Delta 3

Page 1

NR.3 28 SEPTEMBER 2015

onafhankelijk universiteitsblad

Dirk Jan van den Berg

‘De universiteit staat er netjes bij’ Design flaws

How to design for other cultures

Start-up

Leren van je fouten

Wonen in kantoren

BED OF BUREAU


28 september 2015

8 REPORTAGE

BSA

Meer studenten een positief bindend studieadvies. Dat is wat de TU Delft wil, maar het blijkt taaie materie met vele variabelen.

12 INTERVIEW

DIRK JAN VAN DEN BERG Collegevoorzitter Dirk Jan van den Berg vertrok na acht jaar naar Sanquin. Hoe kijkt hij terug op zijn periode in Delft?

VERDER 04 06 15 16 17 22 27 30 31

Column Nieuws Master Sport Lifestyle Wonen in kantoren Desgevraagd Survival Guide Science

18 REPORTAGE

DESIGN FLAWS PhD candidate Annemarie Mink sees lots of flaws. In her work as well as her fellow industrial designers when they are creating products for other cultures.


Delta

TU Delft

COVER Bij het essay (pagina 22/23) was een foto van een studentenkamer nodig. Geen afgeleefd hok dit keer, maar een nette kamer in de vorig jaar opgeleverde Zusterflat. De meeste kamers hebben ongeveer dezelfde maat, maar een paar hoekkamers zijn net wat groter en bieden uitzicht over de Delftse binnenstad. (Fotograaf Sam Rentmeester)

COLOFON REDACTIE Frank Nuijens (hoofdredacteur), Saskia Bonger, Tomas van Dijk, Dorine van Gorp, Connie van Uffelen, Jos Wassink, Katja Wijnands

FOTO’S Marcel Krijger, Sam Rentmeester BLADCONCEPT EN VORMGEVING Maters & Hermsen, Leiden LAY-OUT Liesbeth van Dam, Saskia de Been REDACTIE-ADRES Universiteitsbibliotheek, Prometheusplein 1, 2628 ZC Delft, 015 278 4848, delta@tudelft.nl

Drukte in de Aula, afgelopen maandag 21 september. Ruim 850 eerstejaars studenten werktuigbouwkunde en klinische technologie volgden in het Auditorium een werk/instructiecollege Matlab, net als een week eerder. De studenten werkten aan het programmeren van een m-file dat een robotarm met kunstspieren in verschillende standen tekent in het platte vlak. Docenten en student-mentoren liepen rond om vragen te beantwoorden. Wellicht komen er volgend jaar meer sessies, want het beviel goed, aldus opleidingsdirecteur klinische technologie dr.ir. Gabriëlle Tuijthof. Sam Rentmeester

MEDEWERKERS AAN DIT NUMMER Shiva Autar, Jorinde Benner, Phillip Gangan, Quin Genee, Ailie Conor, Christian Jongeneel, Auke Herrema, Job Hogewoning, Erik Huisman, Folkert van der Meulen Bosma, Heather Montague, Damini Purkayastha, Molly Quell, Jimmy Tigges, Caroline Vermeulen

ADVERTENTIES H&J Uitgevers, 010 451 5510, delta@henjuitgevers.nl DRUK Mediacenter Rotterdam Oplage 8.000 Jaargang 48 ISSN 2213 8838 Meld je aan voor de wekelijkse nieuwsbrief op de website. MEER INFORMATIE OP www.delta.tudelft.nl/colofon.

Koffie

Over smaak valt niet te twisten, maar de koffietest van donderdag 17 september heeft volgens facilitair management een duidelijke uitkomst. Vandaar dat de afstelling van de koffieautomaten in oktober verandert. delta/tudelft.nl/30450

Vrouwen REAGEER!

Vrouwen verkrijgen minder vaak een NWO-talentsubsidie voor jonge onderzoekers, ook al schrijven ze even goede onderzoeksvoorstellen als mannen. Hun kwaliteiten worden systematisch onderschat, blijkt uit een studie. delta.tudelft.nl/30440

Ig Nobel

Elke taal heeft een woord voor 'huh?'. Voor die ontdekking hebben drie wetenschappers van het Nederlandse Max Planck Instituut de Ig Nobelprijs voor de literatuur gewonnen. delta.tudelft.nl/30428

Voorrang

Als de capaciteit van de universiteit beperkt is, zouden Nederlandse studenten dan voorrang moeten krijgen boven internationale studenten? Het was de meest prikkelende stelling tijdens een symposium over internationalisering aan de TU. Deelnemers reageerden verdeeld. delta.tudelft.nl/30433

Fietsenrekken

Meer studenten, meer fietsen, evenveel fietsenrekken; dat geeft parkeerproblemen. Vandaar dat de afdeling facilitair management en vastgoed (fmvg) vóór eind oktober 1154 extra fietsparkeerplaatsen laat neerzetten. De extra rekken moeten de korte termijnproblemen zoveel mogelijk oplossen. Dat heeft wat voeten in aarde, omdat de TU zoveel rekken nodig heeft dat een Europese aanbesteding nodig is. Fmvg studeert ook op lange termijnoplossingen. De extra plekken komen bij IO, 3mE, EWI, het tentamengebouw aan de Cornelis Drebbelweg, de Veemhal en L&R en de Fellowship. delta.tudelft.nl/30445


4

Column Erik Huisman

Terugkeerder “Leuk! En eervol.” In mei nodigde Delta me uit columnist te worden. Ik was blij. Het kwam als een onverwachte bonus. Eerder hadden we al afgesproken dat ik - als frontman bij de central international office - op de Delta-website een blog zou bijhouden. En nu dus ook nog columnist als opvolger van Ellen Touw. Het blog komt wat later; voortschrijdend inzicht. Maar goed, deze column. Ik ben een terugkeerder. Twee jaar lang – van 2009 tot 2011 - was ik redacteur bij Delta. Die periode bleek het slotakkoord van mijn journalistieke carrière. De crisis die in 2008 begint, bezuinigingen die de TU bereiken, jaarcontract, geen verlenging, boek bij afscheid plus twee freelance-opdrachten. Het was het einde van wat in 1986 begon als een zijsprong. Van het onderwijs, waar de kinderen ‘op’ waren, naar een krantje in Leiden. Sportverslaggeving. Stadsredacteur. Vervolgens een tocht langs vrijwel elke denkbare redactie bij dagblad het Binnenhof en de Haagsche Courant. Golfoorlog tijdens mijn nachtdienst, de Kilimanjaro op en met bergbeklimmer Ronald Naar een gletsjer af. Gemeenteraden, sick buildings, Elfstedentocht met Henk Angenent. Bluswater, UWV in transitie, een drogisterijbeurs en de verkoop van nep-gouden bestekken. Een minister, burgemeester, directeur, beveiliger en een ongeruste moeder. Boze huurders. Overal over muurtjes en in levens kijken. Proeven, snuiven, observeren, soms meedoen, onderzoeken, analyseren, schrijven. Mooi werk, tot de Haagsche Courant opgaat in het AD. Als vluchtheuvel kies ik Ondernemen! van MKB-Nederland. Mooi blad, leuke onderwerpen, heel best loon, op zich mooi werk, maar… nou ja, iets met chemie. Dan Delta. Heel mooi werk. Binnen een week aan tafel bij rector magnificus Jacob Fokkema over de op te zetten Graduate School. In diezelfde week een clash tussen or en cvb. Nog nooit in zo korte tijd zo veel afkortingen horen gebruiken. Heel weinig van begrepen, veel na afloop moeten uitzoeken. Leerzaam. Leuk. Delta was het eindstation. Ja, ik heb een jaartje lopen freelancen in een journalistiek heel kil geworden landschap. Noodgedwongen over naar de centrale studentenadministratie. Inderdaad: administratie en noodgedwongen. Saai? Nee! Leuk! Logisch toch: alsof een verslaggever/redacteur maar één ding zou kunnen. Vervolgens het central international office. Ook erg leuk. Er is echt zát te beleven achter de muren van Jaffalaan 9a/ingang Mekelweg. Ik ben dus terug. Weer ouderwets stukjes tikken en die (ook) op papier afgedrukt zien. Gaaf. Dus was ik blij met de uitnodiging. Was. Want nu het columnistenavontuur echt begint, zit ik met trillende vingers te tikken. Ik weet me de opvolger van Ellen Touw en las haar laatste column. Verdwenen TUgevoel. Goede beoordeling blijkt niets waard. Mes in rug van mensen waarvan ze meende dat ze achter haar stonden. Ben ik lekker mee! Ik kijk hoogst zelden om. Waar ben ik aan begonnen? Erik Huisman is frontman bij het central international office en schrijft vanaf nu per toerbeurt een column voor Delta. Hij kijkt als oud-journalist graag over allerlei muurtjes.

Een met speelgoedmateriaal in elkaar geknutselde 3D-printer. Dat is de troef van het Delftse team in de iGEM-competitie in Boston, een jaarlijkse studentenwedstrijd op het gebied van synthetische biologie. Met deze printer maken de Delftenaren biofilms die bedoeld zijn als testmateriaal voor onderzoek. Teamlid en bachelorstudent nanobiology Marit van der Does geeft uitleg.

1.

2.

NEE

JA

Biofilms zijn schadelijk

Wij produceren goedkope, gestandaardiseerde biofilms om onderzoek mee te doen. Hieraan is grote behoefte in de industrie en medische wereld.

3.

4.

JA

JA

Onze 3-printer is gebouwd van vrolijk gekleurd K’NEX speelgoed.

Wij gaan de iGEM competitie winnen.

Op welke stelling wil je terugkomen? “Op stelling 1. Er zijn ‘slechte’ en ‘goede’ biofilms. Tandplak is een voorbeeld van een slechte biofilm. Omdat ze binnen een beschermend laagje zitten, zijn die bacteriën lastig te verwijderen. Goede biofilms bestaan uit goede bacteriën, deze worden ingezet om producten te maken, bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van medicijnen. In de huidige situatie zet bacterie 1 stof A om in stof B. Bacterie 2 zet stof B om in C. Wij zijn geïnteresseerd in stof C. Met behulp van onze bio-inkt kunnen we nu bacterie 1 en 2 achter elkaar printen in onze speciale printer, waarbij de bacteriën op hun plaats blijven.” (DvG) igem.org/team.cgi


Delta

Cijfer

600.000 Meer dan 600 duizend mensen van over de hele wereld schreven zich al in voor een Delftse massive open online course (mooc). De TU biedt op dit moment twintig van deze gratis online cursussen over uiteenlopende onderwerpen. De eerste mooc startte in 2013 en ging over zonne-energie. Voor die cursus zijn er inmiddels al ruim honderdduizend inschrijvingen. Deze zomer bood de TU voor het eerst de mooc pre-university calculus aan om de wiskundekennis

TU Delft

De week van...

Studenten die op kamers wonen, moeten meer opkomen voor hun leefomgeving, vindt Kevin Land, voorzitter van huurdersorganisatie WijWonen. WijWonen vertegenwoordigt iedereen die bij Duwo huurt, als huurder ben je automatisch lid. Om meer bekendheid aan WijWonen te geven, stond de organisatie afgelopen dinsdag met een stand op de Freezone op de campus. “Huurders hebben rechten, die zijn in de wet geregeld. Je kunt veel ergernissen oplossen door ze met ons te bespreken. Veel studentencomplexen hebben bijvoorbeeld veel te weinig fietsenstallingen, terwijl dat een basisbehoefte is voor studenten. Of neem een half jaar geleden, toen Duwo huisdieren in studentenhuizen wilde verbieden. Dat leek ons nogal streng en daar was Duwo het ook wel mee eens. Wij praten met Duwo, hebben adviesrecht en een controlerende functie. Als huurder moet je daar gebruik van maken als je een probleem hebt.” (Foto: WijWonen) wijwonendelft.nl wijwonendelft.nl

van vwo-leerlingen op te frissen.

Tweet

Corine Horsch, promovendus interactive intelligence (EWI): “Samen met de Universiteit Utrecht en de Universiteit van Amsterdam hebben we een interactieve app ontwikkeld om chronische slaapproblemen tegen te gaan. Een virtuele coach geeft advies over hoe je je gedrag kunt aanpassen. Eerst houd je een week bij hoe laat je naar bed gaat, opstaat en wanneer je ‘s nachts wakker wordt. Op basis van dat patroon geeft de coach een advies voor nieuwe slaaptijden. Mijn rol is het bestuderen van de therapietrouw: je kunt nog zoiets moois maken maar als mensen het niet gebruiken omdat ze het niet realistisch vinden, dan heb je er niets aan. In onze app zit ingebouwd dat je kunt ‘onderhandelen’ met de coach. Als je de geadviseerde tijden echt niet ziet zitten, kan de coach een soepeler programma maken. We zijn nog op zoek naar deelnemers voor ons onderzoek. Je kunt je aanmelden via ikgalekkerslapen.nl.”

Op het World Molecular Imaging Congress in Hawaii ontving professor Freek Beekman (Technische Natuurwetenschappen) de innovatieprijs van het jaar voor de G-Spect scanner, ontwikkeld door MILabs. Deze scanner maakt 3D foto’s met zeer hoge resolutie van microscopisch weefsel en is een grote verbetering ten opzichte van nu gebruikte Spect scanners. Deze beelden zijn belangrijk voor biomedisch onderzoek naar ziekten als kanker. “Vandaag de dag krijgen miljoenen mensen Spect scans”, zegt Beekman, “en al deze scans hebben beperkte resolutie. Daardoor houd je in veel gevallen onzekerheid over de diagnose.” Zijn uitvinding wacht nog op goedkeuring voor klinische toepassing. Beekman hoopt deze begin volgend jaar te krijgen. (Foto: Sam Rentmeester) delta.tudelft.nl/30438

5


6

Nieuws

Bewonersbedrijven krijgen tegenwerking De participatiesamenleving loopt in de praktijk niet altijd even gesmeerd. Neem de bewonersbedrijven die de afdeling OTB van Bouwkunde de afgelopen drie jaar onderzocht: “Deze vrijwilligers voelen zich tegengewerkt, vooral door gemeenten", zegt OTB-onderzoeker Reinout Kleinhans.

