de juist plaats in de tabel.

Honderdduizendtallen

4

Miljoentallen

Hoofdstuk 1

2

Vul aan met de juiste rang. 1

het cijfer van de

5

het cijfer van de

ex

In 458 102 is

het cijfer van de

2

het cijfer van de

In k

ijk

In 65 023,04 is

0

In 2 075 108,64 is

6

het cijfer van de

3

het cijfer van de

6

het cijfer van de

2

het cijfer van de

5

het cijfer van de

Noteer telkens het cijfer van de eenheden.

358,25 7

4

46,18

2 020

Noteer telkens het cijfer van de honderdsten.

85,25

143,04

8Â 799,3

24

Formule 1B_2019.indb 24

13/06/19 12:10


Vul aan met de juiste waarde.

In 397 815 heeft het cijfer

Hoofdstuk 1

8

7 de waarde van 1 de waarde van 3 de waarde van

In 81 709,35 heeft het cijfer

8 de waarde van 9 de waarde van 5 de waarde van

r

1 de waarde van

aa

In 4 306 798,12 heeft het cijfer

7 de waarde van 4 de waarde van

Noteer de waarde van het cijfer 7 in elk van deze getallen.

em

9

pl

6 de waarde van

7 159

0,367

25,07

10 Noteer de waarde van het cijfer 8 in elk van deze getallen. 475,8

78,06

ex

18 201

ijk

11 Verwissel het cijfer van de duizendtallen met het cijfer van de tientallen. Duid aan wat er gebeurt. 2 627 wordt

32 687 wordt

™ Het getal wordt groter.

™ Het getal wordt groter.

™ Het getal wordt groter.

™ Het getal wordt kleiner.

™ Het getal wordt kleiner.

™ Het getal wordt kleiner.

™ Het getal blijft gelijk.

™ Het getal blijft gelijk.

™ Het getal blijft gelijk.

In k

83 614 wordt

12 Kleur telkens het cijfer van de eenheden in het cijferrooster. 1 488,51

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

4,125

45 873

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

87,04

50 801

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

755,63

90 407,18

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

8 703,047

4,365

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

701 488

25

Formule 1B_2019.indb 25

13/06/19 12:10


Hoofdstuk 1

3

Getallen splitsen en samenstellen 13 Splits deze getallen. D

H

T

E

,

t

h =

b 21 790

=

c 80 458

=

d 25,46

=

aa

a 4 852

e 1 904,08

=

pl

14 Splits de getallen zoals in het voorbeeld. = 40 000 + 5 000 + 90 = 4TD + 5D + 9T

a 545

= =

8 + 8E +

0,06 6h

ex

=

+ +

em

45 098,06

b 1 870,5

r

TD

=

c 35 704,06

=

ijk

=

d 900,12

=

In k

=

e 30 007,05

= =

15 Splits deze getallen. a 408,5

=

b 8 760,04

=

c 254,01

=

d 408 542

=

e 6 540 900

=

26

Formule 1B_2019.indb 26

13/06/19 12:10


= 30 000 + 5 000 + 800 + 60 + 0,1

= 35 860,1

a 7D + 4H + 6T + 5E

=

=

b 9TD + 8D + 5H + 6T

=

=

c 5H + 2T + 1E + 8t + 9h

=

=

d 8T + 4E + 5t + 1h

=

=

e 8E + 8t + 3h

=

=

f 1HD + 6TD + 5D

=

=

g 9TD + 3D + 7E + 2t

=

aa

r

3TD + 5D + 8H + 6T + 1t

Hoofdstuk 1

16 Stel de getallen samen zoals in het voorbeeld.

=

=

b 2TD + 7D + 6T

=

c 5HD + 2D + 8E + 9h d 1H + 5E + 8h

f 6E + 8h g 2t + 6h

= =

=

=

=

=

=

=

=

=

=

=

ijk

h 5T + 5h

=

=

ex

e 2t + 7h

em

a 7D + 5H + 5E + 4t

pl

17 Stel deze getallen samen. Gebruik een tussenstap.

In k

18 Stel deze getallen samen. a 8D + 5E + 7H + 1t

=

=

b 9t + 8E + 5D + 8TD + 3T =

=

c 6TD + 1HD + 8H + 9M

=

=

d 4E + 5t + 1T + 6H

=

=

e 3h + 7t

=

=

f 1H + 5t + 5E

=

=

g 9TD + 1M + 6E + 5T

=

=

h 3HD + 2t + 6T

=

=

27

Formule 1B_2019.indb 27

13/06/19 12:10


Hoofdstuk 1

4

Getallen lezen en schrijven 19 Lees de tekst.

aa

pl

Per dag waren er ongeveer 88 135 festivalgangers. Er kampeerden 55 807 mensen op het festival. Er werden gratis 44 500 paar oordoppen verdeeld. Er waren 995 chemische toiletten. Er stond 20,5 kilometer aan hekken. Er lag 36 500 vierkante meter houten vloer, goed voor een oppervlakte van 62,5 tennisvelden. Het festival telt elk jaar zo’n 7 050 medewerkers. Die verbruiken tijdens het festival onder andere: – 10 578 broden, – 1 025 kilogram kaas, – 5 134 liter soep, – 850 kilogram krabsla, – 10 297 potjes yoghurt.

r

Het festival in cijfers

20 Schrijf deze getallen leesbaarder door de cijfers te groeperen. a 1587

em

e 458015

b 18230

f 8282,03

c 116020

g 7700815 h 8246297

ex

d 4158,7

21 Lees de getallen in de tekst aandachtig. Noteer ze dan in cijfers. Houd rekening met de afspraken in verband met het schikken van cijfers.

In k

ijk

Een weekend Tomorrowland in cijfers Op het terrein staan achthonderdvijfentwintig mooi versierde vuilnisbakken. Er worden tweehonderdvijftigduizend afvalzakken gebruikt. Er gaan meer dan één miljoen pintjes over de toog. Vijfenveertigduizend hamburgers worden er geserveerd. De eerste dag gaan duizend zevenhonderdvierenveertig mensen naar de EHBO. Naast de vele Belgen zijn er ook twaalfduizend zevenhonderdvijfenzeventig Britten, Zwitsers, Australiërs en Duitsers. g Op de vijftien podia staan vierhonderddrieënzeventig artiesten. h Veertienduizend negenhonderddrieënvijftig festivalgangers vliegen met Brussels Airlines naar België om te komen feesten op Tomorrowland. a b c d e f

a

e

b

f

c

g

d

h

28

Formule 1B_2019.indb 28

13/06/19 12:10


Getallen op een getallenas

Hoofdstuk 1

5

22 Vul op de invullijntjes de ontbrekende getallen aan. 1 8

b 10

c

10

14 0

d 0

e

1

r

0

aa

a

0,5

18

3

b

9

1,5

2

ex

c

ijk

d e

em

12

a

pl

23 Vul op de invullijntjes de ontbrekende getallen aan.

−4

−3

1

2

In k

24 Plaats de getallen op de juiste plaats op de getallenas. a

2,25 en 2,5

2

3

b 2,4 en 3

2,1

2,5

c 0 en −3 −5

1

d −0,5 en 1,5 0

1

2

29

Formule 1B_2019.indb 29

13/06/19 12:10


Hoofdstuk 1

6

Getallen rangschikken 25 Ken je de betekenis van de symbolen nog? Markeer wat bij elkaar hoort in dezelfde kleur. is kleiner dan

=

is gelijk aan

>

is groter dan

<

28

23

2 035

2 053

15 874

18 574

34

36

9 253

9 253

711 195

171 195

89

98

7 834

8 734

855 612

r

26 Vul in met het juiste symbool. Kies uit <, > of =.

aa

855 856

27 Vul in met het juiste symbool. Kies uit <, > of =. 2,4

10,25

10,52

5,4

4,5

8,64

8,60

32,05

3,03

3,3

12,40

5,85

8,55

974,54

em

32,5

12,47

pl

1,8

974,54

28 Vink het juiste antwoord aan.

In Ieper meet men -2°C en in Brugge -1°C. Welke stad is het warmst?

£ Ieper

£ Brugge

Dennis parkeert zijn auto op niveau -3. Odiel parkeert op niveau -1. Wie parkeert het laagst? £ Dennis £ Odiel

c

In Gent vriest het 5 graden. In Antwerpen vriest het 1 graad. Welke stad is het koudst ? £ Gent £ Antwerpen

d

Je zus moet je nog 15 euro. Je broer heeft nog 17 euro schulden bij jou. Wie heeft het meeste schulden? £ je zus £ je broer De bankrekening van Louise staat op € -25,40. Die van Imani op € -17,80. Wie heeft het meeste schulden? £ Louise £ Imani

In k

e

ex

b

ijk

a

29 Schrap wat niet past. Vul in met het juiste symbool. Kies uit <,> of =.

30

a

-4°C is warmer / kouder dan 2°C

-4

2

b

3°C is warmer / kouder dan -3°C

3

-3

c

0°C is warmer / kouder dan -10°C

0

-10

d

-6°C is warmer / kouder dan -10°C

-6

-10

e

-1,5°C is warmer / kouder dan -0,5°C

-1,5

-0,5

20 10 0 -10

30

Formule 1B_2019.indb 30

13/06/19 12:10


-2

3

-10

-9

-1,4

-1,5

1,5

-2

0

-5

-0,2

-0,25

-4

-6

2,5

-1

4,3

-4,45

Hoofdstuk 1

30 Vul in met juiste symbool. Kies uit. <, > of =.

31 Vul in met het juiste symbool. Kies uit <, > of =. 1H + 6T + 5E

4t + 5h

5t + 4h

3D + 5E + 6H

6H + 3D + 5t

9h

8t

4TD + 6D + 1H + 4E

6D + 4TD + 4E + 1H

9h

1t + 9h

r

1H + 5T + 6E

kleinste

b 0–1–0–1

em

c 2–7–8–0 d 0–0–5–4

grootste

pl

a 7–9–6–1

aa

32 Noteer het kleinste en het grootste natuurlijke getal dat je kunt vormen door elk van de vier cijfers precies één keer te gebruiken.

ex

33 Geef het kleinste en het grootste kommagetal dat je kunt vormen door elk van de volgende vier cijfers precies één keer te gebruiken. kleinste

grootste

a 5–6–3–9-,

ijk

b 1–0–4–7-, c 3–0–0–1-,

In k

d 1–1–7–1-,

34 Bekijk goed de afbeelding. Wat het zwaarste is, geef je cijfer 1. Wat het minste weegt, geef je cijfer 5. Je weet wel dat de figuren 604 gram,550 gram, 135 gram, 351 gram en 250 gram wegen. Zet de gewichten bij de juiste figuur. figuur cijfer gewicht

31

Formule 1B_2019.indb 31

13/06/19 12:10


Hoofdstuk 1

7

Getallen afronden 35 Rond elk bedrag af op een tiental.

kostprijs

€ 128,95

€ 213,15

€ 365,75

€ 81,95

r

afgerond op een tiental

€ 78,95

€ 65,55

€ 38,20

€ 135,95

em

afgerond op de eenheid

pl

kostprijs

aa

36 Rond elk bedrag af op de eenheid.

ex

37 Rond elk bedrag af op een tiende en op de eenheid.

In k

ijk

€ 59,65

€ 38,75

artikel

€ 37,25

€ 127,50

folderprijs afgerond op een tiende

€ 569,00

€ 223,10 afgerond op de eenheid

kruiwagen

haardroger wasmachine droogrek ladder betonmolen

32

Formule 1B_2019.indb 32

13/06/19 12:10


Hoofdstuk 1

38 Bram en Sasha tanken hun wagen vol met brandstof. Bram tankt 44 liter B7 (diesel). De prijs per liter is â&#x201A;Ź 1,429. Hoeveel moet hij betalen? Rond de prijs af tot op een honderdste.

b

Sacha tankt 36 liter E10 (EURO 95). De prijs per liter is â&#x201A;Ź 1,770. Hoeveel moet hij betalen? Rond de prijs af tot op een honderdste.

c

Wie heeft het meest betaald?

aa

r

a

In een minibusje is er plaats voor 10 personen. Voor een uitstap ben je met 14 personen. Hoeveel minibusjes moet je voorzien om iedereen te kunnen meenemen?

em

a

pl

39 In de praktijk rond je niet altijd af naar het getal dat het dichtst bij je uitkomst ligt. Je gezond verstand gebruiken is vaak de boodschap. Vul aan met het passende getal. Schrap telkens wat niet past.

Het aantal busjes wordt hier naar beneden/boven afgerond. Vanaf 16 jaar mag je met een brommer rijden. Bassim is nu 15 jaar en 11 maanden oud. Bassim mag nu wel/niet met een brommer rijden.

ex

b

Zijn leeftijd wordt hier naar beneden/boven afgerond. De houtverf nodig voor een trap kun je in potten van 2 liter kopen. Om de trap te schilderen heb je 4,3 liter nodig. Je kunt niet anders dan potten van 2 liter kopen.

ijk

c

In k

Het aantal potten verf wordt hier naar beneden/boven afgerond.

40 Vul aan. a

125,41 afgerond op een eenheid wordt

b

655 afgerond op een tiental wordt

c

2,345 afgerond op een tiende wordt

d

4,587 afgerond op een honderdste wordt

e

13,548 afgerond op de eenheid wordt

f

457 afgerond op een tiental wordt

g

87,798 afgerond op een honderdste wordt

33

Formule 1B_2019.indb 33

13/06/19 12:10


Hoofdstuk 1

8

Getallen in tabellen en diagrammen 41 Op vrijdag, zaterdag en zondag gaat Jarno naar de dartsclub in het jeugdhuis. Het beelddiagram toont het aantal door hem gewonnen partijen. Op welke dag won Jarno de meeste partijen?

b

Hoeveel partijen won hij op zondag?

c

Hoeveel partijen won hij in totaal?

aa

r

a

pl

42 We vroegen een aantal leerlingen hoeveel honden ze hebben als huisdier. Vul de tabel aan.

ijk

ex

em

aantal honden

aantal leerlingen

0 1 2 3 4

In k

43 Het staafdiagram toont het favoriete vak van alle 1B-leeringen in een Vlaamse school. a Wat is het favoriete vak?

b Hoeveel leerlingen vinden wiskunde het leukst?

c Hoeveel leerlingen doen het liefst talen?

34

Formule 1B_2019.indb 34

13/06/19 12:10


Hoofdstuk 1

44 Jarne heeft de afstanden die hij afgelopen week per dag fietste, in een staafdiagram gezet. a Hoeveel kilometer fietste hij op donderdag?

b Hoeveel kilometer fietste hij in het weekend?

aa

r

c Op welke dag fietste hij het meest?

pl

45 Van 40 leerlingen werd het merk van hun smartphone in een cirkeldiagram gezet. Waar of niet waar? Vink aan. a Er zijn meer leerlingen met een Nokia dan met een Apple.

em

£ waar

£ niet waar

b 20 leerlingen hebben een Samsung smartphone.

ex

£ waar

£ niet waar

c Nokia en Huawei komen evenveel voor. £ waar

£ niet waar

ijk

46 Op dit diagram kun je het aantal verkeersdoden per miljoen inwoners aflezen. Aantal verkeersdoden per miljoen inwoners

In k

Roemenië Griekenland Polen Bulgarije Letland Litouwen Luxemburg België Cyprus Tsjechië Slovenië Hongarije Portugal Oostenrijk Estland Slovakije EU Italië Frankrijk Spanje Denemarken Ierland Finland Malta Duitsland Zweden Nederland VK

120 118 112 110 97

90 89 87 84 82 79 76 75 72 69 68 67 60 55 54 53 51 50

39 39 38 0

20

40

60

80

NB-Infografiek | Bron: Europese Commisie

a

Op de hoeveelste plaats staat België in Europa?

b

Doet Nederland het beter dan wij?

c

In welk land is het verkeer het veiligst?

d

Schrap wat niet past:

130 130

100

120

140

België doet het beter/slechter dan het gemiddelde van de Europese Unie (EU). Daarmee doet België het goed/slecht wat het aantal verkeersdoden betreft.

35

Formule 1B_2019.indb 35

13/06/19 12:10


Hoofdstuk 1

47 Dit schijfdiagram stelt de dagindeling van Shana voor. Hoeveel uren besteedt zij aan: slapen studeren school sport spel tv

Factuur

aantal stukprijs 1 2,50 4 6,00 3 1,50 totaal excl. btw totaal btw te betalen

totaal 0,50 24,00 4,50 29,00 6,09 € 35,09

em

pl

Factuurnummer: 2019-001 Datum omschrijving 01-10 Zakje snoep 01-10 Suikerwafel (verpakt per tien) 01-10 Flesje plat water

aa

r

48 Je kreeg onderstaande factuur voor een aankoop.

btw% 21% 21% 21%

a Hoeveel zakjes snoep werden er gekocht?

ex

b Hoeveel kost één pak suikerwafels? c Hoeveel kosten drie flesjes water?

In k

ijk

49 Hieronder zie je wanneer het pretpark geopend is. Waar of niet waar? Vul aan. a Op 13 oktober kan ik het pretpark bezoeken. £ waar

£ niet waar

b Op 21 oktober kan ik vanaf 10u het park bezoeken. £ waar

£ niet waar

c Op 27 oktober is het park open tot 21u. £ waar

£ niet waar

d Waarom is het park op maandag 28 oktober wel open en de andere maandagen niet?

36

Formule 1B_2019.indb 36

13/06/19 12:10


a Welke dag zijn we vandaag?

Het weer voor Couvin

3° 0°

Morgen Woensdag

4° 2°

-2° 2° -3° 2° 0° 2°

Donderdag Vrijdag Zaterdag Zwakke wind

b Welke dag is de warmste?

c Wat is de laagste verwachte temperatuur?

Meer weer op www.meteo.be

Je bent met een groep van 15 personen. Hoeveel betaal je per ticket?

b

Hoeveel betalen je ouders per ticket?

c

Je bent 12 jaar. Hoeveel betaal je per ticket?

TARIEVEN TOERISTISCH TREINTJE (het ticket blijft de ganse dag geldig) volwassene 3 EUR groepen 1,50 (vanaf 20 personen) EUR kinderen 1,50 (van 4 tem 12 jaar) EUR kinderen jonger dan 4 jaar in gratis gezinsverband

em

pl

a

aa

51 Op het provinciaal domein kun je het treintje nemen.

r

Vandaag

Hoofdstuk 1

50 Een weerbericht voor de komende dagen.

Nieuwpoort

Westend

ijk

In k

waar

niet waar

a De kusttram start aan het station van De Panne.

£

£

b Je passeert eerst Schipgat, dan Oostduinkerke Bad en dan pas Duinpark.

£

£

c Je reist richting Nieuwpoort. De vierde halte na Esplanade is Ster der Zee.

£

£

d Je neemt de tram in Nieuwpoort richting De Panne. Je komt eerst Koksijde tegen en dan pas Oostduinkerke.

£

£

d ( Si L) nt -L Ba aur e d ( W ins Be ) lle Kr Vue

Oostduinkerke

Ba

Koksijde

St at io Pl n op s M alan oe d d Ke er L rk am bi Es c pl an Ce ad nt e r Go um lfs Si traa nt t -I St des er ba d l Ba er Z d d ee Le je u Sc nel hi aa n p Ba gat d Du in p Gr ark oe n Zo en nn dij k Ba ebl -Ba o d em d Ys er m Ca on rd de i St jnla ad an

De Panne

ex

52 De kusttram houdt halt op verschillende plaatsen langs de kust. Waar of niet waar? Vink aan.

37

Formule 1B_2019.indb 37

13/06/19 12:11


• • • • •

Ons talstelsel bestaat uit tien cijfers: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9. Met die tien cijfers kun je oneindig veel getallen maken. Getallen met een komma noem je kommagetallen. Getallen zonder komma noem je natuurlijke getallen. Getallen met een – voor noem je negatieve getallen. Dit zijn getallen kleiner dan nul. Getallen zonder een – voor noem je positieve getallen. Alle natuurlijke getallen zijn positieve getallen. Het getal nul is zowel positief als negatief. Een getal is makkelijker te lezen als de cijfers voor de komma van rechts naar links geordend staan per drie.

20 positieve getallen

10 0

0

-10

negatieve getallen

-20

r

aa

Hoofdstuk 1

Even samenvatten

komma

4 014 124, 125

pl

Bijvoorbeeld: miljoen

em

• • •

38

Formule 1B_2019.indb 38

-5 -4 -3 -2 -1 0 -5 < -4 < -3 < -2 < -1 < 0 <

Getallen splitsen: Getallen samenstellen: Getallen rangschikken:

1 1 <

2 2 <

t

h

honderdsten

E ,

tienden

T

Eenheden

Tienduizendtallen

Miljoentallen

ijk In k ...

H

Tientallen

D

Honderdtallen

HD TD

ex

M

Duizendtallen

Rang en waarde van een cijfer in een getal: In het getal 245,1 heeft het cijfer 4 als rang de tientallen en als waarde 40.

Honderdduizendtallen

duizend

3 3 <

4 4 <

5 5

...

245,1 = 2H + 4T + 5E + 1t 1H + 5T + 2E + 3h = 152,03 <

is kleiner dan

>

is groter dan

=

is gelijk aan

Om getallen af te ronden op een bepaalde rang, kijk je naar het cijfer van de volgende rang. Is dat cijfer 0, 1, 2, 3 of 4, dan rond je af naar beneden. Is dat cijfer 5, 6, 7, 8 of 9, dan rond je af naar boven. 67,5 afgerond op een eenheid wordt 68 omdat het volgende cijfer na de eenheden een 5 is.

13/06/19 12:11


Hoofdstuk 1

Test op mezelf Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 40

1 Soorten getallen

125

Een cijfer.

™

™

™

Een natuurlijk getal.

™

™

™

Een kommagetal

™

™

™

Een positief getal.

™

™

™

Een negatief getal.

™

™

™

aa

–8,2

3

pl

7

r

Welk soort getal herken je? Vink aan.

TOM1

2 Rang en waarde van een cijfer in een getal

heeft als RANG de

Het cijfer 

7



en heeft als WAARDE  









4

ijk

9

ex

4

1

em

Vul in voor het getal 708 124,69.

TOM2

3 Getallen splitsen en samenstellen Splits deze getallen.

In k

TOM3.1

a 125

= 

b 13 509

= 

c 4 740 000 = 

TOM3.2

d 0,85

= 

e 26,05

= 

5

Stel deze getallen samen. a 5H + 9T + 4E = 

d 6E + 2t + 5T + 4TD = 

b 7t + 5h

e 8D + 6H + 4T + 2E = 

= 

c 1T + 5t + 6h = 

5

39

Formule 1B_2019.indb 39

13/06/19 12:11


Hoofdstuk 1

4 Getallen lezen en schrijven Getallendictee

TOM4

a 

c 

b 

d 

e  5

5 Getallen op een getallenas Vul op de invullijntjes de ontbrekende getallen aan. 14 

20

2



 2,6





–2

Vul in met <, > of =. 12,4 

12,400

b

-2,5 

0

d

7 Getallen afronden

ijk

B7 (diesel)

13,05 

12,56

e

-687 

-786

7T + 5t 

f 2H + 2h 

6

70,05 1H + 2t

6

ex

Rond deze prijzen af.

TOM7

c

em

a

0

pl

6 Getallen rangschikken TOM6

r



aa

TOM5

€ 429

€ 1,429

In k

op een honderdste 

€ 2,45

op een tiental



op de eenheid

op een tiende 



4

8 Getallen in tabellen en diagrammen

TOM8

Hieronder zie je wat mensen vooral in hun PMD-zak stoppen. Wat zit er in een PMD-zak? Wat zit er in een PMD-zak?

15,4 % 15,4 %

Formule 1B_2019.indb 40

 42,7 % 42,7 %

10,8 % 10,8 %

40

2,2 % 2,2 %

29,0 % 29,0 %

a W  at stoppen mensen het meest in hun PMD-zak?

Plastic flessen en flacons Plastic flessen en flacons Metalen verpakkingen Metalen verpakkingen Drankkartons Drankkartons Overschot/rest Overschot/rest Zakken Zakken

 b R  ond het getal dat erbij hoort af op de eenheid.  2

13/06/19 12:11


Hoofdstuk 1

Gamezone 1 Aan het prikbord in de klas hangen de vijf winnende poezenfoto’s van een wedstrijd. Schrijf de naam van de fotograaf en de naam van de poes op de juiste plaats in de tabel.

3e prijs

· De 5e prijs is niet voor fotograaf Obe. · De 4e prijs is voor fotografe Romy. · De poes Minou was goed voor de 2e prijs. · Collete is de kat van Elouise, die niet de 3e prijs won. · De foto van Pluisje hangt links van de foto die Ewout maakte. · De kat van Obe heet Stella. · Minou is de kat van Ewout. · Dikzak is niet de kat van Axelle.

4e prijs

prijs 1e

5e prijs

r

2e prijs

aa

1e prijs

fotograaf

poes













4e





5e





pl

2e

em

3e

ex

2 Een Sudoku (4x4) is een Japanse puzzel waarbij de cijfers 0 tot en met 4 in elk hokje moeten worden ingevuld. In elke rij, in elke kolom en in elke blok van 4 hokjes mogen de cijfers 0 tot en met 4 slechts één keer voorkomen. Maak deze 4x4-sudoku’s.

ijk

makkelijk

In k

2 1 3 2

4

minder makkelijk

1

3 4

moeilijker

4

3

4

2

3

1

1

2

makkelijk Het kan ook met symbolen. Teken het juiste symbool in het juiste hokje.

moeilijker

™ £

™ r

Í r £

™ r

™ Í 41

Formule 1B_2019.indb 41

13/06/19 12:11


a Hoeveel verschillende beestjes zijn er?

1



2

b Welk beestje komt het minst voor?

3



4

c Welk beestje komt het meest voor?

5

aa



r

Hoofdstuk 1

3 Gust is dol op beestjes. Kijk goed en help hem zoeken naar het antwoord op de vraagjes.

6

d Welke twee rijen zijn helemaal gelijk?

7

pl



8

em

e In welke rij staan allemaal verschillende beestjes? 

ex

4 Los de vragen op. Markeer telkens de letter die bij de juiste oplossing staat. Maak met de verzamelde letters een woord. Pas op! De letters staan nog niet in de juiste volgorde. a Wat is het grootste getal dat je kunt vormen met 4 verschillende cijfers? T 1 000

N 9 999

S 9 876

ijk

b Wat is de rang van de 6 in dit getal: 5 683 005? V M

N HD

K TD

In k

c Hoe splits je het getal 103 250? A 1HD + 3D + 2H + 5T

E 1HD + 3TD + 2H + 5T

Z 1HD + 3D + 2H + 5E

P 3 051

A 3 105

d Vorm het getal 5E + 3D + 1H. O 5 301

e Welk teken past tussen deze getallen? 58 795       58 975 V > f

A <

T =

Rond het getal 12 857 af op een tiental! C 12 900

B 12 850

N 12 860

P 12 800

Wat is het woord? 

42

Formule 1B_2019.indb 42

13/06/19 12:11


Goed kijken

In k

ijk

ex

em

pl

aa

r

2

Als je goed wilt kijken, moet je voldoende tijd nemen. Bekijk wat je wilt observeren van alle kanten. Vooraan ziet een figuur er heel anders uit dan bovenaan en achteraan.

Formule 1B_2019.indb 43

13/06/19 12:11


Planner

Op mijn maat

Even samenvatten Test op mezelf

51 1 2 3 4

Kijklijnen Vorm en grootte van figuren Camerastandpunten en aanzichten Meetkundige figuren

em

Gamezone

™ ™ ™ ™ ™ ™ ™ ™

47 48 48 48 49 50 50 50

r

Ben ik mee?

aa

Hoofdstuk 2

™ ™

1 Kijklijnen 2 Vorm en grootte van figuren 2.1 Gelijke figuren 2.2 Gelijkvormige figuren en vervormde figuren 3 Camerastandpunten en aanzichten 4 Meetkundige figuren 4.1 Ruimtefiguren 4.2 Vlakke figuren

pl

™ ™

Aan de slag

53 55 57 61 64

65 67

ijk

ex

Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen

In k

In dit hoofdstuk leer je goed kijken.

44

Formule 1B_2019.indb 44

13/06/19 12:11


Formule 1B_2019.indb 45

p. 49

Meetkundige figuren p. 50

en aanzichten

Camerastandpunten

p. 48

p. 47

/2

/10

Totaal

/2

/3

/3

BIM4

BIM3

BIM2

BIM1

0

0

Oef 23

Oef 8

Oef 25

Oef 24

Oef 26

Oef 27

Oef 16

Oef 15

Oef 13

Oef 10

Oef 5

2

2

3

3

Oef 19

Oef 18

/

/

/

/

/

Resultaat

r

aa

pl

em

Oef 20

Oef 14

Oef 9

Oef 17

1

1

2

Oef 4

Oef 12

Oef 7

Oef 3

ex

0-1

Oef 2

2

Op mijn maat

Totaal

TOM4

TOM3

TOM2

TOM1

Datum: / / 20 / Hoofdstuk 2

/10

/2

/2

/3

/3

Test op mezelf

Klas:

Totaal

Oef 22

Oef 21

Oef 11

Oef 6

Oef 1

0-1

ijk

In k

Ben ik mee?

Nr.:

4

3

Vorm en grootte van

2

figuren

Kijklijnen

1

Aan de slag

Mijn circuit Naam:

45

13/06/19 12:11


Scoreblad Ik behaalde deze resultaten Hoofdstuk 2

BIM

/

TOM

/

Taak 1

/

Taak 4

/

Taak 2

/

Taak 5

/

Taak 3

/

Taak 6

/

Extra opdracht 1 :

r

/ /

aa

Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :

/ /

Extra opdracht 4 :

Waar had ik moeite mee?

em

Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?

/

pl

TOTAAL

ex

Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op

Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling

Evaluatie leraar

Heb ik mijn fouten zinvol verbeterd?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik goed doorgewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Was ik telkens in orde?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik zelfstandig gewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik mijn taal verzorgd?

0

1

2

3

0

1

2

3

In k

ijk

Aandachtspunt

TOTAAL

15

Commentaar van de leraar

Handtekening leerling

Handtekening leraar

Handtekening ouders

46

Formule 1B_2019.indb 46

13/06/19 12:11


Aan de slag

Hoofdstuk 2

1 Kijklijnen Aan de hand van de kijklijnen kun je het gezichtsveld van een persoon bepalen. Zo ontdek je wat iemand wel of niet kan zien.

£

£

moeder

£

£

de plant

£

£

de televisie

£

£

aa

het tafeltje met fotokader naast de kast

pl

onzichtbaar

em

zichtbaar

r

Zijn de volgende voorwerpen voor Bram zichtbaar of onzichtbaar?

Op de speelplaats staat een zitbank. In de klas is er een raam dat uitkijkt op de speelplaats.

In k

ijk

ex

Vink voor de aangegeven stoelen aan of de bank op de speelplaats zichtbaar of onzichtbaar is. zichtbaar

onzichtbaar

stoel A

£

£

stoel B

£

£

stoel C

£

£

stoel D

£

£

stoel E

£

£

47

Formule 1B_2019.indb 47

13/06/19 12:11


2

Vorm en grootte van figuren

2.1 Gelijke figuren Hoofdstuk 2

Figuren kunnen gelijk zijn van vorm en grootte. Dat noemen we gelijke figuren.

r

We hebben dezelfde vorm ĂŠn dezelfde grootte. We zijn gelijk.

aa

2.2 Gelijkvormige figuren en vervormde figuren

pl

Om een figuur gelijkvormig te vergroten of te verkleinen, moet je alle afmetingen van die figuur in dezelfde verhouding vergroten of verkleinen. Alleen dan krijg je een gelijkvormige figuur.

em

Doe je dat niet, dan krijg je een vervormde figuur.

Ik ben duidelijk vervormd

In k

ijk

ex

Ik heb dezelfde vorm, maar niet dezelfde grootte. Ik ben gelijkvormig.

Ik heb dezelfde vorm, maar niet dezelfde grootte. Ik ben gelijkvormig.

Vul in met gelijk, gelijkvormig of vervormd.

48

Formule 1B_2019.indb 48

13/06/19 12:11


3 Camerastandpunten en aanzichten Je fotografeert een beer vanuit verschillende camerastandpunten. Zo krijg je verschillende aanzichten van de beer.

Hoofdstuk 2

1

2

6

Hiernaast zie je het bovenaanzicht van de beer. Noteer bij elke foto hieronder het nummer van de camera waarmee de foto genomen is.

3

5

camera 

camera 

camera 

camera 

em

camera 

pl

aa

r

4

camera 

De meest gebruikte aanzichten zijn het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht. bovenaanzicht

linkerzijaanzicht

In k

ijk

ex

vooraanzicht

Teken het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht van de blokkenstapeling. Houd rekening met de kleur van de blokken.







49

Formule 1B_2019.indb 49

13/06/19 12:11


4 Meetkundige figuren 4.1 Ruimtefiguren



r





em

pl



aa

Hoofdstuk 2

Ruimtefiguren kun je vastnemen. Ze nemen een plaats in de ruimte in. Ken je deze nog? Vul de best passende benaming in.



ex

4.2 Vlakke figuren



In k

ijk

Vlakke figuren zijn gesloten meetkundige figuren in een plat vlak. Ken je deze nog? Vul de best passende benaming in.















50

Formule 1B_2019.indb 50

13/06/19 12:11


Ben ik mee?

Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

Hoofdstuk 2

Naam:     / 10

1 Kijklijnen

Hoeveel ganzen kan persoon A zien?

Hoeveel ganzen ziet persoon B?

muur

pad

pl

ganzen

aa

Teken persoon C op het pad die de meeste ganzen kan zien.

r

Als je op het pad wandelt, zie je door de opening in de muur ganzen.

BIM1

em

B

A

3

Welke banaan is gelijk, gelijkvormig of vervormd? Vink aan.

In k

ijk

BIM2

ex

2 Vorm en grootte van figuren

£ gelijke figuren £ gelijkvormige figuren £ vervormde figuren

£ gelijke figuren £ gelijkvormige figuren £ vervormde figuren

£ gelijke figuren £ gelijkvormige figuren £ vervormde figuren 3

51

Formule 1B_2019.indb 51

13/06/19 12:11


3

Camerastandpunten en aanzichten Kobe neemt een foto van zijn vrienden. Duid de foto aan die door Kobe is genomen.

BIM3 Hoofdstuk 2

c

£

r

£

em

pl

aa

a

b

£

2

Geef telkens de best passende naam.

In k

ijk

BIM4

Meetkundige figuren

d

ex

4

£

2

52

Formule 1B_2019.indb 52

13/06/19 12:11


Op mijn maat Kijklijnen 1

Hoofdstuk 2

1

Wie heeft deze foto’s genomen? Verbind de juiste foto met het juiste kind.

pl

Kind B

aa

r

Kind A

Welke dieren kunnen de kinderen uit oefening 1 niet zien? de giraf niet zien £ £ £

het nijlpaard niet zien £ £ £

Waar of niet waar? Vink aan.

In k

3

de tijger niet zien £ £ £

ijk

Kind A kan Kind B kan Kind C kan

ex

2

em

Kind C

waar

niet waar

Freek ziet Marit links van Giel.

£

£

Chris kan Pia zien.

£

£

£

£

£

£

Anna kan iedereen zien.

£

£

Giel kan Marit niet zien.

£

£

Freek kan Anna niet zien. Youssef ziet Chris rechts van Freek.

53

Formule 1B_2019.indb 53

13/06/19 12:11


Bij het inschatten van een verkeerssituatie zijn kijklijnen erg belangijk. Op de figuur belemmeren twee vrachtwagens telkens het zicht. Teken de kijklijnen om na te gaan of Lennert de aankomende en voorbijgereden auto kan zien. b

auto 1 auto 2

onzichtbaar £ £

auto 1 auto 2

zichtbaar £ £

onzichtbaar £ £

Freek staat in het klaslokaal en maakt gebruik van een verrekijker. Anna neemt plaats in de ingang van het lokaal. Abdel staat wat verder in de gang achter Anna.

Wie heeft de grootste kijkhoek?

ex

Wie heeft de kleinste kijkhoek?

em

pl

5

zichtbaar £ £

r

Hoofdstuk 2

a

aa

4

ijk

Wie kan door het raam kijken?

In k

Wie kan het grootste aantal stoelen zien?

zicht door de zijruit

OPGELET!

Blijf uit de

DO HO DE EK

zicht via correct afgestelde spiegels

fietspad zicht door de voorruit dode hoek

54

Formule 1B_2019.indb 54

13/06/19 12:11


Vorm en grootte van figuren

£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd

£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd

£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd

£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd

Welke figuur is gelijk, gelijkvormig of vervormd? Vink aan.

ex

7

£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd

em

pl

£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd

Hoofdstuk 2

Welke figuur is gelijk, gelijkvormig of vervormd? Vink aan.

r

6

aa

2

£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd

£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd

£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd

£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd

£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd

In k

ijk

£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd

55

Formule 1B_2019.indb 55

13/06/19 12:12


8

Zijn de afbeeldingen een vergroting of een verkleining van de werkelijkheid?

a

b

c

d

Hoofdstuk 2 £ £

vergroting verkleining

£ £

£ £

vergroting verkleining

vergroting verkleining

r

Welke is de schaduw van Anton?

£ £

d

£

f

£

e

£

g

£

em

£

ijk

ex

b

pl

aa

9

vergroting verkleining

£

In k

a

c

£

10 Schrap wat niet past.

De tekeningen van de Belgische kunstenaar Peter Raedschelders vallen op omdat ze gevormd zijn met gelijke / gelijkvormige / vervormde figuren die zonder open stukken met elkaar verbonden zijn. De vogels lijken door elkaar te staan, maar sluiten toch volledig op elkaar aan.

56

Formule 1B_2019.indb 56

13/06/19 12:12


3

Camerastandpunten en aanzichten

Hoofdstuk 2

11 Vul in. Kies uit vooraanzicht, bovenaanzicht en zijaanzicht.

aa

r

12 Welke foto is door welke fotograaf genomen? Verbind de juiste foto met de juiste letter.

pl

A

em

B

ex

C

ijk

13 Noteer bij elk beeld het nummer van de camera waarmee het beeld is gemaakt. a

6

In k

1

2

3

b

5

camera

4

c

camera

camera

57

Formule 1B_2019.indb 57

13/06/19 12:12


14 Teken van elke blokkenstapeling het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht. Houd rekening met de kleur van de blokken. vooraanzicht

bovenaanzicht

linkerzijaanzicht

b

vooraanzicht

bovenaanzicht

linkerzijaanzicht

pl

aa

r

Hoofdstuk 2

a

em

15 Duid van de blokkenstapeling het passende vooraanzicht, bovenaanzicht en linkerzijaanzicht aan.

ex

vooraanzicht

£

£

£

£

£

£

£

In k

ijk

bovenaanzicht

£ linkerzijaanzicht

£

58

Formule 1B_2019.indb 58

13/06/19 12:12


Hoofdstuk 2

16 Vink het juiste grondplan van het huis aan.

a

b

c

£

d

£

£

aa

r

£

e

£

pl

17 Je rijdt de wijk binnen via ingang A. Met welke ingang, 1 tot en met 9, op het grondplan komt ingang A overeen?

em

3

2

1

4

9→

5

→ →

7

6

Ingang A komt overeen met ingang op het grondplan.

ijk

A

ex

8→

In k

18 Welk huis hoort bij het gegeven vooraanzicht?

a

b

£

c

£

£

d £

59

Formule 1B_2019.indb 59

13/06/19 12:12


vooraanzicht

bovenaanzicht

linkerzijaanzicht

b

vooraanzicht

bovenaanzicht

linkerzijaanzicht

c

vooraanzicht

aa

r

Hoofdstuk 2

a

pl

19 Teken van elke blokkenstapeling het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht. Houd rekening met de kleur van de blokken.

linkerzijaanzicht

ijk

ex

em

bovenaanzicht

In k

20 Met welke toren op het grondplan komt de rode toren overeen?

2 1

6 7

De rode toren komt overeen met toren

3

4

5 10

8

9

11

op het grondplan.

60

Formule 1B_2019.indb 60

13/06/19 12:12


4

Meetkundige figuren

Hoofdstuk 2

21 Duid de ruimtefiguren met rood aan. Duid de vlakke figuren met groen aan.

™

™

™

™

™

™

em

™

pl

aa

r

™

™

22 Schrijf onder elke ruimtefiguur de juiste naam. b

c

d

In k

ijk

ex

a

23 Schrijf onder elke vlakke figuur de best passende naam. a

b

c

d

61

Formule 1B_2019.indb 61

13/06/19 12:12


24 Welke ruimtefiguren herken je in onderstaande fotoâ&#x20AC;&#x2122;s? c

e

g

b

d

f

h

em

pl

aa

r

Hoofdstuk 2

a

c

e

g

f

h

In k

ijk

a

ex

25 Welke vlakke figuren herken je in de rode aanduiding op de fotoâ&#x20AC;&#x2122;s? Geef de best passende benaming.

b

d

62

Formule 1B_2019.indb 62

13/06/19 12:12


26 Schrijf onder elke ruimtefiguur de juiste naam. c

e

g

b

d

f

h

pl

aa

r

Hoofdstuk 2

a

ruimtefiguur

vlakke figuur

In k

ijk

ex

gebouw

em

27 Noteer telkens een ruimtefiguur en een vlakke figuur die je herkent in deze gebouwen.

63

Formule 1B_2019.indb 63

13/06/19 12:12


Even samenvatten • Aan de hand van de kijklijnen kun je het gezichtsveld van een persoon bepalen. Hoofdstuk 2

• Gelijke, gelijkvormige en vervormde figuren gelijke figuur

gelijkvormige figuur

vervormde figuur

zelfde vorm niet dezelfde grootte

• Aanzichten

boven

zij voor

ex

• Meetkundige figuren

bovenaanzicht

zijaanzicht

em

vooraanzicht

niet dezelfde vorm

pl

zelfde vorm zelfde grootte

aa

r

figuur

Ruimtefiguren

kubus

balk

ijk

piramide

In k

bol

cilinder

kegel

Vlakke figuren

driehoek

cirkel

vierkant

rechthoek

parallellogram

ruit

trapezium

64

Formule 1B_2019.indb 64

13/06/19 12:12


Test op mezelf

Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

Hoofdstuk 2

Naam:     / 10

1 Kijklijnen Niels kijkt door het raam naar de bomen. Hoeveel bomen kan Niels zittend zien (A)?

Hoeveel bomen ziet Niels als hij rechtstaat (B)?

r

TOM1

em

pl

aa

Ziet Niels er meer of minder als hij achteruit gaat (C)?

B

ijk

C

ex

A

3

In k

2 Vorm en grootte van figuren

Welk meisje hoort bij de gegeven schaduw?

TOM2

a  £

b  £

c  £

1

65

Formule 1B_2019.indb 65

13/06/19 12:12


3 Camerastandpunten en aanzichten  ntwoord met vooraanzicht, bovenaanzicht of rechterzijaanzicht van de A ­blokkenstapeling. Houd rekening met de kleuren.

TOM3.1 Hoofdstuk 2







r

3

aa

Omcirkel de tekening die overeenstemt met het aanzicht van Layla.

TOM3.2

pl

Layla

em

A

D

1

ex

C

B

4 Meetkundige figuren

Welke ruimtefiguren herken je in dit bouwsel?

In k



ijk

TOM4



 

2

66

Formule 1B_2019.indb 66

13/06/19 12:12


Gamezone

Hoofdstuk 2

Origami is een kunstvorm uit Japan. Origami betekent letterlijk de kunst van het papier vouwen. Je vertrekt vanuit een vierkant met als zijde 15 cm. Je vouwt volgens het stappenplan driehoeken, vierkanten, rechthoeken â&#x20AC;Ś Je bekomt na wat handig en nauwkeurig werk echte kunststukjes. Proberen maar â&#x20AC;Ś

In k

ijk

ex

em

pl

aa

r

1 Een duif

67

Formule 1B_2019.indb 67

13/06/19 12:12


2 Een kikker

em

pl

aa

r

Hoofdstuk 2

In k

ijk

ex

3 Een hart

Wedden dat je op internet nog heel wat voorbeelden kunt vinden!

68

Formule 1B_2019.indb 68

13/06/19 12:12


Opgeteld staat netjes

In k

ijk

ex

em

pl

aa

r

3

Carlo wil graag wat opbergruimte voor zijn tuinmateriaal. Hij koopt uit de nieuwe reclamefolder een tuinhuis en een opbergkast. Hoeveel moet Carlo betalen? Steven koopt een hogedrukreiniger en een tuinhaspel met bijbehorende tuinslang. Hoeveel moet Steven daarvoor betalen? Hilde koopt met haar spaargeld een tuinparasol. Ze koopt ook nog een tuintafel met vier comfortabele stoelen. Hoeveel betaalt Hilde?

Formule 1B_2019.indb 69

13/06/19 12:12


Planner

Hoofdstuk 3

™ ™ ™

73 73 73 74 74 75 76 77 77 78 79 80

r

™

1 Wiskundetaal 1.1 Benamingen bij de optelling 1.2 Wiskundetaal en de optelling 2 Hoofdrekenen 2.1 Hoofdrekenen met natuurlijke getallen 2.2 Hoofdrekenen met kommagetallen 3 Schatten 4 Cijferen 4.1 Natuurlijke getallen optellen 4.2 Kommagetallen optellen 4.3 Termen van volgorde verwisselen 5 Rekenen met je rekentoestel

aa

™

Aan de slag

Ben ik mee?

™

Op mijn maat

™ ™ ™ ™ ™

Even samenvatten

™

94

Test op mezelf

™

95

em

pl

Wiskundetaal Hoofdrekenen Schatten Cijferen Rekenen met je rekentoestel

ex

Gamezone

1 2 3 4 5

™

81 83 84 87 88 90

97

ijk

Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen

In k

In dit hoofdstuk leer je alles over de optelling.

70

Formule 1B_2019.indb 70

13/06/19 12:12


Formule 1B_2019.indb 71

Hoofdrekenen

Schatten

Cijferen

Rekenen met je

2

3

4

5

p. 80

p. 77

p. 76

p. 74

p. 73

/30

/6

/6

/5

/10

/3

ex Oef 23

Oef 31 Oef 35

Oef 33 Oef 34

4-5

6-8

Oef 26

Oef 28 Oef 29

Oef 24

Oef 21

Oef 18

Oef 36

Oef 32

3

6-7

/

/

/

/

/

/

Resultaat

/ 30

/6

/6

/5

/10

/3

/

Hoofdstuk 3

Totaal

TOM5

TOM4

TOM3

TOM2

TOM1

Test op mezelf

Datum:

r

aa

Oef 37

9-10

5

9-10

pl

em

Oef 20

Oef 30

Oef 17

Oef 27

0-3

4

Oef 15

Oef 12

Oef 11

Oef 13

Oef 3

Oef 14

Oef 25

0-5

0-3

6-8

2

Oef 10

Oef 9

Oef 5

Oef 2

Oef 19

Oef 16

Oef 8

Oef 7

Oef 6

0-5

ijk Oef 4

Oef 1

0-1

Op mijn maat

Klas:

Totaal

BIM5

BIM4

BIM3

BIM2

BIM1

In k

Ben ik mee?

Nr.:

rekentoestel

Wiskundetaal

1

Aan de slag

Mijn circuit Naam: / 20 /

71

13/06/19 12:12


Scoreblad Ik behaalde deze resultaten

Hoofdstuk 3

BIM

/

TOM

/

Taak 1

/

Taak 4

/

Taak 2

/

Taak 5

/

Taak 3

/

Taak 6

/

Extra opdracht 1 :

r

/ /

aa

Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :

/ /

Extra opdracht 4 :

Waar had ik moeite mee?

em

Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?

/

pl

TOTAAL

ex

Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op

Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling

Evaluatie leraar

Heb ik net gewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik zelfstandig gewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Was ik telkens in orde?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik het rekentoestel zinvol gebruikt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik telkens het resultaat vergeleken met mijn schatting?

0

1

2

3

0

1

2

3

In k

ijk

Aandachtspunt

TOTAAL

15

Commentaar van de leraar

72

Formule 1B_2019.indb 72

Handtekening leerling

Handtekening leraar

Handtekening ouders

13/06/19 12:12


Aan de slag 1

Wiskundetaal

1.1 Benamingen bij de optelling Hoofdstuk 3

Shirley koopt een stofzuiger van € 139. Ze koopt ook een nieuwe dweilset van € 72. Hoeveel moet Shirley in totaal betalen?

r

Berekening:

de termen

em

pl

aa

Antwoordzin:

de som

de optelling

ijk

ex

139 + 72 = 211

1.2 Wiskundetaal en de optelling

In k

Schrijf de volgende zinnen als een optelling en bereken. a Vijf meer dan zeventien.

=

b Na 90 minuten wedstrijd werden er 7 minuten extra voorzien.

=

c Jens is 26 cm groter dan Maaike, die 149 cm meet.

=

d Kirsten weegt 48 kg. Lies is 13 kg zwaarder.

=

e Joris springt over 1,15 m. Silke kan 0,23 m hoger.

=

f Abdel woont op 2,8 km van school. Arne woont 2,1 km verder.

=

g Je uurwerk kost € 56. Dat van Febe is € 18 duurder.

