__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

STORIA OR 3 HD

classic

Doorstroomfinaliteit domeinoverschrijdend

ST RIA CLASSIC 3 LEERBOEK

LEERBOEK

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 1

08/02/2021 16:06


INLEIDING 1|

Op verkenning in STORIA HD Classic 3

IN

Je vindt de inhoud van het leerboek op blz. 5. Kijk eens hoeveel lessen er gepland zijn en in hoeveel groepen of onderdelen je ze kunt onderverdelen. Elk onderdeel heeft een titel. Als je die leest, weet je welke onderwerpen je dit schooljaar bestudeert.

3 Een krachtige inleiding met de probleemstelling(en) van de les

of ds tu k

Op 11 juli viert Vlaanderen zijn nationale feestdag. Op die dag, in 1302, vechten het Franse en het Vlaamse leger, samen met hun bondgenoten, tegen elkaar. In de 19e eeuw groeit er opnieuw belangstelling voor die historische veldslag. Wie stond er tegenover wie? Waarom was er een conflict? Hoe is die strijd verlopen? Wat waren de gevolgen voor het graafschap Vlaanderen in de 14e eeuw?

19

4

5

50

50

14

17

±

±

50

±

0

80

±

±

0

.

v.C

.

v.C

0

0

35

PREHISTORIE

OUDE NABIJE OOSTEN

KLASSIEKE OUDHEID

MIDDELEEUWEN

1302 Guldensporenslag

1

Een verdeeld graafschap Vlaanderen in conflict met de Franse koning

De graaf van Vlaanderen is een leenman van de Franse koning, maar toch stelt hij zich op als een bijna onafhankelijke vorst. Na 1000 vergroot de Franse monarchie haar macht. Verschillende lenen (zie les D1) komen opnieuw onder rechtstreekse controle van de Franse koning als deel van het kroondomein (zie les D5). In de 13e eeuw wil de Franse koning meer controle krijgen over het rijke graafschap Vlaanderen. Dat leidt tot conflicten.

ho

bondgenoot: een medestander. Twee landen die vechten tegen een gemeenschappelijke vijand zijn bondgenoten.

De Vlamingen kiezen bij conflicten tussen Frankrijk en Engeland vaak de kant van de Engelsen. Die leveren immers de wol die nodig is voor de Vlaamse lakennijverheid. De Franse koning Filips IV de Schone wil altijd nieuwe inkomsten en zet de Vlaamse graaf Gwij van Dampierre onder druk. Wanneer Gwij van Dampierre in 1297 zijn eed van trouw opzegt en steun zoekt in Engeland, breekt er oorlog uit. De Vlaamse graaf verliest en wordt gevangengezet. Vlaanderen wordt bezet. Het verscherpt de tegenstel­

oe f

metten: verwijst naar gebeden in de vroege ochtend

6

E2 DE GULDENSPORENSLAG

8 Moeilijke woorden krijgen een ander kleurtje. Ze worden verklaard in de marge bij de lestekst en ook in de woordenlijst vanaf blz. XXX.

Pr

Op 11 juli 1302 staat het Vlaamse leger opgesteld achter beken buiten de muren van Kortrijk op een veld: de Groeningekouter. De Vlamingen zouden het niet lang kunnen uithouden in de volle zon. Als de Fransen wachtten, zou het Vlaamse leger zijn sterke posities moeten verlaten. De Franse bevelhebber

BRON 1 Vlaanderen met buurlanden, 1302

kroondomein: een gebied dat rechtstreeks door de (Franse) koning bestuurd wordt

2

Filips de Schone vreest een opstand en stuurt een leger naar Vlaanderen. De kern van de Franse troepenmacht bestaat uit ongeveer 2 500 adellijke ruiters. Dat moet de Fransen een beslissend voordeel geven omdat een ruiterleger sterker wordt geacht ten opzichte van voetvolk. Het ‘Vlaamse’ leger telt bijna uitsluitend voetvolk (een derde uit Brugge) en wordt geleid door de adellijke vrienden en familieleden van de graaf. Ook een aantal ‘Waalse’ strijders zijn daarbij. De graaf van Namen is immers een zoon van de Vlaamse graaf.

De Guldensporenslag

Robert d’Artois weigert echter om af te wachten. d’Artois kiest voor de aanval. De Fransen vallen net voor de middag met hun ruiters aan, maar de Vlamingen houden stand. Met hun pieken of goeden­ dags (steek­ en slagwapens) werpen zij honderden ridders van hun paard. Zij slachten de ridders en edelen af. Ook Robert d’Artois overleeft het niet. Na enkele uren vluchten de Fransen weg. Ze moeten 500 paar vergulde ruitersporen achterlaten, vandaar de benaming: Guldensporenslag.

voetvolk: soldaten te voet

Het graafschap Vlaanderen blijft voorlopig onafhanke­ lijk. De Fransen slaan echter terug en de Vlaamse graaf aanvaardt in 1305 het verdrag van Athis­sur­ Orge. Het graafschap krijgt een zware belasting opgelegd en wordt opnieuw een Frans leen. Vlaande­ ren ontsnapt wel aan de aanhechting bij het Franse kroondomein.

Guldensporenslag: na de strijd tussen het Franse en het Vlaamse leger worden op het slagveld 500 paar gulden sporen verzameld van gesneuvelde ‘Franse’ ridders. Pas in de 19e eeuw spreekt men daarom over de Guldensporenslag.

In deze les bestudeer je de achtergronden van dat conflict.

monarchie: een bestuursvorm, dikwijls een koninkrijk, waar een persoon de macht heeft

7 Ondertitels leiden de verschillende delen van de les in.

5 De tijdlijn situeert de les in de tijd.

±

6 Deze icoontjes geven aan welke domeinen in de les aan bod komen. Meer info vind je op blz. XXX.

E2

4 Het kaartje vertelt over welk gebied de les gaat.

©

2 Duidelijke lestitel

1 Lesnummer

VA

N

Bijna elke les in STORIA HD heeft dezelfde structuur. De volgende verkleinde weergaven maken die duidelijk.

HEDEN­ DAAGSE TIJD

MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

lingen tussen het gewone volk en de rijke stedelingen (patriciërs en een deel van de adel). Die laatsten zoeken steun bij de Franse koning. Filips IV steunt hen omdat hij in hen nuttige bondgenoten tegen de Vlaamse graaf ziet. De aanhangers van de Franse koning worden leliaards genoemd (naar de lelie op het koninklijke wapenschild). Het volk, de stedelijke ambachten voorop, kiest de zijde van graaf Gwij. Zijn aanhangers gaan de geschiedenis in als de klauwaards (naar de klauwende leeuw in het wapenschild van de graaf ). Brugge wordt het centrum van het verzet. Het volk heeft er zwaar te lijden onder de door de koning opgelegde belasting. De leiders van de opstand zijn figuren uit het volk, met onder andere de wever Pieter de Coninc.

2

OPDRACHT 1

• Welke vier partijen staan er tegenover elkaar volgens de lestekst? • Wie is er bondgenoot van wie? • Vermeld bij elke partij één doel dat ze willen bereiken.

KENNEN 1 2

het begrip ‘monarchie’ uitleggen de begrippen ‘patriciërs’, ‘kroondomein’, ‘klauwaard’ en ‘leliaard’ uitleggen de oorzaken van het conflict tussen de Franse koning en de Vlaamse graaf uitleggen 4 de verhoudingen tussen de verschillende partijen uitleggen 5 de overwinning van de Vlamingen verklaren 6 twee bepalingen uit het Verdrag van Athis-sur-Orge geven 7 aantonen dat in de 19e eeuw de Guldensporenslag een andere betekenis krijgt 8 de Brugse metten verklaren 3

KUNNEN 1 2 3 4

historische vragen beantwoorden de betrouwbaarheid van een bron beoordelen in functie van een historische vraag informatie uit bronnen en kaarten afleiden bronnen vergelijken

OPDRACHT 2 • Toon aan met behulp van bron 1 dat het conflict geen strijd is tussen Franstaligen en Nederlandstaligen. • Toon aan de hand van twee concrete voorbeelden aan.

1302 en de Guldensporenslag

In de nacht van 17 op 18 mei 1302 doden Brugge­ lingen vele leliaards en Fransen. Die gebeurtenis kennen we als de Brugse metten. De Franse koning

E

ONZE GEWESTEN

7

9 Nadat je de les hebt geleerd, moet je deze zaken KENNEN en KUNNEN. De begrippen die je moet kennen, staan altijd bovenaan.

INLEIDING

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 2

08/02/2021 16:06


11 Bronteksten

12 Kaarten

BRON 8 De Geheime Geschiedenis van de Mongolen

A

B

Altan, Oudjar en Sadja Beki, kwamen onderling tot een akkoord, zij vertelden Temoedjin: ‘Wij maken jou Khan. Als jij, Temoedjin, Khan wordt, dan zullen wij als voorhoede tegen vele vijanden snel optrekken. We bezorgen je mooie maagden en voorname vrouwen, vorstelijke tenten en van vreemde volkeren dames en maagden met mooie kaken. In draf brengen we je stevig gebouwde ruinen. Bij een drijfjacht jagen we voor jou op de sluwe wilde beesten. We gaan voorop en drijven hen samen. (…) Als we jouw bevelen niet gehoorzamen, ontneem ons dan al onze goederen en bezittingen, en onze edele vrouwen, en gooi onze zwarte hoofden op de grond. Als we in vredestijd jouw raad in de wind slaan, scheidt ons van onze volgelingen en bezittingen, en onze vrouwen, en verban ons naar de wildernis!’ Op deze manier gaven zij hun woord en zworen zij hun eed van trouw en maakten zij Temoedjin tot Khan, en noemden hem ‘Djengis Khan’.

