Issuu on Google+

Inhoud

inleiding

9

1 haar uiterlijk voorkomen

13

Levensfasen 13 – Het meisje 15 – Maagd 16 – Wat ze draagt 19 – Archeologische vondsten 32 – Opmaak 33 – Vrouwentaal 36 – Namen van vrouwen 37

2 huwelijk

39

Voorbereidingen 40 – Leeftijd bij het trouwen 42 – Regelingen 43 – De verloving 46 – ‘Verzwagering’ 49 – Verloofde prinsessen 50 – Zalven bij verloving 51 – De bruid 53 – De verlovingstijd 54 – Verbreken 55 – Samenwonen 59 – De bruiloft 59 – De bruidsjonkers 61 – Onkosten 63 – De bijslaap 65 – Finalisering 67 – Na a�oop 69 – Huwelijk in de magie 70

3 huwelijksgiften

71

De huwelijksgaven 71 – De bruidsprijs 74 – Betaling in gedeelten 77 – Werk als bruidsprijs 77 – Recht van de zoon op de bruidsprijs 78 – De bruidsprijs gaat naar de vrouw 79 – Het huwelijk als koop 81 – Wat zegt de jurist? 82 – Wat zegt de etnoloog? 85 – De bruidsschat 86 – De familie Egibi 91 – De bruidsschat van prinsessen 92 – Giften van de man 93

4 het gezin

95

Impotentie 95 – Kinderen 98 – De moeder 99 – Verdriet 100 – Kinderloosheid 101 – Verstoting van een kinderloze 103

5 een tweede vrouw

105

Een slavin 106 – Het initiatief 108 – De šugîtu 112 – De tweede vrouw in de Oudassyrische tijd 116 – De tweede vrouw in latere perioden 119 – Een tweede vrouw wanneer de eerste ziek is 121

6 concubines

123

7 huwelijk tussen gelijken

127

5

Vrouwen van Babylon.indd 5

7/12/11 21:35:10


inhoud 8 huwelijk met een slavin 9 echtscheiding

131

135

In Babylonië 135 – In Assyrië 139 – In Nieuwbabylonische tijd 142 – In Syrië 144 – Motieven voor echtscheiding 144 – Voorspellingen 149 – Verzoening 150

10 overspel

153

Vrouwen beginnen 153 – Gelijke behandeling van de beide minnaars? 156 – Heterdaad 159 – Straffen 160 – Beschuldigingen van overspel 160 – De Moeder der Zonde 163 – Een overspelige prinses? 163

11 verkrachting

167

Slavin 168 – Meisje 169 – Gehuwde vrouw 171 – De locaties 173 – In mythen 174 – Het recht van de eerste nacht 174

12 incest

177

Promiscuïteit 177 – Incest 178

13 de weduwe

181

Arme weduwen 182 – Regelingen 184 – Machtige weduwen 185 – Hertrouwen 188 – Samenwonen 189 – Weduwe met kinderen 190

14 leviraat

193

15 erfrecht van vrouwen

197

16 vrouwenhandel onder dekmantel van adoptie

201

Oudbabylonische tijd 201 – Nuzi 202

17 vrouwen van hun vrijheid beroofd

207

Door schulden van de man 207 – De vrouw als borg 211 – Gevangen gezet wegens gijzeling 212 – Wegens moord 213 – Verkoop van kinderen in noodsituaties 214 – Gewijd aan een tempel 215 – Krijgsgevangen 218

18 vrouwen en werk

221

Werk in huis 221 – Buitenshuis 222 – Weefsters 223 – Meel malen 227 – Musicienne, zangeres 228 – De waardin 232 – Schrijfster 234 – De vrouwelijke arts 236 – Klaagvrouwen 236 – Vrouwen rondom de geboorte 238 – Zakenvrouwen 241 – Zegels van vrouwen 245 – Vrouwen als getuigen 246

19 de heks

247

6

Vrouwen van Babylon.indd 6

7/12/11 21:35:10


inhoud 20 prostitutie

251

De werkplek 251 – Aan het werk 253 – Sociale positie 256 – Slavinnen 256 – Een kind! 257 – Ertoe gedwongen 258 – Huwelijk 259 – Waardering 261

21 tempelprostitutie

263

Hoe kon dit gebeuren? 263 – Kezertu 265 – Ontwaarding van oude titels 267 – Inkomsten 267 – Godin en hoer 268 – Een wild feest 271

22 lijf en leden

273

Fysiognomie 273 – Ongesteld 274 – Ziekten 276 – Gynaecologie 278 – Geslachtsziekten 280 – Voorspellingen uit het Diagnostisch Handboek 280 – De oude vrouw 282 – Dood en begraven 285

23 het hof en de harem tot 1500 voor christus

287

Sumeriërs 288 – Ebla 290 – Een koningsritueel uit Ebla 293 – Begrafenissen 294 – Oudakkadische tijd 296 – Het rijk Ur III 296 – Prinsessen uit Ur 301 – De Oudbabylonische tijd 302 – Mari 302 – Toestanden 308 – Uitgehuwelijkte prinsessen 312 – Koningin Iltani 315

24 het hof en de harem tot 1500 na christus

317

Babylonië 317 – Assyrië 318 – Nuzi 320 – Hittieten en Egypte 321 – Ugarit 325 – Nieuwassyrische tijd 327 – Nieuwbabylonische tijd 338 – Perzische tijd en later 340 – Arabische koninginnen 341

25 priesteressen

343

De hoogste priesteressen 343 – Priesteressen in Mari 357 – Priesteressen in Oudassyrische tijd 358 – Priesteressen na de Oudbabylonische tijd 359

26 oudbabylonische kloosters

361

Woorden voor ‘non’ 361 – De nadîtu 362 – Intrede 364 – Hoge status 366 – Taken 368 – Zorg voor de oude dag 370 – Het einde van het klooster 371

27 de gewijde

373

De qadištu 373 – De kulmašîtu 376

28 waarzeggerij

379

Dromen, profetie en extase in Mari 381 – Profetie in Assyrië 383

29 vrouw en godsdienst

385

Dodenoffers 385 – Voorbede doen 387 – De vrouw en haar godin 391 – Het bewenen van Tammuz 392

7

Vrouwen van Babylon.indd 7

7/12/11 21:35:11


inhoud 30 het heilige huwelijk

395

Poëzie 395 – De werkelijkheid 399 – Bedoeling 400 – In Assyrische en latere tijd 401 – De teruggang van de godinnen 403

31 het middelassyrische wetboek over vrouwen 32 waardering van vrouwen

405

421

Positief 421 – Negatief 422 – Mannen tegenover vrouwen 425

verder lezen noten

427

429

kaart van het oude nabije oosten registers

494

495

8

Vrouwen van Babylon.indd 8

7/12/11 21:35:11


Inleiding

‘Vrouwen van Babylon’ heet dit boek. Vrouwen, en niet ‘de vrouw’, want de vrouw bestond niet. Voor ons oog trekt een lange rij van zeer verschillende vrouwen voorbij, de een sloffend, de ander paraderend, van slavin tot koningin. Wat hen verbindt zijn enige biologische kenmerken, dat wat de socioloog met sekse aanduidt; geheel anders is hun gender, wat hun plaats in de maatschappij aangeeft. Babylon: dat werd de belangrijkste stad in Mesopotamië. En wat is ‘Mesopotamië’? Dat is een Grieks woord dat tweestromenland betekent en bedoeld is het land van de beide rivieren Eufraat en Tigris. Dus voornamelijk het tegenwoordige Irak, maar ook de oostzijde van Syrië, ten noordwesten van Irak. Waar het spijkerschrift werd gebruikt, door de Sumeriërs, rond 3100 voor Christus, tot ver in de Griekse tijd die begon in 330 v. Chr. Men schreef toen met een riet op ‘tabletten’ van natte klei, maar koningen memoreerden hun daden graag op stenen monumenten, in hetzelfde schrift. Dit boek beperkt zich tot deze bronnen uit die lange tijd, bijna drieduizend jaar, en dat zijn er heel veel. Honderdduizenden zijn gepubliceerd en tienduizenden wachten nog op ons in de laden der musea. En onder de grond smachten nog oneindig vele ernaar om opgegraven te worden. Een nieuwe telling beperkt zich tot de gepubliceerde archiefteksten en schat dat er 246 000 uit Babylonië en Assyrië komen, met in totaal tien miljoen woorden. Tweemaal zo veel als die in het Egyptisch. Alleen in het Grieks zijn er meer (denk aan de talloze papyri uit het droge zand van Egypteland).1 Maar er zijn nog veel meer teksten in het spijkerschrift: ruim 100 000 archiefteksten in het Sumerisch, met meer dan drie miljoen woorden. En de Hebreeuwse Bijbel, het Oude Testament, dan? 305 500 woorden. Een handvol mosterdzaadjes. Met dat schrift werd ook de cultuur overgeleverd en die is gedurende al die tijd tamelijk stabiel gebleven. In de oudste periode, tussen 3100 en 1000 v. Chr., oefende die cultuur een grote invloed uit op omringende landen; schrift en taal speelden toen de rol die het Engels nu heeft. Een voorbeeld: het Gilgamesj-epos werd toen afgeschreven op kleitabletten gevonden tot in Megiddo (Israël) en de hoofdstad der Hittieten, midden in Turkije. In dit boek trekken we de bronnen uit de gebieden aan de randen van Mesopotamië erbij en ook de Bijbel gaat open. Vanaf 1000 werd het Aramees belangrijker, maar we weten er helaas bijna niets van: hun sprekers schreven die taal op hout, perkament of papier en dat alles is vergaan. In het spijkerschrift schreven de Sumeriërs hun eigen taal, totdat die uitstierf

9

Vrouwen van Babylon.indd 9

7/12/11 21:35:11


inleiding in 2000. Het Sumerisch leefde voort als cultuurtaal, zoals het Latijn dat deed in de Middeleeuwen. Hun schrifttekens bleven gebruikt worden, zoals de Chinese karakters in Japanse teksten. Vanaf 2000 waren de gesproken talen deze: het Babylonisch in het zuiden en het Assyrisch in het noorden. Het zijn beide dialecten van het ‘Akkadisch’, een Semitische taal, dus verwant aan Hebreeuws, Aramees, Foenicisch en Arabisch. Het Akkadisch verdween langzamerhand onder druk van het Aramees en het Grieks en stierf uit. De laatste kenners van het spijkerschrift en van de talen Sumerisch en Akkadisch waren geleerde astronomen of priesters. Zij deden het licht uit en het werd donker en stil. In de negentiende eeuw begonnen de opgravingen en daarmee de ontcijfering van dat schrift. Dit specialisme heet nu ‘assyriologie’. In het oude Mesopotamië onderscheidde men binnen de mensheid de beide geslachten die ook wij proberen uit elkaar te houden, namelijk mannen en vrouwen. Vrouwen en mannen. Bijna alle schriftelijke bronnen zijn geschreven door mannen en vele gaan alleen over mannen. Maar in familiearchieven komen we vrouwen tegen en daar zien we hoe ze werden uitgehuwelijkt, weduwe werden en ook hoe ze in andere situaties terecht konden komen. Het huwelijk is daarom een belangrijk thema in dit boek. In de paleisarchieven treden koninginnen en prinsessen naar voren, omringd door dienaressen. Het werk dat gewone vrouwen deden bleef traditioneel hetzelfde in het Middellandse Zeegebied – toen en nu. En daar was niets tegen te doen; vrouwen waren er nu eenmaal in alle rangen en standen. Een Sumerisch spreekwoord zei: ‘De oogst is de beste tijd: lees aren als een slavin, eet ze als een koningin. Mijn zoon, lees aren als een slavin, eet ze als een koningin – zo moet het zijn.’2 Komen vrouwen weleens zelf aan het woord? Heel soms is er een langere tekst waarin een vrouw over haar leven vertelt. Het relaas van de moeder van koning Nabonidus over haar belevenissen is haar echter in de mond gelegd, na haar dood. Wij noemen dit een vroom bedrog. Er waren enkele vrouwelijke letterkundigen die poëzie hebben gecomponeerd en daarin ook iets over hun ervaringen vertellen. Inscripties waarin vrouwen geschenken wijden aan goden zijn kort en formeel van stijl – door mannen geschreven. Dichter bij de realiteit staan we wanneer vrouwen in rechtszaken een verklaring a�eggen. Prachtig zijn de brieven die we van vrouwen hebben, maar zelfs hier moeten we rekenen met de conventies van de schrijvers die hun woorden in het net uitschreven. We kennen verder vrouwen en hun attributen uit de kunst. Over vrouwen in Mesopotamië bestaat nog geen allesomvattend boek. Hier zal de lezeres/lezer wel een overzicht vinden van wat nu bekend is en ook hoe de moderne wetenschap ertegen aankijkt. Feministen waarschuwen de waaghalzen die een boek als dit opzetten voor oude, ingekankerde, maar erg foute vooroordelen. De oude Grieken meenden bijvoorbeeld dat tempelprostitutie in het oude Oosten alom aanwezig was. Negentiende-eeuwse Europeanen hadden vertrokken voorstellingen van de harem en ze zochten van alles achter de sluier. Deze aandacht zou eerder iets zeggen over hun zwoele fantasieën

