Page 1

NR.4 5 DECEMBER 2016

onafhankelijk universiteitsblad

Voor fietsen 10.000 parkeerplaatsen Gijs van Kuik Windenergie in de lift Amr Ranneh From Aleppo to Delft Crispr

KLUSSEN AAN DNA


COVER

NIEUW DNA Medische doorbraken, efficiëntere landbouw en designer baby’s. Het zou allemaal kunnen met Crispr. “De techniek is er.”

12 INTERVIEW

GIJS VAN KUIK Hoogleraar windenergie Gijs van Kuik neemt afscheid op het moment dat windenergie in de lift zit. “Er waait nu een andere wind.”

16 REPORTAGE

FIETSPARKEREN

VERDER 04 06 15 18 19 20 23 25 31

Column Nieuws Master Sport Lifestyle Programmeren Starter Desgevraagd Science

Tienduizend fietsplekken krijgt station Delft maar zonder slim beheer slibben ook die dicht. Studenten bedenken oplossingen. .

26

COVER “Het idee was om onderzoekers in tekeningen uitleg te laten geven over Crispr-Cas9. Het glazen scherm, bedoeld voor videoopnamen, werkt op dit moment niet goed. Daarom zijn hun tekeningen later in Photoshop toegevoegd. Het lastige is vooral om de onderzoekers serieus te laten kijken, terwijl ze in het luchtledige staan te schetsen.” (Fotograaf Sam Rentmeester)

COLOFON REDACTIE Saskia Bonger (hoofdredacteur a.i.), Tomas van Dijk, Dorine van Gorp, Connie van Uffelen, Jos Wassink, Katja Wijnands MEDEWERKERS AAN DIT NUMMER Jorinde Benner, Aldo Brinkman, Maurice van Bussel, Deirdre Casella, Auke Herrema, Erik Huisman, Ana McGinley, Heather Montague, Thomas Platzer, Damini Purkayastha, Molly Quell, Jimmy Tigges, Stephan Timmers FOTO’S Marcel Krijger, Sam Rentmeester BLADCONCEPT EN VORMGEVING Maters & Hermsen, Leiden

This new international master’s student travelled a more harrowing route than most before arriving at the university.

Zonder morsen een beker of kartonnen melkverpakking oppakken, optillen en wegzetten. Dat was de opdracht voor bijna zevenhonderd eerstejaars werktuigbouwkundestudenten. Afgelopen vrijdag 14 november vond de eindstrijd plaats. Lees hier het uitgebreide verslag: delta.tudelft.nl/32432

LAY-OUT Liesbeth van Dam, Saskia de Been REDACTIE-ADRES Universiteitsbibliotheek, Prometheusplein 1, 2628 ZC Delft, 015 278 4848, delta@tudelft.nl ADVERTENTIES H&J Uitgevers, 010 451 5510, delta@henjuitgevers.nl DRUK Quantes Grafimedia B.V. Oplage 4.500 Jaargang 49 ISSN 2213 8838 Meld je aan voor de wekelijkse nieuwsbrief op de website. MEER INFORMATIE OP www.delta.tudelft.nl/colofon.

Regeling bestuurswerk Het ‘jaarlijks terugkerende evenement’ waarbij TU en studentenraad de degens kruisen over de vergoeding voor bestuurswerk trok veel studenten. Zij zagen twee partijen die probeerden een patstelling zoals vorig jaar te voorkomen. delta.tudelft.nl/32420

Salarisverhoging

ALEPPO TO DELFT

AMR RANNEH

3

TU Delft

REAGEER!

Het onderwijspersoneel krijgt volgend jaar een loonsverhoging. Het kabinet kan dit betalen omdat het Rijk dit jaar 4,3 miljard euro meer inkomsten had dan was begroot. delta.tudelft.nl32490

Brightspace

De studentenraad wil dat de TU duidelijk vastlegt welke data de nieuwe virtuele leeromgeving Brightspace gaat verzamelen. “Studenten moeten weten wat er met hun gegevens gaat gebeuren.” delta.tudelft.nl/32430

Wiskundevideo’s

Hoe laat je eerstejaars studenten actiever meedoen aan wiskundelessen als ze zelf niet altijd het belang van dat vak inzien? Een groep wiskundedocenten aan de TU ontwikkelde een nieuwe lesmethode met een mix van online en campusonderwijs. Na een jaar valt er nog wel wat te verbeteren. delta.tudelft.nl/32451

Studiepunten voor moocs Delftse studenten kunnen vanaf 2017 studiepunten krijgen voor moocs van zeven internationale universiteiten. Omgekeerd kunnen studenten van die universiteiten bij de TU en bij elkaar moocs volgen voor punten. Daarmee gaat een lang gekoesterde wens van de TU Delft in vervulling. De acht universiteiten bieden allemaal al massive open online courses (moocs) aan. De TU nam het initiatief voor een ‘virtual exchange program’, een uitwisselingsprogramma waarbinnen studenten vanuit hun eigen stad moocs volgen van andere instellingen. Die moocs kunnen in overleg met de opleiding als keuzevak dienen of deel uitmaken van de vrije minor. Studenten kunnen er ook extra studiepunten mee verdienen. delta.tudelft

(Foto: Sam Rentmeester)

5 DECEMBER 2016

08

Delta


4

Delta

Cijfer

Column Erik Huisman A world outside De dag die je wist dat zou komen. De dag waarop je de door Jaap de Groot geschreven ‘autobiografie’ van Johan Cruijff zou kopen en hem zou verslinden. De dag die je wist dat zou komen. De dag dat je je vlieger zou pakken om op het strand alle mogelijke wind te vangen en je gedachten de vrije loop te laten. De dag die je wist dat zou komen. De dag waarop je toch nog out of the blue die rouwkaart zou krijgen van een oom. En waarop je een paar dagen later zou mee rouwen, maar ook genoeglijk zou bijpraten met de allernaaste familie en een stoet neven en nichten die je al te lang niet sprak. De dag die je wist dat zou komen. De dag waarop je dacht: we pikken vandaag gewoon weer eens een schaatswedstrijd van zoonlief mee. Het doorkruisen van het halve land en het je warm moeten huppelen in die koude ijshal neem je voor lief. De dag die je wist dat zou komen. De dag waarop je blind de laatste, de echt allerlaatste cd van de betreurde Leonard Cohen zou kopen. En grijs zou draaien. De dag die je wist dat zou komen. De dag waarop je kind voorstelt om ‘gezellig een spelletje te doen’. En dat je er met graagte op in gaat. Omdát het gezellig is en je weer eens sámen iets doet. En dat je na dat spelletje er nóg een doet. En nog een. Een avond lang. De dag die je wist dat zou komen. De dag waarop je je saxofoon weer uit de kast plukt. Even lekker toeteren. Al klinkt het nergens naar. De dag die je wist dat zou komen. De dag waarop je besluit eens te gaan crossfitten. En op slag verloren bent. De dag die je wist dat zou komen. De dag waarop je een Center Parcs-huisje boekt. De vakantiedagen moeten op – meer dan drie weken aan verlof meenemen is immers de max – en buiten het seizoen er even uit is nooit weg. De dag die je wist dat zou komen. De dag waarop je eindelijk tweedehands zou aanlopen tegen ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt’ van oud-minister, sportfanaat en leiderschapsdeskundige Pieter Winsemius, featuring Johan Cruijff. De dag die je wist dat zou komen. De dag waarop je weer zou afspreken met de oud-collega die net als jij stikt van de boeken, maar vooral van de verhalen over België, filosofen, geschiedenis en vooral jullie gezamenlijke verleden bij wat toen nog een fijne en goede krant was. Want hoe fascinerend het bestaan bij de TU Delft ook is, hoeveel je ook gehecht bent aan de internationale studenten, wat er ook wordt bedacht, ontdekt en ontwikkeld, there’s a world outside that window. Erik Huisman is frontman bij het central international office. Als oud-journalist kijkt hij graag over muurtjes.

Rode ogen en kriebelhoest. Chloor houdt zwemwater schoon en de wanden vrij van aangroei, maar geeft ook irritaties en ongemak. Biochemisch ingenieur dr.ir. Marjolein Peters (life science and technology) onderzocht tijdens haar promotie bij de sectie gezondheidstechniek (Civiele Techniek en Geowetenschappen) een chloorvrije zuivering met ultraviolet licht.

2 Treinreizigers die vanaf station Delft Zuid richting Rotterdam willen, hebben vanaf 11 december tot april maar twee in plaats van vier opties per uur. Volgens de nieuwe dienstregeling om 11 en 41 minuten over het uur. Dat komt door aansluiting van de hogesnelheidslijn (HSL) op Den Haag Centraal. Door een gebrek aan materieel rijdt die HSL tot april niet verder dan Breda, waar

1. Chloorzwembaden zijn achterhaald.

2. Urine en zweet maken chlooroverlast erger.

reizigers richting Eindhoven moeten overstappen op een intercity. Reizigers richting Den Haag houden in Delft Zuid vier opties: 2, 17, 32 en 47 minuten over het uur. delta.tudelft.nl/32472

NEE

3. Een zwembad kan best zonder chloor.

JA

JA

4. Uv-licht doodt bacteriën net zo goed als chloor.

Tweet

JA

Op welke stelling wil je terugkomen? "Op stelling 3, want een zwembad kan zonder chloor, maar daar is wel wat voor nodig. We hebben onderzoek gedaan naar een alternatief reinigingssysteem dat uit drie stappen bestaat. De eerste is een biologisch zandfilter dat huidresten en ander biologisch afval verwijdert. Dan volgt een ultrafiltratie die ook een deel van de bacteriën tegenhoudt. Uv-licht doodt tot slot de overgebleven micro-organismen. Om net zo effectief te zijn als chloorbehandeling moeten we meer spoelen. Energiezuiniger is het dus helaas niet. Wel kunnen we slimmer spoelen door vooral de bovenste meter te verversen." Marjolein Peters, ‘Microbiology in swimming pools, UV-based treatment versus chlorination’, 25 november, promotors prof.dr.ir. Luuk Rietveld en prof.dr.ir. Hans Vrouwenvelder.

Richard Goossens, hoogleraar fysieke ergonomie bij Medical Delta: “Hoe kun je innoveren in de zorg? Wij leren deelnemers innovatie systematisch aan te pakken. Vaak komen er geïsoleerde oplossingen zoals het maken van een instrument om onderdeeltjes beter te kunnen oppakken. In deze cursus is dat een te beperkte manier om naar innoveren te kijken. Je moet naar alle actoren kijken. Dat kunnen andere mensen zijn zoals: de specialist, de zuster of familieleden, maar ook een rollator of een appje over wachttijden. Neem bijvoorbeeld een nieuwe heup: voor innovaties moet je teruggaan naar het moment waarop iemand patiënt wordt, naar de dokter gaat, een verwijzing krijgt voor een specialist, een operatie ondergaat en een verwijzing krijgt voor revalidatie. Dat hele traject tot aan je nieuwe zelf – met bijvoorbeeld een been dat iets korter staat - wordt de patient journey genoemd. Dat oprekken van je scope is belangrijk omdat veel geïsoleerde innovatietrajecten uiteindelijk sneuvelen, bijvoorbeeld omdat er geen behoefte bleek aan een innovatie.” (CvU)

TU Delft

5

Wie je moet kennen... Na ‘43 jaar knoeien met microorganismen’ is biotechnoloog prof. dr.ir. Sef Heijnen met pensioen gegaan. Op 18 november gaf hij zijn afscheidsrede. Zijn belangrijkste boodschap: begin bij het eind. “Dat wordt ook de titel van mijn boek”, aldus de hoogleraar. “Ik heb 43 jaar in de bioprocestechnologie gewerkt. Zo lang heb ik met micro-organismen zitten knoeien. Bioprocestechnologie is biochemie en thermodynamica. Dat laatste vergeten mensen. Je moet fabrieken ontwerpen op basis van thermodynamica. Dat stelt de limiet vast van wat energetisch mogelijk is. Het levert fabrieken op met de minste toeters en bellen en de grootste duurzaamheid.” Heijnen vindt dat er meer aandacht moet komen voor de evolutionaire aanpak in de bioprocestechnologie. “Gebruik evolutie. Zoek door een evolutionair selectieproces de juiste organismen en laat hen het werk doen. Probeer problemen niet teveel met technologie op te lossen.” (Foto: TU Delft) delta.tudelft.nl/32437 Olaf van Campenhout (25) is uitgeroepen tot beste afstudeerder van de TU Delft in het collegejaar 2015-2016. Hij studeerde met een 9,5 af bij Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek. “Ik kon 252 deukjes individueel aan- en uitzetten.” Van Campenhout is afgestudeerd op dimpled surfaces: gedeukte oppervlakken. “Ik heb onderzocht hoe de weerstandsvermindering van deze oppervlakken is in turbulente grenslagen.” De stromingen waar de jonge ingenieur naar keek, vind je overal: over je auto, over mensen die fietsen, in pijpleidingen waar olie doorheen stroomt, onder schepen. “Het heeft dus potentie voor het verminderen van weerstand in allerlei toepassingen en daarmee heeft het consequenties voor de economie en het milieu.” (Foto: Olaf van Campenhout) delta.tudelft.nl/32458 Hij was al waarnemend decaan. Per 1 januari 2017 is prof.dr.ir. Lucas Van Vliet (1965) officieel de decaan van de faculteit Technische Natuurwetenschappen. Van Vliet is sinds 1999 hoogleraar quantitative imaging aan de TU en sinds 2012 ook professor aan de Universiteit Leiden. Die functies combineert hij met het voorzitterschap van Medical Delta. Aan Van Vliet de taak om een nieuwe locatie te vinden voor de twee afdelingen die zijn achtergebleven in het oude gebouw van technische natuurwetenschappen, quantum nanoscience en imaging physics. “De labfaciliteiten daar volstaan niet meer”, zegt de decaan. Ook ziet hij zich voor de uitdaging gesteld om een groeiend aantal studenten onderwijs te bieden. “De afgelopen vijf jaar is de instroom van eerstejaars studenten verdubbeld bij TNW. We zijn heel blij met al die slimme meisjes en jongens, dus je hoort ons niet klagen.” (Foto: Roy Borghouts)


6

Nieuws

‘TU krijgt er elitelab bij’ Prof.dr.ir. Leo Kouwenhoven, directeur van Qutech en onze nationale hoop op de quantumcomputer, blijft gewoon in Delft na zijn overstap naar Microsoft. Sterker nog, hij blijft als onbetaald hoogleraar verbonden aan de TU.

Hoe zal het Delftse Microsoftlaboratorium heten? “StationQ@Delft.”

Hoeveel mensen komen er te werken? “Een stuk of tien in dienst van Microsoft. Daarbuiten nog promovendi en postdocs.”

Waar worden die ondergebracht? “We trekken in bij het gebouw van technische natuurkunde. Microsoft wil graag de academische relatie goed houden. Dus niet afsplitsen in een apart gebouw, maar echt gezamenlijk met de aio's een onderzoeksagenda draaien.”

