Page 1

������� � 2006 2007 N°04 15 december 2006

• • • • • • •

Dag van het Onderzoek Matchmaking Day

Jonge UHasselt-onderzoeker naar Stanford Leerstoel ‘De Onderlinge Ziekenkas – Preventie’ Meer middelen voor fundamenteel onderzoek De innovatieparadox Onderwijsvernieuwing


In de week van 13 november vond de ‘matchmaking’ binnen het programma

‘institutionele universitaire samenwerking (IUS)’ plaats. De UHasselt was op 17 november aan de beurt. Het was een unieke gelegenheid om collega’s uit het Zuiden te ontmoeten en te participeren aan een laagdrempelig programma binnen universitaire ontwikkelingssamenwerking (UOS)! Onze Zuiderse collega’s hadden al een zware week achter de rug. Ze hadden immers elke dag een andere universiteit bezocht en dienden ’s avonds hun bevindingen ‘en groupe’ nog eens te recapituleren.

23/11/2006 Eerste

Dag van het Onderzoek kent

groot succes!

De hoge opkomst van belangstellenden en het groot aantal voorgestelde posters over diverse thema’s maakten van de Dag van het Onderzoek een groot succes: meer dan 200 deelnemers maakten kennis met de verschillende instituten en onderzoeksgroepen van de associatie, de daaraan verbonden onderzoekers en hun expertise.

Het geheel werd in beeld gebracht door 154 posters over alle soorten onderzoeksprojecten en verschillende voordrachten met voorstelling van het onderzoek binnen de tweecycli-opleidingen van de hogescholen. Deze dag levert een positieve bijdrage aan het verhogen van de zichtbaarheid van het onderzoek dat binnen deze associatie gebeurt en dit in het bijzonder met het oog op bevordering van verdere samenwerking in en over alle disciplines heen. Dank aan iedereen voor zijn bijdrage aan deze geslaagde namiddag!

An De Backer en Els Smeyers

Nochtans waren ze goedgeluimd, dat had misschien iets met het programma te maken want na een voormiddag te hebben ‘gematchedmaked’ (het woord opzoeken in de Van Dale heeft weinig zin, we werken eraan ;-) hadden we voor hen nog een namiddagje Limburgse cultuur in petto. Na een lekkere lunch vertrokken we met de bus naar het Hasseltse Jenevermuseum. Vervolgens maakten we een korte stadswandeling naar het stadshuis, waar de schepen van ontwikkelingssamenwerking Toon Hermans ons welkom heette en een afsluitende receptie op ons wachtte. Het was een mooie afsluiter van een hopelijk leerrijke week! Sarah Verlackt

Matchmaking aan de IUS? Matchmaking?

UHasselt

Het IUS-programma behelst een brede samenwerking op lange termijn tussen enerzijds een beperkt aantal universiteiten uit het Zuiden en anderzijds de Vlaamse universiteiten, gericht op de institutionele ontwikkeling in ruime zin van de universiteiten in het Zuiden. Lokale prioriteiten en noden worden gekoppeld aan de bestaande expertise aan Vlaamse zijde. Universiteiten uit het Zuiden worden voorgedragen door een Vlaamse universiteit. Er worden verschillend etappes doorlopen, de belangrijkste zijn: • algemene oproep en partnerselectie • formulering van prioriteiten door geselecteerde partneruniversiteit uit het Zuiden • ‘matchmaking’: identificatie van Vlaamse onderzoeksgroepen met meest geschikte expertise voor de verschillende projecten • uitwerking van een eerste vijfjarenprogramma • operationalisering in jaarprogramma’s Deze stappen leiden uiteindelijk tot de uitvoering van een vijfjarenplan met tussentijdse evaluatie en ‘monitoring’. De totale duur van de samenwerking is in principe 10 jaar. Het IUS-programma per partneruniversiteit is samengesteld uit meerdere projecten. Dit kunnen zowel onderwijs- als onderzoeksprojecten zijn, als projecten die te maken hebben met het centrale beleid en beheer van een universiteit (bv. ICT, bibliotheekontwikkeling, creatie van een onderzoeksfonds etc.). Deze projecten kunnen opgenomen worden door alle Vlaamse universiteiten. De uitvoering blijft dus niet beperkt tot de coördinerende universiteit en de lokale universiteit. Door middel van ‘matchmaking’ identificeert men de Vlaamse onderzoeksgroepen met de meest geschikte expertise voor de verschillende projecten. Een voorbeeld maakt dit duidelijker. De KULeuven heeft momenteel een IUS lopen met University of Zimbabwe (UNZI). Deze bestaat uit verschillende deelprojecten bv. een project rond e-learning, infrastructuur, training. Van dit laatste project is Professor Gerrit Janssens (faculteit TEW, UHasselt) de projectleider. Meer concreet zaten we in november 2006 in etappe 3 van de nieuwe-IUS-cyclus. Op 17 november kwamen delegaties van de volgende vier instituten naar de UHasselt om partners te zoeken voor hun projectideeën: • Jimma University (Ethiopië) • Moi University (Kenia) • University of Cuenca (Ecuador) • Universidad Rafaël Landivar (Guatemala) Einde maart komen er nog twee toekomstige IUS-partnerinstellingen naar België om hun voorlopig programma voor te stellen en geschikte partners te zoeken: • University Eduardo Mondlana (Mozambique) • Anton de Kom University of Suriname (Suriname)

 | nUweetjeHet

nUweetjeHet | 


Extravert, introvert, emotionele stabiliteit, nauwgezetheid, omgang met anderen, en openstaan voor nieuwe ervaringen: ongeacht hun persoonlijkheidskenmerken beoordelen studenten het onderwijs op vergelijkbare wijze. De beoordeling van het onderwijs heeft op haar beurt in beperkte mate effect op het gehanteerde leergedrag van studenten. Bovendien blijkt dat studenten flexibel zijn in het gebruiken van bepaalde leerstrategieën. Ten slotte zijn sommige studenten flexibeler dan anderen.

