Page 1

t ransfer

vakblad over internationalisering in het hoger onderwijs

Wat brengt het WK ­ Zuid-Afrika?

8

jaargang 17 | mei 2010

ton nijhuis verwacht verdubbeling aantal duitse studenten  |  universiteiten kwetsbaar voor spionage  |  ideale international office bestaat niet  |  commissie veerman

pleit voor opwaardering hbo  |  studenten veroveren europese studiekeuzemarkt


8 Transfer is een onafhankelijk vakblad voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs en onderzoek. Transfer is ook online: www.transfermagazine.nl. Transfer is een uitgave van de Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs. Verschijnt negen keer per jaar. Redactie Els Heuts (hoofdredacteur), Annelieke Slappendel en Elleke Bal Aan dit nummer werkten mee Annemieke Bosman, Eun-mi Postma, Martine Postma, Stef Verhoeven, Robert Visscher Beeld Peter van Beek, Cynthia Boll/HH, Caro Bonink, Niels Bongers, Piet Gispen, Peter Hilz, Jan Luursema/ANP, Jacques Marais/Africa Media Online/HH, Bruno Morandi/ANP, Marco Okhuizen/HH, Arenda Oomen, Ed Oudenaarden/ANP, Bart van Overbeeke, Michiel de Ruiter Redactieraad Riekele Bijleveld (ITC), David Bohmert (Nether), Patrick Cramers (Codarts), Madeleine Gardeur (Rijksuniversiteit Groningen), Frans Godfroy (TU Delft), Joep Huiskamp (TU Eindhoven) Redactieadres Nuffic, Postbus 29777, 2502 LT Den Haag, tel. 070 – 426 0126 / 426 0144 / 426 0122 fax 070 – 426 0399 e-mail: eheuts@nuffic.nl, aslappendel@nuffic.nl, ebal@nuffic.nl website: www.transfermagazine.nl Abonnementen Transfer is gratis verkrijgbaar. Geïnteresseerden kunnen zich voor een gratis abonnement aanmelden via www.ikabonneermij.nl/transfer, bellen naar DUO-tijdschriftenservice 030 – 263 1089 of een e-mail sturen naar info@ikabonneermij.nl. Abonnementenadministratie DUO-tijdschriftenservice Postbus 681 3500 AR Utrecht tel 030 – 263 1089 Vormgeving en lay-out Sabrina Luthjens BNO en Brigitta Opstal (www.makingwaves.nl) Druk Drukkerij Deltahage, Den Haag Overname artikelen Het overnemen en vermenigvuldigen van artikelen uit Transfer is slechts geoorloofd na schriftelijke toestemming van de hoofdredactie. Foto omslag Zuid-Afrikaanse dansers tijdens de aanloop naar het WK voetbal. Foto: Jacques Marais/Africa Media Online/HH Transfer 9 , jaargang 17, verschijnt op 24 juni 2010

transfer

Goudmijn, bezuinigingsoptie ­

of probleem?

Over drie weken, net na de verkiezingsuitslagen, barst het WK voetbal los. Vier studenten reisden in maart al af naar Zuid-Afrika. Als winnaar van de Millenniumbattle 2010 mochten zij een week naar Kaapstad om daar de impact van het WK op de lokale bevolking te onderzoeken. De regering heeft beloofd het evenement aan te grijpen voor sociale en economische vooruitgang, maar Zuid-Afrika wil ook bewijzen dat het kan voldoen aan de eisen van de wereldvoetbalbond FIFA. En die zijn hoog, ontdekten de studenten. Transfer volgde hen op hun zoektocht in Zuid-Afrika, die veel vragen opriep, en wijdde er een reportage aan. Want wat is nu vooruitgang? “Is dat het feit dat we nu in de file kunnen staan in Kaapstad?.” Naast het WK, zijn ook de bezuinigingen een spannend thema. Volgens de ambtenaren die besparingsscenario’s opstelden, kan er best bezuinigd worden op de bekostiging van het grote aantal, vooral Duitse, grensstudenten dat in Nederland studeert. Ton Nijhuis, directeur van het Duitsland Instituut Amsterdam, is het daar niet mee eens. De Duitse studenten zijn juist een goudmijn, betoogt hij in dit nummer van Transfer. Nijhuis verwacht dat bij ongewijzigd beleid hun aantal de komende vier jaar zelfs zal verdubbelen. Op de Universiteit Maastricht, waar dertig procent van de studenten van Duitse komaf is, is de toenemende segregatie tussen Nederlandse en Duitse studenten inmiddels officieel als probleem bestempeld. Veel buitenlandse studenten klagen dat de internationale universiteit die ze beloofd was eerder een Duits bastion is. Een projectgroep onder voorzitterschap van de rector beveelt daarom aan de werving in het buitenland realistischer en eerlijker te laten verlopen. “Maar die realistische voorstelling van zaken mag de werving niet schaden”, voegt ze daaraan toe. Spannend wordt ook de komende maanden of de titulatuurkwestie eindelijk opgelost zal worden. De commissie-Veerman vindt dat afgestudeerden aan hbo en universiteit dezelfde titel moeten krijgen. Ron Bormans, lid van de commissie Veerman en hogeschoolbestuurder, heeft goede hoop dat de Tweede Kamer dit keer daarmee akkoord zal gaan, zegt hij in deze Transfer. “De consensus over het belang van onderzoek en onderwijs is nooit zo groot geweest. Ons rapport valt in vruchtbare aarde.” Els Heuts eheuts@nuffic.nl


r

i n hou d

8

24-42

12

‘Duitse studenten kunnen economische winst opleveren’ Niet iedereen is enthousiast over de grote groepen Duitsers die in Nederland studeren. Onterecht, vindt Ton Nijhuis. Volgens de directeur van het Duitsland Instituut Amsterdam zijn de Duitse studenten een goudmijn waar meer gebruik van gemaakt moet worden. “Als zij straks met Nederland samenwerken, is dat enorme winst.”

Centraal of decentraal internationaliseren HvA-lector internationalisering Hans de Wit adviseerde de Universiteit Leiden om het centrale international office op te heffen en de zaken decentraal te organiseren. De Hogeschool Arnhem en Nijmegen gaf hij juist het tegenovergestelde advies. Vreemd? Transfer zoekt het antwoord op de vraag wat nu de beste plaats is om internationaliseringsbeleid onder te brengen.

18

Commissie-Veerman wil sterker hbo Het hbo moet worden versterkt en opgewaardeerd, schrijft de commissieVeerman in haar rapport over de toekomstbestendigheid van het Nederlandse hogeronderwijsstelsel. Wat betekent dat in de praktijk? Ron Bormans, bestuursvoorzitter van de Hogeschool Arnhem-Nijmegen en lid van de commissieVeerman, legt het uit.

22

Het WK en de ‘gewone’ Zuid-Afrikaan Met hun plan om het WK voetbal in Zuid-Afrika aan te grijpen om voorlichting over aids te geven, wonnen vier studentes de MillenniumBattle 2010. Hun prijs: een week naar Zuid-Afrika, samen met hulporganisatie Cordaid, om de impact van het WK op de lokale bevolking te onderzoeken. Transfer reisde met de studentes mee.

En verder 2 Colofon en redactioneel  4 Nieuwsberichten  11 Universiteiten kwetsbaar voor spionage  16 Column Eun-mi Postma  17 Afscheid Louk Box  20 De expat  25 Vliegende Hollander  26 Duizend euro voor je eigen internationaliseringsproject  28 Het succes van Studyportals  31 Agenda


n i euwsb er ic hten

Eindhoven door Chinese ogen Verbeeld Eindhoven door Chinese ogen, luidde de opdracht voor Eindhoven through the eyes of Chinese Students and Engineers, een wedstrijd georganiseerd door de vereniging voor Chinese studenten en wetenschappers in Eindhoven (ACSSE). TU-alumni Shaoxian Zhang en Wei Guo, die samen in Eindhoven wonen en net hun eerste kind hebben gekregen, gaven het gezicht van een jongetje vorm met foto’s van hun stad. Deze inzending ligt samen met nog 25 foto’s, video’s, prototypes en andere kunstwerken ter beoordeling bij de jury. De wedstrijd is geïnspireerd door de Nederlandse deelname aan de EXPO 2010 in Shanghai, waarvoor het Holland Paviljoen is ontworpen door TU-alumnus John Körmeling. Hij zit ook in de jury van deze wedstrijd die deze of volgende maand een winnaar aanwijst. Bekijk de andere inzendingen op eie.acsse.nl, en volg het verloop van de wedstrijd op transfermagazine.nl.  (EB)

RUG wil geld ­ voor online aanmelding In navolging van een aantal andere universiteiten wil de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) internationale studenten binnenkort honderd euro laten betalen voor aanmelding via internet. De universiteit wil zo een halt toeroepen aan het grote aantal aanmeldingen van buitenlandse studenten die zich vervolgens niet inschrijven. Sinds 2008 werkt de RUG met een nieuw online aanmeldingssysteem waardoor het aantal aanmeldingen van buitenlandse studenten fors is gestegen, vertelt woordvoerder Jos Speekman. Vorig studiejaar meldden zich 9.000 studenten aan. Daarvan schreven er slechts negenhonderd zich ook

4 | mei 2010 | transfer

echt in. “Al die aanmeldingen vereisen een reactie”, zegt Speekman. “Van iedere student die zich aanmeldt maken we een dossier. Dat is veel werk.” De universiteit beseft dat het bedrag van honderd euro studenten kan afschrikken. Maar volgens Speekman betalen buitenlandse studenten toch al veel collegegeld, “dus honderd euro valt relatief gezien nog wel mee”. Hij wijst erop dat ook de universiteiten in Leiden, Utrecht, Maastricht, Amsterdam (UvA) en Nijmegen aanmeldingsgeld vragen. Het bestuur van de RUG moet nog een definitief besluit nemen over de maatregel.  (EB)


Verkiezingsprogramma’s

vaag over internationalisering Internationalisering in het hoger onderwijs is geen speerpunt bij de parlementsverkiezingen van 9 juni. Dat blijkt uit de verkiezingsprogramma’s van de verschillende partijen. Veel partijen stellen wel aspecten van internationalisering aan de orde, maar meestal blijft het bij op zichzelf staande, niet uitgewerkte opmerkingen. Zo vindt de PVV dat alle buitenlandse studenten hun eigen studiekosten moeten betalen. GroenLinks pleit er juist voor dat buitenlandse studenten gemakkelijker toegang krijgen tot ons onderwijs. Wat dat in de praktijk betekent, wordt niet toegelicht. GroenLinks wil ook dat een groter deel van de EU-begroting wordt besteed aan onderwijs, onderzoek en ontwikkeling. Nederland zou daarvoor moeten ijveren, net als voor een Erasmusbeurs waarmee alle studerenden de extra kosten van een studiejaar in het buitenland kunnen dekken. De positie van promovendi wordt alleen genoemd in het CDA-programma. Om het aantal promovendi te vergroten, willen de christendemocraten het mogelijk maken om studenten van buiten de Europese Economische Ruimte een promotieplaats als bursaal aan te bieden. Een studiebeurs voor studenten uit ontwikkelingslanden is een bekende wens van de ChristenUnie. Niet alleen de toplaag van studenten uit deze landen, maar ook de groep daaronder zou voor zo’n beurs in aanmerking moeten komen, vindt de ChristenUnie, als de studenten maar talentvol zijn en hard werken. De CU neemt daarnaast een standpunt in over verengelsing van het hoger onderwijs: “Waar Engels niet noodzakelijk is voor de opleiding, wordt in het hbo in het Nederlands gedoceerd.”

worden geïntensiveerd”, schrijft de partij. “Zo is er bijvoorbeeld nog heel veel te winnen op het gebied van milieu, informatietechnologie, onderzoek en onderwijsuitwisselingen.” Dat internationalisering zich niet moet beperken tot het hoger onderwijs, maakt D66 wel duidelijk: ook in het mbo moeten leerlingen de mogelijkheid krijgen via internationale stages en uitwisselingen hun horizon te verbreden. De PvdA herhaalt de ambitie dat ons onderwijs tot de top-5 van de wereld moet behoren. De SP merkt op dat we achterlopen bij de rest van Europa. Maar over internationalisering in het hoger onderwijs meldt geen van beide partijen echter iets concreets.  (AS)

