Page 1

Simone Korkus

woont en werkt als journalist in Israël. Ze publiceerde verschillende boeken, waaronder De belofte en het land. Een reis langs de Israëlische muur, dat genomineerd werd voor het beste Nederlandstalige non-fictieboek. Ze schrijft voor diverse media, zoals De Groene Amsterdammer, Knack, Sunday Times en Ha’Aretz en won de internationale persprijs van de Verenigde Naties voor de beste reportage uit het Midden-Oosten.

De Joodse Hannah Nadel belandt tijdens de Tweede Wereldoorlog als dienstmeisje in het Brusselse huis van de zus van Léon Degrelle en ontsnapt op die manier aan de gruwelen van de Jodenvervolging. Simone Korkus wekt dit onwaarschijnlijke verhaal tot leven, ontmoet Hannahs Belgische redders en toont hoe het leven in oorlogstijd heel wat grijze zones bevat. Terwijl Simone Korkus het leven van Hannah in Brussel reconstrueert, stuit ze op familie­geheimen en loopt ze ook aan tegen haar eigen vooroordelen. Want wat is waarheid in de manier waarop we naar anderen kijken en hun gedrag beoordelen? En hoe vervormt ons geheugen trauma’s zoals die na de Tweede Wereldoorlog?

Het dienstmeisje van Degrelle

is een opmerkelijk en persoonlijk verhaal dat tijdens de bezetting begint en doorloopt tot vandaag. ‘Waarheid, werkelijkheid en zeker begrip schuilen bijna altijd in de schaduw, de complexiteit, de tegenstelling. Dat is zelfs zo in een oorlog. Dat blijkt ook weer uit dit verhaal.’

CHRIS VANDER HEIJDEN

cover.indd All Pages

Het dienstmeisje Hoe Hannah Nadel van Degrelle de oorlog overleefde Simone Korkus

‘Een journalistieke thriller die oude zwart-witbeelden van het noodzakelijke grijs voorziet.’ MARCEL MÖRING

Hoe Hannah Nadel de oorlog overleefde Simone Korkus

29/08/17 16:24


515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 6

29/08/17 14:53


515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 3

29/08/17 14:53


1

Goed, fout en grijs

2

7

Hannah

19

3

Gelsenkirchen

27

4

Charleroi

41

5

Brussel

49

6

Het leven voor de oorlog

7

57

februari 1933 – maart 1939

Storm in mei

75

8

In de schaduw van een ster

95

september 1940 – begin 1943

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 4

29/08/17 14:53


9

Het doosje

145

10

De eerste ontmoeting

11

La Ribambelle

12

De ongelofelijke vlucht

13

Op weg naar de vrijheid

14

Er komt geen einde aan

15

163

185

213

235

255

Rechtvaardigen onder de Volkeren Epiloog Dankwoord Noten Bibliografie

267 281

287 291

293

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 5

29/08/17 14:53


1

Goed, fout en grijs Op de binnenplaats van het Sisters of Nazareth-klooster in de oude Israëlische stad Nazareth hoor ik het verhaal van de familie Cornet en Hannah voor het eerst. Het is een warme herfstavond in 2012. De donkere contouren van de beroemde Basiliek van de Aankondiging steken scherp af tegen de ondergaan­ ­de zon. Op deze plaats verscheen volgens de katho­ lie­ke overlevering aartsengel Gabriël aan de Maagd Maria en vertelde haar dat ze zwanger was en Jezus zou baren. Ik heb net een lezing gegeven aan een groep Belgische pelgrims over mijn werk als journalist voor de Belgische pers in Israël. Ik werk al vijftien jaar in het Midden-Oosten voor de Nederlandse en Belgische media; vooral in Israël en de Palestijnse gebieden. Mijn gasten vertelde ik hoe ik daar een vreemdeling in een vreemd land ben. Ik ben niet joods, niet moslim, niet Israëlisch of Palestijns. Een gewone Nederlandse, opgegroeid in Bergeijk en in Neerpelt, België, de ex-vrouw van een Belgisch-Marokkaans-Israëlische man en moeder van drie Nederlandse, Belgische, Israëlische kinderen. Ik heb in die vijftien jaar in dit gebied de Tweede Intifada (de Palestijnse opstand), twee oorlogen (Liba7

