Issuu on Google+


Spaghetti met hutspot hoe het jongste zusje verstrikt raakte in een Italiaanse familiehiĂŤrarchie

Sandra Di Bortolo


Colofon © 2012 Uitgeverij Mooi Media, Haren Alle rechten voorbehouden. ISBN: 978-90-816970-8-8 NUR: 301

Tekst Coverontwerp Opmaak Druk

Sandra Di Bortolo Studio Boot, ‘s-Hertogenbosch Evelien Veenstra BowPrint International BV – www.bowprint.nl

Eerste druk, 2012

www.uitgeverijmooimedia.nl

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt en/of verspreid zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. De uitgever is niet aansprakelijk te stellen voor eventuele feitelijke onjuistheden. De personages uit dit boek zijn fictief. Iedere overeenkomst met werkelijk bestaande personen berust slechts op toeval.


Dedicatio Sandra

Experimentele wetenschap Als kind liep ik vaak weg om de oudste op de proef te stellen ik kon niet weten wat ik zeker wist daarboven is er niets, daarboven is er niets ik vond het prachtig ik sloot het raam, om de hemel gerust te stellen mijn grote broer deed niet aan wetenschap, wist weinig over de eigenschappen van ontreddering, ‘want het is zo, dus moet het zo zijn’ ook toen ik niet terug keerde

Hedwig Selles, 2011


4


18 februari 2010 Vandaag is het donderdag. De achttiende. Het is precies een jaar geleden dat haar moeder overleed. Silvana loopt een beetje weemoedig door het huis. Omdat ze deze week late dienst heeft, lag ze gisterenavond pas laat in bed, en is daarom wat later dan gewoonlijk opgestaan. In haar badjas, op haar pantoffels, loopt ze zonder nadenken naar de koffiemachine. Koffie, het eerste waar ze ’s morgens behoefte aan heeft. Daarna, zoals altijd, het journaal kijken en dan pas douchen en aankleden. Het is een rare dag. Op deze dag, achttien februari, is haar moeder gestorven. En de periode die daarop volgde, was misschien nog wel ingrijpender dan het overlijden zelf. Het afgelopen jaar stond immers in het teken van verlies, in de ruimste zin van het woord. Ze krijgt een brok in haar keel wanneer ze terugdenkt aan haar gesprek met Franco, drie dagen geleden. De afstand die ze toen voelde, de onoverbrugbare kloof die tussen haar en haar oudste broer Franco is ontstaan, was ineens bijna tastbaar. Eigenlijk voerde hij als familieoudste het woord namens de hele familie. Wanneer ze een slok van haar koffie neemt hoort ze de brievenbus klepperen. Met haar kopje in de hand loopt ze naar de gang. Behalve een blauwe envelop van de belastingdienst ziet ze een witte. Ze schrikt. Ze leest haar naam in, zo lijkt het wel, het handschrift van Franco. Met bonzend hart loopt ze terug naar de bank en opent nerveus de envelop. “Silvana,” zo opent de brief. En daarna niets. Helemaal

5


niets. Geen woord. Een lege brief met alleen maar zijn naam daaronder. “F.A.G. Scaglione�. De tranen die al dicht aan de oppervlakte lagen, glijden geruisloos over haar gezicht. Hij heeft haar blijkbaar niets meer te zeggen.

6


EEN 18 februari 2009 Zodra de telefoon gaat weet ik het. Ik laat de telefoon vier keer overgaan. Vijf keer. Net alsof ik daarmee de onvermijdelijke waarheid kan uitstellen. Ik weet dat het Franco is. Ik weet waarom hij belt. Hij belt me om te vertellen dat mijn moeder is overleden. “Met Franco.” En ondanks dat ik het al weet, zegt hij het toch. Alsof het dan pas echt zo is. “Mama is dood.” “Oh, nee hè,” fluister ik, alsof er nog een ontkenning mogelijk is. Hij geeft geen antwoord. Ik had haar vanmorgen nog aan de telefoon. Toen ik het ziekenhuis belde, om te informeren hoe ze de nacht was doorgekomen. Ze is anderhalve week geleden voor een simpele operatie opgenomen geweest en moest na vijf dagen weer naar huis. Eenmaal thuis ging het snel bergafwaarts met haar. Ze at niet, dronk niet, en moest vervolgens met spoed weer worden opgenomen, nadat de huisarts had geconstateerd dat ze was uitgedroogd. Na twee dagen vertelde de internist ons dat het niet goed ging met haar. We moesten rekening houden met het ergste. Zelf had ze al aangegeven dat ze niet gereanimeerd wilde worden. “Wilt u haar zelf even?” had de verpleegkundige aan de lijn gevraagd. “Ze zit hier naast me.” Ze had het op een manier gezegd alsof mijn moeder gezellig met haar aan

