Page 1

SPECIAL 2016

FUNDERINGSDAG

JAARGANG 20 NUMMER 5 DECEMBER 2016 ONAFHANKELIJK VAKBLAD VOOR HET GEOTECHNISCHE WERKVELD


creating tools that move your business

a.p. van den berg The CPT factory

Mini Sondeerrups: ideaal voor locaties met beperkte toegang The CPT factory Sondeerbuizenschroever: gemakkelijk, snel en Al ruim 42 jaar is A.P. van den Berg de innovatieve en betrouwbare partner als het gaat om bodemonderzoekCompact, licht en wendbaar De lichtste voor en meest compacte Sondeerrups indrukkracht van 10 ton. Met apparatuur een slappe bodem. A.P. van denmet Bergeen loopt voorop in het ontwikkelen eneen wereldwijd ergonomisch verantwoord gewicht netvan onder de 1600 kg en eensondeerbreedteenvan 780 mm past de Mini vermarkten nieuwe geavanceerde monstersteeksystemen dieSondeerrups uitblinken in betrouwbaarheid door een deurpostVan en kan deze vervoerd worden in een bestelwagen. Ideaalapparatuur dus voor voor het gebruik en gebruiksgemak. verscheidene landsondeersystemen tot multifunctioneel op zee tot waterdieptes van wel 4000 meterHet en van uitgebreide servicepakketten tot en digitale locaties met beperkte toegang of ruimte. indruksysteem is demonteerbaar kan meetsystemen waarmee de bodemgegevens eengebruikt kabel of optische getransporteerd, als stand-alone unit naast devia rups worden, lichtsignalen indien er nogworden compacter gewerkt ze behoren allemaal tot hetEen leveringspakket van A.P. van den Berg.of zelfs een hybride uitvoering voor moet worden. aanvullend elektrisch aggregaat emissievrij sonderen behoort ook tot de mogelijkheden. Veel aandacht wordt geschonken aan de arbeidsomstandigheden van de sondeermeester. Zo heeft A.P. van den Berg de sondeerbuizenschroever ontwikkeld, die in ieder sondeerapparaat kan worden geĂŻntegreerd. Op hebbenwordt we een Sondeerrups voorraad, maar uiteraard kunnen Metdit de moment buizenschroever hetMini op- en afschroevenop van de sondeerstreng efficiĂŤnter uitgevoerd. De we ook een exemplaar voor u samenstellen precies aan uween wensen voldoet. buizenschroever komt het meest tot zijn recht dat in combinatie met draadloos meetsysteem. Het doorrijgen van de conuskabel behoort dan tot het verleden. Voor de sondeermeester betekent dit een aanzienlijke vermindering vanNeem de fysiekecontact inspanning met en het voorkomen Interesse? ons op!van een versnelde slijtage van de gewrichten. Aandacht voor de arbeidsomstandigheden is voor alle betrokkenen van groot belang en is zijn investering dubbel en dwars waard. A.P. van den Berg Machinefabriek Tel.: 0513 631355 Tel.: 0513 631 355 A.P. van den Ingenieursburo b.v. Postbus 68,Berg 8440 AB Heerenveen Fax: 0513 631212 Postbus 68, 8440 AB Heerenveen

Fax: 0513 631 212

info@apvandenberg.nl info@apvandenberg.nl www.apvandenberg.nl www.apvandenberg.nl

APB CPT Ad Geotechniek MiniSondeerrups hybride 216x138 24052016 fin.indd 1

24-5-2016 13:48:34

HERSTEL VAN VERZAKTE VLOEREN EN FUNDERINGEN WILT U OOK VOORTDUREND OP DE HOOGTE BLIJVEN? Het vertrouwde bierviltje zorgt al sinds mensenheugenis voor stabiliteit. Ideaal als tijdelijke oplossing, maar geen alternatief voor fundamenteel herstel. U kent Uretek als de specialist in herstel en preventie van verzakte betonvloeren en funderingen. Wij leveren effectieve en tijdsbesparende oplossingen met minimale overlast. Wij houden u graag op de hoogte van de beste technieken en methoden via onze digitale nieuwsbrief. Meld u aan voor onze nieuwsbrief via www.uretek.nl.

WWW.URETEK.NL


80 Years of experience

‘We are ready to support you into the future’

‘If it is excellence you are after, then experience makes the difference’


Sub-sponsors Executive Gold Member Sub-sponsors

Members

Gold Members

blad Geotechniek komt tot stand m.m.v. KIVI Afdeling Geot Geotechniek echniek

Gemeenschappenlaan 100 B-1200 Brussel Tel. 0032 2 402 62 11 www.besix.be

Sub-sponsors

IJzerwegV4eurse Achterweg 10 2264 SG Leidschendam 8445 PK Heerenveen Tel.630031 Tel. 0031 (0)513 13 55(0)70 - 311 13 33 www.fugro.nl www.apvandenberg.com

Wilhelminakade 179 Wilhelminakade 179 3072 AP Rotterdam 3072 AP Rotterdam Tel. 0031 (0)10 489 45 30 Tel. 0031 (0)10 489 45 30 www.rotterdam.nl www..rrotterdam.nl

Vierling 4251 LC Te el. 0031 (0 www.t

ng Geotechniek

Veurse Achterweg 10 2264 SG Leidschendam Tel. 0031 (0)70 - 311 13 33 www.fugro.nl

CRUX Engineering BV H.J. Nederhorststraat 1 Pedro de Medinalaan 2801 SC G3-c ouda 1086 XK Amster dam (0) Wilhelminakade 179 Te el. 0031 (0 182 59 05 10 Te el. 0031 (0)20 494 3070 wow w.cruxbv.nl 3072 AP Rott erdam ww-w.baminfrac nsult.nl Tel. 0031 (0)10 489 45 30 www..rrotterdam.nl

Veurse URETEK NedeAchterweg rland BV 10 2264 SG Leidschendam Zuiveringweg 93, 8243 PE Lelystad Tel. 0031 (0)70 311 13 33 - 256 218 Te el. 0031 (0)320 www.fugro.nl www.urre etek.nl

RH.J. endementsweg 15 Nederhorststraat 1 Veilingweg 2 - NL - 5301 KM Zaltbommel 3641 echt 2801 SK SC Mijdr Gouda Tel. 0031 (0)418 - 57 84 03 Tel. el 0031 297 23 11 Korenmolenlaan 2 ed0031 er(0) lan29 d (0)BV 182 595005 10 el. (0 Philipssite 5, bus 15 / Ubicent erNederhorststraat 1URETEK TNe H.J. w.bauernl.nl 3447 GGB W oerden Zuiveringweg 93, 8243 PE Lelystad ww ww w.baminfrac onsult.nl -3001 Leuven 2801 SC Gouda ade 179 Tel. 0031 (0)348 5260 54 Vier Te el. 0031 (0)320 - 256 218 linghstraat 17 Tel. 0032 16-43 60 77 Tel. 0031 (0)182 59 05 10 erdamwww.volkerinfradesign.nl etek.nl 4251 LC Werkendam www.urre www..dy .d widag-syyst s ems.com www.baminfraconsult.nl 0 489 45 30 Te el. 0031 (0) 183 40 13 11 m.nl www.terracon.nl

Veilingweg 2 - NL - 5301 KM Zaltbommel Tel. 0031 (0)418 - 57 84 03 Kleidijk 35 site 5, bus 15 / Ubicenter Philips 3161 EK Rhoon B -3001 Leuven Huesker Synthetic BV- 503 02 00 Tel. 0031 T (0)10 el. 0032 16 60 77 60 Het Schild 39 V4 www.mosgeo.c om PC www14, ..dy .d widag-sy yst s Maastric ems.com ht Klipper weg 6222 5275 EB Den Dungen Tel. 0031 (0)43 - 352 76 09 Tel. 0031 (0)88 594 00 50 www.huesk ke er.com www.huesker.nl

IJzerweg 4 8445 PK Heerenveen Tel. 0031 (0)513 - 63 13 55 ww w.apvandenber Vierlinghstraat 17g.com 4251 LC Werkendam Tel. 0031 (0)183 40 13 11 www.terracon.nl

Ballast Nedam Engineering Gemeenschappenlaan 100 Ringwade 51, 3439 LM Nieuwegein B-1200 Brussel Postbus 1555, 3430 BN Nieuwegein Tel. 0032 2 402 62 11 Tel. 0031 (0)30 - 285 40 00 www.besix.be www..ballast-nedam.nl

Silver Members 4

Ballast Nedam Engineering Ballast Nedam Engineering Ringwade 51, 3439 LM Nieuwegein Ringwade 51, 3439 LM Nieuwegein Postbus 1555, 3430 BN Nieuwegein Postbus 1555, Nieuwegein Tel. 00313430 (0)30BN - 285 40 00 Tel. 0031 (0)30 285 40 00 www..ballast-nedam.nl www.ballast-nedam.nl

nveen 3 - 63 13 55 nberg.com

4

G EOT ECHN I EK – Januari 2016

URETEK Benelux BV Zuiveringweg 93 8243 PE Lelystad Tel. 0031 (0)320 25 62 18 www.uretek.nl

4

Klipperweg 14, Tel. 0031 ( www.h

Te el. 0031 (0) 183 40 13 11 www.terracon.nl

Silver Plus Members

Philipssite 5 Veilingweg 2 - NLVeilingweg - 5301 KM 2Zaltbommel Boussinesqweg 1, 2629 HV Delft 5301 KM Zaltbommel bus 15 / Ubicenter Tel. 0031 (0)418 - 57 84 03 4 8273 Tel.Leuven 0031IJzer (0)88weg - 335 Kleidijk 35 Nederland B-3001 Philipssite 5, bus 15 / Ubicenter 8445 PK Heerenveen w .deltar . r es.nl e w w 3161 EK Rhoon Tel. Leuv 0031en (0)418 57 84 03 Tel. 0032 16 60 770031 60 (0)513 - 63 13 55 B -3001 Tel. BV Tel. 0031 T (0)10 - 503 el. 0032 1602 6000 77 60 www.apvandenberg.com 43 PE Lel y stad www.dywidag-systems.com weg 14, 6222 PC Maastricht www.mosgeo.c om yst www..dy .d widag-sy s Klipper ems.com 218 Tel. 0031 (0)43 - 352 76 09 www.huesk ke er.com

Veilingweg 2 - NL - 5301 KM Zaltbommel Tel. 0031 (0)418 - 57 84 03 Korenmolenlaan 2 Boussinesqweg Philipssit1e 5, bus 15 / Ubicenter 2629 3447 HV Delft GGB W oerden -3001 Leuven Tel. 0031 (0)88 82 73 16-43 Tel. 335 0031 (0)348 5260 54 T el. 0032 6017 77 Vier linghstraat www.deltares.nl sems.c ign.nlom wwwww.w v..dy olkwidag-sy erinfradyest .d s 4251 LC Werkendam

GEOTECHNIEK - December 2016

GEOT ECH NIE K – Januari 2016

Kleidijk 35 3161 EK Rhoon Tel. 0031 (0)10 503 02 00 www.mosgeo.com

Ballast Ne Ringwade 51, Postbus 1555, Tel. 0031 www..ba


Members Mede-ondersteuners

Silver Members 11

1 Voorwerk_Opmaak 1 28-08-13 12:10 Pagina 3 SBRCURnet

PAOTM

Geomil Equipment BV

BAUER Funderingstechniek

Postbus 516 Postbus 5048 Westbaan 240 Rendementsweg 15 2600 AM 2600 GA Delft Geotechniek 2841 MC Moordrecht 3641 SK‘tMijdrecht CoDelft fra BV Lan kelma Lameire Va an Hek Gro oep Tel. 0031 (0)15 303 05 00 Tel. 0031 (0)15 278 46 18 Tel. 0031 (0)172 427 800 Tel. 0031 (0)297 Zuid BV Funderingstechniek NV Kwadrantweg 9 Postbus 88 231 150 Mede-ondersteuners www.sbrcurnet.nl www.paotm.nl www.geomil.com www.bauernl.nl 1042 AG Amsterdam Postbus 38 1462 ZH Middenbeemster Industrielaan 4 Tel. 0031 (0)299 31 30 20 Postbus 20694 5688 ZG Oirschot 9900 Eeklo Associate 1001 Members NR Amsterdam www.vanthek.nl Tel. 0031 (0)499 - 57 85 20 Tel. 0032 (0) 9 379 72 77 Cofra BVTel. 0031 (0)20 - 693 4596 PostAcademisch Jetmix BV nv Alg. Ondernemingen www.lameire.be www..lankelma-zuid.nl Onderwijs (PAO) Soetaert-Soiltech Kwadrantweg 9 Postbus 25 Geobest NVAF Van ’t Hek Groep Cofra BV wwBV w.cofra.nl Postbus 5048 Esperantolaan 10-a 1042 AG Amsterdam 4250 DA Werkendam Marconiweg Postbus 1218 88 B-8400 Oostende Postbus 20694 2600 GA Delft Postbus 20694 2 Tel. 0031 (0)183 - 50 56Postbus 66 NVAF Geobe be est BV PoBE stAca ademisch SBRCURnet Mede-ondersteuners Mede-ondersteuners 4131NR PD Vianen 3840 ZH Middenbeemster 1001 NR Amsterdam Tel. 0031 (0)15 - 278 46Harderwijk 18 Tel. +32 (0) 59 55 00 00 1001 Amsterdam Fax 0031 (0)183 - 50 051462 25 P o s tbus 427 Onde r wijs ( P A O) P o s tbus 516 440693 45 96 Fax 0031 (0)15 278 46(0)341 19 Fax31 +32 59 55 00 10 Tel. (0)20 - 693489 45 96 www.jetmix.nl Tel.0031 0031 (0)85 01 40 Tel.-0031 456 191 Tel. 0031 (0)299 30(0)20 Tel.Postbus 0031 (0)20 2600 AM Delft Postbus 5048 3840 AK Harderwijk www.pao.tudelft.nl www.soetaert.be Fax 00313640 (0)20 - AK 694 Mijd 14 57recht www.geobest.nl www.funderingsbedrijf.nl www.vanthek.nl www.cofra.nl Royal HaskoningDHV Tel. 0031 (0)15 - 303 0500 www.cofra.nl Tel. 0031 (0)85BV - 489 0140 2600 A Delft Tel. 0031 (0)341 456 191 Academisch Jetmix nvG Alg. PostAcademisch Jetmix BV Profound BV nvOndernemingen Alg. Ondernemingen Postbus 151 SBRCURnet www.nvaf.nl r curn e t.nl ww w .g . .geobest.nl ww w .sb . T el. 0031 (0)15 278 46 18 Postbus 25 rwijs (PAO)(PAO) Soetaert-Soiltech Onderwijs Soetaert-Soiltech Postbus 25 Lameire FunderingsIngenieursbureau Limaweg 17Lankelma Geotechniek Postbus 1819 6500 AD Nijmegen Geomet BV us 5048 5048 Esperantolaan 10-a 4250 DA Werkendam Postbus Esperantolaan 10-a 4250 DA Werkendam wwBV w..pao.tudelft.nl Tel. 0031 (0)24 - 328 42powered Amsterdam 2743 CB Waddinxveen 3000 BV Rotterdam 84 by ABO-Group techniek NV Tel. 0031 Zuid GA Delft B-8400 Oostende - 50 56-66 2600 GA Delft B-8400 Oostende Tel.(0)183 0031 (0)183 50 56 66 Weesperstraat 430 Tel. 0031 (0)182 640 964 Tel. 0031 (0)10 - 206 5959 Fax 0031 (0)24 323 93 46 Curieweg 19 4Fax 0031 031 278 Industrielaan 46 18 46 18 Tel.38 +32 (0)+32 59 (0) 55 00 - 50 05-25 Tel.(0)15 0031 -(0)15 - 278 Tel. 59 00 55 00 00 Fax(0)183 0031 (0)183 50 05 25 Postbus Postbus 12693 Fax 0031 (0)182 - 649 664 Fax 0031 (0)10 - 413 0175 www.royalhaskoningdhv.com 031 (0)15 278 46 19 Fax +32 (0) 59 55 00 10 www.jetmix.nl 2408 BZ Alphen a/d Rijn B-9900 Eeklo 5688 ZG Oirschot Fax 0031 (0)15 - 278 46 19 +32 (0) 59 55BV, 00 10 www.jetmix.nl ™ ™Leiderdorp Instruments BV, Leiderdorp ™GeomilFax Equipment Moordrecht 1100 AR Amsterdam www.profound.nl www.sbr.nl Associate Members M e m be r s pao.tudelft.nl www.soetaert.be www.pao.tudelft.nl www.soetaert.be Tel. 0031 (0) 172 449 822 Tel. 0032 (0) 9 379 72 77 Tel. 0031 (0)499 57 85 20 www.curbouweninfra.nl Tel. 0031 (0)20 - 251 1303 ™ ™  V otquenne F oundations NV, Dadizele (B) ™  ™ JLD Cont r acting BV, Edam RoyalRoyal HaskoningDHV HaskoningDHV Fax 0031 (0)20 - 251 1199 www.abo-group.eu www.lameire.be www.lankelma-zuid.nl und BV Postbus 151 SBRCURnet ™Tjaden ™ BV, Heerjansdam

Profound BV www.iba.amsterdam.nl Postbus 151 weg 17 6500 AD Nijmegen Limaweg 17 6500 AD Nijmegen CB Waddinxveen Tel. 0031 328 42 84 42 84 2743 CB Waddinxveen Tel.(0)24 0031-(0)24 - 328 031 - 640 964 Fax 0031 323 93 46 93 46 Tel.(0)182 0031 (0)182 - 640 964 Fax (0)24 0031-(0)24 - 323 031 - 649 664 www.royalhaskoningdhv.com Fax (0)182 0031 (0)182 - 649 664 www.royalhaskoningdhv.com profound.nl www.profound.nl

SBRCURnet

Postbus 1819 1819 Postbus 3000 BV Rotterdam 3000 BV Rotterdam Tel. 0031 206 5959 Tel.(0)10 0031-(0)10 - 206 5959 Fax 0031 413 0175 Fax (0)10 0031-(0)10 - 413 0175 www.sbr.nl www.sbr.nl www.curbouweninfra.nl www.curbouweninfra.nl

Colofon

Colofon

GEOTECHNIEK GEOTECHNIEK GEOTECHNIEK GE OTECHNIEK JAARGANG JAARGANG 20 – NUMMER 5 17 – NUMMER 4 JAARGANG J AAR GANG 20 – N NUMMER UMMER 1 OKTOBER 2013 FUNDERINGSDAG SPECIAL 2016 Januari 2016 Colofon Colofon Geotechniek is een informatief/promotioneel

Geotechniek is een uitgave van Uitgeverij Educom BV Mathenesserlaan 347

Geotechniek G eo e techniek k iiss n een ui itgave va uitgave van U itg geverij i E duco om BV BV Uitgeverij Educom

-GROUP

3023 GB Rotterdam Geotechniek is een informatief/promotioneel onafhankelijk ENVIRONMENT Mathenesserlaan 347 onafhankelijk vaktijdschrift dat beoogt Geotechniek is een informatief/promotioneel Tel. 0031 (0)10 - 425 6544 vaktijdschrift dat beoogtkennis en ervaring uit te wisselen, 3023 GB Rotterdam kennis en ervaring uit te wisselen, inzicht Fax 0031 (0)10 - 425 7225 onafhankelijk vaktijdschrift dat beoogtkennis en ervaring te bevorderen en belangstelling voor het 0 - 425 6544 Tel. testing 0031&(0)1 ABO-Group is een geheel van consulting, engineering, monitoring EK Geotechniek is inzicht te bevorderen en belangstelling voor het Geotechniek gehele info@uitgeverijeducom.nl CHNIEK is uit teeen wisselen, inzichtte bevorderen enbedrijven, belangstelling actief op vlak van bodem, milieu, geotechniek,Fenergie en afval, en- dit zowel gehele geo technische vakgebied te kweken. www.uitgeverijeducom.nl uitgave van 0 425 722in5 a x 0031 (0)1 17 – NUMMER 4 een uitgave van ANG 17 – NUMMER 4 geotechnische vakgebied te kweken. haar drie thuislanden België, Nederland en Frankrijk, als op de internationale markt. voorUitgeverij het gehele geotechnische vakgebied te kweken. Educom BV BV 13 Uitgeverij Educom info@uitgeverijeducom.nl R 2013

Geotechniek is een uitgave van:

Mathenesserlaan 347 347 Mathenesserlaan

Cover: Fundering Carolinabrug in Suriname, foto Paul Bakker © sniek eenisinformatief/promotioneel een informatief/promotioneel 3023 Rotterdam 3023 GB Uitgever/bladmanager Redactieraad Deen, dr. J.K.Rotterdam van Meireman, ir. P. Lezersservice Uitgeverij Educom, Mathenesserlaan 347, 3023 GBGB Rotterdam, vaktijdschrift dat beoogt kelijk vaktijdschrift datEducom beoogtBV Tel.Diederiks, 0031 -(0)10 425 6544 Uitgeverij Alboom, ir. G. van R.P.H. Tel.(0)10 0031 - 425 6544 Rooduijn, ing. M.P. Adresmutaties doorgeven via T: 0031 (0)10 425 6544, E: info@uitgeverijeducom.nl, uit te uit wisselen, inzichtinzicht nring ervaring te wisselen, FaxGraaf, 0031 (0)10 -(0)10 425 R.P.H. Diederiks Beek, mw. ir. V. van H.C. van7225 Faxing. 0031 -de 425 7225 Schippers, ing. R.J. info@uitgeverijeducom.nl en belangstelling voor het I: www.uitgeverijeducom.nl deren en belangstelling voor het info@uitgeverijeducom.nl Bouwmeester, Ir. D. Gunnink, Drs. J. Schouten, ir. C.P. info@uitgeverijeducom.nl Uitg Uitgever/bladmanager e v er/bladmanager Redactieraad Redactie r aad Heeres, dr. ir. O.M. hnische vakgebied te kweken. © Copyrights www.uitgeverijeducom.nl Redactie Brassinga, ing. H.E. Haasnoot, ir. J.K. Smienk, ing. E. eo technische vakgebied te kweken. www.uitgeverijeducom.nl

