Issuu on Google+

t ransfer

vakblad over internationalisering in het hoger onderwijs

Toekomst Afghaans landbouwonderwijs in Nederlandse

7

handen jaargang 17 | april 2010

wotro-voorzitter over toponderzoek in ontwikkelingslanden  |  in het rood door erasmusbeurzen  |  status promovendi verdeelt universitaire wereld  |  bologna

­kritisch beschouwd  |  britse universiteiten gaan voor nog meer chinezen


7 Transfer is een onafhankelijk vakblad voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs en onderzoek. Transfer is ook online: www.transfermagazine.nl. Transfer is een uitgave van de Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs. Verschijnt negen keer per jaar. Redactie Els Heuts (hoofdredacteur), Annelieke Slappendel en Elleke Bal Aan dit nummer werkten mee Annemieke Bosman, Xander Bronkhorst, Charles Hoedt, Martine Postma, Evert-jan Quak, Robert Visscher, Martine Zeijlstra Beeld Roel Burgler, Evert-Jan Daniëls/HH, Joe Fox/ANP, Bart de Gouw, Georg Hochmuth/ANP, Erik Jansen, Tobias Limperg, Jan Luursema, Françoise de Mulder/Roger Vi/HH, Patrick Post/ HH, Camera Press/HH, Ruud Taal/ ANP, Erik Verburg/Verbeeld, Annebel Vere, Veronique de Viguerie/WpN/HH, 20thCentFox/Everett Collection/HH Redactieraad Riekele Bijleveld (ITC), David Bohmert (Nether), Patrick Cramers (Codarts), Madeleine Gardeur (Rijksuniversiteit Groningen), Frans Godfroy (TU Delft), Joep Huiskamp (TU Eindhoven) Redactieadres Nuffic, Postbus 29777, 2502 LT Den Haag, tel. 070 – 426 0126 / 426 0144 / 426 0122 fax 070 – 426 0399 e-mail: eheuts@nuffic.nl, aslappendel@nuffic.nl, ebal@nuffic.nl website: www.transfermagazine.nl Abonnementen Transfer is gratis verkrijgbaar. Geïnteresseerden kunnen zich voor een gratis abonnement aanmelden via www.ikabonneermij.nl/transfer, bellen naar DUO-tijdschriftenservice 030 – 263 1089 of een e-mail sturen naar info@ikabonneermij.nl. Abonnementenadministratie DUO-tijdschriftenservice Postbus 681 3500 AR Utrecht tel 030 – 263 1089 Vormgeving en lay-out Sabrina Luthjens BNO en Brigitta Opstal (www.makingwaves.nl) Druk Drukkerij Deltahage, Den Haag Overname artikelen Het overnemen en vermenigvuldigen van artikelen uit Transfer is slechts geoorloofd na schriftelijke toestemming van de hoofdredactie. Foto omslag Afghaanse nomade van de Kuchistam met zijn geiten. Foto: Veronique de Viquerie/ WpN/HH Transfer 8, jaargang 17, verschijnt op 21 mei 2010

transfer

Europese onderwijsruimte ­

nog ver weg

Onder docenten en onderzoekers is het Bolognaproces nooit een veelbesproken onderwerp geweest. Maar toen vorig jaar in Leuven een decennium Bologna werd gevierd, was daar in de media veel aandacht voor. De ministerconferentie in Wenen en Boedapest waar half maart de eerste tien jaar van Bologna officieel werd afgesloten, verliep veel geruislozer. Jammer, want interessant aan deze conferentie was dat het Twentse Center for Higher Education Policy Studies (CHEPS) er een onafhankelijk onderzoek presenteerde, naar wat tien jaar Bologna nu echt heeft opgeleverd. Benadrukten de deelnemers aan de conferentie dat de gestelde doelen grotendeels behaald zijn, CHEPS en een Brits en Duits onderzoeksteam tonen in een gedegen studie aan dat van een echte Europese hogeronderwijsruimte nog lang geen sprake is. De vrijblijvendheid van de afspraken staat dat in de weg. “Een aantal landen heeft het invoeren van de instrumenten van Bologna tot doel verheven”, constateert onderzoeker Don Westerheijden in dit nummer van Transfer. Cruciaal voor de toekomst is volgens hem de betrokkenheid van docenten, onderzoekers, studenten en maatschappelijke organisaties. Die is nu vaak ver te zoeken. VSNU-voorzitter Noorda ziet datzelfde Bolognaproces als goede reden om een studentenstatus voor promovendi in de wet op te nemen. Universiteiten willen al jaren de mogelijkheid hebben om promovendi met een beurs te laten promoveren, maar de rechter staat dat niet toe. Hierdoor lopen hun internationale ambities gevaar, zeggen de universiteiten. Ze wijzen naar het buitenland waar het vrij gebruikelijk is om als bursaal te promoveren. Noorda betoogt in deze Transfer dat differentiatie binnen het promotiestelsel goed aansluit bij de Bologna-gedachte waar de PhD na de bachelor en de master de derde cyclus is. In politieke kringen kreeg de universiteitenvereniging tot dusver weinig steun. Maar in deze tijden van crisis is niets meer helemaal zeker. Dat blijkt uit de drastische bezuinigingsscenario’s voor het hoger onderwijs, die net voor Pasen gepresenteerd werden. De boodschap daarin is helder: wie hoger onderwijs wil volgen, zal daar fors in moeten investeren. En wie zegt dat dat uitgangspunt op termijn ook niet voor promovendi zal gaan gelden? Els Heuts eheuts@nuffic.nl


r

i n hou d

8

24-42

12

WOTRO hoopt op twee keer zoveel geld De WRR vindt dat jaarlijks 300 miljoen euro uit het ontwikkelingsbudget moet worden besteed aan onderzoek. Dat voorstel valt in goede aarde bij WOTRO, de organisatie die al veertig jaar onderzoek financiert in en voor ontwikkelingslanden. Transfer sprak met voorzitter Willem van Genugten. “Nederland investeert schandalig weinig in échte onderzoeksprogramma’s.”

Bursalenkwestie verdeelt universitaire wereld Universiteiten doen al jaren hun best om promovendi als student te mogen beschouwen, in plaats van als werknemer. Maar de rechter wil er niet aan. Zonder de felbegeerde studentenstatus zijn de internationale ambities van Nederland in gevaar, zeggen de universiteiten. Maar volgens de tegenstanders willen de instellingen met het aanstellen van bursalen vooral goedkoop uit zijn.

18

Nederlandse onderwijshulp in Afghanistan Tachtig procent van de bevolking van Afghanistan werkt in de landbouw. Maar door de oorlog is veel landbouwkennis verloren gegaan. Wageningen Universiteit, hogeschool Van Hall Larenstein en praktijktrainer PTC+ helpen in het verwoeste land om het landbouwonderwijs opnieuw op te bouwen. “We moeten niet te hard van stapel lopen.”

22

‘Bologna’ is nog lang niet klaar Volgens de direct betrokkenen gaat het uitstekend met ‘Bologna’. De doelen die in 1999 werden gesteld, zouden grotendeels zijn behaald. Onafhankelijk onderzoek van CHEPS wijst iets heel anders uit: een echte Europese hogeronderwijsruimte is er nog lang niet. “In sommige landen is gedacht: we zetten in een wet wat Bologna van ons vraagt en dan zijn we klaar.”

En verder 2 Colofon en redactioneel  4 Nieuwsberichten  11 In het rood door Erasmusbeurzen  16 De expat  21 Column Charles Hoedt  24 Internationaliseringsweek voor niet-onderwijzende staf  26 Vliegende Hollander  27 Onbegrip over sluiting Neso China  28 Britse universiteiten gaan voor nog meer Chinezen  31 Agenda


n i euwsb er ic hten

Foto: Bart de Gouw

Onderkomen voor buitenlandse studenten

Dit is het nieuwe containercomplex earth house voor internationale studenten in Wageningen. Het complex telt 190 gemeubileerde kamers van 19 m2, te huur voor 365 euro. De universiteit heeft in totaal 250 nieuwe woningen voor buitenlandse studenten gecreëerd. Honderden van hen werden aan het begin van het studiejaar gehuisvest in een bungalowpark op de Veluwe. Daar zijn ze inmiddels allemaal weg. Het earth house wordt over maximaal vijf jaar afgebroken. “We hopen dat er tegen die tijd op de markt een structurele oplossing voor het gebrek aan huisvesting is gevonden”, zegt Simon Vink, woordvoerder van de raad van bestuur van de Wageningse universiteit. Waarom het earth house als ‘kil’ wordt afgeschilderd in het universiteitsblad Resource begrijpt hij niet. “Het is gewoon een mooi gebouw, heel praktisch gelegen, dicht bij het station en de winkels.”

Sms waarschuwt bij

ramp in buitenland Het ministerie van Buitenlandse Zaken komt vermoedelijk dit najaar met een nieuwe service: Nederlanders die naar het buitenland reizen, kunnen een e-mail of sms-alert krijgen als zich in het betreffende land een nood­situatie voordoet. Geïnteresseerden kunnen zich via internet ­registreren bij het ministerie. Met het systeem krijgt de overheid meer zicht op aantallen Nederlanders in rampgebieden. Het nieuwe systeem, Kompas, werd half maart enthousiast

4 | april 2010 | transfer

ontvangen op de jaarlijkse Cospa-dag. De bijeenkomst, voor coördinatoren van buitenlandse stages en medewerkers van international offices, stond in het teken van crises en calamiteiten. Instellingen konden tijdens de dag met elkaar praten over wat te doen bij noodsituaties zoals het overlijden van een student in het buitenland of een natuurramp. Een lijst met namen en gegevens van alle studenten en medewerkers die in het buitenland verblijven, is in zulke gevallen

cruciaal. Maar voor veel instellingen blijkt het lastig om zo’n lijst op centraal niveau compleet te krijgen. Zij zien het initiatief van Buitenlandse Zaken als een welkome steun. Tijdens het wk voetbal, deze zomer in ZuidAfrika, zal met een soortgelijk registratiesysteem worden proefgedraaid.  (EH) Meer over de Cospa-dag op ­www.transfermagazine.nl


‘Duizenden extra kamers Tot het studiejaar 2014–2015 zijn in Amsterdam minimaal 9.900 extra studentenwoningen nodig, waarvan eenderde voor buitenlandse studenten. Zij stellen beschikbaarheid van woonruimte steeds vaker als voorwaarde voor hun komst, concludeert het Amsterdamse hoger onderwijs in een visiedocument. Het stuk, getiteld Studeren in de Topstad, is een gezamenlijk initiatief van de Amsterdamse universiteiten en hogescholen. Er ligt een gemeentelijk plan dat de komende jaren voorziet in 9.000 nieuwe studentenkamers, stellen zij vast, maar ze vragen aandacht voor knelpunten. Naar verwachting neemt het aantal

ho-studenten in Amsterdam toe van 87.000 in 2008 tot 109.000 in 2014. Daarvan komen respectievelijk 6.200 en 9.700 studenten uit het buitenland. Van deze groep wil 90 procent in Amsterdam en omgeving wonen, is de aanname. Kences, de koepelvereniging van studentenhuisvesters, noemde onlangs Amsterdam als een van de steden waar de huisvestingssituatie voor studenten nijpend is. Door de economische crisis stijgt het aantal studenten, maar ligt de bouw van woonruimte nagenoeg stil, waardoor kamernood dreigt. Door de val van het kabinet lijkt er voorlopig geen vervolg te komen op het Actieplan Studentenhuisvesting 2003–

Ook buitenlandse studenten willen graag in Amsterdam wonen.

