Issuu on Google+

LEUVEN KLIMAATNEUTRAAL 2030 Resultaten van de nulmeting


LEUVEN KLIMAATNEUTRAAL 2030 Resultaten van de nulmeting

Index

1

voorwoord door M. Ridouani ....

3

2 Inleiding door P.T. Jones ..................

5

3 Nulmeting ................................................ 15 4 toekomst .................................................

51

5 Projectpartners .............................. 55

Publicatie Leuven Klimaatneutraal 2030 | LKN 2030


foto Rob Stevens

Mohamed Ridouani, Schepen van Milieu, stad Leuven

Beste Leuvenaar,

Het klimaat is wereldwijd aan het veranderen. Dat is een feit dat herhaaldelijk door wetenschappers is vastgesteld en gesignaleerd. Grote boosdoeners in dit proces zijn de broeikasgassen zoals CO². Die zorgen voor een opwarming van onze aarde. Steden wereldwijd  veroorzaken 70 procent van de uitstoot van deze broeikasgassen en spelen daarom een hoofdrol in de strijd tegen de klimaatverandering. 

Begin dit jaar startte de stad het ambitieuze project Leuven Klimaatneutraal 2030. Leuven wil haar verantwoordelijkheid opnemen en haar impact op de klimaatverandering wegnemen. Door een verregaand plan op te stellen rond energiebesparing, hernieuwbare energie, duurzame mobiliteit en consumptie willen we een klimaatneutrale stad worden. De stad startte een intensieve samenwerking op met de KU Leuven en enkele bedrijven om een klimaatplan op te stellen. Hoe we dit precies gaan aanpakken, lees je verder in deze brochure. De start is alvast genomen met de uitvoering van de nulmeeting. De resultaten hiervan vind je ook in deze brochure.

2030 is een ambitieuze streefdatum, maar als vernieuwende slimme stad hebben we alle troeven in handen om dit waar te maken. We zijn het aan onszelf en de volgende generaties verplicht om onze stad uit te bouwen tot een gezonde groene stad ‘die lang meegaat’. We moeten met andere woorden duurzaam ontwikkelen. Ik hoop dit samen met jullie te doen en verder te bouwen aan Leuven Klimaatneutraal 2030. foto Brecht Goris

2

3


foto Rob Stevens

Peter Tom Jones, KU Leuven, Coördinator LKN 2030

Leuven Klimaatneutraal 2030: draagvlak, daadkracht én wetenschappelijke onderbouw

De opwarming van de aarde wordt meer en meer erkend als een van de grootste problemen waar de wereld vandaag en in de toekomst mee te kampen zal hebben. De gevolgen van een stijgend zeeniveau, meer extreme weersfenomenen (zoals hitte, droogte en overstromingen) en nieuwe klimaatpatronen worden nu reeds duidelijk. Daarover is bijna iedereen het vandaag eens, op enkele verloren gelopen klimaatsceptici na.

De totstandkoming van een internationaal, wettelijk bindend klimaatakkoord met voldoende ambitieuze doelstellingen is daarom essentieel. Alleen op die manier zal de wereldgemeenschap er in kunnen slagen de uitstoot van broeikasgassen drastisch terug te dringen tot een veilig niveau. Na de faliekante mislukkingen op de voorbije VN-klimaatconferenties in Kopenhagen (2009), Cancun (2010) en Durban (2011) is het echter duidelijk geworden dat een nieuw mondiaal akkoord nog niet voor morgen zal zijn. Pas ten vroegste in 2020 verwacht men dat er mondiale, wettelijk bindende afspraken zullen moeten worden nagekomen. In dit vacuüm van 8 jaar – tussen het einde van het Kyoto-akkoord in 2012 en de opstart van een nieuw akkoord in 2020 – kan de opwarming van de aarde zich grotendeels ongehinderd verder zetten. Het beperken van de temperatuurstijging tot maximum twee graden Celcius (de zogenaamde veilige grens) is zo goed als onmogelijk geworden. Dat betekent wellicht dat de gevolgen van de klimaatverandering in de toekomst nog meer de krantenkoppen zullen domineren. Tot zover het slechte nieuws.

4

foto Brecht Goris

5


Stedelijk beleid als reddingsboei?

Een korte geschiedenis van Leuven Klimaatneutraal 2030

Anderzijds is er vandaag ook een parallel proces aan de gang dat wél zeer hoopvol is. Daarbij worden wereldwijd klimaatinitiatieven genomen vanuit wijken, bedrijven, steden en provincies. Het C40 Cities Network, een initiatief dat onder zijn leden enkele van de meest vooraanstaande wereldsteden telt, loopt hierin voorop. In Europa werd het EU Burgemeestersconvenant opgesteld, waarbij steden verbintenissen aangaan die de ambitie hoger stellen dan de huidige EU klimaatwetgeving. Ook in Vlaanderen traden diverse steden toe tot dit convenant, waaronder ook de stad Leuven. Steden consumeren meer dan 60 procent van ’s werelds energie en zijn verantwoordelijk voor 70 procent van de mondiale CO2-emissies. Als steden een belangrijk deel van het probleem zijn, vormen zij ook een groot deel van de oplossing. De strijd tegen de klimaatverandering zal gewonnen of verloren worden in de stad.

Vanuit deze optiek en mee geïnspireerd door Provincie Limburg brak ondergetekende tijdens een lezing op 21 december 2010 in de Leuvense Schouwburg een lans voor het idee om Leuven klimaatneutraal te maken. Met klimaatneutraal bedoelen we dan letterlijk dat er op het Leuvense grondgebied geen netto uitstoot meer mag zijn van (menselijke) broeikasgassen zoals koolstofdioxide (CO2), methaan of lachgas. In de maanden daarop herhaalde ik deze oproep nog verschillende keren en moest vaststellen dat er relatief weinig enthousiast op gereageerd werd. En toch. Toen schepen van Milieu Mohamed Ridouani in het idee begon te geloven, veranderde de situatie snel. Wanneer dan ook twee zwaargewichten van de KU Leuven – professor Koen Debackere en professor emeritus Jef Roos – hun steun uitspraken ging de bal helemaal aan het rollen. Op 24 mei 2011, tijdens het MO*-debat in het Leuvense Wagehuys, ondertekende – tot grote verbazing van de vele aanwezigen – de schepen van Milieu een intentieverklaring om Leuven klimaatneutraal te maken tegen 2030. In deze intentieverklaring werd ondermeer opgenomen dat de stad en de universiteit een “huwelijk” zouden sluiten om dit ambitieuze project samen te realiseren. Daaropvolgend werd op 14 juni 2011 door de Leuvense stadsoverheid en de KU Leuven beslist om een gezamenlijk traject op te zetten.

foto Martin Vos

6

foto Rob Stevens

7


De bijkomende voordelen van klimaatneutraliteit Zowel de stad als de universiteit begrepen snel dat Leuven, als compacte provinciestad met een geëngageerde bevolking, een ambitieus bestuur, een bruisend Klimaatforum, tal van vooruitstrevende ondernemers en een toonaangevende universiteit, alle troeven in handen heeft om een klimaat- en duurzaamheidskoploper in Europa te worden. In plaats van de klimaatuitdaging alleen als een last te zien, kan Leuven de klimaatkwestie beschouwen als een ongeziene opportuniteit. De stad klimaatneutraal maken is een katalysator voor de overgang naar schone technologieën (energie, transport, materialen, gebouwen) en een sterke economie. Veerkracht, kennisopbouw en -verspreiding, jobcreatie, gezonde levensomstandigheden, energieen materialenonafhankelijkheid zijn daarbij de zogenaamde “secundaire voordelen” die samengaan met een ambitieus (stedelijk) klimaatbeleid. Dat verklaart waarom het project Leuven Klimaatneutraal 2030 ook snel financiële steun verkreeg van tal van andere stakeholders in Leuven.

De daadkracht wordt gegarandeerd via een inmiddels opgestarte Leuvense G20 (zie Kadertekst 3). Het betreft twintig visionaire sleutelfiguren uit het Leuvense bedrijfsleven, het middenveld (inclusief de culturele sector), de stad en de kennisinstellingen. Deze mensen hebben de ideeën én de maatschappelijke posities om nieuwe marsrichtingen aan te geven. Ten slotte is er in dit project gekozen voor een degelijke wetenschappelijke onderbouw. Naast het inhuren van een professioneel studiebureau (Futureproofed) worden ook een tiental KU Leuven professoren actief betrokken. Zij staan garant voor het wetenschappelijke karakter van de resultaten die uit het project LKN 2030 moeten voortvloeien.

Kadertekst 1: Leuven Overmorgen en het Leuvens Klimaatparlement

Unieke methodiek Het projectvoorstel Leuven Klimaatneutraal 2030 (of kortweg LKN 2030) werd begin februari afgewerkt. In dit project van één jaar (van februari 2011 tot februari 2012) moet aan het einde van de rit een concreet, haalbaar en financieel realistisch actieplan voorgesteld worden om Leuven klimaatneutraal te maken tegen 2030. Vanaf februari 2012 begint dan het echte werk, namelijk het uitvoeren van de maatregelen die in het plan worden voorgesteld. Om ervoor te zorgen dat het actieplan gedragen zal worden door de Leuvense politiek (over de partijgrenzen heen), het Leuvense bedrijfsleven, de academische instellingen en de civiele samenleving, werd voor een unieke procesaanpak gekozen. Drie kernwoorden springen daarbij in het oog: draagvlak, daadkracht en wetenschappelijke onderbouw. Om draagvlak te hebben is er echte betrokkenheid en participatie nodig, ook tijdens de opmaak van plannen. Zonder draagvlak lopen zelfs de beste plannen te pletter tegen de muur van onverschilligheid. In LKN 2030 wordt die betrokkenheid gecreëerd door projecten als Leuven Overmorgen en de oprichting van een Leuvens Klimaatparlement (zie Kadertekst 1) waar kritische burgers de LKN 2030-plannen kunnen bekritiseren en alternatieve voorstellen kunnen geven. Daarnaast werden er zes thematische cellen opgericht (energie, gebouwen en gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw en natuur, consumptie, transitie en participatie) (zie Kadertekst 2). Elke cel verenigt ongeveer 25 specialisten uit de maatschappelijke vierhoek (stadsoverheid, kennisinstellingen, ondernemerswereld en middenveld). Deze cellen komen regelmatig samen om frisse ideeën voor het LKN 2030-actieplan aan te reiken. De cellen reflecteren ook over de plannen die vanuit het projectteam worden opgesteld.

