Page 1

Lubach - Vier.bw

04-02-2013

16:05

Pagina 3

Arjen Lubach

IV

Uitgeverij Podium Amsterdam


Lubach - Vier.bw

04-02-2013

16:05

Pagina 4

Deze uitgave kwam tot stand door bemiddeling van Sebes & Van Gelderen Literair Agentschap te Amsterdam. © 2013 Arjen Lubach Omslagontwerp Studio Jan de Boer Foto omslag Christophe Dessaigne/Trevillion Images Typografie Ar Nederhof i s b n 978 90 5759 584 4 Verspreiding voor België: Elkedag Boeken, Antwerpen www.uitgeverijpodium.nl www.arjenlubach.nl


Lubach - Vier.bw

u

04-02-2013

Deel I

16:05

u

Pagina 5


Lubach - Vier.bw

04-02-2013

16:05

Pagina 6


Lubach - Vier.bw

04-02-2013

16:05

Pagina 7

7:00 uur M a i s o n Ta c i t u r n e L e M u y, P r o v e n c e , Fr a n k r i j k

Joost Doorman is als eerste wakker. Zonlicht stroomt door de kier tussen de gordijnen de slaapkamer binnen. Ze zijn in Frankrijk, in het vakantiehuis van de familie van Elsa. Ze ligt naast hem en slaapt nog. Zo stil mogelijk stapt hij uit bed, kijkt in het campingbedje van Lars, hun zoontje van acht maanden, en is zoals elke dag weer opgelucht als hij hem ziet ademhalen. Lars ligt op zijn rug, zijn armpjes langs zijn oren uitgestrekt. Hij lijkt nog dieper in slaap dan zijn moeder. Joost sluipt naar de woonkamer. Hij opent de terrasdeuren en stapt naar buiten. Het is nu al warm. Rijen wijnranken werpen lange ochtendschaduwen op het gras, naar beneden, de heuvels af. Hij sluit kort zijn ogen en haalt diep adem. In de struiken naast het huis klinken nog een paar krekels. ’s Nachts brengen ze een inmiddels vertrouwde ruis voort die hem geruststelt: ik ben niet thuis. Als ik morgen wakker word, hoef ik niets. Hij houdt van dit tijdstip. Joost wrijft in zijn ogen, de nacht eruit, de dag erin. In de verte ligt de Middellandse Zee. Het lijkt zo vlakbij, denkt hij, de zee. Het is alsof je er zo naartoe kunt lopen, terwijl je er met de auto bijna anderhalf uur over doet. Een hagedis schrikt van zijn aanwezigheid en vlucht via de klimop het dak op. Het is hun eerste vakantie sinds de geboorte van Lars en de eerste keer dat Elsa hem heeft meegenomen naar het familiehuis in de Provence. Bij aankomst was zijn verbazing over het feit dat ze dat nog niet eerder had gedaan nog groter geworden. Het is een prachtig huis op een groot stuk grond. Het terras op het zuiden heeft een weids uitzicht met wijngaarden. In de afgelopen jaren zijn de aangrenzende stukken grond opge7