Leze rsservice Lezersservice Uitgeverij Educom BV Ad r esmu taties doorgeven via Alboom, ir. G. van Uitg ev erij Edu c om BV Hergarden, mw. Ir. I. Beek, mw. ir. V. van Hergarden, mw. Ir. I. Spierenburg, dr. ir. S. Uitgever/bladmanager Brinkgreve, dr. ir. R.B.J. Lezersservice Oktober 2013 Brassinga, ing. H.E. Brok, ing. C.A.J.M. ing. A. Storteboom, in f o uitg everijeducom.nl Beek, mw. ir.O.V. van R.P.H. Jonker, Diederiks @ Jonker, ing. A. Niets uit deze uitgave mag Adresmutaties Brouwer, ir. J.W.R. Brouwer, ir. J.W.R. Kleinjan, Ir. A.doorgeven viaThooft, dr. ir. K. worden gereproduceerd met Bouwmeester, Ir. D. Lengkeek, ir. A. Deen, dr. J.K. van Meireman, P. ir. P. info@uitgeverijeducom.nl Lezersservice Uitgeverij Educom Diederiks, R.P.H. ir. P.ir.van Langhorst, ing. O. Vos, mw. ir. M. de Deen, dr. J.K. van BV Calster, Meireman, Lezersservice welke methode dan ook, zonder © Copyright Redactie ing. Rooduijn, ing. M.P. Diederiks, R.P.H. Rooduijn, ing. M.P. Adresmutaties doorgeven via Brassinga, Hergarden, mw. Ir. I. Cools, ir. P.M.C.B.M. Mathijssen, ir. F.A.J.M. vanH.E. der Diederiks, R.P.H. Rooduijn, ing. M.P. Adresmutaties doorgeven viaVelde, ing. E. schriftelijke toestemming van de R.P.H. Diederiks Uitgeverij Educom BV Graaf, Graaf, ing. ir. H.C. devan de Dalen, Schippers, ing. R.J. @uitgeverijeducom.nl Meireman, P. van ir. J.H. van Meinhardt, G. ing. H.C. Schippers, ing. R.J. Beek,infomw. ir.@uitgeverijeducom.nl V.ir.van © ISSN 1386 2758 Broeck, ir. M. van den uitgever. info Schippers, ing. R.J. Januari 2016 Gunnink, Drs. J. Schouten, ir. C.P. Gunnink, Drs. J. Schouten, ir. C.P.Brassinga, ing. H.E. Brouwer, ir. J.W.R. Smienk, ing. E. Niets uit deze uitgave mag © Copyrights Haasnoot, ir. J.K. ir. J.K. Smienk, ing. E. ing. E. © Copyrights Haasnoot, Smienk, Broeck, ir.Uitgeverij M. van Uitgeverij Educom BV den Dalen, ir. J.H. van Spierenburg, dr. ir. S. Educom BV worden gereproduceerd met Hergarden, mw. Ir.mw. I. Ir. I. Spierenburg, dr. ir. S. Hergarden, Spierenburg, dr. ir. S. Oktober 2013 2013 Distributie van Geotechniek in België wordt mede GEOTECHNIEK NEDERLAND Jonker,Jonker, ing. A.ing. Storteboom, O. R.P.H. welke methode dan ook, zonder Deen, dr. J.K. van A. Storteboom, O. Diederiks,Oktober Storteboom, O. Niets uitNiets deze uit uitgave mag dezemede uitgavemogelijk mag van Geotechniek in België wordt gemaakt door: mogelijk gemaakt door:Distributie Kleinjan, Ir. A. Thooft, dr. ir. K. telijke toestemming van de Kleinjan, Ir. A. Thooft, dr. ir. K. Heeres, dr. ir. O.M. worden gereproduceerd met Diederiks, R.P.H. Vos, mw. ir. M. de worden gereproduceerd met FUNDERINGSADVIES · BODEMONDERZOEK · schrif MONITORING · INJECTIES Langhorst, ing. O.ing. O. Vos, mw. ir.mw. M. de Langhorst, Vos, ir. M. de uitgever. © ISSN 1386 - 2758 welke methode dan ook,dan zonder welke methode ook, zonderDuijnen, ing. P. BOUWPUTADVIES · BEMALINGEN · MONITORING · SONDERINGEN Hergarden, mw. Ir. I. van Velde, ing. E. van der Mathijssen, ir. F.A.J.M. Velde,Velde, ing. E. ing. van der Mathijssen, ir. F.A.J.M. E. van der schriftelijke toestemming van de schriftelijkeABEF toestemming BGGG vzw van de SMARTGEOTHERM BORINGEN PEILBUIZEN · BOMDETECTIE · ARCHEOLOGIE · MILIEU Lengkeek, A.1386 Meinhardt, ir. G. ir. G. Graaf, ing. H.C. van de ENBelgische uitgever.uitgever. ©ir. ISSN - 2758 Meinhardt, ©Belgische ISSN 1386 - 2758 Groepering Vereniging Info : WTCB, ir. Luc François Meireman, ir. P. Gunnink, Drs. J. voor Grondmechanica Aannemers Funderingswerken Lombardstraat 42, 1000 Brussel

M

is François russel 000 Brussel 5

m.be

SMARTGEOTHERM BGGGBGGG ABEF ABEF vzw vzw Belgische Groepering Belgische Vereniging Belgische Vereniging Belgische Groepering Info : WTCB, Belgische Vereniging Luc François NI E K – Oktober 2013 3 ir. GEOTECH voor Grondmechanica Aannemers Funderingswerken Aannemers Funderingswerken voor Grondmechanica Aannemers Funderingswerken Lombardstraat 42, 1000 Brussel en Geotechniek Priester Cuypersstraat Lombardstraat 34-42 3 en Geotechniek Priester Cuypersstraat 3 Tel. +32 11 22 50 65 c/o BBRI, Lozenberg 7 1040 Brussel c/o BBRI, Lozenberg 7 1000 Brussel 1040 Brussel info@bbri.be 1932 Sint-Stevens-Woluwe Secretariaat: 1932 Sint-Stevens-Woluwe Secretariaat: www.abef.be bggg@skynet.be erwin.dupont@telenet.be www.smartgeotherm.be bggg@skynet.be erwin.dupont@telenet.be

BY

AB O

-G

RO

U

P

en Geotechniek c/o BBRI, GEOMET Lozenberg 7 1932 Sint-Stevens-Woluwe bggg@skynet.be ER ED

Priester Cuypersstraat 3 Tel. +32 11 22 50 65 1040 Brussel info@bbri.be Secretariaat: www.smartgeotherm.be D Distributie is t r ib i u tie van v an a G Geotechniek eo t ech n iek i in n België wo wordt r d dt m mede ede m mogelijk ogelijk ge gemaakt maakt doo door: r: Geotechniek in België wordt mede mogelijk gemaakt door: e van Geotechniek in België wordt mede mogelijk gemaakt door: erwin.dupont@telenet.be

PO W

aad r.n G. van van . ir. V. van . D. Ir. D. ster, .E. ing. H.E. . R.B.J. e, dr. ir. R.B.J. M. C.A.J.M. R.J.W.R. r. P. van B.M. P.M.C.B.M. n.H. van

www.uiitgeveriijeducom.nl

UW GEOTECHNISCHE PARTNER BGGG AABEFvzw ABEF vzw ALPHEN · GOESGroepering Belgische Belgische Vereniging Belgische Vereniging Vereniging AAN DEN RIJN · BREDA INFO@GEOMET.NL · WWW.ABO-GROUP.EU voor Grondmechanica Aannemers werken A annemersFunderingswerken Funderings u Aannemers Funderingswerken en Geotechniek Cuypersstraat LPriester ombardst raat 34-42 3 Lombardstraat c/o BBRI, 7 1040Bru Brussel © Copyrights Uitgeverij Educom, December 2016. Niets uit deze uitgave Lozenberg mag 1000 ssel Brussel worden gereproduceerd met welke methode dan ook, zonder schriftelijke toestemming van 1932 Sint-Stevens-Woluwe Secretariaat: ww w.ab . ef..be www.abef.be de uitgever. © ISSN 1386 - 2758 bggg@skynet.be erwin.dupont@telenet.be

GEOTE


Advert_Enkagrid_Steilbouw_208x134mm.pdf

1

28-06-16

17:14

geotechniek _Oktober_2014_v2.indd 54

PAO Techniek en Management organiseert dit najaar de volgende vier cursussen op het gebied van geokunststoffen. Daarnaast bieden we een gevarieerd aanbod aan geotechnische cursussen, waarover u meer kunt vinden in onze advertentie elders in deze editie, of natuurlijk op www.paotm.nl.

EnkagridÂŽ voor stabilisering van funderingslagen en grondlichamen Enkagrid kent een breed assortiment van stijve en flexibele geogrids

tot zeer hoge treksterkte en staatINFRASTRUCTUUR voor efficiĂŤntie en betrouwbaarheid FOLIECONSTRUCTIES IN VERDIEPTE BASAL REINFORCED PILED EMBANKMENTS Ondergronds bouwen met waterdichte folie afsluiting voor elk project waar grondstabilisering een vereiste is. 2016 update of the Dutch Design Guideline CUR226 15 and 16 November 2016 13 oktober 2016 A piled embankment consists of an embankment on a pile Voor ondergronds bouwen is een innovatieve folieconstructie vaak goedkoper dan een traditionele uitvoering met onderwafoundation. In a basal reinforced piled embankment, the embankment is reinforced at its base with a geosynthetic reinforter-beton en trekpalen. Folie betreft een waterdicht kunststof cement. A piled embankment can be built quickly, the influence geotextiel en kan worden gebruikt voor het realiseren van waon adjacent sensitive objects is limited and residual settleterdichte afsluitingen in de ondergrond waardoor een kunstmatige polder ontstaat. ments are prevented. An increasing number of piled embankments are being constructed every year. GEOTEXTIELEN IN DE WATERBOUW Ontwerp en uitvoering 1 november 2016 Geokunststoffen worden steeds vaker toegepast bij waterbouwkundige projecten. Zij zijn vaak goedkoper en milieuvriendelijker dan traditionele technieken. De geokunststoffen dienen wel zorgvuldig worden toegepast bij de aanleg van civieltechnische constructies. Gebeurt dat niet dan kunnen beschadigingen het gevolg zijn.

BOUWEN MET BAGGER Bespaar kosten door bagger als bouwmateriaal te gebruiken 29 en 30 november 2016 Bij bouwen met baggerspecie wordt aanzienlijk bespaard op transport-, depot- en stortkosten. Ook is er een grote besparing te behalen op de aanschaf van primaire bouwmateriaal die normaal gesproken Low & wordt Bonar ingezet. In deze cursus leert u hoe u dit doelmatigWestervoortsedijk doet. Een toepassing om 73 / 6827is AVbijvoorbeeld Arnhem / T +31 85 een 744 1300 geotextiel te vullen met bagger en te verwerken in de oever info@enkasolutions.com / www.enkasolutions.com of kade.

28-08-14 13:55


Inhoud

8

14

Hei- en trilbaarheid palen en damwanden SBRCURnet commissie 1694

Nieuwe zeesluis IJmuiden ing. A. Feddema / ir. G. Peeters

ir. J.W.R. Brouwer / ing. E. van Asselt

25

20

GeoRisicoManagement, aanpak van lek door zandpalen in de halfverdiepte A4 Delft - Schiedam

Funderingsproject van het jaar

Hans van Meerten / Hans Brinkman Fred Kloosterman / Marc Hijma

29

38

Staalvezelgewapend Onderwaterbeton

Het Bouwterreincertificaat (BTC) Nederland

Ir. Marjorie Greveling-de Vos / Ir. Arjen Ramkema

Jim de Waele / Henk de Koning

Ir. Jeroen Meijdam

42

46

Kademuur Strand East Londen

Definitieve onderwaterbetonvloeren met staalvezels

Ing. Patrick IJnsen

ir. Ruud Arkesteijn

7

GEOTECHNIEK - December 2016


Hei- en trilbaarheid palen en damwanden SBRCURnet commissie 1694

ir. J.W.R. Brouwer Geobest B.V.

ing. E. van Asselt Kandt B.V.

Figuur 1 - De leercyclus.

Inleiding Vanaf 2013 is door SBRCURnet Commissie 1694 gewerkt aan het handboek hei- en trilbaarheid van palen en damwanden dat zeer binnenkort verschijnt. In het handboek wordt een uitgebreid overzicht gegeven van de huidig beschikbare kennis over het heien en trillen van palen en damwanden. Ook wordt in het handboek een basis gelegd voor een doordachte risicobeoordeling en een realistische werkwijze voor de beoordeling van de hei- en trilbaarheid. In de thema-uitgave van Geotechniek over de Geotechniekdag 2015 [1] werd reeds ingegaan op onderzoek en beoordeling van hei- en trilbaarheid, de beheersing van risico’s gerelateerd aan heien en trillen, de beoordeling van de maakbaarheid van het ontwerp en het stappenplan om te komen tot de uitvoering van een hei- of trilpredictie. In thans voorliggend artikel wordt nader ingegaan op een aantal aspecten die van belang zijn bij de keuze voor damwandprofielen en het materieel om damwand in de grond te brengen. Tevens worden een aantal hulpmiddelen besproken die gebruikt kunnen worden bij het maken van de keuzes met betrekking tot damwand en materieel.

Figuur 2 - Damwand trillen.

Opzet handboek In het handboek is gestreefd om een zo compleet mogelijk overzicht te geven van de huidige theoretische en praktische kennis met betrekking tot heien en trillen van funderingselementen. De volgende onderdelen komen in het handboek aan de orde: • Geologie en geotechnische bodemopbouw • Leidraad risico gestuurde aanpak • Omgevingsbeïnvloeding • Theorie van het heien en trillen • Specifieke aandachtspunten bij damwanden • Stappenplan hei- en trilpredictie • Uitvoeringsaspecten • Praktijkervaringen

8

GEOTECHNIEK - December 2016


Samenvatting

Binnenkort verschijnt het handboek hei- en trilbaarheid van palen en damwanden waaraan sinds 2013 is gewerkt door SBRCURnet Commissie 1694. In het handboek wordt een overzicht gegeven van de huidig beschikbare kennis en ervaringen over het heien en trillen van palen.

Hei-/trilpredictie Een belangrijke vraag die de commissie zich gesteld heeft, luidde: wanneer dient er een hei- of trilpredictie gemaakt te worden? Het antwoord daarop is: altijd! Daar hoort uiteraard een maar bij: het soort predictie moet wel in overeenstemming zijn met de complexiteit van het werk en/ of de ondergrond, ofwel: voor het kiezen van de vereiste predictie is risicogestuurd werken een absolute must. Bij veel ervaring in een bepaalde ondergrond voor een eenvoudig werk met een bepaald planktype is eerder het gebruik van vuistregels en ervaringsgetallen geoorloofd dan voor een risicovol werk in een relatief onbekende ondergrond met bijvoorbeeld langere en/of slankere planken. Voor een werk met een relatief hoog risicoprofiel is de toepassing van een wave equation programma een vereiste, teneinde en goed inzicht te krijgen omtrent de inbrengbaarheid, de snelheid van inbrengen en de kans op schade aan de plank. Het stappenplan Als leidraad voor het uitvoeren van een hei- of trilpredictie is een stappenplan opgesteld. Het uitgangspunt bij dat plan is dat gebruik wordt gemaakt van de eendimensionale golftheorie en de daarop geënte programmatuur (Wave equation software). Het gebruik van dit soort prognoses is, als reeds gesteld, echter niet voor elk project noodzakelijk. Per project zal beschouwd moeten worden, afhankelijk van het risicoprofiel, welk soort predictiemodel noodzakelijk is. Een belangrijk onderdeel van het stappenplan is de leercyclus. Omdat de voor handen zijnde methodieken veelal zijn gebaseerd op ervaring en empirie, is het van belang om de modellen en uitgevoerde predicties te toetsen aan de praktijk. Indien deze toetsing aanleiding geeft tot het bijstellen van de modellen, kan het resultaat worden ingezet voor het vervolg van het project en voor toekomstige projecten. De leercyclus is schematisch weergegeven in figuur 1. Keuze damwandprofiel Bij het maken van een damwandontwerp dient allereerst een keuze te worden gemaakt voor

In dit artikel wordt globaal de inhoud van het handboek weergegeven en wordt nader ingegaan op diverse zaken aangaande de keuze van damwandprofiel, inbrengtechniek en materieel. Tevens worden een aantal tools besproken die daarbij behulpzaam kunnen zijn.

het materiaal waaruit de damwanden zijn vervaardigd. Damwanden zijn er in hout, beton, kunststof en staal. In CUR 166 ‘Damwandconstructies’ [2] worden de voor- en nadelen en de toepassingsgebieden van de diverse materialen uitgebreid beschreven. Damwanden van hout, beton en kunststof worden met name toegepast in oeverconstructies en in definitieve grondkerende constructies met een beperkte kerende hoogte. Constructies met een grote kerende hoogte worden, als ze met damwand worden gerealiseerd, vrijwel altijd gemaakt met stalen damwand of combiwand. Stalen damwanden zijn er in allerlei soorten en maten. Qua productiemethode zijn er twee basisprincipes: Koudgevormd en warmgewalst. Bij de koudgevormde planken zijn er twee manieren om de planken te vormen: Walsen en zetten. Bij het walsen wordt een rol vlakstaal afgewikkeld en door een walsstraat heen gehaald, waardoor de vlakke plaat in profiel wordt gebracht en wordt voorzien van sloten. Bij het zetten wordt een vlakke plaat in een zetbank in het gewenste model gevouwen. Koudgewalste planken worden gemaakt in diktes van 3 tot 10 mm en met een weerstandsmoment tot ca. 2.500 cm³. Bij profielen die met zetten worden gemaakt zijn ook grotere diktes en weerstandsmomenten mogelijk. Koudgevormde planken hebben doorgaans een gunstige verhouding tussen het weerstandsmoment en het eigen gewicht. Ook hebben ze vaak een grote systeembreedte. Dit maakt hoge producties bij het inbrengen mogelijk en is gunstig als de sloten vloeistofdicht moeten worden afgelast. Met name de koudgezette planken bieden tevens een grote vrijheid met betrekking tot de geometrie, men kan desgewenst project-specifiek een profiel ontwerpen en laten maken. Het relatief lage gewicht per vierkante meter en de grote breedte kunnen wel leiden tot problemen/plankschade bij het inbrengen. De grote systeembreedte kan ook problemen geven als er ankerstoelen aan de damwand gemonteerd moeten worden. Verder zijn de sloten van koud-

9

GEOTECHNIEK - December 2016

gevormde planken niet altijd even waterremmend als de sloten van warmgewalste planken. Bij warmgewalste planken zijn er twee basisvormen: U en Z. Beide vormen worden toegepast voor het maken van damwandschermen. Ook bij combiwanden worden damplanken gebruikt als tussenelement tussen de primaire elementen. Voor de primaire elementen worden doorgaans stalen buispalen of stalen H-profielen met daarop aangebrachte damwandsloten gebruikt. U-profielen hebben een aantal voordelen: Ze zijn beter vormvast dan Z-profielen en daardoor uitermate geschikt voor tijdelijke constructies. Verder zijn er meer producenten die U-profielen produceren dan fabrikanten van Z-profielen, waardoor U-profielen gemakkelijker/bij meer partijen te verkrijgen zijn. Het grote nadeel van U-planken is dat men in verband met scheve buiging het weerstandsmoment en traagheidsmoment dient te reduceren als men ze enkel of dubbel verwerkt. Daardoor zijn er meer kilo’s per vierkante meter benodigd om de gewenste sterkte en stijfheid te verkrijgen dan wanneer men met Z-profielen werkt. Bij het maken van een profielkeuze spelen de volgende factoren een rol: • Economie.  Op het eerste gezicht lijkt het logisch om te gaan voor een zo laag mogelijk gewicht per vierkante meter, maar er zijn ook situaties waarbij dit niet het geval is. Bij tijdelijke damwand is het van belang dat de planken meerdere keren gebruikt kunnen worden en kan het dus interessant zijn om voor zwaardere profielen te kiezen met het oog op de restwaarde/herbruikbaarheid. Daarnaast kan ook de duurzaamheid van de constructie een reden zijn om te kiezen voor zwaardere planken. De plank iets dikker kiezen zodat deze kan corroderen is vaak goedkoper en minder kwetsbaar dan een conserveringssysteem om de benodigde sterkte en stijfheid op de langere termijn te kunnen waarborgen. • Benodigde sterkte en stijfheid. Deze volgen uit de toetsing van de constructie middels een damwandberekening.


• Beschikbare ruimte. Soms wordt een profiel gekozen op basis van de profielhoogte, bijvoorbeeld als er weinig ruimte is tussen een belending en de nieuw te maken constructie. • Omgeving. Als er in beperkte hoogte gewerkt moet worden, dan moet de damwand soms in delen aangebracht worden. Om de planken goed op te kunnen lassen is het van belang om een vormvast profiel te kiezen. En als er trillingvrij gewerkt moet worden, dan kan vanwege het materieel (waarover later meer) niet met dubbele planken gewerkt worden. Vanwege scheve buiging komt vanuit constructief oogpunt vrijwel uitsluitend een Z-profiel in aanmerking voor gedrukte schermen. • Verwerkbaarheid. Vroeger, met smalle planken en grote materiaaldiktes was de verwerkbaarheid in de praktijk vrijwel altijd OK. De planken waren doorgaans nog niet zo lang en het materieel dat werd gebruikt was nog niet zo sterk. Maar de laatste decennia is de kerende hoogte (en dus de planklengte) steeds groter geworden en is het materieel steeds zwaarder en sterker geworden. Daarnaast zijn de damwandprofielen steeds verder doorontwikkeld, waardoor met een lager gewicht per vierkante meter meer sterkte en stijfheid wordt verkregen. Dit alles maakt dat de verwerkbaarheid van de damwand heden ten dage een belangrijk aandachtspunt is bij het maken van een damwandontwerp. Keuze materieel Voordat de keuze voor het materieel gemaakt kan worden dient eerst de inbrengtechniek te worden bepaald. Er zijn drie gangbare technieken voor het inbrengen van damwand: • Trillen. Trillen is in Nederland de meest gebruikte techniek. Met trillen kunnen hoge producties worden bereikt en het is daarom een relatief goedkope manier om damwand aan te brengen. In het algemeen is trillen in de Nederlandse bodem goed mogelijk, al zijn er wel gebieden waar de grondslag, bijvoorbeeld door vaste kleilagen of steenachtige lagen, voor problemen kan zorgen. Met een trilblok kunnen damwanden, buispalen en H-binten in de grond worden gebracht en worden getrokken. Doordat het blok het funderingselement op één of meerdere plaatsen aan de bovenzijde vastpakt kunnen met één blok heel veel verschillende profielen worden verwerkt en is het ook niet altijd noodzakelijk om haaks voor het werk te staan.

