Issuu on Google+

JURIDISCHE ASPECTEN VAN SAMENWERKEN BART GOOSSENS


INHOUD LIJST MET AFKORTINGEN__6 1 INLEIDING__7 2 ENKELE BEGRIPPEN__8 3 JURIDISCHE VORMEN VAN SAMENWERKING: “VAN OVEREENKOMST TOT VENNOOTSCHAP”__10 3.1 Inleiding__11 3.2 Niet elke contractuele samenwerking gebeurt in het raam van een vennootschap__12 3.3 Via een vennootschap__13 3.4 Welke vennootschapsvorm?__19 3.4.1 Overzicht__19 3.4.2 Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid__19 3.4.2.1 Algemene kenmerken__19 3.4.2.2 Maatschap__21 3.4.2.3 Tijdelijke handelsvennootschap (THV)__22 3.4.2.4 Stille handelsvennootschap__23

3.4.3 Onvolkomen vennootschappen met rechtspersoonlijkheid__24 3.4.3.1 Vennootschap onder firma (VOF)__24 3.4.3.2 Commanditaire vennootschap (Comm.V.)__24

3.4.4 Volkomen vennootschappen met rechtspersoonlijkheid__25 3.4.4.1 Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BVBA)__25 3.4.4.2 Coöperatieve vennootschap (CV)__26 3.4.4.3 Naamloze vennootschap (NV)__27 3.4.4.4 Commanditaire vennootschap op aandelen (Comm.VA)__28

Juridische aspecten van samenwerken Bart Goossens © 2011, Uitgeverij Minerva nv Ravensteingalerij 28, 1000 Brussel www.uitgeverijminerva.be Omslagontwerp en vormgeving binnenwerk: Emma Thyssen D/2011/11.161/133 ISBN 978-90-5487-962-6 NUR 827 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de uitgever

3.5 Rol van de deontologie__29 3.5.1 Algemeen__29 3.5.2 Advocaat__29 3.5.3 Architect__30 3.5.4 Geneesheer__34 4 SAMEN UIT, SAMEN THUIS__36 4.1 Algemeen__37 4.2 Voorkoop- en/of goedkeuringsregelen__43 4.3 Volgrecht__44 4.4 Volgplicht__45 5 INTREDE VAN NIEUWE LEDEN IN HET SAMENWERKINGSVERBAND__46 5.1 Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid__47 5.2 Onvolkomen vennootschappen met rechtspersoonlijkheid__47 5.3 Volkomen vennootschappen met rechtspersoonlijkheid__48 6 INTERNE WERKING VAN HET SAMENWERKINGSVERBAND__52 6.1 Wie neemt welke beslissingen?__53 6.1.1 Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid__53 6.1.2 Onvolkomen vennootschappen met rechtspersoonlijkheid__54 6.1.3 Volkomen vennootschappen met rechtspersoonlijkheid__55 6.1.3.1 Algemeen__55 6.1.3.2 Bestuursorgaan__56 6.1.3.3 Algemene vergadering van aandeelhouders__59


9.3.3 Onvolkomen vennootschappen met rechtspersoonlijkheid__97 9.3.4 Volkomen vennootschappen met rechtspersoonlijkheid__98

6.2 Welke rechten hebben de individuele leden van het samenwerkingsverband?__61 6.2.1 Algemeen__61 6.2.2 Vermogensrechten__61

9.3.4.1 Uitsluiting__98 9.3.4.1.1 CVBA__98 9.3.4.1.2 BVBA, NV, Comm.VA__99 9.3.4.2 Gerechtelijke ontbinding__100

6.2.2.1 Winstverdeling __61 6.2.2.1.1 Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid__61 6.2.2.1.2 Vennootschappen met onvolkomen rechtspersoonlijkheid__62 6.2.2.1.3 Vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid__62 6.2.2.2 Recht op terugbetaling van de inbreng/liquidatiesaldo__62 6.2.2.2.1 Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid__62 6.2.2.2.2 Vennootschappen met onvolkomen rechtspersoonlijkheid__63 6.2.2.2.3 Vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid__63

9.4 (Vrijwillige) ontbinding__101 9.4.1 Algemeen__101 9.4.2 Loutere contractuele samenwerking__101 9.4.3 Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid__101 9.4.3.1 Vrijwillige ontbinding__101 9.4.3.2 Gronden voor beëindiging zonder wilsuiting van een vennoot__101