Beroep en bezwaar vaak schikking De TU kreeg in 2014 iets minder bezwaar- en beroepsschriften van studenten en medewerkers dan een jaar eerder. Opvallend is dat veel indieners hun beroep of bezwaar weer introkken.

D Reinout Kleinhans: “Ook ambtenaren die wel mee willen in deze nieuwe trend zijn vaak gefrustreerd.” (Foto: Saskia Bonger)

E

en groep bewoners die als bedrijf opereert. Zo definieert Reinout Kleinhans bewonersbedrijven. Deze vrij nieuwe initiatieven spelen zich af op buurtniveau, vaak omdat een buurthuis vanwege bezuinigingen sluit of een schoolgebouw leeg staat. Ze verdienen hun geld met het verhuren van ruimtes aan zzp'ers, kunstenaars of yoga-klasjes en plantsoenbeheer in opdracht van de gemeente. De opbrengst gebruiken ze om hun sociale doelen te halen: de leefbaarheid vergroten of eenzaamheid tegengaan. Ze organiseren bingo's, filmavonden of doen aan stadslandbouw en goedkope catering. Drie jaar lang volgden de OTB-onderzoekers veertien van dit soort initiatieven. Deze week publiceerden ze hun bevindingen in de 'Eindrapportage kennisontwikkeling experiment bewonersbedrijven'. Uit de publicatie komt naar voren dat vrijwilligers die echt iets willen bereiken een lange adem nodig hebben. Waarom is het zo lastig iets tot stand te brengen met een bewonersbedrijf? "Bewonersbedrijven opereren bedrijfsmatig om een sociaal doel te bereiken op lokaal niveau. Maar die verdienkant is vaak moeilijk van de grond te krijgen. De gemeente is in het maken van al die plannen niet leidend, zoals dat vroeger ging met gesubsidieerde buurtverenigingen, maar ze is wel nodig voor het ter beschikking stellen van (lege) gebouwen, vergunningverlening en overleg. Aan die dienende rol moeten ambtenaren ontzettend wennen."

Waar uit zich dat in? "Afdelingen werken langs elkaar heen of hebben andere belangen. De ene zegt: 'leuk dat dat leegstaande pand eindelijk vol komt'. En dan blijkt de vastgoedafdeling van de gemeente het gebouw voor een marktprijs te willen verkopen. Of de gemeente werkt in eerste instantie enthousiast mee, maar geeft vervolgens geen vergunning af. Dat zorgt voor veel frustratie bij bewonersbedrijven. Deze vrijwilligers voelen zich tegengewerkt. Ook ambtenaren die wel mee willen in deze nieuwe trend zijn vaak gefrustreerd. Al is de terughoudendheid van gemeenten ergens te begrijpen. Zij worden er op aangekeken als een initiatief mislukt." Het kabinet-Rutte heeft het steeds over de participatiesamenleving. Hoe kan het dat dit soort dingen gebeurt? "Bewonersbedrijven springen er op in als voorzieningen als buurthuizen wegvallen. Ze nemen soms voormalige overheidstaken over. Maar ze kleuren buiten de lijntjes. Natuurlijk zijn er individuele ambtenaren die inzien dat ze anders moeten opereren. Maar voor de meeste is het lastig. Kort door de bocht waren zij gewend om een subsidieaanvraag te krijgen, die toe te kennen, af te vinken en langs de gemeenteraad te sturen. Nu moet de gemeente overleggen en reageren, zonder direct af te vinken resultaat of enige garantie daarop." Lees de volledige versie van dit interview op delta.tudelft.nl/30420

e TU kreeg in 2014 83 bezwaarschriften binnen van studenten (56) en medewerkers (27), tegen 93 in 2013. Dat staat in de jaarverslagen van de Commissie voor bezwaarschriften en het College van beroep voor de examens (Cbe). Studenten dienden vooral bezwaarschriften (24) in tegen de afwijzing van hun aanvraag voor financiële ondersteuning op grond van de RAS (Regeling afstudeersteun studenten). Vaak hadden ze die te laat aangevraagd of voldeden ze niet aan de studiepunteneis. Ook over de decentrale selectie bij Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek kwamen bezwaarschriften (8), net als van studenten die zich te laat voor andere studies hadden ingeschreven (4). De bezwaarschriften van medewerkers waren zeer divers van onderwerp. Sommige gingen over het resultaat- en ontwikkelingsformulier, ontslag kwam voorbij, net als reorganisatiebesluiten en de afscheidsgratificatie. Opvallend is dat van de bezwaarschriften die de commissie in 2014 behandelde, een groot deel is ingetrokken: 35 van de 79. Volgens het jaarverslag komt het meestal in overleg tot een schikking. De commissie vindt dat beter dan dat het daadwerkelijk tot een uitspraak komt. Van de bezwaarschriften zijn er in 2014 slechts vier gegrond verklaard. Ook van de beroepschriften die het Cbe in 2014 afhandelde (77) zijn er veel ingetrokken (53). Vaak is er volgens het jaarverslag ‘een minnelijke oplossing’ gevonden. “Soms is het toelichten van een standpunt tijdens een gesprek voldoende voor een appellant om het beroepschrift in te trekken. Ook is gebleken dat het beter motiveren van de beslissing [..] veelal tot een oplossing en/of intrekking kan leiden.” De beroepschriften kwamen grotendeels (33) van internationale studenten die niet waren toegelaten tot een masteropleiding. Andere gingen over de hoogte van een tentamencijfer (10) of het bsa-besluit (9). Van de 77 in 2014 behandelde beroepschriften heeft het Cbe er zes gegrond verklaard. (SB)


Delta

TU bereid tot noodopvang asielzoekers Mocht het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) de gemeente Delft vragen om extra opvang, dan kan zij met de TU contact opnemen. Dat heeft collegelid Anka Mulder de wethouder laten weten.

E

ind vorige week stelde de Erasmus Universiteit een sporthal ter beschikking voor tweehonderd vluchtelingen, na een oproep van het ministerie van veiligheid en justitie voor meer noodopvang. De Delftse gemeenteraadsfractie van GroenLinks droeg deze week TU-sciencepark Technopolis aan als mogelijke locatie voor een tentenkamp. Het managementteam van de dienst onderwijs & studentenzaken van de TU onderzoekt nog hoe de universiteit haar steentje kan bijdragen. "De sporthal wordt ook gebruikt voor tentamens, dus dat is op zulke momenten niet handig", zegt Elco van Noort, hoofd van het central international office. Twee weken geleden had de universiteit met andere hoger onderwijsinstellingen in de regio een gesprek met de minister, de Stichting voor Vluchtelingstudenten UAF en het COA over hoe zij vluchtelingen met de juiste vooropleiding makkelijker kan toelaten. "Wij staan daar positief in en wachten nu op vervolgstappen", zegt Mulder. Van de in totaal 244 vluchtelingen die momenteel aan Nederlandse universiteiten studeren, doen zeventien dat aan de TU, aldus UAF. Daarmee bezet de TU een gedeelde vijfde plaats met

7

TU Delft

Universiteit Utrecht. De meeste vluchtelingstudenten studeren aan de VU in Amsterdam. Slechts een handjevol vluchtelingstudenten is als zodanig bekend bij de TU. "Mensen registreren zich niet als vluchtelingenstudent begeleid

‘De sporthal wordt ook gebruikt voor tentamens, dus dat is niet handig’ door UAF", zegt Boukje de Haan van UAF. Overigens nam het aantal Syrische vluchtelingenstudenten in Nederland twee jaar geleden al enorm toe, zegt De Haan. Volgens haar begon bij de TU in september één Syriër met een studie. De TU trekt relatief weinig studenten uit Syrië of het Midden-Oosten, meldt Van Noort. "Ik denk dat dat komt doordat we een specifieke voorkennis vereisen. Het wis- en natuurkundeniveau ligt hoog. De bachelors zijn bijna allemaal Nederlandstalig. Luchtvaart- en ruimtevaarttechniek of technische aardwetenschappen blijven dan over. Ik schat in dat zij dan eerder kiezen voor business schools." (CvU)

Deftige dame in rosse buurt De tentoonstelling The Building Speaks van architect Afaina de Jong, over verleden en toekomst van de Oude Kerk in Amsterdam, raakt een zenuw. Amsterdammers als Geert Mak tonen zich bezorgd over de koers die onder de huidige directeur Jacqueline Grandjean is ingeslagen. Artistieke experimenten, spraakmakende tentoonstellingen? Allemaal prachtig, meent Mak, maar niet in een gebouw dat zoveel eeuwen geschiedenis met zich meetorst. Elders valt de klacht te beluisteren dat de gerestaureerde Oude Kerk niet langer de 'huiskamer van de buurt' is. Waar ooit zwervers werden opgevangen, drentelen nu hippe kunstminnaars rond, klinkt het bitter. Deze botsende visies maken de tentoonstelling in het Amsterdamse architectuurcentrum Arcam extra interessant. Voor Afaina de Jong – afgestudeerd aan de faculteit Bouwkunde, waar ze tegenwoordig doceert – is de Oude Kerk een vertrouwde verschijning. Haar creatieve bureau Afarai kijkt uit op de noordzijde van het gebouw: een deftige dame die uittorent boven de rosse buurt. The Building Speaks laat zien hoe die dame zich eeuwenlang bleef vernieuwen. Bouwstijlen tuimelen over elkaar heen, aangebouwde huisjes vormen een buffer tussen kerk en stad. Een 360 graden panorama stelt de bezoeker van de tentoonstelling de kerk eens van alle kanten te bekijken, wat in werkelijkheid niet zo eenvoudig is. Natuurlijk gaan de Jong en haar medewerkers een stapje verder. Impliciet stelt Afarai de vraag: hebben de strenge regels rond Monumentenzorg niet als ongewenst resultaat dat we een beschermd gebouw verhinderen mee te veranderen met de tijd? Nu in de Nederlandse architectuur het accent verschuift van nieuwbouw naar herbestemming zal die netelige vraag steeds vaker de kop opsteken. Behoedzaam probeert De Jong de bezoeker ervan te overtuigen dat er nieuw leven in de Oude Kerk schuilt. Met art prints, die nieuwe vormen en onverwachte kleuren over detailfoto's van de Oude Kerk leggen. En een maquette toont objecten van glas, net buiten de kerkmuren geplaatst, die nieuwe ideeën over de toekomst van de Oude Kerk kunnen weerspiegelen. Of stomdronken toeristen. The Building Speaks. Tot en met 22 november 2015 te zien in Arcam, Amsterdam. Toegang gratis.

De missie van het Human Power Team om het eigen wereldrecord snelfietsen te verbeteren in Nevada is niet geslaagd. De gemengde Amsterdamse en Delftse studentenequipe ondervond veel tegenslag en raakte vorige week het bestaande record kwijt aan het Canadese team AeroVelo tijdens de World Human Powered Speed Challenge. Windvlagen, softwareproblemen en een crash speelden de ambitieuze studenten danig parten. (Foto: Bas de Meijer)

arcam.com


8

Bsa omhoog: Delta

TU Delft

selecteren of motiveren


Tekst: Saskia Bonger Foto: Marcel Krijger

Delta

9

TU Delft

Meer studenten een positief bindend studieadvies. Dat is wat de TU Delft wil, maar het blijkt taaie materie met vele variabelen. Moet de universiteit doorgaan op de ingeslagen weg of is het tijd zichzelf opnieuw uit te vinden?

3

757 Eerstejaars studenten meldden zich afgelopen studiejaar bij de TU. De meeste van hen vol goede moed. Zij zouden die 45 studiepunten, nodig voor een positief bindend studieadvies (bsa) wel even halen. Ach, waarom niet alle zestig punten? Dat liep dus anders, zoals het ieder studiejaar anders is gelopen sinds de invoering van het bsa in 2009. Van de 3757 konden 2254 studenten door naar het tweede jaar. 601 studenten kwamen er gedurende het jaar zelf achter dat doorgaan geen zin had. Zij staakten hun studie. Nog eens 827 mensen kregen een negatief studieadvies. Het ligt voor de hand dat deze studenten niet zomaar voor een technische studie hebben gekozen. Daarvoor is de keuze voor Delft te specifiek en te moeilijk. Met de motivatie zal het – aanvankelijk – bij het overgrote merendeel goed hebben gezeten. Misschien tegen beter weten in, dat wel. Wie met lage cijfers voor wis- en natuurkunde naar Delft komt, krijgt het op zijn minst niet gemakkelijk. De afgelopen studiejaar ingevoerde studiekeuzecheck had de realiteitszin wat dat betreft kunnen bevorderen. Studenten die zich voor 1 mei aanmeldden, kregen van de TU een vragenlijst over motivatie, oriëntatie, verwachtin-

gen, het beeld van de opleiding en de schoolexamencijfers. Daaruit volgde ‘feedback’ van de universiteit over ‘hoe goed wij vinden dat je past bij de door jou gekozen opleiding’, aldus de voorlichtingswebsite.

