

Camino en de tien intenties
van het leerplan rooms-katholieke godsdienst

Het geactualiseerde leerplan roomskatholieke godsdienst voor het lager onderwijs steunt op tien intenties. Samen vormen ze de de basis van het leerplan.
Deze tien intenties bepalen mee de richting voor het godsdienstonderwijs van vandaag en van de toekomst.
Vanzelfsprekend vormen ze dus ook de basis voor onze gloednieuwe godsdienstmethode Camino.
In deze folder stellen we de tien intenties voor en linken dit met ons verhaal. Dan zie je zelf: Camino is de methode godsdienst voor nu en voor de toekomst.
Intentie 1: De integrale
De integrale benadering houdt de wisselwerking tussen drie perspectieven in: het perspectief van de context en de pluraliteit (1), dat van het christelijk geloof en de christelijke traditie (2) en dat van de leerling en diens identiteit (3).
In elke godsdienstles beïnvloeden de drie perspectieven elkaar voortdurend. De geodriehoek hiernaast symboliseert die wisselwerking tussen de drie perspectieven in het geactualiseerde leerplan r.-k. godsdienst.

Screenshot uit de digitale versie van het leerplan de perspectieven de ingrediënten
integrale benadering
In Camino werken we in elke godsdienstles met minstens drie ingrediënten vanuit de drie perspectieven en brengen we die met elkaar in wisselwerking.

Voorbeeld uit terrein Profeten, les 1.
De auteurs van Camino schreven lessen met ingrediënten uit de drie perspectieven. Samen vormen die de integrale benadering.

Voorbeeld uit de handleiding van Camino 5

Hermeneutisch: hermeneutisch komt van het oud-Griekse ἑρμηνεύειν (hermèneuwein), wat het interpreteren van teksten betekent.
Communicatief : samen over die inhouden communiceren, nadenken.
Een basis van het leerplan: het interpreteren van teksten en er samen communicatief mee aan de slag gaan en elk voor zich op zoek gaan naar betekenis.
Er is dus niet langer één interpretatie, maar meerdere interpretaties zijn mogelijk. We dringen geen betekenis of symboliek op.
Intentie 2: Hermeneutisch-communicatief
Door de Bijbelverhalen in Camino per zin te nummeren, kunnen leerkrachten en leerlingen aanwijzend en interactief werken.

Hermeneutisch-communicatief werken
In het lesverloop van Camino staat verdiepende vraagstelling centraal. De meeste vragen houden we open. Dat wil zeggen dat we het antwoord niet altijd noteren in de handleiding. Soms kan het gesprek alle kanten opgaan.
Toch zorgen wij voor vertrouwen: als er verschillende interpretaties mogelijk zijn, duiden wij dat aan met dit symbool. Zo weet jij zeker dat het oké is als een gesprek verschillende richtingen uitgaat.

Voorbeeld uit de handleiding van

Camino 5
Een nieuwe aanpak voor Bijbelverhalen
Minstens één keer per terrein werken we lessen rond een Bijbelverhaal uit volgens de ToBiAS-benadering.
KU Leuven ontwikkelde ToBiAS voor (jong)volwassenen, maar Camino mag die benadering gebruiken op kindniveau. We kozen daarbij voor de symboliek van het glasraam in plaats van het icoon. Omdat het glasraam sprekender kan zijn voor jouw leerlingen.
ToBiAS = de TOekomst van BIjbelverhalen in de Actuele Samenleving.
Hoe werkt ToBiAS in de praktijk?

Hoe was het vroeger?
Wat heb ik nodig om het Bijbelverhaal te begrijpen?
We kijken samen naar het Bijbelverhaal van vroeger door het venster.
Welke stap kan ik zetten om die droom een stukje dichterbij te brengen?
De tekst houdt ons een spiegel voor waarin we onszelf (al dan niet) herkennen.

Is dat herkenbaar voor mij?
Waar ben ik in het verhaal?
We keren terug naar de spiegel. De leerling drukt uit of het verhaal al dan niet invloed heeft op diens bijdrage aan de wereld waarvan God droomt.
We kijken naar het glasraam en laten het licht van het glasraam (al dan niet) op ons vallen.
De leerling verbeeldt zich een hoopvolle wereld waarvan God zou kunnen dromen.
Wat kan ik daar nu mee?
Wat zou dit verhaal kunnen betekenen?