UHasselt Stanford University

Studeren en doctoreren aan de en daarna postdoc aan

Onderwijsvernieuwing heeft

meer kans van slagen bij betere ondersteuning Tot deze bevindingen komt Jan Nijhuis van de Universiteit Maastricht in zijn proefschrift Learning Strategies, Students’ Characteristics and Their Perceptions of the Learning Environment waarop hij vrijdag 24 november promoveerde bij prof. dr. M. Segers en prof. dr. W. Gijselaers van de Universiteit Maastricht. Deze resultaten kunnen van groot belang zijn voor de manier waarop naar onderwijsvernieuwing gekeken kan worden, en om resultaten van verandering beter te begrijpen. Diepgaande leerstrategie Lange tijd is in het Hoger Onderwijs gedacht dat één homogene aanpak geschikt was voor alle studenten. Uit het onderzoek blijkt echter dat slechts een deel van de studentenpopulatie gevoelig is voor veranderingen in de onderwijsbenadering terwijl andere studenten ongevoelig zijn voor welke aanpak (of leeromgeving) dan ook. Tot deze conclusie komt Jan Nijhuis nadat hij het leergedrag van ongeveer 120 studenten in drie opeenvolgende cursussen - over een periode van driekwart jaar - heeft gemeten. Docenten zouden het liefste alle studenten zover krijgen dat ze een zogenaamde diepgaande leerstrategie toepassen. Deze strategie wordt gekenmerkt door studeren op onderliggend begrip, combineren van verschillende bronnen, integreren van diverse denkwijzen en het gericht toepassen van kennis in de praktijk. De zogenaamde op-

 | nUweetjeHet

pervlakkige leerstrategie (gericht op het reproduceren van kennis) staat daar lijnrecht tegenover, maar wordt in het onderwijs wel vaak - ongewild - uitgelokt. Door aanpassingen in het onderwijs kunnen weliswaar studenten gestimuleerd worden tot diepgaand leren, echter niet alle inspanningen hebben hetzelfde effect op studenten. Uit de dissertatie van Nijhuis blijkt dat die beïnvloeding zijn grenzen heeft. Aanvullende ondersteuning Persoonlijkheidskenmerken, zoals het openstaan voor nieuwe ervaringen en nauwgezet werken, zijn ook relevant voor het leergedrag van studenten. Een belangrijke voorwaarde voor verandering in leergedrag is dat docenten ruimte en tijd bieden aan de studenten om aan de leeromgeving te wennen. Noodzakelijke vaardigheden kunnen door aanvullende training en ondersteuning ontwikkeld worden, zodat studenten die aanvankelijk moeite hadden met studeren in een innovatieve leeromgeving uiteindelijk goed kunnen studeren in die nieuwe leeromgeving. Belangrijk daarbij is dat geld en energie wordt geïnvesteerd in begeleiding van het docentenkorps, zodat de docenten goed voorbereid zijn op hun rol van begeleider in dit ontwikkelingsproces. Beleidsmakers moeten zich daarom realiseren dat een proces van training en begeleiding noodzakelijk is voor succesvolle veranderingen in leeromgevingen.

Na het behalen van het zo begeerde doctoraatsdiploma in de wetenschappen, begint voor elke jonge doctor een nieuwe fase in zijn loopbaan en persoonlijk leven. Sommigen kiezen resoluut voor het bedrijfsleven, anderen willen hun academische loopbaan nog even verder zetten aan de universiteit in binnen- of buitenland.

Communicatie De tweede conclusie is dat je leeromgevingen alleen maar met succes kunt innoveren als je daar gedegen en effectief over communiceert. Geef uitleg aan alle betrokkenen, studenten of leerlingen, docenten, ouders, etc., over de gedachtegang achter de nieuwe leeromgeving. Laat zien welke nieuwe vaardigheden worden aangeleerd en toon aan dat sommige vaardigheden misschien minder worden geleerd, maar dat daar extra of andere vaardigheden voor in de plaats komen. En heel belangrijk: geef niet te snel op. Vaak hebben nieuwe studenten in het eerste jaar problemen met de nieuwe leeromgeving, maar in het tweede jaar weten ze al niet meer beter. Deze conclusie zou kunnen worden uitgebreid naar het Studiehuis in het middelbaar onderwijs. Beleidsmakers zouden met effectieve communicatie en meer ondersteuning van de leerlingen, en vooral het docentenkorps, het Studiehuis meer tijd kunnen gunnen en niet meteen hoeven opgeven. Een daarmee samenhangende conclusie is dat het waarschijnlijk zinvol is leerlingen al op jonge leeftijd, bijvoorbeeld basisschoolniveau, te laten wennen aan innovatieve leeromgevingen. Ook dat zou een waardevol advies voor beleidsmakers op het gebied van onderwijs kunnen zijn. Ingrid Vrancken

voor opto-elektronische applicaties, zoals fotovoltaïsche cellen, blijkt gegeerd te zijn tot ver over de grenzen. Het is niet alleen een once-in-a-lifetime opportunity voor Ludwig om zijn wetenchappelijke carrière een bepalend elan te geven, het bewijst des te meer dat een kleine universiteit zoals de UHasselt kwalitatief hoogstaand onderzoek voert met een grote internationale uitstraling. Samen met Harvard University en de University of Cambridge neemt Stanford University immers steeds een plaatsje in in de Top Vijf van universiteiten ter wereld, ongeacht de beoogde meetparameter.

Ludwig Goris, die in 2006 zijn doctoraat in de fysica behaalde aan het Instituut voor Materiaalonderzoek (IMO) van de UHasselt, koos voor het laatste en is er in geslaagd een postdoctorale positie te verkrijgen aan het departement Materials Science and Engineering (MSE) van de gerenommeerde universiteit van Stanford, Californië. Zijn specifieke expertise omtrent de hooggevoelige karakterisatie van organische halfgeleiders en composieten

