Page 1

JAARGANG 21 NUMMER 3 AUGUSTUS 2017 ONAFHANKELIJK VAKBLAD VOOR HET GEOTECHNISCHE WERKVELD

INCL. MINI-SPECIAL Jongerenforum 2017/ Prijs Hubert Raedschelders 2017

HET EFFECT VAN EEN SLEPEND ANKER OP EEN BODEMBESCHERMING VAN STORTSTEEN MONITORING SLUIZEN IJMUIDEN LEVERT VERRASSENDE RESULTATEN


OP ZOEK NAAR AFWISSELING EN TECHNISCHE UITDAGINGEN?

JOIN TEAM FUGRO Fugro biedt een veelzijdige baan met uitgebreide mogelijkheden in deskundige teams en uitdagende projecten. Fugro zoekt: Medior Adviseur Geo-Consultancy ■ Junior Adviseur Geo-Consultancy ■ Junior Adviseur Waterbouw ■

Fugro NL Land B.V. vacatures@fugro.nl www.fugro.com/careers

Ad_JOIN_TEAM_FUGRO_210x148.indd 1

30-06-17 17:28

a.p. van den berg The CPT factory


Van de redactie Beste lezers, Met trots stelt de redactie van Geotechniek het volgende nummer aan u voor. Ieder kwartaal komen vanuit het veld enkele interessante artikelen bovendrijven. Deze keer met veel nadruk op monitoring ter plaatse. Meten is weten is in de geotechniek nog meer van belang dan in andere bouwsectoren wegens de complexiteit van de ondergrond. Monitoring helpt ons om onze berekeningsmodellen aan te scherpen of om de relativiteit van onze berekeningen aan te tonen. Vaak zien we in de monitoring van de berekeningen afwijkende resultaten zoals beschreven in het artikel “Monitoring sluizen IJmuiden levert verrassende resultaten”. Nieuwe technieken toegepast bij monitoring, zoals continue glasvezelmonitoring, laten ons toe om meer gegevens te verzamelen en sneller en correcter in te grijpen, bijvoorbeeld bij piping in dijken. Innovatieve HPT-sondering en minipompproeven geven fijnere resultaten die ingevoerd kunnen worden in onze berekeningsmodellen, zodat onze berekeningen (hopelijk) beter aansluiten bij de realiteit. 
In dit vakblad besteden we ook aandacht aan de jonge generatie geotechnici die dankzij initiatieven als het Jongerenforum van IE-Net in Vlaanderen hun neus aan het venster kunnen steken en hun geotechnisch project of onderzoek aan hun collega’s kunnen voorstellen. We waarderen dat ze de moeite nemen om hun project of kennis uit te werken in een artikel in Geotechniek.

We zijn ook blij dat we af en toe met een niche artikel een specialistisch onderdeel van de geotechniek kunnen toelichten. Niet elke geotechnicus wordt geconfronteerd met ankers en stortsteenbodembescherming, maar u krijgt in dit vakblad een aanzet om deze problematiek te begrijpen en verwijzingen naar andere publicaties indien u zich erin wil verdiepen. Het verspreiden van geotechnische kennis is immers het hoofddoel van het vakblad Geotechniek. Heeft u een interessant project begeleid of uitgevoerd, wilt u uw inzichten in berekeningsmethodes of procedures delen, aarzel dan niet en schrijf een artikel voor Geotechniek en bezorg het aan de redactie. Wij wensen u veel leesplezier. Namens de redactie en uitgever Paul Meireman

VERGROOT UW GEOTECHNISCHE KENNIS 5, 12 oktober, 18 januari en 1 februari

Aanpak herstel houten paalfunderingen ir. D.A. de Jong ( KCAF) en F.P.W. van der Kwaak (Hanselman Expertises BV) 10 en 11 oktober

Slappe bodem gebiedsstrategie: ontwerp en beheer Omgaan met bodemdaling en zettingsarm bouwen ir. P.R.M. Ammerlaan (Koninklijke Boskalis Westminster N.V.) en drs.ir. E. Tromp (Deltares Delft) 7, 14, 21 en 28 november

Masterclass Grondgedrag (CGF-M) Handen aan de grond 15 november

Folieconstructies in verdiepte infrastructuur Ondergronds bouwen met waterdichte folie afsluiting ing. R.H. Gerritsen (Witteveen+Bos)

Met welke cursus kunt ú excelleren in de geotechniek? ZOEK UW CURSUS OP WWW.PAOTM.NL!

advertentie_geotechniek_3_2017.indd 1

23 en 24 november

Diepwanden ir. J.H. van Dalen (DAED Ingenieurs) 28 en 29 november

Basal reinforced piled embankments (paalmatrassen) 2016 update of the Dutch Design Guideline CUR226 dr. S.J.M. van Eekelen (Deltares)

INSCHRIJVEN? Dat kan op www.paotm.nl Heeft u vragen dan staan we u graag te woord op 015 278 46 18 of via info@paotm.nl.

26-6-2017 10:43:29


Sub-sponsors Executive Gold Member Sub-sponsors

Members

Gold Members

blad Geotechniek komt tot stand m.m.v. KIVI Afdeling Geot Geotechniek echniek

Gemeenschappenlaan 100 B-1200 Brussel Tel. 0032 2 402 62 11 www.besix.be

IJzerwegV4eurse Achterweg 10 2264 SG Leidschendam 8445 PK Heerenveen Tel.630031 Tel. 0031 (0)513 13 55(0)70 - 311 13 33 www.fugro.nl www.apvandenberg.com

Sub-sponsors

Wilhelminakade 179 Wilhelminakade 179 3072 AP Rotterdam 3072 AP Rotterdam Tel. 0031 (0)10 489 45 30 Tel. 0031 (0)10 489 45 30 www.rotterdam.nl www..rrotterdam.nl

Vierling 4251 LC Te el. 0031 (0 www.t

otechniek komt tot stand m.m.v. KIVI Afdeling Geot Geotechniek echniek

Veurse Achterweg 10 2264 SG Leidschendam Tel. 0031 (0)70 - 311 13 33 www.fugro.nl

CRUX Engineering BV H.J. Nederhorststraat 1 Pedro de Medinalaan 2801 SC G3-c ouda 1086 XK Amster dam (0) Wilhelminakade 179 Te el. 0031 (0 182 59 05 10 Te el. 0031 (0)20 494 3070 wow w.cruxbv.nl 3072 AP Rott erdam ww-w.baminfrac nsult.nl Tel. 0031 (0)10 489 45 30 www..rrotterdam.nl

Veilingweg 2 - NL - 5301 KM Zaltbommel Tel. 0031 (0)418 - 57 84 03 Korenmolenlaan 2 Boussinesqweg Philipssit1e 5, bus 15 / Ubicenter 2629 3447 HV Delft GGB W oerden -3001 Leuven Tel. 0031 (0)88 82 73 16-43 Tel. 335 0031 (0)348 5260 54 T el. 0032 6017 77 Vier linghstraat www.deltares.nl sems.c ign.nlom wwwww.w v..dy olkwidag-sy erinfradyest .d s 4251 LC Werkendam

Veurse URETEK NedeAchterweg rland BV 10 2264 SG Leidschendam Zuiveringweg 93, 8243 PE Lelystad Tel. 0031 (0)70 311 13 33 - 256 218 Te el. 0031 (0)320 www.fugro.nl www.urre etek.nl

Te el. 0031 (0) 183 40 13 11 www.terracon.nl

Silver Plus Members

RH.J. endementsweg 15 Nederhorststraat 1 Veilingweg 2 - NL - 5301 KM Zaltbommel 3641 echt 2801 SK SC Mijdr Gouda Tel. 0031 (0)418 - 57 84 03 Tel. el 0031 297 23 11 Korenmolenlaan 2 ed0031 er(0) lan29 d (0)BV 182 595005 10 el. (0 Philipssite 5, bus 15 / Ubicent erNederhorststraat 1URETEK TNe H.J. w.bauernl.nl 3447 GGB W oerden Zuiveringweg 93, 8243 PE Lelystad ww ww w.baminfrac onsult.nl -3001 Leuven 2801 SC GoudaWilhelminakade 179 - 256 218 (0)348 5260 54 Te el. 0031 (0)320 cht0031 eTrel. we0032 g 1016-43 eurse TAel. 60 77 Tel. 0031 (0)182 59 05 10 3072 Rott dam ign.nlom wwww.w v..dy ohendam lkwidag-sy erinfradyest ek.nl wAP ww.ur re eter 64 SGwLeidsc .d ssems.c www.baminfraconsult.nl Tel. 0031 (0)10 489 45 30 0031 (0)70 - 311 13 33 www..rrotterdam.nl www.fugro.nl

Veilingweg 2 - NL - 5301 KM Zaltbommel Tel. 0031 (0)418 - 57 84 03 Kleidijk 35 site 5, bus 15 / Ubicenter Philips 3161 EK Rhoon B -3001 Leuven Huesker Synthetic BV- 503 02 00 Tel. 0031 T (0)10 el. 0032 16 60 77 60 Het Schild 39 V4 www.mosgeo.c om PC www14, ..dy .d widag-sy yst s Maastric ems.com ht Klipper weg 6222 5275 EB Den Dungen Tel. 0031 (0)43 - 352 76 09 Vier linghstraat Tel. 0031 (0)88 59417 00 50 ww.huesk ke er.com 4251www.huesker.nl LC Werkwendam Te el. 0031 (0) 183 40 13 11 www.terracon.nl

Philipssite 5 Veilingweg 2 - NLVeilingweg - 5301 KM 2Zaltbommel Ballast Nedam Engineering Boussinesqweg 1, 2629 HV Delft 5301 KM Zaltbommel bus 15 / Ubicenter Gemeenschappenlaan 100 Tel. 0031 (0)418 - 57 84 03 4 8273 Ringwade 51, 3439 LM Nieuwegein Tel.Leuven 0031IJzer (0)88weg - 335 35 sitKM 2Kleidijk - NLPhilips - 5301 Zaltbommel Nederland B-3001 B-1200 Brussel e 5, bus 15 / Ubicenter 8445 PK Heerenveen Postbus 1555, 3430 BN Nieuwegein es.nl e 60 www..deltar 0031 - B57-3001 84 03Leuv 3161(0)418 EK Rhoon Tel. 0031en (0)418 57 84 03 Tel. 0032 16 60r77 Tel. 0032 2 402 62 11 T el. 0031 (0)513 63 13 55 molenlaan 2 / Ubicenter URETEK Nederland BV Tel. 0031 (0)30 - 285 40 00 ssit e 5,0031 bus T 15 Tel. (0)10 02 00 - 503 www.besix.be el. 0032 16 60 77 60 ww.apvanden berg.com GGB W oerden Zuiveringweg 93, w 8243 PE Lelystad www.dywidag-systems.com Klipperweg 14, 6222ww PC Maastricht Leuv ww-3001 w.mosgeo.c om yst w..ballast-nedam.nl ww w..dy .d en widag-sy s ems.com 031 (0)348 5260 54 Te el. 0031 (0)320 - 256 218 Tel. 0031 (0)43 - 352 76 09 el. 0032 16-43 60 77 ign.nlom v.dy olkwidag-sy erinfradyest www.urre etek.nl www.huesk ke er.com w ..d ssems.c

IJzerweg 4 8445 PK Heerenveen Tel. 0031 (0)513 - 63 13 55 ww w.apvandenber Vierlinghstraat 17g.com 4251 LC Werkendam Tel. 0031 (0)183 40 13 11 www.terracon.nl

Kleidijk 35 3161 EK Rhoon Tel. 0031 (0)10 503 02 00 www.mosgeo.com

Silver Members 4

Topcon Sokkia Nederland De Kronkels 14 2 - NL - 5301 KM Zaltbommel 3752 LM Bunschoten-Spakenburg 0031 (0)418 - 57 84 03 Tel. 0031 33 299 IJzer 29 39weg 4 ssite 5, bus 15 / Ubicenter www.topconsokkia.nl 8445 PK Heerenveen hoon B -3001 Leuven Tel. 0031 (0)513 - 63 13 55 0)10 - 503 el. 0032 1602 6000 77 60 www.apvandenberg.com geo.c om w.dy ..d widag-syyst s ems.com

4

G EOT ECHN I EK – Januari 2016

GEOT ECH NIE K – Januari 2016

Ballast Nedam Engineering Ballast Nedam Engineering Ringwade 51, 3439 LM Nieuwegein Ringwade 51, 3439 LM Nieuwegein Postbus 1555, 3430 BN Nieuwegein Postbus 1555, 3430 BN Nieuwegein Tel. 0031 (0)30 - 285 40 00 Tel. 0031 (0)30 285 40 00 www..ballast-nedam.nl www.ballast-nedam.nl

4

Klipperweg 14, Tel. 0031 ( www.h

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

URETEK Benelux BV Zuiveringweg 93 8243 PE Lelystad Tel. 0031 (0)320 25 62 18 www.uretek.nl

Ballast Ne Ringwade 51, Postbus 1555, Tel. 0031 www..ba


Members Mede-ondersteuners Mede-ondersteuners

Silver Members 11 Cofra BV SBRCURnet

Kwadrantweg 9 Postbus 516 1042 AG Amsterdam 2600 AM CoDelft fra BV Postbus 20694 Tel. 0031 (0)15 303 05 900 Kwad rant weg 1001 NR Amsterdam www.sbrcurnet.nl 1042 AG Amsterdam Tel. 0031 (0)20 - 693 4596 Postbus 20694 www.cofra.nl Associate 1001 Members NR Amsterdam Geobe be est (0)20 BV - 693 4596 Tel. 0031 Geobest PoBV swtbus ww .cofr427 a.nl Marconiweg 2 Mijdrecht 3640 AK Geobe be est BV 4131 PDTel. Vianen 0031 (0)85 - 489 0140 Postbus 427 Tel. 0031 ww(0)85 w.geobest.nl ..g 489 01 40 3640 AK Mijdrecht www.geobest.nl Tel. 0031 (0)85 - 489 0140 www.geobest.nl ..g

Lankelma Geotechniek Members Zuid BVAssociate Members Postbus 38 5688 ZG Oirschot Associate Members Members Tel. 0031 (0)499 57 85 20 www.lankelma-zuid.nl

Lankelma Geotechniek PAOTM Zuid BV

Lameire Geomil Equipment BV Funderingstechniek NV

Va an ‘t Hek Gro oep BAUER Funderingstechniek

Tel.™ (0) 172 449 822 ™0031 JLD Cont racting BV, Edam www.abo-group.eu ™Tjaden BV, Heerjansdam ™

www.bodembouw.nl ™ ™Votquenne Foundations NV, Dadizele (B)

Postbus 88 Westbaan 240 Rendementsweg 15 1462 ZH Middenbeemster Industrielaan 4 2841 MC Moordrecht 3641 SK‘tMijdrecht Lameire Va an Hek Gro oep Tel. 0031 (0)299 31 30 20 9900 Eeklo Tel.Funderingstechniek 0031 (0)172 427 800 NV Tel.P0031 (0)297 ostbus 88 231 150 www.vanthek.nl Tel. 0032 (0) 9 379 72 77 www.geomil.com www.bauernl.nl 1462 ZH Middenbeemster Industrielaan 4 www.lameire.be Tel. 0031 (0)299 31 30 20 9900 Eeklo www.vanthek.nl Tel. 0032 (0) 9 379 72 77 www.lameire.be NVAF SBRCURnet NVAF VanPo’tsHek Cofra BV 440 Onderwijs (PAO) tbus Groep 516 Postbus Postbus 1218 Postbus 88 Delft Postbus 2600 AM Postbus 5048 3840 20694 AK Harderwijk NVAF PoBE stAcHarderwijk ademisch a SBRCURnet 3840 1462 ZH0031 Middenbeemster 1001 NR0031 Amsterdam Tel. (0)15 - 303 0500 2600 GA Delft Tel. (0)341 456 191 Onde r(0)341 wijs (P456 AO)191 Postbus 516 440693 45 96 Tel.Tel. 0031 Tel.ww 0031 (0)299 Tel.Postbus 0031 (0)20 www.nvaf.nl rcurne31 t.nl30 20 w..sb 0031 (0)15 - 278 46 18 2600 AM Delft Postbus 5048 3840 AK Harderwijk www.funderingsbedrijf.nl www.vanthek.nl www.cofra.nl ww w..pao.tudel Tel. 0031 (0)15 - 303 0500 2600 GA Delft ft.nl Tel. 0031 (0)341 456 191 www.nvaf.nl www..sbrcurnet.nl Tel. 0031 (0)15 - 278 46 18 Geomet BV BodemBouw BV ™ ™  Leide r dorp In s truments BV, Leide r dorp ™  Geomil Equipment BV, Moo r d r echt www..pao.tudel ft.nl powered by ABO-Group Veghelse Dijk 2-E ™ ™VTE otquenne ™ ™  JLD Cont r acting BV, Edam Curieweg 19 5406 Uden Foundations NV, Dadizele (B) ™ ™  Tjaden BV, Heerjansdam 2408 BZ Alphen a/d RijnBV, Moordrecht Tel.™ 02 ™0031 Leide(0)85 rdorp877 Ins20 truments BV, Leiderdorp ™Geomil Equipment Postbus 5048 Postbus 38 2600 GA Delft Geotechniek Lan kelma 5688 ZG Oirschot Tel.Zuid 0031B(0)15 278 46 18 V Tel. 0031 (0)499 - 57 85 20 www.paotm.nl Postbus 38 www..lankelma-zuid.nl 5688 ZG Oirschot Tel. 0031 (0)499 - 57 85 20 Poswt..lan Aca ademisch ww kelma-zuid.nl

Colofon

GEOTECHNIEK GE OTECHNIEK JAARGANG J AARGANG 20 – N NUMMER UMMER 1 Januari 2016 GEOTECHNIEK GE OTECHNIEK JAARGANG J AAR GANG 20 –N NUMMER UMMER 13 Geotechniek is21 een informatief/promotioneel Augustus 2017 Januari 2016vaktijdschrift dat beoogtkennis en ervaring onafhankelijk uit te wisselen, inzichtte bevorderen en belangstelling Geotechniek is een eeninformatief/promotioneel informatief/promotioneel onafhankelijk voor het gehele geotechnische te kweken. onafhankelijk vaktijdschrift datvakgebied beoogtkennis vaktijdschrift dat beoogtkennis en ervaring uitenteervaring wisselen, inzicht uit te wisselen, inzichtte bevorderen en belangstelling teobevorderen en Carolinabrug belangstelling het gehele geotechnische foto Paul Bakker © C ver: Fundering invoor Suriname, voor het gehele geotechnische vakgebied te kweken. vakgebied te kweken. Cover: Fundering Carolinabrug in Suriname, foto Paul Bakker © Uitgever/bladmanager Redactieraad Uitg Uitgever/bladmanager ever/bladmanager Redactieraad Redactie raad Heeres, dr. ir. O.M. Coverfoto: Uitgeverij Educom BV Alboom, ir. Jonker, ing.mw. A. Ir. I. ir. G. G. van van Uitg everij Edu com BV Hergarden, Toepassingsmogelijkheden R.P.H. Diederiks Bles, T.J.ir. V. van Lengkeek, Beek,ir.mw. R. P.H. Diederiks Jonker, ing. ir. A.A. Uitg Uitgever/bladmanager ever/bladmanager Redactieraad Redactie raad Heeres, dr.ing. ir. O.M. voor continue Bogaards, J. Ir. D. Rooduijn, Bouwmeester, Lengkeek, ir. A.M.P. Alboom, ir. G. van Uitg ev erij Edu c om BV Hergarden, mw. Ir. I. Redactie glasvezelmonitoring bij Broeck, ir. M. van den Smienk, ing. E. Redactie Brassinga, ing. H.E. Rooduijn, M.P. Beek, mw. ir. V. van R. P .H. Diederiks Jonker, ing. A. dijken - Betere Bles, ir. T.J.ir. V. van Dalen, J.H. Spierenburg, ir. S. Beek, mw. Broeck,ir.ir. M. van van den Schippers, ing.dr. R.J. Bouwmeester, Ir. D. Lengkeek, ir. A. Bogaards, J. Deen, dr. J.K. van Storteboom, detectiemogelijkheden van Brassinga, ing. H.E. Brouwer, ir. J.W.R. Smienk, ing. E.O. Redactie Brassinga,R.P.H. ing. H.E. Rooduijn, M.P. Broeck, ir. ir. M. van den Diederiks, Vos, mw. ing. ir. M. Broeck, Dalen, ir. J.H. van begin van lokaal falen Spierenburg, dr.de ir. S. Beek, mw. ir. V. van Broeck, ir. M. van den Schippers, ing. R.J.der Diederiks, R.P.H. R.P.H. Duijnen, van Velde, ing. E.O.van Diederiks, Deen, dr.ing. J.K.P.van Storteboom, Brassinga, ing. H.E. Brouwer, J.W.R. Smienk, ing.A.E. Lengkeek, Graaf, ing.ir. H.C. van de Verweij, Heeres, dr. ir. ir.A. O.M. Diederiks, R.P.H. Vos, mw. ir. ir. M. de Broeck, ir. M. van den Dalen, ir. J.H. van Spierenburg, dr. Meireman, ir. P. Ir. I. Grotegoed, D.van Zandbergen, ing.ir. D.S. Hergarden, mw. Duijnen, ing.ir.P. Velde, ing. E. van der Diederiks, R.P.H. Deen, dr. J.K. van Storteboom, O. Verweij, ir. ir. A. A. Gunnink, Lengkeek, Graaf, ing.Drs. H.C.J.van de Heeres, dr. ir. O.M. Diederiks, R.P.H. Vos, mw. ir. M. de Zandbergen, Meireman, ir.ing. P. D. Gunnink, Drs. J. Hergarden, mw. Ir. I. Duijnen, ing. P. van Velde, ing. E. van der Lengkeek, ir. A. Graaf, ing. H.C. van de ir.m P. D Distributie istriibutie van van a G Geotechniek eotechniek iin n BelgiëMeireman, wo wordt rd dt m mede ede mogelijk ogelijk ge gemaakt maaGunnink, kt doo door: r: Drs. J. ABEF A ABEFvzw vzw SMARTGEOTHERM Belgische Vereniging Info : WTCB, ir. Luc François Belgische Vereniging Vereniging Aannemers Lombardstraat 42, 1000 Brussel werken A annemersFunderingswerken Funderings u Aannemers Funderingswerken ABEF A ABEFvzw vzw SMARTGEOTHERM Cuypersstraat Tel. +32 11 22 50 65 LPriester ombardst raat 34-42 3 Lombardstraat Belgische Vereniging Info : WTCB, Belgische Vereniging Vereniging ir. Luc François 1040Bru Brussel info @bbri.be 1000 ssel Brussel Aannemers Funderingswerken Lombardstraat 42, 1000 Brussel werken A annemers Funderings u Aannemers Funderingswerken Secretariaat: www.smartgeotherm.be ww w.ab . ef..be www.abef.be Cuypersstraat 3 Tel. +32 11 22 50 65 LPriester omba r dst r a a t 34-42 Lombardstraat erwin.dupont@telenet.be 1040Bru Brussel info@bbri.be 1000 ssel Brussel Secretariaat: www.smartgeotherm.be 5 ww w .ab . e f..be www.abef.be GEOTECHNIEK Augustus 2017 GEOT ECH NIE K – Januari 2016 5

D Distributie istriibutie van van a G Geotechniek eotechniek iin n België wo wordt rd dt m mede ede m mogelijk ogelijk ge gemaakt maakt doo door: r:

erwin.dupont@telenet.be

Colofon

Geotechniek G eo e techniek k iiss n een ui uitgave itgave va van U itg geve i iek E d om BV BV Uitgeverij Educom Geotechniek techrnij isco G eo e k uis nn347 Mathe va een ui ine tgsse averlaa uitgave van m BV 3023 GB R U itg geve rij iotte E druda co om BV Uitgeverij Educom Educom

6544 T el. 0031 (0)10 - 425 Mathenesserlaan 347 7 Mathe nesserlaan 34 Fax 0031 (0)10 - 425 7225 3023 GB Rotterdam otterdam 3023 GB R info@uitgeverijeducom.nl Tel. (0)10 425654 6544 0 --425 4 T el. 0031 (0)1 www.uiitgeveriijeducom.nl F ax 0031 (0)10 - 425 7225 info@uitgeverijeducom.nl in fo@uitgeverijeducom.nl www.uitgeverijeducom.nl www.uiitgeveriijeducom.nl

Leze rsservice Lezersservice Lezersservice Adresmutaties doorgeven via Adresmutaties doorgeven info@uitgeverijedu com.nl via Leze rsservice Lezersservice info@uitgeverijeducom.nl Adresmutaties doorgeven via © Copyright infoev uitg ecvom erijedu @ Uitg erij Edu BV com.nl © Copyrights Januari 2016 Uitgeverij Educom Niets uit deze uitgave mag © Copyright Augustus worden ge2017 reprcodu eerd met Uitg everij Edu omcBV Niets deze uitgave mag welkeuit methode dan ook, zonder Januari 2016 schriftuit elij ke toe stemming van de Niets deze uitga ve mag worden gereproduceerd met uitg ever.ge ©rep ISSN 1386 -d2758 w o r den r odu c ee r met welke methode dan ook, zonder welke methode dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de schriftelijke toestemming van de uitgever. uitgever. © © ISSN ISSN 1386 1386 -- 2758 2758

BGGG Belgische Groepering voor Grondmechanica BGGG en Geotechniek Belgische Groepering7 c/o BBRI, Lozenberg voor Grondmechanica 1932 Sint-Stevens-Woluwe en Geotechniek bggg @skynet.be c/o BBRI, Lozenberg 7 1932 Sint-Stevens-Woluwe bggg@skynet.be


‘We creating tools that move your business are ready 80 Years

of experience

to support you into the future’

Vanetesten met het Icone systeem

The CPT factory

Sondeerbuizenschroever: gemakkelijk, snel en ergonomisch Icone Vane verantwoord

Al ruim 42 jaar is A.P. van den Berg de innovatieve en betrouwbare partner als het gaat om bodemonderzoekapparatuur voor een slappe bodem. A.P.puntdruk van den Berg Naast de vier standaard parameters (qc ), loopt voorop in het ontwikkelen en wereldwijd vermarkten van nieuwe geavanceerde sondeeren monstersteeksystemen die uitblinken in betrouwbaarheid kleef (fs ), waterspanning (u) en helling (lx/y) kunnen extra • en gebruiksgemak. Vanworden verscheidene landsondeersystemen parameters gemeten met de gebruiksvriendelijketot multifunctioneel apparatuur voor het gebruik op zee totvoor waterdieptes wel module 4000 meter enautomatisch van uitgebreide servicepakketten tot digitale meetsystemen modules de Icone.van Iedere wordt waarmeedoor de bodemgegevens via een kabel optische worden getransporteerd, ze behoren • herkend het meetsysteem, zodat u flof exibel kuntlichtsignalen werken. allemaal tot het leveringspakket van A.P. van den Berg.

bepalen van ongedraineerde en geroerde schuifsterkte zowel onshore als offshore (tot 4000 m waterdiepte) De Iconeaan Conductivity, Icone Veelmodules aandachtIcone wordtSeismic, geschonken de arbeidsomstandigheden van de sondeermeester. Zo heeft A.P. van • nauwkeurig: koppelopnemer & ‘If it is aandrijving dichtbij de vin Magneto ensondeerbuizenschroever Icone Vane zijn beschikbaar, waarvan deieder laatste den Berg de ontwikkeld, die in sondeerapparaat kan worden geïntegreerd. excellence en digitale data-overdracht Met de buizenschroever wordt het op- en afschroeven van de sondeerstreng efficiënter uitgevoerd. De hiernaast wordt uitgelicht. are after, Het doorrij- • stevig beschermhuis buizenschroever komt het meest tot zijn recht in combinatie met een you draadloos meetsysteem. Interesse? gen van de conuskabel behoort dan tot het verleden. Voor de sondeermeester betekent dit een aanzienlijke • diepere vanetest direct mogelijk, then experience vermindering van de fysieke inspanning en het voorkomen van een versnelde slijtage van de gewrichten. zonder bovengronds prepareren makes Neem contact met ons op! Aandacht voor de arbeidsomstandigheden is voor alle betrokkenen van groot belang en is zijn investering the difference’ dubbel en dwars waard. A.P. van den Berg Ingenieursburo bv Tel.: 0513 631355 info@apvandenberg.nl info@apvandenberg.nl Tel.: 0513 631 355 A.P. van den Berg Ingenieursburo b.v. Postbus 68, 8440 AB Heerenveen Fax: 0513 631212 www.apvandenberg.nl Postbus 68, 8440 AB Heerenveen

Fax: 0513 631 212

APB CPT Ad Geotechniek Vanetesten 216x138 05072017 fin.indd 1

www.apvandenberg.nl

6-7-2017 11:54:17

Geokunst wordt mede mogelijk gemaakt door: www.diesekogroup.com/rental

TE HUUR: EEN OPLOSSING, ALTIJD. nAue GmbH & Co. kG Bonar BV Gewerbestr. 2 Westervoortsedijk 73 32339 Espelkamp-Fiestel – Germany 6827 AV Arnhem OVERAL. Tel. +49 5743 41-0 Tel. +31 (0) 85 744 1300

De collectieve leden van de nGo zijn:

Naue GmbH & Co. KG, Baggermaatschappij Boskalis BV, Espelkamp-Fiestel Papendrecht Ooms Civiel BV, Avenhorn Bonar BV, Arnhem Prosé Kunststoffen BV, Ceco BV, Maastricht Leeuwarden Cofra B.V., Amsterdam Quality Services BV, Bennekom Deltares, Delft Robusta BV, Genemuiden Fugro GeoServices BV, Fax +49 5743 41-240 Fax +31 (0) 85 744 1310 SBRCURnet, Rotterdam Leidschendam info@naue.com info@bonar.com T&F Handelsonderneming BV, Geopex Products (Europe) BV, www.naue.com www.bonar.com Oosteind Gouderak Ten Cate Geosynthetics Hero-Folie B.V., Zevenaar Netherlands BV, Nijverdal InfraDelft BV, Delft Tensar International, Intercodam Infra BV, Almere ’s-Hertogenbosch Kem Products NV, Terre Armee BV, Waddinxveen Heist op den Berg (B) Van Oord Nederland BV, Gorinchem Kiwa NV, Rijswijk RENTAL FLEET: tenCate Geosynthetics teXIon Geokunststoffen nV Voorbij Funderingstechniek BV, Kwast Consult, Houten Trilblokken tot 500 kgm Hoge Dijkje 2 Admiraal de Boisotstraat 13 Amsterdam Movares Nederland BV, Utrecht 7442 AE Nijverdal Power Units tot 3200 l/min B-2000 Antwerpen – Belgium VIBRATORY FOUNDATION EQUIPMENT Vibroflots - DOP pompen SALES - RENTAL - CONSTRUCTION - SERVICE Tel. +31 (0)546-544 811 Tel. +32 (0)3 210 91 91 Fax +31 (0)546-544 470 Fax +32 (0)3 210 91 92 NIEUW: Lelystraat 49 geonederland@tencate.com www.texion.be Power Units met i-Timer 3364 AH Sliedrecht N71 Cover_Opmaak 1 02-09-13 09:48 Pagina 2 www.tencate.com/geonederland www.geogrid.be stop-start systeem te huur T: +31 184 410 333 Advert_Enkadrain_208x134mm_02_NL.pdf 1 01-10-13 09:30

1x formaat 208(b)x 134(h)


Inhoud 3 Van de redactie - 30 SBRCURnet - 40 In Memoriam - 50 The Magic of Geotechnics

GEOTECHNIEK Onafhankelijk vakblad voor het geotechnische werkveld

8

16

Monitoring Sluizen IJmuiden levert verrassende resultaten Ir. H.R. Havinga / Ir. J. Brinkman / Ir. E.C.A.N. Valckenier von Geusau

Toepassingsmogelijkheden voor continue glasvezelmonitoring bij dijken - Betere detectiemogelijkheden van begin van lokaal falen dr.ir. A.R. Koelewijn / drs.ing. F.P.W. van den Berg ir. L.E.B. Saathof

24 Doorlatendheidsonderzoek met de HPT-sondering en MPT Mini-Pompproeven - Vergelijking van de Hydraulic Profiling Tool en Mini-Pompproef met traditionele meetmethoden

32

Het effect van een slepend anker op een bodembescherming van stortsteen S. Crum / M.L.E.B. van der Hoeven / L.P.H.C. Krouwel H.J. Verhagen

drs. B.M. Berbee / ir. G.R.P. van Goor / dr. E. Martac

41

MINI-SPECIAL

Jongerenforum 2017/ Prijs Hubert Raedschelders 2017

GEOKUNST Onafhankelijk vakblad voor gebruikers van Geokunststoffen

56

60

Ontlastingsconstructies met gewapende grond kans voor ontwerp kunstwerken Ing C. Brok

Spelen met geokunststof 6; NGO-workshop 13 april 2017: aardbevingsbestendig bouwen met geokunststoffen dr. ir. S. van Eekelen / ing. P. van Duijnen / dr. ir. S. Slob ir. W. Voskamp / drs. ing. E. W. Vastenburg / ir. J. van den Berg

7

GEOTECHNIEK - Augustus 2017


Ir. H.R. Havinga Senior adviseur Deltares, Delft

Monitoring Sluizen IJmuiden levert verrassende resultaten

Ir. J. Brinkman Expert geotechniek Deltares, Delft

Ir. E.C.A.N. Valckenier von Geusau Projectleider GeoMonitoring, Iv-Infra B.V., Sliedrecht

Introductie Achtergrond Na bijna honderd jaar wordt de Noordersluis in IJmuiden vervangen om ook grotere schepen door te laten. De nieuwe zeesluis wordt 70 m breed, 500 m lang en 18 m diep. De bouw is begin 2016 gestart. Eind 2019 moeten de eerste schepen door de nieuwe sluis varen. Door Rijkswaterstaat is jarenlang gewerkt aan de voorbereiding van de aanleg van de nieuwe zeesluis bij IJmuiden. Het project is op de markt gebracht als Design, Build, Finance and Maintain (DBFM)-contract. OpenIJ (een consortium van BAM-PGGM en Volker Wessels-DIF) heeft van Rijkswaterstaat de opdracht gekregen voor de bouw van de nieuwe zeesluis bij IJmuiden. De nieuwe sluis wordt gebouwd tussen de bestaande Noordersluis en Middensluis (zie Figuur 1). Deze twee sluizen moeten blijven functioneren gedurende de bouw van de nieuwe sluis. In dit kader zijn door de expertgroep Ondergrond Constructie, bestaande uit prof. ir. A.F. van Tol, prof. dr. ir. J.C. Walraven en ir. F.J. Remeij, voor onderdelen van de Noordersluis en de Middensluis grenswaarden voor horizontale en verticale verplaatsing opgesteld die niet mogen worden overschreden tijdens de bouw. Om inzicht te krijgen in de bandbreedte van de horizontale en verticale verplaatsingen van de Noordersluis en Middensluis als gevolg van het reguliere schutbedrijf en mogelijke andere invloeden is door Deltares voor RWS een monitoringsplan opgezet voor de twee bestaande sluizen. Deltares heeft de monitoring van de sluizen voorbereid en begeleid. De monitoring is gedurende de periode december 2014 – november 2015 uitgevoerd door de monitoringsaannemer Advin / Iv-Infra v.o.f. De meetresultaten zijn op-

Figuur 1 - Situatie voor aanleg nieuwe zeesluis.

