Issuu on Google+

Fakkeltocht voor vrede en eenheid

Ruim 300 studenten en medewerkers van Universiteit Hasselt, Xios Hogeschool Lim-

������� � burg, de Provinciale Hogeschool Limburg en de Katholieke Hogeschool Limburg trokken op 21 december met fakkels op vredestocht langs de Groene Boulevard in Hasselt. “Op de campus zitten studenten uit 43 verschillende landen, da’s een rijkdom aan cultuur en levensbeschouwingen. In deze kersttijd willen we ook aan hen denken, aan de landen waar nog oorlog is of waar corrupte regimes zijn”, zegt studentenpastor Karin Daniëls. “We blijven even stilstaan op 4 plaatsen: aan de gevangenis, waar we denken aan gevangenen, aan het Volkstehuis zijn het de vluchtelingen en armoede, bij de Boerenkrijg oorlog en vrede en bij wetenschapper De Gerlache denken we aan onderzoek.” “Vrede is de enige weg om gelukkig te worden. Wat zou het mooi zijn als iedereen elkaar graag ziet en elkaar met respect behandelt”, zegt Igwe uit Nigeria, een van de 300 wandelaars.

Dickson uit Kameroen vult aan: “Al té dikwijls zijn verschillen in geloof en levenbeschouwing in de geschiedenis de oorzaak van oorlog geweest, maar voor ons zijn ze oorzaak van vriendschap en universele broederschap. We vinden het de moeite waard eraan te werken en met deze fakkeltocht wilden we deze idee uitdragen door de hele stad.”

• Uitbreiding van de interfacedienst • Rankings in het hoger onderwijs • Matchmaking: tweede ronde • UHasselt ondertekent de ‘Berlin Declaration’

 | nUweetjeHet


Taken van de interfacedienst

Vernieuwde interfacedienst

De interfacedienst heeft als doel onderzoekers te stimuleren en te begeleiden in de commerciële vertaling van nieuwe technologieën door kennis- en technologieoverdracht tussen de associatie en de bedrijfswereld. Anderzijds is het een aanspreekpunt voor bedrijven die willen samenwerken met onderzoekers van de universiteit en de hogescholen.

is operationeel

Uit een aantal bronnen blijkt dat de innovatiecapaciteit van de Limburgse bedrijven minder sterk ontwikkeld is dan in de andere Vlaamse provincies. Daarom ondersteunt Fientje Moerman, Vlaams minister van Economie en Innovatie, in het kader van het Limburgplan, een aantal structurele maatregelen ter versterking van de innovatiekracht van de Limburgse bedrijven.

Elke Piessens versterkte op 1 januari 2007 de interfacedienst. Zij studeerde in 2001 af aan de Katholieke Universiteit Leuven als Burgerlijk Ingenieur Bouwkunde. Na enkele jaren werkzaam in de industrie, startte Elke in 2003 als innovatieadviseur in een IWT-project rond Regionale Innovatie-Stimulering (RIS). Binnen dit project was ze verantwoordelijk voor het sensibiliseren, informeren, adviseren en begeleiden van KMO’s op het vlak van innovatie. Belangrijk hierbij was het aanreiken van een uitgebreid kennisnetwerk en zodoende mogelijke samenwerkingspartners met elkaar in contact te brengen. Via de organisatie van tal van seminaries en netwerkevents, verwierf ze een brede achtergrond wat betreft valorisatie, coördinatie van projecten en netwerking.

Deze maatregelen zijn ontstaan vanuit een gemeenschappelijke visie op de innovatieontwikkeling in Limburg, onderschreven door de drie meest betrokken actoren: bedrijven, overheid en onderzoeksinstellingen. De versterking van de interfacedienst verbonden aan de Universiteit Hasselt is zo’n maatregel. Toepassing van kennis Zeer bekend is immers de Europese paradox waarbij de Europese kenniscentra heel wat investeren in kennis en wetenschap van uitmuntend niveau, maar waarbij de omzetting en toepassing van die kennis in concrete verbeterde en vernieuwde producten, diensten en processen achterop hinkt. De uitbouw van interfacediensten aan universiteiten kan in dit omzettingsproces een belangrijke bijdrage leveren. De bestaffing van de Limburgse interfacedienst (één personeelslid) was te beperkt. Uitbreiding interfacedienst De interfacedienst van de Universiteit Hasselt wordt nu dan ook met twee personeelsleden uitgebreid. Zo kunnen de drie interfacetaken (contractbeheer, patentenbeheer en creatie van spin-offs) doeltreffend worden uitgevoerd. Voor deze uitbreiding voorziet minister Fientje Moerman jaarlijks 250.000 euro gedurende vier jaren. De Universiteit Hasselt en haar partners in de Limburgse Associatie hebben de

 | nUweetjeHet

Elke Piessens (links) en Ann-Pascale Bijnens (rechts): “De interfacedienst heeft als doel onderzoekers te stimuleren en te begeleiden in de commerciële vertaling van nieuwe technologieën. Ook fungeert onze dienst als een aanspreekpunt voor bedrijven die willen samenwerken met onderzoekers van de universiteit en de hogescholen.”

(vernieuwde) interfacedienst gezamenlijk uitgebouwd. Ook het onderzoeks- en dienstverleningsaanbod van de Katholieke Hogeschool Limburg (KHLim) wordt door de Interfacedienst bij het bedrijfsleven gepromoot. Zo trad Ann-Pascale Bijnens op 1 maart 2007 als hoofd van de interfacedienst aan. Ann-Pascale studeerde in 1994 af aan de Katholieke Universiteit Leuven als apotheker met specialisatie biofarmacie. Aan dezelfde universiteit behaalde ze in 2000 haar doctoraat in de farmaceutische weten-

schappen met een thesis over antilichamen en de afbraak van bloedklonters. Vervolgens werkte ze als post-doctoraal onderzoeker en universitair docent aan het Cardiovasculair Research Instituut van de Universiteit Maastricht. Daar was zij verantwoordelijk voor het onderzoeksprogramma ‘Differentiële genexpressie tijdens humane atherosclerose’. In dit kader verwierf zij enkele persoonlijke beurzen, sloot zij samenwerkingscontracten af met internationale bedrijven en coördineerde zij wetenschappelijke projecten in samenwerking met Nederlandse en Europese industriële en academische instellingen.

Louis Ercken maakt al enkele jaren deel uit van de interfacedienst van de UHasselt. Hij behaalde in 1971 zijn diploma van industrieel ingenieur en was daarna 25 jaar actief bij een hardware en software bedrijf, waar hij de diverse facetten van informatica leerde kennen. In 1995 trad Louis als marketingmanager in dienst bij het Expertisecentrum voor Digitale Media (EDM) van de UHasselt. In 2005 werd hij parttime manager van Wetenschapspark Limburg en is hij betrokken in diverse netwerkevenementen en beurzen. Zijn uitgebreide relatiekring binnen de diverse kennisinstellingen, de socio-economische actoren en het bedrijfsleven komen goed van pas voor de nieuwe aanpak van de interfacedienst. Een van zijn recente initiatieven is de start van ‘United Brains Limburg’ waar hij als motor functioneert om contacten te leggen tussen de kennisinstellingen en het bedrijfsleven.

