Page 1

tweestRomenUnรถ


Streekarchief Bommelerwaard februari 1972

nummer 13

K O N T A K T B L A D VAN DE HISTORISCHE VERENIGING TWEESTROMEKLAND

tot beoefening van de geschiedenis van het Land van Maas en Waal en het westelijk deel van het Rijk van Nijmegen

Bij de omslag Fragment van een provinciekaart van Jacob van Deventer, te Deventer geboren, in 1575 te Keulen overleden. In 1543 verleende karel V hem de titel van Koninklijk Geograaf. Op last van Filips II vervaardigde hij een atlas in 3 delen van de noord- en zuidnederlandse steden (1558-1575), waarvan 2 delen zich in Madrid bevinden. Van de ontwerpen is de helft, bewaard gebleven in de Biblicthèque Royale te Brussel. Bij de firma M.Mjhoff, Den Haag, verscheen een uitgave van deze stedenatlas (Ked.steden in de 16e eeuw, 16 afl., ed. R.Fruin 1916-1924).


Bestuur voorzitter vice-voorzitter secretaris penningm.esse

leden

Re dak t i e. eindredakteur

redaktiesecr.

— 2 —

F.H.J.Wasmann, arts, Hogeatraat 24, Druten tel. 00670-2423 A.J.M.Sengers, Brouwerstraat 16, Ben.Leeuwen tel. 08879-1238 Jac. ïrijsburg, Maasdijk 20, Appeltern tel. 06874-475 Me j. G.Y.M.Klabbers, Kattenburg 46, Druten tel. 08070-2401 postgiro nr. 90 74 16 t.n.v. Boerenleenbank te Druten t.g.v. Aej ,Klabbers, Tweestrome land Mej. F. van Oijen, Molenstraat 54, Boven-Leeuwen tel. 05679-1763 Th.J.Keultjes, Hogeweg 57, V/amel tel. Obb7ö-39b J.P.M, van Os, Houtsestraat 25, Puijflijk tel. 08870-2671

H. van Heiningen, Heuvelstraat 10B, Alphen (Gld.) tel. 06676-467 J . P . M , van Os, r-outsestraat 25, Puijflijk tel. 06870-2671


uitvoering

Museumkommissie voorzitter

secretaris

leden

B.F. van Capelleveen, Startvenseweg 45, Wijchen tel. 06894-2186 J.M. Smolders, Kerkstraat 13, Altforst tel. 08674-344 Th.J. Keultjes, Hogeweg 57, Vamel tel. 06878-398 W.Th. v.d. Dobbelsteen, Heuvel 63, Druten telefonisch bereikbaar: Gemeentehuis Druten, 08870-2044 A.J. Janssen, Piet Heinstraat 5, Druten Mevr. A.G.H, de Koek, J.Walravenstraat 43, Ben.Leeuwen tel. 08879-1952 Mevr. A.H.B. Bloo-Bernts, Heuvel 50, Druten H.J.van Capelleveen, Dorpsstraat, Leur -o-

Contributie De contributie van de vereniging bedraagt fl. 7,50 per jaar. Storting kan plaats vinden op postgirorekening nr. 90 74 16 ten name van de Boerenleenbank te Druten. Wilt U als omschrijving vermelden: "t.g.v. Mej. G.Y.M. Klabbers, penningm.esse Tweestromenland" ?

- 3-


BESĂ?UURSMEDEDEL1K GEN

J aarove r z i c ht 19II De regelmatig in het Kontaktblad verschenen verslagen van excursies en tentoonstellingen maken een uitgebreid jaarverslag overbodig. Niettemin lijkt het ons nuttig in een kort overzicht te schetsen welke activiteiten in 1971 door de vereniging zijn ontplooid:

Kontaktblad In de loop van 1S71 verschenen de volgende nummers van het Kontaktblad: nummer 10 in maart nummer 11 in septenber, en nummer 12 in december. De kosten voor druk in off-set baarden het bestuur grote zorgen. Met een inmiddels aangeschafte stencilmachine werden de nummers 11 en 12 door een aantal leden in eigen beheer uitgevoerd, vmardoor de kosten enorm werden gedrukt en het zelfs verantwoord was enkele fotopagina's in deze nummers op te nemen. De kwaliteit mag dan hier en daar nog wat te wensen overlaten, de ervaring die werd opgedaan bij de vervaardiging in eigen oeheer doet verwachten dat een alleszins aanvaardbare uitvoering van het Kontaktblad kan worden verkregen. Tentoonstellingen In het Gemeentehuis van Druten werden door de Museumkommissie de volgende tentoonstellingen georganiseerd: Romeins Druten, van 15 okt.'TO - 21 jan.'71; Tin en tegels, van 22 jan.'71 - 9 apr.'71; Wapens en wapentuig, van 9 apr.'71 - 10 juli '7] Maas en Waal in oude ansichten, van 12 juli '71 - 15 okt. '71, en Kerkelijk Zilver, van l nov.'71 - 15 febr.'72. - A -


In het algemeen was de belangstelling voor de tentoonstellingen niet onbevredigend. Vermeldenswaard is nog dat naar aanleiding van de tentoonstelling Maas en V/aal in oude ansichten bij de Europese Bibliotheek het boekje "Druten in oude ansichten" verscheen, van de hand van twee leden van de Museumkommissie, de heren W.Th.v.d.Dobbelsteen en J.G.W.R.Dekkers. Lezingen

Er vonden in 1971 drie lezingen plaats: op 18 febr.: 'Moderne opsporingsmethoden bij het archeologisch onderzoek', door drs. J.de Waele, op 16 april: 'Munten', door dr. H.E.v.Gelder, en op l dea. : 'Kerkelijk Zilver in het algemeen en de gelijknamige tentoonstelling te Druten in het bijzonder', door prof.dr. W.H.T.Knippenberg, alsmede 'Voorwerpen uit de Joodse eredienst door Mevr. M Wolff-Kunstenaar. Het is gebleken dat de opkomst bij lezingen in sterke mate afhankelijk is van de weersomstandigheden ĂŠn van de dag waarop een lezing wordt gehouden. Het bestuur zal trachten in den vervolge ernstig rekening te houden met laatstgenoemde faktor. Excursies Op 26 juni bezochten we achtereenvolgens het kasteel en de kerk van Amerongen, waar de toelichting werd verzorgd door resp. de heer T. Eijfers en Mej. H.D.Roest. Het Rijksmuseum Kam te Nijmegen werd bezocht op 4 september, alwaar de heer P.H.Knoop het een en ander toelichtte; in aansluiting hierop - 5-


bezochten we die dag voorts cie Stevenskerk te Nijmegen, waar de rondleiding werd verzorgd door de heer P.J.Jiait. Drs. G.J.Mentink was onze gastheer bij het bezoek dat wij op J50 oktober brachten aan het Rijksarchief te Arnhem. K o n t ak t e n__ g aa r buiten Besprekingen riet cte heer V/. H. M. Stevens, direkteur van de Openbare bibliotheek een Leeszaal te Druten hebben er toe geleid, dat onze vereniging de in haar bezit zijnde boeken en tijdschriften alaaar kan onderbrengen. Ăœok onze leden kunnen een overeenkomstige bruikleenovereenkomst -net deze bibliotheek sluiten, waarin bepaald kan worden dat bepaalde boeken en/of tijdschriften niet worden uitgeleend, dan met uitdrukkelijke toestemming van de bruikleengever. Ons ti jdschrif tenbezit Kan verder worden vergroot doordat het bestuur is overgegaan tot een bladruil met de Historische Vereniging Bommelerwaard te Zaltbommel, de Heemkundekring De Duf f el t te Millingen, en de V. V. V. te Oss. De Koninklijke Nederlandsche Akademie van Wetenschappen verzocht om bijzonderheden over onze vereniging. Het bestuur heeft aan dit verzoek gevolg gegeven, zoaat onze vereniging bij deze instantie thans tot in details bekend is.

Afscheid van de heer Van Kouwen Met zeer veel enthousiasme heeft de heer C. van Kouwen een aantal jaren de functie vervuld - 6 -


van secretaris van de redaktie van ons Kontaktblad. Nu ons tijdschrift frekwenter zal gaan verschijnen heeft de heer Van Kouwen helaas moeten besluiten zijn funktie ter beschikking te stellen, omdat hij voor ons tijdschrift te weinig tijd kan vrijmaken. De heer Van Kouwen is een verwoed amateurarcheoloog en vervult een bestuursfunktie in de werkgroep Nijmegen van de A.W.N.; voorts hanteert hij veelvuldig zelf de spade in het kennelijk toch wel archeologisch-rijke rivierengebied. Verschillende artikelen van zijn hand zijn in de loop der tijd in ons blad verschenen. Gaarne spreken wij op deze plaats de hoop uit, dat hij zijn archeologische bevindingen in ons blad zal blijven publiceren. Wij danken hem hartelijk voor het vele werk dat hij voor onze Vereniging en voor het Kontaktblad heeft verricht. Het Bestuur - o Aktiviteiten in 1972 In aansluiting aan de mededelingen in het Ăźeceraber-nummer geven wij hieronder een overzicht van de plannen voor 1972. Uw reakties in opbouwende zin worden zeer op prijs gesteld J

31 jan. 1972 jaarvergadering en dia-voorstelling oude prentbriefkaarten

februari expositie .„ . , , 'Batenburg'

- 7-


maart speciaal nummer 'Uit Batenburgs verleden'

april lezing 'Batenburg in dia's'

mei excursie 'Ambtshuis en Theekoepeltje te Bruten'

juni expositie 'Tweestroiaenland en de strijd tegen het water'

juli

augustus excursie 'Archief polderdistrict en Gemeentemuseum te Nijmegen'

Kontaktblad

september lezing 'Geologie, bodemvorming en waterstaatkundige ontwikkeling in Maas en Waal en Ri,jk_yan Nijmegen' november lezing 'Riviervisserij'

- 8 -

oktober expositie i H Âť 'Riviervisserij

december Kontaktblad


STATUTEN gepubliceerd als bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van donderdag 18 maart 1971, nr. 54: Nr. 323 VERENIGING: Vereniging Twee Stromenland, te Druten Naam en zetel Artikel l De vereniging draagt de naam 'Vereniging Twee 1 Stromenland , is een historische vereniging voor het Land van Maas en Waal en het westelijk deel van het Rijk van Nijmegen en is gevestigd te Druten. Doel Artikel 2 De vereniging heeft ten doel de bevordering van de belangstelling voor de geschiedenis in het algemeen en voor die van de streek waarin de vereniging gevestigd is in het bijzonder. Zij tracht dit doel te bereiken door: a. het inrichten van een bibliotheek; b. het houden van lesingen; c. het publiceren in kranten, week-, maandbladen en andere tijdschriften; d. het uitgeven van boeken en tijdschriften of het meewerken daaraan; en e. in het algemeen door elk initiatief waardoor de liefde voor en de kennis van de geschiedenis wordt vergroot. Duur Artikel 3 De vereniging wordt opgericht op heden, 2 augus- 9-


tus 1968, voor de tijd van 25 jaren, zodat zij zal eindigen op l augustus 1993Âť behoudens eventuele verlenging op wettige wijze. Lidmaatschap Artikel 4 De vereniging kent leden, ereleden en "begunstigende leden. Artikel 5 Leden zijn zij, die als zodanig zijn toegelaten door het bestuur. Ereleden zijn zij, die, naar het oordeel van het bestuur van de vereniging, wegens hun buitengewone verdiensten jegens de vereniging of wegens hun grote verdiensten op historisch gebied, door de vereniging daartoe zijn benoemd. Begunstigende leden zijn zij, die door een jaarlijkse bijdrage te storten in de kas van de vereniging daadwerkelijk van hun belangstelling voor de vereniging blijk geven en als begunstigende leden zijn toegelaten. Artikel 6 Uitsluitend aan de leden komt het recht toe, te stemmen over zaken en personen. Ereleden en begunstigende leden kunnen, indien het bestuur daartoe termen aanwezig acht, een adviserende stem krijgen, doch uitsluitend ten aanzien van zaken. ArtiKel 7 Het bestuur beslist over de toelating van leden en begunstigende leden. Ereleden worden op voorstel van het bestuur door de algemene vergadering benoemd.

- 10 -


Artikel 8 Zij, te wier aanzien gedurende hun lidmaatschap wijzigingen plaats hebben, welke hen bij een hernieuwde toelating zouden doen vallen onder een andere categorie van leden dan die, waartoe zij krachtens hun aanvankelijke toelating behoren, gaan van rechtswege tot de eerstgenoemde categorie horen. In bijzondere gevallen kan het bestuur op verzoek van zodanige leden bepalen, dat zij blijven behoren tot de categorie, waarvan zij tot dusver deel uitmaakten. Zij die volgens de bepaling van het eerste lid van dit artikel tot een andere categorie van leden overgaan, verkrijgen, de aan die categorie toekomende rechten en verplichtingen met ingang van het volgende verenigingsjaar. Artikel 9 Het lidmaatschap eindigt door: a. opzegging; b. overlijden; c. royement. Opzegging geschiedt door schriftelijke kennisgeving, welke voor l december in het bezit van de secretaris moet zijn, die verplicht is de ontvangst, binnen 8 dagen nadat de opzegging hem bereikt heeft, te bevestigen. Indien een opzegging niet tijdig heeft plaatsgehad, loopt het lidmaatschap door tot het einde van het volgende verenigingsjaar. Royement heeft plaats: 1. door het bestuur op gronden bij huishoudelijk reglement vast te stellen, behoudens beroep, op de algemene ledenvergadering, welke alsdan de beslissing neemt; 2. door besluit van de algemene ledenvergadering genomen met ten minste 2/3 van het aa.n- 11 -


tal geldig uitgebrachte stemmen. Hij, die geroyeerd is, blijft ook in de toekomst, van het lidmaatschap uitgesloten. Geldmiddelen Artikel 10 De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit: a. de contributies van de leden; b. entreegelden; c. subsidies; d. schenkingen; e. erfstellingen; f. legaten; g. gekweekte renten en alle andere langs wet-*tige weg verkregen inkomsten. Bestuur Artikel 11 Het bestuur bestaat uit 7 personen, van wie 4 de functies vervullen van onderscheidenlijk voorzitter, vice-voorzitter, secretaris en penningmeester, terwijl de functies van de overige leden van het bestuur door het huishoudelijk reglement worden geregeld. Het bestuur wordt gekozen op een algemene vergadering uit en door de leden. 2 Bestuursleden treden ora de 2 jaar af volgens een door het bestuur op te maken rooster. De aftredenden zijn terstond herkiesbaar. Vertegenwoordiging ArtiKel 12 De voorzitter en de secretaris vertegenwoordigen de vereniging in en buiten rechte. Zij kunnen zich daarbij ieder door een schriftelijk gemachtigde doen vertegenwoordigen. Voor het beschikken over saldi bij banken of girodiensten is de handtekening van de penningmeester - 12 -


voldoende. Voor het aangaan van geldleningen, voor het kopen, vervreemden, bezwaren of verhuren van onroerende goederen behoeft het bestuur machtiging van de algemene vergadering. Huishoudelijk reglement en stemrecht Artikel 13 Een door de algemene vergadering vast te stellen huishoudelijk reglement geeft nadere regels omtrent het lidmaatschap de introductie, het bedrag der contributie en entreegelden, de werkzaamheden van het bestuur, de vergaderingen, de wijze van uitoefening van het stemrecht, het beheer en het gebruik van zaken de vereniging toebehorende en alle verdere onderwerpen, waarvan de regeling haar gewenst voorkomt. Het huishoudelijk reglement mag geen bepalingen bevatten in strijd met deze statuten. Bij de stemming ter algemene ledenvergadering over zaken is de meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen voldoende. Bij stemming over personen is de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen vereist. Statutenwijziging Artikel 14 Tot wijziging van de statuten kan worden besloten op een algemene ledenvergadering met ten minste 2/3 van het aantal uitgebrachte geldige stemmen, behoudens de door de wet vereiste goedkeuring. Verenigingsjaar Artikel 15 Het verenigingsjaar loopt van l januari tot en met 31 december.

- 13 -


Ontbinding Artikel 16 De vereniging kan te allen tijde worden ontbonden, indien op een ledenvergadering ten minste 2/3 van het aantal stemgerechtigde leden der vereniging zich daarvoor verklaren. Bij gebreke van dit aantal kan eerst tot ontbinding worden besloten op een volgende, ten minste 8 dagen na de eerste te houden vergadering met een meerderheid van 2/3 van het aantal uitgebrachte geldige stemmen. Een besluit tot ontbinding wordt geacht tevens een besluit tot liquidatie te zijn. Indien bij zodanig besluit te dien aanzien geen andere regeling is getroffen geschiedt de liquidatie door het bestuur. Bij de liquidatie wordt in acht genomen het bepaalde in art. 1?02 van het burgerlijk wetboek. Een eventueel batig saldo zal worden aangewend voor door de algemene ledenvergadering te bepalen zodanige doeleinden, als het meest met het doel der vereniging zullen overeenstemmen. Slotbepalingen Artikel l? In afwijking van het in art. 6 bepaalde behoeven degenen, die blijkens de door het bestuur opgestelde voorlopige ledenlijst van de historische vereniging Twee Stromenland, reeds lid zijn van laatstgenoemde vereniging, niet vcor het lidmaatschap op de aldaar bepaalde wijze te worden voorgesteld. In afwijking van het in art. 11 bepaalde treden voor de eerste maal op als leden van het bestuur: 1. de Weledelgeleerde Heer Frans Hendrik Joseph Wasmann, arts; wonende te Druten, Hogestraat 24Âť voorzitter; - 14 -


de Heer Lambertus Maria van Heek, vertegenwoordiger, wonende te Dreumel, Margrietstraat 5Âť vice-voorzitter; de Heer Jan van de Bovenkamp, leraar lichamelijke opvoeding, wonende te Batenburg, Grootestraat 11, secretaris; mejuffrouw Gezina Yvonne Maria Klabbers, onderwijzeres, wonende te Druten, Kattenburg 46, penningmeesteresse; de Heer Johannes Petrus van Wezel, architect, wonende te Alphen, (Gelderland) Kerkstraat 7, lid; de Heer Cornelis Petrus Jan van Kouwen, radio-technicus, wonende te Kijmegen, Boksdoornstraat 84, lid; de Heer Paulus Petrus Thomas van Dinteren, muziekleraar, wonende te Deventer, Hobbemastraat 70, lid. Goedgekeurd bij Koninklijk besluit dd. 29 december 1970 nr. 38. Mij bekend, De Staatssecretaris van Justitie, Namens de Staatssecretaris: Het hoofd van de Hoofdafdeling Privaatrecht, Th. v. Sasse v. Ysselt.

- 15 -


HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Hierna wordt de tekst opgenomen van het huidhouuelijk reglement, zoals dit voorlopig werd aangenomen tijdens de algemene le-lerive i gade ring van 31 januari 19' 12 en met enige kleine wijzigingen door het bestuur nad.3r werd vastgesteld. Voorstellen tot wijziging en/of aanvulling kunnen door de leden schriftelijk bij het bestuur worden ingediend. Op de eeretvolgende algemene ledenvergadering zullen dan het hier gepubliceerde huishoudelijke reglement, alsmode eventuele ingekomen voorstellen tot wijziging en/of aanvulling, definitief in stemming worden gebracht. Huishoudelijk reglement van de Historische Vereniging Twee Stromenland

artikel l Een ieder kan lid worden var: ds vereniging, behoudens toelating door hat bestuur confcrm art. 7 van de statuten. Mocht het bestuur van de vereniging hem of haar niet als lid accepteren, daa kan hij of zij zich beroepen op de algemene ledenvergadering, die alac'an omtrent de toelating zal besli^&en door midael van een stemming, Het lidmaatschap wordt apngegaan voor ten minste ĂŠĂŠn jaar. Verenigingsjaar 2 Het verenigingsjaar is gelijk aan het


kalenderjaar. Algemene ledenvergadering artikel 3 De algemene ledenvergadering wordt jaarlijks gehouden voor l april; deze vergadering kan gecombineerd worden met een aktiviteit, bijv. een lezing. Tijdens de algemene ledenvergadering legt het bestuur rekening en verantwoording af van het beheer en brengt verslag uit van het gevoerde beleid, een en ander met betrekking tot het verstreken verenigingsjaar. Voorts ontvouwt zij haar plannen voor het lopende verenigingsjaar. artikel 4 De algemene ledenvergadering wordt gehouden ten minste 14 dagen na verzending der convocaties. Deze convocaties worden namens het bestuur toegezonden aan alle leden en dienen ten minste die onderwerpen te bevatten, die in de vergadering in stemming zullen worden gebracht. Buitengewone ledenvergaderingen artikel 5 Een buitengewone ledenvergadering wordt door het bestuur bijeengeroepen als dit naar haar oordeel noodzakelijk is. artikel 6 Eveneens dient het bestuur een buitengewone ledenvergadering bijeen te roepen als ten minste vijftien leden het bestuur schriftelijk verzocht hebben zulks te doen; een dergelijke vergadering dient uiterlijk binnen zes weken, nadat het verzoek bij het be- 17 -


stuur is ontvangen, gehouden te worden. De convocaties voor een dergelijke vergadering dienen namens het bestuur verzonden te worden aan alle leden en dienen ten minste die onderwerpen te bevatten, die in de betreffende vergadering in stemming zullen worden gebracht. artikel 7 Mocht het bestuur weigeren een buitengewone ledenvergadering op verzoek van ten minste vijftien leden bijeen te roepen, hetgeen bijv. kan blijken uit het niet-verzenden of niet tijdig verzenden van convocaties voor een dergelijke vergadering, dan zi^a die leden gerechtigd zelf een dergelijke vergadering bijeen te roepen, met inachtneming van de bepalingen, die gelden voor het bijeenroepen daarvan, als omschreven in art. 6 van dit reglement. Op deze, door de leden bijeengeroepen vergadering kunnen voor de vereniging rechtsgeldige besluiten worden genomen. Bestuur en bestuursvergadering artikel 8 Het bestuur vergadert ten minste drie maal per jaar ter bespreking van de gang van zaken ten aanzien van de vereniging. Het bestuur kan leden van ingestelde kommissies, niet bestuursleden en/of niet-leden uitnodigen een bestuursvergadering bij te wonen voor het geven van adviezen of het toelichten van bepaalde onderwerpen. Kommissies artikel 9 De overige leden, als bedoeld in art. 11 van de statuten, fungeren resp. als

- ie -


1. de voorzitter van de museumkommissie; 2. coรถrdinator van de werkzaamheden der redaktie; 3. archivaris van alle verzamelingen, die eigendom zijn van de vereniging of aan de vereniging in bruiklaon zijn afgestaan. Het bestuur kan evenwel besluiten dat bepaalde verzamelingen of delen daarvan elders worden bewaard of opgeslagen, en dat daarvoor een ander dan de archivaris wordt verantwoordelijk gesteld. artikel 10 De museumkorrimissie organiseert, zo mogelijk enige malen per jaar, tentoonstellingen in het Gemeentehuis te Druten of eldars. Zij kan ook haar medewerking verlenen aan tentoonstellingen, die door derden worden georganiseerd. Al zulke tentoonstellingen dienen in overeenstemming te zijn met het doel der vereniging. artikel 11 In geval er andere aktiviteiten worden ontwikkeld, kunnen hiervoor kommissies worden ingesteld. Daartoe zal het bestuur een aantal leden van de vereniging uitnodigen zitting in een dergelijke kommissie te nemen. Deze kommissieleden dienen in de eerstvolgende algemene of buitengewone ledenvergadering aan de leden te worden voorgesteld. Mocht een kommissielid niet acceptabel zijn voor de leden, dan kan diens benoeming in de vergadering in stemming worden gebracht. Zonodig worden door het bestuur terstond nieuwe kandidaten voorgesteld. Leden van kommissies dienen lid van de vereniging te zijn. De leden van een kommissie, met uitzondering van de museumkommissie, kiezen uit hun midden - 19 -


een voorzitter. Deze voorzitter onderhoudt het kontakt tussen het bestuur van de vereniging en de leden van de kommissie. Tijdschrift artikel 12 De redaktie geeft een tijdschrift uit, genaamd 'kontaktblad van de Historische Vereniging Twee Stromenland', waarin behalve verenigingsnieuws; ook publikaties over de historie in het algemeen en/of het werkgebied van de vereniging in het bijzonder kunnen worden opgenomen. artikel 13 Het bestuur der vereniging draagt de verantwoordelijkheid voor opname in het tijdschrift van bestuursmededelingen, verenigingsnieuws en verslagen van excursies, lezingen eri tentoonstellingen. De redaktie is verantwoordelijk voor de inhoud van artikelen op het gebied van de historie, voorzover een artikel niet uitdrukkelijk buiten verantwoordelijkheid der redaktie wordt opgenomen. In het laatste geval dient uitdrukkelijk te worden vermeld dat plaatsing buiten verantwoordelijkheid der redaktie is geschied. artikel 14 Aan ieder lid, voorkomende op de ledenlijst per l januari van het lopende verenigingsjaar, wordt ĂŠĂŠn exemplaar van de na deze datum verschijnende nummers van het tijdschrift toegezonden. Aan een lid, dat zich in de loop van het verenigingsjaar aanmeldt, kan op diens verzoek een exemplaar van de in dat jaar verschenen nummers van het tijdschrift worden toege- 20 -


zonden, mits de kontributie is voldaan en de reeds verschenen nummers nog voorradig zijn. artikel 15 De prijs van losse nummers van het tijdschrift wordt door het bestuur vastgesteld en kan afhangen van de omvang en/of de belangrijkheid van elk nummer. Voor zover voorradig worden losse nummers aan ieder die daarom verzoekt, verkocht. De opbrengst daarvan komt uiteraard ten goede aan de kas van de vereniging. Archief en archivaris artikel 16 Alle korrespondentie en bescheiden in de ruimste zin des woords, die in het bezit zijn of komen van bestuurs-, kommissie- en redaktieleden, doch in feitt eigendom zijn van de vereniging, resp. aan haar zorgen zijn of worden toevertrouwd, dienen uiterlijk binnen één jaar na afloop van het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben, dan wel in het bezit van bovengenoemde leden zijn gekomen, te worden overhandigd aan het bestuurslidarchivaris. Deze laatste draagt er zorg voor dat genoemde stukken in het archief van de vereniging worden opgenomen. Slechts met toestemming van het bestuur kan voor stukken, die voor een goede uitoefening van een bestuurs- of kommissiefunktie noodzakelijk zijn, een uitzondering worden gemaakt. Een bestuurs-, kommissie- of redaktielid, die zijn funktie om welke reden dan ook heeft neergelegd, dient binnen één week de onder zijn berusting zijnde of komende stukken aan het bestuur ter hand te stellen.