8

Als Leuven tegen 2030 een klimaatneutrale stad wil worden, moet iedereen zijn steentje bijdragen. Met de organisatie van een Leuvens Klimaatparlement onderzoeken we welke acties de Leuvense burger noodzakelijk vindt voor het actieplan Leuven Klimaatneutraal 2030. We bouwen met het Klimaatparlement verder op de ervaring met de woonkamergesprekken van het project Leuven Overmorgen. De ‘woonkamerambassadeurs’ worden nu echte ‘klimaat-ambassadeurs’ die met hun gezin, straat of organisatie acties formuleren om minder broeikasgassen uit te stoten. Tijdens een ‘klimaatgesprek’ bij de klimaatambassadeur thuis formuleert men de engagementen die men zelf wil aangaan, maar omschrijft men ook de gewenste inzet van andere actoren (bijvoorbeeld het Leuvense stadsbestuur) die noodzakelijk of ondersteunend zijn voor het realiseren van deze acties. De klimaatambassadeurs bespreken de verzamelde ideeën tijdens het ‘klimaatparlement’ op 15 december 2012. Klimaatambassadeurs gaan in dialoog met de experts die het klimaatactieplan opstellen. Samen leggen ze de actiepunten vast die de Leuvense burger zullen helpen om hun engagementen op te nemen in het project Leuven Klimaatneutraal 2030. Deel uitmaken van het Klimaatparlement of deelnemen aan een klimaatgesprek? www.leuven.be/leuvenovermorgen klimaatparlement@leuven.be [Geert Vanhorebeek]

9


Kadertekst 2: De thematische cellen

De samenstelling van de G20 is als volgt:

Van bij de start was het de bedoeling om het Leuvense middenveld en de mensen die concreet impact kunnen hebben via projecten op het terrein, actief te betrekken bij de voorbereiding van de actieplannen voor Leuven Klimaatneutraal. Er werden zes thema’s geselecteerd, waarrond telkens een thematisch cel werd opgericht. Deze zes thema’s zijn: gebouwen en gebouwde omgeving, mobiliteit, consumptie, energie, natuur en landbouw en ten slotte transitie en participatie. In elke cel zijn mensen betrokken uit onder meer de bedrijfswereld (bijvoorbeeld gebouwbeheerders), uit het sociaalculturele middenveld, onderzoekswereld, overheden en ngo’s. De thematische cellen overlegden reeds twee maal. Ze wisselden ook onderling hun bevindingen uit op een eerste ronde tafel op 15 juni 2012. Ze kunnen rekenen op de ondersteuning van wetenschappelijke experts vanuit KU Leuven voor elk van deze domeinen.

Louis Tobback, Carl Devlies, Mohamed Ridouani en Veronique Charlier (stad Leuven)

Koen Debackere, Johan Kips, Jef Roos, Peter Tom Jones en Han Vandevyvere (kennisinstellingen)

Patrick Willems, Peter van Biesbroeck, Francy Peeters, Luc Van den Hove, Karen Rombaut, Jo Vandenbergh, Rudy Van Beers en Serge de Gheldere (bedrijfsleven)

Hans Bruyninckx, Steven Vandervelden, Lieve Polfliet, Erik Beatse en David Dessers (maatschappelijk middenveld)

[Yanti Ehrentraut ]

Kadertekst 3. De G20 van LKN 2030 De G20 van Leuven Klimaatneutraal is een groep van een twintigtal beleidsmakers uit de Leuvense bedrijfswereld, het sociaal-culturele middenveld, het stadsbestuur, de universiteit en universitaire ziekenhuizen. Hier worden de strategische keuzes om te komen tot een klimaatneutrale stad voorbereid op het hoogste niveau. Op de eerste top, die op 11 juni 2012 plaatsvond in Abdij van Park, bespraken de leden de redenen om te komen tot een klimaatneutrale stad en de belangrijkste waarden die bij een dergelijk project moeten worden gerespecteerd. Van deze top onthouden we een grote wil om te streven naar een kwalitatieve stad voor de generaties die na ons komen. [Kristine Verachtert]

10

foto Rob Stevens

11


Leeswijzer

In deze publicatie worden de resultaten van de nulmeting voorgesteld. Om te weten hoever de stad Leuven nog verwijderd is van klimaatneutaliteit moeten we eerst zicht krijgen op de huidige situatie. Hoe groot zijn de broeikasgasemissies vandaag in Leuven? Welke sectoren zijn verantwoordelijk voor die emissies? Waar zijn de grote slokoppen? Meten is weten. Het vormt de eerste noodzakelijke stap om de meest relevante klimaatmaatregelen uit te werken. In dit boekje kan de lezer de opmerkelijke resultaten voor Leuven bekijken. Doorheen deze publicatie zijn er ook korte interviews opgenomen met leden van de G20 evenals met trekkers van de thematische cellen. Ten slotte biedt Han Vandevyvere, wetenschappelijk coรถrdinator van LKN 2030 een overzicht van de hoofdlijnen van wat u nog van dit project mag verwachten. Om Leuven daadwerkelijk klimaatneutraal te maken, hebben wij vele duizenden klimaatambassadeurs nodig. Wij hopen dat deze publicatie u inspireert om de klimaatneutrale rangen in Leuven te vervoegen. Alvast veel leesplezier.

foto Brecht Goris

12

13


foto uit archief

foto Rob Stevens

Jan Aerts, Futureproofed Peter Tom Jones, KU Leuven, ProjectcoĂśrdinator LKN 2030

De nulmeting: wat is de situatie in Leuven vandaag?

Leuven klimaatneutraal in 2030 ofwel LKN 2030? Om te weten in welke mate de stad daar van verwijderd is en waar ze zo effectief mogelijk moet ingrijpen, moet de huidige stand van de broeikasgasemissies gekend zijn. De nulmeting leert welke impact Leuven heeft op het klimaat en welke sectoren de grootste uitstoot voor hun rekening nemen. De nulmeting vormt de basis voor het uitwerken van de scenario’s en het formuleren van de aanbevelingen die moeten uitmonden in een gedetailleerd actieplan begin 2013.

14

foto Brecht Goris

15


1

foto Rob Stevens

Karen Rombaut, AB InBev

Wat is een nulmeting?

Leuven klimaatneutraal maken, is een ambitie die het stadsbestuur en de KU Leuven, samen met hun partners, tegen 2030 wensen waar te maken. Om te weten hoever de stad nog van dit doel verwijderd is, welke weg ze nog moet afleggen en waar ze vooral moet ingrijpen, is een referentiepunt via een nulmeting niet alleen nuttig maar onontbeerlijk. Meten is weten. De nulmeting brengt de huidige stand van de Leuvense broeikasgasemissies in kaart. Ze geeft weer welk aandeel iedere sector hierin heeft. Cruciaal voor een nulmeting is de afbakening van het te bestuderen gebied. Voor het project LKN 2030 werd gekozen voor Groot Leuven: dit is Leuven samen met zijn vijf deelgemeentes: Kessel-Lo, Heverlee, Wilsele, Wijgmaal en Haasrode.

‘Leuven Klimaatneutraal kan niet alleen de leefbaarheid van de stad versterken, maar kan Leuven ook sterker internationaal profileren. Dat is zowel voor de universiteit, het toerisme als de lokale bedrijven van belang. Ik zie Leuven Klimaatneutraal vooral als een belangrijke kans om met de betrokken bedrijven werk te maken van een duurzame omgang met natuurlijke grondstoffen en van duurzame investeringen die renderen op lange termijn. Het project biedt een unieke opportuniteit om kennis vanuit de universiteit, IMEC en de industrie samen te brengen en best practices uit te wisselen. Dat strookt helemaal met het feit dat Leuven een kennisstad is.’

‘Ons engagement binnen Leuven Klimaatneutraal komt niet uit de lucht vallen. Milieu is een van de drie pijlers van ons Better World programma waarmee we een sterke, duurzame wereldwijde onderneming wensen uit te bouwen. Een project dat van onze wereld een betere plaats om te leven wil maken past dan ook volledig binnen deze filosofie. Onze Leuvense brouwerij valt trouwens al jaren onder het Europese emissiehandelsysteem. In dat kader heeft de brouwerij een Vlaamse Benchmark Convenant ondertekend, waarin we ons engageren om deel uit te maken van de wereldtop in energie-efficiëntie voor brouwerijen. Die wereldtop hebben we intussen bereikt, maar dankzij uitdagende interne milieudoelstellingen blijven we voortdurend investeren in technologie en managementsystemen om het energieverbruik en onze CO2-emissies verder terug te dringen. Ook binnen onze logistieke afdeling hebben we duidelijke engagementen en doelstellingen om onze transporten en werking van magazijnen te optimaliseren om brandstofverbruik en CO2emissies te verminderen.’