GOEDE VOORNEMENS Maar de studiekeuzecheck was voor opleidingen zonder numerus fixus niet verplicht. Bovendien, zo vertelt directeur onderwijs- en studentenzaken Timo Kos, aankomend studenten die hem deden, legden de ‘feedback’ van de universiteit maar al te vaak naast zich neer. Het is wettelijk niet mogelijk aankomend studenten die de check hebben gedaan te weigeren, ongeacht de uitkomst. Ook opleidingen die de aankomend studenten uitnodigden voor een oriëntatiedag konden lang niet altijd door het pantser van goede voornemens en blakend zelfvertrouwen heen prikken. Zelfs niet bij studenten die het afsluitende proeftentamen slecht hadden gemaakt. Naast de studiekeuzecheck zijn er tal van momenten dat de TU aankomende studenten probeert te doordringen van de zwaarte van haar opleidingen. Er is voorlichting op scholen, er zijn open dagen, scholieren kunnen komen proefstuderen, er is de Junior TU Delft en een mooc pre university calculus. En dat gaat alleen nog maar vooraf aan de daadwerkelijke komst naar Delft.

Eenmaal in Delft krijgen ze curricula die onlangs zijn aangepast om de ‘studeerbaarheid te vergroten’ en ‘studenten aan de bal te houden’. Vakken zijn opgeknipt in modules, theoretische vakken hebben een directe link gekregen met toegepaste vakken, er zijn tussentoetsen en projectgroepen. En er staat een legertje studieadviseurs en studentmentoren klaar voor verdere ondersteuning. Niet vreemd dus dat Timo Kos even geen nieuwe maatregelen meer achter de hand heeft. Ook al is hij niet erg blij met de uitkomsten. “De bsa-cijfers zijn een beetje een teleurstelling”, vertelt hij. Voor nu is het vooral zoeken naar oorzaken. Die blijken moeilijk te vinden. Kos verwacht van de faculteiten te horen wat voor hen de precieze oorzaken zijn, maar op de faculteiten vertellen directeuren onderwijs dat het vinden van causale verbanden ingewikkeld is. Pasklare antwoorden op de waaromvraag hebben ze niet. Het zou kunnen dat de vernieuwde curricula kinderziektes vertonen, melden zij. De evaluatie die waarschijnlijk volgend jaar zal plaatsvinden, moet daarover meer duidelijkheid geven. Verder zijn er groepen die opvallen. Zoals de studieswitchers. Hun aantal neemt niet alleen toe, tot ongeveer de helft van de studiestakers, zij scoren slechter dan gemiddeld. Kos: “Zij struikelen vaak weer over dezelfde vakken als wiskunde.”

Moet hen dan de toegang tot een tweede studie ontzegd worden? “Zij zijn vaak om valide redenen geswitcht, bijvoorbeeld omdat ze erachter waren gekomen dat ze hun eerste studie verkeerd gekozen hadden. Kun of wil je er iets aan doen?”, vraagt hij zich hardop af. Want vóór alles wil de TU haar maatschappelijke taak uitvoeren. “Wij willen iedereen die dat wil en kan ingenieur laten worden.” Vandaar dat de universiteit het aantal numeri fixi tot een minimum beperkt en studenten niet dwingend selecteert.

DISCUSSIE Dat laatste – niet dwingend selecteren - is voor alle betrokkenen een gegeven. Maar dat wil niet zeggen dat er op de universiteit geen voorstanders zijn van selectie aan de poort. Directeur onderwijs Hans Hellendoorn van 3mE (faculteit Werktuigbouwkunde, Maritieme Techniek en Technische Materiaalwetenschappen, bijvoorbeeld. De bacheloropleidingen werktuigbouwkunde en maritieme techniek zijn mateloos populair. Tegelijk zijn het pittige studies met veel wis- en natuurkunde, waar grote aantallen studenten uitvallen. “Ja, we zouden aan de poort willen selecteren”, vertelt hij tussen twee afspraken door, “Maar dat is politiek niet haalbaar.” De TU zit in een vreemde spagaat. Lees verder op pagina 11


Aankomend studenten leggen de 'feedback' maar al te vaak naast zich neer

BSA

CIJFERS De TU hanteert twee soorten bsacijfers: interne en externe. De externe zijn opgesteld volgens de prestatieafspraken met het ministerie van onderwijs. Ze geven een hoger percentage positieve bsa’s (72 procent in 2014-2015), omdat studenten die hun studie voortijdig en uit eigen beweging staakten uit het totaalbeeld zijn weggehaald. De interne cijfers zijn hiernaast te zien. Deze cijfers worden gebruikt als er op de TU over het onderwerp bindend studieadvies wordt gediscussieerd.

22%

16% 2%* 2%=aangehouden

Positieve uitschieters

20%

80%

60%

Bovengemiddeld

25%

IO

75% LST

26%

74%

31%

BK

69%

Negatieve uitschieters

33%

67% KT

MST

37%

63% TN

57%

43% EWI

54%

46% MT

2831

72%

57%

59%

61%

2831

2010-2011 68% 2011-2012 69% 2012-2013 64% 2013-2014 60% 2014-2015 60%

Peildatum: 31 augustus 2015. Bron: Managementinformatie TU Delft


Delta

11

TU Delft

SELECTIE AAN DE POORT

Aan de ene kant wil ze zorgen voor hoge studierendementen. Aan de andere kant wil ze iedereen een kans geven op een ingenieursgraad. Voor beide geldt: de maatschappij vraagt het. En de weg die is ingeslagen biedt voor dat vraagstuk geen soelaas. De vraag dringt zich op of het anders kan. En dan niet door ‘gewoon’ strenger te gaan selecteren, een noodgreep die steeds meer bachelor- en masteropleidingen doen. (zie kader)

RATHENAU Het Rathenau Instituut deed deze zomer in het essay ‘Voor iedereen een universiteit’ een voorzet voor een discussie over de toekomst van de universiteit. Volgens auteurs Patricia Faasse en Barend van der Meulen wordt het tijd ‘voor een omslag van een universiteit voor iedereen naar iedereen zijn universiteit’. Weg met dertien universiteiten ‘die allemaal hetzelfde doen en willen’, óók als het gaat over onderwijs. “Laten we oog hebben voor bestaande en toekomstige diversiteit. Dé student bestaat niet. [..] Het is ondoenlijk om het universitaire onderwijs in één mal te willen dwingen, of docenten tot één onderwijsvorm te willen verplichten. De studentenpopulatie van de toekomst is daarvoor sim-

pelweg te divers qua leeftijdsopbouw, vooropleiding en afkomst.” Faasse en Van der Meulen constateren dat het ministerie vraagt om differentiatie van het onderwijsaanbod. Alleen, zegt de tweede in een vraaggesprek, ‘de universiteiten differentiëren allemaal dezelfde kant uit’. Wat hij daarmee bedoelt staat in het essay. “Onder het mom van kwaliteitsverhoging lijkt een groeiend aantal universiteiten met de algemene toegankelijkheid te willen breken. Selectie aan de poort en het instellen van een numerus fixus worden in toenemende mate realiteit aan een groeiend aantal opleidingen. Steeds meer universiteiten bieden allerlei exclusieve vormen van hoger onderwijs aan: university colleges (tegen betaling), of speciale honours- of excellentieprogramma’s. [..] De roep om de toegang tot het universitair onderwijs te beperken tot de beste vwo-studenten klinkt ook steeds luider. De vraag wie de afvallers dan opleidt, blijft onbeantwoord.”

GEMOTIVEERD HOUDEN Wat kan de TU hieruit leren? Van der Meulen adviseert de TU zich niet alleen op de beste studenten te richten, ook niet als dat in de toekomst wel politiek haalbaar

‘Halen studenten het niet op de TU Delft, zorg dan dat ze het elders redden’

wordt. “Iedereen die gemotiveerd is en het kan, daar moet de TU zich blijvend verantwoordelijk voor voelen. Het is een brede universiteit, die connecties heeft met het openbaar bestuur, de medische wereld. Daar zit een missie achter: techniek is voor Nederland cruciaal.” Hoe zich dat vertaalt naar de bsa-problematiek? “Studenten die naar de TU komen, zijn over het algemeen gemotiveerd. De opdracht is om ze gemotiveerd te houden.” Om tot broodnodige differentiatie te komen zou de TU Delft samen met de andere technische universiteiten kunnen nadenken over een toekomst waarin ze alle drie fundamenteel anders zijn, aldus Faasse en Van der Meulen. “Delft zit in de meest urbane regio. Houd die universiteit toegankelijk.” Faasse: “Op papier kun je je daarnaast een TU voorstellen die geen bacheloronderwijs doet, die privaat is, naar voorbeeld van het NatLab van Philips.” De universiteiten hoeven wat de Rathenau-onderzoeker betreft niet allemaal te streven naar hoge Shanghai-rankings. “De missie van de universiteit kan zijn: verantwoordelijkheid nemen voor de economie in de Randstadregio. Dan moet je ervoor zorgen dat tachtig procent slaagt. Halen studenten het ondanks maatregelen niet op de TU Delft, zorg dan dat ze het elders redden. Overleg met hbo’s en mbo’s over hoe dat kan. Doorbreek het taboe daarover.” <<

Het hoger onderwijs selecteert steeds vaker aan de poort. Uit de Keuzegids Hoger Onderwijs blijkt volgens NRC Handelsblad dat 262 van de duizend hboopleidingen extra toelatingseisen stellen. De universiteiten blijken in de bachelorfase iets terughoudender. Van de 400 universitaire bacheloropleidingen doen er 70 aan een vorm van selectie. Dan de masteropleidingen. Vier van de vijf selecteren op de één of andere manier hun studenten. Dat kan op cijfers, motivatie of specifieke vaardigheden. In september werd bekend dat de Rotterdam School of Management zelfs van de eigen afgestudeerde bachelorstudenten minimaal een gemiddelde van een 7 eist. Onderwijsminister Bussemaker liet in september in NRC weten dat ze ‘de mate van selectie in het hoger onderwijs nauwgezet gaat monitoren’. “Als blijkt dat er sprake is van een bedreiging van de algemene toegankelijkheid zal ik ingrijpen.” De TU selecteert bachelorstudenten alleen bij industrieel ontwerpen, luchtvaart- en ruimtevaarttechniek en klinische technologie. De numerus fixus van zeshonderd bij werktuigbouwkunde is per huidig studiejaar na twee jaar afgeschaft, omdat de faculteit inmiddels denkt grotere aantallen eerstejaars studenten aan te kunnen. Volgens directeur onderwijs Hans Hellendoorn lukt het inderdaad goed om de 720 eerstejaars een plaats te geven. “Het is passen en meten, maar het gaat.”


Na 7,5 jaar 12

collegevoorzitter te zijn geweest, verruilde Dirk Jan van den Berg op 1 september de TU Delft voor Sanquin Bloedvoorziening. In zijn eerste week als bestuursvoorzitter bij Sanquin sprak Delta met hem over zijn moeilijke momenten, hoogtepunten en uitdagingen aan de TU. “Ingenieurs zijn geen koekjes die je bakt.”

Delta

TU Delft

’ACHTER IEDER DEURTJE GEBEURT EEN WONDERTJE’


Tekst: Connie van Uffelen Foto’s: Marcel Krijger

Delta

Bent u al bloeddonor? “Nog niet nee, maar dat ga ik absoluut doen. Het hoort erbij, vind ik. Tenminste, als ze mijn bloed willen hebben natuurlijk, want dat gaat hier heel zorgvuldig.”

Over zorgvuldigheid gesproken: Sanquin sluit homo- en biseksuele mannen uit als bloeddonor. Het College voor de Rechten van de Mens noemde dat in april discriminatie. Hoe staat u daar in? “Het is een gevoelig dossier, dat moge duidelijk zijn. Ik ben hier nog niet zo op stoom om daar allemaal uitspraken over te doen. Er wordt met uiterste zorgvuldigheid naar gekeken en er wordt ook overlegd met het ministerie van VWS. Wat ik in ieder geval kan zeggen is dat Sanquin natuurlijk op geen enkele manier past bij het woordje ‘discriminatie’.”

Waarom koos u voor Sanquin? Had u niet liever tot uw pensioen bij de TU willen blijven? “Dat was ook mooi geweest, maar Sanquin koos mij. Je kunt de AOWdatum als mijlpaal nemen: dat is voor mij in augustus over vijf jaar, maar met acht jaar vindt iedereen het jammer dat je weggaat en na dertien jaar is iedereen misschien wel opgelucht.” (lacht). “Dan is het goed om te zeggen: het zijn acht mooie jaren geweest en nu ga ik vijf jaar werken aan Sanquin.”

Wat zult u het meeste missen aan Delft? “Ik vond twee dingen in Delft fantastisch. Een: het contact met de mensen die er werken, met de wetenschappers. Achter ieder deurtje dat je opent, gebeurt een wondertje. Dat is fantastisch om te zien. Twee: het contact met de studenten. Dat leert je over de generaties heen te denken. We moeten dat überhaupt veel meer doen in dit land. Dingen worden te snel in leeftijdscohorten ingedeeld. Alsof daarmee alles gezegd is. Ik geloof dat dat stom is. Diversiteit is niet alleen manvrouw of zwart-wit, het is ook jong-oud. Dat moet je juist benutten.”