-

- 21 -


artikel 17 Loor het daarvoor verantwoording dragende bestuurslid of het door het "bestuur gemachtigde lid dient aantekening te worden gehouden van alle stukken die aan wie dan ook ter beschikking werden gesteld, hetzij tijdelijk, hetzij definitief. artikel 18 Het bestuurslid-archivaris zal - in overleg met het bestuur - het archief en alle de vereniging toebehorende of toevertrouwde bescheiden, voorwerpen en verzamelingen als een goed huisvader verzorgen. Hij dient te zorgen voor een goede toegankelijkheid tot alle zaken die aan zijn zorgen zijn toevertrouwd. Het bestuur zal hera daarin steunen door het doen vervaardigen van beschrijvingen en/of inventarislijsten van alle zaken die in het archief worden opgenomen. artikel 19 In tegenstelling tot het bepaalde in de artikelen 16 t/m 18 van dit reglement, kunnen speciale verzamelingen, bijv. de bibliotheek van de vereniging, aan een ander lid dan het bestuurslid-archivaris in beheer worden gegeven. Het gestelde in de artikelen 16, 17 en 18 van dit reglement is in zodanig geval mutatis mutandis van toepassing op de beheerder in dit artikel bedoeld. artikel 20 In bepaalde, door het bestuur te beoordelen gevallen, kan een vergoeding worden gevraagd aan degene aan wie boeken of bescheiden, voorwerpen of andere zaken van de vereniging tijdelijk ter beschikking worden gesteld. Van tevcrrjr dient schriftelijk vastgelegd te worden - 22 -


voor welke datum al deze zaken dienen te worden terugbezorgd. Stemmingen artikel 21 Alle stemmingen over personen dienen schriftelijk te geschieden. Stemmingen over zaken kunnen op verzoek van het bestuur of ĂŠĂŠn der leden eveneens schriftelijk worden gehouden. Royement artikel 22 Royement van een lid zal plaats vinden in gevallen waarin a. de goede naam van de vereniging in discrediet is of kan worden gebracht door wangedrag van dat lid; b. eigendommen van de vereniging of aan de vereniging ter beschikking gestelde zaken worden beschadigd of vernietigd door of tengevolge van kennelijke schuld en/of grove onachtzaamheid van dat lid; c. ondanks herhaalde aanmaningen, geduren-

de twee jaren achtereen een lid zich onttrekt aan zijn verplichtingen tegenover de vereniging. Een en ander geldt onverminderd het recht van de vereniging tot het instellen van een aktie tot schadevergoeding. Kontributie artikel 23 Het bedrag der kontributie wordt jaarlijks door het bestuur voorgesteld en door de algemene ledenvergadering vastgesteld. Het aldus vastgestelde bedrag der kontri-

- 23 -


butie geldt dan voor het eerstvolgende verenigingsjaar. Entreegelden artikel 24 Indien voor een tentoonstelling entreegelden zullen worden geheven, worden deze entreegelden door het bestuur der vereniging, de museumkommissie gehoord, voor iedere tentoonstelling afzonderlijk vastgesteld. Het bestuur kan de entreegelden voor niet-leden op een hoger bedrag vaststellen dan voor leden der vereniging. Introduktie artikel 25 Bij alle verenigingsaktiviteiten, uitgezonderd bestuurs-, kommissie- en ledenvergaderingen is introduktie van derden toegestaan; in bepaalde gevallen evenwel kan het bestuur een financiële bijdrage van introducees verlangen, mits dit van te voren werd bekend gemaakt. Al dan niet op voorstel van de leden kan het bestuur echter niet-leden uitnodigen tot het bijwonen van één der vergaderingen als in het eerste lid omschreven, bijv. voor het geven van deskundige adviezen. Slotbepalingen artikel 26 Op voorstel van een lid van de vereniging kan het gestelde in één of meer artikelen van dit reglement, met uitzondering van art. 29 en de artikelen die onderwerpen behandelen welke volgens de statuten regeling behoeven, tijdelijk buiten werking worden gesteld, mits een dergelijk voorstel schriftelijk aan het - ?4 -


bestuur wordt aangeboden en het voorstel wordt raedo-onderteker.d door ten minste zes andere leden van de vereniging, die geen bestuurslid mogen zijn. artikel 27 Een buitenwerking-stelling als bedoeld in art. 26 gaat in op de dag van bekendmaking door het bestuur, hetzij door publikatie in het tijdschrift van de vereniging, hetzij door een persoonlijk bericht aan de leden. artikel 28 Op de eerstvolgende algemene ledenvergadering dient door da ladon beslist te worden over de weel a vinstelling, definitieve schrapping, dan wel wijziging van het buitenwerking ges belde, als bedoeld in art. 26 artikel 29 In alle gevallen waarin niet is voorzien door het gestelde in de statuten of het huishoudelijk reglement, beslist het bestuur van de vereniging.

- o-

- 25 -


Algemene ledenvergadering Op 31 januari 1972 werd de algemene ledenvergadering gehouden, waaraan vooraf ging een dia-voorstelling van oude prentbriefkaarten van diverse plaatsen uit Maas en Waal. De sfeer van enige tientallen jaren geleden werd weer levend door de plezierige toelichting van verschillende leden, die met kennis van zaken konden vertellen over hun woonplaats. Het "bestuur is verheugd dat de open plaatsen in het bestuur en de museumkommissie werden ingenomen door een aantal leden die zien spontaan beschikbaar stelden. Hun namen treft U aan op de pagina's 2 en 3 van dit nunimer. Het bestuur spreekt de hoop uit dat de nieuwe bestuurs- en kommissieleden zich snel zullen inwerken. De heren Keultjes en Winkels zullen een onderz^eK instellan omtrent een eventuele instelling van resp. een onderwijs- en een f i Imk o rara i s s i e. De heer Van Os, die zich bereid heeft verklaard op te treden els redaktiesekretaris, zal zijn nieuwe taak aanvangen met het lang verbeide 'Batenburg-nummer', dat als nummer 14 zal verschijnen naar aanleiding van de binnenkort te openen expositie 'Batenburg'. Ket algemene stemmen werd besloten de kontributie van de vereniging met ingang van l januari 1973 te brengen op fl. 10,- per jaar.

- 26 -


LEDENLIJST

Op 15 mei 1964 werd onze historische vereniging opgericht met een voorlopig bestuur, bestaande uit de heren F. Wassmann, J. van Oss en P. van Dinteren. Op l juli daaraanvolgend trad de vereniging naar buiten met een lezing over vondsten, gedaan bij de Roodhekkenpas te Druten. In de zomer van 1968 werden voorbereidingen getroffen om Koninklijjke goedkeuring aan te vragen. De goedkeuring op de statuten werd verleend bij K. B. d.d. 29 december 1970, nr. 38; op 18 maart 1971 werden de statuten gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant, nr. 54Âť onder nr. 323. Merkwaardigerwijze werd in de statuten als officiĂŤle oprichtingsdatum van de vereniging 2 augustus 1968 vermeld. Uit het voorgaande is het echter duidelijk dat de feitelijke oprichtingsdatum van onze vereniging 15 mei 1964 is. In de op de volgende pagina's opgenomen ledenlijst is voor de namen van de leden het jaar vermeld, waarin zij als lid tot de vereniging toetraden. Bij die leden, die getuige waren van het ontstaan van onze vereniging, is het jaartal 1964 voor hun naam onderstreept,

- 27 -


E r e l i d ;

64 H. van Heiningen, Greffelingsedijk 39, Alphen ( G l d . ) B e g u n s t i g e n d _l i d ; 71 Mej. K.D.Roest, Kon.Wilhelminaweg 38, Araerongen L e d e n : Afferden

64 J.H.Gubbels, Knotsenburg 72 Mej. Th.H.M.Litjens, kooistraat 3, "Ravenswaard" 64 A. Roosmalen, Pas 6 Alphen (Gld.) 72 P.H.van Hoogstraten, Elsweg 4 71 C.J.Jagtenherg, Schoolstraat 6 72 K.E.Ovezall, iYIolenclijk 16

67 J.v.Wezel, Kerkstraat 7

Altforst 68 Mevr. A.M.M.Sraolciers, Kerkstraat l? 68 J.M.Smolders, Kerkstraat 13 71 Mej.W.v.Teeffelen, R.K.Pastorie 71 Pastoor L.M.Vlekke, R.K.Pastorie Appeltern 71 G.C.J.Backer, Sluisestraat 5 71 J.A.M.v.d.Bergh, Maasdijk 34 71 Mevr. W.E.Colijn-de Raat, Kasteelhof 4 71 Mej. B.Fintelman, Steenkampweg 2 71 Gemeente Appeltern, Raadhuisdijk 6, Maasbommel 70 Mevr. Huisman, Walstraat 2 - 28 -


71 71 71 68 71 68 71 71 71 72

Mevr. M.E.Meeuwsen-Arntz, Maasdijk 20 A.D.H.W. Rasker, Tuut 10 J.Roelofsen, Maasdijk 11 (jeugd) Mevr. Schokking, Maasdijk 20 Mevr. A.J.Th.Smits-Euwens, Maasdijk 40 J.Trijsburg, Maasdijk 20 H.Vleeming, Wal R.Vleeming, Wal (jeugd) J.U.v.d.Weerd, Het Kasteel, Maasdijk 6 Willems, Maasdijk

Arnhem 72 Bureau voor Architectuur en Stedebouw Cramer, Riemersraa, Godthelp, Burgemeesterplein 2 71 Stichting Arnhemse Openbare & Gelderse Wetenschappelijke Bibliotheek, Mariënburgstraat 12 64 Mr. P.J.W.Beltjes, Joh.Vermeerstraat 11 70 Mevr. A.Brugman-Domensino, Jagersweg 31 Batenburg 71 Mej. W.J.H.Arts, Grootestraat 14 éj- Mevr.v.d.Bovenkamp, Kerkstraat 9 67 J.v.d. Bovenkamp, Grootestraat 11 72 J.fh.Derks, Molendijk 7 68 A.Hermsen, Stadswal l 72 H.T.J.Nijts, Hoppenhofstraat 21 71 Pastoor Heulen, Molendijk l Beilen 64 Ds J.L.Keijzer, Esweg 115 Eeneden-Leeuwen 72 Mej. M.H.S.Boonen, Past.Zijlmanstraat 22 71 W. Bosch, v.Heemstraweg 41 64 P.H.J.Delicaat, Zandstraat 25 29 -


6_4_ Th.J.Faber, Zandstraat 81 6J- J. G. W. v. Gelder, Zijveld l 71 Gemeente Wamel, Post x>en. Leeuwen 6j4_ J. Hol, Bonderweg 8 6_i W. W. Hol, Waaldijk 55 68 A. J. v. Hulst, Zandstraat 72 71 Th.J.Klabbers, Zandstraat 103 72 A. G. II. de Koek, J. Walravenstraat 43 72 Me j. J. P. M. van Oijen, Nijverheidsstraat 5 72 Me j. P. J. M. van Oijen, Nijverheidsstraat 5 64 J. J. Scheeren, v.Heemstraweg 43 64 Ant. Sengers, Lrouwerstraat 16 ^4 Joh. Sengers, Zandse Hoeve 93 67 J. J. C. M. Sengers, Hoogbroekstraat 7a 71 Mej. J. van Tiem, Marijkestraat 9 72 Me j. A. H. de Waart, Past. Zijlmatt&straat 20 71 A.Willems, Begoniastraat 9 E.A.v.d.Zande, Dijk 60

Beijgharjen 69 Mevr. Boselie, Dorpsstraat 60 71 Burgem. en Weth. , Gemeentehuis 64. A. v. Elk, D'Oldert A 186-A 72 Mevr. G.W. J.v.Kraaykamp~v.Haalea, Hoekgraaf 8 64 Me j. L.Laurant, Wijksestraat A 1?2 72 Mr. H.H. J.v.Schaik, Gemeentehuis 64 L.Teijssen, Dorpsstraat 51 Beuningen 72 W. A. Dennissen, Molenstraat 68 Borne (Qv.) 65 F. J.v.Capelleveen, Goudenregens t raat 19 Bpven-Le euwen 64 F. Arts, Molenstraat 70 72 A. H. C. v. Eek, Bernhardstraat 25 - 30 -


64 72 64 71

G.B.v.d.Graaf, Molenstraat 30 Mevr. H.A.B.v.Heugten-Roeffs, Waalbandijk 3 H.J.V.Jeuken, Huize Vredenburg Mevr. N.J.Megens-v.Oijen, Past.Schoenmakersstraat 4A 6_4. B.Mencke, Molenstraat 74 64 Me j. F.J.van Oijen, Molenstraat 54 72 L.de Reuver, Korenbloemstraat 65

Peest 70 J.J.A.Schuld, Kweldam 40 Delfzijl 70 Ds Jac.Pannekoek, Uitwierderweg 173 Deventer 64 P.v.Dinteren, Hobbemastraat 70 Dreumel 71 Burgem. en Weth., Gemeentehuis 64 J.v.Dinter, Rooijsestraat 23 64 Studio Hagelen, Griendweg 8 72 W.J.Heimeriks, Wilhelminastraat 3 70 Herman v.Leeuwen, Oude Maasdijk 5 (jeugd) 64 A.A.M.Poelmans, Rooijsestraat 26 64 A.H.M.Rademaker, Rooijsestraat 35 72 R.K.Kerkbestuur, Rooijsestraat 65 6.4 Mevr. I.J.H.Vosmar, Wilhelminastraat l 72 W.G.Th.v. Wichen, Rooijsestraat 73 Pruten 64 J.den Biezen, Irenestraat 19 72 J.J.den Biezen, Karel Doormanstraat 30 71 Frater Blomme, Kattenburg 18 72 Mevr. B.J.H.Bloo-Bernts, Heuvel 50 64 Boerenleenbank, Hogestraat 3& 71 R.Bosman, Hogestraat 55 - 31 -


64'Deken P.Gooien, Hogestraat 4 64; N.V. Dericks & Geldens,' Mr.v.Coothstr.32 6A H.J.Driensen, Genechtstraat 6 6_4 J.J.G.Driessen, Heuvel 46. 70 W.ïh.H,v.d.Dobbelsteen, Heuvel 68 71 G.J.v.d.Geijn, Mr.v.Coothstraat 25 6_4 J.v.Haaren, Hogestraat 11 71 G.H.Harissen, Marijkestraat 26 70 Mr. A.J.E.Havermans, Heersweg 26 67 A«Hes, Goudheuvelstraat 10 6A Mevr,W.A.H.M,Hoeben-Verstraaten, Kasteellaan 72 Mevr. Hoek, Heersweg 3 71 Mej. M,Hoekj Burg.de Leeuwstraat 6A 72 A.V.M.L.Hofman, Hogestraat 50 6b A.J.Janssn, Piet Heinstraat 5 6j| C.A.Janssen, Kattenburg 31 72 Mevr. Jaspers, Hecmradenstraat l 68 A.G.Jaspers, Heemradenstraat l 71 G.P.Kaiaer, Hcgestraat 90 6_4_ Me j. G. Y, M. Klabbers, .Kattenburg 46 72 M.C.de Klein, Kasteellaan 4 72 Mej. M.L.C.Kuinders, Ambtshuisstraat 4 71 G.L.A.Kuypers, Karel Doornanstraat l 67 E.J.Libourel, Kattenburg 14 64 J.v.Oss, Hogestraat 51 64_Mej. K.v.d.Pol, Hooistraat 25 68 J.A.Reinders, Heersv:eg 16 64 J.Smits, Veerstraat 31 64tfej. A.C.H.Spits, Kattenburg 7 64 W.K.M.Stevens, Piet Verslootstraat 9 70 Dr. F.S^unnans, De Geerstraat 4 64 J.Swagemakers, Hogestraat 99 64 S.Veltman, Wilhelminastraat 22 72 Ds H.J.de Vos, Brouwerstraat 4 72 Mevr. Wasman-Oremus, Hogestraat 24 64 F. Wasmann, Hogestraat 24 67 O.¥as;nann, Hogestraat 24 (jeugd) 64 G.G.J.v.d.Wielen, Heersweg 20 71 G.J.M.Willems, Kattenburg 55 - 32 -


72 F.P.J.Winkels, Molenstraat 20 71 T.v.d.Zand, Kattenburg 39 71 F.v.Zijderveld, Landschrijverstraat 20 Eindhoven 71 L.M.Loeffen, Leenderweg 306

Ellecom 67 Drs C.O-A.Baron Schimmelpenninck van der Oije, Hofstetterlaan 2 Ewl.lk 6^. J.A.v.Atteveld, Pater v.Boxtelweg 6 71 Burgem.en Weth., Gemeentehuis 72 H.W.J. Jansen, Brugstraat 7 71 F.J.M.v.Koolwijk, Binnenweg 4 64 J.H.N.Pijfers, Julianastraat 15A *s-Gravenhage 71 J .J.A.Bakker , Soeรถtai^sciicacle 72 Mej.Mr.C.R.Benthem-Sypkens, Meppelweg 13 72 Drs. J.M.Timmermans, Prinsegracht 262

Groesbeek 64 H.Hoek, Flierenbeshofke 14

Den Helder 71 Mevr. G.Bakker-v.Capelleveen, Geleenstr.5 Kernen 72 Dr. G.v.d.Steenhoven, Herregaard Horssen 71 Burgem. en Weth., Gemeentehuis 65 W.Gubbels, Rijdt 26 66 Drs. P.J.Liedmeier, Middelwaard 2 71 J.P.M.v, Run, do Ri.1d.-b 2'5


Leeuwarden 72 B.Asselbergs, Grote kerkstraat 15 Leur (Gld.) 71 H.J.v.Capelleveen, Dorpsstraat 72 Mevr. J.C.Verhoef-Dreef, "Klein Huis" Leur 71 B.P.Baron van Verschuer, Huis te Leur

Maasbommel 67 W.C.Hillenaar, Raadhuisdijk 26 67 A.M.Pollmann, Raadhuisdijk 10 Malden 71 J.A.W.v.Haaren, Landwijksingel 45 St.Michielsgestel 64 Prof. W.H.T.Knippenberg, Beekkant l Nootdorp

72 H.W.M.v.Welie, Berkenhof 25

Nijmegen 72 J.Bel t, Profetenlaan 19 69 Prof.Dr. J.E.A.Th.Bogaers, Berg en Dalseseweg 150 66 Dr.J.M.G.M.Brinkhoff, v.Berchenstraat 31 64 Burgem. en Weth., Gemeentehuis 71 A.M.M.Claassen, Citroenvlinderstraat 14 70 Kap. Hol, v.d.Duyn v.Maasdamstraat 43 72Mej. A.v.ïrsel, v.Slichtenhorststraat 52 65 C.v.Kouwen, Boksdoornstraat 84 72 Mej. J.ïh.de Krijger, St.Annastraat 616A 72 W.J.A.Kuppens, Malvert 86-52 68 M.E.P.Ritzer, Granaatstraat 5 68 W.N.Tuyn, Willem Degenstraat 26 72 W.G.v.Vliet, St.Annastraat 401 - 34 -


6.4 Pater Voorvelt OFM, Vermeerstraat 71 69 Ir. Th. G. Welle, Prinsenlaan 32 Oosterbeek 72 K. de Blaeij, W. v. Arnhemweg 46 Oss 64 G. A. v. Elk, v.d.Veldestraat 306 O ver as se.lt 71 G.Rooyakkers, Kon. Wilhelminastraat 22

Pui flink 70 A.M.Blans, Kerkstraat 37 66 J. Th. 1. v. Hoogstraten, Houtsestraat 9 65 J. v. Os, Houtsestraat 25 6_^ Past .M.C. J. Schoenmakers, v.Mekerenstraat 2 64 Mej.P.W.A.de Swart, Houtsestraat 5 64 W.Vqs, Oude Koningstraat 9

Sambeek 72 A. D. Sraolders, Grotestraat 10 Schimmert 71 J. v. Oss, Op de Bies 33 Tiel 64 J.H.F.Gelens, Druraptse Parallelweg 3 65 Stichting Belangengemeenschap Gelders Rivierengebied, Stationsstraat 37 Tilburg 64 J. Dekkers, Baron v.Lamsweerdelaan 31

71 fam.Hermsen-Diels, Hofland 19

- 35 -


Velu (Gld.) 68 D. J. G. Buurman, Remt) r and 11 aan 4 Venlo 64 M. Berge voet, Veldenseweg 72 Voorburg 71 Rijksdienst v.d.Monumentenzorg, Balen v. Andelplein 2 Wamel 71 A.G.Berkvens, Dorpsstraat 65 68 A.H.den Biezen, Houtstraat l 69 Ds. H,ten Boom, Dorpsstraat 69 71 fara. S.v.Doesburgh, Dorpsstraat 4 72 Ih.J.Keultjes, Hogeweg 57 72 Past. P.Kurstjens, 3t.Victorstraat l 71 Mevr. J.v.Oyen-Leyten, hogeweg 51 71 M.A.Uyterlinden, Stationsstraat 5 71 A.A.M.Vermeulen, Lakenstraat 49 71 A.M.Vermeulen, Lakenstraa.t 59 65 J.J.Zondag, Kerkstraat 48 Weurt 72 J.Voragen, Jonkerstraat 21 72 J.H.v.d.Waal, De Ruyterstraat 26 Winasen 66 A.W.J.v.Haaien, Deinsestraat 10 71 P.A.Huurman, Not.Steph.Roesstraat 13 68 H.v.Kouwen, Dijk 14 71 G.M.de Waal, 'Brouwershofstad', Leegstr.41 Wi.lchen 64 H.P.W.Albers, Arendstraat 10 65 B.F.v.Capelleveen, Startvenseweg 45 - 36 -


64 Gemeentebestuur, Gemeentehuis 72 V.H.P.Vonk, Kamillestraat l

Zaltbommel 65 dHr Liszenberg, Europese Bibliotheek, Gasthuisstraat 12

- 37 -


Aan de volgende personen en instanties wordt het Kontaktblad toegezonden: 65 Rijksdienst v.h.Oudheidkundig Bodemonderzoek Mariënhof, Kleine Haag 2, Amersfoort 65 Instituut v.Dialectologie, Volks- en Naamkunde, Keizersgracht 569-571, Amsterdam 71 Bibliotheek, Beneden-Leeuwen 64 E.J.J.Jansen, hoofdred.Gelders Oudheidkundig Contactbericht, Hogestr.7 Dieren 66 G.Klop, Techn.Dienst, Gemeentehuis, Druten 71 Bibliotheek, Druten 68 Hauptstaats Archiv, Prinz Georgestrasze 7&» DUsseldorf, West-Duitsland 64 Oud-Archief, Mari'ënburg 26, Nijmegen 71 K.C.V.L.Bibliobus Maas en Waal, St.Annastraat 2bO, Nijmegen 64T J.den Hoed, Stadsarchivaris, Corn. Udensstraat 13, Tiel 71 Drs. W.A.Spann, O.S.F.S., Enschotsestr.185, Tilburg 70 Drs. C.Th. Kokke, iieethovenlaan 3, Velp (Gld.)


Een ruildienst werd aangegaan met: - Heemkundige Kring "De Oost-Oudburg", Dokumentatiecentrum, p/a dHr.R.de Caluwé, Valkenstraat 13, St.Amandsberg, België - Tijdschrift van de geschied- en heemkundige kring van het graafschap Jette e.o., L.de Brouckèrelaan 35, 1080 Brussel, België. - Historische Kring Kesteren en Omstreken, Adr.v.Ostadestraat 42, Kesteren - Heemkunde Kring "De Duffeit", Zeelandsestraat 19, Millingen a/d Rijn - Streek-V.V.V. N.O.Brabant, Raadhuislaan 14, Oss - Historische Kring Bommelerwaard, Kerkstraat 28, Zaltbommel


INHOUDSOPGAVE

pag. Samenstelling bestuur, redaktie en musGumkomraissie . . . . . . . . . . . .

