Issuu on Google+

Hoofdstuk 1

Les 1 Herhaling kaarten BelgiĂŤ en Europa Les 2 Een aantal basistechnieken


1. Landschap en kaart

1/18

2e jaar aardrijkskunde

Les 1 Herhaling basiskaarten België en Europa 1. De basiskaart van België KAART 1 Oostende

D

Antwerpen

2

I

4

Gent

1

3

A Aalst

C Kortrijk

B

H

Leuven

G

5

Genk

Luik

6

7 E

F

Bergen

8

Charleroi

9 10

Aarlen

De volgende feiten- cijfergegevens over België moeten parate kennis zijn. Aantal inwoners in België (afgerond): .............................. (op 1 januari 2007: 10 584 534) Aantal provincies in België : ............................. Drie gewesten in België :

 ............................................................

(=indeling op basis van de naam

 ............................................................

van het grondgebied)

 ............................................................

Drie gemeenschappen in België :  ............................................................ (= indeling op basis van de taal)

 ............................................................  ............................................................

Oppervlakte van België : 30.528 km²

Er zijn drie Gewesten. De benaming van de drie gewestelijke instellingen is ontleend aan de naam die hun grondgebied draagt. Vandaar dat we spreken (van noord naar zuid) van het Vlaamse Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest. Naast de drie Gewesten telt ons land drie Gemeenschappen. Men gaat daarbij uit van de "taal". We spreken dus over de Vlaamse, de Franse en de Duitstalige Gemeenschap. Uit de website van de Belgische overheid (www.fgov.be)


1. Landschap en kaart

2/18

2e jaar aardrijkskunde

1. Overtrek de grenzen van ons land (= de staatsgrenzen) met rood op kaart 1. Tip: Vergelijk de grenzen op kaart 1 met de grenzen in je atlas. 2. Vul de kader ―parate kennis‖ aan op p. 1. Zoek de gegevens eventueel op in je atlas of op het internet. 3. Op kaart 1 staan een aantal belangrijke steden aangeduid met letters. Benoem de steden in onderstaand kruiswoordraadsel. Laat geen spaties open! Ik gebruik atlaskaart ........

A B C D E F G H I Oplossing kruiswoordraadsel = .................................................... Welke rivier stroomt door deze stad? ............................................ 4. Overtrek de vijf rivieren op kaart 1 met blauw en benoem ze op de kaart. Welke rivier is de belangrijkste in onze omgeving? ......................................

5. De belangrijkste snelwegen in ons land. Kleur de snelweg in de aangegeven kleur op kaart 1. - Welke snelweg neem ik als van Sint-Niklaas naar Gent rijd? .....................

oranje

- Welke snelweg neem ik als ik van Brussel naar Oostende rijd?

geel

.................

Ik gebruik atlaskaart ........

- Welke snelweg neem ik van Brussel naar het Groothertogdom Luxemburg rijd? ........... groen 6. Op kaart 1 staat in elke provincie een cijfer. Vul onderstaande tabel aan. Nr 1

Provincie

Hoofdplaats provincie

West-Vlaanderen

Nr

Hoofdplaats provincie

6

2

7

3

8

4

Provincie

Hasselt

5

9 10

7. De bevolkingsdichtheid van een gebied is een getal dat uitdrukt hoeveel mensen er gemiddeld per vierkante kilometer wonen. Om de bevolkingsdichtheid te bepalen moet je het aantal inwoners van het gebied delen door de totale oppervlakte. (Gegevens zie p. 1)

Bepaal de bevolkingsdichtheid van ons land. Bevolkingsdichtheid van België = ..................... : ...................... = ..................... inw per km² 8. Schrijf de namen van onze buurlanden in de juiste kader op kaart 1.