Lubach - Vier.bw

04-02-2013

16:05

Pagina 8

kocht door rijke Russen die hun tuinen hebben afgeschermd met hoge witte muren en beveiligingscamera’s. ‘Het is niet meer zoals vroeger,’ had Elsa gezegd. ‘Vroeger was het hier leeg.’ Joost heeft er geen last van. Dit huis kost ze niets en ze zijn eindelijk weg. Weg uit Amsterdam en weg van zijn humorloze collega’s bij het ontwerpbureau. Elsa heeft tot zijn tevredenheid haar laptop thuisgelaten. Zo moet ze zich wel overgeven aan de vakantie. Geen lange mails beantwoorden, geen lastminuteresearch doen voor de definitieve versie van haar proefschrift. Deze weken zijn perfect: alleen zij, hij, Lars en het vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Het had hem wel wat moeite gekost haar te overtuigen. ‘Het moet nu,’ had hij gezegd. Elsa was net thuisgekomen. Ze was doorweekt van de regen en stroopte haar broek af in het halletje van hun huis in de Watergraafsmeer. Lars huilde. ‘Het moet echt nu. Het duurt anders weer maanden voor we tegelijk vrij kunnen krijgen.’ Joost had zo sneu geklonken dat Elsa erom had moeten lachen. ‘Hoeveel maanden?’ had ze gevraagd, terwijl ze haar haar afdroogde. ‘Zestig miljoen,’ was zijn antwoord. Ze lachte, pakte hem vast en zei: ‘Ik vraag aan mijn vader of we in het huis kunnen, goed?’ Nu ze hier een week zijn, ziet hij haar rustig worden. Haar schouders staan iets minder hoog, haar oogleden lijken minder zwaar. Ze slaapt langer, beter. Hij ook. Elsa wordt volgende week negenentwintig. Ze was bijna klaar met haar promotieonderzoek aan de wiskundefaculteit toen ze zwanger bleek te zijn. De vakgroep was er niet blij mee, maar omdat ze had beloofd zo veel mogelijk door te werken en vooruit te werken, had ze een goede regeling weten te treffen. Ze wilden haar niet kwijt. Hij denkt aan de avond op de universiteit toen hij was meegegaan naar een afscheidsreceptie van iemand uit haar vakgroep. ‘Er zijn weinig mensen zo getalenteerd als Elsa,’ had een dronken hoogleraar in zijn oor gefluisterd. ‘Hoe zij het Vermoeden van Goldbach benadert is werkelijk mind-blowing.’ 8


Lubach - Vier.bw

04-02-2013

16:05

Pagina 9

Joost had alleen maar trots kunnen knikken. Hoe briljant ze ook mocht zijn, Elsa was vooral zijn vriendin. En inmiddels ook de moeder van hun kind. Haar gezicht is nog rimpelloos, haar lichaam heeft zich na een paar maanden bijna volledig hersteld van de zwangerschap, alsof er niets is veranderd. Aan de andere kant van het huis stopt een auto. Een autoportier gaat open en dicht en de auto rijdt dan weer door. Joost loopt om het huis heen. De bestelwagen verdwijnt net om de hoek. Bij de voordeur ligt een papieren zak. Zoals elke dag de afgelopen week; twee croissants, één baguette. Dan hoort hij Lars huilen. Als Joost om het huis is gelopen is het ineens stil. Elsa komt hem slaperig tegemoet in T-shirt en onderbroek. Zij draagt Lars in haar armen. Haar ogen zijn nog halfdicht van de slaap. ‘Goedemorgen,’ zegt zij zonder volume. ‘Goedemorgen, luiaard,’ zegt hij en stapt naar binnen met het brood. Elsa loopt het terras op, neemt plaats op een van de ligstoelen. Joost ziet haar zitten door het raam. Hij ziet de zon op haar lijf, haar hand om het hoofdje van Lars. Vanaf de zee waait een zachte wind. Ze sluit kort haar ogen. ‘Wat zullen we gaan doen vandaag?’ vraagt Joost als hij weer buiten staat met glazen sinaasappelsap op een dienblad. ‘Waar denk je aan?’ zegt Elsa. ‘Naar een hippe strandtent? Met Franse chicks flirten?’ Joost lacht. ‘Ik weet niet. Naar een zeeaquarium? Een middeleeuws stadje?’ ‘Nee,’ zegt Elsa. Ze trekt een vies gezicht. ‘Liever niet.’ ‘Wil je helemaal niets?’ ‘Jawel.’ Ze pakt zijn hand. ‘Dat jij straks een salade maakt. Met noten en geitenkaas. En dat ik mijn boek uitlees. En dat het dan voor we het weten weer avond is. Dat wil ik het liefst.’ Joost knijpt in haar schouder en draait zich om, klaar voor de dag die volstrekt anders zal verlopen.

