Page 1

NR.5

4 november

2013

onafhankelijk magazine

Beste docent

een van de acht Timo de Rijk

Ontwerper met brugfunctie Ammonia

voor energieopslag

overleef je sollicitatie

english pages see page 28


8 Delta nr. 5

4 november

2013

“Als je op zoek gaat naar een baan, koop je een net pak. Een student voor een stropdassenrek is dus een mooie metafoor voor bij een artikel over sollicitatietraining. Bij Steendam Herenmode was de grootste, en vooral breedste, kast te vinden. Ik tel op de foto 121 dassen om uit te kiezen.” (Fotograaf Sam Rentmeester)

REAGEER!

12

www.delta.tudelft.nl

colofon

Delta is het informatie- en opinieblad van de TU Delft, verzorgd door een journalistiek onafhankelijke redactie.

Redactie Frank Nuijens (hoofdredacteur) - @franknu, Katja Wijnands - @kwijnands, Dorine van Gorp - @dorinevangorp, Saskia Bonger - @sbonger, Tomas van Dijk - @tomasvd, Connie van Uffelen - @connievanu, Jos Wassink - @joswashere Medewerkers aan dit nummer Aldo Brinkman, Heather Beasley Doyle, Jorinde Benner, Kerry Dankers, Dap Hartmann, Auke Herrema, Job Hogewoning, Damini Purkayastha, Molly Quell, Jimmy Tigges, Robert Visscher Foto’s Sam Rentmeester, Hans Stakelbeek

Bladconcept en vormgeving Maters & Hermsen, Leiden Lay-Out Liesbeth van Dam Redactie-adres Universiteitsbibliotheek, Prometheusplein 1, 2628 ZC Delft, 015 278 4848, delta@tudelft.nl Advertenties H&J Uitgevers, 010 451 5510, delta@henjuitgevers.nl Druk Deltahage, Den Haag Oplage 8.000 Jaargang 45 ISSN 2213-8838 Meld je aan voor de wekelijkse nieuwsbrief op de website. Meer informatie op: www.delta.tudelft.nl/colofon

cover

interview

solliciteren

timo de rijk

Door de huidige krapte op de arbeidsmarkt is het voor studenten belangrijker dan ooit om goed voor de dag te komen. Hoe je moet solliciteren, dat is te leren. “Hoe zorg ik ervoor dat ik opval?”

Sinds september is kunsthistoricus Timo de Rijk hoogleraar design, culture and society in Delft én Leiden. “Leiden bestudeert hoe een cultuur in elkaar steekt, Delft wil iets nieuws maken.”


16

28

Delta 6 verschijnt op maandag 18 november

VERDER reportage

english pages

docent van het jaar

switch to English

Acht faculteiten, acht topdocenten, één winnaar. Op 14 november weten we wie van hen ‘Beste docent van de TU Delft 2013’ wordt. Hoe denken de docenten over online onderwijs, het bsa en smartphones in onderwijs?

TU Delft will move instruction in the Applied Earth Sciences B.Sc. to English in 2014, following the same switch of the Aerospace B.Sc. programme in 2000.

Column Kort nieuws Sport kriep desgevraagd partyspotters Job de kok essay de master Column krasse knarren Science Survival Guide There’s an app

04 05 06 07 07 15 15 20 23 25 25 29 30 31


columndaphartmannpantry

Delta De nieuwsbrief bracht het heel opgewekt: ‘Alle pantry’s zijn vernieuwd (inclusief de apparatuur) en voorzien van een frisse look. De koelkasten zijn wat kleiner, waardoor een ieder wat efficiënter met de ruimte moet omgaan.’ Niemand zal bezwaar maken tegen ‘een frisse look’, maar waar zou de behoefte aan een kleinere koelkast zijn oorsprong vinden? Ik doceer ondernemerschap, en een van de belangrijkste lessen is dat je een klant in zijn natuurlijke habitat moet observeren om te kijken hoe hij zich gedraagt en hoe jouw product het best aansluit op zijn behoeften. Dus voordat je een pantry gaat vernieuwen, hang je daar eerst eens een halve dag rond om te kijken hoe mensen die pantry gebruiken en wat je kunt doen om hun leven aangenamer te maken. Dan vallen twee dingen op: (1) veel mensen wassen hun koffiemok of theeglas alvorens koffie of thee te nemen uit de automaat; (2) in toenemende mate brengen mensen eten mee van huis en bewaren dat in de koelkast. Veel buitenlandse collega’s eten tijdens de lunch liever rijst of pasta dan brood met kaas. Op deze twee trends is bij het vernieuwen van de pantry’s op de volgende manier ingespeeld: (1) er is nu geen warm water meer; (2) de koelkast van 140 liter is vervangen door een minibar van 26 liter. De koffiemachine staat, net als in de oude situatie, bovenop het aanrechtblad, zodat het daarachter lekker vies kan worden. En als bonus is de nieuwe magnetron op kniehoogte gemonteerd. Lekker handig. De reden voor het afschaffen van het warme water is ‘besparing’. Maar omdat je met koud water de theeaanslag niet uit je glas krijgt, tappen de meeste mensen nu heet water uit de koffieautomaat en wassen daarmee hun glas schoon. Douwe Egberts brengt daarvoor tien cent in rekening, want de teller van de machine registreert netjes dat er een kop thee is gedronken. Lekkere besparing. De oude koelkasten waren eigenlijk al te klein, want in een gebouw met driehonderd werknemers en zes pantry’s delen vijftig mensen één koelkast. Ze zijn nu dus vervangen door minibars met een vijf keer kleinere inhoud. Het betreft de Dometic HiPro 3000, een minibar voor een hotelkamer, geschikt voor één of twee personen, en schappelijk geprijsd op €816,60. Voor 250 euro minder koop je bij de BCC een roestvrijstalen Siemens koelkast met een inhoud van 350 liter. En wat te denken van het stroomverbruik? De Dometic minibar heeft energielabel C en verbruikt jaarlijks 207 kWh. De Siemens koelkast heeft energielabel A++ en verbruikt slechts 112 kWh per jaar. Dat is dus dertien keer de inhoud voor de helft van de energie. Ik dacht dat de TU Delft duurzaamheid hoog op de agenda had staan? En wat is er eigenlijk gebeurd met die oude koelkasten? Die zijn gewoon gedumpt in een bouwafvalcontainer achter het gebouw. Dus niet naar de kringloopwinkel gebracht of aan een studentenhuis gedoneerd. Lekker duurzaam. Dap Hartmann is astronoom. Hij werkt als onderzoeker bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management.

TU Delft Ons reisgedrag naar vakantiebestemmingen zou in de toekomst wel eens totaal anders kunnen zijn als gevolg van stijgende brandstofprijzen of klimaatbeleid zoals vliegtaksen. Dat schrijft ir. Sander van Cranenburgh in zijn proefschrift ‘Vacation Travel Behaviour in a Very Different Future’, dat hij aan eind deze maand verdedigt.

1 De toeristische sector ziet er over dertig jaar totaal anders uit.

ja

4 Vliegtaksen zijn negatief voor de toeristische sector.

nee

5 Op welke vraag wil je terugkomen?

2 Beleidsmakers houden hier voldoende rekening mee.

nee

“Op de laatste vraag. Natuurlijk is het zo dat als vliegreizen duurder worden de vraag hiernaar afneemt. Maar dat hoeft niet negatief te zijn, althans niet voor iedereen. Mensen gaan dichter bij huis op vakantie. Voor de Nederlandse toeristische sector zouden vliegtaksen wel eens heel goed nieuws kunnen zijn. Voor Nieuw-Zeeland, of de Malediven is dit natuurlijk wel negatief.

3 Vliegtaksen verminderen CO2uitstoot.

ja

3 Drie bewoners van de Krakeelhof zijn zaterdagochtend 26 oktober naar het ziekenhuis gebracht met ademhalingsklachten. Zij hadden rook ingeademd nadat er brand was ontstaan in hun gemeenschappelijke ruimte. De meldkamer kreeg die ochtend rond half vijf een melding binnen van een brand in het studentencomplex aan de Jacoba van Beierenlaan. Politie en brandweer ontruimden kort daarop vijftien woningen. Een woordvoerder van de brandweer schat dat er na ontruiming tussen de veertig en vijftig studenten buiten stonden. Het is nog onduidelijk hoe de brand is ontstaan. De schade blijft beperkt tot roetschade. www.delta.tudelft. nl/27352

Tweets

(Foto: Sander van Cranenburgh)

4


Kort Meer en uitgebreider nieuws op www.delta.tudelft.nl

OV-jaarkaart

Economen zullen er geen traan om laten als de ov-studentenkaart verdwijnt. “Studenten reizen dan veel meer dan maatschappelijk gewenst is. Als de samenleving studie en stages belangrijk vindt, dan is het beter de reiskosten daarvoor direct te subsidiëren”, zegt Bas Jacobs, hoogleraar economie en publieke financiering aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. www.delta.tudelft.nl/27356

De Floppy Tower in het water bij Industrieel Ontwerpen (IO) heeft grote averij opgelopen in de storm van maandag 28 oktober. De schade aan het ontwerp van IO-docent productontwerpen en kunstenaar Wim Schermer is nog onduidelijk, maar de delen zijn te vervangen. Facilitair management gaat onderzoeken wat er precies stuk is in de toren. Volgens Schermer is het bij zijn bewegende toren ‘zoeken naar de balans tussen sterkte en gewicht’. Hij staat er nu bijna twee jaar en is een testopstelling om te onderzoeken hoe een dergelijke constructie zich gedraagt in de wind. (Foto: Sam Rentmeester)

Wie je moet kennen Prof.dr. Freek Beekman krijgt de FOM Valorisatie Prijs 2013. 'Hij geeft richting en momentum aan inhoudelijke en economische verbeteringen van medische scanapparatuur', aldus de jury. Uitreiking van de prijs is op 21 januari 2014 tijdens het congres Physics@FOM Veldhoven. Beekman ontwikkelt fysische modellen om medische scans – zoals Spect en PET – te verbeteren. Dankzij zijn onderzoek kunnen verschillende biologische processen tegelijkertijd in beeld worden gebracht; bijvoorbeeld hoeveel medicijnen worden toegediend én hoe een tumor daarop reageert. De prijs van 250 duizend euro wordt jaarlijks uitgereikt aan een Nederlandse onderzoeker (of groep van onderzoekers) in de fysica die erin slaagt resultaten uit het eigen onderzoek op succesvolle wijze tot nut voor de maatschappij te maken.

“Innovatie en nieuwe technologie zijn noodzakelijk om ook in de toekomst meer treinen te kunnen laten rijden.” Dat stelde prof.dr.ir. Rolf Dollevoet op donderdag 24 oktober in zijn intreerede als hoogleraar railbouwkunde. “Om te kunnen blijven groeien en te blijven voldoen aan eisen voor veiligheid en beschikbaarheid moet er iets fundamenteels veranderen in het spoorsysteem”, aldus de hoogleraar. Tijdens een symposium ter ere van de inauguratie van Dollevoet, ondertekenden ProRail en TU een samenwerkingsovereenkomst. ProRail investeert 5,5 miljoen euro in railonderzoek en -onderwijs aan de TU. De universiteit steekt er de komende jaren 3,1 miljoen euro in.

Hoogleraar economie van de innovatie Alfred Kleinknecht gaat met vervroegd pensioen. Woensdag 6 november geeft hij zijn afscheidsrede. Kleinknecht ageerde regelmatig tegen loonmatiging; die zou funest zijn voor innovatie en daarmee slecht voor de economie. Zijn standpunt leverde hem de hoon van veel economen op. Ook als het om universitaire zaken ging, nam hij geen blad voor de mond. In Delta zei hij vorig jaar naar aanleiding van de berichtgeving over hoge declaraties door de top van de universiteit: “De macht, de status en salarissen trekken de verkeerde personen aan: geldwolven en machtswellustelingen. Bestuurders zouden nooit meer moeten verdienen dan hoogleraren. Universiteiten moet je niet laten besturen door mensen die werken voor geld. Het moet gebeuren uit liefde voor de wetenschap.”

Duurzaam

Een groep studenten gaat onder de naam Smart Campus meten hoeveel energie, water en materialen de gebouwen en onderdelen op de campus precies verbruiken. Ook willen zij de TU verduurzamen, onder meer door wetenschappelijk duurzaamheidsonderzoek op de universiteit zelf te testen. www.delta.tudelft.nl/27360

Basisbeurs

Minister Bussemaker wil de basisbeurs voor masterstudenten gewoon vanaf volgend jaar afschaffen en ziet geen reden tot uitstel. Toch is de kans groot dat masterstudenten nog een jaar respijt krijgen. Om haar wetsvoorstel door de Eerste Kamer te loodsen, moet ze oppositiepartijen D66 en GroenLinks achter zich krijgen en zij willen een jaar uitstel. www.delta.tudelft.nl/27351

Onderwijsinnovatie

Delftse en Rotterdamse onderwijsmanagers hebben het afgelopen jaar voor het eerst samen een serie cursussen gedaan, die moeten bijdragen aan innovatie in het onderwijs. Volgend jaar gaat de ‘leergang onderwijskundig leiderschap’ verder onder LDE-vlag en sluit de Universiteit Leiden zich aan. www.delta.tudelft.nl/27343

Immuniteit

Collegevoorzitter Dirk Jan van den Berg pleit in een opiniestuk op CNN.com voor immuniteit voor wetenschappers. Ze moeten een diplomatiek paspoort krijgen, waardoor ze zonder beperkingen wereldwijde problemen kunnen aanpakken. www.delta.tudelft.nl/27324


IN THE SPORTLIGHT

sportzaken

Gerben Schonebaum Specs

1.87 meter

Koninginnen van de Kolk

Gewicht

80 kilo Geboortejaar 1990

studie: Luchtvaart- en ruimtevaarttechniek

Sport:

Spraytop-jasje: ‘een heel licht jasje zodat je lekker wendbaar bent.’

Zeilen bij Broach (in J22)

andere sporten: Voetballen, windsurfen

Sterke punten: “Tactisch inzicht, als het om wedstrijdzeilen gaat. Ik blijf meestal rustig. Als stuurman in een team van drie personen vervul ik een speciale rol.”

Mes aan een touwtje. ‘Er kan altijd wat misgaan. Dan wil je zo snel mogelijk wat klussen, een lijntje doorsnijden of iets dergelijks. Er kan zoveel stuk aan zo’n boot. Dat gebeurt vaker dan je denkt.’