=

h Bert kan 13 minuten langer hardlopen dan Karel, die het maar 17 minuten volhoudt.

=

73

Formule 1B_2019.indb 73

13/06/19 12:12


2 Hoofdrekenen 2.1 Hoofdrekenen met natuurlijke getallen • Splitsen lukt altijd

Los op door te splitsen.

Hoofdstuk 3

223 + 128 = 233 + 100 + 20 + 8 = 333 + 20 + 8 = 353 + 8 = 361

a 75 + 22 =            

=            

b 63 + 28 =            

=            

• Soms kun je koppels maken

aa

=            

d 624 + 39 =            

=            

Los op door koppels te maken. a 54 + 13 + 26

=            

=            

em

48 + 23 + 12 = 48 + 23 + 12 = 60 + 23 = 83

pl

Houd de eerste term, splits de tweede term en tel die in stapjes op.

r

c 216 + 65 =            

b 21 + 25 + 29 + 15 =            

ex

In k

ijk

Onderzoek steeds of je geen getallen handig bij elkaar kunt nemen.

• Misschien kun je aanvullen 324 + 299 =  324 + 300 - 1 = 624 - 1 = 623

=            

c 12 + 20 + 88 + 7 =            

=            

d 34 + 26 + 66

=            

=            

Los op door aan te vullen. a 613 + 199 =            

=            

b 283 + 596 =            

=            

c 718 + 998 =             299 ligt dicht bij 300. Je telt 300 bij, maar dat is 1 te veel. Je moet dus 1 terug aftrekken.

=            

d 834 + 297 =            

=            

74

Formule 1B_2019.indb 74

13/06/19 12:12


2.2 Hoofdrekenen met kommagetallen • Splitsen lukt altijd

Los op door te splitsen.

Hoofdstuk 3

113,2 + 6,65 = 113,20 + 6 + 0,60 + 0,05 a 5,2 + 1,7 =             = 119,20 + 0,60 + 0,05 =             = 119,80 + 0,05 = 119,85 b 36,45 + 8,35 =             =            

c 17,2 + 22,45 =            

=            

Los op door koppels te maken. a 2,2 + 4 + 3,8

=            

=            

em

22,7 + 6,5 + 3,3 = 22,7 + 6,5 + 3,3 = 26 + 6,5 = 32,5

aa

• Soms kun je koppels maken

d 5,37 + 6,68 =            

pl

Houd de eerste term, splits de tweede term en tel die in stapjes op.

=            

r

ex

b 6,8 + 1,3 + 1,6 + 1,2 =            

ijk

Onderzoek steeds of je geen getallen handig bij elkaar kunt nemen.

In k

• Misschien kun je aanvullen 32,23 + 5,98 = 32,23 + 6 - 0,02 = 38,23 - 0,02 = 38,21

=             

c 0,76 + 5,7 + 6,24

=            

=             

d 24,75 + 3,25 + 25,25 =            

=             

Los op door aan te vullen. a 14,24 + 2,95 =            

=            

b 37,21 + 18,99 =            

=            

c 78,67 + 36,97 =             5,98 ligt dicht bij 6. Je telt 6 bij, maar dat is 0,02 te veel. Je moet er dus 0,02 weer aftrekken.

=            

d 203,1 + 72,98 =            

=            

75

Formule 1B_2019.indb 75

13/06/19 12:12


3

Schatten

In veel situaties is het handig om vooraf te weten hoeveel het resultaat ongeveer zal zijn. • Rond de termen af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Tel de afgeronde getallen uit het hoofd op.

Ver s e It a lia a n s e br o o d jes

a Heb ik genoeg geld voor een Peruggia en een Milano?

Keuze uit waldkorn of ciabatta

N a po li

.......................................................

Schatting:

€ 5,75

Italiaanse ham, buffel mozarella, tomaat en verse rucola

Roma

€ 6,25

.........................................................

€ 6,50

b Geef drie combinaties die je kunt betalen. en en

em

Lauwwarme geitenkaas met honing, pijnboompitten, zongedroogde tomaatjes, rucola en pesto

M ila n o

aa

..............................................

Buffel mozarella en tomaat uit de oven met pesto, rucola, gegrilde artisjok en balsamicosiroop

pl

P er u g g ia

Antwoordzin:

....................................................

€ 7,25

en

Gegrilde kip en bacon, sla, tomaat en avocado besprenkeld met basilicum-aioli

F io r en ze

.................................................

r

Hoofdstuk 3

Ik heb nog € 13 op zak. Ik wil mijn vriendin en mezelf trakteren op een broodje.

€ 7,50

ex

Rundercarpaccio, groene pesto, verse rucola, pijnboompitten en snippers van Parmezaanse kaas

ijk

Mien kocht deze producten in de supermarkt. Had ze genoeg met de € 15 die ze van moeder meekreeg?

In k

winkelprijs

1 zak chips

€ 0,95

1 mueslireep

€ 0,55

1 pizza

€ 3,95

1 fles chocomelk

€ 1,45

1 stripboek

€ 4,95

1 fles cola

€ 2,15

1 kg appels

€ 1,90

Schatting totaal

€ 3,

afgeronde prijs

5

95

€ 0,9 € 0,55

€ 1,45

€ 4,95

€ 2,15

€ 1,90

Antwoordzin:

76

Formule 1B_2019.indb 76

13/06/19 12:13


4

Cijferen

4.1 Natuurlijke getallen optellen Carlo wil graag wat opbergruimte voor zijn tuinmateriaal. Hij koopt uit de nieuwe reclamefolder een tuinhuis en een opbergkast. €12

95

Stap 1: schatten

5

€ 48

Hoofdstuk 3

Schat hoeveel hij moet betalen.

r

• Rond de termen af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Tel de afgeronde getallen uit het hoofd op. afgeronde prijs

aa

folderprijs tuinhuis

Schatten:

pl

opbergkast +

=

em

Om te weten hoeveel de som precies zal zijn, moet je een stapje verder gaan. Je moet cijferen. Hoeveel moet Carlo precies betalen voor zijn tuinhuis en opbergkast? Stap 2: cijferen

ex T

E

Cijfers van dezelfde rang schrijf je altijd netjes onder elkaar.

Vergelijk steeds je resultaat met je schatting.

In k

+

H

Stap 3: controleren

ijk

D

en

Antwoordzin:

Schat, schrijf onder elkaar en bepaal de som.

a 223 + 475

b 458 + 327

c 848 + 376

Schatten:

Schatten:

Schatten:

+

+

+

77

Formule 1B_2019.indb 77

13/06/19 12:13


4.2 Kommagetallen optellen Steven koopt uit de reclamefolder een hogedrukreiniger en een tuinhaspel met bijbehorende tuinslang.

8,5

€ 24

€ 129

,45

Hoeveel moet hij daarvoor betalen?

Hoofdstuk 3

Stap 1: schatten

• Rond de termen af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Tel de afgeronde getallen uit het hoofd op.

aa

hogedrukreiniger tuinhaspel en tuinslang +

H

T

E

Stap 3: controleren

,

t

h

ex

D

en

em

Stap 2: cijferen

=

pl

Schatten:

ijk

+

afgeronde prijs

r

folderprijs

Schrijf ook de komma’s altijd netjes onder elkaar.

Vul lege plaatsen op met nullen.

In k

Antwoordzin:

Schat, schrijf onder elkaar en bepaal de som.

a 25,32 + 33,54

b 234,5 + 382,36

Schatten:

+

c 57,6 + 8,63

Schatten:

+

Schatten:

+

78

Formule 1B_2019.indb 78

13/06/19 12:13


4.3 Termen van volgorde wisselen Hilde koopt met haar spaargeld een tuinparasol. Ze koopt ook nog een tuintafel met vier comfortabele stoelen. Hoeveel betaalt ze?

€14

+

T

E

Stap 3: controleren

Bij een optelling mag je gerust de termen van volgorde veranderen.

ex

H

en

=

em

Schatten:

pl

tuintafel met vier stoelen

afgeronde prijs

aa

parasol

r

• Rond de termen af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Tel de afgeronde getallen uit het hoofd op. folderprijs

D

Hoofdstuk 3

89

Stap 1: schatten

Stap 2: cijferen

7

€ 12

ijk

+

In k

Antwoordzin:

a 853 + 2 069

b 4,27 + 136,08

Schatten:

Schatten:

Schat, schrijf onder elkaar en bepaal de som.

+

+

c 58 + 247 Schatten:

+

79

Formule 1B_2019.indb 79

13/06/19 12:13


5

Rekenen met je rekentoestel

Soms is het handig als je een rekenmachine kunt gebruiken. Dat is zeker zo als de getallen wat groter zijn en enkele cijfers na de komma bevatten.

r

em

pl

Je geeft een feestje voor je vrienden. In de supermarkt koop je frisdrank voor € 37,55. Je slaat ook een voorraad chips, nootjes en koekjes in. Daaraan geef je € 46,60 uit. Bovendien laat je je verleiden om ook wat feesthoedjes, toeters en confetti te kopen. Dat kost je € 28,75.

aa

Hoofdstuk 3

Je hebt vast en zeker een eenvoudig rekentoestel thuis. Ook je gsm heeft er één. En heb je al eens gebruikgemaakt van de rekenmachine op je computer?

Hoeveel moet je aan de kassa betalen?

Berekening:

ijk

Antwoordzin:

ex

Schatten:

In k

Boeket wit Boeket geel Boeket oranje Boeket rozen Boeket herfst

€ 23,95 € 19,75 € 20,45 € 25,90 € 17,95

Kirsten koopt drie bossen bloemen. Ze kiest voor een boeket herfst, een boeket oranje en een boeket wit. Er is een korting van € 2,50 voor wie meer dan € 50 besteedt in de bloemenzaak.

Hoeveel moet Kirsten betalen in de bloemenzaak? Schatten: Berekening: Antwoordzin:

80

Formule 1B_2019.indb 80

13/06/19 12:13


Ben ik mee? Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 30

Hoofdstuk 3

1 Wiskundetaal Vul de juiste benamingen aan.

BIM1.1

376 en 25 noem je de  De bewerking zelf noem je een 

r

376 + 25 = 401

aa

Het resultaat, 401, noem je de 

1,5

Schrijf de volgende zinnen als een optelling en bereken.

BIM1.2

a 68 meer dan 34.

pl

    = 

2 Hoofdrekenen

em

b Pieter deed 25 minuten langer dan Karel over de wandeltocht van 10 km. Karel deed er 130 minuten over. c Joren is 17 cm groter dan Bieke, die 146 cm meet.



= 



= 

1,5

a 533 + 6 b 15,8 + 4,5

= 

f 12,7 + 15,8 + 3,3 = 

= 

g 278 + 199

= 

= 

h 16,98 + 32,24

= 

= 

i 497 + 366

= 

j 14,37 + 22,95

= 

ijk

c 4,2 + 5,75

ex

Los deze optellingen op met hoofdrekenen.

BIM2

d 73 + 88

In k

e 156 + 83 + 14 = 

10

3 Schatten

BIM3

Schat het totaal in honderdtallen.

a Arne koopt een handcamera en een microfoon. b Luka koopt een tv en een handcamera.

8

€ 19

   

€ 699



€ 102

c Bilal koopt een statief en een handcamera.  d Heike koopt een tas en een handcamera.



e Ellen koopt een verrijdbare camera, een microfoon en een tv.



5

€ 49 6

€ 99

€ 293

5

81

Formule 1B_2019.indb 81

13/06/19 12:13


4 Cijferen Schat, schrijf onder elkaar en bepaal de som. a 765 + 287

b 67,4 + 344

c 4,87 + 1,52

Schatten: 

Schatten: 

Schatten: 

Hoofdstuk 3

+

+

r

BIM4.1

BIM5.1

6

aa

5 Rekenen met je rekentoestel Tiny koopt een T-shirt van € 18,95 en een jeans van € 57,65. Hoeveel kost haar nieuwe outfit?

pl

Schatten: 

Antwoordzin: 

em

Berekening:

2

Tijdens de voorbije Tour de France legden de renners de eerste dag 237 kilometer af. De tweede dag kregen ze 198 kilometer te verwerken. Hoeveel kilometer hebben de renners na die twee dagen afgelegd?

ijk

ex

BIM5.2

Schatten: 

In k

Berekening:

Antwoordzin: 

BIM5.3

2

Dit weekend trek je met je vrienden en vriendinnen naar zee. Het treinticket kost € 18,75. Aan zee verwen je jezelf met frietjes en een ijsje. Dat kost je nog eens € 13,85. Hoeveel euro heb je in totaal uitgegeven? Schatten:                     Berekening: Antwoordzin: 

2

82

Formule 1B_2019.indb 82

13/06/19 12:13


Op mijn maat Wiskundetaal 1

Onderstreep de termen in het groen. De som onderstreep je in het blauw.

13 + 25 = 38

5,65 + 7,02 = 12,67

15 + 3 + 6 = 21

Hoofdstuk 3

1

45 en 36 noem je de 45 + 36 = 81

aa

De bewerking noem je de

pl

81 is de 3 Vul aan.

r

2 Vul de juiste benamingen aan.

a Bepaal de term die hoort bij 76 om 120 als som te hebben. b Bepaal de som van 22 en 99.

em

c Bepaal zelf de termen van een optelling met als som 87.

4 Schrijf de volgende zinnen als een optelling en bereken.

ex

a 38 meer dan 5.

= =

c Vijf euro duurder dan 28 euro.

=

d 8 kg zwaarder dan 13 kg.

=

e 12 m verder dan 17 m.

=

ijk

b Een extra korting van € 7 bovenop de korting van € 14.

In k

5 Schrijf de volgende zinnen als een optelling en bereken. a Joren fietste 12 seconden langer dan Steffi, die er 29 seconden over deed.

=

b Saïd is 1,50 m groot. Merel is 0,17 m langer.

=

c Martijn is 14 kg zwaarder dan Lieze, die 47 kg weegt.

=

d Sandrine sportte 15 minuten extra bovenop haar dagelijkse sessie van 50 minuten.

=

e Mirte koopt een outfit van € 57. Die van Friedl is € 16 duurder.

=

83

Formule 1B_2019.indb 83

13/06/19 12:13


2

Hoofdrekenen 6 Zoek het spreekwoord. 32 + 4 = 54 + 7 = 60 + 9 =

Hoofdstuk 3

5 + 72 = 8 + 54 = nemen

de

61

62

69

aa

r

bij knijpen

iemand

52

36 een

77

71

hand 35

pl

neus

em

Spreekwoord:

7 Los deze optellingen op met hoofdrekenen. a 385 + 3 = =

c 119 + 42 = d 83 + 17 =

g 63 + 59 + 77 = h 17 + 33 + 62 = i

72 + 78 + 36 =

j

16 + 111 + 34 =

ijk

e 37 + 67 =

14 + 32 + 46 =

ex

b 62 + 6

f

8 Met je vrienden speel je darts. De totaalscore van twee pijltjes bepaalt wie er wint. Wim:

17 + 38 =

In k

Mieke: 33 + 36 =

Pieter: 45 + 16 = Anja:

Winnaar:

32 + 51 =

9 Met je vrienden speel je darts. De totaalscore van drie pijltjes bepaalt wie er wint. Wim:

27 + 36 + 33 =

Mieke: 33 + 36 + 34 = Pieter: 26 + 16 + 45 = Anja:

Winnaar:

22 + 24 + 48 =

84

Formule 1B_2019.indb 84

13/06/19 12:13


10 In restaurant ‘Het Vette Everzwijn’ schrijft de kokkin de prijs van haar gerechten als sommen. Plaats de letter van de gerechten bij de overeenkomstige som. Let op! Soms kan een som meerdere keren als antwoord voorkomen.

everzwijn natuur

16 + 35

66

b

everzwijn met kaaskorstje

15 + 42

56

c

gemarineerd everzwijn van het huis

27 + 33

57

d

everzwijn met boschampignons

18 + 48

41

e

everzwijn à la romaine

39 + 12

51

f

traag gegaard everzwijn met bier

24 + 42

g

everzwijnpaté met seizoensgroenten

37 + 24

61

h

everzwijn à volonté

53 + 18

60

i

everzwijn in een huwelijk met konijn

33 + 38

81

j

everzwijn rijkelijk overgoten met honing

17 + 34

46

r

a

Hoofdstuk 3

Het Vette Everzwijn

em

pl

aa

71

11 Zoek het spreekwoord.

18 + 46 =

38 + 57 = 35 + 16 = kop

26 + 26 =

ijk

61

34 + 57 =

ex

29 + 32 =

aarde

steken

85

52 hoofd

51

71

In k

in

het

je

zand

64

95

91

Spreekwoord:

12 Hoeveel krijg je als je telkens de vier vakjes samentelt? 40 70

50 65

80 60

150 40

170 20

45 80

20 160

135 20

20 30

60 20

80 10

120 155

85

Formule 1B_2019.indb 85

13/06/19 12:13


13 Reken uit het hoofd. a Je koopt een printer van € 72,95 en een inktpatroon van € 23,75. Hoeveel betaal je in totaal? b Jason is 1,97 m groot. Zijn broer Wesley meet 1,56 m. Hoe groot zijn ze samen?

Hoofdstuk 3

c Een nieuwe fiets kost € 897. Je wilt ook een fiets-gps van € 136. Hoeveel kost het samen? d Je knipt eerst 4,97 m stof af en daarna nog eens 2,36 m. Hoeveel meter stof knipte je in totaal af?

aa

r

e Je mengt 525 ml haarlotion met een parfum van 38 ml. Hoeveel ml heb je in totaal? f Je lievelingscavia weegt 258 g. Het zusje weegt 179 g. Hoeveel gram wegen ze samen?

6

16

ijk

24

ex

em

pl

14 Elke steen van de piramide is gelijk aan de som van de getallen op de twee stenen eronder. Welke getallen ontbreken?

44

33

In k

15 Tovervierkant

Elke horizontale, verticale en diagonale rij van vijf getallen heeft als som 65! Heb je alles opgelost, controleer dan even of je alle getallen van 1 tot en met 25 terugvindt.

11

24 12

17

25

8

13 18

23

20 16 9

1 2

15

86

Formule 1B_2019.indb 86

13/06/19 12:13


3

Schatten 16 Ik ga naar de supermarkt. Ik wil onderstaande artikelen kopen. Ik heb € 7 bij. Heb ik geld genoeg? prijs

afgeronde prijs

Antwoordzin:

Hoofdstuk 3

€ 1,95

€ 3,45

aa

r

€ 0,50 schatting totaal

pl

17 Arne gaat naar een elektronicawinkel. Hij zou graag deze artikelen kopen. Schat in tientallen hoeveel hem dit zou kosten.

€ 72,95

Antwoordzin:

ex

€ 347,95

afgeronde prijs

em

prijs

€ 403,00

ijk

schatting totaal

In k

18 Op een sportsite vind je deze sportartikelen. Schat op de eenheid. Maat XS: € 7,95 Maat S: € 8,95 Maat M: € 11,45

Maat 152: € 14,95 Maat 158: € 16,45 Maat 164: € 20,95

Verzendkosten € 7,75

Maat 37: € 29,95 Maat 38: € 29,95 Maat 39: € 34,95 Maat 40: € 34,95

a Gert bestelt een shirt maat 158. Schatting: b Jomme bestelt een shirt maat 164 en een broek in maat S. Schatting: c Marc bestelt van alles de kleinste maat. Schatting:

87

Formule 1B_2019.indb 87

13/06/19 12:13


4

Cijferen 19 Schat en bepaal de som. a Schatten:

Hoofdstuk 3

+

b Schatten:

3

6

9

9

+

c Schatten:

7

2

5

1

7

8

+

d Schatten:

4

8

7

1

5

2

+

2

6

4

7

d 237 + 2 258 Schatten:

aa

c 4 576 + 549 Schatten:

pl

+

b 2 249 + 287 Schatten:

+

+

em

a 4 238 + 1 091 Schatten:

6

r

20 Schat, schrijf onder elkaar en bepaal de som.

+

2

21 Schat, schrijf onder elkaar en bepaal de som. b 2 414 + 6 942 Schatten:

c 5 743 + 12 972 Schatten:

d 216 + 2 826 Schatten:

In k

ijk

ex

a 8 619 + 1 126 Schatten:

22 Schat en bepaal de som. a Schatten:

b Schatten:

c Schatten:

d Schatten:

6 1 4

,

2 9

7 0 9

,

7 5

8 2 7

,

0 5

6 0 7

+ 2 6

,

4 8

+

,

8

+ 3 2

,

7 5

+

6

9

,

3 5

88

Formule 1B_2019.indb 88

13/06/19 12:13


23 Schat, schrijf onder elkaar en bepaal de som. b 607,8 + 79 Schatten:

+

c 17,01 + 3,87 Schatten:

+

d 9,4 + 14,72 Schatten:

+

Hoofdstuk 3

a 39,35 + 5,08 Schatten:

+

c 8,64 + 54,71 Schatten:

aa

b 5,18 + 7,11 Schatten:

em

pl

a 22,46 + 73,75 Schatten:

r

24 Schat, schrijf onder elkaar en bepaal de som.

25 Vul de ontbrekende cijfers in.

2

ex

4

5

+

ijk

6

6

4 +

8

3

4

1 7

8

26 Vul de ontbrekende cijfers in.

8

In k

4

+

5

9

8

9

2,

7

+  , 8

9

7, 5

3

+

8

1

3 4

0

27 Op camping ‘De Groene Long’ staan 125 tenten en 47 caravans. Hoeveel kampeerplekken zijn er ingenomen op de camping? Schatten: Berekening:

Antwoordzin:

89

Formule 1B_2019.indb 89

13/06/19 12:13


5 Rekenen met je rekentoestel 28 Deze winter ben je van plan dierenpark ‘De Zonnegloed’ te bezoeken. Ook je opa (66 jaar) en je broer (10 jaar) gaan mee. Hoeveel inkomgeld zullen jullie samen moeten betalen? Schatten:

€ 11 € 11 € 11

€ 8,5 € 8,5 € 8,5

r

em

kortingstarief Rolstoelgebruiker Lerarenkaart 60+

aa

individuele bezoeken 0 - 2 jaar 3 - 11 jaar Volwassenen

zomer winter maart t/m november t/m oktober februari gratis gratis € 11 € 8,5 € 13 € 9,5

pl

Hoofdstuk 3

Berekening:

Antwoordzin:

In k

ijk

Schatten: Berekening:

ex

29 Simon heeft twee spaarrekeningen bij de bank: één van € 3 156,80 en één van € 764,50. Hij besluit het geld af te halen en laat alles op een nieuwe rekening plaatsen die meer intrest oplevert. Hoeveel stort Simon op die nieuwe rekening?

Antwoordzin:

30 Bij een inzamelactie voor het Kinderkankerfonds haalde klas 1A € 458 op. Klas 1B deed het ongeveer even goed met € 474. Hoeveel haalden beide klassen samen op? Schatten: Berekening:

Antwoordzin:

90

Formule 1B_2019.indb 90

13/06/19 12:13


31 Als vogelliefhebber ben je dol op verschillende vogelkastjes en voederbakjes. Bereken wat je moet betalen als je alles koopt.

€2

2,9

5

3

€1

€ 18

Hoofdstuk 3

€ 19,85

aa

r

Schatten: Berekening:

Antwoordzin:

pl

32 Dean heeft een nieuwe Amerikaanse voetbaluitrusting nodig. Bereken hoeveel hij moet betalen.

broek

ex

helm

€ 129,75

€ 154,65

schoenen

shirt

€ 188,85

€ 39,95

ijk

Antwoordzin:

em

Schatten: Berekening:

In k

33 Ik mag van mijn ouders mijn kamer wat opfrissen. De kamer laten behangen kost € 148. Schilderen kost nog eens € 277. Hoeveel zal de opfrisbeurt kosten? Schatten: Berekening:

Antwoordzin:

91

Formule 1B_2019.indb 91

13/06/19 12:13


34 Kimberley laat zich verleiden door een reclamefolder. Ze wil graag een nieuwe printer, een draadloze muis en een draadloos toetsenbord. Ze neemt ook nog kerstverlichting en een kerstballenbox mee voor in haar klaslokaal. Hoeveel moet ze in totaal betalen?

In k

ijk

ex

em

pl

aa

r

Hoofdstuk 3

Schatten: Berekening:

Antwoord:

35 De familie Decorte vertrekt op zomervakantie. Hun mobilhome heeft 51 064,2 km op de teller staan. De reisweg heen en terug bedraagt 3 256,3 km. Ter plaatse maken ze enkele uitstappen voor een totaal van 897,2 km. Hoeveel km staat er op de teller als ze weer thuiskomen? Schatten: Berekening:

Antwoordzin:

92

Formule 1B_2019.indb 92

13/06/19 12:13


36 Een buschauffeur legt de eerste dag 365 km af. De tweede dag legt hij 137 km meer af. De derde dag legt hij evenveel km af als de eerste twee dagen samen. Hoeveel km legt hij in totaal af? tweede dag

derde dag

totaal

aa

r

Hoofdstuk 3

eerste dag

Antwoordzin:

em

pl

37 Sofie heeft € 150 om een nieuwe outfit te kopen. Ze heeft haar oog laten vallen op onderstaande artikelen. Zoek vier combinaties die ze kan kopen zodat ze genoeg geld heeft. Let wel: ze mag ook niet meer dan € 30 overhouden.

€ 66,45

B

ijk

A

€ 68,75

5

€ 53,7

ex

€ 14,50

In k

€ 22,75

E

combinatie

C

D

€ 78,95 € 63,00

5 € 33,1 F

G geschatte prijs

H correcte prijs

93

Formule 1B_2019.indb 93

13/06/19 12:13


Even samenvatten • Wiskundetaal

de som

Hoofdstuk 3

de termen

aa

r

139 + 72 = 211 de optelling

pl

meer dan, groter dan, extra, duurder dan, verder dan, langer dan …

em

• Hoofdrekenen splitsen

65 + 27

= 65 + 20 + 7

= 85 + 7

= 92

koppelen

48 + 23 + 12 = 48 + 23 + 12 = 60 + 23 = 83

aanvullen

324 + 299

ex

= 324 + 300 - 1 = 624 - 1 = 623

• Schat vooraf het resultaat

ijk

• Cijferen

1

5

4

7

2

7

5

8

2

2

In k

3

1

+

3

1

1 6

,

5

8

+

7

,

2

3

1

3

,

8

1

94

Formule 1B_2019.indb 94

13/06/19 12:14


Test op mezelf Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 30

Hoofdstuk 3

1 Wiskundetaal Vul de juiste benamingen aan.

TOM1.1

376 en 25 noem je de 376 + 25 = 401

aa

Het resultaat, 401, noem je de

r

De bewerking zelf noem je een 1,5

Schrijf de volgende zinnen als een optelling en bereken.

TOM1.2

       =      

a 38 meer dan 64.

       =      

c Jana is 14 cm groter dan Emma, die 149 cm meet.

       =      

2 Hoofdrekenen

em

pl

b Alex deed 16 minuten langer over de wandeltocht van 10 km dan Michiel. Karel deed er 116 minuten over.

1,5

Los deze optellingen op met hoofdrekenen. a 533 + 6 b 15,8 + 4,5 c 4,2 + 5,75

f 12,7 + 15,8 + 3,3 = 

= 

g 278 + 199

= 

= 

h 16,98 + 32,24

= 

= 

i 497 + 366

= 

j 14,37 + 22,95

= 

ijk

d 73 + 88

= 

ex

TOM2

e 156 + 83 + 14 = 

10

In k

3 Schatten

TOM3

Mila gaat naar de supermarkt. Zij zou graag deze artikelen kopen. Schat in tientallen hoeveel dit zou kosten. prijs € 21,95



€ 58,65



€ 23,15



schatting totaal

Formule 1B_2019.indb 95

afgeronde prijs



Antwoordzin:  

5

95

13/06/19 12:14


4

Cijferen Schat, schrijf onder elkaar en bepaal de som.

TOM4

a 351 + 42 Schatten:

b 54 + 824 Schatten:

Hoofdstuk 3

+

c 61,3 + 36,4 Schatten:

+

TOM5.1

Rekenen met je rekentoestel

In de Ronde van Italië, de Giro, moeten de renners verschillende bergen oprijden. Ze beklimmen onder andere de Gavia (2 621 m hoog) en de Stelvio (2 758 m hoog). Hoeveel meter hebben ze dan in totaal geklommen ?

pl

5

em

Schatten: Berekening: Antwoordzin:

2

ex

Dit weekend ga je met de jeugdbeweging naar Bellewaerde in Ieper. Het treinticket kost € 22,75. Een ingangsticket kost € 29,60. Hoeveel euro kosten de tickets samen?

ijk

TOM5.2

aa

r

6

Schatten: Berekening:

In k

Antwoordzin:

TOM5.3

2

Carl gaat twee uur laserschieten in de gamehal. Dat kost € 55. Hij bestelt na het spel nog een frisdrank van € 1,90 en een vegetarisch broodje van € 4,85. Hoeveel gaf Carl in totaal uit? Schatten: Berekening: Antwoordzin:

2

96

Formule 1B_2019.indb 96

13/06/19 12:14


Gamezone

0

1

1

1

0

0 0

1

0 1

0

0

0

1

0

0

1

1

0

1

0

0

1

1

em

1 1

1

0

1

0

1

1

ex

0

0

0

1 1

1

ijk In k

0

pl

0 1

aa

0

r

1

1

Hoofdstuk 3

1 Binairo Vul het rooster zo in dat elke rij en elke kolom gevuld is met 6 nullen en 6 ééntjes.Niet meer dan twee nullen of twee ééntjes mogen naast of onder elkaar staan. Dezelfde rijen en kolommen zijn niet toegestaan. Er is één unieke oplossing.

1

1

1

0

1

0

1

0 1

0

0 1

0 1

0

1 1 1

1

1 0

0

1

1

1

0

0 1

0 0

0

0 1

0

97

Formule 1B_2019.indb 97

13/06/19 12:14


2

   

b Hoeveel blikken zijn het als je er nog een laag onder zet?

   

c Hoeveel blikken heb je nodig voor een stapel van 8 lagen?

   

d Hoeveel lagen heb je met een stapel van 28 blikken?

   

e Hoeveel lagen heb je met een stapel van 55 blikken?

   

r

Hoofdstuk 3

8

2

Eén cijfer is correct en staat op de juiste plaats.

6

1

4

Eén cijfer is correct, maar staat op de foute plaats.

2

0

6

7

3

8

8

7

0

aa

6

pl

KRAAK JIJ DE CODE?

Twee cijfers zijn correct, maar staan op de foute plaats. Er is niets correct.

em

3

a Uit hoeveel blikken bestaat de stapel?

Eén cijfer is correct, maar staat op de foute plaats.

In k

ijk

ex

4 Wie woont waar? Hier zie je een huizenblok van zeven huizen. Zoek uit welke familie in welk huis woont. De gegevens hieronder kunnen je daarbij helpen.

nr. • De familie Jacobs woont in het midden • De familie Grocek woont op het nummer dat je door 11 kunt delen. • De familie Çaliskan woont op het nummer dat je door 9 en door 2 kunt delen. • De familie Weert woont op het nummer dat op een 6 eindigt, als je het halveert. • De familie Ramzi woont op het eerste nummer dat je met drie cijfers schrijft. • De familie Janssen woont op het nummer dat je door 13 kunt delen.

98

• De familie Brijde woont op het nummer dat 3 geeft als de cijfers van dat nummer worden opgeteld.

Formule 1B_2019.indb 98

13/06/19 12:14


4

Lijnen, een kwestie van smaak!

Geef alle lijnen van eenzelfde soort dezelfde kleur.

aa

r

rechte lijnen

ijk

ex

em

pl

gebogen lijnen

In k

gebroken lijnen

Formule 1B_2019.indb 99

13/06/19 12:14


Planner

™ ™ ™ ™ ™ ™ ™

Ben ik mee?

™

Op mijn maat

™ ™ ™ ™ ™ ™ ™

Even samenvatten

™

Test op mezelf

™

129

Gamezone

™

131

1 2 3 4 5 6 7

Soorten lijnen Rechte, halfrechte en lijnstuk Lijnstukken meten en tekenen Onderlinge ligging van rechten Evenwijdigen tekenen Loodlijnen tekenen Coördinaten

103 105 107 108 110 111 112

aa

Soorten lijnen Rechte, halfrechte en lijnstuk Lijnstukken meten en tekenen Onderlinge ligging van rechten Evenwijdigen tekenen Loodlijnen tekenen Coördinaten

pl

1 2 3 4 5 6 7

r

113

em

Hoofdstuk 4

Aan de slag

115 117 119 120 123 124 126 128

ex

Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen

In k

ijk

In dit hoofdstuk leer je alles over lijnen.

100

Formule 1B_2019.indb 100

13/06/19 12:14


Formule 1B_2019.indb 101

Loodlijnen tekenen

Coรถrdinaten

6

7 /2

/20

BIM7

Totaal

/2

/2

/4

/2

1

0

0

Oef 36

Oef 31

Oef 27

Oef 38

Oef 37

Oef 32

Oef 28

1

1

Oef 39

Oef 33

Oef 29

Totaal

Totaal

TOM7

TOM6

TOM5

TOM4

TOM3

TOM2

TOM1

/20

/2

/2

/2

/4

/2

/4

/5

/ 20

Hoofdstuk 4

/

/

/

/

/

/

/

/

Resultaat

r

aa 2

2

2

4

2

3

5

/

Oef 35

Oef 34

Oef 30

Oef 26

Oef 25

Oef 17

Oef 13

Oef 6

pl

em Oef 24

Oef 21

Oef 19 Oef 22

Oef 23

Oef 16 2-3

1

2

Oef 5

Oef 20

0

Oef 12

Oef 10

Oef 15

Oef 11

Oef 9

ex

0-1

0

Oef 4

Oef 3

3-4

Oef 18

Oef 14

Oef 8

0-1

ijk Oef 7

Oef 2

Oef 1

0-2

Test op mezelf

Datum:

p. 112

BIM6

BIM5

BIM4

BIM3

/3

/5

Op mijn maat

Klas:

p. 111

Evenwijdigen tekenen p. 110

p. 108

5

van rechten

Onderlinge ligging

tekenen

Lijnstukken meten en p. 107

BIM2

BIM1

In k

Ben ik mee?

Nr.:

4

3

Rechte, halfrechte en p. 105

lijnstuk

2

p. 103

Soorten lijnen

1

Aan de slag

Mijn circuit Naam: /

101

13/06/19 12:14


Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM

/

TOM

/

Taak 1

/

Taak 4

/

Taak 2

/

Taak 5

/

Taak 3

/

Taak 6

/ /

r

Hoofdstuk 4

Extra opdracht 1 :

/

aa

Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :

/ /

Extra opdracht 4 :

Waar had ik moeite mee?

em

Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?

/

pl

TOTAAL

ex

Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op

Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling

Evaluatie leraar

Heb ik mijn fouten zinvol verbeterd?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik net gewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Was ik telkens in orde?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik zelfstandig gewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik nauwkeurig gewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

In k

ijk

Aandachtspunt

TOTAAL

15

Commentaar van de leraar

Handtekening leerling

Handtekening leraar

Handtekening ouders

102

Formule 1B_2019.indb 102

13/06/19 12:14


Aan de slag 1 Soorten lijnen

pl

aa

r

Hoofdstuk 4

Eén van de achtbanen in de Efteling, Joris en de Draak, is twee keer 810 m lang en op het hoogste punt 25 meter hoog. De achtbaan behaalt een snelheid van 75 kilometer per uur. De houten constructie bestaat uit gebogen, gebroken en rechte lijnen.

3

2

em

1

6

ex

5

4

ijk

Gebogen lijnen

In k

Welke getallen op de foto van Joris en de Draak geven gebogen lijnen aan?  Gebogen lijnen kunnen open of gesloten zijn. Noteer hieronder de best passende naam bij iedere foto.

                   

                   

103

Formule 1B_2019.indb 103

13/06/19 12:14


Gebroken lijnen Welke getallen op de foto van Joris en de Draak geven gebroken lijnen aan?  Gebroken lijnen kunnen open of gesloten zijn. Noteer hieronder de best passende naam bij iedere foto.

aa

r

Hoofdstuk 4

                  

pl

                   Rechte lijnen

em

Welke getallen op de foto van Joris en de Draak geven rechte lijnen aan?  Rechte lijnen kunnen horizontaal, verticaal of schuin zijn.

In k

ijk

ex

Noteer hieronder de best passende naam bij iedere foto.

            

            

            

Het is onmogelijk om in een rechte lijn de uitgang van dit doolhof te vinden … Met welk soort lijn heb je de uitgang gevonden? 

104

Formule 1B_2019.indb 104

13/06/19 12:14


2 Rechte, halfrechte en lijnstuk Lijnen bestaan uit punten die allemaal in een vlak liggen. Zo schrijf en teken je op het vlak van een blad papier. De leraar gebruikt het vlak van het bord. Punt Hieronder zijn een aantal punten getekend. Een punt wordt met een drukletter aangeduid. Notatie: A

aa

r

Hoofdstuk 4

Lees: het punt A B

A C

pl

E

F

em

D

Rechte

ex

G

Teken met een lat op het bord hierboven een rechte lijn door A en B.

ijk

Deze lijn heet een rechte. Door twee verschillende punten kun je precies één rechte tekenen. Omdat de rechte door A en door B is getekend, spreek je over de rechte AB. Je kunt ook een kleine letter gebruiken om een rechte een naam te geven.

In k

Notatie: AB of a

a

A

B

Lees: de rechte AB of de rechte a Halfrechte

Teken met een lat op het bord hierboven een rechte lijn vanaf C door D. De lijn start in C en gaat door D. Die lijn heeft één grenspunt. Zo’n lijn noem je een halfrechte. Notatie: [CD

Het punt C noem je het grenspunt van de halfrechte.

Lees: de halfrechte [CD

C

D

105

Formule 1B_2019.indb 105

13/06/19 12:14


Lijnstuk Teken met een lat op het bord op de vorige pagina een rechte lijn van E tot aan F. De lijn start in E en eindigt in F. Deze lijn heet een lijnstuk. Een lijnstuk heeft twee grenspunten. Notatie: [EF] of [FE]

E

F

Lees: lijnstuk [EF] of [FE]

r

P

aa

Hoofdstuk 4

Op de foto hieronder zijn een aantal lijnen in het rood aangeduid. Benoem ze. Noteer voor iedere lijn de punten waardoor de lijn loopt en de grenspunten. Geef ten slotte de juiste notatie.

4

1

R

pl

2

C

N

E

5

em

M

3

L

ex

K

punten

grenspunt(en)

notatie

          

      

        

   en   

2

ijk

benaming

          

   en   

      

        

3

          

   en   

      

        

4

          

   en   

      

        

5

          

   en   

      

        

In k

1

Vul de tabel aan. naam

notatie

1

          

[AB]

2

          

     

3

          

[MN]

voorstelling A

B L

K

106

Formule 1B_2019.indb 106

13/06/19 12:14


3 Lijnstukken meten en tekenen Een lijnstuk kun je meten. Daarvoor gebruik je een meetlat. Meet de lengte en de breedte van het fotokader. C

Lijnstuk [AB] is     cm lang.

A

B

pl

Een lijnstuk kun je ook tekenen. Teken een lijnstuk [AB] van 6,8 cm.

aa

r

Hoofdstuk 4

Lijnstuk [BC] is     cm lang.

ex

em

A

Teken een lijnstuk [AB] van 12,5 cm.

In k

ijk

A

Meet of teken volgende lijnstukken. lijnstuk

lengte

1

[AB]

   cm

2

[CD]

   cm

3

[EF]

   cm

4

[GH]

8,5 cm

5

[IJ]

6,2 cm

voorstelling A

B

C E

D F

107

Formule 1B_2019.indb 107

13/06/19 12:14


4 Onderlinge ligging van rechten evenwijdige rechten b

snijdende rechten

a a

a b

b

snijdende rechten

loodlijnen

aa

Hoofdstuk 4

evenwijdige rechten

r

b

a

b

b S

pl

a

snijpunt

a

S

em

a

b

snijpunt

Notatie: Lees:

ijk

a // b

ex

De rechten a en b snijden De rechten a en b snijden elkaar. elkaar niet. Ze hebben één punt gemeenschappelijk. Ze hebben geen enkel punt Dat punt noem je het snijpunt. gemeenschappelijk.

In k

De rechte a is evenwijdig met de rechte b.

a

De rechte a snijdt de rechte b.

Vul in met het best passende symbool. Kies uit //,

c

a

a⊥b

b

f

d

De rechte a staat loodrecht op de rechte b. of ⊥. a     b a     c f     b

e

c     d b

e     c

108

Formule 1B_2019.indb 108

13/06/19 12:14


Beide lijnen op de foto zijn

                

                

In werkelijkheid zijn de lijnen

In werkelijkheid zijn de lijnen

                

                

em

pl

aa

r

Beide lijnen op de foto zijn

Hoofdstuk 4

Wat je op een foto ziet, is niet altijd hoe het werkelijk is.

Beide lijnen op de foto zijn

                

                

ex

Beide lijnen op de foto zijn

In werkelijkheid liggen de lijnen niet in hetzelfde vlak. Ze hebben ook geen snijpunt. Je spreekt over kruisende rechten.

In k

ijk

Zijn de rechten in werkelijkheid snijdend of kruisend? Vink aan.

 snijdend

 kruisend

 snijdend

 kruisend

 snijdend

 kruisend

 snijdend

 kruisend 109

Formule 1B_2019.indb 109

13/06/19 12:14


5 Evenwijdigen tekenen Welke rechten zijn evenwijdig? Duid aan. e c

a

d

b

f





aa

r

Hoofdstuk 4



Tekenzijde door het punt A.

b

em

A

pl

Een evenwijdige b tekenen aan de rechte a door een punt A doe je met je geodriehoek. Daarvoor gebruik je de evenwijdige hulplijnen van je geodriehoek.

ex

Hulplijn valt samen met de rechte a.

Leg je geodriehoek zo dat een hulplijn samenvalt met de rechte a. Zorg ervoor dat de tekenzijde op dezelfde hoogte komt als punt A. Teken nu een evenwijdige rechte met de rechte a door het punt A. Noem die rechte b.

ijk

• • • •

a

In k

Teken door K de rechte p evenwijdig met m. m

Teken door L de rechte r evenwijdig met n. L

K

n

110

Formule 1B_2019.indb 110

13/06/19 12:14


6 Loodlijnen tekenen Welke rechten staan loodrecht op elkaar? Duid aan. f

d

c

a

e



r



aa



Hoofdstuk 4

b

em

B

Loodlijn valt samen met de rechte c. c

ijk

ex

Tekenzijde door het punt B.

pl

Een loodlijn d op een rechte c tekenen door een punt B doe je met je geodriehoek. Daarvoor gebruik je de loodlijn van je geodriehoek.

In k

d

• • • •

Leg je geodriehoek zo dat de loodlijn samenvalt met de rechte c. Zorg ervoor dat de tekenzijde door het punt B loopt. Teken nu een loodlijn loodrecht op de rechte c door het punt B. Noem die rechte d.

Teken door K de rechte q loodrecht op m. m

Teken door L de rechte s loodrecht op n.

K L

n

111

Formule 1B_2019.indb 111

13/06/19 12:14


7 Coördinaten Een plaats in een rooster bepaal je met coördinaten. Het rooster bestaat uit vakjes gevormd door evenwijdige horizontale en verticale lijnen. Horizontaal worden de vakjes met een letter of getal aangeduid. Verticaal met een getal. Coördinaten bestaan uit een letter en een getal of twee getallen tussen haakjes. Let wel: je noteert altijd eerst het getal of de letter van de horizontale as.

4

4

3

pl

3

2

2

A

B

C

D

em

1

1

E

F

ex

Bepaal de coördinaten van (   ,   )

ijk

Bepaal de coördinaten van de gekleurde vakjes.

4

5

6

Bepaal de coördinaten van (   ,   )

Bepaal de coördinaten van de getekende punten.

In k

1 D

E

F

  (   ,   ) en   (   ,   ) Kleur in het bovenstaande rooster.    (A,1) en   (E,3)

Formule 1B_2019.indb 112

3

B

2

1 C

2

3

2

B

1

4

3

A

0

5

4

112

r

5

5

5

staat op plaats (3,1) in het rooster. ­Teken de smiley opnieuw op plaats (5,2)

aa

Hoofdstuk 4

staat op plaats (B,2) in het rooster. Teken de smiley opnieuw op plaats (E,4)

0

A

1

2

3

4

5

6

A(   ,   ) en B(   ,   ) Plaats de punten C en D in het bovenstaande rooster.   C(2,5) en D(4,2)

13/06/19 12:14


Ben ik mee? Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 20

1 Soorten lijnen

            

            

            

3

em

Teken.

BIM1.2

pl

aa

r

Hoofdstuk 4

Vul in met de best passende lijnsoort.

BIM1.1

een gebroken lijn

ex

een gesloten gebogen lijn

ijk

2

2 Rechte, halfrechte en lijnstuk Vul aan met een passende benaming, notatie of voorstelling.

In k

BIM2

A

L

B

K

M

O

            

halfrechte

             

notatie: AB

notatie:         

notatie:          

3 Lijnstukken meten en tekenen BIM3

3

Meet en teken correct de gegeven lijnstukken. A

B

[AB] =    cm [CD] = 5,5 cm 2

113

Formule 1B_2019.indb 113

13/06/19 12:14


4 Onderlinge ligging van rechten of ⊥.

Vul in met het best passende symbool. Kies uit //,

BIM4.1

d

b     c

a

a     c

b

c     d

c

3

r

 snijdend

aa

Hoofdstuk 4

Zijn de lijnen in werkelijkheid evenwijdig, snijdend of kruisend? Vink aan.

BIM4.2

 kruisend

1

pl

 evenwijdig

5 Evenwijdigen tekenen

Teken door P een rechte e evenwijdig met f.

em

BIM5

f

ex

P

ijk

2

6 Loodlijnen tekenen

Teken op de tekening hierboven door P een rechte g loodrecht op e. Kies een punt Q op f. Teken door Q een rechte h loodrecht op e.

In k

BIM6

2

7 Coördinaten

BIM7

a Bepaal de coördinaten.     (   ,   ) b Bepaal de plaats van het vakje in het rooster.     (D,2)

5 4 3 2 1

114

Formule 1B_2019.indb 114

2

A

B

C

D

E

F

13/06/19 12:14


Op mijn maat Soorten lijnen Duid de juiste lijnsoort aan.

2

 

gebroken lijn gebogen lijn

Welke lijnen worden op de foto’s aangeduid? Kies uit gebogen, gebroken of rechte lijn. d

a

c

3

e

d

f

Open gebroken lijn, open gebogen lijn, gesloten gebroken lijn of gesloten gebogen lijn? c

In k

a

f

c

ijk

b

e

ex

a

em

pl

b

gebroken lijn gebogen lijn

Hoofdstuk 4

 

r

1

aa

1

b

d

115

Formule 1B_2019.indb 115

13/06/19 12:15


4

Benoem met horizontale, verticale of schuine rechte. a

c e

f

d

b

aa

r

Hoofdstuk 4

Vul de tabel aan.

schuine rechte lijn

gesloten gebogen lijn

Duid op de foto hieronder met de aangegeven kleur een voorbeeld van deze lijnen aan: gesloten gebroken lijn, open gebroken lijn, gesloten gebogen lijn, open gebogen lijn.

In k

6

ijk

ex

open gebroken lijn

em

pl

5

116

Formule 1B_2019.indb 116

13/06/19 12:15


2

Rechte, halfrechte en lijnstuk 7

Vul de juiste woorden in.

Door twee verschillende punten kun je precies één

tekenen.

Een rechte lijn die aan één kant is begrensd, noem je een Een rechte lijn die aan twee kanten is begrensd, noem je een Duid de juiste uitspraken aan.

          9

Een rechte is aan één zijde begrensd.

r

Een rechte is aan twee zijden begrensd.

Hoofdstuk 4

Een lijnstuk is aan één zijde begrensd.

aa

Een lijnstuk heeft twee grenspunten. Een rechte heeft geen grenspunten. Een halfrechte heeft geen grenspunten.

pl

Een lijnstuk heeft geen grenspunten.

Een halfrechte heeft twee grenspunten. Een rechte is oneindig lang.

em

8

Een halfrechte is aan één kant begrensd.