Loopt er een scheidslijn tussen Qutech en StationQ? “Straks werken mensen van de TU Delft en die van Microsoft in hetzelfde gebouw aan hetzelfde onderwerp. Daar moeten we goede afspraken over maken. In Nederland gelden spelregels voor publiek-private samenwerkingen. Als je daaraan voldoet, zit je goed qua nationaal beleid. Daarnaast moeten er afspraken komen met de universiteit en met Qutechmanagement.”

Heeft u in de nieuwe functie bij Microsoft volledige vrijheid van publicatie en van onderwijs? “Vrijheid van publicatie heb ik zeker en onderwijs geef ik niet meer.”

Wat houdt uw hoogleraarschap aan de TU nog in? “Ik houd de benoeming van hoogleraar en zal afstudeerstudenten begeleiden en promovendi naar hun promotie.”

Universiteit gaat werkbeleving meten Alle medewerkers van de TU krijgen in januari het verzoek om de nieuwe medewerkersmonitor in te vullen. Daarmee wil de universiteit erachter komen hoe zij hun werk ervaren.

Leo Kouwenhoven: "Microsoft wil hier een succes van maken." (Foto: Sam Rentmeester)

Wiens initiatief was dit? “Ik werk al een tijd met Microsoft samen. Bedrijven als Google en IBM nemen mensen aan voor de ontwikkeling van een quantumcomputer. Microsoft wilde niet achterblijven.”

Delta

Waar ligt de scheidslijn tussen vrij publiceerbaar onderzoek en bedrijfsgeheimen? “Bij Qutech speelt dat nu ook al. Als we onderzoek doen waarvan we denken dat het een goed onderwerp is voor een patent, stellen we de publicatie uit en vragen we patent aan. Het afgelopen jaar hebben we vier of vijf patenten aangevraagd. Ik denk dat we dat beleid handhaven. Dan kan het patent in eigendom zijn van TNO, TU Delft of Intel. En daar komt dan nu Microsoft bij. Of het nu TU Delft of TNO wordt, het enige verschil is dat je elkaar een bepaalde vergoeding toe schuift. Daar komt het First Right of Refusal om de hoek. Dat is een breed geaccepteerd model om binnen een universiteit met patenten om te gaan.”

Is het nieuwe Microsoftlab een goede ontwikkeling voor de TU Delft? “Ik ben daar absoluut van overtuigd. Voor de TU is het bijzonder om op je campus een soort elitelab te krijgen met toegang tot de infrastructuur, kennis en mensen van Microsoft. Qua apparatuur geeft het extra financiële mogelijkheden. Dat was het hele idee achter Qutech: een bijzonder instituut dat promovendi en afstudeerstudenten een bijzondere leeromgeving biedt. Als je geïnteresseerd bent in quantum en nieuwe informatietechnologie, dan zijn Qutech en het Microsoftlab uitermate bijzondere plekken. Beter kun je het niet krijgen.”

Omgekeerd heerst de vrees dat een Amerikaans bedrijf onderzoeksresultaten uit een Nederlandse universiteit claimt. “Dit is een verhaal met vele kanten natuurlijk. Ik denk dat we zonder Microsoft nooit zover gekomen zouden zijn. Dat geldt ook voor de ontdekking van het Majoranadeeltje. Het feit dat we zo voorop lopen, komt mede door de samenwerking met Microsoft en Intel.” (JW) Lees het volledige interview op delta.tudelft.nl/32488

De monitor richt zich niet alleen op werkstress, benadrukt directeur human resources Ingrid Halewijn. “We willen ook weten hoe leuk medewerkers het vinden om hier te werken, hoe veilig ze zich voelen, hoeveel ondersteuning ze krijgen van hun baas, van hun collega’s en van de ondersteunende diensten. Het gaat om kwaliteit van werken, ontwikkelingsmogelijkheden en werkbeleving. We steken een thermometer in de TU met als slogan ‘eye on excellence, eye for you’.” Volgens Halewijn, sinds juni in dienst bij de TU, is het belangrijk om te weten hoe medewerkers hun werk beleven, omdat de universiteit ‘gebaat is bij bevlogen en betrokken medewerkers’. “Iedere zichzelf respecterende organisatie zou een medewerkersmonitor moeten hebben, omdat het richting geeft aan die organisatie. Binnen de universiteiten is dat nog niet zo gewoon, daarbuiten veel meer.” Op dit moment wordt gewerkt aan de vragenlijst die alle TU-medewerkers in januari krijgen. Die zal onderscheid maken tussen ondersteunend en wetenschappelijk personeel en tussen verschillende onderdelen van de TU. De vragen beslaan een breed scala aan onderwerpen, zoals ‘innovatief vermogen’ van de TU, omgangsvormen, psychosociale arbeidsbelasting, loopbaanperspectief, feedback, diversiteit en vertrouwen. In totaal mag het invullen niet meer dan twintig minuten duren. Halewijn hoopt dat minstens 55 tot 60 procent van de medewerkers de vragenlijst invult, anoniem. “Beide zijn voorwaarden voor succes. Zonder anonimiteit krijg je mogelijk antwoorden die niet beschrijven wat mensen echt vinden. Een hoge respons maakt de uitkomsten representatief. We hopen te kunnen zien welke kwesties specifiek zijn voor een faculteit of dienst en welke breder leven. Zo kunnen we plannen maken om ze aan te pakken.” Wordt werkstress, een onderwerp dat ondernemingsraad en vakbond tot speerpunt hebben verheven, daarna verleden tijd? Halewijns antwoord is kortweg ‘nee’. “Maar veel werkstress kan voorkomen worden met goede begeleiding, met het stellen van de juiste vragen en slimmer organiseren.” En ook met wederkerigheid, vult Sarah Benschop aan, hr-beleidsmedewerker en projectleider van de medewerkersmonitor. Ook medewerkers moeten volgens haar aan de bel trekken als er iets is. “Het moet geen one way street zijn.” Een ander beproefd recept is volgens Halewijn flexibiliteit. “Mensen die het niet meer aan kunnen, hebben vaak lang op dezelfde plek gezeten. Ze hebben zich weinig ontwikkeld. Daarom zeggen wij: verfris jezelf, blijf wendbaar. Mobiel zijn is het beste instrument om jezelf inzetbaar te houden.” (SB)

7

TU Delft

Lage score in Keuzegids Drie bacheloropleidingen van de TU scoren slecht in de Keuzegids Universiteiten 2017. Studenten vinden de studielast zwaar, maar dat vinden zijzelf én de universiteit niet per se problematisch.

D

e laagste scores in de Keuzegids zijn voor bouwkunde (score 54 uit 100), maritieme techniek (52) en technische aardwetenschappen (46). De hoogste score krijgt technische wiskunde: 70. De cijfers zijn gebaseerd op studentenoordelen uit de Nationale Studenten Enquête (NSE), de mening van deskundigen, uitval van studenten en aantal contacturen. Delftse studenten aardwetenschappen en bouwkunde hebben volgens de Keuzegids moeite met de studielast. Bij maritieme techniek vinden studenten de feedback en begeleiding van docenten aan de magere kant en klagen ze over werkplekken en ict. De deskundigen, van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie, zijn vaak wat enthousiaster over de Delftse opleidingen. Bijvoorbeeld over bouwkunde, elektrotechniek en industrieel ontwerpen. Bacheloropleiding

Score Keuzegids

Bouwkunde

54

Civiele Techniek

58

Electrical Engineering

66

Industrieel Ontwerpen

62

Klinische Technologie

60

Life Science and Technology

64

Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek 68 Maritieme Techniek

52

Molecular Science and Technology

66

Nanobiologie

62

Technische Aardwetenschappen

46

Technische Bestuurskunde

60

Technische Informatica

68

Technische Natuurkunde

64

Technische Wiskunde

70

Werktuigbouwkunde

56

Civiele techniek noemen ze zelfs ‘excellent’ en ook van luchtvaart- en ruimtevaarttechniek zijn ze ‘onder de indruk’. Toch komt de totaalscore van de TU Delft slechts op 57 punten op de twaalfde plaats. Collegelid Anka Mulder wil nog niet concreet op deze resultaten ingaan, omdat ze er eerst met opleidingsdirecteuren en studenten naar wil kijken. “Een zware studielast is nu eenmaal eigen aan Delftse studies. Een lage score zien we dus niet per se als een probleem, zolang de eigenlijke studielast klopt met de geplande.” Dat laatste loopt bij bouwkunde soms scheef. Volgens Joep Bastiaans van studievereniging Stylos is de studielast ‘deels perceptie’. Studenten krijgen tijdens de bachelor twee keer per jaar een ontwerpproject, waarbinnen ze een gebouw moeten ontwerpen. “Het is heel persoonlijk werk, waar mensen hun ziel en zaligheid in stoppen. Studenten moeten leren wanneer ze moeten stoppen.” Volgens opleidingsdirecteur technische aardwetenschappen Timo Heimovaara is er bij de curriculumherziening voor gekozen om studenten niet te veel te sturen en geen aanwezigheidsplicht op te leggen. “Achteraf misschien een slechte keuze, eerstejaars kunnen dat niet aan.” Heimovaara wil graag een compleet andere insteek van de studie. Dat studenten maritieme techniek de feedback van docenten mager vinden, verwondert studievereniging William Froude. “We zijn een kleine opleiding, waardoor docenten gemakkelijk te bereiken zijn voor vragen”, zegt commissaris onderwijs Andreas Feys. Opleidingsdirecteur maritieme techniek Robert Hekkenberg vindt de NSE transparanter. “Daarin staat hoe we het doen en hoe we het deden en wordt in meer detail beschreven hoe wij scoren. ” (SB/CvU)

Manoeuvreren op de millimeter was het dinsdag 29 november voor de aannemer van Pulse. De machinist van een enorme kraanwagen was bezig om een lange grondboor op de bouwplek van Pulse te krijgen. Daartoe moest de boor door het muizengaatje tussen IO en 3mE aan de Leeghwaterstraat geleid worden. De aankomst van de grondboor is het startsein voor de bouw. Hiermee worden fundamenten van het onderwijsgebouw Pulse gelegd, zodat heien achterwege kan blijven. Volgens de laatste schattingen is het gebouw in voorjaar 2018 gereed.(Foto: Rob van Laarhoven) delta.tudelft.nl/ 32496

delta.tudelft.nl/32443, 32478, 32495 en 32504

Discussie over aanpak studentenoverlast De gemeente wil meer studentencomplexen bouwen, terwijl veel Delftenaren nu al klagen over overlast van studenten.

D

e gemeente schrijft in de nieuwe Woonvisie dat er vóór 2023 tweeduizend nieuwe studentenwoningen bij moeten komen in Delft. Deels gaat het om plannen die al in de maak zijn, vaak op de campus van de TU of in de wijken eromheen. ‘Mits dit niet leidt tot aantasting van de leefbaarheid van de omgeving’, voegt de gemeente eraan toe. Dat studenten soms voor overlast zorgen, bleek uit de berichtgeving die na publicatie van de Woonvisie op gang kwam in lokale media. Bewoners van onder studenten populaire wijken beklaagden zich over

overlast en oprukkende verkamering, gezinswoningen die worden omgebouwd tot studentenhuizen. En ook de gemeente erkent het probleem in de Woonvisie. Ze noemt ‘hinder van fietsen en lawaai, gevoel van achteruitgang van de straat en onttrekking van grotere woningen aan de (particuliere) woningvoorraad’ in wijken als Voorhof, Hof van Delft en de binnenstad. Dat zou voornamelijk samenhangen met verkamering. De gemeente wil die verkamering te lijf gaan door enerzijds de bouw van grote studentencomplexen toe te staan en anderzijds een zogenoemde omzettingsvergunning in te voeren. Eigenaren die woningen willen ombouwen tot studentenhuizen moeten dan eerst een vergunning aanvragen. In wijken waar al veel verkamering is, zou het antwoord moeten luiden ‘nee, tenzij’.

Verschillende studentenorganisaties proberen intussen de gemoederen wat te bedaren. Studentenvakbond VSSD, Duwo Huurdersorganisatie WijWonen, studentenverenigingen DSC, Virgiel, DSN en Sint Jansbrug schreven de raadsleden een brief waarin zij ‘contact en communicatie tussen studenten en bewoners van Delft’ bepleiten. Buurtevenementen, kennismaking met omwonenden tijdens instemmingen, een huisverantwoordelijke voor communicatie met buren; deze kunnen volgens de studenten bijdragen aan beter contact met de buren. Koste wat kost willen de studenten voorkomen dat de omzettingsvergunning er inderdaad komt, omdat dat volgens hen de huurprijzen kan doen stijgen. (SB)


Tekst: Tomas van Dijk Foto's: Sam Rentmeester

Delta

9

TU Delft

Revolutie in DNA-wereld Wetenschappers herschrijven het DNA van levende cellen met een nieuw eiwitschaartje. Medische doorbraken, efficiëntere landbouw en designer baby’s. Het zou allemaal kunnen met Crispr. “De techniek is er. We moeten nadenken welke kant we op willen.”

Z

e ontketenden stuk voor stuk wetenschappelijke revoluties. Met de PCR-machine (polymerase chain reaction) konden onderzoekers vanaf 1985 kleine hoeveelheden DNA kopiëren en analyseren. Eind jaren negentig kwamen de DNA-micro-arrays, chips die de activiteit maten van duizenden genen. In 2001 was het totale genoom van de mens bekend. En nu is er het DNA-schaartje Crispr. Genetische modificaties die jaren werk vergden, zijn daarmee binnen enkele weken gepiept. Het microscopische knip- en plakinstrument is een eiwit uit bacteriën. Een dodelijk wapen eigenlijk. Clustered regularly interspaced short palindromic repeats heet het voluit. “Bacteriën gebruiken het om zichzelf te beschermen tegen virussen”, vertelt bionanotechnoloog dr. Stan Brouns (faculteit Technische Natuurwetenschappen). Het microbiële verdedigingsmechanisme blijkt een geweldig instrument in het laboratorium. Je kunt het eiwit gericht naar een bepaalde plek in het DNA van een mens, gist, of wat voor orga-

Dr. Stan Brouns: “Het werk aan Crispr is absoluut Nobelprijswaardig.”

nisme dan ook sturen door het vooraf te koppelen aan een stukje gids-RNA; een kopie van een stuk virus-gen. Met het schaartje kun je genen verwijderen en je kunt anderen toevoegen, daar waar je de knip hebt gezet. Aan de TU Delft doen de microbiologen prof. Jack Pronk en ir. Robert Mans dat naar hartenlust (zie kader 'Sleutelen aan gist').