De Mongoolse familie Jurkin stuurt geen krijgers om te gaan vechten tegen de Tataren als Djengis Khan daarom vraagt. Hij verslaat ook zonder hen de Tataren. Wanneer de Jurkin verbleven bij de Zeven Heuvels aan de rivier Kerulen, plunderde Djengis Khan hun kamp. Sadja Beki en Taidja speelden alles, behalve hun lichaam, kwijt en vluchtten weg. Hij ging in de achtervolging, haalde hen in bij de Teletu bergpas. Hij nam Sadja Beki en Taidja gevangen. Na de vangst sprak hij met Sadja Beki en Taidja: ‘Wat waren we vroeger overeengekomen?’ Zo tot hen sprekend, antwoordden Sadja en Taidja: ‘We hebben ons woord niet gehouden. We moeten ons daarbij neerleggen.’ En, hun eed nalevend, strekten zij hun nek voor het zwaard. Om hun eed te doen naleven en hun woord te doen nakomen, executeerde hij hen op staande voet en werden hun lichamen weggegooid.

ruin: gecastreerde hengst Tataren: nomadisch volk uit Centraal-Azië

Rashid al-Din (1247-1318) was de eerste minister onder de Mongoolse Khans van het Il-Khanaat. Hij is van joodse afkomst en bekeert zich net als zijn Khan tot de islam. In opdracht van zijn werkgevers schrijft hij een Mongoolse geschiedenis, later uitgebreid met verhalen over de ganse wereld. Het werk verschijnt in het Perzisch en het Arabisch. Rashid krijgt ervoor de hulp van tientallen medewerkers en vele kunstenaars. De Khan is zeer tevreden en beloont hem rijkelijk. In 1318 wordt hij terechtgesteld op onterechte verdenking de Khan vergiftigd te hebben.

Uit: Rashid al-Din, Album van Kronieken, ca. 1309 • Is dat een primaire of een secundaire bron over de Mongolen? • Waarom zouden de Mongoolse Khans het zo belangrijk vinden om hun geschiedenis op te schrijven? • Beschrijf met je eigen woorden de Mongoolse ruiters. Let daarbij op hun uitrusting.

BRON 10 Het Mongoolse wereldrijk op het einde van de 13e eeuw

C

N

Omdat het volk van de Tangoet zijn woord niet hield, trok Djengis Khan voor de tweede maal ten strijde tegen hen. Nadat hij het Tangoet-volk had vernietigd, kwam Djengis Khan terug en ging in het ‘Jaar van het Varken’ naar de hemel. Een groot deel van het Tangoet-volk werd aan Yisoe Katun geschonken. Bewerking van Igor de Rachewiltz, The Secret History of the Mongols, Western Washington University, 2015, nrs. 123, 136-140 en 268

VA

De ‘Geheime geschiedenis van de Mongolen’ werd in de 13e eeuw geschreven. Een deel van het werk werd in 1229 vermoedelijk voorgelezen op de bijeenkomst waar de vierde zoon van Djengis Khan, Ogedei Khan (1189-1241), erkend werd als zijn opvolger. De bron is neergeschreven in de stijl van een Mongoolse verteller: met veel herhalingen en overdrijvingen. Dat zorgt ervoor dat de tekst niet zo gemakkelijk om te zetten is naar een voor ons leesbare vorm. De meeste geleerden denken dat Sjigi Qutuqu de schrijver is. Die stiefbroer van Djengis was een van zijn belangrijkste medewerkers. Andere vermoeden dat Ogedei Khan de schrijver is. De bron is geschreven in de Oudmongoolse taal met gebruik van het Oeigoerse schrift. Ze is oorspronkelijk enkel bedoeld voor de familie van Djengis. Op het einde van de 13e eeuw wordt ze echter gebruikt als propagandamiddel voor de Yuan-dynastie, de Mongoolse heersers over China. Er worden dan nieuwe stukken aan toegevoegd. De originele tekst is verloren gegaan. De versie die je hier leest is gebaseerd op de ‘nieuwe’ Mongoolse en Chinese versie. Is dat een primaire of een secundaire bron over het leven van Djengis Khan? In welke taal is ze oorspronkelijk geschreven? In welke taal lees jij de bron? Welk doel heeft de bron eerst? En nadien? Welke zaken maken de bron eerder betrouwbaar? Welke zaken maken de bron eerder onbetrouwbaar? Toon aan dat Djengis Khan en de Mongolen volgens de bron trouw zeer belangrijk vinden. Waarom zou trouw aan de heerser in de bron benadrukt worden? Chinese en Perzische bronnen beschrijven de Mongolen als veroveraars en plunderaars. Komt dat overeen met wat in deze bron staat? Motiveer je antwoord.

Niet-Westerse sameNleviNgeN

21

22

F2 Het CHiNese keizerrijk eN Het moNgoolse Wereldrijk

of ds tu k

F

• Uit hoeveel delen bestaat het Mongoolse Rijk? • Bij welk deel hoort China? • Geef tien hedendaagse landen die geheel of gedeeltelijk binnen het rijk vallen. Vermeld minstens twee Europese landen.

©

• • • • • • • •

14 Cursieve tekst onder de tekstbron: informatie over de auteur of maker van de bron

15 Afbeeldingen

Pr

oe f

ho

13 Opdrachten die je helpen om de bron te ontleden

IN

10 Bronnen helpen je een lesonderwerp te bestuderen.

BRON 9 De Mongoolse ruiterij valt aan. Perzische tekening uit het begin van de 14e eeuw

Het leven van Temoedjin, alias Djengis Khan (1155-1227), werd vlak na zijn dood beschreven in een geschreven bron. Hier volgen enkele fragmenten.

INLEIDING

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 3

3

08/02/2021 16:06


het onlineleerplatform bij STORIA HD Classic Leerstof kun je inoefenen op jouw niveau.

N ontdekplaat

Ontdekplaat - Hagia Sophia

of ds tu k

Benieuwd hoe ver je al staat met oefenen en opdrachten? Hier vind je een helder overzicht van je resultaten.

VA

Hier kan de leraar toetsen en taken voor jou klaarzetten.

©

Hier vind je de opdrachten die de leraar voor jou heeft klaargezet.

IN

Je kunt vrij oefenen en de leraar kan ook voor jou oefeningen klaarzetten. Je kunt kiezen uit: - oefeningen per les, - oefeningen op ‘tijd, ruimte, domein’, - oefeningen op ‘werken met bronnen (HD)’, - oefeningen op ‘kennis’ en ‘begrippen’.

ho

Hier vind je het lesmateriaal per les of per leerstofonderdeel. Je merkt ook dat je kunt kiezen tussen verschillende oefeningen. Daarnaast zijn er de ontdekplaten waarmee je zelf aan de slag kunt. Je vindt er allerlei soorten bronnen, kennisclips, filmmateriaal enz. rond een bepaald thema. Ga op ontdekkingstocht en voer de opdrachten uit. Veel plezier!

filmpjes

Pr

oe f

Gotische kerk

4

HET ONLINELEERPLATFORM BIJ STORIA HD CLASSIC

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 4

08/02/2021 16:06


INHOUD Inleiding

A Over oude en nieuwe dingen

E Onze gewesten E2 De Guldensporenslag

B De vroege middeleeuwen (500-900) B1 De ondergang van het West-Romeinse Rijk

B3 Het begin van een nieuwe samenleving?

F Niet-westerse samenlevingen

N

Onderzoek: historisch onderzoek naar de Franken

Onderzoek: de Guldensporenslag

F1 De wereld van de islam

VA

B2 De Franken, nieuwe heersers in het Westen

IN

E1 De Nederlanden

Onderzoek: de kruistochten naar het Midden-Oosten Ontdekplaat* De islam in Europa

Ontdekplaat* De Hagia Sophia

Ontdekplaat* De kruistochten

B4 Het Romeinse Rijk blijft in het Oosten bestaan

F2 China en de Mongolen

Onderzoek: de Vikingen

F3 Mali, een vergeten koninkrijk?

G De middeleeuwen anders bekeken

of ds tu k

Overzicht B

©

Ontdekplaat* De Germanen

C De standensamenleving

G1 De vrouw in de middeleeuwen G2 Oorlog en oorlogsvoering Ontdekplaat* Wapens en belegering

D De middeleeuwen van 900 tot 1450 D1 Het leenwezen

D2 Landbouw, handel en nijverheid

G3 Energie en techniek Onderzoek: het beeld van de wereld in de middeleeuwen

Onderzoek: de pest

ho

Ontdekplaat* De pest

H Herhaling en synthese

Ontdekplaat* Landschap D3 De steden treden op de voorgrond

Woordenlijst

Ontdekplaat* Kenmerken van steden

Sleutel- en structuurbegrippen

oe f

D4 Kerk en christendom

* De ontdekplaten vind je bij het onlinelesmateriaal.

D5 De vorsten strijden om de macht

Pr

Onderzoek: Bayeux, het verhaal van een tapijt

D6 Een bloeiende cultuur Onderzoek: het beeld van de middeleeuwen Ontdekplaat* Cultuur in de middeleeuwen: bouwkunst Overzicht D



INHOUD

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 5

5

08/02/2021 16:06


E2

De Guldensporenslag

VA

N

IN

Op 11 juli viert Vlaanderen zijn nationale feestdag. Op die dag, in 1302, vechten het Franse en het Vlaamse leger, samen met hun bondgenoten, tegen elkaar. In de 19e eeuw groeit er opnieuw belangstelling voor die historische veldslag. Wie stond er tegenover wie? Waarom was er een conflict? Hoe is die strijd verlopen? Wat waren de gevolgen voor het graafschap Vlaanderen in de 14e eeuw?

MIDDELEEUWEN 1302 Gulden­s porenslag

Een verdeeld graafschap Vlaanderen in conflict met de Franse koning

De graaf van Vlaanderen is een leenman van de Franse koning, maar toch stelt hij zich op als een bijna onafhankelijke vorst. Na 1000 vergroot de Franse monarchie haar macht. Verschillende lenen (zie les D1) komen opnieuw onder rechtstreekse controle van de Franse koning als deel van het kroondomein (zie les D5). In de 13e eeuw wil de Franse koning meer controle krijgen over het rijke graafschap Vlaanderen. Dat leidt tot conflicten.

oe f

kroondomein: een gebied dat rechtstreeks door de (Franse) koning bestuurd wordt

1

ho

monarchie: een bestuursvorm, dikwijls een ­ oninkrijk, waar k een persoon de macht heeft

Pr

bondgenoot: een medestander. Twee landen die vechten tegen een gemeenschappelijke vijand zijn bondgenoten.

metten: verwijst naar gebeden in de vroege ochtend

6

De Vlamingen kiezen bij conflicten tussen Frankrijk en Engeland vaak de kant van de Engelsen. Die leveren immers de wol die nodig is voor de Vlaamse lakennijverheid. De Franse koning Filips IV de Schone wil altijd nieuwe inkomsten en zet de Vlaamse graaf Gwij van Dampierre onder druk. Wanneer Gwij van Dampierre in 1297 zijn eed van trouw opzegt en steun zoekt in Engeland, breekt er oorlog uit. De Vlaamse graaf verliest en wordt gevangengezet. Vlaanderen wordt bezet. Het verscherpt de tegenstel-

±

19

4

5

50 17

50 ±

14 ±

±

©

0 80 ±

KLASSIEKE OUDHEID

of ds tu k

OUDE NABIJE OOSTEN

50

. v. C

. v. C 0 0 35 ±

PREHISTORIE

0

In deze les bestudeer je de achtergronden van dat conflict.