2

Bestuursmededelingen Jaarverslag 1971 . . . . . . . . . . . 4 Afscheid van de heer Van Kouwen . . . . 6 Aktiviteiten 1972 . . . . . . . . . . . 7 Statuten. . . . . . . . . . . . . . . . . 9 Huishoudelijk reglement . . . . . . . . . 16 Algemene ledenvergadering . . . . . . . . 26 Ledenlijst . . . . . . . . . . . . . . . 27 Speciale toezending . . . . . . . . . . . 38 Ruildienst. . . . . . . . . . . . . . . . 39 Inhoudsopgave . . . . . . . . . . . . . . 40

•*

iA

CM

CTv

C\J 1

—l1

d

o cv c\i

i

O

O

-p

-P

H O •H

-P C\J

C\J

CD °

o At f-!

rH

rH Ö CD

•H

tc -p

O

CD

t?

-P

- 40 -

•t

•r-3 •H

CD

«i -p

-p

o in

£H O O

•H f-1 •P Ö O

Ü

^ CO

o5 •-o

t-


uit BAtenBURcs veRleรณen johan van os

tweestpomenlanรถ


' Streekarchief Bommelerwaard Bij het omslag:

Het Kasteel van Batenburg in zijn volle glorie, naar een gravure van Abraham de Haan uit 1732, waarvan het origineel zich bevindt in het Rijksprentenkabinet te Amsterdam.


uit BatenBURQs veRleoen joham van os

tweestpomenlanรถ


KONTAKTBLAD NR. 14 VAN DE HISTORISCHE VERENIGING "TWE

EST R OM E N LAN D"

tot beoefening van de geschiedenis in het

Land van Maas en Waal en het westelijk deel van het Rijk van Nijmegen.

Bestuur voorzitter:

F.H.J. Wasmann, arts Hogestraat 24, Druten Tel.: 08870 - 2423

sekretaris:

Jacobus Trijsburg Maasdijk 20, Appeltern Tel.: 08874 - 475

pen n i ngmeesteresse:

Mej.

G.Y.M. Klabbers

Kattenburg 46, Druten

Tel.:

08870 - 2401

archiefbeheer:

Mej. F van Oijen Molenstraat 54, Boven-Leeuwen Tel.: 08879 - 1783

redaktie:

Johan van Os (sekretaris) Houtsestraat 25, Puiflijk

museum kom missie:

W.Th. van den Dobbelsteen (sekretaris) Heuvel 68, Druten Th.J. Keultjes (voorzitter) Hogeweg 57, Wamel

Lidmaatschap De kontributie aan de vereniging bedraagt (met ingang van 1973) f 10,— per jaar, te storten op postgirorekening nr. 2622012 t.n.v. de penning-

meesteresse of op rekening-courant nr. 112701493 bij de Boerenleenbank te Druten. Het lidmaatschap geeft recht op geregelde ontvangst van het kontaktblad, op deelname aan de bijeenkomsten en exkursies alsmede op het bezoeken van de lezingen, tentoonstellingen en andere evenementen die door de vereniging worden georganiseerd.


Batenburg gezien vanaf de toren van de R.K. kerk (1942).

De legendarische Willibrordusput.


Dit vooraf Ter verontschuldiging van mogelijke manko's en misvattingen in de

tekst moet ik als inleiding op dit boekje de bekentenis afleggen dat ik 'n half jaar geleden van de geschiedenis van Batenburg vrijwel niets wist. Maar er bestond binnen de vereniging nu eenmaal een plan om een speciaal nummer van het kontaktblad aan Batenburg te wijden, een plan waarover velerlei afspraken waren gemaakt, en als nieuwbenoemde redaktiesekretaris erfde ik bijna onwetend de opdracht dit plan uit te voeren. Het blad beschikt gelukkig over een ruime kring van medewerkers onder de verenigingsleden, maar - nog niet gewend aan de bijzondere eisen die een temanummer stelt - bleek deze kring toch niet in staat op korte termijn voldoende op elkaar afgestemde bijdragen te leveren om tot een homogeen geheel te kunnen komen. Zelf zo blind als een mol, zag ik me tenslotte gedwongen de bril van de geschiedvorser op te zetten en me in te graven in de steeds groeiende berg van gegevens die de vereniging in het volste vertrouwen bleef aandragen. Toen deed zich de derde

moeilijkheid voor: de historie van het kleine Maasstadje bleek zo rijk te zijn aan snel wisselende wederwaardigheden dat het onmogelijk was in het kort bestek van een fotoboekje zelfs maar een summier overzicht te geven zonder in dorre jaartallenschematiek te vervallen. Ik moest me dus welbewust gaan beperken tot enkele weinige gezichtspunten en hoofdlijnen, waarbij ik als keuzekriterium, behalve de leesbaarheid van mijn verhaal, vooral de vraag heb laten gelden: wat is er nu in zo'n stuk lokale geschiedenis van betekenis voor onze tijd, welke gegevens verhelderen de situatie waarin wij tegenwoor-

dig leven, wat staat in min of meer direkt verband met de grote vaderlandse en europese ontwikkelingsgang die vorm en misvorm heeft gegeven aan ons huidige bestaan ?

Om echt geschiedkundig onderzoek te verrichten ontbrak het mij aan tijd en kompetentie. Ik hoop niettemin op de boven geformuleerde vragen 'n paar zinnige antwoorden gevonden te hebben. Zo ja, dan is dat mooi,

maar ik moet er meteen aan toevoegen dat het bronnenmateriaal vergaard is door andere en deskundigere mensen dan ik: een van Schevichaven, een van Ebbenhorst Tengbergen (met name in zijn boekje over Bronkhorst), een van

Heiningen, om maar enkelen van hen te noemen. Bovendien, zonder de toewijding van verscheidene verenigingsleden, onder wie zeker de geboren Batenburger W.Th. van den Dobbelsteen en de volijverige sekretaris Trijsburg met man en paard vermeld moeten worden, zou ik zelfs tot dit materiaal nauwelijks toegang hebben kunnen krijgen. Hen allen dank ik van harte. Speciale dank verdienen ook de velen die voor dit boekje oude foto's en prenten in bruikleen afgestaan en nieuwe foto's geproduceerd hebben. Mede namens de vereniging past hier tot slot een nadrukkelijk woord van dank aan het gemeentebestuur van het kleine Batenburg dat het heeft aangedurfd het grootste deel van het financiĂŤle risiko, aan deze uitgave verbonden, van onze schouders af te nemen.


De R. K. Kerk, die omstreeks 1875 aan de dijk werd gebouwd, nadat de katholieken enkele eeuwen lang van schuur- en noodkerkjes gebruik hadden moeten maken. Onlangs heeft het gemeentebestuur op enkele belangrijke punten in het stadje antieke lantaarns laten plaatsen.

Het nogal uitbundige neogotieke interieur van de R. K. Kerk, dat - eer het een versobering onderging - scheen te moeten herinneren aan de dagen dat Batenburg zijn eigen kapittel had.


Heel wat interessante aspekten van de Batenburgse geschiedenis moesten helaas onaangeroerd blijven. Er zijn daarom op dit boekje beslist een of meer vervolg-

deeltjes denkbaar. Als de volgende bladzijden belangstelling mochten wekken voor een uitbreiding van het hiermee begonnen werk, stellen zowel uitgeefster als auteur er prijs op dit van de lezer te horen.

Johan van Os.

Puiflijk, juni 1972.


In het wijde, open polderlandschap tussen Maas en Waal duikt Batenburg op als een veilig nest, waar de mensen vanouds bijeengekropen zijn, bescherming zoekend tegen het altijd weer dreigende water in deze streken. Twee dingen suggereren de bezoeker dat hij zich hier op historische grond bevindt: de antieke kombebouwing met hoofdstraat, pleintje, pomp en het oude kerkje in sobere romaanse trant; de deerlijk afgebrokkelde, maar toch altijd nog imponerende ruihe van het voormalige slot. Maar niemand zou op het eerste gezicht vermoeden dat er in een lang en ver verleden vanuit dit ministadje een web van internationale verbindingslijnen gesponnen is naar Duitsland, BelgiĂŤ, Frankrijk, Oostenrijk, Spanje en zelfs Schotland.

Legenden De oudste geschiedenis van Batenburg verliest zich in soms bijna mytologisch klinkende legenden, even eerbiedwaardige als onkontroleerbare overleveringen en gewaagde hypotesen. Twee journalisten van het dagblad "De Gelderlander", Henk Manders en Huub van Heiningen, hebben in hun boeken over de historie van Maas en Waal een uitgebreid overzicht van deze legenden opgenomen, dat wij hier niet in extenso zullen herhalen. Vooral van Heiningen distantieert zich uitdrukkelijk van deze verhalen, voor zover er historische waarde aan wordt toegekend, en hij geeft een stille wenk niet langer op deze twijfelachtige gegevens voort te borduren, maar de spade in de grond te steken voor een archeologisch onderzoek. Batenburg zou genoemd zijn naar de Keltische prins Bato, een zoon van de koning der Katten,die het stadje gesticht zou hebben. Uit zijn stam zou later Claudius Civilis geboren zijn en deze beroemde verzetsman zou vooral vanuit Batenburg geopereerd hebben om de Romeinen te bestoken. De latere heren van Batenburg, vrijheidsstrijders per traditie, schijnen in de grote Batavier zo niet een voorvader dan toch een navolgenswaardige voorganger gezien te hebben, want tot de kasteelbrand van 26 oktober 1794 stond er bij de ingang van het slot een beeld met het onderschrift: "Claudius Civilis, General et Conservateur de la LibertĂŠ des Bataves". Het mocht Batenburg niet baten. De Romeinen kwamen toch en volgens de overlevering bouwden ze op de plaats waar nu de ruĂŻne ligt, een tempel ter ere van de oorlogsgod Mars (Mars Victor, de Overwinnaar). Een gedenksteen, aangebracht boven de slotpoort, beweert dat in het jaar 327 op de fundamenten van deze tempel het kasteel opgetrokken is. Het moet dan een vrij bescheiden, houten bouwwerk geweest zijn. In de achtste eeuw kwam St. Willibrord naar Batenburg en bekeerde de toenmalige heer, Otto van Batenburg en Gennep, tot het kristendom. Aan de voeten van de grote apostel ontsprong, zoals gewoonlijk , een bron, die men tegenwoordig nog binnen de muren van het kasteel als de zogenaamde Willibrordusput meent te kunnen aanwijzen.


De Grootestraat anno 1913. Rechts het gemeentehuis en daarnaast de woning van schoolmeester Leemans, later veldwachter Arts. De jongeheer midden op de weg is volontair-ambtenaar Janssen. Bestrating met kinderkoppen. Tussen de jonge lindebomen rivierkeien en een open riool (goot) langs de stoepen. Aan dit ouderwetse type riolering dankt de uitdrukking 'in de goot liggen' voor openbare dronkenschap haar ontstaan. De huidige resten van het kasteel, met stutten, klampen en betimmeringen voor verder verval behoed.


Wat St. Willibrord als doopwater voor de plaatselijke bevolking gebruikte, werd later beschouwd als een koortsverdrijvend medicijn en ging in tijden van ziekte voor goede prijzen per emmer van de hand. Dokumenten die aan al deze verhalen enige grond zouden kunnen geven, zijn tot dusver niet gevonden en ook de resultaten van enkele min of meer toevallige opgravingen hebben in de oergeschiedenis van Batenburg weinig licht kunnen brengen. Het Romeinse afgodsbeeldje en de eikestam met urnen die in 1874, dus nog geen honderd jaar geleden, bij het graven van een bouwput voor de nieuwe katholieke kerk gevonden zouden zijn, blijken zelf ook al weer objekt van legendevorming te zijn geworden. De vondsten zouden ondergebracht zijn bij de Minderbroeders in Megen en vervolgens in Weert, waar recentelijk door de heren H.van Heiningen en W.Th. van den Dobbelsteen navraag werd gedaan, maar niemand bleek er nog iets van te weten. In Megen trof van Heiningen 'n paar stukken vroeg-middeleeuws aardewerk aan met een kranteknipsel over de "opgraving". Henk Manders zegt: "In de tijd van Karel de Grote (in 800 tot keizer gekroond) heette Batenburg een 'stercte' en een eeuw later een 'seer oude veste'. Verder voltrokken zich aan Batenburg de middeleeuwen, zoals Jan Elemans, de dichter uit Huisseling bij het overmase Ravenstein, ze in een van zijn verzen heeft beschreven: "Wat waren ze mooi wat duurden ze lang de gregoriaanse zangen de geborduurde kazuifels de beloofde bedevaarten

die naar de hemel kreten om wraak omdat de pest geen pest was maar honger - niet

de kloosterlijke maaltijden

de genade ontbrak

de primitieve exempels de gebrandschilderde ramen

de heiligmakende (heiligen zat)

de gebeeldhouwde kathedralen de pontificale missen

en die van staat (standen zat)

de gefundeerde jaargetijden

maar het eitwit

de eeuwige geloften de gemijterde abten de kerkelijke tienden

in het zwartbrood zonder vlees of vis".

De bannerij Het licht van de geschiedenis begint in Batenburg pas 'n beetje te schijnen omstreeks het jaar 1000. Dan blijkt uit dokumenten dat er over het stadje en de omgeving een riddergeslacht heerst dat zich grote macht en aanzien verworven heeft. Tussen 1076 en 1099 treden er heren van Batenburg op als getuigen van een zekere gravin Adelheid bij een schenking van het praedium Orten aan de kerk van Utrecht.


Straatje naar de rui'ne. Rechts een typisch Maaskantboerderijtje met inspringende hoek.

Het slot zoals het er volgens deze gravure in de 16e eeuw moet hebben uitgezien. Helemaal betrouwbaar zijn dergelijke afbeeldingen zelden. Bij onderlinge vergelijking kan men steeds diverse kleine en soms grote verschillen vaststellen. Blijkbaar gingen de tekenaars uit van een simpele, ter plaatse gemaakte schets. In hun atelier vulden ze de 'open plekken' in aan de hand van hun herinnering, architektonische logika en ............. eigen fantasie.


Een plattegrond van het kasteel en het vroegere tuinenkomplex.

Brug en poort naar de verwilderde plek waar eens de burcht heeft gestaan. Twee oude linden markeren in hun winterse aftakeling het trieste verval.


In oorkonden uit die tijd worden genoemd Albero, Theodericus en Rudolfus van Batenburg. In 1162 was een Diederik van Batenburg raadsman in dienst van Hendrik van Nassau, graaf van Gelder. In 1315 is het oude geslacht der Batenburgse heren blijkbaar uitgestorven, althans in de mannelijke lijn. De laatste heer was weer een Diederik of Dirk, die slechts een enige dochter naliet, genaamd Johanna. Zij trouwde in het begin van de 14e eeuw met Willem III van de heerlijkheid Bronkhorst in het kwartier van Zutphen. Voor lange tijd, tot 1659, komt het stadje dan onder het bewind van het geslacht van Bronkhorst-Batenburg, strijdlustige en aktieve heren met wijdvertakte belangen, die het plaatsje zullen meeslepen in een bewogen historie. Batenburg was een bannerij. De heren waren baander- of bannerheren, een betiteling die nooit tot op de bodem verklaard is, maar die toch wel schijnt samen te hangen met het recht een eigen banier te voeren naast,die van de landvorst en zich onderscheidend van andere, 'lagere' vaandels. De banier van de bannerheren moet vierkant zijn geweest en was bevestigd aan een met hun staf verbonden dwarsstang als een soort stijve vlag. De vaandels van mindere edelen liepen spits toe en waren aan de staf zelf opgehangen. Misschien symboliseerde de dwarsstang zowel de zelfstandigheid als de verzetshouding van deze hoge adellijke heren tegen iedere aantasting van hun positie. De 'klassieke' Gelderse geschiedschrijvers, van Spaen, van de Sande en van Slichtenhorst, weten geen van allen precies te vertellen hoe en wanneer deze hoge rang van adeldom in Gelder is ontstaan. Van Slichtenhorst zegt dat de "bannerheeren zedert de tijden van hertogh Arnald sich het eerste woord hadden aengeeygent op Landdaghen ende het vernaemste lid gemaekt van de Staten". De Nijmeegse stadsarchivaris H.D.J. van Schevichaven, die in het begin van deze eeuw ook heel wat vrije uren aan de geschiedenis van Batenburg heeft besteed, voegt hieraan toe: "Heb ik goed gezien, dan is de eerste oorkonde, waarin de titel bannerheeren vermeld wordt, gedagteekend 10 juni 1444. Is evenwel baenrits, baenrots hetzelfde als bannerheer, dan werden zij in Gulik reeds een halve eeuw vroeger aangetroffen...... De bannerheeren betaalden beden noch schattingen voor hun bannerij, - doch moesten minstens vier leenmannen met hun mansmannen aan het leger aanbrengen. Zij stonden naast den vorst als raden en vrienden en werden in diens brieven als 'onse lieve neve' betiteld". . In wat verouderd Nederlands is een banjerheer nog altijd een deftig opgedirkt persoon of een braniemaker. In het Maas en Waalse dialekt wordt het woord nog wel gebruikt. Wie rond Pasen in een nieuw zondags pak verschijnt, ziet er uit als (een) 'bajjerheer'. Zelfs een flinke maat hoed kan iemand tot 'bajjerheer' maken. De positie van de Batenburgse heren werd overigens niet alleen bepaald door hun vaandel en hun pak. Zij leefden in een trots kasteel, dat werkte als een ordenend punt tot in de wijde omgeving, een bestuurlijk centrum, dat een


zekere geleding bracht in de omwonende bevolking, dat werk verschafte en dat funkties en taken schiep die boven het agrarisch produktieproces van het gewone boerenleven begonnen uit te stijgen. Het gebied van de bannerheer, de bannerij, was te beschouwen als een klein, maar in velerlei opzichten zelfstandig vorstendom, onafhankelijk van de Gelderse graaf of hertog. Het stond 'rijksonmiddellijk' onder de keizer, dat wil dus zeggen dat er tussen de keizer en de heer van Batenburg niemand was die in het stadje iets te vertellen had. In het kwartier van Nijmegen was Batenburg de enige bannerij en daaronder ressorteerden een tijdlang ook de dorpen Horssen en Leur. In het kwartier van Zutphen waren vier bannerijen, Bronkhorst, Bergh, Wisch en Baer. Door het huwelijk van Johanna van Batenburg met Willem III van Bronkhorst werden er drie bannerijen verenigd in handen van ĂŠĂŠn machtig adellijk geslacht. Behalve Batenburg en Bronkhorst behoorden aan dit geslacht ook de plaatsen Wisch, Renkum, Borculo, Homoet, Stirum, enz. en later horen we van bezittingen op de Veluwe, in Zuid-Limburg (Gronsfeld, Stein), in de omgeving van Luik, van Emmerik (Anholt) en van Keulen. Voor de Batenburgse elite - de ambtman, de schout,de schepenen, de muntmeesters, de kanunniken - zullen de hoge familieverhoudingen van haar heren misschien niet ongunstig geweest zijn en in tijden van rust zullen ongetwijfeld ook de boer, de smid, de mulder en de kooiman meegeprofiteerd hebben van de verhoogde welvaart die een adellijke vesting als vanzelf om zich heen verspreidde. De heren schijnen op hun weelderig ingericht slot zo nu en dan wel van het vette der aarde genoten te hebben. Maar, zelf uit de vreemde komend, namen zij verstrekkende beslissingen, knoopten relaties en nieuwe familiebanden aan, legden zich verplichtingen op, huwelijkten hun zonen en dochters uit, kozen partij, verklaarden de oorlog en sloten vrede naar eigen goeddunken, dit alles over de hoofden van de autochtone bevolking heen, die zij letterlijk hun eigen wetten voorschreven en over wie zij recht spraken, in laatste instantie persoonlijk op de brug voor het kasteel. Tegelijk echter vonden zij in de arbeid van deze bevolking hun ekonomische wortels. De boeren waren hun lijfeigenen, horigen, laten en pachters. Zij leefden van de breuken (boeten), tollen en tienden die het volk moest opbrengen. Heel wat agrariĂŤrs raakten onder de hoge lasten bij hun heer in de schuld en zagen tenslotte hun land 'voor een zacht prijsje' overgaan in diens toch al zo uitgebreide bezit. Een willekeurige greep uit de bewaard gebleven resten van het Batenburgse kasteelarchief getuigt hiervan: "Johan Goeltsteen, richter te Bathenboirch, Loir en Hoirssen, Peter Mychgaels zoon en Willem Roest, schepenen te Bathenboirch, oorkonden dat de jonker van Bathenboirch, na panding wegens door Willem Joirdens zoon verschuldigde tijns, kooper wordt van den Stenacker, groot 31/2 morgen, gelegen in het schependom van Bathenboirch". In het archief wordt dit stuk gevolgd door een aansluitende oorkonde van 24 december 1532: '"Johan Goltsteen, richter te Bathenboirch, Loeier en Hoirssen, Willem Roest en Jan die Quaey (let op de naam! ), schepenen te Bathen-


mm r

Beeld van het vooroorlogse Batenburg. Peppels, heggen, grindwegen en rieten daken spreken van een tijd, toen het karretje van de vooruitgang nog door mensen en niet door machines werd getrokken.

S 0. D. O < CB

Ă&#x153;. 3'

O.

*â&#x20AC;&#x201D;-


Figuratieve Schets van B. CharlĂŠ met hervormde kerk, stadsput en ruihe. Helaas komen in reproduktie het fijne tekenwerk en de prachtige kleuren niet tot hun recht.

De primitief verharde Appelternse dijk en de afrit naar Batenburg in 1912. Het grote boerenhuis op de voorgrond is inmiddels gesloopt. Zo'n groot gezin als we hier zien poseren, zal er in het huidige Batenburg ook wel niet meer zo makkelijk te vinden zijn. En de geit ? De koe der armen is vervangen door dwerggeitjes die geen druppel melk meer leveren- We leven wel van grote armoede naar een kleine weelde.


boirch, oorkonden dat Derick van Mekeren als gemachtigde van den jonker van Bathenboirch, zich in het feitelijk bezit stelt van het land, vermeld in den brief d.d. 1532 October 10". De van Mekerens waren een andere machtige familie, die nauw verbonden was met Puiflijk, waar nog een straat naar hen is genoemd. Zo werd de grond waar volk en vee van leefden, door de heer toegeschoven aan de heertjes, en dat was dan nog in rustige tijden, als de dingen zich afspeelden volgens recht en orde. In tijden van onlust en oorlog veranderde de bannerheer in een primitieve roofridder, 'de wreedaard van den Maaskant', die met zijn krijgsmannen plunderend van dorp tot dorp trok en soms in hele streken de oogst verbrandde om een eventuele doortocht van zijn vijand te belemmeren. Een gebied waar de graanzolders en de spekbakken in de kelders leeg waren en de vrouwen zwanger, sloeg de krijgsverrichtingen van de naderende vijand lam en werkte als een soort waterlinie. 'Moeskoppen' is de term die de oude geschiedschrijver van Slichtenhorst voor deze strategie gebruikt. Hoe hij aan dit voor van Heiningen overgenomen woord komt, is niet duidelijk. De koppen van de bevolking tot moes slaan, zal wel een te simpele verklaring zijn, al denkt men onwillekeurig aan de koppensnellerij bij sommige primitieve volken. Misschien werden niet de koppen van het landvolk, maar wel die van het moes (kool, enz.) op de akkers afgeslagen. Moeskops is nog een in Nederland voorkomende familienaam.

De stad Het oude Batenburg was omgeven door stadswallen, gedeeltelijk samenvallend met de Maasdijk, en moet vier toegangspoorten hebben gehad, die 's avonds en in tijd van oorlog ook overdag afgesloten konden worden: de Koepoort, de Maaspoort, de Appelternse Poort en de Harense of Bergharense Poort. De laatste werd ook wel Kattentoren genoemd.