6.2.3 Lidmaatschapsrechten__63 6.2.3.1 Lidmaatschapsrechten met betrekking tot de algemene vergadering__63 6.2.3.1.1 Deelname aan de algemene vergadering__63 6.2.3.1.2 Stemrecht op de algemene vergadering__63 6.2.3.1.3 Informatie- en vraagrecht__64 6.2.3.1.4 Recht om de algemene vergadering bijeen te roepen__64 6.2.3.2 Onderzoek en controle__65 6.2.3.2.1 Individuele onderzoeks- en controlebevoegdheid van de aandeelhouder__65 6.2.3.2.2 Deskundigenonderzoek__65 6.2.3.2.3 Minderheidsvordering__66 6.2.3.2.4 Recht om de ontbinding van de vennootschap te vorderen__66 6.2.3.3 Voorkeurrecht bij kapitaalverhoging__66

9.4.4 Onvolkomen vennootschappen met rechtspersoonlijkheid__103 9.4.5 Volkomen vennootschappen met rechtspersoonlijkheid__104 9.4.5.1 Vrijwillige ontbinding__104 9.4.5.2 Andere beëindigingsgronden__104

9.5 In geval van continuïteit: scheidingsaandeel__105 9.5.1 Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid__105 9.5.2 Onvolkomen vennootschappen met rechtspersoonlijkheid__106 9.5.3 Volkomen vennootschappen met rechtspersoonlijkheid__106 9.5.3.1 CVBA__106 9.5.3.2 BVBA, NV, Comm.VA__106

9.6 In geval van discontinuïteit: vereffening__107

7 EXTERNE VERTEGENWOORDIGING VAN HET SAMENWERKINGSVERBAND__67 7.1 Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid__68 7.2 Vennootschappen met onvolkomen rechtspersoonlijkheid__70 7.3 Vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid__70

9.6.1 Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid__107 9.6.2 Onvolkomen vennootschappen met rechtspersoonlijkheid__107 9.6.3 Volkomen vennootschappen met rechtspersoonlijkheid__108

8 AANSPRAKELIJKHEID__73 8.1 Wie is waarvoor aansprakelijk?__74 8.1.1 Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid__74 8.1.2 Vennootschappen met onvolkomen rechtspersoonlijkheid__74 8.1.3 Vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid__75

8.2 Zijn we samen aansprakelijk?__80 8.2.1 Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid__80 8.2.2 Vennootschappen met onvolkomen rechtspersoonlijkheid__81 8.2.3 Vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid__81

8.3 Kan de (bestuurders)aansprakelijkheid worden beperkt of verzekerd?__82 9 EINDE VAN DE SAMENWERKING__86 9.1 Algemeen__87 9.2 Opzegging/uittreding__88 9.2.1 Loutere contractuele samenwerking__88 9.2.2 Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid__88 9.2.3 Onvolkomen vennootschappen met rechtspersoonlijkheid__90 9.2.4 Volkomen vennootschappen met rechtspersoonlijkheid__90 9.2.4.1 Opzegging__90 9.2.4.2 Uittreding__90 9.2.4.2.1 CVBA__90 9.2.4.2.2 BVBA, NV, Comm.VA__92

9.3 (Gedwongen) ontbinding/uitsluiting__96 9.3.1 Loutere contractuele samenwerking__96 9.3.2 Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid__97

•4•

•5•


HOOFDSTUK 1

LIJST VAN AFKORTINGEN BS

Belgisch Staatsblad

BW

Burgerlijk Wetboek

KB

Koninklijk Besluit

W.BTW

BTW-Wetboek

WIB 1992

Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992

W.Venn.

Wetboek van Vennootschappen

W. Kh.

Wetboek van Koophandel

Faill. W.

Faillissementswet

R.P.S.

Revue pratique des sociétés civiles et commerciales

RABG

Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent

AJT

Algemeen juridisch tijdschrift

T.R.V.

Tijdschrift voor rechtspersoon en vennootschap

T.B.H.

Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht

V&F

Vennootschapsrecht en fiscaliteit

J.L.M.B.

