Issuu on Google+

Magazine over ontwikkelingen in zorg & welzijn in Noord-Brabant | november 2013

inVORM “Dienstbaarheid is geen kunstje” Jeroen van Beek, Sodexo

“Vrijwilligers zijn niet gratis” Gon Mevis, ContourdeTwern

Piet Hein Eek Ontwerpt voor Social Label

Reorganisaties: strijdtoneel werkgevers en vakbonden? Rob Stam, bestuurdersvoorzitter Thebe en Rolf de Wilde, onderhandelaar NU’91


inHOUD 3 COLUMN Wilma de Jong (Transvorm)

5 EXPERT Gerard Evers en Charissa Freese over SPP 8 OPINIE Jeroen van Beek (Sodexo) over Health Care 12 INNOVATIE Margreet Diks over Markieza,

8

Akademie voor Herstel en Ervaringsdeskundigheid 14 INTERVIEW Gon Mevis (ContourdeTwern) over vrijwilligers 17 KORT NIEUWS 18 DE WERKPLEK VAN Ike Bomer (Kempenhaeghe) 20 BEKENDE BRABANDER Piet Hein Eek over Social Label > HOUT

12

24 INTERVIEW Geert Van Hootegem (K.U. Leuven, België) over arbeidssociologie 26 KORT NIEUWS 28 IN BEELD Transvorm Actueel 30 INVORM PANEL over persoonlijke verzorging 32 ACHTERGROND Rob Stam (Thebe) en Rolf de Wilde (NU’91) over reorganiseren

24 2

37 COLUMN Piet Verrijt (Transvorm) 39 PERSONALIA


Colofon Titel InVorm, magazine over ontwikkelingen in zorg & welzijn in Noord-Brabant Uitgever Stichting Transvorm Abonnementsgegevens gratis voor bestuurders, managers en beleidsmakers van zorg- en welzijnsorganisaties, overheid en onderwijs in Noord-Brabant Abonnementen en losse nummers zijn op te vragen via InVorm@transvorm.org Frequentie verschijnt 3 keer per jaar Omvang 40 pagina’s Oplage 2.800 exemplaren Eindredactie en advertentie-exploitatie: Simone van Halen, Transvorm Redactie- en advertentieadres Postbus 4275 5004 JG Tilburg T 088 144 40 00 E InVorm@transvorm.org I www.transvorm.org Vormgeving, productie en drukwerk De Winter media groep, Uden

Partners Dit magazine wordt mede mogelijk gemaakt door onze samenwerkingspartners: Bounce, centra voor Werk & Psyche. Ondersteunt op het gebied van mobiliteit en vitaliteit. Holla Advocaten, voor juridisch advies. IZZ Zorgverzekeraar, ziektekostenverzekering voor medewerkers in de zorg.

Wilma de Jong

Fotografie: Joris Buijs, PVE

VAN DE VOORZITTER

Van oud naar nieuw Het is een spannende tijd in de zorg. Decennia lang is er in Nederland gebouwd aan een verzorgingsstaat die nu niet meer houdbaar is. We moeten naar een participatie samenleving, wat dat dan ook is. We krijgen een paradigma shift. Oude zekerheden verdwijnen en we weten nog niet wat ervoor in de plaats komt. Dat betekent grote onzekerheden voor onze totale maatschappij en we weten (nog) niet hoe daar mee om te gaan. Als reflex zien we wel dat mensen terugvallen op oude zekerheden. Bonden eisen baangaranties, werkgevers gaan over tot reorganisaties die ontslagen vereisen en men staat lijnrecht tegenover elkaar. Ook ik weet niet hoe de toekomst verder gaat. Wel denk ik dat oude oplossingen niet meer werken in een nieuwe tijd. We zullen met elkaar moeten zoeken naar nieuwe concepten van organisatiemodellen, waarbij ook nieuwe verhoudingen passen voor werknemers. Wat zou helpen om meer vanuit gezamenlijk belang te denken? Zou een model kunnen helpen waar werknemers ook aandeelhouder zijn van een organisatie? In de ziekenhuiswereld zien we in toenemende mate dat specialisten aandeelhouder worden van een ziekenhuis en daarmee meer zeggenschap krijgen, maar daarmee ook verantwoordelijkheid hebben voor keuzes. Zou een dergelijke verhouding helpen om een probleem zoals bij Thebe speelt meer vanuit gezamenlijkheid te benaderen? Ik weet het niet, maar van één ding ben ik overtuigd: de zorgwereld gaat de komende 10 jaar fundamenteel veranderen. Proberen zo lang mogelijk vast te houden aan het oude en dit uit te stellen brengt een organisatie uiteindelijk op achterstand. Proberen mét elkaar te innoveren en nieuwe wegen te zoeken helpt ons vooruit. Hoe dit moet? De tijd zal het ons leren. Wilma de Jong Voorzitter raad van toezicht Transvorm

INVORM | november 2013

3


Holla advocaten

Crea bea met de ketenregeling: het ei van Columbus? Recent heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch een arrest gewezen, dat de gemoederen in arbeidsrechtland behoorlijk bezighoudt.1 Het Hof heeft een constructie goedgekeurd waarbij de ketenregeling werd omzeild via een - tegelijk met het vierde contract aangeboden - vaststellingsovereenkomst. Is dit het ei van Columbus voor de werkgever in een tijd dat het kabinet van plan is om, zoals afgesproken is in het Sociaal Akkoord, de ketenregeling verder te beperken?

Eerst een korte weergave van de feiten: de werknemer ‘zat’ in de derde schakel van de ketenregeling, zodat het volgende contract automatisch voor onbepaalde tijd zou zijn. De werkgever wilde dit niet en bood de werknemer een vierde contract aan mét vaststellingsovereenkomst, waarin stond dat de arbeidsrelatie na bijna een jaar zou eindigen. Na beëindiging tekende de werknemer protest aan. Hij had deze constructie niet gewild en had geen keuze: als hij niet zou tekenen, zou het contract niet verlengd worden. De kantonrechter had deze constructie, waarmee de ketenregeling bewust buitenspel werd gezet, afgekeurd: het is in strijd met het recht om de ketenregeling, die de flexkracht baanzekerheid moet geven, op deze manier te omzeilen. Het Hof was in hoger beroep formeler: een vaststellingsovereenkomst mag bepalingen in strijd met dwingend recht bevatten. Onbepaalde tijd werd daarmee per saldo bepaalde tijd. Hoewel het arrest bij sommigen met tromgeroffel is ontvangen, denk ik niet dat het arrest een ‘blijvertje’ is. Het is weliswaar juist dat er in een vaststellingsovereenkomst afgeweken kan worden van dwingend recht, maar dat geldt niet als op voorhand duidelijk is dat er strijd is met dwingend recht. In dit geval kan daar geen twijfel over zijn: afwijking is slechts mogelijk bij CAO. Deze constructie biedt dan ook - in het algemeen en met de aanstaande kabinetsplannen - geen ruimte.

mr. M.J. Huisman m.huisman@holla.nl

4

1 Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 30 juli 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:3442


EXPERT: Gerard Evers en Charissa Freese

Auteur: Paula Schoormans / Fotograaf: Joris Buijs/PVE

Strategische personeelsplanning: niet eenvoudig, wel noodzakelijk Strategische personeelsplanning (SPP) lijkt momenteel hét toverwoord voor een snelle en gemakkelijke route naar een toekomstbestendige organisatie. Maar is dat wel zo? Dr. Gerard Evers en dr. Charissa Freese over de meerwaarde van Strategische personeelsplanning voor zorg- en welzijnsorganisaties. Gerard Evers is directeur van EuroHRM, een Adviesbureau voor Economisch Personeelsmanagement. Hij promoveerde op het onderwerp arbeidsmobiliteit en was tot 2010 o.a. als hoogleraar Human Capital Valuation werkzaam bij diverse universiteiten en

onderzoeksinstituten. Zijn thema’s zijn economische en bedrijfskundige aspecten van HRM zoals strategische personeelsplanning, arbeidsmarkt en HR-analytics. Charissa Freese is gespecialiseerd in ‘de nieuwe arbeidsrelatie’. Binnen de Universiteit van Tilburg is zij

zowel verbonden aan het departement Human Resource Studies als aan arbeidsmarktonderzoeksinstituut REFLECT. Haar onderzoeksthema’s stellen haar in staat continu de verbinding tussen wetenschap en praktijk te leggen. Deze thema’s betreffen het nieu-

INVORM | november 2013

5


EXPERT: Gerard Evers en Charissa Freese

Gerard Evers: “Leer van elkaar! SPP is geen rocket sience, maar het blijft een lastig onderwerp. Als je ermee aan de gang wil gaan, oefen dan in een veilige omgeving.”

we psychologisch contract, organisatieveranderingsprocessen, flexicurity & innovatief HRM, ‘Het Nieuwe Werken’, strategische personeelsplanning, arbeidsmarktschaarste en I-deals.  Geen toverwoord, wel voorwaarde Beiden begeleiden organisaties bij strategische personeelsplanning om de veranderende omgeving beter het hoofd te kunnen bieden. Freese: “SPP is geen wondermiddel, je bent niet klaar als de planning gemaakt is. Wél is SPP een noodzakelijke voorwaarde voor flexibiliteit of wendbaarheid in het personeelsbestand van een organisatie. Onmisbaar voor werkgevers om wijzigingen in de strategie aan te brengen wanneer de markt daarom vraagt.” Wat is strategische personeelsplanning nu precies? Elkaar aanvullend formuleren Evers en Freese een definitie van het begrip. “Het woord planning lijkt te duiden op iets eenmaligs, maar dat is SPP zeker niet. De acties die naar voren komen, dienen structureel ingezet en gemonitord te worden. SPP geeft een

6

basis voor strategie. Neem gezien de huidige turbulente omgeving een horizon van twee à drie jaar vooruit en beantwoord de vraag: hoeveel fte en welke functies heeft deze organisatie nodig; nú en dán? Hoe ziet die kloof eruit en wat zijn de mogelijkheden om deze te dichten? Wat hebben we in huis? En waar zijn - indien nodig - nieuwe mensen te vinden? SPP is met name beleidsvoorbereidend. Het geeft structuur aan de discussie, voorkomt onnodig hoge frictiekosten en geeft een betere onderbouwing. Als organisatie stel je verschillende mogelijkheden of scenario’s op om effecten in beeld te brengen en te monitoren.” Wendbaarheid is de winst De kloof die duidelijk wordt, toont gaten die betrekking kunnen hebben op vier vlakken. Soms blijkt het huidige personeelsbestand niet toekomstbestendig op numeriek of kwalitatief vlak, maar er kunnen ook problemen blijken op kosten of flexibiliteit. Het doel van strategische personeelsplanning is een wendbaar personeelsbestand. Je stemt het af op wat er gaande is in de markt. Evers:

“Door alle onzekerheden van dit moment denken sommige bestuurders maar beter af te wachten tot er meer duidelijkheid is. In de trant van ‘het heeft geen zin te speculeren over de toekomst, want het gaat toch zo niet uitkomen.’ Niets is minder waar. Immers, een schets van meerdere mogelijke scenario’s voor de organisatie in de toekomst maakt een organisatie wendbaarder. Zo kun je beter en sneller inspelen op ontwikkelingen. Als je niets doet, overkomt de kloof je en moet je genoegen nemen met een verre van optimale oplossing. Rapportages zoals de ‘Arbeidsmarkt in Kaart’ zijn goede bouwstenen bij het verkennen van de arbeidsmarkt.” SPP meer dan een HR-middel SPP is niet alleen interessant voor de HR-afdeling. Bij borging door opname in de pdca-cyclus biedt het een feedbackloop. Evers: “Als je bedenkt dat je huidige strategie niet afdoende is voor de toekomst, leidt dat tot het herzien ervan. In zorg en welzijn wordt het werk bijvoorbeeld steeds specialistischer. Hierdoor kan de sector zelf een tekort


