Issuu on Google+

Delta nr. 6

19 november 2012

Deze mast heeft Cabauw op de meteorologische wereldkaart gezet als een van de topplekken voor atmosferisch onderzoek

in de wolken reportage

interview

boek

Veiligheid op tsunami- TH in de campus expert WO II

International pages inside see page 29


8 Delta nr. 6

19 november

2012

“De mast van Cabauw bezoeken is apart: eerst sta je acht minuten schouder aan schouder in een halfdonker liftje, dan klim je twee etages langs de liftkamer, om vervolgens door een luik naar buiten te klimmen. Ineens sta je in de volle zon en in de wind op een rooster waardoor je tweehonderd meter lager het weiland ziet liggen. Heel even acclimatiseren dus, voordat je door je groothoeklens gaat kijken.” (Fotograaf Sam Rentmeester)

REAGEER!

12

www.delta.tudelft.nl

colofon Delta is het informatie- en opinieblad van de TU Delft, verzorgd door een journalistiek onafhankelijke redactie.

Redactie Frank Nuijens (hoofdredacteur), Saskia Bonger, Tomas van Dijk, Dorine van Gorp, Connie van Uffelen, Jos Wassink, Katja Wijnands, Carlijn Remmelzwaal Medewerkers aan dit nummer Jorinde Benner, Chandra Elango, Auke Herrema, Job Hogewoning, Martin Kers, David McMullin, Damini Purkayastha, Harish Ramakrisnan, Raghuveer Ramesh, Jimmy Tigges, Ellen Touw, Maurits van der Ven, Robert Visscher Foto’s Sam Rentmeester, Hans Stakelbeek Bladconcept en vormgeving Maters & Hermsen, Leiden

Lay-Out Liesbeth van Dam, Saskia de Been Redactie-adres Universiteitsbibliotheek, Prometheusplein 1, 2628 ZC Delft, 015 278 4848, delta@tudelft.nl Advertenties H&J Uitgevers, 010 451 5510, delta@henjuitgevers.nl Druk Deltahage, Den Haag Oplage 8.000 Jaargang 45 ISSN 2213-8838 Meld je aan voor de wekelijkse nieuwsbrief op de website. Meer informatie op: www.delta.tudelft.nl/colofon

reportage

interview

Snuffelpaal

tsunamiexpert

De ‘snuffelpaal’ wordt de 213 meter hoge mast bij het Utrechtse Cabauw genoemd. Ook na veertig jaar blijft de toren een vreemde verschijning in het platte landschap. Die mast heeft Cabauw op de meteorologische wereldkaart gezet.

Verontrustend nieuws, heeft prof.dr. Julie Pietrzak te melden. Toekomstige tsunami’s kunnen veel groter worden dan aanvankelijk gedacht. Vorige maand hield de hoogleraar fysische oceanografie haar inaugurele rede.


29

Delta 7 verschijnt op maandag 3 december.

16 reportage

international pages

veiligheidsman

joy of language

Ben Ale was in 2002 de eerste hoogleraar veiligheid en rampenbestrijding in Nederland. Binnenkort gaat hij met pensioen. “De TU heeft weinig neiging de eigen expertise ten behoeve van de TU in te zetten. Zonde.”

The new Tandem language program is capitalizing on the wealth of foreign languages spoken on TU Delft’s campus.

VERDER Column 04 KORT NIEUWS 05 SPORT 06 DESGEVRAAGD 07 PARTYCRASHERS 15 JOB DE KOK 15 BACHELOR 21 voorpublicatie 22 COLUMN 25 HALFWAY 30 TALKING POINT 31


columnELLEN TOUW INSTINKER

Delta Een nieuw kabinet en dus weer nieuwe maatregelen op het terrein van het onderwijs. Het lijkt wel of elk nieuw kabinet weer de poot wil optillen en een vers plasje over het hoger onderwijs wil doen. Het plasje van Zijlstra was de langstudeerboete. Op zich geen slechte maatregel om de uitloop van de studie te beperken, alleen vind ik het niet kunnen dat je een maatregel zonder vooraankondiging invoert en hem dan met terugwerkende kracht voor iedereen laten gelden. Maar hoe krakkemikkig de maatregel ook was: hier aan de TU hebben we gezien dat zo’n boete werkt als een trein. Studenten hebben gebuffeld deze zomer, niet te geloven! We hebben dit najaar volgens mij bijna twee keer zoveel bachelordiploma’s uitgedeeld als normaal. Het plasje van Bussemaker wordt dus het sociaal leenstelsel. Bij de langstudeerboete leek het nog of deze bedoeld was om studenten te stimuleren zo snel mogelijk te studeren, en om universiteiten te dwingen een studeerbaar programma aan te bieden. Maar bij het sociaal leenstelsel doet men geen moeite om de schijn op te houden: het is gewoon een bezuinigingsmaatregel. Studenten gaan er niet harder door studeren. Ook nu leent al dertig procent van alle studenten geld bij DUO, en de gemiddelde schuld is veertienduizend euro. En in tegenstelling tot wat men wel eens beweert studeren studenten met een lening net zo snel, of net zo langzaam als de rest. Als je je tentamen hebt verprutst denk je nou eenmaal niet: “Shit, daar gaat weer een herkansing of drieduizend euro gedeeld door zestig maal vijf EC is 250 euro.” Want dat geld wordt namelijk niet nu van je bankrekening afgeschreven, zoals dat wel leek te gaan gebeuren met de langstudeerboete. Het effect van lang studeren merk je pas veel later, als je een baan hebt en je een torenhoge studieschuld moet gaan aflossen. Het verbaast me een beetje, dames en heren studenten, dat jullie zo mak reageren en niet massaal in woede ontsteken over het sociaal leenstelsel, zoals jullie ouders op dit moment wel doen over de verhoging van de ziektekosten. Ik ben bang dat jullie je in slaap laten wiegen door de geruststellende mededeling dat er voor bestaande studenten niets verandert. Maar let op: er zit namelijk wel degelijk een instinker in het nieuwe sociaal leenstelsel, zoals Delta op de website op 31 oktober terecht constateerde. Als je nu studeert en in september 2014 pas aan je master begint, tel je namelijk ineens als nieuwe student (want de master is een nieuwe opleiding) en val je voor je masteropleiding alsnog onder het sociale leenstelsel! Dus als je slim bent, begin je als student nu alvast met buffelen, maak je nu als een bezetene je bachelor af en schrijf je je zo snel mogelijk als master in. Op die manier ben je voor de invoering van het sociaal leenstelsel al aan je master begonnen, behoud je je basisbeurs en dat scheelt je minstens zesduizend euro. Twee maal langstudeerboete! Ka-ching! Dat is geen kattenpis! Ellen Touw is hoofd van de dienst onderwijsen studentenzaken bij Civiele Techniek en Geowetenschappen en beleidsadviseur internationalisering.

TU Delft

Robert Hooft, Pepijn de Vries en Diederik de Jonge kregen een 9,5 voor hun businessplan over online marketing voor het mastervak entrepreneurship. Daarom maakten ze er een app van: Sproffer. Hiermee kun je in december in Delft met korting shoppen voor het goede doel. Via de app kun je bij hippe winkels en boetiekjes in Delft goedkope en originele cadeaus voor de feestdagen kopen. 1 Als de app een succes is, blijft hij bestaan voor andere feestdagen.

ja

4 Delftse studenten zijn de doelgroep.

ja

5 Op welke vraag willen jullie terugkomen?

2 Het is ons doel om de toepassing landelijk te maken.

ja

3 De totale korting gaat geheel naar het goede doel.

nee

“Op vraag 3, want we hebben transparantie hoog in het vaandel staan. Sproffer vraagt tien procent per deal, waarvan drie procent naar het goede doel gaat. We hopen Diederik de Jonge, quitte te draaien door zeven procent per Robert Hooft en Pepijn de Vries (vlnr) transactie te vragen. Of dat gaat lukken, weten we niet. De app is meer een pilot om te kijken of het concept werkt. Het is een leerproces voor ons met als hoofdvraag: wat is een nieuwe manier van online marketing?” (CR)

50,9 521 Ruim vijftig miljoen Studenten die in euro krijgt nanoDelft een in kamer onderzoek Delft en Leiden de zoeken, kunnen komende jaar. vanaf detien zomer Het onderzoeksvan 2014 terecht programma Frontiers de Spoorzone. ofinNanoscience van Daar wordt op prof.dr. Cees Dekker en vijfvoormalige collega’s heeft het 35,9 miljoen terrein van euro Delft onderzoeksgeld Instruments, aan toegekend gekregen de het Röntgenweg, van ministerie een tijdelijk stuvan OCW op advies dentencomplex van NWO. Daar komt nog 15 miljoen gebouwd. Debij van de cvb’s van TU 521 zelfstandige en RU Leiden. “We studio’s van 18 gaan onderzoeken en en 25 vierkante bouwen op de kleinste metervan groot zijn schaal de tastbare materie”, zegtdoor Dekker ontworpen die daarbij Richard Leeuwenkamp Feynman aanhaalt: Architecten en ‘What you cannot worden geëxploicreate, you don’t teerd door huisunderstand.’

vester Duwo.

delta.tudelft.nl/ 25916 www.delta.tu-

delft.nl/25831

Tweets

Foto: Wouter Struijk

4


Kort Herkansen Om studievertraging door de harde knip te voorkomen, zouden alle vakken uit het zesde semester ook herkanst moeten kunnen worden in het zevende semester. Daarvoor pleit de studentenraad. Het lijkt collegelid Paul Rullmann een goed voorstel. www.delta.tudelft.nl/25910

Foto’s: Maurice van Es

Vertrokken

Alle vijf keer uitverkocht is de opera Carmen die studentenorkest en -koor Krashna Musika samen met professionele vocalisten opvoert in het auditorium. Woensdag was de première van de klassieker. Operaregisseur en cultural professor Floris Visser is zeer te spreken over zijn muzikanten én over zijn studenten die het decor voor de opera ontwierpen en bouwden. Ze bedachten onder andere een mobiele stierenvechtersarena en een speciale techniek om een vlag te laten wapperen.

Wetenschap top 3 Op het vorige week gehouden Hiswa symposium in de RAI, stelde ing. Michiel Katgert (3mE) een befaamde Delftse meetreeks aan jachtrompen ter beschikking van de gebruikers. De Delft Systematic Yacht Hull Series (DSYHS) omvat sleeptankmetingen aan zeventig verschillende rompen gebaseerd op vier basismodellen. Op het programma van het Hiswa symposium stond nog de naam van dr.ir. Lex Keuning vermeld, maar die was helaas verhinderd. Dat was pijnlijk, omdat Keuning er vanaf het eerste begin, 39 jaar geleden, bij betrokken is geweest. www.delta.tudelft.nl/25907

Robot Leo heeft zichzelf leren lopen. Het kostte hem vijf uur, de tijd die hij bezig was weer op te krabbelen niet meegerekend. Leo werd geprogrammeerd door promovendus dr.ir. Erik Schuitema (3mE) op basis van reinforcement learning waarbij de robot beloond wordt voor iedere goede stap en beboet voor verlies aan tijd en energie. Voor vallen bestraft Schuitema niet, want dan wordt Leo te angstig en blijft hij staan. www.delta.tudelft.nl/25908

Liften die al weten waar je naartoe moet voor je een knop hebt aangeraakt, en cabines die halverwege wisselen van schacht. Volgens promovendus dr.ir Jeroen de Jong (EWI) kunnen liften een stuk efficiënter. “De efficiëntie neemt toe naarmate de reisinformatie tijdiger en gedetailleerder is”, aldus De Jong. “En dat geldt zeker naarmate de drukte toeneemt.” www.delta.tudelft.nl/25885

Overleg over een reorganisatie bij de faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica, kwam te laat, concludeerde collegevoorzitter Dirk Jan van den Berg tijdens een vergadering met de ondernemingsraad (or). Vertrekregelingen waren al beklonken voordat een reorganisatievoorstel bij de or op tafel lag. www.delta.tudelft.nl/25897

Digitoetsen Na wat eerste testen in augustus zijn tijdens de afgelopen tentamenperiode de eerste grootschalige digitale toetsen succesvol afgenomen aan de TU. Van de 500 deelnemende studenten moesten er zo’n 25 hun toets uiteindelijk toch op papier doen. www.delta.tudelft.nl/25909

China De TU Delft opent in China op proef drie onderzoekscentra. In Wuhan gaat het om het TU Delft Research Centre on Spatial Information. In Nanjing begint het Hohai-TU Delft Research Centre on Water en in Guangzhou werkt de TU samen met de South China University of Technology (Scut) aan het Scut-TU Delft Research Centre for Urban Systems and Environment. De universiteit hoopt zo nieuwe financieringsbronnen aan te boren. www.delta.tudelft.nl/25888

Werk in de sleeptank omstreeks 2000.