HEDEN­ DAAGSE TIJD MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

lingen tussen het gewone volk en de rijke stedelingen (patriciërs en een deel van de adel). Die laatsten zoeken steun bij de Franse koning. Filips IV steunt hen omdat hij in hen nuttige bondgenoten tegen de Vlaamse graaf ziet. De aanhangers van de Franse koning worden leliaards genoemd (naar de lelie op het koninklijke wapenschild). Het volk, de stedelijke ambachten voorop, kiest de zijde van graaf Gwij. Zijn aanhangers gaan de geschiedenis in als de klauwaards (naar de klauwende leeuw in het wapenschild van de graaf ). Brugge wordt het centrum van het verzet. Het volk heeft er zwaar te lijden onder de door de koning opgelegde belasting. De leiders van de opstand zijn figuren uit het volk, met onder andere de wever Pieter de Coninc.

2

1302 en de Guldensporenslag

In de nacht van 17 op 18 mei 1302 doden Brugge­ lingen vele leliaards en Fransen. Die gebeurtenis kennen we als de Brugse metten. De Franse koning

E2 DE GULDENSPORENSLAG

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 6

08/02/2021 16:06


BRON 1 Vlaanderen met buurlanden, 1302

voetvolk: soldaten te voet

IN

Guldensporenslag: na de strijd tussen het Franse en het Vlaamse leger worden op het slagveld 500 paar gulden sporen verzameld van gesneuvelde ‘Franse’ ridders. Pas in de 19e eeuw spreekt men daarom over de Guldensporenslag.

Het graafschap Vlaanderen blijft voorlopig onafhankelijk. De Fransen slaan echter terug en de Vlaamse graaf aanvaardt in 1305 het verdrag van Athis-surOrge. Het graafschap krijgt een zware belasting opgelegd en wordt opnieuw een Frans leen. Vlaanderen ontsnapt wel aan de aanhechting bij het Franse kroondomein.

N

Op 11 juli 1302 staat het Vlaamse leger opgesteld achter beken buiten de muren van Kortrijk op een veld: de Groeningekouter. De Vlamingen zouden het niet lang kunnen uithouden in de volle zon. Als de Fransen wachtten, zou het Vlaamse leger zijn sterke posities moeten verlaten. De Franse bevelhebber

Robert d’Artois weigert echter om af te wachten. d’Artois kiest voor de aanval. De Fransen vallen net voor de middag met hun ruiters aan, maar de Vlamingen houden stand. Met hun pieken of goedendags (steek- en slagwapens) werpen zij honderden ridders van hun paard. Zij slachten de ridders en edelen af. Ook Robert d’Artois overleeft het niet. Na enkele uren vluchten de Fransen weg. Ze moeten 500 paar vergulde ruitersporen achterlaten, vandaar de benaming: Guldensporenslag.

VA

Filips de Schone vreest een opstand en stuurt een leger naar Vlaanderen. De kern van de Franse troepenmacht bestaat uit ongeveer 2 500 adellijke ruiters. Dat moet de Fransen een beslissend voordeel geven omdat een ruiterleger sterker wordt geacht ten opzichte van voetvolk. Het ‘Vlaamse’ leger telt bijna uitsluitend voetvolk (een derde uit Brugge) en wordt geleid door de adellijke vrienden en familieleden van de graaf. Ook een aantal ‘Waalse’ strijders zijn daarbij. De graaf van Namen is immers een zoon van de Vlaamse graaf.

KENNEN

of ds tu k

©

1 het begrip ‘monarchie’ uitleggen 2 de begrippen ‘patriciërs’, ‘kroondomein’, ‘klauwaard’ en ‘leliaard’ uitleggen 3 de oorzaken van het conflict tussen de Franse koning en de Vlaamse graaf uitleggen 4 de verhoudingen tussen de verschillende partijen uitleggen 5 de overwinning van de Vlamingen verklaren 6 twee bepalingen uit het Verdrag van Athis-sur-Orge geven 7 aantonen dat in de 19e eeuw de Guldensporenslag een andere betekenis krijgt 8 de Brugse metten verklaren

oe f

ho

KUNNEN

OPDRACHT 1

Pr

• Welke vier partijen staan er tegenover elkaar volgens de lestekst? • Wie is er bondgenoot van wie? • Vermeld bij elke partij één doel dat ze willen bereiken.

1 historische vragen beantwoorden 2 de betrouwbaarheid van een bron beoordelen in functie van een historische vraag 3 informatie uit bronnen en kaarten afleiden 4 bronnen vergelijken

OPDRACHT 2 • Toon aan met behulp van bron 1 dat het conflict geen strijd is tussen Franstaligen en Nederlandstaligen. • Toon aan de hand van twee concrete voorbeelden aan.

E ONZE GEWESTEN

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 7

7

08/02/2021 16:06


OPDRACHT 3

BRON 2 Een Gentse franciscaan over de Guldensporenslag A

franciscaan: monnik

IN

Lees de drie fragmenten (bron 2 A, B en C) en beantwoord daarna de vragen. Je onderzoekt eerst de betrouwbaarheid van de bron in functie van de historische vragen. • Wat gebeurde er voor de Guldensporenslag? • Hoe is die strijd verlopen? • Hoe beoordeelt de auteur die veldslag?

Een Gentse monnik, die aan de kant van de klauwaards staat, schrijft in het Latijn het verhaal op van wat er in 1302 gebeurt. Hij vermeldt enkele getuigen zoals de Brugse ridder Gerard de Moor. Hij schrijft:

VA

N

Ik zou een verhaal geven van feiten waarbij ikzelf aanwezig was of die ik gezien heb of met zekerheid heb horen vertellen van personen die erbij aanwezig waren. (…) Mijn bedoeling is de feiten zeer precies en nauwgezet in detail uit te schrijven. Ik begon hieraan in het jaar 1308 in het minderbroederklooster van Gent, waarvan ik toen deel uitmaakte.

Toen de Fransen het Vlaamssprekende gedeelte van Vlaanderen binnenrukten, wilden ze hun wreedheid tonen en de Vlamingen schrik aanjagen. Ze spaarden vrouwen noch kinderen of bejaarden en sloegen al wie ze konden aantreffen, dood. Tot zelfs de heiligenbeelden in de kerken sloegen ze het hoofd af, alsof het levende mensen waren en ze hakten er ook andere lichaamsdelen van af. Dat feit echter schrikte de Vlamingen niet af, maar bezielde hen en joeg ze op tot grotere verontwaardiging en woede om vreselijk te strijden.

C

Aldus, door God die alles bepaalt, stortte de krijgskunst ineen. De beste ridders met de krachtigste paarden verloren de strijd. Zij stonden tegenover wevers, (…), gewone stedelingen en voetvolk uit Vlaanderen. Die waren wel goed bewapend en dapper en ze werden door bekwame leiders geleid. De schoonheid en macht van het sterkste leger veranderde daar in een mesthoop. De glorie van de Fransen werd daar mest en wormen. De Vlamingen waren immers verbitterd door de wreedheid die de Fransen hadden getoond tussen Rijsel en Kortrijk en daarom spaarden ze de bezwijkende Fransen niet. Ze maakten hen en hun paarden op wrede wijze af, totdat ze absoluut zeker waren van de overwinning. De Vlaamse leiders hadden immers voor de slag bevolen dat al wie onder het gevecht één of ander kostbaar voorwerp rooft of een edelman, hoe voornaam ook, gevangenneemt dadelijk door zijn makkers zou gedood worden. [De schrijver verwijst hier naar de gewoonte om ridders en edelen gevangen te nemen en voor hen losgeld te vragen.]

of ds tu k

©

B

Vertaald uit: Annales Gandenses, 14e eeuw

ho

In deze Latijnse kroniek beschrijft een Gentse minderbroeder de geschiedenis van het graafschap Vlaanderen van 1296 tot in 1310. De auteur begint te schrijven vanaf 1308 op enkele stukken perkament die overblijven.

Pr

oe f

Dit zijn mogelijke vragen om de betrouwbaarheid, de bruikbaarheid en de representativiteit van de bron vast te stellen. Denk aan de historische vragen: jullie onderzoeken wat er voor en tijdens de Guldensporenslag is gebeurd. • Is het een primaire of een secundaire bron? • Waar haalt de auteur zijn informatie vandaan? • Wat is zijn bedoeling? • Is hij onpartijdig of niet? • Neemt hij een standpunt in voor of tegen de Fransen? Toon aan met twee voorbeelden uit de bron. • Wat is je conclusie over de betrouwbaarheid en de bruikbaarheid van de bron? • Wat zou je kunnen en moeten doen om de betrouwbaarheid van de Annales Gandenses te beoordelen en te onderzoeken of onze Gentse minderbroeder de waarheid vertelt? Denk even als een geschiedkundige of een journalist. • Is het een representatieve bron? Welke informatie haal je uit de bron? • Hoe gedragen de Fransen zich tegenover de Vlamingen voor de veldslag volgens de auteur? • Waarom is de overwinning van de Vlamingen verrassend volgens de auteur? • Hoe verklaart hij de wreedheid van de Vlamingen?

