Page 1

Stap voor stap naar een klimaatneutrale en duurzame stad tklimaand verbo


Stap voor stap naar een klimaatneutrale en duurzame stad


Stap voor stap naar een klimaatneutrale en duurzame stad


Voorwoord door schepen Tom Balthazar

INHOUD

1 Inleiding 2 Transitie naar CO2-neutraliteit, wat is dat? 3K  limaatverbond en klimaat-werkgroepen: engagementen voor uw stad van de toekomst 4 Onderweg naar CO2N 5 CO2N in de praktijk

Huishoudens Energiemix Bedrijven Mobiliteit Tertiaire sector Landbouw

6 De toekomst

Inhoud • 3


Red het klimaat. En uw portefeuille. Voorwoord

De eenentwintigste eeuw is de eeuw van de stad. Nooit tevoren hebben zoveel mensen in steden gewoond. Er komen bovendien steeds meer stadsbewoners bij, ook in Gent. Steden zijn een van de belangrijkste oorzaken van het klimaatprobleem: bijna 80% van de wereldwijde CO2uitstoot vindt plaats in stedelijke omgevingen. Maar steden bieden tegelijk een hele reeks oplossingen: we investeren in duurzaam bouwen en duurzame mobiliteit, in groen in en rond de stad, in het gebruik van hernieuwbare energie, enzovoort. Stuk voor stuk maatregelen die leven, werken, ondernemen en ontspannen in Gent aangenamer en gezonder zullen maken, ĂŠn waar iedereen dus wel bij vaart. Al sinds 2007 werkt de Stad Gent naar een duidelijk doel toe: zo snel mogelijk onafhankelijk worden van fossiele brandstoffen. Uiterlijk tegen 2050 moet de transitie naar een klimaatneutrale stad een feit zijn. Dat we klimaatneutraal moeten worden, is niet alleen van cruciaal belang voor het milieu, maar ook voor onze portefeuille. De voortdurend stijgende energieprijzen dwingen ons ertoe om nieuwe gebouwen energieneutraal te construeren en bestaande gebouwen zo goed mogelijk te isoleren. Zo kunnen we ieders energierekening tot een minimum beperken. Dat kan alleen met een systematische,


stapsgewijze aanpak. En op basis van goed onderbouwde beleidsinstrumenten. Die geven ons onder meer aan welke ingrepen kosteneffectief zijn om CO2 te reduceren, en welke maatregelen we vandaag en in de komende jaren moeten treffen om in de toekomst onafhankelijk te worden van fossiele brandstoffen.

Al sinds 2007 werkt de stad Gent naar een duidelijk doel toe: zo snel mogelijk onafhankelijk worden van fossiele brandstoffen

VeranderinGent geeft nu al een aantal richtlijnen aan. Met dit boekje willen we meer doen dan burgers, bedrijven en organisaties in onze stad aan het denken zetten. Wij willen u tot actie aanzetten. Want u kunt uw huis nu al isoleren, de door uw bedrijf veroorzaakte uitstoot nu al verminderen, en uw energierekening permanent verkleinen. Zo redt u het klimaat én uw portefeuille. Ik ben ervan overtuigd, beste lezer, dat we op die manier Gent samen nog mooier, duurzamer, socialer, leefbaarder én klimaatneutraal kunnen maken.

Tom Balthazar, schepen van Milieu, Stadsontwikkeling en Wonen

Voorwoord • 5


Gentse opera


Een historische stad als Gent beschikt over een uitgebreid patrimonium aan waardevolle en authentieke gebouwen. Tegelijk is Gent een stad van de toekomst, waarin ook de historische en waardevolle panden, met respect voor hun eigenheid en het verleden, tot klimaatneutrale gebouwen worden getransformeerd.


1/ Inleiding

Dit boek wil elke Gentenaar en elk Gents bedrijf of organisatie de hefbomen in handen geven om de overgang of transitie naar CO2-neutraal leven en werken te maken.

Inleiding • 9


In opdracht van Stad Gent voeren VITO en Arcadis een studie uit waarvan de eerste onderzoeksresultaten een leidraad vormen doorheen deze publicatie. Deze studie beschrijft welke stappen we wanneer moeten zetten om de doelstelling van CO2-neutraliteit te halen tegen 2050, en per legislatuur de tussentijdse doelstellingen te realiseren. Stad Gent, de Gentenaars en de Gentse bedrijven en organisaties zullen de komende decennia een grondige transformatie ondergaan in de manier van (ver)bouwen, werken, transporteren, energie verbruiken en energie opwekken.

Inleiding

Stap voor stap legt Gent zijn vertrouwde gewoonten af en komen er nieuwe voor in de plaats. De op fossiele brandstoffen gebaseerde mobiliteit, onze vaak nog energieverspillende manier van huisvesten, het produceren van kilo’s afval, en vele andere aspecten van ons dagelijks leven zullen vervangen worden door CO2neutrale mobiliteit, superenergiezuinig wonen en het winnen van energie en grondstoffen uit afval – om slechts een paar veranderingen te noemen. Deze transformatie van Gent, deze transitie, komt er niet van vandaag op morgen. Ze kan niet gerealiseerd worden als ze alleen maar van bovenaf wordt opgelegd. Zo’n transitie moet gedragen worden door de bevolking en de bedrijven. Vandaar het belang van het Klimaatverbond en de klimaatwerkgroepen, waarin bedrijven, organisaties en burgers zich samen engageren voor het klimaat. Zo


bepalen we samen hoe de stad van de toekomst eruit moet zien en zal functioneren. Ook op wat het Klimaatverbond en de klimaatwerkgroepen in nauwelijks een jaar tijd al hebben gerealiseerd, gaan we nader in. Om succesvol te verlopen en iedereen aan boord te houden, heeft de transitie naar CO2-neutraliteit behoefte aan een leidraad. In dit geval de VITOstudie waarop dit boekje voortbouwt. In hoofdstuk 4 brengen we de eerste resultaten van dit onderzoek in kaart.

Stap voor stap legt Gent zijn zijn vertrouwde gewoonten af en komen er nieuwe voor in de plaats.

In het daaropvolgende hoofdstuk gaan we sector per sector in op de concrete stappen die iedereen kan zetten om grotendeels CO2-neutraal te worden tegen 2030 en volledig CO2-neutraal tegen 2050. Tenslotte schetsen we een toekomstbeeld van Gent anno 2050, een stad waar het goed is om in te leven, waarin anders wordt gewerkt, duurzaam wordt ondernomen, lokaal wordt geproduceerd en geconsumeerd, en waar de kringloopeconomie een feit is.

Inleiding • 11


Technologiepark Gent


Met behulp van bestaande technieken kunnen we in Gent al verregaande stappen zetten om minder energie te verbruiken. Voor verdere stappen zijn nieuwe technieken en processen nodig. Gelukkig is Gent een echte innovatiepool, waar door de universiteit, de hogescholen, onderzoekscentra en het bedrijfsleven voortdurend wordt gezocht naar innovatieve manieren om tegen 2050 volledig onafhankelijk te worden van fossiele energie.


2/ Transitie naar klimaatneutraliteit, wat is dat?

Als het gaat over de omschakeling van onze huidige, op fossiele brandstoffen gebaseerde samenleving naar een nieuwe, duurzame kringloopmaatschappij, spreken we over een ‘transitie.’ Waarom is dat nodig en waarvoor staat transitie precies?

Transitie, wat is dat? • 15


Hoewel er nog voor jaren olie, gas en steenkool beschikbaar is, komt er vroeg of laat een einde aan de per definitie eindige voorraad fossiele brandstoffen. Voor het zo ver is, worden olie, gas en steenkool flink duurder. De niet te stuiten stijging van de fossiele brandstofprijzen dreigt op termijn een enorme impact te hebben op de huishoudbudgetten en op de economie in zijn geheel. Stijgende energieprijzen schaden de koopkracht, veroorzaken energie-armoede en destabiliseren het stedelijk en economisch weefsel. Bovendien staat vast dat de uitstoot veroorzaakt door de verbranding van fossiele brandstoffen bijdraagt tot de opwarming van de aarde en de verandering van het klimaat, met nu al meer extreem weer tot gevolg.

Transitie naar klimaatneutraliteit, wat is dat?

Om verdere klimaatverandering tegen te gaan en ons niet-duurzaam energiegebruik te stoppen, moeten we zo snel mogelijk onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen afbouwen en op termijn stop zetten. Deze verandering of transformatie van de maatschappij wordt omschreven als een transitie: een structurele verandering naar een milieuvriendelijke en duurzame economie, waarin we de aarde niet langer uitputten en het milieu niet langer vervuilen. We spreken dan van een CO2-neutrale maatschappij of klimaatneutraal omdat het klimaat er niet door wordt be誰nvloed.


In Gent zie je vandaag al de eerste contouren van hoe zo’n duurzame samenleving er zou kunnen uitzien. Door een goed uitgebouwd openbaar vervoersnetwerk laten veel mensen de auto vaker aan de kant. Ook al fietsend kan je je snel en veilig door de stad verplaatsen. Slimme bedrijven trekken volop de kaart van energie-efficiÍntie en recyclage, om kosten te drukken, de concurrentie een stap voor te blijven en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid op te nemen. Voor consumenten wordt de manier waarop een bedrijf met het milieu omgaat een steeds belangrijker verkoopsargument. Bedrijven en burgers besparen energie door betere isolatie en door over te schakelen op groene energie. Tegelijk zijn er nog heel veel aspecten van transitie die tussen nu en 2050 nog vorm moeten krijgen. Daarom is het belangrijk dat burgers en bedrijven nu en in de komende jaren hun stem laten horen, zodat ze de duurzame stad van de toekomst mee vorm kunnen geven. Daarvoor zijn het Klimaatverbond en de klimaatwerkgroepen het ideale forum.

Laat de komende jaren je stem horen in het Klimaatverbond en de klimaatwerkgroepen, en geef de stad van de toekomst mee vorm.

Transitie, wat is dat? • 17


Zwembad Van Eyck


Het Zwembad Van Eyck dateert uit 1886 en is daarmee het oudste bad van BelgiĂŤ, dat in 1995 als monument werd beschermd. Vandaag is deze voorloper uit de late 19de eeuw een voorloper van de 21ste eeuw: chloorvrij, uitgerust met een warmterecuperatiesysteem, efficiĂŤnt en energiezuinig verlicht en architecturaal en esthetisch in zijn oude glorie hersteld.


3/ Klimaatverbond en klimaatwerkgroepen: engagementen voor uw stad van de toekomst

Via het Klimaatverbond en de klimaatwerkgroepen betrekken we bedrijven, burgers en organisaties bij het streven naar CO2-neutraliteit. Wat is er al gerealiseerd en hoe kunt u uw stem laten horen en uw steentje bijdragen?

Klimaatverbond • 21


Klimaatverbond

Eind 2009 werd het Gents Klimaatverbond opgericht. Iedereen kan er lid van worden door een charter te ondertekenen met concrete engagementen om de transitie naar CO2-neutraliteit (CO2N) te maken. Het redden van het klimaat en het streven naar onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen belangt immers iedereen aan. De klimaatverandering is een feit en de stijgende kosten van fossiele brandstoffen voelen we allemaal elke dag. Om te weten welke acties van morgen ons tegen 2050 naar CO2N leiden, moeten we weten hoe de stad er tegen dan best uit ziet. Vertrekkend vanuit dat toekomstbeeld bepalen we dan de nodige doelstellingen en acties voor 2040, 2030, 2020 en voor morgen. Aan dat gewenste toekomstbeeld hebben Gentenaars verenigd in klimaaten mobiliteitsarena’s al hard gewerkt. Hoe zal Gent er in 2050 uitzien? Er liggen al heel wat ideeÍn op tafel. Waarschijnlijk vinden we het tegen die tijd de gewoonste

We nodigen iedereen uit zich te laten inspireren, zich te verdiepen en vooral mee te denken over uw stad van de toekomst. zaak van de wereld dat ons afvalwater een bron is van energie en grondstofwinning, dat we zelden nog een auto gebruiken, maar een aangepaste transportwijze bestellen, dat bedrijven goede buren zijn die meebouwen aan een duurzame gemeenschap, dat onze boodschappen naar ons


toe komen, dat de stad een plek is waar alle generaties een gezond en aangenaam leven kunnen uitbouwen. We willen de hele stad in beweging krijgen. Iedereen is betrokken partij. We nodigen daarom iedereen uit zich te laten inspireren door de al geformuleerde ideeĂŤn, zich te verdiepen in de manier waarop we tot de acties van morgen zijn gekomen en vooral mee te werken aan uw stad van de toekomst. Denk mee, doe mee en zoek mee naar mensen om verdere acties te bedenken en in praktijk om te zetten. Wie door de straten van Gent loopt of fietst of wie een kijkje neemt op www.gentsKlimaatverbond.be kan er niet

www.gentsKlimaatverbond.be

Klimaatverbond • 23


naast kijken: burgers, bedrijven en organisaties zetten zelf al tal van initiatieven op poten om hun impact op het klimaat drastisch te verkleinen. Andere initiatieven worden gestuurd door klimaatwerkgroepen. Dat zijn denktanks die werken rond ’één actie van morgen’, zoals bijvoorbeeld energie-efficiëntie in bedrijven, stadslandbouw of de recuperatie van energie en grondstoffen uit afvalwater. In de klimaatwerkgroepen komen mensen samen die de nodige hefbomen in handen hebben om een transitie in beweging te zetten: ze bezitten een specifieke knowhow, of beschikken over een bepaalde infrastructuur of vooruitstrevende technieken. Transitie begint per definitie klein en heeft een voorbeeldfunctie. Het is een vorm van experimenteren. De klimaatwerkgroepen focussen dan ook op lokale doorbraakprojecten. Als die slagen, kan hun voorbeeld voor de hele stad tot inspiratie dienen en de transitie ook elders in gang zetten. Klimaatwerkgroepen helpen stakeholders samen te brengen die gezamenlijk voldoende hefbomen in handen hebben om een actie te realiseren. Klimaatwerkgroepen kunnen los van de Stad autonoom ontstaan en functioneren. De Stad Gent behoudt het overzicht over de diverse klimaatwerkgroepen, bewaakt de globale doelstelling (CO2-neutraal tegen 2050) en helpt de klimaatwerkgroepen waar nodig. Sinds de aftrap op het klimaatforum van 22 november 2011 zijn er al verschillende klimaatgroepen en klimaatarena’s opgericht: bijvoorbeeld rond de recuperatie van energie uit


afvalwater, carrot mob (waarbij consumenten door massaal aankopen te doen, een winkel of producent overtuigen om te kiezen voor duurzame investeringen), Green Track (samenwerking tussen 20 cultuurhuizen om hun werking te verduurzamen), energie-efficiëntie in bedrijven (dat energiemanagement structureel wil verankeren in bedrijfsvoering). Ook een aantal nieuwe arena’s zagen het licht, zoals de Mobiliteitsarena die transitie nastreeft voor mobiliteit in Gent en Transitie UGent die Universiteit Gent wil laten opereren binnen een duurzame visie. Hieronder bieden we een greep uit wat er vandaag al gaande is in enkele klimaatgroepen en -arena’s en waarover nog wordt nagedacht.

Klimaatverbond • 25


‘Stel je voor dat we op elke plek waar water aanwezig is minstens één oever autoluw of autovrij zouden maken. Zo zou je overal stranden in de stad krijgen, pleintjes met terrassen, groen en rust.’


