Page 1

GEO-IMPULS SPECIAL

JAARGANG 19 SPECIALE EDITIE APRIL 2015 ONAFHANKELIJK VAKBLAD VOOR HET GEOTECHNISCHE WERKVELD


www.iba.amsterdam.nl

Colofon

Colofon

JAARGANG 19 NUMMER 1 JANUARI 2015 ONAFHANKELIJK VAKBLAD VOOR HET GEOTECHNISCHE WERKVELD

GEOTECHNIEK JAARGANG 17 – NUMMER 4 GEOTECHNIEK

Geotechniek is een uitgave van Uitgeverij Educom BV

OKTOBER 2013 JAARGANG 19 – Geo-Impuls special APRIL 2015

KANAAL IEPER – LEIE, GESCHIEDENIS VAN DE “DROGEN VAART”

BOUWKUIP GRONINGER FORUM

HERSTEL HISTORISCHE GRACHT, AANLEG VAN TWEE

ONDERZOEK NAAR ‘SET-UP’ BIJ PALEN IN ZAND IN DE GEO-CENTRIFUGE

BRUGGEN EN EEN ONDERGRONDSE VOLAUTOMATISCHE AUTOBERGING IN HET CENTRUM DEN HAAG

Geotechniek is een informatief/promotioneel onafhankelijk dat beoogt Geotechniek isvaktijdschrift een informatief/promotioneel onafhankelijk vakkennis en ervaring uit te wisselen, inzicht tijdschrift dat beoogt kennis en ervaring uit te wisselen, inzicht tebevorderen bevorderenen enbelangstelling belangstellingvoor voorhet hetgehele geotechnische te gehele geo vakgebied tetechnische kweken. vakgebied te kweken.

Uitgever/bladmanager Uitgeverij Educom BV R.P.H. Diederiks

Uitgever/bladmanager Uitgeverij Educom BV Redactie R.P.H. Diederiks Beek, mw. ir. V. van Brassinga, ing. H.E. Brouwer, ir. J.W.R. Diederiks, R.P.H. Hergarden, mw. Ir. I. Meireman, ir. P.

Redactieraad Alboom, ir. G. van Beek, mw. ir. V. van Teksten Bouwmeester, Ir. D. Jurjen van Deen Brassinga, ing. H.E. Karin de Haas Brinkgreve, dr. ir. R.B.J. Peter Juijn Brok, ing. C.A.J.M. Robert Visscher Brouwer, ir. J.W.R. Armand van Wijck Calster, ir. P. van Cools, ir. P.M.C.B.M. Dalen, ir. J.H. van

Deen, dr. J.K. van Diederiks, R.P.H. Graaf, ing. H.C. van de Eindredactie Gunnink, Drs. J. Jurjen van Deen Haasnoot, ir. J.K. Hergarden, mw. Ir. I. Jonker, ing. A. Kleinjan, Ir. A. Langhorst, ing. O. Mathijssen, ir. F.A.J.M. Meinhardt, ir. G.

Meireman, ir. P. Rooduijn, ing. M.P. Schippers, ing. R.J. Fotografie Schouten, ir. C.P. Fotomateriaal Smienk, ing. E. Geo-Impuls Spierenburg, dr. ir. S. (tenzij anders vermeld) Storteboom, O. Thooft, dr. ir. K. Vos, mw. ir. M. de Velde, ing. E. van der

Mathenesserlaan 347 3023 GB Rotterdam Tel. 0031 (0)10 - 425 6544 Fax 0031 (0)10 - 425 7225 info@uitgeverijeducom.nl www.uitgeverijeducom.nl

Lezersservice Adresmutaties Lezersservicedoorgeven via info @uitgeverijeducom.nl Adresmutaties doorgeven via

info@uitgeverijeducom.nl

© Copyrights

Uitgeverij Educom BV

© Copyrights Uitgeverij Educom BV Niets uit deze uitgave mag April 2015 worden gereproduceerd met Niets uit deze uitgave mag welke methode dan ook, zonder worden gereproduceerd met schriftelijke toestemming van de welke methode dan ook, zonder uitgever. © ISSN 1386 - 2758 schriftelijke toestemming van de uitgever. © ISSN 1386 - 2758 Oktober 2013

Distributie van Geotechniek in België wordt mede mogelijk gemaakt door:

SMARTGEOTHERM

ABEF vzw

BGGG

Info : WTCB, ir. Luc François Lombardstraat 42, 1000 Brussel Tel. +32 11 22 50 65 info@bbri.be www.smartgeotherm.be

Belgische Vereniging Aannemers Funderingswerken Priester Cuypersstraat 3 1040 Brussel Secretariaat: erwin.dupont@telenet.be

Belgische Groepering voor Grondmechanica en Geotechniek c/o BBRI, Lozenberg 7 1932 Sint-Stevens-Woluwe bggg@skynet.be

3

G EOT ECH NIE K – Oktober 2013

Anders kijken naar geotechniek Dat is niet alleen kijken naar het ontwerp, maar vooral naar de uitvoerbaarheid ervan. Een goed ontwerp ontleent zijn kwaliteit aan de inpassing in de omgeving. Daarvoor zetten we state-of-the-art technieken als Plaxis in en besteden we extra aandacht aan de ketencommunicatie. Belangrijk om risico’s en faalkosten te verminderen, vinden wij. Tauw kijkt anders!

2

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

www.tauwkijktanders.nl


Inhoud

6 8 10 12 GeoRM: Risicogestuurd werken als eindresultaat van Geo-Impuls

In de rondte onder de kermis

Heeft u de ondergrond scherp in beeld?

De strijd tegen georisico’s wordt online beslist

14 16 18 22 The magic of geotechnics

Groene Loper in Maastricht

Handreiking Observational Method

Afname van Geotechnisch Falen?

24 26 28 30 Stripverhaal brengt orde in Rotterdam

Heeft u de omgeving scherp in beeld?

Omgevingsmonitor Bilthoven, Bunnik en Boerenwetering

32 34 36 Unieke praktijkproef met diepwanden in Delft

Onderweg naar halvering geotechnisch falen in projecten

3

Ronde Tafel Geo-Impuls bij Rijkswaterstaat

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

Kwaliteitscontrole in de grond gevormde palen


Partners

4

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015


Introductie

Vijf jaar geleden bundelden verschillende overheden, bedrijven en kennisinstituten hun krachten om het geotechnisch falen in de bouw terug te dringen. Faalkosten waren hoog, te hoog, vond menigeen. Insiders wisten dat de faalkosten voor een belangrijk deel hun oorzaak vinden in de ondergrond. Voorbeelden te over: de opdrijvende tunnelbak van de Vlaketunnel, de lekkende Haagse tramtunnel en de bouwput van het theater in Middelburg die zes jaar open lag. Tijd voor verandering, tijd voor een Geo-Impuls.

We zijn nu vijf jaar verder. Deze special van het Vakblad Geotechniek laat een glimp zien van wat de afgelopen vijf jaar is bereikt, in beheersing van werkprocessen, in communicatie onderling en met de buitenwereld, en last but not least in technische ontwikkelingen. Het komt er nu op aan het georisicomanagement op grote schaal te implementeren. Grote opdrachtgevers als RWS en ProRail geven daarbij het goede voorbeeld en we mogen er alle vertrouwen in hebben dat dat voorbeeld goed doet volgen.

Geotechnisch falen ontstaat in de meeste gevallen door een gebrek aan goed risicomanagement. De benodigde kennis bestaat wel, maar wordt niet op het juiste moment gemobiliseerd. Gestructureerd risicomanagement garandeert dat dat wel gebeurt. Binnen dat risicomanagement moet de geotechnisch adviseur zijn adviserende rol opeisen zodat hij vroegtijdig en continu betrokken wordt bij een project. Dat vergt een verandering in werk- en denkwijze van de geotechnicus, maar ook van de projectmanager, de constructeur, de opdrachtgever en de ingenieursbureaus, en dat is geen gemakkelijke opgave. Om de verandering te bewerkstelligen heeft Geo-Impuls drie speerpunten gekozen: Contracten, Techniek, en Omgeving.

Zo heeft Geo-Impuls ons geleerd dat een gezamenlijke inspanning van opdrachtgevers, adviseurs, aannemers en kennisinstellingen kan leiden tot een wezenlijke verandering in de werkwijze van de sector. Een vervolg op GeoImpuls ligt – al was het al vanwege de naam – niet voor de hand. Maar nu we de smaak van het gezamenlijk optrekken te pakken hebben is er alle reden te kijken wat we nog verder in gezamenlijkheid kunnen ondernemen. Er is nog veel te ontwikkelen in de geotechniek, er is nog een kwaliteitsslag te maken. Als klein land hebben we veel buitenland met veel plekken waar slappe grond en hoge grondwaterstanden de essentie van de geotechniek bepalen. Laten we daar gezamenlijk op inzetten.

Foto: Noord-Zuidlijn.

Frits van Tol Voorzitter Kernteam Geo-Impuls

5

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015


GeoRM: Risicogestuurd werken als eindresultaat van Geo-Impuls

Geotechniek en risicomanagement vormen op het eerste gezicht misschien een niet direct voor de hand liggende combinatie. Niets is echter minder waar. Wie op de één of andere manier betrokken is bij het bouwen op, in en met grond weet dat de onzekerheden in de ondergrond groot kunnen zijn. Vanuit het sectorbrede programma Geo-Impuls is gewerkt aan de brede toepassing van risicomanagement, om de risico’s die voortkomen uit deze onzekerheden te beheersen. Daarom is GeoRM, dat staat voor Geotechnisch RisicoManagement, als risicogestuurde werkwijze door Geo-Impuls omarmd. Alle met de ondergrond samenhangende risico’s worden hierdoor op een transparante en expliciete manier onderdeel van projecten. Er zijn meerdere aanleidingen om gestructureerd risicogestuurd werken een impuls te geven. Faalkosten in de bouw overtreffen de financiële rendementen van vele private organisaties

fors, en zijn slecht voor het imago van de sector. Daarnaast is het voor publieke organisaties nog altijd erg lastig uitleggen wanneer projecten duurder worden en langer duren. Hier is menige wethouder al over gestruikeld. De gemiddelde bouwopgave wordt er in onze grotendeels drassige grond ook niet eenvoudiger op, zeker in onze verstedelijkte gebieden, met veel bestaande gebouwen, infrastructuur en omwonenden, die zich luid laten horen bij overlast. Onder risicogestuurd werken verstaan we een werkwijze waarbij het werkproces expliciet risicogestuurd is, in alle fasen van het project. Kenmerken van een dergelijk werkproces zijn structuur, communicatie en continuïteit in alle projectfasen, vanaf de initiatieffase tot en met beheer en onderhoud. Het centrale doel is het zo effectief en efficiënt mogelijk realiseren van de projectdoelen voor de betrokken partijen. De projectdoelen

Een voorbeeld van een geotechnisch risico is het kunnen voldoen aan de langsvlakheidseis van een weg. Aangestuurd vanuit het zettingsrisico wordt een zettingsberekening gemaakt, maar eerst wordt expliciet gemaakt welke gevolgen het niet voldoen aan de langsvlakheidseis heeft voor de toekomstige weggebruikers en de wegbeheerder. Aspecten als veiligheid en comfort spelen hierbij een rol. Voor de wegbeheerder betekent het niet voldoen aan de eis dat hij meer tijd en geld voor onderhoud moet reserveren. Het niet voldoen aan de langsvlakheidseis is de ongewenste gebeurtenis (1), veroorzaakt door het optreden van ontoelaatbare zettingsverschillen (2). Zettingsberekeningen worden in dit specifieke geval uitgevoerd om de kans van optreden te kunnen inschatten (3). De gevolgen (4) hebben betrekking op afname van veiligheid en comfort van de weggebruiker en toename van onderhoud voor de wegbeheerder. En het risico is dynamisch omdat toekomstige wegverbredingen de kans van optreden en de gevolgen van het risico veranderen (5).

6

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

moeten dus ook expliciet gemaakt zijn. Een risico is het effect van onzekerheid op het behalen van een doelstelling. Dit is de definitie uit de wereldwijd toegepaste ISO 31000 richtlijn voor risicomanagement. Een risico heeft daarbij vijf kenmerken. Een risico 1 is een mogelijke, ongewenste gebeurtenis 2 heeft een kans van optreden 3   heeft één of meerdere oorzaken, die van technische, menselijke, of organisatorische aard kunnen zijn 4  heeft één of meerdere gevolgen, op het gebied van veiligheid, kwaliteit, tijd, geld, hinder en reputatie voor één of meer betrokkenen 5 is dynamisch, veranderlijk in de tijd, doordat interne en externe omstandigheden van projecten constant aan wijzigingen onderhevig zijn.


Geo principes

De Top 10 GeoRM-acties.

Geo-principe

Concrete acties

1. Genereer en bescherm waarde

Maak alle geotechnische risico’s in alle projectfasen inzichtelijk, inclusief gevolgen en de beheersing ervan

Maak vanaf de start van het project een 2. Participeer in besluitvorming in alle projectfasen ondergronddossier en benut dat voor besluitvorming Neem geotechnische gevoeligheidsanalyses en bandbreedtes op in projectrapportages

3. Maak geotechnische onzekerheid expliciet

4. Werk systematisch, gestructureerd en op tijd

5. Benut alle beschikbare informatie

2. WERK ZELF risicogestuurd 3. Veranker GeoRM in PROCEDURES 4. Gebruik CHECKLISTS met Georisico‘s

Zet geotechnisch risicomanagement expliciet in de planning en maak er middelen en capaciteit voor vrij

5.  Maak RANDVOORWAARDEN voortkomend uit Georisico’s expliciet

Maak gebruik van historische projectrelevante informatie

6.  Onderken verschillen in PERCEPTIE van Georisico’s

Werk van grof naar fijn, van geologie naar geotechnische monitoring

7. COMMUNICEER onzekerheid helder

Bepaal de invloed van de ondergrond op de kritische succesfactoren

8. RAPPORTEER Georisico’s

Signaleer en communiceer raakvlakken van geotechniek met andere disciplines Zorg dat verschillen in organisatiecultuur van de betrokken partijen zichtbaar en hanteerbaar worden

7. Betrek de rol van de menselijke factor

1. Leer de GeoRM TAAL spreken

Gebruik het risicodossier om consequenties van geotechnische wijzigingen te beheersen

Communiceer helder over geotechnische risico’s met alle betrokkenen

6. Werk transparant samen met alle betrokkenen

Toepassing van GeoRM begint bij jezelf. De Top 10 GeoRM-acties, afgeleid uit de theorie en de praktijk, kunnen daarbij helpen.

9.  Benut ALLE KENNIS & ERVARING die beschikbaar is 10. Neem & claim voldoende TIJD

Gebruik de relevante geotechnische projectevaluaties 8. Benut leerervaringen voor verbeteringen

Een geotechnisch risico is een bijzonder soort risico dat zich onderscheidt van “gewone” projectrisico’s, doordat er minimaal één geotechnische oorzaak aan te wijzen is. De risicogestuurde werkwijze van GeoRM is niets anders dan een geotechnische verdieping van het in de sector gangbare RISMAN proces voor projectrisicomanagement. Door deze verdieping krijgen de geotechnische risico’s de aandacht die nodig is om ze tijdig effectief en efficiënt te kunnen beheersen. Het toepassen van zo’n risicogestuurde werkwijze blijkt in de praktijk geen spontaan proces. Veel van de benodigde kennis en instrumenten zijn al jaren beschikbaar maar worden niet gebruikt. De grootste uitdaging van Geo-Impuls was dan ook niet het (door)ontwikkelen van kennis en instrumenten, maar het stimuleren van de brede toepassing van al bestaande kennis en instrumenten in alle fasen van projecten.