Omstreeks 1858 heeft de ex-landmeter en oud-lndischman B. Charlé, naar naam en geloof te oordelen een afstammeling van de Hugenoten, die toen in Batenburg woonde en lid van de Kerkeraad was, zestien zogenaamde Figuratieve Schetsen getekend ten behoeve van de Hervormde Diakonie. Zij brengen op even fijnzinnige als duidelijke wijze de plattegrond van het stadje en de omringende velden in kaart. Straten, paadjes, panden, heggen, sloten,putten, hofjes en moestuinen: alles is zeer nauwkeurig aangegeven tot en met de boompjes en hun schaduw. Het zijn echte specimena van zakelijke tekenkunst, uitgevoerd in zachte inktkleurtjes en toegelicht in een fraai, vast handschrift, waarmee vele interessante perceelsnamen mét de namen en soms zelfs de bijnamen van de eigenaren zijn ingevuld. Ten tijde van Charlé, ongeveer een eeuw geleden, telde Batenburg nog 700 inwoners, ruim 100 meer dan in 1960. Batenburg is de enige gemeente in Maas en Waal waarvan het aantal inwoners de laatste honderd jaar is teruggelopen. Op de schetsen van Charlé zien we zowel ten noorden als ten zuiden van de Grotestraat nog een betrekkelijk dichte bebouwing. In plaats van de nu gerestaureerde stadspomp (een 'monument' dat pas in 1874 werd ge


bouwd) stond er toen een zwengelput, waarbij de vrouwen de was kwamen doen en die ook het water moest leveren voor de steeds bedrijfsklaar staande 'brandweertobben'. Overal wordt de kom van het plaatsje nog ingesloten door de oude stadswallen. Waar de Wal de Appelternse Dijk kruist, tekent Charlé de "vroegere Appelternse Poort", die dus in zijn tijd al niet meer bestond. Het verlengde van de westelijke wal ten noorden van de Appelternse Dijk heette de Poelstraat vanwege een aangrenzend stuk onland met water, riet en knotwilgen, een overblijfsel van de vroegere stadsgracht. Dan volgt een kruispunt van buitenweggetjes (o.a. het uit de richting Appeltern komende 'Vuilikstraatje'), waarop Charlé een cirkeltje trekt met het bijschrift "Oude Kattentoren". Vanaf deze toren gaat de Breede Straat of Oude Renbaan in de richting Bergharen. Van de Bergharense Poort of Kattentoren schijnt er een eeuw geleden dus nog iets overeind te hebben gestaan. Tussen de Poel en de Kattentoren moet in het landschap een sfeer hebben gehangen die inspireerde tot spookverhalen. Ten huize van de oudste inwoonster van Batenburg, de weduwe Vermeulen, 92 jaar en nog fel van de tongriem gesneden, kregen wij de geschiedenis te horen van een voerman die op een zeer vroege maandagmorgen met zijn kar van de Appelternse Dijk kwam en - op weg naar Nijmegen - links afsloeg om door de Poelstraat op Bergharen aan te rijden. Bij het passeren van de Kattentoren voelde hij zich gehinderd door een kat die uit de duisternis opdook en blijkbaar een aanval wilde doen op de voorraadzak, die onder zijn wagen bengelde en waarin de voerman roggebrood voor zijn paard en misschien ook zijn eigen middagkost bewaarde - een beeld dat vóór en in de oorlog in elk Maas en Waals dorp nog wel te zien was. De voerman, zeker nogal zenuwachtig aangelegd, pakte zijn kniep en gooide die naar de kat om het beest te verjagen. Dat lukte, en het karretje vervolgde door het Bergharense zand zijn lange weg naar de Nijmeegse markt. Daar aangekomen, spande de voerman zijn paard uit, maar toen hij het trouwe trekdier wilde belonen met 'n paar sneetjes roggebrood, miste hij zijn zakmes. "Verrek", sprak hij, "waar heb ik nou mijn kniep? " en hij mengde zich onder de andere marktkooplui om een mes te lenen. Maar er kwam onmiddellijk een oud vrouwtje op hem af dat de voerman diens eigen zakmes onder de neus hield. "Hier", zei ze, "voor deze keer zal ik het je nog teruggeven, maar je moet me er 's morgens om vier uur niet meer mee na-

gooien". De Bergharense Poort is misschien een geliefkoosde verzamelplaats geweest voor zwerfkatten en -katers uit de wijde omgeving, en in de heksentijd zullen de inwoners van Batenburg dit 'natuurverschijnsel' geïnterpreteerd hebben op de toen gebruikelijke wijze, namelijk dat de toverkollen en handlangsters van de duivel zich in deze wat afgelegen toren in katten veranderden om met Satan hun sabbat te vieren. Het is bijna niet te geloven dat het oeroude, totemistische verhaal van de voerman ook nu in Batenburg nog niet vergeten is. Deze voerman is overigens een typerende figuur voor de ekonomische verhoudingen in de middeleeuwen en nog heel wat later.


Het dorpsplein in zijn nieuwe gedaante, bestraat met 'kasseien' uit Nijmegen, welwillend afgestaan door het bestuur van de grote stad, waarmee de Batenburgse heren eeuwenlang overhoop gelegen hebben, zรณ erg soms dat de Nijmeegse burgers woedend naar het Maasstadje trokken om de versterkingen van het kasteel te slopen. - In het midden de herrezen stadspomp.

Het dorpspleintje omstreeks de eeuwwisseling. Links de inmiddels gerestaureerde muur om de Hervormde kerk.


Brandspuit van de gemeente Batenburg, plm. 1825. Moest worden bediend door drie personen: een spuiter, een pomper en een watervuller.

De Maas bij Batenburg vóór de verlegging. Op de voorgrond het veerpontje,

aan de overkant de loswal van het oude haventje.


Hij trok naar de Nijmeegse markt om boter, kaas, eieren, fruit, bonen en aardappelen te verhandelen aan de stedelingen en hun inkopers. Wat een stad tot stad maakte, was de markt. Hoeveel eindeloze ritten met kar en paard over hobbelige grindwegen hebben onze voorouders tot voor 50 jaar niet gemaakt om in Nijmegen hun landbouwprodukten aan de man te brengen. Maar ze hoefden niet altijd naar Nijmegen. Ook Batenburg had sinds 1254 twee jaarmarkten en later nog een derde: op 30 april (mei-avond) een voorjaarsmarkt, op 1 augustus (drie dagen voor St. Peters Banden) een zomermarkt en op 25 november de laatste

of St. Katharinamarkt. Naast deze drie grote markten schijnen er ook weekmarkten gehouden te zijn. Batenburg was met zijn Maashaventje, gelegen op de grens van Gelder en Brabant, een ekonomisch knooppunt. Er werden niet alleen

agrarische konsumptie-artikelen, maar bijvoorbeeld ook schapenwol verhandeld mogelijk ook huiden, want Batenburg had op een gegeven moment zijn eigen leerlooierij, afgezien van oude produktie-ambachten als touwslagerij, hoepel-, manden- en klompenmakerij vermoedelijk de enige 'industrie' die ooit binnen de wallen van het stadje gevestigd is geweest. De Batenburgse jaarmarkten waren een vaste en druk bezochte ontmoetingsplaats

van Nijmeegse en Brabantse kooplui, en de heren van Batenburg hebben van deze gelukkige ontwikkeling gretig gebruik gemaakt om hun gewoonlijk lege kas wat bij te spekken. In navolging van de Hollandse graven hieven zij tol van het scheepvaartverkeer op de Maas. Daarnaast belastten zij ook de plaatselijke handel met aanzienlijke tollen en braspenningen, maar op 17 januari 1443 kocht de stad Nijmegen ten behoeve van haar kooplui "voir eyn som geltz" deze lasten af. Zo ontstond er tussen Batenburg en Nijmegen een financieel-ekonomische relatie, die later tot zeer verwikkelde en langdurige moeilijkheden zou leiden - voornamelijk als gevolg van de chronische geldnood waarin de heren van Batenburg als gevolg van hun krijgsavonturen verkeerden. En zo zien we ook weer hoe er 'op hoog niveau' ingrijpende beslissingen genomen worden over de hoofden van de kleine

man heen, maar met zijn arbeid als inzet en met konsekwenties die naderhand wel degelijk op zijn hoofd neerkomen. De overlevering wil dat Batenburg al omstreeks het jaar 1000 stadsrechten heeft gekregen. Schriftelijke bewijzen zijn hiervoor niet aan te voeren. Het begrip 'stadsrechten' is bovendien veelzinnig. Het was niet een vast, welomschreven pakket van rechten dat een flink uit de kluiten geschoten plaats zo maar eens op een goede dag door een of andere vorst werd aangeboden, bijvoorbeeld wanneer die plaats een bepaald aantal inwoners had bereikt. Wij zijn geneigd ons deze zaken naar analogie van onze eigen tijd te bureaukratisch voor te stellen. Tot de stadsrechten behoorden allerlei privileges, die eerst na een bepaalde ontwikkeling als eisen door de opkomende burgerij werden gesteld en dan door de heren, vaak schoorvoetend, werden ingewilligd. Die stadsrechten markeerden vaak fasen in de maatschappelijke strijd die de derde stand van koop- en ambachtslieden voerde tegen adel en geestelijkheid. Pas de Franse Revolutie heeft iedere burger wezenlijke 'stadsrechten' verschaft: vrijheid, gelijkheid en broederschap, hoe voorzichtig we ook moeten zijn met de uitleg van dat laatste woord.


Voorlopig beperkte Batenburg zich tot een aantal simpele rechten, bijvoorbeeld het recht om markten te houden, een privilege waarvan de adel, in dit geval de bannerheren, langs de achterdeur van tolheffingen nog het meest profiteerde. In de oudste leenbrief die we van Batenburg kennen, daterend van 1349, wordt ook genoemd het recht van gruit of grute. Dit was een plantaardige stof, nodig voor het brouwen van bier, de voorganger van hop. Zo de heren van dit recht al geen direkte profijten getrokken hebben door het heffen van aksijnzen, dan was bier in elk geval een best middel om de derde stand weer een tijdje koest te houden. Gevaarlijker voor de machtspositie van de heren was het feit dat Batenburg zich een eigen rechtspraak verwierf, in handen gelegd van de stadsschepenenbank. Maar van Heiningen toont met dokumenten uit het oud gerechtsarchief van Tiel aan dat die Batenburgse rechtbank in de praktijk een wassen neus gebleven is. De heer van Batenburg stond er namelijk op de meeste misdaden zelf te straffen. "In een brief van 1389 betreffende de kompetentie van de schepenbank worden uitgezonderd: 'doodtslag, diefte, moordt, vrouwenkracht ende huysstootinge: daer mach den heer synen willen mede doen'. Later werd het lijstje nog uitgebreid tot: "moordt, moordtbrant, diefte, verraderije, roeff, roeffbrant, gewelt, nodtbed (aanranding? ), weechlaginghe, huysstootingen, velschers, stratenschenders, kraemschenders, rameschenders, kerckenschenders, unde dergelycken ende vredebreeckers". Voor de burgerlijke rechters bleef er weinig werk over, behalve het uit elkaar houden van kijvende buurvrouwen. Aan hen is in de 'Batenburgse wetten' een aparte paragraaf gewijd. "Item alle vrouwen in der heerlecheyt, die d'een den anderen schelden met schentlycke woorden ende malcanderen (of) yemant anders op haer eer spreken mit leughen off anders duer partyschap halven, die sullen breucken (boete betalen van) thien aldt vleems soo dick zulcx gebuert, ende indien yemand wat versechten (miszegt) haer eehren te nae ende sulcx niet by en brachten (goedmaakten), zullen alsdan die broeck (de boete) bethalen en die kaeck besitten". De kaak was de schandpaal waaraan mannelijke zowel als vrouwelijke overtreders in het openbaar vastgebonden of geschroefd werden om dan door iedereen die daar neiging toe gevoelde, bespot, bespuwd of bekogeld te worden. En die neiging werd wel degelijk gevoeld. Bij openbare bestraffingen en terechtstellingen liep het volk massaal uit. Ik heb een oude man gekend, die geen vlieg kwaad zou doen, maar die met zichtbaar genoegen en zeer plastisch kon vertellen hoe hij in zijn jeugd een voetreis van kilometers had gemaakt om er nog getuige van te zijn dat de laatste terdoodveroordeelde in Maas en Waal aan de gerechtelijke galg werd opgehangen. Wij hebben in onze tijd de indruk dat het grove van zulke strafrechtelijke praktijken op het'publiek bepaald niet opvoedend werkte. Men zou een psychologische roman als 'De Misdaad' van Alfred Kossmann moeten lezen om toe te geven hoe hierdoor binnen enigszins redelijke grenzen werd tegemoetgekomen aan een elementaire menselijke hartstocht, gericht op pijn en wreedheid, een hartstocht die tijdens de heksenwaan in heel Europa tot explosie kwam en waarvan de jodenvervolging vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog weer een afschuwelijke herhaling was.


p-

m Het 'klooster' aan de Grootestraat, op de nominatie om gesloopt te worden. Eer de zusters hier pensionaat hielden, stond er een leerlooierij. Na het vertrek van de zusters was er in het gebouw een atelier gevestigd, onderdeel van een grote onderneming die in het kleine Batenburg makkelijker aan werkkrachten meende te kunnen komen - een situatie die intussen ook al weer veranderd is.

'Die Munte', het pand aan de Grootestraat, waar de heren van Batenburg tussen ca. 1350 en 1600 hun eigen munten lieten slaan.


Het opschrift, dat ook thans nog in de voorgevel van het vroegere munthuis prijkt.

Enkele specimena van de Batenburgse munt, die door de Gelderse Staten regelmatig verboden werd, zogenaamd vanwege het lage gehalte aan edele metalen - een euvel dat eigenlijk nooit wetenschappelijk is vastgesteld. In werkelijkheid schijnt het verbod op de Batenburgse munt meestal politieke redenen te hebben gehad.


In plaats van in het gefingeerde historische stadje Woudrecht had het boek van Kossmann in Batenburg kunnen spelen. Praktijken als de schandpaal en openbare terechtstellingen aan de galg of op de brandstapel bevredigden een 'behoefte', waaraan tegenwoordig wordt voldaan op het voetbalveld, in de boksring en de misdaadfilm. Blijkbaar verdraagt de mensheid niet zo gemakkelijk een algehele humanisering zoals door het kristendom wordt nagestreefd. Legale wreedheid in de strafrechtspleging voorkwam misschien in vroeger tijden zulke massale uitbarstingen als waarvan wij in de oorlog getuigen zijn geweest. Van hekserij of heksenvervolging horen we binnen de Batenburgse wallen niets (tenzij we dokter Faust, die het slot met een vrijwillig of gedwongen bezoek moet hebben vereerd, bij de heksen meesters willen indelen). Wel bevindt zich in het kasteelarchief een merkwaardig vonnis, uitgesproken door schout en schepenen van Oyen in Noord-Brabant, waar de heren van Batenburg eveneens bezittingen hadden. De Oyense schepenen veroordelen Mechtelt Loeywichs dochter, na hare bekentenis, ter zake van moord tot de brandstapel. Het stuk, gedateerd 2 juli 1443, verraadt niet of het hier een reĂŤle dan wel een 'tovermoord' betrof, maar de brandstapel is wel de gebruikelijke straf voor hekserij. Het wordt ook niet duidelijk wat de heer van Batenburg met deze zaak te maken heeft. Misschien behoorde Mechtelt Loeywichs dochter tot zijn lijfeigenen of pachters. Mogelijk staat de kwestie in verband met het feit dat Diederik van Bronkhorst, heer van Batenburg en Anholt, op 27 maart 1438 van de hertog van Gelder schriftelijk toestemming kreeg om "de boetschuldigen tusschen Maze en Wa'le, bij gebrek aan een gevangenis aldaar, in bewaring te stellen op het slot

te Oyen". In dat geval zou Mechtelt Loeywichs ongelukkige dochter uit Batenburg, Horssen of Leur overgebracht kunnen zijn naar de kerker in Oyen om vervolgens daar door schout en schepenen tot de vuurdood veroordeeld te worden misschien op verlangen van Diederik. De Kattentoren, Faust en het Oyense geval buiten beschouwing gelaten, schijnt Batenburg weinig last van Satan en zijn pomperijen ondervonden te hebben, tot in 1900 ............. Dan wordt het stille stadje hevig opgeschrikt door de zogenaamde 'rituele moord' aan de Blauwe Sluis, een buurtschap onder Appeltern, waar tijdens een 'godsdienstoefening' op een boerderij de knecht met een blaaspijp is neergeslagen en beestachtig vermoord. Het gebeurde, tot op heden met grote geheimzinnigheid omgeven, kent uiteenlopende lezingen en interpretaties (de jongste is van Wim Zaal in zijn boek 'Gods Onkruid'), maar als vaststaand mag toch-wel worden aangenomen dat de 'partikuliere gemeente' op de boerderij in de knecht de duivel gepersonifieerd zag. Een van de hoofdrolspelers in het drama, Scherff, moet afkomstig geweest zijn van 'De Bloemhof' in Batenburg, een hoeve die thans bewoond wordt door de familie Colijn. De verscherpte spanningen die deze moord teweegbracht tussen het protestantse en het katholieke bevolkingsdeel en die aan de Maaskant tot een jarenlange boycot van verschillende bij de moord betrokken hervormde families leidden, hebben ook Hiebendaal, rentmeester van een der laatste Batenburgse heren, de nodige moeilijkheden bezorgd.


Een van de 'slechte Batenburgse muntmeesters' werd op Sint Pietersdag ten jare 1434 in Deventer levend gekookt. De roodkoperen olieketel, die speciaal voor dit vonnis werd aangeschaft, hangt in de koekstad nog steeds te kijk aan een van de gevels van de Waag.

Een lommerrijk Batenburg ten tijde van poffermuts en baalschort (1911).


In het belang van zijn heer en diens pachters had hij te zorgen dat de geboycotte boerenbedrijven toch door konden draaien. Lamers, de toenmalige mulder, die van Hiebendaal de in 1960 gerestaureerde standerdmolen aan de dijk had gehuurd, kreeg in het geheim opdracht de gehate leden van de 'moordsekte' door middel van tussenpersonen toch van meel en veevoer te voorzien. De Diederikken, Gijsberten en Hermannen van Bronkhorst-Batenburg hadden er wel een handje van, ook inzake stadsrechten, het laatste woord aan zichzelf te houden. Wie door de Batenburgse rechtbank veroordeeld was, kon altijd nog in hoger beroep gaan bij de heer, maar diens vonnis was definitief. Op de slotbrug is menigmaal over vrijheid en straf en zeker ook over leven en dood beslist. "In de 16e eeuw," vertelt van Heiningen, "is de heer van Batenburg het recht

betwist in de rechtspraak het laatste woord te mogen hebben. Men slaagde er echter niet in hem dat te ontnemen en men bleef dus terechtstaan 'tot Batenburch vuer die brugge', waar de heer zich dan soms liet bijstaan door twaalf burgers. Eerst in 1676 heeft het Gelderse Hof hieraan een einde kunnen maken". ('De Historie van het Land van Maas en Waal', pag. 276). Men krijgt de indruk dat Batenburg in zijn stedelijke ontwikkeling door zijn heren eerder belemmerd dan begunstigd is. Oud-wethouder Banken, een man die met zijn 82 jaar zelf zeven burgemeesters heeft meegemaakt, o.a. Hiebendaal, en wiens vader al wethouder van het stadje was, wist ons nog levendig te vertellen van het mooie Batenburgse haventje, waar tot in zijn jeugd hout, steenkool en veevoer voor het hele land van Maas en Waal werden aangevoerd. Ondanks dat heeft de derde stand in Batenburg nooit de kansen gekregen die bijvoorbeeld de burgerij van Nijmegen gelegenheid boden aan de Waaloever een

welvarend handelscentrum te stichten. Het grote kasteel heeft het stadje klein gehouden.

Wijdere kringen

Het geslacht Bronkhorst regeerde over Batenburg van 1315 tot 1659, een periode van bijna 350, jaar. Voor het Maasstadje ongetwijfeld het hoogtepunt van zijn geschiedenis, maar in de wijde wereld eveneens een tijdperk van grote bewogenheid. Met betrekking tot Batenburg zijn er in deze periode vier momenten te onderscheiden: 1. 2. 3. 4.

de partijtwist tussen de Heekerens en de Bronkhorsten; de oorlogen tussen het hertogdom Gelder en het hertogdom Brabant; de strijd tussen Gelder en de Bourgondisch-Habsburgse wereldmacht; Reformatie en Kontrareformatie.

De geschiedenis trekt als het ware steeds wijdere kringen om het kleine stadje heen. De partijtwist tussen de Heekerens en de Bronkhorsten is om zo te zeggen een provinciale aangelegenheid, hoewel hij min of meer parallel loopt met de Hoekse en Kabeljauwse Twisten in Holland.


De oorlogen tussen de hertog van Gelder en die van Brabant beginnen al meer een 'landelijk' karakter te dragen, te meer omdat de Brabantse hertog Anton een vertegenwoordiger is van de opkomende Bourgondische macht. Hertog Karel van Gelder verdedigt zijn zelfstandigheid tegen een in zijn ogen onrustbarend groeiende Europese mogendheid, die haar hoogtepunt zal bereiken in het keizerschap van Karel V. Bij de Reformatie en Kontrareformatie raakt tenslotte bijna heel de toenmalige wereld betrokken en de gevolgen van dit in wezen geestelijk konflikt werken nog tot in onze dagen door. De historische feiten die zich in dit uitdijende verband afspelen en zoals ze zich in de geschiedenis van een klein stadje als Batenburg weerspiegelen, zijn talrijk, zeer verwikkeld, vaak tegenstrijdig en meestal erg kleinmenselijk. Er is niettemin een hoofdlijn in te ontdekken: de mens die bezig is zich te ontworstelen aan een metafysische gezagsstruktuur. De Bronkhorsten als partijleiders komen evenals de Kabeljauwsen in Holland, de Lichtenbergers in Utrecht en de Vetkopers in Friesland in opstand tegen het automatisme in de erfopvolging. Zij willen een effektieve stem hebben in het staatkundig bewind van de vorsten. Hertog Karel van Gelder, als kind opgevoed aan het Bourgondische Hof, ziet in de 'Franse' centralisatiepolitiek juist het tegendeel van deze medezeggenschap tot ontwikkeling komen en stort zich vanaf 1492, na met Gelderse guldens uit Franse krijgsgevangenschap te zijn vrijgekocht, in een levenslange strijd om het behoud van zijn hertogelijke soevereiniteit. Hij werd daarin, veelal afhankelijk van zijn eigen willekeur, beurtelings bijgestaan en tegengewerkt door de militante bannerheer Jacob van Bronkhorst, heer van Batenburg en Anholt. In de Reformatie en Kontrareformatie, twee wederkerige bewegingen die in het politieke vlak ten dele samenvielen met de opbouw van en het verzet tegen de Habsburgs-Spaanse Monarchie, verdiept het konflikt tussen gezag en zelfbeschikking zich steeds meer tot een geestelijke en persoonlijke aangelegenheid, die het mogelijk maakt dat niet alleen binnen één kerk, maar ook binnen één leefgemeenschap en één gezin verschillende opvattingen tot verdeeldheid leiden. In Batenburg zien we dit gebeuren tussen de oude dame Petronella van Praet, die het leergezag van de Roomse kerk blijft aanvaarden, en haar vier zonen, die met volle inzet van hun jeugdig vuur de zijde van de Hervorming kiezen. Alle vier hebben zij hun keuze met hun leven bezegeld. Ontegenzeggelijk heeft Batenburg zijn 'groot verleden' in hoofdzaak te danken aan de lange en onrustige periode van de Bronkhorsten. Hun optreden en de lotgevallen van hun geslacht maakten het stadje tot een spiegel waarin het licht van de vaderlandse en de algemene Europese geschiedenis zich weerkaatste, soms scherp en fel, soms wazig, soms gebroken in vele lokale kleuren. De Bronkhorsten speelden een aktieve rol in de wording van Gelder.


BATENBUR

Gesloten standerdmolen aan de dijk, vermoedelijk gebouwd in de 18e eeuw. Houten bovenbouw en wiekenkruis met een vlucht van 23,50 meter. Achtkantige stenen onderbouw met drie deuren. De molen heeft van oudsher tot de goederen van de heerlijkheid Batenburg behoord. Na de Duitse bezetting werden deze goederen, toen in handen van Viktor Adolf, vorst van Bentheim en Steinfurth,als vijandelijk vermogen door de staat der Nederlanden in beslag genomen. De foto toont de situatie van 1913, toen de molen door rentmeester Hiebendaal verpacht was aan de uit Velp bij Grave afkomstige muldersfamilie Lamers.


Grind baggeren op de Maas. In 1934 voer de familie Vermeulen voor dit doel bijna dagelijks uit met een 8 meter lange ijzeren zeesloep, 2 meter breed. Het grind werd van de rivierbodem geschraapt met behulp van een taaie, buigzame stok van een buitenlandse houtsoort. We zien hier vader Vermeulen met zijn zonen Piet, Herman en Sil gereed voor de arbeid, maar het is een biezondere dag, want het Rotterdamse nichtje Jo Kieboom, bij de familie logerend, is mee uit varen gegaan - en dat was zeker een kiekje waard, hoewel zij bescheiden op de achtergrond blijft. IJspret op de Maas, toen in 1943 de rivier van oever tot oever was dichtgevroren.


Het toen nog witgepleisterde Nederlands Hervormde kerkje van Batenburg volgens een foto uit 1913. Voorheen was dit de aan Sint Victor toegewijde parochiekerk, behorend tot het aartsdiakonaat van Xanten, die in 1444 door toedoen van Dirk van Bronkhorst-Batenburg tot kapittelkerk werd verheven. Het kapittel bestond uit de deken met zes kanunniken, die in Batenburg en omgeving over diverse landerijen beschikten om in hun onderhoud te voorzien. Ten tijde van de Hervorming was de heer van Batenburg in ernstige konflikten met 'zijn' kapittel gewikkeld, zodat de kerk en een deel van de bevolking later naar de protestantse zijde overgingen.

Het fraaie interieur van de Nederlands Hervormde kerk met zijn rijk besneden preekstoel, koorbanken, lambrizeringen, rouw- en wapenborden.