De VVD houdt het algemeen, door te stellen dat het Nederlandse onderwijssysteem goed moet aansluiten bij de internationale omgeving waarin leerlingen en studenten later terechtkomen. Daarom moeten onderwijsinstellingen voldoende aandacht besteden aan internationalisering, vinden de liberalen. “Het binnenhalen van buitenlandse topstudenten en -onderzoekers lukt alleen als het onderwijs dat zij hier aantreffen, voldoende is geïnternationaliseerd”, staat in het VVD-programma. D66 wordt evenmin erg concreet. “Op zeer veel terreinen zal de grensoverschrijdende samenwerking moeten

Foto: Marco Okhuizen/HH

Goede aansluiting

transfer | mei 2010 | 5


n i e uws b e r i c hte n

Buitenlands nieuws Quotum buitenlandse studenten mag soms

Bij hoge uitzondering is het toegestaan het aantal buitenlandse studenten bij een opleiding te beperken. Dat stelt

het Europees Hof van Justitie in een arrest, naar aanleiding van het quotum van 30 procent ‘niet-ingezetenen’ dat de Franse Gemeenschap van België in 2006 heeft ingesteld

voor negen (para)medische studierichtingen. De maatregel is vooral gericht tegen Franse studenten, die voorheen massaal in het buurland geneeskunde of een aanverwante opleiding kwamen volgen. Een aantal van hen diende een klacht in

bij het Grondwettelijk Hof in België. Dat legde de kwestie grond van nationaliteit, oordeelt het Hof, en dat is in principe verboden. Maar bescherming van de volksgezondheid zou

deze ongelijke behandeling kunnen rechtvaardigen. België moet dan bewijzen dat Wallonië het anders zou moeten

Foto: Peter Hilz/HH

voor aan het Europees Hof. Het quotum discrimineert op

Staatssecretaris Van Bijsterveldt.

stellen met minder of minder goed opgeleide medici, en dat alternatieve maatregelen dat niet kunnen voorkomen.  (AS) OESO raadt Finnen collegegeld aan

Het invoeren van collegegeld in Finland kan ertoe bijdragen dat de gemiddelde studieduur omlaag gaat en dat de

arbeidsmarktsituatie meer invloed krijgt op de studiekeuze. Dat is een van de aanbevelingen die de OESO doet in haar

Economic Survey of Finland 2010. Ook wordt een leenstelsel met een terugbetaalregeling, afhankelijk van het latere

inkomen, geopperd. Met deze maatregelen kan Finland de

prestaties in het hoger onderwijs verbeteren, denkt de OESO,

die constateert dat Finse studenten lang studeren, met ruime en schier eindeloze beurzen en toelagen. Finland doet het

goed qua aantallen onderzoekers, uitgaven aan R&D en prestaties in het basis- en middelbaar onderwijs.  (AS) Oost-Aziatisch ‘Erasmusprogramma’

China, Japan en Zuid-Korea willen de mobiliteit binnen de

eigen regio bevorderen. Daarom gaan de drie landen samenwerken in het project ‘Campus Asia’, volgens The Korea

Times gemodelleerd naar het Europese Erasmusprogramma. Het is de bedoeling begin volgend jaar een commissie in te

stellen die gaat bekijken hoe onder meer de overdracht van studiepunten, gezamenlijke opleidingen en uitwisselings­

programma’s georganiseerd kunnen worden. De Verenigde Staten alleen al ontvangen jaarlijks meer dan 200.000 studenten uit China, Japan en Zuid-Korea, meldt The

Chronicle of Higher Education. Nederland telde in 2008–2009 naar schatting 5.000 Chinese, 450 Zuid-Koreaanse en driehonderd Japanse studenten.  (AS)

6 | mei 2010 | transfer

Bursalenstelsel toch bespreekbaar Staatssecretaris Van Bijsterveldt neemt voor de zomer geen standpunt in over een bursalenstelsel voor promovendi. Ze wacht een onderzoek af naar de positie van promovendi, met een internationale vergelijking, zei ze in een vergadering van de Kamercommissie OCW. Van Bijsterveldt zei wel dat ook zij de nadelen ziet van het huidige systeem, waarin promovendi werknemers zijn. Dat systeem kan volgens haar belemmerend zijn voor mensen die graag willen promoveren. Oud-minister Plasterk wees een bursalensysteem nog stellig af. In de Tweede Kamer is vooral de VVD voor verandering van de regels omtrent promovendi. “Wat is er tegen een gemengd stelsel, zoals bijna alle EU-landen hebben?”, zei VVD’er Mark Harbers. “Er zijn mensen die best als bursaal willen promoveren.” De VVD vindt wel dat zaken als ziektekosten goed geregeld moeten zijn. Volgens de PvdA is Nederland te klein voor twee arbeidsrechtelijke systemen naast elkaar. Ook de SP houdt vast aan de werknemerstatus voor promovendi. D66, aanvankelijk tegen een bursalenstelsel, wil nu bekijken of universiteiten ontheffing kunnen krijgen voor bepaalde premies. Om promovendi voor de instellingen minder duur te maken, wil D66-Kamerlid Boris van der Ham “de backoffice anders organiseren” Het CDA noemde dat ‘een beetje vaag’.  (AS)


Inspectie wil

integratie niet-EU-student dat ze studenten aantrekken die een visum belangrijker vinden dan een opleiding. Die instellingen zijn kwetsbaar bij samenwerking met commerciële bemiddelingsbureaus, die er belang bij hebben de lat voor toelating tot het Nederlandse hoger onderwijs zo laag mogelijk te leggen. De Inspectie schrijft in het rapport ook dat het niet in het internationaliseringsbeleid van de overheid past om tientallen buitenlandse studenten van één nationaliteit in Nederland samen onderwijs te laten volgen. Er moet beleid worden ontwikkeld om te zorgen dat zij in aanraking komen met studenten uit andere landen, zeker ook met Nederlandse en overige Europese studenten.  (AS)

Duizenden deelnemers aan de introductieweek, maar weinig van buiten de EU.

Foto: Jan Luursema/ANP

Buitenlandse studenten in Nederland komen soms helemaal niet in aanraking met studenten van andere nationaliteiten. Dat moet anders, schrijft de Inspectie van het Onderwijs in het rapport De staat van het onderwijs. Sinds 2003 heeft de inspectie diverse onderzoeken gedaan naar voorlichting en onderwijs aan niet-EU-studenten in het Nederlandse hoger onderwijs. Veel is al verbeterd, constateert zij in dit rapport over het onderwijs in 2008/2009. Toch blijft de Onderwijsinspectie het werven en opleiden van buitenlandse studenten op afstand volgen. Vooral bij instellingen die financieel geheel of gedeeltelijk afhankelijk zijn van visumplichtige studenten, bestaat het risico

Bescherming voor term ‘universiteit’ De namen ‘universiteit’ en ‘hogeschool’ mogen in de toekomst alleen nog worden gevoerd door onderwijsinstellingen die erkend zijn door de Nederlandse overheid. Staatssecretaris van Onderwijs Marja van Bijsterveldt schrijft aan de Tweede Kamer dat wettelijke bescherming nodig is omdat de namen steeds vaker worden misbruikt, onder meer door organisaties die nepdiploma’s verkopen. De Tweede Kamer vroeg vorig jaar in een motie om een onderzoek naar de mogelijkheden om de termen universiteit, university, hogeschool en university of applied science te beschermen. Jan Jacob van Dijk (CDA) stelde de motie op na ophef over de Via Vinci University die geen geaccrediteerde

opleidingen aanbood, maar op haar website suggereerde dat studenten er een erkende wetenschappelijke titel konden behalen. Oud-minister Plasterk vond dat de naam ‘universiteit’ in dit geval misleidend was, maar kon geen strafrechtelijke stappen nemen. In de buurlanden België, Duitsland en Engeland bestaan al wettelijke beschermingsregelingen voor instellingsbenamingen. Om die reden is Van Bijsterveldt bang dat Nederland een vrijplaats wordt voor “onzorgvuldig opererende aanbieders van hoger onderwijs die met louter commerciële bedoelingen de grenzen van de wet opzoeken”.  (EB)

transfer | mei 2010 | 7


Foto: Peter van Beek

i ntervi ew

to n

n ij h u is

,

di r ecteu r

du itsl a n d

i n stitu ut

‘Duitse studenten in Nederland

zijn een goudmijn’

Het aantal Duitse studenten in Nederland kan binnen vier jaar verdubbelen, denkt Ton Nijhuis. De wetenschappelijk directeur van het Duitslandinstituut ziet het opleiden van Duitse studenten niet als ongewenste kostenpost. “Als zij straks met Nederland samenwerken, is dat enorme winst.”


‘Penny wise, pound foolish’. Ton Nijhuis bedient zich ze vooral met eigen volk op, de Duitse studenten zijn van een Engelse uitdrukking om duidelijk te maken toch vier jaar ondergedompeld in de Nederlandse hoe hij denkt over het plan om te bezuinigen op manier van werken. Zij vormen een goudmijn voor grensstudenten. Dat voorstel kwam onlangs van de Nederlandse bedrijven, maar ook voor andere organisaambtelijke werkgroep die bezuinigingsscenario's voor ties die over de grens samenwerken. Die studenten zijn het hoger onderwijs moet opstellen. in de toekomst perfecte bemiddelaars.” Nederland zou meer moeten doen om die goudmijn Vooral veel Duitse studenten trekken de grens productief te maken, vindt Nijhuis. Bijvoorbeeld via over om hier een diploma te halen: in 2008/2009 alumnibeleid. “Dan wordt ook duidelijk waarom de vormden de bijna 20.000 Duitsers ruim 40 procent investering lonend is. Mensen opleiden kost geld. van alle internationale studenten in ons land. De Maar als ze vervolgens in de Nederlands-Duitse ambtelijke werkgroep merkte op “dat het aantal Austausch – economisch of anderzins – actief blijven, grensstudenten de laatste jaren fors is toegenomen, of meer geneigd zijn om met Nederland samen te terwijl een groot deel na de studietijd weer terugkeert werken, dan is dat enorme winst.” naar het moederland”. De instellings­bekostiging van grensstudenten kan worden versoberd om deze groei Geen haalbare kaart te matigen, stelde de werkgroep voor. Ongeveer 25 procent van de Nederlandse handel De wetenschappelijk directeur van het Duitsland is met Duitsland, en volgens Nijhuis gaat dat Instituut Amsterdam (DIA) weet dat de kosten percentage ook op voor andersoortige contacten, die het opleiden van Duitse studenten voor de zoals culturele activiteiten. “Dus Nederlandse schatkist met zich eigenlijk zou je ook een kwart van meebrengt, niet het enige bezwaar “Duitse studenten die de Nederlandse studenten naar zijn tegen de komst van zo veel Duitsland willen kunnen sturen”, Duitsers. “Er wordt af en toe vier jaar in Nederland zijn zegt hij. Maar voorlopig is de burengeklaagd, ook in dit blad, dat er liefde niet wederzijds. Het aantal als het ware Parallelgesellschaften geweest, zijn straks de Nederlanders dat in Duitsland een ontstaan van Duitse en Nederlandse diploma haalt, daalt zelfs. “Via studenten”, zegt Nijhuis, die tevens perfecte bemiddelaars” programma’s als Erasmus lijkt het hoogleraar Duitslandstudies is aan me ook niet zo'n haalbare kaart”, de Universiteit van Amsterdam. vult Nijhuis aan, “maar een verdub“Maar laten we eerlijk zijn: toen ik beling in drie tot vier jaar tijd is wel een realistisch in Amsterdam studeerde, hadden de Limburgers ook doel, en ook nastrevenswaardig. Want het Duitstalige een clubje, en de ‘Grunningers’ ook. Omdat het nu wetenschapsgebied is gigantisch groot met ongelangs nationale lijnen loopt, wordt het ineens veroorlooflijk goed onderzoek. Daar zouden we veel meer deeld.” gebruik van moeten maken.” Internationalisering light Mede om dat doel te bereiken zou Nijhuis, liever dan Voor een echte international classroom is het niet “domweg bezuinigen”, willen werken aan een geïntegoed als er naast Nederlanders vooral Duitsers zijn, greerd onderwijs- en onderzoeksveld. “Dat ontwikerkent Nijhuis. “Dan moet je de groep diverser maken, kelt zich al langs de grens. Er komen steeds meer actiever andere studenten gaan werven. Dat is ook samenwerkingsprojecten van universiteiten, zoals weer mogelijk juist omdát je zo succesvol bent op Enschede met Münster. En er zijn goede contacten de Duitse markt, wat het aantrekkelijker maakt voor tussen Maastricht en Aken. Met een gemeenschapPolen, Hongaren en Tsjechen om hier te komen. Maar pelijke ‘infrastructuur’ zouden we hier in de noordje kunt ook zeggen dat je als het ware een binationale westhoek van Europa het allergrootste en alleropleiding hebt. Ik zie niet waarom dat slecht zou zijn, mooiste onderwijsaanbod van de wereld hebben. We al moet je het wel onderscheiden van andere vormen zouden deze regio tot een magneet kunnen maken van internationalisering. Het is een soort internationavoor de rest van de wereld. Daar zouden we België lisering light.” ook bij moeten nemen, of in elk geval Vlaanderen.” Nijhuis vindt dat Nederland vooral ook naar de andere Door strategischer samen te werken zou het voor kant van de medaille moet kijken. “Want ook al trekken Nederlandse studenten ook aantrekkelijker worden