Zorg dat professionals deelnemen aan geotechnische opleidingen, trainingen en communities of practice Hiervoor hebben we acht Geo-Principes ontwikkeld. Het idee achter deze principes is een ontwikkeling van “rule-based” naar “principlebased” risicogestuurd werken. Bij “principlebased” werken wordt uitgegaan van algemene principes, die per situatie en afgestemd op juist die situatie kunnen worden toegepast. Daarmee wordt het eenvoudiger om binnen verschillende projecten vanuit een gezamenlijk overeengekomen basishouding specifieke risicogestuurde activiteiten te ondernemen. Het bijbehorend gedrag wordt daarmee over projecten heen uniform. Afhankelijk van het niveau in de organisatie (directie, project, professonial) zijn acties gedefiniëerd die uit de principes voortvloeien. Voor een effectieve beheersing van geotechnische risico’s via GeoRM is lef nodig om deze risico’s tijdig recht de ogen te kijken, er over te communiceren, in goed overleg te kiezen voor de meest passende maatregelen en die vervol-

7

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

gens ook uit te voeren. Dit is een steeds weer veranderend samenspel tussen contract, omgeving en techniek, met een hoofdrol voor de geotechnische professional. Staveren, M. Th. van en Litjens, P., GeoRM: Risicogestuurd werken als eindresultaat van GeoImpuls, Geotechniek 16 (2012) nr 3, p 30 Staveren, Martin van, Geotechniek in Beweging, Praktijkgids voor Risicogestuurd Werken, Deltares/VSRM 2013, kosteloos te bestellen via het programmabureau van Geo-Impuls (geoimpuls@deltares.nl).


Best practice

In de rondte onder de kermis Vermeer-Besix zien dat het referentieontwerp inderdaad veel ruimte bood voor optimalisaties. Het kruisende verkeer is in hun ontwerp minimaal; die kwaliteit is voor ons het belangrijkst”, aldus Wiltink.

Parkeergarage Lammermarkt

Voor de gemeente is het ook belangrijk dat de uitvoering goed wordt georganiseerd. Het bouwterrein bevindt zich in de binnenstad: gaat die drie jaar op slot of is daar goed over nagedacht? Dura Vermeer-Besix had er goed over nagedacht. Zo was hun plan het enige waarbij de traditionele kermis tijdens de viering van Leidens Ontzet gewoon kan doorgaan. Daarnaast worden er tijdens de bouw tijdelijke parkeerplekken aangelegd en gebeurt het afvoeren van grond niet met vrachtwagens, maar via een pijpleiding die in de grachten komt te liggen. Dat scheelt per dag al gauw zestig vrachtwagenritten door de historische binnenstad.

De Parkeergarage Lammermarkt krijgt zes lagen met in totaal 525 parkeerplekken. Automobilisten rijden naar beneden en naar boven als in een kurkentrekker. Op de heenweg nemen ze de buitenbocht, waarbij ze automatisch de eerste vrije plek tegenkomen, en op de terugweg

de binnenbocht. In- en uitgaand verkeer hoeft elkaar zodoende niet te kruisen. Het ontwerp is gemaakt door architectenbureau JHK. De engineering wordt uitgevoerd door Royal HaskoningDHV. (Beeld: JHK)

Over vijf jaar is de ondergrond van Leiden twee parkeergarages rijker. In de herfst van 2014 startte de bouw van de eerste, onder de Lammermarkt. Met een ronde vorm en een diepte van tweeëntwintig meter onder maaiveld is het een bijzonder ontwerp. Een goed voorbereide gemeente en vooruitdenkende bouwcombinatie zorgen samen voor een succesvolle vertaalslag naar de praktijk.

ken, waarmee we zicht kregen op de technische haalbaarheid en het prijsniveau van beide garages. Het ontwerp was ook een goed middel om de gemeenteraad te laten zien dat er binnen de gestelde kaders goede oplossingen mogelijk zijn. We hebben het uitvoeringsbesluit voor de gemeenteraad op basis van het ontwerp voorbereid. Tegelijkertijd zijn we begonnen met de aanbestedingsprocedure.”

Erik Wiltink, projectmanager voor de gemeente Leiden: “Als eerste stap hebben we in maart 2013 volgens de ‘Best Value Procurement’methodiek een ingenieursbureau geselecteerd. Dat werd Witteveen+Bos. Met hun specialistische kennis van ondergrondse parkeergarages konden we samen een referentieontwerp ma-

“We hebben bij de aanbesteding vrij algemene voorwaarden gehanteerd, in de hoop dat de markt er innovatief over zou nadenken. We wilden partijen uitdagen om met creatieve ontwerpen te komen, die maximaal rekening houden met de omgeving. Met de ronde oplossing laat Combinatie Parkeergarages Leiden Dura

8

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

Net als in Delft Peter Gossink, projectmanager voor Dura Vermeer-Besix, licht de uitvoering verder toe: “We gaan de ronde buitenkant realiseren met diepwanden. Met vierentwintig panelen maken we een cirkel van ongeveer zestig meter diameter. De panelen zullen zo’n vijfentwintig meter lang zijn, vergelijkbaar met die in Spoorzone Delft. Als de diepwanden gereed zijn, brengen we na het ontgraven GEWI-ankers aan. Die zorgen ervoor dat de vloer van de parkeergarage niet omhoog komt. Afgelopen week hebben we in de omgeving van de parkeergarage al een aantal proefankers aangebracht en belast, om te kijken hoe de grond zich gedraagt. Door dit vooraf na te gaan, hoef je geen onnodig grote bandbreedte aan te houden en kun je het ontwerp optimaliseren. In de kuip storten we op de GEWI-ankers onderwaterbeton. Daarna pompen we de kuip leeg en maken we ter plekke een vloer. Daarop komt een prefab-opbouw met kolommen, balken en platen, helemaal tot bovenin.” Niet alleen de diepwanden doen denken aan de situatie in Delft, ook in Leiden staat er een monumentale molen in het werkgebied. “Daaraan zijn kritische eisen gesteld, hij moet volledig in


Een doorlopende tijdslijn van de Leidse geschiedenis maakt elke verdieping herkenbaar.

Bestemmingsplan

Beeld: JHK

Bij de parkeergarage onder de Lammermarkt diende het bestaande bestemmingsplan als uitgangspunt voor de beschikbare ruimte. Bij de Garenmarkt gaat het andersom: hiervoor is een ontwerp-bestemmingsplan opgesteld dat zal worden aangepast op de parkeergarage.

Garagehulploket Door de ronde vorm neemt de garage minder ruimte in en is ze overzichtelijk en verkeersveilig voor de gebruiker.

de binnenstad van Leiden, waarvoor momenteel een ontwerp wordt uitgewerkt. Bij de parkeergarage is hier al rekening mee gehouden door de locaties van het toetredingspunt en de in- en uitrit vast te leggen. De integrale aanpak van onder- en bovengrond voorkomt extra hinder voor het verkeer en omwonenden, en zorgt ervoor dat de parkeergarage straks direct goed bereikbaar is. Dura Vermeer-Besix spoedt zich na de oplevering naar een bouwlocatie één kilometer zuidwaarts, voor de aanleg van een parkeergarage onder de Garenmarkt. Die garage gaat plaats bieden aan nog eens 425 auto’s, verdeeld over vijf parkeerlagen. Daarmee is Leiden in 2020 bijna 1000 parkeerplaatsen rijker op loopafstand van het centrum van de stad.

Beeld: JHK stand blijven. Dat heeft veel invloed op de engineering”, vertelt Gossink. Wiltink: “We hanteren bij dit project systeemgerichte contractbeheersing, wat betekent dat wij als opdrachtgever op basis van het risicodossier de kwaliteitsborging van de opdrachtnemer toetsen. We hebben aangegeven dat we bijvoorbeeld waterdichtheid en opdrijven grote risico’s vinden, dus daar zullen we extra op sturen.” Om deze reden zullen ook de zogeheten sonar tubes die werden ontwikkeld in het kader van Geo-Impuls voor de Delftse spoortunnel weer een rol spelen. “Deze apparatuur meet met geluidsgolven de kwaliteit van het beton in de diepwand”, legt Gossink

Wiltink: “We besteden veel aandacht aan de bewoners en ondernemers in de omgeving van de twee garages. Omdat we mensen direct willen kunnen helpen, hebben we een garagehulploket ingericht. Als mensen last hebben van bouwactiviteiten, schades hebben of behoefte hebben aan informatie, kunnen ze daar terecht.”

uit. “In Leiden zullen we ze gebruiken om voegen tussen de diepwandpanelen te controleren. Eigenlijk zijn diepwanden altijd in orde als je alle gangbare richtlijnen volgt en zorgvuldig te werk gaat. Maar voor de kritische zones, zoals bij de molen, is een extra controle natuurlijk verstandig.” Integraal Wanneer de parkeergarage gereed is – naar verwachting begin 2017 – is de Lammermarkt zowel ondergronds als bovengronds opnieuw ingericht. Het plein is onderdeel van het Singelpark, een zes kilometer lang park rondom

9

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

Dit artikel verscheen eerder als voorbeeldproject op www.cob.nl.


Heeft u de ondergrond scherp in beeld? Proefterpen Bloemendalerpolder

Hoe kan dat het beste worden gerealiseerd? Wat is de beste manier om dit gebied bouwrijp te maken? Daarvoor is de Bloemendalerpolder omgetoverd tot een proeftuin om verschillende methoden te testen. Er wordt vijf jaar lang, ook na afronding van het Geo-Impulsprogramma, continu gemeten. Er zijn twee proefterpen van 3 meter hoog gemaakt en de grond daaronder is volgestopt met monitoringapparatuur. Onderzoekers gaan daarmee na wat de verticale en horizontale vervormingen zijn en hoe snel die optreden. Daarnaast doen ze nog in-situ-tests en laboratoriumproeven. De resultaten vertellen meer over de stijfheid en sterkte-eigenschappen van de bodem. Met zes zakbaken direct op

Foto: Flickr CC/ Rob Stevens

Langgerekte kavels veenweidegrond en af en toe een boerderij. Dat is de Bloemendalerpolder tussen Muiden en Weesp op dit moment. Daar komt straks verandering in. Het gebied ondergaat een metamorfose: er blijft veel natuur, maar daarnaast komt er ook ruimte voor recreatie en wonen. Hoe kan de veengrond van Bloemendalerpolder het beste worden bebouwd? Om dat te bepalen, zijn proefterpen aangelegd. De meetgegevens moeten meer inzicht geven in de bodem en de beste bouwstrategie.

de terpen wordt het verloop van de vervorming en de dikte van de zandophoging bepaald. Het mooie stuk Hollands landschap zal dan ook niet alleen opvallen door de natuur, maar ook door de vele meetapparatuur. Uiteindelijk moet de veldproef inzicht geven in wat de meest geschikte bouwstrategie is. Ook

bekijken onderzoekers hoeveel tijd de strategie kost en wat de beste zandhoogte is voor het voorbelasten van het toekomstig woongebied. De meetgegevens zullen bovendien een schat aan informatie opleveren over het vervormingsgedrag van het veen in het algemeen. Het onderzoek brengt zodoende goed in kaart hoe te bouwen op slappe ondergronden.

Lees verder: http://www.geoimpuls.org, zoek op ‘proefterp’

Richtlijn risicogestuurd grondonderzoek - van planfase tot realisatie Bij bouwprojecten, bijvoorbeeld bij de aanleg van infrastructuur, is het kunnen beschikken over grondonderzoek van de juiste omvang en soort een belangrijke voorwaarde voor succes. Het risico op faalkosten ontstaat vooral op het moment dat verkeerde ontwerpbeslissingen of inschattingen worden gemaakt doordat de benodigde informatie uit grondonderzoek ontbreekt. De CUR-richtlijn Risicogestuurd grondonderzoek (CUR247) helpt partijen die risico’s beter te beheersen en in de contractvorming tot een daarbij passende toedeling van verant-

woordelijkheden te komen. Al in de tenderfase en zeker tijdens de contractvorming ontstaat steeds vaker een spanningsveld ten aanzien van risico’s van en verantwoordelijkheid voor de informatie van de ondergrond. Welk onderzoek hoort bij het voorwerk van de opdrachtgever en wat hoort bij het werk van de aannemer? In deze richtlijn is per projectfase vastgelegd op welke wijze verantwoorde en risicogestuurde keuzes met betrekking tot uit te voeren grondonderzoek kunnen worden gemaakt.

Lees verder: http://www.geoimpuls.org, zoek op CUR-247

10

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

De genoemde projectfasen variëren hierbij van Initiatieffase tot Definitief Ontwerp. Tevens is de rol van zowel opdrachtgever als opdrachtnemer aangegeven per projectfase, waarbij onderscheid is gemaakt naar verschillende contractvormen. Voor een groot aantal typen civieltechnische constructies is deze aanpak uitgewerkt en uitgebreid beschreven.


Om dijken te controleren op hun veiligheid is het schematiseren van de opbouw van de ondergrond van groot belang, bijvoorbeeld om de grondmechanische stabiliteit van de waterkering na te gaan en ook om de gevoeligheid voor interne erosie (piping) te bepalen. Welk grondonderzoek is nodig voor het schematiseren en hoe moet je omgaan met onzekerheden? Dit rapport introduceert een gestructureerde werkwijze voor het omgaan met onzekerheden bij het kiezen van de schematisering met behulp van de zogenaamde schematiseringfactor. In dit technisch rapport wordt hieraan verder handen en voeten gegeven met behulp van een concreet stappenplan voor het bepalen van de schematiseringfactor. Het stappenplan voor gebruik van de schematiseringfactor is van toepassing bij toetsingen op het gedetailleerde toetsniveau en bij ontwerpen in de fase van het definitieve ontwerp. Daarnaast heeft het rapport inzicht in de lopende ontwikkelingen van (lands-

Bron: Rijkswaterstaat WVL

Ondergrond beter schematiseren

dekkende) informatiesystemen voor opslag van informatie over schematiseringen in landelijke informatiebestanden. Toegankelijke opslag van voor het ontwerpen of toetsen opgestelde sche-

matiseringen is belangrijk voor hergebruik en voor gebruik ten behoeve van andere studies, zoals verkenningen van gevolgen van mogelijke beleidsvoornemens.

Lees verder: http://www.geoimpuls.org, zoek op ‘schematisering’

Overzichtelijke zettingskaart van Nederland Door te bouwen in of op de ondergrond ontstaat het risico op zetting: de grond wordt samengedrukt en zakt in, wat kan leiden tot schade aan gebouwen in de buurt. Hoe gevoelig de bodem is voor zetting, hangt af van de locatie en wat daar in de bodem zit. Zand is bijvoorbeeld relatief weinig samendrukbaar en veen juist heel veel. Klei, zavel en leem nemen een middenpositie in. Daarnaast is de diepteligging van belang: diepliggende lagen staan al onder druk en hebben daarom al een groot deel van de mogelijke samendrukking ondergaan. Dus hoe dieper de laag, hoe minder gevoelig hij is voor samendrukking.

Bron: Deltares / TNO-GDN

Deltares en TNO hebben in kaart gebracht hoe zettingsgevoelig de bodem overal in Nederland is. Deze zettingskaart is gemaakt door een hypothetische situatie door te rekenen: dat geheel Nederland wordt opgehoogd met een zandlaag van één meter. Met het geologisch 3D-model NL3D van TNO is voorspeld hoe groot de samendrukking op lange termijn is. Als de zetting volgens de kaart wijst op een serieus risico voor een bouwproject, zijn er aanvullende lokale gegevens nodig om de situatie nauwkeurig te bepalen. Lees verder: http://www.geoimpuls.org, zoek op ‘zettingskaart’

11

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015


Best practice

De strijd tegen georisico’s wordt online beslist Georisico’s beter in kaart brengen en deze ook toegankelijk maken voor mensen zonder technische achtergrond. Dat is wat Peter Nelemans en Remon Pot van Fugro GeoServices nastreven met het Geo-Risk Portal. Visualisatie is daarbij het sleutelwoord. Het online ontsluiten van monitoringsdata via satellietkaarten of foto’s maakt het communiceren over georisico’s eenvoudiger en productiever. Met als resultaat een snellere besluitvorming bij (dreigende) calamiteiten en reductie van faalkosten.