SLIMME TOEPASSINGEN In 2012 slaagde de truc voor het eerst. Sindsdien volgen de toepassingen elkaar snel op. Een kleine greep. Onderzoekers ontwikkelden gemanipuleerde malariamuggen die – zo is de hoop - hun soortgenoten kunnen uitroeien. Anderen presenteerden een varken met menselijke genen die mogelijk organen kan doneren. Bestrijding van de bloedziekte sikkelcelanemie kan waarschijnlijk ook met het schaartje. “En vorige maand zijn klinische trials in mensen gestart om te testen of met Crispr aangepaste immuuncellen kankercellen aanvallen”, zegt Brouns enthousiast. Biotechnoloog Brouns is een Crispr-pionier. Hij werkt al sinds 2006 aan het eiwit, toen dit

nog maar net op het netvlies van de wetenschap stond. Eerst deed hij dat in Wageningen, en sinds juni dit jaar aan de TU Delft. Dit jaar volgde hij met extra belangstelling de bekendmaking van de Nobelprijs voor Fysiologie en Geneeskunde. De ontdekkers van het wonderschaartje waren een grote kanshebber voor de prijs. Uiteindelijk ging de Nobelprijs naar de Japanner Yoshinori Ohsumi voor zijn onderzoek naar autofagie. “Maar het gaat er nog van komen”, zegt Brouns. “Het werk aan Crispr is absoluut Nobelprijswaardig.” In 2008 legden Brouns en zijn Wageningse collega prof. John van der Oost het verdedigingsmechanisme van Crispr bloot. Ze schreven in Science dat de eiwitten vijandig virus-DNA herkennen aan de hand van RNAkopietjes. Bij een match plakt het eiwit aan het virus-genoom en knipt het stuk. Een beetje zoals ons eigen lichaam ziekteverwekkers bestrijdt met T-geheugencellen, de witte bloedcellen van het immuunsysteem.

Lees verder op pagina 10


Delta

‘Het creëren van übermenschen klinkt beangstigend, maar het genezen van een mens kan wel op steun rekenen’

De onderzoekers beschreven een cruciaal afweermechanisme van de bacterie en legden de basis voor de ontwikkeling van het knip- en plaksysteem dat enkele jaren later zo populair zou worden in laboratoria over de hele wereld. “Het was een spannende tijd”, zegt Brouns. “Even leek het erop dat we waren gescoopt door een yoghurtfabrikant.” Dat Crispr-eiwitten iets met het bacteriële immuunsysteem van doen hadden, toonde yoghurtfabrikant Danisco aan in 2006. Het bedrijf kampte met een virusinfectie in een fermentatievat in Frankrijk. Het ontdekte dat sommige bacteriën resistent waren en dat deze cellen stukjes DNA gemeenschappelijk hadden met de virussen. Het was goed voor een Science-publicatie. Een opmerkelijke prestatie voor een yoghurtboer.

NOBELPRIJSWAARDIG “Gelukkig waren er nog veel vragen. Had dit bacteriële immuunsysteem een geheugen, werkte het tegen RNA van DNA-virussen of tegen het DNA zelf? Daarover stond niets in het artikel.” Brouns en Van der Oost gingen met deze vragen aan de slag.

11

TU Delft

Sleutelen aan gist

Ir. Robert Mans slaagde er onlangs in om met Crispr in één keer zes genen in bakkersgist plat te leggen.

Prof.dr. Jack Pronk: “Onderzoekers verruilen hun pipetten voor computers, robots klussen het DNA vervolgens in elkaar.”

“Wij ontdekten dat er een hele cascade aan eiwitten actief is. Daarom spreken we ook wel over Crispr associated proteins (Cas). Binnen het Crispr-Cas-systeem zijn sommige eiwitten betrokken bij geheugenvorming, anderen bij de afbraak van virus-DNA, weer anderen bij de aanmaak van de stukjes gids-RNA.” “Verdienen we met onze ontdekking de Nobelprijs?” Brouns moet lachen om de suggestie. Die eer komt volgens hem toe aan microbioloog Emmanuelle Charpentier van het Max Planck Instituut voor infectiebiologie in Berlijn, en biochemicus Jennifer Doudna van de Berkeley-universiteit. "Zij onderzochten na onze ontdekking het bijzondere eiwit Cas9, een eiwit dat – zo bleek later - in staat is om zowel te plakken aan een herkenningspunt als te knippen. Vooral Doudna is toen helemaal los gegaan. In enkele jaren tijd publiceerde haar lab tientallen artikelen in Science en Nature. Het tempo en de kwaliteit van die onderzoeken waren enorm”, verzucht Brouns. “Niemand kon haar bijhouden.” Charpentier had de Nederlanders in 2010 gevraagd of zij biochemisch onderzoek konden doen aan Cas9. Dat aanbod sloegen ze af. “Ik

Wanneer je genetische wijzigingen aanbrengt in menselijke embryo’s voer je veranderingen door die generatie op generatie worden doorgegeven. Je verandert de mensheid. Zo kun je bepaalde genetische aandoeningen heel effectief bestrijden, zeggen voorstanders. Maar hoe zit het met mogelijke bijwerkingen? En waar ligt de grens? Kun je mensen creëren met een hoger IQ, een soort Übermensch? Is dat wenselijk? Teveel vraagtekens. Er is daarom een moratorium ingesteld op het gebruik van de techniek op menselijke embryo’s. China houdt zich daar niet aan. Aan de Sun Yat-Sen-universiteit in Guangzhou sleutelen wetenschappers aan menselijke embryo’s. Ze probeerden ze vorig jaar te ontdoen van de erfelijke bloedziekte bèta-thalassemie. De Chinezen waren niet van plan om de embryo’s uit te laten groeien. Toch leidde het nieuws tot veel discussie.

heb geen spijt van die keuze", zegt Brouns. "We konden simpelweg niet op het verzoek ingaan. In die tijd, toen Crispr nog een curiositeit was, hadden we het geld en de mankracht niet om er nog een onderwerp bij te pakken.” Dit jaar maakte Brouns de overstap naar de TU Delft. “Binnen de afdeling bionanoscience werken vijftien groepen met verstand van geavanceerde microscopie. We kunnen hier kijken naar de werking van afzonderlijke moleculen.” “Ik werk nu specifiek aan de geheugenvorming van het Crispr-Cas-systeem. Hoe bouwt het eiwit DNA-kopietjes waarmee hij virus-DNA herkent? Maakt hij wel eens fouten waardoor hij tegen zichzelf tekeer gaat en er auto-immuniteit ontstaat? En wat voor ontsnappingsmogelijkheden hebben de virussen? Zij kunnen muteren waardoor ze onherkenbaar worden voor de verdedigingseiwitten. Er is een continue wedloop."

ETHISCHE VRAGEN Een soort wedloop is ook gaande tussen wetenschappers die voluit willen werken aan de technologie, en anderen die een meer afwachtende houding aannemen. Crispr roept namelijk veel ethische vragen op.

REM OP ONTWIKKELINGEN “Hoe ik hier tegenover sta? Er is een groot grijs gebied”, zegt Brouns. “Het creëren van Übermenschen klinkt beangstigend, maar het genezen van een mens kan wel op steun rekenen.

Een technologie uitsluiten waar we honderden of duizenden jaren mee vooruit kunnen, vind ik onverstandig.” “Het is een kwestie van tijd voordat we kunnen inspelen op intelligentie. We moeten goed nadenken of we die richting op willen", vervolgt Brouns. "De technologie is er. En ik denk dat sommige landen geen rem zetten op dit soort ontwikkelingen.” De meningen hierover lopen wijd uiteen. Volgens Sef Heijnen, de onlangs afgezwaaide hoogleraar biotechnologie,, loopt het zo’n vaart niet. “De technologie kent limieten. Auto's en vliegtuigen kunnen we grotendeels in de computer ontwerpen. Het verschil is dat je bij levende cellen te maken hebt met toevalsprocessen. Nadat je een genetische aanpassing maakt in een embryonale fase, ontwikkelen cellen zich tot verschillende weefsels. Toevallige mutaties spelen dan een grote rol. Daar kunnen we niets aan doen. Ik denk dat we geen grip krijgen op eigenschappen die van veel genen afhankelijk zijn, zoals intelligentie. Volgens mij kunnen we nooit designer baby's maken.” <<

De industriële microbiologen prof.dr. Jack Pronk en ir. Robert Mans (TNW) pimpen met Crispr onder andere de stofwisselingsprocessen in bakkersgist op. Zo proberen ze gist efficiënter de houtachtige suiker xylose te laten verteren en om te laten zetten in biobrandstof. “Sleutelen aan de stofwisseling gebeurde dertig jaar lang met enzymen die in een reageerbuisje DNA knipten en plakten, de zogenaamde restrictieenzymen en ligases”, zegt Pronk. “Dat waren tergend trage processen. Crispr brengt het onderzoek in een enorme stroomversnelling. We werken al acht jaar aan xylosevergisting. Al de genetische wijzigingen die we in die tijd hebben doorgevoerd, heeft een van onze promovendi met Crispr in een week voor elkaar gekregen.” Dit kan doordat je met Crispr verschillende veranderingen tegelijkertijd kunt aanbrengen. Mans slaagde er onlangs in om met Crispr in één keer zes genen in bakkersgist plat te leggen. “Zoveel genen tegelijk veranderen in een gist, dat had nog niemand gepresteerd”, zegt Pronk. “Een record.” Pronk verwacht dat de werkpaarden van de moderne microbiologie, zoals de bacterie E. coli en bakkersgist, het drukker zullen krijgen. “Men heeft zeventig jaar lang stamveredeling gedaan om penicillineproductie met de schimmel penicillium chrysogenum te verhogen tot de huidige niveaus. Voor nieuwe producten pakken we dit nu anders aan. Als we een organisme vinden dat een bepaald stofje maakt, dan kunnen we de genetische code daarvoor vaak direct in een robuust organisme als bakkersgist testen.” “Er is nu al een trend dat biotechnologie meer wordt geautomatiseerd. Het ontwerpen en bouwen van stofwisselingsnetwerken in micro-organismen vergt steeds minder menselijke interventie. Er bestaan robots die duizenden genetische modificatie-experimenten tegelijk doen. Onderzoekers verruilen hun pipetten voor computers, waarachter ze met handige pulldown menu’s DNA-fragmenten kiezen en combineren. Robots klussen het DNA vervolgens in elkaar.”


Tekst: Jos Wassink Foto's: Sam Rentmeester

Hoogleraar windenergie prof. dr.ir. Gijs van Kuik neemt afscheid op het moment dat de prijs voor offshore windenergie de bodem bereikt. “Het verrast iedereen hoe snel het nu gaat.”

Delta

Mag ik uw handen eens zien? Ik had meer eelt en schrammen verwacht van het beeldhouwen. “Als je het goed doet, krijg je geen eelt. Ik heb wel een blauwe plek onder mijn duimnagel, maar dat komt doordat die tussen een deur zat.”

Het contrast tussen ideeën uitbeelden in steen en het energie vangen uit wind had niet groter kunnen zijn. Is dat een bewuste keuze? “Ze hebben meer met elkaar gemeen dan je denkt. Goed onderzoek doen is een sloom proces, vind ik. Je moet inspiratie hebben, maar ook werken, uren maken en oefenen. In beide gevallen heb je de uitdaging om er iets moois van te maken. Een publicatie, een experiment en de wiskunde moeten gewoon mooi zijn. Elegant en alle rommel eraf. Er zitten meer overeenkomsten tussen beeldhouwen en onderzoek dan je denkt.”

Even terug naar het begin. U studeerde in 1976 af bij de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek. Ik begrijp dat u een activistisch student was. “Behoorlijk ja. Ik was lid van de toenmalige vooruitstrevende studentenbeweging A.A.G. en ik was actief in de onderwijscommissie, de faculteitsraad en het faculteitsbestuur. We organiseerden studentenbijeenkomsten over onderwijsvragen. We vergeleken colleges met elkaar en zagen veel overlap. Dat hebben we gepubliceerd. Ik kreeg de wind van voren. ‘Gijs van Kuik liegt’ stond er met koeienletters in het faculteitsblad. In het volgende nummer volgde met veel kleinere letters een excuus, blijkbaar hadden we wel gelijk.”

Waarom wilde u meedoen in al die bestuursorganen? “Wat dreef de studentenbeweging? Het moest gewoon anders. Wij wilden meer zeggenschap en nieuwe richtingen uit met hoe de universiteit gerund wordt. Daar deed ik ijverig aan mee. Dan moet je verantwoordelijkheid nemen. En zitting nemen in ‘duffe organen’ als onderwijscommissie, faculteitsraad en dergelijke.”

Na het afstuderen ging u onderzoek doen naar windenergie, dat nauwelijks bestond. Vanwaar die keuze? “Ik speelde als jongetje graag met vliegtuigjes en zo ben ik hier terechtgekomen. Gaandeweg mijn studie kwam ik er achter dat ik geen vliegtuigen wilde maken. Dat was niet mijn toekomst.”

Waarom wilde u geen vliegtuigen maken?

‘EEN HEEL ANDERE WIND’

“Ik vond, net als velen in die tijd, het niet goed om te werken aan een onderwerp dat zo dicht gelieerd was aan leger en defensie. Dat wilde ik niet. Na mijn kandidaats heb ik overwogen om over te stappen naar natuurkunde, maar heb dat niet gedaan. Ik ben doorgegaan met de

TU Delft

13

meest natuurkundige afstudeerrichting binnen deze faculteit. Dat was theoretische aerodynamica. Daar werd ik weer blij van.”

Theoretische aerodynamica, dat is ingewikkeld toch? “Ja, maar dat geeft niet. We hadden net de oliecrisis achter de rug met alles er omheen. Theo van Holten startte hier een vakgroep windenergie en hij vroeg collega Gerard van Bussel en mij in zijn groep. Voor mij was dat een perfecte match met een nieuwe tak van sport. Dat kon ik me niet beter wensen.”

Wat waren in die tijd de onderwerpen voor onderzoek? “Van Holten wilde een rotor ontwikkelen die veel meer zou opbrengen dan gebruikelijk was. Dat leidde bijvoorbeeld tot hulpvleugels aan het einde van de rotortips. Die vormen samen een kunstmatige ringvleugel die ervoor zorgt dat meer luchtmassa langs de rotor stroomt. We konden er zo inderdaad meer energie uit halen, alleen was al die extra energie nodig om de weerstand van die hulpvleugels te overwinnen. Daar kwamen we niet doorheen.”

Je ziet het tegenwoordig wel toch, zo’n eindtip? “Ja, sommige modellen hebben zo’n klein vinnetje. Maar dat is niet het zelfde. Voor extra energie zijn die te klein. Wij zijn doorgegaan met rotor aerodynamica. Er kwamen mensen bij van materialen & constructies en van aeroelasticiteit.”

