Page 1

Zeeuws-Vlaanderen

Zeeland bestaat voor ongeveer de helft uit water en voor de andere helft uit land. Het land bestaat uit een aantal in de loop der eeuwen aaneengegroeide eilanden, die uiteindelijk verbonden raakten met het vasteland. Ook wat nu ZeeuwsVlaanderen is, bestond vroeger voor een deel uit eilanden en schiereilanden. Het grootste deel was vasteland en behoorde van 1648 tot 1795 samen met enkele van die eilanden als zogenaamd generaliteitsland tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De rest van Zeeland was een gewone, zeer invloedrijke provincie van de Republiek. In de Franse Tijd liep de geschiedenis van de Zeeuwse eilanden min of meer parallel aan die van de rest van Nederland, maar Zeeuws-Vlaanderen heeft gedurende deze hele periode behoord aan de Franse Republiek en het daaropvolgende Franse Keizerrijk. Sinds 1814 maakte Zeeland met Zeeuws-Vlaanderen deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden, waartoe ook België behoorde, waarna Zeeuws-Vlaanderen vanaf de onafhankelijkheid van België in 1839 aan het buitenland is gaan grenzen. We delen Zeeland hier in drie gebieden in: Noord-Zeeland, met de drie voormalige eilanden Schouwen-Duiveland, Tholen en Sint-Philipsland, Midden-Zeeland, bestaande uit de vroegere eilanden Walcheren, Zuid-Beveland en NoordBeveland, en Zeeuws-Vlaanderen. We bereizen de provincie van zuid naar noord. Tot 2003 was Zeeuws-Vlaanderen vanuit Nederland alleen over land te bereiken via België. Verbindingen tussen Zeeuws-Vlaanderen en het vaderland werden verzorgd door veerboten. Naar en van Walcheren ging het veer VlissingenBreskens, de verbinding met Zuid-Beveland werd onderhouden door het veer Kruiningen-Perkpolder. Die laatste veerboot is definitief uit de vaart genomen en Vlissingen-Breskens is nog slechts een voet‑ en fietsveer sinds het in gebruik nemen van de Westerscheldetunnel in 2003. De 6600 meter lange tunnel, waarvoor tol wordt geheven, gaat ten zuidoosten van het havengebied Vlissingen-Oost, vlak bij Ellewoutsdijk, onder water en komt ten westen van Terneuzen aan land. Op deze hoogte bevindt zich de grens tussen de twee stukken waarin Zeeuws-Vlaanderen vanouds is verdeeld: de gebieden die vroeger ten oosten en ten westen lagen van de Braakman, een zeearm die in de jaren vijftig is afgedamd en zich nu aan weerskanten van het Kanaal van Gent naar Terneuzen bevindt. We gaan eerst naar het oosten, naar een deel van Zeeuws-

371


Vlaanderen waarin ook sprake is van een scheiding. Want omdat Terneuzen, Zaamslag en Axel met het omringende land vroeger op een eiland lagen dat werd bewoond door calvinistische immigranten uit Walcheren, is deze streek streng protestants. Ten oosten van dit voormalige eiland bevond zich een gebied dat tot het vasteland behoorde en katholiek was. En nog altijd is dit Land van Hulst overwegend rooms.

Oost-Zeeuws-Vlaanderen 372

Uit de haven van Terneuzen voer op een dag in 1676 kapitein Willem van der Decken uit op weg naar Indië, zo gaat het verhaal. Bij Kaap de Goede Hoop stak een storm op, waarna de stuurman zijn kapitein aanraadde te wachten op beter weer. Van der Decken ontstak in razernij, smeet de stuurman overboord, wierp hem de kapiteinsbijbel achterna en schreeuwde: ‘Al zou God mij laten zeilen tot de jongste dag, de Kaap zal ik ronden.’ Opeens viel de storm stil en uit de hemel klonk het: ‘Willem van der Decken, gij zult moeten zeilen tot de jongste dag.’ Nadat de bemanning een voor een was

Terneuzen

Terneuzen Terneuzen vervult met onder meer een streekziekenhuis en een theater een centrumfunctie in Zeeuws-Vlaanderen. Ook wordt er in de drukke havens en op de industrieterreinen, waar de firma Dow Chemical de grootste is, zo te zien veel geld verdiend.* Maar het stadje heeft zijn 28.000 inwoners en zijn bezoekers niet veel meer te bieden dan wat troosteloze winkelstraten, afgebladderde buurten en verlopen eet‑ en drinkgelegenheden. De twee coffeeshops trekken veel drugstoerisme uit België en Frankrijk aan, een fenomeen waarvan Terneuzen ook niet vrolijker wordt. Het mooist is het in Terneuzen aan de Scheldeboulevard, vooral omdat je daar goed over de Westerschelde kan kijken. Onder die dijk bevindt zich op het Stadhuisplein het opmerkelijkste gebouw van de stad, het stadhuis. Dit zeer robuuste betonnen bouwwerk ziet er met zijn uitkragende en verspringende verdiepingen eerder uit als een sculptuur dan als een gebouw. De architecten Van den Broek en Bakema, die het machtige bouwwerk in de jaren zestig ontwierpen, deden dat graag, beeldhouwen in beton. Ook van de aula van de faculteit voor bouwkunde in Delft bijvoorbeeld, van iets eerder datum, maakten ze een gigantische betonnen sculptuur. In de jaren negentig ontwierp Koen van Velsen een uitbreiding die wat


Stadhuis Terneuzen

gestorven, bleef Van der Decken in zijn eentje over de zee zwalken. Eeuwen daarna waren er nog zeelieden die tijdens noodweer rond de Kaap het schip van De Vliegende Hollander meenden te ontwaren met een zo te zien krankzinnig geworden kapitein aan het roer. Dit verhaal, dat Richard Wagner (1813-1883) in 1831 zou hebben gehoord tijdens een reis over de Schelde naar Antwerpen, inspireerde hem tot zijn muziekdrama Der Fliegende Holländer.

