Page 1

schoolschrift


Een onderzoek naar de achtergronden van de letters waarmee kinderen leren schrijven. Arjen van Voorst, mei 2006


Inhoud 7

voorwoord

9

inleiding

9

aanleiding

10

vragen

11

ontwikkeling van westerse letters

13

de oorsprong van onze letters

27

van lood naar digitaal

40 45 46

geschiedenis van het schrijfonderwijs samenvatting deel i schrijfmethodeletters

47

uitgangspunten van schrijfmethodes

49

schrijftaal (zwijsen, 1984)

51

handschrift (malmberg, 1989)

53

schrijven in de basisschool (wolters-noordhoff, 1995)

54

eigen observaties

59

de methode ‘schrift’

62

ontwerpers en schoolschrift

63

schrijfmeester noordzij

69

handschrift en de computer

70

just van rossum & ff schulschrift

78

literatuuropgave

80

colofon


6


voorwoord

Doorgaans is in het schrijfonderwijs alleen aandacht voor de methodiek. De lettervormgeving laten auteurs van schrijfmethodes dan ook meestal aan anderen over. Sinds het schrijfonderwijs naast de typografie en kalligrafie, doorgaans een eigen leven leidde, zijn er veel fouten in de vormgeving van de gebruikte letters geslopen. Er ontstonden, doorgaans niet gehinderd door enige letterkennis, voortdurend varianten op voorgaande varianten, zodat misverstanden niet konden uitblijven. Het doet ons een genoegen dat Arjen van Voorst vanuit zijn typografische ervaring en met een onderwijskundige achtergrond, een grondige studie heeft gemaakt van de verschillende verschijningsvormen van het verbonden schrift, zoals dat in het Primair Onderwijs doorgaans aan de kinderen wordt geleerd. Hij schetst hierbij de lettervormontwikkeling, waarin hij terecht de historie betrekt en de relatie bestudeert tussen het verbonden schrift en de typografische lettervormen. Ook is er zorgvuldigheid betracht door diverse gezichtspunten via interviews in het verhaal te verwerken en naast en tegenover elkaar te plaatsen. Hiermee is het verhaal niet alleen verlevendigd, maar een startpunt geworden voor verdere discussie. Het is te hopen dat ieder die met de lettervormgeving in het schrijfonderwijs te maken heeft (en dat zijn in principe alle leerkrachten en tevens studenten in opleiding) deze allereerste studie over schrijfmethodelettervormgeving zal lezen. Astrid Scholten Ben Hamerling

7


8


inleiding

aanleiding Tussen 1993 en 2002 werkte ik als leraar op verschillende basisscholen. Op de PABO had ik geleerd hoe je netjes moest schrijven en hoe je de kinderen moest leren schrijven. In 2002 leerde ik van Anka Kresse (docent typograďŹ e) hoe je letters moest schrijven met een brede pen. Het viel me op dat er een groot vormverschil was tussen de letters die in drukwerk en kalligraďŹ e gebruikt worden en de letters waarmee kinderen op school leren schrijven. Gedurende mijn studie aan de Academie heeft het verschil tussen deze twee werelden mij in meer of mindere mate bezig gehouden. In het derde jaar groeide de behoefte hier iets mee te doen in het eindexamenjaar. Toen ik in de loop van dat jaar in gesprek raakte met Evert Bloemsma wist ik het zeker: Ik ga een letter ontwerpen die de kloof tussen de letters uit de schrijfmethode en de letters zoals ze in boeken en tijdschriften te zien zijn. Gaandeweg bleek dat een scriptieonderzoek beter geschikt is voor een dergelijk probleem. Een lettertype ontwerpen is een klus van jaren en die tijd heb ik nu niet. Wellicht dat het er ooit nog eens van komt. Dit brengt me tot de probleemstelling van deze scriptie: Hoe komt het dat de letters waarmee kinderen in het basisonderwijs leren schrijven er zo anders uitzien dan de letters die ze om zich heen kunnen zien in verschillende media?

9


vragen Waar komen onze lettervormen vandaan? • Welke ontwikkeling heeft het Westers alfabet doorgemaakt? • Welke factoren zijn van invloed geweest op vormveranderingen van letters? Zijn er aanwijsbare oorzaken voor de zichtbare vormverschillen tussen verschillende letters? • Welke ontwikkeling heeft het schrijfonderwijs, met name de gehanteerde schrijfletter in de 20e eeuw doorgemaakt? Wat zeggen deskundigen over lettervormen en het schrijfonderwijs aan kinderen? • Welke argumenten hanteren makers van moderne schrijfmethoden ter verantwoording van de lettervormen? • Wat zeggen (letter-)ontwerpers over de letters waarmee kinderen leren schrijven? • Wat doen (letter-)ontwerpers met de schrijfletters? De scriptie bestaat uit twee delen. Het eerste deel gaat over de ontstaansgeschiedenis van het Westers alfabet en de ontwikkeling van het schoolschrift (methodisch verbonden schrift) in de 20e eeuw. In het tweede deel ga ik dieper in op de visies, meningen en argumenten van deskundigen. Makers/uitgeverijen van schrijfmethoden voor het onderwijs, typografen en (letter-)ontwerpers zeggen wat ze vinden.

10


ontwikkeling van westerse letters

It must be understood that the development of letters very often went the way of least resistance - the way of carelessness and bad habit. – Alexander Nesbitt –

In deze scriptie is een beschrijving van de ontstaansgeschiedenis van ons alfabet en de ontwikkeling van het schrift van belang voor een beter begrip van het probleem. Het geschreven en gedrukte woord heeft in zijn 3500 jarig bestaan veel verschijningsvormen gekend. Door te kijken naar de geschiedenis van schrijftekens kunnen we zicht krijgen op de historische context waarbinnen bepaalde (hand-)schrifttypen zich hebben kunnen ontwikkelen en welke criteria invloed hebben gehad op veranderingen in de uiterlijke verschijningsvormen van letters. Welke invloed hebben de verschillende ‘typografische revoluties’ op de ontwikkeling van schrijfletters gehad? De rol van ‘handschrift’ werd waarschijnlijk anders, waardoor de lettervormen aangepast werden aan hun toepassing. Deze veranderingen hebben ook hun weerslag op de manier waarop we kinderen leren schrijven. Dit eerste stuk gaat over de ontwikkeling van het schrift en bestaat grotendeels uit citaten. In de afgelopen eeuwen is immers zo veel geschreven over de ontstaansgeschiedenis van alfabet(-ten) geschreven dat het voor mij haast onbegonnen werk is daar iets nieuws over te zeggen. Ik heb wel met opzet gezocht naar citaten die de invloed van schrijfmateriaal belichten, omdat de vorm van de letters waarmee kinderen leren schrijven wellicht verband houdt met het materiaal waarmee ze gemaakt worden.

11


12


de oorsprong van onze letters Bron: Wikipedia, een gemeenschapsproject met als doel in elke taal vanuit een neutraal standpunt een vrije encyclopedie op het web te creëren. Wikipedia is gratis en kan ook zonder in te loggen gebruikt worden om informatie te zoeken, toe te voegen of te bewerken. Hierdoor kan Wikipedia geen garantie geven over de juistheid van de aanwezige informatie.

Een letter is een teken om in geschreven taal een klank van de gesproken taal weer te geven. De letters die in een taal gebruikt worden, vormen samen het alfabet van die taal. Een kleine hoeveelheid letters is hierbij genoeg voor alle woorden. Onder de tien tekens is al mogelijk, maar hoe beter de letters de spraak en dus alle klanken moeten kunnen vertegenwoordigen, hoe meer tekens er nodig zijn. Toch blijft dit aantal altijd onder ongeveer vijftig, wat een alfabet tot een handiger uitvinding maakt dan de hiërogliefen. het begin als pictogram De eerste schriften bestonden uit gestileerde symbolen voor concrete begrippen. Als men het woord voor waterkan wilde opschrijven, maakte men een tekening van een kan. Dit noemt men pictogrammen. Later volgde het gebruik van ideogrammen: het teken voor zon werd ook gebruikt voor begrippen als ‘dag’ en ‘licht’. Nog later verbond men pictogrammen met de klank van het woord ( fonogrammen). Het teken van de waterkan kon bv. ook gebruikt worden in de zin ‘dat kan ik’ of in het woord ‘kant’. Pictogrammen, ideogrammen en fonogrammen werden door elkaar gebruikt en leverden een soort rebusschrift op. Voorbeelden hiervan zijn het spijkerschrift (3000 v. Chr., Soemerië) en de vroege hiërogliefen (2500 v. Chr., Egypte). De Egyptenaren gingen het verst met de ontwikkeling tot klankschrift. van pictogram tot fonetisch alfabet De Feniciërs (een zeevarend en handeldrijvend volk dat onder meer woonde waar tegenwoordig Libanon en Syrië liggen) zijn er uiteindelijk in geslaagd een succesvol fonetisch (=klank) schrift te ontwikkelen dat bestond uit 22 medeklinkers. Het is niet bekend wanneer dit eerste alfabet werd ontwikkeld, maar wel is zeker dat vele volkeren rondom de Middellandse Zee dit overnamen, en dat het rond 1000500 v. Chr. algemeen in gebruik was in die gebieden. Zo zijn het huidige Griekse, Hebreeuwse en Arabische alfabet afstammelingen van het Foenicische schrift. Van de Griekse beschaving werd het alfabet door de Romeinen overgenomen (circa 300 v. Chr.). Omdat het Latijn wat andere klanken kende, veranderde er in de loop der eeuwen enkele kleinigheden in het Griekse alfabet. Wij noemen dit alfabet het Latijnse schrift. Het Cyrillische alfabet, dat gebruikt wordt in veel Slavische talen, is ook afkomstig van het Griekse alfabet. Het werd in de 9de eeuw speciaal voor de Slavische vertaling van de Bijbel ontworpen door de Byzantijnse geleerde broers Cyrillus en Methodius. De alfabetten in Zuid-Azië en Zuidoost-Azië hebben hun oorsprong in India.

13


14


geschiedenis van de lettervorm in het westen Grote invloed op de uiterlijke vorm van de lettertekens hadden de gebruikte schrijfmaterialen, het doel waarvoor men schreef en de productiesnelheid en de heersende opvattingen over stijl en schoonheid. In de loop der tijden is de lettervorm daarom steeds blijven veranderen en tegenwoordig zijn er vele verschillende soorten in gebruik. romeinse tijd De Romeinen schreven met een rietpen op papyrusrollen. Het papyrus was ruw, waardoor men geen fijn schrift kon gebruiken en ook de rietpen leende zich daar niet voor. De Romeinse samenleving hechtte veel waarde aan ordening en geometrische vormen. Zo ontstonden de grote Romeinse kapitalen, die samenstellingen van vierkanten en cirkels zijn. Later ontwikkelde zich een makkelijker te schrijven variant van deze hoofdletters, de rustica of ook wel rotunda genoemd. Deze letters zijn wat smaller (en nemen minder van het dure papyrus in beslag) en hebben minder hoekige vormen. Rond 300 raakte het gebruik van perkament en vellum (gemaakt van dierenhuiden) meer en meer in zwang. Het oppervlak hiervan was veel gladder en leende zich voor fijner schrift. In die tijd raakte ook het gebruik van de ganzenveer in zwang, die ook een fijner schrift kon produceren. Papyrusgeschriften moesten opgerold bewaard worden, maar het gebruik van perkament maakte het mogelijk de ‘codex’ te ontwikkelen: afzonderlijke bladzijden ingenaaid en ingebonden in een kaft. In de Romeinse tijd was reeds sprake van een soort ‘minuskelschrift’ waarmee in het dagelijks leven allerhande brieven en notities werden geschreven. De lettervormen stammen duidelijk af van de Rustica, maar vertonen enigszins stokken en staarten, waarschijnlijk als gevolg van de snelheid van het schrijven. vroege middeleeuwen Na het uiteenvallen van het Romeinse rijk rond 400 verviel de eenheid in gebruikte lettervormen en in verschillende centra in Europa ontwikkelden zich uiteenlopende schriftvormen, die slechts een ding gemeen hadden: het gebruik van stokken en staarten. Het zich steeds uitbreidende christendom ontwikkelde een verfijnder vorm van de rustica: de unciaal. Kenmerken van deze letter zijn: de sierlijke ronde vorm, die geen stokken of staarten kent boven of onder de schrijflijnen. Bij de half-unciaal zijn er enkele kleine stokken of staarten te herkennen. Het schrijfwerk speelde zich voornamelijk in de kloosters af. Met name in Ierse kloosters werd dit schrift verfijnd, en ontstond de gewoonte het schrift te versieren (verluchten of illumineren

15


16


heet dit). Doel van het produceren van schrift was bij te dragen tot de glorie van God en efficiĂŤntie speelde geen rol. Uiteindelijk leidde dit tot de vervaardiging van het schitterende Book of Kells waarvan soms beweerd wordt dat aan de vervaardiging van een enkele pagina een monnik zijn hele leven besteedde. Kenmerkend voor dit boek en andere in Ierland en de Britse eilanden gemaakte handschriften zijn de sierlijke, van oorsprong Keltische geometrische versieringen. Toen rond 800 door Karel de Grote weer een eenheid gesmeed was binnen Europa, verstrekte Karel aan enkele schrijfmeesters de opdracht een lettertype te ontwikkelen dat algemeen gebruikt zou worden in kloosters en wetenschappelijke instituten. De schrijfmeesters grepen terug op de unciaalvorm, maar werkten deze letter uit met stokken en staarten. Deze letter werd de Karolingische minuskel genoemd. De schrijfmeesters stelden ook regels op voor het indelen van schrijfwerk: de hoofdtitel werd uitgevoerd in Romeinse kapitalen, subtitels in rustica of unciaal en de tekstblokken in de minuskel. hoge middeleeuwen Schrijven en lezen was voornamelijk voorbehouden aan de geestelijke stand. Op enkele uitzonderingen na konden koningen en edellieden meestal wel (moeizaam) lezen maar niet schrijven en zeker het gewone volk kon niet lezen of schrijven. Nog steeds was het zo, dat het schrijven door ambachtslieden werd uitgevoerd, in de kloosters en ook in de opkomende gilden voor schrijvers en verluchters. Wel is er een nieuwe groep die het lezen machtig wordt: de wetenschappers. Ook voor kooplieden werd het steeds noodzakelijker dat ze zelf konden lezen en schrijven. Omdat het schrijven door ambachtslieden geschiedde, die voor opdrachtgevers werkten, ontwikkelden zich geen persoonlijke handschriften en daarom was de vorm van de Karolingische minuskel eeuwenlang in gebruik gebleven. Toch is er wel invloed op de lettervorm te ontdekken: zo ontstond er door kennismaking met oosterse beschavingen een ietwat amandelvormige variant en zeker de Gotische stijl was van invloed op het lettertype: er ontstonden hoekige vormen. In Duitsland ging met het verst met deze hoekige vormen. Daar schreef men de letters extreem smal en hoekig, waardoor een star en lastig leesbaar schriftbeeld ontstond, het Gotisch. renaissance Tijdens de Renaissance ontstond in Florence en VenetiĂŤ bij wetenschappers de behoefte om zelf de schrijfkunst te beoefenen, en men zocht naar een schriftsoort dat sierlijker was dan de plompe Gotische vormen en ook makkelijker schrijfbaar. Uitgaande van de oorspronkelijk Karolingische minuskel ontwikkelde men het humanistische schrift, dat ietwat schuin geschreven werd (dat is makkelijker en sneller