• Drukken. Het drukken van damwand wordt in het algemeen alleen gedaan als men de risico’s voor de omgeving te groot acht om te gaan trillen. Bijvoorbeeld bij monumentale of kwetsbare belendingen die zich (te) dicht bij het te plaatsen damwandscherm bevinden. • Heien. Het heien van damwand wordt in Nederland weinig toegepast. Heien doet men in principe alleen op definitieve damwand omdat er aan de kop of aan de punt zodanig veel vervorming kan ontstaan dat het trekken ernstig bemoeilijkt of onmogelijk wordt. Als men damwand over de gehele lengte heit, dan gebeurt dit in het algemeen langs de makelaar. Voor het heien kan zowel een dieselblok worden gebruikt als een hydraulisch heiblok. Soms wordt heien ook gebruikt om planken of palen op diepte te brengen die met een trilblok zijn voorgepoot. Bij het naheien kan men zowel makelaargeleid als vrijhangend werken. Tools voor het maken van keuzes Bij het maken van keuzes met betrekking tot damwandprofiel en materieel kan men gebruik maken van software met predictiemodellen. Voorts zijn er de NVAF-grafieken die in CUR 166 ‘Damwandconstructies’ [2] zijn opgenomen. Voor de bepaling van de benodigde capaciteit van het materieel kan men daarnaast ook gebruikmaken van een aantal empirische formules. Ook deze zijn beschreven in CUR 166. Tot slot kan men ook gebruik maken van praktijkervaringen uit het verleden in de nabijheid van de projectlocatie. In de database van Geobrain is een aanzienlijke hoeveelheid van deze praktijkervaringen aanwezig.

Predictie-software De basis van deze modellen ligt (in het geval van een trilpredictie voor damwand) in de voortplanting van druk- en trekgolven door een plank als gevolg van de impact van een trilblok. Dit principe is aangegeven in figuur 3. Door de botsing wordt er in beide elementen (in dit geval trilblok en plank) een schokgolf (compressie) opgewekt. Deze loopt in de plank naar beneden. Bij de punt aangekomen zal de golf omkeren en loopt als trekgolf (als de teen van de damwand in een slappere laag staat) of als drukgolf (als de teen van de plank in een hardere laag staat) weer naar boven. Deze golven worden uitgedempt door de grondweerstand langs de damplank. Een uitgebreide verhandeling over deze processen wordt uiteraard in het handboek gegeven. Naast de eigenschappen van de damplank zijn ook de volgende parameters van het trilblok van belang: • Excentrisch moment • Gewicht blok en klem • Slagkracht • Amplitude (is een afgeleide parameter) • Frequentie • Efficiency Veel van deze informatie kan worden opgevraagd bij de leverancier van het trilblok. De meeste wave equation programma’s beschikken over een database waarin de meeste trilblokken en hun karakteristieken terug zijn te vinden. Voorts dient een goede inschatting gemaakt te worden van de grondweerstand die de plank on-

Figuur 3 - Principe golfvoortplanting door een damplank.

10

GEOTECHNIEK - December 2016


HEI- EN TRILBAARHEID PALEN EN DAMWANDEN

Figuur 4 - Vermoeiing van de grond, uitgedrukt in factor β.

dervindt bij het trillend inbrengen. Dit wordt de Soil Resistance during Vibration (SRV) genoemd.

uittrillen in relatief stijve cohesieve grond gaat moeizaam of helemaal niet.

Door een snelle verticale belastingwisseling op de grond over te dragen worden schuifspanningsgolven in de grond gebracht, die de grond in een bepaald gebied om het element in beweging brengen. Door de continue trilling en de relatief hoge frequentie, heeft de grond geen tijd om te consolideren en zal weinig sterkte hebben als gevolg van wateroverspanningen. Bij het trillen in niet cohesieve grond als zand, worden de onderlinge krachten tussen de korrels in het korrelskelet, door de snelle beweging en verweking bijna volledig opgeheven. De sterkte is dan zeer laag. In met water is verzadigd zand zal het trilproces, door het optreden van verweking, beduidend gemakkelijker verlopen dan in droog zand, waarin geen verwekingseffect optreedt.

De verhouding tussen de statische weerstand en de SRV wordt bij trillen eenvoudigheidshalve uitgedrukt in de parameter β. De β-waardes voor worden per laag en apart voor wrijving en puntweerstand opgegeven Enkele gangbare β waarden zijn in figuur 4 weergegeven. Het vaststellen van deze waarden is gebaseerd op (lokale) ervaring.

Bij trillen in cohesieve grond als klei en leem treedt verkneding of remoulding op. De grond om de plank wordt door de snelle op en neergaande beweging verkneed. De kleiplaatjes moeten over elkaar heen schuiven, waardoor deze een minder gunstige ligging gaan innemen en de sterkte van de klei lager wordt. Het in- en

Een voorbeeld van een grafische weergave van de ingevoerde parameters is weergegeven in figuur 5 (programma GRLWEAP). De uitkomst van een wave equation berekening bestaat uit een aantal verschillende parameters. De meest belangrijke daarvan is de intrilsnelheid in meters per seconde of de inverse daarvan (intriltijd). Deze waarde, gecombineerd met de berekende spanningen in de damwandplank, vormt de belangrijkste parameter in de vraag of een plank goed en schadevrij intrilbaar is of niet. Veelal wordt als bovengrens voor de intriltijd een waarde van 1 minuut per meter penetratie aangehouden. Als de grondweerstand dusdanig

Figuur 5 - Grafische weergave invoerparameters in het programma GRLWEAP.

hoog is dat een langere tijd nodig is voor 1 meter penetratie, dan wordt de kans op schade aan de plank te groot. Voor een uitgebreide beschrijving van het proces van het maken van een prognose alsmede de benodigde invoer- en uitvoerparameters van een wave equation programma wordt verwezen naar het handboek. NVAF grafieken In de NVAF-grafieken wordt voor diverse inbrengtechnieken en meerdere bodemprofielen een indicatie gegeven tot welke lengte damwand naar verwachting schadevrij in te brengen valt en wat de benodigde capaciteit van het materieel is. Deze grafieken zijn een handig hulpmiddel voor een snelle inschatting van de uitvoerbaarheid van het werk. De ingang van de grafieken wordt gevormd door het weerstandsmoment van de Figuur 6 - Damwandprofielen AZ18 en AZ18-800.

11

GEOTECHNIEK - December 2016


Figuur 7 - Resultaat wave equation programma.

standsmoment. In deze reductiefactor dient dan de slankheid van de plank moeten worden meegenomen, bijvoorbeeld als volgt:

In het bovengenoemde voorbeeld bedraagt Wingang dan 1641 cm3 in plaats van de werkelijke 1840 cm3 . Benadrukt wordt dat bovengenoemde formule een eerste aanzet is voor een aangepast gebruik van de NVAF grafieken. Dit aspect dient nog verder onderzocht te worden. Wellicht voor een volgende druk van het handboek!

damwand. Enerzijds is dat een gemakkelijk te verkrijgen en hanteren parameter, maar anderzijds zit daar tevens het risico van het werken met deze grafieken. De grafieken zijn gebaseerd op de damwandprofielen die gangbaar/beschikbaar waren op het moment dat de grafieken werden vervaardigd, maar sinds het verschijnen van de grafieken zijn de damwandprofielen verder ontwikkeld en steeds breder en dunner geworden. Dit heeft gevolgen voor de verwerkbaarheid die niet blijken als men uitsluitend naar het weerstandsmoment kijkt. Om dit te illustreren zijn op basis van NVAFgrafiek 06 twee berekeningen gemaakt met een wave equation model voor een damwand met W = ca. 1.800 cm³, lang 18 meter. De eerste berekening betreft het profiel AZ18 dat gangbaar was op het moment dat de grafiek werd vervaardigd. De tweede berekening betreft AZ18-800 zoals dat recent op de markt is gekomen. Beide planken zijn weergegeven in figuur 6.

Er is gekozen voor een hoogfrequent trilblok met een slagkracht van 1950 kN. De β waarde is gesteld op 0,26 (enigszins arbitrair, er is namelijk verder niets bekend over het zand). De berekeningsresultaten zijn zichtbaar in figuur 7, waarin de SRV (ult. capacity) in kN en de penetratiesnelheid in sec/m is uitgezet tegen de diepte. Het verschil is opmerkelijk: de omtrek van de nieuwe plank is ca. 20% groter dan de oude plank, hetgeen leidt tot een ca. 20% grotere SRV. Het verschil in penetratietijd in de buurt van de maximale diepte is echter bijna een factor 2,5! Dit eenvoudige voorbeeld geeft aan dat de slankheid van de plank (omtrek gedeeld door het staaloppervlak) van bijzonder grote invloed is op de intrilbaarheid. Dit voorbeeld illustreert dat de bestaande NVAF grafieken nog wel gebruikt kunnen worden, maar dat uitsluitend het weerstandsmoment niet voldoende is om tot een goede risicoinschatting te komen. Bij het gebruik van slankere profielen zal de ingang van de grafiek moeten bestaan uit een fictief gereduceerd weer-

12

GEOTECHNIEK - December 2016

Empirische formules Voor het bepalen van de capaciteit van tril- en drukmaterieel worden in CUR 166 empirische formules gegeven. Voor het heien van damwand wordt in CUR 166 ‘Damwandconstructies’ geen formule gegeven. Hiervoor zou men gebruik kunnen maken van de vuistregel die wordt gegeven in ‘Handboek funderingstechnologie’ [3] van PREPAL wordt gegeven voor het heien van prefab betonpalen. Volgens genoemde publicatie dient het valgewicht 50 à 100% van het paalgewicht te bedragen. Gezien de regelbaarheid van zowel diesel- als hydraulische blokken is het raadzaam om te kiezen voor een blok met een valgewicht dat ongeveer gelijk is aan het plankgewicht. Men kan het heiwerk starten met kleine valhoogte en deze indien dat nodig blijkt opvoeren. Tot slot In het handboek zijn zo veel mogelijk bestaande kennis en ervaringen gebundeld. Heien en trillen blijft echter een specifiek vakgebied binnen de geotechniek, waarbij ervaring een zeer belangrijk aspect is. Zoals in de leercyclus is aangegeven is het continu verzamelen, goed documenteren en toepassen van die ervaringen van zeer groot belang. Alleen dan kan sprake zijn van een gecontroleerd ontwerp- en uitvoeringsproces. Literatuur -  Hei- en trilbaarheid palen en damwanden, special Geotechniek, geotechniekdag, 19e jaargang (2015). - CUR 166; damwandconstructies; 6e druk, juli 2012. -  Handboek funderingstechnologie’ van PREPAL


Your success depends on excellent results. That’s why you can rely on our innovative solutions. Customised to your requirements, our tried and tested products provide the basis for any earthworks or ground engineering project. Discover the world of geosynthetics. Discover HUESKER.

Your Project in Safe Hands

www.HUESKER.nl | E-mail: info@HUESKER.nl | Phone: +31 (0) 88 594 00 50

AZ_HandErde_185x124mm_Rahmen.indd 1

02.02.16 13:30


Nieuwe zeesluis IJmuiden

ing. A. Feddema Specialist geotechniek OpenIJ

ir. G. Peeters Geotechnisch ingenieur OpenIJ

Inleiding Het sluizencomplex in IJmuiden bestaat op dit moment uit een drietal sluizen: de Zuidersluis, de Middensluis en de Noordersluis. Deze laatste sluis is de grootste van de drie met kolkafmetin-

gen van 400m lang, 50m breed en 15m diep en is in 1930 officieel geopend. Om de haven van Amsterdam verder te kunnen laten groeien in capaciteit voor vracht en passagiers (cruiseschepen) was het wenselijk om de Noordersluis eerder

te vervangen. Daarnaast is de Noordersluis aan het einde van de levensduur en tijdens de Tweede Wereldoorlog beschadigd. Daarom is in 2009 besloten om de Noordersluis te vervangen door een nieuwe, grotere sluis.

Figuur 1 - Situatietekening.

De aanbesteding van het DBFM-contract is gestart in 2015 en in de zomer van 2015 door Rijkswaterstaat gegund aan aannemersconsortium OpenIJ, bestaande uit BAM en VolkerWessels als hoofdaannemers voor het civiele deel en Boskalis en Van Oord als onderaannemers voor het GWW-deel. OpenIJ is verantwoordelijk voor het ontwerpen, bouwen, financieren en gedurende 26 jaar onderhouden van de nieuwe zeesluis. De nieuwe zeesluis wordt 500m lang, 70m breed en 18m diep en wordt daarmee de grootste zeesluis ter wereld. Na een jaar voorbereiding (ontwerp en bouwrijp maken bouwterrein) is de bouw afgelopen zomer gestart.

Figuur 2 - Afbeelding sluis met constructieonderdelen.

14

GEOTECHNIEK - December 2016

Ontwerp De nieuwe zeesluis wordt gebouwd ten zuiden van de Noordersluis en tussen de Midden- en Noordersluis in (zie Figuur 1), waarbij de afstand tot deze bestaande constructies relatief klein is. Daarnaast wordt de primaire waterkering gekruist. Gezien de kwetsbaarheid van deze constructies en het feit dat ze gedurende de bouw in bedrijf moeten blijven is de invloed op de bestaande sluizen een belangrijke randvoorwaarde voor het ontwerp. Daarbij komt dat het gebied rond het sluizencomplex gevoelig is voor zettingsvloeiingen. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de van nature aanwezige zogenaamde Spisulazandlagen èn doordat de Noorder- en Middensluis in een open bouwkuip zijn gebouwd die na gereedkomen van de constructies is volgestort met losgepakt zand. Aangezien trillingen door de bouw zettingsvloeiingen kunnen veroorzaken is voor het ontwerp van de nieuwe sluis het motto “diepwand tenzij” gehanteerd. De kolkwanden, de noordelijke wand van


Samenvatting

Rijkswaterstaat heeft de bouw van de nieuwe zeesluis IJmuiden bij de ingang van het Noordzeekanaal gegund aan aannemersconsortium OpenIJ. In dit artikel wordt ingegaan op de belangrijkste geotechnische risico’s bij dit project; de invloed op de bestaande Noorder- en Middensluis en verwekingsvloeiingen door het intrillen van funderingselementen. Door OpenIJ

wordt een aantal bijzondere bouwmethoden toegepast om trillingen te minimaliseren en zijn veldproeven uitgevoerd om beschikbare voorspellingsmodellen van trillingen en wateroverspanningen te valideren. Daarnaast wordt ingegaan op de ontwerpmethodiek van de verschillende constructieonderdelen en de 3D belastingsituaties.

Figuur 3 - Afzinkproces caisson.

Tabel 1 - Geologie t.p.v. Noordersluis Grondlaag

Hoofdbestanddeel

Bk. laag [NAP +m]

AO: Antropogene laag (aanvulzand)

Zand

mv. ≈ +5

Stz: Strand- en vooroeverzand

Zand, matig fijn, met schelpfragmenten

-6

Scz1: Spisulazand 1

Zand, fijn tot matig fijn, schelphoudend

-8

Scz2: Spisulazand 2

Zand, fijn tot matig fijn, schelphoudend

-12

Vk/Bv: Laagpakket van Velsen / Basisveen

Humeuze klei / Basisveen

-17

Dz: dekzand

Zand, fijn tot matig fijn

-18,5

Bx: formatie van Boxtel

Zand, matig fijn. Basis: matig grof

-22

Ee/Dr: Formatie van Eem / Drenthe

Zand, siltig / Klei / keileem

-38

Ur: Formatie van Urk

Zand, matig fijn – uiterst grof

-42

Figuur 4 - Locaties grondonderzoek OpenIJ.

de tussendam en de fuikwand (zie Figuur 2) worden als diepwanden uitgevoerd. De sluishoofden worden in den droge in een bouwkuip als caisson gebouwd en in verschillende fasen trillingsvrij pneumatisch afgezonken (zie Figuur 3). Door deze werkwijze ondervindt de omgeving zo min mogelijk hinder van de bouw van de nieuwe zeesluis. Voor de bouwkuip van de drempel van het buitenhoofd is het ook noodzakelijk om de tijdelijke bouwkuipwanden trillingsvrij uit te voeren in verband met de losse aanvulzanden ter plaatse. Hiervoor is gekozen om damwandprofielen in een cement-bentoniet af te hangen. Deze cement-bentonietwand staat in de waterremmende Eemformatie, die de onderafsluiting van de bouwkuip verzorgt. In de zo ontstane polder kan de drempel in den droge worden gebouwd. Daar waar de sluisonderdelen in het water moeten worden gebouwd (o.a. binnenhoofd, loswal Sluis en tussendam) is het niet mogelijk om diepwanden toe te passen en wordt gebruik gemaakt van getrilde combiwanden of damwanden. Bij de aansluitingen op de bestaande Noordersluis is voorzien om de buispalen van de combiwanden te boren om zo de trillingen te minimaliseren. En ook de hinder voor de omgeving te beperken. Grondonderzoek De geologie ter plaatse van de Noordersluis wordt gekenmerkt door de in Tabel 1 genoemde globale bodemopbouw. In het verleden hebben op deze locatie duinen gelegen met een hoogte tot circa NAP +15m. Hierdoor zijn, met uitzondering van de aanvulzanden, de grondlagen overgeconsolideerd. Het grondonderzoek van de Opdrachtgever in de planfase heeft zich geconcentreerd op de verwekingsgevoelige Spisulazandlagen. Dit was onvoldoende om een definitief ontwerp van een sluis te maken. Daarom is door OpenIJ aanvullend grondonderzoek (zie Figuur 4) uitgevoerd, bestaande uit: • Ruim 200 sonderingen • 14 boringen, waarvan 3 tot circa NAP -55m

15

GEOTECHNIEK - December 2016


Figuur 5 - Plaxis 2D-model voegen.

ter plaatse van de drempelkuip Buitenhoofd (polder) • Labtesten ontwerp zand: o  CD-triaxiaalproeven bij verschillende relatieve dichtheden (correlatie qc-Re) o Poriëngetal (emin en emax) o Zeefkrommen en korrelvorm o Doorlatendheid • Labtesten ontwerp klei/veen: o CU-triaxiaalproeven o Oedometerproeven (bepaling OCR) o DSS-proeven o Doorlatendheid Vanwege de zettingsvloeiingsproblematiek zijn hierbij tevens een groot aantal gedraineerde en ongedraineerde anisotrope triaxiaalproeven en cyclische proeven uitgevoerd op de Spisula- en de aanvulzanden. Voor de bepaling van de sterkteparameters van de zandlagen is gebruik gemaakt van de correlatie tussen relatieve dichtheid en de hoek van inwendige wrijving. Daarom zijn de CD-triaxiaalproeven bij verschillende relatieve dichtheden uitgevoerd die representatief zijn voor de betreffende zandlaag. Door de combinatie van sonderingen en de correlatie met de relatieve dichtheid kan per constructieonderdeel de representatieve sterkte worden afgeleid. Een extra aandachtspunt voor het grondonderzoek was de waterremmendheid van de Eemformatie bij de drempelkuip van het Buitenhoofd. Deze laag vormt de onderafsluiting van deze bouwkuip. Uit de eerste sondeerresultaten kon op basis van het wrijvingsgetal niet goed worden bepaald hoe waterremmend deze laag was. Daarom zijn 3 diepe boringen uitgevoerd om het betreffende materiaal te kunnen beoordelen en beproeven en het ontwerp hierop te valideren. Ontwerpmethodiek Het geotechnische ontwerp is voornamelijk uitgevoerd met Plaxis, omdat: • Een EEM-model tot een economischer ontwerp leidt ten opzichte van een model met verende ondersteunde liggers (bijvoorbeeld D-Sheet Piling) • Een belangrijk aandachtspunt de invloed op de bestaande sluizen is. Dit aspect kan met een EEM-model meteen mee worden genomen. • Een deel van de constructies bestaat uit kistdammen (kistdam NO en Tussendam). Ook hiervoor is een EEM-model geschikter dan andere modellen.

Daarnaast spelen 3D aspecten ook nog een rol. Zo zijn voor aanvaarbelastingen op de kolkwanden en de tussendam 3D EEM-berekeningen uitgevoerd om een zo goed mogelijk beeld te verkrijgen van het effect van een aanvaring op de constructies. Naast aanvaarbelastingen op de wanden zijn er nog meer situatie die alleen goed in een 3D EEM-model kunnen worden beschouwd. Hieronder worden twee voorbeelden gegeven. Deursponning Buitenhoofd De kolkwanden van de sluis zijn uitgevoerd in diepwanden met een dikte van 1,3m. De kolkwand aan de noordzijde van de sluis gaat over in de deursponning. In gesloten toestand van de deur steunt de sluisdeur aan de ene zijde af op de betonconstructie van de deurkas en aan de andere zijde op de deursponning. In tegenstelling tot de grondkeringen ter plaatse van de kolkwand, wordt de grondkering bij de deursponning belast door een watersprong van circa 20m bij het droogzetten van de tijdelijke bouwkuip. Dit maakt het mogelijk om de drempelconstructie en de aanslagen van de deur droog te bouwen. De diepwand ter plaatse van de sponning is uitgevoerd in een dikte van 1,5m. De bouwfasering en de belastinggevallen haaks op de grondkering zijn berekend in Plaxis 2D. In Plaxis 2D is het niet mogelijk belastingen haaks op de beschouwde doorsnede, zoals de reactiekracht uit de deur, te modelleren. De reactiekrachten uit de deur zijn bij een aanvaring van de deur dusdanig groot, dat het noodzakelijk is om zo nauwkeurig mogelijk te bepalen welk deel van deze belasting naar welk onderdeel (kolkwanden, drempel en deursponning) wordt afgedragen. Belastingen in de lengterichting van de kolk zijn daarom gemodelleerd in Plaxis 3D.