Opbouw van labo Ludwig zal er in Stanford, onder de supervisie van prof. dr. A. Salleo, werken aan de opbouw van een labo dat onder andere gespecialiseerd zal zijn in meettechnieken die de lichtabsorptie van materialen met heel hoge gevoeligheid kunnen meten. Het onderzoek zal zich vooral concentreren op de karakterisatie van moleculaire en polymere transistoren voor elektronica voor grote oppervlakten. Het is van groot belang om de elektronische defectdensiteit van de organische, dunne films te bepalen, om op die manier een beter inzicht te krijgen in het ladingstransport doorheen de filmen en de mate waarin de ladingsdragers gevangen kunnen worden in de voornoemde defecttoestanden. Gevoelige absorptie-

metingen bieden hiervoor een oplossing. Verder zal hij nauw samenwerken met prof. dr. M. D. McGehee, gespecialiseerd in doorgedreven onderzoek naar organische halfgeleiders, nanostructuren gerealiseerd via self-assembly en organische en hybride zonnecellen. Ultranieuwe zonnecelconcepten zullen gefabriceerd worden en getest op hun performantie. Het uitzoeken van de fundamentele processen die aan de basis liggen voor de werking van zulke zonnecellen vormt één van zijn taken. Ideeënperspectief Het mag overduidelijk zijn dat de UHasselt de internationale carrière van zijn onderzoekers moet blijven promoten. Daarvoor moeten alle doctoraatsstudenten in de mate van het mogelijke uitgestuurd worden om ervaring in bevriende en buitenlandse laboratoria op te doen. Enkel op deze manier verbreedt het ideeënperspectief van de betrokken onderzoekers. Samen met een kader om zulke onderzoekers een plaats te geven, kan de goede reputatie van de UHasselt enkel nog verder verstevigd worden. “Het is de bedoeling om een jaar, met een eventuele verlenging tot twee jaar, in Stanford te blijven. Ik heb me altijd goed gevoeld binnen het Instituut voor Materiaalonderzoek en pleit vooral voor het verder uitbouwen van de nationale en internationale contacten met andere instituten en universiteiten. De vruchtbare samenwerking met IMEC vzw in Leuven, die zeker nog vele wetenschappelijke doorbraken zal realiseren in de toekomst, is hier een uitgelezen voorbeeld van”, besluit Ludwig. We wensen hem alle succes! Jean Manca

nUweetjeHet | 


H

et FWO-Vlaanderen, het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen, is een Vlaamse stichting die via allerlei initiatieven financiële middelen toekent aan Vlaamse onderzoekers ter ondersteuning van hun fundamenteel onderzoek. De initiatieven staan open voor alle wetenschappelijke disciplines. De toekenningen gebeuren op basis van wetenschappelijke interuniversitaire competitie.

Meer middelen voor fundamenteel onderzoek De volgende FWO-oproepen staan momenteel open Het FWO-Vlaanderen verleent financiële steun onder de vorm van persoonsgebonden mandaten, projectmatige financiering, reiskredieten, financiering van congressen, samenwerkingsverbanden en prijzen. Het FWO heeft recent de oproep voor het indienen van aanvragen voor Mandaten, Kredieten aan Navorsers en Onderzoeksprojecten gelanceerd. De uiterlijke indiendatum voor de aanvragen is 1 februari 2007, om middernacht. Uitgebreide informatie, volledige reglementen en formulieren zijn on-line beschikbaar op de FWO-website. Op initiatief van Rudy Demotte, Federaal minister van Sociale zaken en Volksgezondheid zal de Federale Regering vanaf 1 januari 2007 de maatregel sociale zekerheid (Wetenschappelijke Maribel) invoeren om de sociale zekerheidsbijdragen van onderzoekers te herinvesteren in nieuwe onderzoeksmandaten. Het FWO heeft ervoor gekozen de instroom van nieuwe mandaten geleidelijk te laten verlopen in de tijd. Voor 2007 betekent dit dat het FWO het aantal toe te kennen aspiranten kan optrekken (momenteel 190 per jaar, verwacht wordt dat dit ongeveer 210 aspiranten/jaar worden). Het aantal postdoctorale onderzoekers zou op ongeveer 170/jaar gebracht kunnen worden (in 2006 was dit nog 140 postdoctorale onderzoekers per jaar). Tegen half januari 2007 verwacht het FWO het exact aantal extra mandaten te kennen. Daarenboven verwacht het FWO tevens een verhoging van de middelen voor de onderzoeksprojecten. Wat dit financieel inhoudt, zal maar tegen de indiendatum van 1 februari 2007 gekend zijn.

 | nUweetjeHet

Mandaten met ingang van het academiejaar 1 oktober 2007 - 30 september 2008 • Aspiranten (voor het voorbereiden van een doctoraat op proefschrift – 2 jaar, 1 x hernieuwbaar) met inbegrip van: • 1 mandaat ‘Paul-Henri Spaak’ (voor onderzoek dat bijdraagt tot een beter begrip van de Europese gedachte), • 1 ‘Grant FWO-Fortis Bank & MeesPierson’ (economische wetenschappen), • 4 mandaten ‘Kom op tegen Kanker’; • Bijzondere Doctoraatsbeurzen (met ingang van 1 september 2007) (voor vastbenoemden buiten het wetenschappelijk onderzoek die een doctoraatsproefschrift binnen het jaar willen afwerken - 1 jaar); • Klinische Doctoraatsbeurzen (2 jaar) (bestemd voor gespecialiseerde clinici voor het afwerken van hun doctoraat); • Postdoctoraal Onderzoekers (3 jaar, 2x hernieuwbaar) met eventuele mobiliteitstoelagen met inbegrip van: • NIH-FWO Postdoctoraal Onderzoeksmandaten voor een verblijf van drie jaar in de USA; • Mobiliteitstoelagen voor Postdoctoraal Onderzoekers in functie; • Fundamenteel Klinische Mandaten (5 jaar, 1 x hernieuwbaar) (bestemd voor gespecialiseerde clinici met doctoraat). Kredieten aan navorsers Het Krediet aan Navorsers is een fonds dat verleend wordt aan een individuele onderzoeker verbonden aan een Vlaamse universiteit, een Vlaamse of federale instelling voor wetenschappelijk onderzoek, of een hogeschool, of aan een onafhankelijke onderzoeker uit de Vlaamse Gemeenschap onder de leiding en de verantwoordelijkheid van een Vlaamse universiteit. De kredieten van minimaal 2.500 euro en maximaal 40.000 euro zijn bestemd ter financiering van apparatuur en/of werkingskosten voor het dienstjaar 2008. Onderzoeksprojecten • Nieuwe aanvragen, aanpassingen en verlengingen vanaf het dienstjaar 2008 (die werking, apparatuur en personeel kunnen omvatten). Voor de algemene projecten is er geen beperking qua thematiek.; • Onderzoeksprojecten betreffende de Nederlandse taal- en cultuurwetenschappen in het kader van het Nederlands-Vlaams Samenwerkingsprogramma; • Odysseusprojecten worden door de onthaalinstellingen voorgedragen. Schenkingen • Krediet ‘Rimaux-Bartier’ Schenking ten bedrage van 12.400 euro voor onderzoek in het kader van de genezing van een tot nu toe ongeneeslijke ziekte; • Krediet ‘Fernand De Waele’ Schenking ten bedrage van 6.200 euro ter aanmoediging van opzoekingen op het gebied van burgerlijke bouwkunde, bij gebrek op het gebied van cancerologie.