TU Delft

13

Het argument tegen selectie is altijd dat de maatschappij wil dat de TU veel ingenieurs aflevert. “Ja, maar ingenieurs zijn geen koekjes die je bakt. Je moet mensen afleveren die de kwaliteit hebben om een goede ingenieur te kunnen zijn. Een idee dat een beetje is blijven liggen in mijn nadagen aan de TU, is dat we als drie technische universiteiten en misschien ook Wageningen naar een beter verdelingsmodel zouden moeten. Als het bij werktuigbouwkunde in Delft druk is en er in Twente nog plek zou zijn, is het redelijk dat een aantal mensen in Twente kan beginnen. Dan zijn er meteen consequenties in de bekostiging. Het ministerie van OCW zou voor de drie TU’s moeten overwegen aan capaciteitsfinanciering te gaan denken, waarbij het aan de universiteiten is hoe de studenten verdeeld worden. Dan zouden we best een behoorlijke stapel ingenieurs kunnen opleiden in Nederland.”

Een van de grote operaties onder uw voorzitterschap was de herijking. De ondernemingsraad (or) klaagde meermaals dat reorganisaties al een voldongen feit waren voordat ze werden voorgelegd. Waarom ging dat telkens mis? “Bij elkaar zijn het meen ik 42 voorgenomen besluiten geweest en ik denk dat het bij drie of vier inderdaad niet procedureel gelopen is zoals je dat wenst. Het was een tijd waarin er een zekere hectiek was. Al die dingen moesten tegelijk en dat maakte de agenda’s overvol bij cvb, or en de afdelingen die het betrof. We hebben tegen elkaar gezegd dat het inderdaad niet goed is gegaan en hebben geprobeerd daar lering uit te trekken voor de toekomst.”

Had u de politiek in gewild? “Nee, laat mij maar wat doen.” (lacht) “Ik kijk met tevredenheid terug op die acht jaar, omdat er een heleboel in gang is gezet. Ik vind dat de universiteit er netjes bijstaat. Daar moet je wel voor werken. Het is niet in alle opzichten een tien of zo, maar er is veel gebeurd. Kijk naar de financiële huishouding, de investeringen in de kwaliteit van de campus en in de staf, al datgene dat we voor het onderwijs hebben ondernomen: daar kijk ik met tevredenheid op terug.”

Moet de TU met de toenemende studentenaantallen meer gaan selecteren? “Als we even vrij van het politieke debat daarover zouden kunnen spreken, denk ik dat het goed zou zijn als studenten aan de poort een ernstige en duidelijke indicatie zouden krijgen over hun kansen op succes. Met betekenis, dus dat ze wel of niet aan de TU Delft kunnen studeren. Dus graag een of ander mechanisme. De minister denkt dat goede voorlichting dat kan zijn. Ik heb de minister gevraagd of zij dan ook kan garanderen dat er wordt geluisterd naar het advies, want we hebben daar mee geëxperimenteerd en het resultaat was dat de studenten zo onder de indruk waren van de aandacht die we gaven dat ze allemaal kwamen.” (lacht)

‘Die brand bij Bouwkunde: hoe we binnen een week de faculteit weer aan het draaien hadden, dat was een kickmoment’

Een ander onderwerp waar de or in eerste instantie over viel was de fusie met Universiteit Leiden en de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar ooit sprake van was. Onder de noemer Meer Waarde werd het een strategische alliantie. Wat is volgens u de meerwaarde voor de TU gebleken? “Het woord fusie is een beetje neergezet alsof er een plan was om er binnen drie maanden één universiteit van te maken. Nou, zo werken dingen niet. Dat begrijpen zelfs colleges van bestuur. Maar ik denk dat er voor de TU Delft een fantastische meerwaarde in zit omdat de TU vaak erg complementair is aan wat ze in Leiden en Rotterdam bieden. Technische wetenschappen en gezondheidswetenschap: daar zit een enorm potentieel in. Het is bijzonder dat we het voor elkaar hebben gekregen zo’n protonenkliniek in Delft te vestigen. Op het gebied van duurzaamheid, governance en veiligheid is er een aantal initiatieven waarin mensen elkaar vinden. Onvoldoende ontwikkeld is wat er voor onze studenten in zit. Denk aan het minorenaanbod. Het is geweldig leuk als je in Delft studeert en in Leiden of Rotterdam een minor kunt doen. Probleem is de roostering. De programma’s kloppen nog niet met elkaar. Als cvb’s moeten we daar echt voortgang in maken.” Lees verder op pagina 14


14

Delta

TU Delft

‘Met acht jaar vindt iedereen het jammer dat je weggaat en na dertien jaar is iedereen misschien wel opgelucht’ Wat beschouwt u als hoogtepunt van uw tijd bij de TU? “Dat is dan toch die brand bij Bouwkunde: hoe we toen bij elkaar hebben gezeten en binnen een week de faculteit weer aan het draaien hadden. We zaten bij het cvb binnen een uur aan tafel. Het was helemaal het goede team en het ging gewoon los. Dat was een geweldige dynamiek. Verder vind ik dat het gelukt is om Brussel op de kaart te zetten, want dat was niet echt een bekende weg aan de TU. Ik herinner me dat we een bus hadden gehuurd en mensen naar Brussel brachten. Tot hun stomme verbazing hadden ze gesprekken met ambtenaren die echt wat van een onderwerp wisten. Je kunt het nu allemaal zien in de staatjes: de TU Delft staat behoorlijk bovenaan met het ophalen van gelden uit Brussel.”

Grappig: ik vraag naar een hoogtepunt en u begint over de brand bij Bouwkunde… “Nou ja, dat was wel even een kickmoment ja.”

Wat vond u een dieptepunt? “Er zijn natuurlijk moeilijke momenten geweest, dat moge duidelijk zijn, maar ik denk niet zo in dieptepunten.”

Wat vond u dan moeilijke momenten? “Dat er vervelend over de TU Delft werd gepubliceerd. Daar zijn we met glans doorheen gekomen, denk ik.”

U doelt op berichten over declaraties van het college? “We hadden een raar bericht in NRC over hoe de TU Delft ervoor stond. Het ging over een universiteit die op weg was naar een faillissement. Dat is nu helemaal niet het geval, integendeel: het is een universiteit die er financieel netjes voorstaat en die ook middelen heeft vrijgemaakt om te investeren in mensen en in een omgeving die ze in staat stelt om op het hoogste niveau te kunnen werken. Daar hoort fysieke infrastructuur bij. Het is een beetje jammer dat in het debat over investeringen altijd een beetje negatief wordt

CV Dirk Jan van den Berg (1953) studeerde econometrie aan de Rijksuniversiteit Groningen en volgde een postacademische studie aan de Ecole Nationale d’Administration in Parijs. Hij werkte daarna op het ministerie van Economische Zaken waar hij onder andere directeur Algemeen Industrie Beleid was en plaatsvervangend directeurgeneraal werd van Buitenlandse Economische Betrekkingen en

later van Industrie. In 1992 stapte hij over naar het ministerie van Buitenlandse Zaken om daar secretaris-generaal te worden. In 2001 werd hij benoemd tot Permanente Vertegenwoordiger van Nederland bij de Verenigde Naties in New York en van 2005 tot aan zijn komst bij de TU in 2008 was hij ambassadeur van Nederland in China. Van den Berg is getrouwd en heeft twee kinderen.

gedaan over stenen. Alsof dat niet zou deugen. Dat heb ik altijd een gevecht gevonden. Die negatieve connotatie stoorde mij, want je bent bezig om zo’n TU Delft in de topklasse van de wereld te houden. Maar ja, je moet labs hebben en dat zijn kostbare dingen. Die labs moeten van topniveau zijn als je mensen wilt aantrekken.”

Hoe kijkt u terug op berichten in de pers over declaraties van het college? “Ik denk dat je daar lessen uit moet trekken. Dat hebben we ook gedaan. We hebben onze regelgeving up-to-date gebracht. Daar is duidelijkheid over. Dat betekent dat we goed konden verantwoorden wat we doen. Ik zeg niet: ‘o, wat vervelend’. Ik vind dat mensen vragen over declaraties mogen stellen. Je moet kijken naar wat je zelf verkeerd hebt gedaan.”

Vindt u dat u iets te verwijten viel? “Nou ja, ‘verwijten’ is een zwaar woord, maar het was gewoon niet op orde. Als je daar op aangesproken wordt, ga je kijken wat er loos is en wat er duidelijker moet.”

Wat zijn volgens u de grootste uitdagingen voor de TU? “Kwaliteit, kwaliteit, kwaliteit. Hoe trekken we mensen aan die daaraan inhoud kunnen geven? We praten op regelmatige basis met de faculteiten over belangrijke thema’s, zoals: wie zou je in je faculteit willen hebben? Natuurlijk kan iedereen dan namen noemen en waarschijnlijk is dat niet altijd realistisch, maar dan moet je slim zijn en kijken wie er achter zitten. Wie zijn de promovendi en de post-docs die bij die namen hebben gewerkt? Daarvan afgeleid krijg je een aantal actiepunten: zorg dat je infrastructuur op peil is, zorg dat je die mensen kunt ontvangen, zorg dat je met de gemeente goed samenwerkt zodat je buitenlanders een goede leefomgeving kunt bieden. Kijk bijvoorbeeld naar het kinderopvangcentrum op de campus. Zorg dat je voor partners ook werk kunt aanbieden. Dat soort zaken.”

U praat nog steeds in de we-vorm, hè? “Ja, maar die TU Delft… Je gaat er echt van houden. Dat kruipt onder je huid en gaat nooit meer weg, hoe ze hier ook << mijn bloed gaan vervangen.”


'Diepzeetankers kunnen veel besparen op brandstof'

TU Delft

de

Master Anne Kleijn Je zult maar een chemicaliëntransport- en opslagbedrijf zijn met een vloot van 150 tankers. Dan zijn het zware tijden. Er zijn vaak meer schepen dan vraag naar chemicaliënvervoer. En nu zorgen steeds strengere milieueisen er ook nog voor dat ze in de toekomst op duurdere brandstof moeten varen… of niet? Chemicaliëntankers varen wereldwijd op heavy fuel oil. Binnen speciale emission control areas, onder andere rond Europa en de Verenigde Staten, verbruiken ze schonere, maar duurdere marine gas oil. Over een aantal jaar is heavy fuel oil vanwege de uitstoot niet meer toegestaan zonder gebruik te maken van emissiereducerende systemen. Dan ben je als chemicaliëntransport- en opslagbedrijf dolgelukkig met een ingenieur als Anne Kleijn (25), die haar afstudeerscriptie bij 3mE wijdde aan een haalbaarheidsstudie naar alternatieve, duurzamere brandstoffen voor deze tankers. Simpelweg overstappen van heavy fuel oil op marine gas oil buiten de emission control areas, is namelijk een duur geintje. "Het bedrijf waarvoor ik mijn onderzoek uitvoerde, heeft negentig tankers die regionaal varen, en zestig diepzeetankers die globaal opereren", vertelt Kleijn. "Die diepzeetankers zijn groter en verbruiken, in absolute getallen, in totaal meer brandstof dan de negentig regionale tankers. Daar valt dus het meest te besparen op brandstof." In die categorie nam ze zowel direct aangedreven schepen als dieselelektrisch aangedreven schepen onder de loep, en onderwierp ze aan een aantal cruciale vragen. Welke route vaart het schip? Hoeveel procent van de tijd ligt het in de haven, en hoeveel vaart het in emission control areas? Daarbij keek ze naar mogelijke risico's, energiedichtheid, de grondstof en de beschikbaarheid van alternatieve brandstoffen. Conclusie: LNG en methanol zijn de grote kanshebbers. Dus onderzocht ze de technische en economische haalbaarheid van die brandstoffen op zowel direct aangedreven als dieselelektrisch aangedreven schepen. Eén probleempje: de wereld is er nog niet helemaal op voorbereid. "Wereldwijd zijn er nog niet genoeg havens waar die brandstoffen verkrijgbaar zijn. En havens zullen die brandstof pas leveren wanneer er genoeg schepen zijn die hem willen afnemen", aldus Kleijn. Typisch gevalletje van de kip en het ei dus. De winst: het rekenmodel dat Kleijn bouwde, is ook toepasbaar op andere schepen - en dus bedrijven. Daar staan vast heel wat rederijen om te springen. "Maar ja, de besparingen en de vaarroutes in mijn onderzoek zijn natuurlijk vertrouwelijk", lacht Kleijn. (JB)

ONDERWERP: 'Future fuels for chemical tankers'

EINDCIJFER:

7

Foto: Sam Rentmeester

Delta


SPORTZAKEN

UIT DE KUNST Mirthe Snoek SPECS

Geboortejaar 1992

Gestolen punten

Studie:

Industrieel ontwerpen (master)

Cursus:

Sterke start van gedrilde rugbyers, de Jack van Gelders van DSHC en het moeizame debuut van Taurus in de derde klasse.

Modeltekenen

Waar, bij wie

Becky Kelitt, unit cultuur

Andere cursussen Speelt wekelijks basgitaar met haar band

“Maten lezen met je potloodje voor je. Zo leer je kijken hoe menselijke verhoudingen in elkaar steken.”

Let op dat je acrylverf niet op je kleren laat komen, want dat gaat er niet meer uit.

Waarom deze cursus? “Omdat het ontspannend is. Bij IO ben ik gewend om naar harde plastic vormen te kijken, hier zie je zachte vormen. De producten die je bij IO tekent, bestaan meestal uit rechte lijnen.” Viel het mee of tegen? “Ging best wel goed.” Wat heb je geleerd? “Dat het moeilijk is om iemand neer te zetten zoals die is.” Geleerde technieken? “Acrylverf, sneltekenen, schaduwen, portret, lichaamsverhoudingen.”