Meer concreet wordt de interfacedienst verantwoordelijk voor: • Het uitwerken van een geïntegreerde promotiestrategie voor het wetenschappelijk onderzoekspotentieel voor de Limburgse Associatie (UHasselt, XIOS Hogeschool en Provinciale Hogeschool Limburg). • Instaan voor promotie- en netwerking, met andere woorden prospecteren naar partnerships tussen de kennisinstellingen in Limburg (UHasselt, PHL, XIOS hogeschool en KHLIM) en bedrijven, én andere actoren op het vlak van innovatie, in het bijzonder de bedrijven. • Ondersteuning aan de partners van de Limburgse Associatie bieden bij het onderhandelen, opstellen en afsluiten van diverse contracten in samenspraak met de collega’s van de Dienst Onderzoek en Innovatie (DOI). De Interfacedienst richt bij de contractondersteuning haar aandacht voornamelijk op een correcte prijszetting en een regeling voor eigendomsrechten. • De verdere uitbouw van een onderzoeks- en innovatiecultuur bij onderzoeksgemeenschap van de associatie, en in het bijzonder de doctorandi: dit houdt in organiseren van infosessies over diverse aspecten van technologietransfer, ondernemerschap, patenten, enz. • Ondersteunen en faciliteren van project-/subsidieaanvragen (IWT, EU-KP’s, enz.) van de partners van de associatie, ook hier in overleg met de DOI. • Management van en strategiebepaling rond valorisatie van Intellectuele Eigendom van de partners van de associatie.

Samenwerking met LRM De creatie en ondersteuning van de oprichting van spin-offs wordt een belangrijke opdracht. Hier wordt gerekend op de expertise en samenwerking met LRM als bevoorrechte partner voor de associatie voor de verschaffing van risicokapitaal voor de creatie van nieuwe spin-offondernemingen vanuit de onderzoeksactiviteiten van de UHasselt en haar partners onder meer via: • Informatie: organisatie van gemeenschappelijke initiatieven van UHasselt en LRM inzake informatieverstrekking over de creatie van spin-offs via seminaries, promotie van ondernemerschap via de gemeenschappelijke dochtermaatschappij Ondernemerstalent nv; • Triggeren van nieuwe spin-offprojecten (ideevorming, definiëring product- en bedrijfsconcept, teamvorming, …) • Begeleiding en realisatie van spin-offondernemingen (begeleiding bij het opmaken van een businessplan, due diligence, juridische en financiële documentatie, …) Ingrid Vrancken nUweetjeHet | 


Oprichting van een Spin-Off Fonds binnen de UHasselt De oprichting van nieuwe spin-off bedrijven door de universiteiten is een parameter voor de bepaling van de IOF-middelen van de universiteit. De nieuwe IOF-reglementering voorziet dat spin-off bedrijven enkel worden aangerekend indien er een rechtstreekse inbreng is door de universiteit van immateriële activa en eventueel van financiële middelen. Om die reden en om de financiële participatie van de UHasselt aan die spin-offs mogelijk te maken, heeft de Raad van Bestuur de creatie van een spin-off fonds, ter waarde van 500.000 euro goedgekeurd.

Jo Ritzen herbenoemd tot bestuursvoorzitter Universiteit Maastricht Dr. Ir. Jo Ritzen is met ingang van 1 februari 2007 herbenoemd als voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit Maastricht. De Raad van Toezicht heeft na raadpleging van het Managementteam en de Universiteitsraad besloten tot de herbenoeming voor opnieuw een periode van vier jaar. Bij het aantreden van Ritzen in 2003 was al sprake van een mogelijke tweede periode bij goed functioneren. Voordat Jo Ritzen in 2003 bij de UM begon, was hij sinds 1999 vicepresident van de Afdeling Ontwikkelingseconomie en vicepresident Human Development van de Wereldbank. Van 1989 tot 1998 was hij minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voordien was hij hoogleraar economie van de publieke sector aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (1983-1989) en hoogleraar onderwijsplanning en -economie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (1981-1983). Zijn wortels liggen in Heerlen, waar hij op 3 oktober 1945 werd geboren, maar hij heeft zijn blikveld nooit beperkt tot Limburg of zelfs Nederland. Hij is met name geïnteresseerd in ontwikkelingssamenwerking en was in het begin van zijn carrière ook werkzaam in OostPakistan en in de Verenigde Staten. Jo Ritzen heeft elf boeken op zijn naam staan, over hoofdzakelijk onderwijs, economie, ontwikkelingseconomie en overheidsfinanciering.

nUweetjeHet | 

Curriculum master in de verkeerskunde De opleiding master in de verkeerskunde zal van start gaan in 2007-2008. Het curriculum van deze masteropleiding werd door de Raad van Bestuur goedgekeurd. De masteropleiding zal tweejarig zijn, en er zullen twee afstudeerrichtingen worden aangeboden: mobiliteitsmanagement en verkeersveiligheid. Deze afstudeerrichtingen sluiten naadloos aan bij de onderzoeksspeerpunten van het IMOB. Het curriculum van de masteropleiding is te raadplegen zijn op het internet:

www.uhasselt.be/onderwijs/ opleidingen/verkeerskunde/ studiekiezer/masteropleiding.asp

Wetenschapsparken Diepenbeek en Genk De Raad van Bestuur heeft het samenwerkingsakkoord tussen de UHasselt en de KULeuven voor de uitbating van de wetenschapsparken in Diepenbeek en Waterschei goedgekeurd. Een gemeenschappelijk overlegcomité, bestaande uit twee afgevaardigden van KULeuven en twee afgevaardigden van de UHasselt, zal opgericht worden. Daarnaast zullen beide universiteiten wederzijds één mandaat in hun beheerscomité beschikbaar stellen. In het huidige beheerscomité van het wetenschapspark Diepenbeek was al één mandaat toegewezen aan de Katholieke Hogeschool Limburg. Als partner in de associatie KULeuven zal de KHLim nu ook de KULeuven vertegenwoordigen. De KULeuven van zijn kant stelt één mandaat ter beschikking van de UHasselt in het beheerscomité van het wetenschapspark Genk.

Rankings in het Hoger Onderwijs De jongste jaren zijn rankings in het Hoger Onderwijs, hoe controversieel ook, ontzettend populair geworden als middel om universiteiten onderling te vergelijken. Aan de Universiteit Leiden was de vraag ‘Ranking: how should universities respond?’ op 2 en 3 februari 2007 de inzet van een internationaal symposium.

