Page 1

Zweefvliegen in Twente -

Thermieken boven de Lonnekerberg


Inhoudsopgave • Ten geleide • Zweefvliegen sinds 1935 op Twente • De TZC in 2012 en verder • De huidige locatie • Visie en missie • Zweefvliegen: wedstrijdsport, recreatie en toerisme • Zweefvliegen en natuur • Zweefvliegen en luchtruim • De toekomstige locatievariant • Ruimte en infrastructurele behoefte • Samenvatting en conclusie • Lijst van gebruikte afkortingen en begrippen

2


Ten geleide Deze brochure heeft tot doel al diegenen die direct of indirect te maken hebben met het zweefvliegen op het vliegveld Twente duidelijk te maken waarom de Twentsche Zweefvlieg Club (TZC), actief op Vliegveld Twente sinds 1935, het verdient daar te blijven, nu de Koninklijke Luchtmacht de Vliegbasis Twenthe* verlaten heeft. De media hebben veel gepubliceerd over een mogelijke commerciële luchthaven in het groen op het Vliegveld Twente, met de voordelen daarvan voor de economie, de werkgelegenheid en het milieu in de regio. De TZC steunt deze doelen, maar tekent daarbij aan dat zij het ten volle verdient haar eigen plaats te behouden op het Vliegveld Twente. Zweefvliegen is een bij uitstek milieuvriendelijke sport. Met een lier wordt een zweefvliegtuig praktisch geruisloos in de lucht gebracht, waarna het puur met atmosferische energie (thermiek) zijn weg vervolgt. Een enkele maal wordt gebruik gemaakt van een sleepvliegtuig. Dan wordt een route gevlogen die de omgeving geen overlast bezorgt. De sleepvlucht wordt zo kort mogelijk gehouden. Thermisch is dit deel van Twente gunstig door zijn bodemgesteldheid en klimaat. Qua luchtruim bestaan nu geen grote belemmeringen. Dat is in het westelijke deel van Nederland wel anders. De TZC heeft door haar centrale huisvesting tussen de drie steden Enschede, Hengelo en Oldenzaal een groot gebied van waaruit haar leden, en vooral de jongeren, makkelijk het veld kunnen bereiken. Opvallend is hoe gasten, die een dagje, of een deel ervan, het zweefvliegen meemaken, het zweefvliegen omarmen. De TZC hoopt in de toekomst meer gasten te kunnen ontvangen door vereenvoudigde toegangsregels voor het veld. De TZC heeft als missie het opleiden tot gebrevetteerd zweefvlieger. Wedstrijdvliegen wordt gestimuleerd. Jaarlijks wordt een tiental examens afgenomen voor het zweefvliegbewijs, volgens landelijke normen. Instructie en bijvoorbeeld het onderhoud van het materieel gebeuren door onbezoldigde, wettelijk gekwalificeerde instructeurs en technici, allemaal leden van de vereniging. De TZC bezit acht zweefvliegtuigen, een motorzwever en twee lieren. Daarnaast is er nog een tiental zweefvliegtuigen in privé bezit. Jaarlijks worden in clubverband ongeveer 3000 starts gemaakt en zo’n 1200 uren gevlogen. Enkele van de TZC-leden behoren tot de nationale en zelfs tot de wereldtop van het wedstrijd-zweefvliegen. Naast het vliegen speelt binnen de TZC het sociale aspect een rol. De club heeft daartoe zelf haar clubhuis gebouwd. De TZC telt zo’n honderd enthousiaste leden. Dit getal is gelukkig stabiel. Veel door de TZC opgeleide jongeren hebben al een carrière in de luchtvaart gevonden als civiel of militair vlieger, of bijvoorbeeld als luchtvaarttechnicus. De TZC stelt op goede gronden dat de vereniging op het Vliegveld Twente moet kunnen blijven vliegen, ook als een deel van het veld commercieel geëxploiteerd wordt. Het zweefvliegen kan dan het beste plaats vinden op een ’strip’ die parallel aan de hoofdbaan ligt en op enige afstand ervan. Details moeten ten tijde van het schrijven van deze inleiding nog ingevuld worden. Mocht de commerciële luchthaven niet doorgaan, dan ligt het des te meer in de rede om een deel van het terrein te reserveren voor het zweefvliegen. Door de huidige ruimtelijke regelgeving en door de diverse bestemmingplannen is verhuizen voor de TZC geen reële optie. Namens het bestuur van de TZC, Frans Backhuijs, voorzitter januari 2012 * In deze brochure wordt uitgegaan van de toponiem Vliegveld Twente. De Koninklijke Luchtmacht hanteerde van oudsher haar eigen toponiem Vliegbasis Twenthe.