Hoe lees je deze notaties? Schrijf ze voluit.

ex

A a

[AB] AB

ijk

[AB

AB]

In k

10 Overtrek de halfrechten met groen, de lijnstukken met rood en de rechten met blauw.

A

I

J

H

B

D

E

C

G

F

117

Formule 1B_2019.indb 117

13/06/19 12:15


11 Geef hieronder de correcte notatie van de halfrechten, lijnstukken en rechten uit de vorige oefening. halfrechten

lijnstukken

[

[

]

[

[

]

rechten

E

1

I

5

H

4 F B

pl

C

notatie

2 3 4

naam

ijk

5

2

ex

1

D

em

nummer

A

3

aa

Hoofdstuk 4

G

r

12 Noteer in de tabel onder de foto bij ieder nummer de juiste naam en notatie van de lijn.

In k

13 Vul de tabel aan. naam

notatie

voorstelling

[AB C

D E

F

[GH] I

J

KL

118

Formule 1B_2019.indb 118

13/06/19 12:15


3

Lijnstukken meten en tekenen 14 Lees telkens de lengte van het lijnstuk [AB] af. A

B

cm A

B

r

B

aa

A

Hoofdstuk 4

cm

B

em

pl

A

cm

cm

15 Meet met een meetlat de lengte van volgende lijnstukken. A

A

B B

[AB] =

cm

[AB] =

cm

[AB] =

cm

[AB] =

cm

ijk

A

B

ex

A

B

In k

16 Teken een lijnstuk met de gevraagde lengte. Vergeet het lijnstuk niet te benoemen. [AB] = 4 cm [CD] = 10,5 cm [EF] = 6,5 cm

17 Teken een lijnstuk met de gevraagde lengte. Vergeet het lijnstuk niet te benoemen. [AB] = 5,2 cm [CD] = 9,6 cm [EF] = 3,3 cm

119

Formule 1B_2019.indb 119

13/06/19 12:15


4

Onderlinge ligging van rechten 18 Vul in met evenwijdig, snijdend of loodrecht.

De rechten die op het openstaande raam zijn aangeduid zijn

r

De aangeduide lijnen op de davidsster zijn

ex

em

pl

aa

Hoofdstuk 4

De aangeduide strepen die de vliegtuigen achterlaten zijn allemaal

De stijlen van de ladder lopen

De spijlen en de dwarslat van het hek staan

ijk

De aangeduide lijnen op de parking zijn

19 Verbind met je lat wat bij elkaar hoort.

a⊥b

snijdend

a // b

loodrecht

a

In k

evenwijdig

b

20 Zijn deze rechten snijdend? Zo ja, duid het snijpunt aan. e

d

c

b

a



ja



nee

f



ja



nee



ja



nee

120

Formule 1B_2019.indb 120

13/06/19 12:15


of ⊥.

21 Vul in met //, a

b

c

b

d d

a b

c

c d

r

of ⊥.

a

aa

22 Vul in met //,

Hoofdstuk 4

a

d

a

b

c

d

pl

b

e

f

em

a

b

c

c

ex

d

e

f

ijk

f

e

In k

23 Wat je op een foto ziet, is niet altijd hoe het werkelijk is.

Beide lijnen op de foto zijn

Beide lijnen op de foto zijn

In werkelijkheid zijn de lijnen

In werkelijkheid zijn de lijnen

121

Formule 1B_2019.indb 121

13/06/19 12:15


24 Hoe zijn de rode lijnen in werkelijkheid?

snijdend



kruisend



snijdend



snijdend



kruisend



snijdend



kruisend



snijdend



kruisend

pl

aa

r

Hoofdstuk 4



kruisend



snijdend



kruisend

em



ijk

ex

25 Zijn de lijnen in werkelijkheid snijdend, kruisend of evenwijdig? Vink aan.

snijdend



kruisend



evenwijdig



snijdend



kruisend



evenwijdig

kruisend



evenwijdig



snijdend



kruisend



evenwijdig

In k





snijdend



122

Formule 1B_2019.indb 122

13/06/19 12:15


5

Evenwijdigen tekenen 26 a Duid met rood op iedere geodriehoek de tekenzijde aan. b Welke met blauw aangeduide lijnen op de geodriehoek gebruik je om evenwijdig te tekenen? Duid het juiste antwoord aan.

Â

r

Hoofdstuk 4

Â

aa

27 Teken telkens met je geodriehoek een rechte b evenwijdig met a.

pl

a

em

a

a

28 Teken met je geodriehoek een rechte b door A evenwijdig met a.

a

a

ex

a

A

A

In k

ijk

A

29 Controleer met de geodriehoek welke rechte evenwijdig is met de groene rechte. Markeer.

123

Formule 1B_2019.indb 123

13/06/19 12:15


6

Loodlijnen tekenen

Hoofdstuk 4

Â

aa

Â

r

30 a Duid met rood op iedere geodriehoek de tekenzijde aan. b Welke met blauw aangeduide lijnen op de geodriehoek gebruik je om loodrecht te tekenen? Duid aan.

pl

31 Teken met je geodriehoek telkens een rechte b loodrecht op a.

a

em

a

ex

a

ijk

32 Teken met je geodriehoek een rechte b door A loodrecht op a.

A

a A

In k

a

a

a

A A

124

Formule 1B_2019.indb 124

13/06/19 12:15


33 Lees eerst de opgave goed. Teken heel nauwkeurig met je geodriehoek en potlood. Vergeet niet de namen en symbolen erbij te schrijven. d

Teken m zo dat W tot m behoort en loodrecht staat op t. W

a

K

t

b

Hoofdstuk 4

Teken door K de rechten l en p zodat l // a en p // b.

r

a

Teken door K de rechte f en g zodat f ⊥ m en g // n.

e

Teken door P de rechte c zodat c ⊥ b. Noem het snijpunt S. Teken door S een rechte d // a.

em

b

pl

aa

r

m

K

P

b

Teken door X de rechte h, zodat h ⊥ a en h ⊥ b.

In k

c

ijk

ex

n

a k

f

Teken door M de rechte z zodat z // r. Het snijpunt van z en q noem je P. Teken dan [PO. q

a

r M

X b O

125

Formule 1B_2019.indb 125

13/06/19 12:15


7

Coรถrdinaten 34 Wat zijn de coรถrdinaten van volgende steden?

8

NOORDZEE

NEDERLAND

Zeebrugge

7 DUITSLAND

Brugge

=(

,

)

Namen

=(

,

)

Hasselt

=(

,

)

Aarlen

=(

,

)

6 Waver

5

Luik

Namen

Bergen

Hoofdstuk 4

3

Gent

Bastenaken

FRANKRIJK

2

Aarlen

B

C

D

E

,

)

Antwerpen = (

,

)

G

F

H

I

em

A

LUXEMBURG

=(

pl

1

aa

r

4

35 Welke steden liggen op volgende coรถrdinaten? (D,4)

(E,6) (E,5)

ex

(H,5)

7

In k

6

ijk

36 Bepaal de coรถrdinaten van volgende boten. (

,

)

(

,

)

(

,

)

(

,

)

(

,

)

(

,

)

5 4 3 2 1

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

126

Formule 1B_2019.indb 126

13/06/19 12:15


37 Bepaal de coördinaten van de punten die in het rooster getekend zijn.

8

J

7

G

6

H B

0

,

)

B(

,

)

G(

,

)

F

C(

,

)

H(

,

)

D(

,

)

I(

,

)

E(

,

)

J(

,

)

E A D

1

2

3

4

5

6

7

8

9

Hoofdstuk 4

1

F(

C

3 2

)

r

4

,

aa

5

A( I

38 Plaats de punten met gegeven coördinaten in het rooster.

9 8 7

B(0,4)

G(0,0)

em

6 5 4 2 1 2

3

4

5

6

7

8

9

ijk

1

ex

3

0

F(6,0)

pl

A(1,5)

C(8,1)

H(2,8)

D(3,9)

I(9,9)

E(5,5)

J(6,7)

39 Plaats de punten met gegeven coördinaten in het rooster.

In k

7 6 5 4 3

D(5,2)

B(3,0)

E(2,1)

C(4,5)

F(0,0)

Teken onderstaande rechten.

2

Vul in met //,

1 0

A(2,3)

1

2

3

4

5

6

7

8

9

of ⊥

AB

CD

CD

ED

AF

AB

127

Formule 1B_2019.indb 127

13/06/19 12:15


Even samenvatten

gesloten

open

gesloten horizontaal verticaal

Hoofdstuk 4

rechte A

halfrechte A

B

Notatie: AB of a Lees: rechte AB of a

B

lijnstuk

A

Notatie: [AB Lees: halfrechte [AB

evenwijdige rechten

Notatie: [AB] Lees: lijnstuk [AB]

loodlijnen

em

snijdende rechten

b

b

ex

ijk

Notatie:

snijpunt

S

S

a

b

B

snijdende rechten

evenwijdige rechten

a

schuin

pl

a

rechten

aa

open

gebroken lijnen

r

gebogen lijnen

a

snijpunt

a // b

a

De rechte a is evenwijdig met de rechte b.

De rechte a snijdt de rechte b.

a⊥b

b

In k

Lees:

kruisende rechten

De rechte a staat loodrecht op de rechte b.

Lijken een snijpunt te hebben, maar dat is in werkelijkheid niet zo omdat ze niet in hetzelfde vlak liggen.

coördinaten Bepalen nauwkeurig de plaats van een figuur in een rooster. Bij coördinaten noteer je eerst het getal of de letter van de horizontale as.

4 3

A

(2,3)

2

3

2 1

128

Formule 1B_2019.indb 128

0

1

4

13/06/19 12:15


Test op mezelf Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 20

1 Soorten lijnen

aa

r

Hoofdstuk 4

Welke soorten lijnen herken je op de foto’s?

TOM1.1

                

pl

                

een open gebogen lijn

een gesloten gebroken lijn

ex

een horizontale lijn

em

Teken nauwkeurig en net.

TOM1.2

2

3

ijk

2 Rechte, halfrechte en lijnstuk

Vul aan met de passende benaming, notatie of voorstelling.

In k

TOM2

K

C

Q

L

P

D

a







Notatie: 

Notatie: 

Notatie: 

3

3 Lijnstukken meten en tekenen TOM3

Meet en teken correct de gegeven lijnstukken. A

B

[AB] =     cm [CD] = 4,8 cm

2

129

Formule 1B_2019.indb 129

13/06/19 12:15


4

Onderlinge ligging van rechten of ⊥.

Vul in met het best passende symbool. Kies uit //,

TOM4.1

d

a

d

c

d

b

c

e c

r

Hoofdstuk 4

a 3

aa

b

Zijn de lijnen in werkelijkheid evenwijdig, snijdend of kruisend? Vink aan.

TOM4.2

snijdend

5 TOM5

Evenwijdigen tekenen

em

pl



kruisend



evenwijdig

1

D D C C

A A

G G

FF B B

E E

In k

ijk

ex

Teken door E een rechte e evenwijdig met AB.



6

TOM6

2

Loodlijnen tekenen Teken hierboven door D een rechte d loodrecht op AB.

7 TOM7

2

Coördinaten a Bepaal de coördinaten van punt A. A( , )

4

b Plaats het punt B met de gegeven coördinaten in het rooster. B(4,0)

2

A

3 1 0

1

2

3

4

2

130

Formule 1B_2019.indb 130

13/06/19 12:15


Gamezone 3

Opa trakteert met pannenkoeken voor zijn 65ste verjaardag. Hij heeft ze origineel met getallen versierd. De som van elke horizontale, verticale en schuine rij van vijf pannenkoeken moet 65 zijn. Vul jij op de lege pannenkoeken het juiste getal in? Hoofdstuk 4

Deze potloden zijn als een Mikado op elkaar gestapeld. Noteer de volgorde waarin de potloden gestapeld zijn. Begin met het bovenste potlood.

-

-

-

-

-

-

-

-

Kleur de weg die de pinguïn moet volgen. O2 wil zeggen ‘ga twee ijsschotsen naar Onderen’. B wil zeggen naar Boven, L naar Links en R naar Rechts.

4

Elk ei is de som van de twee eieren eronder. Noteer in de lege eieren de juiste getallen.

In k

ijk

ex

2

em

pl

-

aa

r

1

131

Formule 1B_2019.indb 131

13/06/19 12:15


5 Kamiel is zijn moeder kwijt! Help jij hem haar te vinden? Er zijn wel wat spelregels: – Kamiel mag nooit schuin lopen. – Hij moet over elk vakje lopen. – Hij mag geen twee keer over eenzelfde vakje lopen. – Hij mag niet over een vakje met een wolf lopen.

em

pl

aa

r

Hoofdstuk 4

ex

6 Melanie is jarig en zit met haar familie aan de verjaardagstafel. Zet iedereen op de juiste plaats aan tafel.

In k

ijk

Opa zit recht tegenover Melanie. Oma zit aan de rechterkant van de jarige. Haar zus Laurence zit aan de rechterkant van opa. Tegenover oma zit mama. Haar broer zit niet naast een meisje. Papa zit niet naast Laurence. Birger, haar vriendje, zit tegenover haar papa.

A



E



B



F



C



G



D



132

Formule 1B_2019.indb 132

13/06/19 12:15


In k

ijk

ex

em

pl

aa

r

5

Solden maken het verschil

Shari wil proďŹ teren van de solden om een nieuwe outfit te kopen. Als ze de jeansbroek koopt, hoeveel moet ze dan betalen? Tatjana is verzot op de trui. En zeker met de geweldige soldenprijs â&#x20AC;Ś Als ze de trui koopt, hoeveel korting krijgt ze dan? Rihanna moet absoluut de schoenen hebben. Hoeveel moet zij daarvoor betalen, rekening houdend met de korting?

Formule 1B_2019.indb 133

13/06/19 12:15


Planner

™

Op mijn maat

™ ™ ™ ™ ™

Even samenvatten

™

Test op mezelf

140 141 142 142 143 144

Wiskundetaal Hoofdrekenen Schatten Cijferen Rekenen met je rekentoestel

145 147 148 152 153 155 158

™

159

™

161

ijk

Gamezone

1 2 3 4 5

em

Ben ik mee?

ex

Hoofdstuk 5

™

137 137 137 138 138 139

r

™ ™

aa

™

1 Wiskundetaal 1.1 Benamingen bij de aftrekking 1.2 Wiskundetaal en de aftrekking 2 Hoofdrekenen 2.1 Hoofdrekenen met natuurlijke getallen 2.2 Hoofdrekenen met kommagetallen 2.3 Hoofdrekenen met positieve en negatieve getallen 3 Schatten 4 Cijferen 4.1 Natuurlijke getallen aftrekken 4.2 Kommagetallen aftrekken 5 Rekenen met je rekentoestel

pl

™

Aan de slag

In k

Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen In dit hoofdstuk leer je alles over de aftrekking.

134

Formule 1B_2019.indb 134

13/06/19 12:15


Formule 1B_2019.indb 135

Hoofdrekenen

Schatten

Cijferen

Rekenen met je

2

3

4

5

Totaal

BIM5

BIM4

BIM3

BIM2

BIM1

/25

/6

/4

/2

/10

/3

Oef 23

Oef 35

Oef 34

0-2 Oef 36 Oef 39

Oef 38

Oef 37

Oef 32

Oef 31

Oef 26

Oef 12

3-4

3

Oef 42

Oef 41

Oef 40

Oef 33

Oef 30

Oef 27

Oef 15

Oef 13

Oef 10

Oef 3

5-6

4

2

9-10

3

Oef 43

Oef 24

Oef 16

r

/

/

/

/

/

/

Resultaat

Totaal

TOM5

TOM4

TOM3

TOM2

TOM1

/25

/6

/4

/2

/10

/3

Test op mezelf

Datum: / / 20

Hoofdstuk 5

Totaal

Oef 44

aa

pl

em

Oef 22

Oef 21

Oef 14

Oef 11 1

6-8

2

Oef 9

Oef 8

Oef 7

Oef 29

0-2

0

Oef 20

ex Oef 19

Oef 5

Oef 2

Oef 28

Oef 25

Oef 18

Oef 17

Oef 6

0-5

ijk Oef 4

Oef 1

0-1

Op mijn maat

Klas:

p. 144

p. 142

p. 141

p. 138

p. 137

In k

Ben ik mee?

Nr.:

rekentoestel

Wiskundetaal

1

Aan de slag

Mijn circuit Naam: /

135

13/06/19 12:15


Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM

/

TOM

/

Taak 1

/

Taak 4

/

Taak 2

/

Taak 5

/

Taak 3

/

Taak 6

/

Extra opdracht 1 :

r

/ /

aa

Extra opdracht 2 : Hoofdstuk 5

Extra opdracht 3 :

/ /

Extra opdracht 4 :

Waar had ik moeite mee?

em

Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?

/

pl

TOTAAL

ex

Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op

Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling

Evaluatie leraar

Heb ik net gewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik goed doorgewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik telkens een antwoordzin geformuleerd

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik zinvol verbeterd?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik het rekentoestel zinvol gebruikt?

0

1

2

3

0

1

2

3

In k

ijk

Aandachtspunt

TOTAAL

15

Commentaar van de leraar

Handtekening leerling

Handtekening leraar

Handtekening ouders

136

Formule 1B_2019.indb 136

13/06/19 12:15


Aan de slag 1 Wiskundetaal 1.1 Benamingen bij de aftrekking

Antwoordzin: 

pl



Hoofdstuk 5

Berekening:

aa

r

Deze gietijzeren wok kost bij kookwinkel ‘Chez le Chef’ € 79. Bij de concurrent ‘Het pannenhuis’ kost diezelfde pan € 6 minder. Hoeveel kost de wok bij ‘Het pannenhuis’?

het verschil

em

de termen

79 - 6 = 73

ex

het aftrektal

de aftrekker

de aftrekking

ijk

1.2 Wiskundetaal en de aftrekking

Schrijf de volgende zinnen als een aftrekking en bereken.        =      

b Maité is 23 cm kleiner dan Nina, die 149 cm meet.

       =      

c Laila weegt 67 kg. Uti is 12 kg lichter.

       =      

d Kiara springt over 1,28 m. Said springt 0,13 m lager.

       =      

In k

a Drie minder dan achttien.

e Bianca staat op 98 cm van het bord. Kjenta staat 23 cm        =       dichter. f Vandaag is het 7 °C. Morgen wordt het 2 graden kouder.

       =      

g Je ketting kost € 34. Die van Febe is € 8 goedkoper.

       =      

h Het skipak kost € 158. Mirte krijgt nog € 6 korting.

       =      

137

Formule 1B_2019.indb 137

13/06/19 12:15


2 Hoofdrekenen 2.1 Hoofdrekenen met natuurlijke getallen • Splitsen lukt altijd

Los op door te splitsen.

262 - 24 =  262 - 20 - 4 = 242 - 4 = 238

a 89 – 27

=            

=             

b 838 – 14 =            

=            

Hoofdstuk 5

Houd de eerste term, splits de tweede term en trek in stapjes af.

d 272 – 156 =            

=            

Los op door aan te vullen.

em

ex

253 - 196 = 253 - 200 + 4 = 53 + 4 = 57

In k

ijk

196 ligt dicht bij 200. Je trekt 200 af, maar dat is 4 te veel. Je moet dus 4 weer optellen.

• Je kunt soms werken met een rond getal 906 - 386 = 900 - 380 $ $ = 520 - 6  - 6

a 84 – 39

=            

=            

b 207 – 79

=            

=            

c 374 – 128 =            

=            

d 266 – 38

=            

=            

Los op. a 803 – 477 =            

=             

b 781 – 302 =            

Wat je doet met het ene getal, moet je ook doen met het andere getal.

=            

pl

• Misschien kun je aanvullen

=            

aa

r

c 736 – 54 =            

=             

c 298 – 135 =            

=             

d 802 - 398 =            

=             

138

Formule 1B_2019.indb 138

13/06/19 12:15


2.2 Hoofdrekenen met kommagetallen • Splitsen lukt altijd

Los op door te splitsen.

18,35 - 2,18 = 18,35 - 2 - 0,10 - 0,08 = 16,35 - 0,10 - 0,08 = 16,25 - 0,08 = 16,17

a

2,78 – 1,56

= =

b

31,4 – 3,2

= =

c

d

17,35 – 3,7

=

r

=

aa

Houd de eerste term, splits de tweede term en trek in stapjes af.

21,75 – 7,45 =

a

17,5 – 0,48

em

17,5 - 3,85 = 17,50 - 4 + 0,15 = 13,50 + 0,15 = 13,65

Los op door aan te vullen.

pl

• Misschien kun je aanvullen

b

ijk

ex

3,85 ligt dicht bij 4. Je trekt 4 af, maar dat is 0,15 te veel. Je moet dus 0,15 weer optellen.

c

13,24 – 3,9

76,7 – 2,99

=

=

= = = =

d

8,36 – 1,48

= =

63 − 28 =?

In k

63 − 20 = 43 43 − 8 = 35

Hoofdstuk 5

=

63 − 30 = 33 33 + 2 = 35

139

Formule 1B_2019.indb 139

13/06/19 12:15


2.3 Hoofdrekenen met positieve en negatieve getallen Je start op verdieping – 3. Plaats een blauwe stip bij – 3.

6

6

5

Abdel start op verdieping 1. Plaats een blauwe stip bij 1.

Je zakt nog twee verdiepingen.

4

Hij stijgt vier verdiepingen.

4

Duid met een rode stip aan op welke verdieping je aangekomen bent.

3

Duid met een rode stip aan op welke verdieping Abdel aangekomen is.

3

Noteer dit vraagstuk als een bewerking. Bereken.

0

Noteer dit vraagstuk als een bewerking. Bereken.

0

            

2 1 -1 -2

           

-3 -4

Duid met een rode stip aan op welke verdieping vader terechtkomt.

2

Noteer dit vraagstuk als een bewerking. Bereken.

-1

3 1 0

-2

ex

           

-3

-4

-5

ijk

-2 -3

r aa

4

-1

-5 -6

6

Karen vergat haar handtas en daalt 8 verdiepingen om die op te halen.

4

Duid met een rode stip aan op welke verdieping Karens handtas ligt.

1

pl

De sportwinkel is 4 verdiepingen hoger.

5

1

Karen staat op verdieping 5. Plaats een blauwe stip bij 5.

em

Hoofdstuk 5

-6

6

2

-4

-5

Vader parkeert op verdieping –2 Plaats een blauwe stip bij – 2.

5

Noteer dit vraagstuk als een bewerking. Bereken.            

-6

5 3 2 0 -1 -2 -3 -4 -5 -6

In k

Noteer als een bewerking. Bereken. a Het was deze morgen 5 °C. Nu is de temperatuur met 3 graden gestegen. Hoeveel graden is het nu?

       =      

b Je hebt voor € 3 schulden bij Bram. Ook bij Ine heb je € 2 geleend. Hoeveel schulden heb je in totaal?

       =      

c Een duiker bevindt zich op 7 meter onder de zeespiegel. Hij stijgt 3 meter. Op hoeveel meter bevindt hij zich dan?

       =      

d Inse duikt met haar flyboard 2 meter diep. Daarna schiet ze 5 meter omhoog. Op hoeveel meter zit Inse nu?

       =      

140

Formule 1B_2019.indb 140

13/06/19 12:15


3

Schatten

In veel situaties is het handig om vooraf te weten hoeveel het resultaat ongeveer zal zijn. • Rond de termen af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Trek de afgeronde getallen uit het hoofd af.

Nu met

€ 44,95 korting!

Jordy wil deze sneakers kopen. Hij heeft één briefje van € 50.

€103,75

Eefje koopt deze schoonheidsproducten. a Schat hoeveel Eefje moet betalen.

1 lippenstift

€ 6,95

€ 7,5

5

ijk

Antwoordzin:

afgeronde prijs

ex

1 mascara schatting totaal

€ 8,95

em

winkelprijs

1 potje nagellak

pl

Antwoordzin:

Hoofdstuk 5

aa

Schatting:

r

Zal hij geld genoeg hebben ? Maak een schatting.

b Ze kreeg € 30 van haar moeder.

In k

Schat hoeveel Eefje ongeveer zal terugkrijgen aan de kassa. Schatting:

Antwoordzin:

c Heeft haar zus met 15 euro genoeg om de lippenstift en nagellak te kopen? Schatting:

Antwoordzin: d Hoeveel producten kan ze kopen met 15 euro? Antwoordzin:

141

Formule 1B_2019.indb 141

13/06/19 12:16


4 Cijferen 4.1 Natuurlijke getallen aftrekken Shari wil profiteren van de solden om een nieuwe outfit te kopen. Hoeveel moet ze betalen voor de jeansbroek? Stap 1: schatten

• Rond de termen af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Trek de afgeronde getallen uit het hoofd af.



korting





aa

Hoofdstuk 5

oude prijs jeansbroek

afgeronde prijs

r

folderprijs



pl

Schatten:          ­−          =         

em

Om te weten hoeveel het verschil precies zal zijn, moet je een stapje verder gaan. Je moet cijferen. Bereken nu hoeveel Shari moet betalen voor haar jeansbroek.

H

T

E

Vergelijk steeds je becijferde resultaat met je schatting.

In k

D

Stap 3: controleren

ijk

TD

en

ex

Stap 2: cijferen

Antwoordzin: 

Schat, schrijf onder elkaar en bepaal het verschil. a 458 − 327

b 283 − 47

c 8 213 − 376

Schatten: 

Schatten: 

Schatten: 

142

Formule 1B_2019.indb 142

13/06/19 12:16


4.2 Kommagetallen aftrekken Tatjana is verzot op de trui en zeker met de geweldige soldenprijs. Als ze hem koopt, hoeveel korting krijgt ze dan? Stap 1: schatten

• Rond de termen af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Trek de afgeronde getallen uit het hoofd af.

nieuwe prijs trui



E

,

Stap 3: controleren t

h

ex

T

en

pl

         -          =         

Stap 2: cijferen H



em

Schatten:



Hoofdstuk 5



aa

oude prijs trui

afgeronde prijs

r

folderprijs

Schrijf ook de komma’s netjes onder elkaar.

ijk

In k

Antwoordzin: 

Schat, schrijf onder elkaar en bepaal het verschil.

a 288,73 − 162,51

b 320 − 68,38

c 2 010,7 − 243,83

Schatten: 

Schatten: 

Schatten: 

143

Formule 1B_2019.indb 143

13/06/19 12:16


5 Rekenen met je rekentoestel  ok voor het aftrekken van getallen kan het handig zijn om een O rekenmachine te gebruiken. Dat geldt zeker als de getallen wat groter zijn, enkele cijfers na de komma bevatten, of als je met meerdere getallen moet werken. Je mag daarom een eenvoudig rekentoestel gebruiken. Dat kan de rekenmachine op je computer zijn, of misschien mag je van je leraar met je gsm werken.

pl

Hoofdstuk 5

Hoeveel heeft ze uiteindelijk nog op haar spaarrekening staan?

aa

r

 p de spaarrekening van Kiara staat 549,87 euro. O Haar oma stort op de spaarrekening 60 euro voor haar verjaardag. Daarna koopt Kiara een dvd voor 26,75 euro en een nieuwe USB-stick van 23,95 euro. Dat betaalt ze met geld van haar spaarrekening.

em

Schatten:          −          =         

ijk

Antwoordzin: 

ex

Berekening:

Een bedrijf maakte de eerste maand van het jaar € 18 965 winst. De tweede maand verliep veel minder goed. Door een productiefout leed het bedrijf

In k

€ 12 687 verlies.

Ook de derde maand was verlieslatend: € 9 267. Bereken de totale winst of het totale verlies. Schatten: 

Berekening:

Antwoordzin: 

144

Formule 1B_2019.indb 144

13/06/19 12:16


Ben ik mee? Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 25

1 Wiskundetaal BIM1.1

Vul de juiste benamingen aan.

De bewerking zelf noem je een 

aa

Het resultaat, 444, noem je het 

1,5 Hoofdstuk 5

588 − 144 = 444

r

588 en 144 noem je de 

Schrijf de volgende zinnen als een bewerking en bereken.

BIM1.2

pl

a De buikomtrek van Maarten is 80 cm.     =   Die van Luna is 12 cm smaller. = 

c Joren is 17 cm groter dan Bieke, die 146 cm meet.

= 

em

b Olaf zwemt 17 seconder sneller dan de  78 seconden van Dimitri.

BIM2.1

ex

2 Hoofdrekenen



1,5

Bereken uit het hoofd. = 

ijk

a 615 − 8

= 

b 422 − 24

= 

f 703 - 577

= 

c 28,3 - 3,7

= 

g 16,02 - 4,78

= 

d 314 - 298

= 

h 1 326 − 119

= 

In k BIM2.2

e 13,35 - 4,9

8

In Moskou is de temperatuur vandaag – 7 °C. Morgen wordt het 6 graden kouder. Hoeveel graden zal het morgen in Moskou zijn? Berekening: 

Antwoordzin: 

2

3 Schatten BIM3

Deze BMX wordt aangeboden met een korting van € 149. Schat de nieuwe prijs in tientallen. € 673

Schatting:  Antwoordzin: 

2

145

Formule 1B_2019.indb 145

13/06/19 12:16


4 Cijferen Schat, schrijf onder elkaar en bepaal het verschil.

BIM4

a 345 − 128 Schatten:

b 304 − 67 Schatten:

c 68,7 − 28 Schatten:

d 258 − 72,6 Schatten:









3

4

5

1

2

8

5 Rekenen met je rekentoestel a  Mieke verzamelt postzegels. Ze heeft er 1 357. Joliska heeft er 379 minder. Hoeveel postzegels heeft Joliska?

Berekening:

ex

Antwoordzin: 

em

Schatten:           

pl

Hoofdstuk 5

BIM5.1

aa

r

4

b Hoeveel postzegels hebben ze samen? Schatten: 

In k

ijk

Berekening:

Antwoordzin: 

BIM5.2

4

Een koelkast van € 399,99 kun je tegen soldenprijs voor € 323,55 kopen. Hoeveel euro korting heb je gekregen? Schatten:                      Berekening:

Antwoordzin: 

2

146

Formule 1B_2019.indb 146

13/06/19 12:16


Op mijn maat Wiskundetaal 1

Onderstreep de termen in het groen. Het verschil onderstreep je in het blauw. 64 − 17 = 47

2

16,2 − 12,75 = 3,45

215 − 27 = 188

Vul de juiste benamingen aan.

De bewerking noem je de 9 is het

aa

45 − 36 = 9

r

45 en 36 noem je de

Vul aan.

a

Bepaal de term die hoort bij 75 om 120 als verschil te hebben.

b

Bepaal het verschil van 89 en 17.

c

Bepaal zelf de termen van een aftrekking met als verschil 56.

4

Schrijf de volgende zinnen als een aftrekking en bereken.

a

18 minder dan 32.

b

Een korting van € 7 op een prijs van € 65.

=

c

5 cm korter dan 28 cm.

=

d

18 kg lichter dan 49 kg.

=

e

20 seconden sneller dan 82 seconden.

=

em

ex

=

Schrijf de volgende zinnen als een aftrekking en bereken. Jakob liep 12 seconden sneller dan Kim, die er 29 seconden over deed.

=

b

Bert is 1,54 m groot. Caroline is 0,13 m kleiner.

=

c

Elsie is 14 kg lichter dan Maarten, die 61 kg weegt.

=

d

Jade kreeg een korting van € 13,50 op een skateboard van € 119.

=

e

Shaun koopt een outfit van € 85. Die van Sander is € 15 goedkoper.

=

In k

a

ijk

5

pl

3

Hoofdstuk 5

1

147

Formule 1B_2019.indb 147

13/06/19 12:16


Hoofdrekenen

b

−6

−6

−6

−6

−9

−9

−9

−9

−8

−8

−8

−8

72

87

c

64

7

Welk getal ontbreekt in het eerste vakje?

r

a

Vul de rij telkens aan.

7

8

+

7

+

12

5

=

15

8

=

10

pl

Hoofdstuk 5

+

aa

6

Los deze aftrekkingen op met hoofdrekenen.

a

39 − 25

=

b

57 − 38

=

c

30 − 16

=

d

837 − 14 =

e

51 − 36

9

Zet een + of een - op de juiste plaats, zodat de oefening klopt!

em

8

f

738 − 19 =

g

51 − 25

h

216 − 38 =

i

146 − 22 =

j

176 − 37 =

ex

2

ijk

=

=

3,5

2

5

=

13

6,5

3,5

2

5

=

6

In k

6,5

10 Vul de rijen aan. a

b

c

− 13

− 13

− 13

− 13

− 29

− 29

− 29

− 29

− 38

− 38

− 38

− 38

182

285

643

148

Formule 1B_2019.indb 148

13/06/19 12:16


11 Deze hond heeft 227 brokjes in zijn bakje. Vul de oefeningen aan zodat de uitkomst telkens 227 is. 128 + 1000 -

1100 -

153 +

+ 33

89 -

=

= 117

=

= 32

=

= 62

=

ijk

138 -

= 85

ex

- 25

=

em

= 67

pl

12 Hoeveel is elke emoji waard?

Hoofdstuk 5

aa

189 +

44 +

r

227

13 Los deze aftrekkingen op met hoofdrekenen. =

b 637 − 89

=

c 384 − 238

=

d 803 – 477

=

e 298 – 135

=

In k

a 284 − 139

14 Los deze aftrekkingen op met hoofdrekenen. a 3,7 – 2,1

=

e 3 – 0,6

=

b 4,5 – 1,6

=

f

=

c 9,3 – 4,1

=

g 2,6 – 1,15

=

d 8,7 – 2,9

=

h 4,95 – 2,3

=

1,5 – 0,7

149

Formule 1B_2019.indb 149

13/06/19 12:16


15 Elke steen van de piramide is gelijk aan de som van de getallen op de twee stenen eronder. Welke getallen ontbreken? 607

381 214

120

229 94

91

17

25

16 Bereken uit het hoofd.

11

52

20

r

70

72

=

e 23,16 – 7,9

=

b 12,6 – 8,24

=

f 62,4 + 138,21

=

c 13,24 + 8,9

=

g 100 – 14,62

=

d 96,37 + 45,74

=

pl

a 5,38 – 3,42

h 26,28 + 134,83 =

em

Hoofdstuk 5

aa

10

77

138

17 Bereken uit het hoofd. a –2+3

=

b 3–4

=

f –6–2

=

=

g 7–9

=

=

h –2–7

=

ijk

d 5+8

=

ex

c –8–1

e –7+9

In k

18 Een wrak van een schip ligt 12 m onder de zeespiegel. De bergers halen het 8 m omhoog. Op welke diepte ligt het schip nu? Berekening:

Antwoordzin:

19 Met Kerstmis was het ’s morgens – 3 °C. Tegen de middag was de temperatuur met 7 °C gestegen. Hoe warm was het die middag? Berekening: Antwoordzin:

150

Formule 1B_2019.indb 150

13/06/19 12:16


20 Een diepzeeduiker bevindt zich 5 m onder het wateroppervlak. Hij duikt nog 7 m dieper. Op welke diepte bevindt hij zich nu? Berekening: Antwoordzin:

21 Bereken uit het hoofd. =

e – 8 + 17

=

b – 18 + 15

=

f 13 – 25

=

c – 12 – 18

=

g – 74 + 82

=

d – 17 + 5

=

h 32 - 68

=

Hoofdstuk 5

aa

r

a 11 – 19

em

pl

22 Om een boompje te planten, heeft Karel een put van 50 cm gegraven. Het boompje is 135 cm lang. Hoeveel centimeter zal de boom boven de grond uitsteken? Berekening: Antwoordzin:

ijk

Berekening:

ex

23 Een duikboot vaart op een diepte van 200 m. De boot stijgt 75 m. Op welke diepte vaart de duikboot verder?

In k

Antwoordzin:

24 Professor Chemie Cus werkt als scheidkundige veel met vloeistoffen. Hij heeft een vloeistof die precies 5 °C meet. Daar voegt hij een vloeistof aan toe die de temperatuur met 8 °C doet afnemen. Daarna giet hij er iets bij dat de temperatuur nog eens met 12 graden doet afnemen. Hoeveel graden heeft het brouwsel van de professor? Berekening: Antwoordzin:

151

Formule 1B_2019.indb 151

13/06/19 12:16


3

Schatten 25 Je krijgt € 20. Daarmee mag je volgende vier lekkere dingen kopen in de supermarkt. Hoeveel geld houd je ongeveer over? product

winkelprijs € 0,95

blokjes kaas

€ 2,20

nootjes

€ 1,90

kaasstokjes

€ 2,95

r

chips

afgerond

aa

Schatting: Antwoordzin: Hoofdstuk 5

em

pl

26 Enkele leerlingen van onze school willen een klasje in Nepal steunen. Ze zouden graag € 1 000 schenken. Ze organiseerden reeds een sponsorloop met onderstaande opbrengsten. Hoeveel moeten de leerlingen nog verzamelen om de € 1 000 te behalen? Schat je resultaat in tientallen.

ex

Schattingen:

In k

ijk

Antwoordzin:

27 Max heeft een paar oefeningen gemaakt met zijn rekentoestel. Controleer door te schatten of de uitkomst wel kan. Zet een kruisje in de juiste kolom. mogelijk

niet mogelijk

420 − 325 = 95 25,5 − 17,2 = 28,3 537 – 399 = 240 1 494 − 300 = 1 194 5 478 − 3 479 = 999

152

Formule 1B_2019.indb 152

13/06/19 12:16


4

Cijferen 28 Schat en bepaal het verschil.

8 6 4 −

1 5 2

c 978 – 782 Schatten:

7 9 3 −

9 7 8

4 7 2

7 8 2

4 5 6 9

c 120 − 47 Schatten:

d 430 − 128 Schatten:

em

pl

b 9 256 – 1 579 Schatten:

6 6 3 1

aa

29 Schrijf onder elkaar, schat en bepaal het verschil. a 8 921 – 3 328 Schatten:

d 6 631 – 4 569 Schatten:

Hoofdstuk 5

b 793 – 472 Schatten:

r

a 864 – 152 Schatten:

ex

30 Schrijf onder elkaar, schat en bepaal het verschil. c 6 086 − 2 097 Schatten:

e 788 − 49 Schatten:

g 562 − 69 Schatten:

f 1 457 − 161 Schatten:

h 3 006 − 688 Schatten:

In k

ijk

a 2 018 − 705 Schatten:

b 603 − 409 Schatten:

d 12 366 − 5 987 Schatten:

153

Formule 1B_2019.indb 153

13/06/19 12:16


31 Schat en bepaal het verschil.

9 7

,

8

2 1

,

5

b 45 − 33,5 Schatten:

c 12,51 − 4,07 Schatten:

4 5

1 2

,

5 1

4

,

0 7

3 3

,

5

d 654,4 − 38,4 Schatten:

4

3 8

,

4

c 77,4 − 16,9 Schatten:

d 115,34 − 23,95 Schatten:

pl

b 97,5 − 12,9 Schatten:

em

Hoofdstuk 5

a 654,4 − 78,4 Schatten:

,

aa

32 Schrijf onder elkaar, schat en bepaal het verschil.

6 5 4

r

a 97,8 − 21,5 Schatten:

c 874,35 − 87,44 Schatten:

e 789 − 122,08 Schatten:

g 1 500 − 27,65 Schatten:

f 45,2 − 33,26 Schatten:

h 2 003,06 − 1 764,29 Schatten:

In k

ijk

a 6,48 − 2,90 Schatten:

ex

33 Schrijf onder elkaar, schat en bepaal het verschil.

b 1 000 − 100,01 Schatten:

d 2 612,23 − 788,5 Schatten:

154

Formule 1B_2019.indb 154

13/06/19 12:16


5

Rekenen met je rekentoestel 34 Kimberly spaart voor een fiets. Die kost € 264. Ze heeft al € 175 gespaard. Hoeveel euro moet ze nog sparen? Schatten: Berekening: Antwoordzin:

RSCA Anderlecht Schatten: Berekening:

Schatten: Berekening:

em

pl

Schatten: Berekening:

KRC Genk

Hoofdstuk 5

Club Brugge

aa

r

35 In het stadion van Club Brugge kunnen 29 042 supporters plaatsnemen. In Anderlecht zijn er 2 681 plaatsen minder dan in het stadion van Club Brugge. In het stadion van RSCA Anderlecht zijn er 1 861 plaatsen meer dan bij KRC Genk. Hoeveel plaatsen zijn er in elk stadion?

ex

36 Een tankwagen is geladen met 6 433 liter mazout. Bij de eerste klant wordt er 2 324 liter geleverd. De tweede klant neemt 3 237 liter af. Hoeveel liter rest er nog in de tankwagen? Schatten:

ijk

Berekening:

In k

Antwoordzin:

37 Vul het kassaticket aan.

1x 1x 1x 1x

Berekeningen:

Actimel 0 % natuur Barbecue rib Danone yoghurt 1,5 l Cola Zero

€ 5,05 € 2,50 € 2,05 € 1,75

Totaal Cash

€ 21,50

Teruggave Bedankt en tot ziens!

Formule 1B_2019.indb 155

155

13/06/19 12:16


38 Vul de tabel aan. artikel

oorspronkelijke prijs

korting

T-shirt

€ 26,95

€ 7,25

sweater

€ 68,50

jeans

nieuwe prijs

€ 57,45 € 36,75

sneakers

€ 108,35

€ 170

sjaal

€ 118,25 € 20,95

r

€ 5,55

aa

Hoofdstuk 5

39 Een vrachtwagen is geladen met 6,5 ton stenen. Bij de eerste klant wordt 3,7 ton afgeladen, bij de tweede klant 2,5 ton. Hoeveel ton blijft er nog op de vrachtwagen liggen? Schatten:

pl

Berekening:

em

Antwoordzin:

40 Je wilt een nieuw snowboard en nieuwe snowboardlaarzen kopen. Wat is het prijsverschil tussen de duurste en de goedkoopste combinatie?

€ 345,95

ex

ijk

€ 79,65

€ 139,85

,75

€ 275

In k

Berekening:

Antwoordzin:

41 In fruitwinkel ‘Het Zoete Mondje’ zit er ’s morgens € 236,68 wisselgeld in de kassa. Na een drukke verkoopdag telt de kassa ’s avonds € 6 032,39. Hoeveel is er die dag ontvangen? Schatten: Berekening: Antwoordzin:

156

Formule 1B_2019.indb 156

13/06/19 12:16


42 Je wilt een kite, een kitepak en kiteschoenen kopen. Wat is het prijsverschil tussen de duurste en de goedkoopste combinatie? € 36,15

€ 199,95 € 1 399

Schatten:

em

pl

Berekening:

€ 24,75

Hoofdstuk 5

€ 208,65

aa

r

€ 1 219

Antwoordzin:

ijk

Schatten:

ex

43 Een timmerman heeft een balk van 10 m. Eerst zaagt hij er een stuk van 3,75 m af. Daarna zaagt hij er nog een stuk van 4,85 m af. Hoe lang is het stuk hout dat hij nog overhoudt?

Berekening:

In k

Antwoordzin:

44 Delfien betaalt voor haar aankoop van deze drie speldozen € 88,75. ‘Cluedo’ kost € 2,75 meer dan de ‘De betoverde doolhof’. Vul de prijskaartjes in.

€ 28,95

157

Formule 1B_2019.indb 157

13/06/19 12:16


Even samenvatten • Wiskundetaal

het verschil

de termen

79 − 6 = 73

r

het aftrektal

aa

de aftrekker

Hoofdstuk 5

de aftrekking

$

$

-6

-6

em

pl

minder dan, goedkoper dan, kleiner dan, korter dan, dunner dan, lichter dan … • Hoofdrekenen splitsen 262 - 24 = 262 - 20 - 4 = 242 -4 = 238 aanvullen 7 253 – 5 996 = 7 253 – 6 000 + 4 = 1 253 + 4 = 1 257 rond getal 906 - 386 = 900 - 380 = 520

ex

optellen en aftrekken met positieve en negatieve getallen • Schat vooraf het resultaat • Cijferen 14

5

4

7

2

7

5

2

7

2

14

10

ijk

4

3

In k

3

7

8

,

5

0

3

,

8

2

4

,

6

8

158

Formule 1B_2019.indb 158

13/06/19 12:16


Test op mezelf Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 25

1 Wiskundetaal Vul de juiste benamingen aan.

TOM1.1

Het verschil tussen 232 en 18 is 

aa

De bewerking zelf noem je de 

1,5 Hoofdstuk 5

232 en 18 noem je de 

r

232 − 18 = 214

Schrijf de volgende zinnen als een aftrekking en bereken.

TOM1.2

         =     

pl

a Mats heeft € 34 zakgeld bij. Ik heb € 7 minder.

b Elise is 0,13 m kleiner dan Jorben, die 1,67 m meet.          =     

2 Hoofdrekenen Bereken uit het hoofd.

TOM2.1

a 317 − 9

= 

1,5

e 16,65 − 5,9

= 

f 603 − 477

= 

ex

b 422 − 136 = 

em

c Je krijgt € 15 korting op een horloge dat € 108 kost.          =     

g 36,02 − 5,78 = 

d 347 − 219 = 

h 52,72 − 24,56 = 

8

ijk

c 38,7 − 5,8 = 

Je bankrekening staat op – 55 euro. Je leent toch nog 15 euro. Welk bedrag geeft je bankrekening nu aan?

TOM2.2

In k

Berekening:

Antwoordzin:                            

2

3 Schatten

TOM3

Je koopt een nieuwe smartphone van € 296,95. Als trouwe klant krijg je een korting van € 19. Schat in tientallen hoeveel je moet betalen. Schatten:                 

Antwoordzin:                            

2

159

Formule 1B_2019.indb 159

13/06/19 12:16


4 Cijferen Schrijf onder elkaar, schat en bepaal het verschil. a 765 − 287 Schatten:

b 344 − 67 Schatten:

c 258 − 72,6 Schatten:

d 24,87 − 7,99 Schatten:









r

TOM4

4

Een hippe bromfiets staat voor € 4 258 in de aanbieding. Oorspronkelijk kostte de bromfiets € 5 129. Hoeveel korting wordt er gegeven?

TOM5.1

pl

Hoofdstuk 5

aa

5 Rekenen met je rekentoestel

em

Schatten:           Berekening:

2

Slager Marc heeft een stuk mals vlees van 3,458 kg voor zich liggen. Voor de ene klant snijdt hij 1,245 kg af. Een andere klant vraagt 0,75 kg. Hoeveel vlees houdt de slager nog over?

ijk

TOM5.2

ex

Antwoordzin:                               

Schatten:          

In k

Berekening:

Antwoordzin:                               

TOM5.3

2

Tine koopt een jasje van € 98,65 en een broek van € 135,95. De verkoopster geeft haar € 40 korting als ze ook de trui van € 49,50 koopt. Natuurlijk doet ze dat. Hoeveel moet Tine betalen? Schatten:                      Berekening:

160

Formule 1B_2019.indb 160

Antwoordzin:                               

2

13/06/19 12:16


Gamezone 1 Futoshiki Vul het raster zo in dat elke rij en elke kolom alle cijfers van 1 tot en met 5, 6, 7 of 8 bevat. Houd rekening met de symbolen voor groter dan (>) en kleiner dan (<) die tussen de vakjes staan. Er is één unieke oplossing. Gokken is dus niet de juiste methode!

1-6

1-5

r

3

aa

1

5

< 3 ∧

<

1

4

∧ 2

em

<

1

5 >

>

pl

> 2

Hoofdstuk 5

>

< 4

6

< 3 ∧

>

ex

1-7

< 5

In k

7

7

ijk

3

< 4 >

1

>

4 > ∧

> > 3 >

1 ∨

7

6 ∧

<

< 6

∨ <

<

7

161

Formule 1B_2019.indb 161

13/06/19 12:16


2 Vul de open plaatsen aan.

450

-

    

+

=

352

+

-

590

=

    

=

-

    

=

692

em

    

=

pl

Hoofdstuk 5

=

aa

r

    

+

ex

3 Verdeel het vierkant in vijf stukken. Elk stuk moet vijf vierkantjes groot zijn. De som van de getallen in elk stuk moet telkens 30 zijn.

5

5,5

3

0,5

2

4

8

6

1,5

0

4,5

10,5

9

2,5

3,5

8,5

11

11,5

6,5

7

7,5

12

10

9,5

In k

ijk

1

162

Formule 1B_2019.indb 162

13/06/19 12:16


6

Hoekengewijs

In k

ijk

ex

em

pl

aa

r

In het dagelijkse leven vind je overal hoeken.

Formule 1B_2019.indb 163

13/06/19 12:17


Planner

™

Op mijn maat

™ ™ ™ ™

Even samenvatten

™

Test op mezelf

™

Gamezone

™

Wat is een hoek? Soorten hoeken Hoeken meten Hoeken tekenen

167 168 169 171 173

1 2 3 4

Wat is een hoek? Soorten hoeken Hoeken meten Hoeken tekenen

182 183 185

em

Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen

175 176 177 180

r

Ben ik mee?

1 2 3 4

aa

™ ™ ™ ™

pl

Hoofdstuk 6

Aan de slag

In k

ijk

ex

In dit hoofdstuk leer je alles over hoeken.

164

Formule 1B_2019.indb 164

13/06/19 12:17


Formule 1B_2019.indb 165

Wat is een hoek?

Soorten hoeken

Hoeken meten

Hoeken tekenen

1

2

3

4

Aan de slag

/6

/20

Totaal

/6

/5

/3

BIM4

BIM3

BIM2

BIM1

Oef 11

Oef 7

Oef 4

0-2

0-3

3-5

4-5

4

2

Oef 12

Oef 10 Oef 13

Oef 9

Oef 6

Oef 3

Totaal

r

/

/

/

/

/

Resultaat

Totaal

TOM4

TOM3

TOM2

TOM1

/20

/6

/6

/5

/3

Datum: / / 20

Hoofdstuk 6

6

6

5

3

Test op mezelf

Klas:

aa

pl

em

Oef 8

Oef 5

Oef 2

ex

0-3

ijk Oef 1

0-1

Op mijn maat

Nr.:

p. 171

p. 169

p. 168

p. 167

In k

Ben ik mee?