transfer | mei 2010 | 9


Foto: Peter Hilz/HH

Het DIA richt zich nu in beperkte mate op studenten, zegt Nijhuis. Dat wil het in de toekomst meer gaan doen. “Wij hebben wel de algemene opdracht gekregen om iets te doen aan kennis over Steeds meer Duitse studenten weten en belangstelling voor hun weg naar Nederland te vinden. het contemporaine Duitsland, aan het om naar Duitsland te gaan, denkt Nijhuis. Hij heeft Duitslandbeeld in algemene zin. Daar zijn we ook redeenkele verklaringen waarom dat vooralsnog niet lijk goed in geslaagd. Toen we in ’96 werden opgericht, populair is. Zo bestaat aan Duitse zijde niet zo’n was het imago van Duitsland buitengewoon negatief. neiging om buitenlandse studenten binnen te halen, Dat is in vijftien jaar tijd toch volkomen omgeslagen, omdat er in het land zelf al te veel zijn. Maar volgens van een van de minst tot een van de meest geliefde Nijhuis wordt ook nauwelijks duidelijk gemaakt wat landen – als je de verschillende enquêtes mag geloven. het voordeel kan zijn van studeren over de oostAls je zo’n omslag kunt bewerkstelligen, dan moet dat grens. “Nu denken veel studenten: in Duitsland in principe bij studenten ook lukken.” studeren, wat heb ik daaraan? Het zal wel een beetje Pioniers zoals bij ons zijn, met een stomme taal. En net over De hogeronderwijsinstellingen moeten die de grens, dus niet exotisch. Bij het bureau internastudenten­mobiliteit of institutionele samenwerking tionalisering krijgen studenten de vraag: waar zou zelf handen en voeten geven, benadrukt Nijhuis. je naartoe willen? Ze kiezen vervolgens op gronden “Maar wij zouden natuurlijk wel de knowhow kunnen van volstrekt toeristische aard. Dan is een plaats als leveren. Je moet deze problematiek van vele kanten Barcelona heel interessant en Osnabrück helemaal aanpakken. Want we kunnen het ons niet veroorloven niet. Daar moeten studenten veel specifieker in dat de belangstelling voor Duitsland afneemt.” gecoacht worden.” Andersom is het ook begonnen met enkele pioniers, Makelaar schetst de Duitslandkenner. Studenten die in Nijhuis begrijpt wel dat een bureau internatioDuitsland waren uitgeloot, de numerus clausus niet nalisering niet de vakkennis in huis heeft om te hadden gehaald of in eigen land een specifieke opleikunnen bepalen welke universiteit voor de betrefding niet konden vinden, zochten hun heil in ons fende student interessant zou zijn. “Vaak hebben land. Vervolgens begonnen universiteiten en hogemedewerkers van de opleiding ook niet zo’n goed scholen in de grensstreek bewust Duitse studenten zicht op het universitaire veld, zeker niet waar het te werven – toch hun achterland, en ze krijgen per om Duitsland gaat.” Daar zou het DIA verandering diploma betaald – en speciale voorzieningen te in kunnen brengen, denkt de wetenschappelijk treffen voor deze groeiende groep. “Dan gaat het directeur, door heel specifiek per vakgebied aan te rondzingen dat Nederland een aantrekkelijke optie is, geven waar interessante dingen gebeuren. “Ook waar je met relatief weinig extra inspanningen goed, kunnen wij, meer nog dan nu, als makelaar fungeren: kleinschalig en minder hiërarchisch onderwijs kunt Duitse wetenschappers uit verschillende disciplines volgen. De media gaan erover berichten, zodat nog naar Nederland halen en in contact brengen met meer mensen het weten. Dus ik voorspel dat, als de Nederlandse vakgenoten. En actiever Nederlandse instellingen er geen rem op zetten, het aantal Duitse academici verleiden om af en toe in Duitsland een studenten in ons land in enkele jaren tijd nog expopresentatie te geven op een wetenschappelijke confenentieel kan toenemen. Een verdubbeling in vier jaar rentie. Als ze elkaar kennen en vertrouwen, dan is heel goed mogelijk. Als je dat zou willen.” weten ze: dat is een interessante man of vrouw om annelieke slappendel mijn studenten naartoe te sturen.”

10 | mei 2010 | transfer


actu eel

Nederlandse universiteiten kwetsbaar voor spionage De open cultuur van universiteiten en de aanwezigheid van veel buitenlandse studenten en onderzoekers maken het voor buitenlandse inlichtingendiensten heel eenvoudig om te spioneren bij Nederlandse kennisinstellingen. Daar moet meer aandacht voor komen, vindt de AIVD.

Een buitenlandse wetenschappelijke delegatie die voor meer dan de helft uit inlichtingenofficieren bleek te bestaan. Onlangs ontmaskerde de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) deze groep, die wetenschappelijke samenwerking op het gebied van nanotechnologie als reden voor een bezoek aan Nederland had opgegeven. Het verzamelen van gevoelige informatie was het echte doel. De AIVD en het ministerie van Binnenlandse Zaken waarschuwen dan ook in een recent rapport voor dit ongewenste neveneffect van het bevorderen van kennismigratie en het aantrekken van buitenlandse studenten: het werkt spionage door buitenlandse mogendheden in de hand. Het bezoek van de ‘wetenschappelijke delegatie’ is een klassieke vorm hiervan, aldus de inlichtingendienst, die niet kan zeggen uit welk land de groep kwam. In het jaarverslag van 2009 van de geheime dienst staat wel dat landen als Iran, Rusland en China wetenschappelijke spionage niet schuwen. Op welke schaal er in Nederland op kennisinstellingen wordt gespioneerd weet de AIVD niet. “Maar door de toe­nemende internationalisering van het onderwijs neemt het risico van spionage toe”, aldus woordvoerder Sander van Dam. Er zijn ‘aanwijzingen’ dat buitenlandse inlichtingendiensten landgenoten in Nederland laten opleiden, bij voorkeur op technische universiteiten in sectoren als lucht- en ruimtevaarttechnologie, biotechnologie en nanotechnologie. Kennis van materialen of technologieën die in Nederland worden ontwikkeld voor consumenten, kan vervolgens worden gebruikt voor strategisch-militaire doelen.

Foto: Ed Oudenaarden/ANP

Gevoelige informatie De economische veiligheid van Nederland komt ook door spionage in het gedrang, staat in het rapport: “Strategisch-economische kennis die moet bijdragen aan het economisch potentieel van de toekomstige Nederlandse kenniseconomie kan via buitenlandse studenten en onderzoekers wegvloeien naar concurrenten.” Buitenlandse studenten kunnen gemakkelijk

In het Van Leeuwenhoek Laboratorium in Delft bestaat risico op spionage.

aan stageplaatsen komen bij bedrijven die gevoelige informatie in handen hebben. Net zoals kennis­ migranten octrooidocumenten, datasets, beleidsstandpunten of onderhandelingstrategieën naar het buitenland kunnen doorspelen. Op universiteiten en onderzoeksinstituten is gevoelige informatie volgens de AIVD slecht afgeschermd, en zijn faculteiten vrij toegankelijk. “Er heerst een cultuur van open kamerdeuren, open kasten en eenvoudig toegankelijke computernetwerken.” In het rapport staan een aantal aanbevelingen. De AIVD wil dat in kaart wordt gebracht welke Nederlandse technisch-wetenschappelijke studie­ richtingen en onderzoeksterreinen een verhoogd spionagerisico hebben. Er zouden ‘awarenesstrajecten’ voor medewerkers moeten komen om hen bewust te maken van de gevaren. Ook ziet de AIVD graag een discussie op gang komen over de belangen­ afweging tussen kennis delen met buitenlandse studenten en onderzoekers, en het beschermen van die kennis. Het rapport is naar de Tweede Kamer gestuurd. Een kabinetsreactie wordt verwacht rond het zomerreces.

elleke bal Zie ook de berichtgeving hierover en een link naar het rapport op www.transfermagazine.nl.

transfer | mei 2010 | 11


ac htergron d

h ans

de

wit

:

i dea a l

i nte r n ati o n a l

o f f i c e

b e sta at

n i e t

Centraal of decentraa De Universiteit Leiden heft haar centrale international office in 2011 op. Door die beslissing laait de discussie weer op waar internationaliseringsbeleid het beste kan worden ondergebracht: op de faculteiten, of op centraal niveau?

Het nieuws dat het Leidse international office in een naar buiten toe”, zegt De Wit. Een centraal bureau andere vorm verder gaat, heeft bij veel hogerondermoet dat veranderen. wijsinstellingen de wenkbrauwen doen fronsen. Het De grote koerswijziging in Leiden blaast de discussie international office was altijd strak georganiseerd, over de beste vorm om internationalisering te zeggen medewerkers van andere instellingen. Een organiseren, nieuw leven in. Al jaren debatteert enkeling was zelfs jaloers op de Leidse concurrent. de internationaliseringswereld over de voor- en Toch verdwijnt het huidige international office. nadelen van centrale international offices. De meeste Onder meer op advies van Hans de Wit, lector interuniversiteiten hadden van oudsher een centraal nationalisering van de Hogeschool van Amsterdam. bureau. Hogescholen voerden vaak decentraal beleid: “Vijf jaar geleden was het internationaliseringsbeleid sommige opleidingen deden aan internationalisering, in Leiden versnipperd over verschilandere niet. Zes jaar geleden veranderde dat. Een lende afdelingen die niet op elkaar aantal universiteiten ontmantelde “ De overstap van centraal aansloten”, vertelt De Wit. “Men het centrale international office, wilde meer buitenlandse masterop decentraal en vice versa of slankte het sterk af. Faculteiten studenten trekken. Marketing en kregen meer eigen verantwoordebetere toelatingsprocessen moesten is bij veel instellingen een lijkheden, zoals studentenuitwisdit versnellen. Een sterk centraal selingen regelen, contact onderbureau kon die impuls geven.” Maar, zegt De Wit, uiteindelijk pendelbeweging” houden met partnerinstellingen en werd het international office in de diploma’s van aantaande studenten ogen van veel faculteiten te veel een beoordelen. Uitvoerende taken eiland. Bovendien was het bureau, met ruim dertig wat betreft visa, inschrijving en huisvesting werden medewerkers, duur. De tijd is volgens hem dan ook door complexe regelgeving vaak wel centraal belegd, rijp voor verandering. Het international office vindt bijvoorbeeld bij studentenzaken. Afdelingen markestraks onderdak bij studentenzaken. Daar krijgt het ting en communicatie namen helemaal of deels de vooral uitvoerende taken op het gebied van inschrijinternationale marketing over. ving, visa en huisvesting. Marketing en Communicatie Landenteams neemt de internationale marketing voor zijn rekening Systemen waarbij internationalisering op die manier en Academische Zaken stippelt voortaan het beleid wat in de hele organisatie werd ingebed – ‘gemainbetreft internationalisering uit. streamd’, in jargon – ontstonden bij de universiGeen samenhang teiten in Utrecht, Maastricht, Amsterdam (UvA) en De Wit is niet per definitie tegen centrale bureaus. Bij Rotterdam. Leiden sluit zich hier nu bij aan. de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) pleitte “Puur Nederlands beleid bestaat niet, alles heeft hij daar onlangs juist vóór. “Bij de HAN gebeurt te een internationale dimensie”, onderbouwt Jeanine veel op opleidingsniveau. Er is geen samenhang of Gregersen, directeur marketing en communicatie bij gemeenschappelijkheid en geen gezamenlijke lijn de Universiteit Maastricht (UM), de keuze van haar Xxxxxxxx

12 | mei 2010 | transfer


al, dat is de vraag systeem. De universiteiten in Groningen, Eindhoven, Wageningen, Nijmegen, Delft en Tilburg hebben sterke centrale international offices. Veel hogescholen, zoals Stenden, Fontys, InHolland, de HAN, Saxion en de Hanzehogeschool kiezen ook al jaren voor een centraal systeem. “Het is belangrijk dat er een centraal punt is dat alles overziet en zo de slagvaardigheid vergroot”, zegt Chris van den Borne, directeur international office van Saxion Hogescholen. Dat is volgens hem voor hogescholen des te belangrijker omdat die van oudsher geen onderzoekscontacten met buitenlandse instellingen hebben.

wi e

d o e t

wat

?

