Page 36

Chris Hellinga

De campus als duurzame proeftuin Duurzaamheid is een rode draad in het onderzoek van de TU Delft. Maar hoe zit het met duurzaamheid op de eigen campus? En hoe kun je het onderzoek verbinden met de praktijk op de universiteit? Daar weet Ir. Chris Hellinga alles van. Als coördinator duurzaamheid is hij de aanjager van projecten als het plaatsen van 10.000 m2 aan zonnepanelen op de campusdaken. En daar blijft het niet bij.

Veel gebouwen van de TU Delft dateren nog uit de jaren zestig en zeventig en zijn niet erg energie-efficiënt. Daarom is de universiteit begonnen met een omvangrijke herontwikkeling van de campus. Hellinga maakte daarvoor een energieplan, samen met de afdeling Facilitair Management en Vastgoed (FMVG). ‘We berekenden van alle renovaties en nieuwbouwprojecten die op stapel staan hoe die bijdragen aan de besparing van energie en de vermindering van CO2-uitstoot. Verder bekeken we wat we nog meer konden doen zonder enorme investeringen. Dan kom je uit op zaken als de installatie van zonnepanelen en ledlampen.’ Andere belangrijke elementen in het plan zijn de invoer van warmte-krachtkoppeling – het gelijktijdig opwekken van warmte en elektriciteit – en aardwarmte. Dat plan is behoorlijk ambitieus. ‘Als je alles bij elkaar optelt, blijkt dat 50% CO2emissiereductie in 2020 haalbaar is en dat we 40% energie kunnen besparen. Verder kunnen we een kwart van onze energie duurzaam opwekken; daar speelt aardwarmte een belangrijke rol in,’ legt Hellinga uit. Ook de zonnepanelen dragen eraan bij, maar dat is niet de enige opbrengst. ‘We laten daarmee aan studenten en aan de hele samenleving

36

zien dat duurzaamheid ons na aan het hart ligt. Dat is een belangrijk signaal.’ De daad bij het woord voegen dus, en daar is Hellinga goed in. De subsidie voor de zonnecellen vroeg hij al aan vóór het energieplan rond was. De TU Delft kreeg anderhalf miljoen euro. Dat lijkt veel, maar daarmee is de exploitatie van de zonnecellen waarschijnlijk net kostendekkend, denkt hij. ‘Het is een lastige rekensom. Je krijgt subsidie op basis van wat je gaat produceren en dat gaat in ons geval om 1 miljoen kilowattuur per jaar. Alleen, omdat we grootafnemer zijn, betalen we toch al weinig voor onze elektriciteit. Daarom duurt het drie keer zo lang om uit de kosten te komen als bij een particulier.’ Delft Solar City Het blijft trouwens niet bij die 1,2 megawatt aan vermogen. ‘We willen extra dakoppervlak beschikbaar stellen voor medewerkers. Als je overweegt om zonnepanelen te kopen, kunnen die op de daken van de TU Delft gelegd worden. Dat is financieel minder aantrekkelijk dan op je eigen dak, maar niet iedereen kan die dingen zelf kwijt. Op de bank levert je geld momenteel niet veel op,’ vertelt Hellinga. Hiervoor zocht hij contact met energiecoöperatie Qurrent, die ervaring

heeft met zulke formules. ‘Dan kunnen we alle medewerkers hierin meenemen, zonder de administratieve rompslomp.’ Inmiddels heeft het plan zich uitgebreid tot heel Delft, onder de naam Delft Solar City. Zonnepanelen op alle geschikte daken helpt mee om gemeente in 2050 energieneutraal te laten zijn. Die voortvarende aanpak viel op. Delft kwam vorig jaar uit het niets op de derde plaats terecht van de jaarlijkse verkiezing van steden die het best zijn in het gebruik en stimuleren van zonne-energie. Aardwarmte Met de invoer van aardwarmte liep het in eerste instantie minder vlot. Student Douglas Gilding was destijds de grote trekker van een plan om een eigen aardwarmtebron op de campus aan te leggen. ‘Uit onderzoek naar de ondergrond bleek dat dat goed mogelijk was,’ vertelt Hellinga. ‘Het was de bedoeling om daar nieuwbouwhuizen mee te verwarmen; daar kun je dan meteen verwarmingsinstallaties inbouwen die geschikt zijn voor de relatief lage temperatuur van aardwarmte. Helaas was dat in de tijd van de malaise in de bouw en het nieuwbouwproject ging niet door. Daarmee was ook onze businesscase van de baan.’ Wel kreeg

Highlights 2015 NL  

Highlights TU Delft 2015