Ranking Tot voor kort was ranking in het Hoger Onderwijs een fenomeen dat zich beperkte tot de Angelsaksische wereld. In de loop van de jaren ’80 startten US News en World Report voor het eerst met het opstellen van een jaarlijkse ranking van universiteiten en hogescholen in de Verenigde Staten. Nu de samenleving en dus ook het hoger onderwijs steeds verder globaliseert, worden ook internationale rankings van universiteiten gemaakt. In Europa wordt deze tendens onder meer versterkt door het Bolognaproces (European Higher Education Areas) en de Lissabonstrategie (European Research Area). Er bestaan intussen verschillende soorten rankings: mondiale en nationale rankings, rankings volgens type instelling, discipline, ... De veruit meest gekende en ook meest besproken rankings zijn de ‘THES’ en de ‘ARWU’, beter bekend als de ‘Shanghai ranking’. Beide zijn ‘world rankings’ of mondiale rankings.

THE World University ranking De Times Higher Education Supplement World Univeristy Ranking gaat uit van volgende zes criteria: 1. Alumni van de instelling die een Nobelprijs of een vergelijkbare prijs (Fields Medal) hebben gewonnen met dalend gewicht naarmate dat het langer geleden is dat ze afstudeerden (10%). 2. Staf van de instelling die een Nobelprijs of een vergelijkbare prijs (Fields Medal) hebben gewonnen met dalend gewicht naarmate het langer geleden is dat ze de prijs gewonnen hebben (20%). 3. Veel geciteerde onderzoekers (ISI) (20%). 4. Aantal artikels gepubliceerd in Nature en Science de voorbije 4 jaar met dalend gewicht van eerste auteuraffiliatie naar vierde auteuraffiliatie (20%). 5. Aantal wetenschappelijke artikels geïndexeerd in de Science Citation Index Expanded, de Social Science Citation Index in het voorbije jaar (20%). 6. Omvang van de instelling: de gewogen scores van de vijf indicatoren gedeeld door het aantal onderzoekers in FTE (10%). ARWU De Academic Ranking of World Universities (AWRU), beter bekend als de Shanghai ranking gaat uit van volgende vijf criteria: 1. Peer review gegevens: aan 3703 professoren werd gevraagd de naam te geven van de top universiteiten in hun discipline (5 disciplines: science, medicine, technology, social sciences or the arts and humanities) (40%). 2. Oordeel van internationale werkgevers over de universiteiten waarvan ze graag afgestudeerden aanwerven (10%). 3. Aantal citaties (ESI) in de voorbije 5 jaar per personeelslid (20%). 4. Staff-to-student ratio (20%). 5. Aantal internationale staf (5%) en aantal internationale studenten (5%).

 | nUweetjeHet


Bedenkingen Rankings van universiteiten zijn een controversieel gegeven. Eerst en vooral rijst de vraag of het mogelijk is om universiteiten te herleiden tot één enkel cijfer en in een overzicht te plaatsen zoals dat bijvoorbeeld ook met voetbaluitslagen gebeurt. Een universiteit is immers een complex gegeven, dat ingebed is in een culturele, linguïstische, economische en historische context. Zo maken de VS en Groot-Brittannië duidelijk andere keuzes wanneer het op de financiering van het Hoger Onderwijs aankomt dan continentaal Europa. Zo ook zijn niet alle universiteiten even oud of jong, en bijgevolg is hun reputatie ook verschillend. Daarenboven verbergt het toekennen van één score per instelling dat elke universiteit zijn sterktes en zwaktes kent. Geen enkele universiteit is immers topuniversiteit in alle onderzoeksdisciplines en in haar volledige opdracht. En, ook aan minder excellente universiteiten vindt men topstudenten en toponderzoekers en vice versa. Ook het uitgangspunt van de rankings roept de nodige bedenkingen op: kunnen en mogen rankings - bijna - uitsluitend gebaseerd zijn op de onderzoeksoutput van universiteiten, zoals bijvoorbeeld de THES en Shanghai ranking doen? Onderzoek vormt slechts één van de drie taken van een universiteit, naast onderwijs en maatschappelijke dienstverlening. Bovendien kunnen onderzoeksprestaties niet in alle disciplines op eenzelfde manier gemeten worden. In bepaalde disciplines wordt traditioneel meer (in tijdschriften) gepubliceerd dan in andere, en de impactfactor van publicaties is ook afhankelijk van de taal waarin gepubliceerd wordt, het onderzoeksdomein, … Bovendien laten de onderzoeksprestaties van een universiteit zich niet enkel meten in termen van publicaties, maar ook in termen van spin-off creatie, patenten, deelname aan Europese projecten, aantal doctoraten, ... Rankings houden verder een aantal beperkingen in, die eigen zijn aan de gekozen methodologie. Door het onderling gewicht van de parameters te

 | nUweetjeHet

wijzigen, kan de samenstelling en volgorde van de lijst er aanzienlijk anders uitzien. Gevolg is dat rankings nooit volledig objectief zijn, want steeds gebaseerd op een selectie van criteria. Gevolg is ook dat de kwaliteit van de rankings afhankelijk is van de gebruikte methodologie. Zo kan men zich vragen stellen bij het feit dat bij de THES-ranking het oordeel van externen (en dus indirect de reputatie van een universiteit) voor 50% doorweegt. Zo ook gaf Martin Ince, samensteller van de THES tijdens de conferentie in Leiden toe dat het aantal Australische universiteiten in de top 50 onterecht groot was, omdat een groot deel van de respondenten Aziatische academici zijn voor wie de Australische universiteiten een groter aanzien genieten dan bijvoorbeeld de Europese. ‘Here to stay’ Ondanks de controverse, wordt algemeen de stelling aanvaard dat ‘ranking is here to stay’. Meer zelfs, het ziet er niet naar uit dat rankings snel terug zullen verdwijnen, zelfs niet voor even. Dit betekent dat universiteiten zich bewust moeten zijn van de impact van rankings. Zo hebben rankings duidelijk invloed op de rekrutering van excellente, internationale studenten. Zo ook zijn rankings als evaluatie-instrument geliefd bij onder meer beleidsmakers. Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke, bijvoorbeeld, verwees in zijn toespraak tijdens de academische openingszitting van de UGent naar de ‘world rankings’ om de Vlaamse universiteiten aan te sporen om van de ‘middenmaat’ naar de ‘excellentiegroep’ door te stromen.

national Ranking Expert Group, vormen hiertoe een goede leidraad. Ook wordt er gezocht naar alternatieve vormen van ranking, zoals de zogenaamde multidimensionale rankings. Europees rankingproject Een voorbeeld van multidimensionale ranking is de methode die toegepast wordt door CHE (Centrum für Hochschulentwicklung - Duitsland). Er worden geen ‘league tables’ gemaakt, maar wel ‘ranking groups’ (top, midden, bodem). Voor het CHE-model worden indicatoren gehanteerd die grotendeels gebaseerd zijn op de perceptie van studenten enerzijds en de gegevens van de opleidingen anderzijds. Recent keurde de Europese commissie een project goed dat de CHE-methode wil uitproberen in Vlaanderen en Nederland. Het rankingproject heeft als doel het kwaliteitszorgsysteem te vervolmaken en aanstaande studenten te stimuleren tot een betere studiekeuze. Meer informatie

www.leiden.edu/rankings www.che.de/downloads/Berlin_ Principles_IREG_534.pdf

Nieuwe ‘matchmaking’ komt eraan De matchmaking in november was een succes. Dit mag

blijken uit onderstaand overzicht van de participatie van de Limburgse Associatie aan de verschillende IUS-programma’s van VLIR-UOS. Nieuwe matchmaking In de week van 26 maart vindt de tweede ‘matchmaking’ plaats. Van maandag 26 maart tot vrijdag 30 maart zullen er twee delegaties uit het Zuiden naar Vlaanderen komen om partners te zoeken voor hun projectideeën. Het concept van deze nieuwe matchmaking is gewijzigd ten opzichte van die van november. Maandag 26 maart en dinsdag 27 maart wordt de eigenlijke matchmaking centraal (te Mechelen) georganiseerd. Daarnaast zullen afgevaardigden van de delegaties op woensdag 28 maart naar de UHasselt komen om er kennis te maken met onze Associatie, labo’s te bezoeken, verdere gesprekken te voeren, enz.