2010 van vrom en Kences. Het daarin gestelde doel, 12.000 extra woningen, is overigens gehaald.  (AS)

Integratieproblemen ­ drukken studieprestaties Zestig procent van de niet-westerse studenten in Nederland heeft aanpassingsproblemen. Daardoor blijven hun studieprestaties achter. Ze hebben weinig contact met hun Nederlandse studiegenoten. Want Nederlandse en buitenlandse studenten leven in gescheiden sociale werelden. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Maastricht onder 871 studenten, verdeeld over de Haagse Hogeschool, de Hogeschool van Amsterdam, de Hogeschool Zeeland, de nhtv in Breda en de Universiteit Maastricht. Slechts 21 procent van de Nederlandse studenten heeft buiten het onderwijs contact met internationale studenten. Dat komt door de vrijetijdsbesteding. Veel Nederlandse studenten zijn druk met hun bijbaantje. Daarnaast zijn ze vaak lid van een studentenvereniging. Dat laatste geldt slechts voor 2 tot 3 procent van de buitenlandse studenten. Wel

zijn buitenlanders vaker lid van een studievereniging. Bij de nhtv ondervinden buitenlandse studenten de minste aanpassingsproblemen. Kleinschalig onderwijs en veel gezamenlijke activiteiten voor zowel buitenlandse als Nederlandse studenten blijken de integratie goed te bevorderen. In Maastricht zijn de verschillen in sociale leefwerelden het grootst. Om de aansluiting te bevorderen bereiden negen hogescholen en universiteiten buitenlandse studenten via internet voor op hun komst naar Nederland. Ook leggen zij al contact met Nederlandse studiegenoten. Het project ­www.acculturation.nl wordt in september afgerond.  (EH) Lees meer over dit onderzoek in een interview met onderzoeker Bart Rienties op www.transfermagazine.nl

transfer | april 2010 | 5

Foto: Ruud Taal/ANP

nodig in Amsterdam’


n i e uws b e r i c hte n

Buitenlands nieuws Buitenlands HO wellicht welkom in India

Het kabinet in India heeft ingestemd met een wetsvoor-

stel dat buitenlandse onderwijsinstellingen de mogelijk-

heid geeft zich in het land te vestigen. Aan welke regels zij moeten voldoen is nog onbekend, meldt The Chronicle of

Higher Education. De regering wil het wetsvoorstel voor eind

mei indienen bij het parlement. Dan pas komt de precieze inhoud naar buiten. Een expert zegt in The Chronicle dat zullen mogen sturen.

Volgens The Times of India bestaat in het parlement weer-

stand tegen het wetsvoorstel. Oppositiepartijen vrezen

schade aan het Indiase onderwijssysteem. Het ontwerpwetsvoorstel lag al enkele jaren op de plank. Tot nu toe

Foto: Evert-Jan Daniëls/HH

buitenlandse instellingen winst niet naar hun thuisland

Weinig gevluchte artsen schoppen het in Nederland tot de operatiekamer.

kunnen buitenlandse instellingen in India alleen onderwijs aanbieden in samenwerking met lokale partners.  (AS) Nieuwe website Study-in.de

DAAD, de Duitse zusterorganisatie van de Nuffic, heeft een

nieuwe website gelanceerd over studeren en onderzoek doen in Duitsland. Op www.study-in.de staat natuurlijk een zoek-

machine voor opleidingen en informatie over toelatingseisen, financiële zaken en huisvesting. Maar belangstellenden

vinden er ook een interactieve landkaart, waarop ze naar

de veertig populairste Duitse studiebestemmingen kunnen ‘reizen’. Daarnaast biedt de website informatie over Duitse

gebruiken. Studenten uit Mexico, Spanje, India, Madagascar, Zuid-Afrika en Kenia houden er een weblog bij. En er is een

mogelijkheid om in contact te komen met Duitse studenten via het DAAD-profiel op de socialenetwerksite StudiVZ. De

website heeft ook een Engelstalig deel. De site is onderdeel van de campagne ‘Study in Germany – Land of Ideas’.  (AS) China wil meer buitenlandse studenten

China wil in 2020 de voornaamste internationale studiebestemming van Azië zijn. De grootmacht wil tegen die tijd

jaarlijks een half miljoen buitenlandse studenten verwel-

komen. Dat staat in een ontwikkelingsplan dat de Chinese

overheid begin maart naar buiten bracht, meldt het staatspersbureau Xinhua. Het Chinese onderwijsministerie heeft

ook bekendgemaakt dat er in 2009 meer dan 230.000 internationale studenten in het land waren. Dat is 6,6 procent

meer dan het jaar daarvoor. De meeste studenten kwamen

uit andere Aziatische landen, 15 procent kwam uit Europa en 10 procent uit Amerika. Bijna 8 procent van de buitenlandse

studenten studeerde in China met een beurs van de Chinese overheid.  (EB)

6 | april 2010 | transfer

Gevluchte arts zit vaker werkloos thuis Het is voor artsen die gevlucht zijn uit een nietEuropees land bijna onmogelijk geworden om in Nederland hun beroep uit te oefenen. Sinds september 2005 zijn slechts twee gevluchte medici door de toelatingsprocedure voor buitenlandse artsen gekomen. Dat concludeert de stichting voor vluchteling-studenten uaf in het vakblad Medisch Contact. Sinds 1997 begeleidde het uaf ongeveer vierhonderd gevluchte artsen die door bijscholing in Nederland het basisartsdiploma haalden. Bijna allemaal vonden zij een baan als arts of medisch specialist. Maar sinds het ministerie van Volksgezondheid in 2005 een nieuw assessment voor buitenlandse artsen instelde, heeft het uaf slechts twee artsen door de procedure kunnen loodsen. Vluchtelingen struikelen vaak al in de eerste fase van dit assessment, een algemene kennis- en vaardig­ hedentoets. Die test onder meer de kennis van de Nederlandse taal en van de Nederlandse gezondheidszorg. De toets zou te moeilijk zijn, omdat artsen zich er nauwelijks op kunnen voorbereiden en het ministerie niet in een voortraject voorziet. Volgens het uaf haken de artsen na de toets teleurgesteld af, zoeken een opleiding op lager niveau of zitten werkloos thuis. uaf-directeur Kees Bleichrodt pleit voor een voorbereidingsjaar met taallessen en communicatie­c ursussen.  (EB)


Het international office van de TU Delft, vorig jaar al finalist, is de winnaar van de Oranje Loper Award 2010. De Rotterdam School of Management werd op korte afstand tweede, de vu kreeg de derde prijs. De Nuffic riep de Oranje Loper Award in het leven voor hogeronderwijs­ instellingen die zich op een bijzondere manier inzetten voor het welzijn van hun internationale studenten. Bij deze tweede editie lag de nadruk op voorzieningen tijdens en na de studie. De prijs werd uitgereikt op het Nuffic Jaarcongres, waar ruim 350 bezoekers konden stemmen op hun favoriete kandidaat. De jury roemde het complete programma dat de TU Delft het hele jaar aanbiedt, ook voor internationale studenten die in het tweede semester arriveren. Dat varieert van de Friday Nights die buitenlandse studenten zelf organiseren met medewerking van de universiteit, tot een ‘meldpunt bezorgd’ waar zorgen over een huis- of studiegenoot anoniem kunnen worden uitgesproken. Voor alumni is er onder

Foto: Erik Jansen

TU Delft wint tweede Oranje Loper Award

Hanneke Teekens (Nuffic), Elco van Noort (m) (IO TU Delft) en juryvoorzitter Frits Gronsveld.

meer de mogelijkheid om via Skype een loopbaanadviseur van de TU te raadplegen. De jury riep hogescholen expliciet op

om volgend jaar ook mee te dingen naar de Oranje Loper Award. Nu waren slechts vier van de vijftien inzendingen uit het hbo afkomstig.  (AS)

Ambtenaren: bezuinig op grensstudenten De ambtelijke werkgroep die bezuinigingsscenario’s voor het hoger onderwijs heeft opgesteld, wil een halt toeroepen aan het grote aantal buitenlandse studenten dat in het grensgebied woont en in Nederland studeert. “Het aantal grensstudenten is de laatste jaren fors gestegen, terwijl een groot deel na de studietijd gaat werken in het moederland”, aldus het rapport dat net voor Pasen werd gepresenteerd. Om die groei te matigen wordt voorgesteld om de instellingsbekostiging

voor deze groep te verlagen. Ook zou bij de grensstudenten (woonachtig in Noord-Rijnland, Westfalen, Nedersaksen, Bremen en België) het instellingscollegegeld in rekening kunnen worden gebracht. Hiervoor zou de wet aanpast moeten worden. Veertig procent van de internationale studenten die in Nederland studeren komt uit Duitsland. In het studiejaar 2008/2009 waren dat er bijna 20.000. Een deel van hen woont in de grensstreek en studeert aan een universiteit of hogeschool langs de oostgrens.

De werkgroep presenteerde drie varianten om te besparen op hoger onderwijs. De kerngedachte is: laat de student investeren. Een optie is om de basisbeurs om te zetten in een sociaal leenstelsel. Ook een stapsgewijze verhoging van het wettelijk collegegeld in de bachelorfase met 50 procent behoort tot de mogelijkheden. Van de instellingen wordt verwacht dat zij efficiënter kunnen werken, dat moet resulteren in een besparing van ruim 1 miljard euro in 2020.  (EH)

transfer | april 2010 | 7


i ntervi ew Relevantie en bruikbaarheid van het onderzoek zijn voor WOTRO belangrijke criteria bij de beoordeling van onderzoeksaanvragen.

wotro

-vo

orz itter

wi llem

van

g e n u gte n

:

‘In ontwikkelingslanden kun Driekwart van het Nederlandse ontwikkelingsbudget gaat naar gezondheidszorg en onderwijs, becijferde de WRR. Nog geen kwart gaat naar sectoren die ontwikkeling kunnen bevorderen. Willem van Genugten, voorzitter van onderzoeksorganisatie WOTRO, herkent dat. "Economen, juristen en politicologen kloppen te weinig bij ons aan met

Foto: Erik van der Burgt/Verbeeld

onderzoeksaanvragen."


Foto: Roel Burgler

Ontwikkelingshulp is het meest effectief wanneer die gebaseerd is op kennis en expertise, constateert de wrr in zijn rapport over ontwikkelingshulp. Maar juist de kennisinfrastructuur is de laatste vijftien jaar verwaarloosd. De leidende positie die Nederland ooit had op het gebied van ontwikkelingsdeskundigheid, dreigt om te slaan in een achterstand. De raad pleit er daarom voor om jaarlijks 6 procent van het ontwikkelingsbudget (300 miljoen euro) te investeren in onderzoek. Dat voorstel valt uiteraard in vruchtbare aarde bij wotro, de organisatie die al veertig jaar onderzoek financiert in en voor ontwikkelingslanden. “Voor een land dat een kenniseconomie wil zijn, investeert Nederland schandalig weinig in echte onderzoeksprogramma’s. Slechts 40 miljoen euro per jaar”, beaamt voorzitter Willem van Genugten. “Degelijk onderzoek naar processen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en duurzaamheid, is de beste methode om ontwikkeling te bevorderen. Minister Koenders zat op die lijn. Onder zijn bewind is het accent meer op kennis komen te liggen. De grote vraag is of dat met de komst van een nieuw

koers flink bijgesteld. Sinds 2006 zijn relevantie en bruikbaarheid van het onderzoek belangrijke criteria geworden. “We zijn een poot van nwo [Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, red.[, daarom is de wetenschappelijke kwaliteit nog steeds leidend”, licht Van Genugten toe. “Maar in tegenstelling tot vroeger moet het onderzoek nu ook maatschappelijk relevant zijn. De wereld staat op onderdelen in brand. Wetenschappers kunnen het zich niet veroorloven vier jaar op een onderwerp te studeren zonder zich af te vragen wat het nut ervan is. Het is mijn diepste overtuiging dat onderzoek naar de praktijk vertaald moet kunnen worden."

Strijd Zonder slag of stoot ging die koerswijziging niet. “Het strategisch programma 2007–2010 kenmerkt zich door een heel andere benadering en toonzetting. Dat heeft aardig wat strijd opgeleverd. Maar veel toenmalige tegenstanders kunnen zich nu vinden in deze benadering. En je ziet dat het heel verantwoorde keuzes zijn geweest. Het onderzoek moet funda-

n je ook toponderzoek doen’ kabinet en een nieuwe minister zo zal blijven.” Van Genugten is, naast wotro-voorzitter, ook hoogleraar internationaal recht in Tilburg en buitengewoon hoogleraar internationaal recht aan de North-West University in Zuid-Afrika. Hij onderschrijft de wrr-opvattingen over de rol die kennis kan spelen in mondiale ontwikkelingen. Ook steunt hij het standpunt dat er in plaats van kennisoverdracht gezamenlijke kennisuitwisseling en -productie moet plaatsvinden. “Wetenschappers in het Noorden dachten lange tijd: als wij maar genoeg kennis genereren en die aan het Zuiden leveren, komt het allemaal wel goed. Dat beeld rijst ook op uit het WRR-rapport.”