Mijn circuit Naam: /

165

13/06/19 12:17


Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM

/

TOM

/

Taak 1

/

Taak 4

/

Taak 2

/

Taak 5

/

Taak 3

/

Taak 6

/

Extra opdracht 1 :

r

/ /

aa

Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :

/ /

Extra opdracht 4 :

Waar had ik moeite mee?

em

Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?

/

pl

Hoofdstuk 6

TOTAAL

ex

Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op

Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling

Evaluatie leraar

Heb ik nauwkeurig gewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik goed doorgewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Had ik telkens mijn geodriehoek bij me?

0

1

2

3

0

1

2

3

Ben ik nooit het boogje bij een hoek vergeten?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik fouten zinvol verbeterd?

0

1

2

3

0

1

2

3

In k

ijk

Aandachtspunt

TOTAAL

15

Commentaar van de leraar

Handtekening leerling

Handtekening leraar

Handtekening ouders

166

Formule 1B_2019.indb 166

13/06/19 12:17


Aan de slag 1 Wat is een hoek? Een hoek bestaat uit een hoekpunt en twee halfrechten. Die twee halfrechten noem je ook wel de benen van de hoek. De hoek duid je aan met een boogje. De grootte van een hoek druk je uit in graden (°). Een hoek meten doe je met een geodriehoek.

pl

Hoofdstuk 6

halfrechte [AC of been 2

em

C

ˆ​ of B  Notatie: ​   A A ​ ˆ ​C

de hoek A​ ​ ˆ  of de hoek B​ A  ˆ​C

ex

Lees:

aa

halfrechte [AB of been 1

boogje

A

hoekpunt

r

B

In k

ijk

Duid met groen het hoekpunt van deze hoeken aan. Overtrek met rood de benen van de hoek. Duid met geel het boogje van de hoek aan. Geef telkens de notatie van de hoek.

L

MERK OP Op een hoekpunt moet geen ‘kapje’.

B

S

A

P O

Notatie:      of     

Notatie:      of     

167

Formule 1B_2019.indb 167

13/06/19 12:17


2 Soorten hoeken Je kunt hoeken indelen volgens grootte. Dit is een nulhoek. Deze hoek is        °.

aa

r

Dit is een scherpe hoek.

Deze hoek is         dan 90° en         dan 0°.

em

Hoofdstuk 6

pl

Dit is een rechte hoek.

In k

ijk

ex

Deze hoek is        °. Dit is een stompe hoek.

Deze hoek is         dan 90° en         dan 180°. Dit is een gestrekte hoek. Deze hoek is         °.

Dit is een volle hoek.

Deze hoek is        °.

168

Formule 1B_2019.indb 168

13/06/19 12:17


3 Hoeken meten Hoeken meten doe je met de gradenboog van je geodriehoek. het nulpunt

aa

r

de tekenzijde

de gradenboog

em

1 Bepaal eerst of de hoek die je meet een scherpe, stompe of rechte hoek is.

< 90°

ex

2 Leg je geodriehoek met het nulpunt op het hoekpunt.

4 Lees de hoekgrootte in graden af. • Een rechte hoek meet 90°. • Een scherpe hoek < 90°: noteer het kleinste maatgetal dat het been onder de geodriehoek aanwijst. • Een stompe hoek > 90°: noteer het grootste maatgetal dat het been onder de geodriehoek aanwijst.

> 90°

= 90°

B

A C

ijk

In k

3 Draai de geodriehoek zo dat: • één been van de hoek samenvalt met de tekenzijde; • het andere been onder de geodriehoek ligt.

Hoofdstuk 6

illustratie

pl

stappen

B

A C

B

A

Hier kies je voor 70° i.p.v. 160° want het is een scherpe hoek. C

169

Formule 1B_2019.indb 169

13/06/19 12:17


Is de hoek scherp, recht of stomp? Markeer. Meet de hoeken daarna nauwkeurig met je geodriehoek. ˆ A

ˆ B

ˆ C

ˆ D

ˆK LO

ˆT RA

scherp

scherp

scherp

scherp

scherp

scherp

recht

recht

recht

recht

recht

recht

stomp

stomp

stomp

stomp

stomp

stomp

ˆK = LO

ˆ= D

ˆT = RA

r

ˆ= C

ˆ= B

em

Hoofdstuk 6

pl

aa

ˆ= A

ex

A

O

D

B

In k

ijk

T

K

A

L

R C

170

Formule 1B_2019.indb 170

13/06/19 12:17


4 Hoeken tekenen ˆ C van 150°? Hoe teken je een hoek A B​ stappen

illustratie

1 Teken een halfrechte AB].

A

B

A

B

ijk

ex

A

Hoofdstuk 6

em

3 Draai de geodriehoek zo dat het streepje van 150° samenvalt met de halfrechte.

B

pl

A

aa

r

2 Leg de geodriehoek zo dat het nulpunt samenvalt met het punt B. Dat wordt je hoekpunt.

B

In k

4 Teken nu een halfrechte langs de tekenzijde van de geodriehoek.

5 Noteer: • het punt C op het getekende been van de hoek, • het boogje bij de hoek. A

B

171

Formule 1B_2019.indb 171

13/06/19 12:17


Is de hoek scherp, recht of stomp? Markeer. Teken de hoeken nauwkeurig met een geodriehoek. Geef dit blad daarna aan een klasgenoot ter controle. ˆ  = 100° ​ B​

ˆ  = 155° ​ C​

ˆ  = 25° ​ D​

ˆ  = 175° ​ E​

ˆ  = 45° ​ F​

scherp

scherp

scherp

scherp

scherp

scherp

recht

recht

recht

recht

recht

recht

stomp

stomp

stomp

stomp

stomp

stomp

r

ˆ  = 60° ​ A​

Hoofdstuk 6

pl

aa

A

ex

em

B

C

ijk

D

In k

E

90°

60° 45° 30°

F

172

Formule 1B_2019.indb 172

13/06/19 12:17


Ben ik mee? Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 20

1 Wat is een hoek?

3

r

Kleur het hoekpunt van deze hoek groen. Kleur de benen van de hoek rood. Geef de juiste notatie van de hoek. Notatie:           

BIM1

aa

C

em

2 Soorten hoeken

Hoofdstuk 6

pl

A

Welk soort hoek wordt op de foto aangeduid?

ijk

ex

BIM2.1

           

           

           

3

Welke soorten hoeken ontbreken bij BIM2.1?

In k

BIM2.2

2



3 Hoeken meten

BIM3.1

Lees de juiste hoekgrootte van deze geodriehoeken af. A

P

ˆ​ =      ​   A

  ​  ˆ​ =      P

2

173

Formule 1B_2019.indb 173

13/06/19 12:17


BIM3.2

Meet deze hoeken nauwkeurig met je geodriehoek.

S

r

M

​  ˆ​ =      S

aa

​  ˆ​ =      M O

A

Hoofdstuk 6

pl

S

em

V

​ A  ˆ​ =     

Teken deze hoeken nauwkeurig met je geodriehoek.

In k

ijk

BIM4

4

ex

4 Hoeken tekenen

ˆ =      V​   O ​S

ˆ  = 60° ​ P​

ˆ  = 165° ​ O​

ˆ O = 123° C​ V​

ˆ C = 105° K​ B​

6

174

Formule 1B_2019.indb 174

13/06/19 12:17


Op mijn maat Wat is een hoek? 1

Kleur het hoekpunt telkens groen. Kleur de benen van de hoek rood. E

R T

C

r D

em

B

pl

Teken nauwkeurig de gevraagde hoeken.

aa

A

2

T

P

Hoofdstuk 6

1

H

E

ex

A

F

G

ˆH BC

ˆA GB

Noteer de gevraagde hoeken met drie letters.

In k

3

ijk

ˆH EF

W I E K

N

P O

S

ˆI of

Formule 1B_2019.indb 175

ˆ of O

ˆ of E

175

13/06/19 12:17


2

Soorten hoeken 4

Waar of niet waar? Zet een kruisje in de juiste kolom. waar Een gestrekte hoek meet 180°.

b

Een hoek groter dan 180° is een stompe hoek.

c

Een stompe hoek is kleiner dan 90°.

d

Een scherpe hoek is altijd kleiner dan een stompe hoek.

e

Een gestrekte hoek is de helft van een rechte hoek.

aa

Welk soort hoek wordt op de foto aangeduid?

In k

ijk

ex

em

Hoofdstuk 6

pl

5

r

a

niet waar

6

Teken in het gegeven punt.

C

A

een scherpe hoek

B

een gestrekte hoek

een stompe hoek

D

een rechte hoek

176

Formule 1B_2019.indb 176

13/06/19 12:17


3

Hoeken meten 7

Markeer of de hoek scherp of stomp is. Lees de juiste hoekgrootte van de onderstaande geodriehoeken af. A

scherp

ˆ= A

stomp

scherp

A

aa

r

A

ˆ= A

stomp

ˆ= A

stomp

scherp

Hoofdstuk 6

ˆ= A

stomp

ex

scherp

em

pl

A

A

In k

ijk

A

scherp

scherp

ˆ= A

stomp

stomp

scherp

ˆ= A

stomp

A

A

ˆ= A

scherp

stomp

ˆ= A

177

Formule 1B_2019.indb 177

13/06/19 12:17


8

Is de hoek scherp, recht, stomp of gestrekt? Markeer . Meet daarna de hoeken nauwkeurig met een geodriehoek. ˆ N

ˆ E

ˆ T

ˆ L

ˆ O

ˆ G

scherp

scherp

scherp

scherp

scherp

scherp

recht

recht

recht

recht

recht

recht

stomp

stomp

stomp

stomp

stomp

stomp

gestrekt

gestrekt

gestrekt

gestrekt

gestrekt

gestrekt

ˆ= E

ˆ= T

ˆ= L

ˆ= O

ˆ= G

aa

r

ˆ= N

pl

T

N

O

Meet deze hoeken nauwkeurig met je geodriehoek.

In k

ijk

9

G

ex

L

em

Hoofdstuk 6

E

T

I

J

G

E

R

178

Formule 1B_2019.indb 178

ˆ= T

ˆI =

Jˆ =

ˆ= G

ˆ= E

ˆ= R

13/06/19 12:17


10 Schat (zonder te meten) de hoekgrootte van de onderstaande hoeken. Kleur telkens de best passende oplossing in.

P

O

150°

R

145°

125°

170°

110°

180°

95°

30°

100°

T

5° 150°

90°

em

H

aa

45°

120°

pl

135°

10°

r

60°

175°

90° 85°

E

45°

20°

45°

ex

180°

30°

ijk

105°

Hoofdstuk 6

10°

A

70°

40°

110°

50°

145°

In k

S

Je wou to ch de s op 90° sch auna at?!

179

Formule 1B_2019.indb 179

13/06/19 12:17


4

Hoeken tekenen 11 Is de hoek scherp of stomp? Markeer. Teken daarna de hoeken door gebruik te maken van de getekende geodriehoek. ˆ = 65° A

stomp

scherp

ˆ = 120° A

scherp

A

ˆ = 105° A

stomp

scherp

ˆ = 40° A

aa

r

A

stomp

stomp

scherp

A

stomp

scherp

ex

ˆ = 75° A

em

Hoofdstuk 6

pl

A

stomp

scherp

A

In k

ijk

A

ˆ = 135° A

ˆ = 105° A

stomp A

scherp 39° = koor

ts!

180

Formule 1B_2019.indb 180

13/06/19 12:17


12 Is de hoek scherp, recht of stomp? Markeer. Teken de hoeken nauwkeurig met een geodriehoek. ˆI = 45°

ˆ = 165° P

ˆ = 15° H

ˆ = 105° O

ˆ = 135° N

ˆ = 85° E

scherp

scherp

scherp

scherp

scherp

scherp

recht

recht

recht

recht

recht

recht

stomp

stomp

stomp

stomp

stomp

stomp

I

H

em

Hoofdstuk 6

pl

P

aa

r

N

E

ex

O

13 Teken de gevraagde hoeken nauwkeurig. ˆ = 12° R

ˆ = 180° A

ijk

ˆ = 128° G

ˆ = 164° D

In k

E

ˆ = 95° E

ˆ = 119° N A

R

D

N

G

181

Formule 1B_2019.indb 181

13/06/19 12:17


Even samenvatten • Wat is een hoek? Een hoek bestaat uit een hoekpunt en twee halfrechten. Die twee halfrechten noem je ook wel de benen van de hoek. A De hoek duid je aan met een boogje. De grootte van een hoek druk je uit in graden (°). Een hoek meten doe je met een geodriehoek.

B

ˆ of BA ˆ C of CA ˆB Notatie: A

C

Hoofdstuk 6

pl

aa

r

• Soorten hoeken

scherpe hoek

rechte hoek

em

nulhoek

gestrekte hoek

volle hoek

ex

stompe hoek

B

ijk

• Hoeken meten

De hoek is scherp en meet 70°.

In k

A

90°

C

60° 45° 30°

• Hoeken tekenen

A

B

De hoek is stomp en meet 150°.

182

Formule 1B_2019.indb 182

13/06/19 12:17


Test op mezelf Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 20

1 Wat is een hoek? Kleur het hoekpunt van deze hoek groen. Kleur de benen van de hoek rood. Geef de juiste notatie van de hoek.

V

I

aa

r

TOM1

T

Notatie =              

Hoofdstuk 6

Welk soort hoek wordt op de foto aangeduid?

ex

em

TOM2.1

pl

2 Soorten hoeken

3

            

3

Duid op onderstaande foto twee hoeken met rood aan die in werkelijkheid recht zijn. Duid ook twee hoeken met groen aan die in werkelijkheid stomp zijn.

In k

TOM2.2

           

ijk

            

2

183

Formule 1B_2019.indb 183

13/06/19 12:17


3 Hoeken meten Lees de juiste hoekgrootte van deze geodriehoeken af.

TOM3.1

A

B

B

P

C A

  ​  ˆ​ =       P

2

aa

r

ˆ​ =       ​   A Meet deze hoeken nauwkeurig met je geodriehoek.

TOM3.2

A

em

Hoofdstuk 6

pl

K

ex

ˆ =       ​   K ​

ˆ​ =       ​   A

T

ijk

S

​ S  ˆ​ =      

​  ˆ​ =       T

4

In k

4 Hoeken tekenen

TOM4

Teken deze hoeken nauwkeurig met je geodriehoek. ˆ S = 125° J​ A​

ˆ  = 360° ​ U​ A

Formule 1B_2019.indb 184

ˆ T = 18° K​ O​

O

U

184

ˆ = 166° ​ T​

T 6

13/06/19 12:17


Gamezone

ex

em

Hoofdstuk 6

pl

aa

r

1 Britney heeft pech met haar huiswerk. Help jij haar deze cijferoefeningen opnieuw te noteren?

3 V  ul telkens het best passende bewerkingsteken in zodat de bewerking klopt.

In k

ijk

2 De som van de getallen in dit magische vierkant is in elke horizontale, verticale en schuine rij telkens 65. Vul jij de ontbrekende getallen in?

25 12

1 13

5

22

20

19

7

14 96

72

19 65

13 6

7 4 = 40

14

50

9

10 15

8

16

23 21

7

2 = 10 36

5 = 24

7 = 14

6 = 30

8 = 24 17 = 54 185

Formule 1B_2019.indb 185

13/06/19 12:17


4 Achiel en Mon spelen Bubbles tegen elkaar. Ze schieten elk tien bubbles af onder een bepaalde hoekgrootte. Achiel neemt [AE als eerste been. Mon neemt [MD als eerste been. Welke ballonnen worden door wie geraakt? Wie scoort de meeste punten? = 3 punten

= 4 punten

= 5 punten

aa

r

= 2 punten

pl em

Hoofdstuk 6

Achiel raakt de rode ballon en verdient 2 punten.

E

ex

A

ijk

ACHIEL

kt de Mon raa on ball blauwe ient en verd n. 3 punte

D M

MON

punten

hoek   ​  ˆ​ M

punten

20°

    

175°

    

161°

    

15°

    

39°

    

155°

    

155°

    

57°

    

64°

    

140°

    

122°

    

71°

    

80°

    

124°

    

115°

    

90°

    

96°

    

120°

    

Totaalscore

    

Totaalscore

    

In k

hoek   ​  ˆ​ A

De winnaar van dit spelletje Bubbles is 

186

Formule 1B_2019.indb 186

13/06/19 12:17


7

Een nieuwe vloer

Nele en Alexander vinden dat het tijd is voor een nieuwe vloer voor hun slaapkamer.

2

3

em

€1

m per

pl

aa

r

Ze kozen voor kliklaminaat omdat ze ervan overtuigd zijn dat ze dat makkelijk zelf kunnen plaatsen.

ex

Isolerende en geluidsdempende ondervloer geschikt voor laminaat

klikla m € 14,2 inaat 5 per 2 m

ijk

€ 4,75 per m

Sierplinten passend bij laminaatvloeren

In k

eter

Alexander begint met het plaatsen van de ondervloer. Hij heeft daar 28 m2 van gekocht. Hoeveel kost de ondervloer voor de slaapkamer? Daarna plaatsen ze samen het laminaat. In de doe-het-zelfwinkel hebben ze daar 32,5 m2 van gekocht. Hoeveel kost het laminaat voor hun slaapkamer? Voor de afwerking gebruiken Nele en Alexander sierplinten. Na wat meet- en rekenwerk besluiten ze dat ze met 23,5 m voldoende plinten zullen hebben. Hoeveel kosten de sierplinten?

Formule 1B_2019.indb 187

13/06/19 12:18


Planner

™ ™ ™

191 191 191 192 192 194 195 196 196 197 198

r

™

1 Wiskundetaal 1.1 Benamingen bij de vermenigvuldiging 1.2 Wiskundetaal en de vermenigvuldiging 2 Hoofdrekenen 2.1 Hoofdrekenen met natuurlijke getallen 2.2 Hoofdrekenen met kommagetallen 3 Schatten 4 Cijferen 4.1 Natuurlijke getallen vermenigvuldigen 4.2 Kommagetallen vermenigvuldigen 5 Rekenen met je rekentoestel

aa

™

Aan de slag

™

Op mijn maat

™ ™ ™ ™ ™

Even samenvatten

™

210

Test op mezelf

™

211

Gamezone

Wiskundetaal Hoofdrekenen Schatten Cijferen Rekenen met je rekentoestel

em

pl

1 2 3 4 5

ex

Hoofdstuk 7

Ben ik mee?

™

199 201 202 204 205 207

213

In k

ijk

Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen

In dit hoofdstuk leer je alles over de vermenigvuldiging.

188

Formule 1B_2019.indb 188

13/06/19 12:18


Formule 1B_2019.indb 189

Hoofdrekenen

Schatten

Cijferen

Rekenen met je

2

3

4

5

p. 198

p. 196

p. 195

p. 192

p. 191

Totaal

BIM5

BIM4

BIM3

BIM2

BIM1

/35

/5

/4

/2

/20

/4

Oef 26

0-2 Oef 30

Oef 25

Totaal

Oef 32

Oef 31

/

/

/

/

/

/

Resultaat

r

aa

5

5

2

17-20

pl Oef 27

Oef 24

Oef 21

Oef 18

Oef 15

Oef 10

Oef 3

4

Totaal

TOM5

TOM4

TOM3

TOM2

TOM1

/35

/5

/4

/2

/20

/4

Test op mezelf

Klas: Datum: / / 20

Hoofdstuk 7

Oef 28

3-4

3-4

Oef 23

Oef 20

Oef 19 Oef 22

1

11-16

3

Op mijn maat

em

Oef 14

Oef 12

Oef 9

Oef 17

Oef 29

Oef 11

Oef 9

ex

0-2

0

0-10

Oef 5

Oef 2

Oef 16

Oef 13

Oef 7

Oef 6

Oef 4

Oef 1

0-2

ijk

In k

Ben ik mee?

Nr.:

rekentoestel

Wiskundetaal

1

Aan de slag

Mijn circuit Naam: /

189

13/06/19 12:18


Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM

/

TOM

/

Taak 1

/

Taak 4

/

Taak 2

/

Taak 5

/

Taak 3

/

Taak 6

/

Extra opdracht 1 :

r

/ /

aa

Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :

/ /

Extra opdracht 4 :

Hoofdstuk 7

Waar had ik moeite mee?

em

Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?

/

pl

TOTAAL

ex

Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op

Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling

Evaluatie leraar

Heb ik net gewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik goed doorgewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik de tafels onder de knie?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik zinvol verbeterd?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik telkens mijn schatting gecontroleerd?

0

1

2

3

0

1

2

3

In k

ijk

Aandachtspunt

TOTAAL

15

Commentaar van de leraar

Handtekening leerling

Handtekening leraar

Handtekening ouders

190

Formule 1B_2019.indb 190

13/06/19 12:18


Aan de slag 1 Wiskundetaal 1.1 Benamingen bij de vermenigvuldiging

r

De coach van de basketbalploeg is enorm tevreden over het voorbije seizoen. Om zijn acht spelers te belonen koopt hij voor elk van hen een nieuw basketshirt van € 30. Hoeveel zal de coach moeten betalen?

aa

Berekening: Antwoordzin: 

pl

het product

em

de factoren

ex

het vermenigvuldigtal

Hoofdstuk 7

30 x 8 = 240 de vermenigvuldiger

de vermenigvuldiging

ijk

1.2 Wiskundetaal en de vermenigvuldiging

Schrijf de volgende zinnen als een vermenigvuldiging en bereken.       =     

b Het dubbel van zes.

      =     

c Het drievoud van negen.

      =     

d Zes keer een aankoop van vijf euro.

      =     

e Alex heeft € 10. Joren heeft vijfmaal zoveel.

      =     

f Febe zwom 25 m. Jolien zwom vier keer die afstand.

      =     

g Koen woont op 3 km van school. Carl woont vijf keer verder.

      =     

h Wim fietste 40 seconden aan 30 km per uur. Michiel hield het driemaal langer vol.

      =     

In k

a Het product van zeven en acht.

191

Formule 1B_2019.indb 191

13/06/19 12:18


2 Hoofdrekenen 2.1 Hoofdrekenen met natuurlijke getallen Los op. =

4x4

=

10 x 1 = 

6x4

=

2x6

=

7x8

=

8x0

=

4x7

=

6x9

=

3x8

=

• Splitsen lukt altijd

pl

aa

3x7

r

• Natuurlijk moet je de tafels nog kennen.

Los op door te splitsen. a 52 x 2

=

=

b 8 x 63

=

=

ex

Hoofdstuk 7

em

4 x 325 = 4 x (300 + 20 + 5) = (4 x 300) + (4 x 20) + (4 x 5) = 1 200 + 80 + 20 = 1 300

In k

ijk

Splits één factor. Vermenigvuldig elk deel apart. Tel de producten op.

• Vermenigvuldigen met 4 85 x 4 = 85 x 2 x 2 = 170 x 2 = 340

Om een natuurlijk getal te vermenigvuldigen met 4, vermenigvuldig je tweemaal met 2.

c 36 x 12 =

=

d 523 x 6 =

=

Los op. a 64 x 4

=            

=          

b 46 x 4

=            

=          

c 53 x 4

=            

=          

d 78 x 4

=            

=          

192

Formule 1B_2019.indb 192

13/06/19 12:18


• Vermenigvuldigen met 10, 100 of 1 000 21 x 10 = 210 37 x 100 = 3700 72 x 1 000 = 72 000

Los op. a

12 x 10

=

b

830 x 100

=

c

203 x 1 000 =

d

31 x 100

=

e

707 x 10

=

a

aa

68 x 5

= =

b

44 x 5

Maal 10 en delen door 2

ijk

ex

c

• Vermenigvuldigen met 11 of 9

In k

57 x 11 = 57 x (10 + 1) = (57 x 10) + (57 x 1) = 570 + 57 = 627

57 x 9 = 57 x (10 – 1) = (57 x 10) – (57 x 1) = 570 – 57 = 513

d

5 x 56

75 x 5

= Hoofdstuk 7

em

84 x 5 = 84 x 10 : 2 = 840 : 2 = 420

Los op.

pl

• Vermenigvuldigen met 5

r

Om een natuurlijk getal te vermenigvuldigen met 10, 100 of 1 000, voeg je één, twee of drie nullen toe.

= = = = =

Los op. a

54 x 11

= =

b

76 x 11

= =

c

23 x 9

= =

d

68 x 9

= =

193

Formule 1B_2019.indb 193

13/06/19 12:18


2.2 Hoofdrekenen met kommagetallen • Splitsen lukt altijd

Los op door te splitsen.

3 x 2,81 = 3 x (2 + 0,80 + 0,01) a = (3 x 2) + (3 x 0,80) + (3 x 0,01) = 6 + 2,40 + 0,03 = 8,43 b

5 x 21,3

= =

16,5 x 4

= =

c

3,75 x 10 = 37,5 5,64 x 100 = 564 8,37 x 1 000 = 8 370

3 x 17,05

=

aa

d

r

=

=

Los op. a

3,7 x 10

=

b

5,7 x 100

=

Hoofdstuk 7

em

• Vermenigvuldigen met 10, 100 of 1 000

=

pl

Splits één factor. Vermenigvuldig elk deel apart. Tel de producten op.

36,23 x 2

c

0,03 x 10

=

d

12,6 x 100 =

e

5,2 x 1 000 =

ijk

ex

Om een kommagetal te vermenigvuldigen met 10, 100 of 1 000, schuif je de komma één, twee of drie plaatsen op naar rechts.

In k

• Vermenigvuldigen met 5 4,8 x 5 = 4,8 x 10 : 2 = 48 : 2 = 24

Los op. a

4,6 x 5

= =

b

22,8 x 5

Maal 10 en delen door 2

= =

c

1,20 x 5

= =

d

1,64 x 5

= =

194

Formule 1B_2019.indb 194

13/06/19 12:18


3 Schatten

• Rond de factoren af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Vermenigvuldig de afgeronde getallen uit het hoofd.

r

Een ticket voor een concert kost € 39. Een gezin van vijf personen gaat naar het concert. Ze kopen ook voor elk een drankje van € 2,80. Schat hoeveel het gezin ongeveer moet betalen. Hebben ze met € 220 genoeg?

pl

aa

Berekening:

em

Antwoordzin: 

ex € 0,90

€ 1,40

€ 2,45

afgeronde prijs

bewerking

schatting

Jan koopt vijf balpennen.

      

      

      

Tine heeft drie potloden nodig.

      

      

      

Marthe heeft twee gummen nodig.

      

      

      

Louise wil vier kladschriften kopen.

      

      

      

In k

ijk

€ 1,05

Hoofdstuk 7

Hoeveel moeten de leerlingen ongeveer betalen ? Schat het in tienden.

Heeft Pieter genoeg met 5 euro als hij twee balpennen en één gum wil kopen? Berekening:

ja

neen

Heeft Jente genoeg met 10 euro als hij twee kladschriften, drie potloden en een balpen wil kopen? Berekening:

ja

neen

195

Formule 1B_2019.indb 195

13/06/19 12:18


4

Cijferen

4.1 Natuurlijke getallen vermenigvuldigen 2

Alexander begint met het plaatsen van de ondervloer. Hij heeft daarvoor 28 m2 ondervloer gekocht. Hoeveel kost de ondervloer voor hun slaapkamer?

r

• Rond de factoren af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Vermenigvuldig de afgeronde getallen uit het hoofd. x

en

Stap 3: controleren

Hoofdstuk 7

ijk

ex

x

em

Stap 2: cijferen

=

pl

Schatting:

aa

Stap 1: schatten

3

€1

m per

Antwoordzin:

In k

Schat en bepaal het product.

a

32 x 7

b

Schatten:

x

45 x 23

c

607 x 20

Schatten:

x

Schatten:

x

196

Formule 1B_2019.indb 196

13/06/19 12:18


4.2 Kommagetallen vermenigvuldigen Na het plaatsen van de ondervloer kunnen Nele en Alexander starten met het laminaat. Rekening houdend met wat verlies, hebben ze in de doe-het-zelfwinkel voor 32,5 m2 laminaat van € 14,25 per m2 gekocht. Hoeveel kost het laminaat voor hun slaapkamer? Rond zinvol af. Stap 1: schatten

• Rond de factoren af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Vermenigvuldig de afgeronde getallen uit het hoofd.

Stap 2: cijferen

  en  Stap 3: controleren

aa

r

Schatting:           x          =         

pl

Het totale aantal cijfers na de komma in de opgave, is het aantal cijfers na de komma in het product!

em

x

ex

In k

ijk

Antwoordzin: 

Hoofdstuk 7

Het getal met het grootste aantal cijfers plaats je best bovenaan.

Schat en bepaal het product. a 1,6 x 2,5

b 5,7 x 36

c 0,7 x 60

Schatten:     

Schatten:     

Schatten:     

x

x

x

197

Formule 1B_2019.indb 197

13/06/19 12:18


5 Rekenen met je rekentoestel Voor de afwerking gebruiken Nele en Alexander de bijpassende sierplinten. Na wat meet- en rekenwerk besluiten ze dat ze met 23,5 meter ruimschoots voldoende sierplinten zullen hebben. De plinten kosten € 4,75 per lopende meter. Hoeveel zullen de sierplinten hen kosten?

aa

r

Schatten:                

pl

Berekening:

Antwoordzin: 

              

Hoofdstuk 7

em

Daphne wil haar kamer een leuk nieuw kleurtje geven. Na heel wat meet- en rekenwerk weet ze dat ze 7,5 liter verf nodig zal hebben. Eén liter verf kost 18,65 euro. Hoeveel zal Daphne voor de verf moeten betalen?

ex

Schatten:           

In k

ijk

Berekening:

Antwoordzin: 

Een karton bevat 24 blikjes spuitwater van 0,25 liter elk. Hoeveel liter is dat in totaal? Schatten:            Berekening:

Antwoordzin: 

198

Formule 1B_2019.indb 198

13/06/19 12:18


Ben ik mee? Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 35

1 Wiskundetaal Vul de juiste benamingen aan.

BIM1.1

De bewerking zelf noem je een  Het resultaat, 288, noem je het 

aa

72 x 4 = 288

r

72 en 4 noem je de 

72, het eerste getal, noem je het  4, het tweede getal, noem je de 

2,5

Schrijf de volgende zinnen als een vermenigvuldiging en bereken.

pl

BIM1.2

Bereken uit het hoofd.

=         

g 82 x 2

=         

=         

h 38 x 3

=         

=         

i 32 x 4

=         

=         

j 92 x 5

=         

e 72 x 100

=         

k 64 x 11

=         

f 65 x 10

=         

l 32 x 9

=         

a 7x8 b 9x5 c 3x7

ijk

d 6x9

ex

BIM2.1

1,5

Hoofdstuk 7

2 Hoofdrekenen

em

    =   a Het drievoud van 10. b Zevenmaal een aankoop van € 8.  =  c Wim wandelde 4 km. Jens wandelde drie keer zo ver.  = 

12

Bereken uit het hoofd.

In k

BIM2.2

a 2,6 x 100

=         

e 3 x 22,6

=         

b 0,045 x 1 000

=         

f 5,6 x 5

=         

c 338,56 x 1 000 =         

g 32,8 x 5

=         

d 12,35 x 2

h 5 x 18,24 =         

=         

8

3 Schatten BIM3

De studiereis naar Gent kost € 29,85 per persoon. We gaan met 12 leerlingen en 3 leerkrachten deze stad bezoeken. Schat in tientallen hoeveel deze studiereis zal kosten. Berekening: Antwoordzin: 

2

199

Formule 1B_2019.indb 199

13/06/19 12:18


4 Cijferen Bepaal het product. b 86 x 7 a 540 x 9

BIM4

c 9,5 x 25

d 12,6 x 9,5

5 Rekenen met je rekentoestel

aa

r

Schatten:      Schatten:      Schatten:      Schatten:     

4

Dit jaar gaan de leerlingen voor enkele dagen op studiereis naar Londen. De school rekent 198 euro aan per leerling. 53 leerlingen zullen zich laten overdonderen door de prachtige stad. Wat is de totale kostprijs van de schoolreis?

Hoofdstuk 7

em

pl

BIM5.1

Berekening:

ex

Schatten: 

Antwoordzin: 

ijk

Joke wil nieuwe gordijnen voor haar slaapkamer. De gordijnstof die ze uitgekozen heeft, kost € 36,5 per vierkante meter (m2). Ze koopt 4,5 m2 gordijnstof. Hoeveel moet Joke betalen?

In k

BIM5.2

3

Schatten: 

Berekening: Antwoordzin: 

2

200

Formule 1B_2019.indb 200

13/06/19 12:18


Op mijn maat 1

Wiskundetaal 1

Onderstreep de factoren in het groen. Het product onderstreep je in het blauw. 48 x 4 = 192

2

36 = 9 x 4

12,5 x 2 = 25

Vul de juiste benamingen aan.

De bewerking noem je de 425 is het

Vul aan.

pl

3

aa

85 x 5 = 425

r

85 en 5 noem je de

a Bepaal de factor die hoort bij 7 om 21 als product te hebben.

em

b Bepaal het product van 6 en 5.

Schrijf de volgende zinnen als een vermenigvuldiging en bereken.

a 8 keer 4.

ex

4

= =

c Het dubbel van 12.

=

d Het viervoud van 50.

=

e Het tienvoud van 10.

=

In k

ijk

b 7 maal â&#x201A;Ź 5.

5

Hoofdstuk 7

c Bepaal zelf de factoren van een vermenigvuldiging met als product het getal 24.

Schrijf de volgende zinnen als een vermenigvuldiging en bereken.

a Een bedrijf verdubbelde zijn winst van â&#x201A;Ź 3 500.

=

b John gooit de speer 6,5 m ver. Kris kan wel drie keer zo ver.

=

c Miet kan 15 kg dragen. Piet kan vier keer zoveel tillen.

=

d Louis weegt vier maal zoveel als zijn hond, die 18 kg weegt.

=

e Kirsten is drie keer zo oud als haar nichtje van 7 jaar.

=

201

Formule 1B_2019.indb 201

13/06/19 12:18


2

Hoofdrekenen 6

Bereken uit het hoofd.

4x8 =

9x8 =

6x7 =

8x8 =

4x5 =

6x5 =

6x9 =

7x7 =

5x8 =

3x9 =

7x8 =

7x9 =

6x8 =

6x8 =

8x9 =

7x4 =

€ 12

€ 10

pl

€ 14

aa

r

7 Bereken de totaalprijs uit het hoofd.

bewerking

€9

schatting

em

a Raul trakteert zijn twee vrienden. Hij bestelt drie keer stoofvlees met frietjes. Hoofdstuk 7

b Bette gaat met haar ouders en haar zus spaghetti eten.

ex

c Bij een schooluitstap krijgen 17 leerlingen de lasagne voorgeschoteld.

ijk

d Brit en Janaika kiezen de wrap met kip. Lore en Sien gaan voor het stoofvlees.

8 Bereken uit het hoofd. =

f 0,4 x 10

b 14 x 1 000

=

g 21,004 x 1 000 =

c 2,74 x 10

=

h 4,05 x 10

=

d 3,005 x 100 =

i 56 789 x 10

=

e 14,2 x 1 000 =

j 4,05 x 10

=

In k

a 32 x 100

9

=

Bereken uit het hoofd.

a 66 x 2

=

f 36 x 5

=

b 28 x 4

=

g 9 x 29

=

c 56 x 4

=

h 11 x 57

=

d 4 x 63

=

i 58 x 9

=

e 34 x 8

=

j 43 x 11

=

202

Formule 1B_2019.indb 202

13/06/19 12:18


10 Vul het rijtje verder aan. − 25

x 10

− 500

x2

x4

x2

x5

− 124

−3

x5

x4

x5

x5

− 360

x2

x4

− 27

x4

x 10

− 256

a 125 b 20 c 73

11 Bereken telkens de totaalprijs uit het hoofd.

Jan betaalt

pl

a Jan koopt vier lolly’s van € 0,75 per stuk.

aa

e 99

r

d 104

b Sandra koopt vijf paar oorbellen van € 2,50 per paar. Sandra betaalt

em

c Lies koopt twee hippe sjaals van € 5,50 per stuk.

Lies betaalt Hoofdstuk 7

d Karel koopt vier bioscooptickets aan € 6,75 per ticket. Karel betaalt e Twee keer per week gaat Mieke fitnessen aan € 3,60 Per week betaalt Mieke per beurt.

€ 4,55

€ 4,95

In k

ijk

€ 3,95

ex

12 Bereken uit het hoofd.

€ 3,65

€ 3,65

a

drie sets penselen

b

vier keer een rollerpen

c

drie keer de kleurbalpennen

d

vijf pakjes fluostiften

e

twee maal de kleurstiften

bewerking

resultaat

203

Formule 1B_2019.indb 203

13/06/19 12:18


3

Schatten 13 Vink aan wat je zeker kunt kopen met 5 euro.

€ 1,55 per doos

€ 1,95 per pak

€ 2,45 per pak

14 Hoeveel kost het ongeveer?

1 uur € 19,75

Hoofdstuk 7

~~~

1 uur skiën voor 3:

b

4 dagkaarten:

c

2 weekendkaarten:

ex

em

~~~

weekendkaart € 59,85

a

pl

{ SKIËN }

dagkaart € 34,95



r



aa



ijk

15 Bereken hoeveel de tuinaannemer ongeveer moet betalen. Schat in tientallen.

In k

€ 1 257

€ 428

€ 503 afgeronde prijs

€ 312 bewerking

schatting

a Het bedrijf koopt drie grasmaaiers.

b Ook twee nieuwe kettingzagen staan op de boodschappenlijst. c Daar komen nog vier heggenscharen bij. d Tenslotte is er nog nood aan vijf grastrimmers. GESCHAT TOTAAL

204

Formule 1B_2019.indb 204

13/06/19 12:19


4

Cijferen 16 Schat en bepaal het product. Schatten:

d 92 x 7

Schatten:

Schatten:

Schatten:

em

17 Schat en bepaal het product.

f 73 x 8

aa

b 63 x 9

Schatten:

pl

Schatten:

e 65 x 6

a 46 x 14

b 63 x 21

Schatten:

Schatten:

In k

ijk

ex

Schatten:

c 720 x 32

Hoofdstuk 7

c 48 x 6

r

a 42 x 4

18 Schat en bepaal het product.

a 421 x 14

Schatten:

b 331 x 39 Schatten:

c 637 x 58 Schatten:

205

Formule 1B_2019.indb 205

13/06/19 12:19


19 Schat en bepaal het product. a 7,6 x 4

c 2,31 x 3

Schatten:

e 5,67 x 3

Schatten:

b 5,4 x 7

d 8,06 x 7

f 12,6 x 6

Schatten:

Schatten:

20 Schat en bepaal het product. b 8,6 x 7,5

c 57,8 x 2,1

em

a 5,4 x 9,3

pl

aa

r

Schatten:

Schatten:

Schatten:

Schatten:

Hoofdstuk 7

ijk

ex

Schatten:

21 Schat en bepaal het product. b 89,5 x 2,7

c 756 x 8,05

Schatten:

Schatten:

Schatten:

In k

a 0,47 x 5,3

206

Formule 1B_2019.indb 206

13/06/19 12:19


5

Rekenen met je rekentoestel 22 Een dakwerker rekent voor een herstelling € 37 per uur. Hij werkt 9 uur om het karwei te klaren. Hoeveel moet je betalen? Schatten: Berekening:

Antwoordzin:

aa

r

23 Jasmijn spaart elke week € 12. Hoeveel heeft zij gespaard na één jaar (een jaar is 52 weken)? Schatten:

pl

Berekening:

em

Antwoordzin:

Hoofdstuk 7

24 Voor een rockconcert worden er in voorverkoop 350 kaarten van € 9 verkocht. Aan de kassa betalen 530 mensen op de avond zelf € 12. Hoeveel mensen zullen het concert bijwonen?

ex

Schatten:

ijk

Berekening:

Antwoordzin:

In k

Hoeveel is het totaal aan ontvangsten voor dit concert?

Schatten:

Berekening:

Antwoordzin:

207

Formule 1B_2019.indb 207

13/06/19 12:19


25 Driss doet mee aan een sponsortocht van 12 km voor het goede doel. Zijn sponsors betalen hem 23 euro per gewandelde kilometer. Hoeveel euro kan Driss inzamelen als hij de tocht uitwandelt? Schatten: Berekening:

Antwoordzin:

r

26 Michiel heeft zeven rollen isolatiemateriaal nodig. Eén rol kost € 33,65. Hoeveel betaalt hij voor de zeven rollen?

aa

Schatten:

pl

Berekening:

em

Antwoordzin:

Hoofdstuk 7

27 Vissersclub ‘De Lustige Lijnvissers’ organiseert een tombola. Er worden 800 loten van € 3 verkocht. De hoofdprijs is een volledige vissersuitrusting van € 1 000. Iedereen die een lot kocht, krijgt een sticker ter waarde van € 1. Hoeveel winst maakt de vissersclub?

ijk

Berekening:

ex

Schatten:

In k

Antwoordzin:

28 Voor een vakantiejob heeft Aaron 21 dagen 7 uur per dag gewerkt. Zijn uurloon bedraagt € 9,75 per uur. Hoeveel moet de baas Aaron betalen? Schatten:

Berekening:

Antwoordzin:

208

Formule 1B_2019.indb 208

13/06/19 12:19


29 De wedstrijd FC Pottenstampers tegen KV Billenkletsers kon rekenen op heel wat toeschouwers. 727 volwassenen betaalden € 4,80 per persoon. 96 kinderen genoten van een voordelig tarief van € 2 per kind. Bereken de totale inkomsten. Schatten: Berekening:

aa

30 Je kamer moet dringend een nieuwe laag verf krijgen. Samen met je moeder koop je dit aan: 2 potjes lakverf € 17,55 per stuk 2 potten muurverf € 28,75 per stuk 3 kwasten € 3,50 per kwast 3 rolletjes afplaktape € 3,25 per stuk Hoeveel kost het materiaal voor de verfbeurt?

r

Antwoordzin:

Schatten:

Antwoordzin:

Schatten:

ijk

Berekening:

ex

31 Vader geeft een feestje voor z’n vrienden. Hij koopt 6 flessen rode wijn, 12 flessen witte wijn en 12 flessen fruitsap. Bereken hoeveel vader moet betalen.

Hoofdstuk 7

em

pl

Berekening:

fles fruitsap

€ 3,10

fles rode wijn 6 flessen witte wijn nu voor

€ 6,85

€ 27,55

In k

Antwoordzin:

32 Een inkomticket voor een pretpark kost € 24. Drie klassen van 17 leerlingen en vijf begeleidende leraren mogen mee. De bus naar het pretpark moet ook betaald worden: € 8,65 per persoon. Hoeveel kost het plezierreisje naar het pretpark in totaal? Schatten: Berekening:

Antwoordzin:

209

Formule 1B_2019.indb 209

13/06/19 12:19


Even samenvatten • Wiskundetaal het product

de factoren

30 x 8 = 240 de vermenigvuldiger

aa

r

het vermenigvuldigtal

de vermenigvuldiging

pl

keer, maal, dubbel, viervoud …

em

• Hoofdrekenen Splitsen 73 x 2 = (70 + 3) x 2 = (70 x 2) + (3 x 2) = 140 + 6 = 146 Om een getal te vermenigvuldigen met 4, vermenigvuldig je tweemaal met 2.

85 x 4 = 85 x 2 x 2 = 170 x 2 = 340 21 x 10 37 x 100 72 x 1 000

= 210 = 3 700 = 72 000

3,75 x 10 5,64 x 100 8,37 x 1 000

= 37,5 = 56,5 = 8 370

ex

Hoofdstuk 7

Om een natuurlijk getal te vermenigvuldigen met 10, 100 of 1 000 voeg je één, twee of drie nullen toe.

ijk

Om een kommagetal te vermenigvuldigen met 10, 100 of 1 000 schuif je de komma één, twee of drie plaatsen op naar rechts.

In k

Om een getal te vermenigvuldigen met 5 vermenigvuldig je eerst met 10 en neem je dan de helft.

84 x 5 = 84 x 10 : 2 = 840 : 2 = 420 Het totale aantal cijfers na de komma

• Schatten • Cijferen

1

2

4

2

8

9

9

2

2

4

8

.

3

4

7

2

x

+

in de opgave, is het aantal cijfers na de komma in het product! 2

3

,

7

2

,

1

2

3

7

4

7

4

.

4

9,

7

7

x

+

210

Formule 1B_2019.indb 210

13/06/19 12:19


Test op mezelf Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 35

1 Wiskundetaal TOM1.1

35 en 4 noem je de  35 x 4 = 140

Het resultaat, 140, noem je het 

aa

35, het eerste getal, noem je het 

r

De bewerking zelf noem je een 

4, het tweede getal, noem je de 

2,5

Schrijf de volgende zinnen als een vermenigvuldiging en bereken. a Het zesvoud van 8.

         =     

b Zevenmaal een aankoop van € 12.

pl

TOM1.2

         =     

2 Hoofdrekenen

Bereken uit het hoofd. =          a 8 x 7

g 97 x 2

=         

=         

=         

=         

i 43 x 4

=         

=         

j 84 x 5

=         

h 45 x 3

e 32 x 100

=         

k 55 x 11

=         

f 167 x 10

=         

l 67 x 9

=         

e 3 x 41,6

=         

b 7 x 6 c 4 x 8

ijk

d 6 x 9

Bereken uit het hoofd. =          a 3,4 x 100

In k

TOM2.2

1,5

ex

TOM2.1

Hoofdstuk 7

em

c Tim scoorde 14 punten. Pamela scoorde drie keer zoveel.          =     

b 0,007 x 1 000

=         

f 7,6 x 5

=         

c 30,04 x 1 000

=         

g 42,7 x 5

=         

d 52,45 x 2

=         

h 5 x 38,36 =         

12

8

3 Schatten TOM3

De voetbalwedstrijd bijwonen kost € 19,95 per persoon. We gaan met 19 personen kijken. Schat in tientallen hoeveel dit uitstapje aan inkomtickets zal kosten. Berekening: Antwoordzin:                            

2

211

Formule 1B_2019.indb 211

13/06/19 12:19


4 Cijferen Schat en bepaal het product. b 68 x 21 a 450 x 9

TOM4

c 82,3 x 9,5

d 0,25 x 2,4

aa

r

Schatten:       Schatten:       Schatten:       Schatten:      

5 Rekenen met je rekentoestel

Kylie wil nieuw tapijt voor haar slaapkamer. Het tapijt dat ze uitgekozen heeft, kost € 17,40 per m2. Ze koopt 18 m2 tapijt. Hoeveel moet Kylie betalen?

pl

TOM5.1

4

em

Schatten:  

Hoofdstuk 7

Berekening:



2

Om geld in te zamelen organiseert de dansschool een pannenkoekenverkoop. De dansschool koopt de pannenkoeken aan € 2,75 per pak. Ze verkopen ze aan € 4,50 per pak. De leerlingen van de dansschool verkochten in totaal 187 pakjes. Hoeveel bedroeg de totale winst voor de dansschool?

In k

ijk

TOM5.2

ex

Antwoordzin: 

Schatten:   Berekening:

Antwoordzin: 

3

212

Formule 1B_2019.indb 212

13/06/19 12:19


Gamezone 1 Sudoku Vul het raster zo in dat elke rij en elke kolom van 9 vakjes en elk blok van 3 x 3 vakjes alle cijfers van 1 tot en met 9 bevat. Er is ĂŠĂŠn unieke oplossing. Gokken is dus niet de juiste methode!

2

5

9

1

8

9 3

9

3 4 9

6 3

1

9

3

7

8

1

6

5

6

3

4

9

7

4

8

5

4

9

6

1

6

7

8

4

9

9

4

1

4 9

3

9

4

6

5

4

8 5 1

7

1

2

7

6

7

5

4

7

1

6

2

2

5

2

In k

7

4

3

ijk

1

4

7

ex

4

6

2

8 1

5

5

2

6

2

6 7

8

8

Hoofdstuk 7

5

1

em

2

9

9

2

pl

3

6

3

aa

4

5

r

1

3

8

1

4

7

8

3 9

9 7

6

5

213

Formule 1B_2019.indb 213

13/06/19 12:19


2 In het magazijn staan 8 kratten met 24 flesjes. Maar in 4 kratten ontbreekt een flesje. Hoeveel flesjes zitten er in de kratten?

Berekening:

pl

aa

r

Antwoordzin:

Hoofdstuk 7

em

3 De grote driehoek is verdeeld in twee kleinere driehoeken en een ruit. Binnen deze figuren staan drie getallen. Die staan voor de uitkomst van het product van de hoekpunten. De getallen die nodig zijn voor de oplossing staan onder de figuur.

21

ex

18

In k

ijk

30

2

5

9

1

3

7

4 Zet een +, een â&#x20AC;&#x201C; of een x op de juiste plaats, zodat de oefeningen kloppen. a

25

4

= b

c

250

6

50

150 =

2 2

61

=

350

50

4

214

Formule 1B_2019.indb 214

13/06/19 12:19


8

aa

Hoe weet ik wanneer er tien minute n voorbij zij n?

r

Gemeten, gewogen en goedgekeurd

eet ik Waarmee m er room af? twee decilit

water is 25 c

l?

In k

ijk

ex

em

pl

Hoeveel ml

50 eeg ik w e e m r

g kaas

Hoe weet ik of een diamete mijn taartvorm r van 25 cm heeft?

af?

