Page 1

OVER ADEMEN


BREATHING PATTERN DISORDERS (BPD) HYPERVENTILATIE HYPOVENTILATIE DYSFUNCTIONELE ADEMHALING

        

Niet-situationeel Te snelle hoge ademhaling ( > 16) Forced inspiration Fixatie na inspiratie Onvoldoende uitademing Zeer lange retentie na korte ademhaling afgewisseld met opluchtende zucht Afwezigheid buikademhaling Paradoxale of reverse ademhaling Abnormale variabiliteit

   

Situationeel houdingsafhankelijk activiteitsafhankelijk emotie-gerelateerd


STABIELE HYPERVENTILATIE


NORMALE ADEMHALING, OPPERVLAKKIGE ADEMHALING GECOMPENSEERD DOOR ZUCHTEN


ADEMFIXATIE NA INSPIRATIE


DE SCHERPE INADEMING ZACHTE INADEMING GEEFT HEEL ONTSPANNEND EFFECT


F6


REVERSAL BREATHING


DIAPHRAGMATIC BREATHING  1) Diaphragmatic breathing means much more air per breath.  (2) Diaphragmatic breathing means fewer breaths per minute for greater volumes of air.  (3) Diaphragmatic breathing by itself is less effortful than multi accessory muscle (chest) breathing.  (4) Greater use of the diaphragm eliminates the need for using accessory muscles.  (5) Effortless breathing reduces the physical .struggle. associated with .getting one.s breath..  (6) Effortless breathing reduces fear, anxiety, and worry about breath.  (7) Diaphragmatic breathing results in slower breathing.


PH  pH is de maat voor de zuurgraad (zuur-base balans)  Gedistilleerd water heeft een zuurgraad van 7 ; lager dan 7 is is zuur (acidic) en hoger dan 7 is basisch (alkaline)  Normale pH in het lichaam is 7.35-7.45  De pH wordt gereguleerd door de ademhaling en de nierfunctie


BEHAVIORAL HYPOCAPNIA  increased level of pH, or respiratory alkalosis  < 35 mmHg is mild to moderate,  25-30 mmHg is serious,  20-25 mmHg is severe hypocapnia  Vasoconstriction can lower cerebral and coronary blood flow/volume by up to 50 percent in a matter of seconds.


HYPOCAPNIE


 Adequate saturation of blood with oxygen  Adequate saturation of blood with CO2-dissolved as carbonic acid  Alkaline buffer-bicarbonate  Maintain pH of blood at 7.4  removal and retention of alkaline and acidic products by the kidneys  maintain breathing drive at optimal levels

RESPIRATORY TASKS IN NORMAL BREATHING 03/04/14

Gevirtz

20


EFFECTS OF OVERBREATHING ON CEREBRAL O2: VASOCONSTRICTIVE EFFECTS      

Reduction of O2 Availability by 40 Percent (Red = most O2, dark blue = least O2) In this image, oxygen availability in the brain is reduced by 40% as a result of about a minute of overbreathing (hyperventilation). Not only is oxygen availability reduced, but glucose critical to brain functioning is also markedly reduced as a result of cerebral vasoconstriction


PROVOCATIE-TESTS VERHOOGDE SENSITIVITEIT VOOR PCO2  Test 1: hvs test (30x per minuut gedurende 4 minuten) en breath holding test  Patienten met paniekstoornis kunnen hun adem minder lang inhouden en roept hun angstverschijnselen op  Test 2: inademen van lucht met 35 % CO 2 geeft veel sneller hun symptomen en geen problemen bij controlegroepen. Het ademen wordt ook moeilijk bij ze. Dit gebeurt ook bij 5 % CO2 ! Zij zijn hun flexibiliteit kwijtgeraakt.  M.n. de amygdala en de hippocampus zijn gevoelig voor hypoxie!! En veroorzaken de fysieke reacties na de paniekstoornis. De amygdala is ook gevoelig voor veranderingen in de zuurgraad (lactaat b.v.). Allemaal bewijs dat er een relatie is tussen respiratoire signalen en paniek.


HERSTEL AUTONOME BALANS THE NEW SCIENCE OF BREATH

Ademfrequentie heeft m.n. invloed op de sympaticus Ademdiepte heeft m.n. invloed op de parasympaticus Er is dus een frequentie en een ademdiepte waar de sympaticus en parasympaticus gelijkmatig actief zijn. Dit is de gewenste autonome balans


OVER ADEMEN

Laat patiënten zelf hun adempatroon ontdekken Ideaal ademen is vooral variatie > leer verschillende adempatronen aan, waarbij het hele lichaam betrokken is. Ontspan bij pijn: het herstel gaat veel sneller Hoe lager je ademt hoe minder infecties in de longen. Snelle hoge ademhaling: je irriteert je keel


OVER ADEMEN    

Koude douche : altijd UITADEMEN tijdens pijn of ongemak-ervaring Rugklachten laat ze uitademen tijdens verandering van houding Laat patienten zelf hun adempatroon ontdekken . !! Scalenus spier zeer pijnlijk bij iedereen met ademproblemen : neerleggen armen geeft flinke pijnvermindering.  Hoge ademhaling )vooral bij vrouwen) je bent in je hoofd, bad emotion in the belly (vaak door fff, aangeleerd patroon, strakke kleding, buikoperaties) .


