Issuu on Google+

14 Tweewekelijks blad van de Technische Universiteit Eindhoven Voor nieuws: www.cursor.tue.nl en volg tuecursor op enmm

21 maart 2013 | jaargang 55

4 | Schuitje varen ... 6 Het oog van de robot

14 Van oven naar zuurkast

18 Master of Magic

Flip for English


2 | Vooraf

21 maart 2013

Zoete lieve Jetje

Colofon Hoofdredacteur Han Konings

Eindredacteur Brigit Span

Redactie Judith van Gaal Tom Jeltes | Wetenschap Frits van Otterdijk Norbine Schalij Monique van de Ven Berry Zwets (stagiair)

Medewerkers Nicole Testerink Gerard Verhoogt

Fotografie Rien Meulman Bart van Overbeeke

Coverbeeld Bart van Overbeeke

Opmaak Natasha Franc

Afgelopen maandag was onderwijsminister Jet Bussemaker aanwezig op de TU/e. Ze had de middag uitgetrokken om zich te laten informeren over onze strategie voor de komende jaren. Ze werd bijgepraat over onze onderwijsrevolutie en neusde rond in de labs van Robotica en Auto­motive. Ik schoof zelf aan toen ze net onder de motorkap van onze elektrische Volkswagen Lupo dook. Hoogleraar Henk Nijmeijer verzorgde in sneltreinvaart een minicollege over het project, maar Jet was zeker zo geïnteresseerd in de vraag hoe de faculteit eigenlijk aan haar testauto’s was gekomen. Had de autofabrikant ze beschikbaar gesteld, om zo in natura een bijdrage te leveren aan onderzoek waar men ongetwijfeld de vruchten van zou plukken bij de verdere ontwikkeling van duurzame modellen? Nee, de testauto’s waren betaald uit eigen budget, bekende Henk. Je zag het onbegrip bij de minister over deze misplaatste krenterigheid van de Duitse autobouwer. Later, toen het over het hoger onderwijs ging en de klaagzang van het bedrijfsleven over de kwaliteit daarvan, zag Jet

Rewwwind www.cursor.tue.nl In Rewwwind ‘spoelen’ we kort terug naar de afgelopen weken. Welk nieuws is na het verschijnen van de laatste papieren Cursor op de Cursor-site verschenen?

Han Koning s

Bussemaker zet deur open voor TU/e weer een morele taak bij die groep klagers. “Laat ze er dan zelf ook in investeren”, zei ze enigszins verongelijkt. Op de terugweg naar mijn werkplek overdacht ik hoezeer de bakens in de academische wereld zijn verschoven. Werd het bedrijfsleven vroeger min of meer gedoogd als het ging om onderzoek en onderwijs, nu worden bedrijven gezien als potentiële geldverschaffers, die daar volgens de minister ook op aangesproken mogen worden. Zou Jet er ook al over nagedacht hebben wat men er van die kant voor terugverwacht? Want wie betaalt…

Aangesloten bij Hoger Onderwijs Persbureau

Redactieraad prof.dr. Cees Midden (voorzitter) prof.dr. Hans Niemantsverdriet Angela Stevens- van Gennip Thomas Reijnaerts (studentlid) Arold Roestenburg Anneliese Vermeulen-Adolfs (secretaris)

Redactieadres TU/e, Laplace 0.35 5600 MB Eindhoven tel. 040 - 2474020 e-mail: cursor@tue.nl

Cursor online

Wc-eend Wij van Cursor, adviseren…Cursor! Uiteraard. Maar eerlijk is eerlijk, we horen ook graag waaraan we moeten werken en hoe we jullie, studenten en medewerkers, (nog) beter kunnen bedienen! Dus, grijp nu je kans en praat een keer mee over Cursor! Dat wil zeggen over ons magazine, over onze nieuwssite en over onze sociale media. Ben je student of medewerker en wil je een keer anderhalf uur je gal spuwen of je lof uiten? Stuur dan even een mailtje naar cursor@tue.nl. Onze dank is groot!

www.cursor.tue.nl

Oude W-hal maakt kans nieuw rijksmonument te worden 18 maart - Een deel van MetaForum staat op de nominatie om rijksmonument te worden. Minister Jet Bussemaker van OCW vindt de delen die er nog staan van het gebouw dat voorheen de W-hal heette zo bijzonder dat ze behouden

15 maart - Londen blijkt een rijke bron om studenten te werven voor de TU/e. Het aantal potentiële bachelorstudenten dat vanuit Engeland naar Eindhoven kan worden gehaald, lijkt ongekend.

moeten blijven. Naast de W-hal gaat het nog om 88 andere gebouwen en plaatsen uit de periode 1959-1965, de tweede fase van de wederopbouwperiode. De definitieve lijst wordt in het najaar bekendgemaakt.

Die conclusie durft Marjan van Ganzenwinkel wel aan. Zij was deze week voor de TU/e op wervings­ campagne in de Engelse hoofdstad.

Masterstudent TU/e wint Shell-prijs voor beste scriptie

Judith van

Gaal

Druk Advertenties

ik wil het bedrijfsleven vragen zelf meer te investeren in beter onderwijs”, zei de bewindsvrouwe. Het bestuur van de TU/e kreeg een open uitnodiging om vooral ook proactief het contact met haar ministerie op te zoeken.

Studentenwerving in London smaakt naar meer

Janssen/Pers, Gennep

Bureau Van Vliet BV tel. 023 - 5714745

18 maart - Bij de afsluiting van haar werkbezoek op 18 maart aan de TU/e deed onderwijsminister Jet Bussemaker een oproep aan het bedrijfsleven. “Uit die hoek klaagt men graag dat er in het onderwijs veel niet deugt, maar

© 2013. Auteursrechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd zonder voorafgaande toestemming van de hoofdredacteur. De redactie behoudt zich het recht voor om aangeboden artikelen te wijzigen.

14 maart - TU/e’er Hans van Franeker heeft woensdag 13 maart aan de Universiteit Twente vijfduizend euro verdiend tijdens de finale van de Shell Bachelor Master Prijs. Na een elevator pitch door de inmiddels afgestudeerde student Sustainable Energy Technology werd zijn masterscriptie door de jury

als beste beoordeeld. Hij deed onderzoek naar organische zonnecellen die uiteindelijk goedkoper kunnen worden dan de huidige zonnepanelen, omdat ze geprint of gedrukt kunnen worden op plastic folie. 

De mens achter het nieuws Hans van Franeker: Scoren met nieuw type zonnecel Met zijn scriptie ‘Organische zonnecellen: van lab tot fab’ won TU/e’er Hans van Franeker (Scheikundige Technologie) de Shell-masterprijs van vijfduizend euro. Zo’n geldbedrag zet hem niet aan tot impulsieve ideeën. “Voorlopig zet ik het geld op mijn bankrekening. Waarschijnlijk ga ik het een keer uitgeven aan een mooie vakantie.” Van Franeker deed onderzoek naar een nieuw type zonnecel: de organische zonnecel. Dit type kan geprint worden op flexibel folie. In tegenstelling tot de huidige zonnecellen zit daar geen silicium in en dat maakt het goedkoper. “Zonne-energie is de energie van de

Hans van Franeker. Foto | Bart van Overbeeke

toekomst. De huidige manier van productie met zonnepanelen is op de korte termijn niet toereikend. Er moet dus geïnvesteerd worden in alle mogelijkheden: opschalen van de huidige productie, nieuwe technieken en meer onderzoek. Zo kunnen we genoeg energie maken die niet vervuilend is en die niet opraakt.” Zelf had hij in ieder geval niet verwacht dat hij als winnaar uit de finale zou komen. “Alle ‘pitches’ waren in mijn ogen sterk. Ik wist wel dat de andere TU/e-finalist, Bart Macco, zijn scriptie ook aan zonnecellen had gewijd. Wat dat betreft hadden Bart en ik met ons onderwerp een voorsprong, omdat

de toekomstige energievoorziening dus erg belangrijk is. De andere masterfinalist deed onderzoek naar ‘Transport over een bubbelmatras’.” Het geldbedrag is niet het enige dat Van Franeker aan zijn scriptie heeft overgehouden. Het onderzoeksinstituut Holst Centre, dat op de High Tech Campus zit, neemt zijn resultaten mee in toekomstige experimenten om zo de techniek te vinden die de beste resultaten oplevert. Hij is nu bezig met een promotietraject aan de faculteit Scheikunde Technologie. Dat gaat ook over zonnecellen, maar dan met een ander deel daarvan. (BZ)


Vooraf | 3

Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl

Vox Academici Ir. Jeroen Ploeg, senior research scientist TNO Automotive en promovendus Dynamics and Control, faculteit Werktuigbouwkunde

Kunnen we files verminderen zonder extra asfalt? Elke werkdag staat er gemiddeld zo’n tweehonderd kilometer file op de Nederlandse snelwegen. Ondanks de aanleg van extra rijstroken lijkt het fileprobleem niet significant te verminderen. Maar volgens drie promovendi van de TU Delft kan het ook anders -zelfs zonder de extra kilometers asfalt- meldden ze maandag in de Volkskrant. Deze week promoveren ze op hun verkeersstroommodel Fastlane, waarmee ze door een filevoorspelling de files willen tegengaan. Wat is er nieuw aan dit model, gaat het werken en zijn er ook andere mogelijkheden om zonder extra asfalt de files te verminderen?

“Het fileprobleem verminderen zonder extra asfalt is zeker mogelijk”, zegt Jeroen Ploeg, promovendus in de vakgroep Dynamics and Control aan de faculteit Werktuigbouwkunde en senior research scientist bij TNO Automotive Helmond, resoluut. “Of de methodes die hier voorgesteld worden effectief zijn,

weet ik echter niet. De stap van een model naar het daadwerkelijk verhogen van de wegcapaciteit is groot. Daarnaast heb ik mijn twijfels bij een dergelijke filevoorspelling. Als het effect heeft, klopt de voorspelling niet, en als de voorspelling wel klopt, heeft het geen effect. Ofwel route A is leeg en alternatieve route B staat vast; op die manier zou het best een instabiel systeem kunnen worden.” “Een groot probleem bij het simuleren van verkeersstromen is het moeten doen van de vele aannames. Hoe wisselen mensen bijvoorbeeld van rijstrook, iets wat een grote invloed heeft op de doorstroming. Het is zeker niet eenvoudig dat goed te modelleren. De toegevoegde waarde van het Fastlane-model zit in het rekening houden met verschillen in voertuigen, zoals vrachtwagens en personenauto’s. In de huidige verkeers­ modellen wordt daar maar beperkt onderscheid tussen gemaakt. Wat ik dan weer heel verrassend vind, is hun voorstel om een aparte rijstrook voor vrachtwagens en personenauto’s in te stellen, omdat vrachtwagens sneller files kunnen veroorzaken. Ik zie dat anders. Vrachtwagens stabiliseren het verkeer juist - ze rijden constanter en houden niet van remmen, dat kost brandstof. Je ziet het ook op de snelweg: de rechterstrook tuft rustig door, op de

linkerstrook is het hollen of stilstaan. Wat volgens mij zeker zin heeft, is de dynamische maximumsnelheid, daarmee wordt het verkeer meer geharmoniseerd.” “Natuurlijk is het makkelijk om er extra asfalt tegenaan te knallen. Het werkt zeker, maar goedkoop en milieuvriende­ lijk is het niet. Met slimme technologie komen we ook een heel eind; de wegcapaciteit kan nog flink opgevoerd worden. Zelf werken we ook aan de dynamische maximumsnelheid, niet op het niveau van verkeersmanagement, maar van de individuele voertuigen. Mensen overreageren snel, trekken te snel op of remmen te hard - zo ontstaat de ‘spookfile’. Door de snelheden te synchroniseren en vervolgens voertuigen dichter bij elkaar te laten rijden, blijft het verkeer veilig én verbetert de doorstroom. Je hebt daar wel communicerende voertuigen voor nodig, en dat kost tijd. Bij vrachtwagens kan dat proces sneller gaan, die communiceren al veel met elkaar en zijn gewend dicht op elkaar te rijden. Het automatiseren van deze voertuigen is daarom een relatief kleine stap. Zo komen we dan toch weer bij de vrachtwagens uit. Maar waar die voor de Delftenaren de grote boosdoeners zijn, zien wij het vrachtverkeer juist als “eerste prooi” - een middel om de doorstroom te verbeteren.” (NT)

Jeroen Ploeg. Foto | Bart van Overbeeke

Verhalen uit de ruimte Astronaut André Kuipers gaf zondag 17 maart aan de TU/e een lezing voor kinderen vanaf jaar. De lezing maakte deel uit van het techniekevent ‘Hot-orNot: The Next Generation’ van het bedrijf Sioux Embedded Systems.