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 7

29/08/17 14:53


non, Irak), een burgeroorlog (Syrië), de Arabische Lente met de val van de Egyptische regering, meerdere militaire acties in Gaza, aanvallen vanuit Gaza op Israël en de onophoudelijke bezetting meegemaakt en erover bericht. Het borrelt nog steeds in het kruitvat van het Midden-Oosten. Er zijn de aanhoudende spanningen en conflicten tussen Israël en de Palestijnse gebieden. Maar ook de buurlanden van Israël leven bijna permanent met elkaar in onmin. De spanningen tussen Arabische landen zijn eeuwenoud. Veertienhonderd jaar geleden ontstond er ruzie en daarna oorlog over de vraag wie Mohammed zou opvolgen als leider van de moslims. De twee kampen hebben zich nooit meer met elkaar verzoend, en staan nu bekend als sjiieten en soennieten. De spanning tussen hen ‘ontbrandt’ met vaste regelmaat. Die religieuze breuklijn wordt door verschillende partijen gemanipuleerd voor eigen doeleinden. In het Midden-Oosten staan sjiitische regeringen (Syrië, Irak) tegenover soennitische rebellen of andersom (Jemen); de sjiieten worden altijd gesteund door Iran en Hezbollah (die zijn ook sjiitisch), terwijl de soennieten kunnen rekenen op de hulp van het soennitische Saoedi-Arabië en andere Golfstaten. De Syrische burgeroorlog ging aanvankelijk niet om religie, maar om de opstand van burgers tegen een wrede dictator. Pas door inmenging van buitenaf werd het de ‘sektarische’ oorlog van nu. Door het geweld moesten vele miljoenen Syriërs vluchten. Volgens de gegevens van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR was in 2014 ruim de helft van de bevolking dakloos en 8

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 8

29/08/17 14:53


op de vlucht. Vooral buurlanden als Turkije, Libanon en Jordanië werden overstelpt met vluchtelingen. Ook kwam er een stroom immigranten naar Europa op gang en het IS-offensief deed het aantal vluchtelingen verder toenemen. Iedereen zit nu met het vluchtelingenprobleem in de maag. Er lijkt geen oplossing te komen. De paradox van het verhaal is dat het enige wat de Arabische landen lijkt te verenigen, de gemeenschappelijke haat is tegen de Israëlische Joden, van wie een groot gedeelte zich direct na de Tweede Wereldoorlog als vluchteling en nieuwe immigrant uit Europa in Israël had gevestigd. Al vijftien jaar hoor ik in het Midden-Oosten de argumenten, de diplomatieke retoriek, klaagzangen en scheldpartijen en verwoord die in mijn artikelen. De grondtoon is er een van verdriet, pijn, wanhoop en woede. En die zijn voor alle partijen in feite hetzelfde. Als iemand uit het publiek nieuwsgierig vraagt hoe het leven van de Israëliërs nou echt is, antwoord ik: ‘Je zou kunnen zeggen dat in Israël het leven van de Joden slingert tussen angst, apathie en verrukking. Angst om je land, je geloof te verliezen. Angst dat Auschwitz zich zal herhalen. Angst om Iran, Hamas, Hezbollah. Het gevoel dat je de Joodse staat coûte que coûte moet verdedigen en ook afschermen tegen de influx van nietJoodse immigranten. Er is ook apathie, een soort van onverschilligheid ten opzichte van vredesonderhandelingen en nieuwe ini­tia­ tieven. En er is verrukking, Begeisterung eigenlijk, over het feit dat Joden een thuis hebben. Iedereen — of hij nu links of rechts van de politieke lijn staat — voelt zich verbonden.’ 9