17


18


te produceren). Uiteindelijk ontwikkelde dit humanistisch schrift zich tot de cursief, ook wel italiek genoemd. Dit elegante schrift, dat zeer ritmisch geschreven kan worden, leende zich uitstekend voor het uitbundig versieren van stokken en staarten met artistieke krullen. italicgeschiedenis (ver. mercator) […] Het Italic -dat cursief (curere = lopend) betekent- ontstond toen men daar naar de klassieke letter ging zoeken. Men dacht dit te hebben gevonden toen men manuscripten van vergeten klassieke Latijnse schrijvers vond die waren geschreven in de Karolingische minuskel uit de 11e en 12e eeuw. Reeds rond 1400 was de schrijver -geleerde Poggio Braccolini (1380 - 1459) hiermee begonnen. Zijn aangepaste versie van de Karolingische minuskel werd bekend als de ‘littera antiqua’ omdat men dacht hiermee terug te keren tot de klassieke Romeinse oudheid. In dit verband moet ook de naam van Niccolo Niccoli (1364 - 1437) worden genoemd. Doordat de humanisten de letter op een andere manier gebruikten dan de Karolingische minuskel destijds, ontwikkelde de letter zich tot een leesbaar, vloeiend en charmant schrift. Het Humanistisch cursief was soms rond - zoals de Karolingische minuskel - maar werd later onder invloed van de snelheid van het schrift smaller. Later ging deze vorm zelfs over in een puntige. De Pauselijke kanselarij ontdekte ook de kwaliteiten van dit schrift: duidelijkheid, schoonheid en snelheid. In de 15e eeuw werd dit schrift dan ook voor de pauselijke correspondentie gebruikt. Derhalve wordt het Italicschrift ook wel cancellaresca of kanselarijschrift genoemd. Ook aan de koninklijke hoven werd het schrift gewaardeerd. Correspondentie tussen Henry VIII met Spanje, Frankrijk, Duitsland en Polen laten zien dat het gebruik van het schrift wijd verbreid was. Henry’s kinderen Edward VI en Elizabeth werden ook in dit schrift onderwezen. Dit hellende schrift is ontstaan doordat de hand de neiging heeft de eenvoudigste weg te kiezen en omdat het oneconomisch is de pen steeds van het papier te halen en er weer netjes op te zetten. Daarom worden de letters met elkaar verbonden waardoor het een vloeiend schrift is. Regelmaat is hierbij erg belangrijk en verhoogt de leesbaarheid, schoonheid en snelheid. Het Italic handschrift wordt dan ook gekenmerkt door de verbindingen. nieuwe tijd Nadat rond 1500 de boekdrukkunst werd toegepast, ontwikkelde men de drukletter. Bij de eerste gedrukte boeken sneed men een hand-gekalligrafeerde pagina in spiegelschrift uit op een houten blok, maar de toenemende vraag naar boeken maakte deze methode te omslachtig. Daarom ontstond de methode waarbij men

19


20


in verschillende grootte en typen losse letters vervaardigde, die samen een pagina vormden. De letters kon men later weer opnieuw voor een ander werk gebruiken. De vorm van de drukletter baseerde men op de Karolingische minuskel, hoewel in Duitsland tot 1940 gewerkt werd met Gotische drukletters. Het ontwikkelen van drukletters en het opmaken van drukwerk leidde tot het ontstaan van nieuwe beroepen: de grafische ontwerpers. Dit vak wordt ook aan kunstacademies onderwezen. De computer verschafte de grafische ontwerpers vele nieuwe mogelijkheden. De beroepen van schrijver en verluchter werden overbodig. Terwijl de Gotische stijl haar bloei beleefde, brak in ItaliĂŤ in de 14e en 15e eeuw de renaissance - de wedergeboorte - aan en ging men op zoek naar de klassieke cultuur. Het gebruik van de boekdrukkunst leidde nog wel tot het ontstaan van een nieuw, handgeschreven lettertype. Op de koperplaat bleek men zeer fijne letters te kunnen graveren, en door toepassing van verschillende hulpmiddelen kon men buitengewoon fijne krulpatronen maken, veel verfijnder dan ooit met handschrift mogelijk zou zijn. De vorm van de ganzenveer kon deze fijne letter- en krulpatronen niet maken, maar na 1850 werd op grote schaal de metalen pen in productie genomen, waardoor men met de pen het copperplate-schrift kon namaken: dit schrift kenmerkt zich door de schuine stand, de dunne ophalen en de dikke neerhalen, het aaneenschrijven van de letters met sierlijke ophalen en de lussen aan kop- en staartletters (ook wel het lopend schrift genoemd). Deze schrijfwijze is het schrift dat in Nederland op vele scholen tot in de jaren 1960 aan de kinderen op Nederlandse lagere scholen werd geleerd. (Ver. Mercator) Uit het Italicschrift ontwikkelde zich het Copperplate schrift. Hercolani schrijft een boek met voorbeelden voor het in koper gegraveerde schrift. Dit werd met een burijn, een puntig voorwerp, in het koper gegraveerd. Later ging met ook schrijven met een puntige pen in plaats van een beitelvormige pen. Het schrift werd wel cancellaresca testegiata genoemd. verschillende lettervormen ontstaan (Ver. Mercator) Het eerste gedrukte Italic schrijfboek was La Operina van Ludovico degli Arrighi in 1522. Dit boek handelde geheel over het schrijven van de lettera cancellaresca. Ook Tagliente( in 1524) en Palatino (in 1540) schreven een schrijfboek. In de Zuidelijke Nederlanden schrijft Gerard Mercator (1512-1594) in 1540 ook een schrijfboek. Naar deze cartograaf en filosoof is de vereniging Mercator genoemd, een vereniging van liefhebbers en beoefenaars van het Italicschrift. Omstreeks 1450 werd de boekdrukkunst uitgevonden al dan niet door Gutenberg. Hij gebruikte een formele Gotische letter maar in ItaliĂŤ, in Subiaco werd een letter

21


22


gebruikt die meer leek op de humanistische letter. Wij zouden die nu romein noemen. De gebroeders de Spira (Venetië, 1469) waren de eersten maar de mooiste romeinen waren die van de Fransman Nicolas Jenson (Venetië, 1460) en die van de bekende uitgever Aldus Manutius (Venetië, 1495) De huidige drukletters zijn allen sterk verwant aan die eerste romeinen. Het Italic is de cursieve variant die door drukkers wordt gebruikt voor contrast of nadruk en is afgeleid van de herontdekte Karolingische minuskel. In het begin dienden handgeschreven letters als voorbeeld voor de drukletters. De gekalligrafeerde letters waren voor mensen herkenbaar en goed leesbaar. Gutenberg kopieerde de Textura voor zijn drukletters en zo is tot eind 15e eeuw het handgeschreven voorbeeld bepalend geweest voor de vorm van de letter. In Duitsland gebruikte men Gotische letters. Hoekige, compacte en vooral ‘zwarte’ letters. In het engels heet dit schrifttype ‘Blackletter’. Dit schrifttype is een afstammeling van het Karolingisch schrift, dat rond 800 door keizer Karel de Grote in zijn rijk werd in gevoerd. Rond 1500 begint een periode die we tegenwoordig bestempelen als ‘Renaissance’. Deze wedergeboorte voltrok zich op veel verschillende gebieden, zoals wetenschap, kunst, literatuur, filosofie, architectuur en uiteraard het schrift. De Klassieke Oudheid stond model voor bovengenoemde terreinen en voor wat betreft de ontwikkeling van letters keek men naar letters uit de Klassieke Oudheid. Men wist dat lettervormen niet uit de Oudheid konden zijn, maar het waren wel ‘oude letters’. Vandaar dat deze letters (Karolingische minuskels) ‘litterae antiqua’ genoemd werden. Deze stap heeft geleid tot de ontwikkeling van nieuwe lettervormen. In 1470 in Italië gebruikte Nicolas Jenson voor het eerst een letter die we later ‘romein’ zijn gaan noemen. Deze letters laten sterke verwantschap met het schrijven met brede pen zien. Aldus Manutius liet in 1495 een letter snijden door Francesco Griffo om te gebruiken voor een drukopdracht. De letter is genoemd naar Pietro Bembo, de schrijver van het boek ‘Ætna’, waarin deze letter voor het eerst werd gebruikt. Francesco Griffo sneed ook een andere letter, volgens een legende, naar voorbeeld van het handschrift van ene Francesco Petrarca. Deze letter liep smaller, waardoor in de behoefte een boek op zakformaat te drukken kon worden voorzien. Deze letter bestond als volwaardig let-

23


24


tertype tot in de zestiende eeuw. Door het werk van Claude Garamond ontstond de opvatting dat de cursief een secundair lettertype is naast de romein. In de eeuwen daarna zijn de verschijningsvormen van letters niet wezenlijk veranderd. Door verandering in het denken van mensen over zichzelf en over de wereld hebben lettervormen, als drager van gedachten, een aanpassing ondergaan. Meest benadrukt in verschillende literatuur en classiďŹ caties is wel de verschuiving van het contrast. De Antieke romein heeft een diagonaal contrast dat direct terug te voeren is op het schrijven met een brede pen. Dit contrast wordt gedurende de 17e en 18e eeuw steeds verticaler. Het was Baskerville bij wie het contrast verticaal werd. Aan andere kenmerken van deze letter blijft de pen zichtbaar. Bij de letters van ontwerpers uit de 18e eeuw zoals Fournier, Didot en Bodoni, zie je dat men gebruik heeft gemaakt van passer en meetlat om de letter te construeren. De letters hebben een rationeel karakter. Het contrast is verticaal, doordat de horizontale lijnen veel dunner zijn dan de verticale. In deze Neoclassicistische ontwerpen zien we de breuk met het handschrift. Hoewel er sporen van een spitse pen zichtbaar zijn in de expansie van de strook, wordt sinds deze periode het verschil tussen druk- en schrijetters steeds meer zichtbaar.

Deze illustratie toont hoe de invloed van de brede pen langzamerhand uit de lettervormen verdween. Links een Antiqua, in het midden een overgangstype en rechts een zgn. Didone.

25


Jan Tschichold schrijft over deze ontwikkelingen: Intussen was voor de schriftkunst de voedingsbodem (het geschreven boek) verloren gegaan. De gravure had de houtsnede verdrongen en het gravure-schrift, dat een eigen technisch-economische ontwikkeling doormaakte en steeds groter afwijkingen met het handschrift vertoonde, gaf de maatstaf aan voor de schoonheid van de letter. De schrijfpennen werden steeds spitser gesneden, de ongekunstelde aanzwellingen, die bij het echte schrift door de breedte van het werktuig ontstaan, maakten plaats voor een gedwongen mechanische druk, zoals deze nog door de oudere generatie in de school wordt verlangd. De drukletters vielen ook ten offer aan het gravure-ideaal, hoewel de oudere vorm technisch voordeliger was. Het verlies van de juiste maatstaf voor het schrijven met de brede pen, leidde tot een overdreven vereenvoudiging van het schrift. De karakter-eigenschappen van de letter, die met de brede, schuin-gehouden pen ontstaan (vergelijk de bovenste aanzetsels bij de n, m, u en 1), gingen vrijwel verloren en daarmee de leesbaarheid van het schrift. Het resultaat van deze ontwikkeling is de jongere romein, die aan het einde der achttiende eeuw in Frankrijk werd gesneden en in Nederland klassieke antiqua (ook wel antiqua) wordt genoemd. Het type gaat op de gravureletter van die tijd terug, de schreven zijn zonder overgang scherp aangezet, de bovenste aanzetsels bij de i, j, m en n liggen zuiver recht, de druk in de rondingen is loodrecht en verloopt snel, er is een grote tegenstelling in _dik en dun. De Franse variant van de klassieke antiqua is naar haar schepper Pierre Didot de oudere (1761—1853) Didot-antiqua genoemd. Een afwijkend Duits type werd door J. G. Justus Erich Walbaum (1768—1839) gesneden naar de letter van de Italiaan G. Bodoni. Tussen de mediaeval en klassieke antiqua liggen zachte overgangsvormen. Een der fraaiste is ontworpen door de Engelse lettersnijder en drukker John Baskerville (1706-1775). Een soortgelijke Franse vorm hebben wij te danken aan de beroemde stempelsnijder Pierre Simon Fournier (1712—1768). De druk in de rondingen ligt niet meer zo schuin en de overgang van de stok in de schreef is maar licht gerond. Aan de hand van onderstaand voorbeeld kan men zelf vaststellen, dat het type van de Baskerville tussen de oudere romein en de jongere antiqua in staat. Voor de boekdrukker geldt als regel, dat deze drie bastaardvormen niet met elkaar vermengd mogen worden, vooral niet de eerste met de derde.

26

De drukken van Bodoni en Didot, welke de „klassieke’ antiqua volmaakt weergeven, zijn als boeken kunstwerken van de grootste waarde. Toch luidden hun typen een tijdvak in van grote wanorde in het schriftwezen. Men had vergeten dat het schrift de mens moet dienen. Door de onderdelen van de letters gelijkvormig te maken, ging het individuele karakter verloren en werd het schrift moeilijk leesbaar. Juist het eigen karakter van iedere letter maakt het lezen gemakkelijk.