7


het kletsen was. Maar ik wist dat dat niet zo was. Mijn moeder zat niet meer. Ze lag alleen nog maar. De behulpzame verpleegkundige had de telefoon aan mijn moeder gegeven. Ik hoorde een hoop gedoe op de achtergrond, en gekraak door het schuren van stof langs de hoorn. Daarna hoorde ik de gebroken stem van mijn moeder. “Hallo Sil, ben jij het?” Ik kreunde inwendig. Dit was niet de stem van mijn moeder, zoals ik haar kende. Mijn moeder was altijd sterk en energiek. “Luister, meisje. Ik wil dat je goed luistert naar wat ik je nu ga zeggen.” Ik hoorde dat ze moeite had met ademhalen. “Koester wat jullie hebben, liefje. Blijf van elkaar houden. Laat elkaar niet los.” Ik hield mijn adem in, wetende dat dit de laatste boodschap was die ze me wilde geven. Ik knikte alleen maar. Op dat moment wist ik dat ze die dag zou sterven. Het leek minuten te duren voordat de verpleegkundige begreep dat mijn moeder doodmoe was. Eindelijk nam ze de telefoon terug en zei: “Het wil niet zo, hè? Maar het gaat best goed met haar, hoor.” Liegbeest. “Ze heeft goed geslapen en het ziet er allemaal prima uit.” Liegbeest. “Ze heeft net geprobeerd wat te eten, maar dat wil niet zo lukken. Ze geeft aan dat ze niet wil, maar ja, ze zal toch moeten eten.” Ik had het stilzwijgend aangehoord, niet in staat om de afstand tussen mij en mijn moeder teniet te doen. Om namens haar het woord te doen. Om het voor haar op te nemen.

8


Ze hoefde niet te eten. Ze mocht best met een lege maag sterven. Ze had altijd heel goed geweten wat ze wel of juist niet wilde. Als ze aangaf dat ze niet wilde eten, dan at ze niet. Mijn moeder heeft zich nooit gemakkelijk laten overhalen om iets tegen haar wil te doen. Ook nu niet. Ze is gestorven met een lege maag. Later hoorde ik dat ze de rest van de ochtend niet meer aanspreekbaar was, totdat haar behandelend arts naast haar bed stond. Op dat moment had ze haar ogen geopend en helder en duidelijk tegen hem gezegd: “Ik wil niet meer.” Dat waren haar laatste woorden, voordat ze korte tijd daarna is gestorven. Ze wist tot het allerlaatste moment precies wat ze wilde. Met haar laatste woorden gaf ze te kennen dat ze klaar was met dit leven. Ik bewonder mijn moeder om haar wilskracht. Franco is mijn oudste broer. Aan hem de taak om de rest van de familie te informeren. Hij is als oudste zoon ongevraagd opgezadeld met het leiderschap over de familie. Volgens oud Italiaans gebruik is dat een vanzelfsprekendheid die niet in twijfel wordt getrokken. Door niemand. Kort nadat mijn vader overleed, werd dat door mijn oom Lorenzo, de jongere broer van mijn vader, nog eens fijntjes benadrukt. Tijdens de condoleance gaf hij mijn broer twee voor zich sprekende klapjes op de linkerwang. “Zo jongen. Nu ben jij de baas.” Oom Lorenzo kende als geen ander de ongeschreven Italiaanse wetten. De oudste zoon van zijn broer had het

9


vanaf dat moment voor het zeggen, daar viel niets op af te dingen. Ook niet door hem. Mijn oudere zus Carmen en ik zagen dit gebeuren en keken elkaar aan. “Nou, ik dacht het niet,” waren onze niet uitgesproken woorden. Onuitgesproken woorden die veelzeggend zijn voor de verstandhouding binnen onze familie. Franco is de baas, wee degene die dat in twijfel trekt. Matteo, als tweede zoon geboren in ons gezin, laat zich voornamelijk leiden door zijn vrouw Ellen, een zeer geëmancipeerde vrouw, die zich in geen geval laat sturen door de Italiaanse afkomst en de hiërarchische gebruiken binnen onze familie. Wanneer ik anderhalf uur later met mijn kinderen in het ziekenhuis aankom, zijn Franco en zijn zoons en mijn zus Carmen er al. Het is inmiddels bijna half twee. We treffen elkaar in de gemeenschappelijke ruimte tussen de beide vleugels op de eerste verdieping. Ergens in die gang ligt mijn levenloze moeder. Dat is een onwerkelijk gevoel dat als een zware deken op mijn schouders ligt wanneer ik mijn broer en zus begroet. Ik slik een pijnlijke brok in mijn keel weg en fluister iets onverstaanbaars. Ik zou graag willen huilen, maar Franco en Carmen huilen niet. Ik ook niet. Een vriendelijke verpleegkundige komt naar ons toe, en condoleert ons. “Wilt u een kopje koffie?” vraagt ze. “We zijn nog even met uw moeder bezig, u mag zo naar haar toe, hoor.” We staan allemaal wat ongemakkelijk bij elkaar en gaan dan uiteindelijk toch maar even zitten. Franco is de enige die blijft staan.

10


Spaghetti met hutspot - Inkijkexemplaar