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 9

29/08/17 14:53


Na de lezing blijven enkele gasten wat langer hangen, om vragen te stellen of hun eigen ervaringen te delen. We zitten met onze koffie onder het beeld van de Heilige Familie. Het onderwerp is oorlog. We praten over het Israëlisch-Palestijnse conflict, maar na enige tijd — alsof we plotseling in een tijdmachine terecht zijn gekomen — hebben we het over de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging. De plaatsing van het onderwerp van de Tweede ­Wereldoorlog en de Shoah in de vreedzame omgeving van een klooster in Nazareth, met gasten die ontspannen onderuitgezakt in hun tuinstoelen koffie drinken, brengt me in de war. Ik realiseer me dat ik moeite heb om überhaupt een uitspraak te doen over het leven van mensen tijdens de oorlog en de Holocaust in het bijzonder. Natuurlijk had je de oorlogsmisdadigers: degenen die de gruweldaden pleegden of daaraan medeplichtig waren. Maar volgens mij waren de meeste mensen tijdens de oorlog gewone mensen geweest, die probeerden te overleven. Hoe kon ik een mening hebben? Vroeger, voordat ik in het Midden-Oosten werkte, dacht ik er anders over. Als naoorlogs kind — ik ben twaalf jaar na de oorlog geboren — uit een niet-belijdend katholiek gezin, ben ik opgegroeid met een bepaald beeld van deze oorlog. Het was het verhaal over de slechteriken — de nazi’s, de Belgische en Nederlandse collaborateurs — aan de ene kant, en de oorlogshelden van het verzet en de Joden aan de andere kant. Wat er werkelijk was gebeurd en was opgesloten in de persoonlijke verhalen van Joodse en andere burgers, werd afgedekt met een deken van stilte. Ook in België was dat zo. Het gebrek aan emotionele 10

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 10

29/08/17 14:53


distantie gekoppeld aan een gesloten archiefbeleid zorgde voor een klimaat waarin clichés elke kritische benadering vervingen. Gedurende de koningskwestie — de vraag of koning Leopold III koning van de Belgen kon blijven nadat hij zich had overgegeven aan de Duitse strijdkrachten, die leidde tot een diepe politieke crisis — stond geen enkele politicus te popelen om het onderwerp van de medeplichtigheid aan de Holocaust toe te voegen aan de lange lijst van spanningen die het land al in de greep hielden. Ik herinner me nog hoe we aan de tv gekluisterd zaten toen in 1982 de BRT/RTBF de documentaireserie De Nieuwe Orde over de collaborateurs tijdens de Tweede Wereldoorlog uitzond. De felle kruisverhoren van journalist Maurice De Wilde — die zijn afkeer van en haat jegens nazi’s en collaborateurs niet onder stoelen of banken stak — brachten menig ernstig oorlogsmisdrijf in België voor het voetlicht. Af en toe gebeurden er in mijn jeugd niet te plaatsen dingen. Wij werden door de grotere kinderen in het dorp bang gemaakt met de opmerking dat in het dorpsparkje de ‘Joed’ leefde, die kleine kinderen opat. Pas jaren later realiseerde ik mij dat met Joed Jude of Jood bedoeld werd. Toen ik mijn moeder eens terloops vroeg of alle Duitsers verkeerd waren tijdens de oorlog, zelfs de eenvoudige Duitse bakker op de hoek van de straat, antwoordde ze: ‘Waag het niet om nog ooit over zulke dingen te praten.’ Het verhaal dat aan mij en anderen van mijn gene­­ ratie werd verteld, bepaalde hoe ik mensen als ‘goed’ en ‘slecht’ ging indelen. Deze gestructureerde manier 11

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 11

29/08/17 14:53


van het labelen van ons verleden had zo zijn voordelen. Je hoefde je niet af te vragen hoe de generatie vóór ons zich had gedragen. Op deze manier kon je de grijze wereld, waarin de meeste mensen — zelfs onze ouders — een beetje goed en een beetje slecht waren geweest, omzeilen. Maar vandaag, zeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog en werkzaam in een oorlogsgebied, ben ik niet meer zo zeker van mijn zaak. België tijdens de Tweede Wereldoorlog was volgens mij anders dan het België uit onze geschiedenisboekjes. Het was door een dikke mist omgeven, die het onmogelijk maakte om de paden van goed en fout te onderscheiden. Ik ken de details niet, omdat er nog nooit over geschreven is, maar ik heb vele vragen. Hoe voelden onze voorouders zich toen er steeds meer vreemdelingen, van wie de meerderheid bestond uit Joodse immigranten, de landsgrenzen overtrokken en zich grotendeels illegaal in België vestigden? Wat vonden ze van die Israëlieten, die bereid waren om ieder werk aan te pakken en voor veel lagere lonen te werken dan de Belgen? Hoe beschouwden onze Belgische voorvaders de wijken waar die allochtonen woonden en waar ze samenschoolden in hun verenigingen en synagogen? Lieten ze hun kinderen naar deze wijken gaan? Wat wist de Joodse en Belgische bevolking in die tijd over de Duitse plannen van de Jodenvervolging en wat zich in de concentratiekampen afspeelde? Wat kon ze weten? Hoeveel Belgen zijn na de oorlog als les noirs (col­ laborateurs) veroordeeld en aan de schandpaal genageld op grond van verhalen of familierelaties? Met een 12