1. Landschap en kaart

3/18

2e jaar aardrijkskunde

2. De basiskaart van Europa KAART 2

staatsgrens hooggebergte rivier

Europa is een werelddeel. Een werelddeel is een grote landmassa met bijhorende eilanden die een geheel vormt en natuurlijke grenzen (zoals zeeën, gebergten, rivieren) heeft. Het vasteland (dus enkel de “landmassa”) noemt men het continent. Europa wordt ingedeeld in Noord-Europa, Oost-Europa, Zuid-Europa, West en centraal Europa. De grenzen hiervan zijn niet zo duidelijk bepaald. Enkele kengetallen in verband met Europa. Oppervlakte van Europa: ongeveer 10 miljoen km² Aantal inwoners: ongeveer 720 000 000 INFO 1

(*) continent: groot, aaneengesloten blok vasteland; het werelddeel Amerika bestaat uit de continenten Noorden Zuid-Amerika. (*) binnenzee: vrijwel geheel met land omsloten stuk zee (*) schiereiland: land dat langs drie zijden omsloten is door water.


1. Landschap en kaart

4/18

2e jaar aardrijkskunde

1. Welke steden worden er bedoeld? Duid de steden ook aan met hun beginletter op kaart 2. A. Stad gelegen aan de Thames

...................................

B. In het Louvre vind je er de Mona Lisa

...................................

C. Hoofdstad te midden van het Iberisch schiereiland

...................................

D. Vanuit deze stad werd het Romeinse rijk bestuurd

...................................

E. Een beeld van het Rode plein

...................................

F. Hoofdstad van Duitsland

...................................

B

C

E

2. Overtrek alle rivieren met blauw en benoem ze op kaart 2. 3. Welk hooggebergte ligt bij deze plaatsen ? Kleur de gebergten bruin op kaart 2 en benoem ze. 1. Andorra

 ...................................

2. Tsjeljabinsk

 ...................................

3. Turijn

 ...................................

4. Trondheim

 ...................................

5. Malaga

 ...................................

6. Boekarest

 ...................................

7. Rome

 ................................... 8. Tbilisi

Ik gebruik atlaskaart ........

 ...................................

4. Een werelddeel heeft natuurlijke grenzen zoals zeeën, gebergten, ... Waardoor wordt Europa begrensd in het ... zuiden?

....................................................................................

(zee)

westen?

....................................................................................

(oceaan)

noorden? ....................................................................................

(zee)

oosten?

(gebergten + binnenzeeën(*))?

....................................................................................

5. De blokkendoos van Europa (kaart 3) Kaart 3 toont een vereenvoudigde schets van Europa. Vul onderstaande kader in.

Noord-Europa

E

Europa bestaat uit vier schiereilanden ... A. .............................................................................. B. .............................................................................. F

C. .............................................................................. D. ..............................................................................

G

D

Oost-Europa

West- en centraal Europa

en uit drie grote eilanden. Zuid-Europa

E. .............................................................................. F. ..............................................................................

A

B

C

G. ..............................................................................

6. Welk werelddeel heeft de grootste oppervlakte? (zie info 1 p.3) .................................... Welk werelddeel heeft de meeste inwoners? (zie info 1) ....................................

KAART 3


1. Landschap en kaart

5/18

2e jaar aardrijkskunde

3. De themakaarten van België KAART 4

+400 200-400 50-200 5-50 0-5

KAART 5

bruin rood geel lichtgroen donkergroen

Kaart 4: themakaart van het reliëf in België Kaart 5: themakaart van bevolking in België

Even herhalen... Op basiskaarten staan de belangrijkste steden, rivieren, ... aangeduid. Themakaarten kleven een “thema” (zoals reliëf en bevolking) op deze referentiekaarten.


1. Landschap en kaart

6/18

2e jaar aardrijkskunde

1. De themakaart van het reliëf van België (kaart 4)

Vergeet dit onderscheid niet!

1. Vul de ontbrekende gegevens aan. (tip: gebruik info 2)

 Het reliëf is het geheel van hoogteverschillen in het landschap.  Er bestaan vier reliëfvormen  plateau .............  ..............................  ..............................  in drie hoogtezones

 ..............................

 van 0 m tot 200 m

laagland......................

 van 200 m tot 2000 m

........................................

 vanaf 2000 m

........................................ INFO 2

1.