Voor onderzoekers aan de hogescholen is het belangrijk om te vermelden dat zij als promotor of zelfs als woordvoerder van een projectvoorstel kunnen fungeren indien zij een aanstelling als ZAP-lid hebben aan de universiteit. Dit laatste is in onze associatie reeds voor enkele hogeschooldocenten gebeurd. Voor meer informatie kunt u terecht bij de dienst Onderzoek en Innovatie (DOI). Ann Peters

nUweetjeHet | 


innovatieparadox verder ontrafeld:

De oplossingen in zicht

Tijdens het colloquium van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB), onder de titel ‘De Innovatieparadox – Wat doet Vlaanderen? Wat doet Europa?’, zochten op 21 november de Vlaamse academische en bedrijfs- en politieke wereld samen met de sociale partners naar oplossingen om resultaten van onderzoek efficiënter om te zetten in socio-economische groei. De Europese plannen voor een Europees Institute of Technology werden afgetoetst aan de Vlaamse behoeften. Zo werden onder meer de zes prioritaire innovatieclusters die de VRWB naar voorschuift, toegelicht als het Vlaamse wapen in de strijd tegen die innovatieparadox.

De Onderlinge Ziekenkas richt aan de UHasselt een tijdelijke leerstoel ‘De Onderlinge Ziekenkas - Preventie’ op. Prof. dr. Neree Claes is aangesteld als titularis van deze leerstoel. Binnen deze leerstoel zal een vernieuwend onderzoeksproject - waarbij de zorgondersteuning centraal staat - rond preventie van hart- en vaatziekten worden uitgevoerd. De installatie van de leerstoel én de voorstelling van het onderzoeksproject vond plaats op 13 december 2006 in Huis De Corswarem.

Jan Figel, Europees commissaris voor onderwijs, toonde zich op het colloquium een hevig pleitbezorger van het EIT, een Europees Technologie Instituut met als doel het innovatiepotentieel en de competitiviteit van Europa te verhogen door de link te versterken tussen onderwijs, onderzoek en innovatie. De sociale partners, bij monde van de SERV pleitten hierbij voor meer bottom up benadering: het bepalen van onderzoeksthema’s eerder dan een sterk centraal gestuurde keuze. De VRWB ging in diezelfde lijn en benadrukte het EIT als brugfunctie zijn tussen wetenschap, bedrijfsleven en maatschappij. Zes clusters In Vlaanderen is er veel hoogstaand onderzoek, maar we kennen een zwakke octrooipositie (en dan nog enkel bij de grote bedrijven). Om deze innovatieparadox te doorbreken, heeft de VRWB, door de raadpleging van 130 experts, de zes clusters bepaald waarin Vlaanderen best zou innoveren om een sterke kenniseconomie uit te bouwen. Wanneer de kennisinstellingen nu investeren in onderzoek in deze clusters (Transport en Logistiek, ICT in gezondheidsdiensten, Gezondheidszorg, voeding, preventie en behandeling, Nanotechnologie en nieuwe materialen, ICT voor socio-economische innovatie en Energie en milieu), en als er een doelgerichte publiek-private samenwerking uitgetekend wordt, kan Vlaanderen binnen tien jaar meelopen in de Europese kopgroep van innovatieve regio’s met een bloeiende kenniseconomie.

 | nUweetjeHet

Eenvoudige regelgeving De verschillende aanwezige bedrijfsleiders, grote namen zowel als KMO’s in volle ontwikkeling, getuigden dat eenvoudige, transparante regelgeving en duidelijke overheidsprioriteiten voor hen essentieel zijn. “De overheid moet ondernemingszin bevorderen en in haar innovatiebeleid proactieve keuzes durven maken. De zes clusters zijn daarbij een sterk en onderbouwd signaal vanuit de leefwereld van bedrijfswereld en kennisinstellingen,” aldus een aanwezige bedrijfsleider. Risico en durf Minister van Onderwijs en Werk Frank Vandenbroucke ondersteunde de visie dat innovatie de sleutel is van langdurig welzijn en welvaart: “Competentieontwikkeling van alle betrokken partijen (vakbonden, onderwijs, onderzoeksinstellingen, bedrijven en overheid) is de sleutel tot een reële vernieuwing en innovatie.”

Installatie Leerstoel

‘De Onderlinge Ziekenkas - Preventie’

Vernieuwend is de ontwikkeling van een elektronisch preventiedossier gekoppeld aan het elektronisch medisch dossier van de huisartsen, waarvan er momenteel 17 verschillende providers zijn. In dit project staat de samenwerking tussen verschillende Limburgse gezondheidsmedewerkers centraal met name paramedici, huisartsen, het Hartcentrum Hasselt en de UHasselt. Daarnaast wordt het project ook ondersteund door de universiteiten van Gent en Brussel. De Limburgse huisartsen zullen in de studie de deelnemers op zijn medische risicofactoren onderzoeken. Vervolgens krijgen de deelnemers toegang tot een gepersonaliseerde preventiewebsite met een gezondheidskalender en drie dossiers (beweging, voeding en roken). Per dossier krijgt de deelnemer informatie, af te nemen testen, een dagboek en is er mogelijkheid tot ondersteuning door een professionele gezondheidsconsulent. Naast de elektronische ondersteuning worden er gezondheidspromoverende events voor de deelnemers georganiseerd. Het geheel wordt gesuperviseerd door een team bestaande uit een cardioloog, geneesheer, een psycholoog en bewegings - en voedingsconsulent. Prof. dr. Neree Claes: “We beogen een gezonder hart door een gezondere levenstijl. Ons doel is om 500 Limburgers gedurende 3 jaren op te volgen. Naast een daling van de medische risicofactoren op hart– en vaatziekten beogen we een gezondere levenstijl door meer beweging, gezondere voeding en rookstop. Hierbij maken we gebruik van nieuwe technologische ontwikkelingen. Om onze doelstelling te bereiken onderkennen we het belang van de samenwerking tussen de verschillende gezondheidsmedewerkers en universiteiten.”