16

GEOTECHNIEK - December 2016

Het gedrag van de kolkwanden in de 3D-analyse wordt deels bepaald door het gedrag van de diepwandvoegen. Om een realistisch gedrag van deze voegen te modelleren zijn de diepwandvoegen allereerst met een vereenvoudigd Plaxis 2D model gemodelleerd (zie Figuur 5). De diepwand is gemodelleerd met volume elementen en de voegen door middel van interfaces. Voor de diepwandvoegen, doorlopende kopbalk en de dilataties in de kopbalk zijn materiaalsets opgesteld voor de interfaces. Op het voegenmodel is een horizontale kracht opgelegd en zijn parameters voor de voegen getoetst. De resultaten en het vervormingsbeeld geven goede overeenkomsten met het verwachte vervormingsgedrag in de praktijk. In het Plaxis 3D model zijn de diepwanden als volume elementen gemodelleerd en de voegen als interfaces. In de berekening zijn de verschillende belastingen van één belastingcombinatie per fase aangebracht om de exacte invloed op de resultaten te kunnen interpreteren per belasting. Op deze wijze is ook per belasting de afdracht van belasting naar de kolkwand, de drempel en de grond ter plaatse van de sponning beschouwd. Deze resultaten zijn de input geweest voor het constructieve model. In Figuur 6 zijn de vervormingen van de wand van de sluistoegang, de deursponning, drempel en kolkwanden weergegeven voor de situatie bij een aanvaring van de buitendeur vanaf de zeezijde. Hierin is duidelijk de invloed van de diepwandvoegen te zien op de verplaatsingen in de kolkwanden (rechterzijde van Figuur 6). Sluishoofden De sluishoofden zijn zware betonnen construc-


NIEUWE ZEESLUIS IJMUIDEN

Figuur 6 - Plaxis 3D-model verplaatsingen rond sponning Buitenhoofd bij aanvaring deur.

Figuur 8 - Heiproef water.

Figuur 7 - Plaxis 3D-model verplaatsing Binnenhoofd bij aanvaring deur

del uit CUR166 [1]. Om versnellingen naar wateroverspanningen om te rekenen wordt het model van Seed en Rahman [2] gebruikt. De basis van dit model is de ontwikkeling van wateroverspanningen in een cyclische (triaxiaal) test of cyclische DSS test. De wiskundige beschouwing van dit model en de methodiek van de analyse is beschreven in [2].

ties waar de deur in rijdt als de sluis opent. De constructie wordt met de caissonmethode pneumatisch op diepte afgezonken. Bij een gesloten deur wordt de constructie belast door de reactiekracht uit de deur, daarnaast moet de constructie hoogwater keren. Ter plaatse van het Buitenhoofd is een enkele deurkas gesitueerd, ter plaatse van het Binnenhoofd is een operationele deurkas en een onderhoudsdok aanwezig. Het onderhoudsdok kan nat of droog staan. Vanwege het asymmetrisch aangrijpen van de belastingen is de stabiliteit van het caisson in Plaxis 3D berekend (zie Figuur 7). Er bevindt zich een sprong in maaiveldniveaus en waterstanden rondom de deurkas en de reactiekracht van de deur grijpt ver uit het hart van de constructie aan. Daarnaast is een eindige elemen-

ten berekening in 3D een goede methode om de vervormingen in de verschillende belastingcombinaties te beschouwen. Verwekingsvloeiing Door het trillen van funderingselementen wordt de grond cyclisch belast. Afhankelijk van de grondeigenschappen en diepte verweekt de grond bij een bepaald aantal cycli. Dit is ook afhankelijk van de energie (slagkracht trilblok) die het trilblok de grond in stuurt. Deze bepaalt namelijk de versnelling van een gronddeeltje. Het aantal cycli waarmee de grond wordt belast is afhankelijk van de frequentie van het trilblok en de triltijd. Voor het berekenen van de versnellingen in de ondergrond wordt gebruik gemaakt van het mo-

17

GEOTECHNIEK - December 2016

Veldproeven Om het trillingsmodel uit CUR166 en het model van Seed en Rahman te valideren zijn door OpenIJ proeven uitgevoerd in zowel de aanvulals de Spisulazanden. Hierbij zijn tijdens het intrillen of heien van diverse funderingselementen trillingen en wateroverspanningen gemeten op verschillende afstanden tot deze funderingselementen. Voor de proeven wordt onderscheid gemaakt tussen de heiproef “water” en de heiproef “land”. Bij de heiproef “water” zijn de trillingen en wateroverspanningen gemeten in de eerste Spisulazandlaag; bij de heiproef “land” is dit gedaan voor de aanvulzanden. Aangezien de wanden die in het water zullen worden aangebracht bestaan uit combiwanden zijn tijdens de heiproef “water” vanaf het water een drietal stalen buispalen geïnstalleerd waarbij zowel een hoog- als een laagfrequent trilblok is gebruikt en de eerste buispaal is nageheid met een hy-


Figuur 9 - Heiproef land.

Figuur 11 - Verdichtingsnaald verdichtingsproef.

Figuur 10 - Spuiten zand-water mengsel heiproef land.

draulische heihamer. Voor de tussenplanken zijn zowel AZ- als PU-profielen ingetrild. Daarnaast zijn ter referentie ook nog een aantal AZdamwandprofielen ingetrild. Voor de heiproef “land” is gekozen om AZ-damwandprofielen in de aanvulzanden in te trillen. Dit wordt in werkelijkheid niet gedaan. De trilwerkzaamheden in de aanvulzanden vinden voornamelijk op het water plaats. Op het water zijn echter geen locaties te vinden waarin kan worden getrild in de aanvulzanden zonder invloed op de bestaande sluizen. Daarom is deze proef op het land uitgevoerd op een stuk land ten noorden van de Noordersluis.

het ontstaan van een zakkingstrog te zien. Op de achtergrond zijn ter plaatse van de zwarte cilinders trillings- en waterspanningsmeters in de losgepakte aanvulzandlaag geplaatst.

In Figuur 8 is een foto van de opstelling van de heiproef “water” weergegeven. Aan de linkerzijde van de foto zijn goed de buispalen van de combiwand te zien die zijn ingetrild en nageheid (meest linker buispaal) en ingetrild (overige 2 buispalen). Rechts daarvan zijn de 5 damwandplanken te zien die zijn ingetrild.

Met de meetresultaten van beide trilproeven zijn met het predictiemodel van trillingen en wateroverspanningen postdicties gemaakt, zodat het effect van de trillingen en wateroverspanningen beter kan worden voorspeld. Daarnaast is een beter inzicht verkregen in de effecten van het gebruikte materieel op de inbrengbaarheid en het trillingsniveau.

In Figuur 9 is de opstelling van de heiproef “land” te zien. Op de voorgrond wordt de eerste van de twee AZ-profielen ingetrild. Duidelijk is al

In Figuur 10 is de situatie weergegeven als de damwandplank door de aanvulzanden heen is getrild. De wateroverspanningen zijn zo groot dat het overspannen water-zandmengsel een uitweg naar het maaiveld zoekt door zwakke plekken, waaronder oude sondeergaten. De gemeten wateroverspanningen zijn gelijk korrelspanningen, zodat het zand op de diepte waarop wordt gemeten volledig verweekt is.

Gebleken is dat het voorspellen van wateroverspanningen in de aanvulzanden lastig is. Om dit

18

GEOTECHNIEK - December 2016

beter te krijgen zijn aanvullende metingen uitgevoerd bij een verdichtingsproef. Het doel van deze proef was om te bepalen welke verdichtingsmethode om de aanvulzanden te verdichten het beste is. Dit is noodzakelijk om voldoende sleufstabiliteit te verkrijgen op de locaties waar CB- en diepwanden worden gegraven. In Figuur 11 is één van de gebruikte trilnaalden weergegeven die is getest bij de verdichtingsproef. Met de analyse van deze proefresultaten kan het voorspellingsmodel van trillingen en wateroverspanning verder worden verbeterd. Hiermee wordt de kans op schade aan de bestaande Noorder- en Middensluis door trillingen of wateroverspanningen verder beperkt evenals de kans op zettingsvloeiing van met name de primaire waterkering. Met als uiteindelijke doel: het in gebruik nemen van de nieuwe zeesluis in het najaar van 2019. Literatuur: [1] CUR166, Damwandconstructies, deel 2 [2]  Meijers, P., Settlement during vibratory sheet piling, PhD-thesis, TU Delft, 2007


Geokunst wordt mede mogelijk gemaakt door: www.diesekogroup.com/rental

TE HUUR: EEN OPLOSSING, ALTIJD. nAue GmbH & Co. kG Bonar BV Gewerbestr. 2 Westervoortsedijk 73 32339 Espelkamp-Fiestel – Germany 6827 AV Arnhem OVERAL. Tel. +49 5743 41-0 Tel. +31 (0) 85 744 1300

De collectieve leden van de nGo zijn:

Naue GmbH & Co. KG, Baggermaatschappij Boskalis BV, Espelkamp-Fiestel Papendrecht Ooms Civiel BV, Avenhorn Bonar BV, Arnhem Prosé Kunststoffen BV, Ceco BV, Maastricht Leeuwarden Cofra B.V., Amsterdam Quality Services BV, Bennekom Deltares, Delft Robusta BV, Genemuiden Fugro GeoServices BV, Fax +49 5743 41-240 Fax +31 (0) 85 744 1310 SBRCURnet, Rotterdam Leidschendam info@naue.com info@bonar.com T&F Handelsonderneming BV, Geopex Products (Europe) BV, www.naue.com www.bonar.com Oosteind Gouderak Ten Cate Geosynthetics Hero-Folie B.V., Zevenaar Netherlands BV, Nijverdal InfraDelft BV, Delft Tensar International, Intercodam Infra BV, Almere ’s-Hertogenbosch Kem Products NV, Terre Armee BV, Waddinxveen Heist op den Berg (B) Van Oord Nederland BV, Gorinchem Kiwa NV, Rijswijk RENTAL FLEET: tenCate Geosynthetics teXIon Geokunststoffen nV Voorbij Funderingstechniek BV, Kwast Consult, Houten Trilblokken tot 500 kgm Hoge Dijkje 2 Admiraal de Boisotstraat 13 Amsterdam Movares Nederland BV, Utrecht Power Units tot 3200 l/min 7442 AE Nijverdal B-2000 Antwerpen – Belgium VIBRATORY FOUNDATION EQUIPMENT Vibroflots - DOP pompen SALES - RENTAL - CONSTRUCTION - SERVICE Tel. +31 (0)546-544 811 Tel. +32 (0)3 210 91 91 Fax +31 (0)546-544 470 Fax +32 (0)3 210 91 92 NIEUW: Lelystraat 49 geonederland@tencate.com www.texion.be Power Units met i-Timer 3364 AH Sliedrecht N71 Cover_Opmaak 1 02-09-13 09:48 Pagina 2 www.tencate.com/geonederland www.geogrid.be stop-start systeem te huur T: +31 184 410 333 Advert_Enkadrain_208x134mm_02_NL.pdf 1 01-10-13 09:30

1x formaat 208(b)x 134(h)

T Enkadrain . De drainagemat voor o.a. E parkeerdaken, pleinen en kelderwanden. R R A C O N Kwaliteit als fundament

geotechniek _April_2016_v1.indd 63 geotechniek _Juli_2014_binnen_v3.indd 33

®

Enkadrain draineert, filtreert en beschermt. De drukstabiliteit en langetermijnprestaties van Enkadrain zijn uitstekend. Daarnaast is Enkadrain licht, flexibel en eenvoudig te installeren.

Dra inag e ond er plei

n Sted elijk Museum

www.terracon.nl info@terracon.nl

, Am sterdam

Bonar

Westervoortsedijk 73 / 6827 AV Arnhem / T +31 85 744 1300 F + 31 85 744 1310 / info@bonar.com / www.bonar.com

09/03/16 19:11 04-06-14 13:


Hans van Meerten Deltares

Hans Brinkman Deltares

GeoRisicoManagement, aanpak van lek door zandpalen in de halfverdiepte A4 Delft - Schiedam

Fred Kloosterman Deltares

Marc Hijma Deltares

Figuur 1 - Ontwerp van de halfverdiepte ligging A4 Delft Schiedam en aanduiding van zandpalen .

Halfverdiepte ligging A4 Delft Schiedam Voor het laatste deel van de snelweg A4 tussen Delft en Schiedam werd een verdiepte wegligging gekozen om aan de gewenste inpassing in het veenweidegebied van Midden Delfland te voldoen. Over een lengte van 2600 m ligt de weg half verdiept op een gemiddeld niveau van 5 m-NAP ofwel circa 2 m beneden oorspronkelijk maaiveld in de polder. Er is ook een verdiept deel gerealiseerd voor het eco-aquaduct (inclusief toeritten 1490 m lang). Het studieproject betrof alleen de halfverdiepte ligging en de ondiepe delen van de 2 toeritten, over 220 en 280 m lengte. Om een zijdelingse toestroming van grondwater vanuit de omgeving te blokkeren, zijn in het ontwerp van de aannemingscombinatie A4All voor de halfverdiepte ligging ondiepe cementbentoniet-wanden tot een diepte van 7,5 m-NAP gekozen (zie figuur 1). In het ontwerp van A4All leveren de Holocene klei-/veenlagen de benodigde verticale afdichting in de constructie. Het ontwerp moest resulteren in een beperkt lekbezwaar dat paste binnen de vergunningseisen van het Hoogheemraadschap.

delijk door een korte toelichting over de bodemopbouw en geohydrologie.

Onverwachte ondergrondcondities: risico van lekkage door zandpalen Toen de aannemingscombinatie A4All de ontgraving startte, werd ontdekt dat in het tracé zandpalen voorkomen. Deze bleken 40 jaar geleden te zijn toegepast als zetting-versnellende maatregel bij de aanleg van de aardebaan voor de toen geplande weg op maaiveldligging. De aanwezigheid van zandpalen was onbekend tijdens de projectvoorbereiding en vormde daarmee een risico voor de opdrachtgever. De zandpalen met een diameter van circa 0,3 m komen voor met een grid-afstand van 3 m. Het risico door de aanwezigheid van zandpalen wordt dui-

Het drainageniveau in de verdiepte ligging is 6,85 m-NAP. De natuurlijke grondwaterstijghoogte in het Pleistocene watervoerende pakket is 2,5 à 3 m-NAP maar deze kan stijgen naar 1,9 m-NAP bij stopzetting van de grondwateronttrekking bij DSM in Delft. Het Holocene klei/veenpakket wordt aangetroffen tot een diepte van circa 18 m-NAP en heeft volgens het grondonderzoek van de aannemer een grote hydraulische weerstand. Daarom werd dit pakket in het ontwerp als onderafdichting van de polderconstructie aangehouden. Vanwege het voorkomen van ongeveer 25.000 zandpalen in de holocene grondlagen bestond er bij alle partijen grote onzeker-

20

GEOTECHNIEK - December 2016

heid welke kwaliteit de voorgestane constructie zou hebben, of overschrijding van het vergunde waterbezwaar dreigde en een alternatieve oplossing nodig was. Als kortsluitstroming door één zandpaal optreedt, zou de lekkage 0,25 tot 1 m3/dag per zandpaal bedragen. Opzet van onderzoek en risicobeoordeling Belangrijk voor de voortgang van het project was dat direct een toegewijd team van aannemer, opdrachtgever en adviseurs startte om een breed gedragen oplossing te vinden. Verschillende onderzoeken werden ingezet om de optredende mechanismen vast te stellen: • voorkomen en diepte van zandpalen, • geologisch onderzoek van Holocene en Pleistocene afzettingen naar de kans op lokaal ver-


Samenvatting

In Nederland is algemeen bekend dat de aanleg van ondergrondse constructies in een slappe en natte bodem een uitdagende opgave is. Studies zoals GeoImpuls en georisicoscans voor infrastructuurprojecten leren dat afwijkende ondergrondcondities, zeker als die een relatie hebben met grondwaterstroming, toprisico’s zijn bij dergelijke werken. Optredende afwijkingen kunnen tot vertraging of kostenoverschrijding leiden, vooral

wanneer constructies onvoorzien moeten worden aangepast. Bij de aanleg van de halfverdiepte A4 speelden onbekende ondergrondcondities een belangrijke rol. Toch zijn de problemen tegen beperkte kosten op een elegante manier opgelost. Toepassing van risicogestuurd grondonderzoek, geautomatiseerde interpretatie plus probabilistische modellering en visualisatie ondersteunden de besluitvorming bij de selectie van maatregelen.

Figuur 2 - Geologisch Z-N profiel door Midden Delfland nabij het tracé van de A4 [Hijma et al., 2009].

N

83500

84000

84500

85000

85500

444500

83000

444000

57

57.5

443500

KLEI

82500

444500

-5 m NAP

444000

HOLLANDVEEN

82000

443500

Z

443000

443000

58 Gebied A-HVL

Breuk?

hoogde grondwaterstroming door discontinuïteiten, geulinsnijdingen en tussenzandlagen , • doorlatendheid en optredende lekstroming in model en praktijk. Belang van geologische kennis De circa 100 zandpalen die opgegraven werden, bleken op één na boven de voorkomende zandlagen te eindigen. Het opgraven tot soms 14 m-NAP in zeer slappe grond was een enorme inspanning. Bij alle partijen resteerden echter zorgen over mogelijke variaties in laagovergangen die mogelijk niet waren opgemerkt. Het onderzoeksteam kon gebruik maken van specialistische kennis uit een promotiestudie naar de lokale geologie [Hijma et al., 2009]. De top van het Pleistoceen is een begraven rivierenlandschap met hoogteverschillen van circa 2 m door afwisselingen tussen riviergeultjes en oevers. Lokaal komen ook kleine windduintjes voor. In het begin van het Holoceen zijn door rivieren lokaal zandlichamen gevormd met de top rond 15 m -NAP. Daar, maar ook ter plaatse van jongere deltageulen, is het het Basisveen afwezig

en is er kortsluiting tussen Holoceen en Pleistoceen zand. Veel van de afzettingen boven de 15 m -NAP zijn afgezet in een estuarium, waardoor de afzettingen over korte afstand sterk kunnen varieren. Door de geoloog het grondonderzoek te laten beoordelen, ontstond inzicht in de bodemopbouw en in daarmee samenhangende geohydrologische risico's. Risicogestuurd grondonderzoek Om vast te stellen of kortsluitstroming door gaten in afsluitende lagen en via zandpalen kon optreden, werden eerst de beschikbare data uit het vooronderzoek (211 sonderingen en 38 boringen) geïnterpreteerd. Door de geoloog werden laagdikten bepaald en gebieden gemarkeerd door de aanduiding van de kans op kortsluiting tussen zandlagen via geulinsnijdingen. Vooral de hoogteligging van Holocene zandige tussenlagen in de delta-afzettingen was belangrijk. De onzekerheid daarin hangt echter ook af van de afstand tussen meetpunten. De nodige meetnetverdichting en de plaatsen van aanvullende sonderingen werden tevens op dat gegeven gebaseerd.

21

GEOTECHNIEK - December 2016

-20

442500

250

441000 440500

441000

Ü 500

Gebied B-VL 61.2 0 Meters

440000

WIJCHEN KLEI PLEISTOCEEN ZAND

BASISVEEN

Gebied A-VL

60 60.22

440500

-15

441500

441500

59.5

440000

RIVIERZAND

442000

DELTA

KLEI

59 442000

-10

442500

58.5

61.49 82000

82500

83000

83500

84000

84500

85000

85500

de tweede rode stippen.

Het proces van verdichting van het meetnet werd iteratief doorlopen. De sonderingen werden in weekenden gemaakt vanwege de druk op het project. Per weekend werden vele tientallen sonderingen gemaakt en op maandag gerapporteerd. De interpretatie en kartering werd aan het begin van de week verricht en de besluitvorming over een nieuwe meetronde vond plaats aan het eind van de week. Totaal werden 225 aanvullende sonderingen uitgevoerd, vooral nabij geulafzettingen. De afstand tussen sonderingen bedroeg gemiddeld 22 m maar werd voor lokale detaillering verkleind tot een minimum van 10 m. Interpretatiemethode Voor een snelle maar secure interpretatie van grote aantallen sondeerfiles is een automatische routine in Rockworks gebouwd met een dataopslag in GIS. De routine gaat uit van de bekende interpretatie op basis van conuswaarde en wrijving volgens Robertson [Lunne 1997]. De methode is afgestemd op de lokale grondopbouw die wordt getypeerd door 5 voorkomende grondsoorten, volgend uit een ijking op boringen


Figuur 3 - Geotechnisch N-Z bodemprofiel van A4 halfverdiepte ligging

in dit gebied. Een voorbeeld van een gemaakt geotechnisch profiel is getoond in figuur 3. Een bijzonder aandachtspunt bij de kartering betrof de contouringmethode van hoogtelijnen van grondlagen. Daarbij is de voorkeur gegeven aan de meest simpele methode, Nearest Neighbor. Per geldigheidsgebied van een sondering geldt de gemeten laagdiepte. De contouren (zie figuur 4) zijn op GIS-kaarten weergegeven met zogeheten Thiessen-polygonen [Burrough 1998]. Interpolatiemethoden zoals Kriging, Inverse Distance of Linear Interpolation zijn niet gekozen omdat daarmee een automatische geostatistische interpolatie wordt geïntroduceerd en van nature in grondlagen voorkomende discontinuïteiten worden weggepoetst. Omdat de geoloog met zijn gebiedservaring structuren in de holocene lagen kon herkennen zoals hoogteverschillen en geulinsnijdingen, was zijn inbreng onontbeerlijk bij de advisering en de besluitvorming over voortzetting dan wel afsluiting van het grondonderzoek. Analyse van het waarschijnlijke lekdebiet Om een schatting van het mogelijke lekdebiet van zandpalen te maken, is eerst een analyse gemaakt met het programma Plaxflow uitgaande van axiaal symmetrische grondwaterstroming. De omvang van het lekdebiet van een zandpaal die volledig in klei is ingebed, bedraagt tussen 2,5 en 35 liter/dag afhankelijk van de kleidikte onder de zandpaal, de doorlatendheid van de klei en de anisotropie. Een zandpaal die de kleilaag penetreert, geeft een lek van 250 tot

1000 liter/dag (afhankelijk van doorlatendheid van het zand). Een simpele sommatie over alle zandpalen zou leiden tot een verkeerde indruk van het maximaal te verwachten waterbezwaar in de halfverdiepte ligging. Ten behoeve van goede besluitvorming over te treffen maatregelen was een meer geavanceerde analyse nodig om een representatief beeld van de verdeling van lekdebieten over de bouwlocatie te maken. De verwachte diepte van een zandpaal ten opzichte van de gemeten bovenkant van de (tussen)zandlaag leidt tot de verwachtingswaarde van de kortsluitstromming door een zandpaal (q50). Een probabilistische

berekeningsmethode is opgezet om de schatting van de 95% bovengrenswaarde van het lekdebiet af te leiden. De bovengrenswaarde is voor elk sondeerpunt bepaald. Met een zogenaamde First Order Second Moment (FOSM) methode zijn de resultaten van de bijdragen van alle bepalende variabelen X op de spreiding van de kwel σq kwadratisch gesommeerd.