De ontaarde, hopeloos dorre schrijfvoorbeelden van de school-calligrafen aan het einde der vorige eeuw, het veelvuldig gebruik van de schrijfmachine, de dwaling dat het handschrift vloeiend moet zijn (zonder onderbreking) en het streven naar een de natuurlijke snelheid overschrijdend schrijftempo, hebben van het schrift der meeste mensen schandelijk krabbelwerk gemaakt. De smaak en het begrip voor het goede schrift is verloren gegaan. Evenals het voor de boekdruk nodig is, terug te keren van de ontaarde klassieke typen van Bodoni en Didot en hun zwakke navolgers, tot de beter leesbare romein van de vijftiende en zestiende eeuw, is ook de genezing van ons handschrift alleen te verwachten door het gebruik van een soort brede pen en door te steunen op de humanistische cursief der zestiende eeuw, de vroegere vorm van het schrift van alle dag. Een goed handschrift leidt tot juiste waardering van het typografisch schone. Het moet weer worden als ten tijde van Gutenberg, toen men het gezette schrift met het voorbeeld vergeleek en het een lof tuiging betekende als men uitriep: „Als geschreven’. bron: Letterkennis, Jan Tschichold, Stichting Graphilec, Mijdrecht, 1948

Tot slot wil ik kort ingaan op de Egyptienes en schreeflozen. Weliswaar zijn dit letters die tegenwoordig veel gebruikt worden, maar ze vallen buiten de strekking van deze scriptie. Er was geen ‘technische’ reden om zware, vierkante schreven of juist geen schreven aan letters te tekenen. De schreefloze ontwerpen ontstonden als gevolg van een esthetisch of filosofisch concept. Bij Egyptienes speelde de culturele kruisbestuiving een rol. Het kwam niet door een andere manier van schrijven, drukken of krassen. van lood naar digitaal Tot in de 20e eeuw werden boeken gedrukt met loden letters die door een zetter ondersteboven en in spiegelschrift op een zethaak werden gezet. De gezette regels tekst werden op een gallei geschoven en uiteindelijk opgebonden om gedistribueerd te worden. Na het drukken werden de letters weer terug in de letterbak gezet. Letters werden in die tijd ontworpen door letterontwerpers die op papier een schets maakten die vervolgens door een stempelsnijder in een stuk metaal werden gesneden. Van deze stempel maakte men matrijzen die weer gebruikt werden om loden letters van te gieten. Fred Smeijers heeft over dit proces een boek geschreven (Counterpunch: making type in the sixteenth century, designing typefaces now, Hyphen Press). De meeste typografische begrippenen gewoonten stammen uit dit zogenaamde ‘loden tijdperk’.

27


28


Omstreeks 1890 deed het machinezetten zijn intrede in de drukkerij. Niet langer werden letters met de hand gezet, maar met behulp van een Monotype- of Linotype- machine. De zetter voerde de te zetten tekst in met behulp van een toetsenbord en de losse letters of regels tekst ‘rolden’ uit de machine. Uit eindelijk werd het lood weer terug gestopt in de zetmachine, want elke letter werd steeds opnieuw gegoten. Het werk van de letterontwerper en stempelsnijder waren door de veranderende zettechniek niet wezenlijk veranderd. Wel was er sprake van een mechanisering van het graveren van de stempels en de matrijzen. In 1867 werd de typemachine uitgevonden door Christopher Sholes, Carlos Glidden en Samual W. Soule. Met dit apparaat kon snel een stuk tekst geschreven worden. De letters zaten op even brede metalen potjes. Door op de toetsen te duwen bewoog het pootje naar een inktlint en werd een beeld op het papier achtergelaten, Deze letters hebben allemaal een vaste breedte. Men spreekt van een niet-proportioneel lettertype. Bij een proportionele lettertypes zijn niet alle letters even breed. Zo neemt de ‘l’ minder ruimte in beslag dan de ‘m’. Bij een lettertype met vaste breedte nemen alle letters evenveel ruimte in. Het verschil wordt duidelijk door een rijtje van l’s en m’s te vergelijken:

llllllllll mmmmmmmmmm niet-proportioneel (Consolas)

llllllllll mmmmmmmmmm proportioneel (Calibri)

We zien een nieuwe aanpassing van lettervormen aan het middel waar ze mee ‘geschreven worden’. Rond de jaren zestig van de vorige eeuw zette zich wederom een revolutie in gang: fotografisch zetten in combinatie met offsetdruk. Letters hoefden niet langer als metalen staafje bewaard te worden. Letters stonden op een strook of schijf afgebeeld en konden door middel van fotografie gereproduceerd worden. Al in 1893 werd een patent op het eerste fotozetsysteem verleend. In de jaren zeventig verdween het lood

29


30


uit de meeste drukkerijen en maakten de zetmachines plaats voor fotoapparatuur en linten met ‘moederfonts’. Naast de praktische voordelen van fotografisch zetten, zoals ruimte- en tijdbesparing leverde de nieuwe techniek voor ontwerpers nieuwe kansen op. Lettercorpsen konden traploos worden ingesteld op de gewenste grootte. Je kon letters over elkaar, door elkaar, tegen elkaar, etc. zetten, omdat je niet meer afhankelijk was van de fysiek verschijningsvorm van de letter: het loden staafje. Ook werd het mogelijk letters te vervormen: schuintrekken, roteren, breder en smaller, etc. Maar niet al deze mogelijkheden werden in dank aanvaard. Met de nieuwe techniek verdween 500 jaar ervaring in boekdruk. Offset kent geen kraalranden en onregelmatigheid rond letters. De inkt wordt door middel van een chemisch proces op het papier aangebracht waardoor letters schraler worden afgedrukt. Bij hoogdruk worden de letters ‘in’ het papier gedrukt en daarbij vloeit inkt alle kanten op. Dat mechanische aspect van drukken is niet meer. De bestaande lettertypen moesten worden aangepast aan de nieuwe zettechnieken. Ook zijn nieuwe letters ontworpen die speciaal voor nieuwe zettechnieken zijn aangepast. Een goed voorbeeld is de ‘Trinité’ van Bram de Does die voor het fotografisch zetten werd ontworpen. In het boek ‘Bram de Does, letterontwerper & typograaf ’ vertelt Mathieu Lommen hoe Bram de Does, naar aanleiding van zijn reactie op een voorstel de ‘Romanée’ van Van Krimpen uit te brengen voor een fotozetmachine, gevraagd wordt een nieuwe letter te ontwerpen. De Does liet zich inspireren door de ‘Bembo’ van Monotype en de ‘Romanée’ van Van Krimpen. Voorbeelden uit zestiende-eeuwse schrijfboekjes van Arrighi, Tagliente en Palatino inspireerden hem tot het tekenen van de cursief. Een extreem voorbeeld van lettervormaanpassing aan een nieuwe techniek vind je bij Wim Crouwel. Het was slechts een experiment, maar het ‘New Alphabet’ heeft veel stof doen opwaaien.

Door alle letters uit horizontale en verticale lijnen op te bouwen, was de letter optimaal voor de kathodestraalbuistechniek.

31


Evert Bloemsma schrijft hierover in ‘Letters’: ‘Na meer dan dertig jaar blijkt het nu meer dan ooit de meest consequente uitwerking van het idee van de eenheid tussen modern gereedschap en product. […] NEW ALPHABET mag dan een directe uitdrukking kunnen geven aan de digitale techniek van onze computergereedschap, niemand zal deze lettervorm als prettig leesbaar ervaren.’ Gerard Unger reageerde op het ontwerp van Crouwel met het geschrift van de vorige bladzijde. Crouwel verwoorde het als volgt (uit: Opvattingen over typografie): ‘Hij zei: je moet toch uitgaan van de mensen die het gebruiken moeten en de techniek moet zich daaraan aanpassen.’ Bell Type Een praktijk voorbeeld waarbij we kunnen zien hoe bestaande letters worden aangepast aan nieuwe technieken is de letter voor het telefoonboek van de Amerikaanse telefoonmaatschappij Bell. Het grootste verschil tussen beide lettertypes is de aanwezigheid van enorme ‘inktraps’ in de Centennial.

Bell Gothic, designed in 1938 by Chauncey H. Griffith

Bell Centennial, designed in 1978 by Matthew Carter

32

Bell Gothic and Bell Centennial are two families of typefaces designed for the AT&T for use in telephone directories (and should not be confused with the Bell family of typefaces, designed for the British typefounder and publisher John Bell (1746-1831) by the punchcutter Richard Austin). Bell Gothic and Bell Centennial were designed to be highly legible at small sizes, economical in their use of space (and hence paper), and print well on absorbent paper stock under less than optimal conditions. Bell Gothic in particular has a number of design features that, taken out of their original context, can look strange. An example of this are Bell Gothic’s exaggerated ink traps, deep nicks that compensate for the tendency of ink to fill in places like the bottom of the ‘v’. From Wikipedia, the free encyclopedia


In de jaren tachtig deed de Apple Macintosh zijn intrede in de ontwerpstudio’s en drukkerijen. Wederom een revolutie op het grafische gebied. Waar bij fotozetten de ‘originele’ letters nog op een strook of ronde schijf te zien waren, bestaat een letter uit enen en nullen. Truetype, Postscript en Opentype zijn een aantal benamingen voor digitale lettertypen die op Macintosh en pc zijn te vinden. Lettercontouren zijn opgeslagen als vectoren op de harde schijf en kunnen naar elk gewenst formaat vergroot of verkleind worden. Ook is het mogelijk elk denkbaar beeld als ‘letter’ te definiëren. Zogenaamde dingbats zijn symbolen, tekeningen of andere vormen die binnen een lettertype een plaats vinden onder de knoppen van een toetsenbord. Letters zijn software geworden: programmacode met instructies voor de grootte, de vorm en aanpassingen als de letter op een scherm wordt afgebeeld. Op het scherm worden de lettercontouren op het raster van het beeldscherm gelegd. De pixels binnen de letter worden zwart en de pixels buiten het raster wit. Aangezien tekst niet altijd exact in het stramien staat, kan het gebeuren dat de letters op het beeldscherm er erg vervormd uitzien. Bepaalde delen van de letter worden te dik ten opzichte van andere. Ook kan het voorkomen dat van de drie poten van een m, twee slechts één pixel breed zijn, maar dat de derde, omdat hij half op de rand staat, twee pixels breed wordt. Dergelijke vervormingen leveren een storend beeld op wat de leesbaarheid van een letter verslechterd. Door de letter te instrueren hoe hij zich moet gedragen op het beeldscherm, kunnen we de verschijningsvorm van de letter beïnvloeden. Dit proces heet ‘hinting’ en wordt tegenwoordig bij alle letters zeer zorgvuldig gedaan. Van elke letter wordt bepaald hoe dik de verticale en horizontale lijnen mogen zijn en wat er moet gebeuren met pixels die op de rand staan.

33


34


Daarnaast wordt gebruikt gemaakt van ‘anti-alliasing’. Dit is een techniek waarbij je het menselijk oog voor de gek houdt. Door pixels in of rond letters op bepaalde plaatsen grijs te maken, kun je een vloeiend verloop suggereren. In plaats van een blokkerige zwart-wit letter zie je een vloeiende grijswaarden-letter die beter leesbaar is dan de harde pixel-letter. Opentype-technologie maakt het mogelijk een lettertype te instrueren tekens te vervangen indien er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Een veel voorkomend typografisch fenomeen is de ligatuur: een combinatie van twee verschillende lettertekens in één nieuw teken. Bijvoorbeeld de fi-ligatuur. Voorheen moesten typograaf en zetter deze speciale tekens gebruiken omdat er anders een probleem zou ontstaan wanneer de f (met haar aanzienlijke vlag) naast een i (met punt) kwam te staan. In het loodtijdperk deed dit probleem zich niet of nauwelijks voor, omdat de letter gewoon niet naast elkaar pasten. De letterblokjes sloten niet op elkaar aan, dus je moest wel een ligatuur pakken. In de nieuwste tijd kunnen letters eenvoudig over en op elkaar gezet worden; bij een fi-combinatie levert dat meestal een erg storend beeld op. Opentype kan er voor zorgen dat ligaturen automatisch gebruikt worden op het moment dat een f en een i naast elkaar staan. De opmaaksoftware leest de instructies uit het lettertype-bestand en vervangt de f en de i door een fi-ligatuur.

Lettertypen als Times New Roman en Helvetica zijn populair omdat ze makkelijk lezen vanaf papier. Deze lettertypen zijn echter niet ontworpen voor een computerscherm. Vandaar dat Microsoft speciaal twee lettertypen heeft laten ontwerpen die ergonomisch geschikt zijn om van een beeldscherm gelezen te worden. Dit zijn Verdana (schreefloos) en Georgia (met schreef ). Microsoft heeft in 1998 een nieuwe techniek onder de naam ‘Cleartype’ geïntroduceerd. Door de zwarte pixels van een letter als het ware over

35


de Rode, Groene en Blauwe subpixels te verschuiven, kun je een lettervorm preciezer plaatsen, waardoor de vloeiende lijn van een letter nog beter wordt weergegeven. Een lettertype moet voor deze techniek worden aangepast. De leesbaarheid op het scherm wordt er aanzienlijk door verbeterd. Voor het besturingssysteem Windows Vista van de firma Microsoft zijn nieuwe lettertypen ontworpen, waarbij de leesbaarheid op het scherm het belangrijkste uitgangspunt was. where design meets technology: microsoft cleartype font collection In November 2004, Microsoft proudly unveiled seven new fonts that will be part of the new Windows O/S, codenamed Longhorn. The ‘ClearType Font Collection’ represents a unique mix of aesthetics and technology that will benefit Microsoft customers around the world through improving the onscreen reading experience. designers and developers all together now Between January 2003 and November 2004, a select group of type designers and technical specialists from around the globe worked with Microsoft ClearType Program Managers Geraldine Wade and Mike Duggan to create these new fonts. The Latin font designers -Jelle Bosma, Lucas De Groot, John Hudson, Jeremy Tankard, and Gary Munch--worked with Gerry Leonidas and Maxim Zhukov on (respectively) equivalent Greek and Cyrillic character sets for each font from the beginning of the process, a rarity in typographic design. Meiryo, the Japanese font, was designed by Eiichi Kono (design concept and realization,) Takeharu Suzuki of C&G ( Japanese,) and Matthew Carter, creator of the Verdana font (Latin.) the design brief Each designer was given the following brief for how their typefaces should function: Used mainly for immersive, on-screen reading Utilizes ClearType technology to look good on-screen useful in print There were several factors that made the ClearType font project different than most previous work for the type designers: The font’s appearance on screen would be the most important factor over their appearance in print. The fonts were to be entirely new designs, and not ‘do-overs’ of existing font faces. The schedule of design and delivery from sketches to a workable font was aggressive, and they had to present the fonts together as a single, discrete collection for Microsoft users. fonts of personality and distinction All of those that participated in this collaboration found it to be an exhilarating