8

E2 DE GULDENSPORENSLAG

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 8

08/02/2021 16:06

PRE


Onderzoek: beeldvorming over de Guldensporenslag

N

ho

19

4

50

MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

Vele landen gebruiken geschiedenis om hun identiteit te bepalen. Ook België en Vlaanderen doen dat met het verhaal van de Guldensporenslag. In de 19e eeuw krijgt de jonge Belgische staat (ontstaan in 1830) af te rekenen met een dreigende Franse buur: de Fransen willen België onder controle krijgen. De schrijver Hendrik Conscience gebruikt in zijn boek ‘De Leeuw van Vlaanderen’ de feiten uit 1302 om aan te tonen dat onze gewesten in het verleden met succes de Fransen bestrijden. Het boek van Conscience wordt echter door vele Vlamingen anders geïnterpreteerd. De Belgische Nederlandstaligen, die men vanaf de 19e eeuw ‘Vlamingen’ noemt, worden namelijk gediscrimineerd. De Franstalige burgerij heeft de macht in België. Het boek van Conscience en de Guldensporenslag geven de Vlamingen moed om die discriminatie aan te pakken. Conscience en zijn vrienden willen meer taalrechten voor de Nederlandstaligen in België. Later wordt de veldslag een symbool voor de emancipatie van de Nederlandstaligen in een door Franstaligen beheerst België. Iedereen bekijkt de Guldensporenslag vanuit zijn eigen standpunt en schept zo zijn eigen mythes.

oe f

±

HEDEN­ DAAGSE TIJD

MIDDELEEUWEN

1302 Gulden­sporenslag

17

50 ±

14 ±

50 ±

©

0 80 ±

KLASSIEKE OUDHEID

of ds tu k

OUDE NABIJE OOSTEN

5

VA 0

. v. C

. v. C 0 0 35 ±

PREHISTORIE

IN

We verwijzen vaak naar het verleden vanuit bijvoorbeeld een gevoel van nationale trots. Soms gebruiken we historische gebeurtenissen om aan te tonen dat we gelijk hebben. Dat gebeurt ook met de Guldensporenslag. Welke betekenissen geeft men vanaf de 19e eeuw aan die veldslag en zijn die betekenissen correct? Waarom doet men dat? Welk beeld vormt men van dat verleden?

emancipatie: het ijveren voor gelijke rechten en gelijkheid in een maatschappij mythe: een verhaal dat veel mensen kennen, maar dat niet werkelijk is gebeurd

OPDRACHT

Pr

• Bestudeer de volgende bronnen. In elke bron zie je hoe een schilder, schrijver of tekenaar zijn beeld van de Guldensporenslag geeft. Welke beelden zijn dat? Geef telkens een kritische beoordeling van die beelden. Hoe verschillen die beelden van elkaar?

E ONZE GEWESTEN

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 9

9

08/02/2021 16:06


BRON A De Slag der Gulden Sporen

B Conscience over de Guldensporenslag

IN

De Fransen gebruikten een goed middel om zich alles te bezorgen en zich tezelfdertijd bij de Vlamingen hatelijk te maken. Elk ogenblik vertrokken er grote benden soldeniers uit de verschansing, om het land af te lopen en alles te roven, te plunderen of te vernielen. Die boze krijgsknechten hadden de bedoeling van hun veldheer Robrecht d’Artois ten volle begrepen; om ze uit te voeren, begingen zij de gruwelijkste misdaden welke men in de oorlog plegen kan. Ten teken van verwoesting, waarmee zij het land van Vlaanderen bedreigden, hadden zij allemaal kleine bezems aan hun speren gehangen; daarmee wilden ze te kennen geven, dat zij kwamen om Vlaanderen te keren [schoon te vegen] en te zuiveren. Inderdaad, zij verzuimden niets om dat voornemen te volbrengen; na weinige dagen stond er in het ganse zuidelijke gedeelte van het land geen enkel huis, niet één kerk, of slot, of klooster, ja zelfs geen boom meer recht ...

VA

N

Schilderij van de Antwerpse kunstenaar Nicaise de Keyser (1813-1887), 5 x 6 m. Het origineel is vernietigd door een bombardement tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit is een kleinere kopie van Hendrik De Pondt (Stedelijke musea Kortrijk, olieverf op doek, afmetingen: 76,5 x 105,5 cm). Nicaise stelt het schilderij tentoon tijdens het salon van Brussel in 1836. Op het doek zie je hoe de Franse legeraanvoerder wordt gedood.

Uit: Hendrik Conscience, De Leeuw van Vlaanderen, 1838

HEDENDAAGSE HERTALING

©

• Zoek de betekenis van moeilijke woorden op als dat nodig is om de tekst te begrijpen. • Is het boek voor of na het schilderij van Nicaise De Keyser geschreven? • Is Conscience voor of tegen de Vlamingen? (Bekijk de inleidende tekst.) • Vergelijk met de tekst van de Gentse franciscaan (zie les E2). Lees de tekst van Conscience. Gebruik de QR-code voor een hedendaagse hertaling. Welk beeld geven ze beide van de Fransen?

of ds tu k

• Beschrijf de afbeelding in enkele zinnen in je eigen woorden. Let daarbij op de emoties en de gezichtsuitdrukkingen. • Zie je zaken op het schilderij die historisch fout zijn?

C Koning Albert richt zich tot de Vlamingen

Pr

oe f

ho

Aan mijn volk!

Ween niet mijn volk, mijn trouwen. Ween niet Uw Koning leeft! Ik weet dat God ons eenmaal Ons Vlaanderen Wedergeeft. Al is het thans vermorzeld,

Voor de ‘Walen’ verwijst de koning naar een ander historisch verhaal: het verzet van de 600 Franchimontezen in de 15e eeuw in Luik tegen Karel de Stoute. • Waarom gebruikt koning Albert de Vlaamse geschiedenis en de Guldensporenslag?

Vertrapt, verscheurd, vernield. De Vlaamsche Leeuw is levend Met leeuwenkracht bezield Houdt moed, mijn trouwe natie en nooit de plicht verzaakt! Eens zal verlossing komen. Ook uw Koninginne waakt!

Prentbriefkaart, augustus 1914

10

ONDERZOEK BEELDvORMING OvER DE GULDENSPORENSLAG

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 10

08/02/2021 16:06


D

of ds tu k

©

VA

N

IN

De Guldensporenslag is een dankbaar onderwerp voor stripverhalen. Hieronder zie je twee voorbeelden.

Pr

oe f

ho

In 1949-1950 verschijnt ‘De Leeuw van Vlaanderen’ van Bob De Moor in het stripweekblad Kuifje. Zijn verhaal is gebaseerd op het werk van Conscience. Het hoogtepunt van zijn verhaal is de Guldensporenslag.

E ONZE GEWESTEN

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 11

11

08/02/2021 16:06


©

VA

N

IN

F of ds tu k

In 1995 verschijnt de ‘Kroniek der Guldensporenslag’ van Ronny Matton en Christian Verhaeghe. In vier delen vertellen ze het verhaal van de Franse koning Filips de Schone die in zijn nachtmerries ziet wat er met zijn leger zal gebeuren in 1302.

oe f

ho

2

• Noteer in één zin de boodschap van De Moor. • Noteer in één zin de boodschap van Matton en Verhaeghe. • Matton en Verhaeghe geven een ander beeld van de Vlamingen dan De Moor. Argumenteer.

Pr

KUNNEN 1 2 3 4 5

12

historische vragen beantwoorden informatie uit bronnen afleiden bronnen vergelijken kunnen uitleggen waarom mensen naar het verleden verwijzen kunnen aantonen hoe mythes ons beeld van het verleden beïnvloeden

ONDERZOEK BEELDvORMING OvER DE GULDENSPORENSLAG

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 12

08/02/2021 16:06


F2

Het Chinese keizerrijk en het Mongoolse wereldrijk

4

8

4

6

16

13

12

79

VA 5

6

11

7

0

0

6

9

9

8 61

58

1

20 4

ho

QING

19 1 19 2 4 9

0

geboorte Djengis Khan

6

VROEGE KEIZERRIJK

In China gebruikt men twee verschillende indelingen voor het verleden (zie tijdlijnen). Volgens de eerste speelt deze les zich af in het ‘late keizerrijk’. Bij de tweede deelt men het verleden in volgens de ­dynastieën of vorsten­huizen die over China geregeerd hebben. Deze les gaat over de Song- en de Yuan-dynastie. Zoals je weet, zijn alle indelingen maar hulpmiddelen om je te oriënteren in het verleden. In het Chinese keizerrijk gebruikte men ook de christelijke tijdrekening niet. Het jaar 1 van de Chinese kalender valt samen met het eerste regeringsjaar van de eerste keizer: Qin Shi Huangti. Omstreeks 221 v.C. slaagt die erin om alle Chinese koninkrijken te verenigen. Hij laat zich ‘Shi Huangti’ (‘Eerst Verhevene Goddelijke’) noemen. Wat niet-Chinezen later dan gelijkstellen met ‘keizer’. Na Qin volgen er verschillende perioden van verdeeldheid en eenheid waarbij

oe f

YUAN MING

20

0

0

10

VORMING VAN HET CHINESE RIJK

Een andere indeling van het verleden

Pr

SONG

6

.

v. C

.

v. C

v. C 0 0 21

LEGENDARISCHE RIJK

1

SUI TANG

9

JIN

of ds tu k

HAN

.

QIN

©

20

6

22

v. C

0 26 5

.

N

IN

In het Verre Oosten bevindt zich vanaf de 3e eeuw v.C. het Chinese keizerrijk. Het heeft zich ontwikkeld uit de stroomcultuur van de Gele Rivier. Ten noorden van dat rijk leven de Mongolen. In de 13e eeuw veroveren ze niet alleen C ­ hina, maar vormen ze een van de grootste rijken uit de wereldgeschiedenis. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van het Chinese keizerrijk op politiek, economisch, sociaal en cultureel domein? Welke gelijkenissen en verschillen zijn er met het Westen? Welke veranderingen brengen de Mongolen? Hoe verlopen de contacten met het Westen?

LATE KEIZERRIJK

VOLKS­ REPUBLIEK REPUBLIEK

het grondgebied van het rijk kleiner of groter wordt. In 960 bestijgt de eerste keizer van de Song-dynastie de troon.