Makelaarsbordjes, posters en een groot spandoek aan de aula. Uit protest tegen de bezuinigingen op de basisbeurs zette de Delftse studentenvakbond VSSD de TU Delft begin november te koop. De bezuinigingen treffen bèta-studenten harder dan andere studenten vindt de vakbond, omdat hun opleiding een jaar langer duurt en zwaarder is. Het college van bestuur vond het een ‘goede en geslaagde actie’. www.delta.tudelft.nl/25873

Beeld: Schindler

Foto: Tomas van Dijk

Foto: TU Delft Gallery

Te koop

Erik Schuitema met Leo.

Lift van de toekomst.


SPORT

Sporter van de week is Kjeld Knoben

Specs

1.80 mtr Gewicht

84 kilo Geboortejaar 1985

studie: Luchtvaart- en ruimtevaarttechniek

sport:

Fitness en voetbal (bij Taurus)

“Baseballvest van H&M. Ik ben het na het maken van de foto kwijtgeraakt op het station van Delft. Ik wens er de gelukkige vinder veel plezier mee.”

“Van Hilfiger. Een van de vele Tshirts die ik draag tijdens het fitnessen.”

Sterke punten “Uithoudingsvermogen. Meer zou ik niet weten.” Zwakke punten “Ik kan slecht tegen mijn verlies.” Blessuregevoeligheid: “Ik heb twee jaar last gehad van mijn schenen: shin splint, dat is oververmoeidheid van het beenvlees.” Sportieve hoogtepunten: “Ik heb de Ringvaartregatta geroeid in een acht, met dispuut De Vos van Virgiel. Vanwege de uitdaging.” Waarom sport je? “Om in vorm te blijven en omdat ik het leuk vind.”

Wil je nog iets kwijt? “Bij het wielrennen moet er niet zo ontzettend veel over doping worden gezeverd.” Gebruik je zelf doping? “Een glas bier op zijn tijd.”

“Gewone Nike sportsokken.” “Mijn Asics sportschoenen heb ik al een aantal jaar, ze zijn aan vervanging toe zoals je kunt zien.”

“Een broek van de Kansas Jayhawks, het basketbalteam van de University of Kansas waar ik een half jaar heb gestudeerd. Een van de beste college basketbalteams van Amerika.” Foto: Sam Rentmeester

Ambities: “Ik overweeg om volgend jaar de Alpe d’HuZes te gaan fietsen, als nieuwe uitdaging.”

DAMES MET POTENTIE Roeiende dames tonen hun overmacht op de Amstel en ploeterende voetballers proberen zich staande te houden in de derde klasse. Voor de roeiers begon de maand met de traditionele strijd tussen de Novembervieren op de Amstel in Amsterdam. Het damessenioren A-kwartet van Proteus boekte een glorieuze overwinning. De drie opponenten van naam, Nereus, Njord en Skøll, bleven ver achter. Geen wonder, met de stuurman van de Holland Acht aan boord plus drie Olympische dames, van wie Chantal Achterberg en Sytske de Groot op 23 november worden voorgedragen als erelid van hun vereniging. Dan kom je toch in een bijzonder fraai rijtje van internationale roeihelden terecht. In het N4+- en O4+-veld boekte de Delftse rivaal Laga bescheiden succes met twee tweede plaatsen. Samen met de vierde plek in het SA4+-veld bracht dit de verslaggever op de clubsite tot een uitspraak waaruit gezond zelfinzicht blijkt: ‘Het laat zien dat we op de goede weg zijn, maar Laga is er nog niet!’. Ariston’80 is er ook nog niet. Voor het eerst in het bestaan van de Delftse studentenvoetbalvereniging promoveerde zowel het eerste dames- als eerste herenteam naar de derdeklasser der KNVB. “Dat valt effe tegen”, verzuchtte herencoach Arjan van der Meijde echter, vorige week na de negende speelronde. Met slechts één punt staat zijn ploeg troosteloos onderaan. “We krijgen wel regelmatig complimenten van de tegenstander.” Leuk om te horen, maar punten levert dat niet op. “We scoren heel moeilijk en achterin wordt nog wel eens klungelig verdedigd. Sommige jongens hebben moeite met het niveau, vooral met het tempo.” Middenveldster Diana Pereira van dames 1 klinkt heel wat opgewekter: “Het bevalt ons goed in de derde klasse. We voelen er ons thuis, al zijn de resultaten wisselend.” Na een korte tussensprint, met drie zeges op rij, zette de vrouwenploeg de novembermaand in met twee minimale nederlagen. Het zat de studentes ook niet mee, volgens Pereira: “Tegen Die Haghe hadden we pech. Twintig minuten voor tijd viel iemand geblesseerd uit. Omdat we al drie keer gewisseld hadden moesten we met zijn tienen verder.” Juist in die laatste periode sloeg de Haagse ploeg toe (1-0). Volgens Pereira heeft haar team potentie genoeg om zich op dit niveau te handhaven: “Er is geen enkele paniek.” (JT) Tips? jimmy.tigges@hetnet.nl


Delta

7

TU Delft

Desgevraagd Het Duitse concern Siemens stapt uit het Desertec-programma, het ambitieuze programma dat Europa en Noord-Afrika van zonnestroom uit de Sahara wil voorzien. Siemens had er wel oren naar; gigantische zonthermische centrales waarmee zonne-energie in de Sahara gebruikt zou worden om elektriciteit op te wekken. Bij thermische zonne-energie concentreert een netwerk van spiegels zonnestralen op een buis met speciale olie of op een collector in een centraal geplaatste toren. Met de geconcentreerde hitte wordt stoom opgewekt die turbines aandrijft, die elektriciteit opwekken. Siemens heeft aardig wat expertise op dit gebied. En het bedrijf besloot enkele jaren geleden dan ook om mee te doen met het Desertec Industrial Initiative (Dii) dat tot doel heeft om Europa en Noord-Afrika van zonnestroom - en dan vooral thermische zonne-energie - uit de Sahara te voorzien. Maar het bedrijf maakte deze maand bekend dat ze er mee stopt. Komt het Desertec programma nu in gevaar? Rogier Rouwet, voorzitter van de Delft Energy Club, denkt van niet. Hoewel frontloper, is Siemens niet het enige bedrijf dat zonthermische technologie ontwikkelt, zegt hij. Hij wijst er op dat Siemens niet betrokken is bij de eerste zonnecentrale van Desertec in het Marokkaanse Ouarzazate. Is thermische zonne-energie een achterhaald idee en zou dat de reden zijn voor Siemens om uit dit project te stap-

pen? Rouwet betwijfelt dat. “Misschien ligt het aan de crisis. Het lijkt niet de tijd voor grootschalige technieken als zonthermische installaties.” Volgens dr. Kas Hemmes van de sectie technologiedynamica en duurzame

Volgens Hemmes is er een andere, economisch interessantere manier, waarop de bedrijven binnen het Desertec project gebruik van de zon kunnen maken. Ze zouden zich op de productie van brandstoffen moeten richten. “Met zonne-energie kun je aardgas opsplitsen in waterstofgas en pure koolstof”, zegt Hemmes, die hier onderzoek naar deed en er vorig jaar een artikel over publiceerde in de International Journal of Hydrogen Energy. “Niet alleen de waterstof kun je vervolgens gebruiken als brandstof in een brandstofcel, ook de koolstof. Voor de koolstof is er sinds kort de zogenaamde direct carbon fuel cell.” Maar hoe duurzaam is dat? Je stoot bij de verbranding van de koolstof wel koolstofdioxide uit. “Klopt, maar deze

‘Misschien ligt het aan de crisis. Het lijkt niet de tijd voor grootschalige technieken als zonthermische installaties’ Ontwikkeling (TBM) laat de efficiency van zonthermische installaties te wensen over. “Ik denk dat de efficiency vrij beperkt is en dat je heel veel spiegels nodig hebt. Hierover wordt in ieder geval vrij geheimzinnig gedaan. Ik heb eens gezocht naar cijfers, maar die worden niet graag vrij gegeven.”

energie is schoner dan als je aardgas direct zou gebruiken. Je maakt immers gebruik van een mix: zon en fossiel.” (TvD/JW)

De Dropbox Spacerace. Wat vind jij ervan?

0%

Super! Ik heb me al ingeschreven/Ik ga me nu inschrijven

82%

Slimme marketingstunt om wereldwijd marktaandeel te claimen onder studenten.

0% Doe ik niet aan mee.

18% Wat is dat?

Strip: Auke Herrema

..


D

e snuffelpaal’ noemen ze hem in het dorp. En inderdaad is de 213 meter hoge mast bij het Utrechtse Cabauw, tussen Lopik en Schoonhoven, ooit gebruikt voor meting van luchtvervuiling. Ook na veertig jaar blijft de toren een vreemde verschijning in het platte landschap: 47 gestapelde stalen cilinders van 5 meter hoog en 2 meter breed met tuikabels op 50, 100, 170 en 210 meter hoogte vastgezet aan ankers op de grond. Die mast heeft Cabauw op de meteorologische we-

reldkaart gezet als een van de topplekken voor atmosferisch onderzoek: bestudering van het complexe systeem van wolken, stofdeeltjes, straling, neerslag en turbulentie in samenhang met het aardoppervlak. De TU raakte halverwege de jaren negentig bij het atmosferisch onderzoek betrokken, samen met ondermeer KNMI, TNO, RIVM, IMAU en TU/e. Professor Herman Russchenberg (geoscience and remote sensing, CiTG) herinnert zich hoe aanvankelijk alle apparatuur naar Delft werd gebracht om gebruik te kunnen maken

van de radar op het EWI-gebouw. “Die campagne was het startschot voor Cesar (Cabauw Experimental Site for Atmospheric Research, red.) omdat we hadden gemerkt hoe waardevol het is om langdurig alle instrumenten bij elkaar te zetten. Dat geeft extra informatie.” Vanwege de meer inlandse ligging was Cabauw een betere onderzoekslocatie dan Delft. De TU bedrijft twee radarsystemen op Cabauw: een mobiel systeem op een trailer dat geschikt is om regenwolken door te lichten (Tara) en een rondom scannende radar met een ho-

gere werkfrequentie (tien gigahertz) die ook mist en motregen registreert (de drizzle radar of Idra). Op het symposium op 26 oktober ter gelegenheid van veertig jaar Cabauw zei Russchenberg dat het doorgronden van de watercyclus (verdamping, wolken, neerslag) de belangrijkste vraag is voor de komende tijd. “Hoe gaat dat nu en hoe verandert dat onder invloed van meer CO2. Dat is de centrale vraag.” www.cesar-observatory.nl


Delta

Tekst: Jos Wassink Foto’s: Sam Rentmeester

TU Delft

In de wolken Wolken waren altijd de minst begrepen schakel in het weersysteem. Maar dat verandert snel. Wolken uit de computer stemmen steeds beter overeen met die in de lucht. Dat belooft weersverwachtingen op straatniveau en nauwkeuriger klimaatscenario’s.

