Issuu on Google+

Herman van Veen

Rode wangen Zijn leukste VERHALEN over o.a. Alfred Jodocus Kwak, Colombine en Het bange spookje en zijn beroemdste LIEDJES zoals Opzij, Zo vrolijk, Spetter pieter pater en Voor een kus

kokBWrodewangen0812-2xPMS.indd 3

29-08-12 10:37


Met dank aan: Hans Bacher, Gaëtane Bouchez, Ruud van Gessel, Heinz Rudolf Kunze, Edith Leerkes, J.H. Leopold, Heinz Lindner, Eva Schuurman, Harald Siepermann, Willem Wilmink, Bayerische Rundfunk, De Gooise Uitgeverij, Harlekijn Uitgeverij, KRO, NCRV, ORF, Telescreen, VARA, Veronica/VOO, Universal Music, Universal Music Publishing

© 2012 Uitgeverij Kok – Utrecht, 2012 www.kok.nl Redactie: Roger Hendriks Illustratie omslag: Alfred J. Kwak: Harald Siepermann; achtergrond: Herman van Veen Ontwerp omslag: Garage bno, www.garage-bno.nl Layout/dtp: Garage bno, www.garage-bno.nl ISBN: 978 90 435 1768 3 NUR: 275/211 Alle rechten voorbehouden. Verantwoording teksten en illustraties ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’ Tekst © Herman van Veen/Zang Beheer BV (bewerkte versie van ‘De ontvoering’ en ‘De burenruzie’ uit De wonderlijke avonturen van Alfred J. Kwak, het grote voorleesboek, Uitgeverij Kok, 2010) Illustratie © Harlekijn/Van Veen, Siepermann, Bacher ‘Het bange spookje’ Tekst © Herman van Veen/Zang Beheer BV (bewerkte versie van Het bange spookje uit De wonderlijke avonturen van Herman van Veen, De Gooise Uitgeverij/Harlekijn, 1978) Illustratie © 2012 Harlekijn Uitgeverij ‘Elise Knuffel’ Tekst © Herman van Veen/Zang Beheer BV (bewerkte versie van de theatervoorstelling Für Elise dat eerder is verschenen op de cd Für Elise, Universal/Harlekijn, 2003) Illustratie © 2012 Harlekijn Uitgeverij ‘Op reis’ Tekst © Herman van Veen/Zang Beheer BV (bewerkte versie van Op reis uit Het verhaal van de clowns, Harlekijn Uitgeverij, 1990) Illustratie © 2012 Harlekijn Uitgeverij

kokBWrodewangen0812-2xPMS.indd 4

‘Colombine en de stemmendief ’ Tekst © Herman van Veen/Zang Beheer BV (bewerkte versie van Colombine en de stemmendief, Harlekijn Holland Edition, 1998) Illustratie © Harlekijn/Van Veen, Siepermann ‘Benjamin IJ. Beer’ Tekst © Herman van Veen/Zang Beheer BV (bewerkte versie van Benjamin IJ. Beer, Pom pom pom, Uitgeverij Kok, 2008) Illustratie © 2012 Harlekijn Uitgeverij ‘En toen?…’ Tekst © Herman van Veen/Zang Beheer BV (bewerkte versie van En toen?... uit Het groot verhalenboek van Herman van Veen, heb ’t in mijn dromen zelf gezien, Harlekijn Uitgeverij, 1993) Illustratie © 2012 Harlekijn Uitgeverij ‘Kabouter Paltz en de gestolen ogen’ Tekst © Herman van Veen/Zang Beheer BV Illustratie © 2012 Harlekijn Uitgeverij

29-08-12 10:37


Zou jij ook niet ‘zo vrolijk’ worden als je Alfred Jodocus Kwak zo hoort zingen?