Daarbij is uitgegaan van normale verdelingen van verschillende onafhankelijke variabelen X: gemiddelde en variatie van de zandpaaldiepte, bovenkant zandlaag, diameter van een zandpaal, afstand tussen zandpalen, doorlatendheid, afwijking in sondeerdiepte. De 95% bovengrenswaarden voor alle sondeerpunten zijn op de GISkaart geplot. De aandachtsgebieden met grotere kans op lekkage zijn gearceerd (figuur 4). Risicogestuurde selectie van maatregelen Het projectteam van opdrachtgever, aannemer en experts kon door afweging van de gekarteerde risicolocaties besluiten waar preventieve maatregelen of correctieve maatregelen nodig waren: •  Verschillende methoden voor afdichting van zandpalen stonden ter beschikking, zoals overboren en vullen met beton, jetgrouten of injectie maar ook rigoureuze maatregelen zoals onderwaterbeton met en zonder trekpalen en zelfs polderconstructies met wanden tot in de Waalreklei op 40 m-NAP. Per tracédeel is

Tabel 1 - Het beperkte kweldebiet in de halfverdiepte A4 na maatregelen [HHD 2015] Waterbezwaar (m3/dag)

Compartiment

Lengte (m)

Wandconstructie

1

350

CB foliewand 19 m-NAP

0.2

2

207

CB foliewand 19 m-NAP

17

3a

93

CB foliewand 19 m-NAP

8

3b

12

CB foliewand 19 m-NAP

Nb

4

350

CB foliewand 19 m-NAP

12

5

380

CB wand 7,5 m-NAP

16

6

400

CB wand 7,5 m-NAP

35

Gemeten

Vergund

165

7

400

CB wand 7,5 m-NAP

45

8

400

CB wand 7,5 m-NAP

17

9 (toerit)

220

Damwand

12

12

25

30

197

217

10-14 (VL)

Geen onderdeel van de studie

15 (toerit)

280

Totaal

3100

22

GEOTECHNIEK - December 2016

Damwand


GEORISICOMANAGEMENT, AANPAK VAN LEK DOOR ZANDPALEN IN DE HALFVERDIEPTE A4 DELFT - SCHIEDAM

Figuur 4 - Kartering met Thiessenpolygonen van de maximale kwel van grondwater in toerit zuid. V1 en V2 zijn gebieden met grote kans op omvangrijke lek door penetrerende zandpalen.

verwachte afwijking geleid tot de keuze van oplossingen binnen een tijd van slechts enkele maanden. Daardoor is nagenoeg geen projectvertraging opgetreden. Lessons learned Geringe afwijkingen van verwachte ondergrondcondities kunnen bij de realisatie van ondergrondse werken problemen veroorzaken. Bij de uitvoering van onderzoek wordt aanbevolen om dit af te stemmen op de schaal van mogelijke geologische verschijnselen. De beschreven risicogestuurde aanpak is toegepast in een project in de uitvoeringsfase. Een gelijke aanpak is mogelijk voor ontwerptrajecten met een hoge mate van onzekerheid. Om een efficiënte aanpak bij vergelijkbare problemen te garanderen, is het sterk aan te bevelen om een projectteam te formeren waarin zowel geotechnische experts als geologische specialisten samenwerken. Een probabilistische aanpak is gebruikt in een analyse waar beteugeling van het waterbezwaar in ondergrondse constructies aan de orde was. De aanpak was geschikt om snelle besluitvorming te ondersteunen bij de selectie van maatregelen om aan vergunningseisen te kunnen voldoen in een omgeving die uiterst kwetsbaar is voor grondwaterstandsverlaging.

de optimale oplossing bepaald. • Over de eerste kilometer van de halfverdiepte ligging lag de tussenzandlaag hoog. Hier is preventief de cement-bentoniet-wand tot 19 m-NAP in het basisveen doorgezet. • Voor het resterende deel is gekozen om bij de ondiepe delen van de 2 toeritten te starten en de “Observational Method” toe te passen. Daarbij zijn generieke correctieve maatregelen geselecteerd voor het geval uit debietmetingen zou blijken dat de lek van een compartiment te groot was. De inzet van correctieve maatregelen was nodig op 1 van de 3 locaties in de zuidelijke toerit waarvoor een significante kans op een groot lekdebiet was voorspeld. In een gebied van enige honderden vierkante meters zijn de zandpalen na vrijgraven van de top met jetgrouten afgedicht. Voor andere

zandpalen werden specifieke maatregelen achter de hand gehouden wanneer welvorming zou ontstaan, door direct stabiliseren van de wel met een laag zand en daarna jetgrouten. Dit bleek 4 keer nodig. Controle van het resultaat Na de afdichtingsmaatregelen is het resultaat door de aannemerscombinatie A4All gecontroleerd door het totaal van kwel en lekdebiet in gescheiden compartimenten te monitoren. De aanpak heeft geleid tot een kwelbezwaar dat voldeed aan de vergunningseis. Zo is een op het eerste gezicht omvangrijk probleem afgeperkt tot een overzichtelijk werk waarbij slechts enkele honderden van in totaal 25.000 zandpalen zijn afgedicht. Voor het project heeft deze aanpak van de on-

23

GEOTECHNIEK - December 2016

Literatuur - Burrough, P.A. and McDonnell, R.A. eds., 1998, Principles of Geographical Information Systems, Oxford: Oxford University Press - HHD Hoogheemraadschap Delfland, Samenvatting van rapportage debiet en omgevingsbeïnvloeding, vergaderstukken HHD 17 maart 2015 - Hijma, M. P., Cohen, K. M., Hoffmann, G., Van der Spek, A. J., & Stouthamer, E. 2009. From river valley to estuary: the evolution of the Rhine mouth in the early to middle Holocene (western Netherlands, Rhine-Meuse delta). Netherlands journal of geosciences, 88(01), 13-53. http://dspace.library.uu.nl/bitstream/ handle/1874/209701/article.pdf?sequence=2 - Lunne, T., Robertson, P.K. and Powell, J.J.M. 1997. Cone Penetration Testing in Geotechnical Practice, Blackie, New York. - van Meerten, J.J., Hijma, M.P., Kloosterman, F.H., Brinkman, J., The benefits of a risk based soil survey for the A4 highway Delft – Schiedam, Proceedings ECSMGE, Edinburgh 2015.


EC T O E

BLAD G K A

IEK HN

20 JAAR V


De jury van 2016 Prof. Frits van Tol (voorzitter), Deltares Henk de Koning (secretaris), NVAF Paul Cools, RWS Ton Groeneweg, Tubex Rodriaan Spruit, Gemeente Rotterdam Bart van Paassen, BAM Uit de op de volgende bladzijden beschreven projecten heeft de jury uiteindelijk één project gekozen als Funderingsproject van het jaar 2016. Criteria hierbij waren: • Technologische nieuwheid • Samenwerking • Belang • Schoonheid • Economie • Duurzaamheid Tijdens de drukbezochte Funderingsdag van 6 oktober jl. te Houten is de winnaar door voorzitter van de jury, Prof. Frits van Tol, bekend gemaakt.

25

GEOTECHNIEK - December 2016

van het jaar

Voor de prijs komen bouwwerken (in de brede betekenis van het woord) of onderdelen van bouwwerken in aanmerking welke in Nederland of in het buitenland door Nederlandse bedrijven zijn gerealiseerd en waarbij de toegepaste funderingstechnieken op bijzondere wijze tot uiting komen.

Funderingsproject

Elke twee jaar organiseren de Betonvereniging en de NVAF in samenwerking met KIVI afdeling Geotechniek en SBRCURnet de prijs voor het Funderingsproject van het jaar. Met deze prijs worden ontwerpers en uitvoerders van projecten beloond die op bijzondere wijze het ontwerp resp. de uitvoering ter hand hebben genomen.


Winnaar

Funderingsproject van het jaar De winnaar van het Funderingsproject van het jaar 2016 is geworden: Project A2 Maastricht

Funderingsaannemer Ballast Nedam, Strukton en Zublin

Eigenaar Rijkswaterstaat, Gemeente Maastricht, Provincie Limburg, Meerssen gezamenlijk OG

Bijzonderheden - damwanden afhangen in bentonietcementsleuf en trekken damwanden - Observational Method - Voorkomen karsten

Opdrachtgever Avenue2: Strukton, Ballast Nedam Constructeur Strukton, Ballast Nedam

26

GEOTECHNIEK - December 2016


Eervolle vermelding Funderingsproject van het jaar

Eervolle vermelding Funderingsproject van het jaar Project Ruimte voor de Rivier: spoorbruggen Nijmegen en Deventer Eigenaar ProRail Opdrachtgever ProRail, namens RWS in Nijmegen; RWS en waterschap Groot Salland in Deventer Aannemer Nijmegen: Van Hattum en Blankevoort Deventer: Dura Vermeer/Bilfinger

27

Constructeur Nijmegen: Ingenieursbureau Rotterdam Deventer: Royal HaskoningDHV Funderingsaannemer Nijmegen: Van Hattum en Blankevoort Deventer: Dura vermeer/Bilfinger Bijzonderheden - Upgraden bestaande constructie - Ongestoord treinverkeer - Nieuwe fundering rond bestaande pijlers - Monitoring effect installatie diepwanden

GEOTECHNIEK - December 2016


Genomineerd voor Funderingsproject van het jaar

Parkeergarage Lammermarkt Leiden Funderingsaannemer Franki grondtechnieken (diepwanden), Bauer Funderingstechniek (gewi-palen)

Eigenaar Gemeente Leiden Opdrachtgever Gemeente Leiden

Bijzonderheden - Ronde vorm, diep - Staalvezelversterkt onderwaterbeton - Lokaal bewapening toegevoegd - Risicomanagement

Aannemer Combinatie Dura Vermeer – Besix Constructeur Dura Vermeer, Royal HaskoningDHV Nederland, Besix Design Department, Advin

Spoorzone Delft Eigenaar ProRail

Funderingsaannemer Franki / Voorbij / Geka / Bauer / De Vries / Van ’t Hek / Jetmix

Opdrachtgever ProRail

Bijzonderheden - Diepwanden maken bij monumentale panden - Monitoringsprogramma - Speciaaltjes zoals Bagijnetoren en verplaatsen molen De Roos – veel ervaringen opgedaan/geleerd, o.a. ingetrilde GEWI-palen - Goed op omstandigheden gereageerd

Aannemer Combinatie Crommelijn (CFE, Dura Vermeer, Mobilis) Constructeur Sweco

28

GEOTECHNIEK - December 2016


Ir. Marjorie Greveling-de Vos Advin Ontwerpmanager Bouwcombinatie Dura Vermeer-Besix

Staalvezelgewapend Onderwaterbeton

Ir. Arjen Ramkema Advin Lead Engineer Geotechniek

Ir. Jeroen Meijdam Advin Lead Engineer

Inleiding In Leiden wordt momenteel niet de grootste, maar wel de diepste garage van Nederland gebouwd. Combinatie Parkeergarages Leiden, bestaande uit Dura Vermeer- Besix won begin 2014 de aanbesteding voor dit imposante project. Royal HaskoningDHV is als adviesbureau ingeschakeld voor het uitwerken van het constructief ontwerp. De grote bouwkuip, waarin uiteindelijk 7 parkeerlagen worden gehuisvest, kenmerkt zich door de ronde vorm waarbij gesegmenteerde diepwandpanelen in een diameter van 60 m ongestempeld op ringdruk komen te staan. Deze diepwandpanelen hebben zowel een tijdelijke als definitieve grond- en waterkerende functie. Staalvezels vs traditioneel gewapend onderwaterbeton Een ongewapende onderwaterbetonvloer is door de hoge waterdrukken en ontgravingsdiepte voor deze situatie technisch niet uitvoerbaar. De maximale boordiepte van het in te zetten equipment van Bauer Funderingstechnieken zat met een diepte van bijna 60 meter aan haar grens. Daarnaast bleek dat bij de optredende waterdruk het kluitgewicht maatgevend werd. De bouwcombinatie heeft twee varianten vergeleken. De benodigde constructieve dikte van het onderwaterbeton is bij zowel wapening met korven als met staalvezels vergelijkbaar, in dit geval 1,0 meter dikte in het midden en 1,40 m in de randzone. De toepassing van staalvezels bleek zowel uitvoeringstechnisch als financieel een aantrekkelijke oplossing ten opzichte van traditionele wapening.

Figuur 1 - Doorsnede parkeergarage Lammermarkt. Tabel 1 Traditionele wapening

SV-OWB

Vloer draagt door de ronde vorm in twee richtingen.

In twee richtingen hoofdwapening in boven en ondernet. FabriceStaalvezels werken ren van korven is ivm benodigde alzijdig. laslengtes erg lastig.

Plaatsingstolerantie gewi-ankers

Geen. Materiaal SVB heeft een hoge herverGevoelig ivm sparingen in korven. delingscapaciteit ten opzichte van paalmisstanden.

Bouwtijd

Intensief, ivm nauwkeurig afzinken van wapeningskorven.

Gunstig, staalvezels zitten in betonmengsel.

Kosten

Minimaal R25-250 4 lagen, geeft ca 80-90 kg/m3

35 kg/m3 staalvezels

Gecombineerde Poerfundatie Op het dak van de garage komt een 1,5m dik grondpakket, daarnaast moet rekening worden gehouden met een belasting van een jaarlijks

29

GEOTECHNIEK - December 2016

terugkerend evenement tijdens het Leidens ontzet (20 kN/m2). De fundatie van de kolommen in de garage was mede door deze zware bovenbelasting een hele opgave. De kolommen


Samenvatting

In de ronde parkeergarage Lammermarkt te Leiden is een gecombineerde poerfundatie toegepast bestaande uit staalvezel gewapend onderwaterbeton met aanvullend nog traditionele wapening. De uitvoeringsomstandigheden waren voor deze toepassing dermate uniek dat een praktijkproef is opgetuigd waarmee de betrouwbaarheid van de toepassing van staalvezels kon worden bevestigd.

dienen op flinke poeren gefundeerd te worden. Een deel van de poeren kon in de kelder onder het laatste deel van de wokkel worden opgenomen. Voor ca 500 m2 van de funderingspoeren was dit niet mogelijk en is een koppeling gemaakt met het onderwaterbeton om de poer in het onderwaterbeton op te kunnen nemen. Voor de poerfundatie in het onderwaterbeton

In het ontwerp is gerekend met slippende gewi-ankers. De vervormingen van de onderwaterbetonvloer zijn tijdens droogzetten van de bouwkuip in beeld gebracht door middel van 4 SAAF-meetslangen. Hieruit kon worden geconcludeerd dat het staalvezelbeton aan de randen los komt door krimp, maar desondanks wordt vastgehouden op het aansluitvlak met de diepwand.

moest naast de staalvezels ook traditionele wapening worden opgenomen. Praktijkproef staalvezelbeton. De ervaring met de toepassing van staalvezelbeton was beperkt en al helemaal op 24 m diepte en in combinatie met 6 lagen wapening. Men stelde vraagtekens bij de uitvoeringsri-

sico’s. Aan de hand van een proefstort is meer inzicht verkregen in het gedrag van het staalvezelbetonmengsel voor en tijdens het storten. De volgende aspecten zijn uitgelicht. -  Vezelverdeling bij verpompen over langere afstand. -  Variatie in vezelverdeling bij onderwater stort. - Variatie in vezelverdeling rond de wapening. Er is een proefopstelling opgebouwd waarin alle omstandigheden zo goed mogelijk, één op één, zijn nagebootst. In een kist van ca 6,0 m bij 2,0 m zijn 4 stuks ankers met 6 lagen wapening rond 40 mm geplaatst op een grindbed. Het SVB is via een 25m pomp in een hoek in de kist gestort. Via plexiglas werd zichtbaar hoe het mengsel onder water rond de wapening stroomt. Vervolgens is de temperatuurontwikkeling met rijpheidscomputers vastgelegd. De staalvezels zijn met een transportband aan de mixer toegevoegd. Om te controleren of de vezels goed in de mixer verdeeld worden, zijn monsters genomen bij aanvang stort, halverwege en van het laatste beton uit de mixer. Daarnaast zijn er ook monsters genomen voor en na de pomp. Men heeft via wash-outs van deze mengsels de vezels geteld.

Figuur 2 - Bekisting proefstort met plexiglas venster.

Figuur 3 - Gelijkmatig verdeelde staalvezels bij proefstort.

30

Figuur 4 - Volledig omsloten wapening door staalvezelbeton. GEOTECHNIEK - December 2016


STAALVEZELGEWAPEND ONDERWATERBETON

- De pomp heeft geen invloed op de vezelverdeling. - Uit de wash-outs blijkt dat de vezels niet gelijkmatig verdeeld uit de mixer komen. Naar aanleiding van de resultaten van de proef heeft Cementbouw de mengprocedure aangepast. De vezels zijn tijdens de stort bij het vullen van de mixer uit de silo direct aan het mengsel toegevoegd. Slippende ankers Eén van de grootste uitdagingen die het ontwerpteam heeft bezig gehouden is de vraag of het onderwaterbeton langs de diepwand vast zou blijven zitten of niet. Rekenkundig is van twee uiterste uit gegaan, volledig vast en volledig los. Deze twee scenario’s leiden tot verschillende verdelingen van de ankerkrachten over de ankerpalen. Uitgaan van een OWBvloer die langs de diepwand zou glijden, resulteert in een vrijwel gelijkmatige verdeling van de ankerkrachten over alle ankers. In het tweede scenario blijft de OWB langs de rand hangen aan de diepwand, waardoor de diepwand een bijdrage gaat leveren aan vasthouden van de OWB-vloer en de ankers gemiddeld genomen ontlast worden.

Figuur 5 - 3D Weergave palenplan.

Deze ontlasting was in dit geval echter niet gelijkmatig verdeeld. De eerste vier rijen ankers kort op de diepwand werden hierbij 75 tot 25% ontlast. In het midden van de vloer was geen effect meer merkbaar, maar in een zone hiertussen van wederom ca. vier rijen ankers moet nu een kromming in de OWB-vloer getrokken worden waardoor bij deze ankerrijen in dit scenario de ankerkracht met ca. 5 à 10% toenam, boven waarde van een gelijkmatig verdeelde ankerkracht. Er is in het ontwerpteam hierop enige discussie ontstaan of de verankering nu gewoon op deze hogere krachten gedimensioneerd moest worden, of dat er enige mate van herverdelingscapaciteit in het systeem aanwezig was, en zo ja, hoe deze dan in het ontwerp meegenomen kon worden. Hierop is het idee ontstaan om met “slippende ankers” te rekenen. Figuur 6 - Verticale vervorming OWB-vloer van rand naar midden (de terugvallen in de lijn zijn de bevestigingen op de vloer) Na verharding zijn boorkernen genomen en is het proefstuk gesloopt. Van de boorkernen en brokstukken is visueel geanalyseerd hoe de vezels in het beton verdeeld zijn. Naar aanleiding van de resultaten van de proef zijn de volgende conclusies getrokken:

- Het mengsel verdeelt zich goed rond de wapening. Er zijn geen ophopingen van staalvezels aangetroffen. - Zowel aan het begin als het eind van de stort lijken de staalvezels op het oog gelijkmatig verdeeld over het beton.

31

GEOTECHNIEK - December 2016

Het is gebruikelijk om aan groutankers een lineaire veerstijfheid toe te kennen, waardoor in de constructieve modellen de krachten in deze ankers uit kunnen stijgen tot boven het draagvermogen. Het anker is dan “rekentechnisch bezweken”. Door deze aanpak is herverdeling van krachten binnen het model niet mogelijk en wordt dus enige extra veiligheid


gels op de vloer en heeft een vast eerste referentiepunt aan de diepwand. Ondanks de grote diepte van 24 meter onder de waterspiegel kon met dit systeem real-time, binnen 0,5 mm nauwkeurig de vervormingen van het OWB in beeld worden gebracht. In figuur 6 zijn de verplaatsingen, zoals gemeten met een van SAAF. Over de horizontale as is het verloop in de tijd gegeven, over de vertikale as de verplaatsing. De meetwaarden zijn genomen tijdens het leegpompen van de bouwput. Duidelijk is te zien dat op de 9e februari geprobeerd is om de put leeg te pompen, maar dat deze poging gestopt is. Vanaf 8 maart is, in een periode van enkele weken de put daadwerkelijk leeggepompt.