Tabel 1 - Raakvlakeisen (grenswaarden) constructies voor bouwperiode nieuwe sluis (uitvraag DBFM-contract). Constructieonderdeel Zuidelijke kolkwand Noordersluis

Sluishoofd Noordersluis

Cassetteblok Noordersluis

Middensluis (wand en sluishoofd)

Horizontale verplaatsing

30 mm (naar noorden) 15 mm (naar zuiden)

10 mm

30 mm

20 mm

Verticale verplaatsing

5 mm

5 mm

10 mm

10 mm

Raakvlakeis

geleverd in een rapportage die als meet-informatie aan het contract is toegevoegd. Monitoringsplan In Figuur 1 is de huidige situatie van het sluizencomplex in IJmuiden weergegeven. De Nieuwe Zeesluis (NZS) zal tussen de Noordersluis (NS) en de Middensluis (MS) worden aangelegd. Hierbij wordt het Middensluiseiland (MSE) doorsneden en wordt een deel van het Zuidersluiseiland verwijderd.

8

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

Door de expertgroep Ondergrond en Constructies was eerder, in periode 2012-2013, uitgezocht op welke wijze de bestaande constructies kunnen worden beĂŻnvloed door de aanleg van de nieuwe sluis. Hierbij zijn aan te houden grenswaarden (raakvlakeisen) voor de deformatie van constructieonderdelen van de Noordersluis en Middensluis bepaald (zie tabel 1). Om de grootte van de huidige natuurlijke beweging van de Noordersluis en Middensluis te


Samenvatting

In IJmuiden wordt tussen de bestaande Noordersluis en Middensluis een nieuwe zeesluis gebouwd. Tijdens de bouw moeten de bestaande sluizen blijven functioneren. Daarom zijn eisen aan de verplaatsingen van deze sluizen gesteld. Om inzicht te krijgen in de verplaatsingen als gevolg van het reguliere schutbedrijf en andere invloeden zijn de sluizen een jaar lang gemonitored.

bepalen zijn de volgende objecten gedurende een jaar gemonitord: • Noordersluis: - Kolkwanden. - Cassetteblokken. - Binnen- en buitenhoofd. • Middensluis: - Kolkwanden. - Binnen- tussen- en buitenhoofd. - Bewegingswerkkelders. - Vleugelwanden.

Dit artikel gaat in op de inrichting en resultaten van de monitoring. De uit de metingen volgende verplaatsingen zijn verrassend groot. In een correlatiestudie is naar verbanden tussen actoren (waterstanden, meteo) en verplaatsingen gezocht. De nauwkeurigheid van de gebruikte meetsystemen is geanalyseerd.

stelling is afhankelijk van de meetapparatuur en de posities van de meetapparatuur t.o.v. meetpunten en referenties.

De beweging van deze objecten zal hoogstwaarschijnlijk een relatie hebben met waterstanden en weersinvloeden. Daarom zijn de volgende gegevens gemeten:

Aan de monitoringsaannemer zijn daarbij door Deltares de volgende eisen gesteld: 1 De opstelpunten van de total stations zijn vast verankerd en onveranderlijk gedurende de looptijd van het project 2 De opstelpunten van de total stations zijn geschikt om een zogenaamde dwangcentrering uit te voeren; hierbij kan op de positie van een Total Station ook een prisma worden bevestigd opdat de onderlinge posities van Total Station en prisma gevalideerd kunnen worden; eventueel kan er ook onder of boven het Total Station een prisma (360° prisma) worden gemonteerd voor deze verificatie 3  De nauwkeurigheid van de meetopstelling wordt berekend. Uit deze berekening volgen: - De standaardafwijking per meetpunt in

- De waterstanden op de Noordzee, het Noordzeekanaal en in de sluiskolken - Meteo: Dit betreft de luchtdruk, luchttemperatuur, windsnelheid en -richting en neerslag - Watertemperatuur - Grondwaterstanden en stijghoogten. Eisen aan opstelpunten en nauwkeurigheid metingen De verplaatsingsmetingen zijn vanwege de vereiste meetfrequente en nauwkeurigheidseisen uitgevoerd met behulp van total stations. De meetnauwkeurigheid bij een total station op-

x, y en z-richting. -  De maximale coördinaatverandering t.g.v. een fout ter grootte van de grenswaarde. De grenswaarde is de maximale fout die met een kans van 80% kan worden gevonden door de geometrische structuur van de meetopzet. 4  De bewegingen van meetpunten moeten worden berekend en vastgelegd t.o.v. de referentie. Als referentie geldt het midden van het Noordersluiseiland voor de metingen aan de Noordersluis en het midden van het Zuidersluiseiland voor de metingen aan de Middensluis. Dit zijn voor beide sluizen de meest “vaste” locaties aan de zijde van de sluizen waar niet wordt gebouwd. Op deze referentielijnen moeten minimaal 3 meetpunten op vaste referenties worden gemonteerd. Als referentie kunnen gefundeerde gebouwen of in de grond geïnstalleerde palen worden gebruikt.

Tabel 2 - Eisen aan continu meting Monitoring parameter

Aantal

Meetfrequentie

Nauwkeurigheidseis

Door

Horizontale deformatie

71

1* per uur

Max. standaardafwijking 1,0 mm

Monitoring Aannemer

Verticale deformatie

71

1* per uur

Max. standaardafwijking 1,0 mm

Monitoring aannemer

Waterstand Noorzeekanaal

1

1*per uur

0,01 m

RWS

Waterstand kolk Noordersluis

1

1*per uur

0,01 m

Monitoring aannemer

Waterstand kolk Middensluis

1

1*per uur

0,01 m

Monitoring aannemer

Waterstand Noordzee

1

1*per uur

0,01 m

RWS

Camera opname Middensluis

1

1*per uur

Full HD 1920*1080 pixels

Monitoring aannemer

Camera opname Noordersluis

1

1*per uur

Full HD 1920*1080 pixels

Monitoring aannemer

Meteo (luchttemperatuur, luchtdruk, wind, neerslag)

Resolutie: - Temp: 0,1 graad - Barometer: 0,1 hPa - Wind: 0,5 m/s - Neerslag: 0,2 mm

1

1* per uur

Peilbuizen

4 (2 per kolk)

1* per uur

0,01 m

Monitoring aannemer

Watertemperatuur kolk Middensluis en Noordersluis

2 (1 per kolk)

1* per uur

0,5 graad

Monitoring aannemer vanaf eind 2014

9

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

Monitoring aannemer


Figuur 2 - Constructie Noordersluis met locatie meetpunten. In tabel 2 is een overzicht van de monitoring gegeven. Figuur 2 is de constructietekening van de Noordersluis, met daarin aangegeven de locatie van de meetpunten. Naast de continu meting zijn eisen gesteld aan metingen op speciale meetdagen. Op deze dagen wordt met een hogere frequentie van éénmaal per kwartier gemeten. Aanleg Monitoring Eind oktober 2014 is door Advin / Iv-Infra v.o.f. begonnen met de opbouw van de monitoringssystemen voor de Noorder- en de Middensluis. De tachymetrische meetsystemen bestonden uit respectievelijk 7 en 4 Total Stations. De Total Stations waren op de sluisplateau’s opgesteld op meetpalen en waren voorzien van een prisma bovenop, om de Total Stations elkaars positie te kunnen laten inmeten. Tevens werden er koppelpunten tussen de Total Stations voorzien, om een nog betere onderlinge relatie tussen de Total Stations te krijgen. Op beide sluizen stond een centrale PC, waaruit de Total Stations middels radiomodems werden aangestuurd door middel van het softwarepakket GeoMoS. Elk uur voerden de Total Stations een meetronde uit, waarbij de data werd opgeslagen op de centrale PC. De geregistreerde meetdata werden vervolgens per meetronde vereffend met de geodetische netwerkvereffeningssoftware Move3. Door de resultaten van al deze vereffeningen te vergelijken met de coördinaten van de nulmeting, konden de verplaatsingen ten opzichte van de nulmeting in beeld worden gebracht.

Figuur 3 - Verplaatsing in X-richting op het zuidelijke cassetteblok bij het binnenhoofd.

De meteogegevens werden verzameld door een datalogger, waar de verschillende meteo-sensoren op waren aangesloten. De verschillende waterstandsmetingen werden uitgevoerd met behulp van divers en met door RWS verzamelde data. Tevens werd op beide sluiscomplexen een aan het internet verbonden camera geïnstalleerd, welke elk uur op een aantal voorgeprogrammeerde posities foto’s namen. Zodoende was inzichtelijk of er extra belastingen op de sluisplateau’s aanwezig waren, ten tijde van de meetrondes. Monitoringsresultaten Verplaatsingen cassetteblok Figuur 3 geeft een voorbeeld van de gemeten verplaatsingen gedurende de maand augustus. Het betreft de verplaatsing in X-richting parallel met de sluis (ongeveer richting oost) van de

punten op het zuidelijk cassetteblok aan de zijde van het Noordzeekanaal. Figuur 4 en 5 tonen de verplaatsing in Y loodrecht op de sluis (ongeveer richting noord) en Z-richting (verticaal) van deze zelfde punten. De verplaatsingen zijn gerelateerd aan de nulmeting. De nulmeting

10

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

is de gemiddelde locatie (x,y,z) op 28 november 2014. Uit de meting blijkt dat er binnen de maand augustus een variatie van X-richting van +/- 3 mm op kan optreden. In de Y-richting zijn de variaties vergelijkbaar. In de Z-richting lijken de variaties iets kleiner.


MONITORING SLUIZEN IJMUIDEN LEVERT VERRASSENDE RESULTATEN

Figuur 5 - Verplaatsing in Z-richting op het zuidelijke cassetteblok bij het binnenhoofd

Figuur 4 - Verplaatsing in Y-richting op het zuidelijke cassetteblok bij het binnenhoofd.

Tabel 3 - Sterke correlaties Noordersluis periode december 2014 t/m februari 2015 (meetfrequentie verplaatsingen 1x per uur). Verplaatsing in Richting

Temperatuur Noordersluis

Temperatuur Middensluis

N02

X

-0,62

-0,65

N03

X

-0,67

-0,67

N12

Z

-0,62

-0,66

N13

X

N17

Z

0,67

0,67

N22

X

0,64

0,66

N22

Z

0,65

0,63

N35

X

0,67

0,64

N36

X

0,63

N37

X

0,78

0,80

N37

Y

-0,66

-0,68

N38

Z

-0,81

-0,82

1001

Y

0,62

0,63

1001

Z

-0,80

-0,79

1003

Z

-0,62

-0,62

1005

Y

-0,61

Meetpunt

Voor andere meetpunten op de Noordersluis zijn vergelijkbare variaties gevonden. De variaties van de verplaatsing in de meetpunten op de Middensluis zijn vaak iets kleiner. Door de expertgroep is op basis van haar analy-

0,61

ses van te voren een veel kleinere variatie ingeschat. Het cassetteblok is een stijve constructie op veel palen. De constructie wordt niet door sterk wisselende waterstanden belast. De gemeten variaties in de verplaatsingen zijn daarom verrassend groot.

11

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

De vraag is of er een verklaring gevonden kan worden voor de variaties in de verplaatsingen van de meetpunten. Hiervoor zijn de volgende mogelijke verklaringen onderzocht: -  Fysieke verklaringen (invloed van waterstanden, meteo) - Meetkundige verklaringen (nauwkeurigheid van metingen) Onderzoek verplaatsingen Correlaties Om de relatie tussen verplaatsingen en de meteogegevens en waterstanden te analyseren is een rekentool (excel-sheet) gebouwd. Met deze tool is de correlatie tussen de verplaatsing van een meetpunt en een meteogegeven of waterstand berekend. Voor de meetperiode december 2014- februari 2015 en voor de meetdag 27 februari zijn alle correlaties berekend. Op de meetdag zijn de metingen met een hogere frequentie, namelijk 4 maal per uur, uitgevoerd. Het doel van deze analyses is om eventuele verbanden tussen actoren (meteo,waterstanden, grondwaterstanden) en verplaatsingen op te sporen. De correlatie is berekend voor de verplaatsingen van de meetpunten en standplaatsen in relatie tot de volgende actoren: - Gemiddelde luchttemperatuur (GLT) - Gemiddelde luchtdruk (GLD) - Gemiddelde luchtvochtigheid (GLV) - Minimale windsnelheid - Maximale windsnelheid - Gemiddelde windsnelheid


- Overheersende windrichting - Neerslag - Cumulatieve neerslag - Waterstand Noordersluis-Oost(kanaalwaterstand) - Waterstand Noordersluis-West(buitenwaterstand) - Buitenwaterstand - Waterstand Noordersluis - Waterstand Middensluis - Temperatuur (water) Noordersluis - Temperatuur (water) Middensluis - Grondwaterstanden of stijghoogten in peilbuizen B16.1 t/m B16.4 en B28.1 t/m B28.3 N.B. de buitenwaterstand is op 2 verschillende locaties gemeten.

Het volgende onderscheid is gemaakt naar de sterkte van de correlatie:

Voor de periode december 2014 t/m februari 2015 Noordersluis is een sterke correlatie gevonden tussen de verplaatsing (x of y) en de watertemperatuur in de Noordersluis of Middensluis (tabel 3). Ook bij de Middensluis zijn sterke correlaties gevonden met de actoren temperatuur (water) van de Noordersluis en Middensluis. De sterke correlatie wordt veroorzaakt doordat de temperatuur van het water in deze maanden zakt, terwijl de verplaatsingen van de punten in tabel 2 een duidelijke richting (toe of afname) vertonen. Wiskundig gezien is er dan een sterke correlatie. Omdat de correlatie zowel positief als negatief is en er bij andere meetpunten geen sterke correlatie is gevonden is er geen fysische betekenis voor deze gevonden sterke correlaties. Bij de HoogFrequente meting op 27 februari 2015 zijn voor de Noordersluis de in tabel 3 vermelde sterke correlaties gevonden. Opvallend is het groot aantal sterke correlaties dat bij de HF-meting wordt gevonden tussen de verplaatsingen en GLT(luchttemperatuur), GLV (luchtvochtigheid) en GLD(luchtdruk). De correlaties zijn echter niet eenduidig en niet bij alle meetpunten aanwezig. Daarom hebben ze geen fysische betekenis.

De enige sterke correlatie die wel een fysische betekenis heeft bij de HF-meting is de correlatie tussen de verplaatsing in y-richting van de meetpunten N07 en N08 en de buitenwaterstand en waterstand Noordersluis west. N07 heeft in y-richting ook een sterke correlatie met de waterstand in de Noordersluis. Deze correlaties zijn te verklaren doordat een hoge waterstand in de kolk een hogere druk tegen de kolkwanden geeft en daarmee een verplaatsing in y –richting (van de kolk af). Bij andere meetpunten worden deze sterke correlaties niet gevonden. Het correlatieonderzoek bij de Middensluis levert vergelijkbare resultaten. Conclusies correlatieonderzoek Er zijn verschillende sterke correlaties gevon-

den. De meeste gevonden sterke correlaties zijn niet eenduidig en/of hebben geen fysische betekenis. De enige sterke correlatie met een fysische betekenis is de verplaatsing in y-richting tijdens de HF-meting van de meetpunten N7 en N8 op de noordelijke wand van de noordersluis en de buitenwaterstand, waterstand in Noordersluis en Noordersluis West. Driedimensionale vervorming kolkwanden Van de verplaatsingen die in de eerste 3 maanden (ieder uur) zijn gemeten van de Noordersluis en Middensluis zijn films gemaakt, zodat de verplaatsing in de tijd gevolgd kan worden. Deze films zijn geanalyseerd met het doel of er een patroon in de verplaatsingen te herkennen is. De verplaatsingen zijn als verplaatsingsvectoren van de meetpunten van de

Tabel 4 - Sterke correlaties bij de Noordersluis op speciale meetdag 27 februari 2015 (Hoogfrequent meting). Waterstand Noordersluis West

Waterstand Buiten

Waterstand Noordersluis

Y

0,73

0,73

0,66

N08

Y

0,66

0,66

N08

Z

N12

Z

N13

X

0,73

N13

Y

-0,66

N24

Z

N25

Z

-0,61

N31

Z

-0,63

N33

Z

-0,72

N34

Z

-0,67

N35

Z

-0,61

N36

Y

N36

Z

-0,67

N37

Z

-0,62

Meetpunt

Verplaatsing in Richting

N01

Y

N02

Y

N04

X

N04

Y

N05

X

N07

12

GLT

GLV

GLD

0,66 -0,66

0,69 -0,69

-0,61 0,62

0,67 0,68

-0,61 0,65

0,71

0,67

GEOTECHNIEK - Augustus 2017


MONITORING SLUIZEN IJMUIDEN LEVERT VERRASSENDE RESULTATEN

sluizen uitgezet, zie figuur 6. De grootte van de verplaatsingen zijn uitgezet in relatie tot de grootte van de verplaatsingen in het assenkruis. De verplaatsingen in het assenkruis zijn 10 mm. Uit de analyse van de films bleek het beeld van de metingen per uur vooral "chaotisch" in de zin dat het niet goed mogelijk is om een patroon te herkennen. Zo is er geen symmetrie in de verplaatsingen van de kolkwanden en is de verplaatsingsrichting over de lengte van de kolkwand verschillend. De conclusie is dat op basis van de meetronden van circa 15 minuten die één keer per uur werden uitgevoerd er geen consistente patronen zijn te herkennen.

Figuur 6 - Meetlijn ten noorden van de Noorderlijke Sluiskolkwand Noordersluis.

Plaatsvastheid standplaatsen en referentiepunten De standplaatsen van de Total Stations zijn, in een situatie als op de sluizen in IJmuiden, nooit geheel plaatsvast te krijgen. Elke opstelconstructie wordt beïnvloed door meteo-omstandigheden (zonnestraling, wind, etc.) en in deze specifieke situatie stonden de meetopstellingen maximaal 10m van de kolkwand af. Doordat de Total Stations echter elkaar en een aantal als vast beschouwde referentiepunten in de omgeving inmeten, kan wel elke meetronde met een hoge nauwkeurigheid hun werkelijke positie worden bepaald, waardoor het schijnbare ‘probleem’ van niet plaatsvastheid wordt opgelost.

Foto 1 - Meetlijn ten noorden van de Noorderlijke Sluiskolkwand Noordersluis

Ondanks het feit dat de referentiepunten verder van de kolk af waren aangebracht op middellijn van het Noordersluis- en Zuidersluiseiland is ook daar van een aantal punten de vraag gerezen of ze wel als volledig plaatsvast konden worden beschouwd. Het betrof hier met name 2 punten bij de Noordersluis, die nogal dicht langs het water waren aangebracht. Deze 2 punten zijn in de analyses als niet-plaatsvast beschouwd. Verband tussen kolkbreedte en waterstand in de kolk Correlatie verschilverplaatsing en waterstand 2013 Voorafgaand aan de jaarmeting zijn op 15 januari 2013 kolkwandverplaatsingen tijdens het vullen en legen van de klok van de Noordersluis gemeten. Doel van de meting in 2013 was het verkrijgen van een indicatie van de kolkwandverplaatsing ten behoeve van risicoanalyses en de specificaties van de jaarmeting. Uit deze metingen is in der tijd geconcludeerd dat er een sterke correlatie was tussen kolkwaterstand en kolkwandverplaatsing. De vraag is hoe deze

Foto 2 - Afleesunit

meting zich ten opzichte van de HF-metingen in 2015 verhoud. De meting is uitgevoerd met een TS30 Total Station en een zeer nauwkeurige meetband (foto 1 en 2) en verder is geregeld de

13

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

waterstand in de kolk geregistreerd. In figuur 7 staan de locaties van de 2013 meting waarbij, locatie Xn overeenkomt met die van N7, locatie Xz2 overeenkomt met die van N22 en de locatie


Figuur 7 - Locaties meting Noordersluis op 15/01/2013

Figuur 8 - Verschilverplaatsing Loodrecht op de kolkwand van de Noordersluis op 15/01/2013.

waar in 2013 is gemeten, het verschil in Y verplaatsing over de kolk, tussen de punten N7 en N22 en tussen N7 en N24, de waterstand in de kolk en de buitenwaterstanden weergegeven. Uit het beeld van figuur 9 lijkt dat er een goede correlatie bestaat tussen de beide verschilverplaatsingen en de waterstanden in de kolk / het getij. Het vullen en legen van de kolk is een relatief kortdurend proces (orde enkele minuten). Omdat de meetcyclus langer duurt dan het vullen of legen van de kolk is de relatie tussen de verplaatsingsmetingen en de waterstand in de kolk niet nauwkeurig vast te stellen. Om toch een relatie tussen de verplaatsingsmetingen en waterstand in de kolk te leggen is ervoor gekozen de maximale bandbreedte in waterstand en verplaatsing over de gehele dag te beschouwen. De bandbreedte in schutpeil was 1,72 m. De bandbreedte van het halve verplaatsingsverschil tussen de punten N7 en N22 was 2,9/2=1,45 mm en tussen N7 en N24 2,5/2=1,25mm, dus gemiddeld 1,35 mm. Door het maximale verplaatsingsverschil te delen door het maximale waterstandverschil wordt een maat voor de relatie tussen verplaatsing en waterstand verkregen: 1,35 mm/ 1,72 m = 0,78 mm/m. Als naar de verplaatsingen van de individuele punten wordt gekeken, zie figuur 10 blijkt verplaatsingsbandbreedte over de gehele dag in Y-richting van Punt N7 2,8 mm, en die van de N22 en N24 slechts 1,4 mm. Dit verschil is met de meetopstelling in 2013 niet waargenomen aangezien toen alleen verschilverplaatsingen zijn gemeten.

van Xz1 overeenkomt met die van N24. In 2013 zijn met een total station alleen de verschilverplaatsing tussen de punten waargenomen, in Y richting is dat de verandering van de kolkbreedte. Bij deze meting is de absolute verplaatsing van de punten dus niet vastgesteld. Uit de Total Station metingen in 2013 volgt op basis het halve verplaatsingsverschil dat een gemiddelde kolkwandverplaatsing van circa 2,6/2 =1,3 mm bij het schutpeilverschil van 1,6 m optreedt (0,81 mm/m) zie figuur 8. Bij het schutten rond 18:30 laat de handmatige meting met de meetband een ongeveer vergelijkbare verplaatsingsverschilamplitude

tussen de noordelijke dekzerk (Xn) en het 55 m verderop gelegen vaste punt (Xnvp) zien. Er is een duidelijke correlatie tussen de kolkwaterstand en de verschilverplaatsingen in Y-richting te zien. Correlatie (verschil) verplaatsing en waterstand hoogfrequente meting 2015 Op 27 februari 2015 zijn alle metingen uitgevoerd met een frequentie 15 minuten i.p.v. 1 uur. Dit is de hoogst haalbare meefrequentie omdat een hele meetcyclus afhankelijk van de (weers)omstandigheden gemiddeld 10 tot 15 minuten duurt. In figuur 9 zijn voor de locatie,

14

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

Wanneer naar het beeld in figuur 10 van de punten N7, N22 en N24 wordt gekeken laat het meetpunt aan de Noordzijde (N7) een sterke correlatie zien met de waterstanden in de kolk/ het getij De punten aan de Zuidzijde (N22 en N24) laten deze sterke correlatie niet zien. Conclusie Uit de analyse volgt dat de in 2013 gemeten gemiddelde kolkwandverplaatsing overeenkomt met de gemiddelde kolkwandverplaatsing die op die locatie in 2015 tijdens de HF-meting is gemeten. Uit de HF-meting in 2015 blijkt dat er significante verschillen van kolkwandverplaatsingen optreden tussen de verschillende locaties. Evaluatie De uit de metingen volgende verplaatsingen


MONITORING SLUIZEN IJMUIDEN LEVERT VERRASSENDE RESULTATEN

Figuur 9 - Verschilverplaatsing in Y-richting over de kolk van de Noordersluis op 27/02/2015.

Figuur 10 - Verplaatsing in Y-richting Noordersluis op 27/02/2015.

meetfrequentie van de hoogfrequente meting van 15 minuten is daarvoor onvoldoende. Een meetfrequentie van 15 minuten is het hoogst haalbaar omdat een meetcyclus 10 tot 15 minuten duurt. Een bijkomend probleem daarbij is dat de metingen in de meetronde die 15 minuten duurt gesynchroniseerd worden. Daarmee worden deze weggeschreven alsof alle punten op ĂŠĂŠn tijdstip zijn gemeten. De relatie tussen gemiddelde kolkwandverplaatsing en kolkwaterstand van de meting van 2013 was gemeten (0,81 mm/m) komt goed overeen met die van de hoogfrequente meting in 2015 (0,79 mm/m) op die locatie. Het is bekend dat verplaatsingsverschillen gemeten vanuit 1 meettoestel een significant hogere nauwkeurigheid kunnen hebben ten opzichte van meting met meerdere toestellen in een meetnet. Een nadeel van dergelijke pure verschilmetingen is dat er een gemiddelde kolkwandverplaatsing wordt gevonden. Bij de hoogfrequente meting van 2015 is wel het onderscheid van de verplaatsing van individuele punten vastgesteld en die laat zien dat op die locatie de Noordelijke kolkwand 2 keer zoveel vervormde als de Zuidelijke. Samenvattend Het meetsysteem dat met 1 meting per uur de jaarbandbreedte van de verplaatsingen moest vaststellen was niet geschikt om correlaties met bijvoorbeeld de kolkwaterstand vast te stellen. Op het moment dat er onverwachte waarnemingen werden gedaan kon met dit meetsysteem niet achterhaald worden wat de oorzaak daarvan was.

zijn verrassend groot. Zelfs stijve constructies, zoals de cassetteblokken, die niet door sterk wisselende waterstanden belast, tonen relatief grote verplaatsingen. Het onderzoek naar eventuele verbanden tussen actoren (meteo, waterstanden, grondwaterstanden) en de verplaatsingen heeft verschillende sterke correlaties opgeleverd. De

meeste gevonden sterke correlaties zijn echter niet eenduidig en/of hebben geen fysische betekenis. Doordat het vullen en legen van de kolk binnen enkele minuten plaatsvind moet er hoogfrequent ongeveer per minuut worden gemeten om een directe relatie tussen kolkwaterstand en kolkwandverplaatsing waar te nemen. De

15

GEOTECHNIEK - Augustus 2017


Toepassingsmogelijkheden voor continue glasvezelmonitoring bij dijken Betere detectiemogelijkheden van begin van lokaal falen

Inleiding In de afgelopen tien jaar is veel onderzoek verricht naar de bruikbaarheid van monitoringstechnieken voor dijken. Het technologie-gedreven IJkdijk-initiatief kan hiervoor als startpunt worden beschouwd. Sindsdien is monitoring bij dijken veel meer gangbaar geworden. De nadruk ligt daarbij nog steeds op puntmetingen van waterspanningen en metingen van vervormingen - aan het oppervlak en met hellingmeetbuizen. Andersoortige parameters worden nog steeds amper gemeten. Ook komen continue metingen onder het oppervlak weinig voor, de hiervoor genoemde hellingmeetbuizen daargelaten. In dit artikel wordt eerst ingegaan op de mogelijkheden om met glasvezels continue metingen te doen van temperatuur voor het meten aan grondwaterstroming en de detectie van piping. Daarna wordt ingegaan op continue vervormingsmetingen.

dr.ir. A.R. Koelewijn Adviseur/onderzoeker bij Deltares in Delft

drs.ing. F.P.W. van den Berg Adviseur bij Deltares in Delft

ir. L.E.B. Saathof senior adviseur bij de afdeling Waterkeringen van Rijkswaterstaat in Lelystad.

(iets) hogere en een (iets) lagere golflengte. Dit zijn de zogenaamde Stokes en anti-Stokes componenten die zowel samenhangen met de energietoestand van atomen waarbij een temperatuursverandering leidt tot een specifieke frequentieverschuiving (Raman-effect), als met de rangschikking van atomen waarbij de frequentieverschuiving samenhangt met zowel de temperatuur als de rek (Brillouin-effect).

Afhankelijk van de flexibiliteit en de nauwkeurigheid van de uitleesunit kan ook voor een andere lengte worden gekozen. Daarbij geldt wel dat hoe korter de afstand n is, hoe meer uitlezingen er nodig zijn om uit middeling een betrouwbare waarde te verkrijgen. Voor temperatuurmetingen is alleen het Raman-effect voldoende, maar voor vervormingsmetingen moet ook het Brillouin-effect worden gemeten.

Dit is schematisch weergegeven in figuur 1. De gemeten weerkaatsing gedurende een korte tijd Δt=2(xn-xn-1)/c tussen t=2xn-1/c en t=2xn/c (met c=lichtsnelheid) na het uitzenden van een puls met frequentie λ0 heeft betrekking op de weerkaatsing in het gebied n. Vaak wordt gemeten over lengtes van 1 meter, hetgeen betekent dat weerkaatste pulsen zeer nauwkeurig in de tijd moeten worden gemeten. Door de beperkte weerkaatsing, met name voor de niet-elastische componenten, zal over meerdere pulsen gemiddeld moeten worden om een betrouwbare waarde te krijgen.

In de praktijk zijn de uitleesunits voor zowel rek als temperatuur twee tot vier keer zo duur als uitleesunits die alleen voor temperatuurmetingen gebruikt kunnen worden. Met één unit, met een prijs variërend van ongeveer 10.000 tot 100.000 euro kan 3 tot 50 km worden bemeten. De mogelijke nauwkeurigheid en de resolutie lopen daarbij sterk uiteen. De minimumeisen volgen uiteindelijk uit de monitoringsbehoefte, die zal per situatie vastgesteld moeten worden. Dat geldt eveneens voor het type kabel dat toegepast wordt. De prijs daarvan kan variëren van 3 tot 15 euro per meter. Soms kan

Werking Continu meten met behulp van glasvezels is gebaseerd op de effecten die optreden bij de terugkaatsing van een kleine fractie van een lichtpuls die door een glasvezel gestuurd wordt en daarbij telkens tegen de wand kaatst. Door het terugverstrooide spectrum nauwkeurig te meten kunnen zowel de temperatuurverandering als de rek langs de glasvezel worden bepaald.

Figuur 1 - Meetprincipe bij continue glasvezelmonitoring.

De teruggekaatste fotonen zijn grotendeels van dezelfde golflengte als de oorspronkelijke puls, dit betreft de elastische terugkaatsing, bekend als het Rayleigh-effect. Een (veel) kleiner deel betreft de inelastische terugkaatsing met een

16

GEOTECHNIEK - Augustus 2017


Samenvatting

Met behulp van glasvezels is het mogelijk om over een grote afstand de temperatuur en de rek van een kabel in de grond te meten. Toepassingen bij dijken betreffen temperatuurmetingen ten behoeve van de detectie van een sterk lokaal optredend faalmechanisme als piping en deformatie-

metingen om potentiële problemen vroegtijdig te onderkennen. Dit wordt voor piping geïllustreerd aan de hand van metingen bij de IJkdijk en voor deformaties aan de hand van een pilot langs de Gele Rivier in China.

Figuur 2 - Dwarsdoorsnede met locaties van instrumentatie in de westelijke proef bij de IJkdijk in 2012 (naar [8])

worden volstaan met een tweetal glasvezels in een dunne beschermende mantel, met een dikte van een paar millimeter, in andere gevallen zijn ook verwarmbare koperdraden noodzakelijk of is een robuustere mantel nodig en neemt de diameter toe tot enkele centimeters. Dankzij ontwikkelingen in de telecom is het tegenwoordig betrekkelijk goedkoop om dergelijke kabels aan te brengen. Ook zijn de prijzen van uitleesunits in de afgelopen jaren flink gedaald, mede door de toegenomen concurrentie op een groeiende markt. Andere vormen van metingen met behulp van glasvezels betreffen Bragg grating en metingen aan het uiteinde van een glasvezel. Bij Bragg grating worden vooraf kleine kerfjes in de glasvezel gemaakt, waar de rek en de temperatuur kunnen worden bepaald. De nauwkeurigheid hiervan is groter tegen lagere kosten, terwijl er op honderden punten langs de vezel kan worden gemeten. Daar staat tegenover dat de kwetsbaarheid veel groter is, waardoor toepassing in het veld gedurende langer dan enkele maanden niet goed mogelijk is, terwijl ongekerfde glasvezelkabels vele decennia meegaan. Veel voorbeelden van geotechnische toepassingen worden gegeven in [1]. De toepassing van verschillende glasvezeltechnieken in een bouwput is beschreven in [2]. Met metingen aan het

uiteinde van een glasvezel zijn we weer terug bij de puntmetingen. Hierbij zijn er wel ruimere mogelijkheden, bijvoorbeeld de toepassing als piëzometer [3]. Voordelen zijn de lange levensduur en de ongevoeligheid voor agressieve milieus. Overwegingen voor toepassing Net als iedere meetmethode dienen glasvezels alleen te worden toegepast wanneer hiermee een reële vraag kan worden beantwoord en onzekerheden ten aanzien van het gedrag van de constructie kunnen worden verkleind. Een groot voordeel van deze techniek betreft de zeer lange levensduur: glasvezels kunnen meer dan vijftig jaar meegaan, hetgeen aanzienlijk langer is dan bij de meeste andere meetsystemen. Daarnaast wordt over een grote lengte continue informatie verkregen, in plaats van de gebruikelijke puntmetingen. Bij een tussentijdse kabelbreuk is de locatie van de breuk eenvoudig te bepalen, wat gerichte reparatie mogelijk maakt. Met een dergelijk systeem is het denkbaar om gedurende een volledige levenscyclus van een dijk te meten; het bij dijken vaak voorkomende probleem van een gebrek aan een nulmeting of een voldoende lange meetreeks (bij toetsing, scopebepaling, ontwerp of uitvoering) is hiermee ten dele op te lossen – de metingen bieden ten minste een cross-validatie [4].