Waa

verwarmen n e v o e d ik Moet 20 °C? op 220° of 2

Formule 1B_2019.indb 215

13/06/19 12:19


Planner

™ ™ ™ ™

Aan de slag

Meettoestellen meten grootheden Elke grootheid heeft een eenheid Aflezen van maatbekers en weegschalen Lengte, inhoud en massa 4.1 Lengte 4.2 Inhoud 4.3 Massa 5 Herleiden van lengte, inhoud en massa 5.1 Lengte 5.2 Inhoud 5.3 Massa 6 Lengte, inhoud en massa met je rekentoestel

219 220 221 222 222 223 224 226 226 226 226 227

™

Op mijn maat

™ ™ ™ ™ ™ ™

Even samenvatten

™

Gamezone

Meettoestellen meten grootheden Elke grootheid heeft een eenheid Aflezen van maatbekers en weegschalen Lengte, inhoud en massa Herleiden van lengte, inhoud en massa Lengte, inhoud en massa met je rekentoestel

ex

Hoofdstuk 8

Test op mezelf

1 2 3 4 5 6

em

Ben ik mee?

pl

™

aa

r

™

1 2 3 4

229 231 232 233 235 239 242 244

™

245

™

247

In k

ijk

Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen

In dit hoofdstuk leer je alles over grootheden en eenheden.

216

Formule 1B_2019.indb 216

13/06/19 12:19


Formule 1B_2019.indb 217

Lengte, inhoud

rekentoestel

p. 227

Totaal

BIM6

/25

/2

/6

/5

/3

/4

Oef 12

Oef 26

Oef 27 Oef 28 Oef 31

Oef 18 Oef 21 Oef 22

Oef 43

Oef 38

Totaal

Oef 47

Oef 50

Oef 49

Oef 44

Oef 40

Oef 36

1

4-5

3-4

2-3

3

4

Oef 13

Oef 52

Oef 32

Oef 29

Oef 15

Oef 53

Oef 51

Oef 41

Oef 37

Oef 25

Oef 20

Oef 7

Oef 3

6

5

4

5

2

Oef 45

Oef 33

Oef 30

/

/

/

/

/

/

/

Resultaat

r

aa

pl

em

Oef 24

Oef 19

Oef 11

Hoofdstuk 8

Oef 48

Oef 42

Oef 35

Oef 46

Oef 39

Oef 34

0

0-3

Oef 23

Oef 17

0-2

Oef 14

Oef 9

Oef 6

Oef 5

Oef 2

ex

0-1

Oef 16

Oef 10

Oef 8

0-2

ijk Oef 4

Oef 1

0-3

Totaal

TOM6

TOM5

TOM4

TOM3

TOM2

TOM1

/25

/2

/6

/5

/3

/4

/5

/

en massa met je

BIM5

BIM4

BIM3

BIM2

/5

Test op mezelf

Datum:

6

inhoud en massa

Herleiden van lengte, p. 226

p. 222

p. 221

p. 220

BIM1

Op mijn maat

Klas:

5

massa

Lengte, inhoud en

weegschalen

maatbekers en

Aflezen van

een eenheid

Elke grootheid heeft

grootheden

Meettoestellen meten p. 219

In k

Ben ik mee?

Nr.:

4

3

2

1

Aan de slag

Mijn circuit Naam: / 20 /

217

13/06/19 12:19


Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM

/

TOM

/

Taak 1

/

Taak 4

/

Taak 2

/

Taak 5

/

Taak 3

/

Taak 6

/

Extra opdracht 1 :

r

/ /

aa

Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :

/ /

Extra opdracht 4 :

Waar had ik moeite mee?

em

Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?

/

pl

TOTAAL

ex

Hoofdstuk 8

Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op

Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling

Evaluatie leraar

Heb ik nauwkeurig gewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik goed doorgewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Was mijn antwoord altijd volledig?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik altijd een antwoordzin geschreven?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik telkens een passende eenheid genoteerd?

0

1

2

3

0

1

2

3

In k

ijk

Aandachtspunt

TOTAAL

15

Commentaar van de leraar

Handtekening leerling

Handtekening leraar

Handtekening ouders

218

Formule 1B_2019.indb 218

13/06/19 12:19


Aan de slag 1 Meettoestellen meten grootheden Met een meettoestel meet je een grootheid. Welk meettoestellen meten dezelfde grootheid? Geef ze eenzelfde kleur.









r





em











 





ijk In k 



Hoofdstuk 8



ex





pl

aa



Wat meet je met welke meettoestellen? Kies uit de grootheden: lengte, massa, inhoud, hoekgrootte, temperatuur en tijd.

Formule 1B_2019.indb 219

Met deze meettoestellen

meet je de grootheid

Met deze meettoestellen

meet je de grootheid



             



             



             



             



             



             

219

13/06/19 12:19


2 Elke grootheid heeft een eenheid

r

Welke grootheid herken je bij onderstaande afbeeldingen? Vul in. Noteer telkens het maatgetal, het symbool en de eenheid.

                                         

maatgetal

                                         

symbool

                                         

eenheid

                                         

grootheid

                                                                                   

ijk

maatgetal

ex

Hoofdstuk 8

em

pl

aa

grootheid

                                         

eenheid

                                         

In k

symbool

+/-

grootheid

                                         

maatgetal

                                         

symbool

                                         

eenheid

                                         

220

Formule 1B_2019.indb 220

13/06/19 12:19


3 Aflezen van maatbekers en weegschalen Oma kent de perfecte verhouding om een heerlijk kopje koffie te maken. In een maatbeker neemt ze de passende hoeveelheid water voor de gewenste hoeveelheid koffie op de weegschaal. Hoeveel water past oma op de maatbeker af? Hoeveel koffie past oma op de weegschaal af?

r

1000ml

aa

800 600

0

400

80

120

160g

pl

200

40

0

em

                                      Lees de onderstaande inhouden en massa’s correct af.

600

ex

800

500 ml

0

400

400

ijk

200 0

In k

        ml

100

200 g

Hoofdstuk 8

1000 ml

        g 0

500

1 kg

2 kg

500

300

        ml

        kg

Geef de inhoud en massa correct aan. 750 ml

650

50 ml

0

500

700 ml

500

2 kg

1,5 kg

30

0

550

1 kg

100

200

300

400 g

10

24 cl

275 g

221

Formule 1B_2019.indb 221

13/06/19 12:20


4 Lengte, inhoud en massa 4.1 Lengte

•  Eenheden van lengte Antwoord zo nauwkeurig mogelijk.

– – –

Hoe hoog is de deur van je klaslokaal?

         

Hoe lang is je meetlat?

         

Hoe ver moet je lopen in een marathon?

         

r

Vul in de ster de hoofdeenheid van lengte in. Plaats in de tekstballonnen alle andere lengtematen die je kent.        

aa

       

       

pl

              

-

-

• Referentiematen

em

Noteer bovenstaande lengtematen van groot naar klein. -

-

ex

Hoofdstuk 8

Plaats bij elke afbeelding de best passende referentiemaat.

ijk

15min.

       

In k

       

       

       

       

Vul de gelijkheden aan. 1 km =

m

1m=

cm

1 cm =

mm

1 m =

dm

1m=

mm

1 dm =

cm

Markeer voor volgende afbeeldingen de best passende lengte.

1m

1 dm

1 cm

2,5 mm

2,5 cm

5 mm

3m

5m

10 m

222

Formule 1B_2019.indb 222

13/06/19 12:20


4.2 Inhoud

•  Eenheden van inhoud Antwoord zo nauwkeurig mogelijk.

– – –

Wat is de inhoud van een blikje cola?

        

Wat is de inhoud van een grote fles ice tea?

        

Wat is de inhoud van een fles wijn?

        

Vul in de ster de hoofdeenheid van inhoud in. Plaats in de tekstballonnen alle andere inhoudsmaten die je kent.

       

pl

      

       

aa

r

       

Noteer bovenstaande lengtematen van groot naar klein. -

-

• Referentiematen

-

em

ijk

ex

Hoofdstuk 8

Plaats bij elke afbeelding de best passende referentiemaat.

         

         

         

         

In k

Vul de gelijkheden aan. 1 l =

dl

1 l =

cl

1 l =

ml

1 dl =

cl

1 dl =

ml

1 cl =

ml

Markeer voor volgende afbeeldingen de best passende inhoud.

10 cl

75 cl

10 l

10 cl

75 cl

10 l

15 cl

75 cl

10 l

223

Formule 1B_2019.indb 223

13/06/19 12:20


4.3

Massa

Eenheden van massa

Antwoord zo nauwkeurig mogelijk.

– – –

Hoeveel weegt een klontje suiker? Hoeveel weegt een pak suiker? Hoeveel weegt een auto?

pl

aa

r

Vul in de ster de hoofdeenheid van massa in. Plaats in de tekstballonnen alle andere massamaten die je kent.

-

Referentiematen

em

Noteer bovenstaande inhoudsmaten van groot naar klein. -

-

-

Plaats bij elke afbeelding de best passende referentiemaat.

In k

ijk

ex

Hoofdstuk 8

Vul de gelijkheden aan. 1 ton =

kg

1 kg =

g

1g=

mg

Markeer voor volgende afbeeldingen de best passende massa.

15 g

100 g

4 ton

15 g

100 g

4 ton

15 g

100 g

4 ton

224

Formule 1B_2019.indb 224

13/06/19 12:20


•  Bruto, tarra en netto

aa

r

Er is iets wat niet lijkt te kloppen bij onderstaande afbeeldingen. Verklaar.

• Lees de massa op de weegschaal af.

• Hoeveel weegt de verpakking dan?

= bruto

= netto

= tarra

pl

• Lees de massa op de verpakking af.

bruto = tarra + netto

em

             

             

660 gram

210 gram

             

             

25 kg

300 kg

In k

ijk

ex

             

Hoofdstuk 8

Welke kolom stelt bruto, tarra of netto voor? Vul aan. Vul daarna de tabel met de juiste massa aan.

netto = bruto – tarra tarra = bruto – netto

225

Formule 1B_2019.indb 225

13/06/19 12:20


5

Herleiden van lengte, inhoud en massa.

Om te herleiden gebruik je deze stappen:

r

5.1

onderlijn de gegeven eenheid; markeer in het maatgetal het cijfer van de eenheden; schrijf dat cijfer bij de gegeven eenheid in de tabel; vul daarna één cijfer per kolom verder in; plaats een rode streep na de kolom van de gevraagde eenheid; vul met groen nullen aan in de resterende vakjes; de rode streep vervangt zo nodig de komma; lees het getal af. Lengte

aa

• • • • • • • •

Herleid met behulp van de tabel. Denk aan de stappen. lengte

km

100 m

m

10 m

cm

2 540 cm

em

142,87 m 29,4 km

cm m cm m

In de tabel zet je geen komma.

ex

Hoofdstuk 8

In deze kolom moet je soms meerdere cijfers noteren.

5.2

mm

pl

325 m

dm

Inhoud

ijk

Herleid met behulp van de tabel. Denk aan de stappen. inhoud

l

dl

cl

ml cl

In k

89 l

5.3

92 cl

dl

75,8 dl

l

62,3 cl

ml

Massa

Herleid met behulp van de tabel. Denk aan de stappen. massa

226

ton

100 kg

10 kg

kg

100 g

10 g

g

dg

cg

mg

27 g

mg

52 kg

g

13,12 ton

kg

62,5 g

kg

Formule 1B_2019.indb 226

13/06/19 12:20


6

Lengte, inhoud en massa met je rekentoestel

Kim deed inkopen voor haar hond Jos. Hoeveel weegt de hondenvoeding samen?

7200gg

Antwoordzin:

ex

.

Hoofdstuk 8

em

Ook voor haar kat deed Kim wat inkopen. Hoeveel kg kattenvoer heeft Kim gekocht?

aa

Berekening:

pl

Zet eerst alle gegevens om naar dezelfde eenheid.

r

72

ijk

12x100g

In k

Zet eerst alle gegevens om naar dezelfde eenheid. Controleer daarna of je het antwoord nog moet herleiden naar een gevraagde eenheid. Berekening:

Antwoordzin: Voor welk dier kocht ze het meeste eten? Hoeveel gram is het verschil? Berekening:

Antwoordzin:

227

Formule 1B_2019.indb 227

13/06/19 12:20


Om naar school te komen moet Frederik de fiets en de trein nemen. Daarna moet hij ook nog een stukje wandelen. De fietsrit naar het station bedraagt 2 800 m. Zijn treinrit is 52 km lang. Dan wandelt hij nog 0,5 km naar school. Hoeveel meter legt Frederik elke morgen af? Fietsrit:

2 800 m

Treinrit:

52 km =          m

Wandeltocht:

0,5 km =          m

r

Samen: 

aa

Antwoordzin: 

pl

In de winkel koop je 8 l melk, 2 dl room, 75 cl yoghurt en 1,5 l cola. Hoeveel centiliter heb je gekocht?

Antwoordzin: 

ex

Hoofdstuk 8

em

Berekening:

In k

ijk

Je kunt in de winkel kiezen uit drie soorten boter. Ze zitten echter allemaal in een verschillende verpakking. Je kreeg de opdracht de goedkoopste mee te brengen. Om de kostprijs te kunnen vergelijken, bereken je de prijs voor eenzelfde hoeveelheid. Hoeveel kost de boter per kilogram? Bereken. Welke boter is het goedkoopst? Duid aan. 500 g

€ 5,80 200 g

250 g

€ 3,70

€ 3,30 €      / kg

€      / kg

€      / kg







228

Formule 1B_2019.indb 228

13/06/19 12:21


Ben ik mee? Naam: Nr.:

1

Klas:

Datum:

/

/ 20

/ 25

Meettoestellen meten grootheden Noteer na elke vraag de grootheid die erbij past. Kies uit: lengte, inhoud, massa, tijd, temperatuur, hoekgrootte.

BIM1.1

r

a Hoeveel weegt je hond?

aa

b Hoe warm is het in Spanje? c Hoe groot ben je? d Hoeveel soep heb je nodig?

2

pl

Noteer de letter van het gepaste meetinstrument. Peter heeft 2 m lint nodig.

Fien weegt 50 g suiker af.

em

Een bout is 15 mm dik.

Sien drinkt 125 ml melk.

a

b

c

d

e

f

3

Elke grootheid heeft een eenheid

ijk

2

Annemie weegt 63 kg.

ex

Elke moet 200 ml water nemen.

Hoofdstuk 8

BIM1.2

Vul de juiste maateenheid in.

BIM2

a

c

De pauze duurt 15

In een emmer kan 12

d

In de zomer is het buiten soms 35

In k

b

Pieter weegt 37

3

BIM3

4

Aflezen van maatbekers en weegschalen Duid de gevraagde hoeveelheden aan op de meetinstrumenten.

3

een inhoud van 800 ml

Formule 1B_2019.indb 229

een massa van 65 g

229

13/06/19 12:21


4 Lengte, inhoud en massa Plaats een cijfer van 1 tot 4 bij deze voorwerpen. Het lichtste voorwerp krijgt cijfer 1, het zwaarste cijfer 4.

BIM4.1

    pak suiker

   auto

   koekje

   aardappel

2

Vul de juiste maateenheid in.

BIM4.2

inhoud

massa

17   

4,6   

75   

5   

500   

800   

3

pl

5 Herleiden van lengte, inhoud en massa

aa

r

lengte

Herleid telkens tot de gevraagde eenheid. lengte

km

100 m

m

10 m

dm

cm

mm

5,25 m                            

    dm

97 cm                            

    m

inhoud

l

241 cl

    

7,7 dl

    

cl

ml

    

    

    

    l

    

    

    

    ml

ton

100 kg

10 kg

kg

100 g

10 g

g

dg

cg

mg

ijk

massa

dl

ex

Hoofdstuk 8

em

BIM5

2,8 kg                                             g 6

In k

1 100 kg                                             ton 6 Lengte, inhoud en massa met je rekentoestel

BIM6

Papa kocht een pak van 24 blikjes water van 0,25 liter. Opa kocht een grote fles van 500 centiliter. Wie kocht de grootste hoeveelheid water? Berekening:

Antwoordzin:                              

2

230

Formule 1B_2019.indb 230

13/06/19 12:21


Op mijn maat Meettoestellen meten grootheden 1

Plaats de grootheden bij de passende afbeelding. Kies uit: lengte, inhoud, massa, tijd, temperatuur, hoekgrootte.

2

Schrijf na elke vraag de best passende grootheid. Kies uit: lengte, inhoud, massa, tijd, temperatuur, hoekgrootte.

a

Hoe groot is een rechte hoek?

b

Wanneer komt de trein aan?

c

Hoeveel weegt je broertje nu?

d

Hoeveel kan er in een blikje spuitwater?

3

Geef de correcte naam van elk meetinstrument. Noteer bij het recept voor puree de letters van de nodige meetinstrumenten.

ijk

ex

Hoofdstuk 8

em

pl

aa

r

1

a

c

In k

b

d

e

f

Breng 0,75 dl water aan de kook. Laat de aardappelen 15 minuten koken. Giet ze daarna af. Doe 20 gram boter en wat melk bij de aardappelen en stamp alles fijn met wat peper, zout en nootmuskaat.

Formule 1B_2019.indb 231

231

13/06/19 12:21


2

Elke grootheid heeft een eenheid 4

Markeer telkens de eenheid in het groen en het maatgetal in het blauw. 8,350 kg

5

14 m

39 l

120,07 kg

Vul de tabel aan. maatgetal

eenheid

symbool

grootheid

15

meter

m

lengte

15 m 60 s

r

10 l

aa

100 kg 22 °C

a

In de gieter kan ™ 10 kg water ™ 10 l water ™ 10 m water

b

In een regenton kan ™ 500 m water ™ 500 l water ™ 500 s water

c

Ik ben ziek, ik heb ™ 38° koorts ™ 38 °C koorts ™ 38 s koorts

Vier peren wegen ™ 1 kg ™1m ™ 1 °C

g

Een huis is ™ 9 kg breed ™ 9° breed ™ 9 m breed

em

d

pl

Duid het juiste antwoord aan.

Een geodriehoek van h ™ 14 cm lang ™ 14 g lang ™ 14 u lang

Een kleuter weegt ™ 20 °C ™ 20 l ™ 20 kg

Een file van ™ 900 kg ™ 900 l ™ 900 m

Zonnepanelen plaats je best in een hoek van ™ 35° ™ 35 kg ™ 35 min

ex

e

f

i

In k

ijk

Hoofdstuk 8

6

7

Noteer telkens de letter die bij de passende eenheid staat. Welk woord vind je?

a

de breedte van je pink

b

het gewicht van een auto

c

kookpunt van water

d

soeplepel

e

stand van de zon

f

een grote stap

g

inktbusje

h

een pak zout

P

O

C

O

I

O

S

B

kg

m

°

ml ton °C

cl

cm

Woord:

232

Formule 1B_2019.indb 232

13/06/19 12:21


Aflezen van maatbekers en weegschalen Lees de inhoud van deze maatbekers af.

ml

ml

Lees de inhoud op onderstaande schalen af. 250 ml

1000 ml

900

150

800

100

900 800

400

em

200

700

700

600

50

ml

ml

1l

500 ml

pl

9

r

8

aa

3

600 500

300

ml

ml

ml

In k

ijk

ex

Hoofdstuk 8

10 Duid de inhoud correct op de maatbekers aan.

800 ml

150 ml

375 ml

11 Duid de inhoud correct op de schalen aan. 250 ml

750 ml

500 ml

1l 0,9

200

0,8 150

650

400

100

0,7 0,6

50

550

160 ml

590 ml

300

470 ml

0,5

675 ml

233

Formule 1B_2019.indb 233

13/06/19 12:21


12 Lees deze weegschalen af.

13 Lees de massa op onderstaande schalen af.

30

3,0

20

2,0

10

1,0

0

1kg

2kg

3kg

pl

kg 4,0

0

200

400

4kg

600

800 g

em

gram 40

kg

r

g

aa

kg

0

0

In k

ijk

ex

Hoofdstuk 8

14 Duid de massa correct op de weegschalen aan.

30 g

1,2 kg

135 g

15 Duid de massa correct op de schaalverdeling aan. kg 5,0

gram 100

100

125

150

175

200g

90 4,0

70 3,0

4,5 kg

160 g

80

0

1kg

2kg

3kg

4kg

60

72 g

750 g

234

Formule 1B_2019.indb 234

13/06/19 12:21


4

Lengte, inhoud en massa

4.1

Lengte

16 Noteer telkens de passende letter bij de referentiemaat. A

1 mm

De breedte van een deur.

B

1 cm

De dikte van een bankkaart.

C

1 dm

De afstand die je aflegt als je een kwartier stapt.

D

1m

De breedte van je vinger.

E

1 km

r

De breedte van je hand.

aa

17 Plaats een cijfer van 1 tot 6. De kleinste lengte krijgt cijfer 1, de grootste 6. de lengte van een lessenaar

de lengte van een gom

de lengte van een voetbalveld

de hoogte van een deur

de dikte van je gsm

18 Omcirkel het passende antwoord.

pl

de lengte van een olympisch zwembad

Een verlichtingspaal is meer dan/minder dan/juist 1 m.

b

Een peuter is meer dan/minder dan/juist 1 m lang.

c d

De hoogte van een deur is meer dan/minder dan/juist 1 m. De lengte van een voetbalveld is meer dan/minder dan/juist 1 km.

e

De dikte van je paspoort is meer dan/minder dan/juist 1 mm.

f

De dikte van je wiskundeboek is meer dan/minder dan/juist 1 cm.

Hoofdstuk 8

ex

em

a

19 Markeer het best passende antwoord.

b

12 mm

12 cm

12 dm

12 m

de breedte van een voetbalveld

10 m

50 m

100 m

150 m

de hoogte van een verdieping

3m

5m

6m

7m

In k

c

de lengte van een lijnbus

ijk

a

d

de hoogte waarop een basketbalring hangt 1,5 m

2m

3m

3,5 m

e

de breedte van een blad uit je boek

15 cm

21 cm

30 cm

20 mm

20 Vul de juiste maateenheid in. a

De lengte van het zwembad is 50

.

b

Een nachtkastje meet 52 op 30

.

c

Een potlood heeft een lengte van 2

.

d

De dikte van een houten plaat is 18

.

e

Wie een marathon loopt, loopt 42

.

f

De lengte van een voetbalveld is 100

.

235

Formule 1B_2019.indb 235

13/06/19 12:21


4.2

Inhoud

21 Noteer telkens de passende letter bij de referentiemaat. De inhoud van een soeplepel.

A

1 ml

De inhoud van een doos melk.

B

1 cl

De inhoud van een inktbusje.

C

1 dl

De inhoud van een kop koffie.

D

1l

b

<

c

d

<

<

e

<

pl

a

aa

r

22 Rangschik de inhouden van deze voorwerpen van klein naar groot.

b

In een emmer water gaat meer dan/minder dan/juist 1 l.

c d

In een brik melk gaat meer dan/minder dan/juist 1 l. In een soepbord kan meer dan/minder dan/juist 1 dl.

e

Een koffielepel bevat meer dan/minder dan/juist 1 cl.

f

Een glas water is meer dan/minder dan/juist 1 dl.

ex

Hoofdstuk 8

em

23 Omcirkel het passende antwoord. a In een blikje frisdrank gaat meer dan/minder dan/juist 1 l.

24 Markeer het best passende antwoord. De inhoud van een tube tandpasta

75 ml

750 ml

7,5 ml

75 l

Een brikje vruchtensap

20 dl

20 cl

20 ml

20 l

c

ijk

a

Een lepeltje siroop als je ziek bent

5 cl

1 cl

5 ml

2 ml

d

De benzinetank van een auto

150 l

100 l

50 l

5l

e

Een glas frisdrank

0,5 l

25 cl

100 ml

4 dl

In k

b

25 Vul de juiste maateenheid in.

5

250

33

2

25

236

Formule 1B_2019.indb 236

13/06/19 12:21


4.3

Massa

26 Noteer telkens de passende letter bij de referentiemaat. De massa van één kauwgom.

A

1 mg

Het gewicht van een medicijn in een pilletje.

B

1g

Het gewicht van een kleine auto.

C

1 kg

De massa van een pak suiker of bloem.

D

1 ton

b

c

>

d

e

pl

a

aa

r

27 Rangschik de massa’s van deze producten van zwaar naar licht.

>

>

>

ex

Hoofdstuk 8

em

28 Omcirkel het passende antwoord. a Een grote zak chips weegt meer dan/minder dan/juist 1 kg. b Een pak suiker weegt meer dan/minder dan/juist 1 kg. c Een grote zak hondenbrokken weegt meer dan/minder dan/juist 1 kg. d Een klontje suiker weegt meer dan/minder dan/juist 1 kg. e Een ezel weegt meer dan/minder dan/juist 1 kg. f Een groot bruin brood weegt meer dan/minder dan/juist 1 kg.

a

ijk

29 Markeer het best passende antwoord. Het gewicht van een watermeloen

2,5 ton

2,5 kg

2,5 g

2,5 mg

Het gewicht van een kippenei

600 g

6 kg

60 g

6g

Het gewicht van een appel

180 g

100 g

75 g

25 g

d

Een portie pasta voor één persoon

1 kg

180 g

90 g

150 mg

e

De massa van een pistolet

450 g

150 g

50 g

10 mg

b

In k

c

30 Vul de juiste maateenheid in.

250

19

500

2

20

237

Formule 1B_2019.indb 237

13/06/19 12:21


31 Vul de tabel aan. bruto

tarra

netto

45 g

150 g

a b

750 g

950 g 0,15 kg

c d

4,5 ton

1 kg

1,2 ton

230 g





12 kg



tarra

netto



tarra







bruto

tarra





In k

ijk

9,5 ton

bruto



tarra



netto



netto

bruto

tarra







bruto



tarra



netto



bruto



tarra







netto



8,2 ton

ton

netto

netto

kg

2,5 kg

ex

Hoofdstuk 8

bruto

bruto

aa

netto

g

pl



tarra

200 g

em

bruto

r

32 Gaat het om bruto, tarra of netto? Duid aan. Vul telkens de ontbrekende massa aan.

bruto



tarra



netto



33 Op containers kun je ook vaak de termen tarra, netto en bruto terugvinden. Bereken telkens welk getal onzichtbaar is gemaakt.

238

Formule 1B_2019.indb 238

13/06/19 12:21


5

Herleiden van lengte, inhoud en massa 34 Noteer correct in de tabel. lengte

km

100 m

m

10 m

dm

cm

mm

273 m 25Â 000 mm 400,15 dm 35 Herleid deze lengtes. Denk aan het stappenplan. km

100 m

m

10 m

dm

mm

aa

3m

cm

r

lengte

15 dm 32,34 m

pl

2,12 m 0,6 km

em

50 cm

mm mm cm dm m m

36 Herleid deze lengtes. Denk aan het stappenplan.

20,1 cm

m

10 m

dm

cm

mm m dm mm

ijk

1 257 cm

100 m

Hoofdstuk 8

9 cm

km

ex

lengte

m

789 m

km

In k

408 cm

2,55 km

m

37 Herleid.

Vurenhout geschaafd 18 x 190 mm x 210 cm Dikte

Formule 1B_2019.indb 239

Multiplex 244 x 122 cm x 5 mm

=

cm

Dikte

Breedte =

cm

Lengte =

m

=

Modena carport 324 x 780 cm

cm

Breedte =

m

Breedte =

m

Lengte =

m

Lengte =

m

239

13/06/19 12:21


38 Noteer correct in de tabel. inhoud

l

dl

cl

ml

28 ml 560 cl 75,02 dl 39 Herleid deze inhouden. Denk aan het stappenplan. l

dl

cl

ml ml

15 dl

aa

13 cl

r

inhoud

4,3 cl 304 cl

pl

8,9 dl

em

0,5 l

cl

ml ml cl ml

40 Herleid deze inhouden. Denk aan het stappenplan. inhoud

l

Hoofdstuk 8

43 ml 73,5 dl

ml l dl l l

ijk

414 cl

cl

ex

75 cl

dl

60,5 l

cl

330 ml

In k

l

41 Herleid.

1,5 l cl

0,75 l ml

33 cl l

50 cl ml

1l cl

240

Formule 1B_2019.indb 240

13/06/19 12:22


42 Noteer correct in de tabel. massa

ton

100 kg

kg

10 kg

100 g

10 g

g

dg

cg

mg

cg

mg

1 720 g 15,45 kg 8 932 mg 43 Herleid deze massa’s. Denk aan het stappenplan. massa

ton

100 kg

kg

10 kg

100 g

10 g

g

dg

g

r

24 kg

aa

4,7 ton 3,7 g

pl

26,3 kg

250 g

em

72 dg

kg

mg g cg kg

44 Herleid deze massa’s. Denk aan het stappenplan.

176 kg

10 kg

kg

100 g

g

10 g

dg

cg

mg

kg ton mg

ijk

33 g

100 kg

Hoofdstuk 8

15 g

ton

ex

massa

g

820 kg

ton

In k

23 000 kg

g

50 cg

45 Herleid.

5 kg

200 g g

kg

40 g mg

750 g kg

2,5 ton kg

241

Formule 1B_2019.indb 241

13/06/19 12:22


6

Lengte, inhoud en massa met je rekentoestel 46 Joris drinkt elke dag 3 blikjes fruitsap van 33 cl. a Hoeveel cl is dat per week? Berekening: Antwoordzin: b

Hoeveel cl is dat in de maand januari?

aa

r

Berekening: Antwoordzin:

Antwoordzin: b

De planken worden verkocht per 2 meter. Hoeveel planken moet de leerkracht voorzien?

ex

Hoofdstuk 8

em

Berekening:

pl

47 Om een werkstuk te maken in de praktijkles hout heeft elke leerling een plank van 50 cm nodig. a Hoeveel meter is er nodig voor 15 leerlingen?

ijk

48 Pas dit recept voor macaroni aan naar twee personen. acht personen

twee personen g macaroni

4 000 ml water

ml water

400 g kaas

g kaas

600 g ham

g ham

In k

800 g macaroni

49 Je vader heeft thuis een bescheiden wijnkelder. Daar liggen 106 flessen wijn van elk 75 cl netjes opgestapeld. Hoeveel liter heeft je vader op voorraad liggen? Berekening: Antwoordzin:

242

Formule 1B_2019.indb 242

13/06/19 12:22


50 Bereken van onderstaande producten telkens de prijs voor 1 kg.

500g

250g

100g

€ 1,80

€ 0,85

€ 2,65

/kg

/kg

/kg

50 cl

/l

25 cl

€ 0,90

€ 0,85

/l

/l

em

/l

€ 2,70

40 cl

pl

1,5 l

€ 1,55 €

aa

r

51 Bereken van onderstaande producten telkens de prijs voor 1 liter.

ex

ijk

Berekening:

Hoofdstuk 8

52 Pieter loopt 1 500 m. Jan loopt het dubbele van Pieter. Bart loopt de helft van Jan. Hoeveel km lopen de jongens samen?

In k

Antwoordzin:

53 In de benzinetank van de auto zit nog 45 liter benzine. Je plant een reis van 680 km. De auto verbruikt 6 l benzine per 100 km. Hoeveel benzine heb je over of te kort? Berekening:

Antwoordzin:

243

Formule 1B_2019.indb 243

13/06/19 12:22


Even samenvatten Iets wat je kunt meten noem je een grootheid (lengte, inhoud, massa, tijd, temperatuur, hoekgrootte). maatgetal

eenheid

symbool

grootheid

45

meter

m

lengte

45 m

lengtematen: km, m, dm, cm, mm inhoudsmaten: l, dl, cl, ml massamaten: ton, kg, g, dg, cg, mg

• • •

tijdsmaten: u, min, s hoekmaten: ° temperatuurmaten: °C

• • •

1 dm

1 cm

pl

1m

em

1 km

aa

r

Referentiematen

1l

Hoofdstuk 8

ex

1 dl

1 ton

1 kg

1 mm

1 cl

1 ml

1g

1 mg

bruto = tarra + netto

ijk

Herleiden doe je met hulptabellen en via het stappenplan: onderlijn de gegeven eenheid; markeer in het maatgetal het cijfer van de eenheden; schrijf dat cijfer bij de gegeven eenheid in de tabel; vul daarna één cijfer per kolom verder in; plaats een rode streep na de kolom van de gevraagde eenheid; vul met groen nullen in in de resterende vakjes; de rode streep vervangt zo nodig de komma; lees het getal af.

In k

– – – – – – – –

lengte

km

100 m

32 2m inhoud

l

13 cl massa 27 7g

ton

100 kg

10 kg

10 m

m

dm

cm

3

2

0

0

mm 3 200 cm

dl

cl

ml

1

3

0

kg

100 g

10 g

g

0

0

2

7

dg

10 cg

130 ml mg 0,027 kg

244

Formule 1B_2019.indb 244

13/06/19 12:22


Test op mezelf Naam: Nr.:

1

Klas:

Datum:

/

/ 20

/ 25

Meettoestellen meten grootheden Noteer na elke vraag de grootheid die erbij past. Kies uit: lengte, inhoud, massa, tijd, temperatuur, hoekgrootte. Hoe hoog is de deur?

b

Hoe lang heb je gelopen?

c

Hoeveel melk heb je nodig?

d

Hoeveel suiker heb je nodig?

r

a

aa

TOM1.1

2

pl

Noteer de letter van het gepaste meetinstrument.

TOM1.2

Sara bepaalt de remafstand op 30 m.

Pieter heeft 5 ml siroop nodig. Yassin weegt 275 g bloem af.

em

Maxim meet 20 cm voor zâ&#x20AC;&#x2122;n werkstuk.

c

d

e

f

3

Elke grootheid heeft een eenheid

ijk

2

b

Hoofdstuk 8

a

De hond weegt 60 kg.

ex

Senna zorgt voor 175 ml melk.

Vul in met de best passende eenheid.

TOM2

a

c

Ans brief weegt 50

Een fles wijn bevat 75

d

De lengte van een voetbalveld is 100

In k

b

De lengte van een lat is 30

3

TOM3

Aflezen van maatbekers en weegschalen

4

Duid de gevraagde hoeveelheden aan op de meetinstrumenten.

3

een inhoud van 200 ml

Formule 1B_2019.indb 245

een massa van 165 g

245

13/06/19 12:22


4 Lengte, inhoud en massa Gaat het om bruto, tarra of netto? Vink aan. Vul de ontbrekende massa aan. 210 g

bruto



tarra

35 g

netto



bruto



tarra





netto





tarra

netto





2

inhoud

massa

2    

50    

em

pl

lengte

bruto

aa

Vul de juiste maateenheid in.

TOM4.2

   g

r

TOM4.1

1,5    

33    

250    

2    

3

5 Herleiden van lengte, inhoud en massa

ex

lengte

km

100 m

10 m

m

dm

cm

mm

217 cm    

   

   

   

   

   

   

  

   m

1,2 m    

   

   

   

   

   

   

  

   mm

ijk

Hoofdstuk 8

Herleid telkens tot de gevraagde eenheid.

TOM5

l

dl

cl

ml

2,34 l

    

    

    

    

  

   dl

5 870 ml

    

    

    

    

  

   l

In k

inhoud

massa

ton

100 kg

36 ton

                             

   kg

2 580 mg

                             

   g

10 kg

kg

100 g

10 g

g

dg

cg

mg

6 Lengte, inhoud en massa met je rekentoestel TOM6

6

In de les techniek heeft elke leerling een plank van 35 cm nodig. a Hoeveel meter is dat voor 7 leerlingen? b Hoeveel planken van 2 m moet de leraar bestellen? Berekening: Antwoordzinnen: a                              

246

Formule 1B_2019.indb 246

b                         

2

13/06/19 12:22


Gamezone





aa

r

1 Menselijke maten Vroeger bestond er geen meetlat, weegschaal of maatbeker. De mensen gebruikten toen lichaamsdelen om mee te vergelijken. Dit zijn enkele lengtematen van vroeger: span, duim, voet, palm, el. Noteer ze bij de juiste afbeelding.







kilogram

mg

100 m

kg

g

gram

gram

millimeter

gram

dm

km

m

kg

g

dm

cm

cm

millimeter

kilometer

centimeter

ton

milligram

10 m

milligram

decimeter

km

kg

mg

g

mm

cm

meter

m

100 m

10 m

gram

ton

ijk

liter

mm

g

mg

centimeter

mg

ton

decimeter

meter

dl

10 l

ton

min

ml

kilogram

s

g

m

100 l

°C

centiliter

10 l

deciliter

100 l

milliliter

cl

l

cl

liter

°C

ml

cl

ml

ton

mg

dl

liter

°C

°C

cl

dl

°C

milliliter

liter

10 l

centiliter

100 l

ml

°C

l

°C

ml

°C

°C

°C

ml

°C

deciliter

°C

In k cl

Hoofdstuk 8

milligram

em

ton

ex

km

pl

2 K  leur alle lengtematen blauw, inhoudsmaten rood, massamaten zwart, temperatuursmaten geel en tijdsmaten bruin.

247

Formule 1B_2019.indb 247

13/06/19 12:22


3  Bereken de waarde van elk stuk fruit.

+ +

= 12

=   

+

= 40

+ +

=9

=   

+

+

= 30

+ +

=5

=   

+

+

= 60

+ +

= 10

=   

r

= ?    

x

x = 24

x

x

= 27

x

x

x

+

+

= ? 

x

+

+

em

pl

x

= 96 x

ex

Hoofdstuk 8

aa

4  Welk getal komt er op de plaats van het vraagteken?

= 12

= 10

-

x

=

= ? 

ijk

5  Alle weegschalen zijn in evenwicht. Wat is de massa van onderstaand fruit?

In k

600g

150g

360g

?

?                     

?

?                     

248

Formule 1B_2019.indb 248

13/06/19 12:22


9

De deelmannetjes

aa

r

De deelmannetjes hebben in zes dagen precies 14 507,4  km afgelegd om uiteindelijk op hun planeet aan te komen. Hun ruimteschip landde met 144 deelmannetjes op de planeet Formula.

pl

Na de landing dreigt er gevaar op Formula. Een vijandig ruimteschip nadert met grote snelheid de planeet. De deelmannetjes kunnen aan het gevaar ontsnappen door in een krater te springen. Maar in elke krater kunnen slechts 15 deelmannetjes.

ex

em

Hoeveel deelmannetjes kunnen er niet ontsnappen?

In k

ijk

Hoeveel km legde het schip per dag af?

Hoeveel kraters zouden er minstens moeten zijn om iedereen te beschermen?

Formule 1B_2019.indb 249

Hoeveel plaatsjes zou één krater minstens moeten hebben om iedereen in veiligheid te brengen?

13/06/19 12:22


Planner

™ ™ ™

253 253 253 254 254 256 257 258 258 259 260

r

™

1 Wiskundetaal 1.1 Benamingen bij de deling 1.2 Wiskundetaal en de deling 2 Hoofdrekenen 2.1 Hoofdrekenen met natuurlijke getallen 2.2 Hoofdrekenen met kommagetallen 3 Schatten 4 Cijferen 4.1 Natuurlijke getallen delen door te cijferen 4.2 Kommagetallen delen door te cijferen 5 Rekenen met je rekentoestel

aa

™

Aan de slag

Ben ik mee?

™

Op mijn maat

™ ™ ™ ™ ™

Even samenvatten

™

276

Test op mezelf

™

277

em

pl

Wiskundetaal Hoofdrekenen Schatten Cijferen Rekenen met je rekentoestel

ex

Gamezone

1 2 3 4 5

™

261 263 264 269 270 272

279

Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen

ijk

Hoofdstuk 9

In k

In dit hoofdstuk leer je alles over delen.

250

Formule 1B_2019.indb 250

13/06/19 12:22


Formule 1B_2019.indb 251

Hoofdrekenen

Schatten

Cijferen

Rekenen met je

2

3

4

5

p. 260

p. 258

p. 257

p. 254

p. 253

Totaal

BIM5

BIM4

BIM3

BIM2

BIM1

/40

/5

/6

/3

/18

/8

Oef 33

Oef 26

Hoofdstuk 9

0-2

0-2

0-1

Oef 16

Oef 15

2

Oef 28

Oef 19

Oef 18

Oef 17

Oef 36

Oef 37

Oef 35

3-4

3-4

Oef 34

Oef 27

Oef 23

Oef 39

Oef 38

Oef 29

Oef 24

Oef 14

Oef 13

5 Oef 40

Oef 30

Totaal

5-6

3

Oef 21

Oef 20

15-18

7-8

/

/

/

/

/

/

Resultaat

r

aa

pl

em

Oef 12

Oef 11

Oef 10

Oef 9

11-14

Oef 5

Oef 3

ex

0-10

Oef 4

Oef 2

5-6

Op mijn maat

Totaal

TOM5

TOM4

TOM3

TOM2

TOM1

/40

/5

/6

/3

/18

/8

Test op mezelf

Klas:

Oef 32

Oef 31

Oef 25

Oef 22

Oef 8

Oef 7

Oef 6

Oef 1

0-4

ijk

In k

Ben ik mee?

Nr.:

rekentoestel

Wiskundetaal

1

Aan de slag

Mijn circuit Naam: Datum: / / 20 /

251

13/06/19 12:22


Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM

/

TOM

/

Taak 1

/

Taak 4

/

Taak 2

/

Taak 5

/

Taak 3

/

Taak 6

/

Extra opdracht 1 :

r

/ /

aa

Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :

/ /

Extra opdracht 4 :

Waar had ik moeite mee?

em

Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?

/

pl

TOTAAL

ex

Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op

Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling

Evaluatie leraar

Heb ik net gewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik goed doorgewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Was ik telkens in orde?

0

1

2

3

0

1

2

3

Was mijn oplossing telkens waarheidsgetrouw?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik telkens een antwoordzin geformuleerd?

0

1

2

3

0

1

2

3

In k

ijk

Hoofdstuk 9

Aandachtspunt

TOTAAL

15

Commentaar van de leraar

Handtekening leerling

Handtekening leraar

Handtekening ouders

252

Formule 1B_2019.indb 252

13/06/19 12:22


Aan de slag 1 Wiskundetaal 1.1 Benamingen bij de deling Op school organiseer je een quiz om geld in te zamelen voor een goed doel. Er schreven zich al 52 mensen in. Er worden ploegjes gemaakt van zes personen.

THE

BIG

Hoeveel ploegjes van zes personen kun je al maken?

QUIZ

r

Berekening:

aa

Antwoordzin: 

Hoeveel personen zijn er nog over? Berekening: 

pl

 Antwoordzin: 

het quotiënt

em

ex

52 : 6 = 8 rest 4 de deling

de deler

ijk

het deeltal

de rest

Hoofdstuk 9

de factoren

Hoeveel personen zijn er nog te kort om een extra ploegje te maken?

In k

1.2 Wiskundetaal en de deling

Schrijf de volgende zinnen als een deling en bereken. a De helft van 12.

       =    

b Een derde van 18.

       =    

c Het quotiënt van 25 en 5.

       =    

d Een negende van 45.

       =    

e Een achtste van 72.

       =    

f 64 gedeeld door 8.

       =    

g 42 cm splitsen in 7 gelijke stukken.

       =    

h 24 euro verdelen over 6 mensen.

       =    

253

Formule 1B_2019.indb 253

13/06/19 12:22


2 Hoofdrekenen 2.1 Hoofdrekenen met natuurlijke getallen • Natuurlijk moet je de deeltafels nog kennen =

18 : 3

=

36 : 6

=

25 : 5

=

20 : 4

=

64 : 8

=

35 : 7

=

0:8

=

15 : 3

=

24 : 8

=

28 : 7

=

9:1

=

42 : 7

=

45 : 9

=

18 : 2

=

54 : 9

=

81 : 9

=

25 : 5

=

36 : 4

=

72 : 8

=

30 : 6

=

40 : 5

=

14 : 2

=

49 : 7

=

Los op door te splitsen. a 56 : 2

=            

=            

em

of

aa pl

• Splitsen lukt altijd 86 : 2 = (80 + 6) : 2 = (80 : 2) + (6 : 2) = 40 + 3 = 43

r

12 : 3

b 176 : 2 =            

ex

In k

ijk

Hoofdstuk 9

258 : 6 = (240 + 18) : 6 = (240 : 6) + (18 : 6) = 40 + 3 = 43

=            

c 84 : 3 =            

=            

d 336 : 8 =            

=            

e 364 : 7 =            

=            

254

Formule 1B_2019.indb 254

13/06/19 12:22


• Delen door 4

Los op.

128 : 4 = (128 : 2) : 2 = 64 : 2 = 32 TRUCJE :4=:2:2

a

48 : 4

= =

b

96 : 4

= =

c

116 : 4

= =

d

180 : 4

=

Los op.

aa

• Delen door 10, 100 of 1 000

r

=

a

350 : 10

=

21 000 : 100 = 21 000 : 100 = 210

b

55 000 : 100

=

43 000 : 1 000 = 43 000 : 1000 = 43

c d

4 200 : 10

=

18 000 : 1 000 =

em

Om een getal te delen door 10, 100 of 1 000 schrap je één, twee of drie nullen in de opgave.

pl

3 700 : 10 = 3 700 : 10 = 370

• Delen door 5

e

26 000 : 100

=

In k

ijk

240 : 5 = (240 : 10) x 2 = 24 x 2 = 48 TRUCJE : 5 = : 10 x 2

je de Waarom snijd ukken? st 10 in spacekoek 5, hoor. t me ar ma jn We zi

a

b

80 : 5

= =

120 : 5

=

Hoofdstuk 9

ex

Los op.

= c

135 : 5

= =

d

465 : 5

Als ik jullie elk 2 stukken geef, dan komt dat toch op hetzelfde neer?

= =

255

Formule 1B_2019.indb 255

13/06/19 12:22


2.2 Hoofdrekenen met kommagetallen • Splitsen lukt altijd

Los op door te splitsen.

• Delen door 4 of 5

=             

=              

b 3,60 : 3

=             

=              

c 15,35 : 5

=             

=              

d 54,12 : 6

=             

=              

r

a 2,40 : 2

aa

12,58 : 2 = (12 + 0,58) : 2 = (12 : 2) + (0,58 : 2) = 6 + 0,29 = 6,29

pl

Los op.

a 12,24 : 4

=             

=              

30,20 : 5 = (30,20 : 10) x 2 = 3,02 x 2 = 6,04 TRUCJE : 5 = : 10 x 2

em

10,40 : 4 = (10,40 : 2) : 2 = 5,20 : 2 = 2,60 TRUCJE :4=:2:2

=             

=              

c 8,10 : 5

=             

=              

d 7,2 : 5

=             

=              

ijk

Hoofdstuk 9

ex

b 36,4 : 4

• Delen door 10, 100 of 1 000

Dan plaats je er zelf één na het cijfer van de eenheden.

In k

Om een getal te delen door 10, 100 of 1 000 schuif je de komma één, twee of drie plaatsen op naar links.

En wat als er geen komma is?

a 235 : 10

=         

d 33,5 : 10

=         

b 725 : 100

=         

e 15,5 : 100

=         

c 750 : 1 000 =         

f 65 : 1 000

=         

256

Formule 1B_2019.indb 256

13/06/19 12:22


3

Schatten

Een schatting geeft je een eerste benaderende uitkomst van een berekening. Een getal zinvol afronden helpt je vaak vlug iets uit te rekenen. Schat hieronder telkens de kostprijs per stuk. Heb je met 3 euro genoeg om 1 stuk te kopen? Vink aan.

ultra soft

ultra soft

ultra soft

ultra soft

ultra soft

ultra soft

shampoo voor droog haar shampoo voor droog haar met amandelolie shampoo voor droog haar met amandelolie shampoo voor droog haar met amandelolie shampoo voor droog haar met amandelolie shampoo voor droog haar met amandelolie met amandelolie

€ 11,95

r

€ 16,25

aa

afgeronde kostprijs aantal stuks

pl

afgeronde prijs per stuk

™ ja ™ neen

™ ja ™ neen

em

Wie maakte de beste schatting bij onderstaande oefeningen? Vink aan. 24,55 : 5

Oona Cas

4 5

ex

Sem

™ ™ ™

6

814,5 : 4

™ ™ ™

200 204 205

1 540 : 20

™ ™ ™

70 75 80

NEEN

a Je gaat met je klas van 18 leerlingen naar het zwembad. In één auto kunnen vier leerlingen. Heb je met vier wagens voldoende vervoer?

™

™

b Volleybal speel je met zes spelers. Op volleykamp zijn er 45 spelers. Heb je met 9 ballen genoeg zodat elke ploeg één bal heeft?

™

™

™

™

™

™

In k

ijk

JA

c De kippen legden 148 eieren. Je wilt ze verpakken in doosjes per zes. Heb je met 20 doosjes voldoende? d Drie bezoekers betaalden in totaal 27,60 euro voor een toegangsticket. Heb jij met 10 euro genoeg voor één ticket?

berekening

Hoofdstuk 9

Heb je genoeg? Maak telkens een gepaste schatting. Vink aan.

257

Formule 1B_2019.indb 257

13/06/19 12:23


4 Cijferen 4.1 Natuurlijke getallen delen door te cijferen Er zijn 144 deelmannetjes en acht kraters op Formula. Hoeveel deelmannetjes moeten er in één krater kunnen om iedereen in veiligheid te brengen? • Rond deeltal en deler af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Deel de afgeronde getallen uit het hoofd.