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 12

29/08/17 14:53


‘zwarte’ ging je tenslotte niet om, die was zoals een melaatse. Je kwam zeer snel in dat verdomhoekje terecht. Aan de andere kant: hoeveel medeburgers, die deze mensen veroordeelden, zouden de hand in eigen boezem moeten steken, omdat zij tijdens de oorlog lijdzaam toekeken en geen actie ondernamen? Voor de generatie van mijn kinderen is de Tweede Wereldoorlog een verhaal uit het verre verleden waarover ze, buiten de historische data, nauwelijks nog gedetailleerde informatie hebben. Kinderen groeien steeds vaker op zonder iemand in hun omgeving die de periode nog heeft meegemaakt. De meeste mensen die op oude beelden van de Bevrijding staan te zwaaien naar de Amerikanen en Canadezen zijn inmiddels overleden. Zij die aan het eind van de oorlog in de twintig waren, zijn nu dik in de negentig. Voor mijn eigen generatie zijn de nieuwsgierigheid naar en de aandacht voor het onderwerp met het overlijden van de acteurs uit deze periode — onze ouders en grootouders — misschien ook enigszins geluwd. De afwegingen, opinies, gevoelens en herinneringen van toen, van de mensen die het grootste conflict in de geschiedenis hebben doorstaan en uitgevochten; we kunnen er binnenkort niet meer naar vragen. Er is dus beslist reden tot haast. Menigeen zal zijn schouders ophalen en zeggen dat de wereld nu wel andere problemen heeft. Is dat wel zo? Dat we ons geheugen van de Tweede Wereldoorlog verliezen, wil toch niet zeggen dat we kunnen ontsnappen aan onze menselijke verantwoordelijkheid? Als we aan het verleden denken, hebben we de neiging om te veronderstellen dat de mensen destijds een13

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 13

29/08/17 14:53


voudiger in hun doen en laten en zuiverder in hun doelstellingen waren. Maar het lijkt me aannemelijk dat de­­genen die ons voorgingen, net zo eigenzinnig, onverantwoordelijk, angstig, opportunistisch en vast of onvast in hun verlangens waren als wij nu zijn. Wij zijn niet anders dan onze grootouders, die voor etnische dilemma’s stonden en moesten beslissen wat te doen met de Joodse immigranten. Al deze en andere vragen en argumenten schieten door mijn hoofd terwijl we op deze katholieke binnenplaats onze koffie drinken, maar ik spreek ze niet uit. Heel laf­­hartig antwoord ik dat ik natuurlijk geen historicus ben. Maar ik voel dat goed en slecht zich toch tamelijk gemakkelijk vermengen in ieder mens. Natuurlijk waren er de grote oorlogsmisdadigers, stel ik, maar ik vraag me af of het dagelijks leven van de rest van de bevolking niet veel ambivalenter was en gedomineerd werd door een zeker opportunisme, door bescheiden heldhaftigheid, trivialiteiten, angsten en ‘slechte’ verhoudingen met de ‘goede’ moraal. Keuzes in een conflictsituatie, weet ik uit eigen ervaring in het Midden-Oosten, worden soms in een fractie van een seconde genomen. Alleen veel later geven zij hun consequenties prijs. Het kiezen tijdens een oorlog is veel moeilijker dan het beoordelen na afloop. ‘Het gedrag van mensen tijdens een oorlog, en meer specifiek tijdens de Tweede Wereldoorlog, is zo’n grijs gebied’, zeg ik. ‘Het is een aspect waarover in België nog nauwelijks wordt gesproken. Maar het moet worden verteld, want door meer kennis van onze eigen identiteit en het “kleine verhaal van België”, alsmede de 14