10

Vrouwen van Babylon.indd 10

7/12/11 21:35:11


inleiding dan over de werkelijkheid. We horen nu zelfs dat deze heilige prostitutie (en ook de gewone) helemaal niet bestond. En droegen de vrouwen van toen eigenlijk wel een sluier? Het idee dat vrouwen meegaande wezens waren, wordt bestreden door het aanwijzen van wilskrachtige koninginnen en zakenvrouwen.38 We willen deze wenken en welgemeende waarschuwingen niet wegwuiven of wild in de wind slaan. De moderne geschiedschrijving over dit gevoelige onderwerp kent fasen. De Eerste Feministische Golf beperkte zich tot het verzamelen en presenteren van het materiaal over vrouwen – tot dan een vergeten stuk geschiedenis. En wel de geschiedenis van de helft der mensheid! In de Tweede Golf heerste woede over de vooroordelen over gender die geleid hebben tot achteruitzetting van de vrouw: hoe was die akelige patriarchale maatschappij er eigenlijk gekomen? Was er lang geleden niet veeleer een matriarchaat geweest, met een goedige moedergodin? Juist de geschiedenis van Mesopotamië – de oudste van de mensheid die we kennen – zou dit aan het licht kunnen brengen. Maar de assyriologie zwijgt erover. De Derde Golf realiseert zich dat al onze voorstellingen reconstructies zijn, zelfs in het ‘objectieve’ waarnemen van ‘feiten’, en dat is een wijs inzicht. Deze derde golf is nog aan het rollen.4 Alles wijst erop dat dit boek blijft hangen in de methode van de Eerste Golf, het domme verzamelen. Is dat erg? Els Kloek publiceerde een boek, Vrouw des huizes. Een cultuurgeschiedenis van de Hollandse huisvrouw (2009), en zei in een interview: ‘Sommigen vinden dat ik te weinig doe aan theorievorming. Vrouwenhistorici zijn daar altijd heel erg mee bezig. Maar mij gaat het meer om de verhalen. Het mooie van vrouwengeschiedenis is dat je de achterkant van het verleden laat zien.’5 Het hoeft dus allemaal niet zo. Terzijde moet opgemerkt worden dat ‘verhalen’ in Mesopotamië zeldzaam zijn en dat ons idee van de werkelijkheid toen, daarom heel wat beperkter moet zijn. Dit boek steunt op onnoemelijk veel feiten en op nimmer eindigende beschouwingen van moderne geleerden. De vindplaatsen worden aan het eind van dit boek in noten aangegeven. Daar, aan het begin ervan, vindt ge de belangrijkste boeken opgesomd; het zijn deelstudies of verzamelwerken met bijdragen van verschillende auteurs. Het boek werd voorbereid in dienst van de Vrije Universiteit (Amsterdam) en geschreven in het Nederlands Instituut voor het Nabije Oosten (Leiden). Het idee voor de illustratie op het omslag (en veel meer) danken we aan Hans Stol. Zijn moeder, Roos Stol-van Wijngaarden, liet zich ook niet onbetuigd.

11

Vrouwen van Babylon.indd 11

7/12/11 21:35:11


1 Reliëf Een vrouw heeft de wol om haar linkerarm gewonden en met beide handen hanteert ze de spintol, waarmee ze de draad spint. Achter haar staat een dienares met een waaier. De betekenis van de scène – met name de vis op de tafel – is niet duidelijk. Er is gezegd dat de vrouw de draad van ’s mensen leven spint. Gevonden op de Acropolis van Susa. Ca. 800 v. Chr. Mastiek, hoogte 10 cm. Zie pag. 25. Musée du Louvre, Parijs

Vrouwen van Babylon.indd 12

7/12/11 21:35:14


hoofdstuk 1

Haar uiterlijk voorkomen

levensfasen De mens doorloopt een aantal fasen in zijn of haar leven. Jacob Cats onderscheidt in zijn dichtwerk Houwelick de volgende fasen in het leven van een vrouw: Maeght, Vrijster, Bruyt (zijnde ’t eerste deel van ’t Christelyck Huys-Wijf), Vrouwe, Moeder, Bedaeghde Huys-Moeder ende Weduwe. Hij laat vooraf gaan enige beschouwingen over Kinderspel; Wegh-Wyser ten Houwelick uyt den Dool-Hof der Kalverliefde; Maeghde-Wapen.1 De Babyloniërs taalden niet naar dergelijke exercities in bedaagde levenswijsheid. Slechts eenmaal zien we hun geleerden speculeren over de levensfasen van de man: de leeftijd van 40 jaar is de bloei van het leven (lalûtu), 50 jaar is ‘korte dagen’ (wie dan sterft, heeft kort geleefd), 60 jaar is ‘mannelijkheid’ of ‘gezag’ – het is maar hoe je de tekens leest (meṭ-lu-tu of be-lu-tu), 70 jaar is ‘lange dagen’, 80 jaar is ‘ouderdom’ (šibûtu), 90 jaar is ‘zeer hoge leeftijd’ (littūtu).2 Welke inschattingen maakte men elders in het oude Nabije Oosten? Bekend is Psalm 90:10, ‘De dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren en, indien wij sterk zijn, tachtig jaren; wat daarin onze trots was, is moeite en leed, want het gaat snel voorbij, en wij vliegen heen.’ Een gezegende leeftijd van honderd jaar wordt bij monde van de profeet Jesaja voorspeld: ‘Daar zal niet langer een zuigeling zijn, die slechts weinige dagen leeft, noch een grijsaard, die zijn dagen niet voleindigt, want de jongeling zal als honderdjarige sterven, zelfs de zondaar zal eerst als honderdjarige door de vloek getroffen worden’ (Jesaja 65:20). Honderd jaar is het hoogste. Voor in de Bijbel lezen we dat God al vroeg voor de mens een ander maximum heeft vastgesteld: ‘Zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn’ (Genesis 6:3). Hetzelfde maximum vinden we ook bij de Sumeriërs; we komen erop terug in hoofdstuk 22, wanneer we aan de oude vrouw toe zijn. We staan in de realiteit van het dagelijkse leven wanneer we de leeftijdsklassen zien in de talloze lijsten van verstrekkingen van voedsel: de maandelijkse rantsoenen voor de arbeid(st)ers in tempels of grote bedrijven. Die uit de tijd van de Derde Dynastie van Ur (2100–2000 v. Chr., ‘Ur III’), onderscheiden kleine kinderen van 1–5 jaar (zij ontvangen tien liter gerst per maand), die van 5–10 jaar (vijftien liter), adolescenten van 10–13 jaar (twintig liter; een meisje uit deze groep had al een kind). In deze en nog oudere teksten worden bovendien ‘kinderen van de borst’, zuigelingen dus, vermeld.3 Volwassenen, ouder dan 13–15 jaar: vrouwen ontvangen

13

Vrouwen van Babylon.indd 13

7/12/11 21:35:14


haar uiterlijk voorkomen maandelijks vanaf dertig liter gerst; mannen zestig liter (met een minimum van veertig liter); bejaarden twintig liter. Het is opmerkelijk dat mannen dubbel zoveel voedsel ontvangen als vrouwen. Dat is altijd zo geweest in Babylonië. Weliswaar heeft een vrouw minder calorieën nodig dan een man – het verschil blijft niettemin drastisch. We komen erop terug in hoofdstuk 18 over vrouw en werk.4 In de volgende Oudbabylonische periode (2000–1500) onderscheidde men in de harem van Chagar Bazar: zuigeling – klein meisje (Sumerisch munus. tur.tur) – meisje (tur.munus) – meid (munus.tur of tur) – vrouw (munus).5 De Middelbabylonische administratie over arbeiders noemt als ontvangers van voedsel: zuigeling – klein kind (guruš.tur.tur) – adolescent (guruš.tur, Akkadisch batūlu) – volwassene, hoofd van een gezin (guruš) – bejaarde. Zowel mannen als vrouwen komen zo voor in de lijsten.6 Een veel latere telling van gedeporteerden, in het Assyrische gebied rond Haran (700 v. Chr.), somt op: zuigeling – gespeend kind (pirsu) – kinderen met de lengtes van 3, 4, 5, 6 halve el – vrouwelijke adolescent (ṣaḫurtu of batūssu) – leerling (talmidu).7 Een halve el is een ‘span’, 20 tot 25 cm.8 Slavenkinderen werden gewoonlijk ook gemeten in lengtes van halve el.9 ‘Leerling’ als leeftijdscategorie verrast, maar bestaat ook in de latere Hebreeuwse literatuur (limmūdim).10 Dit is een categorie, voorafgaand aan volwassenen, zo lijkt het. Altijd jongens, natuurlijk. We laten deze ver�jnde indelingen voor wat ze zijn en zeggen nu iets over de gewone woorden voor ‘jongen’ en ‘meisje’. Dat waren in het Babylonisch ṣuḫāru en (vrouwelijk) ṣuḫārtu, letterlijk ‘de kleine’; Assyrisch ṣa/uḫurtu en batūssu.11 In een brief schrijft de koning van Assyrië aan zijn zoon: ‘De meisjes (uit de harem) van Jaḫdun-Lim, die ik aan jou gegeven heb: die meisjes zijn groot geworden (…), men zei me: ‘Zij zijn vrouwen’.’12 Hier hebben we het strenge wetenschappelijke bewijs dat ook in Babylonië een meisje vrouw werd. Net zoals bij ons. In het latere Akkadisch van de Nieuwbabylonische tijd zijn er andere woorden, verwant aan de gewone Hebreeuwse woorden voor ‘jongen’ en ‘meisje’ (na’ar en na’arā), namelijk nârtu, nu’artu.13 Dit lijken leenwoorden uit het West-Semitisch (zoals het Hebreeuws) te zijn. Deze vrouwen werden vaak uitgehuwelijkt en men heeft gedacht aan vrouwen van lage status, ‘meid’. Want soms hebben ze al kinderen en soms verdenkt men ze ervan, prostituee te zijn. In de laatste discussie is de conclusie, dat het woord een ongehuwde vrouw aanduidt (Duits ‘ledig’). In de loop van de tijd verdwijnt het woord weer – misschien wegens de ongunstige bijbetekenis – en blijft batūltu het normale woord.14 Met dit ‘meisje’ zal wel een huwbare maagd bedoeld zijn; we moeten er spoedig op terugkomen. De volwassen vrouw werd in het Babylonisch sinništu genoemd. Een merkwaardig woord, dat geen parallel in de Semitische talen heeft. In het latere Assyrisch zien we issu, met de betekenis ‘echtgenote’.15 Dat klinkt wel Semitisch. In de marge komen we weleens ḫiššā tegen, dat verwant moet zijn met het Hebreeuwse ‘iššā ‘vrouw’, maar dit is West-Semitisch.16 Het daaraan verwante woord in het Akkadisch aššatu (bijvorm aštu) heeft de speciale betekenis ‘echtgenote’. Net zoals in het Italiaans moglie ‘echtgenote’ betekent, maar afgeleid is van het Latijnse

14

Vrouwen van Babylon.indd 14

7/12/11 21:35:15


levensfasen mulier ‘vrouw’. Het Sumerische woord ‘vrouw’ is munus; in de Sumerische vrouwentaal nunus.17 Vrouwentaal? Ja, we komen erop terug, aan het einde van dit hoofdstuk. In Genesis wordt verteld dat de vrouw Eva uit de rib van Adam ‘gebouwd’ is (2:21 v.). Vroegere assyriologen hadden er een uitleg voor. Zij wezen erop dat er een Sumerische mythe is, waarin iemand ziek is aan de rib (Sumerisch ti) en genezen wordt door een speciaal daarvoor gecreëerde godin, Ninti. Die naam betekent ‘De Vrouwe (nin) die leven (ti) geeft’, maar in dit geval ook ‘De Vrouwe van de rib’. Het Sumerische woord ti betekent zowel ‘rib’ als ‘leven’. Nu heeft de naam ‘Eva’ ook met het Hebreeuwse woord ‘leven’ te maken. Langs het Sumerisch kunnen we de associatie van leven (Eva) met de rib begrijpen, zei men. Deze aardige gedachte wordt tegenwoordig niet meer herhaald.18 Een Egyptoloog, niet op de hoogte van dit voorstel, kreeg een soortgelijke ingeving en wees erop dat in het Egyptisch de woorden ‘rib’ en ‘klei’ dezelfde zijn (imw) en meende dat er in de overlevering ergens een fout is gemaakt: het moet klei zijn. De vrouw van klei.19

het meisje De rollen die een opgroeiende vrouw in het sociale leven speelde, leiden we af uit een uitspraak van de godin der geneeskunde over zichzelf: ‘Ik ben de dochter – ik ben de bruid (kallatu) – ik ben de eerste echtgenote (ḫīrtu) – ik ben hoofd van de huishouding (abarakkatu), de echtgenote (aššatu) van (de god) Pabilsag.’20 We beginnen met ‘de dochter’. Er is tegenwoordig een sterke belangstelling voor het kind in het verleden. De vraag van historici is, of de eigenheid van het kind-zijn in vroegere tijden wel werd onderkend. Men neemt vaak aan dat in vervlogen eeuwen de kinderen als kleine volwassenen werden gezien. Helaas is over het kind in de wereld der Babyloniërs niet veel te melden en al helemaal niet over meisjes. Kinderen speelden met springtouw, pop, bikkels, boog en beoefenden een soort hockey;21 bevoorrechte jongens gingen naar school. Grote meisjes ‘spelen’ en kleine ‘springen’ (dakāku). Dat ‘spelen’ kan een erotische bijbetekenis hebben: ‘Sedert ik jong was, een meisje, wist ik niet van het spelen der jonge vrouwen, wist ik niet van het rondspringen van de kleine meisjes.’22 De jongeman bespeelt de kleine lier (sammû) op het plein; het jonge meisje danst (mēlultu).23 Eenzelfde tafereel wordt opgeroepen in de evangeliën, in een poëtische passage die oorspronkelijk in het Aramees geluid moet hebben:24 Wij hebben voor u op de �uit gespeeld en gij hebt niet gedanst, wij hebben klaagliederen gezongen en gij hebt geen misbaar gemaakt. Kinderen spelen hier eerst ‘bruiloft’ en daarna ‘begrafenisje’.25 In Babylonië kende men overigens ook deze combinatie; een tekst die spelen opsomt, zegt: ‘Bij het noemen van … voltooit hij de dans, bij het zingen van een treurlied slaat hij zich op