ToBiAS is een communicatief proces waarbij jouw leerlingen zich heen en weer bewegen tussen de realiteit van elke dag, hun persoonlijke ervaringen en de Bijbelse wereld/traditie.
Camino trekt het verhaal open met open vragen. We sturen niet naar één interpretatie, maar laten ruimte voor meerdere betekenissen.
De uitgetekende visualisatie in Camino 1 en 2.
Intentie 3: De negatieve
De negatieve theologie laat ruimte voor de moeilijke kanten van geloven. Soms worstelen mensen met hun geloof en God. Er mag ruimte zijn voor het zoeken, de twijfel, het niet-weten.

Voorbeeld uit Camino 1, Geborgenheid

Voorbeeld uit Geborgenheid, les 2
negatieve theologie

In sommige activiteiten van Camino laten we ruimte voor persoonlijke invulling, zoektocht, twijfel, gemis, kwetsbaarheid en het idee dat we God nooit volledig kunnen benoemen of begrijpen.

Intentie 4: Het vermijden
Voorbeeld uit Camino 3, de leerroute bij Vriendschap
De suikerspintheologie verwijst naar een eenzijdig positieve voorstelling van het leven en geloven. Het nieuwe leerplan vraagt ons om dat te vermijden.
In Camino tonen we de stappen binnen een terrein op een leerroute. Je gaat samen met je leerlingen op pad en laat hen stappen zetten in hun persoonlijke groei.
Daarnaast sta je ook stil bij moeilijke onderwerpen en spanningen in het leven. Zo ontdek je in Gastvrijheid uit Camino 5 open, maar ook gesloten deuren. En ook bij Vriendschap uit Camino 3 zijn de lestitels veelzeggend.
In de titels merk je dat we heen en weer bewegen tussen ‘zoeken en vertrouwen’ en tussen ‘onderweg zijn en thuiskomen’. In elk terrein staat de focus van het transversaal terrein centraal.




Gastvrijheid en vriendschap roepen vaak positieve beelden op, maar in Camino staan we ook stil bij de keerzijde: gesloten deuren, gemis of teleurstelling.

van de suikerspintheologie

4 Onverwacht bezoek
In een gesuikerde versie van verhalen wordt Jezus altijd voorgesteld als vriendelijk, goedlachs, warm en zorgzaam.
In Camino kiezen we voor een realistisch beeld. Zo maken de kleuters al kennis met verschillende Jezusbeelden en aspecten van mens-zijn. Ook Jezus was soms boos, verdrietig, bang of onzeker.

6 Wie mag jij zijn?
Voorbeeld uit
Camino 5, de leerroute bij Gastvrijheid



Jezusbeelden uit
Camino 1 en Kleuter


LES 3
Zachte sporen van samen
LES
LES 5 Welkom of niet?
LES
Intentie 5: De theologie van de
Tijdens hun dagelijkse bezigheden kunnen kinderen onderbroken worden. Soms dient er zich iets of iemand (of Iemand) aan waardoor je stilvalt. In die onderbreking doet zich iets voor wat de mens raakt, treft, of misschien zelfs overstijgt. Die onderbreking kan een vindplaats van God zijn.
In Camino voorzien we regelmatig momenten van rust en bezinning. We laten je leerlingen stilstaan bij getuigenissen, kunstwerken, verhalen, muziek, gebeurtenissen in de wereld, ...
Ook bij het glasraam, onze stap binnen de ToBiASbenadering, laten we het verhaal binnenkomen en onderzoeken we wat het met ons doet ... of net niet doet.


Stilstaan bij verwondering en angst voor de natuur.
onderbreking en de kwetsbaarheid


Kopieerbladen uit de handleiding van Camino 3


Voorbeeld uit de handleiding van
1
Camino
Onze leefwereld is de afgelopen jaren sterk gewijzigd. Mede om die reden werd het leerplan rooms-katholieke godsdienst geactualiseerd.
De context waarin het godsdienstonderwijs plaatsvindt, doet ertoe. Het vak krijgt immers vorm binnen het dagelijkse leven.
Het vak rooms-katholieke godsdienst gaat na hoe de wereld van vandaag, met haar actuele context en pluraliteit, horizonten opent voor het hermeneutischcommunicatief proces.
Intentie 6: Aandacht voor

de context van vandaag
In Camino weerspiegelen we de wereld van vandaag. We zorgen voor actuele voorbeelden. We laten graag ook verschillende levensbeschouwingen en culturen aan bod komen. En zoals je eerder al las, zetten we ook in de handleiding in op diversiteit en inclusie.