Zwakke punten: “Misschien af en toe een beetje ongeduldig.” Blessuregevoeligheid, lichamelijke zwakheden: “Ik heb ooit mijn sleutelbeen gebroken met voetbal. Verder heb ik een redelijk goed gestel.” Hoogtepunten/prijzen? “Deelname aan The Race of the Classics. Dat is een groots studentenzeilevenement, waarbij je op grote oude zeilschepen, een soort piratenschepen, over de Noordzee naar Engeland vaart en terug.”

‘Zelfde idee als het jasje. Goed waterdicht, stevig, met veel zakjes en vakjes. Is goed warm ja.’

Waarom zou je gaan zeilen? “Met je kop in de wind kun je je gedachten even helemaal wegzetten. Het is een mooie mix tussen actief sporten en het bedenken van een tactiek, waarmee je de anderen zo slim mogelijk afleidt.” Waarom bij Broach? “Uitstekende combinatie van heel leuke mensen, gezelligheid en zeilen op hoog niveau.” Wetsuit schoentjes. ‘Warm, wendbaar, hebben lekker veel grip.’ (Foto: Sam Rentmeester)

Ambities? “Meer wedstrijden varen. Het lijkt mij vet om een keer aan het EK J22 mee te doen. Verder zou ik op langere termijn wel eens de Stille Oceaan willen over varen. Langs de prachtige Bounty-eilanden. Denk dat dat er ooit wel van gaat komen.” Ergens een hekel aan? “Over het algemeen vind ik het allemaal prachtig.” Gps (niet op foto) ‘om de koers, snelheid et cetera in de gaten te houden.’

Slimme vrouwen winnen Slag om Delft, zwemlopers gesignaleerd in de Kerkpolder en vliegende start voor volleyballers. Bij DSZ Wave waren ze maar wat blij met hun derde plaats, na de eerste competitiedag om het Nederlands studentenkampioenschap in Utrecht. De Delftse zwemmers moeten voorlopig alleen het Amsterdamse Spons en De Golfbreker uit Groningen voor zich dulden op de ranglijst. Aan mooie namen geen gebrek in die studentencompetitie. De volgende wedstrijd is op 7 december in Delft. ‘Ook daar gaan wij knallen’, luidt de keiharde belofte van verslaggever Sander Quirijns op de clubsite. Voor wie zwemmen alleen wat saai is, organiseerde Wave in oktober traditiegetrouw een zwemloop in en rond zwembad de Kerkpolder. Vijfhonderd meter baantjes zwemmen en vijf kilometer hardlopen. Stein Posthuma zette de beste combinatietijd op het scorebord. Hij was lang niet de snelste in het water, maar liep even later in zijn favoriete discipline wel iedereen grandioos naar huis. Fieke Grooters was de snelste vrouw. De categorie duo’s, voor zwemmers die geen zin hadden om te lopen en lopers die geen zin hadden om te zwemmen, werd gewonnen door Chriss Schwarz en Evan Delaney. Meer nattigheid ondervond Rikst Dijkstra vorig weekend, na het winnen van de Slag om Delft. In de achtste editie van dit jaarlijks door DSWZ Broach georganiseerde evenement streden zeven zeilteams op de Zuidkolk om de prestigieuze titel ‘Koning van de Kolk’. “Een prachtig zeildagje, met een lekker windje en zon”, blikte Maarten Gabriel genoeglijk terug. De wedstrijdcommissaris had veel spannende momenten gezien, “met onverwachte zeges en bloedstollende inhaalraces.” Match races waren het, korte wedstrijdjes van een tegen een. Dijkstra en haar vrouwelijke helpers bewogen zich het behendigst op het water en lieten zich gewillig tot ‘Koninginnen van de Kolk’ tronen. “Dat is natuurlijk een fantastisch gevoel”, sprak Dijkstra voor de camera van de watersportbond, om er fijntjes aan toe te voegen dat ze het niet cadeau hadden gekregen. Voldaan constateerde zij dat er op het water weinig verschil was tussen mannen en vrouwen. “Het waait niet echt hard, dus de krachten van die mannen heb je toch niet echt nodig. Je moet gewoon wat slimmer zijn”, waren haar laatste woorden voordat zij feestelijk in het water werd geduwd. Tot slot nog even een blik in de zaal geworpen. Opvallend was de vliegende seizoensstart van zowel heren-1 als dames-1 van Punch, in de volleybalcompetitie. Vooral de vrouwen trokken flink van leer. De eerste vijf wedstrijden werden alle met de maximale score afgesloten (4-0). De heren wonnen eveneens al hun (vier) wedstrijden, maar met minder indrukwekkende setcijfers: 14-3. Voorlopig goed genoeg voor een derde plek op de ranglijst. Tips? Jimmy.tigges@hetnet.nl


desgevraagd

Tweet

Bepalen sociale media in de toekomst hoe succesvol een wetenschapper is en hoeveel geld hij krijgt, zoals vorige week in De Volkskrant werd gesuggereerd? Delftse onderzoekers gruwen van dit idee. Is je onderzoek een hot topic op Twitter en Facebook en wordt er veel over geblogt, dan ben je goed bezig. Dat vindt nieuwe-mediawetenschapper Paul Groth van de VU. De wetenschappelijke merites van onderzoek moeten volgens hem behalve door citatiescores ook bepaald worden door sociale media. 'De traditionele bibliometrie is te traag en te beperkt', aldus Groth vorige week in De Volkskrant. Grote wetenschappelijke uitgevers zoals Wiley, Springer en Elsevier zouden groeiende belangstelling hebben voor het inzetten van sociale media als Twitter om de wetenschap de maat te nemen. Altmetrics heet deze nieuwe meetmethode. Delta vroeg aan enkele van meest geciteerde Delftse onderzoekers wat zij van deze trend vinden. Biotechnoloog prof. dr.ir. Mark Van Loosdrecht, nanowetenschapper prof.dr. Henny Zandbergen en stralingswetenschapper prof.dr. Pieter Dorenbos gebruiken naar eigen zeggen nauwelijks sociale media om hun onderzoek onder de aandacht te brengen. “Ik ben te ouderwets en heb het te druk voor dat soort zaken”, zegt Dorenbos. Zandbergen zegt ook dat hem te veel

tijd kost. Van Loosdrecht gebruikt sociale media niet zozeer om onderzoeksresultaten bekend te maken, maar “wel

nanciers hun hoofd koel zullen houden. “Ik zou dat een slechte ontwikkeling vinden. Wetenschappers die een (eind)product leveren dat voor een groot publiek herkenbaar is, zullen goed scoren op sociale media. De wetenschappers die het mogelijk hebben gemaakt om allerlei deelontwikkelingen en technologieën te realiseren zullen echter niet scoren omdat het grote publiek hun werk helemaal niet begrijpt. Een dergelijke ontwikkeling zal wetenschappers ook stimuleren om opgeblazen verhalen de wereld in te sturen om daarmee veel impact te generen. Ik ben bang dat de waan van de dag en hypes op die manier een basis van

'Ik ben te ouderwets voor dit soort zaken' om contacten te onderhouden en opinies te geven zo nu en dan.” Alle drie de onderzoekers zijn weinig enthousiast over het feit dat uitgevers wetenschappers de maat willen nemen middels sociale media. Van Loosdrecht en Dorenbos reageren het felst. Van Loosdrecht: “Er zijn altijd bedrijven die winst willen maken op basis van databehandeling. Verstandige beleidsmakers nemen dit niet serieus.” De wetenschapper verwacht dan ook niet dat onderzoekfinanciers zich op den duur zullen laten leiden door altmetrics. Dorenbos denkt ook dat onderzoekfi-

7

TU Delft

financiering worden.” Zandbergen verwacht dat de sociale media nauwelijks van belang zullen zijn voor aandacht op de lange termijn. “Sommige publicaties zijn slechts een paar jaar hot en worden daarna weinig geciteerd. Andere worden decennia later geciteerd. De eerste groep publicaties is zeer gebaat bij een snelle publicatie en sociale media. De tweede groep nauwelijks.” (TvD)

Vooruitgang bouw 5 meter water/slib/modeleringsgoot waterlab #CiTG #@tudelft pic. twitter.com/yQxatpllWI

Jaap van Duin (59), technicus bij laboratorium van vloeistofmechanica (CiTG), verwijst naar promovendus Andres Vargas Luna voor meer achtergrondinformatie. Van Duin schildert zichzelf af als ‘simpele technicus’ die het onderzoek van ‘meneer Vargas’ ondersteunt. Laatst waren ze samen nog op stap naar Renswoude bij Barneveld voor veldmetingen. “Je moet weten dat de Lunterse beek daar gekanaliseerd is. Dat heeft tot veel problemen geleid, variërend van uitdroging tot overstroming. Nu is besloten om de beek terug te brengen in de oorspronkelijke staat zodat zich weer duinen, wallen en platen kunnen vormen. ‘Meneer Vargas’ bestudeert dat vormingsproces en heeft voor dat doel de werkelijkheid op schaal nagebouwd in het Delftse waterlab. Althans, Jaap van Duin en collega’s hebben dat voor hem gedaan. Zeven jaar geleden sloot het laboratorium waar Van Duin werkte als modeltechnicus. Dat was even slikken, maar nu werkt hij met plezier aan de goten van het #waterlab. “Ach, ik vermaak me overal wel mee.” (JW)

Strip: Auke Herrema

Delta


Delta

Tekst: Robert Visscher Foto’s: Sam Rentmeester

9

TU Delft

Opvallen bij het solliciteren Van berekenen en ontwerpen weten pas afgestudeerde Delftenaren alles. Maar het is een stuk lastiger om je een weg te banen door de sollicitatiejungle. Over hoe je eruit springt bij het solliciteren.

“Er staat veel in je curriculum vitae. Maar op welk onderdeel ben je het meest trots?”, vraagt Bud Bickes van het TU Delft career centre. Verbaasd kijkt de net afgestudeerde civieler Lisanne Meerdink hem aan. “Daar heb ik nog nooit over nagedacht”, zegt ze. Meerdink is even stil en antwoordt dan: “Dat ik zoveel gedaan heb naast mijn studie. Ik was fulltime bestuurslid van een studievereniging en heb daar geleerd problemen op te lossen en activiteiten rond het lustrum te organiseren en te begeleiden." “Wat een rotvraag hè?”, zegt Bickes na afloop. “Maar het is wel een vraag die je kunt verwachten. Juist daarom is het verstandig om van tevoren te oefenen.” Bickes deed veel ervaring op rond sollicitaties en trainingen bij de Erasmus Universiteit Rotterdam en de TU. Voordat Meerdink een sollicitatiegesprek heeft bij een groot ingenieursbureau, oefent ze het met Bickes bij het career centre. Zoals Lisanne Meerdink zijn er meer. Net afgestudeerd en met de felbegeerde bul op zak. Ze kunnen goed rekenen en analytisch denken. Ze weten alles over de maximale belasting van een brug, hoe je nieuwe medische instrumenten ontwerpt of zonnecellen nog efficiënter maakt. Maar hoe je moet solliciteren is een heel ander verhaal. Want jezelf verkopen aan werkgevers, hoe doe je dat eigenlijk? Hoe vind je een

weg in de sollicitatiejungle? Uit een onderzoek van nieuwsprogramma EenVandaag blijkt dat veel studenten met die vraag worstelen. Bijna zeventig procent gaf aan dat het oefenen van sollicitatiegesprekken verplicht moet worden. Volgens 41 procent komt solliciteren helemaal niet aan de orde tijdens de studie. Kortom, concludeert EenVandaag: studenten zijn slecht voorbereid op solliciteren.

Smeken Dat is zonde, want door de huidige krapte op de arbeidsmarkt is het nog belangrijker voor studenten om goed voor de dag te komen. “Iedereen bij Bouwkunde is daar mee bezig. Hoe kom ik boven het maaiveld uit? Hoe zorg ik ervoor dat ik opval? Velen doen bijvoorbeeld een (extra) stage, terwijl dit niet verplicht is. Ik doe een jaar bestuur bij studievereniging Stylos. Vooral omdat het me aanspreekt, maar het is ook wel handig vanwege de extra ervaring”, zegt bachelorstudent Roel Kosters. Maar van collectieve paniek op de TU Delft lijkt absoluut geen sprake. Want niet iedereen maakt zich evenveel zorgen. Werkloosheidcijfers van alumni van de TU zijn niet beschikbaar. Maar het is wel duidelijk dat er meer vraag is naar bijvoorbeeld afgestudeerde elektrotechnici en werktuigbouwkundigen dan naar architecten. “Ik maak me weinig zorgen. Bedrijven

staan om ons te smeken. Ik hoor van veel pas afgestudeerden dat ze zo een baan hebben. Toch denk ik dat het nuttig is om goed voorbereid te zijn op het solliciteren, zodat je bijvoorbeeld beter weet wat je te wachten staat tijdens een gesprek”, zegt derdejaars elektrotechniek Ralph van Schelven. Hoe dan ook, graduate recruitment manager Europe Elmer Schaap van Shell merkt wel dat studenten momenteel meer doen om op te vallen. “Ze begrijpen steeds beter dat ze zich moeten onderscheiden. Wij kijken naar veel meer dan alleen de studieresultaten. Heeft iemand activiteiten georganiseerd, extra projecten begeleid of in een bestuur gezeten van een sportof studievereniging? Ervaring in het buitenland telt zeker ook mee. Daardoor zien we dat iemand verder kijkt dan zijn neus lang is.” Ellen van der Wal van architectenbureau Mecanoo vult aan: “De keuzes in het tweede en derde jaar zijn essentieel door werk- of bestuurservaring op te doen. Leg dat ook goed vast, bijvoorbeeld in een portfolio.”