2

Een georganiseerde manier van besturen

BRON 1-2 Het rijk is ingedeeld in provincies en districten. De keizer bestuurt vanuit een hoofdstad (eerst Kaifeng, later Hangzhou) het rijk. Hij heeft zeer veel macht. Als ‘Zoon des Hemels’ regeert hij met de toestemming van de machtige hemelgoden. Om het rijk te besturen gebruikt hij vooral ambtenaren. Ze zijn van hem afhankelijk voor een loon en gemakkelijk te ontslaan. Zij gehoorzamen daardoor beter dan de edellieden die rijk genoeg zijn en dat loon niet nodig hebben. Elke Chinees kan in theorie ambtenaar worden. Je moet slagen voor zeer moeilijke staats­ examens over de Chinese literatuur. Daarvoor kun je zeer dure lessen volgen bij een leermeester. Tijdens je

dynastie: vorstenhuis, ­opeenvolgende vorsten van ­dezelfde familie staatsexamen: examen georganiseerd door de overheid

F Niet-Westerse samenlevingen

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 13

13

08/02/2021 16:06


Ten noorden en westen van China leven tal van volkeren. Die hebben veel interesse voor de rijkdommen van China en regelmatig trachten ze het rijk binnen te vallen. De Chinese Muur moet hen buiten houden. Dat lukt niet altijd. De Song verliezen zo in de 12e eeuw het noorden aan de Jin en de Xixia.

dambordplan: stad die zodanig gebouwd is dat het stadsplan lijkt op een dambord of schaakbord productieproces: reeks van opeenvolgende handelingen die ervoor zorgen dat er een product ontstaat

3

BRON 3- 4 -5 Onder de Song zorgt een betere landbouwproductie voor een grote bevolkingstoename. De steden breiden uit. Ongeveer 10 % van de Chinezen woont in die steden. De hoofdstad Hangzhou telt in de 12e eeuw ca. twee miljoen inwoners. De steden en de meeste dorpen zijn ordelijk gebouwd volgens een dambordplan. De steden hebben geen voorrechten en staan onder rechtstreekse controle van de keizer en zijn ambtenaren.

of ds tu k

levensbeschouwing: een visie op wat het leven is en wat belangrijk wordt gevonden. Een godsdienst is een soort van levensbeschouwing.

Op het platteland leven zeer veel arme boeren. Ze betalen hoge belastingen en krijgen veel te lage prijzen voor hun producten. De armsten werken dikwijls op de uitgestrekte landerijen van de grootgrondbezitters. Een deel van de landeigenaars zijn handelaars die rijk geworden zijn met het verhandelen van landbouw­producten (thee, graan, zijde ...) en nijverheidsproducten (textiel, porselein, papier, gietijzer ...). Die nijverheidsproducten worden in grote ateliers gemaakt: ruimtes waar groepen arbeiders werken. Elke groep is daarbij opgeleid voor een deel van het productieproces. De ateliers lijken dus op hedendaagse fabrieken.

Pr

oe f

ho

rite: gebruik, ceremonie

schatting: afgedwongen belasting

14

De Chinezen hebben een levensbeschouwing die gelooft in een verbondenheid tussen hemel, mens en aarde. Die drie beïnvloeden elkaar. Een goede Chinees heeft respect voor de ouderen, de voorouders, de keizer, andere hooggeplaatsten en de goden. Hij moet zich op de juiste manier gedragen. Dat geheel van riten noemt men ‘Li’. Voor de juiste gedragsregels baseert men zich o.a. op de ideeën van de geleerde Kong Fu Tse (551-479 v.C.), al weet men niet meer wat hij exact gezegd en geschreven heeft. Latere volgelingen hebben zijn ideeën vermengd met die van andere levensbeschouwingen (o.a. het boeddhisme). In de ogen van de Chinezen is al wie niet volgens de riten handelt een barbaar. Chinezen zijn wel verdraagzaam voor vreemde godsdiensten. In het rijk leven islamieten, boeddhisten, christenen ...

©

kompas: instrument met een magnetische naald die naar het noorden wijst; helpt om je te oriënteren

boeddhisme: de leer van de Boeddha. Omstreeks 500 v.C. predikt de Indische prins Siddharta een leer van naastenliefde, gelijkheid tussen alle mensen en matigheid in alle dingen. Als je die levensstijl volgt, kom je in de opperste gelukzaligheid (Nirwana). Zijn volgelingen noemen hem de Boeddha of ‘de Verlichte’.

Een bloeiende economie met veel armen

Onder de Song beleeft de Chinese kunst en literatuur een hoogtepunt. Er gebeuren ook tal van uitvindingen zoals het papier, de drukkunst, het kompas en het buskruit. De Chinezen betalen zowel met munten als papiergeld. In de steden verschijnen er kranten. Veel van die uitvindingen bereiken na verloop van tijd ook andere landen. Soms speelt dat in hun nadeel. De Mongolen bijvoorbeeld gebruiken (primitieve) vuurwapens en buskruit bij hun verovering van China. BRON 6 -7

IN

Xixia: een volk dat leeft ten noordwesten van China; worden ook Tangoet genoemd

4

Een hoogstaande cultuur met een afkeer voor barbaren

N

De Chinezen gebruiken wetboeken vol met strenge wetten. Een gewone Chinees moet vooral gehoor­ zamen. De keizerlijke familie en de hoge ambtenaren staan boven die wetten. De keizer kiest zelf zijn troonopvolger uit zijn familie. Dat is niet noodzakelijk de oudste zoon.

van nomadenstammen. Over zee zijn er contacten met Korea, Zuidoost-Azië, Indië ...

VA

carrière als ambtenaar krijg je uiteenlopende taken. Zo moet je rechtspreken, belastingen innen, voedsel uitdelen, wegen laten aanleggen ...

Jin: een volk dat leeft ten noordoosten van China; worden later Mantsjoes genoemd

De Chinezen drijven over land en zee handel met andere landen. Vreemde kooplui (Perzen, Arabieren, Koreanen ...) bezoeken op hun beurt China. Over land wordt er langs de ‘zijderoute’ zeker al vanaf de 2e eeuw v.C. handelgedreven met het Middellandse Zeegebied. Dat gebeurt grotendeels via tussenhandel: langs vaste plaatsen op de route verkoopt de ene koopman de goederen telkens weer door aan een andere. Een Chinees verkoopt bijvoorbeeld aan een Pers, die op zijn beurt aan een Arabier, die aan een Europeaan ... De handel via de zijderoute valt soms voor lange tijd stil door oorlogen en plundertochten

De Chinezen zelf vinden hun cultuur zeer hoogstaand. Ze beschouwen hun land als het ‘Rijk van het Midden’, het centrum van de wereld, dat omringd wordt door barbaarse volkeren en landen. Naarmate je verder van dat centrum weg gaat, neemt de barbaarsheid volgens hen toe. Onder de Song begint men ook neer te kijken op de militairen. De keizer plaatst liever burgerambtenaren aan het hoofd van legereenheden dan ervaren generaals. Die vormen bij te veel succes immers een bedreiging voor zijn macht. Volgens een aantal ambtenaren en geleerden is het leger ook te duur. Het door burgers geleide leger lijdt steeds meer nederlagen tegen de nomadenvolkeren. Vanaf de 12e eeuw betaalt men daarom liever schattingen aan de ‘noordelijke barbaren’ dan duurdere militaire acties te betalen.

5

Djengis Khan verenigt en verovert

BRON 8- 9 -10 De Mongolen vormen een volk van nomaden die met hun kudden (paarden, schapen en kamelen) ten noorden van China leven. Omstreeks

F2 Het Chinese keizerrijk en het Mongoolse wereldrijk

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 14

08/02/2021 16:06


N

IN

Oeigoeren: Turks volk uit Centraal-Azië. Het Mongoolse schrift is gebaseerd op het Oeigoerse schrift.

De Mongolen zijn net zoals de Chinezen verdraagzaam voor vreemde godsdiensten: islamieten, christenen, joden, boeddhisten ... mogen vrij hun godsdienst belijden. Er heerst wel een wedijver tussen de geestelijken van al die religies om bij de Khans in de gunst te komen. Zelf belijden de Mongolen een vorm van sjamanisme waarbij priesters de geesten proberen te beïnvloeden. Ook hebben ze respect voor de natuurkrachten.

sjamanisme: een geloof waarbij een geestelijke (een sjamaan) contact kan leggen met de geestenwereld

De snelle Mongoolse veroveringen zorgen voor een heropleving van de internationale handel met het Westen. Binnen het Mongoolse rijk heerst er vrede en staan handelaars onder bescherming van de Khans waardoor de zijderoute herleeft. Allerlei handelaars profiteren ervan om over land en zee naar China te reizen. Sommige West-Europeanen zien in de Mongolen zelfs mogelijke bondgenoten tegen de islam. Daarom stuurt de Franse koning gezanten naar het oosten. Soms stuurt een Khan zelf een gezant terug. De meeste contacten halen niets uit omdat de Khans net zoals de Chinese keizers denken dat de vreemde vorsten hen willen onderwerpen. Andere Europeanen hopen dat de Aziaten zich bekeren tot het christendom.

of ds tu k

De Mongolen worden al snel zeer berucht. Ze plunderen, moorden en verkrachten. Volkeren, steden en gebieden die weerstand bieden, worden gewoonweg vernietigd. Wie zich echter onderwerpt, ontsnapt zeer dikwijls aan dat lot. Bij zijn dood in 1227 heeft Djengis Khan Centraal-Azië onderworpen. Verschillende opstandige steden langs de zijderoute zijn met de grond gelijkgemaakt. Het noorden van China is veroverd op de Jin en de Xixia. Omdat ze onbetrouwbare bondgenoten bleken, werden die laatsten uitgeroeid of als slaven verkocht.

taifoen: benaming van een orkaan in Oost-Azië

VA

Bovendien beschikt hij over een goed georganiseerd en gedisciplineerd leger. De ruiterij vormt de ruggengraat van dat leger. De ruiters bewegen voortdurend over het slagveld terwijl ze onophoudelijk de tegenstander met pijl en boog beschieten. Die tegenstander heeft daar dikwijls geen verweer tegen. Van hun vijanden leren de Mongolen zeer snel nieuwe technieken zoals vuurwapens gebruiken en vestingen belegeren.

met de Song-dynastie vaststellen. Zo behouden de Mongolen grotendeels de Chinese organisatie en manier van besturen. Ze vormen echter een gelaagde samenleving en delen de bevolking in vier groepen in: Mongolen, Gemengden (Perzen, Oeigoeren, Turken ...), Chinezen en Zuid-Chinezen. De belangrijkste functies gaan naar de eerste twee groepen. De Mongolen discrimineren de Zuid-Chinezen die ze als minderwaardig beschouwen: die moeten meer belastingen betalen en krijgen minder ambten. Mongoolse edelen eigenen zich grote landerijen toe waarop een deel van de arme Chinezen als slaven moeten werken. Verder blijft de Chinese economie functioneren zoals voorheen.