‘AB InBev beschikt over heel wat relevante expertise en knowhow die we willen delen met de andere partners in het project. En uiteraard willen wij onze verantwoordelijkheid opnemen tegenover onze thuisstad Leuven. We zullen ons dan ook mee inzetten voor innovatieve projecten zoals bijvoorbeeld stadswarmteprojecten. Kortom: AB InBev wil, via de G20 en via de werkgroepen van LKN 2030, mee de lijnen uitzetten om de droom van Leuven Klimaatneutraal te verwezenlijken.’ 16

Daarnaast hoort bij een nulmeting uiteraard de keuze voor een geschikt referentiejaar, dat als betrouwbaar vergelijkingspunt moet dienen. Als referentiepunt voor de emissies werd na een uitgebreide discussie binnen het LKN 2030-projectteam uiteindelijk gekozen voor het jaar 2010. Het referentiepunt moet zo goed mogelijk de toestand van vandaag weerspiegelen. De meest recente data over energieverbruik en emissies die op het moment van de studie beschikbaar waren, dateren immers van het jaar 2010. Gedurende de verdere opvolging zal dit het ijkpunt blijven. 17


2

Een broeikasgasinventaris voor Groot Leuven

Om de broeikasgasemissies in kaart te brengen, werd in deze studie een internationaal erkende methodiek gehanteerd, namelijk de zogenaamde Bilan Carbone-methode. Deze is gebaseerd op de principes van het Greenhouse Gas Protocol (GHG Protocol). Dit GHG Protocol is de meest gebruikte internationale standaard die overheden, organisaties en bedrijven toelaat om broeikasgasemissies te kwantificeren en te beheren. Technisch gezien maakt dit protocol een onderscheid tussen Scope 1-, Scope 2- en Scope 3-emissies. In de onderstaande figuur wordt het verschil tussen deze emissie verder verduidelijkt.

Scope 1: directe emissies. Deze emissies komen vrij op het grondgebied Groot Leuven zelf. Meestal gebeurt dit in de vorm van een verbrandingsproces. Een goed voorbeeld hiervan is het aardgas in een ketel thuis of de benzine in de motor van een wagen. Bij de verbranding van deze fossiele brandstoffen komt onder andere koolstofdioxide vrij (CO2), het broeikasgas dat in belangrijke mate bijdraagt tot de opwarming van de aarde. Scope 1-emissies kunnen evenwel ook in andere vormen plaatsvinden zoals in industriële processen (bijvoorbeeld bij ijzer- en staalproductie wordt koolstof verbrand tot CO2 of bij de productie van cement wordt kalksteen ontbonden in kalk en CO2).

Scope 3: indirecte emissies ten gevolge van geïmporteerde goederen en activiteiten buiten Groot Leuven. Als Leuvenaar en Leuvense organisatie of bedrijf zijn we ook verantwoordelijk voor een groot aantal emissies die buiten de grenzen van de stad plaatsvinden. Denk maar aan vliegreizen die Leuvenaars maken omwille van professionele of privédoeleinden. Een ander relevant voorbeeld betreft de emissies die overal ter wereld plaatsvinden voor de productie (bijvoorbeeld ontbossing om ruimte vrij te maken voor het grazen van koeien) en het transport van voeding die hier in Leuven wordt geconsumeerd. Scope 3-emissies hebben daarnaast ook betrekking op de autokilometers die Leuvenaars maken tijdens hun zomervakanties in Frankrijk, Engeland of elders in Europa. Ook het woon-werkverkeer naar Brussel of ergens anders telt mee, net als de emissies die elders plaatsvinden voor de productie van onder meer kleding en bouwmaterialen. Dit alles noemen we Scope 3-emissies. Het grote verschil met de Scope 1- en 2-emissies is dat deze niet alleen veel moeilijker te meten zijn, maar ook minder eenvoudig te beïnvloeden zijn.

Alles Scope 1? Indien men de broeikasgasemissies van de hele wereld in kaart zou brengen dan zou bij een dergelijke inventarisatie alles uiteraard in Scope 1 vallen. Alle emissies vinden dan immers plaats op het grondgebied zelf – de aarde – en er dient bijgevolg niets geïmporteerd te worden.

Scope 2: indirecte emissies ten gevolge van geïmporteerde energie. Deze emissies komen vrij buiten de grenzen van Groot Leuven maar vallen onder onze verantwoordelijkheid. Het betreft immers energie die Leuven importeert om haar samenleving aan te drijven. In het jaar 2010 werd nog geen 2 procent van de elektriciteit die Leuven nodig had op het grondgebied van Groot Leuven zelf opgewekt. De overige elektriciteit komt van aardgascentrales, kerncentrales, windmolens, waterkrachtcentrales en andere centrales die buiten Leuven gevestigd zijn. Deze emissies worden geïnventariseerd in Scope 2.

Figuur: scopes - bron: The Greenhouse Gas Protocol Initiative 18

19


3

foto Rob Stevens

Peter van Biesbroeck, Directeur Voka - Kamer van Koophandel arrondissement Leuven

‘Een project als Leuven Klimaatneutraal doet ons kritisch nadenken over de manier waarop we vandaag leven, produceren en consumeren, en de effecten daarvan op het klimaat, en over hoe dat in de toekomst zou kunnen of moeten. Dat maakt alle betrokkenen alvast bewust over onze eigen impact op het klimaat. Wij hebben de voorstudie en de nulmeting voor dit project mee gefinancierd, om evidence based te kunnen oordelen. Bovendien laat een nulmeting toe ambitieuze maar haalbare targets vast te leggen voor de toekomst. Een schip zonder duidelijke koers is immers een schuit op drift. Dat geldt evenzeer voor acties die zonder vooraf gesteld doel gepland worden. LKN 2030 wordt een plan van, door en voor alle stakeholders en niet alleen van de beleidsmakers of industrie. Iedereen moet zijn plaats en rol kennen als stakeholder in dit grotere geheel.’

De Leuvense broeikasgasemissies 2010

In de studie Leuven Klimaatneutraal 2030 zijn de Scope 1- en 2-emissies zeer gedetailleerd in kaart gebracht. Voor de Scope 3-emissies is er een kwalitatieve inschatting gemaakt. De reden hiervoor is tweeledig: enerzijds zou een volledige Scope 3-inventarisatie zeer veel tijd vragen, anderzijds is veel informatie hierover niet beschikbaar op het niveau van een stad als Leuven (zie boven)

Welke sectoren? Een onderverdeling werd gemaakt op basis van de sectoren die ook MIRA hanteert. MIRA verwijst naar het Milieurapport Vlaanderen (http:// www.milieurapport.be/), een product van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). MIRA beschrijft, analyseert en evalueert de toestand van het Vlaamse leefmilieu, bespreekt het gevoerde milieubeleid en blikt vooruit op mogelijke milieuontwikkelingen. De sectoren die MIRA typisch hanteert, zijn:

1. Energieproductie 2. Transport 3. Huishoudens 4. Industrie

‘Voka - Kamer van Koophandel (arrondissement Leuven) zet zich, als vertegenwoordiger van handel en industrie in deze regio, mee in voor het welslagen van dit project. Daarom hebben we ons ook onmiddellijk bereid verklaard om zowel financieel als inhoudelijk dit project te ondersteunen. Het zou ondenkbaar zijn dat deze allesomvattende oefening zou gemaakt worden zonder de input van de handelaars, kmo’s en industriëlen. De Kamer heeft de voorbije jaren trouwens heel wat ervaring en kennis verworven op het vlak van milieuzorg en milieubeleid in Vlaanderen en dat willen we heel graag delen met de andere stakeholders die Leuven Klimaatneutraal 2030 willen realiseren’.

5. Handel en diensten 6. Natuur en landbouw

In de nulmeting werden deze sectoren als basis genomen om na te gaan waar precies de broeikasgasemissies vrijkomen in de verschillende sectoren en hoe groot ze zijn. In wat volgt wordt een kort overzicht gegeven van de resultaten per sector.

‘Naast de financiële inbreng, draagt Voka - Kamer van Koophandel ook inhoudelijk bij tot LKN 2030. Onze milieu-experte neemt actief deel aan een aantal werkgroepen en fora die georganiseerd worden om de nodige acties te plannen om de doelstellingen te bereiken tegen 2030. Zij deelt daar haar jarenlange ervaring en kennis met de andere afgevaardigden van de stakeholders. We informeren en stimuleren onze leden-bedrijven ook om de doelstellingen voor Leuven Klimaatneutraal mee te helpen realiseren.’

20

21


3.1 Energieproductie

foto Rob Stevens

Rudy Van Beers, Eandis

‘Binnen LKN 2030 gaan maatschappij, technologie en economie gezamenlijk een ecologische uitdaging aan. Dat is een unieke kans. Leuven beschikt via de universiteit over een schat aan wetenschappelijke onderbouw, via zijn ondernemingen over de daadkracht en via een sterke maatschappelijke stabiliteit over een vruchtbare voedingsbodem. Deze aspecten samen moeten maken dat het project succesvol kan groeien. Ik zou vooral een lans willen breken voor de multidisciplinaire aanpak waarbij mensen met zeer verscheidene achtergrond en opleiding gezamenlijk oplossingen uitwerken. Dit stimuleert creativiteit, motivatie en draagkracht. LKN 2030 moet het enorme potentieel aan denkkracht en creatiedrang bij inwoners en studenten uitdagen tot constructieve discussie en gedragen oplossingen.’

‘Ik behoor tot de generatie van roofbouwers en ben er persoonlijk van overtuigd dat het tijd is om ons daarover te bezinnen. Daarom alleen al engageer ik me in dit proces. Bovendien werk ik in een onderneming die het leveren van duurzame, innovatieve technologieën ter ondersteuning van de klimaatdoelstellingen tot haar missie rekent.’

Op het grondgebied Groot Leuven bevinden zich geen grote energiecentrales. De emissies ten gevolge van energieproductie zijn dan ook zeer beperkt. Met volgende broeikasgasemissies werd rekening gehouden:

Indirecte emissies ten gevolge van de bouw van fotovoltaïsche cellen, zowel bij particulieren, bedrijven, scholen en andere organisaties (cijfers VREG, de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt).

Distributie van aardgas en elektriciteit (cijfers Eandis, een Belgische werkmaatschappij van het distributienet voor elektriciteit en aardgas, actief in 239 gemeenten in Vlaanderen)

De resultaten zijn in de volgende tabel weergegeven. De broeikasgasemissies worden aangeduid in ton CO2-equivalent (ton CO2e, dit is een totaalcijfer om ook de andere broeikasgassen zoals methaan en lachgas mee te verrekenen in de eindbalans).