Figuur 7 - PG Lammermarkt na droogzetten bouwkuip. ingebouwd, die dus gewoonlijk aanwezig is en deels verdwijnt wanneer je de ankers als bilineaire veren (slippend) modelleert. Omdat dit een toch een afwijking is van hetgeen “te doen gebruikelijk is” is er in het ontwerpteam wel enige discussie geweest of dit een verantwoorde keuze was maar door een combinatie van redenen is besloten deze optimalisatie wel door te voeren. -  Op de staaldoorsnede van de ankerpalen was voldoende marge aanwezig om ook de hogere ankerkrachten op te nemen; - Bij het geotechnisch draagvermogen is het kluitgewicht, en niet slip bepalend. Doordat het totale kluitgewicht van alle ankers gezamenlijk niet afhankelijk is van het scenario, is herverdeling van dit kluitgewicht aannemelijk; - De OWB-vloer is met staalvezels versterkt waardoor deze ook enige herverdelingscapaciteit heeft; - De CUR 77 gaat in principe uit van lineaire veren, maar laat wel de ruimte voor andere benaderingen. Doordat zeker in dit scenario, met een OWB vloer die vast blijft zitten aan de diepwand, de benadering met een laag aangehouden veerstijfheid maatgevend was, is in de modellering aangenomen dat de ankers pas bij een hoge vervorming van ca. 60 mm zouden gaan slippen. Hierdoor vond in het model enige herverdeling plaats waardoor de ankers kort op de rand meer werden uitgenut en een iets hoger

moment in de OWB-vloer werd aangetroffen hetgeen opneembaar was. Monitoring stijfheid fundatie Door de autogene krimp van het onderwaterbeton zal bij aanvang van het droogpompen een kier van ca. 7 mm op de voeg aanwezig zijn. De mate waarin het onderwaterbeton langs de diepwand omhoog zal schuiven wordt door een aantal aspecten bepaald. - Krimp van het onderwaterbeton - Zetting van de diepwand. -  Relaxatie van de diepwand in tangentiele richting, (verkleining van de cirkel), door toenemende ringdruk. - Omhoog komen van het OWB door rek in de gewi-ankers en heffing van de bodem. - Mate van oneffenheden op het grensvlak en daarmee de wrijvingsweerstand. Met behulp van 4 stuks SAAF(ShapeAccelArray/ Field) meetslangen, van firma Inventec., bleek het mogelijk om over 2 assen de verticale verplaatsing te meten van het OWB, vanaf de rand tot aan het midden van de vloer. Een SAAF bestaat uit een aantal onderling in alle richtingen scharnierend aanééngekoppelde sensorelementen. Elk element bevat een multi-axiale accelerometer op basis van de meest geavanceerde MEMS-chiptechnologie. Hierdoor werkt elk element als een uiterst nauwkeurige inclinometer die in elke willekeurige richting de hoekverdraaiing meet. Elke meetslang wordt gemonteerd met beu-

32

GEOTECHNIEK - December 2016

De meetgegevens zijn na afloop vergeleken met de waardes uit de berekening van het OWB (SLS). De verplaatsingen in het midden van de vloer bedroeg ca 34 mm en komen orde grote overeen met de uitkomsten van het OWB model, model A stijve veren. De verplaatsingen ter plaatse van de buitenste rij ankers bedroeg ca 7 mm. Daaruit kan worden geconcludeerd dat het staalvezelonderwaterbeton aan de randen los komt, maar desondanks wordt vastgehouden of zichzelf al snel vast klemt. Daarnaast kan worden geconcludeerd dat de ankerstijfheid conservatief is aangehouden en dat slip van de anker niet is opgetreden.

Betrokken partijen: Opdrachtgever

Gemeente Leiden

Opdrachtnemer Combinatie Parkeergarages Dura Vermeer-Besix Constructief Ontwerp  Royal HaskoningDHV / Advin / Besix Engineering Departement – Design Leverancier beton Cementbouw Leverancier staalvezels  Bekaert Gewi-ankers Bauer Funderingstechniek Monitoring Prisma Meten + Strukton Maatvoering & Monitoring SAAF

Inventec


OP ZOEK NAAR AFWISSELING EN TECHNISCHE UITDAGINGEN?

JOIN TEAM FUGRO Fugro biedt een veelzijdige baan met uitgebreide mogelijkheden in deskundige teams en uitdagende projecten.

HOE DIEP WILT U GAAN?

Fugro zoekt: Medior Adviseur Geo-Consultancy ■ Junior Adviseur Geo-Consultancy ■ Junior Adviseur Waterbouw ■

ADVIN ENGINEERT DE DIEPSTE PARKEERGARAGE VAN NEDERLAND Fugro GeoServices B.V.

Advin is een zelfstandig multidisciplinair advies- en ingenieursbureau met ruim 25 jaar ervaring vacatures@fugro.nl in de Nederlandse bouwsector. Advin levert innovatieve technische oplossingen en diensten. www.fugro.com/careers Vanuit een pragmatische en multidisciplinaire aanpak is Advin actief binnen de markten verkeer, infrastructuur, industrie, energie, gebied en gebouwen.

Ad_JOIN_TEAM_FUGRO_210x148.indd 1

21-06-16 15:29

BESIX bouwt aan //Nederland

Tweede Coentunnel

Civiele bouw

Industriële bouw

Utiliteitsbouw

Maritieme bouw

Een wereldwijd opererend bouwbedrijf met ruim 100 jaar ervaring in de civiele betonbouw, industriële bouw, utiliteitsbouw en maritieme bouw. Sinds 1992 is BESIX actief in Nederland. Meebouwend aan de toekomst, met prestigieuze projecten als de Tweede Coentunnel, Parkeergarage Kruisplein, Landtunnel A2 Leidsche Rijn, OV Terminal Utrecht CS, Maastoren, keersluis in Heumen en de sluisverlengingen in Born, Maasbracht en Heel. Trondheim 22 – 24 Barendrecht +31 (0)180 64 19 90 nederland@besix.com

WWW.BESIXNEDERLAND.COM


Overige inzendingen voor het Funderingsproject van het jaar Strandhotel Cadzand-Bad Eigenaar Compagnie het Zoute Nederland bv / Strandhotel Cadzand-Bad

Funderingsaannemer Funderingstechniek Verstraeten bv

Opdrachtgever Compagnie het Zoute Nederland bv

Bijzonderheden - Twinpalenwand - ‘Hybride’ fundering: paal-/staalfundering - Vloer staalvezel versterkt onderwaterbeton

Aannemer Aannemersbedrijf Van der Poel bv Constructeur BMNED bv

Kanaalkruising Sluiskil Eigenaar Provincie Zeeland Opdrachtgever BV Kanaal Kruising Sluiskil (een aparte juridische entiteit met als enige aandeelhouder de Provincie Zeeland) Aannemer Combinatie BAM-TBI v.o.f. (BAM Infra, Wayss & Freytag Ingenieurbau, Mobilis en Croon Electrotechniek) Constructeur BAM Infraconsult, Technisch Bureau Wayss & Freytag

Funderingsaannemer FCTerSluis v.o.f. (BAM Speciale Technieken, Voorbij Funderingstechniek) Bijzonderheden - Succesvol project - Diepe boorkuip met startschacht - Veel technieken - Risicomanagement - Passage spoor tijdelijke voorziening

Het Groninger Forum Eigenaar Gemeente Groningen

Funderingsaannemer BAM Infra Speciale Technieken

Opdrachtgever Gemeente Groningen

Bijzonderheden - Aanpassing: aardbevingsbestendig gemaakt - Fundering niet of nauwelijks aangepast - Diepwanden - Onderwaterbeton versterkt met staalvezel (innovatief)

Aannemer BAM Utiliteitsbouw, BAM Civiel, BAM Techniek Constructeur ABT

Kademuur voor de offshore terminal Rotterdam Eigenaar Gemeente Rotterdam Opdrachtgever Havenbedrijf Rotterdam Aannemer Combinatie OTR Civiel (TBI Infra (Mobilis), Dimco en Dredging International)

34

Bijzonderheden - De kademuur op MV2 - Schroefinjectiepalen met grote diameter - MV-palen 60 m lang - Bijzonder zwaar funderingswerk - Complex werk, moeilijke hoek, met kruisende palen

GEOTECHNIEK - December 2016


ADVERTORIAL

Bouwput in primaire waterkering: Twinpalenwand i.c.m. onderwaterbeton In Cadzand-Bad wordt een volledig onderkelderde uitbreiding van Strandhotel Cadzand-Bad gerealiseerd. Het project is gelegen aan de Noordzeekust in de aldaar aanwezige primaire waterkering. De onderkeldering, bestaande uit 3 volledige bouwlagen, is gerealiseerd in een geheel gesloten bouwkuip. De uitbreiding is in handen van Aannemersbedrijf Van der Poel bv (hoofdaannemer) en Funderingstechnieken Verstraeten bv (onderaannemer funderingswerken en bouwkuip). Het ontwerp van de bouwput incl. het gewapend onderwaterbeton is gerealiseerd door BMNED uit Terneuzen. Voor het funderingsontwerp is geopteerd voor Fundex-groutinjectiepalen i.c.m. Fundex-ankers. Voor het ontwerp van de horizontale keringen is gekozen voor een Twinpalenwand. De funderingspalen, trekankers en palenwand zijn gerealiseerd met gebruikmaking van twee boorstellingen. De eerste paal is geplaatst najaar 2015. De laatste paal is aangebracht medio april 2016. Voor het ontwerp van de verticale afdichting is gekozen voor een

gewapend onderwaterbeton. Het verticale evenwicht van de bouwkuip kon zonder bijkomende maatregelen worden gegarandeerd tot niveau 2 m1 –NAP. Nadat de gehele bouwkuip tot niveau 2 m1 –NAP was uitgegraven is de bouwkuip vol water gezet en is aangevangen met het hydraulisch ontgraven tot 5 m1 –NAP. Lokaal is ontgraven tot circa 6,5 m1 –NAP. In totaal is in een tijdsbestek van ongeveer 49 uur circa 4.000 m3 met staalvezel versterkt onderwaterbeton gestort, hetgeen een gemiddeld stortvolume inhoud van ca. 81,6 m3/uur. Gelet op de samenstelling van het mengsel, met name de aanwezigheid van de staalvezels, kan worden gesteld dat hier een zeer hoog gemiddeld stortvolume is gerealiseerd. Gebaseerd op de data uit diverse rijpheidsmeters welke in het onderwaterbeton werden opgenomen, is 18 dagen nadat de onderwaterbeton is aangebracht aangevangen met het leegpompen van de bouwkuip, met als resultaat een dichte bouwkuip.

BMNED is een onafhankelijk, Europees opererend ingenieursbureau met specialisaties in: • • • •

Geotechnische en civiele constructies Staal-, hout- en betonconstructies Geotechnische veldwerkzaamheden Bouwmanagement

info@bmned.com

Uw civiel- en bouwtechnisch ingenieursbureau!

Rooseveltlaan 8 4536 GZ Terneuzen

Tel:+31 115 620 927 Fax:+31 115 623 678

GSNED is gespecialiseerd in alle soorten grond- weg- en waterbouwwerken. • • • •

Sonderingen op land en water Meetwerken Grondwerken Verhuur en transport

Uw beste maat als het om grond en water gaat!

info@gsned.com


EEN WERELD AAN DRAAGVERMOGEN

MV-palen verankeren Diepzeekade Offshore Terminal Rotterdam

www.voorbijfunderingstechniek.nl

Denkkracht. Daadkracht. Draagkracht.

Ondergrondse fietsparkeergarage en herinrichting Gustav Mahlerplein Eigenaar Gemeente Amsterdam, ProRail, Rijkswaterstaat

Funderingsaannemer Bam Speciale Technieken, Gebr. Van ’t Hek

Opdrachtgever Projectorganisatie Zuidasdok

Bijzonderheden - Wanden-/dakmethode - Heel grote fietsenkelder - Tussen kantoren en voetgangers-/fietsersstromen - Veel damwand gedrukt - Grote diameter boorpalen, doorgezet in kolommen - Omgeving / “allure” zuidas

Aannemer BAM Civiel Noordwest Constructeur BAM Infraconsult

Verdere inzendingen Verdere inzendingen waren het Nieuw Universiteitsgebouw VU Amsterdam en de Kademuurrenovatie Damrak.

- Dergelijke fundering kan besparingen geven of extra parkeerlaag tegen zelfde prijs

Bijzonderheden bij Nieuw Universiteitsgebouw VU Amsterdam - Paal-plaat-fundering - Niet echt bijzonder maar wel uniek in een stad op palen - ‘Truc’ is op eerste zandlaag te staan

Kademuurrenovatie Damrak - Geschroefde combiwanden - Bouwkuiploos - Zeer dicht boven metrotunnelbuizen

36

GEOTECHNIEK - December 2016


ADVERTORIAL DIMCO (voluit DEME Infra Marine Contractors) maakt onderdeel uit van het wereldwijd opererende DEME, een bedrijf dat nadrukkelijk insteekt op het marktgericht aanbieden van een totaalpakket waterbouwkundige, geotechnische en civieltechnische activiteiten. Dimco heeft samen met Dredging International en TBI-Infra de combinatie Offshore Terminal Rotterdam gevormd, die in opdracht van het Havenbedrijf Rotterdam de bouw van een diepzeekademuur van 460 m’ lang uitvoert. Binnen de combinatie OTR verzorgt Dredging International, een volle dochteronderneming van DEME, de voor de aanleg van de diepzeekade vereiste droge grondwerken en baggerwerkzaamheden. De beton- en heiwerken worden uitgevoerd door DIMCO en TBI Infra.” Het door DIMCO ingebrachte specialisme betreft het installeren van hulpdamwanden voor het realiseren van de bouwput en het heien van de 460 meter lange combiwand. Na het drijvend aanbrengen van de hulpdamwanden in maart van dit jaar is in de maanden mei en juni de combiwand aangebracht. Deze bestaat uit buispalen (diameter 1420 mm en een maximale lengte van 37,3 meter) en 29,3 meter lange drielingplanken PU28. Tijdens de werkzaamheden is het vooral zaak om de drielingplanken naadloos te koppelen met de buispalen. Slotverklikkers registreren of planken in het slot blijven. MENSENWERK De door DIMCO uitgevoerde werkzaamheden zitten op het randje van wat er technisch mogelijk is. Vooral dankzij de inzet van ervaren en gekwalificeerde mensen is deze opdracht ruim binnen de gestelde tijd met een geweldig resultaat voltooid. Het ís en blijft in alle opzichten mensenwerk. Nadat de combiwand gereed was is gestart met de andere fundatiewerken ( SI-palen en MV-palen) en vervolgens met het in moten storten van de L-vormige 7.00 m’ hoge kademuur, waarvan de vloer 1,75 meter dik is en de opgaande wand 2,20 meter. Net voor de Kerst was de complete kademuur gereed.

DIMCO: your specialist in marine infrastructure

DEME Infra Marine Contractors (DIMCO) is DEME’s in-house civil contractor focusing on design & construct of infra and marine projects and specialist in foundation and soil technology. The main activities of DIMCO are: • Civil & marine constructions (ports, quay walls, immersed & bored tunnels, jetties, locks & weirs) • Foundation works & piling • Civil & Marine Engineering • Systems Engineering • EPC & DBFM contracts The D&C infra and marine capability in-house allows having a single contract party which is a major advantage as projects are getting increasingly complex and multidisciplinary. This evolution towards activities with higher added value corresponds to new and specific competences within the DEME Group.

1. Constructing the deep-sea quay for the Offshore Terminal Rotterdam. 2. Construction of jetty for receiving LNG carriers in Dunkirk. 3. Construction Deurganckdok in Antwerp. 4. Design and construction of a new immersed tunnel and renovation of the existing Coentunnel in Amsterdam.

DIMCO bv Member of the DEME Group Kilkade 2, NL-3316 BC Dordrecht Postbus 202, NL-3300 AE Dordrecht T. +31 (0)78 632 10 20 F. +31 (0)78 632 10 55 secretariaat.dimconl@deme-group.com www.deme-group.com/dimco

DEME: creating land for the future


Het Bouwterreincertificaat (BTC) Nederland

Jim de Waele Keller UK

Henk de Koning Secretaris NVAF

Working Platform Certificate De voordracht van Jim de Waele tijdens de Funderingsdag 2016 was getiteld ‘Working Platform Certificate’. In 2000 werd binnen de FPS (Federation of Piling Specialists) besloten dat er iets moest worden gedaan aan de kwaliteit van het werkterrein. De FPS hanteert strenge regels voor het lidmaatschap. Leden zijn verplicht relevante zaken te melden en moeten aan objectieve condities voldoen. Zo werd regelmatig gemeld dat ongevallen toe te schrijven waren aan de draagkracht van het terrein waardoor de stabiliteit van machines in gevaar kwam. In 2002 had men zoveel vorderingen gemaakt dat men een regeling kon introduceren nadat hiervoor steun was gevraagd aan en gekregen van de HSE (Health & Safety Executive, vergelijkbaar met onze Inspectie SZW).

gaanbaarheid), taluds, de toegang tot het terrein, grondonderzoek, inspectie, onderhoud en markering. Tot zover het betoog van Jim de Waele, die hier enkele praktijkvoorbeelden aan toevoegde om te illustreren in hoeverre daadwerkelijke vooruitgang is geboekt. De Nederlandse praktijk De waarnemingen van de FPS-leden komen overheen met de Nederlandse praktijk. Dit wordt bevestigd in een rapportage van de Arbeidsinspectie (thans Inspectie SZW) van het Project Fundering 2009, dat 38% van de bezochte bedrijven meldde dat zij in de afgelopen acht jaar 1 tot 10 keer hebben meege-

maakt dat een machine omviel. In twee van de drie situaties speelde hierbij de draagkracht van de ondergrond een rol. De NVAF introduceerde in 2015 de Nederlandse versie van het Working Platform Certificate. Dat wil zeggen, er werd begonnen met een letterlijke vertaling en vervolgens een vertaalslag gemaakt naar de Nederlandse verhoudingen, praktijk en regelgeving. Ook in Nederland geldt de EG-richtlijn ‘Tijdelijke en Mobiele Bouwplaatsen’. In de brochure welke door de NVAF is uitgegeven worden de hier geldende wet- en andere regelgeving uitgebreid geciteerd. De brochure kan gratis wor-

Main Contractors were not happy! Voor een sluitende regeling was er behoefte aan objectieve en hanteerbare rekenregels voor de draagkracht en daarvoor moest een onafhankelijke ontwerpstandaard worden ontwikkeld. Tegelijkertijd keek men naar de wetgeving (The Construction (Design and Management) Regulations 1994 (thans 2015) en de EU Directive 92/57/EEC 1992 'Construction Sites Directive’). Vanaf 1 januari 2004 zouden FPS-leden geen werkzaamheden aanvangen totdat een Working Platform Certificate correct zou zijn ingevuld en overhandigd aan het lidbedrijf. In het certificaat (in feite een verklaring) bevestigt de Principal Contractor wie het bouwterrein heeft ontworpen en dat hij aan zijn wettelijke verplichtingen voldoet. Het is begrijpelijk dat hoofdaannemers hier niet direct het voordeel van inzagen en moeite hadden met wat er op hen af kwam. Het ontwerp dient ook nog te voldoen aan richtlijn BR470, waarin de nodige rekenregels zijn gegeven. Het certificaat bevat meer dan alleen een verklaring. Het zegt ook het een en ander over voetgangers (wij zouden zeggen persoonsbe-

Figuur 1 - In Nederland wordt doorgaans op schotten gewerkt mits de funderingstechniek dat toestaat.

38

GEOTECHNIEK - December 2016


Samenvatting

Het bouwterreincertificaat is in Nederland geïntroduceerd als Nederlandse versie van het Britse ‘Working Platform Certificate’ (zie ook de Engelse summary). Dit betreft een verklaring die door of vanwege de opdrachtgever moet worden opgesteld en afgegeven waaruit blijkt dat het bouwterrein zodanig is ontworpen dat de draagkracht voldoende is voor zware funderingsmachines. Voor de Nederlandse praktijk geldt dat

den besteld bij het secretariaat NVAF, postbus 1218, 3840 BE Harderwijk, secretariaat@nvaf.nl).

Via de EFFC (European Federation of Foundation Contractors) wordt de systematiek van het Working Platform Certificate verder verspreid en toegelicht. De verwachting is dat ook andere aangesloten landen in navolging van het Verenigd Koninkrijk tot introductie en implementatie over zullen gaan. Ontwerp van het bouwterrein De subtitel van de brochure van de NVAF luidt niet voor niets ‘Naar een beter ontwerp van het werkterrein voor de inzet van funderingsmachines’. Maar worden bouwterreinen in Nederland wel ontworpen en zo ja volgens welke ontwerpregels? Vanaf 2004 stond de publicatie van CUR, CROW en Arbouw 2004-1 ‘Beoordelingssysteem voor de begaanbaarheid van bouwterreinen’ ter beschikking. Deze publicatie bevatte meerdere systemen voor persoonsbegaanbaarheid, lichte voertuigen en zware voertuigen en machines. De NVAF haakt thans in op de ontwikkeling van een nieuwe SBRCURnet-richtlijn over begaanbaarheid van bouwterreinen welke deze publicatie zal vervangen. Deze richtlijn welke eind 2016 verschijnt, beperkt zich tot de berekening van de draagkracht voor de inzet van funderingsmachines op rupsen en andere machines met een hoge last zoals verticale drainage. De ontwerper kan de eigen rekenregels van de richtlijn toepassen of kijken naar Plaxis resp. het Britse BR470. In Nederland is echter meer dan elders sprake van het gebruik van (dragline-) schotten en de regels strekken zich anders dan in het BRE-rapport zich ook daartoe uit. Opdrachtgever Op bouwplaatsen is het een komen en gaan van aannemers, onderaannemers, leveranciers transportbedrijven en toezichthouders. Zij dienen zich soms gelijktijdig aan zodat diverse bedrijven gelijktijdig werkzaam zijn.

onder de opdrachtgever veelal de hoofdaannemer moet worden verstaan. Jim de Waele stond aan de wieg van het Working Platform Certificate en liet tijdens de Funderingsdag zien hoe dit in de UK functioneert. Volgens hem is het aantal ongevallen met funderingsmachines afgenomen als direct gevolg hiervan.