Kleur de themakaart van het reliëf (kaart 4) volgens de legende. Gebruik de passende atlaskaart. Benoem de onderstaande reliëfgebieden op kaart 4 door de overeenkomstige letter in het juiste cirkeltje te noteren.

2.

Laagland A B C D E F

Laagvlakte van de kust Vlaamse laagvlakte Henegouws laagplateau Brabants laagplateau Haspengouws laagplateau Kempens laagplateau

Middelland G H I J K L

Heuvelruggen van de Condroz Fagne depressie Famenne depressie Lotharings plateau Plateau van Herve Plateau van de Ardennen

3.

In welke reliëfgebied ligt Virton? .......................................

4.

Welke rivier snijdt de middelplateaus van Fagne en Famenne middendoor? .....................

2. De themakaart van bewoning en bevolking van België (kaart 5) In ons land zijn vier dichtbevolkte zones (tot meer dan 1000 inwoners per km²).    

De as van Samber en Maas De Vlaamse Ruit (vier steden nl. ................................................................................) De as Brugge-Kortrijk Limburg rond Genk en Hasselt (Zuid-Kempen)

1. Kleur deze vier gebieden rood op kaart 5.

(Tip: de puntjeslijnen op de kaart zijn de grenzen van deze gebieden)

Alles ten zuiden van Samber en Maas is dunbevolkt. Ook de Schelde- en kustpolders hebben een bevolkingsdichtheid die lager ligt dan 100 inwoners per km². 2. Kleur deze dunbevolkte zones groen op kaart 5.


1. Landschap en kaart

4.

7/18

2e jaar aardrijkskunde

De themakaarten van Europa

KAART 6

5

3

4

2 1

laagland middelland hoogland

KAART 7 Even herhalen... Het klimaat is de gemiddelde weerstoestand van een bepaalde plaats (bepaald met meetgegevens van de voorbije 30 jaar). Het klimaat verandert wereldwijd (stijgende temperaturen) door een toename van broeikasgassen in de atmosfeer. De vegetatie is de natuurlijke plantengroei die op een plaats voorkomt. Aangeplante bossen en landbouwlandschappen horen hier dus niet bij.

Kaart 6: themakaart van het reliĂŤf in Europa Kaart 7: themakaart van het klimaat in Europa


1. Landschap en kaart

8/18

2e jaar aardrijkskunde

De themakaart van het reliëf van Europa (zie kaart 6) 1. De hooggebergten herhaalde je reeds bij de basiskaart van Europa. (zie p.3)

Ik gebruik atlaskaart ........

2. De belangrijkste middelgebergten ken je zeker nog wel... Welk middelgebergte is op de kaart 6 aangeduid met de volgende cijfers? 1. ........................................... 2. ........................................... 3. ........................................... 4. ........................................... 5. ...........................................

Zwarte Woud

3. Schrijf de letter (overeenkomend met de belangrijkste laagvlaktes) in het juiste vakje op kaart 6. A. Groot-Europees laagland B. Kaspisch laagland C. Laagvlakte van de Po D. Hongaarse laagvlakte De themakaart van het klimaat van Europa (zie kaart 7) 1. Geef een korte omschrijving van volgende begrippen. klimaat: ............................................................................................. vegetatie: .......................................................................................... 2. In de wereld zijn er drie grote klimaatszones: 1. Koude (of polaire) klimaatszone 2. Gematigde klimaatszone 3. Warme (of tropische) klimaatszone In welke zone ligt België? ..................................................................... 3. Verbind de Europese klimaatszone met het passende vegetatietype. Schrijf het juiste cijfer (overeenkomend met de klimaatszones) in de cirkels op de themakaart.(kaart 7) 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Koud klimaat met dooiseizoen Koudgematigd klimaat Koelgematigd klimaat met strenge winter Koelgematigd klimaat met zachte winter Gematigd droog klimaat Warmgematigd klimaat met natte winter

o o o o o o

o o o o o o

taïga (= naaldwoud) loofwoud gemengd woud (loof- en naaldwoud) toendra (= struiken en moerassen) hardbladige vegetatie steppe (= grasvlakten)

