Page 1

t ran sfe r

vakblad over internationalisering in het hoger onderwijs

Hoe krijgen we honkvaste student in beweging?

3

jaargang 21 | december 2013 / januari 2014

freddy weima: nuffic mag wat innovatiever | grieken vrezen einde gratis ho |

scriptie leidt tot licht in india | verblijf in rusland verrijkte taal marente de moor | wat merken studenten van erasmus+ en nog vijf vragen


3 Transfer is een onafhankelijk vakblad voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs en onderzoek. Transfer is ook online: www.nuffic.nl/transfer. Transfer is een uitgave van de Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs. Verschijnt acht keer per jaar. Redactie Els Heuts (hoofdredacteur), Annelieke Zandvliet en Ralph Aarnout Aan dit nummer werkten mee Annemieke Bosman, Ton Dietz, Sam van den Eijnden, Han van der Horst, Bram Logger, Yvonne van de Meent, Martine Postma, Bruno Tersago, Ellen Touw en Rineke Wisman Beeld Merlin Daleman/Hollandse Hoogte, Ronald van den Heerik, iStock, Lex van Lieshout/ANP, Alfredo Lopez Calbacho/EFE, Henriëtte Guest, Sicco van Grieken/Nuffic, Maarten Hartman/HH, Johannes Odé, Bruno Tersago, Inge Yspeert/HH Redactieraad Ries Agterberg (DUB), Sebastiaan den Bak (Neth-ER), Klaartje van Genugten (Fontys), Leonard van der Hout (Hogeschool van Amsterdam), Joep Huiskamp (TU Eindhoven), Erwin Ploeger (Unesco-IHE) Redactieadres Nuffic, Postbus 29777, 2502 LT Den Haag, tel.: 070 – 4260126 / 4260144 / 4260122 fax: 070 – 4260399 e-mail: eheuts@nuffic.nl, azandvliet@nuffic.nl, raarnout@nuffic.nl Abonnementen Transfer is gratis verkrijgbaar. Geïnteresseerden kunnen zich voor een gratis abonnement aanmelden via www.nuffic.nl/transfer. Abonnementenadministratie DUO-tijdschriftenservice Postbus 681 3500 AR Utrecht tel.: 030 – 263 1089 Vormgeving en lay-out Sabrina Luthjens BNO en Christina Schürmann (www.makingwaves.nl) Druk Drukkerij Verloop, Alblasserdam Overname artikelen Het overnemen en vermenigvuldigen van artikelen uit Transfer is slechts geoorloofd na schriftelijke toestemming van de hoofdredactie. Omslag Student kijkt uit zijn raam in een wooncontainer in Amsterdam. Foto: Lex van Lieshout/ANP Transfer 4, jaargang 21, verschijnt op 13 februari

transfer

Actieplannen Maar liefst vijftien organisaties waren betrokken bij het opstellen van het gloednieuwe actieplan ‘Make it in the Netherlands’. En als het goed is zullen zij ook allemaal meewerken aan de uitvoering van de uiteenlopende maatregelen die daar in staan om buitenlands talent aan te trekken en te behouden. Dat is nodig. Want uit onderzoek blijkt dat maar liefst 70 procent van de internationale studenten na het afstuderen graag in Nederland zou blijven, terwijl slechts 27 procent dat ook daadwerkelijk doet. Dit actieplan smaakt naar meer, vindt Freddy Weima, inmiddels een jaar algemeen directeur van de Nuffic. Hij zou graag weer met al die partijen om tafel gaan voor een breed gedragen plan om uitgaande mobiliteit te stimuleren. Ook in deze tijden van internationalisation at home moeten meer Nederlandse studenten buitenlandervaring opdoen dan de huidige 22 procent van de afgestudeerden, aldus Weima. “Dat lukt alleen als je daar een goede strategie voor formuleert.” Natuurlijk gebeurt er al het een en ander om op z’n minst barrières weg te nemen voor een studie(onderdeel) over de grens. Met dat doel werd bijvoorbeeld vijf jaar geleden een wetswijziging aangekondigd die joint degrees mogelijk maakte, vergezeld van 6,3 miljoen euro als stimuleringsfonds. Maar vooralsnog zijn de hooggespannen verwachtingen niet waargemaakt, zo valt te lezen in dit nummer van Transfer. Het opzetten van een joint degree blijft een bureaucratisch doolhof en studenten zitten eigenlijk niet echt te wachten op een diploma van een consortium. Mobility windows worden ook wel gezien als een soort ‘wondermiddel’. Een deel van het curriculum zonder andere verplichtingen voorkomt immers dat studenten vertraging oplopen door een buitenlandverblijf. Het aantal opleidingen met zo’n mobility window is echter gering, zo blijkt uit een recent onderzoek. Een van de auteurs zegt vooral toekomst te zien voor dit fenomeen om Erasmusuitwisselingen te structureren. Erasmus kan wél als een succesnummer worden beschouwd bij alle pogingen om studie of stage in het buitenland te stimuleren. “De Erasmusbeurs trekt studenten vaak over de streep”, merkt ook Liliana Dusati, international relations officer van de Hogeschool Utrecht die in dit nummer over haar werk vertelt. Dat er binnenkort binnen Erasmus+ meer geld voor beurzen komt, is voorwaar een lichtpuntje. annelieke zandvliet azandvliet@nuffic.nl


r

i n hou d

24-42 14–22

Wat brengt honkvaste Nederlandse student in beweging? In dit nummer van Transfer extra aandacht voor het stimuleren van de uitgaande mobiliteit. Zo buigen we ons over joint degrees (pag. 14–16). Enkele jaren terug leken internationale studieprogramma’s met een gezamenlijk diploma dé oplossing om onder meer uitgaande mobiliteit te bevorderen. Waarom blijft het aantal joint degree-studies in Nederland nog beperkt? Ook gaan we in op Erasmus+ (pag. 18–19), het nieuwe Europese programma om studenten- en docentenmobiliteit te stimuleren. Ten slotte bevat deze Transfer een artikel over het mobility window (pag. 20–22), een vaste periode in een opleiding die wordt vrijgehouden voor studeren in het buitenland. Is dat wel of geen goed idee?

erasmus meer perspectief

10

24

‘Nuffic mag wel wat innovatiever worden’ Freddy Weima kreeg het afgelopen jaar een spoedcursus internationalisering. Hij reisde de wereld over, bezocht instellingen, capaciteitsopbouwprojecten en internationale conferenties en verdiepte zich in alle facetten van het brede begrip internationalisering. In een interview met Transfer maakt Weima de balans op van zijn eerste jaar als algemeen directeur van de Nuffic.

Grieken vrezen einde van gratis hoger onderwijs De universiteiten in de Griekse hoofdstad Athene zijn al maanden dicht. De sluiting, die ook uitwisselingsstudenten dupeert, is een protest tegen nieuwe bezuinigingen die vele honderden ondersteunende krachten op de universiteiten hun baan kosten. Maar dat is niet het enige waarover de stakers boos zijn. Zij zijn bang dat hun grondrecht van gratis hoger onderwijs wordt bedreigd.

En verder 2 Colofon en redactioneel  4 Nieuws  13 Opinie: beter samenwerken met Afrika  17 Aanpakken: internationaliseerders aan het werk  23 Sorry? Pardon! Misverstanden in het buitenland  27 Column Ellen Touw  28 Nederlandse oud-studenten brengen licht in India  30 Gelezen  31 Onbekend terrein: schrijfster Marente de Moor over haar studieverblijf in Rusland


n i euws

Foto: Ronald van den Heerik/Erasmus Magazine

vaders huis verlaten

Al 65 jaar helpt Stichting UAF vluchtelingen om hun studieplannen waar te maken en een baan op niveau te vinden. Ter gelegenheid van dit jubileum werd aan de Erasmus Universiteit ‘As I left my father’s house’ opgevoerd. Een experimenteel toneelstuk over vluchten, geloven en de kracht van liefde. In het midden auteur, acteur en oudstudent van UAF Bright Richards.

‘Voortrekkersrol voor Nederland bij open access’ Nederland kan een voortrekkersrol vervullen als het gaat om open access, aldus staatssecretaris Dekker van OCW. Hij vindt dat over tien jaar alle Nederlandse wetenschappelijke publicaties via tijdschriften online gratis toegankelijk moeten zijn en wil een verplichting tot open access publiceren in 2016 opnemen in de wet. Volgend jaar kunnen de grote wetenschappelijke uitgeverijen een cruciale bijdrage leveren, denkt de staatssecretaris, als zij nieuwe afspraken maken met wetenschappelijke organisaties. Ter ondersteuning wil hij begin 2014 een rondetafelconferentie organiseren voor de betrokkenen. Voorbeelden uit het buitenland tonen aan dat extra geld niet leidt tot versnelling van het proces, stelt Dekker.

4 | december 2013 / januari 2014 | transfer

Zo heeft de Britse overheid omgerekend ruim 12 miljoen euro geoormerkt voor open access. “De eerste signalen wijzen er op dat dit niet heeft geleid tot een versnelde transitie, maar veeleer tot een continuering van de overgangsfase”, aldus de staatssecretaris. Dekker wil met buitenlandse collega’s afspraken maken over het stimuleren en ondersteunen van de overgang, schreef hij in zijn brief vorige maand aan de Tweede Kamer. Hij denkt in eerste instantie aan het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, omdat daar – net als in Nederland – enkele grote commerciële en wetenschappelijke uitgeverijen zijn gevestigd. Maar hij noemt ook Denemarken, Finland, België en Frankrijk als ‘belangrijke gelijkgestemde landen’.  (AZ)


€ 77

Bussemaker: joint degree met gesloten beurzen

miljard

Zoveel geeft de Europese Commissie de komende zes jaar uit aan onderzoeksprogramma Horizon 2020. Dat is maar liefst 24 miljard meer dan er voor KP7 – het voorgaande onderzoeksprogramma – werd uitgetrokken. Onderzoek en innovatie moeten Europa uit de crisis helpen, is het idee.

TOP 5

4 chen ün M

2 Lo nd en

3 Zürich

n

rijs Pa

5 B e rli j

QS Best Student Cities 2013 msterdam 16 A

1

bron: qs best student cities 2013

In de toekomst hoeven studenten die een internationale joint degreeopleiding volgen, niet langer dubbel college­geld te betalen. Ook wil minister Bussemaker het opzetten van zo’n opleiding eenvoudiger maken. Dat schrijft zij aan de Tweede Kamer. Sinds 2010 zijn joint degrees, gezamenlijke opleidingen van verschillende instellingen met één diploma, wettelijk toegestaan. Maar ze zijn er nog nauwelijks. Nederlandse universiteiten en hogescholen ervaren het als een belemmering dat zij niet het principe van ‘gesloten beurzen’ mogen toepassen bij joint degrees met een buitenlandse partner, zo blijkt uit onderzoek. Zij moeten collegegeld in rekening brengen als een student bij een van hun opleidingen staat ingeschreven, ook als die opleiding samen met een buitenlandse instelling wordt verzorgd waar de student eveneens betaalt. Daar wil Bussemaker verandering in brengen. Daarnaast gaat de minister de procedure voor het omzetten van een ‘single degree’-opleiding in een internationale joint degree verkorten. Dat zal veelal een verlenging van de studieduur betekenen, schrijf ze, want de meeste buitenlandse masteropleidingen duren langer dan een jaar – de gebruikelijke duur in Nederland. Ook de toetsing wordt aangepast, in overleg met de NVAO. Dat geldt overigens niet voor volledig nieuwe joint degrees. (AZ) Lees op pagina 14 over ervaringen met joint degrees bij de VU en de Erasmus Universiteit.

De beste Europese studiebestemmingen volgens de QS Best Student Cities 2013. Beoordeling is op basis van de kwaliteit van de universiteiten, de verhouding tussen nationale en internationale studenten, werkgelegenheid en betaalbaarheid. Alleen steden met meer dan 250.000 inwoners kwamen in aanmerking. Voor meer info, zie: www.topuniversities.com

transfer | december 2013 / januari 2014 | 5


n6ci ehutnieuws a w e rs g r o n d

Noren overwegen collegegeld voor internationals

De beurs van…

jessica ndagire (37)

masterstudent urban management and development aan de ihs in rotterdam

Wat doe je thuis, in Oeganda?

“Ik ben technisch manager van een stad in ontwikkeling, Gombe Town. Die is de afgelopen jaren van 7.000 naar 16.000 inwoners gegroeid en heeft een nieuwe status gekregen: van gewone provinciestad zijn we hoofdstad van ons district geworden. Dat vraagt een heel andere manier van besturen dan we altijd gewend waren.”