Karel Vinck, Voorzitter van de Vlaamse Raad van Wetenschapsbeleid, sloot dit colloquium af met een duidelijk signaal voor zowel de overheid als de bedrijfswereld: “Innovatie is een risico. Het zijn durvende ondernemers die dit risico nemen. Die zijn er in Vlaanderen, maar we moeten onze Vlaamse kweekvijver vergroten en verdiepen. Zo kan er innovatie van producten en diensten, maar ook van processen en de socio-economische omgeving gerealiseerd worden.” Ingrid Vrancken

nUweetjeHet | 


SAMEN

v e r s t e r k en w e d e i n t e r na t i o na l i se r i n g v an o n z e u n i v e r s t e i t

CID informeert …

Universiteitsfonds Limburg Universiteiten werken meer en meer in een internationale context. Wetenschappelijk onderzoek gebeurt in interuniversitaire en internationale netwerken. Ook het academisch onderwijs, zeker in de master- en doctoraatsjaren, krijgt een internationale dimensie.

Voor het beheer van de examenroosters werd door de cel ISA een nieuwe applicatie ontwikkeld.

Bij het opstellen van een examenrooster wordt er o.a. rekening gehouden met: • de opleidingsonderdelen die in een bepaalde periode geëxamineerd moeten worden • de studietrajecten van de studenten • de uitschrijvingen voor een examen • het soort examen (inhaalexamen, tweedekansexamen,..) • het aanschuifonderwijs van bijvoorbeeld verbredingsvakken • de evaluatie zoals beschreven in de studiegids van betrokken opleidingsonderdeel • de bezetting, grootte en examenopstelling van de lokalen Om al deze faciliteiten mogelijk te maken is er een nauwe integratie met de applicaties omtrent studiegids, lokalen, onderwijsprogrammatie en onderwijsadministratie nodig.

Het Universiteitsfonds Limburg kan met uw steun bijdragen aan deze noodzakelijke internationalisering. Zo verbeteren we de kwaliteit van ons academisch onderwijs en versterken we de internationale dimensie van ons wetenschappelijk onderzoek. Enkele voorbeelden van onze initiatieven: • prijs voor de beste masterproef: binnen een opleiding of specialisatie belonen we de beste masterproef (vroegere eindverhandeling). • internationale excellentiebeurzen: enkele talentvolle buitenlandse studenten krijgen een beurs om hun masteropleiding te financieren. • doctoraatsbeurzen: uitstekende masterstudenten krijgen de mogelijkheid om in een onderzoekseenheid van de Universiteit Hasselt doctoraatsonderzoek te verrichten. • buitenlandse gastprofessoren: toponderzoekers komen aan onze unief wetenschappelijk onderzoek doen en verzorgen opleidingsonderdelen in de masterjaren. Met uw bijdrage kunnen we deze initiatieven SAMEN steunen én versterken.

U kunt uw bijdrage voor 001-2050917-25.

het

Universiteitsfonds Limburg

storten op rekeningnummer

Voor stortingen vanaf 30 euro krijgt u een fiscaal attest.

Via ‘Mijn studentendossier’ kunnen studenten alle examenroosters raadplegen. Zij hebben eveneens toegang tot hun persoonlijk examenrooster: het bevat alle examens van opleidingsonderdelen uit hun studietraject waarvoor ze niet uitgeschreven zijn.

Gefeliciteerd!

Via de website http://www.uhasselt.be/examenroosters zijn de definitieve examenroosters van alle opleidingen publiek beschikbaar.

Op 1 december 2006 vond in het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO) te Mol de jaarlijkse vergadering plaats van de ‘Belgian Ceramic Society’. Tien jonge onderzoekers afkomstig van de Vlaamse en de Waalse universiteiten namen deel aan de ‘Student Speech Contest’: zij gaven een lezing over hun onderzoekswerk.

Daarbij kunnen personeelsleden via het intranet (onderwijs of administratie) onder ‘onderwijsprogrammatie’ de examenroosters raadplegen en alle documenten die hiermee verband houden (bijvoorbeeld spreiding van examens voor de studenten) afdrukken. Elk personeelslid kan zijn persoonlijk examenrooster genereren: het bevat alle examens van opleidingsonderdelen waarbij het personeelslid behoort tot het onderwijs- of surveillantieteam.

An Hardy werd door de jury tot winnaar uitgeroepen. De titel van haar lezing was ‘Exploring the limits of the aqueous solution-gel method: from electroceramic metal oxide powders to nanopatterns’.

Onder onderwijsprogrammatie kan elk personeelslid zijn persoonlijke onderwijsagenda raadplegen van uurroosters en examenroosters. Deze persoonlijke agenda is beschikbaar in een excel-bestand, om zo geïmporteerd te worden in de outlookagenda. De procedure kunt u daar terugvinden. Via de persoonlijke onderwijsagenda is het mogelijk een collega de toestemming te geven om uw persoonlijke agenda te kunnen raadplegen.

De onderzoeksgroep bestaat op dit moment uit vijf postdoctorale medewerkers (prof. dr. Jules Mullens, prof. dr. Marlies Van Bael, dr. Heidi Van den Rul, dr. Kristof Van Werde, dr. An Hardy) en acht doctoraatsstudenten (Jorge Beusen, Ine Truijen, Ilse Haeldermans, Marjoleine Drieskens, Nadia Lepot, Christopher De Dobbelaere, Ken Elen, Alexander Riskin). Van deze doctoraatsstudenten zijn er twee (Marjoleine Drieskens en Nadia Lepot) eveneens verbonden aan de XIOS-Hogeschool en gebeurt de begeleiding samen met prof. dr. Dirk Franco en prof. dr. Roos Peeters.

Voor meer informatie kunt u terecht bij Ilse Saenen, ilse.saenen@uhasselt.be of tel. 8186.

Alle leden van de groep én de hele universitaire gemeenschap zijn uiteraard zeer fier op de prestatie van dr. An Hardy en wensen haar nog vele wetenschappelijke successen toe.

Zij is houder van een post-doc mandaat van het FWO binnen de onderzoeksgroep Anorganische en Fysische Scheikunde van IMO - UHasselt en daarenboven actief als deeltijds docente aan de XIOS Hogeschool.