36


experience despite the challenges they faced. Although presented as one collection, each font has its own personality and flair that are the hallmark of their particular designer. Calibri has a rich soft character that makes the font suitable for documents, email, and Web design. Cambria is suitable for business documents and supports extended (2000+) mathematical, scientific, and technical characteristics. Candara is lively but not intrusive and suitable for email, Web design and informal settings. Consolas is a monospaced font (like an old typewriter) and good for programmers setting code (its core purpose). Constantia is ideal for e-book and journal publishing both online and in print, and Corbel was designed to give an uncluttered and clear appearance onscreen. Meiryo, the comprehensive Japanese font, was designed to set text lines in Japanese with Latin characters seamlessly and harmoniously. It possesses a very large character set, with over 20,000 kanji, hiragana, katakana, and very extensive Latin glyphs. Cariadings! For your viewing pleasure, here’s a preview of a new decorative symbol font that will be included in Longhorn. ‘Cariadings’ (Cariad means love or affection in Welsh) was designed by Microsoft’s own Geraldine Wade, one of the project leaders of the ClearType Font Collection. ‘This technology, and the fonts developed for it, will improve the visual readability, clarity and legibility of type on screen, and set new standards again.’- Jeremy Tankard, designer of the ‘Corbel’ ClearType font. Bron: http://www.microsoft.com/resources/design/ClearType.html

37


Hoe de ontwikkelingen verder zullen verlopen is uiteraard niet te voorspellen. Welke rol het handschrift daarin zal vervullen is net zo min te bepalen. John Dreyfus schreef in het voorwoord van ‘Letterontwerpers’ van Mathieu Lommen: Het is niet goed mogelijk een voorspelling te doen over omvang en tempo van de toekomstige veranderingen in de vorm van de letter, maar het lijkt waarschijnlijk dat daarbij een belangrijke en stimulerende rol is weggelegd voor de recent ontwikkelde alternatieven voor de letter gedrukt op papier. Veel van de letters die wij heden ten dage lezen, zijn geprojecteerd op glas, hetzij via een kathodestraalbuis (beeldscherm), hetzij via elektronische metho¬den (zoals bij een pocket-calculator). Het is niet te voorspellen wat uiteindelijk het effect zal zijn van de toenemende vertrouwdheid van lezers met letters die worden uitgestraald door een lichtbron achter glas, in plaats van letters die gelezen worden doordat licht weerkaatst op het oppervlak van een vel papier. Even moeilijk voorspelbaar zijn de gevolgen van het feit dat er steeds minder met de hand geschreven wordt, dit vanwege het toegenomen gebruik van het toetsenbord, eerst van schrijfmachines, later van tekstverwerkers en computers. Niet alleen wordt er nu minder met de hand geschreven, er heeft zich ook een ander type schrijfgerei aangediend: ongeveer vijftig jaar geleden de ballpoint en daarna de viltstift. Sinds de uitvinding van de boekdrukkunst is de vormgeving van letters bestemd voor doorlopende tekst overwegend bepaald geweest door lettervormen zoals die werden geschreven met een brede pen. Het lijkt mij onvermijdelijk en bovendien wenselijk dat de letteront-werpen van de toekomst de sporen zullen dragen van de recente revolutionaire veranderingen in de druktechniek (van loden letter naar elektronica) en op het gebied van het schrijfgerei (van de brede pen naar de ballpoint). Er zijn al voortekens in die richting — bij voorbeeld in de onderkast van Gerard Ungers Flora. Het zou te ver gaan om de ballpoint te beschouwen als de enig bepalende factor in het ontwerp van dit lettertype; in feite vormt het een frisse interpretatie van handschrift dat net zo goed geschreven had kunnen zijn met een stuk krijt als met een dik potlood. Ik kan er echter op wijzen dat de moderne aanpak van Unger in overeenstemming is met een aantal ideeën die Jan van Krimpen vroeger in de eeuw tot uitdrukking heeft gebracht in een bijdrage aan het laatste nummer van The Fleuron (1930), getiteld ‘Typography in Holland’: ‘Een drukletter blijft altijd een oneindig gestileerde schrijfletter; dat neemt niet weg dat de pen slechts een hulpmiddel is voor de ontwerper, die nooit mag toestaan dat

38


de pen zijn ontwerp gaat overheersen. Papier, perkament en de punt van de pen verschillen in hoge mate van het stalen stempel en de instrumenten van de graveur. De beweging van de pen behoort zichtbaar te zijn in de uiteindelijke vorm van de loden letter, maar wel dusdanig gestileerd dat zij er slechts als een verborgen factor in aanwezig is’. Nu ik deze passage zo veel jaren later aanhaal, moet ik eraan toevoegen dat heden ten dage de pen en de ganzeveer wel in extreme mate verschillen van elektronisch gedigitaliseerde letters en elektrostatische of ink-jet druktechnieken.

39


geschiedenis van het schrijfonderwijs

Het schrijfonderwijs in Nederland vindt zijn oorsprong in de vroege Middeleeuwen. Op aanwijzing van Alcuin stichtte Karel de Grote in de 8e eeuw kloosterscholen. Hier werd de Karolingische minuskel onderwezen. Schrijfonderwijs was vooral bestemd voor monniken die met veel geduld en toewijding de bijbel overschreven. Later in de middeleeuwen kregen gewone mensen steeds meer behoefte aan het kunnen lezen en schrijven. De oudste stadscholen stammen uit de 13e eeuw. Hier werd een vereenvoudiging van het Gotisch geschreven. Deze scholen werden ook wel ‘briefscholen’of ‘schrijfscholen’ genoemd. Ook in de eeuwen die volgen sprak men in de scholen nog van ‘de edele penneconste’.Het schrijven was nog steeds een die maar enkelen machtig werden. In de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw was het schrijfonderwijs nog min of meer academisch. Schrijfmeester maakten mooie ‘exempelen’ die door de leerlingen moesten worden nageschreven. Het meubilair was slecht en het lokaal slecht verlicht, waardoor de meeste leerlingen er niet veel van bakten. De meester versneed de pennen en maakte de inkt. In 1801 werd de eerste onderwijswet van kracht. Er waren drie verplichte vakken: lezen, schrijven en rekenen. Hendrik Wester, Berend Brugsma en Roelof Rijkens bereiden nu eenvoudiger lettervormen voor die methodisch onderwezen konden worden. Het staande schrift deed zijn intrede in de scholen. Het schrijftempo lag, net als het levenstempo in die tijd erg laag. Een mens heeft geen haast en een brief mag best enkele uren vorderen om in de puntjes verzorgd te worden.

40


Het staand schrift werd met een metalen pen met een lange split geschreven (schelvis pen). Met deze spitse pensoort ontstond een contrast in de letter die Gerrit Noordzij als expansie benoemt.

Schelvispen voor staand schrift en kroontjespen voor lopend schrift (dik/dun).

Halverwege de negentiende eeuw komt er een kentering. De industriele revolutie veroorzaakt een versnelling in de maatschappij en dat zien we terug in de manier van schrijven. Er wordt meer geschreven en de hoeveelheid schrijfwerk vraagt in zekere zin om een versnelling van het handschrift. Gouka en Roelants ontwerpen een vereenvoudigd schrift met meer lopend vormen. Het kan sneller geschreven worden. Dit lopende schrift doet zijn intrede in de scholen. Hiermee verandert wederom de functie van het schrijven. De ‘dienende functie’ van het schrift wordt zichtbaar doordat het niet langer over ‘de deftig mevrouw’ gaat, maar over een ‘dienstmeisje’ dat in haar dagelijkse praktijk gebruik moet kunnen maken van schrift. Schrijven is geen kunstvorm meer, maar een praktisch middel om gedachten over te brengen. Voor het lopende schrift werd de bekende kroontjes pen gebruikt. Ook met deze pen ontstaat een natuurlijk contrast in de schrijfletters. (Ver. Mercator) Eind 1900 vindt in Engeland een opleving plaats onder leiding van William Morris (1834 - 1896). De calligraaf Edward Johnston zet dit werk voort. Alfred Fairbank moet ook genoemd worden. (Wikipedia) De belangstelling voor de oude kalligrafie herleefde rond 1850 als vorm van hobby. Nadat de Engelse huisarts Edward Johnston rond 1900 de oude lettervormen had bestudeerd, gaf hij in 1906 een leerboek uit voor kalligrafie. Johnston ontwikkelde ook nieuwe lettervormen. Mede door zijn werk groeide de hobby van het kalligraferen uit tot de zelfstandige kunstvorm, die het heden ten dage is. Nu kalligrafie een kunstvorm is, worden er vele alfabetten ontwikkeld, met zeer persoonlijke kenmerken. In ‘Penneconste’ Van Egmond en Van Poel is sprake van een bandschrift. Hoewel er niet duidelijk vermeld wordt wie dat nou precies ontwikkeld heeft en waarom, vermoed ik dat het gaat om wat in bovenstaand citaat

41


42


genoemd wordt. Er is sprake van hernieuwde belangstelling voor het schrift met de brede pen. Vreemd genoeg oogt het bandschrift als een soort lopend schrift met dunne verbindingslijnen in een hoek van 45°.

brede bandschriftpen en smalle bandschriftpen (of rondschriftpen)

Doordat het lopende schrift in scholen verwaterde en er een grote discrepantie zichtbaar was tussen gedrukte en geschreven letters, werd de behoefte aan een ‘printscript’ groter. Vanuit Engeland deed ‘blokschrift’ zijn intrede in de scholen. Mej. Schalij werkte het blokschrift uit voor de Amsterdamse schoolvereniging en werd rond 1930 ingevoerd. Het blokschrift werd met een ‘koordschriftpen’ of ‘redispen’ geschreven. Deze metalen pen geeft nagenoeg geen contrast. Het blokschrift kende ook bezwaren. Het schrijven van de losse letters verliep langzamer dan het schrijven van het lopende schrift. Ook leverde de ruimteverdeling tussen de letters moeilijkheden op. Dit leidde weer tot een volgende variant: het koordschrift.

Koordschriftpen voor lopend koord- en blokschrift en Redispen voor koord- en blokschrift.

De compromisvorm tussen blokschrift en het lopende schrift werd omstreeks 1940 ingevoerd in de basisscholen. In deze periode heeft de balpen de Nederlandse huiskamers veroverd en is bijna nergens meer een kroontjes pen te vinden. Het koordschrift is het eerste schoolschrift dat met klem wijst op de gelijke dikte van de lijnen. Het contrast is definitief uit het handschrift verdwenen! Het koordschrift kan met een ‘koordschriftpen’ geschreven worden. Meestal werd een balpen gebruikt. In de eerste helft de 20e eeuw zijn er nogal wat verschillende schrifttypen in omloop. Alle eerder genoemde ‘handschriften’ worden her en der onderwezen en er is geen standaard of norm in Nederland. Deze diversiteit leidt tot de invoering van een normschrift dat in septem-

43


44


ber 1958 door de Hoofdcommissie voor de Normalisatie in Nederland wordt gepubliceerd. De lettervormen zijn ontworpen door Chris Brand en Ben Engelhart. Bij deze letter schreven zij de methodes ‘Naar een beter handschrift’ en ‘Ritmisch Schrijven’. Onder het pseudoniem ‘J. de Rijk’ en ‘A. Buursma’ schreven zij een andere methoden met minder godsdienstige schrijfvoorbeelden. Dit was om tegemoet te komen aan de behoeften van het openbaar onderwijs. De schrijfmethodes en het normschrift zijn nooit algemeen aanvaard in het Nederlands onderwijssysteem. De norm bestaat nog steeds en is tegen betaling te verkrijgen bij het nen. samenvatting deel i Techniek heeft een grote invloed gehad op de vormgeving van letters. Hoewel de basisvorm van ons alfabet sinds de Romeinse Tijd niet wezenlijk is veranderd, zijn lettervorm onderhevig geweest aan de invloed van schrijfmaterialen en schrijfoppervlak. Sinds de uitvinding van de boekdukkunst zijn schrijfletters en drukletters verder uit elkaar komen te staan en dienen ze verschillende doelen. De invloed van de andere typografische revoluties hebben geleid tot aanpassingen van letters aan de technische toepassingen. Nog altijd is de wijze waarop letters ge(re-)produceerd worden het uitgangspunt voor aanpassingen aan letters. Naast de invloed van de techniek hebben commerciële belangen een stempel op letterontwerpen gedrukt. Het is nog steeds in het belang van drukkers en uitgevers dat letters zuinig lopen en dat de kwaliteit van letterbeelden bewaard blijft, ook bij gebruik op lage resoluties. Sinds het ontstaan van scholen in Nederland hebben leraren, typografen en uitgeverijen zich over de vormgeving van schrijfletters gebogen. Net als bij de ontwikkeling van letters in het algemeen, speelden techniek, materiaal en snelheid van schrijven een belangrijke rol. Bij het vormgeven van schrijfletters weegt ook het belang van ‘het goede voorbeeld’ zwaar mee. Over de vormgeving van moderne schrijfletters in het volgende deel meer.