Wat zijn de belangrijkste vaardigheden? “Het is vooral een kwestie van veel blijven doen. Dat heeft mij geholpen. Ik heb niet zoveel geduld, dus als het fout gaat heb ik genoeg tijd om het nog een keer te proberen. De durf om een lijn op het papier te zetten. Ik heb veel geproduceerd.” Zou je anderen deze cursus aanraden? “Je houdt je creatieve deel van je brein wakker op deze TU en je leert veel in een korte periode. Het is leuk om uitgedaagd te worden en daar voldoet deze cursus helemaal aan.” Ga je andere cursussen volgen? “Keramiek.”

Foto: Sam Rentmeester

Ben je veel vooruitgegaan? “Qua verhoudingen sowieso. De insteek van Becky is om je onderwerp op zoveel mogelijk manieren op papier te krijgen. Onder meer met schaduwtechnieken en acrylverf. Ze daagt je echt uit om iets van jezelf neer te zetten en minder de regeltjes te volgen. Ze is van het geleidelijke, van het realistische. Ik ben vrij expressief. Dat ziet en waardeert ze ook.”

Vorig seizoen deed DSR-C een verwoede poging om terug te keren op het allerhoogste nationale rugbyniveau, de ereklasse. Het vijftiental sneuvelde echter in de play-offs tegen RC The Hookers. Na een goede en lange voorbereiding, zo staat op Facebook, werd de nieuwe jaargang op iets lager niveau ingezet met twee thuiszeges op URC (31-14) en ‘t Gooi (49-8). Hoogtepunt in die voorbereiding was ongetwijfeld het zogenaamde Julius-weekend, onder leiding van voormalig DSR-C-coach en oud-commando Julius Breinburg. In een soort militair tenue werden de spelers het bos ingestuurd om daar een weekend lang in commandostijl te overleven. Met ‘beperkt rantsoen’ en zonder tenten. Ondanks de zware weersomstandigheden, ook dat nog, schijnen de heren toch lekker geslapen te hebben. Daar kweek je dus echte rugbyers mee. Na beide vermelde overwinningen was het overigens weer ouderwetsch pilsch drinken op de Zaak. Zo moeilijk hebben die mannen het dus ook weer niet. De gepromoveerde tegenhangers van Virgiel, spelend onder de naam SVRC, boekten bij hun debuut in de derde klasse vorige week de eerste zege (2422) tegen de reserves van The Hookers. Overigens ging daar wel een fikse nederlaag (57-7) tegen het Leidse DIOK 3 aan vooraf. Hetzelfde schema werd gevolgd door de gepromoveerde hockeysters van DSHC die na verlies in het openingsduel met Gouda op eigen TU-terrein hun eerste zege op eersteklasseniveau binnenhaalden tegen Dordrecht (4-0). De heren wonnen even later op hetzelfde veld eveneens met 4-0, van Pijnacker. De thuisblijvers hoefden van dat alles niets te missen, net zomin als de clubleden die een verplicht weekendbezoekje aan hun ouders brachten. Zij konden terecht bij myradiostream.com/dshc, alwaar de dj’s Ferry en Jellie vanachter hun draaitafel geanimeerd verslag deden van de ontwikkelingen op het veld. De beste hockeyresultaten werden geboekt door de mannen van Dopie (Virgiel) die de volle buit binnenhaalden uit de eerste twee competitieronden en met zes punten gedeeld bovenaan staan in hun poule. Het debuut van de voetballers van Taurus in de derde klasse verloopt daarentegen nog niet van een leien dakje. Vorige week werd voor de derde keer op rij verloren, met 4-2 van het Haagse VCS. Maar er is hoop, als we coach Willem Lok mogen geloven. In het lokale dagblad vertelde hij dat VCS de punten had gestolen. Leuk en aardig, maar we horen het Tom Egbers alweer zeggen: daar koop je geen brood voor. Tips? jimmy.tigges@hetnet.nl


Delta

TU Delft

WAT Oktoberfest WAAR De Bierfabriek, Delft WANNEER: Zaterdag 3 oktober 17.00 uur t/m zondag 4 oktober 3.00 uur TOEGANG Gratis, als je verkleed komt

17

BBQ Chicken Ik heb een clubgenoot die geobsedeerd is door barbecue en kip. Zijn obsessie voor de perfect gebarbecuede kip strekt bijna net zover als de mijne, dus een mooie gemeenschappelijke interesse. Hierbij het recept voor een ‘einde van de zomer’-kip.

PARTYPROGNOSE

Bbq chicken Nodig: Barbecue die dicht kan of oven; leeg bier- of frisdrankblikje (33 centiliter); ovenschaal; kwastje; kookpannetje Ingrediënten: Een hele kip; 500 milliliter cola; zout en peper; knoflook; een chilipeper; tijm; citroenschil; ketchup; olie Goed, het recept is simpel en gaat een hoop af op jouw eigen smaak. Verwarm de oven voor op 200 graden of stook de barbecue goed op. Vul je blikje tot ongeveer een derde met cola en doe de rest van de cola in de kookpan. Schuif voorzichtig de kip over het blikje heen (de kip ziet eruit alsof hij erop zit) en zet deze in een ovenschaal in de oven of barbecue. Braad de kip ongeveer een uur of

O'zapft is! Geen betere manier om de herfst in te luiden dan met het Oktoberfest - gewoon in Delft.

H

eb je geen Lederhosen of Dirndl in de kast? Daar hoopt de Oktoberfestwinkel natuurlijk al op. Koop ze nu met korting, en je kunt gratis naar binnen bij het Oktoberfest in de Bierfabriek, volgende week. Of kom in je gewone kloffie, en betaal een tientje entree voor straf. Het gaat goed met De Bierfabriek. Na de afterparty van de Delftse Popweek vorige week, heeft de kroeg alweer een knalfeest op de agenda. De timing kan niet beter. De herfst is begonnen, we verlangen naar sneeuw. Naar afterskiën en literpullen met bier. En aangezien het traditionele Oktoberfest in München ondanks de miljoenen bezoekers niet voor iedereen is weggelegd, kunnen we de Bierfabriek wel zoenen - al duurt zijn Oktoberfest maar twee dagen in plaats van dik twee weken. Schlagers, Sauerkraut en dj Jetzt Geht's Los: super toll! Eigenlijk hoort de burgemeester het feest traditiegetrouw te openen, door onder een ‘O'zapft is!’ (‘Er is getapt!’) een kraantje met zo min mo-

tot deze gaar is, het gebruik van een thermometer wordt aangeraden. Doe ondertussen de cola met fijngesneden chilipeper, knoflook, tijm en citroenschil in de pan. Doe er een goede kneep ketchup bij en zout en peper naar smaak. Laat

gelijk slagen in het biervat te hameren, want dat zou zijn kwaliteit als burgervader bewijzen. Maar een kniesoor die daarover valt, zo lang het bier zo rijkelijk vloeit. Overige uitjes kun je natuurlijk op je buik schrijven in zo'n weekend. Maar mocht je niet vollédig doordrenkt zijn met bier én de trein nog kunnen vinden; in Rotterdam staat culinair festival Rauwkost in de Fenix-loodsen, dat de vette bek op het Oktoberfest met gemak verslaat. Twaalf bekende Rotterdamse chef-koks, onder wie Marcel van Zomeren (In Den Rust Wat) en Richard Meijer (Mevrouw Meijer) bereiden er talloze kleine gerechten tussen de één en acht euro. Of je van dit alles nog wat proeft na al die literpullen, is een tweede. Eén ding is zeker: je maakt er de blits in je Lederhosen, met een Dirndl aan je zijde. (JB) bierfabriek.com oktoberfestwinkel.nl (10% korting met code 'BierfabriekProsit') rauwkost.eu

inkoken tot een stroperige consistentie. Pas op, door de suiker kan het makkelijk verbranden. Haal na een uur de kip uit de oven, besmeer met de cola saus en doe nog tien minuten terug in de oven. Op de laatste zomerdagen!

Masterstudent civiele techniek en amateurkok Job Hogewoning was in 2011 verliezend finalist van het kookprogramma MasterChef Holland.


De sociale ingenieur


Text: Ailie Conor Photos: Annemarie Mink, Sam Rentmeester

Delta

19

TU Delft

Developing design to make a difference The direct interactions between user and design often seem to dominate the focus when creating a new product. Some designers – specifically those concerned with socially sustainable design in developing areas - are taking a more holistic look at the lives of target users to develop products more likely to make a difference.

T

here are many ways that well-intentioned designs can go wrong, according to TU Delft PhD candidate Annemarie Mink. One example of this is the Roundabout Playpump, a design that gained a lot of attention in the early 2000s. Touted as a solution to Africa’s water problem, it was a children’s roundabout which, as children played on it, pumped water into a water tank for later use. It received millions in investment, celebrity endorsements and was installed in a number of areas. However, some high-profile water NGOs, including Water Aid, criticised it as unsuitable and ineffective. The pumps were difficult to install and expensive to maintain, more so than the regular hand pumps most commonly used. In addition to this, according to calculations from The Sphere Project, to obtain the daily recommended amount of water, children would have to play with the pump for 27 hours each day making it less effi-

cient than hand pumps. Aside from being physically impossible, the sheer amount of playing that would have to be done to retrieve enough water would essentially make it child labour. It was, to use the technical term, a doozy. The Playpump design has since been updated and been more discerningly installed. Mink emphasised that although the idea was certainly good and undoubtedly well-intentioned, the lack of proper research and swift implementation ultimately wasted investments and donations, designers time and, most significantly, it negatively affected the communities it was intended to help.

BETTER UNDERSTANDING Mink, as part of the Faculty of Industrial Design Engineering, is looking for ways to help designers better understand their target user when designing socially sustainable products in a context foreign to them. Her thesis looks at socially sustainable design and ways to help designers ensure their pro-

ducts meet the actual needs and wants of their target users. She has found that designs aiming to improve the quality of life in developing areas do not have to be as ineffective as the Playpump was to still be problematic. Mink refers to one of her own designs as an example. For her undergraduate design project, she designed a silk reeling machine for women in eastern rural India. She received an NGO brief calling for a silk reeling machine that was smaller than the standard, so as to be usable in the home and reduce ergonomic problems. It also needed to produce more yarn of a higher quality and be safe for small children to be around, as the machine the women used was very tall and had uncovered flying wheels and moving parts. Mink designed a more productive reeling machine that achieved all of these things. On paper it was a great success. However, a few years later she realised that she had been so preoccupied with the technical aspects of the design, and meeting the formal

requirements of the organisation, that she had not fully taken into account the user’s everyday life. The old reeling machines were housed in a centre, with around 30 women working together, but the new portable reeling machine meant that work could be done from home, which took away one of the few opportunities for these women to socialise. The smaller and easier to use design also removed some of the prestige that is associated with working with one of the larger, complex silk reeling machines. The machines could now also be used by children; a dangerous prospect in areas already dealing with child labour. “All these kind of aspects are things I should have investigated more from the start. When I first went there though, I was really focused on the product, and not sufficiently on the lives of the rural women.”

Read more on page 20


20

‘If you don't understand what people find important then it doesn't become a success’

Researchers use the ODK to better understand the end users of their products.

MAKING DESIGN WORK

The industrial looms Mink worked to replace, which had unintended consequences for the community.

ODKs are based on the Capability Approach and can show interests broader than financial.

As Mink sees it, when designing for developing countries, rural areas and emerging markets, a design not working does not necessarily stem from technically poor design or bad intentions. Rather, it is often the case that designers simply do not have enough time to complete extensive ethnographic research, and this is not where the focus is placed. Mink highlighted that designers, particularly design students, often only have a few weeks abroad before they return home to design their product after which they return to test it. This is why as part of her PhD she has developed the Opportunity Detection Kit (ODK), which is an interview process allowing designers to learn about the daily lives of their target users in a more comprehensive way. Mink’s PhD and the ODK are based on the Capability Approach, a model that encompasses broader indicators of well-being, beyond goods or finance. It includes aspects that are important in human life such as mobility, health, family and dreams. Delta spoke to Mink, and several students who worked with project groups abroad, using the ODK as

part of their research process, about why designs for developing countries often don’t quite hit the mark. Mink supervises some of the graduating projects relevant to her field. She noted that “when I guide graduation or master’s students groups who go to a different country, a different culture, particularly developing countries, the focus is always on the product.” Perhaps when designing a cool new gadget the focus does not need to be so heavily on the user. However if designing for a context that is culturally, politically, religiously and economically different from your own, without a more comprehensive focus on all aspects of the user’s lives, most of the design will be based only on secondary sources, poorly founded cultural assumptions, and the designers own experience.

DIAPERS FOR DISABLED Misja van Sitteren was part of a project group that worked on developing diapers for disabled adolescents, also in India. He noted that when you go to another country “you have all kinds of assumptions about how life is there” and before doing research with the ODK, it was


Delta

Research Annemarie Mink shown with her Opportunity Detection Kit.

difficult to tell whether their initial designs would be valuable. When they first got to Bangladesh, the group hoped to make a diaper that could be made at home by the mothers. However, it became clear that women, in addition to other household tasks, simply didn’t have the time to also make diapers regularly. There was also the matter of distribution; the idea that they could be sold in pharmacies turned out to be impractical, as the group learned that the men in the families are the ones who would purchase the product. However, it was always the women who had to put the diapers on. As most women who were the intended buyers were also illiterate, it was difficult to imagine how to effectively communicate the instructions of how to use the product. Van Sitteren and his colleague’s experience demonstrates how even the smallest assumption about a daily routine, like shopping habits, can limit the usefulness of a product.