Je vindt ook in je atlas afbeeldingen van de vegetatietypes.

taïga

hardbladige vegetatie

steppe


1. Landschap en kaart

9/18

2e jaar aardrijkskunde

De themakaart van de Europese Unie Met zes lidstaten in 1952, met vijftien sinds 1995, met 25 sinds 2004, en - door de toetreding van Bulgarije en Roemenië in 2007- tegenwoordig met 27 staten, telt de Europese Unie net geen 500 miljoen burgers — van de poolcirkel tot Portugal, van Ierland tot Kreta. De Europese Unie of EU is een organisatie waarbij 27 Europese staten politiek en economisch samenwerken. Na een werkelijk Europa zonder grenzen te hebben opgebouwd door de belemmeringen voor het handelsverkeer op te ruimen, willen de lidstaten van de Unie een gemeenschappelijk antwoord geven op de grote economische en sociale problemen van onze tijd, een gemeenschappelijke munt invoeren (de euro), de werkgelegenheid verbeteren en de aanwezigheid van Europa in de wereld versterken. (Naar brochure ‗Kerncijfers van Europa‘, 2004 – zie ook bijlage p.17) Drie kengetallen

- Jaartal ontstaan EU: ............................................. - Bevolkingsaantal EU: ............................................ - Aantal staten die lid zijn van de EU: .......................

KAART 8


1. Landschap en kaart

10/18

2e jaar aardrijkskunde

De lidstaten van de EU vind je hieronder. Deze lidstaten moet je op een blinde kaart kunnen aanduiden. Ook de hoofdsteden van elk land van de EU behoren tot je basiskennis. 1. Kleur alle landen van de EU blauw op kaart 8. (LET OP: één eiland staat niet op de kaart) 2. Zet de nummers op de juiste plaats op kaart 8. 3. Noteer van elk land de hoofdstad in onderstaande kader.

Ik gebruik atlaskaart ........

1.

België

............................................

15.

Malta

............................................

2.

Cyprus

............................................

16.

Nederland

............................................

3.

Denemarken

............................................

17.

Oostenrijk

............................................

4.

Duitsland

............................................

18.

Polen

............................................

5.

Estland

............................................

19.

Portugal

............................................

6.

Finland

............................................

20.

Slovenië

............................................

7.

Frankrijk

............................................

21.

Slovakije

............................................

8.

Griekenland

............................................

22.

Spanje

............................................

9.

Hongarije

............................................

23.

Tsjechië

............................................

10.

Ierland

............................................

24.

Verenigd Koninkrijk

............................................

11.

Italië

............................................

25.

Zweden

............................................

12.

Letland

............................................

26.

Bulgarije

............................................

13.

Litouwen

............................................

27.

Roemenië

............................................

14.

Luxemburg

............................................

Welke (bekende) Europese landen zijn GEEN lid van de EU-organisatie? ...................................... ....................................................................................................................................................

Doelstellingen Les 1 Gebruik ook de website www.aardrijkskunde.wikispaces.com voor lege kaarten en extra oefeningen. KENNEN

KUNNEN

- kengetallen van België, Europa en de Europese Unie

- referentiekaarten van België en Europa aanvullen met

- drie gewesten en gemeenschappen van België

atlas

opsommen

- bevolkingsdichtheid van een land bepalen

- tien provincies en hoofdsteden van België + situeren

- facetkaarten van België en Europa lezen en aanvullen

- vier reliëfvormen en drie hoogtezones opsommen

met behulp van de atlas

- drie grote klimaatszones opsommen

- klimaat- en vegetatietypes met elkaar linken

- begrippen klimaat, vegetatie, werelddeel, continent,

- vegetatietypes herkennen op afbeeldingen (zie ook

binnenzee, schiereiland

atlas)

- 25 staten van de EU op kaart aanduiden

- bevolkings- en oppervlaktegegevens van werelddelen

- hoofdsteden van de 25 staten van de EU kennen

uit grafieken en tabellen aflezen


1. Landschap en kaart

11/18

2e jaar aardrijkskunde

Les 2 Een aantal basistechnieken 1.