Astrid Waterinckx Meer info

http://iuc.vliruos.be/index.php

IUS met Cuenca University (Ecuador) onder leiding van prof. dr. Wyseure (KUL) ‘Migration and rural development’ Teammember: Ilse Vanderstukken (XIOS) IUS met Jimma University (Ethiopië) onder leiding van prof. dr. Duchateau (UGent) ‘Epidemiology and modelling’ Projectleader: prof. dr. Paul Janssen (UHasselt) Teammember: Prof. dr. Ziv Shkedy (UHasselt) en prof. dr. Noël Veraverbeke (UHasselt) ‘Child health and nutrition’ Teammember: Marita Granizer (PHL) ‘ICT/library’ Projectleader: Marc Thoelen (UHasselt) IUS met Moi University (Kenya) onder leiding van prof. dr. Manderick (VUB) ‘Gender’ Projectleader: prof. dr. Mieke Van Haegendoren (UHasselt) IUS met Rafael Landivar University (Guatemala) onder leiding van prof. Bastiaensen (UA) ‘MSE and value chains research’ Teammembers: prof. dr. Gerrit Janssens (UHasselt) en prof. Jeanne Schreurs (UHasselt)

Inschrijven kan op: Vraag is nu hoe universiteiten moeten omgaan met rankings. In eerste instantie mag niet uit het oog verloren worden dat elke universiteit een eigen missie heeft, en dat bijgevolg slechts een beperkt aantal universiteiten een ‘world class’ universiteiten kunnen en moeten zijn. Daarnaast is er duidelijk nood aan een verdere verfijning van de bestaande rankings, zeker wat transparantie en methodologie betreft. De ‘Berlin Principles on Ranking of Higher Education Institutions’, in 2006 opgesteld door de Inter-

http://iuc.vliruos.be/index.php?navid=246&direct_to=Subscriptions_Matchmaking Sarah Verlackt

 | nUweetjeHet


De weg naar een open globale kenniseconomie Universiteit Hasselt tekent de ‘Berlin Declaration’ Rector Luc De Schepper ondertekende samen met zijn Belgische collega’s de

Berlin Declaration, die de basis legt voor de vrije toegankelijkheid van wetenschappelijke onderzoeksresultaten.

De voorzitter van VLHORA heeft namens de hogescholen deze verklaring ondertekend, alsook Vlaams minister van Wetenschap en Innovatie Fientje Moerman en Waals minister van Wetenschappelijk Onderzoek Marie-Dominique Simonet. De Belgische wetenschappelijke gemeenschap slaat daarmee eensgezind de weg in van een open globale kenniseconomie. DRIVER De overhandiging van de ondertekende verklaringen vond plaats tijdens de nationale conferentie van DRIVER – wat staat voor Digital Repository Infrastructure Vision for European Research - een Europees project ter bevordering van vrije toegang tot wetenschappelijk onderzoek (http://www.driver-repository.eu). Het thema van het congres was ‘Open Access en de voordelen ervan voor wetenschappelijke communicatie’. Berlin Declaration De ‘Berlin Declaration on Open Access to Knowledge in the Sciences and Humanities’ werd opgesteld op een conferentie van het Max Planckgezelschap in Berlijn, oktober 2003. De voorzitter, Peter Gruss ondertekende, samen met andere belangrijke Duitse en Europese vertegenwoordigers van wetenschappelijke instellingen en organisaties deze verklaring, die de ‘vrije toegang’ tot wetenschappelijke kennis en cultureel erfgoed stimuleert via het web. De ondergetekenden van de Berlin Declaration verklaren zich akkoord met de principes van de Open Access beweging, zoals: • onderzoekers/beursgerechtigden aanmoedigen om hun werk te publiceren volgens de principes van het Open Access paradigma (archiveren in een open digital repository of rechtstreeks publiceren in een Open Access tijdschrift); • houders van cultureel erfgoed aanmoedigen om Open Access te steunen door hun materiaal vrij aan te bieden op het internet; • evaluatiemethodes ontwikkelen om Open Access bijdragen* en online tijdschriften te toetsen teneinde de kwaliteitsstandaarden van de goede wetenschappelijke praktijk te behouden; • ervoor pleiten dat Open Access bijdragen worden erkend bij promotie en ambtsevaluatie; • de intrinsieke verdienste van bijdrages aan een Open Access infrastructuur ondersteunen door softwareontwikkeling, inhoudsvoorziening, creatie van metadata, of het publiceren van individuele artikels.

Wat betekent de Berlin Declaration voor de UHasselt? Het tekenen van de Berlin Declaration geeft de UHasselt de kans om zich als een progressieve, uitstekende universiteit te profileren waar men het uiterste resultaat uit onderzoek wil halen (valoriseren). Naast de voordelen van OA voor de eigen onderzoekers (zichtbaarheid, gebruiksgemak) en onze universiteit, toont de UHasselt zich ook als een open, sociale instelling, vermits OA ook de digitale kenniskloof dicht omdat het hoge abonnementskosten uitschakelt. Landen in ontwikkeling hebben zo ook toegang tot alle informatie waar zij nood aan hebben. Open Access is een manier van (wetenschappelijk) publiceren, waarbij de lezer onbeperkt het gepubliceerde materiaal online kan raadplegen zonder prijs of copyrightbarrières. Vermits wetenschappelijk onderzoek gefinancierd wordt met belastinggeld, is het de taak van de overheid en de wetenschappelijke instellingen om ervoor te zorgen dat de resultaten van het onderzoek toegankelijk zijn voor de hele gemeenschap. De OA-beweging streeft naar een nieuw model van wetenschappelijke communicatie in navolging van de fysici die aan de basis liggen van dit fenomeen (http://www.arxiv.org). Er bestaan twee manieren om een publicatie AO te maken: 1. de paper in een gewoon tijdschrift publiceren, zonder het auteursrecht af te staan (via licentie), en het daarna in een Institutional/Subject-based Repository zetten (= zelf archiveren); 2. de paper in een Open Access Journal publiceren, waarbij de auteur een kleine publicatiekost betaalt, en het artikel meteen wereldwijd beschikbaar is.