Mooie praatjes Dat studenten zich beter voorbereiden op de arbeidsmarkt, blijkt ook uit de stijgende populariteit van het career centre. Daar kunnen studenten onder meer hun cv laten checken, sollicitatiegesprekken trainen en er zijn >>


Door de huidige krapte op de arbeidsmarkt is het nog belangrijker voor studenten om goed voor de dag te komen workshops bij faculteiten. Het career centre bestaat nu vier jaar en uit een recent onderzoek van onderzoeksbureau Universum onder 460 studenten blijkt dat 52 procent van de doelgroep het centrum weet te vinden. Het devies van het career centre is dat iedereen zich goed kan voorbereiden. Solliciteren kun je dus leren. Maar het gaat er niet om met trucjes en bluffen een vette baan te scoren. “Je krijgt bij ons geen recept voor de beste antwoorden. Sol-

liciteren kun je beter zien als een soort matchmaking. De sollicitant moet ook goed nagaan of een bedrijf wel bij hem of haar past. Zijn er interessante projecten, spreekt de cultuur aan?”, zegt Caroline Scheepmaker, manager career centre. Shell recruitment manager Schaap is het daar helemaal mee eens. “Als iemand alleen maar mooie praatjes heeft en zich door een gesprek heen probeert te bluffen, prikken we daar zo

doorheen. Het moet echt klikken. De sollicitant moet bij de bedrijfscultuur passen.” Anders gaat het geheid mis, benadrukt Scheepmaker. Ze kent een flamboyante en creatieve net afgestudeerde industrieel ontwerpster, die solliciteerde bij een consultancybureau. Ze kocht een mantelpakje, was reuze slim en werd aangenomen. Maar ze voelde er zich doodongelukkig. Ze paste daar niet vanwege de formele kleding en omgangsvormen en is uiteindelijk vertrokken.

Erbij passen “Wij proberen te achterhalen wat iemand wil, door veel vragen te stellen”, vertelt Caroline Scheepmaker. “Pas afgestudeerden kijken vooral naar grote bedrijven of willen manager worden, vanwege druk van familie en vrienden. Maar misschien past een kleiner bedrijf wel beter bij jou. Of er nou werkgevers voor je in de rij staan of juist niet, wij proberen met studenten uit te zoeken wat ze zelf het liefste willen.” Je anders voordoen dan je bent of bluffen, is dus onverstandig. Wat is wel handig om te doen? Schaap: “Wees zo concreet mogelijk. Dat Delftenaren technisch heel goed zijn en prachtige ingewikkelde projecten kunnen doen, klopt. Maar ik ben benieuwd wat ze nog meer in hun mars hebben. Ben je een leider? Zo ja, dan wil ik dat zien. Geef bijvoorbeeld aan welke studentenprojecten je hebt geleid. En vertel specifiek wat jij hebt gedaan als je hebt samengewerkt.” Ook Bickes benadrukt dit tegenover Meerdink


Delta

tijdens het oefenen van het sollicitatiegesprek bij het career centre. “Geef veel voorbeelden, dan weten ze aan de andere kant van de tafel beter wat je hebt gedaan en ook hoe je in elkaar zit.” Meerdink heeft daar weinig moeite mee. Van verschillende projecten waar ze aan heeft gewerkt, benoemt ze duidelijk wat haar rol was. Door voorbeelden paraat te hebben, neemt iemand zelf initiatief, volgens Van der Wal van Mecanoo. Zij raadt aan om van te voren drie projecten uit te kiezen, die laten zien waar je goed in bent. “Sommige sollicitanten gaan achterover zitten en wachten alleen maar op vragen die we stellen. Dat is geen goede houding.” Wees bovendien to the point. Te veel praten is niet goed. “Stel dat je nog meer wilt vertellen en al lang aan het woord bent,” vertelt Bickes aan Meerdink. “Dan kun je altijd vragen of je zo de vraag hebt beantwoord of nog meer mag vertellen. Op die manier maak je ze medeplichtig. Anders praat je je zo het graf in. Gelukkig had jij daar geen last van. Zelfs niet toen ik even zweeg, ging je dat niet invullen met gepraat.”

Flauw vallen Maar niet alleen het verbale moet in orde zijn. Zorg er ook voor dat je een overzichtelijk en aantrekkelijk overzicht maakt van wat je hebt gedaan, benadrukt Van der Wal. “Wij krijgen zeker honderd open sollicitaties per maand binnen. Ik wil binnen een minuut een goed beeld krijgen via een portfolio wat iemand heeft gedaan. Het gaat er om of iemand kan verbeelden wat er in zijn of haar hoofd zit.”

11

TU Delft

Dat klinkt misschien logisch, toch krijgt Mecanoo nog vaak chaotische portfolio’s binnen. “Soms worden we zelfs met een ander architectenbureau verwisseld. Nou ja, dat helpt ons wel, want driekwart kan de prullenbak in.” Ook Schaap maakte al vreemde dingen mee. “Een sollicitant die tijdens een assessment flauw viel bijvoorbeeld. Of iemand die toch geen Engels bleek te spreken.” Zelf vragen voorbereiden is wel een must. Niet alleen om initiatiefrijk over te komen. Van der Wal en Schaap kunnen zich niet voorstellen dat iemand bij hun bedrijf solliciteert zonder vragen te stellen. “Je wilt bijvoorbeeld toch weten of er doorgroeimogelijkheden zijn?”, zegt Schaap. Daarnaast willen ze beide zien dat studenten het bedrijf goed kennen. “Weet je welke projecten we hebben gedaan en wat vind je daarvan? Als je ons werk niet kent, solliciteer dan niet”, zegt Van der Wal. Na het oefenen van het sollicitatiegesprek, complimenteert Bickes de pas afgestudeerde civieler Meerdink. “Je denkt snel en je geeft adequate antwoorden. Vergeet niet dat zo’n gesprek een kennismaking is. Zij willen weten wie jij nu eigenlijk bent en wat je in je mars hebt. Jij wilt dus ook weten hoe het er bij hun bedrijf aan toegaat. Jij moet niet alleen een plek bij hen verdienen, maar zij moeten jou ook overtuigen dat ze de juiste partij zijn voor jou.” <<

Hoe bereid je je zo goed mogelijk voor op een sollicitatiegesprek? Wel doen • Laat je cv checken • Volg een sollicitatietraining • Probeer je te onderscheiden • Bereid je goed voor • Bedenk over welke prestaties (of projecten) je wilt praten • Neem initiatief • Maak een portfolio Tijdens het gesprek: • Stel vragen • Blijf jezelf

Niet doen • Val niet te veel op op internet Tijdens het gesprek: • Veel te vroeg komen • Te lang doorpraten • Bluffen en opscheppen • Liegen over je cv • Negatief zijn en klagen • Te opzichtig kleden • Te nonchalant zijn


12

Delta

TU Delft

‘wij planten het zaadje’

Kunsthistoricus Timo de Rijk is sinds september hoogleraar design, culture and society in Delft en Leiden. Hij noemt die combinatie ‘een regelrechte doorbraak’. “Leiden bestudeert hoe een cultuur in elkaar steekt, Delft wil iets nieuws maken. Dat is een wezenlijk verschillende houding. Ik ben een brug tussen beide.”


Tekst: Saskia Bonger Foto’s: Sam Rentmeester

Delta

TU Delft

Aan de kapstok van Timo de Rijk hangen twee wonderlijke zakjes. In de ene zit steil blond, in de andere zwart met rood krullend nephaar. De kersverse hoogleraar design, culture and society aan de TU Delft en de Universiteit Leiden heeft ze overgehouden aan een onderzoek in Rotterdam-Zuid. Wekenlang liet hij zijn Amsterdamse studenten design cultures daar zoeken naar het esthetische ideaal van de bewoners van een multiculturele jaren-twintigwijk. Lachend: “Eén van mijn fascinaties is de geschiedenis van het haar. Deze haren komen uit een beautywinkel. Zo’n streng kost vijf euro. Het is volkomen krankzinnig als je deze haren in een zakje ziet hangen. Toch dragen vooral donkere vrouwen ze. Ik wilde weten: wat is de habitat van de groepen in deze wijk? Hoe kleden ze zich en waarom? Wat is hun schoonheidsideaal? Dat soort dingen.”

Wat kan een ontwerper doen met die informatie? “Je kunt bedenken hoe je producten voor specifieke doelgroepen kunt ontwerpen. Als je een groter maatschappelijk doel hebt, kun je erachter komen hoe je mensen kunt bereiken. Dan moet je weten hoe hun leven in elkaar zit en waar ze belang aan hechten. De overheid heeft grote ambities om de samenleving niet uit elkaar te laten vallen. Daarvoor moet je culturen en subculturen begrijpen. Dat kan onder andere door middel van de producten die ze gebruiken. Juist nu de verbindingen tussen de verschillende groepen steeds meer wegvallen en iedereen in zijn eigen kringetje blijft.” Mensen weten vaak zelf niet eens waarom ze iets doen of mooi vinden. “Er zijn een heleboel dingen die we als vanzelfsprekend aannemen, omdat we vinden dat het zo hoort. Dat is cultuur. Al jouw vooroordelen zijn culturele framing. Als onderzoeker moet je interpreteren. Mensen geven zelden rechtstreeks antwoord op een vraag. De ontworpen omgeving is dan een belangrijke bron.” Gaat u met uw Delftse en Leidse studenten de straat op? “Dat hebben we nog niet groepsgewijs gedaan. Het Delftse onderwijs is grootschaliger dan dat in Amsterdam en Leiden. In Leiden zijn er ongeveer vijftig eerstejaars kunstgeschiedenis. In Delft hebben we honderden nieuwe studenten. Mijn leerstoel is ontstaan doordat de decanen van de faculteiten in Delft en Leiden hebben bedacht dat de beschouwelijke kant en de ontwerppraktijk veel van elkaar kunnen leren. Dat is een regelrechte doorbraak: de één bestudeert hoe een cultuur in elkaar steekt, de ander wil iets nieuws maken. Dat is een wezenlijk verschillende houding. Ik ben een brug, sta met één been in de kunstgeschiedenis en met één been in de designwereld. Eén van mijn ambities is om de mogelijkheden van Leiden bloot te leggen voor Delft. In Leiden werken allerlei soorten wetenschappers die bijvoorbeeld alles weten van de culinaire geschiedenis van Japan, van de popcultuur in de islamitische wereld of van de verhouding tussen Oost en West.” Wat kunnen een ontwerper en iemand die de culinaire geschiedenis van Japan haarfijn kent voor elkaar betekenen? “Dat is erg specifiek, ik geef het toe. Onze studenten in Delft doen veel doelgroepenonderzoek. Dat kan verrijkt worden met de kennis uit

‘Delftenaren zijn minder gevoelig voor wat ik de metafysica noem; de symbolische betekenissen in de wereld’

13

Leiden. De leerstoel Oost-Westverhouding leert bijvoorbeeld diepgaand over culturele verschillen. Dat is heel nuttig.”

Zijn Delftse studenten daar in geïnteresseerd? “Niet allemaal, maar we zien dat het aanslaat. We krijgen steeds beter over het voetlicht wat cultuur betekent voor ontwerpers. Designgeschiedenis is niet meer hetzelfde vak als toen ik hier kwam eind jaren negentig. Toen was het vooral: waar komen we vandaan als ontwerpers? Waren we ingenieurs die techniek vertaalden naar consumenten of kunstenaars die een artistieke toepassing bedachten? Dat laatste was zo in de achttiende eeuw. Er bestond toen al iets van een consumptiemaatschappij. Kunstenaars leerden bij fabrikanten spullen te maken voor groepen klanten die ze niet kenden, dat had nog nooit iemand gedaan. Je kunt je afvragen waarom we in Delft designers opleiden. De overheid heeft dat net na de Tweede Wereldoorlog zo bedacht. Nederland moest een industriële samenleving worden. De TU hield de boot eerst af. Eind jaren vijftig besloot de universiteit de studie toch onder te brengen bij Bouwkunde. Bijna te laat, want in de jaren zestig werd duidelijk dat het niet lukte om van Nederland een industriële samenleving te maken naar Duits voorbeeld. We maken weinig eindproducten. Zie de auto-industrie. Duitsland heeft meerdere autofabrikanten, Nederland kent hooguit toeleveranciers.” Is dat erg? “Helemaal niet. We hebben een groot midden- en kleinbedrijf waar dingen worden gemaakt. En het nadeel dat we weinig produceren, terwijl we veel ontwerpers opleiden, is omgeslagen in een voordeel. Ontwerpen is niet alleen en misschien steeds minder gericht op het maken van producten. Daarbij is de relatieve afstand tot de industrie praktijk geworden. We laten veel in China en dat soort landen maken. Dan komt het niet aan op direct contact met wat zich in de fabriek afspeelt. We leiden onze ontwerpers breed op. Een in Duitsland opgeleide ontwerper kan rechtstreeks bij Siemens of BMW terecht. Toch zie je juist Nederlanders vaak bij dat soort bedrijven terecht komen. Maar dan als supervisor van het ontwerpproces, waarin engineering, vormgeving, ergonomie en marketing een rol spelen.” Kunnen Delftse studenten designgeschiedenis schrijven? “Wij maken geen aantrekkelijke vaasjes. Sterker nog, wij maken helemaal niks, wij leiden studenten op. Zij worden niet afgerekend op spullen die shiny op een podiumpje staan. Ze worden begeleid bij het doorlopen van een proces. Wat daaruit komt, is soms nog onbeholpen of onaf. Maar wij planten wel het zaadje. Ontwerpen is zo krachtig, omdat een product een plek krijgt in de samenleving. >>


14

Delta

TU Delft

'Geur is deels cultureel geconstrueerd. Wij vinden iets anders fris dan mensen in India' Daar krijgt het zijn betekenis. Een kunstobject in een museum heeft alleen de betekenis die de kunstenaar eraan gegeven heeft.”