I

n feite hebben we de handdoek in de ring gegooid”, zegt professor Harmen Jonker (geoscience and remote sensing) over het wolkenprogramma LES. Het programma Large Eddy Simulation is een detailsimulatie voor wolkenvorming. “Met LES zeiden de onderzoekers: met slimme modelletjes wolkenvorming voorspellen werkt niet. Je moet het gewoon keihard uitrekenen met vergelijkingen uit de vloeistofmechanica.” Een van de grondleggers van het programma in 1992 was de huidige deeltijdhoogleraar prof.dr. Pier Siebesma die ook bij het KNMI werkt. Het programma berekent wolken in een doos van tien bij tien kilometer en een paar kilometer hoog. De ruimtelijke resolutie is tien tot twintig meter en de kleinste tijdseenheid is de seconde. Dat gaat goed, maar de ontwikkeling van miljoenen cellen berekenen vergt veel rekenkracht. In de afgelopen twee jaar is de techniek toegankelijker geworden door de kracht van grafische kaarten in te zetten voor het rekenwerk. Eén grafische kaart (ontwikkeld voor spelcomputers en te koop voor 200 dollar) blijkt net zo snel te kunnen rekenen als 64 processors

van een supercomputer. Ir. Frits Post (computer graphics, EWI) en promovendus Eric Griffith hebben de Fortran code omgezet naar Cuda, een taal die GPU’s (graphic processing units) aanstuurt. Promovendus ir. Jerôme Schalkwijk ontwikkelde met hen een aangepaste versie van het wolkenprogramma: Gales (GPU-resident Atmospheric Large Eddy Simulation). Dat programma berekent nu al een jaar de bewolking rondom Cabauw op basis van verdeling van temperatuur en vochtigheid, terwijl speciale camera’s het wolkendek continu vastleggen. En zo ontstaan filmpjes met links de echte wolkenlucht en rechts die uit de computer. Jonker: “Het resultaat is verrassend goed. Ja, soms zitten we er naast en komt de bewolking later dan in werkelijkheid. Maar afgezien daarvan komt er echt ‘weer’ in het programma. Je begint op de monitor dezelfde herrie te zien als buiten.” >> Jerôme Schalkwijk, Eric Griffith, Frits Post and Harm Jonker, ‘High-Performance Simulations of Turbulent Clouds on a Desktop PC’, Bulletin of the American Meteorological Society (Bams), March 2012.

“Het resultaat is verrassend goed. Soms zitten we er naast en komt de bewolking later dan in werkelijkheid.”

9


‘Nu kosten ondergelopen straten een paar miljoen per jaar. Als je dat met de helft kunt terugbrengen, is zo’n systeem er snel uit’

I

n de begintijd was het onderzoek op Cabauw gericht op de uitwisseling van vocht en warmte tussen lucht en bodem. De data die daarover in de jaren zeventig en tachtig verzameld zijn, zijn nu verwerkt in weeren klimaatmodellen. Toen is de aandacht verlegd naar de wolken als het slechtst begrepen onderdeel van weer en klimaat. Pier Siebesma vat die ontwikkelingen samen: “Al bij de eerste generatie klimaatmodellen in de jaren zeventig, realiseerden wetenschappers zich dat wolken de grootste onzekere

factor in klimaatmodellen zijn. Hierdoor gaven verschillende klimaatmodellen bij een zelfde toename van atmosferische CO2 heel verschillende voorspellingen voor de opwarming van de wereld; uiteenlopend van plus 2 tot plus 6 graden. Het was toen niet bekend welke type wolken voor die onzekerheid zorgden. Inmiddels weten we dat het de laaghangende stratocumulus wolken zijn. Het ene model verwacht een toename daarvan, een ander juist een afname. De komende vijf jaar willen we uitzoeken welke processen in de wolken verantwoordelijk zijn

voor de verschillen tussen diverse klimaatmodellen.” Pier Siebesma zit naar eigen zeggen ‘overal tussenin’. Op het KNMI is hij klimaatonderzoeker, en bij de TU probeert hij samen met dr. Stephan de Roode de uitkomsten van het LES wolkensimulatieprogramma te vertalen naar grotere schaal, want waar LES werkt met een roostereenheid van hooguit 50 meter, is de resolutie van weer- en klimaatmodellen 50 tot 100 kilometer. Op basis van het wolkensimulatieprogramma dat met gemiddelde temperatuur en vochtigheid rekent, proberen

de onderzoekers voor het grootschalige model aan te geven hoe groot de bedekkinggraad met wolken is, hoeveel straling dat tegenhoudt en hoeveel regen eruit valt. Dat moet de onderlinge verschillen tussen klimaatmodellen verminderen, en de onzekerheid in de klimaatvoorspellingen verkleinen. Bij het komende IPCC-rapport zijn de onzekerheden nog net zo groot als vijf jaar geleden, weet Siebesma. Maar over nog eens vijf jaar verwacht hij daar een belangrijke verbetering in.


11

D

e wolkensimulaties rond Cabauw mogen succesvol zijn – het was natuurlijk wel een klein gebiedje. Maar doordat rekenkracht in de GPU’s zo goedkoop geworden is, kwamen Jonker en collega’s op het idee om 256 grafische processors tegelijk in te zetten om Gales in een gebied van vierhonderd bij vierhonderd kilometer te draaien. Het resultaat is adembenemend. Op een mooie lentedag dag zie je in de loop van de ochtend boven land een strook van ragfijne wolkjes ontstaan. Het IJsselmeer is nog grotendeels onbewolkt. In vergelijking met het werkelijke weer zijn patronen en de beweging van de wolken vrijwel identiek, maar vaak niet op precies dezelfde plaats. Dat kan beter, denkt Jonker, door informatie uit een wolkenradar als startpunt te nemen voor de berekeningen van Gales. Dat zou een unieke voorspellingstechniek opleveren. Russchenberg denkt aan zo’n systeem in Rotterdam. Daar komt volgend voorjaar een regenradar op het gebouw van Nationale Nederlanden. De bedoeling is om daarmee neerslagverwachtingen te maken tot op straatniveau om de overlast voor de stad te beperken. Russchenberg: “Als je weet wat er aankomt, kun je maatregelen nemen. Nu kosten ondergelopen straten en inzet van politie en brandweer een paar miljoen per jaar. Als je dat met de helft terug kunt brengen is zo’n systeem er snel uit.” Om zulke fijnschalige weersverwachtingen Europawijd mogelijk te maken zijn er honderden geautomatiseerde radarstations nodig met een regenradar, een lidar (meet de wolkhoogte) en een radiometer (meet de straling en daarmee de temperatuur van de wolken). Dat mag science fiction lijken, maar een Duitse firma werkt al aan een goedkope radar voor massaproductie. “Dat wordt een heel netwerk van mini-Cabauwtjes over heel Europa”, verwacht Russchenberg. <<

Filmpjes zien van de wolkenformatie: www.ablresearch.org


Een megatsunami die Noordwest-Amerika dreigt te overspoelen zou wel eens veel groter kunnen worden dan men tot nu toe aannam. Hierover, en over gladde orkanen en smeltend poolijs, vertelde prof. dr. Julie Pietrzak (CiTG) vorige maand tijdens haar inaugurele rede als hoogleraar fysische oceanografie.

ik ben geen orkaanjager


Tekst: Tomas van Dijk Foto’s: Hans STakelbeek

Delta

13

TU Delft

Z

e deed modelleerwerk aan overstromingen, rivierafvoer en rivierpluimen van de Nederlandse kustwateren. Maar nadat in 2004 een tsunami dood en verderf zaaide rond de Indische Oceaan, verbreedde Julie Pietrzak haar onderzoeksveld. Met collega’s van de afdeling aardobservatie van Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek, die over gps-data van de ramp beschikten, probeerde ze de vloedgolf zo goed mogelijk te modelleren. Gedurende de acht jaar die volgden, vond een recordaantal mega-tsunami’s plaats. In 2006 was het weer raak in de Indische Oceaan, in 2007 en 2009 waren er vloedgolven in de Stille Oceaan, en dan was er natuurlijk nog de enorme tsunami die Japan vorig jaar trof. Pietrzak nam ze onder de loep en groeide uit tot tsunami-expert.

U hebt samen met uw collega’s van CiTG en L&R een nieuwe onderzoekstechniek ontwikkeld die jullie nu gebruiken om de tsunami bij Japan te onderzoeken. Hoe gaan jullie te werk? “De collega’s van L&R gebruiken gps- en satellietdata om uit te zoeken hoe de aarde bewoog tijdens de aardbeving. Ze proberen te achterhalen waar de aardschollen ten opzichte van elkaar schuurden en hoe ver de zeebodem omhoog is gekomen. Wij gebruiken dat als uitgangspunt en onderzoeken hoe de tsunami zich heeft verspreid. Maar we verwerken extra gegevens in de modellen; data verzameld door boeien in de oceaan. Wat volgt is een iteratief (zich herhalend –red.) proces met honderden aparte simulaties. We zoeken het scenario dat het beste bij de data past. Het project heeft veel Delftse deelnemers. We hebben een manuscript met als hoofdauteur dr. Andy Hooper (geodeet, werkzaam bij CiTG, red.) onder review dat de details uitlegt.” Dit werk heeft tot een nieuw inzicht geleid, liet Pietrzak tijdens haar intreerede weten. De onderzoekers ontdekten dat de Noord-Amerikaanse plaat voor de kust van Japan een stuk verder omhoog is gekomen dan de zes meter waar men tot nu toe van uit ging.

De Euraziatische plaat is waarschijnlijk zes meter omhoog gekomen voor de kust van Indonesië. Dit leidde tot de verwoestende tsunami van 2004. De uplift, ook wel tektonische opheffing genoemd, voor de kust van Japan moet volgens u bijna drie keer zo groot geweest zijn. Betekent deze ontdekking dat toekomstige tsunami’s veel groter kunnen worden dan men dacht? “Ik had nooit gedacht dat we rekening moesten houden met zo’n grote amplitude. We hebben onderzoek gedaan naar de Cascadische breuklijn voor de kust van Noordwest-Amerika. Men weet dat daar een aardbeving gaat plaatsvinden. Gemiddeld gebeurt dat elke vijfhonderd jaar (de laatste was in 1700, red.). We hebben simulaties gedaan, uitgaande van een uplift van zes meter. Dat zorgt al voor een verwoestende vloed. Kan het nog vele malen erger worden? Misschien wel ja. We moeten dat verder onderzoeken.” Pietrzak laat simulaties zien die uitgaan van zes meter uplift. Grote delen van de staten Oregon en Washington (Verenigde Staten) en British Columbia (Canada) verdwijnen onder water. Dit jaar kwam het nieuws naar buiten dat orkanen bij extreme windsnelheden, tegen de driehonderd kilometer per uur, grip verliezen op het zeeoppervlak doordat er schuim over de golven komt te liggen. De ontdekkers hiervan zijn Pietrzak en haar collega’s: golvendeskundige dr. Leo Holthuijsen en orkaandeskun-

dige dr. Mark Powell van het Amerikaanse onderzoeksinstituut NOAA. Ze analyseerden hiervoor onder meer filmopnames die in de jaren zestig en zeventig gemaakt waren vanuit verkenningsvliegtuigen die op lage hoogte door orkanen vlogen. Orkaan-, golf-, en stormvloedmodellen moeten nu herzien worden, stellen de onderzoekers.

Verkenningsvliegtuigen, orkanen, zeeschuim; weer een heel ander onderwerp. Lacht. “Ja, ik had ook nooit gedacht dat ik aan orkanen zou werken. Er was ook geen onderzoeksgeld voor. We hebben het onderzoek grotendeels in onze vrije tijd gedaan.”

Wat zijn de consequenties van deze ontdekking? Zit er een maximum aan de hoogte van golven doordat ze op een gegeven moment niet meer door de wind worden opgestuwd? “We weten nog niet wat de consequenties zijn. We hebben geen idee hoe we alles met elkaar in verband moeten brengen. Een orkaan kun je onderverdelen in verschillende sectoren. Wij hebben laten zien dat het zeeoppervlak op sommige plekken in eerste instantie juist ruiger wordt dan men altijd had aangenomen. We zouden extra metingen moeten verrichten. Maar hoe? Misschien met een onbemand vliegtuig. Data verkrijgen van het zeeschuim is nog moeilijker, daar kun je niet komen.”