Instellingen met een centraal international office zijn de universiteiten in Groningen, Eindhoven, Wageningen, Nijmegen, Delft en Tilburg, en hogescholen zoals Stenden, Fontys, InHolland, de HAN, Saxion en de Hanzehogeschool. Op universiteiten in de volgende steden is het internationaliseringsbeleid ingebed in de organisatie: Utrecht, Maastricht, Amsterdam (UvA), Rotterdam en straks ook Leiden. De Universiteit Twente en de Vrije Universiteit Amsterdam Illustratie: Niels Bongers

instelling om internationalisering in de organisatie in te bedden. Ze vertelt over de vele vormen waarin overal op de UM aan internationalisering wordt gedaan. “Zo hebben wij speciale landenteams. De voorzitter is meestal een senior-wetenschapper, maar er zitten ook marketingspecialisten en beleidsmedewerkers in.” Toch houdt een groot aantal andere universiteiten vast aan een systeem met een sterk centraal intenational office, dat beleid en uitvoering meestal combineert. Vrijwel altijd zijn er in dit systeem ook speciale internationaliseringsmedewerkers op faculteiten, maar dat zijn er minder dan bij een decentraal

kennen een gemengd systeem met een sterk centraal bureau én veel beleidsverantwoordelijkheden bij faculteiten. (RV)

transfer | mei 2010 | 13


Overbodig Voorstanders van een systeem zonder sterk centraal bureau benadrukken dat de internationalisering bij hen zo ver is doorgevoerd dat een apart bureau overbodig is. Daar tekenen instellingen met centrale bureaus protest tegen aan. Volgens hen zijn Leiden, Utrecht en Maastricht niet verder dan andere instellingen. Zij vragen zich ook af of internationalisering wel in de haarvaten van een organisatie kan doordringen. “Het bewustwordingsproces betekent ook niet dat centrale bureaus automatisch overbodig worden”, zegt hoofd international office Els van der Werf (Hanzehogeschool). “We geven allemaal geld uit en werken met computers, maar daardoor zijn de afdelingen financiën en ICT toch ook niet overbodig?” Ook anderen vragen zich af of het ooit zo ver zal komen dat álle universiteitsmedewerkers aan internationalisering denken. “Ik zou graag willen dat internationalisering voor iedereen vanzelfsprekend is, maar dat is niet zo. Er valt nog veel werk te verrichten. Dan blijft een international office nodig”, zegt Marian Janssen, hoofd international office van de Radboud Universiteit. Als voorbeelden van werk dat er nog ligt, noemen internationaliseringsmedewerkers het internationaliseren van het curriculum, het toetsen van het Engels van docenten, het stimuleren

14 | mei 2010 | transfer

Foto: Caro Bonink

Ook het hoofd international office van de TU Delft, Elco van Noort, prijst een centraal bureau. “Faculteiten wisselen met en via ons best practices uit. Wij adviseren ook over contracten met partnerinstellingen en welke beurzen wel en niet waarvoor geschikt zijn. Door onze jarenlange ervaring hebben wij al die expertise in huis.” Voorstanders van een centraal systeem benadrukken het belang van één aanspreekpunt. Buitenlandse instellingen hebben ook vaak een centraal bureau, benadrukt bijvoorbeeld Wessel Meijer, hoofd international office van Fontys. “Vooral in Azië, waar veel instellingen contact mee willen, is dat zo.” Maar Linda de Vries, hoofd international office bij de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit, vindt dat een vreemd argument. “Instellingen zijn vaak specifiek op zoek naar samenwerking met een opleiding, bijvoorbeeld onze business school. Daar hoeft niet de hele universiteit bij betrokken te worden. Verder kan ik me niet voorstellen dat ze ons niet kunnen vinden. Ons internationaliseringsbeleid is volstrekt anders dan dat van andere opleidingen aan de Erasmus Universiteit, zoals psychologie of medicijnen.”

i n h o l l a n d: z e s o f f i c e s vo e r e n c e ntra a l b e l e i d u it “Als je internationalisering serieus neemt, moet je als instelling een centrale doelstelling formuleren”, vindt Willem Viets, directeur internationale zaken van hogeschool InHolland. “Anders doen alleen de paar opleidingen die het belangrijk vinden aan internationalisering en de andere niet. Wij willen bijvoorbeeld dat minimaal 10 procent van onze studenten buitenlandervaring opdoet en dat opleidingen het curriculum internationaliseren. Als wij daar niet structureel aan werken, komt het lang niet overal uit de verf.” InHolland stippelt centraal het beleid uit, dat op de zes locaties decentraal wordt uitgevoerd. Het international office heeft daarbij een stevige vinger in de pap. Viets: “Dat is nodig omdat niet alle opleidingen even veel kennis hebben van internationalisering.” Op alle locaties zitten extra international offices met spreekuren waar bijvoorbeeld studenten advies inwinnen. Alle schools, zoals de faculteiten bij InHolland heten, hebben een eigen internationaliseringscoördinator.  (RV)


r u g: een ste r k co n stant pu nt De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) heeft al sinds de jaren negentig een centraal bureau. “Wij zijn een sterk constant punt”, zegt Franka van den Hende, hoofd van het Bureau Internationale Samenwerking (BIS). Met 31 medewerkers (24 fte) is het BIS een van de grootste centrale international offices van Nederland. “Dat geeft ons voordelen omdat wij veel werkterreinen op het gebied van internationalisering samenbrengen, zoals de synergie tussen marketing en toelating”, vertelt Van den Hende. “En het levert ons veel expertise op bij het maken van projectvoorstellen voor bijvoorbeeld NICHE. Nadeel is dat het soms lastig is om zo’n grote groep aan te sturen.” Het BIS neemt zowel het beleid als de uitvoering voor zijn rekening. “Ik vind dat verstandig. Wij weten wat er speelt op beide gebieden”, zegt Van den Hende. “En hoe we onze doelen kunnen realiseren, zodat in 2014 vijfduizend van de 30.000 studenten uit het buitenland komen en eenvijfde van de wetenschappers buitenlander is.” Ook in de contacten met partneruniversiteiten en bij marketing speelt het BIS een belangrijke rol. Faculteiten maken daarnaast eigen plannen. Zij mogen ook zelf part-

Foto: Jan Luursema

ners zoeken. (RV)

van een internationale staf­samenstelling en twee­ talige brieven en bewegwijzering. Ook op de instellingen waar internationalisering is ingebed in de organisatie, verloopt nog lang niet alles vlekkeloos. “Ik vraag me af of het verstandig was om volledig te mainstreamen”, zegt internationaliseringsadviseur Michiel van de Kasteelen van de faculteit rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Utrecht (UU). “Internationalisering is ook een eigen vakgebied, het is niet alleen een onderdeel van beleid en uitvoering. Het belang van internationalisering wordt ook niet altijd goed ingezien. Of het universiteitsjaar begint op 28 augustus of 1 september, maakt voor buitenlandse studenten veel uit, omdat kamers per maand worden verhuurd.” Van de Kasteelen twijfelt of dergelijke zaken wel door iedereen worden gezien. Hans de Wit beaamt dat de zaken bij de UU beter kunnen. “Utrecht is te snel versnipperd zonder dat iemand nog aanstuurde”, aldus De Wit. De Universiteit van Amsterdam heeft volgens hem soortgelijke problemen, met afdelingen die langs elkaar heen werken. “Een grote fout.”

Leren van fouten Tilburg had zulke problemen ook, sinds de opheffing van het centrale international office in 1998. In 2006 keerde het centrale bureau daarom terug. “Wij vonden dat de taken te versnipperd waren over verschillende faculteiten”, zegt directeur international office Hans-Georg van Liempd. In Leiden kunnen ze daarvan leren, meent De Wit. De problemen op verschillende universiteiten geven volgens hem absoluut niet aan dat inbedding in de organisatie per definitie niet werkt. “Als je mainstreamt en beleid en uitvoering uit elkaar haalt, is het van fundamenteel belang dat de communicatie blijft. Het is een risico dat dit niet gebeurt, zoals we in Utrecht en Amsterdam hebben gezien.” Dé ideale organisatievorm bestaat niet, volgens De Wit. “Het hangt van veel factoren af wat op een bepaald moment het beste systeem is. Bijvoorbeeld de mensen die er werken, de traditie, de financiën en de doelstellingen. Vandaar dat de overstap van centraal op decentraal en vice versa bij veel instellingen een pendelbeweging is.”

robert visscher

transfer | mei 2010 | 15


c

o

l

u

m

Balkenende:

thuis in Korea Demissionair premier Balkenende is twee dagen in Korea. Dat heeft alles te maken met ­economische en culturele betrekkingen tussen beide landen. Op hetzelfde moment is er een handelsmissie van 38 Nederlandse bedrijven in Korea. Op de eerste dag staat er voor Balkenende een lunch op het programma met de Koreaanse president Lee in de Blue House, de werkvertrekken van de president. Ik ben daar als gast uitgenodigd. Voorafgaand aan de lunch hebben beide leiders een tête-à-tête, die langer duurt dan gepland. Wat zouden zij allemaal bespreken? Dat vragen de gasten in de kamer ernaast zich natuurlijk stilletjes af. De ­nucleaire dreiging in Noord-Korea? Economische samenwerking? Of gaat het gesprek over het Koreaanse oorlogsschip dat een maand geleden is geëxplodeerd, met 46 doden tot gevolg? President Lee zit in een heel lastig parket. Het onderzoek is nog steeds gaande. Maar als straks harde bewijzen richting Noord-Korea wijzen, moet hij dan de oorlog verklaren? Het land is in elk geval ondergedompeld in rouw. Dan is het zover. Iedereen stelt zich op in een rij, de calling card in de hand. Daar staat je naam op en je functie. Vlak voordat je de Koreaanse president begroet, moet je de kaart afgeven aan een ambtenaar naast hem die kort maar luid je naam en functie opnoemt. Nadat beide volksliederen zijn gespeeld, opent president Lee zijn speech: “There is a saying, that God made the world but the Dutch made the Netherlands.” Daarmee zet Lee gelijk de toon. Hij prijst de Nederlandse economie, verwijst naar de Nederlandse handelsgeest en noemt de twee bekendste Nederlanders in Korea: Hendrick Hamel en Guus Hiddink. Hamel is een historische figuur die een boek schreef over zijn jaren in Korea nadat

16 | mei 2010 | transfer

hij daar voor de kust in 1653 schipbreuk had geleden. Alle Koreaanse kinderen leren op school over deze eerste ‘witneus’ die in hun land verbleef. Balkenende begint zijn speech met condoleances aan de nabestaanden van degenen die bij de explosie van het oorlogsschip zijn omgekomen. Verder is hij ‘very impressed’ hoe snel Korea een herstel laat zien van de crisis. “Dit jaar kent Korea een economische groei van 4 tot 5 procent. Bij ons is dat -1”, zegt Balkenende. De premier noemt Guus Hiddink een van de beste Nederlandse exportproducten. Ik weet niet of hij zich vereerd moet voelen, maar de eveneens aanwezige Hiddink staat op om een luid applaus in ontvangst te nemen. Na de lunch ontvangt Balkenende een eredoctoraat in de sociologie van de Koreaanse universiteit Yonsei. Hij krijgt het voor zijn verdiensten als politicus en zijn pleidooi voor herstel van christelijke waarden en normen in de samenleving. Twee Nederlandse studenten die aan Yonsei studeren hebben de eer om bloemen te overhandigen aan Balkenende. “Wat een verrassing om hier Nederlandse studenten te zien”, reageert die. “Internationalisering is de eerste stap om te werken aan vriendschap en samenwerking.” Het bezoek van Balkenende kan niet meer stuk. “De dag is nog niet voorbij, maar ik voel mij nu al thuis in Korea.”

eun-mi postma Eun-mi Postma is directeur van het Neso-kantoor in Zuid-Korea. Meer columns van haar zijn te lezen op www.transfermagazine.nl.

n


actu eel

“Positie

ISS sterker dan ooit”

Louk de la Rive Box nam vorige maand afscheid als rector van het International Institute of Social Studies (ISS). Ook al wordt zijn instituut met bezuinigingen bedreigd, Box is ervan overtuigd dat juist internationaal onderwijs de toekomst heeft.