10

Kuipers vertelde vooral over zijn laatste dagen in de ruimte in 2011. Hij maakte deel e missie naar uit van de het internationaal ruimtestation ISS, op kilometer hoogte om de aarde cirkelend. De bemanning ziet keer per dag de zon opkomen en weer ondergaan.

193 30 400

16

De Nederlander hield zich onder meer bezig met experimenten, sportte dagelijks uur, kon keer per dag mail ontvangen en had keer per week tweezijdig videocontact met zijn gezin.

55

4

1

2

0 vragen werden na afloop vanaf de tribunes gesteld, want Kuipers’ lezing liep flink uit. Als goedmakertje mochten

170 kinderen uit de zaal met hem én TU/e-prof Maarten Steinbuch op de foto. (MvdV)

Foto | Freddy Hurkmans


4 | Gelinkt

21 maart 2013

In hetzelfde schuitje op De TU/e: dagelijks het tweede thuis van zo’n tienduizend studenten en medewerkers. Een relatief kleine gemeenschap, met ontelbare banden tussen de leden - zakelijk en/of privé. In ‘Gelinkt’ laten we steeds twee van hen aan het woord over hun relatie met elkaar en de universiteit.

ue.nl rsor.t u c . w w

w

er r ov e e M ce Ra the : of ssics Cla

De ene is een ervaren zeiler, de ander kent vooral de zonnige kant van het dek. Maar beiden verheugen ze zich op de zeetocht met De Morgenster, de clipper-brik waarmee Stephan van der Burgh en Evertjan Peer begin april naar Engeland zeilen. En weerom. Stephan (20, rechts op de foto) is derdejaars student Werktuigbouw­ kunde. Evertjan (21) is derdejaars Technische Bedrijfskunde. Na drie jaar in Eindhoven leerden ze elkaar pas kennen toen ze zich inschreven voor de Race of the Classics, de jaarlijkse zeilrace voor universiteitsteams. Voor de vijfde keer op rij doet Industria, de studievereniging van Technische Bedrijfskunde, mee aan het evenement.

Stephan: “Ik werd benaderd door een van de teamcaptains van Industria die ik ken via het Honors Horizon studie­ programma. Of ik mee wilde gaan zeilen op De Morgenster? Meer wist ik op dat moment niet, maar ik heb direct ja gezegd. Want het is natuurlijk geweldig om met een klassiek zeilschip de Noordzee over te steken.” Evertjan is een van de andere vier teamcaptains die hun bemanning bij elkaar moesten ronselen aan het begin van het nieuwe collegejaar. Hij leerde Stephan pas kennen tijdens een eerste informatielezing in oktober. Toen telde het gezelschap nog 35 koppen. Omdat Industria haar zinnen had gezet op een afvaart met De Morgenster, waar slechts 24 passagiers aan boord kunnen overnachten, kwamen er onder meer motivatiebrieven aan te pas. De selectie ging daarna zonder al te veel pijntjes. Op het laatst moest er slechts tussen twee kandidaten worden geloot. Dat was even zuur. De titel teamcaptain is in het geval van Evertjan ietwat misleidend. Een echte

Evertjan Peer

kapitein is hij namelijk niet. “Het heeft niet zozeer te maken met of je wel of niet kunt zeilen. Iedereen kan mee, maar we kijken wel of iemand voldoende tijd kan vrijmaken voor de voorbereidende activiteiten. Ik kom zelf uit Hoevelaken en heb weinig zeilervaring. Ja, in de zomer ging ik wel eens met iemand mee om een tochtje te maken. Maar verder dan zonnebaden op het dek gaat het niet echt.”

Bij de team­ activiteiten leren ze elkaars nukken kennen Voor Stephan ligt dat net iets anders. Als achtjarig jongetje uit Weesp ging hij direct overstag toen hij zijn eerste zeilles kreeg op het IJmeer. Tegenwoordig woont hij in Nijmegen, maar vaart in het seizoen nog wekelijks uit. De liefde voor het water is er bij hem nog lang niet uitgeweekt. “Ik heb misschien het voordeel dat ik het zeiljargon snap. Maar op zo’n grote boot varen is voor mij toch ook een heel unieke belevenis.” Industria beschouwt de Race of the Classics niet als een uitje exclusief voor Technische Bedrijfskunde. Evertjan: “We willen het als TU/e-activiteit neerzetten. Iedereen heeft de kans om mee te gaan. Zo krijg je meer uitwisseling tussen de studenten onderling. Dat is veel leuker. Het kost wel enige moeite om een brede


Gelinkt | 5

Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl

p weg naar Engeland universiteitsbemanning te monsteren, omdat studieverenigingen van andere faculteiten meestal niet reageren op onze oproep.” De uitgesproken voorkeur voor De Morgenster is gebaseerd op verhalen van voorgaande opvarenden van de TU/e. “Industria is de afgelopen drie jaar telkens uitgevaren met dat schip. Er is een goede klik met de kapitein en de vijf bemanningsleden. In tegen­stelling tot andere schepen mogen wij bijvoorbeeld in de mast klimmen. Wél gezekerd natuurlijk”, stelt Evertjan gerust. Stephan: “Mazzel, want dat is leuk om te doen.” Nadat de uiteindelijke selectie rond was, werd hij ingedeeld bij de groep ‘Operatie’. Vooral verantwoordelijk voor de voedsel- en drankvoorraad aan boord. “Er moet zeven dagen lang genoeg aan boord zijn voor dertig man. Dat is een hele kluif. Zeker nu ons vertrek in het paasweekeinde valt. Alle winkels zijn dan dicht, dus zullen we aparte afspraken moeten maken met een supermarkt om toch verse waar te kunnen inslaan. Je kunt niet midden op zee nog even stoppen om te shoppen.” De voorbereiding op de zeetocht bestaat niet alleen uit het inslaan van proviand. In de maanden vooraf gaat het vooral om het smeden van een hechte eenheid. Elke maand is er een teamactiviteit zodat iedereen elkaars nukken leert kennen. De ene keer een barbecue in de winterse buitenlucht. De volgende keer een uitwisselingsborrel met andere teams uit onder meer Maastricht en Nijmegen. Evertjan: “Het is wel handig

als je elkaar een beetje kent. Je ziet straks 36 uur lang niets anders dan open zee en werkt ‘s avonds en ‘s nachts in shifts. Vier uur op, vier uur af.” Over gesnurk of andere ongemakken in een nauwe kooi maken beide heren zich niet buitensporig druk. Evertjan: “In de avond en nacht ben je echt bezig met zeilen. Met een stevige wind is het flink werken. Die uren zijn zo om en dan ben je blij dat je even kunt pitten. Verder moeten we koken en schoonmaken, dus we hebben geen bezigheidstherapie nodig.” Voor de zeereis legt iedere student ongeveer vijfhonderd euro neer, afhankelijk van wat sponsors zoals Innovation Lab verder bijdragen. In ruil daarvoor krijgen de academische zeebonken een onvergetelijke ervaring en een oerdegelijk zeiljack mee naar huis.

IJmuiden. Evertjan: “Als de wind niet gunstig staat, kunnen we uitwijken naar een andere haven. De hoofdorganisatie van de Race of the Classics heeft daarvoor gezorgd.” Of er vriendschappen voor het leven ontstaan? Vermoedelijk wel, denken ze. “De kans daarop is het grootste met degenen die in dezelfde nachtploeg zitten. Dat schept zeker een band. Als je het ‘s nachts op zee met elkaar uithoudt, zal het daarbuiten ook wel lukken”,

grijnst Stephan. Voor hem zal het een hoogtepunt zijn als hij met flinke wind de boot met hoge snelheid schuin door het zilte water kan laten snijden. “Lekker zonnetje erbij, nergens om je heen land te bekennen. Dat lijkt me een prachtig beeld.” Hetzelfde geldt voor Evertjan: “Ik heb foto’s gezien van voorgaande jaren. Het moet wel heel bijzonder zijn als je ‘s ochtends de zon ziet opkomen tegen de horizon.” De enige sloper die ze verwachten tegen

te komen op hun vaart, is de man met de hamer. Stephan: “Het gebrek aan slaap door de shifts en de feesten in de havens waar we aanleggen. Dat zal me misschien zwaar vallen.” Teamcaptain Evertjan lachend: “Ja, dat slaaptekort wordt inderdaad een lastige. Maar ik hoop vooral dat ik niet zeeziek word.” Interview | Frits van Otterdijk Foto | Bart van Overbeeke

“Dat lijkt me bijzonder: de zon zien opkomen tegen de horizon” De Race of the Classics start met een open dag op zondag 31 maart in de Veerhaven van Rotterdam waar alle deelnemende schepen voor anker liggen. Een dag later mogen ouders van de bemanningsleden en sponsors meevaren tot aan Hoek van Holland. “Daarna gaan ze overboord en zetten we koers naar Engeland”, zegt Stephan. De zeiltocht gaat via Ipswich naar Brugge. Vandaar door naar Amsterdam en later

Stephan van der Burgh


6 | Onderzoek

21 maart 2013

Roel Pieters bij de robotarm van ROSE. Foto | Bart van Overbeeke


Onderzoek | 7

Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl

Met andere ogen Wij vinden onze weg door de wereld hoofdzakelijk door op onze ogen te vertrouwen. Voor robots is het daarentegen veel minder vanzelfsprekend om zich te oriënteren op basis van visuele input. Promovendus ir. Roel Pieters ziet echter een grote toekomst voor ‘vision-based robot control’. Op maandag 25 maart promoveert hij bij Werktuigbouwkunde. De meeste robots zijn blind. Dat is niet erg zolang ze maar in een omgeving werken waar geen onverwachte dingen gebeuren. Robots aan de lopende band, die niets anders doen dan schroefjes oppakken en indraaien, of metalen platen aan elkaar lassen, hoeven zich geen visueel beeld te vormen van de omgeving. Ze verrichten telkens weer exact dezelfde handeling en kunnen dus blind het volgende schroefje vinden. Het wordt anders wanneer je robots in een huiselijke omgeving wilt inzetten, bijvoorbeeld als zorgrobot in verpleeg­ tehuizen. Veiligheid staat in dat geval voorop. Een zorgrobot mag uiteraard in geen geval in botsing komen met een hulpbehoevende bejaarde. Hij moet daarom snel kunnen reageren als er plotseling iets op zijn pad komt.