3


Zweefvliegen sinds 1935 op Twente Een groep Twentse industriëlen vat in 1928 het plan op om een vliegveld te laten aanleggen. Een terrein van ca. 800 x 800 meter, gelegen aan de Oude Deventerweg in de gemeente Lonneker wordt daarvoor verworven. De Nederlandse Heidemaatschappij krijgt de opdracht om deze 64 ha te egaliseren, te draineren en van een grasmat te voorzien. In het voorjaar van 1931 heeft de NV Luchtvaartterrein Twenthe dan de beschikking over een vliegveld. De opening wordt gedurende een week gevierd met een vliegfeest waarbij 3000 mensen zich laten rondvliegen. De TAC, de Twentsche Aero Club, wordt opgericht. Vanaf juni 1932 onderhoudt de KLM een dagelijkse vlucht tussen Schiphol en Twente. Als in 1929 de KNVvL zich oriënteert op de mogelijkheid om in Nederland de zweefvliegsport te introduceren, is in Duitsland in datzelfde jaar met een zweefvliegtuig al een vlucht van 100 km gemaakt. In de daarop volgende jaren komt het zweefvliegen ook in ons land snel van de grond. De TAC krijgt veel belangstelling van luchtvaartenthousiastelingen. Uit haar geledingen en met haar steun wordt in oktober 1935 de Twentsche Zweefvlieg Club opgericht. Na ruim 75 jaar, is de TZC de oudste nog bestaande gebruiker van het vliegveld. Het eerste zweefvliegtuig van de club is een Zögling, een eenvoudig houten open toestel. Maar de aspiraties liggen hoger en de leden bouwen zelf een Grunau Baby II, de PH-29. Op 2 februari 1936 doopt mevrouw M.G. Van Heek-Roelvink dit vliegtuig en geeft het de naam ‘Houtduif’. De gunstige ligging en outillage van het veld worden zo hoog gewaardeerd door de toenmalige Bond van Nederlandse Zweefvliegclubs, dat zij besluit om er in 1936 de eerste nationale kampioenschappen te organiseren. De TZC zorgt voor de veldorganisatie. Jhr. Boreel vliegt een afstand van 39 km en wint de door de heer van Heek beschikbaar gestelde wisseltroffee ‘Het zilveren zweefvliegtuig van Twente’. Dan dienen zich de oorlogsjaren aan. Zweefvliegen wordt na mei 1940 verboden. In 1946 komt de TZC gelukkig weer tot leven. Twaalf leden onder voorzitterschap van Jan Eitink krijgen het voor elkaar om weer te gaan zweefvliegen. Ze beschikken nog over de ‘Houtduif’, die gedurende de oorlog in een schuur was verstopt. De club krijgt van de KNVvL, uit een bouwopdracht aan Fokker, enkele ESG’s in huur ter beschikking en een tweezits Goevier, de PH-211. Maar er volgen moeizame jaren. Het ledental blijft laag en soms wordt gedacht aan opheffing van de club.