15

Vrouwen van Babylon.indd 15

7/12/11 21:35:15


haar uiterlijk voorkomen de borst.’26 Eens heerste de pest en in een klaaglied tot Nergal, god van pest en dood, wordt hem gevraagd, mens en dier te sparen. Ook kinderen: ‘Heer, treed niet binnen op de plaats van het spel, verdrijf de kinderen niet uit de plaats van het spel, treed niet binnen waar snarenspel is, verdrijf niet de jonge zanger.’27 Een Oudbabylonische bezwering spreekt van ‘de jongeman op straat’ en ‘de jonge vrouw bij het spel’; dit zal tieners betreffen.28 Duizend jaar later is dit verhaspeld tot ‘de jongeman bij het spel, de jonge vrouw in haar slaapkamer’.29 Er is opgemerkt dat tieners zich vrijelijk op straat bewogen, ondanks de wetboeken die de straat gevaarlijk achtten voor de eer van een vrouw.30 ‘Huwbaar’ heet soms ‘veranderd’ (muštenû) in het Akkadisch. De verandering van kind tot volwassene kwam op het moment dat het geslachtsrijp wordt, een belangrijk moment in de oude Semitische wereld. Bij de joden is dat de leeftijd van twaalf jaar, het moment dat je ‘zoon van de wet’ (bar miṣwā) wordt. Als twaalfjarige kon Jezus dan ook verstandig meepraten in de tempel (Lukas 2:40–52). Interessant is de associatie van ‘kennis’ met seksuele ervaring: daarvoor worden zowel in het Hebreeuws als het Sumerisch en het Akkadisch werkwoorden gebruikt, die ‘kennen’ betekenen (Hebreeuws jāda’, Sumerisch zu; Akkadisch idû, lamādu).31 Daarom spreekt de Statenvertaling ook van het ‘bekennen’ van de huisvrouw door haar man; dit is een letterlijke vertaling van het Hebreeuws. In het Gilgamesj-epos wordt de wilde Enkidu pas beschaafd, wanneer hij met een welwillend vrouwelijk wezen indringend kennis heeft gemaakt.

maagd Een Sumerisch lied is er nogal expliciet over dat de groei van borsten en met name het schaamhaar de jonge vrouw ‘manbaar’ maakt (letterlijk ‘van een man’).32 Zij is hopelijk ‘maagd’ en daarover moet nu een ernstig woord gesproken worden. Want er is gesteld dat het Akkadische woord batūltu niet ‘maagd’ zou betekenen, maar zoiets als ‘teenager’, een leeftijdsklasse dus. En dat terwijl het verwante Hebreeuwse woord betūlā, traditioneel als ‘maagd’ vertaald, in juridische context welzeker een maagd aanduidt. Dat het Hebreeuwse woord echt een maagd aanduiden kan, is aangetoond33 en hetzelfde is gezegd voor het Akkadische batūltu.34 Bijvoorbeeld: dat een Israëlitische priester alleen met haar mag huwen, geeft aan, dat zij een reine maagd moet zijn (Leviticus 21:13 v.). En een Babylonisch meisje betoogde voor de rechter dat ze als batūltu een keurig huwelijk inging.35 Toch betekent het woord niet speci�ek ‘maagd’ en de twijfelaars krijgen gelijk. In het dagelijks leven werd het woord meestal gedachteloos gebruikt voor een jong meisje, dat ook huwbaar was. Het is dus een leeftijdscategorie. In Nieuwbabylonische huwelijksovereenkomsten werden deze ‘maagden’ uitgehuwelijkt door de ouders; waar dit woord niet gebruikt wordt, zijn het (oudere) vrouwen die hertrouwen. Het zijn dus jonge meisjes.36 Wanneer we in Assyrische contracten zien dat een batūssu (Sumerisch sal.tur) verkocht wordt, zal wel niet haar maagdelijkheid voorop staan; een modern commentaar erop zegt: ‘het begrip kenmerkt alleen vrouwen in de huwbare

16

Vrouwen van Babylon.indd 16

7/12/11 21:35:15


maagd leeftijd.’37 Iemand wees op eenzelfde betekenisontwikkeling in het Duitse ‘Jungfrau’: letterlijk een jong meisje als puber en bakvis; later uitsluitend ‘maagd’.38 Wat wij met ‘maagd’ bedoelen, werd in Babylonië met omschrijvingen aangeduid, zoals ‘de niet geopende’, ‘die geen man kent’, ‘de niet bekende’.39 Moderne geleerden doen een stap verder en menen dat de overgang naar het moederschap belangrijker was dan maagdelijkheid en dat de�oratie ongewenst was – niet om morele gronden, maar om juridische: haar toekomstige man had alleenrecht op het verloofde meisje. In dat geval zou voorechtelijk verkeer ook best mogen.40 Ho, ho! Het is volstrekt duidelijk dat men in het oude Nabije Oosten aan maagdelijkheid op zichzelf grote waarde hechtte, al zien we dit niet erg expliciet verwoord. Een half bewaarde passage in een Assyrisch wetboek lijkt de fysieke situatie van een maagd te beschrijven; we komen er later op terug bij het bespreken van de verkrachting van een ongehuwd meisje (hoofdstuk 11).41 Later zullen we zien hoe essentieel de penetratie wel was. Een merkwaardige Babylonische bron laat merken dat een meisje als maagd moet huwen: het staat in een handboek met uitleggingen van dromen waar het gaat over een man die droomt dat hij met zijn dochter(?) […] (de tekst is kapot), met deze uitleg: ‘verlies zal dan voor hem intreden’. Dat verlies betekent mogelijk dat hij voor het onteerde meisje nooit een bruidsprijs zal ontvangen.42 In de Sumerische terminologie zien we dezelfde tweeslachtigheid. De tekens ki.sikil staan voor ‘jonge vrouw’, maar ook voor ‘maagd’. Het Sumerische woord betekent zoiets als ‘de reine’. Het komt al in een verdrag uit Ebla voor (als sikil) en later voegde men graag het woordje ‘goede’ eraan toe; dit zal zo blijven.43 Dit ki.sikil staat als Sumerogram in latere Akkadische teksten voor ardatu ‘jonge vrouw’ en heeft soms aanwijsbaar de betekenis maagd. Tweetalige Sumerisch-Akkadische teksten voegen een omschrijving toe die dat aangeeft.44 In medische teksten worden als magisch geneesmiddel deze lichaamsharen aanbevolen: ‘een haar van een ki.sikil, een haar van een jongeman (guruš), die geen vrouw heeft ‘gekend’.’45 De parallellie hier schreeuwt om de vertaling ‘maagd’. Een merkwaardige bron van informatie zijn de ‘omina’, voorspellingen over de toekomst, meestal op grond van het schouwen van de lever van een schaap. Maar ook dromen en abnormale gebeurtenissen zijn vol betekenis. Een voorbeeld van een van die gebeurtenissen kunnen we nu gebruiken. Twee opeenvolgende voorspellingen (omina) zeggen: ‘Indien een stinkhagedis bovenop een zwangere vrouw heen en weer loopt: die vrouw zal een jongen baren. Indien een stinkhagedis bovenop een jonge vrouw (sal.guruš.tur) heen en weer loopt: een patriciër zal die vrouw huwen.’46 De laatste zal wel niets minder dan een maagd geweest zijn en een parallelle passage schrijft in plaats van ‘jonge vrouw’ dat woord ki.sikil.47 Andere teksten laten echter zien dat deze jongedame in de schoot van haar man ligt. Zo staat tussen de bedreigingen aan het eind van de wetten van koning Lipit-Ištar deze: ‘Mogen de jongemannen in zijn stad blind worden, mogen de jonge vrouwen (ki. sikil) in zijn stad niet (kinderen) baren.’48 Het Sumerische ‘jonge vrouw’ (sal.guruš.tur) kon dus een maagd aanduiden.

17

Vrouwen van Babylon.indd 17

7/12/11 21:35:15


haar uiterlijk voorkomen Er is een uniek ritueel dat voorschrijft hoe de koning een hem aanklevende smet kwijt kan raken: hij bezwangert een ‘jonge vrouw’, die weggebracht wordt over de landsgrens en mogelijk een kind van hem krijgt. Het sperma van de koning draagt de smet ver weg, is de gedachte. Je verwacht dat zij een maagd is.49 In het Gilgamesjepos staat dat de brutale Gilgamesj ‘het meisje niet aan haar man laat’ (I 76). Mogelijk slaat dit op de eerste bijslaap die de vorst opeist. Men verwacht weer een maagd. Er staat ‘jonge vrouw’ en een variant uit Ugarit biedt hier ‘kleine bruid’ (waaruit kan blijken dat men het Sumerische woord niet meer goed begreep).50 J.S. Cooper concludeert in een uitputtend overzicht dat het Sumerisch en Akkadisch geen woord voor ‘maagd’ hadden.51 Wel is het zo, dat in de praktijk elk meisje voor haar huwelijk maagd hoorde te zijn en daarom bestaat er verwarring rond het woord batūltu, ‘huwbaar meisje’. Waarom moest een vrouw eigenlijk als maagd het huwelijk ingaan? Er zijn twee logische motieven te bedenken voor deze gewoonte in een patriarchale maatschappij, zegt hij: (1) te voorkomen dat de jongelui, op zoek naar een partner, zelf experimenteren; (2) de opgelegde kuisheid is een goede oefening voor kuis gedrag in het latere huwelijk; het nut daarvan is ook dat de man er zeker van mag zijn dat de geboren kinderen van hem zijn.52 Deze redeneringen zijn wat gezocht. De achterliggende beklemmende werkelijkheid is overigens voor Cooper (gesteund door twee feministes) dat de mannen met hun eis van maagdelijkheid de controle over haar willen hebben.53 Genuanceerder is de karakterisering van J.-J. Glassner: van de man wordt gezag (‘authority’) verwacht en van de vrouw reinheid (‘purity’). Dat laatste blijkt ook uit de sluiering, de doodstraf voor overspel, maar eveneens uit de rol van de maagd in de magie.54 Niet verzwegen worde dat volgens Egyptologen in het oude Egyptisch geen woord voor ‘maagd’ voorkomt,55 maar dat staat ons niet toe, te concluderen dat ze er daar geen waarde aan hechtten.56 Het Akkadische begrip ardatu ‘jonge vrouw’ komt alleen voor in literaire teksten en kan niet scherp gede�nieerd worden en het lijkt daarin op de Hebreeuwse pendant, de almā.57 In het algemeen zien we ‘jongeman’ (guruš) naast de ardatu.58 C. Wilcke vermoedt dat het oudere woord ardatu in het tweede millennium door batūltu vervangen is.59 Misschien mogen we waarde hechten aan een oud Babylonisch commentaar dat onderscheid maakt tussen ardatu als een vrouw ‘die aan vaginale bloedingen lijdt’, en sinništu, een ‘vrouw’, ‘waarvan het bloed steeds in haar zwangerschap wordt gezien’.60 Is een ardatu een jonge vrouw die nog geen kinderen heeft? De Oudbabylonische vorm van het woord, wardatu, geeft misschien een ondergeschiktheid aan, want wardu betekent ‘slaaf’. De Oudassyrische brieven spreken driemaal van een rituele handeling die werd uitgevoerd nadat een meisje ‘groot is geworden’: de vader zet ze op de schoot van de god Assur en ‘grijpt’ de voet van zijn persoonlijke god. Er is gedacht aan een ceremonie samenhangend met het ‘manbaar’ worden van het meisje; mogelijk samen met het inlossen van een gelofte.61 Er is een zekere parallellie met het Assyrische ‘groot worden’ waarbij de�nitieve regelingen voor een eerder

18

Vrouwen van Babylon.indd 18

7/12/11 21:35:15


maagd gearrangeerd huwelijk volgden. De briefwisseling van het echtpaar Pušu-ken zegt ergens ‘Plaats het meisje in Assurs schoot’ en men denkt daarbij aan de wijding van hun dochter Aḫaḫa, die we kennen als priesteres (gubabtu).62 Dat was ook een bestemming voor een maagd.63 Over de vrouw als echtgenote, moeder, weduwe en oude vrouw, zullen we later komen te spreken.

wat ze draagt kleding Dat vrouwen er anders uitzien dan mannen, kon je volgens de Sumerische literaire teksten uit de verte al zien: vrouwen droegen hun kleding ‘links’, terwijl de mannen dat ‘rechts’ deden. In de cultus van de godin der liefde (Sumerisch Inanna, Akkadisch Ištar) konden de rollen van man en vrouw verwisseld worden, want zij ‘maakt een man tot een vrouw’ en ‘een vrouw tot een man’, zo horen we, en als voorbeeld dienen dan deze twee wijzen van kleden.64 De gedachte is geopperd dat dit het strenge Bijbelse verbod van het dragen van kleding van het andere geslacht verklaart; dat ‘is een gruwel voor de Here’ (Deuteronomium 22:5). Achtergrond van deze gruwel is dan, dat dit verwisselen in de orgiastische heidense cultus van de godin der liefde normaal was.65 In het gewone leven is verwisseling van geslacht altijd erg, zo blijkt uit deze vervloeking tegen de breker van een contract: ‘Moge Ištar, de grote meesteres, zijn mannelijkheid veranderen tot vrouw.’66 Alleen deze godin kon dat bewerken, zo wisten de Sumeriërs al.67 Het is overigens niet voor niets dat de vrouw haar kleding ‘links’ draagt. Rechts hoort bij de man en links bij de vrouw. De mannelijke beschermgod gaat mee aan zijn rechterzijde, de vrouwelijke aan haar linker. In een brief staat deze wens ‘Mogen rechts en links mijn Heer en mijn Meesteres niet nalaten, je te beschermen!’ Het sluit aan bij de Babylonische en Griekse gedachte dat tijdens de zwangerschap een jongetje zich rechts in de moederschoot bevindt en een meisje links.68 En hierachter steekt weer het algemeen aanvaarde principe: rechts = mannelijk = gunstig; links = vrouwelijk = ongunstig.69 We voegen toe dat de moderne hersenfysiologie heeft uitgewezen dat ook in de hersenen de linker- en rechterzijde verschillende functies hebben: rationeel versus intuïtief/instinctief. Maar nu terug naar de kleding.70 Men zegt vaak dat er geen verschil in kleding was tussen man en vrouw.71 Een studie over de kleding in Mari in Oudbabylonische tijd bevestigt dit; wanneer toch van speciale kleding voor vrouwen sprake is, kan dit de maat betreffen.72 Uniseks lijkt ook waar te zijn voor de veel latere Perzen, een andere cultuur.73 Lange tijd is toch aangenomen dat de naḫlaptu ‘overkleed’ alleen dat van een man is, maar een Oudassyrisch huwelijkscontract bedreigt de vrouw die ‘leugenachtig en brutaal is’ ermee, dat haar de naḫlaptu zal worden afgerukt.74 Maar een tekstje uit Nuzi spreekt toch van ‘een kleed van vrouwen’.75 Een overzicht van de kleding in de kunst in de Oudsumerische tijd toont aan dat een bepaalde dracht alleen bij mannen, een andere alleen bij vrouwen voorkwam. Met name het