373

saai afsteekt bij het prachtige monument van Van den Broek en Bakema. Van Velsen ontwierp ook het nabijgelegen bankgebouw, dat beter gelukt is. Wanneer we vanuit Terneuzen in oostelijke richting gaan, passeren we tussen Zaamslag (met een hervormde en een gereformeerde kerk) en Vogelwaarde (met een katholieke kerk) de godsdienstgrens. De architectuur in dit gebied is lelijk, het landschap niet onaangenaam. We zien akkers, hier en daar wat rijen bomen, een recreatiegebied bij Vogelfort en iets verder naar het noorden de voor Zeeland zo typerende omhaagde fruitbomenplantages. Mooi wordt het voorbij het onaantrekkelijke Kloosterzande, erg mooi zelfs hier en daar, vooral door de rijen reusachtige populieren, die op de dijken prachtige strepen door het akkerlandschap trekken. Bijvoorbeeld op de dijk die als Lange Nieuwstraat naar Kruispolderhaven gaat, een streekje waar de wereld lijkt te eindigen. Iets verderop, aan de Westerschelde, treffen we het gehucht Paal aan, dat een kleine getijdenhaven heeft, een haventje dat bij laag tij droogvalt. Vanaf de dijk bij Paal kijken we uit over de kwelder die het Verdronken Land van Saeftinge wordt genoemd, en in het zuidoosten hebben we zicht op de havens van Antwerpen en de kerncentrale van Doel. Een mooie route naar het Verdronken Land gaat van Paal naar Graauw en dan naar Emmadorp. Prachtige bomenrijen staan er onderweg op de dijken en overal kunnen we heel ver over de akkers kijken. Graauw is met zijn witgeverfde huizen en rode daken niet het lelijkste dorp in het Land van Hulst; aan de Oude Kaai is het dorp op zijn mooist. Over steeds smaller wordende wegen door een indrukwekkend cultuurlandschap bereiken we Emmadorp, waar zich het Bezoekerscentrum Saeftinghe bevindt. In dit schuurachtige gebouw, dat lastige openingstijden heeft maar in het zomerseizoen meestal ’s middags na één uur te bezoeken is, wordt door middel van een expositie informatie gegeven over het aan de overkant van de dijk gelegen natuurgebied. Het Verdronken Land van Saeftinghe is een zogenaamde


er Ve

se me

DOMBURG

VEERE

Grijpskerke Westkapelle W A L C H E R E N Meliskerke Biggekerke Bigge B ig gg gek eker

Zoutelande Zoutellan nde

Z U I D -

Arnemuiden

GOES A256

A5 8

MIDDELBURG

Zandkreekda Middelplaten Wolphaartsdijk Katt

er

N256

Serooskerke

MIDDELBURG

Heinkenszand k ns

Koudek Koudekerke Kou o erke Oost-Souburg Oost-So O So ou uburg u bu urg r VLISSINGEN V LISSS SSINGEEN SSINGE N

akk vvan Nisse Niss Nis se Zak Beveland Bev eveland eve elan

Fort ortt Rammekens Rammek R

B E V E L A N D

Borsele rsele

Breskens Nieuwvliet-Bad Groede

Het Zwin

Z E E U W S -

N5

8

1

Zuidzande Oostburg

Sluis

Hoofdplaat

8

N5

N6

Retranchement

EEllew Ell woutsdijk wout wou jkk Ellewoutsdijk s t e r s c h e l d e Nummer Eén

N678

Cadzand-Bad

e

N62

W

374

Hoed e

N62

m Ritthem

Biervliet

IJzendijke

De Braakman

TERNEUZ

N61

Waterlandkerkje ker

Philippine

Draaibrug Aardenburg Sas van Gent

Eede B

E

L

G

I

Ë

brakwaterschor, een buitendijks moerasgebied dat doorsneden wordt door een dicht netwerk van kreken, die zich samen met de hele kwelder twee keer per dag, bij vloed, vullen met water. Voor 1570 was de Heerlijkheid Saeftinghe een vruchtbare polder die door bedijkingen op de zee veroverd was. Tijdens de Allerheiligenvloed van 1570 liep het grootste deel van de polder onder. Van de vier dorpen bleef alleen Saeftinghe met wat omringend land behouden. Maar ook dit gebied verdween samen met het dorp onder water toen in 1584 staatse soldaten de dijken doorstaken teneinde Spaanse soldaten de doortocht onmogelijk te maken. Wat we nu vanaf de dijk zien, is een indrukwekkend, 3500 hectare groot landschap met lage plantengroei en water dat zich in de vele geulen tussen het slik een weg zoekt. Het gebied is niet toegankelijk. Wel is er een korte wandelroute van één kilometer over een plankierpad en worden er geregeld excursies georganiseerd. Daarvoor dienen deelnemers zich schriftelijk aan te melden bij de stichting Het Zeeuwse Landschap. Ook is er een vogelobservatiehut vanwaaruit, als de vogelaar geluk heeft, tureluurs, scholeksters en grauwe ganzen te zien zijn. Door een prachtig leeg en weids landschap kunnen we dan

Z

V


'Heel Nederland' van Rik Zaal, voorproefje Zeeland  

'Heel Nederland' van Rik Zaal, voorproefje Zeeland

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you