In dit voorbeeld uit Camino zie je dat verschillende levensbeschouwingen en continenten aan bod komen.



Intentie 7: De ruimte voor de interlevensbeschouwelijke
Jouw leerlingen worden zich bewust van de diversiteit aan levensbeschouwelijke stemmen. Het vak rooms-katholieke godsdienst wordt op deze manier een oefenplaats tot interlevensbeschouwelijk samenleven.
Want ontmoeting en dialoog tussen de katholieke traditie en andere levensbeschouwingen helpt jouw leerlingen bij het vormen van hun eigen levensbeschouwelijke identiteit.


Wanneer er interlevensbeschouwelijk gewerkt wordt, vind je de ILC-doelen terug in de handleiding. Wij zorgen dat je interlevensbeschouwelijk werkt in elk terrein.
Voorbeeld uit Camino 5, Profeten
competenties en de interlevensbeschouwelijke dynamiek
Tips rond diversiteit
Bij de lesgang krijg je verschillende tips mee. Laat de leerlingen uit het eerste leerjaar gebaren of houdingen uitbeelden bij het gesprek over bidden, maar zonder verplichting. Geef de ruimte om eigen ervaringen te delen op een veilige manier. Leg uit dat de mensen op verschillende manieren bidden of mediteren, afhankelijk van hun geloof. Je leest meer achtergrondinformatie op kopieerblad 1
Gebruik de traditionele tekst van het Onze Vader voor de herkenbaarheid in de eucharistie of de voorbereiding op de eerste communie. Geef de leerlingen altijd de keuze: ‘Je mag meebidden, maar dat moet niet.’ Je nodigt uit, maar niemand is verplicht.
Om een mogelijke gelijkenis met het Onze Vader te maken, kun je voor moslimleerlingen een link maken met het eerste hoofdstuk in de Koran, hoofdstuk al-Fatiha. Vaak kennen de moslimleerlingen die verzen uit het hoofd, weliswaar in het Arabisch.
Dit hoofdstuk wordt door theologen vaak vergeleken met het Onze Vader vanwege een vergelijkbare structuur en bedoeling.
Hoofdstuk 1 – Al-Fatiha (De Opening)
In de naam van Allah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige. Alle lof behoort Allah toe, de Heer van de Werelden, de Erbarmer, de Meest Barmhartige, Meester van de Dag des Oordeels.
U alleen aanbidden wij en U alleen vragen wij om hulp. Leid ons op het rechte pad, het pad van degenen aan wie U Uw gunst heeft geschonken, niet dat van degenen op wie (Uw) toorn rust en niet dat van de dwalenden.
Het kan interessant zijn om de jonge leerlingen kennis te laten maken met de Nederlandse vertaling van Al-Fatiha.
Zo ontdekken ze dat de moslims in hun gebed, net als de christenen met het Onze Vader, God prijzen en Hem om hulp vragen. De beide gebeden tonen in feite hoe gelovigen zich tot God of Allah richten om leiding en steun te vragen in hun leven.
Naar: Mohamed El Fadili
Tips voor de godsdiensthoek en rituelen
Voeg het woord ‘VADER’ toe aan de godsdiensthoek. Leg de letters bij ‘HERDER’ en de palm van Gods hand.
Camino houdt rekening met andersgelovigen en niet-gelovigen in je klas. In de handleiding vind je onder ‘ tips rond diversiteit ’ flink wat inzetbare tips en achtergrondinformatie.

Voorbeeld uit Camino 1
Intentie 8: Levensbeschouwelijke
De stem van het kind is een authentieke bron in het godsdienstaanbod. De lessen roomskatholieke godsdienst nodigen uit om elk kind levensbeschouwelijk te laten groeien.
De opdracht waarvoor de godsdienstlessen staan, is het versterken van levensbeschouwelijke capaciteiten en die zeker niet onderdrukken. Het gaat over het vertrouwen dat kinderen ‘kunnen’. Hier geloven we in de levensbeschouwelijke capaciteiten van kinderen.
De dagboeken in het werkboek nodigen kinderen uit om te reflecteren, hun gedachten neer te schrijven en hun eigen beleving onder woorden te brengen. Ze vormen een waardevolle aanvulling op de verdiepende vragen in de handleiding en de prikkelende vragen op het bord, en geven leerlingen ruimte om stil te staan bij wat de les bij hen oproept.


