Page 23

‘Je wordt zeker een betere ingenieur van de praktische ervaring die je hier opdoet’ was de raket te zwaar omdat we iets te veel oxidator hadden getankt, mogelijk door een defecte sensor. Dan kom je net iets langzamer de toren uit en ben je iets minder stabiel waardoor je wat meer de wind inkeert. Dan ga je vlakker vliegen en blijf je langer in die dichte atmosfeer waar je meer weerstand hebt.’ Hermsen: ‘Als je die 21,5 kilometer met die 50 kilometer vergelijkt, lijkt het of je maar 40 procent gehaald hebt, maar qua energie kwamen we maar tien of vijftien procent tekort. De hoogte is eigenlijk geen goede graadmeter.’ Dat betekent wel dat ze het record misschien straks uit handen moeten geven. ‘Er zijn steeds meer universiteiten die het cool vinden,’ aldus Wink. Supergaaf Wat is er dan zo ‘cool’ aan het raketbouwen? ‘Ik vond vliegtuigen en alles wat hard ging altijd al gaaf, dan is

ruimtevaart inkoppen,’ vertelt Akkermans. Dat ze raketten vooral supergaaf vinden, geldt voor de meeste leden. Dat moet ook wel, want er gaat veel tijd in zitten, waar weinig of geen studiepunten tegenover staan. Toch kun je er als student veel uithalen. ‘Je wordt zeker een betere ingenieur van de praktische ervaring die je hier opdoet.’ Dat kan je carrière dus op weg helpen, maar dat is niet de enige reden dat ruimtevaartbedrijven de studenten van DARE met belangstelling volgen. ‘Je ziet ook commercialisering van de ruimtevaart. De dynamiek in zulke bedrijven is aan het veranderen en daarmee de eisen die er aan de techniek en de mensen gesteld worden,’ stelt Wink. ‘De ruimtevaart wil ook kosten reduceren, en als studenten zijn we gebonden aan een laag budget. Dat dwingt ons tot creatief denken om effectief met middelen, tijd en hardware om te gaan.’

Een van die creatieve ideeën was het gebruik van een brandstof van onschuldig sorbitol, paraffine en aluminiumpoeder. Vanwege de sorbitol kreeg de Stratos II+ in de media de naam ‘zoetjesraket’. Of de Stratos III straks de ruimte gaat halen op zoetjes en kaarsvet is nog maar de vraag. ‘Stratos II is klaar; we zijn nu in allerlei projecten aan het kijken hoe we naar de ruimte kunnen. Hoe dat in de toekomst samenkomt, is niet meer aan ons,’ concludeert Hermsen. Wel geven ze hun opvolgers nog een zetje in de goede richting. Akkermans: ‘Een van die problemen is dat de raket te veel de wind in draait en te lang in die dichte atmosfeer blijft zitten. Wat je daaraan zou kunnen doen, is de raket actief stabiliseren met beweegbare vinnen, zodat hij geen last heeft van de wind. Dat is ook weer zo’n open vraagstuk.’ Wie pakt de handschoen op?

Testplatform voor ruimtevaart DARE is sinds 2005 een zelfstandige vereniging. ‘Als studentenvereniging stellen we onze eigen doelen. Er wordt niet door de TU Delft of een bedrijf gezegd wat we moeten doen,’ vertelt Rob Hermsen. Wel zijn de banden met de faculteit erg goed. ‘Docenten helpen ons met kennis en advies en met contacten met bedrijven.’ De samenwerking gaat steeds vaker twee kanten op. ‘Met

23

sommige hardware en operationele systemen hebben wij veel ervaring. Dus er wordt steeds vaker een beroep op ons gedaan bij practica of experimenten in het onderwijs,’ aldus Jeroen Wink. ‘Die kruisbestuiving werkt heel goed.’ Christ Akkermans: ‘De wisselwerking zit hem ook in al die mensen die bij ons afstuderen. We hebben inmiddels wel bewezen dat we meer zijn dan een

hobbyclub.’ De activiteiten van DARE worden steeds meer een testplatform voor ruimtevaart, binnen de TU Delft en daarbuiten. ‘Met Stratos II+ vloog een payload mee van de Radboud Universiteit voor een radioastronomie-experiment. Daar kun je bij ons ervaring mee op te doen op een kosteneffectieve manier,’ zegt Wink.

Highlights 2015 NL  

Highlights TU Delft 2015