Op 1 oktober 1935 werd met ruggesteun van de TAC (Twentsche Aeroclub), de Twentsche Zweefvliegclub opgericht. Op de foto onthult Mevrouw van Heek-Roelvink de door leden in eigen beheer gebouwde Grunau Baby ‘Houtduif’

4


Na een dieptepunt in 1956 met nog maar 12 leden en 336 starts keert het tij. De KNVvL en het Rijk sluiten een overeenkomst met het doel om het zweefvliegen te stimuleren. Men besefte ook toen terdege dat uit de gelederen van de jonge zweefvliegers niet alleen toekomstige civiele- en militaire vliegers gevonden konden worden, maar bijvoorbeeld ook hoog gekwalificeerde technici en verkeersleiders. In 1974 schaft de club een kunststof zweefvliegtuig aan, een standaard Cirrus, de PH- 459. Een dergelijk hoogwaardig vliegtuig biedt de meer ervaren leden de mogelijkheid om zich te meten met de top van de Nederlandse wedstrijdzweefvliegerij. In die tijd wordt ook voor het eerst gesproken over een motorzweefvliegtuig. Dit type biedt de mogelijkheid om zonder lier of sleepvliegtuig de lucht in te gaan. Het toestel is geschikt voor de elementaire opleiding en voor het maken van langere overlandvluchten. In 1979 wordt er een Scheibe SF-25C Falke aangeschaft met de registratie PH-678. Het toestel maakt nu (2012) nog deel uit van de vloot. In de loop van de jaren wordt de vloot uitgebreid en door de ontwikkelingen in de tijd worden de oudere ‘kisten’ van hout en linnen vervangen door modernere typen van kunststof met veel betere vliegprestaties. Maar daarmee wordt de techniek ook complexer. De club prijst zich gelukkig dat er onder haar leden diverse mensen zijn met de officiële kwalificatie om vliegtuigonderhoud te mogen uitvoeren. Het is duidelijk dat alleen met een actieve opstelling van de leden het zweefvliegen betaalbaar kan worden gehouden. Heel bijzonder is het, dat de TZC in 2010 op vliegveld Twente de gastheer voor de Nederlandse kampioenschappen zweefvliegen kon zijn. Dat viel samen met het vieren van het 75-jarig bestaan van de TZC. Voor de allereerste keer werden deze wedstrijddagen in 1936, één jaar na de oprichting van de TZC, ook al op Twente georganiseerd.

5


De TZC in 2012 en verder De TZC is een vereniging die tot doel heeft de zweefvliegsport in al zijn facetten door haar leden te laten beoefenen en de zweefvliegsport in het algemeen te bevorderen. De TZC is een sportvereniging, aangesloten bij de KNVvL*, die onder de koepel van NOC*NSF valt. Tot op heden is de TZC niet of nauwelijks gesubsidieerd door de lokale overheden. Op basis van veel vrijwilligerswerk en zelfwerkzaamheid wordt geprobeerd de sport betaalbaar te houden, zodat deze voor een breed publiek toegankelijk blijft. Voorkomen moet worden dat het zweefvliegen een elitaire en kostbare sport wordt. Voor ongeveer 65 euro per maand kan men zoveel vliegen als men wil. Bij die prijs is lesgeld en gebruik van materiaal inbegrepen. Voor jeugdleden geldt uiteraard een lager tarief. De activiteiten van de TZC zijn veelzijdig. • De volledige opleiding voor het halen van het zweefvliegbrevet wordt binnen de TZC verzorgd. De instructie wordt gegeven door eigen leden die daartoe bevoegd zijn. Dit geldt ook voor het opleiden van instructeurs en technici. Alle theoretische en praktische eisen en examens zijn landelijk geregeld door de koepelorganisatie KNVvL. Het spreekt voor zich dat het Ministerie van Infrastructuur en Milieu hier toezicht op houdt. • Ruim 100 mensen zijn, vaak decennialang, aan de TZC verbonden, waarvan ongeveer 80 actief vliegende mannen en vrouwen. • De huidige vloot van club- en privévliegtuigen is zeer divers, waarbij een enkele is uitgerust met een hulpmotor. Deze zogenaamde turbo’s maken gebruik van een lier- of sleepstart, maar kunnen, bij gebrek aan thermiek, met uitgeklapte motor terugvliegen naar het veld. De clubvloot bestaat uit acht zweefvliegtuigen enevenals een motorzwever. Het is een zeer moderne kunststof vloot, die bestaat uit 2 tweezitters voor het geven van instructie, 2 eenzitters voor de beginnende zweefvlieger en 2 eenzitters evenals 1 tweezitter voor de gevorderde zweefvlieger. Daarnaast vliegt de club nog met een, door leden gerestaureerd, houten zweefvliegvliegtuig. • • • •