Je hebt een verantwoordelijke baan. Profiteren jouw medestudenten van jouw kennis van zaken?

“Ze zijn meestal een stuk jonger dan ik en hebben vaak nog nauwelijks werkervaring, in die zin heb ik absoluut een voorsprong op hen. Maar verder kan ik vooral een hoop leren van Nederland, hoor! Jullie stedelijke planning loopt zo ver voor op die van ons, dat kun je nauwelijks met elkaar vergelijken.”

Welke uitdagingen wachten jou straks?

“Zorgen dat de inwoners van Gombe Town zich economisch ontwikkelen. Hen doen inzien waar de mogelijkheden liggen, met wie ze moeten netwerken om iets van de grond te krijgen. Onze stad ligt een uur rijden van de hoofdstad Kampala, een vieze, drukke plek. Wij hebben rust en natuurschoon te bieden. We zouden dus een prachtige uitvalsbasis voor forenzen kunnen worden. En een mooie bestemming voor toeristen.”  (AB) 6 | december 2013 / januari 2014 | transfer

Foto: Johannes Odé

Jaarlijks komen honderden studenten, promovendi en cursisten uit ontwikkelingslanden naar Nederland met een NFP-beurs. Wie zijn zij en wat doen zij?

De Noorse regering onderzoekt de mogelijkheden om studenten van buiten de EU vanaf 2015 collegegeld te laten betalen. Noorwegen is een van de laatste landen waar studeren nog voor iedereen gratis is. Zweden introduceerde in 2011 collegegeld voor studenten van buiten de EU; in Finland loopt op dit moment een proef. Critici, waaronder studentenbonden, wijzen erop dat Noorwegen blind het voorbeeld van haar buurlanden

volgt, zonder na te denken over de consequenties voor de langere termijn. Een afname van het aantal internationale studenten zou niet alleen ten koste gaan van de kwaliteit van het onderwijs, maar ook de internationale positie van Noorwegen schade berokkenen. Met name het binnenhalen van studenten uit BRIC-landen zou belangrijk zijn voor de economische ontwikkeling van Noorwegen.  (RA)

Button voor UT-student die Nederlands wil leren Om anderstalige studenten en medewerkers te helpen het Nederlands onder de knie te krijgen, deelt de Universiteit Twente buttons uit. Daar staat een duidelijke boodschap op: ‘Spreek Nederlands met mij!’ Het idee is afgekeken van het Haagse taalinstituut Direct Dutch, zegt Katja Hunfeld, die cursussen Nederlands coördineert bij de UT. “De button scheen goed te werken en is een heel eenvoudig middel om onze cursisten te helpen. Zij merken dat mensen overschakelen op het Engels, zodra ze een klein accentje horen. Dat is sneu, want

ze willen graag Nederlands oefenen.” Samen met de afdelingen Sport en Cultuur van de universiteit heeft het TaalCoördinatiePunt studenten bovendien laten kennismaken met allerlei verenigingen. Hunfeld: “Ook voetbaltrainingen of bijvoorbeeld pottenbakken bieden de mogelijkheid om Nederlands te spreken.” De belangstelling om de taal te leren is groot, merkt de coördinator. Sinds de UT cursussen Nederlands weer kosteloos aanbiedt, moet Hunfeld moeite doen om wachtlijsten te voorkomen.  (AZ)

Denemarken blijft bij mobilteitsbalans Het plan van de Deense hogeronderwijsminister Østergaard om financiering voor universiteiten en hogescholen te koppelen aan het aantal ECTS dat hun studenten in het buitenland halen, is van tafel. Dat meldt University World News. Østergaard wilde op die manier uitgaande mobiliteit stimuleren. Maar de onderwijsinstellingen zagen het plan helemaal niet zitten. Daarom blijft het uitgangpunt van ‘mobiliteitsbalans’ van kracht, dat werd ingesteld door de vorige Deense regering. Volgens dat principe krijgen instellingen alleen geld voor inkomende studenten voor zover daar uitgaande studenten

tegenover staan. Østergaard heeft nu afgesproken dat ze een overschot aan overheidsgeld toch mogen gebruiken om meer inkomende mobiliteit te financieren, zo lang dat niet meer dan 5 procent van de totale overheidsfinanciering voor studenten bedraagt. De Deense regering zet zich daarnaast in om het werven van buitenlands talent voor de arbeidsmarkt te vergemakkelijken. Onderzoek heeft aangetoond dat elke duizend extra internationale studenten Denemarken permanent omgerekend zo’n 50 tot 100 miljoen euro oplevert.  (AZ)


Studenten sprokkelen informatie over voorbereiding van een studie in het buitenland bijeen.

De overheid kan informatievoorziening over studeren in het buitenland verbeteren door met universiteiten en hogescholen prestatieafspraken te maken over internationalisering, inclusief uitgaande mobiliteit. Die suggestie doet NWS, het netwerk van Nederlandse studenten in het buitenland, in een nieuw onderzoek. Ruim 550 Nederlandse studenten die in het buitenland een bachelor, master of PhD doen, namen afgelopen voorjaar deel aan het onderzoek van NWS. Meer dan 80 procent van de respondenten gaf aan significante problemen te hebben ondervonden bij het vertrek naar het buitenland.

Een van de punten die uit het onderzoek naar voren komen, is dat de beschikbaarheid van praktische informatie te wensen overlaat. Bijvoorbeeld over de inschrijving bij de gemeentelijke basisadministratie of de opbouw van sociale zekerheid bij langdurig verblijf buiten Nederland. “Zodra het op de status en toekomst van de student in Nederland aankomt, heeft de Nederlandse student in het buitenland in 2013 nog vaak het gevoel zelf het wiel te moeten uitvinden”, aldus de onderzoekers. Tweederde van de respondenten was het eens met de stelling ‘Ik heb behoefte aan een centraal punt in de

informatievoorziening over studie in het buitenland en terugkeer naar Nederland’. Tegenstrijdige informatie over het aanhouden of stopzetten van een Nederlandse zorgverzekering en een gebrek aan ondersteuning vanuit de instelling waar de studenten voor vertrek hun opleiding volgden, worden als de meest urgente problemen gezien. De rol van de eigen universiteit of hogeschool bij het voorbereiden van een studie in het buitenland krijgt in de helft van de gevallen het oordeel ‘slecht’ of ‘matig’. Een respondent citeerde een medewerker van een international office: “Je gaat bij ons weg, dus we gaan je ook niet helpen.” NWS wijst op de betere balans tussen inkomende en uitgaande mobiliteit die Nederland nastreeft. Afspraken over de rol van international offices bij het stimuleren van een studie in het buitenland moeten dan prioriteit zijn, vindt het netwerk. Die kunnen deel uitmaken van de prestatie­a fspraken tussen de overheid en instellingen. Anderzijds zouden universiteiten en hogescholen beter gebruik kunnen maken van hun alumni die een vervolgopleiding doen aan gerenommeerde universiteiten in het buitenland, als visitekaartje.  (AZ)

european student union (@esutwt):

International students are seen as cash-cows that can be used to fill education budgets far too often. www.fb.me/173V1SmeP interstedelijk studenten overleg (@hetiso):

Met #makeitinNL halen we int. studenten naar Nederland, maar heb jij al aan studeren in het buitenland gedacht? www.bit.ly/17VddLR

en

u -b e r z

cv

Foto: Inge Yspeert/HH

Studenten: Maak prestatie­­­­afspraken over inter­natio­nalisering

beurs

deadline

start studie/onderzoek

India, studiebeurs

1 feb

jul 2014

Denemarken, studiebeurs

28 feb

sept 2014

Denemarken, zomerbeurs

28 feb

jul/aug 2014

Duitsland, kort onderzoek

1 mrt

vanaf aug 2014

Tsjechië, zomerbeurs

1 mrt

jul/aug 2014

Meer informatie op www.wilweg.nl/cv

transfer | december 2013 / januari 2014 | 7


n i euws

Minder Indiase studenten naar VS Het aantal buitenlandse studenten aan Amerikaanse universiteiten blijft stijgen. Dit jaar kwamen 55.000 studenten meer naar de VS dan vorig jaar. Chinese studenten maken een steeds belangrijker deel uit van de buitenlandse studentenpopulatie, terwijl Indiërs wegblijven. Al decennia groeit het aantal internationale studenten in de VS. Alleen na de aanslagen van 11 september 2001 stabiliseerde het aantal enkele jaren, daarna zette de opmars onverminderd voort. Afgelopen jaar bedroeg de groei 7,2 procent, zo blijkt uit het Open Doors-rapport van het Amerikaanse Institute of International Education (IIE). Alleen in 2008/’09 was de groeicurve met 7,7 procent nog steiler.

In 2012/’13 werd een historisch aantal van 819.644 internationale studenten bereikt. Daarmee kwam bijna vier procent van alle studenten in de VS uit het buitenland. Ter vergelijking: in het Nederlandse hoger onderwijs was in dezelfde periode ruim acht procent van de studenten afkomstig uit het buitenland. Bijna 30 procent van de internationale studenten in de VS is nu afkomstig uit China. Dit terwijl het aantal studenten uit India, het tweede belangrijkste herkomstland, afneemt. Als verklaring hiervoor wordt de zwakke positie van de Indiase roepie genoemd. Ook buiten de VS wordt de koers van de Indiase munt met argusogen gevolgd.  (RA)

Foto: Alfredo Lopez Calbacho/EFE

Spaanse Erasmus­beurzen voor­lopig gered

Protest van Spaanse studenten in Brussel.

Na een storm van protest onder studenten en politieke druk vanuit Brussel, ziet de Spaanse regering af van haar plan om verder te bezuinigen op het stelsel van Erasmus-beurzen. In ieder geval dit jaar kunnen Spaanse studenten nog met een aanvullende

8 | december 2013 / januari 2014 | transfer

beurs naar het buitenland. Erasmusstudenten ontvangen een ‘basisbeurs’ vanuit Brussel. Sommige nationale overheden verstrekken een toelage voor studenten uit onbemiddelde milieus. Zo ook de Spaanse overheid. Eind oktober kondigde de

Spaanse minister van onderwijs, José Ignacio Wert, aan geen aanvullende beurzen meer te verstrekken. De maatregel zou per direct ingaan. Op Facebook en Twitter ontstond direct groot protest, en in heel Spanje werden demonstraties aangekondigd. Olivier Bailly, woordvoerder van de Europese Commissie, steunde het protest. “Het besluit van de Spaanse autoriteiten had voor het begin van het collegejaar bij de studenten aangekondigd moeten worden. We hopen dat de terechte verwachtingen van de studenten niet geschaad zullen worden.” Nadat ook in zijn eigen partij, de Partido Popular, gemor ontstond, zag minister Wert van zijn voornemen af. De studenten die nu in het buitenland zitten, blijven dezelfde beurs ontvangen, zo zegde hij toe. Of Spanje ook de komende jaren in het beurzen­programma investeert, is nog onduidelijk.  (RA)


Foto: Sicco van Grieken

MOOC en meer plannen voor binden buitenlandse student

Minister Bussemaker presenteerde het actieplan aan buitenlandse studenten bij NL4Talents.