Marleen Jehaes Jules Mullens

10 | nUweetjeHet

nUweetjeHet | 11


Erika Vandersmissen studeerde Latijn-Moderne Talen en Secretariaat Moderne Talen. Zij werkt sinds 1991 op het secretariaat Internationale Relaties en houdt zich bezig met de instroom en uitstroom van ERASMUS-studenten. Sinds 1997 is zij ook conciërge in de Universitaire Residentie Bosstraat 195. Zij interesseert zich vooral voor vreemde talen, culturen, cultuurverschillen, archeologie en houdt van lezen, muziek en tai chi. Regelmatig trekt zij met pak en zak de wereld rond.

COLUMN

De werkdag van

Aan Mariska

Erika Vandersmissen Dinsdag 21 november 2006 07.10 uur. Het lijkt een rustige dag te worden. De nacht was in ieder geval rustig en blijkbaar waren er geen studentenfuiven. Of is er misschien al sprake van gewenning? Na een snelle kop koffie en een douche begeef ik me naar de postbus. Tussen de uit te delen post en pakketten voor de studenten bevindt zich een brief voor mij. Verdorie … en net nu ik dacht dat ik alle rekeningen betaald had. Blijkbaar zijn de belastingen voor mijn autootje aan mijn aandacht ontsnapt. Soit, zorgen voor vanavond. 08.10 uur. Ik sta op het punt mij naar het werk te begeven. Een zachte klop op de deur. Gaye, één van onze Turkse ERASMUSstudenten staat met een (Nederlandstalig) briefje en een licht verbijsterde blik aan mijn deur. Of ik dit even kan vertalen … Blijkbaar heeft Taxipost zich om 11.30 uur de dag voordien tevergeefs bij haar gemeld om een pakket te leveren. Lijkt me nogal wiedes. Overdag is zij op de campus. Of ik alstublieft voor haar een nieuwe afspraak kan maken met Taxipost want de operator spreekt alleen maar Nederlands. En ik dacht dat in deze tijd van Internationalisering en globalisering iedereen minstens een half woord Engels sprak. 08.45 uur. Oké, op weg naar de campus. Radio KLARA vertelt over haar top 75 van de klassieke muziek. Mijn grootvader zaliger zou erover verbijsterd geweest zijn te horen dat zijn rebelse, oudste kleindochter (jawel, ondergetekende) dan toch uiteindelijk klassieke muziek naar waarde weet te schatten. Tja, “de gustibus et coloribus non disputandum est”... 09.00 uur. De parkeerplaats. Ik hou wel van dit seizoen. De wereld ruikt toch op één of andere manier kruidiger; de kleuren zijn ook uitbundiger. Aha, mijn bureautje. Een vlugge blik uit het raam en ik verwonder mij erover dat de bladeren nog aan de bomen hangen en op korte tijd in een bont allegaartje van kleuren zijn veranderd. Zelfs de eenden hebben het land niet verlaten op

12 | nUweetjeHet

zoek naar warmere oorden. 10.00 uur. Na een snelle blik op mijn e-mailbox en een kort antwoord op een aantal mails volgt een briefingsessie met het diensthoofd over het verloop van de dag. Dr. Bengt Nilsson zal in het kader van de leerstoel Verhaegen een aantal seminaries met de verschillende faculteiten leiden. Bedoeling is om voor elke Faculteit te komen tot een – wat hij noemt – SWOT Light-analyse. Volgens de planning moet ik dr. Nilsson om 13 uur aan Hassotel afhalen en naar de campus brengen. 12.55 uur. Dr. Nilsson staat al te wachten aan het hotel. De indruk die ik vorige week van hem kreeg, wordt hier nog maar eens bevestigd. Hij blijkt een zeer aangename, gemoedelijke man te zijn, van vele markten thuis, met een levendige interesse in Jazz muziek. Onderweg vraagt hij me honderduit over onze campus en internationalisering. En of ik Toets Tielemans ken? Als ik het goed begrepen heb, heeft hij al een keertje gemusiceerd met onze nationale trots. Na een lichte lunch in de metropolis breng ik hem naar het kantoor van professor Broeckmans. 15.00 uur. 11 TEW’ers, de heer Bert Croux en de heer Christophe Minten (oud-student, afgestudeerd aan de vroegere EHL) nemen deel aan het seminarie en er ontstaat een levendige discussie over onze Strengths, Weaknesses, Opportunities en Threats. Jan vraagt mij notities te nemen van het seminarie. 17.30 uur. Ik breng dr. Nilsson terug naar Hassotel. Onderweg vertelt hij voluit over zijn kleinkinderen. We spreken af dat ik hem de volgende dag om 8.30 uur aan zijn hotel kom ophalen. Ik verheug me al op een rustig avondje thuis, met een goede maaltijd en een glas rode wijn, rustig voor de tv … hoop ik … 19.00 uur. Even een telefoontje naar Florida doen. Blijkbaar is het winterseizoen in Florida aangebroken. Ze hebben “ocharme” nog maar een gemiddelde temperatuur van 25°C … ja hoor, wrijf het er maar in … 21.00 uur. ’s avonds, een dringende klop op de deur. Sarka, één van onze buiten-