[6]

kokBWrodewangen0812-2xPMS.indd 6

29-08-12 10:37


Ik ben vandaag zo vrolijk, zo vrolijk, zo vrolijk, ik ben behoorlijk vrolijk, zo vrolijk was ik nooit. Ik was wel vaker vrolijk, heel vrolijk, heel vrolijk, maar zo behoorlijk vrolijk was ik tot nog toe nooit. Soms ben ik ongelukkig, ontzettend ongelukkig, soms ben ik ongelukkig, dan sterf ik van verdriet. Soms ben ik wat neurotisch, psychotisch en chaotisch, labiel en neogotisch, maar vandaag dus niet. Zo vrolijk, zo vrolijk, zo vrolijk, ja, zo vrolijk, zo vrolijk, zo vrolijk was ik nooit. Vrolijk? Ben ik nog vrolijk? Ik ben nog vrolijk. Ik ben nog steeds heel vrolijk! Heel vrolijk. Maar... je weet maar nooit.

[7]

kokBWrodewangen0812-2xPMS.indd 7

29-08-12 10:37


En ze leefden nog lang... Sjokken geit en schaap door één hek, dan zal er zomer zijn. (bijzonder oud gezegde dat ik zojuist heb bedacht)

Als walrus Kapitein Stoppel met zijn kromme zeebenen over de wiebelige loopplank van zijn schip de kade oploopt, wordt hij in de schaduw van een hijskraan opgewacht door Lispel de Kwal. De kapitein komt Lispel niet graag tegen. Want zie je dat slijmerige beest, dan gaat er meestal wel iets naars gebeuren. ‘Hallo, Kapitein Stoppel,’ kwijlt de kwal. ‘Uw schip “De Zonneschijn” ziet er pico bello uit. Gaat u, eh..., gaat u de zee op?’ ‘Wat heb jij hier te zoeken, Lispel?’ ‘Niks bijzonders,’ slijmt het beest. ‘Doe me een plezier, kwal: blijf dan uit de buurt van mijn boot.’ ‘Waarom? Is er dan een geheim, is er dan iets dat niemand mag weten? Heeft u iets te verbergen?’ ‘Welnee. Maar ik heb een hekel aan spionnen. Dat is alles. Maak nu maar dat je wegkwijlt.’ ‘Kapitein,’ lispelt de kwal, ‘niets is zo waardevol als geheime informatie. U heeft toch ook internet en zo? Voor geheime informatie betaalt men graag veel geld.’ ‘Laat me met rust,’ moppert Kapitein Stoppel. ‘De kapitein moet met zijn schip naar het Koninkrijk van Salem, in het nabije oosten. Het grootste deel van zijn vracht bestaat uit Waterlandse boter, kaas en eieren. Er zullen [8]

kokBWrodewangen0812-2xPMS.indd 8

29-08-12 10:37


ook een paar passagiers aan boord zijn: een goede vriend van de kapitein, Alfred Jodocus Kwak, en de beroemde Professor Noël. Deze twee dieren en de kapitein zijn koninklijk uitgenodigd om op de eenentwintigste verjaardag van de kroonprins van Salem te komen. Ze kennen elkaar nog van vroeger. Zegt u nu eens eerlijk, Kapitein Stoppel: klopt dat verhaal of klopt dat niet? Ik vond die informatie op internet en zo... U weet wel... over de verjaardag van die geitenprins.’ Kapitein Stoppel schrikt er wel een beetje van dat die kwal dat allemaal weet... ‘Doe met je info wat je wilt, slijmbal,’ bromt de kapitein. ‘Tot hopelijk niet ziens.’ Kapitein Stoppel loopt op zijn gemak naar de woonklomp van Alfred Jodocus Kwak. ‘Ik ben bang dat ik wat te vroeg ben’. ‘Niet erg, ik ben mijn vriendin Winnie aan het helpen met inpakken.’ De kapitein gaat aan tafel zitten. Daar zit ook Henk de Mol, de stiefvader van Alfred Jodocus Kwak, die hoofdschuddend de krant zit te lezen. ‘Goedemorgen, kapitein. Ik lees zojuist dat er tussen de geiten en de schapen zo af en toe gevochten wordt op de grens tussen Salem en Jeru. Ik hoop niet dat er weer een oorlog komt. Het lijkt wel of de schapen en de geiten die daar wonen, niet anders weten. De één heeft gelijk, de ander ook. Volgens de schrijver van dit stukje in de krant kan alleen God het probleem oplossen.’ ‘De vraag is: welke God?’ ‘Ook daarover maken de schapen en de geiten ruzie. Volgens de schapen is God een schaap, volgens de geiten is God een geit.’ ‘En daar gaan ze weer! Het lijkt wel eb en vloed. Daar komt ook nooit een einde aan.’ ‘Het is treurig, kapitein.’ ‘Zeg dat wel, Henk.’ ‘Dit is echt heerlijk, Winnie,’ roept Kapitein Stoppel terwijl hij voor de derde keer aardappelen op zijn bord schept. ‘Dank u, kapitein. Neem zoveel u wilt.’ Alfred heeft geen honger. Hij maakt zich zorgen. ‘Waarom hangt Lispel toch steeds in de buurt van uw schip “De Zonneschijn”? Ik vertrouw het niet,’ zegt hij tegen de kapitein. ‘Geen idee, Alfred. Geen idee,’ zegt de kapitein met volle mond. ‘Waarschijnlijk heeft iemand hem die opdracht gegeven.’ [9]