Een gratis online cursus (MOOC) om Nederlands te leren. Het is een van de vele maatregelen die Nederland neemt om meer buitenlandse studenten te binden, gebundeld in het pas verschenen actieplan Make it in the Netherlands. Het gaat niet om dwingende afspraken, maar om een gezamenlijk streven van alle betrokken partijen: verschillende ministeries, werkgeversorganisaties, de verenigingen van hogescholen en universiteiten, koepels van studentenhuisvesters en marketing­ medewerkers van onderwijsinstellingen, studenten­ organisaties, Brainport Eindhoven, FNV-Jong en de Nuffic. De MOOC, waarvan komend voorjaar de eerste module beschikbaar is, stelt studenten in staat al te beginnen met Nederlands leren voordat ze hierheen komen. Omdat buddy’s een belangrijke rol kunnen spelen bij het oefenen van de taal en bij integratie, gaan instellingen tips over buddyprogramma’s

uitwisselen en komen er jaarlijkse buddydagen. Per universiteit of hogeschool is een financiële bijdrage beschikbaar voor het beste idee van studenten of docenten om de binding met Nederland te versterken. Ook gaan studentenorganisaties, -verenigingen en medezeggenschapsraden zich meer richten op internationale studenten. De belangrijkste voorwaarde om na de studie in Nederland te blijven, is het het vinden van een baan of het starten van een eigen bedrijf. Die kans kan worden vergroot door studenten niet alleen te werven voor een opleiding, maar ook voor een carrière in Nederland. Daartoe worden specifiek studierichtingen met goede loopbaanperspectieven onder de aandacht gebracht. Informatie over beurzen voor buitenlands talent van bedrijven en over de arbeidsmarkt moet beter te vinden zijn. Daarnaast komen er meer mogelijkheden om tijdens de studie werkervaring op te doen, bijvoorbeeld via stages, en in contact te komen met het bedrijfsleven. Verder worden administratieve procedures vereenvoudigd, knelpunten in kaart gebracht en informatievoorziening over bijvoorbeeld het zoekjaar voor afgestudeerden verbeterd. Een onderzoek naar gezamenlijke huisvesting voor internationale en Nederlandse studenten staat voor volgend jaar op het programma. En minimaal drie regio’s krijgen subsidie om met alle betrokkenen plannen te maken voor het aantrekken en behouden van buitenlands talent, als voorbeeld voor anderen. Een klankbordgroep, met daarin ook internationale studenten, komt drie keer per jaar bijeen om mee te denken over maatregelen en de uitvoering daarvan.  (AZ)

enda ag

datum

organisator

evenement

locatie

meer informatie

30 jan

ACA

What's new in Brussels? Recent developments in European Policies and Programmes

Brussel

www.aca-secretariat.be/

11 mrt

Nuffic

Nuffic jaarcongres

Utrecht

www.nuffic.nl/jaarcongres

3–4 apr

EUA

Annual Conference 2014, Changing Landscapes in Learning and Teaching

Brussel

www.eua.be/events

transfer | december 2013 / januari 2014 | 9


i ntervi ew

f r eddy

we ima

,

di r ecteu r

i n

tu r b u l e nte

ti j d e n

‘De Nuffic mag wel een onsje innovatiever’

10 | december 2013 / januari 2014 | transfer


Het huidige kabinet staat positiever tegenover internationalisering dan het vorige, heeft hij gemerkt, maar de blik is nog steeds heel kritisch. “Is het niet te luxe allemaal, doen we niet te veel?” Freddy Weima maakt met Transfer de balans op van zijn eerste jaar als algemeen directeur van de Nuffic. Een jaar waarin bezuinigen en fusiegesprekken zich aandienden en hij de snel veranderende internationale

Foto: Henriëtte Guest

omgeving beter leerde kennen. “We moeten

mende belangstelling voor het binden van buitenlands talent. Nieuwe ontwikkelingen zoals de wereldwijde opkomst van gratis online onderwijs, vragen om een breed gedragen langetermijnvisie, maar die ontbreekt in Nederland, constateert Weima. “Durven we het aan om mee te gaan met landen als Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Australië die een heel stevige internationali­seringsstrategie neerzetten, of houden we het toch wat beperkter? Dat is de vraag voor het hoger­onderwijsveld, maar die hangt natuurlijk heel nauw samen met de politieke vraag”, legt hij uit. Het is niet aan de Nuffic om volledig het voortouw te nemen bij het formuleren van zo’n visie, vindt de directeur. “Wij zijn een intermediaire organisatie, daar past niet echt bij dat je de leiding neemt in dit soort processen. Maar we moeten er wel heel nadrukkelijk bij betrokken zijn. Ook omdat onze expertise kan helpen daar vorm aan te geven.”

Uitgaande mobiliteit

De Nuffic speelde al een belangrijke rol bij het opstellen van het pas verschenen actieplan voor het binden van buitenlands talent (zie p. 9). Daarbij sneller inspelen op trends als gratis online zaten partijen om tafel als de VSNU, Vereniging Hogescholen, werkgeverskoepel VNO-NCW en onderwijs.” studentenorganisaties ISO en LSVb. “Ik denk dat het actieplan een goede basis biedt om met deze partijen Hij reisde het afgelopen jaar al bijna de wereld rond. te kijken naar andere thema’s binnen het ruime begrip Freddy Weima bezocht drie van de vier BRIC-landen: internationalisering”, zegt Weima. “Zoals een breed Brazilië, Rusland en China. Ook zag hij in Rwanda gedragen plan om uitgaande mobiliteit te stimuleren; enkele capaciteitsopbouw-projecten dat is er nu niet. Het zou heel goed waar de Nuffic verantwoordelijk zijn als meer Nederlandse studenten “Er wordt gedesinvesteerd voor is en ontmoette daar hij alumni echte buitenlandervaring opdoen, die dankzij een NFP-beurs een opleiook in deze tijden van internationading in Nederland konden volgen. lisation at home. Dat lukt alleen als in de internationale En natuurlijk woonde de Nufficje daar een goede gezamenlijke strategie voor formuleert.” directeur meerdere internationale infrastructuur van het Hoewel het internationaliserings­ conferenties bij. Maar ook in Nederland stak hij overal Nederlandse hoger onderwijs, klimaat beter is dan de afgelopen jaren, is het nog steeds niet zijn licht op, benadrukt Weima. Van voldoende, constateert Weima. Dit dat is gewoon zonde” Groningen tot Maastricht en van voorjaar kondigde het kabinet forse Arnhem tot Den Haag bezocht hij bezuinigingen aan. “Die ingreep universiteiten en hogescholen. Na is toch ingegeven door een heel kritische blik van de dit intensieve kennismakingsjaar denkt Weima een politiek op internationalisering – is het niet te luxe goed beeld te hebben van internationalisering in het allemaal, doen we niet te veel? Ik begrijp dat er bezuihoger onderwijs en de rol die de Nuffic daarin speelt. nigd moet worden op subsidies. Maar waar ik minder Internationalisering bevindt zich in een cruciale fase, begrip voor kan opbrengen, is dat er bovengemiddeld stelde hij in maart al vast tijdens het jaarcongres van de bezuinigd wordt op alles wat internationalisering is. Nuffic. Met een kabinet dat positiever staat tegenover Niet alleen op de Nuffic-activiteiten in het buitenland, internationale samenwerking dan het vorige en toene-

transfer | december 2013 / januari 2014 | 11


maar bijvoorbeeld ook op de Nederlandse instituten in landen als Turkije en Marokko. Dat is gewoon zonde, er wordt gedesinvesteerd in de internationale infrastructuur van het Nederlandse hoger onderwijs. We hebben ook geen nationaal beursprogramma meer. Daarmee steek je toch schril af bij een land als Duitsland. Ik vind dat we met z’n allen moeten nadenken of we niet toch weer zo’n programma moeten hebben, als visitekaartje van ons hoger onderwijs.”

Neso’s Voor de Nuffic betekent de bezuiniging dat binnen twee jaar een derde van het budget voor haar buitenlandse kantoren wordt geschrapt. Dat kan niet zonder enkele van deze tien Neso’s te sluiten, waarschuwde Weima meteen. Welke dat worden, kan hij nog niet definitief zeggen. “We hebben daar de afgelopen maanden heel intensief over gesproken met universiteiten, hogescholen, hun koepels en netwerken zoals Dhenim [voor marketingmedewerkers, red.]. Die vinden het vooral belangrijk om in de BRIC-landen en Indonesië een zo volledig mogelijk Neso-kantoor overeind te houden. Dan moeten we de taken van de overige kantoren behoorlijk beperken of Neso’s sluiten. We bekijken de mogelijkheid om in te trekken bij ambassades of consulaten, of daar in elk geval Study in Holland-materiaal neer te leggen. Enkele Neso’s die overblijven, zullen een regionale functie krijgen. Het kantoor in Jakarta kan zich bijvoorbeeld op heel Zuidoost-Azië richten.” Deze maand legt de Nuffic haar plannen voor aan het ministerie van Onderwijs. Het aanpassen van het Neso-programma is niet de enige lastige taak waar zijn organisatie voor staat. Weima denkt zelfs dat de situatie bij de Nuffic turbulenter is dan ooit tevoren. “Voor zover ik weet heeft de Nuffic in haar 61-jarig bestaan nog niet eerder tegelijkertijd een mogelijke fusie, een stevige bezuinigingsopdracht én grote veranderingen bij een aantal van haar belangrijkste primaire taken meegemaakt.” Daarmee doelt Weima naast de Neso’s op de invoering van Erasmus+ en de herziening van het NFP en NICHE, de programma’s voor ontwikkelingssamenwerking die de Nuffic beheert.

Fusiegesprekken De mogelijke fusie met het Europees Platform, dat zich richt op internationalisering in het basis- en voortgezet onderwijs, wordt mede op verzoek van minister Bussemaker onderzocht. Zij leek de fusie in haar aankondiging van de bezuinigingen verplicht te stellen. Bovendien zouden beide organisaties de moge12 | december 2013 / januari 2014 | transfer

lijkheid tot samenwerking met het Fulbright Center, de Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland en CINOP moeten bekijken. Het ligt echter genuanceerder, vertelt Weima; hem is gevraagd met al deze instellingen verkennende gesprekken te voeren. “Ik denk dat dat ook beter is dan organisaties een fusie op te leggen.” Die verkenningen leidden ertoe dat de Nuffic nu alleen fusiegesprekken gaat voeren met het Europees Platform. Ruim drie jaar geleden is daar ook al over gepraat, maar werd besloten van een fusie af te zien. Inmiddels is er meer financiële urgentie, denkt Weima, en de opstelling van het ministerie is anders. De huidige gesprekken noemt hij kansrijk, al merkt hij dat daar binnen de doelgroepen van beide organisaties divers over wordt gedacht. “Velen zeggen: bundelen van de activiteiten is echt heel belangrijk, dat hadden jullie veel eerder moeten doen. Anderen vinden het hoger onderwijs te veel verschillen van het basis- en voortgezet onderwijs. Zij denken dat er hoogstens in gezamenlijke bedrijfsvoering winst te boeken is. Zelf denk ik dat ook de inhoudelijke verbinding tussen internationalisering in het funderend en het hoger onderwijs kansen biedt.”

Nieuwe trends Als het aan Weima ligt, leiden alle ontwikkelingen tot een betere dienstverlening van de Nuffic. Hij onderschrijft de resultaten van een klanttevredenheidsonderzoek zo’n twee jaar geleden, nog voor zijn aantreden. “Daaruit bleek dat er veel tevredenheid is, maar dat het wel een onsje innovatiever mag. Dat herken ik wel. Wij moeten kennis hebben van nieuwe trends in internationalisering, zoals online onderwijs, transnational education, maar ook de opkomst van Afrika, en daar sneller op inspelen.” Daarnaast kan de Nuffic volgens Weima meer dan nu voldoen aan wensen en behoeften van universiteiten en hogescholen. “En dat begint ermee dat we nog beter moeten weten wat daar leeft. Verder kunnen we onze kennis en expertise meer zichtbaar maken, op een samenhangende manier binnen herkenbare thema’s.” Dat daar in het verleden ook al pogingen toe zijn ondernomen, maar het telkens lastig bleek te zijn, weerhoudt de Nuffic-directeur er niet van. Weima zegt zich erg thuis te voelen in zijn organisatie én in de wereld van internationalisering. “Zowel bij de inhoud als bij de mensen. Er is veel bevlogenheid, dat vind ik geweldig om te zien.”

els heuts en annelieke zandvliet


o p i n i e

‘Tijd voor omslag in

samenwerking met Afrika’

Nederland moet de samenwerking met het Afrikaanse hoger onderwijs op een andere leest schoeien. Die stelling verdedigde Ton Dietz op 12 november tijdens het Nuffic-seminar And now Africa.

Foto: Henriëtte Guest

In Transfer licht hij zijn pleidooi toe.

Een uitstekend initiatief vind ik het, het Afrikaseminar van de Nuffic. Want de ontwikkelingen in het Afrikaanse hoger onderwijs gaan razendsnel, en daarvan dringt in Nederland maar weinig door. Terwijl wij vasthouden aan verouderde instrumenten voor ontwikkelingssamenwerking, werken Afrikaanse universiteiten steeds soepeler samen met instellingen in Azië en Latijns-Amerika. Intussen gaan ‘onze’ investeringen in het Afrikaanse hoger onderwijs verloren, en missen Nederlandse instellingen interessante kansen. Een belangrijke trend waarvoor we nog onvoldoende oog hebben, is de massificatie van het Afrikaanse hoger onderwijs. Voor de explosief groeiende Afrikaanse middenklasse is het anno 2013 heel vanzelfsprekend om kinderen een universitaire opleiding te geven. Al jaren gaan grote aantallen Afrikaanse studenten naar India. Maar ook Maleisië en Singapore, waar tegen redelijke prijzen goed Engelstalig onderwijs is te verkrijgen, worden steeds populairder. Privatisering en fraude zijn belangrijke bijeffecten van die massificatie. Particuliere universiteiten schieten als paddenstoelen uit de grond en ook staatsuniversi­ teiten bieden speciale programma’s voor betalende studenten. Vaak is het onderscheid tussen commerciële opleidingen en diploma mills nauwelijks te maken. Mijn indruk is dat Nederlandse instellingen nog heel naïef zijn over met wie ze samenwerken. Ze hebben onvoldoende in de gaten dat er óók in (deugdelijke) onderzoeksvoorstellen een levendige handel bestaat.