Was er contact met de industrie? Ik herinner me alleen de kleine blauwe windmolens van Lagerwey . “Lagerwey was de eerste in Nederland, daarna kwamen er veel meer pionierende bedrijfjes. Bouma is lang succesvol geweest, en later overgenomen door Nedwind. We hadden Van de Pol, een fabrikant van landbouwmachines, die Polenco windturbines maakte van staal. Nedwind is uiteindelijk overgenomen door het Deense bedrijf Vestas. Toen was alles weg, behalve Lagerwey. Dat is nu na een paar faillissementen terug met megawatt machines. Uit één van die faillissementen is Darwind ontstaan dat opgekocht is door het Chinese bedrijf Xemc. En nu is er ook 2-B Energy, vernoemd naar de twee bladen. Die turbine is speciaal ontworpen voor offshore toepassing.”

Mijn indruk dat we in Nederland nauwelijks een industrie hebben op windenergie klopt dus niet? “Nee, dat klopt niet. Je kunt wel zeggen dat de Nederlandse windindustrie een stuk kleiner is dan de Deense of de Duitse.”

Waarom is de windindustrie in Nederland kleiner? “Die andere landen hebben een veel betere thuismarkt gehad.”

Is dat omdat windenergie daar gestimuleerd werd?

‘In Europa was Nederland berucht vanwege het zomaar stoppen van subsidieprogramma‘s’

“Jazeker. In Denemarken moet je goed zoeken naar een niet-Deense turbine.”

Lees verder op pagina 14


14

de

‘Nederland is op Malta na het vieste jongetje van de klas qua energiehuishouding’

Master Maaike van Alphen

Is dat marktbescherming van de Denen?

Run maar eens een vrachtwagenbedrijf. Met hoge loonkosten, vaste bezorgmomenten en allerlei weten regelgeving over rijtijden, die allemaal op elkaar afgestemd moeten worden. Gelukkig heb je daar wiskundigen voor, zoals Maaike van Alphen (25).

“Dat mag je natuurlijk nooit zo zeggen. Ze hadden gewoon een goed imago. Dan is het logisch dat een Deense boer een Deense turbine koopt.”

Tot 1996 was windenergie in Nederland een marginaal gebeuren. Er stond hooguit tien procent van wat er nu staat. Hoe hield u de moed erin? “Goed koppig wezen. Je moet je realiseren dat wij, net als veel andere Delftse onderzoeksgroepen, internationaal werken. Daardoor hadden wij er niet rechtstreeks last van dat de Nederlandse markt achterbleef. Als je nieuwe materialen test is dat open onderzoek. We hebben altijd meegedraaid in grote Europese programma’s. Vaak in samenwerking met Denen en Duitsers.”

Staat het onderzoek los van de industrie?

Wat ontbrak er aan? “Een overheid die windenergie wil en eraan meewerkt met logische financieringsinstrumenten. De overheid had moeten besluiten langjarig windenergie te ondersteunen. Maar in Europa was Nederland berucht vanwege het zomaar stoppen van subsidieregelingen. Dat is meerdere malen gebeurd. Daarom wilde niemand hier investeren. Dat was in Denemarken en Duitsland echt anders.”

Wat dat betreft komt de wind nu uit een andere hoek sinds minister Kamp 5 offshore windparken van 700 megawatt heeft gepland. “Gelukkig wel ja. Plotseling zitten we in de voorhoede. Er worden dus vijf windcentrales gebouwd, ieder met het vermogen van een grote kolencentrale. Mooi toch.”

CV Gijs van Kijk (Mierlo, 1951) speelde als jongetje met vliegtuigjes en ging luchtvaarten ruimtevaarttechniek studeren in Delft. Na een activistische studententijd studeerde hij in 1976 af. Aansluitend werkte hij, samen met Gerard van Bussel, als onderzoeker windenergie in de groep van prof.dr.ir. Theo van Holten. Hij promoveerde in 1991 aan de TU Eindhoven en ging werken bij Stork Product Engineering aan windenergietechnologie.

In 1998 keerde hij terug naar Delft als hoogleraar in de windenergie. Twee jaar later werd hij ook wetenschappelijk directeur van het interfacultaire onderzoeksinstituut Duwind. Vanaf 2006 nam prof.dr.ir. Gerard van Bussel de leiding van de eigen sectie over en legde Van Kuik zich toe op Duwind. In 2001 is Van Kuik gaan beeldhouwen, bij voorkeur in harde steen. Zijn werk Hersengolf hangt in het L&Rgebouw. Andere voorbeelden zijn te zien op gijsvankuik.nl

Vanwaar die omslag? “We zullen wel moeten. We hebben ook het Kyoto- en Parijsprotocol ondertekend. We zijn verplichtingen aangegaan met Brussel en Nederland is op Malta na het vieste jongetje van de klas qua energiehuishouding. Het kabinet moet nu wel iets doen. We zijn blij met minister Kamp die het Energieakkoord heeft ingesteld. We gaan waarschijnlijk net op tijd ons gezicht redden. Wat ook geholpen heeft is dat Nederlandse offshorebedrijven voor andere landen windparken op zee aanleggen. Plotseling is nu ook VNO-NCW voor windenergie.”

Is in de offshore-olie niet veel te doen? “Dat wordt inderdaad minder. Ik denk dat Van Oord en andere offshorebedrijven een stevig woordje hebben gesproken met VNO-NCW. Dat helpt allemaal. Er waait echt een andere wind op dit moment.”

Uw onderzoeksinstituut Duwind voorspelde voor 2030 een prijs van offshore windenergie van zeven cent per kilowattuur. Het Deense bedrijf Dong heeft dat nu al geoffreerd voor het park Borssele. Maakt de Nederlandse industrie nog een kans? “O, jazeker. Dong is nu een consortium aan het vormen. Nederlandse bedrijven kunnen bij hen offreren. Tot nu toe zochten bedrijven elkaar eerst op en brachten als consortium een bod uit, vaak na overleg met het ministerie. Dat levert natuurlijk niet de laagste prijs op. Daar komt bij: er is door partijen als Dong en Vattenfall veel ervaring opgedaan met de aanleg van windparken op de Noordzee. Zij beheersen dat proces nu heel precies. Het derde is: de windturbines zijn veel groter geworden, en daardoor beter en goedkoper. Dat werkt allemaal samen. Maar het verrast iedereen, mij ook, dat het zo snel gaat. Nog even en windenergie is de goedkoopste.”

Geen directe oplossing voor vrachtwagenbedrijven, maar een handleiding voor een beter softwareproduct

ONDERZOEK: Op 7 december neemt Gijs van Kuik afscheid met een symposium over veertig jaar windenergie. ‘s Middags houdt hij in de aula zijn afscheidsrede met als titel: ‘Windverwachting: zet je schrap’

‘Optimizing truck driver schedules with dependent working shifts, drivers’ legislation, and multiple time windows’

EINDCIJFER:

8,5

Foto: Sam Rentmeester

“Niet helemaal, want een groot deel van de financiering van promovendi komt uit Nederlandse bronnen. Maar op een of andere manier heeft de overheid een stimuleringsprogramma in de lucht gehouden. De markt ging moeizaam, maar op gezette tijden was er wel geld voor technologieontwikkeling. In Den Haag dacht men: als je technologie stimuleert, dan komt de markt vanzelf. Zo werkt dat dus niet.”

Een wiskundig vraagstuk is per definitie een uitdaging, of je nou affiniteit hebt met de praktische toepassing, of niet. Voor wiskundig ingenieur Maaike van Alphen, tenminste. Zeg optimalisatie, en ze staat te springen. En zo studeerde ze onlangs, na wat omzwervingen via Bouwkunde en Civiele Techniek, af bij de faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica, op de vraag hoe je zo efficiënt en goedkoop mogelijke werkroosters berekent voor vrachtwagenchauffeurs. Die werkroosters zijn namelijk nogal een puzzel, zeker wanneer je zo min mogelijk dure chauffeursuren wilt inzetten. “Vrachtwagenbedrijven hebben enerzijds te maken met klanten die hun goederen in een bepaald tijdvak geleverd willen hebben, en anderzijds een gecompliceerde Europese werk- en rijtijdenwet en soms lange laad- en lostijden. Daarnaast zijn chauffeurs soms van elkaar afhankelijk. Sommigen rijden alleen in bepaalde gebieden en moeten dus trailers van chauffeurs uit het andere gebied overnemen, of ze moeten wachten op het laden en lossen van die trailer”, aldus Van Alphen. Onderweg naar de klant moeten ze dan ook nog voldoende pauze hebben genomen én niet te lang achter elkaar hebben gereden. “Het is ontzettend moeilijk om daar een algoritme voor te schrijven.” Een rekenmethode die rekening houdt met ál die aspecten, zou dagenlange rekentijd nodig kunnen hebben. Dus zocht ze naar de optimale oplossing. Ze adviseerde het softwarebedrijf dat deze rekenmodellen maakt, op welke punten het de verschillende onderdelen in de truckwereld kan optimaliseren. “Zodat de tijdvakken voor bezorging beter in de schema’s van de chauffeurs passen, bijvoorbeeld.” Daarvoor rekende ze de al bestaande algoritmen door, én bedacht welke oplossingsmethoden maar beter verbeterd konden worden. Geen directe oplossing voor vrachtwagenbedrijven dus, maar een handleiding voor een beter softwareproduct. Heerlijk, vond ze, om zo theoretisch bezig te zijn. “In mijn eerdere studies had ik na mijn bachelor het gevoel dat de nadruk toch meer op de praktijk lag. Nu, bij wiskunde, heb ik uiteindelijk zelfs dertig punten aan vakken extra gedaan.” (JB)


16

Tienduizend fietsplekken krijgt station Delft. Maar zonder slim beheer slibben ook die dicht. Studenten, zelf een belangrijke factor in het ongemak, denken mee over oplossingen.

Delta

17

Tekst: Jos Wassink Illustratie: Stephan Timmers/Totalshot

TU Delft

Puzzelen met fietsparkeren H

et Delftse station krijgt vanaf volgend jaar met een unieke verkeerssituatie te maken: een fietsenstalling met een doorgaande fietsroute. Twee stations verderop, onder Den Haag Centraal, word je zowat van je fiets getrokken als je maar overweegt te gaan steppen. Maar in Delft fiets je straks gewoon tussen de rekken door. Geeft dat geen opstoppingen voor de toegangspoortjes van de stallingen? En zo zijn er nog wel meer vragen. Waarom eigenlijk inchecken voor de stalling? (dat gebeurt nu ook niet). Wat kost het stallen? En de hamvraag: hoe kan de gemeente Delft zorgen dat de capaciteit van de drie fietsenstallingen (in totaal 10.100 plaatsen) in de toekomst niet wordt overschreden? De gemeenteraad wilde daar advies over van TU-studenten, zelf de belangrijkste gebruikersgroep. Strategisch adviseur dr.ing. Jan Nederveen van de gemeente Delft weet de weg naar de TU goed te vinden. Al zo’n dertig keer klopte hij aan met stageplekken, afstudeeropdrachten, om data te verzamelen of om ideeën te genereren. Dat doet hij bij voorkeur met verkennende onderzoeken. “Consultants zijn meteen zo serieus”, licht hij toe. Docent dr.ir. John Baggen (faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen) nam de fietsenstalling in de Spoorzone als onderwerp voor de eerste week van de minor transport, infrastructuur en logistiek. 81 Studenten van

verschillende Delftse bacheloropleidingen en ook uit Leiden, Wageningen en Utrecht, puzzelden een week lang over het fietsparkeren. Dat leverde zestien rapporten op met titels als ‘Fietsprobleem Spoorzone Delft’, ‘Fietsenstalling Delft’ of ‘Advies betaald fietsparkeren Spoorzone Delft’.

FIETSROUTE

Voor de huidige fietsenstalling, aangeduid als Stalling 1, staan ‘s avonds vaak bewakers om mensen tegen te houden die naar binnen willen. De stalling (vijfduizend plaatsen) is vol. Mensen moeten dan de trap op naar de buitenstalling. Volgend jaar verandert dat. Dan wordt de inrit naar Stalling 1 een doorgaande fietsroute onder het station door, dwars door de huidige achterwand van de stalling naar het achtergelegen Westerkwartier. Aan de noordzijde van het fiets- en looppad, achter het oude stationsgebouw, komt de ondergrondse Stalling 2 vrij (2700 plekken), en twee jaar later Stalling 3 met nog eens 2400 plaatsen er recht tegenover. Beleidsadviseurs David Polman en Marco Mulder (Gemeente Delft) verwachten tussen de twee- en drieduizend fietsers per dag door de tunnel. Dat is het verkeer tussen het Westerkwartier en de TU-wijk, samen met reizigers die hun fiets niet in stalling 1 kwijt kunnen. Ter vergelijking: een

fietspad heet druk bezet met vijfduizend fietsers per dag. De studenten kregen het fietsenstallingssysteem van de Nederlandse Spoorwegen (naam: NSX) als gegeven mee. Dat houdt in dat gebruikers met hun OV-chipkaart inchecken bij de fietsenstalling. Eventuele kosten worden (nu nog) verrekend per pinautomaat. Afboeken van de OVchipkaart stuit bij de NS op administratieve bezwaren. Een ander belangrijk gegeven is het HBF-systeem (Handhaving Benutting Fietsparkeren). Dat zijn de opwippende sensors in de goot van elke stallingsplek. Daarmee is het mogelijk om aan te geven waar nog plek is.

STALLINGSAPP Veel oplossingen waar de studenten mee kwamen, vallen onder wat Baggen aanduidt als ‘de drie B’s: bouwen, benutten, beprijzen’. De NS hanteert als uitgangspunt dat de eerste 24 uur stalling gratis zijn. Door verschillende tarieven in te stellen, kun je verderop gelegen stallingen aantrekkelijker maken voor langere stallingsduur. Het viel Nederveen op dat veel studenten een laag weekendtarief hadden voorgesteld en vermoedde daar enig eigenbelang bij. Minder voor de hand liggende oplossingen waren er ook. Een van de groepen stelde voor om (decentraal) in te checken bij de rekken in plaats van bij de ingang van de stalling om opstoppingen te voorkomen. Langstallers worden au-

tomatisch gedetecteerd dankzij de HBF-sensoren. Een andere groep pleitte voor clementie met ‘vergeten’ fietsen. Zet die eerst in een ‘fietsgevangenis’ voordat ze afgevoerd worden naar een afgelegen depot. Een originele vondst vond Baggen ook de fietsheuvel. De gemeente wil de fietsenstallingen ondergronds. Maar als de capaciteit daarvan toch ontoereikend blijkt, kun je ook de grond als een groen dak ophogen waaronder weer extra stallingruimte ontstaat. Een aantal groepen was erg gecharmeerd van de HBF-sensoren in combinatie met het inchecken. Dat biedt namelijk allerlei mogelijkheden voor ict-dienstverlening. Het aantal vrije plaatsen kun je buiten op displays tonen zodat fietsers weten waar ze naartoe moeten. Statuslampjes bij de rekken geven aan waar nog vrije plekken zijn (groen) of waar je fiets staat (blauw) als je terugkomt. Een app kan bijhouden waar je fiets staat, hoe lang al en hoeveel dat kost. Nederveen en collega’s Polman en Mulder hebben een samenvatting van de rapporten gemaakt voor een raadsbrief. Dat stuk ligt nu bij de NS voor commentaar. “Het is een gezamenlijk probleem”, zegt Nederveen, “en dan kun je ook het best met een gezamenlijke visie komen voor de oplossingen.” Hij verwacht de brief voor het eind van het jaar naar de gemeenteraad te sturen. “Het ei van Columbus zat er niet bij”, zegt hij over de rapporten, “maar wel veel bouwstenen.”

