Page 14

Luchtacrobaat ‘In mijn vrije tijd vlieg ik graag ondersteboven’ vertelt Alexander in ’t Veld, universitair docent en onderwijspiloot. ‘Dat doe ik al jaren. Het is de ultieme vrijheid. Burgerpiloten worden opgeleid om niet te schuin en niet te snel van A naar B te vliegen. Vervolgens gaan we dat met hele grote vliegtuigen doen en in de nacht, met slecht weer, onder moeilijke omstandigheden. Daar worden we heel erg goed in, maar we gebruiken nog steeds maar een heel klein deeltje van wat het vliegtuig kan. Mensen die gaan vliegen denken dat je dan zo vrij als een vogel bent. Maar je moet op een exacte koers en hoogte vliegen, anders krijg je een verkeersleider op je nek. Als je echt vrijheid wilt voelen, dan moet je ook eens recht omhoog of naar beneden of om je as draaien. Die vrijheid heb je alleen bij aerobatics, luchtacrobatiek. Het is ook echt terug naar de basis van het vliegen. Het draait alleen om je hoogte- en snelheidsmeter, en je hand-voet-oogcoördinatie.’

nog mee kunt spelen zijn de ‘flaps’ en het moment dat je het landingsgestel neerlaat. Dat landingsgestel geeft veel weerstand, dus doe je dat te vroeg, dan haal je de baan niet. Doe je het te laat, dan zit je te dicht op je voorganger. Doe je het precies goed, dan haal je de baan zonder gas bij te moeten geven. Mijn colleges hebben inhoudelijk niets met mijn onderzoek te maken. Ik geef het vak Flight Dynamics aan derdejaars bachelorstudenten. Flight Dynamics gaat over de stabiliteit en de bewegingen, dus de besturingseigenschappen, van een vliegtuig. Dat sluit wel naadloos aan bij mijn achtergrond als vlieger. Mijn voorganger, professor Bob Mulder, was ook vlieger en van hem heb ik nog les gehad. Het vak sprak me als student al aan omdat het de theorie uitlegt achter wat je meemaakt in het vliegtuig. Lees je het boek dan is die theorie best droge kost, met veel wis- en natuurkunde. Het helpt als je dat een beetje smeuïg kunt maken. Je kunt het soms linken aan een vliegtuigongeluk, dan blijkt uit het sommetje dat ze oplossen waarom het fout ging. Dan is het geen sommetje meer, maar vertelt het je iets over wat het vliegtuig doet. Dat is goud waard. De vergelijkingen zullen studenten toch ook echt moeten kunnen oplossen. Het blijft een ingenieursvak. Die theoretische vorming doen we hier in Delft heel goed,

14

en studenten pakken dat ook goed op. Maar het kan zeker geen kwaad om af en toe te laten zien hoe de theorie ingrijpt op de praktijk. Kijk, we beginnen vaak met allesomvattende vergelijkingen. Vervolgens gaan we afstrepen: we nemen aan dat dit nul is en dat een constante, enzovoort. Het sommetje dat er dan overblijft, is nooit een probleem voor studenten. Maar ik wil ze een case kunnen voorleggen, waarbij ze dan zelf die vereenvoudiging kunnen maken. Daar moeten ze gevoel voor krijgen. Ik wil ook dat ze begrijpen hoe het ontwerp ingrijpt op de prestatie. Dat ze snappen hoe je het ontwerp kunt aanpassen als een vliegtuig instabiel is. Dat dat kan bijvoorbeeld door de vleugels onder een grotere hoek te zetten, of meer naar achteren. Ze hoeven bij dit vak geen volwaardige vliegtuigontwerpers te worden, als ze maar snappen hoe bepaalde ontwerpkeuzes invloed hebben op de vliegeigenschappen. Het vliegpracticum is daar heel belangrijk voor. In groepjes van zes nemen we alle studenten mee voor een onderzoeksvlucht. Dat doe ik samen met mijn collega; de een vliegt, de ander legt uit. Op basis van de theorie moeten studenten vooraf een model maken en uitrekenen wat het vliegtuig zal doen tijdens de vlucht. Als er dan gebeurt wat ze berekend hebben, is dat hartstikke leuk. Dat geeft ze het vertrouwen dat

Highlights 2015 NL  

Highlights TU Delft 2015

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you