Ezra en ik stellen in het werkboek of in de bordles regelmatig prikkelende vragen. Voorbeeld uit Camino 5, Profeten, werkschrift

Voorbeeld uit Camino 3, schepping
capaciteiten van kinderen versterken



Bekend BEWAARD
BENIEUWD
Wat voelde ik al bij vriendschap? Wat wil ik nog proberen in mijn vriendschap? Wat wil ik onthouden over vriendschap?
Toen voelde ik hoe fijn het is als iemand een vriend voor je is:

Dit zou ik nog willen proberen om een betere vriend(in) te zijn:


Toen merkte ik dat ... echt een goede vriend(in) voor mij was:
Dit wil ik nog weten over vriendschap: Dit betekent vriendschap nu voor mij:
Voorbeelden uit
Camino 3 en 5
Dagboek

Op hun persoonlijke Camino verzamelen je leerlingen indrukken. Drie keer per terrein leggen ze die vast via bekend, benieuwd, bewaard of in het dagboek .
16 Vriendschap: Dagboek
BEKEND BENIEUWD BEWAARD Wat zit er al in mijn koffer? Wat wil ik nog ontdekken? Wat neem ik mee uit dit terrein?
Op deze plek heb ik gastvrijheid ervaren:
Dit zou ik aan iemand willen vragen over gastvrijheid:
Dit was mijn mooiste ervaring van gastvrijheid:
Dit gaf mij toen het gevoel van gastvrijheid:
Op deze plek hoop ik ooit gastvrijheid te ervaren, omdat:
Wat heb jij geleerd over gastvrijheid in deze lessenreeks?
datum:
20 Gastvrijheid: Hier en verder

In het lesverloop voorzien we ruimte voor hun eigen levensbeschouwelijke visie.
Dit pictogram herinnert je er telkens aan om die openheid te bewaren.

Intentie 9: De zoektocht naar betekenisvolle
Symbolen en rituelen kunnen mensen met zichzelf, met elkaar, met de wereld en/of met het transcendente verbinden. Kinderen kunnen via symbolen en rituelen een diepere taal leren.


In deze les uit Camino 5, waar een ritueel centraal staat, geven leerlingen in woord en beeld vorm aan hun profetische stem, nemen ze deel aan een klasritueel waarin gevoelens ruimte krijgen en gaan ze in gesprek over hoop, teleurstelling en onrecht, in de spanning tussen wat is en wat nog kan worden.

betekenisvolle rituelen en symbolen
We zetten de godsdiensthoek centraal in Camino. In een vaste rubriek in de handleiding geven we suggesties voor vaste en variabele elementen in de godsdiensthoek om het terrein te doen leven in je klas. Vaste elementen zijn bijvoorbeeld een bijbel, een kaars of een lichtje. De variabele elementen sluiten aan bij een les uit de lessenreeks van het terrein, zoals een prentenboek, een voorwerp of een knutselwerkje. In een terrein keren bepaalde symbolen opnieuw terug. Rond die symbolen voer je vaak je samen met je klas een bepaald ritueel uit.
Ook terugkerende rituelen, zoals het Bijbelritueel en het stilteritueel, vormen een vast onderdeel van Camino.
Voorbeeld uit Camino 1, Goed en kwaad



Voorbeeld uit Camino, Profeten
Intentie 10: De startpositie van
Een leraar rooms-katholieke godsdienst is ook een zoekend persoon, die samen met de klas op weg gaat om zin te geven en te ontvangen.
Als getuige spreek jij eerlijk, betrokken en authentiek over je eigen geloof, inclusief twijfels en vragen. Tegelijk ben jij als leraar een deskundige, die zich verdiept in de geloofstraditie en die op een eerlijke manier voorstelt.
Daarbovenop ben jij in de klas ook de moderator, die het levensbeschouwelijk gesprek begeleidt in een sfeer van openheid en respect. Zo wordt het godsdienstonderwijs een gezamenlijke ontdekkingsreis, waarin ook de leerkracht kan groeien.