17

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

De al eerder genoemde kosten van de uitleesunits vormen in de praktijk nog een belangrijk obstakel. Daarbij is het zinvol te zoeken naar een nabijgelegen beschutte locatie voor de opstelling van de unit, zodat met een minder robuuste (en daardoor goedkopere) variant kan worden volstaan. Een afstand van enkele honderden meters is juist met glasvezels over het algemeen goed overbrugbaar. Ook kan gedacht worden aan meervoudig gebruik van een uitleesunit, dus voor een beperkte periode maar dan wel op meerdere locaties. Grondwaterstroming en detectie van piping Het faalmechanisme piping wordt primair veroorzaakt door de combinatie van grote gradiënten in de grondwaterdrukken en de mogelijkheid tot erosie van zandkorrels onder een slechtdoorlatende, cohesieve grondlaag (of een constructie). Dit is goed te meten met waterspanningsmeters, maar omdat het faalmechanisme en de invloed daarvan sterk lokaal zijn, is het voor praktijksituaties te duur en onuitvoerbaar om hele dijkstrekkingen die gevoelig zijn voor piping met waterspanningsmeters te monitoren [5, 6]. Continue monitoring van het temperatuurverloop met behulp van één glasvezelkabel over de hele lengte van een pipinggevoelige dijkstrekking, hier en daar aangevuld met een paar waterspanningsmeters, kan een adequate monitoringsoplossing bieden [7]. De optimale positie van de kabel is onder het binnentalud of de binnenberm, nabij de binnenteen, en dan in de pipinggevoelige zandlaag, nabij de bovenzijde daarvan. Bij lage stroomsnelheden zal het grondwater de temperatuur van de omgeving aannemen, bij hogere stroomsnelheden (vanaf 10-7 tot 10-6 m/s) zal de grondwatertemperatuur zich minder snel aanpassen. Preferente stroombanen en veranderingen in de doorlatendheid zullen tot uiting komen in het tijdsafhankelijke temperatuurprofiel langs de glasvezel. Hierbij geldt dat de nauwkeurigheid kan worden vergroot met behulp van een verwarmbare koperdraad in de kabelmantel – veranderingen in de afkoelingssnelheid vormen een maat voor de


Geautomatiseerde dijkbewaking voor de dijken van toen en nu

dijkmonitoring middels optische sensorsystemen

www.brem.nl - +31 (0)182 517550 - Reeuwijk


TOEPASSINGSMOGELIJKHEDEN VOOR CONTINUE GLASVEZELMONITORING BIJ DIJKEN

Bron: Deltares

Figuur 3 - Glasvezelkabels en waterspanningsmeters tijdens installatie.

Figuur 4 - Overzicht van wellen rond t = 65 uur (rood: zandmeevoerend, blauw: overig).

grondwaterstroming op een ruimere temperatuurschaal.

Bron: Deltares

Ter illustratie hiervan een voorbeeld uit de proevenserie van de IJkdijk. Hiervoor is de westelijke proef uit 2012 gebruikt. Figuur 2 toont de dwarsdoorsnede met de instrumentatie. Deze is zo uitgebreid vanwege de proefsituatie, voor een gewone dijk zou een glasvezelkabel op locatie F1 in het algemeen voldoende zijn. De proefdijk lag op een pipinggevoelige zandlaag en was met opzet zo geconstrueerd dat ook falen door microinstabiliteit mogelijk was. In figuur 3 is de situatie tijdens de aanleg getoond, zichtbaar zijn de glasvezelkabels en de locaties van de waterspanningsmeters (onder meer ter plaatse van de omgekeerde emmers). Gedurende de proef is een reservoir aan de noordzijde gevuld. Hierbij ontstonden meerdere zandmeevoerende wellen, zoals getoond in figuur 4. De dijk is uiteindelijk echter niet bezweken op piping, maar op microstabiliteit.

19

GEOTECHNIEK - Augustus 2017


Figuur 5 - Temperaturen in de bovenkant van de pipinggevoelige zandlaag in de westelijke proef bij de IJkdijk in 2012 (overgenomen uit [8])

gaat dit sneller, zoals in de figuren na 60 en 80 uur te zien is. Tegen het einde van de proef, na 100 uur, begint de temperatuur van het bovenstroomse reservoir overal merkbaar te worden, maar is de grootste gradiënt nabij x=7 m, de locatie van de inmiddels belangrijkste wel. Bij nadere beschouwing spelen hier twee verschijnselen een rol: ten eerste de initiële temperatuurgradiënt nabij de rand van de dijk, die een gevolg is van de interactie tussen de grond en de atmosfeer – hiermee kan een begin van pipevorming worden gedetecteerd – en ten tweede een gradiënt tussen het buitenwater en de grond onder de dijk. Deze verschijnselen zullen een glasvezel nabij de binnenteen van een dijk over het algemeen na elkaar passeren. Een wel van significante omvang zal hiermee in een vroeg stadium te detecteren zijn en in het geval van een zorgbarende ontwikkeling ook detecteerbaar blijven.

Bron: Deltares

Figuur 6 - Aanbrengen van de textielrol waarin de glasvezels zijn aangebracht.

In figuur 5 zijn temperatuurmetingen weergegeven [8]. Op t=0 zijn de temperaturen nabij de uitstroomopening (op y=15 m) relatief hoog, het water onder de dijk en bij het bovenstroomse

reservoir (achter y=0 m) is enkele graden koeler. In de loop van de proef verplaatst het koelere water zich richting de uitstroomopening. Ter plaatse van de zandmeevoerende wellen

20

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

Bij middelgrote en grote stuwdammen, waarbij de atmosferische invloed is te verwaarlozen, is het mogelijk om op basis van dergelijke temperatuurmetingen het debiet per wel en de ontwikkeling daarin vast te stellen [9]. Ook bij kanaaldijken met een constant peil is het nog wel mogelijk om een eenduidige relatie te leggen tussen de temperatuurverandering en het kweldebiet [10]. Bij een variërend waterstandsverschil over de kering neemt de onnauwkeurigheid aanzienlijk toe. Voor een kwalitatieve observatie die met gerichte aanvullende inspecties en waarnemingen opgevolgd kan worden is de methode echter wel geschikt, mits de doorlatendheid van de zandlaag, de dikte van de deklaag en de temperatuurschommelingen binnen zekere grenzen blijven. In de Nederlandse praktijk zal hier meestal aan worden voldaan, maar niet altijd. Dit is nader uitgewerkt in [8]. De metingen kunnen benut worden voor locatiespecifieke detectie van piping, als ondersteuning van dijkwachten, en ter bepaling van de doorlatendheid en de variatie daarin, als ondersteuning van de periodieke wettelijke veiligheidsbeoordeling. Deformatiemetingen Voor zettingen, macrostabiliteit, microstabiliteit en andere mechanismen waarbij vervormingen van belang zijn, kunnen continue deformatiemetingen over een grote lengte bruikbaar zijn. Eén van de eerste toepassingen hiervan binnen Nederland betrof de IJkdijkproef uit 2008. Het patroon van rek en stuik dat al bij een vrij bescheiden belastingniveau werd gemeten kwam verrassend goed over-


TOEPASSINGSMOGELIJKHEDEN VOOR CONTINUE GLASVEZELMONITORING BIJ DIJKEN

Figuur 7 - Glasvezelkabels opgenomen in de textielmat.

ten tijde van de hoogwatergolf te meten. Zie figuur 6 voor het aanbrengen van de textielmatten waarin de glasvezels zijn aangebracht. De textielmatten zijn na het aanbrengen weer afgedekt met een steenlaag. Het toegepaste glasvezelsysteem bepaalt een waarde voor de rek en de temperatuur elke 5 cm over de gehele lengte van de buitenberm. Hierdoor zijn er circa 1500 sensorwaarden gegenereerd.

Bron: Ten Cate

De glasvezels van dit systeem meten het rekverschil in de glasvezel en de temperatuur. De glasvezelkabels, die door het textiel zijn geregen, zijn in figuur 7 weergegeven.

Figuur 8 - Metingen na de eerste hoogwatergolf.

Het traject waarin de glasvezels zijn aangebracht is onder te verdelen in verschillende deeltrajecten, zie ook figuur 9: - Traject A 0-50 m: De oksel van de krib, hier is nog wat voorland aanwezig - Traject B 50-95 m: Het traject welke direct aan de rivier grenst - Traject C 95-112 m: Het traject waar Geobags als pilot zijn geplaatst - Traject D 112-118 m: De kop van de krib Metingen Het systeem is op 17 en18 juni 2012 aangebracht. Hierna zijn door middel van een uitleesunit metingen verricht om de rek van de glasvezel te bepalen. Hiertoe zijn op 19, 20 en 21 juni metingen uitgevoerd. De resultaten van de metingen vertoonden op dat moment nagenoeg geen rekverschillen, anders dan opgetreden tijdens het uitrollen van de textielmatten en het aanbrengen van de afdekkende stenen. De meetwaarden waren over het algemeen kleiner dan 100 μ, met een uitschieter tot 300 μ net voorbij de overgang van de dijk naar de krib.

een met het uiteindelijke bezwijkvlak, dat bij een significant hogere belasting optrad [11]. Een nadeel betrof wel dat dit pas achteraf kon worden vastgesteld; enige indicatie over de aanwezige reststerkte ontbrak bij dat lagere belastingniveau. Pilot Gele Rivier Een ander voorbeeld van de toepassing van glasvezel voor deformatiemetingen, dat hier meer uitgebreid aan bod komt, betreft een pilot langs de Gele Rivier in China. Deze rivier, de op vijf na langste van de wereld, ontspringt in het hooggebergte van China en meandert vervolgens door negen provincies om ten slotte uit te monden in Gele Zee. De rivier staat bekend als een onstuimige rivier en heeft in het verleden vele doorbraken gekend, maar is nu nagenoeg getemd.

In 2012 is langs de Gele Rivier, nabij Zhengzhou, een ‘smart levee’ pilot uitgevoerd bij een krib door AGT (projectleiding), Deltares (geotechniek), TenCate (glasvezeltechniek), Alert Solutions (dijksensoren) en TNO (ICT) in samenwerking met de YRCC (Yellow River Conservancy Committee) om de werking van de verschillende monitoringstechnieken in een ‘smart levee’ te demonstreren.[12] Bovenstrooms van de pilotlocatie ligt de Xiaolangdi dam, die circa 2 à 3 maal per jaar wordt geopend. Dit heeft tot gevolg dat er een aantal malen per jaar een kortdurende grote watermassa de pilotlocatie passeert. Om te monitoren wat de gevolgen voor de stabiliteit van deze krib zijn, is ter plaatse van de buitenberm een systeem (Ten Cate GeoDetect S-BR) aangebracht om de optredende rekken

21

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

Er is elke dag een meting uitgevoerd en vervolgens is er na het openen van de Xiaolangdi dam weer een aantal metingen uitgevoerd. Het openen van de dam had tot gevolg dat op 25 juni 2012 de eerste hoogwatergolf met een hoogte van 2 meter de krib passeerde. De resultaten van de metingen zijn in figuur 8 opgenomen en laten zien dat er een significante toename van de rek is op verscheidene locaties. Analyse In figuur 9 is op het bovenaanzicht weergegeven waar de rekken na de eerste hoogwatergolf het meeste zijn toegenomen. Hierbij valt vooral op dat het trajectdeel tussen 50 en 95 m, waarbij de stroomrichting loodrecht op de de krib staat de grootste rek wordt gemeten. Uit de eerste resultaten van de metingen kan


Figuur 9 - Samenvatting van de metingen na de eerste hoogwatergolf.

een relatie worden geconstateerd tussen de optredende hoogwatergolf en de rek van de glasvezelkabel. Op basis van deze eerste resultaten kan echter nog niets gezegd worden over de gevolgen van deze rekken op de berm van de krib, anders dan dat deze optreden ten gevolge van de hoogwatergolf. Er kan wel geconcludeerd worden dat op het deeltraject waar Geobags zijn aangebracht er minder rek is opgetreden. Het doel van deze showcase was om het aantonen van de mogelijkheden van de verschillende monitoringstechnieken. Op basis van deze informatie was nu nog geen andere conclusie te trekken dan dat het systeem werkt en dat nader onderzoek nodig is om er verdere gevolgtrekkingen aan te kunnen verbinden. Conclusie en vooruitzichten Continue glasvezelmonitoring biedt een toegevoegde waarde ten opzichte van de reeds gangbare meettechnieken, vooral vanwege de mogelijkheden om ondergronds continu te meten. Na een aarzelende start, met enkele in dit artikel getoonde toepassingen, begint de apparatuur inmiddels goedkoper te worden en wordt ook gaandeweg duidelijker welke toepassingsmogelijkheden er liggen. Voor de detectie van piping opent deze technologie de mogelijkheid van trajectdekkende bewakingsmonitoring, bijvoorbeeld met temperatuurmetingen bij innovatieve maatregelen zoals het verticaal zanddicht geotextiel en de grofzandbarrière, die zich in de praktijk immers pas amper bewezen hebben. Dit levert ook invulling aan het recent uitgebrachte ENW-advies over veldmetingen en monitoring [13]. De continue deformatiemetingen met behulp van

glasvezel leveren weer andere mogelijkheden, zoals het detecteren van lokale vervormingen en grootschalige verschuivingen op verschillende tijdschalen. Woord van erkentelijkheid Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door het Corporate Innovatieprogramma van Rijkswaterstaat, cluster Waterveiligheid, en de door Ten Cate beschikbaar gestelde metingen van het project in China. Referenties 1 C.Y. Hong, Y.F. Zhang, M.X. Zhang, L.M.G. Leung & L.Q. Liu, Application of FBG sensors for geotechnical health monitoring, a review of sensor design, implementation methods and packaging techniques, Sensors and Actuators A 244(2016):184-197. 2 G. Van Alboom, K. Haelterman, L. De Vos & W. Maekelberg, Vergelijking van de toepasbaarheid van innovatieve meettechnieken voor de monitoring van bouwputten, Geotechniek 17(4):30-35. 3 C. Rodrigues, D. Inaudi, F. Juneau & E. Pinet, Miniature Fiber-Optic MOMS Piezometer, Geotechnical Instrumentation News, september 2010, 10-11. 4  M.T. van der Meer, A.R. Koelewijn, A. Weijenborg & M. Konstantinou, Handreiking Life Cycle Monitoring Fase 1, concept, Projectoverstijgende verkenning macrostabiliteit, Tiel, 22 augustus 2016. 5 G. Ng & K. Oswalt, Levee monitoring system, better management through better information, Engineering Systems, april 2010, 1-12. 6 S. Bersan, Piping detection in dike founda-

22

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

tions by Distributed Temperature Sensing, Understanding the development of thermal anomalies, proefschrift, universiteit van Padua, juli 2015. 7 V. van Beek, Handreiking voor het opstellen van een monitoringsplan t.b.v. piping, rapportage 1221356-000-GEO-0010, Deltares, Delft, juni 2017. 8  S. Bersan, A.R. Koelewijn & P. Simonini, Effectiveness of distributed temperature measurements for early detection of piping in river embankments, Hydrology and Earth System Sciences, ingediend voor publicatie. 9 O. Artières, S. Bonelli, J.P. Fabre, C. Guidoux, K. Radzicki, P. Royet & C. Vedrenne, Active and passive defences against internal erosion of dikes, Assessment of the risk of internal erosion of water retaining structures: dams, dikes and levees – Intermediate Report of the European Working Group of ICOLD, Technische Universität München, Berichte des Lehrstuhls und der Versuchanstalt für Wasserbau und Wasserwirtschaft 114 (2007):235-244. 10 S. Johansson & P. Sjödal, A guide for seepage monitoring of embankment dams using temperature measurements, Dam Safety Interest Group, CEATI report no. T0627000214, Montreal, Canada, 2009. 11 A.R. Koelewijn, O. Artières & J.W. Heezen, Zwakke plek in IJkdijk vroegtijdig gesignaleerd, Land+Water 49(1/2):24-26, 2009. 12 F. van den Berg, J. Heaton & W. Moen Real time Monitoring of Levees through Sensor Technology along the Yellow River, 5th International Yellow River Forum, Zhenghzou, China, 24-28 september 2012, 235-238. 13 ENW, Aandacht voor veldmetingen en monitoring, Strategisch ENW-advies ‘Beter Leren Keren’, ENW-K-17-38, versie 5 19-52017, 14 pp.


advertentie_geotechniek_1_2017.indd 1

4-11-2016 13:36:44

Geokunst wordt mede mogelijk gemaakt door: www.diesekogroup.com/rental

TE HUUR: EEN OPLOSSING, ALTIJD. nAue GmbH & Co. kG Bonar BV Gewerbestr. 2 Westervoortsedijk 73 32339 Espelkamp-Fiestel – Germany 6827 AV Arnhem OVERAL. Tel. +49 5743 41-0 Tel. +31 (0) 85 744 1300

De collectieve leden van de nGo zijn:

Naue GmbH & Co. KG, Baggermaatschappij Boskalis BV, Espelkamp-Fiestel Papendrecht Ooms Civiel BV, Avenhorn Bonar BV, Arnhem Prosé Kunststoffen BV, Ceco BV, Maastricht Leeuwarden Cofra B.V., Amsterdam Quality Services BV, Bennekom Deltares, Delft Robusta BV, Genemuiden Fugro GeoServices BV, Fax +49 5743 41-240 Fax +31 (0) 85 744 1310 SBRCURnet, Rotterdam Leidschendam info@naue.com info@bonar.com T&F Handelsonderneming BV, Geopex Products (Europe) BV, www.naue.com www.bonar.com Oosteind Gouderak Ten Cate Geosynthetics Hero-Folie B.V., Zevenaar Netherlands BV, Nijverdal InfraDelft BV, Delft Tensar International, Intercodam Infra BV, Almere ’s-Hertogenbosch Kem Products NV, Terre Armee BV, Waddinxveen Heist op den Berg (B) Van Oord Nederland BV, Gorinchem Kiwa NV, Rijswijk RENTAL FLEET: tenCate Geosynthetics teXIon Geokunststoffen nV Voorbij Funderingstechniek BV, Kwast Consult, Houten Trilblokken tot 500 kgm Hoge Dijkje 2 Admiraal de Boisotstraat 13 Amsterdam Movares Nederland BV, Utrecht 7442 AE Nijverdal Power Units tot 3200 l/min B-2000 Antwerpen – Belgium VIBRATORY FOUNDATION EQUIPMENT Vibroflots - DOP pompen SALES - RENTAL - CONSTRUCTION - SERVICE Tel. +31 (0)546-544 811 Tel. +32 (0)3 210 91 91 Fax +31 (0)546-544 470 Fax +32 (0)3 210 91 92 NIEUW: Lelystraat 49 geonederland@tencate.com www.texion.be Power Units met i-Timer 3364 AH Sliedrecht N71 Cover_Opmaak 1 02-09-13 09:48 Pagina www.tencate.com/geonederland 2 www.geogrid.be stop-start systeem te huur T: +31 184 410 333 Advert_Enkadrain_208x134mm_02_NL.pdf 1 01-10-13 09:30

1x formaat 208(b)x 134(h)

Geotechnical experts

pile testinG experts

Geotechnical equipment

T Enkadrain . De drainagemat voor o.a.UW partner voor E paaltesten en all-roUnd parkeerdaken, pleinen en kelderwanden. geotechnische advisering R R A C O N Kwaliteit als fundament www.allnamics.nl

geotechniek _Januari_2017_v1.indd 33 22 geotechniek _Juli_2014_binnen_v3.indd

®

Enkadrain draineert, filtreert en beschermt. De drukstabiliteit en langetermijnprestaties van Enkadrain zijn uitstekend. Daarnaast is Enkadrain licht, flexibel en eenvoudig te installeren.

ontwerp & advies, second opinions,

deskundigenonderzoek, monitoring,

www.terracon.nl

Dra inag e ond er plei

n Sted elijk Museum

oad s tat iC l g in t tes

heipredictiesinfo@terracon.nl & intrilpredicties,

, Am sterdam

load d Y n a M iC g t e s t in

ad r a p id l o g in test n] [t o t 8 M

paaltesten, onshore & offshore

Bonar

Westervoortsedijk 73 / 6827 AV Arnhem / T +31 85 744 1300 F + 31 85 744 1310 / info@bonar.com / www.bonar.com

29/11/2016 04-06-14 22:13 13:


Doorlatendheidsonderzoek met de HPT-sondering en MPT Mini-Pompproeven Vergelijking van de Hydraulic Profiling Tool en Mini-Pompproef met traditionele meetmethoden

Diverse typen heterogeniteit in zandlagen De ondergrond van Nederland, onder een eventueel pakket cohesieve lagen, bestaat veelal uit zand en grind. Hierin worden op regionale schaal watervoerende pakketten met een bepaalde dikte (D) en waterremmende lagen onderscheiden. Ten behoeve van regionale geohydrologische analyses worden aan de watervoerende pakketten vaak parameters toegekend: het doorlaatvermogen of transmissiviteit (KD) die mede de stroomsnelheid van het water bepaald en de bergingscoëfficiënt (S) die mede de snelheid van een stijghoogteverandering in de tijd bepaald. De ondergrond in Nederland is echter heterogeen: Ook binnen watervoerende pakketten komen op lokale schaal, als gevolg van de vormingsprocessen bij de afzetting van het zand en grind, grote variaties in doorlatendheid (K) en soms specifieke bergingscoëfficiënt (Ss = S/D) voor. Deze variaties zijn typisch verticaal en meerdere meters dik. Als gevolg van eventuele latere vervorming, bijvoorbeeld door stuwing in stuwwallen, kunnen de lagen in zeldzame gevallen echter ook onder een hoek gelegen zijn. Daarnaast is er ook in laterale zin sprake van variatie, door bijvoorbeeld een verandering in het afzettingsmilieu (bijvoorbeeld een uitbouwende delta). Ook binnen deze lagen komen weer microvariaties voor, veel op een schaal van millimeters tot centimeters. Ook deze micro-heterogeniteit komt veelal onder een hoek voor, en kan ervoor zorgen dat binnen een gelijkvormig zandpakket er sprake kan zijn van een lagere verticale doorlatendheid dan horizontale doorlatendheid: dit effect wordt zowel op grote als kleine schaal aangeduid met verticale anisotropie.

bruik worden gemaakt van archiefgegevens (bv. grondwaterkaarten) en modellen (REGIS) van doorlatendheden en, in minder mate, van bergingseigenschappen. Voor lokaal onderzoek zijn deze gegevens echter vaak niet toereikend. De gebruikelijke procedure voor de afleiding van de doorlatendheid (K) is dan vaak een inschatting op basis van de zandgrofheid, of een correlatie op basis van de korrelverdeling van het materiaal. Een nadeel van deze methode is dat er veelal geen rekening wordt gehouden met de in-situ gelaagdheid van het materiaal, zoals deze bij de afzetting is ontstaan. Tevens wordt slechts een klein deel van het watervoerend pakket onderzocht. Daarnaast levert deze methode geen bergingscoëfficiënt (S) op. De in-situ doorlatendheid kan wel worden bepaald middels slugtesten (alt. namen: boorgatproeven, falling head proeven, hooghoudtproeven, peilbuisproeven e.a.), maar, zoals verderop zal worden geïllustreerd, dient er bij de toepassing van slugtesten in een geohydrologische analy-

drs. B.M. Berbee Fugro GeoServices B.V., Waterbouw

ir. G.R.P. van Goor Fugro GeoServices B.V., Waterbouw

dr. E. Martac Fugro Consult GmbH, Geotechniek

se aandacht te worden besteed aan het omvang van de test. Ook met slugtesten worden veelal geen bergingseigenschappen bepaald en wordt vaak een klein deel van het watervoerend pakket onderzocht. Een meetmethode waarmee zowel het in-situ doorlaatvermogen (KD van het gehele watervoerende pakket) als de bergingscoëfficiënt (S) kan wel worden bepaald is een meting van het waterspanningsverloop in het watervoerende pakket tijdens een waterstandsfluctuatie (of alternatief tijdens een pompproef). Dit alternatief is echter significant duurder en tijdrovender dan de eerder genoemde methoden. Noodzaak gecombineerde meetmethode voor waterkeringen Net als voor traditionele geohydrologische vraagstukken, zoals bronneringen, infiltraties en effectenstudies, is ook voor de beoordeling en het ontwerp van waterkeringen inzicht in geohydrologische parameters van belang. Bij Figuur 1 - Principe van de MPT.

Traditionele meetmethoden van lokale doorlatendheid en bergingseigenschappen Voor regionale onderzoeken kan veelal ge-

24

GEOTECHNIEK - Augustus 2017


Samenvatting

Voor geohydrologisch onderzoek is inzicht in de doorlatendheid en bergingseigenschappen van de ondergrond cruciaal. Dit beperkt zich niet alleen tot het totale doorlaatvermogen of de bergingscoëfficient van een watervoerend pakket: ook binnen een watervoerend pakket komen in zowel horizontale als verticale zin grote variaties in deze parameters voor. De klassieke pompproef biedt veelal weinig inzicht in de heterogeniteit binnen het watervoerend pakket. De Hydraulic Profiling Tool (HPT) is een

sondeertechniek om in het veld tegelijkertijd met een traditionele sondering de relatieve doorlatendheid over de sondeerdiepte te meten. Door hierbij op verschillende diepten Mini-Pompproeven (MPT) uit te voeren, kan de absolute doorlatendheid afgeleid worden. Zo wordt snel en met relatief geringe kosten een continu profiel van de doorlatendheid verkregen, die direct gebruikt kan worden bij monitorings- infiltratie- bronneringsen waterkeringsvraagstukken.

Figuur 2 - Schematische weergave proefopzet (niet op schaal).

waterkeringen is, met name voor de faalmechanismen piping en macrostabiliteit, inzicht nodig in de lokale, eventueel tijdsafhankelijke,stijghoogte ontwikkeling en doorlatendheid van een watervoerend pakket. Voor het faalmechanisme piping (interne terugschrijdende erosie door kwelstromen) zijn er recent nieuwe, strengere, rekenregels van kracht geworden. Een van de belangrijke parameters hierbij is de doorlatendheid K van zand- en grindlagen onder de dijk in relatie tot de heterogeniteit van de bodem. Daarnaast kan in veel situaties ook de responstijd van het grondwater (specifieke bergingscoëfficiënt Ss) van belang zijn voor een realistisch onderzoek naar piping en macrostabiliteit. Voor geohydrologisch onderzoek bij waterkeringen worden in zeldzame gevallen pompproeven uitgevoerd. Meestal wordt de doorlatendheid echter afgeleid uit korrelverdelingen en/ of archiefgegevens. Hierbij spelen de hiervoor

beschreven nadelen. Voor algemene geotechnische karakterisering worden bij waterkeringen vaak standaard al sonderingen uitgevoerd. Een gecombineerde meting van de doorlatendheid K en de specifieke bergingscoëfficiënt Ss met een sondeerconus biedt ten opzichte van een pompproef of korrelverdeling grote voordelen: efficiënt in tijd (in één werkgang ook de geohydrologische eigenschappen bepaald) en in kosten (een pompproef is relatief duur). Sondeertechnieken voor doorlatendheidsonderzoek Tot op heden bestonden er verschillende methoden voor de bepaling van de doorlatendheid op basis van Direct Push of sondeertechniek. Er zijn metingen die de absolute doorlatendheid geven op één testdiepte, bijvoorbeeld (Parez & Fauriel 1988), (Van Baars & De Graaf 2007), de Doorlatendheidssonde (Kemp 1999) en de Direct Push Permeameter methode (Butler et al. 2007). Andere methoden geven de

25

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

relatieve doorlatendheid, in de vorm van een ratio van geïnjecteerd debiet vanuit een sonde en waterdruk (Q/P): voorbeelden zijn de Direct Push Injection Logger (Dietrich et al. 2008), de Hydraulic Profiling Tool (McCall & Christy 2010) en de Permeafór (Reiffsteck et al. 2010). Een continu profiel van de absolute doorlatendheid kan verkregen worden met bijvoorbeeld de methode (Elsworth & Lee 2005); een methode gebaseerd op waterspanningssonderingen, die helaas zeer gevoelig is voor afwijkingen in de stationaire grondwaterdruk of met de High Resolution K methode (Liu et al. 2009). De Hydraulic Profiling Tool (HPT) wordt bij geohydrologisch en milieukundig onderzoek vaak gecombineerd met ‘standaard’ wrijvingsconussen. Deze techniek is daarom door het (HWBP) nader onderzocht. In het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) voeren de Waterschappen en Rijkswaterstaat maatregelen uit om de primaire waterkeringen aan de wettelijke veiligheidsnorm te laten voldoen. Hieronder worden ook onderzoeken (Project Overstijgende Verkenningen, POV’s) uitgevoerd naar voor waterkeringen van belang zijnde technieken en ontwikkelingen. In de POV-piping is onderzocht hoe de nieuwe sondeertechnieken HPT-sondering en MPT Mini-Pompproef zich verhouden tot traditionele doorlatendheidsonderzoeken. Ontwikkeling Mini-Pompproef (MPT) Tijdens een HPT-sondering wordt gedurende de beweging van de conus water in de bodem geïnjecteerd. Het resultaat is een profiel van de relatieve doorlatendheid (Q/P). Deze werkwijze geeft echter geen absolute doorlatendheid en geen bergingscoëfficiënt. De absolute doorlatendheid kan alleen verkregen worden met behulp van aanvullend uitgevoerde (sondeer-) slugtesten. Dit is een extra werkgang, die de uitvoering tijdrovender, prijziger en, vanwege locatieverschuivingen, minder nauwkeurig maakt. Om dit probleem op te lossen heeft Fugro voor de HPT-conus een aanvullende techniek, de zogenaamde Mini-Pompproef (MPT) ontwikkeld.


Tabel 1 - Doorlatendheid van het watervoerend pakket uit literatuur. Waarden uit beide bronnen zijn gebaseerd op pompproeven i.c.m. expert judgement. Bron: REGIS (Vernes & Van Doorn 2005)

Formatie

Boven-/onderkant

Kreftenheye

NAP 0 tot -20 m

10-30 m/d

Sterksel

NAP -20 tot -50 m

40-60 m/d

Bron: Grondwaterkaart (Lekahena & Nelisse 1974)

50 m/d

Figuur 3 - Uitwerking MPT 3-1; links u1 drukverloop (rood) en injectiedebiet (zwart), rechts inverse modellering van het drukverloop (model in rood).