45


schrijfmethodeletters

wij maken eerst wat krulletjes zei juf, zo mooi je kan want weet je, van die krulletjes daar leer je schrijven van – Dick Bruna –

Kinderen leren aan de hand van een schrijfmethode schrift maken. In de schrijfschriften staan de voorbeelden die ze zelf gaan maken. Maar als je iets langer naar een schriftje van een kind kijkt, zie je gekrabbelde lettertekens tussen vier lijnen staan. De lange lussen steken ver boven de rompletters uit. Als je even zoekt, vind je vast wel een regel waar de boven- en onderlussen elkaar raken of waar aan het eind van de regel een woordje net niet past. In dit hoofdstuk onderzoek ik de achtergrond van de letters waarmee de kinderen leren schrijven. Ik wil ik een antwoord vinden op de volgende vraag: Wat zeggen deskundigen over lettervormen en het schrijfonderwijs aan kinderen? • Welke argumenten hanteren makers van moderne schrijfmethoden ter verantwoording van de lettervormen? Het antwoord op deze vraag denk ik te vinden in de handleidingen van veelgebruikte schrijfmethoden. Ergens zal informatie staan over de lettervormen en de verantwoording van het alfabet. Ik heb eerst maar eens uitgezocht welke schrijfmethoden het meest in basisscholen worden gebruikt. Ik vond gegevens in een publicaties van de Citogroep. ppon Sinds 1987 doet het project Periodieke Peiling van het Onderwijsniveau onderzoek naar de leeropbrengsten in het basisonderwijs. In de loop der jaren heeft ppon over

46


vrijwel alle leerstofdomeinen in het basisonderwijs gerapporteerd. Sinds 1997 concentreert het onderzoek zich op de leerstofdomeinen Nederlandse taal, rekenen/wiskunde en wereldoriëntatie. ppon is een project van de unit Primair onderwijs van de Citogroep en wordt uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. evaluatie handschriftkwaliteit In 1999 is door ppon een peilingsonderzoek naar schrijfvaardigheid uitgevoerd in de jaargroepen 5 en 8 van het basisonderwijs en onder 12/13-jarige leerlingen uit het speciaal basisonderwijs met een LOM-achtergrond. Een deel van de opstellen die leerlingen hebben geschreven is ook op handschriftkwaliteit beoordeeld. Daarnaast heeft een deel van de leerlingen ook een specifieke handschrifttaak gemaakt. Deze bestond uit het overschrijven van een standaardtekst met de opdracht ‘Probeer netjes, duidelijk en mooi te schrijven’. De leraren van de deelnemende scholen hebben een schriftelijke vragenlijst ingevuld over hun onderwijsaanbod voor handschriftontwikkeling. In het peilingsonderzoek van 1999 worden drie veel voorkomende schrijfmethoden genoemd. Deze drie methodes vertegenwoordigen, door hun populariteit de visie van ‘het onderwijs’ met betrekking tot schrijfonderwijs en de vorm van schrijfletters. methodegebruik Er is een grote variatie in methoden die in het basisonderwijs voor het schrijfonderwijs worden gebruikt. In het peilingsjaar gebruikte ongeveer een derde deel van de scholen de methode Schrijftaal (Zwijsen, 1984), ongeveer 20% van de scholen de methode Schrijven in de basisschool (Wolters-Noordhoff, 1995) en ongeveer 15% van de scholen de methode Handschrift (Malmberg, 1989). Andere methoden werden meestal door minder dan 5% van de leraren genoemd. In de docentenhandleidingen van deze drie schrijfmethoden heb ik de verantwoording van de lettervormen opgezocht. Hieronder een overzicht van die gegevens. Het is niet mijn bedoeling een exacte vergelijking tussen de verschillende schrijfmethoden te maken. Mijn belang is het in kaart brengen van de argumenten die ‘het onderwijs’ hanteert met betrekking tot de lettervormen in de schrijfmethoden. uitgangspunten van schrijfmethodes De drie uitgevers noemen in de docentenhandleiding bij de schrijfmethoden een aantal criteria die leiden tot de lettervormen zoals ze worden aangeleerd.

47


48


schrijftaal (zwijsen, 1984) In de handleiding van deze methode heb ik geen uitgangspunten voor de vormgeving van de letters (het schrift) kunnen vinden. ‘De lettervormen van Schrijftaal hebben geen begin- en eindhaal.’ ‘Verder zijn de letters eenvoudig en duidelijk.’ Letters worden opgedeeld in ‘letterfamilies’ op basis van constructie: ‘Uit welke grondvorm is de letter ontstaan? Welke letters hebben dezelfde grondvorm?’ Tweetekenklanken vormen hierin een interessante groep. De klanken ‘aa, ee, oo, uu, oe, ou, au, ie, ei, ui en eu’ worden als geheel aangeboden. Er is bijzondere aandacht voor de verbindingen tussen de verschillende letters. Hierbij worden verbindingen in drie groepen verdeeld: ‘vanaf de romplijn, vanaf de basislijn, vanaf de onderluslijn.’ De letters f en e zijn uitzonderingsgevallen. Bij de hoofdletters wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdletters waarbij sprake is van een doorgaande verbinding en hoofdletters waarbij ‘gelast’ moet worden. Bepaalde hoofdletters krijgen een extra ‘verbindingslijn’ naar de volgende letter toe. In de methode ‘Pennenstreken’ van dezelfde uitgever wordt iets meer gezegd over de letters. ‘De letters van Pennenstreken zijn zo ontworpen dat ze in een vloeiende, doorlopende beweging kunnen worden geschreven.’ Ook tweetekenklanken komen in ‘Pennenstreken’ voor: ‘De werkwijze stemt overeen met de wijze waarop tweetekenklanken worden aangeleerd in de leesmethode ‘Veilig Leren Lezen.’ In ‘Pennenstreken’ leren de kinderen eerst losse schrijfletters: ‘Ook een heel woord wordt geschreven in lossen schrijfletters. Een heel woord meteen aan elkaar leren schrijven vraagt teveel van de schrijfmotorische vaardigheid van de kinderen.’ In groep 7 worden ‘blokletters’ geïntroduceerd. Bij het aanleren van het ‘blokschrift’ wil men vermenging van ‘methodisch schrift’ en ‘blokschrift’ voorkomen door het ‘blokschrift in een apart cluster aan te bieden. ‘Bovendien kan er zo de nodige aandacht worden besteedt aan de functionaliteit en de toepassing van het blokschrift in formulieren, puzzels, bij het schrijven van leuzen en korte teksten. Verder kan het blokschrift gezien worden als het uitgangspunt voor het sierschrift.’

49


50


handschrift (malmberg, 1989) De methode Handschrift noemt als uitgangspunt dat ‘een schrift eenvoudig en helder van vorm moet zijn. Het moet ook motorisch gemakkelijk uit te voeren zijn, [...]’. Ze kiezen voor ‘een lichthellend, verbonden schrift dat gemakkelijk uit te voeren is. De begin- en eindhaal van de letters zijn zo ontworpen dat vlot en soepel schrijven mogelijk is. De hellingshoek bedraagt 75 graden. Belangrijke criteria bij de cijfer- en letterkeuze: - de bewegingspatronen moeten soepel uit te voeren zijn; - het moet in een doorgaande beweging geschreven kunnen worden; - het letterbeeld moet leesbaar zijn. Dit betekent voor de letters dat: - de lettervormen een halenstructuur bevatten. Dit maakt adequate overgangen mogelijk; - er geen onnodig lange, rondgaande lettertrajecten gevolgd hoeven worden; - de letter a, c, d, g en q aan de bovenkant een scherpe omkering hebben. Een ronde omkering kost meer tijd; - de lussen en staarten niet onnodig lang zijn; - de zoneverdeling tussen onder- en bovenlijn niet belemmerend is voor het tempo en de leesbaarheid. [...]; - letters begin- en eindhalen hebben; - de begin- en eindhalen efficiënt zijn voor het doel dat ze dienen; - de kleine letters een beginhaal hebben die op de lijn begint en een eindophaal die eindigt op de helft van de regelhoogte. [...] - terugkeringen langs hetzelfde traject, zoals bij de h, m, n en p kort worden gehouden [...] - de t een dwarsstreepje heeft [...] De t met een dwarsstreepje is duidelijker herkenbaar en makkelijker uitvoerbaar, [...] - de ophaal van de kleine letters geen scherpe bocht vormt met de neerhaal. [...] - er ook aandacht geschonken wordt aan de y, omdat deze tegenwoordig regelmatig voorkomt (denk maar aan eigennamen). In de methode wordt geen vreemde vorm geïntroduceerd, maar wordt eenvoudig de ij zonder puntjes geschreven. De Griekse y hoort niet thuis in het alfabet. [...]’

51


52


Ook ‘Handschrift’ deelt letters in ‘letterfamilies’ in. ‘Sommige letters hebben ook een bepaald bewegingspatroon gemeen, [...]’ ‘Handschrift maakt gebruikt van ‘het rechtopstaande blokschrift dat uitgaat van een rondje [...]’. Ons blokschrift gaat uit van het elementaire Romeinse alfabet, het kapitaal alfabet, zoals beschreven door Fons van der Linden [...]. De basis van de letters is een vierkant van 1 cm bij 1 cm.’ schrijven in de basisschool (wolters-noordhoff, 1995) ‘Schrijven in de basisschool’ stelt als enige methode de vraag: ‘Waarom hebben de verschillende letters dié vormen zoals ze zijn afgebeeld?’ Met een opsomming en uitwerking van criteria geeft men antwoord op deze vraag: ‘Naast de criteria van onder andere goede leesbaarheid en esthetische vormgeving hebben ook psychomotorische criteria een sterke invloed gehad op de vormgeving van de letters.’ Deze laatste criteria worden toegelicht: de halenstructuur van de letters, de overgangen tussen op- en neerhalen en de lettertrajecten. Men noemt de Groep Functieleer aan de universiteit Nijmegen wiens onderzoek in de vormgeving is verwerkt. Ik heb echter geen publicaties hierover kunnen vinden (op internet). Bij de beschrijving van afzonderlijke letters en lettergroepen, spelen de psychomotorische criteria een overheersend rol. ‘Het alfabet bevat lettervormen, die zoveel mogelijk aangepast zijn aan de functie van de verschillende spiergroepen die betrokken zijn bij de op- en neerhalen en de letteronderdelen.’ Er wordt gedetailleerd over verschillende letters en hun specifieke op- en neerhalen verteld. Opvallend vond ik de opmerking dat ‘Elke onderkastletter kent 8 tot 11 verschillende verbindingslijnen naar het beginpunt van de volgende letter.’ ‘Penlichting’ en ‘pen-optilbeweging’ ontnemen het kind houvast bij het schrijven. Deze (verticale) beweging onderbreekt de continuïteit van het schrijfproces en veroorzaakt een ‘mikprobleem’. Uitgeverij Wolters-Noordhoff heeft een opvolger voor ‘Schrijven in de basisschool’ gemaakt: ‘Schrijfhuis’. In een digitale brochure bij de methode vond ik onderstaande tekst over ‘de letterset’.

53


kleine letters De letters zijn eenvoudig van vorm en hebben geen onnodige rondingen. Sommige letters hebben een korte functionele ophaal: b-f-h-k-l-m-n-rs- t-v-w-x-z. De andere letters hebben geen ophaal. Alle letters kunnen in een doorlopende lijn geschreven en verbonden worden. Alleen bij de t en de x is een penoptilling nodig. hoofdletters De hoofdletters zijn eenvoudig. Een aantal heeft van nature een eindhaal: de AC-E-G-H-J-K-L-MN- R-Q-U-X-Y-Z. De overige hoofdletters hebben geen eindhaal. Om deze hoofdletters te verbinden met een kleine letter is een penoptilling nodig. cijfers De kinderen leren cijfers schrijven in een apart cijferschrift. De cijfervormen zijn allemaal ongeveer van stoklettergrootte. De vorm is sober en gemakkelijk te schrijven. De cijfers 4, 5 en 7 vereisen een penoptilling. verbindingen Zodra de geleerde letters een woordje vormen, leren de kinderen de letters te verbinden. Zo leren ze een beter bewegingspatroon aan dan bij het schrijven van losse letters. De meeste verbindingen worden gemaakt vanaf de onderste rompletterlijn (m-ui-s), soms boven aan de letter (v, w, b en o). Bij de e en de f begint de verbinding halfweg de letter. Vaste letterclusters zoals ei en sch worden aan elkaar geschreven aangeleerd. Dat sluit aan bij de manier waarop de kinderen ze leren lezen in Leeshuis beginnend lezen. eigen observaties De drie verschillende methoden hanteren ieder een eigen schriftletter die voornamelijk door drie methodeoverstijgende criteria zijn vorm heeft gekregen. • letterverbindingen; • halenstructuur; • bewegingspatroon. Opvallend is wel dat deze criteria voortvloeien uit een psychomotorische benadering van schrijven. De schrijfbeweging bepaalt de vorm van de letter. Schrijven op school is niet te vergelijken met kalligraferen. Bij deze laatste vorm van schrijven staat de lettervorm centraal en past men de (hand-) bewegingen aan de lettervormen aan.

54


De letters in de schrijfmethoden hebben geen contrast. De lijnen zijn overal even breed en doorgaans erg dun in vergelijking met ‘drukletters’ van dezelfde grootte. Er is geen variatie in verschillende gewichten. Het schrijfmateriaal (doorgaans potlood of balpen) laat ook nauwelijks dik-dun verschil maken. Hoewel de letters lijken op het schrift dat rond 1900 geschreven werd (lopend schrift), hebben de letters niet het dik-dun verloop dat de pen met spitse punt wel maakte. In de schrijfmethoden worden de hoofdletters (KAPITALEN) even hoog geschreven als de stokletters. Bij de meeste lettertypen zijn de stokken iets hoger dan de kapitalen. De Baskerville is hierop een uitzondering. Hoofdletters zien er in de meeste gevallen als grote onderkastletters uit en in sommige gevallen herken je er nauwelijks de letter in. Horizontale spatiëring word in geen van de drie handleidingen besproken. Zowel over letter- als woordspatie wordt niets gezegd, terwijl dit toch belangrijke begrippen zijn bij het werken met tekst. Verticale spatiëring wordt aangeduid met ‘liniatuur’. Men werkt met een aantal lijnen die aangeven hoe hoog letters geschreven moeten worden. Naarmate kinderen vaardiger zijn geworden in het schrijven, blijft van de vier lijnen slechts de basislijn over. In de drie methoden worden verschillende namen gebruikt voor de aanduiding van de hoogte van de letteronderdelen. • • • • • •

Typografische naam accenthoogte kapitaalhoogte stokhoogte x-hoogte basislijn staartlengte

benaming in schrijfmethoden onbekend onbekend bovenluslijn schaduw-, romp- of bovenlijn basis-, grond- of onderlijn onderluslijn

Het meest opvallende aan de lettervormen voor het schrijfonderwijs vind ik wel de verhouding x-hoogte en stok- en staartlengte. Van letters wordt doorgaans beweerd dat een relatief grotere x-hoogte de leesbaarheid van een letter vergroot. Er zijn letters die met opzet lange stokken en staarten hebben gekregen vanwege het doel dat zij dienen. Ik heb verschillende letters nagemeten en met behulp van slechts een geodriehoek bepaalt wat de verhouding x-hoogte : stokhoogte was.

