Issuu on Google+

t ransfer

vakblad over internationalisering in het hoger onderwijs

Hoe overleeft het ­i nternationaal onderwijs de

bezuinigingen?

3

jaargang 19 | november 2011

kosten en baten van internationalisering volgens onderwijseconoom maassen van den brink  |  geliefd en omstreden: nederlandse stagiairs in suriname  |  rode loper heft barrières op  |  frans-nederlandse academie in voortbestaan bedreigd


3 Transfer is een onafhankelijk vakblad voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs en onderzoek. Transfer is ook online: www.transfermagazine.nl. Transfer is een uitgave van de Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs. Verschijnt negen keer per jaar. Redactie Els Heuts (hoofdredacteur), Annelieke Slappendel, Gerald Schut en Sam van den Eijnden (stagiair) Aan dit nummer werkten mee Annemieke Bosman, Xander Bronkhorst, Rob Burkhard, Thomas von der Dunk, Han van der Horst, Yvonne van der Meent, Johannes Odé, Martine Postma, Robert Visscher, Martine Zeijlstra

transfer

Opbrengst internationale ­ student: 32.000 euro

Vormgeving en lay-out Sabrina Luthjens BNO en Christina Schürmann (www.makingwaves.nl)

De economische crisis dendert door, een tweede recessie is waarschijnlijk in aantocht en bezuinigingen domineren het maatschappelijk leven. In zo’n klimaat staat bijna alles in het teken van geld. Dat geldt ook voor internationalisering. Steeds meer landen trekken aan de bel omdat zij niet meer willen opdraaien voor de studiekosten van een student uit een ander EU-land. Vorige maand was het de Oostenrijkse Gabi Burgstaller, gouverneur van Salzburg, die in Brussel voorstelde dat het land van herkomst de kostprijs van een studieplaats moet betalen. Bij de studie psychologie in Salzburg is 86 procent van de studenten afkomstig uit Duitsland. De sociaaldemocraat Burgsteller is voor open, internationale universiteiten, maar wil de kosten niet afwentelen op de Oostenrijkse belastingbetaler. Ook in Nederland is dit, vanwege het grote aantal Duitse studenten, een terugkerende discussie. Diverse media berichtten eerder dit jaar dat de Nederlandse overheid jaarlijks 100 miljoen euro toelegt op EU-studenten. Reden voor staatssecretaris Zijlstra om de kosten en baten van buitenlandse studenten in Nederland te onderzoeken. Voor het eind van het jaar zullen de resultaten bekend zijn. De Universiteit Maastricht, waar veertig procent van de studenten uit het buitenland komt, heeft zelf al een kosten-baten analyse gedaan. De uitkomst: elke internationale student levert bijna 32.000 euro op. Die opbrengst zit ’m volgens de universiteit vooral in de indirecte economische waarde zoals wonen, winkelen en familie en vrienden die op bezoek komen. De vraag is of het onderzoek van Zijlstra ook tot deze uitkomsten zal leiden. Onderwijseconoom Henriëtte Maassen van den Brink vreest dat de analyse van de staatssecretaris een negatief saldo zal opleveren, zegt zij in deze Transfer. Volgens de hoogleraar vergt het diepgaand onderzoek om de baten goed in kaart te brengen. “Tenzij je heroïsche aannames doet”. Gevolg van zo’n negatief saldo zou het inperken van de studentenmobiliteit kunnen zijn. En dat vindt ze een slechte zaak. “We moeten voorkomen dat landsgrenzen weer dicht gaan. Dat staat haaks op innovatie, globalisering en economische ontwikkeling”. Zaken die onontbeerlijk zijn om de economische crisis een halt toe te roepen.

Druk Drukkerij Deltahage, Den Haag

els heuts

Beeld Hendrik Jan van Beek/ANP, Roger Dohmen/Hollandse Hoogte, Erick Fecken, Niels Gietelink, Offer Golan, Henriëtte Guest, Georg Hochmutt/ ANP, Aukelien Kampe/StampMedia, Gerard Kuster, Johannes Odé, Pim Ras/HH, Neso Rusland, Bernd Settnik/ANP, George Verkuil/HH, Naomi de Vries, Inge Yspeert/HH Redactieraad Ries Agterberg (DUB), Sebastiaan den Bak (Nether), Riekele Bijleveld (Universiteit Twente), Patrick Cramers (Codarts), Madeleine Gardeur (Rijksuniversiteit Groningen), Joep Huiskamp (TU Eindhoven), Redactieadres Nuffic, Postbus 29777, 2502 LT Den Haag, tel.: 070 – 4260126 / 4260144 / 4260122 fax: 070 – 4260399 e-mail: eheuts@nuffic.nl, aslappendel@nuffic.nl, gschut@nuffic.nl website: www.transfermagazine.nl Abonnementen Transfer is gratis verkrijgbaar. Geïnteresseerden kunnen zich voor een gratis abonnement aanmelden via www.ikabonneermij.nl/transfer. Abonnementenadministratie DUO-tijdschriftenservice Postbus 681 3500 AR Utrecht tel.: 030 – 263 1089

Overname artikelen Het overnemen en vermenigvuldigen van artikelen uit Transfer is slechts geoorloofd na schriftelijke toestemming van de hoofdredactie. Omslag Sabrina Luthjens, Making Waves Transfer 4, jaargang 19, verschijnt op 22 december 2011

eheuts@nuffic.nl


r

i n hou d

8

24-42

12

IO-instellingen vrezen voor hun voortbestaan De vijf instellingen voor internationaal onderwijs in Nederland luiden de noodklok. Door de forse bezuinigingen op het budget voor ontwikkelingssamenwerking raken zij een groot deel van hun financiering kwijt. Als de geldkraan nog verder wordt dichtgedraaid, zou het wel eens ‘einde verhaal’ kunnen zijn voor de IO-instellingen.

Student moet straks over Rode Loper binnenkomen

14

18

Alle partijen die zich in Nederland bezighouden met de administratie rond de toelating van buitenlandse studenten, hebben de handen ineengeslagen. Gezamenlijk zetten ze zich in om de barrières waar deze studenten nu nog op stuiten, weg te nemen. De Rode Loper, zoals het project heet, moet komende zomer geheel zijn uitgerold. Een eerste onderdeel is deze maand al klaar.

Onderwijseconoom pleit voor hogere collegegelden De Europese studentenmobiliteit is uit balans: kleine EU-lidstaten ontvangen veel meer studenten dan ze zelf uitzenden en dat kost ze handenvol met geld. Henriëtte Maassen van den Brink heeft een voorstel om de financiële gevolgen van die scheefgegroeide mobiliteit te neutraliseren. Transfer sprak met de hoogleraar onderwijseconomie.

Suriname geliefd bij Nederlandse stagiairs Suriname is onder Nederlandse studenten een erg populaire stagebestemming. Lekker weer, een andere cultuur en het gemak dat er Nederlands wordt gesproken, trekken vooral hbo-studenten aan. Maar in het land zelf is niet iedereen blij met de stroom ‘bakra’s’.

En verder 2 Colofon en redactioneel  4 nieuwsberichten  17GBA jaagt student op kosten  21 Column Thomas von der Dunk  22 Frans-Nederlandse Academie met opheffing bedreigd  24 Europese taak voor Haags conservatorium  25 Op college bij Daan Stam en Niels Agatz  26 ‘Encompass’ ontsluit VOC-archief voor Aziaten  29 Vliegende Hollander  30 Pioniers in internationalisering  31 Agenda

Weet u zeker dat u deze instelling wilt verwijderen? OK


n i euwsb er ic hten

Nederland bejubeld door THE-ranking Maar liefst vier Nederlandse universiteiten prijken in de top-100 van de nieuwste ranking van Times Higher Education. Slechts twee landen (de VS en Groot-Brittannië) hebben meer universiteiten bij de beste tweehonderd. Nederland heeft er twaalf, net als Duitsland. Times Higher Education geeft Nederland pluimen op allerlei gebieden. Zo scoort alleen Hong Kong beter als het aantal topuniversiteiten wordt afgezet tegen het bruto nationaal product. Verder zijn Zwitserland (1,5) Groot-Brittannië (1,3) en Nederland (1,2) de enige landen die meer dan één topuniversiteit tellen per miljard dollar aan publieke uitgaven voor hoger onderwijs. Vorig jaar ontbrak Nederland in de top-100 van de THE-ranking. Dit jaar vallen bijna alle Nederlandse universiteiten binnen de beste tweehonderd; alleen Tilburg ontbreekt. Maastricht (197) en Nijmegen (159) zijn nieuw. De grote schommelingen in de jaar-

lijkse ranglijst roepen soms vraag­ tekens op. THE zelf wijst op ‘een verfijndere methodologie’, die onder meer ‘meer recht doet aan de geesteswetenschappen’ ter verklaring van de grote verschuivingen, daarmee sugge-

rerend dat de methodologie van vorig jaar verre van perfect was.  (GS) Op www.transfermagazine.nl staat de volledige klassering, met deelcijfers per categorie met wegingsfactor.

times h igh er education ran ki ng Klassering 2011

Klassering 2010

Instelling

68

143

Utrecht University

75

144

79

2011 & 2010* Totaalscore 2011

Totaalscore 2010

60,4

52,0

Wageningen University and Research Center

57,4

51,9

125

Leiden University

57,0

54,4

92

166

University of Amsterdam

54,7

50,0

104

151

Delft University of Technology

53,1

51,3

115

114

Eindhoven University of Technology

51,3

55,3

134

170

University of Groningen

49,2

49,7

157

160

Erasmus University Rotterdam

46,0

50,4

159

Radboud University Nijmegen

45,9

159

139

VU University Amsterdam

45,9

52,3

197

Maastricht University

41,5

200

185

University of Twente

41,4

47,5

* “times higher education world university rankings with data supplied by thomson reuters”

Minder Duitse studenten naar Saxion Voorlopige instroomcijfers tonen aan dat Saxion dit studiejaar iets minder populair is bij Duitsers. Het aantal Duitse inschrijvingen van eerstejaarsstudenten liep terug van 904 vorig jaar naar 781, meldt hogeschoolblad Sax. Volgens Rob Admiraal, voorzitter van de Stuurgroep Duitsland, is dat het eerste effect van het ingezette beleid. De hogeschool is gestopt met reclamecampagnes en deelname aan studiebeurzen in Duitsland. Saxion maakt zich wel op voor een grote toestroom vanaf 2013, als het aangrenzende Noordrijn-Westfalen een schooljaar minder krijgt, zo zei Admiraal eerder tegen Transfer. “Tot 2018 komen er daar 50.000 studenten meer op de studiemarkt, dat is niet op te vangen door het Duitse systeem alleen.”

4 | november 2011 | transfer

Bij de Hanzehogeschool nam de belangstelling daarentegen toe. De Groningse instelling kon dit studiejaar het recordaantal van zeker 330 nieuwe Duitse studenten verwelkomen. Voorheen schommelde de instroom rond de 300, vorig jaar was er een dipje met 280 Duitse studenten. Een eerste analyse laat zien dat de nieuwe aanwas niet voornamelijk afkomstig is uit de aan Groningen grenzende deelstaat Nedersaksen, die de vooropleiding met een jaar heeft ingekort. “De herkomst lijkt gespreid”, zegt adviseur marketing Roger Groesz. Volgens Der Spiegel zijn er dit jaar zo’n half miljoen nieuwe studenten in de overvolle Duitse college­ banken te vinden. Naar verwachting wordt het recordaantal van 2,2 miljoen studenten van vorig jaar gebroken.  (AS/GS)


‘Laat herkomstland studiekosten betalen’

Foto: Georg Hochmuth/ANP

De Salzburgse gouverneur Gabi Burgstaller.

Als een student in een ander EU-land gaat studeren, betaalt het land van herkomst de kostprijs van de studieplaats. Dit voorstel heeft Gabi Burgstaller, de gouverneur van Salzburg, in Brussel gepresenteerd aan eurocommissaris Vassiliou (Onderwijs). Deze reageerde volgens Burgstaller welwillend en suggereerde haar in andere EU-landen steun voor het plan te zoeken.