CONSUMER BEHAVIOUR There is also the matter of consumer behaviour. As Mink pointed out, “consumer behaviour can be

very odd, and in developing countries, it is no different.” Many designers create products for developing countries with the best of intentions, but also with the assumption that they know what will help. However, what you consider important simply may not be a priority for others. Owen Thijssen , a Design for Interaction master’s student, was part of a project group working on a household water purification product for Bandung, Indonesia. He emphasised that “many ‘western’ designers, entrepreneurs and businessmen, they come to a different country and they apply their own knowledge of what they are working on, trying to help the local people, but if you don’t understand what they find important then it doesn’t become a success.” This prescriptive, somewhat patronising approach to aiding developing countries’ growth and helping to improve conditions is prevalent throughout much of the wider discourse, not only in design. With the ODK, Mink hopes to place the emphasis on fully getting to know the user, what they need and also what they want. “From a capability approach perspective,”

21

TU Delft

Designers simply often do not have enough time to complete extensive ethnographic research she said, “participatory design with the involvement of potential users is very important, it is not that we know what’s best for people in developing regions.”

CHANGED PRECONCEPTIONS A design for developing areas should encompass a broader idea of safety than just immediate physical safety, which would be difficult without a degree of research into the user’s lives. Mink referenced the example of prosthetics in Jaipur. There is a centre that provides free prosthetics for those in need where she learned about the very specific type of prosthetic being used. Due to the huge stigma of losing a limb, many people lose their jobs, families and even homes, and feel that it becomes unsafe for them to walk outside. During an interview one man said at night he would not even leave the house in case of emergencies. So the limbs used are very realistic, as they have to be able to squat and sit cross-legged to blend in, “that’s something that you can’t do with the prostheses we have over here in Europe.” This knowledge is integral to designing prostheses

that are not only functional but address the requirements of its users. Both Thijssen and Van Sitteren affirmed that although using the ODK was time-consuming, it certainly changed their preconceptions and the way their groups designed the products. Using a broad range of themes, and an interview process involving drawing and pictures means, as Thijssen put it, “you can really get an honest opinion from people instead of getting answers that they think you want to hear.” The ODK is also intended to be adaptable for different countries and contexts. Its loose format, which is primarily visual, means that sensitive topics or taboo topics can be approached in different ways, that nuance that may not be conveyed by an interpreter is still understood. The kit is a new but useful tool for a designer making a foray into socially sustainable development. When Mink completes her PhD she intends to continue her work with the ODK, further adapting it, and turning it into a web tool so it will be available for designers around the world. <<


22

Delta

TU Delft

ESSAY

Laat mij in een kantoor wonen Elke ochtend om zes uur op, klaarmaken, inpakken en snel de bus en trein halen om net op tijd op het eerste college van negen uur te zijn. De kantoren langs station Delft Zuid waar je je fiets parkeert, staan al jaren leeg: waarom kan ik er niet gewoon wonen?

V

eel studenten zijn langer dan een jaar op zoek naar een betaalbare kamer. Nederland heeft kantorenleegstand en een groot tekort aan studentenkamers. Het beschikbaar stellen van het overschot op de kantorenmarkt aan studenten draagt bij aan de deeloplossing van twee structurele problemen. (Tijdelijk) transformeren naar studentenwoningen biedt voor eigenaren en investeerders kansen. In totaal moeten er in Nederland 19 duizend studentenwoningen worden bijgebouwd om aan de huidige vraag te voldoen. De grootste druk ligt in Amsterdam, gevolgd door Rotterdam, maar ook in de andere studentensteden zijn enkele duizenden kamers nodig. In veel steden is er bovendien grote discrepantie tussen de vraag en het type studentenwoning. De pluriformiteit onder bestaande kamers betekent vraag naar nieuwe studentenkamers.

GROEI STUDENTEN Het aantal Nederlandse studenten groeit tot 2022 met circa 9 procent. Vaak wordt erop gewezen dat door veranderende voorzieningen meer studenten thuis blijven wonen. Toch moet je hier niet te zwaar aan tillen. Studenten kiezen al jaren voor een studie die hen interesseert, ongeacht de locatie. Op kamers wonen hoort vaak bij studeren, zelfontplooiing en je studententijd. Ook klussen studenten regelmatig bij en is lenen aantrekkelijk met de lage rentestand en lange terugbetaaltermijn die de overheid biedt. Tijden en voorzieningen veranderen nu eenmaal door de jaren heen. Bij de verwachte groei van het aantal studenten wordt niet meegerekend dat de Nederlandse steden, waaronder Amsterdam, Leiden en Delft steeds aantrekkelijker worden voor internationale studenten. Ook het onderwijssysteem van universiteiten is steeds meer ingericht op het profileren op internationaal niveau en het wereldwijd aantrekken van studenten wereldwijd. Vrijwel alle masteropleidingen zijn Engelstalig en ook bacheloropleidingen worden vaker Engelstalig . Nederland biedt in continentaal Europa zelfs de meeste Engelstalige opleidingen aan en kent de hoogste stijging van internationale studenten in Europa. Hoewel investeren in studentenwoningen niet heel hip lijkt, wordt dit onder private en institutionele beleggers steeds populairder. Zo investeren bijvoorbeeld Syntrus, Bouwinvest en Bouwfonds in stu-

dentenwoningen en stappen internationale fondsen in de markt. Geen vreemde ontwikkeling omdat het gemiddelde rendement 6 à 7 procent is en daarmee hoger dan dat in de reguliere woningbouw. Gezien de kamernood en het stijgende aantal studenten, is de afzet en daarmee het rendement redelijk verzekerd en treden leegstandsproblemen vrijwel niet op. In gezamenlijke woningen gaan studenten bovendien zelf op zoek naar een nieuwe huisgenoot. Voor eigenaren biedt transformatie naar studentenwoningen allereerst een inkomstenstroom die er anders niet geweest zou zijn. Probleem is dat om transformatie naar woningen haalbaar te maken, afwaardering nodig is. Dit geldt echter vooral voor panden met een bouwjaar na 2000. Voor kantoren op B- en C-locaties is dit nog te overzien zolang een pand te openen ramen heeft en er geen aanpassingen in de gevel nodig zijn. Veel eigenaren wachten op betere tijden maar dit kan naïef zijn. Immers staat 7,9 miljoen m² aan kantoren leeg (17 procent van de totale voorraad), waarvan 60 procent voor een periode langer dan drie jaar. Leegstand brengt beheer- en onderhoudskosten met zich mee: ongeveer 15 euro per vierkante meter per jaar.

AFWAARDERING Bij tijdelijke vastgoedtransformaties is afwaardering beperkt. In plaats van geld uit te geven aan beveiliging en onderhoud van een leegstand pand genereer je inkomsten die er anders niet zouden zijn. Gipswanden zijn gemakkelijk af te breken en met efficiënt en doelgericht verbouwen, ontstaat een winstgevende exploitatie. Een eigenaar kan altijd besluiten om terug te gaan naar de oorspronkelijke bestemming of de opties te verkennen tot het permanent wijzigen van de bestemming (en het bestemmingsplan). Het kan voor een vastgoedeigenaar dus aantrekkelijk zijn om in afwachting van sloop of betere tijden met een partij samen te werken die het gebouw tijdelijk (vijf of tien jaar) een andere bestemming geeft. Permanent herbestemmen kan natuurlijk ook. Voordeel daarvan is een langere exploitatieduur met relatief gezien niet veel hogere kosten dan bij tijdelijke transformaties. Een kantoorpand van na 2000 moet dan vaak nog worden afgewaardeerd, maar wegens de langere exploitatieduur is deze optie zeker interessant voor verder onderzoek.


23

De voormalige broeder- en zusterflat van GGZ Delfland is omgebouwd tot studentenflat Aan ‘t Verlaat. (Foto: Sam Rentmeester)

Transformeren is geen oplossing voor al de kantorenleegstand in Nederland. Niemand zit erop te wachten om van grootschalige bedrijventerreinen complete woonwijken te maken. Het willen denken in een grootschalige oplossing is de typische blauwdrukplanning die we in Nederlands sinds oudsher gewend zijn. Dit ‘grootheidsdenken’ biedt geen oplossingen. Transformeren begint bij een enkel pand, een enkele functie en objectspecifieke aanpassingen. Door het aantrekken van een andere doelgroep in een gebied ontstaat functiemenging en meer levendigheid. Hetgeen weer voedingsbodem biedt voor verdere ontwikkelingen.

KOSTEN Soms wordt gesteld dat transformatie in de praktijk niet zo eenvoudig is en dat de kosten van aanpassing niet in verhouding zijn met het te behalen rendement. Hierbij twee kanttekeningen. Ten eerste leent niet elk pand zich voor (tijdelijke) transformatie. Niet elk ontwerp is flexibel in te richten. Veel panden lenen zich met hun bestaande kamerindeling echter perfect voor tijdelijke transformatie; zo min mogelijk (ver)bouwen betekent lagere kosten. Ook zijn veel moderne kantoorgebouwen (als de ramen open kunnen) door een ruim kantoorlandschap flexibel in te delen met gipsplaten. Dat brengt mij bij de tweede kanttekening: transformeren moet kostenbewust en effectief worden uitgevoerd. Een transformatieproject hoeft geen prestigeproject te zijn. Architecten halen graag hippe fratsen en ontwerpvoorstellen tevoorschijn en corporaties en ontwikkelaars stellen te hoge eisen aan het opleveringsniveau. Ieder transformatieproject is uniek en elke aanpassing moet worden beoordeeld op nut en noodzaak. Dat dit niet hoeft te resulteren in een slechte woonsfeer bewijst SHSDelft met haar opgeleverde projecten. Bewust wordt gekozen om het interieur van verouderde panden op te krikken, zo min mogelijk bestaande wanden af te breken en de vaak meest kostbare ingreep van gevelaanpassing en -verfraaiing te vermijden. Waarom zou je,

omdat je transformeert, opeens ook een leuke gevel toevoegen? Het gebouw staat er al en verandert slechts van functie. Het tijdelijke karakter zorgt ervoor dat het bereiken van kostenefficiëntie ontzettend belangrijk blijft. Kritiekpunt is: ‘Wie zou nou willen wonen in dat slecht uitziende kantoor?’ Toegegeven, woonconsumenten zijn geëmancipeerd en hebben vaak de keus. Laat die keuze nu op de krappe studentenmarkt ontbreken. Bovendien creëren ontwikkelaars en corporaties vaak andere eisen dan studenten werkelijk hebben. Sfeer in het gehele pand en woongenot staan boven luxe tegeltjes en riante vierkante meters. Als studenten zelf een pand transformeren naar studentenwoningen wordt met een geheel andere blik naar aanpassingen en noodzakelijke ingrepen gekeken. Studenten begrijpen waar de prioriteiten liggen, welk afwerkingsniveau er nodig is en veel studenten zijn zelf ook bereid zijn om kleine sloop- en verbouwingswerkzaamheden te verrichten in hun toekomstige woning. Door creatief om te gaan met transformeren is er vaak meer mogelijk dan ontwikkelaars kunnen zien.

CONCLUSIE Transformeren naar studentenwoningen biedt kansen door twee markten met problemen met elkaar te verbinden. Zeer voor de hand liggend. Toch zijn partijen nog vaak terughoudend. Bij tijdelijke transformatie hoeft niet zwaar te worden afgewaardeerd door pandeigenaren. Het levert een inkomstenstroom op die er anders niet was geweest. Bovendien valt het risicoprofiel in de studentenmarkt voor investeerders mee door de kamernood in steden en het groeiende aantal studenten van nationale en internationale afkomst. << Shiva Autar studeerde af bij real estate & housing op het onderwerp crowdfunding in vastgoed- en stedelijke ontwikkelingsprojecten. Tijdens zijn studie was hij bestuurslid financiën bij SHSDelft.


24

BOEK

De romantiek van de grote vaart In de tijd van straalvliegtuigen reizen weinig mensen meer per schip, laat staan per vrachtschip. Journalist Horacio Clare scheepte twee keer in en doet daar verslag van in ‘Down to the sea with ships’.