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 14

29/08/17 14:53


verantwoordelijkheid van de mensen daarin, kan misschien worden voorkomen dat de volgende generatie op eenzelfde manier beschadigd raakt als wij en de generatie voor ons.’ De eerste voorzichtige kentering ten aanzien van de perceptie van de Tweede Wereldoorlog kwam op gang door de toespraak van Jacques Chirac in 1995 tijdens de herdenkingsceremonie van de Raffle of Razzia van Vel d’Hiv. Hij erkende als eerste Franse president de verantwoordelijkheid van zijn land in de deportatie van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tot dan toe had de Franse regering geweigerd zich te verontschuldigen voor de rol van de Franse politieagenten in de ‘Raffle’ of voor enige andere medeplichtigheid van de Franse staat. In België werd zo’n historisch pardon vijf jaar later voor het eerst gevraagd; niet door de premier maar door een Vlaamse geschiedkundige en zoon van een ‘foute’ Vlaming. Tijdens de IJzerbedevaart veroordeelde FransJos Verdoodt de collaboratie van een belangrijk deel van het historisch Vlaams-nationalisme met nazi-Duitsland. In een poging om het taboe van en het schuldgevoel over de Tweede Wereldoorlog, waarin nog vele gezinnen zitten, te doorbreken, zei hij: Dat pardon moet de ban breken waarin wij vastgehouden worden en waarin wij ook onszelf blijven opsluiten. Zo’n daad heeft niets te maken met knievallen en zelfdestructie. Het is integendeel een daad van realisme. Het is de houding van iemand die nog eenmaal ver achterom kijkt, met grote piëteit een zwarte bladzijde omdraait en vervolgens aan de toekomst denkt.

15

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 15

29/08/17 14:53


In 2007 volgden de Antwerpse burgemeester Patrick Janssens en premier Guy Verhofstadt, die hun verontschuldigingen aanboden voor respectievelijk de Jodenvervolging in Antwerpen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de betrokkenheid van de Belgische autoriteiten bij de deportatie van Joden. De laatste tijd wordt er in de pers veel aandacht besteed aan de rol van België in de Holocaust. Eindelijk wordt er afgerekend met de medeplichtigheid van het land aan de dood van meer dan 28.000 Belgische Joden. Heeft premier Elio Di Rupo niet zelf gezegd dat we de moed moeten hebben om de waarheid onder ogen te zien? Die opmerking is een belangrijk signaal, al komt ze erg laat. Je staat er niet vaak bij stil, maar oorlog slaat verschrikkelijke wonden, die zeventig jaar na dato nog altijd heel bepalend kunnen zijn. Het zou mooi zijn mocht Di Rupo kans zien om in dat symbolische dossier eindelijk verzoening te brengen. ‘Welnu,’ zeg ik, ‘als de staat in het reine wil komen met zijn verleden, is misschien de tijd ook rijp voor het grijs verleden van de burgers van die staat; een grijs verleden dat nog nooit is opgeschreven.’ Het is op dit moment dat het verhaal van Hannah opkomt. Een van de gasten zegt: ‘Als jij als journalist geïnteresseerd bent in dat grijze gebied, dan heb ik wel een verhaal voor je. Het gaat over de Belgische familie Cornet en de Joodse Hannah Nadel (geboren Gnasic of Gnazik). Weet je, deze familie heeft drie Joden gered: Hannah, haar moeder en haar nichtje. Ze woonden bij de 16

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 16

29/08/17 14:53


Cornets in huis, direct onder de neus van de nazi’s. De Cornets zijn helden maar zijn beoordeeld en veroordeeld door hun landgenoten. Daarom houden ze zich — tot vandaag — op de achtergrond. Ik weet zelfs niet waar ze wonen en of ze nog leven. Ze schijnen bang van de pers te zijn. Maar als je geïnteresseerd bent in Hannah, kan ik je met haar in contact brengen. Geloof me, je zult niet teleurgesteld zijn. Je hebt nog nooit zo’n verhaal gehoord.’ Ik knik met een vaagheid die mijn kinderen woedend maakt, want ze betekent dat mama niet echt luistert. Hij legt zijn hand op mijn arm: ‘Echt waar. Deze vrouw is heel bijzonder. Haar verhaal is voorpaginanieuws.’ Ik pak mijn pen en notitieblokje, die ik altijd op zak heb, en plichtsgetrouw noteer ik Hannahs naam, telefoonnummer en adres. ‘Ik zal haar vast en zeker bellen’, zeg ik. Enkele weken later, als een Belgische krant mij om een artikel vraagt over de herdenking van de Tweede Wereldoorlog op 8 mei, herinner ik mij Hannahs gegevens en besluit haar te bellen.