Autoluwe straten en buurtparkings Actief in mobiliteitsarena

Archtitect Koen Stuyven droomt van een Gent met stadsstranden en heel veel fietsers Het bureau Vectris is gespecialiseerd in mobiliteitsstudies en voerde al een aantal projecten uit voor Stad Gent. Architect Koen Stuyven, directeur van Vectris, maakt bovendien deel uit van de transitie-arena mobiliteit. Hoe stelt hij zich de verdere stappen naar Gent CO2-neutraal voor? ‘Ik zie de transitie tot stand komen via een aantal kwaliteiten die nu al erkend worden. Daarbij denk ik aan leefstraten, met veel minder of zelfs geen auto’s. Langzamerhand wint dat concept aan belang voor de inrichting van straten en pleinen. In een aantal zones zie je dat nu al in de praktijk, zoals op het Begijnhof, in het Prinsenhof en het Patershol. Met weinig auto’s in de straat beleef je de publieke ruimte heel anders. Die inspiratie speelt nu ook al mee in autoluwe nieuwbouwprojecten, zoals het nieuwe bouwblok aan de Academiestraat en de inrichting van de Oude Dokken.’ Koen Stuyven ziet dat proces zich stapsgewijs doorzetten. ‘Autovrije woonprojecten zullen op termijn in de hele stad doorgang vinden, eerst op kleine schaal, op basis van lokale initiatieven en later structureel, waarbij de stad

Klimaatverbond • 27


randparkings voor buurtparkeren organiseert. Elke wijk zal aan de rand een buurtparking hebben, zodat de auto’s veel minder tot in de buurt zelf moeten rijden. Via bepaalde assen blijven de auto’s in en uit de stad geraken, maar we willen weg van het idee dat het publiek domein de gratis parking voor de buurtbewoners is. Dat maken we mogelijk door de nadruk te leggen op de kwaliteit van de publieke ruimte: omdat die zoveel beter zal zijn, zullen mensen bereid zijn om de laatste twintig tot tweehonderd meter tot hun voordeur te voet af te leggen. Langzaam verdwijnt de gedachte van de auto voor de deur en kiezen mensen

We willen weg van het idee dat het publiek domein de gratis parking voor de buurtbewoners is.

meer en meer voor fietsen en autodelen. Of ze herbekijken hun mobiliteitsgebruik door te telewerken. Steeds meer bedrijven maken het mogelijk om in satellietkantoren of flexibeler te werken, om de files te vermijden.’ Tegelijk biedt het weren van de auto uit de stad tal van mogelijkheden om de straten anders in te delen, stelt Stuyven: ‘Zeker in Gent, waar zo veel kanalen en dokken


zijn, zien we kansen om de publieke ruimte veel aangenamer en kindvriendelijker in te richten. Stel je voor dat we op elke plek waar water aanwezig is minstens één oever autoluw of autovrij zouden maken. Zo zou je overal stranden in de stad krijgen, pleintjes met terrassen, groen en rust. Door de opwarming van het klimaat gaan we meer en meer hete periodes meemaken en dan zal het prettig zijn om overal verkoeling bij het water te kunnen zoeken.’ Hoe kan Gent die verdere stappen best zetten? ‘Ik vind de manier waarop er gewerkt wordt via de verschillende transitie-arena’s en het Klimaatverbond interessant’, zegt Koen Stuyven. ‘Het grote voordeel van zo te werken is dat de discussie niet beperkt blijft tot de technocratische middens, maar dat ook het middenveld, de diensten- en bedrijvenwereld samenwerken.’ De grootste uitdaging voor de mobiliteit zit hem volgens Stuyven in een inhaaloperatie voor het openbaar vervoer in de stad. ‘De groei van de bevolking in steden als Gent en Antwerpen is niet voldoende gepaard gegaan met investeringen in regionaal openbaar vervoer. Er is te laat geïnvesteerd in nieuwe trams en tramlijnen. Ik pleit bovendien voor een voorstedelijk Gents expressnet naar analogie met het Brussels voorstadsnetwerk. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan een frequente dienst naar Eeklo, om het kwartier of minstens om het halfuur. Ook in de corridor langs de Leie in de richting van Kortrijk zou je in de spits om het kwartier een verbinding moeten hebben.

Klimaatverbond • 29


De mobiliteit van Gent wordt op streekniveau bepaald, in De Pinte en andere voorsteden. Als er niet vlug ambitieuze doelstellingen bijkomen op streekniveau, redt Gent het niet.’ Welke stad geldt voor Koen Stuyven als voorbeeld voor het Gent van de toekomst? ‘Net als burgemeester Termont denk ik aan Kopenhagen, met zijn modal split van meer dan 50% fietsen in het centrum. Het fietsen werd er onder andere zo succesvol door hoe langer hoe meer parkeerplaatsen in het centrum af te schaffen. Kopenhagen is een stad die even vlak is als Gent en het succes van Kopenhagen bewijst dat we nog serieuze stappen vooruit kunnen zetten.’


Klimaatverbond • 31


Als we met zijn allen consequent zouden kiezen voor duurzame producten van dichtbij, zouden we niet alleen een uitweg uit de energie- en klimaatcrisis vinden, maar ook uit de economische malaise.


Energie-efficiëntie kan het klimaat redden Betrokken bij klimaatwerkgroep Energieefficiëntie in bedrijven Joost Verschuere is betrokken bij de klimaatwerkgroep energieefficiëntie. Uit deze klimaatwerkgroep is een begeleiding voortgevloeid die KMO’s helpt bij het opzetten van een energiezorgsysteem.

Ingenieur Joost Verschuere van E-Maze over energie en lokaal consumeren E-Maze is een energie-adviesbureau uit Merelbeke, dat voornamelijk (semi)-overheidsinstanties en bedrijven helpt om op een gecontroleerde manier hun energie-efficiëntie te verhogen en hun energiereductiedoelen te realiseren. Burgerlijk ingenieur Joost Verschuere werkte eerst voor Coca-Cola en stampte zes jaar geleden E-Maze uit de grond, ‘vanuit de stellige overtuiging dat alleen duurzame bedrijven op lange termijn zullen overleven.’ E-Maze begeleidt een jaar lang negen Gentse bedrijven intensief om hun energie-efficiëntie te verhogen. ‘Een energie-audit heeft volgens ons weinig zin als hij niet kadert in een groter geheel, met name een energiemanagement of energie-zorgsysteem.’ Terugverdientijd Het potentieel van energie-efficiënte maatregelen is in de meeste bedrijven en sectoren nog zeer groot, zo blijkt. ‘Algemeen kan je aannemen dat de industrie een potentieel heeft om zijn energie-efficiëntie met 20 à 30% te verbeteren door gebruik te maken van bestaande

Klimaatverbond • 33


technieken.’ Toch zetten nog te weinig bedrijven die stap. Hoe komt dat? ‘Het grote probleem is de terugverdientijd. In het huidige investeringsklimaat wordt een periode van twee jaar doorgaans als de maximale terugverdientijd beschouwd. Dat is een probleem als je weet dat bijvoorbeeld het warmtenet zichzelf pas op tien tot vijftien jaar terugbetaalt. Dat is volgens mij de grootste hinderpaal om CO2-neutraliteit te bereiken. Niet de technologie schiet tekort, maar het huidige economische bestel. En daarin draait alles rond één centraal probleem: de energieprijzen zijn veel te laag. De kost van fossiele energie dekt de sociale en ecologische impact niet. In fossiele brandstoffen zou je eigenlijk de kost van de klimaatverandering moeten verrekenen, wat ze twee tot drie keer duurder zou maken. Het is toch frappant dat een liter stookolie momenteel even veel kost als een fles spuitwater. Als fossiele energie correct geprijsd zou zijn, zouden de terugverdientijden van toegenomen energie-efficiëntie veel korter zijn.’ Het pleidooi van Verschuere is niet zomaar een roep naar prijsverhogingen, want dat zou tot energie-armoede leiden. ‘Als stad en gemeenschap moeten we ervoor zorgen dat mensen niet uit de boot vallen. Maar dat moeten we niet doen door stookoliecheques uit te schrijven, maar door ervoor te zorgen dat ook minder begoede mensen minder energie gaan verbruiken. Verplicht verhuurders dus om deftig te isoleren. Strenge nieuwe normen kunnen daarbij helpen. Dankzij de nieuwe EPB-wetgeving bouwen we nu al veel energie-efficiënter dan vijf jaar geleden.’


Isoleren en normen verstrengen, het zijn stappen in de goede richting. Maar de uiteindelijke systeemverandering zal van onderaf komen, denk Joost Verschuere. Hij ziet de oplossing in de collectieve macht van de consument. ‘Elke dag kunnen we zelf de keuze maken in de winkel: kiezen we voor een Belgische appel of een Zuid-Afrikaanse? Kopen we boontjes die zijn overgevlogen uit Kenia of boontjes van bij ons? Als we met zijn allen consequent zouden kiezen voor duurzame producten van dichtbij, zouden we niet alleen een uitweg uit de energie- en klimaatcrisis vinden, maar ook uit de economische malaise. De internationale expansie en het wereldwijde transport heeft het oude economische model groot gemaakt, maar we hebben het punt bereikt waarop wij in het Westen de zwakke partner in het systeem zijn. China en andere groeilanden krijgen stilaan de overhand en kunnen ons overspoelen met goedkope producten. Lokaal en duurzaam werken is de toekomst voor bedrijven van hier, en dat in combinatie met correcte energieprijzen.’

Elke dag kunnen we zelf de keuze maken in de winkel: kiezen we voor een Belgische appel of een Zuid-Afrikaanse? Kopen we boontjes die zijn overgevlogen uit Kenia of boontjes van bij ons?

Klimaatverbond • 35


Drastische stappen Wat moet er dan nog gebeuren om Gent tegen 2050 echt CO2-neutraal te maken? ‘Stad Gent heeft met die doelstelling hoog ingezet en behoort nu tot de koplopers. De volgende uitdaging bestaat erin de politieke moed te behouden en samen aan hetzelfde zeel te blijven trekken. Om CO2-neutraal te worden, moeten er drastische stappen worden gezet, zoals de hele binnenstad autovrij maken. Maar dat kan alleen als de Stad ook een valabel alternatief biedt: een zeer frequent en stipt openbaar vervoer.’ Is Gent CO2-neutraal tegen 2050 haalbaar en betaalbaar? Verschuere denkt van wel. ‘Als we Gent tegen 2050 CO2neutraal willen krijgen, is het nu het juiste en goedkoopste moment om daaraan te beginnen. De gerenommeerde Britse economist Nicholas Stern heeft berekend dat het haalbaar én goedkoper is om de klimaatverandering nu af te remmen dan nog jaren te wachten. Als je wacht, neemt de global warming zulke proporties aan dat het dan veel meer moeite en geld kost om er nog wat aan te doen.’


Gent is natuurlijk maar een heel klein radertje in het geheel van de klimaatopwarming. Hoe kan de stad het verschil maken? ‘Het klopt dat er niets gebeurt als er maar één stad rond dit thema werkt. Maar dat is niet het geval. Gent is geen eiland. Talloze andere steden zetten stappen in de goede richting. Europa werkt aan CO2-neutraliteit, de hele wereld is er mee bezig. ‘ ‘De volgende stap is samenwerking: de lokale politiek overstijgen, kijken wat Antwerpen en Hasselt doen en samenwerken. Het Klimaatverbond laat nu al allerlei kleine vuurtjes branden in alle lagen van de bevolking en gelijkaardige initiatieven ontstaan ook in andere steden. Zo wordt een steeds breder draagvlak gecreëerd, waarin een meerderheid het normaal zal vinden dat je niet met de auto naar de binnenstad rijdt.’

Klimaatverbond • 37


Door de levering van stoom van IVAGO aan het UZ Gent gebruikt het UZ 6 miljoen m3 aardgas minder en komt er 12.000 ton minder CO2 in de atmosfeer terecht. De door IVAGO opgewekte elektriciteit houdt nog eens ongeveer 10.000 ton CO2 uit de lucht.


Rijden op zelf opgewekte energie Betrokken bij Klimaatwerkgroep Valorisatie afvalwater en GFT De klimaatwerkgroep valorisatie afvalwater en GFT onderzocht hoeveel energie uit afvalwater en GFT kan gehaald worden door vergisting. Deze klimaatwerkgroep denkt ook na over de grondstofwinning van de toekomst: urban mining, grondstoffen winnen uit stadsafval.

Didier Naessens, IVAGO: ‘Wij streven naar minimale afvalstromen.’ IVAGO staat in voor het afvalbeheer in Gent en Destelbergen: van preventie tot verwerking. De Intergemeentelijke Vereniging haalt het huishoudelijk afval op, beheert de recyclageparken, staat in voor de netheid van de stad en verbrandt het niet-recycleerbare deel van het afval in zijn verbrandingsinstallatie. Bij elk van deze activiteiten tracht IVAGO de impact op het klimaat zo klein mogelijk te houden. Algemeen directeur Didier Naessens beschrijft het als volgt: ‘Om te beginnen streven wij naar minimale afvalstromen door de burger regelmatig te sensibiliseren over afvalpreventie. Ook goed sorteren speelt daarbij een rol. Ik denk daarbij niet alleen aan het scheiden van rest-, PMD- en GFT-fracties, maar ook aan het gebruik van de recyclageparken, Die bieden ons de kans om heel wat materialen te recupereren. Zo is er nu ook de mogelijkheid om harde kunststoffen apart in te zamelen voor recyclage in plaats van ze te verbranden. Daarnaast zetten we mensen aan tot composteren en kringlooptuinieren, zodat we het GFT zelfs niet moeten transporteren. Een andere manier om hergebruik te stimuleren is het feit dat brandbaar grofvuil

Klimaatverbond • 39


door de nieuwe wetgeving vanaf 2013 volgens gewicht zal moeten worden betaald: hoe minder je meegeeft of op het recyclagepark achterlaat, hoe minder je betaalt. Zo moedigen we mensen aan om maximaal gebruik te maken van de kringloopwinkel en te sorteren op het recyclagepark.’ Toekomstmuziek De klimaatwerkgroep inspireerde IVAGO om een onderzoek te starten naar de vergisting van GFT. Het opgewekt methaangas zou kunnen worden omgezet in biogas of gebruikt worden om elektriciteit op te wekken. ‘Momenteel wordt Groente, Fruit- en Tuinafval nog gecomposteerd. In de toekomst willen we het vergisten, wat nog beter is vanuit milieuoogpunt. Door vergisting kunnen we CO2neutraal biogas produceren, dat we kunnen gebruiken om een warmtekrachtkoppeling (WKK) aan te drijven en zo stroom en warmte op te wekken. Waar we uiteindelijk naar streven, is ons eigen wagenpark te laten rijden op energie die we zelf opwekken, Dat is voorlopig nog toekomstmuziek. Vandaag doen we toch al onze duit in het zakje. Zo namen we al twee jaar vóór het verplicht werd EURO-5-wagens in gebruik. Ondertussen kochten we ook twee hybride en twee elektrische wagens.’ IVAGO was er al vroeg bij om samen te werken met andere bedrijven en organisaties. Op jaarbasis verwerkt de verbrandingsinstallatie 100.000 ton restafval, waarbij 82.000 ton CO2 vrijkomt. De hitte van het verbrandingsproces wordt gebruikt om stoom te produceren, waarmee IVAGO in de eigen behoefte aan elektriciteit en warmte kan voorzien. Via een ondergrondse


stoomleiding zorgt IVAGO bovendien mee voor de verwarming van het Universitair Ziekenhuis Gent. De milieuwinst is indrukwekkend: op jaarbasis gebruikt het UZ Gent daardoor 6 miljoen m3 aardgas minder en komt

Is CO2-neutraliteit mogelijk in Gent tegen 2050? We denken van wel, dertig jaar geleden zouden we ook nooit gedacht hebben dat we inzake afvalverwerking zo ver zouden staan als vandaag. er 12.000 ton minder CO2 in de atmosfeer terecht. De opgewekte elektriciteit houdt ongeveer 10.000 ton CO2 uit de lucht en de recuperatie van metaal na de verbranding levert nog eens ongeveer 5.000 ton CO2-reductie op. Wat emissies betreft, behoort IVAGO tot de beste van de klas in Vlaanderen. ‘Bovendien zullen we binnenkort nog meer energie kunnen recupereren door het concept van de rookgaswassing aan te passen. In de toekomst willen we ook nog meer stoom leveren aan omliggende bedrijven,’ belooft Didier Naessens. ‘De enige beperking daarbij is de afstand. We zullen ook in de toekomst altijd nog een restfractie moeten verbranden: investeren in het warmtenetwerk blijft dus lonen op de lange termijn.’ Is CO2-neutraliteit mogelijk in Gent tegen 2050? Didier Naessens denkt van wel: ‘Dertig jaar geleden zouden we ook nooit gedacht hebben dat we inzake afvalverwerking zo ver zouden staan als vandaag.’ Klimaatverbond • 41


Een twintigtal Gentse kunstenorganisaties hebben zich geĂŤngageerd om hun ecologische voetafdruk te verkleinen, om samen te werken op het gebied van milieu en om kennis uit te wisselen.


Kan kunst het klimaat redden? Klimaatwerkgroep Duurzame Kunstsector Door deelname van de kunstensector aan de klimaatarena leerden de Stad en de initiatiefnemers van Green Track elkaar kennen. Green Track raakte niet meteen van de grond, maar met hulp van de Stad Gent ging de trein toch aan het rollen.

Met Green Track verduurzaamt Low Impact Man Steven Vromman de Gentse kunstensector. Wat hebben STAM, BAM, S.M.A.K., NTGent, Vooruit, Timelab, de Bijloke en een dozijn andere organisaties uit de kunstensector met elkaar gemeen? Ze hebben zich allemaal geĂŤngageerd om hun ecologische voetafdruk te verkleinen, om samen te werken op het gebied van milieu en om kennis uit te wisselen. Een druppel op een hete plaat? Nee, eerder een druppel die zich in concentrische cirkels uitbreidt. De organisaties denken aan groepsaankopen van duurzame energie, materiaal en drukwerk. Ze zullen in samenwerking met de vervoersmaatschappijen het kunstaanbod beter bereikbaar maken met het openbaar vervoer. De leveranciers van materialen, techniek en catering worden gevraagd om hun aanbod te verduurzamen. En uiteraard wordt ook het publiek gesensibiliseerd. Aan het hoofd van Green Track staat Steven Vromman, beter bekend als de Low Impact Man. Vromman slaagde er zelf in om in amper een paar jaar tijd 70% minder CO2 uit te stoten door energiebewuster te gaan leven. Vrommans engagement voor het milieu stamt uit zijn bezigheden in

Klimaatverbond • 43


de Noord-Zuidsector. Als Low Impact Man kon hij in een aantal theaterproducties meespelen. De stap naar de verduurzaming van de kunstensector maakt de cirkel rond. ‘Toen de Gentse kunstensector de handen in mekaar sloeg om Green Track te realiseren, reageerde Stad Gent meteen enthousiast. Het verhaal past perfect in het Klimaatverbond. We besloten een charter op te stellen en meteen een stap verder te gaan dan de gebruikelijke maatregelen als recyclage van papier en het installeren van spaarlampen. We streven naar een andere manier van denken en werken rond duurzaamheid en ecologie.’

Als we spreken over transitie moeten we buiten de bestaande hokjes leren denken. Daarvoor hebben we nieuwe beelden en nieuwe verhalen nodig. Kunstenaars zijn bij uitstek de leveranciers daarvan. De meeste belangrijke Gentse kunstenorganisaties zijn al lid van Green Track, een aantal kijken voorlopig de kat nog uit de boom. Begrijpelijk, vindt Steven, want het engagement dat Greentrack vraagt is niet min: een actieplan opzetten, gegevens registreren, een financiële bijdrage leveren, de soms beschermde en verouderde gebouwen verduurzamen... En wat heeft kunst uiteindelijk met duurzaamheid te maken?


‘Kunst heeft zich altijd op maatschappelijke thema’s geënt. Sommige kunstenaars zijn puur met de kunst bezig, maar veel anderen willen iets doen met de enorme veranderingen die zich in onze tijd voltrekken. Als we spreken over transitie moeten we buiten de bestaande hokjes leren denken. Daarvoor hebben we nieuwe beelden en nieuwe verhalen nodig. Kunstenaars zijn bij uitstek de leveranciers daarvan. En door transitie op te nemen in de werking en de programmatie van de kunstensector, kan het publiek er warm voor worden gemaakt.’

We vragen aan Steven Vromman of hij zich al iets kan voorstellen bij het begrip Gent CO2-neutraal. ‘Omdat het nog zo ver weg ligt, kan ik me nog geen precies afgelijnd beeld vormen. We moeten om te beginnen duidelijk definiëren wat we met CO2-neutraal bedoelen. In ieder geval ben ik ervan overtuigd dat we door de omstandigheden

Klimaatverbond • 45


genoodzaakt zullen zijn om totaal anders met voedsel en grondstoffen om te springen. In de toekomst zullen zowel onze energie als ons voedsel van dichterbij moeten komen. Die relokalisatie heeft ook zijn gevolgen voor de kunsten: we zullen moeten nadenken over de haalbaarheid van internationale samenwerking in de toekomst, vanwege al het transport dat het veroorzaakt.’ Voor Steven Vromman is het essentieel dat het streven naar CO2-neutraliteit voldoende oog heeft voor sociale rechtvaardigheid. ‘Ik veronderstel dat er tegen 2050 een systeem zal bestaan waarbij iedereen een klimaatbudget krijgt toegewezen dat je toelaat een bepaalde hoeveelheid CO2 uit te stoten. Voorts verwacht ik een aantal oplossingen op basis van nieuwe technologie, maar we mogen daar niet alle heil van verwachten. Essentieel is dat we anders gaan leven. Daar zijn heel wat positieve kanten aan: misschien zullen we wat minder hard moeten werken en zullen we minder last hebben van ongezonde lucht.’ Wat moet er gebeuren om de hele stad in transitie te krijgen? ‘Ik vrees dat zolang we het hier bij ons nog te goed hebben, de sense of urgency ontbreekt om echt belangrijke stappen te zetten. We zitten nog vastgeroest in een aantal gewoontes. De meeste middelbare scholen trekken met hun laatstejaars nog altijd op reis met het vliegtuig. Als we echt de transitie willen maken, moeten we de mobiliteit anders durven aanpakken en moeten vliegtuigreizen veel duurder worden. De stijging van de energieprijzen tegenwoordig


lijkt nog niet echt te helpen om mensen zich anders te doen verplaatsen. Dat is het verhaal van de kikker in een pot met water die langzaam aan de kook wordt gebracht: hij blijft gewoon zitten en springt niet uit de pot . Tot het te laat is.’ www.greentrack.be lowimpactman.wordpress.com/

Klimaatverbond • 47


Gentbrugse Meersen


De Groenpool Gentbrugse Meersen is de eerste van vier groenpolen die Gent in de komende jaren (her)aanlegt. De inrichting van de 270 ha grote Meersen vormen de eerste stap in de uitbouw van een fijnmazig groen netwerk dat Gent zal transformeren tot een aangenamere en meer leefbare stad voor iedereen. Meer groen helpt de gevolgen van de klimaatopwarming temperen. De groenzones gaan verhitting tegen, vangen fijn stof en wateroverlast op en bieden volop mogelijkheden voor recreatie en ontspanning.


4/ Onderweg naar CO2N

Op de vorige pagina’s kon u ontdekken wat er vandaag al gebeurt om Gent CO2-neutraal te maken tegen 2050. Met de opmaak van een Stappenplan naar CO2N zetten we een stap verder. Dit plan geeft aan welke maatregelen het meest kostenefficiënt zijn en welke stappen we wanneer moeten zetten om de ambitieuze klimaatdoelstellingen te bereiken.

Onderweg naar CO2N • 51


De Stad Gent bestelde een studie bij VITO-Arcadis om een mogelijk Stappenplan naar CO2N op te maken, waarin CO2N staat voor CO2-neutraal. Zo’n plan zoekt uit hoe de stad op de meest economisch interessante manier CO2-neutraal kan worden zonder daarbij andere beleidsdoelstellingen te schaden. De studie mikt op 2050, met een aantal tussentijdse doelstellingen per legislatuur voor 2030.

Onderweg naar CO2N

Het Stappenplan naar CO2N waaraan VITO-Arcadis werken, wordt opgebouwd op basis van verschillende berekeningstools en denkkaders, waaronder de abatement cost curve (letterlijk: verminderingskostencurve). Dat is een schema waarin alle mogelijke klimaatmaatregelen op objectieve basis worden vergeleken volgens hun kost per gereduceerde ton CO2. Maar Stad Gent wil in het bereiken van CO2-neutraliteit niet enkel uitgaan van een pure kosten-batenanalyse. Om ook terdege rekening te houden met sociale aspecten, het maatschappelijk draagvlak en initiatieven vanuit de basis, heeft VITO-Arcadis deze inventaris van mogelijke maatregelen gelinkt aan het werk vanuit de transitie-arena’s klimaat en mobiliteit. Het heeft immers geen zin om maatregelen in te voeren waarvoor geen draagvlak bestaat of die ongewenste neveneffecten hebben. Daarom zal deze studie verder besproken worden met de diverse stakeholders in een proces dat uiteindelijk zal leiden tot het Klimaatplan 2013-2050. In het volgende hoofdstuk suggereren we per doelgroep mogelijke maatregelen. Dat laat u toe meteen af te lezen welke maatregelen u kan nemen om onafhankelijk te worden van fossiele brandstoffen, vooraleer


deze bron van energie onbetaalbaar wordt. De Stad reikt de mogelijkheden aan en geeft zelf het goede voorbeeld, maar kan niet alles zelf doen. Sommige ingrepen zijn Vlaamse of gewestelijke bevoegdheden. Op die niveaus zal de Stad met de studie in de hand pleiten voor het doorvoeren van de noodzakelijke maatregelen. Het Stappenplan naar CO2N is ook een hefboom voor innovatie: bedrijven en kennisinstellingen kunnen hun onderzoek afstemmen op maatregelen die volgens de VITO-studie na 2030 moeten worden genomen en waar vandaag nog geen oplossing voor bestaat. Een innovatie die nu in gang wordt gezet, kan tegen 2030 resulteren in bewezen technologie die kan helpen om de volgende stappen te zetten richting 2050. Evolueren naar CO2N is een dynamisch gebeuren. De komende decennia blijven we meten of we de doelstellingen naar behoren hebben gehaald. Dat doen we door een CO2-meting van alle Gentse sectoren, die om de twee jaar door de Stad Gent zal worden uitgevoerd. Om de twee jaar evalueren we dan ook de werking van het Stappenplan en wordt het waar nodig bijgestuurd of aangepast aan de nieuwe inzichten en technieken die de komende jaren en decennia ontwikkeld zullen worden.

Onderweg naar CO2N • 53


Restauratie De aanbidding van hethoofdstuk Lam Gods• 55


De restauratie van De aanbidding van het Lam Gods, het meesterwerk van de gebroeders Van Eyck, is een werk van lange adem. De restauratie van het schilderij duurt vijf jaar en verloopt in fases. Het einde is voorzien voor 2017. Ook werken aan het klimaat en het bereiken van CO2-neutraliteit voor Gent is een werk van lange adem waarbij heel wat partijen betrokken zijn. De weg is lang, het proces er naar toe is fascinerend. Naar het resultaat zal heel de wereld komen kijken.


5/ CO2N in de praktijk

U weet nu wat transitie is, waarom het nodig is en wat er in Gent al gebeurt. Hoe kan u zelf als burger, bedrijf of organisatie aan de slag om energie te besparen en CO2-neutraal te worden?

CO2N in de praktijk • 57


Waar staan we vandaag?

CO2N in praktijk

Alhoewel er heel wat inspanningen zijn geleverd om de transitie naar een CO2-neutrale stad in gang te zetten, staan we vandaag nog maar aan het begin van een lange weg. Waar staan we precies en waar willen we naartoe? We vertrekken van de situatie in 2009, het meest recente jaar waarvoor alle gegevens van verbruik en uitstoot voor Gent bekend zijn. In dat jaar bedroeg het netto energieverbruik in Stad Gent circa 120 petajoule, of 120.000.000.000.000.000 joule, of 33.333,33 Gwh. Een duizelingwekkend cijfer, waarin alle energie verrekend zit die in Gent is gebruikt om gebouwen en sanitair water te verwarmen, bedrijven te laten werken, elektriciteit te voorzien, transport en auto’s te laten rijden en producten te vervaardigen. In 2009 werd nog 80% van deze energie opgewekt met fossiele brandstoffen zoals aardgas, kolen en cokes. Dat veroorzaakte een CO2-uitstoot van circa 9.000 kton, waarvan 88% afkomstig was uit de industrie en de productie van energie.


Arcadis studie: evolutie in totale emissie-inventaris in Gent (kton)

transport

handel & diensten

huishoudens

energie

industrie

12.000

10.000

8.000

6.000

4.000

2.000

0 2007

2009

CO2-uitstoot Gent 2007 vs. 2009: de industrie blijft verantwoordelijk voor het gros van de uitstoot van CO2. De daling in uitstoot is niet structuureel, maar het gevolg van de economische crisis.

CO2N in de praktijk • 59


Waar staan we morgen? We gaan ervan uit dat per jaar 1% van de huishoudens de switch maakt van stookolie naar gas (en dus minder CO2 uitstoot). Het is aannemelijk dat het rendement van nieuwe cv-ketels in de toekomst verder verbetert. VITO verwacht een rendement van 83% in 2030 (tegenover 71% in 2010), met bijbehorend minder verbruik. Heel wat door Europa, de Belgische federale overheid en de Vlaamse overheid opgelegde normen zorgen ervoor dat nieuwbouw weldra (bijna-)energieneutraal wordt en dat voertuigen en andere apparaten steeds zuiniger worden.Maar Gent wil verder gaan dan dat, met name door ook bestaande gebouwen onafhankelijker te maken van fossiele brandstoffen, door mobiliteit onder de loep te nemen en aan te pakken, door bedrijven te helpen nog energie-efficiÍnter te produceren. En dat in de wetenschap dat door de verwachte bevolkingsgroei, de voorspelde toename van kantoor- en zakelijke oppervlakte en het toenemend aantal voertuigkilometers de vraag naar energie in principe nog verder zal toenemen. Via een berekening kunnen we nu al te weten komen waar we in 2030 staan als het besliste beleid wordt uitgevoerd en effectief is. Gesteld dat de doelstellingen worden gehaald, dan verbruiken de Gentse burgers, bedrijven, overheden en organisaties tegen 2030 nog 10.219 kton CO2 inclusief ijzer en staal. Zonder ijzer en staal gaan we van 3.240 kton CO2 in 2009 naar zo’n 2.200 kton CO2 in 2030, een verbetering met 32%. Er is echter potentieel om nog verder te gaan. Het bijkomend reductiepotentieel vaststellen en bepalen welke prioriteiten daaruit voortvloeien, dat is uiteindelijk waarin Gent het verschil kan maken.


Arcadis studie: evolutie in totale emissie-inventaris in Gent (kton)

transport

handel & diensten

huishoudens

energie

industrie

14.000 scenario ‘business as usual’ 12.000

10.000

8.000

6.000

4.000

2.000

0 2007

2009

2050 CO2N in de praktijk • 61


Het leidende principe bij het reduceren van energieverbruik en het omschakelen naar hernieuwbare energie is de Trias Energetica. Dat is een driestappenstrategie voor duurzaam bouwen en renoveren. De eerste stap bestaat erin zo weinig mogelijk energie te verbruiken door goed te isoleren, compact te bouwen en sluipend energieverbruik aan te pakken. De volgende stap bestaat erin (zelf) duurzame energie te produceren en gebruiken, bijvoorbeeld via fotovoltaïsche zonnepanelen, een zonneboiler, een warmtepomp. Ten derde kan je voor de energie die dan eventueel nog nodig is zo efficiënt mogelijk gebruik maken van fossiele brandstoffen. Deze derde stap zal op termijn volledig verdwijnen – daar wil dit boek ook toe bijdragen. Het stoppen van olie-afhankelijkheid, het terugdringen van het energieverbruik en de overschakeling op hernieuwbare energie kan voor Stad Gent enkel gebeuren als aan een aantal voorwaarden is voldaan. De transitie moet voor iedereen mogelijk, betaalbaar en haalbaar zijn. Alle in deze publicatie voorgestelde maatregelen zijn aan deze principes getoetst. Tot in 2030 gebeurt de transitie op basis van bestaande en beproefde technologie. Na 2030 worden de verdere stappen naar CO2-neutraliteit onvermijdelijk ook gezet op momenteel nog onbekend terrein. Wie weet wat de innovatie ons nog brengt?

me za ur ng du kki uik we br op ge ie 2. nerg e

1. en min er im gie ali ve see rb r ru ik

Algemene principes

3. efficiënt gebruik fossiele brandstof


En wat na 2030? Het rapport van VITO-Arcadis beschouwt de tijdshorizon tot 2020 als de korte termijn, de periode 2020-2030 als middellange termijn en 2030-2050 als lange termijn. Tot 2030 kunnen we vrij accuraat aan de hand van een kosten-baten-analyse en aan de hand van de momenteel beschikbare en bewezen technologie voorspellen hoe ver we kunnen geraken inzake klimaatneutraliteit. Rond 2030 belanden we in een periode van radicale innovaties, waarvan we nu hoogstens de aanzet kunnen zien. Dat gaat niet alleen over technologische doorbraken, maar ook over een andere manier om naar de dingen te kijken, te werken, te ondernemen, ons te verplaatsen. Voor elke sector besteden we aandacht aan de mogelijke situatie na 2030.

hoofdstuk • 63


Huishoudens Nu en in de toekomst heeft elke Gentenaar er belang bij zijn energierekening zo laag mogelijk te houden om de koopkracht van iedereen te beschermen. Stad Gent kiest er voluit voor om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen voor iedereen te verkleinen. De daling van de energierekening door energiebesparing, energie-efficiëntie, isolatie en overschakelen op gratis energie uit de natuur, leidt automatisch tot CO2-reductie. Dat zijn dus twee vliegen in een klap. Wat woningen betreft, moeten we een onderscheid maken tussen nieuwbouw en bestaande woningen. Nieuwbouw zal door de snel verstrengende Europese normen op zeer korte termijn zo goed als energieneutraal worden. Vanaf 2021 is bijna nulenergiebouw verplicht voor alle nieuwbouwwoningen. In de wetenschap dat het altijd zaak is om te isoleren volgens de normen van morgen, doe je er verstandig aan om bij nieuwbouw nu al te kiezen voor (bijna-)energieneutraal. Warmtepompen zijn het meest geschikt om deze (bijna-)passiefhuizen van verwarming en sanitair warm water te voorzien. Bij de bestaande gebouwen is er veel werk aan de winkel. Maar de beloning is groot. Wie zijn huis voldoende isoleert, ziet onmiddellijk zijn energierekening dalen. Verstandig isoleren is daarmee een van de beste investeringen die je kan doen, want

Verstandig isoleren is één van de beste investeringen die je kan doen


ze blijft renderen. Ook in CO2-reductie is de impact groot. Door de gebouwschil van de woningen aan te pakken door isolatie en de warmtevraag van gezinnen te verkleinen, kunnen de Gentse huishoudens 26% minder CO2 uitstoten.

Om ervoor te zorgen dat Gentenaars verstandig isoleren en om te garanderen dat niemand uit de boot valt, richtte Stad Gent REGent op, een vzw die Gentenaars helpt om hun energie- en waterverbruik te verkleinen. REGent geeft (ver) bouwadvies, biedt leningen aan lage rente aan en doet aan trajectbegeleiding voor wie het moeilijk heeft in onze maatschappij. Regent • Kastanjestraat 2/4 • 9000 Gent tel.: 09 218 75 90 • fax.: 09 218 75 99 info@vzwregent.be • www.vzwregent.be

CO2N in de praktijk • 65


Huishoudens Stap 1: Isoleren is de boodschap Elke euro die je niet moet uitgeven, is een euro gewonnen. Investeren in isolatie is de eerste stap om minder energie te verbruiken en minder CO2 uit te stoten. Iedereen kent de zegswijze die stelt dat we geld door de ramen en vensters buitengooien, maar juister is te zeggen dat we geld vooral door de daken naar buiten gooien. 30% van het warmteverlies in een doorsnee woning verdwijnt door het dak, 20% door de muren, 20% vliegt buiten via ververste lucht, 15% gaat door de ramen naar buiten, 10% door de vloer en 5% gaat via koudebruggen verloren. Dakisolatie zou voor iedereen een prioriteit moeten zijn en de Stad helpt daarbij. Via de site warmtefoto Gent 30% (http://warmtefoto.gent.be/) kan je zien of je dak voldoende is ge誰soleerd.

20%

5%

20%

15%

10%

De Stad biedt isolatiepremies aan, zorgt regelmatig voor groepsaankopen van dakisolatie en organiseert infosessies waarop je alles te weten komt over dakisolatie. Ook glas, zelfs dubbel glas, vervangen door hoogrendementsglas, loont. Netbeheerder Eandis voorziet premies voor de plaatsing van hoogrendementsglas. Het plaatsen


van dakisolatie of hoogrendementsglas is een aanzienlijke investering, maar het helpt om je woning als een langetermijnproject te beschouwen en de inspanningen eventueel over meerdere jaren te spreiden. Vergeet daarbij ook vloerisolatie niet. Er gaat relatief weinig energie door vloeren verloren, maar koude voeten geven je de neiging de verwarming een graadje hoger te zetten en per graad dat je bijstookt, verbruik je 7% meer energie. Het algemene streven is een verbruik van 70 kWh per m2 voor een gemiddelde woning, maar beter mag altijd. Hou er wel rekening mee dat de kosten hoger kunnen oplopen als je verder wil gaan dan die norm. Bij authentieke en waardevolle historische gebouwen stellen zich specifieke problemen bij het isoleren. De brochure Duurzaam renoveren van authentieke gebouwen helpt eigenaars om ook die gebouwen energievriendelijker te maken.

CO2N in de praktijk • 67


Stap 2: Wek zelf (bijna) gratis groene energie op Wanneer de energievraag is teruggedraaid door isolatie van de gebouwschil, is het tijd voor de tweede stap: het aanpakken van de technieken voor verwarming en het duurzaam invullen van de vraag naar energie. De vervanging die nu volop gaande is van oude cv-ketels naar condensatieketels, is daar een voorbeeld van. Nadeel is dat ook een condensatieketel nog (fossiel) gas gebruikt, zij het minder dan zijn voorgangers. In de toekomst zullen warmtepompen steeds meest standaard worden. Als een soort omgekeerde koelkast onttrekken zij warmte aan de grond of de buitenlucht en geven die geconcentreerd af aan het verwarmingssysteem. Sommige systemen passen perfect op de huidige radiatoren en buizen van de centrale verwarming. Voor de aandrijving van een warmtepomp wordt geen gas of stookolie maar wel (bij voorkeur groene) stroom gebruikt. In combinatie met een zonneboiler kan je het rendement van je warmtepomp nog opdrijven met gratis energie van de zon. Biogas wordt in de toekomst mogelijk een alternatief voor aardgas. Er zal meer biogas geproduceerd worden (uit afval) en dit kunnen we naar analogie met groene stroom beschouwen als ‘groen gas.’ Maar het gebruik ervan door huishoudens moet om twee redenen niet aangemoedigd worden. De hoeveelheid die kan geproduceerd worden blijft al bij al beperkt en wordt best gereserveerd voor sectoren die geen ander alternatief hebben. Bovendien komt groen gas net als grijs aardgas niet gratis uit de leiding. Bij warmte uit de bodem betaal je alleen de installatiekosten van het captatienet


en de stroom voor je warmtepomp. Warmtepompen dragen ook de voorkeur weg boven individuele pelletketels. Die laatste worden weliswaar als CO2N beschouwd omdat de CO2 die ze uitstoten ongeveer gelijk is aan de CO2 die het hout tijdens de groei van de boom heeft opgenomen. Maar bij verbranding komen er ook andere schadelijke stoffen vrij en het is duur en omslachtig om op elk individueel toestel een filter te plaatsen. In grotere centrale stookplaatsen bestaat die mogelijkheid wel en vormen pelletketels een mogelijk alternatief, al blijft de aanvoer van biomassa uit duurzame bosbouw beperkt. Het kan dus geen totaaloplossing bieden.

CO2 uitstoot in 2009 van de huishoudens in Gent

VITO studie: directe CO2 in 2030 (kton)

500

Stel: extra inspanningen worden gedaan om verder te isoleren

400 300 200 100 0

2009

2030 Stel: iedereen isoleert zijn woning aan het huidige tempo

2030

2030 Stel: de overgebleven energievraag wordt ingevuld door hernieuwbare energie

CO2N in de praktijk • 69


Naast energie voor verwarming en sanitair water is elektriciteit de grote slokop in de maandelijkse rekeningen van de huishoudens. Ook hier kan je in eerste instantie best de vraag zo veel mogelijk reduceren door te investeren in energiezuinige toestellen – spaarlampen, A-klasse elektrische apparaten en LED-verlichting – en het mijden van sluimerverbruik. Met zonnepanelen kunnen mensen met een goed georiënteerd dak ook zelf (een deel van) hun stroom produceren. Met zonneboilers produceer je (na aftrek van de aanschafkost) gratis warm water. Gent heeft een maximaal potentieel op daken van 96.594 MWh/jaar voor warm water. Voor elektriciteit uit PV-cellen is dat 252.253 MWh/jaar of tot 30% van het huidige verbruik. Stap 3: gebruik fossiele energie Wanneer je je huis maximaal hebt geïsoleerd en vervolgens zoveel mogelijk warmte en energie via hernieuwbare bronnen hebt opgewekt, rest nog één laatste stap, die op termijn helemaal zal verdwijnen: de restvraag aan energie zo efficiënt mogelijk met fossiele brandstoffen opwekken. Dat deze laatste stap zal verdwijnen, komt omdat er steeds meer hernieuwbare energie beschikbaar zal zijn en fossiele brandstof steeds schaarser en duurder zal worden. Zolang je woning nog niet 100% op hernieuwbare energie draait, is het dus zaak er zo efficiënt mogelijk mee om te springen, door bijvoorbeeld te kiezen voor een hoogrendements gaswandketel met groot modulatiebereik, eventueel gekoppeld aan een zonneboiler voor de voorverwarming van sanitair water.


Thuis & werk na 2030 Allemaal tegelijk op de trein en samen in de file, tussen 7u en 9u en opnieuw tussen 16u en 18u, ervoor en erna massaal naar de crèche en daarna nog snel met zijn allen naar de supermarkt om er in plastic verpakt geïmporteerd voedsel te kopen: de files, de stress en de druk op mens en milieu maakten aan het begin van de 21ste eeuw duidelijk dat het overheersende model aan het eind van zijn Latijn was gekomen. In de loop van de 21ste eeuw werken we dichter bij huis, hebben we terug meer tijd voor onszelf, ons gezin en onze naasten en consumeren we lokale producten. We doen aan thuiswerken of werken in een satellietkantoor. Fabrieken worden terug kleinere bedrijven in de wijk, waar met behulp van 3D-printing lokaal producten en onderdelen worden vervaardigd.

hoofdstuk • 71


Energiemix Energie Welke energiemix zullen we in 2030 gebruiken? Hoe krijgen we het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot naar beneden? Naast de bestaande elektriciteitsproductie op aardgas, zullen heel wat onconventionele vormen van energieproductie in de komende jaren steeds belangrijker worden. Het is mogelijk om de CO2-uitstoot van de bestaande Gentse electriciteitscentrales en WKK’s op 20 jaar tijd met 56% te doen afnemen door omschakeling naar biomassa, terwijl hun brandstofverbruik tussen 2009 en 2030 met 23% zal dalen. Dat impliceert dat er minder stroom zal worden geproduceerd via de verbranding van steenkool en gas en dat de hernieuwbare energieproductie fors zal toenemen. In dit hoofdstuk bespreken we de mogelijkheden voor Gent op het gebied van biogas, geothermie, zonne- en windenergie. Vandaag draait er in Gent al een biomassacentrale, Max Green, die 180 MW elektriciteit produceert. Biogas Anders dan aardgas is biogas een hernieuwbare bron van energie. Het wordt opgewekt uit de vergisting van organisch afval. Biogas kan een WKK of verwarmingsketel aandrijven en zo warmte en/of stroom produceren. Bovendien kan biogas opgewaardeerd worden tot netgas en


via de bestaande gasinfrastructuur in de huizen en andere gebouwen als brandstof worden gebruikt. Maar biogas is geen onuitputtelijke of noodzakelijk duurzame vorm van hernieuwbare energie. Het aandeel biogas uit bermmaaisel, afvalwater, GFT en ander organisch stedelijk afval is eerder beperkt. Tegen 2030 verwacht VITO bijvoorbeeld dat biogas uit GFT goed zal zijn voor 1% van het totale verbruik. Het winnen van biogas uit houterige massa bevindt zich nu nog volop in de onderzoeksfase en zal pas op langere termijn doorbreken. Toch moeten we ook hier geen mirakels van verwachten. De hoeveelheid duurzame bosbouw en de mogelijke toestroom van hout uit duurzame bosbouw naar Gent is onvoldoende om inwoners en industrie volledig van duurzaam biogas te voorzien. De totale hoeveelheid biogas-energie uit duurzame bosbouw die beschikbaar is voor Gent, wanneer elke inwoner in BelgiĂŤ een gelijk aandeel zou krijgen, bedraagt ongeveer 7 PJ. Maar in de volledige behoefte van de huishoudens voorzien vergt 6,9 PJ aan biogas, terwijl de industrie behoefte heeft aan 11,3 PJ. En dan laten we de tertiaire sector nog buiten beschouwing (3,2PJ). Kortom, er is niet genoeg duurzaam biogas voor iedereen. De meest duurzame oplossing bestaat erin biogas aan te wenden in die sectoren en voor die toepassingen die het het moeilijkst hebben om alternatieven te vinden en in de andere gevallen zoveel mogelijk voor alternatieven te kiezen. Het goede nieuws is dat overschakelen op biogas uit houterige biomassa de

CO2N in de praktijk • 73


Hoeveel huishoudens kunnen met lokaal opgewekte energie worden voorzien?

Met de huidige productie aan hernieuwbare energie in Gent en het bijkomend potentieel in het stedelijk gebied kunnen 72% van de Gentse gezinnen voorzien worden van hernieuwbare energie.

2009

Als het potentieel aan hernieuwbare energie in het havengebied verder wordt uitgebreid, lijkt klimaatneutraliteit dichter te komen. Bron: studie Arcadis 2011 hernieuwbare energiescan

2030


energie-onafhankelijkheid van onze regio verhoogt. Circa 35 % kan lokaal worden geproduceerd, ongeveer 65 % van de houterige massa moet worden geïmporteerd. Dat is een aanzienlijke verbetering tegenover de 100 % import (en dus energie-afhankelijkheid) van fossiele brandstoffen tegenwoordig. De import van houterige biomassa zal bovendien leiden tot nieuwe industrie en overslag in het havengebied. Een nadeel van biogasproductie uit houterige massa is dat het een grote hoeveelheid opslag vergt. Ook de opwekking van biogas uit huishoudelijk afval vergt voorbehandeling en dus de nodige verwerkingsoppervlakte. Energie (en veel meer) uit afvalwater In nieuwbouwprojecten wordt nu al geëxperimenteerd om het afvalwater integraal te recycleren. Hoe ver je daar mee kan gaan, blijkt uit het innovatief ‘sanitatiesysteem’ dat wordt geïnstalleerd in de gloednieuwe wijk Noorderhoek in het Nederlandse Sneek. Over een periode van tien jaar worden daar 282 woningen afgebroken en komen er 232 voor in de plaats. De nieuwe woningen worden uitgerust met vacuümtoiletten en keukenvermalers voor organisch afval (GFT) en aangesloten op het sanitatiesysteem. De reststromen zwartwater (uit het vacuümtoilet) en grijswater (huishoudelijk afvalwater) worden volledig gescheiden en er wordt in een speciale zuiveringsinstallatie zoveel mogelijk uit het water teruggewonnen. Op het

CO2N in de praktijk • 75


zwartwatercircuit wordt een biogasinstallatie aangesloten, die 12% van de totale gasvraag in de wijk zal invullen. Uit het grijswater (van douche, vaatwas en wasmachine) wordt de warmte teruggewonnen. De warmte die dat oplevert kan oplopen tot 1.200kWh/gezin. Concreet betekent dat voor een passiefappartement van 100m2 met een verbruik van 15 kWh/m2 dat 85% van de energievraag

Wat als Warmte van de straat

? Stel: je tuin is niet groot genoeg of niet geschikt voor het aanleggen van een captatienet voor een warmtepomp op bodemenergie. In 2050 lossen we dat misschien wel als volgt op. Telkens een straat wordt heraangelegd wordt een groepsaankoop georganiseerd voor warmtepompen op bodemwarmte. De boorputten komen onder het asfalt terecht en de distributienetbeheerder levert ook warmte, naast elektriciteit en gas. De bodem kan op termijn uitgeput raken, maar ook daar zijn oplossingen voor. KMO’s in de buurt kunnen met hun warmteoverschot aantakken op het systeem. Je zou ook de warmte die een gezin in de zomer te veel produceert met de zonneboiler in de bodem kunnen opslaan om te bewaren voor de winter.


voor verwarming door WTW (warmteterugwinning) wordt opgewekt. Een zuiveringsinstallatie wint grondstoffen als stikstof en fosfaat terug uit het afvalwater, zodat ze kunnen worden omgezet in kunstmest. Zulke systemen leggen de basis voor urban mining: grondstoffen winnen uit afval. Elektriciteit uit de bodem Op een diepte van 5 km in de Gentse ondergrond is het 185°C warm. Het is in principe mogelijk om dit reservoir aan warmte (en dus energie) aan te boren en te exploiteren. In noordelijke landen wordt nu al gebruik gemaakt van diepe geothermie voor stadsverwarming en de productie van elektriciteit. Voor Gent is het hot-dry-rock of Enhanced Geothermal System (EGS) een optie. Daarbij wordt water onder hoge druk in ondergronds gesteente gepompt. De hoge temperatuur in de diepere aardlagen biedt de mogelijkheid om stoom te winnen voor elektriciteitsproductie en voor verwarming. Het EGS-systeem heeft een aantal beperkingen in oppervlakte en in de tijd. Rond een boring mag binnen een actieradius van circa 2 km2 geen tweede boring plaatsvinden vanwege de beperkt beschikbare warme in de ondergrond. Op vele plaatsen is dat bodempotentieel ook niet bereikbaar omdat de bebouwingsgraad groot is in Gent. Bovendien geraakt een bron na dertig jaar uitgeput, waarna ze dertig jaar nodig heeft om te regenereren. Omdat de techniek nog experimenteel is gaan we in eerste instantie uit van slechts een tweetal systemen van elk drie boringen, met een vermogen van 20MW aan elektriciteitsproductie en 60MW aan warmte.

CO2N in de praktijk • 77


Wind Op dit moment wordt er al behoorlijk wat elektriciteit uit windkracht geproduceerd in Gent, maar tegen 2030 kan dat meer dan het tienvoudige worden. De huidige capaciteit bedraagt ongeveer 42 MW, waarvan 32 MW wordt opgewekt in het havengebied door 16 windturbines. In de haven is er volgens een studie van het Havenbedrijf een totaal potentieel van 90 windturbines, elk goed voor 2 MW, in totaal circa 185 MW. In het stedelijk gebied schat Arcadis het bijkomend potentieel aan grootschalige windenergie in op 88 Ă 100 MW. Indien het potentieel in haven en stad wordt gerealiseerd, kunnen we evolueren van een productie van 0,2 PJ naar circa 514 GWh of 1,8 PJ. Dit potentieel realiseren tegen 2030 is technisch mogelijk, maar andere factoren kunnen roet in het eten strooien. Zo duurt het doorgaans lang om vergunningen af te leveren, al kan dat sneller als er ook een groter maatschappelijk draagvlak groeit voor windturbines. Er is dus nog veel werk aan de winkel voor sensibilisering. Bovendien zijn de investeringskosten voor grootschalige windenergie hoog en blijft subsidiĂŤring nodig. Wat kleinschalige windenergieproductie betreft, wacht de Stad de resultaten af van diverse lopende testprojecten van UGent. De uitdaging voor kleinschalige systemen bestaat erin om niet alleen het rendement te verhogen maar ook bekende problemen als geluidshinder en slagschaduw te vermijden.


Wat als Groendaken als elektriciteitscentrale

? Op een dak in het Nederlandse Wageningen staat een plantenbak van 50m2 die 1.300 kWh elektriciteit per jaar produceert, genoeg om in 40% van de stroombehoefte van het gebouw te voorzien. Het gaat om een prototype, maar het bedrijfje Plant-e hoopt weldra een systeem in de markt te zetten. Het principe is even eenvoudig als geniaal. Bij fotosynthese zetten planten (in dit geval liesgras) met behulp van zonlicht CO2 en water om in koolhydraten, waaronder glucose. De helft daarvan wordt door de plant gebruikt om te groeien, de andere helft belandt via de wortels in de grond, waar bacteriĂŤn teren op deze afvalstoffen. Bij dat proces komen elektronen en protonen vrij. Met behulp van een speciaal membraan en met grafietkorrels voor een betere geleiding zijn Wageningse onderzoekers erin geslaagd om die elektronen te kanaliseren tot elektrische stroom. Zo wordt het mogelijk om groendaken te maken die gebouwen van stroom voorzien, dag en nacht, zomer en winter, want de bacteriĂŤn zitten nooit stil. Een serieus voordeel tegenover zonne- en windenergie dus.

CO2N in de praktijk • 79


Zonneboilers De Gentse daken bieden nog heel wat mogelijkheden om zonnestraling in energie om te zetten, hetzij via PV-panelen, hetzij via zonneboilers of met een combinatie van beide. Elke Gentenaar heeft stroom en warm water nodig. Mooi meegenomen als je een deel daarvan zelf kunt produceren dank zij de zon, maar het blijft altijd nodig om de kosten (de investering in thermische of fotovolta誰sche zonnepanelen) af te wegen tegen de baat van gratis energie. In vergelijking met PV-cellen ligt het rendement van zonneboilers trouwens hoger. De vuistregel is dat je met een zonneboiler in ongeveer de helft van je sanitair warm water kunt voorzien.


Wie over voldoende dakoppervlakte beschikt, kan zelfs overwegen om thermische zonnepanelen in combinatie met een warmtepomp in te zetten voor de verwarming van het gebouw. PV-cellen Fotovoltaïsche cellen hebben de afgelopen jaren een forse opmars gekend. In het Gentse werd eind 2011 circa 29 GWh aan zonnestroom geproduceerd. Maar het kan nog veel beter. Arcadis berekende dat het potentieel in Gent van optimaal georiënteerde PV-installaties maar liefst 302 GWh per jaar bedraagt. Niet optimaal georiënteerde daken uitrusten met PV-panelen voegt daar nog eens 99 GWh per jaar aan toe. In die mate zelf elektriciteit opwekken kan Gent aanzienlijk minder afhankelijk maken van fossiele brandstoffen. In petajoule uitgedrukt, zou dat betekenen dat Gent tussen 2009 en 2030 zou evolueren van 0,01PJ geïnstalleerd vermogen naar 1 PJ, gesteld dat ook de minder geschikte daken zouden worden meegenomen. Het is echter te overwegen om voor deze laatste toch eerder te opteren voor (een combinatie met) zonneboilers op lagere daken, omdat thermische zonnepanelen minder last hebben van schaduw en ongunstige oriëntatie dan PV-cellen.

CO2N in de praktijk • 81


‘We moeten zowel werk maken van energie-efficiëntie als van de productie van hernieuwbare energie. Terugwinning van energie uit reststromen ligt op het kruispunt daarvan.’


Energie uit de riool Investeren in duurzame energieproductie loont In een vorig leven was Peter De Smet elf jaar lang directeur van Greenpeace België. Vandaag staat hij aan het hoofd van Clean Energy Invest (CEI), een coöperatieve vennootschap die investeert in duurzame energieproductie, binnenkort wellicht ook in Gent. De investeringsmaatschappij CEI beheert twee fondsen. Het eerste fonds investeert in mature hernieuwbare energietechnologieën zoals zon, wind, biomassa en waterkracht, projecten met een netto return on investment van in principe 10% of meer. Elke geïnvesteerde 100 euro moet dus minstens 110 euro opbrengen. Het andere fonds investeert in pilootprojecten waarbij het aspect innovatie belangrijker is dan de return op korte termijn. Momenteel is CEI in Gent op zoek naar een geschikte locatie voor de recuperatie van warmte uit rioolwater door middel van een warmtepomp. Die warmte wordt dan gebruikt om een grote collectieve cv-installatie te laten werken en sanitair warm water te produceren. ‘Een ideale pilootsite bestaat uit meer dan 50 wooneenheden, heeft nu al een centrale stookplaats en een intern warmtenet.

CO2N in de praktijk • 83


Ze mag bovendien maximum 150 m verwijderd zijn van een grote rioolcollector,’ legt Peter De Smet uit. ‘Met zo’n project is een investering van tussen de 500.000 en 1 miljoen euro gemoeid. Het uitzoeken van de haalbaarheid hiervan wordt door Vlaanderen ondersteund via MIP3 (Milieu- en Energietechnologie Innovatie Platform).’

‘Er is nog geen juridisch kader voor het onttrekken van warmte aan rioolwater.’ Energie uit rioolwater, het is maar een van de vele manieren om reststromen van energie aan te pakken en te valoriseren. De organisatie Warmtenetwerk Vlaanderen maakt er werk van om het ongebruikte potentieel in onze regio de komende jaren in kaart te brengen en te valoriseren. Het zijn allemaal stappen die mee leiden tot een vermindering van de uitstoot en uiteindelijk CO2neutraliteit, zegt Peter De Smet. ‘Om die effectief te bereiken, moeten we alles enten op de Europese doelstellingen en zowel werk maken van energieefficiëntie als van de productie van hernieuwbare energie. Terugwinning van energie uit reststromen ligt op het kruispunt daarvan.’


Bij een tweede project waarin CEI in Gent wil investeren, zal niet alleen afvalwaterwarmte worden gerecupereerd, maar ook keukenafval worden verzameld en vergist. ‘Voor een nieuwbouw woonproject van meerdere honderden wooneenheden willen we GFT-afval en sanitaire resten via vacuümleidingen wegzuigen naar vergisters die biogas produceren waarmee via een WKK elektriciteit wordt opgewekt die lokaal kan worden gebruikt. De appartementen zullen worden uitgerust met een GFTvermaler in de keuken en een vacuümtoilet zoals we dat ook uit vliegtuigen kennen – goed voor slechts één derde van het watergebruik van een conventioneel wc.’ Vooralsnog is Clean Energy Invest een van de witte raven onder de investeringsmaatschappijen als het gaat over specifiek investeren in duurzame en CO2-neutrale projecten. Er moeten in deze pioniersfase dan ook nog heel wat juridische en andere obstakels overwonnen worden, stipt De Smet aan. ‘Zo is er bijvoorbeeld geen juridisch kader voor het onttrekken van warme aan rioolwater. Het is niet duidelijk wie eigenaar is van die warmte. Bovendien zorgt het onttrekken van warmte ervoor dat het afvalwater afkoelt, wat mogelijk gevolgen heeft voor de werking van de waterzuiveringsinstallatie. We moeten dus goed afspreken hoeveel warmte we onttrekken. We verwachten dan ook dat Stad Gent ons helpt met het opstellen van bilaterale overeenkomsten met de verschillende betrokkenen.’

CO2N in de praktijk • 85


De case van Stora Enso leert ons dat revolutionaire veranderingen in de industrie een stapsgewijs proces zijn. Bovendien is elke sector specifiek en elk bedrijf anders.


Papier waar geen boom meer voor sneuvelt De Stora Enso papierfabriek werkt met 100% gerecycleerd papier en wekt grotendeels zelf haar hernieuwbare energie op. Elk jaar produceert de papierfabriek Stora Enso Langerbrugge in de haven van Gent 550.000 ton papier dat voornamelijk gebruikt wordt voor het drukken van kranten en magazines. En daar moet geen boom voor worden omgehakt. Stora Enso werkt immers uitsluitend met gerecycleerd papier, dat ter plaatse van inkt wordt ontdaan, waarna van de oude papiervezels nieuw papier wordt gemaakt. Het afval dat bij dit proces wordt geproduceerd, wordt sinds 2003 verbrand in de eigen biomassacentrale, die helpt om een deel van de benodigde elektriciteit en stoom op te wekken. ‘Sinds 2010 draaien we zelfs bijna volledig op groene energie,’ zegt milieucoördinator Luc De Smet. ‘Met behulp van onze tweede energiecentrale die toen in bedrijf werd genomen, kunnen we 70% van onze eigen stroom opwekken en 100% van de benodigde stoom. Die centrale stoken we met CO2-neutrale biomassa. De resterende stroom die we aankopen, is sinds 2012 100% groen.’ Vanwaar deze aanzienlijke investeringen die het milieu direct en indirect ten goede komen? ‘Wij doen dat als bedrijf niet

CO2N in de praktijk • 87


alleen om het milieu een dienst te bewijzen. De eerste centrale kwam er omdat we 200.000 ton afval per jaar moeten verwerken, wat niet zomaar extern kan. De tweede centrale kwam er omdat we streven naar eigen energievoorzieningen. Doorslaggevende argumenten daarbij zijn het belang van energie-onafhankelijkheid, de stijgende energieprijzen en het op dat moment gunstige klimaat voor groene investeringen. Ik ben ervan overtuigd dat de duurzame economie de

‘Ik ben ervan overtuigd dat de duurzame economie de toekomst is en ik denk dat we op lange termijn de vruchten zullen plukken van onze inspanningen. Als je als bedrijf wil overleven over twintig jaar, moet je nu werk maken van de verduurzaming van je processen.’ toekomst is en ik denk dat we op lange termijn de vruchten zullen plukken van onze inspanningen. Als je als bedrijf wil overleven over twintig jaar, moet je nu werk maken van de verduurzaming van je processen.’ Het Klimaatverbond volgt De Smet eerder van op afstand. ‘Ik keur het zeker niet af, maar de ideeën die er worden gelanceerd, zijn niet altijd op ons toepasbaar. Ik heb er veel mooie zaken gehoord, maar wij kunnen er niet veel aan toevoegen. Iedere sector is specifiek


en elk bedrijf is anders.’ Als Stora Enso ons één ding leert, is het dat revolutionaire veranderingen in de industrie een stapsgewijs proces zijn. In de jaren zeventig werd het papier hier nog volledig op basis van houtvezels gemaakt. Dertig jaar later kwam er geen hout meer aan te pas. Het feit dat de fabriek sinds 2005 met 100% gerecycleerde grondstof werkt, heeft meteen ook een serieuze impact op het energieverbruik, stipt Luc De Smet aan. ‘Moesten we opnieuw van houtsnippers vertrekken, zouden we 50 tot 100% meer elektriciteit verbruiken,’ zegt hij. Het proces om papier te vervaardigen wordt steeds milieuvriendelijker. ‘Het moet van de jaren tachtig geleden zijn dat we nog chloorgebleekte papierpulp aankochten. Chloor komt hier sindsdien niet meer binnen. Er is nog wel werk aan de winkel om de inkten waarmee het papier wordt bedrukt milieuvriendelijker te maken, maar dat hebben we niet volledig zelf in de hand. Er is wel al heel wat verbetering merkbaar. Op groepsniveau zijn er hierover contacten met drukkers en de inktproducenten.’ Het productieproces mag dan al bevrijd zijn van olieafhankelijkheid, voor het transport is dat nog toekomstmuziek. Ondanks de ligging in de haven en de mogelijkheden van binnenscheepvaart, kiest Stora Enso tot nader order voor vervoer per vrachtwagen. ‘Onze locatie is goed om daar verandering in te brengen. Wat transport betreft, is er zeker ruimte tot verbetering,’ erkent Luc De Smet.

CO2N in de praktijk • 89


Wat als Geothermie

? Geothermie of aardwarmte is de energie die ontstaat door het temperatuurverschil tussen het oppervlak van de aarde en dieper gelegen warmtereservoirs. In vulkanische gebieden zoals IJsland ligt deze energie bijna voor het oprapen, maar ook in onze buurlanden en bij ons is er heel wat potentieel. Duitsland beschikt nu al over meer dan 200 locaties waar geothermische energie wordt ingezet voor stadsverwarming en elektriciteitsproductie. De ambitie van de Duitse regering is om tegen 2020 280 MW stroom op te wekken en 8,2 miljard kWh warmte te genereren. In WalloniĂŤ zijn er veel kansen in de geothermie, die door gebrek aan financiĂŤle middelen nog niet zijn gerealiseerd.


Energie­productie na 2030 De energievraag is tegen 2030 sterk gedaald omdat gebouwen veel beter zijn geïsoleerd en toestellen veel energie-efficiënter zijn geworden. Veel energie wordt lokaal, door de gebouwen die ze verbruiken, zelf geproduceerd – via zonneboilers, PV-cellen, kleinschalige windenergie... In een kringloopeconomie of circulaire economie is afval een grondstof en een brandstof. Van gft-afval wordt biogas gemaakt. De warmte uit afvalwater en verluchtingslucht wordt gerecupereerd, warmtepompen halen warmte of kou uit de bodem of de lucht naargelang de behoefte van het seizoen. Gent is energie-onafhankelijk. De elektrische auto’s die in de buurtparkings staan gestald, zorgen met hun batterijen gekoppeld aan het smart grid voor een veilige back-up van energie.

hoofdstuk • 91


Bedrijven Gent is een belangrijke haard van bedrijvigheid in Vlaanderen. De stad en het havengebied vormen de thuishaven van een groot aantal bedrijven die elk op hun manier inspanningen leveren om hun impact op het klimaat te verminderen door hun CO2-uitstoot te reduceren. De Gentse bedrijven vallen uiteen in twee duidelijk onderscheiden groepen. Aan de ene kant zijn er de bedrijven die zijn toegetreden tot het Europese systeem van emissiehandel (Emissions Trading System of ETS). Aan de andere kant zijn er de niet-ETS-bedrijven. De ETS-bedrijven zijn de belangrijkste uitstoters van CO2. In heel Europa gaat het over 11.000 elektriciteitscentrales en industriĂŤle bedrijven die onderling emissierechten kunnen verhandelen. Gent telt er 15, samen goed voor 87% van de op het grondgebied van Gent veroorzaakte uitstoot (67% door industrie en 19% door energieproductie). In Gent wordt veruit de grootste uitstoot (64%) veroorzaakt door ijzer- en staalproducent ArcelorMittal, een bedrijf dat op milieugebied weliswaar tot de allerbeste in zijn sector behoort, maar door de aard van zijn productieproces nooit CO2-neutraal kan worden. Staalproducten zijn bovendien essentieel voor de aanleg van spoorwegen en de productie


180 2030 autonome energiebesparing door BBT

160 140

VITO studie: niet ETSbedrijven (kton)

120 100 met maximale inzet op grotere energie-efficiëntie

80 60 40 20 2009

2030

2030

van treinstellen, trams, bussen en dergelijke meer die een onvervangbare rol spelen in het verduurzamen van Gent. ArcelorMittal en de andere ETS-bedrijven kunnen en zullen nog een aantal verdere stappen zetten op het gebied van CO2-reductie. De ETS-bedrijven hebben daarover specifieke afspraken met de Vlaamse overheid, waardoor ze buiten het bestek van deze publicatie vallen. Niet-ETS-bedrijven beschikken over een aanzienlijk potentieel om hun CO2-uitstoot gevoelig terug te dringen. VITO berekende dat deze bedrijven, afhankelijk van de sector waarin ze actief zijn, 20 tot 40% energie-efficiënter kunnen worden tegen 2030 en dus ook hun uitstoot evenredig daarmee kunnen reduceren.

CO2N in de praktijk • 93


Wat als Zelf reserveonderdelen fabriceren

? 3D printing zit in de lift Het klinkt als sciencefiction maar het is dat weldra niet meer: gebruiksvoorwerpen of onderdelen die uit de driedimensionale printer rollen, in de 3D-printwinkel op de hoek of misschien zelfs bij u thuis. Naarmate 3D-printers goedkoper en gesofisticeerder worden, moet het reserve-onderdeel van je stofzuiger of sapcentrifuge binnekort niet meer helemaal uit China komen, maar kan het met de juiste soft- en hardware lokaal worden geproduceerd. Dat scheelt een pak transportkilometers en verpakkingskosten. En als reparatie terug betaalbaar en makkelijk wordt, gaan we onze toestellen misschien ook langer gebruiken. De RepRap, een open source 3D-printer, kan een kopie van zichzelf en talloze andere gebruiksvoorwerpen produceren en werkt bovendien met biologisch afbreekbare plastics.


Bedrijven kunnen evolueren naar meer energie-efficiëntie door het toepassen van Best Practices of Best Beschikbare Technieken (BBT). BBT zijn technieken en organisatorische maatregelen die het best scoren op milieugebied, en dat onder technisch en economisch haalbare omstandigheden. Veel bedrijven onderscheiden zich door een eigen, uniek productieproces. Dat betekent dat de manier om energie-efficiënter te produceren en minder uitstoot te veroorzaken ook voor elk bedrijf anders zal zijn. De BBT’s zijn bewezen beschikbare technologieën waarmee ze hun energieactieplan kunnen opbouwen. De studie van VITO en Arcadis houdt voor de periode 20092030 rekening met een gemiddelde groei van de Gentse bedrijven van circa 25% (zoals opgesteld door Federaal Planbureau, ijzer- en staalsector niet meegerekend). Inclusief de groeivertraging door de huidige economische crisis, betekent dat een groei van ongeveer 1% per jaar. De gezamenlijke uitstoot door niet-ETS-bedrijven bedraagt momenteel 158 kton CO2. Die totale uitstoot kan door sector- en bedrijfsspecifieke maatregelen, ondanks de voorziene economische groei, met 20 tot 40% worden teruggebracht tegen 2030. VITO en Arcadis zetten daarbij in op het toepassen van Best Beschikbare Technieken, de bouw van nieuwe installaties en de modernisering of ‘retrofit’ van bestaande installaties, maatregelen die zichzelf snel terugverdienen of enkel beperkte kosten met zich meebrengen. Denk daarbij aan efficiëntere motoren en boilers, het gebruik van WKK, het omschakelen van ketels

CO2N in de praktijk • 95


naar de verbranding van biomassa of biogas, het installeren van (betere) monitoringsystemen enzovoort. In wat volgt, leest u hoe een aantal Gentse bedrijven nu al indrukwekkende resultaten hebben geboekt door hun CO2-uitstoot te reduceren en hoe sommigen werk maken van de ontwikkeling van een volledig energie-autonoom productieproces. Het is slechts een kleine greep uit de vele initiatieven die Gentse bedrijven nemen vanuit een streven naar kostenreductie, vanuit hun wens om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid op te nemen en vanuit hun toekomstgerichtheid: om aan toekomstige normen te beantwoorden en de concurrentie voor te zijn.


Wat als Design geïnspireerd door de natuur

? De mens is sinds een paar duizend jaar druk doende met het ontwerpen van dingen, de natuur is al 3,8 miljard bezig met het ontwerpen van de duurzaamste en meest efficiënte oplossingen. Biologe Janine Benyus vindt het hoog tijd voor biomimicry of biomimetica, een nieuw systeem om dingen te ontwerpen en te verbeteren, waarin de oplossingen zijn geïnspireerd op de research & development uitgevoerd door de natuur. Het oervoorbeeld zijn de velcrostrips, geïnspireerd door de vruchten van (de plant) de klit. Maar biomimicry gaat veel verder dan dat. De mens stoot bijna een ton CO2 uit voor elke ton cement die hij produceert. Cementproductie zorgt wereldwijd voor 6 miljard ton CO2-uitstoot, maar het bedrijf Calera doet net het omgekeerde. Geïnspireerd door de manier waarop koraalriffen zich vormen, bedacht dit bedrijf een procedé dat CO2 opslorpt bij de productie van haar cement. En zo zijn er nog honderden fascinerende voorbeelden, te vinden op www.asknature.org.

CO2N in de praktijk • 97


‘Waarom zit het kruim van de technologische bedrijven allemaal samen in Californië? Omdat clustervorming werkt. In de Gentse haven brengen we dat in de praktijk met onze cluster van bedrijven uit de biogebaseerde economie.’


Gent pioniert in de biogebaseerde economie Professor Wim Soetaert over duurzame, lokale en klimaatneutrale energie en chemie Professor Wim Soetaert werkt met Ghent Bio-Energy Valley (GBEV) aan een alternatief voor onze op fossiele grondstoffen gebaseerde economie. In 2005 stampte Soetaert Ghent Bio-Energy Valley uit de grond, een samenwerkingsverband tussen industrie, universiteit, stad, haven en provincie, om Gent tot het centrum van de biogebaseerde economie in Europa uit te bouwen. De biogebaseerde economie gebruikt hernieuwbare grondstoffen zoals houtpellets, stro, maïskolven om biobrandstoffen, bioplastics, biodetergenten, biosolventen en nog veel meer te maken. Deze groene chemie moet op termijn de petrochemie vervangen. Samenwerking loont ‘Er leefde in 2005 heel wat rond de biogebaseerde economie in het Gentse, maar niemand wist het van mekaar,’ zegt Wim Soetaert. ‘We hadden een organisatie nodig om alle neuzen in dezelfde richting te zetten. De koudwatervees was groot. Bedrijven zaten zacht

CO2N in de praktijk • 99


De site Ghent Bio Valley

uitgedrukt niet te springen om concurrenten van hun plannen op de hoogte te brengen. En de overheid had zeven jaar geleden nog nauwelijks van biobrandstoffen gehoord, we zijn het hen moeten gaan uitleggen.’ Toen de overheid uiteindelijk besloot om de ontwikkeling van biobrandstoffen te ondersteunen, hadden de Gentse collega’s door hun clustering in GBEV al een flinke voorsprong opgebouwd die uiteindelijk het verschil maakte. Nagenoeg alle biobrandstofquota werden aan Gentse partijen toegewezen. ‘Onze vliegende start hadden we nooit kunnen maken als we in verspreide slagorde waren aangetreden. In plaats van veel kleine projectjes konden wij een paar grote projecten met stevige partners naar voor schuiven. De doorslaggevende factoren van ons succes zijn de innovatieve kracht, de schaalgrootte waardoor we veel efficiënter kunnen opereren en de clustering van verschillende bedrijven binnen Ghent Bio-Energy Valley. Vergelijk het met Silicon Valley: waarom zit het kruim van de technologische bedrijven allemaal samen in Californië? Omdat clustervorming werkt. In de Gentse haven brengen we dat in de praktijk met onze cluster van bedrijven uit de biogebaseerde economie.’


Wanneer zal die biogebaseerde economie een feit zijn? De transitie naar biobrandstoffen en bioplastics is geen revolutie, maar een evolutie. ‘Het duurt vele jaren om van een op fossiele grondstoffen gebaseerde economie over te gaan naar een hernieuwbaar systeem. Maar het kantelmoment van petro naar bio ligt al een paar jaar achter ons. Sinds de olieprijs blijvend boven de 100 dollar per vat staat, is de wereld sterk veranderd. Biomassa is nu flink goedkoper dan petroleum als grondstof. De fundamenten zitten goed, het is nu kwestie van nieuwe processen te ontwikkelen en de productie verder op te drijven. Dat kost geld, tijd en moeite, maar het gaat vooruit. De volledige chemische industrie is druk met die transitie bezig, om de eenvoudige reden dat ze heel goed weten dat petroleum steeds duurder zal worden. Net zoals met biobrandstoffen kan het met de bioplastics hard gaan, denk aan de PlantBottle van Coca-Cola die sinds enkele maanden op de markt is. Dat flesje wordt nu al voor 22 % gemaakt uit planten en zal tegen 2015 voor 100% uit biomassa worden gemaakt. Geen toekomstmuziek dus, maar hier en nu.’ ‘Klimaatneutraliteit zonder biogebaseerde economie is een absolute illusie’ De overgang naar een biogebaseerde economie betekent voor ons land een grote stap vooruit op het gebied van energie-onafhankelijkheid. ‘Biobrandstoffen van de tweede generatie worden gemaakt op basis van afval uit land- en bosbouw en op basis van GFT-afval,’ zegt prof.

CO2N in de praktijk • 101


Soetaert. ‘Geheel zelfvoorzienend kunnen we niet worden, daarvoor is Vlaanderen te klein en hebben we te weinig landbouwgrond. Een deel van die biomassa zal dus moeten worden ingevoerd, vooral uit onze buurlanden. Maar daarmee doen we het nog altijd beter dan de petrochemie, die 100% van zijn grondstof moet halen uit verre en onstabiele landen.’

‘Klimaatneutraliteit is een absolute illusie zonder een biogebaseerde economie. Het is naast energiebesparing één van de essentiële hefbomen en dan heb ik het vooral over bioplastics, biodetergenten, biosolventen en biochemicaliën, meer nog dan over de biobrandstoffen.’ Gent Klimaatneutraal is voor Wim Soetaert dus allesbehalve verre toekomstmuziek of een vage droom. ‘We zijn in Gent bijzonder goed geplaatst om die doelstelling te halen. Niet alleen omdat hier de uitgesproken wil leeft om ze te realiseren, maar ook omdat we een voorsprong hebben op heel wat andere regio’s. De trein is hier al vertrokken, terwijl hij elders nog op de rails moet worden gezet. Klimaatneutraliteit is een absolute


illusie zonder een biogebaseerde economie. Het is naast energiebesparing één van de essentiële hefbomen en dan heb ik het vooral over bioplastics, biodetergenten, biosolventen en biochemicaliën, meer nog dan over de biobrandstoffen. Hoe je het ook draait of keert, chemische stoffen en materialen zullen we altijd nodig hebben en het komt er nu op aan de switch te maken van fossiele naar hernieuwbare grondstoffen. Voor energie-opwekking zijn er hernieuwbare alternatieven zoals wind- en zonneenergie. Voor de chemie is er geen alternatief: de chemie van de toekomst is biogebaseerd.’ Professor Soetaert staat wat sceptisch tegenover het Klimaatverbond. ‘Naar mijn gevoel wordt het initiatief op dit moment vooral gedragen door de beleidsvoerders van Gent. De bevolking zit nog in de ontdekkingsfase, ik zou zelfs durven zeggen in het romantische of geitenwollensokkenstadium. Je krijgt geen klimaatneutraliteit door wat biogroenten te kopen in de winkel en verder alles te laten zoals het is. De tijd van handelen is aangebroken. We moeten iedereen meekrijgen en de handen vuil durven maken: we moeten beton gieten, windturbines bouwen, straten opbreken, keuzes maken en onpopulaire maatregelen durven nemen. Echt tot concreet handelen overgaan, dat zal moeite kosten. Maar het is onvermijdelijk.’ www.gbev.org

CO2N in de praktijk • 103


‘In 2010 hebben we een grote stap voorwaarts gezet met de indienstname van een installatie om het convertorgas van de staalfabriek te recupereren, een investering van 38 miljoen euro. Het energierijke convertorgas wordt nu opgevangen en nuttig hergebruikt.’


Werken aan duurzame staalproductie ArcelorMittal Gent staat aan de wereldtop van energieefficiëntie Ronald Mortier, general manager van de milieudienst van Arcelor, is trots op de prestaties van het bedrijf. ‘We beperken onze emissies door energie-efficiënt te werken. ArcelorMittal Gent is een geïntegreerd bedrijf waarbij de productiestappen naadloos op elkaar aansluiten met minimale tussentransporten, minimale energieverliezen en maximale materiaalrendementen. ArcelorMittal Gent heeft zijn prestaties op het vlak van energie-efficiëntie in het verleden steeds verder geoptimaliseerd en is in 2003 vrijwillig toegetreden tot het Benchmarkconvenant over energie-efficiëntie in de industrie van de Vlaamse overheid. We verbonden ons ertoe om tot de wereldtop te behoren op het vlak van efficiënt energieverbruik en zijn daar ook in geslaagd.’ Staal produceren zonder CO2 is een utopie, stelt Mortier. ‘74% van de totale CO2-emissies zijn te wijten aan het hoogovenproces en dus onvermijdelijk. Ze zijn het gevolg van de chemische reacties in de hoogovens.’ Arcelor maakt ook werk van het hergebruik van

CO2N in de praktijk • 105


energie, stipt Mortier aan. ‘In 2010 hebben we een grote stap voorwaarts gezet met de indienstname van een installatie om het convertorgas van de staalfabriek te recupereren, een investering van 38 miljoen euro. Het energierijke convertorgas werd vroeger afgefakkeld maar wordt nu opgevangen en nuttig hergebruikt. Een deel ervan gebruiken we als brandstof ter vervanging van aardgas. Een ander deel gaat naar de nabijgelegen elektriciteitscentrale van Electrabel. De investering leverde een energiebesparing op van ongeveer 0,7 GJ per ton vloeibaar staal. Dat komt overeen met een vermindering van 4% op het totale energieverbruik van ons bedrijf. In datzelfde jaar nam Electrabel een nieuwe elektriciteitscentrale in dienst, die het hoogovengas en


convertorgas dat wij aanleveren, omzet in elektriciteit. De nieuwe centrale is ultramodern en haalt een mooi rendement.’ De stappen die ArcelorMittal gezet heeft op het gebied van energiebesparing en verminderde uitstoot, worden ingegeven door ecologische en economische overwegingen, zegt Mortier. ‘Op maatschappelijk vlak worden we geconfronteerd met het broeikaseffect en de problematiek van klimaatverandering. Beide hebben rechtstreeks te maken met het energieverbruik. Op bedrijfsniveau maken energiekosten 25% tot 30% uit van de totale productiekost per ton staal. Omdat energie steeds duurder wordt, brengen energiebesparingen steeds meer op. We willen ons engageren om ons staal zo energiezuinig mogelijk te produceren.

Door verregaande ingrepen is staalproducent ArcelorMittal Gent erin geslaagd om op 30 jaar tijd maar liefst 30% minder energie te gaan gebruiken.

In 30 jaar tijd zijn we erin geslaagd om ons energieverbruik per ton geproduceerd staal met ongeveer één derde te verminderen. Waar we in 1980 nog meer dan 25 GJ aan energie nodig hadden om 1 ton warmgewalste staalrol te produceren, deden we dat in 2011 met nog geen 17 GJ.’ De staalproducent maakt voorts ook werk van recyclage: momenteel bestaat het eindproduct uit ongeveer 15% gerecycleerd schroot en een nieuwe investering van 33 miljoen in 2013 zal ertoe leiden dat dit percentage nog

CO2N in de praktijk • 107


verder oploopt. Wat brengt de toekomst nog? Ronald Mortier: ‘De ArcelorMittal-groep leidt een consortium van verschillende bedrijven en onderzoeksinstellingen in het kader van het ULCOS-project (Ultra Low CO2 Steelmaking). Dit project beoogt een sterke daling van de CO2-emissies door onder meer het hoogovenproces drastisch te wijzigen. Bij een traditioneel hoogovenproces worden ijzererts en cokes bovenaan de hoogoven geladen en wordt onderaan de hoogoven hete lucht geïnjecteerd. Die hete lucht reageert met de aanwezige cokes in de hoogoven en vormt een reductiegas. Dat is nodig om de zuurstof te verwijderen die in ijzererts aanwezig is. Tegelijk wordt de nodige warmte geproduceerd om het ijzererts af te smelten. Zo ontstaat vloeibaar ruwijzer. Tijdens het hoogovenproces ontstaat een grote hoeveelheid hoogovengas, dat behalve CO en CO2 ook andere elementen bevat, zoals stikstof. Bij het klassieke hoogovenproces wordt dit gas gebruikt als brandstof. Het is de bedoeling om de CO uit het hoogovengas te injecteren in de hoogoven en het dus als reductiemiddel in te zetten. Dit noemen we topgasrecuperatie, waarbij het de bedoeling is om de CO2uitstoot sterk te verminderen. Dit project moet nog op industriële schaal uitgetest worden en zal bijzonder veel financiële middelen vergen. Als het lukt, zal de volgende generatie hoogovens hiervan gebruik maken.’


Wat als Schepen aan de kabel

? Vervoer per zeeschip is vele keren energie-efficiënter dan per vrachtwagen, maar een van de problemen met schepen is dat ze ook uitstoot produceren als ze in de haven liggen. De haven van Gent heeft daar wat op gevonden. Als een schip in de haven ligt, blijft het autonoom zichzelf van energie voorzien met zijn dieselmotoren. Dat wordt vanaf 2014 stilaan verleden tijd in Gent. De Deense rederij DFDS Seaways, goed voor ongeveer 10% van het aantal zeeschepen dat de Gentse haven aandoet, zal tegen die tijd zijn schepen aanpassen om ze op walstroom aan te sluiten. Het Havenbedrijf zorgt ervoor dat de stroomvoorzieningen aan de kaaien er komen. DFDS-klant VOLVO group Belgium en de Europese commissie steunen het project. DFDS Seaways, een transportreus met 50 vracht- en passagiersschepen, levert overigens gelijkaardige inspanningen in de havens van Immingham (GB) en Göteborg (Zweden). De winst voor het milieu is drievoudig: de schepen veroorzaken minder schadelijke uitstoot, de geluidshinder van de dieselmotoren wordt aan banden gelegd en energie wordt efficiënter gebruikt.