Maar veel meer is er sprake van volgtijdigheid. Niet zelden is het funderingsbedrijf een van de eerste bedrijven die hun opwachting maken. Alhoewel er ook een eigen verantwoordelijkheid is aan de kant van de funderingsaannemer (met name voor de veiligheid en arbeidsomstandigheden van de eigen werknemers en het vooraf aanleveren van gegevens betreffende de in te zetten machine(s) bij de hoofdaannemer), is het vooral de opdrachtgever die in de ontwerpfase verantwoordelijk is voor de organisatie van het werk. Deze functie wordt vervolgens vaak overgenomen door een aannemer of een combinatie van aannemers (de hoofdaannemer), waarvan er een meestal de rol van V&G-coördinator toebedeeld krijgt. In de UK gaat men zonder meer uit van het optreden van een hoofdaannemer (Principal Contractor – men hangt daar nog veel meer aan hem op dan hier te lande gebruikelijk is), in Nederland is dat echter lang niet altijd het geval, met name bij D&C- en vergelijkbare geïntegreerde contracten. Omdat in de Nederlandse arbowetgeving het begrip hoofdaannemer niet voorkomt, is er voor gekozen in het bouwterreincertificaat te spreken van de opdrachtgever. Dit is dan veelal de ‘opdrachtgever van de onderaannemer’. Contractueel Het fenomeen bouwterreincertificaat zal gaandeweg ook een contractuele status krijgen. Funderingsbedrijven zullen zeker een beroep gaan doen op hun hoofdaannemer om een bouwcertificaat af te geven. Vanuit een wederzijds gevoelde verantwoordelijkheid van partijen om de veiligheid en gezondheid van de eigen werknemers, de werknemers van anderen en de omgeving te waarborgen, zal men over en weer willen vastleggen wat daarvoor nodig is. Het wordt een samenspel om wederzijds tot een optimaal werkterrein te komen. Het certificaat is een eenzijdige verklaring, dus geen contractstuk, maar in de nieuwe algemene voorwaarden voor de aanneming van funderingswerken (AVAF 2016) zijn wel bepa-

39

GEOTECHNIEK - December 2016

AVAF 2016

Artikel 5. Bouwterrein 5.1 De opdrachtgever zorgt voor een goede toegankelijkheid en begaanbaarheid van het bouwterrein, of in geval van waterwerk voor de bevaarbaarheid naar en op het werkterrein, voor het vervoer van materieel, materialen en personeel. De kosten van eventueel noodzakelijke voorzieningen om het terrein begaanbaar en geschikt te maken voor de uitvoering van de werkzaamheden door de opdrachtnemer zijn voor rekening van de opdrachtgever. 5.2 Het bouwterrein zal door of namens de opdrachtgever voldoende worden geïnspecteerd en onderhouden en zal, waar nodig, zodanig worden hersteld dat de draagkracht gedurende de werkzaamheden gewaarborgd blijft. Zo nodig wordt hiervoor door of namens de opdrachtgever een nieuw terreininrichtingsplan inclusief bijbehorende draagkrachtberekening opgesteld. De opdrachtgever zal daarbij de SBRCURnet Richtlijn 689:2016 ‘Begaanbaarheid van bouwterreinen’ in acht nemen. lingen ten aanzien van het bouwterrein opgenomen. In de daarin van toepassing verklaarde SBRCURnet-richtlijn heeft het bouwcertificaat een plaats gekregen. Het certificaat Het certificaat is een verklaring van de opdrachtgever (in veel gevallen dus de hoofdaannemer), dat het bouwterrein, zoals in het certificaat omschreven, zodanig is ontworpen en aangelegd, dat de werkzaamheden met het materieel zoals in het certificaat benoemd veilig kunnen worden uitgevoerd. ‘Het bouwterrein zal door of namens de opdrachtgever voldoende worden geïnspecteerd en onder-


Grondonderzoek

Summary

Volgens de SBRCURnet-richtlijn dienen voor de grondmechanische berekeningen de dikte, de samenstelling en de eigenschappen van de grondlagen bekend te zijn. Hiervoor wordt een grondonderzoek uitgevoerd. De laagscheidingen worden bij voorkeur t.o.v. het NAP gemeten. Deze gegevens worden in grondprofielen (rekenprofielen) verzameld en vastgelegd. Het aantal profielen voor een bouwlocatie moet zijn afgestemd op de variatie in de grondopbouw en grondeigenschappen. In ieder geval moeten de maatgevende (slechtste) situaties beschouwd worden. Voor de berekeningen zijn per profiel en per bodemlaag grondeigenschappen benodigd: - laagdikte en niveau van de laagscheidingen - de grondwaterstand - hoek van inwendige wrijving - schijnbare cohesie - ongedraineerde schuifsterkte - samendrukkingseigenschappen - volumiek gewicht (nat en droog). De omvang van het grondonderzoek (afstand tussen de onderzoeksplaatsen) dient zodanig te zijn dat met zekerheid gesteld kan worden dat slechte plekken in de bodem gedetecteerd zijn. Aangezien de variatie in de bodemopbouw groter is en vaker voorkomt naarmate zij zich dichter onder de oppervlakte bevindt (invloedsgebied van de machine), kan er geen minimum aan de omvang van het onderzoek gesteld worden. Als indicatie kan een raster worden aangehouden met een grootte gelijk aan het grondoppervlak van de funderingsmachine. Voor machines op een schottenbed kan een raster gelijk aan de wielbasis x de schotlengte worden aangehouden. Wanneer een werkvloer of grondverbetering wordt aangebracht, dienen van elke aanvullaag het toegepaste materiaal en de verkregen verdichting gecontroleerd te worden.

houden en zal, waar nodig, zodanig worden hersteld dat de draagkracht gedurende de werkzaamheden gewaarborgd blijft.’ Na een ontgraving of beschadiging moet het bouwterrein op basis van het oorspronkelijke of een nieuw ontwerp inclusief draagkrachtberekening worden aangepast of hersteld. Voordat met de werkzaamheden op het terrein wordt begonnen moet een kopie van dit certificaat ondertekend door een bevoegde persoon door of namens de opdrachtgever aan iedere gebruiker van het bouwterrein worden verstrekt. Handleiding Het bouwterreincertificaat is een tamelijk beknopt document, maar hieraan is een handleiding toegevoegd met een aantal spelregels. Zo wordt uitgebreid ingegaan op de specifieke gevaren verbonden aan de inzet van zware machines voor de begaanbaarheid van het bouwterrein en de stabiliteit van de machines. Voor het bouwterrein moet een gespecificeerd ontwerp worden gemaakt voor de totale duur van het werk. Onder omstandigheden moet

het ontwerp worden herzien of aangepast. En nu de praktijk De praktijk is nu aan het woord. Het is aan te raden en te hopen dat de diverse betrokken partijen van deze ontwikkelingen kennis nemen en tot oplossingen komen. De tools zijn inmiddels voorhanden. Enerzijds het bouwterreincertificaat met de daarin opgenomen handleiding en anderzijds de SBRCURnetrichtlijn 689:2016, die als het goed is inmiddels verkrijgbaar is. Beide documenten verwijzen naar elkaar en kunnen de basis gaan vormen van wat alle betrokkenen zonder meer wensen: minder tot geen ongevallen als gevolg van een slechte ondergrond en goede resultaten van alle verrichtingen.

40

GEOTECHNIEK - December 2016

BTC (Nederland) stands for ‘Bouwterreincertificaat’, which is an initiative of the Dutch Association of Foundation Contractors. It has been derived from the Working Platform Certificate, which was developed by the British FPS – Federation of Piling Specialists – in cooperation with the Health & Safety Executive in the UK. Before the implementation of the certificate one third of all dangerous occurrences reported by the FPS Membership were related to working platforms. Every dangerous occurrence and every 'near miss' involving a platform is a potential fatality. Therefore, working platforms must be designed, properly constructed, regularly inspected and maintained for the plant which will use them. The FPS Working Platform Certificate confirms that the working platform has been properly designed, constructed in the accordance with the design, and will be regularly inspected and adequately maintained to ensure the integrity of the platform. It requires the signature of the Principal Contractor, in his capacity as the Temporary Works CoOrdinator and must be handed to the Piling Contractor before piling (or other work) commences on site. The design of the working platform must take account of the bearing pressures of the plant which will use it and the ground conditions on which it will be constructed. It should be undertaken by a competent designer with appropriate geotechnical expertise. A BRE Guide 'Working platforms for tracked plant: good practice guide to the design, installation, maintenance and repair of ground-supported working platforms' (IHS BRE Press, www.brebookshop.com) gives guidance for the design. In the Netherlands a similar guideline has been developed by SBRCURnet called ‘Begaanbaarheid van bouwterreinen’ (roughly translated as: Stability of Working Platforms), which exclusively is related to the deployment of foundation rigs for piling, drilling and other similar activities. The Health & Safety Authorities in the Netherlands reported in 2009 already that two third of all incidents with foundation rigs were related to the capacity of the surface. The introduction of the certificate system seeks to contribute to the design and preparation of safe sites.


Geotechnical experts

pile testinG experts

Geotechnical equipment

UW partner voor

paaltesten en all-roUnd geotechnische advisering OP ZOEK NAAR AFWISSELING EN TECHNISCHE UITDAGINGEN?

JOIN TEAM FUGRO Fugro biedt een veelzijdige baan met uitgebreide mogelijkheden in deskundige teams en uitdagende projecten. Fugro zoekt: ontwerp & advies, second opinions, ■ Medior Adviseur Geo-Consultancy ■ Junior Adviseur Geo-Consultancy deskundigenonderzoek, monitoring, ■ Junior Adviseur Waterbouw heipredicties & intrilpredicties,

oad s tat iC l g in test

ad r a p id l o g t e s t in

load d Y n a M iC g t e s t in

n] [t o t 8 M

paaltesten, onshore & offshore Fugro GeoServices B.V. vacatures@fugro.nl www.fugro.com/careers

www.allnamics.nl

Ad_JOIN_TEAM_FUGRO_210x148.indd 1

BAM Infraconsult bv | Postbus 268 | 2800 AG Gouda | Tel. (0182) 59 05 10 | info@baminfraconsult.nl | www.baminfraconsult.nl

21-06-16 15:29

BESIX bouwt aan //Nederland

BAM Infraconsult is ruim 30 jaar actief in het ontwerp, project management en uitvoering van projecten op het gebied van infrastructureel ontwerp, kust- en maritieme waterbouw. Vanuit onze vestigingen in Nederland, Dubai, Singapore, Jakarta en Perth werken wij aan projecten in binnen- en buitenland, veelal in opdracht van de sector Infra van Koninklijke BAM Groep nv, BAM International en externe opdrachtgevers. De onzekerheden die de ondergrond met zich meebrengt, creëren naast risico’s ook kansen voor het ontwerp en bouw van civieltechnische projecten. De afdeling Geotechniek speelt daarom een centrale rol bij de projecten van BAM Infraconsult en haar zusterbedrijven. BAM Infraconsult kenmerkt zich door betrouwbaarheid, deskundigheid, slagvaardigheid, blijvend onderscheidend en is onlosmakelijk verankerd in het bouwbedrijf. Dankzij deze mentaliteit zijn we zeer succesvol.

Tweede Coentunnel

Civiele bouw

Industriële bouw

Utiliteitsbouw

Maritieme bouw

Een wereldwijd opererend bouwbedrijf met ruim 100 jaar ervaring in de civiele betonbouw, industriële bouw, utiliteitsbouw en maritieme bouw. Sinds 1992 is BESIX actief in Nederland. Meebouwend aan de toekomst, met prestigieuze projecten als de Tweede Coentunnel, Parkeergarage Kruisplein, Landtunnel A2 Leidsche Rijn,

OV Terminal Utrecht CS, Maastoren, keersluis in Heumen en de sluisverlengingen in Born, Maasbracht en Heel. www.baminfraconsult.nl Trondheim 22 – 24 Barendrecht +31 (0)180 64 19 90 nederland@besix.com

Advertentie Geotechniek. nummer 3.indd 1

WWW.BESIXNEDERLAND.COM

14-11-2014 15:03:23


Ing. Patrick IJnsen MBA

Kademuur Strand East Londen

Op dit moment wordt door een aantal Nederlandse aannemers en ingenieursbureaus de laatste hand gelegd aan de bouw van een nieuwe kademuur op een steenworp afstand van het Olympisch park in Londen. Het project dat begin 2015 op de markt kwam is door Gebr. van’t Hek BV als hoofdaannemer verworven van een particuliere opdrachtgever die projecten door heel Europa ontwikkelt. De opdrachtgever wilde graag een Nederlandse partij laten meedingen naar de opdracht omdat men onder de indruk was van waterbouwkundige projecten die in Nederland en door Nederlanders worden opgeleverd en was bovendien door haar (Nederlandse) adviseurs gewezen op de coöperatieve houding van Nederlanders in tenders en tijdens de uitvoering van projecten. Zodoende is het Nederlandse maar ook internationaal opererende ingenieursbureau Crux Engineering betrokken aan opdrachtgevers zijde. Het project betreft het ontwerp en de aanleg van 1045 m kade rondom het gebied genaamd

Strand East, een oud industrie gebied in de Dock Lands van Oost Londen. De te realiseren kade vormt de begrenzing met de River Lea and Three mills River een zij kanaal en rivier van de Thames. Na het verkrijgen van de opdracht begin april 2015 diende direct met de verdere uitwerking van het aanbiedingsontwerp begonnen te worden. Reeds gedurende het maken van het aanbiedingsontwerp en de tenderdialogen kwamen de (soms genuanceerde) verschillen in wet en regelgeving maar vooral ook in cultuur aan het licht. Ten tijde van de tender maakte het Verenigd Koninkrijk nog deel uit van de EU, er is echter veel aversie te merken tegen de Eurocodes en net als in Nederland zorgt een Nationale Annex ervoor dat er veel bij het oude blijft, hier moest dus worden omgeschakeld. Bij het ontwerp is gebruik gemaakt van de Britse tegenhanger van onze CUR 166, de Ciria C580. Later bij het maken van het definitief ontwerp is ook gewerkt met BD42/00, de Britse norm voor wegontwerp en is het hele ontwerp getoetst aan CDM 2015, hierbij wordt gekeken naar persoon-

Figuur 1 - Een foto die tijdens de tender dialogen veel stof deed opwaaien.

lijke veiligheid in gebruiks- en uitvoeringsfase. Een ander verschil is dat de referentie periode voor een ontwerp in Groot-Brittannië 120 jaar bedraagt waardoor er met hogere partiële veiligheidsfactoren gewerkt dient te worden dan in Nederland gebruikelijk is. Tijdens de tenderdialoog bleek de Nederlandse delegatie (veel) kleiner dan door de Britten werd verwacht. Verder leidde een Nederlandse “stoere” foto tot enig onbegrip bij hen. (Figuur 1) Een vonkenregen is nou niet echt iets dat bij de Britse veiligheidscultuur past en versterkte het Cowboy Imago van ons als Nederlanders. Figuur 2 - Werken met een Silent Piler .

42

GEOTECHNIEK - December 2016


Samenvatting

Gebr. van’t Hek legt momenteel de laatste hand aan 1045 m kademuur in Oost-Londen in het Verenigd-Koninkrijk De kadeconstructie is opgebouwd uit stalen damwandplanken met een lengte van 11,0 m sonisch geboorde groutankers met een lengte van 9 tot 11 m en prefab betonnen deksloven. Het project is door Gebr. van’t gerealiseerd met behulp van zowel Nederlandse als Britse onderaannemers en ingenieursbureaus,

In de tender data roam waren veel zogenaamde Borehole logs aanwezig waarvan bij vele geen (en ook zeker niet van iedere laag) SPT slagdiagrammen aanwezig waren. Wel waren er van enkele lagen ongeroerde monsters gestoken die aan triaxiale proeven onderworpen waren en ook waren er van de zogenaamde “river-terrace” laag zeefkrommes aanwezig waardoor een idee gevormd kon worden van de bodem opbouw. Om meer gevoel te krijgen bij de bodem opbouw wilde wij (als Nederlanders) toch graag sonderingen zien. Dit wilde de klant graag voor ons organiseren maar de wachttijd om sonderingen uitgevoerd te krijgen op de locatie bedroeg volgens de projectmanager van onze klant en de projectmanager van de Principal Contractor (de aannemer de verantwoordelijk is voor Veiligheid Gezondheid en Milieu in en om het bouwterrein) zes weken. Zoveel tijd was er niet omdat het definitieve ontwerp binnen 8 weken gerealiseerd diende te worden. Het uitnodigen van GSNED uit Nederland bood hier uitkomst, binnen een week waren de sonderingen uitgevoerd en kon het grondprofiel met een “vertrouwd gevoel” worden opgesteld.

de belangrijkste rol in ontwerp en uitvoering was hierbij wel voor de Nederlandse partijen weggelegd de Britse partijen boden vooral ondersteuning met het vinden van de weg in de Britse Bouw Cultuur. In het najaar van 2015 is reeds een artikel over dit project verschenen in het blad Civiele Techniek

Omdat de bestaande constructie deel uitmaakt van de Flood Defence van Londen, mocht tijdens de uitvoering in principe het top niveau van de doorgaande Flood Defence van 5,5 +AOD niet doorbroken worden. De nieuwe constructie dient opgeleverd te worden op dit niveau, echter dient in het ontwerp rekening gehouden te worden met een toekomstige verhoging tot 6,20 +AOD. Als laatste diende bij het ontwerp rekening gehouden te worden met de positie van het damwand ten opzichte van de bestaande (vervallen) kades, “online” oftewel op de lijn van de bestaande kade, dit betekende dat de bestaande kade eerst gesloopt zou moeten worden alvorens de nieuwe kade kon worden aangebracht. Om tijdens de sloop de “Flood Defence” te kunnen waarborgen, en de sloopwerkzaamheden te faciliteren was een tijdelijke damwand noodzakelijk.

Een ander deel van de nieuw te realiseren kade mocht offline worden geplaatst waardoor de nieuwe damwand op 1,0 m voor de bestaande kade geplaatst mocht worden hierna kon de bestaande kade worden gesloopt om ruimte te maken voor de verankering. De randvoorwaarden van het ontwerp, zoals levensduur, ontwerppuntniveau en trillingsvrij installeren vroegen om een dikwandig robuust damwand profiel. De begaanbaarheid van het terrein en de grote waterstandsverschillen over een deel van het traject dat onderhevig is aan eb en vloed leidden tot de keuze van installatie van de definitieve damwand met behulp van een Silentpiler (Figuur 2). Als damwandprofiel is gekozen voor een Larssen L24 12/12 met een lengte van 11,0 m. Dit profiel heeft een breedte van slechts 500 mm waardoor minder wrijving bij

Figuur 3 - De ABI Silent Press werkend vanaf een Ponton .

In de sonderingen was de zogenaamde “river terrace” duidelijk te onderscheiden een zanderige grindlaag met een dikte van 2,0 tot 5,0 m waar de damwand zijn inklemming zou vinden en ook eventueel in verankerd zou kunnen worden. Een damwand hierin trillingsvrij installeren (zoals gebruikelijk in Londen) vraagt wel de nodige expertise. (Figuur 5) Het uitgangspunt van de klant betrof een kadermuur uitgevoerd als vrij uitkragende of verankerde stalen damwand met betonsloof. Gezien de gemiddelde kerende hoogte van 3,5 tot 5,5 m waarbij de damwand ca. 0,00 tot 2,70 m boven de waterlijn uitsteekt, bleek een onverankerde damwand al gauw onmogelijk. Aan de positie van de verankering zelf werden echter ook strenge eisen gesteld, de verankering mocht namelijk niet onder bestaande of in de toekomst te realiseren gebouwen worden geplaatst waardoor verankering in een zone van 8 tot 10 m achter de kade gerealiseerd moest worden.

43

GEOTECHNIEK - December 2016


Figuur 4 - Ankers installeren.

Figuur 5 - Sondering door GSNED “River Terrace”..