©

1200 verenigt Temoedjin, een stamhoofd, verschillende stammen onder zijn gezag. Zes jaar later geven zij hem de titel ‘Djengis Khan’, wat ‘sterke heerser’ betekent. Hij geeft zijn volk een duidelijke wetgeving en voert een schrift in.

De afstammelingen van Djengis Khan verdelen het Mongoolse Rijk onder elkaar, maar behouden ook de eenheid. Een zoon of kleinzoon bestuurt als Khan een deel van het rijk. Een van hen is Groot-Khan, de opperste leider van de familie en het rijk. Bij opvolging van de Groot-Khan rijzen er soms wel conflicten tussen de verschillende familieleden.

Pr

oe f

ho

De Khans zetten de veroveringen in alle windrichtingen verder. In 1279 verovert de Groot-Khan Koebilai, een kleinzoon van Djengis, de rest van China. Hij beschouwt zichzelf als de nieuwe Chinese keizer en sticht de Yuan-dynastie. Verder verovert hij Tibet, Myanmar en een deel van Vietnam. Tot tweemaal toe slaagt Japan erin om een Mongoolse invasie tegen te houden. Telkens maken stormen en taifoens het de vloot van Koebilai onmogelijk om genoeg troepen aan land te zetten. Tegen het einde van de 13e eeuw controleren de Mongolen een reusachtig gebied van de Stille Oceaan tot Polen en van Noord-Siberië tot de Perzische golf.

6

China onder de Yuan-dynastie

Koebilai Khan maakt van Beijing de nieuwe hoofdstad van China. In zijn tijd draagt ze de naam ‘Daidu’ of ‘Khanbalic’ (‘de stad van de Khan’). In het bestuur kun je zowel continuïteit als discontinuïteit BRON 11-12

De Vlaamse monnik Willem van Rubroek reist zo tussen 1253 en 1255 naar het Mongoolse Rijk. Veel succes heeft hij niet, maar het verslag dat hij nadien schrijft, geldt als een van de beste beschrijvingen van de Mongolen van de 13e eeuw. De Vlaming is heel wat nauwkeuriger dan de Venetiaanse handelaar Marco Polo die met zijn vader en oom tussen 1271 en 1295 het China van Koebilai bezocht. Marco Polo’s verslag bevat naast juiste zaken, ook veel verzinsels overgenomen uit andere verhalen. Na de dood van Koebilai in 1294 verbrokkelt het Mongoolse Rijk en gaat de eenheid verloren. In China blijft de Yuan-dynastie nog even aan de macht al zijn er veel conflicten rond de troonsopvolging. Economische problemen en opstanden van uitgebuite boeren

F Niet-Westerse samenlevingen

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 15

15

08/02/2021 16:06


ondergraven verder het keizerlijke gezag. Chinese geheime genootschappen zweren samen tegen de Mongoolse ‘barbaarse’ heersers. Het zuiden vecht zich als eerste vrij. Van daaruit leidt een rebellenleider een Chinees leger naar de overwinning. In 1368 beklimt hij als de eerste Ming-keizer de troon. De Mongolen verlaten China en keren terug naar hun steppen. Ook

N

• Vergelijk het Chinese keizerrijk met de WestEuropese vorstendommen. Raadpleeg daarvoor de hoofdstukken in onderdeel D. Je vergelijkt door voor elk domein een verschil en gelijkenis te geven tussen China en West-Europa.

KENNEN

of ds tu k

©

Vergelijk de tijdlijnen bij de lestekst met die van de westerse geschiedenis (zeven tijden) en los de volgende vragen op. • Wat besluit je uit die tijdlijnen i.v.m. de indeling van de geschiedenis? • Wie regeerde er over China tijdens het Frankische Rijk? • In welke van de zeven westerse tijden vallen de Song- en de Yuan-dynastie? • Wanneer komt er een einde aan het Chinese keizerrijk? In welke tijd gebeurt dat? • Hoe heet China vandaag?

IN

OPDRACHT 2

VA

OPDRACHT 1

over de andere gebieden verliezen ze de controle. Sommige stammen bekeren zich tot de islam en gaan op in de plaatselijke bevolking. Andere worden met geweld verdreven nadat ze zich in onderlinge twisten verzwakt hebben. In het begin van de 15e eeuw blijft er nog nauwelijks iets over van het Mongoolse Rijk.

Pr

oe f

ho

1 de begrippen ‘dynastie’, ‘loonarbeider’, ‘zijderoute’, ‘riten’, ‘Khan’ en ‘sjamanisme’ uitleggen 2 aan de hand van de westerse en de Chinese geschiedenis aantonen dat de indeling van de geschiedenis slechts een hulpmiddel is 3 twee titels van de Chinese keizer geven 4 drie kenmerken van het Chinese bestuur uitleggen 5 drie kenmerken van de economie onder de Song geven 6 de tweevoudige rol van de Chinese Muur in de Chinese geschiedenis uitleggen 7 met vier voorbeelden aantonen dat de Chinezen een technologische voorsprong hebben op het Westen 8 drie kenmerken van de Chinese levensbeschouwing geven 9 uitleggen hoe de Chinezen zichzelf en hun rijk zien 10 het militair succes van de Mongolen verklaren 11 aan de hand van de Yuan-dynastie aantonen dat er continuïteit als discontinuïteit in het bestuur is 12 de economische impact van de Mongoolse veroveringen voor het Westen aantonen 13 verklaren waarom West-Europeanen naar China willen reizen 14 de reis van Willem van Rubroek verklaren en beoordelen 15 vier oorzaken voor de ondergang van het Mongoolse Rijk geven 16 twee tegengestelde hedendaagse visies op Djengis Khan geven

16

KUNNEN 1 de Song-dynastie, Djengis Khan, de Yuan-dynastie en Willem van Rubroek in de tijd situeren 2 de ligging van China op een blinde wereldkaart aanduiden 3 het Chinese keizerrijk vergelijken met de West-Europese vorstendommen op vlak van politiek, economie, sociaal en cultuur 4 een historische vraag bij een bron stellen of herkennen 5 met behulp van opdrachten nadenken over historische bronnen 6 primaire van secundaire bronnen onderscheiden 7 betrouwbaarheid van een bron nagaan 8 nadenken over het gebruik van de geschiedenis en het beeld dat iemand van het verleden schetst 9 een historische kaart analyseren

F2 Het Chinese keizerrijk en het Mongoolse wereldrijk

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 16

08/02/2021 16:06


B De Jade­keizer op zijn troon, omringd met andere goden (schildering op zijde, datering onbekend)

© Imageselect

©

VA

N

IN

BRON 1 A De Chinese keizer, schilderij ge­ maakt voor 1279 (191 x 169 cm, Nationaal museum Taipei)

of ds tu k

De Jade-keizer is een soort van oppergod die in zijn paleis in de hemel verblijft. De hemelgoden beschermen de mensen tegen het kwaad. De keizer regeert namens hen over het rijk. Hij is daarom de ‘Zoon van de hemel’.

Keizer Tai Zu, de eerste keizer van de Songdynastie (960-976). De kleur geel is een van de keizerlijke symbolen. Daarom draagt de keizer dikwijls gele gewaden. Achteraan zijn hoofd heeft de Song-keizer een jade stok. Die verhindert symbolisch dat iemand slechte gedachten in zijn oren kan fluisteren.

• Haal uit de bronnen vier kenmerken van de Chinese keizer. • Zoekopdracht: vergelijk de reputatie van de Chinese draak met die van draken in de westerse verhalen. • Welk van de drie bronnen komt zeker uit de tijd van de Songdynastie? • Waarom gebruiken de auteurs bronnen uit andere perioden, denk je?

Pr

oe f

ho

C Detail van de Negen­drakenmuur (Keizerlijk paleis, Beijing, 18e eeuw)

Een ander symbool van de keizer is een draak met aan elke poot vijf klauwen. In de Chinese mythologie brengt het dier geluk en welvaart. Een draak zou ook wijs zijn. Chinese boeren brengen offers opdat de draken het weer zodanig beïnvloeden dat de oogsten goed lukken.

F NIET-WESTERSE SAMENLEvINGEN

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 17

17

08/02/2021 16:06


BRON 2 De Chinese Muur In het noorden van China ligt de ‘Grote Muur’ of de ‘Muur van 10 000 li’ zoals de Chinezen hem noemen (1 li = 500 meter). Vandaag is hij ongeveer 2 500 km lang. B De muur van de staat Qi

©

Deze muur stamt uit de 5e eeuw v.C. Verschillende Chinese staten bouwen zulke muren om zich te beschermen tegen invallers. De meeste waren eerder aarden wallen. De eerste keizer, Qin Shi Huangdi, zal vanaf 221 v.C. de meeste van die muren verenigen tot een eerste lange muur. Zijn muur dient als steunpunt voor verdere veroveringen. Als er dan een nieuw gebied meer noordelijk veroverd wordt, wil hij daar een nieuwe muur bouwen enzovoort.

of ds tu k

De Muur zoals we die vandaag kennen, stamt uit de Ming-dynastie. Die Muur wordt vanaf de 15e eeuw gebouwd als verdediging tegen de vijanden in het noorden. De laatste decennia werden delen ervan gerestaureerd. In de buurt van de hoofdstad Beijing ligt het best bewaarde stuk. De Muur is er meestal ongeveer 7,6 meter hoog. De breedte varieert van 8 tot 9 m aan de onderzijde en van 4,5 tot 5 m aan de bovenzijde.

VA

N

IN

A De Chinese Muur vandaag

Pr

oe f

ho

BRON 3 Het Chinese keizerrijk onder de Song-dynastie

• Welk beeld van de Chinese Muur is bij de meeste mensen gekend? A of B? • Welk beeld zou een reiziger uit de 11e eeuw van de Muur gehad hebben, denk je? Eerder A of eerder B? • Verklaar waarom men in verhalen of speelfilms liever de Muur van A gebruikt dan die van B. • Beschrijf met je eigen woorden de evolutie van de Muur doorheen de Chinese geschiedenis. • Geef twee functies van een dergelijke Muur. • Geef minstens één voorbeeld van een recent gebouwde muur of grensversperring.

• Waarom is dit geen primaire bron over de geschiedenis van China? • Wanneer verliezen de Song het Noordwesten aan de Xixia? • Wanneer verliezen de Song het Noorden aan de Jin? • ‘De Grote Muur houdt de noordelijke volkeren tegen.’ Juist of fout? Motiveer je antwoord.