Een zorgrobot moet snel kunnen reageren als iets op zijn pad komt Om ons te oriënteren in een ruimte, voorwerpen te zoeken en obstakels te vermijden, vertrouwen we vooral op ons gezichtsvermogen. Het ligt daarom voor de hand om robots ook van ‘ogen’ te voorzien. Er zijn tegenwoordig voldoende handzame videocamera’s beschikbaar. Toch staat visuele perceptie bij robots nog in de kinderschoenen. De voornaamste reden hiervoor is de rekenkracht die je nodig hebt om visuele data -videobeelden- te verwerken, legt promovendus Roel Pieters uit. “Zo’n veertig procent van onze hersencapaciteit gaat op aan beeldverwerking. En ons brein is een soort parallelle processor, die miljoenen bewerkingen tegelijk kan uitvoeren. Dat is niet te vergelijken met een computer.” Tot voor kort werd visuele aansturing van robots daarom te veel beperkt door de tijd die het

kostte om beelden om te zetten in een stuursignaal. Pas de laatste jaren zijn pc’s krachtig genoeg om robots ‘realtime’ aan te sturen op basis van video-input. Wat dat betreft zijn we ver gekomen sinds de eerste ‘visueel gedreven’ robot van veertig jaar geleden; die had nog tien seconden nodig om een eenvoudige doos te herkennen - beslist onvoldoende om bewegende mensen of voorwerpen te ontwijken. Inmiddels is zelfs Pieters’ laptop in staat om als ‘brein’ te fungeren van een robotarm, die hij voorwerpen liet herkennen en oppakken. De bewuste arm, ongeveer een meter lang, is normaal gesproken onderdeel van ROSE, de Remotely Operated Service Robot die aan de TU/e wordt ontwikkeld. In tegenstelling tot die andere Eindhovense zorgrobot, AMIGO, is ROSE niet autonoom, vertelt Pieters. “ROSE wordt als het ware vanuit een cockpit bestuurd. Een operator, bijvoorbeeld een medewerker van een zorginstelling, ziet op een beeldscherm wat de robot op dat moment ziet en kan vervolgens uit een menu de gewenste actie van de robot selecteren.” Het is natuurlijk ondoenlijk om de bewegingen van ROSE vanuit de cockpit tot in detail bij te sturen. Via welke route en met welke snelheid de robot op zijn doel afgaat, zal het apparaat zelf moeten bepalen. Voor zijn promotie ontwikkelde Pieters een op visuele input gebaseerde trajectplanning voor robots. Met een ‘traject’ wordt niet alleen de route bedoeld die de robot in een kamer aflegt, maar ook de beweging die de grijparm maakt om een voorwerp, zoals een pakje cup-a-soup, op te pakken. Bijzonder aan Pieters’ aanpak was dat hij de robot ook rekening liet houden met zijn eigen fysieke beperkingen, zoals zijn acceleratievermogen en topsnelheid. Dat maakt een betere afweging mogelijk als er plotseling bewegende voorwerpen, zoals een bejaarde achter een rollator, in het blikveld opduiken. Voor een zorgrobot is het leren herkennen

van voorwerpen essentieel. Pieters bedacht een algoritme waarmee de robot afbeeldingen uit zijn geheugen vergelijkt met de beelden die hij via zijn camera binnenkrijgt. “Het algoritme definieert automatisch een aantal interessante punten die in het geheugen worden opgeslagen”, legt hij uit.

nl r.tue. curso . w w w

Camerabeeld met automatisch gekozen referentiepunten.

“Als die referentiepunten matchen met een object dat binnen zijn gezichtsveld komt, herkent de robot het betreffende voorwerp.” De afstand van het voorwerp schat de robot in aan de hand van het verschil in grootte tussen de live-plaatjes en de afbeeldingen in zijn geheugen.

Aan de hand van de beelden beslist de robot waar de arm naartoe moet bewegen

er Me o: inf

project werkte Pieters aan een eenvoudiger systeem, bedoeld om OLEDs, plastic LEDs voor displays, te maken. “Daarvoor was een beeld van 160 bij 100 pixels voldoende. Dat maakte een veel hogere beeld­ verwerkingsfrequentie mogelijk, wel 1600 frames per seconde. Omdat de rekencapaciteit begrensd is, moet je altijd een afweging maken tussen de snelheid van de beeldverwerking en de nauwkeurigheid.” Het OLED-project was voor Pieters een opstapje naar het programmeren van de robotarm, legt hij uit. “Bij de productie van OLEDs deponeert een robot een druppeltje polymeer op de positie van elk pixel. Dat kost maar een fractie van een milliseconde. Dat kan zo snel omdat de displays starre objecten zijn, die je heel snel onder de printkop door kunt laten bewegen.” Het grote voordeel van OLEDs is dat je ze ook op flexibele oppervlakken kunt maken. Die vervormen

echter onder invloed van te snelle bewegingen of trillingen, waardoor je met ‘blinde’ robots onregelmatigheden krijgt in het patroon van pixels. Fabrikanten zijn daarom genoodzaakt om het productieproces aan te passen. Pieters toonde aan dat je met behulp van een cameraatje en de juiste regelsoftware dit probleem (deels) kunt oplossen. “Het substraat (de ondergrond van de display, red.) moet daarvoor wel voorzien zijn van een regelmatig patroon, zodat de robot precies kan zien waar een printactie kan worden uitgevoerd.” Een vergelijkbare strategie kan volgens de werktuigbouwkundige ook nuttig zijn bij het fabriceren van nog kleinere structuren, zoals computerchips. “In de industrie worden nu nog maar heel weinig robots aangestuurd op basis van videobeelden, maar ik verwacht zeker dat dit de komende jaren snel gaat veranderen.” (TJ)

In experimenten met de robotarm van ROSE, liet Pieters zijn laptop (het brein van de robot) tien maal per seconde de camerabeelden analyseren. Aan de hand van de beelden beslist de robot waar de arm naartoe moet bewegen, en met welke snelheid of acceleratie, om zijn doel te bereiken. Veel vaker dan tien keer per seconde is nog niet haalbaar, vertelt hij, mede doordat op dezelfde laptop ook de aansturing van de arm wordt berekend. “Op de arm is een camera geïnstalleerd die zwartwitbeelden opneemt van 640 bij 480 pixels. De processor van mijn laptop kan die met een frequentie van ongeveer tien Hertz verwerken.” Het kan ook sneller. In een eerder De robotarm op zoek naar een pakje cup-a-soup.


8 | Onderzoek

21 maart 2013

Sluitstuk

Gedreven door vier wielen, een stuur en Het is leuk om straks ingenieur te zijn, vindt zevendejaars Werktuigbouw­ kundestudent Roel de Natris, maar hij wil ook graag iets voor de maatschappij kunnen betekenen. Naast zijn afstudeerproject bij Benteler Engineering Services op de AutomotiveCampusNL in Helmond, is hij onder meer betrokken bij de campagne ‘Driven’ van de gemeente Helmond en is hij ambassadeur elektrisch rijden. Dik ingepakt -skimuts, stevige handschoenen- komt Roel de Natris vanuit Helmond het TU/e-terrein oprijden. Het vriest en de elektrische Renault Twizy van ‘Driven’ heeft open zijkanten. Maar je bent ambassadeur elektrisch rijden of niet. Het is een van de leuke nevenactiviteiten die voort­komen uit zijn afstuderen, vertelt hij even later. “Van kleins af aan ben ik al geïnte­ resseerd in auto’s. Het is dus niet vreemd dat ik nu actief ben op de AutomotiveCampusNL. Wel heb ik heel bewust het bedrijfsleven opgezocht, omdat ik graag theorie en praktijk wilde combineren. Dat lukt in mijn afstuderen heel aardig. We kijken hoe we het bereik van elektrische auto’s kunnen opschroeven, op dit moment een van de grootste uitdagingen. Roel de Natris. Foto | Bart van Overbeeke

4 brandende vragen

Gilbère Mannie (ST) Dunne lagen voor hightech-applicaties

(Onder redactie van Tom Jeltes)

1 2 3 4

efschrift?

Wat zien we op de cover van je pro

Hoe leg je op feestjes uit waar je onderzoek over gaat?

2 | feestjes

Op de voorkant van mijn proefschrift staat een zogenaamd ‘graphical abstract’ van mijn onderzoek. Links zien we chemische reacties aan een oppervlak dat ik heb bestudeerd met foto-elektron­ spectroscopie en rechts zien we tinoxidekristallen die ontstaan zijn in de reactie die ik heb bestudeerd met transmissie-elektronmicroscopie.

Dunne geleidende films van tinoxide, gemaakt met behulp van ‘chemical vapor deposition’, worden momenteel gebruikt als films op ruiten van wolkenkrabbers en als anti-statische films in kopieer­ machines. Om via bovengenoemde techniek ook dunne films voor hightech-applicaties te gebruiken, is fundamenteel onderzoek nodig om de achterliggende chemie en kristalvorming beter te begrijpen.

3 | onmisbaar

at is Welke persoon, techniek of appara oek? onmisbaar geweest voor je onderz

Wat heeft de samenleving aan

1 | cover

jouw werk?

Tijdens mijn onderzoek is één apparaat heel belangrijk geweest en dat is de ‘X-ray Photoelectron Spectro­ meter’. Dit apparaat werkt met een ultrahoog vacuüm en is daarom nogal gevoelig voor storingen. Gelukkig is er bij ons op het lab veel expertise aanwezig zodat dit soort storingen in een paar dagen was verholpen.

4 | samenleving Als je het depositieproces van tinoxide beter begrijpt, kun je de chemical vapor deposition beter tunen, zodat je sneller en goedkoper tinoxide-lagen kunt maken voor allerlei hightech-applicaties. En als je daardoor goedkopere zonnecellen kunt fabriceren, wordt het nog interessanter om zonnepanelen te laten concurreren met energie uit fossiele bronnen, zodat we sneller meer duurzame energie kunnen produceren.