‘Stel hogere

In het Oostenrijkse Salzburg komen veel Duitsers studeren. Bij psychologie is 86 procent van de studenten Duits; slechts een op de acht is Oostenrijks. Bij communicatiewetenschappen is het fifty-fifty. Burgstaller, de sociaaldemocratische Landeshauptfrau van Salzburg, ziet zich gecon­ fronteerd met de rekening voor de Duitse studenten. Ze zegt principieel voor open, internationale universiteiten te zijn. “Maar dat mag niet ten koste van de Oostenrijkse belastingbetaler gaan.” Burgstallers plan klinkt eenvoudig: laat universiteiten de kostprijs van een studieplek uit­rekenen. Die kosten zijn vervolgens voor het land van herkomst. De Oostenrijkse vergelijkt de opzet met het systeem voor zorgverzekeringen in Europa: wie zich in een ander EU-land medisch laat behandelen, moet daarvoor gedekt zijn door zijn zorgverzekering. Die vergoedt vervolgens de medische kosten tot de prijs die een binnenlandse behandeling zou hebben gekost.  (GS)

eisen aan Engelstalig ho’

Aan Engelstalig hoger onderwijs moeten meer kwaliteitseisen worden gesteld, vindt de Onderwijsraad. Docenten moeten de Engelse taal aantoonbaar beheersen. Deze eis moet expliciet onderdeel worden van de accreditatie door de NVAO. Instellingen moeten bovendien hun keuze voor een onderwijstaal duidelijker motiveren. “De huidige Wet op het hoger onderwijs en onderzoek heeft als uitgangspunt: Nederlands, tenzij...’ In plaats daarvan verdient het aanbeveling

dat instellingen een bewuste keuze maken voor de taal waarin opleidingen, of delen daarvan, worden verzorgd”, schrijft de Onderwijsraad in een advies aan de Eerste Kamer. De keuze moet duidelijk worden gemotiveerd in jaarverslagen en wervingsbrochures. Tegenover die vrije keuze moeten kwaliteits­ garantie staan. Iedere Engelstalige opleiding waarbij meer dan 5 procent van de studenten uit het buitenland komt, zou bij de eerstvolgende accreditatie over

het NVAO-certificaat internationa­ lisering moeten beschikken, vindt de raad: “Alle docenten binnen deze opleiding moeten het Engels aantoonbaar op voldoende niveau beheersen.” Hetzelfde moet volgens de raad voor studenten gelden. Momenteel wordt in Nederland ongeveer de helft van de universitaire masteropleidingen in het Engels gegeven. Slechts 5 procent van de bachelorstudies aan universiteiten en hogescholen is in het Engels.  (GS)

transfer | november 2011 | 5


ac htergron d

Kort nieuws Brussel kritisch over hoogte visumleges

De Europese Commissie (EC) is kritisch over de hoogte van

uit een rapport over de toepassing van een Europese richtlijn omtrent toegang en verblijf van onder meer niet-EUstudenten.

De hoogte van de leges loopt sterk uiteen: Nederland vraagt met 433 euro erg veel, Malta juist erg weinig (23 euro).

Het rapport laat in het midden wanneer en voor wie deze

Foto: Hendrik Jan van Beek/ANP

de leges voor het aanvragen van een studievisum. Dat blijkt

Het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam.

tarieven golden. In Nederland is het bedrag van 433 euro inmiddels achterhaald: studenten betalen nu 600 euro

voor een verblijfsvergunning. De EC benadrukt dat leges

zijn toegestaan, maar slechts om de kosten te dekken die

het afhandelen van aanvragen met zich meebrengt, niet als ‘blanco cheque’. Hoge leges zoals die in Nederland roepen daarom vragen op, aldus de Commissie.  (AS) Frans ‘zoekjaar’ afgeschaft

De Franse minister van Binnenlandse Zaken, Claude Guéant,

heeft afgelopen zomer de Franse equivalent van het zoekjaar afgeschaft en daarmee een ruzie ontketend met hoger­

onderwijsminister Laurent Wauquiez. Frankrijk geeft jaarlijks ruim 60.000 studievisa uit aan studenten van buiten de EU. Van hen blijft ongeveer een op de drie na het behalen van

een diploma in Frankrijk werken. Dat gebeurt op basis van een wet uit 2006, die alumni met een masterdiploma de

mogelijkheid biedt gedurende een halfjaar werk te zoeken

in Frankrijk, zonder dat de werkgever hoeft aan te tonen dat het onmogelijk is een Fransman voor de positie te vinden.

Een circulaire die minister Guéant van de zomer rondstuurde,

schrapte deze mogelijkheid per direct. HO-minister Wauquiez heeft gezegd dat de maatregel ‘correcties’ nodig heeft en

vraagt ambtenaren deze ‘op positieve wijze’ toe te passen. Maar Guéant zegt dat dat niet mogelijk is: “Buitenlandse studenten moeten naar Frankrijk komen om te studeren, niet om op oneigenlijke manieren de arbeidsmarkt te

KIT verliest bijna helft van zijn budget Staatssecretaris Knapen heeft het Tropeninstituut (KIT) meegedeeld dat hij per 1 januari 2013 de volledige subsidie van 20 miljoen euro per jaar voor het KIT stopzet. Het instituut heeft ontzet gereageerd op het wegvallen van 40 procent van zijn totale budget van 48 miljoen euro. De klappen zullen vooral vallen bij het Tropenmuseum; Knapen ziet nog wel mogelijkheden voor de medische en adviserende takken van het KIT. Op Radio 1 zei Knapen de kennisinstellingen van het KIT te willen ontzien. Van de 20 miljoen euro subsidie gaat ongeveer 6 miljoen naar onderwijs en onderzoek op het gebied van tropische ziektes en advieswerk in ontwikkelingslanden. De staatssecretaris geeft aan dat deze delen van het KIT nog in aanmerking komen voor financiering via tenders op programmabasis. Kees Tukker, hoofd communicatie van het KIT, kan niet zeggen wat de gevolgen van de bezuiniging zullen zijn voor de masteropleidingen op het gebied van gezondheidszorg bij het KIT. Hier studeerden vorig jaar ruim zestig studenten met een NFP-beurs. Jan Donner, voorzitter van de Raad van Bestuur van het KIT, zei vorig jaar nog in een interview in Transfer dat hij niet bevreesd was voor bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking.  (GS)

betreden.” Franse universiteiten protesteren tegen wat zij noemen ‘ernstige reputatieschade’ voor het Franse hoger onderwijs.  (GS)

Volg Transfer op Twitter

Transfer is sinds kort actief op Twitter, onder

de naam @Transfer_nl. Blijf op de hoogte van

het laatste nieuws op www.transfermagazine.

nl via http://twitter.com/Transfer_nl. Daar zijn ook

interessante retweets te vinden die betrekking hebben op internationalisering in het hoger onderwijs.

6 | november 2011 | transfer

Meer nieuws dagelijks op www.transfermagazine.nl


Alumnus wil meer weten over werken in NL Van de respondenten is 64 procent bekend met het Holland Alumninetwerk. De onderzoekers noemen dat een enorm succes, omdat dat netwerk nog geen twee jaar bestond op het moment van ondervraging. 70 Procent voelt zich betrokken bij Nederland.

Een voorbeeld van die betrokkenheid was vorige maand te zien, toen Russische alumni bereid bleken heel ver te reizen om de lancering van het Netherlands Alumni Network in Russia (NANR) bij te wonen.  (AS)

Premier Rutte lanceert het Netherlands Alumni Network in Russia.

Foto: Neso Rusland

Buitenlandse studenten zouden graag beter geïnformeerd worden over de mogelijkheden om na hun opleiding in Nederland te blijven werken. Dat blijkt uit onderzoek onder internationale alumni in opdracht van de Nuffic. Slechts een kwart van de ruim 6.000 respondenten had geen behoefte aan meer informatie. Buitenlandse afgestudeerden kunnen een verblijfsvergunning krijgen voor twaalf maanden om hier een baan te zoeken, maar 78 procent van de alumni weet niet van het bestaan van dit ‘zoekjaar’. De Nuffic en onderwijsinstellingen zouden dit beter onder de aandacht kunnen brengen, vinden velen. Een overgrote meerderheid kijkt achteraf met genoegen terug op de tijd in Nederland. Ook vinden de alumni het behaalde diploma de financiële investering waard. Veel buitenlandse afgestudeerden denken dat ze nu sneller carrière kunnen maken.

Gratis online vak bij Stanford loopt storm Op internet loopt momenteel een revolutionair experiment in het hoger onderwijs. Twee topwetenschappers van de Amerikaanse universiteit Stanford geven sinds oktober ruim twee maanden lang een gratis online vak. Volgens NRC Next meldden meer dan 160.000 studenten uit bijna tweehonderd landen zich aan voor het vak ‘introductie tot kunstmatige intelligentie’. Dat is ruim zes maal de totale studenten­populatie van Stanford. Studenten die het gratis online vak volgen, krijgen dezelfde cursus als Stanford-studenten die 50.000 dollar collegegeld per jaar betalen, meldt de New York Times. Als ze het examen met goed

gevolg afleggen, ontvangen ze een ‘statement of accomplishment’ ondertekend door de twee hoogleraren die het vak geven: Sebastian Thrun en Peter Norvig. Elke week worden nieuwe streaming webcolleges op de website geplaatst, met oefenvragen en huiswerkopdrachten. Er zijn twee examens. Thrun zegt ‘Stanford naar de wereld te willen brengen’. “We kunnen letterlijk dezelfde onderwijskwaliteit bieden als ik in de collegezaal geef voor ongeveer 1 à 2 procent van de kosten”, meent hij. College volgen via internet is al jaren mogelijk, maar tot nu toe waren het nooit vakken met huiswerk en examens.  (GS)

transfer | november 2011 | 7


ac htergron d

basissu bs i di e

i n

2012

wel l i c ht

50

p ro c e nt

l ag e r

Bezuinigingen mogelijk fata UNESCO – IHE

ITC

MSM

Weet u zeker dat u deze instelling wilt verwijderen? OK

De vijf instellingen voor Internationaal Onderwijs (IO) in Nederland hebben het moeilijk. Door forse bezuinigingen op het budget voor ontwikkelingssamenwerking raken zij een groot deel van hun financiering kwijt. En er hangen nog meer bezuinigingen boven de markt. “Dan is het voor ons einde verhaal.”

Het Enschedese instituut voor Geo-informatie­ wetenschappen en aardobservatie, ITC, kon dit jaar slechts vijftig masterstudenten toelaten met een beurs van het Netherlands Fellowship Programme (NFP). Vorig jaar waren dat er meer dan twee keer zo veel. Bij de andere IO-instellingen is een soortgelijke afname te zien. De oorzaak? Het budget voor beurzen voor studenten uit ontwikkelingslanden is drastisch verminderd. Staatssecretaris Knapen voert momenteel forse bezuinigingen door op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Van het budget voor de capaciteits­opbouwprogramma’s NFP en NICHE samen verdwijnt de komende jaren ongeveer 40 procent. Tot en met 2014 trekt de het ministerie van Buitenlandse Zaken hiervoor nog maar 75 miljoen euro uit; eerder zouden beide programma’s samen jaarlijks 124 miljoen euro ontvangen. Dat treft de vijf instellingen voor Internationaal Onderwijs in het hart. Onderwijs in Nederland aan beursstudenten uit ontwikkelingslanden is

8 | november 2011 | transfer


aal voor IO-instellingen IHS

Foto: Erick Fecken

ISS

een van hun kernactiviteiten. Daarnaast verrichten De instellingen nemen dan ook drastische maatde IO-instellingen onderzoek samen met ontwikregelen. Reorganisaties worden voorbereid. kelingslanden. Doel van alle activiteiten is het Gedwongen ontslagen worden niet uitgesloten. opbouwen van kennis in arme Aan studenten zullen zeer waarlanden, zodat die zichzelf uit hun schijnlijk veel minder cursussen benarde situatie kunnen bevrijden. “Wij zijn wereldberoemd, worden aangeboden. Wellicht Naast het ITC telt Nederland nog verdwijnen zelfs hele onderwijsvier IO-instellingen: het Institute behalve in Nederland” programma’s. for Housing and Urban Development Het is niet de eerste keer dat de Studies (IHS) in Rotterdam, de IO-instellingen onder druk staan. Maastricht School of Management (MSM), het Tien jaar geleden was dat ook al het geval. Tot 2002 Institute for Water Education (UNESCO-IHE) in mochten NFP-studenten alleen bij IO-instellingen Delft en het Haagse International Institute of Social studeren. Daarna konden zij met een beurs ook terecht Studies (ISS). bij andere hogeronderwijsinstellingen in Nederland. Want daar werden inmiddels ook colleges in het Drastische maatregelen Engels gegeven, die toegankelijk moesten zijn voor Maar de bezuiniging op de NFP- en NICHEstudenten uit ontwikkelingslanden. Toch zijn zulke budgetten zijn nog niet alles wat de IO-instellingen ‘gewone’ opleidingen volgens kenners heel iets anders voor de kiezen krijgen. Ze raken ook 10 procent van dan de specialistische, op de situatie in ontwikkelingshun basissubsidie kwijt. Voor UNESCO-IHE, dat een landen gerichte opleidingen van de IO-instellingen. basissubsidie van een kleine 11 miljoen euro ontvangt op een omzet van 32 miljoen, zou dat neerkomen op Idealisme ruim 1 miljoen euro. Ook het ISS moet 1 miljoen op Na 2002 nam het aantal NFP-studenten aan de basissubsidie inleveren. IO-instellingen ook vaak met meer dan 60 procent af. “De bezuiniging is ongekend fors”, zegt Leo de Haan, Sommige opleidingen werden opgeheven. De instelrector van het ISS. De afname van het NFP-budget lingen hielden het hoofd boven water door internais volgens hem nog wel te verzachten met andere tionale financiering voor beurzen en onderzoek te beurzen (zie kader op pagina 11). “Maar 10 procent zoeken. “Maar toen hadden we niet ook nog te maken minder kern­financiering is heel lastig de baas met 10 procent korting op de basisfinanciering. De te worden.” klap is nu groter”, zegt Martien Molenaar. Hij was

transfer | november 2011 | 9


van 2001 tot 2010 rector van het ITC. Momenteel is hij daar hoogleraar. Daarnaast is Molenaar voorzitter van SAIL, het platform van de vijf IO-instellingen. De instellingen werden in de jaren vijftig opgericht, uit idealisme. Na de Tweede Wereldoorlog waren de koloniën grotendeels zelfstandig geworden. De roep ontstond om daar welvaart te verspreiden. In die context zagen het ITC, ISS en IHE het levenslicht. Zij werden later gevolgd door het IHS en MSM. Molenaar deed onlangs een interessante ontdekking, toen hij een speech doorlas van oud ministerpresident en ITC-oprichter Wim Schermerhorn. “Hij verwachtte in de jaren vijftig dat de instellingen zichzelf na 25 jaar overbodig zouden hebben gemaakt. Omdat er dan genoeg aan capaciteitsopbouw vanuit Nederland zou zijn gedaan.” Zo ver is het niet gekomen. Wel hing het voortbestaan van de IO-instellingen in hun oorspronkelijke vorm al eerder aan een zijden draadje. Zo werd circa twintig jaar geleden besloten de instellingen samen te voegen tot een internationale universiteit onder de paraplu van Wageningen Universiteit. Dat ging niet door vanwege bestuurlijke tegenstellingen en tegenstrijdige belangen.