In brand Ook wotro, dat vroeger door het leven ging als de Stichting voor Wetenschappelijk Onderzoek van de Tropen en inmiddels is omgedoopt tot Science for Global Development, heeft in de loop der jaren zijn

menteel, relevant en bruikbaar zijn. Het hoeft niet morgen toepasbaar te zijn, maar het moet beleidsmakers wel criteria aanreiken waarmee zij kunnen voortborduren op dat onderzoek.” Een voorbeeld van dergelijk onderzoek werd uitgevoerd onder weeskinderen in het noorden van Oeganda, die jarenlang in een oorlogssituatie hadden geleefd. Hun lichamelijke klachten werden voor een groot deel veroorzaakt door trauma’s. Medicijnen konden ze volop krijgen, maar in psychische hulp was niet voorzien. De onderzoekster waarschuwde voor een medicijnverslaving en pleitte voor een behandeling die ingaat op de psychische problemen. Ook capaciteitsopbouw in ontwikkelingslanden gaat een grotere rol spelen in het door wotro gefinancierde onderzoek. “Capaciteitsopbouw heeft een tijdje in het verdomhoekje gezeten”, zegt Van Genugten. “Het mag niet je eerste doel zijn als wetenschapsorganisatie, maar het is een razend belangrijk nevendoel. Daardoor ga je nog beter kijken

transfer | april 2010 | 9


in welke instituten je investeert en hoe je zorgt dat er “Het is kortzichtig om zo de millenniumdoelen te iets structureels achterblijft als je vertrekt.” lezen. Het terugdringen van de kindersterfte voor Binnenkort wordt geëvalueerd wat het wotro2015 kun je alleen maar realiseren als je systematisch onderzoek heeft bijgedragen aan het Nederlandse werkt aan verbetering van de gezondheidszorg. Doe ontwikkelingsbeleid. Uitkomsten zijn nog niet voorje dat niet, dan zullen bepaalde ziektes na die tijd handen. Van Genugten verwijst naar de conferentie onmiddellijk weer de kop opsteken. Bij ons zijn de Knowledge on the move die de onderzoeksorganisatie doelen gezondheid, milieu en armoede goed uit de samen met onder meer de Nuffic twee jaar geleden verf gekomen. De mondiale betrekkingen minder organiseerde. Wetenschappers uit het Noorden en goed. Maar dat komt weer doordat we op dit terrein Zuiden debatteerden drie dagen lang over ontwiknauwelijks goede aanvragen hebben gekregen.” kelingsgericht onderzoek. Minister Koenders sprak Verdachtenbankje van een cruciale conferentie waarin het belang van wotro legt nu de laatste hand aan het nieuwe stratoegang tot kennis werd onderstreept. tegisch programma 2011–2015. De komende jaren zal Kritisch is de wrr over het feit dat driekwart van het Nederlandse ontwikkelingsbudget wordt besteed aan worden voortgebouwd op het huidige beleid waarin, gezondheidszorg en onderwijs. En nog geen kwart naast de aandacht voor wetenschappelijke kwaliteit, aan infrastructuur, landbouw en economische bedrijrelevantie een prominente rol speelt en waar nog vigheid. Terwijl juist die sectoren meer de nadruk zal komen te liggen volgens de raad ontwikkeling op capaciteitsopbouw. Mondiale “Veel onderzoekers willen kunnen bevorderen. Dat patroon betrekkingen waaronder de koppeis ook terug te zien in het wotroling tussen lokale, regionale en onderzoek. academische excellentie niet mondiale ontwikkelingen, zijn “Aan ons zal het niet liggen om een belangrijk issue. “We varen combineren met relevantie een eigen koers met antennes tot een betere spreiding te komen. Ook al besteden wij natuurlijk gericht op de Nederlandse politieke voor het Zuiden” maar een fractie van het ontwikwerkelijkheid. Die kunnen wij niet kelingsbudget van vijf miljard”, ontkennen. Maar we hebben de stelt Van Genugten. “We zitten taak om bij alle politieke stormen in voortdurend te vissen naar aanvragen op het gebied Nederland onze onderzoekslijn vast te houden. Dat van politieke of juridische infrastructuur. De usual neemt niet weg dat we het belangrijk vinden subsidie suspects weten wotro heel goed te vinden. Maar van het ministerie te ontvangen en dus bereid zijn economen, juristen, en wetenschappers op het gebied met het ministerie in debat te gaan over onze koers”, van politiek en internationale betrekkingen kloppen zegt Van Genugten. te weinig bij ons aan. Wij leggen voortdurend uit De organisatie hoopt op een verdubbeling van het dat onderzoekssamenwerking met het Zuiden ook budget: 145 miljoen voor vier jaar. Een deel daarvan tot publicaties in toptijdschriften kan leiden. Je moet komt van het ministerie, de rest wordt vooral door nwo bekostigd. Wat uiteindelijk de impact van het academische excellentie willen combineren met wrr-rapport op het ontwikkelingsbeleid zal zijn, relevantie voor het Zuiden. Maar die bereidheid is er vindt Van Genugten moeilijk te voorspellen. “We bij veel onderzoekers niet. Daar is nog een wereld te leven in een rare samenleving waar ontwikkelingswinnen.” samenwerking in een soort verdachtenbankje zit. Kortzichtig Dit rapport zal niet meer door het demissionaire Ook de millenniumdoelen, die sinds 2000 uitgangskabinet worden besproken. Veel hangt dus af van de punt zijn van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid, verkiezingen op 9 juni en welke partijen vervolgens kunnen op weinig bijval van de wrr rekenen. Te het regeerakkoord gaan opstellen. Het rapport is een weinig ontwikkelingsgerelateerd en te eenzijdig document waar iedereen iets van zijn gading uit kan gericht op armoedebestrijding, oordeelde de raad. halen. Maar ik hoop dat het door Koenders ingezette Diezelfde millenniumdoelen zijn de afgelopen vier beleid, met veel aandacht voor de rol van kennis, jaar de pijlers geweest onder het wotro-beleid wordt gecontinueerd.” dat zich richtte op de thema’s gezondheid, milieu, Els Heuts armoede en mondiale betrekkingen. Van Genugten:

10 | april 2010 | transfer


actu eel

Instellingen ‘diep in het rood’ door Erasmusbeurzen

Beeld uit de film ‘l’Auberge Espagnole’ over het ‘Erasmusleven’.

Sinds het begin van het tweede semester moet Avans Hogeschool studenten die een Erasmusbeurs aanvragen, teleurstellen. Ook andere hogescholen en universiteiten zijn door hun budget voor dit jaar heen.

Foto: 20thCentFox/Everett Collection/HH

Reden: het vaste maandbedrag van 250 euro en de toegenomen vraag naar Erasmusbeurzen.

Voorheen konden instellingen zelf, binnen bepaalde grenzen, de hoogte van de beurs bepalen. Vorig jaar besloot het Nationaal Agentschap Leven Lang Leren, dat het Erasmusprogramma in Nederland coördineert, het bedrag van tevoren vast te stellen. In het studiejaar 2007–2008 kregen studenten gemiddeld bijna 260 euro per maand, licht Sabine Galjé, hoofd van het agentschap, toe. “Omdat we rekening hielden met een lichte groei van het aantal aanvragen, hebben we gekozen voor een bedrag van 250 euro in 2009.”. Enkele jaren geleden daalde de belangstelling voor Erasmusbeurzen in Nederland. Maar sinds 2007/2008 (bijna 4.700 toewijzingen) neemt de populariteit neemt weer toe, tot ruim 4.900 beurzen in 2008/2009. In combinatie met de opgelegde hoogte van het maandbedrag leidde die ontwikkeling dit jaar tot problemen. “Door de stringente richtlijnen en de grote animo onder studenten staan wij diep in het rood”, zegt Peter van Bragt van Avans Hogeschool. Het gaat om een tekort van enkele tienduizenden euro’s. Avans-studenten die nu nog aankloppen voor een Erasmusbeurs, doen dat tevergeefs. Avans is niet de enige instelling met een te krap budget voor Erasmusbeurzen. Volgens Ublad online heeft Universiteit Utrecht in januari 44.000 euro uitgetrokken om te voorkomen dat ongeveer vijftig studenten achter het net zouden vissen. Saxion heeft van alle aanvragen voor een Erasmusbeurs tot nu toe slechts 60 procent toegekend, meldt hogeschoolmagazine

Sax. Het Nationaal Agentschap wijst instellingen een budget toe op basis van ‘past performances’. “In het verleden was er vaak wel ruimte om dit aan te vullen”, vertelt Van Bragt. “Daar was de Nuffic [waar het Nationaal Agentschap onder valt red.] heel behulpzaam in. Maar dat is lastig nu de tekorten een landelijk probleem zijn.”

Laatste stuiver Als er geen geld is om de tekorten aan te vullen is een vast bedrag geen wenselijke situatie, vindt Van Bragt. Liever zou hij weer achteraf de definitieve hoogte van de beurs bepalen, zoals voorheen gebeurde. “Dan gaven we studenten een voorschot, gebaseerd op 75 procent van het bedrag in het jaar ervoor. Geld dat overbleef, verdeelden we in juli en augustus naar rato, afhankelijk van waar studenten waren geweest en hoe lang. Zo konden we het budget beheersen en ging het tot de laatste stuiver op.” De kans is echter groot dat het vaste beursbedrag voor het komende studiejaar omlaag gaat naar 200 euro, zo heeft het Nationaal Agentschap de instellingen laten weten. Het hecht namelijk aan ‘gelijke beurzen voor alle studenten’. Sabine Galjé verwacht dat met het nieuwe maandbedrag van 200 euro in 2010/2011 alle aanvragen gehonoreerd kunnen worden. “Het zal erom spannen”, denkt Peter van Bragt.

Annelieke Slappendel

transfer | april 2010 | 11


ac htergron d

status

promoven di

ver dee lt

u n ive rs ita i r e

we r e l d

Foto: Patrick Post/HH

Bursalen: goedkope truc of bittere noodzaak?

Een promotie aan de Universiteit Leiden.


Het lukt universiteitsbestuurders maar niet om de studentenstatus voor promovendi in de wet te krijgen. In Groningen wonnen promovendi opnieuw een rechtszaak omdat ze geen salaris krijgen maar een beurs. De Nederlandse internationaliseringsambities zijn in gevaar, menen de instellingen. Tegenstanders vermoeden andere motieven.

“Op dit moment laten wij geen bursalen meer toe, en we zijn in hoger beroep gegaan.” Lou de Leij, decaan Graduate Schools van de Rijksuniversiteit Groningen (rug), noemt de gerechtelijke uitspraak van afgelopen augustus “uitermate vervelend”. Bij die rechtszaak werden dertien Groningse bursalen die dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemer-promovendi eisten, in het gelijk gesteld. De Leij: “De rechter vindt dat er sprake is van een arbeidsrelatie, wij zeggen dat ze een opleiding volgen.” Volgens de decaan brengt de uitspraak de internationale ambities van zijn universiteit in gevaar. Sinds 2006 verschaft de rug uit het Ubbo Emmiusfonds ongeveer 250 promovendi een beurs. “Het overgrote deel is afkomstig uit het buitenland en was anders niet naar Nederland gekomen”, vertelt De Leij. “Het zijn goede studenten die hier het onderzoek op een hoger niveau helpen brengen en na hun promotie over de hele wereld als ambassadeur van de Groningse universiteit optreden. De meesten zijn uitermate tevreden, ook met de hoogte van de beurs, die netto maar iets onder een aio-salaris ligt.”

Internationaal herkenbaar De decaan erkent dat de rug door het werken met bursalen goedkoper uit is. De universiteit bespaart ongeveer eenderde op de kosten per promovendus en hoeft geen wachtgelden te betalen. Maar belangrijker is volgens hem dat de Groningse aanpak internationaal herkenbaar is. “We werken hier aan een graduate school zoals die bedoeld is. Na een selectieve master kunnen studenten een eigen promotievoorstel opstellen. Gedurende hun promotietraject krijgen ze een beurs. Ze zitten in een ‘school’, genieten een opleiding en zijn dus student. Zo werkt het in de Verenigde Staten en dat systeem begrijpt de hele wereld. Daarnaast hebben we nog zo’n 1.200 promovendi die onderzoek doen dat niet door henzelf is bedacht en

gefinancierd wordt uit externe bronnen. Die mensen geven ook onderwijs en zijn gewoon in dienst.” De rug is niet de eerste die een juridische bloedneus opliep in een poging bursalen aan te stellen. Vanaf midden jaren negentig startten in Leiden, Amsterdam en Utrecht experimenten met een bursalenstelsel. Die werden later door de rechter afgeblazen. Op dit moment lijkt, buiten de rug, geen enkele universiteit van plan de stap opnieuw te wagen, al bestaat de bursalenwens nog wel degelijk. De lobby voor aanpassing van het systeem wordt overgelaten aan de universiteitenvereniging vsnu. In de notitie Passend Promoveren van oktober 2008 stelt deze dat de werknemerstatus voor alle promovendi niet alleen duur is, maar ook afwijkt van de Europese standaard. Alleen Bosnië en Denemarken zouden eenzelfde systeem hanteren.