CO2N in de praktijk • 109


‘Als je grote investeringen wilt doen, moet je goed plannen. Research kost ook tijd. In feite is 2020 helemaal niet zo ver weg voor ons.’


Duurzame chemie in de haven Het chemiebedrijf Taminco gaat voor ambitieuze doelstellingen tegen 2020 Taminco is een Belgisch chemiebedrijf dat basisproducten voor de chemie vervaardigt en afgeleide producten. Ze worden doorverkocht aan andere chemische bedrijven en onder andere gebruikt in de landbouw, in veevoer, huishoudelijke en persoonlijke verzorgingsproducten en bij waterbehandeling. Taminco heeft zich ambitieuze doelstellingen opgelegd om het energiegebruik, de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, de uitstoot en de afvalberg te reduceren. Environmental Manager Sarah Van Caillie legt uit: ‘Voor onze ganse groep hebben we duidelijk omschreven doelstellingen tegen 2020, onder andere ook om via innovatie werk te maken van het gebruik van hernieuwbare grondstoffen. We willen ook in de toekomst een duurzaam bedrijf en partner blijven voor al onze stakeholders. Dat zijn niet enkel onze klanten maar ook onze medewerkers, het milieu en de maatschappij in zijn geheel. Concreet wil Taminco tegen 2020 al 20% van de solventen door groene alternatieven vervangen, 25% minder CO2 en NOX uitstoten en 50% minder andere broeikasgassen.

CO2N in de praktijk • 111


Het waterverbruik zal tegen 2020 met 25% afnemen, het afvalwater zal 50% minder stikstof en oxideerbaar materiaal bevatten en het afval zal met 50% afnemen, onder andere door de revalorisatie van de afvalstromen. Zeven jaar vooruitdenken is in de chemiebranche geen overbodige luxe, zegt de Environmental Manager. ‘Wij leggen het bedrijf maar om de vier à vijf jaar stil, dus als je grote investeringen wilt doen, moet je goed plannen. Research kost ook tijd. In feite is 2020 helemaal niet zo ver weg voor ons.’

Concreet wil Taminco tegen 2020 al 20% van de solventen door groene alternatieven vervangen, 25% minder CO2 en NOX uitstoten en 50% minder andere broeikasgassen

Via debatten en werkgroepen betrekt Taminco het personeel actief bij het streven naar duurzaamheid en de zoektocht naar de rol die een chemisch bedrijf in de toekomst kan spelen. Ook de aandacht voor duurzaam transport en duurzame mobiliteit neemt toe. ‘We hebben bijvoorbeeld een werkgroep mobiliteit opgericht die tot doel heeft duurzaam woon/werk verkeer te stimuleren. Uit een bevraging blijkt dat ondertussen 20% van ons personeel met de fiets komt, terwijl het gemiddelde in de haven maar op 8% ligt. Om onze fietsers een hart onder de riem te steken hebben we trouwens geïnvesteerd in een volledig nieuwe en beveiligde fietsenstalling.


Industrie na 2030 Duurzaamheid en relokalisering worden de sleutelwoorden van ondernemen in de toekomst. Dichtbij de consument produceren zorgt voor werk in eigen regio, minder transport, minder energieverbruik en dus minder uitstoot. De trend van globalisering wordt tegen 2030 omgebogen in een trend naar lokalisering. De trend van het uitputten van de aarde door een wegwerpmaatschappij, wordt omgebogen in de richting van een circulaire economie, waarin afval opnieuw als grondstof fungeert. Producten worden anders gemaakt en anders geconsumeerd. We denken aan materiaalkringlopen, duurzaam ontwerpen, ontwerpen naar het voorbeeld van de natuur in een eindeloze kringloop. We zien ook een shift van eigenaarschap (van auto’s bijvoorbeeld) naar diensten (beter openbaar vervoer en deelauto’s).

hoofdstuk • 113


Mobiliteit Decennialang heeft de stad gepoogd om de auto in de stad in goede banen te leiden. Door de beperkte ruimte en het toenemend aantal auto’s was dat een hopeloze zaak. Met het eerste Mobiliteitsplan in 1996 begon de ommekeer. Het bleek mogelijk om een groot deel van het centrum autovrij te maken. Handel, toerisme en veiligheid zijn er wel bij gevaren. Gent inspireerde veel andere Europese steden en maakt zich nu op voor de volgende stap. Voertuigen die op fossiele brandstoffen rijden, zijn verantwoordelijk voor 15,2 % van de luchtverontreiniging in Gent. Personenwagens, bestelwagens en vrachtwagens in de toekomst laten overschakelen op elektriciteit lost het probleem van de uitstoot op, maar biedt geen oplossing voor het mobiliteitsvraagstuk. Elektrisch aangedreven in de file staan is niet echt efficiÍnter dan op diesel. De toekomst van de mobiliteit in Gent wordt onder andere vormgegeven door de mobiliteitsarena en het Mobiliteitsbedrijf van Stad Gent. In de mobiliteitsarena zijn mensen vertegenwoordigd uit het Gentse bedrijfsleven, het onderwijs, het middenveld, naast bewoners en studenten. De mobiliteitsarena kwam al snel tot de conclusie dat het huidige mobiliteitssysteem niet


duurzaam is. De oplossing bestaat er volgens de arena in om sterk in te zetten op de verwevenheid van diensten en functies, om zo het aantal verplaatsingen sterk te reduceren. In de mobiliteitsarena groeit een breed gedragen visie op de mobiliteit van de toekomst, die via zogenaamde icoonprojecten wordt uitgetest.

Wat als Hybride vrachtwagens

? Trolleytrucks: de missing link tussen spoor en dieseltruck Elektrisch transport komt moeilijk van de grond door de kip-en-ei-kwestie: zolang er weinig laadinfrastructuur is, rijden er weinig elektrische voertuigen. En omgekeerd. Siemens denkt out of the box met het pilootproject eHighway. Daarbij worden de buitenste rijvakken van snelwegen uitgerust met een elektrische bovenleiding, die hybride elektrotrucks met stroom voedt zoals treinen, trams en trolleybussen. Op punten waar er geen bovenleiding is voorzien, doen de trucks eenvoudigweg beroep op hun dieselmotor.

CO2N in de praktijk • 115


Een van de ideeën die naar voor kwam, is inzetten op buurtparkings. Een eigen auto voor de deur gold lang als een voorbeeld van comfort, vrijheid en een toonbeeld van maatschappelijke status. Door de vele auto’s in de stad zijn het comfort en de vrijheid er sterk op achteruit gegaan, zoals iedereen weet die dagelijks in de file staat of weer eens straat na straat moet rondrijden op zoek naar een parkeerplaats. Als we het idee van de auto voor de deur laten varen en kiezen voor buurtparkings, waar de auto’s een veilig onderkomen vinden, komt er heel wat ruimte vrij. Zo ontstaat de kans om straten verkeersvrij of autoluw te maken en de vrijgekomen parkeerplaatsen in te palmen met grotere voetpaden en betere fietspaden. In deze autovrije leefstraten is de lucht zuiverder en spelen kinderen weer op straat. Winkels en eetgelegenheden floreren er. De wijk krijgt terug een ziel. De Schoolstraat is een ander proefproject van de mobiliteitsarena. De arena had de wens nog maar net geformuleerd toen bleek dat in de stad het idee bij anderen ook leefde. Begin november 2012 werden de Gentse Onderstraat en de Wondelgemse Vinkeslagstraat omgedoopt tot schoolstraat. Dat betekent dat autoverkeer


er niet is toegelaten een halfuur voor de start van de schooldag en een halfuur na het einde. Dat moet de veiligheid van fietsers en voetgangers verzekeren. De auto vaker laten staan en frequenter kiezen voor de fiets zal alleen maar lukken als we nog in onze dagelijkse behoeften kunnen voorzien, zoals boodschappen doen. Het icoonproject Winkelen 2.0 haakt daarop in. Het concept borduurt voort op de thuisleverservice die heel wat supermarkten en handelaars nu al bieden. Stel je voor dat je met een aantal gezinnen uit de straat of met enkele collega’s op het werk afspreekt om niet elk apart met je auto naar de winkel te rijden. Supermarkten zullen er wellicht oren naar hebben en een grotere korting geven. Of ze voorzien afhaalpunten in de buurt, koelkast en diepvries incluis.

De oplossing bestaat er volgens de arena in om sterk in te zetten op de verwevenheid van diensten en functies, om zo het aantal verplaatsingen sterk te reduceren.

Minder auto’s in de stad betekent dat er een alternatief moet zijn voor stedelijke mobiliteit. Daar kan Stad Gent toe bijdragen, door in onderhandelingen met De Lijn te zorgen voor meer, frequentere en betere trams en (trolley)bussen, die ook de ruime regio rond Gent bedienen. Want ook voor mensen van buiten Gent moet de stad bereikbaar blijven, zonder verstikt te worden door uitlaatgassen.

CO2N in de praktijk • 117


‘De Gentenaar weet ondertussen hoeveel voordelen het oplevert als je de auto’s uit de straten weg krijgt, ook omdat we inzetten op alternatieven zoals meer en beter openbaar vervoer en fietsvriendelijkheid.’


‘We hebben al bewezen dat het onmogelijke mogelijk is’ Tim Scheirs over duurzame mobiliteit in Gent In de jaren negentig was Stad Gent een pionier op het gebied van mobiliteit, met wat destijds het grootste autoluwe stadscentrum van Europa was. Het uitgangspunt was toen niet zozeer klimaatneutraliteit, maar de leefbaarheid en de verkeersveiligheid in het middeleeuwse centrum te herstellen. ‘Maar in het mobiliteitsplan van de toekomst zal klimaatneutraliteit wel bovenaan worden geplaatst,’ zegt Tim Scheirs van het Mobiliteitsbedrijf Gent. Hoe ziet de toekomst van de mobiliteit in Gent eruit? ‘De voetgangerszone is een verworven recht en in de toekomst is een uitbreiding zeker bespreekbaar. De Gentenaar weet ondertussen hoeveel voordelen het oplevert als je de auto’s uit de straten weg krijgt, ook omdat we inzetten op alternatieven zoals meer en beter openbaar vervoer en fietsvriendelijkheid. Dat is allemaal nog niet perfect: er moeten nog een aantal knelpunten worden opgelost.’ Welke stem heeft de Gentenaar in de mobiliteit van de toekomst? ‘In de transitie-arena mobiliteit hebben we een goede mix van mensen met verschillende meningen, zeker niet alleen de fervente bakfietsers,’ zegt Tim.

CO2N in de praktijk • 119


‘Maar wat blijkt? Als je mensen vraagt om na te denken over mobiliteit met als tijdshorizon 2050, beseft ook de grootste autofan dat we het laatste hoofdstuk van individueel autobezit aan het schrijven zijn. Iedereen beseft dat we nu moeten anticiperen op een andere toekomst voor onze kleinkinderen. Maar ook ikzelf ben er nu nog niet aan toe om de auto helemaal af te zweren.’ Wat is de grootste hinderpaal om te evolueren naar

‘Als je mensen vraagt om na te denken over mobiliteit met als tijdshorizon 2050, beseft ook de grootste autofan dat we het laatste hoofdstuk van individueel autobezit aan het schrijven zijn.’ een andere mobiliteit? ‘Het feit dat het voorlopig nog mogelijk is om je mobiliteitsgedrag vol te houden,’ zegt Tim Scheirs. ‘Brandstof wordt steeds duurder, maar dat gebeurt geleidelijk. Mensen klagen over een tekort aan parkeerplaatsen, maar ze vinden uiteindelijk altijd wel een plaatsje. Sommige goede maatregelen brengen nieuwe problemen met zich mee. Als de Stad bewoners verplicht om een parkeerplaats te voorzien bij nieuwbouw, kunnen ze die, als ze geen auto hebben, verhuren aan pendelaars van buiten Gent en blijft de mobiliteitsdruk bestaan.’ ‘Het grotere probleem achter dat laatste fenomeen is de sterke auto-afhankelijkheid van mensen uit de Gentse


rand. Dat kan je in feite alleen oplossen door beslissingen te nemen als stadsregio en niet als individuele stad. Het mobiliteitsprobleem houdt immers niet op aan de stadsgrenzen. In een stad als het Franse Lille worden de beslissingen over openbaar vervoer bijvoorbeeld wél op het juiste niveau genomen.’ Ondanks zulke serieuze knelpunten blijft Tim optimistisch over de toekomst. ‘Door de auto uit het historisch centrum te bannen, hebben we al bewezen dat het onmogelijke mogelijk is,’ vindt hij. Wat stelt Tim zich precies voor bij het concept Gent Klimaatneutraal 2050? ‘Ik ben iets te pragmatisch om me daar het paradijs bij in te beelden, maar als beleidsdoelstelling vind ik het zeker goed. Of het een realistische doelstelling is, doet er niet toe. Het is belangrijk dat het een richting aangeeft en een zeker ambitieniveau. Kunnen we het halen, zoveel te beter.’

CO2N in de praktijk • 121


Wat als Carpooling for cargo

? Tri-Vizor Vrachtwagens in de EU rijden allesbehalve efficiĂŤnt. Ze zijn gemiddeld slechts voor 57% volgeladen en 24% rijdt helemaal leeg rond. Het Belgische Tri-Vizor zoekt en vindt bundelingsmogelijkheden tussen verschillende logistieke bedrijven. Het resultaat: volle vrachtwagens, meer transportoplossingen via binnenvaart en spoor, meer efficiĂŤntie, lagere kosten en minder uitstoot.


Verkeer en vervoer na 2030 In 2050 spelen de kinderen weer op straat. De leefstraten waaruit de wijken zijn opgebouwd, vormen autoluwe netwerken rond centrale (speel)pleinen en open plekken. De Gentenaars geraken waar ze moeten zijn dankzij een sterk uitgebouwd collectief vervoer, met de fiets of via autodeelsystemen en alternatieve vervoersmiddelen. De meeste mensen hebben geen eigen auto meer nodig en het aantal auto’s is dan ook fors gedaald. Een auto voor de deur is verleden tijd, tenzij voor laden en lossen. De (deel)auto’s worden geparkeerd in de buurtparking. De straten worden terug aan de mensen gegeven, koning auto is koning af. We kopen en verbruiken veel meer in buurtwinkels of laten onze boodschappen leveren op een afhaalpunt in de buurt. Dankzij de vele decentrale werkplekken zijn er nog maar weinig mensen die zich ver moeten verplaatsen om te gaan werken. De goederen die in Gent geleverd worden, worden vervoerd met elektrische bestelwagens en cargofietsen of zelfs per boot langs de vele waterwegen.

hoofdstuk • 123


Tertiaire sector Als we spreken over de tertiaire sector, hebben we het over kantoorgebouwen, zorg- en onderwijsinstellingen, handelspanden, hotels, cafĂŠs en restaurants. Een heel belangrijke en diverse sector, met een gestaag groeiend patrimonium. VITO verwacht in de zorg- en welzijnssector bijvoorbeeld een toename van 14% vloeroppervlakte tegen 2030 (ten opzichte van 2009). In de kantoorsector zal de vloeroppervlakte in dezelfde periode naar verwachting met 13% toenemen, in het onderwijs met 7%. De rest

300

CO2 uitstoot in 2009 van tertiaire sector in Gent

VITO studie: directe CO2 in 2030 (kton)

250

Stel: extra inspanningen worden gedaan om verder te isoleren

200 150 100 50 0

2009

2030 Stel: sector isoleert zijn gebouw aan het huidige tempo

2030

2030 Stel: de overgebleven energievraag wordt ingevuld door hernieuwbare energie


van de tertiaire sector, handel en horeca dus, zullen hun vloeroppervlak met gemiddeld 10% zien toenemen. Hoe slagen we erin om het energieverbruik en de CO2-uitstoot te doen afnemen terwijl de te verwarmen en te koelen ruimtes groter in oppervlakte worden? De strategie om dat te bewerkstelligen loopt in grote lijnen gelijk met die van de huishoudens: in eerste instantie de vraag naar warmte en koeling verminderen door maximaal te isoleren, energie-efficiëntie te verhogen en ongewenste verliezen in te dijken. Ook wat betreft nieuwbouw is het (voor een stuk) een gelijkaardig verhaal. Nieuwe kantoren en scholen zullen net als nieuwbouwwoningen vanaf 2021 bijna-nulenergiegebouwen worden. Wat deze gebouwen betreft, komt het door de verstrengde normen als het ware vanzelf goed met het energieverbruik. We kunnen ons dus volop concentreren op de renovatie van de bestaande bebouwing. Voor de andere tertiaire bestemmingen is het vooralsnog onduidelijk hoe streng de toekomstige wetgeving precies zal worden en blijft duurzame nieuwbouw een aandachtspunt. Terwijl de nood aan goede isolatie en energie-efficiëntie even groot is voor de tertiaire sector als voor huishoudens, zijn er ook enkele belangrijke verschillen. Kantoor- en zakelijke ruimte en scholen wekken intern meestal meer warmte op door verlichting, ICT, kopieermachines en het grotere aantal mensen dat in de gebouwen aanwezig is. De behoefte aan koeling doet zich daardoor sneller voor