Een koperen lavabo of aquamanil uit de 15e eeuw. Werd gebruikt voor handwassing van de priester. Twee schenktuiten voorzien van sierkoppen. Twee portretten, toegeschreven aan Goltzius, die eeuwenlang beschouwd zijn als voorstellingen van Gijsbert en Diederik van Batenburg, zonen van

Petronella van Praet, die samen met hun beide andere broers de zijde van de Hervorming kozen en daarvoor op last van Alva in Brussel werden onthoofd.


Op zijn beurt leverde Gelder ir het verzet tegen de tot totalitaire regeringsvormen neigende Spaans-Roomse machthebbers een wezenlijke bijdrage aan het ontwaken van een eigen staatsbewustzijn in de noordelijke Nederlanden. Omdat zij op de eerste plaats hun oude feodale rechten bleven verdedigen, wipten de Bronkhorsten nogal makkelijk van het ene front naar het andere over. En, hoewel zij vaak de schijn aannamen met hun aanspraken op zelfbeschikking aan de linkse kant te staan, moeten wij hen toch wel zien als typisch rechtse figuren, die zich aan het welzijn van hun onderdanen niet zoveel gelegen lieten liggen. Dankt Batenburg aan de Bronkhorsten zijn groot verleden, het kleine heden van het 'dode stadje' is evenzeer aan hen te wijten. Te wijten ? Laten we onze verwijten niet te zwaar maken. Miljoenen mensen in onze tijd die door een zogenaamd progressieve ontwikkeling naar een 'groot heden' zijn meegesleept en hun haastige leven slijten in de centra van de moderne ekonomie, Antwerpen, Amsterdam, Rotterdam - zouden dolgraag met de Batenburgers willen ruilen. Misschien hebben de Bronkhorsten hun stadje meer weldaden bewezen dan heren en burgers zelf geweten hebben. We zullen in het midden laten of het God of de geschiedenis is die soms uit het kwade het goede trekt.


De onthoofding van de twee gebroeders op de Paardenmarkt te Brussel (1 juni 1568).

Een wel heel romantische prent van de Batenburgse bouwvallen uit de 19e eeuw. De gracht vreet in de slotmuren geheimzinnige spelonken uit. Een weelderige begroeiing overwoekert de oude glorie. Gemakshalve is het hervormde kerkje in ĂŠĂŠn perspektief gebracht met de kontoeren van de ruihe.


tweestRomenlanรณ


Streekarchief Bommelerwaard

K O N T A K T B L A - D VAN DE HISTOEISGHE VERENIGING 'TWEESTROMENLAND' tot beoefening van de geschiedenis van het Land van Maas en Waal en het westelijk deel van het Rijk van Nijmegen

winter 1972-73 nummer 15

bij het omslag

Het Land van Maas en Waal volgens een kaart van omstreeks 1630, berustend in het Rijksarchief te Arnhem, Alg. Verz. Nr. 15. Vgl. H. van Heiningen, Tussen Maas en Waal, Zutphen 1971, p. 33.


BESTUUR

voorzitter

F.H.J. Y/asmann, arts Hogcstraat 24, Druten Tel.: 08870 - 2423

verenigingssekrutaris

J. T rijs burg ï.'aasdijk 20, A p p c l t e r n T e l . : 08874 - 475

p e nn i ngm o o s t c r e s 1-Jcj. G.Y.ii. Klabbers Kattcnburg 46, Druten Tol.: 08870 - 2401 archiefbeheer

I'e,j. F. van Oren Molenstraat 54, Boven-Leeuwen Tel.: 08879 - 1783

t c n to o ns t e11 ingo sekretaris

V'. Th. var. den Dobbelsteen Keuvel 68, Druten

redaktiesckrotaris

d.P.M. van Os Houtsestraat 25, Pu i f lijk

De kontributie aan de Vereniging bedraagt ƒ 10,-per jaar, te- storten op postgirorekening 2622012 t.n.v. de penninpmecstcrcs « Het lidmaatschap geeft recht op geregelde ontvangst van het kontaktblad, op deelname aan de bijeenkomsten en exkursics alsmede op het bezoeken van dvj lezingen, tentoonstellingen en andere evenementen die door de Vereniging worden georganiseerd.

2


GEMEENTEWAPENS IN MAAS EN WAAL

Er zijn in Maas en Waal en het westelijk deel van het Rijk van Nijmegen 12 gemeenten die een gemeentewapen bezittenÂť Dit is niet toevallig, omdat het voeren van een gemeentewapen van rijkswege zeer op prijs gesteld wordt. Met de officiĂŤle inschrijving werd reeds in iSl'n-, in opdracht van Koning Willem I, een begin gemaakt door de Hoge Raad van Adel. Het eerste register, dat ook wapens van heerlijkheden, waterschappen e.d. bevat, werd in 1862 uitgegeven. Krachtens een Koninklijk Besluit van 20 februari 1816 had de Hoge Raad het recht de reeds "sedert onheugelijke tijden" gevoerde gemeentewapens te bevestigen. Tegenwoordig gaat dat anders. 'ff,en moet zich nu tot de Kroon wenden (Kon. Besl. nr. 181 van 23 april 1919) om een wapen te laten bevestigen of, bij een nieuw vastgesteld wapen, om verlening te verkrijgen. Ofschoon niet alle gemeenten in Nederland de moeite hebben genomen om zich van een gemeentewapen te voorzien of een onofficieel wapen te laten bevestigen, voeren alle gemeenten in Maas en Waal en het westelijk deel van het Rijk van Nijmegen een gemeentewapen. Het is interessant eens na te gaan welke kleuren en symbolen in deze wapens voorkomen en wat hun betekenis is. Zie voor een overzicht van de kleuren tabel 1 en 2. Beschouwen we deze tabellen wat nader, dan springt meteen in het oog dat goud de meest gebruikte 'kleur' is. Het metaal goud, symbool van de adel, is kennelijk zeer gewild. In 7 van de 9 gevallen waarin goud in 't gemeentewapen voorkomt, is de toepassing reeds te vinden in het oorspronkelijke wapen waarvan het

3


Tabel 1. Verklaring heraldische kleuren en metalen A EK.

KLEUR/METAAL

HERALDISCHE NAAM

SYMBOOL VAN

gz. r. b.

goud

goud zilver keel ( l)azuur sabel s i no p e 1 herrie lijn

adel gerechtigheid moed wetenschap gevaar mildheid onschuld

ZWo

gr. h.

zilver rood blauw zwart groen ^ h e rm e lijn

1) norm e lijn = wit + hormelijnstaartjes Tabel 2. Kleuren in de 12 gemeentewapens GEMEENTE iVAPENKLEUREN ___ __ _________gÂą ZQ r. b. zw. gr. hÂť

Appeltern Batenburg Bergharen Beuningen Dreumel Druten Ewijk Heumen Horssen Overassolt V'/amel VJrjchen TOTAAL

+ +

+

+ -f +

+ + + + + +

+ + + +

+ +

+ +

+

+ + + + + +__ + 9 ^ + 5 7

+ + + __

__

gemeentewapen werd afgeleid. Dit is dus te verklaren door het gebruik ervan door de adelijke geslachten die deze wapens hebben gevoerd. In volgorde van meest toegepaste kleur volgt hierop direkt blauw, de kleur van de wetenschap. De kleur


blauw treffen we in 7 gemeentewapens aan- Opvallend hierbij is dat in alle gemeenten die blauw in hun wapen voeren, uitgezonderd de gemeente Dreumel, eertijds een of meer kloosters hebben gestaan. Zoals bekend, werd in de middeleeuwen in vele kloosters wetenschap bedreven zoals sterrenkunde , natuurkunde en andere takken van wetenschap. Zouden we hier het verband kleur-wetenschap mogen leggen? Ook de kleuren rood (keel), het symbool van moed, zilver, het symbool van gerechtigheid, en zwart (sabel), de kleur die gevaar aanduidt, komen vrij veel voor, Tenslotte zien we in het wapen van Druten nog groen (sinopel), de kleur van de mildheid, en in het wapen van Heumcn hermelijn (wit met herniclijnstaart jes) , het teken van onschuld en reinheid. Bekijken we tabel 3) dan blijkt ook enig verband bij de in gemeentewapens gebruikte symbolen. Tabel 3« Symbolen in gemeentewapen* SYMBOOL

St. Andrieskruis dwarsbalk recht dwarsbalk golvend dwarsbalk uitgestulpt schuinbalk links vijfpuntige ster droogscheerdersschaar kromstaf (bisschopsstaf) kolf (strijdkolf) lelie dubbele adelaar

koe

GEMEENTEÏÏAPEN

Appeltern, Batenburg, Ewijk Druten Wam e l Ewijk Bergharen Beuningen Batenburg

Overasselt \''aniel Overasselt Beuningen, Dreumel, Ewijk V.;3jchen

5


leeuw luipaard

E wijk , Hors s en Overasselt

Het St. Aridrieskruis bijvoorbeeld komt driemaal voor, t o w. in het wapen van de gemeente Appcltern, Batenburg en E v; ijk. Hierbij blijkt dat Ewijk' s gemecntewapen het wapen van het geslacht van Appeltorn in een der kwartieren draagt, waardoor het verband met het wapen van Appeltorn duidelijk is. Het het wapen van Batenburg is er echter geen enkel verband. Verder zien v/e in de gemccntewapens van Beuningen, Dreumel en Ewijk de dubbele (keizerlijke) adelaar, De gemeente Dreumel voert de adelaar in haar gemeente-wapen naar aanleiding van het geslachtswapen van de familie Van den Poll, die lang in Dreumel de scepter zwaaide. Beuningen en Ewijk echter hebben de dubbele adelaar van het Rijk van Nijmegen in hun wapen. Dit is toe te schrijven aan hun ligging binnen het Rijk van Nijmegen, dat ook de dorpen Niftrik, Ooi, ','ijchen, We-urt en '.''inssen (half) omvat. Behalve deze dorpen behoren ook de volgende vroegere heerlijkheden tot het Rijk van Nijmegen: Beek, Groesbeek, Heumen, Halden, Ooi, Persingen en Ubbergen. De andere symbolen komen, zoals uit tabel 3 blijkt, niet zo vaak voor, behalve dan do leeuw in het wapen van Ewijk en Horssen, doch hier kan zeker geen verband gelegd worden. In tabel ^ wordt een overzicht gegeven van de geslachtswapens en andere bronnen waarvan de verschillende gemcentewapens zijn afgeleid. Hierbij is echter vrijwel geen verband te leggen tussen de oorsprong van de gemeentewapens onderling. Een uitzondering hierop zijn de wapens vari Appeltern en Ewijk die - voor het eerste geheel en voor het tweede gedeeltelijk - gelijk zijn aan het geslachtswapen van Van Appeltern. In de volgende nummers van 'Tweestromenland'

6


zullen we de tv/aalf gemeentewapens in het Land van Kaas en Waal en het westelijk deel van het Rijk van Nijmegen ieder afzonderlijk behandelen. F.J. VAN CAPELLEVEEK

Literatuur; 1. 2. 3. 4„ 5.

K. Sierksma, De Gemeentewapens van Nederland, Prisma Pocket .501, 1960„ H. Kits Nieuwenkamp, Encyclopedie van de Heraldiek, Elsevier Pocket A 37, 1961. C. Pama, Heraldiek en Genealogie, 1968. J. Londa, Europaische Stadtewappen. C. Druif, Nederlandse Gemeentewapens, 1966.

DREÏÏMEL EN VENLQ In het kader van de ontmanteling van de vesting Vcnlo werd op 30 juli 187^ aanbesteed: het graven van een waterleiding van de Rijnbeok naar de nieuwe beek bij de Gelderse Poort met een aftakking naar de zwemvijver, het slechten van een gedeelte van een bastion en het uitvoeren van c-nkele daarmee in verband staande werkzaamheden. De opdracht werd gegund aan de laagste inschrijver, de heer J. van Oyen uit Dreumel, voor de prijs van ƒ 98^7,--.

Uit het Gemeentearchief van Venlo.

M. BERGEVOET Jr.

7


BATENBURG TEN TIJDE VAN DE HESVORMING 1566/6?

De Vrouwe van Batenburg en haar vier zonen, die allen meer of minder uitgesproken voor de Hervorming kozen en de invoering ervan in hun rechtsgebied bevorderden, hebben steeds weer tot do verbeelding gesproken. Zodoende is er voortdurend 't een en ander over hen gepubliceerd, zijn er brieven in het licht gegeven, is er zelfs een roman geschreven over 'De Kinderen van Batenburg' (namelijk door h.W. Maclaino Pont, Den Haag, ca. 1900), Deze bijdrage wil hiervan niets herhalen. Kot volgende wil slechts een aanvulling zijn op de gegevens die reeds algemeen bekend zijn en die men bijvoorbeeld in het boek van H. van Heiningen, De Historie van het Land van Kaas en Waal, kan aantreffen (p. 263 w.). In 156? en 1568 hebben commissarissen van de Raad van Beroerten, ingesteld in 156? door do Hertog van Alva, informaties ingewonnen over de toedracht van de Beeldenstorm en de Reformatorische prediking in 1566/67» In september 1,568 zijn informaties genomen door Amelis van Amstcl van Tïynden te Borgharon. De pastoor, Hubcrt of Lubbort van Go c h', getuigde (verkort), gevraagd naar de gebeurtenissen te Horssen en Batenburg, dat ''een Oliverius, kanunnik te Batenburg en pastoor te Horssen, anno 1566 aldaer gepredickt cnde taventraaell (bediend) ende kynderen gedoopt heeft op der goesen maniere, der gestalt dat die gemeyntt hem niet langer horen noch lyden en wollen, soc dat s ij ettelicke kynderen by hem die spreeckt te dopen gebracht hebben." "ïïillein Scheer, canoniek end predikant van de vrouw te Batenborch, is gcduorende ettelicke

8


t ij t met vier lansknechten van Batcnborch naer Horssen gebracht, und dat dieselve also tho Horssen ontrent twee maendcn gepredickt heeft, und dat die onderdanen gedwongen sijn denselven tho horen soe die Vrouw van Batenborch aldaer geboden had, op een pene van thien gold gulden dien kottersenen predikant voorsz. to horen. Dieselve Heer 誰誰illem heeft Paeschen 156? tnachtraael tho Batenborch op der gocSBn maniere uytgedeylt; eenighen van Korssen sijn terselver tijd t als Olivcrius aldaer het nachtmael uytdeylde bij hem die spreeckt to sacramenten gccomen und eenighc aen de Holtmeer und ettelicke to Altvorsch und Appcltcrn." Ook een zekere Hans Janssoon, wonende binnen Horssen onder de heerlijkheid van Batenburg, heeft te Bergharen op 20 september 1568 getuigd dat Heer V'illern Scheer en Heer Olivier, beiden kanunniken te Batenburg, in Horssen de nieuwe religie hebben gepredikt. Over de beeldenstorm te Batenburg en Horssen verklaart de "pastoor van Bergharen ;i dat eenen nietselaer wonende te Batenborch, genaempt Schacff, daechs clff stuyvors gehad heeft om die beelden aldaer aff to breecken ende dat hij sich woldc excuseren dair to gedrongen tsijn." Tot zover de getuigen bij de verhoren. Van 誰誰illem Scheer is uit de archieven der Evangelische kerken van Rijnland en Y/estfalen bekend dat hij vermoedelijk geboren is te Alsum, kerspcl Beeck bij Duisburg, en dat hij vanuit Batenburg gevlucht is naar Baerl in het graafschap Moers. Onder de naam Wilhelm Scherer of op z'n Latijns Tonsor nam hij op verzoek van de graaf deel aan de invoering van de Hervorming in diens gebied. Hoe onaangenaam ook voor de betrokkenen, het was in die tijd in het Duitse Rijk normaal en zelfs rechtmatig dat een vorst die Hervormd of Luthers werd zijn onderdanen dwong om met hem van geloof te veranderen. De Batenburgers, als bannerheren

9


van Bronckhorst, hebben er steeds aanspraak op gemaakt dirokt lecnrocrig te zijn geweest aan het Rijk en niet aan de hertog van Gelrc, in dit geval tevens de koning van Spanje, Philips II. Ze hebben deze regel in het Duitse Rijk ook op hun eigen onderdanen willen toepassen. Voor ons is het haast onmogelijk te beoordelen of zij zélf vanuit hun godsdienstige overtuiging of vanuit politieke motieven - of misschien allebei - de kant van de Hervorming en de opstand tegen Spanje hebben gekozen. Het eerste rnag zeker niet worden uitgesloten. Bij hun onderdaner lag het natuurlijk anders. H. TEN BOOM

Literatuur; 1) F. van ïïoeck SJ, Corpus I c o n o c l a s t i c u m II,

Tilburg 1929, p. 4-31-4-33. 2) Rijksarchief te Brussel, Papiers de l ' c t a t et de l ' a u d i o n c e , c o d e x 516.

LESTE HERT Ter aanvulling op het artikel van Jo van Oss

in Kontaktblad Nr. 12 (december 1971) wil ik nog opmerken dat A.J. van der Aa in het in 1841 verschenen derde deel van zijn 'Aardrijkskundig '','oordcnboek' onder Druten schrijft dat deze plaats 3 jaarmarkten heeft, te weten de eerste op de derde dinsdag van april, de tweede op de eerste donderdag van september en de laatste op de eerste donderdag van november. M. BERGEVOET Jr.

/O


HET ZERE BEEN

Pui f lijk eind ~}ke eeuw Wc v/eten dat er bijna zes eeuwen geleden in Pu i f lijk een rnan woonde die slecht ter be-en was. Dat moet vooral in Pui f lijk met zijn 'huchten' de nodige moeilijkheden hebben opgeleverd. Hij zal wel niet de enige zijn geweest, maar bij deze man was het geen leeftijdsverschijnsel, het was een chronische kwaal. De man heette Peter met zijn voornaam. Zijn familienaam stond in merkwaardige tegenstelling tot zijn lichaamsgebrek, hij schreef namelijk (als hij schreef?) Vluggert of Vlugghen. Hij is tenslotte met zijn been ter bedevaart gegaan naar Onze Lieve Vrouw van Den Bosch. En toen hij weer thuis kwam, liep hij als oen schriek. In Den Bosch heeft Otho Zijlius de geschiedenis van Peter Vlugghen opgetekend in zijn bock 'Historiae Kiraculorum B. Mariae Silvaducensis' (Verslag van de wonderen van O.L. Vrouw van Den Bosch). Schutjcs haalt het geval aan op p. 801 van Deel IV: "Den 2-kc maart 1383 kwam te 's Bosch Peter Vlugghen van Phuflych en verklaarde van een ziek been genezen te zijn, waaraan hij 25 jaren lijdende wasu ( 'Geschiedenis van het Bisdom 's Hertogenbosch', St. Michiels-Gestel, 18?3). Het wonderverhaal van het zere been is geen fabeltje, althans Zrllius heeft het niet uit zijn duim gezogen. V-Je komen Peter namelijk ook in andere dokumenten tegen, die doorgaans biezonder serieus genomen worden: belastingbiljettcn. H. van Heiningen vond zijn naam in de oudste schattingen thijnsregisters van de Gelderse hertogen, en wel in de jaren 1369 en 1382. Hij heet daar Peter Vluggert en als woonplaats is Pu i f l ijk vermeld.


Blijkens deze registers is Peter trouwens niet do enige Vluggert in Fuif lijk. Uit ongeveer dezelfdejaren noemen de bronnen nog een Maes, een Goesscn en een Heinric Vluggert. De twee laatstcn zijn belastingplichtig in resp. 138? en 1399. Peter is er dan niet meer bij. Met zijn genezen been is hij de belasting misschiun te vlug af geweest. Vel vinden we in 1A-12 nog een Mot Vluggert in Borgharen. Peter leefde in de tijd dat Henric , Ott, V/erner en Aelort van Puflick in het dorp de grรณtemannen waren. Maar ook zij worden tussen 13^9 en 1397 "-Is belastingplichtigen van de hertog genoemd. De 'vrije heerlijkheid' van de Van Puflicks was toen al ten onder gegaan. Volgens de lijst van belastingbetalers die H. van Heiningen als Bijlage A aan zijn boek 'Tussen Maas en Waal' (Zutphe-n, 1971) toevoegt, moet Pu i f lijk op het eind van de 1^e eeuw ongeveer 60 gezinnen hebben geteld. Dit aantal niet '+ vermenigvuldigend, komen we tot 'n kleine 250 inwoners, ongeveer een kwart van de huidige" bevolking. Van Heiningen geeft voor genoemde periode 38 Puiflijksc- familienamen. Daarvan komt er, afgezien van 'n paar wijdverbreide namen als Van Ooyen en Gerrits, op het ogenblik in Puiflijk geen enkele meer voor. En ik moet zeggen, dat is mij tegen hot zere been, want ik had zo graag bewijzen gevonden dat dit hooggelegen, misschien zelden overstroomde dorpje sinds eeuwen een hechte, kontinue, op familiebanden rustende bewoningsgemeonschap had gekend. Maar de Hulsten, Pollen en Van der Zandts v/aren in de '\kc eeuw noc- ver te zoeken.

JOHAN VAN OS

12


MARKT EN MARKTTOL VAN MAASBOMMEL

In de middeleeuwen was Batenburg niet de enige stad in het Land van Maas en Waal. Ook Maasbommel had stadsrechten en is in de vijftiende eeuw, op verzoek van Nijmegen, zelfs een tijdlang lid geweest van de Hanze . Helaas is het hele stadsarchicf verloren gegaan: het oudste gedeelte, dat naar Ravenstein was overgebracht, bij een brand aldaar in 1606, het restant bij de plundering van Maasbommel in 1676 door de Fransen „ Hierdoor weten wc niet met zekerheid v/at dit stadsrecht precies inhield, maar in elk-,geval moet daarbij ook het muntrecht gev/cest zijn''. Blijkens archiefstukken in het gemeentearchief van Venlo , v/as er te Maasbommel een markttol op de Haas, waaruit we kunnen opmaken dat deze stad ook het marktrccht beaat. Deze markten duurden drie dagen en begonnen drie dagen vóór die van Megen. Deze laatsten begonnen op vrijdag na Sint Scrvaas (zijn feest was op 13 mei), vrijdag na ,3int Bartholornous (op 2^ augustus) en Allorhc-iligcnavond (31 oktober) . Hoewel Venlo vrijheid van de tol te Maasbommel genoot , trok de tollenaar zich daar niet al te veel van aan, wat regelmatig aanleiding gaf tot processen. Vele stukken uit de dossiers daarvan bieden gelegenheid om na te gaan welke artikelen zoal op de Maas vervoerd werden en hoe hoog het tolgeld was dat daarvoor betaald moest v/orden. De tol nu zou "staen IX dagen, te weten die ierste dry dagen und die leste dry dagen halven toll (...) ind die ander middelste dry dagen alingen toll ". Dit houdt dus in dat tolgeld verschuldigd v/as vanaf drie dagen vóór de markt tot drie dagen erna. Bovendien hoefde op de dagen

13


voor on na do markt slechts de helft van het verschuldigde tolgeld betaald te worden. De prijs diemen moest geven voor het passeren van de tol met een leeg schip, loopt uiteen naargelang het soortn vaartuig. Rond 1500 gold als prijs voor een roeder tijdens de markt VI brab, dg andere dagen de helft, terwijl voor een hancroeder halve tol verschuldigd was . In d,;- 15c eeuw was dit voor een roeder XII en VI holl., voor een hancroeder wederom de helft hiervan . In een toltariofboekje van omstreeks 1600 worden een groot aantal goederen opgesomd met de bijbehorende bedragen '", Een tarieflijst uit dezelfde tijd maakt een splitsing naar "affvaerende'1 en "opkomende i! goederen . Ik wil hier de tekst van het boekje laten volgen en tussen haakjes die van de lijst, waarbij de letter A voor afvarend staat, de O voor opkomend. Overigens vermeldt de lijst niet alle artikelen die in het boekje voorkomen.

Appelen en peren van dose land.cn 100 tonnen -Z^j-jst. br. (A, 24 sch.) A s s c h e ,. de 40c penninck van den v/eerde (O, wey——————— -, -, -, r ^ \ aes ' ^, de last i 15-- 3o sch.) Bier 1 last, 28 tonnen voor het last -- 3 oert goutguldon. £ Bocckweyt somercorcn 100 rnaldoren_ of t sacken dorts maeckende 6 quartieren ende 10 vaten zeens -- 2 goutgulden (A, 100 malder -- 3 goutguldcn.) g Buckinck 1 stroy buckinx -- 1 st. br. (O, boicxhacrick de last -- 3 sch„) Bo te_£ 1 tonne -- 20 st. br. Coper 1000 pont — 10 st. br. (A, slecht ongevrocht coper -^010 sch.). Calck een coppclen ''-- 1 goutgulden (A, een copley -- 2 pont 17 sch 6 den.). Co Ion een^coppclen -- 1 goutguldcn. Cooperoet een tonno -- 2 st. br. (A, cin tolbaer vaet, is k slechte vaeten -- 8 st.).