HPT gecombineerd met MPT onderscheidt zich van een normale HPT, doordat de conus op een vooraf vastgestelde diepte wordt stilgezet. Vervolgens wordt gewacht tot de tijdens het sonderen ontstane wateroverspanning afgevloeid is (dissipatietest), waarna met verschillende debieten water in de bodem wordt geïnjecteerd. De stijghoogteverhoging, die het gevolg is van de injectie, wordt met traditionele (u1 of u2) druksensoren op ca. 0,4 m afstand van het injectiepunt gemeten (zie figuur 1). Na een tweede dissipatietest om de oorspronkelijk hydrostatische toestand te bereiken, wordt de HPT-sondering tot de diepte van de volgende MPT of tot einddiepte doorgezet. De afleiding van de doorlatendheid en de bergingscoëfficiënt wordt uitgevoerd middels inverse modellering, met een analytisch of numeriek model, waarbij de keuze afhankelijk is van de heterogeniteit rond het injectiepunt (zie verder kader bij dit artikel). De diepten van MPT testen worden zoveel mogelijk gebaseerd op reeds bekende sondeergegevens en/of archiefgegevens over het voorkomen van verschillende geologische eenheden (laagpakketten) in de ondergrond. Ook het debiet wordt afgestemd op de te verwachten doorlatendheden en gronddrukken, om verspoeling rondom het injectiepunt te voorkomen. Het wegspoelen van bodemmateriaal en

lekkage van water via de sondeerstang kan in de metingen worden herkend, door zowel het (plotseling) terugvallen van de waterdruk in het injectie punt alsook door MPT testen bij verschillende debieten uit te voeren: bij lekkage blijkt dat bij verschillende debieten verschillende doorlatendheden worden gevonden, terwijl dat bij een goed verlopende test niet het geval is. Een hoge doorlatendheid van de bodem zorgt ervoor dat het geïnjecteerde water snel wegstroomt. Er vindt dan dus maar een beperkte drukverhoging plaats. De druksensor heeft een bepaalde precisie die bepaalt in hoeverre drukverschillen meetbaar zijn. Logischerwijs kan met een hoger injectiedebiet, een grotere druktoename bereikt worden, en wordt de meting daardoor minder afhankelijk van de precisie van de sensor. Hierbij neemt echter het risico toe dat bodemmateriaal uitspoelt. Op basis van de debieten die met het huidig systeem behaald kunnen worden en de precisie van de sensor is het systeem tot een doorlatendheid van tenminste 150 m/d inzetbaar. Onderzoeksopzet De HPT-/MPT-techniek is door het HWBP in Nederland bij een dijk langs de Bergsche Maas vergeleken met traditionele methoden van doorlatendheidsmeting. Het hydrologisch sys-

26

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

teem van het proefgebied bestaat uit een 50 m dik watervoerend pakket. Dit pakket is opgebouwd uit twee kenmerkende formaties. Voor aanvang van het onderzoek waren hiervoor de in tabel 1 gegeven doorlatendheden uit de literatuur reeds bekend. Een schematische weergave van de proefopzet is weergegeven in figuur 2. Bij HPT 1 en HPT 7 zijn om de 5 meter MPT-testen uitgevoerd, bij de overige HPT sonderingen is 1 MPT uitgevoerd. De traditionele sonderingen (DKMP) zijn met meting van de conusweerstand, schachtwrijving en waterspanning (u2) uitgevoerd tot een diepte van NAP -30 m. Iedere 5 meter is een dissipatietest uitgevoerd, die met de methoden Parez & Fauriel (1988) en Van Baars & Van de Graaf (2007) zijn uitgewerkt. De mechanische boringen (MB) zijn tot een diepte van 25 m uitgevoerd. In de boorgaten zijn iedere 5 meter slugtesten uitgevoerd en monsters genomen. De slugtesten zijn uitgewerkt met de methoden Hvorslev (1951) en Bouwer & Rice (1976). Op de monsters is een doorlatendheidsmeting in het laboratorium uitgevoerd en er zijn korrelverdelingen opgesteld. In de handboorgaten (HB) zijn eveneens slugtesten uitgevoerd. Bovendien zijn hierin peilbuizen geplaatst om het verloop van de grondwaterstand bij hoogwater te meten. Hieruit is de doorlatendheid van de zandlaag met behulp van een numeriek model afgeleid. Resultaten en vergelijking met traditionele doorlatendheidsmetingen Figuur 3 geeft de resultaten van een MPT. De drie injectiedebieten zijn goed te herkennen aan de sprongen in de gemeten drukhoogte, zie linker grafiek. Het rechter deel van de figuur toont de resultaten van de inverse modellering, die is uitgevoerd middels het analytisch model. De resultaten van de diverse directe meetmethoden en de empirische korrelverdelingsmethoden zijn weergegeven in figuur 4. De resultaten van de diverse direct meetmethoden en de empirische korrelverdelingsmethoden zijn weergegeven in figuur 4. In vergelijking met de doorlatendheden uit de literatuur en de resultaten van het lokale modelonderzoek (verticale lijnen) geven de fysische testen (met uitzondering van de MPT) zeer lage waarden van de doorlatendheid. De resultaten van de MPT-testen liggen in dezelfde orde van grootte als die van de literatuurgegevens en het lokale modelonderzoek. Een toename van de doorlatendheid onder een niveau van NAP -10 m, zoals ook verwacht op basis van de literatuur, is op basis van de MPT-resultaten te


DOORLATENDHEIDSONDERZOEK MET DE HPT-SONDERING EN MPT MINI-POMPPROEVEN

Figuur 4 - MPT-testen in vergelijking met traditionele doorlatendheidsbepalingen; links traditionele (fysische) doorlatendheidsmetingen, empirische methode Den Rooijenen en MPT-testen, rechts empirische bepaling van doorlatendheid op basis van korrelverdelingen. Grootschalige testen (responsanalyses, regionale modellen) zijn met verticale lijnen weergegeven (rood, blauw en groen).

(figuur 5). Zoals door Schulze-Makuch et al. (1999) aangetoond, is deze positieve correlatie aanwezig tot een bovengrens voor grootschalige testen bereikt is. Zij hebben aangetoond dat de ligging van de bovengrens afhankelijk is van de heterogeniteit van de afzetting.

Figuur 5 - Doorlatendheid van alle testen versus bodemvolume. Het bodemvolume is aan de hand van het gebruikte watervolume en een porositeit van n = 0,4 berekend.

Opgemerkt wordt dat bij deze aanpak middels bodemvolumen, als gevolg van bergingseffecten, het werkelijk invloedsgebied van de in-situ testen wezenlijk groter zal zijn dan het hier weergegeven bodemvolume. De betrokken bodemvolumes moeten daarom indicatief worden gezien. Een nauwkeuriger bepaling van het in-situ invloedsgebied is mogelijk door gebruik te maken van vergelijking ((1); zie kader). Gezien het asymptotisch verloop dient hierbij echter wel een definitie-keuze gemaakt te worden. Om deze reden is in dit onderzoek gekozen voor deze vereenvoudigde benadering. Een geopperde verklaring voor dit schaaleffect (o.a. Schulze-Makuch et al. 1999) is dat bij grootschalige testen lokaal aanwezige preferente (beter-doorlatende) stroombanen benut worden, terwijl dat bij kleinere testen niet het geval is. Dit betekent echter dat incidenteel ook kleinere testen een hogere doorlatendheid zouden laten zien, iets wat in dit onderzoek niet aangetroffen is.

herkennen. Schaaleffect in doorlatendheidsmetingen Aangezien zowel de literatuurgegevens als het lokale modelonderzoek een doorlatendheid geven die betrekking heeft op een groot grondvolume (gehele watervoerend pakket), lijkt er een schaaleffect aanwezig te zijn. Dit is verder inzichtelijk gemaakt in figuur 5. Hierin is het bodemvolume betrokken in de proef uitgezet tegen de doorlatendheid resulterende uit de

proef. Het bodemvolume is hierin gedefinieerd als de omvang van het onderzochte laboratoriummonster of, in geval van een in-situ test, het volume verplaatst water gedeeld door de porositeit. In een dissipatietest wordt bijvoorbeeld minder water verplaatst dan in een MPT, waardoor deze een groter bodemvolume heeft. De lage waarden van de doorlatendheid van kleinschalige testen zijn positief gecorreleerd met het bodemvolume betrokken bij de test

27

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

Doorlatendheidsbepalingen op basis van korrelverdelingen Wat in het onderzoek opvalt is dat er een vrij groot verschil zit tussen de resultaten van verschillende correlatieformules. Globaal gaat het om een factor 10 verschil in doorlatendheid. De meeste methoden komen uit op een doorlatendheid rond de ondergrens van de verwachte doorlatendheid op basis van literatuur en stijghoogte-respons analyses. Dit geldt ook voor de in Nederland veel toegepaste methode Den Rooijen (1992). De oorzaak hiervan, evenals een mogelijk schaaleffect in deze metingen, zou nader onderzocht kunnen worden. Bij andere boringen (niet afgebeeld) bleek bijvoorbeeld dat een kleine toename in de fijne fractie, afhankelijk van de methode, zorgde voor een factor 100 รก 1000 ver-


laging in voorspelde doorlatendheid. Gezien de resulterende lage doorlatendheid, en het feit dat van een gezeefd monster nu eenmaal een groot deel van zijn in situ eigenschappen verloren is, is het zaak de resultaten van deze correlatiemethoden alleen na verificatie met een andere bron (grondwaterkaart, REGIS, pompproeven, stijghoogte-responsanalyses) toe te passen, omdat anders een risico aanwezig is op een onderschatting van de doorlatendheid. Nader onderzoek zou moeten uitwijzen of in bepaalde afzettingen (bv. eolisch, fluviatiel, marien) korrelverdelingen mogelijk wel een goed beeld kunnen geven van de doorlatendheid. Doorlatendheidsmetingen voor het faalmechanisme piping Bij piping is er een groot bodemvolume betrokken in de grondwaterstroom die de pipe voedt. Hoeveel dat in een natuurlijke situatie is, is voor dit onderzoek niet bepaald, maar men zou kunnen veronderstellen dat dit groter zal zijn dan een grondlichaam van ca. 10 x 10 x 10 m (minimaal 1000 m3). Zoals zichtbaar in figuur 5, bevindt men zich dan ruimschoots op het niveau waar de bovengrens van de voorspelde doorlaatfactoren verwacht kan worden. Bij het uitvoeren van een analyse voor het faalmechanisme piping, is het daarom van belang een doorlatendheidsmeting te kiezen die aansluit op dit grote(re) volume. Voor de hier beschouwde fluviatiele afzettingen (Kreftenheye en Sterksel) zijn dus grootschalige pompproeven, inverse modellering van grondwaterrespons-metingen en de wat kleinschaliger MPT-testen geschikt. Nog kleinschaligere veldproeven, zoals slugtesten, leiden mogelijk tot een onderschatting van de doorlatendheid, en daarmee tot een mogelijk onveilige beoordeling van het faalmechanisme piping. Het is mogelijk dat bij een goed doordachte proefopzet waarbij aandacht wordt besteed aan filterlengte, filterdiameters en proefverloop ook grootschaligere slugtesten dan hier toegepast bruikbaar zouden kunnen zijn. Dit vereist echter nadrukkelijk een onderbouwd ontwerp van de veldproef en een lokaal onderzoek naar de representativiteit. Bovenstaande doet uiteraard niets af aan de geschiktheid van deze kleinschalige methoden; voor daadwerkelijke homogene zanden, zoals door de mens aangebrachte ophogingen. Hiervoor zijn deze methoden nog altijd goed bruikbaar. De keuze voor een bepaalde test dient dan ook aan te sluiten bij het schaalniveau en het type afzetting van het vraagstuk waar men in

geïnteresseerd is. Conclusie en dankwoord Zoals geïllustreerd, is het met Hydraulic Profiling Tool (HPT) en Mini-Pompproef (MPT) mogelijk om tegelijkertijd met het uitvoeren van een traditionele sondering een continu profiel van zowel de relatieve als de absolute doorlatendheid over de diepte te verkrijgen. Vanwege het schaaleffect bij doorlatendheidsmetingen is de HPT/MPT geschikt voor grootschalige grondwaterstromingsprocessen zoals bronneringen, regionale grondwatermodellering en analyses bij waterkeringen. De methode is hiervoor beter geschikt dan kleinschalige testen zoals laboratoriumproeven of slugtesten. Het POV-onderzoek is mede mogelijk gemaakt door het Waterschap Aa en Maas en Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Dit artikel is bewerkt vanuit; Berbee. B., Van

Goor G. & Martac E. (2017) Böschungscharakterisierung mittels Hydraulic Profiling Tool und Mini-Pump Tests (2017) 40. Dresdner Wasserbauliche Mitteilungen Heft 58 p. 351-360   Literatuur - Bouwer, H. and R.C. Rice, (1976) A slug test method for determining hydraulic conductivity of unconfined aquifers with completely or partially penetrating wells, Water Resources Research, vol. 12, no. 3, pp. 423-428 - Bruggeman, G.A. (1999) Analytical solutions of geohydrological problems. Developments in Water Science 46, Elsevier, Amsterdam - Butler, J.J., P. Dietrich., V. Wittig and T. Christy (2008). Characterizing hydraulic conductivity with the direct-push permeameter. Ground Water 45: 409-419. - Den Rooijen, H. (1992) Literatuuronderzoek doorlatendheidkorrelkarakterisitieken

Inverse modellering van de MPT-test De MPT-methode is vergelijkbaar met de doorlatendheidssonde en de Direct Push Permeameter DPP-techniek. De HPT- sondeerconus heeft echter maar één waterspanningssensor, in plaats van de twee sensoren die bij de doorlatendheidssonde en DPP-techniek beschikbaar zijn. De stationaire vergelijking van Darcy die bij de doorlatendheidssonde en de DPP wordt toegepast is daardoor niet toepasbaar. Voor de uitwerking van de MPT wordt daarom de instationaire vergelijking gebruikt, die door (Bruggeman 1999) (vergelijking 410.03) beschreven is of kan gebruik worden gemaakt van een numeriek model: ϕ = Q/(4πrks ) erfc (βr/(2√t)) met β= √(Ss/ks ) (1) ϕ Q r ks Ss t

= = = = = =

Waterdruk Injectiedebiet Afstand tussen injectiepunt en druksensor Sferische doorlatendheid Specifieke bergingscoëfficiënt Tijd na start injecteren

In een stationaire situatie vervalt vergelijking 1 weer naar de stationaire sferische vergelijking van Darcy (vergelijking 2): ϕ = Q/(4πrk_s ) (2) Correlatie HPT Q/P metingen en MPT doorlatendheid Vergelijking 2 kan gebruikt worden om de samenhang tussen de relatieve doorlatendheid uit de HPT-sondering en de absolute doorlatendheid af te leiden. Hiervoor wordt de aanname gedaan dat er een nagenoeg stationaire stroming is in de directe omgeving van het injectiefilter: Q/ϕ = Ck_s (3) C = 4πr = lineaire constante tussen Q/φ van de HPT en ks van de MPT De HPT heeft een kleine invloedzone in de grond, direct rondom het injectiepunt, waar de MPT een grotere invloedzone heeft. De omvang van de invloedzone van de MPT is afhankelijk van K en Ss. Voor de afleiding van C (3) moeten om deze reden gemiddelde waarden van Q/P over de invloedzone gebruikt worden.

28

GEOTECHNIEK - Augustus 2017


DOORLATENDHEIDSONDERZOEK MET DE HPT-SONDERING EN MPT MINI-POMPPROEVEN

Grondmechanica Delft Rapport CO-317710/7 - Dietrich, P., J.J. Butler, K. Faiß (2008). A rapid method for hydraulic Profiling in unconsolidated formations. Ground Water 46: 323-328.. - Elsworth, D and D.S. Lee (2005). Permeability Determination from on-the-fly piezocone sounding. Journal of Geotechnical and Geoenvironmental Engineering 131. - Hvorslev, M. J. (1951). Time Lag and Soil Permeability in Ground-Water Observations. Vicksburg, Mississippi: Waterways Experiment Station, Corps of Engineers, U.S. Army. - Kemp, C., (1999). Bepalen van de in situ doorlatendheid met de doorlatendheidssonde. Memoires of the Centre of Engineering Geology in the Netherlands, no. 185. -  Lekahena, E.G. and G.A.G. Nelisse (1974) Grondwaterkaart van Nederland - schaal 1:50.000 : geohydrologische toelichting bj kaartbladen 45 West en 45 Oost ('s-Hertogenbosch). Dienst Grondwaterverkenning TNO, Delft - Liu, G., J.J. Butler, G.C. Bohling, E. Reboulet, S. Knobbe. and D.W. Hyndman. (1999). A new

method for high-resolution characterization of hydraulic conductivity. Water Resources Research 45. - McCall, W., and T. Christy (2010). Development of hydraulic conductivity estimate for the hydraulic profiling tool. - Parez, L., and R. Fauriel (1988). Le piézocône. Améliorations apportées à la reconnaissance des sols. Revue Française Géotechnique 44: 13-27. - Rosas, J., O. Lopez, T.M. Missimer, K.M. Coulibaly, A.H. Dehwah, K. Sesler, D. Mantilla (2014). Determination of Hydraulic Conductivity from Grain-Size Distribution for Different Despositional Environments. Groundwater 52: 399-413. - Reiffsteck, Ph., B. Dorbani, E. Haza-Rozier and J.-J. Fry (2010) A new hydraulic profiling tool including CPT measurements. Presented at the 2nd international symposium on cone penetration testing (CPT’10). Volume 2: Equipment and Procedures, Paper No. 1-11. - Schulze-Makuch, D., D.A. Carlson, D.S. Cherkauer and P. Malik (1999). Scale Dependency

of Hydraulic Conductivity in Heterogeneous Media. Groundwater, 37: 904–919. - van Baars, S., and H. Van de Graaf (2007). Determination of Organic Soil Permeability Using The Piezocone Dissipation Test. Environmental and Engineering GeoSciences - Vernes, R. W., and H.M. Van Doorn (2005). Van Gidslaag naar Hydrogeologische Eenheid Toelichting op de totstandkoming van de dataset REGIS II. Utrecht: Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO.

Mede-ondersteun

OOK ADVERTEREN Cofra BV

Kwadrantweg 9 1042 AG Amsterdam Postbus 20694 1001 NR Amsterdam Tel. 0031 (0)20 - 693 4596 www.cofra.nl

Lankelma Geotechniek Zuid BV

Lameire Funderingstechniek NV

Postbus 38 5688 ZG Oirschot Tel. 0031 (0)499 - 57 85 20 www..lankelma-zuid.nl

Industrielaan 4 9900 Eeklo Tel. 0032 (0) 9 379 72 77 www.lameire.be

PostAca ademisch Onderwijs (PAO)

SBRCURnet

NVAF

Postbus 516 2600 AM Delft Tel. 0031 (0)15 - 303 0500 www..sbrcurnet.nl

Postbus 44 3840 AK Ha Tel. 0031 (0 www.nvaf.n

IN HET GERENOMMEERDE VAKBLAD GEOTECHNIEK? Geobe be est BV

Postbus 427 3640 AK Mijdrecht Tel. 0031 (0)85 - 489 0140 www.geobest.nl ..g

Postbus 5048 2600 GA Delft Tel. 0031 (0)15 - 278 46 18

Van a ‘t Hek

Postbus 88 1462 ZH Mi Tel. 0031 (0 www.vanthe

www..pao.tudelft.nl

Dat kan ad hoc of op reguliere basis met een aantrekkelijk ™ ™Leiderdorp Instruments BV, Leiderdorp ™Geomil Equipment BV, Moordrecht Associate Members Members ™ ™Votquenne Foundations NV, Dadizele (B) ™ ™  JLD Cont r acting BV, Edam publiciteitspakket verbonden aan een van de memberships! ™Tjaden BV, Heerjansdam ™

Informeer vrijblijvend naar de mogelijkheden via 010 - 425 65 44 en/of info@uitgeverijeducom.nl

GEOTECHNIEK GE OTECHNIEK JAARGANG J AARGANG 20 – N NUMMER UMMER 1 Januari 2016

Colofo

Geotechnie G eo e technie een ui uitgav i t g av U itgeve g rij i E Uitgeverij

Geotechniek is een informatief/promotioneel onafhankelijk vaktijdschrift dat beoogtkennis en ervaring uit te wisselen, inzichtte bevorderen en belangstelling voor het gehele geotechnische vakgebied te kweken.

Mathenesse

Uitgeverij Educom3023 GB Rot

Tel. 0031 (0) Fax 0031 (0) info@uitgev


SBRCURnet Handboek Hei- en trilbaarheid Eerder is al een en andere gemeld over de opzet en inhoud van dit handboek (januari 2017). Inmiddels is dit handboek beschikbaar als ‘hard copy’, met dank aan de breed samengestelde commissie die in de afgelopen jaren met veel enthousiasme en inzet aan dit document heeft gewerkt. Binnen afzienbare tijd zal ook een digitale versie verkrijgbaar zijn. De ‘hard copy’ kunt u bestellen voor de prijs van € 109,-- (excl. BTW en verzendkosten); zie www.sbrcurnet.nl/heientrilbaarheid. Geotechniekdag 2017 Zoals bekend organiseert KIVI Geotechniek samen met ie-net en BRCURnet op 7 november a.s. de Geotechniekdag met als thema “Doorgrond je omgeving”. De omgeving speelt een steeds belangrijkere rol in de geotechniek. De beïnvloeding door trillingen, vervormingen en grondwater staat of valt met het draagvlak vanuit de gemeenschap voor de civieltechnische projecten van tegenwoordig. De kennis van de omgeving en ondergrond is daarbij essentieel, en voor het in kaart brengen hiervan worden steeds geavanceerdere tools ontwikkeld. Op de Geotechniekdag 2017 duiken we hier in! De dag is bedoeld voor deskundigen en belangstellenden op het gebied van de geotechniek in dienst van overheid, ontwerp- en ingenieursbureaus, gespecialiseerde adviesbureaus, opdrachtgevers, aannemers, waterschappen, wetenschappelijk onderwijs in Nederland en België en wordt wederom gehouden in het Chassé Theater in Breda. Voor verdere informatie zie www.geotechniekdag.nl.

Herziening CUR publicatie 162 “Construeren met grond” Deze publicatie dateert uit de vorige eeuw: in november 1992 is de publicatie uitgebracht en sindsdien nooit herzien. Het was toen een stan-

daardwerk, waarin veel basiskennis en ervaring omtrent grondconstructies op en in sterk samendrukbare grond was gebundeld. Vanuit de sector is de vraag om dit standaard-werk te herzien. Rijkswaterstaat , ProRail, de Gemeente Rotterdam en het POV Macrostabiliteit zijn reeds betrokken bij het proces, evenals een groot aantal bedrijven. De herziene versie komt niet als ‘hard copy’ beschikbaar, maar op een wiki-achtige basis. Daarmee is ook het up-to-date houden ervan veel eenvoudiger en voor u als gebruiker is de informatie ervan overal digitaal beschikbaar! Hebt u ideeën over de herziening van ‘CUR162’, of wilt u aanhaken? Stuur een email naar fred.jonker@sbrcurnet.nl Richtlijn geotechnisch laboratoriumonderzoek In het nummer van juli 2016 hebben we u geïnformeerd over de ontwikkeling van een Richtlijn geotechnisch laboratoriumonderzoek. Om uw geheugen eventueel op te frissen: Een belangrijk deel van geotechnische en civiele projectrisico’s zijn gerelateerd aan onzekerheden in de ondergrond. Hieraan is onder andere binnen het onderzoeksprogramma GeoImpuls uitgebreid aandacht besteed. Elke keer komt weer naar voren dat aan de basis van een succesvol project de juiste ondergrondinformatie ligt. Een belangrijke schakel in die ondergrondinformatie is de kwaliteit en juiste keuze van het laboratoriumonderzoek. Nog steeds worden geotechnische laboratoria geregeld geconfronteerd met opdrachten voor proeven, die onvolledig zijn, of waarbij uit navraag blijkt dat de adviseur te weinig begrip heeft van de proeven om ze adequaat op te dragen. Dat leidt tot proeven die niet onder de juiste condities worden uitgevoerd of tot onjuiste aantallen proeven. In alle gevallen is hier sprake van een potentieel risico op geotechnisch falen. Om dit probleem aan te pakken is deze richtlijn opgesteld, waarin niet alleen de meest gangbare proeven duidelijk worden omschreven, maar ook wat er wel en niet van de proef mag worden verwacht en welke gegevens moeten worden aangeleverd. Pas dan weet men hoe de proef correct moet worden ingezet binnen de context van het project. De Richtlijn is in concept beschikbaar en intussen ook al besproken in een breed samengestelde klankbordgroep. Het commentaar zal worden verwerkt; de Richtlijn komt in de herfst 2017 beschikbaar. Geokunststoffen als wapening in gebonden en ongebonden funderingslagen Medio 2014 is SBRCURnet-commissie 1991

30

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

Onder redactie van: ing. Fred Jonker fred.jonker@sbrcurnet.nl

van start gegaan. In deze commissie werken opdrachtgevers, adviesbureaus, leveranciers, bouwbedrijven en een onderzoeksinstelling samen aan de nieuwe SBRCURnet-publicatie ‘Geokunststoffen als wapening in gebonden en ongebonden funderingslagen’. In deze publicatie wordt alle recente kennis en ervaring op dit gebied samengebracht. In de afgelopen periode is verder gewerkt aan de ontwerpmethodieken voor gewapende funderingslagen onder onverharde wegen, straatsteenverhardingen en asfalt. In april 2017 zijn de voorgestelde ontwerpmethoden in principe door de begeleidingscommissie goedgekeurd. De laatste witte vlekken worden nu ingevuld, half juni vindt de afsluitende vergadering plaats waarna in augustus of september 2017 de herziene publicatie gepubliceerd. Voor meer informatie over deze commissie kunt u mailen naar erwin.vega@sbrcurnet.nl Soilmix wanden Na het verschijnen van de hard copy versie bleek dat bij het vertalen van de WORD versie van het handboek “Soilmix-wanden” naar de digitale omgeving zoals SBRCURnet die hanteert helaas een storende fout is geslopen. De tekst van paragraaf 7.6 ‘Verankering/stempels’ in het handboek moet zijn: “De overdracht van de krachten van de horizontale ondersteuning op de wand gebeurt met behulp van gordingen. Een lokale krachtoverdracht met bijvoorbeeld een ankerstoel is ook mogelijk. De ankers kunnen in dat geval tussen of ter plaatse van de profielen worden geplaatst. Er dient een controle op doorponsen te worden uitgevoerd.” Zie ook http://www.sbrcurnet.nl/producten/publicaties/handboek-soilmix-wanden Binnenstedelijke kademuren Dit handboek is verschenen in februari 2014. Daarin is (geotechnische) kennis en ervaring gebundeld met betrekking tot de binnenstedelijke kademuren. Als vervolg op dit handboek is een Platform binnenstedelijke kademuren (BiKa) ontwikkeld met inmiddels ca. 50 leden. Het Platform vervult een belangrijke functie in het delen van kennis en ervaring. Elk halfjaar (in april en oktober) wordt een bijeenkomst georganiseerd. De laatste bijeenkomst was in Amsterdam (o.m. bezoek aan de renovatie van de Amsterdamse


SBRCURnet kademuur bij Prinsengracht 709 – 805). De volgende bijeenkomst wordt gehouden op 5 oktober in Groningen, waar we een ‘kijkje in de keuken nemen’ bij de Groningse binnenstedelijke kademuren. Inmiddels is nieuwe kennis en ervaring beschikbaar. Dat heeft o.m. geleid tot een aanpassing van de berekening van de boombelasting. Een werkgroep binnen BiKa heeft een herziene tekst geleverd van paragraaf 4.2.4. “Belasting door boomwortels”. Dat erratum zal tzt worden verwerkt in de herziene versie van het handboek en is inmiddels beschikbaar op www.platformbika.nl. Daarnaast is recent een aantal nieuwe werkgroepen gestart om kennis en ervaring te bundelen en beschikbaar te maken voor de herziene versie (o.m. aanpak van de bepaling van de reststerkte). Verder info zie www.platformbika.nl Dutch Port Infrastructure Committee (DPIC) Handbook Quay Walls In november 2013 is de 2e druk verschenen van het Engelstalige handboek ”Quay Walls”. Daarnaast wordt binnen SBRCURnet-verband gewerkt aan de realisatie van Engelstalige ont-

werprichtlijnen voor “Dolphins” (verwacht eind 2017) en “Jetties and Wharfs” (verwacht begin 2018). De SBRCURnet commissie DPIC heeft als doel om ervaringen met Quay Walls en straks de beide andere handboeken te inventariseren en op die ervaringen te reageren. Op basis van reacties uit de sector is inmiddels een erratum beschikbaar waarin ook het erratum van november 2013 is opgenomen, zie http://www.sbrcurnet.nl/producten/publicaties/ handbook-quay-walls. De commissie is geïnteresseerd in al uw ervaringen met “Quay Walls”, bij voorbeeld: Welke problemen of omissies ervaart u bij het gebruik van Quay Walls? Of komt u fouten of onduidelijkheden tegen in de gebruikte formules en zo ja welke? Uw reacties zien we graag tegemoet via DPIC@sbrcurnet.nl. Als indiener van ervaringen/vragen stellen wij u uiteraard persoonlijk op de hoogte van de bevindingen van de SBRCURnet commissie. Activiteiten SBRCURnet De bestuurder van SBRCURnet heeft tot haar grote spijt moeten besluiten om aan de Raad van Commissarissen en Ondernemingsraad van SBRCURnet het advies voor te leggen om de activiteiten van SBRCURnet te beëindigen.

Aanleiding voor dit besluit is het wegvallen van fondsgelden en het uitblijven van concrete vervangende omzet. Het betreft een voorgenomen besluit. SBRCURnet gelooft nog steeds in de noodzaak van pre-concurrentiële kennisontwikkeling voor de bouw. Wij zien het als onze verantwoordelijkheid om de kennis die in meer dan 65 jaar is ontwikkeld zoveel mogelijk te behouden voor de sector. Daarom gaan wij met opdrachtgevers, collega-kennisinstellingen en andere partijen in gesprek om te onderzoeken of werkpakketten, werkwijzen of bedrijfsonderdelen e.d. ondergebracht kunnen worden bij andere organisaties. SBRCURnet hecht er veel belang aan om het proces van afronding zorgvuldig en sociaal te laten verlopen. Bestaande contractverplichtingen worden gerespecteerd. Lopende opdrachten worden zo goed mogelijk uitgevoerd, afgerond of elders ondergebracht Alle lopende geotechnische projecten gaan vooralsnog ook gewoon door. Dat geldt in principe ook voor het starten van nieuwe geotechnische projecten.

LANKELMA GEOTECHNIEK ZUID GROEIT! Wegens groei en toenemende geotechnische activiteiten zijn wij voor ons bedrijf op zoek naar:

• Projectleider geotechniek • Adviseur geotechniek • Adviseur geohydrologie Een uitgebreide functieomschrijving is terug te vinden op onze website www.lankelma-zuid.nl Tevens is er de mogelijkheid (afhankelijk van zelfstandigheid, deels) kantoor te houden in onze vestiging te Gouda. Gegadigde uit deze regio worden ook uitgenodigd te solliciteren. Lankelma Geotechniek Zuid is een bedrijf welke actief is op gebied van geotechniek, milieutechniek, geotechnisch en geohydrologisch advies en geotechnisch laboratorium.


Het effect van een slepend anker op een bodembescherming van stortsteen

S. Crum Tideway; Research & Development Engineer

M.L.E.B. van der Hoeven The Weather Makers; Founder & Creative Director

L.P.H.C. Krouwel Arcadis; Senior Hydraulic Engineer

H.J. Verhagen TUDelft; Associate Professor in Hydraulic Engineering

Introductie Naar aanleiding van het project “Verbreding van het Julianakanaal" in Nederlands Limburg, was het de uitdaging aan de aannemer De Vries & van de Wiel (onderdeel van de DEME-groep) om een nieuwe bodembescherming te ontwerpen en vervolgens te construeren. In het voorgesteld ontwerp van de aannemer (Figuur 1) wordt een bentonietmat gebruikt om de waterdichtheid van het kanaal te garanderen, met daar bovenop een toplaag van stortsteen, gescheiden door een filterlaag. De hoeveelheid literatuur over dit onderwerp bleek onvoldoende te zijn om de hoeveelheid schade door slepende ankers te voorspellen en daarmee de laagdikte boven op de bentonietmat in het Julianakanaal te bepalen. Ankerindringing is voornamelijk onderzocht in zand en klei

en dan met name in de context van ankerkracht en (efficiĂŤnt) ankerontwerp. Beschikbaar onderzoek naar ankers in dergelijke lagen neigt zich te concentreren op de bescherming van (pijp) leidingen, waarbij de ankers dus relatief smalle breedtes overbruggen. Ons onderzoek is nieuw in dit opzicht; het anker wordt namelijk continu door een laag stenen gesleept. Crum (2015) presenteert de resultaten van een serie modeltesten op prototype schaal die zijn uitgevoerd om een ontwerp voor de bodembescherming van het Julianakanaal te valideren. De proeven zijn uitgevoerd met een Flipper Delta anker (Figuur 2), wat op het toegewezen traject het meest voorkomende anker was. Op basis van deze testen wordt een duidelijk beeld van ankergedrag in stortsteen beschreven. Een semi-empirische formule is opgesteld om an-

Figuur 1 - Opbouw bodembescherming

TOPLAAG

STORTSTEEN

FILTERLAAG

GRIND

WATER AFSTOTENDE

BENTONIET MAT

ONDERGROND

SANDY GRAVEL

32

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

kerpenetratiediepte te voorspellen. Deze formule concentreert zich op de relatie tussen de afstand van de punt van het maximaal uitgeklapte ankerbladelement tot de hartlijn van de schacht (gedefinieerd als ankerbladafstand: dfluke) en het formaat steen gebruikt in de bodembescherming (d50). Naar aanleiding van de veelbelovende resultaten van deze studie besloten De Vries & Van de Wiel en de TUDelft extra modeltesten uit te voeren. Met een gevalideerd schaalmodel wordt toekomstig onderzoek naar ankers in bodembescherming uit stortsteen gefaciliteerd.

Analyse Slepend Anker door Crum (2015) Een visueel uitgevoerde analyse van de testen bij het Julianakanaal toont dat het Figuur 2 - Schets Flipper Delta anker

ankerbladafstand: dfluke


Samenvatting

Slepende ankers door stortsteen zijn vooral onderzocht voor beschermingen met een kleine breedte. Sleeptesten uitgevoerd voor een kanaalverbredingsproject (Julianakanaal) laten zien dat de penetratiediepte van een anker afneemt bij de toename van de steengrootte. Aanvullende modeltesten op schaal laten zien dat het slepen van een anker verschaald kan worden zolang aandacht besteedt wordt aan het juist verschalen van

de afmetingen, dichtheid en hoekigheid van de stenen. Het gebruik van de ontwerprichtlijn (Crum, 2015) samen met een (schaal) model kan een zeer efficiĂŤnte manier zijn om ontwerpen van bijvoorbeeld rivierbodembescherming op waterremmende lagen, tunnelbeschermingslagen en erosiebescherming te optimaliseren in gebieden waar slepende ankers een risico zijn.

Figuur 3 - Fasedefinitie voor slepende ankers in stortsteen.