De afgelopen decennia hebben Nederlandse instellingen vele honderden Afrikaanse promovendi en tienduizenden studenten en cursisten opgeleid. Ons land is ruimhartig geweest met het verstrekken van beurzen. Maar bij de effectiviteit van ons huidige systeem durf ik vraagtekens te plaatsen. Mijn belangrijkste bezwaar is dat we al die jaren hoe­genaamd geen contact hebben onderhouden met onze alumni. We leiden ze op en laten ze gaan – vervolgfinanciering bieden we vrijwel niet. Zo zijn veel te veel van ‘onze’ alumni verloren gegaan voor de Afrikaanse wetenschap.

Uit de rol van helper Decennialang hebben we geïnvesteerd in capaciteitsontwikkeling aan Afrikaanse B- en C-universiteiten. Maar om werkelijk verandering te bewerkstelligen, moeten we juist inzetten op samenwerking met de Afrikaanse topuniversiteiten en kenniscentra. Dat zijn de drijvende krachten achter de ontwikkeling van het Afrikaanse continent, waar samenwerking met westerse universiteiten het grootste effect zal sorteren. Het is hoog tijd om oude denkpatronen uit de ontwikkelingssamenwerking te doorbreken. We moeten uit de rol van helper stappen en inzetten op gelijkwaardige samenwerking. Dat kan, want er liggen volop kansen in Afrika. Frugal innovation, vernieuwen met elementaire middelen, ik noem maar een voorbeeld. De industrie ziet al dat die trend in AfrikaansAziatische samenwerking veel kan opleveren en investeert er stevig in. Zo zouden onze kennisinstellingen ook te werk moeten gaan. Het is tijd voor een omslag. Uiteindelijk helpen we kennisinstellingen in Afrika, en daarmee het hele continent, het best vooruit als we ons beginnen af te vragen hoe ook onze eigen instellingen van de samenwerking kunnen profiteren.

ton dietz Ton Dietz is directeur van het African Studies Centre in Leiden transfer | december 2013 / januari 2014 | 13


u itga an de

mob i liteit

stu denten

geven

n i et

om

g ezam e n l i j k

d i p loma

Joint degree loopt vast in bure Vijf jaar geleden leken joint degrees dé oplossing voor tal van internationaliseringsproblemen, zoals de stagnerende uitgaande mobiliteit. Gezamenlijke internationale studieprogramma’s waarvoor studenten één diploma kregen, zouden een einde maken aan gesteggel over wederzijdse erkenning van studiepunten en diploma’s. Maar de joint degree blijkt een bureaucratisch monster dat nauwelijks is

‘Een veelbelovend model om vorm te geven aan een internationaal curriculum en tegelijkertijd de studenten- en docentenmobiliteit te stimuleren.’ De universiteitenvereniging VSNU had vijf jaar geleden hoge verwachtingen van de joint degree, blijkt wel uit een brief die toenmalig voorzitter Sijbolt Noorda stuurde aan het ministerie van OCW. Hetzelfde geldt voor de Europese Commissie, die via het Erasmus Mundus-programma honderden miljoenen euro’s steekt in het ontwikkelen van joint degrees. Als gerenommeerde Europese universiteiten het beste wat ze te bieden hebben bundelen, stimuleer je de internationale samenwerking én de in­komende en uitgaande studentenmobiliteit, is het idee. Nederlandse studenten volgen een deel van hun opleiding bij een van de buitenlandse partners en studenten van die partners komen naar Nederland. Daarnaast trekken de ­prestigieuze opleidingen top­t alenten uit de hele wereld. Zeker als het programma wordt afgesloten met een gezamenlijk diploma. Tijdens zijn periode als minister van Onderwijs omarmde Ronald Plasterk het model en paste de wet aan. Daardoor kunnen Nederlandse instellingen sinds 2010 joint degrees aanbieden. De accreditatie­ organisatie NVAO begon een speciale procedure

14 | december 2013 / januari 2014 | transfer

Foto: Merlin Daleman/HH

te verslaan.

Graduation day van de Rotterdam School of Management.

om de kwaliteit van de gezamenlijke opleidingen te beoordelen. En, last but not least: de universiteiten mochten de miljoenen die beschikbaar waren voor ‘intensivering van het internationaliseringsbeleid’ inzetten om joint degrees te ontwikkelen. Tussen 2009 en 2013 ging het in totaal om 6,3 miljoen euro.

Administratieve rompslomp De VSNU verwachtte in 2009 dus niet zomaar dat het aantal joint degrees een hoge vlucht zou nemen. Toch loopt het niet storm, blijkt uit een tussentijdse evaluatie die dit voorjaar verscheen. Eind vorig jaar waren er maar negen geaccrediteerde internationale joint degrees, allemaal op masterniveau. De overige 147 gezamenlijke programma’s (bachelors, masters


eaucratisch doolhof menlijke programma’s opgezet. Maar universiteiten die zo’n programma willen afsluiten met een joint degree, krijgen te maken met enorme administratieve rompslomp. Daarom kiezen ze liever voor een double degree.” De VSNU is met OCW in gesprek om het opzetten van joint degrees makkelijk te maken. “We willen in ieder geval dat de accreditatie eenvoudiger wordt”, stelt Slootweg. Eenjarige masteropleidingen die participeren in een tweejarig joint programme, moeten nu een macrodoelmatigheidstoets en een toets nieuwe opleidingen ondergaan. Daar wil de VNSU vanaf. Ook de regels rond collegegeld leveren problemen op. “Om bekostiging te krijgen, moet een student hier ingeschreven zijn. Dat betekent in sommige gevallen dubbel collegegeld betalen. Daarvan zouden studenten vrijgesteld moeten worden.”

Keurmerk Voor de tweejarige researchmaster geowetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam komen die veranderingen te laat. Het programma sleepte in 2011 als eerste wo-opleiding in Nederland een joint degreeaccreditatie in de wacht. Maar de VU stapt eruit. De joint degree-constructie leverde te veel gedoe op. In het programma zitten, naast de VU, nog vijf andere universiteiten – uit Noorwegen, Frankrijk, Duitsland en Hongarije – maar alleen die in Bergen (Noorwegen) en Rennes (Frankrijk) deden mee aan de Nederlandse accreditatieprocedure. De andere konden niet het materiaal leveren dat de NVAO en PhD’s) worden, net als vóór de nodig had. Zelfs Bergen en Rennes “Het systeem anticipeerde introductie van de joint degree, afgebeschikten niet over alle benodigde sloten met een double of multiple documenten. Toch gaf de NVAO, degree. Ook de verwachte groei van op een situatie waarin na veel aarzelingen, het keurmerk de studentenmobiliteit blijft vooraf. “Maar ondanks de accreditatie alsnog uit. De 111 joint programmes Europese regels gelden. is er nog steeds geen gezamenlijk op bachelor- en masterniveau diploma”, vertelt Ramon Ellenbroek hebben een geschatte instroom van Daarvan is niks van het international office. “Wat 1.200 studenten, gemiddeld elf per er wel en niet op een diploma mag programma. terechtgekomen” staan en hoe het eruit ziet, verschilt Dat de hooggespannen verwachper land. Er is dus nooit een echte tingen niet zijn waargemaakt, joint degree uitgereikt.” Door het botsen van nationale regels en betekent nog niet dat het stimuleringsprogramma wetten ontstonden nog veel meer problemen. is mislukt, vindt Sake Slootweg, beleidsadviseur Programmacoördinator Reini Zoetemeijer herinnert internationalisering bij de VSNU. “Er zijn veel geza-

transfer | december 2013 / januari 2014 | 15


zich de Chinese student die het eerste masterjaar in Amsterdam deed en zijn studie wilde afronden in Bergen. Om de joint degree te kunnen uitreiken, moest de student het tweede jaar wel ingeschreven zijn bij de VU. “Dat betekent collegegeld betalen en een visum regelen bij de IND, voor een student die niet meer in Nederland woont”, legt Zoetemeijer uit. Ze denkt nog steeds dat Europese joint degrees dé oplossing zijn voor mobiliteitsproblemen, maar signaleert dat er nog veel obstakels te overwinnen zijn. “Er zijn zo veel botsende regels. Je komt in een doolhof terecht, waar je niet meer uitkomt.”

Liever Erasmusbeurs Door alle rompslomp is ook de werving van internationale studenten nooit goed op gang gekomen. In september begon in Amsterdam maar één student aan het programma. Het faculteitsbestuur heeft daarom besloten uit de joint degree te stappen. “We blijven wel meedoen in het consortium. We vallen alleen terug op de oude situatie”, vertelt een teleurgestelde Zoetemeijer. Studenten die via de VU het gezamenlijk programma volgen, doen dat in het vervolg weer als uitwisselingsstudent en krijgen een Nederlands diploma met een cijferlijst van de uitwisselingspartner. Wrang, vindt Ramon Ellenbroek. “Je haalt je veel meer werk op de hals dan bij een gewone accreditatie en krijgt er minder voor terug.” Ook voor studenten is een uitwisselingsprogramma volgens hem eigenlijk aantrekkelijker dan een joint degree. “Daarmee komen ze in aanmerking voor een Erasmusbeurs van 2.500 euro. Dat hebben ze liever dan twee diploma’s of een joint degree.” Ellenbroek heeft wel een idee waar het mis is gegaan met de joint degree. “Het systeem anticipeerde op een Europese hogeronderwijsruimte met regels die steeds meer Europees zouden worden. Daarvan is niks terechtgekomen. We zijn blijven zitten met nationale regelgeving.” Pas als er regels op Europees niveau komen, hebben joint degrees in zijn ogen kans van slagen.

Praktischer Marjo Gallé, beleidsmedewerker i­ nternationali­sering bij de Erasmus Universiteit Rotterdam, is een groot voorstander van gezamenlijke opleidingen. “Door internationaal samen te werken, kun je betere programma’s maken.” Maar of dat altijd moet leiden tot een joint degree is voor haar de vraag. “Double degrees zijn voorlopig praktischer”, vindt zij. In tegen-

16 | december 2013 / januari 2014 | transfer

stelling tot haar Amsterdamse collega ziet zij wel een lichtpuntje. “Het is hoopvol dat er nu een pilot met Europese accreditatie loopt. De NVAO speelt daarin een belangrijke rol.” De niet-bekostigde Erasmus Mundus-master Law & Economics, waarin de Rotterdamse rechtenfaculteit participeert, heeft aan die pilot meegedaan. “We hebben na het panelbezoek in februari het oordeel ‘excellent’ gekregen”, vertelt assistent-coördinator Wicher Schreuders trots. “De NVAO heeft dat oordeel inmiddels overgenomen, maar onze Europese partners wachten nog op een beslissing van hun natio­nale accreditatieorganisatie.” Het programma wordt verzorgd door een consortium van zeven Europese universiteiten, een Israëlische en een Indiase universiteit. Het beslaat drie trimesters die in twee of drie verschillende landen worden gevolgd. De Europese accreditatie verlost dit samenwerkingsverband van zeven verschillende nationale procedures, maar lost nog lang niet alle problemen op. Schreuders: “Zo is het keurmerk in Nederland en Vlaanderen zes jaar geldig, maar er zijn ook landen waar je het na drie of vier jaar alweer moet verlengen. Daardoor zijn we doorlopend bezig met accrediteren. Het land met de kortste accreditatietermijn bepaalt het tempo.”