Uw collega dr. Leo Holthuijsen vertelde dat hij zelf in orkanen wilt gaan vliegen. Gaat u mee? “Ik zou wel willen zien hoe het daar is, maar ik ben niet zo dapper. I’m not a classical hurricane chaser. Ik heb bovendien een kind van elf. Mark Powell heeft met hurricane chasers gevlogen en zijn beschrijvingen liegen er niet om. De onderzoekers van NOAA vliegen nu zelf ook niet meer laag over het zeeoppervlak omdat het te gevaarlijk is. Ze hebben te vaak meegemaakt dat motoren uitvielen doordat er te veel water in gekomen was.”

Hoe verloopt dit onderzoek verder? “Ik wil verder gaan met modelleren van nieuwe data. Of de mensen van het NOAA nu verder onderzoek gaan doen, weet ik niet. Maar het zou me niet verbazen. Voor hen is het enorm belangrijk om orkanen te begrijpen.”


14

Delta

TU Delft

U begon uw intreerede met een plaatje van een ijsbeer die over een ijsschots glijdt. Het ijs op de Noordpool smelt de laatste jaren veel sneller dan klimaatwetenschappers voorspelden. U denkt dat het smeltwater zelf een versterkend effect heeft op het verder slinken van de ijskappen. Hoe is dat mogelijk? “Op plekken waar zoetwater de zee in stroomt, ontstaan zoetwaterpluimen die parallel langs de kust stromen. Door het getij wordt zo’n pluim tegen de kust aangedrukt en er later weer een stukje vandaan getrokken. Deze dynamiek zorgt ervoor dat water van grotere dieptes naar de kust aangevoerd wordt. Als dit voor de Nederlandse kust gebeurt, krijgen we aanvoer van kouder water. Maar in Arctische gebieden is het dieper gelegen water vaak warmer dan het oppervlaktewater.”

Kan dit gejojo van zoetwaterpluimen echt een grote impact hebben op het ijs? “Heel groot is de impact waarschijnlijk niet. Het is van een heel andere orde dan bijvoorbeeld het effect van global warming, maar het is toch weer een onderdeeltje van de puzzel. Klimaatmodellen neigen allemaal naar dezelfde uitkomsten en gebruiken allemaal dezelfde grootschalige processen die op de aarde plaatsvinden als input. Maar het is het zeker ook waard om kleinschaligere processen, zoals de zoetwaterpluimen, te bestuderen. Zoetwaterpluimen kunnen ook nog op een ander manier het klimaat beïnvloeden. Langs de continenten is een hele stroom van zoetwater – een aaneenschakeling van zoetwaterpluimen - afkomstig van rivieren. Deze zoetwaterstromen vormen, vanwege alle sedimenten en nutriënten die er in zitten, belangrijke ecosystemen. Veranderingen in die ecosystemen hebben invloed op de koolstofkringloop en dus het klimaat.”

U wilt graag meer onderzoek doen aan de waterstromen rondom het Arctisch gebied. Waarom boeit dat gebied u zo? “Het is een fascinerend gebied. Als het ijs daar smelt kan dat misschien wel leiden tot heftigere stormen. Het raakt ons allemaal.”

CV De Britse Julie Pietrzak studeerde oceanografie aan de University of Wales in Swansea en promoveerde daar ook, in 1987. Daarna was ze als onderzoeker werkzaam bij onder meer Delft Hydraulics, de University of British Columbia, het Danish Meteorological Institute en het Danish Hydraulic Institute and International Research Centre for Computational Hydrodynamics. In 1999 kwam Pietrzak naar de TU Delft. Sinds

2000 is ze universitair hoofddocent bij de afdeling waterbouwkunde, vakgroep vloeistofmechanica van de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen. Vorig jaar werd ze benoemd tot Antoni van Leeuwenhoek (AvL)-hoogleraar, een hoogleraarschap bedoeld voor jonge excellente wetenschappers. AvL-hoogleraren geven nog geen leiding aan een sectie en kunnen zich daardoor volledig op onderwijs en onderzoek richten.

U werkt veel samen met Shell. Waar bestaat deze samenwerking uit? “Het betreft vooral projecten voor masterstudenten. Bijvoorbeeld onderzoek naar stromingen en de invloed daarvan op offshore platformen.”

U bent begaan met het Arctisch gebied. Tegelijkertijd werkt u samen met Shell, een bedrijf dat olie wil winnen in het Arctisch gebied, wat volgens milieuorganisaties het gebied ernstig kan schaden. Hebt u geen problemen met deze samenwerking? Enigszins gepikeerd: “Nee, anders zou ik het niet doen. We werken samen met allerlei ingenieursbedrijven. We leiden ingenieurs op en hopelijk ingenieurs met verantwoordelijkheidsgevoel. Het is heel normaal dat we met Shell werken.”

Tot voor kort was u de enige vrouwelijke hoogleraar bij de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen. Is er een glazen plafond? “Dat denk ik wel. We hebben een grote toestroom van studentes, dus daar ligt het niet aan. Maar ik denk dat het lage aantal vrouwelijke professoren vooral een erfenis uit het verleden is. Twintig jaar geleden was het waarschijnlijk heel moeilijk voor een vrouw om hier hoogleraar te worden. Nu is de situatie een stuk beter.”


Wat: Gratis kroegentocht Waar: Delft Wanneer: Zaterdagavond Drank en hapjes: 9 Publiek: 9 Dresscode: 7 Feestgehalte: 8 Eindcijfer:

8,5

15

party crashers

De perfecte biefstuk Van je laatste schamele euro’s koop je een stukje vlees bij de supermarkt, om vervolgens thuis, blut en teleurgesteld op een stuk schoenzool te moeten kauwen. Is dat de biefstuk, of is dat je eigen fout? Allereerst is het van groot belang dat je beginkwaliteit goed is. Heel erg rood vlees geeft meestal aan dat het vlees niet goed is, omdat het niet genoeg gerijpt is. Het rijpingsproces van vlees maakt het malser, maar trekt ook een deel vocht weg. Zoek dus naar vlees dat donkerder van kleur is. Verschillende stukken vlees hebben allemaal andere eigenschappen. Ossenstaart, riblappen en sukade zijn stukken spier die hard hebben moeten werken, waardoor de smaak geweldig is, maar de spier stug. Ossenhaas, tournedos en kogelbiefstuk zijn zachter. Echter, veel smaak zit er niet in.

€ 12,50 Voor een avond Speakers, € 9,50 voor een bittergarnituur. Wat is er gebeurd met de tijd dat twee meisjes gewoon nog een nacht gratis konden stappen in Delft? Tijd voor een experimentje! Geen portier te gevaarlijk, geen entreeprijs te hoog. Een beetje partycrasher heeft de beste toegang tot een feestje zo gevonden. En de beste feestjes natuurlijk, en daar is drank met een beetje mazzel gratis. Maar nu is het zaterdagavond, en we hebben dorst. Geen TU-borrel met kleffe kaasstengels, geen mega-evenement met uitbundig uitgestalde wijnvoorraad. Er zit niks anders op dan old school. Zoals we dat deden aan het eind van de middelbare school, toen je zakgeld – hartstikke Nibud-verantwoord natuurlijk - al op was voordat je het woordje ‘kroeg’ kon zeggen. Achttien jaar of ietsje ouder; hoeveel verschil kan het maken? Als een avond uit toen al hooguit € 5 kostte voor het treinkaartje, waarom zou dat nu dan anders zijn? Goed, skinny jeans, gympies voor de Delftse klinkertjes en – what the hell – lipstick. In de tas: een telefoon, pinpasje voor noodgevallen en een verdwaalde € 0,10 in het voorvakje. Off we go. Hoe vrijgevig is Delft nu eigenlijk? In Kobus Kuch zit een groepje yuppen druk in gesprek. We gaan natuurlijk voor de studenten, maar de kans op een gratis drankje is bij dit groepje wel wat hoger. Vooruit, een indrinkertje, besluiten we. Nu de tactiek nog. Open, moet die zijn, we hebben wel klasse. “Shit, ik ben mijn portemonnee vergeten”, roept mijn partner in crime – en zwaait haar handen iets te wanhopig ten hemel. “Hebben jullie toevallig nét twee biertjes teveel besteld?” De groep valt stil. “Eh, nee”, stamelt yuppie 1 wat nors. Tijd om af te taaien. Maar dan komt yup 2 naar ons toe. “Je hebt gelijk, ik heb me verteld. Ik weet alleen niet meer of het bier of wijn was.” “Wijn!”, roepen we snel. Dat bodempje is vast in de pocket. De tijden zijn nog niet veranderd. Vlaanderen, Bebop, De V, De Koornbeurs… Een simpel “Hoor ik jou nou net een biertje voor me bestellen? Lekker!” werkt overal. Beetje goedkoop, besluiten we, want de vraag is natuurlijk niet of Delftse mannen vrijgevig zijn, maar of de kroegen zélf ook niet de beroerdste zijn. Er is maar één manier om het te testen: op een vrouw. Ietwat beschonken duiken we over de bar in De Koornbeurs. “We testen hoe vrijgevig Delft is – wil jij ons misschien twee biertjes geven?” Voor onze neus pronken prompt – ‘Dit doe ik echt maar één keer!’ - twee royaal gevulde glazen. Missie geslaagd: eerlijkheid duurt het langst. Al kom je daar natuurlijk niet elk weekend mee weg. (JB)

Ben jij een partycrasher? Vind jij het leuk om voor Delta naar studentenfeestjes te gaan en nl hierover te schrijven? Mail naar delta@tudelft.

De verschillende soorten vlees moeten dus ook anders gegaard worden. Ossenhaas heeft bijvoorbeeld weinig vet en bindweefsel, en kan het beste rare tot medium geserveerd worden. Entrecote heeft bindweefsel en vet, waardoor deze het beste medium geserveerd kan worden. Anders breken het vet en bindweefsel niet goed af, en kan het vlees taai overkomen. Laat je vlees altijd voor bereiding op kamertemperatuur komen. Zodat hoeft het vlees in de pan niet eerst op temperatuur te komen, eer het gaart. Hierdoor droogt de biefstuk namelijk uit. Gebruik een mengeling van boter en olie, olie voor de hitte, boter voor de smaak. Geef de biefstuk zijn tijd! Karamellisatie gebeurt nou eenmaal niet in een paar seconden. Hoe meer je het vlees beweegt, hoe meer je het stooft in plaats van bakt. Doe het zout en peper in de pan er pas op. De biefstuk is rare als je er op drukt en hij een lichte weerstand geeft. Doe dit dus ook vóór het bakken zodat je het verschil voelt! Als laatste, laat het vlees rusten gedurende de helft van de tijd dat je het hebt gebakken. Hierdoor ontspant het vlees en blijven alle sappen in het vlees. Perfecte biefstuk, elke keer.

Met geslepen messen, De Kokende Student


17

Tekst: Connie van Uffelen Foto’s: Sam Rentmeester

Waar is hier de nooduitgang? Ben Ale was in 2002 de eerste hoogleraar veiligheid en rampenbestrijding in Nederland. Binnenkort gaat hij met pensioen. Hoe staat het met zijn plannen van destijds? En hoe veilig is het op de campus?