Charissa Freese: “Begin met wat je hebt, zoek uit wat je mensen kunnen en waar ze blij van worden”

aan personeel creëren. Dan zijn er verschillende mogelijkheden: blijven zoeken of opleiden tot we voldoende personeel hebben of je afvragen of je eigenlijk wel zoveel specialistisch personeel nodig hebt. Het antwoord hierop leidt tot een strategiewijziging: of je producten heroverwegen of hoe je functiegebouw in elkaar zit. Je ziet dat in de zorg allerlei nieuwe functies geïntroduceerd worden; tussen niveau 3 en 4 krijg je nu een soort 3,5. De hele strategische discussie die bij SPP komt kijken is dan ook minstens zo belangrijk. Kortom: SPP is ook voor lijnmanagers, finance/control en het MT van organisaties. SPP stelt namelijk ook vragen over producten, functies en de manier waarop je je productieproces hebt ingericht.” Omarm eigen initiatief medewerkers Een medewerkersbestand dat flexibel inzetbaar is kan knelpunten in ruimte, tijd, functies en taken opvangen. De experts geven aan dat in de zorgsector ook al mooie oplossingen te vinden zijn. Zo hebben medewerkers van een aantal organisaties in Brabant zelf het initiatief genomen tot een flexpool. Een pool van

mensen met dezelfde functies die in de vakantie door wilden werken, ook bij andere organisaties. Sterker nog: zij wilden wel eens nieuwe inzichten opdoen bij andere organisaties. Hoewel de HR-afdelingen huiverig waren, bleek hun angst hierdoor personeel te verliezen ongegrond. De deelnemers switchten niet van werkgever, maar zagen het als een extra investering van hun werkgever in hen. Resultaat: een flexibeler personeelsbestand, een uitbreiding van kennis en ervaring van de medewerkers en extra binding van de eigen medewerkers. Juist in tijden van krimp: SPP “Of SPP alleen voor grote organisaties is? Wat is groot? Als je minder dan pakweg 60 medewerkers hebt, kun je je planning/strategie ook op de achterkant van een sigarendoos maken. Dit omdat je de mensen en hun talenten kent. Als je 100 personen of meer in dienst hebt, begint SPP meerwaarde op te leveren. Ook voor de zorg- en welzijnssector is SPP van wezenlijk belang. Daar ontkom je niet aan, juist in tijden van krimp en hectiek. En dat hebben veel organisaties nog niet helder”, aldus Evers. “De reden

hiervoor is dat zorg en welzijn jarenlang structurele groei van het personeelsbestand heeft meegemaakt. Daarnaast is de cultuur binnen de sector ook van invloed.” Freese vult aan: “Door de bezuinigingen moeten er mensen uit. Werkgevers weten wel hoeveel mensen in dienst zijn, maar vaak ontbreekt een goed overzicht van het soort mensen en zicht op hun kwaliteiten. Hoe waarborg je nu dat je niet de meest waardevolle mensen kwijt raakt? Waar kunnen medewerkers nu heen, zodat ze in de toekomst weer beschikbaar voor ons zijn? Zolang je dat niet weet, kun je niet actief meedenken met samenwerkingspartners waar je iets mee af zou kunnen spreken. Daar zit de crux: inzicht hebben in de kwaliteiten van beschikbare mensen.” Natuurlijk bestaat de toekomst uit onzekerheden. “Maar wat er ook gebeurt, de behoefte aan zorg vermindert niet. De vraag is wel wat voor competenties nieuwe medewerkers moeten hebben. Organisaties dienen hierin het voortouw nemen”, aldus Evers en Freese.

INVORM | november 2013

7


OPINIE

“Je moet buiten de gebaande kaders durven denken” 8

Auteur: Hans Horsten / Fotografie: Joris Buijs, PVE


Jeroen van Beek

“De bedreigingen van nu zijn de succesformules van morgen” Jeroen van Beek, Directeur van Sodexo Health Care in Capelle aan den IJssel zet zijn betoog graag kracht bij met snedige oneliners. “Van elke dag een betere dag maken”, is er zo een. Deze missie krijgen de medewerkers van het bedrijf (onderdeel van een Franse multinational) mee als ze voor de schoonmaak, het tuinonderhoud, een verhuizing, het invullen van formulieren, of het aantrekken van steunkousen bij een senior of chronisch zieke over de vloer komen. De grote omslag die de komende jaren op de zorg afkomt?” Eng natuurlijk, erkent Van Beek, veranderen is altijd lastig. “Maar iedereen weet dat de zorg goedkoper moet en dat je meer zelf zult moeten gaan betalen. Daar liggen nieuwe kansen. De bedreigingen van vandaag kunnen wel eens de succesformules zijn van morgen.”

Sodexo is een grote private partij die in bijna alle denkbare gebieden in de samenleving diensten, faciliteiten en services verleent. Met de divisie Health Care zoekt het bedrijf nadrukkelijk entree tot de markt voor zorg en welzijn in Nederland. Met LekkerLeven bijvoorbeeld, een bedrijf waar Sodexo samen met zorgverzekeraar VGZ, bouwbedrijf VolkerWessels en coöperatie Amvest in participeert. “In de wijken bieden wij een breed pakket welzijn aan, om cliënten met hun dagelijkse besognes te helpen. Dat varieert van het helpen bij de aanvraag voor een PGB tot het doen van boodschappen of het verrichten van klusjes.” Dat ‘ontzorgen’ zoals Van Beek dat noemt geldt zowel voor de cliënt die daarvoor zelf zijn beurs trekt als voor de gemeente die Sodexo voor uitvoering van de WMO inschakelt. Middelburg en Albrandswaard zijn daarvoor al in zee gegaan met het bedrijf. Ontbijten met je zieke kind Andere concepten van Sodexo wachten nog op introductie in de gezondheids-

zorg. Zoals Comfort Keepers, een bedien- en bezorgservice die ouderen en cliënten met een beperking helpt om langer zelfstandig te wonen. Ook de ziekenhuizen zijn een aantrekkelijk nieuw jachtterrein. In ‘Ziekenhuis Gelderse Vallei’ in Ede kunnen patiënten dagelijks à la carte eten en drinken kiezen, wat binnen drie kwartier geserveerd wordt. Of bijvoorbeeld een ontbijtservice waarbij de ouders en grootouders op de kinderafdeling samen met hun (klein)kind een ontbijtje kunnen nuttigen. “De voordelen van deze services zijn legio”, tekent Van Beek uit. “Je verspilt minder eten, het wordt vers bereid, en je geeft patiënten meer regie over hun eigen leven en het gevoel dat ze hun geld aan zichzelf besteden. Dat maakt zorg minder abstract. Ede is enthousiast over onze aanpak. Veertig andere ziekenhuizen zijn al een kijkje komen nemen.” Van Beek benadrukt dat Sodexo zich verre houdt van de zwaardere zorg.

“Wij zijn sterk in ondersteuning, verzorging en begeleiding. Daar kan wel een enkele semiverpleegkundige handeling tussen zitten, maar daarmee houdt het op. Zorg is echt iets heel anders dan ondersteuning. Door onze expertise kan die verpleegkundige zich concentreren op haar echte taken en haar werk beter doen. Wij nemen haar allerlei zaken uit handen die ze wel doet, maar die niets met echte zorg te maken hebben, zoals gastvrouw zijn, de familie opvangen, hulp thuis regelen. Daar dat onze core business is, leiden we onze personeelsleden ook goed op. Ze worden constant getraind. Daardoor gaat de professionaliteit omhoog. Klantgerichtheid en dienstbaarheid zijn geen kunstje, ze hebben continu aandacht nodig.” Flexibel en goedkoop Sodexo denkt voldoende wapens in handen te hebben om de concurrentie met de traditionele aanbieders aan te kunnen. Volgens Van Beek is het bedrijf

INVORM | november 2013

9


OPINIE flexibel en goedkoop. “Veel medewerkers in de zorg verlenen geen zorg maar ondersteuning, begeleiding en hulp. Dat werk valt evengoed onder de dure zorg CAO. Voor onze werknemers geldt een facilitair arbeidsvoorwaardenpakket. Dat scheelt al gauw een euro of twee per uur. Ik denk dat het verschil nog niet eens zo zit in het directe salaris, maar meer in de toeslagen en toeters en bellen waarvan de zorg CAO er veel meer heeft. Dan kun je zeggen: dat is niet eerlijk, maar wij zien dat anders. Schoonmaken ís toch ook geen zorg? Bovendien kennen wij minder overhead, bij ons ontbreken de tussenlagen. En we kunnen voordeliger inkopen omdat we in heel het land actief zijn. Veel zorgaanbieders werken regionaal, missen dat schaalvoordeel. En als particulier bedrijf zijn we alerter en schakelen we sneller dan een zorginstelling die alles in eigen beheer doet. Zo werken marktprikkels nu eenmaal.” Sommige partijen in de zorgsector zien een verdere privatisering van de markt voor zorg en welzijn met lede ogen aan. Leidt dat niet tot verschraling en een slechter aanbod, omdat gemeenten voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten? En wat zijn de gevolgen voor de duizenden medewerkers die hierbij in het geding zijn? Worden zij er niet aan de voordeur uitgegooid om

mensen hebben we straks weer keihard nodig. Als bijvoorbeeld een verpleeghuis taken afstoot naar ons, willen wij het personeel dat daarbij betrokken is gewoon in dienst nemen. Een andere mogelijkheid voor deze instelling is om ze gewoon op de loonlijst te houden, maar de sturing en de regie bij ons te leggen.” Zorg op de schop Voor minder of slechtere zorg en hulp hoeft volgens Van Beek ook niet gevreesd te worden. “Sterker nog, op een aantal punten overtreffen we de bestaande aanbieders zelfs met onze dienstverlening. LekkerLeven heeft een callcenter waar onze cliënten de klok rond terecht kunnen, ook in het week-

“Zorg is echt iets heel anders dan hulp” vervolgens als flexwerker of als zzp-er aan de achterdeur door het private bedrijf aangenomen te worden? Van Beek denkt dat er vooral sprake is van koudwatervrees. “Als ik naar de personeelskant kijk: onze CAO is goedkoper dan de CAO V&V maar wij werken waar mogelijk wel met vaste arbeidscontracten. Het zou ook voor ons slecht zijn als de medewerkers die nu door de bezuinigingen op straat komen, voorgoed de zorg zouden verlaten. Want die

10

einde. Iedereen is nu vol lof over het concept van Buurtzorg, maar daar kun je ’s nachts niet aankloppen.” Hij is niet somber over de gevolgen van al deze veranderingen voor de werkgelegenheid. “De zorg gaat de komende vijf jaar enorm op de schop. Betalen voor diensten of hulp wordt steeds normaler. Nu sparen mensen van jongs af aan voor hun pensioen, straks misschien ook wel voor de zorg die ze later nodig hebben. Vooral ook omdat we met de mantel-

zorg tegen de grens aanlopen. De overzichtelijke samenleving van vroeger bestaat niet meer. Kinderen vliegen uit, wonen aan de andere kant van het land of de wereld en kunnen daarom niet voor hun vader, moeder, oom of tante zorgen. Maar ze hebben wel geld over voor een bedrijf dat op een goede en betaalbare manier dat van hen overneemt. Het zou me niet verbazen dat er daardoor binnen de zorg- en welzijnssector eerder banen bijkomen in plaats van verdwijnen.” Wel heeft Van Beek nog een dringende boodschap voor al die zorgmedewerkers die vrezen voor hun toekomst. “Je moet buiten de gebaande kaders durven denken. Je afvragen: welke rol kan ik nog spelen binnen de zorg? Misschien is dat niet meer op het niveau dat je gewend bent, maar het is wél zorg.” Juist omdat aan dat arbeidsfront de onzekerheid en onduidelijkheid groot is, moet het kabinet snel klare wijn schenken, vindt hij. “De snelheid waarmee allerlei zaken op mensen afkomen maakt hen angstig. Ik snap dat best. Eerst zouden welzijn en verzorging naar de lokale overheid gaan en nu gaat verzorging toch naar de verzekeraars. Je ziet dat de politiek op dat punt om- en terugtrekkende bewegingen maakt. Den Haag moet nu eens knopen doorhakken en vooral consistent zijn. We hebben behoefte aan stabiel beleid op dat terrein.”