Onderzoek | 9

Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl

In de rubriek Sluitstuk vertellen afstudeerders over hun afstudeeronderzoek.

een elektromotor Als stadsauto’s fungeren ze prima, maar vaak wil je ook verder kunnen rijden dan de supermarkt om de hoek. Met de simulatiemodellen die ik ontworpen heb, kunnen we nieuwe inzichten sneller evalueren. Daarnaast onderzoeken we hoe we de elektrische auto aantrekkelijk kunnen maken voor een nieuwe doelgroep, de transport­ sector. Elektrisch rijden is stil, geeft geen uitstoot tijdens het rijden en is voordelig: ideaal voor deze sector om in de binnensteden te opereren. ”

“Bereik elektrische auto’s is grootste uitdaging”

rondom Smart Mobility samen te brengen. “In het kader van een bijeenkomst van Driven stond er een hele rij elektrische auto’s op de campus opgesteld. Ik had de I-MiEV daarnaast gezet, even leuk voor de foto. Voor je het weet sta je dan te praten.” Tevens is hij een fervent koffiedrinker. “ Netwerken vindt ik belangrijk en koffie drinken met mij is nu eenmaal nooit saai”, zegt Roel lachend. Want dankzij de vele koffie­ gesprekken heeft hij ondertussen al mooi meerdere aanbiedingen van bedrijven op zak, die allemaal azen op de bijna afgestudeerde sociale ingenieur. (NT)

Promoties

Donderdag 21 maart, 16:00 uur, CZ4: Promotie ir. J.W. Haverkort (W&I) Promotor(en): prof.dr.ir. B. Koren Voorzitter: prof.dr.ir. O.J. Boxma Titel proefschrift: “Magnetohydrodynamic Waves and Instabilities in Rotating Tokamak Plasmas”

Maandag 25 maart, 16:00 uur, CZ4: Promotie ir. R.S. Pieters (W) Promotor(en): prof.dr. H. Nijmeijer en prof.dr.ir. P.P. Jonker Voorzitter: prof.dr. L.P.H. de Goey Titel proefschrift: “Direct Methods for Vision-Based Robot Control: Application and Implementation”

Maandag 25 maart, 16:00 uur, CZ5: Promotie ir. G.J.A. Mannie (ST) Promotor(en): prof.dr. J.W. Niemantsverdriet Voorzitter: prof.dr.ir. E.J.M. Hensen Titel proefschrift: “Surface chemistry and morphology of tin oxide thin films grown by chemical vapor deposition”

Een half jaar geleden stelde Wagenplan hem een I-MiEV -Mitsubishi Electric Vehicle- ter beschikking; ze zagen in de enthousiaste student een ambassadeur elektrisch rijden. Sindsdien rijdt Roel stad en land af -soms gelimiteerd door het bereik- met zijn elektrische wagen, soms ook met de ‘Driven’ Twizy. Want dankzij de I-MiEV kwam hij in aanraking met dit initiatief van de gemeente Helmond om projecten en organisaties

Dinsdag 26 maart, 16:00 uur, CZ4: Promotie ir. S. Dommers (W&I) Promotor(en): prof.dr. R.W. van der Hofstad Voorzitter: prof.dr. A.M. Cohen Titel proefschrift: “Spin models on random graphs”

Woensdag 27 maart, 16:00 uur, CZ4: Promotie ir. B. van Hoof (BMT) Promotor(en): prof.dr. P.A.J. Hilbers en prof.dr. R.A. van Santen Voorzitter: prof.dr. K. Nicolay Titel proefschrift: “Multi-Scale Coarse Graining and Molecular Dynamics Simulations of Vesicle Formation”

Woensdag 27 maart, 16:00 uur, CZ5: Promotie N.-C. Tran MSc (EE) Promotor(en): prof.ir. A.M.J. Koonen Voorzitter: prof.dr.ir. A.C.P.M. Backx Titel proefschrift: “Wavelength Reconfigurability for Next Generation Optical Access Networks”

Donderdag 28 maart, 16:00 uur, CZ4: Promotie ir. A.J. Bakermans (BMT) Promotor(en): prof.dr. K. Nicolay Voorzitter: prof.dr. P.A.J. Hilbers Titel proefschrift: “Cardiac magnetic resonance spectroscopy Applications in a mouse model of fatty acid oxidation deficiency”

Donderdag 28 maart, 16:00 uur, CZ5: Promotie ir. S.P. Kersten (TN) Promotor(en): prof.dr. M.A.J. Michels en prof.dr. B. Koopmans Voorzitter: prof.dr.ir. G.M.W. Kroesen Titel proefschrift: “Magnetic Field Effects in Organic Semiconductors: Theory and Simulations”

Dinsdag 2 april, 16:00 uur, CZ4: Promotie J.P. Gutierrez Hernandez MSc (ST) Promotor(en): prof.dr.ir. A.B. de Haan Voorzitter: prof.dr.ir. J.A.M. Kuipers Titel proefschrift: “Extractive distillation with ionic liquids as solvents: selection and conceptual process design”

Dinsdag 2 april, 16.00 uur, CZ5: Promotie Y. Lin MSc (B) Promotor(en): prof.dr.ir. B. de Vries en prof.dr. H.J.P. Timmermans Voorzitter: prof.ir. E.S.M. Nelissen Titel proefschrift: “Motivate: a Context-aware mobile application for physical activity promotion”

Woensdag 3 april, 16:00 uur, CZ4: Promotie ir. M.B. van der Hout - van der Jagt (EE) Promotor(en): prof.dr. S.G. Oei en prof.dr.ir. F.N. van de Vosse Voorzitter: prof.dr.ir. A.C.P.M. Backx Titel proefschrift: “A mathematical model for simulation of fetal heart rate decelerations in labor”

Emile Carbone (TN) Beter begrip van plasma’s door lasers

Sander Kersten (TN) Effect van magneetvelden op displays

1 | cover

2 | feestjes

1 | cover

2 | feestjes

We zien een afbeelding van het Sombrero-sterrenstelsel. Meer dan 99 procent van het zichtbare deel van het heelal bestaat uit plasma’s. Als je met plasma’s werkt, trekt de hemel met zijn schoonheid en mysteriën daarom logischerwijs de aandacht.

Plasma’s zenden licht uit. Andersom kunnen we ook laserlicht plasma’s insturen; dat is een manier om op een directe manier de belangrijkste eigenschappen van het plasma, zoals de atoom- en ionendichtheid te meten. Zonder goede fysische modellen kun je experimentele resultaten echter slechts in beperkte mate analyseren en duiden. Daarom hebben we verschillende experimentele technieken en numerieke modellen van plasma’s stap voor stap met elkaar vergeleken.

Op de cover staat een roulettewiel met een metalen balletje erin waarvan de beweging wordt beïnvloed door een magneet. De willekeurige manier waarop het balletje tussen de vakjes van het roulettewiel heen-en-weer springt, is vergelijk­ baar met hoe een elektron in een organische halfgeleider van molecuul naar molecuul hopt. Ik heb het effect van een magnetisch veld op dat hoppen onderzocht.

Zowel de stroom door een organische halfgeleider als de lichtproductie is afhankelijk van de aanwezigheid van een magnetisch veld. Die afhankelijk­ heid treedt op doordat de stroom (en lichtproductie) wordt beïnvloed door spinafhankelijke reacties tussen elektronen (en gaten). De snelheid van die reacties hangt af van de zogeheten spinmenging, en die neemt af wanneer een magnetisch veld wordt aangelegd. Ik heb onder andere onderzocht hoe de afhankelijkheid van het magnetisch veld zo groot mogelijk gemaakt kan worden.

3 | onmisbaar Onderzoek is teamwerk; collega’s van de EPGgroep waren daarom allen onmisbaar. Daarnaast waren lasers essentieel voor mijn onderzoek.

4 | samenleving Microgolfplasma’s worden gebruikt om zonnecellen en optische fibers te maken, en voor biologische en medische behandelingen zoals ontsmetten. Voor al deze toepassingen zal een beter begrip van de plasma’s leiden tot een beter resultaat.

3 | onmisbaar Het was niet mogelijk geweest de berekeningen en Monte-Carlo-simulaties te doen zonder het computercluster Polyxena.

4 | samenleving Organische licht-emitterende diodes worden bij­ voorbeeld gebruikt in de schermen van sommige smartphones. Mijn werk heeft meer inzicht opgeleverd in de werking van organische licht-emitte­ rende diodes. Dat zou uiteindelijk kunnen leiden tot energiezuinigere schermen. Daarnaast kunnen mijn voorspellingen over hoe de eerder genoemde magnetisch veldeffecten zo groot mogelijk gemaakt kunnen worden, interessant zijn voor het maken van gevoelige magneetsensoren.


10 | Mens & Mening

21 maart 2013

Advertentie

En ik vind Hét traineeprogramma voor bedrijfsleven én onderwijs!

Wat bieden we? • • • • • • •

Een uitdagend tweejarig traineeprogramma in onderwijs en bedrijfsleven Direct een baan in het voortgezet onderwijs Een intensieve opleiding tot docent Een hoogwaardig leiderschapsprogramma aangeboden door topbedrijven Training gericht op talentontwikkeling en brede oriëntatie Een uitstekende start voor een carrière in onderwijs en/of bedrijfsleven Goede arbeidsvoorwaarden

Het verschil tussen ‘arm’ en ‘rijk’ Met veel interesse las ik de column van Debby Huiskes over de gevolgen van het social leenstelsel. Huiskes is bang dat de lening ervoor zorgt dat ‘arme’ studenten minder geneigd zullen zijn te gaan studeren. Maar waarom zou dat alleen voor de ‘arme’ studenten gelden? Voor de ‘rijke’ studenten, die de studie uit eigen (of papa en mama’s) zak betalen, kost de studie evenwel een aardige duit. Zij kunnen dat geld natuurlijk wat makkelijker missen, maar ik denk dat het verschil tussen ‘arm’ en ‘rijk’ lang niet zo groot is als Huiskes ons voorspiegelt. Huiskes is bang dat het leenstelsel potentiële, intelligente studenten zal afstoten. Maar de intelligente student zal concluderen dat een studie hem meer zal opleveren dan het kost. Lening of niet: voor goede studenten is studeren een goede -winstgevende- keuze. Het duurt misschien even voordat de ‘markt’ het doorheeft, maar door het leenstelsel zal een zelfselectie plaatsvinden, voor ‘rijk’ én ‘arm’, waarbij alleen gemotiveerde studenten aan een studie zullen beginnen. Waar het voorheen mogelijk was om ‘zomaar’ aan een studie te beginnen, zal het leenstelsel ervoor zorgen dat studenten zich wat minder vaak te pletter zullen zuipen en wat vaker in de collegebanken zullen verschijnen. Huiskes eindigt haar column met de zin: “Volgens míj zou er een klimaat moeten heersen waarin mensen gestimuleerd worden om het maximale uit zichzelf te halen en het hoogst haalbare na te streven.” Volgens míj is dat dus precies wat het sociale leenstelsel zal doen. Bart Knijnenburg | Leningvrije TU/e-alumnus

En ik vind

Naar wie zijn we op zoek? Excellente bijna/recent afgestudeerde academici, die de uitdaging van onderwijs en bedrijfsleven willen aangaan en de competenties van leraar en leider willen ontwikkelen.