‘Ingenieurs krijgen weinig mee van veiligheid als zij zich er niet in specialiseren’, zei u in 2002. “Dat is nog zo. Ik heb geen kans gezien om dat veranderd te krijgen. Tamelijk vervelend omdat ingenieurs de neiging krijgen risico’s te nemen die ze beter niet kunnen nemen. Het is beter dat ze al begrijpen dat ze risico’s nemen. Anders moet een inspecteur ze er weer op wijzen, of moeten er weer regels zijn. Er is nu wel een project bij werktuigbouwkunde waarbij georganiseerd aan veiligheid wordt gedaan. Het is niet gelukt om daar elders uren voor te krijgen.” Vindt u dat kwalijk? “Ja. Zeker omdat veiligheid tot de hoofddoelstellingen van de TU behoort. Mijn voorganger, hoogleraar veiligheidskunde Andrew Hale zei bij zijn afscheid: ‘Veiligheid staat bij de belangrijkste punten, maar wordt nergens meer ingevuld.’ Dat is jammer. We zijn nu ook bij Techniek, Bestuur en Management bezig met de voorbereiding van een master safety science. De plannen liggen al lang klaar, maar iemand moet het goed vinden. De TU heeft de boot een beetje gemist. Jammer.” We hebben in Delft toch drie masteropleidingen op het gebied van veiligheid? Safety, health and environment (Moshe); public safety; en security science and management. “Dat zijn opleidingen voor postdocs. Moshe bestond al toen ik kwam, die was opgestart door Andrew Hale. De andere twee zijn er door mij gekomen.” Is het risk centre dat u wilde oprichten er gekomen? “Het bestaat virtueel, maar leidt een slapend bestaan. Er moeten budgetten voor zijn. Kort na mijn inaugurele rede begon het gedoe over geld: rond 2004 kreeg de TU te veel onderzoekcentra. Als er een sfeer bestaat dat er al te veel centra zijn, wordt het lastig om meer leven in een risk centre te blazen. Er waren toen andere aandachtsgebieden.”

Over de noodzaak om rampenbestrijding te integreren zei u: ‘Sommige gemeenten schaffen eerst een ladderauto van veertien meter aan en maken dan de stoepen breder voor de verkeersveiligheid, waarna de brandweerwagen de straat niet meer in kan.’ Hoe zit dat bij het Mekelpark? “Over de veiligheid in het Mekelpark is veel discussie geweest. De brand bij Bouwkunde is aangegrepen om de puntjes op de i te zetten. Ik ben beroepsgestoord: als de brandweer in de buurt is, zie ik hem meteen. Er rijdt hier regelmatig een kleine brandweerauto die de route checkt. Als hier een kraan midden op de straat staat, bel ik de brandweer met de vraag of ze dat weten. Ja, dat weten ze dan. Ze letten op de toegankelijkheid. Bij het oude Bouwkunde was het moeizaam. Daar moesten ze achterom door het zand. Gelukkig brandt niet elk jaar een gebouw af, maar beter is het als ze niet hoeven komen.” U schijnt de neiging te hebben om altijd naar de nooduitgangbordjes te kijken? “Ja, dat is een beroepsdeformatie. Meestal voel ik ook even of de nooduitgang open kan. Als er een sleutel in de handgreep zit, controleer ik die. Hier op de campus werkt het, maar ik kom regelmatig tegen dat het niet werkt.” Zegt u er dan wat van? “Bij een restaurant was destijds een nooduitgang wel open, maar stonden er 25 stoelen en drie steekwagentjes achter. Toen ik er wat van zei deed de eigenaar de deur op slot. Daarna belde ik de brandweercommandant. Die heeft toen uitgelegd hoe het wel had gemoeten.” Hebt u contact met TU’ers die over veiligheid gaan? “Eigenlijk niet. De TU heeft weinig neiging de eigen expertise ten behoeve van de TU in te zetten. Ik weet niet waarom dat is. Zonde. Als je gelooft dat je eigen mensen goed zijn in hun vak zou je ze kunnen inzetten voor de feitelijke gang van zaken. Rond de brand van Bouw-


‘De TU heeft weinig neiging de eigen expertise ten behoeve van de TU in te zetten’ kunde was er intensief contact, maar daarna hoor je er niks meer van of al die vergunningen deugen. Maar misschien kunnen ze het zelf en ik ga er niet over.” Wat vindt u van de verkeersveiligheid in het Mekelpark? “Ik heb een paar keer gezegd wat er fout is: dat er tweerichtingsverkeer geldt op het fietspad. Dat is vragen om moeilijkheden. Een van mijn promovendi, Ellen Jagtman, heeft er een proefschrift over geschreven. Bij haar lessen voor het keuzevak veiligheidskunde gebruikt zij als voorbeeld het kruispunt Christiaan Huygensweg-Schoemakerstraat. Daar kan plotseling een fietser van rechts komen, heel verwarrend voor automobilisten. Je creëert daardoor een hogere kans op ongelukken. Het is echter niet de TU die daar over gaat, maar de gemeente.” Wat gaat u na uw vertrek doen? “Hoofdzakelijk in Frankrijk wonen, freelance adviezen geven, promovendi begeleiden, adviezen safety science geven aan TBM en bij

CV Na zijn studie scheikunde richtte prof.dr. Ben Ale (64) zich op veiligheid bij DSM in Limburg. Daar was toen juist een grote nafta-kraker geëxplodeerd. Hij trad in 1980 in dienst bij het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en hield zich van 1993 tot 2003 bij het RIVM bezig met externe veiligheid en vuurwerk. Onder de noemer externe veiligheid vallen onder meer veiligheid rond vliegvelden en risico’s voor mensen nabij bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen. Op 1 december 2002 begon Ale bij de TU als parttime hoogleraar veiligheid en rampenbestrijding, de eerste in Nederland. De leerstoel werd opgericht met het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (Nibra) waar Ale tot 2006 aan verbonden bleef.

Toptech cursusdirecteur en examinator blijven.” Dat klinkt niet echt als pensioen. “Toch wel: geen administratie meer, geen personeelszaken, geen lange vergaderingen en niet meer verplicht om zeven uur of eerder opstaan.” Naschrift *De gemeente Delft laat weten dat het tweerichtingsverkeer juist is ingesteld om oversteken te voorkomen. Bovendien blijven fietsers anders toch in twee richtingen fietsen. Wel komt er bij oversteekplaatsen meer opstelruimte voor fietsers, is er een verkeerslicht gepland bij de kruising Schoemakerstraat-Kruithuisweg en komt er duidelijkere belijning voor afslaande automobilisten. Het college van bestuur huurt sinds kort verkeersregelaars voor de spitsuren bij de kruising Jaffalaan – Mekelweg. Tevens overlegt het college met de gemeente over de dubbele fietspaden.

BHV buiten kantooruren Buiten kantooruren ‘kan niet of niet goed gereageerd worden op ongevallen en calamiteiten, kan een ontruiming niet worden begeleid en kan een ongeval vrijwel ongehinderd escaleren tot zwaarder letsel of (in extreem geval) overlijden’, schreef de projectgroep bedrijfshulpverlening (BHV) TU Delft in december 2011 in zijn Bedrijfshulpverleningplan Doorontwikkeling BHV. Dit werd ook al in 1994 geconstateerd. Desgevraagd meldt Dick Hoeneveld van de projectgroep dat er wel degelijk veel gedaan is aan het probleem. “Er is toen juist hard gewerkt, maar de oplossingen van 1994 blijken niet meer voldoende effectief voor de problemen van 2011, waardoor we ongewild in eenzelfde situatie zijn beland.” De projectgroep beschrijft in het plan maatregelen die de TU vóór januari 2013 moet invoeren in alle gebouwen met verruimde toegangsuren. Zo moet de loge van zulke gebouwen tussen 17.00 en 19.00 uur bemand zijn met minimaal één bedrijfshulpverlener en worden aanwezigen bij een ontruimingsalarm tussen 19.00 en 8.00 uur geacht alleen zichzelf in veiligheid te brengen (maar wel hulp aan anderen te bieden waar nodig). Ook moeten avondcolleges zo veel mogelijk binnen één gebouw of gebouwcluster worden geconcentreerd en is werk dat bij een ongeval direct levensgevaar kan opleveren niet toegestaan (zoals werk met zeer toxische chemicaliën en gassen, werk met hoge druk en brandgevaarlijke werkzaamheden). Volgens Hoeneveld is de BHV bij alle gebouwen en vooral bij de TU Library en sport & cultuur snel op orde gebracht. “We voldoen aan wettelijke regels. Bij sport & cultuur ging het om een EHBOknelpunt rond behandeling van individuele sporters, geen levensbedreigende situatie. De BHV van de bibliotheek wordt ondersteund door ingehuurde studenten die allemaal een volwaardige BHV-opleiding hebben. Zij hebben een baliefunctie en kunnen samen met professionele beveiligers actie nemen.”


Delta

TU Delft 2012

19

Hoe veilig is de campus?

D

elta liep samen met Ben Ale een klein rondje over de campus, om te kijken hoe veilig het is.

In de hal van Industrieel Ontwerpen laat de bedrijfshulpverlening toevallig net veiligheidsfilmpjes zien en demonstreert zij hulpmiddelen die mensen kunnen redden. In de lift hangt een paneel met de tekst: ‘Bij opsluiting de alarmknop plusminus 5 seconden ingedrukt houden. U krijgt verbinding met de centrale van de TU Delft.’ Daarnaast hangt een paneel met telefoonnummers tijdens en buiten kantooruren. Een ander paneel meldt hetzelfde num-

mer tijdens kantooruren met daaronder: ‘Telefoon in kastje hieronder.’ Het kastje blijkt echter leeg. Ale: “Niet handig om niet duidelijk te maken welk systeem actief is. Eén bordje moet weg.” Lastig punt bij 3mE zijn volgens Ale de vijvers, waardoor de tussenvleugels moeilijk bereikbaar zijn bij brand. “Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica is zo hoog, daar zijn voorzieningen voor getroffen zoals brandwerende trappenhuizen en stijgleidingen in het gebouw waardoor de brandweer water naar boven kan pompen. Bij 3mE zie ik geen stijgleidingen. Misschien is besloten

dat niet te doen en is het mogelijk te blussen via doortrekken van de brandslang naar de vierde verdieping.” Dat klopt volgens de afdeling preventie van brandweer Haaglanden. Stijgleidingen zijn wettelijk niet meer verplicht als de hoogste verdiepingsvloer zich lager dan twintig meter hoogte bevindt. Voor extra water kan een vijver ook handig zijn.

Kantine, gang en vluchtroute

In 3mE krijgt Ale een nooddeur niet open. Pas bij een andere nooddeur valt op dat er naast de deuren een noodknop zit voor opening. Bij nood goed checken dus en het ruitje van de noodknop inslaan.

Zijn indruk na dit rondje? “Het valt wel mee. Hier en daar wat puntjes, maar je ziet dat er ook veel aan gedaan wordt. En er zijn dingen waar de TU niets aan kan doen. Zoals het fietspad.”

zijn bij Techniek, Bestuur en Management één en dezelfde ruimte. Ale: “De TU heeft er een vergunning voor, maar de kantine staat in de weg. Je krijgt daardoor gedrang en dat is nooit goed. Er is jaren geleden een vergunning voor verleend, maar zo lang ik hier zit heb ik me afgevraagd wie dit goed gevonden heeft.”