Revue de jurisprudence de Liège, Mons et Bruxelles

INLEIDING De huidige samenleving evolueert tegen een hoge snelheid en wordt met de dag complexer. Dit fenomeen treft niet alleen de samenleving in haar geheel, maar ook elk (minstens de meeste) aspect(en) ervan. Beoefenaars van een vrij of intellectueel beroep blijven hiervan niet gespaard. In hun respectievelijke domeinen worden zij elke dag geconfronteerd met de snelheid waarmee hun beroepsbezigheid, de kennis en technieken die voor de uitoefening ervan noodzakelijk zijn, veranderen, toenemen, … zowel in hoeveelheid als qua complexiteit. Ook de afnemers van hun diensten eisen steeds meer. Antwoorden zoals “ik zal het eens opzoeken” of “ik moet er even over nadenken”, worden niet meer aanvaard. Ook geduld is niet echt meer een deugd, zodat de vraag naar een onmiddellijke beschikbaarheid met de dag luider klinkt. Anderzijds wensen ook beoefenaars van een vrij of intellectueel beroep een kwaliteitsvol leven, waar tijd is voor gezinsleden, voor familie en vrienden, voor ontspanning, …. Bovendien wensen zij bepaalde risico’s die eigen zijn aan het zelfstandig ondernemen zoveel mogelijk te beperken. (Geïntegreerd) samenwerken kan een oplossing bieden om deze (conflicterende) eisen en verwachtingen met elkaar te verzoenen. Met dit boekje hoopt de auteur een eerste inzicht te geven in de mogelijke juridische structuren van samenwerken en de topics die aan bod (kunnen) komen wanneer een samenwerking juridisch vorm krijgt. Er wordt geen volledigheid nagestreefd, noch wordt elke uitzondering of nuance vermeld en toegelicht. Professioneel advies op basis van de concrete feiten blijft dus een noodzaak bij de uitbouw van een samenwerking. De auteur dankt Mr. Christopher Isenborghs en Mr. Natalija Antonic, beiden advocaat bij GSJ Advocaten, voor hun nuttige bijdragen.

•6•

•7•


HOOFDSTUK 2

Hierna volgen enkele begrippen die in dit boekje regelmatig zullen terugkomen: Het begrip “samenwerkingsverband” wordt in dit boekje gebruikt als gemeenschappelijke noemer voor alle mogelijke juridische vormen van samenwerking, van een loutere contractuele samenwerking tot de gezamenlijke oprichting van een naamloze vennootschap. Deze term is ook terug te vinden in de deontologische regelen van verschillende vrije beroepen. Voor de volledigheid merken we op dat dit begrip ook terugkomt in de naam van een vennootschapsvorm, namelijk het economisch samenwerkingsverband (“ESV”).

ENKELE BEGRIPPEN

De term “vennootschap” wordt aangewend voor min of meer complexe vormen van samenwerking die geregeld worden in het Wetboek van Vennootschappen. Zij zijn limitatief opgesomd in artikel 2 van het wetboek en voldoen alle – natuurlijk met de obligate uitzonderingen – aan de definitie van artikel 1, eerste lid van het wetboek. Zij worden opgericht door een contract tussen twee of meer personen. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (“BVBA”) is de uitzondering op deze pluraliteitsvereiste. Deze vennootschapsvorm kan door één persoon worden opgericht.1 Deze personen (de “vennoten” of “aandeelhouders”) komen overeen iets in gemeenschap te brengen (de “inbreng”). Zij doen dit niet zomaar. Zij willen hiermee één of meer nauwkeurig omschreven activiteiten verrichten (het “statutair doel”) (ook de “statutaire specialiteit” geheten). Tot slot moeten zij dit doen met een bijzonder oogmerk. De vennoten willen deze activiteiten verrichten om hieruit rechtstreeks of onrechtstreeks een vermogensvoordeel te verkrijgen (het zgn. “winstoogmerk”) en – indien mogelijk – deze winst ook onder hen te verdelen. Het werkwoord “moeten” is belangrijk. Ontbreekt dit winstoogmerk dan is er in principe2 geen sprake van een vennootschap (d.i. de zgn. “wettelijke specialiteit” van een vennootschap). Het begrip “rechtspersoon” is eveneens belangrijk. Op bepaalde ogenblikken heeft de wetgever het nodig geacht (om maatschappelijke, economische, sociale en andere redenen) om voor bepaalde doeleinden de wettelijke mogelijkheid te voorzien om voor een bepaald oogmerk een afzonderlijke juridische entiteit op te richten met een eigen handelingsbekwaamheid, een eigen vermogen, enz. Deze door de wetgever vastgelegde bestaansreden wordt de wettelijke specialiteit geheten. De wetgever heeft vele soorten privaatrechtelijke en publiekrechtelijke rechtspersonen in het leven geroepen. De vennootschap is er één van met als wettelijke specialiteit het winstoogmerk. De vereniging zonder winstoogmerk (“vzw”) is een andere rechtspersoon waar het winstoogmerk juist moet ontbreken. Niet iedere rechtspersoon is dus een vennootschap. Het omgekeerde is ook waar. Niet iedere vennootschap is een rechtspersoon (zie infra). 1 Art. 1, lid 2 W.Venn. 2 Ook aan de vereiste van het winstoogmerk is afbreuk gedaan door de wetgever. Zo kunnen onder bepaalde voorwaarden vennootschappen met sociaal oogmerk worden opgericht (art. 1, lid 3 W.Venn. en artt. 661 tot 669 W.Venn.).

•8•

•9•


Issuu juridische aspecten van samenwerken