Universiteitsemeriti

Durf jij de uitdaging aan? Solliciteer vóór 31 maart 2013

www.eerstdeklas.nl

Vier hoogleraren van de TU/e zijn tot universiteitshoogleraar benoemd. Hun portretten en verdiensten staan beschreven in Cursor 13. “We zijn zeer verheugd met de benoeming van deze vier topwetenschappers”, zegt rector magnificus Hans van Duijn. Heel mooi inderdaad, maar toch een enkele kanttekening. De benoeming is gedaan door ons College van Bestuur; het zijn dus vier sigaren uit eigen doos. Bovendien, de benoemden zijn erg jong, en voldoen niet aan de Wikipedia-definitie: ‘Gewoonlijk zijn universiteitshoogleraren tamelijk dicht bij hun emeritaat; de aanstelling als universiteitshoogleraar stelt hen dan in staat om ideeën die vanwege onderwijs- en bestuursverplichtingen zijn blijven liggen alsnog uit te werken’. De gemiddelde leeftijd van het kwartet is 53,5; eigenlijk tien jaar te laag. Op hun verdiensten, die nogal uiteen lopen, wil ik niets afdingen. Maar, waarom bestaat er geen universiteitsemeritus? Dat is een kwalificatie waar ik wel naar wil solliciteren, want: ik heb meer voor Cursor gedaan dan Steinbuch, de Mathematical Reviews vermelden meer artikelen van mij dan van Van der Aalst, ik was net als Meijers vice-decaan en ik schreef een artikel in het gedenkboek ‘Gedreven door nieuwsgierigheid’; net als Janssen was ik lid van diverse geleerde gezelschappen: gekozen lid van het International Statistical Institute, erelid van zowel de Vereniging voor Statistiek als de hardloopclub Karpendonk Road Runners. Tenslotte ben ik recipiënt van een ‘Stieltjesdas’, een stropdas uitgereikt door de onderzoekschool Stieltjes. Typisch een universiteitsemeritus, zou ik zeggen. Er zijn er vast nog wel drie. Fred Steutel | emeritus hoogleraar wiskunde

Algemeen DPO / TEACH: Teaching Support for TU/e staff | Course ‘Teaching across cultures’ Learn about the different expectations about education and about interacting in class that teachers and students from different cultures may have. Get insight in your own expectations. And see what you can do to accommodate your education for a culturally mixed group of students. The course will take place on 13 May 2013 More information can be obtained from Willem van Hoorn (phone 4327; email w.g.v.hoorn@tue.nl). For all DPO/ Teach training More information at the website DPO ‘Career and Development’. Registration is possible at tue.inschrijfportal.nl. Participation by teaching staff of the TU/e is free of charge.

DIVERSEN DPO / PROOF: PROviding Opportunities For PhD students | Course ‘Supervising master students’ The course is aimed to improve and systemize the way in which supervisors guide their students during their graduation projects. The course consists of short introductions, exercises and discussions. Participants will have an active role during the course. The course will take place on 27 and 30 May 2013 More information can be obtained from Jelmer Sieben (phone 2068; email j.m.sieben@tue.nl ). Course ‘Teaching and learning in higher education for PhD students’ Do you want practical tips to improve your teaching? This training provides you with useful information and tools. Learn how to formulate learning outcomes and select and execute the appropriate teaching methods.

UNIVERSITEITSBERICHTEN

The participants will be actively involved in discussions by giving presentations and by giving feedback to each other. The course is planned on 14 and 16 May 2013 More information can be obtained from Harry van de Wouw (phone 3126; email h.m.w.j.v.d.wouw@tue.nl ).

Technology for Development | TvO proudly presents: ‘The Authentic Taste of China’ Date: Thursday, 21st March, 2013, 18:00-24:00 Location: STC 0.01, Helix Building. An evening dedicated to the rich culture and technological history of China. Attractions: Guest lectures by renowned experts, authentic and tasty Chinese cuisine and Chinese Dance Salon. Price: 8 euros only (register before 19th March, 2013 to avail the special discount price of 6 euros). Please see the posters for more details Please check the Facebook page: https://www.facebook.com/photo.php? fbid=10152606964000257&set=o.1234 73773686&type=1&theater OudeRechtbank | Sundays: family day Who said that Sundays are boring in Eindhoven? OudeRechtbank devotes

Sundays to families. Every Sunday afternoon from 13 o’clock on, OudeRecht­ bank offers creative activities, cinema and workshops for children on an educational basis. We want to provide expats, internationals and national families with a great and relaxing time but we also want children to go home with something they are proud of. And from 15.30 o’clock on, families can keep on enjoying our Brasserie with our live music. Our small podium will be filled with artists and new talents. Every Sunday, different groups and artists will delight us with their different styles of music: blues, country soul, rock, ballads, flamenco…and much more. More information: www.ouderechtbank.nl

Ook een bericht plaatsen op deze pagina? Mail het bericht (maximaal 100 woorden) dan naar universiteitsberichten@tue.nl.


Mens & Mening | 11

Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl

TUssen de oren Psychologie wordt steeds belangrijker aan de TU/e. Technische systemen en artefacten, of het nu games, auto’s, robots, lichtsystemen of gebouwen betreft, zijn uiteindelijk bedoeld voor een menselijke eindgebruiker. Kennis over hoe die gebruiker waarneemt, denkt, voelt en handelt is onontbeerlijk. De nieuwe mensgerichte opleiding Psychology & Technology beschouwt elk technisch ontwerp in dat psychologisch perspectief. In Cursor worden iedere twee weken studenten, docenten, labs, technische artefacten, de werkomgeving, het wetenschappelijk bedrijf, de campus, het onderwijs en websites onder een psychologische loep gelegd.

Groen moet je doen Eindelijk lente, de knoppen botten uit, de vogels fluiten weer, de wereld wordt weer groen. Ergens diep van binnen moet ook jij voelen hoe goed dat doet. Of klink ik nu oubollig? Recentelijk bleek uit onderzoek dat mensen consistent het goede effect dat de natuur op ons welzijn heeft onderschatten. Misschien denk jij dus ook dat ik bakerpraatjes verspreid, volkswijsheden gespeend van enige empirische basis. Niets is minder waar: een groeiend aantal studies, epidemiologisch tot kwalitatief, lab-gebaseerd tot recht uit het veld, toont ons dat blootstelling aan de natuur goed is voor onze gezondheid, ons gemoed, en onze cognitieve prestaties. Femke Beute, promo­ venda bij HTI, doet onderzoek precies in dit domein van ‘mentale restoratie’. Zij nam met een groep studenten de proef op de som en overviel medewerkers op de TU/e-campus in hun kamer. Zij legden het uitzicht vast, de afstand van werkplek tot het raam, vroegen de nietsvermoedende medewerker wat vragenlijsten in te vullen en namen een korte aandachtstest af. Wat bleek: degenen die dichter bij het raam zaten, voelden zich gezonder. Daglicht is een van onze belangrijkste medicijnen, maar daarover in een later stukje wellicht meer. Wat bleek ook: Hoe groener het uitzicht, des te beter de concentratie.

Hoe groener het uitzicht, hoe beter de concentratie

CURTOON

‘Hightech’ als onze TU/e mag Yvonne de willen zijn, het lijkt dus meer Kort, univer sitair hoof dan opportuun om de nog ddocent O bij Human mgevingsp Technology sychologie Interaction, aanwezige natuur op onze faculteit IE & IS campus van harte te omarmen. Foto | Bart van Overb Doe het nu! Weg met het staal en eeke het beton, de spiegelende ruiten en kille terrassen. Ik wil gras om op te kauwen, bloemen om te ruiken, een boom om onder te schuilen. Gelukkig hebben we een echt groene schatkist: de Dommel geeft alle campusbewoners een stukje natuurschoon, met stromend water en ritselend lover. Een handjevol restoratie zo voor het grijpen. Maar de Groene Loper? Strak gesneden paden, geen konijntje meer te zien. Vanaf vloer twee zien we slechts de gevels aan de overzijde. Helaas, opkomend gras, vers gepote plantjes en nieuwe bomen ten spijt, de loper is nog lang niet groen genoeg. Zelfs niet wanneer we allemaal de dresscode van de ‘groene campus’-flyer gaan volgen: groene rokjes, shirts en haren. Groen blijft een kwestie van doen: de paden op, de lanen in, op naar de Dommel!

UR-podium Boeiende ervaring gegarandeerd! De tijd vliegt! Met de komende universiteitsraadsverkiezingen voor ogen start de personeelsfractie nu met het zoeken naar nieuwe kandidaten voor het lidmaatschap voor 2014-2015. Vanaf 2014 is er per direct gegarandeerd een aantal van de negen personeels­ zetels beschikbaar voor nieuwe leden. Waarom zou je meedoen? Misschien omdat je interesse hebt voor TU/ebrede zaken en wilt meedenken over onderwerpen die ook impact hebben op je eigen faculteit of dienst. Misschien omdat je bestuurlijke, organisatorische of beleidsadvise­ rende ervaring wilt opdoen. Of je wilt je netwerk uitbreiden en achter de schermen kijken. De opgedane ervaring kan je weer helpen met latere carrièrestappen. Sommige oud-universiteits­ raadsleden of -voorzitters zijn later directeur bedrijfsvoering geworden, anderen blijven in hun functie, die soms wordt aangevuld met adviserende rollen. Waaraan ga je meedoen? Aan het meedenken en adviseren over beleid met veel impact: onder andere het OBP- en WP-loopbaanbeleid, het financiële beleid en het onderzoeksen onderwijsbeleid van de TU/e. Verder bepaal jij mede de aandachts­ punten van de personeelsgeleding en de universi­teitsraad.

Je doet mee als specialist of als voorzitter van een commissie of de personeelsgeleding zelf. De ervaren leden helpen je graag met inwerken, iets wat tot nu toe altijd zonder problemen is gelukt. Om je kandidaat te stellen of voor meer informatie neem je contact op met de voorzitter van de personeelsfractie, Rianne van Eerd (voorzitterPUR@tue.nl). Voor diegenen die later van start willen gaan, is er een reservebank. Een boeiende ervaring is gegarandeerd!

Jos Mauba ch, personeels fractie univ ersiteitsra ad


12 | Focus

21 maart 2013

Promoveren | Norbine Schalij Foto’s | Bart van Overbeeke Na een periode van gemiddeld vierenhalf jaar onderzoek mogen promovendi zich opmaken voor een laatste daad om de titel doctor te verkrijgen; zij verdedigen hun proefschrift ten overstaan van een zorgvuldig uitgekozen promotiecommissie. Vanaf het moment dat de voorzitter de plechtigheid opent met een hamerslag van de glazen bol, houdt de pedel de tijd bij om precies een uur later ‘Hora est’ te roepen. De commissie trekt zich terug voor beraad en bij heropening en sluiting van het vervolg wordt de bol opnieuw ‘geslagen’.

Zorg voor de promovendi | Het bureau voor Promoties en Plechtigheden doet behalve aan begeleiding ook aan voorzorg en nazorg op de dag zelf. De promovendus kan 15 gasten vooraf thee en koffie aanbieden. Na afloop geeft Bureau PenP een fotoalbum met tien foto’s van de ceremonie cadeau.

Niet aan de TU/e | Om de TU/e meer zichtbaar te maken in de stad is het sinds 2007 mogelijk elders een promotieplechtigheid te houden. Tienmaal is er voor het Van Abbemuseum gekozen. Die locatie is ongeschikt gebleken; het podium is wel breed, maar te kort voor de hele commissie. Kasteel Helmond -mogelijk wanneer het onderwerp met automotive te maken heeft- is ook niet ideaal; daar is onder andere geen vaste zaalopstelling. De filmzaal van De Zwarte Doos wordt gemiddeld viermaal per jaar gebruikt voor een promotieplechtigheid. De zalen 4 en 5 van het Auditorium meer dan tweehonderd keer per jaar.

Hora Est

Aantal promoties aan de TU/e Jaar Aantal 2001 128 2002 128 2003 126 2004 143 2005 163 2006 148 2007 176 2008 191 2009 192 2010 189 2011 199 2012 245

245 promoties in 2012 | In 2012 zijn 245 doctorstitels verleend door de TU/e. Daarvoor is 237 maal een proefschrift verdedigd en stond 8 maal een proef­ ontwerp centraal. Ze kwamen van Industrial Design, Wiskunde &Informatica, Werktuig­ bouwkunde, Technische Natuur­kunde en Scheikundige Technologie. De drukkosten van een proefschrift komen voor rekening van de faculteit. De volledige tekst wordt digitaal gepubliceerd op de website van het Informatie Expertise Centrum van de TU/e.