Wat is het verschil tussen Leidse en Delftse studenten? “Delftenaren zijn minder gevoelig voor wat ik de metafysica noem; de symbolische betekenissen in de wereld. Ze zijn heel feitelijk. What you see is what you get. Toch is er geen ontwerper die aan de hand van cijfers tot een ontwerp komt. Je kunt niet zeggen: 98 procent van de gebruikers van een ruimte is vrouwelijk, dus ik ontwerp een vrouwelijke ruimte. De richting wordt bepaald door research, door feiten en cijfers. De vorm die je eraan geeft, bepaal je zelf. Dat is strijdig met het klassieke idee van engineering, dat er maar één onontkoombare oplossing is.” Wat zijn uw plannen voor de komende jaren? “Ik wil aansluiten bij maatschappelijk geëngageerd ontwerpen, social design. Op welke manier kun je de ontwerper inzetten in maatschappelijke processen of bij gedragsverandering? Ik wil meer begrijpen van het gebruik van producten in verschillende culturen. Zodat we producten voor de publieke ruimte kunnen ontwerpen die daar beter bij aansluiten. Ik heb wel eens onderzoek gedaan naar de barbecue. Noord-Afrikanen en Turken gaan soms de hele zondag met de familie buiten zitten. Hebben wij daar in Nederland ooit over nagedacht? Nauwelijks. Er zijn parken en we zeggen: daar mag je zitten, maar er zijn nauwelijks specifieke faciliteiten. Zorg als overheid voor een goede plek. Anders leidt het tot grote frustratie. De meeste producten hebben een culturele component. Neem schoonmaakmiddelen. Geur is deels cultureel geconstrueerd. Wij vinden iets anders fris dan mensen in India. Ontwerpers kunnen daar rekening mee houden.” Eerder dit jaar schreef u een opinieartikel in NRC Handelsblad, waarin u zich boos maakte over de Mine Kafon van ontwerper Massoud Hassani, een mijnenveger in de vorm van een manshoge bol die door de wind wordt voortgestuwd. Hassani was een afstudeerder van de Eindhovense Design Academy. Waarover maakte u zich zo druk? “Voor de duidelijkheid: ik ergerde me niet aan de grote hoeveelheid aandacht die het ontwerp kreeg. Ik wilde ook geen gevecht van Delft tegen Eindhoven voeren. Ik ben niet eens ingenieur, maar kunsthistoricus. Ik

CV Timo de Rijk (1963) studeerde in 1988 af als kunsthistoricus aan de Universiteit Leiden. Hij begon zijn carrière bij veilinghuis Van Stockum en maakte daarna de overstap naar de TU Delft. In 1998 was zijn proefschrift ‘Het elektrische huis’ klaar. Daarin gaf De Rijk een overzicht en analyse van de vormgeving en acceptatie van het elektrische huishoudelijk apparaat. Sindsdien is De Rijk verbonden aan de TU Delft. Tussen september 2010 en 2013 was hij daarbij bijzonder hoogleraar design cultures aan de

Vrije Universiteit Amsterdam. Sinds september 2013 is De Rijk hoogleraar design, culture and society. Dat is een gedeelde leerstoel van de Universiteit Leiden en de TU Delft. In Delft geeft hij twee vakken: designgeschiedenis in de bachelor en design, culture and society in de master. De Rijk organiseerde tal van tentoonstellingen en is hoofdredacteur van het Dutch Design Yearbook. Daarnaast is hij voorzitter van de Beroepsorganisatie voor Nederlandse Ontwerpers.

ken de Design Academy goed, heb er lang lesgegeven. Het gaat me aan het hart dat de Mine Kafon valse claims maakt. Het ding werkt niet en is als concept ontoereikend.”

Hoe weet u dat het ontwerp niet deugt? “Mijn redenering daarover is tot nu toe niet weersproken. Je laat die bol los in een mijnenveld. Het is onbekend waar de mijnen liggen. De wind houdt de bol aan de gang. Als hij over een mijn rolt, volgt een ontploffing. Op welk moment is het veld mijnenvrij en durf je erin? Het ding werkt veel te willekeurig. Na een test zei iemand van de mijnenopruimingsdienst: het enige waar dit ding goed voor is, is om aan te tonen dát ergens mijnen liggen. Waar en hoeveel, dat weet je niet. En als er eentje ontploft is, wordt ons werk er door bemoeilijkt.” Wat kan de designwereld hiervan leren? “Maak geen claims als je product niet deugt. Werken met wind en hopen dat het goed komt? Hé hallo, het gaat over leven en dood. We hebben het niet over een stoel die ongemakkelijk zit. Ik vind het veel te ver gaan. Maar ja, het concept klopte helemaal. De cirkel was rond. Die jongen komt uit Afghanistan. Hij heeft een oom verloren aan mijnen, zijn oude voetbalveldje is onbegaanbaar. Nu doet hij iets terug voor zijn vaderland. De tranen springen iedereen in de ogen.” Iemand verweet u over de rug van een student een discussie te voeren over het opleiden van ontwerpers. “Ik heb zo geredeneerd: die jongen wordt vrijwel kritiekloos door de hele wereldpers geïnterviewd. Hij kan wel wat hebben. In Eindhoven is alles erop gericht studenten te laten afstuderen op individuele concepten die zichzelf vertellen. Dat is prima, maar als de ambitie is om maatschappelijke problemen op te lossen, dan moeten ze accepteren dat soms iemand zegt: klopt het wel? Het is niet zo dat we allemaal maar meedansen in de mediashow. Ik heb mijn werk gedaan. In Delft zijn we gelukkig gericht op het opleiden van studenten. Dat er bij het afstuderen geen blinkend object staat, tant pis.” <<


Wat: Popronde Rotterdam Waar: Binnenstad Rotterdam, en live via ExxactTV en www. exxactfm.nl Wanneer: zaterdag 9 november vanaf 14.30 uur prijs: Gratis partyprognose:

9

15

party Spotters

Een stevig rondje pop Eén dag, 45 gratis popconcerten en dat allemaal in één stad. Dan ben je toch dolgelukkig dat Rotterdam zo dichtbij is? Ze wilden een mogelijkheid voor onbekende bands om zich te presenteren buiten hun eigen regio, en tour- en speelervaring op te doen. Een overzicht geven wat er op live muziekgebied - buiten de mainstream om - in Nederland in allerlei genres gebeurt. Dat was negentien jaar geleden in Nijmegen. Inmiddels selecteert de jury van de Popronde jaarlijks een dikke honderd bands uit circa duizend aanmeldingen, voor een gratis festival dat zo'n dertig steden aandoet. Qua popmuziek kan het in Rotterdam niet op in de maand november. Zo'n beetje alle podia spelen in op de Rotterdamse Popweek, van 8 tot en met 17 november, en dan hebben we het nog niet eens gehad over het Songbird Festival in De Doelen aan het eind van de maand. Het zijn helaas allemaal evenementen die je wel voelt in je portemonnee. Boek zaterdag 9 november vrij in je agenda, en je hebt een popshot waarmee je er weer maanden tegenaan kunt, en dat nog een stuk stufi-vriendelijker is ook. Sterker nog: een slimme planner pakt ook vrijdagavond 8 november nog even mee voor de Preview Night, met gratis optredens in Roodkapje van My Blue Van (21.15 uur) en The Subhuman (22.15 uur). Klinkt onbekend? Geef het even, want de Popronde bracht namen voort als Blaudzun, Go Back To The Zoo, Roosbeef, Racoon, Marike Jager, Handsome Poets, Voicst en De Staat. Muziekblad Oor heeft zich inmiddels ook aan het festival verbonden, en zet al zijn kaarten in op Girl Beard (21.15 uur in café Linssen, Oude Binnenweg 119a), When We Are Wild (21.30 uur in De Schouw, Witte de Withstraat 80), Démira (je weet wel, van 'De beste singer/songwriter', 17.45 uur in Stalles, Nieuwe Binnenweg 11a) en The Elementary Penguins (16.15 uur in de Kunstuitleen, Nieuwe Binnenweg 75) - volgens het blad de toppers van dit jaar. Je kunt een nauwkeurig uitgestippelde route afracen om vooral niets te missen, maar gewoon lekker kroegjes in- en uitlopen in één buurtje is misschien wel net zo leuk, want het barst van de leuke namen. Bells of Youth bijvoorbeeld, dat om 16.30 uur speelt bij de Coffee Company, Eendrachtsplein 2. Of Rogier Pelgrim (ook al een oud-deelnemer van 'De beste singer/songwriter' en pas nog in het voorprogramma van Janne Schra), om 19.00 uur in De Witte Aap, Witte de Withstraat 78. Ook leuk: Yorick van Norden, die Démira opvolgt in Stalles, Ed Struijlaart (21.45 uur in het Westerpaviljoen, Nieuwe Binnenweg 136) en Bombilate, om 22.45 uur in Opa aan de Witte de Withstraat 49A. "Live-ervaring is de sleutel voor een band die echt goed wil worden", zei zanger Torre Florim van De Staat. "De Popronde is voor ons essentieel geweest." Maar vlak vooral jezelf niet uit; het festival is dé manier om gratis optredens mee te pakken van bands die over een jaar (of wat) de zalen vullen. Er is nog een afterparty ook, vanaf 0.00 uur in Rotown, met een optreden van Suit and Tie Johns. En yep, ook die kost je niets meer dan een paar biertjes - o, en de nachttrein terug natuurlijk. (JB) www.popronde.nl

Eigen recept (deel 1) Waarde lezer! Al even schrijf ik op deze plek, en al even zijn wij samen aan ons culinaire avontuur bezig. We hebben de basics van de keuken getackeld, en ik heb er veel plezier in om verhalen te vertellen over de keuken. Eén verhaal heb ik nog voor mij gehouden: mijn eigen verhaal. In de komende twee nummers geef ik een van mijn meest dierbare recepten prijs. Het is in de basis mijn eerste zelfbedachte recept en het recept waarmee ik bij Masterchef 2010 door de audities kwam. Let op, dit is een complex gerecht met veel elementen. Het idee is dat je mijn lessen in de praktijk brengt en de basisreceptuur gebruikt voor andere dingen. De kenners weten al waar ik heen wil, voor de rest van de lezers: hierbij mijn recept voor:

Coquilles met pastinaakpuree en basilicumolie Voor 4 personen Moeilijkheidsgraad: Het sap is het persen waard Materiaal: koekenpan 2x, kookpan, blender, zeef, pannenlik, pipet om mee te druppelen, meerdere schalen en bakken, melkschuim opklopper Ingrediënten: 4 verse coquilles, peper , zout, olie om in te bakken, blok spek (gerookt), lamsoor of een ander kelp soort Pastinaakpuree: 4 pastinaken, 100 gr boter, 100 ml room Citroenparels: agar agar 10 gr, sap van 3 citroenen (ca. 100 ml), water (100 ml), 1 liter olie om in te druppelen Basilicumolie: 3 bossen verse basilicum, 300 ml goede olijfolie Pastinaakschuim: volle melk, snijafval van de pastinaak Volgende keer de receptuur, haal alvast alles in huis en speculeer over wat er gaat gebeuren.

Zoals altijd, met geslepen messen, Job Hogewoning


Tekst: Connie van Uffelen Foto’s: Sam Rentmeester

Delta

17

TU Delft

Een van de acht Acht faculteiten, acht topdocenten, één winnaar. De race om de titel ‘Beste docent van de TU Delft 2013’ is begonnen. Slechts een van de acht genomineerden gaat op 14 november met de eer strijken. Hoe denken de topdocenten over online onderwijs, het bindend studieadvies en smartphones in het onderwijs. En… zijn ze zenuwachtig voor hun colleges?

Stelling 1: Smartphones zijn een aanwinst voor het onderwijs De een vindt smartphones in het onderwijs ‘geweldig’, de ander laat het koud. Volkert van Steijn bijvoorbeeld heeft er zelf geen. Hij vindt smartphones geen aanwinst voor het onderwijs. “Ik gebruik wel stemkastjes. Als de stelling breder is, bijvoorbeeld ‘technologische middelen zijn een aanwinst’, dan ben ik het er mee eens.” Voor het checken van roosters en blackboard kan het als hulpmiddel een aanwinst zijn, meent Cees Witteveen. “Tijdens het onderwijs

‘Dit is de kant waar het onderwijs naar toe gaat’ is het in sommige gevallen eerder storend.” Geologiedocent Jan Kees Blom blijkt er zo mee ingeburgerd te zijn dat hij bijna vergeet te noemen dat hij smartphones tijdens veldwerk gebruikt. Zijn studenten weten via gps precies waar ze zijn. “Tevens kun je er schier oneindig foto’s mee maken”, zegt hij. “In ons geval een aanwinst. Niet voor colleges, wel voor het praktijkonderwijs. Sommige studenten nemen colleges op met smartphones. Collegerama is niet meer nodig.” ‘Ingewikkeld’, vindt Engbert van der Zaag de kwestie. “Studenten duiken graag in hun iPhones, iPads of computer”, zegt hij. “Dat is nadelig, want hun concentratie is dan weg.”

Oplossing zou een andere tafelschikking kunnen zijn, meent Van der Zaag. Als je tafels een ‘straat’ laat vormen waar de docent doorheen loopt, moeten studenten vanzelf 180 graden draaien voor interactie. Hup, weg uit hun smartphones. “Ik denk dat dat de kwaliteit omhoog kan tillen. Ik hoor van collega’s die elektronisch lesgeven, dat ze kunnen zien of kennis is geland. Dat zou ik graag willen leren.” Misschien zou Van der Zaag eens kunnen praten met Alexander de Haan. Hij noemt smartphones een ‘geweldige uitvinding’ en is het ‘absoluut eens’ met de stelling. “Dit is de kant waar het onderwijs naar toe gaat. Er is zoveel online. Je moet goed faciliteren dat mensen kunnen leren. Studenten zeggen: als ik naar de TU rijd, kijk ik even naar video’s voor de stof van deze week. Dat is geweldig.”