Het starten geschiedt door middel van een lier en incidenteel door het opslepen achter een sleepvliegtuig. De TZC bezit twee lieren. De TZC beschikt over een hangar waarin de volledige clubvloot gemonteerd gestald kan worden. Het vliegbedrijf zelf vindt plaats op de zweefvliegstrip. De strip is ongeveer 1350 meter lang en ca. 150 meter breed.

Wat doet de TZC nog meer? • • • •

Naast opleiding en training het geven van lezingen en cursussen. Het organiseren van en deelnemen aan wedstrijden. Overlandvliegen, met aansluiting op het thermisch goede Duitse achterland. Onderhoud van het materieel door eigen, door de overheid erkende technici.

6


De huidige Locatie Het 80-jarige vliegveld is de langste tijd als militaire vliegbasis gebruikt: vanaf de bezetting door de Duitse Luftwaffe in 1940, met een korte onderbreking vlak na de oorlog, tot 2007, toen de Koninklijke Luchtmacht van Twente vertrok. Van 1931 tot en met 1939 was het een burgerluchthaven met o.a. een KLM-lijndienst naar Schiphol. Vanaf 1953 was burgermedegebruik weer toegestaan op het militaire veld. Met de in 1966 gestarte NLM-vluchten naar Amsterdam (deels via Groningen) begon een bloeiperiode in het civiele medegebruik. Veel regionale bedrijven maakten toen voor hun zakenreizen gebruik van de NLM-vliegtuigen. In 1970 werd ook begonnen met chartervluchten. Eerst waren er de vluchten voor onder meer FC Twente, later kwamen toeristische vluchten en vluchten voor orgaantransport. Ondanks dat het inkomende vliegverkeer, het militaire verkeer en het civiele charter- en zakenverkeer nu (2012) voorlopig gestopt zijn, wordt er nog wel degelijk gevlogen op Twente! Dit gebeurt door ‘lokale’ gebruikers, zoals de Nederlandse Academie voor Verkeersvliegers (NAV), de Vliegclub Twente (VCT), de Twentse Radio Modelbouw Club (TRMC) en, uiteraard, de Twentsche Zweefvlieg Club.