Visueel Het eindresultaat moet straks overal benaderbaar, zichtbaar en bruikbaar zijn. Met andere woorden: alle relevante data van een project worden ontsloten vanuit een visuele weergave op een pc, tablet of smartphone. Dat is noodzakelijk volgens Peter Nelemans: “Een markt waarin aannemers worden uitgedaagd de klant te ontzorgen, maar wel voortdurend te informeren, vraagt om risicovisualisatie en real time informatievoorziening.” Het basisscherm is de toegang (portal) tot alle onderliggende informatie. Uitgangspunt is dat die altijd up-to-date, compleet en betrouwbaar moet zijn. De toegevoegde waarde, en daarmee ook de moeilijkheidsgraad, zit in het verbinden van data en het in samenhang kunnen interpreteren daarvan. Peter Nelemans en Remon Pot van Fugro GeoServices: “Wij zorgen voor de interpretatie van ‘big data’, filteren de relevante informatie eruit en maken dat visueel. Het GeoRisk Portal is in ontwikkeling en wij verwachten het binnenkort succesvol toe te passen in bouwputten. We verwachten er veel van. In onze optiek is dit de juiste manier van risicobeheersing.”

Foto: stichting IJkdijk

Peter Nelemans: “De huidige staat van de ICT en mogelijkheden om het gedrag van de bodem te onderzoeken en voorspellen stellen ons in staat real time risico’s in kaart te brengen. Zo kunnen we de snelheid in projecten houden, risico’s mitigeren en stakeholders informeren over de voortgang van het bouwproces. Zo reduceren we niet alleen faalkosten, maar komen ook tegemoet aan de groeiende noodzaak van adequaat omgevingsmanagement.” “Het accent op georisico’s in bouwprojecten ligt nu nog vooral op de planfase. Dat is óók noodzakelijk, maar tegelijk moeten we constateren dat risicobeheersing in de praktijk nog een ondergeschoven kindje is. We willen iedereen op sleeptouw nemen, en het Geo- Impulsprogramma in de praktijk brengen. Vanzelfsprekend zijn daar succesvolle voorbeelden voor nodig. De eerste stappen zijn gezet.” Pilot IJkdijk Praktijkervaring is opgedaan bij de IJkdijk. Dit programma is erop gericht dijkmonitoringssystemen te ontwikkelen die bijdragen aan gerichter en kostenbesparend beheer. Sensortechniek geeft inzicht in veranderingen in de dijk, waarmee veranderingen in de sterkte kunnen worden berekend. Waterschappen kunnen daarmee sneller ingrijpen bij bedreigende situaties. In een experiment is een ‘All-in-one Sensor Validatie Test’ (AIO-SVT) gedaan, waarbij Fugro een van de partijen was die mochten laten zien wat er met integrale duiding van monitoringsgegevens bereikt kan worden. Remon Pot: “We wisten dat de dijk door zou breken, maar niet wanneer en op welke manier. Op

12

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

basis van sensorgegevens voorspelde Fugro het proces van bezwijken. We zaten met onze voorspelling binnen de marges van het project. Het feit dat we het proces konden visualiseren, bleek voor de betrokken waterschappen de grootste toevoeging. Het inzicht in het gedrag van dijken wordt nu landelijk ontsloten via het Dijk Data Service Center, ontwikkeld door Fugro en Nelen & Schuurmans in opdracht van Stichting IJkdijk en diverse waterschappen. Door risicovisualisaties kan de besluitvorming bij calamiteiten sneller en adequater plaatsvinden op basis van begrijpbare en accurate informatie. Peter Nelemans: “Papier komt niet aan. Mensen lezen slecht. Als je in één plaatje kunt laten zien wat er aan de hand is, landt dat veel beter. Er is dan meer aandacht voor de monitoringsgegevens en dus voor de risico’s. Voor ons is het effect dat we echt meerwaarde kunnen leveren, met op het juiste moment een passend advies, waardoor tijdige bijsturing in het bouwproces mogelijk is.” Open data Drempelloze beschikbaarheid van de informatie is de belangrijkste randvoorwaarde voor het


welslagen. Alle informatie bevindt zich in de cloud en is dus altijd en overal beschikbaar. En het Geo-Risk Portal is met elk soort ‘device’ toegankelijk, zonder dat vooraf specifieke software gedownload hoeft te worden. Dat betekent dat ook oudere data of data van derden via het GeoRisk Portal ontsloten kan worden. Die transparantie past in de visie van Fugro, die erop is gebaseerd dat beter en breder ontsloten data de eigen adviesrol completer en beter kunnen maken.

Van macro naar micro Na de succesvolle pilot bij de IJkdijk is toepassing in bebouwde omgeving de volgende stap. Dat kan snel gaan. De potentiële voordelen zijn duidelijk en aantoonbaar. Bijvoorbeeld bij de aanleg van een bouwkuip of bij een dijkversterkingsproject ziet de projectleider het landschap waar hij in staat ook op zijn tablet. Hij kan van daaruit bij wijze van spreken inzoomen tot op de grond waar hij op staat. Hij beschikt over real time data van monitoringssystemen die op dat

Het Geo-Risk Portal heeft ‘AAA access’: anytime, anywhere, on any device.

moment actief zijn, en kan die koppelen aan gegevens over eerdere sonderingen, hoogtedata, of informatie over de toelaatbare toleranties zoals die in het contract met de klant zijn opgenomen. Kortom, alle relevante informatie is beschikbaar op de plek waar het werken in de bodem plaatsvindt. Remon Pot: “Gebruik van het Geo-Risk Portal beperkt het risico en voorkomt technisch falen. De grote winst is dat we alle relevante real time informatie kunnen leveren om zo de beslissers te ondersteunen bij het nemen van hun beslissingen. En dan ook nog op een manier die zij kunnen begrijpen en kunnen plaatsen in hun eigen werkzaamheden.”

Beeld: Fugro GeoServices

Omgevingsmanagement Het nut van het visueel beschikbaar maken van informatie gaat verder dan de direct betrokken uitvoerders. Het Geo-Risk Portal beantwoordt ook een latente vraag die er bij opdrachtgevers altijd al is geweest: hoe krijg je als betrokkene inzicht in de veelheid aan data, en hoe moet je die interpreteren? Een bestuurder of bewoner van een stad waar een parkeergarage of een boortunnel wordt gerealiseerd, is niet geholpen met stapels sonderingsdata of zettingsgrafieken. Remon Pot: “Als er bij een project iets aan de hand is, kan de verantwoordelijke op zijn eigen tablet volgen wat er gebeurt. En als zich een bewoner meldt met een plotseling klemmende deur, kunnen direct de monitoringsgegevens aan de keukentafel met die bewoner worden doorgenomen.” Het inzetten van het Geo Risk Portal kan helpen complexe grafieken en rekenresultaten te vertalen naar begrijpbare informatie. Naast een rol in operationele verbetering kan het Geo-Risk Portal dus een bijdrage leveren aan stroomlijning van het omgevingsmanagement bij grote projecten. Peter Nelemans: “Voor bouwers is de Geo-Risk Scan een goede omgevingsmanagementtool. Visualisatie van metingen en risico’s geeft betrokkenen inzicht. Je kunt het gebruiken om aan vertrouwen te werken. Daar moet je in investeren, maar uiteindelijk leidt het tot meer begrip en minder klachten. Er ligt een uitdaging om de met omgevingsmanagement gemoeide kosten te beheersen. Gebruikmaken van visualisatie levert dus ook daaraan een bijdrage.” Dit artikel verscheen eerder in De Verdieping op www.cob.nl, januari 2014

13

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015


The magic of geotechnics App biedt blik in de ondergrond

In september 2012 lanceerden het Centrum voor Geocommunicatie en het Nederlands Architectuurinstituut UAR Ondergronds, de mobiele architectuurapp waarmee je dwars door de grond kan kijken. UAR Ondergronds is een uitbreiding van de urban augmented reality (UAR) applicatie van het Nederlands Architectuurinstituut. De applicatie voor smartphones en tablets voegt een virtuele laag toe aan de werkelijkheid, zodat je kunt zien hoe de locatie er vroeger uitzag of in de toekomst eruit zal zien, en dat allemaal in 3D. Nu

voegen we daar een compleet nieuwe dimensie aan toe, namelijk het fundament van de stad: de ondergrond. Er zijn bijvoorbeeld archeologische vondsten te zien, maar UAR Ondergronds maakt ook de vele vitale functies die onder de grond verborgen zitten zichtbaar: weg- en spoortunnels, metrostations, automatische parkeergarages, waterbassins, telecomkabels, rioleringen en nog veel meer. Amsterdam, Rotterdam en Den Haag zijn de eerste ondergrondse steden die onthuld worden. Onder begeleiding van audiofragmenten ingesproken door Harmke Pijpers kunnen UAR-gebruikers een route lopen die ze langs de hotspots leidt. De app heeft als doel mensen op een interactieve manier meer bewust te maken van de ondergrond van de stad. Bron: NAI

Benieuwd wat er in zich in de bodem van Rotterdam, Den Haag of Amsterdam bevindt? Download dan de app UAR Ondergronds, richt uw smartphone naar beneden en bekijk de virtuele 3D-modellen van ondergrondse bijzonderheden.

Lees verder: http://www.geoimpuls.org, zoek op ‘UAR’

Kennislink.nl Op de website Kennislink wordt wetenschappelijke informatie op een heldere manier uitgelegd. Kennislink brengt niet alleen recent nieuws uit de wetenschap, maar gaat ook dieper op onderwerpen in via achtergrondartikelen en vakoverstijgende thema’s. De afgelopen jaren zijn in samenwerking met Geo-Impuls een 60tal artikelen over geotechnische onderwerpen op de website opgenomen: over diepwanden, funderingen, tunnels, dijken en fietspaden op versterkt veen. Kennislink bevat ook een grote hoeveelheid artikelen uit populair wetenschappelijke bladen, tijdschriften en webpublicaties. Al deze informatie is snel en eenvoudig te vinden.

Lees verder op http://www.geoimpuls.org, zoek op kennislink

14

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015


Interactief boek over de ondergrond Het iBook maakt optimaal gebruik van het aanraakscherm van een iPad. Met vingerbewegingen kunnen gebruikers deze beelden starten en stoppen, kantelen en draaien, vergroten en verkleinen. Zo zet je zelf de continenten in beweging, blader je door een grappige strip over bodembeestjes onder de stoep en kantel je een volautomatische parkeergarage om hem van alle kanten te bekijken. Lesmateriaal Ter aanvulling op het iBook is door het onderwijscentrum van de Vrije Universiteit Amsterdam bijbehorend lesmateriaal ontwikkeld voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Dit materiaal is ook te gebruiken bij gastlessen op middelbare scholen of bij andere gelegenheden waar u de magie van ondergronds bouwen wilt uitleggen. Op 1 november 2013 verscheen het iBook ‘Onder de grond’, een interactief boek voor de iPad over de ondergrond van Nederland. Met veel foto’s, filmpjes, animaties, kaarten, infographics en 3D-modellen is het boek even avontuurlijk als leerzaam.

In drie hoofdstukken komen de geologische geschiedenis van Nederland, de biodiversiteit van de bovenste bodemlagen en de veelzijdigheid van ondergronds bouwen aan de orde. Veel participanten van het COB hebben hiervoor informatie en beelden bijgedragen.

GeoImpuls.org

15

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

Lees verder: http://lijn43.nl/projecten/ aardrijkskunde-op-de-ipad


Best practice

Groene Loper in Maastricht In 2011 is het consortium Avenue2 in Maastricht begonnen met de bouw van een tweelaags verkeerstunnel met vier aparte tunnelbuizen. De onderste twee buizen zijn bestemd voor het doorgaande verkeer en de bovenste twee voor het regionale en lokale verkeer. Bovenop de tunnel komt een langgerekt park met voet- en fietspaden en tweeduizend lindebomen: de Groene Loper. Een belangrijk voordeel van gescheiden tunnelbuizen is dat onderhoud en beheer eenvoudiger zijn uit te voeren. Zo kan het verkeer tijdelijk worden verplaatst naar de andere tunnelbuizen als in een tunnelbuis werkzaamheden nodig zijn. Daarnaast zorgt het stapelen van rijbanen ervoor dat de tunnel smaller wordt. Totaalplan Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw moet al het doorgaande wegverkeer door Maastricht

gebruik maken van de N2. Deze weg met twee keer twee rijstroken, gelijkvloerse kruisingen met stoplichten en een maximum snelheid van vijftig kilometer per uur, zorgt voor talrijke problemen. Zo vormt de weg een barrière tussen het oostelijke en westelijke deel van Maastricht en veroorzaakt het vele verkeer geluid- en stankoverlast. Verder staan er op de weg en de aansluitende snelweg A2 veel files en is geregeld sprake van onveilige verkeerssituaties. Reeds in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd nagedacht hoe deze problemen konden worden opgelost. In 2003 zijn Rijkswaterstaat, de provincie Limburg en de gemeenten Maastricht en Meerssen gestart met het opstellen van een totaalplan voor verkeersinfrastructuur, stadsontwikkeling en natuur en milieu. Uiteindelijk heeft dit geleid tot het project ‘De Groene Loper’. Naast de bouw van de tunnel omvat dit

project ook de aanleg van een park bovenop de tunnel dat een groene verbinding vormt met de landgoederen net ten noorden van de stad, de ontwikkeling van nieuwe stadsentrees bij de tunnelmonden, en vernieuwing en verdere ontwikkeling van het stadsdeel Maastricht-Oost. Om de planontwikkeling en inspraakprocedures zo snel mogelijk te laten verlopen hebben de vier opdrachtgevende partijen – Rijkswaterstaat, provincie Limburg en de gemeenten Maastricht en Meerssen – gekozen voor een gecombineerde aanpak van de Tracé- en MERprocedure, de wijzigingen van de bestemmingsplannen en de aanbesteding. Voor de aanbesteding is een prijsvraag uitgeschreven. Vijf consortia hebben hieraan meegedaan. Uiteindelijk heeft het consortium Avenue2, bestaande uit de bouwbedrijven Ballast Nedam en Strukton, de aanbesteding gewonnen Stapsgewijze aanleg De nieuwe, gestapelde tunnel wordt aangelegd in een bouwkuip. Om ruimte voor deze bouwkuip te creëren, is de bestaande weg in westelijke richting verplaatst. De werkzaamheden voor de bouwkuip zijn in 2012 gestart bij de tunnelmonden bij het Europaplein aan de zuidkant en verkeersknooppunt Geusselt aan de noordkant. Sindsdien werken twee zogeheten ‘tunnelbouwtreinen’ vanaf deze tunnelmonden naar elkaar toe.

Bron: Avenue2

De bouwkuip wordt in stappen aangelegd. Hiertoe is het tunneltracé verdeeld in ruim honderd ‘moten’ van elk ongeveer 24 meter lang. Bij de aanleg van de bouwkuipwanden brengt de aannemerscombinatie tussen de verschillende moten damwanden aan, zodat de bouwkuip per ‘compartiment’ kan worden ontgraven. Na de (gedeeltelijke) ontgraving worden stempels of groutankers aangebracht om te zorgen dat de wanden van de bouwkuip niet naar binnen worden gedrukt.

Bovenop de tunnel komt de Groene Loper, een lintvormig park voor fietsers en voetgangers. Door zijn groene en recreatieve karakter verbindt de Groene Loper de wijken aan weerskanten van de A2 weer met elkaar. Langs het park komen (deels) nieuwe woningen, die passen in het Maastrichtse straatbeeld. In het park komen tweeduizend lindebomen die geschikt zijn om te groeien in de relatief dunne grondlaag bovenop het tunneldak

16

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

Voor het maken van de wanden van de bouwkuip past Avenue2 drie verschillende technieken toe. Bij de tunnelmonden bij Geusselt en het Europaplein zijn damwandplanken in de grond getrild. Binnen de bebouwde kom, tussen de John F. Kennedysingel en de Terblijterweg, waar intrillen geen optie is vanwege de te grote tril-


De tunnel op 29 maart 2014. Stempels houden de bouwkuipwanden op hun plaats.

lijk te beperken en de natuurlijke grondwaterstroming zo min mogelijk te verstoren, werkt de aannemerscombinatie met een retourbemaling: het water uit de bouwkuip wordt via leidingen naar zogenoemde retourvelden naast de bouwkuip gepompt zodat het weer kan infiltreren.

Foto: Flickr/Etienne Muis

Observational Method

Tijdens de Dag van de Bouw 2013 kon het publiek een bezoek brengen aan de tunnel in aanbouw.