V

eel groter dan een megacontainerschip wordt een machine niet. Alleen al daarom fascineren ze. En dan is er nog de machtige zee, die voor omstandigheden zorgt waar mensen niet voor gemaakt zijn. Maar waar schrijvers (denk Slauerhoff, Den Hartog) vroeger vaak genoeg hun inspiratie vonden op zeeschepen, is dat genre nu zo goed als uitgestorven. Strikt gesproken is ‘Down to the sea with ships’ ook geen roman, maar een documentaire. Dankzij de focus op de mensen in plaats van de techniek gaat

het echter wel die richting uit. Auteur Horatio Clare kreeg van rederij Maersk de vrije hand tijdens twee lange reizen, één met een hypermodern container-schip en één met een oude roestbak. Wie, bijvoorbeeld omdat hij maritieme techniek studeert, wil weten hoe het leven aan boord aanvoelt, vindt in Clare een uitstekende correspondent. Hij verkent alle hoeken van de schepen, praat met iedereen en laat niet na ook de minder fraaie kanten van het leven op zee te belichten (al rept hij nergens van de verveling die de eenzame passagier op een vrachtschip overvalt als alle anderen aan het werk zijn, zoals uw recensent uit eigen ervaring kan melden). Het contrast tussen de twee tochten is mooi. Op het containerschip is alles tot in de puntjes geregeld en houdt iedereen zich strikt aan de regels. Er zijn een sportschool en een zwembadje om fit te blijven. Op het oude vracht-

schip is een ‘biermuseum’ ingericht ter nagedachtenis aan de tijd dat je nog alcohol mocht drinken aan boord. Alles aan het schip is krap, vuil en versleten. De kapitein, als ze in Canada een nog aftandser vrachtschip spotten: ‘Wij klagen wel, maar … anderzijds, zij hebben waarschijnlijk wél bier aan boord.’ Clare doorspekt zijn verslag met sterke verhalen van de bemanningen en stukjes geschiedenis. Hemzelf wordt een sterk verhaal ontnomen als Maersk hem gebiedt het containerschip te verlaten, voordat ze de van piraten vergeven wateren van de Arabische Zee binnenvaren. Echt spannend wordt het alleen als hij in Los Angeles vrijwillig van boord wil en het verkeerde visum blijkt te hebben. Al met al doet Clare weinig om de romantiek van de grote vaart te ontkrachten. Dat hoeft natuurlijk ook niet. Het plezier dat hij op zijn reizen gehad heeft, spat ervan af. Wel houdt

How do you make a lithography system that goes to the limit of what is physically possible? At ASML we bring together the most creative minds in science and technology to develop lithography machines that are key to producing cheaper, faster, more energy-efficient microchips. Our machines need to image billions of structures in a few seconds with an accuracy of a few silicon atoms. So if you’re a team player who enjoys the company of brilliant minds, who is passionate about solving complex technological problems, you’ll find working at ASML a highly rewarding experience. Per employee we’re one of Europe’s largest private investor in R&D, giving you the freedom to experiment and a culture that will let you get things done. Join ASML’s expanding multidisciplinary teams and help us to continue pushing the boundaries of what’s possible.

www.asml.com/students /ASML

@ASMLcompany

Clare er een nogal barokke schrijfstijl op na, wat op den duur gaat vermoeien. Niettemin schetst zijn boek een uiterst levendig portret van de huidige vrachtschepen en hun bemanning. (CJ)

Horatio Clare, Down the sea in ships. Vintage books, 2015. ISBN 978-0-09952-629-2.


Delta

DE STARTER

In de serie De starter vertellen ondernemers van de ondernemersbroedplaats YesDelft over hun leermomenten, verkeerde inschattingen en fouten.

“Wij dachten dat iedereen op ons idee zat te wachten. We waren erg naïef.” Sid Vollebregt moet lachen als hij terugdenkt aan zijn eerste schreden als ondernemer, nu drie jaar geleden. Samen met Reinoud Feenstra had Vollebregt de master sustainable energy technology afgerond. Voor hun opleiding maakte het tweetal een ontziltingsinstallatie op Bali met een filtratiesysteem, dat werkte met omgekeerde osmose. De benodigde energie voor het zuiveringsproces haalde de installatie uit zonnepanelen. “Het systeem zat zo ongeveer met tiewraps en ducttape aan elkaar, maar het werkte. We zetten per dag vijfentwintighonderd liter brakwater om in drinkwater.” Het smaakte naar meer. Vollebregt en Feenstra startten het bedrijf Elemental Water Makers. Ze gingen de boer op met hun idee; zoet water produceren met duurzame energie op locaties met drinkwaterschaarste en een hoge energieprijs. Daar zou de terugverdientijd het kortst zijn. Als eerst gingen de Delftenaren langs bij een leverancier van waterfilters. “Wat willen jullie van ons, kregen we daar te horen. Dat wisten we zelf ook niet”, lacht Vollebregt. “Nu bereiden we ons veel beter voor op gesprekken.”

De eerste uitdaging was bepalen wie de klant zou worden. “Shell, Coca Cola, ontwikkelingsorganisaties. De techniek kan voor tal van partijen interessant zijn. Wij besloten ons te richten op hotels. Die betalen namelijk het meest voor hun drinkwater, omdat ze van overheden meestal zeer commerciële tarieven opgelegd krijgen.” Vervolgens de locatie. “We kwamen met een lijst van vijf interessante plekken. De Canarische Eilanden, Balearen, Nederlandse Antillen, Kaapverdië en de Maagdeneilanden. We zijn overal heen gegaan.” Een ecoresort op Lanzarote leek hun eerste klant te worden. “Maar een lokale wateraanbieder had een monopoliepositie. Als nieuwkomer mocht je geen water verkopen. Dat was een wijze les. We zijn ons meer gaan verdiepen in de regelgeving op interessante locaties.” Op de Maagdeneilanden hadden de ondernemers meer succes. Vorige maand openden ze daar hun eerste installatie. Hij is voorzien van 75 vierkante meter zonnepanelen en produceert dagelijks 12,5 duizend liter zoet water. “En we hebben offertes gemaakt voor nog vijf hotels. We bouwen een portfolio en zetten steeds grotere projecten op. Daarna willen we uitbreiden naar andere regio’s, zoals Kaapverdië en Spanje. Volgens mijn eerste roadmap zouden we nu al een miljoenenomzet hebben. Maar dat is ook een les: alles duurt altijd langer dan je denkt.” (TvD)

Afscheid Zo’n vijf jaar terug heb ik een stadjer aan de haak geslagen. Voor alle nietGroningers: dat is een inwoner van de stad Groningen. Hij is geen student, geen kosmopoliet. Nee, een echte Grunneger. Onze relatie is mede dankzij de technologie ‘up in the air’ gebleven. Zonder Skype, What’s App of Facetime zou ons contact gelimiteerd zijn tot twee weekenden in de maand. Sinds september ben ik zelf ook terug in ‘de Parel van het Noorden’. Delft heb ik verruild voor een nieuwe baan en een nieuw bestaan in Grunn. Net op het moment dat op de campus in Delft de lekkerste koffie uit de automaten druppelt, in een tergend tempo waar zelfs mijn oma niet aan kan tippen, verlaat ik de campus waar ik bijna vier jaar inwoner ben geweest. Ik tik deze woorden en een grote weemoed overvalt me. Twee jaar terug kroop ik in de pen voor deze column. Wat begon met verhalen door de bril van een trainee, transformeerde mee met mijn rol als projectleider en communicatieadviseur. Als lid van de grenzeloze en digitale Generation Y schreef ik over dromen die me wakker houden. Periodes van soul searching met persoonlijkheidsvragenlijsten wisselden af met spraakmakende situaties met externen en small talk met collega’s om uiteindelijk grip te krijgen op de big picture. En, ken ik de TU Delft nu? Karel Luyben waarschuwde me in mijn traineetijd. “Je zult de TU Delft niet na een half jaar in de vingers hebben. Je hebt anderhalf jaar nodig. Als het niet langer is.” Ik wilde natuurlijk alles in sneltreinvaart onder de knie hebben. Het Insights-blokje ‘be brief, be bright, be gone’ stond bovenop de stapel. Laatst grapte een collega dat voor de mensen met dit rode blokje deze uitspraak over projectleiders mooi opgaat: ‘A project manager is a person who thinks 9 people can deliver a baby in one month.’ Tijd om thuis te raken in de stad die letterlijk en figuurlijk gas geeft. Hoewel er van alles borrelt onder Groningen, gaat er niks boven Groningen. Dus dat komt wel goed. Delft, ik zal je missen. Allemaal, bedankt! Dit is de laatste column van Quin Genee voor Delta

COLUMNQUINGENEE

Sid Vollebregt (links) en Reinoud Feenstra: “Alles duurt altijd langer dan je denkt.”

Ook al heb je een geweldig idee, niet iedereen staat te springen om met je samen te werken. Dat ondervonden de ondernemers van Elemental Water Makers.

25

TU Delft


26

Delta

TU Delft

SUDOKU VARIATION

Voor advertenties bel met:

T (010) 451 55 10 F (010) 451 53 80

E delta@henjuitgevers.nl

H & J Uitgevers Postbus 101 2900 AC Capelle aan den IJssel

Neem contact op met Hennie de Ruyter of Mireille van Ginkel voor nadere informatie.

Delta Magazine Lees ’m online www.delta.tudelft.nl

© 2015 www.sudoku-variations.com

In a regular Sudoku, every row, column and block of 3x3 cells must contain the digits 1 through 9 exactly once. In this TetrisDoku, there are 14 further items to solve. These are the 14 Tetris shapes in two colours and shapes with the same colour hold the same digits. If you love to solve more of these challenging Sudoku variations please visit www.sudoku-variations.com

Why is the Architecture faculty called BK? What is sugar called in Dutch? What does a person do for a midnight snack in Delft? Why is the food at the Aula so bad? Okay, we can't help with the last one, but TU Delta has answers for the rest and more. We are proud to announce the launch of our very first e-book – Delft Survival Guide. Free to download and accessible on any online reader, this is a compilation of the hugely popular Survival Guide series published in TU Delta. The book is your handy reference guide to Delft. From eating out and public transport, to understanding Dutchisms. So grab your copy today at delta.tudelft.nl/ebooks.

Solution Delta Sudoku 2


Delta

27

TU Delft

DESGEVRAAGD

Stelling Promovendi zouden bij hun werkovereenkomst visa voor alle landen moeten krijgen

Een machine maken waarmee we lekker kunnen kletsen. Dat is een van de ultieme doelen van kunstmatige intelligentie, meldde de BBC deze week. Intussen hebben we bijna allemaal zo’n kletscomputer in onze zak zitten. Of beter gezegd: in onze smartphone. Zo kunnen iPhone-bezitters al aan Siri vragen stellen, zoals: heb ik een paraplu nodig? Daar geeft de persoonlijke assistent keurig netjes antwoord op: nee, ik denk niet dat het op dit moment regent. Zelfs op de vraag wat de zin van het leven is, dient je slimme vriendje je van repliek: daar zijn dikke boeken over volgeschreven. Toch loopt de communicatie tussen mens en machine niet altijd even prettig. Je hulpje smijt vaak gewoon een aantal links in je gezicht, met de mededeling: dit heb ik voor je op het web gevonden. Wat moeten we doen om onze kletscomputers nog slimmer te maken? “Het grote probleem is dat onze digitale vriendjes nog helemaal geen common sense hebben”, zegt Catholijn Jonker, hoogleraar interactieve intelligentie aan de telefoon. “Veel vragen moeten ze in een bepaalde context kunnen beantwoorden. En ze moeten door kunnen vragen hoe je je vraag precies bedoelt. Dat vraagt om veel inzichten in de wereld en de manier waarop mensen met elkaar omgaan.

Die kennis mist een chatbot.” We verwachten van zo’n digitale butler dat ze minstens net zo goed met ons communiceren als iemand van pakweg twintig jaar oud. “Een mens doet er jaren over om zo te redeneren en de

‘Onze digitale vriendjes hebben nog helemaal geen common sense’ benodigde kennis op te slaan. Die tijd heb je nodig om het fantastisch mooie en complexe neuronale netwerk dat we ons brein noemen te trainen. Al die kennis moet je dus ook in een machine kunnen zetten. Daar zijn we nog niet aan toe”, zegt Jonker, die in haar onderzoek antwoord probeert te geven op de vraag wat voor intelligentie je nodig hebt om interacties en relaties

met mensen op te bouwen en over langere tijd te onderhouden. Want willen we het liefst een kletscomputer die niet van een mens te onderscheiden is, eentje die de Turingtest met vlag en wimpel haalt – de beroemde test die Alain Turing ontwierp waarbij je er achter moet komen of je met een mens of een computer converseert? Of nemen we genoegen met een slim systeem die je gewoon snel een antwoord geeft op een vraag hoe hoog de hoogste berg ter wereld is? Dat eerste is bestaat in ieder geval nog niet. Maar de tweede bestaat eigenlijk al: Watson is een machine die gemaakt wordt bij IBM. Niet alleen beantwoordt deze slimme schat een in spreektaal gestelde vraag zeer goed, ook herkent hij ironie en raadsels. Volgens Jonker zijn we al zeer goed geholpen als Watson op onze smartphone zou passen. Hoe lang dat nog duurt? “Als het via de cloud wordt aangeboden, zou het wel eens snel realiteit kunnen zijn.”

Uit proefschrift: ‘In situ transmission electron microscopy investigations of electromigration in metals’ TATIANA KOZLOVA materiaalkundige “Promovendi willen tijdens hun onderzoek vaak conferenties in het buitenland bijwonen. Maar de internationale PhDstudenten hebben moeite om aan visa te komen. Het kan drie maanden duren voordat reisaanvragen worden goedgekeurd. Met zo’n lange tijdspanne is het voor veel studenten onmogelijk om naar conferenties te gaan. Ik ben zelf Russische. Dit jaar wilde ik naar een bijeenkomst over microscopie in de Verenigde Staten, een heel belangrijke conferentie binnen mijn vakgebied. Ik ontving mijn visum pas een week na afloop van het congres. Veel van mijn vrienden lopen tegen dit probleem aan. Het zou eerlijker zijn als alle promovendi in combinatie met hun werkcontract ook visa krijgen voor de belangrijke landen waar conferenties plaatsvinden.” (TvD) Verdediging 25 september


28

News

Text: Damini Purkayastha Illustration: Stephan Timmers

Society, segregation and science

Don’t miss the piece, in English, on design interaction and how designers sometimes neglect to account for the cultures of users when they are creating a design. And we’ve got a metal worker (yes that’s still a thing) on the back cover.

English pages

Students launch their water rockets during the International Introduction Programme.