Door het ondertekenen aanvaarden deze instellingen de verantwoordelijkheden (juridisch, financieel) die deze verbintenis meebrengt.

Digital repositories/Open Archives zijn databanken van artikelen, conference papers, thesissen, doctoraten, beeldmateriaal, working papers e.d. die vrij toegankelijk zijn via het web. Tussen deze databanken (= content providers) opereren harvesters (= service providers) die enkel zoekopdrachten uitvoeren binnen deze wetenschappelijke databanken. Een Institutional repository (IR) is een digital repository dat (een deel van) de wetenschappelijke output van een instelling presenteert. Tegelijkertijd wordt deze output gearchiveerd op lange termijn, het IR wordt dan ook vaak het Institutional Archive genoemd, of ‘Open Archive’. Wetenschappers die hun materiaal hierin deponeren, kunnen zo ook een persoonlijke bibliografie van vrij raadpleegbare artikels aanleggen. Die kunnen door alle harvesters ‘geoogst’ worden, en zijn dus veel bereikbaarder dan artikels die in handen zijn van commerciële uitgevers. Hoe past de UHasselt dit toe? Sinds 2003 heeft de Bibliotheek Universiteit Hasselt aan de uitbouw van een Institutional Repository gewerkt. Daarbij werd gekozen voor een pragmatische aanpak. Document Server@UHasselt (http://doclib. uhasselt.be/dspace) bevat sinds dit jaar in hoofdzaak twee soorten publicaties: eindverhandelingen (241 full text) en artikels (900 beschrijvingen waarvan 1/3de full text). Deze webdatabank wordt uitgebouwd als een platform dat verschillende diensten en webservices aanbiedt waaronder de eindverhandelingencollectie, de academische bibliografie, persoonlijke bibliografieën, rapporteringmogelijkheden en uiteraard de Institutional Repository. Het succes van Document Server@UHasselt zal afgewogen worden aan het aantal full text artikels dat door de onderzoekers aangeleverd wordt.

Wat zijn de voordelen van OA voor de onderzoeker? Het aanbieden van publicaties in Open Access verhoogt de zichtbaarheid van deze publicaties. Uit studies blijkt dat het aantal citaties van een gepubliceerd artikel stijgen wanneer het ook in een repository opgenomen wordt. Stijgingen variëren van 50 tot 200% naargelang het onderzoeksveld. (Harnad, Stevan, Tim Brody, Comparing the Impact of Open Access (OA) vs. Non-OA Articles in the Same Journals, D-Lib Magazine, June 2004, Volume 10 Number 6). Hierdoor verhoogt ook de zichtbaarheid van de instelling waarvoor de onderzoeker werkt. Het opnemen van een artikel in een Institutional Repository vereenvoudigt de taken van de onderzoeker. Het artikel gaat in de eerste plaats niet verloren. Indien een collega een kopie opvraagt kan hij/zij eenvoudig naar de repository doorverwezen worden. Bibliografieën, gebruiksstatistieken en andere rapporteringvormen kunnen gegenereerd worden.

En wat met Copyright? Auteurs die een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift willen publiceren worden meestal door de uitgever gevraagd om hun auteursrecht over te dragen. In principe kan enkel de eigenaar van het copyright het werk uitgeven. Onder druk van de wetenschappelijke gemeenschap, met in de eerste plaats de Open Access-beweging, heeft de uitgeverswereld haar houding versoepeld. 92% van de tijdschriften opgenomen in de Sherpa/RoMEO Publisher’s Copyright Listings aanvaarden het principe van ‘self-archiving’ ( http://www.sherpa.ac.uk/romeo.php). Auteurs kunnen dus de eigen versie van hun artikels op persoonlijke of institutional websites plaatsen, zonder hierbij de copyrightwetgeving te overtreden. Marc Goovaerts en Ann Peters

* een Open Access bijdrage voldoet aan 2 voorwaarden: (1) De auteur(s) en rechthebbende(n) aan een OA-bijdrage verleent/verlenen aan alle gebruikers een wereldwijd, onomkeerbaar recht op vrije toegang tot het werk en een licentie om het werk te kopiëren, te gebruiken, te verspreiden, door te geven en openbaar tentoon te stellen, alsook het maken en verspreiden van afgeleide werken, in eender welk digitaal medium voor verantwoord gebruik, onderworpen aan correcte bronvermelding (gemeenschappelijke standaarden zullen worden voorzien in een mechanisme van correcte bronvermelding en verantwoord gebruik, zoals ze dat nu ook doen), alsook het recht tot het maken van een klein aantal gedrukte kopieën voor persoonlijk gebruik. (2) Een complete versie van het werk en alle aanvullende materialen, inclusief een kopie van de hierboven vermelde toelating, worden in een toepasselijk elektronisch formaat, in minstens één online repository, dat gebruik maakt van algemeen aanvaarde technische standaarden, en dat gesteund en onderhouden wordt door een wetenschappelijke instelling, een geleerd gezelschap, een overheidsorganisatie, of een andere gevestigde wetenschappelijke organisatie die ernaar streeft wetenschappelijke communicatie vrij toegankelijk te maken en kan instaan voor langetermijnbewaring.

 | nUweetjeHet

Meer info

Voor meer informatie kunt u terecht bij de Bibliotheek: marc.goovaerts@uhasselt.be of bij Dienst Onderzoek & Innovatie: ann.peters@uhasselt.be.

nUweetjeHet | 


Dikke-truiendag, mét erwtensoep

Personeelspagina’s Benoemingen en aanstellingen Zelfstandig academisch personeel . prof. dr. Yinhuo Zhang °17.10.63 te Jiangxi (China) Ph.D., Universiteit Antwerpen 1993 benoemd als hoofddocent (stageperiode tot 31.01.10), vakgroep zuivere wiskunde Assisterend academisch personeel . Nathalie Bijnens, dr.-navorser tot 31.01.07, aanstelling als dr.-assistent, vakgroep natuurkunde

Een foutje, onnauwkeurigheid of vergetelheid gezien op de Personeelspagina’s? Meld dat dan gerust even aan jef.vanvoorden@uhasselt.be

01.02.07

01.02.07

. Evy Crals, voltijds dr.-assistent tot 31.01.07, aanstelling als deeltijds (10%) praktijkassistent, vakgroep economie 01.02.07 . Stijn Daniëls, navorser tot 31.01.07, aanstelling als assistent, vakgroep verkeerskunde en beleidsinformatica 01.02.07 . Joan De Boeck, deeltijds (60%) navorser tot 31.01.07, vakgroep informatica, aanstelling als deeltijds (60%) dr.-navorser, Expertisecentrum Digitale Media 01.02.07 . Bernard Vanheusden, assistent tot 18.02.07, aanstelling als praktijkassistent, vakgroep rechten 19.02.07 . Sabine Pannemans °22.04.74 te Genk | licentiaat toegepaste economische wetenschappen, LUC 1996 aangesteld als deeltijds (70%) assistent-plaatsvervanger, vakgroep accountancy en financiering 01.01.07 . Herlinde Loomans °20.10.62 te Lommel | bijzonder licentiaat in de informatica, VUB 1990 aangesteld als assistent, vakgroep verkeerskunde en beleidsinformatica