Doordat de Maastrichtse bodem kalksteen bevat, is er bij de A2-tunnel extra aandacht nodig voor georisicomanagement. Zo moet onder andere rekening worden gehouden met geologische breuken en karstverschijnselen, zoals holle ondergrondse ruimten. Deze vormen een groot risico voor de bouwkuip. Het is echter uiterst lastig om breuken en karstverschijnselen van te voren gedetailleerd in kaart te brengen en een extreem veilig ontwerp is erg kostbaar. Daarom is er in Maastricht gekozen voor het toepassen van de Observational Method: vooraf zijn scenario’s voor onverwachte situaties uitgewerkt en tijdens de uitvoering wordt uitgebreid gemonitord en ingespeeld op de situatie. De Observational Method wordt nader toegelicht op pag 18 van deze speciale Geo-Impuls uitgave.

Geocommunicatie

Foto: Flickr/Jeroen van Lieshout

Het is belangrijk dat er bij een bouwproject goed over de risico’s wordt gecommuniceerd, zowel binnen de projectorganisatie als naar de omgeving. Vanuit deze gedachte besteedt Geo-Impuls uitgebreid aandacht aan geocommunicatie. Een werkgroep heeft bij A2 Maastricht een schaduwteam ingezet om het project te ondersteunen. Aan de hand van de praktijkervaringen zijn diverse producten ontwikkeld, die terug te vinden zijn in de Leidraad Geocommunicatie (zie pag 27).

lingshinder voor de nabije bebouwing, worden cement-bentonietwanden gemaakt waarin de aannemer vervolgens stalen damwandplanken laat zakken. Tussen de ANWB-flat en de Gemeenteflat is gekozen voor betonnen diepwanden omdat hier moest worden gewerkt met een zogeheten wanden-dakconstructie. De ruimte ontbreekt op dit deel van het tunneltracé om naast de bestaande weg een bouwkuip te maken. Daarom is de wanden-dakconstructie in

twee fasen aangelegd. Eerst is het deel aan de kant van de ANWB-flat gemaakt. Vervolgens is over dit deel de N2 gelegd, waarna het het deel aan de kant van de Gemeenteflat is gebouwd. Om de bouwkuip droog te houden, past Avenue2 bemaling toe. Door het wegpompen van water uit de bouwkuip daalt de grondwaterstand ook in de directe omgeving, wat ongewenst is. Om deze verlaging van het grondwaterpeil zo veel moge-

17

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

Dit artikel verscheen eerder als voorbeeldproject op www.cob.nl. Op deze website vindt u ook meer informatie over het project en de inbreng van Geo-Impuls op het gebied van de Observational Method en GeoCommunicatie.


Handreiking Observational Method

Traditioneel wordt bij het ontwerp van een geotechnische constructie de onzekerheid ten aanzien van gedrag en modellering van de ondergrond opgevangen door de toepassing van veiligheidsfactoren. Bij grote onzekerheid kan dat leiden tot zwaar gedimensioneerde – dus dure – constructies. De Observational Method is een ontwerpmethode waarbij de onzekerheid niet alleen wordt gecompenseerd met veiligheidsfactoren, maar ook met het monitoren van het gedrag gedurende de werkzaamheden. In combinatie met scenariodenken, waarbij voor nagenoeg alle mogelijke gebeurtenissen een reactiemaatregel is voorzien, leidt toepassing van de Observational Method evenzeer tot het gewenste betrouwbaarheidsniveau als bij de traditionele aanpak. Aangezien uitsluitend die maatregelen worden genomen die op basis van de monitoring noodzakelijk blijken te zijn, is de Observational Method niet alleen een betrouwbare methodiek, hij is bovendien kosteneffectief. Indien de onzekerheid ten aanzien van gedrag en modellering groot is biedt de Observational Method de mogelijkheid het project te realiseren zonder dat vooraf de volledige benodigde veiligheid rekentechnisch (dus inclusief onzekerheden) is gewaarborgd. Natuurlijk moet wel worden aangetoond dat maatregelen zijn voorbereid die een te laag betrouwbaarheidsniveau compenseren als de monitoring hiertoe aanleiding geeft. Ook moeten de maatregelen snel genoeg kunnen worden geïmplementeerd. De Observational Method biedt dus kansen, zowel om projecten te realiseren die zich op de grens bevinden van wat we als geotechnici normaliter kunnen modelleren, als om projecten tegen lagere kosten te realiseren door de sterkte van de ondergrond optimaal en veilig te benutten. Bij toepassing van de Observational Method wordt afgeweken van wat in normen wordt omschreven als de standaard ontwerppraktijk. Onbekend maakt onbemind, en dat speelt niet alleen bij de betrokken geotechnici en uitvoerders, maar ook voor de opdrachtgevers en het bevoegd gezag. Het is bijna onvermijdelijk dat het gebruik van de Observational Method in-

spanningen op gebied van communicatie vergt om de autoriteiten uit te leggen wat de methode inhoudt, waarom deze methode wordt gebruikt en hoe deze een veilig bouwproces waarborgt. Voor de geotechnici die met de methode (willen) gaan werken is daarom een Handreiking Observational Method opgesteld om hen te helpen bij het toepassen van de methode en bij het communiceren erover. De Observational Method sluit naadloos aan op een risicogestuurde werkwijze. Risico’s worden expliciet gemaakt en er worden terugvalopties gedefinieerd als beheersmaatregel voor een risico. Met deze werkwijze worden faalkosten teruggebracht zonder te overdimensioneren. Bij de Observational Method worden mogelijke ontwerpkeuzes vertaald in uitvoeringscenario’s en meetstrategieën. Tijdens de feitelijke projectuitvoering op de bouwplaats wordt een uitvoeringscenario gevolgd op basis van metingen die uitsluitsel geven over het bodemgedrag of het constructiegedrag. De aanpak gaat dus verder dan alleen vaststellen van ontwerpuitgangspunten voorafgaand aan de projectuitvoering. Hoe ziet een project met toepassing van de Observational Method er uit? De toepassing van de Observational Method verloopt volgens een interactief proces van ontwerp, uitvoeringscontrole, monitoring en aanpassing van de uitvoeringswijze en/of ontwerp. De methode is daarmee een werkwijze waarbij tijdens de uitvoering in de aanlegfase van een project nog aanpassingen kunnen worden doorgevoerd in zowel het uitvoeringsontwerp als het eindontwerp. De methode kan worden toegepast bij onzekerheid over de geotechnische uitgangspunten. In tegenstelling tot de traditionele aanpak waarbij het ontwerp tijdens de uitvoering vast ligt aan de hand van volledig gekwantificeerde geotechnische omstandigheden en het berekende constructiegedrag, kan hier met de uitvoering worden gestart met een gekozen, haalbaar geacht economisch scenario. De ontwerpalternatieven zijn voorafgaand aan de start van de uitvoering in diverse ontwerpscenario’s uitgewerkt, die

18

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

Sterke punten Observational Method • Een ontwerp kan minder conservatief zijn. Wel moet de winst van dit scherpere ontwerp opwegen tegen de extra kosten van het uitgebreidere ontwerp en de metingen tijdens de uitvoering •  Er wordt veilig ontworpen en gebouwd omdat de toepassing van de Observational Method expliciet risicomanagement vereist. Faal-scenario’s en tegenmaatregelen worden tevoren doorgerekend. • De Observational Method past naadloos in de trend om (geo)risicomanagement standaard toe te passen in infrastructurele projecten. • Door de uitgebreide metingen wordt het gedrag van de constructie goed in kaart gebracht. Dit helpt om te verifiëren of datgene wat is gebouwd voldoet aan de eisen die zijn gesteld. • De Observational Method dwingt een goede samenwerking af tussen ontwerp en uitvoering. Hierdoor kan een goede overdracht van kennis en keuzes met betrekking tot risico’s van ontwerp naar uitvoering plaatsvinden. • De uitgebreide monitoring kan uitstekend gebruikt worden om te visualiseren welke effecten een project heeft voor de omgeving en is daarmee een goed communicatie-instrument. • Bij toepassing van Observational Method wordt veel gemeten. Bundeling van deze metingen leidt tot vergroting van kennis over gedrag van grond en de interactie met constructies en tot een continue lerende organisatie.


Schematische voorstelling van het werkproces bij de Observational Method

met de daarbij behorende geotechnische uitgangspunten op zich voldoende constructieve veiligheid hebben. De projectscenario’s bestrijken een range aan geotechnische uitgangspunten. Tijdens de projectuitvoering wordt op basis van monitoring geschakeld tussen de scenario’s. De werkwijze genereert door monitoring tijdens de aanlegfase relevante informatie over de geldigheid van de gehanteerde geotechnische uitgangspunten. Daarmee kan het grond- en constructiegedrag worden geëvalueerd tijdens de uitvoeringsfase. De ingewonnen informatie bepaalt of er een schakelmoment moet worden ingelast; daarbij wordt dan overgeschakeld van het aanvangsscenario naar een meer conservatief of een meer optimistisch ontwerpscenario. Dit schakelen is een essentieel onderdeel van de Observational Method en het bijbehorende werkplan is in feite onderdeel van het ontwerp. Het moet voor aanvang van de werkzaamheden duidelijk zijn wanneer en hoe er wordt geschakeld, inclusief de daarbij behorende organisatie en benodigde communicatie tussen betrokkenen.

• Bemalingen Bij bemalingen worden peilbuismetingen gebruikt om de bemaling optimaal in te richten. Ook kan monitoring worden gebruikt om bij een oplopende waterstand een (extra) pomp aan te laten slaan.

• Damwanden Wanneer damwanden moeten worden toegepast nabij bestaande bebouwing kunnen trillingen ontoelaatbaar zijn vanaf een bepaald niveau. Vaak wordt dan begonnen met trillen op een veilige afstand van de bebouwing, waarbij er gelijktijdig ook metingen van de trillingen plaatsvinden. Pas tegen de tijd dat, en alleen in het geval dat, de grenswaarde voor de trillingen op de bebouwing dreigt te worden overschreden wordt overgeschakeld op drukkend inbrengen van damwanden.

Lees verder op www.geoimpuls.org, zoek op ’observational’ De handreiking wordt door SBRCURnet gepubliceerd.

Bron: Grontmij

Het opstellen van een handreiking die de toepassing van de Observational Method wil bevorderen zou kunnen doen vermoeden dat toepassing van de methode heel bijzonder is. Toch wordt er in de dagelijkse geotechnische praktijk al veelvuldig gebruik gemaakt van de Observational Method. De volgende voorbeelden laten zien dat de toepassing van de methode in feite een uitbreiding is van een al bestaand arsenaal aan toepassingen.

• Ophogingen  De grote onzekerheid in zettingsparameters maakt een goed en efficiënt ontwerp van ophogingen onhaalbaar zonder gebruik te maken van metingen. Metingen van zakbaken en waterspanningen worden wijd en zijd gebruikt om de ontwerpparameters te fitten en te besluiten tot het aanbrengen van een nieuwe ophoogslag.

19

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015


www.isgsr2015.org

ISGSR2015 Rotterdam, Netherlands 13 – 16 October 2015

5

th

International Symposium on Geotechnical Safety and Risk

We invite you to the fifth International Symposium on Geotechnical Safety and Risk (ISGSR) 2015, which will be held in Rotterdam. The 5th ISGSR is a continuation of a series of symposiums on geotechnical risk assessment and management, safety and reliability, which started in 2007 in Shanghai, China. The most recent and very successful conference was held at the end of 2013 in Hong Kong, China. It proved again the great value of sharing knowledge and experiences from research and practice between the international geotechnical engineering community, especially the members of TC304 and TC205 of ISSMGE and of GEOSNet. The 5th ISGSR will be even more special, because it will be combined with the presentation of the end results of the Geo-Impuls programme in the Netherlands. It is a five year long, joint industry programme which aims at reducing geotechnical failure substantially in 2015. Implementing Geo Risk Management and the tools developed by the Working Groups in our projects and organizations are the key conditions in reaching this ambitious goal. The Dutch geo-engineers and managers would be honoured to present and discuss their results with the international geo-community. We look forward to welcoming you in Rotterdam in October 2015!


Organized by

Keynote lectures Wilson Tang lecture Prof. Dr. Kok Kwang Phoon, National University of Singapore, Singapore “Is there anything better than load and resistance factor design for simplified geotechnical reliability-based design?”

Theme 1 - Geotechnical Risk Management and Risk Communication Cees Brandsen, Ministry of Infrastructure and the Environment, The Netherlands “Geotechnical risk management in Dutch public infrastructure projects” (tentative title)

Theme 2 - Variability in Ground Conditions

P

r atsr2015.org e t s i Reg www.isg

and Site Investigation Prof. Dr. Farrokh Nadim, NGI & NTNU, Norway “Accounting for uncertainty and variability in geotechnical characterization of offshore sites”

Theme 3 - Reliability and Risk Analysis of

Theme 6 - Contractual and Legal Issues of Foundation

Geotechnical Structures

and (Under)Ground Works

Prof. Dr. Limin Zhang, Hong Kong, University of Science

Prof. Dr. Hongwei Huang, Tongji University, China

and Technology, Hong Kong, China

“State-of-the-art of Risk Assessment on Tunneling in

“Reliability analysis and risk management for

China” (tentative title)

engineered slopes”

Theme 4 - Limit-state design in Geotechnical

Theme 7 - Case Studies, Monitoring and

Engineering

Observational Method

Prof. Dr. Samuel G. Paikowsky, University of

Dr. Mandy Korff, Deltares, The Netherlands

Massachusetts Lowell, USA

“Learning from case studies and monitoring of

“ Code Calibration Based on Limit State Uncertainty and

underground construction works”

Its Utilization in Design”

Theme 5 - Assessment and Management of

TC212 - Invited Lecture

Natural Hazards

Prof. Dr. Rolf Katzenbach, Technische Universität

Prof. dr. Bas Jonkman, Delft University of Technology,

Darmstadt, Germany

The Netherlands

“Risk management and risk communication in

“Developments in levee reliability and flood risk analysis”

geotechnical engineering by independent peer review and special technical solutions”


Afname van Geotechnisch Falen? Aantallen en verhoudingen positieve en negatieve geo-publicaties.

Geo-Impuls stimuleert de brede toepassing van GeoRM als de wijze van werken in de GWW-sector. De gedachte is dat dit zal leiden tot een forse reductie van geotechnisch falen. Geo-Impuls heeft als metafoor de halvering van geotechnisch falen in de GWW-sector in 2015 gekozen, maar is dat ook gelukt? Dát is de prangende vraag waar het uiteindelijk om draait. De GeoImpuls Stuurgroep heeft er vanaf het begin nadrukkelijk voor gekozen om geen kwantitatieve aanpak voor het meten van de doelstelling te kiezen. De daarvoor benodigde informatie is niet, of hoogstens incompleet en met zeer veel inspanning, te verkrijgen en dan nog is de vraag of een oorzakelijk verband met Geo-Impuls kan worden aangetoond. Om toch een indruk te krijgen van het aantal geotechnische incidenten en het verloop daarvan in de loop van de jaren van het Geo-Impulsprogramma, is gekozen voor een registratie en analyse van geotechnische incidenten, zoals gepubliceerd in artikelen in hét dagblad voor de bouw- en infrasector, Cobouw

2010 tot en met 2014. Een geotechnisch incident is daarbij gedefinieerd als een gebeurtenis met negatieve effecten voor één of meerdere betrokkenen, met één of meerdere oorzaken die te maken hebben met bouwen in grond, op grond of met grond. Deze negatieve effecten kunnen materieel (gewonden, schade) en immaterieel (reputatie) van aard zijn. Een geotechnisch incident is dus een al dan niet voorzien, maar feitelijk opgetreden geotechnisch risico. Voorbeelden zijn verzakkingen aan woningen ten gevolge van heitrillingen, wateroverlast door een per abuis doorboorde waterleiding, het bezwijken van een damwand voor een bouwput, of het afschuiven van een talud bij een wegverbreding.