Stap 1: schatten

en Stap 3: controleren

pl

Stap 2: cijferen

aa

r

Schatting:            :          =         



ijk

Hoofdstuk 9

ex

Antwoordzin : 

em

Plaats een brug als het eerste cijfer niet gedeeld kan worden

Schat, noteer in het rooster en bepaal het quotiënt.

In k

a 856 : 4

Schatten:      

b 952 : 8

c 437 : 5

Schatten:      

Schatten:      

258

Formule 1B_2019.indb 258

13/06/19 12:23


4.2 Kommagetallen delen door te cijferen De deelmannetjes hebben in zes dagen precies 14 507,4 km afgelegd om uiteindelijk op hun planeet Formula aan te komen. Hoeveel kilometer legden ze per dag af? • Rond deeltal en deler af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Deel de afgeronde getallen uit het hoofd.

Stap 1: schatten

Schatting:            :          =         

r

en Stap 3: controleren

aa

Stap 2: cijferen

em

pl

ds je Vergelijk stee rd met je oo tw gecijferde an schatting.

Schat, noteer in het rooster en bepaal het quotiënt.

In k

a 79,2 : 6

Schatten:            

Een brug over de komma plaatsen is verboden.

b 84,2 : 4

c 7,29 : 9

Schatten: 

Schatten:            

Hoofdstuk 9

ijk

ex

Antwoordzin: 

259

Formule 1B_2019.indb 259

13/06/19 12:23


5 Rekenen met je rekentoestel Er zijn 144 deelmannetjes en acht kraters op de planeet Formula. Bij het landen storten er drie kraters in waardoor die onbruikbaar worden! Hoeveel deelmannetjes moeten er nu in één krater kunnen om iedereen in veiligheid te brengen? Schatten:           Berekening:

aa

r

Antwoordzin: 

em

pl

Febe en Tristan besluiten hun slaapkamer een likje verf te geven. Ze kiezen ervoor om één muur flashy groen te schilderen. Ze kopen in de verfwinkel een pot groene verf van 2,5 liter voor 58,95 euro. Hoeveel kost één liter groene verf? Schatten:           Berekening:

ijk

Hoofdstuk 9

ex

Antwoordzin: 

In k

Van al dat schilderen krijgen ze dorst. In de supermarkt staan de blikjes chocomelk van 25 cl in de aanbieding. Een pakket van 24 blikjes kost er nog slechts 30,08 euro. Hoeveel kost één blikje? Bereken tot op twee cijfers na de komma. Schatten:           Berekening:

%!

Je bespaart 15

€ 35,39 Adviesprijs

€ 30,08

Antwoordzin: 

260

Formule 1B_2019.indb 260

13/06/19 12:23


Ben ik mee? Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 40

1 Wiskundetaal Vul de juiste benamingen aan.

BIM1.1

Deze bewerking noem je een 

aa

4 is de 

r

88 is het 

88 : 4 = 22

Het resultaat, 22, noem je het 

4

Zet de wiskundetaal om in een berekening. Bereken. De helft van 18.

     =   

pl

     =    Een vierde van 32.

2 Hoofdrekenen Bereken uit het hoofd. a 45 : 9

=         

f 72 : 3

=         

b 104 : 2

=         

g 176 : 8

=         

=         

h 644 : 4

=         

=         

i 900 : 5

=         

=         

j 32 000 : 100 =         

c 256 : 4 d 305 : 5

ijk

e 1 650 : 10

ex

BIM2.1

em

Een tiende van 40.      =    Het quotiënt van 45 en 9.      =   

4

10

Hoofdstuk 9

BIM1.2

Bereken uit het hoofd. a 6,24 : 2

=         

e 16 : 100

=         

b 0,48 : 4

=         

f 4,6 : 10

=         

c 30,40 : 4

=         

g 19,40 : 10

=         

d 45,35 : 5

=         

h 416,2 : 100

=         

In k

BIM2.2

8

3 Schatten

BIM3.1

Oma heeft 4,2 liter soep gemaakt. In haar soepborden kan 30 cl. Ze heeft bezoek van 12 familieleden. Kan oma iedereen een bord soep aanbieden? Berekening:

Antwoordzin:                             

1

261

Formule 1B_2019.indb 261

13/06/19 12:23


De kippen van je buurvrouw hebben in één week tijd 358 eieren gelegd. De buurvrouw wil ze verdelen in doosjes met eenzelfde hoeveelheid. Van welke soort(en) dozen heeft ze er zeker nog genoeg? Vink aan.

BIM3.2

50 dozen

40 dozen

90 dozen

™             ™             ™             2

300

b 7,32 : 6 Schatten: 

c 503,4 : 4

1

125 Schatten:       

ijk

Hoofdstuk 9

ex

em

pl

a 2 135 : 7 Schatten: 

aa

Bepaal het quotiënt door te cijferen. Schat eerst je uitkomst.

BIM4

r

4 Cijferen

6

5 Rekenen met je rekentoestel Je koopt twee pakken water van € 4,92 per pak van 6 flessen. Wat is de prijs per fles?

In k

BIM5.1

Schatten:           Berekening: Antwoordzin:                             

BIM5.2

2

Vader trakteert jou en je vrienden op een braadworst. Hij geeft je een ­briefje van 20 euro. Na je bestelling aan het kraampje kun je hem nog twee euro teruggeven. Eén braadworst kost 3 euro. Hoeveel braadworsten heeft je vader getrakteerd? Schatten:           Berekening: Antwoordzin:                             

3

262

Formule 1B_2019.indb 262

13/06/19 12:23


Op mijn maat 1

Wiskundetaal 1

Markeer telkens het deeltal in het groen, de deler in het roze, het quotiënt in het geel.

36 : 3 = 12

120 : 20 = 6

Vul de juiste benamingen aan. Deze bewerking noem je een 48 is het

48 : 4 = 12

4 is de

Zet de wiskundetaal om in een berekening. Bereken.

a Een vierde van 24. b Een derde van 27.

4

Vul aan.

=

d Een achtste van 40.

=

=

e Het quotiënt van 15 en 3.

=

=

f De helft van het dubbel van 10.

=

ex

c De helft van 8.

em

3

pl

Het resultaat, 12, noem je het

aa

r

2

3 = 45 : 15

ijk

Hoofdstuk 9

a Wat is de rest als je 40 deelt door 6?

b Wat is de deler van deeltal 24 en quotiënt 6? c

Bepaal het quotiënt van 45 en 9.

In k

d Wat is het deeltal van een deling door 4 met 6 als quotiënt en rest 1? 5

Vul de tabel verder aan. deeltal

deler

20

3 5

68 48

8

92

7

quotiënt

rest 2

7

3

7

5

6

263

Formule 1B_2019.indb 263

13/06/19 12:23


2

Hoofdrekenen 6

Elk quotiĂŤnt hoort bij de overeenkomstige letter op de bal. quotiĂŤnt 9R

8A

2C

letter

30 : 5 12 : 4 36 : 4

3I

24 : 4

4E

56 : 7

5L

7M

15 : 3

aa

6D

r

49 : 7 64 : 8 36 : 9

Vier klasvrienden hadden een test van de deeltafels. Controleer de antwoorden en verbeter waar nodig. Wie behaalde de meeste punten?

Jolien Naam .......................

Pieter Naam .......................

18:3 = 6

54:9 = 6

7:1 = 1

42:6 = 6

25:5 = 5

63:7 = 8

14:2 = 7

49:7 = 8

42:6 = 7

72:8 = 9

21:3 = 6

56:7 = 9

54:6 = 9

81:9 = 9

28:7 = 4

63:9 = 7

32:8 = 4

90:9 = 10

35:5 = 7

70:10 = 7

In k

ijk

Hoofdstuk 9

ex

7

em

Welke bekende voetbalploeg vind je?

pl

72 : 8

Score:

/10

Score:

/10

Slis Naam .......................

Hasse Naam .......................

4:4 = 0

24:4 = 6

6:1 = 6

36:6 = 6

8:2 = 4

28:4 = 7

12:6 = 2

42:6 = 7

12:3 = 4

32:8 = 5

18:6 = 3

48:6 = 8

16:4 = 4

36:6 = 9

24:4 = 6

54:6 = 9

20:4 = 5

40:4 = 4

30:6 = 5

60:6 = 10

Score:

/10

Score:

/10

Wie kent het beste zijn deeltafels?

264

Formule 1B_2019.indb 264

13/06/19 12:23


8

Wie wint de iPhone?

Yana volgt het pad van getallen die ze kan delen door 3. Het pad dat Rik volgt is dat van getallen die hij door 4 kan delen. Jasper volgt een pad met getallen die hij door 6 kan delen. Kleur in drie verschillende kleuren hun weg naar de iPhone. Wie de minste hokjes moet inkleuren wint de iPhone. Yana

Rik

Jasper

15

30

8

21

40

9

11

60

20

2

12

26

1

28

18

14

12

54

64

15

32

29

24

75

81

90

3

11

8

36

20

40

41

34

6

64

45

41

37

18

32

29

5

7

17

18

25

50

49

11

5

6

36

1

81

49

64

9

64

8

54

42

13

3

16

30

25

47

20

27

41

18

24

12

40

7

24

42

56

19

2

36

28

8

25

2

21

aa

pl

em

a

84 : 2

=

g

706 : 2

=

64 : 4

=

h

796 : 4

=

85 : 5

=

i

845 : 5

=

d

146 : 2

=

j

1 208 : 2

=

e

204 : 4

=

k

2 500 : 4

=

f

235 : 5

=

l

3 620 : 5

=

In k

c

Hoofdstuk 9

ex

Bereken uit het hoofd.

ijk

9

b

r

5

10 Bereken uit het hoofd. a

90 : 10

=

f

48 000 : 1 000 =

b

2 500 : 100

=

g

7 500 : 10

=

c

18 000 : 100 =

h

3 760 : 10

=

d

780 : 10

=

i

85 400 : 100 =

e

1 500 : 100

=

j

12 000 : 1 000 =

265

Formule 1B_2019.indb 265

13/06/19 12:23


11 Vul de lege hokjes aan.

x

1

5

3

9

6

21 48 16

2 49 10 81

aa

36

r

5

12 Vul op de invullijntjes de verdwenen getallen aan. 18

pl

0 26

em

10 17

32

ex

13 Vul op de invullijntjes de verdwenen getallen aan. 0

In k

ijk

Hoofdstuk 9

0

8 24

0

36

14 Bereken uit het hoofd. a

72 : 3

=

h

960 : 8

=

b

96 : 6

=

i

1 421 : 7

=

c

105 : 7

=

j

2 781: 9

=

d

128 : 8

=

k

3 609 : 3

=

e

216 : 9

=

l

4 120 : 8

=

f

345 : 3

=

m 900 : 50

=

g

870 : 6

=

n

=

3 250 : 50

266

Formule 1B_2019.indb 266

13/06/19 12:23


15 Bereken telkens de prijs per stuk. 3 voor € 4,20 4 voor € 4,80

2 voor € 1,70 berekening prijs per stuk

/ stuk

/ stuk

/ stuk

aa

r

16 Bereken telkens de prijs voor het tweede stuk.

pl

2e aan halve prijs

2e aan halve prijs € 2,80

€ 2,38

em

prijs per stuk

2e aan halve prijs

prijs voor het tweede stuk

€ 3,90

€ 0,50 : 2

b c

€ 2,10 : 3

=

€ 12,80 : 4

=

h

€ 4,30 : 2

=

€ 15,35 : 5

=

i

€ 5,20 : 4

=

€ 24,36 : 6

=

j

€ 15,40 : 5

=

€ 8,80 : 8

=

k

€ 12,30 : 6

=

€ 1,80 : 3

=

l

€ 32,40 : 8

=

In k

e

g

ijk

d

=

f

Hoofdstuk 9

a

ex

17 Bereken uit het hoofd.

18 Bereken uit het hoofd. a

12,5 : 10

=

f

7,05 : 100

=

b

35,6 : 100

=

g

605,3 : 100

=

c

355,15 : 100

=

h

9,85 : 10

=

d

150,5 : 10

=

i

1 208,2 : 1 000

=

e

4 700,25 : 1 000 =

j

208,2 : 100

=

267

Formule 1B_2019.indb 267

13/06/19 12:23


19 Bereken telkens de kostprijs voor de gewenste hoeveelheid.

€ 9,50/kg Zomersla fijne groenten

€ 12,80/kg

Chateaubriand

€ 19,00/kg

Peking noedels

€ 14,80/kg Pastasalade met kip

€ 9,10/kg

Barbecuehesp

Balletjes in saus

€ 7,50/kg Macaroni met hesp en kaas

r

Orloff kalfsgebraad

€ 18,00/kg

aa

€ 22,88/kg

500 gram kalfsgebraad

d

250 gram Peking noedels

b

100 gram pastasalade

e

500 gram balletjes in saus

c

1,5 kg chateaubriand

pl

a

100 gram zomersla

em

f

20 Vul het ontbrekende getal op het kasticket aan en bereken. KASSATICKET

a

Hoeveel kost een frikandel special?

BAKJE FRIET GROOT FRIKANDEL SPECIAL SAUS FRIET BICKY VAN HET HUIS FRISDRANK

€ 10,80 € 3,60 € 2,50 € 4,20 € 

ijk

Hoofdstuk 9

3x 2x 5x 1x 3x

ex

Frietuurtje

Totaal

b

In het Frietuurtje bestel je ook een groot bakje friet met 1 keer mayonaise, een bicky van het huis en een cola. Hoeveel zul je moeten betalen?

€ 24,70

In k

Bedankt en tot ziens!

21 Gsm-werpen

Op het Belgisch kampioenschap gsm-werpen in Middelkerke gooide Liv een gsm 27,95 m ver. Anke gooide 27,65 m, Kim 27,20 m en Cynthia 26,9 m. Plaats de eerste letter van hun naam op de juiste plaats op de getallenas.

26

29

268

Formule 1B_2019.indb 268

13/06/19 12:24


3

Schatten 22 De kostprijs per stuk vind je door een berekening te maken. Heb je genoeg geld om één stuk te kopen? Schat. Vink aan. c

e

€ 3,85

Heb ik met 6 euro genoeg Heb ik met 12,50 euro om één handdoek te genoeg om één cartridge kopen? te kopen?

™ ja ™ neen

™ ja ™ neen d

f

€ 16,50

€ 30,95

em

Heb ik met 7 euro genoeg Heb ik met 1,50 euro om één kom te kopen? genoeg om één doos te kopen?

™ ja ™ neen

™ ja ™ neen

pl

b

€ 37,45

r

Heb ik met 0,50 euro genoeg om één sapje te kopen?

€ 23,95

aa

a

™ ja ™ neen

€ 11,80

Heb ik met 4 euro genoeg om één pak vochtige doekjes te kopen?

™ ja ™ neen

ijk

Hoofdstuk 9

ex

23 Een pizzeria krijgt een bestelling van 8 pizza’s. In de keuken ligt nog een bol pizzadeeg van 1,375 kg. Per pizza heeft men ongeveer 200 gram nodig. Heeft men nog voldoende deeg om de pizza’s te maken? Berekening: Antwoordzin:

In k

24 Mama wil met het gezin op reis. Een drietal vakantieparken hebben een reis in de aanbieding. Mama wil echter niet meer dan 200 euro per dag besteden. Welk vakantiepark behoort nog tot de mogelijkheden? Berekening:

België € 1 398,60 7 dagen

Frankrijk € 874,00 4 dagen

Duitsland € 998,75 5 dagen

Antwoordzin:

269

Formule 1B_2019.indb 269

13/06/19 12:24


4

Cijferen 25 Schat en bepaal het quotiënt door te cijferen. a

369 : 3

b

c

Schatten:

605 : 5 Schatten:

aa

r

Schatten:

892 : 4

a

2 488 : 8

b

Schatten:

3 584 : 7

pl

26 De brug komt eraan. Schat en bepaal het quotiënt door te cijferen. c

Schatten:

ijk

Hoofdstuk 9

ex

em

Schatten:

5 892 : 6

57,12 : 4

Schatten:

Schatten:

27 Schat en bepaal het quotiënt door te cijferen. 45,39 : 3

In k

a

b

c

87,6 : 5 Schatten:

270

Formule 1B_2019.indb 270

13/06/19 12:24


28 Schat en bepaal het quotiënt door te cijferen. b 1 485,4 : 7 a 38,08 : 8

c

Schatten:

Schatten:

aa

r

Schatten:

3,65 : 5

ijk

Hoofdstuk 9

ex

em

pl

29 Vier vrienden wonnen met een kansspel 5 712 euro. Ze willen hun winst eerlijk verdelen. Hoeveel krijgt elk? Berekening:

Antwoordzin:

In k

30 Ine bestelde voor elk van de negen leden van haar balletgroep een paar balletschoenen. Ze betaalde in totaal 359,55 euro. Hoeveel kost één paar balletschoenen? Berekening:

Antwoordzin:

Formule 1B_2019.indb 271

271

13/06/19 12:24


5

Rekenen met je rekentoestel 31 Bereken de prijs per stuk.

5 voor € 79,75

300 kopies € 12

aa

r

1 bak voor € 10,80

4 voor € 17,60

1 pilsje

1 kopie

1 zak chips

1 lippenstift

em

1 bloempot

pl

6 pack € 6,90

Schatten: Berekening:

ijk

Hoofdstuk 9

ex

32 Vader betaalt € 127,75 voor een dagje Planckendael. Het gezin telt zeven personen. Wat kost de inkom per persoon?

In k

Antwoordzin:

33 Op de Internationale Vrouwendag wil een directeur van een bedrijf zijn vrouwelijke personeelsleden eens extra in de bloemetjes te zetten. Hij bestelt 24 boeketten bloemen voor € 624. Hoeveel kost een boeket? Schatten: Berekening:

Antwoordzin:

272

Formule 1B_2019.indb 272

13/06/19 12:24


34 Youssef betaalt in een hamburgerrestaurant 40,50 euro. Hij heeft vijf vrienden meegenomen. Ze kozen elk hetzelfde menu. Hoeveel kost het menu per persoon? Schatten: Berekening:

r

Antwoordzin:

aa

35 Tussen onze tuin en die van de buren worden 15 tuinschermen geplaatst. De buurman betaalt de helft van de kostprijs en geeft aan vader € 711,30. Wat is de prijs voor één tuinscherm?

pl

Schatten:

em

Berekening:

ex

Antwoordzin:

In k

ijk

Hoofdstuk 9

36 Je wilt een nieuwe Playstation 4 kopen met twee games erbij. Je schrikt wel van de kostprijs. Je ouders besluiten de helft te betalen. De rest moet je gedurende vijf maanden terugbetalen door iedere maand een gelijk stuk af te betalen. Hoeveel moet je per maand afbetalen?

8

€ 29

€ 39,9

5

€ 58

,95

Schatten: Berekening:

Antwoordzin:

273

Formule 1B_2019.indb 273

13/06/19 12:24


37 183 leerlingen en 15 begeleidende leraren gaan op schooluitstap. Een bus biedt plaats aan 52 passagiers. Hoeveel bussen moet de verantwoordelijke leraar voorzien? Schatten: Berekening:

r

Antwoordzin:

pl

aa

38 Kaartjes voor een circusvoorstelling kosten 6,50 euro voor volwassenen en 3,50 euro voor kinderen (< 12 jaar). Er waren 20 volwassenen die een kaartje kochten. Na de voorstelling zit er 228 euro in de kassa. Hoeveel kinderen waren er tijdens de voorstelling aanwezig? Schatten:

ex

Antwoordzin:

em

Berekening:

In k

ijk

Hoofdstuk 9

39 Bereken het verbruik van deze toekomstige autoâ&#x20AC;&#x2122;s. Duid in de onderste rij van de tabel de zuinigste wagen aan.

merk

BMW

NISSAN

PEUGEOT

tankinhoud

21 liter

25 liter

40 liter

aantal km/ volle tank

600 km

800 km

1 000 km

verbruik per 100 km

274

Formule 1B_2019.indb 274

13/06/19 12:24


40 De bewerkingen door elkaar. Schrijf de uitkomsten op. Controleer nadien de som van alle uitkomsten. uitkomst Hoeveel glazen van 25 cl kun je vullen uit drie flessen frisdrank van 1,5 l?

b

Je zaagt van een plank van 2,5 m een stuk af van een halve meter en nog drie stukken van 45 cm. Hoeveel stukken van 20 cm kun je nog zagen uit de rest?

c

Een bedrijf wil balpennen met zijn logo erop uitdelen op zijn opendeurdag. Hoeveel dozen van 30 balpennen moet het minimaal bestellen als er 700 mensen verwacht worden?

d

Voor 5 meter omheining betaalt boer Gilles 65 euro. Hoeveel zal hij moeten betalen voor 8 m omheining?

e

Op de kilometerteller staat bij het vertrekken 354 km. Bij aankomst staat er 382 km op. Hoeveel km heb je die dag afgelegd?

f

Vader trakteert zijn twee dochters en zijn zoon op een pizza. Elke pizza kost 5,95 euro. Hoeveel krijgt hij terug van 20 euro?

g

Mama, Warre en Tuur kopen voor papa een mooie sjaal van 38,40 euro. Mama betaalt de helft. Warre en Tuur betalen elk evenveel. Hoeveel betaalt Tuur?

h

Jens koopt een fles witte wijn van 4,75 euro en een fles rode wijn die 50 cent duurder is. Hoeveel moet Jens betalen?

i

Bij de slager kost hesp â&#x201A;Ź 14,25/kg. Hoeveel betaal je voor 200 gram?

j

Wim, Sam en Koen gaan lopen in het park. Sam loopt acht rondjes. Dat zijn twee rondjes meer dan Wim. Koen loopt twee keer zoveel als Sam. Hoeveel km loopt Koen als je weet dat Wim drie km heeft gelopen?

ijk

Hoofdstuk 9

ex

em

pl

aa

r

a

Schepsnoep kost 7,40 euro/kg. Samen met een vriend koop je er 500Â gram van. Je koopt ook nog twee frisdrankjes van 85 cent per stuk. Hoeveel moet je samen betalen?

In k

k

SOM =

SOM = 215

275

Formule 1B_2019.indb 275

13/06/19 12:24


Even samenvatten • Wiskundetaal

het quotiënt

de deling

• Helft, een derde, een vierde,... • Hoofdrekenen

de deler

pl

het deeltal

de rest

aa

142 : 6 = 23 rest 4

r

de factoren

258 : 6 = (240 + 18) : 6 = (240 : 6) + (18 : 6) = 40 + 3 = 43

em

Splitsen lukt altijd

ex

Om een getal te delen door 10, 100 of 1000 schuif je de komma één, twee of drie plaatsen op naar links. Of schrap je één, twee of drie nullen. Om te delen door 4 deel je het getal twee keer door twee. Om te delen door 5 deel je eerst door 10 en vermenigvuldig je dan met 2. Hoofdstuk 9

• Cijferen

In k

ijk

Schatten Cijferen Controleren 7

2

4

0

-4 3

2

-3

2 0

4 1 810

4 -4 0

0 -0 0

276

Formule 1B_2019.indb 276

13/06/19 12:24


Test op mezelf Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 40

1 Wiskundetaal TOM1.1

Vul de juiste benamingen aan. Deze bewerking noem je een  100 is het 

100 : 25 = 4

r

25 is de 

aa

Het resultaat 4 noem je het 

4

Schrijf de wiskundetaal om in een berekening. Bereken.     =   

De helft van 26.

Een achtste van 56 .       =    27 in 3 verdelen.

2 Hoofdrekenen

f 670 : 5

=         

b 96 : 2

=         

g 1 326 : 6

=         

c 165 : 3

=         

h 4 500 : 10

=         

d 524 : 4

=         

i 132 : 4

=         

=         

j 25 000 : 100

=          =         

e 36,24 : 6

b 0,52 : 4

=         

f 68,8 :10

=         

c 20,40 : 5

=         

g 35 : 100

=         

d 21,2 : 2

=         

h 515 : 10

=         

e 2 300 : 100

Bereken uit het hoofd. =          a 10,46 : 2

In k

ijk

TOM2.2

em

Bereken uit het hoofd. =          a 63 : 7

ex

TOM2.1

      =   

4

10

Hoofdstuk 9

Een derde van 18.     =   

pl

TOM1.2

8

3 Schatten

TOM3

Heb je genoeg? Maak telkens een gepaste schatting. Vink aan.

a De persoon voor je betaalde 14 euro voor vijf broodjes. Zelf heb je drie euro op zak. Kun je daarmee een broodje betalen?

b De speelkamer is 2,35 m hoog. Een opbergdoos is 42 cm hoog. Kan ik 6 dozen boven elkaar plaatsen?

berekening    

c Een auto verbruikt 6 liter benzine per 100 km. Ik  moet nog 789 km rijden en heb nog 40 liter in de tank. Kan ik de bestemming bereiken zonder te tanken? 

JA NEEN

™

™

™

™

™

™ 3

Formule 1B_2019.indb 277

277

13/06/19 12:24


4 Cijferen Bepaal het quotiënt door te cijferen. Schat eerst je uitkomst. a 7 648 : 8

b 346,2 : 5

c 5,22 : 6

Schatten:     

Schatten:     

Schatten: 

Sem en Cas willen in de vakantie een trektocht maken met de fiets. De tocht is ongeveer 585 km lang. Ze willen 65 km per dag rijden. Hoeveel dagen zullen ze onderweg zijn?

em

TOM5.1

6

pl

5 Rekenen met je rekentoestel

aa

r

TOM4

ex

Schatten:           Berekening:

2

De melkfabriek krijgt van een melkveehouder een tank van 400 liter melk binnen. 300 liter daarvan vergieten ze in flessen van één liter. De rest doen ze in flesjes van een halve liter. Hoeveel flesjes van een halve liter kunnen ze verkopen?

In k

Hoofdstuk 9

TOM5.2

ijk

Antwoordzin: 

Schatten:           Berekening:

Antwoordzin:  3

278

Formule 1B_2019.indb 278

13/06/19 12:24


Gamezone Kleur alle vakjes waarvan de uitkomst tussen 40 en 70 ligt en ontdek de verborgen tekening.

2

Welk getal ontbreekt in de rij? Zie je het verband?

2

18

20

4

8

16

32

24

30

12

ijk

6

16

2

In k

1

3

5

24 Hoofdstuk 9

14

ex

em

pl

aa

r

1

36 122

14

80

90

70

80

60

70

20

18

17

15

14

12

11

1

3

4

7

11

18

1

2

4

5

7

8

50

8 47

10

60 76

11

Wat is het nummer van de parkeerplaats waar de wagen staat? Veel wiskundigen hebben er zich al suf naar gezocht. Jij vindt het misschien wel vlugger!

279

Formule 1B_2019.indb 279

13/06/19 12:24


4 Cijfer op een kladblad. Daarna vul je de uitkomsten in in het rooster. Doe dat zoals in een kruiswoordraadsel. Komma’s schrijf je niet. Vervang vervolgens elk getal door de bijbehorende letter in het alfabet: 1 = A, 2 = B , 3 = C enzovoort. De eerste oplossing krijg je cadeau. 2

1

3

4

2

12

5

6

13

8

14 16

, 20

7

21

17

9

10

11

15 18

19

22

! VERTICAAL

aa

HORIZONTAAL

r

1

96 : 8 = 12

1

6 070 : 5 =

4

3,8 x 0,5 =

3

2,625 x 8 =

7

7,15 + 3,85 =

4

76,2 x 15 =

10

0,5 x 40 =

5

13

168 : 12 =

6

14

28 x 0,75 =

8

15

81 : 9 =

17

4 x 3,5 =

20

40 x 0,125 =

21

10,71 + 2,29 =

22

16,8 : 8 =

pl

2

384 : 8 =

2 099,6 x 2,5 =

em

2 383 – 387 = 23,1 x 5 =

11

4 – 3,056 =

12

58 : 2 =

16

69,6 : 58 =

18

2 000 x 0,006 =

19

7,15 + 3,85 =

ijk

Hoofdstuk 9

ex

9

In k

Welke boodschap kun je ontcijferen?

5 Hoe vaak komt het cijfer 9 voor in de getallenreeks van 0 tot en met 100?

Antwoord: 

6 Een autobus rijdt op de snelweg. In de bus zitten zeven kinderen. Elk kind heeft zeven boekentassen met in elke boekentas een kat. Elke kat heeft bovendien zeven kittens die ook in de boekentassen zitten. Alles en iedereen is perfect gezond en heeft de normale hoeveelheid poten en benen gekregen. Hoeveel poten en benen bevinden er zich in de bus?

Antwoord: 

280

Formule 1B_2019.indb 280

13/06/19 12:24


10

Sla een goed figuur

Hoeveel zijden en hoeken tel je?

In k

ijk

ex

em

pl

aa

r

Welke figuren horen samen en waarom?

In welke figuren herken je een vijfhoek?

Formule 1B_2019.indb 281

Welke figuren zijn ruimtefiguren?

13/06/19 12:25


Planner

™ ™

Aan de slag

1 Ruimtefiguren en vlakke figuren 2 Driehoeken 2.1 Wiskundetaal 2.2 Driehoeken indelen volgens de hoeken 2.3 Driehoeken indelen volgens de zijden 2.4 Driehoeken indelen volgens de hoeken en de zijden 3 Vierhoeken 3.1 Wiskundetaal 3.2 Vierhoeken indelen 3.3 Schema 4 Cirkels

285 286 286 287 287 288 289 289 290 291 292

™

™

Ben ik mee?

™

Op mijn maat

™ ™ ™ ™

Even samenvatten

™

303

Test op mezelf

™

305

em

pl

Ruimtefiguren en vlakke figuren Driehoeken Vierhoeken Cirkels

ex

Gamezone

1 2 3 4

aa

r

™

293 295 298 300 302

307

ijk

Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen

Hoofdstuk 10

In k

In dit hoofdstuk leer je alles over vlakke figuren.

282

Formule 1B_2019.indb 282

13/06/19 12:25


Formule 1B_2019.indb 283

Ruimtefiguren en

Driehoeken

Vierhoeken

Cirkels

3

4

vlakke figuren

2

1

Aan de slag

p. 292 Oef 21

0

0-3

0-3

Oef 22

1 Oef 23

Oef 20

Oef 18

/

/

/

/

r

aa

2

6

6

9-11

pl

em

4-5

Oef 14

Oef 8

Oef 3

Oef 13

Oef 7

Oef 6

Oef 12

4-5

6-8

Oef 10

ex

Oef 5

Oef 19

Oef 15

Oef 11

Oef 9

Oef 4

Oef 17

Oef 2

Oef 16

0-5

ijk Oef 1

/25 Totaal

/2

/6

/6

/11

Resultaat

Totaal

TOM4

TOM3

TOM2

TOM1

/25

/2

/6

/6

/11

Test op mezelf

Klas: Datum: / / 20

Hoofdstuk 10

Totaal

BIM4

BIM3

BIM2

BIM1

Op mijn maat

Nr.:

p. 289

p. 286

p. 285

In k

Ben ik mee?

Mijn circuit Naam: /

283

13/06/19 12:25


Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM

/

TOM

/

Taak 1

/

Taak 4

/

Taak 2

/

Taak 5

/

Taak 3

/

Taak 6

/

Extra opdracht 1 :

r

/ /

aa

Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :

/ /

Extra opdracht 4 :

Waar had ik moeite mee?

em

Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?

/

pl

TOTAAL

ex

Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op

Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leraar

Heb ik nauwkeurig gemeten?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik net gewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Was ik telkens in orde met mijn materiaal?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik zelfstandig gewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik mijn werk verzorgd?

0

1

2

3

0

1

2

3

In k

Hoofdstuk 10

Evaluatie leerling

ijk

Aandachtspunt

TOTAAL

15

Commentaar van de leraar

Handtekening leerling

Handtekening leraar

Handtekening ouders

284

Formule 1B_2019.indb 284

13/06/19 12:25


Aan de slag 1

Ruimtefiguren en vlakke figuren

3 1

4

aa

r

2

7

5

em

pl

6

11

8

ex

9

16

15

ijk

14

10

12

13

In k

RUIMTEFIGUREN

balk

kubus

piramide kegel cilinder bol andere

Hoofdstuk 10

Zet eerst een kruisje in alle ruimtefiguren. Noteer daarna het juiste getal bij de juiste benaming. VLAKKE FIGUREN veelhoek

niet-veelhoek

begrensd door gebroken lijnen

begrensd door minstens ĂŠĂŠn gebogen lijn

driehoek

cirkel

vierhoek

andere

vijfhoek zeshoek andere

285

Formule 1B_2019.indb 285

13/06/19 12:25


Driehoeken

driehoek

In k

Hoofdstuk 10

ijk

zijde

hoekpunt

ex

2.1 Wiskundetaal

em

pl

aa

r

2

hoek

Kleur van deze driehoek: •

een zijde groen,

een hoekpunt blauw,

een hoek rood.

286

Formule 1B_2019.indb 286

13/06/19 12:25


2.2 Driehoeken indelen volgens de hoeken • Duid aan in onderstaande driehoeken: de scherpe hoeken in het geel de rechte hoeken in het rood de stompe hoeken in het groen • Tel voor elke driehoek telkens het aantal scherpe, rechte en stompe hoeken.

aa

r

• Geef dan ook de juiste benaming. Kies uit: rechthoekig, scherphoekig of stomphoekig.

     scherpe hoeken

     scherpe hoeken

     rechte hoeken

     rechte hoeken

     rechte hoeken

     stompe hoeken

     stompe hoeken

     stompe hoeken

em



pl

     scherpe hoeken



driehoek



driehoek

driehoek

2.3 Driehoeken indelen volgens de zijden

ex

• Meet de zijden van onderstaande driehoeken. Duid even lange zijden met eenzelfde kleur aan.

• Tel voor elke driehoek het aantal even lange zijden.

ijk

• Geef dan ook de juiste benaming. Kies uit: gelijkzijdig, gelijkbenig of ongelijkbenig.    mm

   mm

   mm

   mm

Hoofdstuk 10

In k

   mm

   mm

   mm

   mm

   mm

    even lange zijden

    even lange zijden

    even lange zijden







driehoek

driehoek

driehoek

287

Formule 1B_2019.indb 287

13/06/19 12:25


2.4 Driehoeken indelen volgens de hoeken en de zijden driehoeken

scherphoekig

rechthoekig

stomphoekig

aa

r

gelijkbenig

In k

Hoofdstuk 10

ijk

ex

ongelijkbenig

em

pl

gelijkzijdig

Je kunt elke driehoek dus twee namen geven. Deze oranje driehoek is                   en              .

288

Formule 1B_2019.indb 288

13/06/19 12:25


pl

aa

r

3 Vierhoeken

ijk

ex

hoekpunt

em

3.1 Wiskundetaal

hoek

vierhoek

Hoofdstuk 10

zijde

In k

Duid de overstaande hoek van de aangeduide rode hoek ook in het rood aan. Duid de overstaande zijde van de aangeduide zijde ook in het paars aan. Kleur van deze vierhoek: • een zijde groen,

• een hoekpunt blauw, • twee overstaande hoeken rood, • twee overstaande zijden geel.

289

Formule 1B_2019.indb 289

13/06/19 12:25


mm

  mm

ex

  mm

em

  mm

  mm

  mm

ijk

  mm

r

de vier hoeken zijn even groot

pl

  mm

  mm

de overstaande hoeken zijn even groot



  mm

  mm

.

aa

  mm

de vier zijden zijn even lang

de overstaande zijden zijn even lang

twee paar evenwijdige zijden

één paar evenwijdige zijden

3.2 Vierhoeken indelen Meet de zijden van deze vierhoeken en duid de rechte hoeken aan met dit symbool: Duid daarna de passende uitspraken aan. Vul tot slot in de laatste kolom de best passende benaming in. Kies uit: vierkant, trapezium, rechthoek, vierhoek, parallellogram en ruit.





  mm

In k

Hoofdstuk 10

  mm

  mm



  mm

mm   mm

mm   mm

mm    mm



mm   mm mm   mm

mm   mm

mm    mm

mm    mm



290

Formule 1B_2019.indb 290

13/06/19 12:25


3.3 Schema Vul de benamingen aan. 

aa

r



pl

één paar evenwijdige zijden

em







ex

twee paar evenwijdige zijden

In k

vier hoeken even groot

vier zijden even lang

Hoofdstuk 10

ijk



vier hoeken even groot en vier zijden even lang

• Elk parallellogram is ook een trapezium, want een parallellogram heeft twee (dus zeker één) paar evenwijdige zijden. • Elk vierkant is ook een rechthoek, want een vierkant heeft ook vier even grote hoeken. Een gelijkaardige redenering kun je bij iedere pijl maken. Waar of niet waar ? Vink aan. a

Alle vierkanten zijn parallellogrammen.

b

Sommige ruiten zijn rechthoeken.

waar

niet waar

 

  291

Formule 1B_2019.indb 291

13/06/19 12:25


Cirkels

In k

Hoofdstuk 10

ijk

cirkel

ex

diameter

em

pl

aa

r

4

middelpunt

straal

Teken in deze cirkel: •

een straal groen,

een diameter blauw,

het middelpunt rood.

292

Formule 1B_2019.indb 292

13/06/19 12:25


Ben ik mee? Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 25

1 Ruimtefiguren en vlakke figuren Markeer de best passende benaming.

kubus

balk

kubus

kegel

driehoek vierhoek

cirkel

driehoek vierhoek cilinder

ex

em

balk

pl

aa

r

BIM1.1

kegel

piramide driehoek vierhoek

kegel

piramide

cirkel

vierhoek zeshoek achthoek cilinder

BIM1.2

balk

kubus

bol 9

Duid de veelhoeken aan.

™

Hoofdstuk 10

In k

ijk

cilinder cilinder

™

™

™

2

293

Formule 1B_2019.indb 293

13/06/19 12:25


2 Driehoeken Voer de opdrachten uit en vul aan.

BIM2





Welk soort driehoek is dit volgens de zijden?





aa

Welk soort driehoek is dit volgens de hoeken?

r

Kleur telkens een hoekpunt groen en een zijde rood.

pl

3 Vierhoeken

6







4

ex



em

Geef de best passende benaming voor deze vierhoeken.

BIM3.1

Kleur twee overstaande zijden rood. Kleur twee overstaande hoeken groen. Duid alle rechte hoeken met het gepaste symbool aan.

In k

Hoofdstuk 10

ijk

BIM3.2

2

4 Cirkels

BIM4

Noteer de best passende benaming. 







2

294

Formule 1B_2019.indb 294

13/06/19 12:25


Op mijn maat Ruimtefiguren en vlakke figuren 1

Herken je een ruimtefiguur (R) of een vlakke figuur (V)? Markeer.

V

R

V

R

V

R

V

V

R

V

R

V

R

V

R

V

V

Markeer de best passende benaming.

Hoofdstuk 10

In k

ijk

2

V

ex

R

R

em

R

pl

aa

R

r

1

balk

kubus

kegel

kegel

bol

cilinder

kegel

balk

cilinder

balk

kubus

cilinder

cilinder

kegel

piramide

balk

kubus

kegel

295

Formule 1B_2019.indb 295

13/06/19 12:25


Welke ruimtefiguren herken je in deze zoetigheden en hun verpakkingen?

4

Help kleine Laura en kraak de code. Welke ruimtefiguur hoort in welke opening? De letters vormen een woord.

em

pl

aa

r

3

1

1 4

3

4

5

3

ex

2

2

In k

Hoofdstuk 10

ijk

5

5

M

L O

E

D

Welke soort veelhoek herken je in de hoofden van deze cartoonfiguren?

296

Formule 1B_2019.indb 296

13/06/19 12:25


Markeer de best passende benaming.

cirkel

driehoek vierhoek

zeshoek

vijfhoek

cirkel

vijfhoek

achthoek

driehoek zeshoek

Markeer de best passende benaming.

cirkel

driehoek vierhoek

zeshoek achthoek veelhoek

vijfhoek

cirkel

driehoek zeshoek

zeshoek achthoek veelhoek

ijk

ex

driehoek vierhoek

em

pl

7

vierhoek

r

driehoek

aa

6

driehoek vierhoek

vierhoek driehoek zeshoek

zeshoek

cirkel

veelhoek

spel

onderdeel

Hoofdstuk 10

Welke soort veelhoek herken je in de afgebeelde onderdeeltjes van deze gezelschapsspelen?

In k

8

vijfhoek

soort veelhoek

297

Formule 1B_2019.indb 297

13/06/19 12:26


2

Driehoeken 9 a b

Kleur van deze driehoeken: een zijde groen, een hoekpunt blauw.

ex

em

pl

aa

r

10 Noteer de correcte benaming van de gekleurde delen in het overeenkomstig gekleurde kader. Kies uit: driehoek, hoekpunt, hoek, zijde.

In k

Hoofdstuk 10

ijk

11 Duid de best passende benamingen aan volgens de hoeken en volgens de zijden.

  

scherphoekig

  

ongelijkbenig

rechthoekig stomphoekig

gelijkbenig gelijkzijdig

  

scherphoekig

  

ongelijkbenig

rechthoekig stomphoekig

gelijkbenig gelijkzijdig

  

scherphoekig

  

ongelijkbenig

rechthoekig stomphoekig

gelijkbenig gelijkzijdig

298

Formule 1B_2019.indb 298

13/06/19 12:26


12 Geef de best passende benaming voor elke driehoek. Meet als dat nodig is.

volgens de hoeken

pl

aa

r

volgens de zijden

em

volgens de hoeken volgens de zijden

In k

Hoofdstuk 10

ijk

ex

13 Teken een driehoek met twee stompe hoeken.

14 Juist of fout ? Duid aan. Met de gevonden letters maak je een woord. juist

fout

a

Een driehoek die gelijkbenig is, is altijd gelijkzijdig.

A

S

b

Een stomphoekige driehoek heeft een scherpe hoek.

P

R

c

Een rechthoekige driehoek kan ook stomphoekig zijn.

K

T

d

Een gelijkbenige driehoek is altijd scherphoekig.

L

M

e

Een rechthoekige driehoek kan ook gelijkzijdig zijn.

B

O

Woord:

299

Formule 1B_2019.indb 299

13/06/19 12:26


Vierhoeken 15 a b c

Kleur van deze vierhoeken: een zijde rood, een hoekpunt blauw, twee overstaande hoeken groen.

r

3

ex

em

pl

aa

16 Plaats het figuurnummer bij de juiste benaming.

Parallellogram:

Rechthoek:

Vierkant:

ijk

Trapezium:

Hoofdstuk 10

In k

17 Duid de passende eigenschappen aan. Geef daarna de best passende benaming voor de vierhoek.



één paar evenwijdige zijden



één paar evenwijdige zijden



één paar evenwijdige zijden



twee paar evenwijdige zijden



twee paar evenwijdige zijden



twee paar evenwijdige zijden

 

alle hoeken even groot

 

alle hoeken even groot

 

alle hoeken even groot

alle zijden even lang

alle zijden even lang

alle zijden even lang

300

Formule 1B_2019.indb 300

13/06/19 12:26


18 Geef de best passende benaming.

6

2

5

3

6

em

19 Schets.

aa

4

pl

1

r

5

Hoofdstuk 10

ijk

ex

een vierhoek met vier even grote hoeken een vierhoek met één paar evenwijdige zijden

In k

20 Juist of fout? Duid aan. Met de gevonden letters maak je een woord. juist

fout

a

Elke vierhoek met vier even lange zijden is een vierkant.

O

G

b

Elke parallellogram met één rechte hoek is een rechthoek.

F

V

c

Elke ruit heeft vier even grote hoeken.

E

I

d

Elk trapezium heeft twee paar evenwijdige zijden.

N

R

e

Een rechthoek met vier even lange zijden is een vierkant.

U

R

f

Elke vierhoek met één rechte hoek is een rechthoek.

M

U

Woord:

301

Formule 1B_2019.indb 301

13/06/19 12:26


4

Cirkels Kleur van deze cirkels: het middelpunt rood, een straal blauw, een diameter groen.

23 Geef de best passende benaming.

In k

Hoofdstuk 10

ijk

ex

em

pl

22 Benoem de gekleurde delen. Kies uit: cirkel, middelpunt, straal, diameter.

aa

r

21 a b c

302

Formule 1B_2019.indb 302

13/06/19 12:26


Even samenvatten

Ruimtefiguren

kegel

bol

balk

cilinder

kubus

aa

r

piramide

Vlakke figuren Een vlakke figuur die enkel begrensd is door lijnstukken noem je een veelhoek. Een veelhoek kun je benoemen door het aantal zijden of hoeken te tellen. Voorbeeld: vierhoek, zeshoek, driehoek ...

Driehoeken

em

pl

ex

scherphoekige driehoek

rechthoekige driehoek

stomphoekige driehoek

gelijkbenige driehoek

1 rechte hoek 2 even lange zijden

1 stompe hoek 2 even lange zijden

1 rechte hoek geen enkele zijde even lang

1 stompe hoek geen enkele zijde even lang

Hoofdstuk 10

In k

ijk

3 scherpe hoeken 2 even lange zijden

gelijkzijdige driehoek

3 scherpe hoeken 3 even lange zijden

ongelijkbenige driehoek 3 scherpe hoeken geen enkele zijde even lang

303

Formule 1B_2019.indb 303

13/06/19 12:26


Vierhoeken

ijk In k

Hoofdstuk 10

Een vierkant is een vierhoek met vier even lange zijden en vier even grote hoeken.

rechte hoeken

aa

r X

X

X

ex

Een rechthoek is een vierhoek met vier even grote hoeken.

overstaande hoeken even groot

alle zijden even lang

overstaande zijden even lang

2 paar

pl

2 paar

X

em

Een ruit is een vierhoek met vier even lange zijden.

X

2 paar

Een parallellogram is een vierhoek met twee paar evenwijdige zijden.

2 paar

Een trapezium is een vierhoek met minstens één paar evenwijdige zijden.

hoeken

1 paar

evenwijdig

zijden

alle hoeken even groot

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Cirkels

diameter

middelpunt

cirkel

straal

304

Formule 1B_2019.indb 304

13/06/19 12:26


Test op mezelf Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 25

1 Ruimtefiguren en vlakke figuren Markeer telkens de best passende benaming.

cilinder

bol

balk

kubus

kegel

em

balk

pl

aa

r

TOM1.1

cirkel

driehoek piramide

kubus

cilinder

TOM1.2

bol

kegel

driehoek vierhoek piramide

balk

kubus

bol 9

Duid de veelhoeken aan.

™

Hoofdstuk 10

In k

ijk

ex

driehoek vierhoek vijfhoek driehoek vierhoek

driehoek zeshoek veelhoek

™

™

™

2

305

Formule 1B_2019.indb 305

13/06/19 12:26


2 Driehoeken Voer de opdrachten uit en vul aan.

TOM2





Welk soort driehoek is dit volgens de zijden?





6

aa

Welk soort driehoek is dit volgens de hoeken?

r

Kleur een hoekpunt groen en een zijde rood.

3 Vierhoeken

Geef de best passende benaming voor deze vierhoeken.





b

waar

niet waar

Een vierhoek met twee paar evenwijdige zijden is altijd een rechthoek.





Een ruit met vier rechte hoeken is een vierkant.





Alle vierkanten zijn trapeziums.





Een ruit is een parallellogram met vier even lange zijden.





In k

Hoofdstuk 10

c d

4



ijk

a



ex

Waar of niet waar?

TOM3.2

em

pl

TOM3.1

2

4 Cirkels

TOM4

Noteer de best passende benaming bij de juiste kleur.









2

306

Formule 1B_2019.indb 306

13/06/19 12:26


Gamezone 1 Teken zelf een stripfiguur! Kies een hoofd, bovenlichaam, benen en voeten uit de lijst met lichaamsonderdelen. Teken zachtjes in potlood de basisvormen onder elkaar. Werk vanuit die vormen je stripfiguur verder uit. Gebruik gerust al je creativiteit! Basisvormen

Teken hier jouw stripfiguur!

In k

Voorbeeldopbouw

Hoofdstuk 10

ijk

ex

em

pl

aa

r

Lichaamsonderdelen

307

Formule 1B_2019.indb 307

13/06/19 12:26


In k

Hoofdstuk 10

ijk

ex

em

pl

aa

r

2 Een sumoworstelaar staat klaar voor de strijd, maar heeft nog geen uitdager! Teken een tweede sumoworstelaar. Volg de stappen hieronder.

308

Formule 1B_2019.indb 308

13/06/19 12:26


Fluitje van een cent

In k

ijk

ex

em

pl

aa

r

11

Formule 1B_2019.indb 309

13/06/19 12:26


Planner

Even samenvatten

319 Geld tellen Gepast betalen en teruggeven Prijzen vergelijken Let op, geld lenen kost ook geld Winst of verlies?

em

Test op mezelf Gamezone

314 315 315 315 316 317 318

321 322 325 327 329

r

Op mijn maat

™ ™ ™ ™ ™ 1 ™ 2 ™ 3 ™ 4 ™ 5 ™ ™ ™

aa

Ben ik mee?

1 Geld tellen 2 Gepast betalen en teruggeven 2.1 Gepast betalen 2.2 Teruggeven 3 Prijzen vergelijken 4 Let op, geld lenen kost ook geld 5 Winst of verlies?

pl

™ ™

Aan de slag

330 331 333

In dit hoofdstuk leer je alles over geld.