17

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 17

29/08/17 14:53


515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 18

29/08/17 14:53


2

Hannah Uit de beschrijving die ik gekregen heb, verwacht ik een frêle dametje van midden tachtig, met grijs haar, een krakerige stem en stijve, houterige bewegingen. Maar als de voordeur van de benedenwoning in Ramat Gan openvliegt, word ik begroet door een slanke vrouw met rood krulhaar, zwart glimmende ogen en een brede rodelipsticklach, die een charmant Hebreeuws spreekt met de Franse keel-r. Ik knipper met mijn ogen. Het duurt even voordat ik gewend ben aan het diffuse licht binnen en alles in me heb opgenomen. Haar huis lijkt helemaal niet op de doorsnee Israëlische huizen die ik in deze omgeving ken, en die doorgaans vrij kaal en simpel zijn. Alles in haar woonkamer draagt de stempel ‘Europa’. De smalle eiken kastjes, de geplisseerde schemerlampen, de glazen salontafel, de brokaten kleedjes en kristallen vazen herinneren mij aan de bonbonnière van mijn grootmoeder. Hannah rent met vaste tred naar de slaapkamer — ze zwemt nog iedere dag in zee om fit te blijven, zegt ze met een jeugdige glimlach — en komt terug met een grote enveloppe met brieven, vergeelde foto’s en de davidster die ze tijdens de oorlog in België op de revers van haar jas had moeten dragen. 19

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 19

29/08/17 14:53


Ik kijk haar steels aan en bestudeer de honderden fijne rimpeltjes, die als een spinnenweb haar gezicht doorgroeven. Haar donkere ogen, twee zwarte kooltjes in een olijfkleurig landschap, gaan onrustig van mij naar de envelop. Ze heeft nog steeds iets meisjesachtigs, zoals ze de kreukels in haar rode rok gladstrijkt. Haar hand meandert door de envelop en trekt er een geelgevlekte zwart-witfoto uit. Op de foto is een echtpaar te zien. De man is waarschijnlijk ergens in de twintig, met een zwarte hoed, donkere ogen. De vrouw is tenger met donker haar, in een mantelpak met handschoenen. Er staat niet bij waar of wanneer de foto genomen is. Hannah herinnert zich dat niet meer, maar met deze foto begint haar familiegeschiedenis. De mensen op de foto zijn Elias Gnasic en Havah Ehrlich, Hannahs ouders. Als we afgaan op de kleding van de man — de pantalon met de smalle broekspijpen en omslagen, destijds bekend als de jazz look, en het colbertjasje met brede revers — dan moet deze foto ergens in het begin van de jaren twintig gemaakt zijn. Volgens Hannah is hij in Kalisz in Polen genomen. In tegenstelling tot de meeste Poolse mannen heeft de man op de foto een donkere huid en dat kwam zo te zien niet door de zon. Hij heeft een bijna mediterraan uiterlijk. Waarschijnlijk is hij een jaar of 25. De vrouw naast hem is volgens Hannah drie jaar jonger. Hannah typeert haar vader als een stille man, maar heel principieel en ambitieus; een man die hogerop wilde komen. Elias was weliswaar orthodox opgevoed, maar hij was geen religieuze Jood. Dat kwam door een incident in zijn jeugd. 20

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 20

29/08/17 14:53


Elias Gnasic en Havah Ehrlich, Kalisz 1920. (Bron: Hannah Nadel)

Op een dag was hij naar de rabbi gestapt en had hem gevraagd wat de reden was van een bepaalde Joodse wet. Het antwoord van de rabbi luidde: ‘So stehts geschrieben’, waarmee hij bedoelde te zeggen: zo staat het in de Thora en daaraan wordt niet getwijfeld. Nog de21