INVORM | november 2013

11


Innovatie

Auteur: Jelka van Eijk / Fotografie: Joris Buijs, PVE

“Met de inzet van ervaringskennis kunnen maatschappelijke doelen eerder bereikt worden�

12


Margreet Diks-van Heumen

Ervaringskennis als derde pijler In april dit jaar is Markieza gestart. Deze academie voor herstel en ervaringsdeskundigheid zet ervaringskennis naast professionele en wetenschappelijke kennis. Markieza is ontstaan vanuit de cliëntenbeweging van GGzE en sluit naadloos aan op de maatschappelijke verandering waarbij de regie steeds meer bij de burger komt te liggen.

De opleidingen van Markieza zijn bestemd voor mensen die een levensontwrichtende situatie hebben doorstaan en zelf ervaring hebben met het krijgen van hulpverlening. Zij weten hoe ze met hun kwetsbaarheden moeten omgaan en leren bij Markieza hun herstelverhaal in te zetten om anderen te helpen. “De ervaringswerker gebruikt dat deel uit zijn eigen herstelproces waar de cliënt op dat moment iets uit kan halen”, vertelt Margreet Diks-van Heumen, projectleider van Markieza. “Daarnaast maakt de ervaringswerker gebruik van gedeelde ervaringskennis. Hiermee is hij in staat de cliënt weer in zijn eigen kracht te zetten.” Bondgenoot Opleidingen tot ervaringsdeskundige bestaan al langer, maar Markieza gaat een stapje verder. Hier staat ervaringswerk als derde pijler naast de professionele en wetenschappelijke pijlers. Dit ervaringswerk neemt op termijn een eigenstandige positie in het maatschappelijk verkeer in. Waar een verpleegkundige, sociaal agoog of andere hulpverlener met ervaringsdeskundigheid kijkt naar diagnoses en handelt vanuit een bepaalde methodiek, staat de ervaringswerker als bondgenoot naast de cliënt. Dat is een groot verschil, want het contact met de cliënt krijgt hierdoor meer diepgang. Ook heeft de ervaringswerker een breder spectrum. Hij onderzoekt wat de omgeving van de cliënt te bieden heeft op het moment

dat het wat minder met hem gaat en geeft vervolgens praktische tips. Zo kan hij de cliënt doorverwijzen naar een zelfhulpgroep of mantelzorger. Een opname is in ieder geval de allerlaatste stap. Denken vanuit herstel Markieza wil een cultuuromslag teweegbrengen binnen het maatschappelijk werkveld in het algemeen, en de zorg in het bijzonder. Diks-van Heumen legt uit: “Wij streven naar een cultuur waarin hulpverleners denken vanuit herstel. Daarbij staat de cliënt middenin het krachtenveld van professionals, wetenschappers en ervaringswerkers. De samenwerking tussen deze partijen is dan ook van grote waarde en zorgt ervoor dat ook professionals hun ervaringen vaker delen en kwetsbaarheden steeds meer laten zien. Hierdoor verandert de hele zorgsector uiteindelijk.” Naast trainen, opleiden & begeleiden houdt Markieza zich bezig met: delen & participeren; toetsen & certificeren; ontwikkelen, onderzoeken & borgen. 500 nieuwe banen Markieza komt voort uit het Transitieprogramma Innovaties in de Langdurige Zorg. Dit is een landelijk, door het ministerie van VWS ontwikkeld, programma waarin brancheorganisaties in de langdurende zorg, cliëntenorganisaties en zorgverzekeraars samenwerkten. Hierin kregen kansrijke innovaties ruimte om zich te ontwikke-

len. Hanneke Henkens en John van den Hout waren de programmamanagers. Markieza is een coöperatieve vereniging. Steeds meer partijen uit Noord-Brabant, Limburg en Zeeland worden lid. Samen hebben zij toegezegd de komende jaren 500 banen voor ervaringswerkers te creëren. Organisaties die zich bij Markieza aansluiten, moeten buiten hun eigen kader durven kijken en het belang van de cliënt centraal stellen. Weg van het hokjesdenken dus. “Samenwerking tussen uitkeringsinstanties, onderwijsinstellingen en werkgevers is een must, omdat je alleen dan bij de kracht van de burger kunt aansluiten.” Weg van het hokjesdenken Bijzonder is dat de vraag naar ervaringsdeskundigheid steeds breder wordt. “We zien ook al vraag ontstaan vanuit ouderenorganisaties en jeugdzorg. Wanneer je verder denkt, zou de inzet van ervaringswerkers bij huisartsenpraktijken en zelfs bij Wmo-loketten en het UWV, logische vervolgstappen zijn.” Diks-van Heumen is ervan overtuigd dat de inzet van ervaringswerkers zorgt voor meer efficiëntie binnen zorg- en welzijnsorganisaties. “De trajecten worden korter doordat cliënten eerder in hun kracht komen. Met het inzetten van meer ervaringsdeskundigheid zal er meer herstelondersteunend gewerkt worden. Dit leidt onherroepelijk tot een verbetering van de kwaliteit van leven en daardoor ook een vermindering van de maatschappelijke kosten.” INVORM | november 2013

13


inTERviEW: GOn MEvis

Auteur: Maike van de Rijdt / Fotografie: Joris Buijs, PVE

“als je mensen serieus neemt mag je ook een beroep op hen doen”

“Iedereen telt mee, iedereen doet mee!” Deze duidelijke en ook ambitieuze missie loopt als rode draad door de visie en activiteiten van welzijns- en vrijwilligersorganisatie ContourdeTwern. ContourdeTwern werkt aan vitale wijken en dorpen, dichtbij de burgers. Midden in de samenleving en decentraal georganiseerd. Met 515 medewerkers en 3.500 vrijwilligers actief in Midden-Brabant, Dordrecht en Rotterdam. Vanuit het nieuwe centrale bureau aan de Spoorlaan in Tilburg schetst directeur/bestuurder Gon Mevis de rol van ContourdeTwern in de huidige ontwikkelingen van de sector zorg en welzijn.

14


Hulp moet je wel organiseren De roep om in de sector steeds meer vrijwilligers in te zetten heeft twee kanten volgens Mevis: “Mensen zijn soms teveel gemedicaliseerd en afhankelijk gemaakt van intensieve zorg. Het is belangrijk om beter te kijken naar wat mensen wel kunnen en uitgaan van hun eigen kracht. Laat ze dingen zelf organiseren met eigen verantwoordelijkheden. De keerzijde is dat we niet voor alles een beroep mogen doen op familie en/of vrijwilligers. Er gebeurt al veel: 40% van de Tilburgers verricht al enige vorm van vrijwilligerswerk. Dus als je uitgangspunt is dat mensen het voortaan zelf maar eens moeten gaan doen, dan overvraag je en zie je niet wat er gaande is in de samenleving.” Mevis vraagt zich hardop af hoe ver de inzet van vrijwilligers en mantelzorgers draagt. “Door een complex aan factoren kun je vastlopen en hulp nodig hebben. Dan is het niet automatisch zo dat iemand bij je komt aanbellen met de vraag: ‘kan ik je helpen?’ Nee, een beroep doen op hulp moet je wel organiseren, dat gebeurt niet vanzelf. Zo simpel zit onze maatschappij niet in elkaar. We moeten niet onderschatten dat we dit wel even regelen.” Bewaken ondergrens De vraag is hoe Mevis het spookbeeld ziet dat straks ontslagen medewerkers als vrijwilliger hetzelfde werk gaan doen. “Vrijwilligerswerk is hartstikke mooi en belangrijk, maar hier zit wel een ondergrens aan. Het is niet wenselijk dat al het werk door vrijwilligers ingevuld wordt. De maatschappij heeft wel een economisch systeem nodig. Zelfredzaamheid is ook economische zelfredzaamheid. Er dreigt een race to the bottom. De zorg bestaat uit verzorgend en verpleegkundig werk, maar ook op huishoudelijke diensten zijn veel mensen aangewezen. Die banen mogen er ook zijn en daar mag je als maatschappij

wel iets voor over hebben. We zitten in een economische crisis, er is minder geld dus dit werk wordt niet meer zomaar gefinancierd door de overheid.” Die verschraling ontstaat structureel en baart Mevis grote zorgen. Dit is een dilemma waarin het lastig is een eenduidig standpunt in te nemen. Mevis vervolgt: “We moeten niet vergeten vrijwilligers te beschermen. Je moet een appèl kunnen doen op iemand om zich vrijwillig in te zetten, dan houden mensen het vol, vinden ze het ook leuk. Activering als verplichting voor het krijgen van een uitkering is geen vrijwilligerswerk. Je moet het de zorgbehoeftige cliënt niet aandoen dat allerlei persoonlijke handelingen door een verplichte vrij-

en goed begeleiden, daar moet je ook geld voor over hebben.” Creatieve verbindingen “Door arrangementen waarin de professionele zorg ondersteund wordt met vrijwillige inzet, kunnen we voldoen aan de toenemende zorgvraag. Dit is goed voor de zorgkwaliteit en doet recht aan de beroepsgroep en de vrijwilliger.” Samen met De Wever en Thebe heeft ContourdeTwern een alternatief opgezet voor het wegvallen van de dagbesteding. Enthousiast vertelt Mevis: “In de wijkcentra worden huiskamers georganiseerd door professionals waar ook vrijwilligers en stagiaires bij betrokken zijn. In de huiskamer ontmoeten en ondersteunen kwetsbare mensen

“We kunnen niets in ons eentje, we hebben altijd de samenwerking nodig met andere partijen” williger of de buurvrouw gedaan worden. Dan zak je door de ondergrens heen. Het zal de komende jaren wel een issue worden om die ondergrens te bewaken.” Duurzaam begeleiden kost ook geld Voor het behoud van de vrijwilligers is het belangrijk om ze te binden en te boeien. “Uitgangspunt zijn ieders eigen kwaliteiten. Waar ben je goed in en wat wil je bereiken. Je krijgt de kans om te groeien als vrijwilliger: competenties op te bouwen en vast te leggen.” Bij ContourdeTwern is er op persoonlijk niveau aandacht voor de vrijwilliger. Hierop wordt heel positief gereageerd. Het binden en boeien gebeurt op veel manieren, maar wordt ook onderschat. “Er wordt vaak te makkelijk gezegd: ‘laat het maar door vrijwilligers doen want dat kost niets’. Maar dat klopt niet. Duurzaam

elkaar. Deelnemers aan de huiskamer creëren een contactcirkel die ze zelf onderhouden. Van consumenten die dingen krijgen aangereikt, worden ze zelf verantwoordelijk. Omdat je mensen serieus neemt mag je een beroep op hen doen. Ook de wijkverpleegkundige kan naar de huiskamer komen in plaats van thuis. Zo wordt het verlenen van zorg een deel van het sociale leven.” Dit zijn voorbeelden van projecten die al lopen, maar nog verder aangejaagd en slimmer georganiseerd moeten worden. Hierin zoekt ContourdeTwern de verbinding. “We kunnen niets in ons eentje, we hebben altijd de samenwerking nodig met andere partijen.”