Advertentie


Kiki Faber

Toveren met zand Op los zand kun je niet bouwen. Tenzij je er een goede formule op loslaat, ontdekte Tara van der Peet (23) voor haar bachelor-eindproject bij civiel. Het centrum van Den Haag diende als onderzoeksobject. Arme Hagenaars. Na jaren ellende vanwege de aanleg van de tramtunnel in het centrum van de stad, besluit een student te onderzoeken wat er gebeurt als je betonnen funderingsplaten op de zandgrond onder de Grote Marktstraat en Kalvermarkt legt. Hadden we nog niet genoeg verzakkingen gezien? “Nee nee, het is puur theoretisch”, lacht Tara van der Peet. Want eigenlijk is efficiënt bouwen op een losse zandgrond gewoon een kwestie van rekenen. “Uiteindelijk heb ik niets anders gedaan dan kijken wat er gebeurt als je ergens kracht op zet. Bij beton is dat wel duidelijk, dat maken we zelf; de samenstelling is volledig duidelijk. Maar bij zandgrond is dat lastiger. Die bestaat uit korreltjes, steentjes… op elke plek weer anders. De beddingsconstante, noem je dat; het verband tussen kracht die je uitoefent op de grond, en hoe ver die grond daardoor inzakt. En die is bij zandgrond niet constant.” Nu is er gelukkig relatief weinig zandgrond in Nederland, weet Van der Peet. “Ik had mijn onderzoek ook kunnen baseren op een andere locatie. Maar over deze Haagse locaties waren toevallig veel gegevens beschikbaar.” Gek genoeg wordt bij het ontwerpen van een gebouw nu weinig rekening gehouden met de ondergrond, volgens Van der Peet. “Architecten en bouwbedrijven houden

wel rekening met de beddingconstante, maar die gokken ze – min of meer. En dat is raar, want je weet nooit zeker hoe zandgrond zich gedraagt als je er een gebouw op zet. De plaatdikte, de breedte van het materiaal – die zijn allemaal van invloed op hoe ver de grond inzakt.” Daar zou dus weleens een formule voor mogen komen, dacht Van der Peet. Want wat ze wel ontdekte: hoe stijver de plaat, hoe lager de beddingconstante. Maar als je de kracht op die plaat vergroot, zou je verwachten dat de grond automatisch meer inzakt. “En dat doet zandgrond dus minder dan je zou verwachten.” Er is één nadeel: omdat geen zandgrond dezelfde is, is de formule die Van der Peet bedacht niet universeel. “Maar je zou hem kunnen extrapoleren”, zegt de civieler. “Het zou mooi zijn als er op basis van mijn onderzoek en onderzoek op zo’n twintig andere locaties, een vuistregel komt voor het gedrag van zandgrond en waterpeil.” Grote kans, want het onderzoek van de student wordt as we speak voortgezet. Zelf heeft ze er in elk geval alvast aardig wat van opgestoken, al was het maar op rekenvlak. (JB)

Onderzoek: ‘De beddingsconstante van de Haagse ondergrond’ Eindcijfer:

8,5

Foto: Sam Rentmeester

De bachelor


22

Delta

TU Delft

voorpublicatie

â&#x20AC;&#x2DC;Delftse studenten namen deel aan illegaal werk: spionage, sabotageacties, vervalsing van papieren en helpen van onderduikersâ&#x20AC;&#x2122;


23

Tekst: Onno SInke

Voorwoord De Tweede Wereldoorlog was een donkere periode in de geschiedenis van onze universiteit. Vanaf de mobilisatie was duidelijk dat het leven in Delft onherroepelijk zou veranderen. Delftse studenten staakten. Meer dan honderd studenten en medewerkers van de Technische Hogeschool kwamen uiteindelijk om in het verzet. Anderen tekenden loyaliteitsverklaringen of waren openlijk pro-Duits. Wat waren hun motieven, hun ervaringen? Veel is bekend, maar veel ook nog niet. Daarom namen de TU Delft en de vereniging van oud-leden van het Delftsch Studenten Corps het initiatief om de geschiedenis van de Delftse oorlogsperiode en de rol daarin van studenten en docenten te laten onderzoeken. Nog niet eerder was er een dergelijk veelomvattend boek vanuit THperspectief. Voor dit gedegen historische werk gebruikte dr. Onno Sinke niet alleen de bekende bronnen, maar verzamelde hij ook nieuw materiaal. Mede gebaseerd op deze interviews, dagboekfragmenten en brieven van overlevenden en nabestaanden heeft het boek een authentiek Delfts geluid. Opdat wij niet vergeten. Want ook wij kunnen vandaag de dag als wetenschapper en als mens met ingrijpende gewetensvragen geconfronteerd worden. Karel Luyben, rector magnificus

De aanloop. Augustus 1939 - mei 1940 Voor de Technische Hogeschool begon de Tweede Wereldoorlog al op 29 augustus 1939. In verband met de gespannen internationale situatie had de Nederlandse regering een dag eerder de algemene mobilisatie afgekondigd. Het dagelijks leven aan de hogeschool werd er behoorlijk door ontregeld. Bijna de helft van de 1776 studenten werd gemobiliseerd. De meeste studenten waren verspreid over het hele land gelegerd, maar 180 Delftse studenten mochten in Delft blijven. Zij vormden de TH-compagnie en hadden als belangrijkste taak om zo snel mogelijk hun kandidaatsexamen te halen. Hun enige militaire training bestond uit een halfuur per dag paraderen in militaire uitrusting. Op alle mogelijke manieren probeerde de hogeschool de overige gemobiliseerde studenten te helpen met de studie, maar in de praktijk kwam daar weinig van terecht.

Capitulatie. Mei 1940 - november 1940 Op 10 mei 1940 viel Duitsland Nederland aan. Overal in het land kwamen de gemobiliseerde Delftse studenten in actie. De TH-compagnie hield de wacht op strategische punten of voerde patrouilles uit. De studenten die niet gemobiliseerd waren, bewaakten de gebouwen van de Technische Hogeschool of vingen de vluchtelingen op die naar Delft stroomden na de bombardementen op de Wippolder en Rotterdam. Het bombardement op die laatste stad leidde de capitulatie in van het Nederlandse leger op 14 mei. Na de capitulatie nam het dagelijks leven al gauw zijn gang. De leiding van de Technische Hogeschool probeerde voor alles provocatie van de bezetter te vermijden. De eerste maanden van de bezetting grepen de Duitsers nog nauwelijks in het hoger onderwijs in.

Maar in oktober 1940 moesten alle ambtenaren aangeven of zij joodse voorouders hadden. Op 21 november volgde het bericht dat zes joodse docenten in Delft door de Duitsers geschorst werden: de hoogleraren A.C. Josephus Jitta, H.I. Waterman en D. van Dantzig, de conservatoren en privaatdocenten R.A. Biegel en W.D. Cohen en de assistent K.J. Schulz.

Staking en sluiting. November - december 1940 Het nieuws dat de joodse docenten geschorst werden, kwam direct op 21 november de studenten ter ore. In de eethuisjes en op de sociëteiten overlegden de verontwaardigde studenten wat hen te doen stond. Vooral de schorsing van de populaire hoogleraar Josephus Jitta trof hen diep. Velen besloten de volgende ochtend naar het afscheidscollege van Josephus Jitta te gaan in het gebouw van Weg- en Waterbouwkunde aan het Oostplantsoen. Op zaterdagochtend 23 november verzamelden zich honderden studenten in de hal en op de trap van het gebouw. Maar professor Josephus Jitta mocht van de Duitsers zelfs geen laatste college meer geven. Frans van Hasselt, de voorzitter van de studievereniging Praktische Studie, richtte het woord tot de studenten. Hij riep hen op rustig te blijven en memoreerde de ontzetting en het verdriet die velen hadden gevoeld bij het horen van de schorsing van hun geliefde hoogleraar. Na afloop van zijn toespraak besloten zijn medestudenten spontaan te gaan staken. Op maandag 25 november 1940 bleek de staking een groot succes. Dezelfde dag nog werd de Technische Hogeschool gesloten. Alleen in Leiden kwam het ook tot een staking. Het Delftsch Studenten Corps, de Delftsche Studenten Bond en Sanctus Virgilius werden op 18 december 1940 als straf opgeheven en hun sociëteiten werden gesloten. Het studentenleven ging nu ondergronds verder.

Verharding verhoudingen. Januari 1940 - januari 1943 Vanaf eind maart 1941 werd de Technische Hogeschool stapsgewijs geopend, vermoedelijk omdat Delft als enige in Nederland ingenieurs afleverde. Vrijwel direct na de heropening was het weer onrustig in Delft. De hoogleraren J.A.A. Mekel, R.L.A. Schoemaker en meerdere studenten werden vanwege verzetsactiviteiten door de Duitsers opgepakt. Zij werden een jaar later geëxecuteerd. De Duitsers en hun sympathisanten namen verschillende maatregelen om de hogeschool te nazificeren. De joodse docenten werden ontslagen terwijl het aantal joodse studenten dat in Delft mocht studeren beperkt werd. Op 1 november 1941 mochten de joodse studenten ook geen lid meer zijn van niet-commerciële verenigingen. Uit protest hieven de resterende studentenverenigingen zichzelf op. In het bestuur van de Technische Hogeschool kregen NSB’ers grote volmachten. Zij slaagden er niet in de hogeschool te nazificeren door onhandig opereren en een gebrek aan medestanders.

Loyaliteitsverklaring. Februari 1943 - mei 1943 Op 6 februari 1943 werden als represaille voor de aanslag op een belangrijke NSB’er in verschillende studentensteden


24

Delta

razzia’s uitgevoerd. In Delft werden in gebouwen van de Technische Hogeschool en het studentenhuis OD81 223 studenten opgepakt en naar kamp Vught afgevoerd. Als voorwaarde voor hun vrijlating eisten de Duitsers dat de studenten een loyaliteitsverklaring zouden tekenen waarin ze zouden beloven zich te onthouden van anti-Duitse acties. Al snel werd deze eis uitgebreid tot alle studenten. Alleen degenen die de verklaring tekenden, mochten doorstuderen. Er ontstonden hevige discussies tussen de studenten. Voorstanders meenden dat het tekenen van de verklaring weinig voorstelde. Door te tekenen bleef de hogeschool open en konden de studenten verder studeren. Bovendien: wie het papiertje tekende, hoefde zich nog niet te houden aan de belofte om niets tegen de Duitsers te ondernemen. Maar tegenstanders vonden het een principiële kwestie: men moest niet steeds blijven toegeven aan de Duitse eisen. De Delftse hoogleraren besloten de studenten toch aan te raden om de verklaring te tekenen. Uiteindelijk tekende 25 procent van de Delftse studenten de loyaliteitsverklaring. Op 5 mei 1943 werden degenen die niet getekend hadden opgeroepen om zich te melden voor tewerkstelling in Duitsland. Van de Delftenaren gaven achthonderd à negenhonderd gevolg aan de oproep. De rest van de studenten die niet getekend had, ongeveer veertig procent van het totale aantal Delftse studenten, dook onder of vond een sluipweg om een baan aan te nemen. Dit laatste was namelijk door de Duitsers verboden.

Het einde. Juni 1943 - april 1945 Voor het studiejaar 1943-1944 schreven zich maar 766 studenten in. De meeste hoogleraren bleven les geven, zij het vaak met tegenzin. In juni 1944 lieten de hoogleraren op aansporing van rector magnificus J. Muysken weten dat zij hun advies om de loyaliteitsverklaring te tekenen, betreurden. Ook stelden zij voor om het hoger onderwijs te schorsen. Muysken werd hierop door de Duitsers gearresteerd. In de laatste oorlogswinter was er hoe dan ook geen plaats meer voor onderwijs, omdat iedereen bezig was met overleven. De studenten die de loyaliteitsverklaring niet getekend hadden, bevonden zich ondertussen in Duitsland of waren ondergedoken. De Duitslandgangers kregen het steeds moeilijker naarmate het einde van de oorlog dichterbij kwam. De leef- en werkomstandigheden lieten veel te wensen zodat er geregeld sterfgevallen waren. De ondergedoken Delftse studenten konden vanaf februari 1944 clandestien studeren en tentamens afleggen bij sommige hoogleraren. Veel anderen kwamen door hun weigering om te tekenen vrij voor verzetswerk. Delftse studenten namen deel aan verschillende soorten illegaal werk: van spionage, vervalsing van papieren en sabotageacties tot verspreiding van illegale blaadjes en het helpen van onderduikers. Een voorbeeld was student civiele techniek en SSR-lid Folkert Bergsma. Hij dook onder in het dorpje Sexbierum in Friesland, na zijn weigering om de loyaliteitsverklaring te tekenen. Al snel sloot hij zich aan bij de lokale Knokploeg. De Landelijke Knokploegen hielpen de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers door gewapende overvallen aan blanco persoonsbewijzen en distributiebescheiden voor de onderduikers. Ook werden bijvoorbeeld bevolkingsregisters vernietigd om de gedwongen tewerkstelling van arbeiders in Duitsland in de war te sturen. Bergsma nam waarschijnlijk op 3 augustus 1943 deel aan een kleine overval op het gemeentehuis in Sexbierum waarbij het bevolkingsregister werd meegenomen en vernietigd. In de nacht van 21 op 22 november 1943 was Sexbierum opeens vergeven van de Sicherheitspolizei. Er was verraad in het spel geweest. Ook Bergsma werd gearresteerd en naar Groningen gevoerd voor

TU Delft

verhoor. De belangrijkste leden van de Knokploeg werden tijdens hun proces ter dood veroordeeld. Samen met drie anderen werd Folkert Bergsma op 16 februari 1944 op Schiphol geëxecuteerd. Vergeleken met de studenten die actief waren in het verzet, was het aantal Delftse docenten dat diep in het verzetswerk zat, beperkt. Een vijftiental docenten verleende hand- en spandiensten, variërend van het verbergen van onderduikers en het vervaardigen van zenders voor ondergrondse inlichtingengroepen tot het toestaan van verboden activiteiten in gebouwen van de hogeschool, zoals de installatie van een illegale telefooncentrale in het gebouw van Geodesie. Lector Heertjes speelde een belangrijke rol in het Delftse verzet. Hij zorgde ervoor dat zijn mannen werden onderwezen in de basisprincipes van het militaire bedrijf. ’s Nachts oefenden ze in kleine groepjes om de vijand aan te vallen en zich dan weer snel terug te trekken. In de kelders van het gebouw van Technische Botanie werden schietoefeningen gehouden, gemaskeerd door het geluid van zware ventilatoren. Maar het treffen van voorbereidingen voor het moment van de bevrijding was niet genoeg voor de actieve Heertjes. Zijn mannen werkten nauw samen met de Delftse Knokploegen bij hun acties. Ook liet hij inlichtingen verzamelen over bunkers en stellingen van de Duitsers. Begin september 1944 werd hij districtscommandant van Delft en omstreken toen de Landelijke Knokploegen, de Raad van Verzet (in Delft afwezig) en de Ordedienst volgens instructie van Londen werden gebundeld tot de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten.