Schaallezen

Een schaal geeft aan hoeveel keer een kaart verkleind is ten opzichte van de werkelijkheid. Een kaart met breukschaal 1/1000 is 1000 keer verkleind. Techniek 1: Gebruik maken van de breukschaal.

Techniek 2: Gebruik maken van de lijnschaal. Meet de afstand op de kaart, en pas die afstand af op de lijnschaal. Je leest nu onmiddellijk de werkelijke afstand af.

Opdrachten

2.

Determineren van klimatogrammen (zie bijlage 2: determineertabel)

Techniek 3: Voorbeeld: het klimatogram van Ukkel (België) determineren.         

Is de temperatuur van de warmste maand lager of gelijk aan 10°C? Neen, want Tw = 17,2°C Is de gemiddelde jaartemperatuur (TJ) lager of gelijk aan 0°C? Neen, want TJ = 9,7°C Is de gemiddelde jaarneerslag minder (NJ) of gelijk aan 200 mm? Neen, want de NJ = 821 mm Is de temperatuur van de koudste maand lager dan 18°C? Ja, want Tk = 2,5°C Is de jaarneerslag lager of gelijk aan 400 mm? Neen, want NJ = 821 mm Is de temperatuur van de koudste maand lager dan -10°C? Neen, want Tk = 2,5°C Is er één of geen droge maand (D) ? Ja, want er is geen droge maand Is de temperatuur van de koudste maand lager dan -3°C? Neen, want Tk = 2,5°C Is de temperatuur van de warmste maand lager dan 22°C? Ja, want Tw = 17,2°C  Het klimaattype van België is een koelgematigd klimaat met een zachte winter.

Natte maand = de neerslagkolom komt boven de temperatuurcurve. Opdrachten


1. Landschap en kaart

12/18

2e jaar aardrijkskunde

Oefeningen schaallezen 1. Gebruik de lijnschaal bij kaart 1. (p.1) of gebruik een atlaskaart naar keuze. Welke afstand leg je in vogelvlucht af van Brussel naar Mechelen? Welke afstand leg je in vogelvlucht af van Hasselt naar Luik? Hoe ver liggen Sint-Niklaas en Oostende van elkaar verwijderd? 2. Gebruik een passende atlaskaart. (breukschaal = ....................................) Hoever ligt Bern (Zw) van Keulen (Dui)?

Hoe lang zijn de PyreneeĂŤn? (= bepaal de afstand van San Sebastian tot Perpignan.)

Oefeningen klimatogrammen determineren Determineer de klimatogrammen. Schrijf hun klimaattype (K) en vegetatietype(V) eronder.

K V

K V

K V

K V


1. Landschap en kaart

3.

13/18

2e jaar aardrijkskunde

Situeren in het wereldgradennet

Techniek 4: Een plaats situeren in het wereldgradennet

Techniek 5: een plaats opzoeken in de atlas en situeren in het gradennet. 1. Zoek de naam van de plaats in het plaatsnamenregister van de atlas. vb Boekarest 36 G5 2. Neem de aangegeven bladzijde in de atlas vb p. 36 3. Zoek de plaats in vakje G5. 4. - Zoek de breedteligging van de plaats (Boekarest ligt halfweg tussen 50°N en 40°N, dus 45°N) - Zoek de lengteligging van de plaats (Boekarest ligt ongeveer halfweg tussen 20°O en 30°O, maar toch iets meer in de richting van 30°O, dus we kiezen 26°O) Deze coördinaten benaderen de aardrijkskundige of geografische ligging van de plaats.