CO2N in de praktijk • 125


Wat als Duurzame aquacultuur

? Aquacultuur vormt tegenwoordig vaak eerder een bedreiging voor de natuur dan een oplossing voor de leeggeviste en vervuilde zeeën. Maar het kan ook anders. Idealiter vormt aquacultuur een volledig ecosysteem op zichzelf, waarbij de kwekerij de natuur zoveel mogelijk imiteert. We spreken dan niet langer van de monocultuur die nu kenmerkend is voor de meest viskwekerijen, maar van de geïntegreerde kweek van vis, planten en planteneters. Dat is de visie achter de Integrated Multi-Thropic Aquaculture van de Canadese bioloog Thierry Chopin. Bij IMTA worden de afvalstoffen die de kweekvissen produceren gebruikt om zeewier te kweken, dat op zijn beurt wordt geoogst om visvoer te produceren. Mosselen zuiveren het water in deze door de natuur geïnspireerde kringloop. Per soort is het rendement van IMTA kleiner dan in monocultuur, maar het systeem zorgt wel voor gratis visvoer, de duurzame kweek van vis en mosselen en het vermijden van ongewenste impact op het milieu.


dan in andere gebouwen. Wanneer de gebouwschil en de warmteverliezen goed worden aangepakt en het verbruik door verwarming, ventilatie en airconditioning aan banden wordt gelegd, kan de tertiaire sector een bijkomende emissiereductie van maar liefst 63% realiseren. Hoe kan de tertiaire sector efficiĂŤnter omspringen met energie? Grote gebouwen zoals ziekenhuizen, scholen en kantoren kunnen erg gevoelig zijn voor zonnewarmte. In koudere periodes is dat een plus: de instraling van de zonnewarmte door de ramen zorgt ervoor dat er minder brandstof verbruikt moet worden om de gebouwen te verwarmen. De keerzijde van de medaille is dat in warmere periodes de zonnestralen de gebouwen dreigen te oververhitten, waardoor de airco voor de noodzakelijke koeling moet zorgen. De oplossing hiervoor zit in het installeren van regelbare buitenzonnewering, die de zonnewarmte indien nodig buiten houdt en waar nodig zijn gratis verwarmende werk laat doen. In de tertiaire sector gaat ook nog veel energie nodeloos verloren, met name via de openstaande deuren van winkelpanden, nietdaglichtgestuurde verlichting en toestellen die de klok rond in sluimertoestand blijven staan. Allemaal vormen van energieverspilling waar met bestaande technieken veel aan te verbeteren valt. Wanneer de energievraag afneemt door betere isolatie, minder verspilling en dankzij slimme zonnewering, is het tijd voor de volgende stap: hernieuwbare bronnen

CO2N in de praktijk • 127


gebruiken voor verwarming en koeling. Vanwege de grotere behoefte aan koeling in de zomer en verwarming in de winter, heeft de tertiaire sector er alle belang bij om te kiezen voor warmtepompen. Warmtepompen kunnen door veel bronnen worden gevoed: energie uit de bodem, warmteterugwinning op de ventilatielucht of warm afvalwater, de lucht, en dergelijke meer. Sommige systemen hebben het voordeel slim met energie om te springen zoals bijvoorbeeld een warmtepomp gevoed door de bodem. Die kunnen de koelte tijdens de winter in de bodem opslaan en tijdens de zomer gebruiken. Omgekeerd kunnen ze de zomerwarmte opslaan en tijdens de winter gebruiken. Vanwege de grootschaligheid van de gebouwen in deze sector (in vergelijking met woningen) en het frequente gebruik van luchtbehandelingssystemen, zijn er ook heel wat mogelijkheden op het gebied van warmteterugwinnig (WTW). Door warmte te recupereren uit te verversen lucht kan je aanzienlijke winsten boeken voor het milieu en je budget. Ook het terugwinnen van warmte uit afvalwater in gebouwen met een grote behoefte aan sanitair warm water, zoals ziekenhuizen, kan mogelijk zeer rendabel zijn. Deze systemen laten zich ook combineren met zonneboilers. Tenslotte loont het ook altijd de moeite om uit te kijken naar lokale samenwerkingsverbanden. Een schoolvoorbeeld daarvan is hoe de stoom geproduceerd door de IVAGOverbrandingsoven gebruikt wordt om het UZ Gent mee te verwarmen.


Wat als Verwarm de winkel, niet de straat

? Net als in Gent en alle grote winkelsteden kampt Amsterdam met een probleem: veel winkels kiezen voor een opendeurenbeleid, ook in herfst en winter, in de hoop zo meer klanten over de vloer te krijgen. Om toch nog voor een aangename temperatuur in de winkel te zorgen, worden bij de ingang warmeluchtblazers geĂŻnstalleerd, die als een soort luchtgordijn functioneren, waarbij heel wat energie zomaar naar buiten vliegt. Een proefproject in Amsterdam bewijst dat het ook anders kan. Het installeren van een automatische schuifdeur met automatisch luchtgordijn schroefde de energiekosten voor verwarming met maar liefst 43% terug. Het luchtgordijn blaast dan namelijk alleen maar warme lucht als er een klant binnen- of buitengaat en er gaat veel minder warmte verloren.

CO2N in de praktijk • 129


Elektriciteitsverbruik Ook in de tertiaire sector is het nuttig om te kiezen voor energie-efficiĂŤnte toestellen en sluipverbruik zo veel mogelijk te vermijden. Kantoren, scholen, handelszaken en ziekenhuizen die een gunstig georiĂŤnteerd dak hebben, kunnen hun stroomfactuur doen zakken door zelf stroom te produceren met PV-panelen. Specifiek voor deze sector is dat er veel geld wordt uitgegeven aan verlichting. Op deze kostenpost vallen door middel van de juiste ingrepen nochtans heel wat besparingen te realiseren. De term die hiervoor gebruikt wordt is relighting: het renoveren van bestaande verlichting door zuinige, goed geplaatste armaturen met (bij voorkeur) LED-lampen. Die gebruiken een fractie van de energie van conventionele spaarlampen en gaan vele jaren lang mee. Maar waarom het licht laten branden als het niet nodig is? In combinatie met lichtsensoren bestaat de mogelijkheid om lampen waar mogelijk te doven en zo nog meer energie en geld te besparen. De cijfers van VITO zijn zonneklaar. Wanneer je in een bestaand gebouw kiest voor relighting, liggen de kosten van die investering lager dan wat je anders zou uitgeven aan stroomverbruik.


Tertiaire sector: handel en diensten na 2030 Van grote energieslokop uit het verleden evolueert de tertiaire sector naar een zo goed als energetisch zelfvoorzienende sector. De gebouwen zijn rond 2050 prima geĂŻsoleerd. Passieve zonnewering reduceert het gebruik van airco en ventilatie. De warmte vliegt ook niet langer met de geventileerde lucht naar buiten. Scholen, winkels en kantoor- en zakelijke ruimtes maken handig gebruik van warmteterugwinning uit ventilatielucht. Sporthallen en de zorgsector recupereren de warmte uit warm afvalwater en het gebruik van warmtepompen, zonneboilers, PV-panelen en zuinige verlichting en toestellen is algemeen.

hoofdstuk • 131


Landbouw Door het oprukken van de steden en de intensivering van de landbouw is er een strikte scheiding ontstaan tussen de productie en de consumptie van voedsel. Het is een model dat leeft bij gratie van fossiele brandstoffen voor landbouwmachines, kunstmest en het transport van voedsel, soms over honderden tot duizenden kilometers. Een allesbehalve duurzaam model met wereldwijd een grote impact op het klimaat. De CO2-uitstoot van landbouw op het grondgebied Gent is zo goed als nul. Dat kan ook niet anders, want er is nauwelijks landbouw. En toch zijn er al prille initiatieven die daarin verandering pogen te brengen en de weg tonen naar een CO2-neutrale landbouw. Volkstuintjes kennen de laatste jaren een tweede adem. De gepensioneerde tuinders die er de dienst uitmaakten, hebben het gezelschap gekregen van jonge gezinnen. Op verschillende plekken in Gent schieten initiatieven rond stadslandbouw uit de grond, waar jong en oud middenin de stad groenten en fruit kweekt voor eigen gebruik. Alhoewel deze kleinschalige vormen van landbouw geen hele stad kunnen voeden, wijzen ze de richting aan van een landbouw en een voedingspatroon dat gebaseerd is op lokaal geteeld seizoensvoedsel, dat zonder veel transportkilometers en onverpakt in de voorraadkast belandt.


Landbouw en consumptie kunnen in de komende jaren terug dichter bij mekaar komen. Dat kan door de boeren rondom Gent aan te moedigen hun productie beter af te stemmen op de stedelijke bevolking, de stadsbewoners bewust te maken van gezonde seizoensproducten en ervoor te zorgen dat de plaatselijke boeren een eerlijke prijs krijgen voor hun voedsel. Ook die trend is nu al zichtbaar. Biologische groentenabonnementen winnen al vele jaren aan populariteit in Gent en ook steeds meer voedselteams zien het levenslicht. Dat zijn groepen van mensen uit dezelfde buurt die samenwerken voor de rechtstreekse aankoop van streek- en seizoensgebonden biologische groenten en fruit, van hoevezuivel en hoevevlees, brood en bloem. Wekelijks worden die producten in een centraal wijkdepot geleverd. Consumenten kunnen er ook voor zorgen dat de bestaande winkels hun voedingsaanbod verduurzamen. Via carrot mobs kunnen de Gentenaars ertoe bijdragen dat winkels kiezen voor producten van bij ons in plaats van voor boontjes uit Kenia en tomaten uit Spanje. Ook de duurder wordende fossiele brandstoffen zullen daar uiteindelijk toe leiden. Een ander initiatief dat de richting van de toekomst aangeeft, is Donderdag Veggiedag, een engagement dat Gent in mei 2009 als eerste stad ter wereld heeft ondersteund en omarmd. Dat deed de stad in de wetenschap dat veeteelt verantwoordelijk is voor 18% van de wereldwijde broeikasgasuitstoot. De veeteelt en

CO2N in de praktijk • 133


broeikasgasproblematiek is een probleem dat Gent ver overstijgt. Veeteelt vergt veel landbouwgrond voor weiden en voedselgewassen. Twee derde van alle landbouwgrond ter wereld wordt gebruikt als weiland voor grazende dieren of voor de teelt van veevoer. Wie kiest voor meer plantaardige voeding, zonder de omweg van het vlees, palmt dus veel minder landbouwoppervlakte in om in zijn of haar behoefte aan voedingsstoffen te voldoen. Een initiatief als Donderdag Veggiedag draagt daar toe bij. Door één dag in de week geen vlees te eten, kan je de negatieve gevolgen van je vleesconsumptie op het klimaat onmiddellijk met een zevende verminderen. Uit onderzoek blijkt dat de Gentenaars veel meer dan de rest van Vlaanderen deze gedachte hebben omarmd. Bijna 1 Gentenaar op 5 eet minstens één dag per week geen vlees of vis meer, vooral op donderdag. Ze doen dat volgens de enquête van onderzoeksbureau iVox uit gezondheidsoverwegingen (48%), uit bezorgdheid voor het milieu en de klimaatverandering (44%), omdat ze het lekker vinden (40%) en uit culinaire nieuwsgierigheid (35%). Veertig procent van de Gentenaars eet soms veggie op restaurant. Niet toevallig is Gent volgens EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief) ook de meest veggie-vriendelijke stad van Vlaanderen, met twaalf vegetarische restaurants: het meeste vegetarische restaurants per duizend inwoners.


Landbouw na 2030 Aan het begin van de eenentwintigste eeuw was landbouw de grootste driver achter het verlies van biodiversiteit en de belangrijkste oorzaak van de degradatie van ecosystemen. In de tweede helft van de eenentwintigste eeuw is landbouw (terug) een voedselproductiesysteem dat in harmonie werkt met de plaatselijke ecosystemen en dat ervoor zorgt dat de biodiversiteit toeneemt. Landbouw wordt minder invasief en minder energie-intensief. Via stadslandbouw komt de landbouw terug dicht bij de Gentenaars te staan. We eten terug de producten van het seizoen, die we zelf oogsten of die via milieuvriendelijk transport tot in de wijk worden gebracht. Er werken terug meer mensen in de landbouw en ze kunnen er goed van leven. Met community supported agriculture delen een groot aantal stadsbewoners in de risico’s die de boer neemt en plukken ze gezamenlijk de vruchten van zijn oogst.

hoofdstuk • 135


Blauwe kraanhoofdstuk Dok Noord • 137


Tot voor een paar jaar was de blauwe kraan nog een verroest relict van vervlogen industriĂŤle activiteit. Vandaag is ze het trotse icoon van Dok Noord, de start van het stadsvernieuwingsproject Oude Dokken. Net zoals de Gentse Docklands een schoolvoorbeeld worden van publiekprivate samenwerking (pps), zal de publiek-private samenwerking die het Klimaatverbond eigenlijk is, leiden tot de transformatie van Gent tot een duurzame en energie-onafhankelijke stad in 2050.


6/ De toekomst

De eerste stappen naar een duurzaam, gezonder, leefbaarder, CO2-neutraal en energieonafhankelijk Gent zijn gezet. De inspirerende voorbeelden van innovatieve bedrijven en wakkere burgers werpen hun eerste concrete resultaten af en doen dromen van meer. Aan de hand van de voorbeelden en tips in dit boek kan iedereen nu verder aan de slag.

De toekomst • 139


De toekomst

De transitie naar een CO2-neutrale stad is een proces van lange adem waar we ieders engagement hard bij nodig hebben. Maar de beloning is groot. Van leven, werken en ondernemen in een duurzame stad wordt iedereen beter. Een stad die zelf zijn energie opwekt en waarin dankzij isolatie, efficiĂŤnte toestellen en productieprocessen nauwelijks energie verloren gaat, wordt uiteindelijk totaal onafhankelijk van fossiele brandstoffen. Daardoor stijgt de energierekening niet langer. De lucht en het water worden schoner. We werken dichter bij huis en

Samen met u willen we een voorloper blijven op het vlak van CO2-neutraliteit. Burgers, organisaties en bedrijven kunnen dank zij de tips en voorbeelden in deze publicatie starten met hun eigen evolutie naar CO2-neutraliteit of verder gaan op de ingeslagen weg. consumeren lokale producten die op milieuvriendelijke manier werden geproduceerd. De auto is niet langer de alleenheerser, maar een gast in de stad. Kinderen kunnen terug op straat spelen. Meer groen en water zorgen voor een aangenamer klimaat in de stad. Mensen hebben meer tijd en aandacht voor elkaar. Er is minder stress en er zijn minder gezondheidsproblemen.


Die droom van velen is geen illusie of utopie. Een duurzaam, CO2-neutraal Gent is een haalbaar streefdoel geworden. Gent was een voortrekker op het gebied van mobiliteit met het grootste verkeersvrije centrum van Europa. Samen met u willen we een voorloper blijven op het vlak van CO2-neutraliteit. Burgers, organisaties en bedrijven kunnen dankzij de tips en voorbeelden in deze publicatie starten met hun eigen evolutie naar CO2neutraliteit of verder gaan op de ingeslagen weg. De transitie-arena’s, de klimaatwerkgroepen en andere acties van het Klimaatverbond blijven ondertussen hun werk doen, maar u kan daar nieuwe initiatieven aan toevoegen. Aarzel niet om met uw vragen én uw antwoorden bij het Klimaatverbond aan te kloppen om mee te denken over, en mee te werken aan de stad van de toekomst.

De toekomst • 141


Doe mee: www.gentsklimaatverbond.be

hoofdstuk • 143


Colofon • Verantwoordelijke uitgever: Tom Balthazar, schepen van Milieu, Stadsontwikkeling en Wonen

• concept & vormgeving: • tekst: Jan Bosteels (www.janbosteels.be) • fotografie:  Wouter Rawoens met uitzondering van: pagina 25, 34, 45, 53, 65, 67, 124, 128, 131 : Copyright Stad Gent pagina 26: Copyright Peter Van Hoof pagina 39: Copyright IVAGO pagina 101: Copyright Stora Enso pagina 119: Copyright Taminco pagina 134: Copyright EVA D/2012/0341/17

tklimaand o b r ve

'VeranderinGent'  

Brochure over de mogelijke toekomst van Gent waarin mensen en bedrijven hun toekomstbeeld van de stad uit de doeken doen. Je vindt er versch...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you