Voorbeeld uit de handleiding van Camino 1, Geborgenheid
Camino stimuleert jou om te vertellen vanuit jouw eigen persoonlijke ervaringen.
Zo maakt Camino godsdienstonderwijs extra sterk, authentiek en waarde(n)vol.
Camino ondersteunt jouw deskundigheid met voldoende achtergrondinformatie over de christelijke traditie, andere culturen en levensbeschouwingen.
Tips rond diversiteit
Als er leerlingen met een moslimachtergrond in de klas zitten, kan het nuttig zijn om voor de afronding te verwijzen naar hadith 2554 in de collectie Al-Bukhari.
‘Ieder van jullie is een herder en ieder is verantwoordelijk voor zijn kudde.’
Naar Mohamed El Fadili
Achtergrondinformatie
De herder draagt het schaap op zijn schouders terug naar de kudde.
Dat betekent enerzijds dat het dier gewond is of dat het zo gestresseerd is dat het geen poot meer kan verzetten. Het betekent anderzijds dat de herder sterk is, want een volwassen schaap weegt zo’n zestig kilo. De herder is dus onmisbaar voor het schaap, zowel in zijn veilige, vertrouwde omgeving als in een vijandige omgeving.
Staan we er eigenlijk wel eens bij stil hoeveel een herder voor ons doet?
Of denken we alleen aan onze herder wanneer we in moeilijkheden zijn?
Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament worden schapen genoemd en vergeleken met mensen, net omdat schapen soms zo hulpeloos kunnen zijn. Een schaap kan zichzelf behoorlijk redden en heeft ook de kudde om zich te beschermen tegen roofdieren. Maar een schaap dat op zijn rug valt omdat het struikelt of een schaap dat niet oplet en alleen verdwaalt, is echt aangewezen op de hulp van de herder.
Tips voor de godsdiensthoek en rituelen
De leerlingen maken deze les kennis met twee rituelen die zullen terugkeren: de parabeldoos en het Bijbelritueel.
De parabeldoos is goudkleurig. Goud is waardevol, net als de verhalen die in die doos zitten. De verhalen nodigen uit om na te denken, te zoeken en te voelen.
Bij het Bijbelritueel wijzen de leerlingen het hoofd, de mond en het hart aan. Dat is een verwijzing naar de drie kruisjes die de katholieke christenen maken voor de lezing uit het Evangelie. Hier kiezen we ervoor om geen kruisjes te maken, zodat het ritueel enerzijds meer toegankelijk is voor de leerlingen met een andere geloofsovertuiging en je het anderzijds ook kunt gebruiken bij verhalen uit andere boeken van de Bijbel.
Aan het einde van de les zal de afbeelding van de herder een plaats krijgen in de godsdiensthoek bij het brandende LED-kaarsje. Je kunt met losse letters het woord ‘HERDER’ vormen en dat als symbool bij de palm van Gods hand leggen.
de leerkracht ernstig nemen
Camino ondersteunt jou als moderator met verdiepende vragen. Ook bij de Bijbelverhalen reiken we handvatten aan om een verhaal vanuit verschillende perspectieven te belichten. We timmeren niets dicht, zodat jij samen met je leerlingen op zoek kunt gaan naar en ruimte kunt geven aan meerdere interpretaties.
Start
Het vraagteken
Projecteer het vraagteken op het bord.
• Wie heeft dit teken al eens gezien? Waar kom je het teken tegen?
• Wanneer gebruik je het?
Vertel dat het vraagteken op het einde van een vraag wordt gezet. Een vraag is iets wat je niet weet, wat je graag wilt weten. Je hoopt een antwoord te krijgen.
In het kort
• Laat de leerlingen kennismaken met het vraagteken en het begrip ‘vragen’.
Deel 1 – De ontvouwing van het doek
Leg de prent van de wereld (kopieerblad 1 in het blauwe doek.
Vouw het blauwe doek voorzichtig open, stuk voor stuk, en laat de leerlingen vrij antwoorden op de vragen: Wat zou dit zijn?
• Waaraan doet jou dit denken?