Hoofdstuk 11

In k

ijk

ex

Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen

310

Formule 1B_2019.indb 310

13/06/19 12:26


Formule 1B_2019.indb 311

Gepast betalen en

2

5

Let op, geld lenen

4

Winst of verlies? /3

/20

Totaal

/2

/4

/5

/6

BIM5

BIM4

BIM3

BIM2

BIM1

Totaal

Oef 16

Oef 12

Oef 17

1

0-2

3-4

3-4

Oef 14

Oef 7

Oef 18

Oef 13 2 Oef 19

Oef 15

Oef 11

Oef 9

Oef 8

Oef 3

3

2

3-4

5

5-6

/

/

/

/

/

/

Resultaat

r

aa

pl

em

Oef 10

Oef 6

Oef 5

Oef 2

ex

0-1

0

0-2

ijk Oef 4

Oef 1

0-2

Op mijn maat

Totaal

TOM5

TOM4

TOM3

TOM2

TOM1

/20

/3

/2

/4

/5

/6

Test op mezelf

Klas: Datum: / / 20

Hoofdstuk 11

p. 318

p. 317

p. 316

p. 315

p. 314

In k

Ben ik mee?

Nr.:

kost ook geld

Prijzen vergelijken

3

teruggeven

Geld tellen

1

Aan de slag

Mijn circuit Naam: /

311

13/06/19 12:26


Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM

/

TOM

/

Taak 1

/

Taak 4

/

Taak 2

/

Taak 5

/

Taak 3

/

Taak 6

/

Extra opdracht 1 :

r

/ /

aa

Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :

/ /

Extra opdracht 4 :

Waar had ik moeite mee?

em

Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?

/

pl

TOTAAL

ex

Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op

Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling

Evaluatie leraar

Heb ik mijn fouten zinvol verbeterd?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik goed doorgewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Was ik telkens in orde?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik zelfstandig gewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik nagedacht over mijn antwoorden?

0

1

2

3

0

1

2

3

Hoofdstuk 11

In k

ijk

Aandachtspunt

TOTAAL

15

Commentaar van de leraar

Handtekening leerling

Handtekening leraar

Handtekening ouders

312

Formule 1B_2019.indb 312

13/06/19 12:26


Aan de slag Sinds 1 januari 2002 betalen we in bijna alle landen van Europa met de euro. Plaats in de tekstballonnen de waarde van alle munten en biljetten. BILJETTEN

MUNTEN

r

em

pl

aa

€ 0,01

€5

ex

€ €

cent

ijk

1 euro =

In k

• Let op de juiste schrijfwijze: 5,65 euro = € 5,65 = 5,65 EUR • Je noteert altijd twee cijfers na de komma. • Je schrijft: € 17,55 Je leest: 17 euro 55 cent 30 cent Hoofdstuk 11

€ 0,30

Vul aan.

=

x

=

x

=

x

=

x

=

x

=

x

=

x

=

x

=

x

313

Formule 1B_2019.indb 313

13/06/19 12:27


1

Geld tellen

Jarne ziet een advertentie van een luidspreker. Kan hij die betalen met het geld dat in zijn spaarvarken zit? Vul aan. euro

x€2

=

euro

x€5

=

euro

x € 10 =

euro

€ 59

euro

Hoeveel geld zit er in zijn spaarvarken? Is dat voldoende om zijn luidspreker te kopen?

ja Hij heeft te veel.

r

=

neen

aa

x€1

euro Hij heeft te kort.

euro

pl

Tel het geld in het spaarvarken. In welk spaarvarken zit er voldoende geld om de luidspreker te kopen? Vink aan.

ex

£

£

ijk

£

em

Welk land hoort bij welk nummer? Vul aan.

In k

Hoofdstuk 11

De euro is de munteenheid van 19 lidstaten van de Europese Unie. Dat wil zeggen dat je in de volgende landen kunt betalen met de euro: België, Duitsland, Nederland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Finland, Spanje, Portugal, Griekenland, Oostenrijk, Slovenië, Cyprus, Letland, Malta, Estland, Slowakije en Litouwen. land 1 2

4

3 2

4

1 3

314

Formule 1B_2019.indb 314

13/06/19 12:27


2

Gepast betalen en teruggeven

2.1 Betalen Jef koopt een paar voetbalschoenen en een nieuw voetbaldoel. Betaal gepast met zo weinig mogelijk muntstukken en biljetten. Plaats een ‘x’ voor iedere keer hij een muntstuk of biljet gebruikt.

€ 161,30

2.2 Teruggeven

Bij de slager, betaalt ze 21,45 euro. Ze geeft 30 euro aan de slager. Hoe geeft de slager gepast terug met zo weinig mogelijk munten of biljetten?

em

Jelke koopt koffiekoeken voor € 7,10. Ze betaalt met een biljet van 20 euro. Hoe geeft de bakker gepast terug met zo weinig mogelijk munten of biljetten?

pl

aa

r

35 euro

te betalen

voorlopig totaal

ex

aantal

aantal

voorlopig totaal

€ 21,45

Totaal Hoeveel krijgt Jelke terug?

Hoofdstuk 11

In k

ijk

€ 7,10

te betalen

€ 20,00

Totaal Hoeveel krijgt Jelke terug?

315

Formule 1B_2019.indb 315

13/06/19 12:28


3

Prijzen vergelijken

Prijzen vergelijken kan je heel wat geld besparen. Daarom bereken je de prijs voor eenzelfde hoeveelheid. Colruyt

Delhaize

Albert Heijn € 1,50

€ 2,10

1 stuk

hoeveelheid

1 stuk

em

0,25 l

hoeveelheid

prijs

ex

prijs

ijk

1l

In k

€ 1,10 voor 500 g

hoeveelheid

Hoofdstuk 11

1 kg

prijs

prijs

hoeveelheid

prijs

1l

€ 4,40 voor 2 kg

hoeveelheid

€ 1,80

1,5 l

0,5 l

hoeveelheid

1l

hoeveelheid

1 stuk

€ 1,25

€ 0,55

prijs

aa

prijs

pl

hoeveelheid

r

€ 3,20

prijs

1 kg

€ 12 voor 6 kg hoeveelheid

prijs

1 kg

In welke winkel is het product het goedkoopst? Vink aan.

1 Kinder Surprise 1 l cola 1 kg spaghetti

316

Formule 1B_2019.indb 316

Colruyt

Delhaize

Albert Heijn

  

  

  

13/06/19 12:28


4 Let op, geld lenen kost ook geld Pieter is het beu om iedere dag met de bus naar zijn werk te gaan. Hij beslist om een elektrische scooter aan te kopen. Zelf kan Pieter het volledige bedrag niet in één keer betalen. Daarom beslist hij om de scooter op afbetaling te kopen (in stukjes betalen).

contant € 1 200

Hij krijgt drie mogelijke opties om de elektrische scooter te kopen. Bereken de totale kostprijs. optie B

optie C

€ 200 + 24 x € 45/maand

€ 500 + 6 x € 120/maand

Berekening:

totale kostprijs: 

totale kostprijs: 

Vink telkens de passende optie aan.

B

C

d  Welke optie is voor Pieter het goedkoopst?

   

   

   

e Als Pieter een voorschot kan geven van 600 euro, wat is dan zijn beste optie?







f Als Pieter slechts een voorschot kan geven van 150 euro, wat is dan zijn beste optie?







g  Welke optie is duurder dan de contante prijs?







ex

A

a  Bij welke optie betaalt Pieter maandelijks het meest? b  Bij welke optie(s) moet Pieter een voorschot betalen?

In k

ijk

c  Bij welke optie duurt de afbetaling het langst?

Hoofdstuk 11

totale kostprijs: 

€ 125/maand Slechts voor één jaar

pl

Berekening:

em

Berekening:

aa

r

optie A

Contant of op afbetaling?

Euh, met geld?

317

Formule 1B_2019.indb 317

13/06/19 12:28


5 Winst of verlies? Op een veiling koopt een marktkramer zijn fruit voor de vrijdagmarkt. Vul de inkoopprijs en de verkoopprijs aan. Duid aan of hij winst of verlies maakt. veilingprijs: € 21

€ 35

r

€ 40

veilingprijs: € 24

bananen

inkoopprijs

inkoopprijs

verkoopprijs

verkoopprijs

Maakt hij winst?

Maakt hij winst?

bedrag

pl

aa

appels

em

bedrag

ex

De fruithandelaar koopt ook een kist aardbeien voor 56 euro. Tijdens het transport raken enkele aardbeien ingedeukt. Hij verkoopt ze nog voor 49 euro.

€ 49

Hoofdstuk 11

In k

ijk

veilingprijs: € 56

inkoopprijs

inkoopprijs

verkoopprijs

verkoopprijs

Maakt hij winst?

Maakt hij winst?

bedrag

bedrag

aardbeien

TOTALE OPBRENGST

318

Formule 1B_2019.indb 318

13/06/19 12:28


Ben ik mee? Naam: Nr.:

1

Klas:

Datum:

/

/ 20

/ 20

Geld tellen Vul aan. =

x

=

x

=

x

=

x

=

x

6

Betaal gepast met zo weinig mogelijk muntstukken en biljetten. Plaats een ‘x’ voor iedere keer je een muntstuk of biljet gebruikt.

ex

€ 108,95

Marjolein koopt in de Lola Liza een bloesje. Dat kost 24,70 euro. Ze betaalt met een biljet van 50 euro.

te betalen

voorlopig aantal totaal

2

€ 24,70

ijk

BIM2.2

x

pl

BIM2.1

Gepast betalen en teruggeven

=

em

2

aa

r

BIM1

In k

Hoe geeft de kassabediende gepast terug met zo weinig mogelijk munten of biljetten? Hoofdstuk 11

Hoeveel krijgt Marjolein in totaal terug? Berekening:

Antwoordzin:

Totaal

Formule 1B_2019.indb 319

3

319

13/06/19 12:29


3

Prijzen vergelijken Rangschik de prijzen van goedkoop naar duur.

BIM3.1

A

B

1l € 1,75

C

1l € 1,65

1l € 0,80 <

1

<

aa

6 x 200 ml

75 cl

€ 12

€ 2,28

€ 1,26

hoeveelheid

prijs

hoeveelheid

em

prijs

pl

24 x 200 ml

hoeveelheid 1l

1l



prijs

1l



3



Let op, geld lenen kost ook geld

ex

4

r

Arthur moet een grote hoeveelheid melk bestellen. Vink de goedkoopste mogelijkheid aan.

BIM3.2

Louise gaat naar de elektrozaak om een laptop te kopen. Ze gaat in op de aanbieding om de laptop op afbetaling te kopen. Hoeveel zal Louise uiteindelijk betalen? Berekening:

ijk

BIM4

€ 75/maand

In k

contract voor 24 maanden

Antwoordzin:

Of betaal € 1 600 euro contant

Hoofdstuk 11

5

BIM5

Hoeveel bedraagt het verschil met de contante prijs? Berekening: Antwoordzin:

2

Winst of verlies?

Vul de tabel aan. inkoopprijs

verkoopprijs

winst

verlies

bedrag

€ 546,25

€ 723,45

  

  

€ 3,45

€ 15,75 € 365,80

€ 20,40

3

320

Formule 1B_2019.indb 320

13/06/19 12:29


Op mijn maat 1

Geld tellen 1

Vul de tekstballonnen aan. Ik heb nog euro en eurocent

Ik heb nog euro en eurocent

De drinkfles van Theo is uitgelopen in zijn boekentas. In zijn boekentas zat ook zijn portemonnee. Daarom heeft Theo het geld dat nat is geworden, laten drogen aan de waslijn. Hoeveel geld was er nat?

Vul het te betalen bedrag in. Kleur de munten die ik in de parkeerautomaat moet gooien. Let wel, ik heb slechts één munt van elk. Ik betaal gepast.

In k

13:30

PARKEERGARAGE ALLESTELT eerst betalen, dan auto halen

AANKOMST

17 MEI 12:00

P

Te betalen: €

Hoofdstuk 11

3

ijk

ex

em

pl

2

aa

r

Ik heb nog euro en eurocent

Parkeertarief € 1,20 per uur Openingstijden: 7:00 tot 24:00

321

Formule 1B_2019.indb 321

13/06/19 12:30


2

Gepast betalen en teruggeven 4

Betaal gepast met zo weinig mogelijk muntstukken en biljetten. Plaats een ‘x’ voor iedere keer je een muntstuk of biljet gebruikt.

r

32,30 euro

aa

89,95 euro

em

pl

5 Niels trakteert zijn vrienden in het schoolrestaurant. a Bereken hoeveel Niels moet betalen.

kom cornflakes chocoladekoek 50 cent 1 euro

soep 70 cent

berekening

koek 40 cent kostprijs

ex

Niels koopt:

sandwich 1 euro 20 cent

euro

1 kom cornflakes

euro

3 sandwiches

euro

5 koeken

euro

4 soepjes

euro

Hoofdstuk 11

In k

ijk

2 chocoladekoeken

b

Totaal =

euro

Hij betaalt met een biljet van 20 euro. Hoeveel krijgt hij terug? Berekening: Antwoordzin:

c

De bediende geeft met zo weinig mogelijk munten en biljetten terug. Welke munten/biljetten krijgt Niels terug? Plaats een ‘x’ voor iedere keer je een muntstuk of biljet gebruikt.

322

Formule 1B_2019.indb 322

13/06/19 12:30


6

Pieter koopt in de supermarkt vier pakken koekjes, twee flessen limonade en twee kg appelen. € 0,45 € 0,90/kg € 1,20

Hoeveel moet Pieter betalen? Berekening:

a

Antwoordzin: Hij betaalt met een biljet van 20 euro. Hoeveel krijgt Pieter terug? Berekening: Antwoordzin:

c

Welke combinatie muntstukken en biljetten geeft de kassabediende terug? Vink aan.





em



pl

aa

r

b

Hoe geeft de kassabediende gepast terug met zo weinig mogelijk munten of biljetten?

a

In de foodbar koopt Brian een slaatje voor € 4,60. Hij betaalt met een biljet van 20 euro.

ex

7

te betalen

aantal

Evi koopt een gsm-hoesje van € 11,35. Ze geeft de bediende een biljet van 50 euro.

te betalen

aantal

voorlopig totaal

€ 11,35

Totaal

Hoofdstuk 11

In k

ijk

€ 4,60

voorlopig totaal

b

Totaal

323

Formule 1B_2019.indb 323

13/06/19 12:31


8

Vul de ontbrekende zaken aan op de kastickets.

1x 1x 1x 1x

Actimel 0 % natuur Barbecue rib Danone yoghurt 1,5 l Cola Zero

€ 5,05 € 2,50 € 2,05 € 1,75

6 x T- shirt 3 x jeansbroek skinny 10 x boxershorts

€ 149,00

Totaal Totaal

Teruggave € 10,15

Cash

ex

€ 30,00

€ 2,50 € 5,40 € 3,50

Cash

Teruggave

€ 3,60 Bedankt en tot ziens!

ijk

Bedankt en tot ziens!

Bij de fietsenmaker moet Lex 15,30 euro betalen om zijn lekke band te herstellen. Lex betaalt met een biljet van 20 euro. Hoeveel moet hij extra betalen aan de fietsenmaker om een biljet van 5 euro terug te krijgen?

Hoofdstuk 11

In k

9

3 x A4-werkschrift 2 x balpen BIC blauw 5 x ringmappen Totaal

Totaal

Teruggave

€ 2,50 € 5,40 € 18,00

em

1x koffie 2x Ice Tea 2x verwenbordje

Bedankt en tot ziens!

aa

Bedankt en tot ziens!

pl

Teruggave

€ 150,00

r

Cash

Cash

€ 30,00 € 70,00

Berekening:

Antwoordzin:

324

Formule 1B_2019.indb 324

13/06/19 12:31


3

Prijzen vergelijken 10 Bereken telkens de prijs voor eenzelfde hoeveelheid. x 16

8 rollen

6 rollen

€ 4,80

€ 2,40

16 rollen

€ 8,80

hoeveelheid

prijs

6 rollen 1 rol

5 m

20 m

€ 34,75

prijs

hoeveelheid

ijk

1m

ex

em

€ 169,00

hoeveelheid

prijs

1 rol

pl

1 rol

hoeveelheid

r

prijs

aa

hoeveelheid

prijs

hoeveelheid

1m

15 m

€ 127,50

prijs

1m

800 g

In k

€ 3,60

hoeveelheid

1 kg

prijs

1 kg

Hoofdstuk 11

€ 4,40

1,6 kg

€ 9,60 hoeveelheid

1 kg

prijs

hoeveelheid

prijs

1 kg

325

Formule 1B_2019.indb 325

13/06/19 12:31


Filip

champignons

prijs

hoeveelheid

prijs

hoeveelheid

em

hoeveelheid

ananas

pl

appels

aa

r

11 Bereken de prijs per eenzelfde hoeveelheid.

1 kg

1 stuk

prijs

1 kg

Roedi

hoeveelheid

prijs

hoeveelheid

ijk

1 kg

ananas

ex

appels

prijs

champignons hoeveelheid

1 stuk

In k

Wie is het goedkoopst? Vink aan. Ananas is het goedkoopst bij Appels zijn het goedkoopst bij

Hoofdstuk 11

Champignons zijn het goedkoopst bij

prijs

1 kg Filip

Roedi

  

  

Vul de tabel aan. Gust koopt in de Filipshop

Anna koopt bij Roedi

3 kg appelen

2 kg appels

600 g champignons

0,5 kg champignons

3 ananassen

6 ananassen

Hoeveel betaalt Gust bij Filip?

Hoeveel betaalt Anna bij Roedi?

326

Formule 1B_2019.indb 326

13/06/19 12:31


4

Let op, geld lenen kost ook geld 12 Los op. Je beslist om de producten maandelijks af te betalen.

€ 37,45/maand

contract voor 23 maanden

€ 25/maand

contract voor 18 maanden Of betaal 400 euro contant

Of betaal 729,90 euro contant

loopband

r

spelconsole

aa

a Hoeveel zul je na het contract hebben uitgegeven?

pl

b Hoeveel bedraagt het verschil met de contante prijs?

ex

em

13 De familie Geldteveel koopt nieuwe meubels.

2-persoonskamer Milano

ijk

Hoeksalon Maud in kunstleder/structuurstof € 800 of € 41 per maand

contract: 23 maanden

€ 650

of € 36 per maand

Lavabokast Salty € 200

of € 13,30 per maand

contract: 21 maanden

contract: 17 maanden

In k

Hoeveel zou de familie betalen als ze alles onmiddellijk betalen? Berekening: Hoofdstuk 11

Antwoordzin:

De familie beslist om op afbetaling te kopen. Hoeveel zullen ze uiteindelijk betalen? berekening

kostprijs

Hoeksalon Maud 2-persoonskamer Lavabokast Salty Totaal

327

Formule 1B_2019.indb 327

13/06/19 12:32


14 Koen Vietis wil graag een nieuwe wagen kopen. Hij ziet deze BMW in de folder. a

Koen beslist om de wagen op afbetaling te kopen. Hoeveel zal hij na het contract hebben betaald voor de wagen? Berekening: Antwoordzin:

b

Hoeveel bedraagt het verschil met de contante prijs?

15 Je koopt een flatscreentelevisie.

Je wilt 100 euro per maand betalen. Hoeveel maanden zal je moeten afbetalen als er geen extra kosten aangerekend worden? Berekening:

ijk

b

â&#x201A;Ź 700

ex

Antwoordzin:

em

pl

Je betaalt een voorschot van 100 euro. De rest betaal je af in 12 maanden. Hoeveel moet je maandelijks betalen als er geen extra kosten aangerekend worden? Berekening:

aa

Antwoordzin:

a

contract: 125 maanden Contante prijs: 117 000 euro

r

Berekening:

Er is al een BMW 840d Cabrio vanaf â&#x201A;Ź 975/maand

In k

Antwoordzin:

c

Hoofdstuk 11

Je kunt een voorschot betalen van 400 euro. Je wilt het toestel afbetalen in drie maanden. Hoeveel betaal je af per maand als er geen extra kosten aangerekend worden? Berekening:

Antwoordzin: d

328

Formule 1B_2019.indb 328

Je betaalt tien maanden lang 50 euro per maand af. Wat was het voorschot als er geen extra kosten aangerekend worden? Berekening:

Antwoordzin:

13/06/19 12:32


5

Winst of verlies? 16 Vul de tabel aan. inkoopprijs

verkoopprijs

winst

verlies

€ 250

€ 125

€ 833

€ 1 000

   

   

€ 9,25 € 468

bedrag

€ 5,20 € 22,80

aa

r

17 De voetbalploeg van Niels verkoopt kalenders voor het goede doel. De kalenders werden aangekocht voor 180 euro. De opbrengst bedraagt 850 euro. Welk bedrag blijft er over voor het goede doel? Berekening:

pl

Antwoordzin:

em

18 Een verkoper van muziekinstrumenten koopt bij de groothandelaar een viool voor € 460,20. De verkoper wint de helft van de inkoopprijs. Bereken de verkoopprijs. Berekening:

ex

Antwoordzin:

product

Formule 1B_2019.indb 329

inkoopprijs

Hoofdstuk 11

In k

ijk

19 Ted heeft een kraam op de markt. Vergelijk de prijzen uit zijn kraam met de inkoopprijzen op de factuur. Op welke producten maakt hij winst, op welke verlies? Vul de tabel in.

verkoopprijs

winst

verlies

    

    

bedrag

329

13/06/19 12:32


Even samenvatten

aa

- Schrijfwijze: 5,65 euro = € 5,65 = 5,65 EUR - Je noteert altijd twee cijfers na de komma - Je schrijft: € 17,55 Je leest: 17 euro 55 cent € 0,30 30 cent

r

• Geld tellen

• Gepast betalen en teruggeven

em

pl

€ 205,85

Geef je 250 euro aan de bediende, dan is het bedrag dat je terugkrijgt gelijk aan 250 – 205,85 = 44,15 euro

aantal

prijs

24 flesjes

€ 14,40

1 fles

€ 0,60

: 24

ijk

: 24

ex

• Prijzen vergelijken

€ 14,40

In k

• Let op, geld lenen kost ook geld Contante prijs: is de prijs die je in één keer aan de kassa betaalt. Afbetaling: iets kopen, maar in stukjes (meestal per maand) betalen.

Hoofdstuk 11

• Winst of verlies? inkoopprijs

verkoopprijs

winst

verlies

bedrag

€ 55

€ 80 € 95

€ 225

€ 225 – € 20 = € 205

  

€ 80 - € 55 = € 15

€ 95 - € 5 = € 90

  

€5 € 20

330

Formule 1B_2019.indb 330

13/06/19 12:32


Test op mezelf Naam: Nr.:

1

Klas:

Datum:

/

/ 20

/ 20

Geld tellen

=

x

=

x

=

x

=

x

=

6

Betaal gepast met zo weinig mogelijk muntstukken en biljetten. Plaats een ‘x’ voor iedere keer je een muntstuk of biljet gebruikt.

€ 139,45

Om zijn verjaardag te vieren trakteert Maxim zijn vrienden in de Pizzahut. Hij moet in totaal 74,85 euro betalen. Hij betaalt met twee biljetten van 50 euro.

te betalen

aantal

voorlopig totaal

2

ijk

ex

TOM2.2

aa

Gepast betalen en teruggeven

x

pl

TOM2.1

x

em

2

=

r

Vul aan.

TOM1

In k

Hoe geeft de kassabediende gepast terug met zo weinig mogelijk munten of biljetten? Hoeveel krijgt Maxim in totaal terug? Hoofdstuk 11

Berekening:

Antwoordzin:

Totaal

3

331

Formule 1B_2019.indb 331

13/06/19 12:33


3 Prijzen vergelijken TOM3.1

Rangschik de prijzen van goedkoop naar duur. A

B

C

6 x 125 g

€ 2,25

6 x 125 cl

6 x 125 g

€ 2,20

€ 3,50

TOM3.2

      <       <      

aa

8 x 20 cl

€ 4,80

1 l

€ 1,60

€ 0,70 prijs





1l



prijs

hoeveelheid

prijs









1l



1l





3



ex



hoeveelheid

em

hoeveelheid

pl

250 ml

r

Leonie moet een grote hoeveelheid fruitsap bestellen. Vink de goedkoopste mogelijkheid aan.

1

4 Let op, geld lenen kost ook geld TOM4

ijk

Vanwege het warme weer wil het gezin Slippers een zwembad kopen. In de Fun krijgen ze een aanlokkelijk voorstel.

In k

Hoeveel betaalt het gezin voor het zwembad op afbetaling? Berekening:

€ 11,25/maand

contract voor 16 maanden

Hoofdstuk 11

Of betaal € 160 euro contant

Antwoordzin:  Hoeveel bedraagt het verschil met de contante prijs? Berekening: Antwoordzin: 

2

5 Winst of verlies? TOM5

Vul de tabel aan. inkoopprijs

verkoopprijs

winst

verlies

€ 6,50

€ 24,90

  

  

€ 10,85

332

Formule 1B_2019.indb 332



 € 2,00

bedrag  € 3,25 € 0,50

3

13/06/19 12:33


Gamezone 1 Welk van volgende geldbedragen ben ik? Vink aan.









r



aa



De som van de cijfers in mijn getal is niet 2.

em

pl

Ik ben niet het dubbele van

ex

Ik ben niet de helft van

Ik ben niet de som van en

ijk

Ik ben niet het verschil van en

Hoofdstuk 11

In k

2 Tien munten liggen in de vorm van een driehoek met de punt omhoog. Leg de munten in een driehoek naar omlaag door slechts drie munten te verplaatsen.

333

Formule 1B_2019.indb 333

13/06/19 12:34


3 Neem een muntstuk. Neem een stuk papier en knip een cirkelvormig gat in het midden van het papier. Het gat moet net iets kleiner zijn dan de grootte van het muntstuk.

aa

r

Hoe kun je het muntstuk door het gat heen krijgen zonder het papier te scheuren of te knippen?

em

pl

4 Aan het begin van een stralende zondagmiddag liep de kasteelheer van slot Loevestein zijn studeerkamer binnen. Hij zag dat de kluis was opengebroken en belde meteen de politie. Toen de politie het huishoudelijk personeel verhoorde over hun activiteiten op het moment waarop de kluis opengebroken moest zijn, werden de volgende alibi’s gegeven:

ex

• De kok was het middagmaal aan het klaarmaken; • De tuinman was de haag aan het snoeien; • De butler was de post aan het halen; • Het dienstmeisje was de bedden aan het opmaken.

ijk

Wie was de dader? 

Hoofdstuk 11

In k

5 Verbind het muntstuk met de bijhorende vlag.

 

 

 

 

334

Formule 1B_2019.indb 334

13/06/19 12:34


12

Omtrek

aa

r

mtrek Borsto

Tailleomtrek

pl

Heup

In k

ijk

ex

em

omtr ek

Er zijn wel vijf mensen nodig om de omtrek van deze boom te kunnen bepalen!

Formule 1B_2019.indb 335

13/06/19 12:34


Planner 339 340 341 341 341 341 342 342 342 344

r

™ ™ ™ ™

1 Omtrek of oppervlakte? 2 Omtrek meten 3 Omtrek van rechthoek en vierkant 3.1 Wiskundetaal 3.2 Omtrek van een rechthoek 3.3 Omtrek van een vierkant 4 Omtrek van een niet-veelhoek en cirkel 4.1 Omtrek van een niet-veelhoek 4.2 Omtrek van een cirkel 5 Rekenen met je rekentoestel

aa

™ ™ ™

Aan de slag

Ben ik mee?

™

Op mijn maat

™ ™ ™ ™ ™

Even samenvatten

™

356

Test op mezelf

™

357

Gamezone

™

359

pl

Omtrek of oppervlakte? Omtrek meten Omtrek van rechthoek en vierkant Omtrek van een niet-veelhoek en cirkel Rekenen met je rekentoestel

ex

em

1 2 3 4 5

345 347 348 349 351 352

In dit hoofdstuk leer je alles over de omtrek.

In k

ijk

Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen

Hoofdstuk 12

336

Formule 1B_2019.indb 336

13/06/19 12:34


Formule 1B_2019.indb 337

5

p. 344

p. 342

Totaal

BIM5

BIM4

BIM3

BIM2

BIM1

/20

/7

/2

/4

/3

/4

Oef 21

Oef 20

Oef 16

Oef 8

Oef 7

Oef 4

0-3

0

0-2

0-1

Oef 22

Oef 12

Oef 27

Oef 24 Oef 25

Oef 26

4-5

Totaal

Oef 30

Oef 29

r

/

/

/

/

/

/

Resultaat

aa

Oef 33

pl

Oef 19

Oef 15

Oef 32

6-7

2

4

3

Oef 31

Oef 18

Oef 14

Oef 13

Oef 6

Oef 3

4

Oef 28

em 1

3

2

3

Oef 23

Oef 17

Oef 11

Oef 10

Oef 5

Oef 2

ex

Oef 9

ijk Oef 1

0-2

Op mijn maat

Totaal

TOM5

TOM4

TOM3

TOM2

TOM1

/20

/7

/2

/4

/3

/4

Test op mezelf

Klas: Datum: / / 20

Hoofdstuk 12

rekentoestel

cirkel Rekenen met je

niet-veelhoek en

Omtrek van een

p. 341

p. 340

p. 339

In k

Ben ik mee?

Nr.:

4

Omtrek van

3

rechthoek en vierkant

Omtrek meten

oppervlakte?

Omtrek of

2

1

Aan de slag

Mijn circuit Naam: /

337

13/06/19 12:34


Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM

/

TOM

/

Taak 1

/

Taak 4

/

Taak 2

/

Taak 5

/

Taak 3

/

Taak 6

/

Extra opdracht 1 :

r

/ /

aa

Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :

/ /

Extra opdracht 4 :

Waar had ik moeite mee?

em

Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?

/

pl

TOTAAL

ex

Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op

Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling

Evaluatie leraar

Heb ik nauwkeurig gemeten?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik goed doorgewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik telkens de eenheden vermeld?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik goed meegewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik nagedacht of mijn antwoorden wel kunnen?

0

1

2

3

0

1

2

3

In k

ijk

Aandachtspunt

Hoofdstuk 12

TOTAAL

15

Commentaar van de leraar

338

Formule 1B_2019.indb 338

Handtekening leerling

Handtekening leraar

Handtekening ouders

13/06/19 12:34


Aan de slag 1

Omtrek of oppervlakte?

pl

Opa wil ook niet dat zijn vissen door een reiger worden opgegeten. Daarom spant hij een net over de vijver.

em

Opa wil niet dat zijn kleinkinderen in de visvijver vallen. Daarom plaatst hij een omheining.

aa

r

Opa heeft zijn tuin aangelegd met wat paadjes, beplanting, een terras en een visvijver.

Duid met groen op de figuur de plaats van de omheining aan.

Duid met rood op de figuur de plaats van het net aan.

Dat noem je de omtrek.

Dat noem je de oppervlakte.

In k

ijk

ex

Hebben deze mensen de omtrek nodig, of juist de oppervlakte?

Eleni zoekt een passende broek.

Halina geeft haar woonkamer een nieuwe kleur.

Anna loopt haar dagelijkse kilometers op de piste.

Hoofdstuk 12

Gilles wil het gazon bemesten.

339

F1_1B_H12.indd 339

13/06/19 13:01


2 Omtrek meten

De omtrek van een figuur is de lengte van de lijn die je om die figuur kunt trekken. De omtrek van een veelhoek kun je berekenen. Hiervoor maak je de som van de lengte van alle zijden.

aa

r

Overtrek de omtrek van de figuur met rood. Meet daarna elke zijde van de figuur. Bereken daarna de omtrek in de gevraagde eenheid.

pl

Omtrek =             cm

ijk

ex

em

Meet de zijden van onderstaande figuren. Bereken telkens de omtrek. Let op de eenheid.

Omtrek =             mm

In k

Omtrek =             cm

Hoofdstuk 12

Omtrek =             mm

Omtrek =             cm

340

Formule 1B_2019.indb 340

13/06/19 12:34


3 Omtrek van rechthoek en vierkant 3.1 Wiskundetaal lengte l

breedte b

r

zijde z         

l =     mm

De kortste zijde van een rechthoek noem je de

        

b =     mm

Omdat bij een vierkant alle zijden even lang zijn,          benoem je enkel de

z =     mm

pl

3.2 Omtrek rechthoek

aa

De langste zijde van een rechthoek noem je de

3.3 Omtrek vierkant

Wat is de kortste manier om de omtrek van een vierkant te bepalen?

em

Wat is de kortste manier om de omtrek van een rechthoek te bepalen? 







ex

 Onthoud:

ijk

Omtrek rechthoek =          

 Onthoud:

Omtrek vierkant =            Bereken de omtrek van het bovenstaande vierkant in mm.

Omtrek rechthoek = 

Omtrek vierkant = 

=

=

In k

Bereken de omtrek van de bovenstaande rechthoek in mm.

Hoofdstuk 12

Bereken de omtrek van onderstaande figuren in mm.

P I E TJ E P R E C I E S

Omtrek = 

Omtrek = 

341

Formule 1B_2019.indb 341

13/06/19 12:35


4 Omtrek van een niet-veelhoek en cirkel 4.1 Omtrek van een niet-veelhoek

De omtrek van een niet-veelhoek kun je meten met een touwtje : • Je legt het touwtje zeer nauwkeurig om de figuur. • Je knipt het af wanneer je helemaal rond de figuur bent. • Je strekt het touwtje naast je meetlat en meet nauwkeurig af.

r

4.2 Omtrek van een cirkel

aa

• Wiskundetaal

diameter

pl

middelpunt

Omtrek van een cirkel

straal

ex

em

cirkel

Ook de omtrek van een cirkel kun je meten met een touwtje. Maar je kunt die omtrek ook berekenen.

In k

ijk

Gewapend met krijt en een rolmeter of een vouwmeter ga je de omtrek van enkele fietswielen meten! • Zet het wiel met het ventiel precies naar beneden. Plaats een krijtstreepje op de grond. • Laat het fietswiel één toer draaien zodat het ventiel weer precies beneden staat. • Plaats opnieuw een krijtstreepje. • Meet de afstand tussen de twee krijtstreepjes. Deze afstand is de omtrek van het fietswiel. • Meet ook telkens de diameter van het fietswiel heel nauwkeurig.

Hoofdstuk 12

Herhaal dit voor verschillende formaten van fietswielen. Misschien mag je zelfs het wiel van de kruiwagen van de werkman gebruiken of beschikt je leraar over een ruime keuze aan verschillende soorten wielen. Noteer je resultaten nauwkeurig in de tabel op de volgende bladzijde.

342

Formule 1B_2019.indb 342

13/06/19 12:35


omtrek wiel

diameter wiel

omtrek : diameter



mm 

mm 

fietswiel 2



mm 

mm 

fietswiel 3



mm 

mm 

fietswiel 4



mm 

mm 

fietswiel 5



mm 

mm 





mm 

mm 





mm 

mm 

aa

r

fietswiel 1

pl

Als je de omtrek van het wiel telkens deelt door de diameter van het wiel, dan is het resultaat steeds ongeveer gelijk aan 3,14. Dat getal noemen we het getal π (pi).

Onthoud:

em

Om de omtrek van een cirkel te vinden moet je de diameter vermenigvuldigen met π.

Omtrek cirkel =           

Dit cirkelvormige zwembad heeft een diameter van 5 m.

Deze supertrampoline heeft een straal van 3 m.

Omtrek = 

Omtrek = 





Hoofdstuk 12

In k

ijk

ex

Bereken telkens de omtrek.

343

Formule 1B_2019.indb 343

13/06/19 12:35


5 Rekenen met je rekentoestel

Een vierkant magneetbord heeft een zijde van 0,95 m. Wat is de omtrek van het magneetbord? Berekening:

aa

r

Antwoordzin: 

pl

B  oer Willem plaatst rond zijn rechthoekige weide een nieuwe afsluiting. De weide meet 112 m bij 78 m. Op één rol afsluiting zit 25 m. Eén rol kost € 156. Hoeveel kost de afsluiting aan boer Willem?

ex

ijk

Antwoordzin: 

em

Berekening:

E  en fietswiel heeft een omtrek van 138,16 cm. Bereken de straal van het wiel.

In k

Berekening:

Antwoordzin:  Hoofdstuk 12

344

Formule 1B_2019.indb 344

13/06/19 12:35


Ben ik mee? Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 20

1 Omtrek of oppervlakte? Gaan deze omschrijvingen over een omtrek of een oppervlakte? Duid aan.

b

Axel besproeit het onkruid in zijn gazon.

c

Je vader schildert de muren van de keuken in een fris kleurtje.

d

De tennisterreinen worden afgezet met hoge netten.

™ Omtrek ™ Oppervlakte ™ Omtrek ™ Oppervlakte ™ Omtrek ™ Oppervlakte ™ Omtrek ™ Oppervlakte

r

Het basketbalterrein moet nodig geveegd worden.

pl

aa

a

2 Omtrek meten

4

em

BIM1

Duid de omtrek aan in het groen. Meet tot op 1 mm nauwkeurig.

ijk

ex

BIM2

In k

Omtrek =      mm Omtrek =      mm

Omtrek =      mm

3

3 Omtrek van vierkant en rechthoek Bereken deze omtrekken.

a Een rechthoekige speelplaats is 64 m lang en 23 m breed. Bereken de omtrek in m.

Hoofdstuk 12

BIM3

Berekening:                         

Antwoordzin:                       

b Een vierkant heeft een zijde van 18 cm. Bereken de omtrek in cm.

Berekening:                         

Antwoordzin:                       

Formule 1B_2019.indb 345

4

345

13/06/19 12:35


4 Omtrek van een niet-veelhoek en cirkel Bereken de omtrek van deze cirkel in cm. Rond af tot op één cijfer na de komma.

BIM4

Berekening:

Antwoordzin: 

2

5 Rekenen met je rekentoestel

aa

r

De rechthoekige eetkamer bij je thuis meet 8 m bij 5,5 m. Nu er net mooi behangen is in de kamer, moet er nog een sierlijst aangebracht worden tegen het plafond. a Hoeveel meter sierlijst moet er aangekocht worden? Berekening:

pl

BIM5.1

em

Antwoordzin: 

Een sierlijst kost € 5,85 per meter. b  Hoeveel euro kost alles?

Berekening:

ex

4

ijk

Antwoordzin: 

I n je tuin is er een vierkant grasplein met een zijde van 15 m. Dat grasplein wil je afboorden met boordstenen van 1,40 m lang, die € 6,35 per stuk kosten. Hoeveel kost het afboorden van het gazon?

In k

BIM5.2

Berekening:

Hoofdstuk 12

Antwoordzin: 

3

346

Formule 1B_2019.indb 346

13/06/19 12:35


Op mijn maat Omtrek of oppervlakte? Geven deze foto’s omtrekken of oppervlaktes aan? Duid aan. b

™ ™ 2

™ ™

Omtrek Oppervlakte

c

Omtrek Oppervlakte

™ ™

Omtrek Oppervlakte

aa

a

r

1

Geven deze tekeningen omtrekken of oppervlaktes aan? Duid aan. c

™ ™

Omtrek Oppervlakte

d

™ ™

Omtrek Oppervlakte

™ ™

Omtrek Oppervlakte

f

In k

ijk

b

Omtrek Oppervlakte

ex

™ ™

e

em

a

pl

1

3

Omtrek Oppervlakte

™ ™

Omtrek Oppervlakte

Geven deze omschrijvingen omtrekken of oppervlaktes aan? Duid aan.

a

De parking is volzet.

b

De speelplaats is veel te klein.

c

Er moet een nieuwe lijst rond het prikbord.

d

Glenn maait het gras.

e

De tuinomheining moet vernieuwd worden.

f

Het plafond kan wel een nieuwe verflaag gebruiken.

Omtrek

Oppervlakte

™ ™ ™ ™ ™ ™

™ ™ ™ ™ ™ ™

Hoofdstuk 12

™ ™

347

Formule 1B_2019.indb 347

13/06/19 12:36


2

Omtrek meten Bepaal de omtrek van deze figuren.

Bepaal de omtrek van deze figuren.

Omtrek =

cm

mm Omtrek =

mm

Bereken de omtrek van deze figuren.

In k

6

ijk

Omtrek =

ex

em

5

cm

pl

Omtrek =

aa

r

4

7m 5m 2m

1m

2m

5m

2m

3m

1m

Hoofdstuk 12

3m

4m 1m

1m

Omtrek =

m

Omtrek =

m

348

Formule 1B_2019.indb 348

13/06/19 12:36


3

Omtrek van rechthoek en vierkant 7

Bereken de omtrek van het volleybalveld. Een volleybalveld is 18 m lang en 9 m breed. Berekening: Omtrek =

8

m

Bereken de omtrek van het klaslokaal.

r

Een vierkant klaslokaal heeft een zijde van 15 m.

Rond een rechthoekig prikbord van 120 cm lang en 75 cm breed moet je een houten lijst maken. Hoeveel cm lijst moet je minimaal kopen?

em

9

m

pl

Omtrek =

aa

Berekening:

Berekening: Antwoordzin:

ijk

Berekening:

ex

10 Je slaapkamer heeft de vorm van een vierkant met zijde 6 m. De deuropening is 1,20 m breed. Rond de kamer moeten nieuwe plinten komen. Hoeveel meter plinten heb je nodig?

In k

Antwoordzin:

11 Bereken de omtrek van deze figuren.

120 mm

20 m

15 mm

Hoofdstuk 12

16 m

12 m 7m

16 m

6m

12 m

Omtrek =

Omtrek =

349

Formule 1B_2019.indb 349

13/06/19 12:36


12 Een vierkant heeft een omtrek van 15,56 m. Bereken de zijde van het vierkant in cm. Berekening: Antwoordzin:

pl

aa

r

13 Vervolledig de rechterfiguur zodat beide figuren dezelfde omtrek hebben.

em

14 Een rechthoekig zwembad is 15 m breed. De omtrek van het zwembad is 180 m. Hoe lang is het zwembad?

ijk

Antwoordzin:

ex

Berekening:

In k

15 Teken drie verschillende rechthoeken met een omtrek van 12 cm.

Hoofdstuk 12

350

Formule 1B_2019.indb 350

13/06/19 12:36


4

Omtrek van een niet-veelhoek en cirkel 16 Dit cirkelvormige raam heeft een diameter van 1 m. Bereken de omtrek van dit raam. Berekening:

Omtrek =

m

aa

r

17 Bereken de omtrek van de gevraagde figuren.

40 cm

pl

13 mm

Berekening:

em

Berekening:

Omtrek =

Omtrek =

In k

ijk

Berekening:

ex

18 Op een draaimolen zit de kleine zus van Sybren op twee meter van de as. Welke afstand heeft ze afgelegd na 25 rondjes? Rond je antwoord passend af.

Antwoordzin:

Hoofdstuk 12

19 Deze prachtige graancirkel met straal 50 m werd gemaakt in een rechthoekig veld met breedte 80 m en lengte 160 m. Wat klopt niet in dit vraagstuk? Berekening:

Antwoordzin:

351

Formule 1B_2019.indb 351

13/06/19 12:36


5

Rekenen met je rekentoestel 20 Een zwembad is rechthoekig met een lengte van 18 m en een breedte van 11 m. Een omheining kost € 47,50 per meter. Bereken de kostprijs om het te omheinen. Berekening:

aa

r

Antwoordzin:

21 Dit cirkelvormige voetbalstadion heeft een diameter van 260 m. Bereken de omtrek van dit stadion.

em

pl

Berekening:

Antwoordzin:

ex

22 Een rondpunt in ons dorp heeft een straal van 15 m. Bereken de omtrek.

In k

ijk

Berekening:

Antwoordzin:

23 Een afsluiting kost € 37,50 per meter. Bereken wat het kost om deze tuin te omheinen.

Hoofdstuk 12

Berekening: 12,6 m 8m

6m

27,5 m

Antwoordzin:

352

Formule 1B_2019.indb 352

13/06/19 12:36


24 Van een rechthoek is de breedte 50 m en de omtrek 250 m. Bereken de lengte van de rechthoek. Berekening:

Antwoordzin:

aa

r

25 In je tuin is er een rechthoekige speelweide van 16 m lang en 12 m breed. Je vader wil die speelweide afboorden met boordstenen van 1,50 m lang. De boordstenen kosten â&#x201A;Ź 7,45 per stuk. Hoeveel kost het afboorden van de speelweide?

pl

Berekening:

em

Antwoordzin:

26 Yoran heeft thuis een cirkelvormige vijver. De straal van de vijver is 4 m. Hij wil de vijver afboorden met een afrastering die 18,50 euro per lopende meter kost. Hoeveel zal hij moeten betalen?

Antwoordzin:

In k

ijk

ex

Berekening:

27 Bereken de diameter van een cirkel met omtrek 47,1 cm.

Hoofdstuk 12

Berekening:

Antwoordzin:

353

Formule 1B_2019.indb 353

13/06/19 12:36


28 Een tennisveld is 13,4 m lang en 6,1 m breed. Hoeveel rondjes moet je rond het tennisveld lopen om 3 km gelopen te hebben? Berekening:

Antwoordzin: 29 De omtrek van een rechthoekige visvijver is 240 m. De lengte is 20 m meer dan de breedte. Bereken de lengte en de breedte van de visvijver.

aa

r

Berekening:

Antwoordzin:

em

pl

30 Een voetballer loopt als training rond een rechthoekig oefenveld met een lengte van 600 m en een breedte van 350 m. Hoeveel kilometer heeft hij afgelegd als hij vijf keer rond het terrein heeft gelopen?

Antwoordzin:

ex

Berekening:

In k

ijk

31 Op circuskamp leren Annelies en Emile eenwieleren. Los de onderstaande vragen op. Rond af op 0,01 nauwkeurig.

Hoofdstuk 12

Ik kan met mijn eenwieler, met een straal van 30 cm, 5 omwentelingen trappen.

Ik kan met mijn eenwieler al 7 omwentelingen fietsen. Het wiel heeft een diameter van 50 cm.

Wie legt met zijn eenwieler de grootste afstand af? Berekening: Annelies: Emile:

354

Formule 1B_2019.indb 354

Antwoordzin:

13/06/19 12:36


32 Een tuin is rechthoekig 30 m op 12 m. Ik werk met een grasmaaier van 30 cm maaibreedte. Hoeveel meter meer moet ik dan afleggen als ik met een grasmaaier van 40 cm zou werken?

em

pl

aa

r

Berekening:

Antwoordzin:

ex

33 Meet en bereken de oppervlakte van de onderstaande figuur.

Hoofdstuk 12

In k

ijk

Berekening:

Antwoordzin:

355

Formule 1B_2019.indb 355

13/06/19 12:36


Even samenvatten De omtrek van een figuur is de lengte van de lijn die je om die figuur kunt trekken. De omtrek van een veelhoek kun je berekenen. Je maakt de som van de lengte van alle zijden.

aa

breedte b

r

lengte l

In k

ijk

cirkel

middelpunt

ex

diameter

Omtrek vierkant = z x 4

em

Omtrek rechthoek = (l + b) x 2

pl

zijde z

straal

Omtrek cirkel = d x π of 2 x r x π

Hoofdstuk 12

π = 3,14

356

Formule 1B_2019.indb 356

13/06/19 12:36


Test op mezelf Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 20

1 Omtrek of oppervlakte? Gaan deze omschrijvingen over een omtrek of een oppervlakte? Duid aan. Het golfterrein moet nodig met water besproeid worden.

b

 ieke schildert de buitenste lijnen van het M badmintonterrein.

c

 e moeder schildert de muren van de living in een fris J kleurtje.

d

Oom Patrick komt je moeder helpen met behangen.

aa

4

Duid de omtrek aan in het groen. Meet tot op 1 mm nauwkeurig.

ijk

ex

TOM2

pl

2 Omtrek meten

™ Omtrek ™ Oppervlakte ™ Omtrek ™ Oppervlakte ™ Omtrek ™ Oppervlakte ™ Omtrek ™ Oppervlakte

r

a

em

TOM1

In k

Omtrek =      mm

Omtrek =      mm

Omtrek =      mm

3

3 Omtrek van vierkant en rechthoek Bereken deze omtrekken. 5m

15 m

10 m minder dan de lengte

2m

Hoofdstuk 12

TOM3

3m 2m

1m

Omtrek =        m

Omtrek =        m

4

357

Formule 1B_2019.indb 357

13/06/19 12:36


4 TOM4

Omtrek van een niet-veelhoek en cirkel Dit kinderzwembadje heeft een diameter van 1 m. Bereken de omtrek. Berekening:

2

Een tennisterrein voor het enkelspel is 8,23 m breed en 23,77 m lang. Hoeveel m is de omtrek van dat terrein?

3

 m het buitenzwembad op een vakantiedomein te O beschermen, besluit de eigenaar een omheining rond het zwembad te plaatsen. Het af te bakenen terrein heeft een vierkante vorm. De zijde bedraagt 56 m. De afsluiting kost â&#x201A;Ź 48,75 per 2 m. Bereken de kostprijs voor de afsluiting.