De analyse is gebaseerd op een verzameling van alle artikelen over geotechnische incidenten die zijn gepubliceerd in Cobouw in de jaren

De in de artikelen geïdentificeerde kenmerken van de geotechnische incidenten zijn geclassificeerd in de groepen algemene informatie over

Jaar

Aantal publicaties in Cobouw

Geo-Nieuws Ratio (GNR)

Positief (kansen)

Negatief (incidenten)

2013

58

17

3,4

2014

46

9

5.1

Geotechnische incidenten in Cobouw, per jaar in de jaren 2010 – 2014.

het geotechnische incident, specifieke informatie over de oorzaak of oorzaken van het geotechnische incident en specifieke informatie over de effecten van het geotechnische incident. De algemene informatie betreft het soort incident, het aantal en het aantal malen dat over één incident is gepubliceerd, de geografische verdeling, het type constructie, het type opdrachtgever (publiek, privaat) en het type opdrachtnemer (groot, klein). De oorzaken van de geotechnische incidenten zijn geclassificeerd in de vijf rubrieken uit CUR 227, Leren van Geotechnisch Falen (2010). Hierbij zijn oorzaken voor geotechnisch falen op drie niveaus beschouwd, micro-, meso- en macroniveau. Het microniveau omvat de fouten die gemaakt worden door gebrek aan kennis bij de betreffende professional, door bedrog, door vergissingen en door problemen met falende materialen en technieken van de geotechniek. Het mesoniveau betreft de organisatie en daarbij behorende (gebrek aan) communicatie, kwaliteitsbewaking en dergelijke. Het macroniveau betreft het systeem en de cultuur in de bouwsector (methoden van uitbesteding, onvolkomen opleidingen) en externe factoren, zoals (ontbrekende of juist te overvloedige) wet- en regelgeving en de rol van de politiek. Tenslotte zijn zes soorten effecten onderscheiden: slachtoffers, materiële schade, reputatieschade, extra kosten, vertraging en overlast. Het blijkt dat het aantal geotechnische incidenten dat in Cobouw is gepubliceerd in 5 jaar is gedaald van 36 incidenten in 2010 tot 9 incidenten in 2014. Dit is een daling van 75%! Deze daling is veel groter dan de daling van het bouwvolume in de gww-sector in die periode. Daarbij moet worden aangenomen dat het daadwerkelijk aantal opgetreden incidenten hoger is dan de gepubliceerde gevallen, omdat niet alle

22

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015


incidenten de Cobouw zullen halen. Onduidelijk is hoe groot het in Cobouw gepubliceerde “topje van de ijsberg” verhoudingsgewijs is ten opzichte van het totaal aantal opgetreden incidenten, en of die fractie boven water constant is. Zijn er daadwerkelijk minder incidenten opgetreden, of is er “pers- en publieksmoeheid” ontstaan voor berichtgeving over geotechnisch falen? Over de oorzaken is aan de hand van de artikelen niet heel veel te concluderen. Alle typen oorzaken komen voor – voor zover ze uit de berichtgeving te achterhalen zijn. De effecten lijken in de loop van de tijd toe te nemen: er zijn weliswaar minder incidenten maar per incident is het effect groter. Door de geringe aantallen speelt ook het toeval een grote rol. Opvallend is dat het effect reputatieschade, in 2009 een belangrijke reden om het Geo-Impuls-programma te starten, in 2014 op basis van de publicaties in Cobouw geen expliciete factor van belang lijkt te zijn.

koppen als “Stabiel talud beperkt ongelukken in ondiepe put” en “Tijdwinst bij bouw A2-tunnel”. Opvallend is dat het aantal positieve berichten met benutte geotechnische kansen het aantal gepubliceerde geotechnische incidenten in de jaren 2013 en 2014 ruimschoots overtreft.

De laatste 2 jaren van de incidentenanalyse zijn naast de negatieve incidenten ook de aantallen Cobouw berichten geregistreerd waarin de geotechniek positief en het nieuws is gekomen. Dit betreft de toepassing van innovatieve technieken of succesvol uitgevoerde funderingstechnische hoogstandjes. Voorbeelden zijn berichten met

Natuurlijk zitten er allerlei haken en ogen aan deze voorzichtige conclusie. De belangrijkste zijn onvolledigheid van informatie in de veelal summiere publicaties, subjectiviteit in de voor de classificatie en analyse benodigde interpretaties, alsmede het feit dat het daadwerkelijk aantal jaarlijks opgetreden geotechnische in-

Met andere woorden, over deze twee jaren is geotechniek minder frequent in het nieuws geweest, maar als het vakgebied in het nieuws was, dan was het vaker positief dan negatief nieuws. Dat is dus goed nieuws. Het lijkt het erop dat de daling van geotechnisch falen gedurende de looptijd van Geo-Impuls inderdaad is ingezet. Het aantal gepubliceerde incidenten is in de periode 2010 – 2014 met 75 % gedaald, en het aantal positieve geotechnische berichten in de Cobouw overtreft de negatieve in de jaren 2013 en 2014.

23

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

cidenten met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid hoger is de hier gepresenteerde aantallen. Wel is het aannemelijk dat de meest spraakmakende geotechnische incidenten de pers halen. Dit zullen in veel gevallen de incidenten met de grootste effecten zijn, omdat het bericht anders te weinig nieuwswaarde heeft. De Cobouw Incidenten Analyse over de periode 2010 – 2014 heeft dus onvermijdelijk en ontegenzeggelijk beperkingen. Desondanks heeft het systematisch inventariseren en analyseren van alle in Cobouw gepubliceerde geotechnische incidenten in de Nederlandse bouw- en infrasector gedurende vijf jaren een fascinerende hoeveelheid informatie opgeleverd. De kunst is om ook na afloop van het Geo-Impuls programma hiervan te blijven leren, én die lessen in de praktijk toe te passen.

Lees verder: Martin van Staveren, Daling van Geotechnisch Falen?, op GeoImpuls.org en/of Martin van Staveren, Geo-Impuls: Monitoring van Geotechnisch Incidenten, Geotechniek 18 (2014) nr 2, p 12 (periode 2010- 2013)


Best practice

Stripverhaal brengt orde in Rotterdam

tionale Nederlanden en het Groothandelsgebouw aan het Stationsplein, de hulpdiensten en de taxichauffeurs. Ook zij kunnen hun belang inbrengen. Zo kunnen we met z’n allen tot een goede afstemming komen.”

Foto: Skeyes/ Nick de Jonge

“Op basis van het stripverhaal weet dus iedereen wat er gebeurt, waar afsluitingen zijn, waar de loopstromen zich die week bevinden, welke bouwterreinen beschikbaar zijn, welke brandkranen bereikbaar zijn, hoe het zit met de bereikbaarheid van de kantoren, noem maar op. We zijn meteen in 2005, bij de eerste tramverlegging, begonnen op deze manier te plannen. Het heeft ontzettend goed gewerkt. Heel veel knelpunten zijn in een oogopslag zichtbaar, niet alleen voor ons, maar ook voor belanghebbenden.”

Bouwfaseringskaarten heten ze officieel. Barry Zuidgeest, als projectleider betrokken bij RandstadRail en Rotterdam Centraal, geeft aan dat de organisatie ze beter kent als stripverhalen. Het zijn visuele weergaven van de stationsomgeving Rotterdam, die de basis vormden voor alle werkafspraken, logistiek en communicatie in en rondom de herontwikkeling van het gebied. “Het mooie was dat we vanaf het Nationale Nederlanden-gebouw het hele stripverhaal in werkelijkheid konden zien liggen.” Op de bouwfaseringskaarten worden (tijdelijke) functies binnen het gebied met kleurcodes aangegeven. De hele kaart geeft een compleet overzicht voor wie daar belang bij heeft, maar ook deelinzicht voor bijvoorbeeld een taxichauffeur die zijn standplaats in de loop van het project nogal eens zag wijzigen. Barry Zuidgeest: “Het mooiste is dat het visueel is. Iedereen kan er vanuit zijn eigen visie of belang de informatie uithalen die hij nodig heeft.” In de tijd achter elkaar gezet, vormen de bouwfaseringskaarten inderdaad een stripverhaal. Bouwterreinen, tramlijnen, voetgangerszones,

fietspaden, routes voor autoverkeer, oversteekplaatsen, ov-haltes en taxistandplaatsen veranderden regelmatig van plaats. De enorme omvang van het Rotterdam Central District-project en het beperkte oppervlak waarop veel activiteiten tegelijkertijd moesten plaatsvinden, maakten het noodzakelijk een dynamische ruimtelijke planning te hanteren. Barry Zuidgeest: “De ‘grote’ planning wordt in het voorjaar vastgesteld voor de rest van het jaar. Daarbij wordt een bouwvoorzieningenoverleg opgezet voor de grove planning voor de lange termijn (vanaf zes maanden) en een implementatieteam voor de korte termijnplanning (tot drie maanden). We hebben tweewekelijks een implementatieteamoverleg en maandelijks een bouwvoorzieningenoverleg, waarbij de coördinatoren van alle bij de bouw betrokken partijen, inclusief de dienst stadsontwikkeling en de RET aanwezig zijn. Daar ligt de basis van het stripverhaal. Aanvullend is er overleg met externe partijen die bij de bouw betrokken zijn, zoals NS, ProRail en aannemers. De uiteindelijke resultaten delen we vervolgens met andere belanghebbenden, omgevingspartijen en stakeholders, zoals Na-

24

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

“Elke donderdagmiddag overleggen we met alle aannemers over de planning voor de week daarna. Daar maken we onderling afspraken. Dat betekent dat we altijd moeten schipperen. Het is geven en nemen, want de beschikbare ruimte is altijd te beperkt. Het gaat niet vanzelf, maar met behulp van de kaarten komen we er wel uit. Niet alleen ten aanzien van het gebruik van de bovengrond, maar naarmate het project vorderde ook steeds meer in driedimensionale zin, omdat we met de stationsoverkapping en de centrale hal omhooggingen en met de fietsenstalling de grond in.” Omgevingsmanagement Werken in een per definitie drukke omgeving, waar het gewone leven zo veel mogelijk doorgang moet vinden, is een uitdaging. Barry Zuidgeest: “Uitgangspunt is dat iedereen even belangrijk is. Maar er lopen zakelijke en politieke belangen door alles heen, die binnen het college van burgemeester en wethouders ook nog eens portefeuilleoverschrijdend zijn. En de impact van werkzaamheden kan soms zeer verstrekkend zijn. Een tramomleiding in het centrum kan tot ver op Zuid gevolgen hebben. Maar andersom kan een metroverstoring op Zuid ook weer gevolgen hebben voor de tram- en busexploitatie op het stationsplein. Dat betekent dat we verschillende belangen tegen elkaar moe-


Bron: Ingenieursbureau Rotterdam

Een bouwfaseringskaart die de situatie van juni tot en met augustus 2008 toont.

ten afwegen. De acht minuten aanrijverplichting voor de brandweer zal dan zwaarder wegen dan een verminderde bereikbaarheid van de taxistandplaats. Je kunt niet iedereen tevreden stellen, maar mede doordat we alle belangen en afwegingen visueel inzichtelijk maken, en breed communiceren, begrijpt men het allemaal wel.”

Foto: Flickr CC Rob Dammers

“Waar mogelijk hebben we geanticipeerd op bezwaren. Werkzaamheden die de toegang tot de

parkeergarage van Nationale Nederlanden fors beperkten, voeren we zoveel mogelijk in verkeersluwe perioden uit (bijvoorbeeld de zomervakantie) om daarmee de overlast te beperken. En bij grote evenementen, zoals het Zomercarnaval of de marathon, zoeken we naar andere wegen om de stad zo goed mogelijk bereikbaar te houden. Alle betrokkenen hebben aangegeven dat men goed is gekend in de afwegingen die gemaakt moesten worden. Dat is een van de

25

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

grootste complimenten die je als coördinerende dienst kunt krijgen. Uiteindelijk is het sterke punt van een eigen dienst als de onze dat we het belang van de stad als geheel in beeld hebben en houden.” Cultuur Het Rotterdamse publiek is wel wat gewend qua bouwoverlast. Sinds de start van de wederopbouw in 1948 wordt er al in de binnenstad gebouwd. Barry Zuidgeest: “We zeggen weleens dat een Rotterdammer pas denkt dat er iets aan de hand is als er niet wordt gebouwd. Er wordt niet snel geklaagd zolang men maar ziet dat er wel gewerkt wordt. Voor de RandstadRail hebben we weliswaar geboord en ook daar voor overlast gezorgd, maar net als op Rotterdam Centraal is de geluidsoverlast daar minimaal gebleven. De aanleg van die tunnel kon ‘onopgemerkt’ verlopen. Overigens is dat onopgemerkte tegelijkertijd de zwakte van onze dienst. We promoten onszelf te weinig. De resultaten van beide projecten waren positief, maar wij benoemen dat niet. We doen het af met de opmerking dat het gewoon ons werk is. Gelukkig is er wel een kentering zichtbaar. We geven vaker aan dat we trots zijn op de resultaten die we gerealiseerd hebben. Dat blijkt ook uit dit verhaal.” Dit artikel verscheen eerder in De Verdieping op www.cob.nl, mei 2014.


Heeft u de omgeving scherp in beeld? Heeft u overal aan gedacht? Als geotechnicus weet u allang dat het loont om vroegtijdig en continu aandacht te besteden aan de ondergrond. Maar u hebt vast wel eens opdrachtgevers die zich dat niet realiseren. Daarom heeft Geo-Impuls het boekje ‘Heeft u overal aan gedacht?’ uitgebracht. Een publicatie die inzichtelijk maakt welke risico’s er kunnen voortkomen uit de ondergrond en hoe daarmee omgegaan kan worden. Het boekje stelt de lezer kritische vragen over zeven onderwerpen waarvan de ervaring geleerd heeft dat zij keer op keer problemen veroorzaken bij het realiseren van een bouwproject. Wordt er vlakbij een waterkering gebouwd? Houd dan rekening met langere proceduretijden. Gaat het om een complexe constructie, bijvoorbeeld hele hoge nieuwbouw? Dan is de fundering extra be-

langrijk en is er mogelijk meer grondonderzoek nodig. Op deze manier benoemt de publicatie een aantal projectkenmerken die van invloed zijn op de ondergrondrisico’s. Opdrachtgevers krijgen zo snel een beeld van eventuele knelpunten in een project en mogelijke maatregelen die ze kunnen treffen. Het boekje is met name bedoeld voor opdrachtgevers, projectontwikkelaars en architecten, maar het is ook belangrijk dat geotechnisch adviseurs het boekje kennen. Voor hen is het een handig hulpmiddel om de toegevoegde waarde van het vakgebied over het voetlicht te brengen. De publicatie laat zien hoeveel er te winnen is met goed georisicomanagement. GeoImpuls ziet graag dat geotechnici deze boodschap ook verder uitdragen. Daarom zijn er ook succesver-

halen opgenomen in het boekje: praktijkprojecten waaruit blijkt dat aandacht voor de ondergrond winst oplevert in projecten.

Lees verder: www.geoimpuls.org, zoek op ‘gedacht’ voor het boekje en een powerpoint presentatie

Kloof ontwerp-uitvoering overbruggen “De geotechnische specialist wordt vaak ingevlogen en weer weggestuurd”, geeft professor Frits van Tol (TU Delft) als voorbeeld. “Er ligt dan een geotechnisch advies, maar vervolgens maakt het ingenieursbureau het ontwerp af en komt er een aannemer met een heel ander voorstel. Het ingenieursbureau koppelt dit niet meer terug aan de geotechnisch adviseur, terwijl zo’n variant weer heel andere risico’s met zich mee kan brengen.”

Bij elk bouwproject is een keten van partijen betrokken. De twee uiterste schakels zijn de geotechnisch adviseur en de uitvoerende partij. Het is van groot belang dat deze twee goed met elkaar samenwerken. Gelukkig gaat dit vaak goed, maar helaas valt het soms ook tegen.

Vanwege deze risico’s is goede samenwerking zo erg van belang. Door de kloof tussen ontwerp en uitvoering kunnen geotechnische risico’s over het hoofd worden gezien of verkeerd worden ingeschat. Dit kan ernstige gevolgen hebben, zoals hoge faalkosten, tijdsoverschrijdingen en imagoschade. Van Tol: “Van terughoudend en gesloten, moeten we naar betrokken en transparant. Beide

Lees verder in het boekje of bekijk de video: www.geoimpuls.org, zoek op ‘kloof’

26

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

partijen moeten hun werkhouding aanpassen. Ze moeten openstaan voor de visie van de ander, maar ook hun eigen rol opeisen. Stap naar voren als je het ergens niet mee eens bent, kijk en denk mee, ook als dat niet expliciet van je gevraagd wordt. En luister als een ander wat te zeggen heeft.” Geo-Impuls heeft een boekje gemaakt om een gedragsverandering te realiseren. Het moet het probleem op de kaart zetten en bespreekbaar maken. Praktijkvoorbeelden vormen de kern van het boekje, vanuit twee thema’s. Bij de voorbeelden in het eerste thema gaat het vooral over de rol van de uitvoerende partij, in het tweede over de rol van de geotechnisch adviseur. De voorbeelden schetsen steeds een situatie waarin de samenwerking niet ideaal verloopt, met daarbij de visie van beide partijen. Het belangrijkst is de aanbeveling: hoe kan het beter? De werkgroep biedt hierbij praktische handvatten voor zowel de geotechnisch adviseur als de uitvoerende.