Stelling 2: Een bsa-norm van 45 is goed voor studenten Na het verhogen van de norm voor het bindend studieadvies (bsa) van 30 naar 45 studiepunten, bleef het percentage positieve en negatieve adviezen aan de TU bijna onveranderd. Of een norm van 45 goed is voor studenten? Ja, vindt Van der Zaag: “Jammer dat het er is, maar een beetje wrijving doet glimmen.” Ja, denkt ook David Abbink. “Toen ik aan de TU studeerde kwam ik in het eerste jaar ook zevendejaars tegen. Aan die excessen heeft niemand wat.” Toch vindt Abbink 45 punten ver gaan. “Er is weinig ruimte voor ontplooiing. Ik heb filosofie gestudeerd, terwijl ik werktuigbouwkunde

deed. Ik denk dat ik er een blijer en iets wijzer mens van ben geworden.” Alexander de Haan probeert studenten liever enthousiast te maken voor een vak, dan dat hij moet zeggen dat ze ‘een pak rammel krijgen’ als ze de norm niet halen. Jan Kees Blom was ‘al tijden voorstander’ van een norm van 45 punten. “Dertig was een liflafje. De norm zou uitgebreid mogen worden naar alle jaren 45. Dan weet je zeker dat iedereen in vier jaar afstudeert. We hebben een tijd gehad dat studeren een recht was, maar het is een

‘Ik zie het liefst een norm voor inhoud en kwaliteit’ voorrecht. Op universiteiten geven we de hoogste vorm van onderwijs en stellen we de laagste eis. Dat vind ik vreemd.” Cees Witteveen vindt een bsa van 45 een goede maatregel ‘als onderwijsonderdelen in het eerste jaar indicatief zijn voor de zwaarte van de studie, en representatief zijn voor de mix van vakken in de bachelor.” Driekwart van de zestig punten is een ‘vrij normale’ norm, meent Mark Voskuijl. “Dan zit je in het tweede jaar in ieder geval met een bepaald basisniveau.” Pieter Desmet heeft er een dubbel gevoel over. “Uiteindelijk gaat het erom of je studenten stimuleert zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Ik zie het liefst een norm voor inhoud en kwaliteit, maar ik ben het ermee eens: voor zijn positie op de internationale arbeidsmarkt is het niet in het voordeel van een student als hij te lang doet over een studie.” >>


18 Het geheim van mijn aanpak is… Interactie, antwoordt Volkert van Steijn. “Ik praat nooit langer dan zes minuten aaneen. Het is dan gemakkelijk voor studenten om vragen te stellen. Ik ben benaderbaar.” Structuur en aansluiting op het begripsniveau van studenten, zijn voor Mark Voskuijl belangrijk. Cees Witteveen probeert de ideale docent te benaderen. ‘Aandacht en respect’, luidt de formule van Alexander de Haan: “Mensen laten voelen dat het er toe doet dat ze er zijn.” Pieter Desmet vertelt zijn studenten dat ze trots mogen zijn: “omdat zij degenen zijn die in de toekomst de wereld gaan ontwerpen en inrichten. Ze hebben invloed op iedereen.” David Abbink houdt het op zijn enthousiasme. “Ik houd van mijn vakgebied en dat is besmettelijk. Ik probeer links te leggen met filosofie, politiek, kunst, film en literatuur. Bijvoorbeeld science fiction: The Matrix, Aldous Huxley. Maar ook filosofen als Baudrillard, Kant. Het gebeurt te weinig aan de universiteit door de hoeveelheid tijd die er is.” Een groepsgevoel creëren: dat is het voor Engbert van der Zaag. “Groepsonderwijs, geen loketonderwijs!” Wanneer de diploma’s in zicht zijn, organiseert Van der Zaag een party in zijn huisje bij Egmond aan Zee. “Engbert aan Zee! Ik denk dat studenten dat leuk vinden. En ik kan dan zeggen: goodbye, succes! Er ontstaan vriendschappen. Ik heb zelf een nare afstudeertijd gehad en ben toen tijdelijk gestopt, omdat ik niet goed werd begeleid. Dat mag mijn studenten niet gebeuren.”

Stelling 3: Door online onderwijs zijn straks minder docenten nodig Het merendeel van de docenten gelooft hier niet in. “Onderwijs is niet alleen college geven, het is een continue vernieuwingsslag”, zegt Volkert van Steijn. En een college, of je dat online geeft of niet, zul je toch ieder jaar opnieuw moeten aanpassen, aldus Pieter Desmet. Wel denkt Desmet dat de vaardigheden en kwaliteiten van docen-

‘Afstandelijk. Naar, koud, kil. Bah!’ ten gaan veranderen. “Ik weet dat iemand die een goed college kan neerzetten, nog geen goede mooc (massive open online course, red.) kan draaien. Daar heb je een regisseur voor nodig en mensen die animaties kunnen maken. Die disciplines komen erbij.” Mark Voskuijl is nu bezig met een mooc over vliegmechanica. “Je moet je powerpoints omturnen zodat ze voor nette tv-filmpjes geschikt zijn. Je moet een heel script schrijven van wat je wilt vertellen.” En dan nog zijn er volgens hem docenten nodig voor het begeleiden van studenten.

En de genomineerden zijn:

Naam: Engbert van der Zaag Faculteit: Bouwkunde (BK) Doceert: bouwtechnologie en architectuur De ideale docent: “…verplaatst zich in de student.”

Naam: Pieter Desmet Faculteit: Industrieel Ontwerpen (IO) Doceert: Design and experience en Product usage understanding & experience De ideale docent: “…kan de idealen en motivatie van studenten raken, waardoor oogjes gaan glimmen.”

Naam: Cees Witteveen Faculteit: Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica (EWI) Doceert: complexiteitstheorie, advanced algorithms en parallel algorithms De ideale docent: “…is bevlogen, beheerst zijn vak tot in de vingertoppen en laat niets aan onduidelijkheid over.”

Naam: Alexander de Haan Faculteit: Techniek, Bestuur en Management Doceert: probleemanalyse De ideale docent: “...laat iedereen zich welkom voelen en biedt structuur.”


Delta Precies zoals Jan Kees Blom doet: “Ik loop rond, ik kan een student in de ogen kijken. Online onderwijs is een heel eng en naar systeem. Stel dat je geheel online onderwijs zou invoeren in Delft, dan kun je ons DOI noemen zoals de LOI. Willen we dat?” Blom vergelijkt zo’n wereld met Orwells 1984: “Afstandelijk. Naar, koud, kil. Bah!” Toch ziet Cees Witteveen ook wel voordelen van online onderwijs: “Voor instructie, remedial teaching en (formatieve) toetsing lijken mij online onderwijsvormen heel geschikt.” Voor het enthousiasmeren van studenten is Witteveen er minder van overtuigd. Alleen een filmpje is te statisch, denkt Alexander de Haan. “Waar komt anders de prikkel vandaan? Bij het eerste college sta ik bij de deur om mensen een hand te geven: jullie zijn welkom, leuk dat je komt. Positief. Ik heb dan het idee dat ik met 1-0 voorsprong aan de wedstrijd begin.” Interactie: dat is wat telt voor David Abbink. “Als ik zie dat mensen moeilijk kijken, pas ik mijn verhaal aan. In dat opzicht faalt online. Niet alles moet do it yourself worden. Het moet ook leuk zijn.” << Uitreiking beste docenten en beste afstudeerders van het jaar, 14 november, Auditorium (aula), 15.00 tot ongeveer 17.00 uur, toegang openbaar, aanmelden op www.tudelft.nl/bestoftudelft

Naam: Jan Kees Blom Faculteit: Civiele Techniek en Geowetenschappen (CiTG) Doceert: allemaal variaties op geologie De ideale docent: “…bestaat niet. De ideale docent beheerst zijn vak en staat open voor alle studenten.”

Naam: Mark Voskuijl Faculteit: Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek (L&R) Doceert: flight mechanics De ideale docent: “…bestaat niet. De een heeft een andere leerervaring dan de ander.”

19

TU Delft

Bent u zenuwachtig voor colleges? “Ja natuurlijk!”, zegt Jan Kees Blom. Lesgeven is immers optreden. David Abbink heeft er minder moeite mee: “Ik ben drummer in een Venezolaanse rockband en gewend voor grote groepen te staan. Bij een conferentie kan dat ook zo zijn.” Alleen als hij iets niet heeft voorbereid, is hij zenuwachtig. Net als Volkert van Steijn. Die zenuwen zijn voor Cees Witteveen nodig ‘om er een goede show van te maken’. Mark Voskuijl ervaart ‘gezonde spanning’, want hij wil een goed verhaal afleveren. Pieter Desmet verwerkt nieuwe inzichten in zijn college en vindt het spannend dat hij dan niet op alle vragen een pasklaar antwoord heeft. Maar ach, denkt Engbert van der Zaag: spanning is niet erg. “Ik sprak eens een dominee, die moest zich helemaal opladen. Dat is goed, daar word je scherp van. Als ik van station Delft naar de faculteit loop, heb ik altijd muziek opstaan om mezelf op te laden: Idioteque van Radiohead. Ik bouw spanning op met muziek. Dat doet Sven Kramer ook als hij moet schaatsen.”

‘Ik ben drummer in een Venezolaanse rockband en gewend voor grote groepen te staan’

Naam: David Abbink Faculteit: Werktuigbouwkunde, Maritieme Techniek & Technische Materiaalwetenschappen (3mE) Doceert: the human controller en applied experimental methods De ideale docent: “…is enthousiast, betrokken, bereikbaar en blij met zijn of haar werk.”

Naam: Volkert van Steijn Faculteit: Technische Natuurwetenschappen (TNW) Doceert: procestechnologie I (1) en molecular transport phenomena De ideale docent: “…zet het belang van studenten op nummer 1.”


20

Delta

TU Delft

ESSAY

â&#x20AC;&#x2DC;De waterstofeconomie zou in de praktijk wel eens een ammoniaeconomie kunnen wordenâ&#x20AC;&#x2122; (Jos Wassink, wetenschapsredacteur Delta)


21

De winter komt eraan en Nederland draait de thermostaat omhoog. We vertrouwen op aardgas als energiereserve, ook al komt dat steeds vaker uit Rusland. Maar hoe gaat dat over twintig of veertig jaar met steeds meer energie uit zon en wind? Hoe kunnen we die duurzame energie opslaan? Het aloude ammonia (formule NH3) lijkt daarbij een cruciale rol te gaan spelen. Dag- en nachtritmes zijn goed op te vangen met opslag van elektriciteit uit zonne- en windenergie in batterijen. Voor de energieopslag over een periode van dagen tot weken zijn stuwmeren, al dan niet natuurlijk, prima geschikt. Maar wat te doen voor seizoensopslag? Hoe bewaar je de zomerzon voor de winterdag? Professor Fokko Mulder doet bij Technische Natuurwetenschappen onderzoek naar materialen voor energieopslag. Hij heeft een schatting gemaakt van de hoeveelheid energie die we in 2030 of 2050 moeten opslaan. Hij gaat daarbij uit van de projecties van het IIASA, een toekomstgerichte denktank uit Oostenrijk. Die voorziet wereldwijd een verdubbeling van het huidige energiegebruik in 2050 waarbij ongeveer een derde uit duurzame bron komt. Het gevolg is een aanbod van elektrische energie, dat schommelt met het ritme van dag en nacht, maar ook met de seizoenen. Van maart tot september is er lang en veel zon, maar de energie daarvan zullen we moeten opslaan. Niet alleen voor een leeslampje of de televisie ’s avonds, maar ook als wintervoorraad. Dat vraagt om een elektrochemische omzetting van elektriciteit naar een energiehoudende drager. Waterstof is een mogelijkheid, net als koolwaterstoffen dat zijn of ammonia. “Ammonia heeft veel mee”, vindt Mulder. Waterstof is lastig op te slaan (als molecuul alleen onder hoge druk of bij extreem lage temperaturen) en ook koolwaterstoffen maken is niet erg praktisch. “Vanuit het oogpunt van het klimaat is de concentratie van CO2 in de atmosfeer te hoog (rond 400 deeltjes per miljoen, red), maar om er chemisch iets mee te doen is die veel te laag”, aldus Mulder. Nee, dan ammonia. De grondstoffen water en stikstof zijn alom voorhanden, bij de verbranding komt geen CO2 vrij, het is makkelijk op te slaan (het wordt vloeibaar bij min 35 graden Celsius en atmosferische druk of onder 10 bar bij kamertemperatuur) en je kunt gebruikmaken van de bestaande infrastructuur van opslagtanks, transportschepen en pijpleidingen. Er is in verband met de toekomstige energievoorziening veel gepraat over ‘de waterstofeconomie’, maar dat zou in de praktijk wel eens een ammonia-economie kunnen worden.

Proces van de eeuw Precies honderd jaar geleden werd ammonia voor het eerst op industriële schaal geproduceerd. Dat was kort voor de eerste

wereldoorlog bij BASF in het Duitse Oppau. Het was een treffend voorbeeld van hoe nood vindingrijk maakt. De Duitsers waren op zoek naar ammonia als grondstof van nitraat voor hun explosieven. De Britten haalden hun natriumnitraat uit afzettingen in Chili (chilisalpeter genoemd als onderscheid met gebruikelijker kaliumsalpeter of kaliumnitraat), maar de Duitsers hadden daar geen toegang toe. Zij moesten hun stikstof uit de lucht zien te halen (78 procent van de atmosfeer bestaat uit N2). De chemicus Fritz Haber slaagde daar in 1909 in, en Carl Bosch wist het proces op te schalen tot industrieel proces. Stikstof is overal, maar de drievoudige binding van de twee stikstofatomen maakt het gas N2 chemisch vrijwel inert. Haber wist stikstof in reactieve vorm te krijgen door het stikstofmolecuul onder hoge druk (150–200 bar) en temperatuur (300-550 graden Celsius) open te breken. Stikstof bindt zich dan aan ijzer dat als katalysator dient. Langsstromend waterstof bindt zich aan de stikstofatomen en weekt ze los van het ijzer. Het proces verloopt in etappes die ieder een beperkte omzetting van zo’n vijftien procent hebben. Maar na herhaaldelijk recyclen van de gassen is de omzetting met 97 procent nagenoeg compleet. Stikstof is in de vorm van ammonia een van de belangrijkste grondstoffen van de chemische industrie. Het is niet overdreven te stellen dat het Haber-Bosch-proces de twintigste eeuw mede heeft bepaald. Het belang werd in Stockholm erkend met twee Nobelprijzen voor zowel Haber (1918) als Bosch (1931). Het proces stond aan de wieg van de ongekende vernietigingen van de Eerste Wereldoorlog, maar betekende ook een groene revolutie die miljarden mensen van voedsel heeft voorzien. Het Haber-Bosch-proces produceert tegenwoordig ieder jaar 500 miljoen ton stikstofhoudende kunstmest en voedt daarmee een derde van de wereldbevolking.

Energiehongerig Behalve veelzijdig – ammonia is grondstof voor ondermeer kleurstoffen, plastics, kunstvezels, geneesmiddelen, kunstmest en wapens - is het Haber-Bosch-proces ook extreem energiehongerig. De productie van een ton ammonia vraagt bij de huidige stand van techniek 11 duizend kilowattuur en brengt 1,8 ton CO2 in de lucht. De jaarlijkse productie van 130 miljoen ton is goed voor een tot twee procent van het wereldenergieverbruik in de vorm van drie tot vijf procent van het aardgasgebruik. “Een flesje ammoniaoplossing bij de bouwmarkt bevat net zoveel energie als een liter waterstof onder tweehonderd bar druk”, illustreert Mulder de energie-inhoud. Zo’n fles bevat ongeveer twaalf procent ammonia opgelost in water. Dat gaat niet branden, maar het gas ammonia met een beetje hulp wel. De Belgische dieselbussen reden in de Tweede Wereldoorlog op ammoniagas (gemengd met een beetje stadsgas) toen de dieseltoevoer was afgesneden. Een moderne variant presenteerde de Italiaanse bandenmaker Marangoni eerder dit jaar: de Marangoni-Toyota Eco-Explorer, een strak gelijnde coupé die volgens fabrieksopgave 178 kilometer op een tank ammonia rijdt. “Ammonia is gebruikt in gasturbines en gasmotoren” zegt Mulder. “Het kan allemaal, maar het meest efficiënt lijkt toch de brandstofcel.” In een brandstofcel oxideert ammonia >>


22

'Zelfs met de beste technologie gaat nog altijd driekwart van de opgeslagen stroom verloren' met zuurstof uit de lucht tot stikstof en water. Dat elektrochemische proces produceert elektriciteit als een accu. Ammonia bevat dus veel energie (ongeveer de helft van een gelijke massa benzine), het past goed binnen de bestaande energie-infrastructuur, is broeikasgasvrij te produceren en te gebruiken. Traditioneel komt de waterstof voor het Haber-Bosch-proces uit steenkolen (via kolenvergassing) en tegenwoordig vooral uit aardgas. Maar hoe zit het met de mogelijkheden voor duurzame ammoniaproductie? Valt ammonia ook te produceren met elektriciteit uit duurzame bron?