In de war geschopt Wel kregen de meeste IO-instellingen in 2001 de opdracht een bestuurlijke relatie aan te gaan met een universiteit. Vanaf 2010 moesten ze daarvan een onderdeel worden. Vervolgens zouden ze zes à zeven jaar de tijd krijgen om hun bedrijfsstrategie op de nieuwe situatie aan te passen. Het ITC is zodoende een faculteit geworden van de Universiteit Twente. Het ISS en IHS werden een onderdeel van de Erasmus Universiteit Rotterdam en de MSM sloot zich aan bij de Open Universiteit. Het IHE vond onderdak bij UNESCO. In zes jaar tijd zouden de instellingen onderzoeken of ze hun werk ook als onderdeel van een universiteit konden doen. “Dat proces wordt nu flink in de war geschopt”, zegt Molenaar. “Want met de huidige bezuinigingen is het lastig om de bedrijfsvoering aan te passen.” En de bezuinigingen van dit jaar zijn misschien nog maar het topje van de ijsberg. In de wandelgangen gaat het hardnekkige gerucht dat de instellingen volgend jaar wel eens met 50 procent op hun basis­ financiering kunnen worden gekort. “Dan is het voor ons einde verhaal”, zegt ITC-rector Tom Veldkamp. “Dan is er geen geld meer voor de helft van het personeel, dat bij ons een gemiddelde

10 | november 2011 | transfer

leeftijd van eind veertig heeft. Dan zijn we zo veel kwijt aan ontslagpremies, dat we niet meer kunnen bestaan.” Ook de andere instellingen geven aan dat ze het hoofd dan waarschijnlijk niet meer boven water kunnen houden. “Ik vermoed dat de IO-instellingen dan opgaan in universiteiten. Ze worden een faculteit of slechts een afdeling”, zegt Joop de Schutter, van UNESCO-IHE. Hij maakt zich daar zorgen over. “Dan komt de internationale doelstelling in gevaar. Ik vraag me af of zo’n afdeling nog genoeg mankracht heeft om in de markt te blijven voor capaciteits­ opbouw in onderwijs en onderzoek.”

Hoogste rendement Is het erg als de IO-instellingen verdwijnen? Volgens De Schutter moet hun rol op het gebied van capaciteits­ontwikkeling niet worden onderschat. “De instellingen hebben een uitstekend netwerk, weten precies bij welke partners ze terechtkunnen. Het vreemde is dat dit kabinet erop hamert dat capaciteitsopbouw belangrijk is in ontwikkelingssamenwerking. Nou, dat is precies wat wij doen!” Johan van Dijk van het Platform for International Education (PIE) sluit zich daarbij aan. Het PIE is een platform voor alle hogeronderwijsinstellingen die actief zijn in ontwikkelingssamenwerking. “Investeren in kennisontwikkeling levert het hoogste rendement op”, zegt Van Dijk. “Daarnaast zijn onze alumni, die soms minister worden of CEO van een groot bedrijf, profijtelijk voor de BV Nederland. Zij sluiten vaak contracten met Nederlandse bedrijven en instellingen, omdat ze die goed kennen.” In principe kan het netwerk dat de IO-instellingen hebben opgebouwd, ook als onderdeel van een universiteit worden onderhouden. Maar het is de vraag of daarvoor, na alle bezuinigingen, genoeg mankracht overblijft. En of bij de universiteiten iemand het stokje overneemt, wanneer de IO-instellingen verder worden gemarginaliseerd. Bij de meeste universiteiten wordt weinig aan capaciteitsopbouw gedaan. Van Dijk: “Als de IO-instellingen verdwijnen, is dat een ramp. Ze herbergen zo veel expertise en hebben een fantastische infrastructuur voor beleidsmaatregelen in ontwikkelingslanden.” Is het dan geen tijd om op de barricaden te gaan staan? “Het overleg met het ministerie van Buitenlandse Zaken verloopt prima. Het nieuwe beleid is teleurstellend, maar wij zijn geen barricade-


groep. Wij denken strategisch”, zegt Van Dijk. Lastig daarbij is wel dat vier van de instellingen, sinds ze onderdeel vormen van een universiteit, formeel worden vertegenwoordigd door de VSNU. En niet langer door SAIL, dat nu een overlegorgaan is geworden. De VSNU heeft meer belangen, die vaak zwaarder wegen, dan alleen het belang van de IO-instellingen. Al met al zien de instellingen de komende begrotings­behandelingen met angst en beven tegemoet. “We vrezen dat de bezuiniging nog erger wordt”, zegt Peter de Gijsel, decaan van de MSM. “Het CDA liet vorige maand weten dat er niet verder gesnoeid zou worden in het budget voor ontwikkelings­samenwerking. Nu zeggen ze dat alles

gezo c ht: slimme io-i nstelli ngen

open ligt. Ik hou mijn hart vast.” Wat ook niet helpt, is het feit dat de instellingen door hun internationale karakter in het buitenland bekender zijn dan hier. “Wij zijn wereldberoemd, behalve in Nederland”, zegt Veldkamp (ITC). Enkele tientallen jaren later dan Schermerhorn had voorspeld, lijkt het verdwijnen van de IO-instellingen dan toch naderbij te komen. Niet omdat hun taak is volbracht. Maar simpelweg omdat de bezuinigingen ergens vandaan moeten komen. In zo’n situatie zijn de relatief onbekende IO-instellingen, die hun resultaten ver buiten Nederland boeken, uitermate kwetsbaar.

robert visscher

ove r l evi n g s strate g i e

vo o r

Alle IO-instellingen zoeken momenteel naar overlevings­

daar 100 procent van te maken. Dan sturen wij docenten

strategieën. Ze proberen bijvoorbeeld nieuwe beurzen te

naar partnerinstellingen, in plaats van dat we studenten

vinden, om de terugloop in het aantal NFP-studenten te

naar hier halen.” Op die manier hoopt de MSM studenten

kunnen beperken. Het meest genoemd worden Erasmus

in ontwikkelingslanden te blijven bereiken, ook bij minder

Mundus en beurzen van ontwikkelingslanden en de

NFP-beurzen. “Via onze partnerinstellingen kunnen we dan

Wereldbank. UNESCO-IHE ging onlangs een samenwerking

nog wel onderwijs verzorgen en onderzoek doen.” De Gijsel

aan met The Bill and Melinda Gates Foundation. Die zal de

vindt dat de instelling dan wel haar basissubsidie zou

helft van de studiebeurzen van studenten op zich nemen.

moeten behouden. “Want we dragen dan nog steeds bij aan

De instellingen oriënteren zich ook op de mogelijkheid om

de zelfredzaamheid van landen.”

zich meer op onderzoek te gaan focussen, in plaats van op

ITC-rector Tom Veldkamp zou graag zien dat IO-instellingen

onderwijs. Onderzoeksprojecten leveren namelijk geld op.

in de toekomst ook Nederlandse studenten mogen toelaten.

Zo gaat UNESCO-IHE voor de organisatie USAID grondwater­

Dat is op dit moment niet toegestaan. Joop de Schutter

onderzoek doen rond de Middellandse Zee. Het ISS en

(UNESCO-IHE) pleit ervoor om halve beurzen te gaan

ITC gaan zich meer richten op PhD-studenten, omdat een

verstrekken, in plaats van alleen maar volledige beurzen.

voltooid proefschrift geld oplevert.

“Dan kunnen we meer studenten toelaten. Ze kunnen de

De MSM overweegt alle onderwijs- en onderzoeksactivitei-

beurs zelf aanvullen met spaargeld of financiering uit een

ten over te hevelen naar het buitenland. “Wij staan voor een

andere toelage. Op die manier zouden wij toch aan capaci-

strategisch besluit”, zegt decaan Peter de Gijsel. “We werken

teitsopbouw kunnen blijven doen.”  (RV)

nu al voor 80 procent in het buitenland. We overwegen

transfer | november 2011 | 11


ac htergron d

p roj ect

ver eenvou digt

adm i n i strati e

ro n d

Rode Loper komt

to e l ati n g

buitenlandse studenten tegemoet Internationale studenten die in Nederland willen studeren, stuiten op allerlei barrières. Van verspreid staande opleidingsinformatie tot onduidelijkheid over inschrijfprocedures. De Rode Loper moet hieraan een einde maken.

De aanmelding, de inschrijving, de toelating en de voorlichting aan internationale studenten. Eenvoudig is het allemaal niet, vinden medewerkers van de international offices van hogescholen en universiteiten. Procedures veranderen en worden steeds ingewikkelder. De Rode Loper komt volgens hen daarom ook als geroepen. Dit programma is een initiatief van het ministerie van Onderwijs – Ronald Plasterk kondigde het, toen hij nog minister was, aan in zijn Internationaliseringsagenda. Nu wordt het uitgevoerd door zo goed als alle partijen die te maken hebben met internationale studenten: VSNU en HBO-raad, de Nuffic, Studiekeuze123, Studielink, Kences, DUO en de IND. De Rode Loper moet de administratie rond de toelating van buitenlandse studenten tot hogeronderwijsinstellingen eenvoudiger maken. Vier projectgroepen buigen zich momenteel over onderdelen van het programma. Het eerste deelproject – het vereenvoudigen en verbeteren van de online studiekeuze-omgevingen – moet deze maand klaar zijn. Alle informatie over studeren en opleidingen in Nederland moet dan bij elkaar te vinden zijn op www.studyinholland.nl. Het gehele programma moet komende zomer worden afgerond.

Foto: Bernd Settnik/ANP

Vervelende gevolgen

12 | november 2011 | transfer

De international offices zien vooral de noodzaak van het deelproject om de generieke informatievoorziening op de websites van de instellingen over procedures in het Nederlandse hoger onderwijs beter in te richten. De instellingen verzorgen die informatie nu vaak nog zelf. Het komt regelmatig voor dat wijzigingen in de regels van bijvoorbeeld de IND niet worden meegenomen op de internetpagina’s van de instellingen. Dat kan voor studenten vervelende gevolgen hebben, weet Gerrit-Klaas Berghuijs, senior admissions officer van het international office aan de TU Delft. “Als een student iets fout heeft ingevuld omdat de informatie op onze site, of op een andere gekoppelde site, niet meer up-to-date is, dan gaat het mis.”