Een greep uit de ideeën • Verschillende tarieven voor stallingen • Decentraal inchecken bij de rekken • Langstallers automatisch detecteren • Fietsgevangenis voor te lang gestalde fietsen • Fietsheuvel voor extra capaciteit • Displays voor vrije plaatsen • Statuslampjes bij de rekken • Een app voor je gestalde fiets • Een laag weekendtarief


18

Delta

SPORTZAKEN

TEAMGEEST TEAM: Punch Heren 7, alias Heren JUF SPORT: basketbal TRAINING: tweemaal per week COACH: Kim Bouman WOORDVOERDERS: Paul van Sommeren, David Kunst NIVEAU: 4e klasse kern

Foto: Sam Rentmeester

19

TU Delft

TEAMKARAKTERISTIEK

PRINSESSENSHAMPOO

Vriendengroep en enthousiaste supporters van andere Punch-teams. “Wij zijn de gangmakers binnen de club. Wie bij ons een airball gooit (een mislukte schotpoging waarbij je zelfs de ring niet raakt) moet drie push-ups doen. Dat hebben andere teams overgenomen. Wij spelen op laag niveau, maar gaan voor de winst.”

“Dat is een teamshampoo in een bloemetjesflacon die verschrikkelijk roze is en heel zoet ruikt. Die gebruiken we na elke overwinning, zodat we na afloop allemaal naar bloemetjes ruiken. Een ander ritueel is ons douchebier. Na de wedstrijd douchen we net zo lang tot alle blikjes op zijn.”

HEREN JUF

LEUKE SPORT WANT…

“Wij staan bekend als Heren JUF, naar een populair drankspelletje. Twintig keer raak gooien op de training is een variant daarop. We tellen mee, getallen met een 7 of een veelvoud van 7 worden vervangen door ‘JUF’. Op onze zelfontworpen warmloopshirts staat een aantrekkelijke JUF afgebeeld. Onze team-yell is ‘5-6-JUF!’ Soms, ter afwisseling ‘12-13-JUF!’

“Het is een gave combinatie van grove en fijne motoriek. Lang zijn is niet noodzakelijk, we hebben iemand van 1.60 meter in ons team.”

DOELSTELLING “Ons grote doel is tegen de Leidse studenten een keer de magische 100-puntengrens overschrijden. Vorig seizoen kwamen we tot 96, dat was balen.”(JT)

Schaatsdrama in Haarlem Schaatsdrama in Haarlem, snelste fietsvrouw voor Human Power Team bijna gevonden en Olympische Winterspelen in zicht voor curlingteam. “Fantastisch om ons doel te halen”, reageerde skip alias aanvoerder Jaap van Dorp van het nationale curlingteam dat vorige week op het EK in Glasgow als kampioen van de B-groep naar de Europese A-groep promoveerde. In een bloedstollende play-off tegen Oostenrijk (6-7, 9-2, 6-5) verzekerde het viertal zich ook nog eens van deelname aan het WK en het Olympisch kwalificatietoernooi, beiden in 2017. “We hebben hard moeten knokken, maar hebben laten zien dat we op hoog niveau kunnen curlen”, vervolgde de TUalumnus. “Op het WK kunnen we zeker een aantal wedstrijden winnen, maar misschien is het halen van een medaille wel te hoog gegrepen. Kwalificatie voor de Winterspelen in 2018 is zeker realistisch.” De realiteit kan soms hard zijn, zo ondervond Jeroen Janissen. ‘Een klein drama bij de marathon in Haarlem’, twitterde de schaatser, na zijn val tijdens de wedstrijd voor beloften op 19 november. ‘Met de besten mee, maar in de laatste bocht onderuit.’ De tweedejaars L&R-student, die onlangs in Inzell zijn persoonlijk record op de 5000 meter op 6.40,22 bracht, wil zich in zijn laatste jaar als junior in het vizier rijden van de commerciële ploegen. Zijn eigen vizier richt hij op het halen van goud op de 1500 en 3000 meter tijdens het NK junioren en op deelname aan de senioren-NK’s en het WK junioren in Helsinki. Janissen werd bij de junioren al eens Europees kampioen allround. Over ambities gesproken. In samenwerking met Strongher, een zich als nieuw en uniek concept in de wielerwereld presenterend initiatief van onder anderen Marianne Vos, is het Amsterdams/Delftse Human Power Team (HPT) op zoek naar ‘de snelste fietsvrouw van Nederland’. Zij moet in september 2017 in de Nevada-woestijn het vrouwensnelheidsrecord (122 kilometer per uur) verbeteren op een door het HPT te ontwikkelen hightech fiets. Tussen de dertig aanmeldingen zaten diverse roeisters van studentenverenigingen, vertelt teammanager Emiel de Boer. “We hebben vijftien atletes getest in testfase 1, bestaande uit een VO2-max test, een graadmeter voor de conditie, en een Wingate-test, een graadmeter voor sprintvermogen. Op grond van de resultaten hebben we acht atletes uitgenodigd voor fase 2, waarin we in een simulatie van onze recordpoging een beter beeld willen krijgen van hoe goed de atletes zijn voor onze specifieke uitdaging. Op basis van motivatie en de testuitslagen zullen we op 9 december twee rensters kiezen, die wij een jaar lang zullen trainen en voor wie wij een VeloX op maat zullen bouwen.” (JT) Tips? Jimmy.tigges@hetnet.nl

WAT: Festival Stille Nacht WAAR: Rotown, Vibes, Arminiuskerk en Paradijskerk, Rotterdam WANNEER: Maandag 19 december, 18.30-0.00 uur PRIJS: €25 PARTYPROGNOSE

8 Pak eens een festival in de kerk, deze december. Dat geeft ‘Stille Nacht’ opeens een andere betekenis.

Stille Nacht in de kerk Officieel is het al sinds 2009 een reizend winterfestival, maar sinds het Rotterdamse Rotown twee jaar geleden aanhaakte, krijgt festival Stille Nacht pas echt bekendheid. Denk kou, denk kerstsfeer, denk singer-songwriters, americana en indiepop. Niet alleen in Rotown, maar ook in de Arminiuskerk, Paradijskerk en Vibes. Een feestje dat je eigenlijk niet wil missen. Grote namen als Douwe Bob en Danny Vera treden alleen op tijdens de editie in Lelystad, twee dagen eerder, maar geen zorgen: voor Rotterdam blijven genoeg fijne artiesten over. Mick Flannerey in de Paradijskerk bijvoorbeeld, Matt Woods (Vibes) en Faces on TV (Rotown). Andere aanraders: Dan Owen opent het festival in de Paradijskerk. Jong, rauw en vol bezieling. Indieband Cotton Jones ligt, zoals de organisatie van het festival het zegt, “even op zijn gat”, maar songwriter Michel Nau komt gewoon gezellig solo zingen in de Arminiuskerk. Klinkt een beetje als Harry Nilsson en

Cat Stevens; een tikkeltje seventies, maar vooral lekker sfeervol. Nina Sampermans, die zingend als Ravvel door het leven gaat en ook te zien is in de Arminiuskerk, hoorde eerder al even bij Giel op de radio. Een mix van singer-songwriter met elektronische pop, zwoel en dromerig. Toekomstbelofte Joseph J. Jones in Vibes concurreert met het optreden van Amongster in Rotown. Moeilijk kiezen, maar gelukkig kunnen we na afloop met zijn allen naar het allerlaatste optreden tijdens het festival, van Benjamin Francis Leftwich in de Arminiuskerk. Je weet wel, van ‘Shine’, dat in 2014 werd uitgeroepen tot het meest verslavende nummer op Spotify. In de Wintertuin (de serre achter Rotown) kun je vanaf 16.00 uur al terecht voor een hap en een biertje. De slimmerik haalt dan ook alvast zijn polsbandje bij Bar 3, de deur ernaast. Kun je de rest van de avond overal in- en uitlopen. (JB) festivalstillenacht.nl/rotterdam

De Centrale: jongerenvereniging wordt restaurant Elke student verdient het om af en toe luxe uit eten te gaan. Wij testten restaurant De Centrale voor je uit. Voorheen zat in dit pand aan de Voldersgracht jongerenvereniging de Koornbeurs, maar na een drastische verbouwing is de voormalige vereniging omgebouwd tot een uiterst sfeervol restaurant, bar en podium. Ik ging bij De Centrale eten met een maat. Eenmaal gezeteld kozen wij voor het viergangenmenu met bijpassend wijnarrangement. Ze bieden ook een vijfgangenmenu aan en je kunt losse gerechten bestellen zoals een hamburger met sla en friet voor 15 euro. Het menu startte met licht gerookte makreel samen met geitenhangop en komkommer. Een lekker fris gerecht om de avond mee te beginnen, maar het had hoger op smaak gemogen. Daarna volgde een rouleau (een gevuld vleesgerecht in de vorm van een rol) van eend samen met parelgort (een soort graan) en een olie van prei. Prima op smaak met een goed bijpassende wijn. Het hoofdgerecht werd geserveerd in een cocotte (gietijzeren kookpan) en bestond uit gestoofde rundernek met een crème van peen en ui. Ook wel stamppot 2.0 genoemd. Ontzettend lekker, alleen de rundernek was aan de droge kant dus net iets meer jus had het compleet gemaakt. Het dessert van cheesecake en appel was zwaar, maar zorgde voor een goed gevulde maag. Bij De Centrale krijg je waar voor je geld. Het eten is origineel en de kwaliteit is hoog. De bediening is informeel, enthousiast en geeft de gast veel aandacht.

Het persoonlijke contact geeft een goede sfeer. Het interieur, dat iets weg heeft van een jungle, draagt hier zeker aan bij. Wil jij ook dat luxe momentje? Dan kan ik je De Centrale sterk aanbevelen. Restaurant De Centrale, Voldersgracht 2, (015) 8892777 decentraledelft.nl Maurice van Bussel (23) is vierdejaars student Industrieel Ontwerpen en werkt bij sterrenrestaurant Niven in Rijswijk.


20

Delta

Tekst: Saskia Bonger Illustratie: Wordcloud Tagul

TU Delft

Delta

21

TU Delft

Iedere student een whizzkid Een beetje bèta-student heeft zichzelf op de middelbare school al leren programmeren en anders is dat gat in kennis en kunde in Delft snel gedicht. Toch?

D

e helft van de studenten die binnenkomt op de universiteit kan helemaal niet programmeren. Wordt ze dat tijdens een vak gevraagd dan vluchten ze in Excel. Dat kan dus niet als je een modelletje moet doorrekenen.” Vraag Rob Mudde, distinguished professor in science education, waarom hij een module programmeren voor studenten maakt en zijn antwoord is zoals altijd recht door zee: studenten mogen best zelf moeite doen om bij te blijven. Muddes module Programmeren met Python is vanaf volgend jaar (de precieze startdatum is niet bekend) online te volgen en zal ongeveer tien uur duren. Studenten kunnen dat vrijblijvend doen, in hun eigen tijd. Dat wil niet zeggen dat de TU programmeren niet belangrijk vindt. In veel opleidingen is er al jaren in meer of mindere mate aandacht voor. Maar gemeengoed is programmeren in dit digitale tijdperk nog altijd niet. Waar alle tweedejaars stu-

Geen enkele student mag de TU verlaten zonder te kunnen programmeren

denten civiele techniek al jaren leren programmeren in Python, krijgen studenten bij Technische Natuurwetenschappen een veel kleiner vak. De omvang verschilt op die faculteit per studie. Bouwkunde begint net met het uitproberen van programmeertechnieken in het onderwijs. “De architectenwereld is nog steeds behoorlijk gericht op het edele handwerk”, verklaart directeur onderwijs Theo van Drunen die achterstand. En pas bij de opening van het huidige collegejaar zei het college van bestuur expliciet dat geen enkele student de TU mag verlaten zonder te kunnen programmeren. Veel directeuren onderwijs van de faculteiten zijn het daarmee eens, blijkt uit een korte rondgang. Over de uitwerking verschillen echter de meningen.

WELKE TAAL Bij een opleiding als luchtvaart- en ruimtevaarttechniek wordt programmeren als apart vak gegeven, terwijl bachelorstudenten technische bestuurskunde leren programmeren tijdens andere vakken. Veel docenten en studenten vinden dat laatste een logische keuze: het is meteen duidelijk waarvoor je het leert en het scheelt contacturen. Anderen stellen dat studenten zo niet echt leren programmeren. Eén van hen is Rob Mudde: “De basisvaardigheden komen in hoog tempo langs en daarna moeten studenten er meteen mee aan de slag. Maar beginners hebben dan nog geen idee wat ze aan het doen zijn. Uiterst demotiverend.” En er zijn meer keuzes te maken, want het aantal gebruikte programmeertalen is groot. Veel docenten

gebruiken van oudsher Matlab en open source-taal Python is in opkomst, maar dat is lang niet alles. Alleen al bij technische bestuurskunde zijn zes talen in gebruik: naast Maple, Excel en Java zijn dat Simio, Vensim en Netlogo. Iedere taal heeft zijn eigen voordelen die van pas komen in de gegeven vakken, is de verklaring van TBM-bachelorcoördinator Ivo Bouwmans. Bovendien worden zijn studenten geen programmeurs, stelt hij. “Dan zouden ze beter minder talen grondiger kunnen leren. Ze moeten als ingenieurs wel weten hoe de ingenieurs in de andere disciplines denken en modelleren. En dat is vaak voor een belangrijk deel gevormd door programmeren.” Bouwmans stelt verder dat studenten snel kunnen schakelen tussen talen als ze er één snappen. Het maakt dus niet zoveel uit welke taal je leert, als je er maar één leert.