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 21

29/08/17 14:53


zelfde dag had Elias de heder (lagere school voor Thorastudie en Joodse boeken) verlaten en was als jongen uit de orthodoxe gemeenschap gestapt. Hij droeg geen baard en zijn tefilin (Joodse gebedsriemen) en talliet (gebedskleed) bewaarde hij alleen voor het geval Joodse vrienden of familieleden hem nodig hadden voor een minjan (groep van tien Joodse mannen van dertien jaar of ouder voor het quorum bij een Joodse gebedsdienst). Elias was een zionist, die droomde van een nieuw leven in Palestina. De foto dateert waarschijnlijk van het einde van de lente in 1920. De Poolse stad Kalisz was enkele jaren eerder, tijdens de Eerste Wereldoorlog, zwaar gebombardeerd en daarna platgebrand door Duitse troepen. Nog steeds waren de gevolgen van de oorlog te zien. Het leven van de gewone burgers was zwaar en de vooruitzichten op een behoorlijke baan waren slecht. Elias en Havah waren weliswaar verloofd, maar de trouwdatum werd steeds vooruitgeschoven. Wie kon onder zulke miserabele omstandigheden trouwen en een gezin stichten? Hannah glimlacht. ‘Mijn moeder vertelde keer op keer hetzelfde verhaal. Op een vrije avond hakte mijn vader de knoop door. Hij pakte mijn moeder bij de hand en samen waren ze door het deel van Kalisz gewan­­deld dat nog intact was: de Joodse wijk, die aan de hoofd­boulevard lag. Waarschijnlijk liepen ze door de  drukke Nowastraat, want daar gingen de meeste Joden wandelen. Mijn moeder vertelde me dat daar een indrukwekkende grote synagoge met het beet midrasj, het Joodse leerhuis, stond, en er waren de drukke kantoren van de Joodse organisaties. Bovendien had je er Joodse 22

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 22

29/08/17 14:53


clubs, kleine drukke Joodse boekwinkels, tavernen, budkes — zo noemde men de kiosken waar Joodse kranten werden verkocht — slagerijen, vishandels en kleding­ zaken. Het moet een va-et-vient van Joden geweest zijn die naar hun werk, huis, synagoge of vereniging gingen.’ ‘En toen zei je vader dat hij met je moeder wilde trouwen?’ vul ik ongeduldig Hannahs verhaal aan. Hannah schudt haar hoofd. ‘Nee, niet helemaal. Hij ontvouwde haar zijn plan om samen uit Kalisz te vertrekken en naar Gelsenkirchen in het Ruhrgebied in Duitsland te gaan. Mijn vaders broer woonde daar en waarschijnlijk had hij hen per brief uitgenodigd. Er was in Gelsenkirchen genoeg werk en de lonen waren goed.’ ‘Hoe reageerde je moeder? Aarzelde ze?’ Hannah haalt haar schouders op. ‘Mijn moeder was de oudste dochter in een gezin van zes kinderen. Kort voor de oorlog was mijn grootmoeder verdronken in de rivier en was moeder van school gegaan om voor haar vader, haar drie broertjes Aron, Bernard, Israel-Menahem, en haar zusje Blume te zorgen. Het was voor haar een enorme stap om met mijn vader mee te gaan. Ze zou haar familie en haar thuis moeten verlaten voor een onbekende stad in het buitenland en voor een man die nog niet eens haar echtgenoot was.’ Hannah voegt glimlachend toe dat dit dilemma waarschijnlijk maar kort geduurd heeft. Haar moeder was een gezellige babbelaarster, altijd in voor het avontuur en heel pragmatisch. Misschien had ze de kans op een onzekere maar betere toekomst juist toegejuicht. Elias was aanvankelijk alleen vertrokken. Hij pakte wat kleren in een koffer en trok de voordeur van zijn ouderlijk huis voor de laatste keer dicht. 23

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 23

29/08/17 14:53


Havah volgde later. Tot zover de reconstructie van het enigszins romantische, niet helemaal betrouwbare en tweedehandse verhaal van Hannah, aan de hand van een vergeelde foto. Het verhaal heeft vele hiaten, die we alleen met de algemene informatie uit de geschiedenisboeken over Kalisz en andere oude foto’s kunnen aanvullen. Voor Hannah eindigt hier ook het verhaal van de emigratie van haar ouders van Polen naar Duitsland. Ze heeft geen brieven, adressen of andere details. Ze weet alleen dat haar ouders naar Gelsenkirchen gingen, daar trouwden en kinderen kregen. Hannah en haar tweelingbroer Bernard werden enkele jaren later, op 28 april 1924, in deze Duitse stad geboren. ‘Maar hoe zit het nou met jouw verhaal over de Holoca­ust?’ zeg ik plotseling, alsof ik me uit Hannahs verhaal moet trekken en de realiteit onder ogen moet zien. Ik moet een artikel schrijven voor de krant en de deadline nadert. Hannah haalt de schouders op. Soms moet je eerst het leven leren kennen dat zich voor die tijd heeft afgespeeld om het hele verhaal te zien en te begrijpen dat herinneringen gevuld zijn met vragen die onbeantwoord blijven. Het is mijn taak als journalist om de antwoorden op die vragen te vinden. Ze kijkt op, last een korte pauze in en zegt meer tot zichzelf: ‘Mijn ouders hebben zeven jaar in Gelsenkirchen gewoond. Er moet zich daar toch van alles hebben afgespeeld, maar er is niemand die me dat kan vertellen. Ik herinner me slechts flarden van verhalen. Mijn ouders spraken nauwelijks over deze periode en alle getuigen 24