Nauwelijks interesse Ook de diploma-erkenning is weer een apart traject, weet hij. “Wat op het getuigschrift komt te staan, is ook onderhevig aan nationale wetgeving. In het ene land mogen de logo’s van alle negen samen­ werkingspartners erop, in andere landen alleen die van de twee of drie universiteiten waar de student echt heeft gestudeerd.” Ook welke titel afgestudeerden krijgen, verschilt per land. Is een joint degree al die moeite wel waard? Schreuders vindt van wel. Een joint degree is in zijn ogen de enige logische afsluiting van een gezamenlijk studieprogramma. Maar studenten hebben nauwelijks interesse in een gezamenlijk diploma, geeft hij toe. “Een Australische of Braziliaanse student gaat liever naar huis met een diploma van de Universiteit van Bologna of van de Erasmus Universiteit dan met een diploma van een Europees consortium dat – helaas – nog bijna niemand kent.”

yvonne van de meent Begin december heeft minister Bussemaker aangekondigd de ­problemen aan te pakken. (zie p. 5)


a a n pakken

Buitenlandervaring kan sommige studenten niet

gek genoeg

Onder de noemer internationalisering worden in het hoger onderwijs de meest uiteenlopende taken verricht. Liliana Dušati is international relations officer bij Hogeschool Utrecht. Ze merkt dat beurzen

Portretfoto: Maarten Hartman

studenten over de streep kunnen trekken om naar het buitenland te gaan.

“Elk jaar weer stijgt bij ons, gek genoeg, het percentage studenten dat naar het buitenland gaat”, vertelt Liliana Dušati, om zich snel te verbeteren: “Of eigenlijk: daar zijn we heel blij mee.” De populairste bestemming onder HU-studenten is niet eenvoudig aan te wijzen, vindt ze. “Voor study abroad hebben we allerlei contracten met partneruniversiteiten, met een beperkt aantal plekken. De fixed minor in China is erg in trek: jaarlijks gaan zeker zestig studenten naar de universiteiten in Beijing en Shanghai, waar de HU een vast programma heeft opgezet. En we hebben veel partnerinstellingen in Spanje. Die zijn populair vanwege de taal en het weer. Niet iedereen kan dus naar zijn favoriete bestemming, maar faculteiten proberen bij de selectie rekening te houden met de topdrie die studenten opgeven.” Dat de belangstelling voor een buitenlandse studieervaring stagneert, merkt Dušati dus niet. Evenmin is er bij haar hogeschool sprake van minder verre bestemmingen nu de druk om op tijd af te studeren, toeneemt. “Nog steeds willen veel studenten graag buiten Europa studeren of stagelopen, om zich onder te dompelen in een compleet andere wereld”, zegt ze. “Sommigen kan het niet gek genoeg zijn.” Voor buitenlandse stages zijn meer exotische bestemmingen mogelijk, legt de international relations officer uit, mits er een goede stageplek is, waar de

opleiding goedkeuring aan geeft. “Het is ontzettend leuk als studenten een duidelijk plan hebben. We doen dan ons best om het zo vorm te geven dat de opleiding akkoord gaat en de student er energie van krijgt.”

Meer animo voor Erasmusstage Wat Dušati wel opvalt, is dat beurzen steeds belangrijker worden. “Wij geven vooral voorlichting over de Erasmusbeurs, die trekt studenten vaak over de streep. Binnen Europa studeren is daardoor financieel aantrekkelijker.” Ze is blij dat er binnenkort met Erasmus+ extra geld beschikbaar komt. “Dan kunnen we meer studenten helpen.” Dušati verwacht wel dat er meer animo komt voor Erasmusstages. “Veel studenten kunnen nu niet aan de minimumeis van drie maanden voldoen, straks volstaat een stage van twee maanden voor een beurs.” Ze hoopt dat er, ondanks de extra belangstelling, toch genoeg geld is. Zelf voor haar werk naar het buitenland gaan, staat nog op haar to do list. “Voor study abroad heb ik Duitsland, Frankrijk en België in mijn portefeuille. Maar ook ik vind het leuk om ergens heen te gaan waar ik anders niet snel kom. Dus zou ik bijvoorbeeld graag eens een stagebedrijf bezoeken.”

annelieke zandvliet

transfer | december 2013 / januari 2014 | 17


ac htergron d

Zes vragen over nieuw EU

erasmus meer perspectief

Erasmus+ gaat in januari van start. Via dit nieuwe EU-programma voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport kunnen tot 2020 kunnen zo’n 2 miljoen HO-studenten in het buitenland studeren en stage lopen. Transfer zet de belangrijkste vragen over de opvolger van het Leven Lang Leren-programma op een rijtje. Zijn de laatste details eindelijk bekend?

Wat is er anders aan het nieuwe programma?

Officieel gaat Erasmus+ op 1 januari van start. Die datum komt al akelig dichtbij, maar er bestaat nog steeds veel onduidelijkheid over de precieze invulling van het programma – tot ongenoegen van veel instellingen. Zelfs de best ingevoerde Haagse en Brusselse bronnen hebben op tal van praktische vragen nog geen antwoord. De Brusselse machinerie werkt langzaam. Pas op 19 november stemde het Europees Parlement in met de plannen en de begroting voor Erasmus+. Op 3 december zetten de Europese ministers van Onderwijs er hun handtekening onder. Op dit moment treffen Europese ambtenaren in ijltempo de laatste voorbereidingen, voordat de eerste calls open kunnen.

Waar het Leven Lang Leren-programma het onderscheid tussen de onderwijssectoren nog accentueerde, probeert Erasmus+ dit juist op te heffen. Primair, secundair en tertiair onderwijs – ze kunnen straks allemaal terecht bij hetzelfde programma. Net als trouwens alle Europese organisaties die actief zijn op het gebied van jeugd en sport. Ook zij krijgen vanuit Erasmus+ ondersteuning voor internationale activiteiten. Uitgangspunten van Erasmus+ zijn drie Key Actions. Kort samengevat zijn dat leermobiliteit, strategische partnerschappen en beleidshervorming. Doordat procedures eenvoudiger worden en de bureaucratie wordt teruggedrongen, moet de drempel om subsidie aan te vragen worden verlaagd. Onder de noemer

18 | december 2013 / januari 2014 | transfer


U-programma ‘kennisallianties’ heeft Erasmus+ bovendien meer aandacht voor de samenwerking tussen hoger onderwijs en bedrijfsleven.

Hoeveel geld is er in totaal beschikbaar? Met 14,7 miljard euro is de begroting voor Erasmus+ 40 procent hoger dan die van Leven Lang Leren. Maar het programma ondersteunt dan ook meer activiteiten. De precieze bedragen die beschikbaar zijn voor mobiliteit in het Nederlandse hoger onderwijs, waren bij het ter perse gaan van deze Transfer nog niet bekend. In de afgelopen 25 jaar gingen circa 3 miljoen studenten op reis met een Erasmusbeurs. In 2020 staat de teller naar verwachting van de Europese Commissie op 5 miljoen. Een pijnpunt voor Nederlandse instellingen is dat zij waarschijnlijk minder zullen profiteren van de ‘centrale acties’, de onderdelen die rechtstreeks vanuit Brussel werden toegekend. Nederlandse instellingen sleepten relatief veel van deze projecten in de wacht. Binnen Erasmus+ zal het geld gelijkmatiger over de Europese landen worden verdeeld, waardoor de kansen van Nederlandse voorstellen zullen slinken.

Wat gaan studenten van de veranderingen merken? Konden studenten voorheen maximaal twee keer in hun leven een Erasmusbeurs aanvragen (een keer voor studie, een keer voor stage), straks mogen ze in elke fase van hun studie (Ba, Ma, PhD) tot twaalf maanden op reis. Helemaal met een schone lei beginnen de studenten niet onder Erasmus+: de maanden die ze binnen het Leven Lang Lerenprogramma op reis zijn geweest, worden wel meegeteld. Verder kunnen ze een beroep doen op het Europese leengarantiestelsel, als ze een lening willen afsluiten voor een buitenlandse masteropleiding. Bovendien worden beursbedragen gedifferentieerd. Wie naar een duur land gaat, krijgt een hogere beurs; wie naar een goedkoop land gaat, krijgt minder. Deze bedragen zijn nog niet vastgesteld. Belangrijker nog is dat alle instellingen die willen deelnemen aan Erasmus+, een Erasmus Charter for Higher Education (ECHE) moeten aanvragen. Dat krijgen ze alleen als ze de kwaliteit van internationalisering actief bevorderen en hun beleid op orde hebben. Hierop wordt strikter toegezien dan voorheen. Studenten zullen onder meer merken dat steeds meer studiegidsen

van Europese instellingen in het Engels online beschikbaar komen, dat de erkenning van hun studiepunten beter wordt geregeld en dat studieprogramma’s beter aansluiten. De kwaliteit van hun internationale ervaring moet daardoor hoger worden.

Hoe vergroot ik mijn kansen op subsidie? Vrij naar John F. Kennedy: vraag niet wat de Europese Commissie voor uw instelling kan doen, maar vraag wat uw instelling voor de Commissie kan doen. Voor de Commissie is Erasmus+ niet meer dan een instrument om hogere doelen, uit de Europe 2020-strategie, te bereiken. Zulke doelen zijn bijvoorbeeld het terugdringen van jeugdwerkeloosheid en de modernisering van de arbeidsmarkt. Hoe belangrijk studenten- en stafmobiliteit en beleidshervorming ook mogen zijn, het zijn voor de Commissie geen doelen op zich. Het advies aan instellingen is daarom om zich te verdiepen in de Europe 2020-strategie en zich bij ieder projectvoorstel de vraag te stellen: wat draag ik hiermee bij aan de toekomst van Europa? Het is belangrijk om in voorstellen duidelijk te laten merken dat de instelling de doelstellingen van Europe 2020 wil helpen realiseren.

Bij wie kan ik terecht met vragen? Elke lidstaat heeft zijn eigen uitvoeringsinstantie voor Erasmus+. In Nederland wordt, naar verwachting, opnieuw de Nuffic aangewezen als Nationaal Agentschap. De Nuffic zal haar taak uitvoeren in samenwerking met CINOP, het Europees Platform en het Nederlands Jeugd Instituut. Samen beantwoorden zij vragen van instellingen en begeleiden zij instellingen bij het indienen van aanvragen. Nieuw is dat de Europese uitvoeringsinstanties ook een evaluerende rol krijgen. Ze gaan beoordelen in hoeverre het internationaliseringsbeleid van instellingen aansluit bij de doelstellingen van de Europese Commissie, en of de instellingen de afspraken uit het ECHE voldoende naleven. Hoe ze dit precies moeten doen, is nog niet duidelijk. De instellingen hebben nog veel vragen over het nieuwe programma, maar ook voor het Nationaal Agentschap zijn er nog de nodige onduidelijkheden.

ralph aarnout transfer | december 2013 / januari 2014 | 19


u itga an de

Vast blok voor mo mobi lity

Foto: istock

mob i liteit

wi n dows

nog

maar

mon djesmaat

i ngezet

Een vaste periode in iedere opleiding – bijvoorbeeld een semester – die wordt vrijgehouden voor studeren in het buitenland. Het zogeheten mobility window wordt de laatste jaren vaak genoemd als dé manier om uitgaande mobiliteit te stimuleren. Maar is het dat ook?

Een halfjaar studeren in Barcelona, Parijs of Boekarest. Veel studenten willen zo’n buitenlandavontuur in principe best aan. Totdat praktische bezwaren om de hoek komen kijken, zoals verplichte vakken in Nederland, soms zelfs een aanwezigheidsplicht. Dan wordt buitenlandervaring opdoen al snel minder aantrekkelijk. Want wie zit nu te wachten op studievertraging, in tijden van bezuinigingen op de studiefinanciering? Als oplossing voor dit soort praktische hindernissen wordt al jaren gesproken over invoering van een mobility window: een vaste periode in een opleiding, bijvoorbeeld één semester, die helemaal wordt vrijgehouden om vakken te volgen aan een buitenlandse universiteit. Jip Mennen is voorzitter van de Studentenraad van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij pleit voor invoering van een mobility window bij elke opleiding. De faculteit Managementwetenschappen, waar ze zelf politicologie studeert, werkt er al mee. “De eerste helft van het derde jaar ben je bijna helemaal vrij om in het

20 | december 2013 / januari 2014 | transfer

buitenland vakken te doen.” Bij rechten bij­voorbeeld is dat lastiger, weet Mennen. “Daar geldt voor sommige vakken een aanwezigheidsplicht. En ook bij sommige bètafaculteiten. Dan blijft voor studenten alleen de mogelijkheid over om een buitenlandse summer course te doen.”