Stroomopslag Op het terrein van de universiteit van Minnesota staat sinds 2005 een flinke windturbine (1,5 megawatt). Het is een uithangbord voor de duurzame interesse van de universiteit (waarom doen we dat in Delft niet?) en de bron van 25 ton duurzame kunstmest per jaar. Aan de voet van de mast staan twee hokjes. In het ene vindt elektrolyse plaats om waterstof te produceren. In het andere is een miniatuurversie van het Haber-Bosch proces ondergebracht. De omzetting van stikstof en waterstof naar ammonia vindt bij 420 graden plaats en onder hoge druk. Na afkoeling condenseert het ammonia en loopt in een opslagreservoir. De restgassen stromen terug in het proces. In al zijn compactheid is deze duurzame ammoniafabriek de enige ter wereld, denkt projectleider Mike Reese. De drijfveer was hier trouwens niet energieopslag, maar de wens om landbouw minder afhankelijk te maken van fossiele brandstof. Binnen dat kader past ook het onderzoek naar een fossielvrije tractor, in samenwerking met Toro. Testvoertuigen rijden er elektrisch, met brandstofcellen, op waterstof en ammonia. Praktijktests moeten uitwijzen wat het beste werkt. Mulder heeft bedenkingen bij de technologie. Zowel elektrolyse als ammoniasynthese heeft een energetisch rendement van zo’n zestig procent. In combinatie is het ketenrendement met zo’n dertig tot veertig procent wel wat laag, vindt Mulder. Zijn groep doet onderzoek naar ‘elektrosynthese’ van ammonia. “We brengen stikstof in de elektrolyse”, zegt Mulder. Stikstof bevindt zich aan de ene kant van het elektrolyseapparaat en water aan de andere kant. Daartussen zitten twee elektroden en een elektrolyt (een medium dat ionen geleidt). Zodra stikstof zich aan de negatieve elektrode bindt, moeten er gelijk meteen de oplossing protonen bijkomen om er ammonia van te maken. Mulder denkt op die manier een hoger rendement te bereiken van veertig tot zestig procent.

Hoopvol Het Delftse onderzoek bevindt zich nog in een pril stadium, maar Mulder is er hoopvol over. “Het lijkt erop dat we nu een elektrode

hebben die goed werkt.” Over het materiaal van de elektrode kan hij geen mededeling doen. Wel over de complicaties. Zo produceert de opstelling naast NH3 ook waterstof, wat ten koste gaat van het rendement. Daarnaast is het de vraag of een materiaal dat goed presteert in het lab bestand is tegen jarenlange praktijkbelasting. “Dat zijn de echte vragen”, zegt Mulder die er de komende jaren drie postdoc onderzoekers op wil zetten. Intussen heeft in Amerika dr. John Holbrook van het bedrijf NHThree een enkelstapsynthese van ammonia ontwikkeld onder de naam SSAS (Solid State Ammonia Synthesis). Over het proces geeft het bedrijf geen verder bijzonderheden, maar het claimt wel een energiebesparing ten opzichte van Haber-Bosch van 30 procent (43 procent rendement). Wanneer hun prototype de onafhankelijke test aan het Pacific Northwest National Laboratory doorstaat, gaat NHThree een proeffabriek bouwen in Juneau, Alaska. De elektriciteitsvoorziening bestaat daar uit geïsoleerde buurtnetwerken gevoed met windenergie en dieselgenerators. Een ammoniafabriekje biedt hen de mogelijkheid om een overschot aan windenergie op te slaan voor later gebruik. Energieopslag op dorpsniveau dus. Mulder ziet vanwege de giftigheid van ammonia de opslag liever op een industrieterrein in een Pernis-achtige omgeving. Grote voorraadtanks naast centrales die ammonia omzetten in elektriciteit. “Het mooist zouden brandstofcellen zijn die je omgekeerd ook kunt benutten voor elektrosynthese. Dan kun je dezelfde installatie gebruiken voor opslag en opwerking. Maar zo ver zijn we nog niet.”

Onderzoek Verder onderzoek moet elektrosynthese van ammonia verbeteren en ook het gebruik ervan in brandstofcellen. Zo ontwikkelt het Europese onderzoeksprogramma Alkammonia alkalische (basische) brandstofcellen (AFC’s) die geschikt zijn voor de omzetting van ammonia. Het programma claimt een behaald rendement van zestig procent. In combinatie met de enkelstapsynthese van NHThree levert dat een retourrendement op van 25 procent. Anders gezegd: met inzet van de best beschikbare technologie gaat nog altijd driekwart van de stroom verloren. Daar ligt een mooie taak voor technische universiteiten, want veel alternatieven zijn er niet. Dat zei ook Steve Wittrig, voormalig directeur van geavanceerde technologieën bij BP, in New Scientist: “Ammonia is niet erg bekend, maar het is een van de weinige stoffen die ik heb onderzocht die een reëel alternatief bieden.” <<

Ir. Jos Wassink is senior wetenschapsredacteur bij TU Delta en Delft Integraal.


De master

23

Mark Studer

Ontwerper van ontwerpen

Onderzoek:

'How to integrate UX research in an Agile process 'Eindcijfer:

8,5

Soms moet het wiel even opnieuw worden uitgevonden. Door iemand met een frisse blik en een gezonde portie daadkracht. Industrieel ontwerper Mark Studer (25), bijvoorbeeld. Hij studeerde onlangs af op de vraag hoe je user-centered design kunt integreren in de Agile-ontwerpmethode. Simpel gezegd: hoe zorg je ervoor dat in een snel ontwerp- en ontwikkelproces waarin eigenlijk geen tijd is voor gebruikerstests, tóch door gebruikers getest kan worden? De testcase: appontwikkelaar IceMobile, maker van onder andere de Appie- en ABN Amroapp, die Studer vijf maanden in huis nam en zijn ontwikkelproces volledig door hem liet omvormen. Studer: "Dat bedrijf moet apps enorm snel ontwikkelen. Daarbij knippen ze het ontwerpproces op in kleine stukjes, de zogenaamde Agile-methode. Hartstikke fijn voor de programmeurs, die op deze manier tussentijds gemakkelijk zelfontdekte foutjes uit het ontwerp kunnen halen. Maar in dat supersnelle proces is geen tijd voor de gangbare gebruikerstest achteraf, die vaak zo'n vijf weken duurt. Dus zetten ze nieuwe apps soms maar gewoon in de app-store, zonder ooit te kijken of ze voor leken echt goed werken. Het gevolg: gebruikers stuiten toch op foutjes of onduidelijkheden." Dat levert niet alleen ontevreden klanten op, maar met een beetje pech ook negatieve reviews, minder sterren in de app-store, en dus minder downloads. De IO'er deed wat volgens zijn mentor Jasper van Kuijk iedere academisch opgeleide ontwerper zou moeten doen: het ontwerpen ontwerpen. "Ik heb sessies bedacht waarbij je de productteams met programmeurs een paar keer tíjdens het proces bij de gebruiker brengt. Flag sessions, noem ik ze. Normaal gesproken zien die programmeurs alleen een computerscherm. Vlak voor ik binnenkwam bij

IceMobile, hadden ze een app ontwikkeld voor een Russische supermarkt. 'Hebben jullie weleens een Rus ontmoet?', vroeg ik. Dat hadden ze nog nooit. Tja, zo zie je dus ook nooit hoe je gebruikers reageren op je product." Door iedere twee weken teams bij elkaar te brengen die in twee dagen twee afzonderlijke gebruikers per dag in een andere ruimte met hun product aan de slag zagen, konden ze tijdens het ontwerpproces nu wel zien wat fout ging, en ter plekke oplossingen bedenken. Het eerste team schreef zijn bevindingen op post-its, voegde die samen en groepeerde ze. Vervolgens deed een tweede team hetzelfde en dat leidde op het laatst tot een aantal conclusies, die ze konden meenemen in het verdere ontwerpproces. Dat leverde drie vliegen in één klap op: een volledig getest en gebruiksvriendelijk eindproduct, in evenveel tijd, met extra gemotiveerde werknemers op de koop toe. En tevreden gebruikers - needless to say. Studer: Gebruikersonderzoek is in mijn methode geen tijdrovend proces achteraf meer, maar gewoon onderdeel van het ontwerpproces." De app-ontwikkelaar heeft de werkwijze inmiddels volledig overgenomen. De industrieel ontwerper wil dan ook dolgraag verder met zijn flagsessies, al heeft hij nog geen idee hoe. "Ik zou workshops kunnen geven bij softwarebedrijven, of ze open source kunnen maken door middel van video's." Het belangrijkste heeft hij misschien al wel bereikt: hij heeft iets gemaakt wat echt werkt, voor echte mensen. En dat was nu precies waarom hij ooit, na een baan bij een telefoonwinkel en een studie industrial ontwerpen in Eindhoven, naar Delfts 'design for interaction' kwam. (JB) www.markstuder.com

(Foto: Sam Rentmeester)

Leuk, zo´n nieuwe app. Jammer dat hij na het downloaden toch niet zo lekker blijkt te werken. Met het juiste gebruikersonderzoek was dat niet nodig geweest, zegt IO'er Mark Studer. Met zijn methode wordt gebruiksvriendelijkheid al tijdens het ontwerpproces getest - en het kost de ontwikkelaar minder tijd en geld dan reguliere user tests.


24

Advertenties

Send data via teleportation?

MASTER EVENT 21 NOVEMBER 2013 The ideal opportunity for TU Delft students who • are looking for a MSc programme in a different field of studies • are looking for double degree options

QR code generated on http://qrcode.littleidiot.be

TU Delft bachelor students who plan to continue with a Master’s programme in their own field of study best attend the Master information Events at their own faculty. The Master Event of November 21 is less suited to their specific questions.

QR code generated on http://qrcode.littleidiot.be

We kindly request that you register in advance and before November 18 at: www.masterevent.tudelft.nl QR code generated on http://qrcode.littleidiot.be

QR code generated on http://qrcode.littleidiot.be

delta.indd 2

22-10-13 16:10


Foto: Sam Rentmeester

Delta

krasse knarren

Nobelprijs Aad de Hoop mediafestijn

Het gesprek vindt plaats in de tuin van Aad de Hoop en zijn vrouw Annelies. Je hoort het geruis van de wind in de bomen, stemmen van spelende kinderen en af en toe een overkomend vliegtuig. Op tafel ligt een stapel papier. Het is een artikel dat De Hoop beoordeelt voor een Amerikaans vakblad. Een taaie klus dit keer, waar De Hoop weken mee bezig is. “Als het rubbish is gaat het sneller”, lacht hij. Tot vorig jaar fietste De Hoop iedere dag vanuit Bergschenhoek naar het EWI-gebouw in Delft, waar hij nog steeds een kamer heeft. Toen hij in 1996 met pensioen ging, vielen de vergaderingen weg en genoot hij ervan meer tijd te hebben voor collega’s en (zijn laatste) promovendi. Ook verkeerde De Hoop

regelmatig in het Amerikaanse researchlab van Schlumberger-Doll. Toen hij vroeg wat ze van hem verwachtten, was het antwoord: ‘Just sit back and think’. Aan de dagelijkse tocht naar Delft kwam vorig jaar een drastisch einde door een herseninfarct waardoor hij geen controle meer heeft over zijn linker lichaamshelft. Sindsdien besteedt hij de helft van zijn tijd aan diverse vormen van ergotherapie in de hoop dat een deel van de functies terugkeert. Hij prijst zich gelukkig dat zijn denkvermogen niet is aangetast, zodat hij kan blijven werken aan artikelen met anderen, maar ook vooral aan zijn eigen wetenschappelijk werk. Zijn terrein is het drielandenpunt tussen wiskunde, natuurkunde en elektrotechniek: van seismiek en akoestiek tot antennes en verder. En de laatste tijd leiden zijn gedachten hem veel verder. Hij is teruggekeerd naar de wiskundige vergelijkingen van de Lorentztransformatie – een stel vergelijkingen opgesteld door Hendrik Antoon Lorentz (Nobelprijs 1902), die de relatie beschrijven tussen de ruimte-tijdcoördinaten van twee ten opzichte van elkaar bewegende waarnemers die voor de uitwisseling van informatie gebruikmaken van elektromagne-

Toen hij vroeg wat ze van hem verwachtten, was het antwoord: ‘Just sit back and think’

tische golven. Deze vergelijkingen vormen de basis van Einsteins speciale relativiteitstheorie. Anders dan tijd te beschouwen als een onderdeel van een vierdimensionale geometrie, zoals Einstein voorstelde, ziet De Hoop tijd (in navolging van Herman Weyl) als een losse, onafhankelijke, waarnemergebonden maat voor het verloop van fysische verschijnselen. Deze opzet biedt ruimte voor speculatie over het verband met de quantumtheorie van Dirac (Nobelprijs 1933). Het artikel dat De Hoop daar onlangs over publiceerde in het blad Wave Motion ziet hij als een aanzet tot verder onderzoek in deze richting. Zo ontdekte hij nóg een stelsel vergelijkingen met een verwante structuur, waarvan hij nu denkt dat die de zwaartekracht wel eens zouden kunnen beschrijven. Dat zou meer duidelijk kunnen maken over de aard van de donkere materie waar de huidige fysica zo mee in de maag zit. Aad de Hoop is nog lang niet klaar. Onvermoeibaar en opgewekt heeft hij zich vastgebeten in de grootste vraagstukken van de hedendaagse fysica. Die zou hij nog graag willen snappen, oplossen en uitleggen. “Ik werk nu aan mijn boek met de theorie van alles”, zegt De Hoop bloedserieus. “En dat moet op het internet.” Dat kan overigens gerust nog een paar jaar duren. (JW)