7


Visie en missie Op het moment van schrijven van deze brochure (januari 2012) speelt voor de TZC vooral één belangrijke zaak: het kunnen blijven opereren op het Vliegveld Twente. Locaties buiten het vliegveld bestaan misschien wel, maar die zijn allen alleen mogelijk via een resultaatverplichting van de overheid, ook met betrekking tot de benodigde vergunningen en de diverse bestemmingsplannen. De TZC behoort tot de eerste gebruikers van het veld. De TZC ziet reële mogelijkheden voor zweefvliegen op Twente, zowel in combinatie met een commerciële operatie, als zelfstandig, indien commerciële operatie niet haalbaar zou blijken te zijn. Samenwerking met andere kleine luchtvaartgeoriënteerde bedrijven en instellingen is daarbij goed denkbaar. De internationale regelgeving van de International Civil Aviation Organisation (ICAO*) voorziet in een parallel gebruik van een vliegveld door een commercieel en een sportief bedrijf. Daar bestaan, ook in Europa, ruimschoots voorbeelden van. In alle gevallen zal het zweefvliegen, net als nu, plaats vinden in harmonie met de lokale natuur en de ruimtelijke ordening. De TZC is zich bewust van haar sociale functie. De opleiding tot zelfstandig zweefvlieger wordt door eigen instructeurs belangeloos verzorgd. Praktisch, op het veld en in de lucht, en theoretisch in de briefing room van het clubhuis. Het is daarbij opvallend hoe jongeren de discipline aanleren die een integraal deel is van het zweefvliegen, en van het vliegen in het algemeen. De opgedane ervaring en discipline zijn in latere carrières gebleken van groot nut te zijn. Het onderhoud van het materieel wordt evenzo belangeloos door eigen leden verzorgd. Opleiding en onderhoud volgen natuurlijk de nationale en Europese regelgeving. Naast het vliegen en het ’sleutelen’ kent de TZC een florerend verenigingsleven in haar – zelfgebouwd - clubhuis ‘t Cumultje, waar vergaderd wordt, de inwendige mens verzorgd wordt en waar op clubavonden presentaties gegeven worden. Voor haar voortbestaan op Twente ziet de TZC twee varianten. Een waarbij parallel aan de hoofdbaan gevlogen wordt, uiteraard in nauwe coördinatie met het commerciële verkeer, en een op een nader te bepalen plek op het veld, waar dan geen commerciële activiteiten zijn. In beide gevallen zal zeven dagen per week gevlogen kunnen worden. Dat zal een grote verbetering betekenen ten opzichte van het vliegen op de militaire Vliegbasis Twenthe, waarop de TZC slechts buiten de militaire openingstijden kon vliegen. De TZC is de Koninklijke Luchtmacht overigens dank verschuldigd voor de plezierige samenwerking in het verleden. In beide varianten zal bekeken moeten worden of het nodig is de hangar met werkplaats, de open garage van het rollend materieel en het clubhuis te verplaatsen, wat natuurlijk in principe mogelijk is, maar niet goedkoop. In de relationele sfeer wil de TZC graag de banden met de buren verder aanhalen, zowel de echte ‘naobers’ als die op het vlak van kennis en economie, zoals de UT, Saxion en de industrie. Als het Vliegveld Twente een puur groen veld zou worden zal het de TZC bovendien een eer zijn open te staan voor bezoekers. Op andere velden is gebleken dat het zweefvliegbedrijf geschikt is voor uitstapjes. Natuurlijk zouden introductiestarts met belangstellenden gemaakt kunnen worden. De ervaringen daarmee tot nu toe opgedaan zijn bijzonder goed. In het verleden moest de TZC uitwijken naar andere velden, veelal in het buitenland, voor het houden van kampen. Dat zal bij permanent vliegen op Twente niet meer nodig zijn. In het verleden konden op Twente mondjesmaat wedstrijden gehouden worden. Vooral als de TZC op het puur groene Twente zou kunnen blijven vliegen zou deze mogelijkheid veel beter benut kunnen worden. Interessant is dat het zweefvliegen, naast een topsport, ook een breedtesport is. Het landschap van Twente is, thermisch gezien, gunstig. Het zou ronduit jammer zijn die mogelijkheid onbenut te laten.