19

Vrouwen van Babylon.indd 19

7/12/11 21:35:16


haar uiterlijk voorkomen ‘Togagewand’ (Duits) is typerend voor de man en het ‘Schultergewand’ voor de vrouw.76 Opvallend is nu dat we bij vrouwenkleding spelden in de kleding zien. Straks zullen we horen dat die spelden (knevelpinnen) typerend zijn voor vrouwen. Een sjaal over het hoofd is in Vroegdynastische tijd typisch voor een vrouw.77 Een ritueel schrijft voor dat iemand zijn zonde aan de dodengeest van zijn vader meegeeft. Daartoe wordt van die geest een poppetje gemaakt en het hoofd wordt met ‘de klederen van een vrouw’ omhuld; na de reiniging moet hij een ‘schoon kleed’ aandoen. Kennelijk draagt het vrouwenkleed de smet weg (werd gedacht aan maandverband?).78 Een vrouw die van haar vader bij het huwelijk een kleine bruidsschat meekreeg, ontving soms ‘twee klederen, waarmee ze bekleed is; twee hoofddoeken (paršigu), waarmee zij bedekt is’.79 Er waren inderdaad twee wijzen van kleren dragen voor de vrouw: om het lichaam te omhullen (‘bekleden’) en om het hoofd te bedekken (apāru). Van het laatste werkwoord is afgeleid (ḫ)upurtu ‘pruik’. Een uitvoerige lijst van een bruidsschat noemt ook nog stukken ondergoed, vooralsnog onde�nieerbaar voor de doodnieuwsgierige wetenschap.80 We weten dat het kledingstuk met de naam dīdu het laatste is wat een nette vrouw al dan niet zou uittrekken. Mogelijk was dat met de speld ṣillû bevestigd. De man die deze losmaakt, gaat te ver. We moeten daar later op terugkomen, natuurlijk in hoofdstuk 2, over de bruiloft. Merkwaardig is dat vrouwen meermalen begraven werden in een speciaal kleed, met een ceintuur waaraan vele ringetjes van schelp of been hingen.81 Er was een duidelijk verschil in de gewaden in rituelen.82 In de magie vinden we voorschriften om poppetjes te maken van mannetjes en vrouwtjes, die er natuurlijk verschillend uit moeten zien. Ze hebben verschillende attributen,83 verschillende klederen en ook kleuren van de ogen.84 Kleuren: een uitvoerig voorschrift schrijft de man veel attributen voor in een rode kleur, de vrouw veel in wol – dus wit? 85 Prognoses over de geboorte van een jongen of meisje bij zwangere vrouwen zijn soms gebaseerd op rode en witte kenmerken op het lichaam van de moeder.86 Het ongeboren kind wordt in een bezwering beschreven als de onbekende lading van een boot in het vruchtwater: is het de rode kornalijn (carneool) of de blauwe lazuursteen (lapis lazuli)? Bedoeld is: een meisje (rood) of een jongen (blauw)? 87 We merken op dat in Egypte de lichamen van mannen bruinrood en die van vrouwen gelig bruin van kleur zijn 88; of: rood en wit.89 In Griekenland (Korinte) wijdden genezen mensen lichaamsdelen in klei aan de god Asklepios. De kleur bij mannen is bruinrood, bij vrouwen wit.90 Van haar kleren ontdaan te worden is natuurlijk onterend. De godin Ištar overkwam dit, toen ze in de Onderwereld moest afdalen. Overdrachtelijk wordt de uitdrukking ‘in haar naaktheid’ gebruikt voor een vrouw die berooid is en niets heeft; van een man heet dit ‘in zijn leegheid’.91 Maar in Middelassyrische teksten wordt toch ook van vrouwen gesproken die ‘in haar leegheid weggaan’. Vergelijk het Bijbelwoord ‘En haar poorten zullen treuren en leed dragen, en zij zal, ledig gemaakt zijnde, op de aarde zitten’ (Jesaja 3:26, Statenvertaling). Aan de randen van de Babylonische wereld betekent de frase ‘in haar naaktheid zal men haar doen weggaan/zal zij weggaan’ dat een vrouw zonder enig bezit het huis moet verlaten;

20

Vrouwen van Babylon.indd 20

7/12/11 21:35:16


wat ze draagt dit is een dreiging in juridische teksten uit Nuzi.92 Huwelijkscontracten uit het Syrische Emar hebben de clausule: ‘Indien mijn vrouw A. achter een vreemde man aangaat, moet zij haar kleed op de stoel leggen en gaat zij waarheen ze wil.’ In Emar wordt deze frase ook voor mannen gebruikt. In Ugarit bestaat een vergelijkbare dreiging, maar dan voor mannen; daar vinden we de variante uitdrukking ‘zijn overkleed zal hij op de sluitbalk (van de deur) neerleggen en hij zal naar de straat vertrekken’.93 Er wordt niet alleen bezitloosheid mee bedoeld, maar ook het uittreden uit de familie.94 Er is gezegd dat deze dreiging bij een echtscheiding ook in werkelijkheid het vernederende zich uitkleden door de vrouw bedoelt;95 deze drieste gedachte kan in het licht van de Emar teksten moeilijk stand houden. Arme vrouwen (‘zonder man’ heten ze) hadden volgens een mythe één kleed.96

sluiering Was de vrouw in Babylonië en Assyrië gesluierd? 97 Zeker is, dat het meisje bij haar huwelijk een sluier aangelegd kreeg. In Sumerische processen is sprake van ‘het bedekken’ van een vrouw, het ‘een kap op haar hoofd leggen’. Dat gebeurt met haar kort voor het huwelijk.98 Dit was een eenmalige symbolische handeling en het was de gewoonte dat haar man die bedekking afnam in de huwelijksnacht. De vaste Akkadische uitdrukking ‘bedekte bruid’ (kallatu kuttumtu) wijst ook in die richting. De hogepriesteres te Emar wordt in een ritueel ‘bedekt gelijk een bruid’.99 Dit alles betreft dus alleen het sluieren tijdens de bruiloft.100 We citeren: ‘The unveiling of the bride (…) was a cardinal element of ancient wedding ceremonies, and it has even been suggested that the familiar Biblical use of the word ‘to know’ to denote sexual relations referred originally to the bridegroom’s coming to know the features of his bride by lifting her veil before the consummation of the marriage. The Arab bridegroom, we are told, often sees his bride’s face for the �rst time on that occasion, and in Turkey, the present which he then gives her is known explicitly as ‘the gift of the seeing-of-the-face’.’101 T. Abusch knoopt hieraan vast een uitleg van een bekende passage uit het Gilgamesj-epos, in de Oudbabylonische versie.102 Gilgamesj ontmoet de alleenwonende vrouw Siduri en zegt tot haar ‘Nu, waardin, heb ik uw aangezicht gezien’. Dat zou op een intieme kennismaking met deze geheimzinnige vrouw kunnen wijzen. Even geheimzinnig als de verre Calypso, de bedgenote van Odysseus, wier naam ‘de verhulde/gesluierde’ (Grieks kalupto) zou kunnen betekenen… In de Oudbabylonische versie van het Gilgamesj-epos komt een duistere passage voor in het verhaal over het seksuele wangedrag van deze man in Uruk. ‘Voor de koning van het Uruk, de metropool, voor de vrijer, is geopend het ‘net’ der mensen (…). Hij impregneert de bestemde echtgenote.’ Het laatste commentaar stelt dat met dit ‘net’ (pūgu) mogelijk de sluier in de huwelijksnacht bedoeld is.103 Het sluieren ging vooraf aan een huwelijk tussen de koning van Mari en een prinses in Aleppo. Boodschappers vanuit Mari legden in Aleppo de prinses een sluier (kutummu) op: ‘Wij hebben ons gehaast en de bruidsgift (biblu) die onze heer ons

21

Vrouwen van Babylon.indd 21

7/12/11 21:35:16


haar uiterlijk voorkomen liet brengen, hebben we binnen gebracht en de sluiers [meervoud!] hebben we op de dochter gelegd.’104 Deze geschiedenis wijst erop dat de familie van de toekomstige echtgenoot de sluier leverde. Het gebruik van de sluier bij een huwelijk is al in Ebla (Syrië) (2350 v. Chr.) bekend.105 Prinses Ma’ud werd uitgehuwelijkt aan Ruzi’il, de zoon van Durdulum; in de lijst van onkosten lezen we eerst over drie gewaden voor Ruzu’il en dan: ‘toen men de olie op het hoofd van Ma’ud uitgoot, ontving Ma’ud een lang gewaad (peplos), een oranje(?) sluier. Huis van Durdulum.’ Men meent dat de vader van de bruidegom dit betaalde.106 Nieuw is dat hier het zalven tegelijk met de sluier wordt genoemd. Er bestaat een afbeelding van het afnemen van de sluier. In Turkije is in het dorp Bitik (bij Ankara) een Hittitische vaas uit ca. 1550 v. Chr. gevonden met de afbeelding van een tegenover elkaar zittende man en vrouw, in een kamer.107 De man tilt met de rechterhand de (oranje?) sluier van de vrouw omhoog, bij haar voorhoofd. De sluier lijkt deel te zijn van een kleed dat haar hele lichaam omgeeft. Met de linkerhand reikt hij haar een drank aan. Het grote kleed herinnert aan de Griekse peplos, bekend als vrouwengewaad in Ebla.108 Er is gezegd dat in deze gebieden de sluiering het huwelijk al formeel vastlegt, constitueert. Dat lijkt dan op een formele verloving.109 In een Oudassyrisch huwelijkscontract wordt van een vrouw eenmaal het omgekeerde gezegd, namelijk dat haar hoofd ‘open’ is: dus niet gesluierd (qaqqassa pati). Bedoeld is hier een vrouw die eigenlijk door haar familie ‘verkocht’ werd.110 Er wordt bij gezegd dat ‘haar prijs’ (nog) niet betaald is en mogelijk is ze daarom nog niet gesluierd.111 In een brief uit die omgeving lezen we dat een oom van vaderszijde een lastig meisje de ‘sluier’ (pussunu) op wilde leggen. Dat kan een algemene uitdrukking zijn voor ‘uithuwelijken.’112 We gaan nu spreken over het gesluierd zijn van de vrouw in het gewone dagelijkse leven. Deze sluiering heet in het Akkadisch pasāmu en wordt van het ‘bedekken’ (katāmu) van de bruid tijdens de bruiloft onderscheiden. Het is goed denkbaar dat de vrouwen in Assyrië, Ebla en Aleppo vanaf hun huwelijk voor immer gesluierd rondliepen. Dus in het Noorden en Noordwesten. Voor Assyrië is dit waarschijnlijk gemaakt door een lange paragraaf in de wetten (vertaald in hoofdstuk 31): het dragen van een sluier ‘op straat’ blijkt daar een voorrecht te zijn en de wet bepaalt, wie daartoe wel en niet gerechtigd waren (§ 40).113 Wel: vrije vrouwen, een concubine in het gezelschap van haar meesteres, een ‘gewijde’ die getrouwd is. Niet: een ongetrouwde gewijde, een prostituee, een slavin. Zij gingen blootshoofds op straat. Wie een slavin of een hoer gesluierd zag, moest dit onverwijld bij de autoriteiten melden en de straffen waren streng. Een gesluierde hoer: men mag haar sieraden niet afpakken, maar wie haar aanbrengt, krijgt haar kleren mee; zij krijgt vijftig stokslagen en men zal pek op haar hoofd uitgieten. Dat laatste is een ‘spiegelende straf’: in plaats van een sluier krijgt ze nu pek op haar hoofd. Het is mogelijk dat deze sluiering alleen in het Noorden voorkwam en dan misschien alleen in een bepaalde periode.114 Ook de Hittieten kenden misschien de sluiering. In § 198 van hun wetboek staat dat een man zijn overspelige vrouw vergiffenis kan schenken. ‘Hij kan het leven van zijn vrouw sparen, maar dan moet