Focus | 13

Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl

Twee commissietafels aan weerszijden van promovendus | De commissie bestaat uit maximaal acht personen. Er zijn één of twee promotoren, en geen, één of twee co-promotoren, waarvan minstens de helft TU/e’er moet zijn. Daarnaast zijn er verplicht twee externe leden en moeten er vijf personen met stemrecht zijn. Stemrecht hebben hoogleraren, UHD’s en door de rector goedgekeurde externe deskundigen.

De promovendus/promovenda | Hij/zij staat op de eerste rij te wachten tot de voorzitter hem/haar uitnodigt plaats te nemen achter het katheder. Ruim zes maanden van tevoren heeft hij/zij een informatiemap gehaald bij het Bureau voor Promoties en Plechtigheden. Daarin zit het aanmeldingsformulier, het promotiereglement en een actieprogramma. Deze foto is genomen op 27 februari 2013 tijdens de promotieplechtigheid van biomedisch technoloog Sascha Fuchs. Hij verdedigde zijn dissertatie ‘Chemical Biology Approaches for Nuclear Receptors -Molecular and Structural Insights’.

Paranimfen achter het katheder van de promovendus | Paranimfen staan de promovendus bij zoals een ceremoniemeester een bruidspaar bijstaat. De promovendus kan kiezen voor geen of twee paranimfen. Ze mogen niet inhoudelijk helpen, maar kunnen praktische hulp bieden; pennen halen, een stelling voorlezen of een zakdoekje aanreiken.

Commissieleden uit allerlei landen | Er zijn Franse en Japanse commissieleden, Russische, Duitse en Belgische en nog meer. Zij hoeven niet hun eigen toga mee te brengen. Duitsers kunnen dat trouwens niet eens; die hebben er geen. Daarom zijn zij volgens Bureau Promoties en Plechtigheden één van de meest enthousiaste togadragers. Kleine dragers zijn bijvoorbeeld de Chinezen. In de uitleenkast hangen binnenkort twee extra korte toga’s, maatje 162.

Voorzittershamer | Het voorzitterssetje bestaat uit een hamer in de vorm van een glazen bol en een houten plank waarop TU/e’s lijfspreuk Mens Agitat Molem staat.

e.nl sor.tu r u c . www

er Me er t: ov bbole Ca

Pedellen | De TU/e heeft een team van acht pedellen. Hun functie is die van gastheer. Zij kunnen één van de drie replica’s van de originele pedelstaf gebruiken. De originele staat in de vitrine. Eens per jaar komen de pedellen van heel Nederland en van de universiteiten van Leuven en Brussel bijeen op de Internationale pedellendag. De volgende is op 5 april in Wageningen.

Aantal promoties aan de TU/e per decennium Jaren 50-60: 1 Jaren 60-70: 117 Jaren 70-80: 289 Jaren 80-90: 448 Jaren 90-00: 1.023 Jaren 00-10: 1.494

De eerste, de oudste, de afgelaste | Na de eerste promotie op 15 december in 1959 door M.T. Vlaardingerbroek (EE) zijn er nog 4.031 gevolgd aan de TU/e (tot en met februari 2013). De oudste promovendus was 78 jaar: Gerrit van Dam bij TN op 30 maart 2009. Hij zei na afloop: “Eerlijk gezegd viel het me wel tegen hoeveel er bij kwam kijken. Het laatste half jaar ben ik erg druk geweest met alle kleine dingen die geregeld moesten worden.” De promotie van Marcoen Cabbolet werd begin 2008 een week voor de geplande datum afgelast. Het proefschrift werd op het laatste nippertje voorgelegd aan externe deskundige Nobelprijs­winnaar Gerard ’t Hooft en door hem afgekeurd.

Hora est | Na precies één uur, desnoods de promovendus onderbrekend, roept de pedel : “Hora est!” De commissie gaat zich nu beraden in de commissiekamer. Onder begeleiding van de pedel verlaat de commissie de zaal in vaste volgorde: voorop de pedel, daarachter de voorzitter -met ambtsketen- en secretaris, dan één of twee promotoren, daarachter de eventuele co-promotor(en) en achteraan de overige leden. Een stoet -het cortège- van maximaal acht personen volgt de pedel.


14 | Mens

21 maart 2013

Prof.dr.ir. Luc Brunsveld (37)

Van oven na

Als kind wilde Luc Brunsveld kok of dominee worden, maar zijn passie voor onderzoek bracht hem uiteindelijk ergens anders: sinds 2008 is hij hoogleraar chemische biologie aan de TU/e.

Luc Brunsveld werd als oudste van vier kinderen geboren in Culemborg. Zijn vader was bakker en zijn moeder apothekers­assistente. “Van mijn twaalfde tot mijn eenentwintigste heb ik in de weekends bij mijn vader in de bakkerij gewerkt. Het was hard maar leuk werk, ik heb er mijn studie mee betaald. Op zaterdag stond ik brood te verkopen. Zo heb ik mijn schuchterheid afgeleerd. Mijn vader zei dat hij mijn benen zou breken als ik voor zijn beroep zou kiezen. Toch zijn er wel overeenkomsten met wat ik nu doe. Nog altijd ruik ik de ammonialucht die uit de oven kwam wanneer er eierkoeken gebakken werden. Een bakker bakt brood en verkoopt het. Een chemicus maakt moleculen en ‘verkoopt’ ze door middel van publicaties en presentaties.

“Mijn vader beloofde mijn benen te breken als ik voor zijn beroep zou kiezen” Ik was een goede bètaleerling. Ik mag dan nu wel hoogleraar chemische biologie zijn, op school liet ik biologie snel vallen. Ik had niets met plantjes determineren. Op een open dag in Eindhoven trakteerde professor Piet Lemstra een zaal vol vwo’ers op een strijkijzeract om eigenschappen van polymeren uit te leggen. Ik koos voor de studie scheikundige technologie aan de TU/e. Tijdens een project rond supramoleculaire polymeren in de groep van Bert Meijer kreeg ik de smaak van onderzoek te pakken. In die tijd heb ik al een eerste patent op mijn naam gekregen. Sindsdien heeft onderzoek me niet meer losgelaten. In 1997 haalde ik mijn diploma en wilde ik graag promoveren. In mijn promotietijd

onderzocht ik polymeerstructuren in water en zo kwam ik bij de biologie terecht. Na mijn promotie werd ik postdoc in Dortmund, waar ze goed waren in biomoleculaire chemie. Ik greep de kans aan om daar een bescheiden leidende rol op me te nemen, hoewel ik pas 26 was. Daar werkte ik twee jaren, maar ik wilde ook ervaring opdoen in het bedrijfsleven en solliciteerde bij Organon, waar ik groepsleider medische chemie werd. Ik heb daar twee jaar gewerkt en dat werd een belangrijke fase in mijn loopbaan. Ik deed daar meer kennis op over eiwitten en maakte me een manier van denken eigen waarop een deel van de research in mijn groep nu geïnspireerd is. Ik had het erg naar mijn zin in Oss, maar werd getipt over een Duitse regeling voor getalenteerde buitenlanders. Ik schreef een onderzoekvoorstel en kreeg in 2005 een mooie plek bij het Max Planck instituut in Dortmund waar ik een eigen groep kon opbouwen. Ik had mijn Catalaanse vrouw als promovenda aan de TU/e leren kennen en zes weken nadat ons eerste kind werd geboren zijn we verhuisd. In 2008 kreeg ik het aanbod van de TU/e om hoogleraar te worden en hier een groep op te zetten. We werken in ons lab onder andere aan kernreceptoren, een klasse van eiwitten die in de celkern voorkomen. Ik kan wat ik geleerd heb bij Organon combineren met wat ik uit Dortmund heb opgepikt, om met chemische biologie die nucleaire receptoren te onderzoeken. Ons onderzoek is gericht op het begrijpen van medicijnen, maar ook op het ontwikkelen van nieuwe moleculen. We opereren aan de fundamentele kant, maar proberen aansluiting te vinden met vakgebieden als tissue engineering. Daar spelen die eiwitten en medicijnen ook een grote rol. Ik zie een enorme potentie om met medicijnen of small molecules de tissue engineering te beïnvloeden.

Ik zou graag de brug willen slaan tussen chemie, technologie en biomedische wetenschappen. Waar moet je dan aan denken? Medicijnen bevatten bijvoorbeeld moleculen die bepaalde cellen minder hard laten groeien of die bacteriën doden. In de tissue engineering wordt nog weinig gekeken naar de toepassing van concepten om met kleine moleculen regenerative medicine te sturen. Terwijl ons lichaam eigenlijk de hele tijd bezig is op die manier celdifferentiatie te beïnvloeden. Wie zijn kinderen vitamine D geeft voor sterke botten, is in feite bezig met regenerative medicine. Wat Lance Armstrong -en de rest- deed met EPO is niet veel anders dan zijn stamcellen het pad van rode bloed­ lichaampjes opsturen.

“De cel wordt steeds meer een knutselfabriek” We doen nu een project samen met het UMC Utrecht om onze aanpak toe te passen op kernreceptoren die een rol spelen bij diabetes en andere metabole ziekten. Er zijn in totaal 48 kernreceptoren; sommige zijn verantwoordelijk voor borstkanker, andere voor prostaatkanker of diabetes. We ontwikkelen algemene concepten die we kunnen toepassen op die hele range, dus niet op één specifieke receptor. Biologen kunnen sommige processen in een cel niet verklaren omdat ze de moleculaire onderzoektools missen. In complexe schematische afbeeldingen van een cel moeten ze daarom sommige blokjes als black box intekenen. Met de engineering tools van de chemische biologie kunnen we die zwarte dozen invullen. Ik vind dat fascinerend. Ontwikkelingen in de moleculaire celbiologie gaan zo razendsnel. In feite is het vak in de laatste tien jaar weer helemaal vernieuwd. De komst van de faculteit BMT heeft aan de TU/e veel veranderd. En ook het oprichten van het Instituut voor Complexe Moleculaire Systemen is een stimulans. De biologische component begint sterker te worden. Al moet je realistisch zijn: de TU/e

kan natuurlijk niet zoals een brede universiteit de hele biologie afdekken. Maar er is een basis nodig om de stappen naar een klinische toepassing mogelijk te maken. Voor de TU/e is rond engineering op cellulair niveau ongelooflijk veel te halen. De cel wordt steeds meer een knutselfabriek waar verschillende disciplines zich op storten. Regelmatig ben ik al om half zes aan het werk op de TU/e. Ik was als bakkershulp natuurlijk gewend om vroeg op te staan. Ik vind dat effectiever dan om ’s avonds een paar uur door te werken. We hebben kleine kinderen en ik vind het fijner om er bij het avondeten bij te zijn dan bij het haastige ontbijt. Ik gebruik die vroege ochtenden om te schrijven, bijvoorbeeld aan onderzoeksvoorstellen. Ik werk hier nu bijna vijf jaar en ik merk dat er veel verantwoordelijkheden bijkomen, die afleiden van je kerntaken, onderwijs en onderzoek. In deze fase van mijn loopbaan wil ik me vooral op het onderzoek gedreven onderwijs focussen. Daar ligt mijn passie. Hopelijk laten al te intensieve bestuurlijke taken nog een tijdje op zich wachten. Dat zou nu waarschijnlijk een soort desinveste­ ring zijn. De korst om het eigenlijke werk wordt steeds maar groter. En dat heeft veel te maken met maatschappelijke ontwikkelingen. Het geloof is in onze maatschappij minder belangrijk geworden en de wetenschap heeft die rol een beetje overgenomen. Mensen verwachten echter dat wetenschappers geen fouten maken. Er gaat relatief weinig mis in de wetenschap, maar als er dan incidenteel wat misloopt, dan is de beer los. Neem de affaire Stapel of recent de Duitse minister van onderwijs die moest aftreden wegens vermeend plagiaat. En in het kielzog van die affaires groeit de roep om verantwoording en de behoefte om zich in te dekken. En dat stolt in een grote hoeveelheid tijdrovende regels, protocollen en voorgeschreven procedures. Ik bespeur in de samen­ leving een algemene trend van afnemend vertrouwen in wat mensen doen. De beoordelingen van ons onderwijs en ons onderzoek zijn keer op keer heel goed. Toch wordt van ons steeds meer verwacht dat we alles protocolleren.