9


Lubach - Vier.bw

04-02-2013

16:05

Pagina 10

7:50 uur Provinciale weg, Maartensdijkse Bossen, Nederland

De auto rijdt hard. Jacob zit naast de bestuurder, stuurt mee met de bochten in de weg. Hij is kalm, beheerst. Althans, zo lijkt het. Vanbinnen klinkt de mantra dat hij zich jaren geleden heeft aangeleerd: rustig ademen, het is goed. Het was niet voor niets. De adrenaline stroomt nog door hem heen. Ergens knaagt een sluimerend schuldgevoel. Vanmorgen hebben ze iemands leven beëindigd. De roostertjes van de airco staan open. Jacobs gezicht wordt droog geblazen. Hij voelt de kou over zijn grijze, gemillimeterde haar trekken. Wij bewaken de orde, denkt hij. Daarbij passen geen emoties. Hij slikt. De bestuurder draagt handschoenen. Hij tikt zijn richtingaanwijzer aan. Een derde man zit achterin, met een dokterstas op zijn schoot. Op het laatste moment slaan ze af, tussen twee grote eiken door. De auto stopt abrupt. Jacob kent de manoeuvre, hij is niet verrast. De chauffeur opent het raampje aan de bestuurderskant en drukt een chipkaart tegen het zwarte kastje dat aan een paal bevestigd zit. Klamme lucht stroomt door het open raam naar binnen. Een camera boven het hek draait in de richting van de auto. Uit een luidsprekertje klinkt een metalen stem: ‘Ja.’ Jacob schraapt zijn keel. Hij buigt in de richting van het raampje, komt ongemakkelijk dicht bij de man achter het stuur. Het blanke leer van de autostoel kraakt. ‘Leger van Drie,’ zegt Jacob met zijn lage schorre stem. ‘Code?’ vraagt de luidsprekerstem. ‘Iseran,’ antwoordt Jacob. ‘Secundaire bevestiging?’ Jacob knikt naar de bestuurder van de auto. 10


Lubach - Vier.bw

04-02-2013

16:05

Pagina 11

De man met de handschoenen leunt naar buiten. ‘Nivolet,’ antwoordt hij. De derde, kleine man achterin met zijn dokterstas wil zich naar voren buigen, maar voor hij iets heeft kunnen zeggen klinkt de stem: ‘Ja, het is goed, hoor.’ Het hek opent langzaam. De automaat versnelt, de oprijlaan op, langs de bomenrij. Ze passeren het grote huis dat vanaf de weg te zien is, het kantoorgebouw van Kibubu Vastgoed. De oprijlaan gaat over in een smalle onverharde weg. De zon staat nog laag en weerspiegelt in het water van de vijver achter het landhuis. Achter de auto stuift het zand op. Jacob voelt de acceleratie in zijn maag. Niet misselijk worden nu, denkt hij. Straks. Als je verslag hebt gedaan, wat hebt gegeten en in bed ligt. Als je hebt verteld wat er is gebeurd. Daarna mag je misselijk worden. Dan ben je weer onderdeel van het gewone leven. Jacob kijkt op zijn horloge. Het is nu twee uur geleden. Hij was om vier uur opgestaan en op het moment dat hij besloot dat Marcus Ruys beter dood kon zijn dan levend zat hij volledig in zijn rol. Ze hadden de oude professor verrast. Hij, de chauffeur en de man met de dokterstas. Het huis van Ruys was lastig te vinden. Het lag verscholen tussen een rij huizen aan de Tesselschadestraat en het voetpad langs het oostelijke stukje Vondelpark in Amsterdam. Pas na een kwartier hadden ze het huis gevonden. Jacob had verwacht dat professor Ruys in zijn bed zou liggen, maar in plaats daarvan zat hij volledig gekleed in zijn werkkamer. Hij droeg zelfs een stropdas – alsof hij bezoek verwachtte. Hij zat in opperste concentratie achter zijn bureau. Jacob was even uit het lood geslagen, maar hij had zich algauw hersteld. Ruys had niet meegewerkt. Dat viel te verwachten, er stond veel op het spel. Marcus Ruys was oud, hij had niet de leeftijd waarop mensen meewerken. Ze hadden meerdere malen gevraagd waar de brief was, maar Ruys had gezwegen. Daarna had Jacob de man met de dokterstas gewenkt. ‘Wees blij dat u een injectie krijgt, professor Ruys,’ had hij gezegd. ‘Een schotwond is pijnlijker. Maar dit is een stuk lastiger te traceren.’ De professor had niets gezegd waar ze iets aan hadden. Hij had niet 11