kokBWrodewangen0812-2xPMS.indd 9

29-08-12 10:37


Bij de haven staat een ongeduldige figuur in het donker te wachten. ‘Hèhè, daar zul je ’m hebben,’ zegt hij tegen zichzelf. Niet veel later komt er met grote snelheid een boot de haven binnengevaren. De boot wordt bestuurd door een geitenbok met een doek om zijn hoofd. Handig legt de bok de boot met een dik touw vast aan de kade en klimt de wal op. ‘Ben u de heer Dolf ? Dolf de Kraai?’ vraagt hij aan de figuur in het donker. ‘Jawel,’ krast de kraai geïrriteerd. ‘U bent vijf minuten te laat.’ De bok kijkt op z’n horloge. ‘Vijf minuten, hè?...’ Waar maakt die kraai zich druk om, denkt de bok bij zichzelf, hij heeft een hele lange reis achter de rug en dan maken vijf minuten toch niks uit? Maar Dolf denkt daar anders over. ‘Vijf minuten is erg veel tijd in dit soort werk. Voortaan wil ik dat je op tijd bent, bok. Begrepen?’ ‘Ik doe mijn best. En?... Heeft u de spullen?’ ‘Natuurlijk! Ik zal ze je laten zien.’ Zij aan zij lopen Dolf en de bok over de donkere kade en verdwijnen een grote loods binnen. ‘Wat vind je er van?’ vraagt Dolf als hij het licht aanmaakt. Verbaasd kijkt de bok naar de kisten die Dolf hem laat zien. Hij ziet alleen maar kisten waarop afbeeldingen staan van boter en kaas! ‘Daar heb ik toch niet om gevraagd!’ bokt hij. Dolf laat hem niet uitspreken. Lenig springt hij op een kist en wrikt het deksel los. ‘Heb je ooit dit soort kazen gezien?’ zegt hij terwijl hij een geweer uit de kist pakt en deze naar de bok toe gooit. Het beest bekijkt het geweer aan alle kanten, richt het en haalt tevreden de trekker over. ‘De kogels zitten in die kisten met boter daar.’ Dolf wijst naar een paar kisten die iets verderop staan. De bok haalt het deksel van een van de kisten af en stopt een paar kogels in het geweer. ‘Alles is precies zoals je het wilde. Vertrouw me nou maar,’ zegt Dolf. ‘Inderdaad, mijnheer Dolf. Ik moet zeggen dat u betrouwbaarder lijkt dan ze zeggen.’ ‘Ze zeggen maar...’ Dolf springt weer op de grond. ‘Tussen haakjes: kan ik het geld nu meteen krijgen?’ ‘Natuurlijk. Het ligt in mijn hotel. Maar... eh...: hoe krijg ik al deze geweren in Jeru? Heeft u een schip gehuurd?’ ‘Nee,’ antwoordt de kraai geheimzinnig. [10]