SCRIPTJE SCHRIJVEN Die mening blijkt gemeengoed, al zijn er mensen die het anders zien. Zoals Mark Bakker, hoogleraar bij de afdeling watermanagement van Civiele Techniek en Geowetenschappen. Hij verzorgt het programmeeronderwijs binnen de zogenoemde bouwplaats, waar studenten civiele techniek allerhande praktische vaardigheden leren als betonnen palen belasten en stromingen meten. Tweedejaars studenten zijn vier kwartalen lang één ochtend in de week bezig met het maken van programmeeropdrachten, sinds vier jaar in Python. Bakker is fervent voorstander van die taal, waarop ook L&R en delen van EWI zijn overgestapt. Niet al-

leen omdat ze gratis is, vertelt hij, maar ook omdat ze in zijn ogen zeer volledig is en open staat voor verbeteringen. Volgens Bakker maakt het zeker uit welke taal studenten leren. “Het duurt echt even voordat je een taal onder de knie hebt en de details kent.” Waarom niet alle docenten overstappen op dezelfde taal kan hij alleen raden. “Het probleem is dat de beste taal om in te werken de taal is die je kent. Het kost tijd om over te schakelen.” Als een taal eenmaal geleerd is, zijn de voordelen groot, blijkt uit het verhaal van Bakkers studentassistent Pauline van Leeuwen. Zij zit erbij als de tweedejaars studenten hun programmeeropdrachten maken. Daarna kijkt ze ze na. “Ik vond programmeren stom en moeilijk toen ik met dit vak begon”, herinnert ze zich. “Ik snapte niet waarvoor ik het deed. Pas na een tijdje kreeg ik er handigheid in.

Als student-assistent zie ik nu ook dat veel studenten het pas onder de knie krijgen in periode drie.” Inmiddels is Van Leeuwen een bedreven programmeur. “Bij andere vakken kwam ik er pas echt achter hoe handig het is om even een scriptje te schrijven als je een berekening moet uitvoeren.”

GEEN ROCKET SCIENCE En dat is precies waar het bij veel studenten aan schort, vindt Rob Mudde. Hij kan het niet met cijfers onderbouwen, maar stelt dat ‘een forse fractie’ van de afstudeerders het programmeren de hele studententijd heeft weten te omzeilen. Groepswerk speelt daarin een grote rol, denkt hij. Studenten die niet kunnen programmeren laten dat anderen simpelweg doen. Toch vindt Mudde niet dat programmeervakken

standaard in het curriculum moeten. “Dat is achterhaald denken. Het ingangsniveau van studenten is zo variabel als wat. De één sleutelt een complete website in elkaar, de ander heeft geen idee waar je het over hebt. Maar iedereen moet een bepaald eindniveau halen. En heus, programmeren is geen rocket science. Het valt reuze mee, alleen moeten sommigen even over een drempel heen.” Salomon Voorhoeve van studentenraadsfractie Lijst Bèta heeft uit zijn eigen praktijk een idee om dat te stimuleren, want hij vindt programmeren een mooie kans om studenten te motiveren. “Bij luchtvaart- en ruimtevaarttechniek kunnen we voor bonuspunten een spel maken. Zo gaan studenten programmeren vanzelf leuk vinden.” <<

Bijbaantje Vraag een student informatica of hij of zij een website of app voor je wil bouwen en het antwoord is: ‘ik word overspoeld met dat soort vragen’. Programmeren is een veelgevraagd bijbaantje. Stud heeft voor programmeerwerk zelfs een aparte knop op de web-

site, al wil het studentenuitzendbureau daar nu vanaf om andere soorten bijbaantjes meer recht te doen. Volgens managing director Daan Ris vormt programmeerwerk een derde van alle vacatures bij Stud. Hoewel het voor veel op-

drachtgevers dus voor de hand ligt om in Delft op zoek te gaan naar een whizzkid, betwijfelen studenten volgens Ris vaak of ze goed genoeg zijn voor zulk werk. “De betere programmeurs hebben het zichzelf aangeleerd. Zij hebben minder twijfel. Anderen

raden we aan gewoon aan de slag te gaan. Je leert het reuze snel. Het is learning by doing.” En het betaalt meer dan andere typische Stud-baantjes als sjouwen en baliewerk. Bedragen kan Ris niet noemen, omdat die per opdrachtgever verschillen.


22

Foto: Marcel Krijger

BOEKEN

DE STARTER

Evolutie van ideeën

R

idleys laatste boek gaat over evolutie in de wijdste zin van het woord. Darwiniaanse evolutie noemt hij ‘speciale evolutie’, in de biologie namelijk. Maar het stuurloos ontstaan van spontane veranderingen, de ongewisse afloop, de selectie door de buitenwereld, cumulatieve mutaties die uitgroeien tot een complex systeem spelen volgens Ridley op veel meer gebieden dan de biologie. Evolutie ligt ten grondslag aan moraliteit, cultuur, technologie, economie, leiderschap, geld en meer. Kortom, alles is het product van evolutie. Dat technologie een evolutionair proces is illustreert Ridley met de parallelle uitvindingen. We kennen Thomas Edison als uitvinder van de gloeilamp, maar uit de literatuur zijn er 23 anderen bekend. Elektrici-

teit kwam beschikbaar, alom heerste duisternis onderbroken door olielampjes, dus de uitvinding van een lamp was volgens Ridley onvermijdelijk. Hoe dat kan? Doordat techniek uit techniek ontstaat. Technologie ontwikkelt alsmaar naar het aangrenzend mogelijke. Daarom verloopt innovatie volgens Ridley het best in een open samenleving waar men zich enthousiast overgeeft aan vrije handel. Net als in de biologie seks is uitgevonden om genen te mixen, zo worden in een open samenleving ideeën het vruchtbaarst gecombineerd door handel. Ridley ventileert veel originele en tegendraadse ideeën. Zo heeft wetenschapsbeleid om innovatie aan te jagen volgens hem geen zin. Dat gaat er namelijk vanuit dat onderzoek leidt tot innovatie, wat vervolgens de economie stimuleert. Ridley argumenteert dat vernieuwingen andersom lopen. Eerst kwam de stoommachine, toen de thermodynamica. Innovaties kun je niet afdwingen, die ontwikkelen zich vanzelf in een open omgeving, dat leert ons de evolutie. Landen waar de overheid het minst in wetenschap investeert doen het economisch gezien het beste en landen waar handel bloeit, kennen minder geweld.

In de serie De starter vertellen starters over hun leermomenten, verkeerde inschattingen en fouten.

Meer algemeen: mislukkingen zijn het resultaat van opgelegd beleid, terwijl grote successen vaak ongepland ontstaan. Als voorbeeld dient het internet waarvoor niemand een blauwdruk schreef. De dwarse liberale denkbeelden van Ridley zijn verfrissend om te lezen. Hij schrijft soepel en schudt onophoudelijk verrassende voorbeelden uit zijn mouw. Het zij hem vergeven dat hij daarbij wel eens de draad kwijtraakt (het hoofdstuk over internet eindigt met aanbevelingen voor politici). Mijn probleem met zijn evolutionaire visie is dat die weinig houvast geeft voor de praktijk. Wat vertelt evolutie over het vluchtelingenprobleem? Over de inrichting van de zorg of het energiebeleid? Evolutie beweegt zich met de rug naar de toekomst. Achteraf zijn patronen logisch en herkenbaar, maar naar de toekomst toe is het een blind proces. Dat blijft onbevredigend. (JW)

Matt Ridley, ‘De evolutie van alles’, Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen 2016, 400 blz., 24,99 euro.

Michiel Holthinrichs: “Het is een conservatieve wereld, die vaak jarenlange tradities hoog wil houden.”

Holthinrichs Watches Een pionier, noemt architect Michiel Holthinrichs zichzelf. Zijn designerhorlogemerk heeft volledig 3Dgeprinte kasten, met een klassieke uitstraling.

D

Procestechnoloog (ir.) Innovatie € 50.000 - € 75.000 - provincie Zeeland Bedrijf | Onze cliënt COVRA (Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval) is een 100% staatsbedrijf met de bijzondere taak al het Nederlandse radioactief afval op een zorgvuldige en robuuste wijze te verwerken en voor minimaal 100 jaar veilig op te slaan. Zodanig dat het geen gevaar meer vormt voor mens, dier en omgeving. Kwaliteit, samenwerking en onderzoek & ontwikkeling vormen sleutelbegrippen. COVRA, met een open en aangename werksfeer, kent korte (communicatie) lijnen en verwacht flexibele inzet van haar medewerkers. Functie | Op de afdeling Onderzoek, Ontwikkeling & Communicatie is momenteel ruimte voor een deskundig Procestechnoloog Innovatie. Je richt je op nieuwe technologie projecten inzake afvalverwerking. Zo onderzoek, ontwikkel en coördineer je innovatieve verwerkingsmethodes, -processen en -installaties in nauwe samenwerking met kerncentrales, universiteiten, ziekenhuizen en industriëlen. Voor deze klanten ben je het aanspreekpunt en tevens werk je nauw samen met interne specialisten. Kandidaat | Academische opleiding; bijvoorbeeld Chemische Technologie of Werktuigbouwkunde. Affiniteit met (nucleair) afvalmanagement, milieuzorg, recycling gewenst. Communicatief sterk en ervaring met projectmatig werken. In staat om mensen en inzichten op een enthousiaste wijze samen te brengen. Pragmatisch en resultaatgerichtheid. Consultant (Eindhoven): Guido Klaassen, mobiel: 06 55 38 40 24

Bekijk deze vacature op yer.nl/job/7275500

e stap van architectuur naar een klassiek ogend, maar futuristisch horlogemerk, is maar een kleine. Voor Michiel Holthinrichs, tenminste. Tijdens zijn studentenbaan bij een architectenbureau ontdekte hij zijn liefde voor het ornamentale; de art nouveau en art deco. “Die architecten begrepen de techniek en innovatie.” Maar, ontdekte hij al snel, in de architectuur kun je niet zomaar alles maken wat je mooi vindt. “Je hebt te maken met geld, regels, klanten; allemaal belangrijke zaken die je binden. Mijn romantische beeld van de vroegere bouwmeesters verdween zodra ik te maken kreeg met woningcorporaties.” Het ambachtelijke handwerk kreeg Holthinrichs met de paplepel ingegoten: zijn moeder is kunstenares, vader restaureert oldtimers. Met zijn technische ontwerpachtergrond niet zo gek dus, dat hij besloot oude horloges te restaureren. “Ik heb er inmiddels zo’n honderd. In mijn tweede jaar kocht ik een mechanisch zakhorloge. Ik klapte het open en was op slag verliefd. De techniek in combinatie met het ontwerp, fascineerde me.” Tijdens zijn studie was hij dan misschien bedrogen uitgekomen, hij had er wel wat van opgestoken: “Ik was bekend met Autocad, kon 3D ontwerpen en had zelf de nodige kennis van uurwerktechniek.” Hij sloeg aan het ontwerpen en

bedacht zijn eerste eigen, klassiek ogende horloge, met een 3D-geprinte behuizing. Holthinrichs schetste een jaar, voordat hij met behulp van een Belgisch 3D-printbedrijfje zijn eerste 3D-model maakte, en in 2013 naar de Kamer van Koophandel stapte om als eenmanszaak zijn horlogemerk te deponeren. “Ik heb nu negen horloges in omloop, waarvan één prototype en één exemplaar voor mezelf. De rest is, op één na, verkocht.” Voor een slordige 3500 euro, welteverstaan. Peanuts, volgens de horlogeontwerper: “Voor een Christiaan van der Klaauw betaal je zo vijf- à zesduizend euro. In elk horloge zit zo’n tachtig uur werk, want wat uit de printer komt, is grof en moet met de hand gepolijst worden. Dat maakt mijn kast drie keer zo duur als een standaard gefabriceerde. In de toekomst wil ik ook meer uurwerktechniek printen.” Toch is het niet makkelijk om voet aan de grond te krijgen in de horlogewereld, constateert Holthinrichs. “Het is een conservatieve wereld, die vaak jarenlange tradities hoog wil houden. Bovendien duikt er concurrentie op in 3D geprinte horloges. Ik ben vernieuwend omdat ik uitga van de kansen van de techniek, en niet voortborduur op traditionele horlogekasten.” Hij verkoopt zijn horloges nu nog in eigen beheer. “Daar kan ik van leven, maar niets meer dan dat. Ik doe dit niet in de eerste plaats voor het geld, succes hangt af van of je leergierig bent, en gepassioneerd. Ik vraag vooral veel advies aan mensen met verstand van zaken; dat is gratis. Let maar op: over vijf jaar sta ik naast de Van der Gangs en Van der Klaauws in de markt.” (JB) holthinrichswatches.com

23

TU Delft

De nieuwe empathie Het volgende tijdperk wordt het tijdperk van de nieuwe empathie. En zoals dat gaat met mijn voorspellingen: schrijf ze op en herinner me er over tien jaar aan. De culturele revolutie is begonnen en wij TU’ers zitten er bovenop. Traditioneel zijn universiteiten ivoren torens. Professoren werden mid vorige eeuw niet tegengesproken, maar aangesproken. Met op zijn minst een volledige aanspreektitel en een neerbuigend ‘alstublieft’. Dat was in dezelfde tijd dat er nog gerookt werd op het lab en de levensverwachting van een chemicus vijftig jaar was. Há, die gekke jaren zestig. Toen ik nog student was, begreep ik dat beeld van die torens niet. Later leerde ik dat mede Hermans’ boek ‘Onder professoren’ daar een einde aan heeft gemaakt. Lang leve de egalisering: nu spreek ik professoren aan met hun voornaam en kijken we neer op de elitaire collegesystemen van Oxford en Cambridge. Bijvangst is ook dat die egalisering buiten de universiteiten heeft plaatsgevonden. Journalisten en Facebookgebruikers hechten nu net zoveel waarde aan wetenschappelijk onderzoek als aan tante Truus en neef Karel. Vox populi aan de macht. De egalisering is duidelijk te ver doorgeschoten. De balans had moeten liggen bij: ‘we moeten kritisch zijn, want de wetenschappelijke machinerie is niet perfect’. Maar dat is doorgeschoten naar: ‘ik las op Facebook over een ‘medisch scheikundige’ die zijn kinderen niet vaccineert’ (waargebeurd). We moeten dus op zoek naar de nuance tussen wanneer wetenschap absolute autoriteit heeft, en wanneer kritiek leidend is. De pre-jarenzestigmanier van wetenschap uitleggen was te belerend, maar blijkt toch nog steeds een valkuil voor veel wetenschappers, ingenieurs en studenten op feesten en partijen. Neef Karel en tante Truus luisteren niet graag naar die arrogante student, die uit de hoogte oreert. Maar niet alleen ongemakkelijke feestjes zijn het gevolg, want ook de internationale twijfel aan vaccinatie, Brexit, en Trump, liggen direct in het verlengde van de anti-autoritaire golf. Een opdracht aan alle wetenschappers en ingenieurs deze feestdagen: verplaats je beter in de leek en vermijd het ‘ik zal het je wel eventjes uitleggen’. Aldo G.M. Brinkman is scheikundige en blogger bij de Scheikundejongens, en was promovendus bij chemical engineering (Technische Natuurwetenschappen).

COLUMNALDOBRINKMAN

‘De evolutie van alles’ is een boek dat je wereldbeeld doet kantelen. Het gaat over evolutie in de breedste zin van het woord: moraliteit, cultuur, technologie, economie, leiderschap, geld en meer.