En die foutjes kunnen minuscuul zijn, weet Joyce Seegers, hoofd international office bij de NHTV Breda. “Ik hielp een Russische student met zijn aanmelding voor de IND omdat hij er niet uitkwam. Want uit welk land kwam hij nu precies? Rusland, de USSR? Hij had een landennaam ingevuld die niet overeenkwam met hoe het land heette toen hij werd geboren. Daardoor duurde de inschrijving langer.” Dat soort problemen moet binnenkort verleden tijd zijn. Door het Rode Loper-deelproject op dit terrein worden organisaties als de IND, de Belastingdienst en DUO zelf verantwoordelijk voor de informatie die op de websites van onderwijsinstellingen komt te staan.

een stappenplan ontwikkeld. “Maar de huisvesting is per woningcorporatie al anders geregeld”, zegt senior admissions officer Berghuijs (TU Delft). “Het wordt dus lastig om conclusies te trekken uit die enquête.” Een ander deelproject is erop gericht om het proces van toelating en inschrijving van internationale studenten te verbeteren. “Studenten denken nu vaak dat ze klaar zijn als ze hun gegevens hebben ingevuld bij Studielink, terwijl ze zich ook nog bij onze instelling moeten inschrijven”, zegt Seegers. “Ongeveer 20 procent doet dit verkeerd. Wij benaderen hen vervolgens zelf, maar we hebben geen idee hoeveel studenten we mislopen doordat ze de inschrijving bij de instelling en Studielink ingewikkeld vinden. Als Vakantiepark het in een ander land makkelijker is, gaan studenten Mariame Gada, international support officer van misschien liever daarheen.” Wageningen Universiteit, juicht het toe dat er Seegers (NHTV) maakt zich van alle deelprogekozen is voor één online studiekeuzeomgeving. jecten vooral zorgen over de zoekfunctie op Eerder waren daar meer websites voor. “Het is beter Studyinholland.nl. “Ik fronste mijn wenkbrauwen als de studenten alle opleidingstoen ik zag wat er gebeurt informatie van A tot Z bij elkaar als een student bijvoorbeeld kunnen vinden”, meent Gada. “We weten niet hoeveel intoetst dat hij geïnteresseerd is Maar veel universiteiten en in business.” Studyinholland.nl hogescholen vragen zich wel af studenten we mislopen maakt gebruik van de databanken of de algemene informatie die van Studiekeuze123, ISPAC, de straks op de centrale website doordat ze opleidings­datavergaringssystemen Studyinholland.nl te vinden is, van de Nuffic en de opleidingswel van toepassing is op de situhet inschrijfproces gegevens die hogeronderwijs­ atie aan hun instelling. Gada geeft instellingen zelf aanleveren. een voorbeeld: “Stel je voor: ingewikkeld vinden” “Wanneer je als opleiding vaak op Studyinholland.nl wordt de ‘business’ in je profiel hebt staan, Nederlandse huisvesting heel posista je op Studyinholland.nl al gauw tief beschreven. Vervolgens kijkt een student op onze bovenaan de lijst. Een student denkt dan vermoewebsite. Daar ziet hij dat wij huisjes aanbieden op delijk dat dit ook de beste opleiding is, terwijl dat een vakantiepark, waarvandaan twee, drie keer per helemaal niet zo hoeft te zijn”, legt Seegers uit. dag een bus naar de universiteit rijdt. Zo’n student is Ze vindt dat geen wenselijke situatie. “Straks gaat dan blij gemaakt met een dode mus.” iedereen merkwaardige profielen schrijven met veel Om problemen hierdoor te voorkomen, probeert dezelfde woorden om zo bovenaan te komen. Ik vind Wageningen de informatie op de eigen site zo eerlijk een willekeurige keuze eerlijker.” mogelijk te brengen. “De huisvestingssituatie is overal anders.” martine zeijlstra

Mislopen Mede daardoor zijn sommige instellingen wat sceptisch over het deelproject, waarbij het overkoepelende orgaan van studentenhuisvesters, Kences, de informatievoorziening over huisvesting voor internationale studenten verkent. Onder de doelgroep wordt een enquête gehouden waarin wordt gevraagd hoe de studenten aan huisvestingsinformatie zijn gekomen. Op basis van de uitkomst daarvan, wordt

transfer | november 2011 | 13


i ntervi ew

h o o glera ar

on derwijsecon om i e

h e n r i ĂŤ t te

ma as s e n

va n

d en

b r i n k

Foto: Roger Dohmen/HH

‘Duitse studenten krijgen on

14 | november 2011 | transfer


nterecht de zwartepiet’ Laat studenten overal in Europa kostendekkende collegegelden betalen en geef de subsidie die nu naar universiteiten en hogescholen gaat, aan de student. Op die manier wil Henriëtte Maassen van den Brink de financiële gevolgen van de scheefgegroeide studentenmobiliteit neutraliseren. En de onderwijseconoom heeft meer ideeën om het Europese hoger onderwijs te verbeteren en verder te internationaliseren.

Engelse studenten die massaal uitwijken naar Dat er een debat is ontstaan over de kosten en baten Schotland omdat ze in eigen land 10.000 euro van het internationaliseringsbeleid, vindt Maassen collegegeld moeten betalen. Fransen die Waalse van den Brink een goede zaak. Ze bekijkt het onderuniversiteiten overspoelen en Duitse jongeren die wijsbeleid zelf ook door een economische bril. “Voor in steeds groteren getale in Oostenrijk, Zwitserland mij is alles economie”, lacht ze. In 2008 richtte ze en Nederland studeren. De Europese studentenmosamen met collega-hoogleraar Wim Groot het Top biliteit is uit balans. Kleine lidstaten ontvangen veel Institute for Evidence Based Education Research op. meer studenten dan ze zelf uitzenden en dat kost ze Haar onderzoeksthema is de kosteneffectiviteit van honderden miljoenen. Internationale studentenuitonderwijsmaatregelen die overheid en scholen doorwisseling met gesloten beurzen, zoals in de Europese voeren. “In januari starten we een onderzoek dat Unie het gebruik is, lijkt onhoudbaar te worden. moet uitwijzen of het belonen van teamprestaties Een interessant en herkenbaar effect heeft op de kwaliteit van probleem, vindt Henriëtte Maassen het onderwijs”, vertelt ze. “Als je van den Brink (1951), hoogle“We moeten voorkomen dat investeert in het onderwijs, wil je raar onderwijseconomie bij de natuurlijk weten dat het geld goed Universiteit van Amsterdam en de landsgrenzen weer dicht terechtkomt.” de Universiteit Maastricht. “In Dat vindt een onderwijseconoom Maastricht is 50 tot 60 procent van gaan, dat staat haaks op misschien vanzelfsprekend. Toch de economiestudenten Duits, dus ik zijn dergelijke kosten-batenanalyses onderschat het probleem zeker niet. economische ontwikkeling” schaars. Niet alleen in het onderHet moet ook snel worden opgelost. wijs. “De Algemene Rekenkamer Maar ik vind wel dat de discussie in ergert zich enorm aan het feit dat Nederland op de verkeerde manier wordt gevoerd.” ministeries de kosteneffectiviteit van hun beleid maar De 25.000 Duitsers die in Nederland studeren, mondjesmaat laten onderzoeken”, weet Maassen van krijgen volgens haar ten onrechte de zwarteden Brink. piet. Die Duitsers studeren hier op kosten van de Nederlandse belastingbetaler. Het geld dat daarmee Heroïsche aannames gemoeid is, komt niet ten goede aan Nederlandse Dat staatssecretaris Zijlstra laat uitzoeken wat de studenten. Die krijgen daardoor onderwijs van kosten en baten zijn van de stijging van het aantal mindere kwaliteit, betogen critici. Maassen van den buitenlandse studenten in Nederland, is dus best een Brink vindt dat een vreemde redenering. “Het is complimentje waard, stelt Maassen van den Brink. maar de vraag of dat geld ook naar hoger onderwijs Maar of de exercitie bruikbare resultaten oplevert, zou gaan als die Duitsers er niet waren. Bovendien betwijfelt ze. “Ik denk dat de kosten heel wat makkezijn hier ook duizenden Chinese studenten. Omdat lijker te kwantificeren zijn dan de baten. Je hebt aan de zij een kostendekkend collegegeld betalen, hebben opbrengstenkant allerlei maatschappelijke, culturele Nederlandse studenten daar volgens deze redenering en wetenschappelijke baten die heel moeilijk in geld geen last van. Terwijl je best vraagtekens kunt zetten zijn uit te drukken. Er is heel veel onderzoek nodig om bij de kwaliteit van de Chinese studenten die hierdie opbrengsten goed in beeld te krijgen, tenzij je heel heen komen.” heroïsche aannames doet, natuurlijk.”

transfer | november 2011 | 15


“In dit geval zou je moeten onderzoeken of Duitsers die na hun afstuderen teruggaan naar hun eigen land, een band houden met Nederland. Hebben ze een positiever beeld van Nederland, spreken ze de taal een beetje, onderhouden ze nog contacten, is hun consumptiepatroon vernederlandst?” Het is tamelijk ingewikkeld onderzoek, maar volgens de hoogleraar de enige manier om aan te tonen dat de Duitse studenten niet alleen een kostenpost zijn, maar ook een bijdrage leveren aan de (handels)betrekkingen met het buurland, zoals de claim is van universiteiten en hogescholen die veel Duitsers trekken. Maassen van den Brink kan niet voorspellen of de baten tegen de kosten opwegen. “In Engeland is in 2007 onderzoek gedaan waaruit blijkt dat de economie flink profiteert van de komst van buitenlandse studenten. De belastingopbrengsten waren anderhalf tot drie keer de overheidsuitgaven. Maar die uitkomsten laten zich niet makkelijk vertalen naar de Nederlandse situatie. In Engeland liggen de collegegelden voor niet-EU-studenten veel hoger, Engelse instellingen verstrekken vaak beurzen aan internationale studenten en afgestudeerden vinden misschien vaker werk in Engeland.” Omdat de baten zo moeilijk te becijferen zijn, vreest Maassen van den Brink dat Zijlstra’s analyse een negatief saldo zal opleveren. En dat kan makkelijk leiden tot het inperken van de studentenmobiliteit, want uit een kosten-batenanalyse rolt een break-even point. Als dat bijvoorbeeld bij 25.000 buitenlandse studenten ligt, zou de conclusie kunnen zijn dat er ook niet meer internationale studenten toegelaten worden. “Ik denk dat je dan door het Europese hof op je vingers wordt getikt wordt omdat je het vrije verkeer van personen beperkt”, stelt de hoogleraar. “Maar dat staat al onder druk. Denemarken houdt zich al niet meer aan het Schengenakkoord en houdt weer grenscontroles. En in Nederland wordt de sfeer onder invloed van de PVV steeds anti-Europeser. Nu gaat het nog over migratie, maar als we niet oppassen gaat het straks ook over studentenmobiliteit.”

Twee vliegen in een klap Terwijl er volgens de onderwijseconoom andere oplossingen zijn om de gevolgen van de scheefgroei in de studentenmobiliteit te neutraliseren. Landen kunnen de kosten onderling verrekenen, zoals Oostenrijk eind oktober voorstelde aan eurocommissaris Vassiliou. Maar dat levert veel bureaucratische rompslomp op. De oplossing van Maassen van den Brink is een stuk eenvoudiger. Laat studenten overal in Europa kostendekkende collegegelden betalen en geef de subsidie die nu naar de universiteiten en hogescholen gaat, aan de student. Als studenten in het buitenland gaan studeren, nemen ze de bekostiging mee.

16 | november 2011 | transfer

Daarmee sla je twee vliegen in een klap, want studenten die 10.000 euro per jaar moeten betalen voor hun studie, stellen hoge eisen aan de kwaliteit van het onderwijs, weet Maassen van den Brink. “Als je ergens voor betaalt, eis je ook kwaliteit. Als je iets gratis krijgt, waardeer je het niet. Dat is het probleem met het Duitse hoger onderwijs. Daar is op veel plaatsen het collegegeld afgeschaft. Dat zorgt voor massaliteit. De studenten in de grensstreek kiezen daarom voor kwalitatief beter onderwijs in Nederland, terwijl ze hier wel collegegeld moeten betalen.” Problemen met de toegankelijkheid zijn te ondervangen met een beurzensysteem, maar studenten kunnen zelf ook wel wat meer investeren in hun opleiding, vindt Maassen van den Brink. “Elk jaar hoger onderwijs verhoogt het inkomen dat je tijdens je loopbaan verdient, met 6 tot 8 procent. Die 10.000 euro collegegeld verdien je dus makkelijk terug. Daar zijn honderden studies naar gedaan.”

Laagopgeleide Polen Maassen van den Brink vindt een verhoging van de eigen bijdrage ook op een andere manier te rechtvaardigen. “Waarom zou je laagopgeleiden laten meebetalen aan de studie van mensen die daar later als advocaat, arts of econoom persoonlijk van profiteren? Dat argument gaat ook internationaal op. Waarom zouden laagopgeleide Polen moeten meebetalen aan de opleiding van een Nederlandse uitwisselingsstudent in hun land?” Maar wordt een studie in Engeland of Nederland niet onbereikbaar voor een Poolse student als er kostendekkende collegegelden worden geheven? In West-Europa liggen de kosten toch veel hoger dan in Polen of Hongarije? “Dat is nu ook al een probleem”, constateert de hoogleraar. “Je ziet niet voor niets weinig Poolse of Hongaarse studenten in Nederland. Maar dat probleem zou je kunnen ondervangen met studiebeurzen die uit de Europese structuurfondsen worden betaald. Zoiets opperde Jo Ritzen vorig jaar ook al.” Maassen van den Brink hoopt dat staatssecretaris Zijlstra de discussie over verhoging van de collegegelden in Europa aandurft. “We moeten voorkomen dat de landsgrenzen weer dicht gaan. Dat staat haaks op innovatie, globalisering en economische ontwikkeling. Hogere collegegelden zorgen voor meer internationale competitie tussen instellingen, waardoor er meer onderscheid en differentiatie ontstaat. Dat vergroot de keuze voor studenten. En individuele keuzevrijheid vergroot de welvaart. Dat is les 1 uit de economie.”

yvonne van de meent


actu eel

Student riskeert hoog

collegegeld met uitwisselingsjaar

Aan een langdurig buitenlandverblijf kan voor een student een fors prijskaartje hangen. Wie zich volgens de regels laat uitschrijven bij de gemeentelijke

Foto: Inge Yspeert/HH

basisadministratie, moet het instellingscollegegeld betalen.