22

Vrouwen van Babylon.indd 22

7/12/11 21:35:16


wat ze draagt hij ook de minnaar sparen en haar hoofd zal hij bedekken.’ Eigenlijk staat er ‘zijn hoofd bedekken’, maar dat moet een fout zijn. Bedoeld is dan dat de vrouw haar leven mag voortzetten, keurig gesluierd.115 Het herinnert aan de volgende Assyrische wet waarin staat dat een man zijn concubine tot volwaardige vrouw kan maken: ‘hij zal vijf of zes getuigen doen plaats nemen en hij zal haar sluieren’ (§ 41). Afbeeldingen van gedeporteerde vrouwen uit landen in het westen laten meermalen sluiering zien.116 Als Jesaja aan de ‘dochter van Babylon’ een smadelijk lot voorspelt, noemt hij ook het afnemen van haar sluier (Jesaja 47:2). Elders worden vrouwen ermee bedreigd (Jesaja 3:17 in de Nieuwe Bijbelvertaling). Sluiering was dus normaal voor een nette vrouw in Israël. Jesaja zal gedacht hebben dat het in Babylonië net zo was. Dat moet nog bewezen worden! Andere aanwijzingen voor het blijvend gesluierd zijn van vrouwen zijn de volgende. (1) In een legende over de veroveringen van Sargon van Akkad vertelt hij hoe hij de mannen vernederde of mishandelde. We lezen er onder andere: ‘Alašia [= Cyprus]: ik bedekte hun hoofden als (bij) een vrouw.’117 (2) In een medische tekst over een vrouw in geboorteweeën: ‘Zij is niet gesluierd en heeft geen schaamte (buštu).’ Deze tekst is in het Assyrische dialect geschreven.118 (3) In een brief uit Mari wordt een vrouw gezegd: ‘Bedek je hoofd en vertrek.’ Dat kan betekenen dat ze buitenshuis gesluierd moet zijn.119 Dat bedoelt de Koran: ‘O gij profeet, zeg tot uw echtgenotes en dochters dat zij iets van haar omslagdoeken (jalābīb) over zich laten hangen; dat bevordert dat zij gekend worden zodat haar geen overlast wordt aangedaan’ (33:59; vertaling J.H. Kramers). In de laatste discussie over de sluiering is een ontwikkeling gezien in dit gebruik: oorspronkelijk werd de sluier alleen bij het aangaan van een huwelijk aangelegd; later, vanaf de Middelassyrische tijd, werd hij normaal voor een gehuwde vrouw. Nu weten we van de sluiering eigenlijk heel weinig af en we hebben er maar één discussie over, de Middelassyrische wet § 40. En toen zou net de omslag gekomen zijn! Dat zou dan wel heel toevallig zijn. Deze mening rekent niet met verschillen in diverse regio’s. Er wordt ook gezegd dat prostituees gesluierd waren. Haar sluier zou zich van die der nette vrouwen kunnen onderscheiden door zijn maaksel, lengte of kleur. Maar daar is geen bewijs voor.120 Het is merkwaardig dat we het Sumerische woord ‘sluier’ niet kennen.121 Bestonden gesluierde vrouwen niet bij hen, in zuidelijk Irak, tussen 3000 en 2000? En ook niet in Babylonië, ten zuiden van Assyrië? Er zijn geen bewijzen dat ook daar de vrouw gesluierd was.122 Alleen tijdens de bruiloft legde de vader van de bruid of haar broer haar de sluier op en voorts nam de bruidegom die plechtig af in het bruidsvertrek. In het Syrische Emar was een speciale haardracht mogelijk het kenmerk van een gehuwde vrouw. Een adoptiecontract voorziet de mogelijkheid dat een geadopteerde dochter in de toekomst ‘het hoofd … (qaqqada liṣbir)’, ‘zwanger wordt’ (taḫrum), en ‘kinderen baart’. Achter liṣbir, hier met puntjes ‘vertaald’, steekt waarschijnlijk het Akkadische woord ṣepēru dat een modelleren van hoofdhaar aanduidt.123 Van enkele godinnen wordt soms gezegd dat ze gesluierd zijn. De tamelijk

23

Vrouwen van Babylon.indd 23

7/12/11 21:35:16


haar uiterlijk voorkomen erotische godin Nanaja heette ‘de gesluierde van de godinnen’.124 De godin Ulmašitum woonde in haar tempel, ‘Het Huis Maš, de woning van haar sluier.’125 Voorlopig is dit niet te begrijpen. In een ander cultuurgebied, Emar, zegt een ritueel dat gedurende een processie het gelaat van het beeld van Dagan tijdelijk gesluierd wordt.126 In hetzelfde gebied werd de hogepriesteres bij haar wijding gesluierd (letterlijk: bedekt) ‘als een bruid’.127 In het Syrische Ebla, veel eerder, werd in een ritueel de koningin zevenmaal de sluier opgelegd.128 Uit een brief uit Mari wordt enigszins duidelijk dat er nóg een ceremonie met een kleed bestaan kan hebben dat het sluiten van een huwelijk symboliseert. Het gaat over een godsoordeel waarin een slavin deze verklaring a�egt. ‘Mijn Meesteres sprak aldus: ‘Nadat mijn Heer (koning) Zimri-Lim de slip van zijn kleed over mij had geworpen, …’.’ Daarna is de tekst kapot.129 Dit herinnert twee geleerden aan Ruth die tot Boaz zei: ‘Spreid uw vleugel uit over uw dienstmaagd, want gij zijt de losser’ (Ruth 3:9). Die ‘vleugel’ is een slip van zijn kleed. Gedacht is dat zij hem hiermee uitnodigt voor een huwelijk. In Ezechiël 16:7–8 wordt tot een volwassen geworden jonge vrouw gezegd ‘Ik spreidde de slip van mijn kleed over u en bedekte uw naaktheid’, wat ook op een huwelijk kan wijzen.130 K. van der Toorn ziet deze handeling als een ‘variant’ van de sluiering en ontwikkelt de gedachte dat sluier en slip aangeven dat de vrouw nu bij de man hoort.131 Daartegenover staat zijn plicht, zijn vrouw te kleden en voeden.132 Hij ziet in de sluiering in de eerste plaats een ‘symbol of appurtenance’: de vrouw hoort nu bij een nieuwe familie. Secundair is dat de sluiering haar een sociale status geeft, haar kuisheid markeert, en verder haar schoonheid suggereert.133 Met het laatste zal bedoeld zijn: mannen worden zo bloednieuwsgierig. De gangbare mening dat de sluier in de eerste plaats een symbool is van ingetogenheid en kuisheid, heeft toch mijn voorkeur. Over een Assyrische vrouw in barensnood hoorden we: ‘Zij is niet gesluierd en heeft geen schaamte (buštu).’ Jesaja noemt het afrukken van de sluier naast ‘het ontbloten van haar schaamte’. Rebekka zag in de verte haar toekomstige echtgenoot Izaäk aankomen en ‘daarop nam zij de sluier en bedekte zich’ (Genesis 24:65). Dat is geen juridische handeling, maar gewoon ingetogen, decent.

symbolen Er zijn bepaalde attributen die in de Babylonische literatuur en kunst typerend zijn voor de vrouw. Volgens hun literatuur zijn dat de houten spintol (Sumerisch giš. bal, Akkadisch pilakku), tevens het embleem van de godin Ištar, en de beugel(?) in heur haar (giš.kirid, kirissu).134 Soms wordt ook de šiddu (een lint?) in één adem met spintol en haarbeugel genoemd.135 In de zeer oude bezweringen uit de Fara-tijd (2600) zijn de spintol (bal) en de speld (tab) de typische gebruiksvoorwerpen van de vrouw; werphout (illar) en houten wapen (tukul) voor de man.136 Die speld is een speld in het kleed, preciezer: de knevelpin (tudittu, Engels toggle pin), die ook later typerend is voor de vrouw.137 In een Sumerische hymne horen we van ‘de reine beugel(?) met lazuursteen, de kam in vrouwenstijl’.138 Een bezwering zegt dat de vrouwelijke demon Lamaštu

24

Vrouwen van Babylon.indd 24

7/12/11 21:35:17


wat ze draagt het volgende ontvangt: van de smid de ringen (semēru) voor handen en voeten, van de goudsmid de ring (inṣabtu) voor haar oren, van de steensnijder het koraal voor de hals, van de timmerman de kam, de spintol, de knevelpin, de šiddu en de haarbeugel(?).139 Volgens een Kanaänitische mythe houden de godinnen Anat en Aširtu (Asjera) een spintol in de hand.140 De spintol zien we ook elders in het oude Nabije Oosten als symbool voor de vrouw, naast de boog als symbool voor de man.141 Zij droeg de te spinnen wol gewikkeld om de linkerarm of om een stok, de spinrokken (Engels ‘distaff’, Frans ‘quenouille’). Ze trok daaruit een grove draad naar de rechterhand, waarin ze de spintol vasthield. Met draaiende bewegingen spon ze daarmee de draad. Bij de Hittieten zien we vaak spinrokken en spintol als typisch vrouwelijke voorwerpen.142 Op hun grafreliëfs worden vrouwen vaak met een spintol en spiegel in de hand afgebeeld.143 Een ‘soldateneed’ spreekt verachtelijk van vrouwenkleed, spintol en spinrokken.144 Even een terzijde. De Hittieten kennen twee schikgodinnen die de ‘de jaren van de koning’ met de spintol spinnen.145 Dit is een weinig bekende parallel bij de drie Griekse ‘schikgodinnen’ (de Moiren) Clotho, Lachesis en Atropos, die de draad van het leven van elke mens spinnen. In een Foenicische inscriptie uit Klein-Azië zegt een vorst dat het zó veilig was in zijn land, dat ‘een vrouw met spintollen (plkm) alleen op stap ging door het toedoen van Baäl en van de goden’.146 Zo is het nog in Turkije: ‘Noch heute (…) gehören die mit der Spindel [spintol] in der Hand umherwandernden Frauen in Südanatolien zum Landschaftsbild. Dabei zwirbeln sie mit der linken Hand den Faden, der dann auf die Spindel (in der rechten Hand) aufgewickelt wird, die durch den aufgesteckten Wirtel [de ring boven op de spintol] leichter in Schwung gehalten werden kann. Der Faserstoff selbst ist entweder um den linken Arm geschlungen oder um ein Holz, das man unter dem linken Arm eingeklemmt trägt. Von ihm läuft der Faden über die linke Hand zur Spindel. Dieses Holz nun, den Rocken [spinrokken], bezeichnet [Hitt.] ḫulali-.’147 De Romeinen hadden een oude gewoonte dat de maagden bij hun trouwen bij zich droegen: een ordelijk spinrokken en een spintol met draad (colus compta et fusus cum stamine) (Plinius VIII 194). De Joodse traditie prijst de deugdelijke huisvrouw zo aan: ‘Zij steekt haar handen uit naar de spinrokken(?) (kišor) en haar handpalmen vatten de spintol (pèlèk).’ (Spreuken 31:19). Rabbi Eliezer zegt in de Talmoed dat dit gelijk ook het enige is, waarin een vrouw deskundig is: ‘De wijsheid van de vrouw ligt alleen maar in de spintol.’ Hij voert als bewijstekst Exodus 35:25 aan; alzo in de altijd letterlijke Statenvertaling: ‘En alle vrouwen, die wijs van hart waren, sponnen met haar handen’ (Bab. Joma 66b). In een verdrag van Esarhaddon staat deze vervloeking tegen verbondsbrekers: ‘Mogen de goden, wier namen op dit kleitablet vermeld zijn, jullie rondwervelen als een spintol, mogen ze jullie maken als vrouwen voor het aangezicht van jullie vijanden.’148 Het snelle draaien van de spintol is spreekwoordelijk: ‘Een valse beschuldiger draait met de ogen als een spintol.’149 Een reliëf uit Susa laat zien hoe een vrouw zit aan een tafel (met een vis erop!), terwijl ze, de wol om de linkerarm gewonden, spint met een spintol.150 Zittend spinnen komt voor.151

25

Vrouwen van Babylon.indd 25

7/12/11 21:35:17


haar uiterlijk voorkomen In de Bijbel staat deze vervloeking: ‘Moge er nooit in het huis van Joab iemand ontbreken, die een vloeiing heeft, melaats is, op een stok moet steunen, door het zwaard valt of broodgebrek heeft’ (2 Samuël 3:29). M. Malul heeft aangetoond dat er geen sprake is van een ‘stok’; met pèlèk wordt de spintol bedoeld. De mannen wordt hier voorzegd dat ze ‘de spintol vasthouden’, waarmee verwijfdheid bedoeld wordt. In Babylonische lijsten van personen staat ‘hij die de spintol (pilakku) draagt’ te midden van de homoseksuelen in de cultus.152 De spiegel was soms een attribuut van de vrouw. Al op Hittitische reliëfs zien we godinnen met een spiegel in de hand; hetzelfde geldt voor de gewone vrouwen, ook in de latere kunst uit Syrië. Eveneens op Middelassyrische rolzegels: daar heft een vrouw, op een troon gezeten, een spiegel op.153 De Assyrische koningin van Aramese afkomst Naqi’a wordt met een spiegel afgebeeld; deze symboliek is uitzonderlijk voor de Assyrisch-Babylonische kunst.154 En de godin Ašratum, gemalin van de god der westelijke steppen, Amurru, heeft een kam en een spiegel in haar handen.155 De spiegel lijkt dus een ‘westers’ symbool te zijn, maar zeker is dat niet: op een zegel uit Nuzi, ten oosten van de Tigris, zien we een vrouw met in elke hand een spiegel.156 De godin Ištar in Uruk had een gouden spiegel, die soms in de werkplaats gerepareerd moest worden.157

sieraden Literaire teksten beschrijven uitvoerig de juwelen en ringen waarmee godinnen of vrouwen behangen zijn. Deze beschrijvingen zijn zelfs een ‘obsessie’ genoemd. Natuurlijk wordt hierdoor rijkdom en overvloed ten toon gespreid, maar ook schoonheid en aantrekkelijkheid. Bepaalde mooie stenen bevorderen de vruchtbaarheid.158 Hoe was de werkelijkheid, hier op aarde? 159 Sieraden kreeg een vrouw mee wanneer ze trouwde; we komen op de juridische implicaties van deze gewoonte nog terug in hoofdstuk 3. Ons interesseert hier de aard van die sieraden. Een tekst leert het volgende. Zilveren ringen kreeg ze voor ‘haar handen’ en ‘haar voeten’ in een totaal gewicht van twintig respectievelijk dertig sikkel zilver (een sikkel weegt acht gram); twee sikkel goud ‘in haar oren’; verder grote knevelpinnen voor haar kleding, gewicht tien sikkel.160 In kostbare giften aan vrouwen vinden we opsommingen van sieraden als deze: ‘60 sikkel: ring(en) van zilver – 5 sikkel goud: van haar oren – 1 sikkel: zegelring van zilver’. Of: ‘6 sikkel goud: van haar oren – 1 sikkel goud: voor haar hals – 2 handringen van zilver, hun gewicht is vier sikkel – 4 zegelringen van zilver, hun gewicht is vier sikkel.’161

ringen aan handen en voeten Ringen voor de handen of de voeten werden om de polsen of enkels gedragen; ze komen het meeste voor in de teksten (Sumerisch ḫar, Babylonisch šewiru, later semēru). Meestal zijn ze van zilver en vaak wegen ze volgens de Ur III teksten vijf sikkel zilver per stuk (40 gram).162 Men neemt aan dat dit een vaste waarde kan zijn geweest en dat deze ringen aldus als een vast betaalmiddel gefungeerd hebben.