Figuur 4 - Richtlijn voor afschatten indringingsdiepte.

d pen 1 Ton Flipper Delta

1

dpen inschattings formule 60-90mm 80-200mm 130-300mm

0.8

op

referentie niveau

dpen

afgelegde weg ankerpunt

d pen [m]

ho

0.6

0.4

Fase 1

kanteling

Fase 2

0.2

ANKER

stationair

d

0

0

2

4

6

fluke

8

10

d fluke /d50 [-]

traject van een slepend anker door stortsteen opgedeeld kan worden in twee fasen (Figuur 3): De kantelfase en de stationaire fase. De kantelfase is de beginfase waarin het anker start met gesleept te worden en vervolgens zijn bladelementen opent om zich in te graven. De penetratiediepte evolueert naar een maximum terwijl de hoop voor het anker groeit, hierna kantelt het anker en komt weer deels omhoog. De maximale penetratiediepte wordt binnen twee ankerbladlengtes bereikt. Wanneer het anker gestegen en gestabiliseerd is, begint de tweede fase waarin de penetratiediepte en het volume van de hoop constant blijven. De factoren die bijdragen aan dit gedrag kunnen worden samengevat door de volgende observaties: - Als de steengrootte toeneemt, neemt de penetratiediepte van het anker af - Als de penetratiediepte afneemt, neemt ook de ankerhoudkracht af - Het volume (gewicht) van de hoop is een bepalende factor voor de ankerhoudkracht in stortsteen Er is een duidelijke relatie tussen deze drie waarnemingen aangezien een kleinere ingraafdiepte resulteert in een kleinere passieve grond-

wig voor het anker uit. Samen met het volume van de hoop op deze wig, is dit gewicht verantwoordelijk voor de (uiteindelijk kleinere) houdkracht van het anker (Crum, 2015) De penetratiediepte van een 1 ton Flipper Delta anker kan voorspeld worden met de richtlijn die afgeleid is van de resultaten in de prototypeproeven (Figuur 4) en de formule: dpen=(2.4 dfluke/d50 -2)/(1.75 dfluke/d50 +11) waarin: dfluke = ankerblad afstand d50 = steendiameter Testopstelling De prototypetesten uitgevoerd voor het Julianakanaalproject worden gebruikt als referentieproef voor de schaaltesten. Verschaling naar een werkbaar formaat voor deze nieuwe proeven leverde een schaal niveau op van sL = 7. De originele testen bij het Julianakanaal waren uitgevoerd in een op maat gemaakt bassin, welke het ontwerpscenario simuleerde. Global Maritime Vryhof stelde hun testfaciliteit ter beschikking voor de schaalproeven. Afmetingen van de bassins zijn terug te vinden in Figuur 5 en

33

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

Figuur 6. Er zijn drie verschillende types stortsteen gebruikt in de prototype- en de verschaalde testen: - PROTOTYPE: 60-90mm | SCHAAL: 9-17mm - PROTOTYPE: 80-200mm | SCHAAL: 16-25mm - PROTOTYPE: 130-300mm | SCHAAL: 25-40mm De afmetingen van het anker en de laagdikte zijn ook lineair geschaald. De relatieve dichtheid van het anker ten opzichte van de stortsteen is gelijk, alleen de 80-200mm stortsteen heeft een lagere dichtheid in de schaalproef. De filterlaag die aanwezig was tijdens de prototype proeven is in de schaalproef achterwege gelaten. Leidend voor de ingraving is het gedrag in de toplaag. Beide scenario’s gebruiken een mat om het bed van de ondergrond te scheiden. Deze fysieke barriere dient ook gemodelleerd te worden. Aangezien een bentonietmat op de verschaalde grootte niet geproduceerd wordt, is een gronddoek gebruikt tijdens de schaalproef. Dit textiel is net als de bentonietmat aan de bovenkant gewoven en kan ook scheuren zoals dat in de prototypeproeven met de bentonietmat gebeurde. Er is besloten om geen water in de schaalopstelling te gebruiken. Bij een ontwerp van stortsteen zijn de korrelgrootte en het formaat van de


Figuur 5 - Afmetingen bassin Julianakanaal.

den rollen 3. Na het bereiken van een locaal maximale penetratiediepte komt het anker licht omhoogwaarna de punt een constante penetratiediepte aanhoudt ofwel het anker uitbreekt en over de bestorting rolt. De laatstgenoemde constante pentratiediepte is waar naar gerefereerd wordt wanneer gesproken wordt over de penetratie diepte van het anker (dpen), zie ook Figuur 3. Deze diepte is representatief over het traject van het slepende anker.

Figuur 6 - Afmetingen test bassin Vryhof.

poriĂŤn relatief groot. De permeabiliteit is hoog; water kan zich gemakkelijk verplaatsen en effecten zoals dilatantie treden niet op. Het effectieve gewicht van zowel de stenen als het anker is minder wanneer het materiaal zich onder water bevindt wat effect heeft op, onder andere, de anker houdkracht. Uit de Julianakanaal-proeven bleek dat de aanwezigheid van water weinig invloed uitoefent op de penetratiediepte en het gedrag van het anker in de stortsteen. Ten opzichte van de verhouding dfluke/d50 speelt water geen rol. Resultaten Om de schaalproeven met de prototypeproeven

te kunnen vergelijken, wordt het ankergedrag visueel getoetst, gevolgd door een kwantitatieve controle van de penetratiediepte. Vergelijking ankergedrag Om een methode op te zetten voor het vergelijken van het ankergedrag wordt een standaard prototypegedrag gedefinieerd. Vanuit de Julianakanaal-proeven is geconcludeerd dat het ingraven van een Flipper Delta anker in stortsteen als volgt gebeurt: 1. Het anker begint met ingraven 2. Een hoop vormt zich voor het anker, waarbij stenen vanaf de zij- en voorkant naar bene-

34

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

60-90mm [Figuur 7 vs. Figuur 8] In het kleinere, rondere type stortsteen, wordt de hoop onmiddellijk gevormd als de sleep wordt gestart en de ankerbladelementen zich ingraven. Het globale gedrag lijkt gelijk aan dat wat zich voordoet in de prototypetesten. Het anker graaft zich in tot de punten van het ankerblad de mat aanraken (diepte: 9cm). Na elf testen is de mat gescheurd en graaft het anker tot 13cm diep totdat de test afgebroken wordt. Wanneer deze diepte verschaald wordt, is dit een grotere diepte dan uiteindelijk bij het Julianakanaal gevonden werd. In zowel de prototype- als de schaalproef zien we dat de mat scheurt, maar de ondergrond die zich onder de bentonietmat bevond bij het Julianakanaal was significant harder (zand met grind) dan het zand in het schaal basin. Dit kan mede bepalend zijn in de uiteindelijke kleinere penetratiediepte gevonden op prototypeniveau. 80-200mm  [Figuur 9 vs. Figuur 10] Hoewel de penetratiediepte op schaalniveau naar verwachting is, verschilt het ankergedrag zeer met de prototypeproef. Het vormen van de hoop geschiedt niet bij het merendeel van de schaaltesten. Tijdens de schaalproeven breekt het anker snel uit waarna het op z'n kant draait en zijn ingraaftraject niet meer herstelt. De beweging van het anker door de stortsteen gaat schokkerig en de stenen rollen niet van de hoop wanneer er een klein hoopje ontstaat. 130-300mm [Figuur 11 vs. Figuur 12] Het ankergedrag op schaalniveau 130-300mm is soortgelijk aan het gedrag tijdens 80- 200mm schaaltesten. Het anker breekt snel uit en rolt behoorlijk op zijn kant waarna het zich niet meer herstelt. Dit gedrag ziet men ook bij de prototype testen. Echter, het gerol van het anker is minder extreem op prototype schaal. De penetratiediepte blijkt bij beide testen minimaal. Vergelijking penetratiediepte De gemiddelde waarde van de gemeten pe-


HET EFFECT VAN EEN SLEPEND ANKER OP EEN BODEMBESCHERMING VAN STORTSTEEN

Figuur 7 - PROTOTYPE:60-90mm .

Figuur 8 - SCHAAL:60-90mm.

Figuur 9 - PROTOTYPE:80-200mm.

Figuur 10 - SCHAAL:80-200mm.

Figuur 11 - PROTOTYPE:130-300mm.

Figuur 12 - SCHAAL:130-300mm.

netratiediepten samen met de grootste en de kleinst gemeten waarden zijn geplot in Figuur 13. Kleinste en grootst gemeten waarden worden getoond omdat niet alle testen een dusdanige steekproefgrootte hebben om met een distributie geĂŤvalueerd te worden. 60-90mm (3 prototype-, 11 schaal-datapunten) De penetratiediepte gemeten in de schaalproeven valt binnen het bereik van de metingen op prototypeniveau, behalve voor de maximale penetratiediepte. Dit kan mogelijk verklaard worden, zoals eerder vermeld, door de verschillende samenstelling van de onderlaag. De laag begint op dezelfde diepte voor beide testen, maar de meer fijnkorrelige ondergrond in de

schaaltesten geeft een groter maximum voor de ingraafdiepte zodra de mat gescheurd is. 80-200mm (8 prototype-, 18 schaal-datapunten). In Figuur 13 wordt getoond dat de penetratiediepte van de 80-200mm tests een goede match geven tussen verkleinde schaal en prototype schaal met slechts een 10% kleinere geschaalde penetratiediepte. Echter, er moet in acht genomen worden dat het gedrag tussen beide schaal niveaus wezenlijk verschilde.

zien die wij eerder zagen: grotere stortsteen komt overeen met een kleinere ingraafdiepte. Met dit type stortsteen zijn slechts drie schaalproeven uitgevoerd, dus het is moeilijk om conclusies te trekken over de exacte penetratiediepte. Dit wordt versterkt doordat bij een deel van de schaalproeven helemaal geen ingraving voorkomt. Bij het uitsluiten van deze proeven komt de gemiddelde waarde voor penetratie diepte van de schaalproef op 3.4cm, wat beter overeenkomt met de prototype data.

130-300mm (4 prototype-, 3 schaal-datapunten) De penetratiediepte in de grootste stortsteen laat, ondanks dat de waarden voor penetratiediepte vrij sterk verschillen, wel dezelfde trend

Over het geheel gezien komen de penetratiediepten gemeten op schaalniveau goed overeen met de verwachte waarden afgeleid van de prototypetesten. De trend waarin grotere stortsteen

35

GEOTECHNIEK - Augustus 2017


Figuur 13 - Evaluatie van penetratie diepte. Dpen [cm] -2.0

0.0

2.0

4.0

6.0

8.0

10.0

12.0

14.0

14

28

42

56

70

84

98

Prototype [60-90mm] Schaal [60-90mm] Prototype [80-200mm] Schaal [80-200mm] Prototype [130-300mm] Schaal [130-300mm]

-14

0

Dpen [cm]

Figuur 14 - Normale verdeling van resultaten.

leidt tot een kleinere ingraving blijkt uit beide scenario’s. De range van de resultaten is groter op schaalniveau, wat naar verwachting is omdat de foutmarge bij de meetapparatuur ook relatief groter is op kleine schaal. Op kleinere schaal blijken uitschieters extremer te zijn. In Figuur 14 zijn de normale verdeling van zowel de schaal als de protoype modelproeven tegen elkaar uitgezet voor de 80-200mm case. Het blijkt dat alle gevonden dieptes op prototypeniveau binnen het bereik van μ ± 2σ (2.5% overschrijdings kans) liggen. Dit kan betekenen dat door middel van het uitvoeren van een redelijke hoeveelheid schaaltesten voldoende data wordt bemachtigd een ontwerp waarde voor anker penetratie diepte te bepalen. In dat geval wordt aanbevelon uit te gaan van de grootst gevonden penetratie diepte (of 2.5% overschrijdingswaarde), wat een conservatief resultaat geeft. Vergelijking van stortsteentypes Verschillend gedrag in de schaaltesten kan verklaard worden door de eigenschappen van de types stortsteen tegen elkaar uit te zetten. De eigenschappen met de grootste invloed op penetratiediepte zijn: - Steendiameter (d50) -  Hoekigheid, welke samen met de relatieve dichtheid van de storsteen effect heeft op de inwendige wrijving

JK data Schaal data µ ± σ µ ± 2σ

Diameter De relatieve diameters (uitgedrukt als zeefkrommen) worden getoond in Figuur 15. De diameter van de 60-90mm stortsteen is netjes verschaald, voornamelijk rond het gemiddelde. Dit is een verklaring voor het gelijkaardige ankergedrag. 0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

penetratie diepte (80-200mm) [cm] Figuur 15 - Vergelijking zeefkrommen. Zeefkrommen JK(60-90)

Schaal(60-90)

JK(80-200)

Schaal(80-200)

JK(130-300)

De 130-300mm stortsteen in de schaaltesten is groter dan ware grootte. Dit zou de kleinere penetratiediepte in de schaaltesten kunnen verklaren.

Schaal(130-300)

100%

Cumulative

80%

60%

40%

20%

0%

0

5

10

15

20

25

30

35

40

45

Diameter[mm]

36

De verschaalde 80-200mm stortsteen heeft een kleinere diameter dan de prototypemaat. Dit verklaart echter niet dat het anker meer moeite heeft met ingraven onder de aanname dat hoe groter de steen, hoe minder diep het anker zich zal ingraven.

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

50

Hoekigheid De stenen gebruikt bij het Julianakanaal worden geclassificeerd als ‘riviergrind’. Ook al zijn de stenen niet rond, ze hebben wel afgeronde hoeken dankzij erosieprocessen. Het materiaal gebruikt bij de schaalproeven voor de 80-200mm en de 130-300mm is hoekiger. 


HET EFFECT VAN EEN SLEPEND ANKER OP EEN BODEMBESCHERMING VAN STORTSTEEN

Figuur 16 - Vergelijking hoekigheid.

d pen Slepend Anker in Stortsteen

1.5

De testen met het StevinMk3 anker en de hoek van 32˚ leveren een ingraafdiepte op die niet extreem afwijkt van de originele schattingsformule.

ANKER d

1.25

fluke

d pen /dfluke [-]

1

0.75

0.5

Originele formule Toegevoegde schaal data Flipper Delta [JK] Flipper Delta [Schaal]

0.25

StevinMk3 [32 ] StevinMk3 [50 ]

0

0

2

een hoek van 50˚ gefixeerd wordt, zal het onmogelijk zijn om het bed te penetreren, zoals nu ook bevestigd wordt in stortsteen.

4

6

8

10

d fluke /d50 [-] Het is aannemelijk dat de interne wrijving van de laag stortsteen groter is bij hogere hoekigheid. De individuele stenen kunnen beter in elkaar kunnen grijpen en de laag als geheel blijkt moeilijker te penetreren. Dit kan verklaren waarom het anker snel op z'n kant rolt na ingraving en er nauwelijks een hoop gevormd wordt. Een visuele vergelijking van de hoekigheid wordt gegeven in Figuur 16. (“S” voor schaal proeven en “P” voor prototype proeven). Her-evaluatie van de penetratiediepte-richtlijn De schattingsformule voor ankeringraafdiepte is opgesteld om de gemiddelde verwachtingswaarde van de indringing van een slepend anker in stortsteen te voorspellen door (Crum, 2015), waarbij gebruik is gemaakt van de proeven uitgevoerd op het Julianakanaal. Deze formule is gebaseerd op een hyperbolische fit door de gevonden data en getoestst aan de hand van twee randvoorwaarden. Deze randvoorwaarden hangen af van de verhouding tussen de ankerbladafstand en de steendiameter en geven zowel een minimum als een maximum voor de penetratiediepte. De minimale penetratiediepte wordt geacht nul (geen ingraving) te zijn. Het absoluut fysische minimum voor ingraving bevindt zich op dfluke/d50 < 0.5, waarbij de steengrootte tweemaal de ankerbladafstand is. De penetratiediepte zal toenemen zolang de steengrootte afneemt. Wanneer de kleinst mogelijke korrel

genomen wordt die in structuur nog overeenkomt met stortsteen, komen wij bij zand uit. De theoretische ingraving in zand is gerapporteerd als 1 ankerbladlengte (Flipper Delta, (API,1996)). Deze twee grenzen worden dicht benaderd met de in Figuur 4 getekende afschattingsformule die gebaseerd is op de datapunten van het Julianakanaal. Om de schaaldata en testresultaten van aanvullende ankertypes toe te voegen wordt de penetratiediepte dimensieloos gemaakt door te delen door de ankerbladafstand. In de 130-300mm stortsteen zijn ook enkele testen met een StevinMk3 anker uitgevoerd. De ankerbladen van dit type kunnen zowel onder een hoek van 50˚ als onder een hoek 32˚ ten opzichte van de anker schacht geplaatst worden. Alle resultaten tezamen zijn geplot in Figuur 17. Er kan geconcludeerd worden dat een grotere ankerbladafstand niet per definitie ook meer ingraving in stortsteen garandeert als blijkt dat de grotere hoek van 50˚, met de daarbij horende relatief grote ankerbladafstand, nauwelijks een ingraafdiepte oplevert. Zoals ook vermeld in The Anchor Manual (2010) zal de penetratiediepte van een anker in een bepaald type grond ten zeerste beïnvloed worden door de gekozen ankerbladhoek. In harde grond, als het anker op

37

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

Een nieuwe fit door de data van de Flipper Delta anker proeven (zowel schaal als prototype), geeft een prognose voor dpen = 0 bij dfluke/d50 < 1.5. Eerder is beredeneerd dat de limiet voor mogelijke ingraving op dfluke/d50 = 0.5 zou liggen. Het is echter ook mogelijk dat het omslagpunt voor wel of geen ingraving op een hogere dfluke/d50 ligt. Meer testen in het gebied dfluke/d50 < 4 zouden kunnen leiden tot een betere idee van dit kritieke punt waarbij het anker zich niet kan ingraven. De waarde uit de literatuur voor maximale ingraving ligt op 1 ankerbladlengte LFluke(1tonne,FD) =1.56m, vertaald naar dpen/dfluke =1.56/0.55=2.8 (Figuur 18) voor een Flipper Delta anker. Zowel de oude als de nieuw fit voor de formule geven een bovengrens dichtbij deze waarde. Bij de nieuwe fit dient opgemerkt te worden, dat binnen de datapunten, belangrijke factoren zoals de hoekigheid varieren. De punten van 6090mm en 130-300mm geven dus niet per definitie een optimalisatie van de fit. Conclusie Testobservaties in een geschaald bassin bevestigen wat ook geconcludeerd is tijdens de prototypeproeven bij het Julianakanaal (Crum(2015)): een grotere (kleinere) korrelgrootte komt overeen met een kleinere (grotere) anker ingraafdiepte en een kleinere (hogere) ankerhoudkracht. Een groot aantal van de schaalproeven volgen eenzelfde ankerpad als definieerd in Figuur 3. Het al dan niet vormen van de hoop voor het anker en de mate van ingraving blijkt sterk te correleren met de hoekigheid van de stortsteen korrel. Wat betreft de ingraafdiepte zelf geven de schaaltesten resultaten in dezelfde orde van grootte als de prototypeproeven. Gemiddeldes van de schaalproeven liggen binnen 10% van de gemeten waarden bij het Julianakanaal. Verder zijn de resultaten van de 80-200mm schaalproeven zodanig verdeeld dat met een normale verdeling de 2.5% overschrijdings grens overeen komt met een grotere indringdiepte dan bij de prototype proeven voorkwam. Gezien de gelijkaardige trends in ankergedrag kan geconclu-


deerd worden dat het beschouwde proces met een redelijke nauwkeurigheid verschaald kan worden. In het geval men vanuit een schaalproef een ontwerpwaarde wil halen, wordt aanbevelen uit te gaan van de grootst gevonden penetratie diepte (of 2.5% overschrijdingswaarde), wat een conservatief resultaat geeft.

Het toevoegen van de schaaltesten met het Flipper Delta anker aan de afschattingsformule geeft een nieuwe fit die nagenoeg binnen de fysieke grenzen valt die al eerder aan de formule gesteld zijn. Maximale indringing ligt na de toevoeging iets boven eenmaal de ankerbladlengte bij het gebruik van de uitgebreide dataset. De dataset blijft echter klein en binnen de datapunFiguur 17 - Nieuwe schaaldata gefit in model.

Het gebruik van de ontwerprichtlijn (Crum, 2015) samen met een (schaal)model kan een zeer efficiënte manier zijn om ontwerpen van bijvoorbeeld rivierbodembescherming op waterremmende lagen, tunnelbeschermingslagen en erosiebescherming te optimaliseren in gebieden waar slepende ankers een risico zijn.

dpen Slepend Anker in Stortsteen

3.5 3

dpen /dfluke [−]

2.5

Referenties - (2010). Anchor Manual. Vryhof Anchors. The Guide to Anchoring. - API (1996). Recommended practice for design and analysis of stationkeeping systems for floating structures. Technical report, American Petroleum Institute Exploration and Production Department. - Crum, S. (2015). The effect of a dragging anchor on a horizontal layer of rockfill. Technical report, Delft University of Technology, De Vries and van de Wiel. http://resolver.tudelft.nl/ uuid:0f14aa4d-efe5-4c3f-8086-ad876f3e0025.

2 1.5 1 Originele formule Toegevoegde schaal data Literatuur waarde max. penetratie in zand

0.5 0

0

50

d

100 /d [−]

fluke

ten varieert ook de hoekigheid, welke een grote invloed op de ingraving van de steen heeft. Meer meetpunten met verschillende steengroottes en hoekigheid zouden toegevoegd kunnen worden om de voorspellings formule verder uit te breiden. Een grotere data set met betrekking tot een ander ankertype, zoals de StevinMk3 kan ons vertellen of de formule wel of niet doorgetrokken kan worden naar alle ankers met soortgelijke vorm.

150

200

50

Figuur 18 - Penetratiegrenzen.

S

60-90mm

Hoge Sfericiteit

80-200mm 130-300mm

P

S Zeer Hoekig

Hoekig

38

SubHoekig

SubAfgerond

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

Lage Sfericiteit

P Afgerond

Zeer Afgerond


Expertgroep Grondmechanica en Funderingstechniek Vanaf nu zal twee maal per jaar een rubriek “ie-net” verschijnen. deze rubriek willenop we de de activiteiten … Met Een terugblik voorbije voorjaarsrealisaties van de van de Belgische Expertgroep Grondmechanica en Funderingstechniek van ie-net (voorheen Technologisch Geotechniek Expertgroep Instituut-KVIV) onder de aandacht brengen. Op 9 mei wordt een studiedag “Rotsmechanica” georganiseerd, waarbij rots als mogelijke struikelblok in het ontwerp en de uitvoering voor zijn bijdrage ‘GIS-tool voor de inschatting van de warmtegeleidCursuswordt. Uitgraven enstart bemalen bij saneringen, bekeken In juni een cursus “Grondmechanische aspecten bij saneringen”, bebaarheid van de Vlaamse ondergrond’ de ‘Prijs Hubert Raedschelders een geotechnische staande uit 3 modules,uitdaging met aandacht voor grondwaterverlagingen, stabiliteit van uitgrain ontvangst. Meer dan 30 deelnemers volgden cursus. Zij verwier- 2017’ vingen en zettingen. De cursus geeftdeze een 5-daagse overzicht van de grondmechanische principes • U moeten leest hierover meer in dit tijdschrift. ven een de inzicht in hoe omgaan met de geotechnische van uitwaarmee ontwerper en de uitvoerder van saneringenaspecten onvermijdelijk rekening gravingen Naastaspecten de theoretische context focuste deze houden. Ooken debemalingen. milieuhygiënische komen kort aan bod. In september starten we … Een vooruitblik cursus vooral de praktische aspecten. De laatste sessie was volledig opnieuw met deop Gevorderdencursus Grondmechanica, een cursus van 7 modules, waarbij gewijdingegaan aan boeiende studies met aandacht voor lessons learned. dieper wordt case op geologische anomalieën, gespecialiseerd grondonderzoek, ontGrondmechanica werp van diepe en ondiepe funderingen, stabiliteit van taluds en ontwerp vanGevorderdencursus beschoeiinOp 4 oktober 2017 starteerste naar goede de Gevorderdencursus Jongerenforum op senior niveau! gen en grondankers. In deze editie gewoonte van de “ie-net”-rubriek blikken we verder borduurt op de opgedane vanhaar de Op 9 juni stelden negen jonge geotechnici (≤ 35 jaar) hun projecten Grondmechanica ookdie even terug. De Expertgroep vierde kennis vorig jaar aandacht anomalieën, voor, met een goede mix van meer theoretische en duidelijk praktische Basiscursus. Naast 60-jarig bestaan.voor Het geologische werd een geslaagde avondspeciale ! Tijdens en monitoring, stabiliteit inbreng. De moeilijke taak van de jury, geleid door Bart Van Bockstal onderzoeksmethoden een academische zitting funderingsontwerpen, werd 60 jaar Grondmechanica en en ontwerp van keermuren wordt ook het voorzitter ie-net Jongeren, bestond er dan in om in elk van de categorieFunderingstechniek en de rol van van taluds de Expertgroep hierin overschouwd (Monika De geVos, van gesteld eindige hoe elementen methoden gefundeerd in de geotechen (projectgericht, resp. ontwerpgericht) 2 kandidaten te nomineren. VoorzitterDe Expertgroep), werd bruik de vraag goed geotechniek is in niek toegelicht. uiteindelijke keuze van de laureaten kwam dan toe aan de publieksjury. Vlaanderen (Jan Maertens, Voormalig Voorzitter Expertgroep en Jan Maertens BVBA), werd de aandacht gevestigd op het belang van de grondmechanica in de risicobeheersing van projecten (Luc Maertens, Geotechnisch Raadgever Besix) en werd besloten met “Soil Sahin Monserez (Denys) sleepte met ‘Wallslotrobot, de ontwikkeling Oosterweelproject in Antwerpen Mechanics : basis for creating We landronden for the het future’ Chief Executive Officer jaar(Alain af metBernard, een studiedag die de civielvan een funderingsmachine voor beschoeide sleuven’ de ‘Prijs Hubert DEME Group). Nadien was er volop gelegenheid tot bijpraten met de collega’s een Raedschelders 2017’ in de wacht voor de categorie ‘Projectgericht’. technische en geotechnische uitdagingen vantijdens het Oossmakelijk walking dinner ! terweelproject in Antwerpen in kaart brengt. Voor de categorie ‘Ontwerpgericht’ nam Gust van Lysebetten (WTCB) Wenst u meer informatie over de activiteiten van de Expertgroep Grondmechanica en Funderingstechniek ? Blader naar de agenda achteraan in dit tijdschrift of contacteer Christine Mortelmans: 260 08expertgroep 63 • christine.mortelmans@ie-net.be • www.ie-net.be Wens je meer info over de activiteitentel. van+32 de3ie-net Grondmechanica & Funderingstechniek?

www.ie-net.be – Christine Mortelmans – tel ++32 3 260 08 63 – christine.mortelmans@ie-net.be

VLAIO-VIS traject

“Smart Geotherm”

Ondiepe geothermie voor slimme koeling en verwarming www.smartgeotherm.be partners :

met steun van :

contact : WTCB, ir. Luc François Lombardstraat 42 B-1000 BRUSSEL Telefoon : +32 2 655 77 11 E-mail : lfr@bbri.be

In september 2011 ging het VLAIO-VIS traject Smart Geotherm van start. Het doel van dit project was de toepassing van ondiepe geothermie en andere vormen van thermische energieopslag voor de slimme koeling en verwarming van gebouwen aan te moedigen. Om de reële energetische rendementen van geothermische systemen te kennen, werden verschillende types geothermische gebouwen nauwkeurig gemonitord. De gebouwen werden bovendien op een thermisch dynamische wijze gesimuleerd zodat de invloed van innovatieve regeltechnieken zoals MPC (Model Predictive Control) kon worden nagegaan. Daarnaast werden ook de mogelijkheden bekeken van thermische geostructuren, funderingselementen waarin warmtewisselaars worden geïntegreerd. Om het thermo-mechanische gedrag van energiepalen beter te begrijpen, werd een uitgebreid in situ proefprogramma uitgevoerd. Op deze manier werden tijdens het traject bestaande kennis en nieuwe inzichten omtrent ondiepe geothermie verzameld en gedocumenteerd in codes van goede praktijk. Deze codes van goede praktijk handelen onder andere over het ontwerp en de uitvoering van verticale bodemwarmtewisselaars, KWO-systemen, thermische geostructuren en meer algemeen over het geïntegreerd ontwerp van een geothermisch systeem. Neem zeker ook een kijkje op de geothermische screeningstool: tool.smartgeotherm.be. Deze webtool brengt alle relevante informatie samen om een snelle beoordeling van de haalbaarheid van ondiepe geothermie in een bepaald project toe te laten. De onderzoeksresultaten van dit 6-jaar durende project worden op 7 september 2017 voorgesteld tijdens het eindevenement georganiseerd door Warmtepompplatform van ODE (Organisatie Duurzame Energie) en het Smart Geotherm project in het nieuwe Cultureel Centrum De Factorij in Zaventem. Internationale en lokale beleidsmakers, wetenschappers en actoren uit de warmtepompsector gaan in debat over de integratie van warmtepompen in het energiesysteem van de toekomst.

7 september 2017 Zaventem

Smart Geotherm & Warmtepompsymposium “Doorbraken en versnellingen naar zero-carbon doorgond”

Schrijf je nu in via www.smartgeotherm.be


In memoriam

“A feeling for soil and water” Na een langdurig ziekbed overleed Frans Barends op 2 april van dit jaar. Frans Barends werd op 18 oktober 1946 in Arnhem geboren en studeerde af aan de TU Delft als civiel ingenieur in 1971. Hij was een paar jaar research assistent bij de TU Delft en verbleef een jaar in het Technion in Haifa, waar hij zijn studies over grondwaterstroming voortzette onder leiding van Prof. Jacob Bear. Daar leerde Frans ook zijn echtgenote Echlaas Zoabi kennen. Zij kwam mee naar Nederland, waar zij haar talenstudie voltooide. Frans en zij kregen drie kinderen. Frans trad in 1974 als onderzoeker in dienst bij het toenmalige Laboratorium voor Grondmechanica, later GeoDelft, nu onderdeel van Deltares, waar hij zich al snel ontwikkelde tot een van de belangrijkste onderzoekers op zijn vakgebied. In 1978 werd hij hoofd van de Wiskunde en Informatica Groep, waar hij actief was op het snijvlak van grondmechanica en informatica. In 1980 promoveerde hij tot doctor in de technische wetenschappen met een proefschrift over niet-lineaire effecten in grondwaterstroming. Vanaf 1980 gaf hij ook colleges aan het IHE, waar hij zijn gaven voor het lesgeven ontwikkelde. Het was dan ook een logische ontwikkeling dat hij in 1988 werd benoemd tot deeltijd hoogleraar aan de TU Delft. Hij aanvaardde dat ambt met een oratie ‘Modelleren: de regels en de kunst’ waarin hij modelleren beschouwt in de context van duurzame maatschappelijke vooruitgang. In september 2011 sprak Frans Barends zijn afscheidsrede uit, getiteld “Grondgedachten” waarin hij 21 jaar grondmechanica belichtte vanuit maatschappelijk perspectief. Frans heeft een grote betekenis gehad voor het vakgebied van de grond(water)mechanica. Hij was een voortreffelijk docent en een uitstekend onderzoeker, waarbij zijn belangrijkste bijdragen aan het vakgebied grondmechanica, liggen op het terrein van grondwaterstromingen en consolidatie. Zijn leeropdracht was het mechanisch gedrag van de interactie tussen grond en water: tweefasen mechanica, met de nadruk op transport in poreuze media, dijktechnologie en geohydrologie. Frans’ betekenis voor het vakgebied is, dat hij er in slaagde gekoppelde processen tussen grond en water wiskundig te beschrijven; bijvoorbeeld transport en compactie (consolidatie), dynamische processen en transport, zoals golfbelasting op grondconstructies. Onder zijn leiding zijn een aantal promovendi in deze richtingen doorgegaan, zoals Cor Zwanenburg met anisotropie in consolidatie, Paul Hölscher met dynamische consolidatie tijdens het heien en John van Esch, met multischaaltechnieken in grondwaterstromingsberekeningen. Vera van Beek startte haar promotieonderzoek naar “piping”, bij uitstek een interactie probleem tussen grond en water, bij Frans. Het vak “gekoppelde processen” In het huidige curriculum bouwt voort op door hem ontwikkelde kennis. Zelf heeft hij 16 boeken en 200 wetenschappelijke artikelen gepubliceerd. Omdat de grondmechanica een sterke internationale organisatie kent, met diverse conferenties en studiegroepen, viel Frans ook in die organisatie op. Hij ontving een groot aantal eervolle onderscheidingen in binnen- en buitenland, bijvoorbeeld de speurwerkprijs van het KIVI in 2008 en de prestigieuze Terzaghi Oration in 2005 bij de conferentie in Osaka. Ook werd hij benoemd als expert in een aantal internationale projecten, zoals in New Orleans in de nasleep van Katrina en in com-

40

missies, zoals de Unesco Working Group on Land Subsidence, die zich bezighield met de bodemdaling door gaswinning nabij Ravenna, Italië. Die Working Group had een bijeenkomst op 11 april, en had zojuist kennis genomen van het overlijden van Frans. De aanwezige leden hebben een minuut stilte in acht genomen, en elk een elogie van Frans geschreven, als blijk van hun waardering voor zijn persoon en zijn werk. In Nederland was hij lid van diverse studiecommisies, zoals de TCBB die onder andere de bodemdaling in Groningen bestudeert, en de Technische Adviescommissie voor de Waterkeringen, later overgegaan in het Expertise Netwerk Waterveiligheid. In de loop van zijn carrière ontwikkelde Frans Barends een bredere maatschappelijke visie op het vakgebied: via heterogeniteit en onzekerheid, naar risico, faalkansen en de maatschappelijk betekenis van de geotechniek en stond hij aan de wieg van het Geo-impuls programma, dat er op gericht was om partijen in de bouw die onzekerheid te leren onderkennen en de risico’s met de helft terug te brengen. Vooral de uitnodiging voor de Terzaghi oration was bijzonder eervol; Frans Barends is de enige Nederlander die deze eer te beurt viel. In de invulling van deze prestigieuze lezing was duidelijk de persoon Frans herkenbaar. Dit keer geen diepgravende theorie, hij bracht een heel andere inhoud; hij etaleerde in de breedte de maatschappelijke betekenis van ons vakgebied en verwees naar risico’s en onzekerheid. Hij vroeg zich af: hoe ga je om met kennis, wat is kennis en hoe ontsluit je kennis. Zeker een originele en gedurfde visie in dat gezelschap. Frans Barends was een buitengewoon vriendelijke man, die ook anderen kon stimuleren tot nieuwe ontwikkelingen. Daarbij hielp het dat hij zelf verbazend snel een publicatie of rapport kon maken. In de loop van de jaren ontstond een grote verzameling eerste klas werkstukken. Veel daarvan kunnen gevonden worden in zijn laatste boek Soft Soil Geotechnique, dat hij zelf kenmerkte als ‘Opgeschreven wat ik weet, eer ik het vergeet’. Voor jonge onderzoekers in het werkveld van de geotechniek een waardevolle bundel om goed kennis van te nemen. Tot slot, de reactie van Frans, die hem typeert, na de uitreiking van de KIVI-NIRIA-onderzoeksprijs in 2008: “de dagvoorzitter probeerde mij te ontlokken wat ik concreet tot stand had gebracht. Een theorie, een inzicht, een waterwerk misschien? Mijn antwoord was: gezag. Met andere woorden: erkenning voor mijn deskundigheid. Want daarmee ben je geloofwaardig en betrouwbaar voor andere betrokkenen. Ook voor de kritische burger en de media. Dan kan je maatschappelijke waarde van onderzoek overbrengen en concreet bijdragen om vernieuwingen tot stand te brengen. Mijn advies is: blijf vooral leren, koester deskundigheid en kweek gezag”. Arnold Verruijt Frits van Tol

GEOTECHNIEK - Augustus 2017


MINI-SPECIAL

Gauthier Van Alboom Voorzitter Expertgroep Geotechniek Ie-net ingenieursvereniging

Jongerenforum Geotechniek op senior niveau! Figuur 1 - De 2 laureaten van het Jongerenforum met de jury.