OVER ADEMEN ď&#x201A;Ą Rsi: mensen zijn geconditioneerd in een overmatige flight-fright-fight over-actieve response ď&#x201A;Ą Buikklachten> leer ze very slow breathing om verhoogde symp. Act. Te verminderen (bij zeer actieve kinderen) > 80 % kans op vermindering klachten.


DOEL ADEMTRAINING  Ideaal ademen is vooral variatie  Bewustworden van eigen adempatroon


YOGA VOEGT AAN DE ADEMHALING EEN DOEL TOE         

De ontspannende ademhaling (Savasana) Om je op te laden (versterken van de Prana) Om je stemming te verbeteren (versterken van de Prana) Verkoelende ademhaling (boosheid) (Sheetali) Om je naar buiten te richten (vrolijkheid) Vyana Liefdevolle-vriendschappelijke ademhaling Een vitaliserende ademahling Een voedende ademhaling Een zuiverende ademhaling


TESTEN  Patienten met paniekstoornis kunnen hun adem minder lang inhouden en roept hun angstverschijnselen op > dit wijst op een verhoogde sensitiviteit voor pCO2  Provocatietest; inademen van lucht met 35 % CO 2 geeft veel sneller hun symptomen en geen problemen bijcontrolegroepen. Het ademen wordt ook moeilijk bij ze. Dit gebeurt ook bij 5 % CO2 ! Zij zijn hun flexibiliteit kwijtgeraakt.  Kern dus: CO2 hypersensitiviteit!!  M.n. de amygdala en de hippocampus zijn gevoelig voor hypoxie!! En veroorzaken de fysieke reacties na de paniekstoornis. De amygdala is ook gevoelig voor veranderingen in de zuurgraad (lactaat b.v.). Allemaal bewijs dat er een relatie is tussen respiratoire signalen en paniek.


DYSFUNCTIONELE ADEMHALING         

Te snelle hoge ademhaling ( > 16): hyperventilatie Forced inspiration (scherpe inademing) Fixatie na inspiratie Onvoldoende uitademing: hypoventilatie Zeer lange retentie na korte ademhaling afgewisseld met opluchtende zucht Afwezigheid buikademhaling Paradoxale of reverse ademhaling Te diepe inademing bij langzaam ademen (hyperventilatie) Oppervlakkige inademing bij langzaam ademen (hypoventilatie)


ADEMPATRONEN  Meestal lichte hyperventilatie (nekpijn, licht in het hoofd, druk en pijn op de borst, licht duizeligheid, ademnood, hartkloppingen. Uitademing is slechts 70 % > oplossing is very slow exhalation (meeste O2 opname gebeurd tijdens de uitademing. Tijdens de inademing komt O2 in de longen en circuleert er)  Dysfunctionele ademhaling: adem inhouden, snelle ademhaling, paradoxale or reverse breathing, Zuchten (gasps and sighs), hoge ademhaling icm afwezigheid buikademhalinghy  Hyperventilatie door hele grote langzame ademhaling maar heel oppervlakkig (gasuitwisseling in de dode ruimte)  Korte boze ademhaling: kaak aanspannen, dreigende houding,


SYMPTOMS AND DEFICITS TRIGGERED, EXACERBATED, CAUSED, OR PERPETUATED BY HYPOCAPNIA                        

RESPIRATION: shortness of breath, breathlessness, bronchial constriction and spasm, airway resistance, reduced lung compliance, asthma symptoms; CHEST: tightness, pressure, and pain; PERIPHERAL CHANGES: trembling, twitching, shivering, sweatiness, coldness, tingling, and numbness; HEART: palpitations, increased rate, angina symptoms, arrhythmias, nonspecific pain, ECG abnormalities; EMOTION: anxiety, anger, panic, apprehension, worry, crying, low mood, frustration, performance anxiety, phobia, generalized anxiety; STRESS: tenseness, acute fatigue, chronic fatigue, effort syndrome weakness, headache, burnout; SENSES: blurred vision, dry mouth, sound seems distant, reduced pain threshold; CONSCIOUSNESS: dizziness, loss of balance, fainting, black-out, confusion, disorientation, disconnectedness, hallucinations, traumatic memories, self-esteem, personality shifts; COGNITION: attention deficit, inability to think, poor memory, learning deficits; MUSCLES: tetany, hyperreflexia, spasm, weakness, fatigue, pain; ABDOMEN: nausea, cramping, and bloodedness; MOVEMENT: coordination, reaction time, balance; VASCULAR: hypertension, migraine, digital artery spasm, ischemia; BLOOD: red blood cell rigidity, thrombosis; SLEEP: apnea; PERFORMANCE: endurance, altitude sickness.

Over ademen ppt dag 2 2014 pieter