Wanneer het doek volledig opengevouwen is, ga je verder met:
• Wie of wat leeft er op de wereld? Kennen wij alles op de wereld?
• Begrijpen wij alles over de wereld?
• Laat het blauwe doek verkennen en verbeelden.
• Laat de beelden verkennen door er verhalen uit de eigen leefwereld aan te koppelen.
• Koppel de vragen aan de beelden.
• Laat antwoorden zoeken op de vragen.
• Koppel de psalmen aan de vragen.
• Houd een korte nabespreking bij de psalmen.
Op deze wereld wonen heel veel mensen, met verschillende talen, verschillende gewoonten, een verschillend geloof of geen geloof.
Al die mensen hebben vragen en gevoelens.
Deel 2 – De ontdekking van de levensvragen
Vertel dat je nog andere beelden hebt meegebracht (kopieerblad 1).
Leg ze een voor een in een cirkel op het blauwe doek en vraag (per voorwerp):
Voorbeeld uit Camino 1, Geborgenheid
Deel 3 – De antwoorden bij de vragen
Herhaal de levensvragen. Ga met de leerlingen in gesprek. Neem telkens de kaart met de vraag en het bijbehorende beeld.
Levensvraag 1: Wie ben ik?
• Kun je helemaal weten wie je bent?
• Wat helpt om jezelf te leren kennen? (Wat anderen over je zeggen, wat je voelt, wat je doet, hoe je eruitziet, waarin je groeit …)
• Kun je alles over jezelf weten? Of blijf je altijd een beetje op weg?
Neem de kaart van de spiegel. Deze vraag hebben we bij de spiegel geplaatst. Ik geef de spiegel door. Als je wilt, mag je even kijken en iets vertellen over jezelf.
En wie weet ... zie je ook iets van wat God in jou heeft gelegd
Dat mag iets zijn over de buitenkant (hoe je eruitziet), maar ook iets over binnenin (wat je voelt, waarvan je droomt, wat je graag doet ...). Misschien zie je iets waarin je al gegroeid bent, of iets wat je nog wilt leren.
Laat enkele leerlingen de spiegel nemen. Wie wil, mag iets delen. Niemand is verplicht om te spreken.
• Wat is verdriet?
Levensvraag 2: Waarom heb ik soms verdriet?
• Hoe voelt verdriet?
• Is verdriet hetzelfde voor iedereen?
• Kun je verdrietig zijn zonder dat er iets ergs gebeurt?
• Heb je weleens verdriet gevoeld zonder dat je wist waarom?
• Kan God jou steunen als je verdriet hebt? Nodig enkele leerlingen uit om iets bij de traan te vertellen.
Levensvraag 3: Waarom zou ik anderen goed behandelen?
• Wat betekent het om ‘goed’ te doen voor iemand anders?
• Wat zou jij aan God willen vragen over goed zijn voor anderen?
• Waarom is het belangrijk om goed te zijn voor anderen, zelfs als je niet altijd iets terugkrijgt?
• Hoe denk je dat God zich voelt als jij iets goeds doet voor iemand anders? Nodig enkele leerlingen uit om iets bij het hart te vertellen.
Levensvraag 4: Wat betekent de natuur voor mij?
• Wat vind jij het mooist in de natuur? Waarom?
• Waarom zijn sommige dieren of bloemen zo kleurrijk?
• Kun je iets tegelijk lelijk én mooi vinden in de natuur?
• Zou de natuur ons iets kunnen leren?
• Wat zou jij aan God willen vragen over de natuur?
• Als God naar de natuur kijkt, wat zou Hem dan (niet) gelukkig maken, denk je?
Nodig enkele leerlingen uit om iets bij de boom te vertellen.
• Denk je dat God ook iets van zichzelf heeft gestopt in bloemen, dieren of bomen? Wat dan?
Levensvraag 5: Is er een God? Wie is God? Koppel terug naar les 2. Sta stil bij de betekenis van Gods naam. Wie herinnert zich de betekenis nog?
Laat de leerlingen zelf vertellen: Wij spreken over God als ‘Hij die er is voor ons en er altijd zal zijn’.
• Wat betekent God voor jou?
Moslims hebben 99 namen voor hun God Allah, ze kennen hem als: de sterke, de liefhebbende, degene op wie je kunt steunen …
• Waar zie jij iets
Kern











