Page 50

thema | wonen

N

ee, je dénkt maar dat het leven daar nog leuker is. Maar op vakantie lijkt alles mooi.” Of: “Let maar op, als je daar echt zou wonen, was het andere koek. Je zou gék worden van eenzaamheid.” Nog zo een: “Joh, Nederland is ook prachtig. Echt, ga maar eens een weekendje op de Wadden kijken.” Ik heb ze allemaal gehoord. Zo vaak dat ik er niet eens meer op reageer. Halsstarrig blijf ik van mening: Nederland is niet mijn land. Steevast begin ik op de laatste dag van mijn vakantie mokkend aan de terugreis. Begrijp me niet verkeerd, ik ben verre van ongelukkig. Ik ben dol op mijn familie en vrienden en heb geweldige collega’s. Maar kon ik ze morgen allemaal inpakken en in een vliegtuig zetten, dan zaten we overmorgen in Amerika en kwamen we nooit meer terug. Ik voel me namelijk wél thuis in Moab, een kurkdroog woestijndorpje in Utah. Zo thuis dat vriend Peter en ik er twee jaar geleden een huisje kochten. Maar hoe aanlokkelijk het ook is, emigreren gaan we voorlopig niet. De belangrijkste reden om hier te blijven is Nina, Peters dochter. Geen haar op haar hoofd die met ons mee wil naar een of ander raar Amerikaans dorp. Besloten wij de stap toch te zetten, dan zou ze niet eens te dwingen zijn. Nina woont namelijk het grootste deel van de tijd bij haar moeder. Wij blijven dus in Nederland. Want je kind achterlaten, dat doe je niet snel. Er zijn genoeg ouders die een emigratie uit- of afstellen omdat zij hun kinderen de enorme cultuurshock niet willen aandoen. Terecht? Duizenden Nederlandse gezinnen trekken elk jaar de deur van hun huis wél voorgoed achter zich dicht om het over de grens opnieuw te proberen. En duizenden Nina’s gaan mee, of ze nou willen of niet. Gevoed door mijn eigen gefantaseer over weggaan, volgde ik de afgelopen jaren alle seizoenen van Ik Vertrek waarin emigrerende Nederlandse gezinnen worden gevolgd. Veel van hun wanstaltig slecht voorbereide avonturen – waar ze ongetwijfeld uiterst nauwkeurig op worden geselecteerd – waren nou niet echt jaloersmakend. Dat maakt het kijken tenslotte leuk. Maar er was ook iets anders wat me opviel aan het gros van de afleveringen: kinderen spelen nooit een

50

|

VERTREK NL NOVEMBER 2012

grote rol. Onterecht. Als je het mij vraagt, zijn zij minstens zo interessant als hun ouders. Want hoe doe je dat, een nieuw leven opbouwen op een plek waar niet jij maar je vader en moeder zo nodig moeten gaan wonen? Het eerste kind dat vrijwillig met een overtuigend emigratieplan richting ouders stapt, moet ongetwijfeld nog geboren worden. Kom er ook maar eens op: je huis, je school en je vrienden achterlaten terwijl je nog te jong bent om precies te weten waar je thuishoort, wat voor dingen je gelukkig maken en wat er eigenlijk mis is met Nederland. Die arme kinderen, die moesten toch doodongelukkig zijn. Ze verdienen een boek, besloot ik. Blijkbaar vonden ze dat zelf ook. Want binnen een mum van tijd had ik elf emigrantenkinderen bereid gevonden hun verhaal te delen.

Geen geslaagde verrassing Er waren er een paar die de wilde plannen van hun ouders juichend hadden aangemoedigd. Neem Bloem van Praag (15). Bij haar thuis wordt elke beslissing in uitgebreid overleg genomen. Toen haar reislustige ouders opperden om twee jaar met een oude landrover de halve wereld rond te rijden,

sprong ze een gat in de lucht. In de twee jaren die volgden, konden zelfs malaria en een auto-ongeluk in de woestijn de pret niet drukken. Momenteel vermaakt het gezin zich opperbest in het Zuid-Spaanse dorpje Montefrio. En nog altijd zou de ontheemde Bloem haar ouders zonder twijfel volgen. “Als ze morgen zeggen dat we weer gaan, pak ik mijn koffer. Ik ben thuis op het dak van die landrover.” Ook Moon de Winter (15) kan de reisdrift van haar vader en moeder, schrijverskoppel Jessica Durlacher en Leon de Winter, wel waarderen. Toen die een paar jaar geleden besloten naar het Amerikaanse kustplaatsje Malibu te verhuizen, was ze dolblij. “Ik dacht niet eens aan heimwee krijgen, ik vond het een groot avontuur.” Maar verreweg de meeste kinderen hadden de plannen van hun ouders niet bejubeld. Ties Prins (13) bijvoorbeeld. Hij woont sinds een jaar of drie in Christchurch, de grootste stad op het Nieuw-Zeelandse Zuidereiland. Je hoeft die plaats maar te googelen om te concluderen dat de verhuizing een grote overgang was. Want in de tijd dat Ties zijn nieuwe thuis aan het ontdekken was, kreeg

Ties: “Ik wil hier graag nog een hele tijd blijven rondhangen”

Ties

vnl-8-12-voor-web  
Advertisement