01.02.07

. Davy Postelmans °11.06.79 te Neerpelt | handelsingenieur, LUC 2002 aangesteld als deeltijds (10%) assistent-plaatsvervanger, vakgroep bedrijfs- en besliskunde

01.02.07

Doctoraatsbursalen . Ann Swijsen °22.07.80 te Herk-de-Stad | master in de biomedische wetenschappen, tUL 2006 vakgroep fysiologie-biochemie-immunologie, financiering ten laste van de andere onderzoeksfondsen – BIOMED

01.01.07

. Hanne Dilien °18.05.83 te Hasselt | licentiaat in de scheikunde, KULeuven 2006 vakgroep scheikunde, financiering ten laste van de andere onderzoeksfondsen

16.01.07

. Eve Peeraer °28.08.84 te Geel | master in de biomedische wetenschappen, tUL 2006 vakgroep fysiologie-biochemie-immunologie, financiering ten laste van de andere onderzoeksfondsen – BIOMED . Kelly Opdenakker °13.04.84 te Maasmechelen | master in de biomedische wetenschappen, tUL 2006 vakgroep biologie-geologie, financiering ten laste van de bijzondere onderzoeksfondsen - overbruggingsbeurs . Bart Tessens °18.08.84 te Hasselt | master in de biologie, Universiteit Antwerpen 2006 vakgroep biologie-geologie, financiering ten laste van de bijzondere onderzoeksfondsen - overbruggingsbeurs

17.01.07

01.02.07

01.02.07

. Rob Vansweevelt °22.02.82 te Hasselt | master in de biomedische wetenschappen, tUL 2006 vakgroep natuurkunde, financiering ten laste van de andere onderzoeksfondsen – IMO 01.02.07

10 | nUweetjeHet

Administratief en technisch personeel . Elke Piessens °23.04.77 te Halle | aangesteld als stafmedewerker Interface, rectoraat – researchcoördinatie, financiering ten laste van de andere onderzoeksfondsen

01.01.07

. Natalie Beenaerts °17.01.70 te Hasselt | aangesteld als stafmedewerker internationale relaties – graad 7, dienst Onderzoek en Innovatie, afdeling werking tijdelijk vervangkader

15.01.07

Erkenning als vrijwillig wetenschappelijk medewerker . Frank Jans, deeltijds (20%), vakgroep fysiologie-biochemie-immunologie, . prof. dr. Luis Otavio Alvares, voltijds, vakgroep informatica, . prof. dr. Xavier Paoletti, deeltijds (10%), vakgroep toegepaste wiskunde,

periode 01.01.07-31.12.08 periode 01.01.07-31.12.07 periode 01.02.07- 31.01.09

Vaste benoeming . dr. An De Backer, beleidssecretaris AUHL – graad 9, vaste benoeming . An Baeten, gespecialiseerd medewerker bibliotheek – graad 4, vaste benoeming

per 01.01.07 per 16.01.07

Loopbaanonderbreking . Veerle Vandersmissen, navorser, vakgroep toegepaste wiskunde, deeltijdse (20%) loopbaanonderbreking Gecontingenteerd verlof . Ingrid Claesen, vastbenoemd stafmedewerker internationalisering – graad 7, faculteit TEW, verlenging gecontingenteerd verlof Ouderschapsverlof . Mercedes Casas-Rodriguez, administratief medewerker –graad 3, bibliotheek, volledige loopbaanonderbreking

van 01.01.07 tot 31.12.07

vanaf 03.04.07 tot en met 02.04.08

voor 2 maanden met ingang van 01.03.07

Huwelijken . Mieke Jans, assistent, vakgroep accountancy en financiering, met Kris Vanrusselt . Dirk Roox, gespecialiseerd informaticamedewerker-graad 4, vakgroep verkeerskunde en beleidsinformatica Geboorten . Mauro, zoontje van Dries Van Dyck, dr.-assistent, vakgroep informatica . Annabel, dochtertje van Sofie Vanthournout, doctoraatsbuursaal, vakgroep biologie-geologie Uit dienst . Nick Smisdom, doctoraatsbursaal, vakgroep fysiologie-biochemie-immunologie . Ivo Smolders, vastbenoemd onderhoudstechnicus-graad 3, dienst Materiële Voorzieningen . Evelien Lintner, doctoraatsbursaal, vakgroep fysiologie-biochemie-immunologie . Bram De Brabander, navorser, vakgroep economie . Johan Gaens, navorser, vakgroep informatica . Chris Vandervelpen, navorser, vakgroep informatica . Heidi De Winter, secretariaatsmedewerker-graad 3, vakgroep informatica, Expertisecentrum voor Digitale Media . Kim Karlsson, gespecialiseerd informaticamedewerker-graad 4, vakgroep informatica, Expertisecentrum voor Digitale Media . Heleen Van Loon, navorser, vakgroep informatica

17.02.07 23.02.07

22.01.07 09.02.07

31.12.06 31.12.06 19.01.07 31.01.07 31.01.07 02.02.07 18.02.07 28.02.07 28.02.07

nUweetjeHet | 11


“Mijn diploma is een beetje de kers op de taart” De werkdag van Bjorn Geuns Bjorn Geuns behaalde in 2002 zijn diploma van licentiaat informatica aan LUC/tUL en kon meteen aan de slag bij EDM als navorser binnen de werkgroep Networked Virtual Environments (NVE). In zijn vrije tijd speelt Bjorn basgitaar. Hij tekent en kookt ook heel graag. Om zijn conditie op peil te houden, fietst en loopt Bjorn regelmatig “een paar toertjes”.

Collega Jenny Put behaalt diploma master in milieuwetenschappen aan Open Universiteit Over de combinatie van werk, gezin en studie weet collega Jenny Put mee te praten. Ondanks (of is het dankzij?) een drukke

Na een korte nacht loopt de wekker om 7.30 uur af. Vandaag staat er een plenaire vergadering en een workshop op het programma in de nieuwe Alcatel-Lucentgebouwen in Antwerpen. Binnen de werkgroep NVE sta ik op het project A4MC3 wat zoveel wil zeggen als ‘Architectures for Mobile Community Content Creation’. Binnen dit project wordt onderzoek gedaan naar nieuwe technieken om op eenvoudige manier ‘content’ met vrienden, familie, kennissen en anderen te delen, gebruikmakend van mobiele toestellen (PDA’s). Onze rol binnen dit project is vooral toegespitst op de 3D-representatie van de virtuele stad op een PDA en de mediacreatie-tools. Een concreet voorbeeldje van hoe het systeem zou kunnen gebruikt worden ziet er als volgt uit: je parkeert je wagen net buiten het stadscentrum van Hasselt en je bent helemaal klaar voor een dagje shoppen. Je bent op zoek naar een nieuw snowboard. Je zet je PDA aan en kijkt even of een van je vrienden ook in de stad is. De virtuele kaart toont geen activiteit. Je zoek op je PDA naar winkels die snowboards verkopen en volgt de instructies naar de eerste winkel. Hier staat een tag van een van je vrienden die de winkel aanprijst en besluit om een kijkje te gaan nemen. Net voor je binnen wil wandelen, krijg je een bericht van een vriend die ook in de stad