Lubach - Vier.bw

04-02-2013

16:05

Pagina 12

geantwoord op de eerste vragen, niet op de dwingende vragen en ook nu hij een dodelijke injectie in zijn been kreeg toegediend zweeg hij. Dit was een van de twee mogelijkheden geweest die ochtend. Of professor Ruys had hun verteld waar Jacob op hoopte, of hij had niets gezegd en Jacob en de anderen zouden hem achterlaten nadat ze ervoor gezorgd hadden dat Ruys geen schade meer kon aanrichten. ‘Het is jammer dat u niet mee wilde werken. Het had ons allemaal veel gedoe bespaard.’ Daarna richtte hij zich tot de collega met de dokterstas. ‘Ga je gang.’ Jacob kende de werking van het gif. De geïnjecteerde vloeistof zou na een paar minuten grip krijgen op de bloedbaan. Binnen een paar minuten groeide er een gifboom in het oude lichaam tegenover hem. Vertakking na vertakking, ader na ader. De dood die omhoog kruipt. ‘Welnu,’ zei Jacob toen de jongere collega Ruys de injectie had toegediend. ‘Hier is nog een tweede injectiespuit, professor. Eentje die dit alles weer ongedaan maakt. Ik verlos u met veel plezier van wat er op dit moment in uw lichaam gebeurt.’ Ruys schudde zijn hoofd. Zijn benen trilden. ‘Uw laatste kans,’ zei Jacob. ‘Denk aan uw dochter.’ Weer schudde Ruys zijn hoofd. ‘Nee,’ zei hij resoluut. Jacob schudde geïrriteerd zijn hoofd. ‘Mijn opdrachtgever had u graag ontmoet.’ Hij keek streng. Hij vond het belangrijk dat er niemand twijfelde aan zijn ernst. Als mensen het vermoeden zouden kunnen krijgen dat hij het niet meende, zouden ze de verkeerde beslissingen kunnen nemen. Hij keek naar de professor. Ruys weet alles al, dacht Jacob. Als geen ander. Misschien wel beter dan wie dan ook. Hij is volledig op de hoogte. De collega die de tweede injectiespuit terug stopte in zijn tas keek afwachtend naar Jacob, die op zijn beurt weer naar de professor keek. ‘Laatste kans,’ zei Jacob. ‘Waar is het?’ Marcus Ruys zweeg. Hij schudde zijn hoofd langzaam. Jacob sloot geërgerd zijn ogen en draaide zich om. Ze liepen naar buiten.

12


Lubach - Vier.bw

04-02-2013

16:05

Pagina 13

De banden klappen op een wildrooster op het landgoed, maar de auto mindert geen vaart. Achter een rij bomen verschijnt een tweede landhuis. Jacob kijkt naar het pand. Over een uur staan hier auto’s van managers, secretaresses en investeerders. Dure auto’s van mensen op zoek naar nog meer geld. Mensen die hij nooit spreekt, amper ziet. Ze rijden door naar de achterkant. Zij komen niet voor Kibubu Vastgoed, alhoewel iedereen aan de weg dit zal denken. Grote zwarte auto’s bij een verlaten fabriek: dat valt op. Grote zwarte auto’s bij een beursgenoteerd bedrijf, daar stelt niemand vragen over. Achter het huis duikt de auto een ondergrondse garage in. ‘Ik ga even alleen,’ zegt Jacob als hij uitstapt. De anderen gehoorzamen. De hiërarchie werkt alleen als niet iedereen overal van op de hoogte is, denkt hij. Alhoewel het waarschijnlijk niets had uitgemaakt als ze wel mee waren gegaan, was het beter zo. Zo werken ze harder, blijven ze trouwer en hebben ze nog iets om naartoe te werken: dat ze bij alle gesprekken aanwezig mogen zijn. Binnen moet hij een half uur wachten. Dat is de afspraak. Nooit tegelijk arriveren. Nooit samen op de foto. Altijd ontkennen dat je elkaar kent. Jacob is nerveus. Na een lang half uur stapt Vier eindelijk de kamer binnen. Hij glimlacht en steekt zijn hand uit. Jacob staat onmiddellijk op, trekt zijn jasje naar beneden en schudt de hand van zijn baas. ‘Zo,’ zegt Vier. ‘Is het geregeld?’ Vier wijst naar de stoel. Hij draagt een pak. Duur, donkerblauw. Geen stropdas. Er zitten rode vlekken in zijn nek. Jacob heeft hem al ettelijke malen ontmoet, maar er blijft een enorme afstand. Dit is de verhouding en die zal zo blijven, weet hij. In geblindeerde kamers, op gezette tijden, met een beveiliger voor de deur. Voor Jacob kan antwoorden gaat Vier verder. ‘Bedankt voor je inzet,’ zegt hij. ‘Je weet dat ik dat waardeer, toch?’ ‘Dat weet ik. Dank u wel.’ ‘Goed. Ter zake. Hoe ging het?’ Probeer te focussen, denkt hij. Dit is niet het moment om je over te geven aan lichamelijk ongemak. Toch kost het moeite om niet steeds 13