Nasleep. Mei 1945 en verder Op 5 mei 1945 werd Nederland bevrijd. De oorlog eiste de levens van 180 Delftse studenten, docenten en recent afgestudeerden. Na de bevrijding duurde het nog maanden voordat de Technische Hogeschool werd heropend. Gas en elektriciteit waren de eerste tijd niet leverbaar. Veel gebouwen van de hogeschool waren geplunderd door de Duitsers en na de bevrijding in gebruik genomen door geallieerde troepen en Nederlandse instanties. Maar het was toch vooral de ‘zuivering’ die de hogeschool stillegde en de gemoederen bezighield. Net als aan de andere hogescholen en universiteiten werden commissies gevormd om de houding van de docenten en studenten tijdens de oorlog te beoordelen. Degenen die zich hadden misdragen in de ogen van de commissies werden voor bepaalde tijd uitgesloten van de hogeschool of, in het geval van het personeel, ontslagen. In september 1945 begon ondanks alles het eerste naoorlogse studiejaar.

Boekpresentatie en tentoonstelling Presentatie van het boek ‘Loyaliteit in verdrukking. De Technische Hogeschool Delft tijdens de bezetting’ van dr. Onno Sinke, 23 november tussen 16.00 en 18.00 uur in de senaatszaal van de Aula. De Leidse historicus Cees Fasseur geeft dan de eerste Frans van Hasseltlezing, naar deze in 1942 in concentratiekamp Buchenwald overleden Delftse student. Daarna neemt rector Karel Luyben het boek in ontvangst. Van 22 november tot 2 januari is in de TU Library een kleine tentoonstelling over de loyaliteitsverklaring die studenten in 1943 van de Duitsers moesten ondertekenen, ingericht door Onno Sinke. Zijn boek (€24,95) is te koop bij de informatiebalie in de aula.


25

media Staat genoteerd Terwijl je je net je derde biertje laat voorschotelen op de sociëteit, schiet het je opeens te binnen. Shit. Die groepsopdracht. Stráál vergeten! Niet dat je groepsgenoten eraan gedacht hadden – zij zijn immers ook twenty-something en aan het genieten van hun vrijheid. Dan kan er dus weleens iets misgaan. Maar: gelukkig is er nu The Homework App, speciaal voor studenten en scholieren. Eigenlijk niks meer dan de zoveelste to dolijst, maar dan helemaal toegespitst op huiswerk. Of tenminste, ook hier vul je gewoon het vak in, wat je ervoor moet doen en voor wanneer. Als je dat braaf hebt gedaan, vink je het af met één veeg over je touchscreen. Niet veel meer dan je in elke andere taken-app kunt doen, inclusief het toevoegen van studie- of groepsgenoten bij je taken. Krijg je er nog een reminder bij cadeau ook. Je kunt je huiswerk natuurlijk ook gewoon in je digitale agenda zetten. Scheelt weer doorklikken naar een aparte app en je weet tenminste zeker dat iedereen het op zijn telefoon heeft staan. Of de gemiddelde scholier al zo Outlook-georiënteerd is, is natuurlijk maar de vraag, en dat maakt The Homework App misschien meer geschikt voor die doelgroep. In dat opzicht ben jij je tijd dan al voorbij en zit er qua ‘huiswerk’ weinig anders op: eindelijk je agenda gebruiken, of toch alvast op zoek naar die ene vrouw die je moeder kan vervangen. (JB)

The homework App Ontwikkelaar Jaspreet Kohli@ xXius Developments Platform iPhone, iPod Touch en iPad

Prijs: gratis jjjjj leuk jjjjj handig jjjjj bediening

Creabea 2.1

Apps

De creatiefste, dat ben jij natuurlijk, als ontwerpende TU-student. Maar word jij niet ook zo vreselijk hebberig van al die geweldige uitspattingen op Pinterest? Of deel je er de jouwe? Mooi zo: want dat kan nu in het geheim. Vreemder kan bijna niet voor een app-ontwikkelaar. Waarom lanceer je een wereldwijd, creatief prikbord voor iedereen met mooie ideeën, en gooi je er nu een update overheen die een deel van die ideeën geheim houdt voor anderen? Wat is dan nog het bestaansrecht van Pinterest? Simpel (vinden de ontwikkelaars althans): zo kun je er ideeën bij elkaar vegen die je kunt gebruiken voor Sinterklaas en Kerstmis. Brainwaves over die ene, gebreide iPhone-hoes voor je zus, een gerecyclede vissenkom voor je broertje – wel zo leuk als niemand die nog even ziet. Eigenlijk een overbodige functie, want met de update is er nog iets nieuws toegevoegd aan de app: je kunt mensen blocken. Maar goed, je weet nooit hoe die ene vriendin van je zus zich verspreekt nadat ze op jouw prikbord heeft gekeken. En de melding die je zus krijgt dat ze geblocked is door jou, kan zomaar voor vervelende familievetes zorgen. Heb al die creatieve ideeën voor de feestdagen voor je het weet niet eens meer nodig. Downloaden dus, en aan de slag ermee! (JB)

pinterest 2.1 Ontwikkelaar Pinterest 2.1 platform iPhone, android, iPod Touch, tablet en iPad

Prijs: gratis leuk jjjjj handig jjjjj bediening jjjjj

Nu ik ben begonnen met afstuderen, hoor ik de term ‘quarterlife crisis’ wel eens vallen. Schermen met dat soort begrippen is meestal niet erg aantrekkelijk. In ieder geval niet als het over jezelf gaat. Bij generatie Y moet immers alles perfect zijn. Toch vind ik beginnen met werken niet niks. Kijk, dat je niet direct in een privéjet de wereld overvliegt, wist ik toevallig wel. En dat een dinsdagochtend in november niet altijd sexy, dynamisch, groots en meeslepend is, dat wist ik ook. Maar niemand vertelde me dat ik nu opeens op zaterdagochtend naar allerlei winkels moet. Omdat die dan plotseling niet doordeweeks na zessen open blijken te zijn! Een bank die om vijf uur de deuren sluit. Dat zijn toch geen tijden? Ik voel me gediscrimineerd. Verder verhuist je sociale leven voor het grootste gedeelte naar het weekend. Aan veel meer dan wat mailen, bellen, sporten, en andere burgerlijke (lees: huishoudelijke) activiteiten kom je niet meer toe op een doordeweekse avond. Op vrijdagavond ga je als vanouds helemaal los. Je moet ook wel, want wij jonge mensen moeten immers een mega super leuk en interessant leven leiden. Vervolgens ben je brak op zaterdag, en sluit je je op zondagochtend al hardlopend weer aan bij de rest van Nederland. Het vreemde eigenlijk is: al deze misère hoeft helemaal niet. Je hebt alle vrijheid! In Delft word je natuurlijk keihard richting een succesvolle loopbaan gepusht. En terecht, want daar waar een baan zoeken voor de gemiddelde masterstudent één grote kut-voor-mekaar-show is, hebben wij Delftenaren volop mogelijkheden. Maarrrr. Het hoeft natuurlijk niet! Je kunt ook gewoon voor kluizenaar gaan spelen. Of hippie worden. Of eeuwige reiziger. Of eeuwige student. Lekker met je huisgenoot op de bank om twee uur `s middags Tel Sell-reclame analyseren. Tja. Dat is allemaal ook weer niet zaligmakend. En zo lijkt het alsof wij, jonge hoogopgeleiden, er niet onderuit komen. Het kantoor, het bureau en de computer, het liefst voor meer dan veertig uur per week. Advies van oudere lotgenoten komt vaak op hetzelfde neer. Je niet willen verzetten. Gewoon omarmen. Je went eraan. Nou ja. Daar vertrouw ik dan maar op. Maurits van der Ven

columnmaurits van der ven

Help, ik word een burger


26

Advertenties

t

BUILDING TOMORROW’S LEADING FIRMS INSPIRATION | EDUCATION | INCUBATION | GROWTH

Challenge the future


Advertenties

Why you should not fix your bike Yosef Safi Harb

Powered by

BOOK LAUNCH

EXPOSITION

NOVEMBER 22ND 12-14H 13 ARTISTS REFLECT ON TRUST AND TRUTH IN A NETWORKED WORLD & RESULTS OF THE EIT MEDIATED RESEARCH PROGRAM, INCLUDING THE MEDIATED SKETCHING TABLE

erging nge

ss each

ks are

allenges

since xplore earch ticipatory or their h in

tics me on he lude nd us

THE EXPOSITION WILL BE ON DISPLAY UNTIL DECEMBER 6 UNTIL DECEMBER 6 YOU CAN GET YOUR COPY FOR €15 AT CURIUS

EIT ICT LABS

CONFERENCE 14-17H

MEDIATING

PRESENCE WITH DESIGN WORKSHOPS ON - THE MEDIATED COURTROOM - THE MEDIATED HOSPITAL - MEDIATED NEGOTIATION SPACES - META-DESIGN FOR PRESENCE IN PARTICIPATORY SYSTEMS

TECHNOLOGIES WEB RTC, CHROMAKEY, HTML5 TO FACILITATE PRESENCE, ANYMETA, AGENTSCAPE FOR MOBILE PLATFORMS REGISTER AT HTTP://IS.GD/EITCONFERENCE

FREE ENTRY FOR STUDENTS AND STAFF

LOCATION: TU DELFT FACULTY TECHNOLOGY, POLICY AND MANAGEMENT Participatory Systems Initiative

FACULTIES EEMCS, TPM AND IDE


Advertenties

Cells that smell diseases?

QR code generated on http://qrcode.littleidiot.be

QR code generated on http://qrcode.littleidiot.be

QR code generated on http://qrcode.littleidiot.be

QR code generated on http://qrcode.littleidiot.be

Voor advertenties bel met:

H & J Uitgevers Postbus 101 2900 AC Capelle aan den IJssel T (010) 451 55 10 F (010) 451 53 80 E delta@henjuitgevers.nl

Neem contact op met Hennie de Ruyter of Mireille van Ginkel voor nadere informatie.


Text: Harish Ramakrishnan Photo: Hans Stakelbeek

Whether you are sinking or swimming in the sea of Dutch words all around you here, the International Pages offer our foreign readers a life raft in the form of engaging, entertaining articles written in the university’s lingua franca – English!