is en vraagt om samen iets te gaan eten. Je zoekt snel een restaurant op je PDA met de voorkeur voor Italiaanse keuken en je antwoordt dat je over een halfuurtje bij restaurant X zal zijn. Na het eten schrijf je nog vlug enkele regels commentaar over het restaurant en laat het als virtuele tag achter voor je vrienden. Op de plenaire vergadering bekijken we samen met de partners de stand van zaken en stellen we vervolgens enkele actiepunten op voor de komende weken. Zo wordt er o.a. bekeken wat de mogelijkheden zijn om werk van verschillende partners te integreren tot een geheel. We kunnen bijvoorbeeld spraakherkenningssoftware van ETRO (VUB), een van de partners binnen dit project, integreren in onze mobiele applicatie om emoties van gebruikers te linken aan de content die ze creëren. Deze extra informatie kan dan weer samen met de gegenereerde content gebruikt worden om aan datamining te doen. Ondertussen is het tijd geworden om iets te gaan eten. De werknemers van AlcatelLucent kunnen via een achteringang van de Zoo van Antwerpen binnen om daar het restaurant te gebruiken, dus besluiten we om te gaan lunchen tussen de flamingo’s en de apen. Dit blijkt echter geen sine-

cure want er is net een staking bezig in het Alcatel-Lucentgebouw wegens zware reorganisaties en zelfs de elektronische deuren doen mee. Uiteindelijk geraken we dan toch in de Zoo om te genieten van een lunch tussen de beesten. Enkele tientallen duiven, eenden en meeuwen houden ons nauwgezet in de gaten in de hoop dat iemand iets laat vallen of zijn bord onbewaakt achterlaat. Even lijkt het of we op de scène van een remake van ‘The Birds’ zijn beland. Na de lunch volgt een workshop rond de evoluties in het perslandschap in de context van A4MC3. We behandelen zowel economische (business modelling), sociologische (verandering van eindgebruikersgroepen) en technische (disruptieve technologieën) verschuivingen. Deze workshop is de laatste van een reeks van drie en focuste voornamelijk op plannen voor de toekomst.

loopbaan als medewerker in het labo van professor Robert Carleer én moeder van

“In 1979 startte ik mijn loopbaan op deze campus. Ik werkte in het toenmalige Dokter Willems Instituut als klinisch laborant. Bij de integratie in 2001 kwam ik terecht in het labo toegepaste scheikunde van professor Carleer. Vanuit een persoonlijke interesse was ik in 2000 gestart met een opleiding psychologie aan de Open Universiteit. Ik had absoluut niet de bedoeling om er beroepsmatig iets mee te gaan doen. Ik maakte redelijke vorderingen, maar op een dag voelde ik aan dat ik beroepshalve niet genoeg wist van allerlei toepassingen op het vlak van milieutechnologische problemen. Aan de Open Universiteit (OU) volgde ik daarom een paar modules en mijn interesse was meteen aangewakkerd. Ik wilde méér leren over allerlei aspecten van de milieuwetenschappen. De toenmalige OU-consulente Ann Onkelinx begeleidde mijn overgang van psychologie naar milieuwetenschappen. Ik kreeg een aantal vrijstellingen omdat enkele modules van de opleiding psychologie overlappend waren. Dat was dus eigenlijk wel een meevaller.”

twee tieners, startte “De cursussen bij de OU boeiden me. Vooral de vrije planning en het feit dat ik mijn tempo volledig zelf kon bepalen, spraken me aan. Ik heb me ook nooit moeten ‘terugtrekken’ om te studeren. Integendeel. Terwijl mijn man en kinderen TV keken, studeerde ik. Ik heb overigens mijn opleiding aan de OU nooit ervaren als een echte studie. Eerder als een persoonlijke interesse. Ik leerde als het ware al lezend.”

zij op haar veertigste met een studie aan de

Open

Universi-

teit. Onlangs werden haar

inspanningen

bekroond: op 15 december behaalde

“Mijn man moedigde me altijd aan met mijn studies. Eigenlijk was hij een beetje fier op mij, al zal hij dat niet graag toegeven (lacht). Mijn kinderen zaten op dat ogenblik zelf in het secundair onderwijs en begrepen het niet altijd even goed. ‘Waarvoor is dat allemaal nodig?’. Maar een paar jaar later bewonderden ze vooral mijn moed en doorzettingsvermogen.”

zij haar master of science in milieuNa de workshop springen we op de trein terug naar Hasselt. Thuis aangekomen roer ik nog even in de potten en werk daarna wat verder aan het forum van onze mobiele applicatie. De ijver is echter van korte duur want het was al een zeer vermoeiende week en morgen zal het ook een lange dag worden: er naderen weer enkele deadlines!

wetenschappen. “Dit was voor mij echt

“Professor Carleer is altijd een inspirator voor mij geweest. Hij stimuleerde me om de verschillende modules van de opleiding te volgen. Later werd hij ook de promotor van mijn eindwerk.”

wel een beetje de kers op de taart”, zegt ze spontaan in een gesprek met de redactie van nUweetjeHet.

“Mijn eindwerk handelde over vluchtige stoffen die vrijkomen uit materialen die gebruikt worden in bijvoorbeeld de binnenbekleding van auto’s. Zijn die stoffen schadelijk? Overschrijden ze al dan niet de vastliggende normen? Dat waren enkele van de onderzoeksvragen waarop ik een antwoord probeerde te vinden.” “Ik ben nu heel blij dat ik mijn diploma behaald heb. Ik zie het een beetje als de kers op de taart. Wat ik nu weet én ken, heeft vooral een meerwaarde voor mezelf en voor het werk dat ik nu doe. Ik denk dat de interne carrièrekansen op korte termijn eerder beperkt zullen zijn. Maar ik sluit niets uit. Anderzijds wil ik ook niets forceren. Ik ben blij met wat ik bereikt heb. Vooral voor mezelf.” Ingrid Vrancken

12 | nUweetjeHet

13 | nUweetjeHet


Column COLUMN

OPROEP vrijwilligers!

Doctoraatspromoties Brahim Semane Doctoraat in de Wetenschappen: Biologie Doctoraatsproefschrift over “Role of Ascorbate and Glutathione in Cellular Defence Against Cadmium Exposure in Arabidopsis thaliana” 16 maart 2007 om 15 uur in auditorium H5 Kristof Colladet Doctoraat in de Wetenschappen: Chemie Doctoraatsproefschrift over “Design of Low Band Gap Polymers: An Effort to Broaden the Optical Response of the Active Layer in Plastic Solar Cells” 22 maart 2007 om 15 uur in auditorium H5

Kruimels Harry Potter heeft dat goed gezien. Alles is aan het verdubbelen en tegelijk aan het halveren. Een verkeerde omgekeerde evenredig-

Caroline Lievens Doctoraat in de Wetenschappen: Chemie Doctoraatsproefschrift over “Valorization of heavy metal contaminated biomass by fast pyrolysis” 23 maart 2007 om 15 uur in auditorium H5

heid. De werklast stijgt, maar de subsidies staan op de helling. Meer bachelor- en masterjaren in elkaar te knutselen, maar met relatief minder mensen. Alsmaar meer decreten dicteren nieuwe taken, maar er hangen geen mandaten aan vast. En bovendien wil Meneer de Minister ook graag veel waar zien, voor zijn luttele geld. ‘Publish or perish’ is de boodschap.