INVORM | november 2013

15


In gesprek met Jeroen Wonders, directeur Bounce, Centra voor Werk & Psyche

Duurzame inzetbaarheid: de werknemer direct aan het stuur Meer aandacht voor gezonde medewerker De aandacht voor de zieke, verzuimende medewerker is georganiseerd, maar hoe zit dat eigenlijk met de gezonde, hard werkende, trouw en loyale, soms minder zichtbare gezonde medewerker? Hoeveel aandacht gaat daar naar uit? Heeft deze medewerker het nog naar zijn of haar zin; zijn daar nog kleine of grotere ontwikkelingsmogelijkheden voor beschikbaar, heeft hij of zij nog voldoende uitdaging. Doen we voldoende om deze medewerkers te boeien en te binden? Hoe ervaren medewerkers dit eigenlijk zelf? En hoe kun je alle medewerkers hier systematisch in ondersteunen? “Voor de aanpak van duurzame inzetbaarheid is het naar ons idee van belang medewerkers zelf (meer) bewustzijn bij te brengen over de eigen werkbeleving. Hoe wordt die ervaren en hoe oordeelt medewerker zelf over het eigen werk voor de komende jaren? Ziekteverzuim lijkt geregeld Wat we zien is dat voor het terugdringen van verzuim binnen de kaders van Wet Verbetering Poortwachter goede stappen vooruit zijn gezet. De HRM afdelingen van organisaties zijn veelal goed geschoold en reageren meer adequaat op verzuim. De arbodienstverlener speelt hierbij ook een belangrijke rol, soms op zeer adequate wijze uitgevoerd, soms ook nog achterblijvend. Ook de snelle professionele interventie door arbeidspsycholoog met focus op werkhervatting waar gewenst en het goed inschatten of sprake is van ziekte, arbeidsconflict of loopbaanvraag draagt bij aan terugdringing verzuim. 16

Persoonlijke Werkinspiratie Scan® Als specialist op het gebied van Werk & Psyche zijn we in 2013 verder op zoek gegaan naar een onderscheidend werkzaam toepasbaar model. Een model dat organisaties kan ondersteunen om het beste uit hun medewerkers te halen en in staat is in eerste instantie de werkbeleving van de medewerker zelf in kaart weet te brengen. Een model wat direct begint bij de medewerker zelf. Een model waar ook medewerkers enthousiast over worden, doordat ze zelf meer richting kunnen gaan geven aan eigen werkleven. Met overtuiging kan ik zeggen dat Bounce door de samenwerking met Margreet Verbeek, Arbeid & organisatie psycholoog een dergelijk model gevonden heeft. Haar jarenlange ervaring en passie op het gebied van duurzame inzetbaarheid hebben geleid tot een werkzaam model, waar Bounce graag in partnerschap gebruik van maakt. Op systematische wijze wordt de inzetbaarheid, vitaliteit, de persoonlijke ontwikke-

lingswensen en richting van gewenste arbeidsmobiliteit in kaart gebracht. Dit heeft zowel voor werknemers als de werkgever voordelen omdat zij in staat worden gesteld de juiste interventies in gang te zetten. Het is een uitdaging voor ons om organisaties te ondersteunen hun services te organiseren vanuit het thema ‘duurzame arbeidsparticipatie’ en de toegevoegde waarde van de HR services inzichtelijk te maken.” Met ons team van ervaren arbeid & organisatie psychologenzijn we in staat zorg- en welzijnsinstellingen hierin te ondersteunen. Bounce is dé specialist op het gebied van Mobiliteit & Vitaliteit voor zowel gezonde werknemers met loopbaanvragen als voor verzuimende werknemers met vragen in relatie tot re-integratiespoor 1 of 2. Nieuwsgierig geworden, neem gerust contact op en kijk ook eens naar onze vernieuwde website: www.bouncecwp.nl. Bounce brengt mensen in beweging!

Jeroen Wonders, directeur Bounce jwonders@bouncecwp.nl


Kort nieuws Training Community Support bij Buro MAKS

Vivent wint V&VN award De pilot Gast op de woning van Vivent Hof van Hintham won de V&VN Zorgaward 2013. De V&VN Zorgaward is de prijs voor het beste vernieuwende idee, bedacht en uitgevoerd door verzorgenden. Andrina Huibertse ontving deze mooie prijs uit handen van staatssecretaris Martin van Rijn. Andrina Huibertse, verzorgende bij Vivent Hof van Hintham in ’s-Hertogenbosch, is blij verrast en trots dat haar project de V&VN Award gewonnen heeft. Landelijke erkenning krijgen voor een initiatief dat past bij de wensen van de bewoners motiveert enorm om nog een stapje extra te zetten. Andrina diende het project ‘Gast op de woning’ in. Zij vond voor een jong dementerende vrouw een plek voor daginvulling op een woning voor bewoners met dementie. Mevrouw van Goch is sinds februari één dag per week te gast op deze woning en daar voelt ze zich echt thuis. In de zorg moeten er steeds meer zorg geboden

worden met minder medewerkers. Mevrouw van Goch kan nog heel veel dingen wel en ondersteunt de verzorging op de woning. Eigenlijk is ze hier nog vrijwilligster, wat belangrijk is voor haar eigenwaarde. Door een gestructureerd dagprogramma te bieden, kan Vivent mevrouw zo lang mogelijk thuis laten wonen. Op deze manier wil Vivent meneer en mevrouw van Goch langzaam begeleiden naar de volgende stap. Rustig raken ze bekend met de verpleeghuiszorg van Vivent. Vivent hoopt deze manier van opvang in de toekomst uit te kunnen rollen naar meerdere woningen.

Digitaal leerplein voor zorgprofessionals West-Brabant uniek De vijf grootste zorgorganisaties van West-Brabant werken vanaf 1 juli samen in het Leernetwerk West-Brabant. Het netwerk biedt een digitale leeromgeving voor alle zorgprofessionals van de vijf zorgorganisaties. Zij kunnen op elk gewenst moment online leren en hun vakdeskundigheid op peil houden. Kwaliteit van zorg De vijf zorgorganisaties, Groenhuysen, TWB, tanteLouise-Vivensis, Franciscus Ziekenhuis en Lievensberg ziekenhuis vinden het van belang om te investeren in de ontwikkeling van de medewerkers. Een gezamenlijk digitaal leerplein biedt voor alle (zorg)professionals een uitgebreid aanbod van scholingen, trainingen en workshops. Door het gezamenlijk

verzamelen en eenduidig aanbieden van kennis, zullen de werkwijzen van de afzonderlijke organisaties op elkaar worden afgestemd. De samenwerking is niet alleen uniek in West-Brabant, maar ook landelijk. Door de krachten te bundelen en kennis met elkaar te delen, wordt een platform gecreëerd dat bijdraagt aan de deskundigheidsbevordering van de verschillende medewerkers, waarmee de kwaliteit van zorg in deze regio wordt gewaarborgd. Op elk moment leren Met het digitaal leerplein wordt de medewerker gefaciliteerd om op een efficiënte manier kennis en vaardigheden van het eigen beroep op peil te houden. Op elk gewenst moment kan de digitale

Dit jaar is Buro MAKS gestart met een pilot Community Support. Deze methode richt zich op het versterken van de eigen kracht van cliënten en het benutten van de steun uit het  sociaal netwerk. Doel is om de regie meer bij de cliënt te leggen en minder afhankelijk te zijn van professionele ondersteuning. De professional richt zich naast het coachen meer op het versterken van het netwerk rond de cliënt door het opzetten en ondersteunen van een steungroep. Community Support sluit prima aan bij onze visie. We hebben een training hiervoor ontwikkeld, inclusief digitale samenwerkingsportal, waar onze medewerkers in september mee zijn gestart. Eerder dit jaar is een pilottraining gestart en is begonnen om een kleine groep cliënten op deze manier te begeleiden. Wij kunnen deze training ook voor collega-organisaties verzorgen. Voor meer informatie hierover kunt u e-mailen naar: info@buromaks.nl.

leeromgeving worden geraadpleegd om vakinhoudelijke informatie op te zoeken of leeractiviteiten uit te voeren. Door het interactieve karakter en het gebruik van onder andere beeldmateriaal is leren via het Digitaal Leerplein aantrekkelijk en zeker niet saai. Inzicht in bekwaamheid Het Digitaal Leerplein is tevens een instrument waarmee de bevoegdheden en bekwaamheden van de medewerkers goed inzichtelijk kunnen worden gemaakt. Voor iedere medewerker wordt in het leerplein een portfolio opgenomen, waarin kan worden bijgehouden hoe de medewerker zich met het ontwikkelen van zijn vakbekwaamheid bezig houdt.

INVORM | november 2013

17


De werkplek van…

Auteur: Tom Verstegen / Fotografie: Bram Saeys

Ike Bomer, voorzitter raad van bestuur Kempenhaeghe Kempenhaeghe diagnosticeert en behandelt kinderen en volwassenen die (mogelijk) een complexe vorm van epilepsie, ernstige slaapstoornissen en/of neurologische  leer- en ontwikkelingsstoornissen  hebben.  Deze problemen kunnen gepaard gaan met  andere aandoeningen en ook tot vragen leiden op het gebied van wonen, werken, leren en relaties. Naast patiëntenzorg zijn wetenschappelijk onderzoek en overdracht van kennis aan verwijzers kerntaken van Kempenhaeghe. Medisch specialisten, gedragswetenschappers, maatschappelijk werkers, paramedici en gespecialiseerde verpleegkundigen werken samen, met Kempenhaeghe als spil. Deze multidisciplinaire aanpak is wezenlijk voor de benadering van Kempenhaeghe als expertisecentrum.

18


Hoe zou u uw werkplek willen omschrijven? Onze locatie ligt net buiten de bebouwde kom. Iedereen vindt het hier prachtig, al kan het voor patiënten wat lastig te vinden zijn. In de loop der jaren zijn accommodaties regelmatig vernieuwd. In de vorige situatie zat mijn kantoor tegen de polikliniek aan, nu werk ik wat meer afgezonderd. Die binding met het ‘veld’ mis ik wel een beetje.” Wat zijn de ontwikkelingen binnen Kempenhaeghe? “Kempenhaeghe is een leidend centrum in Nederland voor epilepsie en voor slaap-waakvraagstukken. We werken momenteel sterk aan academisering. In januari van het volgend jaar openen we samen met het Academisch Ziekenhuis Maastricht op twee locaties in Maastricht en op onze eigen hoofdlocatie in Heeze - een academisch centrum voor epileptische aandoeningen. Werkend met één team vanuit één aansturing. We werken voor onderzoek veel samen met de TU Eindhoven. Verder hebben we grotere projecten in ontwikkeling rond verbinding met de omgeving voor onze AWBZ-cliënten. Het wonen in kleine groepen vindt men steeds minder aantrekkelijk. Waar mogelijk gaan onze cliënten eigen appartementen bewonen. Binnenkort betrekken tien cliënten een woon-zorgcomplex aan de Emmastraat in Asten. ‘Providentia’, in Sterksel, is een ander nieuw project. Kortgeleden legden we de eerste steen.” Wat is het idee achter de vernieuwing van Providentia? “Kempenhaeghe wil andere doelgroepen dan onze cliënten interesseren voor wonen op Providentia. De komst van nieuwe bewoners moet op het nu nog geïsoleerd liggende instellingsterrein ‘leven in de brouwerij’ brengen voor de huidige bewoners. Ze hebben allen epilepsie en een verstandelijke beperking, verhuizen naar een ‘gewone wijk’ is geen optie. Ze hebben behoefte aan

een beschutte omgeving, maar deel uitmaken van de maatschappij is ook voor hen belangrijk. Dus halen we de ‘gewone wereld’ als het ware naar binnen.” Wat is de rol/positie van Providentia binnen het dorp Sterksel? “Er komen 180 woningen in het groen, van rijtjeswoning tot vrijstaand. Het wordt geen Vinex-locatie, maar een heus ‘dorp in een dorp’. Sterksel is klein, dus zo’n initiatief moet passen. We willen het dorp niet voor de voeten lopen.” Wat doet dat met u als bestuurder? Hoe bent u met uw werk bezig? “Het is fantastisch om dit werk te

mogen doen! Aan de ene kant ben ik academisch bezig, aan de andere kant met de zorg voor kwetsbaren, via de AWBZ. Ik geef leiding aan een organisatie waar de mensen van houden; je wordt vanzelf geënthousiasmeerd.” Hoe belangrijk is de omgeving voor de organisatie? “Zo’n kwart van de volwassen bewoners met epilepsie woont in groepswoningen of appartementen in naburige dorpen. Bovendien zijn we met een straatlengte voorsprong de grootste werkgever in deze dorpen; de atmosfeer van die omgeving dringt tot in ons huis door.”