26

Vrouwen van Babylon.indd 26

7/12/11 21:35:17


2 Oorhangers Oorhangers zijn meestal van goud. Deze komen uit het rijke Middelassyrische ‘Graf 45’ in Assur. Lengte 3 en 4 cm. Zie pag. 28. Vorderasiatisches Museum, Berlijn 3 Gietvorm De mallen van naalden, een vis, vogel en schapen als hangers, en een rosette. Assur. Kalksteen, hoogte 7 cm. Zie pag. 33. Vorderasiatisches Museum, Berlijn

Vrouwen van Babylon.indd 27

7/12/11 21:35:19


haar uiterlijk voorkomen M.A. Powell heeft deze theorie uitgewerkt en meent ze teruggevonden te hebben in spiraalvormige ringen, nu aanwezig in musea.163 Hij en zijn voorgangers denken dat van zo’n spiraal stukken konden worden afgebroken, zodat betaling ‘op maat’ mogelijk was.164 De teksten zelf leren ons dat het gewicht lang niet altijd exact was en men meent dat de ringen bij betaling niet geteld, maar gewogen werden. Ringen bleven betaalmiddel, tot in de Perzische tijd.165 Er zijn aanwijzingen dat incidenteel ook andere sieraden als betaalmiddel gebruikt konden worden: de zegelring (unqu) en de knevelpin.166 Zilveren ringen van vijf sikkel lijken standaard te zijn, maar die van tien sikkel komen ook regelmatig voor; zo’n ring voor de hand heet eenmaal ‘groot’.167 Opvallend is dat vrouwen bij bijzondere gelegenheden enkele malen ‘twee handringen – gewicht twintig sikkel’ meekrijgen. Dat wijst erop dat ze twee ringen van tien sikkel elk droegen.168 Hogere gewichten worden ook genoemd. Dan zal het niet om één ring, maar om het totaalgewicht van meerdere gaan. Met name het bezit van religieuze vrouwen kon zo besomd worden. Wanneer die een gift van hun vader of iemand anders ontvangen, vinden we hoog in de lijst (na velden en slaven) bedragen als zestig sikkel (één mine), dertig sikkel, tien sikkel, omschreven als ‘haar ringzilver’.169 We zien deze vrouwen uit het klooster vaak betalen met ‘haar zilveren ring’; dit was haar privébezit.170 De bedragen variëren sterk en we vinden eenmaal het hoge bedrag van tien mine zilver.171 Een Oudassyrische tekst spreekt van een hoeveelheid ‘ringen van mijn hand’ met een gewicht van zestig sikkel zilver (één mine).172 Bij welke gelegenheden werden deze ringen aan vrouwen gegeven? De zogenaamde ‘silver ring texts’ uit de Ur III tijd registreren het uitgeven van ringen aan voorname mannen en vrouwen die op reis zijn. Men kan ze als ‘begroetingsgeschenken’ opvatten.173 We wijzen erop dat ook mannen ringen om de polsen kunnen dragen: we zien dit op Assyrische reliëfs. Die met rozetten erop zien er uit als ‘polshorloges’; de rozetten verbeelden Ištar/Venus, de godin van de oorlog.174 Om een huwelijk gaat het mogelijk in deze Oudbabylonische passage: ‘Twee handringen van zilver, hun gewicht twintig sikkel, geschenk voor de dochter van Ur-Nanna, die aan Apil-Kubi werd ‘gegeven’.’ Er is regelmatig sprake van twee of ‘een paar van’ ringen.175

oorhangers In een brief klaagt iemand ‘Ze hebben mij beroofd van mijn oorhangers en mijn zilveren ring’, wat later wordt samengevat als ‘de sieraden (šukuttu) van het meisje’.176 Deze oorhanger vinden we nooit in een uitzet. Koning Tušratta van Mitanni stuurde als geschenk voor zijn zuster in Egypte, ooit uitgehuwelijkt aan de farao, knevelpinnen, oorhangers (alles van goud) en een kruikje goede olie (hoofdstuk 24).177 Gevonden oorhangers (inṣabtu) zijn van goud en ook volgens de teksten is goud speci�ek voor sieraden van de oren: ‘x sikkel goud, van haar oren.’178 We horen van een tot zes sikkel gewicht.179 Volgens rituelen kreeg het magische poppetje van een vrouw een gouden oorhanger.180 Bij de berg Sinaï

28

Vrouwen van Babylon.indd 28

7/12/11 21:35:20


wat ze draagt werden ze omgesmolten tot het Gouden Kalf, Exodus 32:2. In Ugarit heetten ze mogelijk ‘hanger’ (šuqallālu).181 Gouden poppetjes die een beschermengel (lamassu) voorstellen zijn gevonden, hangende aan een oorhanger, en inderdaad noemt een Sumerisch tekstje de uitgave van goud, gewicht twee sikkel (16 gram), ‘voor de oorhanger (met een) lamassu, van (koning) Amar-Sîn’.182 Gouden en zilveren oorhangers zijn gevonden; vaak zijn het grote gouden ringen. Een gouden, drielobbige, oorhanger van 3 × 4 cm. draagt een inscriptie van koning Šulgi: hij wijdde deze aan zijn overleden moeder die na haar dood tot de godin Geštinanna bevorderd is.183 In veel oudere tijd, in Ebla, dienden oorhangers als gestandaardiseerde waarde.184 Uit de Nieuwassyrische kunst zijn oorhangers bij mannen goed bekend; ze hebben vele vormen.185 Evenals ringen konden oorhangers met een standaardgewicht dienen als betaalmiddel.186

neusringen Neusringen waren in de Babylonische wereld als sieraad onbekend. Het woord ervoor (ṣerretu) komt zelden voor en dan alleen in teksten die met het ‘Westen’, Syrië, te maken hebben. In Oudbabylonische tijd trouwde Jasmaḫ-Addu, Assyrische (onder)koning van Mari, met de dochter van de koning van Qatna, in het verre westen, gelegen in Syrië, 50 km ten Noordoosten van het tegenwoordige Homs. De vader van de bruidegom, koning van ‘Assyrië’, schreef zijn zoon brieven over de bruidsprijs (terḫatu) die betaald moest worden en in een goede verhouding moest staan tot de bruidsschat (nidittu) die de familie van de vrouw zal inbrengen. De waarde van de bruidsprijs is vastgesteld op vier talenten zilver, dat wil zeggen 14 400 sikkel.187 Opvallend is nu dat 75∕6 mine [= 470 sikkel] door de bruidegom besteed moet worden aan een neusring (ṣerretu) en ring(en) van zilver (šewiru). Kennelijk werd dat verwacht in Qatna. Maar dit herinnert ook aan de Middelassyrische wetten, die over ‘sieraden’ (dumāqū) spreken: de man ‘legt’ die aan zijn vrouw en ze blijven zijn eigendom (§ 25, 26, 38). De vrouw woont dan nog in het huis van haar vader. We stellen vast dat het in Assyrië de gewoonte was dat de bruidegom zijn bruid sieraden gaf en het zou kunnen dat dit een neusring en een zilveren ring geweest zijn.188 De neusring vinden we nooit in gaven aan de bruid in Babylonië en ook niet in Mari. Interessant is dat we de combinatie ‘neusring – ringen’ niet alleen in veel latere Perzische tijd terugvinden, maar ook in de aartsvaderverhalen van de Bijbel.189 De knecht van Abraham moet een vrouw vinden voor zoon Izaäk, ontmoet Rebekka bij de put en pakt alvast ‘een gouden ring van een halve sikkel in gewicht en twee armbanden van tien halve sikkelen goud in gewicht’ (Genesis 24:22). Rebekka komt thuis met deze sieraden ‘aan de handen’ (vers 30), want de knecht had haar al ‘de ring aan haar neus’ en ‘de armbanden aan haar handen’ gedaan (vers 47) (‘aan’ is ‘al in het Hebreeuws). Haar broer Laban en haar vader Bethuël gaan akkoord en meer geschenken komen: voor Rebekka, haar broer en haar moeder. We merken even op dat de rol van vader Bethuël minimaal is; broer Laban is grammaticaal de enige, die ‘antwoordt’ (in vers 50). Hebreeuws nèzèm ‘ring’ is hier kennelijk een ring in

29

Vrouwen van Babylon.indd 29

7/12/11 21:35:20


haar uiterlijk voorkomen de neus, net zoals ṣerretu in de Mari brieven. De ‘gouden ring in een varkenssnuit’, waarmee een mooie vrouw zonder verstand wordt vergeleken in Spreuken 11:22, is ook een nèzèm.190 De ‘armbanden’ heten in het Hebreeuws ṣemīdīm en worden vaker in één adem met neusringen genoemd (Ezechiël 16:11–2). Men kent de foto’s van Arabische vrouwen met ringen in de neus. Hierover wordt het volgende bericht.191 Das Ohr schmückten die arabischen Schönen mit Ohrgehängen (…). Die Nase zierte häu�g ein grosser dünner Nasenring (khezâm), wie ihn Abrahams Sklave der Rebekka schenkte, als er für Isaak um sie warb (Genesis 24) und wie er auch heute unter den Brautgeschenken einiger Beduinenstämme üblich ist. Die Araberinnen spielen, wie Lady Blunt erzählt, gern mit diesem Ringe während des Gespräches, indem sie ihn aus dem durchbohrten Nasen�ügel aus- und einhaken.192

ring aan de vinger De ring unqu (Sumerisch šu.gur) werd aan de vinger gedragen. In Oudbabylonische tijd wordt unqu soms gevolgd door de uitleggende toevoeging ‘van de vinger’ en eenmaal lezen we deze beschrijving: ‘(zegel)ring van de vinger, van ijzer; zijn midden in goud gevat, waarin een zegel van twee stukken lapis lazuli.’193 Dit wijst op een zegelring. Ze zijn lichter dan de armringen (één sikkel) en vaker van goud. IJzer was in die tijd nog zeldzaam. Het is mogelijk dat in Oudbabylonische tijd de vingerring de status van een vrouw aangaf. Wanneer een dochter aan een godheid gewijd werd, kreeg ze deze ring;194 twee lijsten van uitgaven noemen deze ring wanneer een meisje trouwde.195 In de verre verte herinneren deze ringen aan onze ‘verlovingsring’. Maar die gaat terug op de Oud-Romeinse anulus pronubus. Men meent dat hierachter een oeroud mediterraans gebruik steekt: oorspronkelijk zou deze ring het betaalmiddel zijn in het als ‘koop’ opgevatte huwelijk. Later was het alleen een symbool, als pignus �dei ‘onderpand van trouw’. De Kerk nam dit zo over.196 Het gebruik van de vingerring nam in Babylonië in de late tijd sterk toe en de ring werd als ‘zegelring’ in de natte klei van de (juridische) tabletten gedrukt. Door mannen.

de knevelpin Af en toe vinden we onder de gaven aan vrouwen een grote speld die het overkleed bijeen moet houden. Lang is gedacht dat dit voorwerp, tudittu, een sieraad op de borst was maar het is nu duidelijk dat dit de speld-met-een-oog-erin is, de ‘knevelpin’, die in het Engels ‘toggle pin’ heet, in het Duits ‘Gewandnadel’, preciezer: ‘Knebel-Nadel’, ‘Verschlussnadel’.197 Aan de binnenkant van het kleed is aan het oog de draad geknoopt, die de speld aan het kleed moet ‘vergrendelen’. Deze spelden zijn gevonden en bleven twee millennia in gebruik, tot ca. 1000 v. Chr. Eén of, kruiselings, twee naalden konden op de borst of bij de schouder aan het