55


vergelijking tussen de hoogtes van methodisch verbonden schrift, TrinitĂŠ NÂş3 en Seria

vergelijking tussen de hoogtes van methodisch verbonden schrift, Times New Roman en Bodoni

vergelijking tussen de hoogtes van methodisch verbonden schrift, Helvetica en Univers

56


De afbeeldingen hiernaast laten het verschil tussen ‘methodisch verbonden schrift’ en verscheidene moderne lettertypen. Twee ervan staan bekend om hun lange stokken en staarten: Trinité Nº3 half-vet Cursief van Bram de Does en de FF Seria Regular & Italic van Martin Majoor. De afbeelding van de Trinité is samengesteld uit een ingescande pagina van het Letterboekje van de HKA. De afbeeldingen van de Seria zijn gemaakt en ter beschikking gesteld door Martin Majoor. De verhouding x-hoogte : stokhoogte is bij deze twee lettertypen 1 : 2. Bij de ‘Times New Roman’ en ‘Bodoni’ schommelt de verhouding rond de 2 : 3. Schreeflozen zoals de ‘Univers’ en ‘Helvetica’ heb ik nagemeten en daarbij kwam ik op een verhouding van 5 : 7. Bij de letters van de verschillende schrijfmethoden constateerde ik dat de lengte van lussen veel groter is dan de x-hoogte. In sommige gevallen zijn de lussen twee keer zo lang als de x-hoogte! Een verhouding van 1 : 3. Dit heeft ongetwijfeld gevolgen voor de leesbaarheid. Als laatste is me opgevallen dat in de methodes erg veel aandacht is voor de juiste beweging die de kinderen moeten maken en niet voor de vorm die de letters op papier krijgen. Kinderen leren dat goed schrijven betekent: de pen volgens een vast patroon bewegen. Wat als kinderen hun teksten gaan typen? Hoe zien ze dan of letters groot genoeg zijn? Wanneer leren kinderen kijken naar schrijfproducten met oog voor grijswaarde van de tekst of regelmaat in hun handschrift? Hoe moet een kind te weten komen wanneer letters te krap op elkaar of juist te wijd uit elkaar staan? Gaandeweg dit onderzoek heb ik de achtergronden van de letters waarmee kinderen leren schrijven achterhaalt. Een aantal typische schrijflettervormen springen er uit. . Aan de lussen en krullen herkent waarschijnlijk iedereen een ‘schrijfletter’. Deze eigenschappen komen voor een groot deel doordat een romein (en een humanistische cursief ) oorspronkelijk in meerdere streken geschreven werd. De pen werd opgetild. Ook bij de cursief werd voor bepaalde constructies de pen van het papier getild en elders weer geplaatst. Met de kroontjes pen is een dergelijke beweging wel te maken, maar het kost tijd. Schrijven moest steeds sneller gaan en daarom heeft men de luchtbewegingen op papier uitgevoerd. Onder invloed van de psycho-motorische criteria werd deze doorgaande beweging allesbepalend voor de lettervorm.

57


Onderstaande illustratie laat zien hoe door toevoeging van de luchtbewegingen een cursieve letter kan veranderen in “schoolschrift”.

De onderkast r is heeft een andere oorsprong en is niet ontstaan vanuit de schrijfbeweging. Hiervoor vond ik de uitleg in een boekje van Julius de Goede. De typische vorm van de ‘schoolschrift-r’ vindt zijn zijn oorsprong in de het Gothische lettertype. Deze lettervorm is ontstaan uit een ligatuur voor de R.

58


de methode ‘schrift’ Gedurende de zoektocht naar de verschillende schrijfmethoden, kwam ik een internetsite tegen die me vooral opviel omdat ergens op de pagina een foto van Gerrit Noordzij was verwerkt. In een later hoofdstuk zal ik iets meer over zijn visie op schrijven en onderwijs zeggen. ‘De Stichting Schrift Ontwikkeling zet zich in voor de verbetering van het schrift, met name op de basisschool. Onder ‘schrift’ wordt zowel het handschrift als het toetsenbordschrift verstaan.’ Nadat we via de mail allerlei interessante informatie hadden uitgewisseld, kwam het tot een ontmoeting met twee van de makers van de schrijfmethode ‘Schrift’: Ben Hamerling en Astrid Scholten. De methode wordt uitgegeven bij Thieme Meulenhof en op de website bij deze methode staan de bijzonderheden van deze methode. [...] Uit onderzoek van de Stichting Schriftontwikkeling is gebleken dat de kwaliteit van het handschrift gedurende de basisschool tijd gestaag afneemt. En dat is niet alleen te wijten aan een afnemende lesfrequentie. Minstens even belangrijk is het feit dat de leerlingen nagenoeg niets leren over de vormgeving van letters of over de eigenschappen van lettervormen. Ook hun grafische vaardigheid laat nogal eens te wensen over. Met als gevolg dat de leerlingen op het moment dat hun handschrift verandert, niet kunnen beoordelen of dat een verbetering is. En dus ook niet corrigeren. leren schrijven is leren kijken De vernieuwende schrijfmethode Schrift speelt perfect in op de resultaten van het onderzoek. Schrift introduceert niet alleen een nieuwe, ergonomische en functionele letter maar besteedt van groep 1 tot en met 8 ook systematisch aandacht aan instrumentele vaardig heden en kennis omtrent letters en vormgeving. Schrijfhouding, kijken naar vorm, leesbaarheid, zelf evaluatie, pengreep en pendruk spelen daarbij een belangrijke rol. [...] schrift de letter Speciaal voor de methode Schrift is een geheel nieuw lettertype ontworpen. Deze Schriftletter is compact, functioneel en ergonomisch verantwoord. Er is namelijk niet alleen rekening gehouden met de bewegingsuitslag van de drie schrijfvingers, de letter vereist ook minder handverplaatsing. Schrift staat voor een makkelijk uitvoerbaar en goed leesbaar handschrift. Een handschrift dat beklijft. Ook in de bovenbouw!

59


Tekenoverzicht van de ‘Schriftletter’. Vooruitlopend op de digitale verwerking van methodisch verbonden schrift in het volgende hoofdstuk, zie je hier een hoe de makers van de ‘Schriftletter’ gebruikt hebben gemaakt van ‘letters’ en ‘verbindingen’. Met behulp van een macro, kun je geselecteerde gedeeltes tekst omzetten naar schrijfletters.

60


onderhouden en verbeteren Vanaf het moment dat de leerlingen de letters onder de knie hebben, verlegt Schrift het accent naar het onderhouden van het handschrift. [...] Ze krijgen daarvoor diverse handvatten aangereikt. Niet alleen maken ze uitgebreid kennis met lettervorming door de jaren en de verschillende culturen heen, de leerlingen gaan ook zelf aan de slag met letterkennis, handschriftevaluatie, layout en kalligrafie. [...] Punten die in ‘Schrift’ worden onderbouwd, maar in andere methodes ontbreken: - In geen enkele methode wordt de breedte-/hoogteverhouding onderbouwd. In geen enkele methode worden de letterverhoudigen didactisch toegepast. - In geen enkele methode wordt vormovereenkomst consequent toegepast. - In geen enkele methode wordt de letterspatie genoemd. - In geen enkele methode wordt de luslengte gerelateerd aan de absolute en de relatieve regelafstand. - In geen enkele methode wordt de hellinghoek onderbouwd - In geen enkele methode is aandacht voor de letters die kleuters gebruiken. - In geen enkele methode wordt de bloklettervormgeving onderbouwd. - In geen enkele methode wordt een direct verband gelegd tussen de vormgeving van de verbonden schrijfletter en de onverbonden ‘blokletter’. - In geen enkele methode worden voorbeelden getoond van wat ze nu precies met hun lettervormgevingsuitgangspunten bedoelen. - In geen enkele methode is belangstelling voor een rechtermarge, één van de meest toegepaste uitgangspunten bij verantwoord schriftgebruik. - In geen enkele methode is belangstelling voor de relatie tussen lettervorm en layout. In geen enkele methode is er aandacht voor de verhouding lijndikte-/romphoogte. (In de methode ‘Schrift’ is deze, om onderbouwde redenen, 1:10)

61


ontwerpers en schoolschrift

Als het schoolschrift zo goed zou zijn, waarom schrijven de meeste mensen dan niet meer zo? – Erik van Blokland –

Wat zeggen deskundigen over lettervormen en het schrijfonderwijs aan kinderen? • Wat zeggen (letter-)ontwerpers over de letter waarmee kinderen leren schrijven? • Wat doen ontwerpers met schrijfletters? In dit deel bekijk ik het schoolschrift met een ontwerpersblik. Allereerst ‘een visie op schrijfonderwijs vanuit traditioneel typografisch oogpunt’. Daarna de ontwikkelingen binnen het letterontwerpen die gerelateerd zijn aan het schrijfonderwijs. In feite komt het er op neer dat vooral typografen zich steeds weer afvragen waarom er ‘aan elkaar geschreven’ zou moeten worden. Deze verbazing is begrijpelijk, omdat ze zelf altijd met ‘losse letters’ werken en het woordverband optisch tot stand brengen door een juiste spatiëring toe te passen (Hoewel dit laatste niet van elk letterfont te zeggen is) Kinderen die leren schrijven, weten nog niets van een optisch woordverband en strooien de letters als pepernoten over het papier. Ze leren door middel van het verbonden schrift woorden als woord te herkennen en te maken. De letters krijgen nu automatisch een ‘redelijke spatie’. Het is voor jonge kinderen nog niet haalbaar om to woordvorming te komen op grond van juiste letterspaties Later, als ze in de bovenbouw om groepsmotieven ‘los’ gaan schrijven, weten ze weer niets van een optisch woordverband door het toepassen van een correcte letterspatie en schrijven ze alle letters maar tegen elkaar aan. (Wat heet dan nog ‘los’ schrijven?). – Ben Hamerling –

62


Door gebruik te maken van de mogelijkheden van computers, kunnen tegenwoordig lettertekens ‘automatisch’ aangepast worden aan de context waarin ze geplaatst worden. Verbindingen, zoals in de verschillende schrijfmethoden aan kinderen worden aangeleerd, worden tijdens het typen gemaakt. Just van Rossum heeft begin negentiger jaren ‘FF Schulschrift’ ontworpen. Dit font wordt met een klein programmatje geleverd (Scripter) dat een stuk tekst converteerd naar een handgeschreven tekst. Evert Bloemsma † heeft begin 2003 meegewerkt aan het programmeren van een font dat gebruik maakt van de mogelijkheden van het OpenType fontformaat. Ook ‘FF Schulschrift’ is tegenwoordig als OpenType-versie te koop. schrijfmeester noordzij Gerrit Noordzij heeft veel gezegd over letters, letterontwerpen en typografie in de westerse wereld. Het boekje ‘De streek, Theorie van het schrift’ wordt door Petr van Blokland in Items genoemd in de rubriek ‘Goudmijn’. Naast zijn uitleg over wat voor hem zo bijzonder is aan het boekje, vertelt hij in een notedop wat de ideeën van Noordzij zijn. Ik zou het niet beter kunnen verwoorden. In 1991 publiceert Gerrrit Noordzij zijn spannende boek ‘De Streek, Theorie van het schrift’. Het is voor niet alleen een goudmijn om wat er in staat, maar vooral ook vanwege de wereld van ideeën er omheen en wat er aan de publicatie vooraf gaat. In 1977, mijn tweede jaar op de academie van Beeldende Kunsten in Den Haag geeft Gerrit het vak letterontwerpen. In zijn lessen staat het aspect ‘contrast’ centraal, zoals dat ontstaat wanneer letters worden geschreven. Het verschil tussen de dunne en dikke lijnen en ook hun positie in een letter zijn in het model van Gerrit direct afgeleid van de gebruikte pensoort. Een brede, platte pen levert ‘translatie’ op, zoals bijvoorbeeld in Times New Roman en Gill. Asymmetrisch, doordat de letters linksonder/rechtsboven dik zijn en linksboven/rechtsonder dun. De richting van de streek bepaalt het contrast. Alleen een streek van linksonder naar rechtsboven is dun, alle andere richtingen leveren een dikke lijn. Een spitse pen, daarentegen, levert ‘expansie’, zoals in Bodoni en Helvetica. Symmetrisch doordat de letters links/rechts dik zijn en boven/onder dun. In dit geval bepaald de druk op de pen het contrast. Een neergaande streek is dikker omdat de punten van de pen uit elkaar bewegen. Het vlies van inkt tussen de punten vult de lettervorm.

63


Een letterclassificatie op basis van het contrast staat haaks op de klassieke verdelingen tussen schreef- en schreefloze letters. Of klassiek en modern. Het gaat om het dik-dun in de letter en niet om details zoals schreven (de ‘voetjes’ die aan sommige lettertypen zitten), krullen en andere toevoegingen. Gerrits uit uitgangspunt is dat het schrift de oorsprong is van de meeste lettervormen en dus ook als uitgangspunt genomen moeten worden voor het classificeren ervan. Gerrit is een uitdager, in voor elk experiment, of het nu gaat om het ter discussie stellen van bestaande opvattingen over letterontwerpen en typografie, of over het ontwikkelen van nieuwe theorieën over optica, zoals in een van zijn latere publicaties. [...] Ook stimuleert hij om als ontwerper diep in de wiskundige theorie van lettervormen te duiken. Vooral de discrepantie tussen vormen die mathematisch en optisch juist zijn komt in het formeel beschrijven van lettervormen duidelijk naar voren. Hij was het die met Peter Karow van het Hamburgse URW in deze periode de eerste geïnterpoleerde letters maakt. Door de uiterste gewichten, mager en vet, van een letter te tekenen en deze tekeningen te digitaliseren is het mogelijk om een onbeperkte hoeveelheid tussengewichten te berekenen. Interpoleren is een van de beste automatisch uit te voeren bewerkingen op lettervormen. Tot op de dag van vandaag wordt deze techniek door vrijwel alle letterontwerpers en -uitgevers gebruikt. [...] ‘De streek’ is een boek waarin de bestaande structuren worden gerelativeerd, precies dat wat Gerrit zijn studenten wil laten doen. Ontwerpers, onderzoekers en wetenschappers moeten geen ontzag hebben voor het bestaande. Alleen beroepsmatige ontevredenheid leidt tot nieuwe inzichten. En om dat te worden moeten studenten leren kritisch naar de omgeving te kijken, inclusief dat wat docenten aanleveren. Om te leren in welke eigen situatie zijn model niet meer toereikend is vergt een aantal jaren in de ontwerppraktijk. Gerrit weet dat als geen ander te stimuleren. Petr van Blokland In het boekje ‘Das Kind und die Schrift’, een digitale samenvatting van de voordracht voor het ‘Typographische Gesellschaft München’ uit 1983, zet Noordzij zijn ideeën over kinderen en typografie op een rijtje. Via de Stichting Schriftontwikkeling kreeg ik een brief in handen die Gerrit Noordzij in 1975 aan Nico Huppes schreef. Ondanks het feit dat deze informatie ondertussen dertig jaar oud is, vond ik in bepaalde fragmenten duidelijke omschrijvingen van hoe het schrijfonderwijs aan kinderen er volgens Noordzij uit zou moeten zien.