Ruim 10.000 euro extra voor een jaar uitwisseling in Californië. Dat hing Willem Bult, masterstudent Computer Science aan de TU Delft, boven het hoofd. Vanwege een langdurig verblijf in het buitenland had hij zich laten uitschrijven bij de gemeentelijke basisadministratie (gba). Daardoor voldeed hij niet meer aan alle voorwaarden om in aanmerking te komen voor het wettelijk collegegeld van 1.713 euro en zou hij het instellingstarief van 12.500 euro moeten betalen. Omdat hij voorafgaand aan het uitwisselingsproject, dat in oktober van start ging, al een tijdje op reis was, schreef Bult zich vroegtijdig uit bij de gemeente. Dat moet als je langer dan acht maanden in het buitenland verblijft, wist hij. In september vloog de student terug naar Delft om nog het een en ander te regelen. Kort na aankomst in Californië ontdekte hij dat hij zich toen beter weer had kunnen laten inschrijven bij de gba. “Ik kreeg een mail van een professor: let

hierop”, vertelt hij, doelend op deze voorwaarde voor het wettelijk collegegeld. “Maar op de website van de universiteit kon ik er niets over vinden en ook de IB-Groep wist het niet.” Het verhaal van Willem Bult doet denken aan dat van een student uit Utrecht op het digitale platform van de Universiteit Utrecht, DUB. Die student kreeg een hoge collegegeldrekening gepresenteerd voor zijn Erasmusjaar in Toulouse. Door nog voor eind september naar Nederland te reizen en daar een ambtenaar te treffen die bereid was de wet te overtreden om hem in te schrijven op het adres van zijn ouders, liep het voor hem met een sisser af. Voor de Delftse student in Californië was dat geen haalbare kaart. “Gelukkig hoorde ik van de centrale studentenadministratie dat de TU Delft het instellingstarief in dit geval gelijk stelt aan het wettelijk tarief.”

Tegenstrijdigheid Om in aanmerking te komen voor het wettelijk collegegeldtarief moet een student ingeschreven staan bij de gba. Maar wie lange tijd naar het buitenland gaat, is verplicht zich uit te schrijven. Al eerder wisten onderwijsinstellingen gevolgen hiervan voor de bekostiging uit te stellen. Omdat studenten nog wel de dupe kunnen worden van deze tegenstrijdigheid, past het ministerie van Onderwijs de wet naar verwachting per september 2012 aan. Tot die tijd moeten instellingen de gevolgen voor hun studenten beperken, meldt een woordvoerder. Die denkt dat slechts een heel kleine groep studenten met dit probleem te maken krijgt. Willem Bult zegt contact te hebben met vijf andere Delftse studenten die in eenzelfde situatie verkeren. “Die kon ik geruststellen.” Hij verbaast zich over de onbekendheid met de regels bij het internationale stagebureau van zijn faculteit en bij de IB-Groep. “Gek dat de universiteit en de overheid hier niet op wijzen. Het is een vreemde regeling, die demotiveert om naar het buitenland te gaan.”

annelieke slappendel

transfer | november 2011 | 17


ac htergron d

Geliefd en omstreden: Nederlandse stagiairs in Suriname Suriname is onder Nederlandse studenten een erg populaire stagebestemming. Lekker weer, een andere cultuur en het gemak dat er Nederlands wordt gesproken, trekken vooral hbo-studenten aan. Maar in het land zelf is niet iedereen blij met de stroom ‘bakra’s’. “Surinaamse studenten en

Foto: Naomi de Vries

arbeidskrachten moeten prioriteit krijgen.”


Foto: Niels Gietelink

Foto: © StampMedia, Aukelien Kampe

Pabo-studente Lisette Krans (18) stak begin dit jaar komen hier feesten, het binnenland zien, elke dag uit de Atlantische oceaan over. Drie maanden lang gaf ze eten et cetera. De Surinaamse vrouw is minder vrij les op een basisschool in Suriname. “Ik wilde nieuwe en heeft minder inkomen. Veel Surinaamse vrouwen ervaringen opdoen, een andere cultuur meemaken”, denken dat de Nederlandse stagiairs hun mannen legt ze uit. “En dat er in Suriname Nederlands wordt komen afpakken.” gesproken, is natuurlijk erg handig bij het lesgeven.” Eind 2009 was voor de Surinaamse regering de maat Op wat kleine minpunten na, is de tijd in Suriname vol en werden er maatregelen genomen tegen de haar erg goed bevallen. Al verbaasde Krans zich wel bakra’s (Nederlanders). Een werkvergunning van 50 over de vele Nederlandse leeftijdgeeuro voor Nederlandse stagiairs noten die ze tegenkwam. “Het was werd verplicht gesteld. Ook zijn niet normaal: overal waar ik kwam, sindsdien de visumeisen aange“Ik zag overal zag ik blonde meisjes lopen.” scherpt en moeten studenten die Dat kan Dana Aalderink (25) alleen langer dan drie maanden willen blonde meisjes” maar beamen. In 2010 liep de inmidblijven, een Machtiging Kort Verblijf dels afgestudeerde logopediste (MKV) aanvragen, wat 200 euro stage in Sranang. “Toen ik daar was, werd ook het kost en de nodige administratieve rompslomp met WK voetbal gespeeld. Alles was oranje en overal op zich meebrengt. straat zag je blanke mensen. Ook zijn er in het land Aalderink ondervond de strengere regels aan den veel Brazilianen, dus op de terrassen in Paramaribo lijve. Sinds 2009 wordt bijvoorbeeld streng gelet was het Nederland-Brazilië. Gezellig natuurlijk, maar op de inleverdatum van de visumaanvraag. “Mijn ik heb mezelf er wel aan moeten herinneren dat ik in school (Hogeschool Windesheim, red.) leverde de Suriname was.” Aalderink kijkt met veel plezier terug visumaanvragen tweeënhalve maand voor vertrek in, op haar Surinaamse tijd. “Het was een geweldige terwijl het officieel drie maanden van tevoren moet”, ervaring, ik zou het zo weer doen.” vertelt ze. “Ze hadden er nooit eerder problemen mee gehad.” Nu was dat wel anders: de aanvraag werd Rekolonisatie afgekeurd en Aalderink en een paar medestudenten Krans en Aalderink zijn dus bepaald niet de enige moesten hun vlucht annuleren. “Maar gelukkig Nederlandse studenten die praktijkervaring opdeden konden we na heel wat telefoontjes een paar dagen in het Zuid-Amerikaanse land. De Surinaamse overlater alsnog naar Suriname.” heid heeft nooit onderzoek gedaan naar het exacte aantal, maar schatte in 2009 dat jaarlijks 6.000 Schromelijk overdreven Nederlandse stagiairs een periode in het land doorGinmardo Kromosoeto, de huidige minister van brengen. Zorgwekkend veel, zo constateerde de regeATM, stelt weliswaar dat hij Nederlandse stagiairs ring. Toenmalig minister van Arbeid, Technologische niet als een gevaar ziet. Toch ziet hij ook geen aanleiOntwikkeling & Milieu (ATM), Joyce Amarelloding om het beleid weer te versoepelen. “Feit is dat Williams, noemde de Nederlandse stagiairs een wij als overheid de taak hebben om ervoor zorg te bedreiging voor lokale krachten. Oud-president Jules dragen dat Surinaamse arbeidskrachten en studenten Wijdenbosch nam zelfs het woord ‘rekolonisatie’ in prioriteit genieten op de arbeidsmarkt”, zegt de de mond. minister. “Daar zullen wij altijd voor waken.” Jan van Swaaij, directeur van bemiddelingsbedrijf Van Swaaij (Suristage) is van mening dat de overSuristage, denkt dat de negatieve gevoelens over de heid schromelijk overdrijft met de schatting van Nederlandse stagiairs veelal voortkomen uit, overi6.000 stagiairs per jaar. “Dit zijn uitspraken van het gens begrijpelijke, jaloezie. “De studenten, voornaSurinaamse parlement die voor waarheden worden melijk meisjes, hebben voor Surinaamse begrippen aangenomen. Ik gok dat er gemiddeld duizend tot een goed inkomen met hun studiefinanciering. Ze 1.500 stagiairs per jaar zijn.”

transfer | november 2011 | 19


Uit onderzoek van NGO-Instituut Kennisontwikkeling Suriname (NIKOS) blijkt dat er in 2010 iets meer dan 2.000 buitenlandse studenten in het land waren. Volgens Martin Panday, adviseur toerisme en welzijn bij NIKOS, zijn dit vrijwel allemaal Nederlandse stagiairs. Maar al zijn het er dan geen 6.000, ook 2.000 is nog altijd een aanzienlijk aantal op een totale bevolking van minder dan een half miljoen inwoners. Als op eenzelfde schaal Surinaamse studenten naar Nederland zouden komen, zouden er jaarlijks ongeveer 68.000 retourtjes Paramaribo-Amsterdam worden geboekt. Riad Nurmohamed van de Anton de Kom Universiteit, de enige universiteit van Suriname, maakt van dichtbij mee dat sommige Surinaamse studenten maar moeilijk aan een stageplek komen. “Studenten die een technische studie doen, vinden nog wel een plek. Het probleem zit in de onderwijs- en gezondheidssector. Daar zit het gros van de Nederlandse stagiairs.” Oud-stagiairs Aalderink en Krans kunnen zich wel wat voorstellen bij de constatering dat Nederlandse stagiairs hun Surinaamse collega’s verdringen. Krans: “Ik heb veel scholen bezocht, maar ik heb geen enkele Surinaamse stagiair gezien.” Aalderink nuanceert dat het probleem in elk geval bij haar opleiding niet speelt. “Logopedie wordt in Suriname niet aangeboden. Daar hebben ze als het ware dus alleen maar profijt van ons. Maar bij bijvoorbeeld de Pabo kan dit een ander verhaal zijn.”

Gratis werknemers Toch wil Nurmohamed niet direct de Nederlandse studenten aanwijzen als zondebok. “De attitude van Surinaamse bedrijven speelt ook mee. Als die een stageplek hebben, kiezen ze snel voor een Nederlandse student. Iedereen die uit Nederland komt – blank en niet blank – wordt als goed gezien, omdat Nederlanders vaak beter onderwijs hebben genoten. De eigen Surinamers worden niet gewaardeerd. Die manier van denken moet veranderen.” Floor Nuiten, secretaris van de Nederlandse Ambassade in Paramaribo, erkent dat Nederlandse studenten populair zijn bij Surinaamse werkgevers. Nederlandse studenten zouden zelfstandiger zijn en meer initiatief tonen dan hun Surinaamse collega’s. “Bedrijven zijn minder tijd en geld kwijt aan begeleiding”, beaamt Nuiten. “De Nederlandse stagiairs zijn makkelijk inzetbaar en gratis.” Surinaamse bedrijven zijn namelijk niet verplicht hen een stagevergoeding te betalen. Het gevaar van dit laatste punt is dat de stagiairs soms vooral als goedkope arbeidskrachten worden

20 | november 2011 | transfer

gezien. Van Swaaij: “Stagiairs worden vaak verward met gratis werknemers. Bedrijven vergeten dat deze studenten er zijn om te leren.” Krans weet er alles van. “Ik zou eigenlijk als onderwijsassistente gaan werken, maar al snel stond ik vier dagen in de week als leerkracht voor een volle klas.” Geld speelt volgens verschillende partijen trouwens ook nog een andere rol in de hele zaak. De Surinaamse regering zou haar beleid ten aanzien van buitenlandse stagiairs helemaal niet hebben aangescherpt om de eigen studenten te beschermen, maar simpelweg om meer aan de Nederlandse stagiairs te verdienen.

Zieltjes winnen “Ik denk dat de MKV en de werkvergunning uit financiële motieven zijn ontstaan”, zegt Nynke PoolRokette, medewerker van bemiddelingsorganisatie Stageloket Suriname. “De buitenlandse studenten leveren de Surinaamse economie jaarlijks ontzettend veel geld op, door toerisme, huisvesting, horeca en vrienden en familie die langs komen. De overheid wilde graag nog meer aan ze verdienen. De vergunningen zijn dan natuurlijk een gemakkelijke zet.” Ook haar concurrent Van Swaaij ziet eerder strategische dan morele overwegingen bij de Surinaamse regering. “Deze zaken werd ingevoerd ten tijde van de verkiezingen. Het was een kwestie van zieltjes winnen. De strengere regels stellen een deel van de bevolking gerust. Maar ondertussen vormen ze vooral een extra bron van inkomsten voor de staat.” De situatie op de Surinaamse stagemarkt is, al met al, een complexe zaak waarin veel factoren niet erg duidelijk zijn. Omdat de Surinaamse overheid nooit onderzoek heeft gedaan, ontbreken harde cijfers en bewijzen. Zijn er nu wel of niet te veel Nederlandse stagiairs in Suriname? Worden Surinaamse studenten in hun eigen land nu wel of niet verdrongen? En als dat inderdaad gebeurt, is dat dan de schuld van de Nederlandse stagiairs, die met te veel tegelijk het land overspoelen, of van de Surinaamse werkgevers, die de gratis werknemers uit Nederland verkiezen boven autochtone stagiairs? Zeker is in elk geval dat een deel van de Surinaamse bevolking het gevóel heeft dat de eigen studenten worden benadeeld. In dat licht kan de opstelling van de Surinaamse regering ook anders worden uitgelegd dan alleen winstbejag. Je zou het ook slim politiek opereren kunnen noemen. Iedereen weet dat politici de onderbuikgevoelens in de samenleving serieus moeten nemen – of die nu terecht zijn of niet. De Surinaamse regering deed dat en spekt er ook nog eens de staatskas mee. Twee vliegen in een klap.

sam van den eijnden


C

O

L

U

M

De afgod ­ die globalisering heet

Foto: Henriëtte Guest

Hoe onverbeterlijk zijn megalomane universiteitsbestuurders? En hoe snel gaat straks de zoveelste bewindspersoon op Onderwijs op de knieën voor de afgod die ‘globalisering’ heet? Gebruik het toverwoord ‘internationaal’ – waarmee dan in de praktijk Angelsaksische eenkennigheid wordt bedoeld, want een andere taal beheerst niemand meer - en elk reëel waarnemingsvermogen wordt geblokkeerd. De rokende puinhopen van de megafusies in het hbo, van InHolland vooraan, zijn nog niet opgetrokken, of het is weer zover: de volgende universitaire moloch is in aanbouw op basis van de illusie zo ‘wereldspeler’ te worden. Zoals het kabinet hardnekkig aan één noordelijke Randstadprovincie vasthoudt waar niemand op zit te wachten, zo komen nu Leiden, Delft en Rotterdam met het plan om van drie universiteiten één te maken, waar evenmin iemand op zit te wachten. Geen wonder overigens dat Leiden er niet in slaagt om alumni voor een belegging in de eigen universiteit te interesseren, als die op het punt staat zichzelf op te heffen. Weliswaar wordt braaf verzekerd, dat daarover natuurlijk ook te zijner tijd de wetenschappers zelf zullen worden gehoord, maar wat zo’n belofte betekent, weet de werkvloer uit ervaring allang: niets. Sinds de afschaffing van de WUB heeft de wetenschappelijke staf, die het feitelijke werk verzet, niets meer te zeggen over de wijze waarop de universiteit wordt bestuurd. Een zowel qua inkomen als qua inhoud volledig van de werkvloer losgezongen managers­kaste vaart haar eigen koers, en beschouwt de wetenschappers als aan haar ondergeschikt personeel. Aangezien zij, anders dan laatstgenoemden die ook nog iets inhoudelijks willen doen, de hele dag met organiseren en vergaderen bezig kan zijn, wint zij het in de praktijk altijd.

Daarvoor bestaan twee beproefde methodes. De eerste is, heel lang te zeggen dat nog niets besloten is, zodat ieder bezwaar ‘voorbarig’ heet, om vervolgens plots te verkondigen dat het allang besloten is, en de trein nu dus zonder tussenhaltes naar het vastgestelde eind­station rijdt. En de tweede is dat eenieder die het dan toch waagt luidkeels aan de noodrem te trekken, met disciplinaire maatregelen wordt bedreigd, omdat hij met zijn kritiek de goede naam van de instelling schaadt en daarmee haar winstgevendheid in gevaar brengt: de universiteit geldt immers als een op input en output afgerekend bedrijf. Sowieso heten tegenstanders querulanten die de tijdgeest nog niet hebben verstaan en te weinig flexibel zijn. Flexibel van geest zijn universiteitsbestuurders inderdaad altijd. Ze verkondigen met het grootste gemak morgen als ideaal het tegendeel van wat ze gisteren nog als zaligmakend hebben voorgestaan. Anders dan bij de aan hun grillen onderworpen wetenschappers is wetenschappelijk bewijsvoering voor hun beweringen namelijk niet nodig. Zo beweert men dat zulke mega-universiteiten nodig zijn om tot de top te behoren, ook al wordt dat door de lijstjes, waarop men zich anders zo graag beroept, gelogenstraft. Bovenaan staat namelijk – voor wat het waard is – het California Institute of Technology – een instelling waarvan de omvang nu juist vrij bescheiden is. Los daarvan getuigt het van bestuurlijke grootheidswaan om te menen dat een klein land als het onze, mede vanwege het internationaal gezien bescheiden budget dat voor wetenschap wordt vrij­gemaakt, tot de wereldtop behoren kan.

thomas von der dunk Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus en publicist.

transfer | november 2011 | 21

N


ac htergron d

Air France-KLM, een voorbeeld van Frans-Nederlandse samenwerking.

fna

zoekt

no g

an der e

b ro n n e n

va n

f i n a n c i e r i n g

Frans-Nederlandse Academie in

voortbestaan bedreigd De Nederlandse regering wil geen geld meer geven voor het versterken van de hogeronderwijs­­samenwerking met Frankrijk. Ondoordacht, vindt de Frans-Nederlandse Academie, die dat besluit treft. Kennis en contacten dreigen verloren te gaan, net nu de Franse wetenschap de blik over de grenzen richt.

Foto: Pim Ras/HH

Als onderdeel van het bezuinigingsbeleid besloot het kabinet dit voorjaar om niet langer bij te dragen aan het Frans-Nederlandse initiatief dat de onderlinge samenwerking in het hoger onderwijs bevordert. De subsidie van ruim drie ton aan de Nederlandse tak daarvan, de Frans-Nederlandse Academie (FNA), moest al in 2012 zijn afgebouwd, vond staatssecretaris Zijlstra. Inmiddels heeft de FNA een jaar respijt gekregen, onder meer nadat de Franse ambassadeur om opheldering had gevraagd. FNA-directeur Petra van Dijk en haar twee medewerkers willen het komende jaar onderzoeken of ze hun werkzaamheden met geld uit andere bronnen kunnen voortzetten. Lukt dat niet, dan zal de FNA hoogstwaarschijnlijk ophouden te bestaan. Van Dijk wil daar nu nog niet op vooruitlopen. Ze ziet

22 | november 2011 | transfer

in de kabinetsbeslissing een aanwijzing dat samenwerking tussen Nederland en Frankrijk nog steeds niet vanzelfsprekend is, en dus: dat het werk van de FNA nog steeds noodzakelijk is. “Frankrijk is nog steeds een stiefkind binnen het buurlandenbeleid.” Politieke irritaties, onder meer over drugsbeleid, maakten dat de behoefte aan betere contacten kort voor de eeuwwisseling toenam. Nederland en Frankrijk begonnen in 2001 een samenwerkingsverband op het gebied van hoger onderwijs. Nederland financierde de Frans-Nederlandse Academie, die een vestiging kreeg in Utrecht. De Fransen bekostigden het Réseau franco-néerlandais in Lille. FNA/RFN richt zich op drie zaken: uitwisseling van kennis, uitwisseling van mensen en het verstrekken van informatie en advies. Van Dijk: “We trekken samen op.”


Dat de activiteiten vruchten afwerpen, blijkt Zo is ook een gezamenlijk promotieprogramma uit een rapportage van het bureau Regioplan van geologen van de VU en uit Rennes tot stand Beleidsonderzoek, dat de FNA vorig jaar doorlichtte. gekomen.” Regioplan concludeert dat de FNA een efficiënte Volgens de directeur kan verder het belang van de taalkatalysator van Frans-Nederlandse samenwerking is. en cultuurkennis bij eerste contacten tussen Franse en “Ook door dat rapport voelt het alsof een goedvarend Nederlandse partners niet genoeg worden benadrukt. schip door een torpedo is getroffen”, aldus Van Dijk. “Een Nederlander zet een uitnodiging voor een binaDe directeur noemt diverse voorbeelden van tionale presentatie in zijn agenda en stuurt een bevesgeslaagde initiatieven. Zo zijn er de Franstiging, een Franse wetenschapper kijkt dat nog even Nederlandse ontmoetingsdagen, die sinds 2005 aan. Wij doorzien dat soort verschillen en kunnen afwisselend in Nederland en in Frankrijk worden mensen geruststellen als de communicatie niet helegeorganiseerd rond een thema. Daarnaast is er de maal gladjes verloopt.” Jeune Talents-bijeenkomst waarbij behalve jonge topwetenschappers ook ambitieuze ondernemers, Aantrekkelijke partner bankiers, journalisten en politici aanschuiven. Van Gezien het karakter van de activiteiten kan de Dijk: “De laatste keer in Maastricht ging het over FNA-directeur zich niet voorstellen dat deze ook pensioenen, waarbij de Fransen veel belangsteldoor andere instanties of in multilateraal Europees ling toonden voor het Nederlandse stelsel.” Verder verband kunnen worden uitgevoerd. De staatsverstrekt de FNA de Van Gogh-subsidies, waarmee secretaris suggereerde dat onlangs in antwoord op Nederlandse en Franse onderzoekers aan gemeenKamervragen. Van Dijk: “Bilaterale samenwerking schappelijke projecten kunnen werken. is vaak de beste manier om tot multilaterale samenVolgend jaar nemen de Fransen de organisatie van werking te komen. Dat zien we bijvoorbeeld bij de ontmoetingsdagen in La Rochelle voor hun rekede evaluatie van de Van Gogh-beurzen. Franse en ning. De vraag is of er in 2013 nog Nederlandse onderzoekers brengen zo’n evenement in Nederland kan elkaar weer in contact met collega’s plaatsvinden. Van Dijk: “We zijn “Bilaterale samenwerking uit andere landen. Bovendien ligt creatief genoeg om sponsoring en financiering vanuit Brussel niet subsidies te vinden voor dergelijke is vaak de beste manier voor de hand als het gaat om initibijeenkomsten, maar dan moet wel atieven waarbij maar twee landen de basisfinanciering van onze salaom tot multilaterale zijn betrokken.” rissen gedekt zijn.” Bij de FNA heeft vooral ook het Ze benadrukt dat juist de vaste staf samenwerking te komen” moment van de boze tijding uit van de FNA veel kennis van het Den Haag verwondering gewekt. Franse hogeronderwijssysteem Mede onder druk van de steeds bezit. Bovendien hebben de vaste medewerkers de internationaler wordende financiering van onderjuiste contacten in Frankrijk en Nederland. “Daar is zoeksprojecten is de Franse wetenschap zich immers jarenlang in geïnvesteerd.” naar buiten toe aan het openstellen. Nederland wordt daarbij als aantrekkelijke partner gezien, weet Van Gezamenlijk promotieprogramma Dijk. Tekenend is wellicht dat de Franse overheid De directeur meent dat die expertise de FNA in staat vooralsnog haar activiteiten richting Nederland op stelt de rol van mediator en adviseur te vervullen voor dezelfde voet wil voortzetten. partijen die belangstelling hebben voor samenwer“De Nederlands-Franse samenwerking in het king. Behalve door de organisatie van evenementen, hoger onderwijs herbergt een belofte”, zegt Van weten de FNA-medewerkers ook door het verzorgen Dijk. “Daarvan zouden ook het bedrijfsleven en van studiereizen of door andere adhoc-initiatieven de economie op termijn kunnen profiteren. De disciplines bijeen te brengen die elkaar eerder moeiFNA beschikt over een flink aantal ambassadeurs lijk vonden, zoals de kunsten of de architectuur. “Er binnen de academische wereld en binnen bedrijven loopt nu bijvoorbeeld een project waarbij Nederlandse als Unilever en Danone die toekomstige contacten en Franse pabo-opleidingen van elkaar leren hoe ze inhoud kunnen geven. Het zou werkelijk jammer omgaan met niveaudifferentiatie in de klas.” zijn wanneer zo’n belangrijke schakel in de bilaterale Daarnaast heeft de FNA volgens Van Dijk tal van samenwerking wegviel.” Franse promovendi aan een Nederlandse tweede promotor kunnen koppelen. “Promovendi in xander bronkhorst Frankrijk hebben veel belangstelling voor een co-tutelle de thèse en kloppen dan bij ons aan.

transfer | november 2011 | 23


ac htergron d

Europese taak voor Haags conservatorium

Het Koninklijk Conservatorium in Den Haag voert de komende drie jaar een Europese taak uit. De instelling is coördinator van het Erasmus-project Polifonia. Dat project is bedoeld om de Europese

Foto: Henriëtte Guest

samenwerking binnen het muziekonderwijs te vergroten.

Martin Prchal

Polifonia is het grootste thematische netwerk voor muziekvakonderwijs in Europa. Het werd opgericht in 2004, met steun van de Europese Commissie (EC). De bedoeling ervan is om meer samenwerking en uitwisselbaarheid in het Europese muziekonderwijs te bereiken. “Een van onze grootste verdiensten is de invoering van het kwalificatieraamwerk”, vertelt Martin Prchal, adjunct-directeur van het Koninklijk Conservatorium (Kc) in Den Haag. “We hebben vastgesteld aan welke eisen elke bachelor- of masterstudent in onze sector aan het eind van zijn opleiding moet voldoen.” Polifonia geeft het muziekonderwijs hiermee een voorsprong ten opzichte van opleidingen die niet zijn aangesloten bij een dergelijk netwerk, meent Prchal. Het project wordt gecoördineerd door de European Association of Conservatoires (AEC), waar Prchal voorheen directeur was. Die werkt in iedere cyclus van het project samen met een andere muziekonderwijsinstelling. In de eerste cyclus was dat de Malmö Academy of Music of Lund University, in de tweede de Musikhögskolan Stockholm. In de derde cyclus, die op 1 oktober van start is gegaan, is het de beurt aan het Kc.

24 | november 2011 | transfer

Meer dan zestig organisaties uit dertig verschillende landen zijn verbonden aan Polifonia. “Dat zijn niet alleen conservatoria”, vertelt Prchal. “Ook externe partijen zijn aangesloten, zoals werkgevers- en werknemersorganisaties in de muziek.” Een van de speerpunten in de komende drie jaar is Europese accreditatie van conservatoria. Prchal: “Wanneer een buitenlands panel een Nederlands instituut onder de loep neemt, verhoogt dat de objectiviteit en doet dat recht aan het internationale karakter van het muziekvakonderwijs.” Dit proces stuit soms op de weerstand. “Sommige nationale overheden zijn bang dat ze de controle op de accreditatie verliezen. Wij zien dat anders, wij hebben vertrouwen in een Europese aanpak.” Prchal zou graag zien dat ook de beoordeling van studenten internationaler wordt, bijvoorbeeld door uitwisseling van examinatoren.

Dicht bij de praktijk Polifonia houdt zich verder intensief bezig met curriculumontwikkeling. Punt van aandacht is de rol van onderzoek gedurende de master. “We vragen van onze studenten geen wetenschappelijk onderzoek. Het is belangrijk dat ze dicht bij de praktijk blijven, bijvoorbeeld door het historisch interpreteren of pedagogisch benaderen van de stukken waarmee ze bezig zijn.” Voor dit alles krijgt het Kc ongeveer 600.000 euro subsidie van de EC. “Wij hebben vooral een administratieve en financiële functie. In overleg met het AEC en de andere instellingen verdelen we het geld naar de aard van activiteiten. Wie meer organiseert, ontvangt meer subsidie.” Rijk wordt het conservatorium niet van het voorzitterschap, maar daar maalt Prchal niet om. “We zullen ongetwijfeld profiteren van de expertise die Polifonia met zich meebrengt.”

sam van den eijnden


op

da an

college

stam

en

b ij

...

n i els

agatz

Foto: Johannes Odé

‘Internatio­nalisering is hier vanzelfsprekend’

Niels Agatz (l.) en Daan Stam.

Docenten vervullen een sleutelrol in het proces om het hoger onderwijs internationaler te maken. Daan Stam en Niels Agatz van de Rotterdam School of Management begeleidden een jaar lang een groep van 24 studenten die in opdracht van Nederlandse bedrijven de Braziliaanse markt onderzochten.

Wie binnen loopt bij de Rotterdam School of Management, betreedt een internationale wereld. Een Nederlandstalige website heeft deze Erasmusfaculteit niet. En ook in de collegezalen en wandelgangen lijkt de voertaal vaker Engels te zijn dan Nederlands. Dit is de werkomgeving van Daan Stam (Innovation Management) en Niels Agatz (Supply Chain Management). Internationalisering is hier vanzelfsprekend, legt Stam uit. “Maar het afgelopen jaar stond net iets nadrukkelijker in het teken van internationalisering dan andere jaren.” Het afgelopen jaar waren Stam en Agatz namelijk de twee docenten die de ‘International Business Study’ begeleidden. Al 24 jaar wordt onder deze naam jaarlijks een markt­onderzoek uitgevoerd door studenten naar een buitenlandse opkomende economie. Nadat de studenten een half jaar vooronderzoek hebben gedaan, kunnen bedrijven zich inschrijven voor een onderzoek op maat. Tegen een relatief lage prijs krijgen zij

na afloop antwoord op hun marktvragen. De eerste maanden voeren de studenten het onderzoek uit vanuit Nederland, maar tegen het einde van het studiejaar vertrekken zij naar het buitenland voor veldonderzoek. “Het bijzondere aan dit initiatief is dat het volledig vanuit STAR komt, de studentenvereniging van onze faculteit”, vertelt Agatz. “De faculteit biedt ondersteuning in de vorm van inhoudelijke begeleiding door twee docenten, maar de studenten zijn verantwoordelijk voor de organisatie, financiën en acquisitie van bedrijven. Als docent word je gevraagd door de studentenvereniging.”

Lunchcultuur Een verre bestemming als Brazilië brengt organisatorische en financiële beslommeringen met zich mee. Valt een dergelijke opzet niet in Nederland zelf te realiseren? In theorie zou het kunnen, denkt Stam. Maar het resultaat zou niet hetzelfde zijn. De essentie van de leerervaring zit volgens Stam nou net in het feit dat studenten hun werk moeten doen in een onbekende omgeving die veel onzekerheden mee brengt. “Werken in São Paulo betekent dat je in een enorme, onbekende stad je weg moet vinden. Je moet op tijd op de juiste plek zijn. Je moet zorgen dat je zelf je afspraken rond krijgt.” Het betekent ook dat je moet leren omgaan met culturele verschillen. “Wat doe je als je snel verder wilt met je werk, maar uitgenodigd bent voor een lunch, die in Brazilië al gauw anderhalf uur in beslag neemt?”, lacht Stam. “Of wat doe je als je in het Engels gewoonweg niet meer verder komt? Als studenten onder zulke omstandigheden er toch in slagen tot goede resultaten te komen, dan bouwen ze zelfvertrouwen op.” De zelfstandigheid waarmee de studenten ieder jaar de International Business Study organiseren, verklaart volgens Agatz het succes van het programma. Maar ook de betrokkenheid van bedrijven is een belangrijke factor. Agatz: “Eigenlijk vormen studenten tijdens zo’n jaar een zelfstandig consultancybedrijf. Bedrijven betalen voor het onderzoek. Dat motiveert extra om tot goede resultaten te komen.”

rob burkhard

transfer | november 2011 | 25


ac htergron d

encompass

ontslu it

vo c

-a

rc h i e f

Een nieuwe

vo o r

a z i ate n

kijk op de eigen geschiedenis De Nederlandstalige koloniale en VOC-archieven waren tot enkele jaren geleden nauwelijks toegankelijk voor buitenlandse onderzoekers. Door het Encompass-programma van de Universiteit Leiden wordt deze schat aan informatie nu ook ontsloten voor historici uit de voormalige koloniën. Transfer reisde naar Sri Lanka en bezocht daar een conferentie over het programma.

Nadeera Seneviratne toont Nederlandse handschriften in het Nationaal Archief in Colombo aan deelnemers van de Encompass’conferentie.

26 | november 2011 | transfer


Yedda Palemeq: “Het is leuk dat er op Sri Lanka

Foto’s: Johannes Odé

nog veel van de VOC te zien is.”

Yedda Palemeq uit Taiwan werd tijdens haar jeugd Palemeq noemt het heel waardevol om op de confeveelvuldig gediscrimineerd. “Ik behoor tot de rentie te kunnen praten met andere onderzoekers Paiwan, een inheems volk dat een minderheid vormt uit Azië en Nederland die ook gebruikmaken van in Taiwan”, vertelt de geschiedenisstudente in het archiefmateriaal. Dat biedt een schat aan inforaugustus, als Transfer haar spreekt in een zomers Sri matie: alleen al van het VOC-bedrijf zelf ligt 1.200 Lanka. “Vanwege mijn huidskleur en uiterlijk werd ik meter aan documenten in het Nationaal Archief op school uitgemaakt voor wilde. Ik heb me daardoor in Den Haag, vertelt Encompass-initiatiefnemer altijd erg geïsoleerd gevoeld.” Leonard Blussé, die ook op de conferentie aanwezig Palemeq is aanwezig op een conferentie, georganiis. “Hier in Colombo vind je in het Nationaal seerd door de Universiteit Leiden, Archief nog eens vierhonderd in samenwerking met de University meter aan Nederlandstalige of Colombo. Onderwerp van de “Ik zal altijd bezig blijven documenten. Het probleem was conferentie is het Encompassvoorheen dat deze waardevolle programma van de Leidse universimet het lezen en analyseren archieven niet toegankelijk zijn teit. Dat programma – een afkorting voor niet-Nederlandstalige ondervan Encountering a Common Past in van Nederlandse historische zoekers. Dat is de reden dat we Asia – stelt studenten uit Indonesië, in Leiden met Encompass zijn Sri Lanka, Taiwan, andere documenten” begonnen.” Aziatische landen en Zuid-Afrika in Blussé wijst op het gemeenschapstaat om Nederlandse documenten pelijke verleden van Nederland uit de VOC- en koloniale periode te lezen en te en de landen waarmee in de koloniale tijd banden ­analyseren. bestonden. “Ook voor die landen zijn de documenten De Taiwanese masterstudente, die in Leiden in de archieven cultureel erfgoed, net als voor studeert met een beurs van het ministerie van ons.” Het Encompass-programma moet de jongere Onderwijs, gebruikt de documenten om de geschiegeneratie historici uit de landen waar het om gaat, denis van haar volk en andere inheemse volken van de mogelijkheid bieden om met behulp van deze Taiwan te bestuderen en te beschrijven. “Daarover Nederlandstalige bronnen zélf onderzoek te doen. is erg weinig bekend”, vertelt ze. “Behalve verhalen Voordat Yedda Palemeq op de VOC-archieven stuitte, die van generatie op generatie mondeling zijn overwas ze al langer aan het graven in het verleden van de geleverd. Onze volksverhalen zijn nauwelijks vastinheemse volken van Taiwan. “Ik ben mee geweest gelegd op schrift. Het was voor mij een openbaring op veldonderzoek om de situatie van inheemse toen ik de geschriften van de VOC-periode onder dorpsbewoners te leren kennen. Toen ik de kans ogen kreeg! Tot mijn grote verrassing kwam ik zelfs kreeg om voor de Council of Indigenous Peoples van de naam van mijn geboortedorp – Spungundan – Taiwan te gaan werken, heb ik die gelegenheid aangetegen!” grepen om meer aandacht te vragen voor de inheemse

transfer | november 2011 | 27


volken. Ik heb zelfs kunnen deelnemen aan conferenties van de Verenigde Naties over inheemse volken. Daar realiseerde ik me dat ook andere inheemse volken in Oost- en Zuidoost-Azie worden achtergesteld en weinig weten over hun eigen geschiedenis.” Via via hoorde ze van het bestaan van de VOC-archieven. En van het Encompass-programma, dat haar kon leren het Nederlands uit die tijd te ontcijferen. Ze solliciteerde met een onderzoeksplan en goede referenties. Inmiddels zit ze in het tweede jaar van haar onderzoeksmaster. “Ik wil zeker doorgaan met een promotieonderzoek naar dit onderwerp. Ik vind het heel belangrijk voor de waardering en het gevoel van eigenwaarde van inheemse volken dat iedereen in Taiwan onze geschiedenis kent.” Tijdens de conferentie brengen de deelnemers onder meer een bezoek aan het Nationaal Archief in Colombo. Daar laat Nadeera Seneviratne VOC-handschriften zien. De oud-Encompassstudente, inmiddels bezig met een promotietraject, vertelt over haar onderzoek, dat ze grotendeels in het Nationaal Archief in Colombo doet. Nieuwsgierig buigen de deelnemers zich over de achttiende-eeuwse documenten die Seneviratne voor hen openlegt. De Sri Lankaanse onderzoekster is inmiddels in staat de handschriften te lezen.