Het jongerenforum 2017 Op 9 juni hernam de Expertgroep Geotechniek van ie-net het succesvolle Jongerenforum Geotechniek van 2015. Negen jonge geotechnici (≤ 35 jaar) stelden hun projecten voor, waarbij een breed scala aan onderwerpen aan bod kwam, met een goede mix van meer theoretische en duidelijk praktische inbreng. De bijdragen handelden over zeer diverse ontwerpen: een GIS-tool voor geothermie, de toepassing van soilmix wanden als funderingen, de ontwikkeling van een funderingsmachine voor beschoeide sleuven, kwaliteitscontrole bij het verdichten van grond, optimalisatie van ontwerpen met specifieke randvoorwaarden …

Figuur 2 - Het après-Jongerenforum, een gezellige babbel achteraf.

Het was al snel duidelijk dat deze nieuwe lichting young professionals heel wat in hun mars hadden: de algehele kwaliteit van de presentaties, zowel qua vorm als qua inhoud, waren van een hoog niveau. De moeilijke taak van de jury bestond er dan in om in elk van de categorieën (praktijkgerichtgericht, resp. ontwerpgericht) 2 kandidaten te nomineren. De uiteindelijke keuze van de laureaten kwam dan toe aan de publieksjury. Synopsis van de presentaties

Figuur 3 - Schematische weergave van de toegepaste methodologie ter ontwikkeling van de alternatieve λ-kaarten volgens de WTCB-methodologie.

GIS-tool voor de inschatting van de warmtegeleidbaarheid van de Vlaamse ondergrond - Gust van Lysebetten (WTCB) Laureaat 'Prijs Hubert Raedschelders 2017' voor de categorie 'Ontwerpgericht' De bijdrage van Gust Van Lysebetten handelt over de GIS-tool die werd ontwikkeld om de warmtegeleidbaarheid van de ondergrond in

41

GEOTECHNIEK - Augustus 2017


Samenvatting

De expertgroep Geotechniek maakt deel uit van de Vlaamse ingenieursvereniging ie-net. De doelstelling van onze expertgroep bestaat erin de geotechnische expertise in Vlaanderen te delen en verspreiden. Onze aandacht gaat daarbij uit naar geologie, grondonderzoek en monitoring, ontwerp en uitvoering funderingen, grondkeringen en watergebonden infrastructuur. Ook de geotechnische aspecten van saneringen, en milieugeotechniek behoren tot ons interessegebied. Zowel mensen uit de academische wereld, vertegenwoordigers van onderzoekscentra, aannemers als studiebureaus maken deel uit van onze

expertgroep. Naast een brede vertegenwoordiging van de geotechnische wereld zetten we ook in op een evenwichtig leeftijdsprofiel: een dynamisch team met ervaren en jonge mensen. We trekken deze lijn ook verder door in onze werking en betrekken jongeren actief in onze activiteiten (lezingen, cursussen …). Kaderend in dit concept organiseren we om de 2 jaar het Jongerenforum Geotechniek. Dit Jongerenforum biedt een uitstekende gelegenheid voor jonge geotechnici om hun projecten voor te stellen, ervaringen te delen en te netwerken met collega’s uit het geotechnische vakgebied.

Figuur 4 - Manuele uitvoering van een beschoeide sleuf.

Figuur 5 - Concept Wallslotrobot.

Sahin Monserez toont de verschillende fasen in de ontwikkeling van een funderingsmachine, de wallslotrobot, voor het mechanisch uitvoeren van beschoeide sleuven. De auteur zal dit project presenteren op de Geotechniekdag van 07/11, en een artikel over dit onderwerp zal dan ook zijn weg zal vinden naar dit tijdschrift. Als appetiser een synopsis van dit project. Bij projecten waarbij de omgevingsvoorwaarden geen machinale uitvoering van uitgravingen toelaten (beperking hinder, beperkte beschikbare ruimte …) grijpt men in België waar mogelijk terug naar de techniek van de beschoeide sleuven. Hierbij wordt, nagenoeg volledig manueel (figuur 4), een sleuf (in moten van ca. 3m x 1m) opeenvolgend uitgegraven en beschoeid met afgestempelde betonnen platen. Na het manueel plaatsen van de wapening gaat men over tot het storten van beton. De uitgravingsstap bedraagt ongeveer een halve meter.

Vlaanderen (figuur 3) in te schatten (methodologie, toetsing aan nieuwe recente resultaten, innovatieve meettechnieken). De volledige omschrijving van dit project vindt u verder in het afzonderlijk gepubliceerde artikel in dit tijdschrift.

'Wallslotrobot, de ontwikkeling van een funderingsmachine voor beschoeide sleuven' - Sahin Monserez (Denys) Laureaat 'Prijs Hubert Raedschelders 2017' voor de categorie 'Praktijkgerichtgericht'

42

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

Geconfronteerd met het archaïsche karakter, zowel qua arbeidsveiligheid als qua snelheid van uitvoering, van deze techniek besloot de firma Denys een O&O project op te zetten om een funderingsmachine te ontwikkelen voor het mechanisch uitvoeren van beschoeide sleuven (figuur 5).


JONGERENFORUM GEOTECHNIEK OP SENIOR NIVEAU!

Figuur 7 - CPT-diagram met aanduiding spudcan diepte en doorsnede van de kaaimuur.

Figuur 6 - Cutter Soil Mix frees.

In zijn bijdrage beschrijft Sahin Monserez de verschillende stappen in dit project, van conceptuele studie tot het ontwikkelen en uittesten van prototypes. Een stichtend verhaal over het traject dat start bij een idee en via de ontwikkeling van een concept zijn weg vindt naar de realisatie en verfijning van prototypes, met de daaraan verbonden successen en tegenslagen. 'Toepassing van Soilmix-elementen als grondverbetering of funderingselement?’ - Nick Vandepitte (Soetaert-Soiltech) Genomineerd 'Prijs Hubert Raedschelders 2017' voor de categorie 'Ontwerpgerichtgericht'

Figuur 8 - Proefbelasting MV-paal.

Soilmix als beschoeiingstechniek is alom aanvaard. Qua referentiekader werd met de publicatie van het Belgisch-Nederlands handboek voor soilmix-wanden in 2016 een belangrijke stap gezet. Nick Vandepitte focust in zijn bijdrage op de toepasbaarheid van de soilmix-techniek voor funderingselementen, vanuit de overtuiging dat zowel klassieke (figuur 6) paalfunderingen als soilmix-elementen hun bestaansrecht hebben op de funderingsmarkt. De toepassing wordt geïllustreerd aan de hand van de realisatie van het REGA-instituut van de KULeuven. Het oorspronkelijke beschoeiings- en funderingsconcept met resp. secanspalenwand en paalgroepen werd omgevormd naar een concept met soilmix-wanden als beschoeiing en een systeem van soilmix-moten als fundering. Naast de economische afweging wordt ook de structurele en grondmechanische toets van soilmix-elementen als funderingselement beoordeeld. De auteur besluit dat het REGA-project heeft aangetoond dat soilmix-elementen zeker kunnen worden toegepast als alternatief voor klas-

sieke paalfunderingen; weliswaar met in acht name van hun specifieke toepassingsgebied. Geotechnisch ontwerp van een zwaar belaste kade

43

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

voor jack-up schepen in de haven van Rotterdam – Jan Putteman (SBE/MariTeam) Genomineerd 'Prijs Hubert Raedschelders 2017' voor de categorie 'Praktijkgericht'


Deze bijdrage handelt over het geotechnisch ontwerp van een zwaar belaste kaaimuur voor offshore windenergie in de haven van Rotterdam. Op de site van Maasvlakte 2 wordt een uitgestrekte terminal gebouwd voor productie, op- en overslag voor de offshore windmolenindustrie. Voor de overslag worden zowel jack-up schepen als zeeschepen ingezet. De geologie, gekarakteriseerd door het voorkomen van een slappe kleilaag op NAP -20,00 m met een dikte variërend van 1 à 2m tot plaatselijk 8m, stelt specifiek problemen voor de

spudcan penetratie (figuur 7). Dit kan aanleiding geven tot instabiliteit van zowel jack-up schip als kaaimuur. Om dit te voorkomen werd een vervanging van de slappe kleilaag door een zandaanvulling uitgewerkt, waarbij hoge eisen aan de verdichting werden opgelegd.

Kort overzicht van overige bijdragen op Jongerenforum In de tabel 1 worden de overige bijdragen en hun auteurs vermeld; de bondigheid van deze vermelding is evenwel niet in verhouding tot de kwaliteit ervan.

Jan Putteman gaat verder in op het ontwerp en de proefbelasting van de stalen trekpalen (MV-palen) die (figuur 8), gelet op de grote kerende hoogte (30m) en de zware bovenbelasting op de kade (100kN/m²), voor grote trekkrachten dienden te worden gedimensioneerd.

Slotwoord Deze lichting young professionals hebben aangetoond dat ze heel wat in hun mars hebben: de algehele kwaliteit van de presentaties, zowel qua vorm als qua inhoud, waren van een hoog niveau.

Tabel 1 - Overige bijdragen Jongerenforum Bijdrage

Auteur

Optimalisatie van de uitvoering van een sifonconstructie op de Noordersingel te Antwerpen.

Stéphane Marichal (Besix)

Bezwijkproef van een dijk, gebouwd met natuurlijk gedroogd industrieel slib.

Kristof Verreydt (Triconsult)

Kwaliteitscontrole bij het verdichten van de grond bij landwinningsprojecten.

Mathijs Maes (DEME)

Interferentie van een kaaimuur met een paalfundering (project IJzerlaanbrug Antwerpen).

Jord Bulen (Arcadis)

Optimisation of driveability predictions for large diameter monopiles in London clay.

Christopher Morris (GeoSea)

We kunnen bij deze editie van het Jongerenforum dan ook duidelijk stellen dat de gelukwensen van de expertgroep Geotechniek zich richten naar de volledige groep jonge geotechnici die alle aanwezigen een boeiende namiddag hebben bezorgd! Tenslotte hopen we dat de young professionals die niet als laureaat werden bekroond toch de nodige ambitie tonen (en tijd vrijmaken) om over hun bijdrage een artikel voor dit tijdschrift in te dienen.

EEN SOLIDE BASIS VOOR UW PROJECT Soetaert-Soiltech, sinds 2015 deel van Jan De Nul Group, is de expert en uw perfecte partner voor funderings- en beschoeiingstechnieken. Bestaande technieken zoals de soilmix-techniek en ankerpalen verder uitbouwen, maar ook investeren in nieuwe technieken zoals diepwanden en boorpalen behoren tot de visie en missie van Soetaert-Soiltech. Samen met Jan De Nul Group maken deze technieken van Soetaert-Soiltech een veelzijdige partner op de internationale projectenmarkt.

www.soetaert.be Volg Jan De Nul Group op

 De diepwandtechniek is voor Soetaert-Soiltech een volledig nieuwe expertise, bedoeld voor definitieve constructies zoals ondergrondse parkeergarages en tunnelconstructies.


A.P. van den Ingenieursburo b.v. Postbus 68,Berg 8440 AB Heerenveen

Fax: 0513 631212

www.apvandenberg.nl www.apvandenberg.nl

Fax: 0513 631 212

Postbus 68, 8440 AB Heerenveen

APB CPT Ad Geotechniek Dijkonderzoek 216x138 03112016 try2.indd 1

3-11-2016 11:54:45

OBjECT ORIENTEd ESTImATING

BESIX bouwt aan Voor kwaliteit hoeft u de//Nederland deur niet meer uit.

the planning phase, while reducing the effort that otherwise would be needed for MTO development. In that sense it is the missing link between the existing estimating methodologies (i.e. Cost Factor estimating and detailed calculations). It is important to ensure that the available cost database is built-up in line with the required metrics. Also the applied composites should match this method for fast estimating. Except for estimating, the CV can also be used for the validation of estimates and for benchmarking of a project.

“The object oriented estimating method is an added value during the planning phase.”

6 References

1. G3415–1 Een kwantiteitenbegroting aan de hand van de apparatenlijst, DACE Cost Engineering manual - Cost Engineers april 1989 (A quantitative estimate based on the equipment list). 2. Syllabus DACE Introduction Cost Engineering – Quantitative Tweede Coentunnel estimating methods, 2005, DACE. 3. Syllabus Factor Estimating, Cost Engineering Intensive, 2008, An important benefit of CV is that it helps to improve communiA.M.Utiliteitsbouw Jansen-Romijn. cation between discipline Civiele bouw engineers. Industriële bouw Maritieme bouw 4. Fundamentals of Factored Estimating for the process industry, Moreover it supports transparent fine tuning of your estimate in 2 day workshop by L. Dysert. order to derive to a well-founded solution. 5. met Recommended Practice Cost Estimate The object oriented estimating methodology shouldopererend give cost Een wereldwijd bouwbedrijf ruim 100 jaar ervaring in de 18R-97, civiele betonbouw, industriëleclassification bouw, en maritieme 1992 is BESIX actief in Nederland. Meebouwend aan de toekomst, – As applied in Engineering, Procurement, and engineers in the process industry anotherutiliteitsbouw perspective of how bouw. to Sindssystem met prestigieuze projecten als de Tweede Coentunnel, Parkeergarage Kruisplein, Landtunnel A2 Leidsche Rijn, Construction for the process industries, AACE. benefit from their historical project data. I hope cost engineers OV Terminal Utrecht CS, Maastoren, keersluis in Heumen en de sluisverlengingen in Born, Maasbracht en Heel. 6. A Guide to the Project Management Body of Knowledge will lookTrondheim different at their completed projects and recognize in 22 – 24 (PMBOK® Guide), Project Management Institute. K them all the possible Barendrechtmetrics that could help them to make better +31in (0)180 19 90 estimates the64future. nederland@besix.com

WWW.BESIXNEDERLAND.COM

25

Hét vakblad op uw deurmat: een jaarabonnement kost e 19,50 Mail de uitgever: info@uitgeverijeducom.nl

COSTandVALUE - APRIL 2013

www.hoeheetdatbedrijftoch.nl

geotechniek _April_2017_v1.indd 6

Een website is een must. Maar een must creëert geen goodwill. Onderzoek toont aan dat bedrijfstijdschriften dit wel voor elkaar krijgen. Mits in handen van een ervaren partij. Dan hebben we het over Educom. Met een track-record in redactie, vormgeving en marketing. Educom produceert al 25 jaar communicatie voor verkoop. Neem contact op als u goodwill kunt gebruiken.

Educom BV

Tel. +31 (0)10-425 6544 www.uitgeverijeducom.nl

16/03/17 18:43


Geothermische screeningstool

ir. Gust Van Lysebetten Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB), afdeling Geotechniek

Inschatting van de warmtegeleidbaarheid van de Vlaamse ondergrond

Ondiepe geothermie De energie uit de ondiepe ondergrond wordt steeds vaker aangewend voor de verwarming en koeling van gebouwen. Courante boordieptes zijn 100 à 150 m. Op dergelijke dieptes is de bodemtemperatuur beperkt tot 10 à 13 °C. Vanaf circa 10 m diepte is de temperatuur echter stabiel doorheen het hele jaar. Voor de verwarming van gebouwen wordt gebruik gemaakt van een warmtepomp om de grondwarmte op te waarderen tot een bruikbare temperatuur voor het afgiftesysteem van het gebouw (Figuur 1). Zo kan er bijvoorbeeld 4.5 kW thermische energie worden afgegeven aan het gebouw, terwijl slechts 1 kW aan elektrische energie wordt verbruikt door de compressor van de warmtepomp. Het merendeel (in dit voorbeeld 3.5 kW) wordt aan de ondergrond onttrokken. In de zomer is de ondergrond een bron voor koeling. Dit kan passief gebeuren aan een zeer hoog rendement (door enkel een circulatiepomp te laten draaien) of actief wanneer grotere koelvermogens nodig zijn (door tussenkomst van een reversibele warmtepomp). Aangezien het aandeel van de koelvraag in de thermische energievraag van gebouwen steeds belangrijker wordt, is de goedkope en efficiënte manier waarop geothermie de kans biedt om te koelen een grote troef. Koeling via het geothermische systeem biedt bovendien het voordeel dat de ondergrond actief wordt geregenereerd na het stookseizoen en eventueel zelfs opgeladen voor het volgende stookseizoen. Ondiepe geothermie kan opgedeeld worden in 2 hoofdgroepen: de open systemen (ook wel koude-warmteopslag of KWO genaamd) en de

Figuur 1 - Werkingsprincipe van een grondgekoppelde warmtepomp.

gesloten systemen (ook boorgatenergieopslag of BEO genaamd). Bij de open systemen wordt grondwater uit watervoerende lagen opgepompt en er na energie-uitwisseling met het gebouw weer in geïnjecteerd. Dergelijke systemen zijn eerder geschikt voor grotere gebouwen, aangezien de investeringskost relatief hoog is. KWO-systemen halen grote koelvermogens. Bij gesloten systemen worden warmtewisselaars (meestal U-lussen uit PE-materiaal) in een verticaal boorgat ingebracht (Figuur 2). De energie-uitwisseling met de bodem gebeurt door de circulatie van een dragervloeistof doorheen de buizen (bijv. een mengsel van water en glycol). Het grote voordeel van deze systemen is dat ze nagenoeg overal kunnen worden toegepast (zolang de wetgeving het boren toestaat) en dat de aanwezigheid van watervoerende lagen dus niet noodzakelijk is. De Smart Geotherm screeningstool laat toe de haalbaarheid na te gaan van zowel open als gesloten systemen. In het geval van de open sys-

46

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

Figuur 2 - Foto tijdens de uitvoering van een geothermische boring. Op de voorgrond de warmtewisselaars, op de achtergrond de boortoren.


Samenvatting

Om toe te laten de haalbaarheid van ondiepe geothermie in een vroeg stadium van een bouwproject na te gaan, werd in het kader van het VLAIO VIS-traject Smart Geotherm een online screeningstool ontwikkeld. Een belangrijke parameter bij het ontwerp van gesloten geothermische sys-

temen is de warmtegeleidbaarheid van de ondergrond. In dit artikel wordt dieper ingegaan op de methodologie die gehanteerd werd om deze parameter voor de ondergrond in Vlaanderen nauwkeuriger in kaart te brengen.

Figuur 3 - De letters A tot N duiden de locaties aan van de 14 beschikbare TRTs voor kalibratie. De letters V1 tot V6 tonen de locaties van 6 TRTs verkregen na kalibratie en gebruikt voor verificatie van de alternatieve methodologie. De kaartlaag op de achtergrond is de Tertiair geologische kaart van Vlaanderen (bron: Databank Ondergrond Vlaanderen).

temen (KWO) wordt op basis van de waterdoorlatendheid van de ondergrond op de gewenste locatie een inschatting gemaakt van het debiet dat kan onttrokken en geïnjecteerd worden per pompput. Voor de gesloten systemen (BEO) speelt de warmtegeleidbaarheid een grote rol. Warmtegeleidbaarheid Eén van de belangrijkste parameters om een BEO-systeem te dimensioneren is de warmtegeleidbaarheid (of λ-waarde) van de ondergrond. In een verzadigde zandgrond met hogere warmtegeleidbaarheid dan bijv. een kleigrond zullen minder meters moeten worden geboord om aan eenzelfde energievraag te kunnen voldoen. De meest courant toegepaste manier om de warmtegeleidbaarheid van de ondergrond te bepalen, is door een Thermische Respons Test (TRT) uit te voeren. [1] Deze test wordt uitgevoerd op de warmtewisselaar in een verticale boring en laat toe de gemiddelde warmtegeleidbaarheid te bepalen over de volledige diepte van de boring. De test bestaat erin een constant debiet op te leggen aan de U-lus en de warmte-injectie zo te sturen dat een constant temperatuurverschil tussen in- en uitgang van de warmtewisselaar wordt verkregen. Op deze manier wordt gedurende meerdere dagen een constant thermisch vermogen aan de boring opgelegd, terwijl het debiet en de in- en uitgaande temperatuur continu wordt gelogd. De snelheid

waarmee de gemiddelde vloeistoftemperatuur in de lus stijgt gedurende de test, is omgekeerd evenredig met de warmtegeleidbaarheid. In een goed geleidende bodem zal de geïnjecteerde energie immers beter verspreid worden naar de omliggende grond en zal de temperatuur minder snel oplopen.

op locaties waar deze dagzomen en voldoende dik zijn. Op basis van de verkregen waarden en het hydrogeologisch 3D-model (HCOV-model) werden vervolgens λ-kaarten gegenereerd voor bepaalde boordieptes (gewogen gemiddelde van de λ-waarden volgens de dikte van de verschillende, aanwezige lagen).

De kostprijs van een TRT bedraagt grofweg 2000 à 3000 euro. Bij grote projecten met meerdere tientallen boringen kan een nauwkeurige bepaling van de warmtegeleidbaarheid door middel van een TRT een belangrijke (kosten-)optimalisatie opleveren van het totaal aantal boormeters. Bij kleinere projecten van enkele boringen zal bij twijfel eerder enkele tientallen meters extra geboord worden.

In het kader van Smart Geotherm werd deze methodologie geëvalueerd aan de hand van 14 willekeurige TRT-resultaten verspreid over heel Vlaanderen (aangeduid met de letters A tot N in Figuur 3). Uit deze vergelijking bleek dat deze methodologie de warmtegeleidbaarheid van de ondergrond systematisch overschat. [3] Dat is weergegeven in Figuur 4, waarin voor de 14 TRT-resultaten de verhouding van de gemeten λ-waarde en de voorspelde waarde in een histogram is uitgezet. Zo valt op dat de voorspelling van de minimale warmtegeleidbaarheid in 11 van de 14 gevallen hoger is dan de opgemeten λ-waarde tijdens een TRT (verhouding kleiner dan 1). Ook de voorspelde gemiddelde warmtegeleidbaarheid is systematisch hoger dan de gemeten waarde.

Cartografie van de warmtegeleidbaarheid Bestaande kartering Hoe beter de warmtegeleidbaarheid van de ondergrond kan ingeschat worden, des te gerichter het ontwerp van de BEO-installatie kan gebeuren. Niet alleen is de kans op een positieve evaluatie van de haalbaarheid groter, ook de investeringskost en de efficiëntie van het systeem kan op deze manier geoptimaliseerd worden. In 2011 werden reeds warmtegeleidbaarheidskaarten (of λ-kaarten) opgesteld voor Vlaanderen. [2] De gehanteerde methodologie steunde op 25 gericht uitgevoerde TRTs in de meest voorkomende geologische formaties in Vlaanderen

47

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

Alternatieve methodologie Gezien deze afwijkingen paste WTCB een alternatieve methodologie toe voor de voorspelling van de warmtegeleidbaarheid gebaseerd op het HCOV-model. [4] Eerst werden alle hydrogeologische lagen op basis van lithologische beschrij-


Figuur 4 - Histogrammen van de verhouding van de gemeten λ-waarde (λTRT) en de geschatte minimale en gemiddelde λ-waarde volgens de methodologie uit 2011 (schatting over een diepte gelijk aan de diepte van de boring).

Figuur 5 - Schematische weergave van de toegepaste methodologie ter ontwikkeling van de alternatieve λ-kaarten volgens de WTCB-methodologie.

ving onderverdeeld in een van vijf grondcategorieën: gaande van zand, kleihoudend zand en leem tot zandhoudende klei en klei (Figuur 5). Aan elke categorie werd vervolgens een minimale en gemiddelde λ-waarde toegekend. Deze λ-waarden werden verder gekalibreerd door de verhouding te berekenen van de in situ gemeten λ-waarde (TRT) en de voorspelde minimale en gemiddelde λ-waarde. Voor het geheel aan beschikbare TRTs wordt gestreefd naar een verhouding tussen de gemeten en geschatte λ-waarden die slechts in 5 en 50% van de ge-

vallen kleiner is dan 1, respectievelijk voor de geschatte minimale en gemiddelde λ-waarde. Het resultaat van deze kalibratieprocedure is weergegeven in Figuur 6. De voorspelde minimale λ-waarde is slechts in 8% van de gevallen kleiner dan de gemeten λ-waarde. De voorspelde gemiddelde λ-waarde is dan weer in 46% van de gevallen kleiner dan de gemeten λ-waarde. Deze percentages werden berekend op basis van de theoretische Gauss-curve met het gemiddelde en de standaarddeviatie van alle berekende

verhoudingen. Ze benaderen bovendien vrij goed de vooropgestelde grenzen van 5 en 50%. In grote lijnen zijn er 2 belangrijke verschillen tussen de alternatieve en de reeds bestaande methodologie: -  Het HCOV-model en de onderverdeling volgens hydrogeologische eenheden wordt gebruikt. Deze onderverdeling stemt beter overeen met de lithologische kenmerken van de lagen. Dit in tegenstelling tot de geologische modellen, bij de welke formaties vaak bestaan uit leden met een zowel eerder kleiig karakter als zanderig. Omdat de warmtegeleidbaarheid van grond afhangt van de mineralogische samenstelling – naast de porositeit en waterverzadigingsgraad – lijkt het logisch een onderverdeling volgens lithologie te volgen. -  (Hydro-)geologische lagen zijn geografisch allesbehalve homogeen qua samenstelling en eigenschappen. Een λ-waarde van een geologische laag verkregen op 1 locatie is niet noodzakelijk representatief voor de hele laag. De alternatieve aanpak laat toe in te spelen op deze heterogeniteit. Verificatie alternatieve methodologie Sinds de opstelling van de alternatieve methodologie werden 6 bijkomende willekeurige TRT-resultaten verzameld. Aan de hand van deze resultaten is het mogelijk de betrouwbaarheid van de voorspelde λ-waarden te verifiëren. Zo toont Figuur 7 dat alle 6 voorspelde minimale λ-waarden kleiner zijn dan de in situ gemeten TRT-waarden. 5 van de 6 voorspelde gemiddelde λ-waarden vallen bovendien binnen de ±10% afwijkingsband van de TRT-waarden. Conclusie De ontwikkelde kaarten werden geïntegreerd in een online geothermische screeningstool (http://tool.smartgeotherm.be). De tool laat toe Figuur 6 - Histogrammen van de verhouding van de gemeten λ-waarde en de geschatte minimale en gemiddelde λ-waarde volgens de alternatieve methodologie (schatting over een diepte gelijk aan de diepte van de boring). De theoretische Gauss-curve op basis van het gemiddelde en de standaarddeviatie van de verhoudingen is eveneens weergegeven.

48

GEOTECHNIEK - Augustus 2017


GEOTHERMISCHE SCREENINGSTOOL INSCHATTING VAN DE WARMTEGELEIDBAARHEID VAN DE VLAAMSE ONDERGROND

Figuur 7 - Voorspelde minimale en gemiddelde warmtegeleidbaarheid in functie van de gemeten warmtegeleidbaarheid voor 6 bijkomende TRT-resultaten (aangeduid in het zwart). De 14 TRT-resultaten voor kalibratie zijn in het grijs weergegeven.

ondergrond te bepalen en biedt interessante mogelijkheden om in de toekomst de warmtegeleidbaarheid per grondlaag nog nauwkeuriger in kaart te brengen. Dankwoord De screeningstool werd ontwikkeld in het kader van het VLAIO VIS-traject Smart Geotherm. WTCB-collega’s Luc François en Noël Huybrechts waren eveneens van zeer nabij betrokken bij de ontwikkeling van de screeningstool.

om op eenvoudige wijze overal in Vlaanderen de warmtegeleidbaarheid op te vragen voor de gewenste diepte. Bovendien werd alle relevante informatie omtrent de wetgeving in de tool opgenomen (bijv. geldende beperking op de boordiepte, type vergunning). Daarnaast kan men ook een vereenvoudigde dimensionering van het boorveld uitvoeren op basis van onder meer de energievraag van het gebouw. Merk ten slotte nog op dat men zich er steeds van bewust moet zijn dat de alternatieve methodologie gebaseerd is op een beperkt aantal TRT-resultaten voor een relatief groot gebied. De voorspelde λ-waarden zijn dus enkel richtinggevend en zeker voor grote projecten blijft het aangewezen ter plaatse een TRT uit te voeren. Een andere beperking van de gehanteerde methodologie is dat geen rekening werd gehouden met de invloed

van de grondwaterstand, terwijl de waterverzadigingsgraad een grote invloed heeft op de warmtegeleidbaarheid van grond. Dit wordt geïllustreerd in Figuur 8a aan de hand van de resultaten van een Enhanced TRT (ETRT). De warmtegeleidbaarheid van de zandlaag tussen 20 en 45 m diepte stijgt ter hoogte van het grondwaterniveau aanzienlijk. Bij een Enhanced TRT wordt een hybridekabel (combinatie van koperkabels en optische vezelkabels, zie Figuur 8c) samen met de warmtewisselaars in een U-lus in het boorgat geplaatst. Via de koperkabels wordt het boorgat aan een constant vermogen opgewarmd, terwijl de evolutie van de temperatuur over de volledige diepte van het boorgat continu wordt gelogd met de optische vezelkabels (Raman-techniek). Deze test laat toe per 0.5 m de warmtegeleidbaarheid van de

Referenties 1. Sanner, B., Hellström, G., Spitler, J., Gehlin, S., 2005. Thermal response test – current status and world-wide application. Proc. World Geothermal Congress, 2005. 2. Robeyn, N., Hoes, H., 2011. Bepaling van de thermische geleidbaarheid van geologische formaties en het opstellen van een geschiktheidskaart voor de toepassing van boorgatenergie-onttrekking via sondes, Terra Energy NV, VITO. 3. Van Lysebetten, G., Huybrechts, N., François, L., 2013. Geschiktheidskaarten Geothermie – Thermische Geleidbaarheid Ondergrond Vlaanderen. WTCB. Document opgesteld in het kader van Smart Geotherm (raadpleegbaar via www.smartgeotherm.be). 4. Van Lysebetten, G., Huybrechts, N., François, L., 2014. Geschiktheidskaarten Geothermie – Thermische Geleidbaarheid Ondergrond Vlaanderen – Methodologie WTCB. WTCB. Document opgesteld in het kader van Smart Geotherm (raadpleegbaar via www.smartgeotherm.be).

Figuur 8 - Voorbeeld van de resultaten van een Enhanced TRT (ETRT) uitgevoerd te Limelette: het verloop van (a) de ongestoorde bodemtemperatuur en (b) de warmtegeleidbaarheid in functie van de diepte. (c) Foto van een hybridekabel voor de uitvoering van een ETRT.

a

b

49

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

c


The Magic of Geotechnics

Young Professionals en de aardigheid van geotechniek Regelmatig zijn ingenieurs, vaak zonder dat ze het doorhebben, bezig als aardwetenschapper. Hoe anders omschrijf je iemand die bezig is met hoe oud een afzetting is, hoe afgerond de zandkorrels in die afzetting zijn en hoe die afzetting zich gedraagt bij een aardbeving? Andersom kom je minder vaak tegen, er zijn weinig geologen die kunnen uitrekenen hoeveel heipalen nodig zijn bij het aanleggen van een tunnel. Er zijn ook hybriden, mensen die technische aardwetenschappen gestudeerd hebben en zogeheten ingenieursgeologen zijn. Toch blijft er vaak een kloof. Ingenieurs vinden aardwetenschappers ‘te academisch’ en minder, zoals zijzelf, van directe toegevoegde waarde voor de maatschappij. Andersom vinden aardwetenschappers ingenieurs vaak ‘getallenfetisjisten’ die zonder onderbouwing parameters met 2 decimalen uit de duim zuigen om vervolgens de faalkans van een dijk uit te rekenen. Toch hebben zij elkaar hard nodig en vindt er vaak ‘magic’ plaats in projecten waarin echt gezamenlijk gewerkt wordt. Mooie voorbeelden zijn de deltawerken, warmte-koudeopslagprojecten en gezamenlijke projecten om delta’s in Zuid-Oost Azië te helpen bij de strijd tegen het stijgende water en de dalende bodem. Een initiatief dat potentieel kan bijdragen aan de bovengenoemde ‘magic’ van samenwerken is AardNed, dat vorig jaar op het Nederlands Aardwetenschappelijk Congres opgericht is. AardNed beoogt hét platform te worden van aardwetenschappers in Nederland. Belangrijke speerpunten zullen zijn 1) de uitwisseling en afstemming van onderwijs, onderzoek en faciliteiten, 2) de coördinatie van initiatieven met betrekking tot duurzame data storage, 3) het verkennen of/hoe Nederland als (ons gezamenlijk) observatorium op de kaart te zetten is en 4) koppelingen maken naar maatschappelijke issues zoals op dit moment de ‘Effecten Mijnbouw’.