14


Draet de ^-Oc penninck van den weerde. Droochgoet 4 drooge vaten oft packen die men heffen can -- 2 goutgulden. Edick 28 tonnen voir de last -- 3 goutgulden. Erwetcn de ^fOe penninck van den weerde. Garste 100 (ranlder) van 6 quartieren ende 10 vaten zeens -- 2 goutgulden. Haver 100 malder van 6 quartieren ende 10 vaten zeens -^12 goutgulden. Hout 1 knie maeshout -- 3 st. 3 t>r. wageschot 100 -- 2k st. br. (A, ein knie

raaesholtz -- 3 sch. 9 den.). Harinck-

1 last -•- 20 st. br. (O, de last -- 20

sch.). Huyden 1 deken leers, 't zij geloyt oft gctoude vellen -- 12 st. br. eenen bosch vellen drooch caalffshuydon offt ossenhuyden -- 8 st. br. (O, ossenhuyden gcsouten die 100 stuck -- 6 pont. Schaapenvlooten ofte droghe vellen ein pack oftcbooss -- 8 scho).

Honich

1 tonnc —

20 st. br, (A, 20 sch.).

Hoppe

1 sack -- 6 st. br„ (A, van eenen sack van 500 pont — 6 sch.). Iser 1000 pont — 1 vueryser, doende 3 st. br.

Kcse

(A, het 1000 pont -- 3 sch.). 1000 pont -- 12 st. br. (O, 1000 pont -12 sch.).

Kc-nnep

de ^fOo penninck van den weerde. (O,

1000 pont -- 12 sch.). Kannen een paetschip met steenen kannen -- 3 gul-

den br. (A, stenen potten en kannen, ein paetschep — 3 gulden). Laeken een pack -- 3pgoutgulden. een teerlinck -- 6 st. br. Li,jnwaet de ^Oe penninck van den weerde. Leer een deken leers 'tzy geloyt oft getauwde vellen -- 12 st. br. een rolle leers -- 6 st. br. Leven 1000 leyen -- 1 braspenninc in brab. geit.

15


(A, steinleyen, 1000 — 1 sch. 9 den.). Noten een-groot hondcrt noten -- 2^f st. br. Nagelen een nagelvat -- 5 st. br= (A, een nagelvaeten het 1000 pont — 5 sch.). Olie een boete boonolie -- 1 goutgulden. (O, raepolye de last -- oningevuld). Peck 1 last - 12 st. br. (O, do last 12 sch.). Raepsact 100 dorts rnacckendc 6 quartieren ende 10 vaeten zeens -- 3 goutgulden. (O, idera -5 scho 1 den obool). Raepcoeken 1000 — 2 st. 2 br. (O, idem — 2 sch. 6 den.). Rogge 100 dorts rruieckcn.dc 6 quartieren ende 10 vaten zeens -- 3 goutgulden. Runne 1 malder -- 1 st. gevalueert br. (A, Rhcurne ofte loye de 100 thonncn — 37 sch. 6 den.). Sepe 1 last -- 30 st. br. (O, de last -- 30 sch.). Sou t 100 dorts rnaeckende 6 quartieren ende 10 vaten zeens - 3 goutgulden. (O, cin hondert sackcn soutz -- 2 goutgulden in spetie — 5 pont 15 sch. Na devaluatie d'oude 2 goutgulden: 2-17 str. ) „ Steen een pacr brcetsteen -- 2 goutgulden. (A, van olineulen ende sercksteynen: cenen rnol-

lenstein -- 37 sch. Ongevrocht Naemschen stenen: du kOc penninck schuldich). Staal Te-rwc

de 40c penninck van den weerde. als hiervoereri van de rogge staet geschreven. Traon een groet tallicx vat oft smecrs -- 14 st. ïjg. (O, de last J>6 sch.), Terre 1 last -- 10 st. br. (eenen last tarrcn -- 10 sch.). Teen den ^l-Oe ponninck van den weerde. Wijn 1 slecht oft cnckel voeder rijnschen wijn — 2 goutgulden1in spetie.

6 ponsionen

franschen wijn gerekent voer 1

voeder rijnschen. (O, ein roedcr wins van sces aernen -- 3 pont 13 sch. 6 den.


APPELTERN

BEUN1NGEN

BATENBURG

DREUMEL

BERGHAREN

DRUTEN

OVERASSELT

HEUMEN

HORSSEN

De twaalf gemeentewapens uit ons werkgebied. Uit: Prisma 501, 'De Gemeentewapens van Nederland' door KI. Sierksma, Uitgeverij Het Spectrum N.V. Utrecht/ Antwerpen 1960. -17-


Pontonbrug gelegd over de rivier de Waal, gezien vanaf Wamel lengte 310 m 27 Juli 1904. Uitg. Gebrs. Campagne - Tiel -18-


32

een pijpe spanschen win o f t e bommolyc -50 s c h . ) .

Woll£

1 sack -- 12 st. br. (O, die 1000 pont -10 sch.). Vlas 1 sack -- 6 st. br. (A, van cclcken sak 200 steynen J-- 6 sch.). Visch gcsouten in tonnen 1 last — ^\k st. br. (O, "13 sch. ). Visch, stockvisch 1 bale van 1000 pont — 10 st. "br. (O, 10 sch. ). V i s ch j-_n ma nd_e n c-oncn grootten corff visch vijf f voer oen -- 12, st. br. (O, godrochte schollen in kouffe , ieder kouff -- 13 sch.). M. BEP.GEVOET Jr.

1) 2) 3)

k)

5) 6) 7)

8)

H. van Hc-iningen, Do Historie van het Land van Maas en Waal, Zaltbommol, 19é5, P- 1^5v : - . de Vries, Bijdragen tot de geschiedenis van het rechterlijk bestel in Gelderland, I: Maasbommel, in Gelre ^9 (19^9), p. 39. H.D. J. van Schevichavon, Bijdragen tot de geschiedenis van den handel van Gclre vóór 1^00 en zijn betrekking tot de Hanze, in Gelre 13 (1910), p. 129/130. H. Hanssen, Inventaris van het Oud-Archief der Stad, Municipaliteit en Gemeente Venlo, Venlo , 1919. Inventarisnummers 211 *f, 2115, 2118, 2151, 2186, 2187, 2188. Dit werk aangehaald als O.A.V. O.A.V. I 2115-1 (+ 1600). O.A.V. I 218? (+ 1500); I 2115-2 (+ 1600); I 21l8-8a (1605 nov. 16). O.A.V. I 2187, nagenoeg gelijkluidend I 2186 (XV) en I 2115-1. J. Verdam, Middelnederlandse!! Handwoordenboek, 's Gravenhago, 1956. Rocdergclt, roe-


dertol: schatting geheven van (het roer van) 9)

elk voorbijvarend schip. J. Verdam, a.w. (schip met) uithangend of hangend roer.

10) O.A.V, I 2187. 11) O.A.V. I 2186. 12) O.A.V. I 2151 (+ 1600); dit boekje is blijkens de aanhef "gecollecteerd uyt twe listen, geniaeckt bij zijne majcstoyts rekencamcrc in Gclderlandt, respective den 7cn july 1592 ende den 6cn october daernaost volgende." 13) O.A.V. I 2114 (+ 1600): I 2187. 14) 15) 16) 17)

J. Verdam, a . w . 1) as, 2) wcedas, potas. i d e m , i n h o u d s m a a t van schepen. i d e m , rnud, niouder. i d e r a , £ last.

18) hoeveelheid bokking die met één hand zout bestrooid kan worden. 19) J. Verdam, a. v/, maat voor droge waren en vloeistoffen. 20) idem, koperroest, vitriool. 21) idera, knie, kromhout. 22) idem, bereide. 23) idem, canep, hennep. 24) idem, een pak laken. 25) idem, vat, ton. 26) idem, rinde: boomschors die in de looierij

gebruikt wordt. 27) 28) 29) 30)

idern, idem, idem, idem,

tach, tallic: vet, smeer. teer. tin. wijnrnaat, groot wijnvat.

31) i d e m , p o n t e : p l a t t e schuit. 32) i d e m , pipe: 4) inhoudsmaat van wijn. 33) i d e m , s t e e n : 6) g e w i c h t voor vlas. kuip.


IN 190^ HADDEN WAMEL EN T1EL EEN BRUG

Dankzij de medewerking die we van het Streekarchief Tiel-Buren-Culemborg mochten ondervinden, ia het ons mogelijk de journalistieke pcnnevrucĂŻit van een verslaggever van de 'Ticlschc Courant' te publiceren, gedateerd vrijdag 29 juli 1904. Oud nieuws en toch aktueel, want het gaat hier om een oeververbinding tussen V-.'amel en Tiol. VIe danken met name de ad junkt-archivaris, de heer A. Houtkoop, voor de snelle en doeltreffende wijze waarop hij ons hielp aan deze tekst. "Dinsdagavond omstreeks 7 uur arriveerde op de rivier voor de stad een detachement pontonniers, sterk ongeveer 1 60 man, met het doel den volgenden morgen een pontonbrug over de V/aal te slaan. Werden ecnige weken geleden de manschappen hier ter stede ingekwartierd, ditmaal viel Vlamei die eer te beurtÂť Reeds vroeg gistermorgen waren vele belangstellenden naar de \7aalkade getogen ora tegenwoordig te zijn bij de voor ons waarlijk niet alledaagsche werkzaamheden der pontonniers: vele jaren toch is het geleden dat zij hier een dergelijke oefening hielden. Te ongeveer 7 uur werd net het werk een aanvang gemaakt; a r. n beide oevers toog men aan den arbeid, en ruim 2 uren later was de brug gereed. Een inspectie der militaire autoriteiten - en dan werd de brug voor het publiek toegankelijk gesteld, van welke zeldzame gelegenheid, om naar den overkant te wandelen, door velen gebruik werd gemaakt. Nadat de brug ongeveer een uur gelegen had, werd met het opbreken een begin gemaakt. Allereerst werd gezorgd dat de scheepvaart weer onbe-

21


lommerd kon plaatsvinden, waartoe e-enige middenvakken werden uitgenomen - en ruim twee uur later was al het gebruikte materiaal geborgen en do rivier geheel vrij. Velen mogen zich deze oefening der ponton-

niers interessanter hebben voorgesteld, bewezen is (en daar gaat het om!) dat de mannen volkomen berekend zijn voor hun taak, dat zij in tijd van nood kunnen presteeren de diensten welks,- alsdan van hen zullen worden gevergd. Toen de scheepvaart heropend werd, gingen de vele aan beide zijden wachtende schepen als 't ware gelijktijdig de reis vervolgen en daaraan is het zeker te wijten dat in de nog betrekkelijk geringe vaarruimte een aanvaring plaatshad tusschen een op- en een afkornenden sleep, waarbij de kop van een schip een vrij ernstige beschadiging opliep." Op bladzijde 18 drukken we de foto af die de destijds op dit gebied zo aktieve Gebroeders Campagne in Tiel van de pontonbrug in de handel hebben gebracht. Het plaatje is vanaf de V/amolse oever genomenÂť V.'e zien du rivier bij een vrij lage waterstand, rustig stromend langs rijk begroeide uiterwaarden en oeverwallon. Tiel ziet er uit als een zeer landelijk stadje. De schipbrug heeft geen inbreuk op het landschapsbeeld gemaakt en vermoedelijk ook niet op de provinciale begroting. Het zou interessant zijn te weten wie de man op de voorgrond is. Hij draagt een baard en een hoge 'zijden' pet. Ăźisschien zijn er onder onze leden in Wamel nog mensen die de man kunnen identificeren. JACOBUS TRIJSBURG


Van beschaafde ambtenaren in Druten, een zuchtende weduwe in Horssen en de bizarre he.crenkleeding in Megen

EEN PROFEET KUIERT DOOR MAAS EN WAAL

Q855)

In de 'Geldersche Volksalmanak' van 1855 vonden wij het relaas van een voettocht door ons werkgebied. De schrijver tekent met de initialen P. H. T. , maar uit zijn verhaal blijkt dat zich daarachter een profetische geest verschuilt, die in zijn dromen bruggen ziet verrijzen over de Maas. Hij droomt ook al van een subkern in zijn aanstaande grootheid, van handel en nijverheid aldaar. En hoewel zijn vooruitziend oog zich op dit punt in de plaats 'n beetje heeft vergist, zijn de inzichten en ontdekkingen van P. E. T. zeker interessant genoeg om een deel van zijn reisverslag - 117 jaar later - nog eens weer te geven. DE REDAKTIE

" 't Mindere voedt 't meerdere, en van de kleinere plaatsen vloeijen de schatten naar de grootere... Geen onzer zeventien provinciĂŤn liet ik dus onbezochto . . Niets was mij te gering." P. H. T.

23


Hot do stoomboot van Rotterdam vertrokken zijnde-, was ik vroeg genoeg te T i el aangekomen, om deze welvarende en rijke stad nog eens op mijn gemak te bekijken en mij over haren vooruitgang te verblijden. Spoedig stak ik niet de gierpont over en bevond mij in 't nette dorp V/amel, met zijne 2 kerken en goed schoolgebouw. Merkwaardig is hier c-cn opschrift op het kerkhof, dat goed gemeend kan zijn, maar minder doordacht is. Er staat duidelijk te lezen: Hier leid begraven de ziel van zaliger HERKANES DE JOHG_, overleden te Wamel den .Ui-Lu!1 S e p t r__j8^9_1__inL__d_c_i]._ ouderdom van 2g jaren on_22 jj£i££ru_Dnt hij ruste in vrede. R.I.P. Dij zulke grafschriften is veel te denken en te vermoeden; Langs e-on zeer goeden weg, zoo als hier do meeste zijn, wandelde ik naar Leeuwen, een lang dorp met zeer goede huizen. De koepelkerk der Hervormden ligt schilderachtig onder hoog geboomte. "Die wandeling is gewis hcur voorwerp dubbel waard S" zeide ik met BILDE3RDIJK, en voegde er ook bij: Maar saus haar lieflijkheid door 't edelst zoet op aard. Laat vrienden van u v/ hart de reistocht mot u doelen, 1 t Genoegen dat zo u schaft zal u te meerder strooien. Want niets is koeler, kouder, onaangenamer en meer den egoist kenmerkende, dan 't alleen wandelen. En toch was dit mijn deel, maar ik had gezorgd dat ik niet alleen eiken avond goed gezelschap vond, maar op elke rust- of verblijfplaats zoude ik vrienden of kennissen ontmoeten, die mij reeds lang -verwacht hadden. Zoo was ' t in het welvarende Druten, waar eene gezellige tafel, een wandeling langs de vrolijke Waal en 't aangenaam gelegen huis mij dubbel welkom waren.


De 2900 inwoners, meestal zelve landeigenaars, leven vooral van de opbrengst van den landbouw, onder welke de tabak een voorname plaats bekleedt, 't Kantongerecht met zijn personeel en andere beschaafde ambtenaren geven aan het geheel een zeer aangename, vrolijke tinto Ongaarde verliet ik spoedig reeds dit welvarende dorp, om mij op weg te begeven

naar 't schone Horssen. Een vrolijke zon bescheen mijn pad langs vruchtbare en veel belovende landerijen. Goed bebouwde akkers, gezond boomgewas, nette huizen en een schoon verschiet veraangenaamden den voor mij nieuwen weg. Een aangeknoopt gesprek met een bejaarde v;eduv;e, wier zoon in de nationale

militie diende, getuigde van geloof en vertrouwen in het bestuur van een wijs en liefderijk Wezen over onze lotgevallen. De vrouw had veel te verhalen van hare overige kinderen, zuchtte soms ook over de toekomst, maar erkende toch, dat de zaken altijd beter uitgevallen waren, dan zij verwacht had. Nog weet ik niet, of zij tot de meerderheid der Maas-

waalsche gemeentenaren behoorde, of tot hen die de' minderheid uitmaken; ook 't land en de landproduc-

ten schenen zich hierover weinig te bekommeren en de lieve zon bescheen allen. Het dorp heeft 800 zielen, van welke de minderheid, nu eenige tientallen van jaren geleden, een eigen kerk met leeraar en leeraarswoning ontving. In de groote of thans Roomsche kerk meende ik nog een spoor van het Protestantisme te ontdekken in den vorm van den predikstoel en in 't opschrift rondom het klankbord, 't geen getuigde van groote ingenomenheid met het Woord. Ziet gii dat needrig huis, dat, vrij van prachtvertooning, Een zedige eenvoud aamt? Het is de stille woning,

Door 't christlijk dorpgehucht aan d'achtbren post gehecht Van die 't vereenigd volk hier voorbidt als Gods knecht.


Hij En Hij En

draagt hun zuchten op aan 's Hemels welbehagen troont den zegen af, die weide en akker vragen. wijdt het huwlijk in; verlicht den tegenspoed, plant de deugd, de trouw, de godsvrucht, in 't gemoed; Geeft troost, waar troost ontbreekt, en reinigt hart en zeden, En vormt, voor kerk en staat, onstraf f elijke leden. Dat in deze omstreken ook eenmaal anders denkende en anders handelende menschen gewoond hebben, bleek mij, bij 't bezigtigen van eene urn, daar opgegraven, welke ik bij een der achtenswaardige inwoners bewaard vond. Een kort verblijf in 't ledigstaande huis der heerlijkheid gaf mij stof genoeg ter overdenking op mijn weg naar Apeltern. Rondom mij vond ik denzelfden overvloed en vruchtbaarheid, en bereikte spoedig de lanen en 't hooge geboomte van het te laag liggende huis, in de nabijheid van de Maas. Men telt hier, groot en klein, vuil en rein, 2000 zielen, en denkelijk even vele ligchamen. Met geene van deze allen hield ik mij bezig, maar spoedde mij naar den overkant, naar het overoude Megen, vermaard door den graaf VAN MEGEN, door het onlangs voor hem opgerigt standbeeld, door twee kerken en een Franciskaner klooster, met daarmede verbonden latijnsche school, en - door zijn bierÂť Of ik zonder aanbeveling even vriendelijk en voorkomend den toegang tot het klooster zoude bekomen hebben, kan ik moeijelijk bepalen; maar ik wil niet verzwijgen, dat ik met den vriendelijken geleider, onder een glas klooster bier, een vriendschapsknoop gelegd heb. Zeer bedaard, en al vragende en luisterende, bewandelden wij huis en tuin; kalmte en rust heerschten rondom ons; netheid en zindelijkheid waren overal zigtbaar. Eenvoudig waren de eetzaal, de cellen en de overige vertrekken. Maar de bibliotheek viel mij bijzonder in 't oog, door de ruimte van 't lokaal, de netheid en de menigte

26


der "boeken, en de geschikte gelegenheid om er volgens een goed geordenden catalogus gebruik van te maken. De inhoud had meestal op het vak der godgeleerdheid betrekking; ik vond er vele leerredenen in onderscheidene talen en ook een lijst van ^e libri prohibiti (verboden boeken). Het jammerde mij echter, dat zulk een schat niet meer algemeen bekend konde zijn, en dat daardoor, mogelijk zeldzame, werken, werkjes of traktaten onbekend moesten blijven. Wij verwachten echter van de ijverige pogingen van den bibliothecaris van 't NoordBrabantsch genootschap, dat zijne bemoeijingen mogen medewerken, om ook deze verborgcnheden in helderder licht te plaatsen. - Van de bizarre kleeding der heeren bewoners wil ik liefst zwijgen: mogelijk is zij zeer gemakkelijk en bezit dus het voornaamste vercischte. 't Touw of de gordel wordt in 't klooster zelf gemaakt uit zekere plant, die ik in den tuin zag groeijen; wat overigens hier aari winterprovisie ontbrak, werd aangevuld door de milddadige hand der Maas-en-VJaal-bewoners,, Waarom, dacht ik, ook in onze groote en kleine steden geene dergelijke inrigting van eonloopende of alleen wonende personen, die nu geïsoleerd, zoo als zij zijn, weinig anders doen kunnen dan sociëteiten en koffijhuizen bezoeken, zonder in de gelegenheid te zijn, hunne krachten, gezamenlijk, tot één doel, en volgens eene bepaalde rigting, aan te v/enden. Hoeveel ruimer, gezelliger, nuttiger zoude het leven van al die kamerbewoners worden, die nu doelloos rondslenteren, zich te huis vervelen en onvoldaan vroeg naar bed gaan, orn den tijd te dooden. - Alzoo in mijne verbeelding permanente sociëteiten bouwende en de tegenwerpingen bij mij zelven oplossende, voer ik .weder over en zette mijne wandeling langs den Maasdijk voort naar 1 t oudtijds beroemde Batenburg. - Waar zijn de Londons der vorige wereld? waar is Ninevéi waar Babyion l waar Batenburg2 - Senige huizen langs eene onregelmatige straat, en daar achter een bouwval,

27


een overschot van 't geen geweest is! - ziedaar wat ik vond. Voor eene eeuw was hier een overprachtige burg, die voor den oudsten en schoonsten van gansch Gelderland gehouden werd. Hij bestond uit een rondeel met vijf zware ronde torens en was van buiten met eene wijde on diepe gracht omgeven. Van binnen had men eene ruime plaats, prachtige en luchtige vertrekken en grootc overwelfde kelders., Bij het slot was een bosch en vruchtbare boomgaarden» - En thans? - behoort het aan den graaf VAN BENTHEIM. - Vóór zeven eeuwen vond. men reeds gewag gemaakt van de heeren van Batenburg, onder welke krachtvolle, verlichte mannen schijnen geweest te zijn; bekend immers zijn de broeders GIJSBRECHT en DIEDERIK VAN BATENBURG, die in het jaar 1568, als moedige voorstanders der belangen van godsdienst en vaderland, de slagtoficrs van ALVA's wreedheid werden en te Brussel openlijk onthoofd zijn. Maar de vrijheid van geweten, ook door hen verdedigd, hoeft langer stand gehouden, dan 't arduin hunner paleizen! Zoo blijft 't onstoffelijke onzer denkbeelden duurzamer, dan 't stoffelijke van ons handcnwerk! - Terwijl ik met mijnen geleider de vervallen muren 'en half ingestorte torens met hunne diepe kelders beschouwde, was 't alsof schimmen uit de diepte oprezen en trcurtonen aanhieven over de achteloosheid en bekrompenheid van hun nageslacht, waardoor do plaatsen, waar hunne voorvaderen lief en leed ondervonden hadden, zoo weinig in waarde worden gehouden, dat zij aan uilen en vledermuizen ten verblijf strekken. Nog beter vare 't, de geheele nagedachtenis der bewoners te vernietigen, dan zulk eene verbrokkelde steenmassa als gcdenkteekcn te laten voortduren; - Eindelijk zat ik weder op een eenvoudige kamer, maar met een heerlijk vergezigt ovcr do kalme Maas, beschenen door de stille maan, en hield BILDEKDIJK's Buitonievon in de hand. O steden vol geruisch, vol slijk en gif te dampen,

28


IVaar de ondeugd en de deugd zich eindeloos bekampen! V'/èl hem, die aan 't verderf van zeden, hart en lucht ,

Dat ge in uw' omtrek kweekt, gelukkig is ontvlucht; Die verr' van uw' rumoer, en al uw ijdle zorgen, In stille werkzaamheid, vergeten van 't heelal Zich-zclv' genieten mag bij bron on waterval;

Maar dan moeten ook gecne honden, muizen of katten zijn landelijke nachtrust storen, on zijne slaaporganen moeten tegen zulke kleinigheden bestand zijn» De mijne... , maar, d i..;: onbeleefd is

spreekt over zich zelven, en vice vcrsa. Ik droomde (want de droomen geven wij ons zelven niet) ik droomde, dat ik droomde van de aanstaande grootheid van Batenburg, van spoorwegen en telegraphcn, van handel en nijverheid, en van een brug over de Haas, die Gelderland aan Noord-Brabant vasthechtte. - Dit herinnerde ik mij, toen ik den volgenden dag in een pont de Maas overstak naar Ravcstcin. P L « Enkele vragen

1 ) "/eet iemand in \7amel of het grafschrift van Hermanes de Jong nog bestaat? 2) Kan iemand in het Horssense gemeentearchief uitzoeken met welke vrouw P.H.T. gesproken kan hebben? Aanwijzingen zijn er genoeg: de vrouw was bejaard, zij was weduwe, had in 1855 een zoon bij de nationale militie en had nog meer kinderen. 3) Weet iemand in Horssen of het berijmde "opschrift rondom het klankbord" boven de preekstoel nog aanwezig is? k) Hebben de Minderbroeders van Megen inderdaad zelf bier gebrouwen? Ook voor de handel? Tot


wanneer? Of is het de bierbrouwerij van Willem Kip geweest, die volgens P.H.T. Megen zo vermaard maakte?

5)

Tot wanneer hebben de Minderbroeders hun gordelkoorden zelf vervaardigd? Waarvan? En hoe?

VAN DEUTEN'S IN ENGELAND?