8


Zweefvliegen, wedstrijdsport, recreatie en toerisme Zweefvliegen is zowel een breedtesport als een topsport. Binnen de TZC worden beide beoefend. Alleen al Europa kent meer dan 80.000 zweefvliegers en 22.000 zweefvliegtuigen. Jaarlijks worden miljoenen kilometers geluidloos afgelegd. In het seizoen wordt in bijna elk land een aantal wedstijden georganiseerd, voor diverse klassen van zweefvliegtuigen. Elke twee jaar worden onder auspiciën van de Fédération Internationale Aéronautique wereldkampioenschappen gehouden. Een paar voorbeelden van prestaties. Wereldrecords: hoogte: 15.460 m, afstand: 2257 km, snelheid over een driehoek van 500 km: 195 km/h. Nederlandse records: hoogte 6000 m, afstand: 1009 km, snelheid over een driehoek van 500 km: 99 km/h. Dat de Nederlandse records beduidend lager liggen dan de wereldrecords wordt veroorzaakt door de minder gunstige klimatologische omstandigheden. • Bezoekers de gelegenheid bieden om eens een vlucht in een zweefvliegtuig mee te maken maakt deel uit van onze toekomstplannen. Het behouden van een zweefvliegende functie is natuurlijk een unieke combinatie ten gunste van dagrecreatie en toerisme. • Meerdere dagen per week vliegen voorziet ook nog in andere mogelijkheden. Het is al jarenlang gebruikelijk dat zweefvliegclubs zogenaamde zweefvliegkampen organiseren, vaak in het buitenland. In de toekomst zullen andere zweefvliegclubs de mogelijkheid hebben om op Twente een kamp te organiseren. In dat kader is het dan overigens wel van belang dat er een kleine campingfaciliteit aanwezig is om deze vliegers onderdak te kunnen bieden. • Met het behoud van Twente als zweefvliegveld behoudt de provincie Overijssel naast Lemelerveld (‘Salland’) nog maar twee zweefvliegvelden. Voor degenen in de provincie Overijssel die de zweefvliegsport willen beoefenen zou het verdwijnen van Twente een groot probleem worden omdat er zich in de directe omgeving van de stedendriehoek Enschede-Hengelo-Oldenzaal geen zweefvliegmogelijkheden voordoen. Ruim 90% van de leden is woonachtig in dit gebied. Een zweefvliegveld is een mooie toeristische trekpleister. Vliegen blijft de mens immers aantrekken. En wat is er nu mooier dan die grote stille vogels te zien opstijgen en landen?

9


Zweefvliegen en natuur Deel uitmakend van de ecologische hoofdstructuur zal een groot deel van de voormalige vliegbasis natuurterrein blijven en worden. Het is bekend dat de flora en fauna op het terrein van de vliegbasis welig tieren. Dieren voelen zich er thuis en zijn feitelijk beschermd tegen de mens omdat het terrein niet of slechts beperkt voor publiek toegankelijk is. Er is niets mooiers dan het samen vliegen met de buizerds en vroeg in de morgen nog reeën op de strip te zien grazen. Het grote voordeel van de zweefvliegsport is dat de belasting voor milieu en omgeving minimaal is ten opzichte van de gemotoriseerde luchtvaart. Recentelijk is door het Bureau Waardenburg BV* ook voor Twente vastgesteld dat de kleine luchtvaart, ook het zweefvliegen, harmonieus samengaat met de belangen van Natura 2000. Ruim 90% van de starts wordt gemaakt met de vrijwel geruisloze liermethode. De vliegtuigsleepmethode wordt toegepast in het kader van de opleiding en als het bijzonder druk is. De zweefvliegtuigen zelf brengen geen geluid voort. Geluidsbeperkende maatregelen zijn genomen om de overlast bij het vliegtuigslepen tot een minimum te beperken. Dat zweefvliegen in natuurgebieden mogelijk is wordt al decennialang bewezen. Sterker nog: voor zover de clubs niet vliegen vanaf een militaire vliegbasis wordt in bijna alle gevallen gevlogen vanaf een zweefvliegterrein dat midden in de natuur ligt. Voorbeelden hiervan zijn o.a. de velden Terlet bij Arnhem, Lemelerveld (Salland) bij Raalte en Venlo en Schinveld in Limburg. Een ander, niet onbelangrijk aspect van deze tijd is het milieuvriendelijke karakter van deze sport oftewel ‘groene luchtsport’. De milieu- en geluidsbelasting van het zweefvliegen zijn verwaarloosbaar gering en zijn derhalve goed te combineren met locaties in de natuur. In Nederland is daar een aantal voorbeelden van waar natuur, milieu en zweefvliegen op een harmonische wijze samengaan. Daarvoor wordt verwezen naar de ELZC* in Limburg en de EZZC* in Noord-Holland In de ons omringende landen is die integratie al veel verder tot stand gebracht. Die ervaringen zijn gebundeld in een handboek daarover. Zie daarvoor onder andere het handboek van de DAeC*. Omdat deze zogenaamde groene velden in (beschermde) natuurgebieden liggen worden er duidelijke afspraken gemaakt met de gemeenten, provincies en de eigenaren van het terrein. De eigenaar is vrijwel altijd de gemeente of één van de provinciale landschapsstichtingen, of in Nederland Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer. In goed overleg tussen natuurorganisatie(s) en de club worden afspraken gemaakt over het beheer. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om maaien en toegang tot het terrein in het kader van de veiligheid.