We hebben in Nederland fantastische universitaire opleidingen. Jammer genoeg kiezen weinig Nederlandse scholieren voor een technische studie. Onze primaire taak ligt bij het opleiden van Nederlandse studenten. De Nederlandse samenleving is onze belangrijkste stakeholder. We moeten beter ons best doen om voor Nederlandse studenten aantrekkelijker te worden. Zo’n vernieuwd bachelorprogramma aan de TU/e is een prima middel. De overheid belijdt het belang van techniekstudies jammer genoeg alleen met de mond, maar niet in haar beleid. Zolang het collegegeld voor een studie als scheikundige technologie even hoog is als dat voor communicatie­ wetenschappen geef je geen duidelijk signaal af. Maar ik vind het geen oplossing om het tekort aan bèta’s te vullen door dan maar buitenlandse studenten en promovendi aan te trekken. Ik krijg op verjaardagsfeestjes vaak de vraag ‘waarom leiden jullie al die buitenlanders met Nederlands belastinggeld op?’. Internationalisering is niet het toverwoord dat alle problemen oplost. Binnen een vakgroep is een goede mix van Nederlanders en buitenlanders prima. Maar als we exclusief in het Engels les zouden moeten gaan geven, dan vrees ik voor de toekomst van de universiteit. Talent is er genoeg. Cum laude-cijfers worden juist vaak door Nederlandse studenten en promovendi gehaald. Het is ook een illusie te denken dat buitenlands toptalent liever naar een TU/e komt als naar Harvard of MIT.

“Internationa­ lisering is niet het toverwoord” Begrijp me goed: ook al is de Eindhovense biotoop internationaal en zijn goede contacten met bijvoorbeeld China belangrijk: het kan toch niet de bedoeling zijn dat we een filiaal van een Chinese universiteit worden? Dan is de drijfveer economisch. Ik voel in dit opzicht meer voor het Rijnlandse dan voor het Angelsaksische


Mens | 15

Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl

aar zuurkast

Luc Brunsveld. Foto | Bart van Overbeeke

model. De consensus is toch dat die financiële crisis juist te wijten is aan het Angelsaksische model! Laten we er met zijn allen voor gaan onze lokale verantwoordelijkheid te nemen, ook als universiteit die in een internationale omgeving opereert. Ik mag dan misschien wat kritisch klinken, laat het duidelijk zijn dat ik het

“Mijn passie ligt bij onderzoek gedreven onderwijs”

erg naar mijn zin heb hier in Eindhoven. Ik zie enorm veel mogelijkheden en potentie en ga daar vol voor. Maar of ik tot mijn 67e blijf, weet ik natuurlijk niet. Dat ga ik niet plannen. Voorlopig zie ik hier nog ongelooflijk veel uitdagingen.”

Interview | Joep Huiskamp

Sinds 1994 verscheen in het relatieblad Matrix de rubriek ‘De Vonk’, waarin de drijfveren, passies en ambities van TU/e-hoogleraren worden beschreven. Sinds Matrix eind 2011 overging in het nieuwe relatieblad Slash wordt de reeks voortgezet in Cursor. Dit portret van Luc Brunsveld is nummer 74 in de reeks.


16 | Student

Clmn

Bor de Kock student Softw are Science & Web Science

Fietsen? Nu het buitenklimaat lenteachtige vormen aanneemt en de aanplant van groen hard gaat, is de grijze loper verleden tijd: de grasmat komt op en het is tof om te zien dat het buiten steeds aangenamer wordt. Niet alleen doordat het park om ons heen oprukt, ook door de zon: op die ene warme dag vorige week zaten balkons en terrassen vol van de koepel tot het Auditorium. Nu de Groene Loper qua beplanting wat meer vorm krijgt, is het fietsenbeleid aan de beurt: de paden zijn gelegd -wat door het ontbreken van voorrangstekens overigens nog niet echt een veiligere situatie heeft opgeleverd- en het is tijd dat ook de nieuwe fietsenstalling tussen Gemini, MetaForum en het Laplace­ gebouw opengaat. Dat lijkt echter nogal wat voeten in de aarde te hebben, voor zowel de universiteit als de aannemer die de stalling in elkaar moest schroeven. Afgelopen dinsdag deelde Groep-één heel enthousiast aan de studenten mede dat de projectleider had laten weten dat de fietsenstalling openging; afgelopen woensdag klaagden de eerste studenten al dat hun fiets was verdwenen uit de nieuwe rekken. De TU/e-beveiliging wist van niks, maar vermoedde dat de aannemer hier iets mee van doen had. Die bleek fietsen naar het Auditorium te hebben verplaatst: de stalling was nog niet open. Volgens hen. Op donderdag besloot de TU/e echter foutgeparkeerde fietsen van het Hoofdgebouw naar de nieuwe stalling te brengen, die de aannemer vrijdag weer weghaalde. Nu de stalling (vermoedelijk) écht open is, durft menig student er zijn fiets niet te zetten, uit angst dat hij plotseling weer weggehaald wordt.

21 maart 2013

Activiteitenkalender Woensdag 27 maart, 11.45-13.00 uur, Blauwe Zaal. | Lezing: Isaac Newton en het ware weten

Donderdag 28 maart, 20.30 uur, Gaslab. | Lezing, interview, dance: World music: MPS PILOT & Romare

‘De herschepping van de wereld’, zo noemt prof. dr. Floris Cohen het. De periode tussen 1600 en 1700, waarin denkers en doeners als Galilei, Kepler, Descartes, Bacon en Huygens een radicaal nieuwe draai geven aan de werking van de natuur. In het rijtje pioniers van de moderne natuurwetenschap hoort ook Isaac Newton (1643-1727) thuis. Beroemd om zijn wet van de zwaartekracht, maar ook ketters theoloog en ruziemaker. Weten­ schapshistoricus prof.dr. Floris

Wereldmuziek. Hoezo een breed begrip? Hoezo voor 40-plussers? Wereldmuziekautoriteit MPS Pilot (naast dj ook ethnomusicoloog) introduceert je aan de hand van vele muziek­ fragmenten in de wereldmuziek en geeft daarna het stokje over aan een aanstormend talent in de UK-dance-scene: Romare.

Cohen, schrijver van het boek ‘Isaac Newton en het ware weten’, vertelt over de grootste geleerde in de geschiedenis van de wetenschap.

Wednesday 27 March, 11.45-13.00 hrs, Filmhuis De Zwarte Doos. | Lecture: An introduction to world music On the radio you only hear Western music. That is a shame, because there is so much more to explore and enjoy. Dr. Wim van der Meer, teacher of cultural musicology and world music studies at the Department of Musicology (UvA), takes you on a trip around the world and shows how he uses technology to make world music more accessible to Western ears.

TU es

Stratumseind had in augustus 2007 de primeur: het eerste rookvrije café van Nederland. Met de invoering van het rookverbod in de horeca in juli 2008 leek een volgende stap in het streven naar een rookvrije samenleving gezet. Roken is in ons land vermijdbare doodsoorzaak nummer 1. Toch paffen we gezellig door. In deze lezing gaat prof.dr. Marc Willemsen in op de schade van roken voor de volksgezondheid, de problemen waar rokers mee te kampen hebben wanneer zij willen

stoppen met roken, beleidsvoering door de Nederlandse overheid en de rol van de tabaksindustrie.

Wat is de meest bijzondere gebeurtenis sinds je in Eindhoven studeert? Ik woonde eerst in Schoondijke, een dorpje in Zeeland. Op kamers gaan in Eindhoven was al vrij bijzonder voor me. In deze stad keken ze me aan toen ik stilstond voor een stoplicht. In mijn eigen woonplaats was ik überhaupt geen stoplicht gewend. Beste gewoonte? Vroeg opstaan, zodat ik op tijd ben. Ik ben echt altijd op tijd. Op wie of wat ben je het meest trots? Omdat de studie goed gaat, ben ik trots op mezelf. Ik heb alles in één keer gehaald, maar soms wel met de hakken over de sloot. Wat heb je de afgelopen week geleerd? Dat de draaiknop van een koelkast niet altijd werkt zoals ik verwacht. Ik wilde de koelkast wat warmer zetten, dus besloot de knop naar een hoger getal te draaien. Even later troffen we bevroren drankjes aan. Wat is het spannendste dat je ooit hebt gedaan? Gisteren was ik voor het eerst aangeschoten. Toen kwamen mijn vriendinnen op het idee om Ceulemans als keu te gebruiken. Ze tilden me op en gaven met mijn hoofd een stoot tegen een pingpongbal. Als je één dag zou kunnen ruilen met iemand, met wie zou dat dan zijn? Met een rijk iemand uit de pruikentijd, een periode in de achttiende eeuw waarin pruiken dragen mode was.

Het hele gedoe is misschien op zich niet meer dan een communicatie­ probleem, maar dat lijkt me een serieus issue: als het aanpassen van het campusfietsbeleid nu al tot chaos leidt bij zowel de universiteit als haar studenten, moet iemand daar dan misschien wat duidelijker over zijn?

Ultieme kijk-, lees-, web-, luister-, of doe-ervaring? Meedoen aan een liftwedstrijd richting Berlijn georganiseerd vanuit studievereniging Japie.

Emma Ceulemans (1993) Op www.cursor.tue.nl vind je meer columns. De volgens de redactie beste column plaatsen we hier.

Woensdag 3 april, 11.45-13.00 uur, Blauwe Zaal. | Lezing: Uit, die peuk!

Eerstejaars Scheikundige Technologie

Foto | Bart van Overbeeke

Waar heb je je afgelopen week ontzettend aan geërgerd? Mijn hele fiets was eindelijk gemaakt en toen ging mijn licht kapot. Dat was voor de reparatie het enige onderdeel dat werkte.

Voor de v olgende kandidaa schrapt E t mma de v raag: ‘Op wie o f wat ben je het meest tro ts?’ - die vi ndt ze saa De verva i. nger word t: ‘Als je jezelf één keer kon -latenteleporte ren, waa r zou je dan heen gaan?’.