Actieplannen De Radboud Universiteit heeft haar internationale ambities onlangs flink opgeschroefd. Zo moet in 2018 de helft van alle studenten minstens twee maanden buitenlandervaring opdoen. Nu is dat ongeveer een derde. Of mobility windows worden gebruikt om die doelstelling te bereiken, laat het universiteits­bestuur over aan de faculteiten. Het merendeel van de opleidingen heeft nu al wel een mobility window ingeroosterd, meestal in het tweede semester van het derde jaar. De Sociaal-Economische Raad pleitte in 2010 al eens voor landelijke invoering van zo’n periode speciaal voor studie in het buitenland. Toenmalig staats­


secretaris Halbe Zijlstra was ook “Als de drijvende kracht “Dat heeft ook te maken met de positief: hij noemde mobility definitie. Ergens begin deze eeuw achter een mobility window dook het begrip ‘mobility windows’ windows in 2011 wenselijk om de uitgaande mobiliteit te bevorderen. op als dé oplossing voor alle praktische problemen bij studeren het vertrekt, verwatert de In Denemarken en Vlaanderen zijn buitenland. Vooral bij beleidsmakers mobility windows onderdeel van op nationaal en Europees niveau. samenwerking weer” actieplannen om het hoger onderwijs te internationaliseren en ook Maar in de praktijk blijkt iedereen plannenmakers op EU-niveau geven er iets anders onder te verstaan. Dat er hoog van op. Mobility windows klinken dan ook als was ons eerste probleem: waar hebben we het eigenlijk over?” de ideale oplossing. Ferencz kwam bijvoorbeeld lossere samen­ Toch worden ze in het Euopese hoger onderwijs werkingsverbanden en Erasmusuitwisselingen tegen nog maar mondjesmaat ingezet. Dat constateert de die werden gepresenteerd als mobility windows, of Academic Cooperation Association (ACA), de Europese tiendaagse excursies naar het buitenland. “Die vielen koepel van organisaties die internationali­sering bevorderen. De ACA deed onderzoek naar mobility windows niet binnen onze definitie.” Volgens de ACA is een bij veertig universiteiten en hogescholen in Europa. mobility window ‘een periode gereserveerd voor internationale mobiliteit die is ingebed in het curriculum Nog niet de helft bleek ermee te werken. De andere van de opleiding’. Ook telden de onderzoekers alleen helft had wel mobility windows, maar hooguit bij een mobility windows van minimaal drie maanden mee. paar opleidingen. Dat waren vaak kleine studies, waardoor relatief weinig studenten ervan gebruikmaakten. Toen bleek de spoeling ineens dun. “Het grootste probleem waar de betrokkenen tegenaan Behoorlijke investering lopen, is de financiering”, zegt Ferencz. “Een strucHet systeem lijkt dus niet goed van de grond te turele inbedding van buitenlandervaring in het curriculum vergt een behoorlijke investering. We horen komen. “Het aantal opleidingen met een mobility voorbeelden van universiteiten die twee, drie jaar aan window in het curriculum viel ons inderdaad wat het praten waren met partner­instellingen voor ze het tegen”, zegt ACA-onderzoeker Irina Ferencz, al benadrukt zij dat het geen kwantitatief onderzoek was. eens waren over de invulling van de uitwisseling.”

transfer | december 2013 / januari 2014 | 21

Foto: Lex van Lieshout/ANP

obiliteit – goed idee of niet?


En gewoon vrije ruimte in het curriculum opnemen, waarbinnen studenten op eigen houtje kunnen shoppen bij buitenlandse opleidingsinstituten, dat hoeft toch niet duur te zijn? “Nee”, zegt Ferencz, “maar in onze visie moet een buitenlandverblijf worden ondersteund door de opleiding, zowel financieel als organisatorisch. Alleen dan weet je zeker dat de vakken die je in het buitenland volgt, worden erkend, en juist dat is volgens ons een belangrijk aspect van mobility windows.” Maar aan die organisatie schort het nu nog al eens, signaleren de onderzoekers. “Vaak komt het aan op de vrijwillige inspanningen van individuele docenten. Dat maakt de betrekkingen niet erg duurzaam. Als de docent die de drijvende kracht is achter een mobility window vertrekt, dan verwatert de samenwerking met de betrokken partnerinstellingen weer. Hetzelfde geldt voor financiële middelen. Soms wordt er tijdelijk een potje gevonden voor een uitwisselingsprogramma, maar als dat leeg is, stopt ook de uitwisseling.” Sommige politici pleiten voor een verplicht mobility window in iedere opleiding. Is dat een oplossing? “Nee, verplichten is geen goed idee”, vindt Ferencz. “Dan gebruik je mobility windows puur kwantitatief, om zo veel mogelijk studenten naar het buitenland te krijgen. Terwijl er ook studierichtingen zijn waarbij buitenlandervaring minder relevant is. Dan heeft het weinig zin om het verplicht te stellen.” Verder kan een verplicht mobility window volgens Ferencz ook juist beperkend werken. “We spraken

hanzeho gesc ho ol

g e e f t

studenten die sowieso al graag naar het buitenland wilden en er ook wel moeite voor wilden doen om het zelf te regelen. Zij vonden een vast ‘buitenlandblok’ in hun opleiding een nadeel, want dat maakt je minder flexibel, bijvoorbeeld als je wat langer zou willen blijven.”

Hol begrip Jip Mennen van de Nijmeegse Studentenraad denkt niet dat dat een groot probleem is. “Je zou het mobility window als basis kunnen nemen, en daarnaast met de examencommissie kunnen overleggen of je nog aan aantal vakken extra kunt volgen.” Als dé oplossing voor studeren in het buitenland moeten mobility windows in elk geval niet worden gezien, meent Ferencz. “Het is een van de mogelijkheden, naast andere opties.” De onderzoeker ziet voor mobility windows vooral toekomst als onderdeel van Erasmusuitwisselingen. Die zouden daarmee beter gestructureerd en ingebed in het curriculum kunnen worden. Verder hoopt ze dat de definitie die de ACA heeft geïntro­duceerd, het debat over mobility windows wat meer structureert. “Iedereen had het erover, maar steeds met een eigen definitie. Daardoor dreigde het een hol begrip te worden. Met dit onderzoek proberen we er weer wat meer inhoud aan te geven.”

bram logger

stu d e nte n

m e e r

k e u s

“De definitie van mobility windows die de ACA hanteert,

werking met andere instellingen. We besteden studenten

is wel erg nauw”, vindt Els van der Werf, adviseur internatio­

voor een semester uit aan een buitenlandse partner, zonder

nale betrekkingen bij de Hanzehogeschool Groningen.

dat we daarvoor in ons eigen curriculum iets hoeven te

“Bij ons wordt het principe best veel toegepast. We geven

veranderen. We maken onvoldoende van de contacten

studenten binnen het curriculum ruimte om keuzevakken

gebruik om inhoudelijk met de partner samen te werken.”

te doen. Ze kunnen in die periode naar het buitenland gaan.

Van der Werf gelooft niet in het groepsgewijs uitsturen

Maar ze kunnen ook vakken volgen bij een andere opleiding

van studenten. “Stel, je hebt honderd studenten die een

binnen Hanzehogeschool, of ergens anders in Nederland.”

semester in het buitenland moeten studeren, en je hebt

In hoeverre studenten de periode daadwerkelijk benutten

daar maar een aantal buitenlandse partners voor, dan gaan

om naar het buitenland te gaan, weet Van der Werf niet.

die studenten dus met een grote groep naar dezelfde stad.

Een mobility window alleen maar gebruiken om grote aan-

Die klitten samen in pak ’m beet Helsinki, om daar gezel-

tallen studenten naar het buitenland te krijgen, heeft ook

lig met z’n allen hun Nederlandse leventje voort te zetten.

iets gemakzuchtigs, vindt Van der Werf. “Het effect daarvan

Terwijl zelfredzaam worden juist ook een doel is van een

is dat er niet echt wordt geïnvesteerd in intensieve samen-

buitenlandervaring.”  (BL)

22 | december 2013 / januari 2014 | transfer


s o r ry

?

par don

!

tip:

‘Als je wordt beroofd, ga dan niet rechtstreeks naar de politie, maar vraag of een medewerker van de ambassade je naar het politiebureau begeleidt.’

Behandeld als een

criminele toerist Dat Turkije een autoritair land is, wist Robbert Tigchelaar (23) wel. Dat die werkelijkheid hem zou komen te staan op een nacht op een politiebureau, was een onaangename verrassing, vertelt de vierdejaars commerciële economie in deze rubriek over uitglijders

Foto’s: Henriëtte Guest (portret), istock

en misverstanden in het buitenland.

“In Turkije stel je een docent geen kritische vragen, grapjes uithalen laat je uit je hoofd en je gaat niet met docenten in discussie. Dat wist ik al voordat ik naar de universiteit in Istanbul ging. Mijn docent, die voor Turkse begrippen vooruitstrevend was, liet een advertentie zien van een Jeep op stroom. Het was een opdringerige plaat: ‘Koop nu! Wacht niet langer.’ Ik zei: ‘This is pushy.’ Maar hij verstond ‘pussy’. Daarom ging hij – intimiderend – vlak voor mij staan en zei: ‘Nog zo’n opmerking en ik hoef je niet meer te zien.’ Ik schaamde me kapot. De rest van het jaar negeerde hij me. Pijnlijk was het ook toen ik met een Turkse mede-

student aan het eten was en ik mijn hand naar zijn vriendin uitstak, ter kennismaking. Moslimvrouwen geven mannen geen hand en al helemaal niet in het openbaar. De rest van de maaltijd aten we in stilte. De grootste misser maakte ik toen ik naar het politiebureau ging, nadat ik ’s nachts – na een klap in mijn gezicht – van mijn smartphone was beroofd. Na de aangifte verwachtte ik een rapport mee te krijgen voor de verzekering, maar in plaats daarvan moest ik een kamertje in met twee mannen. Een van hen legde zijn pistool op tafel en zei: ‘Als je tegen me liegt, ben je van mij.’ Terwijl we naar de camerabeelden van de overval keken, begon ik te twijfelen over het tijdstip dat ik had genoemd. Ik smeekte ze om de video nog heel even te laten lopen. Een minuut voordat ze wilden stoppen, kwam ik gelukkig het beeld in lopen en was te zien hoe de telefoon mij afhandig werd gemaakt. De agent zei toen dat toeristen veel met verzekeringen fraudeerden. Ze hadden mij als een criminele toerist gezien, niet als een student. Turken zijn aardig en kunnen je als familielid opnemen. Maar een gelijkwaardige verhouding is niet vanzelfsprekend. Je moet hun status respecteren.”

rineke wisman

transfer | december 2013 / januari 2014 | 23


ac htergron d

u n iversiteiten

i n

ath en e

z i j n

a l

d r i e

ma a n d e n

g e s lote n

Foto’s: Bruno Tersago

Grieken vrezen het einde van gra

‘Ontsla de regering, niet het ondersteunend personeel.’ Demonstratie in Athene tegen nóg een bezuinigingsronde aan de Griekse universiteiten.

Studenten worden niet ingeschreven, er worden geen diploma’s uitgereikt en geen colleges gegeven. Uit protest tegen het schrappen van 1.349 arbeidsplaatsen zijn de universiteiten in Athene sinds 23 september dicht. Maar de stakers lopen niet alleen te hoop tegen de nieuwste reeks bezuinigingen. Hun grootste vrees: het einde van het gratis hoger onderwijs.