kokBWrodewangen0812-2xPMS.indd 10

29-08-12 10:37


‘Wat bedoelt u met “nee”? Heeft u een vliegtuig gehuurd?’ ‘Ze gaan per schip,’ zegt de kraai terwijl hij naar buiten loopt. ‘Maar u heeft geen schip gehuurd, zei u net?’ De geit begrijpt er niets meer van. ‘Ook al huur je geen schip, dan kunnen ze toch met een schip meegaan,’ krast Dolf. ‘Dat begrijp ik niet.’ ‘Zullen we naar uw hotel gaan om het geld op te halen? Dan zal ik u daarna vertellen wat mijn plan is.’ Niet veel later komen ze bij het hotel van de bok aan. Deze sleept een zware koffer onder zijn bed vandaan en geeft hem aan Dolf. Haastig maakt de kraai het koffer open. Als hij de keurige stapels papieren geld ziet, haalt Dolf opgelucht adem. Wat ziet dat er prachtig uit! Wat is er mooier dan stapeltjes bankbiljetten? ‘In orde. Succes ermee,’ zegt de bok. ‘Wilt u me nu vertellen, hoe u die wapens naar Jeru wilt vervoeren?’ ‘Natuurlijk! In het schip van Kapitein Stoppel. Als boter en kaas verpakt.’ Dolf klapt de koffer dicht, pakt hem goed vast en loopt zonder gedag te zeggen de duisternis in. De volgende ochtend is het druk bij “De Zonneschijn”. Een grote hijskraan tilt een aantal kisten boter en kaas aan boord van het schip van Kapitein Stoppel. Stiekem kijken Lispel de Kwal en Dolf de Kraai van een afstand toe. Ze hebben zich verstopt achter een grote ton. ‘Als alles ingeladen is,’ kwijlt Lispel, ‘gaat de kapitein naar huis.’ ‘Wie blijft er dan aan boord?’ vraagt Dolf. ‘Er blijven een paar matrozen aan boord. Een stuk of vier.’ ‘Hmm. Ik zal wat drank, knabbels en snoep sturen voor de dieren op wacht. Allemaal uit naam van Kapitein Stoppel...’ lacht de kraai vals. Lispel kijkt Dolf niet begrijpend aan. ‘Lekkere hapjes, gevuld met slaappillen!’ grinnikt de kraai. ‘Dolf..., je bent té slim. Altijd al geweest,’ slijmt de kwal. Een paar uur later, het is al bijna donker. Een fletse maan gluurt tussen de wolken. Ongeduldig zit Dolf in een vrachtwagen op de kade te wachten. ‘Ook hij is laat...’ mompelt [11]