INVORM | november 2013

19


BEKENDE BRABANDER: PIET HEIN EEK

20

Auteur: Tom Verstegen / Fotografie: Rene van der Hulst


“Met een sociale werkplaats kun je óók geld verdienen” “We staan op een keerpunt in onze samenleving en in ons denken. Dat verheugt me. We hebben in ons land altijd aan ‘hokjesdenken’ gedaan en daar heb ik de schurft aan. Ik denk dat je dingen oplost door niet te denken dat alles zwart-wit is. Commercie en kunst kunnen wél samengaan. Met een sociale werkplaats kun je óók geld verdienen, mits daar een knalduidelijk commercieel beleid op gezet is. Dat vergroot de deelnemingsgezindheid en het werkplezier bij alle betrokkenen. Moet je je voorstellen hoe geweldig het is dat deze mensen aan het eind van de week beseffen dat ze zelf hun broek hebben opgehouden.”

welzijn? “Enerzijds wat iedereen met zorg zou moeten hebben”, luidt het antwoord. “Anderzijds weet ik natuurlijk dat veel mensen er weinig mee te maken hebben en er amper over nadenken. Totdat ze zélf hulp nodig hebben... Ik ontwerp in een breed maatschappelijk perspectief en dat doen veel kunstenaars. Vraag hen iets te doen voor zorg en welzijn - wat dan ook - en je zult vrijwel altijd een positief antwoord krijgen. Mijn toegevoegde waarde ligt in het ontwerpen. Vraag me niet om iets te sponsoren; ik draag

Piet Hein Eek (Edam, 29 april 1967) is ‘ontwerper, vormgever, distributeur, kunstenaar, maar bovenal allesdoener’. Eek, die woont in Geldrop en werkt vanuit Eindhoven, heeft een aantal meubels ontworpen voor Woodworks in Tilburg. Woodworks is een houtwerkplaats van zorgorganisatie Amarant. Daar werken mensen met een verstandelijke beperking aan de eerste producten van ‘Social Label’, een initiatief dat bijzondere werkplaatsen koppelt aan kunstenaars en ontwerpers.

zich daarnaast bezig met de inrichting van gebouwen. Het Stedelijk Museum Amsterdam en het Groninger Museum wijdden tentoonstellingen aan zijn werk. Zijn nieuwste concept, een werkplaats annex ontwerpatelier en restaurant in de Eindhovense wijk Strijp-R, is een populaire hotspot. “Mijn werk spitst zich erg toe op het ‘maken’. Van jongs af aan zijn materialen het uitgangspunt. Een nogal pragmatische benadering, die je terugziet in mijn meubels”, legt hij uit. Piet Hein Eek geeft Woodworks werktekeningen

Hotspot In 1992 studeerde Piet Hein Eek af aan de Design Academy in Eindhoven. Hij bleef daarna in Brabant, dat hij inmiddels ‘honderd procent’ als zijn thuis beschouwt. Zoals hij tijdens zijn studie heimwee had naar de polders, kan hij inmiddels de bossen en heide niet meer missen. Zijn afstudeeropdracht was een kast van sloophout. In een tijd van ‘overdadigheid’ koos hij voor simpel materiaal en een sobere vormgeving. Eek ontwerpt (en fabriceert) inmiddels meubilair, verlichting en accessoires en houdt

“Commercieel denken in de zorg is helemaal niet raar” en rechten van een aantal sloophouten meubels. Onder het mom ‘plagiaat voor het goede doel’ maken de mensen van Woodworks nu zijn meubels. Tijdens de Dutch Design Week 2012 presenteerden zij zich bij de werkplaats van Eek op Strijp-R. Creativiteit inbrengen Wat heeft Piet Hein Eek met zorg en

liever ideeën aan of breng creativiteit in. En daarbij beperk ik me tot mijn sterkste kant: het ontwerpen van producten.” De samenwerking met Amarant via het project Social Label kwam min of meer op deze wijze tot stand. “Voor het Huttenfestival in Tilburg ontwierp ik eenvoudige meubels, die weer uit elkaar gehaald konden worden. Er was

INVORM | november 2013

21


ADVIES EN TRAINING

CREATIE EN PRODUCTIE

DUURZAAM STAKEHOLDERS BINDEN MET STORYTELLING Maak ambassadeurs van uw medewerkers en fans van uw klanten. Door betekenisvolle verhalen te delen, vergroot u betrokkenheid en bouwt u aan waardevolle relaties. Authentieke verhalen geven betekenis aan kernwaarden en laten zien waarom uw organisatie bestaat. Ze dragen bij aan het boeien en binden van medewerkers en werken als krachtige magneet voor klantbeleving. Godding & co begeleidt verandertrajecten en ondersteunt bij het versterken van uw werkgeverschap en merkreputatie. Daarbij zetten we naast waardenscans ook inspiratie- en dialoogsessies, storytelling, creatieve campagnes en coaching en training in. Bel of mail Raymond Godding voor een goed gesprek.

• verbeteren van samenwerking en afstemming • uitdragen van identiteit • versterken lerende cultuur Interesse? 013-518 6158 / info@godding-co.nl / www.godding-co.nl


BEKENDE BRABANDER: PIET HEIN EEK

namelijk geen budget. De mensen van Amarant maakten ze en dat ging zó goed dat de vraag kwam of ik niet nog een aantal meubels kon ontwerpen die eenvoudig te produceren waren.” Verbinding De wetgeving verandert. Begeleiding en verzorging vallen nu nog onder de AWBZ, maar het kabinet wil dat gemeenten deze taken vanaf 2015 gaan uitvoeren. Innovatieve zorgconcepten en samenwerking zijn nodig om mensen mee te laten doen in de samenleving. Social Label is ambitieus. Volgens de initiatiefnemers zijn de producten aantrekkelijk voor het publiek en tegelijk ook leuk om te maken. Dat laatste is voor een organisatie als Amarant natuurlijk belangrijk. Er is meer: Social Label zoekt ook verbinding met het bedrijfsleven, want het biedt perspectieven voor een grote groep mensen die niet snel in het reguliere arbeidsproces instroomt.

Piet Hein Eek zegt erover: “Het is niet alleen bezigheidstherapie, maar hopelijk een structurele manier om fondsen te werven: er kunnen voortaan echte, maar goedkope Eeken in Tilburg en Eindhoven gekocht worden. Los van het verkoopverhaal is dit een ongelooflijk positieve ervaring voor mij. De deelnemers zijn trots op

hun bijdrage in het zelfvoorzienend zijn. En dan mag er best eens een initiatief misgaan, zoals in het ‘echte’ leven. Commercieel denken in de zorg is helemaal niet raar. Als je het niet probeert, weet je zeker dat je nooit uit het geijkte patroon komt. En als het je wél lukt, maak je winst op vele manieren.”

Social Label Social Label is een project waarbij mensen met een licht verstandelijke beperking samen met een bekende ontwerper producten maken. De ontwerpen die in beperkte oplage verschijnen, zijn met vakmanschap en plezier gemaakt en bieden deze groep nieuwe kansen om mee te doen in de samenleving en in het arbeidsproces. Social Label fungeert als vliegwiel om samenwerking en innovatie in zorg en werk te stimuleren. Piet Hein Eek is de eerste ontwerper met wie, samen met de makers van houtwerkplaats Woodworks, de Social Label-serie HOUT is ontwikkeld. De volgende Social Label-serie VAAS is een samenwerking van ontwerper Roderick Vos met werkplaats Artenzo. Ook andere zorgorganisaties kunnen meedoen aan dit gezamenlijke project. Kijk op www.sociallabel.nl.

INVORM | november 2013

23


Interview

“Mijn werk is het bestuderen van het werken van anderen�

24

Auteur: Anne-Rieke de Haan / Fotografie: Simone van Halen


“Talent weg laten stromen in tijden van crisis? Niet slim!” Een glasheldere stellingname van Geert Van Hootegem, professor arbeidssociologie aan de K.U. Leuven en gespecialiseerd in arbeidsorganisatie. Zijn out-of-the-box kijk op het organiseren van arbeid is een directe afgeleide van de theorie van Ulbo de Sitter. Daarmee maakte Van Hootegem in Nederland kennis in de jaren negentig aan de Radboud Universiteit Nijmegen. De Sitter is de grondlegger van de sociotechniek in Nederland en zijn literatuur is erg theoretisch en complex. Sociotechniek laat zich omschrijven als een bedrijfskundige stroming gericht op het verbeteren van het functioneren van mens en organisatie. Dat moet gebeuren door aanpassing of herontwerp van werkprocessen en organisatie van de techniek of diensten én van de menselijke arbeidstaken.

Praktische toepassing voor bedrijfsleven én social profit organisaties Van Hootegem weet als geen ander die theorie toe te passen op de praktijk. ”Het ontwerpen van een systeem doe je niet in plaats van de huidige situatie. De huidige situatie is het uitgangspunt en wordt herontworpen naar een gewenst systeem. Daarvoor heb je een logische aanpak nodig en dan is niets zo praktisch als een goede theorie”, legt de prof glimlachend uit. Hij kwam naar eigen zeggen per toeval bij de zorgsector terecht. Na zijn terugkeer naar België in 1996 ging hij aan de slag met de introductie van sociotechniek bij onze zuiderburen.

instantie was Flanders Synergie bedoeld voor het bedrijfsleven, echter vanuit zorg en onderwijs kwam veel vraag naar hulp. Een van de redenen dat Van Hootegem zich heeft verdiept in de organisatie van arbeid binnen de zorgsector in België. Verspilling door de luxe van veel arbeidskrachten De structuur van zorgverlening is in België anders dan in Nederland. Volgens Van Hootegem zit dat in het bijzonder in de vrijheid van keuze voor de zorgafnemer. Patiënten en cliënten kunnen shoppen en bepalen zelf bij welke organisatie en door welke zorg-

“Niets zo praktisch als een goede theorie” Daartoe stond hij aan de wieg van Flanders Synergie, een organisatie die innovaties op het gebied van arbeidsorganisatie bij commerciëlen, social profit organisaties en overheidsbedrijven promoot, bevordert en initieert. In eerste

verlener zij geholpen worden. Deze leidt tot een onevenwichtige belasting van zorgorganisaties. Zo wonen in Leuven verhoudingsgewijs veel psychiatrische patiënten. Dat komt door de hoog aangeschreven psychiatrische

afdeling van het Universitair Ziekenhuis Leuven waarvoor mensen uit de wijde omgeving kiezen. Daarnaast zijn veel aspecten van zorg en bijbehorende processen als financiële vergoedingen verzuild georganiseerd. De katholieke zuil is daarbij de grootste en het meest uitgebouwd. Op sommige vlakken is de zorg te versnipperd. Van Hootegem schetst een voorbeeld: ”Wanneer een dementerende oudere thuis koffie morst kan het zijn dat daarbij 9 zorgprofessionals betrokken zijn. Een huishoudelijke hulp die de vloer schoonmaakt, een verzorgende die de cliënt helpt met het uittrekken en schoonmaken van diens kleding, een verpleegkundige die een mogelijk opgelopen brandwond van crème voorziet, een arts die de benodigde zorg indiceert en toewijst, een maatschappelijk werker per bovengenoemde zorgverlener voor de aansturing én een planner voor de zorgplannen. Onderling werken deze mensen nauwelijks samen.“ Deze ver-

INVORM | november 2013

25


Interview snippering is een gevolg van het overschot aan arbeidskrachten ontstaan door de twee babybooms. ”Door het grote aantal potentiele arbeidskrachten was er jarenlang weinig druk op productiviteit en het uitstromen van mensen op een relatief nog jonge leeftijd werd niet tegengegaan. Er stonden immers voldoende jongeren klaar om hun werk over te nemen. Door het overschot aan arbeid werd er spilzuchtig mee omgesprongen.” De welgestelde babyboomgeneratie legt ook druk op een ander belangrijk

len veranderen en dat zij zich tevens realiseren dat innovatie van arbeidsorganisatie noodzakelijk is. Beide aspecten zijn onmisbaar voor een succesvolle transitie. Van Hootegem heeft bewondering voor de snelheid waarmee Nederlandse organisaties veranderen. Ook het oer-Hollandse poldermodel genoot in België veel populariteit. Desondanks ziet Van Hootegem dat de situatie voor Belgische organisaties rustiger is en het economisch goed gaat. Een verklaring daarvoor is de positieve innoveerdrift. ”Begin 2013 was er een Zoekconferentie waarbij een grote groep

