Page 38

Over Chris Hellinga Chris Hellinga kwam in 1985 naar de TU Delft na een studie levensmiddelentechnologie in Wageningen en drie jaar als procestechnoloog bij de Melkunie. In Delft werkte hij eerst aan de wiskundige kant van biotechnologische processen en later aan waterzuivering. ‘Een van mijn publicaties toen ging over stikstofverwijdering. Dat was vijftien jaar geleden, maar ik krijg nog wekelijks mailtjes van een researchnetwerk dat het een van de best geciteerde publicaties uit die groep is.’ Hellinga wilde echter niet grijs worden aan de universiteit en startte met een collega een bedrijf dat geavanceerd meetinstrumentarium ontwikkelde voor biotechnologische processen en begon later een milieuadviesbureau. Daar maakte hij veel levenscyclusanalyses (LCA) en zo werd zijn interesse voor energie gewekt. ‘Energie en CO2-emissies zijn factoren die je goed kunt kwantificeren voor een LCA; andere dingen zijn veel lastiger.’ In 2005 keerde hij terug naar de TU Delft en stond aan de wieg van nationale energieinitiatieven als het Nederlands Onderzoeksplatform Duurzame Energievoorziening (NODE) en Advanced Dutch Energy Materials (ADEM). Binnen de TU Delft is hij nauw betrokken bij het Delft Energy Initiative en de bijbehorend Energy Club voor studenten.

38

Gilding in 2011 een scriptieprijs bij zijn afstuderen. Het plan kreeg gelukkig een tweede kans. ‘We zijn gaan bekijken hoe we die bron op de campus zelf konden inzetten. Daarmee laat je dan gelijk zien dat aardwarmte in bestaande gebouwen mogelijk is,’ aldus Hellinga. Ook nu was het lastig om de begroting sluitend te krijgen. ‘Een tuinder bijvoorbeeld neemt het hele jaar energie af. In de winter om te verwarmen en in de zomer om te ontvochtigen. Bij ons op de campus ligt het energieverbruik zomers een paar maanden praktisch stil.’ Dat maakt het voor een bank minder aantrekkelijk om geld uit te lenen, maar na jaren rekenwerk lijkt er nu toch een oplossing te komen. Spannend is het nog wel: ‘Eind 2016 weten we of de aardwarmtebron er ook echt gaat komen.’ De technische voorbereidingen zijn intussen al wel in volle gang. In het oude systeem wordt er namelijk verwarmd met water tot zo’n 130 graden Celsius. Daarvoor zijn fossiele brandstoffen nodig. Nieuwere, duurzame installaties kunnen verwarmen bij lagere temperatuur en zijn dus geschikt voor de aardwarmtebron, die water van 70 graden geeft. Middentemperatuur heet dat. Bestaande installaties moeten daarvoor worden aangepast. Hellinga: ‘Op dit moment zijn de gebouwen nog gewend aan veel warmer water. Bij lopende renovaties doen we al aanpassingen om die lagere temperaturen mogelijk te maken.’ Misschien valt het echter wel mee met die benodigde aanpassingen. Althans volgens de laatste berekeningen uit het rekenmodel waarin alle leidingen en gebouwen op de campus verwerkt zijn. Daarin wordt aan de hand van de

voorspelde temperatuur de warmtevraag per gebouw berekend en vervolgens welke bronnen dat kunnen gaan leveren. ‘Het model voorspelt dat je met geringe aanpassingen in de gebouwen de temperatuur al kunt verlagen. We willen nu in een gebouw testen of dat geen comfortverlies met zich meebrengt, dus dat we het niet te koud krijgen. De modelvoorspelling moet wel kloppen met de realiteit.’ Gelijkstroom Het liefst wil je natuurlijk een duurzaam gebouw van nul af ontwerpen. Die kans kwam met het nieuwe onderwijsgebouw Pulse dat in 2017 op de campus moet verrijzen. ‘We hebben de lat heel hoog gelegd,’ zegt Hellinga. Het gebouw moet onder meer energieneutraal zijn, dus in de zomer moet er zoveel energie worden opgewekt dat het ook in de winter in zijn eigen energie kan voorzien.’ Op initiatief van Hellinga wordt er ook gekeken naar het gebruik van gelijkstroom. Daarmee zou Pulse het eerste kantoorgebouw in Nederland zijn met een gelijkstroomnet. Hij legt uit: ‘Uit al die duurzame bronnen als zonnepanelen en windmolens komt nu gelijkstroom, die wordt omgezet naar wisselstroom. Batterijen en brandstofcellen werken ook met gelijkstroom, net als al onze apparaten. Alleen uit het stopcontact komt wisselstroom. Daarom zitten nu overal apparaatjes tussen om dat weer om te zetten naar gelijkstroom.’ Dat is historisch zo gegroeid, maar hier is duidelijk winst te behalen. Elke omzetting levert immers energieverlies op. ‘Gelijkstroom betekent minder energie, minder materialen voor al die omvormers, minder ruimte omdat je minder apparatuur nodig hebt en minder

Highlights 2015 NL  

Highlights TU Delft 2015

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you