Lubach - Vier.bw

04-02-2013

16:05

Pagina 14

uit te rekenen hoeveel uur hij heeft geslapen de afgelopen weken. De afgelopen jaren. ‘Niet zo goed,’ zegt Jacob. ‘Niet?’ ‘Nee.’ ‘Informatie of eliminatie?’ vraagt Vier. ‘Eliminatie helaas,’ zegt Jacob. ‘Verdomme!’ vloekt Vier. Hij slaat op tafel. De glimlach is verdwenen. De glazen water trillen. Jacob vertrekt geen spier. Hij wist dat dit de reactie zou zijn. ‘Het spijt me,’ zegt Jacob. ‘Zelfs na de injectiemethode?’ ‘Zelfs toen.’ Vier draait zich om, kijkt nu naar de blinde muur. ‘Verdomme!’ roept Vier weer. ‘En nu?’ Jacob zwijgt. Hij weet dat het niet zijn schuld is. Dat weet Vier ook. Het is de schuld van Ruys, die overnieuwsgierige bejaarde professor die niet wilde praten. Die liever wilde sterven in zijn onvindbare huis bij het Vondelpark, dan terug te geven wat hij nooit had moeten hebben. ‘Heb je zijn huis doorzocht?’ ‘Ja. We hebben buiten gewacht en zijn weer teruggegaan.’ ‘En?’ ‘Op zijn telefoon zagen we dat hij vlak voor onze komst een nummer had gebeld. In Amsterdam.’ Jacob scheurt een bladzijde uit zijn notitieboekje en schuift het naar Vier. ‘Goed. En verder?’ ‘Nadat we weg waren gegaan en het gif zijn werk deed, heeft hij nog iets achter willen laten. Dit lag op zijn bureau.’ Jacob steekt zijn hand in zijn binnenzak en haalt er iets uit. Het is een beproefde methode. Krabbels op tafelbladen. Sleutels voor kluizen. Bekentenissen over lang vergeten zonden. In het aanzicht van de dood komt er van alles tevoorschijn. ‘Ik weet niet of het iets is,’ zegt hij. ‘Maar de ervaring leert dat dit 14


Lubach - Vier.bw

04-02-2013

16:05

Pagina 15

soort pre-mortemnotities waardevolle informatie bevatten.’ Jacob weet dat het goed klinkt. Dit is waarom hij de tweede man is geworden. Vier kijkt geïnteresseerd naar de volgekrabbelde envelop die voor hem ligt. Jacob is opgelucht. Er is nog een lijntje. Het is nog niet voorbij. Vier kan tevreden zijn, ook al was het niet de manier waarop ze het hadden willen oplossen. ‘Dankjewel. Blijf even zitten,’ zegt Vier terwijl hij de envelop bestudeert. ‘Zo te zien zit je werkdag er nog niet op.’