Op 7 april organiseerde AardNed in het mooie Armamentarium te Delft, de ingenieursstad bij uitstek, een meeting voor Young Professionals getiteld ‘Your Future in Geosciences’, onder andere om mensen van verschillende instituten en achtergronden met elkaar kennis te laten maken. Van alle deelnemende instituten aan AardNed (de universiteiten van Utrecht, Delft, Wageningen, 2x Amsterdam, Groningen en verder Deltares, TNO en KNMI) was iedereen uitgenodigd die zich een Young Professional voelde. Uiteindelijk kwamen met we met 40 mannen en vrouwen bijeen, inclusief een representant van de waterschappen, als voorprogramma voor het

Marc Hijma Expert zeespiegelverandering en geologie, Deltares

lustrumsymposium ‘License to Operate’ van het Koninklijk Nederlands Geologisch Mijnbouwkundig Genootschap (KNGMG). Aangezien de jeugd de toekomst heeft, was de insteek van de meeting zo gekozen dat vooral vooruit gekeken werd. We begonnen met twee inspirerende lezingen van Kim Cohen (aardwetenschapper, werkzaam bij TNO, Deltares en Universiteit Utrecht) en Eelco de Groot (socioloog, werkzaam bij TU Delft). Kim ging in op welke vaardigheden men in de toekomst nodig heeft om met de steeds grotere datasets om te gaan. Het gaat daarbij niet alleen om slimme scripting, maar vooral ook om het maken van producten die eenvoudig herleidbaar zijn, gemakkelijk herzienbaar en vooral ook transparant. Concreet betekent dit dat de databronnen, die vaak ten grondslag liggen aan een eindproduct, feitelijk onderdeel zijn van het product en dat als er van één van de databronnen een nieuwe versie verschijnt het eindproduct eenvoudig aangepast kan worden. Deze manier van denken wordt weinig toegepast en zou onderdeel moeten zijn van het curriculum op de universiteiten. Eelco ging sterk in op de ‘social license to operate’. Steeds vaker spelen sociale gevoelens een rol bij het wel of niet slagen van een project. Het is niet meer denkbaar dat de overheid locaties aanwijst om CO2 op te slaan of proefboringen te doen naar schaliegas zonder aan dit aspect denken. Gebeurt dit toch niet, dan bestaat er een gerede kans dat het project faalt, ongeacht hoe goed het project in elkaar zit. Het moet veel meer in de genen gaan zitten van ieder in dit werkveld om hier rekening mee te houden, niet altijd gemakkelijk voor onze bèta-hersenen. Deze lezingen dienden als opstapje naar informele discussies over verschillende stellingen. Ik pik er even twee uit. De eerste was “What new types of data/information would largely reshape the geoscientific landscape?” Hier kwam duidelijk naar voren dat citizen science, of burgerwetenschap in goed Nederlands, steeds belangrijker gaat worden. Bij burgerwetenschap wordt het grote publiek ge-

Sfeerimpressie van de AardNed-meeting

50

GEOTECHNIEK - Augustus 2017


The Magic of Geotechnics

Grootste plannen leiden tot grootse daden bruikt om metingen te verrichten of analyses uit te voeren, bijvoorbeeld met hun smartphone of door het vrijwillig doorworstelen van grote hoeveelheden data. Het grote voordeel is dat het aantal metingen of analyses veel groter is in vergelijking met het beperkte aantal dat door professionals uitgevoerd kan worden. De nauwkeurigheid van een enkele meting is bij burgerwetenschap wellicht soms minder groot, maar door de grote hoeveelheid data en de vaak veel betere ruimtelijke spreiding is de meerwaarde groot. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld de jaarlijkse tuinvogeltelling, informatie van duikers over de toestand van koraalriffen, de hoeveelheid nitraat in het grondwater en het vinden van supernovae. De mogelijkheden zijn feitelijk eindeloos en door de betrokkenheid van de burgers kan het draagvlak ook vergroot worden. Een aantal aanwezigen gaf aan dat deep sea mining en extra-terrestrial exploration belangrijk zal worden. De hoeveelheid ‘gemakkelijk’ winbare grondstoffen neemt af en er moet dus verder gekeken worden. Een en ander zal natuurlijk sterk afhangen van de kosten van het benutten van deze moeilijk bereikbare locaties in vergelijking met het anders gebruik van grondstoffen. Ook keuzes die de komende tijd gemaakt zullen moeten worden met betrekking tot een overgang naar een meer circulaire economie zullen een rol spelen. Er kwam nu al tegengas van deelnemers die vonden dat deze locaties juist niet benut moeten worden, omdat met een veel duurzamere samenleving dit niet relevant meer is. Deze discussie speelt tegenwoordig vrijwel overal en de conclusie was dat het zaak is dat de Nederlandse overheid en de Europese Unie hierover een duidelijk standpunt gaan innemen. Om met onze bekendste filosoof te spreken: ‘Er

is maar één moment dat je op tijd kunt komen. Doe je dat niet, dan ben je óf te vroeg óf te laat.’ De tweede stelling was “What would be a possible moon-project for the geoscientific community?” Zoals Kennedy in 1961 met zijn man-on-themoon speech zouden wij ook een uitdagend punt op de horizon moeten zetten. Op deze vraag kwamen natuurlijk vele creatieve ideeën naar boven. Een groot deel van de ideeën had te maken met energie. Opslag van energie en veel goedkopere geothermische energie werden gezien als belangrijke doelen om na te streven. Een ander idee betrof getijdenenergie. Op dit moment is de Nederlandse situatie niet geschikt voor grootschalig gebruik van deze energie, simpelweg omdat onze getijdenrange niet groot genoeg. Om dit probleem op te lossen is het nodig een Afsluitdijk 2.0 te bouwen van Nederland naar het Verenigd Koninkrijk. Door het fase-verschil in het getij aan beide kanten van deze dijk ontstaat er een significant waterhoogteverschil dat gebruikt kan worden om energie op te werken. Hydro-tidal power dus. Houd er vast rekening mee, zou ik zeggen. Een idee dat geotechnici zeker zal aanspreken is dat van de IJkdijk XL, een idee dat vanuit de waterschappen naar voren werd gebracht. Er zijn in Nederland al wat ijkdijken geweest, zie http://www.floodcontrolijkdijk.nl/nl/, waarbij de doelen onder andere bestonden uit 1) het op 1:1 schaal onderzoeken van fysische processen en/ of 2) het valideren/ijken van bestaande modellen die fysische processen beschrijven en/of 3) het testen van geavanceerde meettechnieken.

51

GEOTECHNIEK - Augustus 2017

“What would be a possible moon-project for the geoscientific community?” Ondanks deze eerdere projecten zitten we nog steeds met veel kennis- en toepassingsvragen die voor veel onzekerheid zorgen bij het beoordelen van onze dijken. Ten dele worden deze vragen beantwoord in het huidige POV-programma, Projectoverstijgende Verkenningen om innovatieve oplossingen te bedenken voor waterstaatkundige problemen. Het IJkdijk XL-project zou nog grootser moeten uitpakken en een unieke balans tussen fundamenteel onderzoek, praktijkproeven en toepassingen moeten opleveren. Onze koning kan toch niet voor altijd zijn buitenlandse gasten naar de Deltawerken blijven meenemen. Met IJkdijk XL zou de onzekerheid over het gedrag van waterkeringen tijdens extreme belasting sterk moeten afnemen. Aangezien onzekerheid meestal veel geld kost kunnen met de tientallen miljoenen euro’s die IJkdijk XL zal kosten miljarden euro’s bespaard worden. Nu wordt dit laatste vrijwel altijd te berde gebracht: als mijn onderzoek betaald wordt, levert dat al snel het dubbele op. Maar in dit geval werd ons verzekerd dat dit nu echt zo was…. U heeft ongetwijfeld allemaal wel eens meegedaan aan dergelijke sessies, waarbij de meest geweldige ideeën ontstonden. Zo ja, dan heeft u waarschijnlijk allemaal ook weleens op de terugweg naar huis gedacht: leuke sessie, paar leuke mensen ontmoet, maar veel zal er niet mee gebeuren. En inderdaad bestaat die kans nu ook. Maar met het oprichten van AardNed is die kans hopelijk wel iets kleiner geworden.


Geotechnical experts

pile testinG experts

‘We are ready to support you into the future’

80 Years of experience

Geotechnical equipment

UW partner voor

paaltesten en all-roUnd geotechnische advisering

ontwerp & advies, second opinions,

oad s tat iC l g in t tes

load d Y n a M iC g t e s t in

‘If it is excellence you are after, then experience load r a p id g in t e s tmakes n] [t o t 8 M the difference’

deskundigenonderzoek, monitoring, heipredicties & intrilpredicties, paaltesten, onshore & offshore

www.allnamics.nl

geotechniek _December_2016_v1.indd 3 BAM Infraconsult geotechniek _Oktober_2014_v2.indd 54

bv | Postbus 268 | 2800 AG Gouda | Tel. (0182) 59 05 10 | info@baminfraconsult.nl | www.baminfraconsult.nl PAO Techniek en Management dit gemaakt najaar de door: Geokunst wordt medeorganiseert mogelijk volgende vier cursussen op het gebied van geokunststoffen. Daarnaast bieden we een aanbod aan BAM Infraconsult is ruim 30 jaar actief in het ontwerp, project management en uitvoering van projecten op het gebied vangevarieerd infrastructureel ontwerp, kust- en maritieme www.diesekogroup.com/rental geotechnische cursussen, waarover u veelal meerinkunt vinden insector onze waterbouw. Vanuit onze vestigingen in Nederland, Dubai, Singapore, Jakarta en Perth werken wij aan projecten in binnen- en buitenland, opdracht van de advertentiedie elders in dezemet editie, of natuurlijk op www.paotm.nl. Infra van Koninklijke BAM Groep nv, BAM International en externe opdrachtgevers. De onzekerheden de ondergrond zich meebrengt, creëren naast risico’s ook

TE HUUR: EEN OPLOSSING, ALTIJD.INnAue GmbH & Co. kG Bonar BVFOLIECONSTRUCTIES VERDIEPTE INFRASTRUCTUUR Ondergronds waterdichte folie afsluiting 2 Westervoortsedijk 73 bouwen met Gewerbestr. oktober 2016 32339 Espelkamp-Fiestel – Germany 6827 AV 13 Arnhem OVERAL. Voor ondergronds bouwenTel. +49 5743 41-0 is een innovatieve folieconstructie Tel. +31 (0) 85 744 1300

28/11/2016 15:48 28-08-14 13:55

De collectieve leden van de nGo zijn:

kansen voor het ontwerp en bouw van civieltechnische projecten. De afdeling Geotechniek speelt daarom een centrale rol bij de projecten van BAM Infraconsult en haar zusterbedrijven. BAM Infraconsult kenmerkt zich door betrouwbaarheid, deskundigheid, slagvaardigheid, blijvend onderscheidend en is onlosmakelijk verankerd in het bouwbedrijf. Dankzij deze mentaliteit zijn we zeer succesvol.

Naue GmbH & Co. KG, Baggermaatschappij Boskalis BV, Espelkamp-Fiestel Papendrecht Ooms Civiel BV, Avenhorn Bonar BV, Arnhem BASAL REINFORCED PILED EMBANKMENTS Prosé Kunststoffen BV, Ceco BV, Maastricht 2016 update of the Dutch Design Guideline CUR226 Leeuwarden Cofra B.V., Amsterdam 15 and 16 November 2016 Quality Services BV, Bennekom Deltares, Delft A piled embankment consists of an embankment on a pile Robusta BV, Genemuiden Fugro GeoServices BV, vaak goedkoper dan een traditionele uitvoering met onderwafoundation. In a basal reinforced piled embankment, the emFax +49 5743 41-240 Fax +31 (0) 85 744 1310 SBRCURnet, Rotterdam Leidschendam ter-beton en trekpalen. Folie betreft een waterdicht kunststof bankment is reinforced at its base with a geosynthetic reinforinfo@naue.com info@bonar.com T&F Handelsonderneming Geopex Products (Europe) BV, cement. A piled embankment can be built quickly, the influence BV, geotextiel en kan worden gebruikt voor het realiseren van wawww.bonar.com Oosteind Gouderak terdichte afsluitingen in de www.naue.com ondergrond waardoor een kunstmaon adjacent sensitive objects is limited and residual settleTen Cate of Geosynthetics Hero-Folie B.V., Zevenaar ments are prevented. An increasing number piled embanktige polder ontstaat. ments are being Netherlands BV, Nijverdal InfraDelft BV, Delftconstructed every year. Tensar International, Intercodam Infra BV, Almere ’s-Hertogenbosch Kem Products NV, BOUWEN MET BAGGER GEOTEXTIELEN IN DE WATERBOUW Terre Armee BV, Waddinxveen Heist op den Berg (B) Bespaar kosten door bagger als bouwmateriaal te gebruiken Ontwerp en uitvoering Van Oord Nederland BV, Gorinchem Kiwa NV, Rijswijk RENTAL FLEET: tenCate Geosynthetics teXIon Geokunststoffen nV 29 en 30 november 2016 1 november 2016 Voorbij Funderingstechniek BV, Kwast Consult, Houten Trilblokken tot 500 kgm Bij bouwen met baggerspecie wordt aanzienlijk bespaard op worden steeds vaker bij waterHoge Dijkje 2 toegepast AdmiraalGeokunststoffen de Boisotstraat 13 Movares Nederland BV, Utrecht transport-, depot-VIBRATORY en stortkosten. OokAmsterdam is er een grote bespabouwkundige projecten. Zij zijnAEvaak goedkoper milieuPowerenUnits tot 3200 l/min 7442 Nijverdal B-2000 Antwerpen – Belgium FOUNDATION EQUIPMENT ring te behalen op de aanschaf van primaire bouwmateriaal die vriendelijker dan traditionele technieken. De geokunststoffen Vibrofl ots DOP pompen SALES - RENTAL - CONSTRUCTION - SERVICE Tel. +31 (0)546-544 811 Tel. +32 (0)3 210 91 91 normaal gesproken wordt ingezet. In deze cursus leert u hoe dienen wel zorgvuldig worden toegepast bij de aanleg van ciFax +31 (0)546-544 470 Fax +32 (0)3 210 91 92 NIEUW: u dit doelmatig doet. Een 49 toepassing is bijvoorbeeld om een vieltechnische constructies. Gebeurt dat niet dan kunnen beLelystraat geonederland@tencate.com www.texion.be Power Units met i-Timer schadigingen het gevolg zijn. geotextiel te vullen met bagger en te verwerken in de oever 3364 AH Sliedrecht N71 Cover_Opmaak 1 02-09-13 09:48 Pagina www.tencate.com/geonederland 2 www.geogrid.be of kade. stop-start systeem te huur T: +31 184 410 333 Advert_Enkadrain_208x134mm_02_NL.pdf 1 01-10-13 09:30

www.baminfraconsult.nl

1x formaat 208(b)x 134(h)

Advertentie Geotechniek. nummer 3.indd 1

14-11-2014 15:03:23


21E JAARGANG NUMMER 3 AUGUSTUS 2017 ONAFHANKELIJK VAKBLAD VOOR GEBRUIKERS VAN GEOKUNSTSTOFFEN

Spelen met geokunststof 6; NGO-workshop 13 april 2017: aardbevingsbestendig bouwen met geokunststoffen

Ontlastingsconstructies met gewapende grond kans voor ontwerp kunstwerken

KATERN VAN


Geokunst wordt mede mogelijk gemaakt door:

Sub-Sponsors

Low & Bonar Westervoortsedijk 73 6827 AV Arnhem Tel. +31 (0) 85 744 1300 Fax +31 (0) 85 744 1310 info@lowandbonar.com www.lowandbonar.com

De collectieve leden van de NGO zijn:

NAUE GmbH & Co. KG Gewerbestr. 2 32339 Espelkamp-Fiestel – Germany Tel. +49 5743 41-0 Fax +49 5743 41-240 info@naue.com www.naue.com

CDR International BV, Rijssen Cofra B.V., Amsterdam Deltares, Delft Enviro Quality Control BV, Maarssen Fugro GeoServices BV, Leidschendam Genap BV, ‘s Heerenberg Geopex Products (Europe) BV, Gouderak GeoTec Solutions BV, Den Dungen. GID Milieutechniek, Velddriel Huesker Synthetic BV, Den Dungen InfraDelft BV, Delft

Mede-ondersteuners TenCate Geosynthetics Hoge Dijkje 2 7442 AE Nijverdal Tel. +31 (0)546-544 811 Fax +31 (0)546-544 470 geonederland@tencate.com www.tencate.com/geonederland

Kwast Consult Cascademuur 38 3991 VP Houten Tel. +31 (0)6 29 27 28 01 info@kwastconsult.nl www.kwastconsult.nl

Advert_Enkagrid_Steilbouw_208x134mm.pdf

1

28-06-16

Nederlandse Geotextielorganisatie (NGO) Tel. +31 (0)65 - 064 6760 mail@ngo.nl www.ngo.nl

17:14

Intercodam Infra BV, Almere Juta Holland BV, Oldenmarkt Kem Products NV, Heist op den Berg (B) Kiwa NV, Rijswijk Kwast Consult, Houten Low & Bonar, Arnhem Movares Nederland BV, Utrecht Naue GmbH & Co. KG, Espelkamp-Fiestel Ooms Civiel BV, Avenhorn Prosé Geotechniek BV, Leeuwarden Quality Services BV, Bennekom Robusta BV, Genemuiden S&P Clever Reinforcement Company Benelux, Aalsmeer SBRCURnet, Delft T&F Handelsonderneming BV, Oosteind Ten Cate Geosynthetics Netherlands BV, Nijverdal Tensar International, ’s-Hertogenbosch Terre Armee BV, Waddinxveen Vulkan-Europe BV, Gouda Witteveen + Bos, Deventer

Enkagrid® voor stabilisering van funderingslagen en grondlichamen Enkagrid kent een breed assortiment van stijve en flexibele geogrids tot zeer hoge treksterkte en staat voor efficiëntie en betrouwbaarheid voor elk project waar grondstabilisering een vereiste is.

Low & Bonar Westervoortsedijk 73 / 6827 AV Arnhem / T +31 85 744 1300 info@enkasolutions.com / www.enkasolutions.com


Van de redactie Beste Geokunst lezer, De economische vooruitzichten zijn goed, de Nederlandse staat ziet het begrotingstekort afnemen en wij merken dat onze werkvoorraad en marges toenemen. Voorzichtig als wij zijn - zeker in het Noorden mogen we toch niet klagen. Maar als het aankomt op sponsoring van ons mooie blad GeoKunst wordt het lastiger. Het blad heeft alleen bestaansrecht door ondersteuning van sponsors. Door het wegvallen van één van onze sponsors, resteren drie trouwe sponsors: Low & Bonar, Naue GmbH & Co. KG en TenCate Geosynthetics. De zoektocht naar een nieuwe sponsor vanuit het NGO-bestuur en Uitgever heeft nog niet geleid tot een structurele oplossing. Voor de resterende nummers in 2017 hebben we gelukkig een oplossing gevonden door ondersteuning vanuit NGO en Kwast Consult. Het moge duidelijk zijn, we zijn voor 2018 en volgende jaren dus dringend op zoek naar een betrokken partij als sponsor om dit mooie blad te kunnen blijven uitbrengen. Liefhebbers van GeoKunst, wij vernemen graag van U! En dan nu naar de inhoud van deze GeoKunst , wederom een lezenswaardig nummer. Om de kennis over de geokunststoffen bij het aardbevingsbestendig bouwen te delen, organiseerde het NGO haar zesde creatieve sessie op een mooie zonnige dag in april. Bijna veertig creatievelingen, echte liefhebbers van geokunststoffen, van opdrachtgevers, aannemers, ingenieursbureaus en kennisinstituten gingen op zoek naar geokunststofoplossingen voor het aardbevingsbestendig bouwen. Ontspannen of wapenen, dat zijn de twee hoofdtoepassingen van geokunststof bij aardbevingsbestendig bouwen. In aardbevingsgevoelige landen zoals Japan dagelijkse praktijk, in Nederland moet dat nog komen. Suzanne van Eekelen met haar collega’s van de organisatie (NGO commissie Innovatie en Kennisoverdracht) doen verslag van deze wederom mooie dag.

betonconstructie geoptimaliseerd worden, dat betekent winst zowel in geld als in uitvoeringstijd. In de afgelopen 10 jaar zijn de nodige ontlast constructies uitgevoerd. In het artikel van Constant Brok worden aansprekende voorbeelden uitgevoerde projecten beschreven, als inspiratie voor ontwerpers van kunstwerken.

Ik wens u veel leesplezier met deze GeoKunst, Erik Kwast, Eindredacteur GeoKunst

Gewapende grondconstructies zijn momenteel in de infrastructuur een geaccepteerde en volwassen toepassing geworden. De gewapende grondconstructie met de meeste (positieve) invloed op kunstwerken betreft de toepassing als gronddruk ontlasting. Hierdoor kan de

Colofon

Geokunst wordt uitgegeven door de Nederlandse Geotextiel organisatie. Het is bedoeld voor beleidsmakers, opdrachtgevers, ontwerpers, aanvnemers en uitvoerders van werken in de grond-, weg- en waterbouw en de milieutechniek. Geokunst verschijnt vier maal per jaar en wordt op aanvraag toegezonden.

Eindredactie Redactieraad Productie

55

E. Kwast A. Bezuijen P. van Duijnen M. Duškov S. van Eekelen P. ter Horst Uitgeverij Educom

GEOKUNST - Augustus 2017

Een abonnement kan worden aangevraagd bij: Nederlandse Geotextielorganisatie Tel. 065 - 064 6760 mail@ngo.nl www.ngo.nl


Ontlastingsconstructies met gewapende grond kans voor ontwerp kunstwerken

Inleiding Gewapende grondconstructies zijn in de infrastructuur een geaccepteerde en volwassen toepassing geworden. Het toepassen van gewapende grondconstructie als gronddruk ontlasting heeft de meeste (positieve) invloed heeft op kunstwerken. Hierdoor kan de betonconstructie geoptimaliseerd worden waardoor er winst kan zijn, zowel in geld als in uitvoeringstijd. In de afgelopen 10 jaar zijn de nodige ontlastconstructies uitgevoerd. Dit artikel geeft voorbeelden van enkele uitgevoerde projecten die tot de verbeelding kunnen spreken voor ontwerpers van kunstwerken. Het principe van gronddruk ontlasting Het principe van een ontlastconstructie is simpel. Middels gewapende grond wordt de horizontale gronddruk van de wand afgehaald waardoor het aansluitend grondlichaam op circa 20 cm van de betonconstructie staat. Vlak onder de stootplaat wordt er een verbinding gemaakt zodat de kier aan de bovenzijde gesloten wordt. Ook aan de zijkant moet deze kier gesloten worden en deze afsluiting dient gedurende de levensduur van de constructie aanwezig te blijven. Figuur 1 geeft principe weer.

Figuur 1 - Principe gronddruk ontlasting.

Bij een laag gefundeerd integraal viaduct is het echter noodzakelijk om juist over de bovenste 2 tot 3 m een gronddruk te hebben. Lager in de wand kan deze gronddruk weer verminderd worden zodat de betonconstructie geoptimaliseerd kan worden. Figuur 2 geeft dit principe weer zoals het is uitgevoerd bij de kunstwerken 29, 30, 31 en 43 in het project A73. Doorgaans is de kier niet gevuld maar leeg. Wanneer om de een of andere reden de kier gevuld moet zijn dan mag dit materiaal geen gronddruk doorgeven wanneer de kop van de gewapende grond uitbuikt. Dit uitbuiken van enkele centimeters is reĂŤel omdat geogrids kruipgedrag vertonen. Daarnaast zal dit

Figuur 2 - Ontlasting bij project A73.

56

GEOKUNST - Augustus 2017

Ing Constant Brok Huesker Synthetic BV


Samenvatting

Gewapende grondconstructies zijn momenteel in de infrastructuur een geaccepteerde en volwassen toepassing geworden. De gewapende grondconstructie met de meeste (positieve) invloed op kunstwerken betreft de toepassing als gronddruk ontlasting. Hierdoor kan de

betonconstructie geoptimaliseerd worden waardoor de winst zowel in geld als in uitvoeringstijd kan zijn. In de afgelopen 10 jaar zijn de nodige ontlast constructies uitgevoerd.

Figuur 3 - Schuine ongelijk vloerse kruising). vulmateriaal ook een levensduur van 100 jaar moeten hebben. Ontlastingsconstructies bij schuine kruising In het project Rondweg A2 Eindhoven zijn zes kunstwerken waarbij de wegen in een ongelijkvloerse kruising een scherpe hoek met elkaar maken (zie figuur 3). Het betreft de kunstwerken 1, 5, 6, 7, 21 en 34A/B die op palen gefundeerd worden. Als gevolg van deze scherpe hoek zijn de grondaanvullingen voor het talud tegen de betonconstructie ongelijkmatig. Deze ongelijkmatige horizontale gronddruk leverd een torsiekracht op in de constructie die men wil vermijden. Door de grondaanvulling nu uit te voeren in gewapende grond en deze op circa 0,10 m vanaf de betonconstructie te bouwen wordt deze torsiekracht nagenoeg opgeheven (zie figuur 4). Er wordt meer evenwicht gecreerd wat het kunstwerk veel eenvoudiger maakt. In de praktijk blijkt de kier van 0,10 m met

Figuur 4 - Doorsnede eenzijdige ontlasting.

57

GEOKUNST - Augustus 2017


Figuur 5 - De wand die ontlast wordt.

Figuur 6 - De uitgevoerde ontlasting. gefundeerd kunstwerk wordt aangesloten op een ontlastconstructie van gewapende grond welke op een paalmatras staat. Er worden 2 constructies gemaakt die praktisch naast elkaar staan maar elkaar zeer weinig beĂŻnvloeden. Voorbeeld hiervan is de kruising van de Hanzelijn en de spoorlijn Amersfoort-Zwolle, waarover GeoKunst eerder publiceerde (van der Stoel et al, 2011). Figuur 7 geeft luchtfoto van het kunstwerk KW540 in de Hanzelijn weer. Een schuine ongelijkvloerse kruising met een slappe ondergrond waarbij de bestaande sporen niet verlegd konden worden, waarvoor de voorbelastings tijd te beperkt bleek te zijn. Hierdoor zouden de effecten op koker constructie groot zijn en zou er een groot restzettingsprobleem ontstaan van het aansluitende grondlichaam op het kunstwerk.

Figuur 7 - Luchtfoto KW540. een glijbekisting niet realiseerbaar en is de gewapende grond op 0,20 m van de betonwand gezet. Innovatieve ontlasting Gewapende grond wordt doorgaans gebouwd tot een maximale helling van 90 graden. Bij Ecoduct Groote Heide over de A2 heeft vanuit landschapsarchitectuur de aansluitende wand op het Ecoduct een helling van 110 graden. Om deze wand zo slank mogelijk te maken is het aansluitend grondlichaam in gewapende grond gebouwd op 20 cm van de wand af onder dezelfde helling. Figuur 5 en 6 geven dit weer. De constructie is eerst berekend als een 90 graden wand zodat er een indicatie van geogrid lengtes en sterktes verkregen werd. Daarna is de 110 graden wand in PLAXIS doorgerekend en zijn de sterktes en lengtes van de geogrids

aangepast omdat vervormingen van de wand hier essentieel is voor het ontwerp. De toegepaste wapening is in sterkte en lengte naar boven hoger en langer. De wand wordt als het ware achterover getrokken. Het toegepaste aanvulmateriaal was Vandolith G. Vandolith G is een cementgebonden vormgegeven bouwstof en wordt vaak als een vervanger gebruikt voor zand- cement stabilisatie, meng- en betongranulaat. Omdat dit de eerste 110 graden wand is is gekozen voor een extra zekerheid in het aanvulmateriaal om meer vormvastheid te creeeren. Maximale ontlasting Een maximale ontlasting is een constructie waarbij het kunstwerk en de ontlastconstructie elkaar minimaal beinvloeden. Een op palen laag

58

GEOKUNST - Augustus 2017

Met een maatwerkoplossing met een volledige ontlasting, is het probleem van omgevingsbeĂŻnvloeding van de palen van de tunnelbakconstructie en wanden volledig opgelost. Bovendien heeft deze volledige ontlasting ervoor gezorgd dat ook de lastige detaillering bij de (immers niet-haakse) aansluiting op de tunnel, oplosbaar was. Het aantal palen kon gereduceerd worden en de dikte van de wanden is met circa 50 % gereduceerd ten opzichte van het oorspronkelijke ontwerp. Daarnaast is het probleem met de aansluiting, wat betreft de zettingen en de restzettingen, compleet opgelost en is de uitvoeringstijd zeer verkort. Deze gecombineerde een paalmatras met

constructie van een gewapende


ONTLASTINGSCONSTRUCTIES MET GEWAPENDE GROND KANS VOOR ONTWERP KUNSTWERKEN

grondconstructie als ontlasting heeft daarna al meerdere malen een vervolg gehad in de praktijk.

Uitvoering gewapende grond Omdat de gewapende grond vormvast moet zijn, is de kwaliteit van het aanvulmateriaal in de

kop van de gewapende grond van groot belang. Menggranulaat van goede kwaliteit volstaat. Bij twijfel geeft een gebonden materiaal echter meer zekerheid. Daarnaast is het van belang om vooraf te weten of het mogelijk is dat de tijdelijke bekisting voor de bouw van de gewapende grond afgestempeld mag worden op de betonwand. Optimaal is een (glij)bekisting die zo ontworpen is dat er 2 lagen in 1 keer gebouwd kan worden. Steeds wordt de bekisting 1 laag omhoog getrokken, zodat de laatste gebouwde laag nog steeds steundruk ondervindt wanneer een nieuwe laag wordt opgebouwd. Indien afsteunen op het beton niet mogelijk is, dan moet er gewerkt worden met een bekisting van verloren gebogen wapeningsstaal. Conclusie Zowel in definitieve als tijdelijke situaties kunnen ontlastingsconstructies met gewapende grond een interessante en kostenbesparende oplossing zijn voor kunstwerken die door hoge horizontale gronddrukken belast worden. De praktijk heeft dit in de laatste 10 jaar bewezen.

Figuur 8 - De paalmatrasconstructie.

De Nederlandse Geotextielorganisatie (NGO):

- bevordert kennis en toepassing van geokunststoffen. - is de vereniging voor leveranciers, inspectie- en

ingenieursbureaus en aannemersbedrijven op het vakgebied.

- geeft toegang tot een wereldwijd netwerk van deskundigen. Lid worden?

Mail het secretariaat: mail@ngo.nl Figuur 9 - De uitgevoerde ontlasting.


dr. ir. Suzanne van Eekelen Voorzitter NGO Commissie: Innovatie en Kennisoverdracht, Deltares

ing. Piet van Duijnen Lid NGO Commissie: Innovatie en Kennisoverdracht, Geotec Solutions

Spelen met geokunststof 6; NGO-workshop 13 april 2017: aardbevingsbestendig bouwen met geokunststoffen

dr. ir. Siefko Slob Witteveen en Bos

ir. Wim Voskamp Voskamp Business Consultancy

drs. ing. Erik W. Vastenburg Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

ir. Joris van den Berg Low en Bonar

Aardbevingen in Noord-Nederland: de nieuwe realiteit In december 1986 schrok Assen op van de eerste aardbeving ten gevolge van de gaswinning. Sindsdien beeft Noord-Nederland, net als Zuid Nederland al veel langer doet. Op 16 augustus 2012 was er in Loppersum een geïnduceerde aardbeving van 3,6 op de schaal van Richter. Deze aardbeving duurde langer en was sterker dan eerdere bevingen. Daarom besloot het kabinet om de gevolgen van de aardbevingen te onderzoeken en waar nodig in te grijpen. Hierbij spelen vragen als: Zijn onze civiele constructies aardbevingsbestendig en veilig: dijken, wegen, spoorwegen, gebouwen? Blijven leidingen op hun plek en heel tijdens een aardbeving? Welke oplossingsrichtingen zien we om burgers en bedrijfsleven een veilige leefomgeving te bieden? Internationaal is er veel ervaring met aardbeving bestendig bouwen. Maar Nederland is een nieuwkomer. Wat is het verschil tussen onze aardbevingen en die elders? Wat zijn de gevolgen van een aardbeving? Wat zijn de risico’s precies? Wat kunnen we doen om de veiligheid van onder andere Noord-Nederland te verhogen? Aardbevingen: een basis Siefko Slob, ingenieursgeoloog, trapte af met het bijspijkeren van onze basiskennis over aardbevingen. Hij vertelde over de gevolgen van de aardbeving in oktober 2005 in Pakistan. Hij was er enkele maanden later en het maakte diepe indruk. Er vielen ongeveer 72.000 slachtoffers.

Figuur 1 - Aardbevingsbestendig bouwen: modellen getest op een triltafel. Zo kwamen er veel kinderen om in scholen die instortten. Daarnaast was er enorm veel materiële schade. Om dit te illustreren toonde Siefko een foto van een brug die 1,5 meter was verschoven op zijn pijlers. De brug was nog intact. Evident is dat er heel slecht gebouwd was. Beton was meer een soort sterk zand, met veel te weinig wapening. Stenen waren gewoon op elkaar gestapeld, zonder of met heel slecht cement. Pleisterwerk moest de slechte kwaliteit van de bouwsels verhullen.

60

GEOKUNST - Augustus 2017

Siefko vertelde over de oorzaak van aardbevingen: meestal plaattektoniek en soms vulkanische activiteit of menselijk handelen. In Zuid-Nederland hebben we te maken met natuurlijke aardbevingen door plaattektoniek: het op elkaar botsen van aardplaten. In Noord-Nederland, vooral Groningen, hebben we aardbevingen door menselijk handelen: door gaswinning veroorzaakte compactie in het diepe zandsteen reservoirgesteente.