Uniformeringsdrang vsnu-voorzitter Sijbolt Noorda dringt erop aan dat de studentenstatus voor promovendi in de wet wordt opgenomen. Differentiatie binnen het promotiestelsel is volgens hem nodig als Nederland jong talent aan zich wil kunnen binden. “Dat zou ook passen bij de Bologna-gedachte, waarbij de promovendiopleiding na de bachelor en de master de derde cyclus is in een studieloopbaan. Het verschil tussen master­ student en promovendus is gradueel.” In politieke kringen kreeg de vsnu tot dusver weinig steun. Alle partijen, behalve de pvv, onderstreepten met een Kamermotie het belang van de werknemerstatus voor promovendi. En minister Plasterk zelf, weliswaar voorstander van de nieuwe Graduate Schools, gaf vóór zijn gedwongen vertrek herhaaldelijk aan geen verschillende aanstellingen op de werkvloer te willen en te blijven kiezen voor het werknemerschap. “Waarom toch die uniformeringsdrang?”, vraagt

transfer | april 2010 | 13


“am

e r i ka a n s e

h o o g l e ra a r

Dimphna Meijer (26) promoveert

onder de indruk van de concen-

aan Harvard Medical School en

tratie aan kennis en de enorme

de Universiteit Utrecht. Zij doet

creativiteit. Toen de mogelijkheid

dat met enkele beurzen uit

zich aandiende om in Boston te

Nederland en een bijdrage vanuit

promoveren, dacht ik: waarom

de Amerikaanse onderzoeksgroep.

niet?

“Voor mijn master Neuroscience

Ik wilde niet per se uit Nederland

and Cognition liep ik stage in de

weg. Een goede onderzoeksgroep

onderzoeksgroep experimentele

aan een gerenommeerd instituut

gentherapie in Boston. Ik was

in Nederland biedt volgens mij

Foto: Tobias Limperg

Noorda zich af. “Er bestaan al sinds jaar en dag verschillende manieren om te promoveren. In de medische hoek zijn er afwijkende aanstellingsmogelijkheden en er zijn buitenpromovendi die promoveren terwijl ze elders een baan hebben. Als je echt zo veel mogelijk onderzoekstalent naar Nederland wilt halen, dan moet je toch alle mogelijkheden daartoe benutten?” Toch hebben ook sommige hoogleraren problemen met verschillende aanstellingen voor promovendi. Petra Rudolf, rug-hoogleraar experimentele natuurkunde, was drie jaar geleden een van de professoren die zich in de Groningse universiteitskrant beklaagden over de aanstelling van bursalen. Rudolf vindt niet dat promovendi per se als werknemer moeten worden aangemerkt, maar keert zich tegen de onevenwichtigheid in de arbeidsvoorwaarden van haar medewerkers. “Denk bijvoorbeeld aan zwanger­ schap. Wij lossen dat bij bursalen nu ad hoc op, bijvoorbeeld door de beurs te verlengen. Voor een aio is dat allemaal goed geregeld. Het zou veel beter zijn als mensen vanaf het begin dezelfde rechten hebben.” Ondanks het standpunt van de politiek is Elizabeth Koier van het Promovendi Netwerk Nederland (pnn) op haar hoede. Zeker met het oog op de crisis­ besprekingen en de komende kabinetsvorming. “Velen zullen denken: waarom zouden we niet overgaan op bursalen? Dat levert geld op en alle universiteiten zijn daar voorstander van.” Het pnn meent dat de internationaal erkende kwaliteit van Nederlandse promovendi en proefschriften vooral te danken is aan de vier jaar durende investering die jonge onderzoekers in loondienst kunnen doen.

Diffuse situatie Koier vraagt zich daarnaast hardop af of Nederland wel gebaat is bij meer promovendi. Slechts 30 procent

14 | april 2010 | transfer

b e ta a

van de gepromoveerden krijgt de mogelijkheid een onderzoekersloopbaan op te bouwen en recruiters uit het bedrijfsleven kiezen vaak liever geen aio’s als startende werknemers, stelt Koier. “Er komt een vijver van mensen die nergens heen kunnen.” Het argument dat Nederland internationaal uit de pas loopt met zijn aio-stelsel, verwerpt de pnnvoorzitter. “Er is in Europa een heel diffuse situatie. In veel landen zijn promovendi bijvoorbeeld student, maar kunnen ze wel aanspraak maken op alle sociale rechten. Bovendien zien wij juist een omgekeerde trend, onder meer in Frankrijk. Het Europese Handvest voor Onderzoekers roept ook op om jonge onderzoekers als werknemers te beschouwen.” Koier vermoedt daarom dat universiteiten met bursalen toch vooral financieel voordeel willen halen. “Die 90.000 euro promotiepremie is natuurlijk erg aantrekkelijk, zeker als je die ook nog eens goedkoper kan bemachtigen. Maar of de kenniseconomie daar beter van wordt?”

Kortzichtig vsnu-voorzitter Noorda noemt het pnn kortzichtig.

“Nederland heeft verhoudingsgewijs weinig promovendi. Dat soort hooggekwalificeerde jonge mensen hebben we hard nodig. Binnen de wetenschap, maar ook elders in de samenleving. In het openbaar bestuur of het hoger beroepsonderwijs werken relatief weinig gepromoveerden. Een promotie is allesbehalve een doodlopende weg.” Over de pnnconstatering dat de Europese trend juist naar invoering van het werknemerschap neigt, zegt hij nuchter: “Veel landen hebben nu alleen bursaalpromovendi, die beginnen natuurlijk aan de andere kant van het spectrum.” In de hele discussie blijft één groep promovendi enigszins in het luchtledige hangen. Dat zijn de buitenlandse studenten die met een buitenlandse


a lt

h e l f t

van

sa l ar is

dezelfde kansen als Harvard.

heb beurzen van het VSBfonds,

Alleen zijn hier méér goede

het Prins Bernard Cultuurfonds

onderzoeksgroepen en méér

en een kleiner fonds. Mijn

gerenommeerde onderzoeksin-

Amerikaanse hoogleraar betaalt

stituten.

de andere helft van mijn inko-

Ik heb twee promotoren, een

men. Je moet niet in een groep

in Boston en een Utrecht. De

willen werken waar ze je niet wil-

afspraak is dat de eerste twee

len betalen, hoe goed het onder-

jaar van mijn promotie vanuit

zoek ook is.”  (XB)

beurs in Nederland promoveren. In 2008 waren dat er volgens de vsnu ongeveer duizend. Strikt genomen moeten deze buitenlanders gezien de juridische uitspraken ook als werknemers worden beschouwd. “Maar als die promovendi inkomstenbelasting moeten gaan betalen, komen we toch wel in een heel gekke positie”, waarschuwt Noorda. “Veel landen willen hun talentvolle studenten met forse beurzenprogramma’s naar het buitenland sturen. En hier wil je ze maar wat graag hebben. Ook om duidelijkheid te krijgen over deze groep, zien we graag die studentenstatus in de wet.” Het pnn vindt dat de vsnu de buitenlandse promovendi misbruikt als breekijzer om een wettelijke grondslag te krijgen voor een bursalenstelsel. Bovendien spreekt voorzitter Koier haar zorg uit over meldingen van “beschamende” toestanden rond buitenlandse promovendi met geldnood. “Dat geeft rare verhoudingen op de werkvloer.” De nieuwe Delftse rector Karel Luyben spreekt zich niet uit voor of tegen bursalen (“dat debat vind ik niet zo interessant”). Maar hij vindt promovendi die met een te kleine buitenlandse beurs in Delft komen studeren, wel een probleem. “Als de inkomens- of huisvestingssituatie van zo’n promovendus veel minder florissant is dan die van zijn Nederlandse collega, dan voel ik het als mijn verantwoordelijkheid om daar iets aan te doen. Met de decanen hebben we hier in Delft afgesproken dat er middelen zijn om dat mogelijk te maken.” Of er op korte termijn iets verandert aan de status van promovendi is zeer ongewis. De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (knaw) en onderzoeksfinancier nwo laten weten op dit moment geen standpunt te willen innemen.

Xander Bronkhorst

Foto: Jan Luursema

Nederland wordt gefinancierd. Ik

h e e l tevr e d e n m e t a r b e i d s ­vo o rwa a r d e n”

De Amerikaan Matthew Heberling (32) is sinds oktober promovendus biotechnologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij heeft een werknemerstatus. “Na een bachelor biochemie in Ohio heb ik een masteropleiding gedaan in Zürich. In Zwitserland leerde ik mijn Nederlandse vriendin kennen. We wilden promoveren, in de Verenigde Staten of in Nederland. De competitie aan Amerikaanse universiteiten is erg groot. Het lukte me niet ertussen te komen. Achteraf ben ik blij dat ik aio ben geworden in Groningen. De staf staat erg goed aangeschreven en het onderzoek is veel meer toegepast, dat spreekt me aan. Ik ben ook erg tevreden over de arbeidsvoorwaarden die de universiteit me biedt. Mijn salaris is ongeveer 1.400 euro, in de VS zou dat waarschijnlijk 1.000 euro zijn. Verder is de balans tussen werk en privé-leven hier prima. Het Groningse bursalenprogramma was voor mij niet aantrekkelijk, omdat studenten boven de dertig meer belasting betalen. Maar voor een doorsnee buitenlandse student is zo’n beurs geen probleem. Die maakt zich geen zorgen over de omstandigheden. Bovendien is een Nederlandse beurs vaak veel hoger dan de toelage die ze in eigen land zouden krijgen.”  (XB)

transfer | april 2010 | 15


de

expat

‘Wij laten onze studenten Veel talentvolle wetenschappers zoeken hun heil in het buitenland. Wie zijn deze kenniswerkers? Transfer praat met negen van hen. Deze maand Elsa Strietman (63), wetenschappelijk hoofdmedewerkster Nederlands aan de universiteit van Cambridge in Engeland.

beginnen studenten met twee taal- en literatuurgebieden. Binnen die twee gebieden doen ze verschillende cursussen, soms wel vijf. Elke veertien dagen schrijven ze daarvoor essays.” Over Nederland weten de studenten aanvankelijk heel weinig. “Ze weten dat het een liberaal land is. Veel schrijvers kennen ze niet. Er is zoveel Engelstalige literatuur dat vertalingen nauwelijks opvallen. Studenten kiezen vooral voor Nederlands omdat ze iets anders willen dan Duits, Frans of Italiaans”, vertelt Strietman. Haar favoriete schrijvers zijn Willem Elsschot en Louis Couperus. Maar middeleeuwse en vroegmoderne literatuur vindt ze nog interessanter. “Helaas voelen studenten zich steeds minder aangetrokken tot oudere literatuur. Ze zijn er op school nooit mee in contact gekomen en kiezen eerder voor moderne literatuur.”

Nog voordat ze haar studie Nederlands in Groningen had afgerond vertrok Elsa Strietman midden jaren zeventig al naar Engeland. “Er was nauwelijks werk op mijn vakgebied aan universiteiten in Nederland. En ik wilde graag naar het buitenland.” Ze kreeg een aanstelling als taalassistent in Newcastle upon Tyne en Selectie aan de poort belandde daarna aan de prestigieuze universiteit van Naast het lesgeven heeft Strietman nog veel andere Cambridge. taken. Cambridge verschilt qua bestuur en qua orgaDat was eerder toeval dan uitgekiende carrièreplannisatie fors van Nederlandse instellingen voor hoger ning, zegt ze. “Destijds waren de universiteiten nog onderwijs. Naast faculteiten zijn er ook colleges. De niet geïnternationaliseerd, zoals dat nu het geval is. In colleges selecteren de studenten, regelen hun verblijf Newcastle was ik als buitenlandse een uitzondering”, en zorgen voor studieondersteuning. In principe zijn weet Strietman. “Ik kreeg veel vragen over Nederland alle disciplines er vertegenwoordigd. De universiteit en waarom ik naar Engeland was gekomen.” verleent uiteindelijk de graad. Strietman is verbonden Het mocht dan toevallig zijn dat Strietman in aan het Murray Edwards College, Cambridge verzeild raakte, ze ging waar zij sinds jaar en dag tutor is van er niet meer weg. Al drieëndertig “Voor talen is de studenten. “Ik verzorg bijvoorjaar verzorgt ze er Nederlandse beeld referenties en help studenten lessen. Op de vraag waarom ze zo weinig geld beschikbaar” fondsen aan te spreken. Het is danklang in de pittoreske universiteitsbaar werk om knappe mensen te stad is gebleven, geeft ze een kort helpen, die weten wat ze willen en antwoord. “Ik heb hier mijn werk en met passie aan de slag gaan.” Daarnaast is ze afgelopen mijn leven.” jaar tot vicepresidente van haar college benoemd. “Ik En dat is volgens haar niet zo vanzelfsprekend. Het representeer het college naar buiten. Ik heb onder meer Nederlands beslaat een klein taalgebied. Strietman is diners met alumni om contacten te leggen voor de zelfs de enige in Cambridge die Nederlandse literatuur huidige studenten en fondsen te werven voor studiedoceert. Daarnaast is er nog een docent taalonderricht, beurzen.” die per uur wordt betaald. “Al dertig jaar probeer ik een Dat docenten in Cambridge naast lesgeven ook andere vaste aanstelling te regelen voor deze docent, maar dat taken hebben bij de colleges vindt ze een goede zaak. lukt niet. Voor talen is weinig geld beschikbaar.” “Bij een college kunnen verschillende disciplines en Karel ende Elegast een internationaal gezelschap elkaar ontmoeten. Dat is Strietman heeft zo’n vijf tot zes studenten per jaar. Ze leerzaam en goed voor het intellectuele en academische onderwijst Nederlandse literatuurgeschiedenis van de bedrijf.” middeleeuwen tot moderne literatuur. Grofweg van In principe vindt de Neerlandica het prima dat Karel ende Elegast tot Gerbrand Bakker. “Wij eisen top­universiteiten als Oxford en Cambridge aan de veel van onze studenten en laten ze heel hard werken. poort streng selecteren. “Maar dat er in Engeland Aan de Faculteit Modern and Medieval Languages ook een vorm van selectie is bij lagere en middelbare

16 | april 2010 | transfer


n heel hard werken’ Manusje van alles Strietman houdt sinds haar vertrek naar het Britse eiland een aantal Nederlandse tradities in ere. “Ik vier verjaardagen met ontbijt, slingers en cadeau’s. Toen mijn zoon nog klein was, hadden we altijd een kinderpartijtje. Precies zoals het vroeger in Nederland hoorde. Ik hecht ook veel waarde aan Nederlandse gezelligheid. Ik hou van waxinelichtjes en er staat thuis een bloemetje op tafel. Thee hoort niet in een mok, maar in een kopje met een schotel. Mijn Engelse vrienden vonden mij vooral in het begin buitengewoon direct. Terwijl Nederlanders toen zeiden dat ik zo formeel deed. Blijkbaar sta ik tussen de twee culturen in.”

Elsa Strietman vreest dat met haar vertrek het Nederlands zal verdwijnen aan de universiteit van Cambridge.

Over een aanstelling aan een Nederlandse universiteit, denkt ze niet na. “Omdat ik in Cambridge als enige Nederlands geef, ben ik een manusje van alles. Mijn eigen onderzoek ligt op het gebied van de rederijkersliteratuur; tegen de tijd dat dat ontwikkeld was, wilde ik hier niet meer weg. Mijn leven is hier in Engeland. Mijn zoon is 22. Hij voelt zich Engels en Nederlands en vindt het leuk om een halve niet-Engelse achtergrond te hebben. Over vijf jaar ga ik met pensioen. Ik vrees dat het Nederlands dan verdwijnt aan de universiteit van Cambridge. Het is geen goede tijd voor talen en de humaniora, daar is amper geld voor. We moeten bezuinigen. Ik heb hier hard gewerkt om het Nederlandse taal- en literatuurgebied te vertegenwoordigen en vind het jammer als het zou verdwijnen.”

Robert Visscher

Foto: Annabel Vere

scholen vind ik verschrikkelijk. Ouders die het zich kunnen veroorloven sturen hun kinderen naar privéscholen. Met dat systeem werkt men ongelijkheid in de hand”, zegt ze.

transfer | april 2010 | 17


ac htergron d

on derwijsh u lp

kan

gewe l d

i n

a fg h a n i sta n

ve r m i n d e r e n

Landbouwonderwijs als spil van de w Nederland verleent niet alleen met militairen steun aan de wederopbouw van Afghanistan. Wageningen Universiteit, hogeschool Van Hall Larenstein en praktijktrainer PTC+ helpen in het verwoeste land om het

Foto: Françoise de Mulder/Roger-Vi/HH

landbouwonderwijs opnieuw op te zetten. ‘Het opbouwproces duurt nog wel twintig jaar.’

De papaverteelt is lucratief voor Afghaanse boeren, maar slecht voor de wederopbouw van het land.

18 | april 2010 | transfer


wederopbouw De oorlog die er vele jaren heeft gewoed, heeft diepe zone van het Afghaanse ministerie van Landbouw. sporen achtergelaten in Afghanistan. Veel mensen Die zones zijn ingesteld omdat de gebieden fors verloren het leven en met hen ging ook (landbouw) verschillen. De instituten krijgen niveau mbo+ en zijn verantkennis verloren. Landbouwonderwijs ontbreekt woordelijk voor 43 lokale scholen, verdeeld over 34 momenteel nagenoeg. En dat terwijl 80 procent van provincies, vertelt de projectleider. “We zetten ook de Afghanen werkzaam is in de landbouw. Studies twee praktijkscholen op, waar speciale vaardigheden wijzen echter uit dat de landbouw en veehouderij worden geleerd. In Kaboel komt maar net genoeg opleveren om de een opleiding voor tuinbouw, in de helft van de Afghaanse bevolking te “Een leraar die provincie Uruzgan een voor algevoeden. Afghanistan heeft kent een mene landbouw." De laatste twee duizenden jaren oude landbouwanalfabeet is en bijna scholen worden opgezet met hulp traditie. Vooral de kennis van irrivan ptc+, de Nederlandse orgagatiesystemen wordt al eeuwen van nisatie van praktijkscholen in de geen kennis heeft, kan generatie op generatie doorgegeven. sectoren plant, dier en techniek. Die kennis is onontbeerlijk, gezien kinderen vrijwel niets leren” De Nederlandse inspanningen het droge klimaat. moeten het voor 3.000 studenten “Landbouwonderwijs is een van de mogelijk maken om landbouwbelangrijkste voorwaarden voor een onderwijs te volgen. Gaat dat in de praktijk ook succesvolle wederopbouw”, zegt projectleider Henk lukken? “Het wordt niet eenvoudig”, zegt Jansen. Jansen, die namens Van Hall Larenstein het land“In Uruzgan is bijvoorbeeld tweederde van de bevolbouwonderwijs in Afghanistan nieuw leven inblaast. king analfabeet en een deel van de huidige docenten In april vorig jaar sloot Nederland een Memorandum ook.” Daarom ontwikkelen de Nederlanders of Understanding met Afghanistan. Ons land momenteel een nationale test. “Alle docenten verplichtte zich daarmee om tijdens de zogenaamde moeten examen doen. Slagen ze, dan krijgen ze een inceptiefase de noodzakelijke voorwaarden voor bepaalde rang en salarisverhoging, afhankelijk van het onderwijs op te zetten. Zo wordt momenteel in het resultaat. Wie zakt, krijgt bijscholing aangeNederland een groep Afghanen opgeleid die straks boden.” in eigen land de kar moet trekken. Ook zijn ongeveer tien Nederlanders – onderwijsmensen en vertegenGrote ambities woordigers van het ministerie van Buitenlandse Volgens het Memorandum is het doel van het project Zaken – voor een korte periode in Afghanistan niet alleen de voedselveiligheid te verbeteren, maar geweest. Nederland trok 5 miljoen euro uit voor deze ook de armoede te verminderen, duurzame landbouw fase, die tot oktober 2010 loopt. op te zetten en de private sector te ontwikkelen. Het Speciale vaardigheden zijn grote ambities, en volgens Jansen zal het nog Het landbouwonderwijs moet van de grond af ‘heel erg lang’ duren voordat de doelen zijn bereikt. worden opgebouwd. Op het hoogste niveau werkt “Het opbouwproces duurt nog wel twintig jaar. We Nederland mee aan een beleidsdocument waarin de moeten niet te hard van stapel lopen.” structuur van het landbouwonderwijs wordt bepaald. Voorbeelden van waartoe dat kan leiden, zag Jansen “We willen competentiegericht onderwijs introdual. Zo wijst hij erop dat veel hulporganisaties de afgeceren”, zegt Jansen. In de hoofdstad Kaboel verrijst lopen jaren scholen hebben gebouwd. “Dat doet het een groot nationaal landbouwcentrum dat leraren ontzettend goed op televisie. Maar als er geen onderop nationaal niveau opleidt. Tevens worden daar de wijsstructuur is, heb je weinig aan een schoolgebouw. lijnen van de curricula uitgezet. Regionaal verrijzen Een leraar die analfabeet is en bijna geen kennis heeft, zeven instituten. Een voor elke agro-ecologische kan kinderen vrijwel niets leren.”

transfer | april 2010 | 19


Een onderdeel van de Nederlandse hulp is dat dertig Afghaanse studenten een opleiding krijgen in Nederland. Zij volgen een eenjarige master bij Van Hall Larenstein in Wageningen. Vijftien studenten zijn inmiddels bezig, in september volgt de tweede lichting. Deze dertig Afghanen worden straks de docenten op het nationaal centrum in Kaboel en moeten daar de kar trekken om landbouwkennis te verspreiden. Op hun schouders drukt een zware last. “Wij zijn zeer toegewijd om het landbouwonderwijs in ons land te ondersteunen. Wij kunnen voor succes zorgen bij de wederopbouw. Dat is voor ons heel belangrijk”, zegt Zabihullah Azami (25).

Papaverteelt Over de lessen in Wageningen zijn de studenten lovend. “We doen veel teamwerk, daar had ik nog niet veel ervaring mee”, zegt Wasil Ahmad (25). “Daarnaast leren we veel over de productieketen. Ik denk dat de implementatie daarvan, van de boerderij naar de eindgebruiker, heel positief is voor ons land.” Op dit moment produceren Afghaanse boeren bijna uitsluitend voor zichzelf en hun naaste omgeving. Een systeem van verkoop is er nauwelijks. “Door zo’n productieketen op te zetten, profiteren meer mensen van de (begin)producten en kan een private sector ontstaan. Dan komen er ook alternatieven voor de papaverteelt”, zegt Azami. De papaverteelt is goed voor een derde van het bruto binnenlands product. Het is een gemakkelijke oogst en wereldwijd is er veel vraag naar. De twee Afghaanse studenten hebben diploma’s op zak van universiteiten in Afghanistan en Pakistan. Het niveau van de studenten is goed, zegt coördinator masteropleidingen Robert Baars. “Ze spreken goed Engels en komen prima mee. Daar had ik vooraf nog wel twijfels over.” In totaal waren er 122 aanmeldingen voor de vijftien plaatsen. Baars hielp mee de studenten te selecteren. “We leren ze te denken vanuit de mogelijkheden van hun eigen land”, zegt hij. “Daarbij benadrukken we verschillende zaken. De studenten onderzoeken bijvoorbeeld niet alleen wat het effect is van de introductie van amandelen. Maar ook wat dat betekent voor de genderverhoudingen en welke communicatieve vaardigheden nodig zijn om amandelen te introduceren.” De onveiligheid in Afghanistan zien Ahmad en Azami als grootste bedreiging voor succes. “Het zal niet makkelijk zijn om een productieketen op te zetten”, denkt Azami. “Mijn oom is onlangs onderweg naar een boerderij neergeschoten. Daarom hebben we veiligheidshulp van de Verenigde Naties nodig. Ik verwacht dat het geweld zal verminderen in de

20 | april 2010 | transfer

toekomst. Juist dankzij dit soort wederopbouw­ programma’s.” Dat Afghanistan nog onveilig is, ondervond ook Henk Jansen aan den lijve. De projectleider verbleef inmiddels zes keer in het land. “Tijdens mijn eerste bezoek sloeg tachtig meter bij mij vandaan een raket in. Gelukkig kreeg ik slechts zand en gruis op mijn hoofd, maar ik schrok wel.” Daarna heeft hij geen bedreigende situaties meer meegemaakt. “Ik gebruik een betrouwbaar taxibedrijf en loop niet op straat.” De Nederlandse onderwijssteun gaat een spannende tijd tegemoet. In oktober loopt de beginfase af. Daarna begint de hoofdfase, waarin het onderwijssysteem wordt ingevoerd. “Dat Nederland daarbij een rol gaat spelen, staat buiten kijf. Maar het is nog onduidelijk wat die rol precies zal zijn”, vertelt Nathalie Kröner van de eenheid fragiliteit en vredesopbouw van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Volgens haar zijn ook andere landen enthousiast over het opzetten van landbouwonderwijs in Afghanistan. “Die contacten houden we warm. Het was nooit de bedoeling dat Nederland het alleen zou doen.” Hoeveel geld Nederland na oktober 2010 in het project steekt, is nog niet bekend.