In k

ijk

TOM5.2

ex

Antwoordzin: 

em

Berekening:

aa

TOM5.1

Rekenen met je rekentoestel

pl

5

r

Antwoordzin: 

Berekening:

Hoofdstuk 12

Antwoordzin: 

4

358

Formule 1B_2019.indb 358

13/06/19 12:36


Gamezone Cijfer-legpuzzels 1 Geef elk getal uit de lijst de juiste plaats in het diagram. EĂŠn getal is al gegeven.

ijk

6830432 6885738 7265047 7287322 7696006 7982729 8193564 8327469 8671576 9232597 9240042 9469363 9526499 9671588 9899928

r

3214860 3422993 3539195 4654696 4678757 4942556 5068940 5132582 5174879 5364736 5805389 5866781 6091112 6149613 6684865 6706924 6732108

7 1021024 1865168 2236745

3 6 5 0 2 8

Hoofdstuk 12

In k

612124 629933 659201 668334 780335 796020 830787 837882 842429 882044 888773 900932

aa

5 17922 19828 20254 28394

6 127213 164196 181908 249684 302989 351426 365028 379314 395897 414982 443432 459651 486422 529122 592408 593185

pl

4 2630 3492 3728 3832

28662 32141 46191 48056 50665 56985 57088 62660 72710 77274 79650 86460 87443 90374 90980 96468

em

4591 5254 5255 6156 7362 7926 8225 8256 8499 9048 9812

ex

3 257 320 487 519 634 708 825 925 926 935

359

Formule 1B_2019.indb 359

13/06/19 12:36


2 Geef elk getal de juiste plaats in het diagram. 5 11139 16688 16796 31514 32989 38614 41318 46969 59359 63480 74768 91821

6 126122 134507 181938 270304 294909 415623 439243 602272 753233 842973 849598 851712

909025 926851 956827 992167 8 24191927 32863327 35246489 40986541 78799218 80867729

9 496308246 733174761 861387383 938311754

ijk

ex

em

pl

4 1398 1401 1869

2068 2991 3237 3344 3910 4911 5646 7040 8016 8919 9627 9758 9828

r

686 719 761 818 913 917 946 961 966

aa

3 108 109 112 115 167 228 297 330 335 338 374 494 524

In k

6

9

8

2

8

6

Hoofdstuk 12

360

Formule 1B_2019.indb 360

13/06/19 12:36


13

Lach je een breuk

Frieke eet _3_ van de pizza hawaï. 4

aa

r

Pieter eet _5_ van de pizza margherita en _1_ van de pizza bolognese. 6 8 Merel eet pizza bolognese.

Eet Pieter meer of minder dan een volledige pizza?

em

Het hoeveelste deel van een volledige pizza is er nog over?

In k

ijk

ex

Merel eet van de pizza bolognese even veel als Frieke van haar pizza hawaï. Hoeveel stukken eet Merel dan?

pl

Hoeveel pizza eten ze samen?

Frieke rita ghe Mar aï Haw ese ogn l Bo

Merel

€8 1 €1 1 €1

al: Tota g: 10 % tin r Ko en: etal Te b

Formule 1B_2019.indb 361

Pieter

Hoeveel moeten ze samen betalen?

13/06/19 12:36


Planner

™

™

Op mijn maat

™ ™ ™ ™ ™ ™ ™

em

Ben ik mee?

365 366 367 367 367 368 369 369 369 370 370 370 371 371

r

™

aa

™ ™

1 Wat is een breuk? 2 Een breuk nemen van een getal 3 Breuken vereenvoudigen 3.1 Gelijkwaardige breuken 3.2 Breuken vereenvoudigen 4 Breuken gelijknamig maken 5 Breuken en procenten 5.1 Van breuk naar procent 5.2 Van procent naar breuk 6 Breuken en kommagetallen 6.1 Van breuk naar kommagetal 6.2 Van kommagetal naar breuk 7 Breuken optellen en aftrekken 7.1 Gelijknamige breuken optellen en aftrekken 7.2 Ongelijknamige breuken optellen en aftrekken

pl

™ ™ ™

Aan de slag

Wat is een breuk? Een breuk nemen van een getal Breuken vereenvoudigen Breuken gelijknamig maken Breuken en procenten Breuken en kommagetallen Breuken optellen en aftrekken

ex

1 2 3 4 5 6 7

372 373 375 377 379 381 382 385 387

™

390

Test op mezelf

™

391

Gamezone

™

393

In k

ijk

Even samenvatten

Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen In dit hoofdstuk leer je alles over breuken.

Hoofdstuk 13

362

Formule 1B_2019.indb 362

13/06/19 12:36


Formule 1B_2019.indb 363

Totaal

BIM7

/40

/8

Oef 48

Oef 47

Totaal

Oef 45

Oef 46

Oef 50

Oef 49

Oef 42

Oef 44

Oef 39

Oef 43

5-6

3

6

6-7

7-8

Oef 52

Oef 51

Oef 31

/

/

/

/

/

/

/

/

r

aa 6-7

pl Oef 30

Oef 29

Oef 41

Oef 36

Oef 38 5-6

4-5

3-4

Oef 25

Oef 21

Oef 14

Oef 12

Oef 40

Oef 28

Oef 24

2

em Oef 35

Oef 16

Oef 7

Oef 37 0-4

0-3

Oef 33 Oef 34

Oef 32

Oef 27

0-2

0-1

Oef 20

Oef 18

4-5

4-5

Oef 6

3

Totaal

TOM7

TOM6

TOM5

TOM4

TOM3

TOM2

TOM1

/40

/8

/7

/6

/3

/6

/7

/3

/ 20

Hoofdstuk 13

aftrekken

p. 371

/7

ex

Oef 26

Oef 23

Oef 22

Oef 19

Oef 17

Oef 15

Oef 11

Oef 9

0-3

Oef 13

Oef 10

Oef 8

Oef 4

Oef 3

2

/

Breuken optellen en

BIM6

/6

/3

/6

0-3

Oef 5

ijk Oef 2

Oef 1

0-1

Resultaat

Test op mezelf

Datum:

7

p. 370

Breuken en

6

BIM5

BIM4

BIM3

/7

/3

Op mijn maat

Klas:

kommagetallen

Breuken en procenten p. 369

maken

Breuken gelijknamig p. 368

p. 367

5

4

vereenvoudigen

Breuken

BIM2

BIM1

In k

Ben ik mee?

Nr.:

3

een getal

Een breuk nemen van p. 366

2

p. 365

Wat is een breuk?

1

Aan de slag

Mijn circuit Naam: /

363

13/06/19 12:36


Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM

/

TOM

/

Taak 1

/

Taak 4

/

Taak 2

/

Taak 5

/

Taak 3

/

Taak 6

/

Extra opdracht 1 :

r

/ /

aa

Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :

/ /

Extra opdracht 4 :

Waar had ik moeite mee?

em

Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?

/

pl

TOTAAL

ex

Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op

Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling

Evaluatie leraar

Heb ik vaardig gerekend?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik goed doorgewerkt?

0

1

2

3

0

1

2

3

Was ik steeds in orde?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik de breuken altijd verzorgd genoteerd?

0

1

2

3

0

1

2

3

Heb ik altijd de nodige tussenstappen opgeschreven?

0

1

2

3

0

1

2

3

In k

ijk

Aandachtspunt

TOTAAL

15

Commentaar van de leraar Hoofdstuk 13

Handtekening leerling

Handtekening leraar

Handtekening ouders

364

Formule 1B_2019.indb 364

13/06/19 12:36


Aan de slag 1 Wat is een breuk? Een smoothie is een gezond drankje op basis van groenten of fruit. Je wilt er één maken met appel, banaan en ananas. Je hebt een halve appel (zonder pitten), twee derde banaan, en één vierde ananas nodig. Na het mixen schenk je alles in een feestelijk glas. Heerlijk!

em

____ ​​  2   ​​    

_ 2  3

ex

____ ​​  1   ​​    

pl

aa

r

Kleur met fluostift hoeveel je nodig hebt van iedere vrucht. De delen kun je ook als een breuk schrijven. Vul de breuken verder aan.

De teller zegt je hoeveel delen je moet nemen.

____ ​​  1   ​​    

De breukstreep betekent gedeeld door.

De noemer zegt je in hoeveel gelijke delen je het moet verdelen.

In k

ijk

​​  ​​

Vul de breuken aan.

   ____  ​​  pizza ​​    

   ____  ​​  eieren ​​    

   ____  ​​  kauwgum ​​    

Hoofdstuk 13

   ____  ​​  taart ​​    

365

Formule 1B_2019.indb 365

13/06/19 12:36


2

Een breuk nemen van een getal De scoutsmeisjes dronken _5_ van 6 een bak frisdrank leeg.

De Chirojongens hebben _3_ van een 4 bak frisdrank leeggedronken.

aa

r

Stap 1: Verdeel de bak in evenveel stukken als de noemer.

pl

Stap 2: Kleur het aantal delen van de teller. Hoeveel flesjes zitten er in ĂŠĂŠn bak? Je zegt: _3_ van 24 is 4

Hoeveel flesjes dronken de scouts leeg?

em

Hoeveel flesjes dronk de Chiro leeg?

Je zegt: _5_ van 24 is 6 Het hoeveelste deel van de bak is nog vol?

ex

Het hoeveelste deel van de bak is nog vol? Hoeveel flesjes zijn dat?

Hoeveel flesjes zijn dat?

In k

ijk

Kleur de gevraagde hoeveelheid kegels. Vul aan.

4 van ___ 10

kegels is

_3_ van 5

kegels is

Kleur de gevraagde hoeveelheid eieren. Vul aan.

Hoofdstuk 13

Kleur _1_ van dit karton eieren. 6 Dat stemt overeen met

Kleur _2_ van dit karton eieren. 3 eieren. Dat stemt overeen met

eieren.

366

Formule 1B_2019.indb 366

13/06/19 12:37


3 Breuken vereenvoudigen 3.1 Gelijkwaardige breuken Brecht, Ella en Youssef trakteren zichzelf op taart. Kleur telkens het opgegeten deel in.

Brecht eet _ ​​  4 ​​  6

Youssef eet __ ​​  6 ​​  9

Ella eet _ ​​  2 ​​  3

4

noemer

6

=

:    3.2 Breuken vereenvoudigen

2

=

3

MERK OP Een breuk blijft gelijk als je de teller en de noemer vermenigvuldigt met (of deelt door) hetzelfde getal. Zulke breuken noem je gelijkwaardige breuken.

6 9

em

teller

x   

pl

:   

aa

Plaats de breuken in een verhoudingstabel. Vul aan.

r

Wie heeft het meeste gegeten? 

x   

ex

Breuken vervangen door een gelijkwaardige breuk met een kleinere teller en noemer, noem je vereenvoudigen. Vul de verhoudingstabel aan.

ijk

Vereenvoudig ___ ​  8  ​ tot een onvereenvoudigbare breuk. 16 :2

In k

8

   

16

=

 

   

=



Kan ik de teller en noemer nog delen door hetzelfde getal?



   

   9  ​​ = ​​ ____  ​​   a ​​ __ 21   

   9  ​​ = ​​ ____ c ​​ __  ​​   12   

   4  ​​ = ​​ ____ e ​​ __  ​​   18   

   6  ​​ = ​​ ____ g ​​ __  ​​  12   

b  16 =    32   

d  14 =    42   

f  22 =    30   

h  15 =    45   

Hoofdstuk 13

Schrijf als een onvereenvoudigbare breuk.

367

Formule 1B_2019.indb 367

13/06/19 12:37


4

Breuken gelijknamig maken

Voor een toets wiskunde haalde je 7 op 10.

Voor een toets Frans scoorde je 11 op 15.

Noteer dat als een breuk. ____

Noteer dat ook als een breuk. ____

Om de resultaten te vergelijken, zet je de breuken het best op eenzelfde noemer. Voor welk vak heb je de beste punten? Pas de tellers aan. Vul in met >, < of =. Frans x

aa

x 7 ___ 10Â

____ 30

r

wiskunde

11 15

____ 30

x

pl

x

em

MERK OP Breuken met eenzelfde noemer noem je gelijknamige breuken!

ex

Antwoordzin:

=

_2_ 3

_2_ 4

=

____

ijk

Maak deze ongelijknamige breuken gelijknamig, door ze op eenzelfde noemer te plaatsen. Vul daarna in met >, <, of =.

=

_2_ 7

2 ___ 10

=

____

=

25 ___ 75

_3_ 8

=

____

____

b

____

In k

a

c

____

_3_ 8

Hoofdstuk 13

368

Formule 1B_2019.indb 368

13/06/19 12:37


5

Breuken en procenten

5.1 Van breuk naar procent

Procent betekent ‘op honderd’.

Vul het rapport van Felix verder aan. naam: Felix Peters klas: 1B wiskunde

6 __ 10

60 ___ 100

Nederlands

14 __ 20

____ 100

100

%

Frans

22 __ 25

____ 100

100

%

Schrijf de breuken als een procent. 15 = ____ = a __ 20 100 10 = ____ = b __ 25 100

21 = c __ 30 2 = d _ 5

r

=

%

=

%

em

%

5.2 Van procent naar breuk

60 %

pl

%

100

aa

60

Vul het rapport van Saartje verder aan.

ex

naam: Saartje Loeke klas: 1B

____ 100

natuurwetenschappen

____ 5

LO

____ 20

In k

ijk

7 __ 10

mavo

70

100

70 %

____ 100

100

80 %

____ 100

100

65 %

Schrijf het procent als een onvereenvoudigbare breuk. a

20 % = ____ = ____ 100

b

50 % = ____ = ____

c

75 % = ____ = ____

50 = 50 % = ____ 100

_1_ 2

delen door 2

10 = 10 % = ____ 100

1 ___ 10

delen door 10

25 = 25 % = ____ 100

_1_ 4

delen door 4

5 5 % = ____ = 100

1 ___ 20

delen door 20

20 = 20 % = ____ 100

_1_ 5

delen door 5

4 4 % = ____ = 100

1 ___ 25

delen door 25

Hoofdstuk 13

Deze moet je uit je hoofd kennen!

369

Formule 1B_2019.indb 369

13/06/19 12:37


6 Breuken en kommagetallen 6.1 Van breuk naar kommagetal Hoeveel muntstukken van één cent is

pl

aa

r

één euro waard?           Wies neemt 1 van deze muntstukken. 5 Hoeveel geld is dat?           Aude neemt 1 van deze muntstukken. 2 Hoeveel geld is dat?          

em

AFSPRAAK Om een breuk als een kommagetal te schrijven, zet je de breuk op noemer 100 en voer je de deling uit. Hoeveel krijgt Wies?

Hoeveel krijgt Aude?

      =       = 20 : 100

      =       =       =      

ex

= 0,20 euro

Lou krijgt de rest.

ijk

Hoeveel krijgt Lou?         

Zet de breuken om in een kommagetal.

In k

a  5 =         10

b  3 =         20

c  21 =        30

6.2 Van kommagetal naar breuk

Het kan ook omgekeerd.

AFSPRAAK Je werkt altijd tot een onvereenvoudigbare breuk.

Welk deel krijgt Lou?

Hoofdstuk 13

0,30 =       =      

Aude geeft de helft aan haar zus. Welk deel krijgt haar zus? 0,25 =       =       =      

Schrijf deze kommagetallen als een onvereenvoudigbare breuk. a  0,15 =             b  0,4 =             c  1,5 =        

370

Formule 1B_2019.indb 370

13/06/19 12:37


7 Breuken optellen en aftrekken 7.1 Gelijknamige breuken optellen en aftrekken Lies had de avond voordien één kauwgom genomen.

Duid dat deel met groen aan op de verpakking. ’s Avonds neemt Kobe ___ ​​  5  ​​ uit de 12 verpakking.

Welk deel blijft er van haar verpakking nog     ​​  over? ____ ​​     ’s Middags neemt Lies nog 7 stuks uit de verpakking.

Duid dat deel met rood aan op de verpakking.

Duid dat deel met groen op de verpakking aan.

em

pl

aa

r

Kobe neemt ‘s morgens ___ ​​  1  ​​ van zijn 12 kauwgommen.

Hoeveel stukken kauwgom heeft Kobe die Hoeveel stukken kauwgom heeft Lies nog dag genomen?      over?     

ex

5  ​​ = ​​ ___ 6  ​​  ___ ​​  1  ​​ + ​​ ___ 12 12 12

7  ​​ = ​​ ___ 4  ​​  ___ ​​  11  ​​ – ​​ ___ 12 12 12

ijk

MERK OP Bij optellen en aftrekken van gelijknamige breuken verandert de noemer niet.

a  1 + 2 =    4 4   

d  2 + 4 =    7 7   

g  5 + 1 =    3 3   

b  2 + 4 =    9 9   

e 

5 + 3 =    16 16   

h  4 – 2 =    5 5   

c  18 – 3 =    25 25   

f 

7 – 3 =    12 12   

i 

7 – 2 =    15 15   

Hoofdstuk 13

In k

Bereken. Vereenvoudig als dat kan.

371

Formule 1B_2019.indb 371

13/06/19 12:37


7.2 Ongelijknamige breuken optellen en aftrekken Nienke neemt __ ​​  1 ​​  van de kauwgomverpakking. Stan vindt nog een kauwgomverpakking 2 waaruit één stuk is verdwenen. Duid Nienke haar deel met groen op de verpakking aan.

Stel het aantal overgebleven stukken     ​  ​ voor als breuk. ____ ​​    

Alan neemt er __ ​​ 1 ​​  van. 4 Duid Alan zijn deel met rood op de verpakking aan.

aa

r

Hij deelt __ ​​  3 ​​  van een verpakking uit aan 4 zijn vrienden. Duid dat deel aan met rood.

Hoeveel stukken deelde Stan uit?    

em

pl

Hoeveel stukken nam Nienke?      Hoeveel stukken nam Alan?        Hoeveel stukken kauwgom zijn uit de verpakking verdwenen?        

ex

3  ​​ = ​​ ___ 9  ​​  ___ ​​  1  ​​ = ___ ​​  6  ​​ + ​​ ___ ​​  1  ​​ + ___ 2 4 12 12 12

Hoeveel stukken kauwgom blijven er over in de verpakking?          3  ​​ = ___ 9  ​​ = ​​ ___ 2  ​​  ___ ​​  11  ​​ – ​​ ___ ​​  11  ​​ – ​​ ___ 12 4 12 12 12

In k

ijk

AFSPRAAK Bij optellen en aftrekken van ongelijknamige breuken maak je eerst de breuken gelijknamig.

Bereken. Vereenvoudig als dat kan.

Hoofdstuk 13

2  ​​ + __ a ​​ __ ​​  1 ​​  = 3 8            

8  ​​ – __ d ​​ __ ​​  2  ​​ = 9 3            

1  ​​ + __ b ​​ __ ​​  2 ​​  = 5 9            

5  ​​ – __ e ​​ __ ​​  3  ​​ = 7 6            

c 4 + 5 = 5            

f 3 – 2 = 3            

372

Formule 1B_2019.indb 372

13/06/19 12:37


Ben ik mee? Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 40

1 Wat is een breuk? BIM1

  

  

  

BIM2.1

   3

pl

2 Een breuk nemen van een getal

  

aa

  

r

Noteer het gekleurde deel als een breuk. De tellers noteer je in het groen, de noemers in het rood.

1  ​​jongens in het groen ​​ __ 3

__ ​​  4 ​​  blondines in het geel 9

ijk

ex

11  ​​meisjes in het blauw ​​ __ 18

em

Duid op de figuur aan om hoeveel leerlingen het gaat.

BIM2.2

3

Los op!

2  ​​van 30 is             c ​​ __ 3

1  ​​van 27 is             b ​​ __ 3

4  ​​van 18 is             d ​​ __ 9

In k

1  ​​van 80 is             a ​​ __ 8

4

3 Breuken vereenvoudigen Schrijf als een onvereenvoudigbare breuk.    3  ​​ = ____  ​​  a ​​ __ ​​  9   

   6  ​​ = ​​ ____  ​​  c ​​ ___ 12   

   25  ​​ = ​​ ____  ​​  e ​​ ___ 45   

   7  ​​ = ​​ ____  ​​  b ​​ ___ 35   

   40  ​​ = ​​ ____  ​​  d ​​ ___ 90   

   27  ​​ = ​​ ____  ​​  f ​​ ___ 30   

Hoofdstuk 13

BIM3

6

373

Formule 1B_2019.indb 373

13/06/19 12:37


4 Breuken gelijknamig maken BIM4

Maak gelijknamig. Vul daarna >, <, of = in. a

   __    ____  ​​ = ​​  5  ​​     __  ​​  ​​  ​​  3 ​​  = ____ ​​  6 5      

b

   __    ____  ​​ = ​​  3  ​​     __  ​​  ​​  ​​  2  ​​ = ____ ​​  7 8      

3

5 Breuken en procenten BIM5.1

Vul de tabel verder aan. Noteer breuken altijd in hun onvereenvoudigbare vorm.

30 %

   

      35 %

1  ​​  ​​ ___ 20

  

r

1 ​​  ​​ __ 5

  

aa

BIM5.2

___ ​​  3  ​​  10

   

75 %

4

pl

In je klas zitten 24 leerlingen. Zes leerlingen dragen een bril. Hoeveel procent van de klas draagt een bril?

Antwoordzin: 

em

Berekening:

2

6 Breuken en kommagetallen BIM6.1

Zet de breuken om in een kommagetal. 4 5



ijk

0,70 BIM6.2

3 4

ex

7 10



1 25

8 5





4

Zet de kommagetallen om in een onvereenvoudigbare breuk. a  0,9 =       b  0,58 =    =       c  3,5 =    =   

In k

  

  

  

  

  

3

7 Breuken optellen en aftrekken

BIM7

Hoofdstuk 13

374

Formule 1B_2019.indb 374

Bereken. Vereenvoudig als dat kan. 

e __ ​​  1 ​​  + __ ​​  8  ​​   = 8 10 



4  ​​   = ​​  7  ​​ − ​​ __ f __ 21 21 



g __ ​​  3 ​​  + __ ​​  1 ​​   7 4

=

1  ​​ = d __ ​​  11  ​​ − ​​ __ 12 6 

​​  1 ​​  + __ ​​  3 ​​   h __ 6 4

=

a __ ​​  2 ​​  + __ ​​  1 ​​   9 9

=

b __ ​​  7 ​​  − __ ​​  3 ​​   8 8

=

c __ ​​  4 ​​  + __ ​​  2 ​​   9 3

=

 

8

13/06/19 12:37


Op mijn maat Wat is een breuk? Kleur de tellers blauw, de noemers groen en de breukstrepen rood. _1_ 5

_1_ 6 Noteer.

____

Een breuk met teller 7.

____

Een breuk waarvan de teller groter is dan de noemer. Een breuk waarvan de noemer groter is dan de teller.

Schrijf het gekleurde deel als een breuk. c ____

b

____

e

____

ex

d

____

f

____

____

ijk

____

Vul aan. Schrijf daarna als een breuk.

Welk deel van de snookerballen is rood?

Welk deel van de afgebeelde Welk deel van de afgebeelde honden is licht van kleur? wagens is niet geel?

Noemer:

Noemer:

Noemer:

Teller:

Teller:

Teller:

Breuk:

____

Breuk:

____

Breuk:

Hoofdstuk 13

In k

4

____

pl

Een breuk met noemer 11.

3 a

4 __ 15

7 __ 11

r

2

_2_ 3

aa

1

em

1

____

375

Formule 1B_2019.indb 375

13/06/19 12:37


Schrijf als een breuk.

a

Per twee leerlingen draagt ĂŠĂŠn iemand een bril.

____

c

Lore had acht van de tien vragen juist.

____

b

Drie van de vijf koeken zijn al op.

____

d

Van de 8 mensen zijn er 5 blond.

____

6

Schrijf het gekleurde deel als een breuk. Zoek telkens de bijbehorende letter en vind het woord.

____ Letter:

em ____ Letter:

ex

____ Letter:

3 =L ___ 16

_4_ = E 6

_4_ = K 7

_3_ = R 9

____ Letter:

_2_ = E 4

_5_ = D 6

ijk

Code

____ Letter:

pl

____ Letter:

aa

r

5

Woord:

Schrijf het verkochte deel van de taarten hieronder als een breuk. Noteer daarna het deel van de taart dat nog overblijft als een breuk.

In k

7

Hoofdstuk 13

verkocht

over

verkocht

over

verkocht

over

____

____

____

____

____

____

376

Formule 1B_2019.indb 376

13/06/19 12:37


2

Een breuk nemen van een getal 8

Kleur het gevraagde deel.

_2_ 6

_4_ 9

Duid telkens het gevraagde deel aan.

em

pl

9

aa

r

7 ___ 12

_1_ van de eieren is bruin. 6

_2_ van de onderhemdjes 3 is geel.

ex

_1_ van de kerstballen is rood. 2

ijk

10 Verdeel de figuur, bij benadering, in gelijke delen. 8 gelijke delen

2 gelijke delen

In k

4 gelijke delen

a _1_ van 60 is 6

d _1_ van 27 is 3

b _1_ van 16 is 4

e _1_ van 28 is 7

1 van 30 is c ___ 10

1 van 33 is f ___ 11

Hoofdstuk 13

11 Los op.

377

Formule 1B_2019.indb 377

13/06/19 12:37


12 Schrijf het gekleurde deel als een breuk. Verdeel de figuur eerst in even grote stukken. a

b

____

c

____

____

3 van 22 is d ___ 11

3 van 100 is b ___ 10

e _3_ van 36 is 4

c _4_ van 45 is 5

f _2_ van 400 is 5

pl

aa

a _5_ van 40 is 8

r

13 Los op.

a _5_ van â&#x201A;Ź 49 is 7

ex

b _4_ van 18 s is 6

em

14 Los op. Vergeet de gepaste eenheid niet te vermelden. c _7_ van 72 cl is 9

9 van 45 min is d ___ 15

ijk

15 Palen voor een omheining worden altijd voor _1_ in de grond geklopt. 3 Voor een omheining in de zoo kiest men palen van 6 meter lang. Hoeveel meter steekt een paal uit boven de grond?

In k

Berekening:

Antwoordzin:

16 Een klas telt 21 leerlingen, waarvan _2_ jongens. 3 Hoeveel jongens zijn er? En hoeveel meisjes?

Berekening:

Hoofdstuk 13

Antwoordzin:

378

Formule 1B_2019.indb 378

13/06/19 12:37


3

Breuken vereenvoudigen 17 Vereenvoudig. : 6 d ___ 12

____

=

=

11 g ___ 22

____

:

:

:

:

:

:

4 e ___ 16

____

=

=

:

:

:

:

5 c ___ 15

7 f ___ 21

____

=

=

____

:

:

=

:

8 h ___ 24

____

____

r

_3__ 9

=

aa

b

_2__ 4

:

:

____

i

9 ___ 81

____

=

:

pl

a

:

em

18 Kleur in elk vierkant de breuken die gelijkwaardig zijn aan de gegeven breuk. Vind daarna het woord met de code. _3_ 5

_6_ 8

9 ___ 12

12 ___ 15

21 ___ 35

6 ___ 10

6 ___ 42

6 ___ 49

_1_ 2

16 ___ 34

9 ___ 15

12 ___ 25

21 ___ 73

4 ___ 28

_2_ 4

_4_ 8

ijk

_4_ 6

10 ___ 20

_1_ 7

ex

_3_ 4

_3_ 2

_3_ 8

_6_ 9

_1_ 5

20 ___ 30

18 ___ 48

9 ___ 16

3 ___ 15

11 ___ 55

72 ____ 100

_2_ 3

24 ___ 16

_6_ 4

16 ___ 6

9 ___ 24

8 ___ 40

5 ___ 20

10 ___ 15

30 ___ 49

In k

10 ___ 15

Code K

E

O

R

L

A

V

Hoofdstuk 13

D

Woord:

379

Formule 1B_2019.indb 379

13/06/19 12:37


19 Markeer de onvereenvoudigbare breuk die met de pizzaresten overeenkomt. c

_2_ 8

e

_1_ 2

_1_ 3

_2_ 6

8 ___ 10

_2_ 2

_1_ 4

d

f

_3_ 5

_6_ 5

3 ___ 10

_1_ 9

_3_ 9

_1_ 3

em

_3_ 6

pl

aa

b

_8_ 9

_4_ 5

r

a

_3_ 8

_1_ 3

20 Schrijf als een onvereenvoudigbare breuk.

g

10 = ____ e ___ 45

8 = ____ h ____ 100

ijk

4 = ____ b ___ 20

24 = ____ f ___ 36

In k

24 = ____ c ___ 40

15 = ____ ___ 35

12 = ____ d ___ 30

ex

6 = ____ a ___ 36

i

18 = ____ ___ 20

21 Zijn de breuken juist vereenvoudigd? Duid aan.

Hoofdstuk 13

10 = _2_ ___ 15 3 20 = _5_ ___ 25 4 9 = _1_ ___ 36 5 8 = _4_ ___ 18 9

juist

fout

P

W

A

I

D

N

G

L

12 = _1_ ___ 24 2 15 = _3_ ___ 18 6 36 = _4_ ___ 45 5 18 = _3_ ___ 30 5

juist

fout

G

E

D

N

O

A

P

B

Welke sport kun je maken met de gevonden letters?

380

Formule 1B_2019.indb 380

13/06/19 12:37


4

Breuken gelijknamig maken 22 Vul in met >, <, of =. a _3_ 8

_6_ 8

c _3_ 4

_1_ 4

e

_2_ 3

_6_ 9

g _3_ 9

_2_ 9

_1_ 2

_1_ 3

d

_1_ 5

_1_ 6

f

_1_ 8

_1_ 4

h _1_ 9

_1_ 3

b

_3_ 8

_1_ 4

9 ___ 10

_1_ 8

13 ___ 8

8 ___ 73

5 ___ 91

2 ___ 23

_1_ 8

_9_ 8

10 ___ 29

pl

aa

r

23 Kleur vakjes met gelijknamige breuken groen. Kleur ongelijknamige breuken rood.

11 ___ 8

_3_ 8

13 ___ 8

5 ___ 16

_9_ 8

1 ___ 33

9 ___ 41

_7_ 8

1 ___ 14

3 ___ 22

_5_ 8

_7_ 8

9 ___ 82

_9_ 8

_5_ 8

21 ___ 8

em

7 ___ 21

_1_ = ____ 3

c ____ = _3_ 8

_3_ = ____ 9

5 = ____ ___ 12

d ____ = _4_ 7

_2_ = ____ 3

ijk

a ____ = _4_ 5

ex

24 Maak de breuken gelijknamig. Vul daarna >, <, of = in.

In k

b ____ = _2_ 6

10 en a ____ = ___ 15

b

____ = _4_ 7

en

3 = ____ ___ 10

18 en c ____ = ___ 24

10 = ____ ___ 18

13 = ____ ___

18 en d ____ = ___ 36

7 = ____ ___

21

Hoofdstuk 13

25 Maak de breuken gelijknamig. Kies een zo klein mogelijke noemer.

15

381

Formule 1B_2019.indb 381

13/06/19 12:37


5

Breuken en procenten 26 Juist of fout? Markeer. juist

fout

6 = 60 % ___ 10

T

K

2 = 20 % ___ 10

Z

D

5 = 5 % ___ 10

E

U

40 = 80 % ___ 50

Z

B

9 = 90 % ___ 10

H

R

20 = 80 % ___ 25

I

S

14 = 56 % ___ 20

E

A

_1_ = 25 % 5

L

P

r

fout

aa

juist

Welk woord kun je maken met de gemarkeerde letters?

pl

27 Zet om naar procent door de breuk eerst op noemer 100 te zetten. =

%

c

10 = ____ ___ 20 100

=

%

4 = ____ b ___ 50 100

=

%

15 = ____ d ___ 25 100

=

%

em

3 = ____ a ___ 10 100

28 Vul aan. Noteer breuken altijd in hun onvereenvoudigbare vorm. ____

____

45 %

75 %

_1_ 4

____ 55 %

ijk

30 %

_2_ 5

ex

3 ___ 10

In k

29 Dieter heeft voor zijn toetsen deze punten gekregen. Zet alle resultaten op noemer 100. Noteer daarna elk resultaat als %. Voor welk vak scoort hij het beste?

Hoofdstuk 13

vak

score

op 100

procent

wiskunde

7 op 10

____ = ____ = ____

%

Nederlands

12 op 20

____ = ____ = ____

%

mavo

21 op 30

____ = ____ = ____

%

muzikale opvoeding

21 op 25

____ = ____ = ____

%

Antwoordzin:

382

Formule 1B_2019.indb 382

13/06/19 12:37


30 Schrijf eerst als een breuk. Bereken daarna het procent. 15 van de 20 leerlingen is een meisje.

____

=

%

b

Per 5 auto’s tel je er 2 zwarte.

____

=

%

c

Van de 15 kippen zijn er 9 bruin.

____

=

%

d

Je had voor een taak 10 van de 25 vragen juist.

____

=

%

aa

31 Beantwoord de vragen met de gegevens uit de diagram.

r

a

We vroegen aan 25 leerlingen wat ze ’s morgens meestal op hun boterham doen. speculaaspasta

kaas

confituur

pl

choco

em

Hoeveel procent van de leerlingen eet ’s morgens choco? Hoeveel procent van de leerlingen eet ’s morgens kaas?

Hoeveel procent van de leerlingen eet ’s morgens geen confituur?

ex

32 Zet op noemer 100. Vereenvoudig. Noteer daarna het resultaat. is

50 ____ 100

of

_1_ 2

van 20

is

a 25 % van 80

is

____ 100

of

____

van 80

is

b 10 % van 70

is

____ 100

of

____

van 70

is

In k

ijk

50 % van 20

c 20 % van 25

is

____ 100

of

____

van 25

is

d 50 % van 300

is

____ 100

of

____

van 300

is

10

33 Kleur telkens het gevraagde procent van de figuur in. 50 %

75 % Hoofdstuk 13

25 %

383

Formule 1B_2019.indb 383

13/06/19 12:37


34 Vul de maatbekers met het juiste percentage. 80 %

10 %

aa

r

35 Welk overgebleven stuk chocolade komt overeen met het percentage? Duid aan.

pl

a 10 %

b 50 %

c 25 %

ex





em



ijk













36 Los op.

In k

a Een tv kost 1 500 euro. Je krijgt 10 % korting. Hoeveel euro is dat? Berekening: Je korting bedraagt

euro.

b In je klas zitten 20 leerlingen. 25 % van de klas zijn meisjes. Hoeveel meisjes zijn er? Berekening: Hoofdstuk 13

Er zijn

meisjes in onze klas.

c Pieter had 60 % voor wiskunde. De toets stond op 50 punten. Hoeveel punten had Pieter? Berekening: Pieter had

op 50 voor zijn toets.

d De voetbalclub telt 300 leden. 20% van de voetballers is linksvoetig. Hoeveel voetballers zijn linksvoetig? Berekening: Er zijn

spelers linksvoetig.

384

Formule 1B_2019.indb 384

13/06/19 12:37


6

Breuken en kommagetallen 37 Schrijf het gekleurde deel als een breuk met noemer 100. Schrijf daarna als een kommagetal.

=

10 100

0,10

kommagetal

9 20 4 10

ijk

ex

10 25 1 5

breuk

em

1 10

kommagetal

pl

38 Schrijf als een breuk met noemer 100. Schrijf daarna als een kommagetal. breuk

=

r

=

aa

=

2 4

39 Kleur het passende kommagetal volgens de juiste code. 2 50

1 10

1 4

1 20

36 40

0,05

0,50

4

0,25

0,90

0,40

0,04

0,10

0,25

0,50

0,05

2,5

In k

50 100

a 0,30 =

c 0,95 =

e 0,17 =

b 0,15 =

d 0,29 =

f 1,73 =

Hoofdstuk 13

40 Schrijf als een breuk met noemer 100.

385

Formule 1B_2019.indb 385

13/06/19 12:37


41 Schrijf als een onvereenvoudigbare breuk. breuk

breuk

breuk

0,37

1,5

0,82

0,18

1,20

0,74

0,55

2,50

aa

r

0,97

pl

42 Duid binnen eenzelfde rooster de breuken, procenten en kommagetallen aan die horen bij de gekleurde opgave. Met de letters maak je een woord. Code: R

M

0,10

100 %

1

1 euro

0,02

ijk

1%

10 100

200 200

In k

Letter:

N

E

A

50 %

0,50

5 100

50 cent

50 10

1 2

5 10

5

0,05

50 %

5%

0,50

5%

50 100

5 cent

50 100

5 100

0,05

ex

100 100

T

em

U

Letter:

Letter:

0,01

1%

10 cent

1 cent

2 200

10 100

10 50

1 5

2 100

5 20

5 50

10 %

5 500

0,01

0,10

20 %

20 cent

0,02

0,10

10 100

1

1%

1 100

10 %

0,20

20 100

2%

Letter:

Letter:

Letter:

Hoofdstuk 13

Woord:

386

Formule 1B_2019.indb 386

13/06/19 12:37


7

Breuken optellen en aftrekken 43 Kruis telkens het gevraagde deel aan. Bereken. a _1_ + _1_ = ____ 3 3

c _2_ + _3_ = ____ 6 6

e

_2_ + _1_ = ____ 4 4

d _2_ + _5_ = ____ 7 7

f _4_ + _2_ = ____ 8 8

aa

r

b

1 + ___ 4 = ____ ___ 10 10

44 Bereken. Vereenvoudig als dat kan. _2_ + _3_ 6 6

b

5 + __ 9 = __ 16 16

c

7 + __ 2 = __ 12 12

d

3 = 1 + __ __ 10 10

e

_8_ + _2_ 9 9

=

f

_7_ + _2_ 7 7

=

d

8 = _1_ + __ 8 10

e

7 = _1_ + __ 2 12

pl

a

em

=

_1_ + _2_ = 3 5

In k

b

_4_ + _1_ = 3 6

ijk

a

ex

45 Bereken. Vereenvoudig als dat kan.

c

8 + __ 6 = f __ 20 10

_4_ + _2_ = 9 3

46 Kruis telkens het gevraagde deel aan. Bereken. _5_ - _2_ = ____ 6 6

8 - ___ 2 = ____ ___ 10 10 Hoofdstuk 13

_3_ - _2_ = ____ 3 3

387

Formule 1B_2019.indb 387

13/06/19 12:37


47 Bereken. Vereenvoudig als dat kan. a

_7_ − _5_ 9 9

=

d

_3_ − _1_ 8 8

b

_3_ − _1_ 5 5

=

e

6 = 11 − __ __ 15 15

c

6 = 11 − __ __ 12 12

f

_7_ − _5_ 6 6

=

=

aa

r

48 Bereken. Vereenvoudig als dat kan. _5_ − _1_ 8 4

=

d

11 − _1_ __ 13 2

=

b

3 _4_ − __ 5 10

=

e

3 _1_ − __ 2 10

=

c

9 − _2_ __ 12 6

=

f

5 − _1_ __ 14 7

=

em

pl

a

ex

49 Bereken. Vereenvoudig als dat kan. 3 = 7 − __ __ 12 12

d

7 _1_ + __ 4 12

=

b

_3_ + _1_ 6 6

=

e

_2_ + _1_ 3 4

=

18 − __ 12 = __ 20 20

f

5 − _1_ __ 14 7

=

In k

c

ijk

a

50 Bereken. Vereenvoudig als dat kan.

Hoofdstuk 13

a

2 + _3_ 8

=

d

3 − _5_ 7

=

b

1 + _1_ 3

=

e

2 − _1_ 6

=

c

3 1 − __ 14

=

f

3 + _3_ 5

=

388

Formule 1B_2019.indb 388

13/06/19 12:37


51 Welk spreekwoord zit in het rooster verstopt? Los op. 10 = _3_ + ___ 4 8

E

1 van 90 is ___ 10

Z

21 − _1_ = ___ 6 2

R

62 − _1_ is ___ 10 5

M

10 − _9_ = 3

N

14 + 3 is ___ 7

L

10 = _4_ + ___ 9 18

B

1 van 40 is ___ 10

1

2

6

7

4

1

2

3

9

5

pl

2

aa

r

A

em

52 Gedurende de rit, moeten de renners heel wat drinken. Stel de hoeveelheid water in de bidons voor met een breuk. Bereken hoeveel liter iedere renner heeft gedronken tijdens de rit. Vul aan.

1l

1l

ijk

1l

Tim

ex

Joseph

____ + ____ = _3_ 3

1l

1l

____ + ____ = ____

l

l

1l

____ + ____ = ____

l

Hoofdstuk 13

In k

1 liter

1l

Yves

389

Formule 1B_2019.indb 389

13/06/19 12:37


Even samenvatten • _1_ is een breuk. Daarbij is 1 de teller en 3 de noemer. 3 De breukstreep betekent gedeeld door.

de noemer zegt je in hoeveel gelijke delen het voorwerp is verdeeld; de teller toont je hoeveel delen je moet nemen.

aa

– –

r

2 noteer je als _ 3

em

2 van 18 = (18 : 3) x 2 = 6 x 2 = 12 _ 3 gelijkwaardige breuken :2 x3

vereenvoudigen

ex

_4_ = _2_ = _6_ 6 3 9

pl

• Wanneer je een breuk van een getal moet nemen ga je zo te werk: – deel door de noemer; – vermenigvuldig daarna met de teller.

:2 x3

_4_ = _2_ 6 3

gelijknamige breuken 15 = _3_ ___ 20 4

16 _4_ = ___ 5 20

ijk

• Wanneer je een breuk naar noemer 100 plaatst kun je het procent bepalen. 70 = 70 % 14 = __ 7 = ___ Bv. __ 20 10 100

In k

• Van breuk naar kommagetal Bv. 3 = 15 = 15 : 100 = 0,15 20 100

• Van kommagetal naar breuk Bv. 0,4 = 40 = 2 100 5

• Optellen of aftrekken van

Hoofdstuk 13

gelijknamige breuken

ongelijknamige breuken

een getal met breuken

_1_ + _3_ = _4_ 5 5 5

5 + ___ 2 = ___ 7 _1_ + _1_ = ___ 2 5 10 10 10

1 − _4_ = _5_ − _4_ = _1_ 5 5 5 5

390

Formule 1B_2019.indb 390

13/06/19 12:37


Test op mezelf Naam:  Nr.:     Klas:       

Datum:   /   / 20  

   / 40

1 Wat is een breuk? TOM1 TOM1

  

  

  

TOM2.1

   3

pl

2 Een breuk nemen van een getal

  

aa

  

r

Noteer het gekleurde deel als een breuk. De tellers noteer je in het groen, de noemers in het rood.

Duid op de figuur aan om hoeveel leerlingen het gaat.

em

1  ​​jongens in het blauw ​​ __ 2

__ ​​  2 ​​  blondines in het geel 3

ijk

ex

7  ​​ meisjes in het groen ​​ __ 18

TOM2.2

3

Los op!

c

​​  1 ​​  van 24 is            b __ 4

d __ ​​  5 ​​  van 42 is            7

In k

a __ ​​  1 ​​  van 70 is            7

__ ​​  2 ​​  van 30 is            3

4

TOM3

Schrijf als een onvereenvoudigbare breuk.       7  ​​  = ____ 12  ​​ = ____  ​​​​   ​​​​  a ​​ ___ c ​​ ___ ​​​​  ​​​​  49 32             5  ​​  = ____ 20  ​​ = ____ ​​​​   ​​​​   ​​​​  b ​​ ___ d ​​ ___ ​​​​  45 20      

   15  ​​ = ____  ​​​​  e ​​ ___ ​​​​  35       12  ​​  = ____  ​​​​  f ​​ ___ ​​​​  100   

Hoofdstuk 13

3 Breuken vereenvoudigen

6

391

Formule 1B_2019.indb 391

13/06/19 12:37


4 Breuken gelijknamig maken TOM4

Maak gelijknamig. Vul daarna >, <, of = in.       __  ​​​​ = ​ ​​​ 3  ​​​​     __  ​​​​  ​​​​ 2 ​​​​  =​​ ____ ​​​​  a  ____ ​​​​  6 8      

   __     ​​​​ = ​ ​​​ 8  ​​​​     __  ​​​​  b  ____ ​​​​  ​​  4  ​​ = ____ ​​​​  5 9      

3

5 Breuken en procenten TOM5.1

Vul de tabel verder aan. Noteer breuken altijd in hun onvereenvoudigbare vorm.   

30 %

   

55 %

___ ​​  1  ​​  50

  

  

r

1  ​​ ​​ __ 4

  

aa

TOM5.2

___ ​​  3  ​​  10

   

4

em

pl

In een klas van 40 leerlingen zitten 25 % meisjes. Hoeveel meisjes zitten er in de klas? En hoeveel jongens?

25 %

Antwoordzin: 

2

6 Breuken en kommagetallen TOM6.1

ex

Zet de breuken om in een kommagetal. 9 10

3 20



TOM6.2

27 25



ijk

0,90

4 5 

1 4  4

Zet de kommagetallen om in een onvereenvoudigbare breuk. a  0,40 =    =       b  0,76 =    =       c  1,25 =    =      

In k

  

  

  

  

3

7 Breuken optellen en aftrekken

TOM7

Bereken. Vereenvoudig als dat kan. ​​  4 ​​  + __ ​​  2 ​​   a __ 5 5

=



3  ​​   = b __ ​​  12  ​​ − ​​ __ 14 14  Hoofdstuk 13

__ ​​  3 ​​  + __ ​​  2 ​​   4 3

=

d __ ​​  4 ​​  − __ ​​  1 ​​   5 6

=

c

392

Formule 1B_2019.indb 392

  

2  ​​ = ​​  3  ​​ + ​​ __ e __ 25 5  f

__ ​​  7 ​​  − __ ​​  1 ​​   6 6

=





g __ ​​  1 ​​  + __ ​​  7  ​​   = 2 16 



​​  1 ​​  + __ ​​  3 ​​   h __ 6 5

=

 8

13/06/19 12:37


Gamezone 1 Nonogrammen

1

1

1 3

3

1

3

3

1

2

3

1

2 2

5

3

1

4

1

1

1

1

1

1

1 5

4

1

1 1

ex

1

1

1

2

1

1

1

2

3

1

2

1

1

1

4

1

4

1

1

3

3

2

1

2

3

3

2

ijk

3

4

1

2

2

1

4

1

1

0

1

3

2

1

3

1

1

2

3

1

2

3

In k

1

3

1

3

2

1

2

em

2

1

1

aa

3

pl

1

1

r

Een nonogram is een beeldpuzzel die bestaat uit een leeg diagram met getallen boven en links ervan. Elk getal staat voor één of meer aaneengesloten vakjes van een bepaalde kleur in de betreffende kolom of op de betreffende rij. Door de vakjes in te kleuren zodat alle getallen blijven kloppen, vormt zich een afbeelding in het diagram. Dat is de oplossing van de puzzel. Hieronder zie je een voorbeeld.

2 1

3

1

3

4

1

2

4

Hoofdstuk 13

3

393

Formule 1B_2019.indb 393

13/06/19 12:37


3  Wiskunde en kunst Wat is een middagje museum toch interessant. Kijk naar onderstaand schilderij. Hoeveel vierkanten zie je?

aa

r

2  Zie je het patroon? Ontdek het patroon in onderstaande gezichtjes. Hoe zou het gezichtje in het laatste vierkant eruitzien?

5 Alles fout! Er klopt helemaal niets van de oefeningen die hieronder staan. De cijfers van ĂŠĂŠn tot en met negen zijn blijkbaar verwisseld. Alle uitkomsten zijn wel juist. Welk cijfer moet je door welk cijfer wisselen?

ex

em

4  Rekenstapeling Tel steeds twee getallen die naast elkaar staan bij elkaar op. Schrijf de som in het hokje erboven. Vul de ontbrekende hokjes in.

pl







ijk





8



In k 3



27



3



1 + 1 + 1 = 18 3:4=4 8-3=1 9+9-1=4 1 x 2 = 18 3-7=4 5 + 3 = 15 6x9=5

9

 

1 Hoofdstuk 13



2 

3 

4 

5 

6 

7 

8 

9 

394

Formule 1B_2019.indb 394

13/06/19 12:37


Via www.diddit.be heb je toegang tot het onlineleerplatform bij Formule 1. Activeer je account aan de hand van de onderstaande code en accepteer de gebruiksvoorwaarden.

Formule 1 bladwijzer

!

aa r

FORMULE 1

Let op: activeer deze licentie pas vanaf 1 september; de licentieperiode start vanaf activatie en is 365 dagen geldig.

• Knip hiernaast de bladwijzer uit.

• Steek hem met de twee onderste gaatjes in je ringmap met Formule 1-werkbladen. Je vindt dan op elk moment makkelijk waar je met de les gebleven bent.

FORMULE 1    

   

De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.



In

© Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2019

    

Eerste druk, 2019 ISBN 978-90-306-9369-7 D/2019/0078/252 Art. 592747/01 NUR 120

jk

 

Lay-out: Wendy De Haes Coverontwerp: B.AD Zetwerk: Crius Group Tekeningen: Rik Verdru Met dank aan: De Efteling

   

• Noteer er geheugensteuntjes op, of woorden die nieuw voor je zijn.

ex



ki

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het onlinelesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden leest u op www.diddit.be.

em pl

VI2747J3TCCEPEPNT

Profile for VAN IN

Formule 1 1B (editie 2019) - Inkijkexemplaar  

Meer weten over Formule 1? Ga naar https://www.vanin.be/nl/secundair-onderwijs/wiskunde/formule-1

Formule 1 1B (editie 2019) - Inkijkexemplaar  

Meer weten over Formule 1? Ga naar https://www.vanin.be/nl/secundair-onderwijs/wiskunde/formule-1