Leidraad Geocommunicatie Geotechnische risico’s, ze zijn er altijd maar we praten er liever niet over. Toch hoeft communicatie over risico’s geen probleem te zijn. Het project Geocommunicatie van Geo-Impuls beoogt te laten zien hoe in een team van geotechnici, communicatiemanagers en omgevingsmanagers een goed communicatieplan ontwikkeld kan worden. Een goed communicatieplan is de drager voor goede communicatie, die kan voorkomen dat weerstand en wantrouwen ontstaan rondom het project.

We pleiten dus voor een meer open en proactieve communicatiestroom. Wees ook helder over de hinder, de gevolgen, de monitoring, de beheersmaatregelen en de ‘what if’-scenario’s. Wees effectief en consistent: laat informatie stromen door de verschillende communicatiekanalen en leer van de ervaringen. Wees sensitief, luister naar geluiden uit de omgeving en pas de communicatie daarop aan: vragen en klachten die binnenkomen, moeten snel als Q&A op de website komen.

Centraal staat om een ‘reputatiematras’, een buffer van vertrouwen op te bouwen, waardoor eventuele tegenvallers zoals extra overlast minder invloed hebben op de publieke opinie. Die buffer is op te bouwen door niet alleen te communiceren bij negatieve gebeurtenissen maar continu en vanuit de gevoelens die op dat moment leven in de omgeving van het project. De positieve gevoelens kunnen we stimuleren door te communiceren over de wetenswaardige onderwerpen die een gevoel van gezamenlijke trots kunnen genereren.

Om deze ideeën handen en voeten te geven is een Leidraad GeoCommunicatie ontwikkeld waarin een aantal instrumenten wordt aangereikt: het geotechnisch stoplicht, de bouwfaseringskaart (zie pag 24), de omgevingsmonitor en basisteksten om geotechniek ‘uit te leggen’ aan het brede publiek.

GeoRisicoScan 2.0 - De Geotechnisch adviseur aan de lat? Geotechnisch risicomanagement is een belangrijk middel om faalkosten uit de ondergrond terug te dringen. Een manier om aantoonbaar te maken of, en in welke mate, geotechnisch risicomanagement wordt toegepast in projecten, is het doen van een GeoRisicoScan (GRS). Al enige tijd is de GRS 1.0 toegepast op grotere infrastructurele projecten, met name ter beoordeling van het risicomanagementsysteem binnen Rijkswaterstaat. Bezwaren hiertegen waren enerzijds dat deze vorm tijdrovend en duur was, en anderzijds dat deze alleen door een selecte groep adviseurs kon worden uitgevoerd. De nieuw ontwikkelde GRS 2.0 kan gedurende één dag op het projectkantoor worden uitgevoerd en daarna binnen één of twee weken worden afgehandeld door een duo van gekwalificeerde toetsers met expertise op het gebied van geotechniek en georisicomanagement. Zij hebben

de cursus GRS 2.0 gevolgd en praktijkervaring opgedaan. De scan kan ook worden uitgevoerd door mensen vanuit de eigen organisatie, wat in sommige gevallen wegens vertrouwelijkheid van de informatie gewenst kan zijn. De scan kan dus ingezet worden als als externe kwaliteitsborging (EKB) maar ook als interne kwaliteitsborging (IKB). Er is een inleiding GRS 2.0 opgesteld als handreiking voor het uitvoeren van een scan. Daarin komen zowel de organisatie van een GRS als de te behandelen vragen aan de orde. Eind 2013 is het principe van GRS 2.0 in een cursus overgedragen Movares, BAM, CRUX, Gemeente Rotterdam en Amsterdam. Inmiddels is door deze partijen een drietal scans uitgevoerd, zowel bij projecten in uitvoering, in voorbereiding als in de tenderfase.

Lees verder: www.geoimpuls.org, zoek op ‘GRS’

27

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015


Best practice

Omgevingsmonitor Bilthoven, Bunnik en Boerenwetering Opening autotunnel Bunnik

omgevingscommunicatie tot dan toe. En aangezien we nog een tweede tunnel moesten aanleggen, konden we hier direct de lessons learned toepassen, een unieke kans!” aldus Luuk van Hengstum.

Foto: ProRail

Luisteren naar de omgeving Om een goed resultaat te behalen was het streven 150 deelnemers te hebben. Uiteindelijk bleken meer dan 300 omwonenden de tijd en de moeite te hebben genomen om de vragenlijst in te vullen. De respons is door een onafhankelijke buitenstaander geanalyseerd en voorzien van adviezen. De resultaten zijn besproken met ProRail, de aannemer en de gemeente en dat alles heeft geresulteerd in een actieplan.

In juni 2012 startte de bouw van twee onderdoorgangen bij het NS-station in het centrum van Bilthoven. Deze onderdoorgangen moeten de doorstroming van het gewone verkeer en het treinverkeer verbeteren en het gehele gebied veiliger en mooier maken. Een ondergronds project van deze omvang heeft een flinke impact op de omgeving. ProRail, aannemer Heijmans en de gemeente beseften dit en hebben de resultaten van Geo-Impuls aangegrepen om een kwaliteitsslag te maken in het omgevingsmanagement. In november 2013 werd de eerste onderdoorgang opgeleverd en zijn de werkzaamheden voor de tweede onderdoorgang gestart. Een goed moment, volgens projectleider Luuk van Hengstum van ProRail, om de omgevingsmonitor van GeoImpuls uit te voeren. De omgevingsmonitor is een gestructureerde vragenlijst die wordt voorgelegd aan de omwonenden in de omgeving van

(ondergrond gerelateerde) bouwprojecten. In de vragenlijst worden vier aspecten onder de loep genomen: • het draagvlak voor het project; • de risicoperceptie; • de hinderbeleving; • de communicatiebehoefte. Uniek aan deze monitor is dat heel direct naar specifieke georisico’s zoals grondwaterproblemen, scheurvorming en trillingshinder wordt gevraagd. Essentieel is het uitgangspunt van ‘beleving’. Niet het oordeel van experts staat centraal, maar de perceptie van de omgeving is leidend. In Bilthoven was de monitor pas ter beschikking toen het project al halverwege was, dus kon er geen vergelijking gemaakt worden met een nulmeting maar toch waren de resultaten waardevol. “Voor ons was deze meting een goede indicatie voor de kwaliteit van onze

28

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

Meest opvallende resultaat was de weerstand tegen de bouwfasering en daarbij behorende inrichting van het stationsgebied. Het station zou 16 maanden niet toegankelijk zijn voor mindervaliden en dat bleek onacceptabel voor de buurt. Naar aanleiding van de monitor zijn acties genomen, zoals het instellen van een servicemedewerker op het station (5 dagen per week, 16 maanden lang) om bewoners te helpen die moeite hebben de trappen op te komen. Ook is er een extra ronde gemaakt met deelnemers van de monitor en vertegenwoordigers van gehandicaptenorganisaties om het bouwgebied nog eens grondig te scannen en te verbeteren qua routing, bebording, oneffenheden op de straat en verdere inrichting. Voor wat betreft de monitoring is toegezegd de resultaten te evalueren en communiceren. Opvallend was dat de omgeving veel meer in detail geïnformeerd wilde worden over de bouwfasering, de hinder en de hinderbeperkende maatregelen die de projectorganisatie nam en die de bewoners zelf konden nemen. In april 2015 zal de monitor opnieuw in hetzelfde gebied worden uitgevoerd, maar dan ingericht als eindevaluatie. Met die eindevaluatie wil het project leren voor nieuwe projecten en ook een eindoordeel krijgen over de rollen van ProRail, de aannemer en de gemeente. De resultaten van de eindevaluatie zullen openbaar worden gemaakt via de website Bilthoven Bouwt.


iets andere aanpak gekozen. In het project van de Boerenwetering is de aanneemcombinatie verantwoordelijk voor de monitor. De basis bleef echter hetzelfde: een onafhankelijke buitenstaander voert de omgevingsmonitor uit en maakt een analyse en aanbevelingen. Ook hier zal de monitor een of twee keer worden herhaald en onderdeel vormen van de eindbeoordeling van de aanneemcombinatie. Met de omgevingsmonitor en de bouwfaseringskaarten hebben bouwer en opdrachtgever er instrumenten bij, die helpen om werkelijk omgevingssensitief te zijn. Dat we hierbij niet alleen kijken naar georisico’s is logisch; voor een bewoner maakt het niet uit of een risico vanuit de ondergrond komt, of vanuit het verkeer. Maar door alle risico’s te benoemen worden ze in ieder geval transparant.

Spoorproject Bunnik Collega-projectmanager Saco de la Parra zag de resultaten van Geo-Impuls omgevingscommunicatie ook als een set mooie instrumenten voor ‘zijn’ onderdoorgang in Bunnik. Omdat voor dit project de uitvoering nog niet van start was

gegaan en de aanbesteding nog moest worden ingericht had hij ruimte voor een bredere toepassing. Voor dit project is de methodiek van Bouwfaseringskaarten (binnen Geo-Impuls bekend als ‘het stripverhaal’, (zie pag 24) als randvoorwaarde meegegeven in de aanbesteding. De aannemer wist dus dat hij de bouwfasering en de hinder volgens een bepaalde systematiek moet communiceren met de omgeving. Vanaf dag één in de aanbesteding was ook duidelijk dat de monitor als nulmeting zou worden uitgevoerd, en dat de aannemer rekening moet houden met de uitslag en dat acties van hem verwacht worden. Begin 2015 was de aanbesteding rond en de nulmeting uitgevoerd. Ook hier zullen de resultaten en het actieprogramma openbaar worden gemaakt. ProRail kan met de monitor en het verplicht stellen van de bouwfaseringskaartensystematiek meer op de regiestoel zitten en de aannemer nog beter controleren op zijn omgevingssensitiviteit. Voor de aannemer is deze werkwijze prettig omdat deze heldere regels biedt over wanneer en hoe er gecommuniceerd wordt. Door feedback uit de omgevingsmonitor kan hij samen met ProRail zijn energie (en middelen) beter kanaliseren. Boerenweteringgarage Amsterdam Bij de aanbesteding van de Boerenweteringgarage heeft de gemeente Amsterdam voor een

29

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

Foto: ProRail

Brede spiegel van de omgeving Groot voordeel van de monitor is dat hij heel specifiek ingaat op (ondergrondse) risico’s en hinder en die vragen anoniem uitzet bij een grote steekproef. Wie wel eens bij een bewonersavond is geweest weet dat daar altijd een beperkt aantal mensen de discussie domineren. Het is gevaarlijk om uit zo’n bijeenkomst conclusies te trekken dat ‘de bevolking’ dit of dat denkt. De grootte van de steekproef en de anonimiteit dragen bij aan een breder gedragen beeld. Het verwerken van de gegevens door iemand van buiten de projectorganisatie vermindert het risico dat pijnlijke resultaten terzijde geschoven worden. En, last but not least, het feit dat zowel het rapport als het actieplan openbaar wordt gemaakt helpt om werkelijk tot acties te komen. De monitor heeft ook al zijn effect gehad op het volgende spoorproject in Bilthoven. Bij de aanbesteding van de onderdoorgang De Leijen is een eigen omgevingsmanager opgenomen en bij het nog op te starten project Maarsbergen zal de monitor als nulmeting worden ingezet.

Meetbaar en tastbaar maken van omgevingssensitiviteit is maar ten dele haalbaar. Een bouwproject bevindt zich per definitie in een complexe omgeving waarbij niet alles 100% toe te schrijven is aan het handelen van de aannemer. Als de gemeente of een andere aannemer in dezelfde buurt hinder veroorzaakt, dan zal dat automatisch zijn effect hebben op de beoordeling van deze aannemer. Er zal dan ook altijd een combinatie van instrumenten nodig zijn om de aannemer (en niet te vergeten, de opdrachtgever!) te beoordelen. Het vinden van een goede balans in die instrumenten is een opgave waar we de komende jaren nog gezamenlijk naar zullen zoeken.


Kwaliteitscontrole in de grond gevormde palen

Jaarlijks worden er tienduizenden in de grond gevormde funderingspalen gemaakt. Deze worden standaard allemaal akoestisch doorgemeten om de kwaliteit van de paal te beoordelen. In 1 à 2% van de gevallen geeft de huidige meettechniek geen afdoende antwoord. Dan is niet vast te stellen of er tijdens het maken scheuren zijn ontstaan of dat de paal is ingesnoerd en dus te dun is of zelfs de wapening bloot ligt. Deze onzekerheid zorgt voor vertraging in het bouwproces en brengt extra kosten met zich mee. Een nieuwe paal plaatsen is meestal de goedkoopste optie, maar vaak is de heistelling al weg of kan niet meer op positie komen. Een betrouwbare meetmethode zal er toe leiden dat de onzekerheid zal verminderen en er dus minder discussie ontstaat. Ook zal het leiden tot minder onnodig geplaatste extra palen. Op langere termijn is de winst veel groter: een betrouwbare meetmethode zal leiden tot een ‘natuurlijke’ selectie van de meest betrouwbare installatietechnieken. Hierdoor wordt de kostbare verspilling door extra palen sterk verminderd. Dit is een heel directe bijdrage aan de Geo-Impuls-doelstelling, namelijk de faalkosten met de helft verminderen. Er zijn meerdere meettechnieken beschik-

baar om een paal onder de grond beter te kunnen ‘bekijken’, maar deze zijn nog in een experimenteel stadium. In Delft is een proefterrein ingericht om te kijken of deze nieuwe meettechnieken inderdaad een nauwkeuriger beeld geven of de funderingspaal aan alle eisen voldoet. Het onderzoek moet uiteindelijk een praktisch bruikbaar antwoord geven op de vraag welke technieken ingezet kunnen worden in welke situatie. Hiervoor is een eerste vereiste dat bekend is wat de betrouwbaarheid van een techniek in het veld is, maar de keuze hangt ook af van andere aspecten zoals kosten, beschikbaarheid en hanteerbaarheid. De veldproef moet aangeven welke mogelijkheden daadwerkelijk bruikbaar zijn in de praktijksituatie van in de grond gevormde palen. Bij de standaard akoestische integriteitstest beter bekend onder de naam ‘Hamertje tik’ wordt een klap op de paalkop gegeven. De reflecties aan de paalpunt en aan defecten van de paal worden gemeten met een opnemer die ook op de paalkop is aangebracht. Het is mogelijk om te zien dat een paal sterk afwijkt van andere palen, maar lastig om aan te geven welk defect (of defecten) er aanwezig is en hoe groot het defect is. Dat komt door de grillige structuur van de ondergrond waar de paal in staat die allerlei valse reflecties veroorzaakt en doordat

De palen met de typerende defecten

30

een in de grond gevormde paal nooit helemaal glad is. Defecten Over welke defecten praten we eigenlijk bij een in de grond gevormde paal? Bij het maken van de palen kunnen er grondinsluitingen ontstaan, cement kan weglopen in slappe lagen, of de paal kan na uitharding ergens breken. Om te achterhalen wat je met de verschillende meettechnieken kan zien van deze defecten zijn deze geschematiseerd in vijf categorieën. Op het proefterrein zijn palen gemaakt waarin welbewust defecten zijn aangebracht: een insnoering, rondom of aan één kant, een uitstulping, bovenin of onderin de paal, en een scheur. In de meeste palen zijn twee defecten aangebracht: ééntje boven in en ééntje onder in de paal, om te zien of een defect onder een ander defect ook te detecteren is. In het proefveld zijn 20 palen van 10 meter lang en nominaal 460 mm diameter geconstrueerd waarin deze kunstmatig aangebrachte defecten zijn verwerkt. Met een onderlinge paalafstand van 5 m is het mogelijk om achteraf een aantal palen te trekken. De proef is uitgevoerd met Hekpalen. Dit zijn palen met een verloren punt en een tijdelijke casing die na het storten van de paal wordt getrokken. De wapeningskorven

Principe seismic tube. Bij een defect zien sommige opnemers meerdere echo’s van de zendpuls, andere juist heel weinig.