Samenvatting

Om de kennis over de geokunststoffen bij het aardbevingsbestendig bouwen te delen, organiseerde het NGO haar zesde creatieve sessie op een mooie zonnige dag in april. Bijna veertig creatievelingen van opdrachtgevers, aannemers, ingenieursbureaus en kennisinstituten gingen op zoek naar geokunststof-oplossingen voor het aardbevingsbestendig bouwen. Nadat een tweetal sprekers een theoretisch ondergrondje hadden gelegd, voerden de deelnemers

proefjes uit en werden vernieuwende geokunststofconstructies bedacht. Ontspannen of wapenen, dat zijn de twee hoofdtoepassingen van geokunststof bij aardbevingsbestendig bouwen. Dus wateroverspanning afvoeren door drainage voorzieningen of horizontale versnellingen opvangen met wapening. In aardbevingsgevoelige landen zoals Japan dagelijkse praktijk, in Nederland moet dat nog komen.

Figuur 2 - De paalmatrasmodellen voor en na het belasten: aardbeving tijdens een bovenbelasting! Siefko liet zien hoe er P-, S-, Love- en Rayleighgolven bestaan en dat je in een accelerogram deze golven kan herkennen, en hoe je daarmee de afstand tot een epicentrum kan bepalen. Er zijn verschillende methoden om de zwaarte van een aardbeving vast te leggen. Bijvoorbeeld met de schaal van Richter, die een maat geeft voor de energie die tijdens de aardbeving vrijkomt. Of met de intensiteitschaal van EMS-98. Hoe groter de schade, hoe hoger de intensiteitsschaal. Bovendien vertelde Siefko hoe grondbewegingen worden voorspeld. Gevolgen van aardbevingen Door een aardbeving beweegt de grond en kan zand of silt verweken. Als er verweking optreedt, dan loopt de waterspanning op, waardoor de schuifsterkte van het zand afneemt. Er ontstaat drijfzand. Hierdoor kan de stabiliteit van een (grond-)constructie in gevaar komen. Een dijk kan falen of een damwandconstructie kan overbelast raken.

Aardbevingsbestendig bouwen Hoe kan schade door aardbevingen worden voorkomen? Dat kan door de kans op verweking te verkleinen en de constructies te wapenen of stabieler te maken, zodat ze beter bestand zijn tegen het versnellingssignaal. De kans op verweking kan worden verkleind door grondverbetering, bijvoorbeeld het verdichten van losgepakte zanden of het toepassen van bijvoorbeeld mixed-in-place technieken. Ook wordt drainage toegepast zodat wateroverspanning door de aardbeving zo snel mogelijk wordt gereduceerd. Voorbeelden hiervan zijn met geotextiel omhulde grind kolommen, drainpijpen of verticale drainage. Wim Voskamp liet zien hoe geokunststoffen internationaal worden toegepast bij aardbevingsbestendig bouwen. Ontspannen of wapenen zijn de twee hoofdtoepassingen van geokunststof bij aardbevingsbestendig bouwen. Dus wateroverspanning afvoeren door drainagevoorzieningen of horizontale versnellingen opvangen met wapening.

61

GEOKUNST - Augustus 2017

Wim liet zien hoe in Japan het denken over aardbevingsbestendig bouwen is ontwikkeld. Gewapende betonnen L-muren zijn vervangen door gewapende grond met een daaraan verankerde, ter plaatse gestorte, betonnen wand. Gewapende grond is verplicht in Japan bij de bouw van kunstwerken of steile hellingen in de spoorwegenbouw. Honderden kilometers gewapende wanden zijn al gebouwd. Inmiddels experimenteren de Japanners met integraalbruggen, waarbij het brugdek is verankerd aan de landhoofden. Dat kost meer inspanning om de thermische werking op te vangen, maar het resultaat is betere aardbevings- en tsunamibestendigheid. Voor het afvoeren van wateroverspanningen die tijdens het beven ontstaan, wordt gewerkt met verschillende typen drainage. Hierbij valt te denken aan normale verticale drainage, maar ook grind- en zandkolommen, al dan niet met geokunststof omhuld.


Figuur 3 - Een steilwand met wapening van papier, voor en na de aardbeving. Vochtig papier is niet zo een beste wapening. Creatief aardbevingsbestendig bouwen Het op papier verzinnen van aardbevingsbestendige oplossingen is één, de praktische toepassing is twee. De zes groepen werden uitgedaagd om zelf aardbevingsbestendig te bouwen. Hiervoor hadden Piet van Duijnen en Ron Voets van tevoren een triltafel en zes proefopstellingen in elkaar geklust. Twee groepen moesten een paalmatras bouwen, twee groepen een steilwand en twee groepen een grondlichaam met steile taluds van 45 graden. Steilwanden en grondlichamen moesten minimaal 30 cm hoog zijn en blijven. Na het bouwen zouden de modellen op een speciale triltafel worden belast, ook door Piet en Ron gebouwd van een trilmotor, een houten plank en het geheel opgelegd op autobanden. De groepen moesten hun bouwmaterialen, zoals damwanden of geokunststoffen, kopen voor speciale NGO-euro’s: hoe meer CO2 belasting, hoe duurder de bouwmaterialen. Bij elk constructietype zou het goedkoopste model dat door de jury werd goedgekeurd de winnaar zijn. Figuur 2 laat de paalmatrassen zien. Stevig gewapend met plastic zakken en papier en nog eens extra gezekerd met stevige tape. De voorste paalmatras zakte wat rond zijn palen, maar beide bleven heel, ondanks de dubbele belasting door het beven en een bovenbelasting. De steilwand van Figuur 3 werd afgekeurd vanwege onvoldoende hoogte, en bovendien was

Figuur 4 - Een steilwand met wapening van laken, voor en na de aardbeving. De verankeringslengte van het laken was onvoldoende. de wand niet aardbevingsbestendig. Blijkbaar is vochtig papier geen optimale wapening. De steilwand gewapend met een oud laken, gevonden in de bus van Ron Voets, hield het ook niet. Onvoldoende verankeringslengte en te dikke grondlagen waren de oorzaak van

62

GEOKUNST - Augustus 2017

het falen. Je zou bijna denken dat steilwanden van gewapende grond geen goed idee zijn om aardbevingsbestendig bouwen. In Japan voldoen ze echter uitstekend. Daar zijn heel spectaculaire voorbeelden van zeer hoge gewapende wanden die heel bleven terwijl de omgeving totaal werd verwoest tijdens aardbevingen.


SPELEN MET GEOKUNSTSTOF 6; NGO-WORKSHOP 13 APRIL 2017: AARDBEVINGSBESTENDIG BOUWEN MET GEOKUNSTSTOFFEN

Figuur 5 - De beide grondlichamen met steile taluds van 45 graden waren aardbevingsbestendig, de zijwand moest er af om ze stuk te krijgen tijdens een aardbeving. niet helemaal uit te sluiten, want toevallig hadden beide groepen drie lagen wapening toegepast. Groep 5 had wel heel creatief de bovenste laag uitgevoerd; deze bestond uit de plastic zak waarin het zand is aangevoerd. De constructie van groep 6 was net even mooier om te zien, en het oog wil ook wat. Groep 6 onder de bezielende leiding van Martjan Bodegom heeft gewonnen.

Figuur 6 - Zes groepjes aan het bouwen. De grondlichamen met de steile taluds van 45 graden gaven allebei geen krimp tijdens de aardbeving. Hier voldeed de wapening uitstekend. Omdat we toch wel graag alle modellen stuk wilden maken, hebben we ze nogmaals belast nadat de zijwanden waren weggehaald. Toen gingen ze gelukkig fatsoenlijk kapot.

De uiteindelijke overall winnaar was groep 6. Naast horizontale wapening had deze groep ook verticale wapeningsstaven toegepast. Uit de hoek van de groep met de meeste leveranciers is natuurlijk protest aangetekend. Gelukkig waren 4 prijzen beschikbaar, zodat deze groep omgekocht is met een troostprijs.

Voor elk type bouwsel werd een van de twee groepjes tot winnaar uitgeroepen. Bij de paalmatrassen werd groep 1, onder leiding van Adriaan Kastelijn, de winnaar, omdat groep 2 meer gehavend uit de aardbeving kwam. Bij de gewapende grond stond de jury voor een uitdaging. De steilwand van groep 3 voldeed niet aan de eisen specificatie, maar de steilwand van groep 4 wist de aardbeving niet te overleven. Uiteindelijk won groep 4 op basis van bouwkosten de Zilveren Paashaas.

Cases Er moest meer gebeuren dan spelen met zand, water en wapening. Joris van den Berg en Erik Vastenburg legde de zes teams twee cases voor. Na een uitgebreide lunch en het uitvoeren van de proeven zijn de zes teams intensief gaan discussiĂŤren over deze cases. Onder leiding van cases-voorbereider Joris van den Berg en dagvoorzitter Wim Voskamp zijn de cases tenslotte met de hele groep bediscussieerd. Voor iedere case moesten de groepjes de faalmechanismen beschrijven en vervolgens maatregelen bedenken om de aardbevingsbestendigheid van de bestaande constructie te verbeteren, dan wel hoe een nieuwbouw constructie kan worden opgebouwd.

Blijkbaar is de beste constructie een gewapend 45-graden talud. Opvallend was dat beide groepen, ondanks de 45-graden helling, toch de terugslag methode hadden toegepast. Bedrijfsspionage is

Case 1 Verankerde damwand In een havengebied staat een damwand. Deze is verankerd in een relatief losgepakte laag zand die gevoelig is voor verweking als gevolg van een

63

GEOKUNST - Augustus 2017

aardbeving. Het gevolg hiervan is dat de damwand tijdens een aardbeving niet stabiel is. Gevraagd werd oplossingen te bedenken voor aardbevingen van (1) hoge en (2) lage magnitude. De volgende faalmechanismen werden genoemd: vervormingen van de damwand door het bezwijken van het anker of te hoge buigende momenten in de damwand. Verweking van zand, gevolgd door zakking, sand boils of het opbarsten van de toplaag. Verweking van de diepe zandlaag kan bovendien leiden tot een diep glijvlak. Voor het verbeteren van de bestaande situatie zijn allerlei creatieve oplossingen bedacht: verbeteren van de losgepakte zandlaag, door bijvoorbeeld verdichten of het toepassen van geotextiel omhulde zand- of grindpalen, die zouden de zandlaag veel stijver maken en bovendien ontspannend werken: de wateroverspanning wordt verminderd. Voor de hogere amplitudes zouden de grindkolommen dieper kunnen worden doorgezet. Dan kan meteen het overspannen water ook naar beneden afvloeien, en de kleilaag stijver worden. Er kunnen ankers worden aangebracht tot in de diepe zandlaag, of er kan een ballastblok in geotextiel aan het anker worden aangebracht. Bemaling kan helpen, net als een geotube voor de damwand, of een zanddicht filterdoek. Verschillende drainagevoorzieningen werden genoemd, zoals; zand grind palen, verticale kunststof drainage en een grindkoffer met een scheidingsvlies. Tenslotte kan de losgepakte zandlaag geheel worden vervangen door een goed verdichte laag, die dan ook meteen wordt gewapend met geokunststof. Voor een volledige nieuwbouw damwand werden de volgende creatieve oplossingen bedacht: een


staan. Drainage van de losgepakte zandlaag. Het huis staat op een talud van klei, dat kan worden vervangen door gewapende grond om zijdelings afschuiven tegen te gaan. Het injecteren van de fundaties van het huis met cementmortel of kunsthars. De woning kan zelf ook worden verbeterd door hem stabieler te maken, het metselwerk zijn constructieve functie ontnemen of te wapenen, bijvoorbeeld met carbon staafjes. Huis weer recht zetten door het op te vijzelen. De schoorsteen inpakken in geotextiel of zelfs de hele woning inpakken in geotextiel, al dan niet met een baksteenprint er op. Glasvezel behang aanbrengen voor de lage amplitude-belasting. Als de bewoners het huis voor langere tijd kunnen verlaten kan de houten oude vloer worden vervangen door een lichtgewicht funderingsvloer met EPS, die wordt afgestort met schuimbeton met een wapening die integraal wordt verbonden met de funderingsbalken aan de buitenkant. Hierdoor wordt de hele woning op een grote plaat gezet. De daken van deze woonboerderijen zijn vaak zwaar. Dat is meestal een probleem. Die daken kunnen vervangen worden door kunststof daken.

Figuur 7 - Case 1: verankerde damwand.

Figuur 8 - Case 2: woonboerderij. blok gewapende grond, met een damwand of andere kademuur ervoor. De gewapende grond kan worden uitgevoerd als een ontlastconstructie of kan integraal aan de voorzetwand worden vastgemaakt. Zeer creatief bedacht is het aanbrengen van kleppen in de damwand, met een geotextiel, waardoor wateroverspanning wel maar zand niet kan ontsnappen. Als geokunststof wordt verbonden aan de damwand, dan kan de geokunststof dienen als anker.. Andere creatieve oplossingen waren: een kistdam in plaats van het anker, een zware onverankerde damwand, een paalmatras om de vloer te ontlasten en een buis om het anker om zakkende grond op te vangen. Case 2 Woonboerderij In een dorp in het Groningse aardbevingsgebied staat een woonboerderij uit 1832. Deze is gefundeerd op staal. Tijdens aanleg is de fundatiepoer aangebracht op een kleine strook verdicht rivierzand, ofwel grondverbetering. Weer

werd gevraagd om oplossingen voor de bestaande situatie voor een aardbeving met (1) hoge magnitude en (2) een lage magnitude. De volgende faalmechanismen worden genoemd: verweking van het zandpakket en daardoor verlies van het draagvermogen van de ondergrond, ongelijkmatige vervormingen, te weinig stijfheid, sterkte en stabiliteit van de woonboerderij en daardoor schade aan metselwerk, afschuiven naar de sloot, squeezing van de losgepakte zandlaag. Voor het verbeteren van de bestaande situatie zijn allerlei creatieve verbeteringen bedacht om de ondergrond of de omgeving van het huis te verbeteren: het aanbrengen van een paalfundering tot in de diepere zandlaag en die koppelen aan de vloer. Een damwand aanbrengen langs de sloot, of de sloot dempen en verplaatsen. De sloot kan ook gedempt worden met een zware geotube, waardoor de woning stabieler komt te

64

GEOKUNST - Augustus 2017

Voor een volledige nieuwbouwhuis werden de volgende creatieve oplossingen bedacht: een stabiel huis bouwen op een paalfundering die tot in een diepere zandlaag wordt gefundeerd, het huis op een geokunststof matras zetten, al dan niet op palen en het huis in Amerikaanse stijl bouwen, met een houtskelet en verstevigingen. Een kuip bouwen waarvan de randen bestaan uit gewapende grond, met erin twee EPS lagen met daartussen teflon folie. Zo komt het huis los te staan van de ondergrond die beweegt. De toegang tot het huis wordt een loopbrug. Er zijn trouwens ook nog andere glijconstructies mogelijk. Het bouwen van een lichtgewicht huis, of een drijvend huis in de sloot. Disclaimer Dit artikel doet verslag van een creatieve sessie, waarbij creatief is gebrainstormd. De oplossingen die worden genoemd zijn niet allemaal haalbaar of praktisch. Dankwoord De bestuursleden van het NGO willen Piet van Duijnen van Geotec Solutions en Ron Voets van Voets Gewapende Grond bedanken voor het op maat maken en ter beschikking stellen van een triltafel, houten mallen en andere hulpstukken om de modellen te kunnen bouwen en het transport daarvan.


Geotechnical experts

pile testinG experts

Geotechnical equipment

UW partner voor

paaltesten en all-roUnd geotechnische advisering

ontwerp & advies, second opinions, deskundigenonderzoek, monitoring, heipredicties & intrilpredicties,

oad s tat iC l g in t s e t

d Y n a M iC t e s t in g

load

ad r a p id l o g in t s te

paaltesten, onshore & offshore

n] [t o t 8 M

www.allnamics.nl

BAM Infraconsult geotechniek _Oktober_2014_v2.indd 54

bv | Postbus 268 | 2800 AG Gouda | Tel. (0182) 59 05 10 | info@baminfraconsult.nl | www.baminfraconsult.nl PAO Techniek en Management organiseert dit najaar de volgende vier cursussen op het gebied van geokunststoffen. Daarnaast bieden we een aanbod aan BAM Infraconsult is ruim 30 jaar actief in het ontwerp, project management en uitvoering van projecten op het gebied vangevarieerd infrastructureel ontwerp, kust- en maritieme geotechnische cursussen, waarover u veelal meerinkunt vinden insector onze waterbouw. Vanuit onze vestigingen in Nederland, Dubai, Singapore, Jakarta en Perth werken wij aan projecten in binnen- en buitenland, opdracht van de advertentiedie elders in dezemet editie, of natuurlijk op www.paotm.nl. Infra van Koninklijke BAM Groep nv, BAM International en externe opdrachtgevers. De onzekerheden de ondergrond zich meebrengt, creĂŤren naast risicoâ&#x20AC;&#x2122;s ook kansen voor het ontwerp en bouw van civieltechnische projecten. De afdeling Geotechniek speelt daarom een centrale rol bij de projecten van BAM Infraconsult en haar zusterbedrijven. BAM Infraconsult kenmerkt zich door betrouwbaarheid, deskundigheid, slagvaardigheid, blijvend onderscheidend en is onlosmakelijk verankerd in het bouwbedrijf. Dankzij deze mentaliteit zijn we zeer succesvol.

FOLIECONSTRUCTIES IN VERDIEPTE INFRASTRUCTUUR Ondergronds bouwen met waterdichte folie afsluiting 13 oktober 2016 Voor ondergronds bouwen is een innovatieve folieconstructie vaak goedkoper dan een traditionele uitvoering met onderwater-beton en trekpalen. Folie betreft een waterdicht kunststof geotextiel en kan worden gebruikt voor het realiseren van waterdichte afsluitingen in de ondergrond waardoor een kunstmatige polder ontstaat.

BASAL REINFORCED PILED EMBANKMENTS 2016 update of the Dutch Design Guideline CUR226 15 and 16 November 2016 A piled embankment consists of an embankment on a pile foundation. In a basal reinforced piled embankment, the embankment is reinforced at its base with a geosynthetic reinforcement. A piled embankment can be built quickly, the influence on adjacent sensitive objects is limited and residual settlements are prevented. An increasing number of piled embankments are being constructed every year.

GEOTEXTIELEN IN DE WATERBOUW Ontwerp en uitvoering 1 november 2016 Geokunststoffen worden steeds vaker toegepast bij waterbouwkundige projecten. Zij zijn vaak goedkoper en milieuvriendelijker dan traditionele technieken. De geokunststoffen dienen wel zorgvuldig worden toegepast bij de aanleg van civieltechnische constructies. Gebeurt dat niet dan kunnen beschadigingen het gevolg zijn.

BOUWEN MET BAGGER Bespaar kosten door bagger als bouwmateriaal te gebruiken 29 en 30 november 2016 Bij bouwen met baggerspecie wordt aanzienlijk bespaard op transport-, depot- en stortkosten. Ook is er een grote besparing te behalen op de aanschaf van primaire bouwmateriaal die normaal gesproken wordt ingezet. In deze cursus leert u hoe u dit doelmatig doet. Een toepassing is bijvoorbeeld om een geotextiel te vullen met bagger en te verwerken in de oever of kade.

www.baminfraconsult.nl

Advertentie Geotechniek. nummer 3.indd 1

14-11-2014 15:03:23

28-08-14 13:55


rum uten per mi-

ging er(s).

faceneBTW) dient

Betonvereniging 1927 - 2017

Beton en Funderingen, 160 jaar gebundelde ervaring 12 september 2017 13.00 - 19.00 uur Reehorst te Ede

Hét kennisnetwerk voor de betonbouw

Betonvereniging 1927 1927 -- 2017 2017 Betonvereniging

Reserveer nu nu in in uw uw agenda: agenda: 12 12 september september 2017, 2017, Reehorst Reehorst te te Ede Ede Reserveer Betonvereniging en en NVAF NVAF organiseren: organiseren: Betonvereniging Reserveer nu in uw agenda: 12 september 2017, Reehorst te Ede Betonvereniging en NVAF organiseren:

Beton en Funderingen, 160 jaar gebundelde ervaring Inleiding Inleiding Beton enen 160 jaar gebundelde ervaring Ontmoeten enFunderingen, leren! Ontmoeten leren!

Inleiding Op dinsdag dinsdag 12 12 september september organiseren organiseren Betonvereniging Betonvereniging (90 (90 jaar) jaar) en en NVAF NVAF (70 (70 jaar) jaar) Op Ontmoeten leren!en Funderingen. Dit is een tweejaarlijks evenement waarin de studiedag studiedagenBeton Beton de en Funderingen. Dit is een tweejaarlijks evenement waarin Op dinsdag 12 september organiseren en NVAF (70 jaar) de funderingsbranche funderingsbranche centraal staat. Betonvereniging Er is is gelegenheid gelegenheid(90 omjaar) elkaar te ontmoeten ontmoeten de centraal staat. Er om elkaar te de studiedag Beton en Funderingen. Dit is een tweejaarlijks evenement waarin en een een verdiepend verdiepend lezingenprogramma. lezingenprogramma. Een Een interessante interessante dag dag voor voor alle alle technici, technici, en de funderingsbranche centraal staat. Er is gelegenheid om elkaar te ontmoeten funderingsbedrijven en en specialisten specialisten in in funderingen. funderingen. Evenzo Evenzo voor voor bouwers, bouwers, conconfunderingsbedrijven en een verdiepend lezingenprogramma. Een interessante voor alle technici, structeurs en opdrachtgevers opdrachtgevers is er er veel veel praktijkervaring praktijkervaring te dag halen! structeurs en is te halen! funderingsbedrijven en specialisten in funderingen. Evenzo voor bouwers, conExpositie structeurs en opdrachtgevers iscongresdeel er veel praktijkervaring te halen!uituw Aan deze dag is een expositie U bent in de gelegenheid Tijdens de de dag dag is is er er naast naast het hetverbonden. een expositieruimte expositieruimte debedrijf beton-teen en Tijdens congresdeel een uit de betonpresenteren. De prijs van een stand is € 950, - exclusief BTW voor leden van de de funderingswereld. de funderingswereld. Tijdens de dag is er congresdeel een expositieruimte de van betonBetonvereniging ennaast NVAF.het Voor overige belangstellenden is deuit prijs eenen stand € 1.250,- exclusief BTW. de funderingswereld. Een standruimte inclusief: Betonisen en funderingen biedt biedt U: U: Beton funderingen • Eén tafel en 2 stoelen (u kunt zelf uw achterwand/spin mee nemen) De ontmoetingsplaats ontmoetingsplaats voor mensen uit uit •• De voor Beton en funderingen biedt U:mensen • Eén stroomaansluiting de funderingswereld; de funderingswereld; • Twee toegangskaarten •• De voor mensen uit Alleontmoetingsplaats trends en en ontwikkelingen; ontwikkelingen; • Alle trends de funderingswereld; o Draagvermogen Draagvermogen voor voor palen palen en en fundering fundering o • Alle trends en ontwikkelingen; o Innovatie Innovatie in het het materiaal materiaal beton beton o in oo Draagvermogen voor palen en fundering Spectaculaire projecten projecten o Spectaculaire oo Innovatie in het materiaal beton Marktontwikkelingen o Marktontwikkelingen o Spectaculaire projecten o Marktontwikkelingen

Een programma programma met met heel heel veel veel praktijkkennis praktijkkennis en en toekomstverwachtingen toekomstverwachtingen Een De funderingswereld funderingswereld is is permanent permanent in in beweging. beweging. De De beste beste manier manier om om goed goed te te De Een programma met heel veel praktijkkennis ennieuwe toekomstverwachtingen presteren is om goed op de hoogte te zijn van ontwikkelingen. Zo zijn presteren is om goed op de hoogte te zijn van nieuwe ontwikkelingen. Zo zijn De funderingswereld is die permanent in ervaringen beweging. De manier goed te er veel veel praktijksprekers hun eigen eigen metbeste delen en de deom verwachte er praktijksprekers die hun ervaringen met uu delen en verwachte presteren is om goed op de hoogte te zijn van nieuwe ontwikkelingen. Zo zijn ontwikkeling van de markt. ontwikkeling van de markt. er veel praktijksprekers die hun eigen ervaringen met u delen en de verwachte ontwikkeling van de markt. Voor meer informatie over de expositie kunt u kijken op www.betonvereniging.nl of contact opnemen met de Betonvereniging, Kim Vermeulen. Bereikbaar via 0182- 539 233 of studiedagen@betonvereniging.nl

Betonvereniging 1927 - 2017

Programma Programma 13.00 uur uur Ontvangst Ontvangst studiedag studiedag 13.00 13.00 Ontvangst studiedag 13.35 uur Opening door door dagvoorzitter 13.35 uur Opening dagvoorzitter

Ton Groeneweg Groeneweg Ton

13.35 14.00 uur 14.00 uur 14.00 uur 14.30 uur 14.30 14.30 uur 15.00 uur uur 15.00

Ton Ken Groeneweg Gavin, hoogleraar hoogleraar Subsurface Subsurface Ken Gavin, TU-Delft TU-Delft Ken hoogleraar TacoGavin, van Hoek, Hoek, EIB Subsurface Taco van EIB TU-Delft Taco van Hoek, EIB

Opening door dagvoorzitter Draagvermogen Draagvermogen Draagvermogen Ontwikkeling en en verwachting verwachting Ontwikkeling van de markt van de markt Ontwikkeling en verwachting van de markt Pauze Pauze

15.00 Pauze 16.00 uur Project open open IJ IJ 16.00 uur Project 16.00 Project open IJ 16.30 uur Testen van van palen 16.30 uur Testen palen 16.30 Testen vanZilveren palen heiblok 17.00 uur Uitreiking 17.00 uur Uitreiking Zilveren heiblok 17.00 Uitreiking Zilveren heiblok 17.30 uur Borrel en en buffet buffet 17.30 uur Borrel 17.30 Borrel 19.00 uur Einde en buffet 19.00 uur Einde 19.00 uur Einde

Bartho Admiraal, Admiraal, Volker Volker Staal Staal en en Bartho Funderingen Funderingen Bartho Volker Staal en Gilliam Admiraal, de Nijs, Nijs, BMNED BMNED Gilliam de Funderingen Gilliam de Nijs, BMNED


The CPT factory

creating tools that move your business

a.p. van den berg The CPT factory

Bedrijf | COVRA (Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval) is een 100% staatsbedrijf met de bijzondere taak om voor al het Nederlandse radioactief afval te zorgen. Door het op een zorgvuldige wijze te verwerken, voor minimaal 100 jaar veilig op te slaan en het uiteindelijk diep in de grond op te bergen. Veilig voor mens, dier en omgeving. Kwaliteit, en onderzoek & ontwikkeling vormen sleutelbegrippen. Al ruimsamenwerking 42 jaar is A.P. van den Berg de innovatieve en betrouwbare partner als het gaat om bodemonderzoek-

Mini Sondeerrups: ideaal voor locaties met beperkte toegang The CPT factory Sondeerbuizenschroever: gemakkelijk, snel en

Compact, licht en wendbaar De lichtste voor en meest compacte Sondeerrups indrukkracht van 10 ton. Met apparatuur een slappe bodem. A.P. van denmet Bergeen loopt voorop in het ontwikkelen eneen wereldwijd ergonomisch verantwoord (Geo)fysicus/Onderzoeker (ir./dr.) Zoutmechanica Technoloog (ir./dr.) Berging Radioactief Afval gewicht netvan onder de 1600 kg en eensondeerbreedteenvan 780 mm past de Mini vermarkten nieuwe geavanceerde monstersteeksystemen dieSondeerrups uitblinken in betrouwbaarheid door een deurpost en kan deze vervoerd worden in een bestelwagen. Ideaal dus voor en gebruiksgemak. verscheidene apparatuur voor het gebruikZeeland € 50.000 - € 75.000 - Van provincie Zeelandlandsondeersystemen tot multifunctioneel € 50.000 - € 75.000 - provincie op zee| tot waterdieptes van 4000 en uitgebreide servicepakketten tot| en digitale meetsystemen locaties met beperkte of ruimte. indruksysteem is demonteerbaar kan Functie Voor beeld vragen:toegang wat wel moeten wijmeter wetenHet vanvan steenzoutformaties voor Functie Als verbindende schakel tussen de interne collega engineers, onder­ het opbergen radioactief Hoe bewegen radioactieve zich zoekers en externe (wetenschappelijke) onderzoeksinstituten, richt je je mede op waarmee devan bodemgegevens een kabel of optische lichtsignalen getransporteerd, ze behoren als stand-alone unit naast afval? devia rups gebruikt worden, indienstoffen er nogworden compacter gewerkt door de ondergrond? Hoe kun je daarmee devan veiligheid vanofdezelfs ondergrondse coördinatie van (fundamentele) onderzoeken. Je onderzoekt vragen zoals: hoe allemaal tot hetEen leveringspakket van A.P. den Berg. moet worden. aanvullend elektrisch aggregaat een hybride de uitvoering voor berging aan het oppervlakte berekenen? Je vertaalt de resultaten van weten­ lang blijven afvalverpakkingen in de diepe ondergrond intact? Hoe kun je tunnels emissievrij sonderen behoort ook mogelijkheden. Veel aandacht wordt geschonken aantot dede arbeidsomstandigheden van de sondeermeester. Zo heeft A.P. van schappelijk onderzoek in prak tische criteria voor de verwerking van radioactief maken op 500 meter diepte? Wat weten wij van zout­ of kleilagen voor het opbergen denSamenwerking Berg de sondeerbuizenschroever dieTNO in ieder sondeerapparaat wordenafval? geïntegreerd. afval. met onder andere TUontwikkeld, Delft, RIVM en & inter nationaal. vankan radioactief Je vertaalt de resultaten van wetenschappelijk onderzoek Op hebbenwordt we een Sondeerrups voorraad, maar uiteraard kunnen Metdit de moment buizenschroever hetMini op- en afschroeven van de sondeerstreng uitgevoerd. Dede verwerking van radioactief afval. Kandidaat | Sleutelbegrippen: materiekennis, natuurwetenschappen enop hydrologie, tevens: inefficiënter praktische criteria voor we ook een exemplaar voor u samenstellen precies aan uween wensen voldoet. recht, sociologie enkomt filosofie. Kandidaat | Academische opl./gepromoveerd; Afgeronde academische opleiding, dan wel gepromoveerd; bijvoorbeeld richting buizenschroever het meest tot zijn recht dat in combinatie met draadloos meetsysteem. Het doorrijbijv. Technischebehoort Aardweten Scheikunde ofsondeermeester Geologie. Chemische of Werktuigbouwkunde. Affiniteit met natuurlijke materie, genrichting van de conuskabel danschappen, tot het verleden. Voor de betekentTechnologie dit een aanzienlijke Affiniteit met steenzoutformaties en wetenschappelijk onderzoekvan zijn een een must. materiaalkunde, geologie. Sociaal en communicatief sterk, ervaring met vermindering van de fysieke inspanning en het voorkomen versnelde slijtage van de gewrichten. Communi catief ervaring met internationale langdurige projecten. Hoge wetenschap/onderzoek. Hoge mate van abstractie, geduldig en goede beheersing Aandacht voorsterk, de arbeidsomstandigheden is voor alle betrokkenen van groot belang en is zijn investering mate van abstractie en taalvaardig. | www.yer.nl/job/7535600 van de Nederlandse en Engelse taal. | www.yer.nl/job/7535800 dubbel en dwars waard.

Interesse? Neem contact met ons op! A.P. van den Berg Machinefabriek

Tel.: 0513 631355

info@apvandenberg.nl info@apvandenberg.nl www.apvandenberg.nl

Interesse? | Kijk op yer.nl of neem 06 55 38631 40355 24. 0513 A.P. van den Ingenieursburo b.v.conatct op met Guido Klaassen, mobiel Tel.: Postbus 68,Berg 8440 AB Heerenveen Fax: 0513 631212 Fax: 0513 631 212 Postbus 68, 8440 AB Heerenveen

www.apvandenberg.nl

APB CPT Ad Geotechniek MiniSondeerrups hybride 216x138 24052016 fin.indd 1

24-5-2016 13:48:34

HERSTEL VAN VERZAKTE VLOEREN EN FUNDERINGEN WILT U OOK VOORTDUREND OP DE HOOGTE BLIJVEN? Het vertrouwde bierviltje zorgt al sinds mensenheugenis voor stabiliteit. Ideaal als tijdelijke oplossing, maar geen alternatief voor fundamenteel herstel. U kent Uretek als de specialist in herstel en preventie van verzakte betonvloeren en funderingen. Wij leveren effectieve en tijdsbesparende oplossingen met minimale overlast. Wij houden u graag op de hoogte van de beste technieken en methoden via onze digitale nieuwsbrief. Meld u aan voor onze nieuwsbrief via www.uretek.nl.

WWW.URETEK.NL


ct

e

le

ur

BR

O

e kin ● Ran

●D ijken

A ●

Omge

lijn

vin

ht

gs

ric

da

gs

d ro l o gi e ● y h o Tr i e G lli ● n a t

Kev

erling Buism

p n a

s j i r

Dinsdag 7 november 2017 van 8.45 - 19.00 uur (inclusief buffet) Chassé Theather Breda Leden KIVI, ie-net of SBRCURnetcommissielid: € 275,00 | Niet leden: € 350,00 | Studenten en gepensioneerden: € 50,00

ORGANISATIE DOOR:

IN SAMENWERKING MET:

Betonvereniging Kennispartner om op te bouwen

Meer informatie en aanmelden: geotechniekdag.nl

Profile for Uitgeverij Educom

Geotechniek Augustus 2017  

Onafhankelijk vakblad voor het geotechnische werkveld

Geotechniek Augustus 2017  

Onafhankelijk vakblad voor het geotechnische werkveld

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded