Issuu on Google+

Onderwijs in Kaart Regio Midden-Brabant

Transvorm Tilburg, mei 2013

Spoorlaan 171 04 5038 CB Tilburg

Postbus 4275 5004 JG Tilburg

T (088) 144 40 00 F (088) 144 40 88

I www.transvorm.org E info@transvorm.org


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Transvorm, mei 2013

1


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Meer dan ooit is de sector zorg en welzijn in beweging. De bezuinigingen en de omvangrijke stelselwijzigingen zullen de sector de komende jaren volledig veranderen. Deze veranderingen zullen directe gevolgen moeten voor de instroom en opleiding van de medewerkers in de sector. Dat roept de vraag op hoe het op dit moment is gesteld met de opleidingen in de zorg. Hoeveel jongeren zitten er in 'de pijplijn'? Wat voor opleiding krijgen zij? En sluiten deze opleidingen aan bij de ontwikkelingen die gaande zijn? Deze publicatie 'Onderwijs in Kaart' (Oik) zet de belangrijkste opleidingsgegevens per regio (WestBrabant, Midden-Brabant, Noordoost-Brabant en Zuidoost-Brabant) op een rij. Doel is de discussie over het onderwijs en opleiding in de sector zorg en welzijn in de regio te voeden en waar nodig te verbreden. Deze samenvatting bevat de belangrijkste bevindingen voor de gehele provincie NoordBrabant. Centrale conclusie De centrale conclusie van deze publicatie is dat er in alle regio's in Brabant sprake is van een structurele, kwalitatieve en kwantitatieve mismatch tussen enerzijds de uitstroom uit het onderwijs en anderzijds de behoefte van medewerkers in de sector zorg en welzijn. De achtergrond van deze mismatch is complex. Enerzijds hebben de scholen de wettelijke verplichting om te zorgen voor duidelijkheid over het arbeidsmarktperspectief van de opleidingen die zij uitvoeren. De scholen zijn echter overvallen door de snelle veranderingen in het (overheids)beleid en hebben te weinig strategisch en structureel contact met de praktijk om de instroom en in de inhoud van de opleidingen tijdig bij te stellen. Anderzijds zijn ook de vele zorgorganisaties in de sector overvallen door de bezuinigingen en stelselwijzigingen die op hen afkomen. Om zich voor te bereiden op de toekomst beraadt op dit moment elke zorgorganisatie zich op de toekomst en de kwantiteit en de kwaliteit van de medewerkers die daarbij nodig zijn. Vanwege de verschillende werkvelden en de vele betrokken zorgorganisaties verloopt dit proces nog onoverzichtelijk. Om de aansluiting tussen onderwijs en de praktijk te versterken en de kwaliteit van de informatie tussen het onderwijs en de praktijk te verbeteren worden in deze Onderwijs in Kaart concrete aanbevelingen gedaan.

Transvorm, mei 2013

2


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Scholen in kaart In de provincie Noord-Brabant zijn 6 ROC's en 2 HBO scholen met een hoofdlocatie gevestigd. Daarnaast zijn regionale vestigingen van ROC's buiten Brabant in de provincie actief en voeren vele commerciĂŤle aanbieders opleidingsactiviteiten uit in de regio. Deze veelheid aan initiatieven hebben een positief en een negatief effect. Een positief effect is dat er een gevarieerd aanbod is aan opleidingen waardoor zorg- en welzijnsorganisaties gebruik kunnen maken van maatwerk gericht op de eigen organisatie. Een negatief effect is dat er sprake is van een complex en verwarrend aanbod waarin het zowel voor (toekomstige) leerlingen als voor werkgevers moeilijk is de weg te vinden. Daarbij komt dat de complexe structuur en de vele betrokken spelers afstemming over kwaliteit en kwantiteit van de uitstroom moeilijk maken. Opleidingen in kaart Centraal in deze publicatie staat een analyse en overzicht van opleidingen die door ROC's en HBO's met een hoofdlocatie in de provincie worden aangeboden. Uit de analyse blijkt dat de ROC's in Noord1 Brabant 64 verschillende opleidingen met een eigen crebonummer uitvoeren op het gebied van zorg en welzijn en sport. De HBO's in Noord-Brabant voeren 52 opleidingen met een eigen crebonummer op het gebied van gedrag en maatschappij en gezondheidszorg uit. Omwille van het overzicht zijn in deze publicatie de 37 belangrijkste MBO-opleidingen nader geanalyseerd. Aangezien opleidingen met een eigen crebonummer soms onderling vergelijkbaar of nauw met elkaar verwant zijn, zijn de 37 MBO-opleidingen teruggebracht tot 9 functiecategorieĂŤn. Aangezien het voor het volgen van een kwalitatieve opleiding een stage of leerwerkplaats nodig is per opleiding getracht (voor zover bekend) een indicatie te geven van de kans op stage. MBO opleidingen Opleiding

Doktersassistente

Leerlingen in opleiding in Noord-Brabant (per 1 okt. 2012) 560

Kans op werk - Voor zover bekend - Kan per regio verschillen

Kans op stage - Voor zover bekend - Kan per regio verschillen

Goed tot zeer goed

Slecht

MMZ 3

1.224

Matig

Matig

MMZ 4

2.880

Slecht

Pedagogisch werker Kinderopvang 3 Pedagogisch werker Kinderopvang 4 Verpleegkundige 4

1.946

Zeer slecht (uitgezonderd persoonlijk begeleiders) Zeer slecht

Matig/slecht

Zeer slecht

Slecht

2.896

Matig tot redelijk

Matig/slecht

Verzorgende-IG

3.617

Zeer goed

Matig/slecht

Helpende

2.111

Zeer slecht

Slecht

Zorg hulp

146

Zeer slecht

Matig tot goed

507

1

Binnen de kwaliteitsstructuur van het onderwijs leggen kwalificatiedossiers het stelsel van beroepsopleidingen vast. Als een opleiding voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen wordt deze geregistreerd in het Centraal Register Beroepsopleidingen (CREBO) en krijgt de opleiding een crebonummer toegewezen.

Transvorm, mei 2013

3


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

In het HBO zijn van de 52 opleidingen die worden uitgevoerd de 9 belangrijkste opleidingen geanalyseerd. HBO-opleidingen Opleiding

Verpleegkundige Pedagogiek

Leerlingen in opleiding in Noord-Brabant (per 1 okt. 2012) 2.154 2.039

Kans op werk - Voor zover bekend - Kan per regio verschillen Zeer goed Matig

Pedagogisch management

155

Zeer slecht

Toegepaste gerontologie

87

Goed

Maatschappelijk werk

1.792

Nog onduidelijk

Pedagogische hulpverlening

2.484

Nog onduidelijk

193

Nog onduidelijk

Management Radiotherapeutische technieken

2.111

Zeer goed

Master nursing practice

2.453

Goed tot zeer goed

Transvorm, mei 2013

4


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Transvorm, mei 2013

5


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

In het afgelopen jaar is de sector zorg en welzijn geconfronteerd met voornemens voor belangrijke beleidswijzigingen en bezuinigingsmaatregelen. Hoewel van veel maatregelen de concrete invulling nog onbekend is, is wel duidelijk dat ze een groot effect op de arbeidsmarkt van de sector zullen hebben. U heeft daarover kunnen lezen in de Arbeidsmarkt in Kaart van december jl. In die Arbeidsmarkt in Kaart concludeerden we dat de grote kwalitatieve veranderingen vragen om extra aandacht voor scholing en een adequate scholingsstructuur. Een goede aansluiting tussen beroepsonderwijs en beroepspraktijk is daarbij van het grootste belang. Door middel van deze Onderwijs in Kaart leveren we een bijdrage aan die aansluiting. De rapportage bestaat uit vier onderdelen. Hoofdstuk 1 biedt de belangrijkste gegevens over de opleidingsinstituten. Hoofdstuk 2 geeft de belangrijkste gegevens weer over de initiĂŤle opleidingen binnen zorg en welzijn in de regio. Hoofdstuk 3 bevat de belangrijkste landelijke beleidsmaatregelen en een overzicht van een aantal regionale initiatieven die zorgen voor een kwaliteitsimpuls van het onderwijs. Ten slotte hoofdstuk 4, hierin trekken we conclusies en doen we aanbevelingen voor het te voeren regionaal strategisch opleidingsbeleid, als onderdeel van het regionaal strategisch arbeidsmarktbeleid.

Op basis van het verbinden van cijfermatige en beleidsmatige ontwikkelingen formuleren we een kernprobleem:

Er is sprake van een structurele kwalitatieve en kwantitatieve mismatch tussen enerzijds de uitstroom uit onderwijs en anderzijds de behoefte op de arbeidsmarkt.

Transvorm, mei 2013

6


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Transvorm, mei 2013

7


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

In de provincie Noord-Brabant zijn veel opleidingsinstituten actief. In deze rapportage zoomen we in op zes ROC’s en twee HBO’s met een hoofdvestiging in de provincie. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste voorzieningen 'in kaart' gebracht.

Bijna 40 procent van de Nederlandse beroepsbevolking is opgeleid in het middelbaar beroepsonderwijs (MBO-Raad). In de gezondheidszorg en sociale dienstverlening is dit 49% (CBS Statline, peiljaar 2011, bewerking Transvorm).

Tabel 1: Overzicht aantal leerlingen in opleiding op teldatum 1 oktober 2012 (DUO, bewerking Transvorm)

Het aantal leerlingen in het MBO in Nederland is tussen 2008 en 2012 licht gedaald. Echter in NoordBrabant is het aantal leerlingen in het MBO met 3% toegenomen tussen 2008 en 2012 (DUO). Naast de zes ROC’s die opleidingen richting Zorg en Welzijn aanbieden, met een hoofdlocatie in de provincie (bijlage 1), zijn er nog diverse andere scholen actief rond de provinciegrenzen. In de regio Noordoost-Brabant is het MBO College de Maasvallei in Boxmeer, onderdeel van ROC Nijmegen, een voorbeeld. In de regio’s Noordoost- en Zuidoost-Brabant is ook ROC Gilde Opleidingen vanuit locaties in Noord-Limburg actief en in de regio West-Brabant zijn dit met name ROC’s uit Zuid-Holland en Zeeland. Zorg- en welzijnsorganisaties in Noord-Brabant hebben hierdoor te maken met leerlingen van verschillende scholen. Voor werkgevers met een groot verzorgingsgebied heeft dit grote consequenties voor het opleiden binnen deze organisaties.

Figuur 1: Werkgebieden Brabantse ROC’s

Concurrentie en samenwerking tussen de ROC’s vindt met name plaats waar de werkgebieden van de ROC’s elkaar overlappen.

Transvorm, mei 2013

8


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Met name de financiering van het MBO per leerling en per behaald diploma en de vrijheid van ROC’s om zelf te bepalen welke opleidingen zij aanbieden leidt tot concurrentie waarbij wordt ingezet op aantrekkelijke, populaire opleidingen. Hierbij wordt minder gekeken naar de arbeidsmarktrelevantie van die opleidingen en komen uiteindelijk zowel de belangen van studenten als van de werkgevers in het geding. Maar er zijn ook voorbeelden van samenwerking. Zoals onderlinge afspraken over het aanbod van opleidingen, die de kwaliteit van het onderwijs ten goede komen. Of samenwerking bij regiooverstijgende problematiek, zoals in opleidingen voor kraamzorg en operatie- of anesthesieassistent (zie hoofdstuk 3). Van een veelheid aan afstemmingsoverleg tussen ROC’s en werkgevers op alle niveaus, bij de invoering van het samenhangend onderwijsstelsel in 1997, zijn vandaag de dag vooral afstemmingsoverleggen op tactisch en operationeel niveau over gebleven. We hebben geen compleet beeld, maar zien wel regionale verschillen in de overlegstructuur. In de huidige situatie is Transvorm als adviseur en ondersteuner betrokken bij 14 afstemmingsoverleggen in Noord-Brabant. Afstemmingsoverleg op strategisch niveau lijkt nu vooral bilateraal plaats te vinden, met uitzondering van de strategische samenwerkingsverbanden waar de arbeidsmarkt centraal staat en waar opleiden dan een uitvloeisel is. Aanwezigheid van ROC’s en/of HBO’s in deze strategische overleggen is niet vanzelfsprekend. De Helmondse Zorgacademie (HZA), waarin zorgwerkgevers en een roc participeren, is een gunstige uitzondering.

In Noord-Brabant bieden twee hogescholen opleidingen aan richting Gezondheidszorg en Gedrag en Maatschappij: Avans Hogeschool en Fontys Hogescholen. Totaal aantal

A antal

inges c hrevenen

inges c hrevenen

%

Zorg en W elz ijn H B O N ederland

421.088

89.535

21%

H B O N oord-B rabant

66.922

13.224

20%

A vans H oges c hool

26.349

5.239

20%

F onty s H oges c holen 40.573 7.985 20% Tabel 2: Overzicht aantal leerlingen in opleiding op teldatum 1 oktober 2012 (DUO, bewerking Transvorm)

Werkgebieden van hogescholen gaan over de provinciegrenzen heen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ook de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen zowel studenten als werkgevers uit de provincie bedient, vooral in de regio Noordoost-Brabant. Samenwerking en overleg tussen de hogescholen vindt, behalve incidenteel en bilateraal op bestuurlijk niveau, vooral provinciaal en landelijk plaats. Hogescholen hebben structureel overleg in het overlegorgaan HBO Zuid-Nederland. Dit overleg is vooral gericht op afstemming van terugkoppeling van studieresultaten van de HBO’s naar de ROC’s, implementatie van de Kies Actief Toolkit, voorlichting en doorlopende leerwegen. Opleidingen die door meerdere hogescholen worden aangeboden overleggen apart in een landelijk opleidingsoverleg. Hier vindt bijvoorbeeld afstemming plaats over de gezamenlijke competentieprofielen. Beide hogescholen werken vooral fragmentarisch en versnipperd samen met individuele organisaties in zorg en welzijn of met kleinere groepen van organisaties. Bijvoorbeeld in projecten rondom branchegericht opleiden, Zorg Innovatie Centra voor het verbeteren van de aansluiting tussen beroepspraktijk, onderwijs en onderzoek en leerunits. Overlegstructuren zijn met name afgestemd op de projecten.

Transvorm, mei 2013

9


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Door de HBO-Raad is advies over de HBO zorgopleidingen gevraagd aan een verkenningscommissie. In het rapport ‘Voortrekkers in Verandering Zorg en opleidingen - partners in innovatie’ adviseert de commissie een breed curriculum bij de zorgopleidingen en een structurele en intensievere samenwerking met het beroepenveld.

Naast de reguliere opleiders die uit openbare gelden worden bekostigd, zijn er ook grote, landelijke, commerciële opleiders actief. Dit zijn de zogenoemde ‘niet bekostigde instellingen’. Een aantal van hen is wettelijk bevoegd om MBO- en HBO opleidingen te verzorgen. Commerciële opleiders die deze bevoegdheid niet hebben proberen via samenwerking met ROC’s of HBO’s toch erkende opleidingen te verzorgen. Soms worden ook suggestieve benamingen gebruikt waardoor het onderscheid tussen erkende en niet-erkende opleidingen onduidelijk wordt. Tenslotte zijn er opleiders die een variatie van erkende en niet-erkende, initiële en niet-initiële opleidingen aanbieden. Kortom; het commerciële opleidingsveld is verwarrend voor de argeloze opleidingszoekende, en zelfs voor mensen die zich beroepsmatig met opleiden bezig houden. Zonder het over de kwaliteit van de aangeboden opleidingen te hebben, is het goed om na te gaan wat het civiel effect van een opleiding is: “Wat is de maatschappelijke waarde van de opleiding?” Informatie over de kwaliteit van aangeboden opleidingen is te vinden op www.onderwijsinspectie.nl. DUO/Cfi geeft op haar site een duidelijk overzicht van kwalificaties en niet-bekostigde aanbieders per opleiding. Exacte cijfers over aantallen deelnemende leerlingen in commerciële opleidingen zijn moeilijk te achterhalen. De meeste door Transvorm benaderde commerciële opleiders willen of kunnen deze niet leveren. Van SVOZ hebben we informatie gekregen maar deze zullen we uit privacy overwegingen niet publiceren. Commerciële opleiders kunnen interessante partners zijn wanneer werkgevers maatwerktrajecten willen. Ze beschikken vaak over meer flexibiliteit en aantrekkelijker prijsstellingen dan de reguliere opleiders. Sowieso hanteren veel commerciële opleiders een ander business model. Sommigen gaan zo ver dat ze optreden als werkgever van de leerlingen in opleiding. Uiteraard heeft dit allerlei consequenties voor de samenwerking tussen de zorg- en welzijnsorganisaties en het opleidingsinstituut.

Transvorm, mei 2013

10


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Transvorm, mei 2013

11


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

In dit hoofdstuk leggen we de focus op de initiële opleidingen die door ROC’s en HBO’s met een hoofdlocatie in de provincie worden aangeboden. We kijken naar algemene ontwikkelingen die van invloed zijn op de opleidingen en er is ook veel ruimte voor de cijfermatige ontwikkelingen per opleiding in de regio.

De beroepen- en daarmee samenhangende opleidingsstructuur voor zorg en welzijn is al enige tijd onderwerp van veel discussies. Uitgebreid onderzoek naar de zorgberoepen en zorgopleidingen wordt gedaan door de Commissie Innovatie Zorgberoepen en -Opleidingen die in het voorjaar van 2012 is ingesteld. Het resultaat van de eerste inventarisaties schetst een onthutsend beeld. Zo blijken er 1.700 (!) opleidingen in de Zorg te zijn en 2.400 beroepen, met een enorme discrepantie tussen de opleidingen en het beroepsperspectief. Er worden zelfs opleidingen ontwikkeld richting beroepen die niet bestaan, zoals HBO psychologie, omdat leerlingen daar interesse voor hebben (Rapport ‘Samenvatting 2012’, februari 2013 en ‘Dringen rond het bed,’ 2012). Kortom; een warboel en een alarmerende mismatch tussen beroepsopleidingen en beroepspraktijk. Uit onderzoek (FNV Jong in 2011) blijkt dat opleidingen in zorg en welzijn zoals de opleiding Helpende zorg en welzijn en de opleiding pedagogisch werker kinderopvang in de top 10 staan van meest populaire MBO-opleidingen. Deze opleidingen hadden toen al een matig arbeidsmarktperspectief en onder invloed van de beleidsontwikkelingen is dit perspectief alleen maar slechter geworden (SBB Doelmatigheidsrapportages 2013). Blijkbaar wordt er onvoldoende voorgelicht over het arbeidsmarktperspectief, waarvoor de scholen verantwoordelijk zijn, of kiezen scholieren onverantwoord.

Om iets te kunnen zeggen over de ontwikkeling van de opleidingen richting zorg en welzijn in deze regio, hebben we een selectie gemaakt van 37 opleidingen en deze gegroepeerd tot 9 categorieën (bijlage 5). Hieronder beschrijven we trends per opleiding in de regio. In bijlage 2 vindt u de deelnemersaantallen per MBO- opleidingsgroep op peildatum 1 oktober 2012 voor heel NoordBrabant. Opleidings- en sectorrendementen per regio vindt u in bijlage 4.

Figuur 2: Aantal deelnemers aan groepen opleidingen in deze regio (DUO, bewerking Transvorm)

Transvorm, mei 2013

12


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

In deze groep hebben we het oude en nieuwe crebo nummer samengevoegd om tot de cijfers te komen. De kans op werk voor deze leerlingen is erg goed, een probleem zijn de stageplaatsen die moeilijk te vinden zijn (SBB Doelmatigheidsrapportages, 2013). Hier liggen knelpunten die op korte termijn opgelost moeten worden. Doktersassistent Deelnemers regio

2008 87

97

2010 106

2011 106

2012 116

BBL

10

24

16

15

18

BOLVT

77

73

90

91

98

BOLDT

-

-

-

-

-

20

23

34

27

27

0

0

16

7

10

BOLVT

20

23

18

20

17

BOLDT

-

-

-

-

-

Gediplomeerden BBL

2009

Dit is een groepering van meerdere opleidingen waaronder de opleidingen medewerker maatschappelijke zorg, pedagogisch werk (jeugdzorg), pedagogisch werker en sociaal cultureel werker op niveau 4. Voor de persoonlijk begeleiders is de kans op werk goed, de kans op een stageplaats niet. Voor de sociaal cultureel werker en sociaal maatschappelijk dienstverlener zijn zowel de kans op een stage als de kans op werk zeer slecht (SBB Doelmatigheidsrapportage, 2013). MMZ 4 2008 713

2009 751

2010 686

2011 695

2012 762

BBL

380

338

303

291

416

BOLVT

333

413

383

404

346

BOLDT

-

-

-

-

-

159

152

240

141

215

BBL

67

93

164

89

130

BOLVT

92

59

76

52

85

BOLDT

-

-

-

-

-

Deelnemers regio

Gediplomeerden

Hieronder verstaan we alleen deze opleiding, wat terug te zien is in een gering aantal leerlingen. Dit is met name gedaan om een vergelijking te maken tussen de MMZ niveau 4 en de richting Kinderopvang. Ondanks de zeer slechte kans op stage en werk met deze studie (zie kader hierna en de SBB Doelmatigheidsrapportage 2013), is in 2012 het aantal leerlingen in deze opleiding weer gestegen.

Transvorm, mei 2013

13


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Pedagogisch werker Kinderopvang 4 2008 100

2009 134

2010 137

2011 139

2012 153

-

-

-

-

-

BOLVT

100

134

137

139

153

BOLDT

-

-

-

-

-

Gediplomeerden

0

0

16

24

23

BBL

-

-

-

-

-

BOLVT

0

0

16

24

23

BOLDT

-

-

-

-

Deelnemers regio BBL

-\

Een korte rekensom voor de Kinderopvang en de Jeugdzorg: In Nederland stonden eind 2012 14.800 vacatures open in de sector zorg en welzijn (CBS Statline). Noord-Brabant neemt 14% van de landelijke werkgelegenheid in de sector voor haar rekening. Ongeveer 11% daarvan wordt ingevuld door de Kinderopvang en de Jeugdzorg (AZWinfo). Dat zou betekenen dat er 219 vacatures voor de Kinderopvang en de Jeugdzorg zouden zijn geweest eind 2012. In heel Noord-Brabant diplomeren in 2012 750 studenten uit het MBO richting Kinderopvang op niveau 3 en 4 en 330 studenten uit het HBOP richting Pedagogiek en Pedagogisch management Kinderopvang. Ruim 850 meer dan er banen beschikbaar waren!

Ook dit is een groepering van opleidingen, veelal MBO-verpleegkundige met een specialisatie en natuurlijk de reguliere opleiding verpleegkundige. Het arbeidsmarktperspectief voor deze leerlingen is op korte termijn matig te noemen (SBB Doelmatigheidsrapportage, 2013), maar voor 2015 worden in deze regio toch kleine tekorten verwacht (bijlage 3). De kans op een stage voor leerlingen in deze opleiding is erg slecht, wat zorgelijk is aangezien verwacht wordt dat deze mensen in de toekomst wel nodig zijn (SBB Doelmatigheidsrapportage, 2013). Verpleegkundige 2008 325

2009 347

2010 350

2011 307

2012 369

BBL

133

126

119

107

129

BOLVT

192

221

231

200

240

BOLDT

-

-

-

-

-

Gediplomeerden

80

72

69

72

69

BBL

40

37

40

39

45

BOLVT

40

35

29

33

24

BOLDT

-

-

-

-

-

Deelnemers regio

Onder deze groep opleidingen verstaan we maatschappelijke zorg medewerker niveau 3, sociaal dienstverlener en sociaal pedagogisch werk niveau 3. Voor de medewerker maatchappelijke zorg op niveau 3 is zowel de kans op werk als de kans op een stageplaats matig (SBB Doelmatigheidsrapportages, 2013). In de regio wordt voor 2015 een overschot

Transvorm, mei 2013

14


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

van 23% verwacht voor de sociaal agogische beroepen niveau 3 op de arbeidsmarkt (bijlage 3). Het dalende leerlingen aantal tussen 2011 en 2012 is daarmee een goede ontwikkeling. MMZ 3 2008 231

2009 181

2010 265

2011 380

2012 345

BBL

111

88

165

297

243

BOLVT

120

93

100

83

102

BOLDT

-

-

-

-

-

140

104

51

141

275

24

64

29

118

255

BOLVT

116

40

22

23

20

BOLDT

-

-

-

-

-

Deelnemers regio

Gediplomeerden BBL

Net als op niveau 4 is dit ĂŠĂŠn opleiding. In heel Nederland is de kans op werk voor pas gediplomeerden in deze richting nihil (SBB Doelmatigheidsrapportage 2013). De kans op een stage is nu nog matig. Tot en met 2010 steeg het aantal leerlingen in deze opleiding, sinds die tijd daalt dat aantal al 2 jaar. Echter niet voldoende om de uitstroom op de arbeidsmarkt (waar geen kans op werk is) te beperken. Voorlopig wordt nog zeker uitstroom op de arbeidsmarkt van 100 leerlingen per jaar verwacht gezien het aantal leerlingen dat nog in de pijplijn zit. Pedagogisch werker Kinderopvang 3 2008 189

2009 262

2010 291

2011 272

2012 212

26

69

86

62

19

BOLVT

163

193

205

210

193

BOLDT

-

-

-

-

-

Gediplomeerden

0

32

70

80

106

BBL

0

0

18

36

42

BOLVT

0

32

52

44

64

BOLDT

-

-

-

-

-

Deelnemers regio BBL

Ook dit is een clustering van verschillende crebonummers, van allerlei opleidingen richting verzorgende met vaak verschillende specialisaties. Opvallend hier is het grote aantal BBL-ers dat in de opleiding zit. De kans op werk met deze opleiding is in deze regio zeer goed en dat blijft naar verwachting nog jaren zo. Voor 2015 wordt er een tekort van 9% verzorgenden verwacht in deze regio (bijlage 3). Helaas hebben de leerlingen die nu in de opleiding zitten maar een matig tot slechte kans op een stageplaats (SBB Doelmatigheidsrapportage, 2013).

Transvorm, mei 2013

15


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Verzorgende 2008 410

2009 402

2010 434

2011 392

2012 411

BBL

294

291

283

270

325

BOLVT

116

111

151

122

86

BOLDT

-

-

-

-

-

Deelnemers regio

121

103

104

114

128

BBL

85

78

81

74

92

BOLVT

36

25

23

40

36

BOLDT

-

-

-

-

-

Gediplomeerden

Net als de verzorgende is dit een groepering van opleidingen helpende met verschillende specialisaties. Hoewel er nog regelmatig initiatieven van vooral commerciële organisaties zijn om mensen op te leiden tot helpende geeft het SBB aan dat het arbeidsmarktperspectief voor deze groep erg slecht is. De slechte beschikbaarheid van stageplaatsen onderschrijft dit. Met het verdwijnen van de lagere ZZP’s zal het arbeidsmarktperspectief waarschijnlijk nog verslechteren. Niet alle leerlingen op niveau 2 hebben de potentie om door te stromen naar hogere niveaus. Dit is een groot probleem in de regio. Voordat gesproken werd over het schrappen van ZZP’s werd er al een overschot aan helpenden voorspeld van 23% in 2015 (bijlage 3). Helpende 2008 327

2009 313

2010 307

2011 231

2012 325

67

72

58

22

111

BOLVT

238

241

231

197

211

BOLDT

22

0

18

12

3

117

130

200

178

121

BBL

31

40

99

62

38

BOLVT

86

72

101

100

75

BOLDT

0

18

0

16

8

Deelnemers regio BBL

Gediplomeerden

Een kleine groep leerlingen volgt de opleiding tot zorghulp in de regio, dit is nog maar sinds 2012 zo. Het Landelijk Onderzoek Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn heeft vorig jaar al een discrepantie tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van 4% (overschot) voorspeld voor 2015 voor dit niveau (bijlage 3). SBB onderschrijft dit nu in haar doelmatigheidsrapportage (2013) waarin de kans op werk als zeer slecht staat beschreven. De kans op een stage is echter nu nog goed.

Transvorm, mei 2013

16


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Zorghulp 2008

2009

2010

2011

2012

Deelnemers regio

0

0

0

0

25

BBL

0

0

0

0

25

BOLVT

-

-

-

-

-

BOLDT

-

-

-

-

-

Gediplomeerden

0

0

0

0

0

BBL

-

-

-

-

-

BOLVT

-

-

-

-

-

BOLDT

-

-

-

-

-

Ook het HBO onderwijs is onderhevig aan allerlei ontwikkelingen. De Commissie Innovatie Zorgberoepen en -Opleidingen concludeert dat er ook in het hoger beroepsonderwijs in de afgelopen decennia talloze nieuwe opleidingen zijn ontwikkeld. Zij constateren ver doorgevoerde specialisaties en versnippering van opleidingsaanbod en het ontbreken van een duidelijke lijn in het beleid van onderwijsorganisaties. Het kabinet-Rutte-Asscher wil dat het HBO toekomstbestendig wordt. Om daaraan bij te dragen zal het beleid op een aantal vlakken (moeten) veranderen. Hogescholen en universiteiten moeten hun aanbod van opleidingen beter afstemmen op de wensen van verschillende studenten en op de arbeidsmarkt. Daartoe worden verschillende maatregelen ontwikkeld zoals de mogelijkheid opleidingen samen te voegen, brede bachelors, meer AD programma’s (Associate Degree), selectie aan de poort en soepeler doorstroom tussen MBO en HBO. Echter, studeren aan het HBO wordt duurder door de invoering van het sociaal leenstelsel. Dit leidt mogelijk tot een daling van de instroom op HBO- en WO-niveau.

In Noord-Brabant worden 21 opleidingen richting Gezondheidszorg en Gedrag en Maatschappij aangeboden. Tussen 2008 en 2012 is er een flinke groei geweest in het aantal leerlingen dat een HBO opleiding volgt in de provincie. Ook het aantal ingeschrevenen in de zorg- en welzijnsopleidingen die we in deze rapportage meenemen is gestegen met 20%. Het aandeel van deze opleidingen in het totaal aantal deelnemers is achter gebleven. Opvallende trends, ontwikkelingen, rendementen en prognoses worden hieronder per opleiding beschreven.

Transvorm, mei 2013

17


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Figuur 3: DUO, bewerking Transvorm

Opvallend in Noord-Brabant is de stijging in studentenaantallen in de opleiding tot verpleegkundige. Het zijn veelal voltijd studenten die deze opleiding volgen. Met een gemiddeld studierendement van tussen de 53% en 72% in Noord-Brabant doen zij het goed. In West-Brabant is het studierendement het hoogst (bijlage 4). Er worden tekorten verwacht van verpleegkundigen op niveau 5 in alle regio’s in Brabant en dan met name in Zuidoost-, Noordoost- en Midden-Brabant. In Zuidoost-Brabant lopen de tekorten op tot 5,4% in 2015 (bijlage 3). B Opleiding tot Verpleegkundige 2007 Ingeschrevenen Avans Ingeschrevenen Fontys Aandeel voltijd Aandeel deeltijd Gediplomeerden Avans Gediplomeerden Fontys

115 257

2008 622 918 80% 14% 103 247

2009 684 838 81% 11% 117 207

2010 813 862 82% 10% 100 209

2011 952 887 83% 11% 135 214

2012 1.146 1.008 79% 12%

Ondanks de flinke bezuinigingen in de Kinderopvang en de komende veranderingen in de Jeugdzorg is het aantal studenten in de opleiding pedagogiek relatief erg hoog, en blijvend hoog want het aantal studenten is door de jaren heen vrij stabiel. Pedagogiek wordt in Brabant alleen op de Fontys Hogescholen gegeven en is de grootste pedagogiekopleiding in Nederland. Pedagogiek kent met name voltijd studenten. Ook de nieuwe opleiding pedagogisch management kinderopvang wordt uitsluitend aangeboden door Fontys Hogescholen. De eerste studenten zijn in 2011 afgestudeerd. Deze opleiding leidt met name op voor de Kinderopvang en daarmee is het carrièreperspectief van de 155 studenten die op dit moment in de pijplijn zitten niet goed. Opvallend is dat een kwart van deze studenten de opleiding in

Transvorm, mei 2013

18


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

deeltijd volgt. Alternatieve carrièrekansen zijn coördinerende en beleidsfuncties. In hoeverre daar vraag naar is, is niet bekend. Per jaar stromen van deze twee opleidingen ruim 300 studenten met een diploma op zak in op de arbeidsmarkt. De komende jaren zal dit aantal sterk toenemen, gezien het aantal studenten dat in de opleidingen zit. Het arbeidsmarktperspectief voor deze studenten is niet goed (zie kader paragraaf 2.2).

B Pedagogiek 2007

2008 0 1.851 79% 21% 0 314

2009 0 1.931 82% 18% 0 304

2010 0 1.941 85% 15% 0 275

2011 0 1.981 84% 16% 0 328

2012 0 2.039 88% 12%

B Pedagogisch Management Kinderopvang 2007 2008 Ingeschrevenen Avans 0 Ingeschrevenen Fontys 22 Aandeel voltijd 100% Aandeel deeltijd 0% Gediplomeerden Avans 0 0 Gediplomeerden Fontys 0 0

2009 0 74 77% 23% 0 0

2010 0 120 73% 27% 0 0

2011 0 152 71% 29% 0 8

2012 0 155 75% 25%

Ingeschrevenen Avans Ingeschrevenen Fontys Aandeel voltijd Aandeel deeltijd Gediplomeerden Avans Gediplomeerden Fontys

0 320

Ook dit is een nieuwe opleiding die alleen op Fontys Hogescholen wordt gegeven. Recentelijk is de eerste student afgestudeerd, dit komt nog niet terug in de cijfers, die lopen tot 2011. De vergrijzing is net begonnen en zal haar piek kennen rond 2040, dan zullen in Nederland 4,6 miljoen 65-plussers wonen. Deze opleiding lijkt in te spelen op de actuele ontwikkelingen waar de sector zorg en welzijn in toenemende mate mee te maken krijgt. Gelukkig stijgt de instroom in deze opleiding ieder jaar. Opvallend is het grote aandeel deeltijdstudenten. Het carrièreperspectief moet nog blijken, maar waarschijnlijk zal dat bijzonder goed zijn. Het beroep Gerontoloog HBO is nieuw volgens Fontys. De specialisatie is al wel bekend op het wetenschappelijk onderwijs, waar artsen een specialisatie gerontologie kunnen kiezen. Hier is al jaren een grote vraag naar, daarom kan deze opleiding heel goed een gat in de markt vullen. Voorlopig laat de instroom op de arbeidsmarkt op zich wachten. B Toegepaste Gerontologie 2007 Ingeschrevenen Avans Ingeschrevenen Fontys Aandeel voltijd Aandeel deeltijd Gediplomeerden Avans Gediplomeerden Fontys

Transvorm, mei 2013

2008 0 0 -

0 0

2009 0 0 -

0 0

0 0

2010 0 36 39% 61% 0 0

2011 0 62 42% 58% 0 0

2012 0 87 53% 47%

19


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Het aantal studenten MWD neemt toe. Deze stijging is geheel toe te schrijven aan de instroom bij Avans. Het merendeel van de leerlingen doet de opleiding in voltijd, wat suggereert dat met name jongeren voor de opleiding kiezen. Sociaal pedagogische hulpverlening is op beide scholen groot; het aantal studenten bij Avans stijgt en het aantal studenten bij Fontys neemt af. Volgens Avans is het carrièreperspectief voor de SPH-er goed. Of dit in de praktijk, met alle nieuwe ontwikkelingen in de Jeugdzorg en de GGZ, ook zo zal zijn, valt te bezien. B Maatschappelijk Werk en Dienstverlening 2007 2008 Ingeschrevenen Avans 819 Ingeschrevenen Fontys 657 Aandeel voltijd 81% Aandeel deeltijd 19% Gediplomeerden Avans 157 140 Gediplomeerden Fontys 116 144 B Sociaal Pedagogische Hulpverlening 2007 Ingeschrevenen Avans Ingeschrevenen Fontys Aandeel voltijd Aandeel deeltijd Gediplomeerden Avans 230 Gediplomeerden Fontys 243

2008 1.420 1.087 76% 24% 252 239

2009 923 659 82% 18% 164 142

2010 1.042 614 82% 18% 170 140

2011 1.117 510 84% 16% 180 110

2012 1.233 559 85% 15%

2009 1.544 1.039 74% 26% 227 215

2010 1.657 865 74% 26% 312 202

2011 1.710 769 74% 26% 296 166

2012 1.698 786 77% 23%

Er is een groeiende interesse voor deze opleiding, waarbij het opvallend is dat deze alleen in deeltijd wordt aangeboden. De vraag die we kunnen stellen is of deze leerlingen zorgmedewerkers zijn die opklimmen. Als zij een carrièrestap willen maken dan zou deze opleiding daar wellicht een kans voor bieden.. B Management in de Zorg 2007 Ingeschrevenen Avans Ingeschrevenen Fontys Aandeel voltijd Aandeel deeltijd Gediplomeerden Avans Gediplomeerden Fontys

58 0

2008 203 0 0% 100% 88 0

2009 213 0 0% 100% 82 0

2010 230 0 0% 100% 88 1

2011 106 110 0% 100% 50 46

2012 90 103 0% 100%

Deze opleiding bevindt zich op het snijvlak van zorg en technologie en leidt op tot beroepen die in ziekenhuizen en eerstelijnsvoorzieningen voorkomen. Fontys Hogescholen rapporteert een opleidingsrendement van 60% op deze school. Landelijk is het arbeidsmarktperspectief zeer goed: 95% van alle studenten heeft binnen 5 jaar een baan op niveau gevonden.

Transvorm, mei 2013

20


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

B Medisch Beeldvormende en Radiotherapeutische Technieken 2007 2008 2009 Ingeschrevenen Avans 0 0 Ingeschrevenen Fontys 373 388 Aandeel voltijd 77% 74% Aandeel deeltijd 0% 0% Gediplomeerden Avans 0 0 0 Gediplomeerden Fontys 76 76 65

2010 0 438 74% 0% 0 67

2011 0 501 76% 0% 0 59

2012 0 577 79% 0%

Deze masteropleiding wordt in Noord-Brabant uitsluitend op de Fontys Hogescholen gegeven. Alle leerlingen volgen de opleiding duaal. Sinds 2008 is er in aantallen leerlingen niet bijzonder veel veranderd, wel stijgt het aantal gediplomeerden. De gediplomeerden mogen zich verpleegkundig specialist noemen en staan tussen de arts en de verpleging in. De zorg wordt complexer, dus de vraag naar hoog geschoold personeel zal naar verwachting groeien. Het arbeidsmarktperspectief is goed te noemen. M Advanced Nursing Practice 2007 Ingeschrevenen Avans Ingeschrevenen Fontys Aandeel voltijd Aandeel deeltijd Gediplomeerden Avans Gediplomeerden Fontys

Transvorm, mei 2013

0 20

2008 0 60 0% 0% 0 24

2009 0 59 0% 0% 0 21

2010 0 67 0% 0% 0 27

2011 0 66 0% 0% 0 31

2012 0 65 0% 0%

21


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

In dit hoofdstuk zetten we landelijke ontwikkelingen uiteen die van invloed zijn op opleidingen en op de financiering rond opleidingen. Vervolgens belichten we een aantal invloedrijke projecten gericht op aansluiting onderwijs - arbeidsmarkt. Eerst de landelijke, daarna de regionale.

Op 24 april hebben werkgevers, werknemers en het kabinet-Rutte-Asscher een zorgakkoord gesloten. Hierin krijgt het regeerakkoord een concrete uitwerking. Een aantal zaken raken ook het onderwijs van zorg en welzijn. De arbeidsmarktpositie van personeel moet hiermee verbeterd worden. Zowel het MBO- als het HBO-niveau heeft een opwaardering nodig waarbij ook meer HBO verpleegkundigen nodig zullen zijn. De doorstroom van MBO naar HBO wordt gestimuleerd. Het kabinet financiert sectorplannen waarin afspraken moeten komen over de her- en bijscholing van personeel. Deze afspraken moeten nog voor de zomer gemaakt worden.

V&V 2020 heeft vorig jaar een advies uitgebracht om de beroepsprofielen van verpleegkundigen en verzorgenden toekomstbestendiger te maken. Na de presentatie van de nieuwe beroepsprofielen vorig jaar is er zowel kritisch als positief gereageerd op dit voorstel door diverse organisaties zoals de MBO-Raad, HBO-Raad, vakbonden en brancheorganisaties. De minister van VWS en de beroepsvereniging V&VN hebben positief gereageerd. In de huidige fase gaan stakeholders, inclusief drie arbeidsmarktregio’s, met elkaar in gesprek over vervolgstappen om de adviezen in praktijk te brengen. Ondertussen is V&V 2020 gestart met het vervolgproject ‘Expertisegebieden V&V 2020’, met als doel een inhoudelijk sterk fundament te leggen voor de beroepsuitoefening van de toekomst. Een generalistische, brede, basis die voor elke professional binnen het beroepenhuis geldt. Er zijn al twee expertisegebieden klaar: de Wijkverpleegkundige en de Casemanager Dementie (V&VN).

Dit actieplan is opgesteld door de minister van OCW om de kwaliteit van het MBO te versterken en van het MBO een aantrekkelijker leerroute maken. Er worden een aantal invloedrijke doelen benoemd in het plan. De vereenvoudiging van de kwalificatiestructuur in het hele MBO is daar één van. SBB geeft aan dat deze op 1 december 2013 klaar is en dat er van 600 naar 200 diploma’s wordt gegaan. Kleine, onmisbare, specialistische opleidingen worden op landelijk niveau samengevoegd. Het arbeidsmarktperspectief wordt een voorwaarde voor het voortbestaan van opleidingen. Ook wordt een duidelijke regionale opdracht geformuleerd: “Instellingen moeten samen met het regionale bedrijfsleven keuzes maken voor een helder portfolio aan opleidingen”. Hieraan ligt meer en betere informatie ten grondslag en deze moet er dan ook komen om de aansluiting onderwijs – arbeidsmarkt transparant te maken, op sectoraal, regionaal en organisatieniveau. Best practice: ‘Ombuiggesprekken’ In de zomer van 2012 haalde het Albeda College in Rotterdam 600 leerlingen over om te switchen naar een opleiding met een beter arbeidsmarktperspectief dan de studie waar zij zich oorspronkelijk voor hadden ingeschreven.

Door de aanname van de nieuwe kaderwet ‘Doelmatige leerwegen en bekostiging beroepsonderwijs’ is de uitwerking van het actieplan ‘Focus op Vakmanschap’ juridisch mogelijk geworden. Onderdeel

Transvorm, mei 2013

22


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

van de wet is dat de drempelloosheid tussen niveau 1, 2, 3 en 4 wordt opgeheven en een entreeopleiding wordt ingevoerd. Ook heeft deze wet impact op de bekostiging van het MBO (zie paragraaf 3.2). De minister zal de komende tijd de kaderwet uitwerken in uitvoeringsbeleid, mede met input vanuit verschillende pilots (VO-Raad). Mediaberichten rondom de stageproblematiek spreken elkaar regelmatig tegen. Wat we zeker weten is dat er tussen opleidingen en regio’s grote verschillen bestaan in de aansluiting tussen vraag en aanbod van stageplaatsen (SBB). Een aantal veelgenoemde knelpunten zijn:    

Te weinig stageplaatsen voor specifieke beroepen zoals de Doktersassistent; Te veel stage plekken in de ouderenzorg, te weinig in de ziekenhuizen; Stageplekken zijn in praktische zin onhandig; niet bereikbaar per OV, te ver weg; Genoeg stageplekken voor 3e en 4e jaars, te weinig voor 1e en 2e jaars.

Het beleid van het ministerie van OCW is erop gericht dat een opleidingsplaats alleen kan worden aangeboden als er een stageplaats beschikbaar is. Uit hoofdstuk 2 blijkt echter dat de beschikbaarheid van stageplaatsen en de kans op werk niet altijd overeen komen. Een betere regionale afstemming tussen scholen en werkgevers is daarom noodzakelijk.

Het Convenant Kwaliteitsimpuls Langdurige Zorg stelt intensiveringsgelden beschikbaar voor de inzet van extra medewerkers en scholing van nieuwe of bestaande medewerkers. Uit een Kamerbrief van het ministerie van VWS (april 2013) blijkt dat landelijk 67% van de intensiveringsgelden wordt besteedt aan extra handen aan het bed en 33% aan opleiding. De wet maakt ook een verandering van de bekostigingssystematiek van het MBO-onderwijs mogelijk. Daarmee kan een ‘cascademodel’ worden ingevoerd. Dit model werkt met prijsfactoren. Hiermee wil men onderwijsinstellingen stimuleren hun opleidingen zo efficiënt en effectief mogelijk in te richten. Het is de bedoeling dat de bekostiging volgens de nieuwe systematiek in 2015 wordt ingevoerd. Of dat gehaald wordt is afhankelijk van onder andere de nieuwe kwalificatiestructuur en overleg met de sector. De fiscale stimuleringsregeling WVA wordt per 1 januari 2014 afgeschaft en vervangen door een subsidieregeling. Het beschikbare budget wordt gehalveerd tot het niveau van 2007 (€ 200 miljoen). Gebruik van de WVA is explosief gestegen in de laatste jaren en er heerst het vermoeden dat er oneigenlijk gebruik van is gemaakt. Hier wordt onderzoek naar gedaan. De stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) pleit voor handhaving van de WVA omdat het beperken van deze directe financiële prikkel mogelijk leidt tot een terugloop van het aantal beschikbare BBL-plaatsen en daarmee tot een daling van de mobiliteit van zij-instromers en carrièreswitchers. In de Arbeidsmarkt in Kaart van december 2012 is geschreven over het voorstel om deeltijdopleidingen te financieren via studiebeurzen. Dit heeft wisselende reacties opgeroepen. Bezwaren komen met name van instellingen voor bekostigd hoger onderwijs. Het ministerie van OCW heeft aangegeven eind 2013 met een nadere uitwerking van de voorstellen te komen. De uitvoer van het voorstel zal naar verwachting niet eerder dan in het schooljaar 2017/2018 plaatsvinden. Het sociaal leenstelsel is bedoeld om het onderwijs betaalbaar te houden en de kwaliteit ervan te verhogen. De basisbeurs voor bachelor- en masterstudenten wordt vervangen door een lening per

Transvorm, mei 2013

23


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant student (± € 15.000,-). Voor MBO-studenten blijft de basisbeurs bestaan. De kwaliteitsimpuls moet komen van de prijs van een foute studiekeuze en de prijs van studievertraging voor studenten op het hoger onderwijs. Het voorstel heeft breed maatschappelijk verzet opgeroepen. In de zomer van 2013 zal de minister van OCW komen met een nadere uitwerking. Het is onzeker of dit de toegankelijkheid van het HO en daarmee de beschikbaarheid van hoger opgeleiden op de arbeidsmarkt negatief zal beïnvloeden. De overheid geeft aan dat uit ervaringen in het buitenland blijkt dat daar geen directe aanwijzingen voor zijn (Kamerbrief minister van OCW, januari 2013). Het CPB heeft echter een instroomafname van 1,5% voor het HBO en 2,2% voor het WO berekend. Voor de arbeidsmarkt zou dit niet gunstig zijn. Complexere taken en plattere organisaties vragen steeds vaker om hoger opgeleid personeel. Trend: ‘Upgrading’ “…de steeds hogere kwalificatievereisten die werkgevers stellen binnen de beroepen en functies in hun bedrijven en instellingen” (ROA, 2011).

Een opvallende landelijke interventie is de afschaffing van de centrale numerus fixus voor de studie Geneeskunde in de komende vijf jaar. Hiervoor in de plaats komt de decentrale selectie. Universiteiten mogen zelf bepalen welk percentage zij hanteren. Ook worden er meer opleidingsplaatsen beschikbaar gesteld. Dit heeft enerzijds als doel om 25% meer artsen aan het werk te hebben in 2025 ten opzichte van nu, anderzijds moet het de kansen voor zij-instromers vergroten.

Het ministerie van VWS ondersteunt diverse projecten gericht op het interessanter maken van de ouderenzorg voor verpleegkundigen met een opleiding op niveau 5. Een goed voorbeeld is het project van HBO-VGG (Verpleegkundige Gerontologie Geriatrie) dat verpleegkundigen een specialisme meegeeft en na een aantal succesvolle proeftuinen wil sturen op regionale afspraken tussen onderwijs en werkgevers.

De jeugdwerkloosheid loopt in de laatste jaren hard op; van 9.8% in 2011 naar 15% in januari 2013. Om de jeugdwerkloosheid te bestrijden stelt het kabinet-Rutte-Asscher extra middelen beschikbaar; 50 miljoen euro in 2013 en 2014. Hiervan is 25 miljoen euro bedoeld om meer studenten door te laten leren en 25 miljoen euro voor een regionale aanpak van jeugdwerkloosheid. Het kabinet doet een beroep op sociale partners om afspraken te maken over stages en leerbanen en op SBB voor een intensivering van het stage-offensief. Hierbij is aansluiting bij het actieplan ‘Focus op Vakmanschap’ nodig.

Sinds oktober 2012 werken Brabantse ROC’s, kraamzorginstellingen en Calibris samen in de Kraamopleiding Brabant, om het groeiende tekort aan goed opgeleide kraamverzorgenden in de regio op te vangen. Studenten ontvangen naast de normale lessen van de ROC’s ook gastlessen van inhoudsdeskundigen en betrokken kraamzorgorganisaties. Stageplaatsen zijn gegarandeerd en de betrokken werkgevers spannen zich in om de afgestudeerde kraamverzorgenden in dienst te nemen.

Transvorm, mei 2013

24


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

In dit branchegerichte initiatief werken zeven GGZ-instellingen uit Zuid-Nederland, Kenniscentrum Calibris en Transvorm sinds 2009 samen op strategisch niveau. Het doel van de samenwerking is het toe- en opleiden van voldoende medewerkers die in het werkveld GGZ en Verslavingszorg als kwalitatief goed opgeleide basisberoepsbeoefenaar kunnen starten. Waarbij het waarborgen van de herkenbaarheid, de know-how en de ontwikkelingen binnen het werkveld GGZ en Verslavingszorg duidelijk in de opleidingen aan bod komen. Hierbij is de beroepspraktijk leidend voor het beroepsonderwijs. In 2012 is fase 1 van het project afgesloten en is gestart met fase 2:      

Verbinden van opleidingsdoelen aan HR-doelen; Personeels- en opleidingsbehoefte in kaart brengen, zowel kwalitatief als kwantitatief; Landelijke en regionale ontwikkelingen in kaart brengen; Op basis daarvan slimme en duurzame samenwerking realiseren tussen werkgevers en onderwijsinstellingen; Cliënten en studenten/ betrekken bij ontwikkelingen; Kennis en resultaten uit de eerste pilots en andere initiatieven delen, gebruiken en borgen.

Máxima Medisch Centrum, St. Elisabeth Ziekenhuis, Catharina Ziekenhuis, Jeroen Bosch Ziekenhuis en Elkerliek Ziekenhuis werken samen aan de toekomst van werken en leren in het operatiekamercomplex, onder andere door de invoering van een nieuwe opleiding voor operatieassistenten en anesthesiemedewerkers. Aan Fontys Hogescholen wordt een combinatie opleiding ontwikkeld van operatieassistent of anesthesiemedewerker en een HBO-V opleiding. Na de opleiding ontvangen studenten zowel een HBO-V diploma als een diploma operatieassistent of anesthesiemedewerker. Deze nieuwe opleiding moet een oplossing bieden voor het landelijk tekort aan operatiekamerassistenten. Daarnaast ervaren de huidige operatieassistenten en anesthesiemedewerkers problemen met doorstroom naar andere functies. Door het behalen van een verpleegkundig diploma worden hun carrièremogelijkheden vergroot. Transvorm is bij dit project betrokken om de producten die uit dit project voortkomen te delen met andere werkvelden en te bekijken of en hoe deze in andere werkvelden ingezet kunnen worden.

Binnen de Zorgacademie werken ROC Tilburg, Fontys Hogescholen, Avans Hogeschool, zorginstellingen, Transvorm en stakeholders samen aan doelen als: vermindering van vroegtijdige uitval, betere afstemming van de onderwijsprogramma’s op het werkveld, meer studenten en potentiële werknemers in de zorg, en vergroten van de aantrekkelijkheid van werken en leren in de zorg. Zorgcliënt 2.0 (de veranderende cliënt en zijn omgeving) en Zorgtechnologie nemen een belangrijke rol in. Als uitvoering van het projectplan werken werkgroepen aan de eerste producten. Deze producten hebben betrekking op onderwerpen als begeleiding van studenten, en aanpassen van lesinhoud (bv. beter positioneren familiezorg, ondernemerschap e.d.).

Een volledige integratie van werkgever en opleidingsinstituut Dat het volledig in eigen beheer opleiden van toekomstig medewerkers mogelijk is bewijst Breederzorg. Binnen het erkende leerbedrijf Breederzorg Opleidingen worden opleidingen verzorgd tot helpende, verzorgende IG en verpleegkundige. Het uitgereikte diploma van Breederzorg Opleidingen is een ROC diploma erkend door het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen in het kader van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. De opleidingen zijn opgenomen in het crebo register.

Transvorm, mei 2013

25


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

In andere regio’s in Noord-Brabant zijn ook inspirerende initiatieven genomen om onderwijs en arbeidsmarkt beter op elkaar af te stemmen. In West-Brabant komen scholen en werkgevers fysiek dichter bij elkaar op de Zorgboulevard, in Zuidoost-Brabant heeft de Helmondse Zorgacademie recent een gezamenlijke pilot Strategische leerlingen planning afgerond en in Noordoost-Brabant krijgen innovaties in opleiden vorm binnen de Netwerkschool.

Transvorm, mei 2013

26


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Transvorm, mei 2013

27


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Wanneer we de voorgaande hoofdstukken met elkaar verbinden signaleren we een allesomvattend probleem: Kernprobleem: Er is sprake van een structurele kwalitatieve en kwantitatieve mismatch tussen enerzijds de uitstroom uit onderwijs en anderzijds de behoefte op de arbeidsmarkt.

De Kinderopvang is hiervan het meest prangende voorbeeld. In hoofdstuk 2 zien we honderden leerlingen in opleiding, een stijgende instroom zelfs en in heel Nederland geen kans op werk! Er is sprake van gedwongen ontslagen. Geluiden van de vakbonden leren ons dat sociale akkoorden binnen deze branche de kansen voor nieuwkomers verder minimaliseren. Maar ook de stages van doktersassistentes; waar het werkveld om zit te springen maar waarvoor onvoldoende stageplaatsen beschikbaar zijn. Hier gaat iets structureel mis. In dit hoofdstuk trekken we conclusies, doen we aanbevelingen en voorstellen voor concrete acties die bijdragen aan het aanpakken van dit probleem.

Hoofdstuk 1 t/m 3 maken duidelijk dat er een aantal zogenaamde ‘keyplayers’ die betrokken zijn bij het kernprobleem en daarin bepaalde verantwoordelijkheden en belangen hebben:   

Werkgevers; Scholen; Overheid.

Verantwoordelijkheden overlappen of raken elkaar, soms is er sprake van tegengestelde belangen. Zeker is dat geen enkele partij het kernprobleem alleen kan oplossen. Zonder actief om te gaan met elkaars verantwoordelijkheden en belangen, juist als deze tegenstrijdig zijn, zal er nooit een toekomstbestendige oplossing voor het probleem worden gevonden. Sterker nog, wanneer partijen alleen voor eigen parochie preken is de kans groot dat de mismatch alleen maar groter wordt. Daarnaast loopt men het risico om maatschappelijke middelen inefficiënt in te zetten. De huidige dynamiek in maatschappij en politiek maakt het speelveld complex en onvoorspelbaar. Ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Van zowel werkgevers als scholen wordt veel flexibiliteit, aanpassings- en innovatievermogen gevraagd. Bij veel aangekondigde beleidsmaatregelen ontbreekt duidelijkheid over concrete invulling. Het kabinetsbeleid komt voort uit brede maatschappelijke ontwikkelingen die niet zullen stoppen. Los van invulling van details kan er daarom wel degelijk beleid gemaakt worden! De problematiek vraagt om een gezamenlijke aanpak én om het besef dat er geen enkelvoudige oplossing is. Er moet worden ingezet op een meersporenbeleid.

Transvorm, mei 2013

28


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Aanbeveling 1: Benut op strategisch niveau brede regionale samenwerkingsverbanden. In de regio Midden-Brabant bestaan samenwerkingsverbanden op strategisch niveau die ook de aansluiting onderwijs – arbeidsmarkt agenderen en veelbelovende initiatieven nemen. We denken hierbij met name aan Midpoint en de Zorgacademie. Om een krachtige, doelmatige aanpak van het kernprobleem te realiseren is een brede structurele verbinding nodig op strategisch niveau. Ook tussen bestaande samenwerkingsverbanden en voor langere termijn. Mogelijke acties: 

Spreek per probleemgebied af wie stakeholders zijn en wie het initiatief moet nemen, c.q. een bijdrage moet leveren;

Optimaliseer bestaande samenwerkingsverbanden of vorm nieuwe;

Wanneer niet alle stakeholders participeren in bestaande samenwerkingsverbanden is hierop aanvullende actie nodig; spreek af wie hierin het voortouw neemt;

Zet in op een meersporenbeleid waarin concrete doelen worden bereikt op korte, middellange en lange termijn.

Doordat we in hoofdstuk 2 berekeningen hebben gemaakt over de Kinderopvang wordt concreet duidelijk dat er teveel leerlingen in een bepaalde opleiding zitten en ook hoe groot de ‘gap’ is. Informatie over de vraag naar personeel is absolute noodzaak! Alleen daarmee kan beleid gemaakt worden op het gebied van arbeidsmarkt gerelateerd opleiden. Een opleiding duurt gemiddeld drie jaar, dus voor opleidingen die nu starten is informatie over het arbeidsmarktperspectief in 2016 nodig. Het is primair de verantwoordelijkheid van werkgevers om deze informatie te leveren. Vanuit het ministerie van OCW is veel aandacht voor arbeidsmarkt gerelateerd opleiden. Daarbij koppelt OCW het aantal beschikbare onderwijsplaatsen aan het aantal beschikbare stageplaatsen. Op zich een logische gedachte die echter ook actie vraagt van werkgevers. Zij zullen beschikbare stageplaatsen moeten relateren aan de arbeidsmarktvraag van de toekomst. Op de langere termijn worden schattingen over de vraag naar personeel ruwer, minder nauwkeurig. Daarom kunnen werkgevers bovenstaande opdrachten slechts gedeeltelijk zelfstandig vervullen. Naast de blik op de eigen organisatie is een regionale insteek noodzakelijk om een bepaalde mate van flexibiliteit in te bouwen.

Transvorm, mei 2013

29


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Aanbeveling 2: Ontwikkel strategische opleidingsplanning als uitvloeisel van strategische personeelsplanning. Strategische opleidingsplanning c.q. leerlingenplanning is alleen effectief als het gebaseerd is op strategische personeelsplanning. Een koppeling van HRM en HRD is dus noodzakelijk. Daarbij moet SPP passen in de beleidscyclus of PDCA- cyclus van de organisatie. Mogelijke acties:   

Zorg voor kennis m.b.t. SPP in eigen huis. Neem bijvoorbeeld deel aan de Leergang SPP van Transvorm; Maak bij SPP gebruik van een instrument om te kunnen sturen op basis van kengetallen van de eigen organisatie; Zoek regionale partners voor afstemming en krachtenbundeling. De pilot ‘regionale strategische leerlingen planning’ van het samenwerkingsverband de Helmondse Zorgacademie kan als goed voorbeeld dienen voor bijvoorbeeld de Zorgacademie.

Aanbeveling 3: Werkgevers maken een directe koppeling tussen de vraag naar personeel en de beschikbaarheid van stageplaatsen. Mogelijke acties:   

Maak de organisatie en planning van stageplaatsen een strategische activiteit door op basis van SPP de vraag in te schatten; Evalueer het stage beleid regelmatig, maak jaarlijks een nieuw stageplan; Gebruik regionale contacten voor krachtenbundeling op het gebied van inhoud en aantallen stageplaatsen, bereikbaarheid van stageplaatsen, begeleiding van leerlingen en dergelijke.

Het huidige opleidingsaanbod is te versnipperd blijkt uit voorgaande hoofdstukken. Daarbij wordt er teveel opgeleid binnen opleidingen met een beperkt arbeidsmarktperspectief. Het ontwerpen van flexibele en daarmee toekomstbestendige opleidingen blijkt lastig. Het is primair de verantwoordelijkheid van scholen om dit scholingsaanbod te realiseren. Voorwaarde hierbij is dat werkgevers helder hebben waar de vraag naar personeel ligt, nu en in de toekomst.

Transvorm, mei 2013

30


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Aanbeveling 4: Scholen ontwerpen een helder, eenduidig, opleidingsaanbod waarin ruimte is voor innovatie, modernisering en flexibel meebewegen met de arbeidsmarkt, en waarin het arbeidsmarktperspectief een leidende factor is. Mogelijke acties:      

Richt opleidingen modulair in; Richt opleidingen zo in dat ze kunnen voldoen aan zowel de vraag naar generalisten als specialisten; Voeg modules toe als ondernemerschap, klantgerichtheid en dergelijke; Minimaliseer instroom in opleidingen met beperkt arbeidsmarktperspectief; Ontwerp mogelijkheden voor leerlingen in dergelijke opleidingen om makkelijk van richting te veranderen, nog vóór diplomering; Houdt rekening met de doelgroep, bijvoorbeeld BOL- en BBL-studenten vragen om een andere nadruk in het curriculum en een andere begeleiding.

In de regio Midden Brabant biedt de Zorgacademie grote kansen. In meer of mindere mate worden hierin dit soort acties al in praktijk gebracht en is er veel aandacht voor de afstemming van onderwijs en beroepspraktijk. Ook in interessante pilots als de Leer- Werkcommunity.

Toekomstige medewerkers (studenten en hun ouders, werkzoekenden) moeten keuzes kunnen maken op basis van goede informatie inclusief arbeidsmarktperspectief maar de huidige instrumenten om arbeidsmarktperspectief vast te stellen werken niet optimaal. Aanbeveling 5: Communiceer helder over het arbeidsmarktperspectief op korte en lange termijn, zowel binnen de regio als regio-overstijgend, aangepast aan opleiding en/of functie. Mogelijke acties:    

Ontwerp een goed instrument om (regionaal) arbeidsmarktperspectief te bepalen; Gebruik strategische, regionale samenwerkingsverbanden om het (regionaal) arbeidsmarktperspectief vast te stellen; Geef goede informatie m.b.t. het arbeidsmarktperspectief op websites van scholen BrabantZorg.Net en dergelijke; Richt communicatie over het arbeidsmarktperspectief niet alleen op studenten en werkzoekenden maar ook op keuze-beïnvloeders als ouders en decanen.

In onze Arbeidsmarkt in Kaart van december 2012 hebben we geconstateerd dat beleidsmaatregelen grote gevolgen zullen hebben voor medewerkers in de sectoren GGZ, Gehandicaptenzorg, VV&T en Kinderopvang. Daarom is op korte termijn een grootschalige inzet op mobiliteit nodig. Binnen zorg- en welzijnsorganisaties kunnen medewerkers bij- en omgeschoold worden van kansloze naar kansrijke functies. Intrasectorale mobiliteit kan daarbij ook een oplossing zijn voor kwalitatieve problemen; overschotten uit de ene branche kunnen worden gebruikt voor tekorten in een andere branche. Omscholing en mobiliteit van werknemers binnen de sector is gunstig voor alle partijen. Werkgevers krijgen mensen in huis met extra competenties en werkervaring. Scholen krijgen mensen in opleiding. gemeenten en UWV worden met minder werkloosheid geconfronteerd. En last but not least de medewerkers zelf die weer zicht op werk krijgen. Maatregelen die nu uit noodzaak worden getroffen kunnen op de lange termijn de tendens van ‘een leven lang leren’, die met name in zorg en welzijn belangrijk is, kracht bij zetten.

Transvorm, mei 2013

31


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant

Aanbeveling 6: Investeer in mobiliteit. Mogelijke acties:   

Ontwerp passende bij-, na- en omscholingstrajecten die in kunnen spelen op de veranderende arbeidsmarkt; van overschot naar tekort, van kansloos naar kansrijk; Leidt mensen op binnen de passende opleiding c.q. het passende instituut; Gebruik strategische, regionale samenwerkingsverbanden om mobiliteitsvraagstukken aan te pakken.

Ongeacht de ontwikkeling van de zorgvraag en ongeacht de productiviteitsverhogende invloeden van innovatie wijst alles op personeelstekorten op lange termijn, als gevolg van demografische ontwikkelingen. Niet voor niets wordt in prognosemodellen altijd rekening gehouden met een hoge vervangingsvraag op langere termijn als resultaat van de vergrijzing in de sector. Het zoveel als mogelijk behouden van mensen voor de organisatie of minimaal voor de sector is noodzakelijk. Scholieren van nu moeten door de bezuinigingen niet worden afgeschrikt voor het werken in de sector om op de lange termijn voldoende handen aan het bed (of in de wijk) te hebben. Aanbeveling 7: Investeer in imago en beeldvorming. Mogelijke acties:  

Richt activiteiten niet alleen op studenten en werkzoekenden maar op keuze-beïnvloeders als ouders en decanen; Sluit aan bij campagnes als ZoWee!, TechXperience, de Week en Open Dag van Zorg en Welzijn en dergelijke.

Colofon Deze 'Onderwijs in Kaart' is een uitgave van Transvorm. Waar mogelijk wordt de tekst in overleg en samenspraak met aangesloten organisaties opgesteld. Neem voor reacties of commentaar contact op met Martin van Berloo (m.vberloo@transvorm.org), Martien Wierenga (m.wierenga@transvorm.org) of Maaike Hage (m.hage@transvorm.org), allen telefonisch bereikbaar via 088 144 40 00.

Transvorm, mei 2013

1


Pedagogiek

Pedagogisch management Kinderopvang

Management in de zorg

MBRT

Master Advanced Nursing Practice

Social Worker

Sociaal Pedagogische Hulpverlening

Maatschappelijk Werk en Dienstverlening

Fysiotherapie

Verpleegkundige 5

locatie

Opleidingsinstituut

Den Bosch Avans

Breda Tilburg Eindhoven

Fontys

Tilburg Den Bosch

voltijd deeltijd voltijd/deeltijd voltijd/deeltijd/duaal voltijd/duaal /inservice duaal/ inservice

!! Benaming Sociale Worker wordt bij Fontys gebruikt voor studenten die een van de opleidingen Culturele en Maatschappelijke Vorming, Maatschappelijk Werk en Dienstverlening en Sociaal Pedagogisch Hulpverlening volgen.


Opleidingen

Noordoost-Brabant

Zuidoost-Brabant

Midden-Brabant

West-Brabant

Eindtotaal

Doktersassistent

188

147

116

109

560

Helpende

526

711

325

549

2.111

MMZ 3

304

318

345

257

1.224

MMZ 4

842

1.004

762

272

2.880

Pedagogisch werker Kinderopvang 3

595

533

212

606

1.946

Pedagogisch werker Kinderopvang 4

93

246

153

15

507

Verpleegkundige

655

1.196

369

676

2.896

Verzorgende

859

1.194

411

1.153

3.617

6

45

25

70

146

4.068

5.394

2.718

3.707

15.887

Zorghulp Eindtotaal


Regio

Verpleegkundige 5

Verpleegkundige 4

Verzorgende 3

Helpende 2

Zorghulp 1

SPH 5

MD 5

SAW 4

SAW 3

Totaal Zorg & WJK VOVpersoneel

Zuidoost-Brabant

-5,4%

1,2%

-10,0%

11,6%

3,0%

14,2%

25,8%

11,3%

32,2%

4,2%

NoordoostBrabant

-2,7%

5,7%

-6,7%

5,9%

10,4%

13,4%

20,7%

6,9%

25,1%

5,7%

Midden-Brabant

-3,3%

-0,5%

-8,6%

22,7%

4,1%

18,3%

20,2%

6,8%

22,8%

3,5%

West-Brabant

-0,5%

1,5%

-7,9%

3,6%

12,5%

21,2%

25,6%

9,0%

25,1%

5,8%

Nederland

-4,5%

-1,7%

-9,0%

5,1%

8,3%

17,5%

23,3%

9,1%

23,6%

3,2%

Bron: SSB, EBB en werknemersenquĂŞtes AZW, berekening E'til.(2012)


Regio

Verpleegkundige 5

Verpleegkundige 4

Verzorgende 3

Helpende 2

Zorghulp 1

SPH 5

MD 5

SAW 4

SAW 3

Totaal Zorg & WJK VOVpersoneel

Zuidoost-Brabant

69%

54%

66%

51%

56%

65%

50%

62%

63%

59%

Noordoost-Brabant

53%

52%

73%

52%

52%

73%

44%

61%

57%

57%

Midden-Brabant

55%

54%

69%

53%

58%

66%

45%

70%

57%

58%

West-Brabant

72%

49%

72%

54%

60%

67%

46%

66%

62%

60%

Nederland

60%

48%

65%

54%

65%

65%

49%

68%

57%

59%

Verzorgende 3

Helpende 2

Zorghulp 1

SPH 5

Regio

Verpleegkundige 5

Verpleegkundige 4

MD 5

SAW 4

SAW 3

Totaal Zorg & WJK VOVpersoneel

Zuidoost-Brabant

89%

83%

96%

84%

96%

58%

63%

64%

72%

73%

Noordoost-Brabant

91%

82%

97%

84%

98%

58%

63%

65%

69%

72%

Midden-Brabant

87%

81%

96%

84%

97%

59%

62%

65%

65%

72%

West-Brabant

89%

84%

97%

85%

95%

66%

66%

71%

71%

76%

Nederland

88%

81%

96%

83%

95%

49%

61%

63%

60%

67%


Crebo nummer

Kwalificatienaam

Opleiding

1

10795

Zorghulp

Zorghulp

2

91420

Zorghulp

Zorghulp

3

10427

Verzorgende

Verzorgende

4

94830

Verzorgende-IG

Verzorgende

5

95530

Verzorgende-IG

Verzorgende

6

93260

Verzorgende

Verzorgende

7

92610

Verzorgende

Verzorgende

8

92613

Verzorgende (Kraamzorg)

Verzorgende

9

92614

Verzorgende (Verpleeg- en verzorgingshuiszorg en thuiszorg)

Verzorgende

10

10426

Verpleegkundige

Verpleegkundige

11

93510

MBO-Verpleegkundige

Verpleegkundige

12

95520

Mbo-Verpleegkundige

Verpleegkundige

13

92600

MBO-Verpleegkundige

Verpleegkundige

14

92601

MBO-Verpleegkundige (Geestelijke Gezondheidszorg)

Verpleegkundige

15

92602

MBO-Verpleegkundige (Gehandicaptenzorg)

Verpleegkundige

16

92603

MBO-Verpleegkundige (Verpleeg- en verzorgingshuiszorg en thuiszorg)

Verpleegkundige

17

92604

MBO-Verpleegkundige (Ziekenhuiszorg)

Verpleegkundige

18

92632

Pedagogisch Werk (Pedagogisch Werker kinderopvang)

Pedagogisch werker Kinderopvang 4

19

92620

Pedagogisch Werk (Pedagogisch Werker kinderopvang)

Pedagogisch werker Kinderopvang 3

20

10743

Sociaal Pedagogisch Werker 4 (SPW 4)

MMZ 4

21

92661

Maatschappelijke Zorg (Medewerker gehandicaptenzorg)

MMZ 4

22

92662

Maatschappelijke Zorg (Medewerker volwassenenwerk)

MMZ 4

23

10746

Sociaal Cultureel Werker (SCW)

MMZ 4

24

91370

Sociaal-cultureel werker

MMZ 4

25

92631

Pedagogisch Werk (Pedagogisch Werker jeugdzorg)

MMZ 4

26

92660

Maatschappelijke Zorg 4

MMZ 4

27

92670

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener (Sociaalmaatschappelijk dienstverlener)

MMZ 4

28

92630

Pedagogisch Werk 4

MMZ 4

29

10742

Sociaal Pedagogisch Werker 3 (SPW 3)

MMZ 3

30

92650

Maatschappelijke Zorg (Medewerker maatschappelijke zorg)

MMZ 3


Crebo nummer

Kwalificatienaam

Opleiding

31

10744

Sociaal Dienstverlener (SD)

MMZ 3

32

22195

Maatschappelijke Zorg

MMZ 3

33

10428

Helpende

Helpende

34

92640

Helpende Zorg & Welzijn

Helpende

35

10745

Helpende Welzijn (HW)

Helpende

36

10776

Doktersassistent

Doktersassistent

37

91310

Doktersassistent

Doktersassistent

38

10710

Onderwijsassistent

-

39

10890

Praktijkopleider

-

40

90350

Praktijkopleider

-

41

91380

Sport- en bewegingsbegeleider

-

42

95300

Sport- en bewegingsbegeleider

-

43

10873

Sport- en Bewegingsleider

-

44

91390

Sport en bewegen (Sport en bewegingsleider)

-

45

95280

Sport en bewegen (Sport- en bewegingsleider)

-

46

10774

Apothekersassistent

-

47

10775

Tandartsassistent

-

48

10874

Sport- en Bewegingscoördinator

-

49

91300

Apothekersassistent

-

50

91400

Sport en bewegen

-

51

91402

Sport en bewegen (Bewegingscoördinator / BOS)

-

52

91404

Sport en bewegen (Sport- en bewegingscoördinator / trainer-coach)

-

53

91410

Tandartsassistent

-

54

93500

Onderwijsassistent

-

55

95290

Sport en bewegen

-

56

95292

Sport en bewegen (Sport- en bewegingscoordinator/BOS-medewerker)

-

57

95294

Sport en bewegen (Sport- en bewegingscoördinator/ Trainer/coach)

-

58

91360

Onderwijsassistent niveau 4

-

59

91361

Onderwijsassistent (Onderwijsassistent PO/SO)

-

60

91362

Onderwijsassistent (Onderwijsassistent VO/Bve)

-

61

91401

Sport en bewegen (Bewegingscoördinator / Agoog)

-

62

91403

Sport en bewegen (Bewegingscoördinator / Operationeel manager)

-


Crebo nummer

Kwalificatienaam

Opleiding

63

22171

Sport en bewegen

-

64

10872

Sport- en Bewegingsbegeleider

-

Opleidingscode

Opleidingsnaam

Zorg &

Onderwijs

Welzijn

in Kaart

1

30012

B Pedagogisch Management Kinderopvang

Ja

Ja

2

30109

B Toegepaste Gerontologie

Ja

Ja

3

34538

B Management in de Zorg

Ja

Ja

4

34560

B Opleiding tot Verpleegkundige

Ja

Ja

5

34561

B Medisch Beeldvormende en Radiotherapeutische Technieken

Ja

Ja

6

34616

B Maatschappelijk Werk en Dienstverlening

Ja

Ja

7

34617

B Sociaal Pedagogische Hulpverlening

Ja

Ja

8

35158

B Pedagogiek

Ja

Ja

9

49246

M Advanced Nursing Practice

Ja

Ja

10

30023

B Medische Hulpverlening

Ja

Nee

11

34090

B Farmakunde

Ja

Nee

12

34091

B Huidtherapie

Ja

Nee

13

34116

B Social Work

Ja

Nee

14

34134

B Verloskunde

Ja

Nee

15

34506

B Kunstzinnige Therapie

Ja

Nee

16

34507

B Toegepaste Psychologie

Ja

Nee

17

34549

B Optometrie

Ja

Nee

18

34570

B Opleiding tot Fysiotherapeut

Ja

Nee

19

34571

B Oefentherapie Cesar

Ja

Nee

20

34572

B Opleiding tot Oefentherapeut-Mensendieck

Ja

Nee

21

34574

B Opleiding voor Ergotherapie

Ja

Nee

22

34576

B Mondzorgkunde

Ja

Nee

23

34577

B Orthoptie

Ja

Nee

24

34578

B Opleiding voor Logopedie

Ja

Nee

25

34579

B Voeding en DiĂŤtetiek

Ja

Nee

26

34581

B Opleiding Podotherapie

Ja

Nee

27

34585

B Psychomotorische Therapie en Bewegingsagogie

Ja

Nee


Opleidingscode

Opleidingsnaam

Zorg &

Onderwijs

Welzijn

in Kaart

28

34610

B Culturele en Maatschappelijke Vorming

Ja

Nee

29

34644

B Creatieve Therapie

Ja

Nee

30

39224

B Audiologie

Ja

Nee

31

40019

M Jeugdzorg

Ja

Nee

32

40101

M Health Care and Social Work

Ja

Nee

33

44113

M Pedagogiek

Ja

Nee

34

44116

M Social Work

Ja

Nee

35

49115

M Physician Assistant

Ja

Nee

36

49500

M Social Work (joint degree)

Ja

Nee

37

80011

Ad Management in de Zorg

Ja

Nee

38

80025

Ad Praktijkondersteuner in de Zorg

Ja

Nee

39

80081

Ad Pedagogisch Educatief Medewerker

Ja

Nee

40

80086

Ad Ervaringsdeskundige in de Zorg

Ja

Nee

41

30007

B Imam/Islamitisch Geestelijk Werker

Nee

Nee

42

34040

B Sport en Bewegen

Nee

Nee

43

34057

B Sport, Gezondheid en Management

Nee

Nee

44

34059

B Sport en Bewegingseducatie

Nee

Nee

45

34464

B Bestuurskunde/Overheidsmanagement

Nee

Nee

46

34609

B Human Resource Management

Nee

Nee

47

34641

B Sociaal-Juridische Dienstverlening

Nee

Nee

48

35146

B Godsdienst-pastoraal Werk

Nee

Nee

49

39268

B Integrale Veiligheidskunde

Nee

Nee

50

80026

Ad Operationeel Sportmanagement

Nee

Nee

51

80073

Ad Human Resource Management

Nee

Nee

52

80090

Ad Sociaal FinanciĂŤle Dienstverlening

Nee

Nee


Noordoost-Brabant

ROC de Leijgraaf ROC Koning Willem I

Midden-Brabant

ROC Tilburg

Zuidoost-Brabant

Summa College ROC ter Aa

West-Brabant

ROC West-Brabant

Provincie Noord-Brabant

Avans Hogeschool

Provincie Noord-Brabant

Fontys


Onderwijs in Kaart regio Midden-Brabant, mei 2013