18

F2 Het Chinese keizerrijk en het Mongoolse wereldrijk

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 18

08/02/2021 16:06


BRON 4 Chinese producten

Deze kleurige keramiek was bij het gewone volk populair.

C Schildering op zijde uit de 12e eeuw

IN

Populair aan het keizerlijk hof en bij de rijkere Chinezen.

B Een neksteun uit de 12e­13e eeuw

Vrouwen keuren een rol zijde.

N

A Geglazuurde vaas uit de 12e­13e eeuw

of ds tu k

Met de naam ‘zijderoute’ omschrijft men de handelswegen die er tussen China, Indië, Perzië, Arabië en Europa waren. De naam werd voor het eerst gebruikt door Europese geleerden in de 19e eeuw. Naast zijde werden er tal van andere producten verhandeld via die handelswegen.

A

©

BRON 5 De zijderoute

VA

• Zijn dit primaire of secundaire bronnen voor de studie van de Song-dynastie? • Welk van de drie bronnen gaat over een handelsproduct en is zelf een handelsproduct?

B Detail van de Catalaanse Atlas uit de 14e eeuw

Pr

oe f

ho

• Waarom weet niemand in de middeleeuwen wat er bedoeld wordt met de ‘zijderoute’? • Bekijk de kaart. De zijderoute bestaat uit één handelsweg. Juist of fout? Motiveer je antwoord. • Geef minstens zeven hedendaagse landen die je doorkruist als je van Chang’an (Xian) naar Rome reist over de route. • Bestudeer bron 5B. Op welke bronnen heeft de maker van de atlas zich gebaseerd? • Welke lastdieren worden hier gebruikt? • Reisden de handelaars op deze manier over de zijderoute? Hoe zou je kunnen controleren of deze afbeelding klopt?

Deze Europese atlas heeft informatie verwerkt van reizigers en handelaars die Oost-Azië bezocht hebben. Hier zie je handelaars die over de zijderoute trekken.

F NIET-WESTERSE SAMENLEvINGEN

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 19

19

08/02/2021 16:06


BRON 6 Kong Fu Tse (551­479 v.C.) De geleerde Kong Fu Tse leefde lang voor het ontstaan van het keizerrijk en geldt als de ultieme leraar. Hij zou meer dan drieduizend studenten gehad hebben. Die hebben op hun beurt zijn ideeën doorgegeven aan hun studenten. Al wat men over zijn denken weet, is gebaseerd op de geschriften van zijn volgelingen. terughoudend: niet je emotie of mening tonend extravagant: overdreven en een beetje vreemd

N

Ling Fang vroeg wat het eerste was waaraan je moest denken bij ceremonies. De meester sprak: ‘Inderdaad, een belangrijke vraag! Bij feestelijkheden is het beter terughoudend dan extravagant te zijn. Bij rouwceremonies is het beter diep verdriet te hebben dan zorgvuldig de ceremonies te volgen’.

IN

Niemand weet hoe Kong Fu Tse er eigenlijk uitzag. Hij wordt meestal uitgebeeld met een baard en de kledij van een geleerde.

VA

Tzu Kung wenste niet langer een schaap te offeren ter gelegenheid van de eerste dag van de maand. De meester sprak: ‘Tzu Kung, jij houdt van het schaap, ik houd van de ceremonie.’

©

Tzu Kung vroeg: ‘Is er één woord waarmee gedurende een leven lang in overeenstemming kan worden geleefd?’ De meester sprak: ‘Het is ‘vergeving’. Wat u voor uzelf niet wenst, wens dat een ander niet toe.’

of ds tu k

Uit: De Analecten van Kong Fu Tse, III.4, III.17 en XV.23 • Bedenk een historische vraag die je over Kong Fu Tze kunt stellen.

Een deel van overgeleverde geschriften zijn gesprekken die hij had met zijn leerlingen. De geleerde beantwoordt daarbij vragen van de leerlingen.

BRON 7 Enkele Chinese uitvindingen

B Tekening uit een Chinees militair handboek van de 11e eeuw

Pr

oe f

ho

A Gedrukt papieren geld uit het begin van de 12e eeuw

Vanaf de 9e eeuw experimenteerden de Chinezen met buskruit. De tekening toont katapulten die zowel stenen als bommen konden wegslingeren.

• Zoek op in welke eeuw in West-Europa de volgende uitvindingen voor het eerst werden gebruikt: drukkunst, papier, buskruit, papieren geld. • Welke historische vraag kun je met deze bronnen het beste beantwoorden? a Hadden de Chinezen tijdens de Song-dynastie een technologische voorsprong op het Westen? b Betaalden de Chinezen hun schatting aan de ‘barbaren’ met papieren geld? c Welke Chinese uitvindingen zijn er gebeurd tijdens de Song-dynastie?

De biljetten konden ingewisseld worden voor munten in edelmetaal.

20

F2 HET CHINESE kEIZERRIJk EN HET MONGOOLSE WERELDRIJk

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 20

08/02/2021 16:06


BRON 8 De Geheime Geschiedenis van de Mongolen Het leven van Temoedjin, alias Djengis Khan (1155-1227), werd vlak na zijn dood beschreven in een geschreven bron. Hier volgen enkele fragmenten. B ruin: gecastreerde hengst Tataren: nomadisch volk uit Centraal-Azië

IN

De Mongoolse familie Jurkin stuurt geen krijgers om te gaan vechten tegen de Tataren als Djengis Khan daarom vraagt. Hij verslaat ook zonder hen de Tataren.

VA

N

Wanneer de Jurkin verbleven bij de Zeven Heuvels aan de rivier Kerulen, plunderde Djengis Khan hun kamp. Sadja Beki en Taidja speelden alles, behalve hun lichaam, kwijt en vluchtten weg. Hij ging in de achtervolging, haalde hen in bij de Teletu bergpas. Hij nam Sadja Beki en Taidja gevangen. Na de vangst sprak hij met Sadja Beki en Taidja: ‘Wat waren we vroeger overeengekomen?’ Zo tot hen sprekend, antwoordden Sadja en Taidja: ‘We hebben ons woord niet gehouden. We moeten ons daarbij neerleggen.’ En, hun eed nalevend, strekten zij hun nek voor het zwaard. Om hun eed te doen naleven en hun woord te doen nakomen, executeerde hij hen op staande voet en werden hun lichamen weggegooid.

of ds tu k

Altan, Oudjar en Sadja Beki, kwamen onderling tot een akkoord, zij vertelden Temoedjin: ‘Wij maken jou Khan. Als jij, Temoedjin, Khan wordt, dan zullen wij als voorhoede tegen vele vijanden snel optrekken. We bezorgen je mooie maagden en voorname vrouwen, vorstelijke tenten en van vreemde volkeren dames en maagden met mooie kaken. In draf brengen we je stevig gebouwde ruinen. Bij een drijfjacht jagen we voor jou op de sluwe wilde beesten. We gaan voorop en drijven hen samen. (…) Als we jouw bevelen niet gehoorzamen, ontneem ons dan al onze goederen en bezittingen, en onze edele vrouwen, en gooi onze zwarte hoofden op de grond. Als we in vredestijd jouw raad in de wind slaan, scheidt ons van onze volgelingen en bezittingen, en onze vrouwen, en verban ons naar de wildernis!’ Op deze manier gaven zij hun woord en zworen zij hun eed van trouw en maakten zij Temoedjin tot Khan, en noemden hem ‘Djengis Khan’.

©

A

C

Omdat het volk van de Tangoet zijn woord niet hield, trok Djengis Khan voor de tweede maal ten strijde tegen hen. Nadat hij het Tangoet-volk had vernietigd, kwam Djengis Khan terug en ging in het ‘Jaar van het Varken’ naar de hemel. Een groot deel van het Tangoet-volk werd aan Yisoe Katun geschonken. Bewerking van Igor de Rachewiltz, The Secret History of the Mongols, Western Washington University, 2015, nrs. 123, 136-140 en 268

oe f

ho

De ‘Geheime geschiedenis van de Mongolen’ werd in de 13e eeuw geschreven. Een deel van het werk werd in 1229 vermoedelijk voorgelezen op de bijeenkomst waar de vierde zoon van Djengis Khan, Ogedei Khan (1189-1241), erkend werd als zijn opvolger. De bron is neergeschreven in de stijl van een Mongoolse verteller: met veel herhalingen en overdrijvingen. Dat zorgt ervoor dat de tekst niet zo gemakkelijk om te zetten is naar een voor ons leesbare vorm. De meeste geleerden denken dat Sjigi Qutuqu de schrijver is. Die stiefbroer van Djengis was een van zijn belangrijkste medewerkers. Andere vermoeden dat Ogedei Khan de schrijver is. De bron is geschreven in de Oudmongoolse taal met gebruik van het Oeigoerse schrift. Ze is oorspronkelijk enkel bedoeld voor de familie van Djengis. Op het einde van de 13e eeuw wordt ze echter gebruikt als propagandamiddel voor de Yuan-dynastie, de Mongoolse heersers over China. Er worden dan nieuwe stukken aan toegevoegd. De originele tekst is verloren gegaan. De versie die je hier leest is gebaseerd op de ‘nieuwe’ Mongoolse en Chinese versie. Is dat een primaire of een secundaire bron over het leven van Djengis Khan? In welke taal is ze oorspronkelijk geschreven? In welke taal lees jij de bron? Welk doel heeft de bron eerst? En nadien? Welke zaken maken de bron eerder betrouwbaar? Welke zaken maken de bron eerder onbetrouwbaar? Toon aan dat Djengis Khan en de Mongolen volgens de bron trouw zeer belangrijk vinden. Waarom zou trouw aan de heerser in de bron benadrukt worden? Chinese en Perzische bronnen beschrijven de Mongolen als veroveraars en plunderaars. Komt dat overeen met wat in deze bron staat? Motiveer je antwoord.