Louk Box tijdens zijn

Foto: Piet Gispen

afscheidsceremonie.

geleden overnam. “Jarenlang zijn we klein gehouden en kregen we steeds minder geld. We konden geen aanspraak maken op onderzoeksgelden van NWO. Maar de Erasmusuniversiteit stimuleert de groei van het ISS. We kunnen nu meedoen aan grote onderzoeksprojecten. En met onze ervaring in het internationaal onderwijs, kunnen wij de universiteit helpen een echte internationale instelling te worden. Capaciteitsopbouw staat nu op de agenda van de Erasmusuniversiteit”, stelde Box tevreden vast.

Boerderij in Frankrijk

“Het stomste wat je kunt doen is een instituut als het ISS opheffen. In veel landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika hebben wij contacten op het hoogste niveau omdat onze afgestudeerden daar vaak topposities bezetten. Dat vertegenwoordigt een enorm kapitaal. Het Nederlands belang is breder dan het besparen van een paar stuivers op deze meest klassieke vorm van ontwikkelingssamenwerking”. Louk Box (67) ziet geen enkele reden om te bezuinigen op het internationaal onderwijs, zoals voorgesteld werd in drie van de vijf besparingsscenario’s op ontwikkelingssamenwerking. “Het is niet voor niets dat landen al generaties lang studenten naar ons toesturen”, voegt hij eraan toe. “Internationaal onderwijs vormt de grondslag van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking”, benadrukte hij in zijn afscheidsspeech. “Het is effectief, niet corruptiegevoelig en efficiënt; tegen een relatief lage kostprijs wordt een hoogwaardig onderwijsprogramma gerealiseerd”. Ondanks de aanzwellende kritiek op ontwikkelingssamenwerking ziet hij de toekomst van zijn instituut met vertrouwen tegemoet. “De positie van het ISS is sterker dan ooit”. Dat is mede te danken aan de Erasmusuniversiteit die het instituut twee jaar

De scheidende rector heeft de overname door de Erasmusuniversiteit altijd als een positieve ontwikkeling gezien. “Onze plaats is in het Nederlands hoger onderwijs, niet ernaast”, is zijn stelling. De grote afstand tussen de reguliere universiteiten en de instituten voor internationaal onderwijs, ziet hij als een gemiste kans. “De goede naam die het ISS in het buitenland heeft opgebouwd, contrasteert sterk met de onbekendheid in eigen land. Ook al wezen evaluaties keer op keer uit dat de instituten voor internationaal onderwijs uitstekend onderwijs verzorgen, de universiteiten zagen ons niet staan. Door die negatieve relatie konden beide partijen niet veel van elkaar leren, terwijl dat juist essentieel is in een tijd van global competition.” Het rectorschap dat hij vijf jaar vervulde, ziet Box als de kroon op zijn werk. “Alle aspecten van ontwikkelingssamenwerking waar ik me in mijn veertigjarige loopbaan mee bezig heb gehouden, komen hier bij elkaar. Er wordt voortreffelijk onderwijs gegeven, goed onderzoek verricht en er worden nuttige projecten uitgevoerd op het gebied van capaciteitsopbouw. Voor mij, als sociaal wetenschapper, is dat een geweldige mix.”

els heuts Lees het volledige interview met Louk Box op www.transfermagazine.nl.

transfer | mei 2010 | 17


i ntervi ew

com m i s s i e

-ve

e r ma n

i nte r n ati o n a a l

s c h e tst

p e rs p e cti e f

‘Geef afgestudeerden aan hbo en wo

dezelfde titel’ Oud-landbouwminister Cees Veerman tijdens de presentatie van het rapport.

Met de huidige staat van het hoger onderwijs komt Nederland niet in de top-5 van meest concurrerende kenniseconomieën ter wereld. Vooral het hbo moet worden versterkt, concludeert de commissie-Veerman. Transfer sprak daarover met commissielid Ron Bormans, bestuursvoorzitter van de Hogeschool

De commissie-Veerman heeft in haar rapport nadrukkelijk gekozen voor een internationaal perspectief. Op tal van aspecten is in kaart gebracht hoe het Nederlandse hoger onderwijs presteert vergeleken met andere landen. Wat vond u opmerkelijk? “Opvallend is dat Nederland een veel grotere hbosector heeft dan andere landen met een binair stelsel. Tweederde van de studenten in ons hoger onderwijs studeert aan een hogeschool. In Frankrijk is dat maar 5 procent, in Finland 46. Daardoor heeft ons hoger onderwijs een relatief lage onderzoeksintensiteit en worden relatief weinig masterstudenten opgeleid.”

Ron Bormans

18 | mei 2010 | transfer

Foto: HAN

Arnhem-Nijmegen. De commissie constateert dat de onderwaardering van (bepaalde) hbo-opleidingen moet worden aangepakt. Op welke punten wordt het hbo ondergewaardeerd? “Ondergewaardeerd roept eigenlijk de verkeerde associatie op. Kerngegeven in ons rapport is het onderscheid tussen academisch en beroepsgericht hoger onderwijs. Dat is heel relevant, daarom koesteren we dat verschil. Maar we bevestigen het op de verkeerde manier: in het onderzoeksbeleid, in hoe we met masters omgaan en via de titulatuur. Wij zeggen: doe niet zo moeilijk over die titulatuur. Geef afgestudeerden aan hbo en universiteit dezelfde titel en leg in het diplomasupplement uit waar de opleiding precies voor staat. Daarmee vergroten we onze herkenbaarheid en waarde in het buitenland.”


Foto: Cynthia Boll/HH

De commissie pleit voor meer onderzoek bij hogescholen. Wordt Nederland daarmee een succesvollere kenniseconomie? “Dat zal zeker helpen. Het gaat hierbij om onderzoek in dienst van de beroepspraktijk. Om de dynamiek van de beroepspraktijk te kunnen volgen, te doorgronden en door te ontwikkelen, heb je onderzoek nodig. Het is essentieel dat wij onze studenten ook leren hoe te innoveren. Daarvan moeten wij het in Nederland hebben. En op dat vlak hebben we internationaal een achterstand in te lopen.”

aantal masterstudenten: 13 procent. Ook buitenlandse studenten komen vooral af op het bacheloronderwijs. Wat vindt u daarvan? “Ik vind het niet zorgelijk dat veel jonge mensen met een bachelordiploma de arbeidsmarkt opgaan. En ik ben er geen voorstander van dat hbo-bachelors massaal doorstromen naar een master­opleiding. Het gaat pas wringen als je het lage aantal masterstudenten combineert met het leven lang leren, dat internationaal gezien slecht scoort in Nederland. We moeten jonge mensen de ruimte geven eerst te gaan werken en daarna een additionele masteropleiding te volgen.”

Vijf jaar geleden pleitte de commissie-Abrahamsen ook al voor een sterkere onderzoekscomponent in het hbo, en voor gelijkschakeling van de titulatuur van Universiteiten en hogescholen moeten zich meer van sommige hbo- en wo-opleidingen. De Tweede Kamer elkaar onderscheiden en een scherper profiel kiezen op sprak toen van ongewenste academisering. Denkt u basis van het Europese classificatiemodel. Waarom is dat de Kamer nu wel overstag gaat? voor dit model gekozen? “Het is van groot belang dat hogescholen hun “We hebben gekozen om het Nederlandse hoger maatschappelijke opdracht kunnen vervullen en onderwijs in het hart van Europa te plaatsen. Dat is internationaal herkend worden. voor de commissie een heel princiHet onderzoek dat hogescholen piële stellingname geweest en het “Wij leiden relatief weinig verrichten, is betekenisvol voor de belang daarvan werd bevestigd door beroepspraktijk. Dat heeft niets onze twee Angelsaksische commismasterstudenten op” te maken met academisering. Ons sieleden. Consequentie is dan dat je rapport is op een uniek moment eerst kijkt naar een Europees clasnaar buiten gebracht: het is verkiesificatiemodel. Interessant daaraan zingstijd en binnenkort treedt een nieuw kabinet is dat het met verschillende profielen werkt, bijvooraan. De consensus over het belang van onderwijs en beeld de betekenis van een hogeschool in de regio of onderzoek is nooit zo groot geweest. Dus ons rapport de mate waarin een universiteit zich internationaal valt in vruchtbare aarde.” profileert. Het profiel op basis van wetenschappelijke output alleen is dan niet zaligmakend meer.” Nederlandse hogeschooldocenten zijn internationaal gezien bijzonder laag gekwalificeerd. Minder dan de Het is een mooie gedachte dat universiteiten en helft van de docenten heeft een masterdiploma, slechts hogescholen de krachten moeten bundelen en keuzes 4 procent is gepromoveerd. Hoe komt dat? moeten maken. Maar hoe wilt u dit realiseren? “Veel docenten geven les aan een opleiding die ze “Dat zal niet eenvoudig zijn. Ik vind dat die discussie vroeger zelf hebben gevolgd. Dat zijn dus bachelors. moet beginnen op de instellingen. Daar moet de Verder hebben we de afgelopen jaren veel mensen vraag worden gesteld wat de kernwaarden en het aangenomen die hun gezag ontlenen aan de beroepsprofiel moeten zijn van de opleiding en de instelling. praktijk. Er komt nu erkenning voor het feit dat het Op de HAN zijn wij daarmee begonnen. Daarnaast belangrijk is om het onderwijs te ondersteunen door moet via competitie duidelijk worden wie de beste onderzoek te verrichten. Bij de HAN willen we een papieren voor een bepaald profiel heeft. Verder inhaalslag maken. Tussen nu en vijf jaar willen we dat opteren we voor een missiegebonden financiering 70 procent van onze docenten een mastertitel heeft waarbij de keuze voor een bepaald profiel en de en 10 procent is gepromoveerd. Daar gaan we gericht daarop gebaseerde prestaties wordt beloond. En op werven.” misschien moet je het aandurven om de overheid hier een zekere regie te gunnen.” Door de massale deelname aan het hbo heeft Neder­ els heuts land internationaal vergeleken maar een beperkt

transfer | mei 2010 | 19


de

expat

‘Marokko waardeert men Veel talentvolle wetenschappers zoeken hun heil in het buitenland. Wie zijn deze kenniswerkers? Transfer praat met negen van hen. Deze maand Ralph Hooreman (27), universitair docent Accounting aan de Al Akhawayn universiteit in Marokko.

Dat Ralph Hooreman in Marokko ging wonen en werken, was geen grote verrassing voor zijn omgeving. Hij groeide op in Rotterdam-Zuid en speelde van jongs af aan vooral met Marokkaans-Nederlandse leeftijdsgenoten. Vanaf zijn vijfde ging hij in de zomervakantie met hen mee naar het Noord-Afrikaanse land. Hij raakte op slag verliefd op de cultuur en de mensen. “Marokkanen zijn extraverter dan Nederlanders. Ze zijn uitgelatener, en dat spreekt mij aan. Zelfs op iets kleins vestigen ze soms zo veel aandacht dat het groot wordt. Nederland is in mijn ogen saaier, omdat Nederlanders ingetogen zijn”, zegt Hooreman. Nadat Hooreman anderhalf jaar geleden promoveerde aan de TU Eindhoven, wilde hij graag in zijn geliefde land werken. Hij kreeg een aanstelling aan de School of Business Administration van de Al Akhawayn universiteit in Ifrane. “Toch was het een grote beslissing. Ik werkte op dat moment bij de Rekenkamer en ontving een goed salaris. Ik had een goede carrière in het vooruitzicht. Dat is nog steeds zo, maar het is toch een risico om naar een land als Marokko te gaan. Dit is niet de place to be voor mijn vakgebied. Daarom moest ik er wel over nadenken. Uiteindelijk wogen de voordelen zwaarder: dat ik me hier zo thuis voel en dat ik graag weer les wilde geven. Daarnaast woonde mijn Marokkaanse verloofde hier.”

