Issuu on Google+

Hulpverleners worden aan het bed van de palliatieve patiënt dagelijks geconfronteerd met zeer diverse vragen over pijn- en symptoomcontrole, over praktische informatie, over mogelijkheden naar ondersteuning thuis en in het ziekenhuis, …

Daarom besloten de auteurs het zakboekje, boordevol praktische informatie, opnieuw te actualiseren. De inhoud is gebaseerd op literatuuronderzoek en dagdagelijkse klinische palliatieve ervaring. Op deze wijze hopen de auteurs voor veel hulpverleners een praktisch zakboekje aan te reiken dat toelaat om aan het bed van de patiënt op enkele minuten advies mogelijk te maken voor de meest courante problemen. In deze herwerkte uitgave is meer aandacht besteed aan ethische beslissingen, zorgvuldige communicatie, procesbevordering en continuïteit van zorg. Er werd zoveel mogelijk getracht adviezen te formuleren die zowel in de thuiszorg als in het ziekenhuis toepasbaar zijn.

Het PALLIATIEF SUPPORT TEAM UZ LEUVEN (Inge Bossuyt, Ellen Hageman, Mieke De Pril, Annick Van Laeren, Ellen Genbrugge, palliatief verpleegkundigen; Walter Rombouts en Arne Heylen, klinisch psychologen; dr. Karen Van Beek, onderzoeker en prof. dr. P. Clement, medisch oncoloog) staat onder leiding van prof. dr. Johan Menten. Hij is deeltijds hoofddocent aan de K.U.Leuven en kliniekhoofd radiotherapeut-oncoloog en coördinator palliatieve zorg UZ Leuven. Hij is voorzitter van de werkgroep Research Palliatieve Zorg van 9 789033 476075 de Vlaamse Federatie Palliatieve Zorg.

ACCO09-PaliatZorg-Cover 1

Palliatieve zorg in de praktijk

Er is hierover al veel beschikbaar in boeken en tijdschriften, veel gezegd op congressen, maar er blijft een belangrijke nood bestaan aan onmiddellijk beschikbare informatie aan het bed van de patiënt, zowel voor de zogenaamde palliatieve deskundigen als voor de hulpverleners die niet palliatief zijn opgeleid of minder frequent met een palliatieve problematiek geconfronteerd worden. Dit blijkt onder meer uit de vele telefoons die het Palliatief Support Team UZ Leuven hierover krijgt, zowel van binnen als van buiten het ziekenhuis.

Palliatieve zorg in de praktijk Zakboekje voor hulpverleners

Palliatief Support Team UZ Leuven

3/09/09 16:20


Hik

2.2 2.2.1

Omschrijving

Hik is een pathologische reflex door ongecontroleerd spasme van het diafragma. Dat geeft een plotse inademing, gevolgd door een sluiting van de glottis.

l

l

l

l

l

Prikkeling van de nervus vagus door maagdilatatie, gastritis, gastrooesofagale reflux, levermetastasen of -tumor, ascites, darmdilatatie of -obstructie. Prikkeling van de nervus phrenicus door tumorgroei in het diafragma of door hilaire/mediastinale klieren/tumor. Prikkeling van het centrale zenuwstelsel door hersenstamtumor of meningeale prikkeling, psychogeen. Systemische oorzaken: uremie, hyponatriëmie, hypocalciëmie, ziekte van Addison. Medicamenteus: opioïden, barbituraten, alcohol, corticosteroïden.

2.2.3 2.2.3.1 l l

l

Behandeling Niet-medicamenteus

Neem indien mogelijk de oorzaak weg. Faryngeale stimulatie met de gekende remedies: slik ijsschilfers door, drink één vol glas water ‘ad fundum’ zonder onderbreking, neem snel twee lepels suiker in, prikkel het weke verhemelte of de farynxwand... Eenmalige maagsondage bij maagdilatatie.

2.2.3.2 l

Oorzaken

Medicamenteus

Bij maagdilatatie: l metoclopramide: Primperan® 10-20 mg/8 u PO (1 mg/ml, 10 mg/co), suppo (10, 20 mg), SC (5 mg/ml); l domperidone: Motilium® 10-20 mg/6-8 u PO (10 mg/co, 1 mg/ml), suppo (60 mg).

21

Gastro-intestinale problemen

2.2.2


Gastro-intestinale problemen

34


Urologische problemen

HOOFDSTUK 7

Dysurie

7.1 7.1.1 l l

Pijn tijdens of na de mictie, een brandend gevoel. Moeilijk urineren.

7.1.2 l l l

l

l

Diagnose

Observeer geur, kleur en concentratie van de urine, en bevraag de patiënt. Urine labo; urinecultuur: enkel indien therapeutische consequenties op voorhand overwogen zijn.

7.1.4 l

Oorzaken

Bacteriële cystitis/uretritis. Ingroei van de tumor. Mucositis door radio- of chemotherapie.

7.1.3 l

Symptomen

Behandeling

Infectie: antibiotica indien dat bijdraagt tot het comfort. Pijnbehandeling: l fenozopyridine (bv. Uropyrine® 100 à 200 mg/dag PO ¢ urine kleurt oranje); l Echinacea/Sabal-extract (Urgenin®);

83


Ethische aspecten

Palliatieve sedatie mag niet aangewend worden om zeer moeilijke problemen te ‘behandelen’, maar enkel en alleen om in uitzonderlijke situaties de echt refractaire symptomen voor de patiënt te doen verdwijnen. Vooraleer een symptoom ‘refractair’ is, moeten alle expertadviezen wat symptoomverlichting betreft, geïmplementeerd zijn en... falen om de symptomen draaglijk te maken.

13.2.2 13.2.2.1 l

l

l

l

l l l l

Gesprekken patiënt-familie-team

Vooraleer er tot palliatieve sedatie wordt overgegaan, worden er diepgaande gesprekken gevoerd. Het is voor de zieke heel belangrijk te kunnen praten over zijn lijden, zijn angsten, zijn verdriet om afscheid te nemen... Het is belangrijk dat de patiënt weet dat men erop toeziet dat hij niet onnodig lijdt, dat hij de weg niet helemaal alleen moet afleggen. Dat is vaak een hele geruststelling voor de patiënt, waardoor de palliatieve sedatie zelfs dikwijls niet meer gevraagd wordt als ultiem symptoomcontrolemiddel. In een aantal situaties blijft de vraag naar sedatie toch bestaan en wordt de procedure gestart. De patiënt en zijn familie krijgen uitleg over het verloop. De intermittente of continue sedatie wordt in samenspraak met de patiënt bepaald, dat is vooral de keuze van de patiënt. Na herhaalde gesprekken kunnen de patiënt en zijn familie samen met de hulpverleners tot een consensus komen om palliatieve sedatie te starten.

13.2.2.2 l

Procedure binnen UZ Leuven, campus Gasthuisberg

Afscheidsritueel

Laat indien mogelijk 24 uur tussen het bereiken van de consensus en de echte start van de sedatie. Dat laat toe om rustig afscheid te nemen. Moeten er nog zaken geregeld worden? Wenst de patiënt nog bepaalde personen te zien? Wenst de patiënt nog zaken te noteren, brieven te schrijven? Ziekenzalving?

124


Palliatieve zorg in de praktijk - inkijkexemplaar