Pr

• • • • • • • •

F Niet-Westerse samenlevingen

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 21

21

08/02/2021 16:06


BRON 9 De Mongoolse ruiterij valt aan. Perzische tekening uit het begin van de 14e eeuw

VA

N

IN

Rashid al-Din (1247-1318) was de eerste minister onder de Mongoolse Khans van het Il-Khanaat. Hij is van joodse afkomst en bekeert zich net als zijn Khan tot de islam. In opdracht van zijn werkgevers schrijft hij een Mongoolse geschiedenis, later uitgebreid met verhalen over de ganse wereld. Het werk verschijnt in het Perzisch en het Arabisch. Rashid krijgt ervoor de hulp van tientallen medewerkers en vele kunstenaars. De Khan is zeer tevreden en beloont hem rijkelijk. In 1318 wordt hij terechtgesteld op onterechte verdenking de Khan vergiftigd te hebben.

Uit: Rashid al-Din, Album van Kronieken, ca. 1309

©

• Is dat een primaire of een secundaire bron over de Mongolen? • Waarom zouden de Mongoolse Khans het zo belangrijk vinden om hun geschiedenis op te schrijven? • Beschrijf met je eigen woorden de Mongoolse ruiters. Let daarbij op hun uitrusting.

Pr

oe f

ho

of ds tu k

BRON 10 Het Mongoolse wereldrijk op het einde van de 13e eeuw

• Uit hoeveel delen bestaat het Mongoolse Rijk? • Bij welk deel hoort China? • Geef tien hedendaagse landen die geheel of gedeeltelijk binnen het rijk vallen. Vermeld minstens twee Europese landen.

22

F2 Het Chinese keizerrijk en het Mongoolse wereldrijk

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 22

08/02/2021 16:06


BRON 11 Een Vlaming bij de Mongolen De Vlaamse monnik Willem van Rubroek reist in 1253-1255 naar het hof van de Groot-Khan Mangu in Karakorum. W ­ illem wil de Mongolen tot het christendom bekeren. Hij hoopt ook de levensomstandigheden te verbeteren van Duitse christenen die door Mongoolse krijgers gevangen­genomen werden. Willem krijgt de steun van de Franse koning Lodewijk IX die hoopt dat de monnik de relaties tussen West-Europa en de Mongolen kan verbeteren. Willem mag zich echter geen gezant noemen omdat de Mongolen bij eerdere gezantschappen dachten dat de Fransen hen kwamen onderwerpen. A

IN

De Mongoolse leiders zijn nieuwsgierig naar alle godsdiensten. Daarom organiseren ze debatten tussen de geestelijken van verschillende godsdiensten. Willem neemt deel aan zo’n debat. Hij schrijft daarover:

VA

N

Op de avond voor Pinksteren kwamen we dus bijeen in onze kapel en Mangu Khan stuurde drie klerken als scheidsrechters, één christen, één Saraceen [islamiet] en één tuinus [boeddhist]. Vooraf werd er het volgende meegedeeld: ‘Dit is het bevel van Mangu en dat niemand durft te beweren dat het bevel van God anders zou luiden. Hij verbiedt op straffe van de dood dat iemand het zou wagen agressieve of beledigende taal te gebruiken tegen een ander en dat iemand zo veel heibel zou maken dat het debat verstoord wordt’. Daarop werd iedereen stil. Er was een grote menigte aanwezig, aangezien elke partij de meest wijze mannen van hun volk had bijeengeroepen en daarnaast waren ook vele anderen toe­gestroomd. B

©

Willem kan niet veel mensen bekeren en geraakt niet tot bij de Duitse gevangenen. Bovendien beschouwt Mangu Khan hem toch als een gezant. Hij stuurt de monnik terug naar West-Europa met een boodschap aan koning Lodewijk:

of ds tu k

Dit is het voorschrift van de eeuwige God: ‘In de hemel is er maar één eeuwige God en op aarde is er maar één heerser: Djengis Khan’ (…) Dit is het woord van de zoon van God dat aan u gericht is. Laat dit gehoord en begrepen worden, wie we ook zijn, Mongool, Naiman, Merkit of Muzelman, overal waar oren kunnen luisteren, en overal waarheen een paard kan lopen. Vanaf het moment dat zij mijn voorschrift horen en het begrijpen, maar het niet willen geloven en tegen ons oorlog willen voeren, zal u horen en zien dat ze ogen hebben maar toch blind zijn. Wanneer ze iets willen vasthouden, zullen ze geen handen meer hebben en wanneer ze willen wandelen, zullen ze geen voeten meer hebben. Dit is de leer van de eeuwige God. Uit de kracht van de eeuwige God, die zich uit in het grote volk van de Mongolen, richt Mangu Khan dit voorschrift aan koning Lodewijk, heer van de Franken, aan alle andere heersers en priesters en aan het grote volk van de Franken, opdat ze onze boodschap zouden begrijpen samen met de leer van de eeuwige God die geopenbaard werd aan Djengis Khan. Uit: Simon Corveleyn, Het Itinerarium van Willem van Rubroek. Masterproef Vakgroep Letterkunde. UG, 2014. XXXIII 6 en XXXVI 6

oe f

ho

Willem van Rubroek wordt tussen 1210 en 1215 geboren in het dorpje Rubroek bij Kassel (nu Frans-Vlaanderen). Willem wordt franciscaan en studeert in Parijs en Nicosia. Daar in Cyprus maakt hij kennis met de Franse koning Lodewijk IX die hij vervolgens op kruistocht vergezelt. In 1253 trekt Willem dan naar Mongolië. Bij zijn terugkeer wil hij verslag gaan uitbrengen aan Lodewijk in Parijs. Hij moet van zijn orde echter in het Midden-Oosten blijven. Daarom schrijft hij in het Latijn een verslag aan de koning. Ca. 1256 is Willem dan toch in Parijs. Daar ontmoet hij de geleerde Roger Bacon. Die is zo onder de indruk dat hij stukken uit het verslag opneemt in zijn eigen boek over de wetenschap, het Opus Majus. Het verslag zelf geraakt voor lange tijd vergeten en zal pas in de 19e eeuw van geleerden aandacht krijgen. Waar en wanneer Willem van Rubroek stierf is onbekend.

Gaat het om een primaire of secundaire bron? Wat weten we over de maker van de bron? Formuleer een historische vraag bij de bron. Waarom reist Willem naar Mongolië? Lees de bronnen en beantwoord met juist of fout. a De Mongoolse Khans willen dat de verschillende godsdiensten elkaar respecteren. b Een debat tussen geestelijken kan op veel belangstelling rekenen. c De Khan sluit een bondgenootschap met de Franse koning. d De Mongolen beschouwen Djengis Khan als de zoon van God. e De Khan waarschuwt de Europeanen om geen oorlog tegen hen te voeren en niet te proberen hen te bekeren. • Heeft het reisverslag veel invloed gehad op de tijdgenoten van Willem?

Pr

• • • • •

F Niet-Westerse samenlevingen

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 23

23

08/02/2021 16:06


BRON 12 Omgaan met het Mongoolse verleden Niet alle Mongolen wonen in de republiek Mongolië. Ook in de Volksrepubliek China is er een gebied waar Mongolen wonen, Binnen-Mongolië genoemd. A Het standbeeld van Djengis Khan in de republiek Mongolië

VA

N

IN

Het in 2008 opgerichte stalen standbeeld is 40 m hoog. De beeldhouwer D. ­Erdenebileg en de architect J. ­Enkhjargal ontwierpen het in opdracht van een Mongoolse toeristische organisatie. Het hoort bij een bezoekerscentrum over de Mongoolse geschiedenis en over de levenswijze van de steppevolkeren. ­ Djengis wordt er voorgesteld als een militair genie en het Mongoolse Rijk als een rijk waar de cultuur, economie en tolerantie bloeiden.

©

© Imageselect

B Hoe China Djengis Khan wegschreef uit Franse expo over … Djengis Khan

of ds tu k

Een Frans museum trekt de stekker uit een tentoonstelling over de Mongoolse heerser Djengis Khan. Dat doet het na ver­ gaande bemoeienissen van Beijing, dat steeds harder optreedt tegen etnische Mongolen. Aan het eind van de zomer kreeg de Franse museumdirecteur Bertrand Guillet te horen dat de Chinese autoriteiten hun zegje wilden doen in de expo. Met een eerste eis konden ze nog leven: Beijing wilde niet dat de woorden ‘Djengis Khan’, ‘empire’ en ‘Mongol’ werden gebruikt, dus veranderde de titel van de expo in het wat vagere (…) ‘zoon van de hemel en de steppen’ (…)

ho

De oorspronkelijke tekst vertelde over hoe een nomadisch volk, de Mongolen, een rijk kon stichten. Hij legde de nadruk op de Pax Mongolica, de manier waarop het Mongoolse Rijk de relaties tussen het Oosten en het Westen bevorderde. In de nieuwe synopsis, die het Inner Mongolian Museum toezond, kwamen de namen van Djengis Khan en zijn zonen en klein­ zonen niet meer voor. ‘Zo wissen ze zijn politieke en maatschappelijke impact uit’, betreurt Guillet. ‘Het woord Mongools komt pas op pagina elf voor het eerst terug. En dan nog alleen maar als een ‘etnische minderheidsgroep’ in het Grote China van de Han-Chinezen.’

oe f

(…) Marie-Dominique Even, specialist in de Mongoolse geschiedenis (…) valt niet van haar stoel door de houding van China. ‘Het past helemaal binnen het huidige beleid om alles door de molen van het Chinese nationalisme te halen. Net als Tibet en Xinjiang wordt Binnen-Mongolië, een autonoom gebied, zeer sterk gecontroleerd door de centrale overheid. Die wil de gebieden haar taal en religie, die van de Han [Chinezen], opleggen.’ Dat het museum een verhaal vertelt dat breekt met hun nationale verhaal, is onaanvaardbaar voor hen. Uit: Jolien De Bouw, De Standaard, 15 oktober 2020

Pr

• Waarover gaat bron A? Welk beeld van het Mongoolse verleden schetst men in bron A? • Waarover gaat bron B? Welk beeld van het Mongoolse verleden willen de Chinezen in bron B schetsen? • Welke uitspraak is juist? Motiveer je keuze. a Het beeld van het verleden staat vast en verandert niet. b Het beeld van het verleden wordt beïnvloed door wat men wil vertellen.

24

F2 Het Chinese keizerrijk en het Mongoolse wereldrijk

597771_Storia_LB_Classic_2u_MKT.indd 24

08/02/2021 16:06

Profile for VAN IN

STORIA HD classic 3 – leerboek (doorstroomfinaliteit domeinoverschrijdend) - proefhoofdstuk