Vrij elitair Hooreman werkt aan de semi-publieke Al Akhawayn universiteit, waarvan de academische organisatie gebaseerd is op het Amerikaanse universiteitssysteem. “Het is een vrij elitaire universiteit. Het collegegeld bedraagt 12.000 euro per jaar, dat is voor Marokkaanse begrippen uiteraard een hoog bedrag. De meeste studenten hebben rijke ouders.

20 | mei 2010 | transfer

Ze hebben meer van de wereld gezien en zijn ook meer ontwikkeld dan studenten aan andere universiteiten in Marokko. Hun niveau is gelijk aan dat van Nederlandse studenten. Door het hoge collegegeld staan ze onder grote druk om hun best te doen. Ze werken heel hard. Dat komt ook omdat de concurrentie op de arbeidsmarkt moordend is.” Het valt Hooreman op dat studenten respectvol zijn tegenover docenten. “Ik word aangesproken met professor of doctor. In Marokko hebben wetenschappers een hoge status, het salaris is redelijk goed en mensen met kennis worden hier zeer gewaardeerd. Als ik de klas binnenloop zijn de studenten direct stil, ze zeuren ook niet over cijfers. Kritiek op de docent geven ze niet. Het is daardoor lastig om discussies van de grond te krijgen. Maar discussies zijn voor mijn vak niet altijd relevant. Ik doceer accountancy en daar is altijd weinig ruimte voor discussie: regels zijn regels, waar het ook gegeven wordt. Studenten zijn berekenend als ze wel hun mening geven. Over een aantal onderwerpen, voornamelijk religie, wordt niet gesproken.” Dit doen docenten onderling ook niet, weet Hooreman. Verder is alles bespreekbaar tussen docenten, merkt hij. “Er is niet meer hiërarchie dan in Eindhoven. Dat komt door het Amerikaanse universiteitssysteem.” Hooremans werkzaamheden bestaan vooral uit onderwijstaken. Daarnaast doet hij onderzoek naar Marokkaanse

Ralph Hooreman (l)


nsen met kennis’ beursgenoteerde ondernemingen in Europa en de invloed van de accountantregel­geving daarop.­ Hooreman doceert ook als onbezoldigd gastdocent aan de publieke universiteit van Meknes. “Ik heb altijd graag lesgegeven. In Nederland doceerde ik bijvoorbeeld ook aan de Hogeschool van Rotterdam. Mij valt op dat het niveau aan de universiteit van Meknes hoger is, dan het hbo in Nederland. Het systeem selecteert ook meer, dat vind ik goed. Wie hier het niveau niet haalt valt af en daardoor werken studenten harder.”

een buitenlandse vrouw met een Marokkaan trouwt. Ik wil dolgraag blijven en doe er alles aan om goede wil te tonen. Ik geef in Meknes gratis les, leer de taal en wil mijn Nederlandse nationaliteit opgeven. Mijn motivatie neemt af, omdat een leven geregeerd door werk- en verblijfsvergunningen en wachten op naturalisatie niet prettig is. Veel mensen weten niet dat dit speelt. Ik hoop dat er iemand opstaat die mij naar de Marokkaanse naturalisatie leidt.” Het zegt volgens Hooreman wat over het niveau van internationalisering van het Marokkaanse publieke onderwijssysteem. “In Nederland staat internatioNaturaliseren nalisering bij instellingen hoog in het vaandel. Hier Hooreman vertrok naar Marokko om er voorgoed speelt het niet zo’n grote rol. Ik hoop dat dit snel te blijven. Maar onlangs deed hij verandert, want hier liggen kansen. een nare ontdekking. “Hier krijgen De economie groeit flink, zelfs in “De concurrentie alleen Marokkanen een aanstelling crisistijd. Dat trekt buitenlandse voor onbepaalde tijd (en pensioen) bedrijven en expats aan. Een goed op de arbeidsmarkt aan een universiteit. Dat wist ik internationaliseringbeleid is daarom van te voren. Ik krijg een jaarconwenselijk. Ik vertrok uit Nederland is moordend” tract, dat moeilijk te krijgen en te om een toekomst op te bouwen verlengen is door de concurrentie. Ik in een prachtig land. Maar ik weet wil me daarom laten naturaliseren. hierdoor niet of dat wel gaat lukken Volgens de wet kom je daarvoor na vijf jaar in aanmeren dat vind ik een gemiste kans. Mijn verzoek aan king. Maar ik ontdekte dat er na 1958 weinig mensen beide regeringen is: praat erover en laat problemen zijn genaturaliseerd: er is verschil tussen wetgeving en zoals de mijne niet voortbestaan.” realiteit. Als ik trouw met een Marokkaanse heeft dit robert visscher ook geen invloed op naturalisatie. Dat is alleen zo als

Foto: Bruno Morandi/ANP

Zicht op Meknes, waar Ralph Hooreman doceert.

transfer | mei 2010 | 21


r eportage V.l.n.r.: Angela Jansen, Loukie Molenaar, Maartje Gardeniers, Simone Oosterkamp.

Wat heeft de gewone stu denten factfi n di ng na ar

zu i d

op

mission

-a

fr i ka

Zuid-Afrikaan aan

WK voetbal?


Maar liefst 77 teams deden mee aan de MillenniumBattle 2010, een Nederlands project om studenten uit het hoger onderwijs te betrekken bij ontwikkelingssamenwerking. De winnaars mochten een week naar Kaapstad om daar de impact van het WK voetbal op de lokale bevolking te onderzoeken. Transfer volgde de vier studentes op hun missie.

De temperatuur herinnert er ons nadrukkelijk aan dat we in het zuidelijkste puntje van Afrika zijn: 38 graden Celsius wijst het metertje in de bus. De airco lekt en we staan vast in het verkeer. “Allemaal de schuld van het WK”, moppert Charles Maisel, die zich graag ‘innovator in sociale projecten’ laat noemen. Alle wegen liggen open om de voetbalsupporters straks soepeltjes naar het Greenpoint Stadion te kunnen vervoeren. Weggegooid geld, vindt Charles. “Dertig biljoen rand! Hoeveel huizen kun je daarvan bouwen? Hoeveel HIV/Aidstesten kun je daarvan doen?” Charles is een voetballiefhebber, maar dit WK zal Zuid-Afrika sociaal en economisch alleen maar ellende brengen, voorspelt hij. Het is een speeltje voor de rijken. We zijn op weg naar een rafelrand van Kaapstad. Het is dag twee van de factfinding mission van Maartje (24, development studies), Angela (24, holocaust en genocide studies), Simone (25, pedagogiek) en Loukie (25, development studies). Tot hun grote verrassing wonnen de vier studentes onder de naam 4 Inspiration de finale van de MillenniumBattle 2010. Via dat onderwijsproject probeert de NCDO (Nederlandse Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling) studenten uit het hoger onderwijs te betrekken bij ontwikkelingssamenwerking.

Foto: Michiel de Ruiter

Bus met tv-scherm In de vierde – en tevens laatste – editie van de MillenniumBattle stond het WK voetbal in ZuidAfrika centraal. Het plan van Maartje, Angela, Simone en Loukie om tijdens het WK met een gesponsorde bus met groot tv-scherm de rurale gebieden in te trekken, kon rekenen op applaus van de jury. Onder de titel GOall Protected willen de vier het toernooi aangrijpen om voorlichting te geven over aids en verandering in seksueel gedrag. Als prijs mochten ze een week naar Kaapstad met hulporganisatie Cordaid om een antwoord te vinden op de vraag wat het voetbaltoernooi betekent voor de economische en sociale ontwikkeling van Zuid-Afrika. En: in hoeverre het haalbaar is om aidsvoorlichting aan het WK te koppelen.

Charles zit in het reisprogramma vanwege het controversiële HIV testing programme dat hij met steun van Cordaid heeft opgezet. “Wat is het probleem bij HIV/ Aids?”, vraagt hij retorisch aan de Nederlanders. “Er rust een taboe op testen. Slechts 10 procent van de Zuid-Afrikanen laat zich vrijwillig testen. Ik richt me op de andere 90 procent. Ik betaal ze als ze een aidstest doen. Dat werkt: ze staan in de rij!” Charles toont zijn gelijk op een stoffig stukje niemandsland. Er staat een lange rij mannen voor de Tutu-Tester, een omgebouwde camper met drie kleine kamertjes waar verpleegsters bloed afnemen. De mannen worden geregistreerd met een digitale vingerafdruk. Loukie is onder de indruk van het succes, maar twijfelt over de duurzaamheid van deze vorm van ontwikkelingshulp. “Uiteindelijk gaat het niet alleen om de test, maar toch ook om een verandering in hun seksuele gedrag?” Charles vindt dat een heilloze missie. “Ik registreer, ik test, ik haal resultaat.” Hij maakt er ook geen geheim van dat hij goed verdient aan dit project. “Met sponsors voor voedselbonnen en de verkoop van mijn registratiesoftware kan ik dit doen.”

Spagaat We moeten verder. Er wacht een lunchafspraak met ambassadeur Rob de Vos in het nette deel van Kaapstad. Langs de N1 lijkt er geen eind te komen aan de huisjes die met plastic, hout, golfplaat en steen bij elkaar worden gehouden. In de verte blinkt, aan de voet van de Tafelberg, het veelbesproken Greenpoint Stadion waar Nederland op 24 juni tegen Kameroen speelt. Het stadion is symbool geworden voor de spagaat waarin Zuid-Afrika zich bevindt. Enerzijds heeft de regering beloofd het WK aan te grijpen voor sociale en economische vooruitgang, anderzijds wil Zuid-Afrika bewijzen dat het mee kan in de eisen van de wereldvoetbalbond FIFA. Die zijn hoog, hebben de studenten ontdekt in hun vooronderzoek. Maartje: “De FIFA heeft weinig interesse voor de sociale kant van het evenement. De kaarten zijn duur, het stadion staat ver van de townships en lokale handel rond het stadion is aan banden gelegd.” Ook moeten de lokale NGO’s een flink deel

transfer | mei 2010 | 23


Zuid-Afrika een vol programma.