1. Landschap en kaart

14/18

2e jaar aardrijkskunde

Oefeningen: Situeren in het wereldgradennet. 1. Werk met kaart 9. Schrijf in de kadertjes de juiste benamingen. ......................breedte .......................lengte

......................breedte .......................lengte

KAART 9 ......................breedte .......................lengte

......................breedte .......................lengte

2. Overtrek de evenaar (rood), nulmeridiaan (groen), Kreeftskeerkring (oranje), de Steenbokskeerkring (geel), de Noordpoolcirkel (bruin) en Zuidpoolcirkel (blauw). 3. Werk met kaart 9. Welke coördinaten heeft punt A? ............................................................. 4. Welke plaatsen hebben de volgende coördinaten? (atlas kaart 36-37)

52,5° NB en 5° OL

 ......................................

52° NB en 0° OL-WL

 ......................................

55° NB en 2° WL

 ......................................

61° NB en 25° OL

 ......................................

41° NB en 4° OL

 ......................................

GPS-satelliet

5. Welke coördinaten hebben de volgende plaatsen? (Atlas kaart 108-109)

Colombo (Sri Lanka)

......................................

Quito (Ecuador)

......................................

Lusaka (Zambia)

......................................

Canberra (Australië)

......................................

Mexico Stad

......................................

Caïro (Egypte)

...................................... Big Ben in Londen


1. Landschap en kaart

15/18

2e jaar aardrijkskunde

5. Europa in het gradennet Ik gebruik

Tussen welke twee breedtelijnen strekt Europa zich grotendeels uit? ............................. atlaskaart ........ Tussen welke twee lengtelijnen strekt Europa zich grotendeels uit?................................ (Opgelet: hou geen rekening met veraf gelegen eilanden, omdat deze soms ver van het continent liggen.)

6. België in het gradennet Tussen welke twee breedtelijnen strekt België zich grotendeels uit?................................

Ik gebruik atlaskaart ........

Tussen welke twee lengtelijnen strekt België zich grotendeels uit?.................................. We stellen vast dat de getallen bij de lengte- en breedtelijnen door de kleine oppervlakte van ons land dicht bij mekaar liggen. 7. Hoeveel graden kunnen we ons maximaal verwijderen vanaf de evenaar?

.....................

Hoeveel graden kunnen we ons maximaal verwijderen vanaf de nulmeridiaan? ................

8. Bepaal van de volgende landen in welke halfronden ze liggen. Omcirkel de juiste halfronden. Bolivië Canada

N-Z N-Z

W-O W-O

Kongo Mongolië

N-Z N-Z

W-O W-O

Uitbreiding: Uurgordels op aarde (Atlas kaart 125 – C tijdzones) Doordat onze aarde rond zijn eigen as (per 24 uur één keer) draait, schijnt de zon niet overal tegelijkertijd. Het is dus vb niet overal tegelijkertijd middag. De aarde wordt hierdoor onderverdeeld in verschillende tijdzones of uurgordels. De standaardtijd is de Greenwich Mean Time (GMT), de tijd in de buurt van Londen. België gebruikt, zoals de meeste Europese landen, de Midden-Europese tijd (MET = GMT + 1). Als het in Londen 12u is, dan is het bij ons 13u. Los onderstaande vragen op. 

Kleur de GMT+1 (=MET) zone op de uurgordelkaart (zie bijlage 3)

Hoe laat is het in Athene wanneer het in Londen 12u is?

Hoe laat is het in New York wanneer het in Londen 12u is?

Hoe laat is het in Kinshasa (Congo) als het in Sint-Niklaas 17u is?

Hoe laat is het in Sydney als het bij ons 7u is?

Een man op zakenreis in Los Angeles wil zijn familie in België bellen als het in België tussen 19u en 20u is. Op welk tijdstip plaatselijke tijd moet hij dan telefoneren?