Tabel: LKN 2030 emissies (Scope 1 + Scope 2) 2010: energieproductie Ton broeikasgasemissies (ton CO2e)

‘Ik engageerde me binnen LKN 2030 als trekker-animator van de thematische cel om de wetenschappelijke input vanwege de experts te koppelen aan het pragmatisch en creatief denken van de deelnemers aan de cel. Binnen mijn professionele omgeving wil ik er mee voor zorgen dat waardecreatie niet langer uitsluitend gezien wordt vanuit puur economische parameters maar dat er in toenemende mate gekeken wordt naar het ecologisch potentieel.’

22

Opwekking

251

Distributie

2738

Totaal broeikasgasemissies energiesec2989 tor

23


3.2 Transport

de transportsector omvat personenwagens (< 3,5 Ton), vrachtverkeer (> 3,5 Ton), spoorverkeer, de lijn en alle “niet voor de weg bestemde mobiele machines” (ook off-road voertuigen genoemd). de volgende bronnen werden gehanteerd voor de sector transport: •

• •

Tabel: LKN 2030 emissies (Scope 1 + Scope 2) 2010: transport Ton broeikasgasemissies (ton co2e)

Personenwagens en vrachtverkeer: de raming van de afgelegde voertuigkilometers voor groot leuven is gemaakt op basis van de algemene verkeerstellingen 2005, die kaderen in een reeks van vijfjaarlijkse tellingen die sinds 1949 worden gepubliceerd volgens de regels van de economische en sociale raad voor europa van de verenigde naties te genève. naargelang het wegennet worden verschillende methodes gebruikt. aangezien de totale hoeveelheid voertuigkilometers toegenomen zijn voor vlaanderen sinds 2005, zijn ook de cijfers voor leuven van 2005 in gelijke mate geëxtrapoleerd.

Personenvervoer

146649

vrachtvervoer

33221

spoorvervoer

8926

de lijn

6850

off-road

526

Totaal broeikasgasemissies transport196171 sector

spoorverkeer: voor de reizigers die leuven, wijgmaal of Heverlee als vertrek of eindbestemming hebben, werd de reizigerstelling 2009 gehanteerd. dit werd gecombineerd met de gemiddelde lengte van een spoorrit op leuvens grondgebied. voor de doorrijdende reizigers en goederen werd de raming berekend op basis van verschillende Mira-rapporten.

4% 0% 14%

de lijn: de afgelegde kilometers en verbruikte liters diesel zijn door de lijn zelf aangeleverd voor het grondgebied groot leuven.

A B -

0% 2%

-

32%

Huishoudens aardgas Handel & Diensten Personenvervoer Vrachtvervoer Openbaar vervoer Offroad Industrie Landbouw & Natuur Energieproductie

ed

off-road: cijfers Mira-rapport

oof 4% epr ur Fut

Futureproofed

Bijna driekwart van de transportemissies worden veroorzaakt door personenwagens. interessant hier is ook het feit dat 52 procent van die emissies veroorzaakt worden door personenwagens op de e40 of e314. Het spreekt voor zich dat een groot deel van deze wagens op zich weinig te maken heeft met “de Leuvenaar”. Wat het vrachtverkeer betreft, wordt zelfs 72 procent van die emissies veroorzaakt op de autosnelweg. Het gaat gewoon om automobilisten of vrachtwagenchauffeurs die via het leuvense grondgebied hun reis verder zetten. dit geeft meteen ook aan dat sommige scope 1-emissies heel moeilijk te beïnvloeden zijn door wijzigingen op het niveau van de leuvense politiek.

18%

!"#$

kg

!

24

26%

Figuur: Procentuele verdeling emissies transport (LKN 2030, nulmeting 2010)

25


3.3 huishoudens

de broeikasgassen van de huishoudens zijn afkomstig van het verbranden van petroleumproducten, gas en kolen voor verwarming, productie van warm water en elektriciteit. de gegevens over aardgas en elektriciteit komen uit de statistieken van eandis en vreg. Het verbruik van stookolie, propaan- en butaangas evenals steenkool is geraamd op basis van Mira en aangevuld met statistische cijfers. de resultaten tonen aan dat de broeikasgasemissies voor aardgas en stookolie de grootste bronnen vormen voor huishoudens. aardgas en stookolie hebben bovendien ongeveer een even groot aandeel in de co2emissies. nochtans is de verhouding in hoeveelheid energie (uitgedrukt in kilowattuur, kwh) niet in evenwicht: 40 procent stookolie tegenover 60 procent aardgas. Het feit dat stookolie qua emissies toch aardgas bijna inhaalt, is te wijten aan de specifieke uitstoot die hoger ligt per kWh stookolie dan per kwh aardgas. aardgas is namelijk een minder klimaatonvriendelijke fossiele energiebron dan stookolie. ook vermeldenswaardig is dat 25 procent van de leuvense gezinnen vandaag al kiest voor groene stroom.

Huishoudens aardgas Huishoudens stookolie Huishoudens elektriciteit Huishoudens overige Handel & diensten Transport Industrie Landbouw & Natuur Energieproductie

14%

4% 0% 14%

14%

4%

24%

1%

Tabel: LKN 2030 emissies (Scope 1 + Scope 2) 2010: huishoudens 26%

Ton broeikasgasemissies (ton co2e) aardgas

112461

stookolie

109467

elektriciteit

29988

overige (kolen, propaan- & butaangas)

4367

Totaal broeikasgasemissies huishoudens 257281

26

Figuur: Procentuele verdeling emissies huishoudens (LKN 2030, nulmeting 2010)

27


3.4 Industrie

foto Rob Stevens

Steven Vandervelden, Artistiek Leider STUK

‘Ik zie Leuven Klimaatneutraal niet enkel als een ecologisch, maar ook als een sociaal project. LKN 2030 moet een inclusief transitieverhaal zijn, dat alle lagen van de bevolking aanspreekt en mobiliseert. Het project start gelukkig onder een gunstig gesternte. Alle belangrijke spelers zijn aan boord, de stad heeft een hoogopgeleide bevolking en een slimme economie die niet op industrie gebaseerd is. De globale openheid voor innovatie en nieuwe ideeën kan in dit kader nieuwe kansen en internationale profilering opleveren. LKN 2030 is een uniek dossier waarrond een stedelijk gemeenschapsgevoel kan ontstaan dat Leuven optilt naar een stadsversie 2.0.’

‘Als er een sector is die zo’n nieuwe, klimaatneutrale stad kan ‘verbeelden’ is het wel de artistieke sector. Samen met de culturele instellingen van Leuven en de vele kunstenaars met wie wij werken kunnen we nieuwe ideeën letterlijk helpen vormgeven. En de kunstensector kan zeker ook een rol spelen in het vinden van een draagvlak voor dit ambitieuze project rond duurzame en sociale transitie.’

De broeikasgassen van de industrie zijn afkomstig van het verbranden van petroleumproducten, gas en kolen. Ook emissies door andere processen zijn mogelijk (bijvoorbeeld cement- en staalproductie, zie boven). Aangezien er in Leuven geen cement of staal wordt geproduceerd, zijn deze emissies voor Leuven niet relevant. De gegevens over aardgas en elektriciteit komen uit de statistieken van Eandis. Op basis van individuele bevragingen van de grootste bedrijven en extrapolatie op basis van de gegevens van de GIS-cel (GIS: Geografisch Informatie Systeem) werden deze cijfers dubbel gecontroleerd en verder aangevuld voor stookolie. Het aandeel groene elektriciteit dat aangekocht wordt door de Leuvense bedrijven bedraagt ongeveer 50 procent. Dat is reeds een zeer mooi resultaat, hoewel er meteen moet bij vermeld worden dat het geïmporteerde groene stroom betreft, voornamelijk waterkracht uit Frankrijk. De resultaten voor Leuven worden in de volgende tabel samengevat.

Tabel: LKN 2030 emissies (Scope 1 + Scope 2) 2010: industrie Ton broeikasgasemissies (ton CO2e)

‘Ik wil er mee voor zorgen dat de Leuvense culturele sector weet heeft van en werk maakt van de stappen de nodig zijn om de stad tegen 2030 klimaatneutraal te maken. Langs de andere kant wil ik binnen de G20 ook aandacht vragen voor specifieke moeilijkheden die de kunstensector daarbij kan ondervinden.’

28

Aardgas

76966

Stookolie

6339

Elektriciteit

28740

Totaal broeikasgasemissies industrie112046 sector

29


3.5 handel en diensten

Tabel: LKN 2030 emissies (Scope 1 + Scope 2) 2010: handel en diensten Ton broeikasgasemissies (ton co2e)

de sector handel en diensten omvat de volgende deelsectoren:

onderwijs (universiteit (exclusief uZ leuven), kleuterscholen, lagere en middelbare scholen)

gezondheidszorg (Ziekenhuizen gasthuisberg, sint-rafaël en Heilig Hart Ziekenhuis, artsenpraktijken, …)

hogescholen,

kantoren (Financiële, sociale en openbare diensten: stad leuven, Provincie vlaams-Brabant, vdaB, de lijn, Philipssite, kBc, …)

recreatie-sport-cultuur (30cc, Brabanthal, schaatsbaan, Museum M, sportoase, …)

Handel (groot- en detailhandel)

distributie van water; afval- en afvalwaterbeheer en sanering (ecowerf, containerparken, …)

vervoer en opslag

Horeca

openbare verlichting

Provinciedomein,

onderwijs

51822

gezondheidszorg

50097

kantoren

37518

recreatie-sport-cultuur

25328

Handel

22848

distributie van water; afval- en afvalwaterbeheer en sanering

11618

vervoer en opslag

6590

Horeca

4819

openbare verlichting

1530

Totaal broeikasgasemissies handel en diensten

211300

4% 0% 14% 32%

de globale data van de aardgas- en elektriciteitsverbruiken zijn afkomstig van eandis. Toch zijn deze net als voor de sector industrie dubbel gecontroleerd door een individuele bevraging van de grootste betrokken partijen. deze werkwijze levert een nauwkeuriger resultaat op wat de bronnen van de emissies betreft. dit maakt het resultaat van de nulmeting aanzienlijk sterker. de emissies voor andere energiedragers werden geschat op basis van die individuele bevragingen en een extrapolatie volgens de oppervlakten van de gis-cel. de resultaten voor leuven worden hieronder samengevat. de hoge cijfers voor onderwijs en gezondheidszorg vallen sterk op.