landse (Praagse) ERASMUS-studenten is van haar fiets gevallen. De eerste blik op haar gezwollen en blauw aanlopende pols en onderarm vertellen me genoeg. Dit wordt gips. We zoeken snel haar Europese Ziekteverzekeringskaart, jas, sjaal en handtas en begeven ons in mijn autootje naar de spoeddienst van het Virga Jesse-ziekenhuis. Bij de balie aangekomen zijn Sarka’s papieren zoek. Gelukkig kennen ze me hier. Ik loods Sarka binnen in één van de behandelruimtes in de spoeddienst. Tot onze opluchting is de behandelende geneesheer één van onze eigen afgestudeerden. Het ijs is meteen gebroken. Ik weet dat Sarka bij hem in goede handen is en begeef me terug naar mijn auto, op zoek naar de portefueille met Sarka’s papieren. De papieren zijn blijkbaar uit haar tas geglipt en hebben zich verschuild onder de passagierszetel. Terug aangekomen bij de balie - met papieren - vertelt de loketbediende me dat de ziekteverzekeringskaart niet volstaat maar dat zij een formulier E-111 nodig heeft. Na veel vijven en zessen slaag ik erin de loketbediende te overtuigen dat het formulier E-111 niet meer wordt uitgereikt binnen de landen die deel uitmaken van het Schengen-akkoord, noch aan de buitenlandse studenten die naar hier komen, noch aan onze eigen studenten die naar het buitenland trekken. Ze bekijkt me met een wijfelende blik maar besluit, na een bevestigend telefoontje met haar diensthoofd, de kaart te accepteren. Onze geneesheer stuurt ons naar de tweede verdieping, radiologie. 20 minuten later valt het verdikt. Een gebroken pols. We worden terug naar de spoeddienst gestuurd waar men haar arm zal spalken. 22.50 uur. Terug in Bosstraat. 00.00 uur. Sarka kan niet slapen en ik ga op zoek in mijn apotheek naar Dafalgan. Ik vind het een beetje zielig voor haar en verzeker haar dat ze zich binnen een aantal dagen vast en zeker beter zal voelen. 00.25 uur. Eindelijk!!! Mijn bed. Voor mijn hoofd het kussen raakt, slaap ik al.

Een nieuw jaar staat voor de deur en dus is het moment er om vooruit te kijken naar nieuwe ontwikkelingen op onze campus. Dat de Rechten er eindelijk komen, dat staat buiten kijf. Uiteraard, zo lezen we In de kijker van de meeste bezochte website in Limburg, moet de NVAO nog een gunstig advies verlenen, maar iedereen voelt aan de ellebogen dat het bijna zover is. Neen lezer, geen verwarring, het gaat hier niet om de Nieuw-Vlaamse Alliantie Ocharme maar wel degelijk om een anagram van de defensieorganisatie dat staat voor Nederlands-Vlaamse Accreditatie-Organisatie (waartegen zowel de genoemde politieke partij als verdragsorganisatie het qua tactiek, slagkracht en redelijkheid volledig moeten afleggen). Dat ze komen zullen we geweten hebben. Tegenover de cultuurschok die deze nieuwe opleiding hier zal veroorzaken is Mei ’68 een lichte koortsaanval, de Belgische revolutie niet meer dan een ietwat uit de hand gelopen caféruzie en de Contrareformatie pezeweverij. We zullen het horen: voortaan begroeten we mekaar op de departementsraden met confrater en niet langer met collega. We spreken ook niet meer over uiteenzettingen maar over mercuriales. We zullen het ook lezen in de conclusies die nota’s vervangen. Deze worden voortaan ook niet meer rondgestuurd maar uitgewisseld en in bepaalde gevallen neergelegd ter griffie (vandaag nog gewoon de beheerder), niet door stafleden maar wel degelijk door concluanten. Feiten worden daarin voorafgegaan door ‘gelet op’ en argumenten door ‘overwegende dat’. Maar vooral, we zullen ons anders gedragen. Versta: fatsoenlijker! We kregen al een veelzeggend voorsmaakje. Zo lazen we in een provinciale kwaliteitskrant dat onze kordate vicerector de minister van Defensie bij oekaze verbood om Tanja Dexters als paaldanseres mee te nemen naar ‘onze jongens in den vreemde’. Juist, als ABL-oudgediende kan ik beamen dat onze jongens geen nood hebben aan palen maar wel aan performante Houwitsers, wollen ondergoed, voedzame C-rantsoenen, en CA-rubbermateriaal. Maar de vicerector ontwikkelde ook een dimensie in haar redenering die dit louter materiële overstijgt. Met “Flahaut moet rekening houden met een aantal gevoeligheden, gelet op de echtgenotes thuis of de vrouwelijke soldaten ter plekke” motiveerde ze immers haar vonnis. Bij de redactie van deze uitspraak met verstrekkende gevolgen nam het Schoon Verdiep ook het volgende argument in overweging: “Uiteraard heeft niet iedereen het er moeilijk mee, maar sommige dames zouden zich zeker gekwetst voelen. Vergelijk het met andere mannelijke werkomgevingen waar steeds meer vrouwelijke werknemers terechtkomen. Niet alle dames zullen klagen over pin-ups aan de muur, maar een aantal zal gechoqueerd zijn.” En groot gelijk heeft de vicerector alweer. Als begin van bewijs verwees ze naar analogie van de genaamde Lore die Tom Boonen verliet nadat mediaonderzoek aantoonde dat de geïllustreerde wielerbladen massaal afname vonden bij dames. Zeker de foto’s over de wijze waarop de voormalige wereldkampioen in massaspurten, na penetratie in de schoot van het peloton, zijn sportieve potentie explosief ontlaadde in een aanwijsbare climax op de meet, vormden belastend bewijsmateriaal. Neen, posters van Tanja Dexters kunnen niet meer door de beugel. Een foto op de koelkast in de koffiekamer van Tia Hellebaut die over de lat (tussen de palen!) wipt, kan nog net (over Kim Gevaert worden nog volop samenvattende conclusies uitgewisseld). En eventueel mogen onze jongens tijdens de Olympische Spelen kijken naar de kwalificatieronden en finales beach volley dames, overwegende dat hier enkel sportieve motieven meespelen en gelet op het feit dat deze maar om de vier jaar plaatsgrijpen. Uit indiscreties vernamen we voorts dat de Vakgroep Talen lastens het rectoraat bij de redactie van de ‘Dikke’ Van Dale alles in het werk moet stellen om in de volgende editie de tweede betekenis van het woord ‘beffen’ te schrappen. ‘Beffen’ is voortaan nog enkel de meervoudsvorm van de ‘om de hals bevestigde, over de borst neerhangende al of niet geplooide witte doek of strook, m.n. zoals predikanten, hoogleraren, rechters en advocaten in ambtsgewaad dragen’ (Van Dale). Reden voor deze ingreep: vooruitlopende op de komst van de Rechten bestelde het rectoraat een paar honderd van die doekjes bij Stijn Helsen om de toga’s van het academisch personeel te orneren en het Schoon Verdiep wil vicieuze grappenmakers daarbij te snel af zijn. Zuster Monica (in vol habijt) stelt het kleinood overigens (plechtig) voor tijdens het nieuwjaarsprogramma van TVL, en niet Roos van Acker (in Evakostuum) zoals aanvankelijk geprogrammeerd. Kortom, de fatsoensgrens is aan deze instelling bereikt. Dat staat als een paal boven water! P.O. Werpoint 1

Naschrift: eigenlijk was op deze ruimte een huldebetoon voor Mariska Verez (1947-2006) voorzien maar de voltallige redactieraad geraakte, door toedoen van de nieuwe fatsoensnormen, niet door de keuze tussen een foto daterende van de Venus-periode en een meer recenter exemplaar. Dan maar noodgedwongen uit een andere Inkpot getapt.