Delta


24

Delta

DESGEVRAAGD

IN MEMORIAM Lars Hartnack

student-assistent jongerejaars zich het ontwerpproces eigen te maken. Lars schreef in die jaren ook voor de facultaire nieuwsbrief B-nieuws en was columnist bij Delta. Communicatie zat hem duidelijk in het bloed en de ontwerp- en beeldkant daarvan nog meer.

13-05-1983 - 18-11-2016

Dat laatste bewees Lars de afgelopen twee jaar toen hij als ontwerper, beeldadviseur en wetenschapsillustrator voor ons werkte. Hij maakte vele mooie dingen, zoals infographics voor de afdeling wetenschapscommunicatie. Pas nog ontwierp hij het beeldmerk voor de Opening Academic Year op 6 september 2016. Als echte creatieveling kon Lars uren rustig achter zijn pc zitten werken, maar dat maakte hem zeker geen eenling. Lars kon met zijn warme persoonlijkheid namelijk niet anders dan vrienden maken. Sympathiek, gezellig en betrokken; Lars was een verbinder. Dat bleek ook uit zijn project Afterbot, een sociaal experiment om mensen in het digitale tijdperk fysiek met elkaar te verbinden. Wat minder mensen wisten was dat de opgewekte Lars ook een andere, sombere kant had.

SUDOKU VARIATION

Die kant kreeg uiteindelijk de overhand. We kunnen zijn besluit alleen maar respecteren, hoezeer we het ook betreuren. We hadden graag nog zoveel mooie dingen met Lars gemaakt, maar bovenal nog vaak wat gezelligs met hem gedaan. Onze gedachten gaan uit naar zijn familie en vrienden. Namens collega’s en (afstudeer) docenten, Erwin, Danielle, Liesbeth, Dominique, Saskia, Debby (Media Solutions, TU Delft)

Afterbot

Het heeft ons veel verdriet gedaan te horen dat Lars Hartnack op 18 november is overleden. Lars studeerde in 2008 af bij de faculteit Bouwkunde. Zijn afstudeerproject was een ontwerp voor De Dépendance, een bioscoop- en theatercomplex dat het uit de Rotterdamse Gouvernestraat naar de Kop van Zuid vertrekkende LantarenVenster moest vervangen. Met de recente komst van Kino Rotterdam op de oude plek van LantarenVenster, lijkt de visie van Lars – een zalencomplex met werkplekken voor creatieve bedrijven op ‘Noord’ – inderdaad levensvatbaar en uitgekomen. Lars was alles wat een goede student moet zijn: nieuwsgierig, gemotiveerd, ambitieus en ondernemend. Zo nam hij deel aan het ‘Flood House Concept’ als inzending voor de Royal Haskoning Deltacompetition en hielp hij als

Voor advertenties bel met:

Solution Delta Sudoku 3

T (010) 451 55 10 F (010) 451 53 80 E delta@henjuitgevers.nl H & J Uitgevers Bosscheweg 76 5151 BE Drunen

© 2016 www.sudoku-variations.com

In a regular Sudoku, every row, column and block of 3 x 3 cells must contain the digits 1 through 9 exactly once. In this CloneDoku, there are four more items to solve. These are the

TU Delft

four groups of seven cells, marked A through D. In each group the digits have the same position, e.g. the cells, marked with a *. If you want to receive a possible partial solution to this puzzle in Dutch please send an email to

folkert@sudoku-variations.com with the number of the puzzle you want.

If you love to solve more of these challenging Sudoku variations please visit www.sudoku-variations.com.

Neem contact op met Hennie de Ruyter of Mireille van Ginkel voor nadere informatie.

Stelling

Tienduizenden mensen verdrinken en de Randstad stroomt vol als een badkuip. In de tv-serie ‘Als de dijken breken’ richt een storm een ravage aan als de wering bij Katwijk het begeeft. Hoe realistisch is de serie?

D

e Nederlandse zeewering is ontworpen om stormen te trotseren die eens in de tienduizend jaar voorkomen. Dat is het idee. Maar als een storm van dat kaliber de Nederlandse kust aandoet, is er in de zesdelige EO-serie geen houden aan. Hoogleraar overstromingsrisico’s prof.dr.ir. Matthijs Kok kijkt graag naar de serie. “Het is knap in elkaar gezet”, zegt hij desgevraagd. “Een overstroming is ontwrichtend. Dat zag ik in New Orleans in 2005. De programmamakers hebben de ontreddering goed verbeeld.” Ook emeritus hoogleraar kustwaterbouwkunde, prof.dr.ir. Marcel Stive, is onder de indruk. “Dijkring 14 bij Katwijk is goed gekozen. Dat is een van de rottigste plekken voor een dijkdoorbraak. In het achterland wonen veel mensen en het ligt diep.” Daarbij komt dat deze dijk tot voor kort een van de tien zwakke schakels in de kustverdediging was. De Randstad ligt grotendeels onder zeeniveau. Bij een megastorm kan het water tot wel drie meter boven gemiddeld zeeniveau uitkomen. Maar

dit betekent niet dat het hele gebied meteen volstroomt, zoals op tv. “Dat is onzin”, zegt Stive. “Je hebt daarvoor veel dijkdoorbraken nodig.” Hoogleraar Kok is het daarmee eens. Hij heeft veel ervaring met overstromingssimulaties. “Modellen kunnen het globale beeld van een overstro-

‘De kans dat rivieren buiten hun oevers treden, is veel groter’ ming laten zien en daarbij rekening houden met obstakels; dijken, bebouwingen, wegen. Met onze simulaties hebben we het centrum van Delft nooit onder water gekregen. Grote delen van Den Haag evenmin. Rotterdam wel.” Misschien hebben we meer te duchten van de rivieren, vertelt Kok. Zijn collega’s verwonderden zich erover dat de serie niet daar over gaat. “De

kans dat rivieren buiten hun oevers treden, is veel groter.” Kok en zijn collega’s kregen onlangs vier miljoen euro van technologiestichting STW om te onderzoeken hoe overstromingsrisico’s kunnen worden verkleind. Vooral de rivieren en de Waddenzee vergen aandacht. De onderzoekers werken met nieuwe verscherpte normen die stellen dat geen enkele inwoner per jaar een kans groter dan een op de honderdduizend mag hebben om te verdrinken. Daar komen complexe rekenmethodes bij om de hoek kijken, vertelt hoogleraar experimentele waterbouwkunde, prof.dr.ir. Wim Uijttewaal, die samenwerkt met Kok. “Je moet voor iedere locatie een gecombineerde kans berekenen. Je kunt immers verdrinken door een overstroming vanuit zee, of vanuit het achterland.” Ook hij is onder de indruk van de serie. “De makers hebben duidelijk met experts gesproken.” Maar hij ziet een gemiste kans. “Ze hadden een overstroming van de rivieren kunnen toevoegen aan het scenario. Bij een hevige storm met veel regen is dat niet ondenkbaar. Je wordt dan ook in de rug aangevallen.” (TvD)

‘Een van de onbedoelde consequenties van slimme technologieën is dat ze de neiging hebben mensen minder slim te maken’ HASSAN NEMATI werktuigbouwkundig ingenieur Uit proefschrift ‘Direct Numerical Simulation of turbulent heat transfer to fluids at supercritical pressures’ “Stel je eens voor dat je in een andere stad een presentatie moet geven. Je bent je telefoon vergeten en je laptop. Dan ga je het moeilijk krijgen om je bestemming te bereiken, want je kunt de route niet op je mobieltje opzoeken. En wat ga je vertellen als je eenmaal bent aangekomen? Dat weet je niet. Alles staat in je computer. Door gebruik te maken van technologie hebben we aan de geheugencapaciteit van ons brein extra opslag toegevoegd in de vorm van harddisks. Vallen die harddisks weg, dan zijn we niet meer goed in staat om informatie te verwerken.” Verdediging 17 november


26

Delta

A journey from

Aleppo to Delft

G

rowing up in Aleppo, Ranneh always knew he wanted to be an engineer. At the time he enrolled at the local university to study control systems there was no conflict in Syria. By the end of his third year, the fighting was so intense he knew he had to leave. So he went to Turkey, where he intended to continue his studies. He soon learned that would not be possible so, despite the dangers, he returned to Aleppo to finish his degree. After graduation, his entire family fled to Turkey. Determined to further his studies, Ranneh made the difficult decision to leave his family to attempt the journey to Greece along with four friends. They paid a smuggler who led them on the first leg of their journey. “We were 41 people on a rubber boat,” he said. “It was really crowded and not safe at all. We didn’t know if we would even make it on the boat or if we would be robbed before that. I don’t know why, but I had a strange feeling that after a few hours or at the end of the day that I would be in Greece.” But just before entering Greek waters, Turkish authorities stopped their boat and said they couldn’t continue. After some negotiation, they were allowed to stay on the boat, but not before the authorities confiscated all remaining fuel. Ranneh used his cell phone to determine they had about a kilometer to go before leaving Turkish waters. He phoned the Greek coast guard, but was told they couldn’t help unless they were in Greek waters. After unsuccessful attempts at paddling with their hands, someone suggested pouring a bottle of aftershave into the fuel tank to see if that would power the boat. Somehow it worked. “When I bought it at the supermarket in Turkey, I wanted some first aid things, like bandages and I picked up this bottle,” Ranneh said. “My friend asked me what I was doing, he was against the idea but we bought it anyway. I actually don’t know why I bought it; I was thinking just to use it as alcohol or something for cleaning.” From Greece, Ranneh and one of his friends continued the journey towards Germany. “Actually they caught us, the policemen on the border,” he said. “They took all of the people like me to their department for 24 hours.” There they were given a choice to apply for asylum in Germany or to go to another country. After seeing the massive numbers of people there and driven by his desire to study,

Ranneh made the quick decision to go to the Netherlands. “I knew it was a highly developed country, one of the best in Europe,” he said, “I was sure that I would be in a good place.” Three days later he arrived at a refugee centre in the Netherlands. “I went to the reception and asked the lady how I could start my studies here, what were my possibilities,” he explained. “She was kind of laughing because I just arrived and she told me I would have to wait a long time, but I didn’t believe her.” So he started searching for universities and the first one he made contact with was TU Delft. He attended the Dies Natalis and a robotics conference. “I was living on a very low budget so I made very simple, cheap business cards in case I met someone who would be willing to talk to me,” Ranneh said. “But at the end of the day I ended up without making any contacts. People are very busy and nobody was much interested.” He left discouraged. While waiting for his residence permit, Ranneh requested to be housed in one of the three cities with a technical university. The immigration office told him he did not have a choice. “I didn’t think it would take so long to get my residency permit, but it did,” he said. “In that period I was very frustrated, sometimes hopeless. It’s very strange experience.” He felt like he had tried hard, but had to accept that his dream of studying wouldn’t happen.

AGAINST ALL ODDS But things were about to change. In April 2016, Ranneh received his residence permit. Despite the relief, he felt like he had missed his chance as the TU Delft application deadline had passed two weeks earlier. “Then I felt like I would have to settle into life as a refugee as much as I could, just start the integration process,” he said. “I started learning Dutch and maybe by chance, by luck, I don’t know how you say it, I ended up in Delft.” He got a letter from the immigration office stating that he would be placed here. Then a Dutch journalist that featured Ranneh in a video about refugees asked him what he was hoping to study. He told her he was interested in control systems and sent her a link to the department at TU Delft. “She suggested asking for them to make an exception because I had what it took but just missed the deadline,” he said. “I was going to tell her don’t bother because what are the odds.” After two

27

Text: Heather Montague Photo: Marcel Krijger

TU Delft

days she called him to say the faculty agreed to meet and would consider making an exception. “I was actually on the bike when she called and I jumped off!” he said.

Escape a raging war, cross multiple borders, pay a smuggler for help and survive a harrowing boat journey. It’s not how most internationals end up in the Netherlands, but it is Amr Ranneh’s story. The Syrian master’s student has lived through a series of difficult yet inspiring events that led him to become one of the first refugees admitted to study at TU Delft.

HUMBLE OPTIMISM Professor Hans Hellendoorn, department head of the Delft Center for Systems and Control, contacted Ranneh. They first needed to assess his academic level, transcripts and language so in June Ranneh took a test. “He had some deficits,” said Hellendoorn, “so we bought and lent him the necessary books and he worked hard during the summer.” Also the director of education for the Faculty of Mechanical, Maritime and Materials Engineering (3mE), he explained that management had agreed to be open to refugees and support them to continue their studies. Against the odds, in September Ranneh started a two-year master’s programme focusing on robotics and prosthetics. He still finds it hard to believe. “You know when you have something you really waited for, like a dream you are not sure is going to happen? You are so distracted by achieving that dream that you don’t have time to even think further than that. That’s what happened to me,” he said. Hellendoorn said it was a pleasure to see Ranneh at the introduction week with all the other new MSc students from around the world. “I am happy that we could offer him a position and I sincerely hope he will be able to finish his MSc with us,” he said. Ranneh maintains a sense of humble optimism and is grateful for his opportunity. But he hopes the story doesn’t end with him. “There are many students I know that are willing to do whatever it takes to get here,” he said. “There are stories that deserve to be heard more than mine. I already got my chance. Just over one year ago I arrived to a new emergency refugee shelter in Zaandam. It was rough, but now I have transitioned from there to here. I hope this will be an inspiration for anybody who wants to go to university.” Uncertain about his future after graduation, for now Ranneh is focused on completing his studies. He also hopes to get a visa to visit his family, most of whom are living in Turkey now. When asked about what he misses most about Syria, he said “I miss my home. Even when times were bad, I just miss home.” <<

‘There are stories that deserve to be heard more than mine’

CV

Amr Ranneh (23) was born and raised in Aleppo, Syria. He received a bachelor’s degree in control engineering from the University of Aleppo. His father is a contractor and his mother is a dentist. They are now living in Turkey near the Syrian border along with Ranneh’s siblings.


28

News

Text: Ana McGinley Photo: Holland Media Bank

Sinterklaas, Zwarte Piet and Prometheus

29

TU Delft

A big welcome for new IO professors at Panta Rhei event For the first time in university history, TU Delft inaugurated five new university professors on the same day.

C

atelijne van Middelkoop, Deborah Nas, Jeroen van Erp, Jos Oberdorf and Roland van der Vorst are the new professors welcomed at the Faculty of Industrial Design Engineering (IO). All five have joined the faculty in the previous year and all were hired to further the objective of bringing design practice into the faculty. “We wanted the faculty to know what is going on in the world,” said IO Dean Ena Voûte. The new additions are all spending 1-2 days per week in IO with a focus on education. According to Voûte, the push to hire more staff affiliated with in-

The long interview of Delta 4 brings you the story of one Syrian refugee who is now studying at TU Delft. Given all the news lately, we thought we could help by teaching you about Dutch drinks in the latest Survival Guide. And, on the back cover, a different side of university president Tim van der Hagen.

