Page 12

Alexander in ‘t Veld

Vliegend onderwijs Alexander in ’t Veld is universitair docent bij de Faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechiek (LR). Hij is ook piloot van het onderzoeksvliegtuig van de TU Delft, de Cessna Citation. In 2015 werd hij uitgeroepen tot beste docent van de hele universiteit: ‘Het helpt als je de droge theorie een beetje smeuïg kunt maken.’

Als klein jongetje wilde ik al piloot worden. Of metselaar. Een buurman metselde eens een muurtje in zijn tuin en daar heb ik met open mond naar staan kijken. Mijn ouders adviseerden me om dan maar piloot te worden, dan kon ik altijd nog in mijn vrije tijd muurtjes metselen. Eenmaal op het vwo besloot ik om Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek te gaan studeren en daarna piloot te worden, dan kon ik in de luchtvaart alle kanten op, dacht ik.’ Tijdens mijn studie heb ik dus parallel mijn brevet gehaald; ik had ook al een paar honderd uur vliegervaring in kleine vliegtuigjes, reclamevluchten en zo. Ik zag mijn afstudeerdatum met lood in mijn schoenen tegemoet, want dan moest ik gaan kiezen. Ik wilde heel graag promoveren – ik had zelfs al een promotieplaats aangeboden gekregen bij MIT, het Massachusetts Institute of Technology – maar als ik niets met mijn vliegopleiding zou doen, verliep mijn brevet. Bij mijn afstuderen kreeg ik niet alleen mijn cijfer, maar ook de vraag of ik ingenieur-vlieger wilde worden bij de TU Delft. Op die manier kon ik promoveren én vliegen; daar kon ik natuurlijk geen nee op zeggen. Ik moest toen ook colleges gaan geven; dat hoorde er gewoon bij. Onderwijs was dus geen roeping van me, maar lesgeven bleek ontzettend leuk te zijn. Ons vliegtuig is eigenlijk een zakenjet maar dan zonder het luxe-interieur. Het is volledig omgebouwd tot vliegend

12

laboratorium, met meetopstellingen die voor elke vlucht worden aangepast aan het specifieke doel ervan. Dat kan van alles zijn. We vliegen wel met camera’s op de neus, met extra antennes of met torpedo’s met meetapparatuur onder de romp. We opereren het vliegtuig samen met het NLR, het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium. Ik ben manager flight operations van de gezamenlijke vliegdienst en operationeel verantwoordelijk voor alle projecten die met het vliegtuig uitgevoerd worden. Zeker als dat projecten van de TU Delft betreft, ben ik soms al twee jaar bezig met voorbereiden. We hebben ook samen met het NLR onze eigen ontwerporganisatie, gecertificeerd door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Dat betekent dat we zelf het vliegtuigontwerp mogen wijzigen, goedkeuren en inbouwen. Dat is bijzonder, want normaal gesproken mag alleen een fabrikant dat. Zo hebben wij het toestel bijvoorbeeld ook ‘fly-by-wire’ gemaakt, zodat je het kunt vliegen met een joystick via een computer. We kunnen nu dus een laptop aansluiten en ter plekke nieuwe programmatuur testen, bijvoorbeeld voor betere aanvliegroutes naar het vliegveld. Natuurlijk kunnen wij ook altijd ingrijpen als dat niet helemaal goed gaat, of zelfs de software aanpassen tijdens de vlucht. Heel veel van dat onderzoek is niet per se mijn eigen onderzoek. We hebben in het verleden wel

luchtkwaliteitsonderzoek gedaan op verschillende plaatsen in de wereld voor de VN. En met de vulkaanuitbarsting op IJsland in 2010 waren wij een van de onderzoeksvliegtuigen die toch in het gesloten Europese luchtruim vlogen om monsters te nemen. We moesten meten hoeveel vulkaanas er nu werkelijk in de lucht zat. Daarvoor moest de Cessna worden aangepast met snuffelpijpjes en een deeltjesteller. Recent hebben we onderzoek gedaan naar nieuwe milieuvriendelijke naderingsprocedures. Dat borduurt wel voort op mijn eigen promotieonderzoek. Ik promoveerde op ‘continuous descent operations,’ dat zijn procedures om vliegtuigen via constante glijvluchten naar de landingsbaan te laten gaan. In principe kan elke vlieger dat, maar als het druk wordt grijpt de verkeersleider in. Dan moet iedereen op een vaste snelheid en vaste hoogte vliegen en dat is vrij inefficiënt. Je kunt dan wel heel veel vliegtuigen afhandelen, maar het kost extra tijd en brandstof; laag vliegen is bovendien erg lawaaiig en die geluidsoverlast is nu juist de issue. Er zijn verschillende manieren om dat op te lossen. Ik heb gekeken of vliegtuigen zelf de afstand tot hun voorganger kunnen berekenen, zodat de verkeersleider dat niet hoeft te doen. Daarbij moet je dan zelf een optimaal profiel kunnen blijven vliegen, terwijl je wel je voorganger in de gaten houdt. In mijn scenario vlieg je met minimaal motorvermogen. Dat is vrij lastig, want het enige waar je dan

Highlights 2015 NL  

Highlights TU Delft 2015

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you