“Goedemiddag, met Jorien van het ANP. Ik schrijf een stuk over de Nobelprijs van de scheikunde. Kun jij me daar meer over vertellen?” Kijk, dat hoor ik graag. Jaarlijks worden rond deze tijd de Nobelprijswinnaars bekend gemaakt. De wetenschap wordt consequent onderbelicht in de media, dus de uitreiking is een uitgelezen mogelijkheid om daar eens iets aan te doen. De Nobelprijs als excuus om over scheikunde te praten. Vanaf 2009 schrijven studievriend Mark en ik op onze blog Scheikundejongens.nl over scheikunde. Sindsdien vraagt De Wereld Draait Door ons jaarlijks in de uitzending. Perfect. Dat programma geldt als het hoogst haalbare als het gaat om media-aandacht voor de wetenschap, want nergens anders wordt zo’n groot en gevarieerd publiek bereikt. Maar er is iets curieus met dat programma, wat wij gekscherend de DWDD-score noemen. Dat is het aantal keer dat iemand wordt uitgenodigd bij DWDD versus het aantal keer dat diegene ook écht langs is geweest. Onze score staat nu op 3-0. Dit jaar waren we uitstekend voorbereid. We zaten we met de lunch achter de live stream op nobelprize.org. En ja hoor, een prijs voor computational chemistry, daar weten we genoeg vanaf. Een uur later hing ik met een professor aan de telefoon voor een interview en ons eigen verslag stond kort daarop online. Ik had al van groot gekleurd papier een beeldend modelletje geknipt. Maar je voelt het al aankomen. De DWDD-redactie belt: “We hebben gisteren ook al aandacht besteed aan natuurkunde, dus we gaan voor de zedenzaak.” Tja, dat excuus kan ieder jaar. DWDD-score: 4-0. Maar wat nu? Wat hebben we verkeerd gedaan? Of is scheikunde dan écht niet sexy genoeg? Ik hoor het mezelf tegen Jorien van het ANP zeggen: “De eerste Nobelprijs ging nog wel naar een Nederlander!” Ik denk dat ze het interessant vindt, want ze lacht en vraagt naar het aantal Nederlandse laureaten. Met m’n linkerhand maak ik een scheur in m’n geknutselde modelletje. Ik baal. Later die avond Google ik toch mijn eigen naam met ‘Nobelprijs scheikunde’. Twee citaties van het ANP: NU.nl en Het Reformatorisch Dagblad. Dat is ook wat.

columnaldo G.M. brinkman

Adrianus de Hoop (Rotterdam, 1927) werd in 1960 aangesteld als hoogleraar theoretische elektriciteitsleer en toegepaste wiskunde bij de faculteit EWI tot aan zijn pensioen in 1996. Daarna hield hij als emeritus een eervolle aanstelling. Onder zijn 21 promovendi was ook de latere rector Jacob Fokkema. De Hoop maakte indruk met zijn verbetering van de seismiek (Cagniard-De Hoop methode 1960) en zijn Handbook (1995). Hij ontving twee eredoctoraten (Gent en Växjö). Hij is lid van de KNAW en buitenlands lid van de KVAB (België). Hij onderhoudt een eigen website op: www.atdehoop.com

Hoogleraren gaan net als alle andere medewerkers op hun 65-ste met pensioen. Maar er zijn uitzonderingen. Deze week: mathematisch fysicus en elektrotechnicus prof.dr.ir. Adrianus de Hoop (85).

25

TU Delft


Advertenties

Sports & Culture November Programme

Sports & Culture

 Nov

DE-STRESS @Campus

S&C is coming to you! Pop-up sessions on campus to introduce ultimate relaxation… Check www.sc.tudelft.nl and our Facebook for time & place.

-------------------------------------------------------------2 & 3 Floorball: Netherlands vs. Spain

International Floorball competition. Come & shout for your favorite team! Saturday 17:00 & Sunday 10:00, @Sports, €0,-

-------------------------------------------------------------Dance-INN 7

Open dance-night w/ different styles for all dancers, every 1st Thursday. Thursday, 20:30, @Culture, €0,-

-------------------------------------------------------------12

Workshop: Archery – ‘Shoot like Robin Hood’*

Archery is great for coordination and it improves your concentration level. Wednesday, 18:00, @Sports, €7,50

-------------------------------------------------------------13

Free Try-Outs Culture

Wednesday, 19:00, @Culture, €0,-

-------------------------------------------------------------14

Delft in Dialogue: ‘Feeling At Home’

Your chance to meet Dutch neighbours and other international students and to share your personal experience about ‘Feeling at home’. Thursday, 19:30, @Culture, €0,-

-------------------------------------------------------------15

Friday Night: The Hague Comedy Festival

The Hague Comedy Festival tickles TU Delft for the first time, bringing a comedy show that features a selection of upcoming talented comedians. Friday, 21:00, @Culture, €0,-

-------------------------------------------------------------19

Workshop: Smoothen your life*

An inspiring & practical workshop on how healthy food can be integrated in your life and the ideology behind making healthy smoothies. Tuesday, 19:00, @Culture, €12,50

-------------------------------------------------------------21

International movie night Thursday, 21:00, @Culture, €0,-

-------------------------------------------------------------22

Friday Night: Diwali Festival

Indian festival of light with tasty food from the North & South and an evening filled w/ karaoke, dance performances, music jam, DJ & more! Friday, 18:00, @Culture, €0,-

-------------------------------------------------------------26

Per direct te huur aan het Arthur van Schendelplein in Delft-Zuid

Ruime 4-kamer appartementen

circa 100 m2

- Ca. 10 min. fietsen van TU Delft - Huismeester aanwezig - Groot balkon Huurprijs: e 712,per maand excl. service- en stookkosten. Voor informatie: Afdeling Verhuur (010 436 92 18) of inschrijven via onze website www.vormvastgoed.nl

Leven gaat voor. De Nierstichting zet alles op alles om ervoor te zorgen dat nierpatiënten in leven blijven en ook écht kunnen

Workshop: DIY Banner Bag*

Join this workshop and create your very own bag made out of banners! Tuesday, 19:00, @Culture, €17,50

-------------------------------------------------------------28

‘De Staat Van Verwarring’

Ronald Snijders and Pieter Jouke are a unique duo, presenting an absurd anti-talkshow. Neologisms, absurd movies and severe miscommunication combined with special guest Sinterklaas! Thursday, 20:30, @Culture, €0,- [Dutch spoken]

-------------------------------------------------------------29

Friday Night: An Intimate Affair – Magic mystery show*

Experience visual, interactive conjuring & discover the magic and mystery of 52 pieces of cardboard in two unique and intimate sessions. Friday, 20:00, @Culture, €2,50 [Drink & snack included]

-------------------------------------------------------------* Enroll @ www.sc.tudelft.nl or Sports & Culture desks

-------------------------------------------------------------Sports & Culture Mekelweg 8-10, 2628 CD Delft www.sc.tudelft.nl | twitter.com/tudelft_sc | www.sc.tudelft.nl/facebook

Voor advertenties bel met:

H & J Uitgevers Postbus 101 2900 AC Capelle aan den IJssel

blijven leven. Want dialyseren is geen leven, maar overleven. We doen dan ook alles wat in ons vermogen ligt om het leven van nierpatiënten te verbeteren. Leven gaat voor, in alles wat we doen. www.nierstichting.nl

T (010) 451 55 10 F (010) 451 53 80 E delta@henjuitgevers.nl Neem contact op met Hennie de Ruyter of Mireille van Ginkel voor nadere informatie.


Delta

November - December 2013

Activities TU Delft Library until

20 7 19 23 4 10

November Exhibition ’Visual Storytelling’

This travelling exhibition shows how professional visual artists react to our relatively new visual culture and how they present their information and data in visual stories before sharing them. For everyone

27

TU Delft

Boeken Kaleidoscoop aan ideeën Uitgever John Brockman vroeg zijn achterban naar hun favoriete verklaring van complexe zaken en kreeg maar liefst 156 stukken binnen van gemiddeld drie pagina’s lang. dicht bij huis. Andrei Linde (Stanford) bijvoorbeeld is stamvader van de inflatietheorie, en zet die nu in om uit te leggen waarom alleen in een stabiel universum wezens kunnen ontstaan die zich af kunnen vragen waarom het heelal zo stabiel is.

November Human Library

An interactive evening with interesting presentations by two exceptional people, or rather ‘Living Books’, after which there will be room for discussion and questions. Rector Karel Luyben will also be present and ready to discuss university matters. For PhD candidates

'Stukken vormen een tsunami aan hersenflitsen'

November Meeting the Rector

Discuss the news with Rector Karel Luyben in the informal setting of a student house. This international version of “De krant: lezen met de rector” is at Mijnbouwplein 107. Don’t forget to register, if you want to attend! For students

November Train Your Brain

Learn useful techniques such as mindmapping, information processing and speed-reading to help you improve your concentration and learning skills in just one day. For students

December Human Library

An interactive evening with interesting presentations by two exceptional people, or rather ‘Living Books’, after which there will be room for discussion and questions. Rector Karel Luyben will also be present and ready to discuss university matters. For PhD candidates

December De krant: lezen met de rector

Bespreek het actuele nieuws met Rector Magnificus Karel Luyben in de GR van het studentenhuis op Van Hasseltlaan 46-55. Vergeet je niet aan te melden! Voor studenten

Uitgever John Brockman heeft een bijzondere kennissenkring. Als hij namens zijn organisatie Edge (edge.org) een oproep doet, schrijft de hele Amerikaanse en wereldwijde wetenschappelijke elite terug. Dit jaar bijvoorbeeld vroeg Brockman zijn achterban naar hun favoriete verklaring van complexe zaken en kreeg 156 stukken binnen van gemiddeld drie pagina’s lang die, als je ze leest, een tsunami aan hersenflitsen vormen. Goed geschreven, helder gebracht, origineel gezien - maar wel een beetje veel van het goede. Veel wetenschappers blijven

Robert Sapolsky (een hippieachtige neuroloog uit Stanford) neemt de intelligentie van een mierenkolonie als model voor werking van de hersenen en het ontstaan van complexe moleculen (en het leven zelf). Jared Diamond (Universiteit van California) brengt als geograaf een ode aan twee fysiologen (Hodgkin en Huxley) die de elegante werking van zenuwen ontrafelden. Mijn advies: lees dit boek in kleine dagelijkse doses. (JW)

John Brockman (redactie), ‘Dit verklaart alles’, 2013 Maven Publishing bv, 443 blz, 18 euro (10 euro als e-book).

www.library.tudelft.nl/agenda Zet je in december in voor een zelfstandig bestaan van jongeren in Rwanda. Doe mee aan de Oxfam Novib Student Challenge 2013! Vorm een team met je vrienden, studievereniging, jaarclub, dispuut, huis of sportclub en maak je actie aan op de site. Misschien mag jouw team

Delta Magazine Lees ‘m www.delta.tudelft.nl

zich in januari wel ‘Oxfam Novib Student Benefactor 2013’ noemen! De deadline is 22 november.

Schrijf je snel in via www.mijnoxfamnovibactie.nl/ projecten/student-challenge-2013. Voor vragen kun je mailen naar studentchallenge@oxfamnovib.nl.


28

Delta

TU Delft

Text: Damini Purkayastha Photo: Hans Stakelbeek

Applied Earth Sciences - Now in English

Have you noticed our new series 'There's an app for that'? We're looking for students who want to talk about their favorite apps. E-mail deltainternational@ tudelft.nl if you'd like to participate.

international pages

An estimated 850 students pursuing a B.Sc. or an M.Sc. in Aerospace come from outside the Netherlands.

Since its inception in 1991, the B.Sc. in Applied Earth Sciences (AES) at TU Delft has been taught in Dutch. As of 2014, the language of instruction will change to English. This will be the second bachelor’s programme to be offered in English at the university after the B.Sc. in Aerospace Engineering switched in 2000. The AES bachelor’s programme comes under the Department of Geosciences and Engineering of the Faculty of Civil Engineering and Geosciences. Discussions on switching to English began in 2010 and plans have now been put into motion. “This course is the starting point for a very international career. The topics covered, the resources studied - from mining activities to oil and gas- everything has a global significance. So, it’s important for our students to learn in a culturally diverse environment,” says Professor Evert Slob, head of the department. Currently, 40% of their teaching staff is international. Hence, some classes are already held in English. Teaching material, books, and journals are in English, as is the prevailing jargon of the discipline. Some technical

terms have no Dutch equivalents. “Whereas English is a mandatory language in Dutch schools and students who come to the university already have a good grasp of the language. The transition just seems natural,” he adds. The decision got another push during the university’s accreditation review on behalf of the Dutch Ministry of Education by a panel of international experts. “They said the module we offer is almost unique in Europe and will appeal to students from around the world,” says Slob. The transition, however, cannot be an overnight affair. “The challenges we faced were numerous,” recalls Professor Aldert Kamp, director of education, Aerospace Engineering. “All study material had to be translated. Staff members had to be tested on English proficiency. If deficient, they were obliged to take an English course. All educational environments had to be changed to English, from Blackboard and the Education & Student Affairs website to nameplates and manuals for computers and machines...,” he says. Things worked out fine in the end, and their B.Sc. programme has a large number of internationals today. “We have 30-35% foreign students in our

bachelor’s. We control this actively through de-centralised selection. We do not want the number of Dutch students to become a minority, keeping in mind our societal responsibility towards the Netherlands,” adds Kamp. Besides the resources for foreign students, the university is concerned about the impact the decision will have on Dutch students. Current first year students of the AES programme were asked if they would have opted for this course had it been offered to them in English. “Most of them said yes,” says Marieke Selles, a member of the department’s Faculty Student Council. “At the moment, some classes are in English, while the exams are in Dutch. So it’s confusing. To standardise it will be better for everyone,” she adds. The English programme will begin with first year students of 2014-2015 but the faculty will not actively promote it for some time. “We don’t want a large number of students here before we are sure that we can provide the best,” says Slob.

