Page 17

Herengracht 595–627



Herengracht 595–627 

Utrechtsestraat

Amstel

627

595

597

601

603

605

607

609

611

613

615

617

619

621

623

625

595

627

Herengracht 597-601. Ontwerp voor de Amsterdamsche Bank. Bouwtekening, 1903, Ed. Cuypers (1859-1927). SAA

Op nummer 573 vestigde zich in 2007 het Tassenmuseum Hendrikje, ontstaan uit de verzameling van Hendrikje Ivo (1936). Het museum bezit ruim 4000 tassen, van een zestiende-eeuwse geitenleren buidel tot en met een tas van popster Madonna. Het cassetteplafond van een van de stijlkamers bevat schilderingen uit 1682 van de hand van Paulus de Fouchier. In het midden is de Amsterdamse stedenmaagd uitgebeeld, in de hoeken zijn personificaties van vier werelddelen te zien. Ook het trappenhuis naast de lichthof bevat plafondschilderingen, waarop putti met symbolen van liefde en handel zijn afgebeeld.

tussen Herengracht, Utrechtsestraat en Amstelstraat. In de jaren 1926-1932 verrees hier een grootschalig bankgebouw, waarvoor niet minder dan 24 panden het veld moesten ruimen. De gevels werden ontworpen door H.P. Berlage, terwijl B.J. en W.B. Ouëndag zorg droegen voor de indeling en de constructie. Lambertus Zijl maakte de gevelsculpturen met voorstellingen van spaarzame diertjes als bijen, mieren en bevers, waaraan potentiële spaarders een voorbeeld konden nemen. Na de oorlog vond een hele reeks bankfusies plaats. In 1948 nam de Amsterdamsche Bank de Incassobank over, in 1964 fuseerde de bank met de Rotterdamsche Bank tot de De Amsterdamsche Bank AMRO -bank, die op zijn beurt in 1991 met de Algemene Herengracht 595 en 597-601 vormen tezamen een van de Bank Nederland samenging. Het gebouw onderging in de drie voorgevels van The Bank; de andere gevels kijken uit op jaren 1964-1972 een renovatie om het een open uitstraling de Utrechtsestraat, het Rembrandtplein en de Amstelstraat. te verlenen. Berlage had juist voor een gesloten uiterlijk De naam verwijst naar de oorspronkelijke functie van het gekozen, zodat de burger het vertrouwen had dat zijn geld pand, dat in 1932 als hoofdkantoor van de Amsterdamsche daar veilig was opgeborgen. De begane grond bestond Bank in gebruik werd genomen. De Amsterdamsche Bank daarom uit grote, ruw gehakte natuurstenen blokken, waarin werd in 1871 opgericht, en huisde aanvankelijk op Herengracht kleine vensteropeningen door dikke tralies werden be597. Rond 1900 had de bank ook de buurpanden Herengracht schermd. Bij de renovatie werd het door Cuypers gebouwde 599 en 601 in bezit gekregen. De architect Ed. Cuypers verkantoor aan de gracht afgebroken en vervangen door nieuwbond deze inwendig met elkaar en voorzag ze in 1902-1903 bouw van de architecten Henri Zwiers en Eric Fontein, die van een nieuwe gezamenlijke gevel. De grootste expansie een geleidelijke overgang naar de historische grachtenwand vond in 1917 plaats. De bank bemachtigde toen een heel blok moest vormen. In dat kader werd ook Herengracht 603

134

Herengracht 605. Museum Willet-Holthuysen, serre. Foto Marco Sweering Herengracht 605. Museum Willet-Holthuysen, formele 18de-eeuwse siertuin. AM , foto Richard de Bruijn

verbouwd als ‘visuele buffer’ tussen het kantoorpand en de Lodewijk XIV-gevel van Herengracht 605. In 2002 verhuisde de ABN -Amro naar een nieuw hoofdkantoor aan de Zuidas. De bovenverdiepingen van het oude pand werden als kantoorruimtes verhuurd, op de begane grond kwam ruimte voor horeca en winkels. Daartoe werd het gebouw in 2002-2011 verbouwd door Kees Rijnboutt en Frederik Vermeesch. Het interieur van het oude gebouw werd tot op het betonskelet gestript en opnieuw opgebouwd rondom een atrium, dat ter hoogte van de zesde verdieping wordt overspannen door een Y-vormige brug.

Willet-Holthuysen

Het museum Willet-Holthuysen op Herengracht 605 werd geopend in 1896 en staat sinds 1963 onder beheer van het Amsterdam Museum. De geschiedenis van het pand gaat terug tot 1687, toen het als dubbelpand werd gebouwd voor pensionaris Jacob Hop (1654-1725) en zijn echtgenote, Isabella Hooft (1659-1701), dochter uit het eerste huwelijk van burgemeester Hendrik Hooft van Herengracht 556. De laatste in de reeks patriciërs die het huis bewoond hebben, was Louise Willet-Holthuysen (1824-1895), weduwe van Abraham Willet (1825-1888). Vlak voor haar dood in 1895 legateerde zij het huis met inboedel en kunstcollectie aan de gemeente Amsterdam op voorwaarde dat het huis een museum zou

135

Herengracht 59 5– 62 7

worden. Louise was het enige kind van de schatrijke koopman Pieter Holthuysen (1785-1858), die in 1855 het pand aan de Herengracht had gekocht. Door verbouwingen in 1740 was dit een typisch huis in Lodewijk XIV-stijl geworden, met zandstenen gevel, rijk geornamenteerde ingangspartij en een imposant trappenhuis met stucdecoraties. Na het overlijden van haar vader bleef Louise Holthuysen in het huis wonen. In 1861 huwde zij, 37 jaar oud, met Abraham Willet die bij haar introk. Willet was een verwoed verzamelaar van boeken, kunst en kunstnijverheid. De echtelieden wilden in het huis een gepaste ambiance creëren voor de almaar uitdijende collectie. De voorkeur ging uit naar een inrichting in Lodewijk XVI -stijl, maar soms, afhankelijk van de functie van een vertrek, werd voor een andere stijl gekozen; ook de Hollandse renaissancestijl was vertegenwoordigd. De belangrijkste Lodewijk XIV-elementen, de gevel, de gang van de bel-etage en het trappenhuis, bleven ongemoeid. Na het overlijden van Louise Willet-Holthuysen werd de literator Frans Coenen (1866-1936) de eerste conservator van het museum. Hij nam zijn intrek in de vertrekken op de bovenverdiepingen. Over de Willets publiceerde Coenen in 1936 een literaire biografie Onpersoonlijke herinneringen, waarin hij een onbarmhartig beeld van het echtpaar schetste. Na Coenens pensionering in 1932 viel het museum onder het

De grachten van Amsterdam: a preview  

Enkele pagina's van de uitgave "De grachten van Amsterdam - 400 jaar bouwen, wonen, werken en leven". Het beok verschijnt op 3 oktober 2013....

De grachten van Amsterdam: a preview  

Enkele pagina's van de uitgave "De grachten van Amsterdam - 400 jaar bouwen, wonen, werken en leven". Het beok verschijnt op 3 oktober 2013....

Advertisement