Huishoudens aardgas Gezondheidszorg Onderwijs Kantoren Recreatie-Sport-Cultuur Handel Overige diensten Afval & waterzuivering Transport Industrie Landbouw & Natuur Energieproductie

24%

6%

1%

6% 2%

3%

3%

5%

Figuur: Procentuele verdeling emissies handel en diensten (LKN 2030, nulmeting 2010) 30

31


3.6 Landbouw en natuur

foto Rob Stevens

Elke Franchois, Mobiel 21

‘Leuven is een aangename stad om in te wonen met onder meer werkgelegenheid, aanbod van winkels, cultuur, sport, ontspanning en horecazaken. Maar Leuven kan nog veel aantrekkelijker worden als er uitdrukkelijker op de woonfunctie ingezet zou worden. De straten van onze steden hebben vandaag vooral een mobiliteitsfunctie: auto’s moeten er zo snel mogelijk doorheen kunnen rijden, met heel wat geluidshinder, geurhinder en onveiligheid voor de bewoners als gevolg. De woonfunctie of sociale functie is voor vele straten volledig verdwenen, terwijl de behoefte daaraan nochtans groot blijft. Getuige hiervan zijn de meer dan zestig speelstraten elke zomer in groot Leuven. Mensen nemen de moeite om een uitgebreide procedure te doorlopen om maximum twee weken per jaar buiten te kunnen zitten met de buren en de kinderen veilig op straat te laten spelen.’

‘Indien Leuven die behoefte tot een prioritaire keuze zou maken, kan de stad aangenamer worden voor zijn eigen bewoners en een voorloper in Vlaanderen: een stad waarvan de straten in de eerste plaats woonstraten zijn, waar geleefd, gepraat, gespeeld kan worden. Ideeën over hoe en wat, komen van de bewoners zelf en tonen aan dat er hieromtrent heel wat leeft bij de bewoners van Leuven.’

32

Zowel de landbouw- als de natuursector speelt een belangrijke rol in de globale koolstofcyclus. Planten nemen CO2 op uit de lucht en slaan deze op als koolstof in hun biomassa en in de bodem (dit leidt tot zogenaamde negatieve CO2-emissies, namelijk een opname van CO2 in plaats van een vrijgave). Deze koolstof kan echter opnieuw worden omgezet in CO2 die eens te meer in de atmosfeer wordt gebracht. Dit gebeurt zowel door natuurlijke ontbindingsprocessen als door landbouwactiviteiten, zoals het omploegen van bodems en het oogsten en het verbranden van biomassa. Landbouw veroorzaakt ook andere emissies, zoals het gebruik van fossiele brandstoffen door tractoren en andere landbouwvoertuigen. In de tabel hieronder wordt een overzicht gegeven van de verschillende categorieën: het betreft zowel negatieve emissies (opname van CO2) als positieve emissies (vrijgave van CO2 en andere broeikasgassen zoals lachgas (N2O, ook uitgedrukt in CO2e)). Het netto resultaat voor de sector landbouw en natuur in Leuven is een jaarlijkse emissie van ongeveer 28500 ton CO2e. In tegenstelling tot de (groene) provincie Limburg beschikt de stad Leuven (met zeer beperkte bosgebieden) niet over een netto opslagcapaciteit vanwege de sector landbouw en natuur. Klimaatneutraliteit voor Leuven betekent dan in realiteit dat Leuven de volledige 100 procent van de huidige emissies zou moeten reduceren. In Limburg is de uitdaging net iets minder groot omdat deze provincie kan beschikken over een jaarlijkse CO2 opslag van ongeveer 1 miljoen ton CO2e, dit is ongeveer 10 procent van de huidige Limburgse emissies.

33


Tabel: LKN 2030 emissies (Scope 1 + Scope 2) 2010: landbouw en natuur foto Rob Stevens

Ton broeikasgasemissies (ton CO2e) Veeteelt (vertering en mestmanagement) 1559

Louis Tobback, Burgemeester

Bosbouw

‘Leuven telt 10.000 inwoners en 10.000 studenten meer op tien jaar tijd. Dat creëert een ongelooflijke uitdaging op het moment dat we onszelf voornemen om net de CO2-uitstoot van de stad radicaal te verminderen. Bovendien is er voor de bewoners niet alleen de uitstoot die ze zelf creëren, er is ook de uitstoot veroorzaakt door het elders produceren van goederen die burgers hier verbruiken. Mensen motiveren om aan een klimaatneutrale stad te werken, is niet vanzelfsprekend omdat het zo weinig tastbaar is. Al leeft bij 95 procent van de bevolking het besef dat er iets moet gebeuren en zijn de meeste mensen wel bereid iets bij te dragen – op voorwaarde dat ze “zien” dat het iets uithaalt. Een duidelijke nulmeting die goed gecommuniceerd wordt aan de burgers, dat is cruciaal voor het slagen van LKN 2030.’

Groei bovengrondse biomassa

-10462

Boskap

4972

Bosbodem

-2190

Landbouwbodem Verandering in bodemkoolstofvoorraad 1339 van permanente akkerlanden Verandering in bodemkoolstofvoorraad 448 van permanente graslanden Totale N2O-emissie uit landbouw

2304

Zoetwater

210

Brandstofverbruik in de land- en tuin30019 bouw (inclusief oneigenlijk gebruik) Elektriciteits- en aardgasverbruik in land333 en bosbouw Totaal broeikasgasemissies industrie28495 sector

‘We mogen van LKN 2030 geen verkiezingsitem maken en we mogen er geen beloften over doen. Kiezers zijn ook niet dom, zij doorzien degene die een spel met hen wil spelen. Een project als LKN 2030 is belangrijk voor de stad en haar inwoners, dat overstijgt de vraag wie er lokaal aan de macht is.’

(een negatief cijfer komt overeen met een opname van CO2 i.p.v. een vrijgave)

34

35


3.7 Totaalbeeld van de Leuvense broeikasgasemissies

door de optelsom te maken van de zes sectoren bekomt men de totale netto broeikasgasemissies. de totale netto broeikasgasemissies (uitstoot min opname) van de stad leuven en zijn deelgemeenten in het jaar 2010 worden geraamd op ongeveer 808.000 ton co2-equivalenten. deze hoeveelheid omvat zowel de directe emissies uit bronnen op het grondgebied (scope 1) als de indirecte emissies die voortvloeien uit het gebruik van elektriciteit in groot leuven (scope 2). Het aandeel van scope 2 bedraagt 142 kiloton co2equivalenten ten opzichte van 666 kiloton co2-equivalenten in scope 1. de onderstaande figuur toont het relatieve aandeel dat elk van de sectoren heeft binnen de scope 1- en scope 2-emissies.

scope 1 & 2

4% 0%

scope 1 & 2

scope 1 & 2

niet energie transport van personen televisie thuis

A B

14%

-

materialen & diensten transport van personen energieverbruik vaste activa vracht direct afval - water afval verpakking producten niet energetisch

Huishoudens Handel & diensten Transport Industrie Landbouw & Natuur Energieproductie

-

ed

oof epr ur Fut

32%

Futureproofed

24%

de tabel hieronder geeft een overzicht van de emissies in ton co2-equivalenten. ook de kleine opname (negatief cijfer) van co2 in de leuvense natuur kan worden afgelezen. een verdere interpretatie van de emissies van de zes Mirasectoren toont aan dat gebouwen (woningen, publieke en private gebouwen) verantwoordelijk zijn voor niet minder dan 60 procent van de leuvense emissies (in scope 1 en 2). dit is dus prioriteit nummer ĂŠĂŠn. als tweede op de lijst komt mobiliteit met een goede 25 procent van de leuvense broeikasgasuitstoot. samen zijn gebouwen en mobiliteit verantwoordelijk voor 85 procent van de uitstoot. een effectief klimaatactieplan in leuven zal dus duidelijk gebouwen en mobiliteit als twee hoofddoelstellingen moeten hebben.

Tabel: Samenvattende tabel van Scope 1- en 2-emissies per sector in Leuven anno 2010 Ton broeikasgasemissies (ton co2e)

A B -

-

energieproductie

2989

Transport

196171

Huishoudens

257281

industrie

112046

Handel en diensten

211300

landbouw

36002

natuur

-7468

!"#$

ed

oof epr ur Fut

26%

Futureproofed

kg

!

Figuur: Scope 1- en 2-broeikasgasemissies van Leuven volgens de verschillende sectoren anno 2010 !"#$

Totaal broeikasgasemissies industrie808282 sector

kg

!

36

37


4

hoe doet Leuven het in Vlaanderen

wat betekenen deze cijfers nu? Hoe goed of hoe slecht is het nu met de leuvense emissies gesteld? om een antwoord op deze vraag te geven, kan men de leuvense cijfers vergelijken met andere nulmetingen die al werden uitgevoerd in vlaanderen. concreet bestaan er onderbouwde cijfers voor onder andere vlaanderen, de provincie limburg en gent. enige voorzichtigheid is hier wel op zijn plaats. Het gaat hier namelijk om een globale vergelijking tussen verschillende datasets, die niet helemaal identiek zijn in hun opdeling, de gebruikte aannames en het gekozen referentiejaar. de gehanteerde methodiek verschilt van studie tot studie, waardoor de vergelijking maar gedeeltelijk opgaat. dit neemt niet weg dat de ordegroottes van de emissies wél met elkaar kunnen worden vergeleken.