Stavros Stavridis is boos. Boos en wanhopig. Met een handjevol collega’s staat de hoogleraar architectuur te protesteren voor de monumentale ingang van de Universiteit van Athene. ‘Ontsla de regering, niet het ondersteunend personeel’, staat er op een banier die boven hem aan de gevel wappert. Na drie jaar bezuinigen kunnen de Griekse universiteiten hun onderwijs- en onderzoekstaken niet meer naar behoren uitvoeren, vindt Stavridis, die doceert aan de Technische Universiteit in Athene. De hoog­leraar heeft al dertig procent

24 | december 2013 / januari 2014 | transfer

van zijn salaris ingeleverd. Maar dat vindt hij niet het ergste. Dat de universiteitsbibliotheek veel abonne­menten op vaktijdschriften heeft moeten opzeggen en sinds 2010 geen nieuwe boeken meer heeft aangeschaft, stemt hem veel somberder. Omdat er op de campus geen papier en toner voor het kopieerapparaat meer is te vinden, print Stavridis zijn lesmateriaal thuis uit. Hij betaalt het uit eigen zak, aangezien de meeste van zijn studenten geen geld hebben om het cursusmateriaal van hem te kopen.


atis hoger onderwijs Deze zomer kondigde de Griekse 1.349 schoonmakers, universiteiten houdt die staking regering een nieuwe reeks bezuitwee maanden later nog steeds nigingen en bestuurlijke hervorbewakers, stand. Studenten worden niet mingen aan. Vooral het aangeingeschreven, er worden geen kondigde ontslag van 1.349 leden bibliothecarissen, ict’ers en diploma’s uitgereikt en geen van het ondersteunend personeel, colleges gegeven. Maar het Griekse wekt de woede van Stavridis laboratoriumassistenten ministerie van Onderwijs geeft en zijn collega’s. De Trojka van geen krimp. Het verwijst naar de Internationaal Monetair Fonds, de moeten het veld ruimen Trojka die al drie jaar het financieel Europese Centrale Bank en Europese beleid in Griekenland bepaalt en dat Commissie, eist dat de Griekse zal blijven doen zolang het land is overheid voor het eind van het jaar een paar duizend aangewezen op noodleningen. Nóg verder snijden in het personeels­bestand is arbeidsplaatsen schrapt. Daarom zet het ministerie onverantwoord, vindt Stavros Stavridis. De Griekse van Onderwijs het mes in de ondersteunende diensten aan de universiteiten: schoonmakers, bewakers, universiteiten hebben een docent/student-ratio van 1 op 28, het Europese gemiddelde is 1 op 16. De hoogleraar vermoedt dat de Griekse regering onder invloed van de Trojka toewerkt naar privatisering van het Griekse hoger onderwijs. Het eerste doel is volgens hem bibliotheken, computer­centra en de beveiliging van de universiteiten uit te besteden aan particuliere bedrijven. Dat maakt de weg vrij voor andere privatiseringen, zoals het heffen van collegegeld. Privatisering van het hoger onderwijs, het is een angst die breder leeft in Griekenland. Volgens de Griekse grondwet is het verzorgen van hoger onderwijs een overheidstaak, en moet het onderwijs tot en met de universiteit gratis zijn. Maar de Trojka legt een liberaal economisch model op, waarin buitenlandse universiteiten de mogelijkheid krijgen een campus in Griekenland op te zetten. Introductie van marktbibliothecarissen, ict’ers en laboratoriumassistenten werking is volgens de Trojka broodnodig, omdat het moeten het veld ruimen. De Universiteit van Athene onderwijs in Griekenland onvoldoende aansluit op de en de Technische Universiteit in de hoofdstad zijn het vraag van de arbeidsmarkt. zwaarst getroffen. Samen leveren ze negenhonderd Studentassistenten arbeidsplaatsen in, waardoor meer dan veertig procent Rechtenstudent Stavros Nikolaidis steunt de stakers. van al het ondersteunend personeel verdwijnt. De dienstverlening is nu al minimaal, vindt hij. De Privatisering studentenadministratie is bijvoorbeeld maar twee Op 23 september, toen de maatregelen werden uur per dag open: van 11.00 tot 13.00 uur. Met de aangekondigd, brak er een algehele staking uit in aangekondigde ontslagen wordt dat er niet beter op. het Griekse hoger onderwijs. Aan de twee Atheense Werkcolleges zullen er nauwelijks meer zijn, want

transfer | december 2013 / januari 2014 | 25


de studentassistenten die deze colleges organiseren, vallen ook onder het ondersteunend personeel waarop bezuinigd moet worden. Zijn vriend Kostas en vriendin Eleni vallen hem bij. Door het gebrek aan recente publicaties en lesmateriaal hebben ze al een flinke studie-achterstand opgelopen. Maar erger nog vinden ze de uitholling van het onderwijs. Hun kansen op een baan zijn nu al gering, en zolang er niet in de universiteiten wordt geïnvesteerd, zullen die kansen alleen maar minder worden. Ook in het buitenland wordt hun Griekse diploma steeds minder waard, vrezen ze. Maar lang niet alle studenten zijn het met de stakingen eens. Irini Konsolaki wil dat de Atheense universiteiten weer open gaan. De kwaliteit van het onderwijs zal te lijden hebben onder de ontslagen, maar ze wil niet langer de speelbal zijn van de regering en het stakende personeel. Volgens haar is het terechte protest tegen de ontslagen uitgemond in een politieke strijd die op de verkeerde plek wordt uitgevochten en waarvan vooral studenten de dupe zijn.

Doorlichting Ook Thanos Veremis, emeritus hoogleraar politieke geschiedenis en voormalig voorzitter van de Griekse onderwijsraad, vindt de protestacties schadelijk. Ze

erasmusstu denten

gedu peer d

Voor Erasmusstudenten is de sluiting van de Atheense universiteiten een klein drama. Hun studieverblijf in Griekenland valt in duigen. De studenten uit Cyprus zijn bijna allemaal terug naar huis, stelt Efrosini Papastamatiou van IKY, de Griekse stichting die het Europese mobiliteitsprogramma uitvoert. Andere Erasmusstudenten zijn overgeplaatst naar universiteiten buiten Athene, zodat ze hun uitwisselingsprogramma af kunnen maken. Hoeveel uitwisselingsstudenten gedupeerd zijn, kan Papastamatiou niet zeggen. Zolang er gestaakt wordt, zijn er geen cijfers beschikbaar. Uit cijfers van de Europese Commissie blijkt dat Griekenland in 2011–2012 2.760 Erasmusstudenten ontving, terwijl er 3. 591 Griekse studenten

passen volgens hem volledig in de politisering van het universitaire onderwijs. Hij vindt het terecht dat bekeken wordt of de universiteiten het met minder ondersteunend personeel af kunnen. Want net zoals elders in de openbare sector, zijn er bij universiteiten veel mensen aangenomen in ruil voor een politieke stem. Maar dat is niet genoeg. Veremis pleit voor een volledige doorlichting van de universiteiten – zeker ook van het onderwijzend personeel. Want er zijn volgens hem drie categorieën van professoren: zij die echt op de universiteit thuishoren, zij die er een professionele carrière op nahouden en het mooi vinden om professor op hun visitekaartje te zetten en professionele politici. De laatste twee houden zich niet bezig met les geven, laat staan met wetenschappelijk onderzoek. De emeritus hoogleraar juicht toe dat vanaf juni 2014 de wet van kracht wordt die de jongerenafdelingen van de politieke partijen verbiedt deel te nemen aan rectorverkiezingen. De jongerenafdelingen gebruikten de campussen voor politieke acties en voor de voorbereidingen van politieke betogingen. Omdat de rectoren door hen waren verkozen, steunden ze de jongerenafdelingen. Volgens Veremis ligt hier de kiem voor de huidige protestacties. De nieuwe wet is volgens hem in ieder geval een structurele maatregel, die het niveau van het universitair onderwijs in Griekenland zal opkrikken. Ondertussen loopt de spanning aan de Universiteit van Athene steeds verder op. Eind november is de raad van toezicht opgestapt, uit protest tegen de rector die de staking van zijn personeel goedkeurt. De rector neemt op zijn beurt juridische stappen tegen de raad. Hij eist een schadevergoeding van één miljoen euro die hij aan de universiteit wil schenken. En wat kan de regering doen? Ze dreigt met een marsorder, een bevel om aan het werk te gaan dat alleen in tijd van oorlog wordt uitgevaardigd. Zo blijft de nieuwe generatie die Griekenland uit de sociale en economische crisis moet leiden, voorlopig speelbal van de gevestigde machten.

met een Europese beurs in het buitenland studeerden. De Aristoteles Universiteit in Thessaloniki, volgens de ­internationale ­rankings samen met de Universiteit van Kreta de beste van het land, trekt de meeste uitwisselings­studenten. Eén op de zes Erasmusstudenten bezoekt Thessaloniki. Griekenland trekt vooral Spaanse, Poolse en Duitse uitwisselingsstudenten. Volgens de cijfers kozen in 2010–2011 maar 66 Nederlanders voor een Erasmus-studieverblijf in Griekenland.  (bt/yvdm)

26 | december 2013 / januari 2014 | transfer

bruno tersago


c

o

l

u

m

Terug naar je

‘eigen’ land?

Foto: Henriëtte Guest

Iedereen die zich heeft bezig­ gehouden met rekensommetjes rond kostendekkend collegegeld (en dus weet hoeveel geld er gemoeid is met het opleiden van studenten) zal het eens zijn met de stelling dat het eeuwig zonde is dat de B.V. Nederland niet al veel eerder actief geprobeerd heeft meer jonge slimme internationale studenten hier in Nederland te houden na hun afstuderen. Want of de studie nu betaald is met gemeenschapsgeld of met eigen spaarcenten, iedere hoog opgeleide afstudeerder die terug gaat naar zijn eigen land, neemt een schat van duurbetaalde en waardevolle kennis en ervaring mee. Niet zelden op werkterreinen waar we in Nederland om mensen zitten te springen. Waarom zou daar eigenlijk zo lang niks mee gedaan zijn? Luxeprobleem? Lastige materie? Laksheid wellicht? Geen wonder dat de verwachtingen over het inmiddels veelbesproken actieplan Make it in the Netherlands hoog gespannen zijn. Als dit plan slaagt, zou Nederland in de toekomst een land zijn waar je als internationale student na je studie graag nog een tijd wilt blijven werken. Een land waar je je welkom en gewaardeerd voelt, een land waarmee je, ook als je het dan toch verlaat, als vanzelfsprekend een warme band houdt. Het zou goed zijn voor de productiviteits­groei en de innovatiekracht van de Nederlandse economie. Het zou onze deelname aan hoogwaardige internationale kennisnetwerken vergroten én nog lucratief zijn ook. Binding van buitenlands talent levert de Nederlandse schatkist honderden miljoenen op, zo stelde de SER in zijn advies aan de minister. Maar welk Nederland willen we in de etalage zetten om deze young high potentials te verleiden hun

carrière in Nederland te starten? ‘Nederland Fietsland’, met zijn tulpen, molens en kaas? Nederland als heerlijk, easy going en gastvrij vakantieland, waar de inwoners over het algemeen gezien worden als tolerant, open, vriendelijk en gastvrij (zie het Holland Imago Onderzoek 2012)? Of Nederland, het land waar, volgens de nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer, het politieke klimaat racistisch is? Het land waar Amnesty International waar­schuwende woorden laat horen over ‘etnisch profileren’ door de politie, wat ertoe leidt dat met name jonge mensen uit etnische minderheden onevenredig vaak worden onderworpen aan identiteitscontrole en fouillering (stop and frisks)? Het land waar een donkere vrouw op het Malieveld bij de pro-Zwarte Piet-demonstratie werd geïntimideerd, uitgescholden en geadviseerd op te rotten naar haar eigen land? Het land waar de nationale songfestival-babe Anouk de naarste verwensingen naar haar hoofd geslingerd krijgt, als ze het aandurft om de positie van Zwarte Piet ter discussie te stellen, omdat die wellicht aanleiding geeft voor racisme? Een verwarrend beeld. Een onaantrekkelijk beeld vooral ook. Hoog tijd voor een potje soul searching, waarheidsvinding en verwachtingen­ management. Voordat de zo fel begeerde hoog­­ opgeleide internationals inderdaad eieren voor hun geld kiezen en ‘Nederland Fietsland’ direct na het afstuderen met het eerste beste vliegtuig weer verlaten, veilig terug naar hun ‘eigen’ land.

ellen touw Ellen Touw is beleidsmedewerker internationalisering bij de TU Delft

transfer | december 2013 / januari 2014 | 27

n


ac htergron d

n eder l an dse

start

-u

p

b i e dt

i n d i a

d u u rzam e

e n e rg i e

Rural Spark brengt licht in

de duisternis

Drie Nederlandse oud-studenten begonnen samen een bedrijf, dat het platteland van India voorziet van duurzame energie. Broers Harmen (28) en Marcel van Heist (27) vertellen over de opkomst, activiteiten en dromen van hun Rural Spark.

Vierhonderd miljoen mensen in India hebben geen toegang tot elektriciteit. Voor hen zijn kerosine en brandhout nog de primaire energiebronnen. “De Indiase overheid is simpelweg niet bij machte om het hele land van energie te voorzien”, vertelt Harmen van Heist. “Maar de oude energiebronnen zijn eindig en slecht voor het milieu, en daarnaast kunnen ze ook schadelijk zijn voor mensen, bijvoorbeeld door brandgevaar.” Met deze informatie in het achterhoofd schreven Marcel van Heist en Evan Mertens twee jaar geleden hun masterscriptie aan de Technische Universiteit Eindhoven. “Evan was al geobsedeerd door duurzame energie”, zegt Marcel met een knipoog. Vanuit hun verschillende studierichtingen, Building Services en Industrial Design, ontwikkelden ze een kastje dat kan worden aangesloten op een zonnecel. Met dit kastje kunnen mensen vervolgens bijvoorbeeld draadloze led-lampen opladen. In Nederland verwachtten de studenten weinig heil van hun uitvinding. “Als je hier iets wilt opzetten, loop je tegen allerlei moeilijkheden aan: politiek, eigendom van de infrastructuur en de enorm hoge behoeftes van mensen.” In India dachten ze makkelijker aan de slag te kunnen. Dat viel nog tegen, merkten ze toen ze naar dat land reisden om hun prototype te testen.