“Liever (intern) samenwerken dan specialiseren” kenmerk van de Belgische gezondheidszorg: gelijkheid voor iedereen. Iedereen heeft recht op goede en dezelfde zorg. Echter de wensen van zorgvragers lopen sterk uiteen. De generatie die nu veel zorg nodig heeft is rijk en beschikt over de middelen om naast zorg ook comfort in te kopen. Denk daarbij aan eenpersoonskamers in het ziekenhuis, hotelservices etc., etc. Tevens hebben zij de mogelijkheid om op een arbeidsmarkt waar een tekort is aan geschoolde krachten de beste mensen voor zich in te zetten door hen meer te betalen. Dat knaagt aan het gelijkheidsbeginsel. Rustig in België, toch sense of urgency Momenteel is in Nederland de omgeving rondom zorgorganisaties volop in beweging, in België is dat een stuk rustiger. Toch meent Van Hootegem dat zorgorganisaties een sense of urgency voelen. Daarmee bedoelt hij dat organisaties wil-

26

stakeholders uit de zorg 48 uur, verdeeld over 3 dagen, bijeenkwamen. Het doel was het veranderen van systemen door te zoeken naar common ground zoals omschreven in de literatuur van Marvin Weisbord. De aanwezigen varieerden van ministers tot artsen en van verpleegkundigen tot patiënten. Gezamenlijk werd er gedacht over het slimmer organiseren van arbeid in de zorg. Zonder directe bedreiging van de huidige situatie.“ Voor Van Hootegem een voorbeeld van de drang om te willen veranderen. Talenten stromen en lekken Dat zorgorganisaties in Nederland momenteel gekwalificeerd personeel ontslaan vindt Van Hootegem niet slim. “ Samen met mijn collega Benny Corvers van Prepared Mind ben ik dit jaar erg actief geweest in de zorg. In ons nieuwe boek Slimmer zorgen voor morgen, dat 12 december wordt gepresenteerd, staat

een hoofdstuk: Talenten stromen en lekken. Daarin behandel ik het belangrijkste probleem voor de zorg in België; het aantrekken, motiveren, behouden en productief inzetten van medewerkers. Het boek behandelt een project met enkele Limburgse ziekenhuizen die we dit jaar begeleidden. Tijdens dat project is een model ontwikkeld om de in- en uitstroom van werknemers in kaart te brengen, het zogenaamde ’Stromen- en Lekkenmodel‘. Dit model toont aan dat de problematiek niet alleen langs de kant van de instroom moet worden aangepakt, maar dat er zich ook problemen voordoen met de uitstroom, de doorstroom en het productief inzetten van medewerkers. En dat die verschillende componenten elkaar beïnvloeden en versterken. Een oplossing kan dus enkel langs systemische weg worden gevonden.” Door nu naar de korte termijn te kijken en talenten weg te laten stromen vanwege bezuinigingen ontstaan er volgens Van Hootegem op langere termijn problemen die we nu al kunnen voorzien. “Demografische gegevens liegen niet, we weten nu al dat de eerste babyboomgeneratie over een tiental jaren veel zorg gaat vragen. Wanneer we nu personeel laten gaan, hoe vinden we dan tijdig de krachten die aan die zorgvraag gaan voldoen? We moeten nu kijken hoe we dat gaan organiseren.” Gezamenlijk veranderen Van Hootegem ziet mogelijkheden om over de grens samen te werken om ontgroening en vergrijzing het hoofd te bieden. Hij denkt daarbij aan interregionaal opleiden. Daarnaast kunnen bestuurders, directies en zorgmedewerkers van


elkaar leren door ervaringen uit te wisselen. “Dat gebeurt nu al veel en vaak spontaan. Door dat te organiseren kan er winst geboekt worden.’ Innovatieve projecten over de grens heen zijn heel logisch en hebben zeker kans van slagen, ik zou daar graag over meedenken.” Naast samenwerking tussen organisaties ziet Van Hootegem ook meer in samenwerking dan specialisatie binnen zorgorganisaties. “Zorgorganisaties hebben een niet te stoppen drift om zich te specialiseren. Echter, intern wordt er binnen die specialisaties nauwelijks samengewerkt. Overkoepelende diensten zijn centraal georganiseerd zonder te kijken naar de verschillende behoeften van patiëntgroepen. Een patiënt van de KNO-afdeling verblijft kort in het ziekenhuis en is vaak jong. Wat deze patiënten eten is nauwelijks van invloed op hun herstel. Voor een maag-, lever-, of darmpatiënt is dat een ander verhaal. Deze

patiënt verblijft vaak lang in het ziekenhuis, is ouder en voeding maakt een essentieel deel uit van het behandelprogramma. Toch krijgen patiënten op beide afdelingen hun voeding volgens hetzelfde systeem en uit dezelfde keuken. Daar moet winst te behalen zijn door het anders te organiseren.” Het succesvol veranderen van een systeem lukt volgens Van Hootegem niet alleen top-down of bottom-up, alle lagen moeten hun medewerking geven. “Maar het is van essentieel belang dat de top mee gaat in de transitie en het groene licht geeft. Het is wenselijk dat er een bestuurder deelneemt aan het designteam dat aan de slag gaat.” Van Hootegem is naast professor aan de KU Leuven ook mede-oprichter van het adviesbureau Prepared Mind, en bestuurder bij het Ulbo de Sitter instituut. Zijn collega’s van het instituut inspireren hem enorm. Maar ook

Nederlandse initiatieven zoals Buurtzorg of de ketenintegratie door Sensire weten hem te boeien. Verenigen Belgische zorgorganisaties zich op deze thema’s? Belgische zorgorganisaties verenigen zich minder prominent dan de profitsector. De werkgeversorganisatie VERSO manifesteert zich regionaal op Vlaams niveau. Samenwerkingsverbanden tussen zorgorganisaties zijn er op grote en kleinere schaal. Zorgnet Vlaanderen is een voorbeeld van een grootschalig verband Deze werkgeversorganisatie verenigt christelijke initiatieven uit de social profit: algemene ziekenhuizen, voorzieningen uit de geestelijke gezondheidszorg en uit de ouderenzorg. Zorgnet Vlaanderen verdedigt de belangen van zijn leden bij de verschillende overheden en gezondheidsactoren, zowel op Vlaams als op federaal en op internationaal niveau.

INVORM | november 2013

27


in BEELd

Fotografie: Joris Buijs, PVE

Transvorm Actueel: inhoud en

Woensdag 23 oktober kon ook de tweede editie van Transvorm Actueel op volop belangstelling rekenen. Het thema ‘modernisering van de ziektewet’ bracht een kleine 40 deelnemers op de been. Transvorm Actueel vindt iedere derde woensdag van de maand plaats. De bijeenkomsten hebben elk een eigen thema, eigen vorm en eigen doelgroep. Er verandert veel op de Brabantse arbeidsmarkt voor zorg en welzijn… alles is in beweging. Transvorm Actueel biedt aangesloten organisaties diepgang door actuele thema’s te behandelen die deze veranderingen omvatten. De eerste editie had als thema ‘Flexibele arbeid, nu en in de toekomst’. Op 20 november is de volgende Transvorm Actueel, het thema is dan ‘Profileren, juist nu!’.

28


ontmoeten

INVORM | november 2013

29


InVorm panel

Iedere InVorm reageren

Fotografie: Joris Buijs, PVE

UW REGIO

?

professionals uit verschillende regio’s, vanuit hun eigen functies, werkvelden en organisaties op dezelfde vraag. Nog onduidelijk na Prinsjesdag 2013: overgang Persoonlijke Verzorging, van AWBZ naar Wmo of Zvw? In een uitzending van Nieuwsuur zegt wethouder Margriet de Jager van de gemeente Deventer afgelopen juli: “Persoonlijke verzorging is de begeleiding van mensen bij het wassen en aankleden. Maar ook bijvoorbeeld medische verstrekkingen die door professionals worden gedaan. Die kunnen straks ook door vrijwilligers en werklozen worden gedaan.” Het voornemen om de persoonlijke verzorging vanuit de AWBZ naar de Wmo te verplaatsen gaat ten tijde van Prinsjesdag mogelijk niet door. In plaats daarvan zou persoonlijke verzorging een plek krijgen in Zorgverzekeringswet. De Miljoenennota en Rijksbegroting VWS geven hierover nog geen uitsluitsel. Toegezegd was dat het transitieplan hervorming langdurige zorg in september nog naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Dit transitieplan moet meer duidelijk geven over de positie van de persoonlijke verzorging. Over de financiering van de persoonlijke verzorging zijn dus nog onduidelijkheden… Hoe zit het met de uitvoering? Persoonlijke verzorging door niet-zorgprofessionals… kunt u zich er iets bij voorstellen?

30

UW NAAM

Het InVorm panel; iets voor u? Vier professionals geven hun mening over allerhande zaken waar zij en hun organisaties mee te maken hebben. Voor de nieuwe jaargang van InVorm zijn wij weer op zoek naar nieuwe panelleden. Positieve, kritische, enthousiaste professionals die hun mening niet onder stoelen of banken steken. Bent u die professional in Zorg en Welzijn? Meld u dan aan als nieuw lid van ons panel in InVorm. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Simone van Halen, adviseur Corporate Communicatie, s.vanhalen@transvorm.org of 088 144 40 00.


Midden-Brabant

Noordoost-Brabant

Zuidoost-Brabant

René van Trijp Hoofd P&O bij RIBW Brabant

Guus Bannenberg Raad van bestuur bij Van Neynselgroep

Yvonne Nuijs Manager Werkwinkel bij Archipel

In politiek Nederland zijn het spannende tijden. De transitie van de AWBZ naar de WMO en ZVW zit eraan te komen, dat is duidelijk. Maar hoe de plannen er tot in detail uit zullen zien blijft vooralsnog de vraag. Om als organisatie hierop zo goed mogelijk te kunnen anticiperen is het zaak om zicht te krijgen op de mogelijke effecten en aan de hand van diverse scenario’s naar de (verre) toekomst te kijken. Hoe dan ook is meer flexibiliteit van de organisatie van belang om hierop beter voorbereid te zijn; in werktijden, omvang van de zogenaamde flexibele schil, interne mobiliteit, flexibiliteit en ruimte binnen een functie, functieniveaus en soort van overeenkomsten. Daarmee komen we op de stelling of we iets kunnen voorstellen bij persoonlijke verzorging door niet-zorgprofessionals. Aan de ene kant is zo’n functie natuurlijk een mooi, écht en volwaardig vak en niet zómaar overdraagbaar. Aan de andere kant is het het onderzoeken waard of er nog flexibiliteit zit in de functie en of er (deel-)taken zijn die door nietprofessionals evengoed kunnen worden overgenomen middels het zogenaamde ‘jobcarving’-principe. Niet-professionals met een juiste attitude en wenselijk gedrag kunnen dan voor dat deel worden ingezet met behoud van kwaliteit van zorg.

De overheid wil, mede onder druk van economische omstandigheden, in hoog tempo grote delen van de zorg verschuiven naar de eigen verantwoordelijkheid. Op zichzelf is er veel voor te zeggen om zelf meer verantwoordelijkheid te nemen voor zaken die dicht bij het privédomein liggen. Als burgers financieel in staat zijn om schoonmaak, activiteiten en hulpmiddelen zelf te betalen, waarom zouden die dan in een collectief verzekerd pakket moeten blijven? Sterker nog: door die zaken aan de reguliere markt over te laten krijgen diversiteit en voorkeuren meer kans en raken we bijvoorbeeld al die standaard blauwe rollators kwijt die ouderen nauwelijks uit elkaar kunnen houden.