Vertrek troepen Veel zal afhangen van de nieuwe regeringspartijen. Neemt de PVV, een verklaard tegenstander van ontwikkelingssamenwerking, bijvoorbeeld zitting in het kabinet, dan is de kans aanwezig dat Nederland niet betrokken blijft. Dat de Nederlandse troepen vertrekken uit de provincie Uruzgan, heeft geen gevolgen voor de onderwijshulp. Tot grote opluchting van de Afghaanse studenten. “Maar ik ben wel teleurgesteld dat Nederland vertrekt”, zegt Azami. “Bijna elke weg is vernield. Er is nog zo veel werk te doen, er is nog zo veel hulp nodig.” Dat benadrukt ook Henk Jansen. Hij vertelt over de drieduizend jaar oude ingenieuze irrigatiesystemen, die momenteel in ere worden hersteld. “Daarmee wordt grondwater uit de bergen gehaald. Om de 25 meter zitten er verticale schachten in de berg om de kanalen schoon te maken. Die schachten zijn voor een groot deel verwoest, onder meer omdat terroristen zich daar verstopten. Voor de landbouw zijn de systemen van onschatbare waarde. Voor de toekomst van Afghanistan is het van groot belang dat die systemen en de kennis daarvan opnieuw worden verspreid.”

Robert Visscher


c

o

l

u

m

n

Be Different! Alles wat je op een business school leert, zie je niet terug op een mbabeurs. Overal staan dezelfde tafeltjes, dezelfde banners, dezelfde soort slogans die alle gouden bergen beloven. Ook de folders en de gadgets lijken allemaal op elkaar. Terwijl les 1 van marketing en sales toch echt is: Be Different en kruip in de huid van je doelgroep! Be Different. Maar niet op een fair. Dit geldt trouwens ook voor gewone, niet mba-gerelateerde, onderwijsbeurzen. De saaiheid en de gezapigheid stralen er vaak vanaf. Alsof onderwijs niet leuk mag zijn. Het gaat immers om de inhoud en kwaliteit verkoopt zichzelf wel, is vaak de gedachte. Not. Hoe wist het Brits Museum meer bezoekers te trekken? Door er een uitstekend restaurant te openen. Waarom won het Japanse vhs videosysteem (remember?) het indertijd van het kwalitatief veel betere vcr-systeem, uitgevonden door Philips? De Japanners wisten beter wat de kopers wilden. It’s the client, stupid. Een paar jaar geleden, toen er nog geen Neso in Rusland was, klaagde een aantal instellingen over een beurs in Moskou. Hun Russische collega’s maakten te veel lawaai met hun licht- en geluidshow. ‘Het is hier toch geen disco?!’ Driemaal raden waar het vol met studenten was en waar geen hond kwam kijken. Het eerste wat ik voor de officiële opening op een fair doe, is een rondje maken om te zien hoe de concurrentie zich verkoopt. De Britten zijn populair als ze een loterij houden met een i-Pod als hoofdprijs. Uitreiking aan het eind van de fair. Sjit, denk ik dan, hadden wij moeten doen. Israël gooit steltlopers in de strijd en schminkt iedereen een vrolijk gezicht op. Prima, is geen concurrent. Ze promoten vooral hun culturele activiteiten – al heb ik geen idee wat een clown met Jeruzalem te maken heeft.

Wow, twintig instellingen uit China, de opkomende concurrent! Maar er komt geen student naar hun paviljoen, omdat de Chinese marketeers passief in hun stoel voor zich uit staren. En ze hebben vantevoren geen Study in China campagne gedaan. In Zweden kunnen Russen gratis studeren, zie ik bij de Scandinavische stand. Gelukkig heeft de organisatie ze achteraan in een hoek gezet; wij staan bij de ingang. De studenten zijn al moe als ze bij Stockholm aankomen. Ik merk dat instellingen minder geneigd zijn af te reizen naar een beurs. Geheel tegen deze trend in stijgt het aantal Russische fairs explosief. We promoten Nederland deze weken op tien beurzen in Moskou, St. Petersburg en Kazan, de derde hoofdstad van Rusland. Verzoeken uit andere regionale steden als Jekaterinaburg en Novosibirsk heb ik uit tijdgebrek rechts van de Oeral laten liggen. Maar ook daar gaan we straks naar toe. Hoe Nederlandse instellingen zich beter kunnen verkopen in Rusland? Dat leest u in mijn volgende column. U moet iets hebben om naar uit te kijken – ook zo’n verkooptechniek.

Charles Hoedt Charles Hoedt is directeur van het Neso-kantoor in Moskou. Meer columns van hem zijn te lezen op www.transfermagazine.nl in de rubriek Onze m/v in... waarvoor hij maandelijks bericht.

transfer | april 2010 | 21


actu e e l jou r nal of stu di es i n i nter national education ma art 20

10

Vijf keer per jaar zet Transfer de highlights uit dit journal voor u op een rij. Werkloos met buitenlands diploma Noren met een buitenlands diploma zijn vaker werkloos of overgekwalificeerd voor het werk dat zij doen dan landgenoten die aan een Noorse instelling zijn afgestudeerd. Dat blijkt uit een artikel van Liv Anne Støren en Jannecke Wiers-Jenssen. Noorwegen behoort onder de westerse landen tot de koplopers als het gaat om het percentage studenten in het buitenland, en de overgrote meerderheid keert na het afstuderen terug. Een belangrijk argument om studentenmobiliteit te bevorderen, is de veronderstelling dat internationale ervaring in trek is op de arbeidsmarkt. De resultaten van dit onderzoek wijzen er echter op dat werkgevers zich niet goed raad weten met afgestudeerden die een minder gangbare achtergrond hebben.

c h e ps

-o

n d e rzo e k

b e str i j dt

dat

b o lo g n a

‘Het einddoel i De Europese onderwijsministers kwamen half maart in Wenen en Boedapest bijeen om een decennium ‘Bologna’ te gedenken. De aanwezigen benadrukten dat ‘de doelen van Bologna grotendeels zijn behaald’. Maar van een echte Europese hogeronderwijsruimte kan nog lang niet worden gesproken, blijkt uit onafhankelijk onderzoek.

Exportbereidheid universiteiten Een ander artikel in dit nummer gaat in op de exportbereidheid van universiteiten bij het aantrekken van buitenlandse studenten. Vik Naidoo van de universiteit van Auckland onderzocht of die bepalend is voor het succes van internationale wervingsstrategieën. Hij ondervroeg daarvoor medewerkers van international offices in het Verenigd Koninkrijk, Australië en Nieuw-Zeeland. Om meer te bereiken op de internationale markt moeten universiteiten in hoge mate prioriteit geven aan het verzamelen van informatie om kansen op de markt te herkennen, concludeert Naidoo. Ook commitment bij het management is van belang, in de vorm van persoonlijke en financiële steun, net als coördinatie van activiteiten die samenhangen met export van onderwijs. Overige artikelen: International Experience – An Opportunity for Professional Development in Higher Education, Aswan Hamza Global Citizenship, Global Health, and the Internationalization of Curriculum – A Study of Transformative Potential, Lori Hansan Deepening Learning and Inspiring Rigor – Bridging Academic and Experiential Learning Using a Host Country Approach to a Study Tour, Susan Orpett Long e.a.

Annelieke Slappendel Abonnees van Transfer kunnen nu voor € 10 per jaar een online abonnement nemen op de Journal of Studies in International Education. Meer informatie en aanmelden via www.nuffic.nl/asie

22 | april 2010 | transfer

Studenten die naar het buitenland gaan, ondervinden nog altijd problemen met de erkenning van graden. En sinds de start van ‘Bologna’, in 1999, is het percentage studenten dat in een ander Europees land een diploma haalde slechts met 4 procent toegenomen. Terwijl het bevorderen van mobiliteit het belangrijkste doel van het Bolognaproces was. Binnen Europa is er wel een verschuiving van studiepuntmobiliteit naar diplomamobiliteit. Een ander positief punt: steeds meer studenten uit de rest van de wereld komen naar Europa. Dit blijkt uit een omvangrijk onafhankelijk onderzoek waartoe de Europese Commissie anderhalf jaar geleden opdracht gaf. De Commissie is beducht voor de kritiek dat rapporten over Bologna vaak een te rooskleurig beeld van de werkelijkheid geven. Het Twentse Center for Higher Education Policy Studies (cheps) ging samen met een Duits en een Brits onderzoeksteam aan de slag. De onderzoekers gingen na wat er in tien jaar Bologna nu echt is bereikt.

Naar eigen inzicht Wat in rapporten van de Europese Commissie en een aantal Europese belangenorganisaties meestal overheerst, is het idee dat de doelen van Bologna bijna zijn bereikt, omdat veel landen hun wetten en regelingen naar de eisen van Bologna hebben aangepast. Ze hebben de bachelor-masterstructuur ingevoerd, werken met het ects-studiepuntensysteem, proberen leeruitkomsten te formuleren en werken aan het diplomasupplement. Maar de realiteit, zo blijkt uit het onderzoek, is dat de beoogde Europese hogeronderwijsruimte nog lang niet is gevormd. Dat komt deels doordat de 47 Bolognalanden de instrumenten in eigen tempo en naar eigen inzicht invoeren. De nieuwkomers in het proces hebben bovendien niet genoeg geld voor onderwijshervormingen. Zij zijn vaak geen EU-lidstaat, en hun Bolognakas wordt daardoor minder gespekt door de eu.


b i j n a

kl a ar

is

is uit het oog verloren’

Studenten protesteerden half maart in Wenen tegen Bologna.

Foto: Gerorg Hochmuth/EPA

Een aantal landen heeft het invoeren van de instrumenten Poldermodel (kop verplaatsen) Volgens de onderzoekers kunnen andere landen leren van van Bologna tot doel verheven, zegt Don Westerheijden die het Nederlandse poldermodel, omdat alle stakeholders namens cheps aan het onderzoek meewerkte. “Landen zijn in het kader van Bologna van alles gaan implementeren. Ze hier intensief betrokken zijn geweest bij het invoeren van zijn druk aan de slag gegaan met beleidskaders. In een aantal Bologna. Toch lijkt ook op Nederlandse universiteiten en landen werd gedacht: we zetten in een wet hogescholen Bologna niet aan de orde “Nederland wordt gezien als van de dag te zijn. “En Nederland wordt wat Bologna van ons vraagt en dan zijn we klaar. Het einddoel is daarbij uit het oog gezien als een voortrekker op dit gebied”, voortrekker, kun je nagaan verloren.” zegt Westerheijden. “Kun je nagaan hoe In het onderzoek worden twee prioriteiten groot de betrokkenheid op de werkvloer in hoe betrokken ze in andere benoemd die cruciaal zijn voor de toekomst andere landen is.” van Bologna. Een daarvan is het kwalifiIn het rapport klinkt de hoop door dat landen zijn” catieraamwerk, waarin – in zogenaamde Europese leiders het succes van Bologna leeruitkomsten – wordt aangegeven over in de toekomst zullen afmeten aan het welke kennis, inzichten en vaardigheden behalen van langetermijndoelstellingen, een afgestudeerde moet beschikken. Door de invoering van zoals de mate waarin mobiliteit wordt bevorderd en graden die raamwerken worden curricula in Europese landen beter worden erkend. Of het rapport gevolgen zal hebben voor vergelijkbaar en transparanter, wat erkenning van elkaars de lijn die de onderwijsministers de komende jaren zullen graden en daardoor mobiliteit moet bevorderen. Maar vooral uitzetten, is nog onbekend. moeten docenten, onderzoekers, studenten en maatschappeElleke Bal lijke organisaties meer bij Bologna worden betrokken.

transfer | april 2010 | 23


r eportage

“Een conciërge die naar het buitenland is geweest, kan zich beter inleven in een

Foto: Hanzehogeschool Groningen

buitenlandse student”

De Hanzehogeschool organiseerde dit jaar voor de tweede keer een internationale stafweek.

eu ropese

ontmoeti ngswee k

b evo r d e rt

sta fmo b i l ite it

‘Instellingen ontdekken

hoe efficiënt dit is’

De internationale stafweek is in opmars. Tijdens zo'n week nodigen Nederlandse instellingen nietonderwijzende medewerkers van buitenlandse partners uit om kennis te maken en van elkaar te leren. Transfer bezocht de Internationale Stafweek van de Hanzehogeschool Groningen.