Voor niet-ingewijden, CA staat voor Capote Anglaise

nUweetjeHet | 13


“Zonde van de tijd”

Sinterklaas doet ‘blijde intrede’ op onze agora

Leren vanuit een economisch perspectief Investeren in onderwijs staat bij menige politieke partij hoog op de agenda. Prof. dr. Lex Borghans stelde in zijn oratie, waarmee hij op 1 december het ambt van hoogleraar Arbeidseconomie en Sociaal Beleid aan de Universiteit Maastricht aanvaardde, zijn vraagtekens bij het nut van investeren in meer onderwijs in zijn huidige vorm. “Voor elke twee uur die we werken besteden we een uur aan leren. Als we nog meer tijd aan leren gaan besteden zal er steeds minder tijd overHij pleit dan ook voor een economische afweging van de inhoudelijke keuzes die in het onderwijs worden gemaakt, zodat de maatschappij optimaal kan profiteren van de investeringen in kennis. “De keuzes die vanuit een economische invalshoek worden gemaakt, zijn niet altijd de keuzes van iemand die zoveel mogelijk en zo goed mogelijk wil leren.”

blijven om te werken. Er blijft dus steeds minder tijd over om de dure investeringen in onderwijs terug te verdienen”, aldus Borghans.

Keuzes maken Volgens Borghans is niet alleen de vraag of we meer tijd moeten besteden aan onderwijs en leren belangrijk. “We moeten ons ook afvragen wat we willen leren, hoe we dit willen leren en wanneer dit het beste kan. Hierbij gaat het om een economische afweging. Als we tijd besteden om het ene vak te leren, is er op dat moment geen tijd voor een ander vak. Als we naar een cursus gaan zijn we niet aan het werk.”

26 november, dag van spanning Hartjes kloppen, razendsnel Rode blosjes op de wangen Jarenlang hetzelfde spel De Sint is weer in ’t land Geeft cadeautjes met gulle hand Aan wie zoet was, groot of klein Suikergoed en marsepein Schoentjes werden er gezet Veel gezongen, dolle pret Wortel, stro, een suikerklont Maken ’t paard z’n buikje rond Hard gebons op vele deuren Vol verwachting, ’t gaat gebeuren! Dansen, springen, grijpen maar Pakjes hier en pakjes daar Heel tevreden en vermoeid Uitgepakt en uitgestoeid Naar de rommel niet gekeken Gauw naar huis, naar bed en onder de deken Heerlijk dromend nágenieten Lieve Sint en zwarte pieten Kinderhartjes, lief en teer Vragen immers niet veel méér

Aan de hand van enkele voorbeelden laat hij zien dat van jong tot oud keuzes moeten worden gemaakt: • Als kinderen eerder beginnen met leren lezen en schrijven steken ze minder op. Vele jaren later is het verschil nog merkbaar. Toch hoeft dit voor hen geen nadeel te zijn. Doordat ze eerder begonnen zijn, zijn ze ook eerder klaar en kunnen ze dus eerder gaan werken of langer doorstuderen. • Op de basisschool wordt – mede als gevolg van de klassenverkleining – steeds meer tijd besteed aan individuele instructie. Hierdoor gaat veel lestijd verloren. Het is de vraag of de voordelen van persoonlijke aandacht opwegen tegen de grote reductie van lestijd. Gezelligheid in de klas lijkt ook steeds belangrijker te worden. Uit een steekproef op een basisschool blijkt dat 18 procent van de lestijd besteed wordt aan zaken die niet gepland stonden op het lesrooster. Dat is over de hele basisschooltijd bezien meer dan een jaar. • De laatste tijd wordt veel belang gehecht aan levenslang leren. De meeste argumenten voor levenslang leren zijn feitelijk argumenten voor leren in het algemeen. De basisregel voor onderwijs zou daarom moeten zijn: hoe eerder hoe beter. Uit onderzoek blijkt dat veel mensen die later in hun leven nog onderwijs gaan volgen dit doen omdat ze achteraf vinden dat ze toen ze jong waren de verkeerde keuze hebben gemaakt. Jaarlijks gaat er 5,7 miljard euro verloren doordat studenten langer studeren dan nodig is en een tweede opleiding gaan volgen. Goede studie- en beroepskeuzevoorlichting is daarom van groot belang. Innovaties De hoogleraar pleit er voor om veel meer gegevens over het onderwijs te bewaren, zodat de langetermijneffecten van onderwijs geanalyseerd kunnen worden. “Deze inzichten zullen van groot belang zijn om doelgerichte innovaties in het onderwijs door te kunnen voeren”, aldus Borghans. “Daarnaast is het voor de verdere innovatie van het Nederlandse onderwijs van groot belang om systematisch te experimenteren met de opzet van het leerproces.” Ingrid Vrancken

14 | nUweetjeHet

nUweetjeHet | 15


C

o

l

o

f

o

n

nUweetjeHet is een interne nieuwsbrief van,

voor en door UHasselt-personeelsleden. Redactieraad: Luc De Schepper | Betty Goens | Geert Molenberghs | Marjan Vandersteen | Mieke Van Haegendoren Eindredactie: Ingrid Vrancken | communicatieverantwoordelijke UHasselt Vormgeving: Gisèle Doise | grafisch medewerkster UHasselt Fotografie: Marc Withofs| fotograaf UHasselt | en anderen Druk: Repro | Drukkerij UHasselt Verantwoordelijke uitgever: Marie-Paule Jacobs | beheerder UHasselt Universiteit Hasselt | Campus Diepenbeek Agoralaan | Gebouw D | BE-3590 Diepenbeek


NuweetjeHet-04-0607  

2006 2007 N°04 15 december 2006 • Dag van het Onderzoek • Matchmaking Day • Jonge UHasselt-onderzoeker naar Stanford • Leerstoel ‘De Onderli...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you