English pages

Delta

dustry was a push from the bottom. Given the uniqueness of the occasion, Rector Magnificus Karel Luyben opened the event and noted that perhaps IO had ulterior motivations for combining the five inaugurations into one. “With the inauguration of one professor, you can

The push to hire more staff affiliated with industry was a push from the bottom only throw a modest party. But with the inauguration of five professors, it’s a good excuse to throw a big party,” he said in his address. The theme of the event Panta Rhei, meaning “everything flows”, was taken from Greek philosopher Heraclitus. It refers to how things eternally and

constantly change. And the theme was heavily referenced by the professors. Nas, in particular, focussed on how the perception of technology changes and closed her talk by a wish that mothers such as herself would be more open to their children using new technologies. Although the new professors did not shy away from weighty discussions, they all brought a sense of entertainment to their presentations. Van Middelkoop opened her talk by piling a seemingly unrelated group of objects together on stage and Van Erp included a clip of Michael Jackson’s Thriller. Around 700 people attended the event and it was followed by a reception at the faculty. (MQ)

Symbiobridge opening ceremony hails nexus

Sinterklaas should not be mistaken for Santa Claus, the man in the red pant suit, who arrives on December 25.

Incorporated into the afternoon’s entertainment at the Prometheus Sinterklaas party last week, was the presentation of a short film documenting Sinterklaas’s visit the Faculty of Industrial Design (IO). Here he enjoyed learning about developments creating during the year, like Baxter the Robot.

face-paint, all emulating Zwarte Piet (literally ‘Black Pete’), a collective name for the trusty band of helpers who constantly accompany Sinterklaas. Until his departure on December 6, Sinterklaas delights children with the giving of sweets and toys often hidden in their shoes. The climax of his visit is Pakjesavond (December 5) or Sinterklaasavond, a night traditionally celebrated by families coming together to feast on sweet treats, including chocolate letters, marzipan and pepernoten, - and to give gifts personalised with poems written about the gift recipient.

or international students and staff members new to the Netherlands, the story behind the celebrations is now briefly recapitulated. First, Sinterklaas should not to be mistaken for Santa Claus (the man in the red pant suit) who arrives on December 25. Every November Sinterklaas, the man in the red robe with a long white beard, travels by boat to the Netherlands from his Spanish homeland. He rides into town squares on his horse Amerigo and is welcomed by millions of children throughout the country, many dressed in colourful costumes, frizzy black wigs, and black

ZWARTE PIET-DISCUSSION

F

In the past decade Zwarte Piet has become the focus of international attention. His detractors argue that the character of Zwarte Piet is based on racial stereotypes dating back to the 17th century, when the VOC ruled the seas and the Dutch traded in spices and slaves. Further, they argue that the existence of Zwarte Piet prolongs the discrimination felt by the descendants of people from the former Dutch colonies. Supporters of Zwarte Piet deny these accusations and argue that Zwarte Piet is deeply entrenched in Dutch culture, and should remain so. Some supporters argue that Zwarte

Piet’s black colour is due to the fact that his face is covered in soot from climbing down chimneys when he visits children in their homes. Regardless of the Zwarte Piet debate, there is little doubt of the joy he brings children each year.

DELFT BLUE PIET This year, Prometheus and researchers at TU Delft came up with a solution to the Zwarte Piet-problem. Opportunely caught on film during Sinterklaas’s visit to IO, was the introduction of the TU Delft Blue (Blauwe) Piet, the accidental result of two Zwarte Piets creating mischief with a 3-D printer and ending up with blue face-paint, in the blue hue of the university colours. For both Dutch and non-Dutch adults, the Zwarte Piet debate continues. Margrite Kalverboor, Children’s Ombudsman, recently argued that the continued existence of Zwarte Piet contravened the UN rights of the child and exacerbated discrimination and bullying. Yet, many Dutch people don’t believe that this is the case, and a tradition dating back almost 700 years is proving hard to change, even with added international pressure.

Spanning 35 metres, the Symbiobridge cycle and footbridge, located south of the TU Delft campus, was officially opened to the public on November 17, 2016.

C

onnecting Ackerdijkse Bos and TU Delft across the Karitaatmolensloot Symbiobridge is the first of a series of links along the Midden-Delfland recreational route. Stephan Brandligt, Delft city councilman and Delft recreation committee board member welcomed this first physical and conceptual link between the built environment of Delft, the

university and the surrounding natural landscape. Financed by the province of SouthHolland, the city of Delft and the Midden-Delfland recreation area, the design was selected from among 24 submissions to a competition in December 2014. Former PhD candidate at the Faculty of Architecture and the Built Environment (BK), Rafail Gkaidatzis submitted the winning design which was hailed for its ‘beautiful asymmetric, organic form and innovative materials’. A combination of two words derived from Greek, sym meaning ‘together’ and bio meaning ‘living’, both in name and design, Symbiobridge mirrors the interaction between nature and technology. The superstructure of red steel is a striking sight in the surrounding natural landscape; the white

base, which doubles as a place for visitors to sit and rest, is an innovative composite of fibre-reinforced plastics. Following the opening procession across the bridge, Gkaidatzis reflected on the significance of the project. Not only was it his first project of this scope, but it is located in his place of residence. Having entered the design

‘Symbiobridge kept the knowledge and innovation here at home, at the TU’ competition just over two years ago, Gkaidatzis revels in the fact that the bridge’s completion took less than two years, a great accomplishment for all involved. Support from the university community and govern-

ment has ensured that a beautiful work of infrastructure is now located in Delft. South-Holland Provincial representative and chairman of the Integrated Development between Delft and Schiedam (IODS) initiative, Floor Vermeulen, echoed this sentiment noting that typically, “Knowledge from the TU travels across the world, but Symbiobridge kept the knowledge and innovation here at home, at the TU no less.” Now a lecturer in the Chair of Structural Design, Dr Gkaidatzis encourages fellow architects, engineers and students to ‘follow their dream and to take a chance, even if potential for success seems low’. He remains a proponent of the TU Delft way of working – in a multi-disciplinary manner as a fundamental to realising outputs with which all parties are satisfied. (DC)


30

Text: Damini Purkayastha Photo: Marcel Krijger

Electrocution in the vomit comet

Surviving Dutch drinks

Standing upright with zero-G while being zapped in the brain. To investigate how our vestibular sensory organs function, Dr. Patrick Forbes will throw his human guinea pigs offbalance on the European Space Agency’s (ESA) zeroG flight. Why? So we will hopefully one day be able to stand upright and walk straight on Mars.

There’s a lot more to Dutch beverages than beer. If you haven’t had your first Jenever yet, then you better get on it. But, if you’ve been there and done that, here is a list of some unusual traditional Dutch drinks to try out. ORANJEBITTER

DUTCH LIQUEURS According to Amsterdam-based artisanal distillery A. Van Wees Distilleerderij de Ooievaar, centuries ago monks experimented extensively with tinctures and elixirs based on available herbs and brandies. Their medicinal drinks tasted good but were ineffective. When honey, sugar and spices reached the Netherlands in the 1600s, new recipes and drinks began to emerge. Eventually, the recipes became popular and some were commercialised.

F

Jenever (Dutch gin), advocaat and boerenjongens are just a few of the many Dutch drinks.

ADVOCAAT This is a creamy yellow drink traditionally made at home with eggs, sugar and brandy. Served in small quantities, sometimes with a dollop of cream on top, it is eaten with a small spoon (some shop varieties can be sipped on like other liqueurs). The name, advocatenborrel, means an advocate or lawyer’s drink. Perhaps because back in the 19th century it was considered to be good for the throat, especially for people who spoke a lot.

KANDEEL Made using similar ingredients as Advocaat, Kandeel also has lemon and cinnamon and is served warm. In the 17th century, the drink was associated with childbirth. A father would brew the drink for visitors who came

Advocaat means lawyer and the drink is eaten with a small spoon

to see his new born child. He would also wear a silk hat decorated with his wife’s ribbons and stir the drink with a cinnamon stick. While the entertaining part of the tradition does not continue today, some families still raise a glass of Kandeel in honour of a new born baby.

KRAAMANIJS Another Dutch liqueur associated with childbirth, this one was made with anise and served to mothers soon after delivery. The belief at the time was that anise had restorative properties that were good for the uterus.

BRIDE’S TEARS Given as a gift to a bride at her wedding, this liqueur has little gold and silver leaves along with other ingredients that give it a sweet smell. As per tradition, the bride serves her husband a glass when she wants to remind him of his wedding vows.

KORENWIJN The name Korenwijn literally translates to corn wine and is made in a

31

TU Delft

SCIENCE

DELFT SURVIVAL GUIDE

Orange Bitter is made by soaking orange peels in brandy. Some recipes call for other ingredients alongside as well. The drink was first concocted in the 1600s but gained popularity in 1814 around the time of King Willem van Oranje. Now, a symbol of national pride it is a must-have on King’s Day and is served at various venues on that day. “In earlier times, when people travelled from the Netherlands too far off countries, bitters were considered digestives. They were full of herbs that were supposed to be helpful,” said Heleen Huis, of Bierhuis De Klomp.

Delta

similar manner as old Jenever. It must have over 51% and up to 70% malt wine and is aged for a long duration. It is traditionally had as an aperitif and paired with herring.

KOPSTOOT If you’re looking for an instant kick, this Dutch tradition has you covered. The kopstoot is technically a combination of two drinks – a shot of Jenever and a glass of beer. You first down the shot and then pacify your stinging throat with a glass of cool beer.

BOERENJONGENS EN BOERENMEISJES Boerenjongens – literally Farmer Boys – is a drink/dish made by soaking raisins in brandy. Served in glass with a spoon, or alongside ice cream or pancakes, it’s also used a filling in desserts. Boerenmeisjes – Farmer Girls - is made using dried apricots.

ree floating cats and tropical fish swimming in nosedown loops when in weightlessness; strange things have happened on ESA’s parabolic flights during the parabolic flight campaigns for students. But the most peculiar experiment has yet to come. Forbes, a postdoc in the department of biomechanical engineering, will be leading a team of five students that have been awarded the opportunity to perform human experiments under zero-G conditions. The team wants to find out how we stay upright, and what role gravity plays in our balance system, which is heavily influenced by the vestibular sensory structures set behind our middle ear. Several times a year the ESA allows for researchers and students to perform experiments in weightlessness in an Airbus – nicknamed vomit comet – based at BordeauxMérignac Airport (France). Imagine being in an airplane steeply climbing with a pitch angle of 50 degrees. You experience twice the gravitational force you are used to on earth. Restraining you, even more, are a set of springs together with a trampoline harness that pull you towards the floor. You may feel nauseous. When the pilot lowers the nose, the aircraft starts following a ballistic trajectory.

SHORT More news on delta.tudelft.nl/science

Electronic nose

Dutch researchers have developed a nanosensor that selectively measures low concentrations of TNT molecules. They combined molecular cages with electronic nanowire sensors into a super selective molecular sensor. When a TNT molecule slots into the molecular cage, it changes the local charge density which changes the current through the silicon nanowire. The current changes with the logarithm of the TNT concentration. The results were published in Nano Letters from the American Chemical Society. delta.tudelft.nl/32417 Warning: you may feel nauseous. (Photo: NASA)

Suddenly you feel weightless. At that point, Forbes starts sending electric pulses through your brain. Such will be the faith of the master’s and PhD students from the Erasmus Medical Centre and TU Delft that comprise the group. They are all trained in neuroscience and biomedical engineering. They will fly three days in a row next autumn. Each flight consists of thirty parabolas, and each parabolic arc generates about 20 seconds of microgravity.

BALANCE SYSTEM Why go through all this trouble? “Gravitational forces are an important input for our balance system,” said Forbes. “We want to understand how important. Our research may prove useful for future space missions to alien planets like Mars. “Gravitation on Mars is one-third of that on Earth. Since gravity is one of the key inputs for our balance system, and on Mars will be very different from what we experience on Earth, you may be more susceptible to losing balance on Mars than you are on Earth,” Forbes said. “We think that a good understanding of gravity’s role in our balance system may allow us to set up training programs for

astronauts.” Together with the cochlea, a part of the auditory system, our vestibular system constitutes the labyrinth of the inner ear. The vestibular system sends signals primarily to the neural structures that control eye movements, and to the muscles that help us keep our balance. “During the experiments, the vestibular organ will sense weightlessness. Despite being weightless, the human subjects will still need to exert force to stand upright because a set of springs will be pulling them down. This is a situation you would normally never encounter in life and underscore the importance of doing them in a parabolic flight.” With an electrical stimulus – small electrical currents applied to the brain – the Delft researcher will evoke artificial perceptions of motion in these human guinea pigs. “We will measure the amount of muscle activity,” said Forbes. “Since there is no gravity acting on the vestibular organ, we think people will react less than they would under normal conditions on Earth.” (TvD)

Concrete progress

Two researchers in the Faculty of CiTG studied the end of life for concrete. Dr. Somadeh Lotfi developed a recycling process for concrete demolition waste. Her technique can recycle coarse aggregates for making high grade concrete. Dr. Ayda Şafak Ağar Özbek investigated high strength porous concrete that fractures and disintegrates after impact. She was interested in a violent end of life of the material, with the aim of reducing the hazard of flying debris after an explosion. delta.tudelft.nl/32491

Floating turbines

Offshore wind energy is on the rise. Next are floating wind turbines, which are about 60% more expensive. There are, as assistant professor Dr. Axelle Viré (Faculty LR) explained, numerous challenges in the development: turbines, mooring lines, electrical infrastructure, and operation and maintenance. Viré trusts that advanced mathematical models will bring down the costs of floating offshore wind power. delta.tudelft.nl/32494


28

30

31

Sinterklaas, Zwarte Piet & Prometheus

Dutch drinks

Vomit comet

MAIN

Contents International

SURVIVING

Text: Heather Montague Photo: Sam Rentmeester

SCIENCE

AVOCATIONS Tim van der Hagen

M

ost people know him as President of the Executive Board at TU Delft, but outside of academia Dr. Tim van der Hagen is a bit of a rock star. He has been the keyboardist in a cover band called Make My Day for over 30 years. The self-taught musician started playing guitar around the age of 15 and later picked up the keyboard. “Back then you had to listen to the radio, use a tape recorder and learn the chords by listening

over and over again,” he said. “It took a lot of time.” After playing in various bands throughout high school and university, Van der Hagen helped found Make My Day when he moved to Delft in 1985. The same six musicians, who all come from different professional backgrounds, have stuck together over the years. When they started, they wrote their own songs, but quickly learned that people preferred listening to cover songs. They now perform at weddings, sports events and private parties several

times a year, playing hits from the 70’s to present. According to Van der Hagen, who is referred to as the “musical genius” by his bandmates, there is a relationship between science and music. He is particularly interested in the theoretical side of music. But the self-proclaimed Latin jazz lover said there’s more to it than that. “Music really connects people. Irrespective of your background or culture people are united by music.”

Delta 4  

Onafhankelijk Universiteitsblad TU Delft

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you