15


Lubach - Vier.bw

04-02-2013

16:05

Pagina 16

9:00 uur M a i s o n Ta c i t u r n e L e M u y, P r o v e n c e , Fr a n k r i j k

Elsa heeft gedoucht en opent de luiken van het huis. Ze gooit de ontbijtresten in de container bij de buitendeur. De tegels in de keuken zijn nog prettig koel onder haar blote voeten. Op het kookeiland in het midden van het ruime vertrek zet ze een espressopot op het fornuis. ‘Jij nog koffie?’ roept ze in de richting van het terras. Joost reageert niet. Het keukengedeelte van het huis was ooit een oude boerderij, weet Elsa. Dit is het oudste stuk van het huis. Ooit was het een hele woning, nu alleen een keuken. Ze herinnert zich dat haar vader dat vertelde, dat een heel boerengezin in deze ruimte woonde. De muren zijn van grof gestapelde stenen, gevoegd met zand en kalk. Het huis is in fases uitgebreid. De vertrekken zijn naar het oosten toe steeds nieuwer. Het is een prettig huis. Als kind was ze betoverd door alle gangetjes, trappetjes, vertrekken en kelders, maar naarmate ze ouder werd ging ze zich vervelen. De laatste jaren waren er altijd betere vakantiebestemmingen te bedenken. Interrailen met vriendinnen, India ontdekken, Afrika zien met Joost. Nu ze hier weer terug is begrijpt ze eigenlijk niet dat ze het de laatste jaren heeft gemeden. Wanneer er geen familieleden zijn wordt het huis onderhouden door Pierre en Valerie, een echtpaar uit het dorp. Pierre is een gepensioneerde elektromonteur die volgens Elsa’s vader de laatste veertien jaar niet meer nuchter is geweest. Toch lijkt hij zich goed van zijn taak te kwijten, alhoewel hij soms een fles op tafel laat staan of een bloemperk meeneemt tijdens het grasmaaien. Dit keer had er bij binnenkomst een kist met gereedschap in de gang gestaan, waar Joost tot Elsa’s vermaak onhandig over was gestruikeld. ‘Joost?’ roept ze nog eens. Weer geen reactie. 16


Lubach - Vier.bw

04-02-2013

16:05

Pagina 17

Elsa loopt naar buiten. Daar ligt Joost op een ligstoel. Lars ligt op zijn buik. Ze slapen allebei weer. Elsa glimlacht. Zij loopt naar ze toe en woelt door het haar van haar vriend. ‘Draak, wil je koffie?’ Joost zucht en rekt zich uit, met één hand, de andere klemt hij stevig om het babyjongetje. ‘Lekker.’ Elsa draait zich om en loopt naar binnen. Ze neuriet een liedje waar ze de tekst van is vergeten. Op een kastje in de kamer liggen hun portemonnees en mobiele telefoons. In het voorbijgaan ziet Elsa het scherm van haar telefoon oplichten. Een voicemailbericht. Tijdens het inschenken van de koffie klemt ze de telefoon tussen haar oor en schouder en luistert ze het bericht af. Een mannenstem, een beetje haperend vanwege de slechte ontvangst. ‘Mevrouw Ruys? U spreekt met Veen, recherche, politie Amsterdam-Amstelland. Zou u mij zo spoedig mogelijk terug willen bellen? Er is iets belangrijks waarvan ik u op de hoogte moet stellen.’ Hij noemt een 06-nummer. Elsa zet de koffiepot op het aanrecht en loopt weer naar buiten. Ze fronst. ‘Wat is er?’ vraagt Joost voor ze iets kan zeggen. ‘Politie op mijn voicemail,’ zegt ze. ‘Een rechercheur.’ Ze kijkt hem vragend aan, alsof Joost het antwoord op haar vragen zou hebben. ‘Politie?’ zegt hij. ‘Hoezo? Wat willen ze?’ ‘Geen idee,’ zegt Elsa. ‘Of ik terug wil bellen.’ Elsa loopt naar het hoekje van het terras waar het bereik het beste is en ze belt het nummer dat ze net heeft gehoord. Het kost haar bijna geen moeite telefoonnummers te onthouden. De meeste nummers zijn voor haar wat woorden voor anderen zijn: een verzameling tekens die vooral door associatie makkelijk te onthouden zijn. Ze ziet een reeks sommen. Of twee bekende priemgetallen achter elkaar geplakt. Of een telefoonnummer van iemand anders, met één cijfer verschoven. Of een klein stukje pi, aangevuld met haar huisnummer. ‘Veen,’ zegt een stem. De man klinkt dichtbij. 17