64


[...] Schrift is vormgeving; slechte vormgeving of goede vormgeving, maar hoe dan ook vormgeving. Als er geen vorm is, is er ook geen schrift. Materiaal, medium en techniek zijn absolute voorwaarden die niet veronachtzaamd mogen worden, maar niet één van die voorwaarden, ook de techniek, laat staan een aspect van een bepaalde techniek, zoals de beweging van het handschrift, kan in de plaats komen van het doel: schrift maken. Er zijn vele manieren van schrift maken. Daarvan moet de school minstens het handschrift en de schrijfmachine onderwijzen. Het handschrift staat voorop, niet alleen omdat het de handigste techniek is, maar ook omdat het de criteria voor alle andere schrifttechnieken stelt. Alle criteria zijn te herleiden tot dat van de leesbaarheid, want het eerste bestaansrecht van elk schrift is, dat het gelezen kan worden. Zoals de eerste zorg van de spreken niet de leuke dingetjes geldt die hij met zijn tong en strottenhoofd kan doen, maar de verstaanbaarheid en de begrijpelijkheid van zijn verhaal, zo moet de schrijver zich allereerst in de lezer verplaatsen. Het schrift is dus geen uitspatting van de schrijver maar een functie van het lezen. Leesonderwijs is voor een deel schriftonderwijs. Het lezende kind moet allerlei soorten schrift goed leren kennen. Het is niet persé nodig dat het kind al die schriftsoorten zelf kan maken, maar een kind dat zelf een keer KAPITAAL romein cursief vet gemaakt heeft zal de typografische structuren die op het verschil tussen deze schriftsoorten berusten, makkelijker doorzien dan wanneer het geen naam kan geven aan deze aspecten van zijn leerboekjes. Bovendien begrijpt het kind dan pas goed dat zijn concentratie op de beheersing van een min of meer informeel lopend schrift uit een betrekkelijke keuze voortvloeit: het kan ook anders (zoals een tweede taal kan bijdragen tot het inzicht in de moedertaal). [...]In deze sector van het schriftonderwijs (die op het rooster waarschijnlijk onder ‘lezen’ valt) moet voorop staan dat wij geen letters lezen (want dat heet spellen) maar woorden. Wij moeten dus ook woorden maken als wij schrijven. […] En nu valt er misschien wel een oordeel over het model: in het westerse schrift maakt de witverdeling het woordverband. Als dit verband ontbreekt, dan zijn verbindingslijntjes geen gelijkwaardige vervanging. […] De waarneming, die in het kleuteronderwijs al enige aandacht krijgt, moet niet als creativiteitsfranje in pretvakken weggewerkt worden. In tegendeel, daarmee begint het oordeel over het scheppingsproces: ‘En God zag dat het goed was.’ [...]

65


schrijven als vormgeving Toelichting Het schrift is een visueel communicatiesysteem. Het bestaat uit vormen die wij passief (lezen) en actief (schrijven) moeten leren beheersen. Schrijfonderwijs is een inleiding in vormgeving. Op het congres van de Association Typographique Internationale in Kopenhagen (1973) hebben ontwerpers uit de hele wereld van het westerse schrift een werkgroep gevormd voor elementair schrijfonderwijs. [...] Het verslag van dit werk is in Warschau verschenen onder de titel handwriting as design. [...] Tuil / december 1975 Voorwoord Mijn houding tegenover het schrijfonderwijs krijgt in dit verslag een voorlopige verantwoording. […] Het verslag moest beperkt blijven tot de belangrijkste technische aspecten van het schrift (ritme, vorm, structuur). […] Vooronderstellingen Het is de gewoonte om in het schrijfonderwijs de leesstof aan te passen aan de armzalige techniek, de slechte gereedschappen en de primitieve denkbeelden van kinderen. Deze infantilisering wordt verdedigd met een beroep op de pedagogie, maar uit de resultaten blijkt dat de kinderen er niets mee opschieten. Bovendien is het nogal merkwaardig dat het schrift verkracht wordt, maar niet taal, wiskunde, aardrijkskunde enz. Voor deze vakken hebben wij de kunst van opvoeding altijd gezocht in het verzinnen van de juiste didactische stappen, zonder daarbij de stof geweld aan te doen. Wij hebben ons toegelegd op de didactiek van de schriftconventie, zoals die is overgeleverd in wat gangbare typografische lettertypen gemeenschappelijk hebben. Wij onderscheiden de constructie en de gedaante van KAPITAAL, romein en cursief. Dit zijn de actuele verschijningsvormen van het westerse handschrift. Ons oogmerk – lopend schrift – beperkt ons bij definitie tot de cursief (met kapitaal voor hoofdletters en opschriften) maar het is om verschillende redenen zinvol, ook een paar oefeningen aan de romein te besteden (al was het alleen maar om de eigenaardigheden in de constructie van de cursief als zodanig te kunnen ervaren.) Het gaat dus om de actualiteit van het schrift. Historische feiten dienden vaak als toelichting, maar niet als doorslaggevend argument.

66


ritme Ritme berust op de gelijkwaardigheid (kwantitatief ) van verschillende (kwalitatief ) elementen. Het woordbeeld is een ritmische eenheid waarin de verschillende witte vormen dezelfde waarde moeten hebben. […] vorm De kinderen hadden in de eerste twee klassen leren schrijven volgens een methode die alleen gericht was op het inslijpen van een bewegingspatroon. Van een woordbeeld – of zelfs van bewust zien – was geen sprake. […] gereedschap en model Alles wat een zichtbaar spoor achterlaat kan gebruikt worden om mee te schrijven: de kinderen probeerden dan ook van alles. […] Omdat wij geen reglement, maar begrip als doel hebben gesteld, is de brede pen een absolute voorwaarde voor ons schrijfonderwijs. Lettervormen zijn willekeurig en de brede pen is willekeurig, maar in hun samenhang worden de conventionele vormen van het westerse schrift en het westerse schrijfgereedschap wederkerige argumenten. Schrijven leer je met de brede pen. Schrijven kun je zelfs met een balpen (hoewel niet – zoals in ons voorbeeld – op zwaar gelijmd papier). Het zal duidelijk zijn dat wij veel meer tijd en aandacht besteed hebben aan de ontwikkeling van inzicht dan aan conditietraining. Die komt helemaal vanzelf, want een kind zal altijd proberen aan zijn eigen norm te beantwoorden. Noordzij richt zich regelmatig tegen de schoolmeester die zijn of haar gezag wenst te behouden. Het gaat echter buiten de strekking van mijn verhaal hier ver over uit te wijden. Eén citaat wil ik hier noemen, omdat het de tijd waarin de ideeën van Noordzij ontstonden illustreert. Kinderen kunnen nog kijken. Zij zien dat het verhaal van de school onzin is. De schoolmeester kan niet meer kijken en daardoor kan hij zich niet in de zienswijze van kinderen verplaatsen. Hij kan de objectieve kinderen alleen maar met een subjectief verhaal overdonderen. Daarmee breekt hij de geestelijke ontwikkeling van zijn kinderen af, bij velen voorgoed. Schrijven is ook bewegen. In hoofdstuk 3 schreef ik over de drie meest gebruikte schrijfmethodes in Nederland. Bij alle drie hebben psychomotorische criteria de grootste invloed op de vormgeving van de letters. Noordzij kijkt hier heel anders tegenaan:

67


Ik ben wel eens uitgenodigd bij het overleg over de uitgave van schrijfvoorbeelden. De man die het hoogste woord had was een soort gymnastiekleraar. Uit hoofde van zijn vak wist hij alles van beweging en schrijven is bewegen. Ik vroeg hem wat hij wist van graveren. ‘Zowat niets’, zei hij, ‘maar hoezo?’ ‘Graveren is bewegen. U weet nu hoe ik uw deskundigheid aansla.’ Toen de uitgever deze deskundige niet naar huis wilde sturen, ben ik zelf naar huis gegaan. Hij wijst in zijn verhaal ook keer op keer op de objectieve zienswijze die kinderen tot een jaar of 9 hebben. Hiermee bedoelt hij dat voor kinderen een verhaal over links en rechts, voor- en achteraan, eerst en laatst moeilijk te bevatten is. Volwassenen zien subjectief en praten vanuit deze zienswijze. Noordzij illustreert dit met de woorden tak en kat. Voor een volwassene is de positie van de letters bepalend voor de betekenis. Een (jong) kind ziet de tekens, maar leest net zo makkelijk van links naar rechts als andersom.

Noordzij stelt dat door te wijzen op de witruimte tussen de letters, kinderen (ook jonge kinderen zoals kleuters) zien waarom tak anders is dan kat. Dat Gerrit Noordzij kinderen wil laten kijken naar geschreven tekst is naar mijn mening een prima idee. Dat kinderen met een brede pen zouden moeten leren schrijven is wellicht iets overdreven. De vraag is of het schrijven met een brede pen ook voor iedereen is weggelegd. Als leraar heb ik regelmatig kinderen met blauwe vingers bij de kraan zien staan, omdat hun vulpen lekte. Een ander aspect van leren schrijven is het komen tot een ritme in het schrift. Volgens Ben Hamerling is het voor kinderen erg moeilijk op het oog de witruimte tussen letters te bepalen; verbindingslijnen tussen de letters geven steun bij het komen tot een juiste letterspatiëring. In de brief aan Huppes schrijft Noordzij dat de kinderen niet in staat bleken ‘een patroon van identieke streken’ te schrijven, hetgeen zijn stelling tegenspreekt.

68


In de tijd dat ik aan dit onderzoek werkte, heb ik geen andere ontwerpers of typografen gevonden die zich uitspraken over het schrijfonderwijs, zoals Noordzij dat deed. Schrijfonderwijs blijkt vooral een ‘motorische aangelegenheid’ te zijn, waarbij de taak van letterontwerpers en typografen van ondersteunende aard is. handschrift en de computer Wat hebben letterontwerpers met/over/voor het schoolschrift gedaan? Julius de Goede is (waarschijnlijk) de enige Nederlandse (letter-)ontwerper die zich bezig heeft gehouden met het ontwerpen van schrijfletters. Hoewel er ongetwijfeld meer onderwijzers zullen zijn die letters tekenen en schrifttypen ontwerper, doel ik hier op de (letter-) ontwerper die zich met onderwijs gaat bezighouden. Jan Middendorp schrijft in ‘Dutch Type’ over het werk dat Julius de Goede samen met Just van Rossum voor Malmberg deed. This time he proposed that Malmberg used computergenerated handwriting instead of writing each example by hand. On de Goede’s advice, the publisher bought Scripter, a small piece of software written around 1990 by Just van Rossum to accompany his typeface ‘Schulschrift’, a standardscript for German elementry schools.[…] While the teaching method was being developed, De Goede came up with another proposal. He saw great discrepancy between the kind of connected script which young children were taught to write, and the printing types that they were used to teach reading. ‘I have always thought it would be advisable to establish a link between these two. Having made a connected script for the computer, I then proceeded to design a cursive printing typeface for children to read.’ The idea, however, was never implemented by Malmberg. The schoolbook typeface became Julius Primer, […] Ben Hamerling en Astrid Scholten zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de schrijfmethode ‘Schrift’, waarbij ook een digitaal lettertype is gemaakt. De ‘Schrift-letter’ bestaat uit een reeks ‘lettervormen’ en een reeks ‘letterverbindingen’. Met behulp van een macro kan in een tekstverwerkingsprogramma elke getypte tekst omgezet worden naar schrijfletters. Tussen de ‘letters’ worden dan de juiste verbindingen gegenereerd. schreef een reactie op dit gedeelte van deze scriptie.

69


De digitale toepassing van de hedendaagse ‘schrijfmethodeletter’ zou juist het gevaar in zich herbergen dat er een letter wordt voorgesteld die niet goed uitvoerbaar is. Astrid heeft bijvoorbeeld nog alle letters van ‘Handschrift’ met de hand geschreven en daardoor weet je of het wel of niet uitvoerbaar is. Met de hedendaagse digitalisering van de schrijfvoorbeelden bestaat de kans dat men een letter zou ontwerpen die niet goed uitvoerbaar is. Zelf waren we ons maar al te zeer van dit gevaar bewust en hebben steeds van onze ontwerpen voorbeelden met de hand uitgeschreven. just van rossum & ff schulschrift Of hij de eerste was die een systeem heeft bedacht waarmee de verbinding tussen schrijfletters digitaal konden worden nagemaakt, durf ik niet met zekerheid te zeggen. Begin negentiger jaren werkte hij aan ‘FF Schulschrift’ en ‘Scripter’. Later heeft hij met Julius de Goede voor verschillende educatieve uitgeverijen oplossingen voor ‘methodisch verbonden schrift’ uitgewerkt. Ik had het vermoeden dat hij deze klussen niet als een bijzondere (ontwerp-)opdracht ervaarde, omdat het lettertype reeds vastlag en hij alleen het programmeerwerk hoefde uit te voeren. Om hier meer zekerheid over te krijgen belde ik in januari 2006 met ‘Letterror’ om Just van Rossum een aantal vragen te stellen over zijn betrokkenheid bij de vormgeving van ‘FF Schulschrift’. Ik kreeg Erik van Blokland aan de lijn, omdat ik naar zijn studio had gebeld. Met hem heb ik geruime tijd aan de telefoon gezeten en gepraat over onder meer schrijven, kinderen en letters, verschillende pennen, Noordzij, random-fonts en ‘FF Schulschrift’ . Over de betrokkenheid van Just kon hij niet zo veel zeggen; ‘Dat moet je hem zelf maar vragen’. Hij bevestigde wel min-of-meer dat het een klus was, waarbij het vooral ging om de technische oplossing en minder om het ontwerp. Aan het eind van het gesprek maakte hij de opmerking, die ik aan het begin van dit hoofdstuk heb geciteerd, als reactie op de letters die hij op de website van de schrijfmethode ‘Schrift’. Daarna heb ik Van Blokland en Van Rossum per mail gevraagd naar mogelijk materiaal dat ergens in een stoffig hoekje van een harde schijf ligt te wachten. De antwoorden van Just van Rossum konden het verhaal niet duidelijker vertellen.