1. Landschap en kaart

16/18

2e jaar aardrijkskunde

** Kaarten zijn niet van gisteren!! ** Er zijn verschillende voorbeelden van doeltreffende afbeeldingen die door natuurmensen als ‘kaart’ vervaardigd en gebruikt werden. Zo vond men bij Eskimo's in hout uitgesneden reliëfs van kustgedeelten van Groenland of van afzonderlijke eilandgroepen. De bewoners van de Marshalleilanden gebruikten tot het midden van de 19de eeuw merkwaardige navigatiekaarten, bestaande uit een raamwerk van palmbladnerven waarop schelpen bevestigd waren die de eilanden van hun omgeving voorstelden. De oudst bekende ‘kaart’ is een babylonisch kleitablet dat ongeveer 3800 jaar v.C. gemaakt moet zijn en dat waarschijnlijk het noorden van Mesopotamië voorstelt. Hoewel in het oude Egypte de wieg van de landmeetkunde stond, zijn er geen kaarten uit deze beschaving bekend. De Griekse geografen Anaximenes en Hecataeus (ca. 500 v.C.) beschouwden de aarde als een platte schijf omringd door water. Omstreeks 400 v.C. zag men als bewoonbare wereld een langgerekt gebied ongeveer van de Ganges in het oosten tot de Atlantische Oceaan in het westen. Van deze voorstelling stammen onze benamingen geografische lengte en breedte. In de 4de eeuw v.C. kwam men op grond van filosofische overwegingen tot de gedachte dat de aarde een bol moest zijn. Eratosthenes (276–196 v.C.) verrichtte de eerste aardmeting en maakte ook een kaart van de bewoonbare wereld. Rond 200 v.C. werd geleidelijk het stelsel van geografische lengten en breedten ontwikkeld. Het werk van Ptolemaeus (ca. 100 – ca.170) heeft eeuwenlang de geografie en de cartografie beïnvloed. In zijn Geographia gaf aanwijzingen voor het maken van een wereldkaart, met daarbij een opgave van de geografische lengte en breedte van ca. 8000 plaatsen. De Romeinen waren minder geïnteresseerd in de wetenschappelijke geografie dan in praktisch bruikbare kaarten. Een kopie van een Romeinse kaart is bewaard gebleven, de Peutinger kaart. Aangenomen wordt dat de wereld hier voorgesteld was als een ronde platte schijf omringd door water. Dit wereldbeeld heeft een groot deel van de middeleeuwse cartografie beïnvloed. In de middeleeuwen werd in de christelijke landen het wereldbeeld door religieuze beschouwingen bepaald. De wereldkaarten stellen de wereld als een platte schijf voor. Jeruzalem ligt in het midden, het oosten (met het Paradijs) bevindt zich aan de bovenkant van de kaart (de oriëntering is dus op het oosten.) Van een geheel ander karakter waren de zeekaarten die tegen 1300 opkwamen als gevolg van het gebruik van het kompas. Ze vertonen met een tot dan toe ongekende nauwkeurigheid de kustlijn met havens van de Middellandse Zee en omgeving. Het tijdperk van de grote ontdekkingen was uiteraard van grote invloed. In onze streken gaf Gerardus Mercator (1512–1594) de mercatorprojectie een ruime bekendheid door haar voor zijn wereldkaart van 1569 te gebruiken.

Doelstellingen Les 2 KENNEN - begrippen evenaar, nulmeridiaan, breedtelijn,

KUNNEN - Werkelijke afstanden bepalen door gebruik te maken

parallel, meridiaan, lengtelijn

van de lijn- en breukschaal - Klimatogrammen determineren - Coördinaten van een plaats bepalen (= situeren in het wereldgradennet) - Europa en België situeren in het wereldgradennet - Plaatsen opzoeken met gegeven coördinaten


1. Landschap en kaart

17/18

2e jaar aardrijkskunde

Bijlage bij de Europese Unie: de uitbreidingsgolven

(uit: De Standaard-website)


1. Landschap en kaart

18/18

Bijlage 2: de determineertabel voor klimaat en vegetatie

Bijlage 3: uurgordelkaart

2e jaar aardrijkskunde


Landschap en kaart 2008