Waar hecht je het meeste waarde aan? In Eindhoven blijven, zodat ik mijn propedeuse kan halen. De mensen hier zijn bovendien erg leuk. (BZ)


Student | 17

Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl

In the picture

Handdoekvolleybal in de regen “De samenwerking verliep niet altijd even soepel en we zijn een beetje weggeregend, maar het was zeker gezellig.” Aldus de korte samenvatting van Kenneth Poissonnier, voorzitter van de activiteitencommissie van Van der Waals (Technische Natuurkunde), over het handdoekvolleybal dat zo’n twintig Van der Waals-leden afgelopen dinsdag speelden. Drie keer per jaar mag de commissie een eigen invulling geven aan een activiteit. Zo werd in december ijsvoetbal gespeeld en heeft de vereniging in mei de activiteit ‘angry nerds’ waarbij zo snel mogelijk kasten van IKEA in elkaar moeten worden gezet. “Ons lid Birgit had eerder volleybal met handdoeken gedaan bij haar roeivereniging en dat leek ons ook wel leuk”, vertelt Poissonnier over dinsdag. “Het gaat verder precies hetzelfde als bij gewoon volleybal. Alleen moet je met twee personen de handdoek vasthouden en dat bleek niet altijd even gemakkelijk. Maar we waren eerlijk gezegd niet zo heel nauwkeurig met de regels.” (JvG) ? Volgende keer jouw foto op deze plek Mail ‘m naar cursor@tue.nl

En hoe is het in Aalborg?

Studenten van de TU/e gaan steeds vaker voor hun studie naar het het buitenland. Voor stage of voor het verrichten van onderzoek, omdat weken twee iedere kunnen ers Cursorlez verplicht is of omdat ze het leuk vinden. n. meekijke d buitenlan het in dent TU/e-stu over de schouder van een

Begin februari arriveerde ik in de vierde grootste stad van Denemarken om een semester aan de faculteit Architektur og Design van Aalborg Universitet te studeren. Een zeer onbekende bestemming onder TU/e’ers en dus des te leuker om er iets over te vertellen. Aalborg is ontstaan als industriestad rond het Limfjord in het noorden van Denemarken. Inmiddels is een groot deel van de industrie verdwenen en heeft de stad zich ontpopt als echte studentenstad, met een universiteit waaraan 14.000 studenten studeren.

(gezellig) is hier in het dagelijks leven net zo belangrijk als bij ons. Aangezien ik inmiddels al een aardig woordje Deens spreek (of in elk geval lees), was inburgering in dit land een ver-van-mijn-bed-show. De universiteit daarentegen vereiste wel enige aanpassing. Behalve dat de universiteitsgebouwen middenin het stadscentrum staan -mijn colleges vinden plaats in een oud bankgebouw en het projectwerk speelt zich af in een grouproom ergens boven de plaatselijke boekhandel- verschilt het onderwijs­ model ook veel van het Nederlandse.

De Denen zijn te omschrijven als nuchter en informeel. Op het eerste gezicht lijkt het een stug volk, maar het woord hyggelig

Het semester staat volledig in het teken van sustainable architecture. Ter voorbereiding op het projectwerk

werden eerst twee drie-weken-durende vakken gegeven die in het teken stonden van duurzame architectuur. Deze vakken werden afgesloten met een verslag en een mondeling examen (wat na ruim drie jaar schriftelijke tentamens wel even wennen is). Binnenkort begin ik aan een project waarbij een duurzaam woongebouw aan de rand van Aalborg ontworpen moet worden. Een master Architectuur is hier zonder twijfel veel zwaarder dan in Nederland. Planningen zijn gebaseerd op werkdagen van 10,5 uur, de dagen beginnen al om 8 uur ’s morgens en een all-nighter doen (de hele nacht doorwerken op de universiteit - die overigens 24/7 open is), is iets waar ik binnenkort ook aan moet geloven. Ondanks dat blijft er nog genoeg tijd over om Denemarken te ontdekken en te genieten van het leven als internationale student. Aalborg Universitet doet er alles aan om het haar internationale studenten naar de zin te maken, van het populaire buddy-netwerk tot International Nights. Het Studenterhuset (het Studentenhuis) in het centrum van de stad speelt hierin een belangrijke rol. Behalve de vele feesten die hier worden georganiseerd, kun je er elke dag terecht voor een praatje en een kopje varme chokolade

(en met temperaturen die tot nu toe nog niet boven de 5 graden zijn uitgekomen, is dat echt een verademing).

Skagen (het noordelijkste puntje van Denemarken) en zelfs Göteborg (Zweden) zitten nog in de planning.

En dan natuurlijk niet te vergeten de trips buiten Aalborg. Afgelopen weekend ben ik een dag naar Aarhus geweest en begin april ga ik een weekend naar Kopenhagen.

Det er fantastisk i Aalborg! Gelukkig hoef ik nog lang niet naar huis. Annemiek Osinga | studente Bouwkunde

Vind jij het ook leuk om een bijdrage te leveren aan deze rubriek en ben jij dit voorjaar en/of zomer in het buitenland? Stuur dan een mailtje naar cursor@tue.nl.

Lees alle buitenlandervaringen online op www.cursor.tue.nl


18 | Mens

21 maart 2013

Raymond Veenis | 

“Door Magic ben ik uit mijn schulp gekropen”

Raymond Veenis (25), zevendejaarsstudent Scheikundige Technologie, is een gelukkig man. Op kosten van de organisatie mag hij naar San Diego vliegen om daar mee te doen aan een van de grootste toernooien ter wereld van Magic: The Gathering. Dat is een spel waarbij spelers elkaar met een door zichzelf samengesteld deck kaarten proberen te verslaan. Raymond leerde het spelletje op de middelbare school, maar behoort inmiddels tot de wereldtop. “Het heeft mijn ontwikkeling zeer zeker beïnvloed.” “Tien jaar geleden zou ik geen interview hebben durven geven”, zegt Raymond om aan te geven hoe zeer Magic zijn leven heeft beïnvloed. Hij vertelt gepassioneerd en gedetailleerd over het spel dat hij voor het eerst tegenkwam in schoolpauzes van zijn middelbare school in Culemborg. “Ik was nieuwsgierig en mocht van een vriend een deck kaarten lenen om mee te doen.” De jongens speelden iedere pauze. Snel, tot de bel ze naar een volgende les riep. Het ging niet om het winnen, ze hadden gewoon plezier. Totdat dat plezier vergald werd door een brute diefstal. “Ik had mijn verzameling kaarten even naast me neergelegd,

en een paar tellen later waren de twee decks weg!” Raymond weet wie het gedaan heeft, maar de jongen ontkende glashard. “Ik was zó boos en teleurgesteld dat ik stopte met spelen. De hele groep viel trouwens uit elkaar. Minstens een jaar heb ik niet gemagiced.” Maar het spel had zijn hart gestolen en liet hem niet los. Toen hij op kerstavond van zijn ouders vijf decks van zestig kaarten kreeg, en zijn moeder in een krant een aankondiging van een toernooitje op zondagmiddag in Tiel zag, was hij klaar voor fase twee. Zondag­ middagen werden uitgebreid met vrijdagavonden. De afstanden tussen huis (hij woonde inmiddels in Buren bij Tiel) en toernooi werden groter, en opeens waren daar de Nederlandse kampioenschappen. “Acht jaar geleden plaatste ik mezelf voor het NK. Ik eindigde in de middenmoot, maar meedoen voelde supergoed. Ik mocht voortaan zeggen: hier ben ik geweest!” De basisregels van Magic: The Gathering zijn ingewikkeld en uitgebreid. Raymond probeert alles samen te vatten: “Het hoofddoel van het spel is je tegenstander te verslaan met zelf verzamelde en zelf gekochte kaarten. Met deze ‘resources’ schaf je je leger en kaarten met tover­-

spreuken aan. Vervolgens stuur je je leger erop uit om je tegenstander te verslaan. Je moet kiezen: snel een groot maar relatief zwak leger? Of neem je de tijd voor een leger met heel sterke eenheden? Je deck stel je zelf samen dus die keuze kun je zelf maken. Dat betekent niet dat je zelf kiest welke kaart je wanneer gebruikt; je pakt iedere beurt een willekeurige kaart van je deck dus iedere pot is anders.”

twee naar Amerika, een naar Amsterdam en een naar Japan. Dat laatste kwam goed uit, want sinds 2006 is Raymond lid van Kinjin, de Japanse cultuurvereniging voor Eindhovense studenten. “Ik had twee hotelkamers bij mijn ticket gekregen en nam mijn beste vriend Sander mee. Hij sprak Japans en we zijn heel Tokyo door geweest. Ik mocht niet meedoen aan het toernooi, alleen kijken, maar het was een supertijd.”

Iedereen kan het spelen. Magic wordt pas echt ingewikkeld zodra je met statistieken gaat werken. Je kunt uitrekenen wat de kans is dat je een bepaalde kaart trekt, of een bepaalde volgorde van de kaarten of een bepaalde combinatie. “Dat zit tegen de statistiek die we aan de TU/e leren aan.”

Hierna verdween de lol van het spel toch wat. Volgens de toernooiregels woog kwantitatieve deelname zwaarder dan kwalitatieve. “Ik deed ook nog andere dingen. Ik zat in het bestuur van Kinjin, wilde mijn ouders bezoeken, wilde mijn sociale leven niet opzij zetten en mijn studie is ook belangrijk. Ik heb ook een parttime baan bij de ict-helpdesk van ST.” Hij studeert nu zeven jaar Scheikundige Technologie en hoopt binnenkort zijn bachelor af te ronden. Dus probeerde hij wederom te stoppen met Magic.

Na zijn deelname aan het NK won de Scheikundestudent andere belangrijke toernooien: Pro Tour Qualifiers. “Lekker spelen op hoog niveau.” Winst leverde vliegtickets op naar Pro Tours. In Rome in 2010 bijvoorbeeld won hij vier reizen;

“Maar Magic laat me niet los. Ik ben ook scheidsrechter en word daardoor bijvoorbeeld uitgenodigd om een Amsterdams toernooi ‘te overzien’. En dan verlang ik er toch weer naar terug.” Nu speelt hij maximaal eens per maand

“Magic laat me niet los”

een toernooi. Op de Pro Tour in Montreal kwalificeerde hij zich voor eenzelfde toernooi in San Diego. Hij krijgt 2.500 dollar mee waarmee hij zijn eten, drinken, onderdak en vliegtickets kan bekostigen. Alsof dat nog niet genoeg is, heeft hij ook zijn eerste tien wedstrijdpunten voor San Diego cadeau gekregen. Een gelukkig man, het straalt van hem af. Vergeleken met die boze, teleurgestelde puber die bestolen werd in de schoolkantine, is er heel wat veranderd. “Van een teruggetrokken jongen ben ik geworden tot scheidrechter die echt wel iets moet durven omroepen. Door die taak ben ik uit mijn schulp gekropen. Toen ik scheidsrechter werd voor het spel leerde ik ook om te gaan met boze spelers die niet blij zijn met wat ik ze verkondig. De sociale interactie is verbeterd. Ik heb gemerkt dat iedereen die Magic wil spelen wordt geaccepteerd in de community.” En wat zijn huidige notering in de top 23 van de Magicwereld hem leert is: “Als je maar lang genoeg doorzet, dan kom je er wel.”

Interview | Norbine Schalij Foto | Bart van Overbeeke


Cursor 14 - jaargang 55