Taalprobleem Het was eigenlijk niet haar bedoeling om zich te verdiepen in de achttiende-eeuwse geschiedenis van haar land, vertelt Seneviratne. “Toen ik geschiedenis ging studeren naast mijn baan als dagbladjournalist van een Engelstalige krant, had ik nog geen idee welke kant ik op wilde. Een docent die in Nederland promotieonderzoek naar de VOC had gedaan, wekte mijn belangstelling voor dit onderwerp. Hij wees mij op de schat aan Nederlandstalige documenten in ons nationale archief. Door het taalprobleem hebben Sri Lankaanse onderzoekers daar weinig mee gedaan.” Ook Seneviratne hoorde over het Encompassprogramma. “Ik zag het als een unieke kans.” Het zwaarste onderdeel van haar studie in Leiden vond ze de taalcursus. Die deed sommige studenten afhaken, omdat ze de cursus te zwaar vonden, herinnert ze zich. “Behalve het leren begrijpen van oud-Nederlands in gedrukte vorm moest ik ook handschriften uit de achttiende eeuw leren ontcijferen. Pas na anderhalf jaar begon ik de handgeschreven teksten te begrijpen.” Inmiddels doet de promovenda onderzoek naar de juridische praktijk tijdens het Compagniesbestuur in de late achttiende eeuw in het Galle-district in Zuid-Sri Lanka. “Ik wil weten hoe door Nederlandse rechters over de lokale bevolking werd rechtge-

28 | november 2011 | transfer

sproken en in hoeverre lokale rechtsregels daarbij van invloed waren”, vertelt ze. “Mijn indruk is dat de Nederlanders ook lokale regels hanteerden. Ze hielden bewust rekening met de eigen gebruiken. Inlandse gezagsdragers waren ook betrokken bij de lokale rechtspraak.” De historica leert uit de archieven veel over de Sri Lankaanse samenleving in de achttiende eeuw. “Je leest de opvattingen van de mensen. De ondervragingen in de rechtbank geven veel sociaal-culturele informatie, bijvoorbeeld over het gezinsleven, huwelijkspatronen en sociale verhoudingen. We hebben geen andere sociale documentatie uit de achttiende eeuw. Wat er aan documentatie was, is vernietigd door de koning uit angst dat het materiaal anders in handen van de Hollanders zou vallen.”

Oude forten Naast de uitgebreide archieven van de VOC zelf, is er in Sri Lanka nog veel van de materiële cultuur uit de VOC-periode te zien. Reden voor de deelnemers van de Encompass-conferentie om de oude forten en kerken uit die tijd te bezoeken. Onderweg daarnaartoe vertelt Nadeera Seneviratne: “Veel Sri Lankanen kennen het verhaal niet achter de gebouwen die de VOC heeft achtergelaten. Maar doordat ik de Nederlandstalige handschriften uit de VOC-periode kan lezen, kan ik een nuttige bijdrage leveren aan een nieuwe kijk op onze geschiedenis. Nu ik over deze unieke vaardigheid beschik, weet ik zeker dat ik me de rest van mijn leven zal blijven bezighouden met het lezen en analyseren van Nederlandse historische documenten. Ik wil niets anders meer doen.”

johannes odé

m e e r da n 50 b u ite n l a n d e rs vo lg d e n e n com pas s-p ro g ram ma Het Encompass-programma is gestart in 2006, als opleiding bij het Instituut voor Geschiedenis van de Universiteit Leiden. De studie bestaat uit een bacheloropleiding van een jaar, waarin de nadruk ligt op het leren lezen van de Nederlandse taal, het aanleren van onderzoeksvaardigheden en kennisverbreding. Na de bachelor kunnen studenten kiezen voor een master of onderzoeksmaster. In totaal hebben 55 studenten uit Azië en Zuid-Afrika het programma gevolgd. De laatste zijn begonnen in 2010. Intussen wordt er gewerkt aan een vervolgproject. Het Encompassprogramma wordt gefinancierd door de ministeries van Onderwijs en Buitenlandse Zaken, en de Universiteit Leiden.  (JO)


vl i egen de

holl an der

‘In Israël krijgen

bijbelverhalen reliëf’ Theoloog Niek Arentsen (30) is bezig met zijn master The Bible in its Context aan de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem. Vooral de antieke geografie vindt hij interessant. In twee, drie plaatsnamen ontvouwt zich een hele wereld – als je de kaart een beetje kent.

nou eenmaal geld voor nodig. In Israël verdien je dat als buitenstaander niet. Daarom zijn we twee jaar in de VS gaan werken.

Objectief oordeel

Foto: Offer Golan

“Toen ik in 1998 eindexamen had gedaan, bekeek ik in welk buitenland ik me een studie zou kunnen veroorloven. Ik had een sterke drang afstand van Nederland te nemen. Niet omdat ik het er zo slecht naar mijn zin had, maar omdat ik voelde dat ik me in een andere omgeving beter zou kunnen ontwikkelen. Je wordt dan immers gedwongen je open te stellen voor een andere cultuur en je eigen vooroordelen tegen het licht te houden, over je gast- én over je thuisland. Zo kwam ik in Leuven in België terecht. Daar haalde ik mijn master theologie. Vervolgens wilde ik promoveren. Daarvoor moest ik goed Hebreeuws kunnen. Om mijn taalvaardigheid te vergroten, ging ik als vrijwilliger aan de slag in een bibliotheek in Jeruzalem, kost en inwoning inbegrepen. Dat was prima voor mij alleen. Maar toen ik een Amerikaanse leerde kennen die spoedig mijn vrouw zou worden, bevredigde dat bestaan me niet langer. Je wilt samen iets opbouwen en daar heb je

Nu zijn we terug in Jeruzalem, deels van ons eigen spaargeld, deels dankzij een beurs van het Cultureel Verdrag. Israël heeft dat met verschillende landen gesloten, waaronder Nederland, en de Hebreeuwse Universiteit wees mij op het bestaan ervan. De studie The Bible in its Context bevredigt hetzelfde verlangen in mij dat mij naar België dreef: me een objectief oordeel te vormen, in dit geval over wat er geschreven staat. Mijns inziens is het woord Gods door mensenhanden neergepend en kun je er niet omheen dat mee te wegen in je interpretatie. De uitspraak “God laat het regenen over bozen en goeden” betekent in Israël iets heel anders dan in Nederland – in de woestijn is regen immers een zegen! Wat me het meest fascineert, is de antieke geografie. Als Nederlander lees je over de plaatsnamen in de bijbel heen, want het is toch een soort Verweggistan dat daar wordt beschreven. Maar als je weet waar al die steden liggen en daardoor begrijpt welke strategische betekenis ze hebben, krijgt het hele verhaal reliëf. Met al mijn studiejaren hoop ik bij te dragen aan een dieper inzicht in de bijbel. Als gelovige ervaar ik dat een beter begrip van God leidt tot meer liefde voor de medemens. Hoezeer we dat nodig hebben, zie ik in Jeruzalem elke dag om me heen. Ook al wordt hier, anders dan je gaat denken wanneer je vanuit het buitenland de bloedige berichtgeving volgt, ook gewoon geleefd.”

annemieke bosman

transfer | november 2011 | 29


p ion i ers

i n

i nter national i s e r i n g

Econoom met sterk gevoel

voor rechtvaardigheid Al lang voordat internationalisering in het hoger onderwijs werd wat het nu is, waren er personen die zich sterk maakten voor meer internationale samenwerking in onderwijs en wetenschap. Historicus en Nuffic-medewerker Han van der Horst portretteert pioniers in internationalisering. Deze keer Jan Tinbergen, die door samenwerking tussen landen de armoede in de wereld wilde oplossen.

Tot op hoge leeftijd was prof. dr. Jan Tinbergen (1903 – 1994) bereid om voordrachten te geven of deel te nemen aan fora. Hij wilde dan wel door een begeleider van huis worden gehaald, omdat hij zich te broos vond om in zijn eentje de tram te nemen. Een auto nam hij uit principe niet; auto’s vormden een te zware belasting voor het milieu. Tinbergen was van jongsaf aan maatschappijcriticus. Kort na zijn afstuderen in 1925 schreef hij een reportageserie in Het Volk over de armoede onder Leidse werklozen. Het was bijna zeker deze ervaring die hem als net afgestudeerd natuurkundige op het spoor van de economie zette. Jan Tinbergen was in alle opzichten een gevoelsmens. Alleen zette dat gevoel onmiddellijk zijn sterke ratio aan het werk. Die nam het daarna over. Wat is de oorzaak van de ellende en het onrecht die ik nu zie en die ik niet wens te accepteren? Welke methode kan dat onrecht wegnemen?

Foto: George Verkuil/HH

Massale armoede Na zijn proefschrift – dat zich bevond op het grensvlak van natuurkunde en economie – ging Tinbergen zich bezighouden met wiskundige toepassingen binnen de economie. Dat leidde tot de ontwikkeling van het vak econometrie. Tinbergen ontwikkelde macro-economische modellen om de economie te analyseren en beleidsadviezen te kunnen uitbrengen. Die modellen zijn in Nederland nog steeds de basis voor de werkzaamheden van het Centraal

30 | november 2011 | transfer

Planbureau, dat in de eerste tien jaar van zijn bestaan door Tinbergen werd geleid. Jan Tinbergen reisde veel. Zo kwam hij in 1951 voor een conferentie in India, waar de massale armoede hem schokte. De rest van zijn leven concentreerde hij zich op de ontwikkelingseconomie. Hoe kon de economie zo worden gestuurd dat er een eind kwam aan honger, ellende en ondervoeding? Tinbergen doceerde daarover op de Nederlandse Economische Hogeschool, de voorloper van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij liet het niet bij doceren alleen. Tinbergen bezocht veel ontwikkelingslanden om regeringen ter plekke economisch advies te geven op grond van zijn modellen. Ook was hij voorzitter van het United Nations Committee on Development Planning, dat voorstelde dat alle rijke landen 0,75 procent van hun bruto nationaal product zouden vrijmaken voor ontwikkelingssamenwerking. Uiteindelijk zegden de rijke landen 0,7 procent toe, al bleef het in de meeste gevallen bij lippendienst. Na zijn emeritaat bleef de grijze Tinbergen – inmiddels Nobelprijswinnaar – actief voor de goede zaak van mondiale armoedebestrijding. Tot hij op zeker moment geen uitnodigingen meer aannam. Hij wilde bij zijn bedlegerige vrouw blijven, die hij tot haar overlijden zélf heeft verzorgd. Zijn leven lang wist hij immers precies wanneer je de ratio opzij moest schuiven.

han van der horst


A G E N D A

INQAAHE en ENQA organiseren samen van 30 november tot en met 2 december in Brussel een seminar met als titel ‘Internationalisation and QA: Connecting European and Global Experiences’. Meer informatie en aanmelden via www.inqaahe.org/internationalisation-and-QA.Het afsluitende onderdeel op 2 december is al vol.

november

‘Internationalisation revisited’ is het thema van het ACA European Policy Seminar op 2 december in Brussel. Meer informatie en aanmelden via www.aca-secretariat.be/

december

Wie meer wil weten over de nieuwe call for proposals van Tempus IV is op 1 december welkom bij een voorlichtingsmiddag in Den Haag. Het aantal deelnemers is beperkt. Aanmelden via www.eventureonline.com/eventure/welcome.do?type=participant&congress=83_132&page=index

2011 2011

Het Nationaal Agentschap Leven Lang Leren organiseert op 13 december een Inspiratie- en disseminatiedag over Nederlandse bijdragen in de Centrale Acties in Utrecht. Meer informatie en aanmelden via www.na-lll.nl Staff development for internationalisation of the curriculum staat centraal tijdens het CAREMsymposium op 14 december in Amsterdam. Meer informatie en aanmelden via www.carem-online.nl

Journal of Studies in International Education november 2011 In Pursuit of an International Education Destination: Reflections From a University in a Small Island State – Salime MehtapSmadi and Majid Hashemipour

Shifting Patterns of the Government’s Policies for the Internationalization of Korean Higher Education – Kiyong Byun and Minjung Kim

Domestic and International Tuition Fees in African Universities: Might This Impede the Quest for Africanisation of Higher Education? – C. I. O. Okeke

The International Connections of Religious Higher Education in SubSaharan Africa: Rationales and Implications – Grace Karram

Initial Development and Validation of the Global Citizenship Scale – Duarte B. Morais and Anthony C. Ogden

Recent Publications on International Education – Laura Rumbley and Hans de Wit

Abonnees van Transfer kunnen voor € 10 per jaar een online abonnement nemen op de Journal of Studies in International Education. Meer informatie en aanmelden via www.nuffic.nl/asie

Onderzoeksbeurzen EUI

Fairs Meer informatie via fairs@nuffic.nl

Het Europees Universitair Instituut (San Domenico di Fiesole, Florence, Italië) is een internationaal instituut voor postdoctoraal onderwijs en onderzoek. Elk jaar verdelen EUI lidstaten en andere Europese nationale overheidsinstanties 160 onderzoeksbeurzen onder succesvolle kandidaten. Nederland biedt de mogelijkheid om een 4-jarig doctoraalprogramma te volgen. De deadline voor aanmelding bij het EUI is 31 januari 2012. Meer informatie op http://www.nuffic.nl/nederlandsestudenten/financiering/beurzen/europees-universitair-instituut

EuroPos, Brazilië Sao Paulo19 – 20 november Edufairs, Turkije Ankara 20 november Istanbul 26 – 27 november en andere steden

QS Worldgradschool Tour, India New Delhi 25 november Mumbai 29 november Bangalore 4 december Chennai 6 december

EuroPosgrados, Colombia Bogotá 25 – 26 november Medellin 28 november

transfer | november 2011 | 31


de nieuwssite over internationalisering in het hoger onderwijs

www.transfermagazine.nl Transfer nu ook op Twitter: @Transfer_nl

Neem nu een abonnement op de tweewekelijks verschijnende digitale nieuwsbrief Meld u aan op www.transfermagazine.nl/nieuws/nieuwsbrief


Transfer 3 Jaargang 19