In 'De Navorscher' jaargang VII (185?) kwam ik onlangs een artikeltje; tegen van een anonieme auteur, getiteld: 'Hollandsche Namen in het Domesday Book', waaruit ik het volgende overneem: "Onder de namen van personen, die aan een Ne-

derlandsche oorsprong doen denken, komen voor: Adam van Lent, Lefo de Dodeswurda, Hugo de Hosdena en Gilfort de DraitonÂť ' De schrijver tekende hierbij aan dat Dodeswurda verdacht veel lijkt op Dodewaard, Hosdena op Heusden en, wat voor ons belangrijker is, Draiton op Druteni Opvallend is dat een Duitse tak van de familie Van Druten een ongeveer gelijksoortige naam zou

hebben (gehad?), namelijk Von Drathen. Ook wil ik in dit verband nog wijzen op een mogelijke etymologie van de naam Druten, namelijk uit 'drut, drot'

en dit uit 'traut' (vriend of getrouwe Gods) â&#x20AC;&#x17E; Nog even iets over het 'Domcsday Book' zelf. Het is een kadaster, dat per graafschap gegevens opsomt over de onroerende rijkdom van Engeland (grootte, wijze van gebruik, waarde, naam van de eigenaar, etc. Het is samengesteld in opdracht

van Willem de Veroverraar, die in 1066 Engeland had veroverd, en het boek geeft de situatie weer vanaf Edward de Belijder (koning van 10^-3 tot 1066)

tot _+ 1086, het jaar van de voltooiing. In dezelfde tijd vinden we ook de oudste Nederlandse Van Druten vermeld, namelijk Eotgerus de Drutena, als

3O


getuige in een oorkonde die tussen 10?6 en 1099 moet zijn opgesteld . 1) M. Bergevoet Jr., Plaatsnamen in Maas en ĂŻĂŻaal, Kontaktblad Nr. 11 (september 1971). 2) H. van Heiningen, De Historie van het Land van Maas en Waal, p. 129o J.M. van Winter, Ministerialiteit en Ridderschap in Gelre en Zutphen, p. 313De oorkonde is gedrukt in: Sloet, Oorkondenboek van de Graafschappen Gelre en Zutphen, Nr. 184. H. BERGEVOET Jr. ROMEINSE FUNDAMENTEN IN V/IN3SEN

Op 2k februari van dit jaar heeft een kraanmachinist bij het Oude Veerhuis in Winssen geschiedenis gemaakt door een verwarmingskelder uit de grond te trekken, die een van de belangrijkste restanten was van een Romeins gebouwenkom-plex (zie 'Gelderlander' 10-3-72). Er zat hier nog kompleet metselwerk in de bodem van een omvang zoals tot dusver alleen de Romeinse tempel in Eist te zien had gegeven. Zowel voor het universitaire team van prof. dr. Bogaers als voor de Archeologische Werkgemeenschap Nijmegen en Omstreken, die hier beiden een eerste begin hadden gemaakt met de opgravingen, betekende het ingrijpen van de kraanmachinist een onherstelbare ramp. Voor onze Vereniging niet minder, temeer omdat zij 2

31


leden hooft die aktief aan de onderzoekingen van de AWN deelnemen: A.J. Janssen uit Druten en C.P.J. van Kouwen uit De est, V/ij laten hier het verslag volgen dat laatstgenoemde van de opgravingen in V/insen heeft gemaakt. Het is te hopen dat hij en zijn vrienden zich door de aangerichte vernielingen niet laten ontmoedigen on in de resterende delen van het 'Vinssense komplex hun werk voort te zetten.

Vorig jaar zomer kon het in 1968 afgebroken onderzoek aan een Romeins bouwwerk nabij het Oude Voorhuis te Winssen v/orden vervolgd. Dit was op de eerste plaats te danken aan de lage waterstand van de Waal. Het gevolg was dat we nu een veel groter aantal waarnemingen konden doen. De vorige keer waren wc letterlijk in de modder blijven steken. Allereerst werden de door het terrein lopende kavelsloten, die nu droog stonden, aan een onderzoek onderworpen. Vooral de sloot die het terrein in- tweeen deelt, van noord naar zuid, had onze speciale aandacht. Hierin werd dan ook op 2 plaatsen muurwerk aangetroffen. Na toestemming van de pachter verkregen te hebben werd besloten van deze sloot op 2 plaatsen het taluud zover af te graven dat wc konden zien wat we gevonden hadden. Hierbij kwam ongeveer midden in het terrein een nog vrij goed intakt zijnd hypocaustum (verwarmingskelder) te voorschijn. Het bestond uit 2 muureinden van resp. 85 en 05 cm. breed, opgebouwd uit tufsteenbrokken en stukken kwartsiet; hoogte ca. 45 cm., waartussen een vloer van 20 cm. dikte, bestaande uit fijngeklopte dakpannen, tufsteen en kalkmortel. Op deze vloer bevonden zich 2 pilaartjes bestaande uit 6 op elkaar gestapelde tegels

32


en een derde van tufsteenblokken. Dit alles had ooit de bovenvloer gedragen, waarvan we de resten tussen de pilaartjes vonden. Het geheel is ongeveer ^-,50 meter breed en bevindt zich ca. ^i-O cm. onder het oppervlak. Ongeveer 30 meter noordelijk in dezelfde sloot troffen wij een fundering aan. Deze bestond uit schuin in de bodem geplaatste dakpannen en tegels, waar zich bovenop nog een

laagje tufsteen en kalkmortel bevond. De gevonden lengte was 5Âť50 meter, hoogte ca. 30 cm. en de breedte ca. 35 cm. Het geheel bevindt zich ongeveer 25 cm. onder het oppervlak. Deze fundering zit juist aan de noordrand van het v/eiland. In 't hier tegenoverliggende bosje werd ook nog een fundering gevonden, bestaande uit een aantal sleuven die gevuld zijn met aangestanipt grof grind, dakpanfragmenten, tufsteenpuin en kalkmortel, afmeting 30 bij 25 cm. Deze fundering is op 3 plaatsen aangegravc-n, zodat we de ligging beter konden vaststellen. Het bleek dat wc hier te doen hadden met een ongeveer 12 meter lang en 5 meter breed gebouwtje dat haaks op do rooilijn van de eerder genoemde funderingen ligt. Ongeveer *fO meter naar het westen en 85 meter naar het oosten bevinden zich wat we gemakshalve grachten noemen: dit zijn waarschijnlijk de erf scheidingen. De afmetingen zijn: ca. 2 meter breed en ca. 1 meter diep. Ook 30 meter ten zuiden van het hypocaustum ligt een gracht met een breedte van 6 meter en een diepte van 1 meter. De vulling bestaat uit blauwgrijze fosfaathoudcnde klei met bouwpuin, dierenbeenderen, houtskoolrc-sten en aardewerkfragmenten. Op verschillende plaatsen binnen deze gracht komen uitgebreide puinkoncentraties voor, zelfs tot in de voet van de V/aalbandijk, die het komplcx aan de noordkant van het bosje begrenst. Het grootste puinveld ligt echter in de omgeving van het hypocaustum aan weerszijden van de sloot. De oppervlakte van het hele komplex bedraagt ongeveer 15*000 vierkante

33


meter on bestaat resp. uit 2 weilanden en een populierenbos aan de noord- en oostzijde» '.Vat betreft de datering: uit het diepste gedeelte van een der grachten zijn enkele fragmenten terra sgillata en terra nigra te voorschijn gekonen die onmiskenbaar eind eerste eeuw n. Chr. zijn. Het overige aardewerk is te dateren." tot het midden van de derde eeuw n. Chr. De bouwresten zijn wat betreft het hypocausturn en de fundering op de hoek van liet \veiland te dateren als begin 2e eeuw n. Chro Al het gevondene is door ons gefotografeerd en geschetst, on van het hele koraplex is een overzichtstekening gemaakt (schaal: 1:500). Een uitgebreider onderzoek in samenwerking met het O.G.A. Instituut van de Universiteit Nijmegen heeft, ondanks alle hiervoor noodzakelijke toestemmingen, tot op heden wegens geldgebrek riog geen doorgang kunnen vinden.

C. P. J. VAN KOIP.7EN VERSCHE PEUT MEN

die men lang bewaren v/il, moot men op een zonnigen dag, met handschoenen aan, plukken en ze in oen nieuwen steenen pot leggen, waarin nog nimmer water is geweest. Men bindt er e ene droge blaa overheen en legt een platten steen, die goruimen tijd in de zon heeft gestaan, op den pot, dien men daarna rondom en bovenop geheel niet droog zand bedekt. Men moet natuurlijk zeer gave pruimen nemen; zij blijven dan tot ver in hot najaar goed. • Aldus het 'KEUKENBOEK' van Henriè'tte Davidis, Haarlem 1867, uit het bezit van A. Albers de Kadt te Druten.

34


DE NAAM 'HONT' Poging tot een stukje Germaanse etymologie

In veel plaatsen in Maas en Waal komt de naam 'hont' voor in veld- of boerderijnamen. Zo is 'De Achthond' een boerderij onder Winssen, de 1 Veertienhond' een veldnaam te Beneden-Leeuwen. V/amel en Horssen hebben een 'Elf hont', Leeuwen een 'Achthond' en ook in Alphen en Maasbommel komen veldnamen voor met 'hond' of 'hont'. Hoewel we het woord in de oude rekeningen van de Gelderse hertogen niet tegenkomen, moeten we voor de betekenis van dit 'hond' waarschijnlijk toch teruggaan tot de Germanen. Het Germaanse volk was verdeeld in edelen, vrijen en (onder)horigen. Honderd vrije gezinnen vormden met hun aanhang van onderhorigen het zg„ 'hontschap', dit is honderdschap. De hontschap was in 10 afdelingen ingedeeld en 10 hontschappen vormden een gouw. De grondslag voor het bestaan van de Germanen was het allodium of allodiaalgoed, het nietleenroerig, niet-persoonlijk, maar gemeenschappelijk eigendom. Dit goed werd beheerd door de oudste, de als stemrechtig geborene metgezel. Uit dit 'geboren' stamt ons Nederlandse woord 'boer' (Oudduits 'Bur'). Buiten deze 100 allodia der vrijen, kenden de Germanen nog één allodium voor de edeling, de oerkoning, Huno genaamd of ook wel Hund, Kuno, Kund, Chund, Hind, Hend, Kent, Gent, Kind (vgl. Wittekind!), alnaargelang het dialekt. Zijn allodium heette sadula, sella, sedel-, saai-

35


of selhof (vgl. Se l dijk e in Zeeland, Sellingen in

Groningen en Zaalheuvel in Noord-Brabant). De overige landerijen heetten tesamen de almende, almeinde, waaruit ons woord algemeen ontstond. -Groeide de bevolking van een hontschap te sterk, dan 'werd hieruit een nieuw hontschap gevormd, dat zich vestigde op nieuw te veroveren grond. Het woord 'hont' is mogelijk een verbastering van het woord honderd; het is er in ieder geval mee verbonden, en het leeft dan ook in allerlei maatbenamingen voort. Een 'hondje' is een dubbeltje en een 'hond' is een akkerraaat (1/6 deel van een morgen of 20 roeden, ook wel 100 vierkante roeden). Het woord kor.it ook voor in de betekenis van spaargeld. Een dialektische vorm van hond is 'gend', waarvan het Latijnse gens (stam, gezin) is afgeleid, evenals het Latijnse centrum. Uit het Keltische 'cant' ontstond het woord cantoru Het centrum van het openbare leven in een hondschap was de vergaderplaats of maalstede, vaak verborgen in een kloof, bos of aan een meer of stroom. Daar, waar geen water in de buurt was, was ze toch meestal gelegen in de buurt van een bron (vgl. Born en Borne). De maalstede bestond uit een met dicht struikgewas en vaak met een wal en een gracht omgeven plaats. Op de rnaalsteden, waar alle rechtszaken, huwelijken, verdragen, enz. werden gesloten en afgekondigd, stond het 'maal' (mallus), een eik, es, beuk of linde, waarin het rnaalteken (X) was gesneden. Soms, vooral later, was het maal ook een stenen zuil, waarin de hamer van Donar, het oeroude gerechtsteken, of een zwaard was ingehouweru Niet alleen een hontschap, maar ook een gouw had zijn heilige plaats. Deze was veelal gelegen bij een knooppunt van grote wegen of bij een doorwaadbare plaats in een rivier (Oudduits 'Furt', waarvan ons 'foort' in bijvoorbeeld Amersfoort, V/eurt en Af f erden is overgebleven) . Zelfs een volksstam of een groep van gouwen kon een offer-

36


plaats hebben: een 'halgadora' (hal = man; hailaga, halga = heilig; dom = plaats). Uit halgadom ontstonden diverse plaatsnamen, bijvoorbeeld Domburg, terwijl de afkorting 'dom' werd en wordt gebruikt voor bepaalde kerken. Op de maalsteden werden dan ook in latere tijden vaak de Romeinse tempels en vervolgens de eerste christelijke kerken gebouwd. In de oertijd lieten de Germanen het witte ros, met de halster los om het maal geworpen, rondlopen. Al lopende vormde het de heilige ring, welke de priester betrad, waarna de ring gesloten werd door de 'bur-en' , de vrijgeborenen (vgl. de zegswijze: in besloten kring). Ia beĂŤindiging van de plechtigheid, of dit nu een doodvonnis was of een huwelijksvoltrekking, werd steevast een srnulpartij gehouden, waarvan de duur 'maaltijd' heette. De Latijnse uitdrukking 'ad mallum vocare' (voor het gerecht dagen) kreeg dan ook de bijbetekenis van een uitnodiging voor een etentje. Van het op de maalstede gesloten huwelijk stamt ons woord 'gemaal' af en het teken van de trouwring. Bevond de maalstede zich in de tijd van de Germanen in de openlucht, later werd zij verplaatst naar een open, maar overdekte 'halle' van de zaalhof, en heette dan kortweg 'zaal'. Nog een ander woord is volgens sommigen van het maal afgeleid. Bij vreugdefeesten zouden als afgoden verklede mannen op paarden rond het maal gereden hebben, waaraan dan de kermiskaroussel zijn ontstaan zou danken (deze wordt in veel streken nog steeds 'mallemolen' genoemd). M. BERGEVOET Jr.

37


Literatuur; 1) G. Krckelberg, Plaatsnamen in en buiten Limburg, II in 'De Nedermaas', 10e jrg. nr. 3> okt. 1932, en IV in idem nr. 7, febr. 19332) Van Wijk, Boerderijnaaen, pag. 92. 3) Th. Dorren, Woordenlijst, pag. 84. 4) Ch. Walter, 'Mittelniederdeutsches Handworterbuch'. 5) J. Verdam, Middelnederlandsch Handwoordenboek. 6) M. Schonfeld, Veldnanen in Nederland, in Mededelingen van de Kon. Ned. Academie van V/etenschappen, afd. letterkunde, Nieuwe Reeks, deel

12, nr. 1 (19^9), pag. 89. DIALEKTKOMMIS.SIE Door de Maas en Waalse brief, die Willy van Oss uit Druten elke maand over de RONO uitzendt, door de dialektverhalen van Rien van den Heuvel uit Leeuwen, eveneens nu en dan door de RONO uitgezonden, en ook al door de publikaties van onze redaktiesekretaris, alias Knil van de Kiepelenberg, in 'De Gelderlander' is er binnen en buiten onze Vereniging een vrij grote belangstelling voor de streektaal ontstaan. Wij zouden daaraan een meer gerichte vorm willen geven door het instellen van een Dialektkommissie, die bijvoorbeeld tot taak zou krijgen een zo volledig mogelijke Maas en Waalse Woordenlijst uit te geven. Daarin zou behalve de woordenschat van de gelukkig nog springlevende omgangstaal ook de terminologie van verdwijnende beroepen systematisch moeten vrorden opgenomen. We denken aan: klompenmakers, riviervissers, kooikers, hoepel- en mandenmakers, tabakstelers, rietdekkers, enz. Wie in deze kommissie zitting wil nemen, wende zich zo spoedig mogelijk tot het Verenigingssekretariaat.

38


KOORTSBOMEN IN MAAS EN WAAL

Vroeger, als schooljongen, ben ik midden in de winter eens van Leeuwen naar Bergharen gefietst om tekijken of het waar was dat de 'heilige boom' op de Kapelberg 's winters groen bleef. Het mij zo vaak vertelde verhaal van de eeuwiggroene boom bleek niet te kloppen, hij stond er even kaal bij als alle andere linden. De 'heilige boom' van Bergharen is op 15 maart 196^ zelfs omgewaaid. Maar in hetzelfde jaar, op 8 augustus, verscheen er in het 'Brabants Dagblad' een bericht over een andere wรณnderboom in Maas en Waal, een eik bij de St. Walrickkapel in Overasselt, die volgens de verslaggever toen nog steeds werd gebruikt om koorts af te binden. Uit een verhaaltje in de 'Geldersche Volksalmanak' van 1839 blijkt dat ook aan de 'heilige boom' van Bergharen tot in de vorige eeuw koortsverdrijvende kracht is toegeschreven. In 1937 wordt dit door de Bergharense gemeentesekretaris L. van den Heuvel zรณ fel ontkend dat hij in zijn boekje 'Onze Lieve Vrouw ter Nood Gods' , bijna 100 jaar later, een posthume polemiek begint met de schrijver van de Volksalmanak, dominee O.G. Heldcring. Het

39


leek mij interessant de teksten van Heldering, Van den Heuvel en de

Brabantse Dagbladjournalist eens ter vergelijking onder elkaar te zetten. jvo De heilige linde (bij Burgharen) Eenzaam verheft zich op eenen der heuvelen, niet ver van Burgharen, in Kaas en V.'aal, een statige lindenboom. Zijne sierlijke en regelmatige vermen bewijzen genoeg, dat nimmer aks of bijl zijne natuurlijke schoonheid verstoorde of vernietigdeâ&#x20AC;&#x17E; Van onder den boom heeft men een prachtig vcrgezigt, dat zich over de schoonste velden naar alle zijden uitstrekt. Daar mogt in vroegere jaren misschien gaarde een kluizenaar zijne woonplaats opslaan; nog vroeger was het een plekje, waarvan v/i j begrijpen kunnen, dat het den eersten inwoner dierbaar moet zijn geweest, die zich gaarne aan de helling van cenen heuvel bij eene bron, of in een statig bosch nederzette. - Wie vroeger hier gewoond heeft, weet v/cl niemand. Het puin, dat op den grond verspreid ligt, en eene houten bus, mot de uitnoodiging: 'Gedenk den armen; 1 doen vermoeden, dat hier eenmaal eene kapel stond. Ook het vrome landvolk bevestigt dit; zij weten ook nog van eene ' Stabar Kater' te spreken, maar het is ditmaal niet naast het kruis, neen! de Zoon rust, van het kruis gonoinen, in hare liefdevolle moeder-armen. Heilig tooneel: O; zeide mij eene oude vrouw, wij zouden dat beeld zoo gaarne weder hier hebben; maar het is in eene naburige kerk, en men wil het ons niet weder geven. 'Goede vrouw,' dacht ik, hij is niet verre van u, die 'gij zoekt; en zalig die niet zien en toch gelooven!' Nog meent het eenvoudige landvolk, dat eene bedevaart herwaarts een volmaakt middel tegen de

4O


koorts zij, zelfs een kousenband, aan den boom gebonden, zoude voldoende zijn. Het moedertje zeidc mij echter: 'als hier iets van kracht zal zijn, dan zeker het vrome gebed.' 'Amen,' zeide ik en dacht: 'God is een geest, en die Hem aanbidden willen, aanbidden Hem in geest en in waarheid!'

O.G. Heldering, Gcldersche Volksalmanak', 1339.

' bijtende boeldstormerszalf'

Omdat na afbraak der kapel (door de hervormden) de toeloop der bedevaartgangers toch nog bleef aanhouden liet de Schout de plaats door zijn

dienders bewaken om die menschen te weeren, hij bleek echter onmachtig ora de volksdevotie te doen verdwijnen. Bij nacht en ontij kwamen ook nog veleKaas en V/a Iers ter plaatse bidden. Toen de vervolgingswaanzin wat luwde en het toezicht verslapte

werd (waarschijnlijk tusschen de jaren 1670-1675) midden op de plaats waar de kapel eens stond,

thans nog door het overgebleven puin duidelijk aangewezen, een lindeboom geplant, door het volk de 'Heilige Linde' genaamd. Deze linde hield bij het volk de herinnering levend aan een grootsch verleden (...) Bij gemis

aan eene kapel werd hij het middelpunt waar men Onze Lieve Vrouw ter Nood Gods wilde vcreeren als voorheen door gebed en offer. Bij het Heilig Boomke werd een offerblok geplaatst wiens inhoud ten

goede kwam aan de armen der parochie (...) Vooral in de goede week en met Allerzielen was het er

druk op de kapclbcrg en de Bcrgharenschc vrouwen hielden nog tot in het midden der vorige eeuw het gebruik in stand om in de nacht van Goeden Vrijdag tot bij Zonsopgang van Paasch-Zaterdag en op Paasch-

Zondagmorgen bij de H. Linde den rozenkrans te bid-

4/


den. De meer begaafden onder hen hieven dan bij 't eerste zonnegloren, onder groote emotie van alle aanwezigen, 't 'Vespere autem Sabbati' aan en allen keerden blijde huiswaarts. (De schrijver citeert vervolgens het hele verhaal van ds. O.G. Hcldering uit de 'Geldersche Volksalmanak'.) Vaj begrijpen het wel, dominee. De bijtende becldstorracrszalf van dominee Heldering was nu juist geen geschikt middel on de geslagen wonde te heelen en het geleden onrecht te doen vergeten evenmin als zijn kleineerend geschrijf over bedevaarten herwaarts van het eenvoudige landvolk en dan de even hatelijke als domme beschuldiging van bijgeloovige praktijken als zou het tienvoudige landvolk rneenen dat 't aanbinden aan den boom van 'n kousenband een volmaakt middel zij tegen de koorts. Als dominee Heldering hierover gesproken had met het eenvoudige Bergharensche moedertje, zou hij dit ni^t hebben laten drukken. Het moedertje zou hem verteld hebben dat de aan de H. Linde aangebonden kousenbanden e.d. evenzoovele cxvoto's moesten beduiden, tot dankbetuiging aan Onze Lieve Vrouw, voor op haar voorspraak reeds verkregen genezingen van de koorts. Dominee Heldering had toch wel een gemakkelijke taak 't eenvoudige moedertje met zijn bijbeltekst te verslaan. Jammer dat niet een meer bevoegde in bijbelkennis daar ter plaatse v/as, want deze zou Zijn Eerwaarde hebben geantwoord: Ik begrijp dat gij dit vrouwtje haar uiterlijke devotie wilt verwijten door Uwe aanhaling van den tekst uit Joannes k hfst. 22 vers. Zeker de ware Godsvereering moet volgens de daaraangehaalde tekst geestelijk zijn en dus vrij van alle beperking welke door tijdelijke, nationale of plaatselijke factoren veroorzaakt wordt, en meteen wordt door Uwe eigen aanhaling de verwoesting dezer kapel, door Uwe geloofsgenocten, veroordeeld. (...) Tot op den dag van heden, komen nu en dan bedevaartgangers niet enkel uit Bergharen maar ook


De Molenstraat in Boven-Leeuwen is genoemd naar de standerdmolen, die daar in de eerste wereldoorlog nog stond. Het gebouw op de voorgrond diende echter toen al als 'hulpmolen', aangedreven door een stoommachine.

De oudstbekende foto van de Koningsweg in Puiflijk met de Oude Toren op de achtergrond. Heggen, hooimijten, houten achtergevels en lindebomen bepaalden het dorpsgezicht. -43-


De ruine van de St. Walrickskapel in Overasselt. Rechts de koortsboom. Volgens de laatste berichten wordt er nog steeds lijfgoed in de takken gebonden.

Welgeteld staan er op dit plaatje uit het begin van de eeuw zeventien Alphense mensen. Het werd genomen op de Maasdijk bij het CafĂŠ van J. van Wichen. Wie kan de poserende dames en heren nog met name noemen? -44-


uit den omtrek bij de H. Linde hunne belangen aan Onze Lieve Vrouw aanbevelen, exvoto's bij of aan den boom ziet men niet meer, ook is de offerblok verdwenen vanwege publieke onveiligheid.

L. van den Heuvel, Onze Lieve Vrouw ter Nood Gods te Bergharen, Maastricht 1938.

Bijgeloof in Overasselt Er wordt in Nederland nog altijd op paganistischc wijze koorts afgebonden. Een kilometer buiten Overasselt, naast de ruine van de Benedictijner Sint Walrickskapel, op een open plek in het bos, staat de enige koortsafbindboom van Nederland. Wie door koorts wordt geplaagd en aan een van de takken een reepje lijfgoed bindt, zal subiet beter worden, zo luidt de legende. Er wordt nog altijd druk gebruik gemaakt van de genezingbrengende werking van deze wonderboom. Her en der in het dichte bladerdak verspreid, wapperen tientallen lapjes stof in de wind. Er is niemand die historisch raad weet met dit nog steeds voortlevende bijgeloof. Er bestaat een sage, die vertelt hoe Willibrordus in het jaar 727 in deze streek de dochter van een gevreesdeboeman (een inwoner van het naburige Heumen) van de koorts genas. Uit dankbaarheid offerde zij een van haar haarvlechten. Zij hing die in de takken van een boom. Vader en dochter gingen bovendien over tot het geloof van de evangelist. Dat moesten zij met de dood bekopen, want medebewoners zagen deze overgang als verraad en vermoordden beiden. Later toen meer boemannen tot het christendom waren bekeerd, werd het graf van vader en dochter van kruisen voorzien: aldus ontstond het koortsverdrijvende bedevaartsoord.