Er is nog veel onduidelijkheid en onrust over de financiering rond de persoonlijke verzorging. Punt van discussie is de grens tot waar deze door professionals, in een organisatie, moet worden opgevangen. Een organisatie moet creatief en flexibel anticiperen op ontwikkelingen die nog niet uitgekristalliseerd zijn. Niet alleen de ontwikkelingen in de zorg spelen daarbij rol. Ook de cliënt van nu en de toekomst zal een grote rol spelen. Wat kan hij nog zelf of in zijn nabije omgeving regelen, voordat de zorgvraag bij een organisatie terecht komt? Ook belangrijk: wat kan hij zelf nog financieren? Aan de organisaties de uitdaging om te kunnen inspelen op de vraag van de cliënt. Alles binnen de financiële mogelijkheden vanuit de collectieve verzekeringen, WMO, ZVW en de financiële ruimte van een cliënt zelf. De rol van de huidige zorgprofessional dient daarbij naadloos aan te sluiten. Het is goed om te onderzoeken of door functiedifferentiatie anderen taakgebieden van deze professional kunnen overnemen. Alles passend binnen de vraag en (financiële) mogelijkheden van de cliënt. Ook zien we dat steeds meer zorgprofessionals niet meer kunnen werken bij een organisatie en gaan behoren tot de groep vrijwilligers en werklozen. Het inzetten van de expertise van deze mensen, zorgt ervoor dat zij wel de professional blijven die zij altijd zijn geweest. Het geeft ook de mogelijkheid om in de toekomst terug te keren in een organisatie.

Iets ingewikkelder wordt het echter als het gaat om lijfgebonden zorg zoals persoonlijke verzorging. Het is heel verstandig dat verzorging en verpleging ook thuis een verzekerd recht blijven zoals nu lijkt te worden beslist. Dan blijven er overigens genoeg zaken over voor de lokale overheid om burgers te blijven ondersteunen. Als verzorgingshuizen verdwijnen kan de eigen verantwoordelijkheid van kwetsbare burgers ook ingevuld worden door het meefinancieren van ontmoetingscentra in of nabij levensloopbestendige woningen die ook te benutten zijn voor dagbesteding. Die discussie, die nu loopt via de WMO, is voor burgers minstens zo relevant!

INVORM | november 2013

31


ACHTERGROND

“De beweging die eraan komt in de zorg is niet tegen te houden”

32

Auteur: Hans Horsten / Fotografie: Joris Buijs, PVE


“We staan voor een groter belang, dus moeten we elkaar vasthouden” Het schuurt, piept en kraakt in de zorg. Door de bezuinigingen, het doorschuiven van een aantal taken naar de gemeenten en door de veranderde werkwijze staan veel banen op de tocht. Dit leidt tot tal van reorganisaties die tot op heden niet bepaald con amore verlopen. Vakbonden en werkgevers vliegen elkaar in de haren en de relatie tussen beiden verloopt vaak moeizaam. Dat bleek laatst ook weer bij Thebe, actief in Midden- en West-Brabant. Daar moesten 145 medewerkers afvloeien. De bonden kwamen met eisen die volgens de directie ‘onbetaalbaar’ waren. Uiteindelijk stelde de directie zelf een sociaal statuut vast dat, saillant detail, ook de zegen kreeg van de OR. Wat is er aan de hand? Gaat het om incidenten, of zitten de tegenstellingen dieper? Is de sociale vrede nog te herstellen? Een tweegesprek tussen Rolf de Wilde, landelijk CAO onderhandelaar voor NU’91 en Rob Stam, voorzitter van het college van bestuur van Thebe.

Geen regie Stam: “Als je kijkt waar wij als sector voor staan dan schrik je: bezuinigingen, veranderingen in de zorg, nadelige effecten in het regeerakkoord. Al deze zaken vinden plaats zonder dat er regie op wordt gevoerd. Niet door het kabinet, niet door de gemeenten en niet door het zorgkantoor. Op dit moment is zelfs niet duidelijk waar de persoonlijke verzorging heengaat. Per 1 januari 2015 wordt daarnaast zeer fors bezuinigd op de extramurale zorg. Dat betekent 20 tot 25% minder zorg voor onze klanten en dito gevolgen voor onze werknemers. Wie gaat dat bepalen en hoe? Als de rest niet in beweging komt, moeten wij het doen en komt de verantwoordelijkheid bij ons te liggen.” De Wilde: “Het gaat te hard. Waar is de regie? Er zijn protesten geweest. Acties

die niet goed waren voor de verstandhouding tussen de sociale partners. De politiek moet in beweging komen. We moeten proberen te komen tot een zachte landing en we hopen dat de overheid ons daartoe in staat stelt. In 2014 is het zorgbudget nog op peil. Dat

Teleurstelling Stam: “Nou, ik voel me anders door de bonden behoorlijk in de steek gelaten. Het zorgkantoor legde ons gewoon een aanzienlijke tariefkorting op. Bij zo’n maatregel heb ik als werkgever maar enkele knoppen waaraan ik kan draai-

“Beloof niets wat je niet kunt waarmaken” transitiejaar moeten we gebruiken om tot goede en duurzame afspraken te komen voor de mensen die het betreft. In het zorgakkoord zijn een aantal verzachtende maatregelen getroffen die ons tijd geven de gevolgen van de hervormingen deels op te vangen. Hiervoor is 0,5% van de arbeidsvoorwaardenruimte ingezet.”

en. En we moesten snel zijn. Als we die 145 banen niet hadden geschrapt had het werk voor alle 8.500 medewerkers van Thebe gevaar gelopen. De regeling die de bonden wilden was buiten proportie; als we die in 2015 ook zouden moeten toepassen als een deel van de thuishulp uit de AWBZ verdwijnt kost ons dat drie, vier keer ons eigen vermo-

INVORM | november 2013

33


ACHTERGROND

gen. Ik ben daarom erg teleurgesteld door zo’n opstelling. Gelukkig kregen we wel de steun van onze OR.” De Wilde: “Nou, de vraag is of wij wel zo dwars liggen. Wij bedenken die dingen niet. Het is onze taak om de gevolgen hiervan voor het personeel zo positief te laten verlopen. Maar ik heb natuurlijk wel wat aan mijn leden uit te leggen als een OR met de werkgever meestemt. Er is altijd ruimte om met ons te praten. Wij raadplegen bij alles onze leden, maar wij kijken ook naar de toekomst van de zorg. Die moet wel betaalbaar blijven. Bij personeelsreducties is van oudsher onze opstelling: geen gedwongen ontslagen. Ik weet nu dat we dat niet langer droog meer gaan houden. Zeker als je ziet wat er op de langdurige zorg afkomt. Ook in sociale plannen moet je soms pijnlijke afspraken maken. Dat kan, als ze maar duurzaam zijn. Mensen die boventallig zijn naar ander werk bemiddelen bijvoorbeeld, of een extra scholingstraject aanbieden. Dat is beter dan een ontsla-

34

gen zorgwerker 50 duizend euro meegeven.” Donkere scenario’s Er is nog het nodige zwaar weer op komst voor de zorg. De zorgzame samenleving treedt in werking. Een groot deel van de langdurige zorg en thuishulp wordt uit de AWBZ gehaald en overgeheveld naar de lokale overheid. De gevolgen hiervan zijn soms draconisch. Voor een instelling als Thebe betekent dit dat het afscheid moet nemen van 2.000 tot 2.500 medewerkers, met name in de thuiszorg. In de meest donkere scenario’s wordt becijferd dat deze omslag in Nederland wel eens 80 duizend arbeidsplaatsen kan kosten. Wat is er nodig om sterk uit de storm te komen? Stam: “Met een hele simpele maatregel kun je al ver komen: neem de bezuinigingen als hard gegeven en ga op basis daarvan met elkaar meerjarige trajecten afspreken en snijden in de kosten

via natuurlijk verloop. Als er wordt gekort op de tarieven heb ik als werkgever weinig speelruimte, maar op volume zou het kunnen lukken. Werken met kortingen op vaste tarieven leidt tot drama’s. Dat is kortetermijnwerk. We moeten met elkaar kijken naar het totale stelsel en wat daarvan de toegevoegde waarde is. Als in de thuiszorg in Nederland nog niet de helft van de indicatieruimte wordt ingevuld heeft het CIZ geen toegevoegde waarde. Laat de klant en de zorgverlener met elkaar in overleg over de zorg die nodig is, en hoe je dat organiseert. Door het stimuleren van mantelzorg en zelfzorg hebben we in West-Brabant de kosten met 10% weten te drukken, afgezet tegen de indicatie. Juist door die indicaties zijn cliënten gewend geraakt aan veel zorg. Waar cliënten recht op hebben, willen ze ook verzilveren. Terwijl het best wat minder kan, dat hoor ik ook van mijn teams. We kunnen er volgens mij zonder al teveel kleurscheuren doorheen komen, maar dan moet het


ministerie van VWS de touwtjes in handen nemen.” De Wilde: “Maar het is wel een lastig proces, want je moet een gewenningsproces doorbreken. Den Haag heeft zijn keuzes bepaald op basis van geld en vervolgens de uitvoering ervan bij de sector over de schutting gegooid. Dat is echter geen inhoudelijke keuze. Die principiële discussie over wat nog wel en wat niet gerekend mag worden tot de professionele zorg ligt nog steeds op tafel. We staan met zijn allen voor een groter belang, dus moeten we elkaar vasthouden. Landelijk zie ik aan andere tafels gelukkig een andere koers dan wat nu bij enkele reorganisaties gebeurt.” Witte werkster Stam: “De OR van Thebe kwam recent met een interessant voorstel tijdens een discussie over de toekomst van de huishoudelijke zorg: kunnen we de circa 2.300 medewerkers die daar werken en waarvan per 1 januari 2015 een groot

deel moet afvloeien niet in een speciaal bemiddelingstraject opnemen en hen bijvoorbeeld als witte werkster of alfahulp toch elders proberen te plaatsen? Dan wordt de rechtspositie minder voor zo’n medewerker, maar behoudt hij of zij wel zijn werk en inkomen. Plus is het een voordeel dat zo de zorg voor een groot deel van onze cliënten op peil blijft.” De Wilde: “Het alternatief is geen werk

over we recent besloten hebben. Hoe hebben jullie dat gedaan, willen ze weten. Als ik ze een advies mag geven: bepaal tevoren je grenzen en je financiële draagvlak. Wees daar vanaf het begin duidelijk over, wat niet wegneemt dat je natuurlijk soms ook wat water in de wijn moet doen. En hou goed de relatie met de OR in de gaten.” De Wilde: “Je moet er in zulke situaties voor zorgen dat je beiden hetzelfde

“Bepaal je grenzen en financiële draagvlak” hebben en thuis op de bank zitten. Want de beweging die eraan komt in de zorg is toch niet tegen te houden. Waar het om gaat is dat er perspectief wordt geboden. De vorm waarin is onderwerp van gesprek tussen sociale partners.” Stam: “Wij worden veel gebeld door collega’s over de reorganisatie waar-

startpunt hebt. Breng tevoren helder in kaart welke kansen en bedreigingen er liggen. Schep reële verwachtingen naar je eigen achterban. Beloof niets wat je niet kunt waarmaken. En maak afspraken die je zelf uit kunt leggen. Wat heb ik aan een looneis van 6% als ik weet dat dit in de toekomst alleen maar banen gaat kosten.”