A scientific study into socioeconomic segregation highlights the widening gap between people across Europe. The study becomes especially relevant as European nations move forward from the economic crisis, look for ways to accommodate incoming refugees and work towards formulating a joint European Urban Agenda. The book ‘Socio-Economic Segregation in European Capital Cities’ investigates spatial patterns of socio-economic status in thirteen capital cities across Europe and shows that the rich and the poor are living at an increasing distance from each other. “The solution to segregated cities is not enforced mixing of different groups. Research shows that this does not work. The real answer to reducing inequality lies in education. Education and equal opportunity. This will create social mobility and empowers people to live where they choose to, and not where they are forced to,” explained Professor Maarten van Ham from the Faculty of Architecture and the Built Environment, Delft University of Technology. Van Ham is one of the editors of the book, together with

Tiit Tammaru, Szymon Marcińczak, and Sako Musterd. The data used in the book was collected by 13 teams based in 13 countries, from the North and South to the East and West of Europe. The data also takes into consideration the socio-political climate of the countries, for instance, the type of welfare state and the housing market system. The results of the study came as somewhat unexpected to a lot of people, and the study has been receiving a lot of media attention across Europe. “We thought we could predict levels of segregation. But, reality was a lot more complicated than we expected”. Stockholm One of the biggest surprises was the high level of segregation in Stockholm, which came in at number five out of the 13 cities investigated. This, explained Van Ham, was partly due to a “neo-liberal wind” in Swedish policies in the last decade and an increasing immigrant population. Amsterdam, which comes in at number eight, was the only city in which segregation slightly decreased in the last ten years. “What’s interesting in Amsterdam is that during the economic crisis, middle-class households that would typically move to the suburbs stayed in the city,” he said. Tallinn, with its complex ethnic landscape comprising Estonians and large numbers of Russian speakers, is highly segregated. “Is segregation a bad thing? Yes and no. Most people are more comfortable living with like-minded neigh-

bours. Problems arise when segregation levels become very high and lead to social exclusion. Segregation can be especially problematic when poverty concentrations overlap with concentrations of ethnic minority groups.” It is imperative for engineers to engage with social issues such as segregation, and think of solutions within their own framework. “If there is faster, cheaper transport then the spatial gaps between people become smaller. Access to superfast internet for everyone can give people access to information and knowledge regardless of where they are. Technological solutions can help to overcome social problems and inequality.” So, whether you’re studying architecture and urban design or aeronautics, think about how your design can make the world a better place. Cities studied in order of decreasing level of segregation 1. Madrid 2. Milan 3. Tallinn 4. London 5. Stockholm 6. Vienna 7. Athens 8. Amsterdam 9. Budapest 10. Riga 11. Vilnius 12. Prague 13. Oslo


Delta

29

TU Delft

Would you live in a tiny house?

‘We believe less house brings more happiness’

For more information on the firm and its efforts to advance the Tiny House Movement in the Netherlands visit tinyhuis.nl.

Arch EEMCS

AS

CEG IDE

3mE

attract open-minded homeowners who are looking to downsize their living arrangements while minimizing their impact on the environment. “Being sustainable and self-sufficient is one of our key values,” Van der Wal claimed. “We plan to make all of our designs off-grid and as sustainable as possible.” Offering three types of designs (micro, tiny and small), the firm intends to integrate sustainable

elements such as solar panels, rainwater filtration and storage systems and composting toilets into each of their houses. Given the limited amount of space to work with, this is easier said than done. “Designing tiny houses is architecture but it also involves thinking like a furniture maker,” Van der Wal explained. “The little space you have should be optimized. So instead of a generic design, a tiny house should have a smart design. That’s the challenge.” Besides the issue of scale, current building regulations in the Netherlands prohibit these tiny homes to be used as permanent residences. Nevertheless, the firm is working together with municipalities and policy makers to make these houses a reality. Almere, for example, is examining the possibility of designating an area within the municipality where small houses can be built. (PG)

AE

Siblings Lena and Laurens van der Wal recently established their own architecture firm entirely dedicated to designing small, self-contained structures. Inspired by the popular Tiny House Movement in the United States, the firm aims to make housing in the Netherlands more sustainable through minimalism and the efficient use of space. “Due to the financial crisis and the limited space we have in the Netherlands, going tiny is a great idea,” said Lena van der Wal. “If you live tiny, it saves you money, gives you mental and financial freedom and

drastically reduces your ecological footprint. We believe less house brings more happiness.” Over the summer, the firm designed its first house in Alkmaar, which measures 6.5 meters long and 2.5 meters wide. Despite its compact size, the house contains a separate bedroom and bathroom. The student architects are hoping that the customizability and self-sufficiency of their designs will

TPM

The Dutch are known for making the most of their limited living spaces, but two students at the Faculty of Architecture and the Build Environment are taking tiny homes to the extreme.


30

Text: Caroline Vermeulen Photo: Marcel Krijger

DELFT SURVIVAL GUIDE Surviving bread toppings Since bread is such a staple food in the Netherlands, it’s no surprise that there’s a wide variety of toppings to choose from. Here, sprinkles are not just for cupcakes and ice cream. According to bread decorators, De Ruijter, the average Dutch person eats one kilo of chocolate bread toppings every year, with more than 600 million chocolate sprinkle sandwiches consumed nationwide per annum. HAGELSLAG The name of these sandwich sprinkles means ‘hailstorm’ in English. Dark, extra dark, milk or white chocolate sprinkles are available, or a mixture. Non-chocolate options include fruity sprinkles, forest fruit, strawberry and raspberry, and aniseed flavours. These are more powdery than the chocolate variety. Extra-large sized hagelslag can be found on the shelves too. Be sure to use butter on the bread before sprinkling, or very few of the morsels will make it to your mouth.

VLOKKEN These chocolate flakes are larger than hagelslag, more like shavings. Also available in dark, extra dark, milk, white chocolate or a combination. There are plenty of themed boxes that appeal to the kids in a variety of colours, like the jungle range by Venz, for example.

Clockwise from the top left: Vlokken, Fruity Hagelslag, Muisjes and Chocolate Hagelslag.

MUISJES

APPELSTROOP

Not actually baby mice, as the translation suggests, but sugar coated anise seeds. The stem of the seed resembles a tail, making them look like tiny mice, hence the name. Traditionally served by new parents to visitors after the birth of a child on beschuit, a sort of rusk. Thus you can buy a blue and white box, or a pink and white box, but they taste the same. You can also buy gestampte muisjes, which are the same thing crushed into a powder, and a little easier on your teeth.

Don’t be fooled by the fact that there’s fruit in the name of this product, there’s plenty of sugar in it too. Originally produced as a way of preserving apples, this dark sticky spread is syrup made from concentrated apple juice and sugar. According to tests carried out by consumer association, De Consumentenbond, the typical apple content is around 30%. It’s said to be a good source of iron, and tastes pretty good with cheese in a sandwich. It’s often put on pancakes, and used in stews and meat sauces too.

SPECULOOSPASTA

Any Dutchie will tell you that pindakaas is different here: more peanutty, less buttery and far superior

A spread that tastes like the typical Dutch speculaas cookies, flavoured with the same spices: cinnamon, nutmeg, cloves, ginger, cardamom and pepper. Crunchy and smooth versions are available. It was rebranded for the US and UK markets as Biscoff Spread, and dubbed ‘crack in a jar’ in British media in 2014 when sales roc-

keted. This calorie bomb is very rich and sweet. It’s not unheard of to put the biscuits themselves on bread, too.

PINDAKAAS ‘Peanut cheese’ is what most of us know as peanut butter, but since the term butter is protected here, the word cheese was used instead. Whilst it’s not exclusive to the Netherlands, its popularity means that the variety available is pretty wide: crunchy, smooth, creamy, light, cashew, spicy, honey, hazelnut and cocoa. Plus, any Dutchie will tell you that it’s different here: more peanutty, less buttery and far superior. The leading Dutch brand is Calvé, and from 1948-2008 it was produced at a factory right here in Delft. You may be spoiled for choice, but don’t think you have to stick to one of these sweet treats, combining them on a slice is perfectly acceptable.


Delta

31

TU Delft

SCIENCE Sandstone gets CT-scan

SHORT

The new CT-scanner at the Faculty of Civil Engineering and Geosciences was made for humans. But it dissects rocks just as easily. Lab technician Joost van Meel puts a composite cylinder on the scanner bed. He leaves the room and switches on the scanner. Inside the machine, and invisible to the eye, two heavy X-ray sources rotate around the sample, scanning every millimetre of it from every angle. Meanwhile, the bed slides slowly through the scanner hole. The scanner makes 64 slides per millimetre while the resolution in the other directions is about 0.25 millimetres. Van Meel conjures up the image of a sandstone core in the cylinder. There is what seems to be a wet stain entering the core from one side. Measuring the penetration speed of water through sandstone under pressures up to 300 bars is one example of the many applications that the scanner has. "It can help you finding the best ways to get oil out of a certain

More news on delta.tudelft.nl/science

Molten salt

CEGS’s scanner probes for oil rather than for organs. (Photo: Jos Wassink)

rock", says Dr Karl Heinz Wolf, associate professor at the Faculty of CEGS. If, for example, you want to produce oil from chalk, a very fine grained type of limestone, you may consider applying pressure or adding acid to detach the oil from the surrounding rock. The CT scanner shows what happens in the rock: wormhole type channels are formed. Do chemical reactions occur? Do different generations of wormholes form? Such knowledge may be used to improve the geophysical models.

Wolf, who played an important role in acquiring the scanner for the university, said he was very glad with it. "This is an asset for the experimental geoscience and engineering research", he said. The role in education is limited to students reading the scans and trying to understand what information can be extracted from them. (JW) delta.tudelft.nl/30372

TU Delft is leading the four-year programme SAMOFAR (Safety Assessment of the Molten Salt Fast Reactor) to examine and validate the safety and waste principles of molten salt reactors, a potentially cleaner and safer source of nuclear energy. SAMOFAR is a €5 million European Union programme involving 11 partners from both science and industry. (ABG) delta.tudelft.nl/30442

Reuse Olympics

TU Delft Sports Engineering Institute and the Royal Netherlands Society of Engineers (KIVI) invited five speakers to share their Olympic expertise during a symposium at the Faculty of Architecture on September 14, 2015. They outlined challenges and solutions for creating the huge infrastructures needed to host the world's largest sporting event. All speakers agreed on the need for integrating multiple perspectives and interdisciplinarity to optimise the aftereffects on the host city. (MV) delta.tudelft.nl/30423

Hanson team proved Einstein wrong The experiment that Ronald Hanson and his team performed is regarded as the final nail in the coffin of locality and realism as the basis of physics. Instead, quantum weirdness rules. Their publication is online at arXiv.org. The test set-up spanned the campus. One diamond containing an electron with spin was located in the physics building, the other one at the reactor centre 1.3 kilometres further away. Both diamonds were hit by randomly emitted microwave pulses. As a consequence, the electrons in the diamonds emitted photons that were entangled with the electrons. The photons then travel-

led through optic fibre to a detector at the southern corner of the electrical engineering building – about halfway for both diamonds. If the two photons arrived simultaneously at the detectors halfway, the two distant electrons were entangled. What follows is a random interrogation of both electron spins by laser pulses that force the electron spins into an excited state, whether or not in combination with microwave pulses that rotate the electron spin 90 degrees. The outcome takes the form of light or no light emissions from the electron spins. The statistics of the measurements should reveal whether or not the electron spins show more coherence than could be anticipated by chance. In the latest publication on arXiv. org the team writes just a few entanglements happened every hour.

So for their 245 measurements to occur, it was quite a wait. The result means that entanglement at a distance is real. Or, as Hanson explained at the presentation of his experiment last year: "As soon as you perform a measurement, that determines the state of each particle. No communication is necessary to achieve this: the effect is instantaneous. You just have to dare to let go of the idea of locality." (JW) delta.tudelft.nl/30435

After match: living in the stadium. (Image: Reinders Kirchert)

Self-assembly

Prof. Jan van Esch (Chemical Engineering, Faculty of Applied Sciences) and his team have achieved transient self-assembly with chemical fuels. This process, using synthetic fibres, is a replication of an important process found in nature. In the lab, it has potential in soft materials, like soft-robotics. In transient self-assembly thousands of molecules cluster together. The links are only temporary, as some molecules deactivate and leave the cluster. Van Esch explained in Science (September 4, 2015) that there has to be a continuous influx of newly activated molecules (fuel) to keep the cluster alive. (AC) delta.tudelft.nl/30421


28

30

31

Society, segregation and science

Bread toppings

Hanson proved Einstein wrong

MAIN

Contents International

SURVIVING

SCIENCE

AVOCATIONS

Igor Nikolic

I

ron. It’s the most common element on the planet and has been used by humans for toolmaking for thousands of years. Associate Professor Igor Nikolic said that forging, the process of shaping metals like iron, makes him feel connected to human history. Nikolic’s academic work in the Faculty of Technology, Policy and Management focuses on understanding system behaviour and shape the coevolution of socio-technical systems,

mainly industry and infrastructure systems. And it is this interest in industry that connects Nikolic to metal work, what he calls the ‘original industry’. As a member of Revspace (a hacker space in The Hague), Nikolic said several years ago someone suggested they buy a welder. And now Nikolic practices the trade in a self-built work space appropriately named the “Spark Shack”. But it is the process that inspires Ni-

kolic. “People look at metal and think it’s a finite thing, that it doesn’t change,” he said. “But it’s one of the most basic physical processes when metal yields to your will.” He explained that there are long periods of boredom staring at the fire, waiting until it reaches the right temperature, followed by short bursts of activity shaping the metal. Nikolic also said learning this process has taught him about how to deal with failure and how to approach a problem in aca-

demia. “As a scientist if you don’t like what you create you click Control+Z and it’s undone,” he said. “In metal work if you mess up it takes hours of hard physical labor to fix it.” Nikolic thinks that every academic should try something like metal work. “Academics tend to look down on blue-collar trades until they realize the skill and training required,” he said. “Dealing with things that are this extreme, uncommonly violent and hot, focuses the mind.” Text: Heather Montague Photo: Sam Rentmeester