45


Karel de Grote, zo wil een andere sage, vond op deze plaats ook genezing. Als dank stichtte hij een kapel voor een van zijn Benedictijner kapelaans uit het Picardische St. ValĂŠry sur Somme. Historici spreken evenwel een andere taal. Zij ontdekten dat in de eerste helft van de 12e eeuw een Benedictijner kapel nabij Overasselt gestaan heeft. Maar pas in de 1?o eeuw kwamen Franse kloosterlingen in hot "bezit ervan. Oudheidkundigen hebben op deze plaats ook enkele procfopgravingen verricht. Hun arbeid bleef zonder resultaat, Zij vermoedden te doen te hebben met een heidense offerplaats, die door de bouw van de kapel moet zijn gekerstend. Langzamerhand ginen allo bewoners van de streek tot het christendom over, maar het geloof in de koortsverdrijvende kracht van de wonderboom bleef bestaan. Anno 196^ leeft het nog voort. In het geheim komen familieleden van zieken een lapje stof in de takken binden. "Ik zie ze nog vaak genoeg komen/ 1 vertelt mevrouw H. van Hout, die op nog gotn 100 meter afstand van de koortsruine ijs verkoopt. "Soms vragen ze mij de weg. Zij komen vooral uit deze streek, maar ook wel van vor weg, vooral uit het westen van het land. Mevrouw van Hout heeft nog de tijd meegemaakt dat men gezamenlijk in bedevaart naar kapel en boom trok. Als er een zieke was in een dorp in de buurt, liepen alle bewoners biddend naar de kapel. Tevoren was er een stukje van zijn kleding in de boom gebonden. Want de overlevering schrijft voor dat dat niet door vreemde ogen mag v/orden gezien." !i En hielp het?" vraag ik mevrouw van Hout vol verwachting. "Jazeker!" zegt zij, met heilige overtuiging. De laatste tientallen jaren is er geen bedevaart meer gehouden. "Tegenwoordig heb je koortspillen en daar zakken de koortsen ook van," zegt zij. "Maar verleden jaar is hier een man geweest, wiens dochter door de dokter was opgegeven. Hij had overal gebeden en kwam hier iets opbinden.

46


"Ik kom u vertellen hoe het mijn dochter vergaat," beloofde hij. ;iEen paar maanden latc-r kwam hij terug, mét zijn dochter. Zij was helemaal beter geworden." Een merkwaardige plaats dus, deze open plek in het bos met zijn enigszins, maar zonder veel fantasie gerestaureerde kapelruine en de koortsverdrijvende eik. Het is de enige plaats in Nederland, die van heidense oorsprong is en nog altijd in bijgelovige ere wordt gehouden. In de oude eik wapperen de stukjes kleding van genezingzoekende zieken: stukjes ondergoed, een reepje kant, een zijden sjaaltje en een zakdoek. Maar de vraag is of de koortsen inderdaad verdreven zijn. Hoe het ook zij, de oude eik heeft er in ieder geval niet onder geleden. 'Brabants Dagblad', zaterdag 8 augustus

Dat de koortsboom in Ovcrassclt minder uniek is dan de verslaggever van het 'Brabants Dagblad' scheen te denken, blijkt alleen al uit het verhaal van de Bergharense linde, maar onder folkloristen is het verschijnsel zelfs uit tientallen andere plaatsen in Nederland en Vlaanderen bekend. In zijn 'Folkloristisch Woordenboek' brengt K. ter Laan een groot aantal gegevens over koorts, koortsbomen en koortskapellen bij elkaar, ïïij laten er hier enkele volgen.

Voddckapelleke De oorspronkelijke bedoeling is dat de koorts wordt overgedragen op de boom. De lijder bindt (onder het opzeggen van een toverspreuk) zijn kouse-


band om een eikeboom; een stroband helpt ook; de koorts wordt afgebonden. (. .. ) Daarbij behoorde dat de lijder zich onder de nagel in het leven sneed en dan onder de bast van de boom sneed; het bloed uit de vinger moest zich vermengen met het sap van de boom. (...) De boom was een eik, maar ook wel de vlier. De kouscband of de stroband moest om de boom worden aangebracht en dan moest de lijder weglopen zonder om te zien; (...) Er mocht niet bij gesproken worden. Een derde wijze van doen was, een gat in de stam te boren en daarin haar of nagelknipsel van de lijder te leggen; zelfs is 't voldoende, als op een papier zijn naan geschreven staat. Ook kan de koorts met spijkers in de boom worden geslagen. Bij de kapel van Sint-Lenderik bij Vilvoorde noet de kouseband eerst gedoopt worden in het water van een bron aldaar; dan l".at de lijder hem vallen door het kijkgr.t van de deur der kapel. Tussen Hasselt en Wimmcrtingen bindt men d^ koorts aan een wilgeboom, kort bij een kapel, net een strowis, een lap of voddc. Zo bindt nen ook lintjes en draadjes aan 't hek van verschillende kapellen,

bv. te Oplinter in Z. Brabant ('t Daghct, 1896, 96). (...) Nog 2 ^880 maakte de vader een kerf in een twijg, als zijn kind du koorts had; dan werd het takje gepoot op een plaats, mar 't kind vaak voorbijging; de koorts moest dan op het twijgje overgaan (D.B. II, 14). (...) Vanneer een koortslijder een boom oen half uur met een touw ranselt, gaat de koorts op de boom over (A. ?1). Elders legt men wat haar van de zieke in een stukje van zijn kleren in een gat van een wilg en men sluit het gat met de pin van een meidoorn; bij 't naar huis gaan mag niet gesproken worden (Sloet). Iemand uit Holysloot kon ook de koorts aan een boon geven, o.a. door een haar uit de kruin


van een patiënt te trekken en daarbij enkele woorden te prevelen;' de boom begon dan te trillen. Als de boom dood v/as, was de koorts over (B. 372). Het

is niet nodig dat de koorts juist op een boom wordt overgedragen. De ziekte kan worden verbrand, in 't water geworpen, begraven, verkocht, weggegeven, door middel van enig voorwerp, dat in aanraking is geweest met de lijder en liefst met het zieke lichaamsdeel. (...) De koorts wordt daarbij gedacht als eon zelfstandig, levend wezen. Zo is er te

Trekschuren in Belgisch Limburg aan de weg naar Luik een kapel ter ere van G.L.V. ter Koorts, het Voddekapelleke genaamd. Want daar worden luiers, homdjes, rokjes, mutsjes aan het traliewerk van de deur gebonden onder het opzeggen van het rijm:

Oude vuile wei Ik bind do koorts aan uw zij. » . ; daarna moet men zonder omzien weglopen, "om de geest te verschalken, opdat hij niet terugkonc"

(Limburgse Volkskunde II, 51). Hutzelfde te Bovenwezelt; (ook in Belgisch

Limburg, aan de Maas, ten N. van Maastricht). Aldaar binden de bedevaarders de koorts af, door zwijgend een lint of draad te bevestigen aan de deur der kapel en er dan zonder omzien van door te gaan (Blz. 108). Hetzelfde vroeger aan de toren te Veldhoven (C.V. 1896, 200). En aan de holle lindeboom te Eersel; de lijder kroop er driemaal om heen en bevestigde dan een lint of touw aan een van de takken.

De Cock geeft in zijn 'Volksgeneeskunde' op, dat er koortskapellen bestaan te Denderleeuw, Denderbelle, Denderwindeke, Liederkerkc, Oultre, Herders era en Herenthout.

K. ter Laan, Folkloristisch Woordenboek van Nederland en Vlaams België, 's Gravenhage 19^9De kouseband droeg overigens niet alleen ziekelijke , maar ook gezonde

49


'koortsen' over. Ter Laan (a.w.) vertelt: "Kousebandcn v/orden op Goode Vrijdag meegebracht door do meisjes, die een goede man willen hebben. Ze binden de kousebanden vast r. a n de tralies van een kapel, o.a. op de Kruiskensberg te Bevel bij Lier (Peeters, 41)." Mogelijk hebben de kousebanden aan de 'heiige linde' (de eeuwiggroene levensboon) van Eergharcn óók iets met de 'koorts der verliefdheid' te maken gehad. Van den Heuvel vertelt van een merkwaardig vrouwongebruik in de nacht van Goede Vrijdag en zijn verhaal over het eerste zonnegloren, door deze vrouvcn onder grote emotie bezongen, roept de sfeer op van een soort 'kosmische erotiek'. Dat de bedevaarten bij hun religieuze cok een erotische funktie vervulden en vaak mot de kermissen konkurreerden als 'huwelijksmarkt', is bekend. Het gold evengoed voor Bcrgharen. Een recente reportage van Wim van Helden over de bedcvarvrtplaats van Onze Lieve Vrouw ter Nood Gods, gepubliceerd in het Bossche Bisdomblad van 11 augustus 1972, begint met het volgende rijmpje: Naar den Bricl ga je voor je ziel Naar Lourdcs ga je voor een man Kom je daar niet klaar Dan ga je naar Kcvclaar Maar die 'schatten' wil vergaren Hij kcme naar Bcrgharcn!

De schrijver heeft het gehoord van

5O


u

een inhemer uit genoemd dorp."

Koortsboraen zullen intussen wel uit de tijd zijn. Bomcnkoorts is er voor in de plaats gekomen. En dat lijkt me een heel gesonde kwaal, want mensen en bomen zijn op deze planeet vitaal met elkaar verbonden. jvo 'HIER EN GINDER' Een 'historisch' maandblad Al meer dan 12y jaar (pas word het koperen

jubileum gevierd) geeft het Missiethuisfront van Bergharen, Hemen en Leur een eigen maandblad uit. In 2 kolommen gestencild en rijkelijk verlucht, vaak

met minutieus uitgewerkte pentekeningen van de jonge bouwkundige tekenaar Hugo van Capelleveen. Elke maand 8 a 10 pagina's in een oplage van 900: wij van ' Twecstromenland' weten wat dat zeggen wil, tekst schrijven, stencils tikken, afdraaien, vouwen, nieten, snijden, bezorgen, verzenden! Grang feliciteren wij de uitgevers, Jan van Gelder en

zijn team, met hun jubileum - en tevens prijzen wij onszelf gelukkig dat ' Tweestromenland' gastvrijheid is aangeboden op de pers van 'Hier en Ginder',

Want voortaan rnogen wij gebruik maken van de elektrische stencilmachine, die 'Hier en Gindur' in 12! jaar noeste handarbeid heeft 'verdiend'. Voor onze trouwe 'produktiemedewerkers', de heren B.F. van Capelleveen en J.M. Snolders met hun echtgenoten, zal .deze vooruitgang een voelbare ontlasting betekenen. Aan de pers van 'Hier en Ginder'

is de geschiedenis niet vreemd. Jan van Gelder brengt in ieder nummer de beschrijving van een historische boerderij of een antiek huis in zijn gemeente. Voor de ongelofelijke prijs van Ć&#x2019; ^,-- per

jaar krijgt u het blad maandelijks thuisbezorgd.

5/


DE WINDMOLEN VAN BATENBURG

Als we vanuit het stadje Batenburg de Maasdijk in oostelijke richting volgen, treffen wo een windmolen aan die tot het oudste molentype van ons land behoort. Het is een standerdmolen voor het malen van graan. De molen behoorde al vroeg tot de goederen van het kasteel. Reeds in 1531 gaf de hertog van Gelrc, Karel van Egmond, aan de toenmalige heer van Batenburg, Herman van Bronkhorst, toestemming tot het bouwen van een windmolen. Helaas zijn bijria alle gegevens over deze molen, tijdens de brand van 1795 in het kasteel, verloren gegaan. Toch zijn er nog enkele interessante dingen te vermelden. Naar het zich laat aanzien, lijkt de tegenwoordige molen in de 18e eeuw te zijn gebouwd. Alleen het uiterlijk is tegenwoordig anders clan vroeger. Oorspronkelijk was het een open standerdmolen, d.w.z. dat het dragende stel kruisbalken niet de schoren open waren, zodat weer en wind vrij spel hadden. Tot het begin van de 19e eeuw is deze toestand zo gebleven. Rond 1860 is de achtkantige stenen onderbouw aangebracht. Voorts zijn in de jaren 19^3 en 1960 restauraties uitgevoerd. Zoals gezegd behoorde de molen lange tijd tot de goederen van de heerlijkheid Batenburg. Na de tweede wereldoorlog werd hij echter als vijandelijk vermogen in beslag genomen, omdat hij toen in handen was van de Duitse vorsten van Bentheim-Steinfurth. In 1957 werd de molen eigendom van de heer H. Th. Verploegen, die voordien pachter van deze molen was. De molen, zoals we hem thans kennen, heeft

52


een vlucht van 23,5 meter. Het wiekenkruis zit op een gietijzeren as van 5,5 meter lengte en de molen is voorzien van een troramelvang. Zoals gebruikelijk bij dit molentype, is het maalwerk over twee verdiepingen verdeeld. De eerste verdieping is de maalzolder en de tweede verdieping de stcenzolder. Het hele molenaarsbcdrijf is in de 'kast' te vinden. De via het luiwerk aan de achterzijde van de molen opgehesen zakken graan worden in de beide maalstoelcn tot meel verwerkt, hetgeen op de mcolzoldcr wordt verzameld en in zakken gedaan. Met hetzelfde luiwerk wordt vervolgens het geproduceerde nic-el weer afgevoerd. Als de molen in vol bedrijf is, kan er wel drie tot vierduizend kilo graan en meel in de molen aanwezig zijn. Een duidelijk aanwijsbare reden dus waarom de onderbouw van dit molentype zo zwaar moet zijn uitgevoerd. Dankzij do nog vrij recente restauratie, die aan deze molen zeker besteed was, verkeert hij in een uitstekende staat. Laten we op deze molen, e e n van de ongeveer veertig stuks die er in ons land nog staan, toch vooral zuinig zijn, zodat dit juweeltje van niolenbouw nog lang de Maasdijk moge sieren.

F. J. VAN CAPELLEVEEN

Literatuur: 1) Ir. F. Stokhuyzen, Molens, 1961 2) Gelders Molenboek, 1969

53


PLAATSELIJKE WERKGROEPEN

Onze- Vereniging heeft in de loop van 1972 een bijna koortsachtige groei ondergaan. Het ledental nadert de 4OO. V.'c zijn daarmee een van de

allergrootste oudheidkundige verenigingen in Gelderland geworden. Dat is ongetwijfeld te dankan aan een toenemend historisch streokbewustzijn, dut de laatste jaren sterk is gevoed door de boeken van ons erelid Huub van Heiningen uit Alphen en ook door de intensieve aandacht die ons aller lijfblad 'De Gelderlander' in een of andere vorm bijna dagelijks aan hot verleden van ons werkgebied besteedt. Dankzij de uitbreiding van het ledental kon 'Tweestromenland' zelf vaker naar buiten treden in o t (drukbezochte) dia-avonden, lezingen, tentoonstellingen en exkursies. Maar do belangrijkste groeifaktor schuilt waarschijnlijk toch v/el in het plaatselijke werk van onze leden. In Ewijk-ĂŻĂŻinssen, 1T'amel en Dr c unie l werd dit jaar een foto boekje samengesteld voor de reeks 'In Oude Ansichten' van de Europese Bibliotheek in Zaltbornmol. In andere dorpen ontstonden plaatselijke werkgroepen of althans een aanzet daartoe - en in de praktijk blijken dat wel de sterkste lodentrekkers voor onze Vereniging te zijn* Afferden In Afferden ontwaakte de historische belangstelling op Het Hoog, waar een aantal inwoners zich liet lot van de Oude Toren begon aan te trekken. Herman Croonen en Frans Belgers verzamelden gegevens en oude foto's. Zij stelden een interes-

54


santé en nog steeds groeiende diareeks samen. Op 8 september '72 liet Herman Croonen in het 'Bisdomblad' een volle pagina over de geschiedenis van Afferden verschijnen. Er •werd een restauratieplan voor de Oude Toren opgesteld en als verzoekschrift bij de bevoegde instanties ingediend. In het tijdschrift 'Antiek' verscheen een kunsthistorisch artikel over de Afferdense Piëta van Hendrik Douvermann, die omstreeks 1520 door deze Ncderrijnsc beeldhouwer gesneden moet zijn. Het kerkbestuur van Afferden heeft besloten dit zeldzame beeld te laton restaureren. Bergharcn Bergharen, Hemen en Leur zijn al geruime tijd gcschicdenismindcd' gemaakt door het herstel van het Hernense Kasteel, de restauratie van het Hervormde kerkje in Bergharen, de vele publikaties 1

van Jan van Gelder in 'Hier en Ginder' en het verslag van diverse bodenvondsten in 'De Gelderlander' . Ook hier groeide het ledental van onze Vereniging door persoonlijke werving. Er werd een begin gemaakt met het opzetten van een werkgroep, het inzamelen van oud fotomateriaal en archiefstudie, om zo geleidelijk te komen tot een 'gemeentelijk geschiedenisboekje'. Pu i f lijk Aangestoken door de aktiviteiten van Afferden, vormde zich in Puiflijk een plaatselijke afdeling binnen onze Vereniging, die nu ruim 60 Iedertelt. De afdeling organiseerde zich in een bestuur met enkele werkgroepen. Een daarvan is onderleiding van Nico Timmers begonnen met het schoonmaken van de Oude Toren en het verzamelen van de

55 '


verspreid liggende brokstukken van een uit daterende grafzerk. Een andere werkgroep stelde uit oud foto- en prentenrnateriaal een reeks van ca. 150 dia's samen. Een derde groepje werkt aan de voorbereiding van een plaatselijke tentoonstelling in de hal van de basisschool. Mochten er in andere Maas en Waalse dorpen of in het Rijk van Nijmegen soortgelijke initiatieven genomen worden tot het formeren van een plaatselijke werkgroep, dan wil het Verenigingsbestuur daar graag komen praten over de organisatorische opzet en de taakverdeling, waarbij geput kan v/orden uit de ervaringen die nu her en der zijn opgedaan.

MIDDELEEUWSE VONDSTEN IN EWIJK Begin 1972 zijn er in Ewijk bij de bouw van bejaardenhuisjes, tussen de Hoogstraat en de Klaphekstraat, middeleeuwse bowoningsresten gevonden. Deze bestonden uit een aantal afvalkuilen die gevuld waren met organische afval, beenderen van huisdieren en een grote hoeveelheid scherven van grijze kookpotten en Pingsdorff aardewerk» Ook is er nog een houten drinkwaterput ontdekt» Het geheel was te dateren als 11e en 12e eeuws.

C.P.J. VAN KOUWEN


MILIEUFRONT

Als een enigszins wilde loot aan de boom van de Historische Vereniging is dit jaar geboren het 1 liilicufront Maas en V/aal', dat zich ten doel stelt het behoud en beheer van natuur en landschap in ons werkgebied: geen strikt historische taak, maar niettemin een die met het streven van onze Vereniging nogal wat raakvlakken heeft. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat het Milieufront een kommissie van de Historische Vereniging zou gaan vormen. Maar uit de grote toeloop van strijders en hun vrij fel op aktuele beleidskwesties gerichte interesse werd al gauw duidelijk dat Milieufront en Historische Vereniging hoogstens tot een incidentele samenwerking zouden kunnen komen. Misschien is het toch goed het onderlinge kontakt te bewaren, bijvoorbeeld door onzerzijds een 'Kommissie voor Natuurbehoud en Landschapsbescherming' in te stellen, die het Milieufront speciaal daar gaat steunen waar typisch kultuurhistorische landschapselementen zoals eendenkooicn, wielen, rictputtcn, boerderijbeplantingen, meidoornheggen, lindebomen, enz. in het geding zijn. V/i e voelt er v/at voor? STREEKHISTORISCHE BIBLIOGRAFIE Onze leden Hâ&#x20AC;&#x17E; Bergevoet, H. ten Boom en drs. G.J. Hcntink hebben voor komend jaar de taak op zich genomen een zo volledig mogelijke lijst samen te stellen van boeken, brochures, tijdschriftbijdragen en kranteartikelen die tot dusver over of in verband net ons werkgebied verschenen zijn. Zij hopen deze 'streekhistorische bibliografie' in de loop van ons jubileumjaar 197^ te publiceren. Wie titels wil aandragen of anderszins bij dit enorme karwei behulpzaam wil zijn, molde zich;

57


Meikevers kennen we nog wel, maar wie herinnert zich de PAARVLUCHTEN VAN HET OEVER- OF SCHORAAS

"Tekenend (voor de achteruitgang van het milieu) is de geschiedenis van het geheimzinnige Oever- of Schoraas (Palingcnia longicauda), een tot de Haften behorend insekt, waarvan de larven vroeger in het rivierzand leefden en de volwassen dieren eind juni op enkele avonden in zulke- ontelbare hoeveelheden hun paarvluchten hielden, dat na afloop van het kortstondig huwelijksfeest rivieren en uiterwaarden met een centimeters dikke 'sneeuwlaag' van inmiddels gesneuvelde exemplaren bedekt moeten zijn geweest,, Onze voorouders schepten de overblijfselen van deze tere Eendagsvliegen, zoals ze ook wel genoemd werden, met emmers tegelijk op om ze vervolgens als lokaas te gebruiken bij de visvangst. (...) Terwijl dit massale vliegen van liet Oevcraas tot kort voor 1900 een jaarlijks terugkerend schouwspel was, is het dier plotseling overal van het toneel verdwenen en schijnt het in 1920 voor het laatst gezien te zijn langs de Maas bij Gennep. " 'Wilde Plan ten', Doel 2, Het_JLag_e_Land Het even trieste als boeiende verhaal van het Oeveraas staat op pag. 178 van bovengenoemd bock, een magnifieke uitgave in groot formaat van de

'Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten', Herengracht 5^0 in Amsterdam. Het behoort tot een driedelig werk over de flora en de vegetatie in onze natuurgebieden, en het hier aangehaalde Deel 2 behandelt in de tweede helft het Rivierengebied.

58


Samensteller is de Groesbeeksc prof. dr. V. V/esthoff met een team van medewerkers, al wekt de tekst de indruk door één hand geschreven te zijn. ÏJn dat was een mecsterhand. Het lijkt misleidend een boek over ''"ilde Planten' te introduceren door er een verhaaltje uit te lichten dat over dieren gaat. Haar het karakteristieke van dit werk is juist dat het op een zeldzaam suggestieve manier het verband tussen water, bodem, plantengroei, dierlijk leven en menselijk ingrijpen aan het licht brengt. V'i e nog dacht dat vegetatie en fauna met geschiedenis ?reinig of niets te maken hebben, blijkt na lezing van 'Wilde Planten' óf achter óf op zijn tijd vooruit te lopen. Ook dit boek maakt ons weer duidelijk dat de menselijke 'vooruitgang' in een onleefbare eindfase dreigt te komen, omdat wij buiten de allesvoedende kringloop van de natuur treden. 1-iaar tot dusver is onze geschiedenis behalve de ontwikkelingsgang van politieke en sociale verhoudingen ook een samenspel geweest met water, wind, aarde, zonlicht, planten en dieren. Misschien had Bilderdijk gelijk, toen hij het bouwen van dijken en kribben veroordeelde - misschien zijn deze 'kunstwerken' inderdaad de eerste stappen naar onze ondergang geweest. Van de andere kant beschrijft Westhoff hoe vaak de interessantste biotopen natuurhistorisch gezien pas vrij kort geleden zijn ontstaan aan de zuidhellingen van onze dijken, in oude rivierlopen en doorbraken, waar zich plantengemeenschappen van een unieke samenstelling hebben ontwikkeld. Op veel plaatsen weerspiegelt de flora ook in Maas en V/aal de strijd die de bevolking tegen het water heeft gevoerd. 'V.'ilde Planten', Deel 2, bevat 300 in twee kolommen bedrukte pagina's, honderden foto's, kleuropnamen en aquarellen plus een namenregister van alle in de beschreven gebieden voorkomende planten. De prijs is ƒ ^9,50. Een duur bock, maar de winst is bestemd voor de aankoot) van het Deelerwoud. jvo

59


INHOUD

Elz.

Gemeente-wapens in Maas en Waal. ......... 3 Dreumel en Venlo........................ 7 Batenburg ten tijde van de Hervorming. ... 8 Leste Mèrt.............................. 10 Hot zere been........................... 11 Harkt en markttol van Maasbommel........ 13 In 190^- hadden V/amel en Tiel een brug... 21 Een profeet kuiert door Maas en Waal.... 23 Van Bruten's in Engeland?............... 30 Romeinse fundamenten in IVinssen. ........ 31 Versche Pruimen. ........................ J>k De naam 'Hont'............ .............. 35 Dialektkommissie. ....................... J>8 Koortsboraen in Maas en Waal............. 39 'Hier en Ginder'........................ 51 De Uindmolen van Batenburg.............. 52 Plaatselijke Werkgroepen. ................ 5^ Middclecuwse vondsten in Swijk. .......... 56 Milieufront............................. 57 Streekhistorische Bibliografie.......... 57 Paarvluchten van het Oever- of Schoraas. 58

'TWEESTROMENLANDKALENDER' 1973

met 12 antieke prenten en gravures uit ons werkgebied haarscherp in de modernste druktechniek uitgevoerd met een begeleidende tekst van onze medewerker C. van Kouwcn

nog enkele exemplaren verkrijgbaar bij het Verenigingssekretariaat, voor leden Ć&#x2019; 6,50.

6O

1972  

Tweestromenland Tijdschriften Jaargang 1972