Figuur 6 en 7 - Verschil in dikte van de “River Terrace”..

het inbrengen zal ontstaan. Door de dikke wand is het profiel bestand tegen knikken en voldoet het ook aan de eisen met betrekking tot corrosie in een potentieel agressief milieu (oude industrie locatie) en op de water-wind lijn. In het ontwerp is als hulpmethode het voorboren van het damwandscherm tot puntniveau voorzien. Dit in tegenstelling tot het in UK veel toegepaste “water jetting” dit leekt vanuit onze optiek echter niet de beste wijze om een grindlaag te penetreren. De tijdelijke damwand werd geïnstalleerd met een ABI sheet pile press systeem waarmee vier in elkaar geschoven enkele AZ 18 planken gelijktijdig ingedrukt kunnen worden. (Figuur 3) De uitdaging in het anker ontwerp en de uitvoering hiervan betrof wederom de “river-terrace” laag, die in sommige gebieden zeer dun is; slechts 2,0 m,(Figuur 6 en 7) waardoor groutankers onvoldoende capaciteit zouden hebben. Ook door onderlinge invloed van de ankers op elkaar omdat de ankers op een h.o.h. afstand van slechts 1,0m werden geplaatst. Bovendien zou de retourspoeling die nodig is voor het installeren van groutankers leiden tot grote hoeveelheden af te voeren potentieel vervuilde boorspoeling. De sonische schroefankers gemaakte door High 5 Solutions, hebben een schroefblad diameter van 400 mm en worden met beperkte toevoeging van grout geïnstalleerd. Om de levensduur van de ankers in het agressieve milieu te kunnen garanderen, is het anker element uitgevoerd als GEWIstaaf met overdikte ten behoeve van corrosie. Het volledig ontwerp is gerealiseerd in BIM om zo “clashes” tussen damwanden, ankers en de bestaande en toekomstige gebouwen en ondergrondse infrastructuur vroegtijdig te kunnen ontdekken. Ook is het BIM model gebruikt om, na het inlezen van de inmetingen van de damwandconstructie en na het afspannen van de ankers, de maten van de prefab betonnen (pas-) elementen van de deskloof te bepalen. Op dit moment kunnen we al zeggen dat we terug kijken op een succesvol en leerzaam project waarin wij niet alleen veel geleerd hebben over de Britse bodemgesteldheid maar even zoveel van de Britse bouw en veiligheids cultuur waarvan zeker de laatste ons kritisch naar onze werkmethodes heeft doen kijken en de trigger is geweest voor diverse aanpassingen en innovaties en innovatie. Referenties - Civiele techniek 2015-7 -  Sonderingen (afbeeldingen 5, 6 en 7) door GSNED

44

GEOTECHNIEK - December 2016


www.geobest.nl www.geobest.nl

Geokunst wordt mede mogelijk gemaakt door: www.diesekogroup.com/rental

TE HUUR: EEN OPLOSSING, ALTIJD. nAue GmbH & Co. kG Bonar BV Gewerbestr. 2 Westervoortsedijk 73 32339 Espelkamp-Fiestel – Germany 6827 AV Arnhem OVERAL. Tel. +49 5743 41-0 Tel. +31 (0) 85 744 1300

De collectieve leden van de nGo zijn:

Naue GmbH & Co. KG, Baggermaatschappij Boskalis BV, Espelkamp-Fiestel Papendrecht Ooms Civiel BV, Avenhorn Bonar BV, Arnhem Prosé Kunststoffen BV, Ceco BV, Maastricht Leeuwarden Cofra B.V., Amsterdam Quality Services BV, Bennekom Deltares, Delft Robusta BV, Genemuiden Fugro GeoServices BV, Fax +49 5743 41-240 Fax +31 (0) 85 744 1310 SBRCURnet, Rotterdam Leidschendam Uw partner voor info@naue.com info@bonar.com T&F Handelsonderneming BV, Geopex Products (Europe) BV, Hektec BV biedt u praktische oplossingen op het gebied van geo- en akoestische paalcontrole www.naue.com www.bonar.com Oosteind Gouderak funderingstechnieken. Wij zijn gespecialiseerd in engineering, monitoring Ten Cate Geosynthetics Hero-Folie B.V., Zevenaar en controle en bieden u daarmee een totaalpakket van diensten in Netherlands BV, Nijverdal InfraDelft BV, Delft het traject van ontwerp tot oplevering. Tensar International, Intercodam Infra BV, Almere Products NV,op zoek naar optimalisatie ’s-Hertogenbosch BijKem Hektec zijn wij altijd in ontwerp en technieken. Armee BV, Waddinxveen op den Berg DoorHeist de samenwerking met(B) onze zusterbedrijvenTerre Gebr. van ’t Hek, Van Oord Nederland BV, Gorinchem Kiwa NV, Rijswijk De Waalpaal en Kuipers Funderingstechnieken, blijven wij continu RENTAL FLEET: tenCate Geosynthetics teXIon Geokunststoffen nV praktijkgericht denken. Voorbij Funderingstechniek BV, Kwast Consult, Houten Trilblokken tot 500 kgm Hoge Dijkje 2 Admiraal de Boisotstraat 13 Amsterdam Movares Nederland BV, Utrecht l/min 7442 AE Nijverdal Power Units tot 3200 B-2000 Antwerpen – Belgium FOUNDATION EQUIPMENT Van ons krijgt u altijd eenVIBRATORY haalbaar advies. Vibroflots - DOP pompen SALES - RENTAL - CONSTRUCTION - SERVICE Tel. +31 (0)546-544 811 Tel. +32 (0)3 210 91 91 Fax +31 (0)546-544 470 Fax +32 (0)3 210 91 92 NIEUW: Lelystraat 49 geonederland@tencate.com www.texion.be Power Units met i-Timer ENGINEERING EN MONITORING 3364 AH SliedrechtVOOR N71 Cover_Opmaak 1 02-09-13 09:48 Pagina www.tencate.com/geonederland 2 www.geogrid.be stop-start systeem te huur EN GEOTECHNIEK 0299Advert_Enkadrain_208x134mm_02_NL.pdf 420808 T: +31 184 410 333 GWW 1 01-10-13 09:30

hektec.nl

1x formaat 208(b)x 134(h)

adv. hektec 208x134.indd 1

09-10-2013 09:23:07

geotechniek geotechniek_December_2015_v3.indd _April_2016_v1.indd 28 41 geotechniek _Oktober_2014_v2.indd 27 geotechniek _Juli_2014_binnen_v3.indd 33

T Enkadrain . De drainagemat voor o.a. E parkeerdaken, pleinen en kelderwanden. R R A C O N Kwaliteit als fundament ®

Enkadrain draineert, filtreert en beschermt. De drukstabiliteit en langetermijnprestaties van Enkadrain zijn uitstekend. Daarnaast is Enkadrain licht, flexibel en eenvoudig te installeren.

Dra inag e ond er plei

n Sted elijk Museum

www.terracon.nl info@terracon.nl

, Am sterdam

Bonar

Westervoortsedijk 73 / 6827 AV Arnhem / T +31 85 744 1300 F + 31 85 744 1310 / info@bonar.com / www.bonar.com

27/11/15 09/03/16 22:29 19:10 28-08-14 13:54 04-06-14 13:56


Definitieve onderwaterbetonvloeren met staalvezels Onderwaterbeton is in Nederland een beproefd hulpmiddel binnen ondergrondse bouwprojecten. Het is bewezen effectief als onderafdichting van een bouwkuip om droog en veilig te kunnen bouwen tot diep onder de grond. Tot nu toe hadden de vloeren echter altijd een tijdelijke functie. Daar komt nu verandering in.

vervullen in het definitieve gebouw. Vooralsnog zijn daarvoor twee mogelijkheden: • De SVOWB-vloer kan in de eindfase samenwerken met de op te storten constructieve keldervloer; • De SVOWB-vloer kan op zichzelf fungeren als definitieve keldervloer

Onderwaterbeton (OWB) met een tijdelijke functie is een inefficiënte vorm van materiaalgebruik. De vloer is al snel een meter dik en heeft een gebruiksduur van slechts enkele maanden. Tot voor kort moest er immers altijd een volledig nieuwe keldervloer overheen worden gebouwd.

In grote lijnen zijn er nu dus drie principes om een keldervloer in een bouwkuip met onderwaterbeton uit te voeren.

De ontwikkelingen en ervaringen met staalvezelversterkt onderwaterbeton (SVOWB) als tijdelijke bouwkuipafdichting openen echter nieuwe kansen. De staalvezels vergroten de taaiheid van het beton, waardoor de vloeren ineens een stuk beter waterdicht zijn, ook op termijn. En dat maakt ze geschikt om een rol te

Links: de traditionele bouwwijze Van oudsher wordt OWB toegepast als tijdelijke vloer. Om uitvoeringstechnische redenen is dit doorgaans met ongewapend beton. Voor de eindfase wordt daarboven een compleet nieuwe constructievloer gemaakt met behulp van traditioneel gewapend beton. De vele meningen en artikelen over de uitvoeringswijze en het beheersen van het risico op lekkages via deze combinatie van vloeren wijst uit dat een waterdichte “constructieve vloer” in de eindfase geen sinecure is.

ir. Ruud Arkesteijn ABT bv / lid van commissie SBRCURnet

Groen onderwaterbeton Voor de parkeergarage Campusplein onder het Nieuwe Universiteitsgebouw op het terrein van de VU in Amsterdam is in 2015 een omvangrijke ongewapende OWB-vloer gestort. Deze vloer is indertijd ontworpen met de kersverse herziene versie van CUR77 uit 2014 [1]. Hierdoor kon de vloer efficiënt worden uitgerekend met als resultaat een vloerdikte van 900 mm en een geoptimaliseerd stramien van ankerpalen. Ter plaatse van grote kolomlasten in de eindfase zijn wapeningskorven meegestort in de OWBvloer. Naast het feit dat deze “geïntegreerde poeren” dus in de eindfase lokaal deel uitmaken van de uitgekiende paal-plaat-fundering, is deze vloer ook bijzonder omdat hierbij voor het eerst “groen onderwaterbeton” is toegepast. Staalvezelversterking In de laatste decennia zijn er diverse projecten uitgevoerd met SVOWB. Het taaie gedrag bij buigscheurvorming maakt dat het vermogen van de vloer tot krachtenherverdeling worden

Figuur 1 - Principeschetsen voor keldervloeren met onderwaterbeton.

46

GEOTECHNIEK - December 2016


Samenvatting

In 2016 zijn de eerste SVOWB-vloeren gestort die in de eindfase samenwerken met de op te storten constructieve keldervloer. Binnen een commissie van SBRCURnet wordt intussen een aanbeveling ontwikkeld voor het toepassen van de SVOWB-vloer als tijdelijke ĂŠn als definitieve keldervloer. Een haalbaarheidsstudie wijst uit dat dit op korte termijn mogelijk

moet zijn voor het toepassingsgebied van parkeergarages, droogdokken en onderdoorgangen voor licht verkeer. Er wordt nader onderzoek gedaan om ook grote infrastructurele projecten met zwaar verkeer en treinbelastingen binnen de scope te betrekken.

Figuur 2 - GeĂŻntegreerde poeren Nieuwe Universiteitsgebouw VU Amsterdam.

aangesproken. Hiermee kan een betere waterdichtheid worden behaald. Een groot voordeel is uiteraard dat de vezels vanuit de betonmixer kunnen worden meegestort. In tabel 1 zijn projecten met SVOWB-vloeren opgesomd. De genoemde projecten met SVOWB behoren nog altijd tot de traditionele bouwwijze omdat de vloer hierin nog altijd een tijdelijke functie vervulde. Na publicatie van de herziene versie van CUR77 in 2014 [1] is het gebruik van SVOWB sterk teruggedrongen. Dit is te verklaren doordat de optimalisatie van de rekenregels in CUR77:2014 ervoor heeft gezorgd dat voor vloeren met een tijdelijke functie nagenoeg altijd een economisch ontwerp haalbaar is met

Tabel 1 - Historisch overzicht SVOWB-vloeren. Projectnaam

Locatie

Jaar stort

Publicatie

Potsdamer Platz

Berlijn

1997

[1]

Onderdoorgang Heinoseweg

Tilburg

2001

[2]

Toeritten Pannerdens Kanaal (Betuweroute)

Groessen

2001/2002

Tunnel Zevenaar (Betuweroute)

Zevenaar

2001/2002

Ontvangstschacht Botlekspoortunnel

Rotterdam

2004

Muziekpaleis Vredenburg en expeditietunnel

Utrecht

2010

Nieuwbouw Agrifirm

Kampen

2013

Ondergrondse uitbreiding Mauritshuis

Den Haag

2013

[4]

Groninger Forum

Groningen

2014

[5]

Lammermarkt

Leiden

2015

47

GEOTECHNIEK - December 2016

[3]


Figuur 3 - Stort van SVOWB bij het Mauritshuis in Den Haag.

tingen en een dunnere constructievloer met minder wapening. Geïntegreerde keldervloeren hebben de eerste toepassing gevonden in de spoorwegonderdoorgang bij Zevenaar in een moot vlak langs het spoor. Het ontwerp is hiervoor goedgekeurd door opdrachtgever Prorail en in mei 2016 in uitvoering gebracht. Bij de bouw van de ondergrondse parkeergarage van het Strandhotel Cadzand-Bad wordt ditzelfde principe toegepast. In de zomer van 2016 is hier de SVOWBvloer van 4000 m3 gestort. Eind 2016 wordt deze variant op nog grotere schaal toegepast voor de Boerenweteringgarage onder een Amsterdamse gracht.

Figuur 4 -Primeur van een geïntegreerde keldervloer in moot van onderdoorgang in Zevenaar.

ongewapend beton. De goede ervaringen met SVOWB vormden echter wel de opmaat voor het integreren van onderwaterbeton in twee nieuwe principes voor keldervloeren. Midden: de geïntegreerde keldervloer De SVOWB-vloer is in dit principe op zichzelf de tijdelijke bouwkuipafdichting. Voor de eindsituatie wordt hier een gewapende constructievloer overheen gestort. Door middel van een constructieve koppeling vormen de “samenwerkende” vloeren in de definitieve fase een hybride constructie.

Uiteraard zitten er aan dit principe specifieke aandachtspunten en risico’s vast met betrekking tot zowel het ontwerp als de uitvoering. Doordat het gewapende vloerdeel de primaire waterafdichting verzorgt, is dit principe echter relatief gemakkelijk te ontwerpen binnen de kaders van de normen. En dan heeft de samengestelde constructie een optimale sterkte en stijfheid en een goede beheersbaarheid van scheurwijdtes. Tegelijkertijd kan het funderings- en bouwkuipontwerp geoptimaliseerd worden door minder ontgraven, lichtere damwanden, optimalere verdeling van paalbelas-

48

GEOTECHNIEK - December 2016

Rechts: de definitieve SVOWB-vloer Bij deze variant vormt de SVOWB-vloer zowel de tijdelijke vloer als de definitieve vloer. Deze kan bijvoorbeeld worden afgewerkt met zand en een bestrating. Dit principe wordt momenteel onderzocht binnen een commissie van SBRCURnet. De commissie, met brede vertegenwoordiging vanuit de betonbranche, is opgestart in 2014 als vervolg op de publicatie van de herziene CUR77 [1]. Zij voorziet een meerwaarde voor een breed toepassingsgebied. Voor deze toepassingen zijn eisen aan de afwerking noch 100% waterdichtheid lang niet altijd benodigd. Geheel nieuw is het idee voor een definitieve onderwaterbetonvloer niet. Al in 2003 is er vanuit de Bouwdienst van Rijkswaterstaat een artikel gepubliceerd met een oproep aan marktpartijen om mee te denken in de richting van geïntegreerde tunnelprincipes [7]. In het artikel zijn randvoorwaarden en aandachtspunten opgesomd; de geopperde uitwerkingsprincipes betroffen toen ongewapende vloeren. Enkele projecten waarin dergelijke principes zijn onderzocht zijn in die tijd niet tot in de uitvoering doorgezet. Uit de in 2015 verrichte haalbaarheidsstudie binnen SBRCURnet wordt geconcludeerd dat staalvezelbeton een mogelijke oplossing biedt. De huidige stand van techniek is toereikend voor een implementatie in de praktijk die voldoet aan vigerende normen. Rekenregels zijn reeds beschikbaar, al zijn deze vooralsnog gefragmenteerd. Het belangrijkste kader vormt uiteraard de Eurocode in NEN-EN 1992-1-1. Specifiek geeft NEN-EN 1992-3 handvatten voor de classificatie van betonconstructies met betrekking tot de benodigde of gewenste waterdichtheid en de bijbehorende ontwerpbenadering. Voor rekenregels omtrent staalvezelbeton kan en zal bijvoorbeeld gebruik worden


DEFINITIEVE ONDERWATERBETONVLOEREN MET STAALVEZELS

gemaakt van de Modelcode [7] en ervaringen met CUR111. Specifiek voor de bouwfase zal uiteraard ook niet voorbij worden gegaan aan de eisen en richtlijnen vanuit CUR77 [1].

Figuur 5 - Ontwerp Boerenweteringgarage Amsterdam.

Er zijn in de haalbaarheidsstudie ook obstakels geconstateerd en geadresseerd. Deze hebben vooral betrekking op acceptatie en beheersbaarheid van het (aanvullende) risico op lekkages en de technische levensduur. Deze hindernissen worden nader onderzocht en, binnen korte of lange termijn, overbrugbaar geacht. Kennisleemten rond krimpscheurgedrag en vermoeiing vormen vooralsnog de voornaamste beperkingen. In deelcommissies worden deze aspecten nader onderzocht. Waterdichtheid Door het ontbreken van traditionele wapeningstaven bestaat er een verhoogd risico op lekkages. Een veilige benadering is om de vloer in de eindfase te beschouwen als waterremmend in plaats van waterdicht. Door een drainagelaag toe te passen, zorgt lekwater niet voor plasvorming en kan deze (tezamen met bijvoorbeeld condens- en regenwater) makkelijk worden afgevangen en afgevoerd. Dit principe zou gerekend kunnen worden onder waterdichtheidsklasse 0 volgens NEN-EN 1992-3. Met staalvezelbeton is het echter mogelijk om scheurwijdtes te beperken en daarmee het risico op watervoerende scheuren te beheersen. Hiermee kan voor buiging worden voldaan aan waterdichtheidsklasse 1 van NENEN 1992-3. De grootste risico’s op lekkages worden derhalve gezien in de langsrichting waarin de stempeldrukkracht vaak onzeker is en krimp zorgt voor aanvullende trekspanningen. In de korte richting zal de stempeldruk vanuit de keerwanden in veel gevallen zorgen voor een gegarandeerde betondrukzone. In deze richting voldoet de constructie hierdoor al “vanzelf” aan waterdichtheidsklasse 2 volgens NEN-EN 1992-3. Het toepassen van definitieve of verloren keerwanden vormt hiervoor wel een voorwaarde om een optimale normaaldrukkracht te kunnen handhaven. Stappenplan Om de voortgang te bespoedigen is besloten het vervolgonderzoek op te splitsen in een tweeledige fasering. Als eindresultaat van de eerste fase hoopt de commissie te kunnen komen tot publicatie van een CUR-Aanbeveling voor Definitieve SVOWB-vloeren binnen een toepassingsgebied zonder (grote) wisselbelastingen. Op die manier kan sterktereductie door vermoeiing worden verwaarloosd. Hierdoor

blijft het toepassingsgebied echter beperkt tot ondergrondse parkeergarages, droogdokken en onderdoorgangen voor licht verkeer. Ten behoeve van de tweede fase wordt beoogd dit toepassingsgebied te verruimen op basis van aanvullend onderzoek naar vermoeiing. Op die manier zouden ook de grote infrastructurele projecten, met zwaar verkeer en treinbelastingen, binnen het bereik van de (herziene) aanbeveling kunnen komen te liggen. Bijkomend voordeel is dat in de update/herziening uiteraard ook aanpassingen verwerkt kunnen worden op basis van de ervaringen met de initiële aanbeveling. Afsluiting Ieder bouwproject heeft zijn eigen eisen en wensen. De optimale oplossing is dus maatwerk. Voor ondergronds bouwen geldt dat er in de laatste decennia een trend is in het integreren van tijdelijke en definitieve voorzieningen; dat geldt voor zowel definitieve keerwanden, stempelramen en (trek/druk)palen. Als het gaat om keldervloeren blijven de integrale oplossingsrichtingen echter achter. Met de recente ontwikkelingen valt een inhaalslag wellicht snel te maken en kunnen we de nuttige levensduur van onderwaterbeton met een factor 100 vergroten. Voorgaande betekent niet dat de “traditionele uitvoeringswijze” niet meer gewenst is. In specifieke gevallen kan een opdeling van functies nog altijd de meest optimale oplossing bieden.

49

GEOTECHNIEK - December 2016

De verbreding van het keuzepalet betekent echter wel dat er per bouwopgave een geschikt keldervloerprincipe kan worden gevonden die past bij de scope van het project. Op die manier wordt ondergronds bouwen betaalbaarder en duurzamer. Referenties [1]  CUR-Aanbeveling 77: Ongewapende onderwaterbetonvloeren (herziene versie uit 2014) [2] Cement 1996-9: 22000m2 onderwaterbeton – Waterdichte bodem voor parkeergarage op Potsdamer Platz in Berlijn [3] Cement 2001-4 Ruim baan met staalvezelversterkt onderwaterbeton [4] Cement 2004-1 Bouwkuip met staalvezelgewapend onderwaterbeton [5] Cement 2013-3 Staalvezelversterkt onderwaterbeton [6] Cement 2014-2 Rekenen aan onderwaterbeton met vezels [7]  Cement 2003-1 Definitieve ongewapende onderwaterbetonvloeren in combinatie met definitieve damwanden [8] CEB-FIB Model Code 2010 – 2013 ISBN 9783-433-03061-5. [9]  CUR-Aanbeveling 111: Bedrijfsvloeren op palen met staalvezelbeton


www.abt.eu

bouwen aan ambities Iets moois willen maken. Of misschien gewoon de diepste, de beste. En voor zo min mogelijk, zo veel mogelijk meters. Iedere opdrachtgever, iedere architect wil ‘iets’ – streeft, verlangt en vraagt. Wat hun wens ook is, de ingenieurs en adviseurs van ABT zorgen

Geotechnical experts

voor de technische uitwerking. Al meer dan 60 jaar. Geïntegreerde oplossingen, maakbaar en vooral haalbaar – hoe groot, klein, ingewikkeld of gewoon de vraag ook is. Grensverleggend waar nodig, maar altijd solide. Wat onmogelijk lijkt, toch mogelijk maken. Voor

pile testinG experts

onze opdrachtgevers, voor onze medewerkers en voor een betere wereld. ABT bouwt aan ambities. Opzoek naar een uitdaging in de geotechniek? Bekijk dan de openstaande vacatures op: www.abt.eu/vacatures

Geotechnical equipment

UW partner voor

paaltesten en all-roUnd geotechnische advisering

ontwerp & advies, second opinions, deskundigenonderzoek, monitoring, heipredicties & intrilpredicties,

oad s tat iC l g in test

load d Y n a M iC t e s t in g

ad r a p id l o t e s t in g

paaltesten, onshore & offshore

n] [t o t 8 M

www.allnamics.nl


Senior Geotechnisch Ingenieur Waterkeringen

Ben jij een enthousiaste, ervaren geotechnisch ingenieur met kennis van het toetsen en ontwerpen van waterkeringen op nationaal en internationaal niveau? En vind je het leuk om te werken in een kennisintensieve, innovatieve omgeving? Dan is de afdeling Dijktechnologie van de Unit Geoengineering naar jou op zoek.

Meer informatie? Bezoek onze website of scan de QR-code

www.deltares.nl/werken-bij

adv_Senior Geotechnisch Ingenieur Waterkeringen-208x134-Geotechniek.indd 1

Het fundament voor een goede samenwerking is stabiliteit. Een factor waar u

04-11-16 10:38

Gespecialiseerd in de toepassing van: Zelfborende en verbuisde verankeringssystemen

zonder twijfel op moet kunnen bouwen. Wij bieden grondige oplossingen voor uw vraagstuk of probleem, waarin wij u gedurende het proces totaal ontzorgen. Geeft u ons de kans om kennis te maken? Wij staan u graag te woord 0183 82 00 40

Leeghwaterstraat 1

T: 0183 82 00 40

4251 LM Werkendam

E: info@geotechfs.com

www.geotechfs.com


ALS JE KIEST VOOR HET FUNDERINGSVAK GAAT ER EEN HELE WERELD VOOR JE OPEN.

Als je kiest voor een baan in de infra of bouw kies je voor veelzijdigheid. Je kiest ook hiervoor omdat je wilt bouwen aan Nederland. En juist daarom zit je liever niet te wachten op alleen maar theoretisch onderwijs. Je wilt meebouwen aan gebouwen, havens, bruggen en tunnels. Stap daarom nu in de wereld die Funderingstechniek heet. www.funderingsbedrijf.nl

Geotechniek December 2016 - Funderingsdag  

Onafhankelijk vakblad voor het geotechnische werkveld - Funderingsdag special

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you