70


Beste Arjen, Mocht één van jullie beiden nog een artikel/aantekening/ schets/opmerking over Schulschrift of handschrift hebben, dan zou ik daar graag kennis van nemen. Misschien hebben jullie ergens een interview gegeven waarin deze materie besproken werd? Misschien op Typeradio? Niet dat ik weet ;-) Als je specifieke vragen hebt: vraag gerust (liefst per email). Succes, Just Hallo Arjen, Ik heb gisteren met je collega aan de telefoon gesproken over jouw betrokkenheid bij FF Schulschrift. In mijn scriptie is een deel gewijd aan wat (letter-)ontwerpers met ‘schoolschrift’ doen en hebben gedaan. Zowel Evert Bloemsma als jij hebben gewerkt aan de automatisering van het font, toch? Erik bevestigde al wat ik dacht: Het was voor jou geen ‘bijzondere’ klus op ontwerpgebied, of is dat te kort door de bocht? Klopt wel een beetje. Het resultaat is niet iets wat ik zelf ontworpen zou hebben. Desondanks is het oplossen van (dit soort) technische problemen voor een deel ook een interessante ontwerpopgave. Je hebt overigens ooit eens samen met Julius de Goede voor Malmberg een font gemaakt. Herinner je je dat nog? Julius had de letter getekend, toch? Jij verzorgde de automatisering. Klopt. Wat vind je overigens van dergelijke schoolschrijfletters? Ze zijn meer het resultaat van (conservatieve) traditie en politiek dan gedegen onderzoek over wat echt een goede manier zou zijn om kinderen te leren schrijven. De regel ‘alle letters moeten aan elkaar zitten’ is eigenlijk grote onzin. Zie je naast schrijfonderwijs nog andere mogelijkheden voor dergelijke letters? Ze zien er grappig uit en daardoor worden ze wel eens puur om dat aspect toegepast. [ knip ] Maar ontwerpers die iets met schrijfonderwijs doen ... Sja, daar heb ik in wezen dus ook niet veel mee gedaan, ik deed wat me gevraagd werd: ‘maak een bruikbare digitale versie van schoolschrijf methode X’.

71


72


Ben je bekend met de schrijfsels van (mijn voormalig docent) Gerrit Noordzij? Hij heeft wel het een en ander geschreven over hoe kinderen zouden kunnen leren schrijven, vooral ook hoe je kinderen met woordblindheid beter zou kunnen helpen. Ik weet niet hoe makkelijk dat te vinden is. Succes, Just Ja, ik heb veel van hem gevonden en dat is wel interessant.Ik ben eigenlijk op zoek naar een ontwerper die schrijfletters WEL oké vindt. Bestaat dat, denk je? Geen idee... Misschien Julius de Goede? Just

En daarmee is deze cirkel rond. Zijn er eigenlijk nog meer (letter-) ontwerpers die iets met het methodisch verbonden schrift hebben? In ‘96#3•de wonderjaren’ stond een artikel over Evert Bloemsma, die in opdracht van ‘De Broeders van Liefde’ een schoolschrift-lettertype had gedigitaliseerd en geautomatiseerd. Bloemsma gebruikte voor het programmeren van de correcte schrijfverbindingen tussen de letters ‘Open Type’. Evert Bloemsma leeft helaas niet meer, dus ik kon hem hier niets over vragen. Toch wilde ik op één of andere manier meer te weten komen over zijn ideeën over zo’n ‘schoolschrift’. Via Martin Majoor ben ik in contact gekomen met Rens Holslag en Jaap van Triest. Ik werd door Jaap van Triest gebeld en kwam er zo achter dat Evert geen concrete artikelen of aantekeningen over zijn bijdrage aan het schoolschrift heeft bewaard. Er waren wel enkele aantekeningen van die iets zeggen over zijn denkwijze over verbonden (hand-)schrift en typografie. =====rens holslag: Ik vond met beperkte inspanning twee dingen; een clipping uit een scriptie. Evert typte dat fragment waarschijnlijk over omdat hij er iets in zag (handschrift op affiches zie attachment). En dan (belangrijker) de notities die Evert maakte bij zijn laatste openbare optreden; een lezing voor de 2e fase op de dag van of voor zijn overlijden. Die lezing heb ik in lichtbeelden(=scherm..) en tekstnotities (beknopt). Wat hij volgens mij probeert te bewijzen is dat hij de lichamelijkheid van het handschrift wil integreren met abstractie en geometrie?? Ten bewijze de legato????

73


74


In het telefoongesprek vertelde Jaap van Triest hoe Evert in die tijd keer op keer vroeg om handgeschreven voorbeelden, zodat hij de verbindingen exact zouden aansluiten. Jaap liet ook doorschemeren dat het best mogelijk zou zijn geweest dat Evert zich te zijner tijd alsnog op het ‘schoolschrift’ zou hebben gericht. Everts vader, Ben Bloemsma is namelijk grafoloog en Jaap meende dat zij vast regelmatig van gedachten hebben gewisseld over dit onderwerp. Een gesprek met Ben Bloemsma hierover was vanwege van de beperkte tijd niet meer te realiseren. Dat Evert Bloemsma interesse had voor handgeschreven en verbonden schrift mag dus wel verondersteld worden. Ook het bekende interview met Wim Crouwel uit 1984 laat die belangstelling voor handschrift zien. Hij opent het gesprek met de vraag … interview met wim crouwel U heeft in een interview met Vrij Nederland verteld dat u de handschriften van kinderen hebt bestudeerd… Ik heb een keer een lezing moeten voorbereiden over het onderwijs in handschrift. Niet specifiek over handschrift van kinderen, dat heb ik alleen daarin meegenomen. Ik heb in die lezing beweerd dat het schrijfonderwijs waarschijnlijk een steeds minder belangrijke plaats gaat innemen omdat apparatuur waarmee men zelf tekstuele informatie aan derden kan overdragen zo snel verandert en binnen zekere tijd voor iedereen bereikbaar is dat handschrift zijn langste leven waarschijnlijk wel gehad heeft. Behoudens in notities voor jezelf, die je ook alleen maar zelf hoeft terug te lezen. Met dat uitgangspunt heb ik gezegd dat schrijven een veel grotere vrijheid zou kunnen krijgen, het zou veel meer een creatieve daad kunnen zijn waarin je jezelf expressief kan uiten. Laat iedereen het schrijven maar leren op zijn eigen leuke manier en zoveel mogelijk aangepast aan de motoriek die hij van nature in zich heeft. Maar als iemand bij voorbeeld een brief zal schrijven aan een ander… Dan doet hij dat op zijn printer of straks op de stem-omzetter; die zijn er al in laboratoriumopstelling. Het duurt misschien tien jaar en dan is die apparatuur er al en dan duurt het nog eens tien jaar en dan kost het vijf gulden. Als die ontwikkeling verder zou gaan zouden toch ook de notities die mensen voor zichzelf nodig hebben op die manier kunnen worden gemaakt? Dat zou misschien kunnen maar ik ga er dan altijd nog van uit dat schrijven een soort natuurlijke drang is, dat je dat niet uit moet roeien.

75


Het wordt dan teruggedrongen tot het gebied van een soort vrije kunst? Het wordt teruggebracht tot persoonlijk expressiemiddel, ja, wat heel dicht bij de vrije beeldende kunst komt te liggen. Waarbij ik ook nog wel wil stellen dat de calligrafie overeind zal blijven. In het algemeen denk ik dat steeds meer dingen bij elkaar opgeteld worden, dat steeds meer mogelijk wordt en dat het alleen een verrijking en nooit een verarming betekent. Dit alles zou betekenen dat veel overeenkomsten tussen de vormen van geschreven en gedrukte letters zouden verdwijnen… Dat zou verdwijnen, dat zou voor mij ook niet ten onrechte zijn. Evert Bloemsma We leven nu twintig jaar later en vreemdgenoeg blijkt het in het schrijfonderwijs niet veel veranderd. De mogelijkheden om moderne techniek in te zetten ten behoeve van informatieverwerking en communicatie zijn volop aanwezig. De overheid heeft ook jarenlang het gebruik van computers in het onderwijs gestimuleerd. Je zou mogen verwachten dat bij het aanleren van schrijven deze nieuwe middelen een plek innemen. Tekst schrijven met behulp van een computer komt verdacht dicht in de buurt van tekst zetten met een opmaakprogramma. Schrijven is niet alleen een motorische handeling met schrift als (on-) gewenst resultaat. ‘Schrift maken’ vereist ook beeldend inzicht en kennis van een correct gebruik van letters. Een kind dat tegenwoordig een werkstuk schrijft, hoeft immers geen ellenlange teksten met de hand over te schrijven. Het maakt gebruik van een computer met internetaansluiting. Afbeeldingen worden ingescand en in een oogwenk wordt het lettertype van het hele document aangepast. De werkstukken van kinderen worden echter zelden beoordeeld op vormgeving en typografische kwaliteit (eigen ervaring). De kennis en ervaring van typografen en ontwerpers zou kinderen op weg kunnen helpen er iets nog mooiers van te maken. Dat lijkt me af en toe geen overbodige luxe!

76


nawoord

Over de ontwikkeling van het alfabet en het schrift heb ik eerder samenvattend geschreven. Daar kwam duidelijk naar voren dat techniek en geld een overheersende rol hebben gespeelde bij de vormgeving van het schrift en later de losse letters. Zelfs in de digitale tijd staan lettervormen onder invloed van de techniek en spelen financiële belangen een rol bij letterontwerp en -ontwikkeling. OpenType heeft niet alleen met esthetiek en gebruiksvriendelijkheid te maken. Adobe heeft er alle belang bij dat zijn letters op meerdere platformen kan worden gebruikt. Deschriftsoorten die in het onderwijs worden gebruikt in schrijfmethoden zijn kennelijk ook ontstaan doordat gangbare lettervormen zich vermengden met nieuwe technieken. Met uitzondering van de methode ‘Schrift’, waarvoor een nieuwe letter werd ontworpen, gebruiken moderne schrijfmethoden letters die hun oorsprong vinden in de tijd van het zwelschrift. Dit lopende 0f staande schrift is (waarschijnlijk) aangepast aan de psycho-motorische inzichten van vandaag, maar is typografisch nooit aangepast aan de huidige inzichten met betrekking tot leesbaarheid. Het lijkt wel of de wereld van het handschrift en die van grafisch ontwerpen en typografie mijlenver tegenwoordig nog verder uit elkaar staan dan in de voorgaande eeuwen. Dat handschrift iets persoonlijks en individueels zal worden, blijkt. Maar zal er een moment komen dat schrijfspecialisten, typografen en letterontwerpers de handen ineen slaan en zich gezamelijk storten op een degelijke letter waarmee kinderen kunnen leren lezen en schrijven? Zullen ze zich buigen over de vraag hoe wij in Nederland willen dat kinderen leren omgaan met tekst en de vormgeving daarvan? Ik hoop het van harte, immers goed voorbeeld doet goed volgen. Arjen van Voorst, mei 2006.

77


literatuuropgave Berkel, Rob, A is een Koetje (dat staat op zijn kop). Waar komen onze letters vandaan? Scryption Boekenfonds, Tilburg, 1995. Bloemsma, Evert, Interview met Wim Crouwel, Opvattingen over typograďŹ e. Hans Brand, Karel Martens en Stephan Saaltink [red.], Akademie Arnhem Pers, 1984. Egmond, Jaap en Klaas de Poel, Penneconste [theoriedeeltje]. Wolters Noordhoff, Groningen, 1972. Engelhart, B en J.W. Klein, 50 eeuwen schrift. Een inleiding tot de geschiedenis van het schrift. Aramith, Amsterdam 1988. Engen, A. v., Schrijven in de basisschool. Wolters-Noordhoff, Houten, 1995. Fairbank, Alfred J, A handwriting manual, Faber and Faber, London, 1975. Gils-de Bonth, M. v., e.a, Schrijftaal. Zwijsen, Tilburg, 1986. Goede, Julius de, en Martin Keulen, Schrijven & didactiek [theorieboek]. Wolters-Noordhoff, Groningen, 1990. Goede, Julius de, Kalligraferen. Luitingh, Utrecht, 1984. Gourdie, Tom., Italic Handwriting. Studio Books, London, 1986. Hamerling, Ben, Astrid Scholten, Thea Arts, Marjolein van Buuren, Schrift. ThiemeMeulenhoff, Utrecht, 2004. Hettinga, H. e.a., Handschrift. Malmberg, Den Bosch, 1989/91. Jackson, D., Van beitel tot vulpen. De geschiedenis van het schrift. Gaade, Amerongen, 1981. Jury, David, Fred Smeijers [red.], Over typograďŹ e. BIS publishers, Amsterdam, 2003. Lommen, Mathieu [red.], Bram de Does: letterontwerper & typograaf. De


Buitenkant, Amsterdam 2003. Lommen, Mathieu, Letterontwerpers. Joh. Enschede, Haarlem, 1987. Nesbitt, Alexander, The History and Technique of Lettering. Dover, New York, 1998. Middendorp, Jan, Leren schrijven met OpenType, 96#3: wonderjaren, tijdschrift over letters en beeld, jrg. 1 (2003) nr. 3. Fontshop Benelux. Middendorp, Jan, Dutch Type. 010 Publishers, Rotterdam, 2004. Rixtel, Robert van, e.a. Letters, Een bloemlezing over typograďŹ e. [z]oo producties, Eindhoven, 2001. Smeets, Martijn, Letterboekje: een overzicht van twintig PostScript fonts. Hogeschool voor de kunsten Arnhem, 1993. Smeets, Martijn en Martin Majoor, Letterboekje: een overzicht van een & twintig PostScript fonts. Hogeschool voor de kunsten Arnhem, 1994. Noordzij, Gerrit, Das Kind und die Schrift. Typographische Gesellschaft MĂźnchen, 1985. Noordzij, Gerrit, De streek: theorie van het schrift. Van de Garde, Zaltbommel, 1985. Noordzij, Gerrit, De staart van de kat: de vorm van het boek in opstellen. GHM, Leersum, 1988. Tschichold, Jan, Letterkennis. De Arbeiderspers voor de Stichting Graphilec, Mijdrecht, waarschijnlijk 1948.


colofon tekst, redactie en vormgeving Arjen van Voorst begeleidende docenten Elske Berndes Montse Hernรกndez i Sala Evert van der Molen Liesbeth Revers inhoudelijke ondersteuning Ben Hamerling Astrid Scholten lettertype FF Quadraat van Fred Smeijers


schoolschrift  

Een onderzoek naar de achtergronden van de letters waarmee kinderen leren schrijven.

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you