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015


het temperatuurverloop doordat meer of minder hydratatiewarmte vrijkomt. Een gebroken paal kan met dezelfde apparatuur worden vastgesteld. Niet uit het temperatuurverloop maar omdat door de scheur de glasfiber simpelweg ook zal breken. Aanvullend zullen er ook nog metingen uitgevoerd worden die tot doel hebben blootliggende wapening (wapening zonder betondekking) te detecteren. Hiertoe zal een elektrische methode toegepast worden. Aan de paalkop wordt een elektrische spanning op de wapening gezet die, waar geen betondekking is, een stroom veroorzaakt in de grond. Deze stroom kan dan met een eenvoudige sensor of stroomkabel gemeten worden aan het maaiveld of in een peilbuis om ook de diepte van de blootliggende wapening te bepalen. Creëren van een defect (insnoering)

in de paal worden ook gebruikt als frame voor het aanbrengen van defecten en het installeren van diverse sensoren om de defecten op te sporen. Meettechnieken Hoewel de bestaande eenvoudige akoestische meetmethode niet voldoet, is het gebruik maken van geluidsgolven wel een voor de hand liggend spoor en de meeste beproefde technieken zijn dan ook op dat principe geënt. Voortbordurend op ‘Hamertje tik’ kun je een (verloren) opnemer ergens in de paal ingieten en daarmee de klap op de paalkop registreren. Een realistisch idee nu opnemers voor luttele euro’s te koop zijn. Ook kun je de klap op de paalkop registreren met een opnemer die naast de paal als een sondering naar beneden wordt gedrukt. Elders in dit nummer (pag 32) wordt beschre-

ven hoe met crosshole-metingen de onvolkomenheden tussen twee diepwandpanelen kunnen worden opgespoord. Daarbij laat je een geluidsbron en een ontvanger zakken in twee ingegoten holle pvc buizen en meet je het signaal ‘crosshole’. Net als bij een diepwand kun je bij een (dikke) paal een of meer pvc pijpen ingieten. Je kunt ook bron en ontvanger samen in één pijp laten zakken. Kortom, varianten te over. Een heel andere aanpak is het meten van de temperatuur in het verhardende beton. Ook die techniek is in diepwanden toegepast (pag 32) Dit kan tegenwoordig met glasvezel en de techniek Distributed Optical Temperature Sensing. Een glasvezelkabel, die aan de wapening is vastgemaakt, meet het temperatuurverloop met de tijd tijdens het uitharden. Een uitstulping of insnoering veroorzaakt een afwijking in

31

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

Van alle nieuwe akoestische technieken is aangetoond dat deze in ieder geval interpreteerbare signalen opleveren, maar zij zijn nog niet zonder meer toepasbaar. Ook de glasfibermeting was succesvol en relatief snel te interpreteren. Begin 2015 wordt een aantal palen getrokken om te zien hoe de defecten er werkelijk uitzien en een relatie te leggen met de waargenomen meetgegevens. Voor dit onderzoek is één apparaat speciaal ontwikkeld, de Seismic Tube. Dit is een buisvormig instrument dat neergelaten wordt in een in de paal ingegoten pvc buis. Het instrument heeft twee bronnen en acht ontvangers op een onderlinge afstand van 15 cm. De acht ontvangers zitten tussen de twee bronnen, zodat het mogelijk is op één positie twee akoestische signalen te gebruiken. De acht ontvangers meten gelijktijdig, zodat er een beeld van de ruimtelijke patronen kan ontstaan. Door de meting met de Seismic Tube op verschillende hoogtes uit te voeren kan een dataset opgebouwd worden die als een geheel kan worden geanalyseerd. Het apparaat is gebouwd voor dit onderzoek, maar mogelijk is het later ook in de praktijk inzetbaar als de dataverwerking verder ontwikkeld is. Met de partijen die meegewerkt hebben aan dit onderzoek wordt gewerkt aan een vervolgonderzoeksplan waar de Seismic Tube tot een praktisch bruikbaar instrument wordt doorontwikkeld.

Lees verder in de Funderingsdag Special Geotechniek 18 (2014) nr 5, p 26.’


Best practice

Unieke praktijkproef met diepwanden in Delft

Maken van de diepwand van de westelijke tunnelbuis aan de Phoenixstraat in Delft

Een nieuwe spoortunnel vervangt in Delft het oude spoorviaduct. Bij de aanleg van de spoortunnel en het ondergrondse station is niet alleen gewerkt met ‘proven technology’. In september 2013 werden in de westelijke tunnelbuis expres twee defecte diepwandpanelen gemaakt die later werden ontgraven en geanalyseerd. Dit maakte onderdeel uit van het promotieonderzoek van Jan van Dalen aan de TU Delft om meer kennis te vergaren over de defecten van diepwanden en hoe ze te voorkomen. Ook crosshole sonic logging werd toegepast in Delft: TU Delft-promovendus Rodriaan Spruit gaat na hoe deze techniek lekken opspoort in diepwanden. Diepwanden zijn een gangbare techniek bij de bouw van ondergrondse constructies. Toch voldoet de kwaliteit van deze ‘in de grond gevormde’ wanden niet altijd, wat tot overlast, schade, vertragingen en extra kosten kan leiden. Denk aan de verzakte panden aan de Amsterdamse Vijzelgracht. Kwaliteitsproblemen ontstaan deels door fouten tijdens de uitvoering. Daarnaast is er onvoldoende kennis van een aantal processen die cruciaal zijn bij het maken van een diepwand. Met zijn promotieonderzoek hoopt Jan van Dalen deze kennislacunes op te heffen. Bentonietinsluitingen Van Dalen is geotechnisch adviseur bij Strukton en doet drie dagen per week onderzoek bij de afdeling Geo-engineering van de TU Delft. Hij bestudeert de verschillende processen die bij het maken van diepwanden van belang zijn, met als doel imperfecties, zoals bentoniet-insluitingen, te kunnen voorkomen. Van Dalen heeft de grootschalige praktijkproef op het bouwterrein van Spoorzone Delft samen met collegapromovendus Rodriaan Spruit opgezet.

Foto: Peter Juijn

Stromingsmodel “Met de praktijkproef, die het sluitstuk vormt van mijn onderzoek, streven we twee doelen na,” legt Van Dalen uit. “Het eerste is het valideren van het stromingsmodel dat ik heb ontwikkeld. In het laboratorium doe ik allerlei proeven om aan te tonen dat het model werkt en met deze grote veldproef testen we het in de praktijk. Het model beschrijft het stromingsgedrag van het beton en de bentoniet tijdens het storten van

32

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015


een diepwandelement. Tijdens dit proces verdringt het zwaardere beton het lichtere bentoniet. Daarnaast gebruiken we de proef om de techniek van ‘crosshole sonic logging’, die collega-promovendus Rodriaan Spruit onderzoekt, verder te valideren. Met deze techniek is eerder al een zwakke plek in een voeg van de diepwand van de spoortunnel ontdekt.” Meetapparatuur “Voor de proef maken we twee aaneensluitende diepwandpanelen in de bouwkuip van de westelijke tunnelbuis van het project Spoorzone Delft, vlakbij de Bagijnetoren. De panelen bouwen we haaks op de diepwanden van de tunnel. Ze staan vrij van de tunnelwanden en reiken tot ongeveer veertien meter onder het maaiveld. Op 28 augustus hebben we de sleuf voor de panelen gegraven en met bentoniet gevuld. De volgende ochtend hebben we de wapeningskorven voor beide panelen in de sleuf geplaatst. Vervolgens hebben we in de sleuf van het eerste paneel onze meetinstrumenten aangebracht. Het betreft apparatuur waarmee we het niveau van het beton tijdens het storten op vier plekken in de sleuf nauwkeurig kunnen volgen, en glasvezelkabels om de temperatuur te meten. Verder zijn er aan de wapeningskorven buizen gemonteerd om later de crosshole-metingen te kunnen doen. Nadat alle apparatuur was aangebracht en getest, zijn we het beton gaan storten. Bij het tweede paneel hebben we dezelfde stappen gevolgd, alleen zit hier veel meer tijd tussen ontgraven en storten. We hebben dit paneel namelijk pas negen dagen later gestort.” Verschillende kleuren “Het storten van de panelen hebben we in vier stappen gedaan, telkens met een andere kleur beton. Door te werken met verschillende kleu-

Aan de wapeningskorf zijn de buizen bevestigd voor de crosshole-metingen

Foto: Peter Juijn

Foto: Peter Juijn

Digitale chips worden in in de betonstroom gegooid

ren kunnen we straks bij het ontgraven en slopen van de elementen zien waar elke portie beton uiteindelijk is terechtgekomen. Om dat in beeld te brengen hebben we ook iedere zes seconden een smartieachtige digitale chip in de stortstroom gegooid, die we later met een scanner hopen terug te vinden in het beton. Vanzelfsprekend zijn ook de metingen van het betonniveau tijdens het storten van belang om het stromingsgedrag van het beton in beeld te brengen. Hoe verspreidt het beton zich als het uit de stortbuis komt? En vloeit het netjes uit en verdringt het gelijkmatig het bentoniet?” Wapeningskorf Een kwalitatief goede diepwand vereist dat tijdens alle bouwfasen zorgvuldig wordt gewerkt. Tijdens het graven van de sleuf moet bijvoorbeeld worden voorkomen dat grondresten in de sleuf vallen. En het storten van het beton moet voorzichtig gebeuren om te voorkomen dat de specie een bult vormt die over het bentoniet heen stulpt. Ook Van Dalen en zijn team werken tijdens de proef zorgvuldig. Het verrassende is alleen dat zij dit niet doen om een perfecte diepwand te maken, maar juist om een diepwand te maken met imperfecties. Van Dalen: “Met mijn stromingsmodel heb ik berekend onder welke omstandigheden het beton niet meer goed uitvloeit. Bijvoorbeeld omdat het door te kleine openingen moet of teveel weerstand ondervindt. Die situaties hebben we nagebootst door op een aantal plaatsen de wapening in de wapeningskorf dichter te maken dan normaal. We hebben gekozen voor een aantal verschillende dichtheden, om het onderscheidend vermogen van het model – hoe nauwkeurig voorspelt het het stromingsgedrag? – straks te kunnen vaststellen. Met de proef doen we dus ons best om op een paar plekken bentonietinsluitingen te creëren.

33

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

Immers, als het beton niet overal kan komen, zal het niet al het bentoniet verdringen en krijg je insluitingen.” Uitvloeigedrag Voor beide diepwandelementen is Van Dalen van eenzelfde wapeningskorf uitgegaan. Het gebruikte beton en bentoniet was echter niet hetzelfde. Hiervoor is gekozen om het effect van kwaliteitsverschillen in het bentoniet op het ontstaan van imperfecties te kunnen bepalen. Zo is Van Dalen bij het storten van het eerste diepwandpaneel uitgegaan van normaal beton en bentoniet en bij het tweede paneel van minder vloeibaar beton en bentoniet met verontreinigingen. Voorafgaand aan het storten is het beton steeds ter plekke getest, waarbij vooral het uitvloeigedrag is bepaald. Verder is van elke lading beton een deel in een kuip apart gezet. Van deze porties beton zijn steeds op het moment dat de volgende lading beton arriveerde de eigenschappen vastgesteld om het gedrag in de tijd te kunnen volgen. Stapsgewijs ontgraven “Als de elementen zijn uitgehard, gaan we eerst de crosshole-metingen doen om te zien hoe de kwaliteit is van de voeg tussen de twee panelen en of we de geplande imperfecties kunnen terugzien. Vervolgens gaan we de panelen stapsgewijs ontgraven”, vervolgt Van Dalen. “Wanneer dat precies zal zijn weet ik nog niet, omdat we afhankelijk zijn van de planning van de aannemerscombinatie. Ik denk dat we het bovenste stuk van de diepwandelementen de komende weken kunnen bekijken als de aannemer het grondwerk heeft gedaan voor de constructie van het tunneldak. Het resterende stuk van de elementen komt pas vrij als de aannemer de grond onder het tunneldak heeft weggegraven.” Slopen Van Dalen vervolgt: “Het plan is om de vrijkomende delen eerst van buitenaf heel goed te bekijken en te fotograferen. Hoe ziet de omtrek eruit, waar zitten de overgangen tussen de verschillende kleuren beton en welke imperfecties zijn er? Ook gaan we met een scanner proberen zoveel mogelijk van de meegestorte chips proberen terug te vinden om een beeld te krijgen van de verspreiding van het beton. Vervolgens gaan we de elementen voorzichtig slopen om ook de binnenkant van de diepwand te kunnen bekijken en bijvoorbeeld te zien in hoeverre het beton aansluit op de wapening.” Dit artikel verscheen eerder op www.cob.nl.


Geo-Impuls 2010-2015 Onderweg naar halvering geotechnisch falen in projecten In 2010 hebben 40 partijen uit de geotechnische sector de handen ineen geslagen om de geotechnische faalkosten drastisch te reduceren: het programma Geo-Impuls was geboren. Het programma is begonnen met de analyse van een aantal projecten om de belangrijkste geotechnische risico’s in kaart te brengen. Hieruit kwamen drie top-risico’s naar voren rond de thema’s Contracten, Geotechniek en Omgeving: • Top risico Contracten: afwijkende grondgesteldheid • Top risico Geotechniek: verzakkingen en instortingen • Top risico Omgeving: verlies van publiek draagvlak. In brainstormsessies zijn meer dan honderd maatregelen bedacht die een bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van geotechnisch falen. Hierbij is ingeschat hoe groot het effect van de voorgestelde maatregel zal zijn, met andere woorden het te verwachten rendement. Dit proces heeft uiteindelijk geleid tot 12 beheersmaatregelen, die zijn uitgewerkt in 12 werkgroepen, evenwichtig verdeeld over de drie geïdentificeerde top-risico’s. Elke werkgroep draagt met zijn producten bij aan het vullen van een gereedschapskist met instrumenten waaruit een geotechnicus, projectleider of manager kan putten tijdens de voorbereiding en uitvoering van een project. Een aantal instrumenten zijn inmiddels gereed en zullen hierna kort worden beschreven. De meeste komt u elders in deze speciale uitgave van Geotechniek tegen. Al vanaf de start van het programma is besloten om de principes van GeoRM en de door werkgroepen ontwikkelde instrumenten zo snel mogelijk toe te passen in praktijkprojecten. Hiermee wordt duidelijk of het instrument in de praktijk bruikbaar is en of het effectief is. Voorbeelden zijn de best practices in dit speciale nummer. Contracten Een prominent risico bij de uitvoering van geo-

technische werken is het ontbreken van de juiste hoeveelheid en kwaliteit van grondonderzoek op het juiste moment in de projectvoorbereiding, aanbesteding en uitvoering van het project. Aanwijzingen voor risicogestuurd grondonderzoek zijn neergelegd in CUR-richtlijn 247 (pag 10). Er zijn zes geotechnische risicochecklists ontwikkeld, waarmee geotechnici risico’s in hun projecten kunnen inventariseren en afwegen. De lijsten hebben geen volledigheid nagestreefd maar zijn bedoeld ter inspiratie bij een risicoinventarisatie van het eigen project en daarom als spreadsheet ter beschikking gesteld. Speciaal voor niet-geotechnici is een brochure opgesteld over mogelijke risico’s vanuit de ondergrond. De publicatie wijst opdrachtgevers, projectontwikkelaars, aannemers en architecten op de eventuele ondergrondrisico’s in hun projecten in begrijpelijke taal voor niet-specialisten. Om geen te somber beeld te schetsen zijn ook vier succesverhalen opgenomen over hoe ondergrondinformatie aan een projectsucces heeft bijgedragen (pag 26). In de evaluatie Risico-verdeling Geotechniek (RVG) is bij zeven bouwprojecten nagegaan waarom de in 2006 in een CUR/CROW richtlijn verwoorde RVG sindsdien slechts bij een zeer beperkt aantal projecten is toegepast. Onbekend maakt onbemind, is de korte conclusie. Aanbevolen wordt om het belang van de methode meer onder de aandacht te brengen bij project- en contractmanagers en de ‘best practices’ met elkaar te delen. Ook zou helderder moeten worden voor welke projecten RVG de meeste meerwaarde geeft, gebaseerd op de projectomvang, geotechnische complexiteit, beschikbare grondgegevens en type contract. Geotechniek De kwaliteit van diepwanden blijkt in de praktijk met enige regelmaat niet te voldoen aan de verwachtingen. Een zwak punt is het ontbreken van mogelijkheden tot preventieve kwaliteitscontrole. In een promotieonderzoek zijn diverse methoden ontwikkeld (pag 32).