De onderstaande figuur vergelijkt de Leuvense met de Vlaamse, Limburgse en Gentse broeikasgasemissies. Deze figuur toont de totale emissies. Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat de gentse emissies groter zijn dan die van de hele Provincie Limburg. Hoe dat komt, wordt meteen duidelijk. Uit deze figuur zou je kunnen afleiden dat de Leuvense emissies er weinig toe doen in het grotere plaatje. Dit is echter een voorbarige conclusie, want deze figuur houdt nog geen rekening met de bevolkingsgrootte.

Vlaanderen

1 Vlaming

6.251.983  inwoners  2010

Lim.

een vergelijking wordt pas echt zinvol wanneer men het totale aantal emissies deelt door het aantal inwoners. Zo bekomt men de gemiddelde co2evoetafdruk van de ‘gemiddelde’ leuvenaar. op 1 januari 2010 telde vlaanderen 6.251.983 inwoners, waarvan 95.463 leuvenaars. in het jaar van de nulmeting in Limburg, 2008, telde men daar 826.690 inwoners. En op 1 januari 2007 telde men in (groot) Gent 235.143 inwoners. In de tweede vergelijkende figuur worden de herrekende broeikasgasemissies met elkaar vergeleken. dit geeft meteen een heel ander beeld. Het meest opvallende gegeven in deze grafiek is dat een gemiddelde gentenaar het heel slecht lijkt te doen. Zijn emissies bedragen immers meer dan 50 ton co2e per inwoner: dit is meer dan vijf keer zoveel als die van de gemiddelde leuvenaar die beneden het plafond van 10 ton co2e per inwoner blijft. dit heeft echter alles te maken met het stedelijk profiel van Gent, met de aanwezigheid van zowel elektriciteitsproductie als staalindustrie (ArcelorMittal Sidmar). Beide sectoren stoten per definitie veel co2 uit. elektriciteitscentrales gebruiken doorgaans nog vooral fossiele brandstoffen. en ijzer en staal produceren gaat nu eenmaal samen met een grote uitstoot van broeikasgasemissies, zelfs voor een supermoderne, energieefficiënte fabriek als die van Sidmar. Wanneer we de emissies van deze twee grote industrieën (e/s, ofwel elektriciteits- en staalproductie) in het grijs aangeven en aftrekken van de totale emissies in scope 1 en 2, dan bekomt men een eerlijkere vergelijking. de elektriciteitsopwekking en staalproductie in gent zijn immers voor een groot, respectievelijk, zeer groot deel, bedoeld voor de export. In de derde vergelijkende figuur wordt dit aangepaste beeld geschetst. wanneer we nu het grijze gedeelte verwaarlozen en enkel de emissies in kleur bekijken, dan zien we dat een leuvenaar een ‘goede’ vlaming is.

826.690  inwoners  2008

1 Limburger

Totaal kTon CO2-eq

Gent Leuven

0

10000

235.143  inwoners  2007

1 Gentenaar

95.463  inwoners  2010

20000

30000

1 Leuvenaar

40000

50000

60000

70000

80000

90000

0

VL

Limburg

Gent

10

20

30

40

50

60 ton  CO2-­‐eq

Leuven

Figuur: Vergelijking totale broeikasgasemissies voor Vlaanderen, Limburg, Gent en Leuven (uitgedrukt in kiloton CO2e)

Figuur: Vergelijking gemiddelde broeikasgasemissies van een inwoner in Vlaanderen, Limburg, Gent en Leuven (uitgedrukt in kiloton CO2e/inwoner)

38

39


foto Rob Stevens

Jo Vandebergh, CEO Ertzberg

E/S

1 Vlaming

E

1 Limburger

‘voor mij is lkn 2030 een schitterende kans en tegelijk zie ik het niet als een kans maar als een noodzaak, een fi nal wake up call aan alle inwoners van de stad. want laat ons eerlijk zijn, zo goed zijn we nu ook weer niet bezig. dit verhaal heeft alleen kans op slagen als alle stakeholders in dezelfde richting stappen, als er duidelijke keuzes gemaakt worden en voldoende daadkracht getoond wordt.’

Elek/Staal

1 Gentenaar

1 Leuvenaar

0

‘Het aantrekken en respecteren van kleine en grote partners die in het transitiepad investeren is fun-da-men-teel. Bovendien is er in leuven ongelooflijk veel knowhow aanwezig, dat is een troef. Er is één probleem: al die kennis zit verspreid over kleine eilanden die niet met elkaar communiceren. dat moet in de toekomst anders en beter.’

‘ons engagement voor lkn 2030 bestaat er onder andere in personeel en kennis in te zetten voor het ontwikkelen van de website rond het project. ik geloof dat ook andere leuvense bedrijven dergelijke engagementen kunnen en zullen opnemen. Zonder de inzet van de economische actoren kunnen de noodzakelijk ambitieuze doelstellingen nooit gehaald worden.’

40

10

20

30

40

50

60 ton  CO2-­‐eq

VL

Limburg

Gent

Leuven

Figuur: Vergelijking gemiddelde broeikasgasemissies (uitgedrukt in kiloton CO2e/inwoner) van een ‘gemiddelde’ inwoner in Vlaanderen, Limburg, Gent en Leuven, rekening houdend met de emissies ten gevolge van elektriciteitsopwekking en staalproductie

Uit de bovenstaande figuur kan men besluiten dat de ‘gemiddelde’ Leuvenaar een ‘goede’ vlaming is. dit neemt niet weg dat een leuven een heel bijzonder profiel heeft. Indien we de Leuvense emissies per sector vergelijken met die in Vlaanderen, dan ziet men op de volgende figuur toch enkele grote verschillen. Zoals al eerder aangehaald is de energieproductie quasi nihil in leuven, terwijl dit op vlaams niveau uiteraard wel een zeer relevante bron van emissies is. Transport en huishoudens liggen in de buurt van de vlaamse cijfers, terwijl de emissies van onze industrie dan weer veel lager liggen. de leuvense bedrijven zijn voor het overgrote deel immers kennisbedrijven. slechts enkele uitzonderingen ‘produceren’ nog echt goederen. Twee voorbeelden hiervan zijn aB-inBev en Beneo-remy. op het vlak van handel en diensten scoort leuven hoger dan het vlaamse gemiddelde. we bezitten dan ook een grote universiteit, een uitgebreide gezondheidszorg en verschillende financiële, sociale en openbare diensten die een hoofdzetel in leuven hebben. vanwege de beperkte oppervlakten aan bos en landbouwgebied is de sector natuur en landbouw slechts heel beperkt aanwezig in verhouding met het vlaamse gemiddelde. 41


foto Rob Stevens

kTon CO2-eq

400

95.463 Vlamingen 2010 95.463 Leuvenaars 2010 300

Francy Peeters, Directeur De Lijn Vlaams-Brabant

‘Leuven is bij uitstek een stad en een regio waar openbaar vervoer een belangrijke rol speelt in de lokale en regionale mobiliteit. Het treinnetwerk van de NMBS en het busnetwerk van De Lijn zijn al sterk uitgebouwd en vormen een sterke basis om op verder te werken. LKN 2030 biedt zowel kansen als stimulansen om die goede uitgangspositie uit te bouwen tot een echte voortrekkerspositie in de transitie naar een klimaatneutrale toekomst.’

‘De Lijn engageert zich in het project LKN 2030 om samen met de andere partners en de stad Leuven een plan uit te werken om kwalitatief openbaar vervoer aan te bieden op maat van de toekomstige stad. Dit openbaar vervoer moet aantrekkelijk zijn, zodat het een duurzaam alternatief is voor de auto. De Lijn wil dan ook meedenken over de ruimtelijke ordening en de organisatie van onder meer wonen, schoolgaan en winkelen. Het perspectief is de verplaatsingen van en naar deze activiteiten op een milieuvriendelijke manier te kunnen laten verlopen.’

200

100

0 Energieproductie

Transport

Huishoudens

Industrie

Figuur: Vergelijking totale broeikasgasemissies voor Leuven (uitgedrukt in kiloton CO2e): Scope 1 + Scope 2 (links) versus Scope 3 (rechts)

‘Een engagement in een project als Leuven Klimaatneutraal is niet vrijblijvend of eenmalig. De Lijn wil zich mee inzetten om ruimtelijke ordening en openbaar vervoer beter op elkaar af te stemmen, het huidige dieselverbruik te verminderen door de implementatie van eco-driving, haar wagenpark te vergroenen en steun te geven aan de ontwikkeling van nieuwe technologieën op dat gebied. Bij de bouw van de nieuwe stelplaats in Leuven Noord zullen we alvast heel duurzame en milieuvriendelijke technieken toepassen.’

42

Handel & Diensten Natuur & Landbouw

43


de scope 3-emissies

alle cijfers die tot nu toe vermeld werden in deze tekst hadden betrekking op scope 1 en 2: de directe emissies op het grondgebied groot leuven en de emissies geïmporteerd via elektriciteit. de derde groep emissies (scope 3) zijn het moeilijkst in kaart te brengen. dit neemt niet weg dat de scope 3-emissies wel degelijk zeer relevant zijn. Het zou immers niet correct zijn om een manier te vinden om de scope 1-emissies binnen groot leuven af te bouwen, maar daardoor ergens ver weg aan de andere kant van de wereld of dichter bij, extra broeikasgasemissies te gaan veroorzaken zonder die in rekening te brengen. Zoals in de inleiding werd aangegeven is in het project lkn 2030 ervoor gekozen om voor de scope 3-emissie een kwalitatieve inschatting te maken, zodat we op zijn minst de grootteorde ervan kennen.

de moeilijkheid van de meting van de scope 3-emissies ligt in het feit dat zij niet alleen gerelateerd zijn aan de consumptie van goederen en diensten in leuven (die elders geproduceerd werden), maar ook te maken hebben met de doorvoer en export van goederen via leuven. om dit alles nauwkeurig in kaart te brengen, zou je haast op alle invalswegen via een douanecontrole te werk moeten, om gedurende een jaar lang alles wat binnen en buiten gaat te registreren. omdat dit praktisch uiteraard niet haalbaar is, kan men in de plaats hiervan op basis van een economisch model een kwalitatieve inschatting maken op het niveau van vlaanderen. dit kan vervolgens geëxtrapoleerd worden naar de schaal ven leuven. deze werkwijze geeft ons een goed gevoel van grootteorde van emissies, maar er blijft een aanzienlijke onnauwkeurigheid aanwezig.