'This course is the starting point for a very international career’


Delta

29

TU Delft

science How land ice influences climate The fourth Delft Climate Institute symposium (October 17 2013) focused on ice sheets. Not only do these erode as a consequence of climate change, they influence climate as well. That exchange has now been quantified. To get a grip on the dynamics of the icesheets, especially those of Greenland and Antarctica, scientist make clever use of data from various satellites to arrive at what they call the Ice Sheet Mass Balance. Professor Michiel van den Broeke (Utrecht University) explained that the measured ice sheet loss is a combination of increased ice-flow, less snow fall and more run-off of melt water. Researchers have figured out in detail the various contributions. Making use of the latest remote sensing and ice sheet models, Professor Pavel Ditmar (geoscience and remote sensing, faculty of CEGS) calculated that the current net mass loss could reliably set to 142 gigatonnes per year for Greenland and half of that for Antarctica. Climate modeler Dr. Miren Vizcaino (Utrecht and Delft University) told the audience about a recent breakthrough by means of which she had included the influence of ice sheets on climate models. And not vice-versa as is the usual approach.

SHORT Nano crosses

Greenland ice sheet . (Photo: Christine Zenino/Wikimedia)

Ice sheets influence the local climate through their whiteness (called albedo) which reflects most of the sun’s radiation. Ice sheets also influence fresh water fluxes and sea ice formation. Plus, they have a large influence on the land cover since when ice

The challenge now is to extend beyond Greenland and to model the influence of ice sheets on a global model such as the Community Earth System Model or CESM. “Our results confirm that ice sheets should not be considered as a passive component

‘Researchers have figured out in detail the various contributions' melts, all radiation gets absorbed. Vizcaino worked hard to include the surface ice mass balance of Greenland into the regional climate model. In other words she worked to quantify the effect the land ice has on the regional climate. Comparison with actual weather stations showed that the model underestimated the mass loss at the rainy South East side of Greenland, but was mostly accurate.

of the climate system in projections of anthropogenic climate change”, says Vizcaino. Ice sheets seem to buffer the effects of climate change. But with the ice sheets themselves slowly disappearing, so does the climate mitigation we are accustomed to. (JW) delta.tudelft.nl/27329

Listening to the sound of ice Delft researchers followed the trajectories of two drifting icebergs through the Indian Ocean by listening to the underwater sounds of cracking and colliding ice. While studying the sounds a large network of hydroacoustic stations has been registering in the Indian Ocean for the last twelve years, Dr. Läslo Evers (CEG and KNMI), Dr. Mirjam Snellen (of the acoustic remote sensing group, AE Faculty), and two colleagues from England and Australia, discovered sounds which had to originate from large moving objects. Cross-referencing with satellite images confirmed that they were listening to icebergs cracking and disintegrating as they headed northeast towards more temperate waters.

The researchers followed two of these icebergs, which, at the start of their journey at Antarctica had diameters of tens of kilometres. One (dubbed C20) headed up north in 2005 and 2006. The other drifted off Antarctica in 2009 (code name B17B). They were able to follow their thousands of kilometres long trajectories with much more accuracy than satellites could. What’s more, they identified trails of small icebergs that calved from the main berg, which were too small to be picked up by satellite monitoring but which were still big enough to pose serious threats to ships. The findings were published this autumn in Geophysical Research Letters. (TvD) delta.tudelft.nl/27310

Prof. Kouwenhoven’s team and TU/e researchers have developed a way to make nanocrosses. They need these indiumantimonide nanodevices to use Majorana’s as quantumbits (Nature Nanotechnology, 13 October 2013). The group attached a semiconductor cross to superconducting leads (as it is at these boundaries that Majorana’s emerge) and to check the devices electrical and magnetic behaviour, which proved to be satisfactory. Moving the Majoranafermions around should make clear if indeed they can be used as a platform for the quantum computer. delta.tudelft.nl/27315

DNA tracers

Dr. Thom Bogaard (CEG faculty) and Dr. Jan Willem Foppen of Unesco-IHE Institute for Water Education in Delft are developing a technique that uses short single strands of synthetic DNA (80 nucleotides long) as tracers in water streams. Last year Bogaard and his colleagues injected DNA in little streams (just a few nanomol) in the south of the Netherlands, Belgium and Luxemburg to see if they could find traces back hundreds of meters downstream. The findings seem promising and were recently published in Water Resource Research. Since minute concentrations of DNA can be traced with the quantitative polymerase chain reaction, the research area could easily be scaled up. delta.tudelft.nl/27328

Wet graphene

Until recently, molecule-sized holes in graphene used to clog up with DNA-strands. Thanks to a coating that makes the surface hydrophilic, long organic molecules now gently flow through. Dr. Grégory Schneider (bionano science at Applied Sciences) and colleagues have developed a molecular coating that makes graphene hydrophilic and thus repellant to organic molecules (Nature, 15 October 2013). The reseachers note that the coating does not alter graphene’s special electrical properties. They expect their patented hydrophilic graphene to be applied in a wide range of applications where and whenever graphene will be used in watery surroundings. delta.tudelft.nl/27333


30

Delta

TU Delft

Text: Damini Purkayastha Photo: Hans Stakelbeek

delft survival guide Surviving the rain It’s raining…it’s pouring. But that’s no reason for you to become a wet mop. A quick trip to the city centre will have you sorted for the monsoon. Rain Suits For a short bike ride in a slight drizzle, a waterproof jacket or raincoat should suffice. However, you should consider a rain suit (regenpak) for wetter days. The rain suit is exactly what it sounds like, loose pants and jacket worn on top of regular clothes. Relatively inexpensive, you can get a suit for €15 at Hema. Trendier ones are available at local stores (most bike shops have some rainwear too) for €30 upwards or order a matching set online at regenpakhuis.nl. It’s not an uncommon sight to see people reach their destination and start stripping down, so don’t worry about feeling silly.

The Dutch climate requires rain gear.

Ponchos If suits are too much for you to get on and off, try bicycle ponchos. Designed to go across your bike, the ponchos keep your legs dry in the rain too. You can get a bright yellow one at Blokker for €7.19. If you’re willing to spend a bit for fashion, then Madame De Pe, an Amsterdam-based company, has just the garment for you. Inspired by modern day overcoats and 18th century garments, “these coats address the drawbacks of ponchos. There is a lead lining at the bottom of the coat and the weight ensures that it doesn’t fly or balloon up while biking. There’s tight lining around the hood so it stays in place,” explains Sophie Geelen, of C.Note, the company that designed the line. Prices range from €100 to 150.

“The fabric is made to last, so it is like buying proper coat,” says Geelen.

Umbrellas Prices range from €15 upwards, but buy a sturdy one because umbrellas often become collateral damage of the wide. If you want an umbrella that can combat the wind and keep you dry, try the Senz storm umbrella. Designed by three former students of Industrial Design Engineering at TU Delft, the umbrella is made for Dutch weather. “It always finds the best position in the wind; doesn’t go inside out and is windproof up to 100 kilometres per hour. Given the number of rainy days in the Netherlands, and the strong wind in the autumn, this is a perfect umbrel-

la!” says Nienke Veenstra, marketing manager, Senz. Prices range from €25 to €60 and you can even buy one of these at the Aula.

Gum boots If you’re finicky about getting your feet wet, try gumboots (rubberlaarzen/regenlaarzen). Designers such as Vivienne Westwood and brands such as Diesel offer a range of fancy gumboots, but you can also get a pair for around €15 at Van Haren in the city centre. You can get a host of designs at other shoe shops in town for slightly more. Another option to protect your footwear is to buy a raincoat for them. Rain overshoes, slip on covers for shoes which come with grooved soles. If you

If you're finicky about getting your feet wet: try gumboots

can’t find them in a local store, order a pair online at hollandbikeshop.nl.

Sprays There’s a spray for everything. Your jacket, shoes, and bike. You can get a spray for leather and faux leather products at most clothing stores and shoe shops in Delft. Costing around €7, the spray covers your shoes/jackets with a waterproof covering and protects them from water damage (unless you’re stuck in a deluge). Most shoes need to be re-sprayed every six to eight weeks, depending on use. You can also get a spray for your bike, to coat it and protect it from rusting in the rain.


Text: Heather Beasley Doyle

Delta

DEWIS symposium highlights technology and ethics With a halo of palm trees behind her as she Skyped in from California into this year’s DEWIS symposium, Ilse Oosterlaken looked pleasantly surprised to hear that she’d won the 2013 DEWIS award, narrowly winning over three other nominees, Laura Anitori, Elham Ashoori and Femke van Wageningen-Kessels. The nominees are all recent female cum laude PhD recipients whose work was also deemed outstanding due to its international/societal focus and the originality of its research question and approach. Speaking to the great challenge of deciding who would receive the award, as committee chair Professor Karel Luyben said, “it’s impossible…TU Delft is very proud of them all.” DEWIS (Delft Women In Science) hosted its 2013 symposium, “Design Technology and Ethics” on October 8 2013 in the Aula. Before the awards ceremony, Dr. Anne Nigten spoke about her organization The Patching Zone and Professor Elisa Giaccardi spoke about understanding the role of values in designing interactive systems. Nigten founded and directs The Patching Zone, whose projects include the Mediawharf initiative in South Rotterdam and Zoetermeer’s Digital Art Lab. The organization is a transdisciplinary research lab which espouses the innovation concept. Nigten described this concept as “a framework for creativity” that allows young people to embrace science and art simultaneously, navigating smoothly between the artistic and scientific perspectives. “We work a lot with youngsters as our drivers,” Nigten explained, “we notice that our approach is very close to their popular culture.”

31

TU Delft

In her lecture “Things We Value,” Giaccardi shifted the focus from connecting different fields to connecting people. She described her talk as “a personal account of how I deal with values in relation to technology,” and rooted the discussion in a description of her project “Silence of the Lands” in Boulder, Colorado. In this project, Boulder residents on opposite sides of a land debate used a “suite of technologies” to create and share “soundscapes.” This technologyenabled process, Giaccardi said, gave people “an expanded structure of conversation” through which they gained deeper connection and increased listening skills which catalysed thinking about “how we can mobilize values through interactive technologies.” Giaccardi is a full professor of interactive media design, and a TU Delft technology fellow. Founded in 2006, DEWIS is TU Delft’s community for women scientists. Led by a core team of

Giaccardi shifted the focus from connecting different fields to connecting people five professors, the group remains alert to the presence of women at the university and monitors the career advancement of female staff members. “I think it needs care and attention, like everything else that’s important in life,” said Professor Isabel Arends, DEWIS chairperson. “We cannot neglect half of the potential,” she said, adding that proportionate female representation is crucial to the TU’s ideal of “multidisciplinarity in teams.” Each year DEWIS presents its award to one particularly outstanding female recent PhD recipient and award recipients receive a €500 prize. The group also actively engages in discussion on this topic with deans and encourages networking among the university’s female scientists.

There’s an app for that “If your memory resembles Swiss cheese, like mine does, you will need a tool to keep track of the overload of information coming your way every day.” Delta editor-in-chief Frank Nuijens stores interesting websites, important e-mails, documents, photos, mental notes, project information and more in Evernote. “I’ve been using the app for many years and have accumulated nearly 4000 notes. I use tags and notebooks to organise them, and because Evernote’s search works so well I can always find what I’m looking for,” he says. The app is available on all platforms, and syncs your notes across your devices so they are accessible everywhere. Recently Evernote added the ability to set reminders, so you can also use it to schedule tasks. “At Delta we use it to store press releases and story ideas. During editorial meetings I simply filter the notes that are relevant to the next issue.”

nostalgia

K

shitij Parashar, 24, moved here in 2012 from Vadodara, India. “I came to TU Delft with an interest in the huge maritime industry located in and around Port of Rotterdam,” he says. He describes himself as a “die hard foodie” and, knowing their son,

his parents gave him a box of garam masala, a spice blend commonly used in Indian cooking. Cooking traditional food reminds him of home and allows him to showcase Indian culture to his new friends. (Photo: Hans Stakelbeek)

DEWIS award 2013 nominees Nominee: Dr. Laura Anitori Faculty: CEG (Civil Engineering and Geosciences) Thesis title: 'Compressive Sensing and Fast Simulations: Applications to Radar Detection' Nominee: Dr. Elham Ashoori Faculty: CEG (Civil Engineering and Geosciences) Thesis title: 'Foam for Enhanced Oil Recovery: Modeling and Analytical Solutions' Nominee and award recipient: Dr. Ilse Oosterlaken Faculty: TPM (Technology, Policy and Management) Thesis title: 'Taking a Capability Approach to Technology and Its Design; A Philosophical Exploration' Nominee: Dr. Femke van Wageningen-Kessels Faculty: CEG (Civil Engineering and Geosciences) Thesis title: 'Multi-class Continuum Traffic Flow Models; Analysis and Simulation Methods'

Interested in being featured in Nostalgia? Contact us at deltainternational@tudelft.nl


Contents International

28

Applied Earth Sciences Now in English

30

Surviving the rain

Text: Kerry Dankers Photo: Sam Rentmeester

31

Nostalgia There’s an app for that

See www.delta.tudelft.nl for the translation of page 12: Interview with Timo de Rijk

lab of ... High-Throughput process development

Fotobijschrift

I

n the Biotechnology building overlooking the neighbouring botanical gardens, a large robot is carrying out 96 experiments at once. Known as robotic liquid handling station, the robot is part of the High-Throughput Lab. High-throughput experimentation is a relatively new technique which has greatly increased the speed in which biotechnologists can perform experiments. The liquid handling station (LHS) is a robotic system that can do most day-to-day lab tasks such as pipetting, mixing and sample analysis. Instead of one

large test tube, the machine performs experiments in small trays of 96, therefore increasing the speed of the experiment and decreasing sample consumption. The lab is not using the robot for clear-cut yes or no answers, but is doing experiments to find out how strongly different components interact. “We are testing the affinity of molecules,” explains PhD student David Mendez Sevillano of Spain. His project focuses on nutraceuticals or healthy plant components. His colleague Alex Hanke of Germany is conducting his PhD

research on the purification of pharmaceutical proteins such as monoclonale antibodies. Both students develop tools to isolate one type of molecule from a sample without destroying it. They then can concentrate the components to be used in something else. For example, in nutraceuticals, antioxidants from tea can be added to other foodstuff to make it healthier. Luckily with the help of the LHS, the experiments can be easily translated to industrial scale. “We want to get closer to knowing what happens in these systems so

that we can use that knowledge to design the process,” explains Hanke. With this type of research, it may be possible to manufacture drugs at lower cost and therefore reach more of the population in need. The LHS is like another student in the lab. Hanke and Mendez Servillano can work remotely while the robot is conducting the experiments they design. They can even Skype in to check on the robot at work.

Delta 5  

Magazine TU Delft

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you