kokBWrodewangen0812-2xPMS.indd 11

29-08-12 10:37


hij in zichzelf terwijl hij het schip van Kapitein Stoppel scherp in de gaten houdt. ‘Ha, eindelijk!’ Iemand aan boord van “De Zonneschijn” knippert een licht aan en uit. ‘Het sein! Gas!’ zegt Dolf tegen de vrachtwagenchauffeur. De chauffeur, een olifant, geeft gas en rijdt de kade op. Hij stopt vlak naast het schip van Kapitein Stoppel, waar Dolf wordt opgewacht door een vos. ‘Die matrozen liggen lekker te slapen,’ grinnikt Link de Vos. Maar Dolf hoort hem nauwelijks. Haastig stapt hij uit en loopt naar de achterkant van de vrachtwagen. ‘Eerst even dit controleren,’ zegt hij en hij maakt de achterkant van de vrachtwagen open. Een paar donkere figuren springen naar buiten. ‘Weet je zeker dat ze echt heel diep in slaap zijn?’ vraagt Dolf aan de vos. ‘Heel diep, ja. En als er een wakker wordt, dan sla ik hem neer.’ ‘Okee.’ De figuren tillen de zware kisten uit de vrachtwagen en sjouwen ze één voor één het schip in. ‘Schiet op, schiet op,’ krast Dolf ongeduldig. ‘Wat doen we met deze kisten?’ vraagt de olifantenchauffeur die zo sterk is dat hij in zijn eentje een kist van de boot heeft opgetild en voor de voeten van Dolf heeft neergezet. ‘Dat is echte kaas? Zet die voorlopig daar maar neer. Die kisten lijken perfect op elkaar. Zelfs ik kan ze niet uit elkaar houden.’ ‘In gewicht verschillen ze wel.’ ‘Natuurlijk. Kazen zijn nou eenmaal veel lichter dan wapens,’ zegt Dolf terwijl hij handig een deksel van de kist afwipt. ‘Ook hier kunnen we ook nog een aardig prijsje voor krijgen,’ mompelt hij tevreden. Een uurtje later is alles weer rustig op de kade en lijkt het wel alsof er helemaal niets gebeurd is. De volgende morgen brengt Winnie Alfred naar “De Zonneschijn”. ‘Dat verjaardagsfeest daar in Salem wordt vast iets heel bijzonders. Je hoeft geen T-shirt voor me mee te nemen,’ zegt ze met een beetje droevige glimlach. ‘Ik ga op zoek of ik iets heel bijzonders voor je kan vinden.’ ‘Een vliegend tapijt?’ Winnie lacht. ‘Dat zou ik wel willen maar ik denk niet dat die te koop zijn.’ [12]

kokBWrodewangen0812-2xPMS.indd 12

29-08-12 10:37


‘Dag Alfred.’ ‘Dag Winnie.’ Ze knuffelen elkaar vijf minuten. ‘Pas goed op jezelf.’ Op dat moment landt er een uiltje met een tas en een koffer wat onhandig tussen hen in! De uil krabbelt overeind, raapt zijn spulletjes bij elkaar, hupt de loopbrug over en stapt haastig aan boord van het grote schip. ‘Dat is Noël, professor in de uh..., de weet-je-wel kunde,’ legt Alfred uit aan Winnie. ‘Hij reist met ons mee naar Salem.’ Alfred en Winnie geven elkaar nog een laatste knuffel. Dan loopt Winnie de kade af naar de universiteit. Ze leert studenten daar hoe ze dokter moeten worden. ‘Alfred, zorg wel dat je meteen terugkomt als er een oorlog uitbreekt, hè?’ roept ze nog, terwijl ze zich nog één keer naar Alfred omdraait. ‘Tuurlijk, tuurlijk,’ roept Alfred. ‘Daag Winnie.’ ‘Daaag Alfred.’ Alfred sjouwt zijn zware koffer de loopplank op. Zeemeeuwen dwarrelen als snippers van papier boven de boot. Als het schip een tijdje later de haven uitvaart, kijkt Dolf van een afstandje toe terwijl hij grinnikend krassend zijn zwart gepoetste snavel in een appel zet. Vanaf het dek ziet Alfred hoe Groot Waterland kleiner en kleiner wordt. ‘Ik ben al heel lang niet meer met een schip meegeweest,’ zegt Noël de Uil, die op de rugleuning van een luie stoel zit. ‘Hallo, Professor Noël. Ik ben Alfred Jodocus Kwak.’ ‘Sorry voor mijn gefladder, daarstraks.’ ‘Gaat u ook naar het verjaardagsfeest van de prins?’ ‘Ja! Ik ben benoemd tot juridisch adviseur in Salem, eh... zeg maar: een raadgever op het gebied internationale wetten. U moet weten: ze zijn daar namelijk steeds weer in oorlog met hun buurland.’ ‘Bedoelt u met Jeru, professor?’ vraagt Alfred terwijl hij op de stoel bij de professor gaat zitten. ‘Precies!’ [13]

kokBWrodewangen0812-2xPMS.indd 13

29-08-12 10:37


leesfragment Rode wangen - Herman van Veen