van hun budget inleveren om de overheid in staat te verschil maken. De kinderen die vandaag na school stellen dit WK te financieren, weet Angela. “Alleen in voetbaltrainingen volgen, zijn de trainers van morgen. de stadions is al ruim een miljard euro geïnvesteerd.” En we boeken resultaat: 30 procent van onze vrijwilDe Nederlandse ambassade ruikt naar tropisch hardligers vindt een betaalde baan bij de overheid.” hout dat net in de boenwas is gezet. Op de lunchtafel Een paar dagen later lopen we in de township liggen kerstservetten. “Prachtig Philippi waar Danielle Manuel, een plan”, juicht ambassadeur De Vos als oud-SCORE-vrijwilliger, namens “Dit WK is geen armoedeMaartje het winnende millenniumhet stadsbestuur een rondleiding project heeft gepresenteerd. “Maar”, geeft in een strak gerenoveerd of aidsbestrijdingsproject waarschuwt hij, “dit WK is geen voetbalstadion. Loukie wil weten armoede- of aidsbestrijdingsproject. of hier tijdens het WK gevoetbald en de FIFA is geen En de FIFA is geen hulp­organisatie.” gaat worden. “Nee”, zegt Manuel. De Vos erkent dat aids en gebrekkig “Misschien gaat Italië hier twee keer hulporganisatie” onderwijs Zuid-Afrika voor een trainen, maar de Italiaanse bond enorm probleem stellen, maar heeft moet nog komen kijken of deze plek vooral oog voor de kansen die het bevalt.” En daarna? “Dat weten we WK biedt. “Er is de laatste drie jaar zo veel gebeurd. Er nog niet”, bekent ze. “Er is eigenlijk geen club in de zijn 6.500 arbeiders opgeleid en aan het werk gezet in omgeving die dit stadion kan betalen.” De studenten de bouw. Van die investeringen profiteert iedereen.” kijken elkaar verbaasd aan. Op de laatste avond van de factfinding mission staan Kluitjesvoetbal we bovenop de Tafelberg. De oceaan plooit zich soepel De airco in het busje loopt op zijn laatste benen. In om de spectaculaire rotskust, de lichtjes van Kaapstad de bochten gutst het vocht eruit. We stoppen bij een bibberen in de avondwarmte. Na een propvolle week sportveldje in Hanover Park, de township waar oudliggen de twee prangende vragen nog steeds op tafel. Ajacied Benny McCarthy is opgegroeid. De Engelse Wat betreft de eerste – wat is de erfenis van dit WK Clare Barrel – lokaal beter bekend als ‘B’ – leidt er het voor de lokale bevolking? – zijn er eigenlijk alleen project SCORE dat sport inzet als middel om ontwikmaar meer vragen gerezen, zegt Angela. “De grote keling te bevorderen. Met steun van de FIFA organivraag is: wat noem je vooruitgang? Is dat het feit dat seert SCORE tijdens het WK bijzondere activiteiten we nu in de file kunnen staan in Kaapstad? Of is dat rond de kleine stadions. Maar genoeg gepraat, zegt ‘B’ de collectieve trots rond dit WK die we hier bij bijna na een introductie van twee minuten, het is tijd voor iedereen hebben gevoeld?” een potje voetbal! Pedagogiekstudente Simone slaakt En GOall Protected? Dat project heeft nog steeds een zucht van verlichting. “Concreet aan de slag met potentie, vinden de studenten. “We zouden aansluijongeren, heerlijk!” ting moeten zoeken bij een organisatie als SCORE”, Na een onooglijk wedstrijdje kluitjesvoetbal vindt Loukie. Voor deze zomer lukt het niet om alles ontmoeten we de bevlogen SCORE-directeur Stefan rond te krijgen. Maar in 2014 is er weer een WK, in Howells. In zijn sobere kantoor licht hij zijn missie Brazilië. Dat betekent nog vier jaar tijd voor een aangetoe. Kort gezegd is die: changing lives through sports past plan. and building communities. SCORE beschouwt het WK stef verhoeven als een gegeven. “Er is veel kritiek mogelijk, maar wij grijpen het evenement aan om de kinderen uit de townships erbij te betrekken. Sport kan hier echt het

24 | mei 2010 | transfer

Foto’s: Michiel de Ruiter

De vier studenten hadden in Zuid-Afrikanen in de rij voor een aids-test.


vli egen de

holl an der

‘Alsof ik in een speelfilm zat’ Paul Verhage (23) doet voor zijn master Inter­ nationale Ontwikkelingsstudies aan de Wageningen

grappen gemaakt over de ramp. Ik vraag me af of we dat in Nederland zouden doen. Wij zouden vermoedelijk eerder in de slachtofferrol kruipen.

Universiteit onderzoek in Chili. Tijdens de aardbeving

Groene planeet

in februari werd hij flink door elkaar geschud.

“Ik woon inmiddels alweer een poosje in Santiago, een miljoenenstad. Wil je op wereldniveau kunnen meepraten over de milieuproblematiek, en dat wil ik straks graag, dan moet je zo veel mogelijk van die wereld hebben meegekregen. Dat levert soms schokkende ervaringen op. Hier in Chili letterlijk, toen ik eind februari opeens middenin een aardbeving zat. Dat was heftig, want het was een flinke jongen – sterker nog dan die op Haïti een maand eerder. Ik ben flink door elkaar geschud. Terwijl ik door het huis rende om mezelf in veiligheid te brengen, had ik de sensatie in een speelfilm te zitten. Foto’s vielen van de muren, de badkamer kwam naar beneden. Behoorlijk eng. Gelukkig viel de schade in Santiago zelf uiteindelijk nogal mee. Dat maakte ook dat de mensen hier al snel weer overgingen tot de orde van de dag, denk ik. Er worden inmiddels zelfs

Toen ik twaalf jaar oud was, zei ik tegen mijn vader: “Ik ga later de wereld verbeteren.” Want ik was er vast van overtuigd dat iedereen, net als ik, een groene planeet wilde. Tijdens mijn bachelor Milieu- en Natuurwetenschappen in Utrecht kwam ik erachter dat dat wat naïef van me was geweest. Het streven naar duurzaamheid is een luxe die mensen zich pas permitteren als ze op elk ander vlak bevredigd zijn. Als ze een auto en een televisie hebben. Zelf ben ik daar ook niet ongevoelig voor, moet ik eerlijk toegeven. Bij dat aspect van mezelf wilde ik me niet zomaar neerleggen. Daarom besloot ik, nadat ik mijn bachelor had afgerond, een tijd naar Oeganda te gaan om vrijwilligerswerk te doen. Ik wilde uitvissen welke plaats mijn liefde voor de natuur in mijn toekomstplannen moest innemen, zonder dat ik werd gepamperd door de gebruikelijke westerse overdaad. Helemaal back to the basics. Middenin het oerwoud van Afrika ondervond ik aan den lijve dat een groene omgeving inderdaad schitterend is, maar wel wat saai als er geen gelijk­ gestemden zijn met wie je erover van gedachten kunt wisselen. Niet zozeer die groene planeet, als wel de verbondenheid tussen mens en natuur is voor mij belangrijk, realiseerde ik me toen. Vandaar mijn master Ontwikkelingsstudies aan de Wageningen Universiteit. Ik hou me hier in Chili bezig met de positie van kleine boeren in de landbouw. Milieubewustzijn hebben de mensen hier nauwelijks. Ook hier geldt dat spullen belangrijker zijn dan een frisse natuur, zolang de Chilenen zelf niet de luxe hebben die ze op de televisie zien. Wat dat betreft valt hier nog een hoop werk te verzetten. Eigenlijk net als in de rest van de wereld dus.”

annemieke bosman

transfer | mei 2010 | 25


ac htergron d

Achttien bloemen tu

-p

roj ect

wi l

i nter natio n a l i s e r i n g

Geef docenten duizend euro om hun eigen

internationaliseringsproject vorm te geven. Daarmee worden ze vanzelf enthousiast voor internationalisering, was het idee achter het project One thousand flowers aan de TU Delft.

Hoe maak je docenten intercultureel gevoelig en ondersteun je hen in een nieuwe rol als global teacher? Dat is een van de vragen waar het Onderwijskundig Centrum Focus van de Technische Universiteit (TU) Delft zich dagelijks over buigt. Het project One thousand flowers is een antwoord op die vraag. Het idee: Geef een docent duizend euro om een eigen internationaliseringsproject uit te voeren.

sti mu l e r e n

‘One thousand flowers’ ondersteunt ideeën van docenten om hun eigen masterstudenten – circa 30 procent komt uit het buitenland – dichter bij elkaar te brengen, en om curricula verder te internationaliseren. De ene docent wil studenten een week samen laten sporten in internationale teams, een ander wil een computerspel ontwerpen dat studenten van verschillende nationaliteiten samen moeten uitspelen, een derde wil Delftse studenten tijdens een online seminar met studenten uit Afrika laten samenwerken. Door ‘One thousand flowers’ konden deze projecten worden uitgevoerd.

Cultuuromslag De TU Delft wil een internationale gemeenschap vormen, maar dat blijkt in de praktijk niet eenvoudig te zijn. Veel docenten stellen zich bijvoorbeeld nog altijd niet erg open op tegenover buitenlandse studenten, merkte ‘Flower’-projectleider Renate

Dankzij de ‘Flowers’ konden Delftse docenten net even iets extra’s voor

26 | mei 2010 | transfer

studenten doen.


Foto: Arenda Oomen

n bloeien in Delft

Klaassen van Focus. "De houding is vaak: zíj willen hier begon workshops te organiseren over hoe de onderzoeksstuderen, dan moeten zij zich maar aanpassen." Dat vroeg methoden ook in andere landen zouden kunnen werken, om een cultuuromslag, vond de TU. Focus kreeg twee bijvoorbeeld door de resultaten anders te presenteren. jaar geleden de opdracht om grote groepen docenten en Dynamisch wetenschappers gevoelig te maken voor de veelkleurigKlaassen had van tevoren op iets meer belangstelling voor heid van hun eigen studentengroep. de ‘flowers’ gehoopt. Kansen zien en met een open blik naar Klaassen ziet de sleutel in het zogeheten grassroots-prinde wereld kijken is niet iedere TU-docent gegeven, weet ze cipe: ontwikkeling van onderop. “Interculturele gevoeliginmiddels. Van de beoogde 35 flower-projecten is slechts heid bereik je door docenten zelf te laten ontdekken hoe de helft opgeleverd. Klaassen: “Het enthousiasme blijkt te zij de inhoud van hun colleges globalisering-klaar kunnen komen van de paar mensen die zelf al een zekere interculmaken en kennis wereldwijd toepasbaar.” turele gevoeligheid hadden en daar al mee bezig waren. Een Het onderwijskundig centrum was eerder succesvol met substantieel deel van de docenten heeft niet gereageerd. een grassroots-project om docenten meer ict in het onderSommigen omdat ze geen tijd hebben. En een heleboel wijs te laten gebruiken. “We dachten dat succes te gaan docenten doen zelfstandig al aan internationalisering, herhalen”, vertelt Klaassen. “Maar dat is slechts ten dele die hadden geen flower nodig. Helaas zijn er ook die zich gelukt.” afvragen waarom al die internationalisering eigenlijk nodig Een aantal docenten heeft het idee waarvoor ze duizend is. Een docent zei letterlijk tegen mij: “Wat heeft cultuur euro kregen, inderdaad tot een goed einde gebracht. Van eigenlijk te maken met onderwijs?” de 22 ontkiemde bloemen zijn er uiteindelijk achttien Dat de enthousiaste reacties vooral uit ‘opgeleverd’, zoals Klaassen het noemt. de hoek kwamen van docenten in entreHet zijn ideeën van tien verschillende "Eén docent zei letterlijk: preneurship, telecommunicatie en policy docenten. Al deze projecten krijgen een analysis, verrast Klaassen niet. “Daar structureel vervolg dat financieel wordt wat heeft cultuur eigenlijk werken veel mensen die van nature een ondersteund vanuit de faculteiten. brede horizon hebben, dynamisch zijn Meer schwung te maken met onderwijs?” en denken in termen van innovatie. Nieuwe ‘flowers’ zullen er echter niet Deze vakken lenen zich bij uitstek voor komen. Geld is een van de factoren die internationalisering. Bij vakken als daarbij meespelen. “Duizend euro is eigenlijk te weinig wiskunde of mechanica ligt internationalisering minder om echt iets heel nieuws op te starten”, zegt Klaassen. voor de hand.” “Het is net genoeg om een al bestaand project meer ‘One thousand flowers’ wordt niet voortijdig stopgezet; het schwung te geven. Drieduizend euro zou realistischer zijn project zou twee jaar lopen en die tijd is om. Voor nieuwe geweest. Vooral omdat internationaliseringsinitiatieven soortgelijke projecten is voorlopig geen geld: de TU Delft snel kostbaar worden.” moet de komende drie jaar 45 miljoen euro bezuinigen. Wel Docent entrepreneurship Boukje Vastbinder kan daarwordt aan de Universiteit Leiden met belangstelling naar over meepraten. “Het is niet zozeer het verschil tussen het project gekeken, en bestaat de kans dat daar binnenkort doen of niet doen, maar tussen doen en het echt léuk een ‘flower’ de kop opsteekt. Klaassen heeft nog hoop op doen.” Samen met collega Esther Blom coacht Vastbinder een doorstart in Delft dankzij plannen van de NVAO om bijvoorbeeld studenten die in hun zomervakantie hogeronderwijsinstellingen een certificaat voor internatioontwikkelingswerk voor bedrijven in het buitenland nalisering te geven. “Universiteiten kunnen dat per opleidoen. “Dankzij de flowers kunnen we workshops geven ding aanvragen om zich daarmee, als ze aan de juiste criteria als voorbereiding op dat werk. Die combineren we met voldoen, vervolgens te onderscheiden. Wij zijn daar heel lunches, en we nodigen regelmatig gastsprekers uit.” blij mee. Ik zie het als een kans.” Een ander voorbeeld van een succesvol flower-project is De TU Delft heeft alle ervaringen met het One Thousand Flowers project dat van docente Niki Frantzeskaki. Zij was geschokt toen samengebracht in een boekje. U kunt dit tegen kostprijs verkrijgen via studenten aan het einde van hun master policy analysis r.g.klaassen@tudelft.nl of 015–278 8899. opmerkten dat de onderzoeksmethoden die ze in Delft hadden geleerd, niet zouden werken in een sociaalpolitiek minder gestructureerd land dan Nederland. Ze transfer | mei 2010 | 27


ac htergron d

tu

/e-stu

denten

verover en

e u ro p e s e

stu d i e k e uz e ma r kt

Van hobby naar bedrijf met vijftien medewerkers

Wat de Europese Unie niet lukte, kregen drie studenten uit Eindhoven wel voor

In het kantoor van Studyportals in Eindhoven. Vooraan Edwin van Rest (l.)

elkaar. Met hun bedrijf Studyportals scheppen zij sinds 2007 online orde in de

en Thijs Putman.

chaos van het Europese studiekeuzeaanbod.