Dat was het moment waarop Marcels broer Harmen aanhaakte. Hij had zich tijdens zijn studie organisatiewetenschappen in Tilburg verdiept in ondernemerschap in opkomende economieën. “Ik zag in dat we een manier moesten vinden waarop het energienetwerk zichzelf in stand kon houden”, vertelt hij. Dat lijkt gelukt met de formule die Rural Spark heeft gevonden. Het bedrijf verhuurt nu zijn apparatuur aan lokale ondernemers in de meest afgelegen dorpen. “Zo’n lokale ondernemer wordt een local energy supplier”, legt Harmen uit. “We leveren een aantal led-lampen, een zonnecel en natuurlijk het kastje, dat twintig usb-poorten bevat – veel te veel voor één persoon. De ondernemer kan zijn investering terugverdienen door dorpsgenoten te laten betalen om een lamp of telefoon op te laden.” De huurkosten zijn per maand ongeveer 400 roepie – nog geen vijf euro. Rural Spark schat dat lokale ondernemers er maandelijks gemiddeld 1.500 roepie mee verdienen. Harmen ziet dat gemeenschappen door het lokale energiepunt dichter bij elkaar komen en dat de local energy suppliers hun positie koesteren. “Een keer kwamen we op een markt in een dorp één van onze suppliers tegen. Hij liep daar trots met zijn Rural Spark-badge op zijn borst, tof om te zien.”

Min of meer noodzaak

Hoewel de Nederlanders door hun studies goed voorbereid waren op theoretisch gebied, bleek de Indiase praktijk toch andere koek. Ze hadden gedurende het hele opstartproces veel aan hoogleraar Paul Rutten, de scriptiebegeleider van Evan. Als ondernemer had deze al veel samengewerkt met Indiërs en hij bleef ook na

Marcel: “We merkten bijvoorbeeld dat gebruikers­ onderzoek zoals we dat hier doen, daar totaal niet werkt. De mensen begrepen niets van onze abstracte ideeën.” Daarom besloten de twee om het dan maar echt te gaan doen, in plaats van alleen te onderzoeken.

28 | december 2013 / januari 2014 | transfer

Persoonlijke relatie


Foto: Rural Spark

Harmen van Heist in gesprek met klanten op het Indiase platteland.

Evans afstuderen betrokken bij Rural Spark. Marcel: nemers nodig zijn om het bedrijf winstgevend te “Hij was vanaf dag één enorm enthousiast voor dit krijgen. Op dit moment is Rural Spark nog afhankelijk project. Hij zag ook hoe groot de van externe investeringen en onder­ impact uiteindelijk zou kunnen handelt het bijvoorbeeld met een “We willen bijdragen zijn.” groot Frans energiebedrijf. Harmen: Onlangs vertrok Evan Mertens naar “Het idee is wel dat al deze investeringen zichzelf op termijn terugveraan de economische én New Delhi om zich daar te vestigen. dienen. Het is beslist geen bodemHarmen: “Een persoonlijke relatie loze put!” sociale ontwikkeling van is belangrijk als je in India zaken wil In de nabije toekomst wil Rural doen. Je bouwt niets op als je steeds Spark niet alleen aan meer lokale dorpsgemeenschappen na een paar weken weer weggaat.” ondernemers gaan verhuren, maar Rural Spark is nu in twee regio’s ook het eigen aanbod uitbreiden. in India” actief. “Eén in het hartje van India, Harmen: “We zijn volop bezig met dat is onze proeftuin. We werken het ontwikkelen van nieuwe share daar met vier energy suppliers en cubes. Als de ene ondernemer een overschot aan elekproberen er nieuwe ideeën uit.” De andere regio is in triciteit heeft, kan hij dit verkopen door zijn kastje aan het noordoosten, nabij de Nepalese grens. Rural Spark te sluiten op dat van een ander, die in zijn dorp een verhuurt daar momenteel apparatuur aan tien lokale tekort heeft.” ondernemers. Het plan is om dat aantal dit jaar nog uit Dat past goed bij de rol die Van Heist voor Rural Spark te breiden naar dertig.” ziet in Indiase dorpsgemeenschappen. “Met de ledSamenwerking met lokale partners is daarbij van groot lampjes brengen we letterlijk licht in de duisternis, belang. “Als wij een dorp binnenlopen, zijn de mensen maar we ambiëren vooral een netwerkfunctie. Ons nieuwsgieriger naar ons dan naar ons product”, legt doel is dorpelingen, gemeenschappen, verschillende Harmen uit. “Bovendien spreken we de taal niet, dus initiatieven, grote energiebedrijven en lokale ngo’s aan we werken met een grote Indiase ngo. Dankzij die elkaar te verbinden.” Het liefst zouden de mannen zien organisatie hebben wij in de toekomst toegang tot dat er in heel India een autonoom groeiend energie­ 28.000 dorpen.” netwerk ontstaat. “Zo willen we bijdragen aan de Verbinden economische én de sociale ontwikkeling.” Rural Spark verdient nog geen geld. De Nederlanders sam van den eijnden hebben berekend dat er ongeveer 15.000 lokale onder-

transfer | december 2013 / januari 2014 | 29


g e lezen

gelezen

Wijsheidsboek om willekeurig open te slaan

Over internationale samenwerking in het hoger onderwijs wordt veel gepubliceerd. Historicus Han van der Horst bespreekt in elke Transfer een werk dat hem is opgevallen. Deze keer het boek Global Education. A narrative, onder redactie van Hanneke Teekens.

Dat alles moet je weten als je de bijdragen in Global Education op waarde wil schatten, want je doet de professionals in de internationalisering groot onrecht als je ze wegzet als pennenlikkers zonder passie. Die passie is diep en hevig, maar ze is onder controle gebracht en wordt maar mondjes­ maat zichtbaar gemaakt. Anders zou de kwaliteit van het werk eronder lijden. Dat is nu eenmaal de bedrijfscultuur. En dat bepaalt de toon van de meeste bijdragen in Global Education. Bij haar recente afscheid als directeur Communicatie van de Nuffic heeft Hanneke Teekens de sector internationalisering van het onderwijs een afscheids­ cadeau gegeven. Zij riep de leden van haar aanzienlijke netwerk op kort te beschrijven waarin bij hen de passie voor het vak wortelde. Het resultaat is een fraai boek op fors formaat, met de titel Global Education. A narrative. Niet minder dan 124 internationaliseerders uit binnen- en buitenland leverden een bijdrage. Wie op echte ontboezemingen hoopt, komt regelmatig bedrogen uit. Veel auteurs lieten de ratio prevaleren boven het gemoed. Wel leren wij hoe mensen bij hun bijzondere specialisme zijn terechtgekomen: de glimlach van een student, een ontmoeting, een vreemde stad die je ineens omarmt... Dat de ratio prevaleert, komt waarschijnlijk doordat internationaliseerders zeker de laatste decennia vooral bezig zijn met programma’s, regelingen en onderlinge afspraken. Ze zitten zelf op kantoor en sturen anderen op avontuur. Ze hebben dan ook nog veel met overheden te maken en niet erg bedrijfs­matige instellingen als universiteiten. Dat schept een ambtelijke atmosfeer. Wie zich daarin niet senang voelt, wordt vroeg of laat ongelukkig. Faciliteren vergt bescheidenheid, oog voor het detail, zorgvuldigheid (iets anders dan oog voor detail) en gevoel voor procedures, omdat anders voorkeursbehandeling en willekeur op de loer liggen.

30 | december 2013 / januari 2014 | transfer

Diamantje Om die passie te detecteren, moet je niet proberen het boek van kaft tot kaft te lezen. Het is meer het soort wijsheidsboek waarvan je willekeurig een pagina moet opslaan om je door de aangetroffen passages te laten inspireren. Alle bijdragen in Hanneke Teekens’ bundel beslaan één pagina. Dan lees je bijvoorbeeld ineens: “Gek eigenlijk, maar als je in de internationalisering van het hoger onderwijs werkt, merk je meteen dat het concept moeilijk te definiëren valt.” Of: “Ik maakte kennis met een SWOT-analyse en andere werktuigen, maar ik slaagde er nooit in de Commissie voor Internationalisering in onze eigen instellingen tot een SWOT-analyse te bewegen.” Wie zoekt, vindt het ene diamantje na het andere, verborgen onder het rulle zand van beleidsmatig taalgebruik. Goed om bij de hand te hebben voor verloren momenten, of voor citaten en voorbeelden als je een presentatie voorbereidt.

han van der horst Global Education. A narrative. Hanneke Teekens (edt.), Den Haag 2013. Nuffic. ISBN 978-5464-057-8. Het boek is digitaal beschikbaar op www.nuffic.nl/en/library/global-education-anarrative.pdf


o n b eken d

ter r ei n

‘In Rusland ontdekte ik nieuwe uitdrukkings­mogelijkheden’ Haar docenten adviseerden haar op te passen voor studievertraging. Maar Marente de Moor bleef lang in Sint-Petersburg om Rusland echt leren kennen. Het werd een ‘onbetaalbare levensschool’ die van grote

Foto: Maarten Hartman/HH

invloed zou zijn op haar schrijverschap.

Ze was op zoek naar andere verhalen, naar mensen die ánders in het leven stonden. Daarom liet ze de gebruikelijke uitwisseling voor studenten slavistiek – drie maanden aan het Poesjkin Instituut – voor wat die was, en schreef zich in aan de theaterschool in Sint-Petersburg. Schrijfster Marente de Moor: “Ik wilde helemaal geen acteur worden en voldeed vast niet aan de toelatingseisen. Maar tegen een zekere vergoeding wilde de mevrouw bij de studenten­administratie me wel inschrijven.” Ze lacht als ze eraan terugdenkt. “Ik heb het allemaal een beetje illegaal en op de bonnefooi gedaan. Maar het is wel een onbetaalbare levensschool gebleken.” Leven als Rus met de Russen, dat was haar doel. Door haar opleiding raakte ze in Petersburgse kunst- en mediakringen verzeild en voor ze het wist, werkte ze als journalist voor Russische bladen en een Russische tv-zender. Het waren de wilde jaren negentig; na de ineenstorting van de Sovjet-Unie stond het land op zijn kop. Ze wilde

de historische omwenteling blijven meemaken en kon het niet over haar hart verkrijgen terug te gaan naar Nederland. Om toch haar studie af te ronden, reisde ze voor tentamens en interessante colleges heen en weer. In Amsterdam zag ze hoe haar medestudenten door hun studie jakkerden, terwijl zij zelf ‘lekker lang door bleef lummelen’ in Sint-Petersburg. Toen ze haar studie aan de UvA na zes jaar in Sint-Petersburg afrondde, sprak ze beter Russisch dan veel van haar docenten. Ze werd gevraagd mee te werken aan een Russisch woordenboek, omdat ze zoveel straattaal kende, maar bedankte voor de eer. Lachend: “Aan de universiteit waren ze niet gewend om voor zoiets te betalen. En ik wilde, helemaal op z’n Russisch, keiharde dollars zien.” Haar eerste boeken spelen zich af in Rusland en in de Russische gemeenschap in Amsterdam. Maar ook haar latere werken, zoals De Nederlandse maagd en het recente Roundhay, tuinscène, die niet rechtstreeks met Rusland te maken hebben, hebben Russische kenmerken. “Een taal is een filosofie. Het spreken in een andere taal beïnvloedt ook je mentaliteit, je gedachtegang – alles. Ook mijn zinsbouw en woordkeuze veranderden. Doordat ik in het Russisch nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden ontdekte, ging ik op zoek naar manieren om hetzelfde in het Nederlands te zeggen. Ik denk dat mijn Nederlands rijker is geworden onder invloed van het Russisch.”

ralph aarnout

transfer | december 2013 / januari 2014 | 31


Internationalisering – ondernemend naar de toekomst

Jaarcongres 11 maart 2014 Stadion Galgenwaard, Utrecht

Tijdens het jaarcongres wordt de Orange Carpet Award uitgereikt.

www.nuffic.nl/jaarcongres

Transfer, vakblad over internationalisering in het hoger onderwijs  

Nummer 3, jaargang 21 (December 2013/januari 2014).

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you