De volgende grafiek brengt Scope 3 in beeld ten opzichte van de Scope 1 en 2 (samen 808.000 ton co2-equivalenten). Hieruit blijkt dat de totale scope 3-emssies groter zijn dan de scope 1 + 2-emissies. dit bevestigt het belang van de scope 3-emissies in een eerlijke analyse van de nulmeting. wat ook opvalt is het onderscheid tussen het groene blok (652.000 ton co2e) en het oranje blok (1.783.000 ton CO2e) binnen de scope 3-emissies (in totaal 2.435.000 ton co2e). Het groene blok vertegenwoordigt de scope 3-emissies die – buiten het grondgebied van leuven – worden veroorzaakt door consumptie waar de leuvenaar of een leuvense organisatie verantwoordelijk voor is. Het oranje blok betreft emissies waarin een leuvens bedrijf een zekere vorm van verantwoordelijkheid heeft, maar de verwante goederen of diensten niet bestemd zijn voor leuvense consumptie. enkele voorbeelden van doorvoer en export zijn:

de rode plastic bierbakken met AB Inbev bierflesjes worden buiten leuven geproduceerd; het overgrote deel van dit bier wordt ook buiten leuven leeggedronken.

een zakje stijfsel van remy in wijgmaal dat bestemd is voor export.

een spuitje dat in gasthuisberg gebruikt wordt voor een niet-leuvenaar. 3.000

kTon CO2-eq

5

2435

2.000

Doorvoer  &  export  van   Leuvense  producten

1.000 808

652

0 Scope 1+2

Scope 3

Figuur: Vergelijking totale broeikasgasemissies voor Leuven (uitgedrukt in kiloton CO2e): Scope 1 + Scope 2 (links) versus Scope 3 (rechts) 44

45


6

De dominante rol van energie

De resultaten van de nulmeting bevestigen het belang van het energieaspect in een stedelijke omgeving. Broeikasgasemissies in de stad hebben immers alles te maken met het gebruik van fossiele energie in de vorm van diesel en benzine (voor transport), stookolie, aardgas, kolen, propaan- en butaangas (voor verwarming en opwekking van elektriciteit). De hamvraag is over hoeveel energie het nu juist gaat en kunnen we die niet op het grondgebied Groot Leuven zelf opwekken, liefst op een hernieuwbare manier? De onderstaande grafiek geeft in gigawattuur (GWh, 1 GWh = 1 miljoen kWh) weer in welke vorm Groot Leuven energie verbruikt. Het overgrote deel van deze energiebehoefte is in de vorm van warmte (meer dan 2000 GWh/jaar), die nodig is voor de verwarming van onze woningen, gebouwen en infrastructuur. Op de tweede plaats komt het elektriciteitsverbruik (meer dan 700 GWh/jaar). Ongeveer een derde (31 procent om juist te zijn) van dit elektriciteitsverbruik wordt in het groen afgebeeld: het gaat hier om gezinnen, diensten en bedrijven die reeds een contract hebben met hun elektriciteitsleverancier voor de aankoop van groene stroom. Wel is hier een kanttekening op zijn plaats. Het betreft immers bijna uitsluitend geïmporteerde groene elektriciteit. Als derde in de rij neemt ook energie voor transport een grote hap uit de totale energiebehoefte in Leuven (net iets minder dan 700 GWh).

Op basis van deze gegevens kunnen we nu enkele boeiende vergelijkingen maken en besluiten trekken. De hoeveelheid energie die in 2010 werd geproduceerd op het grondgebied Groot Leuven bedraagt, volgens de cijfers van de VREG, minder dan 0,5 procent van de totaal geconsumeerde energie in Leuven. De kleine bijdrage komt van de enkele tientallen huizen en gebouwen die reeds uitgerust zijn met zonnepanelen in Leuven en enkele warmtekrachtkoppelingsinstallaties die werken op biogas dat vrijkomt bij afvalwaterzuivering. Op het vlak van energieautonomie scoort Leuven dus helemaal nog niet goed. Om volledig zelfvoorzienend te zijn – voor zover dit nodig en wenselijk zou zijn – zou Leuven 3400 hectare aan zonnepanelen moeten plaatsen om de huidige energievraag te dekken. Aangezien het grondgebied Groot Leuven in totaal slechts 5663 hectare bedraagt en de totale oppervlakte aan daken ongeveer 463 hectare, kan men al snel besluiten dat zonnepanelen alleen geen soelaas zullen brengen. Bovendien zou dit ook een peperdure aangelegenheid zijn, om nog niet te spreken van de koppeling met het voorlopig nog steeds gecentraliseerde elektriciteitsnetwerk.

Wat dan met windenergie? Hypothetisch gezien zouden er 771 grote windturbines moeten geplaatst worden om de volledige Leuvense energievraag te dekken. Op dit moment staan er, ter vergelijking, in heel Vlaanderen nog geen 200 windmolens. Windmolens in Leuven leveren dus ook niet echt de oplossing. Dan maken we trouwens nog even abstractie van de technische problemen met het elektriciteitsnetwerk en het evidente gebrek aan ruimte voor de inplanting van windmolens in een stedelijke context.

Figuur: Vergelijking energiebehoefte in 2010 voor Leuven (uitgedrukt in GWh)

Als wind en zon in Leuven niet echt voor de totale doorbraak kunnen zorgen, dan is het veel logischer om het energieverbruik op zich aan te pakken. Het is net daar waar maatregelen economisch én ecologisch veel voordeliger zijn. De goedkoopste energie is nog altijd de niet gebruikte energie. Investeringen in energie-efficiëntie moeten dus de hoofdmoot vormen van een effectief klimaatactieplan voor Leuven. Het volgende cijfer maakt dit meteen duidelijk. De berekeningen van Futureproofed voor LKN 2030 tonen aan dat alle Leuvenaars samen, inclusief de bedrijven en andere instellingen, jaarlijks niet minder dan 250 miljoen euro aan de aankoop van energie spenderen. Dit toont meteen de enorme besparingsmogelijkheden aan. Efficiënter omspringen met energie kan dus heel wat geld in het laatje brengen. Tijdens het verdere verloop van de LKN 2030-studie zal hier hard worden op ingezet.

46

47

Warmte Transport Elektriciteit 0

500

1000

1500

2000

2500


7

Conclusies van de nulmeting

Wat zijn nu de belangrijkste conclusies van de nulmeting voor Leuven? We geven vier hoofdpunten aan: foto Rob Stevens

Een gemiddelde Leuvenaar stoot jaarlijks minder dan 10 ton CO2 equivalenten uit (8,5 ton CO2eq/inwoner in Scope 1 en 2). Hiermee blijft de Leuvenaar onder het Vlaamse gemiddelde na aftrek van de emissies gerelateerd aan elektriciteits- en staalproductie. In die zin kan men stellen dat een gemiddelde Leuvenaar een ‘goede’ Vlaming is op het vlak van inspanningen voor de beperking van de opwarming van de aarde.

Groot Leuven heeft een heel specifiek profiel en verschilt grondig ten opzichte van de provincie Limburg of de grotere stad Gent. Leuven is en blijft een kenniseconomie met veel handel en diensten en weinig klassieke industrie en landbouw.

Wanneer men een verdere interpretatie maakt van de emissies van de zes MIRA-sectoren, dan komt men tot de conclusie dat gebouwen (woningen, publieke en private gebouwen) verantwoordelijk zijn voor 60 procent van de Leuvense emissies (in Scope 1 en 2). Mobiliteit staat in voor nog eens 25 procent van de uitstoot. Gebouwen en mobiliteit zijn samen verantwoordelijk voor 85 procent van de uitstoot. Het spreekt voor zich dat gebouwen en mobiliteit de hoofdprioriteiten moeten vormen voor een klimaatactieplan in Leuven.

De Scope 3-emissies voor Leuven werden kwalitatief ingeschat. Zoals verwacht zijn de totale Scope 3-emissies (in totaal 2.435.000 ton CO2e) zelfs groter dan de Scope 1 + 2-emissies (808.000 ton CO2e). Bij het uitwerken van klimaatplannen moet er voor worden gezorgd dat CO2e-reductiemaatregelen in Leuven geen toename van de CO2eemissies elders in de wereld creëren. Men moet dit nog ruimer bekijken. In de nulmeting werden enkel CO2e-emissies in rekening gebracht. Het spreekt voor zich dat ook andere milieuparameters van belang zijn, zoals waterconsumptie of uitstoot van fijn stof. In het project LKN 2030 zal er steeds over gewaakt moeten worden om het klimaatactieplan in een bredere context te plaatsen. Nooit mag de CO2e-meting ertoe leiden dat bepaalde thema’s ondergewaardeerd zouden worden op basis van een specifieke broeikasgasbenadering of omdat de opbrengst van een maatregel niet eenduidig bepaald kan worden. Afwenteling van kosten en lasten moet te allen prijze vermeden worden.

Koenraad Debackere, Algemeen Beheerder KU Leuven

‘Leuven Klimaatneutraal is een project waarbinnen de stad, de bedrijven en de kennisinstellingen samenwerken. Dat is een grote vooruitgang. Het feit dat dit creatieve denkproces een wetenschappelijke grondslag krijgt, zorgt er hopelijk voor dat er onbekende en ongedroomde ideeën naar boven komen. De grote uitdaging is tot oplossingen te komen waar vandaag niemand aan denkt.’

‘Als LKN 2030 een succesvol proces wordt, dan kan de ervaring en het opgebouwde inzicht ook resulteren in een “exportproduct”: een plan of tenminste een proces dat de rest van Vlaanderen en Europa permanent stimuleert tot slimmer en/of minder verbruik.’