24 | april 2010 | transfer


Tijdens de lunch wordt al druk Nederlands geoefend. “Goedemiddag”, zegt Cornelia Soland, assistent van de international relations officer van de Hogeschool van Zürich (zhaw). Terwijl ze enthousiast in een krentenbol hapt, oefenen de andere deelnemers op het woord saucijzenbroodje. Bijna dertig niet-onderwijzende medewerkers van dertien Europese instellingen zijn half maart in Groningen om te zien hoe de internationalisering verloopt bij de Hanzehogeschool Groningen, waarmee ze allemaal samenwerken in het kader van het Erasmus Programma. Het zijn medewerkers van international offices en afdelingen studentenzaken, managers, Erasmus-coördinatoren en consultants uit Groot-Brittannië, Zwitserland, Duitsland, Noorwegen, Finland, Frankrijk, Litouwen, Estland, Roemenië, Spanje, Ierland, Italië en België. De Europese partners doen mee aan de internatio­nale stafweek die de Hanzehogeschool voor het tweede achtereenvolgende jaar organiseert. Voor zulke bijeenkomsten, die bedoeld zijn om de mobiliteit van niet-onderwijzend personeel te bevorderen, heeft het Erasmus Programma een speciaal subsidie­potje. Daarvan wordt in Nederland nog maar relatief weinig gebruikgemaakt. In het startjaar van de subsidie, 2007/2008, gingen 64 niet-onderwijzende Nederlandse stafleden met Erasmussubsidie voor een korte periode naar het buitenland. In Polen waren dat er 650, in Finland 420.

Redelijk onbekend Maar de populariteit neemt toe. Vorig studiejaar deden al 121 Nederlanders – een verdubbeling – mee aan een internationale stafweek, vertelt Heleen Ravenhorst, programmabeheerder docenten en stafmobiliteit bij de Nuffic. Zij verwacht dat dat aantal de komende jaren verder zal groeien. “Deze subsidie is nog redelijk onbekend. Je moet zoiets even de tijd geven.” Inmiddels beginnen onderwijsinstellingen volgens haar door te krijgen hoe efficiënt het is om alle buitenlandse partners in een keer te laten komen. Zo organiseerde ook de Hogeschool van Amsterdam in maart een internationale stafweek. De subsidie, onderdeel van het Leven Lang Leren Programma, is trouwens ook bedoeld voor medewerkers die je niet direct met internationalisering associeert, zoals secretaresses en ict’ers. “Zij tillen hun eigen werk door ervaringen met buitenlandse collega’s op een hoger plan”, vertelt Ravenhorst. “Bovendien kan een conciërge die naar het buitenland is geweest, zich beter inleven in hoe het voor een buitenlandse student is om voor zijn balie te staan.” Tijdens de stafweek in Groningen is Anne-Catherine Andersen erg enthousiast als ze verneemt dat de Hanzehogeschool een dansopleiding heeft, bij de Dansacademie Noord Nederland. “Dat wist ik helemaal niet. Wij sturen onze studenten daarvoor altijd naar Amsterdam”, roept de internationaal coördinator van de Oslo National Academy of the Arts. International relations-assistent Babs Steeneken van de Hanzehogeschool gaat meteen aan de slag om Andersen van informatie te voorzien. Wellicht leidt het tot een nieuwe samenwerking op dansgebied.

Zo heeft iedere deelnemer zijn of haar eigen reden om mee te doen. Cornelia Soland van de Hogeschool van Zürich wil weten hoe haar buitenlandse collega’s studenten enthousiast maken voor een studie of stage in het buitenland. “Zwitserse studenten zijn vaak gemakzuchtig. Als zij voor hun studie een uur naar Bern moeten reizen, vinden ze dat al veel. Naar het buitenland gaan is helemaal een grote stap.” Toen Soland bij de hogeschool kwam werken, gaven de internationaliseerders studenten veel informatie over een buitenlands verblijf. “Dat bleek averechts te werken.” Sinds de hogeschool afwacht tot geïnteresseerde studenten uit zichzelf om informatie komen vragen, is het aantal buitenlandgangers verdubbeld. “Maar volgens mij kan het nog beter. Ik wil weten hoe.” Andere deelnemers willen vooral praktische dingen weten. “Een deelnemer uit Finland wist dat wij Quest-software gebruiken en wilde graag weten wat wij ervan vinden en hoe het werkt”, vertelt Steeneken. “Ze moet voor haar onderwijsinstelling software aanschaffen en wilde een eerlijk verhaal, geen verkooppraatje.” Naast de praktische informatie-uitwisseling en het netwerken worden er al concrete afspraken gemaakt om elkaars onderwijsinstelling te bezoeken, zegt Steeneken. “Sommigen gaan later dit jaar bij elkaar kijken hoe de ander te werk gaat.” Ook bezoeken sommige deelnemers de studenten van hun opleiding die momenteel in Groningen studeren. “Een Française is op de bagagedrager door Groningen vervoerd en leerde zo meteen het Nederlandse studentenleven kennen.”

Koffer kwijt Janine Brons, hoofd van het International Office van de Hanzehogeschool zelf, nam al eens deel aan een internationale stafweek in Finland. “Mijn mobiele telefoon werkte daar niet, ik raakte mijn koffer kwijt en ik was vergeten een goede verzekering te regelen”, vertelt ze. “Stom, maar zo leerde ik wel waarmee studenten moeten dealen als ze voor hun studie naar het buitenland gaan.” Steeneken en Brons vinden de tweede internationale stafweek een groot succes. “Veel mensen meldden zich aan door het succes van vorig jaar. Het waren er zelfs zo veel dat we niet alle verzoeken konden inwilligen”, zegt Steeneken. De stafweek van volgend jaar staat alweer in de planning. De organisatie is veel werk, maar het is het waard: “Vroeger kregen we veel verzoeken om buitenlandse collega’s rond te leiden”, vertelt Steeneken. “Iemand begeleiden is erg intensief. Nu doen we het in een keer. Iedereen komt een week samen en daar rollen allerlei nieuwe samenwerkingen uit.”

Martine Zeijlstra Meer informatie over de Erasmussubsidie staat op: http://www.nuffic.nl/nederlandse-organisaties/services/ beursprogrammas/lll-erasmus/erasmus-in-het-leven-lang-leren-programma

transfer | april 2010 | 25


vl i egen de

holl an der

‘Ik rook het avontuur’ Loes van Tiel (20) liep voor haar studie Facilitymanagement aan de HAN stage op Curaçao. Op een easy going eiland schreef zij een veiligheidsplan tegen rampen.

“Niet iedereen kiest voor de verplichte stage in het derde jaar het buitenland als locatie. Sterker nog, de meeste van mijn studiegenoten bleven liever in Nederland. Uit zorg om hun relatie, of omdat ze geen zin hadden om buiten de gebaande paden te gaan. Maar ik rook het avontuur. Ik had mijn zinnen gezet op een omgeving met een lekker klimaat en uitbundige mensen. Dat past bij me. Ik voelde me op

Curaçao dan ook meteen thuis. Neem een cliché van een tropisch eiland in gedachten en het is dat eiland: hagelwitte stranden aan een kristalheldere zee. De keerzijde van die regio zijn de tropische orkanen. Vorig jaar heeft Omar in het Caraïbisch gebied huisgehouden. Curaçao is de dans min of meer ontsprongen, maar de mensen zijn wel wakker geschud. De meeste bedrijven bleken geen solide veiligheidsplan te hebben. Daar kwam ik in beeld: ik moest voor de Dolphin Academy, een plek waar toeristen met dolfijnen kunnen zwemmen, zo’n plan schrijven. Waar breng je je personeel in veiligheid als er noodweer komt, wat doe je met je spullen, met de dieren? Inhoudelijk een interessante klus. Onze huisvesting moesten mijn studiegenootje en ik vanuit Nederland zelf regelen. Daarbij hadden we wel wat begeleiding kunnen gebruiken van iemand die Willemstad kent. Zoekend naar een leuke woning op internet konden wij niet beoordelen in wat voor omgeving dat huis precies stond. Zo zijn we uiteindelijk in heel gezellig studentenhuis beland, maar wel in een slechte buurt.

Duikbrevet Ik vond de Antillianen relaxed in de omgang. Familie is daar belangrijk, en iedereen is welkom om die familie uit te breiden. Er was elke avond wel een feest om naartoe te gaan. Dat vond ik super. Maar als vrouw alleen ben je er ’s avonds laat niet veilig op straat. Eén van de meisjes met wie we ons studentenhuis deelden is na het uitgaan overvallen, nota bene op ons eigen terrein. Dat was heftig. Gelukkig heeft onze overbuurman ons daarna geholpen. Hij hield ’s avonds een oogje in het zeil. Maar dit was natuurlijk niet het soort avontuur dat ik in gedachten had gehad. Wat ik me had voorgesteld van een verblijf op Curaçao, namelijk een grensverleggende ervaring op te doen, is op een positieve manier ook gebeurd. Ik ben van de Playa Forti in zee gesprongen, een vijftien meter hoge rots. Dat was kicken. En ik heb mijn duikbrevet gehaald. Haaien ben ik niet tegen gekomen, maar ik heb wel oog in oog gestaan met een murene. In Nederland zou ik voor mijn studie niet snel over het fenomeen orkaan hebben nagedacht, op Curaçao moest ik er een praktisch plan voor schrijven. Ik heb kortom veel geleerd.”

Annemieke Bosman

26 | april 2010 | transfer


actu eel

Sluiting

Neso-kantoor China stuit op onbegrip Hogescholen en universiteiten reageren verbaasd op de tijdelijke sluiting van het Neso-kantoor in Beijing. Ze maken zich zorgen over de gevolgen voor de instroom van Chinese studenten en vrezen dat de promotie van het Nederlandse hoger onderwijs in China een deuk oploopt.

Geert Dales, collegevoorzitter van InHolland, luidde in de Telegraaf de noodklok. Dhenim, het platform voor de internationale marketing van het Nederlandse hoger onderwijs, schreef een brief op poten aan de Nuffic. “Ik begrijp er niets van, waarom sluit de Nuffic een van de best lopende Neso’s ?” zegt Jacqueline van Marle, voorzitter van Dhenim. Het platform verzoekt de Nuffic “al het mogelijke te doen om een definitieve sluiting van het Neso-kantoor in Beijing te voorkomen.” Half februari werd bekend dat het kantoor per 1 juni tijdelijk dicht gaat. Wegens het aflopen van het contract met de partner­organisatie, een agentschap van het Chinese onderwijsministerie, valt de juridische basis voor de vestiging van het onderwijssteunpunt weg. De Nuffic beëindigde het contract omdat de partnerorganisatie een aantal taken van de Neso over wil nemen en wil meebepalen met welke onderwijsinstellingen samenwerkingsverbanden worden aangegaan. Hanneke Teekens, directeur communicatie, vertelt dat de Nuffic deze tijdelijke sluiting nooit heeft gewild. “De omstandigheden hebben hiertoe geleid.” De Nuffic hoopt in het najaar weer een kantoor te openen, besprekingen in China zijn “in volle gang”.

Foto: Joe Fox/ANP

Slechte timing Vanaf juni zullen Neso-activiteiten zoals de afhandeling van beurzen en afgifte van het Neso-certificaat in Den Haag worden gedaan. Inmiddels is bekend dat het Neso-certificaat ook na de heropening van Neso

China vanuit Den Haag gecoördineerd zal worden. Chinese studenten hebben zo’n bewijs nodig om in Nederland te komen studeren. “Vorig jaar werden in de periode juni-juli de meeste certificaten afgegeven, dus dit is een erg slechte timing”, stelt van Marle. Ook is Dhenim bezorgd omdat de Neso-medewerkers die ervaring hebben met de certificaten worden ontslagen. Volgens Teekens zal die expertise ook in Den Haag gewaarborgd zijn. “De Nuffic zal er alles aan doen om het voor Chinese studenten zo makkelijk mogelijk te maken om het certificaat te verkrijgen.” Niet iedereen is daar gerust op. Tom van Veen, voorzitter van het China-team van de Universiteit Maastricht, is bang dat de afgifte van de certificaten de inkomende mobiliteit kan beïnvloeden. “Deze Neso doet uitstekend werk. Maar de concurrentie is groot. Dus als het voor Chinese studenten moeilijk wordt om de paperassen voor elkaar te krijgen, wijken ze gemakkelijk uit naar bijvoorbeeld Engeland of Duitsland.” Over de toekomst van Neso China moet volgens Van Marle zo snel mogelijk duidelijkheid komen. Ze is het niet eens met de Nuffic dat de promotie van het hoger onderwijs best via internet zou kunnen plaatsvinden. “Wanneer die stelling hout snijdt kunnen alle Nesokantoren wel gesloten worden.” Teekens benadrukt dat de online promotie een tijdelijke oplossing is. “Dit is een overgangsperiode.”