Not to worry! We doen niet liever Meneer de Minister! Ik bedoel ‘publish’, liefst zonder ‘perish’. Dat is het leuke deel in de taakomschrijving van ons soort mensenras: de universitariër. Daarvoor zitten we hier. Vrij kunnen en mogen denken. Zweven, boven alles uit. De gekste nieuwe ideeën ontwikkelen, er dan hard aan werken, en met een triomfantelijk gevoel dat op papier kunnen zetten en meedelen aan de rest van de wereld. Het de vrije loop geven, anderen er laten verder op borduren, tot... op een dag daar een compleet onverwachte toepassing op komt. Een auto die zichzelf kan rijden? Een hersengestuurde rolstoel?

Maar deze universitariër, tripel gediplomeerd in de bio-elektronische, informatieve, en didactische wafelenbak, voelt zich stilaan verstikken in de walm, niet van de zoete, aangename, volgens de allernieuwste supersonische technieken versgebakken wafeltjes, maar van het hier en nu moeten ‘toepasbaar’ zijn, van de gestadig rijzende en bedreigende administratieve rompslomp. Help! Mag het wat minder zijn?

Onze haren rijzen ten bergen, onze ideeën reizen af, lopen verloren. Geen tijd om ze te koesteren, er iets mee te doen. Veel doodgeboren kinderen. Wiegedood, gebrek aan adem. Wat het kruim van ’s lands hersenen zou moeten zijn, wordt stiefmoederlijk behandeld door zijn oversten. Hoe meer kruim, hoe minder kruimels, zo lijkt het. We moeten Harry Potter gelijk geven.

Dat moest er even uit. Ik ben blij dat ik hier een column kan over schrijven. Dat lucht op.

Dat gezegd zijnde, gaan we maar weer aan de slag. Madam Pheip hoopt er het beste van. En wafeltjes bakken is toch nog altijd een topprioriteit. Maar Meneer de Minister krijgt er

‘School IN en NA ziekenhuis’ is een vrijwilligersorganisatie voor bijscholing van langdurig zieke kinderen en is op zoek naar vrijwilligers. De vereniging, met verschillende antennes in Vlaanderen, organiseert kosteloze studiebegeleiding voor jongeren van het basisonderwijs en het secundair onderwijs die wegens ziekte, ongeval, heelkundige ingreep of revalidatie gedurende lange tijd niet naar school kunnen. De vrijwilligers zijn meestal leerkrachten, die al dan niet gepensioneerd zijn, maar ook personen uit de privé-sector, studenten en enthousiaste ouders. Ook u kunt dus helpen door u vrijwillig en gratis enkele uren per week in te zetten. De reiskosten worden vergoed. Het motto van ‘School IN en NA ziekenhuis’ is ‘LEREN KAN OOK VOOR WIE ZIEK IS!’ Dit betekent … • het leren niet opgeven • geen jaar overdoen • examens voorbereiden • een nieuwe start voor het studeren Meer informatie of wil u zich opgeven als vrijwilliger: www.ehd.be (bij ‘contacten’ vindt u per provincie de contactpersonen)

MAT verkoopt Een groot deel van de labokastjes van gebouw C wordt verkocht aan het personeel van de UHasselt. Er zijn zes verschillende types: • wandkast, twee deuren (117b/57h/37d): 5 euro • kast, twee deuren, zonder bovenblad (117b/59h/52d): 5 euro • kast, twee deuren + twee lades, zonder bovenblad (117b/59h/52d): 5 euro • kast, 1 deur, zonder bovenblad (57b/59h/52d): 3 euro • kast, 1 deur, 1 lade, zonder bovenblad (57b/ 59h/52d): 3 euro • kast, 4 lades (57b/59h/52d): 3 euro Bestellingen kunt u binnenbrengen bij: Jan Vanhove (E102) ten laatste op 15 maart. Toewijzing gebeurt op basis van volgorde van bestelling. De kasten moeten afgehaald worden ten laatste op 31 maart. Meer info Jan Vanhove Dienst MAT - tel. 011 26 81 42

lekker geen.

Men zegge het voort!

Madam Pheip

14 | nUweetjeHet

15 | nUweetjeHet


Fakkeltocht voor vrede en eenheid

Ruim 300 studenten en medewerkers van Universiteit Hasselt, Xios Hogeschool Limburg, de Provinciale Hogeschool Limburg en de Katholieke Hogeschool Limburg trokken op 21 december met fakkels op vredestocht langs de Groene Boulevard in Hasselt. “Op de campus zitten studenten uit 43 verschillende landen, da’s een rijkdom aan cultuur en levensbeschouwingen. In deze kersttijd willen we ook aan hen denken, aan de landen waar nog oorlog is of waar corrupte regimes zijn”, zegt studentenpastor Karin Daniëls. “We blijven even stilstaan op 4 plaatsen: aan de gevangenis, waar we denken aan gevangenen, aan het Volkstehuis zijn het de vluchtelingen en armoede, bij de Boerenkrijg oorlog en vrede en bij wetenschapper De Gerlache denken we aan onderzoek.” “Vrede is de enige weg om gelukkig te worden. Wat zou het mooi zijn als iedereen elkaar graag ziet en elkaar met respect behandelt”, zegt Igwe uit Nigeria, een van de 300 wandelaars. Dickson uit Kameroen vult aan: “Al té dikwijls zijn verschillen in geloof en levenbeschouwing in de geschiedenis de oorzaak van oorlog geweest, maar voor ons zijn ze oorzaak van vriendschap en universele broederschap. We vinden het de moeiteC waard o eraanl te werken o fen met o deze fakkeltocht wilden we deze idee uitdragen door de hele stad.”

n

nUweetjeHet is een interne nieuwsbrief van,

voor en door UHasselt-personeelsleden. Redactieraad: Luc De Schepper | Betty Goens | Geert Molenberghs | Marjan Vandersteen | Mieke Van Haegendoren Eindredactie: Ingrid Vrancken | communicatieverantwoordelijke UHasselt Vormgeving: Gisèle Doise | grafisch medewerkster UHasselt Fotografie: Marc Withofs| fotograaf UHasselt | en anderen Druk: Repro | Drukkerij UHasselt Verantwoordelijke uitgever: Marie-Paule Jacobs | beheerder UHasselt Universiteit Hasselt | Campus Diepenbeek Agoralaan | Gebouw D | BE-3590 Diepenbeek


NuweetjeHet-08-0607