34

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

De Observational Method is een ontwerpmethode om met behulp van intensieve monitoring tijdens de bouw informatie over het gedrag van een constructie te verzamelen en deze te gebruiken bij besluitvormingsprocessen over de uitvoering van het werk. Het doel van Geo-Impuls was om toepassing van de methode in Nederland te bevorderen door hem meer bekendheid te geven (pag 18) Om te komen tot meer betrouwbare ondergrondmodellen zijn kennis en instrumenten ontwikkeld en ontsloten om op gestructureerde wijze puntinformatie, geologische kennis, geofysische technieken, remote sensing data en

De 12 beheersmaatregelen van Geo-Impuls Contracten • Geotechnische risicoverdeling in projecten • Grondonderzoek in de tenderfase • Proceseisen geotechniek in contracten • De ondergrond naar de voorgrond Techniek • Kwaliteitscontrole van in de grond gevormde elementen • Betrouwbaar ondergrond model • Metingen en modelverbetering • Observational Method Omgeving • Geo-communicatie in projecten • Kloof tussen ontwerp en uitvoering • Internationale samenwerking • Opleiding en onderwijs


Aanbrengen monitoring paalmatrassysteem

anders uitgevoerd dan de geotechnicus had voorzien, vaak door gebrekkige communicatie en ontbrekende terugkoppeling. Er blijkt steeds weer een kloof tussen ontwerp en uitvoering te bestaan. Praktijkvoorbeelden vormen de kern van een brochure waarin op humoristische wijze de rollen van de uitvoerende partij en de geotechnische adviseur worden belicht (pag 26). Ook in het buitenland bestaat er een sterke wens om geotechnische risico’s te verminderen en het is dan ook waardevol om na te gaan hoe andere landen hiermee omgaan en niet zelf opnieuw het wiel uit te vinden. Verkenningsmissies naar Duitsland, Japan, UK en USA hebben waardevolle informatie en aanbevelingen opgeleverd, maar ook geleid tot persoonlijke allianties met o.a. ELGIP, USACE en ISSMGE.

inverse modellering om te zetten in een ondergrondmodel met voorspelbare betrouwbaarheid (pag 11). Daarvoor is een webportaal ontwikkeld dat model gestaan heeft voor de geoimpuls.org website (pag 15). Grondvervormingen zijn trage processen met grote onzekerheden en grote (financiële) consequenties. Daarom zijn (en worden) langetermijn-monitoringsgegevens verzameld om tot een betrouwbaardere modellering te komen. Het zwaartepunt van het project ligt bij het verzamelen van lange termijnmetingen (pag 10) Elders in deze uitgave komen de toepassing van detectiemethodes voor fouten in diepwanden bij de Spoorzone Delft (pag 32) en de toepassing van de Observational Method bij het ondergronds gaan van de A2 Traverse Maastricht (pag 16) aan bod. In het kader van de verbreding van het Julianakanaal is een aantal geofysische technieken toegepast, zoals sub bottom profiling, side scan

sonar en grondradar. Deze metingen hebben het inzicht in de ondergrond aanzienlijk vergroot en daarmee het geotechnisch risicoprofiel gereduceerd Langetermijn-metingen zijn uitgevoerd op een paalmatras in de afrit van de A12 bij Woerden. De resultaten van de paalmatrasmetingen zullen worden verwerkt in een verbeterde versie van de bestaande CUR Ontwerprichtlijn paalmatrassystemen Omgeving Om effectief te kunnen communiceren over geotechnische risico’s in een project, is het essentieel dat er een goede onderlinge interactie bestaat tussen de geotechnicus, de communicatie-manager, de omgevingsmanager en de projectleider. In diverse pilotprojecten is met deze rollen geoefend met de hulp van ervaren ‘outsiders’ en het inzetten van een ‘schaduwteam’ vanuit Geo-Impuls (pag 27). Bouwprojecten worden op onderdelen wel eens

35

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

De aanwas van studenten met belangstelling voor geotechniek is de laatste jaren gering en de kennis en competenties van afgestudeerden sluiten onvoldoende aan op steeds complexer wordende projecten. In de onderwijsspecial van Geotechniek (juli 2014) is hier uitgebreid aandacht aan geschonken. De Leidraad Geo-Communicatie is het resultaat van het combineren van aanbevelingen uit de communicatiewereld in drie pilotprojecten: Herstructurering Noordwal/Veenkade in Den Haag, A2 Traverse Maastricht en de Spoorzone Delft. Inmiddels worden de aanbevelingen uit de leidraad en de ontwikkelde instrumenten toegepast in verschillende uitvoeringsprojecten buiten Geo-Impuls (pag 28). GeoRM kwaliteitsborging In het ideale geval wordt de kwaliteit van de toepassing van GeoRM zowel geborgd op projectniveau als in de organisaties die deelnemen aan een project. Om deze kwaliteit te bewaken zijn twee specifieke instrumenten ontwikkeld, de Geo Risico Scan (pag 27) en het GeoRM Maturity Model. Het GeoRM Maturity Model wil de GeoRM kwaliteit bewaken van de organisaties die betrokken zijn bij een project. Er worden vier maturity niveaus onderscheiden: van beginner tot volwassen. De score wordt bepaald aan de hand van 34 vragen over de organisatie-cultuur, de geotechnische processen en de geotechnische ervaring met en toepassing van GeoRM. Het model is met succes getest tijdens diverse Geo-Impuls sessies met vertegenwoordigers van de opdrachtgevers, ontwerpers en aannemers


Ronde Tafel Geo-Impuls bij Rijkswaterstaat

Bij de bijeenkomst waren de leden van het projectmanagementteam van een aantal grote RWS-projecten aanwezig, zoals de Blankenburgtunnel, de Zeesluis IJmuiden en de Afsluitdijk. Tijdens de bijeenkomst is geïnventariseerd tot welke inzichten het toepassen van GeoRM heeft geleid. Dat heeft geleid tot een zevental lessen (in willekeurige volgorde). 1. Geo-risico’s (risico’s met een oorzaak vanuit de ondergrond en nadelige effecten op projectdoelen) zijn altijd aanwezig. Bij onvoldoende beheersing wordt een fysiek / technisch probleem (bijvoorbeeld meer debiet bij een bemaling dan verwacht) een managementprobleem (de bemalingsvergunning wordt overschreden). De kunst is om niet te struikelen over dergelijke geo-risico’s. Daarvoor zijn dialoog en kennisuitwisseling essentieel. 2. Eisen (zoals “nul zetting”) zijn niet hetzelfde als verwachtingen (“mijn kantoor loopt geen schade op”). Als je zonder nadenken de eisen van stakeholders overneemt, leidt dat gemakkelijk tot niet-realistische verwachtingen. Als in een latere projectfase blijkt dat die niet kunnen worden waargemaakt, ontstaat teleurstelling. Daarom is het beter om vroegtijdig de achterliggende verwachtingen te bespreken en op basis daarvan gezamenlijk realistische eisen op te stellen. Hierbij kan het helpen om percepties over geo-risico’s (opgenomen in het risicodossier van een project) vroegtijdig te delen. Dit betekent een verandering van “eisen ophalen” naar “ver-

Foto: Flickr CC Minke Wagenaar

In 2012 heeft Rijkswaterstaat gesteld dat GeoRM voortaan een verplicht onderdeel is bij de realisatie van nieuwe RWS-projecten waarbij georisico’s mogelijk aan de orde zijn. Sindsdien is het in een aantal projecten toegepast. In december 2014 heeft RWS een rondetafelbijeenkomst georganiseerd, met als doel het Geo-Impulsgedachtegoed binnen de organisatie verder te verinnerlijken en te borgen, van de geotechnicus tot de projectmanager en van de werkvloer tot het topmanagement. Tijdens de informele bijeenkomst is – voor wie het nog niet wist – GeoRM nog eens uiteengezet als geotechnische verdieping van het alom bekende RISMAN en is – door wie al ervaring had – de ervaring uitgewisseld die men had met GeoRM.

wachtingen uitwisselen”. Ook zouden alle partijen geholpen zijn met minder eisen. 3. Overwogen moet worden of de beheersing van een geo-risico als “verzakkingen” als eis of als EMVI criterium moet worden geborgd. Een EMVI criterium kan worden beschouwd als “extra” bovenop een (minimum) eis. Als je de beheersing van het verzakkingsrisico als EMVI criterium opneemt, dan laat je blijken dat enige mate van verzakking acceptabel is. Door een maximale toelaatbare verzakking als contractuele eis op te nemen wordt een eenduidige ondergrens voor de toelaatbare verzakking gegeven. 4. De GeoRisicoScan (GRS) (pag 27) is een bewezen nuttig instrument om de kwaliteit van het uitgevoerde GeoRM in een bepaalde projectfase door een onafhankelijke partij te laten toetsen. Dit is ook het geval als binnen het projectteam de overtuiging aanwezig is dat het GeoRM van voldoende kwaliteit is. In dergelijke gevallen kan de GRS en dergelijke overtuiging bevestigen, dan wel ontkrachten, op basis van de onafhankelijke toets. In beide gevallen is het projectteam geholpen. 5. De Observational Method (OM) (zie pag 18) helpt om flexibel en effectief in te spelen op afwijkingen van de onzekere ondergrond, die pas tijdens de uitvoering aan het licht kunnen komen. Hiermee beheers je niet alleen de geo-risico’s, maar kun je soms ook besparingen realiseren (zoals minder stem-

36

GEOTECHNIEK - Geo-Impuls special april 2015

pels dan voorzien). Tevens zorgt de toepassing van de OM voor het vooraf doornemen van scenario’s voor geo-risico’s en het formuleren van terugvalopties voor als die risico’s optreden. Hiermee wordt escalatie van het risico vermeden. 6. Open communicatie over geotechniek en de geo-risico’s met omwonenden van bouw- en infraprojecten blijkt te helpen om draagvlak van de bewoners voor het project te krijgen en te houden. Een voorbeeld is de wekelijkse regionale-TV-uitzending over het project A2 Maastricht, waarbij via heldere antwoorden op publieksvragen wordt uitgelegd waarom wat wordt uitgevoerd. 7.  Houding en gedrag van alle betrokkenen bepalen uiteindelijk een succesvolle toepassing van GeoRM in projecten. Dit betekent in de meest vroege projectfase al met elkaar in gesprek gaan over de aanwezigheid en beheersing van geo-risico’s in relatie tot de beoogde projectdoelen. Het betekent ook tijdens de uitvoering met elkaar in gesprek blijven, bijvoorbeeld letterlijk in de bouwput. Alleen dan worden vroegtijdig signalen van geotechnische afwijkingen opgevangen én gecommuniceerd zodat tijdig maatregelen kunnen worden genomen.

Lees verder: www.geoimpuls.org zoek op ‘Ronde’.


De Bouwcampus brengt Geo-Impuls verder SBRCURnet feliciteert de mensen achter het nationale programma Geo-Impuls met het behaalde resultaat! Zij bewijzen waar wij als kennispartner in de bouw van overtuigd zijn: wil je de Bouw en GWW helpen ontwikkelen, dan moet je de handen ineen slaan. Want ĂŠchte stappen zet je samen.

Samen kennis verder brengen Samen met partners als COB en PAO, maar ook in samenspraak met RWS en Deltares ĂŠn met partners van buiten de campus, gaan we er zo voor zorgen dat GWW-bedrijven en -organisaties de binnen Geo-Impuls opgedane kennis ook in de toekomst zo goed mogelijk benutten.

Hoe dat verder gaat? U hoort van ons!

Succesvol resultaat Vijf jaar lang werkten meer dan dertig partijen uit de grond-, weg- en waterbouwsector intensief samen aan het terugdringen van geotechnisch falen. Met succes, want Geo-Impuls leverde een scala aan tools op, waardoor de geotechnische faalkosten inderdaad drastisch omlaag gaan. Praktische hulpmiddelen zoals de GeoRisicoScan (GRS) en een handreiking Observational Method, die je direct kunt inzetten. Maar ook tools die nog een vertaling nodig hebben voordat je ze in je dagelijkse praktijk kunt gebruiken. Door Geo-Impuls ontstond er bovendien een fantastisch netwerk: deskundigen op het gebied van onder meer geotechniek en omgevings- en contractmanagement weten elkaar nu feilloos te vinden, en delen kennis en ervaringen met elkaar. Plan van aanpak Er zijn dus belangrijke stappen gezet in het terugdringen van geotechnisch falen, maar hoe zet je deze positieve ontwikkeling ook in de toekomst door? Hoe houd je de sector blijvend alert? Omdat een duwtje in de rug de komende jaren belangrijk blijft, heeft de Stuurgroep GeoImpuls partijen op De Bouwcampus gevraagd hiervoor een plan van aanpak te ontwikkelen. Waterbouw

www.vanoord.com


Inhoud Inhoud

Monumentenliefhebbers Monumentenliefhebbers valt valtop... op...

Erfgoedspecialisten Erfgoedspecialisten begrijpen... begrijpen...

Bedrijven Bedrijven vertrouwen vertrouwenerop... erop...

Kunsthandelaren Kunsthandelaren ervaren... ervaren...

Gemeentes Gemeentes appreciĂŤren... appreciĂŤren... 46 46

Geotechniek Geotechniek- -Januari Januari2014 2014


Inhoud

...ĂŠn Geotechniek weet 17 (al meer dan 18 15 jaar)....

De Rijksoverheid kiest ervoor...

...dat

succesvolle communicatie begint met kiezen voor een team dat expertises combineert. Een team dat fondsen werft, content genereert, productie organiseert, onderscheidend vormgeeft.

Wetenschappers concluderen...

Informeer naar de mogelijkheden van Educom, in druk en online: telefoon 010 - 425 6544 info@uitgeverijeducom.nl

Uitgeverij Educom BV Uitgeverij Marketing Drukwerk Investeringen Internet

Cultuuraanbieders beleven... 47

Geotechniek - Januari 2014

www.uitgeverijeducom.nl


Zoekt u zekerheid in een onzekere ondergrond?

Onafhankelijk onderzoek

VLG, het bureau voor veld- en laboratoriummetingen, biedt onafhankelijk en volledig objectief onderzoek van bodem en infrastructuur op het gebied van grond-, wegen waterbouw. En geeft inzicht in het veiligstellen van infrastructuur door invloeden van buitenaf. Geotechnische en milieukundige monitoring ten behoeve van bouw- en milieuprocessen vallen ook onder het werkveld

Marktconform en innovatief

VLG levert volgens de laatste inzichten kwalitatief hoogwaardige, prijstechnisch marktconforme werkzaamheden die, waar mogelijk, geleverd worden onder certificaat. Bij deze geotechnische, civieltechnische en milieukundig veld- en laboratoriumwerkzaamheden wordt gebruik gemaakt van innovatieve methoden en instrumenten.

Advisering vanuit de keten

VLG maakt onderdeel uit van de geotechnische, civieleen milieukundige ketens binnen het ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam. De bundeling van kennis levert zekerheid vooraan in het planproces. Naast opdrachten voor de gemeente Rotterdam is het bureau actief voor publieke en private opdrachtgevers van binnen en buiten de regio Rotterdam

Contactgevens Telefoonnumer 010-4899700 e-mail vlg@rotterdam.nl Kijk voor meer informatie op www.rotterdam.nl/milieu_ _ruimte_en_ondergrond @iburo010

Geotechniek Impuls-special 2015  

Onafhankelijk vakblad voor het geotechnische werkveld - Impuls special

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you