INVORM | november 2013

35


Relatie zorggebruik fysiotherapie zorgmedewerkers en verzuim

Grote verschillen in zorggebruik medewerkers van zorginstellingen Medewerkers van zorginstellingen hebben meer behoefte aan fysiotherapie en psychische zorg. Afhankelijk van de branche en de zorginstelling waarin men werkt zijn de verschillen in gebruik groot. Ook is er een relatie aangetoond tussen hoger zorggebruik fysiotherapie en hoger verzuim. Het terugdringen van arbeidsrelevant zorggebruik en verzuim levert zorginstellingen en haar medewerkers jaarlijks een interessante besparing op. Dit blijkt uit het Jaarrapport Zorggebruik 2012, een onderzoek van Stichting IZZ en de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Resultaten onderzoek Ruim een vijfde van de werkende Nederlanders (22,8%) bezoekt tenminste één keer per jaar een fysiotherapeut. In de zorg ligt dit percentage ruim anderhalf maal zo hoog: 36 procent van de zorgmedewerkers maakte in 2012 gebruik van fysiotherapie. Afhankelijk van de zorginstelling varieert dit percentage van minder dan 20% tot meer dan 60%. Het verschil in zorgkosten voor fysiotherapie per 1.000 medewerkers tussen de beste en slechtste zorginstelling varieert van C 80.000,- tot ruim C 250.000,-. Ook voor psychische zorg zijn er verschillen. Deze zorg wordt vaker gebruikt door medewerkers in de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en Gehandicaptenzorg (GHZ). Binnen de GGZ branche variëren de jaarlijkse kosten voor psychische zorg van C 30.000,- tot C 150.000,- per 1000 medewerkers. Er bestaan dus grote verschillen tussen de diverse branches én op instellingsniveau binnen branches. Relatie zorggebruik, verzuim en premieverlaging Het onderzoek toont een relatie aan tussen zorggebruik en ziekteverzuim. Bij instellingen met een hoger gebruik van fysiotherapie is het ziekteverzuim

ook hoger. Dat maakt dat werkgevers en werknemers ook een gezamenlijk financieel belang hebben. Bij vermindering van de fysieke belasting daalt het ziekteverzuim en de zorgverzekeringspremie. Een zorginstelling die met een sterk gezondheidsbeleid de behoefte aan zorg van de medewerkers weet te verminderen, is een aantrekkelijker werkgever met meer controle over de productiviteit door minder verzuim. Zicht op verbeterpotentieel Ongeveer één op de vier zorgmedewerkers is aangesloten bij de eigen collectieve IZZ Zorgverzekering, verenigd in Stichting IZZ. Met deze schaalgrootte beschikt Stichting IZZ over een uniek inzicht in het zorggebruik van zorgmedewerkers. Samen met de Erasmus Universiteit Rotterdam doet Stichting IZZ gericht onderzoek naar de beïnvloedbare factoren van het gebruik van fysiotherapie en psychische zorg in de zorgsector. Hierdoor ontstaat zicht op het verbeterpotentieel van de zorgsector, de verschillende branches en individuele zorginstellingen. Met werkgevers en werknemers in de zorg wordt gewerkt aan het verhogen van de gezondheid en inzetbaarheid en het verlagen van het zorggebruik.

Jaarrapport zorggebruik 2012 Arbeidsrelevante zorg voor zorgmedewerkers

Vraag het Jaarrapport aan via www.izz.nl/zorggebruik2012


column: Piet Verrijt

Fotografie: Joris Buijs, PVE

Zelfbewust en strijdvaardig! Er gaat bijna geen dag voorbij of de sector zorg en welzijn is het wel in het nieuws. Positief is het bijna nooit meer. Bezuinigingen, stelselwijzigingen, reorganisaties en ontslagen hebben de overhand en drukken de sector in het defensief. Het wordt tijd voor een tegenoffensief. Het is lang geleden en soms voelt het als een jeugdzonde, maar ik kom toch maar uit de kast… in mijn vroegste jeugdjaren heb ik bij de vakbeweging gewerkt. Het was eind jaren 70, begin jaren 80 en het waren andere tijden. De vakbeweging kon nog bogen op een breed draagvlak. Met regelmaat stroomde het Malieveld vol met 150.000 demonstranten om een of andere eis kracht bij te zetten. Ook toen al ging het vaak ergens tégen maar soms ook nog wel eens ergens vóór. Vakbondsbestuurders zoals Arie Groenveld en Herman Bode (‘willen we naar de Dam, dan gaan we naar de Dam’) vormden de gestaalde kaders en gingen voor in de strijd. Het waren tijden waar Lilian Marijnissen alleen nog maar van kan dromen. Na die vakbondsperiode heeft mijn loopbaan al snel een andere wending genomen en ben ik in het werkgevers’kamp’ terechtgekomen. Maar ontegenzeggelijk heeft die perio-

de mij ook gevormd en gemaakt tot de persoon die ik nu ben. Dat komt misschien nog wel het sterkst tot uiting in de wijze waarop ik nu tegen de vele publicaties aankijk die over de zorg gaan. Door de bezuinigingen en stelselwijzigingen is er sprake van een vrijwel dagelijkse stroom aan slecht nieuws met reorganisaties en ontslagen, verzorgingstehuizen die moeten worden gesloten en eigen bijdragen die omhoog gaan. Voor een deel zijn die publicaties onvermijdelijk en misschien zelfs ook wel nodig. De zorgsector zit midden in een transitie en ook het brede publiek zal mee moeten veranderen. Maar toch verzet het kleine beetje vakbondshart wat nog in me zit zich tegen het defensief waar we als sector in gedrongen worden. Hierdoor komt totaal niet meer voor het voetlicht dat binnen de sector hard wordt gewerkt om vorm en inhoud te geven aan zorg en welzijn nieuwe stijl…

dat tijdens de verbouwing het werk gewoon doorgaat… dat de sector zorg en welzijn nu en in de toekomst een prachtige sector is om in te werken, voor professionals én vrijwilligers. Het wordt tijd dat de sector een tegenoffensief in gang zet. Daarvoor hoeven we echt niet naar het Malieveld. Belangrijk is dat de sector laat zien dat zij gezamenlijk (en samen met andere partijen) werkt aan de toekomst van de zorg en daartoe initiatieven neemt. En daar uitdrukkelijk ook de aandacht voor vraagt. Ik kom ook wel eens bestuurders tegen die zeggen: “als je geschoren wordt moet je stil zitten”. Ook daarin zit een kern van waarheid. Maar ik zou zeggen dat de sector lang genoeg heeft stil gezeten en zich van een andere kant moeten laten zien. Zelfbewust en strijdvaardig! Piet Verrijt, directeur/bestuurder Transvorm

INVORM | november 2013

37


38


Personalia Nieuwe Raad van Bestuur TWB zet ingezette koers voort

Vanaf 1 september vormen Christ-Jan Danen en Ruud Dijkers samen de nieuwe Raad van Bestuur van TWB, Thuiszorg met Aandacht. Zij volgen de huidige voorzitter van de Raad van Bestuur Sonja Stilling op, die na 15 jaar afscheid neemt van de thuiszorgorganisatie uit West-Brabant. Christ-Jan Danen en Ruud Dijkers zijn beiden al jaren werkzaam binnen TWB en zijn vanuit hun functie als MT lid altijd nauw betrokken geweest bij de strategische keuzes en ontwikkelingen van de organisatie. Sinds 2012 werkt TWB aan een intensief transitieprogramma ‘Thuiszorg met Aandacht’ waarmee zij een stevig fundament legt als toekomstbestendige aanbieder van extramurale zorg en dienstverlening in de regio WestBrabant. Met deze transitie is en wordt gewerkt aan dorps- en wijkgericht werken met een stevig accent op de behoefte van de klant. Sonja Stilling ziet in de heren de juiste opvolgers. “Ik heb alle vertrouwen dat Christ-Jan Danen en Ruud Dijkers zowel intern als extern de juiste verbindingen kunnen leggen en dat zij met enthousiasme en passie de ingezette koers ‘Thuiszorg met Aandacht’ voort zullen zetten.” Vertrek Johan van der Heide als voorzitter Raad van Bestuur van Bernhoven

De heer Johan van der Heide, voorzitter Raad van Bestuur van Bernhoven, is per 1 februari 2014 benoemd in de functie van lid Raad van Bestuur van De Zorggroep. De Zorggroep is een grote thuisen ouderenzorgorganisatie in Limburg die zich voorbereidt op het verwerken

van de grote veranderingen in organisatie en financiering van deze sector. De Raad van Toezicht betreurt het vertrek van de heer Van der Heide. In de afgelopen vijf jaar heeft hij leiding gegeven aan de grote veranderingen die Bernhoven heeft doorgemaakt. Deze veranderingen hebben Bernhoven kwalitatief en financieel sterk gemaakt. Hierdoor ziet de Raad van Toezicht de toekomst van Bernhoven met vertrouwen tegemoet.

stuursvoorzitter geweest van Vierstroom, Meavita Nederland en Archipel en was interim bestuurder van Stichting Zonnehuizen. De heer Laurey heeft veel ervaring in het begeleiden van verandertrajecten en het ontwikkelen van nieuwe zorgconcepten. Zijn kennis en ervaring zijn van grote toegevoegde waarde in het veranderingsproces van ZuidZorg naar een lokaal georiënteerde organisatie, die aansluit bij de wensen en behoeften van bewoners op wijk- en buurtniveau.

Invulling topstructuur Bernhoven De Raad van Bestuur heeft een voorstel ontwikkeld voor een nieuwe governance- en topstructuur die de komende maanden wordt vastgesteld. Binnen deze nieuwe structuur gaat de Raad van Toezicht inhoud geven aan de opvolging van de heer Van der Heide.

Jacqueline Joppe, MSc is sinds 1 oktober de nieuwe voorzitter van de Raad van Bestuur bij Zorggroep Elde. Zij volgt drs. Thijs Meulemans op die de zorggroep jaren lang op een bevlogen wijze heeft geleid. Jacqueline is de afgelopen jaren werkzaam geweest als bestuurder bij Pantein, een brede zorgketenorganisatie in oostelijk Noord-Brabant, waarbij ze verantwoordelijk was voor de care organisatie. Joppe studeerde Verpleegkunde aan de Hogeschool Nijmegen, deed de master of management opleiding aan de Universiteit van Utrecht en studeerde vorige jaar af in Master of Health Administration aan de TIAS te Tilburg. Jacqueline grijpt deze nieuwe uitdaging met beide handen aan: ‘Een nieuwe tijd staat voor ons waarbij we ons als zorggroep blijven richten op behoud van zelfstandigheid en regie van de cliënt en nieuwe oplossingen bedenken waar nodig. Kortom maatschappelijk verwantwoord en duurzaam ondernemen voor cliënten en medewerkers.’ Naast haar functie als voorzitter van de Raad van Bestuur bij Zorggroep Elde zit Jacqueline ook in het bestuur van Actiz, de branchevereniging van zorgondernemers.

Charles Laurey Lid Raad van Bestuur bij ZuidZorg

De Raad van Toezicht van ZuidZorg heeft de heer Laurey benoemd tot lid Raad van Bestuur van ZuidZorg. Sinds medio december 2012 vervult de heer Laurey deze functie al op interim basis. Samen met de heer Veldhoven vormt hij het bestuur van ZuidZorg. De Cliëntenraad, Ondernemingsraad en het Management Team van ZuidZorg zijn bij de benoemingsprocedure betrokken geweest en hebben positief geadviseerd over de benoeming van de heer Laurey. ZuidZorg is blij met zijn benoeming. De uitgezette koers van ZuidZorg binnen de komende veranderingen in de zorg wordt onverminderd doorgezet en verder uitgewerkt. De heer Laurey heeft zijn sporen ruim verdiend in de zorgsector. Hij is be-

Nieuwe voorzitter raad van bestuur Jacqueline Joppe bij Zorggroep Elde

INVORM | november 2013

39


Benut uw zorginstelling de kracht van feedback? Wat is het geheim van een succesvolle en gezonde zorginstelling? Zij vetrouwen op de kracht van hun eigen mensen! Wie weten er nu beter wat er sneller, slimmer en cliëntgerichter kan dan uw eigen medewerkers? Benut de kracht van feedback met het speciaal voor de zorg ontwikkelde medewerkersonderzoek van Effectory.

Zorginstellingen die feedback van hun medewerkers optimaal benutten...

zijn cliëntgerichter

hebben betrokken en bevlogen medewerkers

Haal meer uit de feedback van uw eigen medewerkers met het medewerkersonderzoek van Effectory. Wilt u hier meer over weten? Vraag gratis het boek ‘De Kracht van Feedback’ aan op

www.effectory.nl/de-kracht

1.02.13.003


InVorm, november 2013