Lubach - Vier.bw

04-02-2013

16:05

Pagina 18

‘Met Elsa Ruys.’ ‘Goed dat u belt,’ zegt Veen. ‘Het gaat over Marcus Ruys. Is dat uw vader?’ ‘Ja?’ De stem aarzelt even. ‘Ik ben bang dat ik slecht nieuws voor u heb.’ Elsa schrikt. Een hartaanval, denkt ze. ‘Is er iemand bij u?’ Elsa kijkt naar Joost. ‘Ja.’ ‘Het spijt me u te moeten vertellen dat uw vader niet meer leeft,’ zegt Veen. Elsa houdt zich vast aan een stoel in de hoek van het terras. ‘Oké,’ zegt ze kalm. Elsa probeert de tegenslagen in het leven stoïcijns te incasseren. Het is kansberekening. De meeste mensen op haar leeftijd hebben vaders van in de zestig, mannen die bijna met pensioen gaan. Haar vader was al in de vijftig toen hij haar kreeg en is nu bejaard. Oude vaders sterven eerder dan jonge vaders. Ouders sterven sowieso eerder. Ooit moet je eraan geloven. Naarmate de tijd verstrijkt is dit soort nieuws steeds onontkoombaarder. Als hij haar van school kwam halen waren er elk jaar weer kinderen geweest die vroegen of hij haar opa was. Ze zucht. ‘Daar was ik al bang voor,’ zegt ze. ‘Hij was al oud.’ ‘Ja,’ zegt de rechercheur. Hij aarzelt even. ‘Het spijt me, maar dat is nog niet alles.’ ‘Wat bedoelt u?’ vraagt Elsa. Haar vader is dood. Is dat nog niet genoeg? ‘Hij is om het leven gebracht.’ Joost is naast haar komen staan. Hij heeft een half slapende Lars op zijn arm. Zij heeft het niet gemerkt. Hij legt een arm om haar schouder. ‘Mevrouw Ruys?’ vraagt de rechercheur. ‘Bent u daar nog?’ ‘Ja,’ zegt Elsa. Het uitzicht wordt wazig. ‘Heeft u mij verstaan?’ ‘Ja.’ 18


Lubach - Vier.bw

04-02-2013

16:05

Pagina 19

‘Er is iemand bij u, zei u toch?’ ‘Ja.’ Ze antwoordt mat. Ja, ze heeft hem verstaan en ja, er is iemand bij haar, maar verder is er niets. Het bericht over haar vader heeft haar gelanceerd. Ze voelde de grond verdwijnen. Nu doet ze een poging weer te landen en te begrijpen wat de man aan de telefoon tegen haar zegt. ‘Goed zo. We zouden u willen vragen naar het bureau te komen.’ ‘Oké,’ zegt Elsa. ‘Ik zit alleen nu in Frankrijk.’ ‘Lukt het u naar Amsterdam te komen?’ ‘Wacht even, hoor,’ zegt Elsa, alsof het nieuws opnieuw binnenkomt. Ze draait zich om en tuurt naar de zee in de verte. ‘Is mijn vader echt dood?’ ‘Wat?’ fluistert Joost. Hij fronst. ‘Ik ben bang van wel,’ zegt Veen. ‘Marcus Ruys? Professor Ruys?’ ‘Ja.’ ‘Dit moet een misverstand zijn. Om het leven gebracht? Door wie in godsnaam?’ ‘Het spijt me,’ zegt de rechercheur. ‘Kunt u hiernaartoe komen?’ ‘En hoe dan? Hoe kan zoiets? Is hij niet gewoon gevallen of zo? Kan het niet een vergissing zijn?’ ‘Als u hiernaartoe komt kunt u ons helpen en zal ik alles vertellen wat we weten.’ Elsa kijkt naar Joost. Lars wordt weer wakker en begint te huilen. ‘Mevrouw Ruys. Dit is heel belangrijk. We krijgen uw moeder niet te pakken.’ ‘Ze zijn gescheiden,’ zegt Elsa afwezig. ‘Ze spreken elkaar bijna nooit meer.’ ‘Kunt u naar Amsterdam komen?’ ‘Ja,’ zegt Elsa. ‘Natuurlijk. Ik kom zo snel mogelijk.’

19

Arjen Lubach - IV  
Advertisement