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 24

29/08/17 14:53


zijn overleden. Het is alsof ik wil dat er iets gebeurt. Dat er alsnog een bewijs wordt gevonden, dat we ook echt in Gelsenkirchen hebben gewoond en geleefd.’ Hannah babbelt nog vijf minuten door maar op dit moment weet ik wat me te doen staat. Ik besluit een kort artikel voor de krant te schrijven en mijn speurtocht naar Hannahs verleden te starten. Voor familieleden raken de verhalen van hun voorouders — dood of levend — een deel van hun bestaan. Maar ook ik wil net als Hannah weten wat er gebeurd is. Daarom neem ik contact op met de Jüdische Gemeinde, de Joodse Gemeente in Gelsenkirchen, in de hoop Joodse mensen te vinden die daar in of voor de Tweede Wereldoorlog gewoond hebben. Ik heb niet de verwachting dat ik informatie over Hannah of haar familie zal vinden. Ik wil iemand spreken uit hetzelfde geboortejaar als Hannah, of uit een eerder geboortejaar, die misschien in dezelfde buurt gewoond heeft, bij dezelfde koosjere slager gekocht heeft of in dezelfde straat gespeeld heeft. Ik wil mensen ontmoeten die in Hannahs zwart-witfoto zouden passen. En als ik eerlijk ben, heb ik ook de stille wens om fragmenten van Hannahs leven terug te vinden, misschien zelfs wel haar geboortehuis.

25

515689_093_DIENSTMEISJE DEGRELLE-proef4.indd 25

29/08/17 14:53


Simone Korkus

woont en werkt als journalist in Israël. Ze publiceerde verschillende boeken, waaronder De belofte en het land. Een reis langs de Israëlische muur, dat genomineerd werd voor het beste Nederlandstalige non-fictieboek. Ze schrijft voor diverse media, zoals De Groene Amsterdammer, Knack, Sunday Times en Ha’Aretz en won de internationale persprijs van de Verenigde Naties voor de beste reportage uit het Midden-Oosten.

De Joodse Hannah Nadel belandt tijdens de Tweede Wereldoorlog als dienstmeisje in het Brusselse huis van de zus van Léon Degrelle en ontsnapt op die manier aan de gruwelen van de Jodenvervolging. Simone Korkus wekt dit onwaarschijnlijke verhaal tot leven, ontmoet Hannahs Belgische redders en toont hoe het leven in oorlogstijd heel wat grijze zones bevat. Terwijl Simone Korkus het leven van Hannah in Brussel reconstrueert, stuit ze op familie­geheimen en loopt ze ook aan tegen haar eigen vooroordelen. Want wat is waarheid in de manier waarop we naar anderen kijken en hun gedrag beoordelen? En hoe vervormt ons geheugen trauma’s zoals die na de Tweede Wereldoorlog?

Het dienstmeisje van Degrelle

is een opmerkelijk en persoonlijk verhaal dat tijdens de bezetting begint en doorloopt tot vandaag. ‘Waarheid, werkelijkheid en zeker begrip schuilen bijna altijd in de schaduw, de complexiteit, de tegenstelling. Dat is zelfs zo in een oorlog. Dat blijkt ook weer uit dit verhaal.’

CHRIS VANDER HEIJDEN

cover.indd All Pages

Het dienstmeisje Hoe Hannah Nadel van Degrelle de oorlog overleefde Simone Korkus

‘Een journalistieke thriller die oude zwart-witbeelden van het noodzakelijke grijs voorziet.’ MARCEL MÖRING

Hoe Hannah Nadel de oorlog overleefde Simone Korkus

29/08/17 16:24

Het dienstmeisje van Degrelle - Simone Korkus (fragment)  

De Joodse Hannah Nadel belandt tijdens WO II als dienstmeisje in het Brusselse huis van de zus van Léon Degrelle en ontsnapt op die manier a...