10


Zweefvliegen en luchtruim Zweefvliegers vliegen volgens de zogenaamde Visual Flight Rules (VFR). Daar zijn internationale regels voor. Zo moet een VFR-vlieger er zelf voor zorgen dat hij voldoende afstand bewaart tot andere vliegtuigen. Dat houdt minima in ten aanzien van het weer. Zo moet het zicht 8 km bedragen en moet 1,5 km horizontaal, resp. 300 m afstand verticaal tot de wolken bewaard worden. Deze regels worden in acht genomen wanneer een zweefvlieger in de kolommen relatief warme lucht (‘thermiek’) stijgt, vaak met 2,5 meter per seconde en meer. De instraling van de zon en de bodemgesteldheid zijn bepalend voor het ontstaan van thermiek. De leden van de TZC prijzen zich gelukkig tot nu toe in een thermisch gunstig gebied te kunnen opereren. Zweefvliegen komt eigenlijk neer op stijgen in thermiek en dan de gewonnen hoogte omzetten in afstand. Naast lokale oefenvluchten, die uren kunnen duren, worden zo op goede dagen grote afstanden afgelegd. Driehoeksvluchten van 100 tot zelfs 500 km zijn hierbij normaal. Het zal duidelijk zijn dat dan in gebieden gevlogen wordt die allemaal open staan voor het zogenaamde (VFR) overlandvliegen. Rond het gebied dat bedoeld is om lokaal te vliegen op Twente – de zogenaamde Control Zone (CTR) – bevinden zich zogenaamde Terminal Areas (TMA) waar de TZC VFR kan vliegen, tot een hoogte van 1950 meter, in de weekends zelfs tot 2850 meter. Natuurlijk moeten gebieden met militaire activiteit vermeden worden. Ook naar Duitsland bestaan goede mogelijkheden. Zo ontplooien veel Twentse zweefvliegers zich tot de niveaus van het nationale, Europese en zelfs mondiale zweefvliegen. Niet onvermeld mag hier blijven de druk die de commerciële luchtvaart oplegt aan de sportluchtvaart, door het opeisen van meer en meer luchtruim waar dan niet meer VFR gevlogen mag worden, en trouwens ook door toenemende eisen aan apparatuur, zoals transponders en radiosets. Dit uit zich niet alleen door beperkingen aan het toegankelijke luchtruim, maar ook in toenemende kosten en vaak onnodige complexiteit van de vliegtuigen dat zich weer manifesteert in lastiger en duurder onderhoud. De TZC is er trots op tot nu toe alle opleidingen – inclusief die voor het navigeren en de omgang met het luchtruim – en het onderhoud pro deo, in eigen beheer te doen.