Delta

TU Delft

29

“Language workshops given to students by students are a great idea, which allows people to share the joy of conversation and reading with one another.”

international pages

The joy of language The new Tandem language program is capitalizing on the wealth of foreign languages now spoken on TU Delft’s campus. A language festival recently co-organized by TU Delft Library and student associations Aegee and Diss marked the start of a new language library, Tandem Delft, whose collection is supported by the library as well as generous donations from students - books from their home countries and cultures that can be used as a stepping stone to learning new and exotic languages. The festival kicked off with food and drinks at the ‘Hive’, the language cafe on the Library’s ground floor, where library and student organization representatives spoke glowingly of the new Tandem language exchange program. In addition to the language cafe, several short workshops were held, offering peeks into various languages, including Hindi, Spanish, Chinese, Greek, Persian, Dutch and even Esperanto. With limited numbers for each workshop, many visitors had to wait their turns, mingling with people of various nationalities and cultural backgrounds. Fei Cui, one of the Tandem language program’s organizers, was delighted with the turn out for the event. “Tandem works on

a buddy system, and with more than 340 ‘buddies’ to date, from various lingual backgrounds, one can learn many languages by signing up to the Tandem project,” she said, following her very successful Chinese language workshop. Karthik Kumar, from India, attended the Greek and Chinese workshops, and was heading for the Persian language workshop when stopped and asked for his comments: “It’s a very good initiative. I’m having lots of fun here and hope to be able to continue learning new languages in the coming months.” The new language library within the TU Delft Library Language Learning Centre contains books in various languages and language-proficiency levels; with a ‘Hi-Tech’ classification system allowing readers to determine which level proficiency level is most effective for them. “This project fits exactly into the goals of the TU Delft Library - to be a place to meet and exchange knowledge, a place for innovation and a place where all students feel at home,” says Marion Vredeling, the Library Learning Centre’s program manager.” As a program manager, I re-

cognized the potential of the project and have thus been supporting the Tandem project, with Diss and Aegee also having been instrumental in setting up the project.” Having experienced the workshops firsthand, Vredeling witnessed the enormous enthusiasm among the student body for learning new languages. “Language workshops given to students by students are a great idea, which allows people to share the joy of conversation and reading with one another. It’s great to see such energy filling a room in the library, and I hope this will be a stepping stone to initiating other ideas for new initiatives in the near future,” she added. The new language library is always on the look-out for books, old and new, that can help members and the public experience the joy of new languages. The Aegee Delft office in the CITG building accepts book donations. For more information and to join the Tandem language program, visit language.tudelft.nl

The TU Library wants to be the place where all students feel at home’


30

Delta

TU Delft

Text: Damini Purkayastha Photo: Sam Rentmeester

delft survival guide Sayeda Nowrozon Nahar and Tarikul Islam

Fun, food and not-so-fair weather They’ve got their nose to grinder and their minds heavy with research, but these Bangladeshi students are never short of a story or a smile. Meet Sayeda Nowrozon Nahar, who is doing her PhD in Structural Mechanics, and Tarikul Islam, a second year student of MSc Tele Communications. Here for the past two years, Nahar and Islam have quirky stories about their encounters with Dutch food and weather. While one of them almost flew off with the wind, the other had a mind-boggling moment at a grocery store. What drew you to Delft? Nahar: I began looking for a PhD position while completing my MSc in Germany, and was keen on staying in Europe. I loved TU Delft when I came down for an interview, and really liked my research area and the team I was to work with. Islam: It’s among the best universities in the world and the tuition fee is less compared to London. The application

procedure was also easier. With American universities, one gets lost navigating through their websites, but the TU website is really user friendly and people are responsive. How does doing PhD/MSc here help in the long run? Nahar: Unlike other universities, here the PhD is not broken up into small projects each year. Instead, we indentify a project at the outset and really soak it in for four years. Also, academia doesn’t exist in isolation; we constantly interact with the industry and the government and have a more holistic understanding of things. Islam: Doing our MSc projects with companies helps us understand our work outside the classroom. We get a sense of the work culture in the Netherlands as well. But, one of the best things is how the university encourages entrepreneurship. Not only are we given tools to be independent researchers, there are also initiatives in place to help students set up their own companies. What are your interests outside the classroom? Nahar: Though it’s always a struggle to find the time, I love painting and try and spend some time on a canvas now

and then. Back in college, I was the drummer in a band called Cocopaly. Given the present workload, I practise playing drums at the Cultural Center whenever possible. Islam: In my first year, I enrolled in the gym, played Table Tennis, and even cricket sometimes. There was a Salsa Dancing course at the Culture Center, which was great fun. Now, of course, I’m working on my thesis, so there’s no time for anything! What was the biggest adjustment problem you faced when you first arrived here? Nahar: By the time I got here, I was very used to Europe; everything, except the wind. I could barely cycle against it and there remains a constant battle to ensure that I don’t get blown away! Islam: Back home, I had never been grocery shopping. The first time I went here, I had no clue as to which oil one uses to cook. There were so many

‘Not only are we given tools to be independent researchers, there are also initiatives in place to help students set up their own companies’

varieties of oil in the store that I was confused! Finally, I asked some other shoppers for help. Another thing that really baffled me is Dutch food. In Dhaka, we like to eat hot food. Here, even if the temperature is -4, people eat cold sandwiches. Any survival tips for new Bangladeshi students? Nahar: No book can give you the experience of sitting down for lunch with people from five different countries. This is a unique opportunity to learn about the world, and see another culture up close. Meet your community, but also try and understand and respect the local culture. Islam: Go out, attend parties, host parties, meet new people. It’s all part of being here. Definitely go to Speakers once. But, work-wise, always stay on top of things. Try and ensure that you finish your class work on the day of the class; else your work will pile and become overwhelming in the end.


Delta

31

TU Delft

Talking point

HALFWAY

Stop exploiting us

“What kind of lives do goods enable us to live and what do they allow us to do and be? To give everyone a laptop or smartphone is no good in itself. Some people will increase their opportunities by using such goods. But others may have no access to electricity or are illiterate. Therefore philosopher and Nobel laureate Amartya Sen focuses on capabilities in his philosophy. The opportunities that people have, or will get, matter. Sen’s theory is already influential in development thinking, but there has hardly been done research about the relation between his ‘capability approach’ and technology and design. I am focusing on how Sen’s philosophy could be used by designers while they are designing a product for a developmental context. My research could for example result in a toolbox or a method that designers could use to apply the philosophy in their design process. For my research I am focusing on India. I conducted interviews with 25 women in rural areas. I asked them about several inventions that they use and how they influenced their opportunities. For example a non-electric refri-

Photo: Hans Stake

lbeek

nostalgia

gerator made of clay and a portable machine to reel silk, which I have developed. It was interesting to find out that not all the opportunities were positive. Many women had to work at a centre to reel silk. This limited their capabilities. In many occasions it was hard for them to find someone to babysit their children. Therefore, I developed a portable machine to reel the silk. The women could work at home, for example when their children were sleeping. For many women this created a new opportunity to work. But it also restricted their living space, because many women were forced by their families to stay at home. There was no reason for them to leave the house and this also created a negative opportunity I had not foreseen. I collected a lot of data thanks to the interviews. Currently I am processing the data and writing papers. Hopefully it will lead me to create a tool or method designers will use. It is especially important that they will understand the context in which their technology will be used. Very often it is a very different context compared to what the designer is used to.” (RV)

Name: Annemarie Mink (31) Nationality Dutch Supervisor: Prof. Prabhu Kandachar (Industrial Design Engineering) Subject: CIntegrating the capability approach and design for development Thesis defense: In two years

Photo: Tomas van Dijk

Designing with the capability approach

Born on Java, Edu Yuliardi (26) has been studying in Delft since March of this year. He is following the Master’s Programme in Mining Engineering and the Erasmus Minerals and Environmental Programme. Yuliardi began his Master’s in Finland, Germany and England and hopes to obtain his diploma from Delft in the summer of 2013. His girlfriend brought some Coklat Bandrek for him last week from Indonesia. The bag contains five servings of a chocolate drink blended with ginger and traditional spices that helps to increase your immunity in the winter, making you less likely to become ill.

The date was September 4, 1929, widely dubbed as ‘Black Tuesday’, which marked the start of years of doom known as the Great Depression, when poverty levels shot up due to landlords and industries exploiting the working classes, resulting in a chaotic chase after nonexistent money. Fast forward 80 years to September 2008, the start of the ongoing global economic crisis. Now, four years later and not much has changed - at least not companies’ exploitation of graduates - I speak specifically of the design industry here. Consider the scenario for the TU’ design school graduates. It’s obvious that during a recession, design firms are the first to be affected, with companies laying off many of their employees, leading to firms taking on interns only, instead of recruiting for full-time jobs, while paying interns less than a quarter of the real deal, yet getting the same work done, if not more, as by regular employees. Sure, internships are good practical learning experiences, but interns have lives too, in which they must pay rents and monthly expenses. Internships aren’t financially suitable for graduates, especially internationals who’ve paid hefty sums for their educations. So why do we continue with internships? For the majority, it’s only a ray of hope that they’ll eventually be offered a real job later by the same firm. But reality is far from that. Companies make the most of this situation and get work done for much less pay, or, in other words, they exploit graduates. Dutch people enjoy unemployment benefits and certain concessions denied to internationals, which partly encourages companies to exploit fresh graduates. How to stop firms from abusing their power? In the United States, the design fraternity frowns upon those who intern after graduating, which helps reduce the number of graduates falling into this trap. Germany and Belgium have rules forbidding graduates from doing internships, which has led to most of their international graduates returning home or choosing other countries because of the non-availability of full-time jobs. Foreigners especially are lured with the hope of permanent jobs, only to be sent back home once internships end. So how to deal with this dilemma of falling into the internship trap and settling for really low pay? Perhaps move to India or China, where opportunities are plenty but low paid - still better than an internship, though. We don’t do this because we want to work in environments with good design cultures. So what to do? Work in restaurants part-time and do internships part-time, so to make more money while remaining partially active in our fields of interest? Or switch fields to one that still makes use of our skills? Raghuveer Ramesh

Do you agree or disagree with the points raised in this week’s Talking Point? Let us hear your opinion: start or join the discussion in the website’s Comments section at www.delta.tudelft.nl


Contents International

29

The joy of language

30

Delft survival guide

The bike of

Kaveri Iychettira Name: Kaveri Iychettira (India, engineering and policy analysis, TPM faculty) Price: A call to a friend Brand: Sparta Striking feature: The purple colour

Text: Chandra Elango Photo: Hans Stakelbeek

31

Halfway - Nostalgia - Talking point

After Kaveri Iychettira’s first and second bikes were stolen, all she really wanted was simply a sturdy bike: “The only criteria I had in mind was that a bike should be sturdy and of a really good quality. But I think I did too good of a job on meeting these criteria, because the first and the second bike that I bought were eventually stolen. And both of them were stolen from locked garages. So now I have a third bike, which I resolutely park outside of the garage!” she explains. Iychettira is quick to add that she also owned a bike back in her home country, India. “The bike I had was a ‘blue bird’, as it is called back home in India. It had a very pretty basket and elegantly thin tyres. As a matter of fact, biking is also quite popular in India, especially among children. But ultimately public transport took precedence, at least for me, as I grew up”. In the Netherlands, however, Iychettira still prefers riding her bike over taking public transport. “I feel completely handicapped every time my bike goes in for a repair or gets stolen,” she says. “It’s absolutely important for me to have a bike for transportation here in Delft” Although Iychettira was used to biking,

See www.delta.tudelft.nl for the translation of ‘In the clouds’

she did however experience some qualms when she started biking in the Netherlands.”Well, the retro gear system took me some getting used to,” she explains. “I used to feel rather funny every time I started riding my bike, but I think I’ve gotten used to it now. The best memory I have of biking here goes back to the first bike that I owned, ‘Spark’, when I biked to Rotterdam on it. Although the air on the back tyre was pretty low throughout the jouney, it did not give up until the very end. It wasn’t until we reached the ouskirts of Rotterdam that I felt the puncture. Fortunatley, I was able to get it repaired quickly at the bike shop at the station,” she says. Iychettira suggests the bike shop at the Delft station in case of emergencies, “Although it may not be cheap, the shop at the Delft station is very convenient. The store is open through the night, until at least 1 a.m., which is a very unusual openingstijd in Delft. When asked what she plans to do with this bike, Iychettira smiles and says: “I’d like to keep it as long as Delft wishes for it to be with me! It’s all in the hands of the people of Delft.”


TU Delfta