30

Vrouwen van Babylon.indd 30

7/12/11 21:35:20


wat ze draagt kleed bevestigd worden. Deze naald was meestal van goud of zilver en kon voorzien zijn van een knop van (edel)steen. Er is in Terqa een mooi exemplaar gevonden dat vergeleken kan worden met beschrijvingen in een Oudbabylonische lijst van sieraden van een godin uit Qatna, en ook in een Amarna-brief. De draad, waarmee de naald ‘vergrendeld’ kon worden, was er bijvoorbeeld voorzien van een gouden zonnetje met lazuursteen, parels en vruchtjes van albast en lazuursteen.198 In een hymne staat: ‘De knevelpin van goud (en) zilver met op zijn kop een bison’ (UrNammu A 121). Archeologische vondsten vertonen parels, amuletten en rolzegels als aanhangsels. Deze speld werd alleen door vrouwen gebruikt en volgens een Hittitische tekst kon hij de vrouw symbolisch vervangen. Naar een Oudassyrische tekst werd een brutale vrouw aldus verstoten: ‘Zij zal weggaan onder het afpakken van de knevelpin.’ Dan zakken haar kleren naar beneden en ze wordt zo symbolisch ontdaan van elk bezit.199 De knevelpin is na 1000 in onbruik geraakt toen de �bula, de directe voorgangster van onze veiligheidsspeld, bekend werd. Die kwam vanuit het westen in Cyprus in de dertiende eeuw v. Chr. en drong uiteindelijk tot Babylonië door in de achtste eeuw.200 De knevelpin bleef na zijn verdwijnen alleen in rituele context voortbestaan, bijvoorbeeld als sieraad op beelden van godinnen.201

halskettingen Halssieraden zijn in ruime hoeveelheid gevonden.202 Men hield van variatie: geen eenvormige reeks van kralen aan een snoer, maar afwisselend edelstenen, gouden medaillons, parelen, amuletachtige kleine �guurtjes, zelfs rolzegels.203 Aan het in Dilbat gevonden halssnoer hangen symbolen van goden en �guurtjes van beschermgoden. Men neemt aan dat deze aanhangsels het kwaad afweerden; dit geldt ook voor de ‘juwelen’ (dumāqū) genoemde kettingen van koningen.204 Misschien geldt voor alle halssnoeren dat ze het boze afweerden. Inventarissen uit Mari beschrijven de onderdelen van dit soort juwelen uitvoerig.

een ‘stad’ op het hoofd Voorname vrouwen hebben soms een metalen diadeem op het hoofd, voorstellend een stadsmuur met kantelen. Een Oudakkadische hofdame en twee Assyrische koninginnen droegen die. Men noemde die ‘stad’.205 Later zullen we ze tegenkomen in de bespreking van het ho�even te Ugarit en Assyrië. We zien die ‘stad’ nog in de Joodse Misjna: op sabbat mag een vrouw geen ‘stad van goud’ dragen (Sabbat VI.1).206 In die tijd droeg de heidense Syrische godin Atargatis die (púrgos).207

cadeautjes Een man kon zijn vrouw ook zomaar sieraden cadeau doen. Toen de gemalin van koning Šu-Sîn een kind gebaard had, braken beiden uit in een opgewekte beurtzang, waarin zij hem dankt voor zijn geschenken: een gouden pin, een zegel van lapis lazuli (lazuursteen), een gouden en een zilveren ring.208 Er zijn aanwijzingen dat die gouden pin en het zegel, aan elkaar verbonden, een eenheid vormden.209

31

Vrouwen van Babylon.indd 31

7/12/11 21:35:20


haar uiterlijk voorkomen W.W. Hallo ziet in de gouden pin (Sumerisch bulug) ‘een karakteristiek deel van de huwelijksgift’. Te Uruk zijn agaatsteentjes uit een halsketting gevonden met inscripties, waaruit blijkt dat koning Šu-Sîn ze aan de bijvrouwen (lukur) Ti’amatbašti, respectievelijk Kubatum, cadeau heeft gedaan.210

sieraden van prinsessen Rijke vrouwen, zoals koninginnen, hielden van halssnoeren met lazuurstenen kralen en bestelden die.211 Groot is natuurlijk de voorraad sieraden die een prinses ontvangt. We kennen ze uit de overzichten van een bruidsschat die een prinses meekreeg. Al in Ebla komen we die tegen.212 Ze zijn ons uit Mari onder de term nidittu, ‘gave’, bekend.213 We vinden er deze juwelen: gouden medaillons, diverse parelsnoeren met gouden sluiting, diverse ringen, vazen, spelden. Parelen heten letterlijk ‘niertjes’ en gouden balletjes heten ‘koriander(zaad)’. Een korte opsomming van de sieraden (šukuttu) van de haremvrouw Beltani is als volgt: ‘1 halssnoer met niertjes van papardillû-steen, waarin 12 niertjes van papardillû; 13 schorpioenenstaarten, welker opening [= sluiting] van goud is; 1 halssnoer met rolzegels, waarin 6 rolzegels; 7 rolzegels, welker opening van goud is; 1 … van goud; 1 medaillon van goud; 6 …en vingerringen van goud; 6 armringen … van goud; 2 naalden van goud; 4 …-en voetringen van zilver’.214 We hebben lange lijsten van de geschenken die de koning van het rijk der Mitanni stuurde aan zijn collega, de farao in Egypte (zie hoofdstuk 24).215 Een speciaal geval zijn de sieraden die godinnen dragen. We kennen ze van enkele inventarissen uit tempels, zoals die van Ištar van Lagaba.216 Het staat vast dat een aantal vondsten van parelkettingen in feite wijgeschenken aan deze godin zijn.217 Een bepaalde parel (erimmatu) was haar attribuut.218

archeologische vondsten De archeologie en iconogra�e kunnen ons inlichten over deze en andere mooiigheden waarmee een vrouw zich graag tooide. Vondsten in graven zijn belangrijke bronnen van onze kennis. Ten eerste het graf van koningin Pu-abi, onderdeel van de koningsgraven van Ur, beroemd om de mooie vondsten en berucht wegens de mensenoffers.219 Men dateert ze rond 2600. De skeletten van Pu-abi en een dienaar/dienares zijn er gevonden. Ons interesseert de hoofdtooi van Pu-abi zelf.220 Een hoofdband met gouden blaadjes en ringen; verder halssnoeren.221 Ook het lazuurstenen zegel met inscriptie van Pu-abi is erbij.222 In de ‘Great Death Pit’ zijn de overblijfselen gevonden van vijf mannen en 68 vrouwen; de laatsten waren voorzien van juwelen van goud, zilver, lapis lazuli en carneool. We komen op deze koningsgraven terug in hoofdstuk 23, over het hof en de harem. In het Assur van de Middelassyrische tijd is in de onmiddellijke omgeving van de tempel van Ištar een grafkamer ontdekt, onder een huis. Boven het graf lag de archiefkamer van de hoge ambtenaar Babu-aḫa-iddina en zijn vrouw.223 Hij

32

Vrouwen van Babylon.indd 32

7/12/11 21:35:21


archeologische vondsten onderhield internationale contacten en we hebben het ontwerp van een brief aan hem, geschreven door de koning der Hittieten. De laatsten die in de kamer bijgezet zijn, zijn een vrouw en, waarschijnlijk, nog een vrouw.224 Het gebeente der vrouw is omgeven met een veelheid van sieraden en gebruiksvoorwerpen, zoals kammen en albasten vazen.225 Veel hiervan moeten importproducten geweest zijn; men herkent er soms Egyptische motieven in. De stijl van de gegraveerde voorstellingen op een kam en een ivoren vaas getuigen van de toen gangbare internationale stijl. Uit de vroegere Oudassyrische tijd dateert verder graf 20, van een koopman. Kralensnoeren zijn er gevonden.226 De Engelsen hebben in de vijftiger jaren de Assyrische hoofdstad Kalach, uit de achtste eeuw voor Christus, opgegraven (het moderne Nimrud). De Irakezen hebben in de tachtiger jaren hier graven van koninginnen opgedolven. Deze bevatten 157 voorwerpen, waaronder een kroon, diadeem, enige paren van voetringen, vele armringen, halskettingen, 79 oorringen van goud.227 Zeer opvallend is het gouden hoofdsieraad, waarop een palmboom is afgebeeld waaraan korte koorden hangen, eindigend in gouden granaatappeltjes. We vertellen er meer over in hoofdstuk 24. Uit een graf in Babylon stammen een bronzen armband, een eenvoudige gouden oorring, drie vaasjes en een mooie halsketting met halfedelstenen in vele kleuren, afwisselend groot en klein; ook gouden parels.228 Een bijzonder archeologisch object is de gietvorm, waarmee sieraden in standaardvormen, als ringen en naalden, pasklaar gegoten konden worden. Vele gietvormen zijn gevonden.229

opmaak De opmaak een vrouw, niet minder dan sieraden, wil haar aantrekkelijker maken.230 De godin van de liefde Inanna/Ištar droeg volgens de mythe een borstsieraad en bracht kohl aan op de ogen. Beide heetten daar ‘Man, kom, kom!’231 In de Sumerische liederencyclus over deze godin en haar vriend, de herder Dumuzi (Tammuz), vinden we eens beschreven hoe Inanna zich opmaakt.232 Zij wast zich, boent zich met zeep, zalft zich met goede olie, doet een vorstelijk gewaad aan, brengt kohl aan op haar ogen, bindt het haar op, doet een gouden ring aan de hand, legt een snoer van lazuurstenen kralen om de hals. Aan dit alles is niets ongewoons. Voor de ogen gebruikte men kohl, dat is ogenzwart, wat toen een loodproduct was. Het werd met een lepeltje opgebracht.233 Men dacht – en denkt in Kuwait – dat dit ook helpt om scherper te zien.234 Voor het gezicht was er een product dat als ‘amber’ is vertaald.235 In de Arabische wereld gebruiken de vrouwen henna waarmee de haren, nagels, vingers en tenen oranjegeel worden geverfd, maar dat is in Mesopotamië niet aangetroffen. Henna is een laatkomer en wordt in Egypte pas vanaf 180 v. Chr. vermeld; ook het Hooglied van Salomo noemt het (1:14, 4:13). Het woord is daar kofèr (waarschijnlijk ‘smeersel’) dat door de Grieken overgenomen is als kupros.236 Tot de standaarduitrusting van een vrouw hoort een �acon met kostbare olie (šikkatu); ze kreeg het mee bij haar huwelijk. Er zijn ‘vanity sets’ uit het boudoir

33

Vrouwen van Babylon.indd 33

7/12/11 21:35:21


haar uiterlijk voorkomen gevonden.237 Natuurlijk zijn er ook zalfpotten; er is er een uit Ugarit in de vorm van een eend, die omkijkt. Daarvan zijn er meer gevonden in het Westen; deze vormgeving is Egyptische stijl.238 Voor sexappeal bestaat in het Sumerisch het woord ḫili, Akkadisch kuzbu. Die werd met name in het weelderige hoofdhaar gezocht. Een vrouw probeerde de aandacht van koning Šu-Sîn van Ur te trekken door een Sumerisch lied zo te beginnen: ‘Mijn haar is sla, goed van water voorzien, mijn haar is…, goed van water voorzien. Zijn lokken zijn samen gevlochten. De verzorgster heeft ze hoog […], mijn haar heeft ze in de gazellestijl(?) gemaakt…’ De tekst wordt steeds technischer en moeilijker, maar de dos moet prachtig geweest zijn.239 In de koningsgraven van Ur heeft koningin Pu-abi gouden bladeren en takken op het hoofd. Mogelijk wordt deze tooi aangeduid met ‘de boomgaard’ in Sumerische literaire teksten.240 Een opperschenker van koning Šulgi wijdde een stenen ‘pruik’ aan een beschermgodin, die waarschijnlijk op haar beeld geplaatst moest worden, en in de inscriptie noemt hij dit voorwerp ‘de ḫili van haar vrouw-zijn’.241 De mythe ‘Enki en de Wereldorde’ zegt aan het begin dat de jonge vrouw de ḫili op haar hoofd heeft (34). In een brief wordt over een vrouw op de vlucht aanbevolen: ‘verander toch haar kleding en haar pruik’. Dat doet men niet en ze wordt op het stadsplein van Akkad herkend en gegrepen.242 Kennelijk had elke streek zijn eigen mode. Er is beweerd dat de Sumeriërs kaalhoofdig waren en een pruik droegen (tegen luis, is gezegd!). Maar alleen mannen die optraden in de cultus waren kaal.243 We weten niet of men het lichaamshaar epileerde, zoals de Romeinen en Arabieren dat deden. De dames hielden wel van pruiken. De godin Inanna zette een pruik op, wanneer ze zich tooide.244 Gevonden beelden dragen zulke pruiken uit steatiet, soms met inscriptie.245 Een god kan een bepaald soort pruik (pursāsu) wensen, als wijgeschenk.246 Het hoofdhaar van de vrouw was kennelijk iets aantrekkelijks247 en dat vinden meer mensen; de apostel Paulus heeft ertegen gewaarschuwd: ‘Daarom moet de vrouw een macht op het hoofd hebben vanwege de engelen’ (1 Korintiërs 11:10). Wat die ‘macht’ (exousía) is, weet toch eigenlijk niemand. In een vervloeking lezen we over de aantrekkelijkheden van jonge vrouwen en mannen: ‘De lokken van jullie jonge vrouwen, de … van jullie jongemannen mogen honden en zwijnen op het plein van Assur rondslepen, onder jullie ogen.’248 Het woord voor ‘lokken’ (sissu) hier is uniek en herinnert aan Hebreeuws ṣīṣit ‘haarlok’. Tijdens de oorlogen van de koningen van Mari werden vaak mensen buit gemaakt. We lezen in een brief de instructie dat voorname vrouwen ontdaan moeten worden van ‘wat op hun hoofd is’ en ook van hun kleren, hun zilver en goud.249 Wanneer we de algemenere vraag stellen, wat naar Mesopotamisch gevoel een vrouw mooi maakte, moeten we op lyrische ontboezemingen letten. In het algemeen zijn die nogal vaag.250 Vrouwen worden vooral in de Sumerische fraaie letteren bij voorkeur geprezen in twee beelden. Het eerste beeld is dat van ‘vrucht’, ‘appel’, ‘tuin’, ‘sla’. Welke associaties men daarbij had, weten we niet precies; centraal lijkt te staan ‘the luscious, natural attractiveness of fruit’, zegt W.G. Lambert in zijn studie van deze metaforen.251 Th. Jacobsen meent dat de salade (en lentegras)