11


De toekomstige locatie variant

12


Ruimte en infrastructurele behoefte: Om de TZC in de toekomst te kunnen accommoderen is er minimaal behoefte aan de volgende zaken, die nu al aanwezig zijn op de huidige locatie: • Een ononderbroken grasstrip van minimaal 1350 meter lang en 150 meter breed. Op de grasstrip zijn aan beide uiteinden een startplaats en een landingsplaats. • Verder is er natuurlijk ruimte nodig om aanhangers, auto’s en zweefvliegtuigen te parkeren. • Een hangar om de vliegtuigen te stallen. • Een stalling voor rollend materieel. • Werkplaatsen voor onderhoud van vliegtuigen en startmiddelen. • Een clubhuis met leslokaal/bestuurskamer, administratieruimte, evenals sanitaire voorzieningen, een bar en een keuken. Dit zou gunstig in één gebouw gecombineerd kunnen worden. De TZC heeft de nodige flexibiliteit waar het gaat om de uiteindelijke plaats bij de eventuele herinrichting van de voormalige vliegbasis. Het spreekt voor zich dat bij de herinrichting rekening moet worden gehouden met alle eisen en vergunningstelsels die de overheid stelt.

13


Samenvatting en conclusie De TZC realiseert zich dat er nog veel werk verzet, overleg gepleegd en energie besteed zal moeten worden aan de Luchthaven Twente en het behoud ervan voor de zweefvliegsport. Er zijn echter veel kansen en mogelijkheden. Niet alleen voor de TZC maar ook voor de provincie, het waterschap, de lokale overheden, de betrokken natuurorganisaties, het onderwijs in de regio, recreatie en toerisme. Het spreekt voor zich dat de TZC, als gebruiker van Twente, deelnemer dient te zijn aan het proces van herindeling van het veld. Vele decennia heeft de TZC kunnen vliegen vanaf Twente. De TZC heeft zich, om in moderne termen te spreken, duidelijk op Twente een verblijfstatus verworven. Uitplaatsing kan om redenen van landschap en bestemmingsplannen uitgesloten worden, nog afgezien van de kosten daarvan. Ook het verplaatsen naar een ander vliegveld is geen optie, omdat de afstand dan te groot wordt voor vooral de jongere, fietsende, leden. De TZC ziet zich geplaatst voor een grote uitdaging. Misschien wel de grootste sinds haar oprichting. De TZC rekent daarbij op de welwillende medewerking van de overheid, die er trots op kan zijn een bij uitstek milieuvriendelijke sport, die ook nog eens op hoog niveau beoefend wordt, in zijn regio te hebben. De thuisbasis van de TZC is duidelijk ‘EHTW’. De TZC verdient het om nog vele jaren in Twente te kunnen blijven vliegen.

14


Lijst van gebruikte afkortingen en begrippen ICAO VFR IFR CTR KNVvL NLM FAI ESG EHTW DAeC TZC ELZC EZZC

- International Civil Aviation Organization - Visual Flight Rules - Instrument Flight Rules - Control Zone - Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart - Nederlandse Luchtvaart Maatschappij - Fédération Aéronautique Internationale - Edmund Schneider Grunau - Vliegveld Twente (code van ICAO) - Deutscher Aeroclub - Twentsche Zweefvlieg Club - Eerste Limburgse Zweefvlieg Club - Eerste Zaanse Zweefvlieg Club

Websites: www.elzc.nl www.ezzc.nl/.en www.daec.de/uw/handbuch.php www.tzc.aero www.buwa.nl

Fotoverantwoording: Frank van Olst, Steven Huiskes, Marc Lohman, Marc Landsman, Bing 3D Maps. De TZC dankt de Amsterdamsche Club voor Zweefvliegen voor het als leidraad mogen gebruiken van haar brochure “Soesterberg, Van Vliegbasis tot Zweefvliegheide”.

© 2012 Twentsche Zweefvlieg Club

15


www.tzc.aero

Zweefvliegen in Twente  

Deze brochure heeft tot doel al diegenen die direct of indirect te maken hebben met het zweefvliegen op het vliegveld Twente duidelijk te ma...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you