‘We hebben de weg van 2012 naar 2030 aangevat. Ik hoop dat er onderweg nog heel veel ontdekt wordt, dat er nog veel ideeën en projecten zullen ontstaan waar we vandaag nog niet aan kunnen of durven denken. LKN 2030 mag immers geen saai en voorspelbaar traject worden. Het hele opzet moet integendeel vooruit gestuwd worden door geëngageerde actoren die zelf invulling willen geven aan de gemeenschappelijke ambities.’

48

49


foto Rob Stevens

Han Vandevyvere, KU Leuven, Wetenschappelijk Coördinator LKN 2030

LKN 2030: De toekomst

In dit boekje werd de nulmeting, onze uitgangspositie voor toekomstige klimaatactie, toegelicht. Er werd ook samenvattend aangegeven hoe er momenteel gewerkt wordt aan scenario’s of transitiepaden om van de huidige toestand te evolueren naar een klimaatneutrale stad. Daarvoor doen we nu al een beroep op de inzet van een grote groep Leuvenaars, ondermeer door de werking van de G20, de thematische cellen, en binnenkort ook het klimaatparlement. Met andere woorden, we zorgen ervoor dat de bouwstenen van onze klimaatplanning geïnspireerd én gedragen zullen worden door alle betrokkenen. Deze taak zullen we begin 2013 afronden, en de resultaten ervan breed kenbaar maken. Na het opstellen van de nulmeting en de roadmap om Leuven Klimaatneutraal te maken, zal het werk echter niet af zijn. Dan begint het pas. Welke zijn de uitdagingen die we nu al kunnen identificeren? Leuven functioneert vooral als een stad met een kenniseconomie, wat zich ondertussen ook laat aflezen in de nulmeting. We kennen de allergrootste uitdagingen: het gebouwenbestand energetisch onder handen nemen en de mobiliteit duurzamer maken. Maar tegelijk dienen we in elke andere sector kansen aan te grijpen om ook daar klimaatinitiatieven op te zetten. Alleen een geïntegreerde aanpak doorheen alle sectoren kan garanties leveren op succes. Daarom hebben thema’s als consumptie, voeding, natuur en landbouw, lokale industrie en hernieuwbare energieproductie een evenwaardig belang ondanks hun verschillende kwantitatieve impact. Werken aan participatie, draagvlak en educatie vervolledigt het palet aan benodigde acties.

50

foto Brecht Goris

51


foto Rob Stevens

David Dessers, Leuvens klimaatforum

‘In december 2009 ging ik met een duizendtal landgenoten per trein naar Kopenhagen om er een bindend, afdoend en rechtvaardig internationaal klimaatverdrag te eisen. We zijn nu bijna drie jaar later en er is nog steeds geen verdrag. Tegelijk kiezen steeds meer steden ervoor klimaatneutraliteit na te streven. Dat is alvast een positieve evolutie, van onderuit. Het is verheugend dat ook Leuven –met zijn betrokken bevolking, sociale verenigingen en buurtcomités en zijn universiteit – die stap zet.’

‘Het Leuvens Klimaatforum, een middenveldalliantie waarbij ongeveer 25 Leuvense organisaties zijn aangesloten, neemt de uitnodiging om een rol te spelen in een proces naar klimaatneutraliteit met beide handen aan. Wij benaderen de ambities creatief en constructief, maar zullen de verschillende voorstellen en scenario’s ook aan een sociale toets onderwerpen. Het zal er immers op aan komen om een breed draagvlak te creëren in de stad’

‘LKN 2030 zal ook een antwoord moeten bieden op de energie-uitdaging. Hernieuwbare energie zou een veel groter aandeel moeten krijgen in ons energieverbruik. Tegelijkertijd zie je dat ook in een stad als Leuven de energiearmoede toeneemt. Een basispakket aan groene energie zou net een basisrecht moeten zijn voor iedereen. Ook dat is een uitdaging voor het gezamenlijke project LKN 2030.’

52

Een klimaatplan dient daarbij ingebed te worden in een strategie van geïntegreerde - of holistische - duurzame ontwikkeling. Alleen concentreren op de broeikasgassen is bij voorbaat fout, omdat allerlei ingewikkelde oorzaakgevolgkettingen in dat geval dreigen verwaarloosd te worden. We spreken dan ook niet voor niets van de systeemtransitie naar een koolstofarme economie. Elk aspect van ons bestel moet daarbij aangepakt worden: wonen, werken, bewegen, zich voeden, ontspannen, leren,… En niet alleen de CO2 moet er uit, maar ook andere problematische aspecten zoals bijvoorbeeld de uitputting van grondstoffen of de vernietiging van de biodiversiteit. Bovendien gebeurt deze omslag bij voorkeur op een sociaal rechtvaardige manier en met de juiste aandacht voor de ontwikkeling van een gezonde, volhoudbare economie. ‘Volhoudbaar’ is het Zuid-Afrikaanse equivalent van het woord ‘duurzaam’. Met andere woorden, het klimaatplan moet leiden tot engagementen voor een werkelijk duurzame samenleving. Geen broeikasgassen meer uitstoten is niet de oorzaak, maar wel het logische gevolg van een dergelijk plan. Voor het uitrollen van het klimaatplan zal er nood zijn aan concrete projecten we noemen het vaak experimenten - die aantonen dat de klimaataanpak werkt. Vele van die experimenten lopen nu al of staan in de steigers en bouwen daarbij voort op de grote waaier aan waardevolle initiatieven die op dit moment plaatsvinden in en rond Leuven. Maar in de nabije toekomst moeten de krachten nog meer gebundeld worden en dienen de schaal en de snelheid van de actie te verhogen. Dat laatste is overigens een conclusie die Connie Hedegaard, de Europese commissaris voor Klimaatactie, recent nog eens onderstreepte op een conferentie over maatschappelijke transities. Met andere woorden, de hoger genoemde initiatieven en projecten dienen als proeftuinen om na te gaan hoe een maatschappijbrede omslag kan plaatsvinden. Dit betekent al doende leren. Maar daarvoor zullen we ook meer dienen samen te werken: wetenschappelijke experts moeten uit hun disciplinaire silo’s komen, bedrijven en maatschappelijke organisaties dienen gemeenschappelijke streefdoelen te identificeren, private en publieke actoren dienen gezamenlijke projecten uit te werken. Kortom: mensen die voorheen niet de gewoonte hadden om vaak samen te werken, zullen dat voortaan wel dienen te doen. Dat hoeft geen karwei te zijn. Fris denken en grenzen verleggen is uiteindelijk boeiender dan business as usual - altijd van het zelfde laken een broek. Of zoals Peter Tom Jones het eerder stelde: laten we de klimaatuitdaging niet zien als een last, maar vooral als een geweldige kans om te werken aan een stad waar de levenskwaliteit voor iedereen hoog is en de economie klaarstaat om succesvol de 21e eeuw door te komen. Het staat buiten kijf dat Leuven daarbij niet werkt als een eiland. Laten we dus meteen ook de kans grijpen om een voorloper te zijn en onze ervaringen uit te wisselen met andere steden en regio’s die beslist hebben dat het hoog tijd is voor verandering.

53


dE pRojEcTpARTNERs

voor de uitvoering van de studie “leuven klimaatneutraal 2030” werd beroep gedaan op tal van partners. Het betreft zowel partners die een financiële bijdrage leverden (stad leuven: 80.000 euro, alle andere: 10.000 euro) als partners die op “in kind” bijdroegen aan de studie (goedkope tarieven, gratis werkuren enzovoort).

Financierende ParTners

ParTners die in kind BiJdragen

54

foto Brecht Goris


Colofon Deze publicatie is een uitgave van en door de G20 â&#x20AC;&#x201C; Leuven Klimaatneutraal.

Teksten Mohamed Ridouani, Kristine Verachtert, Peter Tom Jones, Han Vandevyvere, Jan Aerts, Jim Baeten, Kristine Verachtert, Geert Vanhorebeek, Yanti Ehrentraut Fotowerk Rob Stevens, Martin Vos, Brecht Goris Opmaak Els Wuyts

www.leuvenklimaatneutraal.be


leuven kliMaaT neuTraal 2030 de strijd tegen de klimaatveranderingen zal gewonnen of verloren worden in de stad. daarom is het project leuven klimaatneutraal 2030 (LKN 2030) geen citybranding, maar een echte final wakeup call: een dringende boodschap die via de megafoons van stad, middenveld, universiteit en ondernemingen tot echte actie aanzet. in overleg met de ku leuven, belangrijke middenveldspelers en tal van leuvense ondernemingen besliste de stad leuven in 2011 een gezamenlijk project op te starten. Het project leuven klimaatneutraal 2030 moet ervoor zorgen dat er tegen 2030 op het (groot-)leuvense grondgebied geen netto uitstoot meer is van (klimaatverstorende) broeikasgassen zoals koolstofdioxide (co2), methaan of lachgas. in februari 2013 stelt het lkn 2030team een concreet, haalbaar en financieel realistisch actieplan voor. vanaf dan begint het echte werk, namelijk het uitvoeren van de voorgestelde klimaatmaatregelen, die zullen leiden tot meer veerkracht, kennisopbouw en -verspreiding, jobcreatie, gezonde levensomstandigheden, verbeterde energieen materialenonafhankelijkheid. om de slagkracht van het actieplan te vergroten, wordt voor een unieke procesaanpak gekozen. draagvlak, daadkracht en wetenschappelijke onderbouw vormen hier de basis van. om leuven daadwerkelijk klimaatneutraal te maken, hebben wij vele duizenden klimaatambassadeurs nodig. en die ambassadeurs hebben recht op alle relevante informatie. om te weten hoever de stad leuven nog verwijderd is van klimaatneutaliteit, moeten we eerst zicht krijgen op de huidige situatie. Hoe groot zijn de broeikasgasemissies vandaag in leuven? welke sectoren zijn verantwoordelijk voor die emissies? in dit boekje krijg je een antwoord op deze vragen, als opstap naar een matuur actieplan voor leuven.

ďŹ n ke- al up cal l

wa

58 www.leuvenklimaatneutraal.be


Leuven Klimaatneutraal 2030