34

Vrouwen van Babylon.indd 34

7/12/11 21:35:21


opmaak het schaamhaar aangeeft en komt zo tot onverholen vertalingen van Sumerische liefdesliederen.252 Het is inderdaad zo dat in zulke liederen de uitnemende eigenschappen van schaamdelen ongeremd worden aangeprezen; op sommigen onder ons kan dit een grove indruk maken. Niets horen we over borsten, billen of andere welvingen van het lichaam, zoals de hals. Zaken, waarop men best had mogen letten. Hoewel een geleerde uit Rome in de Sumerische uitdrukking ‘haar brede keel’ een decolleté meende te mogen zien.253 Het tweede beeld is dat van edelstenen. De vrouw is een en al edelsteen, waarschijnlijk omdat ze die draagt.254 Zij maken haar mooi. De belangrijkste is de šuba-steen, die aan een ketting werd geregen. Joan Westenholz onderscheidt in deze edelstenen twee betekenissen: de werkelijkheid, omdat de bruid ermee behangen is; en een metafoor, omdat de šuba-steen vruchtbaarheid en seksualiteit symboliseert. Al met al zal menige lezer enige moeite hebben deze loftuitingen esthetisch mee te beleven. Zoals gezegd is er ruime aandacht voor de geslachtsdelen. Vooral in poëtische bezweringen, die liefde willen opwekken; daarin wordt zelfs ‘mijn geslacht van urine’ dringend in de aandacht aanbevolen.255 Er is een rijke terminologie om het vrouwelijke vat aan te duiden. De naar onderwerp geordende SumerischBabylonische ‘woordenboeken’ sommen synoniemen en onderdelen op.256 Een van die woorden wordt in een Babylonisch commentaar uitgelegd: ‘ḫurdatu: de schaamte van een vrouw, als in: ‘Strek je hand uit en beroer onze ḫurdatu’.’ Dit is een citaat uit het Gilgamesj-epos waarin Ištar de held uitnodigt (Gilgamesj-epos VI 69) en het citaat wordt hier als verhelderend beschouwd. Het commentaar gaat verder: ‘Ten tweede: mijn ḫurdatu = mijn haardos. Ten derde: mijn ḫurdatu = ḫurri dadu (‘het gat van de lieveling’).’257 In liederen wordt het vrouwelijke vat bezongen. In Sumerische hymnen schept Inanna over dit deel zo op: ‘Als de sikkel van de nieuwe maan, vol sexappeal.’258 In inventarissen van tempels zien we ‘een gouden schaamdriehoek’ verschijnen en ze zijn in de tempel van Ištar te Assur ook echt gevonden.259 Archeologen hebben inderdaad objecten gevonden, waarin zij dit schaamdeel ontdekken.260 Naast gemodelleerde penissen. De schaamdriehoek komen we tegen, in klei gemodelleerd. De driehoek was zelfs het oorspronkelijke teken voor ‘vrouw’ in het spijkerschrift.261 Rituelen uit de cultus voor Inanna/Ištar spreken er af en toe van: ‘Ik schenk U de schaamdriehoek van lazuursteen, het sterretje van goud, attributen van Uw goddelijkheid.’262 Schelpen zijn ook een symbool van dit lichaamsdeel.263 Er is een wij-inscriptie uit Assur op een voorwerp van lood, een driehoek op z’n kop die de vrouwelijke schaamte voorstelt. Het object is 17 cm hoog en werd bij de tempel van de godin gevonden en stamt uit ca. 1850 v. Chr.264 De inscriptie zegt: ‘Toen Sargon stadvorst was van Assur, heeft Ḫattitum, de echtgenote van EnnaDagan, aan de Ištar van Assur (dit) gewijd. Voor het leven van haar echtgenoot, voor haar (eigen) leven en voor het leven van haar kind(eren) heeft ze de téš binnen gebracht.’ In de tempel binnen gebracht, wordt bedoeld. Het lijkt erop dat met de téš dit wijgeschenk wordt bedoeld. Dat Sumerische woord is in het Akkadisch bāštu,

35

Vrouwen van Babylon.indd 35

7/12/11 21:35:21


haar uiterlijk voorkomen vaak als ‘waardigheid’ vertaald, en dat wordt van mannen en vrouwen gezegd. Maar ook vertaalt men het als ‘geluk’ of ‘levensenergie’.265 F.A.M. Wiggermann meent dat het hier als pars pro toto een naakte vrouw weergeeft.266 Welke kant men ook op wil, de schaamdriehoek karakteriseert hier de gever als vrouw. En die wordt dus aangeduid met het Sumerische woordteken téš, dat in het Akkadisch bāštu is. Wat de reden van deze wijding is, weten we niet. Wel is het goed om nu op te merken dat al die gevonden modellen van schaamdelen dus niet hoeven te wijzen op wilde seks. Uit de kunst kennen we heel wat �guurtjes in klei, die een naakte vrouw voorstellen. Men proeft hier een nadruk op de erotische uitstraling van blote vrouwen. Wordt een godin bedoeld? 267 We komen erop terug in hoofdstuk 21. Sober en voornaam daarentegen is het hoofd van een vrouw uit de vroegste tijd (Uruk, 3000 v. Chr.), een masker.268

vrouwentaal Wanneer we de vrouw uit het laagland van Eufraat en Tigris zouden horen spreken, stond ons bij bepaalde Sumerische vrouwen een verrassing te wachten. Want uit hun mond vloeit een eigen dialect, de ‘vrouwentaal’, Emesal, zoals de Sumeriërs die noemden. Dat woord betekent letterlijk ‘de dunne/�jne taal’.269 We zien deze taal uitsluitend in literaire teksten, wanneer vrouwen aan het woord zijn – maar lang niet altijd – en in spreekwoordachtige anekdotes, die mogelijk de lachlust wilden opwekken. Grenzend aan zulke anekdotes is een scheldpartij tussen twee vrouwen in dit Emesal; we komen erop terug in het laatste hoofdstuk, de waardering van vrouwen.270 Verder wordt deze taal in de mond genomen door mannen die een functie hebben in de cultus, de gala: ze treden op bij begrafenissen en als klaagzangers in tempels. Sommigen zien in hen eunuchen.271 Rituele klaagliederen in het Emesal bleven tot in de Griekse tijd in de tempels gezongen worden.272 Mogelijk voelde men hierom in Middelbabylonische tijd de behoefte, een klein woordenboek van het Emesal aan te leggen; in die tijd wilde men het Sumerisch, allang een dode taal, ook weer creatief gaan gebruiken. Het woordenboek bestaat uit drie kolommen: Emesal – gewoon Sumerisch – de Akkadische vertaling. Het begint met een lijst van godennamen. Vaak is door assyriologen getwijfeld aan de identi�catie van Emesal als ‘vrouwentaal’. Het woord wordt dan uitgelegd als ‘ver�jnde taal’, met een aparte uitspraak, niet ongelijk aan het Haags uit Wassenaar.273 Gedacht is dat een verhoogde toon deze taal zou kenmerken.274 Eerder is het Emesal een dialect van een bepaalde groep in de maatschappij, een ‘sociolect’, en geen aparte taal. Sociale groepen kunnen zich ook kenmerken door een aparte uitspraak. Deze groepen bestaan dan als zelfstandige, geïsoleerde eenheden binnen een gemeenschap.275 In de nieuwste studies spreekt men liever van het Emesal als ‘genderlect’.276 Wat is dat Engels toch verhelderend! Dat zou in ons geval betekenen dat vrouwen tamelijk apart leefden, maar daar zijn in het oude Sumer geen aanwijzingen voor.277 Het is daar een ‘literair’

36

Vrouwen van Babylon.indd 36

7/12/11 21:35:21


vrouwentaal dialect en we nemen aan dat in het dagelijks leven vrouwen toch het gewone Sumerisch spraken. Er is op gewezen dat in het toneel van India de mannen Sanskrit en vrouwen of mensen van lagere kasten Pakrit spraken.278 Nu weten we niet, waar het Sumerisch vandaan komt. Misschien kan er intensiever naar India gekeken worden, omdat daar kastegebonden Dravidische sociolecten bestaan.279 We merken nog op dat meer vrouwentalen bij een aantal volken bekend zijn, bijvoorbeeld in Siberië en Zuid-Amerika.280 Hoe klonk deze vrouwentaal? Er zijn in het Emesal afwijkingen in de vocalen en consonanten. Zo wordt de e of de i in het hoofddialect graag vervangen door de klinker a en komt de consonant ng in de plaats van normaal m. We geven enige voorbeelden van Emesal – gewoon Sumerisch: ḫiz = ḫaz ‘sla’; eneng = inim ‘woord’; zeng = sum ‘geven’. Normaal ng zien we in het vrouwendialect als m verschijnen: ngal = mal ‘zijn’; dingir = dimmer ‘god’. Maar het vrouwendialect heeft ook enkele eigen woorden, bijvoorbeeld mulu ‘man, mens’ (naast gewoon Sumerisch lu), gašan ‘meesteres’ (naast nin), mudna ‘echtgenoot’ (naast nitadam). Misschien waren de gewone woorden in deze gevallen voor de vrouw taboe.281 Wat het spreken van vrouwen in Akkadisch betreft, een Semitische taal zonder vrouwentalen: we hebben een emotionele brief met korte zinnetjes van een vrouw, die vaak -i toevoegt aan haar woorden. Misschien was dit een opgewonden dame wier gedicteerde woorden door de beroepsschrijver letterlijk werden opgeschreven.282

namen van vrouwen Een Sumeriër of Babyloniër had één naam. Vaak wordt daarin de goede relatie met een godheid aangeduid. Bij Sumerische namen is het meestal onmogelijk, te onderscheiden tussen namen van vrouwen of mannen. Elementen in Sumerische vrouwennamen zijn wel Geme ‘slavin’ (de vrouw heet dan de ‘slavin’ van een god), Nin ‘meesteres’, ḫili ‘sexappeal’. Sumerische namen zijn ook weinig sprekend. ‘In grote meerderheid zijn de Sumerische namen ‘objectief’ in die zin dat ze meestal een feit of algemeen idee uitdrukken, zonder dat ze naar een sprekend subject verwijzen.’283 Anders de Babylonische vrouwennamen: zij zijn goed te onderscheiden van die der mannen.284 Bijvoorbeeld: ‘Godin NN is mijn moeder/ mijn beschermer/mijn geluk.’285 Op school oefenden de jongens in het schrijven van namen van personen; een aparte categorie waren hier de vrouwennamen.286 Vrouwelijke godinnen worden natuurlijk vaak in deze namen genoemd; vrouwelijke werkwoordsvormen in een naam (eigenlijk grammaticaal fout) geven aan dat de draagster een vrouw is.287 Elementen als ‘zuster’, ‘slavin’ zien we in vrouwennamen. Er is gezegd dat in de Kassietentijd de namen van vrouwen opeens vromer van inhoud werden – en zij zelf ook: enige namen zijn als gebed geformuleerd.288 Deze gedachte past bij de oude theorie, dat in deze tijd het zondebesef bij de mensen groter werd. Maar dat was in de voorafgaande perioden even sterk. Een speciaal geval vormen de namen van klassen van vrouwen. Prinsessen en

37

Vrouwen van Babylon.indd 37

7/12/11 21:35:22


haar uiterlijk voorkomen hofdames hebben namen met een politieke boodschap, als ‘Het land verheugt zich’ (Tariš-matum), ‘Buig u, o land’ (Kunši-matum), ‘De scepter is blijvend’ (Taburḫaṭṭum), ‘De scepter is solide’ (Takun-ḫaṭṭum).289 De koning van Mari ontving uit de harem van zijn dochter het volgende bericht over de baby van een concubine. ‘Over de dochter van T. (dit). In mijn droom stond er een man en hij zei: ‘Het kleintje, de dochter van T., moet men Tagid-nawûm noemen.’ Dit zei hij tegen mij. Laat mijn heer nu de zaak door een leverschouwer laten beoordelen. Indien die droom (juist) geschouwd is, laat mijn heer de dochter van T. ‘Tagid-nawûm’ noemen. Zo moet ze genoemd worden.’ Deze naam betekent ‘Het nomadenland is ten goede gekeerd’ en de koning zal blij geweest zijn met dit voorstel in de droom.290 Nonnen hebben vrome namen als ‘Wens van (godin) Aja’ (Erišti-Aja). Slavinnen: ‘Ik kijk naar haar ogen’ – namelijk van de meesteres (Anaṭṭal-iniša). Ook over de meesteres: ‘Zij moge gezond zijn wat mij betreft’ (Aššumija-libluṭ). In een aantal gevallen is duidelijk dat deze namen niet bij de geboorte, maar bij een verandering van status gegeven werden: wanneer een vrouw tot slavin werd.291 Een ander geval is de slavin, bij wie haar baas een kind verwekt. Ze krijgt nu de naam ‘Moge mijn vader bestendig zijn’ en zij zal door het opgroeiende kereltje zo aangesproken worden; dit is een goed teken voor de vader.292 Zielig is de slavinnennaam ‘Waar is mijn vader?’293 Zo heet een meisje dat als dochter geadopteerd werd van haar vader(!) en moeder, tegen betaling van een ‘bruidsprijs’ van vijf sikkel. Zij moet een wees geweest zijn, die in het bezit van het echtpaar is gekomen en nu wordt doorverkocht.294 Er zijn vrouwennamen die een uitspraak doen over de echtgenoot en je vraagt je af, of die na de sluiting van het huwelijk bedacht en gegeven werden: ‘Mijn echtgenoot is mijn geluk (bāštu)’; ‘Zij is belangrijk voor haar gade’. Een prinses: ‘Zij vond de koning van haar hart’.295 Gering is het aantal namen die zowel mannen en vrouwen konden dragen; een voorbeeld is Sîn-nada ‘Sîn is geprezen’.

38

Vrouwen van Babylon.indd 38

7/12/11 21:35:22


leesfragment Vrouwen van Babylon