Elleke Bal

transfer | april 2010 | 27


ac htergron d

Nog meer b r itse

u n iversiteiten

h erove rwe g e n

we rvi n g s b e l e i d

s­ tudenten uit China en India Studenten uit de Europese Unie zullen vanaf komend studiejaar meer moeite krijgen om een plaats te bemachtigen aan een Britse universiteit. Geldgebrek maakt het voor de universiteiten aantrekkelijker om zich te richten op niet-EUstudenten. Al wil niemand het zo zwartwit stellen.

28 | april 2010 | transfer

studenten daar amper gebruik van maken, is iets anders. Ik zou Engelse studenten aanraden niet te gaan mokken, maar over de landsgrenzen heen te kijken.” Ook het hoofd van de afdeling Internationalisering van de Salford University bij Manchester, Piera Gerrard, wil snel kwijt dat eu-studenten van harte welkom blijven. Volgens haar is er geen sprake van dat Engelse studenten voorrang zouden krijgen. “Wij richten ons net als altijd op de beste studenten, waar ze ook vandaan komen”, zegt Gerrard. Ze geeft wel toe dat de concurrentie onder die studenten zal toenemen. “Eenvoudigweg omdat we minder studieplekken toegewezen krijgen door onze overheid.”

Gevoelig De vraag wie de schaarse studieplekken krijgen en waarom ligt gevoelig in Groot-Brittannië. Veel universiteiten

Foto: Camera Press/HH

In de Britse media zijn kritische geluiden te horen: Britse studenten zouden door de economische crisis harder worden geraakt dan studenten in andere landen. Door de crisis moeten universiteiten in GrootBrittannië namelijk bezuinigen. Dat gaat ten koste van aantallen studieplaatsen. Tegelijkertijd zijn Britse universiteiten bij Europese studenten onveranderd populair. Engelse studenten zouden door de crisis dus feller moeten concurreren met hun Europese collega’s om de kostbare plekken. Dat zou niet eerlijk zijn. Professor David Gillingham, decaan aan het Holborn College in Londen, vindt die kritiek onterecht. “Britse studenten kunnen net zo goed studeren op andere Europese universiteiten. Steeds vaker geven Europese instituten uitsluitend les in het Engels, bovendien voor aanzienlijk minder collegegeld dan in Engeland. Dat Britse

De Britse koningin Elisabeth bezoekt de universiteit van Essex.


willen dan ook niet inhoudelijk reageren. Ze werken nog aan een strategie om de bezuinigingen het hoofd te bieden. De Britse universiteiten worden komend studiejaar in totaal ruim 600 miljoen euro op hun budget gekort. Als gevolg daarvan heroverwegen ze nu hun selectiecriteria en internationale focus. Dat er een soberder en restrictiever beleid voor met name Engelse en eu-studenten aan komt, is in elk geval zeker. De Britse regering heeft aangekondigd voor het komende studiejaar 6.000 studieplekken minder te financieren. Dat lijkt nog mee te vallen, maar het aantal gegadigden voor het lagere aantal plaatsen is juist groter dan ooit. Vorig jaar al vatten veel Britten het plan op om de crisis op de universiteit uit te zitten. Dat leidde tot een run op de beschikbare plaatsen. En een recordaantal afwijzingen: 150.000 mensen konden afgelopen zomer niet aan de opleiding van hun keuze beginnen. Velen zullen komend studiejaar een nieuwe poging wagen. Het aantal

inschrijvingen voor het studiejaar 2010–2011 is al weer met 23 procent gestegen ten opzichte van het jaar 2009–2010. Deze zomer worden dan ook nog meer afwijzingen verwacht, meer dan 200.000 om precies te zijn. Een woordvoerder van het ministerie waaronder hoger onderwijs valt, bagatelliseert de cijfers en de kritiek van de universiteiten op de bezuinigingen. “Het aantal plaatsen is elk jaar gelimiteerd en een plaats op de universiteit kan nooit worden gegarandeerd. Er is altijd onderlinge concurrentie. Groei in het aantal studenten kan alleen op een duurzame manier plaatsvinden. De kwaliteit van het onderwijs mag er niet door verslechteren en het moet financieel haalbaar zijn.” Toch is er één groep studenten die van de bezuinigingen profiteert. De universiteiten starten agressieve campagnes om studenten van buiten de Europese Unie te recruteren. Want betalen Britse


en eu-studenten ongeveer 4.500 euro collegegeld, Volgens Bahram Bekhradnia, directeur van het hepi, niet-eu-studenten tellen tussen de 10.000 en 15.000 kan er verschillend tegen de cijfers aangekeken euro per jaar neer om aan een Britse universiteit te worden. “Waarom lukt het ons niet om meer Engelse studeren. studenten op onze universiteiten te krijgen?”, vraagt “Universiteiten hebben meer dan ooit interesse in hij zich af, om te vervolgen: “Aan de andere kant overzeese studenten”, zegt David Gillingham (Holborn kun je stellen dat we uit welk land dan ook de beste College). Hij vindt dat begrijpelijk, maar ook gevaarlijk. studenten recruteren. Dat zegt wat over de kwaliteit Want veel universiteiten concentreren hun wervingsvan het onderwijs.” activiteiten volgens hem in slechts één land of regio, Gecontroleerde groei vooral in China en India. “Ze kiezen de makkelijkste Piera Gerrard beaamt dat universiteiten worstelen weg, en dat is: agressief recruteren in het gebied waar met de mix van studenten. De Salford University zal ze al de meeste contacten hebben.” Maar die strategie zich in de komende periode nog actiever gaan richten maakt de universiteiten volgens Gillingham ook op studenten van buiten de Europese Unie – nu al kwetsbaar, bijvoorbeeld in het geval van een plotsehaalt de universiteit eenderde van haar inkomsten linge politieke of economische ommezwaai. De decaan vindt dan ook dat universiteiten meer aan uit de collegegelden van deze groep. Maar volgens risicospreiding zouden moeten doen. Hij stelt de Gerrard is het te gemakkelijk om te stellen dat de regel voor dat een instelling niet meer dan 20 procent universiteiten nu massaal roekeloos en agressief van het totale aantal buitenlandse studenten uit één buitenlandse studenten gaan aantrekken. “We zullen land mag halen. De noodzaak van het in een holistisch perspectief risicospreiding is volgens hem moeten bezien. We moeten er zeker “Universiteiten kiezen de groter dan ooit, want universiteiten van zijn dat een groei van het aantal moeten hun financiële positie buitenlandse studenten in balans makkelijkste weg: agressief veiligstellen. is met het aantal studenten op de campus, en dat onze voorzieningen Chinezen recruteren daar waar ze de voor binnenlandse en internationale De focus op niet-eu-studenten is studenten aan alle verwachtingen trouwens niet nieuw. Ook voor de meeste contacten hebben” voldoen.” Salford University mikt economische crisis richtten Britse voor de komende vijf jaar volgens universiteiten hun pijlen al op deze Gerrard op een gecontroleerde groei. groep. Niet eu-studenten vormen de helft van alle “En dus niet op omvangrijke expansie.” postgraduate-masterstudenten, en 44 procent van Ze vervolgt: “Alle universiteiten zijn hun strategie aan alle doctoral-studenten, blijkt uit onderzoek van het heroverwegen. Veel universiteiten, zoals Salford, de British Library en het Higher Education Policy hebben personeel moeten ontslaan. Op verschillende Institute (hepi). Zij zijn volgens de onderzoekers een universiteiten zijn al stakingen uitgeroepen. We “significante bron van inkomsten” voor de universimoeten ervoor waken dat dit niet de kwaliteit van het teiten. onderwijs gaat schaden. Of we onze internationale Dezelfde studie toont aan dat de 12 procent groei van positie kunnen handhaven, zal ervan afhangen of we het aantal masterplekken tussen 2002 en 2008 vooral ons geld weten te investeren in de juiste gebieden en eu -studenten. komt door groei van het aantal nietmeer eigen inkomen kunnen genereren.” De aanwas van Engelse studenten in dezelfde periode Evert-jan Quak was 3 procent, die van eu-studenten 11, maar het aantal niet-eu-studenten groeide met 39 procent. De statistieken van de Universities and Colleges Admissions Service (ucas) laten zien dat vooral de vijf britse universiteiten Chinezen in groten getale naar Engeland komen. In de meeste niet-eu-studenten totaal studeren meer dan 75.000 Chinezen in het Britse hoger onderwijs. Ook uit andere Aziatische University of Cambridge – 43 procent landen, zoals Singapore, Hong Kong en India, groeit University of Oxford – 37 procent het aantal studenten hard. Het aantal studenten uit Cranfield University- Bedfordshire – 36 procent de Verenigde Staten neemt juist af. University ofSt. Andrews – Schotland - 34 procent Voor het komende studiejaar worden bijna 30 Imperial College London – 34 procent procent méér niet-eu-studenten in Groot-Brittannië verwacht dan dit jaar. Die aanzienlijke groei bewijst de agressieve focus op de overzeese student.

30 | april 2010 | transfer

:

met


A G E N D A

Hoe kan de organisatie van uitgaande studentenmobiliteit worden verbeterd? Dat is het onderwerp van een expertmeeting op 23 april, van 12.30 tot 17 uur op de Haagse Hogeschool. Studentenorganisaties ISO en NEWS presenteren een ‘best practice guide’ over programmamobiliteit, de LSVb bespreekt een onderzoek naar barrières die studenten tegenkomen als ze naar het buitenland willen. Daarna is er een interactieve discussie. Aanmelden via desiree@lsvb.nl Assuring the quality of internationalisation is het thema van de MODERN Conference op 7 mei in Amsterdam. De dagen ervoor, op 5 en 6 mei, vindt daar een MODERN Peer Learning Workshop plaats, getiteld From strategy to quality: Internationalisation as an element of QA-systems in Higher Education Institutions. Meer informatie en aanmelden op www.highereducationmanagement.eu

april

2010 mei

2010

De ACA organiseert van 16 tot en met 18 mei in Cordoba haar Annual Conference 2010: Brains on the move. Gains and losses from student mobility and academic migration. Met cijfers over internationale mobiliteit van studenten en migratie van onderzoekers, én over wat daar achter zit. Is er sprake van ‘braindrain’ en ‘brain gain’ met duidelijke winnaars en verliezers, of gaat het om ‘brain circulation’? Meer informatie en aanmelden op www.aca-secretariat.be De Nuffic-cursus Internationale samenwerkingsovereenkomsten, samenwerkingsprogramma’s en beurzenbeheer geeft inzicht in de verschillende mogelijkheden om samenwerkingsverbanden aan te gaan, zodanig dat ze passen in het internationaliseringsprofiel van de instelling. Aan de hand van concrete voorbeelden worden partners geselecteerd. Ook komt financiering aan de orde op 27 en 28 mei. Meer informatie en aanmelden op www.nuffic.nl/cursussen Kansas City is de plaats waar van 30 mei tot en met 4 juni de NAFSA Annual Conference 2010 plaatsvindt onder het motto The Changing Landscape of Global Higher Education. Columnist Nicholas Kristof van de New York Times, winnaar van de Pulitzer Prize, is een van de sprekers. Meer informatie en aanmelden op www.nafsa.org/annualconference/default.aspx De IAU 2010 International Conference gaat over Ethics and values in higher education in the era of globalization: what role for the disciplines? Van 24 tot en met 26 juni in Vilnius, Litouwen. Meer informatie en aanmelden op www.iau-aiu.net/conferences/upcoming.html

juni

2010

Zie ook www.transfermagazine.nl/nieuws/agenda

Fairs Meer informatie via fairs@nuffic.nl Study World Berlijn

23 – 24 apr

www.studyworld2010.com

Europosgrados Tour, Argentinië Santa Fe  21 – 22 apr La Plata  26 apr Cordoba  27 – 28 apr

Becas Chile Fair / Expo Estudiante Santiago  15 – 16 mei Valdivia  18 mei Antofagasta  20 mei www.bmimedia.net

www.europosgrados.com.ar/ europosgrados.html

transfer | april 2010 | 31


De Nuffic feliciteert

TU Delft met het winnen van de Oranje Loper Award 2010

De Oranje Loper Award is de prijs voor een hogeronderwijsinstelling die zich op een bijzondere manier inzet voor het welzijn van haar internationale studenten.

V.l.n.r.: Hanneke Teekens 足 (directeur Communicatie, Nuffic), Elco van Noort (hoofd international office TU Delft) en Frits Gronsveld (management足consultant Verdonck, Klooster & Associates).


Transfer 7, april 2010, jaargang 17