28 | mei 2010 | transfer

Studyportals is gevestigd op de derde verdieping van de oude gloeilampen­ fabriek op het voormalige Philipsterrein in Eindhoven. Het kantoor mag er van binnen wat studentikoos uitzien – de vloerbedekking is oud, er liggen zitzakken in een hoek en de koffie is op –, maar de BV Studyportals is zijn studentikoze karakter al een tijdje ontgroeid.

Marktleider De Eindhovenaren beheren een aantal portals, websites waarop studenten bachelor-, master- en PhD-programma’s in Europa kunnen zoeken. De sites bevatten opleidingen van 650 universiteiten en hogescholen uit 37 Europese landen. Alleen al op Mastersportal.eu zitten 14.000 opleidingen in de zoekmachine. Op het gebied van informatie over Engelstalige masteropleidingen is Studyportals marktleider in Europa. Dankzij advertenties verdienen momenteel ongeveer vijftien medewerkers hun brood met de websites.

Foto: Bart van Overbeeke

Een student uit Kameroen meldde zich laatst via Studyportals bij een universiteit in Zweden. Hij had op Mastersportal.eu de opleiding van z’n dromen gevonden. De student vroeg de universiteit of die het aanmeldings­ formulier voor de master wilde opsturen naar de kerk in zijn dorp, de enige locatie met een postadres. Studyportals-oprichter Edwin van Rest: “Door hem besefte ik weer eens dat wij echt kunnen helpen bij een keuze die veel impact heeft op het leven van een student.” Het was een gat in de markt, waar drie slimme studenten technische bedrijfskunde drie jaar geleden in sprongen. Want waar konden studenten terecht als ze informatie zochten over masteropleidingen in Europa? Er was een aantal nationale databases, maar nergens stond het Europese aanbod overzichtelijk op een rij. En voor studenten van buiten Europa was het al helemaal moeilijk om een beeld te krijgen van de mogelijkheden.


Over twee jaar moeten dat er dertig zijn, vertelt Van Rest, chief opportunies officer van Studyportals. Een “strategische partner” heeft net een belang van 20 procent in het bedrijf genomen, in ruil waarvoor deze partner de sites en het bedrijf verder op weg wil helpen. En binnenkort wordt de scholarship-portal gelanceerd, een website waarop studenten informatie over studiebeurzen in Europa kunnen vinden. Kortom, Studyportals zit in de lift.

Bloed, zweet en tranen Het verhaal begon in 2007. Edwin van Rest en Thijs Putman, studenten van de TU Eindhoven, en de Zweedse student Magnus Olsson onderhielden voor hun internationale studievereniging een kleine website met praktische informatie over studeren in het buitenland. Het Bolognaproces zette hen aan het denken over de toekomst. “Er werden duizenden Engelstalige masteropleidingen gecreëerd

en we zagen onze medestudenten rondkijken. Na de bachelor ontstond een belangrijk nieuw keuze­ moment. Er waren weinig informatiebronnen die het aanbod op een rij zetten”, vertelt Van Rest. Na marktonderzoek besloten de drie het serieus aan te pakken: Mastersportal werd geboren. Het eerste jaar was bloed, zweet en tranen, aldus Van Rest. “We werkten vanuit huis. Op onze website wilden we opleidingen van universiteiten uit de Europese de top-100 verzamelen. Die moesten we allemaal bellen. We moesten op ze inpraten, en steeds weer uitleggen waarom het voor studenten belangrijk is om informatie over het masteraanbod in Europa op een rij te hebben.” Na een jaar waren zeventig universiteiten overstag. Via Europese studentenverenigingen werd het bestaan van Mastersportal gepromoot. De bezoekersaantallen stegen. Langs een andere route was de site bij de Europese Commissie onder de aandacht


de premium listings altijd bovenaan.” Eentiende van alle klanten kiest voor deze vorm van adverteren. Studyportals gebruikt marketingtechnieken die op Amerikaanse en Australische studiekeuzewebsites al veel langer in zwang zijn. “Daar proberen we het een en ander van te leren”, zegt Van Rest. Nederlandse universiteiten en hogescholen zijn op de portals goed vertegenwoordigd. “We weten dat we voor veel universiteiten in Nederland de belangGoede contacten rijkste bron zijn van internationaal verkeer naar hun Volgens Van Rest heeft het succes van Studyportals websites”, zegt Van Rest. Hij vraagt instellingen wel twee simpele redenen: “We zijn een unieke inforeens een rekensommetje te maken: “Wat hebben matiebron voor studenten, en we helpen onderwijsjullie uitgegeven om met twee medewerkers naar instellingen om gemakkelijker en kosteneffectiever een wervingsbeurs in China te gaan, en wat heeft dat aan internationale marketing te doen.” Ook heeft opgeleverd in vergelijking met de resultaten en de het zijn vruchten afgeworpen dat het bedrijf de kosten van internetmarketing?” afgelopen jaren goede contacten heeft opgebouwd Was het opzetten van een Europese studiekeuze­ met onderwijsinstellingen, studentenverenigingen, website niet bij uitstek iets geweest voor de Europese de Europese Commissie, maar ook met organisaties Unie? Van Rest denkt van niet. De Europese zoals de Academic Cooperation Commissie, die Studyportals nu al Association (ACA). Bezoekende een aantal jaar ondersteunt, heeft “Wij zijn het Google studenten komen uit de hele zelf ook pogingen gedaan om het wereld, met India, Amerika, Grootonderwijsaanbod in Europa op een onder de Europese Brittannië en Duitsland in de rij te zetten, zoals met het initiatopvier. tief Ploteus. “Maar commerciële, studiekeuzewebsites” Van Rest ziet Studyportals als het ondernemende organisaties zijn er Google onder de Europese studiebeter in om dit soort websites te keuzewebsites. “Net als Google onderhouden”, meent Van Rest. willen we een zo goed mogelijke informatiebron zijn, “Publieke organisaties zijn afhankelijk van subsidies. en daarbij hoort dat je zo compleet mogelijk moet Als de geldstroom opdroogt, kunnen ze er moeilijk zijn. Als je kan bewijzen dat je de beste informatieeen advertentieapparaat omheen zetten.” bron bent voor studenten op dit vlak, kun je met heel Champagne gerichte advertentieservices gaan werken.” Europese Volgens Van Rest kan Studyportals nog wel even universiteiten, hogescholen, summerschools en orgavooruit. “Er is nog veel werk te doen om de infornisaties zoals de Nuffic en de British Council tellen matievoorziening voor studenten te verbeteren.” het geld voor advertentieruimte op de websites in elk Met subsidie van de Europese Commissie gaat rond geval graag neer. begin juni de scholarship-portal van start. Van Aart Onderwijsinstellingen die zich bij de website vertelt dat Studyportals altijd veel vragen krijgt van aanmelden, kunnen gratis informatie over een studenten die willen weten hoe ze aan een beurs onbeperkt aantal opleidingen aan de site laten voor een studie in Europa kunnen komen. Met toevoegen. Ze kunnen die informatie zelf up-to-date gegevens uit de database van het Europese bureau houden, of Studyportals betalen om dit te doen. voor statistiek, Eurostat, heeft het bedrijf berekend Vervolgens kunnen ze ervoor kiezen om op de site dat er 15,5 miljard euro aan studiebeurzen beschikte adverteren, bijvoorbeeld door banners te plaatsen. baar is in twintig Europese landen, subsidies als de Maar ze kunnen ook betalen voor premium listing. Nederlandse studiefinanciering meegerekend. Die Instellingen die dat doen, vallen in de zoeklijstjes miljarden wil Studyportals op de portal verzamelen, meer op, bijvoorbeeld doordat zij een logo mogen zodat studenten opleidingsinformatie aan financietoevoegen. ringsmogelijkheden kunnen koppelen. Altijd bovenaan Studyportals verwacht snel meer dan een miljoen “Studenten kunnen zelf kiezen hoe ze zoekresulunieke bezoekers per maand te trekken. Of de chamtaten geordend willen hebben, door ze te sorteren pagne open gaat als het zover is? Edwin van Rest op bijvoorbeeld duur van de opleiding of hoogte van glimlacht. “Die gaat hier wel vaker open.” het collegegeld”, legt projectmanager Joran van Aart elleke bal uit. “Maar in de ongesorteerde zoekresultaten staan gebracht. Die schreef 3.000 onderwijsinstellingen in Europa aan. Er kwam schot in de zaak. In 2008 werd de eerste medewerker aangenomen. Van Rest was al die tijd bang dat een grote partij zich in dezelfde studiekeuzemarkt zou wagen, maar dat gebeurde niet. Vorig jaar won het bedrijf 25.000 euro tijdens de New Venture-wedstrijd voor innovatieve start-ups. De bachelor- en PhD-portals kwamen erbij.

30 | mei 2010 | transfer


A G E N D A

Kansas City is de plaats waar van 30 mei tot en met 4 juni de NAFSA Annual Conference 2010 plaatsvindt onder het motto The Changing Landscape of Global Higher Education. Columnist Nicholas Kristof van de New York Times, winnaar van de Pulitzer Prize, is een van de sprekers. Meer informatie en aanmelden op www.nafsa.org/annualconference/default.aspx Profound, het platform van negentien hogescholen voor ontwikkelingssamenwerking, organiseert op 24 juni in Den Bosch een seminar met als titel Ontwikkelingssamenwerking en duurzaamheid – twee zijden van dezelfde medaille? Met cacaoteelt en productie van chocola als concreet voorbeeld wordt dit thema uitgewerkt. Aanmelden en meer informatie bij Paul Minnee, minnee@hbo-raad.nl.

mei

2010 juni

2010

De IAU 2010 International Conference gaat over Ethics and values in higher education in the era of globalization: what role for the disciplines? en wordt gehouden van 24 tot en met 26 juni in Vilnius, Litouwen. Meer informatie en aanmelden op www.iau-aiu.net/conferences/upcoming.html Zie ook www.transfermagazine.nl/nieuws/agenda

Transfer zoekt nieuwe columnisten Charles Hoedt, Eun-mi Postma en Hans Dieleman blijven vanuit Rusland, Zuid-Korea en Mexico berichten op www.transfermagazine.nl. Maar het blad Transfer biedt de komende jaargang ruimte aan nieuwe columnisten die schrijven over eigen ervaringen met internationalisering, of hun mening geven over (inter) nationale ontwikkelingen in het hoger onderwijs. Belangstelling? Stuur dan voor 1 juli een proefcolumn van ongeveer 500 woorden naar eheuts@nuffic.nl.

Call for proposals NederlandsMexicaanse samenwerking Tot 1 juli kunnen Nederlandse hogeronderwijsinstellingen aanvragen indienen voor gezamenlijke projecten met Mexicaanse partners, zoals uitwisselingen en joint of double degrees. Het moet gaan om samenwerking op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Meer informatie over de voorwaarden, aanvraagen selectieprocedure en financiĂŤn staat op www. nesomexico.org.

transfer | april 2010 | 31


In Nederland nam je nu de fiets

Studie en stage in het buitenland. Gewoon d贸茅n! bijvoorbeeld met een Erasmusbeurs

Transfer 8, jaargang 17  

Transfer is het onafhankelijke vakblad uitgegeven door Nuffic

Transfer 8, jaargang 17  

Transfer is het onafhankelijke vakblad uitgegeven door Nuffic

Advertisement